Casio LK-50 Handleiding

Type
Handleiding
D-25
Geheugenfunctie
Voor latere weergave kunt u tot twee melodieën in het geheugen
opslaan. Er zijn twee methoden die u kunt gebruiken om een melo-
die op te nemen: real-time opname, waarin u de noten opneemt ter-
wijl u ze op het toetsenbord speelt en stap-opname waarin u de ak-
koorden en noten stuk voor stuk invoert.
Sporen
Het geheugen van dit keyboard neemt noten op en geeft ze weer
ongeveer zoals een normale bandrecorder. Er zijn twee sporen die
gescheiden opgenomen kunnen worden. Naast noten kan elk spoor
haar eigen toonnumer toegewezen worden. Tijdens de weergave kunt
u het tempo aanpassen om de weergavesnelheid te veranderen.
OPMERKINGEN
Spoor 1 is het basisspoor die gebruikt kan worden voor het opnemen
van de automatische begeleiding naast de melodie. Spoor 2 kan enkel
gebruikt worden voor de melodie en om toe te voegen aan wat reeds
opgenomen is op spoor 1.
Merk op dat elk spoor onafhankelijk is van het andere. Dat betekent dat
als u een fout maakt tijdens het opnemen, u enkel dat spoor opnieuw
hoeft op te nemen waarin de fout gemaakt werd.
Bediening van de geheugentoets
Telkens bij indrukken van de MEMORY toets wordt de volgende func-
tie van de cyclus ingeschakeld zoals hieronder aangegeven.
Spoor 1
Start Einde
Spoor 2
Automatische begeleiding
(ritme, baslijn, akkoorden), melodie
Melodie
Data opgenomen op het spoor
Weergave-
standby
Opname-
standby
Normaal
GM
MEMORY
STEP
GM
MEMORY
STEP
GM
MEMORY
STEP
Brandt
Knippert
Uit
Instellen van een spoor
Druk op de LEFT/TRACK 1 toets om spoor 1 en op de RIGHT/
TRACK 2 toets om spoor 2 in te stellen. De letter L verschijnt in de
display om aan te geven dat Spoor 1 ingesteld is en letter R ver-
schijnt in de display om aan te geven dat Spoor 2 ingesteld is.
Weergave
Telkens bij indrukken van de LEFT/TRACK 1 toets of de RIGHT/
TRACK 2 toets terwijl de weergavestandbyfunctie ingeschakeld is
(zie Bediening van de geheugentoets) wordt de weergave van het
corresponderende spoor in- of uitgeschakeld. De letter die het spoor
Bij de bovenstaande instelling wordt Spoor 1 wel en Spoor 2 niet
weergegeven.
Opname
Telkens bij indrukken van de LEFT/TRACK 1 toets of de RIGHT/
TRACK 2 toets terwijl de opnamestandbyfunctie ingeschakeld is (zie
Bediening van de geheugentoets) wordt de weergave van het cor-
responderende spoor in- of uitgeschakeld. De letter die het spoor
aangeeft (L of R) verschijnt in de display telkens wanneer de opname
van dat spoor ingeschakeld is.
Het bovenstaande geeft aan dat Spoor 1 weergegeven wordt ter-
wijl Spoor 2 opgenomen wordt.
Real-time opnemen naar Spoor 1
Bij real-time opnemen worden de op het toetsenbord gespeelde no-
ten en akkoorden opgenomen terwijl u ze aan het spelen bent.
Opnemen naar Spoor 1 m.b.v. real-time opne-
men
1. Schakel opnamestandby in m.b.v. de MEMORY toets.
474A-F-069A
aangeeft (L of R) verschijnt in de display telkens wanneer de weerga-
ve van dat spoor ingeschakeld is.
789
456
1
0
23
POWER
MODE VOLUME
MAX
TEMPO
INTRO
STEP 1 STEP 2 STEP 3
DEMO
NORMAL/
FILL-IN
VARIATION/
FILL-IN
SYNCHRO/
ENDING
FULL RANGE
KEY LIGHT
KEY LIGHT
TOUCH
RESPONSE
METRONOME BEAT
TOUCH
TRANSPOSE/
TUNE/MIDI MEMORY STEP
SPLIT LAYER
GM
MEMORY
STEP
RESPONSE
ACCOMP
VOLUME
CHORD
FINGERED
CASIO CHORD
NORMAL
MIN
START/
STOP
S
T
O
P
P
L
A
Y
/
P
A
U
S
E
R
E
W
F
F
L
E
F
T
/
T
R
A
C
K
1
R
I
G
H
T
/
T
R
A
C
K
2
SONG BANK CONTROLLER
3-STEP LESSON
REST
(TIE)
LEFT/TRACK 1
RIGHT/TRACK 2
START/STOP
MEMORY
Knippert
Weergave
ingeschakeld
Weergave
uitgeschakeld
Spoor 1 Spoor 2
Weergave
ingeschakeld
Opname
ingeschakeld
R ec No.h
.
GM
MEMORY
STEP
D-26
2. Stel m.b.v. de [+] en [] toetsen 0 en 1 in als het me-
lodienummer.
Het spoor is op dat moment nog niet ingesteld.
Het bovenstaande scherm met melodienummer blijft voor
ca. vijf seconden in de display. Mocht het verdwijnen voor-
dat u een melodienummer heeft kunnen instellen, toon het
opnieuw door op de MEMORY toets te drukken.
3. Druk op de LEFT/TRACK 1 toets om Spoor 1 in te
stellen.
De aanduiding L verschijnt in de display om het spoor aan
te geven waarnaar wordt opgenomen.
4. Maar één van de volgende instellingen, indien ge-
wenst.
Toonnummer (pagina D-14)
Ritmenummer (pagina D-16)
MODE schakelaar (pagina D-16)
Als u er geen vertrouwen in hebt om met een hoog tempo te
spelen, probeer dan eerst een langzame tempo-instelling (pa-
gina D-16).
5. Druk op de START/STOP toets om real-time opname
naar Spoor 1 te starten.
6. Speel iets op het toetsenbord.
Elke melodie en begeleiding die u op het toetsenbord speelt
(inclusief automatische begeleidingsakkoorden gespeeld op
he begeleidingstoetsenbord) wordt opgenomen.
Pedaalbediening wordt ook opgenomen als u het pedaal ge-
bruikt tijdens de opname.
7. Druk op de START/STOP toets om de opname te
beëindigen wanneer u klaar bent met spelen.
Als u een fout maakt tijdens het opnemen, stop de opname dan en
begin opnieuw vanaf stap 1.
OPMERKING
Bij gebruik van real-time opname om een spoor op te nemen dat reeds
opgenomen data bevat, wordt de bestaande opname vervangen door de
nieuwe data.
Spoor 1 Inhoud na real-time opname
Naast noten van de klaviertoetsen en begeleidingsakkoorden wordt
de volgende data ook opgenomen op Spoor 1 tijdens real-time opna-
me. Deze data wordt gebruikt wanneer Spoor 1 afgespeeld wordt.
Toonnummer
Ritmenummer
Bediening van de INTRO, SYNCHRO/ENDING, NORMAL/FILL-
IN, VARIATION/FILL-IN toetsen
Pedaalbediening
Geheugencapaciteit
Dit keyboard heeft een geheugen dat ca. 5200 noten kan bevatten. U
kunt alle 5200 noten gebruiken voor een enkele melodie of u kunt het
geheugen verdelen tussen twee verschillende melodieën.
De maatnummer en de nootnummer knipperen in de display tel-
kens wanneer het resterende geheugen minder dan 100 noten is.
De opname stopt automatisch (en de automatische begeleiding en
het ritme stoppen met spelen wanneer ze gebruikt worden) wan-
neer het geheugen vol is.
Opslag van geheugendata
Alles wat eerder opgeslagen was in het geheugen wordt vevangen
telkens wanneer u een nieuwe opname maakt.
De geheugeninhoud blijft behouden zolang het keyboard van
stroom voorzien wordt via het netsnoer. Als het netsnoer losge-
koppeld wordt en de batterijen leeg zijn of er geen batterijen inge-
legd zijn en de electrische stroomtoevoer dus afgesneden wordt,
zal alle data in het geheugen worden gewist. Zorg ervoor het key-
board aan te sluiten op het lichtnet alvorens de batterijen te ver-
vangen.
Als het keyboard uitgeschakeld wordt tijdens het opnemen wordt
de inhoud van het geheugen van het op dat moment opgenomen
spoor uitgewist.
Spoor 1 Real-time opnamevariaties
Hieronder wordt een aantal verschillende variaties beschreven die u
kunt gebruiken tijdens het opnemen van Spoor 1 met real-time opna-
me. Al deze variaties zijn gebaseerd op de procedure Opnemen naar
Spoor 1 m.b.v. real-time opname op pagina D-25.
Opnemen zonder ritme
Sla stap 5 over. Real-time opname zonder ritme start zodra u een kla-
viertoets indrukt.
Starten van de opname met synchro-start
Druk i.p.v. stap 5 op de SYNCHRO/ENDING toets. Automatische
begeleiding en de opname beginnen tegelijkertijd wanneer u een ak-
koord op het begeleidingstoetsenbord speelt.
474A-F-070A
789
456
1
0
23
POWER
MODE VOLUME
MAX
TEMPO
INTRO
STEP 1 STEP 2 STEP 3
DEMO
NORMAL/
FILL-IN
VARIATION/
FILL-IN
SYNCHRO/
ENDING
FULL RANGE
KEY LIGHT
KEY LIGHT
TOUCH
RESPONSE
METRONOME BEAT
TOUCH
TRANSPOSE/
TUNE/MIDI MEMORY STEP
SPLIT LAYER
GM
MEMORY
STEP
RESPONSE
ACCOMP
VOLUME
CHORD
FINGERED
CASIO CHORD
NORMAL
MIN
START/
STOP
S
T
O
P
P
L
A
Y
/
P
A
U
S
E
R
E
W
F
F
L
E
F
T
/
T
R
A
C
K
1
R
I
G
H
T
/
T
R
A
C
K
2
SONG BANK CONTROLLER
3-STEP LESSON
REST
(TIE)
MODE
NORMAL/FILL-IN
START/STOP
VARIATION/FILL-IN
MEMORY
RIGHT/TRACK 2
SYNCHRO/ENDING LEFT/TRACK 1
INTRO
[+]/[]
R
N.ce 1
o
.
Melodienummer
Knippert
Knippert
D-27
Opnemen m.b.v. intros, eindpatronen en fill-ins.
Tijdens het opnemen kunnen de INTRO, SYNCHRO/ENDING, NOR-
MAL/FILL-IN, en VARIATION/FILL-IN toetsen (paginas D-18 - D-
19) alle gebruikt worden zoals gewoonlijk.
Synchro-starten van een automatische begeleiding met
een intropatroon
Druk i.p.v. stap 5 op de SYNCHRO/ENDING toets en daarna op de
INTRO toets. Automatische begeleiding en het intropatroon begin-
nen tegelijkertijd wanneer u een akkoord op het begeleidingstoet-
senbord speelt.
Beginnen van automatische begeleiding halverwege een
opname
Druk i.p.v. stap 5 op de SYNCHRO/ENDING toets en speel daarna
iets op het toetsenbord om te beginnen. Wanneer u het punt bereikt
waarop u de automatische begeleiding wilt laten beginnen, dient u
dan een akkoord te spelen op het begeleidingstoetsenbord.
Weergave van het geheugen
Gebruik de volgende procedure voor het weergeven van de geheu-
geninhoud.
Van het geheugen weergeven
1. Schakel weergavestandby in m.b.v. de MEMORY toets
en stel dan 0 of 1 als melodienummer in m.b.v. de [+]
en [] toetsen.
Het bovenstaande melodienummer blijft voor ca. 5 secon-
den in de display. Mocht het verdwijnen voordat u een me-
lodienummer heeft kunnen instellen, toon het opnieuw door
op de MEMORY toets te drukken.
2. Druk op de START/STOP toets voor weergave van de
ingestelde melodie.
Tijdens geheugenweergave kunt u de LEFT/TRACK 1 en
RIGHT/TRACK 2 toetsen gebruiken om de weergave van
één van beide sporen in of uit te schakelen.
Het tempo kan ingesteld worden met de TEMPO toetsen.
3. Druk nogmaals op de START/STOP toets om de weer-
gave te stoppen.
OPMERKINGEN
Tijdens geheugenweergave fungeert het gehele toetsenbord als melo-
dietoetsenbord ongeacht de stand van de MODE schakelaar.
U kunt meespelen op het toetsenbord tijdens geheugenweergave.
U kunt ook lagen (pagina D-32) en splitsen (pagina D-32) gebruiken
om met meer dan 1 toon mee te spelen.
Tijdens geheugenweergave kunt u pauze, vooruitspoelen en terugspoe-
len niet gebruiken.
Real-time opname op Spoor 2
Na op Spoor 1 te hebben opgenomen kunt u real-time opnames ma-
ken om een melodie toe te voegen op Spoor 2.
Opnemen op Spoor 2 tijdens weergave van
Spoor 1
1. Schakel opnamestandby in m.b.v. de MEMORY toets
en stel dan 0 of 1 als melodienummer in m.b.v. de [+]
en [] toetsen.
Het melodienummer dat u instelt zou de melodie moeten
zijn waar u eerder Spoor 1 invoerde.
Het spoor is op dit moment nog niet ingesteld.
2. Druk op de RIGHT/TRACK 2 toets om Spoor 2 in te
stellen.
3. Maak naar wens één van de volgende instellingen.
Toonnummer (pagina D-14)
Als u er geen vertrouwen in heeft om met een hoog tempo te
spelen probeer dan een langzame instelling voor het tempo
(pagina D-16).
4. Druk op de START/STOP toets om real-time opname
naar Spoor 2 te beginnen samen met weergave van
Spoor 1.
5. Luister naar Spoor 1 terwijl u speelt wat u wilt opne-
men op Spoor 2.
6. Druk op de START/STOP toets om het opnemen te
beëindigen nadat u klaar bent met spelen.
Als u een fout maakt tijdens het opnemen, stop de opname
dan en begin opnieuw vanaf stap 1.
OPMERKING
Spoor 2 is een spoor enkel voor de melodie, zodat akkoorden er niet op
kunnen worden opgenomen. Hierdoor fungeert het gehele toetsenbord als
melodietoetsenbord ongeacht de stand van de MODE schakelaar.
Opnemen naar Spoor 2 zonder weergave van
Spoor 1
1. Schakel weergavestandby in m.b.v. de MEMORY toets.
2. Druk op de LEFT/TRACK 1 toets om weergave van
Spoor 1 uit te schakelen.
3. Ga door vanaf stap 1 Opnemen op Spoor 2 tijdens
weergave van Spoor 1
Merk op dat de bovenstaande procedure het ritme en de au-
tomatische begeleiding niet uitschakelt.
Spoor 2 Inhoud na real-time opname
De volgende data wordt opgenomen naar Spoor 2 tijdens real-time
opname.
Toonnummer
Ritmenummer
Pedaalbediening
474A-F-071A
P
l
n o
y
.
a
N
Indicator verschijnt
P la NNo .
y
GM
MEMORY
STEP
R
N.ce 1
o
.
Knippert
R ec No.h
.
GM
MEMORY
STEP
Knippert
D-28
Opnemen van akkoorden met stap-
opname
Met stapopname kunt u een akkoordprogressie stap voor stap opne-
men in Spoor 1. U kunt akkoordprogressie daarna gebruiken als au-
tomatische begeleiding of later noten toevoegen aan Spoor 2.
Opnemen van akkoorden op Spoor 1 tijdens
stapopname
1. Schakel opnamestandby in m.b.v. de MEMORY toets
en stel dan 0 of 1 als melodienummer in m.b.v. de [+]
en [] toetsen.
2.
Druk op de LEFT/TRACK 1 toets om Spoor 1 in te stellen.
3. Druk op de STEP toets.
4. Maak naar wens één van de volgende instellingen.
Ritmenummer (pagina D-16)
MODE schakelaar (pagina D-16)
5. Druk op de SYNCHRO/ENDING toets.
6. Speel een akkoord.
Gebruik de akkoordspeelmethode die ingesteld is door de
huidige instelling van de MODE schakelaar: FINGERED,
CASIO CHORD, NORMAL.
Wanneer de MODE schakelaar ingesteld staat op NORMAL,
stel dan het akkoord in m.b.v. het grondtoon-invoertoetsen-
bord en het invoertoetsenbord voor het akkoord. Zie In-
stellen van akkoorden tijdens de normale functie op deze
pagina voor details.
* 48 klokken = 1 maat
7. Voer de lengte van het akkoord in (hoelang het aan-
gehouden moet worden voordat het volgende akkoord
gespeeld wordt).
Stel de akkoordlengte in m.b.v. de cijfertoetsen. Zie Instel-
len van de nootlengte op pagina D-29 voor details.
Herhaal de stappen 6 en 7 om alle gewenste akkoorden in te
voeren.
Mocht u tijdens het opnemen van akkoorden een fout ma-
ken, volg dan de procedure onder Bewerken van data tij-
dens stapopname om correcties aan te brengen.
8. Druk nadat u klaar bent met stapopname op de START/
STOP, MEMORY of STEP toets.
Hierdoor wordt weergavestandby ingeschakeld voor de
melodie die u zojuist ingevoerd heeft. Bij indrukken van de
START/STOP toets wordt de inhoud weergegeven.
OPMERKINGEN
U kunt de FF en REW toetsen om de huidige invoerpositie te verande-
ren tijdens stapopname. Zie Bewerken van data tijdens stapopname
op pagina D-30 voor details.
Bij indrukken van de [0] toets in stap 7 wordt een rustpause ingelast.
Merk op dat eventueel ingelaste rustpauzes geen effect hebben op de
automatische begeleiding.
Spoor 1 Inhoud na stapopname
Naast de akkoorden wordt de volgende data tijdens stapopname
opgenomen op Spoor 1.
Toonnummer
Ritmenummer (stap 4)
Bediening van de INTRO, SYNCHRO/ENDING, NORMAL/FILL-
IN, en VARIATION/FILL-IN toetsen (stap 6)
Instellen van akkoorden tijdens de normale
functie
Wanneer de MODE schakelaar tijdens stapopname op NORMAL staat
kunt u akkoorden instellen met een methode die verschilt van de
vingerzettingen die worden gebezigd bij CASIO akkoord en Finge-
red. Deze akkoordinstelmethode kan gebruikt worden voor het in-
voeren van 18 verschillende akkoordtypen met slechts 2 klaviertoet-
sen, zodat akkoorden ingesteld worden zonder dat u weet hoe ze
eigenlijk gespeeld zouden moeten worden.
2 4 7 9 A D F
Instellen van de
nootlengte
1 3 5 6 8 0 B C E G H
Instellen van akkoorden
tijdens de normale functie
474A-F-072A
00
00
0 Septiem mol vijf
AA
AA
A Mineur septiem mol vijf
BB
BB
B Septiem aangehouden vier
CC
CC
C Verminderd septiem
DD
DD
D Mineur toegevoegde none
EE
EE
E Toegevoegde none
FF
FF
F Mineur sext
GG
GG
G Sext
HH
HH
H Sext none
11
11
1 Majeur
22
22
2 Mineur
33
33
3 Vermeerderd
44
44
4 Verminderd
55
55
5 Aangehouden vierde
66
66
6 Septiem
77
77
7 Mineur septiem
88
88
8 Majeur septiem
99
99
9 Mineur majeur septiem
R
N.ce 1
o
.
789
456
1
0
23
POWER
MODE VOLUME
MAX
TEMPO
INTRO
STEP 1 STEP 2 STEP 3
DEMO
NORMAL/
FILL-IN
VARIATION/
FILL-IN
SYNCHRO/
ENDING
FULL RANGE
KEY LIGHT
KEY LIGHT
TOUCH
RESPONSE
METRONOME BEAT
TOUCH
TRANSPOSE/
TUNE/MIDI MEMORY STEP
SPLIT LAYER
GM
MEMORY
STEP
RESPONSE
ACCOMP
VOLUME
CHORD
FINGERED
CASIO CHORD
NORMAL
MIN
START/
STOP
S
T
O
P
P
L
A
Y
/
P
A
U
S
E
R
E
W
F
F
L
E
F
T
/
T
R
A
C
K
1
R
I
G
H
T
/
T
R
A
C
K
2
SONG BANK CONTROLLER
3-STEP LESSON
REST
(TIE)
MODE
NORMAL/FILL-IN
START/STOP
VARIATION/FILL-IN
STEP
MEMORY
LEFT/TRACK 1
RIGHT/TRACK 2
Number buttons
SYNCHRO/ENDING
INTRO
FF
REW
[+]/[]
Cijfertoetsen
Knippert
Akkoordnaam
Knippert
Maatnummer Maatslagnummer
GM
MEMORY
STEP
Kloknummer*
D-29
Om het akkoord in te stellen houdt u de betreffende klaviertoets van
het toetsenbord voor invoeren van de grondtoon ingedrukt en drukt
u dan op de klaviertoets van het toetsenbord voor het akkoordtype
om dit in te stellen. Bij invoeren van een akkoord met een speciale
basnoot wordt bij indrukken van twee toetsen van het toetsenbord
voor de grondtoon de ingestelde lagere noot ingesteld als bastoon.
Voorbeeld 1: Om Gm7 in te voeren, houdt u G op het grondtoon toet-
senbord ingedrukt en drukt u op de m7 klaviertoets van
het akkoordtype toetsenbord.
Voorbeeld 2: Om Gm/C in te voeren, houdt u C en G op het grond-
toon toetsenbord ingedrukt en drukt u op de m klavier-
toets van het akkoordtype toetsenbord.
Instellen van de nootlengte
Tijdens stapopname worden de cijfertoetsen gebruikt voor het instel-
len van de lengte van elke noot.
Nootlengte
Stel met de cijfertoetsen [1] tot en met [6] hele noten (
), halve no-
ten ( ), kwartnoten ( ), achtste noten ( ), 16de noten ( ) en 32ste
noten ( ) in.
Voorbeeld: Druk op cijfertoets [3] om een kwartnoot (
) in te stellen.
Punten (
) en triplo’s (
)
Terwijl u de [7] (punten) of [9] (triplos) toetsen ingedrukt houdt,
kunt u met de toetsen [1] - [6] de lengte van de noten invoeren.
Voorbeeld: Om een gepunte 8ste noot (
) in te stellen houdt u cij-
fertoets [4] ingedrukt en drukt u op cijfertoets [7].
Dwarsbalk
Druk op [8] en voer dan de eerst en daarna de tweede noot in.
Voorbeeld: Druk om
, in te voeren op cijfertoets [8] en daarna
op cijfertoets [4] (nootlengte) terwijl u cijfertoets [7]
(punt) ingedrukt houdt. Deze noot wordt dan verbon-
den aan de volgende ingevoerde noot (16de noot in dit
voorbeeld).
Rustpauze
Houd cijfertoets [0] ingedrukt en druk vervolgens op de cijfertoet-
sen [1] - [9] om de lengte van de rustpauze in te stellen.
Voorbeeld: Houd om een rustpauze van een 8ste noot cijfertoets [0]
ingedrukt en druk op cijfertoets [4].
Spoor 1 Opnamevariaties
Hieronder volgt een beschrijving van verschillende variaties die u
kunt gebruiken bij opnemen op spoor 1 m.b.v. stapopname. Al deze
variaties zijn gebaseerd op de procedure beschreven onder Opne-
men van akkoorden op Spoor 1 tijdens stapopname op pagina D-28.
Starten van de begeleiding met een intropatroon
Druk in stap 5 op de INTRO toets na de SYNCHRO/ENDING toets.
Overschakelen naar een ritmevariatie
Druk in stap 6 onmiddellijk voor invoeren van een akkoord op de
VARIATION/FILL-IN toets.
Tussenvoegen van een fill in
Druk in stap 6 op de NORMAL/FILL-IN of VARIATION/FILL-IN
toets tijdens de maat of maatslag juist voor het akkoord of de
maatslag waar u de fill in wilt tussenvoegen.
Tussenvoegen van een eindpatroon
Druk in stap 6 op de SYNCHRO/ENDING toets tijdens de maat of
maatslag juist voor het akkoord waar u het eindpatroon wilt tussen-
voegen.
BELANGRIJK!
De lengte van het eindpatroon hangt af van het ritme dat u gebruikt.
Controleer de lengte van het eindpatroon dat u gebruikt en stem de
lengte van het akkoord daarop af in stap 7. Als het akkoord te kort is
in stap 7 kan het eindpatroon afgekapt worden.
Stapopname van akkoorden zonder ritme
Stel na uitvoeren van de stappen 1 t/m 4 m.b.v. de cijfertoetsen in
hoelang elk akkoord aangehouden moet worden. Bij overslaan van
stap 5 (niet indrukken van de SYNCHRO/ENDING toets) wordt een
akkoord zonder ritme aangemaakt zodat u een ruspauze kunt invoe-
ren door op de [0] toets in stap 6 te drukken en vervolgens de lengte
van de rustpauze specificeren in stap 7.
Toevoegen van akkoordbegeleiding halverwege ritme-
weergave
Voer bij stap 6 alle rustpauzes in vanaf het begin van de opname tot
het punt waarop u wilt dat de begeleiding begint. Voer vervolgens
de akkoorden in.
Stapopname van de melodie op Spoor 2
U kunt stapopname gebruiken om noten één voor één op spoor 2 in
te voeren. Dit is een ideale techniek voor diegenen die hun eigen ori-
ginele opnamen willen maken maar nog niet goed genoeg zijn om
mee te spelen met het ritme.
Merk op dat stapopname van melodienoten enkel uitgevoerd kan
worden op Spoor 2.
Stapopnemen van de melodie op Spoor 2
1. Schakel opnamestandby in m.b.v. de MEMORY toets
en stel dan 0 of 1 als melodienummer in m.b.v. de [+]
en [] toetsen.
2. Druk op de RIGHT/TRACK 2 toets om Spoor 2 in te
stellen.
3. Druk op de STEP toets.
* 48 klokken = 1 maat
4. Stel naar wens een toonnummer in.
Houd de toets ingedrukt om
akkoordgrondtoon in te stellen.
Druk op de toets om het
akkoordtype in te stellen.
(G) (m7)
Houd toetsen ingedrukt om bas en
akkoordgrondtoon in te stellen.
(G)(C) (m)
Druk op de toets om het
akkoordtype in te stellen.
474A-F-073A
R
N.ce 1
o
.
Maatnummer Maatslagnummer
Kloknummer*
D-30
Als noten niet opgenomen zijn, beweegt de invoerpositie naar
de volgende maatslag telkens wanneer op de FF of REW toets
gedrukt wordt.
Invoerpositie
1 beat 1 maat 1 maat
Invoerpositie
Als u van een positie met nootdata naar een positie zonder
nootdata gaat, beweegt de invoerpositie naar de volgende
maatslag telkens wanneer op de FF toets gedrukt wordt. Bij
indrukken van de of REW toets echter, springt de invoerpo-
sitie terug naar de eerste plaats links waar zich een noot of
rustpauze bevindt.
2. Druk op de [+] en [] toets.
474A-F-074A
789
456
1
0
23
POWER
MODE VOLUME
MAX
TEMPO
INTRO
STEP 1 STEP 2 STEP 3
DEMO
NORMAL/
FILL-IN
VARIATION/
FILL-IN
SYNCHRO/
ENDING
FULL RANGE
KEY LIGHT
KEY LIGHT
TOUCH
RESPONSE
METRONOME BEAT
TOUCH
TRANSPOSE/
TUNE/MIDI MEMORY STEP
SPLIT LAYER
GM
MEMORY
STEP
RESPONSE
ACCOMP
VOLUME
CHORD
FINGERED
CASIO CHORD
NORMAL
MIN
START/
STOP
S
T
O
P
P
L
A
Y
/
P
A
U
S
E
R
E
W
F
F
L
E
F
T
/
T
R
A
C
K
1
R
I
G
H
T
/
T
R
A
C
K
2
SONG BANK CONTROLLER
3-STEP LESSON
REST
(TIE)
MODE
START/STOP
MEMORYSTOP
LEFT/TRACK 1
RIGHT/TRACK 2
FF
REW
[+]/[]
Number buttons
R
ie
w
e?
t
r
5. Voer noten in m.b.v. de klaviertoetsen of de [+] en
[] toetsen en rustpauzes m.b.v. de [0] toets.
Wanneer toetsrespons ingeschakeld is, wordt de hoeveelheid
druk die uitgeoefend wordt op de klaviertoetsen ook opge-
nomen. De klaviertoetsen kunnen tevens gebruikt worden
om akkoorden in te voeren.
Bij invoeren met de [+] en [] toetsen verschijnt een staaf in
de display om de noot aan te geven die u invoert. De luid-
heid of zachtheid van een noot die met deze toetsen inge-
voerd wordt is hetzelfde als van de noot die er onmiddellijk
aan voorafgaat.
Druk nogmaals op de [0] toets om het invoeren van een rust-
pauze ongedaan te maken.
6. Gebruik de cijfertoetsen [1] - [9] om de lengte van
elke noot of rustpauze in te voeren.
Na invoeren van de lengte van de lengte van een noot of een
rustpauze, staat het keyboard standby voor invoeren van het
volgende item.
7. Herhaal de stappen 5 en 6 om alle gewenste noten in
te voeren.
Mocht u tijdens het opnemen een fout maken, volg dan de
procedure onder Bewerken van data tijdens stapopname
op deze pagina om correcties aan te brengen.
8. Druk nadat u klaar bent met stapopname op de START/
STOP, MEMORY of STOP toets.
OPMERKINGEN
Tijdens stapopname van een melodie wordt het gehele toetsenbord een
melodietoetsenbord ongeacht de stand van de MODE schakelaar.
Tijdens stapopname kunt u de FF en REW toetsen gebruiken om de
invoerpositie naar voren of achteren te bewegen. Zie Bewerken van
data tijdens stapopname op deze pagina voor details.
Spoor 2 Inhoud na stapopname
Naast de noten kunnen toonnummers ook worden opgenomen.
Bewerken van data tijdens stapopname
Geheugendata kan worden voorgesteld als een muziekpartituur die
van links naar rechts voortgaat met de invoerpositie gewoonlijk ge-
heel rechts van de opgenomen data. De volgende procedure beschrijft
hoe de invoerpositie naar links bewogen kan worden om zo veran-
deringen aan te brengen in data die u reeds ingevoerd heeft. Merk
echter op dat door naar links bewegen van de invoerpositie en het
veranderen van data, alle data die er rechts van staat automatisch
wordt uitgewist.
Bewerken tijdens stapopname
1. Gebruik terwijl u bezig bent met stapopname de FF en
REW toetsen om de invoerpositie te bewegen naar de
plaats waar u reeds ingevoerde data wilt veranderen.
Als noten reeds opgenomen zijn, beweegt de invoerpositie
naar de volgende noot telkens wanneer op de FF of REW
toets gedrukt wordt. De op de huidige invoerpositie opge-
nomen data verschijnt in de display.
Cijfertoetsen
D-31
3. Druk op de [+] toets om databewerking te beginnen
of op de [] toets om het datawisscherm te wissen
zonder iets te veranderen.
Bij indrukken van de [+] toets wordt alle data rechts van de
huidige invoerpositie gewist. Vervolgens staat het keyboard
standby voor het invoeren van data voor stapopname.
Bij indrukken van de [] toets wordt het databewerkings-
scherm gewist en wordt teruggegaan naar het stapopname-
scherm waar u de invoerpositie kunt veranderen.
OPMERKING
De boodschap [TrackEnd] verschijnt in de display wanneer de invoerposi-
tie het eind bereikt van de data die momenteel op Spoor 2 opgeslagen is.
Op dat moment kunt u stap 2 en 3 volgen om meer data toe te voegen.
Uitwissen van de inhoud van een
specifiek spoor
Gebruik de volgende procedure om alle data uit te wissen die op het
moment opgeslagen is op een bepaald spoor.
Alle data op een bepaald spoor te wissen
1. Schakel opnamestandby in m.b.v. de MEMORY toets
en stel dan m.b.v. de [+] en [] toetsen de melodie (0
of 1) in waarvan het spoor moet worden uitgewist.
2. Houd de MEMORY toets ingedrukt totdat het spoor-
wisscherm in de display verschijnt .
3. Druk op de LEFT/TRACK 1 of RIGHT/TRACK 2 toets
om het spoor dat moet worden uitgewist in te stellen.
Voorbeeld: Om Spoor 1 in te stellen
4. Druk op de [+] toets.
Hierdoor wordt het geselecteerde spoor gewist en de geheu-
genweergave in de standbystand gezet.
OPMERKINGEN
Het spoorwisscherm verdwijnt automatisch na circa 5 seconden uit de
display als u het keyboard laat staan met de spoorwisboodschap in de
display zonder iets te doen.
Nadat u eenmaal een spoor in stap 3 in te stellen kunt u niet veranderen
naar een ander spoor zonder de spoorwisfunctie uit te schakelen en
opnieuw in te schakelen.
Een spoor kan niet voor wissen ingesteld worden als dat spoor geen
data bevat.
Bij indrukken van de MEMORY toets terwijl het spoorwisscherm in de
display wordt aangegeven, wordt teruggegaan naar opnamestandby.
474A-F-075A
R
N.ce 1
o
.
T
e..r?
l
D
Knippert
Tr el .?
.
D
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7

Casio LK-50 Handleiding

Type
Handleiding