Zanussi ZKF661LX 26M Handleiding

Categorie
Kookplaten
Type
Handleiding
ZKF 661 LX
ZKF 661 LN
319 637 600 - NO - 0302 - 01
22
Geachte klant,
Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig door.
Let vooral op hoofdstuk “Veiligheid” op de eerste pagina's. Bewaar
deze gebruiksaanwijzing zodat u nog eens iets kunt nalezen. Geef het
boekje door aan een eventuele volgende eigenaar van het apparaat.
In de tekst worden de volgende symbolen gebruikt:
1
Aanwijzingen m.b.t. de veiligheid
Waarschuwing: Aanwijzingen m.b.t. uw persoonlijke veiligheid.
Attentie: Aanwijzingen m.b.t. het voorkomen van schade aan het ap-
paraat.
3
Aanwijzingen en praktische tips
2
Informatie m.b.t. het milieu
1. Deze cijfers leiden u stap voor stap door de bediening van het appa-
raat.
2. ...
3. ...
Gedrukt op milieuvriendelijk gefabriceerd papier.
Wie milieubewust denkt, handelt ook zo ...
23
Inhoud
Gebruiksaanwijzing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24
Veiligheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24
Afvalverwerking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27
De belangrijkste kenmerken van uw apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . 28
Opbouw van het apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 29
Uitvoering kookplaat en bedieningsveld . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 29
Voor het in gebruik nemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30
Reinigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30
Bediening van de kookplaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30
Kookplaatsschakelaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30
Koken met de kookplaats . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30
Duokring-kookzone inschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31
Restwarmte-indicatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31
Toepassingen, tabellen, tips . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32
Pannen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32
Tabellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 33
Reiniging en onderhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 34
Kookplaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 34
Raam van de kookplaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35
Wat is er aan de hand als ... . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 36
Montage-aanwijzing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 37
Technische gegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 37
Doel, normen, richtlijnen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 38
Veiligheidsaanwijzingen voor de installateur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 39
Elektrische aansluiting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40
Typeplaatje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42
Service . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 43
Montage . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 88
24
Gebruiksaanwijzing
1 Veiligheid
De veiligheid van dit apparaat voldoet aan de Europese en Neder-
landse normen. Toch zien wij ons als fabrikant genoodzaakt u met on-
derstaande aanwijzingen m.b.t. de veiligheid vertrouwd te maken.
Elektrische veiligheid
Montage en aansluiting van het nieuwe apparaat mogen alleen door
een erkend elektro-installateur worden uitgevoerd.
Reparaties aan het apparaat mogen alleen door vakmensen worden
uitgevoerd. Onvakkundige reparaties kunnen tot aanzienlijke risico's
leiden. Wend u bij reparaties altijd tot onze service-afdeling.
3
Volg deze aanwijzingen op, omdat anders bij schade de aanspraak op
garantie vervalt.
Inbouwapparaten mogen alleen worden gebruikt nadat ze zijn inge-
bouwd in passende inbouwkasten en werkbladen die aan de nor-
men voldoen. Daarmee wordt de vereiste aanrakingsbescherming
van elektrische apparaten veiliggesteld.
Als zich storingen aan het apparaat, breuken, barsten of scheuren
voordoen:
alle kookzones uitschakelen,
de zekering voor de kookplaat in de huisinstallatie uitschakelen.
Veiligheid voor kinderen
Als u kookt of braadt, worden de kookzones heet. Houd daarom
kleine kinderen altijd uit de buurt.
25
Veiligheid tijdens het gebruik
Dit apparaat mag alleen voor het normaal koken en braden van le-
vensmiddelen worden gebruikt.
Gebruik de kookplaat niet om het vertrek te verwarmen.
Voorzichtig bij het aansluiten van elektrische apparaten aan stop-
contacten in de buurt van het apparaat. Snoeren mogen niet met
hete kookzones in aanraking komen.
Oververhitte vetten en oliën vliegen snel in brand. Als u gerechten in
vet of olie (bijv. patates frites) bereidt, dient u altijd in de buurt te blij-
ven.
Schakel elke keer na het gebruik de kookzones uit.
Veiligheid bij het reinigen
U moet het apparaat uitschakelen voordat u het gaat reinigen. Het rei-
nigen van het apparaat met een stoomstraal- of hogedrukreiniger is
om veiligheidsredenen verboden.
26
Zo wordt schade aan het apparaat voorkomen
Gebruik de kookplaat niet als werkplek of aanrecht.
Schakel de kookzones nooit in als er een lege pan of geen pan op
staat.
Glaskeramiek is ongevoelig voor temperatuurschokken en zeer
sterk, maar niet onbreekbaar. Bijzonder scherpe en harde voorwer-
pen die op de kookplaat vallen, kunnen beschadiging veroorzaken.
Gebruik geen pannen van gietijzer of pannen met een beschadigde,
ruwe of oneffen bodem. Bij het verschuiven kunnen krassen ont-
staan.
Zet geen pannen op het raam van de kookplaat. Er kunnen krassen
en lakschade ontstaan.
Let erop dat er geen zuurhoudende vloeistoffen, bijv. azijn, citroen of
kalkoplossende middelen op het raam van de kookplaat terechtko-
men, omdat anders matte plekken ontstaan.
Als suiker of suikerhoudende stoffen op de hete kookplaat terecht-
komen en smelten, verwijder de plekken dan direct, als ze nog heet
zijn, met een glasschraper. Als de massa afkoelt, kan bij het verwij-
deren schade aan de oppervlakte ontstaan.
Houd alle voorwerpen en materialen die kunnen smelten, bijv. kunst-
stof, aluminiumfolie of braadfolie, uit de buurt van de glaskerami-
sche plaat. Mocht er toch iets op de glaskeramische plaat smelten,
dan moet deze plek direct met een glasschraper worden verwijderd.
27
2 Afvalverwerking
Verpakkingsmateriaal verwijderen
Alle verpakkingsdelen zijn recyclebaar, folies en piepschuim onder-
delen zijn overeenkomstig gecodeerd. Verpakkingsmateriaal en
eventuele oude apparaten moeten op de juiste manier weggegooid
worden.
Houd u aan de nationale en regionale voorschriften en let op de ma-
teriaalaanduiding (materiaalscheiding, afvalverzameling, inzamel-
punten).
Aanwijzingen voor het weggooien
Het apparaat mag niet bij het huisvuil worden gezet.
Informatie over afhaaltijden of inzamelplaatsen krijgt u bij de ge-
meentelijke reinigingsdienst of het gemeentehuis.
Waarschuwing! Afgedankte apparaten moeten voor het weggooien
onbruikbaar gemaakt worden. Aansluitsnoer verwijderen.
28
De belangrijkste kenmerken van uw appa-
raat
Glaskeramische kookplaat: Het apparaat heeft een glaskerami-
sche kookplaat en 4 snel opgloeiende kookzones Hierbij wordt door
bijzonder sterke stralingselementen de opwarmduur van het verwar-
mingselement aanzienlijk verkort.
Reiniging: Het voordeel van de glaskeramische kookplaat is het rei-
nigingsgemak. De gladde oppervlakte is makkelijk te reinigen (zie
hoofdstuk "Reiniging en onderhoud").
Duokringzones: De kookplaat is uitgevoerd met twee duokringzo-
nes. Daarmee biedt het apparaat kookzones met variabele grootte,
b.v. voor kleiner kookgerei. Daardoor kan energie worden bespaard.
Restwarmte-indicatie: De restwarmte-indicatie brandt als de kook-
zone nog zo warm is, dat verbrandingsgevaar bestaat
29
Opbouw van het apparaat
Uitvoering kookplaat en bedieningsveld
Eénkringskookzone 1200W
Eénkrings-
kookzone
1200W
Duokringzone 700/1700W
Kookplaatsen-
schakelaar
4-voudige restwarmte-indicaties
(apart voor elke kookplaats)
Duokring-
zone
750/2200W
Kookplaatsenschakelaar
voor kookzone linksvoor
Kookplaatsenschakelaar
voor kookzone rechtsvoor
Controlelampje duokringzone
Kookplaatsenschakelaar
voor kookzone linksachter
Kookplaatsenschakelaar
voor kookzone rechtsachter
Controlelampje duokringzone
30
Voor het in gebruik nemen
Reinigen
De glaskeramische kookplaat met een vochtige doek afnemen.
1
Attentie: Gebruik geen scherpe, schurende reinigingsmiddelen! De
oppervlakte kan beschadigd worden.
Bediening van de kookplaat
3
Bij het inschakelen van een kookzone kan deze kort zoemen. Dat is
een eigenschap van alle glaskeramische kookzones en heeft geen ne-
gatieve invloed op het functioneren of de levensduur van het appa-
raat.
Kookplaatsschakelaar
In de bereiken 1-10 kunt u het vermogen
traploos instellen.
1 = laagste vermogen
10 = hoogste vermogen
K = inschakeling duokringzone
Koken met de kookplaats
1. Kies voor het aankoken/aanbraden een hoge
capaciteit.
2. Schakel terug op de vereiste doorkooktrede, zodra
er damp afkomt of het vet heet is.
3. Draai om het koken te beëindigen terug op de Uit-
stand.
2
Schakel de kookzone ca. 5-10 minuten voor het
kookeinde uit om de restwarmte te gebruiken. Zo
spaart u elektrische energie.
31
Duokring-kookzone inschakelen
1
De schakelaar voor de duokring-kookzone wordt naar rechts inge-
schakeld en mag niet over zijn eindstand heengedraaid worden!
1. Draai de schakelaar voor de duokring-kookzone
naar rechts. Draai hem verder over stand 10 heen
(daarbij is een lichte weerstand te voelen) op het
symbool „Duokring“, tot hij duidelijk niet verder
kan..
2. Draai hem daarna op de gewenste kookstand te-
rug.
3. Draai hem terug op de Uit-stand om het koken te
beëindigen.
3
Als de duokring-kookzone opnieuw ingeschakeld wordt, moet de gro-
tere verwarmingskring weer ingeschakeld worden.
Restwarmte-indicatie
Uw glaskeramische kookplaat is uitgerust met een restwarmte-indica-
tie; iedere kookzone heeft een controlelampje. Zodra de overeenkom-
stige kookzone heet is, begint dit lampje te branden om u te
waarschuwen voor onbedachtzame aanrakingen.
Ook na het uitschakelen van de kookzone gaat de restwarmte-indica-
tie pas uit wanneer de kookzone is afgekoeld.
2
U kunt gebruik maken van de restwarmte om spijzen te smelten of
warm te houden.
1
Let op! Zolang de restwarmte-indicatie brandt, bestaat er verbran-
dingsgevaar.
1
Let op! Bij stroomuitval gaat valt ook de restwarmte-indicatie uit en
daarmee de waarschuwing voor aanwezige restwarmte. Toch is het
gevaar zich te verbranden nog reëel. Door goed op te letten vermijdt u
dit gevaar.
32
Toepassingen, tabellen, tips
Pannen
Hoe beter de pan, des te beter het kookresultaat.
Goede pannen herkent u aan de bodem. De bodem moet zo dik en
vlak mogelijk zijn.
Let bij het kopen van pannen op de diameter van de bodem. Fabri-
kanten geven vaak de diameter van de bovenste rand van de pan
aan.
Pannen met een aluminium of koperen bodem kunnen metaalach-
tige verkleuringen op de glaskeramische plaat achterlaten die moei-
lijk of helemaal niet meer te verwijderen zijn.
Gebruik geen pannen van gietijzer of pannen met een beschadigde
bodem met ruwe plekken en bramen. Bij het verschuiven kunnen
blijvende krassen ontstaan.
In koude toestand is de panbodem normaliter iets
naar binnen gewelfd (hol). De panbodem mag in
geen geval naar buiten gewelfd (bol) zijn.
Let op de aanwijzingen van de fabrikant, als u
speciale pannen gebruikt (bijv. snelkookpan wok,
enz.).
2
Tips voor het besparen van energie
U bespaart waardevolle energie, als u met onderstaande punten reke-
ning houdt:
De kookzone pas inschakelen als er een pan op staat.
Vuile kookzones en panbodems verhogen het
stroomverbruik.
Pannen indien mogelijk altijd met een deksel af-
sluiten.
Kookzones vóór het einde van de kooktijd uit-
schakelen om gebruik te maken van de rest-
warmte, bijv. om gerechten warm te houden of om
levensmiddelen
te smelten.
Panbodem en kookzone moeten
even groot zijn.
Bij gebruik van een snelkookpan
wordt de kooktijd max. 50% kor-
ter.
33
Tabellen
Richtwaarden voor het koken
De gegevens in onderstaande tabel zijn richtwaarden. Welke schakel-
stand noodzakelijk is voor het kookproces, hangt af van de kwaliteit
van de kookpotten en van het type en de hoeveelheid van de levens-
middelen.
3
Wij raden aan bij het lichtjes koken of aanbraden het toestel in te stel-
len op temperatuurstand “10” en etenswaren met een langere kooktijd
verder te laten garen op een geschikte nakookstand.
Kookvermo-
gen
Kookproces/Na-
kookstand
Geschikt voor
9-10 lichtjes koken
lichtjes koken van grote hoeveelheden vloeistof,
koken van macaroni
8-9 sterk aanbraden
frituren van frieten,
aanbraden van vlees, bv. goulash,
gaar braden, bv. aardappelkoekjes,
braden van lendestukken, steaks
7-8 zacht braden
braden van vlees, schnitzel, cordon bleu, kotelet-
ten, frikadellen, braadworsten, lever,
bloemsaus, zacht braden, eieren, omeletten, olie-
bollen frituren
5-6 koken
koken van grote hoeveelheden etenswaren,
eenpansgerechten, soepen, vleesbouillon, sto-
men van aardappelen
4-5
stomen
stoven
stoven van groenten,
smoren van vlees,
rijstpap koken
3-4 gaar koken
gaar koken van rijst- en melkgerechten
(tussendoor roeren),
stomen van kleine hoeveelheden aardappelen of
groenten,
opwarmen van kant-en-klare gerechten
1-2 smelten
schuimomelet, bouillon met ei, saus hollandaise,
warm houden van gerechten,
smelten van boter, chocolade, gelatine
0 resterende warmte, UIT-stand.
34
Reiniging en onderhoud
Kookplaat
1
Attentie: Reinigingsmiddelen mogen niet op de hete glaskeramische
plaat terechtkomen! Alle reinigingsmiddelen moeten na het schoon-
maken met ruim schoon water worden verwijderd, omdat ze bij het
weer opwarmen etsend kunnen werken!
Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen, zoals grill- of oven-
sprays, grove schuurmiddelen of krassende pannenreinigers.
3
Reinig de glaskeramische kookplaat elke keer na het gebruik als hij
handwarm of koud is. Zo voorkomt u dat verontreinigingen inbranden.
Kalk- en watervlekken, vetspatten en metaalachtig glanzende verkleu-
ringen met een in de handel verkrijgbaar speciaal reinigingsmiddel
voor glaskeramiek of edelstaal verwijderen.
Lichte verontreinigingen
1. Glaskeramische plaat met een vochtige doek en wat afwasmiddel af-
nemen.
2. Daarna met een schone doek droogwrijven. Er mogen geen resten rei-
nigingsmiddel op de oppervlakte achterblijven.
3. De gehele glaskeramische plaat eenmaal per week grondig reinigen
met een speciaal reinigingsmiddel voor glaskeramiek of edelstaal.
4. Dan de kookplaat met ruim schoon water afnemen en met een schone
niet-pluizende doek droogwrijven.
Vastklevende verontreinigingen
1. Gebruik voor het verwijderen van
overgekookte levensmiddelen of
vastgekleefde spatten een glas-
schraper.
2. De glasschraper schuin op de glas-
keramische plaat zetten.
3. Verontreinigingen verwijderen met
een glijdende beweging van de
schraper.
3
Glasschrapers en reinigingsmidde-
len voor glaskeramische kookpla-
ten zijn in de vakhandel
verkrijgbaar.
35
1 Speciale verontreinigingen
1. Ingebrande suiker, gesmolten kunst-
stof, aluminiumfolie of andere mate-
rialen die kunnen smelten direct, als
ze nog heet zijn, met een glas-
schraper verwijderen.
1
Attentie: Bij het gebruik van de glas-
schraper op een hete kookzone be-
staat verbrandingsgevaar!
2. Reinig daarna de afgekoelde kook-
plaat op de normale wijze.
3
Mocht de kookzone met daarop ge-
smolten materiaal al afgekoeld zijn, verwarm de zone dan nog een
keer voor reinigen.
Krassen en donkere vlekken in de glaskeramische plaat, die bijv. door
scherpe panbodems zijn ontstaan, kunnen niet worden verwijderd. Ze
hebben echter geen nadelige invloed op het functioneren van de
kookplaat.
Raam van de kookplaat
1
Attentie! Geen azijn, citroen of kalkoplossende middelen op het raam
aanbrengen omdat anders matte plekken ontstaan.
1. Raam met een vochtige doek en wat afwasmiddel afnemen.
2. Ingedroogde verontreinigingen met een natte doek verwijderen.
Daarna wegvegen en droogwrijven.
36
Wat is er aan de hand als ...
Hulp bij storingen
Misschien gaat het om een kleine storing die u aan de hand van de
volgende aanwijzingen zelf kunt oplossen. Voer zelf verder geen werk-
zaamheden uit, als onderstaande informatie u niet verder helpt.
1
Waarschuwing! Reparaties aan het apparaat mogen alleen door vak-
mensen worden uitgevoerd. Door ondeskundige reparaties kunnen
aanzienlijke gevaren voor de gebruiker ontstaan. Wend u bij reparaties
altijd tot onze service-afdeling.
Wat te doen, als ...
... de kookzones niet functioneren?
Controleert u, of
de zekering in de huisinstallatie (zekeringenkast) intact is. Indien de
zekeringen herhaaldelijk doorslaan, neem dan contact op met een
erkende elektromonteur.
de overeenkomstige kookzone is ingeschakeld en of de gewenste
vermogensstand is ingesteld.
bij meerkrings-kookzones: de gewenste verwarmingskring is inge-
schakeld.
Als u vanwege bedieningsfouten de service-afdeling inschakelt, kan
het bezoek van de servicetechnicus ook tijdens de garantietermijn niet
kosteloos plaatsvinden
37
Montage-aanwijzing
1
Attentie! Montage en aansluiting van het nieuwe apparaat mogen al-
leen door een erkend elektro-installateurworden uitgevoerd.
Volg deze aanwijzing op, omdat anders bij schade de aanspraak op
garantie vervalt.
Technische gegevens
Afmetingen apparaat
uitsnijmaten
nominaal vermogen
breedte
572 mm
diepte
502 mm
hoogte
49 mm
breedte
560 mm
diepte
490 mm
hoekradius R5
kookzone links voor ø 120/210 mm 750/2200 W
kookzone links achter ø 145 mm 1200 W
kookzone rechts achter ø 120/180 mm 700/1700 W
kookzone rechts voor ø 145 mm 1200 W
spanning van het verwarmingselement 230 V ~50 Hz
totale aansluitwaarde max. 6,3 kW
38
Doel, normen, richtlijnen
Dit apparaat voldoet aan de volgende normen:
EN 60 335-1 en EN 60 335-2-6 m.b.t. de veiligheid van elektrische
apparaten voor huishoudelijk gebruik en soortgelijke doeleinden en
EN 60350 resp. DIN 44546 / 44547 / 44548 m.b.t. de gebruikseigen-
schappen van elektrische fornuizen, kookplaaten, ovens en grills
voor het huishouden.
EN 55014-2 / VDE 0875 deel 14-2
EN 55014 / VDE 0875 deel 14/1999-10
EN 61000-3-2 / VDE 0838 deel 2
EN 61000-3-3 / VDE 0838 deel 3 m.b.t. de fundamentele bescher-
mingseisen voor elektromagnetische compatibiliteit (EMC).
;
Dit apparaat voldoet aan de volgende EG-richtlijnen
93/68/EG CE identificatierichtlijn
73/23/EG van 19.02.1973 (laagspanningsrichtlijn inclusief wijziging
90/683/EEG)
89/336/EG van 03./05.1989 (EMC-richtlijn
incl. wijzigingsrichtlijn 92/31/EG)
39
1 Veiligheidsaanwijzingen voor de installateur
In de elektrische installatie moet een inrichting worden aangebracht,
die het mogelijk maakt het apparaat met een contactopeningswijdte
van min. 3 mm met alle polen van het net te scheiden.
Geschikte scheidingsinrichtingen zijn bijv. automatische zekeringen
(schroefzekeringen moeten uit de fitting geschroefd worden), aard-
lekschakelaar en veiligheidsschakelaars.
Dit apparaat voldoet wat betreft brandbeveiliging aan type Y (EN 60
335-2-6). Alleen apparaten van dit type mogen aan één zijde tegen
daarnaast staande hoge kasten of wanden ingebouwd worden.
Er mogen geen laden onder de kookplaat gemonteerd worden.
Bescherming tegen aanraken moet door de inbouw gegarandeerd
zijn.
De stabiliteit van de inbouwkast moet aan DIN 68930 voldoen.
Als bescherming tegen vocht moeten alle uitgezaagde snijvlakken
met geschikt afdichtmateriaal worden beschermd.
Bij betegelde werkbladen moeten de voegen bij het kookgedeelte
geheel met voegenmateriaal opgevuld zijn.
Bij natuurstenen, kunststenen of keramische platen moeten de
springveren met geschikte kunsthars- of tweecomponentenlijm ver-
lijmd worden.
Afdichting bij het raam controleren op correcte positie en op even-
tuele gaten. Er mag geen extra siliconenafdichting aangebracht wor-
den, omdat dit het uitbouwen bij service bemoeilijkt.
Voor demontage moet de kookplaat er van onderen uitgedrukt wor-
den.
40
Elektrische aansluiting
Voordat u het apparaat aansluit moet u controleren of de nominale
spanning (de op het typeplaatje aangegeven spanning) overeenkomt
met de aanwezige netspanning. Het typeplaatje bevindt zich onderop
de kookplaat.
De spanning van het verwarmingselement bedraagt AC230 V~. Ook
bij oudere stroomnetten met AC220 V~ werkt het apparaat onberispe-
lijk.
De aansluiting van de kookplaat dient zodanig te worden uitgevoerd
dat het apparaat met alle polen van het net kan worden gescheiden
met een contactopeningswijdte van min. 3 mm, bijv. door automati-
sche zekering,aardlekschakelaaroderveiligheidsschakelaar.
Als aansluitsnoer moet een snoer van type H05VV-F of van betere
kwaliteit worden gebruikt.
De aansluiting dient volgens schema te worden uitgevoerd. Alnaarge-
lang het aansluitschema moeten de aansluitbruggen op de juiste wijze
worden ingezet. De aardeleider wordt met klem x verbonden. De
aardeleiderader moet langer zijn dan stroomvoerende aders.
De kabelaansluitingen moeten volgens de voorschriften worden
uitgevoerd en de klemschroeven moeten vast worden aange-
draaid.
Daarna het aansluitsnoer met de trekontlastingsklem beveiligen en de
afdekking sluiten door hem stevig aan te drukken (inklikken).
Voordat het apparaat voor de eerste keer wordt ingeschakeld moeten
evt. aanwezige beschermingsfolie of stickers van de glaskeramische
plaat of het raam worden verwijderd.
1
Na het aansluiten aan de stroomverzorging controleren of de kookzo-
nes bedrijfsklaar zijn door ze één voor één even op de maximale stand
in te schakelen.
41
42
Typeplaatje
6,6,3
6,3
43
Service
In het hoofdstuk ”Wat is er aan de hand als …” vindt u enkele storin-
gen die u zelf kunt opheffen. Lees in geval van storing eerst dit hoof-
dstuk.
Gaat het om een technische storing?
Neem dan contact op met onze service-afdeling. (Adres en telefoon-
nummers vindt u in hoofdstuk ”Adres klantenservice”.)
Bereid het gesprek in ieder geval goed voor. Dat vereenvoudigt de di-
agnose en de vaststelling of bezoek van een servicetechnicus nodig
is:
Geef zo nauwkeurig mogelijk op:
Hoe uit de storing zich?
Onder welke omstandigheden
treedt de storing op?
Noteer voor het gesprek beslist de
volgende gegevens van uw apparaat
op het typeplaatje:
PNC-nr. (9 cijfers),
S-nr. (9 cijfers).
Wij raden u aan de nummers hier te noteren zodat u ze altijd bij de
hand hebt.
Wanneer ontstaan er voor u ook tijdens de garantieperiode kos-
ten?
als u de storing m.b.v. de storingstabel (zie hoofdstuk ”Wat is er aan
de hand als ...”) zelf had kunnen opheffen,
als de service-technicus u verschillende malen moet bezoeken, om-
dat hij vóór zijn bezoek niet alle belangrijke informatie heeft gekre-
gen en daarom bijv. onderdelen moet halen. Dit kunt u voorkomen
als u uw telefoongesprek goed voorbereidt zoals boven beschreven.
PNC . . . . . . . . .
S-nr . . . . . . . . .
88
Montage / Assembly
89
90
Ausbau/Removal/Démontage/Demontage
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26

Zanussi ZKF661LX 26M Handleiding

Categorie
Kookplaten
Type
Handleiding