Atag OX6292L Handleiding

Type
Handleiding
gebruiksaanwijzing
elektro oven
mode d'emploi
four electro
OX6211L
OX6292L
2 ATAG
Oventhermostaat
controlelampje
Bedieningspaneel
Elektronisch
programmeren
Oventhermostaat
bedieningsknop
Ovenfunctie
bedieningsknop
Bedrijfs
controlelampje
Rooster
Toebehoren
Beschrijving van het apparaat
Binnenkant oven
1 tot 4 Inzetniveaus
(inzetniveau nr. 2 en 4
zijn uitgerust met
telescopische geleiders)
5 Grill
6 Ventilator
7 Ovenlampje
8 Opening draaispit
4
3
2
1
5
76
8
Bakplaat
Braadslede
Braadthermometer
Draaispit
frame draaispit
vorken
spit
greep
ATAG 3
Beschrijving van het apparaat ............................................................................ 2
Waarschuwingen en belangrijke veiligheidsinformatie......................................... 4
Bedieningsknoppen........................................................................................... 8
Voordat u de oven in gebruik neemt ................................................................ 11
Elektronisch programmeren ............................................................................. 12
Gebruik van de oven ....................................................................................... 19
Kooktabellen ................................................................................................... 28
Reiniging en onderhoud ................................................................................... 31
Wat te doen als er iets fout gaat ...................................................................... 37
Technische gegevens ...................................................................................... 38
Instructies voor de installateur.......................................................................... 39
Instructies voor de inbouw ............................................................................... 41
Service en onderdelen ..................................................................................... 42
Veiligheidsvoorschrift
Stap-voor-stap-handleiding
Adviezen
Milieu-informatie
Handleiding voor de gebruiksaanwijzing
)
Inhoud
Dit apparaat voldoet aan de volgende EU-richtlijnen.
4 ATAG
Waarschuwingen en belangrijke
veiligheidsinformatie
Deze aanwijzingen zijn bedoeld voor de veiligheid van de gebruikers en
hun huisgenoten. Lees ze dus aandachtig door, voordat u het apparaat
aansluit en/of in gebruik neemt.
Bewaar de bij dit apparaat geleverde gebruiksaanwijzing zorgvuldig. Als
het apparaat aan derden wordt geschonken of verkocht, of als u het apparaat
bij verhuizing in de oude woning achterlaat, is het belangrijk dat de nieuwe
gebruiker over deze gebruiksaanwijzing en de adviezen kan beschikken.
Installatie
De installatie moeten worden uitge-
voerd door een erkend installateur, met
inachtneming van de geldende voor-
schriften. De afzonderlijke installatie-
werkzaamheden zijn beschreven in de
instructies voor de installateur.
Laat het apparaat installeren en aan-
sluiten door een erkend installateur
overeenkomstig de richtlijnen.
Ook eventuele voor de installatie nood-
zakelijke wijzigingen aan de elektriciteits-
voorziening moeten door een erkend
installateur uitgevoerd worden.
Bediening
Deze oven is ontworpen voor de be-
reiding van levensmiddelen; gebruik
hem nooit voor andere doeleinden.
Pas bij het openen van de oven-
deur (tijdens of aan het einde van
de bereidingstijd) altijd op voor de
hete luchtstroom die uit de oven
komt.
Wees extra voorzichtig tijdens het ge-
bruik van de oven. Door de grote hitte
van de verwarmingselementen zijn de
bakplaten en andere onderdelen erg
heet.
Nederlands
ATAG 5
Let op! Bedek de oven nooit met alu-
miniumfolie en plaats geen bakblik-
ken, ovenschotels en dergelijke op de
bodem van de oven, anders kan het
emaille van de oven door de opge-
bouwde hitte beschadigd raken.
Indien u, om welke reden dan ook, alu-
miniumfolie in de oven gebruikt, laat
dit dan nooit in direct contact komen
met de bodem van de oven.
Ga bij het reinigen van de oven voor-
zichtig te werk: sproei nooit vloeistof
op de verwarmingselementen en de
thermostaatsensor.
Het is gevaarlijk veranderingen van
welke aard ook aan te brengen aan
het apparaat of aan de kenmerken er-
van.
Tijdens het bakken, braden en grillen
worden het venster van de deur en de
overige onderdelen van het apparaat
erg heet. Houd kinderen daarom uit de
buurt van het apparaat. Indien er elek-
trische apparaten worden aangesloten
op stopcontacten in de buurt van de
oven, let er dan op dat de aansluit-
snoeren niet in aanraking komen met
hete oppervlakken of vastgeklemd raken
tussen de ovendeur.
Gebruik altijd ovenwanten om hete
vuurvaste schotels of schalen uit de
oven te halen.
De vorken en het spit zijn puntig en
scherp. Als u er gebruik van maakt, doe
het met zorg om verwonding te
voorkomen.
Regelmatig reinigen voorkomt dat het
oppervlaktemateriaal van de oven ach-
teruitgaat.
Schakel voordat u de oven gaat reinigen
de stroom uit of haal de stekker uit het
stopcontact.
6 ATAG
Verzeker u ervan dat de oven in de stand
“UIT” staat als hij niet meer wordt ge-
bruikt.
Het apparaat mag niet worden gereinigd
met een stoomreiniger.
Gebruik geen schuurmiddelen of
scherpe metalen schrapers. Deze kun-
nen krassen veroorzaken op de ruit van
de deur, waardoor het glas kan barsten.
Veiligheid van personen
Dit apparaat is bestemd voor gebruik
door volwassenen. Het is gevaarlijk om
het door kinderen te laten gebruiken of
hen ermee te laten spelen.
Houd kinderen uit de buurt, zolang de
oven in werking is. Ook nadat u de oven
heeft uitgeschakeld, blijft de deur nog
lange tijd heet.
Dit apparaat is niet bedoeld voor ge-
bruik door kinderen of andere perso-
nen met beperkte lichamelijke, zintuig-
lijke of geestelijke vermogens of een
gebrek aan ervaring en kennis, tenzij
dit plaatsvindt onder toezicht van een
voor hun veiligheid verantwoordelijke
persoon of tenzij zij van een dergelijke
persoon instructies hebben ontvangen
over het gebruik van het apparaat.
Milieu-informatie
Gooi, nadat de oven is geïnstalleerd,
de verpakking weg op een veilige en
milieuvriendelijke wijze.
Wanneer een oud apparaat wordt afge-
dankt, moet het onbruikbaar worden
gemaakt door het aansluitsnoer af te
snijden. Verwijder alle vergrendelingen
van de deur, om te voorkomen dat
kinderen in de oven opgesloten kunnen
raken.
ATAG 7
Klantenservice
Laat inspectie- en/of herstelwerkzaam-
heden uitvoeren door de service-afde-
ling van de fabrikant of door een service-
afdeling die door de fabrikant
geautoriseerd is en gebruik alleen origi-
nele onderdelen.
Probeer in geval van een storing of de-
fect dit apparaat nooit zelf te repareren.
Reparaties die door niet-deskundige per-
sonen uitgevoerd worden, kunnen tot
schade of letsel leiden.
Het symbool op het product of op de
verpakking wijst erop dat dit product niet
als huishoudafval mag worden behan-
deld. maar moet worden afgegeven bij
een verzamelpunt waar elektrische en
elektronische apparatuur wordt
gerecycled. Als u ervoor zorgt dat dit
product op de juiste manier wordt verwij-
derd, voorkomt u mogelijke negatieve
gevolgen voor mens en milieu. die zich
zouden kunnen voordoen in geval van
verkeerde afvalverwerking. Voor gede-
tailleerdere informatie over het recyclen
van dit product, kunt u contact opnemen
met de gemeente, de gemeentereiniging
of de winkel waar u het product hebt
gekocht.
8 ATAG
Bedieningsknoppen
Ovenfuncties
0 De oven staat uit.
Ovenlampje - Het ovenlampje brandt ook
als er geen ovenfunctie is ingeschakeld.
Onder- en bovenwarmte - De warmte
komt van zowel de bovenste als de onderste
verwarmingselementen, zodat er in de gehele oven-
ruimte een gelijkmatige temperatuur heerst.
Bovenste verwarmingselement - De
warmte komt uitsluitend van het bovenste
verwarmingselement (buiten de sectie).
Onderste verwarmingselement - De
warmte komt alleen van het onderste verwarmings-
element.
Kleine grill - De kleine grill kan gebruikt
worden om kleine hoeveelheden te grillen.
Grill / Draaispit - Het draaispit kan wor-
den gebruikt voor het grillen van vlees, kebabs of
kleine stukken vlees aan een spit.
Grote grill - Het gehele grillelement wordt
ingeschakeld. Aanbevolen voor grotere hoeveelhe-
den.
Grillen met hetelucht - Deze functie biedt
een alternatieve bereidingsmethode voor gerechten
die anders met de normale grill bereid worden. Het
grillelement en de hete lucht werken afwisselend,
zodat de hete lucht rond de gerechten circuleert. Als
u de functie grillen met hetelucht gebruikt,
dient u een maximale temperatuur van 200°C
te selecteren.
Hetelucht- Bij deze instelling kunt u op ver-
schillende bakplaten braden of tegelijkertijd bra-
den en bakken, zonder dat er smaakoverdracht
plaatsvindt.
ATAG 9
Ontdooien - Deze instelling is geschikt voor
het ontdooien van bevroren levensmiddelen.
Bedrijfscontrolelampje
Dit indicatielampje gaat branden zodra de functie-
knop wordt ingesteld.
Oventhermostaat
Draai de thermostaatknop naar rechts om een
temperatuur tussen 50°C en 250°C te selecteren.
Controlelampje oventhermostaat
Het controlelampje van de thermostaat gaat bran-
den als er aan de thermostaatknop wordt gedraaid.
Het lampje blijft branden totdat de juiste tempera-
tuur is bereikt. Daarna gaat het aan en uit, om aan
te geven dat de temperatuur wordt gehandhaafd.
Veiligheidsthermostaat
Om te voorkomen dat de oven oververhit raakt (door
onjuist gebruik van het apparaat of vanwege defecte
onderdelen), is de oven voorzien van een veiligheids-
thermostaat die indien nodig de stroomtoevoer on-
derbreekt. Zodra de temperatuur is gedaald, wordt
de oven automatisch weer ingeschakeld.
Als de veiligheidsthermostaat is geactiveerd van-
wege onjuist gebruik van het apparaat, hoeft u
(nadat de oven is afgekoeld) alleen de fout te
verhelpen; Is de thermostaat daarentegen geacti-
veerd vanwege een defect onderdeel, neem dan
contact op met onze service-afdeling.
10 ATAG
Koelventilator
De oven is voorzien van een koelventilator die het
voorpaneel, de knoppen en de handgreep van de
ovendeur koel houdt. Deventilator wordt nadat de
oven enkele minuten inwerking is automatisch
ingeschakeld.
Via de opening aan de bovenkant van de deur wordt
warme lucht naar buiten afgevoerd. Als de oven
wordt uitgeschakeld kan de ventilator nog enige
tijd draaien om de bedieningselementen koel te
houden. Dit is volkomen normaal.
De werking van de ventilator hangt af van hoe lang
en op welke temperatuur de oven gebruikt is. Het
is mogelijk dat de ventilator helemaal niet
ingeschakeld wordt op lagere
temperatuurinstellingen of als de oven maar korte
tijd gebruikt is.
ATAG 11
Voordat u de oven in gebruik neemt
Houd de handgreep altijd in het
midden vast wanneer u de ovendeur
opent.
Verwijder al het verpakkingsmateriaal,
zowel aan de buitenkant als aan de bin-
nenkant, voordat u de oven gebruikt.
Wanneer u de oven voor de eerste keer gaat ge-
bruiken, moet deze eerst eenmaal leeg worden
verwarmd.
Gedurende deze tijd kunt u een onaangename geur
waarnemen. Dit is volkomen normaal. en is vol-
komen normaal.
Zorg ervoor dat de ruimte goed geventileerd is.
De oven werkt pas nadat de klok is in-
gesteld.
1. Stel het tijdstip van de dag in met de
optie elektronisch programmeren (zie
hoofdstuk “Elektronisch programme-
ren”).
2. Draai de functieknop op bereiding met
hetelucht .
3. Draai de thermostaatknop op 250°C.
4. Zet een raam open voor ventilatie.
5. Laat de lege oven ongeveer 45 minuten
werken.
Deze procedure dient herhaald te worden met de
Grote grillfunctie en de functie Onder- en
bovenwarmte , gedurende 5-10 minuten.
Laat de oven daarna afkoelen. Maak een
doek vochtig met warm water en wat mild
reinigingsmiddel en reinig daarmee de bin-
nenkant van de oven.
Reinig voordat u de oven voor het eerst
gebruikt ook zorgvuldig alle accessoires.
)
12 ATAG
Elektronisch programmeren
1 Tijd-toets
2 Min-toets
3 Plus-toets
4 Functielampje Einde
5 Functielampje Duur
6 Functielampje Braadthermometer
7 Functielampje Kookwekker
8 Functielampje Tijd
9 Weergave
De dagtijd instellen
Na het aansluiten van de elektriciteit of na een stroom-
storing knippert het functielampje Tijd .
De tijd instellen
1. Met de of toetsen de huidige tijd in-
stellen.
2. 5 seconden wachten: het apparaat staat
nu in de normale bediening (gebruiksstand).
Tijd wijzigen of corrigeren
3. Tijd-toets net zo vaak indrukken tot-
dat het Functielampje Tijd gaat knipperen.
Om de juiste tijd in te stellen, volgt u stappen 1
en 2.
Opmerking
De dagtijd kan alleen gewijzigd worden als er
geen automatische functies (bijv. automatisch in-
en uitschakelen) zijn geprogrammeerd.
De elektronisch programmeren heeft de
volgende functies:
Weergave van de dagtijd
Kookwekker (alarm)
Automatische uitschakeling
Automatische in/uitschakeling
Bakthermometer
Tijd instellen
ATAG 13
Automatische uitschakeling
Door de automatische uitschakeling wordt
een ingeschakelde oven automatisch uit-
geschakeld.
Voorbeeld: De oven moet na 45 minuten
uitschakelen.
Procedure:
1. De oven inschakelen: Ovenfunctie en
temperatuur kiezen. Gerecht in de oven plaat-
sen.
2. Tijd-toets net zo vaak indrukken
totdat het functielampje Duur gaat knip-
peren.
Daarna de gewenste duur met de of toet-
sen instellen.
3. 5 seconden wachten: het functielamp-
je Duur brandt en de huidige tijd wordt
opnieuw weergegeven. De programmering is
hiermee voltooid.
4. Op het uitschakeltijdstip klinkt een sig-
naaltoon, het functielampje Duur knip-
pert, de tijdindicatie 0.00 knippert en de oven
wordt uitgeschakeld.
5. Met een druk op een willekeurige toets
wordt de signaaltoon uitgeschakeld en wordt
de oven vrijgegeven.
Schakel de oven altijd uit met de twee
knoppen (oventhermostaat
bedieningsknop en ovenfunctie
bedieningsknop), omdat de oven anders
weer opnieuw verhit wordt.
6. Gerecht uit de oven halen.
Automatische uitschakeling
instellen (Duur)
Automatische uitschakeling
instellen (Einde)
14 ATAG
Correctie
De programmering kan gecontroleerd of gecor-
rigeerd worden: Tijd-toets net zo vaak indrukken
totdat het functielampje Duur gaat knip-
peren. Daarna de correctie met de of toet-
sen instellen.
Wissen
Tijd-toets net zo vaak indrukken totdat
het functielampje Duur gaat knipperen.
Daarna met de toets “0.00” instellen.
Opmerking
In plaats van de functie “Duur” kan ook de
functie “Einde” gebruikt worden om een uit-
schakeltijdstip (een tijdinstelling) op te geven.
Vb: De oven moet om 13.05 uur uitschakelen.
ATAG 15
Automatische in/uitschakeling
U kunt de gebruiksduur en het gebruikseinde van de
oven van tevoren programmeren.
1. Gerecht bereiden en in de oven plaatsen.
Ovenfunctie en temperatuur volgens de tabel instellen.
2. Tijd-toets net zo vaak indrukken totdat
het functielampje Duur gaat knipperen.
Daarna de gewenste duur (in uren en minuten) met de
of toetsen instellen.
3. Tijd-toets net zo vaak indrukken totdat
het functielampje Einde gaat knipperen.
Daarna een uitschakeltijdstip (een dagtijd) met de of
toetsen instellen.
4. 5 seconden na het instellen wordt de program-
mering vastgelegd en gaan de beide linker functielamp-
jes Duur en Einde branden en wordt de tijd weergege-
ven.
5. De oven wordt tot het geprogrammeerde tijd-
stip ingeschakeld en vervolgens uitgeschakeld. Na-
dat het gerecht klaar is en de oven uitgeschakeld is,
knipperen de functielampjes Duur en Einde en ver-
schijnt “0.00”.
6. Gerecht uit de oven nemen en de twee oven-
knoppen (oventhermostaat bedieningsknop en
ovenfunctie bedieningsknop) uitschakelen.
7. Druk een willekeurige knop in om de oven vrij
te geven.
Correctie
Selecteer de betreffende functie met de Tijd-toets
: als het betreffende functielampje knippert, kan
de instelling gecorrigeerd worden.
Wissen
Tijd-toets net zo vaak indrukken totdat het functielampje
Duur gaat knipperen. Daarna met de toets “0.00”
instellen. Na 5 seconden wordt de tijd weergegeven.
Opmerking
De automatische functie mag alleen bij gerechten en
levensmiddelen gebruikt worden, die zonder roeren of
controleren gaar worden.
16 ATAG
Kookwekker (alarm)
De kookwekker werkt als een aftelklok. Nadat
de ingestelde tijd is verstreken, klinkt er een sig-
naaltoon.
Procedure
1. Tijd-toets net zo vaak indrukken,
totdat het functielampje Kookwekker gaat
knipperen.
2. Met de
of toetsen de gewenste kook-
tijd instellen (max: 2 uur en 30 minuten). 5 se-
conden wachten: het functielampje
Kookwekker brandt constant.
3. Wanneer de tijd verstreken is, knipperen het
functielampje Kookwekker en “0.00” op de
displayen klinkt er een signaaltoon. Druk een wille-
keurige toets in om de signaaltoon uit te schakelen.
Correctie
De kookwekker kan gecontroleerd of gecorrigeerd
worden: Tijd-toets net zo vaak indrukken,
totdat het functielampje Kookwekker gaat
knipperen. De instelling met de
of toetsen
corrigeren.
Wissen
Zoals in de vorige paragraaf is beschreven, al-
leen stelt u de tijd in op “0.00”.
Opmerking
De kookwekker heeft geen invloed op de wer-
king van de oven. Hij kan onafhankelijk van een
automatische functie gebruikt worden.
Display uitschakelen
Het display kan alleen uitgeschakeld worden als
er geen automatische functie is ingesteld.
1. Twee toetsen 5 seconden ingedrukt hou-
den. De display schakelt uit.
2. Een willekeurige toets indrukken om de
display weer in te schakelen.
Kookwekker (alarm) instellen
Display uitschakelen
ATAG 17
Braadthermometer
Door de braadthermometer te gebruiken, wordt
bij het braden van een groter stuk vlees de kern-
temperatuur gemeten. Op deze manier kunt u
het gewenste gaarpunt van het vlees vaststel-
len. De oven wordt bij het bereiken van de kern-
temperatuur uitgeschakeld. De kerntemperatuur
is afhankelijk van het soort vlees (zie tabel).
Let op: Alleen de meegeleverde braadt-
hermometer mag worden gebruikt. Bij
vervanging alleen het originele vervan-
gingsonderdeel gebruiken!
1. Steek de punt van de vleesthermometer vol-
ledig in het product dat gaar moet worden. De punt
moet zich hierbij zo veel mogelijk in het midden
van het product bevinden. Let er in het bijzonder
bij gevogelte op, dat de braadthermometer in het
vlees en niet in een holte of bot steekt.
Het rooster of de braadpan met het te braden
product in de oven zetten.
2. Stekker van de braadthermometer tot de
eindaanslag in het stopcontact in de wand van
de oven steken.
3. Met de toetsen of de gewenste kern-
temperatuur instellen (30°C-99°C).
De indicatie schakelt over naar de actuele kern-
temperatuur.
De kerntemperatuur wordt vanaf 30°C aan-
gegeven.
4. Ovenfunctie en -temperatuur instellen.
Zodra de ingestelde kerntemperatuur bereikt is,
klinkt er een signaal en de oven schakelt auto-
matisch uit. De ovenlamp gaat eveneens uit.
5. Op een willekeurige toets drukken om het
geluidssignaal uit te schakelen.
6. De ovenfunctie bedieningsknop en de
oventhermostaat bedieningsknop naar de uit-
stand draaien om de oven volledig uit te
schakelen.
18 ATAG
7. Stekker van de thermometer uit het stopcon-
tact trekken en het gerecht uit de oven nemen.
Waarschuwing:
De braadthermometer
is heet! Bij het uittrekken van de stekker
en het uiteinde van de thermometer be-
staat er verbrandingsgevaar!
Keukenhandschoenen of pannenlappen
gebruiken om verbranding te voorkomen.
Wees zeer voorzichtig.
Kerntemperatuur wijzigen
Tijd-toets indrukken.
Temperatuur eventueel met of wijzigen.
Opmerking
De braadthermometer kan niet samen met
de functies “Automatische uitschakeling” of “Au-
tomatische in/uitschakeling” gebruikt worden.
Let er bij gebruik altijd op dat de kabel van
de braadthermometer niet in het hete product
terecht komt!
Voor het braden van vlees met de braadt-
hermometer zijn grote stukken vlees geschikt.
Deze stukken bevatten zo mogelijk geen bot. De
temperatuurmeting wordt door het bot bemoei-
lijkt en kan eventueel verkeerde temperatuur-
waarden geven.
Bij gevogelte en haas moet u erop letten, dat de
braadthermometer in het vlees en niet in de bot-
ten of in een holte wordt gestoken.
Als de braadthermometer niet wordt ge-
bruikt, dient hij uit het stopcontact gehaald te
worden en buiten de oven bewaard te worden.
Als de braadthermometer is verwijderd, ver-
schijnt zoals gebruikelijk de dagtijd.
ATAG 19
Gebruik van de oven
De oven is voorzien van een exclusief systeem dat
zorgt voor een natuurlijke luchtcirculatie en een
constante recirculatie van stoom.
Dankzij dit systeem is het mogelijk om voedsel te
bereiden in een stoom bevattende atmosfeer en
worden de gerechten zacht van binnen en
knapperig van buiten. Bovendien worden de
bereidingstijd en het energieverbruik tot een
minimum beperkt. Tijdens de bereiding kan er
stoom ontstaan, die vrijkomt zodra u de ovendeur
opent. Dit is volkomen normaal.
Doe echter altijd een stap van de oven
vandaan als u de ovendeur opent,
zodat eventuele stoom of hitte naar
buiten kan komen.
Let op! - Plaats tijdens de bereiding geen
voorwerpen op de bodem van de oven en
dek geen onderdelen van de oven af met
aluminiumfolie. Dit kan oververhitting
veroorzaken, wat de bakresultaten beïnvloedt
en het email van de oven kan beschadigen.
Zet pannen, hittebestendige pannen en
aluminium bakplaten altijd op het bakplaat
dat in de geleiders is geschoven. Wanneer
voedsel verwarmd wordt, ontstaat er stoom,
net als in een ketel. Wanneer de stoom in
aanraking komt met de glazen deur van de
oven, wordt er condens gevormd en ontstaan
er waterdruppels.
Warm de lege oven altijd 10 minuten voor,
om condensvorming te beperken.
Wij adviseren u na elke bereiding de waterdruppels
weg te vegen.
Houd tijdens de bereiding de ovendeur altijd
gesloten. Blijf op een veilige afstand als u de deur
van de oven opent, zodat u niet in aanraking komt
met de hete stoom uit de oven. Houd de deur
vast aan de handgreep totdat deze helemaal
geopend is en laat de handgreep niet eerder los.
20 ATAG
Onder- bovenwarmte
1. Draai de functieknop van de oven op .
2. Draai de thermostaatknop op de gewenste
temperatuur.
- De warmte wordt het beste verdeeld bij ge-
bruik van het middelste niveau. Om het bruineren te
verminderen, kunt u het rooster lager zetten. Om het
bruineren te vermeerderen, zet u het rooster hoger.
- Het materiaal en de afwerking van de bak-
plaat en de schalen is van invloed op de mate waarin
het voedsel een bruin korstje krijgt. Emailgoed, don-
kere of zware bakvormen en materiaal met een anti-
aanbaklaag zorgen voor een betere bruinering. Gla-
zen ovenschalen en bakplaten van glanzend alumi-
De oven heeft vier inzetniveaus.
Deze inzetniveaus worden geteld vanaf de bodem
van de oven (zie afbeelding).
Het is belangrijk dat deze bakplaten correct zijn
geplaatst, zoals weergegeven in de afbeelding.
Inzetniveau 2 en 4 zijn voorzien van volledig
uitschuifbare, telescopische geleiders, die het plaatsen
of verwijderen van bakplaten gemakkelijker maken.
1. Trek de rechter en linker telescopische
geleiders helemaal naar buiten, zoals weergegeven
op de afbeelding.
2. Plaats de bakplaat of de grillpan op de
telescopische geleiders, duw ze daarna voorzichtig
helemaal in de oven (zie afbeelding).
Probeer niet om de ovendeur te sluiten
als de telescopische geleiders niet
volledig in de oven zitten. Hierdoor
kunnen het emaille en het glas van de
deur beschadigd raken.
Let op: Telescopische geleiders en
andere accessoires worden erg heet!
gebruik ovenhandschoenen of
dergelijke!
Plaats kookgerei nooit direct op de
bodem van de oven.
ATAG 21
nium of staal reflecteren de warmte en verminderen
de bruinering.
- Zet gerechten altijd in het midden van het
rooster, om een gelijkmatige bruining te garanderen.
- Plaats schalen op een bakplaat van de
juiste afmeting, om te voorkomen dat er voedsel
op de bodem van de oven wordt gemorst en er-
voor te zorgen dat de oven gemakkelijker kan wor-
den gereinigd.
- Plaats schalen, blikken of bakplaten nooit
direct op de bodem van de oven, aangezien deze
erg heet wordt en de pannen hierdoor beschadigd
kunnen raken. Bij deze instelling komt de warmte
van zowel het bovenste als het onderste element.
Hiermee kunt u op één niveau gerechten berei-
den, wat met name geschikt is voor gerechten die
extra bruinering vergen, zoals quiches en hartige
taarten.
Gratins, lasagne en ovenschotels die extra bruine-
ring aan de bovenkant vergen, kunnen ook prima
worden bereid met boven- en onderwarmte.
Bovenste verwarmingselement
1. Draai de functieknop van de oven op
.
2. Draai de thermostaatknop op de ge-
wenste temperatuur.
De warmte komt alleen van de bovenkant van de
oven, zodat u uw gerechten kunt klaarmaken zo-
als lasagne, gehakt met een korst, bloemkool met
kaas, enz.
Onderste verwarmingselement
1. Draai de functieknop van de oven op
.
2. Draai de thermostaatknop op de ge-
wenste temperatuur.
Deze functie is uitermate geschikt voor het blind
bakken van taartbodems. Tevens kan deze functie
worden gebruikt om ervoor te zorgen dat het basis-
deeg van quiches of hartige taarten gaar is.
22 ATAG
Grillen
- De meeste gerechten kunnen het beste op
het rooster in de grillpan worden geplaatst. Hier-
door wordt een maximale luchtcirculatie gereali-
seerd en bevindt het voedsel zich niet in maar bo-
ven het vet en de vleessappen. Indien gewenst kun-
nen gerechten zoals vis, lever en niertjes direct op
de grillpan worden geplaatst.
- Droog het voedsel vóór het grillen goed af,
zodat het niet gaat spatten. Strijk mager vlees en
vis licht in met een beetje olie of gesmolten boter,
zodat de gerechten tijdens de bereiding mals blijven.
- Overige ingrediënten, zoals tomaten en
champignons, kunnen tijdens het grillen van vlees
onder de grill worden geplaatst
- Voor het roosteren van brood raden we u
aan het bovenste inzetniveau te gebruiken.
- Indien nodig moet het voedsel tijdens de be-
reiding worden omgedraaid.
Gebruik van de kleine grill
De kleine grill zorgt voor snelle, directe hitte in het
middelste gedeelte van de grillpan. Door de kleine
grill te gebruiken voor de bereiding van kleinere
hoeveelheden kunt u energie besparen.
1. Draai de functieknop van de oven op .
2. Draai de thermostaatknop op de ge-
wenste temperatuur.
3. Pas het niveau van het rooster en de grill-
pan aan voor de verschillende diktes van het voed-
sel en volg de instructies voor het grillen.
Het grillelement wordt geregeld door de thermo-
staat. Tijdens de bereiding gaat de grill aan en uit,
om oververhitting te voorkomen.
Hoe gebruikt u de grote grill
1. Draai de functieknop van de oven op .
2. Draai de thermostaatknop op de gewenste
temperatuur.
3. Pas het niveau van het rooster en de grill-
pan aan voor de verschillende diktes van het voed-
ATAG 23
sel. Plaats het voedsel dicht bij het element als u
het snel wilt bereiden en iets verder weg voor een
behoedzamer bereiding.
Verwarm de grill een paar minuten voor op de hoog-
ste stand, voordat u vlees gaat dichtschroeien of
toast gaat maken. Pas indien nodig de warmte-
instelling en de stand van het rooster tijdens het
bereiden aan.
Grill / Draaispit
Ga als volgt te werk als u het draaispit wilt gebrui-
ken:
1. Plaats het spitframe op de tweede geleider
van beneden, zoals weergegeven in de afbeelding.
2. Plaats de eerste vork in het spit, prik het
voedsel erop en zet dit vast door de tweede vork
aan te brengen; zet de twee vorken vast met de
speciale schroeven.
3. Plaats het uiteinde van het spit in de ope-
ning van de motor van het draaispit. Deze is duide-
lijk zichtbaar in het midden van de achterwand van
de oven.
4. Plaats het voorste deel van het spit op het
spitframe.
5. Schroef de greep los.
6. Draai de functieknop van de oven op
en de thermostaatknop op de gewenste tempera-
tuur.
De vorken en het spit zijn puntig en
scherp. Als u er gebruik van maakt, doe
het met zorg om verwonding te
voorkomen.
Wij adviseren om op de eerste geleider van
beneden een braadslede te plaatsen, nadat
u hierin twee kopje water hebt gegoten.
24 ATAG
Hoe gebruikt u de functie grillen met hete-
lucht
Draai de functieknop van de oven op en stel
de thermostaatknop in op de gewenste tempera-
tuur.
Deze functie biedt een alternatieve bereidings-
methode voor gerechten die anders met de nor-
male grill bereid worden. Het grillelement en de
hete lucht werken afwisselend, zodat de hete lucht
rond de gerechten circuleert.
Als u de functie grillen met hetelucht gebruikt,
dient u een maximale temperatuur van 200°C
te selecteren.
Hoe gebruikt u de functie hetelucht
- Het voedsel wordt bereid met behulp van
voorverwarmde lucht die gelijkmatig wordt rond ge-
blazen in de oven door een circulair verwarmings-
element in de achterwand van de oven zelf. Door
een ventilator wordt de hetelucht in de oven ver-
spreid. Dit betekent dat u tegelijkertijd verschillende
soorten gerechten kunt bereiden, die op verschil-
lende inzetniveaus zijn geplaatst.
Hete lucht garandeert een snelle verwijdering van
vocht en de drogere omgeving van de oven voor-
komt dat de verschillende aroma’s en smaken van
het ene gerecht naar het andere worden overge-
bracht.
- De mogelijkheid om gerechten op verschil-
lende inzetniveaus te bereiden betekent dat u
verschillende gerechten tegelijkertijd kunt bereiden;
tot maximaal drie bakplaten koekjes en minipizza’s,
om meteen op te eten of om ze vervolgens in te
vriezen.
- Natuurlijk kan de oven ook gebruikt wor-
den voor bereidingen op één niveau. Daarbij kunt
u het best de laagste niveaus gebruiken, dan kunt
u de voortgang makkelijker in de gaten houden.
ATAG 25
- Bovendien is de oven met name aanbevo-
len voor het steriliseren van jam en eigen- vruchten
op siroop en om paddenstoelen en fruit te drogen.
Hoe gebruikt u de functie ontdooien
1. Draai de functieknop van de oven op .
2. Controleer of de thermostaatknop van de
oven op de stand UIT staat ( ).
De ovenventilator werkt zonder warmte en laat lucht
op kamertemperatuur in de oven circuleren.
Deze functie is bijzonder geschikt om kwetsbare le-
vensmiddelen te ontdooien, die door opwarmen
beschadigd raken, bijvoorbeeld taarten met crème-
vulling, ijstaarten, gebak, brood en bakwaren van
gistdeeg.
Adviezen
- De warmte wordt het beste verdeeld bij
gebruik van het middelste niveau. Om het bruineren
te verminderen, kunt u het rooster lager zetten. Om
het bruineren te vermeerderen, zet u het rooster
hoger.
- Het materiaal en de afwerking van de
bakplaat en de schalen is van invloed op de mate
waarin het voedsel een bruin korstje krijgt. Emailgoed,
donkere of zware bakvormen en materiaal met een
antiaanbaklaag zorgen voor een betere bruinering.
Glazen ovenschalen en bakplaten van glanzend
aluminium of staal reflecteren de warmte en
verminderen de bruinering.
- Zet gerechten altijd in het midden van het
rooster, om een gelijkmatige bruining te garanderen.
- Plaats schalen op een bakplaat van de juiste
afmeting, om te voorkomen dat er voedsel op de
bodem van de oven wordt gemorst en ervoor te
zorgen dat de oven gemakkelijker kan worden
gereinigd.
- Plaats schalen, bakblikken of bakplaten niet
direct op de bodem van de oven, deze wordt erg
heet en kan de schalen beschadigen.
26 ATAG
Bakken:
Taart en gebak vereisen gewoonlijk een gematigde
temperatuur (150°C-200°C). Daarom is het nodig
om de oven ongeveer 10 minuten voor te verwar-
men.
Doe de ovendeur niet open voordat driekwart van
de baktijd is verstreken.
Bak kruimeldeeg in een springvorm of op een bak-
blik tot tweederde van de baktijd. Vervolgens kunt u
het garneren en afbakken.
De verdere baktijd hangt af van de soort en hoeveel-
heid garnering of vulling. Biscuitdeeg moet moeilijk
van de lepel lopen. De baktijd zou door te veel vloei-
stof onnodig langer duren.
Als er twee bakblikken met gebak tegelijkertijd in
de oven worden geplaatst, moet er tussen de blik-
ken één niveau worden vrijgelaten.
Als er twee bakblikken met gebak tegelijkertijd in
de oven worden geplaatst, moeten deze na onge-
veer tweederde van de baktijd worden omgewisseld
en omgedraaid.
Braden:
Neem geen braadstukken die minder wegen dan 1
kg. Kleinere stukken kunnen tijdens het braden uit-
drogen. Donker vlees, dat van buiten goed gebra-
den maar van binnen roze tot rood moet blijven,
moet bij een hogere temperatuur (200°C-250°C)
worden gebraden.
Licht vlees, gevogelte en vis hebben daarentegen
een lagere temperatuur (150°C-175°C) nodig. Doe
bij een korte bereidingstijd de ingrediënten voor de
saus of jus direct aan het begin in de braadslede.
Heeft het gerecht een langere bereidingstijd nodig,
voeg deze ingrediënten dan pas het laatste half uur
toe.
U kunt controleren of het vlees gaar is met behulp
van een lepel: als het vlees niet kan worden inge-
drukt, is het gaar. Rosbief en ossenhaas, die van
binnen roze moeten blijven, moeten op een hogere
temperatuur en in kortere tijd worden gebraden.
Als u vlees direct op het rooster braadt, plaats dan
de braadslede op het onderste niveau zodat de sap-
ATAG 27
pen worden opgevangen. Laat het braadstuk min-
stens 15 minuten staan, zodat het vleesvocht niet
kan weglopen.
Om rookvorming in de oven te beperken, kunt u
een beetje water in de braadslede gieten. Om
condensvorming te voorkomen, een paar keer wa-
ter toevoegen. Borden kunnen tot zij geserveerd
worden in de oven op de laagste temperatuur warm
gehouden worden.
Let op!
Bedek de oven nooit met aluminiumfo-
lie en plaats geen bakblikken, oven-
schotels en dergelijke op de bodem van
de oven, anders kan het emaille van de
oven door de opgebouwde hitte bescha-
digd raken.
Bereidingstijden
De bereidingstijden kunnen verschillen al naar ge-
lang de samenstelling, ingrediënten en hoeveelheid
vocht in de afzonderlijke gerechten.
Noteer de instellingen van uw eerste bereidings-
experimenten, om ervaring op te doen als u deze
gerechten later nog eens wilt bereiden.
U kunt de aangegeven waarden in de tabellen aan-
passen op basis van uw eigen ervaringen.
28 ATAG
GEBAK
Schuimtaart 2 170 2 (1en 3)* 160 45-60 In cakevorm
Zandkoekdeeg 2 170 2 (1en 3)* 160 20-30 In cakevorm
Kwarktaart 1 175 2 165 60-80 In cakevorm
Appeltaart (appelcake) 1 170 2 (1en 3)* 160 90-120 In cakevorm
Strudel 2 180 2 160 60-80 Op bakplaat
Jamtaart 2 190 2 (1en 3)* 180 40-45 In cakevorm
Fruitcake 2 170 2 150 60-70 In cakevorm
Biscuitgebak 1 170 2 (1en 3)* 165 30-40 In cakevorm
Kerstcake 1 150 2 150 120-150 In cakevorm
Pruimentaart 1 175 2 160 50-60 In broodvorm
Kleine cake 3 170 2 160 20-35 Op bakplaat
Koekjes 2 160 2 (1en 3)* 150 20-30 Op bakplaat
Schuimpjes 2 135 2 (1en 3)* 150 60-90 Op bakplaat
Koffiebroodjes 2 200 2 190 12~20 Op bakplaat
Soesjes 2of 3 210 2 (1en 3)* 170 25-35 Op bakplaat
Taartjes 2 180 2 170 45-70 In cakevorm
BROOD EN PIZZA
Wit brood 1 195 2 185 60-70
Roggebrood 1 190 1 180 30-45 In broodvorm
Broodjes 2 200 2 (1en 3)* 175 25-40 Op bakplaat
Pizza 2 200 2 200 20-30 Op bakplaat
HARTIGE TAARTEN
Hartige taart 2 200 2 (1en 3)* 175 40-50 In bakvorm
Groentetaart 2 200 2 (1en 3)* 175 45-60 In bakvorm
Quiche 1 210 1 190 30-40 In bakvorm
Lasagne 2 200 2 200 25-35 In bakvorm
Cannelloni 2 200 2 200 25-35 In bakvorm
VLEES
Rund 2 190 2 175 50-70 Op rooster
Varken 2 180 2 175 100-130 Op rooster
Kalf 2 190 2 175 90-120 Op rooster
Rosbief
rood 2 210 2 200 50-60 Op rooster
medium 2 210 2 200 60-70 Op rooster
doorbakken 2 210 2 200 70-80 Op rooster
Varkensschouder 2 180 2 170 120-150 Met zwoerd
Varkensschenkel 2 180 2 160 100-120 2 stuks
Lam 2 190 2 175 110-130 Bout
Kip 2 190 2 200 70-85 Heel
Kalkoen 2 180 2 160 210-240 Heel
Eend 2 175 2 220 120-150 Heel
Gans 2 175 1 160 150-200 Heel
Konijn 2 190 2 175 60-80 In stukken
Haas 2 190 2 175 150-200 In stukken
Fazant 2 190 2 175 90-120 Heel
Gehaktbrood 2 180 2 170 tot.150 in broodvorm
VIS
Forel/Zeebrasem 2 190 2 (1en 3)* 175 40-55 3-4 vissen
Tonijn/Zalm 2 190 2 (1en 3)* 175 35-60 4-6 filets
GERECHT
Onder- en
bovenwarmte
Hetelucht
temp.
°C
temp.
°C
Bereidingstijd
in minuten
OPMERKINGEN
Onder- en bovenwarmte en Hetelucht
Tijden zijn exclusief voorverwarmen. De lege oven moet altijd 10 minuten
worden voorverwarmd.
Kooktabellen
De aangegeven temperaturen zijn richtlijnen. Misschien moeten de temperaturen aangepast
worden aan persoonlijke wensen.
(
*
)
Als u gelijktijdig meer dan een gerecht wilt bereiden, adviseren wij u deze op de tussen haakjes
aangegeven inzetniveaus te plaatsen.
Niveau
4
3
2
1
Niveau
4
3
2
1
ATAG 29
GERECHT Hoeveelheid Niveau Temp.
°C
Bereidingstijd (minuten)
(gr.) Onder Boven
kant kant
Opgerolde braadstukken
(kalkoen) 1000 3 200 30 ~ 40 20 ~ 30
Kip (in twee helften) 1000 3 200 25 ~ 30 20 ~ 30
Kippenpoten - 3 200 15 ~ 20 15 ~ 18
Kwartel
500 3 200 25 ~ 30 20 ~ 25
Groentegratin - 3 200 20 ~ 25 -
Sint Jacobsschelpen - 3 200 15 ~ 20 -
Makreel - 3 200 15 ~ 20 10 ~ 15
Vismoten 800 3 200 12 ~ 15 8 ~ 10
Grillen -
Tijden zijn exclusief voorverwarmen.
De lege oven altijd 10 minuten voorverwarmen.
1e kant
temp.°C
Stuks
gr.
Hoeveelheid
Bereidingstijd
(minuten)
2e kant
Grillen
GERECHT
Tournedos 4 800 3 250 12~15 12~14
Biefstuk 4 600 3 250 10~12 6~8
Worstjes 8 / 3 250 12~15 10~12
Varkenskarbonades 4 600 3 250 12~16 12~14
Kip (in twee helften) 2 1000 3 250 30~35 25~30
Kebabs 4 / 3 250 10~15 10~12
Kip (borst) 4 400 3 250 12~15 12~14
Hamburger* 6 600 2 250 20-30
*
Voorverwarmen 5’00'’
Vis (filets) 4 400 3 250 12~14 10~12
Sandwiches 4~6 / 3 250 5~7 /
Toast 4~6 / 3 250 2~4 2~3
Niveau
Grillen met hetelucht
4
3
2
1
4
3
2
1
Als u de functie grillen met hetelucht gebruikt, dient u een maximale
temperatuur van 200°C te selecteren.
30 ATAG
De aangegeven temperaturen zijn richtlijnen. Misschien moeten de temperaturen
aangepast worden aan persoonlijke wensen.
Gevogelte 1000 2 250 50/60
Braadstukken 800 2 250 50/60
Temp.
°C
Hoeveelheid (gr.)
Bereidingstijd
in minuten
GERECHT
Niveau
4
3
2
1
Grill / Draaispit
Levensmiddel Gewicht Temperatur Ovenfunctie Kern- Berei-
g °C temperatur dingstijd
°C min
ca.
Roastbeef, rood 1000 220 Onder- en bovenwarmte 45°C 45'-55'
Roastbeef, medium 1000 220 Onder- en bovenwarmte 65°C 60'-70'
Roastbeef, doorbakken 1000 220 Onder- en bovenwarmte 78°C 75'-85'
Varkensbraadstuk
**
**
* 2000 180 Hetelucht 85°C 155'-165'
Varkensbraadstuk
**
**
* 1000 180 Hetelucht 85°C 100'-110'
Gehaktbrood 1500 180 Onder- en bovenwarmte 78°C 85'-95'
Gehaktbrood 2500 160 Onder- en bovenwarmte 78°C 105'-115'
Kalfsbraadstuk 1500 180 Onder- en bovenwarmte 74°C 75'-85'
Kip, hele* 1000 180 Onder- en bovenwarmte 98°C 85'-95'
Eend** 2000 180 Hetelucht 95°C 110'-120'
Gans** 4000 180 Hetelucht 95°C 150'-160'
Rundvlees 2000 180 Onder- en bovenwarmte 95°C 210'-220'
Leverkaas 2000 140 Hetelucht 65°C 100'-110'
Kalkoen** 5000 180 Hetelucht 85°C 170'-180'
Vis in aluminiumfolie 1000 220 Grillen met hete lucht 68°C 25'-35'
Hert 1500 180 Onder- en bovenwarmte 95°C 180'-190'
* Omdat het zwoerd aan het varkensbraadstuk vochtig blijft, moet u het gerecht nog
even nagrillen.
** Gans, eend, kalkoen: Giet 1 liter water in de braadslede en schuif deze op de eerste
braadniveau in de oven. Na 2/3 van de braadtijd de gans, eend of kalkoen keren.
De botten mogen niet in aanraking komen met de braadthermometer.
Braadthermometertabel
ATAG 31
Trek voordat u de oven gaat schoon-
maken altijd eerst de stekker uit het
stopcontact en laat de oven afkoelen.
Het apparaat mag niet worden gerei-
nigd met een stoomreiniger.
Zorg ervoor dat de oven altijd schoon
is. Vet- of voedselresten in de oven
kunnen brand veroorzaken (met name
in de grillpan).
Let op: Voordat u de oven gaat reinigen, moet de
stekker van het apparaat uit het stopcontact wor-
den gehaald.
Voor een lange levensduur van het apparaat is
het noodzakelijk de volgende reinigings-
werkzaamheden regelmatig uit de voeren:
- Maak de oven pas schoon als deze is afge-
koeld.
- Maak de geëmailleerde delen schoon met een
sopje.
- Gebruik geen schuurmiddelen.
- Droog de onderdelen van roestvrij staal en de
glasplaat met een zachte doek.
- Gebruik bij hardnekkige vlekken normaal ver-
krijgbare reinigingsmiddelen voor roestvrij staal
of warme azijn.
Het emaille van de oven is uiterst duurzaam en in
hoge mate resistent. De inwerking van hete fruit-
zuren (citroenen, pruimen of dergelijke) kunnen
echter op de oppervlakken van emaille blijvende
matte en ruwe vlekken achterlaten. Dergelijke vlek-
ken op het hoogglanzende oppervlak van het
emaille hebben echter geen invloed op de func-
ties van de oven. Reinig de oven grondig na elk
gebruik. Zo kunt u verontreinigingen het makke-
lijkst verwijderen. Verder inbranden wordt daar-
door voorkomen.
Reiniging en onderhoud
32 ATAG
Reinigingsmiddelen
Controleer voordat u een reinigingsmiddel gaat
gebruiken altijd of dit geschikt is voor uw oven en
of de toepassing door de fabrikant wordt aanbe-
volen. Reinigingsmiddelen met bleekmiddel mo-
gen NIET worden gebruikt, aangezien deze de top-
laag van de oppervlakken dof kunnen maken.
Gebruik geen agressieve schuurmiddelen.
Buitenkant reinigen
Neem regelmatig het bedieningspaneel, de oven-
deur en de afdichting af met een zachte, goed
uitgewrongen doek met warm water en wat vloei-
baar reinigingsmiddel.
Om beschadigen of verzwakken van de glasplaten
van de deur te voorkomen, moet u het gebruik
van de volgende producten vermijden:
Was- en bleekmiddelen
Geïmpregneerde sponsjes die niet geschikt zijn
voor pannen met antiaanbaklaag
Schuursponsjes van staalwol
Chemische ovensponsjes of spuitbussen
Roestverwijderaars
Vlekkenverwijderaars voor bad en gootsteen
Reinig het venster aan de binnen- en buitenkant
met een warm sopje. Mocht het binnenvenster
van de deur erg verontreinigd zijn, dan is het ge-
bruik van een speciaal reinigingsmiddel aan te
bevelen. Gebruik geen verfkrabber om aangekoekt
vuil te verwijderen.
Binnenkant oven
De emaillen bodem van de oven kunt u het beste
reinigen terwijl de oven nog warm is.
Veeg de oven na elk gebruik schoon met een zachte
doek gedrenkt in warm water met een afwasmiddel.
Af en toe moet de oven grondiger worden gerei-
nigd. Gebruik daarvoor een in de handel verkrijg-
bare ovenreiniger.
ATAG 33
Ovendeur reinigen
Deze aanwijzingen hebben betrekking op de
ovendeur, zoals die door de fabrikant is geleverd.
Als de draairichting van de ovendeur
op uw verzoek of bij de installatie
veranderd is, moeten de indicaties
rechts/links toegepast worden op de
andere kant.
Wij adviseren u de beide binnenpanalen van de
deur te verwijderen, voordat u de ovendeur gaat
reinigen.
Volg de volgende aanwijzing a.u.b. op.
Afb. 1: Houd met beide handen de geperforeerde
plaat A vast op de juiste plaats en duw (omhoog)
de plaat eruit.
Afb. 2: Houd het binnenruit B met beide handen
goed vast en duw (omhoog) de ruit eruit.
Houd de ruit B goed vast, zodat het
niet kan kantelen en eruit kan vallen.
Afb. 2
Afb. 1
A
B
34 ATAG
Afb. 3: Houd vervolgens met beide handen het
tweede binnenruit C goed vast en duw (omhoog) de
ruit eruit. Nadat de binnenruiten zijn verwijderd, kunt
u deur en de ruiten schoonmaken. De glasplaten
alleen schoonmaken met warm water. Geen ruwe
lappen, schuursponsjes, staalwol, zuren of
schuurmiddelen gebruiken, om de oppervlakken
van de glasplaten en de deur niet te beschadigen.
Na het schoonmaken de binnenruiten weer op hun
plaats zetten.
Om de binnenruit C (met zijdecor langs het
frame) correct te bevestigen, moet de kant
met de streepmarkering naar de oven toe
geplaatst worden zodat als u het oppervlak
aanraakt, de lichte ribbeling van de
afscherming voelbaar is.
Om de binnenruit B (met zijdecor aan de
zijkanten) correct te bevestigen, moet de
kant met de streepmarkering naar de
ovendeur toe geplaatst worden zodat als u
het oppervlak aanraakt, de licht ribbeling
van de afscherming niet voelbaar is.
Na het reinigen van de binnenruiten:
Afb. 4: breng de geperforeerde plaat A weer aan
op de oorspronkelijke plaats en controleer of alles
goed bevestigd is.
Apparaten van roestvrij staal of aluminium
Wij raden aan de ovendeur alleen met een natte
spons te reinigen en daarna met een zachte doek
af te drogen. Gebruik geen schurende voorwer-
pen, zuren of schuurmiddelen, want die kunnen
het oppervlak beschadigen. Reinig de kap even
zorgvuldig.
Reinig de ovendeur NIET als de glasplaten
nog warm zijn. Als deze voorzorgsmaatre-
gel niet wordt nageleefd, kan de glasplaat
barsten. Als de glasplaat van de deur
gebarsten is of diepe krassen heeft, wordt
het glas minder sterk en moet het worden
vervangen om te voorkomen dat het breekt.
Neem contact op met onze reparatie-
afdeling, die u graag advies zal geven.
Afb. 4
Afb. 3
C
A
ATAG 35
)
Indien nodig kan de ovendeur worden
omgedraaid. Deze handleiding mag
UITSLUITEND worden uitgevoerd door een
geautoriseerd installateur.
Neem contact op met uw dealer voor
instructies.
Klanten worden geadviseerd deze handeling
niet zelf uit te voeren. Klachten die
voortvloeien door de draairichting van de
deur te veranderen, zijn uitgesloten van
de garantie.
ATAG levert diverse reinigingsmiddelen
onder de naam ATAG Shine.
U kunt deze bestellen via de website:
www.hps.nl. Op deze website staan bo-
vendien diverse reinigings- en bedienings-
tips voor het apparaat.
Ovengeleiders en telescopische
geleiders
Laat de oven eerst volledig afkoelen en
trek de stekker uit het stopcontact.
U kunt de geleiders verwijderen, zodat ze gemakkelijk
kunnen worden gereinigd.
Ga hiervoor als volgt te werk:
1. verwijder de voorste schroef terwijl u met
de andere hand de geleider vasthoudt (zie
afbeelding).
2. maak de achterste haak los en neem de
geleider eruit. Doe hetzelfde aan de andere kant van
de oven (zie afbeelding).
Reiniging
Reinig de set geleiders aan de buitenkant alleen
met in de handel verkrijgbare reinigingsmiddelen.
Goed afspoelen en met een zachte doek afdrogen.
De telescopische geleiders mogen niet in
de afwasmachine worden gewassen.
Als u de geleiders reinigt, dient u niet het
smeermiddel achter de telescopische
geleiders te verwijderen. Dit smeermiddel is
bedoeld om ervoor te zorgen dat de geleiders
goed werken.
36 ATAG
)
3. Zodra u klaar bent met reinigen, dient u de
geleiders in omgekeerde volgorde van de
procedure weer aan te brengen.
Zorg ervoor dat de borgmoeren van de geleider
goed vastgedraaid zijn.
Het ovenlampje vervangen
Haal de stekker uit het stopcontact
Als het ovenlampje moet worden vervangen, moet
het nieuwe lampje voldoen aan de volgende eisen:
- Vermogen: 25 W,
- Voltage: 230 V (50 Hz),
- Hittebestendig tot 300 °C,
- Soort aansluiting: E14.
Deze lampjes zijn verkrijgbaar bij onze service-af-
deling.
Het defecte lampje vervangen:
1. Zorg ervoor dat de stekker uit het
stopcontact is gehaald.
2. Druk het glazen dekseltje in en draai het
tegen de klok in.
3. Verwijder het kapotte lampje en vervang dit door
een nieuw.
4. Zet het glazen dekseltje terug en steek de
stekker weer in het stopcontact.
ATAG 37
Als het apparaat niet goed werkt, lees dan eerst de onderstaande aanwijzingen
door, voordat u contact opneemt met onze service-afdeling.
Wat te doen als er iets fout gaat
OPLOSSING
Controleer of de bereidingsfunctie en de tempera-
tuur zijn ingesteld.
of
Controleer of het apparaat goed is aangesloten en
de zekering in de huisinstallatie in orde is.
of
Controleer of het tijdstip van de dag met de optie
elektronisch programmeren is ingesteld.
Stel de temperatuur met de functieknop van de
oven in.
of
Stel een functie in met de functieknop.
Stel een functie in met de thermostaatknop.
of
Controleer het lampje en vervang het indien nodig
(zie de paragraaf “Het ovenlampje vervangen”).
De temperatuur moet aangepast worden.
of
Neem de aanwijzingen en tips in deze handleiding
goed door, met name het hoofdstuk “Gebruik van de
oven”.
Laat de gerechten na afloop van de bereiding niet
langer dan 15-20 minuten in de oven staan.
Bij eventuele storing van de elektronisch programmeren
de ovenbeveiliging in de schakelkast een paar
minuten uitschakelen. Daarna de tijd instellen.
Bij de eerste aansluiting aan de elektriciteit of bij een
stroomuitval worden alle ingestelde tijden gewist.
Stel een tijd in, aangezien dit nodig is bij het gebruik
van de oven.
De braadthermometer heeft kortsluiting of de stekker
van de thermometer zit niet stevig in het stopcontact.
De stekker van de braadthermometer tot aan het einde
in het stopcontact in de wand van de oven steken.
PROBLEEM
De oven schakelt niet in.
Het controlelampje van de
thermostaat gaat niet bran-
den.
De ovenverlichting gaat niet
branden.
De bereiding van de gerechten
duurt te lang of de gerechten
worden te snel gaar.
Stoom en condenswater
slaan neer op de gerechten en
de deur van de oven.
De elektronisch programmeren
toont ongewone waarden of een
ongedefinieerde schakelverhouding.
O
p de display verschijnt
“12.00” en het functielampje
Tijd knippert?
Op de display verschijnt F11.
38 ATAG
Technische gegevens
Vermogen verwarmingselementen
Onderste verwarmingselement 1000 W
Bovenwarmte 800 W
Boven-/onderwarmte 1800 W
Kleine grill 1650 W
Grote oppervlakte grill 2450 W
Grillen met hetelucht 2475 W
Gebruik met hete lucht 2000 W
Ovenlampje 25 W
Ovenventilator 25 W
Koelventilator 25 W
Draaispitmotor 4 W
Totale aansluitwaarde 2525 W
Spanning (50 Hz)
230 V
Inbouw
Hoogte onder bovenkant 585 mm
in kolom 580 mm
Breedte 560 mm
Diepte 550 mm
Oven
Hoogte 335 mm
Breedte 395 mm
Diepte 400 mm
Inhoud oven 53
l
ATAG 39
Instructies voor de installateur
Inbouw en installatie moeten uitge-
voerd worden met strikte inachtneming
van de geldende voorschriften. Elke in-
greep mag slechts plaatsvinden als het
apparaat uitgeschakeld is. Ingrepen
mogen uitsluitend verricht worden door
een erkend installateur.
De fabrikant kan niet aansprakelijk
gesteld worden als de veiligheids-
voorschriften niet opgevolgd worden.
Aansluiten op netstroom
Let voor het aansluiten op het volgende:
- De zekering en de huisinstallatie moeten op de
max. belasting van het apparaat berekend zijn
(zie typeplaatje).
- De huisinstallatie moet voorzien zijn van een
aardaansluiting overeenkomstig de geldende
voorschriften.
- De wandcontactdoos (type Perilex als de oven
is uitgevoerd in combinatie met een elektrische
kookplaat) en de meerpolige installatieautomaat
of groepsschakelaar moeten ook na installatie
van het apparaat makkelijk bereikbaar zijn.
Het apparaat wordt geleverd met een aansluitsnoer
waarop een standaard stekker is bevestigd, die
geschikt is voor de totale aangegeven elektrische
spanning die op het typeplaatje staat. De stekker
moet in een geschikte wandcontactdoos worden
gestoken. Indien u een directe aansluiting op de
elektriciteitsvoorziening (hoofdleiding) wenst, moet
u tussen het apparaat en de hoofdleiding een
omnipolaire schakelaar met een minimumafstand
van 3 mm tussen de contactpunten monteren. Deze
schakelaar moet geschikt zijn voor de vereiste be-
lasting en voldoen aan de geldende voorschriften.
De groengele aardingsdraad mag niet onderbroken
worden door de schakelaar en moet 2-3 cm. langer
te zijn dan de andere draden.
40 ATAG
Het aansluitsnoer moet worden aangesloten op een
geaarde wandcontactdoos (230 V~, 50 Hz type
Perilex als de oven is uitgevoerd met een elektri-
sche kookplaat). Deze wandcontactdoos moet
overeenkomstig de voorschriften geïnstalleerd zijn.
De volgende typen aansluitsnoeren zijn geschikt,
met inachtneming van de nominale doorsneden:
H07 RN-F, H05 RN-F, H05 RR-F, H05 VV-F, H05
V2V2-F (T90), H05 BB-F.
Het aansluitsnoer moet in ieder geval zodanig ge-
plaatst zijn, dat het nergens 50°C (boven kamer-
temperatuur) bereikt.
Na de aansluiting moeten de verwarmings-
elementen gecontroleerd worden, door ze onge-
veer 3 minuten te laten werken.
Klemmenbord
De oven is voorzien van een makkelijk toeganke-
lijk klemmenbord, dat berekend is voor de wer-
king op een eenfase-stroomvoorziening van 230
V.
Letter L - Onder stroom staande klem
Letter N - Neutrale klem
of E - Aardeklem
ATAG 41
Instructies voor de inbouw
Voor een onberispelijke werking van het ingebouwde
apparaat moet het inbouwmeubel resp. de uitspa-
ring waarin het apparaat moet worden ingebouwd
geschikte afmetingen hebben.
In overeenstemming met de geldende voorschriften
moeten alle delen, die de bescherming tegen aan-
raking van onder spanning staande en geïsoleerde
delen garanderen, zodanig bevestigd zijn, dat ze niet
zonder gereedschap verwijderd kunnen worden.
Hierbij hoort ook de bevestiging van eventuele af-
sluitende kanten aan het begin of einde van een rij
inbouwapparaten.
De bescherming tegen aanraking moet in ieder ge-
val door het inbouwen gegarandeerd zijn.
Het apparaat kan met de achterkant resp. zijkant
tegen hogere keukenmeubelen, apparaten of wan-
den geplaatst worden. Aan de andere zijkant mo-
gen er echter geen andere apparaten of meubelen
van dezelfde hoogte als het apparaat geplaatst
worden.
Afmetingen oven (afb. 5)
Instructies voor de inbouw
Voor een onberispelijke werking van het inge-
bouwde apparaat moet het inbouwmeubel resp. de
uitsparing waarin het apparaat moet worden inge-
bouwd geschikte afmetingen hebben (afb. 6-7).
Bevestiging in het meubel
1. Open de ovendeur.
2. Bevestig de oven aan het meubel door de vier
afstandhouders te plaatsen (afb. 8 - A), die pre-
cies in de daarvoor bedoelde gaten van het frame
passen en deze vervolgens met de vier mee-
geleverde houtschroeven (afb. 8 - B) te bevesti-
gen.
Afb. 8
5
5
0
M
IN
585
5
6
0
- 5
7
0
8
0
÷
1
0
0
Afb. 7
Afb. 5
Afb. 6
42 ATAG
Als na de controles opgesomd in hoofdstuk “Wat
te doen als er iets fout gaat”, het apparaat nog
steeds niet correct werkt, dient u contact op te
nemen met onze service-afdeling en de
volgende gegevens door te geven die op het
typeplaatje staan: de specifieke klacht, het
model van het apparaat (Mod.), het
productnummer (Prod. nr.) en het serienummer
(Serie nr.). Dit plaatje bevindt zich op de rand
aan de voorkant van de binnenkant van de oven.
De originele onderdelen, die door de fabrikant
gecertificeerd zijn, zijn alleen verkrijgbaar bij
geautoriseerde onderdelenwinkels.
Service en onderdelen
359052301 / gba 88022340 03/08 R.A
Adressen en telefoonnummers van de
serviceorganisatie vindt u op de garantiekaart.
Les adresses et les numéros de téléphone du service
après-vente se trouvent sur la carte de garantie.

Documenttranscriptie

gebruiksaanwijzing elektro oven mode d'emploi four electro OX6211L OX6292L Beschrijving van het apparaat Bedieningspaneel Bedrijfs controlelampje Oventhermostaat controlelampje Oventhermostaat bedieningsknop Ovenfunctie bedieningsknop Elektronisch programmeren Binnenkant oven 5 1 tot 4 Inzetniveaus (inzetniveau nr. 2 en 4 zijn uitgerust met telescopische geleiders) 4 5 Grill 3 6 Ventilator 2 7 Ovenlampje 1 8 Opening draaispit 6 7 8 Toebehoren vorken spit Rooster Braadslede greep frame draaispit Draaispit Bakplaat 2 ATAG Braadthermometer Inhoud Beschrijving van het apparaat ............................................................................ 2 Waarschuwingen en belangrijke veiligheidsinformatie......................................... 4 Bedieningsknoppen ........................................................................................... 8 Voordat u de oven in gebruik neemt ................................................................ 11 Elektronisch programmeren ............................................................................. 12 Gebruik van de oven ....................................................................................... 19 Kooktabellen ................................................................................................... 28 Reiniging en onderhoud ................................................................................... 31 Wat te doen als er iets fout gaat ...................................................................... 37 Technische gegevens ...................................................................................... 38 Instructies voor de installateur .......................................................................... 39 Instructies voor de inbouw ............................................................................... 41 Service en onderdelen ..................................................................................... 42 Handleiding voor de gebruiksaanwijzing Veiligheidsvoorschrift ) Stap-voor-stap-handleiding Adviezen Milieu-informatie Dit apparaat voldoet aan de volgende EU-richtlijnen. ATAG 3 Nederlands Waarschuwingen en belangrijke veiligheidsinformatie Deze aanwijzingen zijn bedoeld voor de veiligheid van de gebruikers en hun huisgenoten. Lees ze dus aandachtig door, voordat u het apparaat aansluit en/of in gebruik neemt. Bewaar de bij dit apparaat geleverde gebruiksaanwijzing zorgvuldig. Als het apparaat aan derden wordt geschonken of verkocht, of als u het apparaat bij verhuizing in de oude woning achterlaat, is het belangrijk dat de nieuwe gebruiker over deze gebruiksaanwijzing en de adviezen kan beschikken. Installatie • De installatie moeten worden uitgevoerd door een erkend installateur, met inachtneming van de geldende voorschriften. De afzonderlijke installatiewerkzaamheden zijn beschreven in de instructies voor de installateur. • Laat het apparaat installeren en aansluiten door een erkend installateur overeenkomstig de richtlijnen. • Ook eventuele voor de installatie noodzakelijke wijzigingen aan de elektriciteitsvoorziening moeten door een erkend installateur uitgevoerd worden. Bediening • Deze oven is ontworpen voor de bereiding van levensmiddelen; gebruik hem nooit voor andere doeleinden. • Pas bij het openen van de ovendeur (tijdens of aan het einde van de bereidingstijd) altijd op voor de hete luchtstroom die uit de oven komt. • Wees extra voorzichtig tijdens het gebruik van de oven. Door de grote hitte van de verwarmingselementen zijn de bakplaten en andere onderdelen erg heet. 4 ATAG • • • • • • • • • Let op! Bedek de oven nooit met aluminiumfolie en plaats geen bakblikken, ovenschotels en dergelijke op de bodem van de oven, anders kan het emaille van de oven door de opgebouwde hitte beschadigd raken. Indien u, om welke reden dan ook, aluminiumfolie in de oven gebruikt, laat dit dan nooit in direct contact komen met de bodem van de oven. Ga bij het reinigen van de oven voorzichtig te werk: sproei nooit vloeistof op de verwarmingselementen en de thermostaatsensor. Het is gevaarlijk veranderingen van welke aard ook aan te brengen aan het apparaat of aan de kenmerken ervan. Tijdens het bakken, braden en grillen worden het venster van de deur en de overige onderdelen van het apparaat erg heet. Houd kinderen daarom uit de buurt van het apparaat. Indien er elektrische apparaten worden aangesloten op stopcontacten in de buurt van de oven, let er dan op dat de aansluitsnoeren niet in aanraking komen met hete oppervlakken of vastgeklemd raken tussen de ovendeur. Gebruik altijd ovenwanten om hete vuurvaste schotels of schalen uit de oven te halen. De vorken en het spit zijn puntig en scherp. Als u er gebruik van maakt, doe het met zorg om verwonding te voorkomen. Regelmatig reinigen voorkomt dat het oppervlaktemateriaal van de oven achteruitgaat. Schakel voordat u de oven gaat reinigen de stroom uit of haal de stekker uit het stopcontact. ATAG 5 • Verzeker u ervan dat de oven in de stand “UIT” staat als hij niet meer wordt gebruikt. • Het apparaat mag niet worden gereinigd met een stoomreiniger. • Gebruik geen schuurmiddelen of scherpe metalen schrapers. Deze kunnen krassen veroorzaken op de ruit van de deur, waardoor het glas kan barsten. Veiligheid van personen • Dit apparaat is bestemd voor gebruik door volwassenen. Het is gevaarlijk om het door kinderen te laten gebruiken of hen ermee te laten spelen. • Houd kinderen uit de buurt, zolang de oven in werking is. Ook nadat u de oven heeft uitgeschakeld, blijft de deur nog lange tijd heet. • Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door kinderen of andere personen met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of een gebrek aan ervaring en kennis, tenzij dit plaatsvindt onder toezicht van een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon of tenzij zij van een dergelijke persoon instructies hebben ontvangen over het gebruik van het apparaat. Milieu-informatie • Gooi, nadat de oven is geïnstalleerd, de verpakking weg op een veilige en milieuvriendelijke wijze. • Wanneer een oud apparaat wordt afgedankt, moet het onbruikbaar worden gemaakt door het aansluitsnoer af te snijden. Verwijder alle vergrendelingen van de deur, om te voorkomen dat kinderen in de oven opgesloten kunnen raken. 6 ATAG Klantenservice • Laat inspectie- en/of herstelwerkzaamheden uitvoeren door de service-afdeling van de fabrikant of door een serviceafdeling die door de fabrikant geautoriseerd is en gebruik alleen originele onderdelen. • Probeer in geval van een storing of defect dit apparaat nooit zelf te repareren. Reparaties die door niet-deskundige personen uitgevoerd worden, kunnen tot schade of letsel leiden. Het symbool op het product of op de verpakking wijst erop dat dit product niet als huishoudafval mag worden behandeld. maar moet worden afgegeven bij een verzamelpunt waar elektrische en elektronische apparatuur wordt gerecycled. Als u ervoor zorgt dat dit product op de juiste manier wordt verwijderd, voorkomt u mogelijke negatieve gevolgen voor mens en milieu. die zich zouden kunnen voordoen in geval van verkeerde afvalverwerking. Voor gedetailleerdere informatie over het recyclen van dit product, kunt u contact opnemen met de gemeente, de gemeentereiniging of de winkel waar u het product hebt gekocht. ATAG 7 Bedieningsknoppen Ovenfuncties 0 De oven staat uit. Ovenlampje - Het ovenlampje brandt ook als er geen ovenfunctie is ingeschakeld. Onder- en bovenwarmte - De warmte komt van zowel de bovenste als de onderste verwarmingselementen, zodat er in de gehele ovenruimte een gelijkmatige temperatuur heerst. Bovenste verwarmingselement - De warmte komt uitsluitend van het bovenste verwarmingselement (buiten de sectie). Onderste verwarmingselement - De warmte komt alleen van het onderste verwarmingselement. Kleine grill - De kleine grill kan gebruikt worden om kleine hoeveelheden te grillen. Grill / Draaispit - Het draaispit kan worden gebruikt voor het grillen van vlees, kebabs of kleine stukken vlees aan een spit. Grote grill - Het gehele grillelement wordt ingeschakeld. Aanbevolen voor grotere hoeveelheden. Grillen met hetelucht - Deze functie biedt een alternatieve bereidingsmethode voor gerechten die anders met de normale grill bereid worden. Het grillelement en de hete lucht werken afwisselend, zodat de hete lucht rond de gerechten circuleert. Als u de functie grillen met hetelucht gebruikt, dient u een maximale temperatuur van 200°C te selecteren. Hetelucht- Bij deze instelling kunt u op verschillende bakplaten braden of tegelijkertijd braden en bakken, zonder dat er smaakoverdracht plaatsvindt. 8 ATAG Ontdooien - Deze instelling is geschikt voor het ontdooien van bevroren levensmiddelen. Bedrijfscontrolelampje Dit indicatielampje gaat branden zodra de functieknop wordt ingesteld. Oventhermostaat Draai de thermostaatknop naar rechts om een temperatuur tussen 50°C en 250°C te selecteren. Controlelampje oventhermostaat Het controlelampje van de thermostaat gaat branden als er aan de thermostaatknop wordt gedraaid. Het lampje blijft branden totdat de juiste temperatuur is bereikt. Daarna gaat het aan en uit, om aan te geven dat de temperatuur wordt gehandhaafd. Veiligheidsthermostaat Om te voorkomen dat de oven oververhit raakt (door onjuist gebruik van het apparaat of vanwege defecte onderdelen), is de oven voorzien van een veiligheidsthermostaat die indien nodig de stroomtoevoer onderbreekt. Zodra de temperatuur is gedaald, wordt de oven automatisch weer ingeschakeld. Als de veiligheidsthermostaat is geactiveerd vanwege onjuist gebruik van het apparaat, hoeft u (nadat de oven is afgekoeld) alleen de fout te verhelpen; Is de thermostaat daarentegen geactiveerd vanwege een defect onderdeel, neem dan contact op met onze service-afdeling. ATAG 9 Koelventilator De oven is voorzien van een koelventilator die het voorpaneel, de knoppen en de handgreep van de ovendeur koel houdt. Deventilator wordt nadat de oven enkele minuten inwerking is automatisch ingeschakeld. Via de opening aan de bovenkant van de deur wordt warme lucht naar buiten afgevoerd. Als de oven wordt uitgeschakeld kan de ventilator nog enige tijd draaien om de bedieningselementen koel te houden. Dit is volkomen normaal. De werking van de ventilator hangt af van hoe lang en op welke temperatuur de oven gebruikt is. Het is mogelijk dat de ventilator helemaal niet ingeschakeld wordt op lagere temperatuurinstellingen of als de oven maar korte tijd gebruikt is. 10 ATAG Voordat u de oven in gebruik neemt Verwijder al het verpakkingsmateriaal, zowel aan de buitenkant als aan de binnenkant, voordat u de oven gebruikt. Wanneer u de oven voor de eerste keer gaat gebruiken, moet deze eerst eenmaal leeg worden verwarmd. Gedurende deze tijd kunt u een onaangename geur waarnemen. Dit is volkomen normaal. en is volkomen normaal. Zorg ervoor dat de ruimte goed geventileerd is. De oven werkt pas nadat de klok is ingesteld. 1. Stel het tijdstip van de dag in met de optie elektronisch programmeren (zie hoofdstuk “Elektronisch programmeren”). 2. Draai de functieknop op bereiding met ) hetelucht . 3. Draai de thermostaatknop op 250°C. 4. Zet een raam open voor ventilatie. 5. Laat de lege oven ongeveer 45 minuten werken. Deze procedure dient herhaald te worden met de Grote grillfunctie en de functie Onder- en bovenwarmte , gedurende 5-10 minuten. Laat de oven daarna afkoelen. Maak een doek vochtig met warm water en wat mild reinigingsmiddel en reinig daarmee de binnenkant van de oven. Reinig voordat u de oven voor het eerst gebruikt ook zorgvuldig alle accessoires. Houd de handgreep altijd in het midden vast wanneer u de ovendeur opent. ATAG 11 Elektronisch programmeren 1 Tijd-toets 2 3 Min-toets Plus-toets 4 Functielampje Einde 5 Functielampje Duur 6 Functielampje Braadthermometer 7 Functielampje Kookwekker 8 Functielampje Tijd 9 Weergave De elektronisch programmeren heeft de volgende functies: • Weergave van de dagtijd • Kookwekker (alarm) • Automatische uitschakeling • Automatische in/uitschakeling • Bakthermometer De dagtijd instellen Na het aansluiten van de elektriciteit of na een stroomstoring knippert het functielampje Tijd . De tijd instellen 1. Met de of toetsen de huidige tijd instellen. 2. 5 seconden wachten: het apparaat staat nu in de normale bediening (gebruiksstand). Tijd instellen Tijd wijzigen of corrigeren 3. Tijd-toets net zo vaak indrukken totdat het Functielampje Tijd gaat knipperen. Om de juiste tijd in te stellen, volgt u stappen 1 en 2. Opmerking De dagtijd kan alleen gewijzigd worden als er geen automatische functies (bijv. automatisch inen uitschakelen) zijn geprogrammeerd. 12 ATAG Automatische uitschakeling Door de automatische uitschakeling wordt een ingeschakelde oven automatisch uitgeschakeld. Voorbeeld: De oven moet na 45 minuten uitschakelen. Procedure: 1. De oven inschakelen: Ovenfunctie en temperatuur kiezen. Gerecht in de oven plaatsen. 2. Automatische uitschakeling instellen (Duur) Tijd-toets net zo vaak indrukken totdat het functielampje Duur peren. gaat knip- Daarna de gewenste duur met de sen instellen. of toet- 3. 5 seconden wachten: het functielampje Duur brandt en de huidige tijd wordt opnieuw weergegeven. De programmering is hiermee voltooid. 4. Op het uitschakeltijdstip klinkt een signaaltoon, het functielampje Duur knippert, de tijdindicatie 0.00 knippert en de oven wordt uitgeschakeld. 5. Met een druk op een willekeurige toets wordt de signaaltoon uitgeschakeld en wordt de oven vrijgegeven. Schakel de oven altijd uit met de twee knoppen (oventhermostaat bedieningsknop en ovenfunctie bedieningsknop), omdat de oven anders weer opnieuw verhit wordt. Automatische uitschakeling instellen (Einde) 6. Gerecht uit de oven halen. ATAG 13 Correctie De programmering kan gecontroleerd of gecorrigeerd worden: Tijd-toets net zo vaak indrukken gaat kniptotdat het functielampje Duur peren. Daarna de correctie met de of toetsen instellen. Wissen Tijd-toets net zo vaak indrukken totdat het functielampje Duur gaat knipperen. toets “0.00” instellen. Daarna met de Opmerking In plaats van de functie “Duur” kan ook de functie “Einde” gebruikt worden om een uitschakeltijdstip (een tijdinstelling) op te geven. Vb: De oven moet om 13.05 uur uitschakelen. 14 ATAG Automatische in/uitschakeling U kunt de gebruiksduur en het gebruikseinde van de oven van tevoren programmeren. 1. Gerecht bereiden en in de oven plaatsen. Ovenfunctie en temperatuur volgens de tabel instellen. 2. Tijd-toets net zo vaak indrukken totdat het functielampje Duur gaat knipperen. Daarna de gewenste duur (in uren en minuten) met de of toetsen instellen. 3. Tijd-toets net zo vaak indrukken totdat gaat knipperen. het functielampje Einde Daarna een uitschakeltijdstip (een dagtijd) met de of toetsen instellen. 4. 5 seconden na het instellen wordt de programmering vastgelegd en gaan de beide linker functielampjes Duur en Einde branden en wordt de tijd weergegeven. 5. De oven wordt tot het geprogrammeerde tijdstip ingeschakeld en vervolgens uitgeschakeld. Nadat het gerecht klaar is en de oven uitgeschakeld is, knipperen de functielampjes Duur en Einde en verschijnt “0.00”. 6. Gerecht uit de oven nemen en de twee ovenknoppen (oventhermostaat bedieningsknop en ovenfunctie bedieningsknop) uitschakelen. 7. Druk een willekeurige knop in om de oven vrij te geven. Correctie Selecteer de betreffende functie met de Tijd-toets : als het betreffende functielampje knippert, kan de instelling gecorrigeerd worden. Wissen Tijd-toets net zo vaak indrukken totdat het functielampje Duur gaat knipperen. Daarna met de toets “0.00” instellen. Na 5 seconden wordt de tijd weergegeven. Opmerking De automatische functie mag alleen bij gerechten en levensmiddelen gebruikt worden, die zonder roeren of controleren gaar worden. ATAG 15 Kookwekker (alarm) De kookwekker werkt als een aftelklok. Nadat de ingestelde tijd is verstreken, klinkt er een signaaltoon. Procedure 1. Tijd-toets net zo vaak indrukken, totdat het functielampje Kookwekker gaat knipperen. 2. Met de of toetsen de gewenste kooktijd instellen (max: 2 uur en 30 minuten). 5 seconden wachten: het functielampje Kookwekker brandt constant. 3. Wanneer de tijd verstreken is, knipperen het functielampje Kookwekker en “0.00” op de displayen klinkt er een signaaltoon. Druk een willekeurige toets in om de signaaltoon uit te schakelen. Correctie De kookwekker kan gecontroleerd of gecorrigeerd worden: Tijd-toets net zo vaak indrukken, Kookwekker (alarm) instellen totdat het functielampje Kookwekker gaat knipperen. De instelling met de of toetsen corrigeren. Wissen Zoals in de vorige paragraaf is beschreven, alleen stelt u de tijd in op “0.00”. Opmerking De kookwekker heeft geen invloed op de werking van de oven. Hij kan onafhankelijk van een automatische functie gebruikt worden. Display uitschakelen Display uitschakelen 16 ATAG Het display kan alleen uitgeschakeld worden als er geen automatische functie is ingesteld. 1. Twee toetsen 5 seconden ingedrukt houden. De display schakelt uit. 2. Een willekeurige toets indrukken om de display weer in te schakelen. Braadthermometer Door de braadthermometer te gebruiken, wordt bij het braden van een groter stuk vlees de kerntemperatuur gemeten. Op deze manier kunt u het gewenste gaarpunt van het vlees vaststellen. De oven wordt bij het bereiken van de kerntemperatuur uitgeschakeld. De kerntemperatuur is afhankelijk van het soort vlees (zie tabel). Let op: Alleen de meegeleverde braadthermometer mag worden gebruikt. Bij vervanging alleen het originele vervangingsonderdeel gebruiken! 1. Steek de punt van de vleesthermometer volledig in het product dat gaar moet worden. De punt moet zich hierbij zo veel mogelijk in het midden van het product bevinden. Let er in het bijzonder bij gevogelte op, dat de braadthermometer in het vlees en niet in een holte of bot steekt. Het rooster of de braadpan met het te braden product in de oven zetten. 2. Stekker van de braadthermometer tot de eindaanslag in het stopcontact in de wand van de oven steken. 3. Met de toetsen of de gewenste kerntemperatuur instellen (30°C-99°C). De indicatie schakelt over naar de actuele kerntemperatuur. De kerntemperatuur wordt vanaf 30°C aangegeven. 4. Ovenfunctie en -temperatuur instellen. Zodra de ingestelde kerntemperatuur bereikt is, klinkt er een signaal en de oven schakelt automatisch uit. De ovenlamp gaat eveneens uit. 5. Op een willekeurige toets drukken om het geluidssignaal uit te schakelen. 6. De ovenfunctie bedieningsknop en de oventhermostaat bedieningsknop naar de uitstand draaien om de oven volledig uit te schakelen. ATAG 17 7. Stekker van de thermometer uit het stopcontact trekken en het gerecht uit de oven nemen. Waarschuwing: De braadthermometer is heet! Bij het uittrekken van de stekker en het uiteinde van de thermometer bestaat er verbrandingsgevaar! Keukenhandschoenen of pannenlappen gebruiken om verbranding te voorkomen. Wees zeer voorzichtig. Kerntemperatuur wijzigen – Tijd-toets indrukken. – Temperatuur eventueel met of wijzigen. Opmerking • De braadthermometer kan niet samen met de functies “Automatische uitschakeling” of “Automatische in/uitschakeling” gebruikt worden. • Let er bij gebruik altijd op dat de kabel van de braadthermometer niet in het hete product terecht komt! • Voor het braden van vlees met de braadthermometer zijn grote stukken vlees geschikt. Deze stukken bevatten zo mogelijk geen bot. De temperatuurmeting wordt door het bot bemoeilijkt en kan eventueel verkeerde temperatuurwaarden geven. Bij gevogelte en haas moet u erop letten, dat de braadthermometer in het vlees en niet in de botten of in een holte wordt gestoken. • Als de braadthermometer niet wordt gebruikt, dient hij uit het stopcontact gehaald te worden en buiten de oven bewaard te worden. • Als de braadthermometer is verwijderd, verschijnt zoals gebruikelijk de dagtijd. 18 ATAG Gebruik van de oven De oven is voorzien van een exclusief systeem dat zorgt voor een natuurlijke luchtcirculatie en een constante recirculatie van stoom. Dankzij dit systeem is het mogelijk om voedsel te bereiden in een stoom bevattende atmosfeer en worden de gerechten zacht van binnen en knapperig van buiten. Bovendien worden de bereidingstijd en het energieverbruik tot een minimum beperkt. Tijdens de bereiding kan er stoom ontstaan, die vrijkomt zodra u de ovendeur opent. Dit is volkomen normaal. Doe echter altijd een stap van de oven vandaan als u de ovendeur opent, zodat eventuele stoom of hitte naar buiten kan komen. Let op! - Plaats tijdens de bereiding geen voorwerpen op de bodem van de oven en dek geen onderdelen van de oven af met aluminiumfolie. Dit kan oververhitting veroorzaken, wat de bakresultaten beïnvloedt en het email van de oven kan beschadigen. Zet pannen, hittebestendige pannen en aluminium bakplaten altijd op het bakplaat dat in de geleiders is geschoven. Wanneer voedsel verwarmd wordt, ontstaat er stoom, net als in een ketel. Wanneer de stoom in aanraking komt met de glazen deur van de oven, wordt er condens gevormd en ontstaan er waterdruppels. Warm de lege oven altijd 10 minuten voor, om condensvorming te beperken. Wij adviseren u na elke bereiding de waterdruppels weg te vegen. Houd tijdens de bereiding de ovendeur altijd gesloten. Blijf op een veilige afstand als u de deur van de oven opent, zodat u niet in aanraking komt met de hete stoom uit de oven. Houd de deur vast aan de handgreep totdat deze helemaal geopend is en laat de handgreep niet eerder los. ATAG 19 De oven heeft vier inzetniveaus. Deze inzetniveaus worden geteld vanaf de bodem van de oven (zie afbeelding). Het is belangrijk dat deze bakplaten correct zijn geplaatst, zoals weergegeven in de afbeelding. Inzetniveau 2 en 4 zijn voorzien van volledig uitschuifbare, telescopische geleiders, die het plaatsen of verwijderen van bakplaten gemakkelijker maken. 1. Trek de rechter en linker telescopische geleiders helemaal naar buiten, zoals weergegeven op de afbeelding. 2. Plaats de bakplaat of de grillpan op de telescopische geleiders, duw ze daarna voorzichtig helemaal in de oven (zie afbeelding). Probeer niet om de ovendeur te sluiten als de telescopische geleiders niet volledig in de oven zitten. Hierdoor kunnen het emaille en het glas van de deur beschadigd raken. Let op: Telescopische geleiders en andere accessoires worden erg heet! gebruik ovenhandschoenen of dergelijke! Plaats kookgerei nooit direct op de bodem van de oven. Onder- bovenwarmte 1. Draai de functieknop van de oven op . 2. Draai de thermostaatknop op de gewenste temperatuur. De warmte wordt het beste verdeeld bij gebruik van het middelste niveau. Om het bruineren te verminderen, kunt u het rooster lager zetten. Om het bruineren te vermeerderen, zet u het rooster hoger. Het materiaal en de afwerking van de bakplaat en de schalen is van invloed op de mate waarin het voedsel een bruin korstje krijgt. Emailgoed, donkere of zware bakvormen en materiaal met een antiaanbaklaag zorgen voor een betere bruinering. Glazen ovenschalen en bakplaten van glanzend alumi20 ATAG nium of staal reflecteren de warmte en verminderen de bruinering. Zet gerechten altijd in het midden van het rooster, om een gelijkmatige bruining te garanderen. Plaats schalen op een bakplaat van de juiste afmeting, om te voorkomen dat er voedsel op de bodem van de oven wordt gemorst en ervoor te zorgen dat de oven gemakkelijker kan worden gereinigd. Plaats schalen, blikken of bakplaten nooit direct op de bodem van de oven, aangezien deze erg heet wordt en de pannen hierdoor beschadigd kunnen raken. Bij deze instelling komt de warmte van zowel het bovenste als het onderste element. Hiermee kunt u op één niveau gerechten bereiden, wat met name geschikt is voor gerechten die extra bruinering vergen, zoals quiches en hartige taarten. Gratins, lasagne en ovenschotels die extra bruinering aan de bovenkant vergen, kunnen ook prima worden bereid met boven- en onderwarmte. Bovenste verwarmingselement 1. Draai de functieknop van de oven op . 2. Draai de thermostaatknop op de gewenste temperatuur. De warmte komt alleen van de bovenkant van de oven, zodat u uw gerechten kunt klaarmaken zoals lasagne, gehakt met een korst, bloemkool met kaas, enz. Onderste verwarmingselement 1. Draai de functieknop van de oven op . 2. Draai de thermostaatknop op de gewenste temperatuur. Deze functie is uitermate geschikt voor het blind bakken van taartbodems. Tevens kan deze functie worden gebruikt om ervoor te zorgen dat het basisdeeg van quiches of hartige taarten gaar is. ATAG 21 Grillen De meeste gerechten kunnen het beste op het rooster in de grillpan worden geplaatst. Hierdoor wordt een maximale luchtcirculatie gerealiseerd en bevindt het voedsel zich niet in maar boven het vet en de vleessappen. Indien gewenst kunnen gerechten zoals vis, lever en niertjes direct op de grillpan worden geplaatst. Droog het voedsel vóór het grillen goed af, zodat het niet gaat spatten. Strijk mager vlees en vis licht in met een beetje olie of gesmolten boter, zodat de gerechten tijdens de bereiding mals blijven. Overige ingrediënten, zoals tomaten en champignons, kunnen tijdens het grillen van vlees onder de grill worden geplaatst Voor het roosteren van brood raden we u aan het bovenste inzetniveau te gebruiken. Indien nodig moet het voedsel tijdens de bereiding worden omgedraaid. Gebruik van de kleine grill De kleine grill zorgt voor snelle, directe hitte in het middelste gedeelte van de grillpan. Door de kleine grill te gebruiken voor de bereiding van kleinere hoeveelheden kunt u energie besparen. 1. Draai de functieknop van de oven op . 2. Draai de thermostaatknop op de gewenste temperatuur. 3. Pas het niveau van het rooster en de grillpan aan voor de verschillende diktes van het voedsel en volg de instructies voor het grillen. Het grillelement wordt geregeld door de thermostaat. Tijdens de bereiding gaat de grill aan en uit, om oververhitting te voorkomen. Hoe gebruikt u de grote grill 1. Draai de functieknop van de oven op . 2. Draai de thermostaatknop op de gewenste temperatuur. 3. Pas het niveau van het rooster en de grillpan aan voor de verschillende diktes van het voed- 22 ATAG sel. Plaats het voedsel dicht bij het element als u het snel wilt bereiden en iets verder weg voor een behoedzamer bereiding. Verwarm de grill een paar minuten voor op de hoogste stand, voordat u vlees gaat dichtschroeien of toast gaat maken. Pas indien nodig de warmteinstelling en de stand van het rooster tijdens het bereiden aan. Grill / Draaispit Ga als volgt te werk als u het draaispit wilt gebruiken: 1. Plaats het spitframe op de tweede geleider van beneden, zoals weergegeven in de afbeelding. 2. Plaats de eerste vork in het spit, prik het voedsel erop en zet dit vast door de tweede vork aan te brengen; zet de twee vorken vast met de speciale schroeven. 3. Plaats het uiteinde van het spit in de opening van de motor van het draaispit. Deze is duidelijk zichtbaar in het midden van de achterwand van de oven. 4. Plaats het voorste deel van het spit op het spitframe. 5. Schroef de greep los. 6. Draai de functieknop van de oven op en de thermostaatknop op de gewenste temperatuur. De vorken en het spit zijn puntig en scherp. Als u er gebruik van maakt, doe het met zorg om verwonding te voorkomen. Wij adviseren om op de eerste geleider van beneden een braadslede te plaatsen, nadat u hierin twee kopje water hebt gegoten. ATAG 23 Hoe gebruikt u de functie grillen met hetelucht “ Draai de functieknop van de oven op en stel de thermostaatknop in op de gewenste temperatuur. Deze functie biedt een alternatieve bereidingsmethode voor gerechten die anders met de normale grill bereid worden. Het grillelement en de hete lucht werken afwisselend, zodat de hete lucht rond de gerechten circuleert. Als u de functie grillen met hetelucht gebruikt, dient u een maximale temperatuur van 200°C te selecteren. Hoe gebruikt u de functie hetelucht Het voedsel wordt bereid met behulp van voorverwarmde lucht die gelijkmatig wordt rond geblazen in de oven door een circulair verwarmingselement in de achterwand van de oven zelf. Door een ventilator wordt de hetelucht in de oven verspreid. Dit betekent dat u tegelijkertijd verschillende soorten gerechten kunt bereiden, die op verschillende inzetniveaus zijn geplaatst. Hete lucht garandeert een snelle verwijdering van vocht en de drogere omgeving van de oven voorkomt dat de verschillende aroma’s en smaken van het ene gerecht naar het andere worden overgebracht. De mogelijkheid om gerechten op verschillende inzetniveaus te bereiden betekent dat u verschillende gerechten tegelijkertijd kunt bereiden; tot maximaal drie bakplaten koekjes en minipizza’s, om meteen op te eten of om ze vervolgens in te vriezen. Natuurlijk kan de oven ook gebruikt worden voor bereidingen op één niveau. Daarbij kunt u het best de laagste niveaus gebruiken, dan kunt u de voortgang makkelijker in de gaten houden. 24 ATAG Bovendien is de oven met name aanbevolen voor het steriliseren van jam en eigen- vruchten op siroop en om paddenstoelen en fruit te drogen. Hoe gebruikt u de functie ontdooien 1. Draai de functieknop van de oven op . 2. Controleer of de thermostaatknop van de oven op de stand UIT staat ( ). De ovenventilator werkt zonder warmte en laat lucht op kamertemperatuur in de oven circuleren. Deze functie is bijzonder geschikt om kwetsbare levensmiddelen te ontdooien, die door opwarmen beschadigd raken, bijvoorbeeld taarten met crèmevulling, ijstaarten, gebak, brood en bakwaren van gistdeeg. Adviezen De warmte wordt het beste verdeeld bij gebruik van het middelste niveau. Om het bruineren te verminderen, kunt u het rooster lager zetten. Om het bruineren te vermeerderen, zet u het rooster hoger. Het materiaal en de afwerking van de bakplaat en de schalen is van invloed op de mate waarin het voedsel een bruin korstje krijgt. Emailgoed, donkere of zware bakvormen en materiaal met een antiaanbaklaag zorgen voor een betere bruinering. Glazen ovenschalen en bakplaten van glanzend aluminium of staal reflecteren de warmte en verminderen de bruinering. Zet gerechten altijd in het midden van het rooster, om een gelijkmatige bruining te garanderen. Plaats schalen op een bakplaat van de juiste afmeting, om te voorkomen dat er voedsel op de bodem van de oven wordt gemorst en ervoor te zorgen dat de oven gemakkelijker kan worden gereinigd. Plaats schalen, bakblikken of bakplaten niet direct op de bodem van de oven, deze wordt erg heet en kan de schalen beschadigen. ATAG 25 Bakken: Taart en gebak vereisen gewoonlijk een gematigde temperatuur (150°C-200°C). Daarom is het nodig om de oven ongeveer 10 minuten voor te verwarmen. Doe de ovendeur niet open voordat driekwart van de baktijd is verstreken. Bak kruimeldeeg in een springvorm of op een bakblik tot tweederde van de baktijd. Vervolgens kunt u het garneren en afbakken. De verdere baktijd hangt af van de soort en hoeveelheid garnering of vulling. Biscuitdeeg moet moeilijk van de lepel lopen. De baktijd zou door te veel vloeistof onnodig langer duren. Als er twee bakblikken met gebak tegelijkertijd in de oven worden geplaatst, moet er tussen de blikken één niveau worden vrijgelaten. Als er twee bakblikken met gebak tegelijkertijd in de oven worden geplaatst, moeten deze na ongeveer tweederde van de baktijd worden omgewisseld en omgedraaid. Braden: Neem geen braadstukken die minder wegen dan 1 kg. Kleinere stukken kunnen tijdens het braden uitdrogen. Donker vlees, dat van buiten goed gebraden maar van binnen roze tot rood moet blijven, moet bij een hogere temperatuur (200°C-250°C) worden gebraden. Licht vlees, gevogelte en vis hebben daarentegen een lagere temperatuur (150°C-175°C) nodig. Doe bij een korte bereidingstijd de ingrediënten voor de saus of jus direct aan het begin in de braadslede. Heeft het gerecht een langere bereidingstijd nodig, voeg deze ingrediënten dan pas het laatste half uur toe. U kunt controleren of het vlees gaar is met behulp van een lepel: als het vlees niet kan worden ingedrukt, is het gaar. Rosbief en ossenhaas, die van binnen roze moeten blijven, moeten op een hogere temperatuur en in kortere tijd worden gebraden. Als u vlees direct op het rooster braadt, plaats dan de braadslede op het onderste niveau zodat de sap- 26 ATAG pen worden opgevangen. Laat het braadstuk minstens 15 minuten staan, zodat het vleesvocht niet kan weglopen. Om rookvorming in de oven te beperken, kunt u een beetje water in de braadslede gieten. Om condensvorming te voorkomen, een paar keer water toevoegen. Borden kunnen tot zij geserveerd worden in de oven op de laagste temperatuur warm gehouden worden. Let op! Bedek de oven nooit met aluminiumfolie en plaats geen bakblikken, ovenschotels en dergelijke op de bodem van de oven, anders kan het emaille van de oven door de opgebouwde hitte beschadigd raken. Bereidingstijden De bereidingstijden kunnen verschillen al naar gelang de samenstelling, ingrediënten en hoeveelheid vocht in de afzonderlijke gerechten. Noteer de instellingen van uw eerste bereidingsexperimenten, om ervaring op te doen als u deze gerechten later nog eens wilt bereiden. U kunt de aangegeven waarden in de tabellen aanpassen op basis van uw eigen ervaringen. ATAG 27 Kooktabellen Onder- en bovenwarmte en Hetelucht Tijden zijn exclusief voorverwarmen. De lege oven moet altijd 10 minuten worden voorverwarmd. GERECHT GEBAK Schuimtaart Zandkoekdeeg Kwarktaart Appeltaart (appelcake) Strudel Jamtaart Fruitcake Biscuitgebak Kerstcake Pruimentaart Kleine cake Koekjes Schuimpjes Koffiebroodjes Soesjes Taartjes BROOD EN PIZZA Wit brood Roggebrood Broodjes Pizza HARTIGE TAARTEN Hartige taart Groentetaart Quiche Lasagne Cannelloni VLEES Rund Varken Kalf Rosbief rood medium doorbakken Varkensschouder Varkensschenkel Lam Kip Kalkoen Eend Gans Konijn Haas Fazant Gehaktbrood VIS Forel/Zeebrasem Tonijn/Zalm Onder- en bovenwarmte Hetelucht Niveau temp. °C 2 2 1 1 2 2 2 1 1 1 3 2 2 2 2of 3 2 170 170 175 170 180 190 170 170 150 175 170 160 135 200 210 180 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 1 1 2 2 195 190 200 200 2 2 1 2 2 Bereidingstijd in minuten OPMERKINGEN Niveau temp. °C (1en 3)* (1en 3)* 160 160 165 160 160 180 150 165 150 160 160 150 150 190 170 170 45-60 20-30 60-80 90-120 60-80 40-45 60-70 30-40 120-150 50-60 20-35 20-30 60-90 12~20 25-35 45-70 In cakevorm In cakevorm In cakevorm In cakevorm Op bakplaat In cakevorm In cakevorm In cakevorm In cakevorm In broodvorm Op bakplaat Op bakplaat Op bakplaat Op bakplaat Op bakplaat In cakevorm 2 1 2 (1en 3)* 2 185 180 175 200 60-70 30-45 25-40 20-30 In broodvorm Op bakplaat Op bakplaat 200 200 210 200 200 2 (1en 3)* 2 (1en 3)* 1 2 2 175 175 190 200 200 40-50 45-60 30-40 25-35 25-35 In In In In In 2 2 2 190 180 190 2 2 2 175 175 175 50-70 100-130 90-120 Op rooster Op rooster Op rooster 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 210 210 210 180 180 190 190 180 175 175 190 190 190 180 2 2 2 2 2 2 2 2 2 1 2 2 2 2 200 200 200 170 160 175 200 160 220 160 175 175 175 170 50-60 60-70 70-80 120-150 100-120 110-130 70-85 210-240 120-150 150-200 60-80 150-200 90-120 tot.150 Op rooster Op rooster Op rooster Met zwoerd 2 stuks Bout Heel Heel Heel Heel In stukken In stukken Heel in broodvorm 2 2 190 190 2 (1en 3)* 2 (1en 3)* 175 175 40-55 35-60 3-4 vissen 4-6 filets 4 3 2 1 4 3 2 1 (1en 3)* (1en 3)* (1en 3)* (1en 3)* (1en 3)* (1en 3)* bakvorm bakvorm bakvorm bakvorm bakvorm De aangegeven temperaturen zijn richtlijnen. Misschien moeten de temperaturen aangepast worden aan persoonlijke wensen. (*) Als u gelijktijdig meer dan een gerecht wilt bereiden, adviseren wij u deze op de tussen haakjes aangegeven inzetniveaus te plaatsen. 28 ATAG Tijden zijn exclusief voorverwarmen. De lege oven altijd 10 minuten voorverwarmen. Grillen Hoeveelheid GERECHT Stuks gr. 4 4 8 4 2 4 4 6 800 600 / 600 1000 / 400 600 4 4~6 4~6 400 / / Tournedos Biefstuk Worstjes Varkenskarbonades Kip (in twee helften) Kebabs Kip (borst) Hamburger* * Voorverwarmen 5’00'’ Vis (filets) Sandwiches Toast Bereidingstijd (minuten) Grillen 4 3 2 1 temp.°C 1e kant 2e kant 3 3 3 3 3 3 3 2 250 250 250 250 250 250 250 250 12~15 10~12 12~15 12~16 30~35 10~15 12~15 20-30 12~14 6~8 10~12 12~14 25~30 10~12 12~14 3 3 3 250 250 250 12~14 5~7 2~4 10~12 / 2~3 Niveau Grillen met hetelucht Als u de functie grillen met hetelucht gebruikt, dient u een maximale temperatuur van 200°C te selecteren. GERECHT Opgerolde braadstukken (kalkoen) Kip (in twee helften) Kippenpoten Kwartel Groentegratin Sint Jacobsschelpen Makreel Vismoten Hoeveelheid (gr.) Niveau 1000 1000 500 800 3 3 3 3 3 3 3 3 Temp. °C 4 3 2 1 200 200 200 200 200 200 200 200 Bereidingstijd (minuten) Onder Boven kant kant 30 ~ 40 25 ~ 30 15 ~ 20 25 ~ 30 20 ~ 25 15 ~ 20 15 ~ 20 12 ~ 15 20 ~ 30 20 ~ 30 15 ~ 18 20 ~ 25 10 ~ 15 8 ~ 10 ATAG 29 Grill / Draaispit GERECHT Hoeveelheid (gr.) Niveau 4 Temp. °C Gevogelte Braadstukken 1000 800 2 2 250 250 3 2 1 Bereidingstijd in minuten 50/60 50/60 De aangegeven temperaturen zijn richtlijnen. Misschien moeten de temperaturen aangepast worden aan persoonlijke wensen. Braadthermometertabel Levensmiddel Roastbeef, rood Roastbeef, medium Roastbeef, doorbakken * Varkensbraadstuk* * Varkensbraadstuk* Gehaktbrood Gehaktbrood Kalfsbraadstuk Kip, hele* Eend** Gans** Rundvlees Leverkaas Kalkoen** Vis in aluminiumfolie Hert * Gewicht Temperatur g °C 1000 1000 1000 2000 1000 1500 2500 1500 1000 2000 4000 2000 2000 5000 1000 1500 220 220 220 180 180 180 160 180 180 180 180 180 140 180 220 180 Ovenfunctie Onder- en bovenwarmte Onder- en bovenwarmte Onder- en bovenwarmte Hetelucht Hetelucht Onder- en bovenwarmte Onder- en bovenwarmte Onder- en bovenwarmte Onder- en bovenwarmte Hetelucht Hetelucht Onder- en bovenwarmte Hetelucht Hetelucht Grillen met hete lucht Onder- en bovenwarmte KernBereitemperatur dingstijd °C min ca. 45°C 65°C 78°C 85°C 85°C 78°C 78°C 74°C 98°C 95°C 95°C 95°C 65°C 85°C 68°C 95°C 45'-55' 60'-70' 75'-85' 155'-165' 100'-110' 85'-95' 105'-115' 75'-85' 85'-95' 110'-120' 150'-160' 210'-220' 100'-110' 170'-180' 25'-35' 180'-190' Omdat het zwoerd aan het varkensbraadstuk vochtig blijft, moet u het gerecht nog even nagrillen. ** Gans, eend, kalkoen: Giet 1 liter water in de braadslede en schuif deze op de eerste braadniveau in de oven. Na 2/3 van de braadtijd de gans, eend of kalkoen keren. De botten mogen niet in aanraking komen met de braadthermometer. 30 ATAG Reiniging en onderhoud Trek voordat u de oven gaat schoonmaken altijd eerst de stekker uit het stopcontact en laat de oven afkoelen. Het apparaat mag niet worden gereinigd met een stoomreiniger. Zorg ervoor dat de oven altijd schoon is. Vet- of voedselresten in de oven kunnen brand veroorzaken (met name in de grillpan). Let op: Voordat u de oven gaat reinigen, moet de stekker van het apparaat uit het stopcontact worden gehaald. Voor een lange levensduur van het apparaat is het noodzakelijk de volgende reinigingswerkzaamheden regelmatig uit de voeren: - Maak de oven pas schoon als deze is afgekoeld. - Maak de geëmailleerde delen schoon met een sopje. - Gebruik geen schuurmiddelen. - Droog de onderdelen van roestvrij staal en de glasplaat met een zachte doek. - Gebruik bij hardnekkige vlekken normaal verkrijgbare reinigingsmiddelen voor roestvrij staal of warme azijn. Het emaille van de oven is uiterst duurzaam en in hoge mate resistent. De inwerking van hete fruitzuren (citroenen, pruimen of dergelijke) kunnen echter op de oppervlakken van emaille blijvende matte en ruwe vlekken achterlaten. Dergelijke vlekken op het hoogglanzende oppervlak van het emaille hebben echter geen invloed op de functies van de oven. Reinig de oven grondig na elk gebruik. Zo kunt u verontreinigingen het makkelijkst verwijderen. Verder inbranden wordt daardoor voorkomen. ATAG 31 Reinigingsmiddelen Controleer voordat u een reinigingsmiddel gaat gebruiken altijd of dit geschikt is voor uw oven en of de toepassing door de fabrikant wordt aanbevolen. Reinigingsmiddelen met bleekmiddel mogen NIET worden gebruikt, aangezien deze de toplaag van de oppervlakken dof kunnen maken. Gebruik geen agressieve schuurmiddelen. Buitenkant reinigen Neem regelmatig het bedieningspaneel, de ovendeur en de afdichting af met een zachte, goed uitgewrongen doek met warm water en wat vloeibaar reinigingsmiddel. Om beschadigen of verzwakken van de glasplaten van de deur te voorkomen, moet u het gebruik van de volgende producten vermijden: • Was- en bleekmiddelen • Geïmpregneerde sponsjes die niet geschikt zijn voor pannen met antiaanbaklaag • Schuursponsjes van staalwol • Chemische ovensponsjes of spuitbussen • Roestverwijderaars • Vlekkenverwijderaars voor bad en gootsteen Reinig het venster aan de binnen- en buitenkant met een warm sopje. Mocht het binnenvenster van de deur erg verontreinigd zijn, dan is het gebruik van een speciaal reinigingsmiddel aan te bevelen. Gebruik geen verfkrabber om aangekoekt vuil te verwijderen. Binnenkant oven De emaillen bodem van de oven kunt u het beste reinigen terwijl de oven nog warm is. Veeg de oven na elk gebruik schoon met een zachte doek gedrenkt in warm water met een afwasmiddel. Af en toe moet de oven grondiger worden gereinigd. Gebruik daarvoor een in de handel verkrijgbare ovenreiniger. 32 ATAG Ovendeur reinigen Deze aanwijzingen hebben betrekking op de ovendeur, zoals die door de fabrikant is geleverd. Als de draairichting van de ovendeur op uw verzoek of bij de installatie veranderd is, moeten de indicaties rechts/links toegepast worden op de andere kant. Wij adviseren u de beide binnenpanalen van de deur te verwijderen, voordat u de ovendeur gaat reinigen. Volg de volgende aanwijzing a.u.b. op. A Afb. 1: Houd met beide handen de geperforeerde Afb. 1 plaat A vast op de juiste plaats en duw (omhoog) de plaat eruit. B Afb. 2: Houd het binnenruit B met beide handen goed vast en duw (omhoog) de ruit eruit. Houd de ruit B goed vast, zodat het niet kan kantelen en eruit kan vallen. Afb. 2 ATAG 33 Afb. 3: Houd vervolgens met beide handen het C Afb. 3 A Afb. 4 34 ATAG tweede binnenruit C goed vast en duw (omhoog) de ruit eruit. Nadat de binnenruiten zijn verwijderd, kunt u deur en de ruiten schoonmaken. De glasplaten alleen schoonmaken met warm water. Geen ruwe lappen, schuursponsjes, staalwol, zuren of schuurmiddelen gebruiken, om de oppervlakken van de glasplaten en de deur niet te beschadigen. Na het schoonmaken de binnenruiten weer op hun plaats zetten. Om de binnenruit C (met zijdecor langs het frame) correct te bevestigen, moet de kant met de streepmarkering naar de oven toe geplaatst worden zodat als u het oppervlak aanraakt, de lichte ribbeling van de afscherming voelbaar is. Om de binnenruit B (met zijdecor aan de zijkanten) correct te bevestigen, moet de kant met de streepmarkering naar de ovendeur toe geplaatst worden zodat als u het oppervlak aanraakt, de licht ribbeling van de afscherming niet voelbaar is. Na het reinigen van de binnenruiten: Afb. 4: breng de geperforeerde plaat A weer aan op de oorspronkelijke plaats en controleer of alles goed bevestigd is. Apparaten van roestvrij staal of aluminium Wij raden aan de ovendeur alleen met een natte spons te reinigen en daarna met een zachte doek af te drogen. Gebruik geen schurende voorwerpen, zuren of schuurmiddelen, want die kunnen het oppervlak beschadigen. Reinig de kap even zorgvuldig. Reinig de ovendeur NIET als de glasplaten nog warm zijn. Als deze voorzorgsmaatregel niet wordt nageleefd, kan de glasplaat barsten. Als de glasplaat van de deur gebarsten is of diepe krassen heeft, wordt het glas minder sterk en moet het worden vervangen om te voorkomen dat het breekt. Neem contact op met onze reparatieafdeling, die u graag advies zal geven. Indien nodig kan de ovendeur worden omgedraaid. Deze handleiding mag UITSLUITEND worden uitgevoerd door een geautoriseerd installateur. Neem contact op met uw dealer voor instructies. Klanten worden geadviseerd deze handeling niet zelf uit te voeren. Klachten die voortvloeien door de draairichting van de deur te veranderen, zijn uitgesloten van de garantie. ATAG levert diverse reinigingsmiddelen onder de naam ATAG Shine. U kunt deze bestellen via de website: www.hps.nl. Op deze website staan bovendien diverse reinigings- en bedieningstips voor het apparaat. Ovengeleiders en telescopische geleiders Laat de oven eerst volledig afkoelen en trek de stekker uit het stopcontact. U kunt de geleiders verwijderen, zodat ze gemakkelijk kunnen worden gereinigd. Ga hiervoor als volgt te werk: 1. verwijder de voorste schroef terwijl u met de andere hand de geleider vasthoudt (zie afbeelding). 2. maak de achterste haak los en neem de geleider eruit. Doe hetzelfde aan de andere kant van de oven (zie afbeelding). Reiniging Reinig de set geleiders aan de buitenkant alleen met in de handel verkrijgbare reinigingsmiddelen. Goed afspoelen en met een zachte doek afdrogen. De telescopische geleiders mogen niet in de afwasmachine worden gewassen. Als u de geleiders reinigt, dient u niet het smeermiddel achter de telescopische geleiders te verwijderen. Dit smeermiddel is bedoeld om ervoor te zorgen dat de geleiders goed werken. ) ATAG 35 3. Zodra u klaar bent met reinigen, dient u de geleiders in omgekeerde volgorde van de procedure weer aan te brengen. Zorg ervoor dat de borgmoeren van de geleider goed vastgedraaid zijn. Het ovenlampje vervangen Haal de stekker uit het stopcontact Als het ovenlampje moet worden vervangen, moet het nieuwe lampje voldoen aan de volgende eisen: Vermogen: 25 W, Voltage: 230 V (50 Hz), Hittebestendig tot 300 °C, Soort aansluiting: E14. Deze lampjes zijn verkrijgbaar bij onze service-afdeling. Het defecte lampje vervangen: 1. Zorg ervoor dat de stekker uit het stopcontact is gehaald. 2. Druk het glazen dekseltje in en draai het tegen de klok in. 3. Verwijder het kapotte lampje en vervang dit door een nieuw. 4. Zet het glazen dekseltje terug en steek de stekker weer in het stopcontact. ) 36 ATAG Wat te doen als er iets fout gaat Als het apparaat niet goed werkt, lees dan eerst de onderstaande aanwijzingen door, voordat u contact opneemt met onze service-afdeling. PROBLEEM OPLOSSING „ De oven schakelt niet in. ‹ Controleer of de bereidingsfunctie en de temperatuur zijn ingesteld. of ‹ Controleer of het apparaat goed is aangesloten en de zekering in de huisinstallatie in orde is. of ‹ Controleer of het tijdstip van de dag met de optie elektronisch programmeren is ingesteld. „ Het controlelampje van de thermostaat gaat niet branden. ‹ Stel de temperatuur met de functieknop van de oven in. of ‹ Stel een functie in met de functieknop. „ De ovenverlichting gaat niet branden. ‹ Stel een functie in met de thermostaatknop. of ‹Controleer het lampje en vervang het indien nodig (zie de paragraaf “Het ovenlampje vervangen”). „ De bereiding van de gerechten duurt te lang of de gerechten worden te snel gaar. ‹ De temperatuur moet aangepast worden. of ‹Neem de aanwijzingen en tips in deze handleiding goed door, met name het hoofdstuk “Gebruik van de oven”. „ Stoom en condenswater slaan neer op de gerechten en de deur van de oven. ‹ Laat de gerechten na afloop van de bereiding niet langer dan 15-20 minuten in de oven staan. „ De elektronisch programmeren toont ongewone waarden of een ongedefinieerde schakelverhouding. ‹ Bij eventuele storing van de elektronisch programmeren de ovenbeveiliging in de schakelkast een paar minuten uitschakelen. Daarna de tijd instellen. „ Op de display verschijnt “12.00” en het functielampje Tijd knippert? ‹Bij de eerste aansluiting aan de elektriciteit of bij een Op de display verschijnt F11. ‹De braadthermometer heeft kortsluiting of de stekker „ stroomuitval worden alle ingestelde tijden gewist. Stel een tijd in, aangezien dit nodig is bij het gebruik van de oven. van de thermometer zit niet stevig in het stopcontact. De stekker van de braadthermometer tot aan het einde in het stopcontact in de wand van de oven steken. ATAG 37 Technische gegevens Vermogen verwarmingselementen Onderste verwarmingselement Bovenwarmte 1000 W 800 W Boven-/onderwarmte 1800 W Kleine grill 1650 W Grote oppervlakte grill 2450 W Grillen met hetelucht 2475 W Gebruik met hete lucht 2000 W Ovenlampje 25 W Ovenventilator 25 W Koelventilator 25 W Draaispitmotor 4W Totale aansluitwaarde Spanning (50 Hz) 2525 W 230 V Inbouw Hoogte onder bovenkant 585 mm in kolom 580 mm Breedte 560 mm Diepte 550 mm Oven 38 ATAG Hoogte 335 mm Breedte 395 mm Diepte Inhoud oven 400 mm 53 l Instructies voor de installateur Inbouw en installatie moeten uitgevoerd worden met strikte inachtneming van de geldende voorschriften. Elke ingreep mag slechts plaatsvinden als het apparaat uitgeschakeld is. Ingrepen mogen uitsluitend verricht worden door een erkend installateur. De fabrikant kan niet aansprakelijk gesteld worden als de veiligheidsvoorschriften niet opgevolgd worden. Aansluiten op netstroom Let voor het aansluiten op het volgende: - De zekering en de huisinstallatie moeten op de max. belasting van het apparaat berekend zijn (zie typeplaatje). - De huisinstallatie moet voorzien zijn van een aardaansluiting overeenkomstig de geldende voorschriften. - De wandcontactdoos (type Perilex als de oven is uitgevoerd in combinatie met een elektrische kookplaat) en de meerpolige installatieautomaat of groepsschakelaar moeten ook na installatie van het apparaat makkelijk bereikbaar zijn. Het apparaat wordt geleverd met een aansluitsnoer waarop een standaard stekker is bevestigd, die geschikt is voor de totale aangegeven elektrische spanning die op het typeplaatje staat. De stekker moet in een geschikte wandcontactdoos worden gestoken. Indien u een directe aansluiting op de elektriciteitsvoorziening (hoofdleiding) wenst, moet u tussen het apparaat en de hoofdleiding een omnipolaire schakelaar met een minimumafstand van 3 mm tussen de contactpunten monteren. Deze schakelaar moet geschikt zijn voor de vereiste belasting en voldoen aan de geldende voorschriften. De groengele aardingsdraad mag niet onderbroken worden door de schakelaar en moet 2-3 cm. langer te zijn dan de andere draden. ATAG 39 Het aansluitsnoer moet worden aangesloten op een geaarde wandcontactdoos (230 V~, 50 Hz type Perilex als de oven is uitgevoerd met een elektrische kookplaat). Deze wandcontactdoos moet overeenkomstig de voorschriften geïnstalleerd zijn. De volgende typen aansluitsnoeren zijn geschikt, met inachtneming van de nominale doorsneden: H07 RN-F, H05 RN-F, H05 RR-F, H05 VV-F, H05 V2V2-F (T90), H05 BB-F. Het aansluitsnoer moet in ieder geval zodanig geplaatst zijn, dat het nergens 50°C (boven kamertemperatuur) bereikt. Na de aansluiting moeten de verwarmingselementen gecontroleerd worden, door ze ongeveer 3 minuten te laten werken. Klemmenbord De oven is voorzien van een makkelijk toegankelijk klemmenbord, dat berekend is voor de werking op een eenfase-stroomvoorziening van 230 V. Letter L - Onder stroom staande klem Letter N - Neutrale klem - Aardeklem of E 40 ATAG Instructies voor de inbouw Voor een onberispelijke werking van het ingebouwde apparaat moet het inbouwmeubel resp. de uitsparing waarin het apparaat moet worden ingebouwd geschikte afmetingen hebben. In overeenstemming met de geldende voorschriften moeten alle delen, die de bescherming tegen aanraking van onder spanning staande en geïsoleerde delen garanderen, zodanig bevestigd zijn, dat ze niet zonder gereedschap verwijderd kunnen worden. Hierbij hoort ook de bevestiging van eventuele afsluitende kanten aan het begin of einde van een rij inbouwapparaten. De bescherming tegen aanraking moet in ieder geval door het inbouwen gegarandeerd zijn. Het apparaat kan met de achterkant resp. zijkant tegen hogere keukenmeubelen, apparaten of wanden geplaatst worden. Aan de andere zijkant mogen er echter geen andere apparaten of meubelen van dezelfde hoogte als het apparaat geplaatst worden. Afb. 5 IN 550 M 560 -5 585 Afb. 6 Afmetingen oven (afb. 5) Instructies voor de inbouw 0 10 80÷ 70 Voor een onberispelijke werking van het ingebouwde apparaat moet het inbouwmeubel resp. de uitsparing waarin het apparaat moet worden ingebouwd geschikte afmetingen hebben (afb. 6-7). Afb. 7 Bevestiging in het meubel 1. Open de ovendeur. 2. Bevestig de oven aan het meubel door de vier afstandhouders te plaatsen (afb. 8 - A), die precies in de daarvoor bedoelde gaten van het frame passen en deze vervolgens met de vier meegeleverde houtschroeven (afb. 8 - B) te bevestigen. Afb. 8 ATAG 41 Service en onderdelen Als na de controles opgesomd in hoofdstuk “Wat te doen als er iets fout gaat”, het apparaat nog steeds niet correct werkt, dient u contact op te nemen met onze service-afdeling en de volgende gegevens door te geven die op het typeplaatje staan: de specifieke klacht, het model van het apparaat (Mod.), het productnummer (Prod. nr.) en het serienummer (Serie nr.). Dit plaatje bevindt zich op de rand aan de voorkant van de binnenkant van de oven. De originele onderdelen, die door de fabrikant gecertificeerd zijn, zijn alleen verkrijgbaar bij geautoriseerde onderdelenwinkels. 42 ATAG Adressen en telefoonnummers van serviceorganisatie vindt u op de garantiekaart. de 359052301 / gba 88022340 03/08 R.A Les adresses et les numéros de téléphone du service après-vente se trouvent sur la carte de garantie.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84

Atag OX6292L Handleiding

Type
Handleiding

in andere talen