Dometic Mobitronic RV-400 Handleiding

Type
Handleiding
3
1
2
3
4
5
6
Nicht öffnen
Don’t open
7
Nicht ziehen
Don’t pull
8
9
A
a
b
c
RV-400.qxd 30/07/03 17:01 Page 3
87
Bewaart u deze handleiding en lees deze zorgvuldig door voordat u het
apparaat monteert en in gebruik neemt. Geef de handleiding ingeval van
doorverkoop van het systeem aan de koper door.
Inhoudsopgave
Title Page
Afbeeldingen bij de inbouwhandleiding 3-16
Inhoudsopgave 87
Aanwijzingen voor gebruik van de inbouwhandleiding 87
Veiligheids- en inbouwinstructies 88-89
Benodigde gereedschappen 90
Leveringspakket 90
Toebehoren voor RV-400 91
Functionele beschrijving van de camera 91
Functionele beschrijving van de monitor 91
Montage van de monitor 92-93
Montage van de buitencamera 93-95
Bekabeling 96-97
Instelling en werkingstest 98
Instellen van de camera 98
Technische gegevens 99
Aanwijzingen voor gebruik van de inbouwhandleiding
Waarschuwing! Veiligheidsinstructie:
Veronachtzaming kan tot letsel en materiele schade leiden.
Attentie! Veiligheidsaanwijzing:
Veronachtzaming leidt tot materiaalschade en vermindert de werking van het
achteruitrij-videosysteem RV-400.
î‚‹ De ruit markeert inbouw-stappen die u dient uit te voeren.
Opdat het inbouwen zonder moeilijkheden verloopt, deze inbouw- en bedie-
ningshandleiding voorafgaand aan montage aandachtig doorlezen.
Mocht deze handleiding niet al uw vragen beantwoorden of onduidelijkheid
over bepaalde montagestappen bestaan, dient u beslist onze technische servi-
cedienst te raadplegen.
WAECO Benelux B.V.
NL-4700 BL Roosendaal · Postbus 1461 · Ettenseweg 60
phone: +31-1 65/58 67 00 · fax: +31-1 65/55 55 62
E-Mail: [email protected] www.waeco.com
RV-400.qxd 30/07/03 17:01 Page 87
88
Veiligheids- en inbouwinstructies
Waarschuwing! Ondeugdelijke kabelverbindingen kunnen ertoe leiden, dat ten
gevolge van kortsluiting:
– kabelbrand optreedt
– de airbag getriggerd wordt
– elektronische besturingsinrichtingen beschadigd worden
– elektrische functies (knipperlicht, remlicht, claxon, onsteking, licht) uitvallen
Let daarom op de volgende aanwijzingen:
Bij werkzaamheden aan de leidingen van het voertuig gelden de volgende
klemaanduidingen:
30 (ingang van batterij Plus direct),
15 (geschakelde Plus, achter batterij)
31 (retourleiding vanaf batterij, aarde)
58 (achteruitrij-lamp)
De beste manier van verbinden is, de kabeluiteinden aan elkaar te solderen en deze ver-
volgens te isoleren.
Bij ontkoppelbare verbindingen uitsluitend geïsoleerde kabelschoentjes, stekers en platte
steekconnectors gebruiken. Geen crimpconnectors (aansluitclips) of kroonsteentjes
gebruiken (zie H).
Voor het verbinden van de kabels met de kabelschoentjes, stekers of platte steekconnec-
tors een crimptang gebruiken.
Bij kabelaansluitingen op 31 (aarde):
De kabel met kabelschoentje en tandschijf op een aardingsschroef van het voertuig
schroeven of met kabelschoentje, plaatschroef en tandschijf op de carosserieplaat
schroeven.
Op goede aarding letten!
Waarschuwing! Vanwege kortsluitingsgevaar voorafgaand aan werkzaamheden
aan het elektrisch systeem van het voertuig altijd eerst de minus-pool van de
batterij loskoppelen Bij voertuigen met hulpbatterij eveneens de minus-pool
loskoppelen.
N.B. !! Bij het loskoppelen van de minus-pool van de batterij verliezen alle
vluchtige geheugens van de Komfort-elektronica de opgeslagen data.
RV-400.qxd 30/07/03 17:01 Page 88
89
Veiligheids- en inbouwinstructies
U dient dient de volgende gegevens al naar gelang de voertuiguitrusting opnieuw in
te voeren:
radiocode · voertuigklok · schakelklok · boordcomputer · stoelpositie
Aanwijzingen voor het instellen kunt u nalezen in de desbetreffende bedieningshandlei-
dingen.
Waarschuwing! In het voertuig gemonteerde componenten van het achterui-
trij-videosysteem RV-400 moeten zodanig worden bevestigd, dat deze in geen
geval (abrupt remmen, verkeersongeval) los kunnen raken en tot letsel bij de
inzittenden van het voertuig kunnen leiden.
Let er bij het plaatsen van de monitor op, dat deze niet in de werkzone van een
AIRBAGS gemonteerd wordt. Bij activering bestaat anders gevaar voor letsel.
Monteer de monitor niet in de bewegingsruimte voor het hoofd.
N.B. !! Voor het controleren van de spanning in elektrische leidingen mag uitslui-
tend een diodetestlamp (zie A 1) of een voltmeter (zie A 2) worden gebruikt.
Testlampen (zie A 3) met een gloeidraadelement nemen te veel stroom op,
waardoor de voertuigelektronica beschadigd kan raken.
N.B. !! Om schade te vermijden, letten op voldoende vrije ruimte waar de boor
naar buiten komt (zie A 4) letten. Ieder boorgat ontbramen en met antiroestmid-
del behandelen.
Attentie! Let er bij het installeren van de elektrische aansluitingen op, dat deze:
1. niet sterk geknikt en verdraaid worden (zie A 5 a)
2. niet langs kanten schuren (zie A 5 b)
3. niet onbeschermd door scherpkantige doorvoeringen geleid worden
(zie A 5 c).
De camera is waterdicht. De pakkingen zijn echter niet bestand tegen een hogedrukreini-
ger (zie A 6).
Open de toestellen niet, aangezien dit de afdichting en de werking vermindert (zie A 7).
Trek niet aan de kabels, aangezien dit de afdichting en de werking van de camera kan
verminderen (zie A 8).
De camera is niet voor gebruik onder water geschikt (zie A 9).
Attentie: De steekverbinding op de camera is niet tegen vocht beschermd.
Dicht deze verbinding beslist met de bijgeleverde isolatietape af, om beschadi-
ging te voorkomen.
TIP: Om corrosie in de stekker te minimaliseren, adviseren wij wat vet, b.v.
poolvet, in de stekker aan te brengen.
RV-400.qxd 30/07/03 17:01 Page 89
90
Benodigde gereedschappen
Voor inbouw en montage zijn nodig:
– Maatstok (zie B 1) – Boormachine (zie B 5)
–Center (zie B 2) – Schroevendraaier (zie B 6)
– Hamer (zie B 3) – Schroevensleutel (zie B 7)
– Boor (zie B 4)
Voor de elektrische aansluiting en de controle zijn nodig:
– Diodetestlampje (zie B 8) – Warmtekrimpkous
of voltmeter (zie B 9) – Heteluchtföhn (zie B 12)
–Crimptang (zie B 10) – Soldeerbout (zie B 13)
– Isolatietape (zie B 11) – Soldeersel (zie B 14)
Op grond van uw individueel gekozen montage heeft u evt. voor de bevestiging van
camera en monitor nog andere schroeven, moeren, onderlegringen, plaatschroeven en
kabelbinders dan de standaard bijgeleverde materialen nodig.
Leveringspakket
Nr. Aantal Aanduiding
11Monitor-kit (zie C)
1.1 1 Monitor RV-54
1.2 1 Monitorvoet
1.3 1 Aansluitkabelset
1.4 1 Zonwering
21Camera-kit (zie C)
2.1 1 Camera RV-24
2.2 1 Camerahouder
2.3 1 Camerabeschermkap
2.4 1 Verbindingskabel 20 m RV-520
31Montageset (zie C)
3.1 4 Schroeven met 2 voorgemonteerde ringen
(camerahouder)
3.2 2 Schroeven met vaste ring (zonnekap)
3.3 1 Rubberen onderlegger
(camerahouder)
3.4 1 Dichtingsband voor stekkerverbinding
3.5 2 Kabelbevestigingsklemmen
3.6 6 Plaatschroeven
(camerabeugel, monitorbeugel)
Technische wijzigingen voorbehouden!
RV-400.qxd 30/07/03 17:01 Page 90
91
Toebehoren voor RV-400
De volgende artikelen zijn aanvullend bij de RV-400 leverbaar
Aanduiding Artikel-nr.
Verlengkabel, 5 m RV-505
Verlengkabel, 8 m RV-508
Verlengkabel, 20 m RV-520
Spiraalkabel voor gebruik met aanhanger RV-500-SPK
Zwanehalshouder voor monitor RV-500-SH
Hulpcamera z/w RV-24
Kleurencamera RV-27
Hoekanker voor monitorconsole Monhol/1
Diverse voertuigspecifieke monitorconsoles (op aanvraag)
Technische wijzigingen en leverbaarheid voorbehouden!
Functionele beschrijving van de camera
(zie D)
1 Zonwering
2 6-polige grijze aansluitkabel
3 Microfoon
4 Camerahouder
Functionele beschrijving van de monitor
Voorzijde (zie E)
1 Stand-by schakelaar (power)
2 Dag-/Nachtschakeling
3 Keuzeschakelaar camera-/AV-modus
4 Keuzeschakelaar en weergave camera 1 of 2
5 Aan-/Uitschakelaar (de cameraverwarming is permanent aan)
Indien het systeem langdurig niet wordt gebruikt, dan hoofdschakelaar op OFF).
Achterzijde (zie E)
6 Volumeregelaar
7 Kleurinstelling
8 Helderheid
9 Video-ingang (AV)
10 12 V–24V voedingsspanning
11 Stuuringang (S/BY) voor automatisch inschakelen van de RV-400.
Sluit de kabel aan op de pluskabel van het achteruitrijlicht.
12 Camera-ingangen 1 en 2
13 Keuzeschakelaar spiegelbeeld/normaal beeld
14 Bevestigingsrail voor de monitorvoet
15 Speaker
RV-400.qxd 30/07/03 17:01 Page 91
92
Montage van de monitor
Waarschuwing! De plaats van de monitor zodanig kiezen, dat in geen geval
(door abrupt remmen, verkeersongeval) passagiers gewond kunnen raken.
De monitor mag in geen geval het zicht tijdens het rijden belemmeren (zie F 1).
Niet in de bewegingsruimte voor het hoofd monteren.
Algemene montage-instructies!
Alvorens de monitor te installeren, de volgende punten in acht nemen:
– Monitorhouder op de monitor vastschroeven.
– Monitor met de aangebrachte houder en voet plaatsen, om uit te proberen.
– Er bij de keuze van de montagepositie op letten, dat u ongehinderd zicht op de
monitor heeft (zie F 2 en F 3).
– De montageplek dient vlak te zijn.
– Controleer voorafgaand aan definitieve montage, of ook onder de montagepositie
voldoende ruimte voor het aanbrengen van ringen en moeren aanwezig is.
– Houd rekening met het gewicht van de monitor. Zijn verstevigingen (grotere
onderlegringen of plaatjes) vereist?
– Is installatie van aansluitkabels en verlengkabels naar de monitor mogelijk?
Zijn alle punten gecontroleerd, kunt u met de montage beginnen.
Voer voorafgaand aan de montage een functietest uit.
De voet is met zelfklevende folie uitgevoerd, die bij een vlak en schoon montage-
oppervlak voldoende hecht. Gebruik om wille van de veiligheid de 3 bijgeleverde schroe-
ven. Boor de tevoren gemarkeerde schroefgaten met een 2-mm-boor voor en schroef de
voet vast. De voet kan nu ook op iets hellende oppervlakken gemonteerd worden. De
voetplaat kan iets worden gebogen en aan de vereiste vorm worden aangepast (zie F 4).
Let er bij het plaatsen van de monitor op, dat deze niet binnen de werkzone van een
AIRBAG wordt gemonteerd. Bij activering van de airbag bestaat anders gevaar voor
letsel.
Zorg voor een zo groot mogelijk contactoppervlak tussen voetplaat en montagevlak.
î‚‹ Teken de contour van de monitorvoet af op het dashboard.
î‚‹ Markeer de 3 boorpunten.
Maken van de opening voor de aansluitkabels van de monitor (zie F 5)
Voor het doortrekken van de aansluitkabels (zie F 5.1 tot F 5.3) liefst orgiginele
doorvoeringen of andere doorvoermogelijkheden, zoals b.v. bekledingskanten,
ventilatieroosters of dummy-schakelaars.
Zijn geen doorvoeringen aanwezig, dient een gat van Ø 13 mm te worden
geboord (zie F 5.4). Kijk eerst, of voldoende ruimte voor de naar buiten
komende boor aanwezig is.
RV-400.qxd 30/07/03 17:01 Page 92
93
Montage van de monitor
 Boor achter de monitor een gat van Ø 13 mm (zie F 5.4).
î‚‹ Alle boorgaten die in de plaat zijn aangebracht ontbramen en met antiroestmiddel
behandelen.
î‚‹ Alle scherpkantige doorvoeringen van een doorvoertule voorzien.
î‚‹ Steek de verbindingskabel in de bus CA 1 of CA 2 en de aansluitkabel in de bus
‘Power’. Sluit de stuursignaalkabel (S/BY) aan op de achterlichtkabel.
î‚‹ Leg de aansluitkabel en de verbindingskabel onder het dashboard aan. Let erop dat
de kabels niet gespannen staan.
î‚‹ De monitor met de schroefdraadbus op de monitorhouder plaatsen en met de kartel-
schroef in de monitorhouder de monitor vastzetten.
Benodigde onderdelen voor bevestiging van de monitor zie F 6.
Montage van de buitencamera
Attentie! Wordt door montage van de camera de in de voertuigdocumenten
vermelde voertuighoogte of -lengte gewijzigd, dient een nieuwe controle door
de bevoegde instanties (TÃœV, DEKRA etc.) geschieden. Laat deze nieuwe
controle door uw eigen verkeersinspectiedienst in de voertuigdocumenten
optekenen.
Waarschuwing! De positie van de buitencamera zodanig kiezen resp. de
camera zo veilig bevestigen, dat in geen geval (door over het dak vegende
takken) personen in de nabijheid gewond kunnen raken.
Aangezien de buitencamera voor een goede gezichtshoek op minimaal 2 m
hoogte aangebracht moet worden, op een voldoende stabiele montagepositie
letten!
Algemene montage-instructies!
Alvorens de buitencamera aan te brengen, op de volgende punten letten:
–Voor een goede gezichtshoek dient de buitencamera op minimaal 2 m hoogte aan-
gebracht te worden.
– De montagepositie van de buitencamera moet voldoende stabiel zijn (over het dak
vegende takken bijvoorbeeld kunnen in de camera vastraken).
–De camera moet waterpas en in het midden op de achterzijde van het voertuig aange-
bracht worden (zie G 1).
Let op! Gebruik beslist de meegeleverde isolerende onderlaag. Hierdoor wor-
den door slechte massaverbindingen veroorzaakte lekstromen in het voertuig
voorkomen. Deze lekstromen kunnen leiden tot strepen in het monitorbeeld of
brommen in de luidspreker, tot aan beschadigingen toe.
RV-400.qxd 30/07/03 17:01 Page 93
94
Montage van de buitencamera
Installeer de camerakabel zodanig, dat u bij een evt. noodzakelijke demontage van de
camera gemakkelijk bij de stekerverbinding tussen camera en verbindingskabel kunt
komen. Het demonteren wordt daardoor aanzienlijk vergemakkelijkt.
De v eiligste manier van bevestigen is met behulp van schroeven dwars door de carros-
serie, waarbij een aantal punten belangrijk zijn:
1. Is achter de gekozen positie voldoende ruimte voor montage?
2. Ieder gat moet deugdelijk tegen binnendringend water beschermd worden (b.v. door
aanbrengen van de schroeven met afdichtmassa/of inspuiten van de uitwendige beve-
stigingsdelen met isolatiespray).
3. Biedt de carrosserie ter hoogte van de bevestigingspositie genoeg stevigheid, zodat
de camerahouder voldoende stevig kan worden vastgedraaid?
Bent u onzeker over de door gekozen montagepositie, informeer dan bij de carrosseriefa-
brikant of diens dealer.
î‚‹ Houd de camerahouder op de gekozen montagepositie vast en markeer minimaal 2
verschillende boorpunten (zie G 2).
Bij bevestiging met plaatschroeven
De bevestiging met plaatschroeven mag uitsluitend in plaatstaal met een mini-
mumdikte van 1,5 mm geschieden.
Bij het maken van boorgaten in de plaat op de volgende punten letten:
– Controleer eerst, of voldoende ruimte voor de naar buiten komende boor aanwezig is.
– Om het wegschieten van de boor te voorkomen, eerst met hamer en center voorcente-
ren.
– Alle boorgaten ontbramen en van antiroestmiddel voorzien.
 Boor op de tevoren gemarkeerde punten gaten van Ø 2 mm (zie G 4).
î‚‹ Kleef de tweezijdig klevende rubberen onderlegger op de montagezijde van de houder.
Deze onderlegger dient als afdichting en lakbescherming (zie G 3).
î‚‹ Camerahouder met plaatschroeven 4 x 10 mm opschroeven.
Benodigde onderdelen voor bevestiging met plaatschroeven zie G 3 en G 4.
Bij bevestiging met tapschroeven
Bij het maken van de boorgaten op de volgende punten letten:
– Kijk eerst, of voldoende ruimte voor de naar buiten komende boor aanwezig is.
– Let er bij het aantrekken op dat de moeren niet door de opbouw heen getrokken kun-
nen worden (evt. grotere borgringen of platen gebruiken).
RV-400.qxd 30/07/03 17:01 Page 94
95
Montage van de buitencamera
 Boor op de tevoren gemarkeerde punten een gat van Ø 4,5 mm (zie G 6).
î‚‹ Kleef de tweezijdig klevende rubberen onderlegger op de montagekant van de houder.
Deze onderleger dient als afdichting en lakbescherming (zie G 5).
î‚‹ Monitorhouder met tapschroeven M 4 x 20 of langere tapschroeven, al naar gelang de
carrosseriedikte, opschroeven.
Benodigde onderdelen voor bevestiging met tapschroeven zie G 5 en G 6.
Maken van de opening voor de aansluitkabel van de camera
Let op de aanwijzingen voor de kabelaanleg.
Voor het doortrekken van de aansluitkabels liefst originele doorvoeringen of
andere doorvoermogelijkheden, zoals b.v. ventilatieroosters gebruiken. Zijn
geen doorvoeringen aanwezig, dient een gat van Ø 13 mm te worden geboord.
Kijk eerst, of voldoende ruimte voor de naar buiten komende boor aanwezig is.
 Boor in de buurt van de camera een gat van Ø 13 mm (zie G 7).
î‚‹ Alle boorgaten die in de plaat aangebracht zijn ontbramen en van antiroestmiddel
voorzien.
î‚‹ Alle scherpkantige doorvoeringen van een doorvoertule voorzien.
Bevestiging van de camerabescherming aan de camera
Monteer de camera nooit zonder de bijgeleverde beschermkap. Voor montage
van de camerabescherming uitsluitnend de schroeven M 3 x 8 mm (zie G 13)
gebruiken. Langere schroeven beschadigen de camera.
î‚‹ Schuif de beschermkap/zonnekap (zie G 8) zodanig over de camera, dat de slobgaten
samenvallen met die van de houder. U kunt nu de beide schroefdraadgaten voor beve-
stiging/fixatie van de beschermkap/zonnekap en de houder zien (zie G 15).
î‚‹ Draai de 4 schroeven na uitlijning van de camera vast (zie G 15).
Om corrosie op de schroeven te minimaliseren, wordt aangeraden, de schroefdraad in te
vetten.
Benodigde onderdelen voor bevestiging van de camerabescherming
zie G 12 tot G 15.
Bevestiging van de camera in de camerahouder
î‚‹ De camera in de camerahouder (zie G 10) schuiven en zodanig uitlijnen, dat het objec-
tief een hoek van ca. 50° (zie G 14) ten opzichte van de verticale as van het voertuig
maakt.
î‚‹ Bevestig de camera (zie G 9) losjes met de schroeven M 3 x 6 mm (zie G 11). De
schroeven worden vastgedraaid, zodra de camera met behulp van de monitor is uitge-
lijnd.
Om corrosie op de schroeven te minimaliseren, wordt aangeraden, de schroefdraad in te
vetten.
Benodigde onderdelen voor bevestiging van de camera zie G 9 tot G 11.
RV-400.qxd 30/07/03 17:01 Page 95
96
Bekabeling
Ondeugdelijk uitgevoerde bekabelingen en kabelverbindingen leiden voort-
durend tot functiestoringen of beschadigingen aan componenten.
Een juiste bekabeling resp. kabelaansluiting is een basisvoorwaarde voor een
duurzame en storingvrije werking van de ingebouwde componenten.
Let op de volgende punten:
– Installeer de kabels liefst binnenin het voertuig, want daar zijn deze beter beschermd
dan aan de buitenzijde. Mocht u de kabels toch buiten het voertuig aanbrengen, dient
u te zorgen voor een veilige bevestiging (door middel van extra kabelbinders, isola-
tietape enz.).
– Om beschadigingen aan de kabels te voorkomen, bij het installeren altijd voldoende
afstand tot hete en bewegende voertuigdelen (uitlaatpijpen, aandrijfassen, lichtmachi-
nes, ventilatoren enz.) aanhouden.
– Alle kabelverbindingen (ook in het voertuig) met een goede isolatietape omwikkelen.
– Let er bij het installeren van de kabels op, dat deze:
1. niet sterk geknikt en verdraaid worden,
2. niet langs kanten schuren,
3. niet zonder bescherming door scherpkantige doorvoeringen worden getrokken.
– Iedere opening in de buitenhuid dient door geëigende maatregelen tegen binnendrin-
gen van water beschermd te worden, b.v. door de kabel met afdichtmassa te isoleren
en de kabel en de doorvoertule (zie H 14) met isolatiespray te behandelen.
Attentie: De steekverbinding op de camera is niet tegen vocht beschermd.
Dicht deze verbinding beslist met de bijgeleverde isolatietape af, om beschadi-
ging te voorkomen.
TIP: Om corrosie in de stekker te minimaliseren, adviseren wij wat vet, b.v.
poolvet, in de stekker aan te brengen.
Gebruik van de aftakverbinders
Om loszittende contacten op de aftakverbindingen te vermijden, is net belangrijk, dat de
kabeldoorsnedes bij de aftakverbinders passen.
Werkstappen voor gebruik van de aftakverbinder:
1. De kabel, die afgetapt moet worden, in de voorste groef van de aftakverbinder legen
(zie H 1).
2. De nieuwe kabel ligt met het einde voor ca. 3/4 in de achterste groef (zie H 2).
3. De verbinder sluiten en met een combitang het metalen verbindingstuk in de verbinder
drukken, zodat een stroomverbinding wordt gevormd (zie H 3).
4. De beschermkap omlaag drukken en op de verbinder vastgrendelen. Controleer de
bevestiging van de verdeelsteker door voorzichtig trekken aan de kabel (zie H 4).
RV-400.qxd 30/07/03 17:01 Page 96
97
Bekabeling
Maken van correcte soldeerverbindingen
Om een kabel op een originele leiding aan te sluiten:
1. 10 mm van de originele leiding afstrippen (zie H 5),
2. 15 mm van de aan te sluiten kabel afstrippen (zie H 6),
3. aan te sluiten kabel om de origiginele leiding wikkelen en vastsolderen (zie H 7),
4. Kabel met isolatietape isoleren (zie H 8).
Om 2 kabels met elkaar te verbinden:
1. beide kabels afstrippen (zie H 9),
2. een krimpkous van ca. 20 mm lengte over en kabel trekken (zie H 10),
3. beide kabels ineendraaien en vastsolderen (zie H 11),
4. krimpkous over de soldeerpositie schuiven en iets verwarmen (zie H 12).
Bekabeling van de monitor naar de camera
î‚‹ Leid de aansluitkabel in het inwendige van het voertuig.
î‚‹ Installeer de verbindingskabel tussen de monitor en de camera (zie H 13).
î‚‹ Verbind de camera-aansluitkabel met de verbindingskabel (zie H 16).
î‚‹ Isoleer de steekverbinding met de bijgeleverde isolatietape (zie H 16 en H 17).
î‚‹ Bevestig de kabels veilig in het voertuig, om verstrengeling (gevaar voor struikelen) te
verhinderen. Dit kan geschieden door gebruik van kabelbinders (zie H 15), isolatietape
of vastlijm en met lijm.
î‚‹ Begin met het afdichten van de doorvoeropeningen pas, nadat alle instelwerkzaam-
heden aan de camera zijn afgesloten en de benodigde lengtes van de aansluitkabels
zijn bepaald.
Benodigde componenten voor installatie van de kabel tussen de monitor en de
camera zie H 13 t/m H 15.
Indien nodig, zijn overige verlengkabels bij uw dealer of bij WAECO verkrijgbaar:
Lengte Art.-nr.
5 m RV-505
8 m RV-508
20 m RV-520
î‚‹ Bijgeleverd wordt een kant en klaar geconfectioneerde 12-V-sigaretten-aansteker-
aansluitkabel. Steek de jackplug in de bus POWER op de monitor, de sigarettenaan-
stekerstekker in de bus van de aansteker. Het systeem is nu bedrijfsgereed.
î‚‹ Om een vaste verbinding te maken snijdt u de sigarettenaanstekerstekker af en sluit u
de zwartwitte kabel aan op klem 15 (ontsteking +) en de zwarte kabel op klem 31
(aarde –).
î‚‹ Sluit de stuuringang aan op de 12-V(+)-voedingskabel van het achteruitrijlicht.
Gebruik met camera zie H 18.
Gebruik met videobronnen zie H 19.
RV-400.qxd 30/07/03 17:01 Page 97
98
Instelling en werkingstest
î‚‹ Schakel de ontsteking in en schuif de Aan-/Uit-schakelaar op ON (zie I 1).
î‚‹ a. Koppel, bij nog steeds ingeschakelde ontsteking, de achteruitversnelling in.
b. Druk op de POWER-toets (zie I 2).
De monitor schakelt in en er verschijnt een een beeld.
î‚‹ Stel het beeld met de beide draairegelaars BRIGHTNESS en COLOR naar uw wensen
in (zie I 3).
Wordt de POWER-toets ingedrukt, gaat de camera ook zonder ingekoppelde
achteruitversnelling (bij ingeschakelde ontsteking) in bedrijf (zie I 4).
Bij geïnverteerde weergave ziet u het beeld op de monitor precies zoals wanneer u in de
achteruitkijkspiegel van uw auto kijkt (zie I 5).
Schakelaar NOR/MIR in de bovenste (MIR) stand = geïnverteerde weergave
Schakelaar NOR/MIR in de onderste (NOR) stand = normale weergave
Instellen von de camera
î‚‹ Schakel de monitor en de camera zoals hiervoor beschreven in.
î‚‹ Het monitorscherm dient langs de onderste schermrand de achterkant resp.de bum-
per van uw voertuig te tonen (zie J 1). Het midden van de bumper dient tevens in het
midden van het monitorscherm te staan. De juiste instelling krijgt u door decamera in
de camerahouder te draaien (zie J 2).
î‚‹ Wanneer u de camera correct heeft ingesteld, dan de 4 schroeven van de camerabe-
vestiging vastdraaien.
Attentie: De steekverbinding op de camera is niet tegen vocht beschermd.
Dicht deze verbinding beslist met de bijgeleverde isolatietape af, om beschadi-
ging te voorkomen.
TIP: Om corrosie in de stekker te minimaliseren, adviseren wij wat vet, b.v.
poolvet, in de stekker aan te brengen.
Om corrosie op de schroeven te minimaliseren, wordt aangeraden, de schroef-
draad in te vetten.
RV-400.qxd 30/07/03 17:01 Page 98
99
Technische gegevens
Monitor RV-54
Maten (bxhxd): 146 x 120 x 35 mm
Bedrijfsspanning: 12 V/24 V DC, max. 28 V
Stroomopname: max. 9 Watt
Beeldformaat: 5", 12,7 cm diagonaal
Beeldpunten: 225.000
Videostandaard: PAL
Bedrijfstemperatuur: –15 °C tot +60 °C
Luchtvochtigheid: 10%–95%
Camera RV-24
Maten (bxhxd): 77,5 x 59 x 88 mm incl. houder
Bedrijfsspanning: 12 V DC
Stroomopname: max. 2 Watt
Gezichtshoek: 120° diagonaal
Beeldpunten: 250.000
Lichtgevoleigheid: >1 lux
Bedrijfstemperatuur: –15 °C bis +55 °C
Technische wijzigingen voorbehouden!
Indien u nog vragen hebt over het achteruitrij-videosysteem RV-400, wend u dan tot:
WAECO Benelux B.V.
NL-4700 BL Roosendaal · Postbus 1461 · Ettenseweg 60
phone: +31-1 65/58 67 00 · fax: +31-1 65/55 55 62
E-Mail: [email protected] www.waeco.com
E4
RV-400.qxd 30/07/03 17:01 Page 99

Documenttranscriptie

RV-400.qxd 30/07/03 17:01 Page 3 A 2 1 4 3 a b 5 Nicht öffnen Don’t open c 6 7 8 9 Nicht ziehen Don’t pull 3 RV-400.qxd 30/07/03 17:01 Page 87 Bewaart u deze handleiding en lees deze zorgvuldig door voordat u het apparaat monteert en in gebruik neemt. Geef de handleiding ingeval van doorverkoop van het systeem aan de koper door. Inhoudsopgave Title Afbeeldingen bij de inbouwhandleiding Inhoudsopgave Aanwijzingen voor gebruik van de inbouwhandleiding Veiligheids- en inbouwinstructies Benodigde gereedschappen Leveringspakket Toebehoren voor RV-400 Functionele beschrijving van de camera Functionele beschrijving van de monitor Montage van de monitor Montage van de buitencamera Bekabeling Instelling en werkingstest Instellen van de camera Technische gegevens Page 3-16 87 87 88-89 90 90 91 91 91 92-93 93-95 96-97 98 98 99 Aanwijzingen voor gebruik van de inbouwhandleiding Waarschuwing! Veiligheidsinstructie: Veronachtzaming kan tot letsel en materiele schade leiden. Attentie! Veiligheidsaanwijzing: Veronachtzaming leidt tot materiaalschade en vermindert de werking van het achteruitrij-videosysteem RV-400. De ruit markeert inbouw-stappen die u dient uit te voeren. Opdat het inbouwen zonder moeilijkheden verloopt, deze inbouw- en bedieningshandleiding voorafgaand aan montage aandachtig doorlezen. Mocht deze handleiding niet al uw vragen beantwoorden of onduidelijkheid over bepaalde montagestappen bestaan, dient u beslist onze technische servicedienst te raadplegen. WAECO Benelux B.V. NL-4700 BL Roosendaal · Postbus 1461 · Ettenseweg 60 phone: +31-1 65/58 67 00 · fax: +31-1 65/55 55 62 E-Mail: [email protected] www.waeco.com 87 RV-400.qxd 30/07/03 17:01 Page 88 Veiligheids- en inbouwinstructies Waarschuwing! Ondeugdelijke kabelverbindingen kunnen ertoe leiden, dat ten gevolge van kortsluiting: – kabelbrand optreedt – de airbag getriggerd wordt – elektronische besturingsinrichtingen beschadigd worden – elektrische functies (knipperlicht, remlicht, claxon, onsteking, licht) uitvallen Let daarom op de volgende aanwijzingen: Bij werkzaamheden aan de leidingen van het voertuig gelden de volgende klemaanduidingen: 30 (ingang van batterij Plus direct), 15 (geschakelde Plus, achter batterij) 31 (retourleiding vanaf batterij, aarde) 58 (achteruitrij-lamp) De beste manier van verbinden is, de kabeluiteinden aan elkaar te solderen en deze vervolgens te isoleren. Bij ontkoppelbare verbindingen uitsluitend geïsoleerde kabelschoentjes, stekers en platte steekconnectors gebruiken. Geen crimpconnectors (aansluitclips) of kroonsteentjes gebruiken (zie H). Voor het verbinden van de kabels met de kabelschoentjes, stekers of platte steekconnectors een crimptang gebruiken. Bij kabelaansluitingen op 31 (aarde): De kabel met kabelschoentje en tandschijf op een aardingsschroef van het voertuig schroeven of met kabelschoentje, plaatschroef en tandschijf op de carosserieplaat schroeven. Op goede aarding letten! Waarschuwing! Vanwege kortsluitingsgevaar voorafgaand aan werkzaamheden aan het elektrisch systeem van het voertuig altijd eerst de minus-pool van de batterij loskoppelen Bij voertuigen met hulpbatterij eveneens de minus-pool loskoppelen. N.B. !! Bij het loskoppelen van de minus-pool van de batterij verliezen alle vluchtige geheugens van de Komfort-elektronica de opgeslagen data. 88 RV-400.qxd 30/07/03 17:01 Page 89 Veiligheids- en inbouwinstructies U dient dient de volgende gegevens al naar gelang de voertuiguitrusting opnieuw in te voeren: radiocode · voertuigklok · schakelklok · boordcomputer · stoelpositie Aanwijzingen voor het instellen kunt u nalezen in de desbetreffende bedieningshandleidingen. Waarschuwing! In het voertuig gemonteerde componenten van het achteruitrij-videosysteem RV-400 moeten zodanig worden bevestigd, dat deze in geen geval (abrupt remmen, verkeersongeval) los kunnen raken en tot letsel bij de inzittenden van het voertuig kunnen leiden. Let er bij het plaatsen van de monitor op, dat deze niet in de werkzone van een AIRBAGS gemonteerd wordt. Bij activering bestaat anders gevaar voor letsel. Monteer de monitor niet in de bewegingsruimte voor het hoofd. N.B. !! Voor het controleren van de spanning in elektrische leidingen mag uitsluitend een diodetestlamp (zie A 1) of een voltmeter (zie A 2) worden gebruikt. Testlampen (zie A 3) met een gloeidraadelement nemen te veel stroom op, waardoor de voertuigelektronica beschadigd kan raken. N.B. !! Om schade te vermijden, letten op voldoende vrije ruimte waar de boor naar buiten komt (zie A 4) letten. Ieder boorgat ontbramen en met antiroestmiddel behandelen. Attentie! Let er bij het installeren van de elektrische aansluitingen op, dat deze: 1. niet sterk geknikt en verdraaid worden (zie A 5 a) 2. niet langs kanten schuren (zie A 5 b) 3. niet onbeschermd door scherpkantige doorvoeringen geleid worden (zie A 5 c). De camera is waterdicht. De pakkingen zijn echter niet bestand tegen een hogedrukreiniger (zie A 6). Open de toestellen niet, aangezien dit de afdichting en de werking vermindert (zie A 7). Trek niet aan de kabels, aangezien dit de afdichting en de werking van de camera kan verminderen (zie A 8). De camera is niet voor gebruik onder water geschikt (zie A 9). Attentie: De steekverbinding op de camera is niet tegen vocht beschermd. Dicht deze verbinding beslist met de bijgeleverde isolatietape af, om beschadiging te voorkomen. TIP: Om corrosie in de stekker te minimaliseren, adviseren wij wat vet, b.v. poolvet, in de stekker aan te brengen. 89 RV-400.qxd 30/07/03 17:01 Page 90 Benodigde gereedschappen Voor inbouw en montage zijn nodig: – Maatstok (zie B 1) – Center (zie B 2) – Hamer (zie B 3) – Boor (zie B 4) – Boormachine – Schroevendraaier – Schroevensleutel Voor de elektrische aansluiting en de controle zijn nodig: – Diodetestlampje (zie B 8) – Warmtekrimpkous of voltmeter (zie B 9) – Heteluchtföhn – Crimptang (zie B 10) – Soldeerbout – Isolatietape (zie B 11) – Soldeersel (zie B 5) (zie B 6) (zie B 7) (zie B 12) (zie B 13) (zie B 14) Op grond van uw individueel gekozen montage heeft u evt. voor de bevestiging van camera en monitor nog andere schroeven, moeren, onderlegringen, plaatschroeven en kabelbinders dan de standaard bijgeleverde materialen nodig. Leveringspakket Nr. 1 Aantal 1 Aanduiding Monitor-kit (zie C) 1.1 1.2 1.3 1.4 1 1 1 1 Monitor RV-54 Monitorvoet Aansluitkabelset Zonwering 2 1 Camera-kit (zie C) 2.1 2.2 2.3 2.4 1 1 1 1 Camera RV-24 Camerahouder Camerabeschermkap Verbindingskabel 20 m RV-520 3 1 Montageset (zie C) 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 4 2 1 1 2 6 Schroeven met 2 voorgemonteerde ringen Schroeven met vaste ring (zonnekap) Rubberen onderlegger (camerahouder) Dichtingsband voor stekkerverbinding Kabelbevestigingsklemmen Plaatschroeven (camerabeugel, monitorbeugel) Technische wijzigingen voorbehouden! 90 (camerahouder) RV-400.qxd 30/07/03 17:01 Page 91 Toebehoren voor RV-400 De volgende artikelen zijn aanvullend bij de RV-400 leverbaar Aanduiding Verlengkabel, 5 m Verlengkabel, 8 m Verlengkabel, 20 m Spiraalkabel voor gebruik met aanhanger Zwanehalshouder voor monitor Hulpcamera z/w Kleurencamera Hoekanker voor monitorconsole Diverse voertuigspecifieke monitorconsoles Artikel-nr. RV-505 RV-508 RV-520 RV-500-SPK RV-500-SH RV-24 RV-27 Monhol/1 (op aanvraag) Technische wijzigingen en leverbaarheid voorbehouden! Functionele beschrijving van de camera (zie D) 1 Zonwering 2 6-polige grijze aansluitkabel 3 Microfoon 4 Camerahouder Functionele beschrijving van de monitor Voorzijde (zie E) 1 Stand-by schakelaar (power) 2 Dag-/Nachtschakeling 3 Keuzeschakelaar camera-/AV-modus 4 Keuzeschakelaar en weergave camera 1 of 2 5 Aan-/Uitschakelaar (de cameraverwarming is permanent aan) Indien het systeem langdurig niet wordt gebruikt, dan hoofdschakelaar op OFF). Achterzijde (zie E) 6 Volumeregelaar 7 Kleurinstelling 8 Helderheid 9 Video-ingang (AV) 10 12 V–24V voedingsspanning 11 Stuuringang (S/BY) voor automatisch inschakelen van de RV-400. Sluit de kabel aan op de pluskabel van het achteruitrijlicht. 12 Camera-ingangen 1 en 2 13 Keuzeschakelaar spiegelbeeld/normaal beeld 14 Bevestigingsrail voor de monitorvoet 15 Speaker 91 RV-400.qxd 30/07/03 17:01 Page 92 Montage van de monitor Waarschuwing! De plaats van de monitor zodanig kiezen, dat in geen geval (door abrupt remmen, verkeersongeval) passagiers gewond kunnen raken. De monitor mag in geen geval het zicht tijdens het rijden belemmeren (zie F 1). Niet in de bewegingsruimte voor het hoofd monteren. Algemene montage-instructies! Alvorens de monitor te installeren, de volgende punten in acht nemen: – Monitorhouder op de monitor vastschroeven. – Monitor met de aangebrachte houder en voet plaatsen, om uit te proberen. – Er bij de keuze van de montagepositie op letten, dat u ongehinderd zicht op de monitor heeft (zie F 2 en F 3). – De montageplek dient vlak te zijn. – Controleer voorafgaand aan definitieve montage, of ook onder de montagepositie voldoende ruimte voor het aanbrengen van ringen en moeren aanwezig is. – Houd rekening met het gewicht van de monitor. Zijn verstevigingen (grotere onderlegringen of plaatjes) vereist? – Is installatie van aansluitkabels en verlengkabels naar de monitor mogelijk? Zijn alle punten gecontroleerd, kunt u met de montage beginnen. Voer voorafgaand aan de montage een functietest uit. De voet is met zelfklevende folie uitgevoerd, die bij een vlak en schoon montageoppervlak voldoende hecht. Gebruik om wille van de veiligheid de 3 bijgeleverde schroeven. Boor de tevoren gemarkeerde schroefgaten met een 2-mm-boor voor en schroef de voet vast. De voet kan nu ook op iets hellende oppervlakken gemonteerd worden. De voetplaat kan iets worden gebogen en aan de vereiste vorm worden aangepast (zie F 4). Let er bij het plaatsen van de monitor op, dat deze niet binnen de werkzone van een AIRBAG wordt gemonteerd. Bij activering van de airbag bestaat anders gevaar voor letsel. Zorg voor een zo groot mogelijk contactoppervlak tussen voetplaat en montagevlak. Teken de contour van de monitorvoet af op het dashboard. Markeer de 3 boorpunten. Maken van de opening voor de aansluitkabels van de monitor (zie F 5) Voor het doortrekken van de aansluitkabels (zie F 5.1 tot F 5.3) liefst orgiginele doorvoeringen of andere doorvoermogelijkheden, zoals b.v. bekledingskanten, ventilatieroosters of dummy-schakelaars. Zijn geen doorvoeringen aanwezig, dient een gat van Ø 13 mm te worden geboord (zie F 5.4). Kijk eerst, of voldoende ruimte voor de naar buiten komende boor aanwezig is. 92 RV-400.qxd 30/07/03 17:01 Page 93 Montage van de monitor Boor achter de monitor een gat van Ø 13 mm (zie F 5.4). Alle boorgaten die in de plaat zijn aangebracht ontbramen en met antiroestmiddel behandelen. Alle scherpkantige doorvoeringen van een doorvoertule voorzien. Steek de verbindingskabel in de bus CA 1 of CA 2 en de aansluitkabel in de bus ‘Power’. Sluit de stuursignaalkabel (S/BY) aan op de achterlichtkabel. Leg de aansluitkabel en de verbindingskabel onder het dashboard aan. Let erop dat de kabels niet gespannen staan. De monitor met de schroefdraadbus op de monitorhouder plaatsen en met de kartelschroef in de monitorhouder de monitor vastzetten. Benodigde onderdelen voor bevestiging van de monitor zie F 6. Montage van de buitencamera Attentie! Wordt door montage van de camera de in de voertuigdocumenten vermelde voertuighoogte of -lengte gewijzigd, dient een nieuwe controle door de bevoegde instanties (TÜV, DEKRA etc.) geschieden. Laat deze nieuwe controle door uw eigen verkeersinspectiedienst in de voertuigdocumenten optekenen. Waarschuwing! De positie van de buitencamera zodanig kiezen resp. de camera zo veilig bevestigen, dat in geen geval (door over het dak vegende takken) personen in de nabijheid gewond kunnen raken. Aangezien de buitencamera voor een goede gezichtshoek op minimaal 2 m hoogte aangebracht moet worden, op een voldoende stabiele montagepositie letten! Algemene montage-instructies! Alvorens de buitencamera aan te brengen, op de volgende punten letten: – Voor een goede gezichtshoek dient de buitencamera op minimaal 2 m hoogte aangebracht te worden. – De montagepositie van de buitencamera moet voldoende stabiel zijn (over het dak vegende takken bijvoorbeeld kunnen in de camera vastraken). – De camera moet waterpas en in het midden op de achterzijde van het voertuig aangebracht worden (zie G 1). Let op! Gebruik beslist de meegeleverde isolerende onderlaag. Hierdoor worden door slechte massaverbindingen veroorzaakte lekstromen in het voertuig voorkomen. Deze lekstromen kunnen leiden tot strepen in het monitorbeeld of brommen in de luidspreker, tot aan beschadigingen toe. 93 RV-400.qxd 30/07/03 17:01 Page 94 Montage van de buitencamera Installeer de camerakabel zodanig, dat u bij een evt. noodzakelijke demontage van de camera gemakkelijk bij de stekerverbinding tussen camera en verbindingskabel kunt komen. Het demonteren wordt daardoor aanzienlijk vergemakkelijkt. De v eiligste manier van bevestigen is met behulp van schroeven dwars door de carrosserie, waarbij een aantal punten belangrijk zijn: 1. Is achter de gekozen positie voldoende ruimte voor montage? 2. Ieder gat moet deugdelijk tegen binnendringend water beschermd worden (b.v. door aanbrengen van de schroeven met afdichtmassa/of inspuiten van de uitwendige bevestigingsdelen met isolatiespray). 3. Biedt de carrosserie ter hoogte van de bevestigingspositie genoeg stevigheid, zodat de camerahouder voldoende stevig kan worden vastgedraaid? Bent u onzeker over de door gekozen montagepositie, informeer dan bij de carrosseriefabrikant of diens dealer. Houd de camerahouder op de gekozen montagepositie vast en markeer minimaal 2 verschillende boorpunten (zie G 2). Bij bevestiging met plaatschroeven De bevestiging met plaatschroeven mag uitsluitend in plaatstaal met een minimumdikte van 1,5 mm geschieden. Bij het maken van boorgaten in de plaat op de volgende punten letten: – Controleer eerst, of voldoende ruimte voor de naar buiten komende boor aanwezig is. – Om het wegschieten van de boor te voorkomen, eerst met hamer en center voorcenteren. – Alle boorgaten ontbramen en van antiroestmiddel voorzien. Boor op de tevoren gemarkeerde punten gaten van Ø 2 mm (zie G 4). Kleef de tweezijdig klevende rubberen onderlegger op de montagezijde van de houder. Deze onderlegger dient als afdichting en lakbescherming (zie G 3). Camerahouder met plaatschroeven 4 x 10 mm opschroeven. Benodigde onderdelen voor bevestiging met plaatschroeven zie G 3 en G 4. Bij bevestiging met tapschroeven Bij het maken van de boorgaten op de volgende punten letten: – Kijk eerst, of voldoende ruimte voor de naar buiten komende boor aanwezig is. – Let er bij het aantrekken op dat de moeren niet door de opbouw heen getrokken kunnen worden (evt. grotere borgringen of platen gebruiken). 94 RV-400.qxd 30/07/03 17:01 Page 95 Montage van de buitencamera Boor op de tevoren gemarkeerde punten een gat van Ø 4,5 mm (zie G 6). Kleef de tweezijdig klevende rubberen onderlegger op de montagekant van de houder. Deze onderleger dient als afdichting en lakbescherming (zie G 5). Monitorhouder met tapschroeven M 4 x 20 of langere tapschroeven, al naar gelang de carrosseriedikte, opschroeven. Benodigde onderdelen voor bevestiging met tapschroeven zie G 5 en G 6. Maken van de opening voor de aansluitkabel van de camera Let op de aanwijzingen voor de kabelaanleg. Voor het doortrekken van de aansluitkabels liefst originele doorvoeringen of andere doorvoermogelijkheden, zoals b.v. ventilatieroosters gebruiken. Zijn geen doorvoeringen aanwezig, dient een gat van Ø 13 mm te worden geboord. Kijk eerst, of voldoende ruimte voor de naar buiten komende boor aanwezig is. Boor in de buurt van de camera een gat van Ø 13 mm (zie G 7). Alle boorgaten die in de plaat aangebracht zijn ontbramen en van antiroestmiddel voorzien. Alle scherpkantige doorvoeringen van een doorvoertule voorzien. Bevestiging van de camerabescherming aan de camera Monteer de camera nooit zonder de bijgeleverde beschermkap. Voor montage van de camerabescherming uitsluitnend de schroeven M 3 x 8 mm (zie G 13) gebruiken. Langere schroeven beschadigen de camera. Schuif de beschermkap/zonnekap (zie G 8) zodanig over de camera, dat de slobgaten samenvallen met die van de houder. U kunt nu de beide schroefdraadgaten voor bevestiging/fixatie van de beschermkap/zonnekap en de houder zien (zie G 15). Draai de 4 schroeven na uitlijning van de camera vast (zie G 15). Om corrosie op de schroeven te minimaliseren, wordt aangeraden, de schroefdraad in te vetten. Benodigde onderdelen voor bevestiging van de camerabescherming zie G 12 tot G 15. Bevestiging van de camera in de camerahouder De camera in de camerahouder (zie G 10) schuiven en zodanig uitlijnen, dat het objectief een hoek van ca. 50° (zie G 14) ten opzichte van de verticale as van het voertuig maakt. Bevestig de camera (zie G 9) losjes met de schroeven M 3 x 6 mm (zie G 11). De schroeven worden vastgedraaid, zodra de camera met behulp van de monitor is uitgelijnd. Om corrosie op de schroeven te minimaliseren, wordt aangeraden, de schroefdraad in te vetten. Benodigde onderdelen voor bevestiging van de camera zie G 9 tot G 11. 95 RV-400.qxd 30/07/03 17:01 Page 96 Bekabeling Ondeugdelijk uitgevoerde bekabelingen en kabelverbindingen leiden voortdurend tot functiestoringen of beschadigingen aan componenten. Een juiste bekabeling resp. kabelaansluiting is een basisvoorwaarde voor een duurzame en storingvrije werking van de ingebouwde componenten. Let op de volgende punten: – Installeer de kabels liefst binnenin het voertuig, want daar zijn deze beter beschermd dan aan de buitenzijde. Mocht u de kabels toch buiten het voertuig aanbrengen, dient u te zorgen voor een veilige bevestiging (door middel van extra kabelbinders, isolatietape enz.). – Om beschadigingen aan de kabels te voorkomen, bij het installeren altijd voldoende afstand tot hete en bewegende voertuigdelen (uitlaatpijpen, aandrijfassen, lichtmachines, ventilatoren enz.) aanhouden. – Alle kabelverbindingen (ook in het voertuig) met een goede isolatietape omwikkelen. – Let er bij het installeren van de kabels op, dat deze: 1. niet sterk geknikt en verdraaid worden, 2. niet langs kanten schuren, 3. niet zonder bescherming door scherpkantige doorvoeringen worden getrokken. – Iedere opening in de buitenhuid dient door geëigende maatregelen tegen binnendringen van water beschermd te worden, b.v. door de kabel met afdichtmassa te isoleren en de kabel en de doorvoertule (zie H 14) met isolatiespray te behandelen. Attentie: De steekverbinding op de camera is niet tegen vocht beschermd. Dicht deze verbinding beslist met de bijgeleverde isolatietape af, om beschadiging te voorkomen. TIP: Om corrosie in de stekker te minimaliseren, adviseren wij wat vet, b.v. poolvet, in de stekker aan te brengen. Gebruik van de aftakverbinders Om loszittende contacten op de aftakverbindingen te vermijden, is net belangrijk, dat de kabeldoorsnedes bij de aftakverbinders passen. Werkstappen voor gebruik van de aftakverbinder: 1. De kabel, die afgetapt moet worden, in de voorste groef van de aftakverbinder legen (zie H 1). 2. De nieuwe kabel ligt met het einde voor ca. 3/4 in de achterste groef (zie H 2). 3. De verbinder sluiten en met een combitang het metalen verbindingstuk in de verbinder drukken, zodat een stroomverbinding wordt gevormd (zie H 3). 4. De beschermkap omlaag drukken en op de verbinder vastgrendelen. Controleer de bevestiging van de verdeelsteker door voorzichtig trekken aan de kabel (zie H 4). 96 RV-400.qxd 30/07/03 17:01 Page 97 Bekabeling Maken van correcte soldeerverbindingen Om een kabel op een originele leiding aan te sluiten: 1. 10 mm van de originele leiding afstrippen (zie H 5), 2. 15 mm van de aan te sluiten kabel afstrippen (zie H 6), 3. aan te sluiten kabel om de origiginele leiding wikkelen en vastsolderen (zie H 7), 4. Kabel met isolatietape isoleren (zie H 8). Om 2 kabels met elkaar te verbinden: 1. beide kabels afstrippen (zie H 9), 2. een krimpkous van ca. 20 mm lengte over en kabel trekken (zie H 10), 3. beide kabels ineendraaien en vastsolderen (zie H 11), 4. krimpkous over de soldeerpositie schuiven en iets verwarmen (zie H 12). Bekabeling van de monitor naar de camera Leid de aansluitkabel in het inwendige van het voertuig. Installeer de verbindingskabel tussen de monitor en de camera (zie H 13). Verbind de camera-aansluitkabel met de verbindingskabel (zie H 16). Isoleer de steekverbinding met de bijgeleverde isolatietape (zie H 16 en H 17). Bevestig de kabels veilig in het voertuig, om verstrengeling (gevaar voor struikelen) te verhinderen. Dit kan geschieden door gebruik van kabelbinders (zie H 15), isolatietape of vastlijm en met lijm. Begin met het afdichten van de doorvoeropeningen pas, nadat alle instelwerkzaamheden aan de camera zijn afgesloten en de benodigde lengtes van de aansluitkabels zijn bepaald. Benodigde componenten voor installatie van de kabel tussen de monitor en de camera zie H 13 t/m H 15. Indien nodig, zijn overige verlengkabels bij uw dealer of bij WAECO verkrijgbaar: Lengte 5m 8m 20 m Art.-nr. RV-505 RV-508 RV-520 Bijgeleverd wordt een kant en klaar geconfectioneerde 12-V-sigaretten-aanstekeraansluitkabel. Steek de jackplug in de bus POWER op de monitor, de sigarettenaanstekerstekker in de bus van de aansteker. Het systeem is nu bedrijfsgereed. Om een vaste verbinding te maken snijdt u de sigarettenaanstekerstekker af en sluit u de zwartwitte kabel aan op klem 15 (ontsteking +) en de zwarte kabel op klem 31 (aarde –). Sluit de stuuringang aan op de 12-V(+)-voedingskabel van het achteruitrijlicht. Gebruik met camera zie H 18. Gebruik met videobronnen zie H 19. 97 RV-400.qxd 30/07/03 17:01 Page 98 Instelling en werkingstest Schakel de ontsteking in en schuif de Aan-/Uit-schakelaar op ON (zie I 1). a. Koppel, bij nog steeds ingeschakelde ontsteking, de achteruitversnelling in. b. Druk op de POWER-toets (zie I 2). De monitor schakelt in en er verschijnt een een beeld. Stel het beeld met de beide draairegelaars BRIGHTNESS en COLOR naar uw wensen in (zie I 3). Wordt de POWER-toets ingedrukt, gaat de camera ook zonder ingekoppelde achteruitversnelling (bij ingeschakelde ontsteking) in bedrijf (zie I 4). Bij geïnverteerde weergave ziet u het beeld op de monitor precies zoals wanneer u in de achteruitkijkspiegel van uw auto kijkt (zie I 5). Schakelaar NOR/MIR in de bovenste (MIR) stand = geïnverteerde weergave Schakelaar NOR/MIR in de onderste (NOR) stand = normale weergave Instellen von de camera Schakel de monitor en de camera zoals hiervoor beschreven in. Het monitorscherm dient langs de onderste schermrand de achterkant resp.de bumper van uw voertuig te tonen (zie J 1). Het midden van de bumper dient tevens in het midden van het monitorscherm te staan. De juiste instelling krijgt u door decamera in de camerahouder te draaien (zie J 2). Wanneer u de camera correct heeft ingesteld, dan de 4 schroeven van de camerabevestiging vastdraaien. Attentie: De steekverbinding op de camera is niet tegen vocht beschermd. Dicht deze verbinding beslist met de bijgeleverde isolatietape af, om beschadiging te voorkomen. TIP: Om corrosie in de stekker te minimaliseren, adviseren wij wat vet, b.v. poolvet, in de stekker aan te brengen. Om corrosie op de schroeven te minimaliseren, wordt aangeraden, de schroefdraad in te vetten. 98 RV-400.qxd 30/07/03 17:01 Page 99 Technische gegevens Monitor RV-54 Maten (bxhxd): Bedrijfsspanning: Stroomopname: Beeldformaat: Beeldpunten: Videostandaard: Bedrijfstemperatuur: Luchtvochtigheid: 146 x 120 x 35 mm 12 V/24 V DC, max. 28 V max. 9 Watt 5", 12,7 cm diagonaal 225.000 PAL –15 °C tot +60 °C 10%–95% Camera RV-24 Maten (bxhxd): Bedrijfsspanning: Stroomopname: Gezichtshoek: Beeldpunten: Lichtgevoleigheid: Bedrijfstemperatuur: 77,5 x 59 x 88 mm incl. houder 12 V DC max. 2 Watt 120° diagonaal 250.000 >1 lux –15 °C bis +55 °C Technische wijzigingen voorbehouden! Indien u nog vragen hebt over het achteruitrij-videosysteem RV-400, wend u dan tot: WAECO Benelux B.V. NL-4700 BL Roosendaal · Postbus 1461 · Ettenseweg 60 phone: +31-1 65/58 67 00 · fax: +31-1 65/55 55 62 E-Mail: [email protected] www.waeco.com 99 E4
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135
  • Page 136 136
  • Page 137 137
  • Page 138 138
  • Page 139 139
  • Page 140 140
  • Page 141 141
  • Page 142 142
  • Page 143 143
  • Page 144 144
  • Page 145 145
  • Page 146 146
  • Page 147 147
  • Page 148 148
  • Page 149 149
  • Page 150 150
  • Page 151 151
  • Page 152 152
  • Page 153 153
  • Page 154 154
  • Page 155 155
  • Page 156 156

Dometic Mobitronic RV-400 Handleiding

Type
Handleiding