Samsung SAMSUNG ES90 Handleiding

Type
Handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

ES90/ES91
In deze gebruiksaanwijzing vindt u
uitgebreide aanwijzingen voor het
gebruik van uw camera. Lees deze
gebruiksaanwijzing aandachtig door.
Klik op een onderwerp
Bekende problemen
Beknopt overzicht
Inhoudsopgave
Basisfuncties
Uitgebreide functies
Opname-instellingen
Weergeven en bewerken
Instellingen
Aanvullende informatie
Index
1
Informatie over gezondheid en veiligheid
Houd u altijd aan de volgende voorzorgsmaatregelen en gebruikstips om gevaarlijke situaties te vermijden en ervoor te zorgen dat de
camera optimaal werkt.
Waarschuwing: situaties die bij u of anderen letsel kunnen
veroorzaken
Haal de camera niet uit elkaar en probeer de camera niet te
repareren.
Dit kan een schok veroorzaken of de camera beschadigen.
Gebruik de camera niet dicht bij ontvlambare of explosieve
gassen en vloeistoffen.
Dit kan brand of een schok veroorzaken.
Plaats geen ontvlambare materialen in de camera en bewaren
dergelijke materialen niet in de buurt van de camera.
Dit kan brand of een schok veroorzaken.
Raak de camera niet met natte handen aan.
Dit kan een schok veroorzaken.
Voorkom oogletsel bij het nemen van foto's.
Gebruik de flitser van de camera niet vlakbij (op minder dan 1
m afstand van) de ogen van mensen of dieren. Als u de flitser
dicht bij de ogen van het onderwerp gebruikt, kunt u tijdelijke of
permanente schade aan het gezichtsvermogen veroorzaken.
Houd de camera buiten het bereik van kleine kinderen en
huisdieren.
Houd de camera en alle bijbehorende onderdelen en accessoires
buiten het bereik van kleine kinderen en huisdieren. Kleine
onderdelen vormen verstikkingsgevaar of kunnen schadelijk zijn
wanneer deze worden ingeslikt. Bewegende onderdelen en
accessoires kunnen ook fysiek gevaar opleveren.
Stel de camera niet langdurig bloot aan direct zonlicht of hoge
temperaturen.
Langdurige blootstelling aan zonlicht of extreme temperaturen
kan permanente schade aan interne onderdelen van het toestel
veroorzaken.
Voorkom dat de camera of oplader wordt bedekt voor kleden of
kleding.
Dit kan oververhitting van de camera of brand veroorzaken.
Gebruik het netsnoer en de oplader niet tijdens een onweersbui.
Dit kan een elektrische schok veroorzaken.
Als er vloeistoffen of vreemde voorwerpen in de camera komen,
moet u meteen alle voedingsbronnen, zoals de batterij of
oplader, loskoppelen en vervolgens contact opnemen met een
servicecenter van Samsung.
2
Informatie over gezondheid en veiligheid
Let op: situaties die schade aan de camera of andere
apparatuur kunnen veroorzaken
Haal de batterijen uit de camera wanneer u deze voor langere
tijd opbergt.
Batterijen in het batterijvak kunnen na verloop van tijd gaan lekken
of roesten en ernstige schade aan uw camera veroorzaken.
Gebruik uitsluitend authentieke, door de fabrikant aanbevolen
lithium-ionbatterijen ter vervanging. Zorg dat u de batterij niet
beschadigt of verhit.
Dit kan leiden tot brand of persoonlijk letsel.
Gebruik alleen door Samsung goedgekeurde batterijen,
opladers, kabels en accessoires.
•Niet-goedgekeurde batterijen, opladers, kabels of accessoires
kunnen de camera beschadigen, letsel veroorzaken of ertoe
leidden dat batterijen exploderen.
•Samsung is niet aansprakelijk voor schade of letsel veroorzaakt
door niet-goedgekeurde batterijen, opladers, kabels of
accessoires.
Gebruik batterijen niet voor doeleinden waarvoor de batterijen
niet zijn bedoeld.
Dit kan brand of een schok veroorzaken.
Raak de flitser niet aan wanneer deze wordt gebruikt.
De flitser wordt zeer heet en kan brandwonden veroorzaken.
Als u de AC-oplader gebruikt, moet u de camera uitschakelen
voor u de voedingsbron van de AC-oplader loskoppelt.
Dit kan brand of een schok veroorzaken.
Laat de stekker van de oplader niet in het stopcontact zitten als
u de oplader niet gebruikt.
Dit kan brand of een schok veroorzaken.
Gebruik voor het opladen van de batterijen geen elektriciteitssnoeren
of stekkers die beschadigd zijn, of een loshangend stopcontact.
Dit kan brand of een schok veroorzaken.
Zorg dat de AC-oplader niet in contact komt met de plus- en
minpolen van de batterij.
Dit kan brand of een schok veroorzaken.
3
Controleer voor gebruik of de camera naar behoren
functioneert.
De fabrikant is niet verantwoordelijk voor verlies van bestanden of
schade die kan voortkomen uit defecten aan de camera of onjuist
gebruik.
Sluit het uiteinde van de kabel met het pijltje aan ( ) op uw
camera.
Als u de kabel omgekeerd aansluit, kunnen de bestanden
beschadigd worden. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor
enig verlies van gegevens.
Forceer de cameraonderdelen niet en oefen geen kracht
uit op de camera.
Dit kan leiden tot camerastoringen.
Wees voorzichtig bij het aansluiten van kabels en adapters en
het plaatsen van batterijen en geheugenkaarten.
Door het forceren van aansluitingen, het niet op de juiste manier
aansluiten van kabels of het niet op de juiste manier plaatsen van
batterijen en geheugenkaarten kunt u poorten, aansluitingen en
accessoires beschadigen.
Houd kaarten met magnetische stroken uit de buurt van het
camera-etui.
Informatie die is opgeslagen op de kaart kan worden beschadigd
of gewist.
Gebruik nooit een beschadigde oplader, batterij of
geheugenkaart.
Dit kan een schok, camerastoring of brand veroorzaken.
Informatie over gezondheid en veiligheid
4
Copyrightinformatie
•Microsoft Windows en het Windows-logo zijn
geregistreerde handelsmerken van Microsoft
Corporation.
•Mac is een geregistreerd handelsmerk van Apple
Corporation.
•microSD™ en microSDHC™ zijn geregistreerde
handelsmerken van SD Association.
•Handelsmerken en handelsnamen die in deze
gebruiksaanwijzing worden gebruikt, zijn eigendom van
de betreffende eigenaar.
•Cameraspecificaties of de inhoud van deze
gebruiksaanwijzing kunnen bij een upgrade van
camerafuncties zonder kennisgeving worden
gewijzigd.
•Gebruik deze camera op een verantwoorde manier
en leef alle wet- en regelgeving met betrekking tot het
gebruik van de camera na.
•Het is niet toegestaan om enig deel van deze
gebruiksaanwijzing zonder vooraf gegeven
toestemming te hergebruiken of verspreiden.
Indeling van de gebruiksaanwijzing
Basisfuncties 11
Hier vindt u informatie over de indeling van de camera
en basisfuncties voor het maken van opnamen.
Uitgebreide functies 26
Hier vindt u informatie over hoe u foto's maakt
door een modus te selecteren en hoe u video's en
spraakmemo's opneemt.
Opname-instellingen 37
Hier vindt u informatie over de instellingen waarvoor u in
de opnamemodus kunt kiezen.
Weergeven en bewerken 55
Hier vindt u informatie over hoe u foto's, video's en
spraakmemo's kunt weergeven of afspelen en hoe u
foto's en video's kunt bewerken.
Verder wordt toegelicht hoe u de camera aansluit op de
fotoprinter of tv.
Instellingen 76
Hier vind u opties om de instellingen van uw camera te
configureren.
Aanvullende informatie 82
Hier vindt u informatie over foutmeldingen, specificaties
en onderhoudstips.
5
Symbolen in deze gebruiksaanwijzing
Symbool Functie
Aanvullende informatie
Veiligheidsvoorschriften en waarschuwingen
[ ]
Cameratoetsen; bijvoorbeeld: [sluiterknop]
( )
Paginanummer van verwante informatie
De volgorde van de opties of menu's die u moet
selecteren om een stap uit te voeren. Bijvoorbeeld:
Selecteer Opname Witbalans betekent dat u eerst
Opname moet selecteren en vervolgens Witbalans.
*
Voetnoot
Afkortingen in deze gebruiksaanwijzing
Afkorting Betekenis
ACB
Auto Contrast Balance
(Automatische contrastverbetering)
AEB
Auto Exposure Bracket
(Opnamereeks met verschillende belichtingen)
AF
Auto Focus (Autofocus)
DIS
Digital Image Stabilization (Digitale beeldstabilisatie)
DPOF
Digital Print Order Format (Digitale afdrukbestelling)
EV
Exposure Value (Belichtingswaarde)
ISO
International Organization for Standardization
(Internationale organisatie voor standaardisatie)
WB
White Balance (Witbalans)
Pictogrammen in deze gebruiksaanwijzing
Opnamemodus Pictogram
Smart Auto
Programma
DIS
Scène
Film
Pictogrammen in de opnamemodus
Deze pictogrammen geven aan dat een bepaalde functie in de
desbetreffende modi beschikbaar is. De modus
ondersteunt
wellicht bepaalde functies niet voor alle scènes.
Voorbeeld)
Beschikbaar in de
modi Programma,
DIS en Film
6
Op de sluiterknop drukken
•Druk de [sluiterknop] half in: Druk de sluiterknop half in.
•Druk op de [sluiterknop]: Druk de sluiterknop half in.
Druk de [sluiterknop] half in Druk op de [sluiterknop]
Onderwerp, achtergrond en compositie
•Onderwerp: Het belangrijkste object in een scène, zoals een
persoon, dier of stilleven.
•Achtergrond: De objecten rond een onderwerp.
•Compositie: De combinatie van een onderwerp en
achtergrond.
Achtergrond
Onderwerp
Compositie
Belichting (Helderheid)
De hoeveelheid licht die de camera binnenkomt bepaalt de
belichting. De belichting kan worden aangepast met behulp van
sluitertijd, diafragma en ISO-waarde. Wanneer u de belichting
verandert, worden de foto's donkerder of lichter.
Normale belichting Overbelicht (te helder)
Uitdrukkingen in deze gebruiksaanwijzing
7
Bekende problemen
Hier vindt u antwoorden op bekende problemen. Met behulp van opname-instellingen hebt u veel problemen snel opgelost.
De ogen van de
gefotografeerde zijn
rood.
Dit wordt veroorzaakt door een reflectie van de flitser van de camera.
• Stel de flitsoptie in op
Rode ogen of Anti-rode ogen. (pag. 41)
• Als de foto al is gemaakt, selecteert u
Anti-rode ogen in het bewerkingsmenu. (pag. 66)
Foto's bevatten
stofvlekken.
Stofdeeltjes die in de lucht zweven kunnen worden vastgelegd op foto's als u de flitser gebruikt.
• Schakel de flitser uit of neem geen foto's op stoffige plaatsen.
• Pas de ISO-waarde aan. (pag. 42)
Foto's zijn onscherp.
Dit kan worden veroorzaakt doordat u foto's neemt bij weinig licht of doordat u de camera niet goed
vasthoudt.
• Druk de [sluiterknop] half in om te zorgen dat wordt scherpgesteld op het onderwerp. (pag. 24)
• Gebruik de modus
. (pag. 30)
Bij nachtopnamen
zijn foto's onscherp.
Om meer licht binnen te laten, gebruikt de camera een langere sluitertijd.
Het kan dan lastig zijn de camera stil te houden, waardoor de foto's bewogen kunnen worden.
• Schakel de flitser in. (pag. 41)
• Pas de ISO-waarde aan. (pag. 42)
• Gebruik een statief om te voorkomen dat de camera beweegt.
• Selecteer
Nacht in de modus . (pag. 33)
Het onderwerp
is te donker door
tegenlicht.
Als de lichtbron zich achter het onderwerp bevindt of als er een groot contrast is tussen
de lichte en donkere gebieden, kan het onderwerp donker worden.
• Maak geen foto's met de zon achter uw onderwerp.
• Selecteer
Tegenl. in de modus . (pag. 31)
• Stel de flitsoptie in op
Invulflits. (pag. 41)
• Stel de optie voor de automatische contrastbalans (ACB) in. (pag. 49)
• Pas de belichting aan. (pag. 49)
• Stel de lichtmeting in op
Spot als er een helder onderwerp in het midden van het kader staat.
(pag. 50)
8
Beknopt overzicht
Foto's van mensen maken
• -modus > Beautyshot
31
•
-modus > Portret
31
• Rode ogen, Anti-rode ogen (rode ogen voorkomen of
verwijderen)
41
• Gezichtsdetectie
46
's Nachts of in het donker foto's
maken
• -modus > Nacht
33
•
modus > Zon onder, Dageraad, Vuurwerk
31
• Flitsopties
41
• ISO-waarde (de lichtgevoeligheid aanpassen)
42
Actiefoto's maken
• Continu, Bewegingsopname
52
Foto's maken van tekst, insecten en
bloemen
• modus > Close-up, Tekst
31
• Macro, Auto macro (om foto's van dichtbij te maken)
43
• Witbalans (om de kleurtint te wijzigen)
50
De belichting aanpassen (helderheid)
• EV (om de belichting aan te passen)
49
• ACB (om te compenseren voor onderwerpen tegen
lichte achtergronden)
49
• L.meting
50
• AEB (om drie foto's met verschillende belichtingen te
maken van dezelfde scène)
52
Een speciaal effect toepassen
• Fotostijlen (om een speciale tint aan te brengen)
53
• Beeld aanpassen (om de verzadiging, de scherpte of
het contrast aan te passen)
54
Bewegingsonscherpte voorkomen
• -modus
30
• Bestanden op categorie
bekijken in Smart Album
57
• Alle bestanden op de
geheugenkaart wissen
60
• Foto's als diavertoning
weergeven
61
• Foto's op een televisie
weergeven
68
• De camera op een computer
aansluiten
69
• Geluid en volume aanpassen
78
• De helderheid van het
scherm aanpassen
78
• De schermtaal wijzigen
79
• De datum en tijd instellen
79
• De geheugenkaart
formatteren
79
• Voordat u contact opneemt
met een servicecenter
92
9
Inhoudsopgave
Informatie over gezondheid en veiligheid
Bekende problemen
Beknopt overzicht
Inhoudsopgave
Spraakmemo's opnemen ............................................ 36
Een spraakmemo opnemen ........................................ 36
Een spraakmemo aan een foto toevoegen ................... 36
Opname-instellingen
...................................................... 37
Resolutie en beeldkwaliteit selecteren ........................ 38
De resolutie selecteren ............................................... 38
De beeldkwaliteit selecteren ........................................ 38
De timer gebruiken ...................................................... 39
Opnamen in het donker maken ................................... 41
Rode ogen voorkomen ............................................... 41
De flitser gebruiken ..................................................... 41
De ISO-waarde aanpassen ......................................... 42
De scherpstelling aanpassen ...................................... 43
Macro gebruiken ........................................................ 43
Autofocus gebruiken ................................................... 43
Meebewegende autofocus gebruiken .......................... 44
Het scherpstelgebied aanpassen ................................. 45
Gezichtsdetectie gebruiken ........................................ 46
Gezichten detecteren ................................................. 46
Een zelfportret maken ................................................. 47
Een foto van een lachend gezicht maken ..................... 47
Knipperende ogen detecteren ..................................... 48
Helderheid en kleur aanpassen ................................... 49
De belichting handmatig aanpassen (EV) ...................... 49
Compenseren voor tegenlicht (ACB) ............................ 49
De lichtmeetmethode wijzigen ..................................... 50
Een instelling voor Witbalans selecteren ...................... 50
Basisfuncties
................................................................... 11
Uitpakken .................................................................... 12
Onderdelen en knoppen van de camera .................... 13
De batterij en geheugenkaart plaatsen ....................... 15
De batterij opladen en de camera inschakelen .......... 16
De batterij opladen ..................................................... 16
De camera inschakelen .............................................. 16
De eerste instellingen uitvoeren .................................. 17
Uitleg over de pictogrammen ...................................... 18
Opties selecteren ......................................................... 19
Display en geluid instellen ........................................... 21
Het type weergave wijzigen ......................................... 21
Het geluid instellen ..................................................... 21
Foto's maken ............................................................... 22
Zoomen .................................................................... 23
Tips om betere foto's te maken .................................. 24
Uitgebreide functies
....................................................... 26
De modus Smart Auto gebruiken ............................... 27
De modus Programma gebruiken ............................... 29
De modus DIS gebruiken ............................................ 30
De modus Scène gebruiken ........................................ 31
De modus Beautyshot gebruiken ................................. 31
De kadergids gebruiken .............................................. 32
De Nachtmodus gebruiken ......................................... 33
Een video opnemen .................................................... 34
10
Inhoudsopgave
Serieopnamen ............................................................. 52
Uw foto's mooier maken ............................................. 53
Fotostijlen toepassen .................................................. 53
Uw foto's aanpassen .................................................. 54
Weergeven en bewerken
............................................... 55
Weergeven ................................................................... 56
De weergavemodus starten ........................................ 56
Foto's weergeven ....................................................... 60
Een video afspelen ..................................................... 62
Spraakmemo's afspelen ............................................. 63
Een foto bewerken ...................................................... 64
Het formaat van foto's aanpassen ................................ 64
Een foto draaien ......................................................... 64
Fotostijlen toepassen .................................................. 65
Belichtingsproblemen corrigeren .................................. 66
Een afdrukbestelling maken (DPOF) ............................. 67
Bestanden op een tv weergeven ................................ 68
Bestanden naar een Windows-computer
overbrengen ................................................................ 69
Bestanden overbrengen met behulp van Intelli-studio .... 70
Bestanden overbrengen door de camera als een
verwisselbare schijf aan te sluiten
................................. 72
De camera loskoppelen (Windows XP) ......................... 73
Bestanden naar een Mac-computer overbrengen ..... 74
Foto's met een PictBridge-fotoprinter afdrukken ....... 75
Instellingen
...................................................................... 76
Camera-instellingenmenu ........................................... 77
Het instellingenmenu openen ...................................... 77
Geluid ....................................................................... 78
Display ...................................................................... 78
Instellingen ................................................................. 79
Aanvullende informatie
.................................................. 82
Foutmeldingen ............................................................. 83
Cameraonderhoud ...................................................... 84
De camera reinigen .................................................... 84
De camera gebruiken of opbergen ............................... 85
Geheugenkaarten ...................................................... 86
De batterij .................................................................. 88
Voordat u contact opneemt met een servicecenter ... 92
Cameraspecificaties .................................................... 95
Woordenlijst ................................................................. 98
Index .......................................................................... 102
Uitpakken
…………………………………12
Onderdelen en knoppen van de camera
… 13
De batterij en geheugenkaart plaatsen
15
De batterij opladen en de camera
inschakelen
………………………………… 16
De batterij opladen
……………………… 16
De camera inschakelen
…………………… 16
De eerste instellingen uitvoeren
………17
Uitleg over de pictogrammen
…………18
Opties selecteren
………………………… 19
Display en geluid instellen
……………… 21
Het type weergave wijzigen
………… 21
Het geluid instellen
…………………… 21
Foto's maken
……………………………22
Zoomen
………………………………… 23
Tips om betere foto's te maken
………… 24
Basisfuncties
Hier vindt u informatie over de indeling van de camera en
basisfuncties voor het maken van opnamen.
Basisfuncties
12
Uitpakken
Controleer of de doos de volgende artikelen bevat.
Camera Oplaadbare batterij AC-adapter /
USB-kabel
Polslus Snelstartgids
• De illustraties kunnen afwijken van de onderdelen die bij uw product
zijn geleverd.
• U kunt door Samsung goedgekeurde accessoires die compatibel
zijn met uw camera aanschaffen bij het servicecenter of de winkel
waar u de camera hebt aangeschaft. Wij zijn niet aansprakelijk
voor schade als gevolg van het gebruik van artikelen van andere
fabrikanten.
Optionele accessoires
Camera-etui Geheugenkaarten A/V-kabel
Batterijoplader
Memory card/
Geheugenkaartadapter
Basisfuncties
13
Onderdelen en knoppen van de camera
Maak u vertrouwd met de diverse onderdelen en functies van de camera voordat u begint.
Batterijklep
Plaats een geheugenkaart en een batterij
Statiefbevestigingspunt
Sluiterknop
POWER-knop
AF-hulplampje/
timerlampje
Flitser
Luidspreker
Lens
Microfoon
USB- en A/V-
aansluiting
Voor aansluiting van
USB- of A/V-kabel
Basisfuncties
14
Onderdelen en knoppen van de camera
Knop Beschrijving
Naar opties of menu's gaan
Navigatie
In de opnamemodus Bij instellen
Weergaveoptie wijzigen Omhoog
Macro-optie wijzigen Omlaag
Flitseroptie wijzigen Naar links
Timeroptie wijzigen Naar rechts
Gemarkeerde optie of menu bevestigen
Afspelen
Naar de weergavemodus gaan
Functie
• De opties van de opnamemodus weergeven
• In de weergavemodus bestanden verwijderen
Statuslampje
• Knippert: Wanneer de camera een
foto of video opslaat, wanneer de
gegevens op de camera worden
gelezen door een computer of
printer, wanneer het beeld niet is
scherpgesteld of als er een probleem
optreedt met het opladen van de
batterij.
• Groen: De camera maakt verbinding
met een computer of heeft
scherpgesteld op het onderwerp
• Rood: De batterij wordt opgeladen
Scherm
Zoomknop
• In- en uitzoomen in de opnamemodus.
• Inzoomen op een deel van een foto of bestanden
als miniaturen bekijken in de weergavemodus.
• Volume regelen in de weergavemodus.
MODE-knop:
Open de lijst met opnamemodi
Pictogram Modus Beschrijving
Smart Auto
De camera kiest automatisch instellingen op
basis van het gedetecteerde scènetype (Nacht,
Portret, Zonsondergang, enzovoort).
Programma
Een foto maken met instelling van opties.
DIS
De camera activeert opties die het trillen van het
beeld verminderen.
Scène
Een foto nemen met de voorgeprogrammeerde
opties voor een specifieke scène (Landschap,
Portret, Bos, enzovoort).
Film
Hiermee kunt u een video opnemen.
2
1
Basisfuncties
15
De batterij en geheugenkaart plaatsen
Hier vindt u informatie over het in de camera plaatsen van de batterij en van een optionele geheugenkaart.
De batterij en geheugenkaart verwijderen
Duw voorzichtig tegen
de kaart om deze te
ontgrendelen en trek de
kaart vervolgens uit de
sleuf.
Druk op de vergrendeling
om de batterij te
ontgrendelen.
De geheugenkaartadapter gebruiken
Als u microgeheugenkaarten wilt gebruiken
met dit product, een computer of een
geheugenkaartlezer, moet u de kaart in een
adapter plaatsen.
• U kunt het interne geheugen gebruiken voor tijdelijke opslag als er geen geheugenkaart
is geplaatst.
• Plaats een geheugenkaart in de juiste richting. Als u een geheugenkaart in de verkeerde
richting plaatst, kunnen zowel camera als geheugenkaart hierdoor beschadigen.
Geheugenkaart
Batterij
Zorg dat bij het plaatsen
van een geheugenkaart de
goudkleurige contactpunten
naar beneden wijzen.
Plaats de batterij met het
Samsung-logo omlaag gericht.
Geheugenkaart
Batterij
Batterijvergrendeling
Basisfuncties
16
De batterij opladen en de camera inschakelen
De batterij opladen
Voordat u de camera voor het eerst gaat gebruiken, moet de
batterij worden opgeladen. Koppel de USB-kabel aan de AC-
adapter en sluit vervolgens het uiteinde van de kabel met het
pijltje (
) op de camera aan.
Statuslampje
•Rode lampje brandt: Bezig met opladen
•Rode lampje uit: Volledig opgeladen
•Rode lampje knippert: fout
De camera inschakelen
Druk op [ ] om de camera in of uit te schakelen.
•Het scherm voor de eerste instellingen verschijnt wanneer u de
camera voor het eerst inschakelt. (pag. 17)
De camera in de afspeelmodus inschakelen
Druk op [ ]. De camera wordt ingeschakeld en gaat direct naar
de afspeelmodus.
Als u uw camera inschakelt door [ ] ongeveer 3 seconden ingedrukt te
houden, geeft de camera geen enkel camerageluid.
Basisfuncties
17
De eerste instellingen uitvoeren
Het scherm voor de eerste instellingen verschijnt, waar u de basisinstellingen van de camera kunt configureren.
1
Druk op [ ].
• Het scherm voor de eerste instellingen verschijnt wanneer u
de camera voor het eerst inschakelt.
2
Druk op [ ] om Language (Taal) te selecteren en druk op
[
] of [ ].
Back Set
3
Druk op [ ] of [ ] om een taal te selecteren en druk
vervolgens op [ ].
4
Druk op [ ] of [ ] om Tijdzone te selecteren en
druk op [ ] of [ ].
5
Druk op [ ] of [ ] om een tijdzone te selecteren en
druk vervolgens op [ ].
• Als u zomer-wintertijd wilt instellen, drukt u op [ ].
Tijdzone
Terug Zomertijd
Londen
6
Druk op [ ] of [ ] om Datum/Tijd aanpassen te
selecteren en druk op [ ] of [ ].
7
Druk op [ ] of [ ] om een item te selecteren.
Language : Nederlands
Tijdzone : Londen
Datum/tijd aanpassen
: 12/...
Terug Instellen
8
Druk op [ ] of [ ] om de datum en tijd in te stellen en
druk op [ ].
9
Druk op [ ] of [ ] om Datumtype te selecteren en
druk op [ ] of [ ].
Language : Nederlands
Tijdzone : Londen
Datum/tijd aanp
Datumtype
Terug Instellen
JJJJ/MM/DD
MM/DD/JJJJ
DD/MM/JJJJ
Uit
10
Druk op [ ] of [ ] om een datumindeling te
selecteren en druk vervolgens op [ ].
11
Druk op [ ] om naar de modus Opname te schakelen.
Basisfuncties
18
C. Pictogrammen links
Pictogram Beschrijving
Diafragma en sluitertijd
Lange sluitertijd
Belichtingswaarde
Witbalans
Gezichtstint
Gezichtsretouch
ISO-waarde
Fotostijl
Beeldaanpassing
(contrast, scherpte, kleurverzadiging)
Geluid uit (Zoom gedempt)
Type serieopnamen
Uitleg over de pictogrammen
Welke pictogrammen worden weergegeven, is afhankelijk van de geselecteerde modus en de ingestelde opties.
Pictogram Beschrijving
Autofocuskader
Bewegingsonscherpte
Zoomverhouding
Huidige datum en tijd
B. Pictogrammen rechts
Pictogram Beschrijving
Fotoresolutie
Videoresolutie
Opnamesnelheid
Fotokwaliteit
Lichtmeting
Flitsoptie
Timerinstelling
Autofocusinstelling
Gezichtsdetectie
A. Informatie
Pictogram Beschrijving
Geselecteerde opnamemodus
Resterend aantal foto's
Beschikbare opnametijd
Er is geen geheugenkaart
geplaatst
Geheugenkaart geplaatst
• : volledig opgeladen
•
: deels opgeladen
•
: moet opgeladen worden
Spraakmemo (Aan)
A
B
C
Basisfuncties
19
Opties selecteren
U kunt opties selecteren door op [ ] te drukken. Vervolgens kunt u de navigatieknoppen ([ ], [ ], [ ], [ ]) gebruiken.
U kunt de opnameopties ook openen door op [ ] te drukken, maar dan zijn sommige opties niet beschikbaar.
Terug naar het vorige menu
Druk op[ ] om naar het vorige menu terug te gaan.
Druk de [sluiterknop] half in om naar de opnamemodus terug te gaan.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Gebruik de navigatieknoppen om naar een optie of
menu te scrollen.
• Druk op [ ] of [ ] om omhoog of omlaag te gaan.
• Druk op [
] of [ ] om naar links of rechts te gaan.
3
Druk op [ ] om de gemarkeerde keuze te bevestigen.
Basisfuncties
20
Opties selecteren
5
Druk op [ ] of [ ] om naar Witbalans te scrollen en
druk op [
] of [ ].
Fotoformaat
Kwalit.
EV
ISO
Witbalans
Gezichtsdetectie
Scherpstelgebied
Afsl. Terug
6
Druk op [ ] of [ ] om naar een optie voor Witbalans te
scrollen.
Daglicht
Terug Verpl.
7
Druk op [ ].
Voorbeeld: in de modus de witbalans selecteren
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Druk op [ ] of [ ] om naar Programma te scrollen en
druk op [
].
Smart Auto
Programma
DIS
Scène
Film
In deze modus kunt u direct versch.
opnamefuncties instellen.
3
Druk op [ ].
Opname
Geluid
Display
Instellingen
Fotoformaat
Kwalit.
EV
ISO
Witbalans
Gezichtsdetectie
Scherpstelgebied
Afsl.
Wijzigen
4
Druk op [ ] of [ ] om naar Opname te scrollen en
druk op [
] of [ ].
Basisfuncties
21
Display en geluid instellen
Hier vindt u informatie over het aanpassen van de basisinstellingen van het scherm en het geluid.
Het geluid instellen
U kunt instellen of de camera een bepaald geluid laat klinken
wanneer u de camera bedient.
1
Druk in de opname- of afspeelmodus op [ ].
2
Selecteer Geluid Piepjes een optie.
Optie Beschrijving
Uit
De camera geeft geen geluiden weer.
1/2/3
De camera geeft één van drie geluiden, afhankelijk
van de optie die u selecteert.
Het type weergave wijzigen
Selecteer een type display voor de opname- of afspeelmodus.
Elk type geeft verschillende opname- en afspeelgegevens weer.
Druk meerdere keren op [ ] om het type display te
wijzigen.
Alle fotografische
gegevens weergeven.
Modi Keuzes voor type display
Opname
• Alle opname-informatie weergeven
• Opname-informatie verbergen, behalve het aantal
resterende foto's (of de resterende opnametijd) en
het batterijpictogram
Afspelen
• Alle informatie over de huidige foto weergeven
• Alle informatie over de huidige foto verbergen
• Informatie over de huidige foto verbergen, behalve
de opname-instellingen en de vastgelegde datum
Basisfuncties
22
Foto's maken
Hier vindt u informatie over basishandelingen om in de modus Smart Auto snel en eenvoudig foto's te maken.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Druk op [ ] of [ ] om naar Smart Auto te scrollen
en druk vervolgens op [
].
Smart Auto
Programma
DIS
Scène
Film
Deze modus herkent de scène
automatisch.
3
Plaats het onderwerp in het kader.
4
Druk de [sluiterknop] half in om scherp te stellen.
• Een groen kader betekent dat het onderwerp scherp in beeld
is.
• Een rood kader betekent dat het onderwerp niet scherp in
beeld is.
5
Druk de [sluiterknop] volledig in om een foto te maken.
Zie pagina 24 voor tips om betere foto's te maken.
Basisfuncties
23
Foto's maken
Digitale zoom
Als de zoomindicator zich in het digitale bereik bevindt, gebruikt
de camera de digitale zoomfunctie. De beeldkwaliteit kan bij het
gebruik van digitale zoom achteruitgaan.
Digitaal bereik
Optisch bereik
Zoomindicator
• De digitale zoomfunctie is niet beschikbaar voor de opties voor
Gezichtsdetectie en de optie Tracking AF.
• Als u een foto maakt met digitale zoom, kan de fotokwaliteit minder
worden.
Zoomen
U kunt close-upfoto's maken door in te zoomen. De camera heeft
5X optische zoom en 3X digitale zoom. Door beide te gebruiken,
kunt u tot 15 keer inzoomen.
Druk [Zoomknop] naar rechts om op het onderwerp in te
zoomen. Druk [Zoomknop] naar links om uit te zoomen.
Uitzoomen
Inzoomen
Zoomverhouding
• De zoomfunctie is niet beschikbaar als de focus is ingesteld op Macro
• De zoomverhouding die op het scherm wordt weergegeven,
verandert niet-lineair en kan licht afwijken van de werkelijke
zoomverhouding.
Basisfuncties
24
Tips om betere foto's te maken
De camera op de juiste manier vasthouden
Controleer of er niets
voor de lens zit.
De sluiterknop half indrukken
Druk de [sluiterknop] half in en pas
de scherpstelling aan. De camera
past de scherpstellingen en belichting
automatisch aan.
De camera stelt de
diafragmawaarde en sluitersnelheid
automatisch in.
Scherpstelkader
• Druk de [sluiterknop] volledig
in om een foto te maken als het
scherpstelkader groen is.
• Pas de compositie aan en druk de
[sluiterknop] nogmaals half in als
het scherpstelkader rood is.
Bewegingsonscherpte verminderen
• Selecteer de modus om
bewegingsonscherpte digitaal te verminderen.
(pag. 30)
Als wordt weergegeven
Bewegingsonscherpte
Zorg dat bij opnamen in het donker de flitser niet op
Langz sync of Uit staat ingesteld. Het diafragma blijft dan langer
open, waardoor het moeilijker is om de camera stil te houden.
• Gebruik een statief of stel de flitser in op Invulflits. (pag. 41)
• Pas de ISO-waarde aan. (pag. 42)
Basisfuncties
25
Voorkomen dat het onderwerp niet scherp is
In de volgende gevallen kan het moeilijk zijn om op het onderwerp
scherp te stellen:
-
er is weinig contrast tussen het onderwerp en de achtergrond
(bijvoorbeeld wanneer het onderwerp kleding draagt die ongeveer dezelfde
kleur heeft als de achtergrond)
- de lichtbron achter het onderwerp is te fel
- het onderwerp glanst of weerkaatst licht
- het onderwerp heeft horizontale patronen, zoals bij jaloezieën het geval is
- het onderwerp bevindt zich niet in het midden van het kader
Gebruik de scherpstelvergrendeling
Druk de [sluiterknop] half in om scherp te stellen. Wanneer
het onderwerp scherp in beeld is, kunt u het kader
verschuiven om de compositie aan te passen. Druk wanneer
u klaar bent de [sluiterknop] volledig in om een foto te
maken.
• Als u foto's maakt bij weinig licht
Schakel de flitser in.
(pag. 41)
• Als onderwerpen snel bewegen
Gebruik de functie
voor continuopnamen
of bewegingsdetectie.
(pag. 52)
De modus Smart Auto gebruiken
………27
De modus Programma gebruiken
…… 29
De modus DIS gebruiken
……………… 30
De modus Scène gebruiken
……………… 31
De modus Beautyshot gebruiken
………… 31
De kadergids gebruiken
………………… 32
De Nachtmodus gebruiken
……………… 33
Een video opnemen
…………………… 34
Spraakmemo's opnemen
………………… 36
Een spraakmemo opnemen
……………… 36
Een spraakmemo aan een foto toevoegen
36
Uitgebreide functies
Hier vindt u informatie over hoe u foto's maakt door een modus
te selecteren en hoe u video's en spraakmemo's opneemt.
Uitgebreide functies
27
De modus Smart Auto gebruiken
In deze modus kiest de camera automatisch camera-instellingen die bij het gedetecteerde type scène passen. De modus Smart Auto is
handig als u niet bekend bent met de camera-instellingen voor de diverse scènes.
Pictogram Beschrijving
Verschijnt bij foto's van landschappen met tegenlicht.
Verschijnt bij portretfoto's met tegenlicht.
Verschijnt bij portretfoto's.
Verschijnt bij close-upfoto's van objecten.
Verschijnt bij close-upfoto's van tekst.
Verschijnt bij foto's van zonsondergangen.
Verschijnt bij foto's van heldere luchten.
Verschijnt bij foto's van beboste gebieden.
Verschijnt bij close-upfoto's van kleurrijke
onderwerpen.
Verschijnt wanneer de camera stabiel staat
(bijvoorbeeld op een statief) en het onderwerp enige
tijd niet beweegt. Alleen beschikbaar wanneer u
foto’s in het donker maakt.
Verschijnt bij foto's van actief bewegende
onderwerpen.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Kies Smart Auto.
3
Plaats het onderwerp in het kader.
• De camera selecteert automatisch een scène. Het pictogram
voor de desbetreffende modus wordt linksboven in het
scherm weergegeven. De pictogrammen worden hieronder
weergegeven.
Pictogram Beschrijving
Verschijnt bij foto's van landschappen.
Verschijnt bij foto's met een heldere witte
achtergrond.
Verschijnt bij nachtfoto's van landschappen. (Alleen
beschikbaar wanneer de flitser uitstaat.)
Verschijnt bij nachtelijke portretfoto's.
Uitgebreide functies
28
De modus Smart Auto gebruiken
4
Druk de [sluiterknop] half in om scherp te stellen.
5
Druk de [sluiterknop] volledig in om een foto te maken.
• Als de camera geen scènemodus herkent, wordt weergegeven
en gebruikt de camera de standaardinstellingen.
• Ook als er een gezicht wordt gedetecteerd, is het mogelijk dat de
camera geen portretmodus selecteert. Dit hangt af van de positie van
het onderwerp en de lichtval.
• Door verscheidene opnameomstandigheden kan het gebeuren dat
de camera de juiste scène niet kan selecteren, bijvoorbeeld door het
trillen van de camera, de lichtval en de afstand tot het onderwerp.
• Zelfs als u een statief gebruikt, kan het voorkomen dat de camera
de modus
niet detecteert, afhankelijk van de beweging van het
onderwerp.
• In de modus
gebruikt de camera meer batterijspanning
omdat de instellingen regelmatig worden gewijzigd op basis van de
geselecteerde scènes.
Uitgebreide functies
29
De modus Programma gebruiken
In de modus Programma kunt u diverse opties instellen, met uitzondering van de sluitertijd en het diafragma, die automatisch worden
ingesteld.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Programma.
3
Stel opties in.
(Zie voor een lijst met opties “Opname-instellingen” op
pagina 37.)
4
Plaats het onderwerp in het kader en druk de
[sluiterknop] half in om scherp te stellen.
5
Druk de [sluiterknop] volledig in om een foto te maken.
Uitgebreide functies
30
De modus DIS gebruiken
Voorkom vage foto's als gevolg van bewegingsonscherpte met de functies voor Digitale beeldstabilisatie (DIS).
Vóór correctie Na correctie
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer DIS.
3
Plaats het onderwerp in het kader en druk de
[sluiterknop] half in om scherp te stellen.
4
Druk de [sluiterknop] volledig in om een foto te maken.
• De digitale zoomfunctie werkt in deze modus niet.
• Als het onderwerp snel beweegt, kan de foto onscherp worden.
• De DIS-functie werkt mogelijk niet op een plek met belichting die
helderder is dan een tl-lamp.
Uitgebreide functies
31
De modus Scène gebruiken
Maak een foto met vooraf ingestelde opties voor een specifieke scène.
De modus Beautyshot gebruiken
Maak een foto van iemand met opties om onvolkomenheden in
het gezicht te verbergen.
1
Druk in de opnamemodus op [
].
2
Selecteer Scène Beautyshot.
3
Als u de huidtint van het onderwerp lichter wilt laten
lijken (alleen gezicht), drukt u op [
] en gaat u naar
stap 4. Druk op [
] om onvolkomenheden in het
gezicht te verbergen en ga naar stap 5.
4
Selecteer Opname Gezichtstint een optie.
• Selecteer een hogere instelling om de huidtint lichter te laten
lijken.
Niveau 2
Terug Verpl.
5
Druk op [ ] om onvolkomenheden in het gezicht te
verbergen.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Scène een scène.
Beautyshot
Kaderlijnen
Nacht
Portret
Kinderen
Landschap
Close-up
Deze modus is geschikt om portretfoto's
te maken
• Als u de scènemodus wilt wijzigen, drukt u op [ ] en
kiest u Scène een scène.
• Meer over de modus Beautyshot vindt u in “De modus
Beautyshot gebruiken" op pagina 31.
• Meer over de modus Kadergids vindt u in “De kadergids
gebruiken" op pagina 32.
• Meer over de Nachtmodus vindt u in “De Nachtmodus
gebruiken" op pagina 33.
3
Plaats het onderwerp in het kader en druk de
[sluiterknop] half in om scherp te stellen.
4
Druk de [sluiterknop] volledig in om een foto te maken.
Uitgebreide functies
32
De modus Scène gebruiken
De kadergids gebruiken
Wanneer u iemand anders een foto van u wilt laten maken, kunt
u de compositie bepalen met behulp van de kadergids. De
kaderlijnen helpen degene die een foto van u maakt door het
gedeelte van de vooraf gekadreerde scène te laten zien.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Scène Kaderlijnen.
3
Kadreer het onderwerp en druk [sluiterknop] in.
• Aan de linker- en rechterkant van het beeld verschijnen
doorzichtige lijnen.
Kader annuleren: OK
4
Vraag een andere persoon om een foto te maken.
• Deze persoon kan het onderwerp kadreren met behulp van
de kaderlijnen en vervolgens op [sluiterknop] drukken om de
foto te maken.
5
Druk op [ ] om de kadergids op te heffen.
6
Selecteer Opname Gezichtretouch. een optie.
• Selecteer een hogere instelling om een groter aantal
onvolkomenheden te verbergen.
Niveau 2
Terug Verpl.
7
Plaats het onderwerp in het kader en druk de
[sluiterknop] half in om scherp te stellen.
8
Druk de [sluiterknop] volledig in om een foto te maken.
Als u de modus Beautyshot gebruikt, wordt de scherpstelafstand ingesteld
op Auto macro.
Uitgebreide functies
33
De modus Scène gebruiken
3
Selecteer de diafragmawaarde of sluitersnelheid.
Diafragmawaarde
Sluitertijd
Diafragma
Auto
Auto
Terug Verpl.
4
Selecteer een optie.
• Als u Auto selecteert, stelt de camera het diafragma en de
sluitertijd automatisch in.
5
Plaats het onderwerp in het kader en druk de
[sluiterknop] half in om scherp te stellen.
6
Druk de [sluiterknop] volledig in om een foto te maken.
Gebruik een statief om onscherpe foto's te voorkomen.
De Nachtmodus gebruiken
Gebruik de Nachtmodus om een foto te nemen met
voorgeprogrammeerde opties voor nachtopnamen.
Gebruik een statief om te voorkomen dat de camera beweegt.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Scène Nacht.
3
Plaats het onderwerp in het kader en druk de
[sluiterknop] half in om scherp te stellen.
4
Druk de [sluiterknop] volledig in om een foto te maken.
De belichting aanpassen in de Nachtmodus
In de Nachtmodus kunt u een lange sluitertijd gebruiken om
de sluiter langer open te laten staan. Gebruik een hogere
diafragmawaarde om overbelichting te voorkomen.
1
Druk op [ ].
2
Selecteer Opname Lange sluitert.
Uitgebreide functies
34
Een video opnemen
In de Filmmodus kunt u video's met HD-kwaliteit (High-Definition) opnemen van maximaal 20 minuten (en SD-video's van maximaal 2 uur).
De camera slaat opgenomen video's op als MJPEG-bestanden.
5
Druk op [ ].
6
Selecteer Film Spraak een geluidsoptie.
Optie Beschrijving
Aan: Hiermee kunt u een video met geluid opnemen.
Uit: Hiermee kunt u een video zonder geluid opnemen.
Zoom gedempt: De camera neemt tijdelijk geen geluid
op wanneer u de zoomfunctie gebruikt.
7
Stel naar wens andere opties in.
(Zie voor een lijst met opties “Opname-instellingen” op
pagina 37.)
8
Druk op de [sluiterknop] om de opname te starten.
9
Druk nogmaals op de [sluiterknop] om de opname te
stoppen.
• Sommige geheugenkaarten ondersteunen mogelijk geen opname
met high-definition kwaliteit. Stel in dat geval een lagere resolutie in.
• Geheugenkaarten met een lage schrijfsnelheid ondersteunen geen
video’s met een hoge resolutie of een hoge snelheid. Gebruik
voor het opnemen van video’s met een hoge resolutie of een hoge
snelheid geheugenkaarten met een hogere schrijfsnelheid.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Film.
3
Druk op [ ].
4
Selecteer Film Framesnelheid een framesnelheid
(het aantal frames per seconde).
• Bij een hoger aantal frames doet de actie natuurlijker aan,
maar wordt het bestand ook groter.
De maximale opnamecapaciteit voor één videobestand bedraagt 4 GB.
Wanneer een bestand groter wordt dan 4 GB bij het opnemen van video’s,
wordt het opnemen automatisch gestopt.
Uitgebreide functies
35
Een video opnemen
Stop Pauze
Het opnemen onderbreken
U kunt tijdens het opnemen van een video de opname tijdelijk
onderbreken. Met deze functie kunt u meerdere scènes
opnemen in één video.
Druk op [
] om de opname te onderbreken. Druk nogmaals
om de opname te hervatten.
Uitgebreide functies
36
Spraakmemo's opnemen
Hier vindt u informatie over hoe u een spraakmemo opneemt die u op elk gewenst moment kunt afspelen. U kunt een spraakmemo aan
een foto toevoegen als een korte herinnering aan de opnameomstandigheden.
U bereikt de beste geluidskwaliteit als u op 40 cm afstand van de camera opneemt.
Een spraakmemo aan een foto toevoegen
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname Spraak Memo.
3
Plaats het onderwerp in het kader en neem de foto.
• Begin met het opnemen van de spraakmemo nadat u de foto
hebt genomen.
4
Neem een korte spraakmemo op
(maximaal 10 seconden).
• Druk op de [sluiterknop] om te stoppen met het opnemen
van een spraakmemo voordat de 10 seconden voorbij zijn.
U kunt geen spraakmemo’s aan fotos toevoegen als u doorlopende opties
instelt.
Een spraakmemo opnemen
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname Spraak Opname.
3
Druk op [sluiterknop] om de opname te starten.
• U kunt spraakmemo's van maximaal 10 uur opnemen.
• Druk op [
] om het opnemen te onderbreken of te
hervatten.
Stop Pauze
4
Druk op de [sluiterknop] om te stoppen.
• Druk op [sluiterknop] om een nieuwe spraakmemo op te
nemen.
5
Druk op [ ] om naar de opnamemodus te
schakelen.
Resolutie en beeldkwaliteit selecteren
…… 38
De resolutie selecteren
…………………… 38
De beeldkwaliteit selecteren
……………… 38
De timer gebruiken
………………………… 39
Opnamen in het donker maken
………… 41
Rode ogen voorkomen
…………………… 41
De flitser gebruiken
……………………… 41
De ISO-waarde aanpassen
……………… 42
De scherpstelling aanpassen
………… 43
Macro gebruiken
………………………… 43
Autofocus gebruiken
……………………… 43
Meebewegende autofocus gebruiken
…… 44
Het scherpstelgebied aanpassen
………… 45
Gezichtsdetectie gebruiken
……………46
Gezichten detecteren
…………………… 46
Een zelfportret maken
…………………… 47
Een foto van een lachend gezicht maken
47
Knipperende ogen detecteren
…………… 48
Helderheid en kleur aanpassen
…………… 49
De belichting handmatig aanpassen (EV)
49
Compenseren voor tegenlicht (ACB)
……… 49
De lichtmeetmethode wijzigen
…………… 50
Een instelling voor Witbalans selecteren
50
Serieopnamen
……………………………… 52
Uw foto's mooier maken
………………… 53
Fotostijlen toepassen
………………… 53
Uw foto's aanpassen
…………………… 54
Opname-instellingen
Hier vindt u informatie over de instellingen waarvoor u in de opnamemodus kunt kiezen.
Opname-instellingen
38
Resolutie en beeldkwaliteit selecteren
Hier vindt u informatie over hoe u instellingen voor de resolutie en beeldkwaliteit kunt aanpassen.
Bij het maken van een video
1
Druk in de modus op [ ].
2
Selecteer Film Filmformaat een optie.
Optie Beschrijving
1280 X 720: HD-bestanden voor weergave op een
HDTV.
640 X 480: SD-bestanden voor weergave op een
analoge tv.
320 X 240: Publiceren op een webpagina.
De beeldkwaliteit selecteren
De camera comprimeert de foto's die u maakt en slaat deze
op in JPEG-indeling. Een hogere kwaliteit resulteert in grotere
bestanden.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname Kwalit. een optie.
Optie Beschrijving
Superhoog: Foto's maken met superhoge kwaliteit.
Hoog: Foto's maken met hoge kwaliteit.
Normaal: Foto's maken met normale kwaliteit.
Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties verschillen.
De resolutie selecteren
Als u de resolutie verhoogt, zullen de foto's en video's meer
pixels bevatten en daardoor groter kunnen worden afgedrukt
en weergegeven. Bij een hoge resolutie neemt ook de
bestandsgrootte toe.
Bij het nemen van een foto
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname Fotoformaat een optie.
Optie Beschrijving
4320 X 3240: Afdrukken op A1-formaat.
4000 X 3000: Afdrukken op A1-formaat.
3984 X 2656: Afdrukken op A2-formaat in brede
verhouding. (3:2)
3968 X 2232: Afdrukken op A2-formaat in
panoramaverhouding (16:9) of weergeven op een HDTV.
3264 X 2448: Afdrukken op A3-formaat.
2592 X 1944: Afdrukken op A4-formaat.
2048 X 1536: Afdrukken op A5-formaat.
1024 X 768: Voor e-mailbijlagen.
De afmetingen van het papierformaat in inches zijn bij benadering.
Opname-instellingen
39
De timer gebruiken
Hier vindt u informatie over hoe u de timer instelt om de opname met een vertraging te maken.
3
Druk op de [sluiterknop] om de timer te starten.
• Het AF-hulplampje/timerlampje gaat knipperen en de camera
maakt na de ingestelde tijdsduur automatisch een foto.
• Druk op [ ] of [sluiterknop] om de timer te annuleren.
• Als u opties voor continuopnamen instelt, zijn er geen opties voor de
zelfontspanner beschikbaar.
• Afhankelijk van de optie die u hebt geselecteerd voor
gezichtsdetectie, zijn mogelijk de timerfunctie of bepaalde timeropties
daarvan niet beschikbaar.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
Uit
2
Selecteer een optie.
Optie Beschrijving
Uit: De timer is uitgeschakeld.
10 sec: Over 10 seconden een foto maken.
2 sec: Over 2 seconden een foto maken.
Dubbel: Over 10 seconden een foto maken en twee
seconden later nog een.
Bewegingstimer: Detecteert de beweging van het
onderwerp en maakt vervolgens een foto als het
onderwerp 6 seconden lang niet beweegt. (pag. 40)
Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties verschillen.
Opname-instellingen
40
De timer gebruiken
6
Poseer voor de foto terwijl het AF-hulplampje/
timerlampje knippert.
• Vlak voordat de camera een foto maakt, stopt het AF-
hulplampje/timerlampje met knipperen.
De bewegingstimer werkt mogelijk niet in de volgende omstandigheden:
• U bevindt zich op meer dan 3 meter afstand van de camera
• uw bewegingen zijn niet opvallend genoeg
• er is te veel licht of tegenlicht
De bewegingstimer gebruiken
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer .
3
Druk op de [sluiterknop].
4
Zorg dat u binnen 6 seconden nadat u op de
[sluiterknop] hebt gedrukt voor de camera staat, op
maximaal 3 meter afstand.
5
Maak een beweging, zoals een armzwaai, om de
zelfontspanner te activeren.
• Wanneer de camera u detecteert, begint het AF-hulplampje/
timerlampje snel te knipperen.
Het detectiebereik van de
bewegingstimer
Opname-instellingen
41
Opnamen in het donker maken
Hier vindt u informatie over hoe u 's nachts of bij weinig licht foto's kunt maken.
De flitser gebruiken
Gebruik de flitser wanneer u foto's in het donker maakt of
wanneer u meer licht in de foto's wilt hebben.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
Auto
2
Selecteer een optie.
Optie Beschrijving
Uit:
• Er wordt geen flits gebruikt.
• De camera geeft een waarschuwing weer dat de
camera beweegt (
) wanneer u foto's maakt bij
weinig licht.
Auto: De camera selecteert in de modus een
geschikte flitsinstelling voor de gedetecteerde scène.
Rode ogen voorkomen
Als u in het donker een foto van iemand maakt met gebruik van
de flitser, kan er een rode gloed in de ogen van de persoon
verschijnen. U kunt dit voorkomen door Rode ogen of Anti-rode
ogen te selecteren. Voor de flitseropties, zie 'De flitser gebruiken'.
Opname-instellingen
42
Opnamen in het donker maken
• Flitsopties zijn niet beschikbaar als u doorlopende opties instelt of als
u Zelfportret of Knipperen selecteert.
• Zorg dat uw onderwerp zich binnen de aanbevolen afstand van de
flitser bevindt. (pag. 95)
• Als licht van de flitser wordt gereflecteerd of als er veel stof in de lucht
is, kunnen er kleine vlekjes op de foto komen.
De ISO-waarde aanpassen
De ISO-waarde is een eenheid voor de mate waarin film gevoelig
is voor licht, zoals gedefinieerd door de International Organisation
for Standardisation (ISO). Hoe hoger de ISO-waarde, des te
gevoeliger wordt de camera voor licht. Met een hogere ISO-
waarde kunt u gemakkelijker foto's zonder flits maken.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname ISO een optie.
• Selecteer om een geschikte ISO-waarde te gebruiken op
basis van de helderheid van het onderwerp en de lichtval.
• Hoe hoger de ISO-waarde, des te meer beeldruis kan er optreden.
• Wanneer u Bewegingsopname, wordt de ISO-waarde ingesteld
Auto.
Optie Beschrijving
Anti-rode ogen*:
• Er wordt twee keer geflitst wanneer het onderwerp of
de achtergrond donker is.
• De camera corrigeert rode ogen door middel van
geavanceerde softwarematige analyse van de opname.
Langz sync:
• Er wordt geflitst en de sluiter blijft langer open.
• Selecteer deze optie wanneer u het omgevingslicht
wilt gebruiken om meer details in de achtergrond
zichtbaar te maken.
• Gebruik een statief om te voorkomen dat de foto's
onscherp worden.
• De camera geeft een waarschuwing weer dat de
camera beweegt (
) wanneer u foto's maakt bij
weinig licht.
Invulflits:
• Er wordt altijd een flits geactiveerd.
• De camera past automatisch de intensiteit van het
licht aan.
Rode ogen*:
• Er wordt twee keer geflitst wanneer het onderwerp of
de achtergrond donker is.
• De camera gaat rode ogen tegen.
Auto: Er wordt automatisch een flits afgevuurd wanneer
het onderwerp of de achtergrond donker is.
Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties verschillen.
* Er zit een korte tijd tussen twee afgevuurde flitsen. Beweeg de camera
niet totdat de tweede flits is uitgevoerd.
Opname-instellingen
43
De scherpstelling aanpassen
Informatie over het aanpassen van de scherpstelling van de camera.
Autofocus gebruiken
Om scherpe foto's te maken, selecteert u de scherpsteloptie die
bij de afstand tot het onderwerp past.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
Normaal (AF)
2
Selecteer een optie.
Optie Beschrijving
Normaal (AF): Scherpstellen op een onderwerp dat zich op
een afstand van meer dan 80 cm van de camera bevindt.
Verder dan 100 cm bij het gebruik van de zoomfunctie.
Macro: Scherpstellen op een onderwerp dat zich op
een afstand van 5 - 80 cm van de camera bevindt.
Auto macro: Automatisch scherpstellen op een
onderwerp verder dan 5 cm. Meer dan 100 cm wanneer
de zoom wordt gebruikt.
Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties verschillen.
Macro gebruiken
Gebruik macro om close-upfoto's te maken van onderwerpen
zoals bloemen en insecten. Voor de macro-opties, zie 'Autofocus
gebruiken'.
• Probeer de camera heel stil te houden, om te voorkomen dat de
foto's onscherp worden.
• Schakel de flitser uit als de afstand tot het onderwerp minder dan 40
cm bedraagt.
Opname-instellingen
44
De scherpstelling aanpassen
Meebewegende autofocus gebruiken
Tracking AF maakt het mogelijk een onderwerp te volgen en
scherp te stellen, zelfs terwijl u in beweging bent.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname Scherpstelgebied Tracking
AF.
3
Stel scherp op het onderwerp dat u wilt volgen en druk
op [
].
• Er verschijnt een scherpstelkader rond het onderwerp dat het
onderwerp volgt als u de camera beweegt.
• Een wit kader betekent dat de camera het onderwerp volgt.
• Een groen kader wanneer u de [sluiterknop] half indrukt,
betekent dat het onderwerp scherp in beeld is.
• Als u niet op [ ] drukt, verschijnt het scherpstelkader midden in
het beeld.
• Het volgen van een onderwerp kan in de volgende gevallen mislukken:
- het onderwerp is te klein of verplaatst zich vaak
- er is sprake van tegenlicht of u maakt foto's op een donkere plaats
- kleuren of patronen van het onderwerp komen met de achtergrond
overeen
- de camera trilt erg
• Wanneer een onderwerp niet kan worden gevolgd, wordt het
scherpstelkader weergegeven als een kader met één witte lijn ( ).
• Als de camera het onderwerp niet volgt, moet u het te volgen onderwerp
opnieuw selecteren.
• Als de camera er niet in slaagt om scherp te stellen, wordt het
scherpstelkader weergegeven als kader met één rode lijn (
).
• Als u deze functie gebruikt, is het niet mogelijk om de opties voor
gezichtsdetectie, fotostijlen en zelfontspanner in te stellen.
Opname-instellingen
45
De scherpstelling aanpassen
Het scherpstelgebied aanpassen
U kunt betere foto's krijgen door een scherpstelgebied te kiezen
op basis van de locatie van het onderwerp in de scène.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname Scherpstelgebied een optie.
Optie Beschrijving
Centrum AF: Scherpstellen op het midden. Geschikt
voor onderwerpen die zich in het midden bevinden.
Multi AF: Scherpstelling op een of meer van 9
mogelijke gebieden.
Tracking AF: Scherpstellen op en meebewegen met
het onderwerp. (pag. 44)
Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties verschillen.
Opname-instellingen
46
Gezichtsdetectie gebruiken
Wanneer u de gezichtsdetectiefunctie gebruikt, herkent de camera automatisch menselijke gezichten. Wanneer u op een menselijk gezicht
scherpstelt, past de camera de belichting automatisch aan. Maak snel en eenvoudig foto's met Knipperen om gesloten ogen op de foto te
voorkomen, of met Smile shot om een lachend gezicht vast te leggen.
Gezichten detecteren
De camera kan automatisch maximaal 10 gezichten in een scène
detecteren.
Het dichtstbijzijnde
gezicht wordt in een
wit scherpstelkader
weergegeven, de andere
gezichten in grijze kaders.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname Gezichtsdetectie Normaal.
• Het dichtstbijzijnde gezicht wordt in een wit scherpstelkader
weergegeven, de andere gezichten in grijze kaders.
Hoe dichter u bij het onderwerp bent, hoe sneller de camera gezichten
detecteert.
• Als de camera een of meerdere gezichten herkent, volgt de focus
automatisch de beweging van deze gezichten.
• In sommige scènes is gezichtsdetectie niet beschikbaar.
• Gezichtsdetectie is mogelijk in de volgende gevallen niet effectief:
- het onderwerp bevindt zich te ver van de camera af
(het scherpstelkader kleurt bij Smile shot en Knipperen.)
- het is te licht of te donker
- het onderwerp kijkt niet in de richting van de camera
- het onderwerp draagt een zonnebril of een masker
- het onderwerp heeft tegenlicht of de lichtomstandigheden zijn
veranderlijk
- de gezichtsuitdrukking van het onderwerp verandert drastisch
• Gezichtsdetectie is niet beschikbaar bij het gebruik van Fotostijlkeuze,
een beeldaanpassingsoptie of als Tracking AF wordt gebruikt.
• Gezichtsdetectie is niet beschikbaar bij gebruik van digitale zoom.
• Afhankelijk van de optie die u hebt geselecteerd voor
gezichtsdetectie, zijn mogelijk de timerfunctie of bepaalde timeropties
daarvan niet beschikbaar.
• Afhankelijk van de optie voor gezichtsdetectie die u hebt
geselecteerd, zijn sommige doorlopende opties niet beschikbaar.
• Als opties voor gezichtsdetectie instelt, wordt het AF-gebied
automatisch ingesteld op Multi AF.
Opname-instellingen
47
Gezichtsdetectie gebruiken
Een foto van een lachend gezicht maken
De camera neemt automatisch een foto wanneer er een lachend
gezicht wordt gedetecteerd.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname Gezichtsdetectie Smile shot.
• De camera herkent de lach eerder wanneer het onderwerp
breeduit lacht.
Een zelfportret maken
Maak foto's van uzelf. De camera stelt automatisch de close-
upoptie voor de afstand in en geeft een geluidssignaal weer
wanneer deze klaar is.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname Gezichtsdetectie Zelfportret.
3
Wanneer u een piep hoort, drukt u op de [sluiterknop].
Als u het volume in de geluidsinstellingen uitschakelt, zal de camera geen piepje
laten klinken. (pag. 78)
Opname-instellingen
48
Gezichtsdetectie gebruiken
Knipperende ogen detecteren
Als de camera gesloten ogen detecteert, worden automatisch
twee foto's achtereen genomen.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname Gezichtsdetectie Knipperen.
Opname-instellingen
49
Helderheid en kleur aanpassen
Hier vindt u informatie over hoe u instellingen voor de helderheid en kleur kunt aanpassen om een betere beeldkwaliteit te bereiken.
Compenseren voor tegenlicht (ACB)
Wanneer de lichtbron zich achter het onderwerp bevindt, of als er
een groot contrast is tussen het onderwerp en de achtergrond,
komt het onderwerp waarschijnlijk donker op de foto. Schakel in
dat geval de optie Auto Contrast Balance (ACB) in.
Zonder ACB Met ACB
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname ACB een optie.
Optie Beschrijving
Uit: ACB is uitgeschakeld.
Aan: ACB is ingeschakeld.
De ACB-functie is niet beschikbaar als u doorlopende opties instelt.
De belichting handmatig aanpassen
(EV)
Afhankelijk van de intensiteit van het omgevingslicht kunnen foto's
te licht of te donker uitvallen. U kunt dan de belichting aanpassen
om een beter resultaat te krijgen.
Donkerder (-) Neutraal (0) Helderder (+)
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Select Opname of Film EV.
3
Selecteer een waarde om de belichting aan te passen.
• Nadat u de belichting hebt aangepast, blijft deze instelling van
kracht. Mogelijk moet dit later weer worden bijgesteld om onder- of
overbelichting te voorkomen.
• Als u niet weet wat de juiste belichting zou zijn, selecteert u AEB
(Auto Exposure Bracket). De camera maakt dan drie foto’s achter
elkaar met verschillende belichtingen: normaal, onderbelicht en
overbelicht. (pag. 52)
Opname-instellingen
50
Helderheid en kleur aanpassen
Een instelling voor Witbalans selecteren
De kleuren in een foto zijn afhankelijk van het soort lichtbron en
de kwaliteit daarvan. Als u wilt dat uw foto's realistische kleuren
hebben, selecteert u een passende lichtomstandigheid, zoals
Daglicht, Bewolkt of Kunstlicht.
(Auto witbalans) (Daglicht)
(Bewolkt) (Kunstlicht)
De lichtmeetmethode wijzigen
De lichtmeetmethode is de manier waarop de camera de
hoeveelheid licht meet. De helderheid en belichting van de foto's
varieert met de gekozen lichtmeetmethode.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname of Film L.meting een optie.
Optie Beschrijving
Multi:
• De camera verdeelt het beeld onder in diverse
gebieden en meet de lichtintensiteit in elk gebied.
• Geschikt voor algemene foto's.
Spot:
• De camera meet alleen de lichtintensiteit in het uiterste
midden van het kader.
• Als een onderwerp zich niet midden in het beeld
bevindt, kan de foto verkeerd belicht worden.
• Geschikt voor een onderwerp met tegenlicht.
Centr. gewogen:
• De camera bepaalt een gemiddelde voor de
lichtmeting van het gehele beeld, maar met nadruk op
het midden.
• Geschikt voor foto's waarbij het onderwerp zich in het
midden van het beeld bevindt.
Opname-instellingen
51
Helderheid en kleur aanpassen
Uw eigen witbalansinstelling configureren
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname of Film Witbalans
Aangep. instelling.
3
Richt de lens op een wit stuk papier.
4
Druk op de [sluiterknop].
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname of Film Witbalans een optie.
Pictogram Beschrijving
Auto witbalans: Automatisch de witbalans instellen
op basis van de lichtomstandigheden.
Daglicht: Selecteer deze optie voor buitenfoto's op
een zonnige dag.
Bewolkt: Selecteer deze optie voor buitenfoto's op
een bewolkte dag of in de schaduw.
TL-licht H: Selecteer deze optie voor foto's bij
daglichtlampen of drie-wegfluorescentielampen.
TL-licht L: Selecteer deze optie voor foto's bij wit
TL-licht.
Kunstlicht: Selecteer deze optie wanneer u
binnenfoto's maakt bij licht van gloeilampen of
halogeenlampen.
Aangep. instelling: Instellingen voor de witbalans
gebruiken die u hebt ingesteld. (Zie de procedure
rechts.)
Opname-instellingen
52
Serieopnamen
Het kan soms moeilijk zijn om foto's van snelbewegende onderwerpen te maken en om de natuurlijke gezichtsuitdrukkingen en gebaren van uw
onderwerpen op de foto vast te leggen. Selecteer in dergelijke gevallen een van de modi voor serieopnamen om snel meerdere foto's te nemen.
• U kunt de flitser, timer en ABC alleen gebruiken wanneer u
1 opname selecteert.
• Wanneer u Bewegingsopname selecteert, wordt de resolutie
ingesteld op VGA en de ISO-waarde op Auto.
• Afhankelijk van de optie voor gezichtsdetectie die u hebt
geselecteerd, zijn sommige doorlopende opties niet
beschikbaar.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname Snelheid een optie.
Optie Beschrijving
1 opname: Één foto maken.
Continu:
• Terwijl u [sluiterknop] ingedrukt houdt, blijft de
camera achter elkaar foto's maken.
• Het maximumaantal foto's is afhankelijk van de
capaciteit van de geheugenkaart.
Bewegingsopname:
• Terwijl u [sluiterknop] ingedrukt houdt, maakt de
camera foto's van
-foto's (5 foto's per seconde;
maximaal 30 foto's).
AEB:
• Hiermee maakt u 3 foto's met een verschillende
belichting: normaal, onderbelicht en overbelicht.
• Gebruik een statief om onscherpe foto's te
voorkomen.
Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties verschillen.
Opname-instellingen
53
Uw foto's mooier maken
Hier vindt u informatie over hoe u uw foto's mooier kunt maken door fotostijlen en tinten toe te passen en door aanpassingen te doen.
Uw eigen RGB-tint definiëren
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname of Film Fotostijlkeuze
Aangep. RGB.
3
Selecteer een kleur (R: rood, G: groen, B: blauw).
Terug Verpl.
4
Pas de mate van de geselecteerde kleur aan.
(-: minder of +: meer)
Fotostijlen toepassen
Pas verschillende stijlen op uw foto's toe, zoals Zacht, Helder of
Bos.
Zacht Helder Bos
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname of Film Fotostijlkeuze een
optie.
• Selecteer Aangep. RGB om uw eigen RGB-tint te definiëren.
Als u deze functie gebruikt, is het niet mogelijk om de opties voor
gezichtsdetectie en beeldaanpassingsopties in te stellen.
Opname-instellingen
54
Uw foto's mooier maken
Verzadiging optie Beschrijving
-
Verminder de kleurverzadiging.
+
Verhoog de kleurverzadiging.
• Selecteer 0 als u geen effect wilt toepassen (geschikt voor
afdrukken).
• Als u een optie voor Beeldaanpassing selecteert, is de functie
Fotostijlkeuze niet beschikbaar.
Uw foto's aanpassen
Pas het contrast, de scherpte en de kleurverzadiging van uw
foto's aan.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname Beeld aanpassen.
3
Selecteer een aanpassingsoptie.
• Contrast
• Scherpte
• Kleurverz
4
Selecteer een waarde om het geselecteerde onderdeel
aan te passen.
Contrast optie Beschrijving
-
Verminder kleuren en helderheid.
+
Verhoog kleuren en helderheid.
Scherpte optie Beschrijving
-
De randen van uw foto's verzachten.
Geschikt voor het bewerken van foto's op
uw computer.
+
Verscherp randen om de foto duidelijker te
maken. Hierdoor kan ook de beeldruis in de
foto's toenemen.
Weergeven
………………………………56
De weergavemodus starten
…………… 56
Foto's weergeven
……………………… 60
Een video afspelen
…………………… 62
Spraakmemo's afspelen
……………… 63
Een foto bewerken
………………………64
Het formaat van foto's aanpassen
…… 64
Een foto draaien
………………………… 64
Fotostijlen toepassen
………………… 65
Belichtingsproblemen corrigeren
………… 66
Een afdrukbestelling maken (DPOF)
……… 67
Bestanden op een tv weergeven
……68
Bestanden naar een Windows-computer
overbrengen
………………………………… 69
Bestanden overbrengen met behulp
van Intelli-studio
…………………………… 70
Bestanden overbrengen door de camera
als een verwisselbare schijf aan te sluiten
72
De camera loskoppelen (Windows XP)
…… 73
Bestanden naar een Mac-computer
overbrengen
………………………………… 74
Foto's met een PictBridge-fotoprinter
afdrukken
…………………………………… 75
Weergeven en bewerken
Hier vindt u informatie over hoe u foto's, video's en spraakmemo's kunt weergeven of afspelen en hoe
u foto's en video's kunt bewerken. Ook leest u hier hoe u de camera op een computer, fotoprinter of
televisie aansluit.
Weergeven en bewerken
56
Weergeven
Hier vindt u informatie over hoe u foto's, video's en spraakmemo's kunt weergeven of afspelen en hoe u bestanden beheert.
Het scherm in de afspeelmodus
Informatie
Pictogram Beschrijving
Foto heeft een spraakmemo
Afdrukbestelling ingesteld (DPOF)
Beveiligd bestand
Mapnaam – Bestandsnaam
Druk op [ ] om de bestandsinformatie op het scherm weer te laten geven.
De weergavemodus starten
Bekijk foto's en video's en beluister spraakmemo's die in de
camera zijn opgeslagen.
1
Druk op [ ].
• De inhoud van het laatst opgeslagen bestand wordt
weergegeven.
• Als de camera uit staat, wordt deze ingeschakeld en wordt
het meest recente bestand weergegeven.
2
Druk op [ ] of [ ] om door de bestanden te bladeren.
• Houd de knop ingedrukt om snel door de bestanden te bladeren.
U kunt bestanden die zijn opgenomen met andere camera’s, mogelijk
niet bewerken of afspelen, wegens niet-ondersteunde formaten
(afbeeldingsformaat, enzovoort) of codecs. Gebruik een computer of ander
apparaat om deze bestanden te bewerken of af te spelen.
Weergeven en bewerken
57
Weergeven
Bestanden op categorie bekijken in Smart Album
Bekijk en beheer bestanden op categorie, zoals datum, week of
bestandstype.
1
Draai in de afspeelmodus de [Zoomknop] naar links.
2
Druk op [ ].
3
Selecteer een categorie.
Type
Datum
Kleur
Week
Terug Instellen
Optie Beschrijving
Type
Bekijk bestanden gesorteerd op bestandstype.
Datum
Bestanden weergeven op volgorde van opslagdatum.
Kleur
Hiermee worden bestanden gesorteerd op de
dominante kleur in het beeld weergegeven.
Week
Hiermee worden bestanden weergegeven op volgorde
van de weekdag waarop ze zijn opgeslagen.
Videobestandsinformatie
Afspelen Vastleggen
Pictogram Beschrijving
Videobestand
Lengte van de video
Weergeven en bewerken
58
Weergeven
Bestanden als miniatuur weergeven
Bekijk vlug miniaturen van bestanden.
Draai in de afspeelmodus de [Zoomknop] naar
links om 9 of 20 miniaturen weer te geven (draai
de [Zoomknop] naar rechts om naar de vorige
modus terug te keren)
Filter
Functie Actie
Door bestanden scrollen
Druk op [ ], [ ], [ ] of [ ].
Bestanden wissen
Druk op [ ] en selecteer vervolgens Ja.
• Wanneer u Kleur selecteert, wordt Etc weergegeven als er
geen kleur is opgehaald.
• Het kan enige tijd duren voordat Smart Album op de camera is
geopend of de categorie is gewijzigd en de bestanden opnieuw
zijn geordend.
4
Druk op [ ] of [ ] om door de bestanden te bladeren.
• Houd de knop ingedrukt om snel door de bestanden te
bladeren.
5
Druk op [ ] om terug te keren naar de normale
weergave.
Weergeven en bewerken
59
Weergeven
Bestanden wissen
Verwijder afzonderlijke bestanden of alle bestanden tegelijk.
Beveiligde bestanden kunnen niet worden verwijderd.
Afzonderlijke bestanden wissen,
1
Selecteer in de weergavemodus een bestand en druk
op [
].
2
Selecteer Ja om het bestand te wissen.
Meerdere bestanden tegelijk wissen,
1
Druk in de weergavemodus op [ ].
2
Selecteer Meer wissen.
3
Selecteer de bestanden die u wilt wissen en druk op
[
].
• Druk nogmaals op [ ] om uw selectie ongedaan te maken.
4
Druk op [ ].
5
Selecteer Ja.
Bestanden beveiligen
Beveilig uw bestanden om te voorkomen dat ze per ongeluk
worden gewist.
1
Druk in de weergavemodus op [ ].
2
Selecteer Bestandopties Beveiligen Select..
3
Als u alle bestanden wilt beveiligen, selecteert u Alles
Vergrendel.
4
Als u één bestand wilt beveiligen, selecteert u het
desbetreffende bestand en drukt u op [
].
• Druk nogmaals op [ ] om uw selectie ongedaan te maken.
Select. Instellen
Pictogram Beveiligd bestand
5
Herhaal stap 4 om aanvullende bestanden afzonderlijk
te beveiligen.
6
Druk op [ ].
U kunt een beveiligd bestand niet verwijderen of draaien.
Weergeven en bewerken
60
Weergeven
Foto's weergeven
Inzoomen op een deel van een foto of foto's als diavoorstelling
bekijken.
Een foto vergroten
Draai in de Weergavemodus de
[Zoomknop]
naar rechts om een foto te vergroten (draai
de
[Zoomknop]
naar links om een foto te
verkleinen).
Boven aan het scherm worden het vergrote gedeelte en de zoomverhouding
weergegeven. De maximale zoomverhouding kan per resolutie verschillen.
Bijsnijden
Functie Actie
Het vergrote gebied
verplaatsen
Druk op [ ], [ ], [ ] of [ ].
De vergrote foto
bijsnijden
Druk op [ ] en kies Ja. (De bijgesneden
foto wordt als nieuw bestand opgeslagen.).
Alle bestanden wissen,
1
Druk in de weergavemodus op [ ].
2
Selecteer Bestandopties Wissen Alles Ja.
• Alle niet-beveiligde bestanden worden verwijderd.
Bestanden naar de geheugenkaart kopiëren
U kunt bestanden van het interne geheugen naar een
geheugenkaart kopiëren.
1
Druk in de weergavemodus op [
].
2
Selecteer Bestandsopties Kopie.
3
Selecteer Ja om bestanden te kopiëren.
Weergeven en bewerken
61
Weergeven
4
Stel een effect voor de diavoorstelling in.
5
Selecteer Starten Afspelen.
• Als u de diavoorstelling continu wilt herhalen, selecteert u
Herhalen.
• Druk op [
] om de diavoorstelling te pauzeren of te
hervatten.
Als u de diavertoning wilt stoppen en terug wilt naar de Weergavemodus,
drukt u op [
] en vervolgens op [ ] of [ ].
Een diavertoning starten
U kunt de diavoorstelling van geluid en effecten voorzien.
1
Druk in de weergavemodus op [ ].
2
Selecteer Diashow.
3
Selecteer een effect voor de diavoorstelling.
• Ga naar stap 4 als u een diavoorstelling zonder effecten wilt.
Optie Beschrijving
Starten
Instellen of de diashow wordt herhaald.
(Afspelen, Herhalen)
Foto's
Kies de foto's die u in een diavoorstelling wilt
weergeven.
• Alles: Alle foto's in een diavoorstelling weergeven.
• Datum: Alle foto's van een specifieke datum in een
diavoorstelling weergeven.
• Select.: Geselecteerde foto's in een diavoorstelling
weergeven.
Interval
• Het interval tussen foto's instellen.
• Deze optie is beschikbaar wanneer u Effect instelt
op Uit. Zie hieronder.
Muziek
Achtergrondmuziek selecteren.
Effect
• Selecteer een overgangseffect.
• Selecteer Uit voor geen effecten.
Weergeven en bewerken
62
Weergeven
Een video tijdens het afspelen bijsnijden
1
Druk op [ ] op het punt waar u de nieuwe videoclip
wilt laten beginnen en draai de [Zoomknop] naar rechts.
2
Druk op [ ] om het afspelen te hervatten.
3
Druk op [ ] op het punt waar u de nieuwe videoclip
wilt laten eindigen en draai de [Zoomknop] naar rechts.
4
Selecteer Ja.
• De oorspronkelijke video moet ten minste 10 seconden lang zijn.
• De camera slaat het bewerkte bestand op als een nieuw bestand.
Een beeld tijdens het afspelen afzonderlijk opslaan
1
Druk op [ ] op het punt waarop u een foto wilt
opslaan.
2
Druk op [ ].
Afzonderlijke beelden hebben dezelfde resolutie als de video waar ze uit zijn
gehaald en worden als nieuw bestand opgeslagen.
Een video afspelen
U kunt video's afspelen, afzonderlijke beelden uit video's opslaan
en video's bijsnijden.
1
Selecteer in de weergavemodus een video en druk op
[
].
Pauze
2
Gebruik de volgende knoppen voor de bediening:
Druk op Functie
[
]
Terugspoelen.
[ ]
Het afspelen onderbreken of hervatten.
[ ]
Vooruitspoelen.
[Zoomknop] naar links
of rechts
Het volume instellen.
Weergeven en bewerken
63
Weergeven
Spraakmemo's afspelen
Een spraakmemo afspelen
1
Selecteer in de weergavemodus een spraakmemo en
druk op [
].
2
Gebruik de volgende knoppen voor de bediening.
Druk op Functie
[
]
Terugspoelen.
[ ]
Het afspelen onderbreken of hervatten.
[ ]
Vooruitspoelen.
[ ]
Het afspelen stoppen.
[Zoomknop] naar links
of rechts
Het volume instellen.
Een spraakmemo aan een foto toevoegen
1
Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op
[
].
2
Selecteer Bestandopties Spraakmemo Aan.
3
Druk op de [sluiterknop] om een korte spraakmemo op
te nemen (maximaal 10 seconden).
• Druk op de [sluiterknop] om de opname van de
spraakmemo te stoppen.
U kunt geen spraakmemo toevoegen aan beveiligde bestanden.
Een aan een foto toegevoegde spraakmemo afspelen
Selecteer in de weergavemodus een foto met een
spraakmemo en druk op [
].
•Druk op [ ] als u het afspelen wilt onderbreken of hervatten.
Weergeven en bewerken
64
Een foto bewerken
Bewerk foto's door ze te draaien, in grootte aan te passen, rode ogen te verwijderen en de helderheid, het contrast en de kleurverzadiging
aan te passen.
De camera slaat bewerkte foto's op als nieuwe bestanden.
Een foto draaien
1
Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op
[
].
2
Selecteer Wijzigen Draaien een optie.
Terug
Rechts 90 gr.
Verpl.
De gedraaide foto wordt als hetzelfde bestand opgeslagen, niet als een
nieuw bestand.
Het formaat van foto's aanpassen
1
Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op
[
].
2
Selecteer Wijzigen Res.wijz een optie.
•
Selecteer om de foto als beginafbeelding op te slaan.
(pag. 78)
Terug
2048 X 1536
Verpl.
De beschikbare opties verschillen, afhankelijk van de grootte van de
geselecteerde foto.
Weergeven en bewerken
65
Een foto bewerken
Uw eigen RGB-tint definiëren
1
Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op
[
].
2
Selecteer Wijzigen Fotostijlkeuze Aangep. RGB.
3
Selecteer een kleur (R: rood, G: groen, B: blauw).
Terug Verpl.
4
Pas de mate van de geselecteerde kleur aan.
(-: minder of +: meer)
Fotostijlen toepassen
Pas verschillende stijlen op de foto toe, zoals Zacht, Helder of
Bos.
Zacht Helder Bos
1
Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op
[
].
2
Selecteer Wijzigen Fotostijlkeuze een optie.
• Selecteer Aangep. RGB om uw eigen RGB-tint te definiëren.
Terug
Zacht
Verpl.
Weergeven en bewerken
66
Een foto bewerken
Belichtingsproblemen corrigeren
U kunt ACB (automatische contrastbalans), helderheid, contrast
en kleurverzadiging aanpassen, rode ogen wegwerken,
imperfecties in het gezicht verbergen of ruis toevoegen aan de
foto.
De ACB (automatische contrastverbetering) aanpassen
1
Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op
[
].
2
Selecteer Wijzigen Beeld aanpassen ACB.
Rode ogen verwijderen
1
Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op
[
].
2
Selecteer Wijzigen Beeld aanpassen Anti-rode
ogen.
Imperfecties in het gezicht verbergen
1
Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op
[
].
2
Selecteer Wijzigen Beeld aanpassen
Gezichtretouch..
3
Selecteer een niveau.
• Het gezicht wordt egaler naarmate u het nummer verhoogt.
Aanpassen van helderheid/contrast/verzadiging
1
Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op
[
].
2
Selecteer Wijzigen Beeld aanpassen.
3
Selecteer een aanpassingsoptie.
Pictogram Beschrijving
Helderheid
Contrast
Kleurverz
4
Selecteer een waarde om het geselecteerde onderdeel
aan te passen.
(-: minder of +: meer)
Korrel aan de foto toevoegen
1
Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op
[
].
2
Selecteer Wijzigen Beeld aanpassen Ruis
toevoegen.
Weergeven en bewerken
67
Een foto bewerken
4
Druk op [ ].
5
Selecteer Bestandopties DPOF Formaat een
optie.
Optie Beschrijving
Select.
Het afdrukformaat van de geselecteerde foto
opgeven.
Alles
Het afdrukformaat van alle foto's opgeven.
Reset
De fabrieksinstellingen worden teruggezet.
6
Als u Select. selecteert, scrollt u naar een foto en
drukt u de [Zoomknop] naar links of rechts om het
afdrukformaat te selecteren. Herhaal dit voor alle
gewenste foto's en druk op [
].
• Als u Alles selecteert, drukt u op [ ] of [ ] om het
afdrukformaat te selecteren en drukt u vervolgens op [
].
Foto's afdrukken als miniaturen
1
Druk in de weergavemodus op [ ].
2
Selecteer Bestandopties DPOF Index Ja.
Als u het afdrukformaat opgeeft, kunt u alleen foto's afdrukken met DPOF
1.1-compatibele printers.
Een afdrukbestelling maken (DPOF)
Selecteer foto's om af te drukken en stel opties in zoals het aantal
afdrukken en het papierformaat.
• U kunt de geheugenkaart meenemen naar een printshop die DPOF
(Digital Print Order Format) ondersteunt, maar u kunt ook uw foto's
thuis rechtstreeks op een DPOF-compatibele printer afdrukken.
• Brede foto's worden mogelijk met verlies van de linker- en rechterkant
afgedrukt, dus houd rekening met de afmetingen van de foto's.
1
Druk in de weergavemodus op [ ].
2
Selecteer Bestandopties DPOF Standaard
een optie.
Optie Beschrijving
Select.
De geselecteerde foto's afdrukken.
Alles
Hiermee drukt u alle foto's af.
Reset
De fabrieksinstellingen worden teruggezet.
3
Als u Select. selecteert, bladert u naar een foto en draait
u de [Zoomknop] naar links of rechts om het aantal
exemplaren te selecteren. Herhaal dit voor alle gewenste
foto's en druk op [
].
• Als u Alles selecteert, drukt u op [ ] of [ ] om het aantal
exemplaren te selecteren en drukt u vervolgens op [
].
Weergeven en bewerken
68
Bestanden op een tv weergeven
U kunt foto's of video's bekijken door de camera met de bijgeleverde A/V-kabel op een tv aan te sluiten.
• Bij bepaalde televisies kan er digitale ruis optreden of kan het
gebeuren dat het beeld niet geheel wordt weergegeven.
• Afhankelijk van de televisie-instellingen kan het voorkomen dat de
beelden niet gecentreerd op het scherm worden weergegeven.
• Terwijl de camera op de televisie is aangesloten, kunt u gewoon
foto's en video's maken.
1
Druk in de opname- of afspeelmodus op [ ].
2
Selecteer Instellingen Video.
3
Selecteer een video-uitvoersignaal voor uw land of regio.
(Zie "Video" op pagina 80.)
4
Schakel de camera en de televisie uit.
5
Sluit de camera met behulp van de A/V-kabel op de
televisie aan.
Video Audio
6
Schakel de televisie in en selecteer de video-
uitvoermodus met de afstandsbediening van de televisie.
7
Schakel de camera in en druk op [ ].
8
Bekijk foto's of speel video's af met behulp van de
knoppen op de camera.
Weergeven en bewerken
69
Bestanden naar een Windows-computer overbrengen
U kunt bestanden overbrengen door de camera op een Windows-computer aan te sluiten.
• De vereisten zijn slechts aanbevelingen. Het werkt mogelijk niet
correct wanneer de computer voldoet aan de vereisten, afhankelijk
van de toestand van de computer.
• Als uw computer niet aan de vereisten voldoet, worden video's
mogelijk niet naar behoren afgespeeld of duurt het langer om video's
te bewerken.
• Installeer DirectX 9.0c of een nieuwere versie alvorens het
programma te gebruiken.
• Windows XP, Windows Vista of Windows 7 moet worden uitgevoerd
op uw computer als u de camera wilt aansluiten als verwisselbare
schijf.
Het gebruik van een zelfgemonteerde pc of een niet-ondersteunde pc en
besturingssysteem kan leiden tot het vervallen van uw garantie.
Vereisten
Onderdeel Vereisten
Processor
Intel
®
Pentium
®
4 3,2 GHz of hoger/
AMD Athlon™ FX 2,6 GHz of hoger
RAM
Minimaal 512 MB RAM
(1 GB of meer aanbevolen)
Besturingssysteem
Windows XP SP2/Vista/7
Harde schijf
capaciteit
250 MB of meer (1 GB of meer aanbevolen)
Overig
• 1.024 x 768 pixels, monitor met
ondersteuning voor 16-bits kleuren (1.280
x 1.024 pixels, ondersteuning voor 32-bits
kleuren aanbevolen)
• USB 2.0-poort
• nVIDIA Geforce 7600GT of hoger/ATI X1600-
serie of hoger
• Microsoft DirectX 9.0c of hoger
* Intelli-studio wordt geïnstalleerd als 32-bit besturingsprogramma op 64-bit
edities van Windows XP, Windows Vista en Windows 7.
Weergeven en bewerken
70
Bestanden naar een Windows-computer overbrengen
Bestanden overbrengen met behulp van
Intelli-studio
U kunt Intelli-studio downloaden van de gekoppelde webpagina
en het op uw computer installeren. Wanneer u de camera aansluit
op een computer waarop Intelli-studio is geïnstalleerd, start het
programma automatisch.
1
Druk in de opname- of weergavemodus op [MENU].
2
Selecteer Instellingen Pc-software Aan.
3
Schakel de camera uit.
4
Sluit de camera met de USB-kabel op de pc aan.
U moet het kleine uiteinde van de USB-kabel aansluiten op uw camera. Als
u de kabel omgekeerd aansluit, kunnen de bestanden beschadigen. De
fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens.
Terwijl de camera met de USB-kabel op de computer is aangesloten, wordt
de batterij opgeladen.
5
Zet de camera aan.
• Als het pop-upvenster voor de installatie van Intelli-studio op
het computerscherm verschijnt, volgt u de instructies op het
scherm om de installatie te voltooien.
• Nadat Intelli-studio op uw computer is geïnstalleerd, herkent
de computer de camera en start Intelli-studio automatisch.
Als u de USB-optie instelt op Selecteer een modus (Modus kiezen),
selecteert u Computer in het pop-upvenster.
6
Selecteer een map op de computer waarin u nieuwe
bestanden wilt opslaan.
• Nieuwe bestanden die worden opgeslagen op de camera,
worden automatisch overgedragen naar de geselecteerde
map.
• Als de camera geen nieuwe bestanden bevat, zal het
pop-upvenster voor het opslaan van nieuwe bestanden niet
verschijnen.
7
Selecteer Ja.
• Nieuwe bestanden worden automatisch naar de computer
overgebracht.
Voor Windows Vista en Windows 7: selecteer Run iLinker.exe in het venster
voor automatisch starten om Intelli-studio te starten. Als Run iLinker.exe niet
wordt weergegeven op de computer, klikt u op
Computer Intelli-
studio. Volg hierna de aanwijzingen op het scherm om de installatie van
Intelli-studio te voltooien.
Weergeven en bewerken
71
Bestanden naar een Windows-computer overbrengen
Intelli-studio gebruiken
Met Intelli-Studio kunt u bestanden afspelen en bewerken. Selecteer Help Help in de werkbalk van het programma voor meer
informatie.
• Bestanden kunnen niet in de camera worden bewerkt. Breng bestanden naar een map op de computer over om ze te bewerken.
• Intelli-studio ondersteunt de volgende bestandstypen:
- Video's: MP4 (Video: H.264, Audio: AAC), WMV (WMV 7/8/9), AVI (MJPEG)
- Foto's: JPG, GIF, BMP, PNG, TIFF
7
3 4 5
6
9
14
15
11
10
2 1
8
13
12
Weergeven en bewerken
72
Bestanden naar een Windows-computer overbrengen
Bestanden overbrengen door de camera als
een verwisselbare schijf aan te sluiten
U kunt de camera op de computer aansluiten als een
verwisselbare schijf.
1
Druk in de opname- of weergavemodus op [MENU].
2
Selecteer Instellingen Pc-software Uit.
3
Schakel de camera uit.
4
Sluit de camera op de computer aan met de USB-kabel.
U moet het kleine uiteinde van de USB-kabel aansluiten op uw camera. Als
u de kabel omgekeerd aansluit, kunnen de bestanden beschadigen. De
fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens.
Pictogram Beschrijving
1
Hiermee opent u menu's
2
Hiermee geeft u bestanden in de geselecteerde map weer
3
Naar de Fotobewerkingsmodus gaan
4
Naar de Videobewerkingsmodus gaan
5
Hiermee gaat u naar de modus voor delen om foto's
te delen (u kunt bestanden per e-mail versturen of naar
websites als Flickr of YouTube uploaden.)
6
Hiermee vergroot of verkleint u de miniaturen in de lijst
7
Een bestandstype selecteren
8
Hiermee geeft u bestanden in de geselecteerde map op
de computer weer
9
Bestanden van de aangesloten camera weergeven of
verbergen
10
Hiermee geeft u bestanden in de geselecteerde map op
de camera weer
11
Hiermee geeft u bestanden weer als miniaturen of op
een kaart
12
Hiermee bladert u door de mappen op het aangesloten
apparaat
13
Hiermee bladert u door mappen op de computer
14
Naar de vorige of volgende map
15
Bestanden afdrukken, bestanden op een kaart weergeven,
bestanden opslaan in Mijn map of gezichten registreren
Weergeven en bewerken
73
Bestanden naar een Windows-computer overbrengen
5
Schakel de camera in.
• De camera wordt automatisch herkend.
Als u de USB-optie instelt op Selecteer een modus (Modus kiezen),
selecteert u Computer in het pop-upvenster.
6
Selecteer op uw computer Deze computer
Verwisselbare schijf DCIM 100PHOTO.
7
Selecteer de gewenste bestanden en sleep deze naar de
computer of sla ze daar op.
De camera loskoppelen (Windows XP)
De USB-kabel wordt onder Windows Vista/7 op soortgelijke wijze
losgekoppeld.
1
Als het statuslampje op de camera knippert, wacht u tot
het knipperen ophoudt.
2
Klik op op de werkbalk rechtsonder in het scherm
van de pc.
3
Klik op het pop-upbericht.
4
Klik op het berichtvenster dat aangeeft dat de camera
veilig kan worden verwijderd.
5
Verwijder de USB-kabel.
De camera kan niet veilig worden verwijderd zolang Intelli-studio actief is.
Sluit het programma af alvorens de camera los te koppelen.
Weergeven en bewerken
74
Bestanden naar een Mac-computer overbrengen
Wanneer u de camera op een Apple Macintosh-computer aansluit, wordt de camera automatisch herkend.
U kunt de bestanden rechtstreeks van de camera naar de computer overbrengen, zonder dat het nodig is om programma's te installeren.
Mac OS 10.4 of hoger wordt ondersteund.
3
Schakel de camera in.
• De computer herkent de camera automatisch en geeft een
pictogram van een verwisselbare schijf weer.
Als u de USB-optie instelt op Selecteer een modus (Modus kiezen),
selecteert u Computer in het pop-upvenster.
4
Dubbelklik op het pictogram van de verwisselbare schijf.
5
Foto’s of video’s naar de computer overbrengen.
1
Schakel de camera uit.
2
Sluit de camera met de USB-kabel op een Macintosh-
computer aan.
U moet het kleine uiteinde van de USB-kabel aansluiten op uw camera. Als
u de kabel omgekeerd aansluit, kunnen de bestanden beschadigen. De
fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens.
Weergeven en bewerken
75
Foto's met een PictBridge-fotoprinter afdrukken
Druk foto's op een PictBridge-compatibele printer af door de camera rechtstreeks op de printer aan te sluiten.
Afdrukopties instellen
Foto's
Formaat
Lay-out
Type
Kwalit.
Afsl. Afdruk
: Eén
: Auto
: Auto
: Auto
: Auto
Optie Beschrijving
Foto's: Kiezen of alleen de huidige foto dan wel alle foto's
moeten worden afgedrukt.
Formaat: Geef de afdrukgrootte op.
Lay-out: Miniatuurafdrukken maken.
Type: De papiersoort selecteren.
Kwalit.: De afdrukkwaliteit instellen.
Datum: Instellen dat de datum wordt afgedrukt.
Best.naam: Instellen dat de bestandsnaam wordt afgedrukt.
Reset: De afdrukopties op de beginwaarden terugzetten.
Bepaalde opties worden niet door alle printers ondersteund.
1
Druk in de modus Opname of Afspelen op [ ].
2
Selecteer Instellingen USB.
3
Selecteer Printer.
4
Schakel de printer in en sluit de camera er met een
USB-kabel op aan.
5
Schakel de camera in.
• De printer herkent de camera automatisch.
6
Druk op [ ] of [ ] om een foto te selecteren.
• Druk op [ ] om afdrukopties in te stellen.
Zie 'Afdrukopties instellen'.
7
Druk op [ ] om af te drukken.
• Het afdrukken begint. Druk op [ ] om het afdrukken te
annuleren.
Camera-instellingenmenu
……………… 77
Het instellingenmenu openen
…………… 77
Geluid
…………………………………… 78
Display
…………………………………… 78
Instellingen
………………………………… 79
Instellingen
Hier vind u opties om de instellingen van uw camera te
configureren.
Instellingen
77
Camera-instellingenmenu
Hier vindt u informatie over de verschillende camera-instellingen.
3
Selecteer een optie en sla de instellingen op.
Volume
Begingeluid
Sl.toon
Piepjes
AF-geluid
Terug Instellen
Uit
Laag
Middel
Hoog
4
Druk op [ ] om naar het vorige scherm terug te
keren.
Het instellingenmenu openen
1
Druk in de opname- of afspeelmodus op [ ].
2
Selecteer een menu.
Opname
Geluid
Display
Instellingen
Afsl. Wijzigen
Volume
Begingeluid
Sl.toon
Piepjes
AF-geluid
Menu Beschrijving
Geluid: Hier stelt u de geluiden van de camera en het
volume in. (pag. 78)
Display: Hier past u de scherminstellingen aan, zoals
taal en helderheid. (pag. 78)
Instellingen: Hier past u de instellingen voor het
camerasysteem aan, zoals geheugenindeling,
standaardbestandsnaam en USB-modus. (pag. 79)
Instellingen
78
Camera-instellingenmenu
Display
* Standaard
Onderdeel Beschrijving
Functiebeschrijving
Hiermee wordt een korte beschrijving van een optie
of menu weergegeven. (
Uit, Aan*)
Beginafbeelding
Hier stelt u in of er een afbeelding wordt
weergegeven wanneer de camera wordt
ingeschakeld en zo ja, welke.
• Uit*: er wordt geen afbeelding weergegeven.
• Logo: een standaardafbeelding uit het interne
geheugen weergeven.
• Gebr.afb: een afbeelding naar keuze
weergeven. (pag. 64)
• Er wordt slechts één gebruikersafbeelding
in het geheugen opgeslagen.
• Als u een nieuwe foto selecteert als
gebruikersafbeelding of de camera
opnieuw instelt, wordt de huidige
afbeelding verwijderd.
Helderh. scherm
Hiermee kunt u de helderheid van het scherm
aanpassen. (Auto*, Donker, Normaal, Licht)
Normaal is de vaste waarde voor de
afspeelmodus, zelfs als Auto is geselecteerd.
Snel tonen
Hiermee stelt u in hoe lang een gemaakte
foto wordt weergegeven voordat naar de
opnamemodus wordt teruggekeerd.
(Uit, 0,5 sec*, 1 sec, 3 sec)
Geluid
* Standaard
Onderdeel Beschrijving
Volume
Hiermee past u het volume van alle geluiden aan.
(Uit, Laag, Middel*, Hoog)
Begingeluid
Hiermee selecteert u het geluid dat de camera
weergeeft als u deze inschakelt. (Uit*, 1, 2, 3)
Sl.toon
Hiermee selecteert u het geluid dat de camera
weergeeft als u op de sluiterknop drukt.
(Uit, 1*, 2, 3)
Piepjes
Hiermee selecteert u het geluid dat de camera
weergeeft wanneer u op knoppen drukt of naar
een andere modus schakelt. (Uit, 1*, 2, 3)
AF-geluid
Hiermee selecteert u het geluid dat de camera
weergeeft wanneer u de sluiterknop half indrukt.
(Uit, Aan*)
Instellingen
79
Camera-instellingenmenu
Instellingen
* Standaard
Onderdeel Beschrijving
Formatt.
Formatteer de geheugenkaart. Bij het formatteren
worden alle bestanden, inclusief beveiligde
bestanden, gewist. (Ja, Nee)
Geheugenkaarten die in een camera van een andere
fabrikant of in een geheugenkaartlezer zijn gebruikt,
of die met een computer zijn geformatteerd, kunnen
door de camera mogelijk niet correct worden gelezen.
Formatteer dergelijke kaarten in de camera alvorens ze
te gebruiken.
Reset
Hier reset u menu's en opname-instellingen.
Instellingen voor datum en tijd, taal en video-uitvoer
worden niet gereset.(Ja, Nee)
Language
Selecteer een taal voor de tekst op het scherm.
Tijdzone
Hier kunt u een regio selecteren en zomer-wintertijd (DST)
instellen.
Datum/tijd
aanpassen
De datum en tijd instellen.
Datumtype
Een datumnotatie selecteren.
(
JJJJ/MM/DD, MM/DD/JJJJ, DD/MM/JJJJ, Uit*)
Onderdeel Beschrijving
Spaarstand
Als u 30 seconden lang geen bewerkingen
uitvoert, schakelt de camera automatisch over
op de energiespaarstand. (Uit*, Aan)
• Druk in de spaarstand op een andere knop
dan de [POWER]-knop om de camera
weer te gebruiken.
• Als de Spaarstand is uitgeschakeld, gaat,
als u langer dan ongeveer 30 seconden
geen handelingen verricht, de verlichting
van het hoofdscherm uit om de levensduur
van de batterij te verlengen.
* Standaard
Instellingen
80
Camera-instellingenmenu
Onderdeel Beschrijving
Afdruk
Hier selecteert u of de datum en tijd op de foto's
worden afgedrukt. (Uit*, Datum, Datum/tijd)
• De datum en tijd worden in geel in de
rechterbenedenhoek weergegeven.
• Mogelijk drukken sommige printermodellen de
datum en tijd niet af.
• Als u
Tekst in de modus selecteert worden
de datum en tijd niet weergegeven.
Automatisch
uit
Hier stelt u in dat de camera automatisch wordt
uitgeschakeld wanneer u deze niet gebruikt.
(Uit, 1 min, 3 min*, 5 min, 10 min)
• Bij vervanging van de batterij blijven deze
instellingen behouden.
• De camera schakelt in de volgende gevallen niet
automatisch uit:
- wanneer deze op een computer of printer is
aangesloten
- wanneer u een diavertoning of video's afspeelt
- wanneer u een spraakmemo opneemt
AF-lamp
Hiermee schakelt u een hulplampje in ter
ondersteuning van het scherpstellen in donkere
omgevingen. (Uit, Aan*)
Onderdeel Beschrijving
Bestandsnr.
Stelt de naamgeving van bestanden in.
• Op nul: Instellen dat de bestandsnummering weer
bij 0001 begint wanneer er een nieuwe geheugenkaart
wordt geplaatst, een geheugenkaart wordt
geformatteerd of alle bestanden worden gewist.
• Serie*: Instellen dat de bestandsnummering
doorloopt wanneer er een nieuwe geheugenkaart
wordt geplaatst, een geheugenkaart wordt
geformatteerd of alle bestanden worden gewist.
• De standaardnaam van de eerste map is
100PHOTO en de standaardnaam van het eerste
bestand is SAM_0001.
• Het bestandsnummer wordt steeds met één
opgehoogd, van SAM_0001 tot SAM_9999.
• Het mapnummer wordt steeds met één
opgehoogd, van 100PHOTO tot 999PHOTO.
• Het maximum aantal bestanden dat in een map
kan worden opgeslagen, is 9999.
• De camera definieert bestandsnamen volgens de
Digital rule for Camera File system-norm (DCF).
Als u bestandsnamen wijzigt, kan de camera
deze bestanden mogelijk niet meer weergeven.
* Standaard * Standaard
Instellingen
81
Camera-instellingenmenu
* Standaard
Onderdeel Beschrijving
Video
Stel het video-uitgangssignaal voor uw land of regio
in.
• NTSC*: VS, Canada, Japan, Korea, Taiwan,
Mexico.
• PAL (ondersteunt alleen BDGHI): Australië,
Oostenrijk, België, China, Denemarken, Engeland,
Finland, Frankrijk, Duitsland, Italië, Koeweit,
Maleisië, Nederland, Nieuw Zeeland, Noorwegen,
Singapore, Spanje, Zweden, Zwitserland, Thailand.
USB
Hiermee selecteert u de functie in die moet worden
gebruikt als u de camera met een USB-kabel aansluit
op een computer of printer.
• Selecteer een modus: selecteer handmatig de
USB-modus wanneer u de camera aansluit op een
apparaat.
• Computer*: De camera op een computer
aansluiten om bestanden over te brengen.
• Printer: De camera op een printer aansluiten om
bestanden af te drukken.
Pc-software
Stel in dat Intelli-studio automatisch start als u de
camera op uw computer aansluit. (Uit, Aan*)
Open bron-
licenties
De informatie over de Open Source-licentie
weergeven.
Foutmeldingen
……………………………… 83
Cameraonderhoud
………………………… 84
De camera reinigen
……………………… 84
De camera gebruiken of opbergen
……… 85
Geheugenkaarten
………………………… 86
De batterij
……………………………… 88
Voordat u contact opneemt met een
servicecenter
…………………………92
Cameraspecificaties
……………………… 95
Woordenlijst
……………………………… 98
Index
…………………………………… 102
Aanvullende informatie
Hier vindt u informatie over foutmeldingen, specificaties en
onderhoudstips.
Aanvullende informatie
83
Foutmeldingen
Als een van de volgende foutmeldingen verschijnt, kunt u de onderstaande oplossingen proberen.
Foutmelding Mogelijke oplossing
Kaartfout
• Schakel de camera uit en weer in.
• Verwijder de geheugenkaart en plaats deze
weer terug.
• Formatteer de geheugenkaart. (pag. 79)
Kaart vergrendeld
Ontgrendel de geheugenkaart.
Kaart wordt niet
ondersteund.
De geplaatste geheugenkaart is niet met uw
camera compatibel. Plaats een geschikte
geheugenkaart.
DCF Full Error
Bestandsnamen komen niet met de DCF-
norm overeen. Breng de bestanden op de
geheugenkaart over naar een computer en
formatteer de kaart. (pag. 79)
Bestandsfout
Wis het beschadigde bestand of neem contact
op met een servicecenter van Samsung.
Batterij bijna leeg
Plaats een opgeladen batterij of laad de batterij
op.
Geheugen vol
Wis onnodige bestanden of plaats een nieuwe
geheugenkaart.
Geen foto
Maak foto's of plaats een geheugenkaart met
foto's.
Foutmelding Mogelijke oplossing
Kaart plaatsen
U hebt een opslagapparaat nodig voor opnamen.
Plaats de geheugenkaart.
Aanvullende informatie
84
Cameraonderhoud
Camerabody
Veeg deze voorzichtig met een zachte droge doek af.
• Gebruik nooit benzeen, thinner of alcohol om het toestel te reinigen.
Deze oplosmiddelen kunnen de camera beschadigen of defecten
veroorzaken.
• Druk niet op de lenskap en gebruik geen blaasborsteltje op de
lenskap.
De camera reinigen
Cameralens en -scherm
Verwijder stof met behulp van een blaaskwastje en veeg
de lens met een zachte doek voorzichtig af. Voor eventueel
achtergebleven stof brengt u lensreinigingsvloeistof op een stuk
reinigingspapier aan en veegt u de lens voorzichtig schoon.
Aanvullende informatie
85
Cameraonderhoud
De camera gebruiken of opbergen
Ongeschikte plaatsen voor het gebruiken of opbergen van de camera
•Stel de camera niet bloot aan zeer hoge of lage temperaturen.
•Gebruik de camera niet in zeer vochtige omgevingen
of omgevingen waar de luchtvochtigheid snel verandert.
•Stel de camera niet bloot aan direct zonlicht en bewaar
de camera niet op warme locaties met slechte ventilatie,
bijvoorbeeld een auto die in de zon staat.
•Bescherm de camera en het scherm tegen stoten, ruw gebruik
en sterke trillingen om ernstige schade te voorkomen.
•Gebruik of bewaar de camera niet op stoffige, vuile, vochtige of
slecht-geventileerde plaatsen, om schade aan bewegende en
interne onderdelen te voorkomen.
•Gebruik de camera niet in de buurt van brandstoffen, brandbare
stoffen of ontvlambare chemicaliën. Bewaar geen ontvlambare
vloeistoffen, gassen en explosief materiaal in dezelfde ruimte als
de camera of de accessoires van de camera.
•Berg de camera niet op met mottenballen.
Gebruik op het strand of aan de waterkant
•Bescherm de camera tegen zand en vuil wanneer u deze op het
strand of in een andere, soortgelijke omgeving gebruikt.
•Uw camera is niet waterbestendig. Gebruik de batterij,
adapter of geheugenkaart niet met natte handen. Als u de camera
gebruikt met natte handen kan de camera beschadigd raken.
Camera voor langere tijd opbergen
•Als u de camera voor langere tijd opbergt, moet u de camera
samen met absorberend materiaal, bijvoorbeeld silicagel, in een
afgesloten houder plaatsen.
•Haal de batterijen uit de camera wanneer u deze voor langere
tijd opbergt. Batterijen in het batterijvak kunnen na verloop van
tijd gaan lekken of roesten en ernstige schade aan uw camera
veroorzaken.
•Batterijen die niet worden gebruikt, ontladen zich na verloop van
tijd en moeten voor gebruik opnieuw worden opgeladen.
•Als u de camera inschakelt nadat de batterij langer dan 40 uur
uit de camera is verwijderd, worden de standaardwaarden voor
datum en tijd ingesteld.
Wees voorzichtig bij gebruik in vochtige omgevingen
Als u de camera overbrengt van een koude omgeving naar
een warme, kan er condensvorming optreden op de lens of de
interne onderdelen van de camera. In dit geval moet u de camera
uitschakelen en minstens 1 uur wachten. Als er condensvorming
optreedt op de geheugenkaart, moet u de kaart verwijderen uit
de camera en wachten tot al het vocht is verdampt voordat u de
kaart terugplaatst.
Aanvullende informatie
86
Cameraonderhoud
Overige aandachtspunten
• Zwaai de camera niet aan de polslus heen en weer. Hierdoor kunt u anderen
of uzelf verwonden.
• Verf de camera niet, omdat verf tussen de bewegende onderdelen kan gaan
zitten en de werking van het apparaat kan beïnvloeden.
• Schakel de camera uit als u deze niet gebruikt.
• De camera bevat kwetsbare onderdelen. Zorg daarom dat u de camera niet
blootstelt aan schokken.
• Bewaar de camera in het etui om het scherm te bescherm tegen externe
krachten. Houd de camera uit de buurt van zand, scherp gereedschap of
kleingeld om te voorkomen dat er krassen op de camera komen.
• Gebruik de camera niet als het scherm gebarsten of beschadigd is. Gebarsten
glas of acryl kan letsel aan uw handen en gezicht veroorzaken. Breng de
camera naar een servicecenter van Samsung om de camera te laten repareren.
• Leg camera's, batterijen, opladers of accessoires nooit in de buurt van, op
of in verwarmingsapparaten, zoals magnetrons, kachels of radiatoren. Deze
apparaten kunnen worden vervormd en oververhit raken en brand of een
ontploffing veroorzaken.
• Stel de lens niet aan direct zonlicht bloot. Hierdoor kan de beeldsensor
verkleuren of defect raken.
• Bescherm de lens tegen vingerafdrukken en krassen. Reinig de lens met een
zachte, schone doek.
• De camera kan worden uitgeschakeld als deze een stoot krijgt of valt. Dit
gebeurt om de geheugenkaart te beschermen. Schakel de camera weer in om
de camera te gebruiken.
• De camera kan warm worden tijdens het gebruik. Dit is normaal en is niet van
invloed op de levensduur of prestaties van uw camera.
• Bij lage temperaturen kan het langer duren voor de camera is ingeschakeld,
kunnen kleuren tijdelijk veranderen of kunnen nabeelden worden weergegeven.
Deze omstandigheden duiden niet op defecten en worden verholpen als u de
camera weer bij normale temperaturen gebruikt.
• Verf of metaal aan de buitenzijde van de camera kan allergieën, jeuk, eczeem of
bultjes veroorzaken bij mensen met een gevoelige huid. Als u last hebt van een
van deze symptomen, stop dan onmiddellijk met het gebruik van de camera en
raadpleeg een arts.
• Steek geen vreemde voorwerpen in de compartimenten, sleuven en
toegangspunten van de camera. Schade als gevolg van onjuist gebruik wordt
mogelijk niet door de garantie gedekt.
• Laat geen ongekwalificeerd personeel reparatie- of onderhoudswerkzaamheden
aan de camera uitvoeren en probeer dit ook niet zelf te doen. Alle schade
die voortvloeit uit ongekwalificeerd onderhoud of reparatie wordt niet door de
garantie gedekt.
Geheugenkaarten
Ondersteunde geheugenkaarten
Dit product accepteert de geheugenkaarten SD (Secure Digital),
SDHC (Secure Digital High Capacity), microSD, microSDHC.
Bij SD- en SDHC-kaarten kunt u voorkomen dat bestanden
worden gewist, door de schrijfvergrendeling op de kaart om te
zetten. Schuif de vergrendeling naar beneden om de kaart alleen-
lezen te maken, en omhoog om de schrijfvergrendeling op te
heffen. Ontgrendel de kaart voordat u gaat fotograferen.
Contactpunten
Schrijfvergrendeling
Etiket (voorzijde)
Aanvullende informatie
87
Cameraonderhoud
Video’s
Formaat 30 fps 15 fps
Circa 4’32” Circa 9’5”
Circa 13’37” Circa 27’15”
Circa 33’1” Circa 65’24”
*
Bij gebruik van de zoomfunctie kan de beschikbare opnametijd afwijken van
de vermelde waarden. Om de totale opnameduur te bepalen zijn verschillende
video's achter elkaar opgenomen.
Aandachtspunten bij gebruik van geheugenkaarten
• Vermijd blootstelling van batterijen aan extreme temperaturen (onder 0 °C
of boven 40 °C).
• Plaats een geheugenkaart in de juiste richting. Als u een geheugenkaart
in de verkeerde richting plaatst, kunnen zowel camera als geheugenkaart
hierdoor beschadigen.
• Gebruik geen geheugenkaarten die in een andere camera of door een
computer zijn geformatteerd. Formatteer een dergelijke geheugenkaart
opnieuw in uw eigen camera.
• Schakel de camera uit wanneer u een geheugenkaart plaatst of verwijdert.
• Verwijder de geheugenkaart niet en schakel uw camera niet uit wanneer
het lampje knippert. Hierdoor kunnen de gegevens beschadigen.
• Wanneer de levensduur van een geheugenkaart is verstreken, kunt u geen
foto’s meer op de kaart opslaan. Gebruik een nieuwe geheugenkaart.
• Zorg dat geheugenkaarten niet buigen, vallen of aan zware klappen of
druk worden blootgesteld.
• Zorg dat u geheugenkaart niet gebruikt of opbergt in de buurt van
krachtige magnetische velden.
Geheugenkaartadapter
Memory card
Als u microgeheugenkaarten wilt gebruiken met dit product, een
computer of een geheugenkaartlezer, moet u de kaart in een
adapter plaatsen.
Capaciteit van de geheugenkaart
De geheugencapaciteit verschilt, afhankelijk van de scènes
die u vastlegt en de opnameomstandigheden. De volgende
capaciteiten zijn op een 1-GB SD-kaart gebaseerd:
Foto's
Formaat Superhoog Hoog Normaal
157 222 350
168 238 363
195 222 408
230 306 478
244 326 516
311 490 576
490 676 754
979 1088 1224
Aanvullende informatie
88
Cameraonderhoud
De batterij
Gebruik alleen door Samsung goedgekeurde batterijen.
Batterijspecificaties
Specificatie Beschrijving
Model
BP70A
Type
Lithium-ionbatterij
Capaciteit
700 mAh
Voltage
3,7 V
Oplaadtijd
(wanneer de camera is
uitgeschakeld)
Circa 150 min
* Duurt mogelijk langer als u de batterij aansluit op een computer om de
batterij op te laden.
• Zorg dat u geheugenkaarten niet gebruikt op locaties met hoge
temperaturen of luchtvochtigheid of in de buurt van bijtende stoffen.
• Voorkom dat geheugenkaarten in contact komen met vloeistoffen, vuil of
vreemde stoffen. Veeg zo nodig de geheugenkaart met een zachte doek
schoon voor u de geheugenkaart in de camera plaatst.
• Voorkom dat geheugenkaarten, of de sleuf voor geheugenkaarten, in
contact komen met vloeistoffen, vuil of vreemde stoffen. Dergelijke stoffen
kunnen ervoor zorgen dat geheugenkaarten of de camera niet goed meer
werken.
•Wanneer u een geheugenkaart bij u draagt, moet u een hoesje
gebruiken om de kaart tegen elektrostatische ontlading te
beschermen.
•Breng belangrijke gegevens over naar andere dragers, zoals een
harde schijf of cd/dvd.
•Als u de camera langere tijd gebruikt, kan de geheugenkaart warm
worden. Dit is normaal en wijst niet op een defect.
De fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens.
Aanvullende informatie
89
Cameraonderhoud
Levensduur van de batterij
Gemiddelde tijdsduur/
Aantal foto's
Testomstandigheden
(bij een volledig geladen batterij)
Foto's
Circa 100min./
circa 200 foto's
Dit is onder de volgende omstandigheden
gemeten: in de modus
, in het
donker, met de resolutie 14M en met de
kwaliteit Hoog.
1. Stel de flitser in op Invulflits, maak
één foto en zoom in of uit.
2. Stel de flitser in op Uit, maak één foto
en zoom in of uit.
3. Voer stap 1 en 2 gedurende 30
seconden uit en herhaal dit 5 minuten
lang. Schakel de camera vervolgens
1 minuut uit.
4. Herhaal stap 1 tot 3.
Video's
Circa 95 min
Neem video's op bij een resolutie van
1280 x 720 en met 30 fps.
• De bovenstaande cijfers zijn volgens de normen van Samsung gemeten en
kunnen afwijken van resultaten in de praktijk.
• Om de totale opnameduur te bepalen, zijn er verschillende video's achter elkaar
opgenomen.
Melding Batterij bijna leeg
Als de batterij volledig is ontladen, wordt het batterijpictogram
rood en verschijnt de melding ‘Batterij bijna leeg’.
Opmerkingen over het gebruik van de batterij
•Vermijd blootstelling van batterijen en geheugenkaarten
aan extreme temperaturen (onder 0 °C of boven 40 °C).
Door extreme temperaturen kan de capaciteit van batterijen
verminderen en kunnen geheugenkaarten minder goed werken.
•Als u de camera langere tijd gebruikt, kan het gebied rond de
batterijklep warm worden. Dit heeft geen invloed op de normale
werking van de camera.
•Trek de voedingskabel niet aan de kabel zelf uit het stopcontact.
Dit kan brand of een schok veroorzaken.
•Bij temperaturen onder 0 ºC kunnen de capaciteit en
levensduur van de batterij afnemen.
•Bij lage temperaturen kan de batterijcapaciteit afnemen,
maar de gewone capaciteit wordt hersteld bij gebruik bij hogere
temperaturen.
Aanvullende informatie
90
Cameraonderhoud
Aandachtspunt voor het gebruik van de batterij
Bescherm batterijen, opladers en geheugenkaarten tegen
schade
Voorkom dat batterijen in aanraking komen met metalen
voorwerpen. Dit kan een verbinding vormen tussen de plus- en
minpolen van uw batterijen en tijdelijke of permanente schade aan
de batterijen en brand of een schok veroorzaken.
De batterij opladen
Controleer als het indicatielampje uit is of de batterij op de juiste wijze
is geplaatst.
Als camera tijdens het opladen is ingeschakeld, wordt de batterij
mogelijk niet volledig opgeladen. Schakel de camera uit alvorens de
batterij op te laden.
Gebruik de camera niet als de batterij wordt opgeladen. Dit kan brand
of een schok veroorzaken.
Trek niet aan het netsnoer om de stekker uit het stopcontact te halen
om te voorkomen dat u brand of een schok veroorzaakt.
Wacht minstens tien minuten voor u de camera inschakelt nadat de
batterij is opgeladen.
Als u de camera aansluit op een externe voedingsbron terwijl de
batterij helemaal leeg is, wordt de camera uitgeschakeld wanneer u
bepaalde functies gebruikt die veel stroom verbruiken. Laad de batterij
op om de camera op normale wijze te gebruiken.
Wanneer de batterij volledig is opgeladen, knippert het statuslampje
drie keer en gaat vervolgens uit.
Als u de voedingskabel opnieuw aansluit als de batterij volledig is
opgeladen, gaat het statuslampje ongeveer 5 minuten branden en
gaat vervolgens uit nadat het drie keer heeft geknipperd.
Met het gebruik van de flitser en het opnemen van video's raakt de
batterij snel leeg. Laad de batterij op totdat het statuslampje uit gaat.
Als het statuslampje rood knippert of niet brandt, sluit u de kabel
opnieuw aan of verwijdert u de batterij en plaatst u deze opnieuw in
de camera.
Als u de batterij oplaadt wanneer de kabel oververhit is of de
temperatuur te hoog is, staat de batterij in de standby-modus voor
opladen. Nadat de batterij is afgekoeld, wordt het opladen gestart.
Te lang opladen van batterijen kan de levensduur daarvan bekorten.
Wanneer het opladen is voltooid, dient u de kabel van de camera los
te koppelen.
Knik de voedingskabel niet en plaats er geen zware voorwerpen op.
Hierdoor zou de kabel kunnen beschadigen.
De batterij opladen terwijl er een computer is aangesloten
Gebruik alleen de meegeleverde USB-kabel.
De batterij wordt mogelijk in de volgende gevallen niet opgeladen:
- wanneer u een USB-hub gebruikt
- wanneer er andere USB-apparaten op de computer zijn
aangesloten
- wanneer u de kabel op de poort aan de voorzijde van de computer
aansluit
- wanneer de USB-poort van de computer de stroomuitvoernorm niet
ondersteunt (5 V, 500 mA)
Behandel batterijen en oplader voorzichtig en voer deze
a volgens de voorschriften
Gooi batterijen nooit in open vuur. Houd u aan alle lokale regelgevingen
bij het weggooien van gebruikte batterijen.
Leg batterijen of camera's nooit in of op verwarmingsapparaten, zoals
een magnetron, kachel of radiator. Batterijen kunnen exploderen als ze
te heet worden.
Aanvullende informatie
91
Cameraonderhoud
• Haal de batterij niet uit elkaar te halen of maak er geen
gat in met een scherp voorwerp.
• Stel de batterij niet bloot aan hoge druk of extreme
krachten.
• Stel de batterij niet bloot aan hevige klappen,
bijvoorbeeld door deze van grote hoogte te laten vallen.
• Stel de batterij niet bloot aan temperaturen boven de
60 °C.
• Stel de batterij niet bloot aan vocht of vloeistoffen.
• Stel de batterij niet bloot aan direct zonlicht, vuur of een
andere extreme warmtebron.
Richtlijnen voor afvoer
• Wees zorgvuldig als u de batterij weggooit.
• Werp de batterij nooit in een open vuur.
• Regelgeving kan per land of regio verschillen.
Zorg dat u zich houdt aan alle lokale en nationale
regelgeving wanneer u de batterij weggooit.
Richtlijnen voor het opladen van de batterij
Laad de batterij alleen op volgens de procedure in
deze gebruiksaanwijzing. De batterij kan ontbranden
of exploderen als deze niet op de juiste wijze wordt
opgeladen.
Onzorgvuldig of verkeerd gebruik van de batterij kan
persoonlijk letsel of de dood tot gevolg hebben. Volg
voor uw eigen veiligheid de onderstaande instructies
voor het juiste gebruik van de batterij:
• De batterij kan vlam vatten of exploderen als deze niet
op de juiste wijze wordt gebruikt. Als u vervormingen,
scheuren of andere afwijkingen in de batterij opmerkt, stopt
u onmiddellijk het gebruik hiervan en neemt u contact op
met een servicecenter.
• Gebruik alleen authentieke, door de producent
aanbevolen, batterijopladers en –adapters en laad
de batterij alleen op de in deze gebruiksaanwijzing
voorgeschreven wijze op.
• Plaats de batterij niet te dicht bij warmtebronnen en stel
de batterij niet bloot aan extreem warme omgevingen,
zoals een gesloten auto in de zon.
• Plaats de batterij niet in een magnetron.
• Bewaar of gebruik de batterij niet in een hete, vochtige
omgeving, zoals een badkamer of douche.
• Plaats de batterij niet voor langere tijd op ontvlambare
oppervlakken, zoals matrassen, tapijten of elektrische
dekens.
• Laat het toestel, als het is ingeschakeld, niet voor langere
tijd in een afgesloten ruimte.
• Zorg ervoor dat de polen van de batterij niet in contact
komen met metalen voorwerpen, zoals halskettingen,
munten, sleutels en horloges.
• Gebruik uitsluitend authentieke, door de producent
aanbevolen lithium-ionbatterijen ter vervanging.
Aanvullende informatie
92
Voordat u contact opneemt met een servicecenter
Wanneer u problemen met de camera ondervindt, kunt u eerst de volgende procedures uitvoeren voordat u contact opneemt met een
servicecenter. Als u hebt geprobeerd een oplossing te vinden met behulp van deze suggesties, maar nog steeds problemen ondervindt,
kunt u contact opnemen met uw plaatselijke dealer of servicecenter.
Wanneer u uw camera naar een servicecenter brengt, breng dan ook de onderdelen mee die de oorzaak kunnen zijn van de fout, zoals bijvoorbeeld de geheugenkaart of de batterij.
Situatie Mogelijke oplossing
Er kunnen geen foto's
worden gemaakt
• Er is geen ruimte op de geheugenkaart.
Wis onnodige bestanden of plaats een
nieuwe kaart.
• Formatteer de geheugenkaart. (pag. 79)
• De geheugenkaart is defect. Koop een
nieuwe geheugenkaart.
• Controleer of de camera is ingeschakeld.
• Laad de batterij op.
• Controleer of de batterij op de juiste wijze
is geplaatst.
De camera loopt vast
Verwijder de batterij en plaats deze weer
terug.
De camera wordt warm
De camera kan warm worden tijdens het
gebruik. Dit is normaal en is niet van invloed
op de levensduur of prestaties van uw
camera.
De flitser werkt niet
• Mogelijk moet de flitsoptie worden
ingesteld op Uit. (pag. 41)
• U kunt de flitser niet gebruiken in de
modi
, of bepaalde -modi.
Situatie Mogelijke oplossing
De camera kan niet
worden ingeschakeld
• Controleer of de batterij in de camera is
geplaatst.
• Controleer of de batterij op de juiste wijze
is geplaatst.
• Laad de batterij op.
De camera
wordt plotseling
uitgeschakeld
• Laad de batterij op.
• Uw camera kan in de Spaarstand (p. 79)
staan of afgesloten zijn door de instelling
Automatisch uit. (p. 80)
• De camera wordt mogelijk uitgeschakeld
om te voorkomen dat de geheugenkaart
door een harde schok beschadigd raakt.
Schakel de camera weer in.
De batterij raakt snel
leeg
• De batterij raakt bij lage temperaturen
(onder 0 °C) sneller leeg. Houd de batterij
warm door deze in uw zak te steken.
• Met het gebruik van de flitser en het
opnemen van video's raakt de batterij
snel leeg. Laad de batterij indien nodig
weer op.
• Batterijen zijn verbruiksartikelen die
na verloop van tijd moeten worden
vervangen. Koop een nieuwe batterij als
de levensduur drastisch afneemt.
Aanvullende informatie
93
Voordat u contact opneemt met een servicecenter
Situatie Mogelijke oplossing
De foto's zijn onscherp
• Controleer of de ingestelde scherpsteloptie
voor close-upfoto's geschikt is. (pag. 43)
• Controleer of de lens schoon is. Reinig de
lens indien nodig. (pag. 84)
• Zorg dat het onderwerp zich binnen het
bereik van de flitser bevindt. (pag. 95)
De kleuren in de foto
zijn anders dan de
daadwerkelijke kleuren
Een onjuiste witbalans kan voor onrealistische
kleuren zorgen. Selecteer de juiste
witbalansoptie voor de lichtbron. (pag. 50)
De foto is te licht
• Schakel de flitser uit. (pag. 41)
• De foto is overbelicht. Pas de
belichtingswaarde aan. (pag. 49)
De foto is te donker
De foto is onderbelicht.
• Schakel de flitser in. (pag. 41)
• Pas de ISO-waarde aan. (pag. 42)
• Pas de belichtingswaarde aan. (pag. 49)
De foto's worden
niet op de televisie
weergegeven
• Controleer of de camera correct op de
televisie is aangesloten met de A/V-kabel.
• Controleer of de geheugenkaart foto's
bevat.
De computer herkent
de camera niet
• Controleer of de USB-kabel op de juiste
wijze is geplaatst.
• Controleer of de camera is ingeschakeld.
• Controleer of het besturingssysteem wordt
ondersteund.
Situatie Mogelijke oplossing
Er wordt onverwachts
een flits afgevuurd
De flitser wordt mogelijk geactiveerd
vanwege statische elektriciteit.
Dit is geen fabricagefout.
De datum en tijd
kloppen niet
Stel in het scherminstellingenmenu de
datum en tijd in. (pag. 79)
Het scherm of de
knoppen werken niet
Verwijder de batterij en plaats deze weer
terug.
Het camerascherm
reageert niet goed
Als u de camera bij zeer lage temperaturen
gebruikt, kan het camerascherm verkleuren
of slecht functioneren. Voor betere prestaties
van het scherm moet de camera bij normale
temperaturen worden gebruikt.
De geheugenkaart heeft
een fout
• Schakel de camera uit en weer in.
• Verwijder de geheugenkaart en plaats
deze weer terug.
• Formatteer de geheugenkaart. Zie
'Aandachtspunten bij gebruik van
geheugenkaarten' voor nadere details.
(pag. 87)
Er kunnen geen
bestanden worden
afgespeeld of
weergegeven
Als u de naam van een bestand wijzigt, kan
de camera dit bestand mogelijk niet afspelen.
(Opmerking: de bestandsnamen moeten
aan de DCF-normen voldoen.) In dergelijke
gevallen kunt u de bestanden op een
computer afspelen of weergeven.
Aanvullende informatie
94
Voordat u contact opneemt met een servicecenter
Situatie Mogelijke oplossing
Tijdens het overbrengen
van bestanden
verbreekt de computer
de verbinding
De bestandsoverdracht kan door statische
elektriciteit worden gestoord. Koppel de
USB-kabel los en sluit deze weer aan.
De computer kan geen
video's afspelen
• Video's kunnen mogelijk niet afgespeeld
met bepaalde videospelers. Installeer
en gebruik het programma Intelli-studio
op uw computer voor het afspelen van
videobestanden die u met uw camera
hebt opgenomen. (pag. 70)
• Controleer of de USB-kabel op de juiste
wijze is geplaatst.
Intelli-studio werkt niet
naar behoren
• Sluit Intelli-studio af en start het
programma opnieuw.
• Intelli-studio kan niet op Macintosh-
computers worden gebruikt.
• Controleer of Pc-software is Aan gezet
in het instellingenmenu. (pag. 81)
• Afhankelijk van de specificaties en
omgeving van de computer wordt het
programma mogelijk niet automatisch
gestart. Klik in dat geval op de computer
op Start Alle programma's
SAMSUNG Intelli-studio Intelli-
studio.
Aanvullende informatie
95
Cameraspecificaties
Sluitertijd
• Smart Auto: 1/8 - 1/2000 sec.
• Programma: 1 - 1/2000 sec.
• Nacht: 8 - 1/2000 sec.
• Vuurwerk: 2 sec.
Belichting
Regeling Programma AE
Lichtmeting Multi, Spot, Centr. gewogen
Compensatie ±2 BW (in stappen van 1/3 BW)
ISO-equivalent Auto, 80, 100, 200, 400, 800, 1600
Flitser
Modus
Uit, Auto, Rode ogen, Invulflits, Langz sync,
Anti-rode ogen
Bereik
• GROOTHOEK: 0,4 m - 3,0 m (ISO Auto)
• TELE: 0,5 m - 2,0 m (ISO Auto)
Oplaadtijd
Circa 4 sec. (afhankelijk van de toestand van de
batterij)
Trillingsreductie
Digitale beeldstabilisatie (DIS)
Beeldsensor
Type 1/2,3 inch (circa 7,81 mm) CCD
Effectieve pixels Circa 14.2 megapixel
Totaalaantal pixels Circa 14.4 megapixel
Lens
Brandpuntsafstand
Samsung 5X zoomlens f = 4,9 - 24,5 mm
(35 mm equivalent: 27 - 135 mm)
Diafragmabereik F3,5 (G) - F5,9 (T)
Digitale zoom
• Fotomodus: 1,0x - 3,0x
• Weergavemodus: 1,0x - 12,5x (afhankelijk van het
beeldformaat)
Scherm
Type TFT LCD
Functionaliteit 6,9 cm, 230 K
Scherpstelling
Type
TTL-autofocus (Multi AF, Centrum AF, Gezichtsdetectie
AF, Tracking AF)
Bereik
Groothoek (G)
Tele (T)
Normaal
80 cm - oneindig
100 cm - oneindig
Macro
5 cm - 80 cm
-
Auto macro
5 cm - oneindig
100 cm - oneindig
Aanvullende informatie
96
Cameraspecificaties
Video's
• Formaat: MJPEG (max. opnametijd: 2 uur)
• Opnametijd: 1280 X 720 (max. 20 min.)/640 X
480 (max. 2 uur)
• Formaat: 1280x720, 640×480, 320×240
• Framesnelheid: 30 fps, 15 fps
• Spraak: Uit, Aan, Zoom gedempt
• Video bewerken (intern): pauzeren tijdens
opnemen, foto's maken, bijsnijden
Afspelen
Type
Eén foto, Miniaturen, Diashow, Video, Smart Album
* Smart Album-categorie: Type, Datum, Kleur, Week
Bewerken Res.wijz, Draaien, Fotostijlkeuze, Beeld aanpassen
Effect
• Fotostijlkeuze: Normaal, Zacht, Helder, Bos, Retro,
Koel, Rustig, Klassiek, Negatief, Aangep. RGB
• Beeld aanpassen: ACB, Anti-rode ogen, Gezicht
retouch, Helderheid, Contrast, Kleurverz., Ruis
toevoegen
Spraakopname
• Spraakopname (max. 10 uur)
• Spraakmemo in een foto (max. 10 sec.)
Opslag
Media
• Intern geheugen: Ongeveer 37 MB
• Extern geheugen (optioneel):
- SD-kaart (1–2 GB gegarandeerd)
- SDHC-kaart (tot 16 GB gegarandeerd)
Effect
Opnamemodus
voor foto's
• Fotostijlkeuze: Normaal, Zacht, Helder, Bos, Retro,
Koel, Rustig, Klassiek, Negatief, Aangep. RGB
• Beeld aanpassen(5 niveaus): Scherpte, Contrast,
Kleurverz.
Opnamemodus
voor video's
Fotostijlkeuze: Normaal, Zacht, Helder, Bos, Retro,
Koel, Rustig, Klassiek, Negatief, Aangep. RGB
Witbalans
Auto witbalans, Daglicht, Bewolkt, TL-licht H, TL-licht L, Kunstlicht,
Aangep. instelling
Datering
Datum/tijd, Datum, Uit
Opname
Foto's
• Modi: Smart Auto (Wit, Macro kleur, Portret,
Nachtportret, Tegenlichtportret, Tegenlicht,
Landschap, Actie, Statief, Nacht, Macro, Macro
tekst, Blauwe lucht, Zon onder, Natuurgroen),
Programma, DIS, Scène (Beautyshot, Kaderlijnen,
Nacht, Portret, Kinderen, Landschap, Close-up,
Tekst, Zon onder, Dageraad, Tegenl., Vuurwerk,
Strand/sneeuw)
• Snelheid: 1 opname, Continu, Bewegingsopname,
AEB
• Timer: Uit, 10 sec., 2 sec., Dubbel,
Bewegingstimer
Aanvullende informatie
97
Cameraspecificaties
Voedingsbron
Oplaadbare batterij
Lithium-ionbatterij (BP70A)
(740 mAh, Minimaal 700 mAh)
Verbindingstype 8-pins (USB/AV-uit)
Afhankelijk van uw regio kan de voedingsbron verschillen.
Afmetingen (B x H x D)
96,9 x 58,0 x 20,2 mm (exclusief uitstekende onderdelen)
Gewicht
120 g (zonder batterij en geheugenkaart)
Bedrijfstemperatuur
0 - 40 ˚C
Bedrijfsluchtvochtigheid
5 - 85 %
Software
Intelli-studio
Specificaties kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Bestandsindeling
• Foto: JPEG (DCF), EXIF 2.21, DPOF 1.1,
PictBridge 1.0
• Video: AVI (MJPEG)
• Audio: WAV
Beeldformaat
Voor 1 GB SD
Superhoog Hoog Normaal
4320 X 3240 157 222 350
4000 X 3000 168 238 363
3984 X 2656 195 222 408
3968 X 2232 230 306 478
3264 X 2448 244 326 516
2592 X 1944 311 490 576
2048 X 1536 490 676 754
1024 X 768 979 1088 1224
Deze waarden zijn gemeten onder standaardcondities en
kunnen variëren afhankelijk van opnameomstandigheden
en camera-instellingen.
Interface
Digitale uitvoer USB 2.0
Audio Mono (interne speaker, Mono (microfoon)
Video-uitvoer
NTSC, PAL (selecteerbaar)
Gelijkstroom-
aansluiting
5,0 V
Aanvullende informatie
98
Woordenlijst
Automatische contrastverbetering (ACB)
Deze functie verbetert automatisch het contrast van uw beelden
wanneer het onderwerp tegenlicht heeft of als er veel contrast is tussen
uw onderwerp en de achtergrond.
AEB (opnamereeks met verschillende belichtingen)
Deze functie maakt automatisch meerdere beelden met verschillenden
belichtingen om u te helpen een goedbelicht beeld te maken.
Autofocus (AF)
Een systeem dat automatisch de cameralens scherpstelt op het
onderwerp. Uw camera gebruikt het contrast om automatisch scherp
te stellen.
Diafragma
Het diafragma bepaalt de hoeveelheid licht die de sensor van de
camera bereikt.
Bewegingsonscherpte (vaag)
Als de camera wordt bewogen wanneer de sluiter is geopend, kan het
volledige beeld vaag lijken. Dit komt vaker voor wanneer de sluitertijd
laag is. Voorkom bewegingsonscherpte door de gevoeligheid te
verhogen, de flitser te gebruiken of een hogere sluitertijd. U kunt ook
een statief of de DIS-functie gebruiken om de camera te stabiliseren.
Compositie
Met compositie wordt de plaatsing van de verschillende elementen in
het beeld bedoeld. Meestal levert een compositie volgens de regel van
derden een plezierig resultaat.
DCF (Design rule for Camera File system)
Een specificatie voor het definiëren van een bestandsindeling en
bestandssysteem voor digitale camera's die is gemaakt door de Japan
Electronics and Information Technology Industries Association (JEITA).
Scherptediepte
De afstand tussen het dichtstbijzijnde en verste punt waarop kan
worden scherpgesteld in een foto. De scherptediepte verschilt per
diafragma, brandpuntsafstand en afstand tussen de camera en
het onderwerp. Als u bijvoorbeeld een kleiner diafragma selecteert,
wordt de scherptediepte vergroot en wordt de achtergrond van een
compositie vaag.
Digitale zoom
Een functie die op kunstmatige wijze de beschikbare hoeveelheid
zoom met de zoomlens vergroot (optische zoom). Als u de digitale
zoomfunctie gebruikt, wordt de beeldkwaliteit minder wanneer de
vergroting wordt verhoogd.
Aanvullende informatie
99
Woordenlijst
Digitale afdrukbestelling (DPOF)
Een indeling voor het schrijven van afdrukgegevens, zoals
geselecteerde beelden en het aantal afdrukken, op een geheugenkaart.
Printers die compatibel zijn met DPOF, soms verkrijgbaar in fotowinkels,
kunnen de informatie lezen van de kaart voor eenvoudig afdrukken.
Belichtingswaarde (EV)
Alle combinaties van de camerasluitertijd en diafragma die resulteren in
dezelfde belichting.
EV-compensatie
Met deze functie kunt u snel de belichtingswaarde aanpassen
die wordt berekend door de camera, in beperkte stappen, om de
belichting van uw foto's te verbeteren. Stel de EV-compensatie in op
-1,0 EV om de waarde een stap donkerder in te stellen en op 1,0 EV
om de waarde een stap lichter te maken.
Exif (Exchangeable Image File Format)
Een specificatie voor het definiëren van een beeldbestandindeling voor
digitale camera's die is gemaakt door de Japan Electronic Industries
Development Association (JEIDA).
Belichting
De hoeveelheid licht die de sensor van de camera mag bereiken.
Belichting wordt bepaald door een combinatie van sluitertijd, diafragma
en ISO-waarde.
Flitser
Een flitslamp die ervoor zorgt dat er voldoende belichting is in
omstandigheden met weinig licht.
Brandpuntsafstand
De afstand van het brandpunt van de lens tot het beeldvlak (in
millimeters). Grotere brandpuntsafstanden resulteren in een kleinere
beeldhoek en een grotere weergave van het onderwerp. Kleinere
brandpuntsafstanden resulteren in een grotere beeldhoek.
Beeldsensor
Het fysieke deel van een digitale camera die een fotosite bevat voor
elke pixel in het beeld. Elke fotosite neemt de helderheid van het licht
op dat de fotosite bereikt tijdens een belichting. Algemene sensortypen
zijn CCD (Charge-coupled Device) en CMOS (Complementary Metal
Oxide Semiconductor).
ISO-waarde
De gevoeligheid van een camera voor licht, gebaseerd op de
equivalente filmsnelheid gebruikt in een filmcamera. Met hogere ISO-
waarden gebruikt de camera een hogere sluitertijd, waardoor vervaging
kan worden verminderd die wordt veroorzaakt door het bewegen van
de camera en weinig licht. Beelden met een hoge gevoeligheid zijn
echter veel gevoeliger voor ruis.
JPEG (Joint Photographic Experts Group)
Een lossy-methode van compressie voor digitale beelden. JPEG-
beelden worden gecomprimeerd om de algehele bestandsgrootte te
verminderen met minimale afname van de beeldresolutie.
LCD (Liquid Crystal Display)
Een visuele display die algemeen wordt gebruikt in consumenten
elektronica. Dit display heeft een aparte achtergrondverlichting nodig
zoals CCFL of LED, om kleuren te kunnen reproduceren.
Aanvullende informatie
100
Woordenlijst
Macro
Met deze functie kunt u close-upfoto's maken van zeer kleine
voorwerpen. Als u de macrofunctie gebruikt, kan de camera goed
scherpstellen op kleine voorwerpen met een verhouding op bijna ware
grootte (1:1).
Lichtmeting
De lichtmeting heeft betrekking op de manier waarop een camera de
hoeveelheid licht meet om de belichting in te stellen.
MJPEG (Motion JPEG)
Een video-indeling die wordt gecomprimeerd als een JPEG-beeld.
Ruis
Verkeerd geïnterpreteerde pixels in een digitaal beeld die mogelijk
worden weergegeven als verkeerd geplaatste of willekeurige, heldere
pixels. Ruis treedt meestal op wanneer foto's worden gemaakt met
een hoge gevoeligheid of wanneer de gevoeligheid automatisch wordt
ingesteld op een donkere locatie.
Optische zoom
Dit is een algemene zoomfunctie waarmee beelden kunnen worden
vergroot met een lens en waarmee de beeldkwaliteit niet vermindert.
Kwaliteit
Een uitdrukking van het compressieniveau dat is gebruikt in een
digitaal beeld. Beelden met een hogere kwaliteit hebben een lager
compressieniveau, wat meestal resulteert in grotere bestanden.
Resolutie
Het aantal pixels in een digitaal beeld. Beelden met hoge resolutie
bevatten meer pixels en bevatten meer details dan beelden met lage
resolutie.
Sluitertijd
De sluitertijd is de hoeveelheid tijd die nodig is om de sluiter te openen
en te sluiten. Dit is een belangrijke factor voor de helderheid van een
foto, aangezien hiermee de hoeveelheid licht wordt geregeld die door
het diafragma op de beeldsensor valt. Met een kortere sluitertijd valt er
minder licht naar binnen en wordt de foto donkerder, maar is het ook
eenvoudiger om de beweging van het onderwerp te bevriezen.
Vignetten
Een vermindering van de helderheid of de verzadiging van een beeld bij
de randen in vergelijking met het midden van het beeld. Vignetten kan
de aandacht richten op onderwerpen die in het midden van een beeld
zijn geplaatst.
Witbalans (kleurbalans)
Een aanpassing van de intensiteit van kleuren (meestal de primaire
kleuren rood, groen en blauw) in een beeld. Het doel van het
aanpassen van de witbalans, of kleurbalans, is de kleuren van een
beeld correct weergeven.
Aanvullende informatie
101
Correcte verwijdering van dit product
(elektrische & elektronische afvalapparatuur)
(Van toepassing in de Europese Unie en andere Europese
landen waar afval gescheiden wordt ingezameld)
Dit merkteken op het product, de accessoires of het informatiemateriaal
duidt erop dat het product en zijn elektronische accessoires (bv.
lader, headset, USB-kabel) niet met ander huishoudelijk afval
verwijderd mogen worden aan het einde van hun gebruiksduur. Om
mogelijke schade aan het milieu of de menselijke gezondheid door
ongecontroleerde afvalverwijdering te voorkomen, moet u deze artikelen
van andere soorten afval scheiden en op een verantwoorde manier
recyclen, zodat het duurzame hergebruik van materiaalbronnen wordt
bevorderd. Huishoudelijke gebruikers moeten contact opnemen met
de winkel waar ze dit product hebben gekocht of met de gemeente
waar ze wonen om te vernemen waar en hoe ze deze artikelen
milieuvriendelijk kunnen laten recyclen. Zakelijke gebruikers moeten
contact opnemen met hun leverancier en de algemene voorwaarden
van de koopovereenkomst nalezen. Dit product en zijn elektronische
accessoires mogen niet met ander bedrijfsafval voor verwijdering
worden gemengd.
Correcte behandeling van een gebruikte accu
uit dit product
(Van toepassing op de Europese Unie en andere Europese
landen met afzonderlijke inzamelingssystemen voor accu’s
en batterijen)
Dit merkteken op de accu, gebruiksaanwijzing of verpakking geeft aan
dat de accu in dit product aan het einde van de levensduur niet samen
met ander huishoudelijk afval mag worden weggegooid. De chemische
symbolen Hg, Cd of Pb geven aan dat het kwik-, cadmium- of
loodgehalte in de accu hoger is dan de referentieniveaus in de Richtlijn
2006/66/EC. Indien de gebruikte accu niet op de juiste wijze wordt
behandeld, kunnen deze stoffen schadelijk zijn voor de gezondheid van
mensen of het milieu.
Ter bescherming van de natuurlijke hulpbronnen en ter bevordering van
het hergebruik van materialen, verzoeken wij u afgedankte accu’s en
batterijen te scheiden van andere soorten afval en voor recycling aan
te bieden bij het gratis inzamelingssysteem voor accu’s en batterijen in
uw omgeving.
PlanetFirst duidt op het streven van Samsung
Electronics naar een duurzame ontwikkeling en
sociale verantwoordelijkheid door middel van
milieubewuste bedrijfsvoering.
Aanvullende informatie
102
Digitale beeldstabilisatie
(DIS) 30
Digitale zoom 23
DIS-modus 30
DPOF 67
Draaien 64
F
Flitser
Anti-rode ogen 42
Auto 42
Invulflits 42
Langz sync 42
Rode ogen 42
Uit 41
Formatt. 79
Fotokwaliteit 38
Foto's afdrukken 75
Fotostijlen
in de opnamemodus 53
in de weergavemodus 65
Foutmeldingen 83
Diavoorstelling 60
op categorie 57
op televisie 68
Bestanden wissen 59
Bewegingsonscherpte 24
Bewegingstimer 40
Bewerken 64
C
Continuopnamen
Bewegingsopname 52
Continu 52
opnamereeks met
verschillende belichtingen
(AEB) 52
D
Datum/tijd aanpassen 79
Datumtype 79
Diafragma 33
Diavoorstelling 60
B
Batterij
bezig met opladen 89
Levensduur 88
Specificaties 88
Beautyshot-modus 31
Beeld aanpassen
ACB 66
anti-rode ogen 66
contrast 66
gezichtretouch. 66
helderheid 66
Kleurverz. 66
ruis toevoegen 66
Beginafb. 64
Belichting 49
Bestanden beveiligen 58
Bestanden overbrengen
voor Mac 74
voor Windows 69
Bestanden weergeven
als miniatuur 58
A
Aanpassen
Contrast
in de opnamemodus 54
in de weergavemodus 66
Helderheid 66
Kleurverz.
in de opnamemodus 54
in de weergavemodus 66
Scherpte 54
ACB
in de opnamemodus 49
in de weergavemodus 66
Afdruk 80
Afdrukbestelling 67
AF-geluid 78
AF-lamp 80
Afspeelknop 16
Afspeelmodus 56
Afzonderlijke beelden uit een
video opslaan 62
Automatische
contrastverbetering (ACB) 49
Index
Aanvullende informatie
103
Opnamemodus
DIS 30
Film 34
Programma 29
Scène 31
Smart Auto 27
Opnamesnelheid 34
Opnemen
Spraakmemo 36
Video 34
P
PictBridge 75
Pictogrammen 18
Programmamodus 29
R
Reinigen
Behuizing 84
Lens 84
Scherm 84
Lichtmeting
Centr. gewogen 50
Multi 50
Spot 50
M
Macro 43
Meebewegende focus 45
MENUknop 14
MJPEG (Motion JPEG) 96
N
Nachtmodus 33
Navigatieknop 14
O
Onderhoud 84
Onvolkomenheden in het
gezicht 32
Open bron-licenties 81
Helderh. scherm 78
Het apparaat loskoppelen 73
I
Instellingen
Camera 79
Geluid 78
Openen 77
Scherm 78
Intelli-studio 71
ISO-waarde 42
K
Kadergids 32
Knipperen 48
Knop MODE 14
L
Lange sluitertijd 33
Lichtbron (Witbalans) 50
Framesnelheid 34
Functiebeschrijving 78
Functieknop 14
G
Geheugenkaart
Capaciteit 87
Geluid uitschakelen
Camera 16
Video 34
Gezichtsdetectie
Knipperen 48
Normaal 46
Smile shot 47
Zelfportret 47
Grootte aanpassen 64
H
Half indrukken 6
Helderheid van het gezicht
31
Index
Aanvullende informatie
104
W
Witbalans 50
Woordenlijst 98
Z
Zelfportret 47
Zoomen 23
Zoomknop 14
Smart Album 57
Smart Auto-modus 27
Smile shot 47
Snel tonen 78
Spraakmemo
Afspelen 62
Opnemen 36
T
Timer 39
Type weergave 21
V
Vergroten 60
Video
Afspelen 61
Opnemen 34
Video-uit 81
Volume 78
Reset 79
Resolutie
Foto 38
Video 38
RGB-tint
in de opnamemodus 53
in de weergavemodus 65
Rode ogen
in de opnamemodus 41
in de weergavemodus 66
S
Scènemodus 31
Scherpstelafstand
Macro 43
Normaal (AF) 43
Scherpstelgebied
Centrum AF 45
Multi AF 45
Tracking AF 45
Servicecenter 92
Sluitertijd 33
Index
Raadpleeg voor klantenservice of bij vragen de garantie-
informatie die met het product is meegeleverd of bezoek onze
website http://www.samsung.com

Documenttranscriptie

In deze gebruiksaanwijzing vindt u uitgebreide aanwijzingen voor het gebruik van uw camera. Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig door. Klik op een onderwerp Bekende problemen Beknopt overzicht Inhoudsopgave Basisfuncties Uitgebreide functies Opname-instellingen Weergeven en bewerken ES90/ES91 Instellingen Aanvullende informatie Index Informatie over gezondheid en veiligheid Houd u altijd aan de volgende voorzorgsmaatregelen en gebruikstips om gevaarlijke situaties te vermijden en ervoor te zorgen dat de camera optimaal werkt. Houd de camera buiten het bereik van kleine kinderen en huisdieren. Waarschuwing: situaties die bij u of anderen letsel kunnen veroorzaken Houd de camera en alle bijbehorende onderdelen en accessoires buiten het bereik van kleine kinderen en huisdieren. Kleine onderdelen vormen verstikkingsgevaar of kunnen schadelijk zijn wanneer deze worden ingeslikt. Bewegende onderdelen en accessoires kunnen ook fysiek gevaar opleveren. Haal de camera niet uit elkaar en probeer de camera niet te repareren. Dit kan een schok veroorzaken of de camera beschadigen. Gebruik de camera niet dicht bij ontvlambare of explosieve gassen en vloeistoffen. Stel de camera niet langdurig bloot aan direct zonlicht of hoge temperaturen. Dit kan brand of een schok veroorzaken. Langdurige blootstelling aan zonlicht of extreme temperaturen kan permanente schade aan interne onderdelen van het toestel veroorzaken. Plaats geen ontvlambare materialen in de camera en bewaren dergelijke materialen niet in de buurt van de camera. Dit kan brand of een schok veroorzaken. Voorkom dat de camera of oplader wordt bedekt voor kleden of kleding. Raak de camera niet met natte handen aan. Dit kan oververhitting van de camera of brand veroorzaken. Dit kan een schok veroorzaken. Gebruik het netsnoer en de oplader niet tijdens een onweersbui. Voorkom oogletsel bij het nemen van foto's. Dit kan een elektrische schok veroorzaken. Gebruik de flitser van de camera niet vlakbij (op minder dan 1 m afstand van) de ogen van mensen of dieren. Als u de flitser dicht bij de ogen van het onderwerp gebruikt, kunt u tijdelijke of permanente schade aan het gezichtsvermogen veroorzaken. Als er vloeistoffen of vreemde voorwerpen in de camera komen, moet u meteen alle voedingsbronnen, zoals de batterij of oplader, loskoppelen en vervolgens contact opnemen met een servicecenter van Samsung. 1 Informatie over gezondheid en veiligheid Gebruik batterijen niet voor doeleinden waarvoor de batterijen niet zijn bedoeld. Let op: situaties die schade aan de camera of andere apparatuur kunnen veroorzaken Dit kan brand of een schok veroorzaken. Haal de batterijen uit de camera wanneer u deze voor langere tijd opbergt. Raak de flitser niet aan wanneer deze wordt gebruikt. Batterijen in het batterijvak kunnen na verloop van tijd gaan lekken of roesten en ernstige schade aan uw camera veroorzaken. De flitser wordt zeer heet en kan brandwonden veroorzaken. Als u de AC-oplader gebruikt, moet u de camera uitschakelen voor u de voedingsbron van de AC-oplader loskoppelt. Gebruik uitsluitend authentieke, door de fabrikant aanbevolen lithium-ionbatterijen ter vervanging. Zorg dat u de batterij niet beschadigt of verhit. Dit kan brand of een schok veroorzaken. Dit kan leiden tot brand of persoonlijk letsel. Laat de stekker van de oplader niet in het stopcontact zitten als u de oplader niet gebruikt. Gebruik alleen door Samsung goedgekeurde batterijen, opladers, kabels en accessoires. Dit kan brand of een schok veroorzaken. • Niet-goedgekeurde batterijen, opladers, kabels of accessoires kunnen de camera beschadigen, letsel veroorzaken of ertoe leidden dat batterijen exploderen. • Samsung is niet aansprakelijk voor schade of letsel veroorzaakt door niet-goedgekeurde batterijen, opladers, kabels of accessoires. Gebruik voor het opladen van de batterijen geen elektriciteitssnoeren of stekkers die beschadigd zijn, of een loshangend stopcontact. Dit kan brand of een schok veroorzaken. Zorg dat de AC-oplader niet in contact komt met de plus- en minpolen van de batterij. Dit kan brand of een schok veroorzaken. 2 Informatie over gezondheid en veiligheid Forceer de cameraonderdelen niet en oefen geen kracht uit op de camera. Controleer voor gebruik of de camera naar behoren functioneert. Dit kan leiden tot camerastoringen. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor verlies van bestanden of schade die kan voortkomen uit defecten aan de camera of onjuist gebruik. Wees voorzichtig bij het aansluiten van kabels en adapters en het plaatsen van batterijen en geheugenkaarten. Sluit het uiteinde van de kabel met het pijltje aan ( ) op uw camera. Door het forceren van aansluitingen, het niet op de juiste manier aansluiten van kabels of het niet op de juiste manier plaatsen van batterijen en geheugenkaarten kunt u poorten, aansluitingen en accessoires beschadigen. Als u de kabel omgekeerd aansluit, kunnen de bestanden beschadigd worden. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens. Houd kaarten met magnetische stroken uit de buurt van het camera-etui. Informatie die is opgeslagen op de kaart kan worden beschadigd of gewist. Gebruik nooit een beschadigde oplader, batterij of geheugenkaart. Dit kan een schok, camerastoring of brand veroorzaken. 3 Indeling van de gebruiksaanwijzing Basisfuncties Copyrightinformatie 11 Hier vindt u informatie over de indeling van de camera en basisfuncties voor het maken van opnamen. • Microsoft Windows en het Windows-logo zijn geregistreerde handelsmerken van Microsoft Corporation. • Mac is een geregistreerd handelsmerk van Apple Corporation. • microSD™ en microSDHC™ zijn geregistreerde handelsmerken van SD Association. • Handelsmerken en handelsnamen die in deze gebruiksaanwijzing worden gebruikt, zijn eigendom van de betreffende eigenaar. Uitgebreide functies 26 Hier vindt u informatie over hoe u foto's maakt door een modus te selecteren en hoe u video's en spraakmemo's opneemt. Opname-instellingen 37 Hier vindt u informatie over de instellingen waarvoor u in de opnamemodus kunt kiezen. Weergeven en bewerken • Cameraspecificaties of de inhoud van deze gebruiksaanwijzing kunnen bij een upgrade van camerafuncties zonder kennisgeving worden gewijzigd. • Gebruik deze camera op een verantwoorde manier en leef alle wet- en regelgeving met betrekking tot het gebruik van de camera na. • Het is niet toegestaan om enig deel van deze gebruiksaanwijzing zonder vooraf gegeven toestemming te hergebruiken of verspreiden. 55 Hier vindt u informatie over hoe u foto's, video's en spraakmemo's kunt weergeven of afspelen en hoe u foto's en video's kunt bewerken. Verder wordt toegelicht hoe u de camera aansluit op de fotoprinter of tv. Instellingen 76 Hier vind u opties om de instellingen van uw camera te configureren. Aanvullende informatie Hier vindt u informatie over foutmeldingen, specificaties en onderhoudstips. 4 82 Symbolen in deze gebruiksaanwijzing Pictogrammen in deze gebruiksaanwijzing Opnamemodus Symbool Pictogram Functie Aanvullende informatie Smart Auto Veiligheidsvoorschriften en waarschuwingen Programma DIS [ ] Cameratoetsen; bijvoorbeeld: [sluiterknop] ( ) Paginanummer van verwante informatie → De volgorde van de opties of menu's die u moet selecteren om een stap uit te voeren. Bijvoorbeeld: Selecteer Opname → Witbalans betekent dat u eerst Opname moet selecteren en vervolgens Witbalans. * Voetnoot Scène Film Pictogrammen in de opnamemodus Afkortingen in deze gebruiksaanwijzing Deze pictogrammen geven aan dat een bepaalde functie in de desbetreffende modi beschikbaar is. De modus ondersteunt wellicht bepaalde functies niet voor alle scènes. Voorbeeld)  Beschikbaar in de modi Programma, DIS en Film 5 Afkorting Betekenis ACB Auto Contrast Balance (Automatische contrastverbetering) AEB Auto Exposure Bracket (Opnamereeks met verschillende belichtingen) AF Auto Focus (Autofocus) DIS Digital Image Stabilization (Digitale beeldstabilisatie) DPOF Digital Print Order Format (Digitale afdrukbestelling) EV Exposure Value (Belichtingswaarde) ISO International Organization for Standardization (Internationale organisatie voor standaardisatie) WB White Balance (Witbalans) Uitdrukkingen in deze gebruiksaanwijzing Op de sluiterknop drukken Belichting (Helderheid) • Druk de [sluiterknop] half in: Druk de sluiterknop half in. • Druk op de [sluiterknop]: druk de sluiterknop half in. De hoeveelheid licht die de camera binnenkomt bepaalt de belichting. De belichting kan worden aangepast met behulp van sluitertijd, diafragma en ISO-waarde. Wanneer u de belichting verandert, worden de foto's donkerder of lichter. Druk de [sluiterknop] half in Druk op de [sluiterknop] Normale belichting Onderwerp, achtergrond en compositie • Onderwerp: het belangrijkste object in een scène, zoals een persoon, dier of stilleven. • Achtergrond: de objecten rond een onderwerp. • Compositie: de combinatie van een onderwerp en achtergrond.  Achtergrond Compositie Onderwerp 6 Overbelicht (te helder) Bekende problemen Hier vindt u antwoorden op bekende problemen. Met behulp van opname-instellingen hebt u veel problemen snel opgelost. De ogen van de gefotografeerde zijn rood. Dit wordt veroorzaakt door een reflectie van de flitser van de camera. • Stel de flitsoptie in op Rode ogen of Anti-rode ogen. (pag. 41) • Als de foto al is gemaakt, selecteert u Anti-rode ogen in het bewerkingsmenu. (pag. 66) Foto's bevatten stofvlekken. Stofdeeltjes die in de lucht zweven kunnen worden vastgelegd op foto's als u de flitser gebruikt. • Schakel de flitser uit of neem geen foto's op stoffige plaatsen. • Pas de ISO-waarde aan. (pag. 42) Foto's zijn onscherp. Dit kan worden veroorzaakt doordat u foto's neemt bij weinig licht of doordat u de camera niet goed vasthoudt. • Druk de [sluiterknop] half in om te zorgen dat wordt scherpgesteld op het onderwerp. (pag. 24) . (pag. 30) • Gebruik de modus Bij nachtopnamen zijn foto's onscherp. Om meer licht binnen te laten, gebruikt de camera een langere sluitertijd. Het kan dan lastig zijn de camera stil te houden, waardoor de foto's bewogen kunnen worden. • Schakel de flitser in. (pag. 41) • Pas de ISO-waarde aan. (pag. 42) • Gebruik een statief om te voorkomen dat de camera beweegt. Nacht in de modus . (pag. 33) • Selecteer Het onderwerp is te donker door tegenlicht. Als de lichtbron zich achter het onderwerp bevindt of als er een groot contrast is tussen de lichte en donkere gebieden, kan het onderwerp donker worden. • Maak geen foto's met de zon achter uw onderwerp. • Selecteer Tegenl. in de modus . (pag. 31) • Stel de flitsoptie in op Invulflits. (pag. 41) • Stel de optie voor de automatische contrastbalans (ACB) in. (pag. 49) • Pas de belichting aan. (pag. 49) • Stel de lichtmeting in op Spot als er een helder onderwerp in het midden van het kader staat. (pag. 50) 7 Beknopt overzicht Foto's van mensen maken • -modus > Beautyshot  31 -modus > Portret  31 • • Rode ogen, Anti-rode ogen (rode ogen voorkomen of verwijderen)  41 • Gezichtsdetectie  46 • • • • 's Nachts of in het donker foto's maken -modus > Nacht  33 modus > Zon onder, Dageraad, Vuurwerk  31 Flitsopties 41 ISO-waarde (de lichtgevoeligheid aanpassen)  42 De belichting aanpassen (helderheid) • EV (om de belichting aan te passen)  49 • ACB (om te compenseren voor onderwerpen tegen lichte achtergronden)  49 • L.meting  50 • AEB (om drie foto's met verschillende belichtingen te maken van dezelfde scène)  52 Een speciaal effect toepassen • Fotostijlen (om een speciale tint aan te brengen)  53 • Beeld aanpassen (om de verzadiging, de scherpte of het contrast aan te passen)  54 Actiefoto's maken Bewegingsonscherpte voorkomen • Continu, Bewegingsopname  52 • -modus  30 Foto's maken van tekst, insecten en bloemen modus > Close-up, Tekst  31 • • Macro, Auto macro (om foto's van dichtbij te maken)  43 • Witbalans (om de kleurtint te wijzigen)  50 8 • Bestanden op categorie bekijken in Smart Album 57 • Alle bestanden op de geheugenkaart wissen  60 • Foto's als diavertoning weergeven  61 • Foto's op een televisie weergeven 68 • De camera op een computer aansluiten  69 • Geluid en volume aanpassen  78 • De helderheid van het scherm aanpassen  78 • De schermtaal wijzigen  79 • De datum en tijd instellen  79 • De geheugenkaart formatteren  79 • Voordat u contact opneemt met een servicecenter  92 Inhoudsopgave Spraakmemo's opnemen . ........................................... 36 Een spraakmemo opnemen ......................................... 36 Een spraakmemo aan een foto toevoegen .................... 36 Basisfuncties ................................................................... 11 Uitpakken ..................................................................... Onderdelen en knoppen van de camera ..................... De batterij en geheugenkaart plaatsen ........................ De batterij opladen en de camera inschakelen ........... De batterij opladen ...................................................... De camera inschakelen ............................................... De eerste instellingen uitvoeren ................................... Uitleg over de pictogrammen ...................................... Opties selecteren ......................................................... Display en geluid instellen . .......................................... Het type weergave wijzigen .......................................... Het geluid instellen ...................................................... Foto's maken . .............................................................. Zoomen ..................................................................... Tips om betere foto's te maken ................................... 12 13 15 16 16 16 17 18 19 21 21 21 22 23 24 Opname-instellingen ....................................................... 37 Resolutie en beeldkwaliteit selecteren . ....................... De resolutie selecteren ................................................ De beeldkwaliteit selecteren ......................................... De timer gebruiken ....................................................... Opnamen in het donker maken ................................... Rode ogen voorkomen ................................................ De flitser gebruiken . .................................................... De ISO-waarde aanpassen .......................................... De scherpstelling aanpassen ....................................... Macro gebruiken ......................................................... Autofocus gebruiken ................................................... Meebewegende autofocus gebruiken ........................... Het scherpstelgebied aanpassen ................................. Gezichtsdetectie gebruiken ......................................... Gezichten detecteren .................................................. Een zelfportret maken .................................................. Een foto van een lachend gezicht maken ...................... Knipperende ogen detecteren ...................................... Helderheid en kleur aanpassen ................................... De belichting handmatig aanpassen (EV) ....................... Compenseren voor tegenlicht (ACB) ............................. De lichtmeetmethode wijzigen ...................................... Een instelling voor Witbalans selecteren ....................... Uitgebreide functies ........................................................ 26 De modus Smart Auto gebruiken ................................ De modus Programma gebruiken . .............................. De modus DIS gebruiken ............................................. De modus Scène gebruiken ........................................ De modus Beautyshot gebruiken . ................................ De kadergids gebruiken ............................................... De Nachtmodus gebruiken .......................................... Een video opnemen ..................................................... 27 29 30 31 31 32 33 34 9 38 38 38 39 41 41 41 42 43 43 43 44 45 46 46 47 47 48 49 49 49 50 50 Inhoudsopgave Serieopnamen .............................................................. Uw foto's mooier maken .............................................. Fotostijlen toepassen . ................................................. Uw foto's aanpassen . ................................................. Instellingen ....................................................................... 76 52 53 53 54 Camera-instellingenmenu ............................................ Het instellingenmenu openen ....................................... Geluid ........................................................................ Display ....................................................................... Instellingen ................................................................. Weergeven en bewerken ................................................ 55 Weergeven . .................................................................. De weergavemodus starten ......................................... Foto's weergeven . ...................................................... Een video afspelen ...................................................... Spraakmemo's afspelen .............................................. Een foto bewerken ....................................................... Het formaat van foto's aanpassen . ............................... Een foto draaien . ........................................................ Fotostijlen toepassen . ................................................. Belichtingsproblemen corrigeren . ................................. Een afdrukbestelling maken (DPOF) .............................. Bestanden op een tv weergeven ................................. Bestanden naar een Windows-computer overbrengen ................................................................. Bestanden overbrengen met behulp van Intelli-studio ..... Bestanden overbrengen door de camera als een verwisselbare schijf aan te sluiten ................................. De camera loskoppelen (Windows XP) . ........................ Bestanden naar een Mac-computer overbrengen ...... Foto's met een PictBridge-fotoprinter afdrukken . ...... 56 56 60 62 63 64 64 64 65 66 67 68 77 77 78 78 79 Aanvullende informatie ................................................... 82 Foutmeldingen ............................................................. 83 Cameraonderhoud ....................................................... 84 De camera reinigen ..................................................... 84 De camera gebruiken of opbergen ............................... 85 Geheugenkaarten ....................................................... 86 De batterij ................................................................... 88 Voordat u contact opneemt met een servicecenter .... 92 Cameraspecificaties . ................................................... 95 Woordenlijst .................................................................. 98 Index ........................................................................... 102 69 70 72 73 74 75  10 Basisfuncties Hier vindt u informatie over de indeling van de camera en basisfuncties voor het maken van opnamen. Uitpakken ……………………………………… 12 Onderdelen en knoppen van de camera …… 13 De batterij en geheugenkaart plaatsen … … 15 De batterij opladen en de camera inschakelen … ………………………………… 16 De batterij opladen … ……………………… 16 De camera inschakelen ……………………… 16 De eerste instellingen uitvoeren … ………… 17 Uitleg over de pictogrammen … …………… 18 Opties selecteren …………………………… 19 Display en geluid instellen …………………… 21 Het type weergave wijzigen … ……………… 21 Het geluid instellen … ……………………… 21 Foto's maken … ……………………………… 22 Zoomen ……………………………………… 23 Tips om betere foto's te maken … ………… 24 Uitpakken Controleer of de doos de volgende artikelen bevat. Optionele accessoires Camera Polslus Oplaadbare batterij AC-adapter / USB-kabel Camera-etui Geheugenkaarten Batterijoplader Memory card/ Geheugenkaartadapter A/V-kabel Snelstartgids • De illustraties kunnen afwijken van de onderdelen die bij uw product zijn geleverd. • U kunt door Samsung goedgekeurde accessoires die compatibel zijn met uw camera aanschaffen bij het servicecenter of de winkel waar u de camera hebt aangeschaft. Wij zijn niet aansprakelijk voor schade als gevolg van het gebruik van artikelen van andere fabrikanten. Basisfuncties 12 Onderdelen en knoppen van de camera Maak u vertrouwd met de diverse onderdelen en functies van de camera voordat u begint. POWER-knop Luidspreker Sluiterknop AF-hulplampje/ timerlampje Flitser Lens Microfoon Statiefbevestigingspunt USB- en A/Vaansluiting Voor aansluiting van USB- of A/V-kabel Batterijklep Plaats een geheugenkaart en een batterij Basisfuncties 13 Onderdelen en knoppen van de camera Zoomknop Statuslampje • In- en uitzoomen in de opnamemodus. • Inzoomen op een deel van een foto of bestanden als miniaturen bekijken in de weergavemodus. • Volume regelen in de weergavemodus. • Knippert: Wanneer de camera een foto of video opslaat, wanneer de gegevens op de camera worden gelezen door een computer of printer, wanneer het beeld niet is scherpgesteld of als er een probleem optreedt met het opladen van de batterij. • Groen: De camera maakt verbinding met een computer of heeft scherpgesteld op het onderwerp • Rood: De batterij wordt opgeladen 1 2 Scherm Knop Beschrijving Naar opties of menu's gaan Navigatie MODE-knop: Open de lijst met opnamemodi In de opnamemodus Bij instellen Weergaveoptie wijzigen Omhoog Macro-optie wijzigen Omlaag Flitseroptie wijzigen Naar links Timeroptie wijzigen Naar rechts Pictogram Modus Gemarkeerde optie of menu bevestigen Afspelen Naar de weergavemodus gaan Functie • De opties van de opnamemodus weergeven • In de weergavemodus bestanden verwijderen Basisfuncties 14 Beschrijving Smart Auto De camera kiest automatisch instellingen op basis van het gedetecteerde scènetype (Nacht, Portret, Zonsondergang, enzovoort). Programma Een foto maken met instelling van opties. DIS De camera activeert opties die het trillen van het beeld verminderen. Scène Een foto nemen met de voorgeprogrammeerde opties voor een specifieke scène (Landschap, Portret, Bos, enzovoort). Film Hiermee kunt u een video opnemen. De batterij en geheugenkaart plaatsen Hier vindt u informatie over het in de camera plaatsen van de batterij en van een optionele geheugenkaart. De batterij en geheugenkaart verwijderen Geheugenkaart Duw voorzichtig tegen de kaart om deze te ontgrendelen en trek de kaart vervolgens uit de sleuf. Batterijvergrendeling Zorg dat bij het plaatsen van een geheugenkaart de goudkleurige contactpunten naar beneden wijzen. Druk op de vergrendeling om de batterij te ontgrendelen. Geheugenkaart Batterij Plaats de batterij met het Samsung-logo omlaag gericht. De geheugenkaartadapter gebruiken Als u microgeheugenkaarten wilt gebruiken met dit product, een computer of een geheugenkaartlezer, moet u de kaart in een adapter plaatsen. Batterij • U kunt het interne geheugen gebruiken voor tijdelijke opslag als er geen geheugenkaart is geplaatst. • Plaats een geheugenkaart in de juiste richting. Als u een geheugenkaart in de verkeerde richting plaatst, kunnen zowel camera als geheugenkaart hierdoor beschadigen. Basisfuncties 15 De batterij opladen en de camera inschakelen De batterij opladen De camera inschakelen Druk op [ ] om de camera in of uit te schakelen. • Het scherm voor de eerste instellingen verschijnt wanneer u de camera voor het eerst inschakelt. (pag. 17) Voordat u de camera voor het eerst gaat gebruiken, moet de batterij worden opgeladen. Koppel de USB-kabel aan de ACadapter en sluit vervolgens het uiteinde van de kabel met het pijltje ( ) op de camera aan. De camera in de afspeelmodus inschakelen Druk op [ ]. De camera wordt ingeschakeld en gaat direct naar de afspeelmodus. Statuslampje • Rode lampje brandt: Bezig met opladen • Rode lampje uit: Volledig opgeladen • Rode lampje knippert: fout Als u uw camera inschakelt door [ ] ongeveer 3 seconden ingedrukt te houden, geeft de camera geen enkel camerageluid. Basisfuncties 16 De eerste instellingen uitvoeren Het scherm voor de eerste instellingen verschijnt, waar u de basisinstellingen van de camera kunt configureren. 1 Druk op [ ]. • Het scherm voor de eerste instellingen verschijnt wanneer u de camera voor het eerst inschakelt. 2 Druk op [ [ ] of [ ] om Language (Taal) te selecteren en druk op ]. 6 Druk op [ 7 ] of [ ] om Datum/Tijd aanpassen te selecteren en druk op [ ] of [ ]. Druk op [ ] of [ ] om een item te selecteren. Language Tijdzone Datum/tijd aanpassen Terug Back 5 ] of [ ] om een taal te selecteren en druk vervolgens op [ ]. Druk op [ ] of [ ] om Tijdzone te selecteren en ]. druk op [ ] of [ Druk op [ ] of [ ] om een tijdzone te selecteren en druk vervolgens op [ ]. • Als u zomer-wintertijd wilt instellen, drukt u op [ 9 ] of [ ] om de datum en tijd in te stellen en druk op [ ]. Druk op [ ] of [ ] om Datumtype te selecteren en druk op [ ] of [ ]. Language Tijdzone Datum/tijd aanp Datumtype ]. Tijdzone Terug 10 Druk op [ Londen Terug Instellen 8 Druk op [ Set 3 Druk op [ 4 : Nederlands : Londen : 12/... 11 Zomertijd Basisfuncties 17 : Nederlands : Londen JJJJ/MM/DD MM/DD/JJJJ DD/MM/JJJJ Uit Instellen ] of [ ] om een datumindeling te selecteren en druk vervolgens op [ ]. Druk op [ ] om naar de modus Opname te schakelen. Uitleg over de pictogrammen Welke pictogrammen worden weergegeven, is afhankelijk van de geselecteerde modus en de ingestelde opties. A Pictogram Beschrijving Autofocuskader Bewegingsonscherpte B Zoomverhouding Huidige datum en tijd C. P  ictogrammen links Pictogram Beschrijving Diafragma en sluitertijd Lange sluitertijd Belichtingswaarde Witbalans C Pictogram Beschrijving Gezichtstint Gezichtsretouch Fotoresolutie A. Informatie Pictogram B. Pictogrammen rechts ISO-waarde Beschrijving Videoresolutie Geselecteerde opnamemodus Opnamesnelheid Resterend aantal foto's Fotokwaliteit Beeldaanpassing (contrast, scherpte, kleurverzadiging) Beschikbare opnametijd Lichtmeting Geluid uit (Zoom gedempt) Er is geen geheugenkaart geplaatst Flitsoptie Type serieopnamen Geheugenkaart geplaatst Timerinstelling • • • Autofocusinstelling : volledig opgeladen : deels opgeladen : moet opgeladen worden Gezichtsdetectie Spraakmemo (Aan) Basisfuncties 18 Fotostijl Opties selecteren U kunt opties selecteren door op [ ] te drukken. Vervolgens kunt u de navigatieknoppen ([ U kunt de opnameopties ook openen door op [ ], [ ]) gebruiken. Terug naar het vorige menu Druk op[ menu te scrollen. 3 Druk op [ ], [ ] te drukken, maar dan zijn sommige opties niet beschikbaar. ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Gebruik de navigatieknoppen om naar een optie of • Druk op [ • Druk op [ ], [ ] om naar het vorige menu terug te gaan. Druk de [sluiterknop] half in om naar de opnamemodus terug te gaan. ] of [ ] om omhoog of omlaag te gaan. ] of [ ] om naar links of rechts te gaan. ] om de gemarkeerde keuze te bevestigen. Basisfuncties 19 Opties selecteren Voorbeeld: in de modus de witbalans selecteren ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Druk op [ ] of [ ] om naar Programma te scrollen en druk op [ 5 Druk op [ ]. Fotoformaat Kwalit. EV ISO Witbalans Gezichtsdetectie Scherpstelgebied Smart Auto Programma DIS Scène Film Afsl. 6 In deze modus kunt u direct versch. opnamefuncties instellen. 3 ] of [ ] om naar Witbalans te scrollen en ] of [ ]. druk op [ Druk op [ ]. Terug Druk op [ ] of [ scrollen. ] om naar een optie voor Witbalans te Fotoformaat Opname Kwalit. Geluid EV Display Witbalans Daglicht ISO Instellingen Gezichtsdetectie Scherpstelgebied Afsl. 4 Druk op [ druk op [ Terug Wijzigen ] of [ ] om naar Opname te scrollen en ] of [ ]. Basisfuncties 7 Druk op [ 20 Verpl. ]. Display en geluid instellen Hier vindt u informatie over het aanpassen van de basisinstellingen van het scherm en het geluid. Het type weergave wijzigen Het geluid instellen Selecteer een type display voor de opname- of afspeelmodus. Elk type geeft verschillende opname- en afspeelgegevens weer. U kunt instellen of de camera een bepaald geluid laat klinken wanneer u de camera bedient. Druk meerdere keren op [ wijzigen. 1 Druk in de opname- of afspeelmodus op [ 2 Selecteer Geluid → Piepjes → een optie. ] om het type display te Alle fotografische gegevens weergeven. Modi Keuzes voor type display Opname • Alle opname-informatie weergeven • Opname-informatie verbergen, behalve het aantal resterende foto's (of de resterende opnametijd) en het batterijpictogram Afspelen • Alle informatie over de huidige foto weergeven • Alle informatie over de huidige foto verbergen • Informatie over de huidige foto verbergen, behalve de opname-instellingen en de vastgelegde datum Basisfuncties 21 ]. Optie Beschrijving Uit De camera geeft geen geluiden weer. 1/2/3 De camera geeft één van drie geluiden, afhankelijk van de optie die u selecteert. Foto's maken Hier vindt u informatie over basishandelingen om in de modus Smart Auto snel en eenvoudig foto's te maken. ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Druk op [ ] of [ ] om naar Smart Auto te scrollen en druk vervolgens op [ 4 Druk de [sluiterknop] half in om scherp te stellen. • Een groen kader betekent dat het onderwerp scherp in beeld is. • Een rood kader betekent dat het onderwerp niet scherp in beeld is. ]. Smart Auto Programma DIS Scène Film Deze modus herkent de scène automatisch. 3 Plaats het onderwerp in het kader. 5 Druk de [sluiterknop] volledig in om een foto te maken. Zie pagina 24 voor tips om betere foto's te maken. Basisfuncties 22 Foto's maken Zoomen Digitale zoom U kunt close-upfoto's maken door in te zoomen. De camera heeft 5X optische zoom en 3X digitale zoom. Door beide te gebruiken, kunt u tot 15 keer inzoomen. Als de zoomindicator zich in het digitale bereik bevindt, gebruikt de camera de digitale zoomfunctie. De beeldkwaliteit kan bij het gebruik van digitale zoom achteruitgaan. Druk [Zoomknop] naar rechts om op het onderwerp in te zoomen. Druk [Zoomknop] naar links om uit te zoomen. Optisch bereik Zoomindicator Digitaal bereik • De digitale zoomfunctie is niet beschikbaar voor de opties voor Gezichtsdetectie en de optie Tracking AF. • Als u een foto maakt met digitale zoom, kan de fotokwaliteit minder worden. Zoomverhouding Uitzoomen Inzoomen • De zoomfunctie is niet beschikbaar als de focus is ingesteld op Macro • De zoomverhouding die op het scherm wordt weergegeven, verandert niet-lineair en kan licht afwijken van de werkelijke zoomverhouding. Basisfuncties 23 Tips om betere foto's te maken Bewegingsonscherpte verminderen De camera op de juiste manier vasthouden Controleer of er niets voor de lens zit. • Selecteer de modus om bewegingsonscherpte digitaal te verminderen. (pag. 30) Als wordt weergegeven De sluiterknop half indrukken  Druk de [sluiterknop] half in en pas de scherpstelling aan. De camera past de scherpstellingen en belichting automatisch aan. Bewegingsonscherpte De camera stelt de diafragmawaarde en sluitersnelheid automatisch in. Scherpstelkader • Druk de [sluiterknop] volledig in om een foto te maken als het scherpstelkader groen is. • Pas de compositie aan en druk de [sluiterknop] nogmaals half in als het scherpstelkader rood is. Basisfuncties Zorg dat bij opnamen in het donker de flitser niet op Langz sync of Uit staat ingesteld. Het diafragma blijft dan langer open, waardoor het moeilijker is om de camera stil te houden. • Gebruik een statief of stel de flitser in op Invulflits. (pag. 41) • Pas de ISO-waarde aan. (pag. 42) 24 Voorkomen dat het onderwerp niet scherp is • Als u foto's maakt bij weinig licht In de volgende gevallen kan het moeilijk zijn om op het onderwerp scherp te stellen: -- er is weinig contrast tussen het onderwerp en de achtergrond Schakel de flitser in. (pag. 41) (bijvoorbeeld wanneer het onderwerp kleding draagt die ongeveer dezelfde kleur heeft als de achtergrond) -- de lichtbron achter het onderwerp is te fel -- het onderwerp glanst of weerkaatst licht -- het onderwerp heeft horizontale patronen, zoals bij jaloezieën het geval is -- het onderwerp bevindt zich niet in het midden van het kader • Als onderwerpen snel bewegen Gebruik de functie voor continuopnamen of bewegingsdetectie. (pag. 52) Gebruik de scherpstelvergrendeling Druk de [sluiterknop] half in om scherp te stellen. Wanneer het onderwerp scherp in beeld is, kunt u het kader verschuiven om de compositie aan te passen. Druk wanneer u klaar bent de [sluiterknop] volledig in om een foto te maken. Basisfuncties 25 Uitgebreide functies Hier vindt u informatie over hoe u foto's maakt door een modus te selecteren en hoe u video's en spraakmemo's opneemt. De modus Smart Auto gebruiken …………… 27 De modus Programma gebruiken … ……… 29 De modus DIS gebruiken … ………………… 30 De modus Scène gebruiken ………………… 31 De modus Beautyshot gebruiken …………… 31 De kadergids gebruiken … ………………… 32 De Nachtmodus gebruiken … ……………… 33 Een video opnemen … ……………………… 34 Spraakmemo's opnemen … ………………… 36 Een spraakmemo opnemen ………………… 36 Een spraakmemo aan een foto toevoegen … 36 De modus Smart Auto gebruiken In deze modus kiest de camera automatisch camera-instellingen die bij het gedetecteerde type scène passen. De modus Smart Auto is handig als u niet bekend bent met de camera-instellingen voor de diverse scènes. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Kies Smart Auto. 3 Plaats het onderwerp in het kader. ]. Pictogram Beschrijving Verschijnt bij foto's van landschappen met tegenlicht. Verschijnt bij portretfoto's met tegenlicht. Verschijnt bij portretfoto's. • De camera selecteert automatisch een scène. Het pictogram voor de desbetreffende modus wordt linksboven in het scherm weergegeven. De pictogrammen worden hieronder weergegeven. Verschijnt bij close-upfoto's van objecten. Verschijnt bij close-upfoto's van tekst. Verschijnt bij foto's van zonsondergangen. Verschijnt bij foto's van heldere luchten. Verschijnt bij foto's van beboste gebieden. Verschijnt bij close-upfoto's van kleurrijke onderwerpen. Verschijnt wanneer de camera stabiel staat (bijvoorbeeld op een statief) en het onderwerp enige tijd niet beweegt. Alleen beschikbaar wanneer u foto’s in het donker maakt. Pictogram Beschrijving Verschijnt bij foto's van actief bewegende onderwerpen. Verschijnt bij foto's van landschappen. Verschijnt bij foto's met een heldere witte achtergrond. Verschijnt bij nachtfoto's van landschappen. (Alleen beschikbaar wanneer de flitser uitstaat.) Verschijnt bij nachtelijke portretfoto's. Uitgebreide functies 27 De modus Smart Auto gebruiken 4 Druk de [sluiterknop] half in om scherp te stellen. 5 Druk de [sluiterknop] volledig in om een foto te maken. • Als de camera geen scènemodus herkent, wordt weergegeven en gebruikt de camera de standaardinstellingen. • Ook als er een gezicht wordt gedetecteerd, is het mogelijk dat de camera geen portretmodus selecteert. Dit hangt af van de positie van het onderwerp en de lichtval. • Door verscheidene opnameomstandigheden kan het gebeuren dat de camera de juiste scène niet kan selecteren, bijvoorbeeld door het trillen van de camera, de lichtval en de afstand tot het onderwerp. • Zelfs als u een statief gebruikt, kan het voorkomen dat de camera de modus niet detecteert, afhankelijk van de beweging van het onderwerp. • In de modus gebruikt de camera meer batterijspanning omdat de instellingen regelmatig worden gewijzigd op basis van de geselecteerde scènes. Uitgebreide functies 28 De modus Programma gebruiken In de modus Programma kunt u diverse opties instellen, met uitzondering van de sluitertijd en het diafragma, die automatisch worden ingesteld. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer Programma. 3 Stel opties in. ]. (Zie voor een lijst met opties “Opname-instellingen” op pagina 37.) 4 Plaats het onderwerp in het kader en druk de [sluiterknop] half in om scherp te stellen. 5 Druk de [sluiterknop] volledig in om een foto te maken. Uitgebreide functies 29 De modus DIS gebruiken Voorkom vage foto's als gevolg van bewegingsonscherpte met de functies voor Digitale beeldstabilisatie (DIS). Vóór correctie Na correctie ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ Selecteer DIS. 2 3 Plaats het onderwerp in het kader en druk de [sluiterknop] half in om scherp te stellen. 4 Druk de [sluiterknop] volledig in om een foto te maken. • De digitale zoomfunctie werkt in deze modus niet. • Als het onderwerp snel beweegt, kan de foto onscherp worden. • De DIS-functie werkt mogelijk niet op een plek met belichting die helderder is dan een tl-lamp. Uitgebreide functies 30 De modus Scène gebruiken Maak een foto met vooraf ingestelde opties voor een specifieke scène. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer Scène → een scène. De modus Beautyshot gebruiken ]. Maak een foto van iemand met opties om onvolkomenheden in het gezicht te verbergen. Beautyshot ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer Scène → Beautyshot. 3 Als u de huidtint van het onderwerp lichter wilt laten Kaderlijnen Nacht Portret Kinderen Landschap Close-up lijken (alleen gezicht), drukt u op [ ] en gaat u naar stap 4. Druk op [ ] om onvolkomenheden in het gezicht te verbergen en ga naar stap 5. Deze modus is geschikt om portretfoto's te maken • Als u de scènemodus wilt wijzigen, drukt u op [ ] en kiest u Scène → een scène. • Meer over de modus Beautyshot vindt u in “De modus Beautyshot gebruiken" op pagina 31. • Meer over de modus Kadergids vindt u in “De kadergids gebruiken" op pagina 32. • Meer over de Nachtmodus vindt u in “De Nachtmodus gebruiken" op pagina 33. 4 Selecteer Opname → Gezichtstint → een optie. • Selecteer een hogere instelling om de huidtint lichter te laten lijken. Niveau 2 3 Plaats het onderwerp in het kader en druk de [sluiterknop] half in om scherp te stellen. 4 Druk de [sluiterknop] volledig in om een foto te maken. Terug 5 Uitgebreide functies Druk op [ verbergen. 31 Verpl. ] om onvolkomenheden in het gezicht te De modus Scène gebruiken 6 Selecteer Opname → Gezichtretouch. → een optie. • Selecteer een hogere instelling om een groter aantal onvolkomenheden te verbergen. Wanneer u iemand anders een foto van u wilt laten maken, kunt u de compositie bepalen met behulp van de kadergids. De kaderlijnen helpen degene die een foto van u maakt door het gedeelte van de vooraf gekadreerde scène te laten zien. ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer Scène → Kaderlijnen. 3 Kadreer het onderwerp en druk [sluiterknop] in. Niveau 2 Terug De kadergids gebruiken • Aan de linker- en rechterkant van het beeld verschijnen doorzichtige lijnen. Verpl. 7 Plaats het onderwerp in het kader en druk de [sluiterknop] half in om scherp te stellen. 8 Druk de [sluiterknop] volledig in om een foto te maken. Als u de modus Beautyshot gebruikt, wordt de scherpstelafstand ingesteld op Auto macro. Kader annuleren: OK 4 Vraag een andere persoon om een foto te maken. • Deze persoon kan het onderwerp kadreren met behulp van de kaderlijnen en vervolgens op [sluiterknop] drukken om de foto te maken. 5 Druk op [ Uitgebreide functies 32 ] om de kadergids op te heffen. De modus Scène gebruiken 3 Selecteer de diafragmawaarde of sluitersnelheid. De Nachtmodus gebruiken Gebruik de Nachtmodus om een foto te nemen met voorgeprogrammeerde opties voor nachtopnamen. Gebruik een statief om te voorkomen dat de camera beweegt. Diafragma ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer Scène → Nacht. 3 Plaats het onderwerp in het kader en druk de Terug [sluiterknop] half in om scherp te stellen. 4 Druk de [sluiterknop] volledig in om een foto te maken. De belichting aanpassen in de Nachtmodus In de Nachtmodus kunt u een lange sluitertijd gebruiken om de sluiter langer open te laten staan. Gebruik een hogere diafragmawaarde om overbelichting te voorkomen. Diafragmawaarde Sluitertijd Auto Auto Verpl. 4 Selecteer een optie. • Als u Auto selecteert, stelt de camera het diafragma en de sluitertijd automatisch in. 5 Plaats het onderwerp in het kader en druk de [sluiterknop] half in om scherp te stellen. 6 Druk de [sluiterknop] volledig in om een foto te maken. Gebruik een statief om onscherpe foto's te voorkomen. ]. 1 Druk op [ 2 Selecteer Opname → Lange sluitert. Uitgebreide functies 33 Een video opnemen In de Filmmodus kunt u video's met HD-kwaliteit (High-Definition) opnemen van maximaal 20 minuten (en SD-video's van maximaal 2 uur). De camera slaat opgenomen video's op als MJPEG-bestanden. • Sommige geheugenkaarten ondersteunen mogelijk geen opname met high-definition kwaliteit. Stel in dat geval een lagere resolutie in. • Geheugenkaarten met een lage schrijfsnelheid ondersteunen geen video’s met een hoge resolutie of een hoge snelheid. Gebruik voor het opnemen van video’s met een hoge resolutie of een hoge snelheid geheugenkaarten met een hogere schrijfsnelheid. ]. 5 Druk op [ 6 Selecteer Film → Spraak → een geluidsoptie. Optie Beschrijving Aan: Hiermee kunt u een video met geluid opnemen. Uit: Hiermee kunt u een video zonder geluid opnemen. ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ Selecteer Film. 2 ]. 3 Druk op [ 4 Selecteer Film → Framesnelheid → een framesnelheid (het aantal frames per seconde). • Bij een hoger aantal frames doet de actie natuurlijker aan, maar wordt het bestand ook groter. Zoom gedempt: De camera neemt tijdelijk geen geluid op wanneer u de zoomfunctie gebruikt. 7 Stel naar wens andere opties in. (Zie voor een lijst met opties “Opname-instellingen” op pagina 37.) 8 Druk op de [sluiterknop] om de opname te starten. 9 Druk nogmaals op de [sluiterknop] om de opname te De maximale opnamecapaciteit voor één videobestand bedraagt 4 GB. Wanneer een bestand groter wordt dan 4 GB bij het opnemen van video’s, wordt het opnemen automatisch gestopt. Uitgebreide functies stoppen. 34 Een video opnemen Stop Pauze Het opnemen onderbreken U kunt tijdens het opnemen van een video de opname tijdelijk onderbreken. Met deze functie kunt u meerdere scènes opnemen in één video. Druk op [ ] om de opname te onderbreken. Druk nogmaals om de opname te hervatten. Uitgebreide functies 35 Spraakmemo's opnemen Hier vindt u informatie over hoe u een spraakmemo opneemt die u op elk gewenst moment kunt afspelen. U kunt een spraakmemo aan een foto toevoegen als een korte herinnering aan de opnameomstandigheden. U bereikt de beste geluidskwaliteit als u op 40 cm afstand van de camera opneemt. Een spraakmemo opnemen Een spraakmemo aan een foto toevoegen ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer Opname → Spraak → Opname. 3 Druk op [sluiterknop] om de opname te starten. ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer Opname → Spraak → Memo. 3 Plaats het onderwerp in het kader en neem de foto. • U kunt spraakmemo's van maximaal 10 uur opnemen. • Druk op [ ] om het opnemen te onderbreken of te hervatten. • Begin met het opnemen van de spraakmemo nadat u de foto hebt genomen. 4 Neem een korte spraakmemo op (maximaal 10 seconden). • Druk op de [sluiterknop] om te stoppen met het opnemen van een spraakmemo voordat de 10 seconden voorbij zijn. U kunt geen spraakmemo’s aan foto’s toevoegen als u doorlopende opties instelt. Stop Pauze 4 Druk op de [sluiterknop] om te stoppen. • Druk op [sluiterknop] om een nieuwe spraakmemo op te nemen. 5 Druk op [ ] om naar de opnamemodus te schakelen. Uitgebreide functies 36 Opname-instellingen Hier vindt u informatie over de instellingen waarvoor u in de opnamemodus kunt kiezen. Resolutie en beeldkwaliteit selecteren ……… 38 De resolutie selecteren … …………………… 38 De beeldkwaliteit selecteren ………………… 38 De timer gebruiken …………………………… 39 Opnamen in het donker maken … ………… 41 Rode ogen voorkomen ……………………… 41 De flitser gebruiken … ……………………… 41 De ISO-waarde aanpassen … ……………… 42 De scherpstelling aanpassen … …………… 43 Macro gebruiken … ………………………… Autofocus gebruiken ………………………… Meebewegende autofocus gebruiken … …… Het scherpstelgebied aanpassen …………… 43 43 44 45 Gezichtsdetectie gebruiken … ……………… 46 Gezichten detecteren … …………………… Een zelfportret maken … …………………… Een foto van een lachend gezicht maken …… Knipperende ogen detecteren … …………… 46 47 47 48 Helderheid en kleur aanpassen ……………… 49 De belichting handmatig aanpassen (EV) …… Compenseren voor tegenlicht (ACB) ………… De lichtmeetmethode wijzigen … …………… Een instelling voor Witbalans selecteren …… 49 49 50 50 Serieopnamen ………………………………… 52 Uw foto's mooier maken … ………………… 53 Fotostijlen toepassen … …………………… 53 Uw foto's aanpassen … …………………… 54 Resolutie en beeldkwaliteit selecteren Hier vindt u informatie over hoe u instellingen voor de resolutie en beeldkwaliteit kunt aanpassen. De resolutie selecteren Bij het maken van een video Als u de resolutie verhoogt, zullen de foto's en video's meer pixels bevatten en daardoor groter kunnen worden afgedrukt en weergegeven. Bij een hoge resolutie neemt ook de bestandsgrootte toe. ]. 1 Druk in de modus op [ Selecteer Film → Filmformaat → een optie. 2 Optie ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ Selecteer Opname → Fotoformaat → een optie. 2 Optie Beschrijving 1280 X 720: HD-bestanden voor weergave op een HDTV. Bij het nemen van een foto 640 X 480: SD-bestanden voor weergave op een analoge tv. 320 X 240: Publiceren op een webpagina. Beschrijving 4320 X 3240: Afdrukken op A1-formaat. De beeldkwaliteit selecteren 4000 X 3000: Afdrukken op A1-formaat. 3984 X 2656: Afdrukken op A2-formaat in brede verhouding. (3:2) 3968 X 2232: Afdrukken op A2-formaat in panoramaverhouding (16:9) of weergeven op een HDTV. 3264 X 2448: Afdrukken op A3-formaat. 2592 X 1944: Afdrukken op A4-formaat. De camera comprimeert de foto's die u maakt en slaat deze op in JPEG-indeling. Een hogere kwaliteit resulteert in grotere bestanden. ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer Opname → Kwalit. → een optie. Optie 2048 X 1536: Afdrukken op A5-formaat. Beschrijving Superhoog: Foto's maken met superhoge kwaliteit. 1024 X 768: Voor e-mailbijlagen. Hoog: Foto's maken met hoge kwaliteit. De afmetingen van het papierformaat in inches zijn bij benadering. Normaal: Foto's maken met normale kwaliteit. Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties verschillen. Opname-instellingen 38 De timer gebruiken Hier vindt u informatie over hoe u de timer instelt om de opname met een vertraging te maken. 1 Druk in de opnamemodus op [ 3 Druk op de [sluiterknop] om de timer te starten. ]. • Het AF-hulplampje/timerlampje gaat knipperen en de camera maakt na de ingestelde tijdsduur automatisch een foto. Uit • Druk op [ ] of [sluiterknop] om de timer te annuleren. • Als u opties voor continuopnamen instelt, zijn er geen opties voor de zelfontspanner beschikbaar. • Afhankelijk van de optie die u hebt geselecteerd voor gezichtsdetectie, zijn mogelijk de timerfunctie of bepaalde timeropties daarvan niet beschikbaar. 2 Selecteer een optie. Optie Beschrijving Uit: De timer is uitgeschakeld. 10 sec: Over 10 seconden een foto maken. 2 sec: Over 2 seconden een foto maken. Dubbel: Over 10 seconden een foto maken en twee seconden later nog een. Bewegingstimer: Detecteert de beweging van het onderwerp en maakt vervolgens een foto als het onderwerp 6 seconden lang niet beweegt. (pag. 40) Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties verschillen. Opname-instellingen 39 De timer gebruiken 6 Poseer voor de foto terwijl het AF-hulplampje/ De bewegingstimer gebruiken timerlampje knippert. 1 Druk in de opnamemodus op [ ]. 2 Selecteer . 3 Druk op de [sluiterknop]. 4 Zorg dat u binnen 6 seconden nadat u op de • Vlak voordat de camera een foto maakt, stopt het AFhulplampje/timerlampje met knipperen. [sluiterknop] hebt gedrukt voor de camera staat, op maximaal 3 meter afstand. 5 Maak een beweging, zoals een armzwaai, om de zelfontspanner te activeren. • Wanneer de camera u detecteert, begint het AF-hulplampje/ timerlampje snel te knipperen. De bewegingstimer werkt mogelijk niet in de volgende omstandigheden: • U bevindt zich op meer dan 3 meter afstand van de camera • uw bewegingen zijn niet opvallend genoeg • er is te veel licht of tegenlicht Het detectiebereik van de bewegingstimer Opname-instellingen 40 Opnamen in het donker maken Hier vindt u informatie over hoe u 's nachts of bij weinig licht foto's kunt maken. Rode ogen voorkomen De flitser gebruiken Als u in het donker een foto van iemand maakt met gebruik van de flitser, kan er een rode gloed in de ogen van de persoon verschijnen. U kunt dit voorkomen door Rode ogen of Anti-rode ogen te selecteren. Voor de flitseropties, zie 'De flitser gebruiken'. Gebruik de flitser wanneer u foto's in het donker maakt of wanneer u meer licht in de foto's wilt hebben. 1 Druk in de opnamemodus op [ ]. Auto 2 Selecteer een optie. Optie Beschrijving Uit: • Er wordt geen flits gebruikt. • De camera geeft een waarschuwing weer dat de camera beweegt ( ) wanneer u foto's maakt bij weinig licht. Auto: De camera selecteert in de modus een geschikte flitsinstelling voor de gedetecteerde scène. Opname-instellingen 41 Opnamen in het donker maken Optie Beschrijving • Flitsopties zijn niet beschikbaar als u doorlopende opties instelt of als u Zelfportret of Knipperen selecteert. • Zorg dat uw onderwerp zich binnen de aanbevolen afstand van de flitser bevindt. (pag. 95) • Als licht van de flitser wordt gereflecteerd of als er veel stof in de lucht is, kunnen er kleine vlekjes op de foto komen. Anti-rode ogen*: • Er wordt twee keer geflitst wanneer het onderwerp of de achtergrond donker is. • De camera corrigeert rode ogen door middel van geavanceerde softwarematige analyse van de opname. Langz sync: • Er wordt geflitst en de sluiter blijft langer open. • Selecteer deze optie wanneer u het omgevingslicht wilt gebruiken om meer details in de achtergrond zichtbaar te maken. • Gebruik een statief om te voorkomen dat de foto's onscherp worden. • De camera geeft een waarschuwing weer dat de camera beweegt ( ) wanneer u foto's maakt bij weinig licht. Invulflits: • Er wordt altijd een flits geactiveerd. • De camera past automatisch de intensiteit van het licht aan. Rode ogen*: • Er wordt twee keer geflitst wanneer het onderwerp of de achtergrond donker is. • De camera gaat rode ogen tegen. De ISO-waarde aanpassen De ISO-waarde is een eenheid voor de mate waarin film gevoelig is voor licht, zoals gedefinieerd door de International Organisation for Standardisation (ISO). Hoe hoger de ISO-waarde, des te gevoeliger wordt de camera voor licht. Met een hogere ISOwaarde kunt u gemakkelijker foto's zonder flits maken. ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer Opname → ISO → een optie. • Selecteer om een geschikte ISO-waarde te gebruiken op basis van de helderheid van het onderwerp en de lichtval. • Hoe hoger de ISO-waarde, des te meer beeldruis kan er optreden. • Wanneer u Bewegingsopname, wordt de ISO-waarde ingesteld Auto. Auto: Er wordt automatisch een flits afgevuurd wanneer het onderwerp of de achtergrond donker is. Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties verschillen. * Er zit een korte tijd tussen twee afgevuurde flitsen. Beweeg de camera niet totdat de tweede flits is uitgevoerd. Opname-instellingen 42 De scherpstelling aanpassen Informatie over het aanpassen van de scherpstelling van de camera. Macro gebruiken Autofocus gebruiken Gebruik macro om close-upfoto's te maken van onderwerpen zoals bloemen en insecten. Voor de macro-opties, zie 'Autofocus gebruiken'. Om scherpe foto's te maken, selecteert u de scherpsteloptie die bij de afstand tot het onderwerp past. 1 Druk in de opnamemodus op [ ]. Normaal (AF) 2 Selecteer een optie. Optie Beschrijving Normaal (AF): Scherpstellen op een onderwerp dat zich op een afstand van meer dan 80 cm van de camera bevindt. Verder dan 100 cm bij het gebruik van de zoomfunctie. • Probeer de camera heel stil te houden, om te voorkomen dat de foto's onscherp worden. • Schakel de flitser uit als de afstand tot het onderwerp minder dan 40 cm bedraagt. Macro: Scherpstellen op een onderwerp dat zich op een afstand van 5 - 80 cm van de camera bevindt. Auto macro: Automatisch scherpstellen op een onderwerp verder dan 5 cm. Meer dan 100 cm wanneer de zoom wordt gebruikt. Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties verschillen. Opname-instellingen 43 De scherpstelling aanpassen Meebewegende autofocus gebruiken • Als u niet op [ ] drukt, verschijnt het scherpstelkader midden in het beeld. • Het volgen van een onderwerp kan in de volgende gevallen mislukken: -- het onderwerp is te klein of verplaatst zich vaak -- er is sprake van tegenlicht of u maakt foto's op een donkere plaats -- kleuren of patronen van het onderwerp komen met de achtergrond overeen -- de camera trilt erg • Wanneer een onderwerp niet kan worden gevolgd, wordt het scherpstelkader weergegeven als een kader met één witte lijn ( ). • Als de camera het onderwerp niet volgt, moet u het te volgen onderwerp opnieuw selecteren. • Als de camera er niet in slaagt om scherp te stellen, wordt het scherpstelkader weergegeven als kader met één rode lijn ( ). • Als u deze functie gebruikt, is het niet mogelijk om de opties voor gezichtsdetectie, fotostijlen en zelfontspanner in te stellen. Tracking AF maakt het mogelijk een onderwerp te volgen en scherp te stellen, zelfs terwijl u in beweging bent. ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer Opname → Scherpstelgebied → Tracking AF. 3 Stel scherp op het onderwerp dat u wilt volgen en druk op [ ]. • Er verschijnt een scherpstelkader rond het onderwerp dat het onderwerp volgt als u de camera beweegt. • Een wit kader betekent dat de camera het onderwerp volgt. • Een groen kader wanneer u de [sluiterknop] half indrukt, betekent dat het onderwerp scherp in beeld is. Opname-instellingen 44 De scherpstelling aanpassen Het scherpstelgebied aanpassen U kunt betere foto's krijgen door een scherpstelgebied te kiezen op basis van de locatie van het onderwerp in de scène. ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer Opname → Scherpstelgebied → een optie. Optie Beschrijving Centrum AF: Scherpstellen op het midden. Geschikt voor onderwerpen die zich in het midden bevinden. Multi AF: Scherpstelling op een of meer van 9 mogelijke gebieden. Tracking AF: Scherpstellen op en meebewegen met het onderwerp. (pag. 44) Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties verschillen. Opname-instellingen 45 Gezichtsdetectie gebruiken Wanneer u de gezichtsdetectiefunctie gebruikt, herkent de camera automatisch menselijke gezichten. Wanneer u op een menselijk gezicht scherpstelt, past de camera de belichting automatisch aan. Maak snel en eenvoudig foto's met Knipperen om gesloten ogen op de foto te voorkomen, of met Smile shot om een lachend gezicht vast te leggen. • Als de camera een of meerdere gezichten herkent, volgt de focus automatisch de beweging van deze gezichten. • In sommige scènes is gezichtsdetectie niet beschikbaar. • Gezichtsdetectie is mogelijk in de volgende gevallen niet effectief: -- het onderwerp bevindt zich te ver van de camera af (het scherpstelkader kleurt bij Smile shot en Knipperen.) -- het is te licht of te donker -- het onderwerp kijkt niet in de richting van de camera -- het onderwerp draagt een zonnebril of een masker -- het onderwerp heeft tegenlicht of de lichtomstandigheden zijn veranderlijk -- de gezichtsuitdrukking van het onderwerp verandert drastisch • Gezichtsdetectie is niet beschikbaar bij het gebruik van Fotostijlkeuze, een beeldaanpassingsoptie of als Tracking AF wordt gebruikt. • Gezichtsdetectie is niet beschikbaar bij gebruik van digitale zoom. • Afhankelijk van de optie die u hebt geselecteerd voor gezichtsdetectie, zijn mogelijk de timerfunctie of bepaalde timeropties daarvan niet beschikbaar. • Afhankelijk van de optie voor gezichtsdetectie die u hebt geselecteerd, zijn sommige doorlopende opties niet beschikbaar. • Als opties voor gezichtsdetectie instelt, wordt het AF-gebied automatisch ingesteld op Multi AF. Gezichten detecteren De camera kan automatisch maximaal 10 gezichten in een scène detecteren. Het dichtstbijzijnde gezicht wordt in een wit scherpstelkader weergegeven, de andere gezichten in grijze kaders. ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer Opname → Gezichtsdetectie → Normaal. Opname-instellingen • Het dichtstbijzijnde gezicht wordt in een wit scherpstelkader weergegeven, de andere gezichten in grijze kaders. Hoe dichter u bij het onderwerp bent, hoe sneller de camera gezichten detecteert. 46 Gezichtsdetectie gebruiken Een zelfportret maken Een foto van een lachend gezicht maken Maak foto's van uzelf. De camera stelt automatisch de closeupoptie voor de afstand in en geeft een geluidssignaal weer wanneer deze klaar is. De camera neemt automatisch een foto wanneer er een lachend gezicht wordt gedetecteerd. ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ Selecteer Opname → Gezichtsdetectie → Zelfportret. 2 3 Wanneer u een piep hoort, drukt u op de [sluiterknop]. ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer Opname → Gezichtsdetectie → Smile shot. • De camera herkent de lach eerder wanneer het onderwerp breeduit lacht. Als u het volume in de geluidsinstellingen uitschakelt, zal de camera geen piepje laten klinken. (pag. 78) Opname-instellingen 47 Gezichtsdetectie gebruiken Knipperende ogen detecteren Als de camera gesloten ogen detecteert, worden automatisch twee foto's achtereen genomen. ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer Opname → Gezichtsdetectie → Knipperen. Opname-instellingen 48 Helderheid en kleur aanpassen Hier vindt u informatie over hoe u instellingen voor de helderheid en kleur kunt aanpassen om een betere beeldkwaliteit te bereiken. De belichting handmatig aanpassen (EV) Compenseren voor tegenlicht (ACB) Afhankelijk van de intensiteit van het omgevingslicht kunnen foto's te licht of te donker uitvallen. U kunt dan de belichting aanpassen om een beter resultaat te krijgen. Donkerder (-) Neutraal (0) Helderder (+) Wanneer de lichtbron zich achter het onderwerp bevindt, of als er een groot contrast is tussen het onderwerp en de achtergrond, komt het onderwerp waarschijnlijk donker op de foto. Schakel in dat geval de optie Auto Contrast Balance (ACB) in. Zonder ACB ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ Select Opname of Film → EV. 2 3 Selecteer een waarde om de belichting aan te passen. Met ACB ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer Opname → ACB → een optie. Optie • Nadat u de belichting hebt aangepast, blijft deze instelling van kracht. Mogelijk moet dit later weer worden bijgesteld om onder- of overbelichting te voorkomen. • Als u niet weet wat de juiste belichting zou zijn, selecteert u AEB (Auto Exposure Bracket). De camera maakt dan drie foto’s achter elkaar met verschillende belichtingen: normaal, onderbelicht en overbelicht. (pag. 52) Opname-instellingen Beschrijving Uit: ACB is uitgeschakeld. Aan: ACB is ingeschakeld. De ACB-functie is niet beschikbaar als u doorlopende opties instelt. 49 Helderheid en kleur aanpassen De lichtmeetmethode wijzigen Een instelling voor Witbalans selecteren De lichtmeetmethode is de manier waarop de camera de hoeveelheid licht meet. De helderheid en belichting van de foto's varieert met de gekozen lichtmeetmethode. ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer Opname of Film → L.meting → een optie. Optie De kleuren in een foto zijn afhankelijk van het soort lichtbron en de kwaliteit daarvan. Als u wilt dat uw foto's realistische kleuren hebben, selecteert u een passende lichtomstandigheid, zoals Daglicht, Bewolkt of Kunstlicht. Beschrijving Multi: • De camera verdeelt het beeld onder in diverse gebieden en meet de lichtintensiteit in elk gebied. • Geschikt voor algemene foto's. Spot: • De camera meet alleen de lichtintensiteit in het uiterste midden van het kader. • Als een onderwerp zich niet midden in het beeld bevindt, kan de foto verkeerd belicht worden. • Geschikt voor een onderwerp met tegenlicht. Centr. gewogen: • De camera bepaalt een gemiddelde voor de lichtmeting van het gehele beeld, maar met nadruk op het midden. • Geschikt voor foto's waarbij het onderwerp zich in het midden van het beeld bevindt. Opname-instellingen (Auto witbalans) (Bewolkt) 50 (Daglicht) (Kunstlicht) Helderheid en kleur aanpassen ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer Opname of Film → Witbalans → een optie. Pictogram Beschrijving Auto witbalans: Automatisch de witbalans instellen op basis van de lichtomstandigheden. Daglicht: Selecteer deze optie voor buitenfoto's op een zonnige dag. Uw eigen witbalansinstelling configureren ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer Opname of Film → Witbalans → Aangep. instelling. 3 Richt de lens op een wit stuk papier. Bewolkt: Selecteer deze optie voor buitenfoto's op een bewolkte dag of in de schaduw. TL-licht H: Selecteer deze optie voor foto's bij daglichtlampen of drie-wegfluorescentielampen. TL-licht L: Selecteer deze optie voor foto's bij wit TL-licht. Kunstlicht: Selecteer deze optie wanneer u binnenfoto's maakt bij licht van gloeilampen of halogeenlampen. Aangep. instelling: Instellingen voor de witbalans gebruiken die u hebt ingesteld. (Zie de procedure rechts.) 4 Druk op de [sluiterknop]. Opname-instellingen 51 Serieopnamen Het kan soms moeilijk zijn om foto's van snelbewegende onderwerpen te maken en om de natuurlijke gezichtsuitdrukkingen en gebaren van uw onderwerpen op de foto vast te leggen. Selecteer in dergelijke gevallen een van de modi voor serieopnamen om snel meerdere foto's te nemen. • U kunt de flitser, timer en ABC alleen gebruiken wanneer u 1 opname selecteert. • Wanneer u Bewegingsopname selecteert, wordt de resolutie ingesteld op VGA en de ISO-waarde op Auto. • Afhankelijk van de optie voor gezichtsdetectie die u hebt geselecteerd, zijn sommige doorlopende opties niet beschikbaar. ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer Opname → Snelheid → een optie. Optie Beschrijving 1 opname: één foto maken. Continu: • Terwijl u [sluiterknop] ingedrukt houdt, blijft de camera achter elkaar foto's maken. • Het maximumaantal foto's is afhankelijk van de capaciteit van de geheugenkaart. Bewegingsopname: • Terwijl u [sluiterknop] ingedrukt houdt, maakt de camera foto's van -foto's (5 foto's per seconde; maximaal 30 foto's). AEB: • Hiermee maakt u 3 foto's met een verschillende belichting: normaal, onderbelicht en overbelicht. • Gebruik een statief om onscherpe foto's te voorkomen. Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties verschillen. Opname-instellingen 52 Uw foto's mooier maken Hier vindt u informatie over hoe u uw foto's mooier kunt maken door fotostijlen en tinten toe te passen en door aanpassingen te doen. Fotostijlen toepassen Uw eigen RGB-tint definiëren Pas verschillende stijlen op uw foto's toe, zoals Zacht, Helder of Bos. ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ Selecteer Opname of Film → Fotostijlkeuze → 2 Aangep. RGB. 3 Selecteer een kleur (R: rood, G: groen, B: blauw). Zacht Helder Bos ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer Opname of Film → Fotostijlkeuze → een optie. • Selecteer Aangep. RGB om uw eigen RGB-tint te definiëren. Als u deze functie gebruikt, is het niet mogelijk om de opties voor gezichtsdetectie en beeldaanpassingsopties in te stellen. Terug Verpl. 4 Pas de mate van de geselecteerde kleur aan. (-: minder of +: meer) Opname-instellingen 53 Uw foto's mooier maken Uw foto's aanpassen Verzadiging optie Pas het contrast, de scherpte en de kleurverzadiging van uw foto's aan. ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer Opname → Beeld aanpassen. 3 Selecteer een aanpassingsoptie. 4 Selecteer een waarde om het geselecteerde onderdeel aan te passen. Beschrijving - Verminder kleuren en helderheid. + Verhoog kleuren en helderheid. Scherpte optie Verminder de kleurverzadiging. + Verhoog de kleurverzadiging. • Selecteer 0 als u geen effect wilt toepassen (geschikt voor afdrukken). • Als u een optie voor Beeldaanpassing selecteert, is de functie Fotostijlkeuze niet beschikbaar. • Contrast • Scherpte • Kleurverz Contrast optie Beschrijving - Beschrijving - De randen van uw foto's verzachten. Geschikt voor het bewerken van foto's op uw computer. + Verscherp randen om de foto duidelijker te maken. Hierdoor kan ook de beeldruis in de foto's toenemen. Opname-instellingen 54 Weergeven en bewerken Hier vindt u informatie over hoe u foto's, video's en spraakmemo's kunt weergeven of afspelen en hoe u foto's en video's kunt bewerken. Ook leest u hier hoe u de camera op een computer, fotoprinter of televisie aansluit. Weergeven … ………………………………… 56 De weergavemodus starten ………………… Foto's weergeven …………………………… Een video afspelen … ……………………… Spraakmemo's afspelen … ………………… 56 60 62 63 Een foto bewerken …………………………… 64 Het formaat van foto's aanpassen … ……… Een foto draaien … ………………………… Fotostijlen toepassen … …………………… Belichtingsproblemen corrigeren … ………… Een afdrukbestelling maken (DPOF) ………… 64 64 65 66 67 Bestanden op een tv weergeven … ………… 68 Bestanden naar een Windows-computer overbrengen …………………………………… 69 Bestanden overbrengen met behulp van Intelli-studio ……………………………… 70 Bestanden overbrengen door de camera als een verwisselbare schijf aan te sluiten …… 72 De camera loskoppelen (Windows XP) ……… 73 Bestanden naar een Mac-computer overbrengen …………………………………… 74 Foto's met een PictBridge-fotoprinter afdrukken ……………………………………… 75 Weergeven Hier vindt u informatie over hoe u foto's, video's en spraakmemo's kunt weergeven of afspelen en hoe u bestanden beheert. De weergavemodus starten Het scherm in de afspeelmodus Bekijk foto's en video's en beluister spraakmemo's die in de camera zijn opgeslagen. 1 Druk op [ ]. 2 Druk op [ ] of [  • De inhoud van het laatst opgeslagen bestand wordt weergegeven. • Als de camera uit staat, wordt deze ingeschakeld en wordt het meest recente bestand weergegeven. Informatie ] om door de bestanden te bladeren. • Houd de knop ingedrukt om snel door de bestanden te bladeren. Pictogram Beschrijving Foto heeft een spraakmemo U kunt bestanden die zijn opgenomen met andere camera’s, mogelijk niet bewerken of afspelen, wegens niet-ondersteunde formaten (afbeeldingsformaat, enzovoort) of codecs. Gebruik een computer of ander apparaat om deze bestanden te bewerken of af te spelen. Afdrukbestelling ingesteld (DPOF) Beveiligd bestand Mapnaam – Bestandsnaam Druk op [ Weergeven en bewerken 56 ] om de bestandsinformatie op het scherm weer te laten geven. Weergeven Videobestandsinformatie Bestanden op categorie bekijken in Smart Album Bekijk en beheer bestanden op categorie, zoals datum, week of bestandstype. 1 Draai in de afspeelmodus de [Zoomknop] naar links. ]. 2 Druk op [ Selecteer een categorie. 3 Afspelen Pictogram Vastleggen Type Beschrijving Datum Videobestand Kleur Lengte van de video Week Terug Instellen Optie Beschrijving Type Bekijk bestanden gesorteerd op bestandstype. Datum Bestanden weergeven op volgorde van opslagdatum. Kleur Hiermee worden bestanden gesorteerd op de dominante kleur in het beeld weergegeven. Week Hiermee worden bestanden weergegeven op volgorde van de weekdag waarop ze zijn opgeslagen. Weergeven en bewerken 57 Weergeven • Wanneer u Kleur selecteert, wordt Etc weergegeven als er geen kleur is opgehaald. • Het kan enige tijd duren voordat Smart Album op de camera is geopend of de categorie is gewijzigd en de bestanden opnieuw zijn geordend. 4 Druk op [ ] of [ Bestanden als miniatuur weergeven Bekijk vlug miniaturen van bestanden. Draai in de afspeelmodus de [Zoomknop] naar links om 9 of 20 miniaturen weer te geven (draai de [Zoomknop] naar rechts om naar de vorige modus terug te keren) ] om door de bestanden te bladeren. • Houd de knop ingedrukt om snel door de bestanden te bladeren. 5 Druk op [ ] om terug te keren naar de normale weergave. Filter Functie Actie Door bestanden scrollen Druk op [ Bestanden wissen Weergeven en bewerken 58 Druk op [ ], [ ], [ ] of [ ]. ] en selecteer vervolgens Ja. Weergeven Bestanden wissen Bestanden beveiligen Beveilig uw bestanden om te voorkomen dat ze per ongeluk worden gewist. ]. 1 Druk in de weergavemodus op [ 2 Selecteer Bestandopties → Beveiligen → Select.. 3 Als u alle bestanden wilt beveiligen, selecteert u Alles → Vergrendel. 4 Als u één bestand wilt beveiligen, selecteert u het desbetreffende bestand en drukt u op [ • Druk nogmaals op [ Verwijder afzonderlijke bestanden of alle bestanden tegelijk. Beveiligde bestanden kunnen niet worden verwijderd. Afzonderlijke bestanden wissen, 1 Selecteer in de weergavemodus een bestand en druk op [ ]. ] om uw selectie ongedaan te maken. ]. 2 Selecteer Ja om het bestand te wissen. Meerdere bestanden tegelijk wissen, Pictogram Beveiligd bestand Select. [ Instellen 5 Herhaal stap 4 om aanvullende bestanden afzonderlijk te beveiligen. 6 Druk op [ ]. 1 Druk in de weergavemodus op [ ]. 2 Selecteer Meer wissen. 3 Selecteer de bestanden die u wilt wissen en druk op ]. • Druk nogmaals op [ 4 5 Selecteer Ja. Druk op [ U kunt een beveiligd bestand niet verwijderen of draaien. Weergeven en bewerken 59 ]. ] om uw selectie ongedaan te maken. Weergeven Alle bestanden wissen, Foto's weergeven ]. 1 Druk in de weergavemodus op [ 2 Selecteer Bestandopties → Wissen → Alles → Ja. Inzoomen op een deel van een foto of foto's als diavoorstelling bekijken. • Alle niet-beveiligde bestanden worden verwijderd. Een foto vergroten Draai in de Weergavemodus de [Zoomknop] naar rechts om een foto te vergroten (draai de [Zoomknop] naar links om een foto te verkleinen). Bestanden naar de geheugenkaart kopiëren U kunt bestanden van het interne geheugen naar een geheugenkaart kopiëren. ]. 1 Druk in de weergavemodus op [ 2 Selecteer Bestandsopties → Kopie. 3 Selecteer Ja om bestanden te kopiëren. Boven aan het scherm worden het vergrote gedeelte en de zoomverhouding weergegeven. De maximale zoomverhouding kan per resolutie verschillen. Bijsnijden Functie Actie Het vergrote gebied verplaatsen Druk op [ De vergrote foto bijsnijden Druk op [ ] en kies Ja. (De bijgesneden foto wordt als nieuw bestand opgeslagen.). Weergeven en bewerken 60 ], [ ], [ ] of [ ]. Weergeven 4 Stel een effect voor de diavoorstelling in. 5 Selecteer Starten → Afspelen. Een diavertoning starten U kunt de diavoorstelling van geluid en effecten voorzien. ]. 1 Druk in de weergavemodus op [ 2 Selecteer Diashow. 3 Selecteer een effect voor de diavoorstelling. • Als u de diavoorstelling continu wilt herhalen, selecteert u Herhalen. • Druk op [ ] om de diavoorstelling te pauzeren of te hervatten. • Ga naar stap 4 als u een diavoorstelling zonder effecten wilt. Optie Beschrijving Starten Instellen of de diashow wordt herhaald. (Afspelen, Herhalen) Foto's Kies de foto's die u in een diavoorstelling wilt weergeven. • Alles: Alle foto's in een diavoorstelling weergeven. • Datum: Alle foto's van een specifieke datum in een diavoorstelling weergeven. • Select.: Geselecteerde foto's in een diavoorstelling weergeven. Interval • Het interval tussen foto's instellen. • Deze optie is beschikbaar wanneer u Effect instelt op Uit. Zie hieronder. Muziek Achtergrondmuziek selecteren. Effect • Selecteer een overgangseffect. • Selecteer Uit voor geen effecten. Weergeven en bewerken Als u de diavertoning wilt stoppen en terug wilt naar de Weergavemodus, ] en vervolgens op [ ] of [ ]. drukt u op [ 61 Weergeven Een video afspelen Een video tijdens het afspelen bijsnijden U kunt video's afspelen, afzonderlijke beelden uit video's opslaan en video's bijsnijden. 1 Selecteer in de weergavemodus een video en druk op [ ]. 1 Druk op [ ] op het punt waar u de nieuwe videoclip wilt laten beginnen en draai de [Zoomknop] naar rechts. 2 Druk op [ 3 Druk op [ ] om het afspelen te hervatten. ] op het punt waar u de nieuwe videoclip wilt laten eindigen en draai de [Zoomknop] naar rechts. 4 Selecteer Ja. • De oorspronkelijke video moet ten minste 10 seconden lang zijn. • De camera slaat het bewerkte bestand op als een nieuw bestand. Pauze 2 Gebruik de volgende knoppen voor de bediening: Druk op Functie [ Terugspoelen. ] [ [ ] ] Het afspelen onderbreken of hervatten. Vooruitspoelen. [Zoomknop] naar links Het volume instellen. of rechts Een beeld tijdens het afspelen afzonderlijk opslaan 1 Druk op [ ] op het punt waarop u een foto wilt opslaan. 2 Druk op [ ]. Afzonderlijke beelden hebben dezelfde resolutie als de video waar ze uit zijn gehaald en worden als nieuw bestand opgeslagen. Weergeven en bewerken 62 Weergeven Spraakmemo's afspelen Een spraakmemo aan een foto toevoegen 1 Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op Een spraakmemo afspelen 1 Selecteer in de weergavemodus een spraakmemo en druk op [ ]. 2 Gebruik de volgende knoppen voor de bediening. Druk op Functie [ Terugspoelen. ] [ ] [ 2 Selecteer Bestandopties → Spraakmemo → Aan. 3 Druk op de [sluiterknop] om een korte spraakmemo op te nemen (maximaal 10 seconden). • Druk op de [sluiterknop] om de opname van de spraakmemo te stoppen. Het afspelen onderbreken of hervatten. [ ] Vooruitspoelen. [ ] Het afspelen stoppen. ]. U kunt geen spraakmemo toevoegen aan beveiligde bestanden. [Zoomknop] naar links Het volume instellen. of rechts Een aan een foto toegevoegde spraakmemo afspelen Selecteer in de weergavemodus een foto met een spraakmemo en druk op [ ]. • Druk op [ Weergeven en bewerken 63 ] als u het afspelen wilt onderbreken of hervatten. Een foto bewerken Bewerk foto's door ze te draaien, in grootte aan te passen, rode ogen te verwijderen en de helderheid, het contrast en de kleurverzadiging aan te passen. De camera slaat bewerkte foto's op als nieuwe bestanden. Het formaat van foto's aanpassen Een foto draaien 1 Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op 1 Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op 2 Selecteer Wijzigen → Res.wijz → een optie. 2 Selecteer Wijzigen → Draaien → een optie. [ ]. • Selecteer om de foto als beginafbeelding op te slaan. [ ]. (pag. 78) Rechts 90 gr. 2048 X 1536 Terug Terug Verpl. Verpl. De gedraaide foto wordt als hetzelfde bestand opgeslagen, niet als een nieuw bestand. De beschikbare opties verschillen, afhankelijk van de grootte van de geselecteerde foto. Weergeven en bewerken 64 Een foto bewerken Fotostijlen toepassen Uw eigen RGB-tint definiëren Pas verschillende stijlen op de foto toe, zoals Zacht, Helder of Bos. 1 Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op [ ]. 2 Selecteer Wijzigen → Fotostijlkeuze → Aangep. RGB. 3 Selecteer een kleur (R: rood, G: groen, B: blauw). Zacht Helder Bos 1 Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op [ ]. 2 Selecteer Wijzigen → Fotostijlkeuze → een optie. • Selecteer Aangep. RGB om uw eigen RGB-tint te definiëren. Terug Verpl. 4 Pas de mate van de geselecteerde kleur aan. (-: minder of +: meer) Zacht Terug Verpl. Weergeven en bewerken 65 Een foto bewerken 3 Selecteer een niveau. Belichtingsproblemen corrigeren U kunt ACB (automatische contrastbalans), helderheid, contrast en kleurverzadiging aanpassen, rode ogen wegwerken, imperfecties in het gezicht verbergen of ruis toevoegen aan de foto. De ACB (automatische contrastverbetering) aanpassen 1 Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op [ ]. • Het gezicht wordt egaler naarmate u het nummer verhoogt. Aanpassen van helderheid/contrast/verzadiging 1 Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op [ ]. 2 Selecteer Wijzigen → Beeld aanpassen. 3 Selecteer een aanpassingsoptie. 2 Selecteer Wijzigen → Beeld aanpassen → ACB. Pictogram Beschrijving Helderheid Contrast Rode ogen verwijderen Kleurverz 1 Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op [ ]. 2 Selecteer Wijzigen → Beeld aanpassen → Anti-rode ogen. Imperfecties in het gezicht verbergen 4 Selecteer een waarde om het geselecteerde onderdeel aan te passen. (-: minder of +: meer) Korrel aan de foto toevoegen 1 Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op 1 Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op 2 Selecteer Wijzigen → Beeld aanpassen → 2 Selecteer Wijzigen → Beeld aanpassen → Ruis [ ]. Gezichtretouch.. [ ]. toevoegen. Weergeven en bewerken 66 Een foto bewerken Een afdrukbestelling maken (DPOF) Selecteer foto's om af te drukken en stel opties in zoals het aantal afdrukken en het papierformaat. • U kunt de geheugenkaart meenemen naar een printshop die DPOF (Digital Print Order Format) ondersteunt, maar u kunt ook uw foto's thuis rechtstreeks op een DPOF-compatibele printer afdrukken. • Brede foto's worden mogelijk met verlies van de linker- en rechterkant afgedrukt, dus houd rekening met de afmetingen van de foto's. ]. 1 Druk in de weergavemodus op [ 2 Selecteer Bestandopties → DPOF → Standaard → een optie. Optie Beschrijving Select. De geselecteerde foto's afdrukken. Alles Hiermee drukt u alle foto's af. Reset De fabrieksinstellingen worden teruggezet. ]. 4 Druk op [ 5 Selecteer Bestandopties → DPOF → Formaat→ een optie. Optie Beschrijving Select. Het afdrukformaat van de geselecteerde foto opgeven. Alles Het afdrukformaat van alle foto's opgeven. Reset De fabrieksinstellingen worden teruggezet. 6 Als u Select. selecteert, scrollt u naar een foto en drukt u de [Zoomknop] naar links of rechts om het afdrukformaat te selecteren. Herhaal dit voor alle gewenste foto's en druk op [ ]. • Als u Alles selecteert, drukt u op [ ] of [ ] om het afdrukformaat te selecteren en drukt u vervolgens op [ Foto's afdrukken als miniaturen 3 Als u Select. selecteert, bladert u naar een foto en draait u de [Zoomknop] naar links of rechts om het aantal exemplaren te selecteren. Herhaal dit voor alle gewenste foto's en druk op [ ]. ]. 1 Druk in de weergavemodus op [ Selecteer Bestandopties → DPOF → Index → Ja. 2 • Als u Alles selecteert, drukt u op [ ] of [ ] om het aantal exemplaren te selecteren en drukt u vervolgens op [ ]. Weergeven en bewerken Als u het afdrukformaat opgeeft, kunt u alleen foto's afdrukken met DPOF 1.1-compatibele printers. 67 ]. Bestanden op een tv weergeven U kunt foto's of video's bekijken door de camera met de bijgeleverde A/V-kabel op een tv aan te sluiten. ]. 1 Druk in de opname- of afspeelmodus op [ 2 Selecteer Instellingen → Video. 3 Selecteer een video-uitvoersignaal voor uw land of regio. (Zie "Video" op pagina 80.) • Bij bepaalde televisies kan er digitale ruis optreden of kan het gebeuren dat het beeld niet geheel wordt weergegeven. • Afhankelijk van de televisie-instellingen kan het voorkomen dat de beelden niet gecentreerd op het scherm worden weergegeven. • Terwijl de camera op de televisie is aangesloten, kunt u gewoon foto's en video's maken. 4 Schakel de camera en de televisie uit. 5 Sluit de camera met behulp van de A/V-kabel op de televisie aan. Video Audio 6 Schakel de televisie in en selecteer de video- uitvoermodus met de afstandsbediening van de televisie. 7 Schakel de camera in en druk op [ ]. 8 Bekijk foto's of speel video's af met behulp van de knoppen op de camera. Weergeven en bewerken 68 Bestanden naar een Windows-computer overbrengen U kunt bestanden overbrengen door de camera op een Windows-computer aan te sluiten. Vereisten Onderdeel Vereisten Processor Intel® Pentium® 4 3,2 GHz of hoger/ AMD Athlon™ FX 2,6 GHz of hoger RAM Minimaal 512 MB RAM (1 GB of meer aanbevolen) Besturingssysteem Windows XP SP2/Vista/7 Harde schijf capaciteit 250 MB of meer (1 GB of meer aanbevolen) Overig • 1.024 x 768 pixels, monitor met ondersteuning voor 16-bits kleuren (1.280 x 1.024 pixels, ondersteuning voor 32-bits kleuren aanbevolen) • USB 2.0-poort • nVIDIA Geforce 7600GT of hoger/ATI X1600serie of hoger • Microsoft DirectX 9.0c of hoger • De vereisten zijn slechts aanbevelingen. Het werkt mogelijk niet correct wanneer de computer voldoet aan de vereisten, afhankelijk van de toestand van de computer. • Als uw computer niet aan de vereisten voldoet, worden video's mogelijk niet naar behoren afgespeeld of duurt het langer om video's te bewerken. • Installeer DirectX 9.0c of een nieuwere versie alvorens het programma te gebruiken. • Windows XP, Windows Vista of Windows 7 moet worden uitgevoerd op uw computer als u de camera wilt aansluiten als verwisselbare schijf. Het gebruik van een zelfgemonteerde pc of een niet-ondersteunde pc en besturingssysteem kan leiden tot het vervallen van uw garantie. * Intelli-studio wordt geïnstalleerd als 32-bit besturingsprogramma op 64-bit edities van Windows XP, Windows Vista en Windows 7. Weergeven en bewerken 69 Bestanden naar een Windows-computer overbrengen Bestanden overbrengen met behulp van Intelli-studio U kunt Intelli-studio downloaden van de gekoppelde webpagina en het op uw computer installeren. Wanneer u de camera aansluit op een computer waarop Intelli-studio is geïnstalleerd, start het programma automatisch. 1 Druk in de opname- of weergavemodus op [MENU]. 2 Selecteer Instellingen → Pc-software → Aan. 3 Schakel de camera uit. 4 Sluit de camera met de USB-kabel op de pc aan. U moet het kleine uiteinde van de USB-kabel aansluiten op uw camera. Als u de kabel omgekeerd aansluit, kunnen de bestanden beschadigen. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens. 5 Zet de camera aan. • Als het pop-upvenster voor de installatie van Intelli-studio op het computerscherm verschijnt, volgt u de instructies op het scherm om de installatie te voltooien. • Nadat Intelli-studio op uw computer is geïnstalleerd, herkent de computer de camera en start Intelli-studio automatisch. Als u de USB-optie instelt op Selecteer een modus (Modus kiezen), selecteert u Computer in het pop-upvenster. 6 Selecteer een map op de computer waarin u nieuwe bestanden wilt opslaan. • Nieuwe bestanden die worden opgeslagen op de camera, worden automatisch overgedragen naar de geselecteerde map. • Als de camera geen nieuwe bestanden bevat, zal het pop-upvenster voor het opslaan van nieuwe bestanden niet verschijnen. 7 Selecteer Ja. • Nieuwe bestanden worden automatisch naar de computer overgebracht. Terwijl de camera met de USB-kabel op de computer is aangesloten, wordt de batterij opgeladen. Weergeven en bewerken Voor Windows Vista en Windows 7: selecteer Run iLinker.exe in het venster voor automatisch starten om Intelli-studio te starten. Als Run iLinker.exe niet → Computer → Intelliwordt weergegeven op de computer, klikt u op studio. Volg hierna de aanwijzingen op het scherm om de installatie van Intelli-studio te voltooien. 70 Bestanden naar een Windows-computer overbrengen Intelli-studio gebruiken Met Intelli-Studio kunt u bestanden afspelen en bewerken. Selecteer Help → Help in de werkbalk van het programma voor meer informatie. • Bestanden kunnen niet in de camera worden bewerkt. Breng bestanden naar een map op de computer over om ze te bewerken. • Intelli-studio ondersteunt de volgende bestandstypen: -- Video's: MP4 (Video: H.264, Audio: AAC), WMV (WMV 7/8/9), AVI (MJPEG) -- Foto's: JPG, GIF, BMP, PNG, TIFF 1 2 3 4 5 15 6 14 7 13 8 9 12 10 11 Weergeven en bewerken 71 Bestanden naar een Windows-computer overbrengen Bestanden overbrengen door de camera als een verwisselbare schijf aan te sluiten Pictogram Beschrijving 1 Hiermee opent u menu's 2 Hiermee geeft u bestanden in de geselecteerde map weer 3 Naar de Fotobewerkingsmodus gaan 4 Naar de Videobewerkingsmodus gaan 5 Hiermee gaat u naar de modus voor delen om foto's te delen (u kunt bestanden per e-mail versturen of naar websites als Flickr of YouTube uploaden.) 6 Hiermee vergroot of verkleint u de miniaturen in de lijst 7 Een bestandstype selecteren 8 Hiermee geeft u bestanden in de geselecteerde map op de computer weer 9 Bestanden van de aangesloten camera weergeven of verbergen 10 Hiermee geeft u bestanden in de geselecteerde map op de camera weer 11 Hiermee geeft u bestanden weer als miniaturen of op een kaart 12 Hiermee bladert u door de mappen op het aangesloten apparaat 13 Hiermee bladert u door mappen op de computer 14 Naar de vorige of volgende map 15 Bestanden afdrukken, bestanden op een kaart weergeven, bestanden opslaan in Mijn map of gezichten registreren U kunt de camera op de computer aansluiten als een verwisselbare schijf. 1 Druk in de opname- of weergavemodus op [MENU]. 2 Selecteer Instellingen → Pc-software → Uit. 3 Schakel de camera uit. 4 Sluit de camera op de computer aan met de USB-kabel. Weergeven en bewerken U moet het kleine uiteinde van de USB-kabel aansluiten op uw camera. Als u de kabel omgekeerd aansluit, kunnen de bestanden beschadigen. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens. 72 Bestanden naar een Windows-computer overbrengen 5 Schakel de camera in. De camera loskoppelen (Windows XP) • De camera wordt automatisch herkend. Als u de USB-optie instelt op Selecteer een modus (Modus kiezen), selecteert u Computer in het pop-upvenster. De USB-kabel wordt onder Windows Vista/7 op soortgelijke wijze losgekoppeld. 1 Als het statuslampje op de camera knippert, wacht u tot het knipperen ophoudt. 6 Selecteer op uw computer Deze computer → 2 Klik op Verwisselbare schijf → DCIM → 100PHOTO. 7 Selecteer de gewenste bestanden en sleep deze naar de op de werkbalk rechtsonder in het scherm van de pc. computer of sla ze daar op. 3 Klik op het pop-upbericht. 4 Klik op het berichtvenster dat aangeeft dat de camera veilig kan worden verwijderd. 5 Verwijder de USB-kabel. De camera kan niet veilig worden verwijderd zolang Intelli-studio actief is. Sluit het programma af alvorens de camera los te koppelen. Weergeven en bewerken 73 Bestanden naar een Mac-computer overbrengen Wanneer u de camera op een Apple Macintosh-computer aansluit, wordt de camera automatisch herkend. U kunt de bestanden rechtstreeks van de camera naar de computer overbrengen, zonder dat het nodig is om programma's te installeren. Mac OS 10.4 of hoger wordt ondersteund. 1 Schakel de camera uit. 2 Sluit de camera met de USB-kabel op een Macintoshcomputer aan. U moet het kleine uiteinde van de USB-kabel aansluiten op uw camera. Als u de kabel omgekeerd aansluit, kunnen de bestanden beschadigen. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens. 3 Schakel de camera in. • De computer herkent de camera automatisch en geeft een pictogram van een verwisselbare schijf weer. Als u de USB-optie instelt op Selecteer een modus (Modus kiezen), selecteert u Computer in het pop-upvenster. 4 Dubbelklik op het pictogram van de verwisselbare schijf. 5 Foto’s of video’s naar de computer overbrengen. Weergeven en bewerken 74 Foto's met een PictBridge-fotoprinter afdrukken Druk foto's op een PictBridge-compatibele printer af door de camera rechtstreeks op de printer aan te sluiten. ]. 1 Druk in de modus Opname of Afspelen op [ 2 Selecteer Instellingen → USB. 3 Selecteer Printer. 4 Schakel de printer in en sluit de camera er met een Afdrukopties instellen USB-kabel op aan. Foto's : Eén Formaat : Auto Lay-out : Auto Type : Auto Kwalit. : Auto Afsl. Optie Afdruk Beschrijving Foto's: Kiezen of alleen de huidige foto dan wel alle foto's moeten worden afgedrukt. Formaat: Geef de afdrukgrootte op. 5 Schakel de camera in. Lay-out: Miniatuurafdrukken maken. • De printer herkent de camera automatisch. 6 Druk op [ ] of [ Type: De papiersoort selecteren. ] om een foto te selecteren. Kwalit.: De afdrukkwaliteit instellen. • Druk op [ ] om afdrukopties in te stellen. Zie 'Afdrukopties instellen'. 7 Druk op [ Datum: Instellen dat de datum wordt afgedrukt. Best.naam: instellen dat de bestandsnaam wordt afgedrukt. ] om af te drukken. • Het afdrukken begint. Druk op [ annuleren. Reset: de afdrukopties op de beginwaarden terugzetten. ] om het afdrukken te Bepaalde opties worden niet door alle printers ondersteund. Weergeven en bewerken 75 Instellingen Hier vind u opties om de instellingen van uw camera te configureren. Camera-instellingenmenu …………………… 77 Het instellingenmenu openen … …………… Geluid … …………………………………… Display … …………………………………… Instellingen …………………………………… 77 78 78 79 Camera-instellingenmenu Hier vindt u informatie over de verschillende camera-instellingen. 3 Selecteer een optie en sla de instellingen op. Het instellingenmenu openen 1 Druk in de opname- of afspeelmodus op [ 2 Selecteer een menu. Opname Geluid Display Instellingen Afsl. Menu Volume Begingeluid Sl.toon Piepjes AF-geluid ]. Volume Begingeluid Sl.toon Piepjes AF-geluid Terug 4 Druk op [ keren. Wijzigen Beschrijving Geluid: hier stelt u de geluiden van de camera en het volume in. (pag. 78) Display: Hier past u de scherminstellingen aan, zoals taal en helderheid. (pag. 78) Instellingen: Hier past u de instellingen voor het camerasysteem aan, zoals geheugenindeling, standaardbestandsnaam en USB-modus. (pag. 79) Instellingen 77 Uit Laag Middel Hoog Instellen ] om naar het vorige scherm terug te Camera-instellingenmenu Display Geluid * Standaard * Standaard Onderdeel Beschrijving Onderdeel Beschrijving Volume Hiermee past u het volume van alle geluiden aan. (Uit, Laag, Middel*, Hoog) Functiebeschrijving Hiermee wordt een korte beschrijving van een optie of menu weergegeven. (Uit, Aan*) Begingeluid Hiermee selecteert u het geluid dat de camera weergeeft als u deze inschakelt. (Uit*, 1, 2, 3) Sl.toon Hiermee selecteert u het geluid dat de camera weergeeft als u op de sluiterknop drukt. (Uit, 1*, 2, 3) Piepjes Hiermee selecteert u het geluid dat de camera weergeeft wanneer u op knoppen drukt of naar een andere modus schakelt. (Uit, 1*, 2, 3) AF-geluid Hiermee selecteert u het geluid dat de camera weergeeft wanneer u de sluiterknop half indrukt. (Uit, Aan*) Beginafbeelding Hier stelt u in of er een afbeelding wordt weergegeven wanneer de camera wordt ingeschakeld en zo ja, welke. • Uit*: er wordt geen afbeelding weergegeven. • Logo: een standaardafbeelding uit het interne geheugen weergeven. • Gebr.afb: een afbeelding naar keuze weergeven. (pag. 64) • Er wordt slechts één gebruikersafbeelding in het geheugen opgeslagen. • Als u een nieuwe foto selecteert als gebruikersafbeelding of de camera opnieuw instelt, wordt de huidige afbeelding verwijderd. Helderh. scherm Snel tonen Instellingen 78 Hiermee kunt u de helderheid van het scherm aanpassen. (Auto*, Donker, Normaal, Licht) Normaal is de vaste waarde voor de afspeelmodus, zelfs als Auto is geselecteerd. Hiermee stelt u in hoe lang een gemaakte foto wordt weergegeven voordat naar de opnamemodus wordt teruggekeerd. (Uit, 0,5 sec*, 1 sec, 3 sec) Camera-instellingenmenu * Standaard Onderdeel Beschrijving * Standaard Als u 30 seconden lang geen bewerkingen uitvoert, schakelt de camera automatisch over op de energiespaarstand. (Uit*, Aan) Spaarstand Instellingen Onderdeel Beschrijving Formatteer de geheugenkaart. Bij het formatteren worden alle bestanden, inclusief beveiligde bestanden, gewist. (Ja, Nee) • Druk in de spaarstand op een andere knop dan de [POWER]-knop om de camera weer te gebruiken. • Als de Spaarstand is uitgeschakeld, gaat, als u langer dan ongeveer 30 seconden geen handelingen verricht, de verlichting van het hoofdscherm uit om de levensduur van de batterij te verlengen. Formatt. Reset Instellingen Geheugenkaarten die in een camera van een andere fabrikant of in een geheugenkaartlezer zijn gebruikt, of die met een computer zijn geformatteerd, kunnen door de camera mogelijk niet correct worden gelezen. Formatteer dergelijke kaarten in de camera alvorens ze te gebruiken. Hier reset u menu's en opname-instellingen. Instellingen voor datum en tijd, taal en video-uitvoer worden niet gereset.(Ja, Nee) Language Selecteer een taal voor de tekst op het scherm. Tijdzone Hier kunt u een regio selecteren en zomer-wintertijd (DST) instellen. Datum/tijd aanpassen De datum en tijd instellen. Datumtype Een datumnotatie selecteren. (jjjj/mm/dd, mm/dd/jjjj, dd/mm/jjjj, Uit*) 79 Camera-instellingenmenu * Standaard Onderdeel Beschrijving Stelt de naamgeving van bestanden in. • Op nul: Instellen dat de bestandsnummering weer bij 0001 begint wanneer er een nieuwe geheugenkaart wordt geplaatst, een geheugenkaart wordt geformatteerd of alle bestanden worden gewist. • Serie*: Instellen dat de bestandsnummering doorloopt wanneer er een nieuwe geheugenkaart wordt geplaatst, een geheugenkaart wordt geformatteerd of alle bestanden worden gewist. Bestandsnr. * Standaard Onderdeel • De standaardnaam van de eerste map is 100PHOTO en de standaardnaam van het eerste bestand is SAM_0001. • Het bestandsnummer wordt steeds met één opgehoogd, van SAM_0001 tot SAM_9999. • Het mapnummer wordt steeds met één opgehoogd, van 100PHOTO tot 999PHOTO. • Het maximum aantal bestanden dat in een map kan worden opgeslagen, is 9999. • De camera definieert bestandsnamen volgens de Digital rule for Camera File system-norm (DCF). Als u bestandsnamen wijzigt, kan de camera deze bestanden mogelijk niet meer weergeven. Instellingen Beschrijving Hier selecteert u of de datum en tijd op de foto's worden afgedrukt. (Uit*, Datum, Datum/tijd) Afdruk • De datum en tijd worden in geel in de rechterbenedenhoek weergegeven. • Mogelijk drukken sommige printermodellen de datum en tijd niet af. • Als u Tekst in de modus selecteert worden de datum en tijd niet weergegeven. Hier stelt u in dat de camera automatisch wordt uitgeschakeld wanneer u deze niet gebruikt. (Uit, 1 min, 3 min*, 5 min, 10 min) Automatisch uit AF-lamp 80 • Bij vervanging van de batterij blijven deze instellingen behouden. • De camera schakelt in de volgende gevallen niet automatisch uit: -- wanneer deze op een computer of printer is aangesloten -- wanneer u een diavertoning of video's afspeelt -- wanneer u een spraakmemo opneemt Hiermee schakelt u een hulplampje in ter ondersteuning van het scherpstellen in donkere omgevingen. (Uit, Aan*) Camera-instellingenmenu * Standaard Onderdeel Beschrijving Video Stel het video-uitgangssignaal voor uw land of regio in. • NTSC*: VS, Canada, Japan, Korea, Taiwan, Mexico. • PAL (ondersteunt alleen BDGHI): Australië, Oostenrijk, België, China, Denemarken, Engeland, Finland, Frankrijk, Duitsland, Italië, Koeweit, Maleisië, Nederland, Nieuw Zeeland, Noorwegen, Singapore, Spanje, Zweden, Zwitserland, Thailand. USB Hiermee selecteert u de functie in die moet worden gebruikt als u de camera met een USB-kabel aansluit op een computer of printer. • Selecteer een modus: selecteer handmatig de USB-modus wanneer u de camera aansluit op een apparaat. • Computer*: De camera op een computer aansluiten om bestanden over te brengen. • Printer: De camera op een printer aansluiten om bestanden af te drukken. Pc-software Stel in dat Intelli-studio automatisch start als u de camera op uw computer aansluit. (Uit, Aan*) Open bronlicenties De informatie over de Open Source-licentie weergeven. Instellingen 81 Aanvullende informatie Hier vindt u informatie over foutmeldingen, specificaties en onderhoudstips. Foutmeldingen ………………………………… 83 Cameraonderhoud …………………………… 84 De camera reinigen … ……………………… De camera gebruiken of opbergen … ……… Geheugenkaarten …………………………… De batterij … ………………………………… 84 85 86 88 Voordat u contact opneemt met een servicecenter … ……………………………… 92 Cameraspecificaties … ……………………… 95 Woordenlijst …………………………………… 98 Index ………………………………………… 102 Foutmeldingen Als een van de volgende foutmeldingen verschijnt, kunt u de onderstaande oplossingen proberen. Foutmelding Mogelijke oplossing Kaartfout • Schakel de camera uit en weer in. • Verwijder de geheugenkaart en plaats deze weer terug. • Formatteer de geheugenkaart. (pag. 79) Foutmelding Mogelijke oplossing Kaart plaatsen U hebt een opslagapparaat nodig voor opnamen. Plaats de geheugenkaart. Ontgrendel de geheugenkaart. Kaart vergrendeld Kaart wordt niet ondersteund. De geplaatste geheugenkaart is niet met uw camera compatibel. Plaats een geschikte geheugenkaart. DCF Full Error Bestandsnamen komen niet met de DCFnorm overeen. Breng de bestanden op de geheugenkaart over naar een computer en formatteer de kaart. (pag. 79) Bestandsfout Wis het beschadigde bestand of neem contact op met een servicecenter van Samsung. Batterij bijna leeg Plaats een opgeladen batterij of laad de batterij op. Geheugen vol Wis onnodige bestanden of plaats een nieuwe geheugenkaart. Geen foto Maak foto's of plaats een geheugenkaart met foto's. Aanvullende informatie 83 Cameraonderhoud De camera reinigen Camerabody Veeg deze voorzichtig met een zachte droge doek af. Cameralens en -scherm Verwijder stof met behulp van een blaaskwastje en veeg de lens met een zachte doek voorzichtig af. Voor eventueel achtergebleven stof brengt u lensreinigingsvloeistof op een stuk reinigingspapier aan en veegt u de lens voorzichtig schoon. • Gebruik nooit benzeen, thinner of alcohol om het toestel te reinigen. Deze oplosmiddelen kunnen de camera beschadigen of defecten veroorzaken. • Druk niet op de lenskap en gebruik geen blaasborsteltje op de lenskap. Aanvullende informatie 84 Cameraonderhoud De camera gebruiken of opbergen Gebruik op het strand of aan de waterkant Ongeschikte plaatsen voor het gebruiken of opbergen van de camera • Stel de camera niet bloot aan zeer hoge of lage temperaturen. • Gebruik de camera niet in zeer vochtige omgevingen of omgevingen waar de luchtvochtigheid snel verandert. • Stel de camera niet bloot aan direct zonlicht en bewaar de camera niet op warme locaties met slechte ventilatie, bijvoorbeeld een auto die in de zon staat. • Bescherm de camera en het scherm tegen stoten, ruw gebruik en sterke trillingen om ernstige schade te voorkomen. • Gebruik of bewaar de camera niet op stoffige, vuile, vochtige of slecht-geventileerde plaatsen, om schade aan bewegende en interne onderdelen te voorkomen. • Gebruik de camera niet in de buurt van brandstoffen, brandbare stoffen of ontvlambare chemicaliën. Bewaar geen ontvlambare vloeistoffen, gassen en explosief materiaal in dezelfde ruimte als de camera of de accessoires van de camera. • Berg de camera niet op met mottenballen. • Bescherm de camera tegen zand en vuil wanneer u deze op het strand of in een andere, soortgelijke omgeving gebruikt. • Uw camera is niet waterbestendig. Gebruik de batterij, adapter of geheugenkaart niet met natte handen. Als u de camera gebruikt met natte handen kan de camera beschadigd raken. Camera voor langere tijd opbergen • Als u de camera voor langere tijd opbergt, moet u de camera samen met absorberend materiaal, bijvoorbeeld silicagel, in een afgesloten houder plaatsen. • Haal de batterijen uit de camera wanneer u deze voor langere tijd opbergt. Batterijen in het batterijvak kunnen na verloop van tijd gaan lekken of roesten en ernstige schade aan uw camera veroorzaken. • Batterijen die niet worden gebruikt, ontladen zich na verloop van tijd en moeten voor gebruik opnieuw worden opgeladen. • Als u de camera inschakelt nadat de batterij langer dan 40 uur uit de camera is verwijderd, worden de standaardwaarden voor datum en tijd ingesteld. Wees voorzichtig bij gebruik in vochtige omgevingen Als u de camera overbrengt van een koude omgeving naar een warme, kan er condensvorming optreden op de lens of de interne onderdelen van de camera. In dit geval moet u de camera uitschakelen en minstens 1 uur wachten. Als er condensvorming optreedt op de geheugenkaart, moet u de kaart verwijderen uit de camera en wachten tot al het vocht is verdampt voordat u de kaart terugplaatst. Aanvullende informatie 85 Cameraonderhoud Overige aandachtspunten • Zwaai de camera niet aan de polslus heen en weer. Hierdoor kunt u anderen of uzelf verwonden. • Verf de camera niet, omdat verf tussen de bewegende onderdelen kan gaan zitten en de werking van het apparaat kan beïnvloeden. • Schakel de camera uit als u deze niet gebruikt. • De camera bevat kwetsbare onderdelen. Zorg daarom dat u de camera niet blootstelt aan schokken. • Bewaar de camera in het etui om het scherm te bescherm tegen externe krachten. Houd de camera uit de buurt van zand, scherp gereedschap of kleingeld om te voorkomen dat er krassen op de camera komen. • Gebruik de camera niet als het scherm gebarsten of beschadigd is. Gebarsten glas of acryl kan letsel aan uw handen en gezicht veroorzaken. Breng de camera naar een servicecenter van Samsung om de camera te laten repareren. • Leg camera's, batterijen, opladers of accessoires nooit in de buurt van, op of in verwarmingsapparaten, zoals magnetrons, kachels of radiatoren. Deze apparaten kunnen worden vervormd en oververhit raken en brand of een ontploffing veroorzaken. • Stel de lens niet aan direct zonlicht bloot. Hierdoor kan de beeldsensor verkleuren of defect raken. • Bescherm de lens tegen vingerafdrukken en krassen. Reinig de lens met een zachte, schone doek. • De camera kan worden uitgeschakeld als deze een stoot krijgt of valt. Dit gebeurt om de geheugenkaart te beschermen. Schakel de camera weer in om de camera te gebruiken. • De camera kan warm worden tijdens het gebruik. Dit is normaal en is niet van invloed op de levensduur of prestaties van uw camera. • Bij lage temperaturen kan het langer duren voor de camera is ingeschakeld, kunnen kleuren tijdelijk veranderen of kunnen nabeelden worden weergegeven. Deze omstandigheden duiden niet op defecten en worden verholpen als u de camera weer bij normale temperaturen gebruikt. • Verf of metaal aan de buitenzijde van de camera kan allergieën, jeuk, eczeem of bultjes veroorzaken bij mensen met een gevoelige huid. Als u last hebt van een van deze symptomen, stop dan onmiddellijk met het gebruik van de camera en raadpleeg een arts. • Steek geen vreemde voorwerpen in de compartimenten, sleuven en toegangspunten van de camera. Schade als gevolg van onjuist gebruik wordt mogelijk niet door de garantie gedekt. • Laat geen ongekwalificeerd personeel reparatie- of onderhoudswerkzaamheden aan de camera uitvoeren en probeer dit ook niet zelf te doen. Alle schade die voortvloeit uit ongekwalificeerd onderhoud of reparatie wordt niet door de garantie gedekt. Geheugenkaarten Ondersteunde geheugenkaarten Dit product accepteert de geheugenkaarten SD (Secure Digital), SDHC (Secure Digital High Capacity), microSD, microSDHC. Contactpunten Schrijfvergrendeling Etiket (voorzijde) Bij SD- en SDHC-kaarten kunt u voorkomen dat bestanden worden gewist, door de schrijfvergrendeling op de kaart om te zetten. Schuif de vergrendeling naar beneden om de kaart alleenlezen te maken, en omhoog om de schrijfvergrendeling op te heffen. Ontgrendel de kaart voordat u gaat fotograferen. Aanvullende informatie 86 Cameraonderhoud Video’s Formaat Geheugenkaartadapter Memory card Als u microgeheugenkaarten wilt gebruiken met dit product, een computer of een geheugenkaartlezer, moet u de kaart in een adapter plaatsen. Capaciteit van de geheugenkaart De geheugencapaciteit verschilt, afhankelijk van de scènes die u vastlegt en de opnameomstandigheden. De volgende capaciteiten zijn op een 1-GB SD-kaart gebaseerd: Foto's Formaat Superhoog Hoog Normaal 157 222 350 168 238 363 195 222 408 230 306 478 244 326 516 311 490 576 490 676 754 979 1088 1224 30 fps 15 fps Circa 4’32” Circa 9’5” Circa 13’37” Circa 27’15” Circa 33’1” Circa 65’24” * Bij gebruik van de zoomfunctie kan de beschikbare opnametijd afwijken van de vermelde waarden. Om de totale opnameduur te bepalen zijn verschillende video's achter elkaar opgenomen. Aandachtspunten bij gebruik van geheugenkaarten • Vermijd blootstelling van batterijen aan extreme temperaturen (onder 0 °C of boven 40 °C). • Plaats een geheugenkaart in de juiste richting. Als u een geheugenkaart in de verkeerde richting plaatst, kunnen zowel camera als geheugenkaart hierdoor beschadigen. • Gebruik geen geheugenkaarten die in een andere camera of door een computer zijn geformatteerd. Formatteer een dergelijke geheugenkaart opnieuw in uw eigen camera. • Schakel de camera uit wanneer u een geheugenkaart plaatst of verwijdert. • Verwijder de geheugenkaart niet en schakel uw camera niet uit wanneer het lampje knippert. Hierdoor kunnen de gegevens beschadigen. • Wanneer de levensduur van een geheugenkaart is verstreken, kunt u geen foto’s meer op de kaart opslaan. Gebruik een nieuwe geheugenkaart. • Zorg dat geheugenkaarten niet buigen, vallen of aan zware klappen of druk worden blootgesteld. • Zorg dat u geheugenkaart niet gebruikt of opbergt in de buurt van krachtige magnetische velden. Aanvullende informatie 87 Cameraonderhoud • Zorg dat u geheugenkaarten niet gebruikt op locaties met hoge temperaturen of luchtvochtigheid of in de buurt van bijtende stoffen. • Voorkom dat geheugenkaarten in contact komen met vloeistoffen, vuil of vreemde stoffen. Veeg zo nodig de geheugenkaart met een zachte doek schoon voor u de geheugenkaart in de camera plaatst. • Voorkom dat geheugenkaarten, of de sleuf voor geheugenkaarten, in contact komen met vloeistoffen, vuil of vreemde stoffen. Dergelijke stoffen kunnen ervoor zorgen dat geheugenkaarten of de camera niet goed meer werken. • Wanneer u een geheugenkaart bij u draagt, moet u een hoesje gebruiken om de kaart tegen elektrostatische ontlading te beschermen. • Breng belangrijke gegevens over naar andere dragers, zoals een harde schijf of cd/dvd. • Als u de camera langere tijd gebruikt, kan de geheugenkaart warm worden. Dit is normaal en wijst niet op een defect. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens. De batterij Gebruik alleen door Samsung goedgekeurde batterijen. Batterijspecificaties Specificatie Beschrijving Model BP70A Type Lithium-ionbatterij Capaciteit 700 mAh Voltage 3,7 V Oplaadtijd (wanneer de camera is uitgeschakeld) Circa 150 min * Duurt mogelijk langer als u de batterij aansluit op een computer om de batterij op te laden. Aanvullende informatie 88 Cameraonderhoud Levensduur van de batterij Gemiddelde tijdsduur/ Aantal foto's Melding Batterij bijna leeg Als de batterij volledig is ontladen, wordt het batterijpictogram rood en verschijnt de melding ‘Batterij bijna leeg’. Testomstandigheden (bij een volledig geladen batterij) Dit is onder de volgende omstandigheden gemeten: in de modus , in het donker, met de resolutie 14M en met de kwaliteit Hoog. Foto's Circa 100min./ circa 200 foto's 1. Stel de flitser in op Invulflits, maak één foto en zoom in of uit. 2. Stel de flitser in op Uit, maak één foto en zoom in of uit. 3. Voer stap 1 en 2 gedurende 30 seconden uit en herhaal dit 5 minuten lang. Schakel de camera vervolgens 1 minuut uit. 4. Herhaal stap 1 tot 3. Video's Circa 95 min Neem video's op bij een resolutie van 1280 x 720 en met 30 fps. Opmerkingen over het gebruik van de batterij • Vermijd blootstelling van batterijen en geheugenkaarten aan extreme temperaturen (onder 0 °C of boven 40 °C). Door extreme temperaturen kan de capaciteit van batterijen verminderen en kunnen geheugenkaarten minder goed werken. • Als u de camera langere tijd gebruikt, kan het gebied rond de batterijklep warm worden. Dit heeft geen invloed op de normale werking van de camera. • Trek de voedingskabel niet aan de kabel zelf uit het stopcontact. Dit kan brand of een schok veroorzaken. • Bij temperaturen onder 0 ºC kunnen de capaciteit en levensduur van de batterij afnemen. • Bij lage temperaturen kan de batterijcapaciteit afnemen, maar de gewone capaciteit wordt hersteld bij gebruik bij hogere temperaturen. • De bovenstaande cijfers zijn volgens de normen van Samsung gemeten en kunnen afwijken van resultaten in de praktijk. • Om de totale opnameduur te bepalen, zijn er verschillende video's achter elkaar opgenomen. Aanvullende informatie 89 Cameraonderhoud Aandachtspunt voor het gebruik van de batterij Bescherm batterijen, opladers en geheugenkaarten tegen schade Voorkom dat batterijen in aanraking komen met metalen voorwerpen. Dit kan een verbinding vormen tussen de plus- en minpolen van uw batterijen en tijdelijke of permanente schade aan de batterijen en brand of een schok veroorzaken. De batterij opladen • Controleer als het indicatielampje uit is of de batterij op de juiste wijze is geplaatst. • Als camera tijdens het opladen is ingeschakeld, wordt de batterij mogelijk niet volledig opgeladen. Schakel de camera uit alvorens de batterij op te laden. • Gebruik de camera niet als de batterij wordt opgeladen. Dit kan brand of een schok veroorzaken. • Trek niet aan het netsnoer om de stekker uit het stopcontact te halen om te voorkomen dat u brand of een schok veroorzaakt. • Wacht minstens tien minuten voor u de camera inschakelt nadat de batterij is opgeladen. • Als u de camera aansluit op een externe voedingsbron terwijl de batterij helemaal leeg is, wordt de camera uitgeschakeld wanneer u bepaalde functies gebruikt die veel stroom verbruiken. Laad de batterij op om de camera op normale wijze te gebruiken. • Wanneer de batterij volledig is opgeladen, knippert het statuslampje drie keer en gaat vervolgens uit. • Als u de voedingskabel opnieuw aansluit als de batterij volledig is opgeladen, gaat het statuslampje ongeveer 5 minuten branden en gaat vervolgens uit nadat het drie keer heeft geknipperd. • Met het gebruik van de flitser en het opnemen van video's raakt de batterij snel leeg. Laad de batterij op totdat het statuslampje uit gaat. • Als het statuslampje rood knippert of niet brandt, sluit u de kabel opnieuw aan of verwijdert u de batterij en plaatst u deze opnieuw in de camera. • Als u de batterij oplaadt wanneer de kabel oververhit is of de temperatuur te hoog is, staat de batterij in de standby-modus voor opladen. Nadat de batterij is afgekoeld, wordt het opladen gestart. • Te lang opladen van batterijen kan de levensduur daarvan bekorten. Wanneer het opladen is voltooid, dient u de kabel van de camera los te koppelen. • Knik de voedingskabel niet en plaats er geen zware voorwerpen op. Hierdoor zou de kabel kunnen beschadigen. De batterij opladen terwijl er een computer is aangesloten • Gebruik alleen de meegeleverde USB-kabel. • De batterij wordt mogelijk in de volgende gevallen niet opgeladen: -- wanneer u een USB-hub gebruikt -- wanneer er andere USB-apparaten op de computer zijn aangesloten -- wanneer u de kabel op de poort aan de voorzijde van de computer aansluit -- wanneer de USB-poort van de computer de stroomuitvoernorm niet ondersteunt (5 V, 500 mA) Behandel batterijen en oplader voorzichtig en voer deze a volgens de voorschriften • Gooi batterijen nooit in open vuur. Houd u aan alle lokale regelgevingen bij het weggooien van gebruikte batterijen. • Leg batterijen of camera's nooit in of op verwarmingsapparaten, zoals een magnetron, kachel of radiator. Batterijen kunnen exploderen als ze te heet worden. Aanvullende informatie 90 Cameraonderhoud Onzorgvuldig of verkeerd gebruik van de batterij kan persoonlijk letsel of de dood tot gevolg hebben. Volg voor uw eigen veiligheid de onderstaande instructies voor het juiste gebruik van de batterij: • De batterij kan vlam vatten of exploderen als deze niet op de juiste wijze wordt gebruikt. Als u vervormingen, scheuren of andere afwijkingen in de batterij opmerkt, stopt u onmiddellijk het gebruik hiervan en neemt u contact op met een servicecenter. • Gebruik alleen authentieke, door de producent aanbevolen, batterijopladers en –adapters en laad de batterij alleen op de in deze gebruiksaanwijzing voorgeschreven wijze op. • Plaats de batterij niet te dicht bij warmtebronnen en stel de batterij niet bloot aan extreem warme omgevingen, zoals een gesloten auto in de zon. • Plaats de batterij niet in een magnetron. • Bewaar of gebruik de batterij niet in een hete, vochtige omgeving, zoals een badkamer of douche. • Plaats de batterij niet voor langere tijd op ontvlambare oppervlakken, zoals matrassen, tapijten of elektrische dekens. • Laat het toestel, als het is ingeschakeld, niet voor langere tijd in een afgesloten ruimte. • Zorg ervoor dat de polen van de batterij niet in contact komen met metalen voorwerpen, zoals halskettingen, munten, sleutels en horloges. • Gebruik uitsluitend authentieke, door de producent aanbevolen lithium-ionbatterijen ter vervanging. Aanvullende informatie • Haal de batterij niet uit elkaar te halen of maak er geen gat in met een scherp voorwerp. • Stel de batterij niet bloot aan hoge druk of extreme krachten. • Stel de batterij niet bloot aan hevige klappen, bijvoorbeeld door deze van grote hoogte te laten vallen. • Stel de batterij niet bloot aan temperaturen boven de 60 °C. • Stel de batterij niet bloot aan vocht of vloeistoffen. • Stel de batterij niet bloot aan direct zonlicht, vuur of een andere extreme warmtebron. Richtlijnen voor afvoer • Wees zorgvuldig als u de batterij weggooit. • Werp de batterij nooit in een open vuur. • Regelgeving kan per land of regio verschillen. Zorg dat u zich houdt aan alle lokale en nationale regelgeving wanneer u de batterij weggooit. Richtlijnen voor het opladen van de batterij Laad de batterij alleen op volgens de procedure in deze gebruiksaanwijzing. De batterij kan ontbranden of exploderen als deze niet op de juiste wijze wordt opgeladen. 91 Voordat u contact opneemt met een servicecenter Wanneer u problemen met de camera ondervindt, kunt u eerst de volgende procedures uitvoeren voordat u contact opneemt met een servicecenter. Als u hebt geprobeerd een oplossing te vinden met behulp van deze suggesties, maar nog steeds problemen ondervindt, kunt u contact opnemen met uw plaatselijke dealer of servicecenter. Wanneer u uw camera naar een servicecenter brengt, breng dan ook de onderdelen mee die de oorzaak kunnen zijn van de fout, zoals bijvoorbeeld de geheugenkaart of de batterij. Situatie Mogelijke oplossing De camera kan niet worden ingeschakeld • Controleer of de batterij in de camera is geplaatst. • Controleer of de batterij op de juiste wijze is geplaatst. • Laad de batterij op. De camera wordt plotseling uitgeschakeld • Laad de batterij op. • Uw camera kan in de Spaarstand (p. 79) staan of afgesloten zijn door de instelling Automatisch uit. (p. 80) • De camera wordt mogelijk uitgeschakeld om te voorkomen dat de geheugenkaart door een harde schok beschadigd raakt. Schakel de camera weer in. De batterij raakt snel leeg • De batterij raakt bij lage temperaturen (onder 0 °C) sneller leeg. Houd de batterij warm door deze in uw zak te steken. • Met het gebruik van de flitser en het opnemen van video's raakt de batterij snel leeg. Laad de batterij indien nodig weer op. • Batterijen zijn verbruiksartikelen die na verloop van tijd moeten worden vervangen. Koop een nieuwe batterij als de levensduur drastisch afneemt. Situatie Mogelijke oplossing Er kunnen geen foto's worden gemaakt • Er is geen ruimte op de geheugenkaart. Wis onnodige bestanden of plaats een nieuwe kaart. • Formatteer de geheugenkaart. (pag. 79) • De geheugenkaart is defect. Koop een nieuwe geheugenkaart. • Controleer of de camera is ingeschakeld. • Laad de batterij op. • Controleer of de batterij op de juiste wijze is geplaatst. De camera loopt vast Verwijder de batterij en plaats deze weer terug. De camera wordt warm De camera kan warm worden tijdens het gebruik. Dit is normaal en is niet van invloed op de levensduur of prestaties van uw camera. De flitser werkt niet • Mogelijk moet de flitsoptie worden ingesteld op Uit. (pag. 41) • U kunt de flitser niet gebruiken in de modi , of bepaalde -modi. Aanvullende informatie 92 Voordat u contact opneemt met een servicecenter Situatie Mogelijke oplossing Er wordt onverwachts een flits afgevuurd De flitser wordt mogelijk geactiveerd vanwege statische elektriciteit. Dit is geen fabricagefout. De datum en tijd kloppen niet Stel in het scherminstellingenmenu de datum en tijd in. (pag. 79) Het scherm of de knoppen werken niet Verwijder de batterij en plaats deze weer terug. Het camerascherm reageert niet goed Als u de camera bij zeer lage temperaturen gebruikt, kan het camerascherm verkleuren of slecht functioneren. Voor betere prestaties van het scherm moet de camera bij normale temperaturen worden gebruikt. • Schakel de camera uit en weer in. • Verwijder de geheugenkaart en plaats deze weer terug. De geheugenkaart heeft • Formatteer de geheugenkaart. Zie een fout 'Aandachtspunten bij gebruik van geheugenkaarten' voor nadere details. (pag. 87) Er kunnen geen bestanden worden afgespeeld of weergegeven Als u de naam van een bestand wijzigt, kan de camera dit bestand mogelijk niet afspelen. (Opmerking: de bestandsnamen moeten aan de DCF-normen voldoen.) In dergelijke gevallen kunt u de bestanden op een computer afspelen of weergeven. Situatie Mogelijke oplossing De foto's zijn onscherp • Controleer of de ingestelde scherpsteloptie voor close-upfoto's geschikt is. (pag. 43) • Controleer of de lens schoon is. Reinig de lens indien nodig. (pag. 84) • Zorg dat het onderwerp zich binnen het bereik van de flitser bevindt. (pag. 95) De kleuren in de foto zijn anders dan de daadwerkelijke kleuren Een onjuiste witbalans kan voor onrealistische kleuren zorgen. Selecteer de juiste witbalansoptie voor de lichtbron. (pag. 50) De foto is te licht • Schakel de flitser uit. (pag. 41) • De foto is overbelicht. Pas de belichtingswaarde aan. (pag. 49) De foto is te donker De foto is onderbelicht. • Schakel de flitser in. (pag. 41) • Pas de ISO-waarde aan. (pag. 42) • Pas de belichtingswaarde aan. (pag. 49) De foto's worden niet op de televisie weergegeven • Controleer of de camera correct op de televisie is aangesloten met de A/V-kabel. • Controleer of de geheugenkaart foto's bevat. De computer herkent de camera niet • Controleer of de USB-kabel op de juiste wijze is geplaatst. • Controleer of de camera is ingeschakeld. • Controleer of het besturingssysteem wordt ondersteund. Aanvullende informatie 93 Voordat u contact opneemt met een servicecenter Situatie Mogelijke oplossing Tijdens het overbrengen De bestandsoverdracht kan door statische van bestanden elektriciteit worden gestoord. Koppel de verbreekt de computer USB-kabel los en sluit deze weer aan. de verbinding De computer kan geen video's afspelen • Video's kunnen mogelijk niet afgespeeld met bepaalde videospelers. Installeer en gebruik het programma Intelli-studio op uw computer voor het afspelen van videobestanden die u met uw camera hebt opgenomen. (pag. 70) • Controleer of de USB-kabel op de juiste wijze is geplaatst. Intelli-studio werkt niet naar behoren • Sluit Intelli-studio af en start het programma opnieuw. • Intelli-studio kan niet op Macintoshcomputers worden gebruikt. • Controleer of Pc-software is Aan gezet in het instellingenmenu. (pag. 81) • Afhankelijk van de specificaties en omgeving van de computer wordt het programma mogelijk niet automatisch gestart. Klik in dat geval op de computer op Start → Alle programma's → SAMSUNG → Intelli-studio → Intellistudio. Aanvullende informatie 94 Cameraspecificaties Beeldsensor Sluitertijd Type 1/2,3 inch (circa 7,81 mm) CCD Effectieve pixels Circa 14.2 megapixel Totaalaantal pixels Circa 14.4 megapixel • Smart Auto: 1/8 - 1/2000 sec. • Programma: 1 - 1/2000 sec. • Nacht: 8 - 1/2000 sec. • Vuurwerk: 2 sec. Lens Brandpuntsafstand Belichting Samsung 5X zoomlens f = 4,9 - 24,5 mm (35 mm equivalent: 27 - 135 mm) Diafragmabereik F3,5 (G) - F5,9 (T) Digitale zoom • Fotomodus: 1,0x - 3,0x • Weergavemodus: 1,0x - 12,5x (afhankelijk van het beeldformaat) Regeling Programma AE Lichtmeting Multi, Spot, Centr. gewogen Compensatie ±2 BW (in stappen van 1/3 BW) ISO-equivalent Auto, 80, 100, 200, 400, 800, 1600 Flitser Scherm Modus Uit, Auto, Rode ogen, Invulflits, Langz sync, Anti-rode ogen 6,9 cm, 230 K Bereik • GROOTHOEK: 0,4 m - 3,0 m (ISO Auto) • TELE: 0,5 m - 2,0 m (ISO Auto) TTL-autofocus (Multi AF, Centrum AF, Gezichtsdetectie AF, Tracking AF) Oplaadtijd Circa 4 sec. (afhankelijk van de toestand van de batterij) Type TFT LCD Functionaliteit Scherpstelling Type Bereik Normaal Groothoek (G) Tele (T) 80 cm - oneindig 100 cm - oneindig Macro 5 cm - 80 cm - Auto macro 5 cm - oneindig 100 cm - oneindig Trillingsreductie Digitale beeldstabilisatie (DIS) Aanvullende informatie 95 Cameraspecificaties Effect Opnamemodus voor foto's Opnamemodus voor video's • Fotostijlkeuze: Normaal, Zacht, Helder, Bos, Retro, Koel, Rustig, Klassiek, Negatief, Aangep. RGB • Beeld aanpassen(5 niveaus): Scherpte, Contrast, Kleurverz. • Formaat: MJPEG (max. opnametijd: 2 uur) • Opnametijd: 1280 X 720 (max. 20 min.)/640 X 480 (max. 2 uur) Video's Fotostijlkeuze: Normaal, Zacht, Helder, Bos, Retro, Koel, Rustig, Klassiek, Negatief, Aangep. RGB Witbalans • Framesnelheid: 30 fps, 15 fps • Spraak: Uit, Aan, Zoom gedempt • Video bewerken (intern): pauzeren tijdens opnemen, foto's maken, bijsnijden Afspelen Auto witbalans, Daglicht, Bewolkt, TL-licht H, TL-licht L, Kunstlicht, Aangep. instelling Datering Type Eén foto, Miniaturen, Diashow, Video, Smart Album * Smart Album-categorie: Type, Datum, Kleur, Week Bewerken Res.wijz, Draaien, Fotostijlkeuze, Beeld aanpassen Effect • Fotostijlkeuze: Normaal, Zacht, Helder, Bos, Retro, Koel, Rustig, Klassiek, Negatief, Aangep. RGB • Beeld aanpassen: ACB, Anti-rode ogen, Gezicht retouch, Helderheid, Contrast, Kleurverz., Ruis toevoegen Datum/tijd, Datum, Uit Opname • Modi: Smart Auto (Wit, Macro kleur, Portret, Foto's • Formaat: 1280x720, 640×480, 320×240 Nachtportret, Tegenlichtportret, Tegenlicht, Landschap, Actie, Statief, Nacht, Macro, Macro tekst, Blauwe lucht, Zon onder, Natuurgroen), Programma, DIS, Scène (Beautyshot, Kaderlijnen, Nacht, Portret, Kinderen, Landschap, Close-up, Tekst, Zon onder, Dageraad, Tegenl., Vuurwerk, Strand/sneeuw) • Snelheid: 1 opname, Continu, Bewegingsopname, AEB • Timer: Uit, 10 sec., 2 sec., Dubbel, Bewegingstimer Spraakopname • Spraakopname (max. 10 uur) • Spraakmemo in een foto (max. 10 sec.) Opslag Media Aanvullende informatie 96 • Intern geheugen: Ongeveer 37 MB • Extern geheugen (optioneel): -- SD-kaart (1–2 GB gegarandeerd) -- SDHC-kaart (tot 16 GB gegarandeerd) Cameraspecificaties Bestandsindeling • Foto: JPEG (DCF), EXIF 2.21, DPOF 1.1, Voedingsbron PictBridge 1.0 • Video: AVI (MJPEG) • Audio: WAV Oplaadbare batterij Lithium-ionbatterij (BP70A) (740 mAh, Minimaal 700 mAh) Verbindingstype 8-pins (USB/AV-uit) Voor 1 GB SD Beeldformaat Hoog Normaal 4320 X 3240 157 222 350 4000 X 3000 168 238 363 96,9 x 58,0 x 20,2 mm (exclusief uitstekende onderdelen) 3984 X 2656 195 222 408 Gewicht 3968 X 2232 230 306 478 120 g (zonder batterij en geheugenkaart) 3264 X 2448 244 326 516 Bedrijfstemperatuur 2592 X 1944 311 490 576 0 - 40 ˚C 2048 X 1536 490 676 754 1024 X 768 979 1088 1224  eze waarden zijn gemeten onder standaardcondities en D kunnen variëren afhankelijk van opnameomstandigheden en camera-instellingen. Interface Digitale uitvoer Afhankelijk van uw regio kan de voedingsbron verschillen. Superhoog Afmetingen (B x H x D) Bedrijfsluchtvochtigheid 5 - 85 % Software Intelli-studio Specificaties kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. USB 2.0 Audio Mono (interne speaker, Mono (microfoon) Video-uitvoer NTSC, PAL (selecteerbaar) Gelijkstroomaansluiting 5,0 V Aanvullende informatie 97 Woordenlijst Automatische contrastverbetering (ACB) Compositie Deze functie verbetert automatisch het contrast van uw beelden wanneer het onderwerp tegenlicht heeft of als er veel contrast is tussen uw onderwerp en de achtergrond. Met compositie wordt de plaatsing van de verschillende elementen in het beeld bedoeld. Meestal levert een compositie volgens de regel van derden een plezierig resultaat. AEB (opnamereeks met verschillende belichtingen) DCF (Design rule for Camera File system) Deze functie maakt automatisch meerdere beelden met verschillenden belichtingen om u te helpen een goedbelicht beeld te maken. Een specificatie voor het definiëren van een bestandsindeling en bestandssysteem voor digitale camera's die is gemaakt door de Japan Electronics and Information Technology Industries Association (JEITA). Autofocus (AF) Een systeem dat automatisch de cameralens scherpstelt op het onderwerp. Uw camera gebruikt het contrast om automatisch scherp te stellen. Scherptediepte Het diafragma bepaalt de hoeveelheid licht die de sensor van de camera bereikt. De afstand tussen het dichtstbijzijnde en verste punt waarop kan worden scherpgesteld in een foto. De scherptediepte verschilt per diafragma, brandpuntsafstand en afstand tussen de camera en het onderwerp. Als u bijvoorbeeld een kleiner diafragma selecteert, wordt de scherptediepte vergroot en wordt de achtergrond van een compositie vaag. Bewegingsonscherpte (vaag) Digitale zoom Diafragma Als de camera wordt bewogen wanneer de sluiter is geopend, kan het volledige beeld vaag lijken. Dit komt vaker voor wanneer de sluitertijd laag is. Voorkom bewegingsonscherpte door de gevoeligheid te verhogen, de flitser te gebruiken of een hogere sluitertijd. U kunt ook een statief of de DIS-functie gebruiken om de camera te stabiliseren. Een functie die op kunstmatige wijze de beschikbare hoeveelheid zoom met de zoomlens vergroot (optische zoom). Als u de digitale zoomfunctie gebruikt, wordt de beeldkwaliteit minder wanneer de vergroting wordt verhoogd. Aanvullende informatie 98 Woordenlijst Digitale afdrukbestelling (DPOF) Brandpuntsafstand Een indeling voor het schrijven van afdrukgegevens, zoals geselecteerde beelden en het aantal afdrukken, op een geheugenkaart. Printers die compatibel zijn met DPOF, soms verkrijgbaar in fotowinkels, kunnen de informatie lezen van de kaart voor eenvoudig afdrukken. De afstand van het brandpunt van de lens tot het beeldvlak (in millimeters). Grotere brandpuntsafstanden resulteren in een kleinere beeldhoek en een grotere weergave van het onderwerp. Kleinere brandpuntsafstanden resulteren in een grotere beeldhoek. Belichtingswaarde (EV) Beeldsensor Alle combinaties van de camerasluitertijd en diafragma die resulteren in dezelfde belichting. EV-compensatie Met deze functie kunt u snel de belichtingswaarde aanpassen die wordt berekend door de camera, in beperkte stappen, om de belichting van uw foto's te verbeteren. Stel de EV-compensatie in op -1,0 EV om de waarde een stap donkerder in te stellen en op 1,0 EV om de waarde een stap lichter te maken. Exif (Exchangeable Image File Format) Een specificatie voor het definiëren van een beeldbestandindeling voor digitale camera's die is gemaakt door de Japan Electronic Industries Development Association (JEIDA). Het fysieke deel van een digitale camera die een fotosite bevat voor elke pixel in het beeld. Elke fotosite neemt de helderheid van het licht op dat de fotosite bereikt tijdens een belichting. Algemene sensortypen zijn CCD (Charge-coupled Device) en CMOS (Complementary Metal Oxide Semiconductor). ISO-waarde De gevoeligheid van een camera voor licht, gebaseerd op de equivalente filmsnelheid gebruikt in een filmcamera. Met hogere ISOwaarden gebruikt de camera een hogere sluitertijd, waardoor vervaging kan worden verminderd die wordt veroorzaakt door het bewegen van de camera en weinig licht. Beelden met een hoge gevoeligheid zijn echter veel gevoeliger voor ruis. JPEG (Joint Photographic Experts Group) Belichting De hoeveelheid licht die de sensor van de camera mag bereiken. Belichting wordt bepaald door een combinatie van sluitertijd, diafragma en ISO-waarde. Flitser Een flitslamp die ervoor zorgt dat er voldoende belichting is in omstandigheden met weinig licht. Een lossy-methode van compressie voor digitale beelden. JPEGbeelden worden gecomprimeerd om de algehele bestandsgrootte te verminderen met minimale afname van de beeldresolutie. LCD (Liquid Crystal Display) Een visuele display die algemeen wordt gebruikt in consumenten elektronica. Dit display heeft een aparte achtergrondverlichting nodig zoals CCFL of LED, om kleuren te kunnen reproduceren. Aanvullende informatie 99 Woordenlijst Macro Resolutie Met deze functie kunt u close-upfoto's maken van zeer kleine voorwerpen. Als u de macrofunctie gebruikt, kan de camera goed scherpstellen op kleine voorwerpen met een verhouding op bijna ware grootte (1:1). Het aantal pixels in een digitaal beeld. Beelden met hoge resolutie bevatten meer pixels en bevatten meer details dan beelden met lage resolutie. Sluitertijd Lichtmeting Een video-indeling die wordt gecomprimeerd als een JPEG-beeld. De sluitertijd is de hoeveelheid tijd die nodig is om de sluiter te openen en te sluiten. Dit is een belangrijke factor voor de helderheid van een foto, aangezien hiermee de hoeveelheid licht wordt geregeld die door het diafragma op de beeldsensor valt. Met een kortere sluitertijd valt er minder licht naar binnen en wordt de foto donkerder, maar is het ook eenvoudiger om de beweging van het onderwerp te bevriezen. Ruis Vignetten De lichtmeting heeft betrekking op de manier waarop een camera de hoeveelheid licht meet om de belichting in te stellen. MJPEG (Motion JPEG) Verkeerd geïnterpreteerde pixels in een digitaal beeld die mogelijk worden weergegeven als verkeerd geplaatste of willekeurige, heldere pixels. Ruis treedt meestal op wanneer foto's worden gemaakt met een hoge gevoeligheid of wanneer de gevoeligheid automatisch wordt ingesteld op een donkere locatie. Een vermindering van de helderheid of de verzadiging van een beeld bij de randen in vergelijking met het midden van het beeld. Vignetten kan de aandacht richten op onderwerpen die in het midden van een beeld zijn geplaatst. Optische zoom Een aanpassing van de intensiteit van kleuren (meestal de primaire kleuren rood, groen en blauw) in een beeld. Het doel van het aanpassen van de witbalans, of kleurbalans, is de kleuren van een beeld correct weergeven. Dit is een algemene zoomfunctie waarmee beelden kunnen worden vergroot met een lens en waarmee de beeldkwaliteit niet vermindert. Witbalans (kleurbalans) Kwaliteit Een uitdrukking van het compressieniveau dat is gebruikt in een digitaal beeld. Beelden met een hogere kwaliteit hebben een lager compressieniveau, wat meestal resulteert in grotere bestanden. Aanvullende informatie 100 Correcte verwijdering van dit product (elektrische & elektronische afvalapparatuur) Correcte behandeling van een gebruikte accu uit dit product (Van toepassing in de Europese Unie en andere Europese landen waar afval gescheiden wordt ingezameld) (Van toepassing op de Europese Unie en andere Europese landen met afzonderlijke inzamelingssystemen voor accu’s en batterijen) Dit merkteken op het product, de accessoires of het informatiemateriaal duidt erop dat het product en zijn elektronische accessoires (bv. lader, headset, USB-kabel) niet met ander huishoudelijk afval verwijderd mogen worden aan het einde van hun gebruiksduur. Om mogelijke schade aan het milieu of de menselijke gezondheid door ongecontroleerde afvalverwijdering te voorkomen, moet u deze artikelen van andere soorten afval scheiden en op een verantwoorde manier recyclen, zodat het duurzame hergebruik van materiaalbronnen wordt bevorderd. Huishoudelijke gebruikers moeten contact opnemen met de winkel waar ze dit product hebben gekocht of met de gemeente waar ze wonen om te vernemen waar en hoe ze deze artikelen milieuvriendelijk kunnen laten recyclen. Zakelijke gebruikers moeten contact opnemen met hun leverancier en de algemene voorwaarden van de koopovereenkomst nalezen. Dit product en zijn elektronische accessoires mogen niet met ander bedrijfsafval voor verwijdering worden gemengd. Dit merkteken op de accu, gebruiksaanwijzing of verpakking geeft aan dat de accu in dit product aan het einde van de levensduur niet samen met ander huishoudelijk afval mag worden weggegooid. De chemische symbolen Hg, Cd of Pb geven aan dat het kwik-, cadmium- of loodgehalte in de accu hoger is dan de referentieniveaus in de Richtlijn 2006/66/EC. Indien de gebruikte accu niet op de juiste wijze wordt behandeld, kunnen deze stoffen schadelijk zijn voor de gezondheid van mensen of het milieu. Ter bescherming van de natuurlijke hulpbronnen en ter bevordering van het hergebruik van materialen, verzoeken wij u afgedankte accu’s en batterijen te scheiden van andere soorten afval en voor recycling aan te bieden bij het gratis inzamelingssysteem voor accu’s en batterijen in uw omgeving. PlanetFirst duidt op het streven van Samsung Electronics naar een duurzame ontwikkeling en sociale verantwoordelijkheid door middel van milieubewuste bedrijfsvoering. Aanvullende informatie 101 Index A B Aanpassen Batterij Contrast in de opnamemodus 54 in de weergavemodus 66 Helderheid 66 Kleurverz. in de opnamemodus 54 in de weergavemodus 66 Scherpte 54 ACB in de opnamemodus 49 in de weergavemodus 66 Afdruk 80 Afdrukbestelling 67 AF-geluid 78 AF-lamp 80 Afspeelknop 16 Afspeelmodus 56 Afzonderlijke beelden uit een video opslaan 62 Automatische contrastverbetering (ACB) 49 bezig met opladen 89 Levensduur 88 Specificaties 88 Diavoorstelling 60 op categorie 57 op televisie 68 Digitale beeldstabilisatie (DIS) 30 Digitale zoom 23 Bestanden wissen 59 DIS-modus 30 Bewegingsonscherpte 24 DPOF 67 Beautyshot-modus 31 Bewegingstimer 40 Draaien 64 Beeld aanpassen Bewerken 64 ACB 66 anti-rode ogen 66 contrast 66 gezichtretouch. 66 helderheid 66 Kleurverz. 66 ruis toevoegen 66 F C Flitser Continuopnamen Bewegingsopname 52 Continu 52 opnamereeks met verschillende belichtingen (AEB) 52 Beginafb. 64 Belichting 49 Anti-rode ogen 42 Auto 42 Invulflits 42 Langz sync 42 Rode ogen 42 Uit 41 Formatt. 79 Bestanden beveiligen 58 D Bestanden overbrengen Datum/tijd aanpassen 79 Foto's afdrukken 75 Datumtype 79 Fotostijlen voor Mac 74 voor Windows 69 Bestanden weergeven als miniatuur 58 Fotokwaliteit 38 Diafragma 33 Diavoorstelling 60 in de opnamemodus 53 in de weergavemodus 65 Foutmeldingen 83 Aanvullende informatie 102 Index Framesnelheid 34 Functiebeschrijving 78 Lichtmeting Helderh. scherm 78 Het apparaat loskoppelen 73 Functieknop 14 I G Instellingen Capaciteit 87 Geluid uitschakelen Camera 16 Video 34 Gezichtsdetectie Knipperen 48 Normaal 46 Smile shot 47 Zelfportret 47 Grootte aanpassen 64 M Camera 79 Geluid 78 Openen 77 Scherm 78 Geheugenkaart Macro 43 Meebewegende focus 45 MENUknop 14 Intelli-studio 71 Half indrukken 6 Helderheid van het gezicht 31 Opnamemodus DIS 30 Film 34 Programma 29 Scène 31 Smart Auto 27 Opnamesnelheid 34 Opnemen Spraakmemo 36 Video 34 MJPEG (Motion JPEG) 96 ISO-waarde 42 P K Kadergids 32 N PictBridge 75 Nachtmodus 33 Pictogrammen 18 Navigatieknop 14 Programmamodus 29 O R Onderhoud 84 Reinigen Knipperen 48 Knop MODE 14 H Centr. gewogen 50 Multi 50 Spot 50 L Lange sluitertijd 33 Onvolkomenheden in het gezicht 32 Lichtbron (Witbalans) 50 Open bron-licenties 81 Aanvullende informatie 103 Behuizing 84 Lens 84 Scherm 84 Index Reset 79 Smart Album 57 W Resolutie Smart Auto-modus 27 Witbalans 50 Smile shot 47 Woordenlijst 98 Foto 38 Video 38 RGB-tint in de opnamemodus 53 in de weergavemodus 65 Snel tonen 78 Spraakmemo Afspelen 62 Opnemen 36 Rode ogen in de opnamemodus 41 in de weergavemodus 66 Z Zelfportret 47 Zoomen 23 Zoomknop 14 T Timer 39 S Type weergave 21 Scènemodus 31 Scherpstelafstand Macro 43 Normaal (AF) 43 Scherpstelgebied Centrum AF 45 Multi AF 45 Tracking AF 45 Servicecenter 92 V Vergroten 60 Video Afspelen 61 Opnemen 34 Video-uit 81 Volume 78 Sluitertijd 33 Aanvullende informatie 104 Raadpleeg voor klantenservice of bij vragen de garantieinformatie die met het product is meegeleverd of bezoek onze website http://www.samsung.com
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106

Samsung SAMSUNG ES90 Handleiding

Type
Handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor