Samsung PL 20 Handleiding

Categorie
Camcorders
Type
Handleiding
Hartelijk dank voor het aanschaffen van
een camera van Samsung.
In deze gebruikershandleiding vindt u
uitgebreide aanwijzingen voor het gebruik
van uw camera. Lees deze handleiding
aandachtig door.
Algemene problemen oplossen
Beknopt overzicht
Inhoudsopgave
Basisfuncties
Uitgebreide functies
Opname-instellingen
Weergeven en bewerken
Instellingen
Aanvullende informatie
Index
User Manual
PL20/PL21
Ä Klik op een onderwerp
1
Informatie over gezondheid en veiligheid
Houd u altijd aan de volgende voorzorgsmaatregelen en gebruikstips om gevaarlijke situaties te vermijden en ervoor te zorgen dat de
camera optimaal werkt.
Waarschuwing: situaties die bij u of anderen letsel kunnen
veroorzaken
Haal de camera niet uit elkaar en probeer de camera niet
te repareren.
Dit kan resulteren in een elektrische schok of beschadiging van
de camera.
Gebruik de camera niet dicht bij ontvlambare of
explosieve gassen en vloeistoffen.
Dit kan brand of een schok veroorzaken.
Plaats geen ontvlambare materialen in de camera en
bewaren dergelijke materialen niet in de buurt van de
camera.
Dit kan brand of een schok veroorzaken.
Raak de camera niet met natte handen aan.
Dit kan een schok veroorzaken.
Voorkom oogletsel bij het nemen van foto's.
Gebruik de flitser van de camera niet vlakbij (op minder dan 1
m afstand van) de ogen van mensen of dieren. Als u de flitser
dicht bij de ogen van het onderwerp gebruikt, kunt u tijdelijke of
permanente schade aan het gezichtsvermogen veroorzaken.
Houd de camera buiten het bereik van kleine kinderen en
huisdieren.
Houd de camera en alle bijbehorende onderdelen en accessoires
buiten het bereik van kleine kinderen en huisdieren. Kleine
onderdelen vormen verstikkingsgevaar of kunnen schadelijk zijn
wanneer deze worden ingeslikt. Bewegende onderdelen en
accessoires kunnen ook fysiek gevaar opleveren.
Stel de camera niet langdurig bloot aan direct zonlicht of
hoge temperaturen.
Langdurige blootstelling aan zonlicht of extreme temperaturen
kan permanente schade aan interne onderdelen van het toestel
veroorzaken.
Voorkom dat de camera of oplader wordt bedekt voor
kleden of kleding.
Dit kan oververhitting van de camera of brand veroorzaken.
Als er vloeistoffen of vreemde voorwerpen in de camera
komen, moet u meteen alle voedingsbronnen, zoals de
batterij of oplader, loskoppelen en vervolgens contact
opnemen met een servicecenter van Samsung.
2
Informatie over gezondheid en veiligheid
Gebruik batterijen niet voor doeleinden waarvoor de
batterijen niet zijn bedoeld.
Dit kan brand of een schok veroorzaken.
Raak de flitser niet aan wanneer deze wordt gebruikt.
De flitser wordt zeer heet en kan brandwonden veroorzaken.
Als u de AC-oplader gebruikt, moet u de camera
uitschakelen voor u de voedingsbron van de AC-oplader
loskoppelt.
Dit kan brand of een schok veroorzaken.
Laat de stekker van de oplader niet in het stopcontact
zitten als u de oplader niet gebruikt.
Dit kan brand of een schok veroorzaken.
Gebruik voor het opladen van de batterijen geen
elektriciteitssnoeren of stekkers die beschadigd zijn, of
een loshangend stopcontact.
Dit kan brand of een schok veroorzaken.
Zorg dat de AC-oplader niet in contact komt met de plus-
en minpolen van de batterij.
Dit kan brand of een schok veroorzaken.
Let op: situaties die schade aan de camera of andere
apparatuur kunnen veroorzaken
Haal de batterijen uit de camera wanneer u deze voor
langere tijd opbergt.
Batterijen in het batterijvak kunnen na verloop van tijd gaan lekken
of roesten en ernstige schade aan uw camera veroorzaken.
Gebruik uitsluitend authentieke, door de fabrikant
aanbevolen lithium-ionbatterijen ter vervanging. Zorg dat
u de batterij niet beschadigt of verhit.
Dit kan leiden tot brand of persoonlijk letsel.
Gebruik alleen door Samsung goedgekeurde batterijen,
opladers, kabels en accessoires.
tNiet-goedgekeurde batterijen, opladers, kabels of accessoires
kunnen de camera beschadigen, letsel veroorzaken of ertoe
leidden dat batterijen exploderen.
tSamsung is niet aansprakelijk voor schade of letsel veroorzaakt
door niet-goedgekeurde batterijen, opladers, kabels of
accessoires.
3
Controleer voor gebruik of de camera naar behoren
functioneert.
De fabrikant is niet verantwoordelijk voor verlies van bestanden of
schade als gevolg van defecten aan de camera of onjuist gebruik
van de camera.
Sluit het uiteinde van de kabel met het indicatielampje ()
op de camera aan.
Als u de kabel omgekeerd aansluit, kunnen de bestanden
beschadigen. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig
verlies van gegevens.
Forceer de cameraonderdelen niet en oefen geen kracht
uit op de camera.
Dit kan leiden tot camerastoringen.
Wees voorzichtig bij het aansluiten van kabels en adapters
en het plaatsen van batterijen en geheugenkaarten.
Door het forceren van aansluitingen, het niet op de juiste manier
aansluiten van kabels of het niet op de juiste manier plaatsen van
batterijen en geheugenkaarten kunt u poorten, aansluitingen en
accessoires beschadigen.
Houd kaarten met magnetische stroken uit de buurt van
het camera-etui.
Informatie die is opgeslagen op de kaart kan worden beschadigd
of gewist.
Gebruik nooit een beschadigde oplader, batterij of
geheugenkaart.
Dit kan een schok, camerastoring of brand veroorzaken.
Informatie over gezondheid en veiligheid
4
Copyrightinformatie
tMicrosoft Windows en het Windows-logo zijn
geregistreerde handelsmerken van Microsoft
Corporation.
tMac is een geregistreerd handelsmerk van Apple
Corporation.
tHandelsmerken en handelsnamen in deze
gebruiksaanwijzing zijn het eigendom van hun
respectieve eigenaars.
tCameraspecificaties of de inhoud van deze
gebruiksaanwijzing kunnen bij een upgrade van
camerafuncties zonder kennisgeving worden
gewijzigd.
tRaadpleeg voor Open Source-licentie-informatie de
'OpenSourceInfo.pdf' op de meegeleverde cd-rom.
Indeling van de gebruiksaanwijzing
Basisfuncties 11
Hier vindt u informatie over de indeling van de camera
en basisfuncties voor het maken van opnamen.
Uitgebreide functies 27
Hier vindt u informatie over hoe u foto's maakt
door een modus te selecteren en hoe u video's en
spraakmemo's opneemt.
Opname-instellingen 35
Hier vindt u informatie over de instellingen waarvoor u in
de opnamemodus kunt kiezen.
Weergeven en bewerken 52
Hier vindt u informatie over hoe u foto's, video's en
spraakmemo's kunt weergeven of afspelen en hoe
u foto's en video's kunt bewerken. Verder wordt
toegelicht hoe u de camera aansluit op de fotoprinter
of tv.
Instellingen 73
Hier vind u opties om de instellingen van uw camera te
configureren.
Aanvullende informatie 79
Hier vindt u informatie over foutmeldingen, specificaties
en onderhoudstips.
5
Pictogrammen in deze gebruiksaanwijzing
Opnamemodus Pictogram
Smart Auto
Programma
DIS
Fotohulpgids
Scène
Film
Pictogrammen in de opnamemodus
Deze pictogrammen geven aan dat een bepaalde functie in de
desbetreffende modi beschikbaar is. De modus
ondersteunt
wellicht bepaalde functies niet voor alle scènes.
bijv.)
Beschikbaar in de
modi Programma,
DIS en Film
Pictogrammen in deze gebruiksaanwijzing
Pictogram Functie
Aanvullende informatie
Veiligheidsvoorschriften en waarschuwingen
[]
Cameratoetsen; bijvoorbeeld: [Sluiter] (staat voor de
sluiterknop)
()
Paginanummer van verwante informatie
ĺ
De volgorde van de opties of menu's die u moet
selecteren om een stap uit te voeren. Bijvoorbeeld:
Selecteer Opname ĺ Witbalans impliceert dat u eerst
Opname moet selecteren en vervolgens Witbalans.
*
Voetnoot
Afkortingen in deze gebruiksaanwijzing
Afkorting Betekenis
ACB
Auto Contrast Balance (automatische
contrastverbetering)
AEB
Auto Exposure Bracket (opnamereeks met
verschillende belichtingen)
AF
Auto Focus (automatische scherpstelling)
DIS
Digital Image Stabilization (digitale beeldstabilisatie)
DPOF
Digital Print Order Format (digitale afdrukbestelling)
EV
Exposure Value (belichtingswaarde)
ISO
International Organization for Standardization
WB
White Balance (witbalans)
6
De sluiterknop indrukken
tDruk de [Sluiter] half in: DRuk de sluiterknop half in
tDruk op de [Sluiter]: DRuk de sluiterknop half in
Druk de [Sluiter] half in Druk op de [Sluiter]
Onderwerp, achtergrond en compositie
tOnderwerp: Het belangrijkste object in een scène, zoals een
persoon, dier of stilleven.
tAchtergrond: DE objecten rond een onderwerp.
tCompositie: De combinatie van een onderwerp en
achtergrond.
Achtergrond
Onderwerp
Compositie
Belichting (Helderheid)
De hoeveelheid licht die de camera binnenkomt bepaalt de
belichting. De belichting kan worden aangepast met behulp van
sluitertijd, diafragma en ISO-waarde. Wanneer u de belichting
verandert, worden de foto's donkerder of lichter.
Normale belichting Overbelicht (te helder)
Uitdrukkingen in deze handleiding
7
Algemene problemen oplossen
Hier vindt u antwoorden op bekende problemen. Met behulp van opname-instellingen hebt u veel problemen snel opgelost.
Het onderwerp
is te donker door
tegenlicht.
Als de lichtbron zich achter het onderwerp bevindt of als er een groot contrast is tussen de lichte en
donkere gebieden, kan het onderwerp donker worden.
t Maak geen foto's met de zon achter uw onderwerp.
t Selecteer
Tegenl. in de modus . (pag. 30)
t Stel de flitsoptie in op
Invulflits. (pag. 40)
t Stel de optie voor de automatische contrastbalans (ACB) in. (pag. 46)
t Pas de belichting aan. (pag. 46)
t Stel de lichtmeting in op
Spot als er een helder onderwerp in het midden van het kader staat.
(pag. 47)
De ogen van de
gefotografeerde zijn
rood.
Dit wordt veroorzaakt door een reflectie van de flitser van de camera.
t Stel de flitsoptie in op
Rode ogen of Anti-rode ogen. (pag. 40)
t Als de foto al is gemaakt, selecteert u
Anti-rode ogen in het bewerkingsmenu. (pag. 62)
Foto's bevatten
stofvlekken.
Stofdeeltjes die in de lucht zweven kunnen worden vastgelegd op foto's als u de flitser gebruikt.
t Schakel de flitser uit of neem geen foto's op stoffige plaatsen.
t Pas de ISO-waarde aan. (pag. 40)
Foto's zijn onscherp.
Dit kan worden veroorzaakt doordat u foto's neemt bij weinig licht of doordat u de camera niet goed
vasthoudt.
t Druk de [Sluiter] half in om te zorgen dat er wordt scherpgesteld op het onderwerp. (pag. 25)
t Gebruik de modus
. (pag. 31)
Bij nachtopnamen
zijn foto's onscherp.
Om meer licht binnen te laten, gebruikt de camera een langere sluitertijd.
Het kan dan lastig zijn de camera stil te houden, waardoor de foto's bewogen kunnen worden.
t Selecteer
Nacht in de modus . (pag. 30)
t Schakel de flitser in. (pag. 39)
t Pas de ISO-waarde aan. (pag. 40)
t Gebruik een statief om te voorkomen dat de camera beweegt.
8
Beknopt overzicht
Foto's van mensen maken
t Modus > Beautyshot
f
30
t Modus
> Portret
f
30
t Rode ogen, Anti-rode ogen (om rode ogen te
voorkomen of te corrigeren)
f
40
t Gezichtsdetectie
f
43
's Nachts of in het donker foto's
maken
t Modus > Nacht
f
30
t Modus
> Zonsondergang, Zonsopgang
f
30
t Flitseropties
f
39
t ISO-waarde (de lichtgevoeligheid aanpassen)
f
40
Actiefoto's maken
t Continu, Bewegingsopname
f
49
Foto's van insecten of bloemen
maken
t Modus > Close-up
f
30
t Macro, Auto macro (om close-upfoto's te maken)
f
41
t Witbalans (om de kleurtint te wijzigen)
f
47
De belichting aanpassen (helderheid)
t ISO-waarde (de lichtgevoeligheid aanpassen)
f
40
t EV (om de belichting aan te passen)
f
46
t ACB (om te compenseren voor onderwerpen tegen
lichte achtergronden)
f
46
t Lichtmeting
f
47
t AEB (om drie foto's met verschillende belichtingen te
maken van dezelfde scène)
f
49
Een speciaal effect toepassen
t Smart Filter (om effecten toe te passen)
f
50
t Beeld aanpassen (om de Kleurverz., Scherpte of het
Contrast aan te passen)
f
51
Bewegingsonscherpte voorkomen
t Modus
f
31
t Bestanden op categorie
bekijken in Smart Album
f
54
t Alle bestanden op de
geheugenkaart wissen
f
56
t Foto's als diavertoning
weergeven
f
57
t Foto's op een televisie
weergeven
f
64
t De camera op een computer
aansluiten
f
65
t Geluid en volume aanpassen
f
75
t De helderheid van het
scherm aanpassen
f
75
t De schermtaal wijzigen
f
76
t De datum en tijd instellen
f
76
t De geheugenkaart
formatteren
f
76
t Problemen oplossen
f
90
9
Inhoudsopgave
Opname-instellingen
...................................................... 35
Resolutie en beeldkwaliteit selecteren ........................... 36
De resolutie selecteren ............................................... 36
De beeldkwaliteit selecteren ........................................ 36
De timer gebruiken ....................................................... 37
Opnamen in het donker maken .................................... 39
Rode ogen voorkomen ............................................... 39
De flitser gebruiken ..................................................... 39
De ISO-waarde aanpassen ......................................... 40
De scherpstelling aanpassen ........................................ 41
Macro gebruiken ........................................................ 41
Autofocus gebruiken ................................................... 41
Het scherpstelgebied aanpassen ................................. 42
Gezichtsdetectie gebruiken .......................................... 43
Gezichten detecteren ................................................. 43
Een zelfportret maken ................................................. 44
Een foto van een lachend gezicht maken ..................... 44
Knipperende ogen detecteren ..................................... 45
Helderheid en kleur aanpassen ..................................... 46
De belichting handmatig aanpassen (EV) ...................... 46
Compenseren voor tegenlicht (ACB) ............................ 46
De lichtmeetmethode wijzigen ..................................... 47
Een lichtbron selecteren (Witbalans) ............................ 47
Reeksopnamen ............................................................ 49
Uw foto's mooier maken .............................................. 50
Filtereffecten toepassen .............................................. 50
Uw foto's aanpassen .................................................. 51
Basisfuncties
................................................................... 11
Uitpakken ..................................................................... 12
Onderdelen en knoppen van de camera ....................... 13
De batterij en geheugenkaart plaatsen .......................... 15
De batterij opladen en de camera inschakelen ............. 16
De batterij opladen ..................................................... 16
De camera inschakelen .............................................. 16
De eerste instelling uitvoeren ........................................ 17
Uitleg over de pictogrammen ........................................ 18
Opties selecteren .......................................................... 19
Display en geluid instellen ............................................. 21
Het type weergave wijzigen ......................................... 21
Het geluid instellen ..................................................... 21
Foto's maken ............................................................... 22
Zoomen .................................................................... 23
Tips om betere foto's te maken .................................... 25
Uitgebreide functies
....................................................... 27
Opnamemodi ............................................................... 28
De modus Smart Auto gebruiken ................................. 28
De modus Fotohulpgids gebruiken .............................. 29
De modus Scène gebruiken ........................................ 30
De modus Beautyshot gebruiken ................................. 30
De modus DIS gebruiken ............................................ 31
De modus Programma gebruiken ................................ 32
Een video opnemen ................................................... 32
Spraakmemo's opnemen ............................................. 34
Een spraakmemo opnemen ........................................ 34
Een spraakmemo aan een foto toevoegen ................... 34
10
Inhoudsopgave
Weergeven en bewerken
............................................... 52
Weergeven ................................................................... 53
De weergavemodus starten ........................................ 53
Foto's weergeven ....................................................... 57
Een video afspelen ..................................................... 58
Spraakmemo's afspelen ............................................. 59
Een foto bewerken ....................................................... 60
Het formaat van foto's aanpassen ................................ 60
Een foto draaien ......................................................... 60
Intelligente effecten toepassen ..................................... 61
Belichtingsproblemen corrigeren .................................. 62
Een afdrukbestelling maken (DPOF) ............................. 63
Bestanden op een tv weergeven .................................. 64
Bestanden naar een Windows-computer
overbrengen ................................................................. 65
Bestanden overbrengen met behulp van Intelli-studio .... 67
Bestanden overbrengen door de camera als een
verwisselbare schijf aan te sluiten
................................. 69
De camera loskoppelen (Windows XP) ......................... 70
Bestanden naar een Mac-computer overbrengen ........ 71
Foto's met een PictBridge-fotoprinter afdrukken .......... 72
Instellingen
...................................................................... 73
Camera-instellingenmenu ............................................. 74
Het instellingenmenu openen ...................................... 74
Geluid ....................................................................... 75
Scherm ..................................................................... 75
Instellingen ................................................................. 76
Aanvullende informatie
.................................................. 79
Foutmeldingen .............................................................. 80
Cameraonderhoud ....................................................... 81
De camera reinigen .................................................... 81
De camera gebruiken of opbergen ............................... 82
Geheugenkaarten ...................................................... 84
De batterij .................................................................. 86
Voordat u contact opneemt met een servicecenter ...... 90
Cameraspecificaties ..................................................... 93
Woordenlijst .................................................................. 96
Index ........................................................................... 101
Uitpakken
…………………………………… 12
Onderdelen en knoppen van de camera
13
De batterij en geheugenkaart plaatsen
… 15
De batterij opladen en de camera
inschakelen
………………………………… 16
De batterij opladen
…………………………… 16
De camera inschakelen
……………………… 16
De eerste instelling uitvoeren
……………… 17
Uitleg over de pictogrammen
…………… 18
Opties selecteren
…………………………… 19
Display en geluid instellen
………………… 21
Het type weergave wijzigen
………………… 21
Het geluid instellen
…………………………… 21
Foto's maken
……………………………… 22
Zoomen
……………………………………… 23
Tips om betere foto's te maken
………… 25
Basisfuncties
Hier vindt u informatie over de indeling van de camera en
basisfuncties voor het maken van opnamen.
Basisfuncties
12
Uitpakken
Controleer of de doos de volgende artikelen bevat:
Camera Oplaadbare batterij
AC-adapter/USB-kabel Polslus
Snelstartgids
Software-cd-rom
(met gebruikershandleiding)
Optionele accessoires
Camera-etui Geheugenkaarten
Batterijoplader A/V-kabel
De afbeelding kan afwijken van de werkelijke artikelen.
Basisfuncties
13
Onderdelen en knoppen van de camera
Maak u vertrouwd met de diverse onderdelen en functies van de camera voordat u begint.
Sluiterknop
POWER-knop
AF-hulplampje/timerlampje
Flitser
Luidspreker
Lens
Microfoon
Batterijklep
Plaats hier de batterij en geheugenkaart
Statiefbevestigingspunt
Basisfuncties
14
Onderdelen en knoppen van de camera
Knop Beschrijving
Navigatie
In de opnamemodus Bij instellen
Weergaveoptie wijzigen Omhoog
Macro-optie wijzigen Omlaag
Flitseroptie wijzigen Naar links
Timeroptie wijzigen Naar rechts
Gemarkeerde optie of menu bevestigen
Afspelen
Naar de weergavemodus
Functie
t D optie van de opnamemodus weergeven
t In de weergavemodus bestanden verwijderen
Statuslampje
t Knippert: de camera slaat een foto of video
op, wordt uitgelezen door een computer of
printer of het onderwerp is onscherp
t Brandt: de camera maakt verbinding met
een computer of heeft scherpgesteld op
het onderwerp
Display
MENU-knop
Toegang tot menuopties en instellingen, of
terugkeren naar de voorgaande modus
SMART-knop
Druk op deze knop, de modus 'Smart Auto'
selecteren/annuleren
Zoomknop
t In- en uitzoomen in de opnamemodus
t Inzoomen op een deel van een foto of
bestanden als miniaturen bekijken in de
weergavemodus
USB- en A/V-
aansluiting
Voor aansluiting van
USB- of A/V-kabel
Basisfuncties
15
De batterij en geheugenkaart plaatsen
Hier vindt u informatie over het in de camera plaatsen van de batterij en van een optionele geheugenkaart.
De batterij en geheugenkaart verwijderen
Duw voorzichtig tegen
de kaart om deze te
ontgrendelen en trek de
kaart vervolgens uit de sleuf.
Batterijvergrendeling
Druk op de vergrendeling
om de batterij te
ontgrendelen.
t U kunt het interne geheugen als tijdelijk opslagmedium gebruiken als
er geen geheugenkaart is geplaatst.
t Plaats een geheugenkaart in de juiste richting. Als u een
geheugenkaart in de verkeerde richting plaatst, kan zowel de camera
als de geheugenkaart beschadigd raken.
Geheugenkaart
Batterij
Zorg dat bij het plaatsen
van een geheugenkaart de
goudkleurige contactpunten
naar beneden wijzen.
Geheugenkaart
Plaats de batterij met het
Samsung-logo omlaag.
Batterij
Basisfuncties
16
De batterij opladen en de camera inschakelen
De camera inschakelen
Druk op [POWER] om de camera in of uit te schakelen.
t Het scherm voor de eerste instelling verschijnt wanneer u de camera voor het
eerst inschakelt. (pag. 17)
De camera in de afspeelmodus inschakelen
Druk op [ ]. De camera wordt ingeschakeld en gaat direct naar
de afspeelmodus.
Als u uw camera inschakelt door [ ] ongeveer 5 seconden ingedrukt te
houden, geeft de camera geen enkel camerageluid.
De batterij opladen
Voordat u de camera voor het eerst gaat gebruiken, moet de
batterij worden opgeladen. Sluit de USB-kabel aan op de AC-
adapter en sluit vervolgens het uiteinde van de kabel met het
indicatielampje op de camera aan.
Indicatielampje
t Rood: bezig met opladen
t Groen: volledig opgeladen
Basisfuncties
17
De eerste instelling uitvoeren
Wanneer het scherm voor de eerste instelling verschijnt, volgt u de onderstaande stappen om de basisinstellingen van de camera te
configureren.
1
Druk op [POWER].
t Het scherm voor de eerste instelling verschijnt wanneer u de
camera voor het eerst inschakelt.
2
Druk op [ ] of [ ] om Language te selecteren en
druk op [
] of [ ].
Language
Time Zone
Date/Time Set
Date Type
Terug Instellen
English
䚐ạ㛨
Français
Deutsch
Español
Italiano
3
Druk op [ ] of [ ] om een taal te selecteren en druk
vervolgens op [
].
4
Druk op [ ] of [ ] om Tijdzone te selecteren
en druk vervolgens op
[ ] of [ ].
5
Druk op [ ] of [ ] om een tijdzone te selecteren en
druk vervolgens op
[ ].
t Als u de zomertijd wilt instellen, drukt u op [ ].
Tijdzone
Londen
[GMT +00:00] 2011/01/01 12:00 PM
Terug Zomertijd
6
Druk op [ ] of [ ] om Datum/tijd aanpassen te
selecteren en druk op [
] of [ ].
7
Druk op [ ] of [ ] om een item te selecteren.
Language :Nede...
Tijdzone :Londen
Datum/tijd aanpassen:/01/01
Datumtype
Terug Instellen
yyyy mm dd
2011/ 01/01 12:00
2011
8
Druk op [ ] of [ ] om de datum en tijd in te stellen
en druk op [
].
9
Druk op [ ] of [ ] om Datumtype te selecteren en
druk op [
] of [ ].
Language :Nede...
Tijdzone :Londen
Datum/tijd aanpassen
Datumtype :mm/
Terug Instellen
Uit
dd/mm/jjjj
mm/dd/jjjj
jjjj/mm/dd
10
Druk op [ ] of [ ]
om een datumtype te kiezen en
druk op
[ ].
11
Druk op [ ]
om naar de opnamemodus te
schakelen.
Basisfuncties
18
C. Pictogrammen links
Pictogram Beschrijving
Diafragma en sluitertijd
Belichtingswaarde
Witbalans
Gezichtstint
Gezichtretouch.
ISO-waarde
Smart filter
Beeldaanpassing
(contrast, scherpte,
kleurverzadiging)
Geluid uit
Type reeksopnamen
Uitleg over de pictogrammen
Welke pictogrammen worden weergegeven, is afhankelijk van de geselecteerde modus en de ingestelde opties.
Pictogram Beschrijving
Autofocuskader
Bewegingsonscherpte
Zoomverhouding
Huidige datum en tijd
B. Pictogrammen rechts
Pictogram Beschrijving
Fotoresolutie
Videoresolutie
Opnamesnelheid
Fotokwaliteit
Lichtmeting
Flitsoptie
Timerinstelling
Autofocusinstelling
Gezichtsdetectie
A. Informatie
Pictogram Beschrijving
Geselecteerde opnamemodus
Resterend aantal foto's
Beschikbare opnametijd
Er is geen geheugenkaart
geplaatst
Geheugenkaart geplaatst
t : volledig opgeladen
t
: deels opgeladen
t
(Rood): Opladen nodig
Spraakmemo
A
B
C
Basisfuncties
19
Opties selecteren
U kunt opties selecteren door op [ ] te drukken. Vervolgens kunt u de navigatieknoppen ([ ], [ ], [ ], [ ]) gebruiken.
U kunt de opnameopties ook openen door op [ ] te drukken, maar dan zijn sommige opties
niet beschikbaar.
Terug naar het vorige menu
Druk op[ ] om naar het vorige menu terug te gaan.
Druk op de [Sluiter] om naar de opnamemodus terug te gaan.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Gebruik de navigatieknoppen om naar een optie of
menu te scrollen.
t Druk op [ ] of [ ] om naar links of rechts te gaan.
t Druk op [
] of [ ] om omhoog of omlaag te gaan.
Terug
Verpl.
EV
3
Druk op [ ] om de gemarkeerde keuze te bevestigen.
Basisfuncties
20
Opties selecteren
6
Druk op [ ] of [ ] om naar Witbalans te scrollen en
druk vervolgens op [
] of [ ].
Fotoformaat
Kwalit.
EV
ISO
Witbalans
Smart Filter
Gezichtsdetectie
Afsl. Terug
7
Druk op [ ] of [ ] om naar een optie voor Witbalans te
scrollen.
Daglicht
Terug Verpl.
8
Druk op [ ].
Voorbeeld: in de P-modus de witbalans selecteren
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Druk op [ ] of [ ] om naar Modus te scrollen en
druk vervolgens op [
] of [ ].
3
Druk op [ ] of [ ] om naar Programma te scrollen
en druk vervolgens op
[ ] of [ ].
Smart Auto
Programma
DIS
Fotohulpgids
Scène
Film
Afsl. Terug
4
Druk op [ ].
5
Druk op [ ] of [ ] om naar Opname te scrollen en
druk vervolgens op [
] of [ ].
Modus
Opname
Geluid
Display
Instellingen
Fotoformaat
Kwalit.
EV
ISO
Witbalans
Smart Filter
Gezichtsdet...
Afsl.
Wijzigen
Basisfuncties
21
Display en geluid instellen
Hier vindt u informatie over het aanpassen van de basisinstellingen van het scherm en het geluid.
Het geluid instellen
U kunt instellen of de camera een bepaald geluid laat klinken
wanneer u de camera bedient.
1
Druk in de opname- of afspeelmodus op [ ].
2
Selecteer Geluid ĺ Piepjes ĺ een optie.
Optie Beschrijving
Uit
De camera geeft geen geluiden weer.
1/2/3
De camera geeft één van drie geluiden, afhankelijk
van de optie die u selecteert.
Het type weergave wijzigen
Selecteer een type display voor de opname- of afspeelmodus.
Elk type geeft verschillende opname- en afspeelgegevens weer.
Druk meerdere keren op [ ] om het type display te
wijzigen.
Alle informatie over het
opnemen tonen
Modi Keuzes voor type display
Opname
t Alle opname-informatie weergeven
t Opname-informatie verbergen, behalve het aantal
resterende foto's (of de resterende opnametijd) en
het batterijpictogram
Afspelen
t Alle informatie over de huidige foto weergeven
t Alle informatie over de huidige foto verbergen
t Informatie over de huidige foto verbergen, behalve
de opname-instellingen en de vastgelegde datum
Basisfuncties
22
Foto's maken
Hier vindt u informatie hoe u eenvoudig en snel foto's kunt maken in de modus
Smart Auto
.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Druk op [ ] of [ ] om naar Modus te scrollen en
druk vervolgens op [
] of [ ].
3
Druk op [ ] of [ ] om naar Smart Auto te scrollen
en druk vervolgens op [
].
Smart Auto
Programma
DIS
Fotohulpgids
Scène
Film
Afsl. Terug
4
Plaats het onderwerp in het kader.
5
Druk de [Sluiter] half in om scherp te stellen.
t Een groen kader betekent dat het onderwerp scherp in beeld
is.
t Een rood kader betekent dat het onderwerp niet scherp in
beeld is.
6
Druk de [Sluiter] volledig in om een foto te maken.
Zie pagina 25 voor tips om betere foto's te maken.
Basisfuncties
23
Foto's maken
Digitale zoom
Als de zoomindicator zich in het digitale bereik bevindt, gebruikt
de camera de digitale zoomfunctie. De beeldkwaliteit kan bij
het gebruik van digitale zoom achteruitgaan. U kunt tot 15 keer
inzoomen als u zowel de optische als de digitale zoomfunctie
gebruikt.
Digitaal bereik
Optisch bereik
Zoomindicator
t De digitale zoom is niet beschikbaar wanneer u de modi , ,
(in bepaalde scènes) en gebruikt.
t Bij gebruik van de digitale zoomfunctie kan het langer duren voordat
een foto is opgeslagen.
Zoomen
U kunt close-upfoto's maken door in te zoomen. De camera kan
optisch 5X inzoomen en heeft tevens een intelligente zoomfunctie
voor 2X inzoomen en 3X digitaal zoomen. De intelligente en
digitale zoomfunctie kunnen niet gelijktijdig worden gebruikt.
Druk [Zoom] omhoog om op het onderwerp in te zoomen. Druk
[Zoom] omlaag om uit te zoomen.
Beschikbare zoomverhoudingen voor video's verschillen van de
zoomverhouding voor foto's.
Uitzoomen
Inzoomen
Zoomverhouding
Basisfuncties
24
Foto's maken
Intelli-zoom
Als de zoomindicator zich in het bereik voor intelligent zoomen
bevindt, gebruikt de camera de intelligente zoomfunctie. De
resolutie van de foto verschilt afhankelijk van de zoomverhouding
als u de intelligente zoomfunctie gebruikt. U kunt tot tien keer
inzoomen als u zowel de optische als de intelligente zoomfunctie
gebruikt.
Bereik Intelli-zoom
Optische zoom
Zoomindicator
Fotoresolutie als Intelli-
zoom is ingeschakeld
t De Intelli-zoom is alleen beschikbaar in de modi
,
en (in
bepaalde scènes).
t De intelligente zoomfunctie is alleen beschikbaar als u de
4:3-beeldverhouding instelt. Als u een andere beeldverhouding
instelt terwijl de intelligente zoomfunctie is ingeschakeld, wordt de
intelligente zoomfunctie automatisch uitgeschakeld.
t Met de intelligente zoomfuncties kunt u foto's maken met minder
kwaliteitsverlies dan bij digitaal zoomen. De fotokwaliteit kan echter
slechter zijn dan bij gebruik van de optische zoom.
Intelli-zoom instellen
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname ĺ Intelli-zoom ĺeen optie.
Optie Beschrijving
Uit: Intelli-zoom deactiveren.
Aan: Intelli-zoom activeren.
Basisfuncties
25
Tips om betere foto's te maken
De camera op de juiste manier vasthouden
Controleer of er niets
voor de lens zit.
De sluiterknop half indrukken
Druk de [Sluiter] half in en pas de
scherpstelling aan. De camera past
de scherpstellingen en belichting
automatisch aan.
De camera stelt de
diafragmawaarde en sluitersnelheid
automatisch in.
Scherpstelkader
t Druk de [Sluiter] volledig in
om een foto te maken als het
scherpstelkader groen is.
t Pas de kadrering aan en druk de
[Sluiter] nogmaals half in als het
kader rood is.
Bewegingsonscherpte verminderen
t Selecteer de modus om
bewegingsonscherpte digitaal te verminderen.
(pag. 31)
Als wordt weergegeven
Bewegingsonscherpte
Zorg dat bij opnamen in het donker de flitser niet op Langz sync of
Uit staat ingesteld. Het diafragma blijft dan langer open, waardoor
het moeilijker is om de camera stil te houden.
t Gebruik een statief of stel de flitser in op Invulflits. (pag. 40)
t Pas de ISO-waarde aan. (pag. 40)
Basisfuncties
26
Voorkomen dat het onderwerp niet scherp is
In de volgende gevallen kan het moeilijk zijn om op het onderwerp
scherp te stellen:
-
er is weinig contrast tussen het onderwerp en de achtergrond (als
het onderwerp bijvoorbeeld kleren draagt met kleuren die lijken op de
achtergrondkleur)
- de lichtbron achter het onderwerp is te fel
- het onderwerp glanst
- het onderwerp heeft horizontale patronen, zoals bij jaloezieën het geval is
- het onderwerp bevindt zich niet in het midden van het kader
Gebruik de scherpstelvergrendeling
Druk de [Sluiter] half in om scherp te stellen. Wanneer het
onderwerp scherp in beeld is, kunt u het kader verschuiven
om de compositie aan te passen. Druk wanneer u klaar bent
de [Sluiter] volledig in om een foto te maken.
t Als u foto's maakt bij weinig licht
Schakel de flitser in.
(pag. 39)
t Als onderwerpen snel bewegen
Gebruik de functie
voor continuopnamen
of bewegingsdetectie.
(pag. 49)
Opnamemodi
……………………………… 28
De modus Smart Auto gebruiken
…………… 28
De modus Fotohulpgids gebruiken
………… 29
De modus Scène gebruiken
………………… 30
De modus Beautyshot gebruiken
…………… 30
De modus DIS gebruiken
…………………… 31
De modus Programma gebruiken
…………… 32
Een video opnemen
………………………… 32
Spraakmemo's opnemen
………………… 34
Een spraakmemo opnemen
………………… 34
Een spraakmemo aan een foto toevoegen
34
Uitgebreide functies
Hier vindt u informatie over hoe u foto's maakt door een modus te selecteren
en hoe u video's en spraakmemo's opneemt.
Uitgebreide functies
28
Opnamemodi
Maak foto's en video's door de beste opnamemodus voor de omstandigheden te selecteren.
Pictogram Beschrijving
Verschijnt bij foto's van landschappen.
Verschijnt bij foto's met een heldere witte
achtergrond.
Verschijnt bij nachtfoto's van landschappen. Alleen
beschikbaar wanneer de flitser uitstaat.
Verschijnt bij nachtelijke portretfoto's.
Verschijnt bij foto's van landschappen met tegenlicht.
Verschijnt bij portretfoto's met tegenlicht.
Verschijnt bij portretfoto's.
Verschijnt bij close-upfoto's van objecten.
Verschijnt bij close-upfoto's van tekst.
Verschijnt bij foto's van zonsondergangen.
Verschijnt bij foto's van heldere luchten.
Verschijnt bij foto's van beboste gebieden.
Verschijnt bij close-upfoto's van kleurrijke
onderwerpen.
Verschijnt wanneer de camera stabiel staat
(bijvoorbeeld op een statief) en het onderwerp enige
tijd niet beweegt. Alleen beschikbaar wanneer u
foto’s in het donker maakt.
Verschijnt bij foto's van actief bewegende
onderwerpen.
Verschijnt bij foto's van vuurwerk. Deze functie is
alleen bij gebruik van een statief beschikbaar.
De modus Smart Auto gebruiken
In deze modus kiest de camera automatisch camera-instellingen
die bij het gedetecteerde type scène passen. De modus Smart
Auto is handig als u niet bekend bent met de camera-instellingen
voor de diverse scènes.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Modus ĺ Smart Auto.
Druk op [SMART] om rechtstreeks naar de modus te gaan.
3
Plaats het onderwerp in het kader.
t De camera selecteert automatisch een scène. Het pictogram
voor de desbetreffende modus wordt linksboven in het
scherm weergegeven. De pictogrammen worden hieronder
weergegeven.
Uitgebreide functies
29
Opnamemodi
De modus Fotohulpgids gebruiken
Helpt u om de juiste opnamemethode te leren, inclusief
oplossingen voor mogelijke problemen die zich tijdens het maken
van opnamen kunnen voordoen. Dit biedt de gebruiker ook de
mogelijkheid om te oefenen op welke manier de foto's het beste
kunnen worden genomen.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Modus ĺFotohulpgids.
3
Selecteer de benodigde opties.
Fotohulpgids
Functies om opname scherp te stellen
Functies voor beeldstabilisatie als camera trilt
Functies voor aanpassen slechte belichting
Functies om helderheid aan te passen
Functies om kleuren aan te passen
Fotohulpgids
Wijzigen
4
Druk de [Sluiter] half in om scherp te stellen.
5
Druk de [Sluiter] volledig in om een foto te maken.
t Als de camera geen scènemodus herkent, wordt weergegeven
en gebruikt de camera de standaardinstellingen.
t Ook als er een gezicht wordt gedetecteerd, is het mogelijk dat de
camera geen portretmodus selecteert. Dit hangt af van de positie van
het onderwerp en de lichtval.
t Door verscheidene opnameomstandigheden kan het gebeuren dat
de camera de juiste scène niet kan selecteren, bijvoorbeeld door het
trillen van de camera, de lichtval en de afstand tot het onderwerp.
t Zelfs als u een statief gebruikt, kan het voorkomen dat de camera
de modus
niet detecteert, afhankelijk van de beweging van het
onderwerp.
Uitgebreide functies
30
Opnamemodi
De modus Beautyshot gebruiken
Maak een foto van iemand met opties om onvolkomenheden in
het gezicht te verbergen.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Modus ĺ Scène ĺ Beautyshot.
3
Als u de huidtint van het onderwerp lichter wilt laten
lijken (alleen gezicht), drukt u op [
] en gaat u naar
Stap 4. Druk op [
] om onvolkomenheden in het
gezicht te verbergen en ga naar Stap 5.
4
Selecteer Opname ĺ Gezichtstint ĺeen optie.
t Selecteer een hogere instelling om de huidtint lichter te laten
lijken.
Gezichtstint
Terug Verpl.
De modus Scène gebruiken
Maak een foto met vooraf ingestelde opties voor een specifieke
scène.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Modus ĺScène ĺ een scène.
Smart Auto
Programma
DIS
Fotohulpgids
Scène
Film
Terug
Beautyshot
Nacht
Portret
Landschap
Close-up
Zon onder
Instellen
t Als u de scènemodus wilt wijzigen, drukt u op [ ] en
selecteert u Modus ĺ Scène ĺ een scène.
t Voor de modus Beautyshot zie 'De modus Beautyshot
gebruiken' op pagina 30.
3
Plaats het onderwerp in het kader en druk de [Sluiter]
half in om scherp te stellen.
4
Druk de [Sluiter] volledig in om een foto te maken.
Uitgebreide functies
31
Opnamemodi
De modus DIS gebruiken
Voorkom vage foto's als gevolg van bewegingsonscherpte met
de functies voor Digitale beeldstabilisatie (DIS).
Vóór correctie Na correctie
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Modus ĺ DIS.
3
Plaats het onderwerp in het kader en druk de [Sluiter]
half in om scherp te stellen.
4
Druk de [Sluiter] volledig in om een foto te maken.
t De digitale zoomfunctie werkt in deze modus niet.
t Als het onderwerp snel beweegt, kan de foto onscherp worden.
t De DIS-functie werkt mogelijk niet op een plek met belichting die
helderder is dan een tl-lamp.
5
Selecteer Opname ĺ Gezichtretouch. ĺeen optie.
t Selecteer een hogere instelling om een groter aantal
onvolkomenheden te verbergen.
Gezichtretouch.
Terug Verpl.
6
Plaats het onderwerp in het kader en druk de [Sluiter]
half in om scherp te stellen.
7
Druk de [Sluiter] volledig in om een foto te maken.
De scherpstelafstand wordt op Auto macro ingesteld.
Uitgebreide functies
32
Opnamemodi
Een video opnemen
U kunt video's opnemen van elk maximaal 4 GB of 2 uur.
De video wordt als een MJPEG-bestand opgeslagen.
t Sommige geheugenkaarten ondersteunen mogelijk geen opname
met high-definition kwaliteit. Stel in dat geval een lagere resolutie in.
(pag. 36)
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Modus ĺ Film.
3
Druk op [ ].
4
Selecteer Film ĺ Framesnelheid ĺeen framesnelheid
(het aantal frames per seconde).
t Bij een hoger aantal frames doet de actie natuurlijker aan,
maar wordt het bestand ook groter.
t De zoomverhouding en beeldhoek kunnen afnemen tijdens video-
opnamen.
De modus Programma gebruiken
In de modus Programma kunt u diverse opties instellen, met
uitzondering van de sluitertijd en het diafragma, die automatisch
worden ingesteld.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Modus ĺ Programma.
Smart Auto
Programma
DIS
Fotohulpgids
Scène
Film
Afsl. Terug
3
Stel opties in.
(Voor een lijst met opties, zie
'Opnameopties.”')
4
Plaats het onderwerp in het kader en druk de [Sluiter]
half in om scherp te stellen.
5
Druk de [Sluiter] volledig in om een foto te maken.
Uitgebreide functies
33
Opnamemodi
Het opnemen onderbreken
U kunt tijdens het opnemen van een video de opname tijdelijk
onderbreken. Met deze functie kunt u meerdere scènes
opnemen in één video.
Druk op [
] om de opname te onderbreken. Druk nogmaals
om de opname te hervatten.
Stop Pauze
5
Druk op [ ].
6
Selecteer Film ĺ Spraak ĺeen geluidsoptie.
Optie Beschrijving
Aan: hiermee kunt u een video met geluid opnemen.
Uit: hiermee kunt u een video zonder geluid opnemen.
Zoom gedempt: de camera neemt tijdelijk geen geluid
op wanneer u de zoomfunctie gebruikt.
7
Stel naar wens andere opties in.
(Zie 'Opname-instellingen' voor een lijst met opties.)
8
Druk op de [Sluiter] om de opname te starten.
9
Druk nogmaals op de [Sluiter] om de opname te
stoppen.
Uitgebreide functies
34
Spraakmemo's opnemen
Hier vindt u informatie over hoe u een spraakmemo opneemt die u op elk gewenst moment kunt afspelen. U kunt een spraakmemo aan
een foto toevoegen als een korte herinnering aan de opnameomstandigheden.
U bereikt de beste geluidskwaliteit als u op 40 cm afstand van de camera
opneemt.
Een spraakmemo aan een foto toevoegen
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname ĺ Spraak ĺ Memo.
3
Plaats het onderwerp in het kader en neem de foto.
4
Neem een korte spraakmemo op (maximaal 10
seconden).
t Begin met het opnemen van de spraakmemo nadat u de foto
hebt genomen.
t Druk op de [Sluiter] om te stoppen met het opnemen van
een spraakmemo voordat de 10 seconden voorbij zijn.
U kunt in de modus voor het maken van reeksopnamen geen spraakmemo’s
aan foto’s toevoegen.
Een spraakmemo opnemen
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname ĺ Spraak ĺ Opnemen.
3
Druk op [Sluiter] om de opname te starten.
t U kunt spraakmemo's van maximaal 10 uur opnemen.
t Druk op [
] om het opnemen te onderbreken of te
hervatten.
Stop Pauze
4
Druk op de [Sluiter] om te stoppen.
t Druk op [Sluiter] om een nieuwe spraakmemo op te nemen.
5
Druk op [ ] om naar de opnamemodus te
schakelen.
Resolutie en beeldkwaliteit selecteren
…… 36
De resolutie selecteren
……………………… 36
De beeldkwaliteit selecteren
………………… 36
De timer gebruiken
………………………… 37
Opnamen in het donker maken
………… 39
Rode ogen voorkomen
……………………… 39
De flitser gebruiken
…………………………… 39
De ISO-waarde aanpassen
………………… 40
De scherpstelling aanpassen
…………… 41
Macro gebruiken
…………………………… 41
Autofocus gebruiken
………………………… 41
Het scherpstelgebied aanpassen
…………… 42
Gezichtsdetectie gebruiken
……………… 43
Gezichten detecteren
………………………… 43
Een zelfportret maken
……………………… 44
Een foto van een lachend gezicht maken
…… 44
Knipperende ogen detecteren
……………… 45
Helderheid en kleur aanpassen
…………… 46
De belichting handmatig aanpassen (EV)
…… 46
Compenseren voor tegenlicht (ACB)
………… 46
De lichtmeetmethode wijzigen
……………… 47
Een lichtbron selecteren
(Witbalans)
…………………………………… 47
Reeksopnamen
…………………………… 49
Uw foto's mooier maken
………………… 50
Filtereffecten toepassen
……………………… 50
Uw foto's aanpassen
………………………… 51
Opname-instellingen
Hier vindt u informatie over de instellingen waarvoor u in de opnamemodus kunt kiezen.
Opname-instellingen
36
Resolutie en beeldkwaliteit selecteren
Hier vindt u informatie over hoe u instellingen voor de resolutie en beeldkwaliteit kunt aanpassen.
Bij het maken van een video:
1
Druk in de modus op [ ].
2
Selecteer Film ĺ Filmformaat ĺ een optie.
Optie Beschrijving
1280 X 720: Voor weergave op een HDTV.
640 X 480: Voor weergave op een standaard, analoge
tv.
320 X 240: Op een webpagina plaatsen.
De beeldkwaliteit selecteren
De camera comprimeert de foto's die u maakt en slaat deze
op in JPEG-indeling. Een hogere kwaliteit resulteert in grotere
bestanden.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname ĺ Kwalit. ĺ een optie.
Optie Beschrijving
Superhoog
Hoog
Normaal
Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties verschillen.
De resolutie selecteren
Als u de resolutie verhoogt, zullen de foto's en video's meer
pixels bevatten en daardoor groter kunnen worden afgedrukt
en weergegeven. Bij een hoge resolutie neemt ook de
bestandsgrootte toe.
Bij het nemen van een foto:
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname ĺ Fotoformaat ĺ een optie.
Optie Beschrijving
4320 X 3240: Afdrukken op A1-papier.
4320 X 2880: Afdrukken op A1-papier in de verhouding
(3:2) breed.
4000 X 3000: Afdrukken op A1-papier.
4320 X 2432: Afdrukken op A2-formaat in
panoramaverhouding (16:9) of weergeven
op een HDTV.
3264 X 2448: Afdrukken op A3-papier.
2592 X 1944: Afdrukken op A4-formaat.
1984 X 1488: Afdrukken op A5-papier.
1920 X 1080: Afdrukken op A5-formaat in
panoramaverhouding (16:9) of weergeven
op een HDTV.
1024 X 768: Voor e-mailbijlagen.
Opname-instellingen
37
De timer gebruiken
Hier vindt u informatie over hoe u de timer instelt om de opname met een vertraging te maken.
3
Druk op de [Sluiter] om de timer te starten.
t Het AF-hulplampje/timerlampje gaat knipperen en de camera
maakt na de ingestelde tijdsduur automatisch een foto.
t Druk op [ ] om de timer te annuleren.
t Afhankelijk van de optie die u hebt geselecteerd voor
gezichtsherkenning, zijn mogelijk de timerfunctie of bepaalde
timeropties daarvan niet beschikbaar.
t Wanneer u opties voor reeksopnamen instelt, kan de zelfontspanner
niet worden gebruikt.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
Uit
2
Selecteer een optie.
Optie Beschrijving
Uit: De timer is niet actief
10 sec: over 10 seconden een foto maken.
2 sec: over 2 seconden een foto maken.
Dubbel: over 10 seconden een foto maken en twee
seconden later nog een.
Bewegingstimer: na detectie van uw beweging wordt
er een foto gemaakt. (pag. 38)
Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties verschillen.
Opname-instellingen
38
De timer gebruiken
6
Poseer voor de foto terwijl het AF-hulplampje/
timerlampje knippert.
t Vlak voordat de camera een foto maakt, stopt het AF-
hulplampje/timerlampje met knipperen.
De bewegingstimer werkt mogelijk niet in de volgende omstandigheden:
t U bevindt zich op meer dan 3 meter afstand van de camera.
t uw bewegingen zijn niet opvallend genoeg
t er is te veel licht of tegenlicht
De bewegingstimer gebruiken
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer .
3
Druk op de [Sluiter].
4
Zorg dat u binnen 6 seconden nadat u op de [Sluiter]
hebt gedrukt voor de camera staat, op maximaal 3
meter afstand.
5
Maak een beweging, zoals een armzwaai, om de
zelfontspanner te activeren.
t Wanneer de camera u detecteert, begint het AF-hulplampje/
timerlampje snel te knipperen.
Het detectiebereik van de
bewegingstimer
Opname-instellingen
39
Opnamen in het donker maken
Hier vindt u informatie over hoe u 's nachts of bij weinig licht foto's kunt maken.
De flitser gebruiken
Gebruik de flitser wanneer u foto's in het donker maakt of
wanneer u meer licht in de foto's wilt hebben.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
Auto
2
Selecteer een optie.
Optie Beschrijving
Uit:
t Er wordt geen flits gebruikt.
t De camera geeft een waarschuwing weer dat de
camera beweegt (
) wanneer u foto's maakt bij
weinig licht.
Auto: De camera selecteert in de modus een
geschikte flitsinstelling voor de gedetecteerde scène.
Rode ogen voorkomen
Als u in het donker een foto van iemand maakt met gebruik van
de flitser, kan er een rode gloed in de ogen van de persoon
verschijnen. U kunt dit voorkomen door Rode ogen of Anti-rode
ogen te selecteren. Voor de flitseropties, zie 'De flitser gebruiken'.
Opname-instellingen
40
Opnamen in het donker maken
t Als u opties voor reeksopnamen instelt of Knipperen selecteert, zijn
er geen flitsopties beschikbaar.
t Zorg dat uw onderwerp zich binnen de aanbevolen afstand van de
flitser bevindt. (pag. 93)
t Als licht van de flitser wordt gereflecteerd of als er veel stof in de lucht
is, kunnen er kleine vlekjes op de foto komen.
De ISO-waarde aanpassen
De ISO-waarde is een eenheid voor de mate waarin film gevoelig
is voor licht, zoals gedefinieerd door de International Organisation
for Standardisation (ISO). Hoe hoger de ISO-waarde, des te
gevoeliger wordt de camera voor licht. Met een hogere ISO-
waarde kunt u gemakkelijker foto's zonder flits maken.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname ĺ ISO ĺ een optie.
t Selecteer om een geschikte ISO-waarde te gebruiken op
basis van de helderheid van het onderwerp en de lichtval.
t Hoe hoger de ISO-waarde, des te meer beeldruis kan er optreden.
t Wanneer u Bewegingsopname, wordt de ISO-waarde ingesteld
Auto.
Optie Beschrijving
Anti-rode ogen*:
t Er wordt twee keer geflitst wanneer het onderwerp of
de achtergrond donker is. Het onderwerp moet niet
bewegen totdat er twee keer is geflitst.
t De camera corrigeert rode ogen door middel van
geavanceerde softwarematige analyse van de
opname.
Langz sync:
t Er wordt geflitst en de sluiter blijft langer open.
t Selecteer deze optie wanneer u het omgevingslicht
wilt gebruiken om meer details in de achtergrond
zichtbaar te maken.
t Gebruik een statief om te voorkomen dat de foto's
onscherp worden.
Invulflits:
t Er wordt altijd een flits geactiveerd.
t De camera past automatisch de intensiteit van het
licht aan.
Rode ogen*:
t Er wordt twee keer geflitst wanneer het onderwerp of
de achtergrond donker is.
t De camera gaat rode ogen tegen.
Auto: Er wordt automatisch een flits afgevuurd wanneer
het onderwerp of de achtergrond donker is.
Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties verschillen.
* Er zit een korte tijd tussen twee afgevuurde flitsen. Beweeg de camera
niet totdat de tweede flits is uitgevoerd.
Opname-instellingen
41
De scherpstelling aanpassen
Informatie over het aanpassen van de scherpstelling van de camera.
Autofocus gebruiken
Om scherpe foto's te maken, selecteert u de scherpsteloptie die
bij de afstand tot het onderwerp past.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
Normaal (AF)
2
Selecteer een optie.
Optie Beschrijving
Normaal (AF): scherpstellen op een onderwerp dat zich op
een afstand van 80 cm van de camera bevindt. Verder dan
1 meter bij het gebruik van de zoomfunctie.
Macro
: scherpstellen op een onderwerp dat zich op een
afstand van 5 - 80 cm van de camera bevindt.
Auto macro
: scherpstellen op een onderwerp dat zich
op een afstand van 5 cm of meer bevindt. Verder dan 1
meter bij het gebruik van de zoomfunctie.
Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties verschillen.
Macro gebruiken
Gebruik macro om close-upfoto's te maken van onderwerpen
zoals bloemen en insecten. Voor de macro-opties, zie 'Autofocus
gebruiken'.
t Probeer de camera heel stil te houden, om te voorkomen dat de
foto's onscherp worden.
t Schakel de flitser uit als de afstand tot het onderwerp minder dan 40
cm bedraagt.
Opname-instellingen
42
De scherpstelling aanpassen
Het scherpstelgebied aanpassen
U kunt betere foto's krijgen door een scherpstelgebied te kiezen
op basis van de locatie van het onderwerp in de scène.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname ĺ Scherpstelgebied ĺ een optie.
Optie Beschrijving
Centrum AF: scherpstellen op het midden. Geschikt
voor onderwerpen die zich in het midden bevinden.
Multi AF: scherpstelling op een of meer van 9 mogelijke
gebieden.
Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties verschillen.
Opname-instellingen
43
Gezichtsdetectie gebruiken
Wanneer u de gezichtsdetectiefunctie gebruikt, herkent de camera automatisch menselijke gezichten. Wanneer u op een menselijk gezicht
scherpstelt, past de camera de belichting automatisch aan. Maak snel en eenvoudig foto's met Knipperen om gesloten ogen op de foto te
voorkomen, of met Smile shot om een lachend gezicht vast te leggen.
Gezichten detecteren
De camera kan automatisch maximaal 10 gezichten in een scène
detecteren.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname ĺ Gezichtsdetectie ĺ Normaal.
t Het dichtstbijzijnde gezicht wordt in een wit scherpstelkader
weergegeven, de andere gezichten in grijze kaders.
t Hoe dichter u bij het onderwerp bent, hoe sneller de camera
gezichten detecteert.
t In sommige scènes is gezichtsdetectie niet beschikbaar.
t Gezichtsdetectie is mogelijk in de volgende gevallen niet effectief:
- het onderwerp bevindt zich te ver van de camera af (het
scherpstelkader kleurt bij Smile shot en Knipperen.)
- het is te licht of te donker
- het onderwerp kijkt niet in de richting van de camera
- het onderwerp draagt een zonnebril of een masker
- het onderwerp heeft tegenlicht of de lichtomstandigheden zijn
veranderlijk
- de gezichtsuitdrukking van het onderwerp verandert drastisch
t Gezichtsdetectie is niet beschikbaar wanneer u een optie voor Smart
filter of Beeld aanpassen gebruikt.
t Afhankelijk van de optie die u hebt geselecteerd voor
gezichtsherkenning, zijn mogelijk de timerfunctie of bepaalde
timeropties daarvan niet beschikbaar.
t Afhankelijk van de geselecteerde gezichtsdetectieoptie zijn bepaalde
opties voor reeksopnamen niet beschikbaar.
Opname-instellingen
44
Gezichtsdetectie gebruiken
Een foto van een lachend gezicht maken
De camera neemt automatisch een foto wanneer er een lachend
gezicht wordt gedetecteerd.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname ĺ Gezichtsdetectie ĺ Smile shot.
t De camera herkent de lach eerder wanneer het onderwerp
breeduit lacht.
Een zelfportret maken
Maak foto's van uzelf. De camera stelt automatisch de close-
upoptie voor de afstand in en geeft een geluidssignaal weer
wanneer deze klaar is.
Er worden geluidssignalen weergegeven. Naarmate
het gezicht scherper in beeld komt, neemt de
frequentie van de geluidssignalen toe.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname ĺ Gezichtsdetectie ĺ Zelfportret.
3
Wanneer u een piep hoort, drukt u op de [Sluiter].
t De geluidssignalen worden niet weergegeven wanneer u voor
Volume de optie Uit hebt ingesteld in het menu voor de camera-
instellingen (pag. 75).
Opname-instellingen
45
Gezichtsdetectie gebruiken
Knipperende ogen detecteren
Als de camera gesloten ogen detecteert, worden automatisch
twee foto's achtereen genomen.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname ĺ Gezichtsdetectie ĺ Knipperen.
t Houd de camera stil terwijl 'Bezig met vastleggen' op het scherm
wordt weergegeven.
t Als de knipperdetectie niet heeft gewerkt, wordt de melding 'Foto
gemaakt met gesloten ogen' weergegeven. Neem in dat geval
nog een foto.
Opname-instellingen
46
Helderheid en kleur aanpassen
Hier vindt u informatie over hoe u instellingen voor de helderheid en kleur kunt aanpassen om een betere beeldkwaliteit te bereiken.
Compenseren voor tegenlicht (ACB)
Wanneer de lichtbron zich achter het onderwerp bevindt, of als er
een groot contrast is tussen het onderwerp en de achtergrond,
komt het onderwerp waarschijnlijk donker op de foto. Schakel in
dat geval de optie Auto Contrast Balance (ACB) in.
Zonder ACB Met ACB
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname ĺACB ĺ een optie.
Optie Beschrijving
Uit: ACB is uitgeschakeld
Aan: ACB is ingeschakeld
t De ACB-functie is niet beschikbaar als u de opties Continu,
Bewegingsopname of AEB instelt.
De belichting handmatig aanpassen
(EV)
Afhankelijk van de intensiteit van het omgevingslicht kunnen foto's
te licht of te donker uitvallen. U kunt dan de belichting aanpassen
om een beter resultaat te krijgen.
Donkerder (-) Neutraal (0) Helderder (+)
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname ĺEV.
3
Selecteer een waarde om de belichting aan te passen.
t Nadat u de belichting hebt aangepast, blijft deze instelling van
kracht. Mogelijk moet dit later weer worden bijgesteld om onder- of
overbelichting te voorkomen.
t Als u niet weet wat de juiste belichting zou zijn, selecteert u AEB
(Auto Exposure Bracket). De camera maakt dan 3 foto’s achter elkaar
met verschillende belichtingen: normaal, onderbelicht en overbelicht.
(pag. 49)
Opname-instellingen
47
Helderheid en kleur aanpassen
Een lichtbron selecteren
(Witbalans)
De kleuren in een foto zijn afhankelijk van het soort lichtbron en
de kwaliteit daarvan. Als u wilt dat uw foto's realistische kleuren
hebben, selecteert u een passende lichtomstandigheid, zoals
Daglicht, Bewolkt of Kunstlicht.
(Auto witbalans) (Daglicht)
(Bewolkt) (Kunstlicht)
De lichtmeetmethode wijzigen
De lichtmeetmethode is de manier waarop de camera de
hoeveelheid licht meet. De helderheid en belichting van de foto's
varieert met de gekozen lichtmeetmethode.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname ĺL.meting ĺ een optie.
Optie Beschrijving
Multi:
t De camera verdeelt het beeld onder in diverse
gebieden en meet de lichtintensiteit in elk gebied.
t Geschikt voor algemene foto's.
Spot:
t De camera meet alleen de lichtintensiteit in het uiterste
midden van het kader.
t Als een onderwerp zich niet midden in het beeld
bevindt, kan de foto verkeerd belicht worden.
t Geschikt voor een onderwerp met tegenlicht.
Centr. gewogen:
t De camera bepaalt een gemiddelde voor de
lichtmeting van het gehele beeld, maar met nadruk op
het midden.
t Geschikt voor foto's waarbij het onderwerp zich in het
midden van het beeld bevindt.
Opname-instellingen
48
Helderheid en kleur aanpassen
Uw eigen witbalansinstelling configureren
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname ĺWitbalans ĺ
Meten: Sluiter
.
3
Richt de lens op een wit stuk papier.
4
Druk op de [Sluiter].
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname ĺWitbalans ĺ een optie.
Pictogram Beschrijving
Auto witbalans: automatisch de witbalans instellen
op basis van de lichtomstandigheden.
Daglicht: selecteer deze optie voor buitenfoto's op
een zonnige dag.
Bewolkt: selecteer deze optie voor buitenfoto's op
een bewolkte dag of in de schaduw.
TL-licht H: selecteer deze optie voor foto's bij
daglichtlampen of drie-wegfluorescentielampen.
TL-licht L: selecteer deze optie voor foto's bij wit
TL-licht.
Kunstlicht: selecteer deze optie wanneer u
binnenfoto's maakt bij licht van gloeilampen of
halogeenlampen.
Meten: Sluiter: instellingen voor de witbalans
gebruiken die u hebt ingesteld. (Zie de procedure
rechts.)
Opname-instellingen
49
Reeksopnamen
Het kan soms moeilijk zijn om foto's van snelbewegende onderwerpen te maken en om de natuurlijke gezichtsuitdrukkingen en gebaren van
uw onderwerpen op de foto vast te leggen. Selecteer in dergelijke gevallen een van de modi voor reeksopnamen om snel meerdere foto's
te nemen.
Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties verschillen.
t U kunt de flitser, timer en ABC alleen gebruiken wanneer u 1
opname selecteert.
t Wanneer u Bewegingsopname selecteert, wordt de resolutie
ingesteld op VGA en de ISO-waarde op Auto.
t Afhankelijk van de geselecteerde gezichtsdetectieoptie zijn
bepaalde opties voor reeksopnamen niet beschikbaar.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname ĺSnelheid ĺ een optie.
Optie Beschrijving
1 opname: één foto maken.
Continu:
t Terwijl u [Sluiter] ingedrukt houdt, blijft de camera
achter elkaar foto's maken.
t Het maximumaantal foto's is afhankelijk van de
capaciteit van de geheugenkaart.
Bewegingsopname:
t Terwijl u [Sluiter] ingedrukt houdt, maakt de camera
foto's van VGA-foto's (6 foto's per twee seconden,
met een maximum van 30 foto's).
AEB:
t Hiermee maakt u 3 foto's met een verschillende
belichting: normaal, onderbelicht en overbelicht.
t Gebruik een statief om onscherpe foto's te
voorkomen.
Opname-instellingen
50
Uw foto's mooier maken
Meer informatie over hoe u uw foto's mooier kunt maken met Smart filter-effecten of door aanpassingen te maken.
Uw eigen RGB-tint definiëren
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname ĺSmart filter ĺAangep. RGB.
3
Selecteer een kleur (R: rood, G: groen, B: blauw).
Terug Verpl.
4
Pas de mate van de geselecteerde kleur aan.
(-: minder of +: meer)
Filtereffecten toepassen
Pas allerlei filtereffecten toe op uw foto’s om unieke afbeeldingen
te maken.
Helder Retro Koel
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname ĺSmart filterĺ een optie.
t Selecteer Aangep. RGB om uw eigen RGB-tint te definiëren.
t Als u deze functie gebruikt, is het niet mogelijk om de opties voor
gezichtsdetectie en beeldaanpassingsopties in te stellen.
Opname-instellingen
51
Uw foto's mooier maken
Kleurverzadigingsoptie Beschrijving
-
Verminder de kleurverzadiging.
+
Verhoog de kleurverzadiging.
t Selecteer 0 als u geen effect wilt toepassen (geschikt voor
afdrukken).
t Als u een optie voor Beeld aanpassen instelt, is de functie Smart filter
niet beschikbaar.
Uw foto's aanpassen
Pas het contrast, de scherpte en de kleurverzadiging van uw
foto's aan.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname ĺBeeld aanpassen.
3
Selecteer een aanpassingsoptie.
t Contrast
t Scherpte
t Kleurverzadiging
4
Selecteer een waarde om het geselecteerde onderdeel
aan te passen.
Contrastoptie Beschrijving
-
Verminder kleuren en helderheid.
+
Verhoog kleuren en helderheid.
Scherpteoptie Beschrijving
-
De randen van uw foto's verzachten.
Geschikt voor het bewerken van foto's op
uw computer.
+
Verscherp randen om de foto duidelijker te
maken. Hierdoor kan ook de beeldruis in de
foto's toenemen.
Weergeven
………………………………… 53
De weergavemodus starten
………………… 53
Foto's weergeven
…………………………… 57
Een video afspelen
…………………………… 58
Spraakmemo's afspelen
…………………… 59
Een foto bewerken
………………………… 60
Het formaat van foto's aanpassen
…………… 60
Een foto draaien
……………………………… 60
Intelligente effecten toepassen
……………… 61
Belichtingsproblemen corrigeren
…………… 62
Een afdrukbestelling maken (DPOF)
………… 63
Bestanden op een tv weergeven
………… 64
Bestanden naar een Windows-computer
overbrengen
………………………………… 65
Bestanden overbrengen met behulp
van Intelli-studio
……………………………… 67
Bestanden overbrengen door de camera
als een verwisselbare schijf aan te sluiten
…… 69
De camera loskoppelen (Windows XP)
……… 70
Bestanden naar een Mac-computer
overbrengen
………………………………… 71
Foto's met een PictBridge-fotoprinter
afdrukken
…………………………………… 72
Weergeven en bewerken
Hier vindt u informatie over hoe u foto's, video's en spraakmemo's kunt weergeven of afspelen en hoe
u foto's en video's kunt bewerken. Verder wordt toegelicht hoe u de camera aansluit op de fotoprinter
of tv.
Weergeven en bewerken
53
Weergeven
Hier vindt u informatie over hoe u foto's, video's en spraakmemo's kunt weergeven of afspelen en hoe u bestanden beheert.
Het scherm in de afspeelmodus
Informatie
Pictogram Beschrijving
Foto heeft een spraakmemo
Videobestand
Afdrukbestelling ingesteld (DPOF)
Beveiligd bestand
Mapnaam – Bestandsnaam
t Als u de bestandsinformatie wilt weergeven, drukt u op de knop
[ ].
De weergavemodus starten
Bekijk foto's en video's en beluister spraakmemo's die in de
camera zijn opgeslagen.
1
Druk op [ ].
t De inhoud van het laatst opgeslagen bestand wordt
weergegeven.
t Als de camera is uitgeschakeld, schakelt u deze in.
2
Druk op [ ] of [ ] om door de bestanden te bladeren.
t Houd de knop ingedrukt om snel door de bestanden te bladeren.
t Als u video's en spraakmemo's wilt afspelen die zij opgeslagen op de
camera, schakelt u de camera uit en verwijdert u de geheugenkaart.
Vervolgens schakelt u de camera in in de afspeelmodus om af te
spelen.
t Bestanden die te groot zijn of die met een camera van een andere
fabrikant zijn gemaakt, kunnen niet goed door de camera worden
weergegeven.
Weergeven en bewerken
54
Weergeven
Het kan enige tijd duren voordat Smart Album op de camera is geopend
of de categorie is gewijzigd en de bestanden opnieuw zijn geordend.
4
Druk op [ ] of [ ] om door de bestanden te bladeren.
t Houd de knop ingedrukt om snel door de bestanden te
bladeren.
5
Druk op [ ] om terug te keren naar de normale
weergave.
Bestanden op categorie bekijken in Smart Album
Bekijk en beheer bestanden op categorie, zoals datum, week of
bestandstype.
1
Druk in de weergavemodus [Zoom] omlaag.
2
Druk op [ ].
3
Selecteer een categorie.
Type
Datum
Kleur
Week
Terug Instellen
Optie Beschrijving
Type
Bekijk bestanden gesorteerd op bestandstype.
Datum
Bestanden weergeven op volgorde van
opslagdatum.
Kleur
Hiermee worden bestanden gesorteerd op de
dominante kleur in het beeld weergegeven.
Week
Hiermee worden bestanden weergegeven
op volgorde van de weekdag waarop ze zijn
opgeslagen.
Weergeven en bewerken
55
Weergeven
Bestanden beveiligen
Beveilig uw bestanden om te voorkomen dat ze per ongeluk
worden gewist.
1
Druk in de weergavemodus op [ ].
2
Selecteer Bestandopties ĺBeveiligen ĺSelect..
3
Als u alle bestanden wilt beveiligen, selecteert u Alles ĺ
Vergrendel.
4
Als u één bestand wilt beveiligen, selecteert u het
desbetreffende bestand en drukt u op [
].
t Druk nogmaals op [ ] om uw selectie ongedaan te maken.
Select. Instellen
5
Herhaal stap 4 om aanvullende bestanden afzonderlijk
te beveiligen.
6
Druk op [ ].
Bestanden als miniatuur weergeven
Bekijk vlug miniaturen van bestanden.
Duw in de weergavemodus [Zoom] omlaag om 9 of
20 miniaturen weer te geven (duw [Zoom] omhoog
om naar de vorige modus terug te keren).
Filter
Functie Actie
Door bestanden scrollen
Druk op [ ], [ ], [ ] of [ ].
Bestanden wissen
Druk op [ ] en selecteer vervolgens Ja.
Weergeven en bewerken
56
Weergeven
2
Selecteer Bestandopties ĺ Wissen ĺ Alles ĺ Ja.
Bestanden wissen
Verwijder afzonderlijke bestanden of alle bestanden tegelijk.
Beveiligde bestanden kunnen niet worden verwijderd.
Afzonderlijke bestanden wissen
1
Selecteer in de weergavemodus een bestand en druk
op [
].
2
Selecteer Ja om het bestand te wissen.
Meerdere bestanden tegelijk wissen
1
Druk in de weergavemodus op [ ].
2
Selecteer Meer wissen.
3
Selecteer de bestanden die u wilt wissen en druk op
[
].
t Druk nogmaals op [ ] om uw selectie ongedaan te maken.
4
Druk op [ ].
5
Selecteer Ja.
Alle bestanden wissen
1
Druk in de weergavemodus op [ ].
Weergeven en bewerken
57
Weergeven
Functie Actie
De vergrote foto
bijsnijden
Druk op [ ]. De bijgesneden foto wordt
als nieuw bestand opgeslagen.
Een diavertoning starten
U kunt de diavoorstelling van geluid en effecten voorzien.
1
Druk in de weergavemodus op [ ].
2
Selecteer Diashow.
3
Selecteer een effect voor de diavoorstelling.
t Ga naar stap 5 als u een diavoorstelling zonder effecten wilt.
Optie Beschrijving
Foto's
Kies de foto's die u in een diavoorstelling wilt
weergeven.
t Alles: Alle foto's in een diavoorstelling weergeven.
t Datum: Alle foto's van een specifieke datum in een
diavoorstelling weergeven.
t Select.: Geselecteerde foto's in een diavoorstelling
weergeven.
Effect
t Selecteer een overgangseffect.
t Selecteer Uit voor geen effecten.
Interval
t Het interval tussen foto's instellen.
t Deze optie is beschikbaar wanneer u Effect instelt
op Uit. Zie hieronder.
Muziek
Achtergrondmuziek selecteren.
Foto's weergeven
Inzoomen op een deel van een foto of foto's als diavoorstelling
bekijken
Een foto vergroten
Duw in de weergavemodus [Zoom] omhoog
om een foto te vergroten (duw [Zoom] omlaag
om een foto te verkleinen).
Boven aan het scherm worden het vergrote gedeelte en de
zoomverhouding weergegeven. De maximale zoomverhouding
kan per resolutie verschillen.
Bijsnijden
Functie Actie
Het vergrote gebied
verplaatsen
Druk op [ ], [ ], [ ] of [ ].
Weergeven en bewerken
58
Weergeven
Een video afspelen
U kunt een video afspelen of een afzonderlijk beeld daar uithalen.
1
Selecteer in de weergavemodus een video en druk op
[
].
Pauze
Afspeeltijd
2
Gebruik de volgende knoppen voor de bediening:
Druk op Functie
[
]
Terugspoelen.
[ ]
Het afspelen onderbreken of hervatten.
[ ]
Vooruitspoelen.
4
Stel een effect voor de diavoorstelling in.
5
Selecteer Starten ĺAfspelen.
t Als u de diavoorstelling continu wilt herhalen, selecteert u
Herhalen.
t Druk op [
] om de diavoorstelling te pauzeren of te
hervatten.
Als u de diavertoning wilt stoppen en terug wilt naar de Weergavemodus,
drukt u op [
] en vervolgens op [ ] of [ ].
Weergeven en bewerken
59
Weergeven
Een spraakmemo aan een foto toevoegen
1
Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op
[
].
2
Selecteer Bestandopties ĺ Spraakmemo ĺ Aan.
3
Druk op de [Sluiter] om een korte spraakmemo op te
nemen
(maximaal 10 seconden).
t Druk op de [Sluiter] om de opname van de spraakmemo te
stoppen.
U kunt geen spraakmemo toevoegen aan beschermde bestanden.
Een aan een foto toegevoegde spraakmemo afspelen
Selecteer in de weergavemodus een foto met een
spraakmemo en druk op [
].
tDruk op [ ] als u het afspelen wilt onderbreken of hervatten.
Een beeld tijdens het afspelen afzonderlijk opslaan
1
Druk op [ ] op het punt waarop u een foto wilt
opslaan.
2
Druk op [ ].
Afzonderlijke beelden hebben dezelfde resolutie als de video waar ze uit zijn
gehaald en worden als nieuw bestand opgeslagen.
Spraakmemo's afspelen
Een spraakmemo afspelen
1
Selecteer in de weergavemodus een spraakmemo en
druk op [
].
2
Gebruik de volgende knoppen voor de bediening:
Druk op Functie
[
]
Terugspoelen.
[ ]
Het afspelen onderbreken of hervatten.
[ ]
Vooruitspoelen.
[ ]
Het afspelen stoppen.
Weergeven en bewerken
60
Een foto bewerken
Bewerk foto's door ze te draaien, in grootte aan te passen, rode ogen te verwijderen en de helderheid, het contrast en de kleurverzadiging
aan te passen.
De camera slaat bewerkte foto's op als nieuwe bestanden.
Een foto draaien
1
Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op
[
].
2
Selecteer Wijzigen ĺ Draaien ĺ een optie.
Terug
Rechts 90 gr.
Verpl.
Het formaat van foto's aanpassen
1
Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op
[
].
2
Selecteer Wijzigen ĺ Res.wijz ĺ een optie.
t
Selecteer om de foto als beginafbeelding op te slaan.
(pag. 75)
Terug
1984 X 1488
Verpl.
De beschikbare opties verschillen, afhankelijk van de grootte van de
geselecteerde foto.
Weergeven en bewerken
61
Een foto bewerken
Terug
Miniatuur
Verpl.
Uw eigen RGB-tint definiëren
1
Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op
[
].
2
Selecteer Wijzigen ĺ Smart filter ĺ Aangep. RGB.
3
Selecteer een kleur (R: rood, G: groen, B: blauw).
Terug Verpl.
4
Pas de mate van de geselecteerde kleur aan.
(-: minder of +: meer)
Intelligente effecten toepassen
Pas allerlei filtereffecten op uw foto's toe om unieke afbeeldingen
te maken.
De bewerkte foto wordt als nieuw bestand opgeslagen,maar de
resolutie ervan kan worden verkleind.
Miniatuur Vignetten
Visoog
1
Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op
[
].
2
Selecteer Wijzigen ĺSmart filter ĺeen optie.
3
Selecteer Aangep. RGB om uw eigen RGB-tint te
definiëren.
Weergeven en bewerken
62
Een foto bewerken
Belichtingsproblemen corrigeren
U kunt ACB (automatische contrastbalans), helderheid, contrast
en kleurverzadiging aanpassen, rode ogen wegwerken,
imperfecties in het gezicht verbergen of ruis toevoegen aan de
foto.
ACB (Auto Contrast Balance; automatische
contrastverbetering) aanpassen
1
Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op
[
].
2
Selecteer Wijzigen ĺ Beeld aanpassen ĺ ACB.
Rode ogen verwijderen
1
Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op
[
].
2
Selecteer Wijzigen ĺ Beeld aanpassen ĺ Anti-rode
ogen.
Imperfecties in het gezicht verbergen
1
Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op
[
].
2
Selecteer Wijzigen ĺ Beeld aanpassen ĺ
Gezichtretouch..
3
Selecteer een niveau.
t Het gezicht wordt egaler naarmate u het nummer verhoogt.
Helderheid/Contrast/Kleurverz. aanpassen
1
Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op
[
].
2
Selecteer Wijzigen ĺ Beeld aanpassen.
3
Selecteer een aanpassingsoptie.
t : Helderheid
t
: Contrast
t
: Kleurverz.
4
Selecteer een waarde om het geselecteerde onderdeel
aan te passen.
(-: minder of +: meer)
Korrel aan de foto toevoegen
1
Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op
[
].
2
Selecteer Wijzigen ĺ Beeld aanpassen ĺ Ruis
toevoegen.
Weergeven en bewerken
63
Een foto bewerken
4
Druk op [ ].
5
Selecteer Bestandopties ĺ DPOF ĺ Formaat ĺ een
optie.
Optie Beschrijving
Select.
Het afdrukformaat van de geselecteerde foto
opgeven.
Alles
Het afdrukformaat van alle foto's opgeven.
Reset
De fabrieksinstellingen worden teruggezet.
6
Als u Select. selecteert, bladert u naar een foto en duwt
u [Zoom] omhoog of omlaag om het afdrukformaat te
selecteren. Herhaal dit voor alle gewenste foto's en druk
op [
].
t Als u Alles selecteert, drukt u op [ ] of [ ] om het
afdrukformaat te selecteren en drukt u vervolgens op [
].
Foto's afdrukken als miniaturen
1
Druk in de weergavemodus op [ ].
2
Selecteer Bestandopties ĺ DPOF ĺ Index ĺ Ja.
Als u het afdrukformaat opgeeft, kunt u alleen foto's afdrukken met DPOF
1.1-compatibele printers.
Een afdrukbestelling maken (DPOF)
Selecteer foto's om af te drukken en stel opties in zoals het aantal
afdrukken en het papierformaat.
t U kunt de geheugenkaart meenemen naar een printshop die DPOF
(Digital Print Order Format) ondersteunt, maar u kunt ook uw foto's
thuis rechtstreeks op een DPOF-compatibele printer afdrukken.
t Brede foto's worden mogelijk met verlies van de linker- en rechterkant
afgedrukt, dus houd rekening met de afmetingen van de foto's.
t Voor de foto's in het interne geheugen kunt u geen DPOF gebruiken.
1
Druk in de weergavemodus op [ ].
2
Selecteer Bestandopties ĺ DPOF ĺ Standaard ĺ
een optie.
Optie Beschrijving
Select.
De geselecteerde foto's afdrukken.
Alles
Hiermee drukt u alle foto's af.
Reset
De fabrieksinstellingen worden teruggezet.
3
Als u Select. selecteert, bladert u naar een foto en duwt
u [Zoom] omhoog of omlaag om het aantal exemplaren
te selecteren. Herhaal dit voor alle gewenste foto's en
druk op [
].
t Als u Alles selecteert, drukt u op [ ] of [ ] om het aantal
exemplaren te selecteren en drukt u vervolgens op [
].
Weergeven en bewerken
64
Bestanden op een tv weergeven
U kunt foto's of video's bekijken door de camera met de bijgeleverde A/V-kabel op een tv aan te sluiten.
8
Bekijk foto's of speel video's af met behulp van de
knoppen op de camera.
t Bij bepaalde televisies kan er digitale ruis optreden of kan het
gebeuren dat het beeld niet geheel wordt weergegeven.
t Afhankelijk van de televisie-instellingen kan het voorkomen dat de
beelden niet gecentreerd op het scherm worden weergegeven.
t Terwijl de camera op de televisie is aangesloten, kunt u gewoon
foto's en video's maken.
1
Druk in de opname- of afspeelmodus op [ ].
2
Selecteer Instellingen ĺ Video.
3
Selecteer een video-uitvoersignaal voor uw land of regio.
4
Schakel de camera en de televisie uit.
5
Sluit de camera met behulp van de A/V-kabel op de
televisie aan.
Video
Audio
6
Schakel de televisie in en selecteer de video-
uitvoermodus met de afstandsbediening van de televisie.
7
Schakel de camera in en druk op [ ].
Weergeven en bewerken
65
Bestanden naar een Windows-computer overbrengen
U kunt bestanden overbrengen door de camera op een Windows-computer aan te sluiten.
t Het is mogelijk dat Intelli-studio op bepaalde computers niet naar
behoren werkt, ook niet als de computer in kwestie aan de vereisten
voldoet.
t Als uw computer niet aan de vereisten voldoet, worden video's
mogelijk niet naar behoren afgespeeld of duurt het langer om video's
te bewerken.
t Installeer DirectX 9.0c of een nieuwere versie alvorens het
programma te gebruiken.
t U moet Windows XP/Vista/7 of Mac OS 10.4 of hogere versies
op uw computer hebben geïnstalleerd om de camera als een
verwisselbare schijf te kunnen aansluiten.
Het gebruik van een zelfgemonteerde pc of een niet-ondersteunde pc en
besturingssysteem kan tot gevolg hebben dat uw garantie vervalt.
Vereisten voor Intelli-studio
Onderdeel Vereisten
Processor
Intel Pentium 4, 3,2 GHz of hoger/
AMD Athlon™ FX, 2,6 GHz of hoger
RAM
Minimaal 512 MB RAM
(1 GB of meer aanbevolen)
Besturingssysteem
Windows XP SP2/Vista/7
Harde schijf
capaciteit
250 MB of meer (1 GB of meer aanbevolen)
Overig
t Cd-romstation
t nVIDIA Geforce 7600GT of hoger/ATI
X1600-serie of hoger
t 1024 x 768 pixels, monitor met
ondersteuning voor 16-bits kleuren (1280
x 1024 pixels, ondersteuning voor 32-bits
kleuren aanbevolen)
t USB-poort, Micro DirectX 9.0c of nieuwer
* De programma's werken mogelijk niet goed onder de 64-bits versies van
Windows XP, Windows Vista en Windows 7.
Weergeven en bewerken
66
Bestanden naar een Windows-computer overbrengen
Intelli-studio installeren
1
Plaats de installatie-cd in een compatibel cd-romstation.
2
Wanneer het installatiescherm verschijnt, klikt u op
Samsung Digital Camera Installer om de installatie te
starten.
3
Selecteer de programma's die u wilt installeren en volg
de aanwijzingen op het scherm.
4
Klik op Exit om de installatie te voltooien en start de
computer opnieuw op.
Weergeven en bewerken
67
Bestanden naar een Windows-computer overbrengen
Bestanden overbrengen met behulp van
Intelli-studio
Met behulp van Intelli-studio kunt u gemakkelijk bestanden van de
camera naar de computer overbrengen.
Terwijl de camera met de USB-kabel op de computer is aangesloten,
wordt de batterij opgeladen.
1
Sluit de camera op de computer aan met de USB-kabel.
Sluit het uiteinde van de kabel met het indicatielampje (Ÿ) op de
camera aan. Als u de kabel omgekeerd aansluit, kunnen de bestanden
beschadigen. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van
gegevens.
2
Voer Intelli-studio uit.
3
Schakel de camera in.
t De camera wordt automatisch herkend.
Als de camera geen verbinding maakt, verschijnt er een pop-upvenster.
Selecteer Computer.
4
Selecteer een map op de computer waarin u de
bestanden wilt opslaan.
t Als de camera geen nieuwe bestanden bevat, zal het
pop-upvenster voor het opslaan van nieuwe bestanden niet
verschijnen.
5
Selecteer Ja.
t Nieuwe bestanden worden automatisch naar de computer
overgebracht.
Weergeven en bewerken
68
Bestanden naar een Windows-computer overbrengen
Intelli-studio gebruiken
Met Intelli-studio kunt u bestanden afspelen en bewerken. U kunt er ook bestanden mee uploaden naar websites zoals Flickr en YouTube.
Selecteer Help ĺ Help in het programma voor meer informatie.
t Bestanden kunnen niet in de camera worden bewerkt. Breng bestanden naar een map op de computer over om ze te bewerken.
t Bestanden op de computer kunnen niet naar de camera worden gekopieerd.
t Intelli-studio ondersteunt de volgende bestandstypen:
- Video's: MP4 (Video: H.264, Audio: AAC), WMV (WMV 7/8/9), AVI (MJPEG)
- Foto's: JPG, GIF, BMP, PNG, TIFF
7
8
10
2
1 3 4 5
6
12
13
9
14
15
11
Weergeven en bewerken
69
Bestanden naar een Windows-computer overbrengen
Bestanden overbrengen door de camera als
een verwisselbare schijf aan te sluiten
U kunt de camera op de computer aansluiten als een
verwisselbare schijf.
1
Sluit de camera op de computer aan met de USB-kabel.
Sluit het uiteinde van de kabel met het indicatielampje (Ÿ) op
de camera aan. Als u de kabel omgekeerd aansluit, kunnen de
bestanden beschadigen. De
fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens.
Pictogram Beschrijving
1
Hiermee opent u menu's
2
Hiermee geeft u bestanden in de geselecteerde map
weer
3
Naar de Fotobewerkingsmodus gaan
4
Naar de Videobewerkingsmodus gaan
5
Hiermee gaat u naar de modus voor delen om foto's
te delen (u kunt bestanden per e-mail versturen of naar
websites als Flickr of YouTube uploaden.)
6
Hiermee vergroot of verkleint u de miniaturen in de lijst
7
Hiermee selecteert u bestandstype
8
Hiermee geeft u bestanden in de geselecteerde map op
de computer weer
9
Bestanden van de aangesloten camera weergeven of
verbergen
10
Hiermee geeft u bestanden in de geselecteerde map op
de camera weer
11
Hiermee kunt u bestanden als miniaturen of op een kaart
weergeven.
12
Hiermee bladert u door de mappen op het aangesloten
apparaat
13
Hiermee bladert u door mappen op de computer
14
Hiermee gaat u naar de vorige of volgende pagina
15
Hiermee kunt u bestanden afdrukken, bestanden op
een kaart weergeven, bestanden opslaan in Mijn map of
gezichten registreren
Weergeven en bewerken
70
Bestanden naar een Windows-computer overbrengen
2
Schakel de camera in.
t De camera wordt automatisch herkend.
Als de camera geen verbinding maakt, verschijnt er een pop-upvenster.
Selecteer Computer.
3
Selecteer op uw computer Deze computer ĺ
Verwisselbare schijf ĺDCIM ĺ100PHOTO.
4
Selecteer de gewenste bestanden en sleep deze naar de
computer of sla ze daar op.
De camera loskoppelen (Windows XP)
De USB-kabel wordt onder Windows Vista/7 op soortgelijke wijze
losgekoppeld.
1
Als het statuslampje op de camera knippert, wacht u tot
het knipperen ophoudt.
2
Klik op op de werkbalk rechtsonder in het scherm
van de pc.
3
Klik op het pop-upbericht.
4
Verwijder de USB-kabel.
De camera kan niet veilig worden verwijderd zolang Intelli-studio actief is.
Sluit het programma af alvorens de camera los te koppelen.
Weergeven en bewerken
71
Bestanden naar een Mac-computer overbrengen
Wanneer u de camera op een Apple Macintosh-computer aansluit, wordt de camera automatisch herkend.
U kunt de bestanden rechtstreeks van de camera naar de computer overbrengen, zonder dat het nodig is om programma's te installeren.
Mac OS 10.4 of hoger wordt ondersteund.
2
Schakel de camera in.
t De computer herkent de camera automatisch en geeft een
pictogram van een verwisselbare schijf weer.
Als de camera geen verbinding maakt, verschijnt er een pop-upvenster.
Selecteer Computer.
3
Dubbelklik op het pictogram van de verwisselbare schijf.
4
Breng foto’s of video’s naar de computer over.
1
Sluit de camera met de USB-kabel op een Macintosh-
computer aan.
Sluit het uiteinde van de kabel met het indicatielampje (Ÿ) op de
camera aan. Als u de kabel omgekeerd aansluit, kunnen de bestanden
beschadigen. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van
gegevens.
Weergeven en bewerken
72
Foto's met een PictBridge-fotoprinter afdrukken
Druk foto's op een PictBridge-compatibele printer af door de camera rechtstreeks op de printer aan te sluiten.
Afdrukopties instellen
Foto's
Formaat
Lay-out
Type
Kwalit.
Afsl. Afdrukken
: Eén
: Auto
: Auto
: Auto
: Auto
Optie Beschrijving
Foto's: Kiezen of alleen de huidige foto dan wel alle foto's
moeten worden afgedrukt.
Formaat: geef de afdrukgrootte op
Lay-out: miniatuurafdrukken maken.
Type: selecteer de papiersoort.
Kwalit.: stel de afdrukkwaliteit in.
Datum: stel in dat de datum wordt afgedrukt.
Best.naam: stel in dat de bestandsnaam wordt afgedrukt.
Reset: stel de afdrukopties op de beginwaarden terug.
Bepaalde opties worden niet door alle printers ondersteund.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Instellingen ĺ USB.
3
Selecteer Printer.
4
Schakel de printer in en sluit de camera er met een
USB-kabel op aan.
5
Schakel de camera in.
t De printer herkent de camera automatisch.
6
Druk op [ ] of [ ] om een foto te selecteren.
t Druk op [ ] om afdrukopties in te stellen.
Zie 'Afdrukopties instellen'.
7
Druk op [ ] om af te drukken.
t Het afdrukken begint. Druk op [ ] om het afdrukken te
annuleren.
Camera-instellingenmenu
………………… 74
Het instellingenmenu openen
………………… 74
Geluid
………………………………………… 75
Scherm
……………………………………… 75
Instellingen
…………………………………… 76
Instellingen
Hier vind u opties om de instellingen van uw camera te
configureren.
Instellingen
74
Camera-instellingenmenu
Hier vindt u informatie over de verschillende camera-instellingen.
3
Selecteer een optie en sla de instellingen op.
Volume
Begingeluid
Sl.toon
Piepjes
AF-geluid
Terug Instellen
Uit
Laag
Middel
Hoog
4
Druk op [ ] om naar het vorige scherm terug te
keren.
Het instellingenmenu openen
1
Druk in de opname- of afspeelmodus op [ ].
2
Selecteer een menu.
Modus
Opname
Geluid
Display
Instellingen
Afsl. Wijzigen
Volume
Begingeluid
Sl.toon
Piepjes
AF-geluid
Menu Beschrijving
Geluid: hier stelt u de geluiden van de camera en het
volume in. (pag. 75)
Display: hier past u de scherminstellingen aan, zoals
taal en helderheid. (pag. 75)
Instellingen: hier past u de instellingen voor het
camerasysteem aan, zoals geheugenindeling,
standaardbestandsnaam en USB-modus. (pag. 76)
Instellingen
75
Camera-instellingenmenu
Scherm
* Standaard
Onderdeel Beschrijving
Functiebeschrijving
Hiermee wordt een korte beschrijving van een optie
of menu weergegeven. (
Uit, Aan*)
Beginafbeelding
Hier stelt u in of er een afbeelding wordt
weergegeven wanneer de camera wordt
ingeschakeld en zo ja, welke.
t Uit*: er wordt geen afbeelding weergegeven.
t Logo: een standaardafbeelding uit het interne
geheugen weergeven.
t Gebr.afb: een afbeelding naar keuze
weergeven. (pag. 60)
t Er wordt slechts één gebruikersafbeelding in
het geheugen opgeslagen.
t Als u een nieuwe foto selecteert als
gebruikersafbeelding of de camera opnieuw
instelt, wordt de huidige afbeelding
verwijderd.
Helderh. scherm
Hiermee kunt u de helderheid van het scherm
aanpassen. (Auto*, Donker, Normaal, Licht)
Normaal is de vaste waarde voor
de afspeelmodus, zelfs als Auto is
geselecteerd.
Snel tonen
Hiermee stelt u in hoe lang een gemaakte
foto wordt weergegeven voordat naar de
opnamemodus wordt teruggekeerd.
(Uit, 0,5 sec*, 1 sec, 3 sec)
Geluid
* Standaard
Onderdeel Beschrijving
Volume
Hiermee past u het volume van alle geluiden aan.
(Uit, Laag, Middel*, Hoog)
Begingeluid
Hiermee selecteert u het geluid dat de camera
weergeeft als u deze inschakelt. (Uit*, 1, 2, 3)
Sl.toon
Hiermee selecteert u het geluid dat de camera
weergeeft als u op de sluiterknop drukt. (Uit, 1*,
2, 3)
Piepjes
Hiermee selecteert u het geluid dat de camera
weergeeft wanneer u op knoppen drukt of naar
een andere modus schakelt. (Uit, 1*, 2, 3)
AF-geluid
Hiermee selecteert u het geluid dat de camera
weergeeft wanneer u de sluiterknop half indrukt.
(Uit, Aan*)
Instellingen
76
Camera-instellingenmenu
Instellingen
* Standaard
Onderdeel Beschrijving
Formatt.
Formatteer de geheugenkaart. Bij het formatteren
worden alle bestanden, inclusief beveiligde
bestanden, gewist. (Ja, Nee)
Geheugenkaarten die in een camera van een andere
fabrikant of in een geheugenkaartlezer zijn gebruikt, of die
met een computer zijn geformatteerd, kunnen door de
camera mogelijk niet correct worden gelezen. Formatteer
dergelijke kaarten in de camera alvorens ze te gebruiken.
Reset
Hier reset u menu's en opname-instellingen.
Instellingen voor datum en tijd, taal en video-uitvoer
worden niet gereset.
(Ja, Nee)
Language
Selecteer een taal voor de tekst op het scherm.
Tijdzone
Hier kunt u een regio selecteren en zomer-wintertijd (DST)
instellen.
Datum/tijd
aanpassen
De datum en tijd instellen.
Datumtype
Een datumnotatie selecteren.
(Uit, dd/mm/jjjj, mm/dd/jjjj,
jjjj/mm/dd*)
Onderdeel Beschrijving
Spaarstand
Als u 30 seconden lang geen bewerkingen
uitvoert, schakelt de camera automatisch over
op de energiebesparingsmodus (druk op een
knop om deze modus weer te deactiveren).
(Uit*, Aan)
Als de spaarstand is uitgeschakeld en u langer dan
30 seconden geen handelingen verricht, wordt de
verlichting van het hoofdscherm uitgeschakeld om
de batterij te sparen.
* Standaard
Instellingen
77
Camera-instellingenmenu
Onderdeel Beschrijving
Afdruk
t Hier selecteert u of de datum en tijd op de foto's
worden afgedrukt. (Uit*, Datum, Datum/tijd)
t De datum en tijd worden in de
rechterbenedenhoek weergegeven.
t Mogelijk drukken sommige printermodellen de
datum en tijd niet af.
Automatisch
uit
t Hier stelt u in dat de camera automatisch wordt
uitgeschakeld wanneer u deze niet gebruikt. (Uit, 1
min, 3 min*, 5 min, 10 min)
t Bij vervanging van de batterij blijven deze
instellingen behouden.
t De camera schakelt in de volgende gevallen
niet automatisch uit:
- wanneer deze op een computer of printer
is aangesloten
- wanneer u een diavertoning of video's
afspeelt
- wanneer u een spraakmemo opneemt
AF-lamp
t Hiermee schakelt u een hulplampje in ter
ondersteuning van het scherpstellen in donkere
omgevingen. (Uit, Aan*)
Onderdeel Beschrijving
Bestandsnr.
Stelt de naamgeving van bestanden in.
t Reset: instellen dat de bestandsnummering
weer bij 0001 begint wanneer er een
nieuwe geheugenkaart wordt geplaatst, een
geheugenkaart wordt geformatteerd of alle
bestanden worden gewist.
t Serie*: instellen dat de bestandsnummering
doorloopt wanneer er een nieuwe geheugenkaart
wordt geplaatst, een geheugenkaart wordt
geformatteerd of alle bestanden worden gewist.
t De standaardnaam van de eerste map is
100PHOTO en de standaardnaam van het
eerste bestand is SAM_0001.
t Het bestandsnummer wordt steeds met één
opgehoogd, van SAM_0001 tot SAM_9999.
t Het mapnummer wordt steeds met één
opgehoogd, van 100PHOTO tot 999PHOTO.
t Het maximum aantal bestanden dat in een map
kan worden opgeslagen, is 9999.
t De camera definieert bestandsnamen volgens
de Digital rule for Camera File system-norm
(DCF). Als u bestandsnamen wijzigt, kan de
camera deze bestanden mogelijk niet meer
weergeven.
* Standaard * Standaard
Instellingen
78
Camera-instellingenmenu
* Standaard
Onderdeel Beschrijving
Video
Stel het video-uitgangssignaal voor uw land of regio
in.
t NTSC*: VS, Canada, Japan, Korea, Taiwan,
Mexico.
t PAL (ondersteunt alleen BDGHI): Australië,
Oostenrijk, België, China, Denemarken, Finland,
Duitsland, Engeland, Italië, Koeweit, Maleisië,
Nieuw Zeeland, Singapore, Spanje, Zweden,
Zwitserland, Thailand, Noorwegen.
USB
Hiermee selecteert u de functie in die moet worden
gebruikt als u de camera met een USB-kabel aansluit
op een computer of printer.
t Auto*: instellen dat de camera automatisch een
USB-modus selecteert.
t Computer: de camera op een computer
aansluiten om bestanden over te brengen.
t Printer: de camera op een printer aansluiten om
bestanden af te drukken.
Foutmeldingen
……………………………… 80
Cameraonderhoud
………………………… 81
De camera reinigen
………………………… 81
De camera gebruiken of opbergen
………… 82
Geheugenkaarten
…………………………… 84
De batterij
…………………………………… 86
Voordat u contact opneemt met
een servicecenter
………………………… 90
Cameraspecificaties
……………………… 93
Woordenlijst
………………………………… 96
Index
……………………………………… 101
Aanvullende informatie
Hier vindt u informatie over foutmeldingen, specificaties en
onderhoudstips.
Aanvullende informatie
80
Foutmeldingen
Als een van de volgende foutmeldingen verschijnt, kunt u de onderstaande oplossingen proberen.
Foutmelding Mogelijke oplossing
Kaartfout
t Schakel de camera uit en weer in.
t Verwijder de geheugenkaart en plaats deze
weer terug.
t Formatteer de geheugenkaart. (pag. 76)
Kaart vergrendeld
Ontgrendel de geheugenkaart.
Kaart wordt niet
ondersteund.
De geplaatste geheugenkaart is niet met
uw camera compatibel. Een geschikte
geheugenkaart plaatsen.
DCF Full Error
Bestandsnamen komen niet met de DCF-
norm overeen. Breng de bestanden op de
geheugenkaart over naar een computer en
formatteer de kaart. (pag. 76)
Bestandsfout
Wis het beschadigde bestand of neem contact
op met een servicecenter van Samsung.
Batterij bijna leeg
Plaats een opgeladen batterij of laad de batterij
op.
Geheugen vol
Wis onnodige bestanden of plaats een nieuwe
geheugenkaart.
Geen foto
Maak foto's of plaats een geheugenkaart met
foto's.
Aanvullende informatie
81
Cameraonderhoud
Camerabody
Veeg deze voorzichtig met een zachte droge doek af.
t Gebruik nooit benzeen, thinner of alcohol om het toestel te reinigen.
Deze oplosmiddelen kunnen de camera beschadigen of defecten
veroorzaken.
t Druk niet op de lenskap en gebruik geen blaasborsteltje op de
lenskap.
De camera reinigen
Cameralens en -scherm
Verwijder stof met behulp van een blaaskwastje en veeg de lens
vervolgens met een zachte doek voorzichtig af. Voor eventueel
achtergebleven stof brengt u lensreinigingsvloeistof op een stuk
reinigingspapier aan en veegt u de lens vervolgens voorzichtig
schoon.
Aanvullende informatie
82
Cameraonderhoud
Gebruik op het strand of aan de waterkant
tBescherm de camera tegen zand en vuil wanneer u deze op
het strand of in een andere, soortgelijke omgeving gebruikt.
tUw camera is niet waterbestendig. Gebruik de batterij, adapter
of geheugenkaart niet met natte handen. Als u de camera
gebruikt met natte handen kan de camera beschadigd raken.
Camera voor langere tijd opbergen
tAls u de camera voor langere tijd opbergt, moet u de camera
samen met absorberend materiaal, bijvoorbeeld silicagel, in een
afgesloten houder plaatsen.
tHaal de batterijen uit de camera wanneer u deze voor langere
tijd opbergt. Batterijen in het batterijvak kunnen na verloop van
tijd gaan lekken of roesten en ernstige schade aan uw camera
veroorzaken.
tBatterijen die niet worden gebruikt, ontladen zich na verloop van
tijd en moeten voor gebruik opnieuw worden opgeladen.
Wees voorzichtig met het gebruik van de camera
in vochtige omgevingen
Als u de camera overbrengt van een koude omgeving naar
een warme, kan er condensvorming optreden op de lens of de
interne onderdelen van de camera. In dit geval moet u de camera
uitschakelen en minstens 1 uur wachten. Als er condensvorming
optreedt op de geheugenkaart, moet u de kaart verwijderen uit
de camera en wachten tot al het vocht is verdampt voordat u de
kaart terugplaatst.
De camera gebruiken of opbergen
Ongeschikte plaatsen voor het gebruiken of opbergen
van de camera
tStel de camera niet bloot aan zeer hoge of lage temperaturen.
tGebruik de camera niet in zeer vochtige omgevingen of
omgevingen waar de luchtvochtigheid snel verandert.
tStel de camera niet bloot aan direct zonlicht en bewaar
de camera niet op warme locaties met slechte ventilatie,
bijvoorbeeld een auto die in de zon staat.
tBescherm de camera en het scherm tegen stoten, ruw gebruik
en sterke trillingen om ernstige schade te voorkomen.
tGebruik of bewaar de camera niet op stoffige, vuile, vochtige of
slecht-geventileerde plaatsen, om schade aan bewegende en
interne onderdelen te voorkomen.
tGebruik de camera niet in de buurt van brandstoffen, brandbare
stoffen of ontvlambare chemicaliën. Bewaar geen ontvlambare
vloeistoffen, gassen en explosief materiaal in dezelfde ruimte als
de camera of de accessoires van de camera.
tBerg de camera niet op met mottenballen.
Aanvullende informatie
83
Cameraonderhoud
tBij lage temperaturen kan het langer duren voor de camera is
ingeschakeld, kunnen kleuren tijdelijk veranderen of kunnen
nabeelden worden weergegeven. Deze omstandigheden
duiden niet op defecten en worden verholpen als u de camera
weer bij normale temperaturen gebruikt.
tVerf of metaal aan de buitenzijde van de camera kan allergieën,
jeuk, eczeem of bultjes veroorzaken bij mensen met een
gevoelige huid. Als u last hebt van een van deze symptomen,
stop dan onmiddellijk met het gebruik van de camera en
raadpleeg een arts.
tSteek geen vreemde voorwerpen in de compartimenten,
sleuven en toegangspunten van de camera. Schade als gevolg
van onjuist gebruik wordt mogelijk niet door de garantie gedekt.
tLaat geen ongekwalificeerd personeel reparatie- of
onderhoudswerkzaamheden aan de camera uitvoeren en
probeer dit ook niet zelf te doen. Alle schade die voortvloeit uit
ongekwalificeerd onderhoud of reparatie wordt niet door de
garantie gedekt.
Overige aandachtspunten
tZwaai de camera niet aan de polslus heen en weer. Hierdoor
kunt u uzelf of anderen verwonden of schade aan uw camera
veroorzaken.
tVerf de camera niet, omdat verf tussen de bewegende
onderdelen kan gaan zitten en de werking van het apparaat kan
beïnvloeden.
tSchakel de camera uit als u deze niet gebruikt.
tDe camera bevat kwetsbare onderdelen. Zorg daarom dat u de
camera niet blootstelt aan schokken.
tBewaar de camera in het etui om het scherm te bescherm
tegen externe krachten. Houd de camera uit de buurt van
zand, scherp gereedschap of kleingeld om te voorkomen dat er
krassen op de camera komen.
tStel de lens niet aan direct zonlicht bloot. Hierdoor kan de
beeldsensor verkleuren of defect raken.
tBescherm de lens tegen vingerafdrukken en krassen. Reinig de
lens met een zachte, schone doek.
tAls de camera een schok opvangt, wordt de camera
mogelijk uitgeschakeld. Dit gebeurt om de geheugenkaart te
beschermen. Schakel de camera weer in om de camera te
gebruiken.
tDe camera kan warm worden tijdens het gebruik. Dit is normaal
en is niet van invloed op de levensduur of prestaties van uw
camera.
Aanvullende informatie
84
Cameraonderhoud
Capaciteit van de geheugenkaart
De geheugencapaciteit verschilt, afhankelijk van de scènes
die u vastlegt en de opnameomstandigheden. De volgende
capaciteiten zijn op een 1-GB SD-kaart gebaseerd:
Formaat Superhoog Hoog Normaal 30 FPS 24 FPS 15 FPS
F
o
t
o
'
s
129 240 292 - - -
152 249 312 - - -
147 284 403 - - -
179 282 353 - - -
232 391 510 - - -
411 583 823 - - -
643 858 1029 - - -
870 1144 1437
1584 1765 1993 - - -
*
V
i
d
e
o
s
----
Circa
7 min. 16
sec.
Circa
11 min.
37 sec.
---
Circa
9 min. 53
sec.
-
Circa
18 min.
54 sec.
---
Circa
26 min.
19 sec.
-
Circa
49 min.
15 sec.
* Als u de zoomfunctie gebruikt, kan de opnametijd mogelijk verschillen.
Voor het bepalen van de totale opnameduur zijn er diverse video's achter
elkaar opgenomen.
Geheugenkaarten
Ondersteunde geheugenkaarten
U kunt camera ondersteunt de volgende geheugenkaarten: SD
(Secure Digital) en SDHC (Secure Digital High Capacity).
Contactpunten
Etiket (voorzijde)
Schrijfvergrendeling
Bij SD- en SDHC-kaarten kunt u voorkomen dat bestanden
worden gewist, door de schrijfvergrendeling op de kaart om te
zetten. Schuif de vergrendeling naar beneden om de kaart alleen-
lezen te maken, en omhoog om de schrijfvergrendeling op te
heffen. Ontgrendel de kaart voordat u gaat fotograferen.
Aanvullende informatie
85
Cameraonderhoud
Aandachtspunten bij gebruik van geheugenkaarten
tPlaats een geheugenkaart in de juiste richting. Als u een
geheugenkaart in de verkeerde richting plaatst, kan zowel de
camera als de geheugenkaart beschadigd raken.
tGebruik geen geheugenkaarten die in een andere camera
of door een computer zijn geformatteerd. Formatteer een
dergelijke geheugenkaart opnieuw in uw eigen camera.
tSchakel de camera uit wanneer u een geheugenkaart plaatst
of verwijdert.
tVerwijder de geheugenkaart niet en schakel uw camera niet uit
wanneer het lampje knippert. Hierdoor kunnen de gegevens
beschadigen.
tWanneer de levensduur van een geheugenkaart is verlopen,
kunt u geen foto’s meer op de kaart opslaan. Gebruik een
nieuwe geheugenkaart.
tZorg dat geheugenkaarten niet buigen, vallen of aan zware
klappen of druk worden blootgesteld.
tZorg dat u geheugenkaart niet gebruikt of opbergt in de buurt
van krachtige magnetische velden.
tZorg dat u geheugenkaarten niet gebruikt op locaties met hoge
temperaturen of luchtvochtigheid of in de buurt van bijtende
stoffen.
tVoorkom dat geheugenkaarten in contact komen met
vloeistoffen, vuil of vreemde stoffen. Veeg zo nodig de
geheugenkaart met een zachte doek schoon voor u de
geheugenkaart in de camera plaatst.
tVoorkom dat geheugenkaarten, of de sleuf voor
geheugenkaarten, in contact komen met vloeistoffen, vuil of
vreemde stoffen. Dergelijke stoffen kunnen ervoor zorgen dat
geheugenkaarten of de camera niet goed meer werken.
tWanneer u een geheugenkaart bij u draagt, moet u een hoesje
gebruiken om de kaart tegen elektrostatische ontlading te
beschermen.
tBreng belangrijke gegevens over naar andere dragers, zoals
een harde schijf of cd/dvd.
tAls u de camera langere tijd gebruikt, kan de geheugenkaart
warm worden. Dit is normaal en wijst niet op een defect.
De fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens.
Aanvullende informatie
86
Cameraonderhoud
De batterij
Zorg ervoor dat u oplaadbare batterijen gebruikt bij hergebruik.
De beschikbare batterijen voor deze camera worden hieronder
genoemd.
Batterijspecificaties
Specificatie Beschrijving
Model
BP70A
Type
Lithium-ionbatterij
Capaciteit
740 mAh (Minimum: 700
mAh)
Voltage
3,7 V
Oplaadtijd*
(wanneer de camera is uitgeschakeld)
Ongeveer 150 min
* Duurt mogelijk langer als u de batterij aansluit op een computer om de
batterij op te laden.
Werkduur van de batterij
Gemiddelde opnameduur/
aantal foto's
Testomstandigheden
(wanneer de batterij volledig is
opgeladen)
Foto's
Circa 110
min/circa 220
foto's
De levensduur van de batterij is getest
onder de volgende omstandigheden:
in de modus
met een resolutie van
14 M en de kwaliteit Hoog.
1. Stel de flitsoptie in op Invulflits,
neem één foto en zoom in of uit.
2. Stel de flitsoptie in op Uit, neem
één foto en zoom in of uit.
3. Voer stap 1 en 2 gedurende 30
seconden uit en herhaal dit 5
minuten lang. Schakel de camera
vervolgens 1 minuut uit.
4. Herhaal stap 1 tot 3.
Video's
Ongeveer 90
min
Neem video's op bij een resolutie van
1280 x 720 en met 24 fps.
t De bovenstaande cijfers zijn gebaseerd op de normen van
Samsung. De resultaten die u tijdens het gebruik behaalt, kunnen
hiervan afwijken.
t Om de totale opnameduur te bepalen, zijn er verschillende video's
achter elkaar opgenomen.
Aanvullende informatie
87
Cameraonderhoud
Melding Batterij bijna leeg
Als de batterij volledig is ontladen, wordt het batterijpictogram
rood en verschijnt de melding ‘Batterij bijna leeg’.
De batterij gebruiken
tVermijd blootstelling van batterijen en geheugenkaarten
aan extreme temperaturen (onder 0 °C of boven 40 °C).
Door extreme temperaturen kan de capaciteit van batterijen
verminderen en kunnen geheugenkaarten minder goed werken.
tAls u de camera langere tijd gebruikt, kan het gebied rond de
batterijklep warm worden. Dit heeft geen invloed op de normale
werking van de camera.
tTrek niet aan het netsnoer om de stekker uit het stopcontact te
halen om te voorkomen dat u brand of een schok veroorzaakt.
tBij temperaturen onder 0 ºC kunnen de capaciteit en
levensduur van de batterij afnemen.
tBij lage temperaturen kan de batterijcapaciteit afnemen, maar
de gewone capaciteit wordt hersteld bij gebruik bij hogere
temperaturen.
Aandachtspunt voor het gebruik van de batterij
Bescherm batterijen, opladers en geheugenkaarten tegen
schade
Voorkom dat batterijen in aanraking komen met metalen
voorwerpen. Dit kan een verbinding vormen tussen de plus- en
minpolen van uw batterijen en tijdelijke of permanente schade aan
de batterijen en brand of een schok veroorzaken.
De batterij opladen
tControleer als het indicatielampje uit is of de batterij op de juiste
wijze is geplaatst.
tAls camera tijdens het opladen is ingeschakeld, wordt de
batterij mogelijk niet volledig opgeladen. Schakel de camera uit
alvorens de batterij op te laden.
tGebruik de camera niet als de batterij wordt opgeladen. Dit kan
brand of een schok veroorzaken.
tTrek niet aan het netsnoer om de stekker uit het stopcontact te
halen om te voorkomen dat u brand of een schok veroorzaakt.
tWacht minstens tien minuten voor u de camera inschakelt
nadat de batterij is opgeladen.
tAls u de camera aansluit op een externe voedingsbron terwijl
de batterij helemaal leeg is, wordt de camera uitgeschakeld
wanneer u bepaalde functies gebruikt die veel stroom
verbruiken. Laad de batterij op om de camera op normale wijze
te gebruiken.
Aanvullende informatie
88
Cameraonderhoud
tMet het gebruik van de flitser en het opnemen van video's
raakt de batterij snel leeg. Laad de batterij op totdat het
indicatielampje groen wordt.
tAls het indicatielampje oranje knippert of niet brandt, sluit u de
kabel opnieuw aan of verwijdert u de batterij en plaatst u deze
opnieuw in de camera.
tAls u de batterij oplaadt wanneer de kabel oververhit is of de
temperatuur te hoog is, kan het indicatielampje oranje worden.
Nadat de batterij is afgekoeld, wordt met opladen begonnen.
tTe lang opladen van batterijen kan de levensduur daarvan
bekorten. Wanneer het opladen is voltooid, dient u de kabel van
de camera los te koppelen.
tKnik de voedingskabel niet en plaats er geen zware voorwerpen
op. Hierdoor zou de kabel kunnen beschadigen.
De batterij opladen terwijl er een computer is aangesloten
tGebruik alleen de meegeleverde USB-kabel.
tDe batterij wordt mogelijk in de volgende gevallen niet
opgeladen:
- wanneer u een USB-hub gebruikt
- wanneer er andere USB-apparaten op de computer zijn
aangesloten
- wanneer u de kabel op de poort aan de voorzijde van de
computer aansluit
- wanneer de USB-poort van de computer de stroomuitvoernorm
niet ondersteunt (5 V, 500 mA)
Behandel batterijen en oplader voorzichtig en voer deze
af volgens de voorschriften
tGooi batterijen nooit in open vuur. Houd u aan alle lokale
regelgevingen bij het weggooien van gebruikte batterijen.
tLeg batterijen of camera's nooit in of op verwarmingsapparaten,
zoals een magnetron, kachel of radiator. Batterijen kunnen
exploderen als ze te heet worden.
Aanvullende informatie
89
Cameraonderhoud
Onzorgvuldig of verkeerd gebruik van de batterij kan
persoonlijk letsel of de dood tot gevolg hebben. Volg
voor uw eigen veiligheid de onderstaande instructies
voor het juiste gebruik van de batterij:
t De batterij kan vlam vatten of exploderen als deze niet
op de juiste wijze wordt gebruikt. Als u vervormingen,
scheuren of andere afwijkingen in de batterij opmerkt,
stopt u onmiddellijk het gebruik hiervan en neemt u
contact op met een servicecenter.
t Gebruik alleen authentieke, door de fabrikant aanbevolen
batterijopladers en -adapters en laad de batterij alleen op
volgens de procedures die in deze gebruiksaanwijzing
zijn vermeld.
t Plaats de batterij niet te dicht bij warmtebronnen en stel
de batterij niet bloot aan extreem warme omgevingen,
zoals een gesloten auto in de zon.
t Plaats de batterij niet in een magnetron.
t Bewaar of gebruik de batterij niet in een hete, vochtige
omgeving, zoals een badkamer of douche.
t Plaats de batterij niet voor langere tijd op ontvlambare
oppervlakken, zoals matrassen, tapijten of elektrische
dekens.
t Laat het toestel, als het is ingeschakeld, niet voor langere
tijd in een afgesloten ruimte.
t Zorg ervoor dat de polen van de batterij niet in contact
komen met metalen voorwerpen, zoals halskettingen,
munten, sleutels en horloges.
t Gebruik uitsluitend authentieke, door de fabrikant
aanbevolen lithium-ionbatterijen ter vervanging.
t Haal de batterij niet uit elkaar te halen of maak er geen
gat in met een scherp voorwerp.
t Stel de batterij niet bloot aan hoge druk of extreme
krachten.
t Stel de batterij niet bloot aan hevige klappen,
bijvoorbeeld door deze van grote hoogte te laten vallen.
t Stel de batterij niet bloot aan temperaturen boven de
60 °C.
t Stel de batterij niet bloot aan vocht of vloeistoffen.
t Stel de batterij niet bloot aan direct zonlicht, vuur of een
andere extreme warmtebron.
Richtlijnen voor afvoer
t Wees zorgvuldig als u de batterij weggooit.
t Werp de batterij nooit in een open vuur.
t Afhankelijk van uw land of regio kan de regelgeving met
betrekking tot de afvoer verschillen. Voer de batterij af
volgens de lokale en federale regelgeving.
Richtlijnen voor het opladen van de batterij
Laad de batterij alleen op volgens de procedure in deze
handleiding. De batterij kan ontbranden of exploderen als
deze niet op de juiste wijze wordt opgeladen.
Aanvullende informatie
90
Voordat u contact opneemt met een servicecenter
Wanneer u problemen met de camera ondervindt, kunt u eerst de volgende procedures uitvoeren voordat u contact opneemt met een
servicecenter. Als u hebt geprobeerd een oplossing te vinden met behulp van deze suggesties, maar nog steeds problemen ondervindt,
kunt u contact opnemen met uw plaatselijke dealer of servicecenter.
Situatie Mogelijke oplossing
Er kunnen geen foto's
worden gemaakt
t Er is geen ruimte op de geheugenkaart.
Wis onnodige bestanden of plaats een
nieuwe kaart.
t Formatteer de geheugenkaart. (pag. 76)
t De geheugenkaart is defect. Koop een
nieuwe geheugenkaart.
t Controleer of de camera is ingeschakeld.
t Laad de batterij op.
t Controleer of de batterij op de juiste
wijze is geplaatst.
De camera loopt vast
Verwijder de batterij en plaats deze weer
terug.
De flitser werkt niet
t Mogelijk moet de flitsoptie worden
ingesteld op Uit. (pag. 39)
t U kunt de flitser niet gebruiken in de
modi
, of bepaalde -modi.
Er wordt onverwachts
een flits afgevuurd
De flitser wordt mogelijk geactiveerd
vanwege statische elektriciteit.
Dit is geen fabricagefout.
De datum en tijd
kloppen niet
Stel in het scherminstellingenmenu de
datum en tijd in. (pag. 76)
Situatie Mogelijke oplossing
De camera kan niet
worden ingeschakeld
t Controleer of de batterij in de camera is
geplaatst.
t Controleer of de batterij op de juiste wijze
is geplaatst.
t Laad de batterij op.
De camera
wordt plotseling
uitgeschakeld
t Laad de batterij op.
t De camera bevindt zich mogelijk in de
spaarstand. (pag. 76)
t De camera wordt mogelijk uitgeschakeld
om te voorkomen dat de geheugenkaart
door een harde schok beschadigd raakt.
Schakel de camera weer in.
De batterij raakt snel
leeg
t De batterij raakt bij lage temperaturen
(onder 0 °C) sneller leeg. Houd de
batterij warm door deze in uw zak te
steken.
t Met het gebruik van de flitser en het
opnemen van video's raakt de batterij
snel leeg. Laad de batterij indien nodig
weer op.
t Batterijen zijn verbruiksartikelen die
na verloop van tijd moeten worden
vervangen. Koop een nieuwe batterij als
de levensduur drastisch afneemt.
Aanvullende informatie
91
Voordat u contact opneemt met een servicecenter
Situatie Mogelijke oplossing
De kleuren in de foto
zijn anders dan de
daadwerkelijke kleuren
Een onjuiste witbalans kan voor
onrealistische kleuren zorgen. Selecteer
de juiste witbalansoptie voor de lichtbron.
(pag. 47)
De foto is te licht
t Schakel de flitser uit. (pag. 39)
t De foto is overbelicht. Pas de
belichtingswaarde aan. (pag. 46)
De foto is te donker
De foto is onderbelicht.
t Schakel de flitser in. (pag. 39)
t Pas de ISO-waarde aan. (pag. 40)
t Pas de belichtingswaarde aan. (pag. 46)
De foto's worden
niet op de televisie
weergegeven
t Controleer of de camera correct op
de televisie is aangesloten met de
A/V-kabel.
t Controleer of de geheugenkaart foto's
bevat.
De computer herkent
de camera niet
t Controleer of de USB-kabel op de juiste
wijze is geplaatst.
t Controleer of de camera is ingeschakeld.
t Controleer of het besturingssysteem
wordt ondersteund. (pag. 65)
Tijdens het overbrengen
van bestanden
verbreekt de computer
de verbinding
De bestandsoverdracht kan door statische
elektriciteit worden gestoord. Koppel de
USB-kabel los en sluit deze weer aan.
Situatie Mogelijke oplossing
Het scherm of de
knoppen werken niet
Verwijder de batterij en plaats deze weer
terug.
Het camerascherm
werkt niet goed
Als u de camera bij zeer lage temperaturen
gebruikt, kan het camerascherm hierdoor
niet goed werken of verkleuren.
Voor betere prestaties van het scherm
moet de camera bij normale temperaturen
worden gebruikt.
De geheugenkaart heeft
een fout
De geheugenkaart is niet gereset.
Formatteer de kaart. (pag. 76)
Er kunnen geen
bestanden worden
afgespeeld of
weergegeven
Als u de naam van een bestand wijzigt,
kan de camera dit bestand mogelijk niet
afspelen. (Opmerking: de bestandsnamen
moeten aan de DCF-normen voldoen.) In
dergelijke gevallen kunt u de bestanden op
een computer afspelen of weergeven.
De foto's zijn onscherp
t Controleer of de ingestelde
scherpsteloptie voor close-upfoto's
geschikt is. (pag. 41)
t Controleer of de lens schoon is. Reinig
de lens indien nodig. (pag. 81)
t Zorg dat het onderwerp zich binnen het
bereik van de flitser bevindt. (pag. 93)
Aanvullende informatie
92
Voordat u contact opneemt met een servicecenter
Situatie Mogelijke oplossing
De computer kan geen
video's afspelen
t Het hangt af van de programma’s die u
gebruikt voor het afspelen van video’s,
of de videobestanden kunnen worden
afgespeeld. Installeer en gebruik het
programma Intelli-studio om ervoor te
zorgen dat de videobestand op uw
computer kunnen worden afgespeeld.
(pag. 67)
t Controleer of de USB-kabel op de juiste
wijze is geplaatst.
Intelli-studio werkt niet
naar behoren
t Sluit Intelli-studio af en start het
programma opnieuw.
t Intelli-studio kan niet op Macintosh-
computers worden gebruikt.
t Afhankelijk van de specificaties en
instellingen van de computer wordt het
programma mogelijk niet automatisch
gestart.
Klik in dat geval op de computer op Start
ĺ Alle Programma's ĺ Samsung ĺ
Intelli-studioĺ Intelli-studio.
Aanvullende informatie
93
Cameraspecificaties
Sluitertijd
t Smart Auto: 8 - 1/2000 sec.
t Programma: 1 - 1/2000 sec.
t Nacht: 8 - 1/2000 sec.
Belichting
Regeling Programma AE
Lichtmeting Multi, Spot, Centr. gewogen
Compensatie ±2 WB (1/3 WB stappen)
ISO-equivalent Auto, 80, 100, 200, 400, 800, 1600
Flitser
Modus
Uit, Auto, Rode ogen, Invulflits, Langz sync, Anti-rode
ogen
Bereik
t GROOTHOEK: 0,2 m - 2,63 m (ISO Auto)
t TELE: 0,5 m - 1,56 m (ISO Auto)
Oplaadtijd
Circa 4 sec. (afhankelijk van de toestand van de
batterij)
Trillingsreductie
Digital Image Stabilization (DIS)
Effect
Opnamemodus
t Smart filter: Normaal, Visoog, Helder, Retro, Koel,
Klassiek, Negatief, Aangep. RGB
t Beeld aanpassen :Scherpte, Contrast, Kleurverz.
Beeldsensor
Type 1/2,3 inch (circa 7,78 mm) CCD
Effectieve pixels Circa 14,2 megapixel
Totaalaantal pixels Circa 14,58 megapixel
Lens
Brandpuntsafstand
Samsung-lens f = 4,9 - 24,5 mm
(35-mm equivalent: 27 - 135 mm)
F nr. F3,5(W) ~ F5,9(T)
Digitale zoom
t Fotomodus: 1,0X ~ 3,0X
t Weergavemodus: 1,0X - 13,5X (afhankelijk van het
beeldformaat)
Scherm
Type TFT LCD
Functionaliteit 2,7 inch (6,9 cm), 230 K
Scherpstelling
Type
TTL autofocus (Multi AF, Centrum AF, Gezichtsdetectie
AF)
Bereik
Groothoek (G) Tele (T)
Normaal 80 cm - oneindig 100 cm - oneindig
Macro 5 cm - 80 cm 100 cm - 150 cm
Auto macro 5 cm - oneindig 100 cm - oneindig
Aanvullende informatie
94
Cameraspecificaties
Afspelen
Type
Eén foto , Miniaturen, Diashow, Videoclip
* Diashow: Diavoorstelling met effecten & muziek
Bewerken Res.wijz, Draaien, Fotostijlkiezer, Beeld aanpassen
Effect
t Smart Filter: Normaal, Miniatuur, Vignetten, Visoog,
Helder, Retro, Koel, Klassiek, Negatief, Aangep.
RGB
t Beeld aanpassen: ACB, Anti-rode ogen,
Gezichtretouch., Helderheid, Contrast, Kleurverz.,
Ruis toevoegen
Spraakopname
t Geluidsopname (max. 10 uur)
t Geluidsmemo bij stilstaand beeld (max. 10 sec.)
Opslag
Media
t Intern geheugen: Circa 9 MB
t Extern geheugen (optioneel):
- SD-kaart (tot 2 GB gegarandeerd),
- SDHC-kaart (tot 8 GB gegarandeerd)
* De capaciteit van het interne geheugen kan zonder
mededeling vooraf worden gewijzigd.
Bestandsindeling
t Foto: JPEG (DCF), EXIF 2.21, DPOF 1.1,
PictBridge 1.0
t Videoclip: AVI (MJPEG)
t Audio: WAV
Witbalans
Auto, Daglicht, Bewolkt, TL-licht H, TL-licht L, Kunstlicht, Aangepast
Datering
Datum/tijd, Datum, Uit
Opname
Foto's
t Modus:
Smart Auto (
Portret, Nacht Portret, Tegenl.
Portret, Tegenl., Landschap, Wit, Actie, Statief,
Nacht, Macro, Macro Tekst, Blauwe lucht, Lucht
zonsondergang, Macro Kleur, Natuurgroen,
Vuurwerk
), Programma, DIS, Fotohulpgids ,
Scène
(Beautyshot, Nacht, Portret, Landschap, Close-up,
Zon onder, Dageraad, Tegenl., Strand/sneeuw)
t Snelheid: 1 opname, Continu, Bewegingsopname,
AEB
t Timer: 10 Sec, 2 Sec, Dubbel, Bewegingstimer
Video's
t Formaat: MJPEG (max. opnametijd: 2 uur)
t Formaat: 1280 x 720 (24 FPS,15 FPS), 640 x
480 (30 FPS,15 FPS), 320 x 240 (30
FPS,15 FPS)
t Framesnelheid: 30 FPS, 24 FPS, 15 FPS
t Spraak: Aan, Uit, Zoom gedempt
t
Video bewerken (intern): pauzeren tijdens
opnemen, foto's nemen
Aanvullende informatie
95
Cameraspecificaties
Voedingsbron
Oplaadbare batterij
Lithium-ionbatterij: BP70A, 740 mAh
(Minimum: 700 mAh)
Afhankelijk van uw regio kan de voedingsbron verschillen.
Afmetingen (B x H x D)
96,8 × 58 × 20,3 mm (exclusief uitstekende delen)
Gewicht
103 g (zonder batterij en geheugenkaart)
Bedrijfstemperatuur
0 - 40 ˚C
Bedrijfsluchtvochtigheid
5 - 85 %
Software
Intelli-studio
Specificaties kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Beeldformaat
Voor 1 GB SD
Superhoog Hoog Normaal
4320 x 3240 129 240 292
4320 x 2880 152 249 312
4000 x 3000 147 284 403
4320 x 2432 179 282 353
3264 x 2448 232 391 510
2592 x 1944 411 583 823
1984 x 1488 643 858 1029
1920 x 1080 870 1144 1437
1024 x 768 1584 1765 1993
Deze waarden zijn gemeten onder standaardcondities en
kunnen variëren afhankelijk van opnameomstandigheden
en camera-instellingen.
Interface
Digitale uitvoer USB 2.0
Audio-uitvoer
Microfoon: Mono
Interne luidspreker: Mono
Video-uitvoer NTSC, PAL (door gebruiker te kiezen)
Gelijkstroom-
aansluiting
4,2 V
Aanvullende informatie
96
Automatische contrastverbetering (ACB)
Deze functie verbetert automatisch het contrast van uw beelden
wanneer het onderwerp tegenlicht heeft of als er veel contrast is tussen
uw onderwerp en de achtergrond.
opnamereeks met verschillende belichtingen (AEB)
Deze functie maakt automatisch meerdere beelden met verschillenden
belichtingen om u te helpen een goedbelicht beeld te maken.
Autofocus (AF)
Een systeem dat automatisch de cameralens scherpstelt op het
onderwerp. Uw camera gebruikt het contrast om automatisch scherp
te stellen.
Diafragma
Het diafragma bepaalt de hoeveelheid licht die de sensor van de
camera bereikt.
Bewegingsonscherpte (vaag)
Als de camera wordt bewogen wanneer de sluiter is geopend, kan
het volledige beeld vaag lijken. Dit komt vaker voor wanneer de
sluitertijd laag is. Voorkom bewegingsonscherpte door de gevoeligheid
te verhogen, de flitser te gebruiken of een hogere sluitertijd. U kunt
ook een statief of de DIS- of OIS-functie gebruiken om de camera te
stabiliseren.
Woordenlijst
Compositie
Met compositie wordt de plaatsing van de verschillende elementen in
het beeld bedoeld. Meestal levert een compositie volgens de regel van
derden een plezierig resultaat.
DCF (Design rule for Camera File system)
Een specificatie voor het definiëren van een bestandsindeling en
bestandssysteem voor digitale camera's die is gemaakt door de Japan
Electronics and Information Technology Industries Association (JEITA).
Scherptediepte
De afstand tussen het dichtstbijzijnde en verste punt waarop kan
worden scherpgesteld in een foto. De scherptediepte verschilt per
diafragma, brandpuntsafstand en afstand tussen de camera en
het onderwerp. Als u bijvoorbeeld een kleiner diafragma selecteert,
wordt de scherptediepte vergroot en wordt de achtergrond van een
compositie vaag.
Digitale zoom
Een functie die op kunstmatige wijze de beschikbare hoeveelheid
zoom met de zoomlens vergroot (optische zoom). Als u de digitale
zoomfunctie gebruikt, wordt de beeldkwaliteit minder wanneer de
vergroting wordt verhoogd.
Digitale afdrukbestelling (DPOF)
Een indeling voor het schrijven van afdrukgegevens, zoals
geselecteerde beelden en het aantal afdrukken, op een geheugenkaart.
Printers die compatibel zijn met DPOF, soms verkrijgbaar in fotowinkels,
kunnen de informatie lezen van de kaart voor eenvoudig afdrukken.
Aanvullende informatie
97
Woordenlijst
Belichtingswaarde (EV)
Alle combinaties van de camerasluitertijd en diafragma die resulteren in
dezelfde belichting.
EV-compensatie
Met deze functie kunt u snel de belichtingswaarde aanpassen
die wordt berekend door de camera, in beperkte stappen, om de
belichting van uw foto's te verbeteren. Stel de EV-compensatie in op
-1,0 EV om de waarde een stap donkerder in te stellen en op 1,0 EV
om de waarde een stap lichter te maken.
Exif (Exchangeable Image File Format)
Een specificatie voor het definiëren van een beeldbestandindeling voor
digitale camera's die is gemaakt door de Japan Electronic Industries
Development Association (JEIDA).
Belichting
De hoeveelheid licht die de sensor van de camera mag bereiken.
Belichting wordt bepaald door een combinatie van sluitertijd, diafragma
en ISO-waarde.
Flitser
Een flitslamp die ervoor zorgt dat er voldoende belichting is in
omstandigheden met weinig licht.
Brandpuntsafstand
De afstand van het brandpunt van de lens tot het beeldvlak (in
millimeters). Grotere brandpuntsafstanden resulteren in een kleinere
beeldhoek en een grotere weergave van het onderwerp. Kleinere
brandpuntsafstanden resulteren in een grotere beeldhoek.
Histogram
Een grafische weergave van de helderheid van een beeld. De
horizontale as stelt de helderheid voor en de verticale as het aantal
pixels. Hoge pieken aan de linkerkant (te donker) en aan de rechterkant
(te licht) op het histogram geven aan dat een foto niet goed is belicht.
Beeldsensor
Het fysieke deel van een digitale camera die een fotosite bevat voor
elke pixel in het beeld. Elke fotosite neemt de helderheid van het licht
op dat de fotosite bereikt tijdens een belichting. Algemene sensortypen
zijn CCD (Charge-coupled Device) en CMOS (Complementary Metal
Oxide Semiconductor).
Aanvullende informatie
98
Woordenlijst
ISO-waarde
De gevoeligheid van een camera voor licht, gebaseerd op de
equivalente filmsnelheid gebruikt in een filmcamera. Met hogere ISO-
waarden gebruikt de camera een hogere sluitertijd, waardoor vervaging
kan worden verminderd die wordt veroorzaakt door het bewegen van
de camera en weinig licht. Beelden met een hoge gevoeligheid zijn
echter veel gevoeliger voor ruis.
JPEG (Joint Photographic Experts Group)
Een lossy-methode van compressie voor digitale beelden.
JPEGbeelden worden gecomprimeerd om de algehele bestandsgrootte
te verminderen met minimale afname van de beeldresolutie.
LCD (Liquid Crystal Display)
Een visuele display die algemeen wordt gebruikt in consumenten
elektronica. Dit display heeft een aparte achtergrondverlichting nodig
zoals CCFL of LED, om kleuren te kunnen reproduceren.
Macro
Met deze functie kunt u close-upfoto's maken van zeer kleine
voorwerpen. Als u de macrofunctie gebruikt, kan de camera goed
scherpstellen op kleine voorwerpen met een verhouding op bijna ware
grootte (1:1).
Lichtmeting
De lichtmeting heeft betrekking op de manier waarop een camera de
hoeveelheid licht meet om de belichting in te stellen.
MJPEG (Motion JPEG)
Een video-indeling die wordt gecomprimeerd als een JPEGbeeld.
Ruis
Verkeerd geïnterpreteerde pixels in een digitaal beeld die mogelijk
worden weergegeven als verkeerd geplaatste of willekeurige, heldere
pixels. Ruis treedt meestal op wanneer foto's worden gemaakt met
een hoge gevoeligheid of wanneer de gevoeligheid automatisch wordt
ingesteld op een donkere locatie.
Optische zoom
Dit is een algemene zoomfunctie waarmee beelden kunnen worden
vergroot met een lens en waarmee de beeldkwaliteit niet vermindert.
Kwaliteit
Een uitdrukking van het compressieniveau dat is gebruikt in een
digitaal beeld. Beelden met een hogere kwaliteit hebben een lager
compressieniveau, wat meestal resulteert in grotere bestanden.
Resolutie
Het aantal pixels in een digitaal beeld. Beelden met hoge resolutie
bevatten meer pixels en bevatten meer details dan beelden met lage
resolutie.
Aanvullende informatie
99
Woordenlijst
Sluitertijd
De sluitertijd is de hoeveelheid tijd die nodig is om de sluiter te openen
en te sluiten. Dit is een belangrijke factor voor de helderheid van een
foto, aangezien hiermee de hoeveelheid licht wordt geregeld die door
het diafragma op de beeldsensor valt. Met een kortere sluitertijd valt er
minder licht naar binnen en wordt de foto donkerder, maar is het ook
eenvoudiger om de beweging van het onderwerp te bevriezen.
Vignetten
Een vermindering van de helderheid of de verzadiging van een beeld bij
de randen in vergelijking met het midden van het beeld. Vignetten kan
de aandacht richten op onderwerpen die in het midden van een beeld
zijn geplaatst.
Witbalans (kleurbalans)
Een aanpassing van de intensiteit van kleuren (meestal de primaire
kleuren rood, groen en blauw) in een beeld. Het doel van het
aanpassen van de witbalans, of kleurbalans, is de kleuren van een
beeld correct weergeven.
Aanvullende informatie
100
Correcte verwijdering van dit product
(inzameling en recycling van elektrische en
elektronische apparatuur)
( Van toepassing in de Europese Unie en andere Europese
landen waar afval gescheiden wordt ingezameld.)
Dit merkteken, dat op het product of de documentatie wordt
weergegeven, geeft aan dat het product en de bijbehorende
elektronische accessoires (zoals oplader, headset en USB-kabel) niet
bij het huishoudelijk afval mogen worden weggeworpen. Om gevaar
voor het milieu of de volksgezondheid te voorkomen, dient u deze
producten van andere typen afval gescheiden te houden en op een
verantwoordelijke manier te recyclen, om duurzaam hergebruik van
materiaalbronnen te bevorderen. Particulieren dienen contact op te
nemen met het verkooppunt waar het product is gekocht of met de
plaatselijke overheid voor informatie over waar deze producten voor
een milieuvriendelijke recycling kunnen worden ingeleverd. Bedrijven
dienen contact op te nemen met hun leverancier en de voorwaarden
en bepalingen van het aankoopcontract na te kijken. Dit product en de
bijbehorende elektronische accessoires mogen niet samen met ander
commercieel afval worden weggeworpen.
Correcte afvoer van de batterijen in dit product
(Van toepassing op de Europese Unie en andere Europese
landen met afzonderlijke inzamelingssystemen voor accu’s
en batterijen)
Dit merkteken, dat op de batterij, de documentatie of de verpakking
wordt weergegeven, geeft aan dat de batterijen in dit product niet
mogen worden weggeworpen bij het huishoudelijk afval. Waar de
chemische symbolen Hg, Cd of Pb zijn aangegeven, betekent dit
dat de batterij kwik, cadmium of lood boven de referentieniveaus van
EC-richtlijn 2006/66 bevat. Als batterijen niet op de juiste wijze worden
afgevoerd, kunnen deze stoffen in het milieu terechtkomen en schade
aan de gezondheid of het milieu toebrengen.
Scheid batterijen van andere soorten afval en recycle ze via uw
plaatselijke, gratis batterijeninzamelsysteem. Zo helpt u de natuurlijke
hulpbronnen te beschermen en het hergebruik van materiaal te
bevorderen.
* PlanetFirst duidt op het streven van Samsung
Electronics naar een duurzame ontwikkeling en
sociale verantwoordelijkheid door middel van
milieubewuste bedrijfsvoering.
Aanvullende informatie
101
(DIS) 31
DIS-modus 31
DPOF 63
Draaien 60
F
Filmmodus 32
Flitser
Anti-rode ogen 40
Auto 40
Invulflits 40
Langzame synchronisatie 40
Rode ogen 40
Uit 39
Fotokwaliteit 36
Foto's afdrukken 72
Fotostijlen
in de opnamemodus 50
in de weergavemodus 61
Foutmeldingen 80
Functiebeschrijving 75
op categorie 54
op televisie 64
Bestanden wissen 56
Bewegingsonscherpte 25
Bewegingstimer 38
Bewerken 60
C
Continuopnamen
Bewegingsopname 49
Continu 49
opnamereeks met
verschillende belichtingen
(AEB) 49
D
Datum/tijd instellen 76
Datumtype 76
Diavoorstelling 57
Digitale zoom 23
Digital Image Stabilization
B
Batterij
bezig met opladen 87
Specificaties 86
Beautyshot-modus 30
Beeld aanpassen
ACB 62
anti-rode ogen 62
contrast 62
gezichtretouch. 62
helderheid 62
kleurverzadiging 62
ruis toevoegen 62
Beginafbeelding 60, 75
Belichting 46
Bestanden beveiligen 55
Bestanden overbrengen
voor Mac 71
voor Windows 65
Bestanden weergeven
als miniatuur 55
Diavoorstelling 57
A
Aanpassen
Contrast
in de opnamemodus 51
in de weergavemodus 62
Helderheid 62
Kleurverzadiging
in de opnamemodus 51
in de weergavemodus 62
Scherpte 51
ACB
in de opnamemodus 46
in de weergavemodus 62
Afdruk 77
Afdrukbestelling 63
AF-geluid 75
AF-lamp 77
Afspeelknop 16
Afspeelmodus 53
Afzonderlijke beelden uit een
video opslaan 59
Automatische
contrastverbetering (ACB) 46
Index
Aanvullende informatie
102
P
Pictogrammen 18
Programmamodus 32
R
Reinigen
Behuizing 81
Lens 81
Scherm 81
Reset 76
Resolutie
Foto 36
Video 36
RGB-tint
in de opnamemodus 50
in de weergavemodus 61
Rode ogen
in de weergavemodus 62
S
Scènemodus 30
M
Macro 41
Menuknop 14
MJPEG (Motion JPEG) 94
N
Navigatieknop 14
O
Onderhoud 81
Onvolkomenheden in het
gezicht 31
Opnamemodus
DIS 31
Film 32
Programma 32
Scène 30
Smart Auto 28
Opnamesnelheid 32
Opnemen
Spraakmemo 34
Video 32
I
Indeling 76
Instellingen
Camera 76
Geluid 75
Openen 74
Scherm 75
Intelli-studio 68
ISO-waarde 40
K
Knipperen 45
L
Lichtbron (Witbalans) 47
Lichtmeting
Centr. gewogen 47
Multi 47
Spot 47
Functieknop 14
G
Geheugenkaart
Capaciteit 84
Geluid uitschakelen
Camera 16
Video 33
Gezichtsdetectie
Knipperen 45
Normaal 43
Smile shot 44
Zelfportret 44
Grootte aanpassen 60
H
Half indrukken 6
Helderheid scherm 75
Helderheid van het gezicht
30
Het apparaat loskoppelen 70
Index
Aanvullende informatie
103
Video 78
Afspelen 58
Opnemen 32
Volume 75
W
Witbalans 47
Z
Zelfportret 44
Zoomen 23
Zoomknop 14
Scherpstelafstand
Macro 41
Normaal (AF) 41
Scherpstelgebied
Centrum AF 42
Multi AF 42
Servicecenter 90
Smart Album 54
Smart Auto-modus 28
Smile shot 44
Snel tonen 75
Spraakmemo
Afspelen 59
Opnemen 34
T
Timer 37
Type weergave 21
V
Vergroten 57
Index
Raadpleeg voor klantenservice of bij vragen de garantie-informatie die
met het product is meegeleverd of bezoek onze website
http://www.samsung.com/.

Documenttranscriptie

Hartelijk dank voor het aanschaffen van een camera van Samsung. In deze gebruikershandleiding vindt u uitgebreide aanwijzingen voor het gebruik van uw camera. Lees deze handleiding aandachtig door. Ä Klik op een onderwerp Algemene problemen oplossen Beknopt overzicht User Manual PL20/PL21 Inhoudsopgave Basisfuncties Uitgebreide functies Opname-instellingen Weergeven en bewerken Instellingen Aanvullende informatie Index Informatie over gezondheid en veiligheid Houd u altijd aan de volgende voorzorgsmaatregelen en gebruikstips om gevaarlijke situaties te vermijden en ervoor te zorgen dat de camera optimaal werkt. Houd de camera buiten het bereik van kleine kinderen en huisdieren. Waarschuwing: situaties die bij u of anderen letsel kunnen veroorzaken Houd de camera en alle bijbehorende onderdelen en accessoires buiten het bereik van kleine kinderen en huisdieren. Kleine onderdelen vormen verstikkingsgevaar of kunnen schadelijk zijn wanneer deze worden ingeslikt. Bewegende onderdelen en accessoires kunnen ook fysiek gevaar opleveren. Haal de camera niet uit elkaar en probeer de camera niet te repareren. Dit kan resulteren in een elektrische schok of beschadiging van de camera. Stel de camera niet langdurig bloot aan direct zonlicht of hoge temperaturen. Gebruik de camera niet dicht bij ontvlambare of explosieve gassen en vloeistoffen. Langdurige blootstelling aan zonlicht of extreme temperaturen kan permanente schade aan interne onderdelen van het toestel veroorzaken. Dit kan brand of een schok veroorzaken. Plaats geen ontvlambare materialen in de camera en bewaren dergelijke materialen niet in de buurt van de camera. Voorkom dat de camera of oplader wordt bedekt voor kleden of kleding. Dit kan brand of een schok veroorzaken. Dit kan oververhitting van de camera of brand veroorzaken. Raak de camera niet met natte handen aan. Als er vloeistoffen of vreemde voorwerpen in de camera komen, moet u meteen alle voedingsbronnen, zoals de batterij of oplader, loskoppelen en vervolgens contact opnemen met een servicecenter van Samsung. Dit kan een schok veroorzaken. Voorkom oogletsel bij het nemen van foto's. Gebruik de flitser van de camera niet vlakbij (op minder dan 1 m afstand van) de ogen van mensen of dieren. Als u de flitser dicht bij de ogen van het onderwerp gebruikt, kunt u tijdelijke of permanente schade aan het gezichtsvermogen veroorzaken. 1 Informatie over gezondheid en veiligheid Gebruik batterijen niet voor doeleinden waarvoor de batterijen niet zijn bedoeld. Let op: situaties die schade aan de camera of andere apparatuur kunnen veroorzaken Dit kan brand of een schok veroorzaken. Haal de batterijen uit de camera wanneer u deze voor langere tijd opbergt. Raak de flitser niet aan wanneer deze wordt gebruikt. De flitser wordt zeer heet en kan brandwonden veroorzaken. Batterijen in het batterijvak kunnen na verloop van tijd gaan lekken of roesten en ernstige schade aan uw camera veroorzaken. Als u de AC-oplader gebruikt, moet u de camera uitschakelen voor u de voedingsbron van de AC-oplader loskoppelt. Gebruik uitsluitend authentieke, door de fabrikant aanbevolen lithium-ionbatterijen ter vervanging. Zorg dat u de batterij niet beschadigt of verhit. Dit kan brand of een schok veroorzaken. Dit kan leiden tot brand of persoonlijk letsel. Laat de stekker van de oplader niet in het stopcontact zitten als u de oplader niet gebruikt. Gebruik alleen door Samsung goedgekeurde batterijen, opladers, kabels en accessoires. Dit kan brand of een schok veroorzaken. tNiet-goedgekeurde batterijen, opladers, kabels of accessoires kunnen de camera beschadigen, letsel veroorzaken of ertoe leidden dat batterijen exploderen. tSamsung is niet aansprakelijk voor schade of letsel veroorzaakt door niet-goedgekeurde batterijen, opladers, kabels of accessoires. Gebruik voor het opladen van de batterijen geen elektriciteitssnoeren of stekkers die beschadigd zijn, of een loshangend stopcontact. Dit kan brand of een schok veroorzaken. Zorg dat de AC-oplader niet in contact komt met de plusen minpolen van de batterij. Dit kan brand of een schok veroorzaken. 2 Informatie over gezondheid en veiligheid Forceer de cameraonderdelen niet en oefen geen kracht uit op de camera. Controleer voor gebruik of de camera naar behoren functioneert. Dit kan leiden tot camerastoringen. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor verlies van bestanden of schade als gevolg van defecten aan de camera of onjuist gebruik van de camera. Wees voorzichtig bij het aansluiten van kabels en adapters en het plaatsen van batterijen en geheugenkaarten. Sluit het uiteinde van de kabel met het indicatielampje (ക) op de camera aan. Door het forceren van aansluitingen, het niet op de juiste manier aansluiten van kabels of het niet op de juiste manier plaatsen van batterijen en geheugenkaarten kunt u poorten, aansluitingen en accessoires beschadigen. Als u de kabel omgekeerd aansluit, kunnen de bestanden beschadigen. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens. Houd kaarten met magnetische stroken uit de buurt van het camera-etui. Informatie die is opgeslagen op de kaart kan worden beschadigd of gewist. Gebruik nooit een beschadigde oplader, batterij of geheugenkaart. Dit kan een schok, camerastoring of brand veroorzaken. 3 Indeling van de gebruiksaanwijzing Basisfuncties Copyrightinformatie 11 Hier vindt u informatie over de indeling van de camera en basisfuncties voor het maken van opnamen. tMicrosoft Windows en het Windows-logo zijn geregistreerde handelsmerken van Microsoft Corporation. tMac is een geregistreerd handelsmerk van Apple Corporation. tHandelsmerken en handelsnamen in deze gebruiksaanwijzing zijn het eigendom van hun respectieve eigenaars. Uitgebreide functies 27 Hier vindt u informatie over hoe u foto's maakt door een modus te selecteren en hoe u video's en spraakmemo's opneemt. Opname-instellingen 35 Hier vindt u informatie over de instellingen waarvoor u in de opnamemodus kunt kiezen. tCameraspecificaties of de inhoud van deze gebruiksaanwijzing kunnen bij een upgrade van camerafuncties zonder kennisgeving worden gewijzigd. tRaadpleeg voor Open Source-licentie-informatie de 'OpenSourceInfo.pdf' op de meegeleverde cd-rom. Weergeven en bewerken 52 Hier vindt u informatie over hoe u foto's, video's en spraakmemo's kunt weergeven of afspelen en hoe u foto's en video's kunt bewerken. Verder wordt toegelicht hoe u de camera aansluit op de fotoprinter of tv. Instellingen 73 Hier vind u opties om de instellingen van uw camera te configureren. Aanvullende informatie Hier vindt u informatie over foutmeldingen, specificaties en onderhoudstips. 4 79 Pictogrammen in deze gebruiksaanwijzing Opnamemodus Pictogrammen in deze gebruiksaanwijzing Pictogram Functie Pictogram Aanvullende informatie Smart Auto Programma [ ] DIS ( ) Fotohulpgids ĺ Scène Film * Veiligheidsvoorschriften en waarschuwingen Cameratoetsen; bijvoorbeeld: [Sluiter] (staat voor de sluiterknop) Paginanummer van verwante informatie De volgorde van de opties of menu's die u moet selecteren om een stap uit te voeren. Bijvoorbeeld: Selecteer Opname ĺ Witbalans impliceert dat u eerst Opname moet selecteren en vervolgens Witbalans. Voetnoot Pictogrammen in de opnamemodus Deze pictogrammen geven aan dat een bepaalde functie in de desbetreffende modi beschikbaar is. De modus ondersteunt wellicht bepaalde functies niet voor alle scènes. Afkortingen in deze gebruiksaanwijzing Afkorting bijv.) AF DIS Digital Image Stabilization (digitale beeldstabilisatie) DPOF Digital Print Order Format (digitale afdrukbestelling) EV Exposure Value (belichtingswaarde) ISO International Organization for Standardization WB White Balance (witbalans) AEB Beschikbaar in de modi Programma, DIS en Film 5 Betekenis Auto Contrast Balance (automatische contrastverbetering) Auto Exposure Bracket (opnamereeks met verschillende belichtingen) Auto Focus (automatische scherpstelling) ACB Uitdrukkingen in deze handleiding De sluiterknop indrukken Belichting (Helderheid) tDruk de [Sluiter] half in: DRuk de sluiterknop half in tDruk op de [Sluiter]: DRuk de sluiterknop half in De hoeveelheid licht die de camera binnenkomt bepaalt de belichting. De belichting kan worden aangepast met behulp van sluitertijd, diafragma en ISO-waarde. Wanneer u de belichting verandert, worden de foto's donkerder of lichter. Druk de [Sluiter] half in Normale belichting Druk op de [Sluiter] Onderwerp, achtergrond en compositie tOnderwerp: Het belangrijkste object in een scène, zoals een persoon, dier of stilleven. tAchtergrond: DE objecten rond een onderwerp. tCompositie: De combinatie van een onderwerp en achtergrond. Achtergrond Compositie Onderwerp 6 Overbelicht (te helder) Algemene problemen oplossen Hier vindt u antwoorden op bekende problemen. Met behulp van opname-instellingen hebt u veel problemen snel opgelost. De ogen van de gefotografeerde zijn rood. Dit wordt veroorzaakt door een reflectie van de flitser van de camera. t Stel de flitsoptie in op Rode ogen of Anti-rode ogen. (pag. 40) Anti-rode ogen in het bewerkingsmenu. (pag. 62) t Als de foto al is gemaakt, selecteert u Foto's bevatten stofvlekken. Stofdeeltjes die in de lucht zweven kunnen worden vastgelegd op foto's als u de flitser gebruikt. t Schakel de flitser uit of neem geen foto's op stoffige plaatsen. t Pas de ISO-waarde aan. (pag. 40) Foto's zijn onscherp. Dit kan worden veroorzaakt doordat u foto's neemt bij weinig licht of doordat u de camera niet goed vasthoudt. t Druk de [Sluiter] half in om te zorgen dat er wordt scherpgesteld op het onderwerp. (pag. 25) t Gebruik de modus . (pag. 31) Bij nachtopnamen zijn foto's onscherp. Het onderwerp is te donker door tegenlicht. Om meer licht binnen te laten, gebruikt de camera een langere sluitertijd. Het kan dan lastig zijn de camera stil te houden, waardoor de foto's bewogen kunnen worden. t Selecteer Nacht in de modus . (pag. 30) t Schakel de flitser in. (pag. 39) t Pas de ISO-waarde aan. (pag. 40) t Gebruik een statief om te voorkomen dat de camera beweegt. Als de lichtbron zich achter het onderwerp bevindt of als er een groot contrast is tussen de lichte en donkere gebieden, kan het onderwerp donker worden. t Maak geen foto's met de zon achter uw onderwerp. t Selecteer Tegenl. in de modus . (pag. 30) t Stel de flitsoptie in op Invulflits. (pag. 40) t Stel de optie voor de automatische contrastbalans (ACB) in. (pag. 46) t Pas de belichting aan. (pag. 46) Spot als er een helder onderwerp in het midden van het kader staat. t Stel de lichtmeting in op (pag. 47) 7 Beknopt overzicht Foto's van mensen maken t Modus > Beautyshot f 30 > Portret f 30 t Modus t Rode ogen, Anti-rode ogen (om rode ogen te voorkomen of te corrigeren) f 40 t Gezichtsdetectie f 43 's Nachts of in het donker foto's maken t t t t Modus > Nacht f 30 > Zonsondergang, Zonsopgang f 30 Modus Flitseropties f 39 ISO-waarde (de lichtgevoeligheid aanpassen) f 40 De belichting aanpassen (helderheid) t ISO-waarde (de lichtgevoeligheid aanpassen) f 40 t EV (om de belichting aan te passen) f 46 t ACB (om te compenseren voor onderwerpen tegen lichte achtergronden) f 46 t Lichtmeting f 47 t AEB (om drie foto's met verschillende belichtingen te maken van dezelfde scène) f 49 Een speciaal effect toepassen t Smart Filter (om effecten toe te passen) f 50 t Beeld aanpassen (om de Kleurverz., Scherpte of het Contrast aan te passen) f 51 Actiefoto's maken Bewegingsonscherpte voorkomen t Continu, Bewegingsopname f 49 t Modus f 31 Foto's van insecten of bloemen maken t Modus > Close-up f 30 t Macro, Auto macro (om close-upfoto's te maken) f 41 t Witbalans (om de kleurtint te wijzigen) f 47 8 t Bestanden op categorie bekijken in Smart Album f 54 t Alle bestanden op de geheugenkaart wissen f 56 t Foto's als diavertoning weergeven f 57 t Foto's op een televisie weergeven f 64 t De camera op een computer aansluiten f 65 t Geluid en volume aanpassen f 75 t De helderheid van het scherm aanpassen f 75 t De schermtaal wijzigen f 76 t De datum en tijd instellen f 76 t De geheugenkaart formatteren f 76 t Problemen oplossen f 90 Inhoudsopgave Basisfuncties ................................................................... 11 Opname-instellingen ...................................................... 35 Uitpakken ..................................................................... Onderdelen en knoppen van de camera ....................... De batterij en geheugenkaart plaatsen .......................... De batterij opladen en de camera inschakelen ............. De batterij opladen ..................................................... De camera inschakelen .............................................. De eerste instelling uitvoeren ........................................ Uitleg over de pictogrammen ........................................ Opties selecteren .......................................................... Display en geluid instellen ............................................. Het type weergave wijzigen ......................................... Het geluid instellen ..................................................... Foto's maken ............................................................... Zoomen .................................................................... Tips om betere foto's te maken .................................... Resolutie en beeldkwaliteit selecteren ........................... De resolutie selecteren ............................................... De beeldkwaliteit selecteren ........................................ De timer gebruiken ....................................................... Opnamen in het donker maken .................................... Rode ogen voorkomen ............................................... De flitser gebruiken ..................................................... De ISO-waarde aanpassen ......................................... De scherpstelling aanpassen ........................................ Macro gebruiken ........................................................ Autofocus gebruiken ................................................... Het scherpstelgebied aanpassen ................................. Gezichtsdetectie gebruiken .......................................... Gezichten detecteren ................................................. Een zelfportret maken ................................................. Een foto van een lachend gezicht maken ..................... Knipperende ogen detecteren ..................................... Helderheid en kleur aanpassen ..................................... De belichting handmatig aanpassen (EV) ...................... Compenseren voor tegenlicht (ACB) ............................ De lichtmeetmethode wijzigen ..................................... Een lichtbron selecteren (Witbalans) ............................ Reeksopnamen ............................................................ Uw foto's mooier maken .............................................. Filtereffecten toepassen .............................................. Uw foto's aanpassen .................................................. 12 13 15 16 16 16 17 18 19 21 21 21 22 23 25 Uitgebreide functies ....................................................... 27 Opnamemodi ............................................................... De modus Smart Auto gebruiken ................................. De modus Fotohulpgids gebruiken .............................. De modus Scène gebruiken ........................................ De modus Beautyshot gebruiken ................................. De modus DIS gebruiken ............................................ De modus Programma gebruiken ................................ Een video opnemen ................................................... Spraakmemo's opnemen ............................................. Een spraakmemo opnemen ........................................ Een spraakmemo aan een foto toevoegen ................... 28 28 29 30 30 31 32 32 34 34 34 9 36 36 36 37 39 39 39 40 41 41 41 42 43 43 44 44 45 46 46 46 47 47 49 50 50 51 Inhoudsopgave Weergeven en bewerken ............................................... 52 Weergeven ................................................................... De weergavemodus starten ........................................ Foto's weergeven ....................................................... Een video afspelen ..................................................... Spraakmemo's afspelen ............................................. Een foto bewerken ....................................................... Het formaat van foto's aanpassen ................................ Een foto draaien ......................................................... Intelligente effecten toepassen ..................................... Belichtingsproblemen corrigeren .................................. Een afdrukbestelling maken (DPOF) ............................. Bestanden op een tv weergeven .................................. Bestanden naar een Windows-computer overbrengen ................................................................. Bestanden overbrengen met behulp van Intelli-studio .... Bestanden overbrengen door de camera als een verwisselbare schijf aan te sluiten ................................. De camera loskoppelen (Windows XP) ......................... Bestanden naar een Mac-computer overbrengen ........ Foto's met een PictBridge-fotoprinter afdrukken .......... Aanvullende informatie .................................................. 79 53 53 57 58 59 60 60 60 61 62 63 64 Foutmeldingen .............................................................. 80 Cameraonderhoud ....................................................... 81 De camera reinigen .................................................... 81 De camera gebruiken of opbergen ............................... 82 Geheugenkaarten ...................................................... 84 De batterij .................................................................. 86 Voordat u contact opneemt met een servicecenter ...... 90 Cameraspecificaties ..................................................... 93 Woordenlijst .................................................................. 96 Index ........................................................................... 101 65 67 69 70 71 72 Instellingen ...................................................................... 73 Camera-instellingenmenu ............................................. Het instellingenmenu openen ...................................... Geluid ....................................................................... Scherm ..................................................................... Instellingen ................................................................. 74 74 75 75 76 10 Basisfuncties Hier vindt u informatie over de indeling van de camera en basisfuncties voor het maken van opnamen. Uitpakken …………………………………… 12 Onderdelen en knoppen van de camera … 13 De batterij en geheugenkaart plaatsen … 15 De batterij opladen en de camera inschakelen ………………………………… 16 De batterij opladen …………………………… 16 De camera inschakelen ……………………… 16 De eerste instelling uitvoeren ……………… 17 Uitleg over de pictogrammen …………… 18 Opties selecteren …………………………… 19 Display en geluid instellen ………………… 21 Het type weergave wijzigen ………………… 21 Het geluid instellen …………………………… 21 Foto's maken ……………………………… 22 Zoomen ……………………………………… 23 Tips om betere foto's te maken ………… 25 Uitpakken Controleer of de doos de volgende artikelen bevat: Optionele accessoires Camera AC-adapter/USB-kabel Snelstartgids Oplaadbare batterij Camera-etui Geheugenkaarten Batterijoplader A/V-kabel Polslus Software-cd-rom (met gebruikershandleiding) De afbeelding kan afwijken van de werkelijke artikelen. Basisfuncties 12 Onderdelen en knoppen van de camera Maak u vertrouwd met de diverse onderdelen en functies van de camera voordat u begint. Microfoon POWER-knop Luidspreker Sluiterknop Flitser AF-hulplampje/timerlampje Lens Statiefbevestigingspunt Batterijklep Plaats hier de batterij en geheugenkaart Basisfuncties 13 Onderdelen en knoppen van de camera Statuslampje Zoomknop t Knippert: de camera slaat een foto of video op, wordt uitgelezen door een computer of printer of het onderwerp is onscherp t Brandt: de camera maakt verbinding met een computer of heeft scherpgesteld op het onderwerp t In- en uitzoomen in de opnamemodus t Inzoomen op een deel van een foto of bestanden als miniaturen bekijken in de weergavemodus MENU-knop Toegang tot menuopties en instellingen, of terugkeren naar de voorgaande modus Display SMART-knop Druk op deze knop, de modus 'Smart Auto' selecteren/annuleren Knop Beschrijving Navigatie In de opnamemodus Bij instellen Weergaveoptie wijzigen Omhoog Macro-optie wijzigen Omlaag Flitseroptie wijzigen Naar links Timeroptie wijzigen Naar rechts Gemarkeerde optie of menu bevestigen USB- en A/Vaansluiting Afspelen Naar de weergavemodus Voor aansluiting van USB- of A/V-kabel Functie t D optie van de opnamemodus weergeven t In de weergavemodus bestanden verwijderen Basisfuncties 14 De batterij en geheugenkaart plaatsen Hier vindt u informatie over het in de camera plaatsen van de batterij en van een optionele geheugenkaart. De batterij en geheugenkaart verwijderen Geheugenkaart Zorg dat bij het plaatsen van een geheugenkaart de goudkleurige contactpunten naar beneden wijzen. Druk op de vergrendeling om de batterij te ontgrendelen. Batterijvergrendeling Geheugenkaart Duw voorzichtig tegen de kaart om deze te ontgrendelen en trek de kaart vervolgens uit de sleuf. Batterij Plaats de batterij met het Samsung-logo omlaag. t U kunt het interne geheugen als tijdelijk opslagmedium gebruiken als er geen geheugenkaart is geplaatst. t Plaats een geheugenkaart in de juiste richting. Als u een geheugenkaart in de verkeerde richting plaatst, kan zowel de camera als de geheugenkaart beschadigd raken. Batterij Basisfuncties 15 De batterij opladen en de camera inschakelen De batterij opladen De camera inschakelen Voordat u de camera voor het eerst gaat gebruiken, moet de batterij worden opgeladen. Sluit de USB-kabel aan op de ACadapter en sluit vervolgens het uiteinde van de kabel met het indicatielampje op de camera aan. Druk op [POWER] om de camera in of uit te schakelen. t Het scherm voor de eerste instelling verschijnt wanneer u de camera voor het eerst inschakelt. (pag. 17) De camera in de afspeelmodus inschakelen Druk op [ ]. De camera wordt ingeschakeld en gaat direct naar de afspeelmodus. Indicatielampje t Rood: bezig met opladen t Groen: volledig opgeladen Als u uw camera inschakelt door [ ] ongeveer 5 seconden ingedrukt te houden, geeft de camera geen enkel camerageluid. Basisfuncties 16 De eerste instelling uitvoeren Wanneer het scherm voor de eerste instelling verschijnt, volgt u de onderstaande stappen om de basisinstellingen van de camera te configureren. 1 Druk op [POWER]. 2 Druk op [ ] of [ druk op [ ] of [ t Het scherm voor de eerste instelling verschijnt wanneer u de camera voor het eerst inschakelt. ] om Language te selecteren en ]. 6 7 Druk op [ ] of [ ] om Datum/tijd aanpassen te selecteren en druk op [ ] of [ ]. Druk op [ ] of [ ] om een item te selecteren. Language :Nede... Tijdzone :Londen Datum/tijd aanpassen:/01/01 Datumtype yyyy mm dd Language English Time Zone 䚐ạ㛨 Date/Time SetFrançais Date Type Deutsch 2011 01/01 12:00 2011/ Español Italiano Terug Terug 3 4 5 8 Instellen Druk op [ ] of [ ] om een taal te selecteren en druk vervolgens op [ ]. Druk op [ ] of [ ] om Tijdzone te selecteren en druk vervolgens op [ ] of [ ]. Druk op [ ] of [ ] om een tijdzone te selecteren en druk vervolgens op [ ]. t Als u de zomertijd wilt instellen, drukt u op [ ]. 9 Instellen Druk op [ ] of [ ] om de datum en tijd in te stellen en druk op [ ]. Druk op [ ] of [ ] om Datumtype te selecteren en druk op [ ] of [ ]. Language :Nede... Tijdzone :Londen Datum/tijd aanpassen Uit Datumtype dd/mm/jjjj :mm/ mm/dd/jjjj Tijdzone jjjj/mm/dd Terug 10 Druk op [ Londen [GMT +00:00] 2011/01/01 12:00 PM Terug 11 Zomertijd Basisfuncties 17 druk op [ Druk op [ schakelen. Instellen ] of [ ] om een datumtype te kiezen en ]. ] om naar de opnamemodus te Uitleg over de pictogrammen Welke pictogrammen worden weergegeven, is afhankelijk van de geselecteerde modus en de ingestelde opties. A Pictogram Beschrijving Autofocuskader Bewegingsonscherpte B Zoomverhouding C. Pictogrammen links Pictogram Beschrijving Diafragma en sluitertijd Belichtingswaarde Witbalans Huidige datum en tijd C A. Informatie Pictogram B. Pictogrammen rechts Gezichtstint Gezichtretouch. Beschrijving ISO-waarde Fotoresolutie Smart filter Videoresolutie Opnamesnelheid Beeldaanpassing (contrast, scherpte, kleurverzadiging) Beschikbare opnametijd Fotokwaliteit Geluid uit Er is geen geheugenkaart geplaatst Lichtmeting Type reeksopnamen Pictogram Beschrijving Geselecteerde opnamemodus Resterend aantal foto's Geheugenkaart geplaatst t t t : volledig opgeladen : deels opgeladen (Rood): Opladen nodig Spraakmemo Flitsoptie Timerinstelling Autofocusinstelling Gezichtsdetectie Basisfuncties 18 Opties selecteren U kunt opties selecteren door op [ ] te drukken. Vervolgens kunt u de navigatieknoppen ([ U kunt de opnameopties ook openen door op [ niet beschikbaar. 1 2 Druk in de opnamemodus op [ Terug 3 ], [ ]) gebruiken. Terug naar het vorige menu ]. Druk op[ ] om naar het vorige menu terug te gaan. Druk op de [Sluiter] om naar de opnamemodus terug te gaan. ] of [ ] om naar links of rechts te gaan. ] of [ ] om omhoog of omlaag te gaan. EV Druk op [ ], [ ] te drukken, maar dan zijn sommige opties Gebruik de navigatieknoppen om naar een optie of menu te scrollen. t Druk op [ t Druk op [ ], [ Verpl. ] om de gemarkeerde keuze te bevestigen. Basisfuncties 19 Opties selecteren 6 Voorbeeld: in de P-modus de witbalans selecteren 1 2 Druk in de opnamemodus op [ 3 Druk op [ ] of [ ] om naar Programma te scrollen en druk vervolgens op [ ] of [ ]. ]. Druk op [ ] of [ ] om naar Witbalans te scrollen en druk vervolgens op [ ] of [ ]. Fotoformaat Kwalit. EV ISO Witbalans Druk op [ ] of [ ] om naar Modus te scrollen en druk vervolgens op [ ] of [ ]. Smart Filter Gezichtsdetectie Smart Auto Programma DIS Fotohulpgids Scène Film Afsl. 4 5 Druk op [ Afsl. 7 Terug Druk op [ ] of [ scrollen. ] om naar een optie voor Witbalans te Terug ]. Daglicht Druk op [ ] of [ ] om naar Opname te scrollen en druk vervolgens op [ ] of [ ]. Modus Opname EV ISO Display Witbalans Afsl. 8 Kwalit. Geluid Instellingen Terug Fotoformaat Smart Filter Gezichtsdet... Wijzigen Basisfuncties 20 Druk op [ Verpl. ]. Display en geluid instellen Hier vindt u informatie over het aanpassen van de basisinstellingen van het scherm en het geluid. Het type weergave wijzigen Het geluid instellen Selecteer een type display voor de opname- of afspeelmodus. Elk type geeft verschillende opname- en afspeelgegevens weer. U kunt instellen of de camera een bepaald geluid laat klinken wanneer u de camera bedient. Druk meerdere keren op [ wijzigen. 1 2 ] om het type display te Alle informatie over het opnemen tonen Modi Keuzes voor type display Opname t Alle opname-informatie weergeven t Opname-informatie verbergen, behalve het aantal resterende foto's (of de resterende opnametijd) en het batterijpictogram Afspelen t Alle informatie over de huidige foto weergeven t Alle informatie over de huidige foto verbergen t Informatie over de huidige foto verbergen, behalve de opname-instellingen en de vastgelegde datum Basisfuncties 21 Druk in de opname- of afspeelmodus op [ ]. Selecteer Geluid ĺ Piepjes ĺ een optie. Optie Beschrijving Uit De camera geeft geen geluiden weer. 1/2/3 De camera geeft één van drie geluiden, afhankelijk van de optie die u selecteert. Foto's maken Hier vindt u informatie hoe u eenvoudig en snel foto's kunt maken in de modus Smart Auto. 1 2 Druk in de opnamemodus op [ 3 Druk op [ ] of [ ] om naar Smart Auto te scrollen en druk vervolgens op [ ]. ]. 5 Druk de [Sluiter] half in om scherp te stellen. 6 Druk de [Sluiter] volledig in om een foto te maken. Druk op [ ] of [ ] om naar Modus te scrollen en druk vervolgens op [ ] of [ ]. t Een groen kader betekent dat het onderwerp scherp in beeld is. t Een rood kader betekent dat het onderwerp niet scherp in beeld is. Smart Auto Programma DIS Fotohulpgids Scène Film Afsl. 4 Terug Plaats het onderwerp in het kader. Zie pagina 25 voor tips om betere foto's te maken. Basisfuncties 22 Foto's maken Zoomen Digitale zoom U kunt close-upfoto's maken door in te zoomen. De camera kan optisch 5X inzoomen en heeft tevens een intelligente zoomfunctie voor 2X inzoomen en 3X digitaal zoomen. De intelligente en digitale zoomfunctie kunnen niet gelijktijdig worden gebruikt. Druk [Zoom] omhoog om op het onderwerp in te zoomen. Druk [Zoom] omlaag om uit te zoomen. Als de zoomindicator zich in het digitale bereik bevindt, gebruikt de camera de digitale zoomfunctie. De beeldkwaliteit kan bij het gebruik van digitale zoom achteruitgaan. U kunt tot 15 keer inzoomen als u zowel de optische als de digitale zoomfunctie gebruikt. Zoomverhouding Zoomindicator Digitaal bereik Inzoomen Optisch bereik Uitzoomen Beschikbare zoomverhoudingen voor video's verschillen van de zoomverhouding voor foto's. t De digitale zoom is niet beschikbaar wanneer u de modi , , (in bepaalde scènes) en gebruikt. t Bij gebruik van de digitale zoomfunctie kan het langer duren voordat een foto is opgeslagen. Basisfuncties 23 Foto's maken Intelli-zoom Intelli-zoom instellen Als de zoomindicator zich in het bereik voor intelligent zoomen bevindt, gebruikt de camera de intelligente zoomfunctie. De resolutie van de foto verschilt afhankelijk van de zoomverhouding als u de intelligente zoomfunctie gebruikt. U kunt tot tien keer inzoomen als u zowel de optische als de intelligente zoomfunctie gebruikt. 1 2 Druk in de opnamemodus op [ Selecteer Opname ĺ Intelli-zoom ĺeen optie. Optie Beschrijving Uit: Intelli-zoom deactiveren. Fotoresolutie als Intellizoom is ingeschakeld Zoomindicator Bereik Intelli-zoom Aan: Intelli-zoom activeren. Optische zoom t De Intelli-zoom is alleen beschikbaar in de modi , en (in bepaalde scènes). t De intelligente zoomfunctie is alleen beschikbaar als u de 4:3-beeldverhouding instelt. Als u een andere beeldverhouding instelt terwijl de intelligente zoomfunctie is ingeschakeld, wordt de intelligente zoomfunctie automatisch uitgeschakeld. t Met de intelligente zoomfuncties kunt u foto's maken met minder kwaliteitsverlies dan bij digitaal zoomen. De fotokwaliteit kan echter slechter zijn dan bij gebruik van de optische zoom. Basisfuncties 24 ]. Tips om betere foto's te maken De camera op de juiste manier vasthouden Bewegingsonscherpte verminderen Controleer of er niets voor de lens zit. t Selecteer de modus om bewegingsonscherpte digitaal te verminderen. (pag. 31) De sluiterknop half indrukken Als Druk de [Sluiter] half in en pas de scherpstelling aan. De camera past de scherpstellingen en belichting automatisch aan. wordt weergegeven Bewegingsonscherpte De camera stelt de diafragmawaarde en sluitersnelheid automatisch in. Scherpstelkader t Druk de [Sluiter] volledig in om een foto te maken als het scherpstelkader groen is. tPas de kadrering aan en druk de [Sluiter] nogmaals half in als het kader rood is. Basisfuncties Zorg dat bij opnamen in het donker de flitser niet op Langz sync of Uit staat ingesteld. Het diafragma blijft dan langer open, waardoor het moeilijker is om de camera stil te houden. t Gebruik een statief of stel de flitser in op Invulflits. (pag. 40) t Pas de ISO-waarde aan. (pag. 40) 25 Voorkomen dat het onderwerp niet scherp is t Als u foto's maakt bij weinig licht In de volgende gevallen kan het moeilijk zijn om op het onderwerp scherp te stellen: - er is weinig contrast tussen het onderwerp en de achtergrond (als - Schakel de flitser in. (pag. 39) het onderwerp bijvoorbeeld kleren draagt met kleuren die lijken op de achtergrondkleur) de lichtbron achter het onderwerp is te fel het onderwerp glanst het onderwerp heeft horizontale patronen, zoals bij jaloezieën het geval is het onderwerp bevindt zich niet in het midden van het kader t Als onderwerpen snel bewegen Gebruik de functie voor continuopnamen of bewegingsdetectie. (pag. 49) Gebruik de scherpstelvergrendeling Druk de [Sluiter] half in om scherp te stellen. Wanneer het onderwerp scherp in beeld is, kunt u het kader verschuiven om de compositie aan te passen. Druk wanneer u klaar bent de [Sluiter] volledig in om een foto te maken. Basisfuncties 26 Uitgebreide functies Hier vindt u informatie over hoe u foto's maakt door een modus te selecteren en hoe u video's en spraakmemo's opneemt. Opnamemodi ……………………………… 28 De modus Smart Auto gebruiken …………… De modus Fotohulpgids gebruiken ………… De modus Scène gebruiken ………………… De modus Beautyshot gebruiken …………… De modus DIS gebruiken …………………… De modus Programma gebruiken …………… Een video opnemen ………………………… 28 29 30 30 31 32 32 Spraakmemo's opnemen ………………… 34 Een spraakmemo opnemen ………………… 34 Een spraakmemo aan een foto toevoegen … 34 Opnamemodi Maak foto's en video's door de beste opnamemodus voor de omstandigheden te selecteren. De modus Smart Auto gebruiken Pictogram Beschrijving In deze modus kiest de camera automatisch camera-instellingen die bij het gedetecteerde type scène passen. De modus Smart Auto is handig als u niet bekend bent met de camera-instellingen voor de diverse scènes. 1 2 Druk in de opnamemodus op [ Verschijnt bij foto's van landschappen. Verschijnt bij foto's met een heldere witte achtergrond. Verschijnt bij nachtfoto's van landschappen. Alleen beschikbaar wanneer de flitser uitstaat. Verschijnt bij nachtelijke portretfoto's. ]. Selecteer Modus ĺ Smart Auto. Verschijnt bij foto's van landschappen met tegenlicht. Verschijnt bij portretfoto's met tegenlicht. Verschijnt bij portretfoto's. Druk op [SMART] om rechtstreeks naar de modus 3 te gaan. Verschijnt bij close-upfoto's van objecten. Verschijnt bij close-upfoto's van tekst. Plaats het onderwerp in het kader. Verschijnt bij foto's van zonsondergangen. t De camera selecteert automatisch een scène. Het pictogram voor de desbetreffende modus wordt linksboven in het scherm weergegeven. De pictogrammen worden hieronder weergegeven. Uitgebreide functies Verschijnt bij foto's van heldere luchten. Verschijnt bij foto's van beboste gebieden. Verschijnt bij close-upfoto's van kleurrijke onderwerpen. Verschijnt wanneer de camera stabiel staat (bijvoorbeeld op een statief) en het onderwerp enige tijd niet beweegt. Alleen beschikbaar wanneer u foto’s in het donker maakt. Verschijnt bij foto's van actief bewegende onderwerpen. Verschijnt bij foto's van vuurwerk. Deze functie is alleen bij gebruik van een statief beschikbaar. 28 Opnamemodi 4 5 De modus Fotohulpgids gebruiken Druk de [Sluiter] half in om scherp te stellen. Druk de [Sluiter] volledig in om een foto te maken. t Als de camera geen scènemodus herkent, wordt weergegeven en gebruikt de camera de standaardinstellingen. t Ook als er een gezicht wordt gedetecteerd, is het mogelijk dat de camera geen portretmodus selecteert. Dit hangt af van de positie van het onderwerp en de lichtval. t Door verscheidene opnameomstandigheden kan het gebeuren dat de camera de juiste scène niet kan selecteren, bijvoorbeeld door het trillen van de camera, de lichtval en de afstand tot het onderwerp. t Zelfs als u een statief gebruikt, kan het voorkomen dat de camera de modus niet detecteert, afhankelijk van de beweging van het onderwerp. Helpt u om de juiste opnamemethode te leren, inclusief oplossingen voor mogelijke problemen die zich tijdens het maken van opnamen kunnen voordoen. Dit biedt de gebruiker ook de mogelijkheid om te oefenen op welke manier de foto's het beste kunnen worden genomen. 1 2 3 Druk in de opnamemodus op [ Selecteer Modus ĺFotohulpgids. Selecteer de benodigde opties. Fotohulpgids Fotohulpgids Functies om opname scherp te stellen Functies voor beeldstabilisatie als camera trilt Functies voor aanpassen slechte belichting Functies om helderheid aan te passen Functies om kleuren aan te passen Wijzigen Uitgebreide functies 29 ]. Opnamemodi De modus Scène gebruiken De modus Beautyshot gebruiken Maak een foto met vooraf ingestelde opties voor een specifieke scène. Maak een foto van iemand met opties om onvolkomenheden in het gezicht te verbergen. 1 2 1 2 3 Druk in de opnamemodus op [ ]. Selecteer Modus ĺScène ĺ een scène. Smart AutoBeautyshot ProgrammaNacht DIS Portret Fotohulpgids Landschap Scène Close-up Film Zon onder Terug 4 Instellen Druk in de opnamemodus op [ Selecteer Modus ĺ Scène ĺ Beautyshot. Als u de huidtint van het onderwerp lichter wilt laten lijken (alleen gezicht), drukt u op [ ] en gaat u naar Stap 4. Druk op [ ] om onvolkomenheden in het gezicht te verbergen en ga naar Stap 5. Selecteer Opname ĺ Gezichtstint ĺeen optie. t Selecteer een hogere instelling om de huidtint lichter te laten lijken. t Als u de scènemodus wilt wijzigen, drukt u op [ ] en selecteert u Modus ĺ Scène ĺ een scène. t Voor de modus Beautyshot zie 'De modus Beautyshot gebruiken' op pagina 30. 3 Plaats het onderwerp in het kader en druk de [Sluiter] half in om scherp te stellen. 4 Druk de [Sluiter] volledig in om een foto te maken. Gezichtstint Terug Uitgebreide functies ]. 30 Verpl. Opnamemodi 5 Selecteer Opname ĺ Gezichtretouch. ĺeen optie. De modus DIS gebruiken t Selecteer een hogere instelling om een groter aantal onvolkomenheden te verbergen. Voorkom vage foto's als gevolg van bewegingsonscherpte met de functies voor Digitale beeldstabilisatie (DIS). Gezichtretouch. Vóór correctie Terug Na correctie Verpl. 6 Plaats het onderwerp in het kader en druk de [Sluiter] half in om scherp te stellen. 7 Druk de [Sluiter] volledig in om een foto te maken. De scherpstelafstand wordt op Auto macro ingesteld. 1 2 3 Druk in de opnamemodus op [ 4 Druk de [Sluiter] volledig in om een foto te maken. ]. Selecteer Modus ĺ DIS. Plaats het onderwerp in het kader en druk de [Sluiter] half in om scherp te stellen. t De digitale zoomfunctie werkt in deze modus niet. t Als het onderwerp snel beweegt, kan de foto onscherp worden. t De DIS-functie werkt mogelijk niet op een plek met belichting die helderder is dan een tl-lamp. Uitgebreide functies 31 Opnamemodi De modus Programma gebruiken Een video opnemen In de modus Programma kunt u diverse opties instellen, met uitzondering van de sluitertijd en het diafragma, die automatisch worden ingesteld. U kunt video's opnemen van elk maximaal 4 GB of 2 uur. De video wordt als een MJPEG-bestand opgeslagen. 1 2 Druk in de opnamemodus op [ t Sommige geheugenkaarten ondersteunen mogelijk geen opname met high-definition kwaliteit. Stel in dat geval een lagere resolutie in. (pag. 36) ]. Selecteer Modus ĺ Programma. 1 2 3 4 Smart Auto Programma DIS Fotohulpgids Scène Film Afsl. Terug Druk in de opnamemodus op [ ]. Selecteer Modus ĺ Film. Druk op [ ]. Selecteer Film ĺ Framesnelheid ĺeen framesnelheid (het aantal frames per seconde). t Bij een hoger aantal frames doet de actie natuurlijker aan, maar wordt het bestand ook groter. 3 Stel opties in. (Voor een lijst met opties, zie 'Opnameopties.”') 4 Plaats het onderwerp in het kader en druk de [Sluiter] half in om scherp te stellen. 5 Druk de [Sluiter] volledig in om een foto te maken. Uitgebreide functies t De zoomverhouding en beeldhoek kunnen afnemen tijdens videoopnamen. 32 Opnamemodi 5 6 Druk op [ Het opnemen onderbreken ]. U kunt tijdens het opnemen van een video de opname tijdelijk onderbreken. Met deze functie kunt u meerdere scènes opnemen in één video. Selecteer Film ĺ Spraak ĺeen geluidsoptie. Optie Beschrijving Aan: hiermee kunt u een video met geluid opnemen. Druk op [ ] om de opname te onderbreken. Druk nogmaals om de opname te hervatten. Uit: hiermee kunt u een video zonder geluid opnemen. Zoom gedempt: de camera neemt tijdelijk geen geluid op wanneer u de zoomfunctie gebruikt. 7 Stel naar wens andere opties in. (Zie 'Opname-instellingen' voor een lijst met opties.) 8 9 Druk op de [Sluiter] om de opname te starten. Stop Druk nogmaals op de [Sluiter] om de opname te stoppen. Uitgebreide functies 33 Pauze Spraakmemo's opnemen Hier vindt u informatie over hoe u een spraakmemo opneemt die u op elk gewenst moment kunt afspelen. U kunt een spraakmemo aan een foto toevoegen als een korte herinnering aan de opnameomstandigheden. U bereikt de beste geluidskwaliteit als u op 40 cm afstand van de camera opneemt. Een spraakmemo opnemen 1 2 3 Druk in de opnamemodus op [ Een spraakmemo aan een foto toevoegen 1 2 3 4 ]. Selecteer Opname ĺ Spraak ĺ Opnemen. Druk op [Sluiter] om de opname te starten. t U kunt spraakmemo's van maximaal 10 uur opnemen. t Druk op [ ] om het opnemen te onderbreken of te hervatten. Druk in de opnamemodus op [ ]. Selecteer Opname ĺ Spraak ĺ Memo. Plaats het onderwerp in het kader en neem de foto. Neem een korte spraakmemo op (maximaal 10 seconden). t Begin met het opnemen van de spraakmemo nadat u de foto hebt genomen. t Druk op de [Sluiter] om te stoppen met het opnemen van een spraakmemo voordat de 10 seconden voorbij zijn. U kunt in de modus voor het maken van reeksopnamen geen spraakmemo’s aan foto’s toevoegen. Stop Pauze 4 Druk op de [Sluiter] om te stoppen. 5 Druk op [ schakelen. t Druk op [Sluiter] om een nieuwe spraakmemo op te nemen. ] om naar de opnamemodus te Uitgebreide functies 34 Opname-instellingen Hier vindt u informatie over de instellingen waarvoor u in de opnamemodus kunt kiezen. Resolutie en beeldkwaliteit selecteren …… 36 Helderheid en kleur aanpassen …………… 46 De resolutie selecteren ……………………… 36 De beeldkwaliteit selecteren ………………… 36 De belichting handmatig aanpassen (EV) …… Compenseren voor tegenlicht (ACB) ………… De lichtmeetmethode wijzigen ……………… Een lichtbron selecteren (Witbalans) …………………………………… De timer gebruiken ………………………… 37 Opnamen in het donker maken ………… Rode ogen voorkomen ……………………… De flitser gebruiken …………………………… De ISO-waarde aanpassen ………………… 39 39 39 40 De scherpstelling aanpassen 41 41 41 42 …………… Macro gebruiken …………………………… Autofocus gebruiken ………………………… Het scherpstelgebied aanpassen …………… Gezichtsdetectie gebruiken ……………… 43 Gezichten detecteren ………………………… Een zelfportret maken ……………………… Een foto van een lachend gezicht maken …… Knipperende ogen detecteren ……………… 43 44 44 45 46 46 47 47 Reeksopnamen …………………………… 49 Uw foto's mooier maken ………………… 50 Filtereffecten toepassen ……………………… 50 Uw foto's aanpassen ………………………… 51 Resolutie en beeldkwaliteit selecteren Hier vindt u informatie over hoe u instellingen voor de resolutie en beeldkwaliteit kunt aanpassen. De resolutie selecteren Bij het maken van een video: Als u de resolutie verhoogt, zullen de foto's en video's meer pixels bevatten en daardoor groter kunnen worden afgedrukt en weergegeven. Bij een hoge resolutie neemt ook de bestandsgrootte toe. 1 2 op [ ]. Selecteer Film ĺ Filmformaat ĺ een optie. Optie Bij het nemen van een foto: 1 2 Druk in de modus Beschrijving 1280 X 720: Voor weergave op een HDTV. Druk in de opnamemodus op [ ]. 640 X 480: Voor weergave op een standaard, analoge tv. Selecteer Opname ĺ Fotoformaat ĺ een optie. Optie 320 X 240: Op een webpagina plaatsen. Beschrijving 4320 X 3240: Afdrukken op A1-papier. 4320 X 2880: Afdrukken op A1-papier in de verhouding (3:2) breed. 4000 X 3000: Afdrukken op A1-papier. 4320 X 2432: Afdrukken op A2-formaat in panoramaverhouding (16:9) of weergeven op een HDTV. 3264 X 2448: Afdrukken op A3-papier. De beeldkwaliteit selecteren De camera comprimeert de foto's die u maakt en slaat deze op in JPEG-indeling. Een hogere kwaliteit resulteert in grotere bestanden. 1 2 Druk in de opnamemodus op [ Selecteer Opname ĺ Kwalit. ĺ een optie. Optie 2592 X 1944: Afdrukken op A4-formaat. Beschrijving 1984 X 1488: Afdrukken op A5-papier. Superhoog 1920 X 1080: Afdrukken op A5-formaat in panoramaverhouding (16:9) of weergeven op een HDTV. Hoog 1024 X 768: Voor e-mailbijlagen. ]. Normaal Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties verschillen. Opname-instellingen 36 De timer gebruiken Hier vindt u informatie over hoe u de timer instelt om de opname met een vertraging te maken. 1 Druk in de opnamemodus op [ 3 ]. Druk op de [Sluiter] om de timer te starten. t Het AF-hulplampje/timerlampje gaat knipperen en de camera maakt na de ingestelde tijdsduur automatisch een foto. t Druk op [ ] om de timer te annuleren. t Afhankelijk van de optie die u hebt geselecteerd voor gezichtsherkenning, zijn mogelijk de timerfunctie of bepaalde timeropties daarvan niet beschikbaar. t Wanneer u opties voor reeksopnamen instelt, kan de zelfontspanner niet worden gebruikt. Uit 2 Selecteer een optie. Optie Beschrijving Uit: De timer is niet actief 10 sec: over 10 seconden een foto maken. 2 sec: over 2 seconden een foto maken. Dubbel: over 10 seconden een foto maken en twee seconden later nog een. Bewegingstimer: na detectie van uw beweging wordt er een foto gemaakt. (pag. 38) Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties verschillen. Opname-instellingen 37 De timer gebruiken 6 De bewegingstimer gebruiken 1 2 3 4 Druk in de opnamemodus op [ 5 Maak een beweging, zoals een armzwaai, om de zelfontspanner te activeren. Selecteer ]. Poseer voor de foto terwijl het AF-hulplampje/ timerlampje knippert. t Vlak voordat de camera een foto maakt, stopt het AFhulplampje/timerlampje met knipperen. . Druk op de [Sluiter]. Zorg dat u binnen 6 seconden nadat u op de [Sluiter] hebt gedrukt voor de camera staat, op maximaal 3 meter afstand. t Wanneer de camera u detecteert, begint het AF-hulplampje/ timerlampje snel te knipperen. De bewegingstimer werkt mogelijk niet in de volgende omstandigheden: t U bevindt zich op meer dan 3 meter afstand van de camera. t uw bewegingen zijn niet opvallend genoeg t er is te veel licht of tegenlicht Het detectiebereik van de bewegingstimer Opname-instellingen 38 Opnamen in het donker maken Hier vindt u informatie over hoe u 's nachts of bij weinig licht foto's kunt maken. Rode ogen voorkomen De flitser gebruiken Als u in het donker een foto van iemand maakt met gebruik van de flitser, kan er een rode gloed in de ogen van de persoon verschijnen. U kunt dit voorkomen door Rode ogen of Anti-rode ogen te selecteren. Voor de flitseropties, zie 'De flitser gebruiken'. Gebruik de flitser wanneer u foto's in het donker maakt of wanneer u meer licht in de foto's wilt hebben. 1 Druk in de opnamemodus op [ ]. Auto 2 Selecteer een optie. Optie Beschrijving Uit: t Er wordt geen flits gebruikt. t De camera geeft een waarschuwing weer dat de camera beweegt ( ) wanneer u foto's maakt bij weinig licht. Auto: De camera selecteert in de modus een geschikte flitsinstelling voor de gedetecteerde scène. Opname-instellingen 39 Opnamen in het donker maken Optie Beschrijving t Als u opties voor reeksopnamen instelt of Knipperen selecteert, zijn er geen flitsopties beschikbaar. t Zorg dat uw onderwerp zich binnen de aanbevolen afstand van de flitser bevindt. (pag. 93) t Als licht van de flitser wordt gereflecteerd of als er veel stof in de lucht is, kunnen er kleine vlekjes op de foto komen. Anti-rode ogen*: t Er wordt twee keer geflitst wanneer het onderwerp of de achtergrond donker is. Het onderwerp moet niet bewegen totdat er twee keer is geflitst. t De camera corrigeert rode ogen door middel van geavanceerde softwarematige analyse van de opname. Langz sync: t Er wordt geflitst en de sluiter blijft langer open. t Selecteer deze optie wanneer u het omgevingslicht wilt gebruiken om meer details in de achtergrond zichtbaar te maken. t Gebruik een statief om te voorkomen dat de foto's onscherp worden. Invulflits: t Er wordt altijd een flits geactiveerd. t De camera past automatisch de intensiteit van het licht aan. Rode ogen*: t Er wordt twee keer geflitst wanneer het onderwerp of de achtergrond donker is. t De camera gaat rode ogen tegen. De ISO-waarde aanpassen De ISO-waarde is een eenheid voor de mate waarin film gevoelig is voor licht, zoals gedefinieerd door de International Organisation for Standardisation (ISO). Hoe hoger de ISO-waarde, des te gevoeliger wordt de camera voor licht. Met een hogere ISOwaarde kunt u gemakkelijker foto's zonder flits maken. 1 2 Druk in de opnamemodus op [ Selecteer Opname ĺ ISO ĺ een optie. t Selecteer om een geschikte ISO-waarde te gebruiken op basis van de helderheid van het onderwerp en de lichtval. t Hoe hoger de ISO-waarde, des te meer beeldruis kan er optreden. t Wanneer u Bewegingsopname, wordt de ISO-waarde ingesteld Auto. Auto: Er wordt automatisch een flits afgevuurd wanneer het onderwerp of de achtergrond donker is. Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties verschillen. * Er zit een korte tijd tussen twee afgevuurde flitsen. Beweeg de camera niet totdat de tweede flits is uitgevoerd. Opname-instellingen ]. 40 De scherpstelling aanpassen Informatie over het aanpassen van de scherpstelling van de camera. Macro gebruiken Autofocus gebruiken Gebruik macro om close-upfoto's te maken van onderwerpen zoals bloemen en insecten. Voor de macro-opties, zie 'Autofocus gebruiken'. Om scherpe foto's te maken, selecteert u de scherpsteloptie die bij de afstand tot het onderwerp past. 1 Druk in de opnamemodus op [ ]. Normaal (AF) 2 Selecteer een optie. Optie Beschrijving Normaal (AF): scherpstellen op een onderwerp dat zich op een afstand van 80 cm van de camera bevindt. Verder dan 1 meter bij het gebruik van de zoomfunctie. t Probeer de camera heel stil te houden, om te voorkomen dat de foto's onscherp worden. t Schakel de flitser uit als de afstand tot het onderwerp minder dan 40 cm bedraagt. Macro: scherpstellen op een onderwerp dat zich op een afstand van 5 - 80 cm van de camera bevindt. Auto macro: scherpstellen op een onderwerp dat zich op een afstand van 5 cm of meer bevindt. Verder dan 1 meter bij het gebruik van de zoomfunctie. Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties verschillen. Opname-instellingen 41 De scherpstelling aanpassen Het scherpstelgebied aanpassen U kunt betere foto's krijgen door een scherpstelgebied te kiezen op basis van de locatie van het onderwerp in de scène. 1 2 Druk in de opnamemodus op [ ]. Selecteer Opname ĺ Scherpstelgebied ĺ een optie. Optie Beschrijving Centrum AF: scherpstellen op het midden. Geschikt voor onderwerpen die zich in het midden bevinden. Multi AF: scherpstelling op een of meer van 9 mogelijke gebieden. Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties verschillen. Opname-instellingen 42 Gezichtsdetectie gebruiken Wanneer u de gezichtsdetectiefunctie gebruikt, herkent de camera automatisch menselijke gezichten. Wanneer u op een menselijk gezicht scherpstelt, past de camera de belichting automatisch aan. Maak snel en eenvoudig foto's met Knipperen om gesloten ogen op de foto te voorkomen, of met Smile shot om een lachend gezicht vast te leggen. t In sommige scènes is gezichtsdetectie niet beschikbaar. t Gezichtsdetectie is mogelijk in de volgende gevallen niet effectief: - het onderwerp bevindt zich te ver van de camera af (het scherpstelkader kleurt bij Smile shot en Knipperen.) - het is te licht of te donker - het onderwerp kijkt niet in de richting van de camera - het onderwerp draagt een zonnebril of een masker - het onderwerp heeft tegenlicht of de lichtomstandigheden zijn veranderlijk - de gezichtsuitdrukking van het onderwerp verandert drastisch t Gezichtsdetectie is niet beschikbaar wanneer u een optie voor Smart filter of Beeld aanpassen gebruikt. t Afhankelijk van de optie die u hebt geselecteerd voor gezichtsherkenning, zijn mogelijk de timerfunctie of bepaalde timeropties daarvan niet beschikbaar. t Afhankelijk van de geselecteerde gezichtsdetectieoptie zijn bepaalde opties voor reeksopnamen niet beschikbaar. Gezichten detecteren De camera kan automatisch maximaal 10 gezichten in een scène detecteren. 1 2 Druk in de opnamemodus op [ ]. Selecteer Opname ĺ Gezichtsdetectie ĺ Normaal. t Het dichtstbijzijnde gezicht wordt in een wit scherpstelkader weergegeven, de andere gezichten in grijze kaders. t Hoe dichter u bij het onderwerp bent, hoe sneller de camera gezichten detecteert. Opname-instellingen 43 Gezichtsdetectie gebruiken Een zelfportret maken Een foto van een lachend gezicht maken Maak foto's van uzelf. De camera stelt automatisch de closeupoptie voor de afstand in en geeft een geluidssignaal weer wanneer deze klaar is. De camera neemt automatisch een foto wanneer er een lachend gezicht wordt gedetecteerd. 1 2 Er worden geluidssignalen weergegeven. Naarmate het gezicht scherper in beeld komt, neemt de frequentie van de geluidssignalen toe. 1 2 3 Druk in de opnamemodus op [ Druk in de opnamemodus op [ Selecteer Opname ĺ Gezichtsdetectie ĺ Smile shot. t De camera herkent de lach eerder wanneer het onderwerp breeduit lacht. ]. Selecteer Opname ĺ Gezichtsdetectie ĺ Zelfportret. Wanneer u een piep hoort, drukt u op de [Sluiter]. t De geluidssignalen worden niet weergegeven wanneer u voor Volume de optie Uit hebt ingesteld in het menu voor de camerainstellingen (pag. 75). Opname-instellingen ]. 44 Gezichtsdetectie gebruiken Knipperende ogen detecteren Als de camera gesloten ogen detecteert, worden automatisch twee foto's achtereen genomen. 1 2 Druk in de opnamemodus op [ ]. Selecteer Opname ĺ Gezichtsdetectie ĺ Knipperen. t Houd de camera stil terwijl 'Bezig met vastleggen' op het scherm wordt weergegeven. t Als de knipperdetectie niet heeft gewerkt, wordt de melding 'Foto gemaakt met gesloten ogen' weergegeven. Neem in dat geval nog een foto. Opname-instellingen 45 Helderheid en kleur aanpassen Hier vindt u informatie over hoe u instellingen voor de helderheid en kleur kunt aanpassen om een betere beeldkwaliteit te bereiken. De belichting handmatig aanpassen (EV) Compenseren voor tegenlicht (ACB) Afhankelijk van de intensiteit van het omgevingslicht kunnen foto's te licht of te donker uitvallen. U kunt dan de belichting aanpassen om een beter resultaat te krijgen. Donkerder (-) 1 2 3 Neutraal (0) Helderder (+) Druk in de opnamemodus op [ Wanneer de lichtbron zich achter het onderwerp bevindt, of als er een groot contrast is tussen het onderwerp en de achtergrond, komt het onderwerp waarschijnlijk donker op de foto. Schakel in dat geval de optie Auto Contrast Balance (ACB) in. Zonder ACB ]. Selecteer Opname ĺEV. Selecteer een waarde om de belichting aan te passen. 1 2 Druk in de opnamemodus op [ ]. Selecteer Opname ĺACB ĺ een optie. Optie Beschrijving Uit: ACB is uitgeschakeld t Nadat u de belichting hebt aangepast, blijft deze instelling van kracht. Mogelijk moet dit later weer worden bijgesteld om onder- of overbelichting te voorkomen. t Als u niet weet wat de juiste belichting zou zijn, selecteert u AEB (Auto Exposure Bracket). De camera maakt dan 3 foto’s achter elkaar met verschillende belichtingen: normaal, onderbelicht en overbelicht. (pag. 49) Opname-instellingen Met ACB Aan: ACB is ingeschakeld t De ACB-functie is niet beschikbaar als u de opties Continu, Bewegingsopname of AEB instelt. 46 Helderheid en kleur aanpassen De lichtmeetmethode wijzigen De lichtmeetmethode is de manier waarop de camera de hoeveelheid licht meet. De helderheid en belichting van de foto's varieert met de gekozen lichtmeetmethode. 1 2 Druk in de opnamemodus op [ ]. Een lichtbron selecteren (Witbalans) De kleuren in een foto zijn afhankelijk van het soort lichtbron en de kwaliteit daarvan. Als u wilt dat uw foto's realistische kleuren hebben, selecteert u een passende lichtomstandigheid, zoals Daglicht, Bewolkt of Kunstlicht. Selecteer Opname ĺL.meting ĺ een optie. Optie Beschrijving Multi: t De camera verdeelt het beeld onder in diverse gebieden en meet de lichtintensiteit in elk gebied. t Geschikt voor algemene foto's. (Auto witbalans) (Daglicht) Spot: t De camera meet alleen de lichtintensiteit in het uiterste midden van het kader. t Als een onderwerp zich niet midden in het beeld bevindt, kan de foto verkeerd belicht worden. t Geschikt voor een onderwerp met tegenlicht. Centr. gewogen: t De camera bepaalt een gemiddelde voor de lichtmeting van het gehele beeld, maar met nadruk op het midden. t Geschikt voor foto's waarbij het onderwerp zich in het midden van het beeld bevindt. Opname-instellingen (Bewolkt) 47 (Kunstlicht) Helderheid en kleur aanpassen 1 2 Druk in de opnamemodus op [ Uw eigen witbalansinstelling configureren ]. Selecteer Opname ĺWitbalans ĺ een optie. Pictogram Beschrijving Auto witbalans: automatisch de witbalans instellen op basis van de lichtomstandigheden. 1 2 3 Druk in de opnamemodus op [ 4 Druk op de [Sluiter]. Selecteer Opname ĺWitbalans ĺ Meten: Sluiter. Richt de lens op een wit stuk papier. Daglicht: selecteer deze optie voor buitenfoto's op een zonnige dag. Bewolkt: selecteer deze optie voor buitenfoto's op een bewolkte dag of in de schaduw. TL-licht H: selecteer deze optie voor foto's bij daglichtlampen of drie-wegfluorescentielampen. TL-licht L: selecteer deze optie voor foto's bij wit TL-licht. Kunstlicht: selecteer deze optie wanneer u binnenfoto's maakt bij licht van gloeilampen of halogeenlampen. Meten: Sluiter: instellingen voor de witbalans gebruiken die u hebt ingesteld. (Zie de procedure rechts.) Opname-instellingen ]. 48 Reeksopnamen Het kan soms moeilijk zijn om foto's van snelbewegende onderwerpen te maken en om de natuurlijke gezichtsuitdrukkingen en gebaren van uw onderwerpen op de foto vast te leggen. Selecteer in dergelijke gevallen een van de modi voor reeksopnamen om snel meerdere foto's te nemen. Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties verschillen. t U kunt de flitser, timer en ABC alleen gebruiken wanneer u 1 opname selecteert. t Wanneer u Bewegingsopname selecteert, wordt de resolutie ingesteld op VGA en de ISO-waarde op Auto. t Afhankelijk van de geselecteerde gezichtsdetectieoptie zijn bepaalde opties voor reeksopnamen niet beschikbaar. 1 2 Druk in de opnamemodus op [ ]. Selecteer Opname ĺSnelheid ĺ een optie. Optie Beschrijving 1 opname: één foto maken. Continu: t Terwijl u [Sluiter] ingedrukt houdt, blijft de camera achter elkaar foto's maken. t Het maximumaantal foto's is afhankelijk van de capaciteit van de geheugenkaart. Bewegingsopname: t Terwijl u [Sluiter] ingedrukt houdt, maakt de camera foto's van VGA-foto's (6 foto's per twee seconden, met een maximum van 30 foto's). AEB: t Hiermee maakt u 3 foto's met een verschillende belichting: normaal, onderbelicht en overbelicht. t Gebruik een statief om onscherpe foto's te voorkomen. Opname-instellingen 49 Uw foto's mooier maken Meer informatie over hoe u uw foto's mooier kunt maken met Smart filter-effecten of door aanpassingen te maken. Uw eigen RGB-tint definiëren Filtereffecten toepassen Pas allerlei filtereffecten toe op uw foto’s om unieke afbeeldingen te maken. Helder 1 2 Retro Druk in de opnamemodus op [ 1 2 3 Druk in de opnamemodus op [ ]. Selecteer Opname ĺSmart filter ĺAangep. RGB. Selecteer een kleur (R: rood, G: groen, B: blauw). Koel ]. Terug Selecteer Opname ĺSmart filterĺ een optie. t Selecteer Aangep. RGB om uw eigen RGB-tint te definiëren. 4 Pas de mate van de geselecteerde kleur aan. (-: minder of +: meer) t Als u deze functie gebruikt, is het niet mogelijk om de opties voor gezichtsdetectie en beeldaanpassingsopties in te stellen. Opname-instellingen Verpl. 50 Uw foto's mooier maken Uw foto's aanpassen Kleurverzadigingsoptie Pas het contrast, de scherpte en de kleurverzadiging van uw foto's aan. 1 2 3 Druk in de opnamemodus op [ 4 Selecteer een waarde om het geselecteerde onderdeel aan te passen. + Verhoog de kleurverzadiging. t Selecteer 0 als u geen effect wilt toepassen (geschikt voor afdrukken). t Als u een optie voor Beeld aanpassen instelt, is de functie Smart filter niet beschikbaar. Selecteer een aanpassingsoptie. t Contrast t Scherpte t Kleurverzadiging Beschrijving - Verminder kleuren en helderheid. + Verhoog kleuren en helderheid. Scherpteoptie Verminder de kleurverzadiging. ]. Selecteer Opname ĺBeeld aanpassen. Contrastoptie Beschrijving - Beschrijving - De randen van uw foto's verzachten. Geschikt voor het bewerken van foto's op uw computer. + Verscherp randen om de foto duidelijker te maken. Hierdoor kan ook de beeldruis in de foto's toenemen. Opname-instellingen 51 Weergeven en bewerken Hier vindt u informatie over hoe u foto's, video's en spraakmemo's kunt weergeven of afspelen en hoe u foto's en video's kunt bewerken. Verder wordt toegelicht hoe u de camera aansluit op de fotoprinter of tv. Weergeven ………………………………… 53 De weergavemodus starten ………………… Foto's weergeven …………………………… Een video afspelen …………………………… Spraakmemo's afspelen …………………… 53 57 58 59 Een foto bewerken ………………………… 60 Het formaat van foto's aanpassen …………… Een foto draaien ……………………………… Intelligente effecten toepassen ……………… Belichtingsproblemen corrigeren …………… Een afdrukbestelling maken (DPOF) ………… 60 60 61 62 63 Bestanden op een tv weergeven ………… 64 Bestanden naar een Windows-computer overbrengen ………………………………… 65 Bestanden overbrengen met behulp van Intelli-studio ……………………………… 67 Bestanden overbrengen door de camera als een verwisselbare schijf aan te sluiten …… 69 De camera loskoppelen (Windows XP) ……… 70 Bestanden naar een Mac-computer overbrengen ………………………………… 71 Foto's met een PictBridge-fotoprinter afdrukken …………………………………… 72 Weergeven Hier vindt u informatie over hoe u foto's, video's en spraakmemo's kunt weergeven of afspelen en hoe u bestanden beheert. Het scherm in de afspeelmodus De weergavemodus starten Bekijk foto's en video's en beluister spraakmemo's die in de camera zijn opgeslagen. 1 Druk op [ ]. t De inhoud van het laatst opgeslagen bestand wordt weergegeven. t Als de camera is uitgeschakeld, schakelt u deze in. 2 Druk op [ ] of [ Informatie ] om door de bestanden te bladeren. t Houd de knop ingedrukt om snel door de bestanden te bladeren. Pictogram Beschrijving t Als u video's en spraakmemo's wilt afspelen die zij opgeslagen op de camera, schakelt u de camera uit en verwijdert u de geheugenkaart. Vervolgens schakelt u de camera in in de afspeelmodus om af te spelen. t Bestanden die te groot zijn of die met een camera van een andere fabrikant zijn gemaakt, kunnen niet goed door de camera worden weergegeven. Foto heeft een spraakmemo Videobestand Afdrukbestelling ingesteld (DPOF) Beveiligd bestand Mapnaam – Bestandsnaam t Als u de bestandsinformatie wilt weergeven, drukt u op de knop [ ]. Weergeven en bewerken 53 Weergeven Bestanden op categorie bekijken in Smart Album Het kan enige tijd duren voordat Smart Album op de camera is geopend of de categorie is gewijzigd en de bestanden opnieuw zijn geordend. Bekijk en beheer bestanden op categorie, zoals datum, week of bestandstype. 1 2 3 Druk in de weergavemodus [Zoom] omlaag. Druk op [ 4 Druk op [ ] of [ 5 Druk op [ weergave. ]. Selecteer een categorie. Type Datum Kleur Week Terug Instellen Optie Beschrijving Type Bekijk bestanden gesorteerd op bestandstype. Datum Bestanden weergeven op volgorde van opslagdatum. Kleur Hiermee worden bestanden gesorteerd op de dominante kleur in het beeld weergegeven. Week Hiermee worden bestanden weergegeven op volgorde van de weekdag waarop ze zijn opgeslagen. ] om door de bestanden te bladeren. t Houd de knop ingedrukt om snel door de bestanden te bladeren. Weergeven en bewerken 54 ] om terug te keren naar de normale Weergeven Bestanden als miniatuur weergeven Bestanden beveiligen Bekijk vlug miniaturen van bestanden. Beveilig uw bestanden om te voorkomen dat ze per ongeluk worden gewist. Duw in de weergavemodus [Zoom] omlaag om 9 of 20 miniaturen weer te geven (duw [Zoom] omhoog om naar de vorige modus terug te keren). 1 2 3 Druk in de weergavemodus op [ 4 Als u één bestand wilt beveiligen, selecteert u het desbetreffende bestand en drukt u op [ ]. ]. Selecteer Bestandopties ĺBeveiligen ĺSelect.. Als u alle bestanden wilt beveiligen, selecteert u Alles ĺ Vergrendel. t Druk nogmaals op [ ] om uw selectie ongedaan te maken. Filter Functie Actie Door bestanden scrollen Druk op [ Bestanden wissen Druk op [ ], [ ], [ ] of [ ]. ] en selecteer vervolgens Ja. Select. Instellen 5 Herhaal stap 4 om aanvullende bestanden afzonderlijk te beveiligen. 6 Druk op [ Weergeven en bewerken 55 ]. Weergeven 2 Bestanden wissen Selecteer Bestandopties ĺ Wissen ĺ Alles ĺ Ja. Verwijder afzonderlijke bestanden of alle bestanden tegelijk. Beveiligde bestanden kunnen niet worden verwijderd. Afzonderlijke bestanden wissen 1 Selecteer in de weergavemodus een bestand en druk op [ ]. 2 Selecteer Ja om het bestand te wissen. Meerdere bestanden tegelijk wissen 1 2 3 Druk in de weergavemodus op [ Selecteer Meer wissen. Selecteer de bestanden die u wilt wissen en druk op [ ]. t Druk nogmaals op [ 4 5 ]. Druk op [ ] om uw selectie ongedaan te maken. ]. Selecteer Ja. Alle bestanden wissen 1 Druk in de weergavemodus op [ ]. Weergeven en bewerken 56 Weergeven Foto's weergeven Functie Actie Inzoomen op een deel van een foto of foto's als diavoorstelling bekijken De vergrote foto bijsnijden Druk op [ ]. De bijgesneden foto wordt als nieuw bestand opgeslagen. Een foto vergroten Een diavertoning starten Duw in de weergavemodus [Zoom] omhoog om een foto te vergroten (duw [Zoom] omlaag om een foto te verkleinen). Boven aan het scherm worden het vergrote gedeelte en de zoomverhouding weergegeven. De maximale zoomverhouding kan per resolutie verschillen. Bijsnijden Functie Het vergrote gebied verplaatsen U kunt de diavoorstelling van geluid en effecten voorzien. 1 2 3 Druk in de weergavemodus op [ Selecteer een effect voor de diavoorstelling. t Ga naar stap 5 als u een diavoorstelling zonder effecten wilt. Optie Beschrijving Foto's Kies de foto's die u in een diavoorstelling wilt weergeven. t Alles: Alle foto's in een diavoorstelling weergeven. t Datum: Alle foto's van een specifieke datum in een diavoorstelling weergeven. t Select.: Geselecteerde foto's in een diavoorstelling weergeven. Effect t Selecteer een overgangseffect. t Selecteer Uit voor geen effecten. Interval t Het interval tussen foto's instellen. t Deze optie is beschikbaar wanneer u Effect instelt op Uit. Zie hieronder. Muziek Achtergrondmuziek selecteren. Actie Druk op [ ], [ ], [ ] of [ ]. ]. Selecteer Diashow. Weergeven en bewerken 57 Weergeven 4 5 Stel een effect voor de diavoorstelling in. Een video afspelen Selecteer Starten ĺAfspelen. U kunt een video afspelen of een afzonderlijk beeld daar uithalen. t Als u de diavoorstelling continu wilt herhalen, selecteert u Herhalen. t Druk op [ ] om de diavoorstelling te pauzeren of te hervatten. 1 Selecteer in de weergavemodus een video en druk op [ ]. Als u de diavertoning wilt stoppen en terug wilt naar de Weergavemodus, ] en vervolgens op [ ] of [ ]. drukt u op [ Afspeeltijd Pauze 2 Gebruik de volgende knoppen voor de bediening: Druk op Functie [ Terugspoelen. ] [ ] [ ] Weergeven en bewerken 58 Het afspelen onderbreken of hervatten. Vooruitspoelen. Weergeven Een spraakmemo aan een foto toevoegen Een beeld tijdens het afspelen afzonderlijk opslaan 1 Druk op [ opslaan. 2 Druk op [ ] op het punt waarop u een foto wilt ]. Afzonderlijke beelden hebben dezelfde resolutie als de video waar ze uit zijn gehaald en worden als nieuw bestand opgeslagen. 1 Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op [ ]. 2 3 Selecteer Bestandopties ĺ Spraakmemo ĺ Aan. Druk op de [Sluiter] om een korte spraakmemo op te nemen (maximaal 10 seconden). t Druk op de [Sluiter] om de opname van de spraakmemo te stoppen. Spraakmemo's afspelen U kunt geen spraakmemo toevoegen aan beschermde bestanden. Een spraakmemo afspelen 1 Selecteer in de weergavemodus een spraakmemo en druk op [ ]. 2 Gebruik de volgende knoppen voor de bediening: Een aan een foto toegevoegde spraakmemo afspelen Druk op Functie Selecteer in de weergavemodus een foto met een spraakmemo en druk op [ ]. [ Terugspoelen. tDruk op [ ] [ ] Het afspelen onderbreken of hervatten. [ ] Vooruitspoelen. [ ] Het afspelen stoppen. Weergeven en bewerken 59 ] als u het afspelen wilt onderbreken of hervatten. Een foto bewerken Bewerk foto's door ze te draaien, in grootte aan te passen, rode ogen te verwijderen en de helderheid, het contrast en de kleurverzadiging aan te passen. De camera slaat bewerkte foto's op als nieuwe bestanden. Het formaat van foto's aanpassen Een foto draaien 1 Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op [ ]. 1 Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op [ ]. 2 Selecteer Wijzigen ĺ Res.wijz ĺ een optie. t Selecteer om de foto als beginafbeelding op te slaan. 2 Selecteer Wijzigen ĺ Draaien ĺ een optie. (pag. 75) Rechts 90 gr. 1984 X 1488 Terug Terug Verpl. De beschikbare opties verschillen, afhankelijk van de grootte van de geselecteerde foto. Weergeven en bewerken 60 Verpl. Een foto bewerken Intelligente effecten toepassen Pas allerlei filtereffecten op uw foto's toe om unieke afbeeldingen te maken. Miniatuur De bewerkte foto wordt als nieuw bestand opgeslagen,maar de resolutie ervan kan worden verkleind. Terug Verpl. Uw eigen RGB-tint definiëren Miniatuur Vignetten 1 Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op [ ]. 2 3 Selecteer Wijzigen ĺ Smart filter ĺ Aangep. RGB. Selecteer een kleur (R: rood, G: groen, B: blauw). Visoog 1 Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op [ ]. 2 3 Selecteer Wijzigen ĺSmart filter ĺeen optie. Terug Selecteer Aangep. RGB om uw eigen RGB-tint te definiëren. 4 Verpl. Pas de mate van de geselecteerde kleur aan. (-: minder of +: meer) Weergeven en bewerken 61 Een foto bewerken Belichtingsproblemen corrigeren 2 U kunt ACB (automatische contrastbalans), helderheid, contrast en kleurverzadiging aanpassen, rode ogen wegwerken, imperfecties in het gezicht verbergen of ruis toevoegen aan de foto. Selecteer Wijzigen ĺ Beeld aanpassen ĺ Gezichtretouch.. 3 Selecteer een niveau. t Het gezicht wordt egaler naarmate u het nummer verhoogt. Helderheid/Contrast/Kleurverz. aanpassen ACB (Auto Contrast Balance; automatische contrastverbetering) aanpassen 1 Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op [ ]. 2 Selecteer Wijzigen ĺ Beeld aanpassen ĺ ACB. 1 Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op [ ]. 2 3 Selecteer Wijzigen ĺ Beeld aanpassen. Rode ogen verwijderen 1 Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op [ ]. 2 Selecteer Wijzigen ĺ Beeld aanpassen ĺ Anti-rode ogen. 4 Selecteer een aanpassingsoptie. t t t : Helderheid : Contrast : Kleurverz. Selecteer een waarde om het geselecteerde onderdeel aan te passen. (-: minder of +: meer) Korrel aan de foto toevoegen Imperfecties in het gezicht verbergen 1 Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op [ ]. 1 Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op [ ]. 2 Selecteer Wijzigen ĺ Beeld aanpassen ĺ Ruis toevoegen. Weergeven en bewerken 62 Een foto bewerken Een afdrukbestelling maken (DPOF) Selecteer foto's om af te drukken en stel opties in zoals het aantal afdrukken en het papierformaat. 4 5 t U kunt de geheugenkaart meenemen naar een printshop die DPOF (Digital Print Order Format) ondersteunt, maar u kunt ook uw foto's thuis rechtstreeks op een DPOF-compatibele printer afdrukken. t Brede foto's worden mogelijk met verlies van de linker- en rechterkant afgedrukt, dus houd rekening met de afmetingen van de foto's. t Voor de foto's in het interne geheugen kunt u geen DPOF gebruiken. 1 2 3 Druk in de weergavemodus op [ 6 ]. Selecteer Bestandopties ĺ DPOF ĺ Standaard ĺ een optie. Optie Beschrijving Select. De geselecteerde foto's afdrukken. Alles Hiermee drukt u alle foto's af. Reset De fabrieksinstellingen worden teruggezet. Druk op [ ]. Selecteer Bestandopties ĺ DPOF ĺ Formaat ĺ een optie. Optie Beschrijving Select. Het afdrukformaat van de geselecteerde foto opgeven. Alles Het afdrukformaat van alle foto's opgeven. Reset De fabrieksinstellingen worden teruggezet. Als u Select. selecteert, bladert u naar een foto en duwt u [Zoom] omhoog of omlaag om het afdrukformaat te selecteren. Herhaal dit voor alle gewenste foto's en druk op [ ]. t Als u Alles selecteert, drukt u op [ ] of [ ] om het afdrukformaat te selecteren en drukt u vervolgens op [ Foto's afdrukken als miniaturen Als u Select. selecteert, bladert u naar een foto en duwt u [Zoom] omhoog of omlaag om het aantal exemplaren te selecteren. Herhaal dit voor alle gewenste foto's en druk op [ ]. 1 2 Druk in de weergavemodus op [ ]. Selecteer Bestandopties ĺ DPOF ĺ Index ĺ Ja. t Als u Alles selecteert, drukt u op [ ] of [ ] om het aantal exemplaren te selecteren en drukt u vervolgens op [ ]. Weergeven en bewerken Als u het afdrukformaat opgeeft, kunt u alleen foto's afdrukken met DPOF 1.1-compatibele printers. 63 ]. Bestanden op een tv weergeven U kunt foto's of video's bekijken door de camera met de bijgeleverde A/V-kabel op een tv aan te sluiten. 1 2 3 4 5 Druk in de opname- of afspeelmodus op [ 8 ]. Selecteer Instellingen ĺ Video. Bekijk foto's of speel video's af met behulp van de knoppen op de camera. Selecteer een video-uitvoersignaal voor uw land of regio. Schakel de camera en de televisie uit. Sluit de camera met behulp van de A/V-kabel op de televisie aan. Video t Bij bepaalde televisies kan er digitale ruis optreden of kan het gebeuren dat het beeld niet geheel wordt weergegeven. t Afhankelijk van de televisie-instellingen kan het voorkomen dat de beelden niet gecentreerd op het scherm worden weergegeven. t Terwijl de camera op de televisie is aangesloten, kunt u gewoon foto's en video's maken. Audio 6 Schakel de televisie in en selecteer de videouitvoermodus met de afstandsbediening van de televisie. 7 Schakel de camera in en druk op [ ]. Weergeven en bewerken 64 Bestanden naar een Windows-computer overbrengen U kunt bestanden overbrengen door de camera op een Windows-computer aan te sluiten. Vereisten voor Intelli-studio Onderdeel Vereisten Processor Intel Pentium 4, 3,2 GHz of hoger/ AMD Athlon™ FX, 2,6 GHz of hoger RAM Minimaal 512 MB RAM (1 GB of meer aanbevolen) Besturingssysteem Windows XP SP2/Vista/7 Harde schijf capaciteit 250 MB of meer (1 GB of meer aanbevolen) Overig t Cd-romstation t nVIDIA Geforce 7600GT of hoger/ATI X1600-serie of hoger t 1024 x 768 pixels, monitor met ondersteuning voor 16-bits kleuren (1280 x 1024 pixels, ondersteuning voor 32-bits kleuren aanbevolen) t USB-poort, Micro DirectX 9.0c of nieuwer t Het is mogelijk dat Intelli-studio op bepaalde computers niet naar behoren werkt, ook niet als de computer in kwestie aan de vereisten voldoet. t Als uw computer niet aan de vereisten voldoet, worden video's mogelijk niet naar behoren afgespeeld of duurt het langer om video's te bewerken. t Installeer DirectX 9.0c of een nieuwere versie alvorens het programma te gebruiken. t U moet Windows XP/Vista/7 of Mac OS 10.4 of hogere versies op uw computer hebben geïnstalleerd om de camera als een verwisselbare schijf te kunnen aansluiten. Het gebruik van een zelfgemonteerde pc of een niet-ondersteunde pc en besturingssysteem kan tot gevolg hebben dat uw garantie vervalt. * De programma's werken mogelijk niet goed onder de 64-bits versies van Windows XP, Windows Vista en Windows 7. Weergeven en bewerken 65 Bestanden naar een Windows-computer overbrengen Intelli-studio installeren 1 2 Plaats de installatie-cd in een compatibel cd-romstation. 3 Selecteer de programma's die u wilt installeren en volg de aanwijzingen op het scherm. 4 Klik op Exit om de installatie te voltooien en start de computer opnieuw op. Wanneer het installatiescherm verschijnt, klikt u op Samsung Digital Camera Installer om de installatie te starten. Weergeven en bewerken 66 Bestanden naar een Windows-computer overbrengen Bestanden overbrengen met behulp van Intelli-studio 2 3 Met behulp van Intelli-studio kunt u gemakkelijk bestanden van de camera naar de computer overbrengen. Voer Intelli-studio uit. Schakel de camera in. t De camera wordt automatisch herkend. Als de camera geen verbinding maakt, verschijnt er een pop-upvenster. Selecteer Computer. Terwijl de camera met de USB-kabel op de computer is aangesloten, wordt de batterij opgeladen. 1 Sluit de camera op de computer aan met de USB-kabel. 4 Selecteer een map op de computer waarin u de bestanden wilt opslaan. t Als de camera geen nieuwe bestanden bevat, zal het pop-upvenster voor het opslaan van nieuwe bestanden niet verschijnen. 5 Selecteer Ja. t Nieuwe bestanden worden automatisch naar de computer overgebracht. Sluit het uiteinde van de kabel met het indicatielampje (Ÿ) op de camera aan. Als u de kabel omgekeerd aansluit, kunnen de bestanden beschadigen. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens. Weergeven en bewerken 67 Bestanden naar een Windows-computer overbrengen Intelli-studio gebruiken Met Intelli-studio kunt u bestanden afspelen en bewerken. U kunt er ook bestanden mee uploaden naar websites zoals Flickr en YouTube. Selecteer Help ĺ Help in het programma voor meer informatie. t Bestanden kunnen niet in de camera worden bewerkt. Breng bestanden naar een map op de computer over om ze te bewerken. t Bestanden op de computer kunnen niet naar de camera worden gekopieerd. t Intelli-studio ondersteunt de volgende bestandstypen: - Video's: MP4 (Video: H.264, Audio: AAC), WMV (WMV 7/8/9), AVI (MJPEG) - Foto's: JPG, GIF, BMP, PNG, TIFF 1 2 3 4 5 15 6 14 7 13 8 9 12 10 11 Weergeven en bewerken 68 Bestanden naar een Windows-computer overbrengen 1 Hiermee opent u menu's Bestanden overbrengen door de camera als een verwisselbare schijf aan te sluiten 2 Hiermee geeft u bestanden in de geselecteerde map weer U kunt de camera op de computer aansluiten als een verwisselbare schijf. 3 Naar de Fotobewerkingsmodus gaan 4 Naar de Videobewerkingsmodus gaan 1 5 Hiermee gaat u naar de modus voor delen om foto's te delen (u kunt bestanden per e-mail versturen of naar websites als Flickr of YouTube uploaden.) 6 Hiermee vergroot of verkleint u de miniaturen in de lijst 7 Hiermee selecteert u bestandstype Pictogram 8 9 10 11 12 Beschrijving Sluit de camera op de computer aan met de USB-kabel. Sluit het uiteinde van de kabel met het indicatielampje (Ÿ) op de camera aan. Als u de kabel omgekeerd aansluit, kunnen de bestanden beschadigen. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens. Hiermee geeft u bestanden in de geselecteerde map op de computer weer Bestanden van de aangesloten camera weergeven of verbergen Hiermee geeft u bestanden in de geselecteerde map op de camera weer Hiermee kunt u bestanden als miniaturen of op een kaart weergeven. Hiermee bladert u door de mappen op het aangesloten apparaat 13 Hiermee bladert u door mappen op de computer 14 Hiermee gaat u naar de vorige of volgende pagina 15 Hiermee kunt u bestanden afdrukken, bestanden op een kaart weergeven, bestanden opslaan in Mijn map of gezichten registreren Weergeven en bewerken 69 Bestanden naar een Windows-computer overbrengen 2 Schakel de camera in. De camera loskoppelen (Windows XP) t De camera wordt automatisch herkend. Als de camera geen verbinding maakt, verschijnt er een pop-upvenster. Selecteer Computer. 3 Selecteer op uw computer Deze computer ĺ Verwisselbare schijf ĺDCIM ĺ100PHOTO. 4 Selecteer de gewenste bestanden en sleep deze naar de computer of sla ze daar op. De USB-kabel wordt onder Windows Vista/7 op soortgelijke wijze losgekoppeld. 1 Als het statuslampje op de camera knippert, wacht u tot het knipperen ophoudt. 2 Klik op op de werkbalk rechtsonder in het scherm van de pc. 3 4 Klik op het pop-upbericht. Verwijder de USB-kabel. De camera kan niet veilig worden verwijderd zolang Intelli-studio actief is. Sluit het programma af alvorens de camera los te koppelen. Weergeven en bewerken 70 Bestanden naar een Mac-computer overbrengen Wanneer u de camera op een Apple Macintosh-computer aansluit, wordt de camera automatisch herkend. U kunt de bestanden rechtstreeks van de camera naar de computer overbrengen, zonder dat het nodig is om programma's te installeren. Mac OS 10.4 of hoger wordt ondersteund. 1 Sluit de camera met de USB-kabel op een Macintoshcomputer aan. 2 Schakel de camera in. t De computer herkent de camera automatisch en geeft een pictogram van een verwisselbare schijf weer. Sluit het uiteinde van de kabel met het indicatielampje (Ÿ) op de camera aan. Als u de kabel omgekeerd aansluit, kunnen de bestanden beschadigen. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens. Als de camera geen verbinding maakt, verschijnt er een pop-upvenster. Selecteer Computer. 3 4 Dubbelklik op het pictogram van de verwisselbare schijf. Breng foto’s of video’s naar de computer over. Weergeven en bewerken 71 Foto's met een PictBridge-fotoprinter afdrukken Druk foto's op een PictBridge-compatibele printer af door de camera rechtstreeks op de printer aan te sluiten. 1 2 3 4 Druk in de opnamemodus op [ Afdrukopties instellen ]. Selecteer Instellingen ĺ USB. Selecteer Printer. Schakel de printer in en sluit de camera er met een USB-kabel op aan. Foto's : Eén Formaat : Auto Lay-out : Auto Type : Auto Kwalit. : Auto Afsl. Optie Afdrukken Beschrijving Foto's: Kiezen of alleen de huidige foto dan wel alle foto's moeten worden afgedrukt. Formaat: geef de afdrukgrootte op 5 6 7 Schakel de camera in. Lay-out: miniatuurafdrukken maken. t De printer herkent de camera automatisch. Type: selecteer de papiersoort. Druk op [ ] of [ Kwalit.: stel de afdrukkwaliteit in. ] om een foto te selecteren. t Druk op [ ] om afdrukopties in te stellen. Zie 'Afdrukopties instellen'. Datum: stel in dat de datum wordt afgedrukt. Druk op [ Reset: stel de afdrukopties op de beginwaarden terug. Best.naam: stel in dat de bestandsnaam wordt afgedrukt. ] om af te drukken. t Het afdrukken begint. Druk op [ annuleren. ] om het afdrukken te Bepaalde opties worden niet door alle printers ondersteund. Weergeven en bewerken 72 Instellingen Hier vind u opties om de instellingen van uw camera te configureren. Camera-instellingenmenu ………………… 74 Het instellingenmenu openen ………………… Geluid ………………………………………… Scherm ……………………………………… Instellingen …………………………………… 74 75 75 76 Camera-instellingenmenu Hier vindt u informatie over de verschillende camera-instellingen. 3 Het instellingenmenu openen 1 2 Druk in de opname- of afspeelmodus op [ Selecteer een optie en sla de instellingen op. Volume Begingeluid Sl.toon Piepjes AF-geluid ]. Selecteer een menu. Modus Opname Geluid Display Volume Begingeluid Sl.toon Piepjes AF-geluid Terug 4 Instellingen Afsl. Menu Wijzigen Beschrijving Geluid: hier stelt u de geluiden van de camera en het volume in. (pag. 75) Display: hier past u de scherminstellingen aan, zoals taal en helderheid. (pag. 75) Instellingen: hier past u de instellingen voor het camerasysteem aan, zoals geheugenindeling, standaardbestandsnaam en USB-modus. (pag. 76) Instellingen 74 Druk op [ keren. Uit Laag Middel Hoog Instellen ] om naar het vorige scherm terug te Camera-instellingenmenu Scherm Geluid * Standaard Onderdeel Beschrijving Volume Hiermee past u het volume van alle geluiden aan. (Uit, Laag, Middel*, Hoog) Begingeluid Hiermee selecteert u het geluid dat de camera weergeeft als u deze inschakelt. (Uit*, 1, 2, 3) Sl.toon Hiermee selecteert u het geluid dat de camera weergeeft als u op de sluiterknop drukt. (Uit, 1*, 2, 3) Piepjes Hiermee selecteert u het geluid dat de camera weergeeft wanneer u op knoppen drukt of naar een andere modus schakelt. (Uit, 1*, 2, 3) AF-geluid Hiermee selecteert u het geluid dat de camera weergeeft wanneer u de sluiterknop half indrukt. (Uit, Aan*) * Standaard Onderdeel Beschrijving Hiermee wordt een korte beschrijving van een optie Functiebeschrijving of menu weergegeven. (Uit, Aan*) Beginafbeelding Hier stelt u in of er een afbeelding wordt weergegeven wanneer de camera wordt ingeschakeld en zo ja, welke. t Uit*: er wordt geen afbeelding weergegeven. t Logo: een standaardafbeelding uit het interne geheugen weergeven. t Gebr.afb: een afbeelding naar keuze weergeven. (pag. 60) t Er wordt slechts één gebruikersafbeelding in het geheugen opgeslagen. t Als u een nieuwe foto selecteert als gebruikersafbeelding of de camera opnieuw instelt, wordt de huidige afbeelding verwijderd. Hiermee kunt u de helderheid van het scherm aanpassen. (Auto*, Donker, Normaal, Licht) Helderh. scherm Snel tonen Instellingen 75 Normaal is de vaste waarde voor de afspeelmodus, zelfs als Auto is geselecteerd. Hiermee stelt u in hoe lang een gemaakte foto wordt weergegeven voordat naar de opnamemodus wordt teruggekeerd. (Uit, 0,5 sec*, 1 sec, 3 sec) Camera-instellingenmenu * Standaard Onderdeel Beschrijving Spaarstand Als u 30 seconden lang geen bewerkingen uitvoert, schakelt de camera automatisch over op de energiebesparingsmodus (druk op een knop om deze modus weer te deactiveren). (Uit*, Aan) Instellingen * Standaard Onderdeel Beschrijving Formatteer de geheugenkaart. Bij het formatteren worden alle bestanden, inclusief beveiligde bestanden, gewist. (Ja, Nee) Als de spaarstand is uitgeschakeld en u langer dan 30 seconden geen handelingen verricht, wordt de verlichting van het hoofdscherm uitgeschakeld om de batterij te sparen. Formatt. Reset Instellingen Geheugenkaarten die in een camera van een andere fabrikant of in een geheugenkaartlezer zijn gebruikt, of die met een computer zijn geformatteerd, kunnen door de camera mogelijk niet correct worden gelezen. Formatteer dergelijke kaarten in de camera alvorens ze te gebruiken. Hier reset u menu's en opname-instellingen. Instellingen voor datum en tijd, taal en video-uitvoer worden niet gereset. (Ja, Nee) Language Selecteer een taal voor de tekst op het scherm. Tijdzone Hier kunt u een regio selecteren en zomer-wintertijd (DST) instellen. Datum/tijd aanpassen De datum en tijd instellen. Datumtype Een datumnotatie selecteren. (Uit, dd/mm/jjjj, mm/dd/jjjj, jjjj/mm/dd*) 76 Camera-instellingenmenu * Standaard Onderdeel Beschrijving Beschrijving t Hier selecteert u of de datum en tijd op de foto's worden afgedrukt. (Uit*, Datum, Datum/tijd) Stelt de naamgeving van bestanden in. t Reset: instellen dat de bestandsnummering weer bij 0001 begint wanneer er een nieuwe geheugenkaart wordt geplaatst, een geheugenkaart wordt geformatteerd of alle bestanden worden gewist. t Serie*: instellen dat de bestandsnummering doorloopt wanneer er een nieuwe geheugenkaart wordt geplaatst, een geheugenkaart wordt geformatteerd of alle bestanden worden gewist. Bestandsnr. * Standaard Onderdeel Afdruk t De datum en tijd worden in de rechterbenedenhoek weergegeven. t Mogelijk drukken sommige printermodellen de datum en tijd niet af. t Hier stelt u in dat de camera automatisch wordt uitgeschakeld wanneer u deze niet gebruikt. (Uit, 1 min, 3 min*, 5 min, 10 min) t De standaardnaam van de eerste map is 100PHOTO en de standaardnaam van het eerste bestand is SAM_0001. t Het bestandsnummer wordt steeds met één opgehoogd, van SAM_0001 tot SAM_9999. t Het mapnummer wordt steeds met één opgehoogd, van 100PHOTO tot 999PHOTO. t Het maximum aantal bestanden dat in een map kan worden opgeslagen, is 9999. t De camera definieert bestandsnamen volgens de Digital rule for Camera File system-norm (DCF). Als u bestandsnamen wijzigt, kan de camera deze bestanden mogelijk niet meer weergeven. Instellingen Automatisch uit AF-lamp 77 t Bij vervanging van de batterij blijven deze instellingen behouden. t De camera schakelt in de volgende gevallen niet automatisch uit: - wanneer deze op een computer of printer is aangesloten - wanneer u een diavertoning of video's afspeelt - wanneer u een spraakmemo opneemt t Hiermee schakelt u een hulplampje in ter ondersteuning van het scherpstellen in donkere omgevingen. (Uit, Aan*) Camera-instellingenmenu * Standaard Onderdeel Beschrijving Video Stel het video-uitgangssignaal voor uw land of regio in. t NTSC*: VS, Canada, Japan, Korea, Taiwan, Mexico. t PAL (ondersteunt alleen BDGHI): Australië, Oostenrijk, België, China, Denemarken, Finland, Duitsland, Engeland, Italië, Koeweit, Maleisië, Nieuw Zeeland, Singapore, Spanje, Zweden, Zwitserland, Thailand, Noorwegen. USB Hiermee selecteert u de functie in die moet worden gebruikt als u de camera met een USB-kabel aansluit op een computer of printer. t Auto*: instellen dat de camera automatisch een USB-modus selecteert. t Computer: de camera op een computer aansluiten om bestanden over te brengen. t Printer: de camera op een printer aansluiten om bestanden af te drukken. Instellingen 78 Aanvullende informatie Hier vindt u informatie over foutmeldingen, specificaties en onderhoudstips. Foutmeldingen ……………………………… 80 Cameraonderhoud ………………………… 81 De camera reinigen ………………………… De camera gebruiken of opbergen ………… Geheugenkaarten …………………………… De batterij …………………………………… 81 82 84 86 Voordat u contact opneemt met een servicecenter ………………………… 90 Cameraspecificaties ……………………… 93 Woordenlijst ………………………………… 96 Index ……………………………………… 101 Foutmeldingen Als een van de volgende foutmeldingen verschijnt, kunt u de onderstaande oplossingen proberen. Foutmelding Mogelijke oplossing Kaartfout t Schakel de camera uit en weer in. t Verwijder de geheugenkaart en plaats deze weer terug. t Formatteer de geheugenkaart. (pag. 76) Ontgrendel de geheugenkaart. Kaart vergrendeld Kaart wordt niet ondersteund. De geplaatste geheugenkaart is niet met uw camera compatibel. Een geschikte geheugenkaart plaatsen. DCF Full Error Bestandsnamen komen niet met de DCFnorm overeen. Breng de bestanden op de geheugenkaart over naar een computer en formatteer de kaart. (pag. 76) Bestandsfout Wis het beschadigde bestand of neem contact op met een servicecenter van Samsung. Batterij bijna leeg Plaats een opgeladen batterij of laad de batterij op. Geheugen vol Wis onnodige bestanden of plaats een nieuwe geheugenkaart. Geen foto Maak foto's of plaats een geheugenkaart met foto's. Aanvullende informatie 80 Cameraonderhoud Camerabody De camera reinigen Veeg deze voorzichtig met een zachte droge doek af. Cameralens en -scherm Verwijder stof met behulp van een blaaskwastje en veeg de lens vervolgens met een zachte doek voorzichtig af. Voor eventueel achtergebleven stof brengt u lensreinigingsvloeistof op een stuk reinigingspapier aan en veegt u de lens vervolgens voorzichtig schoon. t Gebruik nooit benzeen, thinner of alcohol om het toestel te reinigen. Deze oplosmiddelen kunnen de camera beschadigen of defecten veroorzaken. t Druk niet op de lenskap en gebruik geen blaasborsteltje op de lenskap. Aanvullende informatie 81 Cameraonderhoud Gebruik op het strand of aan de waterkant De camera gebruiken of opbergen Ongeschikte plaatsen voor het gebruiken of opbergen van de camera tStel de camera niet bloot aan zeer hoge of lage temperaturen. tGebruik de camera niet in zeer vochtige omgevingen of omgevingen waar de luchtvochtigheid snel verandert. tStel de camera niet bloot aan direct zonlicht en bewaar de camera niet op warme locaties met slechte ventilatie, bijvoorbeeld een auto die in de zon staat. tBescherm de camera en het scherm tegen stoten, ruw gebruik en sterke trillingen om ernstige schade te voorkomen. tGebruik of bewaar de camera niet op stoffige, vuile, vochtige of slecht-geventileerde plaatsen, om schade aan bewegende en interne onderdelen te voorkomen. tGebruik de camera niet in de buurt van brandstoffen, brandbare stoffen of ontvlambare chemicaliën. Bewaar geen ontvlambare vloeistoffen, gassen en explosief materiaal in dezelfde ruimte als de camera of de accessoires van de camera. tBerg de camera niet op met mottenballen. tBescherm de camera tegen zand en vuil wanneer u deze op het strand of in een andere, soortgelijke omgeving gebruikt. tUw camera is niet waterbestendig. Gebruik de batterij, adapter of geheugenkaart niet met natte handen. Als u de camera gebruikt met natte handen kan de camera beschadigd raken. Camera voor langere tijd opbergen tAls u de camera voor langere tijd opbergt, moet u de camera samen met absorberend materiaal, bijvoorbeeld silicagel, in een afgesloten houder plaatsen. tHaal de batterijen uit de camera wanneer u deze voor langere tijd opbergt. Batterijen in het batterijvak kunnen na verloop van tijd gaan lekken of roesten en ernstige schade aan uw camera veroorzaken. tBatterijen die niet worden gebruikt, ontladen zich na verloop van tijd en moeten voor gebruik opnieuw worden opgeladen. Wees voorzichtig met het gebruik van de camera in vochtige omgevingen Als u de camera overbrengt van een koude omgeving naar een warme, kan er condensvorming optreden op de lens of de interne onderdelen van de camera. In dit geval moet u de camera uitschakelen en minstens 1 uur wachten. Als er condensvorming optreedt op de geheugenkaart, moet u de kaart verwijderen uit de camera en wachten tot al het vocht is verdampt voordat u de kaart terugplaatst. Aanvullende informatie 82 Cameraonderhoud Overige aandachtspunten tZwaai de camera niet aan de polslus heen en weer. Hierdoor kunt u uzelf of anderen verwonden of schade aan uw camera veroorzaken. tVerf de camera niet, omdat verf tussen de bewegende onderdelen kan gaan zitten en de werking van het apparaat kan beïnvloeden. tSchakel de camera uit als u deze niet gebruikt. tDe camera bevat kwetsbare onderdelen. Zorg daarom dat u de camera niet blootstelt aan schokken. tBewaar de camera in het etui om het scherm te bescherm tegen externe krachten. Houd de camera uit de buurt van zand, scherp gereedschap of kleingeld om te voorkomen dat er krassen op de camera komen. tStel de lens niet aan direct zonlicht bloot. Hierdoor kan de beeldsensor verkleuren of defect raken. tBescherm de lens tegen vingerafdrukken en krassen. Reinig de lens met een zachte, schone doek. tAls de camera een schok opvangt, wordt de camera mogelijk uitgeschakeld. Dit gebeurt om de geheugenkaart te beschermen. Schakel de camera weer in om de camera te gebruiken. tDe camera kan warm worden tijdens het gebruik. Dit is normaal en is niet van invloed op de levensduur of prestaties van uw camera. tBij lage temperaturen kan het langer duren voor de camera is ingeschakeld, kunnen kleuren tijdelijk veranderen of kunnen nabeelden worden weergegeven. Deze omstandigheden duiden niet op defecten en worden verholpen als u de camera weer bij normale temperaturen gebruikt. tVerf of metaal aan de buitenzijde van de camera kan allergieën, jeuk, eczeem of bultjes veroorzaken bij mensen met een gevoelige huid. Als u last hebt van een van deze symptomen, stop dan onmiddellijk met het gebruik van de camera en raadpleeg een arts. tSteek geen vreemde voorwerpen in de compartimenten, sleuven en toegangspunten van de camera. Schade als gevolg van onjuist gebruik wordt mogelijk niet door de garantie gedekt. tLaat geen ongekwalificeerd personeel reparatie- of onderhoudswerkzaamheden aan de camera uitvoeren en probeer dit ook niet zelf te doen. Alle schade die voortvloeit uit ongekwalificeerd onderhoud of reparatie wordt niet door de garantie gedekt. Aanvullende informatie 83 Cameraonderhoud Geheugenkaarten Capaciteit van de geheugenkaart Ondersteunde geheugenkaarten U kunt camera ondersteunt de volgende geheugenkaarten: SD (Secure Digital) en SDHC (Secure Digital High Capacity). De geheugencapaciteit verschilt, afhankelijk van de scènes die u vastlegt en de opnameomstandigheden. De volgende capaciteiten zijn op een 1-GB SD-kaart gebaseerd: Formaat Superhoog Hoog Contactpunten Schrijfvergrendeling F o t o ' s Etiket (voorzijde) Bij SD- en SDHC-kaarten kunt u voorkomen dat bestanden worden gewist, door de schrijfvergrendeling op de kaart om te zetten. Schuif de vergrendeling naar beneden om de kaart alleenlezen te maken, en omhoog om de schrijfvergrendeling op te heffen. Ontgrendel de kaart voordat u gaat fotograferen. * V i d e o s 24 FPS 15 FPS 129 240 Normaal 30 FPS 292 - - - 152 249 312 - - - 147 284 403 - - - 179 282 353 - - - 232 391 510 - - - 411 583 823 - - - 643 858 1029 - - - 870 1144 1437 1584 1765 1993 - - Circa 11 min. 37 sec. - - - - Circa 7 min. 16 sec. - - - Circa 9 min. 53 sec. - Circa 18 min. 54 sec. - - - Circa 26 min. 19 sec. - Circa 49 min. 15 sec. * Als u de zoomfunctie gebruikt, kan de opnametijd mogelijk verschillen. Voor het bepalen van de totale opnameduur zijn er diverse video's achter elkaar opgenomen. Aanvullende informatie 84 Cameraonderhoud Aandachtspunten bij gebruik van geheugenkaarten tPlaats een geheugenkaart in de juiste richting. Als u een geheugenkaart in de verkeerde richting plaatst, kan zowel de camera als de geheugenkaart beschadigd raken. tGebruik geen geheugenkaarten die in een andere camera of door een computer zijn geformatteerd. Formatteer een dergelijke geheugenkaart opnieuw in uw eigen camera. tSchakel de camera uit wanneer u een geheugenkaart plaatst of verwijdert. tVerwijder de geheugenkaart niet en schakel uw camera niet uit wanneer het lampje knippert. Hierdoor kunnen de gegevens beschadigen. tWanneer de levensduur van een geheugenkaart is verlopen, kunt u geen foto’s meer op de kaart opslaan. Gebruik een nieuwe geheugenkaart. tZorg dat geheugenkaarten niet buigen, vallen of aan zware klappen of druk worden blootgesteld. tZorg dat u geheugenkaart niet gebruikt of opbergt in de buurt van krachtige magnetische velden. tZorg dat u geheugenkaarten niet gebruikt op locaties met hoge temperaturen of luchtvochtigheid of in de buurt van bijtende stoffen. tVoorkom dat geheugenkaarten in contact komen met vloeistoffen, vuil of vreemde stoffen. Veeg zo nodig de geheugenkaart met een zachte doek schoon voor u de geheugenkaart in de camera plaatst. tVoorkom dat geheugenkaarten, of de sleuf voor geheugenkaarten, in contact komen met vloeistoffen, vuil of vreemde stoffen. Dergelijke stoffen kunnen ervoor zorgen dat geheugenkaarten of de camera niet goed meer werken. tWanneer u een geheugenkaart bij u draagt, moet u een hoesje gebruiken om de kaart tegen elektrostatische ontlading te beschermen. tBreng belangrijke gegevens over naar andere dragers, zoals een harde schijf of cd/dvd. tAls u de camera langere tijd gebruikt, kan de geheugenkaart warm worden. Dit is normaal en wijst niet op een defect. Aanvullende informatie De fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens. 85 Cameraonderhoud De batterij Werkduur van de batterij Zorg ervoor dat u oplaadbare batterijen gebruikt bij hergebruik. De beschikbare batterijen voor deze camera worden hieronder genoemd. Gemiddelde opnameduur/ aantal foto's Batterijspecificaties Circa 110 min/circa 220 foto's Specificatie Beschrijving Model BP70A Type Lithium-ionbatterij Capaciteit 740 mAh (Minimum: 700 mAh) Voltage 3,7 V Oplaadtijd* (wanneer de camera is uitgeschakeld) Ongeveer 150 min Testomstandigheden (wanneer de batterij volledig is opgeladen) De levensduur van de batterij is getest onder de volgende omstandigheden: in de modus met een resolutie van 14 M en de kwaliteit Hoog. 1. Stel de flitsoptie in op Invulflits, neem één foto en zoom in of uit. 2. Stel de flitsoptie in op Uit, neem één foto en zoom in of uit. Foto's 3. Voer stap 1 en 2 gedurende 30 seconden uit en herhaal dit 5 minuten lang. Schakel de camera vervolgens 1 minuut uit. * Duurt mogelijk langer als u de batterij aansluit op een computer om de batterij op te laden. 4. Herhaal stap 1 tot 3. Video's Ongeveer 90 min Neem video's op bij een resolutie van 1280 x 720 en met 24 fps. t De bovenstaande cijfers zijn gebaseerd op de normen van Samsung. De resultaten die u tijdens het gebruik behaalt, kunnen hiervan afwijken. t Om de totale opnameduur te bepalen, zijn er verschillende video's achter elkaar opgenomen. Aanvullende informatie 86 Cameraonderhoud Melding Batterij bijna leeg Aandachtspunt voor het gebruik van de batterij Als de batterij volledig is ontladen, wordt het batterijpictogram rood en verschijnt de melding ‘Batterij bijna leeg’. De batterij gebruiken tVermijd blootstelling van batterijen en geheugenkaarten aan extreme temperaturen (onder 0 °C of boven 40 °C). Door extreme temperaturen kan de capaciteit van batterijen verminderen en kunnen geheugenkaarten minder goed werken. tAls u de camera langere tijd gebruikt, kan het gebied rond de batterijklep warm worden. Dit heeft geen invloed op de normale werking van de camera. tTrek niet aan het netsnoer om de stekker uit het stopcontact te halen om te voorkomen dat u brand of een schok veroorzaakt. tBij temperaturen onder 0 ºC kunnen de capaciteit en levensduur van de batterij afnemen. tBij lage temperaturen kan de batterijcapaciteit afnemen, maar de gewone capaciteit wordt hersteld bij gebruik bij hogere temperaturen. Bescherm batterijen, opladers en geheugenkaarten tegen schade Voorkom dat batterijen in aanraking komen met metalen voorwerpen. Dit kan een verbinding vormen tussen de plus- en minpolen van uw batterijen en tijdelijke of permanente schade aan de batterijen en brand of een schok veroorzaken. De batterij opladen tControleer als het indicatielampje uit is of de batterij op de juiste wijze is geplaatst. tAls camera tijdens het opladen is ingeschakeld, wordt de batterij mogelijk niet volledig opgeladen. Schakel de camera uit alvorens de batterij op te laden. tGebruik de camera niet als de batterij wordt opgeladen. Dit kan brand of een schok veroorzaken. tTrek niet aan het netsnoer om de stekker uit het stopcontact te halen om te voorkomen dat u brand of een schok veroorzaakt. tWacht minstens tien minuten voor u de camera inschakelt nadat de batterij is opgeladen. tAls u de camera aansluit op een externe voedingsbron terwijl de batterij helemaal leeg is, wordt de camera uitgeschakeld wanneer u bepaalde functies gebruikt die veel stroom verbruiken. Laad de batterij op om de camera op normale wijze te gebruiken. Aanvullende informatie 87 Cameraonderhoud tMet het gebruik van de flitser en het opnemen van video's raakt de batterij snel leeg. Laad de batterij op totdat het indicatielampje groen wordt. tAls het indicatielampje oranje knippert of niet brandt, sluit u de kabel opnieuw aan of verwijdert u de batterij en plaatst u deze opnieuw in de camera. tAls u de batterij oplaadt wanneer de kabel oververhit is of de temperatuur te hoog is, kan het indicatielampje oranje worden. Nadat de batterij is afgekoeld, wordt met opladen begonnen. tTe lang opladen van batterijen kan de levensduur daarvan bekorten. Wanneer het opladen is voltooid, dient u de kabel van de camera los te koppelen. tKnik de voedingskabel niet en plaats er geen zware voorwerpen op. Hierdoor zou de kabel kunnen beschadigen. Behandel batterijen en oplader voorzichtig en voer deze af volgens de voorschriften tGooi batterijen nooit in open vuur. Houd u aan alle lokale regelgevingen bij het weggooien van gebruikte batterijen. tLeg batterijen of camera's nooit in of op verwarmingsapparaten, zoals een magnetron, kachel of radiator. Batterijen kunnen exploderen als ze te heet worden. De batterij opladen terwijl er een computer is aangesloten tGebruik alleen de meegeleverde USB-kabel. tDe batterij wordt mogelijk in de volgende gevallen niet opgeladen: - wanneer u een USB-hub gebruikt - wanneer er andere USB-apparaten op de computer zijn aangesloten - wanneer u de kabel op de poort aan de voorzijde van de computer aansluit - wanneer de USB-poort van de computer de stroomuitvoernorm niet ondersteunt (5 V, 500 mA) Aanvullende informatie 88 Cameraonderhoud t Haal de batterij niet uit elkaar te halen of maak er geen gat in met een scherp voorwerp. t Stel de batterij niet bloot aan hoge druk of extreme krachten. t Stel de batterij niet bloot aan hevige klappen, bijvoorbeeld door deze van grote hoogte te laten vallen. t Stel de batterij niet bloot aan temperaturen boven de 60 °C. t Stel de batterij niet bloot aan vocht of vloeistoffen. t Stel de batterij niet bloot aan direct zonlicht, vuur of een andere extreme warmtebron. Onzorgvuldig of verkeerd gebruik van de batterij kan persoonlijk letsel of de dood tot gevolg hebben. Volg voor uw eigen veiligheid de onderstaande instructies voor het juiste gebruik van de batterij: t De batterij kan vlam vatten of exploderen als deze niet op de juiste wijze wordt gebruikt. Als u vervormingen, scheuren of andere afwijkingen in de batterij opmerkt, stopt u onmiddellijk het gebruik hiervan en neemt u contact op met een servicecenter. t Gebruik alleen authentieke, door de fabrikant aanbevolen batterijopladers en -adapters en laad de batterij alleen op volgens de procedures die in deze gebruiksaanwijzing zijn vermeld. t Plaats de batterij niet te dicht bij warmtebronnen en stel de batterij niet bloot aan extreem warme omgevingen, zoals een gesloten auto in de zon. t Plaats de batterij niet in een magnetron. t Bewaar of gebruik de batterij niet in een hete, vochtige omgeving, zoals een badkamer of douche. t Plaats de batterij niet voor langere tijd op ontvlambare oppervlakken, zoals matrassen, tapijten of elektrische dekens. t Laat het toestel, als het is ingeschakeld, niet voor langere tijd in een afgesloten ruimte. t Zorg ervoor dat de polen van de batterij niet in contact komen met metalen voorwerpen, zoals halskettingen, munten, sleutels en horloges. t Gebruik uitsluitend authentieke, door de fabrikant aanbevolen lithium-ionbatterijen ter vervanging. Aanvullende informatie Richtlijnen voor afvoer t Wees zorgvuldig als u de batterij weggooit. t Werp de batterij nooit in een open vuur. t Afhankelijk van uw land of regio kan de regelgeving met betrekking tot de afvoer verschillen. Voer de batterij af volgens de lokale en federale regelgeving. Richtlijnen voor het opladen van de batterij Laad de batterij alleen op volgens de procedure in deze handleiding. De batterij kan ontbranden of exploderen als deze niet op de juiste wijze wordt opgeladen. 89 Voordat u contact opneemt met een servicecenter Wanneer u problemen met de camera ondervindt, kunt u eerst de volgende procedures uitvoeren voordat u contact opneemt met een servicecenter. Als u hebt geprobeerd een oplossing te vinden met behulp van deze suggesties, maar nog steeds problemen ondervindt, kunt u contact opnemen met uw plaatselijke dealer of servicecenter. Situatie Mogelijke oplossing De camera kan niet worden ingeschakeld t Controleer of de batterij in de camera is geplaatst. t Controleer of de batterij op de juiste wijze is geplaatst. t Laad de batterij op. De camera wordt plotseling uitgeschakeld t Laad de batterij op. t De camera bevindt zich mogelijk in de spaarstand. (pag. 76) t De camera wordt mogelijk uitgeschakeld om te voorkomen dat de geheugenkaart door een harde schok beschadigd raakt. Schakel de camera weer in. De batterij raakt snel leeg t De batterij raakt bij lage temperaturen (onder 0 °C) sneller leeg. Houd de batterij warm door deze in uw zak te steken. t Met het gebruik van de flitser en het opnemen van video's raakt de batterij snel leeg. Laad de batterij indien nodig weer op. t Batterijen zijn verbruiksartikelen die na verloop van tijd moeten worden vervangen. Koop een nieuwe batterij als de levensduur drastisch afneemt. Situatie Mogelijke oplossing Er kunnen geen foto's worden gemaakt t Er is geen ruimte op de geheugenkaart. Wis onnodige bestanden of plaats een nieuwe kaart. t Formatteer de geheugenkaart. (pag. 76) t De geheugenkaart is defect. Koop een nieuwe geheugenkaart. t Controleer of de camera is ingeschakeld. t Laad de batterij op. t Controleer of de batterij op de juiste wijze is geplaatst. De camera loopt vast Verwijder de batterij en plaats deze weer terug. De flitser werkt niet t Mogelijk moet de flitsoptie worden ingesteld op Uit. (pag. 39) t U kunt de flitser niet gebruiken in de modi , of bepaalde -modi. Er wordt onverwachts een flits afgevuurd De flitser wordt mogelijk geactiveerd vanwege statische elektriciteit. Dit is geen fabricagefout. De datum en tijd kloppen niet Stel in het scherminstellingenmenu de datum en tijd in. (pag. 76) Aanvullende informatie 90 Voordat u contact opneemt met een servicecenter Situatie Mogelijke oplossing Het scherm of de knoppen werken niet Verwijder de batterij en plaats deze weer terug. Het camerascherm werkt niet goed Als u de camera bij zeer lage temperaturen gebruikt, kan het camerascherm hierdoor niet goed werken of verkleuren. Voor betere prestaties van het scherm moet de camera bij normale temperaturen worden gebruikt. De geheugenkaart heeft De geheugenkaart is niet gereset. een fout Formatteer de kaart. (pag. 76) Er kunnen geen bestanden worden afgespeeld of weergegeven Als u de naam van een bestand wijzigt, kan de camera dit bestand mogelijk niet afspelen. (Opmerking: de bestandsnamen moeten aan de DCF-normen voldoen.) In dergelijke gevallen kunt u de bestanden op een computer afspelen of weergeven. De foto's zijn onscherp t Controleer of de ingestelde scherpsteloptie voor close-upfoto's geschikt is. (pag. 41) t Controleer of de lens schoon is. Reinig de lens indien nodig. (pag. 81) t Zorg dat het onderwerp zich binnen het bereik van de flitser bevindt. (pag. 93) Situatie Mogelijke oplossing De kleuren in de foto zijn anders dan de daadwerkelijke kleuren Een onjuiste witbalans kan voor onrealistische kleuren zorgen. Selecteer de juiste witbalansoptie voor de lichtbron. (pag. 47) De foto is te licht t Schakel de flitser uit. (pag. 39) t De foto is overbelicht. Pas de belichtingswaarde aan. (pag. 46) De foto is te donker De foto is onderbelicht. t Schakel de flitser in. (pag. 39) t Pas de ISO-waarde aan. (pag. 40) t Pas de belichtingswaarde aan. (pag. 46) De foto's worden niet op de televisie weergegeven t Controleer of de camera correct op de televisie is aangesloten met de A/V-kabel. t Controleer of de geheugenkaart foto's bevat. De computer herkent de camera niet t Controleer of de USB-kabel op de juiste wijze is geplaatst. t Controleer of de camera is ingeschakeld. t Controleer of het besturingssysteem wordt ondersteund. (pag. 65) Tijdens het overbrengen De bestandsoverdracht kan door statische van bestanden elektriciteit worden gestoord. Koppel de verbreekt de computer USB-kabel los en sluit deze weer aan. de verbinding Aanvullende informatie 91 Voordat u contact opneemt met een servicecenter Situatie Mogelijke oplossing De computer kan geen video's afspelen t Het hangt af van de programma’s die u gebruikt voor het afspelen van video’s, of de videobestanden kunnen worden afgespeeld. Installeer en gebruik het programma Intelli-studio om ervoor te zorgen dat de videobestand op uw computer kunnen worden afgespeeld. (pag. 67) t Controleer of de USB-kabel op de juiste wijze is geplaatst. Intelli-studio werkt niet naar behoren t Sluit Intelli-studio af en start het programma opnieuw. t Intelli-studio kan niet op Macintoshcomputers worden gebruikt. t Afhankelijk van de specificaties en instellingen van de computer wordt het programma mogelijk niet automatisch gestart. Klik in dat geval op de computer op Start ĺ Alle Programma's ĺ Samsung ĺ Intelli-studioĺ Intelli-studio. Aanvullende informatie 92 Cameraspecificaties Beeldsensor Sluitertijd Type 1/2,3 inch (circa 7,78 mm) CCD Effectieve pixels Circa 14,2 megapixel Totaalaantal pixels Circa 14,58 megapixel t Smart Auto: 8 - 1/2000 sec. t Programma: 1 - 1/2000 sec. t Nacht: 8 - 1/2000 sec. Belichting Lens Regeling Programma AE Brandpuntsafstand Samsung-lens f = 4,9 - 24,5 mm (35-mm equivalent: 27 - 135 mm) Lichtmeting Multi, Spot, Centr. gewogen F nr. F3,5(W) ~ F5,9(T) Compensatie ±2 WB (1/3 WB stappen) t Fotomodus: 1,0X ~ 3,0X t Weergavemodus: 1,0X - 13,5X (afhankelijk van het ISO-equivalent Auto, 80, 100, 200, 400, 800, 1600 Digitale zoom Flitser beeldformaat) Scherm Type TFT LCD Functionaliteit 2,7 inch (6,9 cm), 230 K Scherpstelling Type TTL autofocus (Multi AF, Centrum AF, Gezichtsdetectie AF) Groothoek (G) Tele (T) Normaal 80 cm - oneindig 100 cm - oneindig Macro 5 cm - 80 cm 100 cm - 150 cm Auto macro 5 cm - oneindig 100 cm - oneindig Modus Uit, Auto, Rode ogen, Invulflits, Langz sync, Anti-rode ogen Bereik t GROOTHOEK: 0,2 m - 2,63 m (ISO Auto) t TELE: 0,5 m - 1,56 m (ISO Auto) Oplaadtijd Circa 4 sec. (afhankelijk van de toestand van de batterij) Trillingsreductie Digital Image Stabilization (DIS) Effect Bereik Opnamemodus Aanvullende informatie 93 t Smart filter: Normaal, Visoog, Helder, Retro, Koel, Klassiek, Negatief, Aangep. RGB t Beeld aanpassen :Scherpte, Contrast, Kleurverz. Cameraspecificaties Afspelen Witbalans Auto, Daglicht, Bewolkt, TL-licht H, TL-licht L, Kunstlicht, Aangepast Type Eén foto , Miniaturen, Diashow, Videoclip * Diashow: Diavoorstelling met effecten & muziek Bewerken Res.wijz, Draaien, Fotostijlkiezer, Beeld aanpassen Effect t Smart Filter: Normaal, Miniatuur, Vignetten, Visoog, Helder, Retro, Koel, Klassiek, Negatief, Aangep. RGB t Beeld aanpassen: ACB, Anti-rode ogen, Gezichtretouch., Helderheid, Contrast, Kleurverz., Ruis toevoegen Datering Datum/tijd, Datum, Uit Opname Foto's t Modus: Smart Auto (Portret, Nacht Portret, Tegenl. Portret, Tegenl., Landschap, Wit, Actie, Statief, Nacht, Macro, Macro Tekst, Blauwe lucht, Lucht zonsondergang, Macro Kleur, Natuurgroen, Vuurwerk), Programma, DIS, Fotohulpgids , Scène (Beautyshot, Nacht, Portret, Landschap, Close-up, Zon onder, Dageraad, Tegenl., Strand/sneeuw) t Snelheid: 1 opname, Continu, Bewegingsopname, AEB t Timer: 10 Sec, 2 Sec, Dubbel, Bewegingstimer Spraakopname t Geluidsopname (max. 10 uur) t Geluidsmemo bij stilstaand beeld (max. 10 sec.) Opslag t Formaat: MJPEG (max. opnametijd: 2 uur) t Formaat: 1280 x 720 (24 FPS,15 FPS), 640 x Video's 480 (30 FPS,15 FPS), 320 x 240 (30 FPS,15 FPS) t Framesnelheid: 30 FPS, 24 FPS, 15 FPS t Spraak: Aan, Uit, Zoom gedempt t Video bewerken (intern): pauzeren tijdens opnemen, foto's nemen Media t Intern geheugen: Circa 9 MB t Extern geheugen (optioneel): - SD-kaart (tot 2 GB gegarandeerd), - SDHC-kaart (tot 8 GB gegarandeerd) * De capaciteit van het interne geheugen kan zonder mededeling vooraf worden gewijzigd. t Foto: JPEG (DCF), EXIF 2.21, DPOF 1.1, Bestandsindeling Aanvullende informatie 94 PictBridge 1.0 t Videoclip: AVI (MJPEG) t Audio: WAV Cameraspecificaties Voor 1 GB SD Voedingsbron Superhoog Hoog Normaal 4320 x 3240 129 240 292 Lithium-ionbatterij: BP70A, 740 mAh (Minimum: 700 mAh) 4320 x 2880 152 249 312 Afhankelijk van uw regio kan de voedingsbron verschillen. 4000 x 3000 147 284 403 Afmetingen (B x H x D) 4320 x 2432 179 282 353 96,8 × 58 × 20,3 mm (exclusief uitstekende delen) 3264 x 2448 232 391 510 Gewicht 2592 x 1944 411 583 823 103 g (zonder batterij en geheugenkaart) 1984 x 1488 643 858 1029 Bedrijfstemperatuur 1920 x 1080 870 1144 1437 0 - 40 ˚C 1024 x 768 1584 1765 1993 Bedrijfsluchtvochtigheid Oplaadbare batterij Beeldformaat Deze waarden zijn gemeten onder standaardcondities en kunnen variëren afhankelijk van opnameomstandigheden en camera-instellingen. 5 - 85 % Software Intelli-studio Interface Digitale uitvoer USB 2.0 Audio-uitvoer Microfoon: Mono Interne luidspreker: Mono Video-uitvoer NTSC, PAL (door gebruiker te kiezen) Gelijkstroomaansluiting 4,2 V Specificaties kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Aanvullende informatie 95 Woordenlijst Automatische contrastverbetering (ACB) Compositie Deze functie verbetert automatisch het contrast van uw beelden wanneer het onderwerp tegenlicht heeft of als er veel contrast is tussen uw onderwerp en de achtergrond. Met compositie wordt de plaatsing van de verschillende elementen in het beeld bedoeld. Meestal levert een compositie volgens de regel van derden een plezierig resultaat. opnamereeks met verschillende belichtingen (AEB) DCF (Design rule for Camera File system) Deze functie maakt automatisch meerdere beelden met verschillenden belichtingen om u te helpen een goedbelicht beeld te maken. Een specificatie voor het definiëren van een bestandsindeling en bestandssysteem voor digitale camera's die is gemaakt door de Japan Electronics and Information Technology Industries Association (JEITA). Autofocus (AF) Een systeem dat automatisch de cameralens scherpstelt op het onderwerp. Uw camera gebruikt het contrast om automatisch scherp te stellen. Scherptediepte Het diafragma bepaalt de hoeveelheid licht die de sensor van de camera bereikt. De afstand tussen het dichtstbijzijnde en verste punt waarop kan worden scherpgesteld in een foto. De scherptediepte verschilt per diafragma, brandpuntsafstand en afstand tussen de camera en het onderwerp. Als u bijvoorbeeld een kleiner diafragma selecteert, wordt de scherptediepte vergroot en wordt de achtergrond van een compositie vaag. Bewegingsonscherpte (vaag) Digitale zoom Als de camera wordt bewogen wanneer de sluiter is geopend, kan het volledige beeld vaag lijken. Dit komt vaker voor wanneer de sluitertijd laag is. Voorkom bewegingsonscherpte door de gevoeligheid te verhogen, de flitser te gebruiken of een hogere sluitertijd. U kunt ook een statief of de DIS- of OIS-functie gebruiken om de camera te stabiliseren. Een functie die op kunstmatige wijze de beschikbare hoeveelheid zoom met de zoomlens vergroot (optische zoom). Als u de digitale zoomfunctie gebruikt, wordt de beeldkwaliteit minder wanneer de vergroting wordt verhoogd. Diafragma Digitale afdrukbestelling (DPOF) Een indeling voor het schrijven van afdrukgegevens, zoals geselecteerde beelden en het aantal afdrukken, op een geheugenkaart. Printers die compatibel zijn met DPOF, soms verkrijgbaar in fotowinkels, kunnen de informatie lezen van de kaart voor eenvoudig afdrukken. Aanvullende informatie 96 Woordenlijst Belichtingswaarde (EV) Brandpuntsafstand Alle combinaties van de camerasluitertijd en diafragma die resulteren in dezelfde belichting. De afstand van het brandpunt van de lens tot het beeldvlak (in millimeters). Grotere brandpuntsafstanden resulteren in een kleinere beeldhoek en een grotere weergave van het onderwerp. Kleinere brandpuntsafstanden resulteren in een grotere beeldhoek. EV-compensatie Met deze functie kunt u snel de belichtingswaarde aanpassen die wordt berekend door de camera, in beperkte stappen, om de belichting van uw foto's te verbeteren. Stel de EV-compensatie in op -1,0 EV om de waarde een stap donkerder in te stellen en op 1,0 EV om de waarde een stap lichter te maken. Histogram Een grafische weergave van de helderheid van een beeld. De horizontale as stelt de helderheid voor en de verticale as het aantal pixels. Hoge pieken aan de linkerkant (te donker) en aan de rechterkant (te licht) op het histogram geven aan dat een foto niet goed is belicht. Exif (Exchangeable Image File Format) Een specificatie voor het definiëren van een beeldbestandindeling voor digitale camera's die is gemaakt door de Japan Electronic Industries Development Association (JEIDA). Belichting De hoeveelheid licht die de sensor van de camera mag bereiken. Belichting wordt bepaald door een combinatie van sluitertijd, diafragma en ISO-waarde. Beeldsensor Het fysieke deel van een digitale camera die een fotosite bevat voor elke pixel in het beeld. Elke fotosite neemt de helderheid van het licht op dat de fotosite bereikt tijdens een belichting. Algemene sensortypen zijn CCD (Charge-coupled Device) en CMOS (Complementary Metal Oxide Semiconductor). Flitser Een flitslamp die ervoor zorgt dat er voldoende belichting is in omstandigheden met weinig licht. Aanvullende informatie 97 Woordenlijst ISO-waarde MJPEG (Motion JPEG) De gevoeligheid van een camera voor licht, gebaseerd op de equivalente filmsnelheid gebruikt in een filmcamera. Met hogere ISOwaarden gebruikt de camera een hogere sluitertijd, waardoor vervaging kan worden verminderd die wordt veroorzaakt door het bewegen van de camera en weinig licht. Beelden met een hoge gevoeligheid zijn echter veel gevoeliger voor ruis. Een video-indeling die wordt gecomprimeerd als een JPEGbeeld. JPEG (Joint Photographic Experts Group) Een lossy-methode van compressie voor digitale beelden. JPEGbeelden worden gecomprimeerd om de algehele bestandsgrootte te verminderen met minimale afname van de beeldresolutie. Ruis Verkeerd geïnterpreteerde pixels in een digitaal beeld die mogelijk worden weergegeven als verkeerd geplaatste of willekeurige, heldere pixels. Ruis treedt meestal op wanneer foto's worden gemaakt met een hoge gevoeligheid of wanneer de gevoeligheid automatisch wordt ingesteld op een donkere locatie. Optische zoom Dit is een algemene zoomfunctie waarmee beelden kunnen worden vergroot met een lens en waarmee de beeldkwaliteit niet vermindert. LCD (Liquid Crystal Display) Een visuele display die algemeen wordt gebruikt in consumenten elektronica. Dit display heeft een aparte achtergrondverlichting nodig zoals CCFL of LED, om kleuren te kunnen reproduceren. Kwaliteit Een uitdrukking van het compressieniveau dat is gebruikt in een digitaal beeld. Beelden met een hogere kwaliteit hebben een lager compressieniveau, wat meestal resulteert in grotere bestanden. Macro Met deze functie kunt u close-upfoto's maken van zeer kleine voorwerpen. Als u de macrofunctie gebruikt, kan de camera goed scherpstellen op kleine voorwerpen met een verhouding op bijna ware grootte (1:1). Resolutie Het aantal pixels in een digitaal beeld. Beelden met hoge resolutie bevatten meer pixels en bevatten meer details dan beelden met lage resolutie. Lichtmeting De lichtmeting heeft betrekking op de manier waarop een camera de hoeveelheid licht meet om de belichting in te stellen. Aanvullende informatie 98 Woordenlijst Sluitertijd De sluitertijd is de hoeveelheid tijd die nodig is om de sluiter te openen en te sluiten. Dit is een belangrijke factor voor de helderheid van een foto, aangezien hiermee de hoeveelheid licht wordt geregeld die door het diafragma op de beeldsensor valt. Met een kortere sluitertijd valt er minder licht naar binnen en wordt de foto donkerder, maar is het ook eenvoudiger om de beweging van het onderwerp te bevriezen. Vignetten Een vermindering van de helderheid of de verzadiging van een beeld bij de randen in vergelijking met het midden van het beeld. Vignetten kan de aandacht richten op onderwerpen die in het midden van een beeld zijn geplaatst. Witbalans (kleurbalans) Een aanpassing van de intensiteit van kleuren (meestal de primaire kleuren rood, groen en blauw) in een beeld. Het doel van het aanpassen van de witbalans, of kleurbalans, is de kleuren van een beeld correct weergeven. Aanvullende informatie 99 Correcte afvoer van de batterijen in dit product Correcte verwijdering van dit product (inzameling en recycling van elektrische en elektronische apparatuur) (Van toepassing in de Europese Unie en andere Europese landen waar afval gescheiden wordt ingezameld.) Dit merkteken, dat op het product of de documentatie wordt weergegeven, geeft aan dat het product en de bijbehorende elektronische accessoires (zoals oplader, headset en USB-kabel) niet bij het huishoudelijk afval mogen worden weggeworpen. Om gevaar voor het milieu of de volksgezondheid te voorkomen, dient u deze producten van andere typen afval gescheiden te houden en op een verantwoordelijke manier te recyclen, om duurzaam hergebruik van materiaalbronnen te bevorderen. Particulieren dienen contact op te nemen met het verkooppunt waar het product is gekocht of met de plaatselijke overheid voor informatie over waar deze producten voor een milieuvriendelijke recycling kunnen worden ingeleverd. Bedrijven dienen contact op te nemen met hun leverancier en de voorwaarden en bepalingen van het aankoopcontract na te kijken. Dit product en de bijbehorende elektronische accessoires mogen niet samen met ander commercieel afval worden weggeworpen. (Van toepassing op de Europese Unie en andere Europese landen met afzonderlijke inzamelingssystemen voor accu’s en batterijen) Dit merkteken, dat op de batterij, de documentatie of de verpakking wordt weergegeven, geeft aan dat de batterijen in dit product niet mogen worden weggeworpen bij het huishoudelijk afval. Waar de chemische symbolen Hg, Cd of Pb zijn aangegeven, betekent dit dat de batterij kwik, cadmium of lood boven de referentieniveaus van EC-richtlijn 2006/66 bevat. Als batterijen niet op de juiste wijze worden afgevoerd, kunnen deze stoffen in het milieu terechtkomen en schade aan de gezondheid of het milieu toebrengen. Scheid batterijen van andere soorten afval en recycle ze via uw plaatselijke, gratis batterijeninzamelsysteem. Zo helpt u de natuurlijke hulpbronnen te beschermen en het hergebruik van materiaal te bevorderen. * PlanetFirst duidt op het streven van Samsung Electronics naar een duurzame ontwikkeling en sociale verantwoordelijkheid door middel van milieubewuste bedrijfsvoering. Aanvullende informatie 100 Index A B Aanpassen Batterij Contrast in de opnamemodus 51 in de weergavemodus 62 Helderheid 62 Kleurverzadiging in de opnamemodus 51 in de weergavemodus 62 Scherpte 51 ACB in de opnamemodus 46 in de weergavemodus 62 Afdruk 77 op categorie 54 op televisie 64 bezig met opladen 87 Specificaties 86 Bestanden wissen 56 Bewegingsonscherpte 25 Beautyshot-modus 30 Bewegingstimer 38 Beeld aanpassen Bewerken 60 ACB 62 anti-rode ogen 62 contrast 62 gezichtretouch. 62 helderheid 62 kleurverzadiging 62 ruis toevoegen 62 Bewegingsopname 49 Continu 49 opnamereeks met verschillende belichtingen (AEB) 49 AF-geluid 75 Belichting 46 AF-lamp 77 Bestanden beveiligen 55 D Afspeelknop 16 Bestanden overbrengen Datum/tijd instellen 76 Automatische contrastverbetering (ACB) 46 voor Mac 71 voor Windows 65 Draaien 60 F Anti-rode ogen 40 Auto 40 Invulflits 40 Langzame synchronisatie 40 Rode ogen 40 Uit 39 Fotokwaliteit 36 Foto's afdrukken 72 Datumtype 76 Bestanden weergeven als miniatuur 55 Diavoorstelling 57 DPOF 63 Flitser Continuopnamen Beginafbeelding 60, 75 Afzonderlijke beelden uit een video opslaan 59 DIS-modus 31 Filmmodus 32 C Afdrukbestelling 63 Afspeelmodus 53 (DIS) 31 Diavoorstelling 57 Fotostijlen in de opnamemodus 50 in de weergavemodus 61 Digitale zoom 23 Foutmeldingen 80 Digital Image Stabilization Functiebeschrijving 75 Aanvullende informatie 101 Index Functieknop 14 G I M P Indeling 76 Macro 41 Pictogrammen 18 Instellingen Menuknop 14 Programmamodus 32 Geheugenkaart Camera 76 Geluid 75 Openen 74 Scherm 75 Capaciteit 84 Geluid uitschakelen Camera 16 Video 33 Gezichtsdetectie Knipperen 45 Normaal 43 Smile shot 44 Zelfportret 44 MJPEG (Motion JPEG) 94 R N Intelli-studio 68 ISO-waarde 40 O Onderhoud 81 Knipperen 45 Onvolkomenheden in het gezicht 31 L Opnamemodus H Lichtbron (Witbalans) 47 Half indrukken 6 Lichtmeting Helderheid van het gezicht 30 Het apparaat loskoppelen 70 Centr. gewogen 47 Multi 47 Spot 47 Behuizing 81 Lens 81 Scherm 81 Reset 76 K Grootte aanpassen 60 Helderheid scherm 75 Reinigen Navigatieknop 14 DIS 31 Film 32 Programma 32 Scène 30 Smart Auto 28 Resolutie Foto 36 Video 36 RGB-tint in de opnamemodus 50 in de weergavemodus 61 Rode ogen in de weergavemodus 62 Opnamesnelheid 32 Opnemen Spraakmemo 34 Video 32 Aanvullende informatie 102 S Scènemodus 30 Index Scherpstelafstand Macro 41 Normaal (AF) 41 Scherpstelgebied Centrum AF 42 Multi AF 42 Servicecenter 90 Video 78 Afspelen 58 Opnemen 32 Volume 75 W Witbalans 47 Smart Album 54 Smart Auto-modus 28 Z Smile shot 44 Zelfportret 44 Snel tonen 75 Zoomen 23 Spraakmemo Zoomknop 14 Afspelen 59 Opnemen 34 T Timer 37 Type weergave 21 V Vergroten 57 Aanvullende informatie 103 Raadpleeg voor klantenservice of bij vragen de garantie-informatie die met het product is meegeleverd of bezoek onze website http://www.samsung.com/.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105

Samsung PL 20 Handleiding

Categorie
Camcorders
Type
Handleiding