Zanussi ZKF 650 LX ZANUSSI Handleiding

Categorie
Kookplaten
Type
Handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

62
Geachte klant,
Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig door.
Let vooral op hoofdstuk “Veiligheid” op de eerste pagina's. Bewaar deze
gebruiksaanwijzing zodat u nog eens iets kunt nalezen. Geef het boekje
door aan een eventuele volgende eigenaar van het apparaat.
In de tekst worden de volgende symbolen gebruikt:
1 Aanwijzingen m.b.t. de veiligheid
Waarschuwing: Aanwijzingen m.b.t. uw persoonlijke veiligheid.
Attentie: Aanwijzingen m.b.t. het voorkomen van schade aan het apparaat.
3 Aanwijzingen en praktische tips
2 Informatie m.b.t. het milieu
1.Deze cijfers leiden u stap voor stap door de bediening van het apparaat.
2.
3.
Mocht er een storing optreden, dan vindt u in deze gebruiksaanwijzing tips
om storingen zelf op te heffen, zie hoofdstuk "Wat is er aan de hand als...“.
63
Inhoud
Gebruiksaanwijzing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 64
Veiligheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 64
Afvalverwerking. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 66
De belangrijkste kenmerken van uw apparaat. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 66
Beschrijving van het apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 67
Uitvoering kookplaat en bedieningsveld. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 67
Voor het in gebruik nemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 68
Reinigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 68
Bediening van de kookplaat. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 68
Kookzoneschakelaars . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 68
Koken met de kookplaats . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 69
Restwarmte-indicator . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 70
Toepassingen, tabellen, tips. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 71
Pannen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 71
Reiniging en onderhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 73
Kookplaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 73
Raam van de kookplaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 74
Wat is er aan de hand als …. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 75
Hulp bij storingen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 75
Montageaanwijzing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 76
Technische gegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 76
Doel, normen, richtlijnen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 77
Veiligheidsaanwijzingen voor de installateur. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 78
Elektrische aansluiting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 78
Typeplaatje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 80
Service . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 81
Montage . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 101
64
Gebruiksaanwijzing
1 Veiligheid
De veiligheid van dit apparaat voldoet aan de Europese en Nederlandse
normen. Toch zien wij ons als fabrikant genoodzaakt u met onderstaande
aanwijzingen m.b.t. de veiligheid vertrouwd te maken.
Elektrische veiligheid
Montage en aansluiting van het nieuwe apparaat mogen alleen door een
erkend elektro-installateur worden uitgevoerd.
Reparaties aan het apparaat mogen alleen door vakmensen worden uitge-
voerd. Onvakkundige reparaties kunnen tot aanzienlijke risico's leiden.
Wend u bij reparaties altijd tot onze service-afdeling.
3 Volg deze aanwijzingen op, omdat anders bij schade de aanspraak op ga-
rantie vervalt.
Inbouwapparaten mogen alleen worden gebruikt nadat ze zijn ingebouwd
in passende inbouwkasten en werkbladen die aan de normen voldoen.
Daarmee wordt de vereiste aanrakingsbescherming van elektrische appa-
raten veiliggesteld.
Als zich storingen aan het apparaat, breuken, barsten of scheuren voor-
doen:
alle kookzones uitschakelen,
de zekering voor de kookplaat in de huisinstallatie uitschakelen.
Veiligheid voor kinderen
Als u kookt of braadt, worden de kookzones heet. Houd daarom kleine kin-
deren altijd uit de buurt.
Veiligheid tijdens het gebruik
Dit apparaat mag alleen voor het normaal koken en braden van levens-
middelen worden gebruikt.
Gebruik de kookplaat niet om het vertrek te verwarmen.
Voorzichtig bij het aansluiten van elektrische apparaten aan stopcontac-
ten in de buurt van het apparaat. Snoeren mogen niet met hete kookzones
in aanraking komen.
Oververhitte vetten en oliën vliegen snel in brand. Als u gerechten in vet of
olie (bijv. patates frites) bereidt, dient u altijd in de buurt te blijven.
Schakel elke keer na het gebruik de kookzones uit.
65
Veiligheid bij het reinigen
U moet het apparaat uitschakelen voordat u het gaat reinigen. Het reinigen
van het apparaat met een stoomstraal- of hogedrukreiniger is om veilig-
heidsredenen verboden.
Zo wordt schade aan het apparaat voorkomen
Gebruik de kookplaat niet als werkplek of aanrecht.
Schakel de kookzones nooit in als er een lege pan of geen pan op staat.
Glaskeramiek is ongevoelig voor temperatuurschokken en zeer sterk,
maar niet onbreekbaar. Bijzonder scherpe en harde voorwerpen die op de
kookplaat vallen, kunnen beschadiging veroorzaken.
Gebruik geen pannen van gietijzer of pannen met een beschadigde, ruwe
of oneffen bodem. Bij het verschuiven kunnen krassen ontstaan.
Zet geen pannen op het raam van de kookplaat. Er kunnen krassen en
lakschade ontstaan.
Let erop dat er geen zuurhoudende vloeistoffen, bijv. azijn, citroen of kal-
koplossende middelen op het raam van de kookplaat terechtkomen, om-
dat anders matte plekken ontstaan.
Als suiker of suikerhoudende stoffen op de hete kookplaat terechtkomen
en smelten, verwijder de plekken dan direct, als ze nog heet zijn, met een
glasschraper. Als de massa afkoelt, kan bij het verwijderen schade aan de
oppervlakte ontstaan.
Houd alle voorwerpen en materialen die kunnen smelten, bijv. kunststof,
aluminiumfolie of braadfolie, uit de buurt van de glaskeramische plaat.
Mocht er toch iets op de glaskeramische plaat smelten, dan moet deze
plek direct met een glasschraper worden verwijderd.
66
2 Afvalverwerking
Verpakkingsmateriaal verwijderen
Alle gebruikte materialen kunnen onbeperkt worden hergebruikt.
De kunststoffen hebben de volgende aanduidingen:
>PE< voor polyethyleen, bijv. bij de buitenste verpakking en de zakjes bin-
nenin.
>PS< voor geschuimd, cfk-vrij polystyreen, bijv. bij de hoekbeschermers.
Oud apparaat verwijderen
1 Waarschuwing: Opdat er geen gevaar meer kan ontstaan, moeten afge-
dankte apparaten voor het weggooien onbruikbaar worden gemaakt.
Stekker uit het stopcontact trekken en aansluitsnoer van het apparaat
verwijderen.
In het kader van de milieubescherming moeten afgedankte apparaten op de
juiste manier worden weggegooid.
Het apparaat mag niet bij het huisvuil worden gezet.
Informatie over afhaaltijden of inzamelplaatsen krijgt u bij de gemeentelij-
ke reinigingsdienst of het gemeentehuis.
De belangrijkste kenmerken van uw apparaat
Glaskeramische kookplaat: Het apparaat heeft een glaskeramische
kookplaat en 4 snel opgloeiende kookzones Hierbij wordt door bijzonder
sterke stralingselementen de opwarmduur van het verwarmingselement
aanzienlijk verkort.
Reiniging: De rand van de glaskeramische kookplaat zonder raamwerk is
stootgevoelig. De gladde Oppervlakte is gemakkelijk te reinigen (zie
Hoofdstuk: Brandervermogen en -mondstuk)
Restwarmte-indicator: Gevaar voor verbranding! Bij gebruik worden de
binnenkant van de oven en de kookzones heet.
67
Beschrijving van het apparaat
Uitvoering kookplaat en bedieningsveld
Eénkringskookzone 1200W
Eénkrings-
kookzone
1200W
Eénkringskookzone 1800W
Kookplaatsen-
schakelaar
4-voudige restwarmte-indicaties
(apart voor elke kookplaats)
Eénkrings-
kookzone
2300W
Kookplaatsenschakelaar
voor kookzone linksvoor
Kookplaatsenschakelaar
voor kookzone rechtsvoor
Kookplaatsenschakelaar
voor kookzone linksachter
Kookplaatsenschakelaar
voor kookzone rechtsachter
68
Voor het in gebruik nemen
Reinigen
De glaskeramische kookplaat met een vochtige doek afnemen.
1 Attentie: Gebruik geen scherpe, schurende reinigingsmiddelen! De opper-
vlakte kan beschadigd worden.
Bediening van de kookplaat
3 Bij het inschakelen van een kookzone kan deze kort zoemen. Dat is een ei-
genschap van alle glaskeramische kookzones en heeft geen negatieve in-
vloed op het functioneren of de levensduur van het apparaat.
Kookzoneschakelaars
In de bereiken 1-10 kunt u het vermo-
gen traploos instellen.
1 =laagste vermogen
10 =hoogste vermogen
69
Koken met de kookplaats
1.Kies voor het aankoken/aanbraden een
hoge capaciteit.
2.Schakel terug op de vereiste doorkook-
trede, zodra er damp afkomt of het vet
heet is.
3.Draai om het koken te beëindigen terug
op de Uit-stand.
2 Schakel de kookzone ca. 5-10 minuten
voor het kookeinde uit om de restwarmte
te gebruiken. Zo spaart u elektrische
energie.
70
Restwarmte-indicator
Uw glaskeramische kookplaat is uitgerust met een restwarmte-indicatie; ie-
dere kookzone heeft een controlelampje. Zodra de overeenkomstige kook-
zone heet is, begint dit lampje te branden om u te waarschuwen voor
onbedachtzame aanrakingen.
Ook na het uitschakelen van de kookzone gaat de restwarmte-indicatie pas
uit wanneer de kookzone is afgekoeld.
2 U kunt gebruik maken van de restwarmte om spijzen te smelten of warm te
houden.
1 Let op! Zolang de restwarmte-indicatie brandt, bestaat er verbrandingsge-
vaar.
1 Let op! Bij stroomuitval gaat valt ook de restwarmte-indicatie uit en daarmee
de waarschuwing voor aanwezige restwarmte. Toch is het gevaar zich te
verbranden nog reëel. Door goed op te letten vermijdt u dit gevaar.
71
Toepassingen, tabellen, tips
Pannen
Hoe beter de pan, des te beter het kookresultaat.
Goede pannen herkent u aan de bodem. De bodem moet zo dik en vlak
mogelijk zijn.
Let bij het kopen van pannen op de diameter van de bodem. Fabrikanten
geven vaak de diameter van de bovenste rand van de pan aan.
Pannen met een aluminium of koperen bodem kunnen metaalachtige ver-
kleuringen op de glaskeramische plaat achterlaten die moeilijk of hele-
maal niet meer te verwijderen zijn.
Gebruik geen pannen van gietijzer of pannen met een beschadigde bo-
dem met ruwe plekken en bramen. Bij het verschuiven kunnen blijvende
krassen ontstaan.
In koude toestand is de panbodem
normaliter iets naar binnen gewelfd
(hol). De panbodem mag in geen geval
naar buiten gewelfd (bol) zijn.
Let op de aanwijzingen van de fabri-
kant, als u speciale pannen gebruikt
(bijv. snelkookpan wok, enz.).
2 Tips voor het besparen van energie
U bespaart waardevolle energie, als u met onderstaande punten rekening
houdt:
De kookzone pas inschakelen als er een pan op staat.
Vuile kookzones en panbodems verhogen het stroomverbruik.
Pannen indien mogelijk altijd met een
deksel afsluiten.
Kookzones vóór het einde van de
kooktijd uitschakelen om gebruik te
maken van de restwarmte, bijv. om ge-
rechten warm te houden of om levens-
middelen te smelten.
Panbodem en kookzone moeten even
groot zijn.
Bij gebruik van een snelkookpan wordt
de kooktijd max. 50% korter.
72
Richtwaarden voor het koken
De gegevens in onderstaande tabel zijn richtwaarden. Welke schakelstand
noodzakelijk is voor het kookproces, hangt af van de kwaliteit van de kook-
potten en van het type en de hoeveelheid van de levensmiddelen.
3 Wij raden aan bij het lichtjes koken of aanbraden het toestel in te stellen op
temperatuurstand “10” en etenswaren met een langere kooktijd verder te la-
ten garen op een geschikte nakookstand.
Kookver-
mogen
Kookproces/
Nakookstand
Geschikt voor
9-10
lichtjes ko-
ken
lichtjes koken van grote hoeveelheden
vloeistof, koken van macaroni
8-9
sterk aanbra-
den
frituren van frieten,
aanbraden van vlees, bv. goulash,
gaar braden, bv. aardappelkoekjes,
braden van lendestukken, steaks
7-8 zacht braden
braden van vlees, schnitzel, cordon
bleu, koteletten, frikadellen, braadwors-
ten, lever,
bloemsaus, zacht braden, eieren, ome-
letten, oliebollen frituren
5-6 koken
koken van grote hoeveelheden etens-
waren,
eenpansgerechten, soepen, vleesbouil-
lon, stomen van aardappelen
4-5
stomen
stoven
stoven van groenten,
smoren van vlees,
rijstpap koken
3-4 gaar koken
gaar koken van rijst- en melkgerechten
(tussendoor roeren),
stomen van kleine hoeveelheden aard-
appelen of groenten,
opwarmen van kant-en-klare gerechten
1-2 smelten
schuimomelet, bouillon met ei, saus
hollandaise,
warm houden van gerechten,
smelten van boter, chocolade, gelatine
0 resterende warmte, UIT-stand.
73
Reiniging en onderhoud
Kookplaat
1 Attentie: Reinigingsmiddelen mogen niet op de hete glaskeramische plaat
terechtkomen! Alle reinigingsmiddelen moeten na het schoonmaken met
ruim schoon water worden verwijderd, omdat ze bij het weer opwarmen et-
send kunnen werken!
Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen, zoals grill- of ovensprays, gro-
ve schuurmiddelen of krassende pannenreinigers.
3 Reinig de glaskeramische kookplaat elke keer na het gebruik als hij hand-
warm of koud is. Zo voorkomt u dat verontreinigingen inbranden.
Kalk- en watervlekken, vetspatten en metaalachtig glanzende verkleuringen
met een in de handel verkrijgbaar speciaal reinigingsmiddel voor glaskera-
miek of edelstaal verwijderen.
Lichte verontreinigingen
1.Glaskeramische plaat met een vochtige doek en wat afwasmiddel afne-
men.
2.Daarna met een schone doek droogwrijven. Er mogen geen resten reini-
gingsmiddel op de oppervlakte achterblijven.
3.De gehele glaskeramische plaat eenmaal per week grondig reinigen met
een speciaal reinigingsmiddel voor glaskeramiek of edelstaal.
4.Dan de kookplaat met ruim schoon water afnemen en met een schone
niet-pluizende doek droogwrijven.
Vastklevende verontreinigingen
1.Gebruik voor het verwijderen van over-
gekookte levensmiddelen of vastge-
kleefde spatten een glasschraper.
2.De glasschraper schuin op de glas-
keramische plaat zetten.
3.Verontreinigingen verwijderen met een
glijdende beweging van de schraper.
3 Glasschrapers en reinigingsmiddelen
voor glaskeramische kookplaten zijn in
de vakhandel verkrijgbaar.
74
1 Speciale verontreinigingen
1.Ingebrande suiker, gesmolten kunst-
stof, aluminiumfolie of andere materia-
len die kunnen smelten direct, als ze
nog heet zijn, met een glasschraper
verwijderen.
1 Attentie: Bij het gebruik van de glas-
schraper op een hete kookzone bestaat
verbrandingsgevaar!
2.Reinig daarna de afgekoelde kookplaat
op de normale wijze.
3 Mocht de kookzone met daarop gesmol-
ten materiaal al afgekoeld zijn, verwarm
de zone dan nog een keer voor het reinigen.
Krassen en donkere vlekken in de glaskeramische plaat, die bijv. door
scherpe panbodems zijn ontstaan, kunnen niet worden verwijderd. Ze heb-
ben echter geen nadelige invloed op het functioneren van de kookplaat.
Raam van de kookplaat
1 Attentie! Geen azijn, citroen of kalkoplossende middelen op het raam aan-
brengen omdat anders matte plekken ontstaan.
1.Raam met een vochtige doek en wat afwasmiddel afnemen.
2.Ingedroogde verontreinigingen met een natte doek inweken. Daarna weg-
vegen en droogwrijven.
75
Wat is er aan de hand als
Hulp bij storingen
Misschien gaat het om een kleine storing die u aan de hand van de volgen-
de aanwijzingen zelf kunt oplossen. Voer zelf verder geen werkzaamheden
uit, als onderstaande informatie u niet verder helpt.
1 Waarschuwing! Reparaties aan het apparaat mogen alleen door vakmen-
sen worden uitgevoerd. Door ondeskundige reparaties kunnen aanzienlijke
gevaren voor de gebruiker ontstaan. Wend u bij reparaties altijd tot onze
service-afdeling.
Wat te doen, als …
… de kookzones niet functioneren?
Controleert u, of
de zekering in de huisinstallatie (zekeringenkast) intact is. Indien de zeke-
ringen herhaaldelijk doorslaan, neem dan contact op met een erkende
elektromonteur.
de overeenkomstige kookzone is ingeschakeld en of de gewenste vermo-
gensstand is ingesteld.
bij meerkrings-kookzones: de gewenste verwarmingskring is ingescha-
keld.
Als u vanwege bedieningsfouten de service-afdeling inschakelt, kan het be-
zoek van de servicetechnicus ook tijdens de garantietermijn niet kosteloos
plaatsvinden
76
Montageaanwijzing
1 Attentie! Montage en aansluiting van het nieuwe apparaat mogen alleen
door een erkend elektro-installateur worden uitgevoerd.
Volg deze aanwijzing op, omdat anders bij schade de aanspraak op garantie
vervalt.
Technische gegevens
Afmetingen apparaat
uitsnijmaten
Kookzones
breedte 572 mm
diepte 502 mm
hoogte 47 mm
breedte 560 mm
diepte 490 mm
hoekradius R5
Positie Diameter Vermogen
Links voor 210mm 2300W
Links achter 145mm 1200W
Rechts achter 180mm 1800W
Rechts voor 145mm 1200W
Netspanning 230 V ~ 50 Hz
Totale aansluitwaarde max. 6,5 kW
77
Doel, normen, richtlijnen
Dit apparaat voldoet aan de volgende normen:
EN 60 335-1 en EN 60 335-2-6 m.b.t. de veiligheid van elektrische appa-
raten voor huishoudelijk gebruik en soortgelijke doeleinden en
EN 60350 resp. DIN 44546 / 44547 / 44548 m.b.t. de gebruikseigenschap-
pen van elektrische fornuizen, kookplaaten, ovens en grills voor het huis-
houden.
EN 55014-2 / VDE 0875 deel 14-2
EN 55014 / VDE 0875 deel 14/1999-10
EN 61000-3-2 / VDE 0838 deel 2
EN 61000-3-3 / VDE 0838 deel 3
m.b.t. de fundamentele beschermingseisen voor elektromagnetische
compatibiliteit (EMC).
5 Dit apparaat voldoet aan de volgende EU-richtlijnen:
73/23/EG van 19.02.1973 (laagspanningsrichtlijn)
89/336/EG van 03.05.1989 (EMC-richtlijn incl. wijzigingsrichtlijn 92/31/
EG).
78
1 Veiligheidsaanwijzingen voor de installateur
In de elektrische installatie moet een inrichting worden aangebracht, die
het mogelijk maakt het apparaat met een contactopeningswijdte van min.
3 mm met alle polen van het net te scheiden.
Geschikte scheidingsinrichtingen zijn bijv. automatische zekeringen
(schroefzekeringen moeten uit de fitting geschroefd worden), aardlek-
schakelaar en veiligheidsschakelaars.
Dit apparaat voldoet wat betreft brandbeveiliging aan type Y (EN 60 335-
2-6). Alleen apparaten van dit type mogen aan één zijde tegen daarnaast
staande hoge kasten of wanden ingebouwd worden.
Er mogen geen laden onder de kookplaat gemonteerd worden.
Bescherming tegen aanraken moet door de inbouw gegarandeerd zijn.
De stabiliteit van de inbouwkast moet aan DIN 68930 voldoen.
Als bescherming tegen vocht moeten alle uitgezaagde snijvlakken met ge-
schikt afdichtmateriaal worden beschermd.
Bij betegelde werkbladen moeten de voegen bij het kookgedeelte geheel
met voegenmateriaal opgevuld zijn.
Bij natuurstenen, kunststenen of keramische bladen moeten de springve-
ren met geschikte kunsthars- of tweecomponentenlijm verlijmd worden.
De afdichting controleren op correcte positie en op eventuele gaten. Er
mag geen extra siliconenafdichting aangebracht worden, omdat dit het
uitbouwen bij service bemoeilijkt.
Voor demontage moet de kookplaat er van onderen uitgedrukt worden.
Elektrische aansluiting
Voordat u het apparaat aansluit moet u controleren of de nominale spanning
(de op het typeplaatje aangegeven spanning) overeenkomt met de aanwezi-
ge netspanning. Het typeplaatje bevindt zich onderop de kookplaat.
De spanning van het verwarmingselement bedraagt AC230V~. Ook bij
oudere stroomnetten met AC220V~ werkt het apparaat onberispelijk.
De aansluiting van de kookplaat dient zodanig te worden uitgevoerd dat het
apparaat met alle polen van het net kan worden gescheiden met een con-
tactopeningswijdte van min. 3 mm, bijv. door automatische
zekering,aardlekschakelaar of veiligheidsschakelaar.
Als aansluitsnoer moet een snoer van type H05VV-F of van betere kwaliteit
worden gebruikt.
De aansluiting dient volgens schema te worden uitgevoerd. Alnaargelang
het aansluitschema moeten de aansluitbruggen op de juiste wijze worden
ingezet. De aardeleider wordt met klem E verbonden. De aardeleiderader
moet langer zijn dan stroomvoerende aders.
79
De kabelaansluitingen moeten volgens de voorschriften worden uitge-
voerd en de klemschroeven moeten vast worden aangedraaid.
Daarna het aansluitsnoer met de trekontlastingsklem beveiligen en de af-
dekking sluiten door hem stevig aan te drukken (inklikken).
Voordat het apparaat voor de eerste keer wordt ingeschakeld moeten evt.
aanwezige beschermingsfolie of stickers van de glaskeramische plaat of het
raam worden verwijderd.
1 Na het aansluiten aan de stroomverzorging controleren of de kookzones be-
drijfsklaar zijn door ze één voor één even op de maximale stand in te scha-
kelen.
80
Typeplaatje
81
Service
In het hoofdstuk ”Wat is er aan de hand als …” vindt u enkele storingen die
u zelf kunt opheffen. Lees in geval van storing eerst dit hoofdstuk.
Gaat het om een technische storing?
Neem dan contact op met onze service-afdeling. (Adres en telefoonnum-
mers vindt u in de lijst „Adres klantenservice”.)
Bereid het gesprek in ieder geval goed voor. Dat vereenvoudigt de diagnose
en de vaststelling of bezoek van een servicetechnicus nodig is:
Geef zo nauwkeurig mogelijk op:
Hoe uit de storing zich?
Onder welke omstandigheden treedt de storing op?
Noteer voor het gesprek beslist de volgen-
de gegevens van uw apparaat op het type-
plaatje:
Model,
PNC-nr. (9 cijfers),
S-nr. (8 cijfers).
Wij raden u aan de nummers hier te note-
ren zodat u ze altijd bij de hand hebt
Wanneer ontstaan er voor u ook tijdens de garantieperiode kosten?
als u de storing m.b.v. de storingstabel (zie hoofdstuk ”Wat is er aan de
hand als …”) zelf had kunnen opheffen,
als de service-technicus u verschillende malen moet bezoeken, omdat hij
vóór zijn bezoek niet alle belangrijke informatie heeft gekregen en daarom
bijv. onderdelen moet halen. Dit kunt u voorkomen als u uw telefoonge-
sprek goed voorbereidt zoals boven beschreven.
Model: . . . . . . . . . . .
PNC: . . . . . . . . . . .
S-nr: . . . . . . . . . . .
101
Montage / Assembly / Montasje
102
103
Ausbau / Removal / Démontage / Demontage / Demontering
From the Electrolux Group. The world´s No.1 choice.
The Electrolux Group is the world´s largest producer of powered appliances for kitchen, cleaning and outdoor
use. More than 55 million Electrolux Group products (such as refrigerators, cookers, washing machines,
vacuum cleaners, chain saws and lawn mowers) are sold each year to a value of approx. USD 14 billion in more
than 150 countries around the world.
822 924 253-A-080703-01 Med forbehold om endringer
Wijzigingen voorbehouden
Sous réserve de modifications
Subject to change without notice
Änderungen vorbehalten
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24

Zanussi ZKF 650 LX ZANUSSI Handleiding

Categorie
Kookplaten
Type
Handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor