Chicco Neptune de handleiding

Categorie
Autostoelen
Type
de handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

2
Istruzioni d’uso Pag. 3-6
Instructions for use Pag. 7-10
Notice d’instructions Pag. 11-14
Gebrauchsanleitung Pag. 15-18
Instrucciones de uso Pag. 19-22
Instruções de utilização Pag. 23-26
Gebruiksaanwijzing Pag. 27-30
Οδηγίες χρήσης Pag. 31-35
Инструкция по использованию Pag. 36-40
Bruksanvisning Pag. 41-44
Upute Za Uporabu Pag. 45-48
Navodila Za Uporabo Pag. 49-52
Návod K Použití Pag. 53-56
Návod na Použitie Pag. 57-60
Инструкции за употреба Pag. 61-65
Használati Utasítás Pag. 66-70
Instrucţiuni de folosire Pag. 71-75
Instrukcja sposobu użycia Pag. 76-80
Kullanım bilgileri Pag. 81-85
Pag. 86-89
Pag. 90-93
I
GB
F
D
E
P
NL
GR
HR
RUS
SLO
CS
SK
BG
H
R
PL
TR
SA
C
S
27
Gebruiksaanwijzing
ZEER BELANGRIJK: METEEN LEZEN
Volg de instructies voor de montage en de installatie van
het product nauwgezet. Laat niemand het artikel gebruiken
zonder eerst de instructies te hebben gelezen.
Bewaar deze handleiding voor eventuele latere ra-
adpleging.
LET OP! Volgens de statistieken over ongelukken is
de achterbank van het voertuig veiliger dan de voor-
zittingen: daarom wordt aangeraden de autostoel op
de achterbank te installeren. De veiligste zitting is de
middelste achterzitting, als deze is uitgerust met een
driepuntsgordel.
Het wordt aanbevolen alle inzittenden te informeren
over hoe het kind in geval van nood kan worden
losgemaakt.
Als de autostoel op de voorzitting met ingeschakelde
airbag wordt gezet, wordt voor een grotere veiligheid
aangeraden de zitting zover mogelijk naar achteren te
zetten, voor zover de aanwezigheid van andere passagiers
op de achterbank dit toestaat.
Gebruik deze autostoel nooit op zittingen die zijdelings
staan of tegen de rijrichting in.
Plaats deze autostoel alleen op zittingen, die correct
aan de structuur van de auto zijn bevestigd en die in
de rijrichting staan. Kijk goed uit dat inklapbare of
draaiende autozittingen stevig vastzitten, omdat deze
bij een ongeluk een gevaar kunnen inhouden.
Let erop hoe de autostoel in de auto wordt geïnstalleerd
om te voorkomen dat een mobiele zitting of portier
het in de weg zitten.
Bevestig de autostoel nooit op een autozitting uitgerust
met enkel een buikgordel (tweepuntsgordel).
Geen enkele autostoel kan de totale veiligheid van
het kind in geval van een ongeluk garanderen, maar
het gebruik van dit artikel vermindert het gevaar voor
ernstig letsel of de dood.
Het gevaar voor ernstig letsel van het kind, en niet alleen
bij een ongeluk, maar ook in andere omstandigheden
(bijv. bij hard remmen, enz.) wordt groter, als men zich
niet nauwgezet houdt aan de aanwijzingen die in deze
handleiding worden gegeven: controleer altijd dat de
autostoel correct aan de zitting is bevestigd.
Indien de autostoel beschadigd, vervormd of ernstig
versleten mocht zijn, moet hij worden vervangen,
omdat hij de oorspronkelijke veiligheidskenmerken
kan hebben verloren.
Verricht geen wijzigingen aan het artikel en voeg er niets
aan toe zonder toestemming van de fabrikant.
Breng geen niet door de fabrikant geleverde accessoires,
reserveonderdelen of onderdelen aan.
Laat het kind nooit en om geen enkele reden zonder
toezicht in de autostoel achter.
Zet niets dat geen voor het artikel goedgekeurd ac-
cessoire is tussen de autozitting en de autostoel, of
tussen de autostoel en het kind: in geval van een
ongeluk kan het dan gebeuren dat de autostoel niet
goed functioneert.
Als het voertuig in de zon heeft gestaan, controleert
u de autostoel zorgvuldig, voordat u het kind erin zet,
door na te gaan of de verschillende delen ervan niet
heet zijn geworden: in dit geval laat u ze eerst afkoelen
voordat u het kind laat plaatsnemen, om te voorkomen
dat het zich kan branden.
Ook na een niet ernstig ongeluk kan de autostoel schade
opgelopen hebben, die echter niet altijd met het blote oog
zichtbaar is: hij moet daarom worden vervangen.
Gebruik geen tweedehands autostoelen: deze kunnen
voor het blote oog onzichtbare structurele schade
hebben opgelopen, die zodanig is dat de veiligheid van
het artikel niet langer gewaarborgd wordt.
De fi rma Artsana wijst elke vorm van aansprakelijkheid
af voor een oneigenlijk gebruik van het product.
De hoes kan uitsluitend worden vervangen met een door
de fabrikant goedgekeurde hoes, omdat deze integraal
deel uitmaakt van de autostoel. De autostoel mag nooit
zonder hoes worden gebruikt, om de veiligheid van het
kind niet in het gedrang te brengen.
Controleer dat de band van de gordel niet verdraaid zit en
voorkom dat deze of een gedeelte van de autostoel tussen
de portieren komt of over scherpe punten wrijft.
De autostoel mag niet meer worden gebruikt als de
gordel gescheurd of gerafeld is.
Als het kind niet wordt vervoerd, moet de autostoel
vast blijven zitten of in de koffer worden gezet. Een niet
vastgezette autostoel kan in geval van een ongeluk of
bij hard remmen namelijk een gevaar inhouden voor
de passagiers.
Controleer dat er geen voorwerpen of bagage, in het
bijzonder op de hoedenplank in het voertuig worden
vervoerd, die niet zijn vastgezet of veilig zijn geplaatst:
bij van een ongeluk of bij hard remmen kunnen deze
de passagiers verwonden.
Controleer dat de hoofdsteun van de zitting de hoofd-
steun van de autostoel niet hindert: hij mag hem niet
naar voren duwen. Als dit mocht gebeuren, verwijdert u
de hoofdsteun van de autozitting waarop de autostoel
wordt geïnstalleerd en zorgt u ervoor dat u hem niet
op de hoedenplank legt.
Verzeker u ervan dat alle passagiers van het voertuig
hun eigen veiligheidsgordel gebruiken, zowel voor de
eigen veiligheid, als omdat zij tijdens de reis in geval
van een ongeluk of bij hard remmen het kind kunnen
verwonden.
Stop vaak tijdens lange reizen. Een kind is het al gauw
beu. Haal het kind om geen enkele reden uit de autostoel,
terwijl de auto rijdt. Als het kind aandacht nodig heeft,
moet u een veilige plek zoeken en stoppen.
GEBRUIKSAANWIJZING
INHOUDSOPGAVE
Beschrijving van de onderdelen
Kenmerken van het product
Beperkingen en gebruiksvereisten betreffende het
artikel en de autozitting
De autostoel in de auto installeren en het kind van
Gr. 1 (9-18 kg) erin zetten.
De autostoel met rugleuning in de auto installeren en
het kind van Gr. 2-3 (15-36 kg) erin zetten
De autostoel zonder rugleuning in de auto installeren
en het kind van Gr. 3 (22-36 kg) erin zetten
De hoogte van de hoofdsteun afstellen
De gordels afstellen voor gebruik in Gr. 1 (9-18 kg)
Reinigen en onderhoud
NL
28
BESCHRIJVING VAN DE ONDERDELEN
Fig. 1 (voorkant)
A. Verstelknop hoofdsteun en gordels
B. Hoofdsteun
C. Diagonale gordeldoorgangen
D. Schouderbanden
E. Gordels van de autostoel
F. Gesp
G. Bescherming tussenbeenstuk
H. Verstelknop van de gordels
I. Verstelband van de gordels
Fig. 2 (zijaanzicht)
J. Rugleuning
K. Zitting
L. Armleuningen
M. Gordeldoorgangen
Fig. 3 (Achterkant)
N. Bevestigingsplaatjes van de schouderbanden en om
de gordels doorheen te halen
O. Gordelbanden
P. Openingen om de autogordels doorheen te halen
(alleen installatie voor Gr. 1)
Q. Bevestigingsplaat van de gordels
Fig. 4 (Onderkant)
R. Plaatjes om de gordels aan de zitting te bevestigen
S. Plaatje om de gesp aan de zitting te bevestigen
T. Loskoppelhendels om de rugleuning van de zitting
te halen
KENMERKEN VAN HET PRODUCT
Deze autostoel is met inachtneming van de Europese
voorschriften ECE R44/04 goedgekeurd voor “Groep
1, 2 en 3”, voor het vervoer van kinderen van 9 tot
36 kg (ongeveer van 1 tot 12 jaar).
De goedkeuring is van het “Universele” type, dus kan
de autostoel in elke model auto worden gebruikt. LET
OP! “Universeel” betekent dat het compatibel is met
de meeste, maar niet met alle autozittingen.
BELANGRIJKE MEDEDELINGEN
1. Dit is een “Universeel” kinderbeveiligingssysteem, dat
goedgekeurd is volgens Voorschrift nr. 44, amende-
menten serie 04. Het is geschikt voor algemeen gebruik
in voertuigen en compatibel met de meeste, maar niet
alle, autozittingen.
2. De perfecte compatibiliteit is eenvoudiger te verkrijgen
indien de fabrikant van het voertuig in de handleiding ervan
verklaart dat het voertuig geschikt is om er “universele”
kinderbeveiligingssystemen voor kinderen van deze
leeftijdsgroep in te installeren.
3. Dit kinderbeveiligingssysteem is als “Universeel” ge-
classifi ceerd volgens goedkeuringscriteria die strenger
zijn ten opzichte van vorige modellen die niet met deze
mededeling zijn uitgerust.
4. Enkel geschikt om te worden gebruikt in voertuigen met
vaste of oprolbare driepuntsgordel, die is goedgekeurd
volgens de Voorschriften UN/ECE N°16 of andere gelij-
kwaardige standaarden.
5. Neem in geval van twijfel contact op met de fabrikant van
het kinderbeveiligingssysteem of met de verkoper.
BEPERKINGEN EN GEBRUIKSVEREISTEN BETREF-
FENDE HET ARTIKEL EN DE AUTOZITTING
LET OP! Neem de volgende beperkingen en gebruiksverei-
sten betreffende het artikel en de autozitting nauwgezet
in acht: anders is de veiligheid niet verzekerd.
Deze autostoel is enkel goedgekeurd voor gebruik
voor kinderen met een gewicht tussen de 9 en 36
kg (van 1 tot ongeveer 12 jaar).
De autozitting dient uitgerust te zijn met een vaste
of oprolbare driepuntsgordel, die goedgekeurd is
volgens de Voorschriften UNI/ECE N°16 of andere
gelijkwaardige standaarden (Fig. 5).
Installeer de autostoel nooit met de tweepuntsgordel
van de auto (Fig. 6).
De autostoel kan voorin op de passagierszitting worden
aangebracht, of op één van de achterzittingen. Gebruik
deze autostoel nooit op zittingen die zijdelings gekeerd
of tegen de rijrichting in staan (Fig. 7).
Het product is uitsluitend bestemd om te worden
gebruikt als autostoel en niet voor gebruik in huis.
Voor een goede installatie zorgt u ervoor dat de
hoofdsteun van de autozitting de rugleuning van de
autostoel op geen enkele manier in de weg zit.
DE AUTOSTOEL IN DE AUTO INSTALLEREN EN HET
KIND VAN GR. 1 (9-18 Kg) ERIN ZETTEN
LET OP! Deze instructies hebben, zowel in de tekst als op
de tekeningen, betrekking op de installatie van de auto-
stoel op de rechter achterzitting. Verricht echter dezelfde
handelingen voor installaties op andere plaatsen.
1. Plaats de autostoel met de rijrichting mee op de
gekozen zitting (Fig. 8).
2. Steek de driepuntsgordel van de auto door de speciaal
hiervoor bestemde opening P in de rugleuning van de
autostoel (Fig. 9A en 9B) en laat hem uit de opening
aan de andere kant van de rugleuning naar buiten
komen (Fig. 9C).
3. Maak de autogordel zodanig aan de gesp vast, dat
zowel de buikgordel als het diagonale gedeelte ervan
onder de armleuning doorlopen (Fig. 10).
4. Span de autogordel zo strak mogelijk en laat de autostoel
goed op de zitting aansluiten (Fig. 11). Ga indien nodig
met een knie op de autostoel zelf zitten.
5. Controleer of de installatie goed is verricht, of de gordel
goed is gespannen en of de autostoel stevig op de
zitting is vastgezet. Als dit niet zo zou zijn, herhaalt u
de hele installatie vanaf het begin (Fig. 12).
LET OP!
Controleer altijd of de gordel gelijkmatig over alle
punten is verdeeld en niet verdraaid zit.
Laat de autogordels NOOIT op andere plaatsen
lopen dan de aangeduide.
Als de autostoel is geïnstalleerd, laat u het kind als volgt
erin plaatsnemen:
6. druk op de verstelknop van de gordels H en pak
tegelijkertijd het onderste gedeelte van de gordels
van de autostoel vast en trek ze naar u toe, tot ze
helemaal zijn uitgetrokken (Fig 13).
7. Maak de gordels van de autostoel los, door op de knop van de
gesp te drukken en leg ze aan de zijkanten neer (Fig. 14).
29
8. Zet het kind met zorg in de autostoel en pas de gordels
aan zijn lichaam aan, zonder eraan te trekken. Maak
de twee lipjes van de gordel aan elkaar vast (Fig. 15A)
en bevestig ze weer in de gesp (Fig. 15B).
9. Via de speciale verstelknop A op de rugleuning, stelt u
de hoogte van de hoofdsteun van de autostoel zodanig
af, dat de gordels er ter hoogte van de schouders van
het kind uitkomen (Fig. 16).
10. Om de spanning van het gordels van de autostoel
af te stellen en ze aan het lichaam van het kind aan
te passen, trekt u voorzichtig aan verstelband I tot
ze goed gespannen zijn (Fig. 17).
11. Controleer of de autostoel goed is bevestigd, zoals
in de afbeelding wordt getoond (Fig. 18).
Om het kind uit de autostoel te halen, drukt u op de knop
van de gesp en maakt u de gordels los (Fig 19).
DE AUTOSTOEL MET RUGLEUNING IN DE AUTO
INSTALLEREN EN HET KIND VAN GR. 2 en 3 (15-36
KG) ERIN ZETTEN
Om de confi guratie van de autostoel van gr. 1 in gr. 2-3 te
veranderen, moeten eerst de gordels volgens de vervolgens
beschreven handelingen worden verwijderd:
1. Maak de gordels van de autostoel uit de gesp los
(Fig. 14)
2. Draai en maak de twee bevestigingsplaatjes van de
gordels R, die zich onder de zitting bevinden, los (Fig.
20A) en laat ze ook uit de twee gleuven in de stoffen
hoes komen (Fig. 20B).
3. Maak de twee uiteinden van de gordels van het
bevestigingsplaatje Q los (Fig. 21).
4. Draai en maak de twee doorgangsplaatjes van de
gordels N van de rugleuning los (Fig. 22).
5. Haal de twee gedeeltes er aan de voorkant uit en haal
ze door de twee rode doorgangen C voor de diagonale
gordel (Fig. 23).
6. Berg de twee op die manier verwijderde gordelgedeeltes
op de speciaal hiervoor bestemde plaats op.
7. Haal de gesp en het stoffen tussenbeenstuk door de
speciale gleuf in het midden van de zitting en berg ze
in de speciaal hiervoor bestemde ruimte in de zitting
op (Fig. 24A, 24B en 24C).
De autostoel is nu klaar en voor installatie in groep 2
en 3 geconfi gureerd.
8. Plaats de autostoel met de rijrichting mee op de
gekozen zitting (Fig. 25).
9. Laat het diagonale gedeelte van de autogordel achter
de hoofdsteun en door de speciale rode gordeldoor-
gang C onder de hoofdsteun zelf doorlopen. Laat het
kind met zorg plaatsnemen en verzeker u ervan dat
zijn rug goed tegen de rugleuning van de autostoel
steunt (Fig. 26).
10. Maak de autogordel zodanig aan de gesp vast, dat
zowel de buikgordel als het diagonale gedeelte ervan
onder de armleuning doorlopen (Fig. 27).
11. Controleer de hoogte van de hoofdsteun en stel deze
af als zij niet goed is: zie de paragraaf “DE HOOGTE
VAN DE HOOFDSTEUN AFSTELLEN”.
12. Trek het diagonale gedeelte van de autogordel in de
richting van het oprolsysteem, zodat de hele gordel
gespannen wordt en goed op de borstkas en de benen
van het kind aansluit (Fig. 28).
13. Controleer of de autostoel goed is bevestigd, zoals
in de afbeelding wordt getoond (Fig. 29).
LET OP!
Controleer altijd of de gordel gelijkmatig over alle
punten is verdeeld en niet verdraaid zit.
Controleer dat de diagonale gordel goed tegen de
schouder van het kind rust en geen druk uitoefent op
de nek. Verstel de hoofdsteun indien nodig.
Controleer of het oprolsysteem van de autogordel
ten opzichte van de rugleuning van de autozitting
naar achteren staat (of er hooguit op één lijn mee
staat).
Om het kind uit de autostoel van Groep 2 en 3 te nemen:
1. Maak de autogordel uit de gesp los.
2. Haal de autogordel van het lichaam van het kind.
3. Haal het kind met zorg uit de autostoel.
LET OP! Als u niet van plan bent de autostoel uit de
auto te nemen, zorgt u ervoor dat de autogordels
weer in de speciale gesp worden vastgemaakt, zodat
ze de autostoel ook zonder kind aan de auto bevestigd
houden. Het kan anders bij hard remmen of een ongeval
gevaarlijk zijn.
DE AUTOSTOEL ZONDER RUGLEUNING IN DE
AUTO INSTALLEREN EN HET KIND VAN GR. 3
(22-36 kg) ERIN ZETTEN
De autostoel mag in groep 1 (9-18 kg) en 2 (15-25
kg) alleen worden gebruikt MET de rugleuning
correct op de zitting gemonteerd.
In groep 3 (22-36 kg) kan de autostoel op twee ma-
nieren worden gebruikt, zowel MET rugleuning
(in ieder geval altijd de veiligste en dus aanbe-
volen manier) als ZONDER rugleuning.
Voor het gebruik zonder rugleuning moet de rugleu-
ning van de zitting worden losgemaakt:
1. Zet de autostoel zodanig op een horizontaal
vlak, dat u toegang heeft tot de onderkant van
de zitting (Fig. 30).
2. Draai de twee loskoppelhendels van de rugleu-
ning T in de getoonde richting (Fig. 31).
3. Haal de rugleuning uit de zitting (Fig. 32).
4. Plaats de zitting van de autostoel zodanig dat
hij tegen de rugleuning van de auto aan staat
(Fig. 33).
5. Laat het kind op de autostoel plaatsnemen en
maak de autogordels aan de gesp vast. Laat het
buikgedeelte ervan onder de armleuning van de
autostoel doorlopen en het diagonale er over-
heen (Fig. 34).
6. Span het diagonale gedeelte van de gordel zorg-
vuldig en zodanig dat het over de schouder van
het kind loopt (Fig. 35).
LET OP! Om de rugleuning aan de zitting te beves-
tigen, herhaalt u de zojuist beschreven handelingen
in omgekeerde volgorde. Controleer na de bevesti-
gingshandelingen dat het bovenste en onderste ge-
deelte van de zitting correct aan elkaar zitten.
30
DE HOOGTE VAN DE HOOFDSTEUN AFSTELLEN
De hoogte van de hoofdsteun kan op oneindig veel
standen worden geregeld om de autostoel zo goed
mogelijk aan de lengte van het kind aan te passen.
Bij een optimale afstelling:
is het hoofd altijd goed gesteund en beschermd
(Gr. 1-2-3).
bevinden de veiligheidsgordels van de autostoel
zich altijd op de goede hoogte, dat wil zeggen,
die van de schouders (Gr. 1).
bevindt de diagonale autogordel zich dankzij de
gordeldoorgangen in de hoofdsteun C altijd op
de juiste hoogte (Gr. 2-3).
Om de hoogte van de hoofdsteun af te stellen, draait
u aan knop A op de bovenkant van de rugleuning, tot
de gewenste hoogte wordt bereikt (Fig. 16).
DE GORDELS WEER AFSTELLEN VOOR GEBRUIK
IN GR. 1 (9-18 Kg)
Om de gordels weer aan het autostoeltje te bevesti-
gen, handelt u als volgt:
1. Maak de twee lipjes van de twee gordelgedeel-
tes aan elkaar vast, steek ze in en bevestig ze
aan de gesp (Fig. 36).
2. Steek de twee bevestigingsplaatjes door de
hoes in zitting R en laat ze uit het gedeelte on-
der zitting naar buiten komen (Fig. 37).
3. Haal de twee bevestigingsplaatjes N van de schou-
derbanden en om de gordels doorheen te halen
eerst door de twee rode diagonale gordeldoorgan-
gen C en vervolgens door de rugleuning (Fig. 38).
4. Maak de twee uiteinden van de gordels aan be-
vestigingsplaatje Q vast (Fig. 39).
REINIGEN EN ONDERHOUD DE HOES REINI-
GEN
De hoes van de autostoel is volledig verwijderbaar
en kan met de hand of op 30°C in de wasmachine
worden gewassen. Om ze te wassen, houdt u zich
aan de instructies op het etiket van de bekleding met
de volgende wassymbolen:
Gebruik nooit schuur- of oplosmiddelen. Centrifu-
geer de hoes niet en hang ze op zonder ze uit te wrin-
gen. Om de verschillende onderdelen van de stoffen
hoes van het frame van de autostoel te verwijderen,
handelt u als volgt:
1. Maak de gordels van de autostoel uit de gesp los
(Fig. 14)
2. Draai en maak de twee bevestigingsplaatjes van
de gordels R, die zich onder de zitting bevinden,
los (Fig. 20A) en laat ze ook uit de twee gleuven
in de stoffen hoes komen (Fig. 20B).
3. Neem de hoes van de hoofdsteun (Fig. 40).
4. Neem de bekleding van de rugleuning door alle
bevestigingsvelcro’s los te maken en de twee
gordeldelen weg te nemen (Fig. 41).
5. Haal de rugleuning van de zitting, zoals wordt
uitgelegd in de paragraaf “DE AUTOSTOEL
ZONDER RUGLEUNING IN DE AUTO INSTAL-
LEREN EN HET KIND VAN GR. 3 (22-36 kg)
ERIN ZETTEN (punten 1-3).
6. Neem de bekleding van de zitting door alle be-
vestigingsvelcro’s los te maken en de twee rits-
sluitingen te openen (Fig. 42).
Om de onderdelen van de hoes weer op hun orig
nele plaats aan te brengen, verricht u de zojuist be-
schreven handelingen in omgekeerde volgorde.
DE PLASTIC EN METALEN ONDERDELEN REI
NIGEN
Gebruik alleen een vochtige doek om de kunststof of
metalen delen te reinigen. Gebruik nooit schuur- of
oplosmiddelen. De bewegende delen van de auto-
stoel mogen op geen enkele wijze worden gesmeerd.
CONTROLE DAT DE ONDERDELEN INTACT ZIJN
Aangeraden wordt de volgende onderdelen regel-
matig op beschadiging en slijtage te controleren:
Hoes: controleer dat de vulling niet uitpuilt of
dat er geen delen loszitten. Controleer de staat
van de naden die altijd intact moeten zijn.
Gordels: controleer dat de stof niet rafelt of dui-
delijk dun is geworden ter hoogte van de afstel-
band, het tussenbeenstuk, de schouderbanden
en het gebied van de afstelplaat van de gordels.
Kunststof delen: controleer de slijtagestaat van
alle kunststof delen, die geen duidelijke bescha-
digingen of verkleuring mogen hebben.
LET OP! Indien de autostoel vervormd mocht zijn of
ernstig versleten, moet hij worden vervangen: hij kan
de originele veiligheidskenmerken hebben verloren.
HET ARTIKEL OPBERGEN
Als hij niet in de auto geïnstalleerd is, wordt aange-
raden de autostoel op een droge plaats, uit de buurt
van warmtebronnen en beschermd tegen stof, vocht
en rechtstreeks zonlicht te bewaren.
HET PRODUCT AFDANKEN
Als de voorziene gebruiksgrens van de autostoel is
bereikt, gebruikt u hem niet meer en zet u hem bij
het afval. Uit respect voor het milieu scheidt u de
verschillende soorten afval volgens wat door de gel-
dende voorschriften in uw land is voorgeschreven.
VOOR MEER INFORMATIE:
PHARSANA NV - Klantenservice
Temselaan 5
1853 Strombeek-Bever - België
www.chicco.com
Op 30°C in de
wasmachine
wassen
Handwas Niet bleken
Niet chemisch
laten reinien
Niet in de
droger drogen
Niet
strijken
G

Documenttranscriptie

I GB Istruzioni d’uso Pag. 3-6 Instructions for use Pag. 7-10 F Notice d’instructions Pag. 11-14 D Gebrauchsanleitung Pag. 15-18 E Instrucciones de uso Pag. 19-22 P Instruções de utilização Pag. 23-26 NL Gebruiksaanwijzing Pag. 27-30 GR Οδηγίες χρήσης Pag. 31-35 RUS Инструкция по использованию Pag. 36-40 Bruksanvisning Pag. 41-44 HR Upute Za Uporabu Pag. 45-48 SLO Navodila Za Uporabo Pag. 49-52 CS Návod K Použití Pag. 53-56 SK Návod na Použitie Pag. 57-60 BG Инструкции за употреба Pag. 61-65 H Használati Utasítás Pag. 66-70 R Instrucţiuni de folosire Pag. 71-75 PL Instrukcja sposobu użycia Pag. 76-80 TR Kullanım bilgileri Pag. 81-85 S SA Pag. 86-89 Pag. 90-93 C 2 NL Gebruiksaanwijzing ZEER BELANGRIJK: METEEN LEZEN • • • • • • • • • • • • • • • • • • Volg de instructies voor de montage en de installatie van het product nauwgezet. Laat niemand het artikel gebruiken zonder eerst de instructies te hebben gelezen. Bewaar deze handleiding voor eventuele latere raadpleging. LET OP! Volgens de statistieken over ongelukken is de achterbank van het voertuig veiliger dan de voorzittingen: daarom wordt aangeraden de autostoel op de achterbank te installeren. De veiligste zitting is de middelste achterzitting, als deze is uitgerust met een driepuntsgordel. Het wordt aanbevolen alle inzittenden te informeren over hoe het kind in geval van nood kan worden losgemaakt. Als de autostoel op de voorzitting met ingeschakelde airbag wordt gezet, wordt voor een grotere veiligheid aangeraden de zitting zover mogelijk naar achteren te zetten, voor zover de aanwezigheid van andere passagiers op de achterbank dit toestaat. Gebruik deze autostoel nooit op zittingen die zijdelings staan of tegen de rijrichting in. Plaats deze autostoel alleen op zittingen, die correct aan de structuur van de auto zijn bevestigd en die in de rijrichting staan. Kijk goed uit dat inklapbare of draaiende autozittingen stevig vastzitten, omdat deze bij een ongeluk een gevaar kunnen inhouden. Let erop hoe de autostoel in de auto wordt geïnstalleerd om te voorkomen dat een mobiele zitting of portier het in de weg zitten. Bevestig de autostoel nooit op een autozitting uitgerust met enkel een buikgordel (tweepuntsgordel). Geen enkele autostoel kan de totale veiligheid van het kind in geval van een ongeluk garanderen, maar het gebruik van dit artikel vermindert het gevaar voor ernstig letsel of de dood. Het gevaar voor ernstig letsel van het kind, en niet alleen bij een ongeluk, maar ook in andere omstandigheden (bijv. bij hard remmen, enz.) wordt groter, als men zich niet nauwgezet houdt aan de aanwijzingen die in deze handleiding worden gegeven: controleer altijd dat de autostoel correct aan de zitting is bevestigd. Indien de autostoel beschadigd, vervormd of ernstig versleten mocht zijn, moet hij worden vervangen, omdat hij de oorspronkelijke veiligheidskenmerken kan hebben verloren. Verricht geen wijzigingen aan het artikel en voeg er niets aan toe zonder toestemming van de fabrikant. Breng geen niet door de fabrikant geleverde accessoires, reserveonderdelen of onderdelen aan. Laat het kind nooit en om geen enkele reden zonder toezicht in de autostoel achter. Zet niets dat geen voor het artikel goedgekeurd accessoire is tussen de autozitting en de autostoel, of tussen de autostoel en het kind: in geval van een ongeluk kan het dan gebeuren dat de autostoel niet goed functioneert. Als het voertuig in de zon heeft gestaan, controleert u de autostoel zorgvuldig, voordat u het kind erin zet, door na te gaan of de verschillende delen ervan niet • • • • • • • • • • heet zijn geworden: in dit geval laat u ze eerst afkoelen voordat u het kind laat plaatsnemen, om te voorkomen dat het zich kan branden. Ook na een niet ernstig ongeluk kan de autostoel schade opgelopen hebben, die echter niet altijd met het blote oog zichtbaar is: hij moet daarom worden vervangen. Gebruik geen tweedehands autostoelen: deze kunnen voor het blote oog onzichtbare structurele schade hebben opgelopen, die zodanig is dat de veiligheid van het artikel niet langer gewaarborgd wordt. De firma Artsana wijst elke vorm van aansprakelijkheid af voor een oneigenlijk gebruik van het product. De hoes kan uitsluitend worden vervangen met een door de fabrikant goedgekeurde hoes, omdat deze integraal deel uitmaakt van de autostoel. De autostoel mag nooit zonder hoes worden gebruikt, om de veiligheid van het kind niet in het gedrang te brengen. Controleer dat de band van de gordel niet verdraaid zit en voorkom dat deze of een gedeelte van de autostoel tussen de portieren komt of over scherpe punten wrijft. De autostoel mag niet meer worden gebruikt als de gordel gescheurd of gerafeld is. Als het kind niet wordt vervoerd, moet de autostoel vast blijven zitten of in de koffer worden gezet. Een niet vastgezette autostoel kan in geval van een ongeluk of bij hard remmen namelijk een gevaar inhouden voor de passagiers. Controleer dat er geen voorwerpen of bagage, in het bijzonder op de hoedenplank in het voertuig worden vervoerd, die niet zijn vastgezet of veilig zijn geplaatst: bij van een ongeluk of bij hard remmen kunnen deze de passagiers verwonden. Controleer dat de hoofdsteun van de zitting de hoofdsteun van de autostoel niet hindert: hij mag hem niet naar voren duwen. Als dit mocht gebeuren, verwijdert u de hoofdsteun van de autozitting waarop de autostoel wordt geïnstalleerd en zorgt u ervoor dat u hem niet op de hoedenplank legt. Verzeker u ervan dat alle passagiers van het voertuig hun eigen veiligheidsgordel gebruiken, zowel voor de eigen veiligheid, als omdat zij tijdens de reis in geval van een ongeluk of bij hard remmen het kind kunnen verwonden. Stop vaak tijdens lange reizen. Een kind is het al gauw beu. Haal het kind om geen enkele reden uit de autostoel, terwijl de auto rijdt. Als het kind aandacht nodig heeft, moet u een veilige plek zoeken en stoppen. GEBRUIKSAANWIJZING INHOUDSOPGAVE • • • • • • • • • 27 Beschrijving van de onderdelen Kenmerken van het product Beperkingen en gebruiksvereisten betreffende het artikel en de autozitting De autostoel in de auto installeren en het kind van Gr. 1 (9-18 kg) erin zetten. De autostoel met rugleuning in de auto installeren en het kind van Gr. 2-3 (15-36 kg) erin zetten De autostoel zonder rugleuning in de auto installeren en het kind van Gr. 3 (22-36 kg) erin zetten De hoogte van de hoofdsteun afstellen De gordels afstellen voor gebruik in Gr. 1 (9-18 kg) Reinigen en onderhoud BESCHRIJVING VAN DE ONDERDELEN BEPERKINGEN EN GEBRUIKSVEREISTEN BETREFFENDE HET ARTIKEL EN DE AUTOZITTING Fig. 1 (voorkant) A. Verstelknop hoofdsteun en gordels B. Hoofdsteun C. Diagonale gordeldoorgangen D. Schouderbanden E. Gordels van de autostoel F. Gesp G. Bescherming tussenbeenstuk H. Verstelknop van de gordels I. Verstelband van de gordels LET OP! Neem de volgende beperkingen en gebruiksvereisten betreffende het artikel en de autozitting nauwgezet in acht: anders is de veiligheid niet verzekerd. • Deze autostoel is enkel goedgekeurd voor gebruik voor kinderen met een gewicht tussen de 9 en 36 kg (van 1 tot ongeveer 12 jaar). • De autozitting dient uitgerust te zijn met een vaste of oprolbare driepuntsgordel, die goedgekeurd is volgens de Voorschriften UNI/ECE N°16 of andere gelijkwaardige standaarden (Fig. 5). • Installeer de autostoel nooit met de tweepuntsgordel van de auto (Fig. 6). • De autostoel kan voorin op de passagierszitting worden aangebracht, of op één van de achterzittingen. Gebruik deze autostoel nooit op zittingen die zijdelings gekeerd of tegen de rijrichting in staan (Fig. 7). • Het product is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt als autostoel en niet voor gebruik in huis. • Voor een goede installatie zorgt u ervoor dat de hoofdsteun van de autozitting de rugleuning van de autostoel op geen enkele manier in de weg zit. Fig. 2 (zijaanzicht) J. Rugleuning K. Zitting L. Armleuningen M. Gordeldoorgangen Fig. 3 (Achterkant) N. Bevestigingsplaatjes van de schouderbanden en om de gordels doorheen te halen O. Gordelbanden P. Openingen om de autogordels doorheen te halen (alleen installatie voor Gr. 1) Q. Bevestigingsplaat van de gordels DE AUTOSTOEL IN DE AUTO INSTALLEREN EN HET KIND VAN GR. 1 (9-18 Kg) ERIN ZETTEN Fig. 4 (Onderkant) R. Plaatjes om de gordels aan de zitting te bevestigen S. Plaatje om de gesp aan de zitting te bevestigen T. Loskoppelhendels om de rugleuning van de zitting te halen LET OP! Deze instructies hebben, zowel in de tekst als op de tekeningen, betrekking op de installatie van de autostoel op de rechter achterzitting. Verricht echter dezelfde handelingen voor installaties op andere plaatsen. 1. Plaats de autostoel met de rijrichting mee op de gekozen zitting (Fig. 8). 2. Steek de driepuntsgordel van de auto door de speciaal hiervoor bestemde opening P in de rugleuning van de autostoel (Fig. 9A en 9B) en laat hem uit de opening aan de andere kant van de rugleuning naar buiten komen (Fig. 9C). 3. Maak de autogordel zodanig aan de gesp vast, dat zowel de buikgordel als het diagonale gedeelte ervan onder de armleuning doorlopen (Fig. 10). 4. Span de autogordel zo strak mogelijk en laat de autostoel goed op de zitting aansluiten (Fig. 11). Ga indien nodig met een knie op de autostoel zelf zitten. 5. Controleer of de installatie goed is verricht, of de gordel goed is gespannen en of de autostoel stevig op de zitting is vastgezet. Als dit niet zo zou zijn, herhaalt u de hele installatie vanaf het begin (Fig. 12). KENMERKEN VAN HET PRODUCT • • Deze autostoel is met inachtneming van de Europese voorschriften ECE R44/04 goedgekeurd voor “Groep 1, 2 en 3”, voor het vervoer van kinderen van 9 tot 36 kg (ongeveer van 1 tot 12 jaar). De goedkeuring is van het “Universele” type, dus kan de autostoel in elke model auto worden gebruikt. LET OP! “Universeel” betekent dat het compatibel is met de meeste, maar niet met alle autozittingen. BELANGRIJKE MEDEDELINGEN 1. Dit is een “Universeel” kinderbeveiligingssysteem, dat goedgekeurd is volgens Voorschrift nr. 44, amendementen serie 04. Het is geschikt voor algemeen gebruik in voertuigen en compatibel met de meeste, maar niet alle, autozittingen. 2. De perfecte compatibiliteit is eenvoudiger te verkrijgen indien de fabrikant van het voertuig in de handleiding ervan verklaart dat het voertuig geschikt is om er “universele” kinderbeveiligingssystemen voor kinderen van deze leeftijdsgroep in te installeren. 3. Dit kinderbeveiligingssysteem is als “Universeel” geclassificeerd volgens goedkeuringscriteria die strenger zijn ten opzichte van vorige modellen die niet met deze mededeling zijn uitgerust. 4. Enkel geschikt om te worden gebruikt in voertuigen met vaste of oprolbare driepuntsgordel, die is goedgekeurd volgens de Voorschriften UN/ECE N°16 of andere gelijkwaardige standaarden. 5. Neem in geval van twijfel contact op met de fabrikant van het kinderbeveiligingssysteem of met de verkoper. LET OP! • Controleer altijd of de gordel gelijkmatig over alle punten is verdeeld en niet verdraaid zit. • Laat de autogordels NOOIT op andere plaatsen lopen dan de aangeduide. Als de autostoel is geïnstalleerd, laat u het kind als volgt erin plaatsnemen: 6. druk op de verstelknop van de gordels H en pak tegelijkertijd het onderste gedeelte van de gordels van de autostoel vast en trek ze naar u toe, tot ze helemaal zijn uitgetrokken (Fig 13). 7. Maak de gordels van de autostoel los, door op de knop van de gesp te drukken en leg ze aan de zijkanten neer (Fig. 14). 28 13. Controleer of de autostoel goed is bevestigd, zoals in de afbeelding wordt getoond (Fig. 29). 8. Zet het kind met zorg in de autostoel en pas de gordels aan zijn lichaam aan, zonder eraan te trekken. Maak de twee lipjes van de gordel aan elkaar vast (Fig. 15A) en bevestig ze weer in de gesp (Fig. 15B). 9. Via de speciale verstelknop A op de rugleuning, stelt u de hoogte van de hoofdsteun van de autostoel zodanig af, dat de gordels er ter hoogte van de schouders van het kind uitkomen (Fig. 16). 10. Om de spanning van het gordels van de autostoel af te stellen en ze aan het lichaam van het kind aan te passen, trekt u voorzichtig aan verstelband I tot ze goed gespannen zijn (Fig. 17). 11. Controleer of de autostoel goed is bevestigd, zoals in de afbeelding wordt getoond (Fig. 18). Om het kind uit de autostoel te halen, drukt u op de knop van de gesp en maakt u de gordels los (Fig 19). LET OP! • Controleer altijd of de gordel gelijkmatig over alle punten is verdeeld en niet verdraaid zit. • Controleer dat de diagonale gordel goed tegen de schouder van het kind rust en geen druk uitoefent op de nek. Verstel de hoofdsteun indien nodig. • Controleer of het oprolsysteem van de autogordel ten opzichte van de rugleuning van de autozitting naar achteren staat (of er hooguit op één lijn mee staat). Om het kind uit de autostoel van Groep 2 en 3 te nemen: 1. Maak de autogordel uit de gesp los. 2. Haal de autogordel van het lichaam van het kind. 3. Haal het kind met zorg uit de autostoel. DE AUTOSTOEL MET RUGLEUNING IN DE AUTO INSTALLEREN EN HET KIND VAN GR. 2 en 3 (15-36 KG) ERIN ZETTEN LET OP! Als u niet van plan bent de autostoel uit de auto te nemen, zorgt u ervoor dat de autogordels weer in de speciale gesp worden vastgemaakt, zodat ze de autostoel ook zonder kind aan de auto bevestigd houden. Het kan anders bij hard remmen of een ongeval gevaarlijk zijn. Om de configuratie van de autostoel van gr. 1 in gr. 2-3 te veranderen, moeten eerst de gordels volgens de vervolgens beschreven handelingen worden verwijderd: 1. Maak de gordels van de autostoel uit de gesp los (Fig. 14) 2. Draai en maak de twee bevestigingsplaatjes van de gordels R, die zich onder de zitting bevinden, los (Fig. 20A) en laat ze ook uit de twee gleuven in de stoffen hoes komen (Fig. 20B). 3. Maak de twee uiteinden van de gordels van het bevestigingsplaatje Q los (Fig. 21). 4. Draai en maak de twee doorgangsplaatjes van de gordels N van de rugleuning los (Fig. 22). 5. Haal de twee gedeeltes er aan de voorkant uit en haal ze door de twee rode doorgangen C voor de diagonale gordel (Fig. 23). 6. Berg de twee op die manier verwijderde gordelgedeeltes op de speciaal hiervoor bestemde plaats op. 7. Haal de gesp en het stoffen tussenbeenstuk door de speciale gleuf in het midden van de zitting en berg ze in de speciaal hiervoor bestemde ruimte in de zitting op (Fig. 24A, 24B en 24C). De autostoel is nu klaar en voor installatie in groep 2 en 3 geconfigureerd. DE AUTOSTOEL ZONDER RUGLEUNING IN DE AUTO INSTALLEREN EN HET KIND VAN GR. 3 (22-36 kg) ERIN ZETTEN De autostoel mag in groep 1 (9-18 kg) en 2 (15-25 kg) alleen worden gebruikt MET de rugleuning correct op de zitting gemonteerd. In groep 3 (22-36 kg) kan de autostoel op twee manieren worden gebruikt, zowel MET rugleuning (in ieder geval altijd de veiligste en dus aanbevolen manier) als ZONDER rugleuning. Voor het gebruik zonder rugleuning moet de rugleuning van de zitting worden losgemaakt: 1. Zet de autostoel zodanig op een horizontaal vlak, dat u toegang heeft tot de onderkant van de zitting (Fig. 30). 2. Draai de twee loskoppelhendels van de rugleuning T in de getoonde richting (Fig. 31). 3. Haal de rugleuning uit de zitting (Fig. 32). 4. Plaats de zitting van de autostoel zodanig dat hij tegen de rugleuning van de auto aan staat (Fig. 33). 5. Laat het kind op de autostoel plaatsnemen en maak de autogordels aan de gesp vast. Laat het buikgedeelte ervan onder de armleuning van de autostoel doorlopen en het diagonale er overheen (Fig. 34). 6. Span het diagonale gedeelte van de gordel zorgvuldig en zodanig dat het over de schouder van het kind loopt (Fig. 35). 8. Plaats de autostoel met de rijrichting mee op de gekozen zitting (Fig. 25). 9. Laat het diagonale gedeelte van de autogordel achter de hoofdsteun en door de speciale rode gordeldoorgang C onder de hoofdsteun zelf doorlopen. Laat het kind met zorg plaatsnemen en verzeker u ervan dat zijn rug goed tegen de rugleuning van de autostoel steunt (Fig. 26). 10. Maak de autogordel zodanig aan de gesp vast, dat zowel de buikgordel als het diagonale gedeelte ervan onder de armleuning doorlopen (Fig. 27). 11. Controleer de hoogte van de hoofdsteun en stel deze af als zij niet goed is: zie de paragraaf “DE HOOGTE VAN DE HOOFDSTEUN AFSTELLEN”. 12. Trek het diagonale gedeelte van de autogordel in de richting van het oprolsysteem, zodat de hele gordel gespannen wordt en goed op de borstkas en de benen van het kind aansluit (Fig. 28). LET OP! Om de rugleuning aan de zitting te bevestigen, herhaalt u de zojuist beschreven handelingen in omgekeerde volgorde. Controleer na de bevestigingshandelingen dat het bovenste en onderste gedeelte van de zitting correct aan elkaar zitten. 29 DE HOOGTE VAN DE HOOFDSTEUN AFSTELLEN De hoogte van de hoofdsteun kan op oneindig veel standen worden geregeld om de autostoel zo goed mogelijk aan de lengte van het kind aan te passen. Bij een optimale afstelling: • is het hoofd altijd goed gesteund en beschermd (Gr. 1-2-3). • bevinden de veiligheidsgordels van de autostoel zich altijd op de goede hoogte, dat wil zeggen, die van de schouders (Gr. 1). • bevindt de diagonale autogordel zich dankzij de gordeldoorgangen in de hoofdsteun C altijd op de juiste hoogte (Gr. 2-3). Om de hoogte van de hoofdsteun af te stellen, draait u aan knop A op de bovenkant van de rugleuning, tot de gewenste hoogte wordt bereikt (Fig. 16). 5. Haal de rugleuning van de zitting, zoals wordt uitgelegd in de paragraaf “DE AUTOSTOEL ZONDER RUGLEUNING IN DE AUTO INSTALLEREN EN HET KIND VAN GR. 3 (22-36 kg) ERIN ZETTEN (punten 1-3). 6. Neem de bekleding van de zitting door alle bevestigingsvelcro’s los te maken en de twee ritssluitingen te openen (Fig. 42). Om de onderdelen van de hoes weer op hun orig nele plaats aan te brengen, verricht u de zojuist beschreven handelingen in omgekeerde volgorde. DE PLASTIC EN METALEN ONDERDELEN REI NIGEN Gebruik alleen een vochtige doek om de kunststof of metalen delen te reinigen. Gebruik nooit schuur- of oplosmiddelen. De bewegende delen van de autostoel mogen op geen enkele wijze worden gesmeerd. DE GORDELS WEER AFSTELLEN VOOR GEBRUIK IN GR. 1 (9-18 Kg) Om de gordels weer aan het autostoeltje te bevestigen, handelt u als volgt: 1. Maak de twee lipjes van de twee gordelgedeeltes aan elkaar vast, steek ze in en bevestig ze aan de gesp (Fig. 36). 2. Steek de twee bevestigingsplaatjes door de hoes in zitting R en laat ze uit het gedeelte onder zitting naar buiten komen (Fig. 37). 3. Haal de twee bevestigingsplaatjes N van de schouderbanden en om de gordels doorheen te halen eerst door de twee rode diagonale gordeldoorgangen C en vervolgens door de rugleuning (Fig. 38). 4. Maak de twee uiteinden van de gordels aan bevestigingsplaatje Q vast (Fig. 39). CONTROLE DAT DE ONDERDELEN INTACT ZIJN Aangeraden wordt de volgende onderdelen regelmatig op beschadiging en slijtage te controleren: • Hoes: controleer dat de vulling niet uitpuilt of dat er geen delen loszitten. Controleer de staat van de naden die altijd intact moeten zijn. • Gordels: controleer dat de stof niet rafelt of duidelijk dun is geworden ter hoogte van de afstelband, het tussenbeenstuk, de schouderbanden en het gebied van de afstelplaat van de gordels. • Kunststof delen: controleer de slijtagestaat van alle kunststof delen, die geen duidelijke beschadigingen of verkleuring mogen hebben. LET OP! Indien de autostoel vervormd mocht zijn of ernstig versleten, moet hij worden vervangen: hij kan de originele veiligheidskenmerken hebben verloren. REINIGEN EN ONDERHOUD DE HOES REINIGEN De hoes van de autostoel is volledig verwijderbaar en kan met de hand of op 30°C in de wasmachine worden gewassen. Om ze te wassen, houdt u zich aan de instructies op het etiket van de bekleding met de volgende wassymbolen: Op 30°C in de wasmachine wassen Handwas Niet bleken Niet chemisch laten reinien Niet in de droger drogen HET ARTIKEL OPBERGEN Als hij niet in de auto geïnstalleerd is, wordt aangeraden de autostoel op een droge plaats, uit de buurt van warmtebronnen en beschermd tegen stof, vocht en rechtstreeks zonlicht te bewaren. HET PRODUCT AFDANKEN Als de voorziene gebruiksgrens van de autostoel is bereikt, gebruikt u hem niet meer en zet u hem bij het afval. Uit respect voor het milieu scheidt u de verschillende soorten afval volgens wat door de geldende voorschriften in uw land is voorgeschreven. Niet strijken Gebruik nooit schuur- of oplosmiddelen. Centrifugeer de hoes niet en hang ze op zonder ze uit te wringen. Om de verschillende onderdelen van de stoffen hoes van het frame van de autostoel te verwijderen, handelt u als volgt: 1. Maak de gordels van de autostoel uit de gesp los (Fig. 14) 2. Draai en maak de twee bevestigingsplaatjes van de gordels R, die zich onder de zitting bevinden, los (Fig. 20A) en laat ze ook uit de twee gleuven in de stoffen hoes komen (Fig. 20B). 3. Neem de hoes van de hoofdsteun (Fig. 40). 4. Neem de bekleding van de rugleuning door alle bevestigingsvelcro’s los te maken en de twee gordeldelen weg te nemen (Fig. 41). VOOR MEER INFORMATIE: PHARSANA NV - Klantenservice Temselaan 5 1853 Strombeek-Bever - België www.chicco.com 30 G
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96

Chicco Neptune de handleiding

Categorie
Autostoelen
Type
de handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor