Sony HVL-F58AM de handleiding

Categorie
Camera knippert
Type
de handleiding
NL
2
Voordat u het product gebruikt, moet u deze gebruiksaanwijzing aandachtig
doorlezen. Bewaar de gebruiksaanwijzing voor het geval u deze later als
referentiemateriaal nodig hebt.
Om het gevaar van brand of elektrische schokken te verkleinen, mag het apparaat
niet worden blootgesteld aan regen of vocht.
Plak de contacten van een lithiumbatterij af met plakband om kortsluiting te
voorkomen wanneer u de batterij weggooit. Houd u aan de plaatselijke regels voor
het wegwerpen van batterijen.
Houd batterijen en andere voorwerpen die ingeslikt kunnen worden uit de buurt van
jonge kinderen. Raadpleeg onmiddellijk een arts als een voorwerp per ongeluk
wordt ingeslikt.
Verwijder de batterijen onmiddellijk en gebruik het apparaat niet meer als...
• het product is gevallen of blootgesteld aan een schok waarbij het inwendige
zichtbaar is geworden.
• het product een vreemde geur, hitte of rook afgeeft.
Demonteer het apparaat niet. U kunt een elektrische schok krijgen wanneer u in het
product een circuit met een hoog voltage aanraakt.
Nederlands
WAARSCHUWING
3
NL
Door onjuist gebruik kunnen batterijen heet worden of
exploderen.
Gebruik alleen de batterijen die in deze gebruiksaanwijzing
worden vermeld.
Plaats de batterijen met de polen (+/-) op de juiste plaats.
Stel batterijen niet bloot aan vuur of hoge temperaturen.
Probeer batterijen niet op te laden (met uitzondering van
oplaadbare batterijen), kort te sluiten of te openen.
Gebruik altijd batterijen van hetzelfde type en hetzelfde
merk. Gebruik geen oude en nieuwe batterijen door elkaar.
NL
NL
4
VOORZICHTIG
Raak tijdens het gebruik de lamp van de flitser niet aan. Deze kan heet worden
wanneer er wordt geflitst.
Voor klanten in Europa
Verwijdering van oude elektrische en elektronische
apparaten (Toepasbaar in de Europese Unie en andere
Europese landen met gescheiden ophaalsystemen)
Het symbool op het product of op de verpakking wijst erop dat dit
product niet als huishoudelijk afval mag worden behandeld. Het
moet echter naar een plaats worden gebracht waar elektrische en
elektronische apparatuur wordt gerecycled. Als u ervoor zorgt dat
dit product op de correcte manier wordt verwijderd, voorkomt u
voor mens en milieu negatieve gevolgen die zich zouden kunnen
voordoen in geval van verkeerde afvalbehandeling. De recycling
van materialen draagt bij tot het vrijwaren van natuurlijke bronnen.
Voor meer details in verband met het recyclen van dit product,
neemt u contact op met de gemeentelijke instanties, het bedrijf of
de dienst belast met de verwijdering van huishoudafval of de
winkel waar u het product hebt gekocht.
Kennisgeving voor klanten in de landen waar EU-
richtlijnen van toepassing zijn
De fabrikant van dit product is Sony Corporation, 1-7-1 Konan Minato-ku Tokyo,
108-0075 Japan. De geautoriseerde vertegenwoordiger voor EMC en
productveiligheid is Sony Deutschland GmbH, Hedelfinger Strasse 61, 70327
Stuttgart, Duitsland. Voor kwesties met betrekking tot service of garantie kunt u het
adres in de afzonderlijke service- en garantiedocumenten gebruiken.
5
NL
Inhoud
Kenmerken ............................................................................................... 8
Namen van de onderdelen ....................................................................... 9
Voorbereidingen
Batterijen plaatsen ................................................................................. 14
De flitser bevestigen en verwijderen ..................................................... 17
De flitser aanzetten ................................................................................ 19
Flitsmodus wijzigen ............................................................................... 21
LCD-schermverlichting ......................................................................... 23
Basishandelingen
Programma automatisch flitsen (basishandelingen) .............................. 24
Flitsen in de verschillende opnamemodi van de camera ....................... 28
Toepassingen
Testflitsen .............................................................................................. 30
Zoom-flitsdekking ................................................................................. 31
Indirecte flits .......................................................................................... 35
Close-upfotografie (omlaag flitsen) ....................................................... 40
Handmatig flitsen (M) ........................................................................... 42
Hogesnelheidsync (HSS) ....................................................................... 46
Meervoudig flitsen (MULTI) ................................................................ 47
Modus voor draadloos flitsen (WL) ...................................................... 53
Camera en flitser aansluiten met een kabel ........................................... 68
Gebruik van de externe batterijadapter .................................................. 70
AF-lamp ................................................................................................. 71
Standaardinstellingen herstellen ............................................................ 72
Aangepaste instelling ............................................................................. 73
NL
6
Aanvullende informatie
Opmerkingen bij het gebruik ................................................................. 80
Onderhoud ............................................................................................. 82
Technische gegevens ............................................................................. 83
7
NL
Voor gebruik
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing bij uw camera voor meer informatie.
Deze flitser is niet waterdicht, spatbestendig of stofbestendig.
Plaats deze flitser niet op de volgende locaties
Plaats deze flitser niet op de volgende locaties, ongeacht of deze wordt gebruikt of
wordt opgeborgen. Hierdoor kan een storing optreden.
• Als u deze flitser neerzet op plaatsen waar deze wordt blootgesteld aan direct
zonlicht, zoals op het dashboard of in de buurt van een verwarming, kan deze
vervormd of defect raken.
• Plaatsen waar sterke trillingen optreden
• Plaatsen met een sterk elektromagnetisch veld
• Plaatsen met veel zand
Bescherm het apparaat tegen zand en stof op plaatsen zoals het strand of
gebieden waar veel zand is of waar stofwolken kunnen ontstaan.
Hierdoor kan een storing optreden.
NL
8
Kenmerken
* Als de Sony digitale spiegelreflexcamera met één lens (behalve de DSLR-A100)
wordt gebruikt.
De HVL-F58AM is een functionele opzetflitser met een hoog
vermogen bij een richtgetal van 58 (positie 105 mm, ISO 100 · m).
, pagina83
Deze kan in combinatie met compatibele lenzen worden
gebruikt voor het uitvoeren van ADI (Advanced Distance
Integration)-flitsmetingen, die niet worden beïnvloed door het
reflectiepercentage van de achtergrond of het onderwerp.
, pagina42
Gebruik van hogesnelheidsync mogelijk. , pagina46
Met de functie voor snelle verschuiving
bij indirect flitsen kunt u tijdens het
fotograferen met indirect flitsen de
flitser snel naar boven of naar de
zijkant richten.
, pagina35
Met het ingebouwde plaatje voor indirect flitsen kunt u een
schittering in de ogen van uw onderwerp creëren.
, pagina35
Voorzien van een breed, duidelijk afleesbaar LCD-scherm. , pagina12
Deze flitser ondersteunt flitsdekking tot een brandpuntsafstand
van 16 mm als er wordt geflitst, via de ingebouwde
groothoekadapter.
, pagina33
De flitser corrigeert automatisch de witbalans door gebruik te
maken van de informatie over de kleurtemperatuur.*
, pagina27
De optimale flitsdekking wordt aan de
afbeeldingssensorgrootte van de camera aangepast.*
, pagina31
9
NL
Namen van de onderdelen
A Ingebouwde groothoekadapter
(pagina 33)
B Flitslamp
C Ontvanger voor signalen van de
draadloze afstandsbediening
(pagina 53)
D AF-lamp (pagina 71)
Verwijder de beschermfolie van de
voorzijde van de AF-lamp voordat u
deze gebruikt.
E Montagevoet (pagina 17)
F Kapje van de aansluiting
(pagina 68, 70)
G Plaatje voor indirect flitsen
(pagina 35)
NL
10
H Indicator indirect flitsen
(verticale hoek) (pagina 35)
I LCD-scherm (pagina 12)
J Bedieningspaneel (pagina 11)
K Indicator indirect flitsen
(horizontale hoek) (pagina 35)
L Ontgrendelknop montagevoet
(pagina 18)
M Deksel batterijhouder
(pagina 14)
N Mini-standaard (pagina 56)
* Statiefbevestiging
*
11
NL
Bedieningspaneel
A Toets TTL/M (MANUAL/MULTI)
(pagina 43, 47, 60, 65, 72)
B Toets MODE (pagina 21)
C Toets TEST (pagina 30)
De status terwijl de indicator
brandt
Oranje:flitser gereed
Groen: juiste belichting
D Toetsen voor Fn (functie)/
richting (pagina 43, 47, 60, 63,
65, 73)
E POWER schakelaar (pagina 19)
F LCD-verlichtingstoets
(pagina 23)
G Toets ZOOM (pagina 31)
13
NL
Q Indicator draadloze bediening/
afstandsbediening (pagina 53)
R Weergave flitsbereik/frequentie
meervoudig flitsen/
flitsverhouding (pagina 26, 47,
65)
S Indicator flitsverhouding
(pagina 65)
T Indicator werking (pagina 77)
U Indicator waarschuwing
flitsbereik (dichtbij) (pagina 26,
42)
V Indicator TTL (pagina 42)
W Indicator handmatig flitsen
(pagina 42)
X Indicator meervoudig flitsen
(pagina 47)
Y Indicator waarschuwing
flitsbereik (veraf) (pagina 26,
42)
Z Indicator ft/m (pagina 26, 42)
wj Indicator Hz (page 47)
NL
14
V
oor
b
ere
idi
ngen
Batterijen plaatsen
In de HVL-F58AM kunnen de volgende batterijen worden gebruikt:
• Vier alkalinebatterijen (AA-formaat)*
• Vier oplaadbare Ni-MH-batterijen (nikkelmetaalhydride) (AA-formaat)*
*Er worden geen batterijen bijgeleverd.
Zorg ervoor dat oplaadbare Ni-MH-batterijen altijd worden opgeladen in de
aangegeven oplader.
1 Open het deksel van de batterijhouder, zoals in de
afbeelding wordt weergegeven.
2 Plaats de batterijen in de batterijhouder, zoals in de
afbeelding wordt weergegeven.
3 Sluit het deksel van de batterijhouder.
• Volg de procedure voor het openen van het deksel van de batterijhouder in
omgekeerde volgorde.
Voorbereidingen
15
NL
Batterijen controleren
De indicator op het LCD-scherm knippert als de batterijen bijna leeg zijn.
• Als er niets op het LCD-scherm verschijnt terwijl de POWER schakelaar op ON
staat, controleer dan of de batterijen correct zijn geplaatst.
knippert
Het verdient aanbeveling de batterijen te
vervangen. De flitser kan worden
gebruikt zolang de toets TEST oranje
brandt.
Alleen knippert
De flitser kan niet worden gebruikt.
Plaats nieuwe batterijen.
NL
16
Indicator OVERHEAT
Wanneer de temperatuur van deze flitser stijgt als de flitser continu of in een
omgeving met een hoge temperatuur wordt gebruikt, wordt de flitser automatisch
uitgeschakeld.
• De indicator OVERHEAT knippert wanneer de flitser oververhit raakt.
• De werking van de flitser wordt tijdelijk gestopt totdat de temperatuur van de
flitser zakt.
• Zet de POWER-schakelaar op OFF en stop het gebruik van de flitser vervolgens
ongeveer 10 minuten om de flitser te laten afkoelen.
Voorbereidingen
17
NL
De flitser bevestigen en
verwijderen
De flitser op de camera bevestigen
Schuif de montagevoet van de uitgeschakelde flitser
stevig en zo ver mogelijk in de schoen op de camera.
• De flitser wordt automatisch vergrendeld.
• Als de ingebouwde flitser van de camera is uitgeklapt, klapt u deze in voordat u
de flitser bevestigt.
NL
18
De flitser van de camera verwijderen
Houd de ontgrendelknop van de montagevoet ingedrukt
1 en verwijder de flitser 2.
Voorbereidingen
19
NL
De flitser aanzetten
Zet de POWER schakelaar op ON.
De flitser wordt ingeschakeld.
• Wanneer de flitser wordt ingeschakeld, wordt ook het LCD-scherm
ingeschakeld.
De flitser uitzetten
Zet de POWER schakelaar op OFF.
NL
20
Batterij besparen
Wanneer de camera of de flitser drie minuten niet wordt gebruikt, schakelt de flitser
over naar de batterijbesparingsstand om de batterijen te sparen. De indicator
STANDBY verschijnt op het LCD-scherm.
• Tijdens draadloos flitsen (pagina 53) gaat de flitser na 60 minuten naar de
batterijbesparingsstand.
• U kunt de tijd tot inschakeling batterij besparen wijzigen of batterij besparen
uitschakelen. (pagina 73)
• De flitser gaat automatische naar de batterijbesparingsstand wanneer de
POWER schakelaar van de camera op OFF wordt gezet.*
*Als de Sony digitale spiegelreflexcamera met één lens (behalve de DSLR-A100)
wordt gebruikt.
• Omdat uw camera niet met de flitser communiceert, zijn de flitsmodus, de
schakeling in TTL/M-modus, de modus batterij besparen en de
groothoekweergave niet aan uw camera gekoppeld als de camera in de modus
batterij besparen staat of als het LCD-scherm uit is gezet.
Voorbereidingen
21
NL
Flitsmodus wijzigen
Druk op de toets MODE.
• De indicator op het LCD-scherm verandert als volgt.
Als de flitser niet op uw camera is aangesloten of als de camera in de modus
batterij besparen staat of het LCD-scherm wordt uitgeschakeld als de flitser op
uw camera wordt aangesloten:
( AUTO) t WL t t ( AUTO) t . . .
Als uw camera is ingeschakeld en de flitser op uw camera is aangesloten (WL is
niet ingesteld) :
( AUTO) t t ( AUTO) t . . .
• [ AUTO] gaat branden wanneer de camera op automatisch flitsen wordt gezet.
Alleen [ ] gaat branden wanneer de camera op full-flash wordt gezet.
NL
22
Flitsmodi
• (Full-flash)
Er wordt altijd geflitst.
• AUTO (Automatisch flitsen)
De flitser wordt in deze modus gezet wanneer de camera op automatisch flitsen
wordt gezet.
• WL (Draadloos flitsen)
Deze modus wordt gebruikt bij draadloos flitsen.
• (Un-full-flash)
Er wordt niet geflitst.
Voorbereidingen
23
NL
LCD-schermverlichting
Het LCD-scherm wordt verlicht bij weinig licht.
Druk op de toets .
• Het LCD-scherm wordt ongeveer acht seconden verlicht. Het scherm wordt
langer verlicht als in die periode de flitser of de camera wordt gebruikt.
• Druk opnieuw op de toets terwijl het LCD-scherm is verlicht om de LCD-
schermverlichting uit te schakelen.
NL
24
B
as
i
s
h
an
d
e
li
ngen
Programma automatisch flitsen
(basishandelingen)
1 Selecteer de P-modus op de camera.
2 Druk op de toets MODE, zodat [ AUTO] of [ ] op het
LCD-scherm verschijnt.
• [ AUTO] gaat branden wanneer de camera op automatisch flitsen wordt
gezet. Alleen [ ] gaat branden wanneer de camera op full-flash wordt
gezet.
Basishandelingen
25
NL
3 Druk de sluiterknop half in en controleer of het
onderwerp zich binnen het flitsbereik bevindt.
• Zie pagina26 voor informatie over het flitsbereik.
4 Wanneer de flitser is opgeladen, drukt u op de
sluiterknop om een foto te maken.
• De flitser is volledig opgeladen wanneer de toets TEST op het
bedieningspaneel oranje brandt. U kunt ook zien of de flitser volledig is
opgeladen via het bliksemsymbool van de indicator " " in de beeldzoeker
van de camera.
NL
26
Als de juiste belichting voor de zojuist gemaakte foto is bereikt, knippert de
toets TEST op het bedieningspaneel groen.
• Als de foto wordt gemaakt voordat het opladen gereed is, is deze onderbelicht
door te weinig licht.
• Druk op de sluiterknop nadat u hebt gecontroleerd of het opladen gereed is
wanneer u de flitser gebruikt met de zelfontspanner.
• Als uw camera een modus AUTO of scèneselectie heeft, gaat u hetzelfde te werk
als bij het programma automatisch flitsen.
• De geselecteerde flitsermodus (automatisch flitsen ( AUTO), full-flash ( ) of
un-full-flash ( )) hangt af van uw camera. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing
bij uw camera voor meer informatie.
Flitsbereik
Druk de sluiterknop half in.
Het flitsbereik voor de juiste belichting wordt op het LCD-scherm weergegeven.
Controleer of het onderwerp binnen dit bereik valt en maak vervolgens de foto.
Basishandelingen
27
NL
Het bereik dat op het LCD-scherm kan worden weergegeven, loopt van 1,5 m tot
28 m (0,7 m tot 28 m voor omlaag flitsen; zie pagina 40). Wanneer de afstand
buiten dit bereik valt, gaat of branden aan een van beide zijden van het
flitsbereik.
• Het flitsbereik wordt niet weergegeven wanneer omhoog wordt geflitst,
draadloos wordt geflitst of wanneer externe kabels worden gebruikt.
• Wanneer u foto’s maakt van onderwerpen die dichterbij zijn dan de
benedengrens van het flitsbereik, kan de foto toch nog overbelicht zijn, ook al
knippert de toets TEST groen, of kan de foto aan de onderkant donkerder zijn.
Fotografeer altijd binnen het aangegeven flitsbereik.
Automatische WB-aanpassing met
kleurtemperatuurinfo
De flitser stuurt kleurtemperatuurinfo naar een α-camera. Kleurtemperatuur wordt
door een α-camera automatisch aan standaardwit aangepast.
• Deze functie werkt met de flitsmodus TTL bij gebruik van de opzetverbinding
op de camera.
• Deze functie werkt niet tijdens handmatig flitsen.
Een juiste belichting wordt bereikt op een afstand
kleiner dan 1,5 m.
Een juiste belichting wordt bereikt op een afstand
tussen 1,5 m en 28 m of meer.
NL
28
Flitsen in de verschillende
opnamemodi van de camera
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe de flitser in de verschillende opnamemodi van
de camera moet worden gebruikt.
Flitsfotografie gebaseerd op
diafragma-instelling (A)
1 Selecteer de A-modus op de camera.
2 Druk op de toets MODE, zodat [ ] wordt weergegeven.
• Full-flash wordt geselecteerd.
3 Stel het diafragma in en stel scherp op het voorwerp.
• Verklein het diafragma (kies een hogere f-stop) om het flitsbereik te
verkleinen of open het diafragma (kies een lagere f-stop) om het flitsbereik
te vergroten.
• De sluitertijd wordt automatisch ingesteld.
4 Druk de sluiterknop in wanneer het opladen is voltooid.
Basishandelingen
29
NL
Flitsfotografie gebaseerd op
sluitertijd (S)
1 Selecteer de S-modus op de camera.
2 Druk op de toets MODE, zodat [ ] wordt weergegeven.
• Full-flash wordt geselecteerd.
3 Stel de sluitertijd in en stel scherp op het voorwerp.
4 Druk de sluiterknop in wanneer het opladen is voltooid.
Flitsfotografie met handmatige
belichtingsmodus (M)
1 Selecteer de M-modus op de camera.
2 Druk op de toets MODE, zodat [ ] wordt weergegeven.
• Full-flash wordt geselecteerd.
3 Stel het diafragma en de sluitertijd in en stel scherp op
het voorwerp.
• Verklein het diafragma (kies een hogere f-stop) om het flitsbereik te
verkleinen of open het diafragma (kies een lagere f-stop) om het flitsbereik
te vergroten.
4 Druk de sluiterknop in wanneer het opladen is voltooid.
NL
30
T
oepass
i
ngen
Testflitsen
U kunt een testflits uitvoeren voordat u foto’s gaat maken. Controleer bij gebruik
van de testflits de lichtsterkte wanneer u een flitsmeter enzovoort gebruikt in de
handmatige flitsmodus (M).
Druk op de toets TEST als de toets TEST oranje wordt
verlicht.
• Het lichtniveau van de testflits is afhankelijk van de lichtniveau-instelling
(pagina 42). De flitser flitst met een lichtniveau van 1/1 in de TTL-modus.
• U kunt de schaduwen op het onderwerp met de testflitsfunctie (modelleerflits)
bekijken voordat u foto’s maakt. De flitser heeft twee modelleerflitsmodi,
namelijk een modus voor drie keer flitsen en een modelleerflitsmodus waarin de
flitser vier seconden continu flitst. Zie voor meer informatie over instelling van
de testflitsmodus "Aangepaste instelling" (pagina
73).
Toets TEST
De toets TEST wordt in overeenstemming met de huidige status van de flitser als
volgt aangezet.
• Oranje: flitser gereed
• Groen: juiste belichting
Toepassingen
31
NL
Zoom-flitsdekking
Automatisch zoomen
Deze flitser schakelt automatisch naar optimale flitsdekking (zoom-flitsdekking)
om een bereik van brandpuntsafstanden van 24 mm tot 105 mm tijdens het
fotograferen (automatisch zoomen) te dekken. Gewoonlijk hoeft u de flitsdekking
niet handmatig te wijzigen.
Automatisch zoomen werkt wanneer [A ZOOM] op het LCD-scherm wordt
weergegeven. De zoomstand wordt niet op het LCD-scherm weergegeven wanneer
[A ZOOM] wordt weergegeven.
• Wanneer een lens met een brandpuntsafstand van minder dan 24 mm wordt
gebruikt met automatische zoom, knippert [WIDE] op het LCD-scherm. Het
gebruik van de ingebouwde groothoekadapter (pagina 33) wordt in dit geval
aanbevolen om donkere randen in de foto te voorkomen.
Automatische zoombesturing
geoptimaliseerd voor
beeldsensorgrootte
Wanneer met deze flitser een Sony spiegelreflexcamera met één lens wordt
gebruikt, behalve de DSLR-A100, biedt de flitser optimale flitsdekking ten
opzichte van de beeldsensorgrootte (APS-C-formaat/35 mm-formaat) van de
camera.
Brandpuntsafstand 24 mm Brandpuntsafstand 105 mm
NL
32
Handmatig zoomen
U kunt de flitsdekking handmatig instellen, ongeacht de brandpuntsafstand van de
gebruikte lens (handmatig zoomen).
Druk op de toets ZOOM om de gewenste flitsdekking te
selecteren.
• De zoomdekking wordt in de onderstaande volgorde gewijzigd.
105 mm t 70 mm t 50 mm t 35 mm t 28 mm t 24 mm t AZOOM
t 105 mm t . . .
• Wanneer handmatig wordt gezoomd, wordt [M ZOOM] boven de zoomdekking
weergegeven.
• Als de flitsdekking wordt ingesteld op minder dan de brandpuntsafstand van de
gebruikte lens, worden de randen van het scherm donkerder.
• De flitsdekking van handmatig zoomen op het LCD-scherm komt overeen met
de kijkhoek van de gelijkwaardige brandpuntsafstand voor het 35 mm-formaat.
Toepassingen
33
NL
Ingebouwde groothoekadapter
(zoomhoek van 16 mm)
Als u de ingebouwde groothoekadapter uittrekt, wordt de flitsdekking vergroot tot
een brandpuntsafstand van 16 mm.
Trek de groothoekadapter naar buiten en plaats deze voor
de flitslamp. Schuif vervolgens het plaatje voor indirect
flitsen weer terug.
• [WIDE] verschijnt op het LCD-scherm.
• Schuif de groothoekadapter volledig in wanneer u deze weer terugzet.
• Trek de groothoekadapter niet te hard naar buiten. Dit kan de adapter
beschadigen.
• Wanneer u een vlak onderwerp fotografeert met een brandpuntsafstand van
ongeveer 16 mm, kunnen de randen van het scherm enigszins donker worden,
omdat de brandpuntsafstanden van het midden en de randen van het scherm
verschillen.
• Wanneer u een groothoeklens gebruikt met een brandpuntsafstand onder 16 mm,
kunnen de randen van het beeld donker worden.
• De brandpuntsafstand correspondeert met de gelijkwaardige brandpuntsafstand
voor het 35 mm-formaat.
• Deze flitser ondersteunt niet de kijkhoek van een 16 mm F2,8 visooglens.
• Schuif de groothoekadapter en het plaatje voor indirect flitsen weer in de
flitserkop wanneer u deze flitser weer in de bijgeleverde tas opbergt.
NL
34
Flitsdekking en brandpuntsafstand
Hoe groter de brandpuntsafstand van een lens op de camera, hoe verder weg
een onderwerp mag zijn om het te fotograferen terwijl het hele scherm wordt
gevuld; maar het gebied dat bedekt kan worden, wordt kleiner. Omgekeerd
kunnen onderwerpen met een kleinere brandpuntsafstand worden
gefotografeerd met een grotere dekking. De flitsdekking is het gebied dat het
licht van de flitser gelijkmatig op een ingestelde intensiteit of groter kan
dekken, aangegeven als een hoek. De flitsdekking waarmee u kunt
fotograferen, wordt bepaald door de brandpuntsafstand.
Door de flitsdekking in overeenstemming met de brandpuntsafstand vast te
stellen, kan de flitsdekking worden uitgedrukt als het getal voor
brandpuntsafstand.
Toepassingen
35
NL
Indirecte flits
Flitsen met een muur direct achter het onderwerp produceert een sterke schaduw op
de muur. Door de flitser op het plafond te richten kunt u het onderwerp met
gereflecteerd licht verlichten, waarmee de intensiteit van de schaduw wordt
verminderd en er een zachter licht op het scherm verschijnt.
Indirecte flits Normale flits
NL
36
Draai de flitser omhoog of naar links of rechts en houd de
camera stevig vast.
• verschijnt op het LCD-scherm.
De flitser kan in de volgende hoeken worden ingesteld.
• Naar boven: 45°, 60°, 75°, 90°, 120°, 150°
• Naar beneden: 10° (zie "Close-upfotografie (omlaag flitsen)", pagina 40)
• Naar rechts: 30°, 45°, 60°, 90°
• Naar links: 30°, 45°, 60°, 90°
Toepassingen
37
NL
• Wanneer de flitser naar boven wordt gedraaid, wordt het flitsbereik niet op het
LCD-scherm weergegeven. De hogesnelheidsync (pagina 46) wordt ook niet
weergegeven.
• Wanneer de flitser naar boven wordt gedraaid, verschijnt de indicator indirect
flitsen niet.
• Gebruik voor het reflecteren van het flitslicht een wit plafond of witte muur. Een
gekleurd oppervlak kan het licht doen kleuren. Hoge plafonds of glas worden
niet aanbevolen.
Aanpassen indirecte hoek
Het gelijktijdig gebruik van direct licht en indirect licht vanaf de flitser produceert
ongelijke belichting. Bepaal de hoek voor indirect licht in relatie tot de afstand met
het reflecterende oppervlak, de afstand van de camera tot het onderwerp, de
brandpuntsafstand van de lens enzovoort.
Juist
Onjuist
NL
38
Wanneer de flitser naar boven weerkaatst
Bepaal de hoek in relatie tot de volgende tabel.
Gebruik van het plaatje voor indirect flitsen
Met het plaatje voor indirect flitsen creëert u een schittering in de ogen van het
onderwerp en ziet het onderwerp er nog levendiger uit.
• Het plaatje voor indirect flitsen wordt tegelijk met de groothoekadapter naar
buiten getrokken. Schuif de groothoekadapter terug.
• Stel wanneer u het plaatje voor indirect flitsen gebruikt de weerkaatsingshoek in
op 90° naar boven.
Snelle verschuiving bij indirect flitsen
Wanneer u in de portretstand fotografeert, kunt u dezelfde indirecte flits instellen
als bij foto’s in de landschapspositie en ook het bedieningspaneel in de juiste
richting gebruiken.
Brandpuntsafstand van de lens Indirecte hoek
Minimaal 70 mm 45°
28 - 70 mm 60°
Maximaal 28 mm 75°, 90°
Toepassingen
39
NL
90° zijwaarts flitsen
Wanneer de weerkaatsingshoek wordt ingesteld op 90° zijwaarts en 0° omhoog en u
fotografeert in de portretstand, kunnen de boven- en onderrand van de foto donkerder
worden. Gebruik in dit geval de ingebouwde groothoekadapter of stel de
weerkaatsingshoek in op 0° zijwaarts.
• knippert op het LCD-scherm.
• Wanneer de zoomflitsdekking is ingesteld op [A ZOOM] en u 90° zijwaarts
flitst, wordt de dekking automatisch op groothoek ingesteld. In dit geval is het
flitsbereik korter dan het bereik voor 0° zijwaarts flitsen.
NL
40
Close-upfotografie (omlaag
flitsen)
Kantel de flitser enigszins omlaag wanneer u voorwerpen fotografeert tussen 0,7 m
en 1,5 m van de camera om een juiste belichting te garanderen.
Draai de flitser omlaag en houd de camera stevig vast.
• De rotatiehoek is 10°.
Toepassingen
41
NL
• verschijnt op het LCD-scherm.
Wanneer u fotografeert op een afstand korter dan 0,7 m, kan de flitser het voorwerp
niet volledig bedekken en zal de foto aan de onderkant donkerder zijn. Gebruik een
externe flitser, een dubbele macroflitser of ringverlichting.
• U kunt alleen omlaag flitsen wanneer u de weerkaatsingshoek instelt op 0° of
90° zijwaarts.
• Lange lenzen kunnen het flitslicht belemmeren.
NL
42
Handmatig flitsen (M)
De normale TTL-flitsmeting past de flitsintensiteit automatisch aan om de juiste
belichting van het onderwerp te verkrijgen. Handmatig flitsen betekent een vaste
flitsintensiteit, ongeacht de helderheid van het onderwerp en de camera-instelling.
• Handmatig flitsen is alleen mogelijk wanneer op de camera de M-modus is
ingesteld. In andere modi wordt automatisch TTL-meting geselecteerd.
• Omdat bij handmatig flitsen het reflectievermogen van het onderwerp geen
invloed heeft, is deze optie handig bij onderwerpen met een extreem hoog of
laag reflectievermogen.
1 Selecteer de M-modus op de camera.
TTL-flitsmeting Meting bij handmatig flitsen
Toepassingen
43
NL
2 Druk op de toets TTL/M, zodat op het LCD-
scherm wordt weergegeven.
• De modi worden in de onderstaande volgorde gewijzigd.
, ,
3 Druk op de toets g of G om de gewenste sterkte te
selecteren.
• De sterkte wordt in de onderstaande volgorde gewijzigd.
1/1 t 1/2 t 1/4 t 1/8 t 1/16 t 1/32
NL
44
• Wanneer de sluiterknop half wordt ingedrukt, verschijnt de afstand waarop de
juiste belichting wordt bereikt, op het LCD-scherm.
• Als tijdens het fotograferen met handmatige flits de sterkte is ingesteld op 1/1,
flitst de flitser op volledige sterkte. Het bereik van de sterkte (bijvoorbeeld
1/1t 1/2) komt overeen met het bereik van het diafragma (bijvoorbeeld F4 t
5,6).
• De indicatie van het flitsbereik van de toets TEST (knippert groen) werkt niet
nadat een foto met handmatige flits is gemaakt.
• Bij het gebruik van aangepaste functies kan handmatig flitsen worden
geselecteerd zonder de M-modus in te stellen op de camera (pagina 73).
Een juiste belichting wordt bereikt op een afstand
kleiner dan 1,5 m.
Een juiste belichting wordt bereikt op een afstand
groter dan 28 m.
Toepassingen
45
NL
TTL-flitsen
Handmatig flitsen betekent een vaste flitsintensiteit, ongeacht de helderheid van
het onderwerp en de camera-instelling. TTL*-flitsen meet het licht dat vanaf
het onderwerp wordt gereflecteerd door de lens.
TTL-meting heeft ook een P-TTL-meetfunctie, waarbij een voorflits aan de
TTL-meting wordt toegevoegd, en een ADI-meetfunctie, waarbij
afstandsgegevens aan de P-TTL-meting worden toegevoegd.
Deze flitser definieert alle P-TTL- en ADI-metingen als TTL-flitsen.
wordt op het LCD-scherm weergegeven.
*TTL = Through The Lens (door de lens)
• ADI-meting is mogelijk in combinatie met een lens met een ingebouwde
afstandsencoder. Controleer voordat u de functie voor ADI-meting gebruikt,
of de lens over een ingebouwde afstandsencoder beschikt. Raadpleeg de
gebruiksaanwijzing die bij de lens is geleverd.
NL
46
Hogesnelheidsync (HSS)
Met hogesnelheidsync worden de beperkingen van de X-sync flitssluitertijd
opgeheven en wordt het mogelijk om de flitser te gebruiken in combinatie met het
volledige sluitertijdbereik van de camera. Met het grotere te selecteren
diafragmabereik wordt flitsfotografie met een groot diafragma mogelijk. Hierbij
blijft de achtergrond onscherp en wordt het onderwerp op de voorgrond benadrukt.
Zelfs wanneer u in de A- of M-modus met een grote f-stop fotografeert terwijl de
achtergrond zeer helder is en de opname normaal overbelicht zou zijn, kunt u de
belichting aanpassen door de hogesnelheidsluiter te gebruiken.
Zie voor meer informatie over instelling van de HSS-functies "Aangepaste
instelling" (pagina 73).
Hogesnelheidsync Normale flits
X-sync flitssluitertijd
Flitsfotografie wordt meestal geassocieerd met een kortste sluitertijd die ook
wel wordt aangeduid als de X-sync flitssluitertijd. Deze beperking is niet van
toepassing op camera’s die zijn ontworpen voor hogesnelheidsyncfotografie
(HSS), omdat hiermee flitsfotografie mogelijk is met de kortste sluitertijd van
de camera.
Toepassingen
47
NL
Meervoudig flitsen (MULTI)
De flitser wordt een aantal keren geactiveerd terwijl de sluiter openstaat
(meervoudig flitsen). Met meervoudig flitsen kunt u beweging van het onderwerp
op een foto vastleggen voor latere analyse.
• De camera moet op de M-modus worden ingesteld om meervoudig te kunnen
flitsen.
1 Stel de camera in op de M-modus.
2 Druk op de toets TTL/M om op het LCD-scherm
weer te geven.
NL
48
3 Druk op de toets Fn om [TIMES] te laten knipperen.
• Het huidige aantal flitsen voor meervoudig flitsen wordt op het LCD-
scherm weergegeven.
Toepassingen
49
NL
4 Druk op de toets f of F om het aantal flitsen te
selecteren.
• U kunt kiezen uit de onderstaande waarden.
- -, 100, 90, 80, 70, 60, 50, 45, 40, 35, 30, 25, 20, 15, 10, 9, 8, 7, 6, 5, 4, 3, 2
• Houd de knop f of F ingedrukt om de waarde continu te wijzigen.
• Wanneer "--" is geselecteerd, wordt doorgegaan met flitsen op de ingestelde
frequentie terwijl de sluiter open is.
5 Druk op de toets Fn om [Hz] te laten knipperen.
• De huidige frequentie voor meervoudig flitsen (aantal flitsen per seconde)
wordt op het LCD-scherm weergegeven.
NL
50
6 Druk op de toets f of F om de flitsfrequentie te
selecteren.
• U kunt kiezen uit de onderstaande waarden.
100, 90, 80, 70, 60, 50, 40, 30, 20, 10, 9, 8, 7, 6, 5, 4, 3, 2, 1
• Houd de knop f of F ingedrukt om de waarde continu te wijzigen.
7 Druk op de knop Fn om de indicator voor sterkte te
laten knipperen.
• De huidige sterkte wordt weergegeven.
8 Druk op de toets g of G om de gewenste sterkte te
selecteren.
• U kunt kiezen uit de onderstaande waarden.
1/8, 1/16, 1/32
Toepassingen
51
NL
9 Druk op de toets Fn.
10
Stel de sluitertijd en het diafragma in.
• De sluitertijd wordt als volgt berekend in overeenstemming met de
geselecteerde flitsfrequentie en het aantal flitsen.
Aantal flitsen (TIME) ÷ flitsfrequentie (Hz) = sluitertijd
Wanneer bijvoorbeeld tien flitsen en 5 Hz worden geselecteerd, is 10 ÷ 5 =
2 en is dus een sluitertijd van meer dan twee seconden nodig.
11
Wanneer de flitser volledig is opgeladen, drukt u op de
sluiterknop om de foto te maken.
• De afstand waarop met één keer flitsen de juiste belichting wordt bereikt,
wordt op het LCD-scherm weergegeven.
• Om trillingen te voorkomen wordt bij meervoudig flitsen het gebruik van
een statief aanbevolen.
• De testflits flitst op de geselecteerde frequentie/het geselecteerde aantal/
niveau terwijl de toets TEST wordt ingedrukt als [TEST1] wordt
geselecteerd in de aangepaste instelling. Wanneer [TEST3] of [TESTM]
wordt geselecteerd, heeft drie keer flitsen of de modelleerflits van vier
seconden prioriteit.
• Via aangepaste instellingen kunt u de camera instellen voor meervoudig
flitsen zonder dat u de M-modus hoeft te selecteren (pagina 73).
NL
52
Maximumaantal continue flitsen
Het maximumaantal continue flitsen tijdens meervoudig flitsen wordt beperkt door
de lading in de batterij. Gebruik de volgende waarden als richtlijn.
Met alkalinebatterijen
Met Ni-MH-batterijen (bij 2500 mAh)
• Het maximumaantal flitsen varieert, afhankelijk van het type en de staat van de
batterij. Wanneer een externe batterijadapter FA-EB1AM (optie) wordt
gebruikt, wordt het maximumaantal flitsen verhoogd boven de hierboven
vermelde waarden.
Sterkte
Flitsfrequentie (Hz)
100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1
1/8
4444444445566678101414
1/16
8 8 8 8 8 8 8 8 8 101515152020203540100
1/32
14 14 14 14 14 18 18 20 20 25 35 35 40 50 50 50 50 100 100*
*100 geeft meer dan 100 aan.
Sterkte
Flitsfrequentie (Hz)
100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1
1/8
44444455577771010152050100
1/16
8 8 8 8 8 9 10 10 10 15 15 15 20 20 30 50 100 100* 100*
1/32
15 17 17 17 18 18 18 20 25 50 60 70 70 70 70 100* 100* 100* 100*
*100 geeft meer dan 100 aan.
Toepassingen
53
NL
Modus voor draadloos flitsen
(WL)
Foto’s die zijn gemaakt met de flitser op de camera bevestigd, zijn vlak, zoals is te
zien in foto 1. Haal in dergelijke gevallen de flitser van de camera en plaats de
flitser zo dat een meer driedimensionaal effect wordt bereikt, zoals in foto 2.
Wanneer u bovendien 2 of meer flitsers gebruikt, kunt u gedetailleerdere
lichtomstandigheden creëren, zoals in foto 3.
Bij het maken van dit type foto’s met een spiegelreflexcamera met één lens worden
de camera en de flitser meestal op elkaar aangesloten met een kabel. Bij deze flitser
is geen kabel nodig om signalen over te brengen naar de flitser, omdat het licht van
de ingebouwde flitser als signaal wordt gebruikt. De juiste belichting wordt
automatisch bepaald door de camera.
Normale flits Draadloos flitsen
Draadloos flitsen
(Regeling belichtingsverhouding)
NL
54
Bereik draadloos flitsen
Het lichtsignaal van de ingebouwde flitser wordt door de draadloze flitser gebruikt
om de externe flitser te activeren. Houd rekening met de volgende punten bij het
plaatsen van de camera, de flitser en het onderwerp.
• Fotografeer op donkere plaatsen binnenshuis.
• Als u de flitslamp draait met de functie voor indirect flitsen (pagina 35), zodat de
ontvanger voor signalen van de draadloze afstandsbediening naar de camera
wijst, kan de flitser de signalen van de camera gemakkelijker ontvangen.
• Plaats de externe flitser binnen het grijze gebied in het volgende diagram.
Afstand tussen camera en onderwerp
(zie tabel 1)
Afstand tussen flitser en
onderwerp
(zie tabel 2)
Plaats de flitser niet direct achter
het onderwerp
Plaats de camera en flitser
binnen een straal van 1 tot 5 m
van het onderwerp
Toepassingen
55
NL
Afstand camera-HVL-F58AM-onderwerp
• Bij de afstanden in de bovenstaande tabel wordt uitgegaan van het gebruik van
ISO 100. Als ISO 400 wordt gebruikt, moeten de afstanden met factor twee
worden vermenigvuldigd (uitgaand van een limiet van 5 m).
• Het flitsbereik wordt niet op het LCD-scherm weergegeven wanneer u draadloos
flitst.
Opmerkingen over draadloos flitsen
• U kunt geen flitsmeter of kleurmeter gebruiken bij de modus voor draadloos
flitsen omdat de ingebouwde flitser van de camera vooraf flitst.
• De testflits voor draadloos flitsen wordt in de op dat moment geselecteerde
testflitsmodus uitgevoerd. Er wordt één keer geflitst bij [TEST1] en drie keer bij
[TEST3]. Er wordt vier seconden continu geflitst bij [TESTM]. Zie voor meer
informatie over testflitsen "Aangepaste instelling" (pagina 73).
• De zoompositie voor de HVL-F58AM wordt automatisch ingesteld op 24 mm.
Een andere zoompositie dan 24 mm wordt afgeraden.
• Bij draadloos flitsen wordt de ADI-meting geannuleerd en wordt automatisch de
P-TTL-flitsmeting gebruikt (pagina 42).
• Meervoudig flitsen kan niet worden gebruikt.
• Als in de buurt een andere draadloze flitser wordt gebruikt, kunt u het kanaal
wijzigen in de aangepaste instellingen om interferentie te voorkomen
(pagina 73).
• Wanneer u fotografeert met de draadloze flitser, kan de flitser soms per ongeluk
afgaan als gevolg van statische elektriciteit of elektromagnetische storing.
Wanneer u de flitser niet gebruikt, selecteert u [ ] met de toets MODE.
Afstand
camera-
onderwerp
(Tabel 1)
Afstand HVL-F58AM-onderwerp
(Tabel 2)
Anders dan
HSS
HSS
Sluitertijd
Alle
sluitertijden
Syncsnelheid of
trager
1/250 sec 1/500 sec 1/1000 sec 1/2000 sec
Diafragma
2,8 1,4 - 5 1,4 - 5 1 – 3,5 1 – 2,5 1 – 1,7 1 – 1,2
4 1 - 5 1 -5 1 – 2,5 1 – 1,7 1 – 1,2 –
5,6 1 - 5 1 -5 1 – 1,7 1 – 1,2 – –
Eenheden: m
NL
56
• De flitser kan in zeldzame gevallen niet goed belichten, omdat het lichtsignaal
het onderwerp enzovoort niet bereikt als gevolg van de positie waarin de
draadloze flitser is geïnstalleerd. In dit geval kunt u een onjuiste belichting
voorkomen door de installatiepositie van de draadloze flitser aan te passen of de
instelling voor het kanaal voor draadloos flitsen in de aangepaste instelling aan
te passen (pagina 73).
De mini-standaard openen en sluiten
• De mini-standaard kan worden ingeklapt en moet tijdens gebruik zijn geopend.
De mini-standaard bevestigen en
verwijderen
• Gebruik de bijgeleverde mini-standaard wanneer de flitser op afstand van de
camera wordt gebruikt.
Bevestiging Verwijdering
• U kunt de flitser op een statief bevestigen met de daarvoor bestemde
bevestigingsopeningen in de mini-standaard. Gebruik het statief dat is voorzien
van de schroef kleiner dan 5,5 mm. Omdat op het statief dat is voorzien met de
schroef groter dan 5,5 mm de mini-standaard niet stevig kan worden bevestigd,
kan de mini-standaard beschadigd raken.
Toepassingen
57
NL
• Wanneer de mini-standaard in twee stukken breekt, bevestigt u het onderdeel
met de as in het andere onderdeel.
Mogelijkheden voor draadloos flitsen
met deze flitser
De volgende methoden voor draadloos flitsen kunnen met deze flitser worden
gebruikt.
[1] Draadloos flitsen wanneer de camera een ingebouwde flitser heeft
U kunt deze flitser als losse flitser gebruiken door de ingebouwde flitser van de
camera als afstandsbediening te gebruiken.
[2] Draadloos flitsen wanneer de camera geen ingebouwde flitser
heeft (zonder bepaling van de belichtingsverhouding)
Zelfs als de camera geen ingebouwde flitser heeft, kunt u fotograferen met een
draadloze flitser door deze flitser als afstandsbediening te gebruiken en een andere
flitser als draadloze flitser.
[3] Draadloos flitsen met regeling belichtingsverhouding
U kunt fotograferen met een draadloze flitser terwijl u de belichtingsverhouding
van groepen flitsers regelt door deze flitser als afstandsbediening te gebruiken.
(1) Wanneer u de HVL-F58AM/HVL-F42AM als externe flitser gebruikt, kunt
u de belichtingsverhouding van maximaal 3 groepen regelen ([CTRL],
[RMT], [RMT2]). U kunt deze functie gebruiken met DSLR-A900/A700.
(2) Wanneer u de HVL-F56AM/HVL-F36AM als externe flitser gebruikt, kunt
u de belichtingsverhouding van maximaal 2 groepen regelen ([CTRL],
[RMT]). U kunt deze functie gebruiken met een DSLR-A900.
• Zie voor meer informatie "Combinatie van camera, externe flitser en
afstandsbediening" (pagina 58).
• U kunt verschillende externe flitsers tegelijk gebruiken.
NL
58
• De externe flitser flitst met de sterkte die voor elke flits wordt ingesteld als de
externe flitser op de stand MANUAL staat.
• In deze handleiding wordt met "afstandsbediening" de flitser bedoeld die op de
camera is aangesloten, en met "externe flitser" de flitser die van een camera is
gehaald voor gebruik.
Combinatie van camera, externe flitser en afstandsbediening
*1
Zie voor meer informatie over camera’s en flitsers die hierboven niet worden
genoemd, de gebruiksaanwijzing van de diverse producten.
*2
Wanneer u DSLR-A100/A200/A300/A350 gebruikt, kan deze flitser niet als
afstandsbediening worden gebruikt. Wanneer de flitser al op de
afstandsbedieningsmodus is gezet, wordt de instelling automatisch geannuleerd. Zie
voor andere camera’s de gebruiksaanwijzing van de desbetreffende camera.
*3
Zet de modus draadloze bediening/afstandsbediening op [RMT].
*4
Deze flitser heeft twee standen voor draadloze afstandsbediening, [CTRL1] en
[CTRL2]. De indicator voor draadloze afstandsbediening op het LCD-scherm wordt
als volgt weergegeven.
[CTRL1]-modus: [CTRL+]
Selecteer deze modus wanneer u de HVL-F58AM/HVL-F42AM als externe flitser
gebruikt.
[CTRL2]-modus: [CTRL]
Selecteer deze modus wanneer u de HVL-F56AM/HVL-F36AM als externe flitser
gebruikt.
Typen Camera
*1
Externe flitser
*1
Afstandsbediening
*2
[1]Met ingebouwde
flitser
Sony digitale
Spiegelreflex-
camera’s met één
lens en ingebouwde
flitser
HVL-F58AM/HVL-
F42AM/HVL-F56AM/
HVL-F36AM
Ingebouwde flitser
van camera
[2]Zonder ingebouwde
flitser
Camera’s zonder
ingebouwde flitser
DSLR-A900
HVL-F58AM
*3
/HVL-
F42AM
HVL-F58AM:
[CTRL1]-modus
*4
HVL-F58AM/HVL-
F42AM/HVL-F56AM/
HVL-F36AM
HVL-F58AM:
[CTRL2]-
modus
*4*5
[3]Rege-
ling
belichtings
verhouding
[3]-(1)
Regeling
van
maximaal
3 groepen
DSLR-A700/
DSLR-A900
HVL-F58AM /HVL-
F42AM
*6
HVL-F58AM:
[CTRL1]-modus
*4
[3]-(2)
Regeling
van 2
groepen
DSLR-A900
HVL-F58AM/HVL-
F42AM/HVL-F56AM/
HVL-F36AM
HVL-F58AM:
[CTRL2]-
modus
*4*5
Toepassingen
59
NL
Wanneer u een andere afstandsbedieningsmodus kiest, stelt u in de aangepaste
instelling [C03] in (pagina 73).
*5
Wanneer u de DSLR-A700 gebruikt, kunt u deze flitser niet instellen op
[CTRL](CTRL2). Wanneer de flitser al op [CTRL] is ingesteld, wordt de instelling
automatisch geannuleerd. Zie voor andere camera’s de gebruiksaanwijzing van de
desbetreffende camera.
*6
De HVL-F42AM behoort bij gebruik als externe flitser tot de groep [RMT].
NL
60
[1] Draadloos flitsen met de
ingebouwde flitser van de camera
Gebruik alleen een externe flitser, met het licht van de ingebouwde flitser als
signaal.
1 Bevestig de flitser op de camera en schakel de flitser
en de camera in.
2 Stel de camera in op draadloos flitsen.
• De instelmethode verschilt per gebruikte camera. Raadpleeg de
gebruiksaanwijzing bij uw camera voor meer informatie.
• Wanneer de camera op draadloos wordt ingesteld, wordt de flitser ook
automatisch op draadloos ingesteld. Op het LCD-scherm wordt WL
weergegeven.
De informatie van het flitskanaal wordt naar de camera verzonden.
• De lichtsterkte kan worden gewijzigd, zelfs in de modus voor draadloos
flitsen. Zie voor informatie pagina 73.
3 Verwijder de flitser van de camera en klap de
ingebouwde flitser uit.
4 Stel de camera en de flitser op.
• Stel de camera en de flitser op in een donkere locatie, zoals binnen.
• Zie pagina 54 voor meer informatie.
Ingebouwde flitser
Flitser
Toepassingen
61
NL
5 Zorg ervoor dat de ingebouwde flitser en de flitser
volledig zijn opgeladen.
• In de beeldzoeker wordt " " weergegeven wanneer de ingebouwde flitser
volledig is opgeladen.
• De AF-lamp aan de voorzijde knippert en de toets TEST brandt oranje
wanneer de flitser volledig is opgeladen in de modus voor draadloos flitsen.
6 Gebruik testflitsen om de flitser te controleren.
• Controleer of de modus voor de draadloze externe flitser is ingesteld op
[RMT] of [RMT2].
• Tijdens draadloos flitsen verschilt de testflitsmodus afhankelijk van de
gebruikte camera. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing bij uw camera voor
meer informatie.
• Wanneer de testflits niet werkt, verandert u de positie van de camera, de
flitser en het onderwerp, of richt u de ontvanger voor signalen van de
draadloze afstandsbediening op de camera.
7 Controleer opnieuw of de ingebouwde flitser en de
externe flitser volledig opgeladen zijn en druk op de
sluiterknop om de foto te maken.
NL
62
Draadloos flitsen alleen via de flitser
instellen
Wanneer u de draadloze flitser hebt ingesteld in stap [1] en dezelfde combinatie
van camera en flitser gebruikt zonder dat u een ander draadloos kanaal kiest, kunt u
de flitser en camera ook afzonderlijk op draadloos instellen.
Camera-instelling:
Stel de camera in op de modus voor draadloos flitsen.
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing bij uw camera voor meer informatie.
Flitserinstelling:
1 Druk op de toets TTL/M om of weer te
geven.
• Wanneer u selecteert, wordt de flitser ingeschakeld, maar moet u
de sterkte nog instellen.
2 Druk enkele keren op de toets MODE, zodat [ WL]
wordt weergegeven.
3 Druk op de toets Fn.
4 Druk op de toets g of G, zodat [RMT] of [RMT2] gaat
knipperen.
5 Druk op de toets Fn.
• Controleer of het draadloze kanaal van de externe flitser op hetzelfde kanaal
is ingesteld als de afstandsbedieningsflitser. Zie voor meer informatie over
instelling van het draadloze kanaal "Aangepaste instelling" (pagina
73).
Toepassingen
63
NL
[2] Draadloos flitsen zonder de
ingebouwde flitser van de camera
U kunt fotograferen met een draadloze flitser door 2 flitsers te gebruiken, één als
afstandsbediening en de andere als externe flitser, zelfs als uw camera geen
ingebouwde flitser heeft.
Deze flitser moet als afstandsbediening worden gebruikt.
1 Stel de camera, de flitser (afstandsbediening) en de
externe flitser in op draadloos flitsen.
Camera-instelling:
Stel de camera in op draadloos flitsen.
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing bij uw camera voor meer informatie.
Instelling afstandsbedieningsflitser:
1 Druk enkele malen op de toets MODE, zodat [ WL]
wordt weergegeven.
2 Druk op de toets Fn.
3 Druk op de toets g of G, zodat [CTRL] gaat
knipperen.
4 Druk op de toets Fn.
5 Druk op de toets g of G, zodat RATIO [OFF] gaat
knipperen.
Deze flitser
Externe flitser
NL
64
6
Druk op de toets Fn.
• [CTRL+] of [CTRL] wordt weergegeven.
Instelling externe flitser:
Stel de draadloze flitser in terwijl de flitser op de camera is bevestigd en haal
deze vervolgens van de camera. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing bij de
externe flitser voor meer informatie. Wanneer de HVL-F58AM als externe
flitser wordt gebruikt, zie pagina 62 en stel de afstandsbedieningsmodus in op
[RMT].
2 Bevestig de afstandsbedieningsflitser op de camera en
schakel de camera, de afstandsbedieningsflitser en de
externe flitser in.
3 Stel de camera in met de afstandsbedieningsflitser en
de externe flitser.
• Zie pagina 54 voor meer informatie.
4 Controleer of de afstandsbedieningsflitser en de
externe flitser volledig zijn opgeladen.
• De AF-lamp aan de voorzijde knippert en de toets TEST brandt oranje
wanneer de externe flitser volledig is opgeladen in de modus voor draadloos
flitsen.
5 Gebruik testflitsen om de flitser te controleren.
• De methode voor testflitsen is afhankelijk van de gebruikte camera.
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing bij uw camera voor meer informatie.
• Wanneer de testflits niet werkt, verandert u de positie van de camera, de
flitser en het onderwerp, of richt u de ontvanger voor signalen van de
draadloze afstandsbediening op de camera. Controleer ook of het draadloze
kanaal van de externe flitser op hetzelfde kanaal is ingesteld als dat van de
afstandsbedieningsflitser.
6 Controleer opnieuw of de afstandsbedieningsflitser en
de externe flitser volledig opgeladen zijn en druk op de
sluiterknop om de foto te maken.
• Zelfs als RATIO op [OFF] is ingesteld, knippert de
afstandsbedieningsflitser om een signaal te verzenden.
Toepassingen
65
NL
[3] Draadloos flitsen met regeling
belichtingsverhouding
U kunt een foto maken met een draadloze flitser terwijl u de belichtingsverhouding
van de afstandsbedieningsflitser en 2 groepen externe flitsers regelt (RMT, RMT2).
• Elke combinatie van de HVL-F58AM/HVL-F42AM/HVL-F56AM/HVL-F36AM kan
in een groep met [RMT] worden gebruikt. Voor [RMT2] kan alleen de HVL-F58AM,
ingesteld op [CTRL1], in een groep worden gebruikt.
• Stel de modus van de afstandsbedieningsflitser in op [CTRL2] wanneer u de HVL-
F56AM/HVL-F36AM als externe flitser gebruikt. In de modus [CTRL2] kunt u de
belichtingsverhouding van slechts 2 groepen regelen. Zie voor meer informatie over
instelling van de afstandsbedieningsmodus [C03] in "Aangepaste instelling"
(pagina 73).
• De volledige sterkteverhouding wordt weergegeven met de weergave voor flitsbereik/
frequentie voor meervoudig flitsen/flitsverhouding op het LCD-scherm voor draadloos
flitsen met regeling belichtingsverhouding.
bijvoorbeeld)
Wanneer een weergave [4:2:1] is, flitst de flitser van elke groep met een sterkte van
4/7, 2/7 en 1/7 van het geheel.
1 Stel de camera, de flitser (afstandsbediening) en de
(externe) flitser in op draadloos flitsen.
Camera-instelling:
Stel de camera in op draadloos flitsen.
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing bij uw camera voor meer informatie.
Deze flitser
(Afstandsbediening
sflitser)
Externe flitser
(RMT2)
Externe flitser
(RMT)
NL
66
Instelling afstandsbedieningsflitser:
1 Druk enkele malen op de toets MODE, zodat [ WL]
wordt weergegeven.
2 Druk op de toets Fn.
3
Druk op de toets
g
of
G
, zodat [CTRL] gaat knipperen.
4 Druk op de toets Fn.
5 Druk op de toets g of G, zodat RATIO [ON] gaat
knipperen.
6 Druk op de toets Fn.
7 Druk op de toets f of F om de
belichtingsverhouding te selecteren.
• U kunt de belichtingsverhouding op de onderstaande waarden
instellen.
1, 2, 4, 8, 16, --*
* De flitser kan niet flitsen wanneer de belichtingsverhouding is
ingesteld op [--].
8 Druk op de toets g of G om de
belichtingsverhouding van de
afstandsbedieningsflitser en de externe flitsers te
selecteren (RMT, RMT2).
• Zet de sterkteverhouding op [--] op de flitser wanneer er een externe
flitser (RMT/RMT2) aanwezig is die u niet wilt laten flitsen als u de
flitser met de afstandsbediening gebruikt nadat u de flitser op [CTRL1]
hebt ingesteld.
9 Druk op de toets Fn.
10 Druk op de toets TTL/M, zodat wordt
weergegeven.
Toepassingen
67
NL
• Wanneer is geselecteerd, wordt de handmatige instelling
van de flitser voor de belichtingsverhouding gebruikt.
Instelling externe flitser:
Stel de draadloze flitser in terwijl de flitser op de camera is bevestigd en haal
deze vervolgens van de camera. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing bij de
externe flitser voor meer informatie. Raadpleeg wanneer de HVL-F58AM als
externe flitser wordt gebruikt, pagina 62.
2 Bevestig de afstandsbedieningsflitser op de camera en
schakel de camera, de afstandsbedieningsflitser en de
externe flitser in.
3 Stel de camera in met de afstandsbedieningsflitser en
de externe flitser.
• Zie pagina 54 voor meer informatie.
4 Controleer of de afstandsbedieningsflitser en de
externe flitser volledig zijn opgeladen.
• De AF-lamp aan de voorzijde knippert en de toets TEST brandt oranje
wanneer de externe flitser volledig is opgeladen in de modus voor draadloos
flitsen.
5 Gebruik testflitsen om de flitser te controleren.
• De methode voor testflitsen is afhankelijk van de gebruikte camera.
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing bij uw camera voor meer informatie.
• Wanneer de testflits niet werkt, verandert u de positie van de camera, de
flitser en het onderwerp, of richt u de ontvanger voor signalen van de
draadloze afstandsbediening op de camera. Controleer ook of het draadloze
kanaal van de externe flitser op hetzelfde kanaal is ingesteld als dat van de
afstandsbedieningsflitser.
6 Controleer opnieuw of de afstandsbedieningsflitser en
de externe flitser volledig opgeladen zijn en druk op de
sluiterknop om de foto te maken.
NL
68
Camera en flitser aansluiten met
een kabel
Met de externe kabels FA-CC1AM (optie) is het mogelijk te fotograferen met
flitsers die niet op de camera zijn bevestigd. U kunt maximaal vier flitsers op elkaar
aansluiten. Wanneer u kunt fotograferen zonder rekening te houden met de posities
van de flitsers, hebt u grote vrijheid om verschillende schaduweffecten in het
onderwerp te creëren.
• Flitsers met extra aansluitingen kunnen rechtstreeks worden aangesloten.
1 Verwijder het kapje voor de aansluiting.
2 Sluit de kabel op de extra aansluiting aan.
Toepassingen
69
NL
• In deze modus wordt de ADI-meting geannuleerd en wordt automatisch
TTL-voorflitsmeting gebruikt (pagina 42).
• Hogesnelheidsync in de P-modus kan niet worden gebruikt wanneer de
flitser met de externe kabel FA-CC1AM (optie) is aangesloten.
• Alle flitsers hebben dezelfde sterkte in de TTL-modus.
• Tijdens het fotograferen met een externe kabel wordt de
afstandsbedieningsmodus automatisch geannuleerd. U kunt dan niet flitsen
met regeling van de belichtingsverhouding.
NL
70
Gebruik van de externe
batterijadapter
U kunt externe batterijadapter FA-EB1AM (optie) als extra voeding gebruiken.
1 Verwijder het kapje voor de aansluiting.
2 Sluit de stekker van de verbindingskabel op de
aansluiting van de externe voeding aan.
• Gebruik een externe batterijadapter of kabel voor deze flitser voor de
aansluiting op de externe voeding of op de extra aansluitingen.
Toepassingen
71
NL
AF-lamp
Wanneer het lichtniveau laag is of het onderwerp weinig contrast heeft en de
sluiterknop gedeeltelijk wordt ingedrukt om automatisch scherp te stellen, gaat de
rode lamp aan de voorzijde van de flitser branden. Dit is de AF-lamp die als
hulpmiddel wordt gebruikt voor de automatische scherpstelling.
• De AF-lamp functioneert zelfs wanneer [ ] op het LCD-scherm wordt
weergegeven.
• De AF-lamp van de camera werkt niet zolang de AF-lamp van de flitser wordt
gebruikt.
• De AF-lamp werkt niet zolang doorlopend automatisch scherpstellen wordt
gebruikt in de scherpstelmodus (bij doorlopend scherpstellen op een bewegend
onderwerp).
• De AF-lamp werkt mogelijk niet wanneer de brandpuntsafstand van de lens
groter is dan 300 mm. De flitser werkt niet als deze van de camera is verwijderd.
NL
72
Standaardinstellingen herstellen
Druk de toetsen MODE en TTL/M drie seconden tegelijk in.
De meeste flitserfuncties keren terug naar de standaardinstellingen.
Onderdeel
Standaardinstel-
lingen
Pagina
Flitser aan/uit Aan ( Auto of ) 21
Flitsdekking (zoom)
Automatische zoom
(105 mm)
31
Flitsmodus (TTL/M/MULTI) TTL 42, 47
Draadloos flitsen (WL) RMT 53
Belichtingsverhouding 1:1:1 65
Sterkte in TTL/M (LEVEL) 1/1 42, 47
Sterkte in meervoudig flitsen (LEVEL) 1/32 47
Frequentie in meervoudig flitsen (Hz) 5 47
Herhaling in meervoudig flitsen (TIMES) 10 47
Aangepaste instelling wordt niet teruggezet.
Toepassingen
73
NL
Aangepaste instelling
De diverse flitserinstellingen kunnen indien gewenst worden gewijzigd.
De volgende acht onderdelen kunnen worden gewijzigd.
• HSS-instelling (aan/uit)
• Instelling draadloos kanaal (kanaal 1 t/m 4)
• Instelling modus draadloze afstandsbediening (1/2)
• Opnamemodus waarin handmatig flitsen of meervoudig flitsen kan worden
ingesteld (alleen M-modus/alle modi)
• Instelling testflits (één keer/3 keer/4 seconden)
• Tijd tot batterij besparen (30 seconden/3 minuten/30 minuten/niet)
• Tijd tot batterij besparen bij het gebruik van de draadloze flitser (60 minuten/
niet)
• Flitsbereikeenheden (m/ft)
Uitvoeren van de aangepaste
instelling
De aangepaste instelling wordt als volgt gewijzigd.
1 Druk drie seconden op de toets Fn terwijl de POWER
schakelaar op ON staat.
• Het eerste onderdeel (HSS-instelling) wordt weergegeven.
NL
74
2 Druk op de toets g of G om het onderdeel te
selecteren.
Zie voor informatie over de verschillende instellingen "De aangepaste
instelling wijzigen" (pagina 77).
3 Druk op de toets Fn om de aangepaste instelling te
beëindigen.
• Het LCD-scherm keert terug naar de oorspronkelijke weergave.
• Wanneer een andere instelling dan de standaardinstelling wordt
geselecteerd in C03, C04, C06 of C07, blijft op het LCD-scherm staan.
• De geselecteerde instellingen worden behouden, ook als de flitser wordt
uitgezet of de batterij wordt verwijderd.
Toepassingen
75
NL
Selectie met de toets f of F
Selectie met de toets g of G
C01. HSS-instelling
aan uit
C02. Instelling voor draadloos kanaal
Kanaal 1 Kanaal 2 Kanaal 3 Kanaal 4
C03. Instelling modus draadloze afstandsbediening
Bediening 1 Bediening 2
C04. Opnamemodus waarin handmatig flitsen of meervoudig flitsen
kan worden ingesteld
Alleen M-modus Alle modi
NL
76
Selectie met de toets f of F
Selectie met de toets g of G
C05. Instelling testflitsen
1 keer 3 keer
C06. Tijd tot batterij besparen
30 seconden 3 minuten 30 minuten geen
4 seconden
C07. Tijd tot batterij besparen bij draadloos flitsen
60 minuten geen
C08. Eenheden voor flitsbereik
mft
Toepassingen
77
NL
De aangepaste instelling wijzigen
Hieronder wordt uitgelegd hoe u de verschillende aangepaste instellingen wijzigt.
Hogesnelheidsync instellen (C01)
U kunt de hogesnelheidsync instellen.
Druk op de toets f of F om [ON] te selecteren.
• Op het LCD-scherm verschijnt om beurten [ON] en [OFF].
• Als de sluitertijd korter is ingesteld dan de X-sync flitssluitertijd, wordt deze
flitser automatisch op hogesnelheidsync ingesteld. De X-sync flitssluitertijd kan
verschillen, afhankelijk van de camera. Raadpleeg voor meer informatie over de
X-sync flitssluitertijd de gebruiksaanwijzing van uw camera.
• Het wordt aanbevolen om foto’s te maken op locaties met veel licht.
• Hogesnelheidsync kan niet worden gebruikt met indirect flitsen.
• Het wordt niet aanbevolen bij hogesnelheidsync een flitsmeter of kleurenmeter
te gebruiken, omdat u dan de juiste belichting en kleur niet kunt bereiken.
• Het flitsbereik wordt korter dan bij normale flitsfotografie wanneer
hogesnelheidsync wordt gebruikt. Controleer of het onderwerp binnen het
flitsbereik valt.
• U kunt hogesnelheidsync ook gebruiken bij draadloos flitsen.
• Als u [OFF] selecteert, wordt de hogesnelheidsync afgebroken. Als de
hogesnelheidsync wordt afgebroken, kan de sluitertijd niet korter worden
ingesteld dan de X-sync flitssluitertijd.
De kanaalinstelling van de draadloze flitser wijzigen (C02)
U kunt het kanaal voor draadloos flitsen wijzigen om interferentie te voorkomen
met een andere flitser die in de buurt wordt gebruikt.
Druk op de toets f of F om de gewenste instelling te selecteren.
• De weergave wordt in de onderstaande volgorde gewijzigd.
[CH-1] y [CH-2] y [CH-3] y [CH-4] y . . .
• Bevestig de flitser op de camera en druk de sluiterknop gedeeltelijk in na het
wijzigen van het kanaal.
NL
78
De modus voor draadloze afstandsbediening selecteren
(C03)
U kunt een andere modus kiezen voor draadloze afstandsbediening. Deze flitser
heeft twee modi voor draadloze afstandsbediening, [CTRL1] en [CTRL2]. De
indicator voor draadloze afstandsbediening op het LCD-scherm wordt als volgt
weergegeven.
[CTRL1]-modus: [CTRL+]
Selecteer deze modus wanneer u de HVL-F58AM/HVL-F42AM als externe flitser
gebruikt.
[CTRL2]-modus: [CTRL]
Selecteer deze modus wanneer u de HVL-F56AM/HVL-F36AM als externe flitser
gebruikt.
Druk op de toets f of F om de modus voor draadloze
afstandsbediening te selecteren.
• Op het LCD-scherm verschijnt om beurten [CTRL1] en [CTRL2].
De opnamemodus die de modus handmatig flitsen (M) en
meervoudig flitsen kan gebruiken, wijzigen (C04)
U kunt de opnamemodus die de modus handmatig flitsen (M) en meervoudig
flitsen kan gebruiken, wijzigen.
Druk op de toets f of F om de opnamemodus te selecteren die de
modus handmatig flitsen en meervoudig flitsen kan gebruiken.
• De weergave verandert als volgt.
M: (correspondeert alleen met de M-modus van de camera)
PASM: (correspondeert met alle modi van de camera)
• Wanneer [PASM] wordt geselecteerd, mogen in alle opnamemodi van de
camera handmatig flitsen en meervoudig flitsen worden gebruikt. De juiste
belichting wordt mogelijk niet verkregen met fotografie in alle andere modi
dan de M-modus van uw camera. U kunt dus het beste de M-modus van uw
camera gebruiken.
• Deze flitser wordt ingesteld op de TTL-modus als u de opnamemodus van de
camera op [AUTO] zet.
Toepassingen
79
NL
De testflitsmodus wijzigen (C05)
U kunt de flitsmethode wijzigen wanneer u de testflits gebruikt.
Druk op de toets f of F om de testflitsinstelling te selecteren.
• De weergave wordt in de onderstaande volgorde gewijzigd.
[TEST1] y [TEST3] y [TESTM] y . . .
[TEST1] : flitst één keer op het ingestelde lichtniveau.
[TEST3] : flitst drie keer op een specifieke snelheid.
[TESTM] : flitst vier seconden op een specifieke snelheid.
De tijd voor batterij besparen wijzigen (C06)
U kunt de tijd voor batterij besparen wijzigen.
Druk op de toets f of F om de gewenste tijd tot batterij besparen te
selecteren.
• De weergave wordt in de onderstaande volgorde gewijzigd.
[PS 0.5] y [PS 3] y [PS 30] y [PS --] y [PS 0.5] y . . .
[PS 0.5] : na 30 seconden wordt overgeschakeld naar batterij besparen.
[PS 3] : na 3 minuten wordt overgeschakeld naar batterij besparen.
[PS 30] : na 30 minuten wordt overgeschakeld naar batterij besparen.
[PS --] : batterij besparen wordt uitgeschakeld.
De tijd tot batterij besparen wijzigen bij gebruik van een
draadloze flitser (C07)
U kunt de tijd tot batterij besparen wijzigen bij gebruik van een draadloze flitser.
Druk op de toets f of F om de tijd tot batterij besparen te selecteren
wanneer u een draadloze flitser gebruikt.
• Op het LCD-scherm verschijnt om beurten [PS 60] en [PS --].
[PS 60] : na 60 minuten wordt overgeschakeld naar batterij besparen.
[PS --] : batterij besparen wordt uitgeschakeld.
Flitsbereikeenheden wijzigen (C08)
U kunt de weergegeven flitsbereikeenheden wijzigen.
Druk op de toets f of F om de eenheden te selecteren.
• Op het LCD-scherm verschijnt om beurten [m] en [ft].
NL
80
A
anvu
ll
en
d
e
i
n
f
orma
ti
e
Opmerkingen bij het gebruik
Tijdens de opnamen
• Deze flitser genereert fel licht en mag daarom niet vlak voor de ogen worden
gebruikt.
• Gebruik de flitser niet 20 keer op een rij of snel achter elkaar om oververhitting
en vermindering van de werking van de camera en de flitser te voorkomen.
(Wanneer de sterkte 1/32 is, 40 keer op rij.)
Stop het gebruik van de flitser en laat deze minimaal 10 minuten afkoelen,
wanneer de flitser het maximale aantal keren snel achter elkaar is gebruikt.
• Bevestig de flitser in uitgeschakelde toestand op de camera.
Indien u dat niet doet, kan de flitser defect raken of niet goed functioneren en
kan het felle licht uw ogen beschadigen.
• Gebruik de flitser niet vlakbij andere mensen wanneer u tijdens indirect flitsen
de flitslamp draait. Het flitslicht kan de ogen beschadigen of de hete flitslamp
kan brandwonden veroorzaken.
Batterijen
• Het batterijniveau dat op het LCD-scherm wordt weergegeven, kan lager zijn
dan de daadwerkelijke batterijcapaciteit, afhankelijk van de temperatuur en de
opslagomstandigheden. Het weergegeven batterijniveau wordt weer correct
weergegeven nadat de flitser een aantal keren is gebruikt.
• Ni-MH-batterijen kunnen plotseling leeg zijn. Als tijdens het fotograferen de
indicator batterijen bijna leeg begint te knipperen of de flitser niet langer kan
worden gebruikt, vervangt u de batterijen of laadt u deze weer op.
• De flitsfrequentie en het aantal flitsen dat wordt geleverd door nieuwe batterijen,
kunnen verschillen van de in de tabel weergegeven waarden, afhankelijk van de
tijd die is verstreken na de productie van de batterijen.
Aanvullende informatie
81
NL
• Pas nadat de flitser is uitgezet en er enkele minuten verstreken zijn, kunt u de
batterijen verwijderen om ze te vervangen. Afhankelijk van het type, kunnen de
batterijen heet zijn. Verwijder ze voorzichtig.
• Verwijder de batterijen en berg ze op wanneer u van plan bent om de camera
geruime tijd niet te gebruiken.
Temperatuur
• De flitser mag worden gebruikt bij een temperatuur tussen 0 °C en 40 °C.
• Stel de flitser niet bloot aan extreem hoge temperaturen (bijvoorbeeld direct
zonlicht in een auto) of aan een hoge luchtvochtigheid.
• Om te voorkomen dat zich condens vormt op de flitser, plaatst u deze in een
gesloten plastic zak wanneer u de flitser van een koude naar een warme
omgeving verplaatst. Laat de flitser opwarmen tot kamertemperatuur voordat u
deze uit de zak verwijdert.
• Bij lagere temperaturen neemt de batterijcapaciteit af. Houd de camera en
reservebatterijen in een warme binnenzak wanneer u fotografeert bij koud weer.
Bij koud weer kan de indicator batterijen bijna leeg knipperen, zelfs wanneer er
nog enige lading in de batterijen over is. Batterijen winnen weer enige capaciteit
terug wanneer ze opwarmen tot de normale bedrijfstemperatuur.
• Deze flitser is niet waterbestendig. Zorg dat de flitser niet in aanraking komt met
water of zand wanneer u deze bijvoorbeel aan de kust gebruikt. Contact met
water, zand, stof of zout kan een storing veroorzaken.
NL
82
Onderhoud
Verwijder de flitser van de camera. Maak de flitser schoon met een droge, zachte
doek. Als de flitser in contact is gekomen met zand, wordt het oppervlak
beschadigd als u dit afveegt. Het zand moet daarom voorzichtig verwijderd worden
met een blaaskwastje. Voor hardnekkige vlekken gebruikt u een doek die licht is
bevochtigd met een mild schoonmaakmiddel en veegt u de flitser vervolgens droog
met een droge, zachte doek. Gebruik geen sterke oplosmiddelen, zoals thinner of
benzine, omdat deze de afwerking kunnen beschadigen.
Aanvullende informatie
83
NL
Technische gegevens
Richtnummer
Normale flits (ISO100)
Handmatige flits/35 mm-formaat
APS-C-formaat
Sterkte
Instelling flitsdekking (mm)
16* 24 28 35 50 70 105
1/1 17293136424858
1/2 11,9 20,8 21,8 25,1 29,6 34,2 41,0
1/4 8,4 14,7 15,4 17,8 20,9 24,2 29,0
1/8 5,9 10,4 10,9 12,6 14,8 17,1 20,5
1/16 4,2 7,4 7,7 8,9 10,5 12,1 14,5
1/32 3,0 5,2 5,4 6,3 7,4 8,6 10,3
* Als de groothoekadapter is vastgemaakt.
Sterkte
Instelling flitsdekking (mm)
16* 24 28 35 50 70 105
1/1 17313642485258
1/2 11,9 21,8 25,1 29,6 34,2 36,8 41,0
1/4 8,4 15,4 17,8 20,9 24,2 26,0 29,0
1/8 5,9 10,9 12,6 14,8 17,1 18,4 20,5
1/16 4,2 7,7 8,9 10,5 12,1 13,0 14,5
1/32 3,0 5,4 6,3 7,4 8,6 9,2 10,3
* Als de groothoekadapter is vastgemaakt.
NL
84
Platte HSS-flitser (ISO100)
Handmatige flits/35 mm-formaat
APS-C-formaat
Frequentie/Herhaling
• Herhaling is het geschatte aantal keren dat kan worden geflitst
voordat een nieuwe batterij volledig is uitgeput.
Sluitertijd
Instelling flitsdekking (mm)
16* 24 28 35 50 70 105
1/250 6,7 11,8 12,9 14,8 17,3 19,5 22,4
1/500 4,7 8,4 9,1 10,5 12,2 13,8 15,9
1/1000 3,3 5,9 6,4 7,4 8,6 9,8 11,2
1/2000 2,4 4,2 4,6 5,2 6,1 6,9 7,9
1/4000 1,7 3,0 3,2 3,7 4,3 4,9 5,6
1/8000 1,2 2,1 2,3 2,6 3,1 3,5 4,0
1/12000 0,8 1,5 1,6 1,8 2,2 2,4 2,8
* Als de groothoekadapter is vastgemaakt.
Sluitertijd
Instelling flitsdekking (mm)
16* 24 28 35 50 70 105
1/250 6,7 12,9 14,8 17,3 19,5 20,9 22,4
1/500 4,7 9,1 10,5 12,2 13,8 14,8 15,9
1/1000 3,3 6,4 7,4 8,6 9,8 10,5 11,2
1/2000 2,4 4,6 5,2 6,1 6,9 7,4 7,9
1/4000 1,7 3,2 3,7 4,3 4,9 5,2 5,6
1/8000 1,2 2,3 2,6 3,1 3,5 3,7 4,0
1/12000 0,8 1,6 1,8 2,2 2,4 2,6 2,8
* Als de groothoekadapter is vastgemaakt.
Alkaline
Nikkelhydride
(2500 mAh)
Frequentie (sec) Ongeveer 0,1 - 5 Ongeveer 0,1 - 3
Herhaling (aantal keer) Ongeveer 100 of meer Ongeveer 200 of meer
Aanvullende informatie
85
NL
De functies in deze gebruiksaanwijzing zijn afhankelijk van de testomstandigheden
bij ons bedrijf.
Wijzigingen in ontwerp en technische gegevens voorbehouden, zonder
kennisgeving.
Handelsmerk
is een handelsmerk van Sony Corporation.
Prestaties bij
doorlopend flitsen
40 flitsen bij 5 flitsen per seconde
(Normaal flitsen, sterkte 1/32, 105 mm, Ni-MH-batterijen)
AF-lamp Automatisch flitsen bij laag contrast en lage helderheid
Actieradius (met een lens van 50 mm op een DSLR-A700)
Centrum van het beeld: 0,5 m tot 10 m
Randen van het beeld: 0,5 m tot 3 m
Flitserregeling Flitserregeling met voorflits, directe TTL-meting
Afmetingen
(Ongeveer)
B 77 × H 147 × D 106 mm
Gewicht (Ongeveer) 440 g (exclusief de batterijen)
Voedingsvereisten 6 V gelijkspanning
Aanbevolen batterijen Vier alkalinebatterijen (AA-formaat)
Vier oplaadbare Ni-MH-batterijen (AA-formaat)
Bijgeleverde
toebehoren
Flitser (1), mini-standaard (1), etui (1), Handleiding en
documentatie

Documenttranscriptie

Nederlands Voordat u het product gebruikt, moet u deze gebruiksaanwijzing aandachtig doorlezen. Bewaar de gebruiksaanwijzing voor het geval u deze later als referentiemateriaal nodig hebt. WAARSCHUWING Om het gevaar van brand of elektrische schokken te verkleinen, mag het apparaat niet worden blootgesteld aan regen of vocht. Plak de contacten van een lithiumbatterij af met plakband om kortsluiting te voorkomen wanneer u de batterij weggooit. Houd u aan de plaatselijke regels voor het wegwerpen van batterijen. Houd batterijen en andere voorwerpen die ingeslikt kunnen worden uit de buurt van jonge kinderen. Raadpleeg onmiddellijk een arts als een voorwerp per ongeluk wordt ingeslikt. Verwijder de batterijen onmiddellijk en gebruik het apparaat niet meer als... • het product is gevallen of blootgesteld aan een schok waarbij het inwendige zichtbaar is geworden. • het product een vreemde geur, hitte of rook afgeeft. Demonteer het apparaat niet. U kunt een elektrische schok krijgen wanneer u in het product een circuit met een hoog voltage aanraakt. NL 2 Door onjuist gebruik kunnen batterijen heet worden of exploderen. Gebruik alleen de batterijen die in deze gebruiksaanwijzing worden vermeld. Plaats de batterijen met de polen (+/-) op de juiste plaats. Stel batterijen niet bloot aan vuur of hoge temperaturen. Probeer batterijen niet op te laden (met uitzondering van oplaadbare batterijen), kort te sluiten of te openen. Gebruik altijd batterijen van hetzelfde type en hetzelfde merk. Gebruik geen oude en nieuwe batterijen door elkaar. NL 3 NL VOORZICHTIG Raak tijdens het gebruik de lamp van de flitser niet aan. Deze kan heet worden wanneer er wordt geflitst. Voor klanten in Europa Verwijdering van oude elektrische en elektronische apparaten (Toepasbaar in de Europese Unie en andere Europese landen met gescheiden ophaalsystemen) Het symbool op het product of op de verpakking wijst erop dat dit product niet als huishoudelijk afval mag worden behandeld. Het moet echter naar een plaats worden gebracht waar elektrische en elektronische apparatuur wordt gerecycled. Als u ervoor zorgt dat dit product op de correcte manier wordt verwijderd, voorkomt u voor mens en milieu negatieve gevolgen die zich zouden kunnen voordoen in geval van verkeerde afvalbehandeling. De recycling van materialen draagt bij tot het vrijwaren van natuurlijke bronnen. Voor meer details in verband met het recyclen van dit product, neemt u contact op met de gemeentelijke instanties, het bedrijf of de dienst belast met de verwijdering van huishoudafval of de winkel waar u het product hebt gekocht. Kennisgeving voor klanten in de landen waar EUrichtlijnen van toepassing zijn De fabrikant van dit product is Sony Corporation, 1-7-1 Konan Minato-ku Tokyo, 108-0075 Japan. De geautoriseerde vertegenwoordiger voor EMC en productveiligheid is Sony Deutschland GmbH, Hedelfinger Strasse 61, 70327 Stuttgart, Duitsland. Voor kwesties met betrekking tot service of garantie kunt u het adres in de afzonderlijke service- en garantiedocumenten gebruiken. NL 4 Inhoud Kenmerken ............................................................................................... 8 Namen van de onderdelen ....................................................................... 9 Voorbereidingen Batterijen plaatsen ................................................................................. 14 De flitser bevestigen en verwijderen ..................................................... 17 De flitser aanzetten ................................................................................ 19 Flitsmodus wijzigen ............................................................................... 21 LCD-schermverlichting ......................................................................... 23 Basishandelingen Programma automatisch flitsen (basishandelingen) .............................. 24 Flitsen in de verschillende opnamemodi van de camera ....................... 28 Toepassingen Testflitsen .............................................................................................. 30 Zoom-flitsdekking ................................................................................. 31 Indirecte flits .......................................................................................... 35 Close-upfotografie (omlaag flitsen) ....................................................... 40 Handmatig flitsen (M) ........................................................................... 42 Hogesnelheidsync (HSS) ....................................................................... 46 Meervoudig flitsen (MULTI) ................................................................ 47 Modus voor draadloos flitsen (WL) ...................................................... 53 Camera en flitser aansluiten met een kabel ........................................... 68 Gebruik van de externe batterijadapter .................................................. 70 AF-lamp ................................................................................................. 71 Standaardinstellingen herstellen ............................................................ 72 Aangepaste instelling ............................................................................. 73 5 NL Aanvullende informatie Opmerkingen bij het gebruik ................................................................. 80 Onderhoud ............................................................................................. 82 Technische gegevens ............................................................................. 83 NL 6 Voor gebruik Raadpleeg de gebruiksaanwijzing bij uw camera voor meer informatie. Deze flitser is niet waterdicht, spatbestendig of stofbestendig. Plaats deze flitser niet op de volgende locaties Plaats deze flitser niet op de volgende locaties, ongeacht of deze wordt gebruikt of wordt opgeborgen. Hierdoor kan een storing optreden. • Als u deze flitser neerzet op plaatsen waar deze wordt blootgesteld aan direct zonlicht, zoals op het dashboard of in de buurt van een verwarming, kan deze vervormd of defect raken. • Plaatsen waar sterke trillingen optreden • Plaatsen met een sterk elektromagnetisch veld • Plaatsen met veel zand Bescherm het apparaat tegen zand en stof op plaatsen zoals het strand of gebieden waar veel zand is of waar stofwolken kunnen ontstaan. Hierdoor kan een storing optreden. 7 NL Kenmerken De HVL-F58AM is een functionele opzetflitser met een hoog vermogen bij een richtgetal van 58 (positie 105 mm, ISO 100 · m). , pagina83 Deze kan in combinatie met compatibele lenzen worden gebruikt voor het uitvoeren van ADI (Advanced Distance Integration)-flitsmetingen, die niet worden beïnvloed door het reflectiepercentage van de achtergrond of het onderwerp. , pagina42 Gebruik van hogesnelheidsync mogelijk. , pagina46 Met de functie voor snelle verschuiving bij indirect flitsen kunt u tijdens het fotograferen met indirect flitsen de flitser snel naar boven of naar de zijkant richten. , pagina35 Met het ingebouwde plaatje voor indirect flitsen kunt u een schittering in de ogen van uw onderwerp creëren. , pagina35 Voorzien van een breed, duidelijk afleesbaar LCD-scherm. , pagina12 Deze flitser ondersteunt flitsdekking tot een brandpuntsafstand van 16 mm als er wordt geflitst, via de ingebouwde groothoekadapter. , pagina33 De flitser corrigeert automatisch de witbalans door gebruik te maken van de informatie over de kleurtemperatuur.* , pagina27 De optimale flitsdekking wordt aan de afbeeldingssensorgrootte van de camera aangepast.* , pagina31 * Als de Sony digitale spiegelreflexcamera met één lens (behalve de DSLR-A100) wordt gebruikt. NL 8 Namen van de onderdelen A Ingebouwde groothoekadapter (pagina 33) B Flitslamp C Ontvanger voor signalen van de draadloze afstandsbediening (pagina 53) D AF-lamp (pagina 71) E Montagevoet (pagina 17) F Kapje van de aansluiting (pagina 68, 70) G Plaatje voor indirect flitsen (pagina 35) Verwijder de beschermfolie van de voorzijde van de AF-lamp voordat u deze gebruikt. 9 NL * H Indicator indirect flitsen (verticale hoek) (pagina 35) I LCD-scherm (pagina 12) J Bedieningspaneel (pagina 11) NL 10 K Indicator indirect flitsen (horizontale hoek) (pagina 35) L Ontgrendelknop montagevoet (pagina 18) M Deksel batterijhouder (pagina 14) N Mini-standaard (pagina 56) * Statiefbevestiging Bedieningspaneel A Toets TTL/M (MANUAL/MULTI) (pagina 43, 47, 60, 65, 72) B Toets MODE (pagina 21) C Toets TEST (pagina 30) De status terwijl de indicator brandt Oranje: flitser gereed Groen: juiste belichting D Toetsen voor Fn (functie)/ richting (pagina 43, 47, 60, 63, 65, 73) E POWER schakelaar (pagina 19) F LCD-verlichtingstoets (pagina 23) G Toets ZOOM (pagina 31) 11 NL Q Indicator draadloze bediening/ afstandsbediening (pagina 53) R Weergave flitsbereik/frequentie meervoudig flitsen/ flitsverhouding (pagina 26, 47, 65) S Indicator flitsverhouding (pagina 65) T Indicator werking (pagina 77) U Indicator waarschuwing flitsbereik (dichtbij) (pagina 26, 42) V Indicator TTL (pagina 42) W Indicator handmatig flitsen (pagina 42) X Indicator meervoudig flitsen (pagina 47) Y Indicator waarschuwing flitsbereik (veraf) (pagina 26, 42) Z Indicator ft/m (pagina 26, 42) wj Indicator Hz (page 47) 13 NL Voorbereidingen Batterijen plaatsen In de HVL-F58AM kunnen de volgende batterijen worden gebruikt: • Vier alkalinebatterijen (AA-formaat)* • Vier oplaadbare Ni-MH-batterijen (nikkelmetaalhydride) (AA-formaat)* *Er worden geen batterijen bijgeleverd. Zorg ervoor dat oplaadbare Ni-MH-batterijen altijd worden opgeladen in de aangegeven oplader. 1 Open het deksel van de batterijhouder, zoals in de afbeelding wordt weergegeven. 2 Plaats de batterijen in de batterijhouder, zoals in de afbeelding wordt weergegeven. 3 Sluit het deksel van de batterijhouder. • Volg de procedure voor het openen van het deksel van de batterijhouder in omgekeerde volgorde. NL 14 Batterijen controleren De indicator op het LCD-scherm knippert als de batterijen bijna leeg zijn. Alleen knippert De flitser kan niet worden gebruikt. Plaats nieuwe batterijen. Voorbereidingen knippert Het verdient aanbeveling de batterijen te vervangen. De flitser kan worden gebruikt zolang de toets TEST oranje brandt. • Als er niets op het LCD-scherm verschijnt terwijl de POWER schakelaar op ON staat, controleer dan of de batterijen correct zijn geplaatst. 15 NL Indicator OVERHEAT Wanneer de temperatuur van deze flitser stijgt als de flitser continu of in een omgeving met een hoge temperatuur wordt gebruikt, wordt de flitser automatisch uitgeschakeld. • De indicator OVERHEAT knippert wanneer de flitser oververhit raakt. • De werking van de flitser wordt tijdelijk gestopt totdat de temperatuur van de flitser zakt. • Zet de POWER-schakelaar op OFF en stop het gebruik van de flitser vervolgens ongeveer 10 minuten om de flitser te laten afkoelen. NL 16 De flitser bevestigen en verwijderen De flitser op de camera bevestigen • De flitser wordt automatisch vergrendeld. • Als de ingebouwde flitser van de camera is uitgeklapt, klapt u deze in voordat u de flitser bevestigt. Voorbereidingen Schuif de montagevoet van de uitgeschakelde flitser stevig en zo ver mogelijk in de schoen op de camera. 17 NL De flitser van de camera verwijderen Houd de ontgrendelknop van de montagevoet ingedrukt 1 en verwijder de flitser 2. NL 18 De flitser aanzetten Zet de POWER schakelaar op ON. Voorbereidingen De flitser wordt ingeschakeld. • Wanneer de flitser wordt ingeschakeld, wordt ook het LCD-scherm ingeschakeld. De flitser uitzetten Zet de POWER schakelaar op OFF. 19 NL Batterij besparen Wanneer de camera of de flitser drie minuten niet wordt gebruikt, schakelt de flitser over naar de batterijbesparingsstand om de batterijen te sparen. De indicator STANDBY verschijnt op het LCD-scherm. • Tijdens draadloos flitsen (pagina 53) gaat de flitser na 60 minuten naar de batterijbesparingsstand. • U kunt de tijd tot inschakeling batterij besparen wijzigen of batterij besparen uitschakelen. (pagina 73) • De flitser gaat automatische naar de batterijbesparingsstand wanneer de POWER schakelaar van de camera op OFF wordt gezet.* *Als de Sony digitale spiegelreflexcamera met één lens (behalve de DSLR-A100) wordt gebruikt. • Omdat uw camera niet met de flitser communiceert, zijn de flitsmodus, de schakeling in TTL/M-modus, de modus batterij besparen en de groothoekweergave niet aan uw camera gekoppeld als de camera in de modus batterij besparen staat of als het LCD-scherm uit is gezet. NL 20 Flitsmodus wijzigen Druk op de toets MODE. Als uw camera is ingeschakeld en de flitser op uw camera is aangesloten (WL is niet ingesteld) : ( AUTO) t t ( AUTO) t . . . Voorbereidingen • De indicator op het LCD-scherm verandert als volgt. Als de flitser niet op uw camera is aangesloten of als de camera in de modus batterij besparen staat of het LCD-scherm wordt uitgeschakeld als de flitser op uw camera wordt aangesloten: ( AUTO) t WL t t ( AUTO) t . . . • [ AUTO] gaat branden wanneer de camera op automatisch flitsen wordt gezet. Alleen [ ] gaat branden wanneer de camera op full-flash wordt gezet. 21 NL Flitsmodi • (Full-flash) Er wordt altijd geflitst. • AUTO (Automatisch flitsen) De flitser wordt in deze modus gezet wanneer de camera op automatisch flitsen wordt gezet. • WL (Draadloos flitsen) Deze modus wordt gebruikt bij draadloos flitsen. • (Un-full-flash) Er wordt niet geflitst. NL 22 LCD-schermverlichting Het LCD-scherm wordt verlicht bij weinig licht. Druk op de toets . Voorbereidingen • Het LCD-scherm wordt ongeveer acht seconden verlicht. Het scherm wordt langer verlicht als in die periode de flitser of de camera wordt gebruikt. • Druk opnieuw op de toets terwijl het LCD-scherm is verlicht om de LCDschermverlichting uit te schakelen. 23 NL Basishandelingen Programma automatisch flitsen (basishandelingen) 1 Selecteer de P-modus op de camera. 2 Druk op de toets MODE, zodat [ AUTO] of [ ] op het LCD-scherm verschijnt. • [ AUTO] gaat branden wanneer de camera op automatisch flitsen wordt gezet. Alleen [ ] gaat branden wanneer de camera op full-flash wordt gezet. NL 24 3 Druk de sluiterknop half in en controleer of het onderwerp zich binnen het flitsbereik bevindt. • Zie pagina26 voor informatie over het flitsbereik. Wanneer de flitser is opgeladen, drukt u op de sluiterknop om een foto te maken. • De flitser is volledig opgeladen wanneer de toets TEST op het bedieningspaneel oranje brandt. U kunt ook zien of de flitser volledig is opgeladen via het bliksemsymbool van de indicator " " in de beeldzoeker van de camera. Basishandelingen 4 25 NL Als de juiste belichting voor de zojuist gemaakte foto is bereikt, knippert de toets TEST op het bedieningspaneel groen. • Als de foto wordt gemaakt voordat het opladen gereed is, is deze onderbelicht door te weinig licht. • Druk op de sluiterknop nadat u hebt gecontroleerd of het opladen gereed is wanneer u de flitser gebruikt met de zelfontspanner. • Als uw camera een modus AUTO of scèneselectie heeft, gaat u hetzelfde te werk als bij het programma automatisch flitsen. • De geselecteerde flitsermodus (automatisch flitsen ( AUTO), full-flash ( ) of un-full-flash ( )) hangt af van uw camera. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing bij uw camera voor meer informatie. Flitsbereik Druk de sluiterknop half in. Het flitsbereik voor de juiste belichting wordt op het LCD-scherm weergegeven. Controleer of het onderwerp binnen dit bereik valt en maak vervolgens de foto. NL 26 Het bereik dat op het LCD-scherm kan worden weergegeven, loopt van 1,5 m tot 28 m (0,7 m tot 28 m voor omlaag flitsen; zie pagina 40). Wanneer de afstand buiten dit bereik valt, gaat of branden aan een van beide zijden van het flitsbereik. Een juiste belichting wordt bereikt op een afstand kleiner dan 1,5 m. Een juiste belichting wordt bereikt op een afstand tussen 1,5 m en 28 m of meer. Automatische WB-aanpassing met kleurtemperatuurinfo Basishandelingen • Het flitsbereik wordt niet weergegeven wanneer omhoog wordt geflitst, draadloos wordt geflitst of wanneer externe kabels worden gebruikt. • Wanneer u foto’s maakt van onderwerpen die dichterbij zijn dan de benedengrens van het flitsbereik, kan de foto toch nog overbelicht zijn, ook al knippert de toets TEST groen, of kan de foto aan de onderkant donkerder zijn. Fotografeer altijd binnen het aangegeven flitsbereik. De flitser stuurt kleurtemperatuurinfo naar een α-camera. Kleurtemperatuur wordt door een α-camera automatisch aan standaardwit aangepast. • Deze functie werkt met de flitsmodus TTL bij gebruik van de opzetverbinding op de camera. • Deze functie werkt niet tijdens handmatig flitsen. 27 NL Flitsen in de verschillende opnamemodi van de camera In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe de flitser in de verschillende opnamemodi van de camera moet worden gebruikt. Flitsfotografie gebaseerd op diafragma-instelling (A) 1 Selecteer de A-modus op de camera. 2 Druk op de toets MODE, zodat [ ] wordt weergegeven. • Full-flash wordt geselecteerd. 3 Stel het diafragma in en stel scherp op het voorwerp. • Verklein het diafragma (kies een hogere f-stop) om het flitsbereik te verkleinen of open het diafragma (kies een lagere f-stop) om het flitsbereik te vergroten. • De sluitertijd wordt automatisch ingesteld. 4 NL 28 Druk de sluiterknop in wanneer het opladen is voltooid. Flitsfotografie gebaseerd op sluitertijd (S) 1 Selecteer de S-modus op de camera. 2 Druk op de toets MODE, zodat [ ] wordt weergegeven. • Full-flash wordt geselecteerd. Stel de sluitertijd in en stel scherp op het voorwerp. 4 Druk de sluiterknop in wanneer het opladen is voltooid. Flitsfotografie met handmatige belichtingsmodus (M) 1 Selecteer de M-modus op de camera. 2 Druk op de toets MODE, zodat [ ] wordt weergegeven. Basishandelingen 3 • Full-flash wordt geselecteerd. 3 Stel het diafragma en de sluitertijd in en stel scherp op het voorwerp. • Verklein het diafragma (kies een hogere f-stop) om het flitsbereik te verkleinen of open het diafragma (kies een lagere f-stop) om het flitsbereik te vergroten. 4 Druk de sluiterknop in wanneer het opladen is voltooid. 29 NL Toepassingen Testflitsen U kunt een testflits uitvoeren voordat u foto’s gaat maken. Controleer bij gebruik van de testflits de lichtsterkte wanneer u een flitsmeter enzovoort gebruikt in de handmatige flitsmodus (M). Druk op de toets TEST als de toets TEST oranje wordt verlicht. • Het lichtniveau van de testflits is afhankelijk van de lichtniveau-instelling (pagina 42). De flitser flitst met een lichtniveau van 1/1 in de TTL-modus. • U kunt de schaduwen op het onderwerp met de testflitsfunctie (modelleerflits) bekijken voordat u foto’s maakt. De flitser heeft twee modelleerflitsmodi, namelijk een modus voor drie keer flitsen en een modelleerflitsmodus waarin de flitser vier seconden continu flitst. Zie voor meer informatie over instelling van de testflitsmodus "Aangepaste instelling" (pagina 73). Toets TEST De toets TEST wordt in overeenstemming met de huidige status van de flitser als volgt aangezet. • Oranje: flitser gereed • Groen: juiste belichting NL 30 Zoom-flitsdekking Automatisch zoomen Deze flitser schakelt automatisch naar optimale flitsdekking (zoom-flitsdekking) om een bereik van brandpuntsafstanden van 24 mm tot 105 mm tijdens het fotograferen (automatisch zoomen) te dekken. Gewoonlijk hoeft u de flitsdekking niet handmatig te wijzigen. Automatisch zoomen werkt wanneer [A ZOOM] op het LCD-scherm wordt weergegeven. De zoomstand wordt niet op het LCD-scherm weergegeven wanneer [A ZOOM] wordt weergegeven. Toepassingen Brandpuntsafstand 24 mm Brandpuntsafstand 105 mm • Wanneer een lens met een brandpuntsafstand van minder dan 24 mm wordt gebruikt met automatische zoom, knippert [WIDE] op het LCD-scherm. Het gebruik van de ingebouwde groothoekadapter (pagina 33) wordt in dit geval aanbevolen om donkere randen in de foto te voorkomen. Automatische zoombesturing geoptimaliseerd voor beeldsensorgrootte Wanneer met deze flitser een Sony spiegelreflexcamera met één lens wordt gebruikt, behalve de DSLR-A100, biedt de flitser optimale flitsdekking ten opzichte van de beeldsensorgrootte (APS-C-formaat/35 mm-formaat) van de camera. 31 NL Handmatig zoomen U kunt de flitsdekking handmatig instellen, ongeacht de brandpuntsafstand van de gebruikte lens (handmatig zoomen). Druk op de toets ZOOM om de gewenste flitsdekking te selecteren. • De zoomdekking wordt in de onderstaande volgorde gewijzigd. 105 mm t 70 mm t 50 mm t 35 mm t 28 mm t 24 mm t A ZOOM t 105 mm t . . . • Wanneer handmatig wordt gezoomd, wordt [M ZOOM] boven de zoomdekking weergegeven. • Als de flitsdekking wordt ingesteld op minder dan de brandpuntsafstand van de gebruikte lens, worden de randen van het scherm donkerder. • De flitsdekking van handmatig zoomen op het LCD-scherm komt overeen met de kijkhoek van de gelijkwaardige brandpuntsafstand voor het 35 mm-formaat. NL 32 Ingebouwde groothoekadapter (zoomhoek van 16 mm) Als u de ingebouwde groothoekadapter uittrekt, wordt de flitsdekking vergroot tot een brandpuntsafstand van 16 mm. Trek de groothoekadapter naar buiten en plaats deze voor de flitslamp. Schuif vervolgens het plaatje voor indirect flitsen weer terug. Toepassingen • [WIDE] verschijnt op het LCD-scherm. • Schuif de groothoekadapter volledig in wanneer u deze weer terugzet. • Trek de groothoekadapter niet te hard naar buiten. Dit kan de adapter beschadigen. • Wanneer u een vlak onderwerp fotografeert met een brandpuntsafstand van ongeveer 16 mm, kunnen de randen van het scherm enigszins donker worden, omdat de brandpuntsafstanden van het midden en de randen van het scherm verschillen. • Wanneer u een groothoeklens gebruikt met een brandpuntsafstand onder 16 mm, kunnen de randen van het beeld donker worden. • De brandpuntsafstand correspondeert met de gelijkwaardige brandpuntsafstand voor het 35 mm-formaat. • Deze flitser ondersteunt niet de kijkhoek van een 16 mm F2,8 visooglens. • Schuif de groothoekadapter en het plaatje voor indirect flitsen weer in de flitserkop wanneer u deze flitser weer in de bijgeleverde tas opbergt. 33 NL Flitsdekking en brandpuntsafstand Hoe groter de brandpuntsafstand van een lens op de camera, hoe verder weg een onderwerp mag zijn om het te fotograferen terwijl het hele scherm wordt gevuld; maar het gebied dat bedekt kan worden, wordt kleiner. Omgekeerd kunnen onderwerpen met een kleinere brandpuntsafstand worden gefotografeerd met een grotere dekking. De flitsdekking is het gebied dat het licht van de flitser gelijkmatig op een ingestelde intensiteit of groter kan dekken, aangegeven als een hoek. De flitsdekking waarmee u kunt fotograferen, wordt bepaald door de brandpuntsafstand. Door de flitsdekking in overeenstemming met de brandpuntsafstand vast te stellen, kan de flitsdekking worden uitgedrukt als het getal voor brandpuntsafstand. NL 34 Indirecte flits Flitsen met een muur direct achter het onderwerp produceert een sterke schaduw op de muur. Door de flitser op het plafond te richten kunt u het onderwerp met gereflecteerd licht verlichten, waarmee de intensiteit van de schaduw wordt verminderd en er een zachter licht op het scherm verschijnt. Toepassingen Indirecte flits Normale flits 35 NL Draai de flitser omhoog of naar links of rechts en houd de camera stevig vast. • verschijnt op het LCD-scherm. De flitser kan in de volgende hoeken worden ingesteld. • Naar boven: 45°, 60°, 75°, 90°, 120°, 150° • Naar beneden: 10° (zie "Close-upfotografie (omlaag flitsen)", pagina 40) • Naar rechts: 30°, 45°, 60°, 90° • Naar links: 30°, 45°, 60°, 90° NL 36 • Wanneer de flitser naar boven wordt gedraaid, wordt het flitsbereik niet op het LCD-scherm weergegeven. De hogesnelheidsync (pagina 46) wordt ook niet weergegeven. • Wanneer de flitser naar boven wordt gedraaid, verschijnt de indicator indirect flitsen niet. • Gebruik voor het reflecteren van het flitslicht een wit plafond of witte muur. Een gekleurd oppervlak kan het licht doen kleuren. Hoge plafonds of glas worden niet aanbevolen. Aanpassen indirecte hoek Juist Toepassingen Het gelijktijdig gebruik van direct licht en indirect licht vanaf de flitser produceert ongelijke belichting. Bepaal de hoek voor indirect licht in relatie tot de afstand met het reflecterende oppervlak, de afstand van de camera tot het onderwerp, de brandpuntsafstand van de lens enzovoort. Onjuist 37 NL Wanneer de flitser naar boven weerkaatst Bepaal de hoek in relatie tot de volgende tabel. Brandpuntsafstand van de lens Indirecte hoek Minimaal 70 mm 45° 28 - 70 mm 60° Maximaal 28 mm 75°, 90° Gebruik van het plaatje voor indirect flitsen Met het plaatje voor indirect flitsen creëert u een schittering in de ogen van het onderwerp en ziet het onderwerp er nog levendiger uit. • Het plaatje voor indirect flitsen wordt tegelijk met de groothoekadapter naar buiten getrokken. Schuif de groothoekadapter terug. • Stel wanneer u het plaatje voor indirect flitsen gebruikt de weerkaatsingshoek in op 90° naar boven. Snelle verschuiving bij indirect flitsen Wanneer u in de portretstand fotografeert, kunt u dezelfde indirecte flits instellen als bij foto’s in de landschapspositie en ook het bedieningspaneel in de juiste richting gebruiken. NL 38 90° zijwaarts flitsen Wanneer de weerkaatsingshoek wordt ingesteld op 90° zijwaarts en 0° omhoog en u fotografeert in de portretstand, kunnen de boven- en onderrand van de foto donkerder worden. Gebruik in dit geval de ingebouwde groothoekadapter of stel de weerkaatsingshoek in op 0° zijwaarts. Toepassingen • knippert op het LCD-scherm. • Wanneer de zoomflitsdekking is ingesteld op [A ZOOM] en u 90° zijwaarts flitst, wordt de dekking automatisch op groothoek ingesteld. In dit geval is het flitsbereik korter dan het bereik voor 0° zijwaarts flitsen. 39 NL Close-upfotografie (omlaag flitsen) Kantel de flitser enigszins omlaag wanneer u voorwerpen fotografeert tussen 0,7 m en 1,5 m van de camera om een juiste belichting te garanderen. Draai de flitser omlaag en houd de camera stevig vast. • De rotatiehoek is 10°. NL 40 • verschijnt op het LCD-scherm. Toepassingen Wanneer u fotografeert op een afstand korter dan 0,7 m, kan de flitser het voorwerp niet volledig bedekken en zal de foto aan de onderkant donkerder zijn. Gebruik een externe flitser, een dubbele macroflitser of ringverlichting. • U kunt alleen omlaag flitsen wanneer u de weerkaatsingshoek instelt op 0° of 90° zijwaarts. • Lange lenzen kunnen het flitslicht belemmeren. 41 NL Handmatig flitsen (M) De normale TTL-flitsmeting past de flitsintensiteit automatisch aan om de juiste belichting van het onderwerp te verkrijgen. Handmatig flitsen betekent een vaste flitsintensiteit, ongeacht de helderheid van het onderwerp en de camera-instelling. • Handmatig flitsen is alleen mogelijk wanneer op de camera de M-modus is ingesteld. In andere modi wordt automatisch TTL-meting geselecteerd. • Omdat bij handmatig flitsen het reflectievermogen van het onderwerp geen invloed heeft, is deze optie handig bij onderwerpen met een extreem hoog of laag reflectievermogen. TTL-flitsmeting 1 NL 42 Meting bij handmatig flitsen Selecteer de M-modus op de camera. 2 Druk op de toets TTL/M, zodat scherm wordt weergegeven. op het LCD- • De modi worden in de onderstaande volgorde gewijzigd. , , Druk op de toets g of G om de gewenste sterkte te selecteren. Toepassingen 3 • De sterkte wordt in de onderstaande volgorde gewijzigd. 1/1 t 1/2 t 1/4 t 1/8 t 1/16 t 1/32 43 NL • Wanneer de sluiterknop half wordt ingedrukt, verschijnt de afstand waarop de juiste belichting wordt bereikt, op het LCD-scherm. Een juiste belichting wordt bereikt op een afstand kleiner dan 1,5 m. Een juiste belichting wordt bereikt op een afstand groter dan 28 m. • Als tijdens het fotograferen met handmatige flits de sterkte is ingesteld op 1/1, flitst de flitser op volledige sterkte. Het bereik van de sterkte (bijvoorbeeld 1/1t 1/2) komt overeen met het bereik van het diafragma (bijvoorbeeld F4 t 5,6). • De indicatie van het flitsbereik van de toets TEST (knippert groen) werkt niet nadat een foto met handmatige flits is gemaakt. • Bij het gebruik van aangepaste functies kan handmatig flitsen worden geselecteerd zonder de M-modus in te stellen op de camera (pagina 73). NL 44 TTL-flitsen Handmatig flitsen betekent een vaste flitsintensiteit, ongeacht de helderheid van het onderwerp en de camera-instelling. TTL*-flitsen meet het licht dat vanaf het onderwerp wordt gereflecteerd door de lens. TTL-meting heeft ook een P-TTL-meetfunctie, waarbij een voorflits aan de TTL-meting wordt toegevoegd, en een ADI-meetfunctie, waarbij afstandsgegevens aan de P-TTL-meting worden toegevoegd. Deze flitser definieert alle P-TTL- en ADI-metingen als TTL-flitsen. wordt op het LCD-scherm weergegeven. *TTL = Through The Lens (door de lens) Toepassingen • ADI-meting is mogelijk in combinatie met een lens met een ingebouwde afstandsencoder. Controleer voordat u de functie voor ADI-meting gebruikt, of de lens over een ingebouwde afstandsencoder beschikt. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing die bij de lens is geleverd. 45 NL Hogesnelheidsync (HSS) Hogesnelheidsync Normale flits Met hogesnelheidsync worden de beperkingen van de X-sync flitssluitertijd opgeheven en wordt het mogelijk om de flitser te gebruiken in combinatie met het volledige sluitertijdbereik van de camera. Met het grotere te selecteren diafragmabereik wordt flitsfotografie met een groot diafragma mogelijk. Hierbij blijft de achtergrond onscherp en wordt het onderwerp op de voorgrond benadrukt. Zelfs wanneer u in de A- of M-modus met een grote f-stop fotografeert terwijl de achtergrond zeer helder is en de opname normaal overbelicht zou zijn, kunt u de belichting aanpassen door de hogesnelheidsluiter te gebruiken. Zie voor meer informatie over instelling van de HSS-functies "Aangepaste instelling" (pagina 73). X-sync flitssluitertijd Flitsfotografie wordt meestal geassocieerd met een kortste sluitertijd die ook wel wordt aangeduid als de X-sync flitssluitertijd. Deze beperking is niet van toepassing op camera’s die zijn ontworpen voor hogesnelheidsyncfotografie (HSS), omdat hiermee flitsfotografie mogelijk is met de kortste sluitertijd van de camera. NL 46 Meervoudig flitsen (MULTI) De flitser wordt een aantal keren geactiveerd terwijl de sluiter openstaat (meervoudig flitsen). Met meervoudig flitsen kunt u beweging van het onderwerp op een foto vastleggen voor latere analyse. • De camera moet op de M-modus worden ingesteld om meervoudig te kunnen flitsen. Stel de camera in op de M-modus. 2 Druk op de toets TTL/M om weer te geven. Toepassingen 1 op het LCD-scherm 47 NL 3 Druk op de toets Fn om [TIMES] te laten knipperen. • Het huidige aantal flitsen voor meervoudig flitsen wordt op het LCDscherm weergegeven. NL 48 4 Druk op de toets f of F om het aantal flitsen te selecteren. • U kunt kiezen uit de onderstaande waarden. - -, 100, 90, 80, 70, 60, 50, 45, 40, 35, 30, 25, 20, 15, 10, 9, 8, 7, 6, 5, 4, 3, 2 • Houd de knop f of F ingedrukt om de waarde continu te wijzigen. • Wanneer "--" is geselecteerd, wordt doorgegaan met flitsen op de ingestelde frequentie terwijl de sluiter open is. Toepassingen 5 Druk op de toets Fn om [Hz] te laten knipperen. • De huidige frequentie voor meervoudig flitsen (aantal flitsen per seconde) wordt op het LCD-scherm weergegeven. 49 NL 6 Druk op de toets f of F om de flitsfrequentie te selecteren. • U kunt kiezen uit de onderstaande waarden. 100, 90, 80, 70, 60, 50, 40, 30, 20, 10, 9, 8, 7, 6, 5, 4, 3, 2, 1 • Houd de knop f of F ingedrukt om de waarde continu te wijzigen. 7 Druk op de knop Fn om de indicator voor sterkte te laten knipperen. • De huidige sterkte wordt weergegeven. 8 Druk op de toets g of G om de gewenste sterkte te selecteren. • U kunt kiezen uit de onderstaande waarden. 1/8, 1/16, 1/32 NL 50 9 Druk op de toets Fn. 10 Stel de sluitertijd en het diafragma in. • De sluitertijd wordt als volgt berekend in overeenstemming met de geselecteerde flitsfrequentie en het aantal flitsen. Aantal flitsen (TIME) ÷ flitsfrequentie (Hz) = sluitertijd Wanneer bijvoorbeeld tien flitsen en 5 Hz worden geselecteerd, is 10 ÷ 5 = 2 en is dus een sluitertijd van meer dan twee seconden nodig. 11 Wanneer de flitser volledig is opgeladen, drukt u op de sluiterknop om de foto te maken. Toepassingen • De afstand waarop met één keer flitsen de juiste belichting wordt bereikt, wordt op het LCD-scherm weergegeven. • Om trillingen te voorkomen wordt bij meervoudig flitsen het gebruik van een statief aanbevolen. • De testflits flitst op de geselecteerde frequentie/het geselecteerde aantal/ niveau terwijl de toets TEST wordt ingedrukt als [TEST1] wordt geselecteerd in de aangepaste instelling. Wanneer [TEST3] of [TESTM] wordt geselecteerd, heeft drie keer flitsen of de modelleerflits van vier seconden prioriteit. • Via aangepaste instellingen kunt u de camera instellen voor meervoudig flitsen zonder dat u de M-modus hoeft te selecteren (pagina 73). 51 NL Maximumaantal continue flitsen Het maximumaantal continue flitsen tijdens meervoudig flitsen wordt beperkt door de lading in de batterij. Gebruik de volgende waarden als richtlijn. Met alkalinebatterijen Flitsfrequentie (Hz) Sterkte 100 90 1/8 80 70 60 50 40 30 20 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1 4 4 4 4 4 4 4 5 5 6 6 6 7 8 10 14 14 40 100 4 4 1/16 8 8 8 8 8 8 8 8 8 10 15 15 15 20 20 20 35 1/32 14 14 14 14 14 18 18 20 20 25 35 35 40 50 50 50 50 100 100* *100 geeft meer dan 100 aan. Met Ni-MH-batterijen (bij 2500 mAh) Flitsfrequentie (Hz) Sterkte 100 90 1/8 80 70 60 50 40 30 20 10 9 8 7 6 5 4 3 2 4 4 4 4 5 5 5 7 7 7 7 10 10 15 20 50 100 1 50 100 100* 100* 4 4 1/16 8 8 8 8 8 9 10 10 10 15 15 15 20 20 30 1/32 15 17 17 17 18 18 18 20 25 50 60 70 70 70 70 100* 100* 100* 100* *100 geeft meer dan 100 aan. • Het maximumaantal flitsen varieert, afhankelijk van het type en de staat van de batterij. Wanneer een externe batterijadapter FA-EB1AM (optie) wordt gebruikt, wordt het maximumaantal flitsen verhoogd boven de hierboven vermelde waarden. NL 52 Modus voor draadloos flitsen (WL) Normale flits Toepassingen Foto’s die zijn gemaakt met de flitser op de camera bevestigd, zijn vlak, zoals is te zien in foto 1. Haal in dergelijke gevallen de flitser van de camera en plaats de flitser zo dat een meer driedimensionaal effect wordt bereikt, zoals in foto 2. Wanneer u bovendien 2 of meer flitsers gebruikt, kunt u gedetailleerdere lichtomstandigheden creëren, zoals in foto 3. Bij het maken van dit type foto’s met een spiegelreflexcamera met één lens worden de camera en de flitser meestal op elkaar aangesloten met een kabel. Bij deze flitser is geen kabel nodig om signalen over te brengen naar de flitser, omdat het licht van de ingebouwde flitser als signaal wordt gebruikt. De juiste belichting wordt automatisch bepaald door de camera. Draadloos flitsen Draadloos flitsen (Regeling belichtingsverhouding) 53 NL Bereik draadloos flitsen Het lichtsignaal van de ingebouwde flitser wordt door de draadloze flitser gebruikt om de externe flitser te activeren. Houd rekening met de volgende punten bij het plaatsen van de camera, de flitser en het onderwerp. • Fotografeer op donkere plaatsen binnenshuis. • Als u de flitslamp draait met de functie voor indirect flitsen (pagina 35), zodat de ontvanger voor signalen van de draadloze afstandsbediening naar de camera wijst, kan de flitser de signalen van de camera gemakkelijker ontvangen. • Plaats de externe flitser binnen het grijze gebied in het volgende diagram. Afstand tussen camera en onderwerp (zie tabel 1) Afstand tussen flitser en onderwerp (zie tabel 2) Plaats de flitser niet direct achter het onderwerp Plaats de camera en flitser binnen een straal van 1 tot 5 m van het onderwerp NL 54 Afstand camera-HVL-F58AM-onderwerp Afstand cameraonderwerp (Tabel 1) Sluitertijd Diafragma Afstand HVL-F58AM-onderwerp (Tabel 2) Anders dan HSS HSS Alle Syncsnelheid of 1/250 sec sluitertijden trager 1/500 sec 1/1000 sec 1/2000 sec 2,8 1,4 - 5 1,4 - 5 1 – 3,5 1 – 2,5 1 – 1,7 4 1-5 1 -5 1 – 2,5 1 – 1,7 1 – 1,2 – 5,6 1-5 1 -5 1 – 1,7 1 – 1,2 – – 1 – 1,2 • Bij de afstanden in de bovenstaande tabel wordt uitgegaan van het gebruik van ISO 100. Als ISO 400 wordt gebruikt, moeten de afstanden met factor twee worden vermenigvuldigd (uitgaand van een limiet van 5 m). • Het flitsbereik wordt niet op het LCD-scherm weergegeven wanneer u draadloos flitst. Opmerkingen over draadloos flitsen Toepassingen Eenheden: m • U kunt geen flitsmeter of kleurmeter gebruiken bij de modus voor draadloos flitsen omdat de ingebouwde flitser van de camera vooraf flitst. • De testflits voor draadloos flitsen wordt in de op dat moment geselecteerde testflitsmodus uitgevoerd. Er wordt één keer geflitst bij [TEST1] en drie keer bij [TEST3]. Er wordt vier seconden continu geflitst bij [TESTM]. Zie voor meer informatie over testflitsen "Aangepaste instelling" (pagina 73). • De zoompositie voor de HVL-F58AM wordt automatisch ingesteld op 24 mm. Een andere zoompositie dan 24 mm wordt afgeraden. • Bij draadloos flitsen wordt de ADI-meting geannuleerd en wordt automatisch de P-TTL-flitsmeting gebruikt (pagina 42). • Meervoudig flitsen kan niet worden gebruikt. • Als in de buurt een andere draadloze flitser wordt gebruikt, kunt u het kanaal wijzigen in de aangepaste instellingen om interferentie te voorkomen (pagina 73). • Wanneer u fotografeert met de draadloze flitser, kan de flitser soms per ongeluk afgaan als gevolg van statische elektriciteit of elektromagnetische storing. Wanneer u de flitser niet gebruikt, selecteert u [ ] met de toets MODE. 55 NL • De flitser kan in zeldzame gevallen niet goed belichten, omdat het lichtsignaal het onderwerp enzovoort niet bereikt als gevolg van de positie waarin de draadloze flitser is geïnstalleerd. In dit geval kunt u een onjuiste belichting voorkomen door de installatiepositie van de draadloze flitser aan te passen of de instelling voor het kanaal voor draadloos flitsen in de aangepaste instelling aan te passen (pagina 73). De mini-standaard openen en sluiten • De mini-standaard kan worden ingeklapt en moet tijdens gebruik zijn geopend. De mini-standaard bevestigen en verwijderen • Gebruik de bijgeleverde mini-standaard wanneer de flitser op afstand van de camera wordt gebruikt. Bevestiging Verwijdering • U kunt de flitser op een statief bevestigen met de daarvoor bestemde bevestigingsopeningen in de mini-standaard. Gebruik het statief dat is voorzien van de schroef kleiner dan 5,5 mm. Omdat op het statief dat is voorzien met de schroef groter dan 5,5 mm de mini-standaard niet stevig kan worden bevestigd, kan de mini-standaard beschadigd raken. NL 56 • Wanneer de mini-standaard in twee stukken breekt, bevestigt u het onderdeel met de as in het andere onderdeel. De volgende methoden voor draadloos flitsen kunnen met deze flitser worden gebruikt. [1] Draadloos flitsen wanneer de camera een ingebouwde flitser heeft U kunt deze flitser als losse flitser gebruiken door de ingebouwde flitser van de camera als afstandsbediening te gebruiken. Toepassingen Mogelijkheden voor draadloos flitsen met deze flitser [2] Draadloos flitsen wanneer de camera geen ingebouwde flitser heeft (zonder bepaling van de belichtingsverhouding) Zelfs als de camera geen ingebouwde flitser heeft, kunt u fotograferen met een draadloze flitser door deze flitser als afstandsbediening te gebruiken en een andere flitser als draadloze flitser. [3] Draadloos flitsen met regeling belichtingsverhouding U kunt fotograferen met een draadloze flitser terwijl u de belichtingsverhouding van groepen flitsers regelt door deze flitser als afstandsbediening te gebruiken. (1) Wanneer u de HVL-F58AM/HVL-F42AM als externe flitser gebruikt, kunt u de belichtingsverhouding van maximaal 3 groepen regelen ([CTRL], [RMT], [RMT2]). U kunt deze functie gebruiken met DSLR-A900/A700. (2) Wanneer u de HVL-F56AM/HVL-F36AM als externe flitser gebruikt, kunt u de belichtingsverhouding van maximaal 2 groepen regelen ([CTRL], [RMT]). U kunt deze functie gebruiken met een DSLR-A900. • Zie voor meer informatie "Combinatie van camera, externe flitser en afstandsbediening" (pagina 58). • U kunt verschillende externe flitsers tegelijk gebruiken. 57 NL • De externe flitser flitst met de sterkte die voor elke flits wordt ingesteld als de externe flitser op de stand MANUAL staat. • In deze handleiding wordt met "afstandsbediening" de flitser bedoeld die op de camera is aangesloten, en met "externe flitser" de flitser die van een camera is gehaald voor gebruik. Combinatie van camera, externe flitser en afstandsbediening Typen Externe flitser*1 Afstandsbediening*2 [1]Met ingebouwde flitser Sony digitale SpiegelreflexHVL-F58AM/HVLcamera’s met één F42AM/HVL-F56AM/ lens en ingebouwde HVL-F36AM flitser Ingebouwde flitser van camera [2]Zonder ingebouwde flitser Camera’s zonder ingebouwde flitser DSLR-A900 HVL-F58AM*3/HVLF42AM HVL-F58AM: [CTRL1]-modus*4 HVL-F58AM/HVLF42AM/HVL-F56AM/ HVL-F36AM HVL-F58AM: [CTRL2]modus*4*5 DSLR-A700/ DSLR-A900 HVL-F58AM /HVLF42AM*6 HVL-F58AM: [CTRL1]-modus*4 DSLR-A900 HVL-F58AM/HVLF42AM/HVL-F56AM/ HVL-F36AM HVL-F58AM: [CTRL2]modus*4*5 [3]-(1) Regeling van maximaal 3 groepen [3]Regeling belichtings verhouding [3]-(2) Regeling van 2 groepen *1 *2 *3 *4 NL Camera*1 Zie voor meer informatie over camera’s en flitsers die hierboven niet worden genoemd, de gebruiksaanwijzing van de diverse producten. Wanneer u DSLR-A100/A200/A300/A350 gebruikt, kan deze flitser niet als afstandsbediening worden gebruikt. Wanneer de flitser al op de afstandsbedieningsmodus is gezet, wordt de instelling automatisch geannuleerd. Zie voor andere camera’s de gebruiksaanwijzing van de desbetreffende camera. Zet de modus draadloze bediening/afstandsbediening op [RMT]. Deze flitser heeft twee standen voor draadloze afstandsbediening, [CTRL1] en [CTRL2]. De indicator voor draadloze afstandsbediening op het LCD-scherm wordt als volgt weergegeven. [CTRL1]-modus: [CTRL+] Selecteer deze modus wanneer u de HVL-F58AM/HVL-F42AM als externe flitser gebruikt. [CTRL2]-modus: [CTRL] Selecteer deze modus wanneer u de HVL-F56AM/HVL-F36AM als externe flitser gebruikt. 58 *5 *6 Wanneer u een andere afstandsbedieningsmodus kiest, stelt u in de aangepaste instelling [C03] in (pagina 73). Wanneer u de DSLR-A700 gebruikt, kunt u deze flitser niet instellen op [CTRL](CTRL2). Wanneer de flitser al op [CTRL] is ingesteld, wordt de instelling automatisch geannuleerd. Zie voor andere camera’s de gebruiksaanwijzing van de desbetreffende camera. De HVL-F42AM behoort bij gebruik als externe flitser tot de groep [RMT]. Toepassingen 59 NL [1] Draadloos flitsen met de ingebouwde flitser van de camera Gebruik alleen een externe flitser, met het licht van de ingebouwde flitser als signaal. Ingebouwde flitser Flitser 1 Bevestig de flitser op de camera en schakel de flitser en de camera in. 2 Stel de camera in op draadloos flitsen. • De instelmethode verschilt per gebruikte camera. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing bij uw camera voor meer informatie. • Wanneer de camera op draadloos wordt ingesteld, wordt de flitser ook automatisch op draadloos ingesteld. Op het LCD-scherm wordt WL weergegeven. De informatie van het flitskanaal wordt naar de camera verzonden. • De lichtsterkte kan worden gewijzigd, zelfs in de modus voor draadloos flitsen. Zie voor informatie pagina 73. 3 Verwijder de flitser van de camera en klap de ingebouwde flitser uit. 4 Stel de camera en de flitser op. • Stel de camera en de flitser op in een donkere locatie, zoals binnen. • Zie pagina 54 voor meer informatie. NL 60 5 Zorg ervoor dat de ingebouwde flitser en de flitser volledig zijn opgeladen. • In de beeldzoeker wordt " " weergegeven wanneer de ingebouwde flitser volledig is opgeladen. • De AF-lamp aan de voorzijde knippert en de toets TEST brandt oranje wanneer de flitser volledig is opgeladen in de modus voor draadloos flitsen. Gebruik testflitsen om de flitser te controleren. • Controleer of de modus voor de draadloze externe flitser is ingesteld op [RMT] of [RMT2]. • Tijdens draadloos flitsen verschilt de testflitsmodus afhankelijk van de gebruikte camera. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing bij uw camera voor meer informatie. • Wanneer de testflits niet werkt, verandert u de positie van de camera, de flitser en het onderwerp, of richt u de ontvanger voor signalen van de draadloze afstandsbediening op de camera. 7 Toepassingen 6 Controleer opnieuw of de ingebouwde flitser en de externe flitser volledig opgeladen zijn en druk op de sluiterknop om de foto te maken. 61 NL Draadloos flitsen alleen via de flitser instellen Wanneer u de draadloze flitser hebt ingesteld in stap [1] en dezelfde combinatie van camera en flitser gebruikt zonder dat u een ander draadloos kanaal kiest, kunt u de flitser en camera ook afzonderlijk op draadloos instellen. Camera-instelling: Stel de camera in op de modus voor draadloos flitsen. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing bij uw camera voor meer informatie. Flitserinstelling: 1 Druk op de toets TTL/M om of weer te geven. • Wanneer u selecteert, wordt de flitser ingeschakeld, maar moet u de sterkte nog instellen. 2 Druk enkele keren op de toets MODE, zodat [ WL] wordt weergegeven. 3 Druk op de toets Fn. 4 Druk op de toets g of G, zodat [RMT] of [RMT2] gaat knipperen. 5 Druk op de toets Fn. • Controleer of het draadloze kanaal van de externe flitser op hetzelfde kanaal is ingesteld als de afstandsbedieningsflitser. Zie voor meer informatie over instelling van het draadloze kanaal "Aangepaste instelling" (pagina 73). NL 62 [2] Draadloos flitsen zonder de ingebouwde flitser van de camera U kunt fotograferen met een draadloze flitser door 2 flitsers te gebruiken, één als afstandsbediening en de andere als externe flitser, zelfs als uw camera geen ingebouwde flitser heeft. Deze flitser moet als afstandsbediening worden gebruikt. Deze flitser 1 Toepassingen Externe flitser Stel de camera, de flitser (afstandsbediening) en de externe flitser in op draadloos flitsen. Camera-instelling: Stel de camera in op draadloos flitsen. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing bij uw camera voor meer informatie. Instelling afstandsbedieningsflitser: 1 Druk enkele malen op de toets MODE, zodat [ WL] wordt weergegeven. 2 Druk op de toets Fn. 3 Druk op de toets g of G, zodat [CTRL] gaat knipperen. 4 Druk op de toets Fn. 5 Druk op de toets g of G, zodat RATIO [OFF] gaat knipperen. 63 NL 6 Druk op de toets Fn. • [CTRL+] of [CTRL] wordt weergegeven. Instelling externe flitser: Stel de draadloze flitser in terwijl de flitser op de camera is bevestigd en haal deze vervolgens van de camera. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing bij de externe flitser voor meer informatie. Wanneer de HVL-F58AM als externe flitser wordt gebruikt, zie pagina 62 en stel de afstandsbedieningsmodus in op [RMT]. 2 Bevestig de afstandsbedieningsflitser op de camera en schakel de camera, de afstandsbedieningsflitser en de externe flitser in. 3 Stel de camera in met de afstandsbedieningsflitser en de externe flitser. • Zie pagina 54 voor meer informatie. 4 Controleer of de afstandsbedieningsflitser en de externe flitser volledig zijn opgeladen. • De AF-lamp aan de voorzijde knippert en de toets TEST brandt oranje wanneer de externe flitser volledig is opgeladen in de modus voor draadloos flitsen. 5 Gebruik testflitsen om de flitser te controleren. • De methode voor testflitsen is afhankelijk van de gebruikte camera. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing bij uw camera voor meer informatie. • Wanneer de testflits niet werkt, verandert u de positie van de camera, de flitser en het onderwerp, of richt u de ontvanger voor signalen van de draadloze afstandsbediening op de camera. Controleer ook of het draadloze kanaal van de externe flitser op hetzelfde kanaal is ingesteld als dat van de afstandsbedieningsflitser. 6 Controleer opnieuw of de afstandsbedieningsflitser en de externe flitser volledig opgeladen zijn en druk op de sluiterknop om de foto te maken. • Zelfs als RATIO op [OFF] is ingesteld, knippert de afstandsbedieningsflitser om een signaal te verzenden. NL 64 [3] Draadloos flitsen met regeling belichtingsverhouding U kunt een foto maken met een draadloze flitser terwijl u de belichtingsverhouding van de afstandsbedieningsflitser en 2 groepen externe flitsers regelt (RMT, RMT2). Deze flitser (Afstandsbediening sflitser) Externe flitser (RMT2) • Elke combinatie van de HVL-F58AM/HVL-F42AM/HVL-F56AM/HVL-F36AM kan in een groep met [RMT] worden gebruikt. Voor [RMT2] kan alleen de HVL-F58AM, ingesteld op [CTRL1], in een groep worden gebruikt. • Stel de modus van de afstandsbedieningsflitser in op [CTRL2] wanneer u de HVLF56AM/HVL-F36AM als externe flitser gebruikt. In de modus [CTRL2] kunt u de belichtingsverhouding van slechts 2 groepen regelen. Zie voor meer informatie over instelling van de afstandsbedieningsmodus [C03] in "Aangepaste instelling" (pagina 73). • De volledige sterkteverhouding wordt weergegeven met de weergave voor flitsbereik/ frequentie voor meervoudig flitsen/flitsverhouding op het LCD-scherm voor draadloos flitsen met regeling belichtingsverhouding. bijvoorbeeld) Wanneer een weergave [4:2:1] is, flitst de flitser van elke groep met een sterkte van 4/7, 2/7 en 1/7 van het geheel. 1 Toepassingen Externe flitser (RMT) Stel de camera, de flitser (afstandsbediening) en de (externe) flitser in op draadloos flitsen. Camera-instelling: Stel de camera in op draadloos flitsen. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing bij uw camera voor meer informatie. 65 NL Instelling afstandsbedieningsflitser: 1 Druk enkele malen op de toets MODE, zodat [ WL] wordt weergegeven. 2 Druk op de toets Fn. 3 Druk op de toets g of G, zodat [CTRL] gaat knipperen. 4 Druk op de toets Fn. 5 Druk op de toets g of G, zodat RATIO [ON] gaat knipperen. 6 Druk op de toets Fn. 7 Druk op de toets f of F om de belichtingsverhouding te selecteren. • U kunt de belichtingsverhouding op de onderstaande waarden instellen. 1, 2, 4, 8, 16, --* * De flitser kan niet flitsen wanneer de belichtingsverhouding is ingesteld op [--]. 8 Druk op de toets g of G om de belichtingsverhouding van de afstandsbedieningsflitser en de externe flitsers te selecteren (RMT, RMT2). • Zet de sterkteverhouding op [--] op de flitser wanneer er een externe flitser (RMT/RMT2) aanwezig is die u niet wilt laten flitsen als u de flitser met de afstandsbediening gebruikt nadat u de flitser op [CTRL1] hebt ingesteld. 9 Druk op de toets Fn. 10 Druk op de toets TTL/M, zodat weergegeven. NL 66 wordt • Wanneer is geselecteerd, wordt de handmatige instelling van de flitser voor de belichtingsverhouding gebruikt. Instelling externe flitser: Stel de draadloze flitser in terwijl de flitser op de camera is bevestigd en haal deze vervolgens van de camera. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing bij de externe flitser voor meer informatie. Raadpleeg wanneer de HVL-F58AM als externe flitser wordt gebruikt, pagina 62. Bevestig de afstandsbedieningsflitser op de camera en schakel de camera, de afstandsbedieningsflitser en de externe flitser in. 3 Stel de camera in met de afstandsbedieningsflitser en de externe flitser. • Zie pagina 54 voor meer informatie. 4 Controleer of de afstandsbedieningsflitser en de externe flitser volledig zijn opgeladen. Toepassingen 2 • De AF-lamp aan de voorzijde knippert en de toets TEST brandt oranje wanneer de externe flitser volledig is opgeladen in de modus voor draadloos flitsen. 5 Gebruik testflitsen om de flitser te controleren. • De methode voor testflitsen is afhankelijk van de gebruikte camera. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing bij uw camera voor meer informatie. • Wanneer de testflits niet werkt, verandert u de positie van de camera, de flitser en het onderwerp, of richt u de ontvanger voor signalen van de draadloze afstandsbediening op de camera. Controleer ook of het draadloze kanaal van de externe flitser op hetzelfde kanaal is ingesteld als dat van de afstandsbedieningsflitser. 6 Controleer opnieuw of de afstandsbedieningsflitser en de externe flitser volledig opgeladen zijn en druk op de sluiterknop om de foto te maken. 67 NL Camera en flitser aansluiten met een kabel Met de externe kabels FA-CC1AM (optie) is het mogelijk te fotograferen met flitsers die niet op de camera zijn bevestigd. U kunt maximaal vier flitsers op elkaar aansluiten. Wanneer u kunt fotograferen zonder rekening te houden met de posities van de flitsers, hebt u grote vrijheid om verschillende schaduweffecten in het onderwerp te creëren. • Flitsers met extra aansluitingen kunnen rechtstreeks worden aangesloten. NL 1 Verwijder het kapje voor de aansluiting. 2 Sluit de kabel op de extra aansluiting aan. 68 • In deze modus wordt de ADI-meting geannuleerd en wordt automatisch TTL-voorflitsmeting gebruikt (pagina 42). • Hogesnelheidsync in de P-modus kan niet worden gebruikt wanneer de flitser met de externe kabel FA-CC1AM (optie) is aangesloten. • Alle flitsers hebben dezelfde sterkte in de TTL-modus. • Tijdens het fotograferen met een externe kabel wordt de afstandsbedieningsmodus automatisch geannuleerd. U kunt dan niet flitsen met regeling van de belichtingsverhouding. Toepassingen 69 NL Gebruik van de externe batterijadapter U kunt externe batterijadapter FA-EB1AM (optie) als extra voeding gebruiken. 1 Verwijder het kapje voor de aansluiting. 2 Sluit de stekker van de verbindingskabel op de aansluiting van de externe voeding aan. • Gebruik een externe batterijadapter of kabel voor deze flitser voor de aansluiting op de externe voeding of op de extra aansluitingen. NL 70 AF-lamp Wanneer het lichtniveau laag is of het onderwerp weinig contrast heeft en de sluiterknop gedeeltelijk wordt ingedrukt om automatisch scherp te stellen, gaat de rode lamp aan de voorzijde van de flitser branden. Dit is de AF-lamp die als hulpmiddel wordt gebruikt voor de automatische scherpstelling. Toepassingen • De AF-lamp functioneert zelfs wanneer [ ] op het LCD-scherm wordt weergegeven. • De AF-lamp van de camera werkt niet zolang de AF-lamp van de flitser wordt gebruikt. • De AF-lamp werkt niet zolang doorlopend automatisch scherpstellen wordt gebruikt in de scherpstelmodus (bij doorlopend scherpstellen op een bewegend onderwerp). • De AF-lamp werkt mogelijk niet wanneer de brandpuntsafstand van de lens groter is dan 300 mm. De flitser werkt niet als deze van de camera is verwijderd. 71 NL Standaardinstellingen herstellen Druk de toetsen MODE en TTL/M drie seconden tegelijk in. De meeste flitserfuncties keren terug naar de standaardinstellingen. Standaardinstellingen Onderdeel Flitser aan/uit Aan ( Auto of Flitsdekking (zoom) Automatische zoom (105 mm) 21 31 Flitsmodus (TTL/M/MULTI) TTL Draadloos flitsen (WL) RMT 53 Belichtingsverhouding 1:1:1 65 42, 47 Sterkte in TTL/M (LEVEL) 1/1 42, 47 Sterkte in meervoudig flitsen (LEVEL) 1/32 47 Frequentie in meervoudig flitsen (Hz) 5 47 Herhaling in meervoudig flitsen (TIMES) 10 47 Aangepaste instelling wordt niet teruggezet. NL ) Pagina 72 Aangepaste instelling Uitvoeren van de aangepaste instelling De aangepaste instelling wordt als volgt gewijzigd. 1 Toepassingen De diverse flitserinstellingen kunnen indien gewenst worden gewijzigd. De volgende acht onderdelen kunnen worden gewijzigd. • HSS-instelling (aan/uit) • Instelling draadloos kanaal (kanaal 1 t/m 4) • Instelling modus draadloze afstandsbediening (1/2) • Opnamemodus waarin handmatig flitsen of meervoudig flitsen kan worden ingesteld (alleen M-modus/alle modi) • Instelling testflits (één keer/3 keer/4 seconden) • Tijd tot batterij besparen (30 seconden/3 minuten/30 minuten/niet) • Tijd tot batterij besparen bij het gebruik van de draadloze flitser (60 minuten/ niet) • Flitsbereikeenheden (m/ft) Druk drie seconden op de toets Fn terwijl de POWER schakelaar op ON staat. • Het eerste onderdeel (HSS-instelling) wordt weergegeven. 73 NL 2 Druk op de toets g of G om het onderdeel te selecteren. Zie voor informatie over de verschillende instellingen "De aangepaste instelling wijzigen" (pagina 77). 3 Druk op de toets Fn om de aangepaste instelling te beëindigen. • Het LCD-scherm keert terug naar de oorspronkelijke weergave. • Wanneer een andere instelling dan de standaardinstelling wordt geselecteerd in C03, C04, C06 of C07, blijft op het LCD-scherm staan. • De geselecteerde instellingen worden behouden, ook als de flitser wordt uitgezet of de batterij wordt verwijderd. NL 74 Selectie met de toets f of F C01. HSS-instelling aan uit Toepassingen Selectie met de toets g of G C02. Instelling voor draadloos kanaal Kanaal 1 Kanaal 2 Kanaal 3 Kanaal 4 C03. Instelling modus draadloze afstandsbediening Bediening 1 Bediening 2 C04. Opnamemodus waarin handmatig flitsen of meervoudig flitsen kan worden ingesteld Alleen M-modus Alle modi 75 NL Selectie met de toets f of F C05. Instelling testflitsen 1 keer 3 keer 4 seconden Selectie met de toets g of G C06. Tijd tot batterij besparen 30 seconden 3 minuten C07. Tijd tot batterij besparen bij draadloos flitsen 60 minuten geen C08. Eenheden voor flitsbereik m NL 76 30 minuten ft geen De aangepaste instelling wijzigen Hieronder wordt uitgelegd hoe u de verschillende aangepaste instellingen wijzigt. Hogesnelheidsync instellen (C01) U kunt de hogesnelheidsync instellen. Toepassingen Druk op de toets f of F om [ON] te selecteren. • Op het LCD-scherm verschijnt om beurten [ON] en [OFF]. • Als de sluitertijd korter is ingesteld dan de X-sync flitssluitertijd, wordt deze flitser automatisch op hogesnelheidsync ingesteld. De X-sync flitssluitertijd kan verschillen, afhankelijk van de camera. Raadpleeg voor meer informatie over de X-sync flitssluitertijd de gebruiksaanwijzing van uw camera. • Het wordt aanbevolen om foto’s te maken op locaties met veel licht. • Hogesnelheidsync kan niet worden gebruikt met indirect flitsen. • Het wordt niet aanbevolen bij hogesnelheidsync een flitsmeter of kleurenmeter te gebruiken, omdat u dan de juiste belichting en kleur niet kunt bereiken. • Het flitsbereik wordt korter dan bij normale flitsfotografie wanneer hogesnelheidsync wordt gebruikt. Controleer of het onderwerp binnen het flitsbereik valt. • U kunt hogesnelheidsync ook gebruiken bij draadloos flitsen. • Als u [OFF] selecteert, wordt de hogesnelheidsync afgebroken. Als de hogesnelheidsync wordt afgebroken, kan de sluitertijd niet korter worden ingesteld dan de X-sync flitssluitertijd. De kanaalinstelling van de draadloze flitser wijzigen (C02) U kunt het kanaal voor draadloos flitsen wijzigen om interferentie te voorkomen met een andere flitser die in de buurt wordt gebruikt. Druk op de toets f of F om de gewenste instelling te selecteren. • De weergave wordt in de onderstaande volgorde gewijzigd. [CH-1] y [CH-2] y [CH-3] y [CH-4] y . . . • Bevestig de flitser op de camera en druk de sluiterknop gedeeltelijk in na het wijzigen van het kanaal. 77 NL De modus voor draadloze afstandsbediening selecteren (C03) U kunt een andere modus kiezen voor draadloze afstandsbediening. Deze flitser heeft twee modi voor draadloze afstandsbediening, [CTRL1] en [CTRL2]. De indicator voor draadloze afstandsbediening op het LCD-scherm wordt als volgt weergegeven. [CTRL1]-modus: [CTRL+] Selecteer deze modus wanneer u de HVL-F58AM/HVL-F42AM als externe flitser gebruikt. [CTRL2]-modus: [CTRL] Selecteer deze modus wanneer u de HVL-F56AM/HVL-F36AM als externe flitser gebruikt. Druk op de toets f of F om de modus voor draadloze afstandsbediening te selecteren. • Op het LCD-scherm verschijnt om beurten [CTRL1] en [CTRL2]. De opnamemodus die de modus handmatig flitsen (M) en meervoudig flitsen kan gebruiken, wijzigen (C04) U kunt de opnamemodus die de modus handmatig flitsen (M) en meervoudig flitsen kan gebruiken, wijzigen. Druk op de toets f of F om de opnamemodus te selecteren die de modus handmatig flitsen en meervoudig flitsen kan gebruiken. • De weergave verandert als volgt. M: (correspondeert alleen met de M-modus van de camera) PASM: (correspondeert met alle modi van de camera) • Wanneer [PASM] wordt geselecteerd, mogen in alle opnamemodi van de camera handmatig flitsen en meervoudig flitsen worden gebruikt. De juiste belichting wordt mogelijk niet verkregen met fotografie in alle andere modi dan de M-modus van uw camera. U kunt dus het beste de M-modus van uw camera gebruiken. • Deze flitser wordt ingesteld op de TTL-modus als u de opnamemodus van de camera op [AUTO] zet. NL 78 De testflitsmodus wijzigen (C05) U kunt de flitsmethode wijzigen wanneer u de testflits gebruikt. Druk op de toets f of F om de testflitsinstelling te selecteren. • De weergave wordt in de onderstaande volgorde gewijzigd. [TEST1] y [TEST3] y [TESTM] y . . . [TEST1] : flitst één keer op het ingestelde lichtniveau. [TEST3] : flitst drie keer op een specifieke snelheid. [TESTM] : flitst vier seconden op een specifieke snelheid. De tijd voor batterij besparen wijzigen (C06) U kunt de tijd voor batterij besparen wijzigen. Toepassingen Druk op de toets f of F om de gewenste tijd tot batterij besparen te selecteren. • De weergave wordt in de onderstaande volgorde gewijzigd. [PS 0.5] y [PS 3] y [PS 30] y [PS --] y [PS 0.5] y . . . [PS 0.5] : na 30 seconden wordt overgeschakeld naar batterij besparen. [PS 3] : na 3 minuten wordt overgeschakeld naar batterij besparen. [PS 30] : na 30 minuten wordt overgeschakeld naar batterij besparen. [PS --] : batterij besparen wordt uitgeschakeld. De tijd tot batterij besparen wijzigen bij gebruik van een draadloze flitser (C07) U kunt de tijd tot batterij besparen wijzigen bij gebruik van een draadloze flitser. Druk op de toets f of F om de tijd tot batterij besparen te selecteren wanneer u een draadloze flitser gebruikt. • Op het LCD-scherm verschijnt om beurten [PS 60] en [PS --]. [PS 60] : na 60 minuten wordt overgeschakeld naar batterij besparen. [PS --] : batterij besparen wordt uitgeschakeld. Flitsbereikeenheden wijzigen (C08) U kunt de weergegeven flitsbereikeenheden wijzigen. Druk op de toets f of F om de eenheden te selecteren. • Op het LCD-scherm verschijnt om beurten [m] en [ft]. 79 NL Aanvullende informatie Opmerkingen bij het gebruik Tijdens de opnamen • Deze flitser genereert fel licht en mag daarom niet vlak voor de ogen worden gebruikt. • Gebruik de flitser niet 20 keer op een rij of snel achter elkaar om oververhitting en vermindering van de werking van de camera en de flitser te voorkomen. (Wanneer de sterkte 1/32 is, 40 keer op rij.) Stop het gebruik van de flitser en laat deze minimaal 10 minuten afkoelen, wanneer de flitser het maximale aantal keren snel achter elkaar is gebruikt. • Bevestig de flitser in uitgeschakelde toestand op de camera. Indien u dat niet doet, kan de flitser defect raken of niet goed functioneren en kan het felle licht uw ogen beschadigen. • Gebruik de flitser niet vlakbij andere mensen wanneer u tijdens indirect flitsen de flitslamp draait. Het flitslicht kan de ogen beschadigen of de hete flitslamp kan brandwonden veroorzaken. Batterijen • Het batterijniveau dat op het LCD-scherm wordt weergegeven, kan lager zijn dan de daadwerkelijke batterijcapaciteit, afhankelijk van de temperatuur en de opslagomstandigheden. Het weergegeven batterijniveau wordt weer correct weergegeven nadat de flitser een aantal keren is gebruikt. • Ni-MH-batterijen kunnen plotseling leeg zijn. Als tijdens het fotograferen de indicator batterijen bijna leeg begint te knipperen of de flitser niet langer kan worden gebruikt, vervangt u de batterijen of laadt u deze weer op. • De flitsfrequentie en het aantal flitsen dat wordt geleverd door nieuwe batterijen, kunnen verschillen van de in de tabel weergegeven waarden, afhankelijk van de tijd die is verstreken na de productie van de batterijen. NL 80 • Pas nadat de flitser is uitgezet en er enkele minuten verstreken zijn, kunt u de batterijen verwijderen om ze te vervangen. Afhankelijk van het type, kunnen de batterijen heet zijn. Verwijder ze voorzichtig. • Verwijder de batterijen en berg ze op wanneer u van plan bent om de camera geruime tijd niet te gebruiken. Temperatuur Aanvullende informatie • De flitser mag worden gebruikt bij een temperatuur tussen 0 °C en 40 °C. • Stel de flitser niet bloot aan extreem hoge temperaturen (bijvoorbeeld direct zonlicht in een auto) of aan een hoge luchtvochtigheid. • Om te voorkomen dat zich condens vormt op de flitser, plaatst u deze in een gesloten plastic zak wanneer u de flitser van een koude naar een warme omgeving verplaatst. Laat de flitser opwarmen tot kamertemperatuur voordat u deze uit de zak verwijdert. • Bij lagere temperaturen neemt de batterijcapaciteit af. Houd de camera en reservebatterijen in een warme binnenzak wanneer u fotografeert bij koud weer. Bij koud weer kan de indicator batterijen bijna leeg knipperen, zelfs wanneer er nog enige lading in de batterijen over is. Batterijen winnen weer enige capaciteit terug wanneer ze opwarmen tot de normale bedrijfstemperatuur. • Deze flitser is niet waterbestendig. Zorg dat de flitser niet in aanraking komt met water of zand wanneer u deze bijvoorbeel aan de kust gebruikt. Contact met water, zand, stof of zout kan een storing veroorzaken. 81 NL Onderhoud Verwijder de flitser van de camera. Maak de flitser schoon met een droge, zachte doek. Als de flitser in contact is gekomen met zand, wordt het oppervlak beschadigd als u dit afveegt. Het zand moet daarom voorzichtig verwijderd worden met een blaaskwastje. Voor hardnekkige vlekken gebruikt u een doek die licht is bevochtigd met een mild schoonmaakmiddel en veegt u de flitser vervolgens droog met een droge, zachte doek. Gebruik geen sterke oplosmiddelen, zoals thinner of benzine, omdat deze de afwerking kunnen beschadigen. NL 82 Technische gegevens Richtnummer Normale flits (ISO100) Handmatige flits/35 mm-formaat Sterkte Instelling flitsdekking (mm) 24 28 35 50 70 1/1 17 29 31 36 42 48 105 58 1/2 11,9 20,8 21,8 25,1 29,6 34,2 41,0 1/4 8,4 14,7 15,4 17,8 20,9 24,2 29,0 1/8 5,9 10,4 10,9 12,6 14,8 17,1 20,5 1/16 4,2 7,4 7,7 8,9 10,5 12,1 14,5 1/32 3,0 5,2 5,4 6,3 7,4 8,6 10,3 105 * Als de groothoekadapter is vastgemaakt. APS-C-formaat Sterkte Instelling flitsdekking (mm) 16* 24 28 35 50 70 1/1 17 31 36 42 48 52 58 1/2 11,9 21,8 25,1 29,6 34,2 36,8 41,0 1/4 8,4 15,4 17,8 20,9 24,2 26,0 29,0 1/8 5,9 10,9 12,6 14,8 17,1 18,4 20,5 1/16 4,2 7,7 8,9 10,5 12,1 13,0 14,5 1/32 3,0 5,4 6,3 7,4 8,6 9,2 10,3 Aanvullende informatie 16* * Als de groothoekadapter is vastgemaakt. 83 NL Platte HSS-flitser (ISO100) Handmatige flits/35 mm-formaat Sluitertijd Instelling flitsdekking (mm) 16* 24 28 35 50 70 105 1/250 6,7 11,8 12,9 14,8 17,3 19,5 22,4 1/500 4,7 8,4 9,1 10,5 12,2 13,8 15,9 1/1000 3,3 5,9 6,4 7,4 8,6 9,8 11,2 1/2000 2,4 4,2 4,6 5,2 6,1 6,9 7,9 1/4000 1,7 3,0 3,2 3,7 4,3 4,9 5,6 1/8000 1,2 2,1 2,3 2,6 3,1 3,5 4,0 1/12000 0,8 1,5 1,6 1,8 2,2 2,4 2,8 * Als de groothoekadapter is vastgemaakt. APS-C-formaat Sluitertijd Instelling flitsdekking (mm) 16* 24 28 35 50 70 105 1/250 6,7 12,9 14,8 17,3 19,5 20,9 22,4 1/500 4,7 9,1 10,5 12,2 13,8 14,8 15,9 1/1000 3,3 6,4 7,4 8,6 9,8 10,5 11,2 1/2000 2,4 4,6 5,2 6,1 6,9 7,4 7,9 1/4000 1,7 3,2 3,7 4,3 4,9 5,2 5,6 1/8000 1,2 2,3 2,6 3,1 3,5 3,7 4,0 1/12000 0,8 1,6 1,8 2,2 2,4 2,6 2,8 * Als de groothoekadapter is vastgemaakt. Frequentie/Herhaling Alkaline Frequentie (sec) Herhaling (aantal keer) Nikkelhydride (2500 mAh) Ongeveer 0,1 - 5 Ongeveer 0,1 - 3 Ongeveer 100 of meer Ongeveer 200 of meer • Herhaling is het geschatte aantal keren dat kan worden geflitst voordat een nieuwe batterij volledig is uitgeput. NL 84 Prestaties bij doorlopend flitsen AF-lamp 40 flitsen bij 5 flitsen per seconde (Normaal flitsen, sterkte 1/32, 105 mm, Ni-MH-batterijen) Automatisch flitsen bij laag contrast en lage helderheid Actieradius (met een lens van 50 mm op een DSLR-A700) Centrum van het beeld: 0,5 m tot 10 m Randen van het beeld: 0,5 m tot 3 m Flitserregeling met voorflits, directe TTL-meting B 77 × H 147 × D 106 mm De functies in deze gebruiksaanwijzing zijn afhankelijk van de testomstandigheden bij ons bedrijf. Wijzigingen in ontwerp en technische gegevens voorbehouden, zonder kennisgeving. Handelsmerk is een handelsmerk van Sony Corporation. Aanvullende informatie Flitserregeling Afmetingen (Ongeveer) Gewicht (Ongeveer) 440 g (exclusief de batterijen) Voedingsvereisten 6 V gelijkspanning Aanbevolen batterijen Vier alkalinebatterijen (AA-formaat) Vier oplaadbare Ni-MH-batterijen (AA-formaat) Bijgeleverde Flitser (1), mini-standaard (1), etui (1), Handleiding en toebehoren documentatie 85 NL
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135
  • Page 136 136
  • Page 137 137
  • Page 138 138
  • Page 139 139
  • Page 140 140
  • Page 141 141
  • Page 142 142
  • Page 143 143
  • Page 144 144
  • Page 145 145
  • Page 146 146
  • Page 147 147
  • Page 148 148
  • Page 149 149
  • Page 150 150
  • Page 151 151
  • Page 152 152
  • Page 153 153
  • Page 154 154
  • Page 155 155
  • Page 156 156
  • Page 157 157
  • Page 158 158
  • Page 159 159
  • Page 160 160
  • Page 161 161
  • Page 162 162
  • Page 163 163
  • Page 164 164
  • Page 165 165
  • Page 166 166
  • Page 167 167
  • Page 168 168
  • Page 169 169
  • Page 170 170
  • Page 171 171
  • Page 172 172
  • Page 173 173
  • Page 174 174
  • Page 175 175
  • Page 176 176
  • Page 177 177
  • Page 178 178
  • Page 179 179
  • Page 180 180
  • Page 181 181
  • Page 182 182
  • Page 183 183
  • Page 184 184
  • Page 185 185
  • Page 186 186
  • Page 187 187
  • Page 188 188
  • Page 189 189
  • Page 190 190
  • Page 191 191
  • Page 192 192
  • Page 193 193
  • Page 194 194
  • Page 195 195
  • Page 196 196
  • Page 197 197
  • Page 198 198
  • Page 199 199
  • Page 200 200
  • Page 201 201
  • Page 202 202
  • Page 203 203
  • Page 204 204
  • Page 205 205
  • Page 206 206
  • Page 207 207
  • Page 208 208
  • Page 209 209
  • Page 210 210
  • Page 211 211
  • Page 212 212
  • Page 213 213
  • Page 214 214
  • Page 215 215
  • Page 216 216
  • Page 217 217
  • Page 218 218
  • Page 219 219
  • Page 220 220
  • Page 221 221
  • Page 222 222
  • Page 223 223
  • Page 224 224
  • Page 225 225
  • Page 226 226
  • Page 227 227
  • Page 228 228
  • Page 229 229
  • Page 230 230
  • Page 231 231
  • Page 232 232
  • Page 233 233
  • Page 234 234
  • Page 235 235
  • Page 236 236
  • Page 237 237
  • Page 238 238
  • Page 239 239
  • Page 240 240
  • Page 241 241
  • Page 242 242
  • Page 243 243
  • Page 244 244
  • Page 245 245
  • Page 246 246
  • Page 247 247
  • Page 248 248
  • Page 249 249
  • Page 250 250
  • Page 251 251
  • Page 252 252
  • Page 253 253
  • Page 254 254
  • Page 255 255

Sony HVL-F58AM de handleiding

Categorie
Camera knippert
Type
de handleiding