Electrolux EKD60760X 230V Handleiding

Type
Handleiding
gebruiksaanwijzing
Fornuis
EKD60760
2
Welkom in de wereld van Electrolux!
Gefeliciteerd, u heeft een eersteklas
product van Electrolux uitgekozen waarvan
u jarenlang plezier zult hebben. De ambitie
van Electrolux is om het huishouden voor u
iets makkelijker te maken door middel van
een breed assortiment
kwaliteitsapparatuur. U ziet een aantal
voorbeelden hiervan op de cover van deze
gebruiksaanwijzing of op onze website.
Maar nu is het tijd om deze
gebruiksaanwijzing te bestuderen en volop
gebruik te gaan maken van alle voordelen
van uw nieuwe apparaat. Wij beloven u dat
het uw leven iets makkelijker zal maken.
Veel succes!
3
Inhoud
Veiligheid ............................................................4
Beschrijving van het product ..............................6
Voor het eerste gebruik .......................................8
Gebruik van de inductiekookplaat .....................12
Aanrakingspaneel..............................................15
Gebruik van de oven .........................................26
Ovendisplay.......................................................28
Praktische adviezen en tips...............................38
Problemen en oplossingen................................40
Reiniging en onderhoud ....................................41
Technische gegevens .......................................49
Installatie ...........................................................50
Garantie/serviceafdeling....................................54
4
Veiligheid
De ontwikkelingen op het gebied van
fornuizen gaan heel snel. U kunt uw nieuwe
fornuis niet altijd net zo gebruiken als u met
uw oude fornuis gewend was. Lees daarom
de instructies zorgvuldig door, zo leert u uw
nieuwe fornuis en de mogelijkheden ervan
goed kennen. Het fornuis is bedoeld voor
normaal huishoudelijk gebruik. Hebt u
opmerkingen of vragen over uw fornuis en
het gebruik ervan? Aarzel dan niet contact
met ons op te nemen. Ons adres en
telefoonnummer vindt u in het hoofdstuk
“Service”.
Tekst die is gemarkeerd met een
WAARSCHUWINGSDRIEHOEK
betreft de
veiligheid.
LEES
DEZE
TEKST
ZORGVULDIG
,
zodat u uzelf of anderen geen letsel
bezorgt of het fornuis beschadigt.
Uitpakken
Controleer of het fornuis in perfecte staat
verkeert en niet beschadigd is. Schade
ontstaan tijdens het vervoer moet
onmiddellijk gemeld worden aan de
dealer. Voor rechtstreekse leveringen
moet eventuele transportschade binnen
zeven dagen na datum vrachtbon gemeld
worden aan de Klantenservice.
De verpakking is geschikt voor
hergebruik. Neem contact op met uw
lokale autoriteiten wanneer u niet weet
waar u de verpakking kwijt kunt.
Vergeet niet de verpakking binnenin de
oven te verwijderen alvorens deze gebruiken.
Installatie
Alle werkzaamheden aan het fornuis
moeten worden uitgevoerd door een
ERKENDE
EXPERT
. Werkzaamheden die
worden verricht door onbevoegden
kunnen betekenen dat het fornuis minder
goed functioneert en kunnen persoonlijk
letsel of materiele schade veroorzaken.
Voor fornuizen met een stekker: Zorg
ervoor dat de stekker volledig in de
wandcontactdoos wordt geduwd.
Het fornuis is zwaar. De randen en
hoeken waar u normaliter niet mee in
aanraking komt kunnen scherp zijn.
Gebruik handschoenen wanneer u het
fornuis verplaatst.
DE
ANTI
-
KANTELBEVEILIGING
moet
bevestigd zijn, daarmee voorkomt u dat
het fornuis bij een afwijkende belading
gaat kantelen.
Belangrijk! Plaats het fornuis nooit op
een extra plint of andere verhoging. Dit
verhoogt de kans dat het fornuis
kantelt!
Kinderen en het fornuis
Kinderen zijn van nature nieuwsgierig en
proberen vaak alles uit, zelfs fornuizen.
Omwille van de veiligheid adviseren wij u
rekening te houden met een aantal zaken
wanneer u kinderen hebt of wanneer er
kinderen op bezoek komen:
Aan beide kanten van het fornuis moet
een vrij oppervlak zijn van tenminste 40
cm.
Wanneer u een
BEVEILIGING
VOOR
DE
VERWARMINGSPLAAT
HEBT
voor uw fornuis,
dan moet deze bevestigd zijn.
OOK
DE
DEURVERGRENDELING
moet goed werken.
5
Laat kinderen nooit de schraper
gebruiken.
Laat kinderen u helpen aan het
fornuis, maar leer ze dat potten en
pannen, kookplaten en ovens heel heet
kunnen worden en ook na gebruik nog
een tijd heet blijven.
DEZE
AANRAKEN
KAN
BRANDWONDEN
VEROORZAKEN
.
Voor mensen met pacemakers
Electrolux heeft de wisselwerking van
inductiekookplaten met verschillende
soorten pacemakers onderzocht. Uit het
resultaat blijkt dat het gebruik van
inductiekookplaten geen risico inhoudt
voor mensen met pacemakers, zolang zij
EEN
VEILIGE
AFSTAND
VAN
30
CM
(12")
VAN
DE
KOOKPLAAT
IN
ACHT
NEMEN
.
Wanneer u een pacemaker hebt adviseren
wij u echter
UW
ARTS
te raadplegen. In geval
van enige twijfel adviseren wij u
GEEN
producten die zijn uitgerust met
inductiekookplaten te gebruiken.
Gebruik
Gebruik nooit een gebarsten keramische
glasplaat. Vloeistoffen kunnen, wanneer
ze overkoken of tijdens het schoonmaken,
tot diep in de actieve elektrische
onderdelen binnendringen. Schakel de
stroomtoevoer naar het fornuis uit en
neem contact op met Service voor
reparaties.
Nooit metalen voorwerpen zoals
deksels, messen en lepels op de
kookplaat plaatsen. Wanneer per ongeluk
een verwarmingszone wordt aangezet
worden deze heet.
Laat een frituurpan, smeltend vet,
paraffine of een andere snel
ontbrandende stof nooit onbewaakt staan.
In geval van brand de knoppen van het
fornuis uitdraaien en de ventilator
uitzetten.
DOOF
HET
VUUR
MET
EEN
DEKSEL
,
nooit met water.
Gebruik alleen pannen die bedoeld
zijn voor gebruik met een
inductiekookplaat of oven.
Controleer de bodems van potten en
pannen. Pannen met een bolle bodem
kunnen gemakkelijk gaan wiebelen op de
keramische glazen kookplaat.
Controleer of het fornuis uitstaat
wanneer u het niet gebruikt. Alle knoppen
moeten op de nulstand staan.
Waarschuwing! Gebruik nooit alcohol
en soortgelijke stoffen die ontplofbare
gassen kunnen vormen of andere stoffen
die brand of explosies kunnen
veroorzaken in de oven.
De keramische glasplaat moet uiterst
zorgvuldig gebruikt worden. Zo kan
flamberen met brandy of andere vormen
van alcohol vetsporen in de ontsteking
van de ventilator achterlaten waardoor
brand kan ontstaan. Ook kunnen
vlammen en kokend vet ernstig letsel
veroorzaken.
Bewaar geen chemicaliën of
schoonmaakmiddelen in de opberglade.
Schoonmaken
Houd de keramische glazen kookplaat en
de oven schoon. Vet en gemorst materiaal
kunnen bij verhitting veel rook
veroorzaken en zijn een mogelijk
brandgevaar.
Om schade aan de kookplaat te
voorkomen moet u deze direct na gebruik
(wanneer de plaat nog heet is)
schoonmaken met de schraper om suiker
en gemorst materiaal met een hoog
suikergehalte (bijv. jam) te verwijderen,
maar ook eventueel gesmolten plastic of
folie. Pas op, de schraper is heel scherp.
Onderhoud
Draai alle knoppen op nul alvorens een
defecte gloeilamp in de oven te
vervangen.
Onderhoud en reparaties mogen
alleen uitgevoerd worden door een
onderhoudsbedrijf dat door de leverancier
erkend is. Gebruik uitsluitend merkechte
reserveonderdelen
6
Beschrijving van het product
Fornuis
1 Inductiekookplaat
2 Bedieningspaneel
3 Bovenste oven
4 Onderste oven
Oven (boven)
1 Bovenste verwarmingselement
2 Verwarmingselement
3 Ovenverlichting, 40W
4 Grilstaafhouder
5 Onderwarmte
6 Geleiders ovenlade, uitneembaar
7 Posities van de laden
Oven (onder)
1 Bovenste verwarmingselement
2 Verwarmingselement
3 Ovenverlichting, 40W
4 Grilstaafhouder
5 Vetfilter
6 Ovenverlichting, 25W
7 Ventilatorverwarmingselement
8 Onderwarmte
9 Geleiders ovenlade, uitneembaar
10 Posities van de laden
1
2
3
4
12
3
5
6
7
4
1
3
4
5
6
7
10
9
8
2
7
Voor het eerste gebruik
Klok instellen
Wanneer de oven op het stroomnet is
aangesloten, knippert er een kloksymbool
totdat u de tijd op de klok hebt ingesteld.
Zo stelt u de tijd in:
1 Druk op of om de juiste tijd in
te stellen.
2 Om een reeds ingestelde tijd te
veranderen, drukt u op
Aan/Uit . Houd de knop ingedrukt
totdat de klok knippert. tot
Volg de aanwijzingen van alternatief
1.
Na ca. 5 seconden stopt de klok met
knipperen en geeft de display de tijd
weer.
Nu kunt u het fornuis gaan gebruiken.
De klok kan alleen veranderd worden
wanneer het kinderslot niet geactiveerd is,
geen van de klokfuncties Bereidingstijd
of Stoptijd of een andere ovenfunctie
wordt ingesteld.
8
Verwarm de oven leeg
Houd kinderen onder toezicht!
Het fornuis wordt erg heet.
Vergeet niet al het
verpakkingsmateriaal uit de oven te
verwijderen.
De oven moet eenmaal gebrand hebben
voordat u deze voor het eerst gebruikt.
Dit gaat als volgt:
Verwarm één oven tegelijk!
1 Open de ovendeur en neem alle
accessoires uit de ovenruimte.
2 Zet de oven aan . Kies hete
lucht via of . Kies een
temperatuur van 200
o
C. De
temperatuur kan veranderd
worden via en . De
ovendeur moet dicht zijn.
3. Laat de oven ongeveer een uur zo
ingesteld staan.
4. Ga dan naar de Max. grilfunctie
via of . Kies een
temperatuur van 200
o
C. De
temperatuur kan veranderd
worden via en . De
ovendeur moet dicht zijn.
5. Laat de oven ca. 30 minuten zo
ingesteld staan.
6 Zet het fornuis uit .
7. Laat daarna de ovendeur ongeveer
twee uur open staan en laat de
keuken luchten.
8. Maak de oven, de deur en de
ovenstapeenheden schoon met
warm water en afwasmiddel. Maak
de oven droog.
De eerste keer dat een oven wordt
gebruikt kan er een lichte geur vrijkomen.
Dit is niet van invloed op het voedsel en
ongevaarlijk voor de gezondheid.
De koelventilator
Het fornuis is voorzien van een
koelventilator.
De ventilator is bedoeld om het apparaat
te koelen.
De koelventilator start automatisch
wanneer de oven wordt gebruikt.
Wanneer alleen de kookplaat wordt
gebruikt, heeft de ventilator een
uitgestelde start.
Wanneer het fornuis wordt uitgeschakeld
stopt de ventilator automatisch wanneer
de oventemperatuur is gedaald tot 120
o
C.
Accessoires
Super Clean braadpan en lade,
met vuilafstotende bekleding.
Ovenlade
Scheermesschraper
Uitschuifbare geleiders
Antikantelmechanisme
Handleiding
Maak de accessoires schoon
Was de laden, braadslee enz. af met
warm water en afwasmiddel. Afspoelen
en drogen.
Uitschuifbare geleiders
Om krassen tijdens het vervoer te
voorkomen zijn de uitschuifbare
laderails bij levering bedekt met een
beschermende bekleding. Deze
bekleding moet voor gebruik van de
rails verwijderd worden, anders kan
deze gaan branden en de rails
beschadigen.
9
Let op! Let erop dat de anti-
kantelbeveiliging van het fornuis
bevestigd is, zie pagina
51
De uitschuifbare uitneembare rails
vervangen de gewone stapeenheden van
de oven waarmee het fornuis bij levering
is uitgerust. Deze bestaan uit twee
uittrekbare rails. De laden, de braadslee
en het rooster liggen op de rails. Een
locatiepin houdt de lade op zijn plaats (zie
de afbeelding).
Gebruik de uitschuifbare geleiders om de
bereiding te vergemakkelijken.
Bijvoorbeeld voor het bedruipen van steak
of friet kan de braadslee gemakkelijk naar
buiten getrokken worden op de rails.
De rails bevestigen
Verwijder eerst de bevestigde
stapeenheden van de oven (zie pagina
47
). Bij het bevestigen worden de rails
eerst ingebracht in de binnenste opening
(1) en daarna in de buitenste (2). Druk
deze op hun plaats.
Zorg ervoor dat de locatiepin naar
buiten wijst, in de richting van de
ovendeur.
Wanneer de ovendeur wordt gesloten
moeten de rails naar binnen gedrukt
worden.
Gebruik van roosters, bakplaten en
braadslee
Het is belangrijk dat het ovenrooster, de
laden en de braadslee worden bevestigd
tussen de stops in de voor- en
achterranden van de rails om te
voorkomen dat deze van de rails afvallen.
Plaats de bakplaat/braadslee/het rooster
in the achterrand en bevestig deze tegen
de voorrand. De locatiepin past in een
gleuf onder de rand van de bakplaat/
braadslee, wat betekent dat de bakplaat/
braadslee op zijn plaats wordt gehouden.
De rails moeten hun ingedrukte positie
hebben wanneer het rooster/de bakplaat/
braadslee wordt ingebracht. Zorg er voor
de beste stabiliteit van de lade voor dat de
afgeschuinde rand naar de binnenkant
van de oven wijst. Trek voorzichtig aan de
accessoires wanneer u deze gebruikt, zo
valt de plaat/slee/het rooster niet van de
rails af. Maximale belading 20 kg.
Gebruik van het ovenrooster
Bij gebruik van het rooster hebt u de
locatiepin niet nodig. De roosterlade van
de oven heeft een markering aan de
bovenzijde. Deze markering moet aan de
voorkant (richting de ovendeur) staan
wanneer u het gebruikt. Zorg ervoor dat
het voedsel op het rooster achter de
markering wordt geplaatst. Anders loopt u
het risico dat de voorkant niet goed gaar
wordt. Het rooster kan in de braadslee
geplaatst worden. Het maximale gewicht
dat op het rooster geplaatst mag worden
10 kg.
10
LET OP! Let erop dat de locatiepin wordt
vastgehaakt onder de rand van de
bakplaat/braadslee en dat de bakplaat/
braadslee op de rails rust, anders kan
deze in de uitgetrokken positie van de
rails vallen. Wanneer de bakplaat/
braadslee in de uitgetrokken positie
wordt uitgenomen, moeten de rails
teruggeduwd worden zodat de ovendeur
gesloten kan worden. Gebruik
ovenwanten! De rails zijn heet.
Functievergrendeling
Als beveiliging om ongeoorloofd gebruik van de kookplaat te voorkomen.
Functievergrendeling inschakelen
1. Druk op de Aan/Uitknop .
2. Houd de knop ingedrukt totdat u een
signaal hoort .
3. Druk daarna op een optioneel
symbool .
De functievergrendeling is nu ingeschakeld.
dit verschijnt weer wanneer wordt
geprobeerd ingestelde waarden te
veranderen wanneer de kookzone
vergrendeld is.
Uitschakelen functievergrendeling
1. Druk op de Aan/Uitknop .
2. Houd de knop ingedrukt totdat u een
signaal hoort .
3. Druk daarna op een optioneel
symbool .
11
De deurvergrendeling (bovenste oven)
De deurvergrendeling maakt het voor
kinderen moeilijker om de deur open te
maken. Bij levering van het fornuis is de
vergrendeling ingeschakeld, maar indien
nodig kan deze worden afgesloten.
OM
DE
DEUR
TE
OPENEN
Beweeg de grendel naar rechts
wanneer u de deur wilt openen.
VERGRENDELING
UITSCHAKELEN
Controleer of de oven niet heet is!
Beweeg de grendel naar rechts, til
het op en beweeg het nog een
beetje naar rechts en til daarna de
linkerhoek van de knop op.
VERGRENDELING
AANSLUITEN
Beweeg de grendel naar rechts en
naar beneden.
De deurvergrendeling (onderste oven)
De deurvergrendeling maakt het voor
kinderen moeilijker om de deur open te
maken. Bij levering van het fornuis is de
vergrendeling ingeschakeld, maar indien
nodig kan deze worden afgesloten.
OM
DE
DEUR
TE
OPENEN
Beweeg de grendel naar rechts
wanneer u de deur wilt openen.
VERGRENDELING
UITSCHAKELEN
Controleer of de oven niet heet is!
Beweeg de grendel naar rechts en
iets tegen u aan en daarna verder
naar rechts. Duw de linkerhoek
terug.
GRENDEL
AANSLUITEN
Beweeg de grendel naar rechts en
dan terug naar het beginpunt.
12
Gebruik van de inductiekookplaat
De bovenste oven en de achterste
verwarmingszones delen dezelfde
energiebron (dezelfde elektrische fase)
wanneer zij tegelijk gebruikt worden.
De stroom die naar de achterste
verwarmingszones gaat, wisselt al naar
gelang hoeveel stroom de bovenste oven
nodig heeft. Hoe meer stroom wordt
gebruikt voor de oven (bijv. snelstart, over-
/onderverwarming, gratineren of maxgrill),
hoe minder stroom beschikbaar is voor de
achterste verwarmingszones.
Wanneer een zone niet ten volle gebruikt
kan worden gaat de display voor de
geselecteerde zone knipperen tussen de
maximaal beschikbare voeding en de
ingestelde waarde.
Wanneer de oven uitgeschakeld wordt,
keert de zone automatisch terug naar de
ingestelde waarde.
De kookplaat heeft vier hittezones. Deze
worden verwarmd met behulp van een
magnetisch veld, oftewel
INDUCTIE
. Dit betekent dat
het koken sneller gaat vergeleken
met een normale glazen kookplaat
de zone "direct" reageert op een
verandering in de ingestelde
temperatuur.
NB: de inductiezones kunnen na
gebruik nog heet zijn.
Het glas in de kookplaat is bestand tegen
hitte, kou en snelle
temperatuurwisselingen, maar is niet
schokbestendig. De plaat kan breken door
een kruidenpotje of pepermolen die erop
valt. Gebruik de kookplaat nooit om op te
staan of om hier spullen op neer te zetten
of te bewaren.
Een gebroken plaat of een oven met
een gebroken timerglas nooit
gebruiken.
Vloeistoffen kunnen, wanneer ze
overkoken of tijdens het schoonmaken,
tot diep in de actieve elektrische
onderdelen binnendringen. Schakel de
stroomtoevoer naar het fornuis uit en
neem contact op met Service voor
reparaties. Nooit metalen voorwerpen
zoals deksels, messen en lepels op de
kookplaat plaatsen. Wanneer per
ongeluk een verwarmingszone wordt
aangezet wordt deze heet.
Om schade aan de kookplaat te
voorkomen moet u deze direct na
gebruik (wanneer de plaat nog heet is)
schoonmaken met de schraper om
suiker en gemorst materiaal met een
hoog suikergehalte (bijv. jam) te
verwijderen, maar ook eventueel
gesmolten plastic of folie.
Laat een frituurpan, smeltend vet,
paraffine of een andere snel
ontbrandende stof nooit onbewaakt
staan. In geval van brand de knoppen
van het fornuis uitdraaien en de
koelventilator uitzetten.
DOOF
HET
VUUR
MET
EEN
DEKSEL
, nooit met water.
Let erop dat er geen zand, suiker of zout
aan de potten of pannen zit. Zand kan
krassen veroorzaken; suiker en zout
kunnen de keramische glasplaat ernstig
beschadigen. Droog potten en pannen
altijd af alvorens deze op de keramische
glasplaat te zetten. De gekleurde
decoratie op de keramische glasplaat kan
door het gebruik slijten en krassen gaan
vertonen.
13
De inductiezones
De inductiezones hebben instellingen van
0 - 9 (te zien in de kookplaat), waar 9 de
hoogste temperatuur geeft.
Wanneer u de kookplaat wilt gebruiken:
1 Plaats een (braad) pan op de
verwarmingszone.
Controleer of
• de (braad) pan een
magnetische bodem heeft.
• de (braad) pan niet te klein is.
2 Draai de knop op de gewenste
instelling. Denk eraan dat de pan
veel sneller warm wordt dan op
een gewone kookplaat.
3 Draai de knop na gebruik op nul.
De zones delen het verwarmingseffect
LET
EROP
dat wanneer de beide achterste
of de beide voorste inductiezones
tegelijkertijd aangezet worden, zij het
verwarmingseffect delen. Dit blijkt uit een
klikkend geluid uit de kookplaat en het feit
dat het koken mogelijk korter of langer
duurt.
Dit komt omdat zij dezelfde
energiebron delen. Om het boveneffect
(booster) op een zone maximaal te
benutten moet het effect van de andere
zones verlaagd worden (dit gebeurt
automatisch).
Het is mogelijk beide zones
tegelijkertijd te gebruiken, zelfs waneer er
één op booster is ingesteld.
MAAR
ONTHOUD
dat één zone een verlaagd
effect heeft, met als gevolg een langere
bereidingstijd. In geval van andere
instellingen zult u nauwelijks verschil
merken, er is geen zone die prioriteit heeft
over de andere.
Bij het gebruik van sommige pannen
kan er een bepaald geluid ontstaan.
Dit hoort bij inductie
Wanneer er stroom door een spoel loopt,
creëert dit een magnetisch veld. Onder
een verwarmingszone bevindt zich een
spoel voorzien van ferrietantennes.
Wanneer een pan (met een magnetische
bodem) op de zone wordt geplaatst,
creëren de spoel en de antennes een
vrijwel gesloten magnetisch systeem. De
geproduceerde energie verhit de pan en
de inhoud.
Kiezen van keukengerei
Gebruik alleen pannen die zijn bedoeld
voor gebruik met een keramische glazen
kookplaat en oven.
Wanneer u een (braad)pan voor de
kookplaat kiest, denk er dan aan dat de
bodem van de pan:
magnetisch moet zijn.
niet exact dezelfde grootte als de
betreffende zone hoeft te hebben,
maar een kleine pan op een grote
zoen betekent een langere
bereidingstijd.
vlak is of een fijn profiel moet
hebben.
Wij adviseren de volgende
minimumafmetingen voor de diameter van
de panbodem;
14
Het is natuurlijk het beste wanneer de
zone en de bodem van de pan dezelfde
grootte hebben.
Bespaar energie!
Gebruik een deksel en u halveert
het energieverbruik (vergeleken
met wanneer u geen deksel
gebruikt).
Stomen en koken onder druk
besparen ook energie.
Veiligheidsuitschakeling van de
kookzones
Wanneer een van de kookzones niet na
een bepaalde tijd wordt uitgeschakeld en
de temperatuurinstelling niet veranderd
wordt, gaat de betreffende kookzone
automatisch uit.
De restwarmte wordt weergegeven door
(“heet”) in het digitale display voor de
betreffende kookzone.
De kookzones worden automatisch
uitgeschakeld volgens het onderstaande
rooster:
Instelling , , na 6 uur
Instelling , na 5 uur
Instelling na 4 uur
Instelling , , , na
1,5 uur
In geval een of meer kookzones
eerder worden afgesloten dan na de
vermelde tijd, zie het hoofdstuk
“Problemen en oplossingen”
Veiligheidsuitschakeling om andere
redenen
Wanneer een vloeistof overkookt en op
het aanrakingspaneel terecht komt, wordt
het uitschakelen van alle kookzones en
hun instellingen direct geactiveerd.
Hetzelfde gebeurt wanneer er een natte
doek op het aanrakingspaneel wordt
gelegd. In beide gevallen moet de
kookplaat worden uitgezet om deze weer
te kunnen gebruiken nadat de
vloeistof of doek is verwijderd.
Waarschuwing restwarmte
Nadat een of meer warmtezones zijn
uitgeschakeld, toont het digitale display de
restwarmte (“Heet”) voor de
respectievelijke kookzone.
Zelfs nadat de kookplaat is uitgeschakeld,
gaat de display pas uit als alle kookzones
afgekoeld zijn.
De restwarmte kan worden
gebruikt om etenswaren te
ontdooien of eten warm te houden.
Let op! Zolang de waarschuwing
restwarmte brandt, bestaat het
gevaar van brandwonden.
Let op! In geval van een
stroomstoring gaat het symbool
uit en de waarschuwing
restwarmte dus ook. Er bestaat
nog steeds kans op brandwonden.
Door goed op te letten kunnen
brandwonden voorkomen worden.
V
ERWARMINGS
-
ZONE
(
DIAM
.
MM
):
P
AN
/
BRAADPAN
(
DIAM
.
MM
)
210 145
180 120
145 100
15
Aanrakingspaneel
1. Booster 2.Kookzone indicatoren/Timerfunctie
3. Timer display 4. Aan/Uit met de stroomindicator
5. Display 6. Stop + Ga
7. Timer 8. Vergrendeling
9. Selecteren temperatuur-instelling
Digitale display
Elke kookzone heeft een display. Dit toont:
dat de kookplaat aan staat
selecteren warmhoudstand
- , de gekozen positie
• Automax
Aanjager
• restwarmte
dat de kinderveilige blokkeringsunit (functievergrendeling) geactiveerd is
Defecte functie /Oververhitting
Kookgerei is ongeschikt of te klein of er staat geen kookgerei op de kookzone
4
5
7
9
3
2
6
1
8
16
Functies aanrakingspaneel
Om een functie te activeren moet u een
vinger op de gewenste zone houden totdat
het bijbehorende controlelampje aangaat of
uitgaat en de gewenste functie geactiveerd
wordt.
De kookplaat aanzetten
De kookplaat wordt aangezet met
aanraakgebied “Aan/Uit” . Druk ca.
2 seconden op Aan/Uit. Het digitale
display toont .
Wanneer u op Aan/Uit hebt gedrukt om de
kookplaat aan te zetten moet u binnen ca.
10 seconden en wamte-instelling of een
tijdinstelling kiezen op de Timer (eierwekker
functie)
Kookplaat uitzetten
Om de kookplaat volledig uit te schakelen
moet Aan/Uit geactiveerd worden. Druk
ca. 1 seconde op Aan/Uit .
Wis het digitale display.
Wanneer een of alle kookzones worden
uitgeschakeld, toont het digitale display de
restwarmte (“Heet”) voor de betreffende zone
.
Selecteren van een temperatuur instelling
Om de instelling in te stellen of veranderen
van naar voor de gewenst koelzone.
Gebied verhoogt de temperatuur.
Gebied verlaagt de temperatuur.
~ 2 sek.
~ 1 sek.
17
Selecteren vaste temperatuur instelling
Alle vier de kookzones zijn voorzien van een
warmhoudstand .
Gebruik gebied om de positie voor de
vaste temperatuur in te stellen .
Kies Stop+Ga
De Stop+Ga functie schakelt tegelijkertijd
alle aangesloten kookzones in op de
warmhoudstand en vervolgens terug naar de
eerdere temperatuurinstelling. Deze functie
is geschikt voor een korte onderbreking
voordat u verder gaat met koken,
bijvoorbeeld om even de telefoon op te
nemen.
Druk op en de positie vaste temperatuur
verschijnt.
Om de functie uit te schakelen, drukt u op
in de display verschijnt nu de eerdere
temperatuur-instelling.
Boosterfunctie
Dit fornuis is voorzien van een speciaal
automatisch verwarmingssysteem dat
Booster heet.
Deze functie wordt ingeschakeld telkens
wanneer u deze wilt gebruiken. Het werkt zo:
Selecteer de gewenste tijd met of .
Toets het Boost symbool op de zone die u
wilt gebruiken of verhoog naar u ziet dit
in de display met . Wanneer deze functie
ingeschakeld is, warmen de inductiezones
sneller en in een kortere tijd op (het effect
wordt na een tijdje automatisch verlaagd
naar stand 9). Wanneer de Booster
tegelijkertijd op de twee achterste of voorste
zones wordt gebruikt, dan wordt het effect op
een van de zones verlaagd (dit gebeurt
automatisch).
18
De Automax-functie
Dit fornuis is voorzien van een speciaal
automatisch verwarmingssysteem dat
Automax heet.
Deze functie wordt ingeschakeld telkens
wanneer u deze wilt gebruiken. Het werkt
zo:
U kiest de instelling voor de temperatuur
die u het meest geschikt lijkt om te koken/
braden. De warmtezone begint bij de
hoogste temperatuurinstelling en gaat na
een bepaalde tijd automatisch over naar de
geselecteerde instelling.
Koken/braden met Automax
Zo activeert u de functie. LET OP! Dit moet
u doen telkens wanneer u het automatisch
systeem wilt gebruiken.
1 Stel de functie A
UTOMAX
IN
, A
verschijnt in de display.
2 Vervolgens kiest u de gewenste
instelling voor koken/braden. Het
duurt ongeveer 5 seconden voordat
A gaat branden in het
indicatiegebied.
De display van de verwarmingszone toont
A. Dit betekent dat de verwarmingszone
gedurende een bepaalde tijd op de
maximale temperatuur werkt, al naar
gelang de geselecteerde
temperatuurinstelling. Zie het schema.
Wanneer de tijd verstreken is, wordt er
automatisch overgeschakeld naar de
ingestelde waarde en de letter A verdwijnt
van de display.
Wanneer de instelling wordt veranderd
tijdens het verwarmen met A
UTOMAX
verdwijnt deze functie en moet dan
opnieuw worden ingesteld.
Over het algemeen gesteld zijn de
instellingen 2–5 geschikt voor koken en de
instellingen 6–8 voor braden. Voor het
vasthouden van warmte is instelling 1
geschikt. Maar zoals gewoonlijk moet u zelf
uitproberen welke instelling en
warmtezone het meest geschikt is voor uw
potten en pannen.
0 12345 6789
1
2
3
4
5
6
7
8
9
19
Hieronder volgen enkele adviezen met
betrekking tot de juiste temperatuurinstelling
en de geschikte warmtezone. Elke zone
correspondeert met een getal in de tabellen
(
ZIE
AFBEELDING
).
Koken
PORTIES ZONE INSTELLING ÉÉN
PORTIE
pap (haver, rogge)
21,3 3
42 3
Aardappels
2-4 1,3 3-4 3 pc
Rijst
21,3 2 3/4 dl
41,3 3
4-6 2 3
Wortelgroenten
4-8 2 4-5
Boter smelten
1,3 1
Blok chocola smelten
1,3 1
Braden
ZONE
INSTELLING
Entrecote
47-8
47-8
Varkenslapjes
46
46
Gehaktballen
46-7
46-7
1
2
3
4
20
Een kookzone uitzetten
Om de warmhoudstand uit te schakelen
drukt u tegelijkertijd op en op of u zet
de zone met op nul.
Gebruik van de kookplaat met geactiveerde vergrendelingsfunctie
(Voor het inschakelen van de functievergrendeling, zie het hoofdstuk Veiligheid, pagina
10).
Zelfs wanneer de functievergrendeling
geactiveerd is, kan de kookplaat gebruikt
worden; de volgende keer dat u de kookplaat
aanzet, wordt de functievergrendeling weer
geactiveerd.
1. Zet de kookzones aan.
Wanneer de functievergrendeling
geactiveerd is, ziet u dit: .
2. Druk ongeveer 1 seconde tegelijkertijd
op twee optionele zones voor de
warmteposities en .
Ter bevestiging hoort u een signaal.
De kookzones en instellingen kunnen
worden ingesteld zoals gebruikelijk totdat
de kookplaat weer uitgezet wordt.
Pannenkoeken
47
47
Rauwe
aardappels
46
46
Eieren
46-7
46-7
Braden
ZONE
INSTELLING
~ 2 sec.
~ 1 sec.
21
Uitschakelen functievergrendeling
1. Zet de kookzones aan
Wanneer de functievergrendeling
geactiveerd is, ziet u dit .
2. Druk ca. 3 seconden op het gebied
“Functievergrendeling” .
Ter bevestiging hoort u een signaal.
3. Druk op een optionele
temperatuurinstelling .
De display gaat uit en de
functievergrendeling is uitgeschakeld. Na
enkele seconden wordt de kookplaat
automatisch uitgeschakeld.
De Timer
De Timer kan op twee manieren gebruikt
worden:
als een Automatische
veiligheidsuitschakeling. Het instellen
van een bereidingstijd gebeurt per
kookzone en na een bepaalde tijd
wordt de kookzone automatisch
uitgeschakeld. Deze functie kan
tegelijkertijd voor meerdere
kookzones worden gebruikt.
als een signaalklok (eierwekker).
Wanneer de ingestelde tijd verstreken
is, hoort u een geluidssignaal.
Wanneer er geen kookzone aan staat kan de
timer gebruikt worden als een signaalklok.
~ 2 sec.
~ 3 sec.
22
Automatische veiligheidsuitschakeling
De kookzones waarin u de automatische
veiligheidsuitschakeling wilt gebruiken
moeten aan staan.
1. Kies de zone waarvoor de
automatische uitschakeling met de
Timer van de zone moet worden
ingesteld .
Druk een paar keer op het Timer gebied
en de eerste actieve kookzone wordt
geselecteerd volgens de klok en het
bijbehorende controlelampje knippert snel.
Bijvoorbeeld het controlelampje linksachter
voor de kookzone linksachter. De Timer
display toont .
Druk meerdere keren op het Timer gebied
om de volgende actieve kookzone te
selecteren.
2. Terwijl het controlelampje snel
knippert, stelt u instelling van de
Timer voor de zone of voor
deze kookzone en de gewenste tijdin
tot aan de automatische
veiligheidsuitschakeling (bijvoorbeeld
15 minuten).
Het controlelampje knippert nu langzaam en
gedurende het proces toont de display de
resterende bereidingstijd. Wanneer de
automatische uitschakeling voor meerdere
kookzones wordt gebruikt, dan geldt dit voor
de kookzone met de korste resterende
bereidingstijd. De controlelampjes branden
voor de andere kookzones waarvoor de
automatisch uitschakeling is ingesteld. Om
de resterende bereidingstijd voor een van
deze kookzones te tonen moeten deze met
het Timer-gebied geselecteerd zijn, het
bijbehorende controlelampje knippert snel
.
23
Om de resterende kooktijd in te stellen moet
de gewenste kookzone met het Timer-gebied
geselecteerd worden . Het bijbehorende
controlelampje knippert nu sneller.
Opnieuw instellen verloopt door het instellen
van of in het Timergebied.
Wanneer de ingestelde bereidingstijd bereikt
is, wordt de kookzone automatisch
uitgeschakeld, er klinkt twee minuten een
geluidssignaal en de Timerdisplay knippert
.
3. Druk op het Timergebied om het
signaal uit te zetten. Voor een
snellere instelling kunt u blijven
drukken totdat het gewenste cijfer
wordt bereikt of . Wanneer u
eerste op het instelgebied van de
Timer drukt , dan begint het
instellen van de tijd bij 99 minuten.
Wanneer u eerst op het instelgebied
van de Timer drukt , dan begint
het instellen van de tijd bij 1 minuut.
Eerder uitschakelen van de automatische uitschakeling
Er zijn twee manieren om de automatische
uitschakeling eerder uit te schakelen:
Zet de kookzone en de Timer op hetzelfde moment uit.
Zet de gewenste kookzone weer op nul met
.
De kookzone en de Timer zijn uitgeschakeld.
~ 1 sec.
24
De Timer is uitgeschakeld – de kookzone blijft actief
1. Kies de gewenste kookzone met de
Timer .
Het bijbehorende controlelampje knippert
nu sneller.
2. Stel de Timer in met de
Timerinstelling .
Alleen de Timer wordt uitgeschakeld, de
kookzones blijven actief.
Hoe gebruikt u de Timer als een signaalklok
De kookplaat moet aangesloten zijn, maar er
mogen geen kookzones aan staan.
1. Druk op het Timergebied .
De Timer display toont
2. Stel de gewenste tijd in met het
instelgebied van de Timer of .
Na enkele seconden wordt de signaalklok
geactiveerd en ziet u de resterende
bereidingstijd.
Druk op het Timer-gebied om de resterende
bereidingstijd te veranderen en de tijd te
wijzigen met het instelgebied van de Timer of
.
Nadat de ingestelde tijd is verstreken hoort u
een geluidsignaal en knippert de Timer-
display .
3. Druk op het Timergebied om het
signaal uit te zetten.
25
Aanrakingsgebied vergrendelen/ontgrendelen
(het aanrakingsgebied van de oven is ook vergrendeld)
Met uitzondering van het Aan/Uitgebied is
het aanraakgebied tijdens het koken altijd
vergrendeld om te voorkomen dat
instellingen veranderd worden, bijvoorbeeld
tijdens het drogen van de kookplaat.
1. Druk ca. 1 seconde op
De display toont tijdens het
vergrendelen en toont daarna weer
de instelling.
dit verschijnt weer wanneer wordt
geprobeerd ingestelde waarden te
veranderen wanneer de kookzone
vergrendeld is.
2. Om de functievergrendeling weer op
te heffen drukt u ongeveer één
seconde weer op
“Functievergendeling” .
het symbool gaat uit en nu ziet u
de eerdere temperatuurinstelling
weer.
Wanneer de kookplaat uitstaat, wordt de
functievergrendeling automatisch
uitgeschakeld.
~ 1 sec.
~ 1 sec.
26
Gebruik van de oven
Het is normaal dat zich stoom en condens
vormt op de ovendeur. Deze condens
ontstaat uit het eten dat bereid wordt en is
niet van invloed op de veiligheid of de
werking van de oven.
De oven is voorzien van uitneembare
laden met drie niveaus in de bovenste
oven en vijf niveaus in de onderste oven.
Praktisch gebruik
Plaats nooit aluminiumfolie, een
braadslee of een lade direct op de bodem
van de oven. Wanneer de
onderverwarming geblokkeerd wordt kan
het emaille beschadigd raken door
oververhitting.
De oven wordt heet tijdens het gebruik,
HOUD
KINDEREN
IN
DE
GATEN
.
Het principe van hete lucht
Een ringvormig verwarmingselement
rondom de ventilator verwarmt de lucht,
de ventilator verspreidt deze vervolgens
door de luchtkanalen in de achterwand
van de oven. De hete lucht circuleert in de
oven voordat deze in het ventilatierooster
wordt teruggezogen.
De warmte wordt snel en effectief
verplaatst, vaak betekent dit dat u een
lagere oventemperatuur kunt gebruiken
dan in geval van onder- en
bovenverwarming. Verlaag de
temperatuur met 15-20% wanneer u
volgens het recept een temperatuur
tussen 160 en 225°C moet gebruiken.
Hoe hoger de temperatuur, hoe groter dus
het verschil
27
Functies van de oven
Voor alle functies licht het gele
controlelampje op het bedieninsgpaneel
op tijdens het verwarmen en gaat uit
wanneer de temperatuur bereikt is (het
licht op en gaat uit wanneer de
thermostaat in- en uitschakelt). Om een
ovenfunctie te selecteren.
De bovenste oven heeft de volgende
functies:
Boven/onderverwarming
Bovenste verwarmingselement en
onderste verwarmingselement (begint met
automatische Quick start, deze wordt
boven/onderverwarming wanneer de
geselecteerde temperatuur is bereikt)
Bruin worden
Grilelement en bovenste
verwarmingselement
Max. Grill
Grilelement en bovenste
verwarmingselement
Onderkant
Onderste verwarmingselement
Verlichting
Verlichting
De onderste oven heeft de volgende
functies:
Hete lucht
Ringvormig element en ventilator
Boven/onderverwarming
Bovenste verwarmingselement en
onderste verwarmingselement (begint met
automatische Quick start, deze wordt
boven/onderverwarming wanneer de
geselecteerde temperatuur is bereikt)
Pastei/pizzafunctie
Benedenelement, ringvormig element en
ventilator aan
Braden op een lage temperatuur
Ringvormig element en ventilator (120
o
C
gedurende 10 minuten en daarna 80
o
C)
Turbo Max Grill (voor het bereiden
van gratinés)
Max Grill (grill-element en bovenste
verwarmingselement) en ventilator
Max. Grill
Grilelement en bovenste
verwarmingselement
Warmhoudstand
Bovenelement en onderste
verwarmingselementen. (Vooraf ingesteld
op 80
o
C)
Ontdooi/droogstand
Onderste verwarmingselement en
ventilator (Vanaf 30
o
C)
Ontdooien
Verlichting en ventilator.
Verlichting
Verlichting
28
Ovendisplay
Gebruiksaanwijzing
Zet de oven aan door op te drukken. De bovenste oven is vooraf ingesteld.
Toets om te kiezen welke oven u wilt gebruiken. Om van oven te veranderen,
toetst u weer.
Kies een ovenfunctie door of te toetsen.
Wanneer de geselecteerde functie oplicht, begint de oven met voorverwarmen.
De gebruikstijd geeft aan hoelang de oven is gebruikt. De tijd wordt alleen
getoond wanneer geen van de klokfuncties, het Signaal kloksymbool ,
Oventijd of Eindtijd zijn ingesteld.
De ovenverlichting gaat aan wanneer een ovenfunctie is geselecteerd.
Wanneer de gewenste oventemperatuur is bereikt, hoort u een signaal.
Zet één oven aan door of te toetsen voor de gekozen oven.
Zet beide oven aan door te toetsen.
29
Kiezen van ovenfuncties
1 Zet de oven aan met de knop.
2 Kies oven .
3 Druk op of op totdat de
gewenste ovenfunctie oplicht in de
display.
• In de display verschijnt een
temperatuur.
• Tenzij de temperatuur binnen 5
seconden wordt veranderd, begint de
oven met opwarmen.
De ovenfunctie kan worden veranderd
terwijl de oven bezig is.
Veranderen van de oventemperatuur
Druk op of om de temperatuur te
verhogen of te verlagen.
Uitschakelen van de ovenfunctie
Druk voordat u de oven uit zet op of op
totdat er geen ovenfunctie in de display
wordt getoond.
30
De oven uizetten
Zet de oven uit door op te drukken.
Temperatuurindicator
Opwarmen
Wanneer de ovenfunctie is geselecteerd
geeft de indicator knipperend aan tot welke
temperatuur de oven is opgewarmd.
Wanneer de Quick start werkt, ziet u een
“lopende pilaar” (deze werkt alleen voor de
ovenfunctie boven/onderverwarming)
Uitschakelen
Wanneer de ovenfuncties uitgeschakeld zijn
licht de indicator op om aan te geven dat er
nog restwarmte in de oven is.
Gebruik van de klokfuncties
Nadat een klokfunctie is geselecteerd knippert de bijbehorende functie ca. 5
seconden. Gedurende deze tijd kunnen de gewenste tijden worden ingesteld of
veranderd via of .
Nadat de gewenste tijd is geselecteerd knippert de functie weer ca. 5 seconden.
Daarna licht de functie op. Nu wordt de tijd afgeteld.
De ingestelde of resterende tijd controleren
Druk meerdere keren op Functiekeuze totdat de respectievelijke klokfunctie knippert
en de ingestelde of resterende tijd wordt getoond.
Gebruik van de restwarmte met de klokfuncties Bereidingstijd en Stoptijd
Wanneer de klokfuncties Bereidingstijd en Stoptijd worden gebruikt, dan
schakelt de oven de verwarmingselementen uit wanneer 90% van de ingestelde of
berekende tijd is bereikt. De laatste restwarmte wordt dan gebruikt om het kookproces
af te ronden tot aan het eind van de ingestelde tijd.
31
De signaalklok
Een tijd programmeren. Wanneer de tijd is verstreken klinkt er een geluidsignaal.
Deze functie heeft geen effect op de oven.
1. Druk op . Het kloksymbool licht op.
2. Kies oven .
3. Druk op totdat knippert.
4. Selecteer de gewenste tijd met of
met
De resterende tijd verschijnt na ca.
5 seconden. De signaalklok licht op.
Wanneer 90% van de tijd is verstreken hoort
u een signaal.
Het signaal klinkt één minuut wanneer de
ingestelde tijd is bereikt “00.00” en
knippert.
Druk op een van de toetsen om het signaal
en het symbool in de display uit te schakelen.
32
Bereidingstijd
Gebruik deze functie om te bepalen hoelang
u het eten in de oven wilt laten.
1. Druk .
2. Kies oven .
3. Druk op totdat knippert.
4. Selecteer de ovenfunctie en temperatuur.
5. Selecteer de gewenste tijd met de
toetsen of (max. 09.59 uur).
De bereidingstijd licht op.
Wanneer de tijd “00.00” bereikt en
Bereidingstijd knippert, klinkt er
2 minuteen een signaal. De oven wordt
automatisch uitgeschakeld.
Druk op een van de toetsen om het geluid en
het symbool in de display uit te schakelen.
33
Stoptijd
Hier stelt u de tijd in waarop u wilt dat oven
uit gaat.
1. Druk op .
2. Kies oven .
3. Druk op totdat Stoptijd knippert.
4. Kies de ovenfunctie en temperatuur.
5. Gebruik de toetsen en om de
Stoptijd te selecteren.
Stoptijd licht op en de tijd verschijnt in de
display.
Wanneer de tijd “00.00” is bereikt en Stoptijd
knippert, klinkt er 2 minuteen een
signaal. De oven wordt automatisch
uitgeschakeld.
Druk op een van de toetsen om het geluid en
het symbool in de display uit te schakelen.
34
Bereidingstijd en Stoptijd
Bereidingstijd en Stoptijd kunnen
tegelijkertijd worden gebruikt.
1. Druk op .
2. Kies oven .
3. Selecteer de ovenfunctie en temperatuur.
Druk op Bereidingstijd en stel de
gewenste bereidingstijd in (bijvoorbeeld 1
uur).
4. Toets om de gewenste eindttijd in te
stellen wanneer u wilt dat het eten klaar is
(bijvoorbeeld om 14.05 uur).
Bereidingstijd en Stoptijd lichten op
in de display.
De oven begint automatisch na de vooraf
ingestelde tijd (bijvoorbeeld om 13.05 uur)
Wanneer de oventijd verstreken is, hoort u 2
minuten een signaal en wordt de oven
automatisch uitgeschakeld (bijvoorbeeld om
15.05 uur).
Druk op een van de toetsen om het geluid uit
te schakelen.
35
Overige functies
U kunt energie besparen door
de display uit te schakelen
Toets tegelijkertijd en totdat de
display verdwijnt.
De volgende keer dat de oven aangezet
wordt, verschijnt de display automatisch.
Wanneer de oven uitgezet wordt, verdwijnt
de display automatisch. Om de display weer
zichtbaar te maken moet u de klok instellen.
De display zichtbaar maken
Toets tegelijkertijd en totdat de
display weer verschijnt.
Veiligheidsuitschakeling oven
Wanneer de oven niet na een bepaalde tijd wordt uitgeschakeld of de ingestelde
temperatuur wordt veranderd, dan wordt deze automatisch uitgeschakeld.
De laatst ingestelde temperatuur knippert in het temperatuurdisplay.
De oven gaat uit bij een oventemperatuur van:
30 -120
o
C na 12,5 uur
120 -200
o
C na 8,5 uur
200 - 250
o
C na 5,5 uur
250 - max
o
C na 3,0 uur
Weer aanzetten na veiligheidsuitschakeling
Sschakel de oven helemaal uit.
Daarna kan deze weer in gebruik genomen worden.
De veiligheidsuitschakeling wordt geannuleerd wanneer de klokfuncties Bereidingstijd
of Stoptijd ingesteld zijn.
36
Gebruik van de braadthermometer
Wees voorzichtig dat u u niet brandt aan
de spoelen bovenin de oven, of boven de
stapeenheden wanneer u het contact met
de braadthermometer aan- of uitzet.
Gebruik ovenwanten.
De braadthermometer is bestand tegen
temperaturen tussen 30 en 99°C. Verwijder
voordat u de oven start de afdekkap die de
thermometeruitgang beschermt tegen vuil.
Gebruik alleen de originele thermometer en
let erop dat er geen onderdeel van de
thermometer in contact komt met het
bovenste verwarmingselement.
Voor het beste resultaat moet het
uiteinde van de thermometer in het midden
van de steak geplaatst worden, daar komt de
warmte het laatst. De warmte in de oven is
van invloed op de thermometer, daarom
moet de hele buis in het vlees worden
gestoken. Denk eraan dat de thermometer
de verkeerde temperatuur kan aangeven
wanneer deze in contact komt met vet of
been.
Begin te koken vanuit een koude oven.
Instelling
Zo gebruikt u de braadthermometer:
1 Steek de thermometer in het vlees.
2 Sluit de thermometer aan op de
uitgang in de oven (aan de
rechterkant).
3 Zet de oven aan .
4 60ºC is de vooraf ingestelde
temperatuur. Nu kunt u de gewenste
temperatuur instellen door eerst
te toetsen. Het symbool verschijnt
in de display. Toets of en kies
uw temperatuur. De feitelijke
temperatuur en de gewenste
temperatuur ziet u in het
informatievenster (
ZIE
AFBEELDING
).
37
Het informatievenster volgt de
temperatuurstijging in het vlees.
5 Kies de functie en temperatuur.
Wanneer de gewenste temperature in het
vlees is bereikt, klinkt er een signaal en
gaat de oven uit.
6 Druk op een van de toetsen om het
geluid uit te schakelen.
De braadthermometer is heet. U kunt u
gemakkelijk branden wanneer u de
thermometer uit de ovenuitgang haalt.
7 Sluit de thermometer af van de
ovenuitgang en neem de steak eruit
LET
OP
! De oven en de thermometer
zijn heet.
Om de temperatuur te controleren of te veranderen
Toets totdat de
braadthermometerfunctie
knippert en de gekozen temperatuur
in de display verschijnt.
Wanneer u de temperatuur wilt
veranderen, gebruik dan en .
Om de oventemperatuur te controleren of te veranderen
Wanneer u de temperatuur wilt
veranderen, gebruik dan en .
38
Praktische adviezen en tips
Problemen Oorzaak Oplossing
Brood/gegist deeg, zachte
taart komt plat uit de
oven.
Wanneer de
oventemperatuur te laag is
kan het mengsel eerst rijzen
en daarna weer inzakken.
Controleer of de ingestelde
temperatuur overeenkomt
met de adviestemperatuur in
de tabel of het recept.
Brood/gegist deeg, zachte
taart is niet goed gerezen.
Wanneer de tijd voor het
rijzen na het rollen te lang is,
wordt het resultaat plat.
Brood/gegist deeg moet
rijzen bij kamertemperatuur
en mag niet op de tocht
staan. Wanneer u er licht op
drukt, moet het deeg
terugveren.
Controleer of de rijstijd
overeenkomt met de
adviestijd in het recept
Te weinig gist of bakpoeder. Controleer in het recept of
u de juiste hoeveelheden
hebt gebruikt.
Wanneer het vet/
vloeistofmengsel te heet is,
gaat dit de werking van de
gist tegen.
De juiste temperatuur van
de vloeistof is 37° voor
verse gist; voor droge gist
moet u de aanwijzingen op
de verpakking raadplegen.
Brood/gegist deeg, zachte
taart komt droog uit de
oven.
Te weinig vloeistof, teveel
bloem of een verkeerd soort
bloem kan droog brood
opleveren.
Controleer in het recept of
u wel de juiste soort bloem
en de juiste hoeveelheden
bloem/vloeistof hebt
gebruikt.
Wanneer de
oventemperatuur te laag is,
moet het mengsel veel
langer in de oven staan om
gaar te worden en droogt
dan uit.
Controleer of u de juiste
temperatuur hebt ingesteld.
39
De taarten/ovengerechten
zijn te donker.
Wanneer de
oventemperatuur te hoog is,
worden de taarten/
ovengerechten te donker
voordat zij helemaal gaar zijn.
Controleer of u de juiste
temperatuur hebt ingesteld.
Het eten is te hoog in de
oven geplaatst en krijgt zo
teveel bovenwarmte
wanneer de onder- en
bovenverwarming worden
gebruikt, en andersom
wanneer het te laag geplaatst
is.
Controleer in de tabel of het
recept of u de juiste hoogte
hebt gekozen.
De Quick start gaat aan. Controleer of u de
functieknop op de gewenste
functie hebt gedraaid.
De taarten/ovengerechten
zijn te licht.
Wanneer u aluminiumfolie,
een blad of een braadslee op
de bodem van de oven
plaatst, houdt dit de warmte
tegen.
Zorg dat er niets op de
bodem van de oven staat.
Lichte bakblikken geven
lichtere taarten dan donkere
bakblikken.
Probeer eens een donkerder
bakblik.
40
Problemen en oplossingen
Doe nooit iets met het fornuis dat letsel kan veroorzaken of het product kan
beschadigen. Onderstaand vindt u enkele suggesties over wat u zelf kunt doen om een
probleem op te lossen. Hebt u hulp nodig? Neem dan contact op met Service.
Problemen Oorzaak/Oplossing
Het fornuis heeft geen stroom
Controleer of:
• de
ZEKERING
(
EN
) in goede staat zijn
• de
STEKKER
goed in het stopcontact zit
• er een
AARDLEKSCHAKELAAR
aan staat
Het fornuis werkt niet
Controleer of de functievergrendeling niet
actief is (zie pagina10)
Koken/bakken duurt te lang
Controleer of u een geschikte pan met een
goede warmtegeleiding hebt gekozen (zie
pagina 13)
Het ovenlicht werkt niet
Vervang de kapotte gloeilamp (zie pagina 48)
De deurvergrendeling werkt niet
Activeer de vergendelingsfunctie (zie
pagina11)
De oventhermometer werkt niet
Controleer of de braadthermometer goed is
aangesloten in de oven; neem deze uit en
sluit hen opnieuw aan. Programmeer de
gewenste temperatuur (zie pagina 36)
De klok toont de verkeerde tijd of werkt
helemaal niet
Stel de juiste tijd in (zie pagina 7)
De signaalklok werkt niet
Programmeer een tijd in (zie pagina 31)
Er komt een geluid uit het fornuis, ook
wanneer het uit staat
Het geluid komt uit de thermostaat-
bestuurde ventilator die de elektronica van
het fornuis beveiligt. Hier hoeft u niets aan
te doen, dit is geheel normaal.
41
Probleem Oorzaak/Oplossing
F9 licht op in de display
Trek de stekker uit de wandcontactdoos.
Sluit deze weer aan en zet het fornuis
opniew aan
F11 licht op in de display
Het contact van de braadthermometer is
niet goed ingebracht in de uitgang in de oven
F knippert in de display van de
kookplaat
• Ongeschikt kookgerei
• Geen kookgerei op de kookzone
• De diameter van de bodem van het
kookgerei is te klein voor de kookzone
Er licht een verkeerde code op in de
display (begint met F)
Neem contact op met Electrolux Service:
42
Reiniging en onderhoud
Gebruik geen stoomreiniger om het
fornuis schoon te maken!
Reiniging van het fornuis
De gemakkelijkste manier om de oven
schoon te maken is met behulp van een
schone doek, heet water en een beetje
afwasmiddel meteen nadat de oven is
gebruikt.
GEBRUIK
NOOIT
BIJTENDE
STOFFEN
OF
ANDERE
SCHUURMIDDELEN
.
NB: de antikantelbeveiliging werkt niet
wanneer u het fornuis naar voren trekt
om erachter schoon te maken.
Behandeling
Gebruik nooit bijtende middelen of andere
stoffen die krassen kunnen veroorzaken,
zoals een spons met een schuurmiddel.
Gebruik alleen zachte sponsen of doeken.
Reinigen van roestvrijstalen
oppervlakken
(geldt alleen voor roestvrijstalen
fornuizen)
De gemakkelijkste manier om
roestvrijstalen oppervlakken te reinigen is
met behulp van een zachte doek en het
meegeleverde schoonmaakmiddel. U kunt
ook schoonmaakmiddelen voor ramen
gebruiken. Als het oppervlak erg vuil is
kunt u bijvoorbeeld technische spiritus
proberen.
GEBRUIK
NOOIT
BIJTENDE
of andere
schuurmiddelen. Gebruik ook geen
bijtende materialen zoals draadwol of
schuursponsjes.
Reiniging van de keramische kookplaat
Om schade aan de kookplaat te
voorkomen moet u deze direct na
gebruik (wanneer de plaat nog heet is)
schoonmaken met de schraper om
suiker en gemorst materiaal met een
hoog suikergehalte (bijv. jam) te
verwijderen, maar ook eventueel
gesmolten plastic of folie.
A
LS
DE
KOOKPLAAT
ERG
VUIL
IS
:
1 Verwijder vlekken met de schraper
(zie onder).
2 Gebruik schoonmaakmiddelen pas
als de warmte-waarschuwing
uitgegaan is. Schud de fles en
spray een paar dunne streepjes op
de plaat. Schoonwrijven met een
vochtige doek of keukenrol.
3 Verwijder overtollig vocht met een
vochtige doek, anders kan het de
volgende keer dat u de plaat
aanzet, in de plaat dringen. Droog
vegen.
De schraper
H
OUD
DE
SCHRAPER
BUITEN
BEREIK
VAN
KINDEREN
. Gebruik de schraper
voorzichtig, het blad is ontzettend
scherp.
Gebruik de schraper voor het verwijderen
van overgekookt materiaal dat aan
de keramische glasplaat vastgeplakt zit.
Gebruik de schraper of ander scherp
gereedschap niet op de siliconenrand, dit
kan veiligheidsrisicos en schade
veroorzaken.
43
Hoe gebruikt u de schraper:
1 Trek de beveiliging naar achteren
zodat het blad zichtbaar is.
2 Zorg ervoor dat het blad schoon en
onbeschadigd is, anders kan het
de plaat beschadigen. Nieuwe
bladen zijn te koop bij een
ijzerwarenhandel.
3 Houd de schraper in een hoek van
ca. 45° en schraap de plaat
schoon.
4 Veeg vuil zorgvuldig van het blad
met keukenrol.
5 Na gebruik de beveiliging weer
naar voren duwen zodat het blad
weer bedekt is. Bewaar de
schraper buiten bereik van
kinderen.
Het blad vervangen:
1 Open de schraper door de schroef
helemaal los te draaien (geen
schroevendraaier nodig) en
bevestig het nieuwe blad aan de
voorste rand.
2 Zet de schraper in elkaar en draai
de schroef weer vast.
3 Druk de beveiliging zover mogelijk
naar voren om het blad te
beschermen.
Reiniging van de oven
Om het schoonmaken te
vergemakkelijken, kunnen de
stapeenheden of de rails voor de bakplaat
uitgenomen worden, zie pagina
47
.
Verwijderen van de rails voor de
bakplaat
De rails voor de bakplaat kunnen op
dezelfde wijze worden uitgenomen als de
stapeenheid, zie pagina
47
.
D
E
KATALYSELAKVERF
op de ovenwanden
en bovenzijde is poreus en is tot op
zekere hoogte zelfreinigend. De
ovenbodem daarentegen is gemaakt van
een
GLADDE
en hardere
LAKVERF
waar u
gemorst materiaal met een spatel ed. af
kunt schrapen.
Katalyselakverf
De oven wordt heet tijdens het gebruik.
Houd kinderen in de gaten.
Vuil op de lakverf brandt deels weg
wanneer de oven wordt gebruikt.
Wanneer er vlekken op de lakverf zitten,
brand de oven dan op de hoogste
temperatuur af met de boven/
onderverwarming gedurende 30–60
minuten. Verwijder hardnekkige vlekken,
bijvoorbeeld vet, als volgt:
1 “Doordrenk” de katalyselakverf met
zachte zeep en heet water.
Gebruik een nylon borstel op de
vlekken. Laat dit een uur zo staan.
2 Zet daarna de boven- en
onderverwarming aan op de
hoogste temperatuur.
3 Zet de oven na drie uur uit.
Gebruik nooit schoonmaakmiddelen of
scherpe voorwerpen op de
katalyselakverf.
De gladde lakverf
Wanneer de bodem erg vuil is, gaat u als
volgt te werk:
1 Gemorst of overgekookt materiaal
dat aangekoekt is kan bijvoorbeeld
met een spatel losgemaakt
worden.
2 Verspreid met een spons zachte
zeep op de bodem van de oven.
3 Sluit de deur. Stel de oven in op
100°C met boven- en
onderverwarming gedurende ca.
10 minuten.
4 Wanneer de oven is afgekoeld,
afspoelen met schoon water of,
indien nodig, zorgvuldig borstelen
met een zeepblokje. Droog vegen.
44
De ovendeur
De ovendeur kan worden uitgenomen om deze schoon te maken.
Wanneer de ovendeur open gaat, gaan de
lampjes aan en stopt de hetelucht
ventilator.
Uitnemen van de ovendeur
1 Open de ovendeur voor ongeveer
eenderde (parkeerstand).
2 Pak de zijkanten van de ovendeur
met beide handen beet en trek de
deur van de oven af.
3 Til de deur op
Bevestigen van de ovendeur
1 Let erop dat de scharnierunit op de
parkeerstand staat.
2 Breng de scharnierunit in, in de gleuf
op de deur. Naar beneden drukken
totdat de bevestigingsveer in de
positie klikt.
3 Sluit de ovendeur.
45
Het glas van de ovendeur
Gebruik de ovendeur niet als een
opstapje.
De ovendeur bestaat uit twee delen met
warmteweerkaatsend glas om de
oppervlaktetemperatuur te verlagen. De
binnen glaspanelen kunnen worden
uitgenomen om deze schoon te maken.
Schoonmaken tussen de glazen panelen
Let erop dat u de glazen deur niet
beschadigt. Wanneer scheuren ontstaan aan
de randen kan het glas na enkele keren
verhitten gaan breken.
Verwijderen van het bovenste glaspaneel
in de ovendeur
1 Pak het bovenste glaspaneel bij de
onderrand en trek het in de richting
van het handvat van de ovendeur
totdat het aan de onderzijde vrij is (1).
2 Til het paneel iets op aan de
onderzijde en trek het uit (2).
Verwijderen van het middelste glaspaneel
in de deur
1 Pak het middelste glaspaneel bij de
onderrand en trek het in de richting
van het handvat van de ovendeur
totdat het aande onderzijde vrij is (1).
2 Til het paneel iets op aan de
onderzijde en trek het uit (2)
Maak het glas schoon
46
Bevestiging van de middelste glaspanelen in de deur
1 Breng de middelste glaspanelen in de
juiste volgorde in, diagonaal van
boven in de glashouder op de zijkant
van het handvat (1).
2 Verlaag het middelste glaspaneel en
trek het in de richting van de
onderrand van de deur totdat het niet
verder kan tegen de onderste houder
(2).
Bevestiging van de bovenste glas in de deur
1 Breng het bovenste glas diagonaal
van boven in de glashouder op de
zijkant van het handvat (1).
2 Verlaag de glasplaat. Leg het paneel
tegen de drukveer op de zijkant van
de het handvat voor het
bevestigingsprofiel aan de onderrand
van de deur en druk het onder het
bevestigingsprofiel (2).
Het glaspaneel moet stevig op zijn
plaats gedrukt worden!
47
Stapeenheden van de oven
De stapeenheden van de oven kunnen zowel
aan de linker- als de rechterwand worden
uitgenomen om het schoonmaken van de
wanden te vergemakkelijken.
Uitnemen van de stapeenheden van de oven:
Trek de stapeenheid eerst naar voren en
vanaf de zijkant van de oven (1) naar buiten
en haak deze daarna los aan de achterkant
(2).
Inbrengen van de stapeenheden van de oven
De afgeronde randen van de staven moeten
naar voren wijzen!
Bevestig de stapeenheid van de oven weer
op zijn plaats door deze op te hangen aan de
achterzijde (1), breng deze in aan de
voorzijde en druk hem daarna op zijn plaats
(2).
Schoonmaken van de rails voor de bakplaat
Maak de stapeenheden los (zie pagina
47
).
Om vuil en vet te kunnen verwijderen kunnen
deze worden geweekt in water met
afwasmiddel. Handmatig wassen. LET OP!
NIET
DE
VAATWASSER
GEBRUIKEN
. Dit
verwijdert al het vet wat nadelig is voor de
werking ervan.
48
Super Clean accessoires
Deze accessoires hebben een
vuilafstotende bekleding en een lange
levensduur wanneer deze op de juiste
wijze behandeld worden
LET OP! Plaats geen SUPER CLEAN
accessoires op een hete keramische
glasplaat, deze kan hierdoor
beschadigd raken. De accessoires zijn
bestand tegen een temperatuur van
maximaal 250°C. Verwarm deze nooit
zonder eten of deeg.
Was de accessoires grondig in heet water
en afwasmiddel voordat u ze voor het
eerst gebruikt.
Wanneer u dit advies en deze tips
opvolgt dan gaan uw SUPER CLEAN
accessoires lang mee en blijven ze
gemakkelijk schoon te maken:
Gebruik plastic of houten
keukengerei in plaats van metaal,
dit kan de plaat beschadigen.
Onthoud dat potten en pannen met
een ruw oppervlak de accessoires
kunnen beschadigen.
Reinig de accessoires met een
zachte spons of afwasborstel in
heet water, eventueel met
afwasmiddel. Nooit de vaatwasser
gebruiken.
Nooit draadwol of scherpe
voorwerpen gebruiken bij het
schoonmaken.
Ovenverlichting
LET OP! Zorg er voordat u de
gloeilamp vervangt voordat het fornuis
is afgesloten van het stroomnet.
Bij fornuizen met een snoer, eerst de
stekker eruit trekken. Voor andere
fornuizen, de meerpolige schakelaar
eruit trekken.
Leg een doek op de bodem van de
oven om de gloeilamp en het glas te
beschermen.
Vervangen ovenlicht/schoonmaken
het beschermende glas
1 Controleer of de oven niet heet is.
2 Draai het beschermende glas los
door het naar links te draaien en
maak het schoon.
3 Indien nodig:
Vervang het ovenlicht door een
nieuwe gloeilamp van 230–240V,
40W, 300°C, en voorzien van een
E14 fitting.
4 Plaats het beschermende glas
terug.
Vervangen van de gloeilamp op pagina
en schoonmaken van het
beschermende glas
1 Controleer of de oven niet heet is.
2 Draai de stapeenheden van de
oven los en neem deze aan de
linkerkant uit (zie pagina
47
)
3 Draai het beschermende glas los
met behulp van een smal en stomp
voorwerp (bijvoorbeeld een
theelepel) en maak het schoon.
Houd uw hand onder het glas om
te voorkomen dat het op de bodem
van de oven valt.
4 Indien nodig:
Vervang het ovenlicht door een
nieuwe gloeilamp met E14 fitting,
gemarkeerd 230–240V, 25W ook
300°C.
5 Druk het beschermende glas weer
op zijn plaats en bevestig de
stapeenheden.
49
Technische gegevens
Wij behouden het recht wijzigingen aan te brengen. Dit apparaat voldoet aan de eisen van de EG
Richtlijnen 89/336/EEC en 73/23/EEC.
EKD60760
Breedte (mm):
596
Hoogte bij levering (mm):
900
Diepte:
595
ENERGIEZUINIGHEIDSKLASSE
Bovenste oven
A
Onderste oven
A
ENERGIEVERBRUIK
Onder/bovenverwarming (kWh), bovenste oven:
0.73
Onder/bovenverwarming (kWh), onderste oven:
0,89
Hetelucht (kWh), onderste oven:
0.79
50
Installatie
Alle werkzaamheden aan het fornuis
moeten worden uitgevoerd door een
ERKENDE
EXPERT
. Het fornuis is zwaar.
Randen en hoeken waar u normaliter
niet mee in aanraking komt kunnen
scherp zijn. G
EBRUIK
HANDSCHOENEN
WANNEER
U
HET
FORNUIS
VERPLAATST
.
Bij levering is het fornuis afgesteld op een
aanrechthoogte van 900 mm. Het fornuis
heeft een uitschuifbare plint.
Let er bij het plaatsen van het fornuis
op dat de ventilatieopeningen (aan de
achterzijde van het fornuis en boven de
kap) niet geblokkeerd worden. Het fornuis
mag bijvoorbeeld niet onder een
betegelde rand worden geduwd.
Aan beide kanten van het fornuis moet
een aanrechtruimte zijn (zie Veiligheid).
Let er bij het verplaatsen van het
fornuis op dat de kabel van het fornuis niet
klem komt te zitten.
Horizontale afstelling
Het fornuis moet waterpas staan,
bijvoorbeeld voor een gelijkmatige
verspreiding van vet in een braadpan.
Plaats een flesjeswaterpas of braadpan
met water op de keramische glazen plaat
om te controleren of het fornuis waterpas
staat.
Indien nodig kunt u vanaf de voorkant van
de plint de wielen en pootjes van het
fornuis per 15 mm (0.6") afstellen.
Gebruik een schroevendraaier om de
achterwielen af te stellen een een Polygrip
voor de pootjes aan de voorzijde.
51
De antikantelbeveiliging
De antikantelbeveiliging moet bevestigd
zijn om te voorkomen dat het fornuis bij
een afwijkende belading gaat kantelen.
De antikantelbeveiliging werkt alleen
wanneer het fornuis op zijn plaats is
geduwd.
Hoe bevestigt u de
antikantelbeveiliging op het fornuis:
1 Voordat u de
kantelbescherming monteert
moet u controleren of het
fornuis op het juiste niveau is
ingesteld en waterpas staat
(zie pagina 50).
2 De houder (B) is bij levering
aan de linkerkant gemonteerd.
Meet op waar de
kantelbescherming (A)
geplaatst moet worden, 60 mm
onder de bovenrand en 50 mm
van de muur/kast. Schroef hem
vast in massief materiaal of
een in een geschikte
versterking. De hele
kantelbescherming (A+B) kan
ook aan de rechterkant worden
geplaatst (
ZIE
AFBEELDING
1).
Controleer of het oppervlak
achter het fornuis gelijkmatig
is. Als er zich achter het
fornuis tegels of omlijstingen
bevinden, moet
er een
afstand van gelijke dikte
tussen de
kantelbescherming en de
muur zijn. Dit omdat de
kantelbescherming dan op
de juiste wijze in het fornuis
kan grijpen en op de juiste
manier kan werken.
Controleer of de
kantelbescherming minstens
20 mm in het gat achterop
het fornuis steekt (B) als u
het fornuis op zijn plaats
schuift (
ZIE
AFBEELDING
2).
OPMERKING! Als de ruimte tussen
de stukken aanrecht groter is dan de
breedte van het fornuis, moet u de
meting aan de zijkant aanpassen als
u het fornuis wilt centraliseren.
2
1
52
Elektrische aansluitingen
Alle werkzaamheden aan het fornuis
moeten worden uitgevoerd door een
ERKENDE
EXPERT
. Werkzaamheden die
worden verricht door onbevoegden
kunnen betekenen dat het fornuis
minder goed functioneert en kunnen
persoonlijk letsel of materiele schade
veroorzaken.
Fornuizen die worden geleverd met een
afzonderlijk verpakt snoer en stekker
moeten worden aangesloten op een
geaarde wandcontactdoos voorzien van
een neutrale draad.
Installaties
MOETEN
WORDEN
VERRICHT
DOOR
EEN
ERKENDE
EXPERT
. Het
aangesloten nominaal vermogen en het
voltage staan vermeld op het dataplaatje.
Wanneer het fornuis wordt
aangesloten op een uitgang met een
neutrale draad raakt het fornuis defect en
vervalt de garantie.
LET OP! De elektrische installatie
moet een mechanisme bevatten dat het
mogelijk maakt alle polen van de
uitrusting af te scheiden van de
stroomtoevoer, met een contactopening
van minimaal 3 mm. Om
veiligheidsredenen moet aan deze eis
worden voldaan.
Voor fornuizen met een stekker: Zorg
ervoor dat de stekker volledig in de
hoofdcontactdoos wordt geduwd.
Afwerklijst (optionele accesoire)
LET OP! Let goed op wanneer u de
afwerklijst aan het fornuis bevestigt.
De randen waar u normaliter niet mee
in aanraking komt kunnen scherp zijn.
LET
OP
!
PAST
ALLEEN
BIJ
FORNUIZEN
MET
EEN
HOOGTE
VAN
900
MM
(35.5
Verwijder voor het gebruik het
beschermende plastic.
Bevestig de afwerklijst door deze
stevig op de ondergrond te
drukken (spanklem, geen
gereedschap nodig).
53
Aan het einde van de levensduur van
het apparaat
Het symbool op het product of op de
verpakking geeft aan dat dit product niet
mag worden behandeld als huishoudelijk
afval. In plaats daarvan moet het op het
afvalstation voor de recycling van
elektrische en elektronische apparatuur
worden afgegeven.
Door ervoor te zorgen dat dit product
op de juiste wijze wordt verwijderd, helpt u
mogelijke negatieve gevolgen door een
onjuiste afvalverwerking van dit product
voor het milieu en de volksgezondheid te
voorkomen.
Neem voor meer gedetailleerde informatie
over het gebruik van dit product contact
op met de betreffende afdeling van uw
gemeente, de reinigingsdienst of de
winkel waar u het product hebt gekocht.
Verwijderen
1 Sluit het fornuis af van de
wandcontactdoos.
2 Snij het snoer zo dicht mogelijk bij
de achterkant van het fornuis af.
3 Deactiveer de deurvergrendeling
zodat kinderen zich niet in de oven
kunnen opsluiten.
54
Garantie/serviceafdeling
België
WAARBORGVOORWAARDEN
Onze toestellen worden met de grootst mogelijke zorgvuldigheid
geproduceerd.Desondanks kan het voorkomen dat er een defect optreedt.
Onze klantendienst zal dit op verzoek herstellen, zowel binnen als buiten de
waarborgtermijn. De levensduur van het toestel wordt daardoor niet negatief
beïnvloed. Onderstaande waarborgvoorwaarden zijn gestoeld op de EU
Richtlijn 99/44/EG en het Burgerlijk Wetboek. De daaruit voortvloeiende
rechten blijven onverlet. Ook de waarborgverplichtingen van de verkoper naar
de eindgebruiker blijven onaangetast. Voor dit toestel verlenen wij waarborg
volgens onderstaande voorwaarden:
1. Wij verhelpen kosteloos met inachtneming van de voorwaarden 2 tot en
met 15 gebreken aan het toestel die zich openbaren binnen 24 maanden
vanaf de datum van levering aan de eindgebruiker. Deze
waarborgvoorwaarden zijn niet van toe-passing in geval van
professioneel of daarmee gelijk te stellen gebruik.
2. De waarborgprestatie houdt in dat het toestel kosteloos wordt
teruggebracht in de toestand die het had voor het defect optrad.
Gebrekkige onderdelen worden
hersteld of vervangen. Kosteloos vervangen onderdelen worden ons
eigendom.
3. Het gebrek moet terstond gemeld worden, om mogelijke verdere schade
te voorko-men.
4. Voor een beroep op waarborg dient het aankoopbewijs met
aankoop- en/of leve-ringsdatum te worden overlegd.
5. De waarborg heeft geen betrekking op schade aan kwetsbare
onderdelen, zoals (vi-trokeramisch) glas, kunststof, rubber, die ontstaan
is door onzorgvuldig gebruik
6. De waarborg heeft geen betrekking op kleine afwijkingen van de
gestelde kwaliteit die voor de waarde en deugdelijkheid van het toestel
onbeduidend zijn.
7. De waarborg geldt evenmin voor schade veroorzaakt door:
– chemische en elektrochemische inwerking van water,
– abnormale milieuomstandigheden in het algemeen
– voor het toestel oneigenlijke bedrijfsomstandigheden
– contact met agressieve stoffen.
8. De waarborg heeft geen betrekking op gebreken door transportschade
die buiten onze verantwoordelijkheid is ontstaan, niet vakkundige
installatie of montage, ver-keerd gebruik, gebrekkig onderhoud, of het
niet in acht nemen van de gebruiks- of montageaanwijzingen.
9. Het recht op waarborg vervalt wanneer het defect werd veroorzaakt door
herstel-ling of ingrepen door derden die niet bevoegd of niet deskundig
55
zijn, of wanneer het toestel voorzien werd van toebehoren of onderdelen
die niet origineel zijn en daardoor een defect veroorzaken.
10.Toestellen die gemakkelijk kunnen worden vervoerd dienen te worden
overhandigd of gezonden naar onze klantendienst. Herstelling ter
plaatse kan slechts worden gevraagd voor grote of ingebouwde
toestellen.
11. Indien het toestel zodanig is ingebouwd, ondergebouwd, opgehangen of
geplaatst dat de benodigde tijd voor het in- en uitbouwen samen meer
dan 30 minuten be-draagt, dan worden de hierdoor ontstane extra kosten
aan de gebruiker in rekening gebracht. Schade die ontstaat door
abnormale in- of uitbouw komt ten laste van de gebruiker.
12.Indien binnen de waarborgperiode de herstelling van hetzelfde gebrek
meermaals mislukt of de herstellingkosten disproportioneel zijn wordt in
overleg met de ge-bruiker een gelijkwaardige vervanging geleverd. In
geval van vervanging behouden we ons het recht voor om een
vergoeding te rekenen naar rato van de verstreken gebruiksperiode.
13.Herstelling onder waarborg heeft geen verlenging van de
waarborgtermijn noch aanvang van een nieuwe waarborgtermijn tot
gevolg.
14.Op herstellingen geven wij een waarborg van 12 maanden, uitsluitend op
hetzelf-de gebrek.
15.Verdere of andere rechten, in het bijzonder vergoeding van schade
ontstaan
bui-ten het toestel, zijn uitgesloten voor zover een aansprakelijkheid niet
wettelijk is vastgelegd. In geval van aansprakelijkheid zal een vergoeding
de aankoopwaarde van het toestel niet overtreffen. Deze
waarborgvoorwaarden gelden voor in België gekochte en/of in gebruik
zijnde toestellen. Indien een toestel naar het buitenland wordt gebracht
dient de gebruiker na te gaan of het toestel voldoet aan de technische
voorwaarden ( o.a. spanning, fre-quentie, installatievoorschriften,
gassoort, klimaatomstandigheden) in het betreffende land. Voor in het
buitenland aangeschafte toestellen dient de gebruiker zich zelf te
vergewissen van de bepalingen in België. Noodzakelijke of gewenste
aanpassingen vallen niet onder de waarborg, en kunnen niet altijd
worden aangebracht. Ook na afloop van de waarborgtermijn staat onze
klantendienst u ter beschikking.
56
Adres Klantendienst:
België
Tele fo n Te l e fa x
Electrolux Home Products BelgiumConsumer services 02/363.04.44 02/
363.04.00
ELECTROLUX SERVICE 02/363.04.60
Bergensesteenweg 719
1502 Lembeek
E-mail: consumer.services@electrolux.be
Te l e fo n Te l e fa x
Luxemburg Tele fo n Te l e fa x
Grand-Duché de Luxembourg Consumer services 00 352 42 431-1 00 352
42431-360 ELECTROLUX HOME PRODUCTS
Rue de Bitbourg. 7
L-1273 Luxembourg-Hamm
E-mail: consumer-service.luxembourg@electrolux.lu
57
Europese garantie
Dit apparaat wordt gegarandeerd door Electrolux in alle landen die op de
volgende pagina staan vermeld en voor de periode als gespecificeerd in de
garantie voor het apparaat of anderszins wettelijk bepaald.
Wanneer u binnen een van deze landen verhuist, verhuist de garantie op het
apparaat met u mee, onder voorbehoud van de volgende kwalificaties:
² De garantie op het apparaat gaat in op de aankoopdatum van het
apparaat, aan te tonen door overlegging van een geldige aankoopbon
afgegeven door de verkoper van het apparaat.
² De garantie op het apparaat geldt voor dezelfde periode en evenzeer
voor arbeid en onderdelen in het land waarin u woonachtig bent voor dit
specifieke model of serie apparaten.
² De garantie op het apparaat is persoonlijk voor de oorspronkelijke koper
van het apparaat en kan niet overgaan op een andere gebruiker.
² Het apparaat wordt geïnstalleerd en gebruikt overeenkomstig de door
Electrolux verstrekte gebruiksaanwijzing en uitsluitend voor thuisgebruik,
d.w.z. niet voor zakelijke doeleinden.
² Het apparaat wordt geïnstalleerd overeenkomstig alle relevante
geldende voorschriften in het land waarin u woonachtig bent.
De bepalingen van deze Europese Garantie laten uw eventuele wettelijke rechten
onverlet.
58
www.electrolux.com
www.electrolux.be
www.electrolux.lu
349 56 00-01/A - 2007-07-19
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64

Electrolux EKD60760X 230V Handleiding

Type
Handleiding