Shimano SC-6500-MX de handleiding

Categorie
Fietsaccessoires
Type
de handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

25
Dutch
Fietscomputer
SC - 6500 / SC - 6500 - M
SC - 6500 - MX / SC - 6500 -T
INDEX
1. Buitenaanzicht ・・・・・・・・・・・・・・・
27
2. Display - inhoud ・・・・・・・・・・・・・・・
28
3. Display - funkties ・・・・・・・・・・・・・・
30
Huidige snelheid
(
VEL
)
・・・・・・・・・・・・・
31
Versnellingsindicator
(
bar
)
Tijdsaanduiding
(
CLK
)
Ritafstand-groep
(
TIM, DST, MAX, AVE
)
・・・・
32
Kilometerteller
(
ODO
)
・・・・・・・・・・・・・・
33
Stopwatch
(
STW
)
groep
Cadans
(
rpm
)
・・・・・・・・・・・・・・・・・・
34
Hoofd-display cadans
(
VEL
)
Rondenteller
(
CNT
)
Digitaal versnellingsnummer F- R
・・・・・・・・
35
Overbrengingsverhouding
Pijl van tempo-aanduiding
Aanduiding voor lage batterijspanning
(
LO BAT
)
Energiebesparingsfunktie
・・・・・・・・・・・・
36
4. Terugstellen ・・・・・・・・・・・・・・・・・
36
5.
Controleren van de gegevens na het
・・・・
37
verwijderen van de computer uit de houder.
6. Instellingstoleranties
7. Montage aan de fiets
・・・・・・・・・・
38
8. Ingeving van de gegevens ・・・・・・
39
Storingzoeken ・・・・・・・・・・・・・・・・・・
46
26
Waarschuwing
Tijdens het rijden niet te veel aandacht
besteden aan de gegevens op de computer.
Dit kan ongelukken veroorzaken.
Opmerking;
* De wistoets (AC) wordt gebruikt voor het wissen van het
geheugen van de hoofdeenheid.
* De hoofdeenheid nooit demonteren, aangezien deze dan
niet meer in elkaar gezet kan worden.
* De hoofdeenheid is volledig waterdicht en bestand tegen
natte weersomstandigheden. Echter niet met opzet in water
onderdompelen.
* Zorg er voor de hoofdeenheid niet bloot te stellen aan
buitengewoon warme weersomstandigheden.
* Behandel de hoofdeenheid voorzichtig en stel deze niet
bloot aan schokken.
* Gebruik voor het reinigen van de hoofdeenheid en de
sensor geen wasbenzine of andere chemische middelen,
aangezien de behuizing van deze onderdelen daardoor
aangetast kan worden.
* Voor het reinigen van deze onderdelen, deze met een doek
die bevochtigd is met een milde oplossing van zachte zeep
en water schoonvegen.
Model Nr.
SC-6500
SC-6500-
MX
STI hendel
ST-6501
ST-5500-C
ST-M951
ST-M950
SL-M951
SC-6500-T
ST-T400
ST-T300
SC-6500-M
ST-M952
ST-M750
SL-M570
SL-M952
SL-M750
SL-M570
Specificaties
27
1. Buitenaanzicht
Voor
Hoofd- display
Start/stop toets
1.
Huidige snelheid
(VEL)
10. Cadans
15.
Versnellingsnummer
(digitaal)
Sub- display
2
-
14, 16
17.
Versnellingsindicator
(streepje)
achte
Toets B
AC Wistoets
Achter
Batterijdeksel
Toets A
Funktietoets
<
SC-6500
>
STI remhouder achter
Start/stop toets
<
SC-6500-M /SC-6500-MX /SC-6500-T
>
Funktietoets
28
2. Display - inhoud
Funktie 1
1. Huidige
snelheid
(VEL)
2. Klok
(CLK)
3. Rittijd
(TIM)
4. Ritafstand
(DST)
5. Kilometerteller
(ODO)
7. Stopwatch
ritafstand
(DST STW)
8.
Stopwatch –
gemiddelde afstand
(AVE STW)
9.
Stopwatch –
maximum snelheid
(MAX STW)
6. Stopwatch
29
Funktie 2
10. Cadans
(rpm)
11.
Hoofd- display
cadans
12.
Maximum
snelheid
1
3.
Gemiddelde
snelheid
15.
Versnellingsnummer
(digitaal)
16.
Overbrengingsverhouding
17.
Versnellingsindicator
(streepje)
18. Pijl van tempo-
aanduiding
19.
Aanduiding voor
lage batterijspanning
14. Rondenteller
30
3. Display - funkties
“Huidige snelheid” en “Versnellingsindicator (streepje)”
worden altijd aangegeven.
Funktie 1 Funktie 2
TIM Rittijd
DST Ritafstand
ODO Kilometerteller
STW Stopwatch
CLK Klok rpmCadans
VEL
Hoofd - display cadans
MAX
Maximum snelheid
AVE
Gemiddelde snelheid
CNTRondenteller
ST/SP toets
Funktietoets
Funktietoets
eenmaal indrukken
Funktietoets onafgebroken
gedurende 2 seconden of
langer ingedrukt houden
SC-6500
SC-6500-M
SC-6500-MX
SC-6500-T
ST/SP toets
Funktietoets
31
(
1
)
Huidige snelheid
(
VEL
)
km/h, mph
Wanneer de
cadans bovenaan
op de hoofd-
display verschijnt
Zal de huidige
snelheid op de
sub- display
verschijnen.
0.0(2.0) - 130.0 km/h
0.0(1.2) - 80.0 mph (Bereik)
De huidige snelheid zal bovenaan
op de hoofd-display verschijnen.
(
2
)
Versnellingsindicator
(
streepje
)
Aanduiding voorzijde
Aanduiding achterzijde
Geeft aan;
Laagste versnelling voor voorste
kettingwiel met twee kettingringen
Middelste versnelling voor voorste
kettingwiel met drie kettingringen
Geeft aan;
Hoogste versnelling voor kleinste
achtertandwiel
Laagste versnelling voor grootste
achtertandwiel
(
3
)
Tijdsaanduiding
(
CLK
)
24- uur klok
Het streepje van de
versnellingsindicator zal niet
verschijnen als de sensorkabel niet
is aangesloten of uitgeschakeld is.
De klok verschijnt bij
overschakeling van funktie 2 naar
funktie 1 en tijdens de
energiebesparingsfunktie.
32
(
4
)
Ritafstand - groep
(
TIM, DST, MAX, AVE
)
De ritafstand- groep omvat de rittijd (TIM), de ritafstand (DST), de maximum
snelheid tijdens de rit (MAX) en de gemiddelde snelheid tijdens de rit (AVE).
Druk voor het activeren van de ritafstand-groep de funktietoets in totdat “TIM”
op de display verschijnt en druk vervolgens de ST/SP toets in.
De km/mijl aanduiding gaat knipperen. Zodra de wielsensor door het draaien
van het wiel geactiveerd wordt, zal de computer automatisch met de registratie
van de gegevens beginnen. Wanneer het wiel stopt met draaien, zal de
computer automatisch met de registratie van de gegevens stoppen.
Druk voor het handmatig stoppen van de funkties de ST/SP toets eenmaal in.
Druk voor het terugstellen van de ritafstand- groep de funktietoets en de ST/SP
toets tegelijkertijd in.
De groep wordt dan in zijn geheel naar nul teruggesteld.
Verder zullen gedurende de tijd dat deze groep in bedrijf is de km/mph, rpm en
F- R aanduidingen knipperen.
Gemiddelde snelheid (AVE)
0.0 (2.0) - 130.0km/h
0.0 (1.2) - 80mph.
Rittijd (TIM)
0 - 99:59:59 (h; min ;sec)
Ritafstand (DST)
0 - 999.99 (km,mile)
Maximum snelheid (MAX)
0.0 (2.0) - 130.0km/h
Opmerking;
Om de gemiddelde snelheid te
berekenen is het noodzakelijk tenminste
10 seconden met de fiets te rijden.
Een pijl die omhoog wijst geeft aan dat
uw huidige snelheid hoger is dan uw
gemiddelde snelheid en een pijl die
omlaag wijst geeft aan dat deze
snelheid lager is.
Als de rittijd (TIM) de 100 uren overschrijdt of de ritafstand (DST) meer is dan 1000
kilometer (1000 mijl), zullen de waarden voor de rittijd (TIM) en de ritafstand (DST)
naar nul terugkeren en zal de meting vervolgens vanaf dat punt verder gaan.
Echter “ER” zal als de gemiddelde snelheid (AVE) worden getoond. Voor het
wissen van deze display, deze op nul terugzetten. Hiermee zullen echter alle
waarden voor de metingen die tot op dat punt gedaan zijn gewist worden.
33
(
5
)
Kilometerteller
(
ODO
)
0- 9999.9 km, mijl
(
6
)
Stopwatch
(
STW
)
groep
Stopwatch
(STW)
0.0 - 90:00 (min,sec)
Stopwatch - ritafstand
(DST,STW)
km mijl
Stopwatch - gemiddelde
snelheid (AVE,STW)
km/h mijl/h
Stopwatch-maximum
snelheid (MAX, STW)
km/h mijl/h
Deze groep omvat de stopwatch- ritafstand, de gemiddelde
snelheid en de maximum snelheid. De stopwatch wordt
geactiveerd door het indrukken van de ST/SP toets. Gedurende
de tijd dat de stopwatch- groep in bedrijf is zal de stopwatch
(STW) aanduiding knipperen.
De stopwatch- ritafstand funktie (DST, STW) registreert de totale
afstand tijdens de STW funktie.
De stopwatch- gemiddelde snelheid (AVE, STW) registreert de
gemiddelde afstand tijdens de STW funktie.
De maximum snelheid (MAX, STW) registreert gedurende de tijd
dat de stopwatch- funktie in bedrijf is de maximum snelheid.
STW
DST, STW
AVE, STW
MAX, STW
Stopwatch - ritafstand (DST, STW)
Stopwatch - gemiddelde snelheid (AVE, STW)
Stopwatch - maximum snelheid (MAX, STW)
Stopwatch
(
STW
)
Druk voor het veranderen van de funktie
de toets B in.
Opmerking;
De funkties van deze groep zijn
uitsluitend beschikbaar wanneer de
stopwatch geactiveerd is.
Als de ritafstandfunktie ook
tegelijkertijd geactiveerd wordt, kan de
afstand op dat moment niet afgelezen
worden. Echter de ritafstand, de
gemiddelde snelheid en de maximum
snelheid zullen gedurende deze
periode normaal geregistreerd worden.
34
(
7
)
Cadans
(
rpm
)
De cadans wordt berekend op
basis van het aantal tanden van de
F - R voor - en achterversnellingen
en de huidige snelheid.
Opmerking;
De cadans verschijnt altijd
wanneer de fiets in beweging is,
onafhankelijk van het draaien van
de crankarmen.
(
9
)
Rondenteller
(
CNT
)
Deze funktie wordt gebruikt voor het
tellen van ronden, enz.
(bereik 0 - 99).
De rondenteller wordt geactiveerd
door het indrukken van de ST/SP
toets. Voor het naar nul terugstellen
van de teller, de funktietoets en
ST/SP toets tegelijkertijd indrukken.
Voor het naar nul terugstellen van
alle waarden van de TIM groep, de
STW groep en de rondenteller de
funktietoets en de ST/SP toets
gedurende tenminste 2 seconden
tegelijkertijd ingedrukt houden. Dit
kan gebeuren onafhankelijk van wat
er op dat moment op de display
wordt aangegeven.
(
8
)
Hoofd - display cadans
(
VEL
)
De cadans (rpm) kan ook op de
hoofd- display worden aangegeven.
De huidige snelheid wordt dan naar
de sub- display verplaatst.
Cadans op de hoofd- display
Huidige snelheid op sub- display
35
(
10
)
Digitaal versnellingsnummer F - R
Zodra er een overschakeling wordt
gemaakt, zullen de
versnellingscombinaties op de display
verschijnen. Dit zal enkel gedurende
ongeveer 4 seconden worden
aangegeven, waarna het
oorspronkelijke scherm weer zal
terugkeren.
De versnellingscombinaties zijn;
(
11
)
Overbrengingsverhouding
(
12
) Pijl van tempo - aanduiding
De overbrengingsverhouding wordt ook enkel aangegeven op
de display wanneer er een overschakeling gemaakt is.
Dit blijft gedurende ongeveer 4 seconden aangegeven.
Funktioneert wanneer de meting van
afstand en tijd geactiveerd is.
(
13
)
Aanduiding voor lage batterijspanning
(
LO BAT
)
Dit gaat knipperen wanneer de
resterende batterijspanning laag is. De
batterij dient zo spoedig mogelijk door
een nieuwe te worden vervangen.
• Twee kettingringen • Drie kettingringen
binnen
・・・・・・ 1 binnen ・・・・・・ 1
buiten
・・・・・・・ 2 midden ・・・・・ 2
buiten
・・・・・・・ 3
Achter
De nummers voor achter worden aangegeven
in volgorde vanaf de laagste versnelling.
Laag1 ・・・・ Hoog ・・・・・ 9. enz.
Overbrengingsverhouding formule
Overbrengingsverhouding =
aantal tanden van voorste kettingwiel
aantal tanden van achtertandwiel
48
15
=
3.2
F
R
Overbrengingsverhouding
36
(
14
)
Energiebesparingsfunktie
Wanneer de computer geen
signalen meer ontvangt of wanneer
er geen toetsen bediend worden,
zal het apparaat in een “sluimer”
toestand komen en zal enkel de klok
op de display zichtbaar blijven.
De normale display keert terug
zodra er een signaal wordt
ontvangen of een toets ingedrukt
wordt.
Opmerking;
Wanneer de
energiebesparingsfunktie is
ingesteld zal bij geactiveerde
stopwatch-funktie de stopwatch in
werking blijven. De stopwatch zal
automatisch stoppen nadat er 90
minuten verstreken zijn.
4. Terugstellen
Met behulp van deze funktie is het mogelijk de km/h-mph, de wielomtrek,
de versnellingscombinatie, het type achterderailleur en de tijd terug te
stellen zonder enig verlies van gegevens (d.w.z. totale afstand, ritafstand,
enz.). Ga voor het terugstellen naar elke willekeurige display behalve CLK
op de sub-display. Druk toets “B” gedurende tenminste 5 seconden in.
Vervolgens de instrukties volgens zoals aangegeven onder hoofdstuk 8
Ingeving van de gegevens.
Toets B 5sec.
Normale display
Wielomtrek
F - R aantal kettingringtanden, aantal achtertandwieltanden
Type achterderailleur
Tijd
km/h mijl/h
Toets B 5sec.
Sub - display
(
CLK
)
37
6. Instellingstoleranties
5.
Controleren van de gegevens na het
verwijderen van de computer uit de houder.
De gegevens blijven behouden ook nadat de computer uit de houder op
het stuur verwijderd is.
CLK
rpm
VEL
MAX
AVE
STW
DST, STW
AVE, STW
MAX, STW
CNT
TIM
DST
ODO
STW
Verandert
achtereenvolgens
wanneer toets B
ingedrukt wordt
Verandert achtereenvolgens wanneer
toets A ingedrukt wordt
Funktie 1 Funktie 2
VEL
・・・・・・・・・・・・・・・・・・・・・ 1%
DST, ODO ・・・・・・・・・・・ 0.05%
CLK ・・・・・・・・・・・ 30/1.000.000
STW, TIM ・・・・・ 50/1.000.000
(5 minuten of minder per maand)
38
7. Montage aan de fiets
Monteer de hendels aan het stuur. Vervolgens de remkabels en
versnellingskabels aansluiten en afstellen. Zie de STI hendel Montage-
instrukties voor nadere bijzonderheden betreffende deze procedures.
(
1
)
Monteren van de signaalkabel (SC-6500)
Monteer de signaalkabel zoals
aangegeven in Afb. 1
(
2
)
Monteren van de computer
Monteer de klemband en de
houder zoals aangegeven in Afb. 2.
Bevestig de signaalkabel met tape
aan het stuur.
(
3
)
Schuif de computer op de
houder totdat deze op zijn
plaats klikt.
zoals aangegeven in Afb. 3.
Wikkel daarna afwerkingstape om
het stuur en zet zowel de
signaalkabel als de remkabel
daarmee vast.
Afb.1
Aantrekkoppel:
0.3 - 0.5 Nm
{
3 - 5 kgfcm
}
Afb.3
ComputerHouder
Afb.2
Houder
Klemband
Aantrekkoppel:
1 Nm
{
10 kgfcm
}
* Zie voor de SC-6500-M, SC-6500-MX en SC-6500-T
de bijgeleverde montage-instructies.
39
8. Ingeving van de gegevens
(
4
)
Monteren van de magneet
en de sensors
Bevestig met behulp van een
schroevedraaier de magneet op
provisorische wijze aan een spaak aan de
rechterzijde van het voorwiel, zoals
aangegeven in Afb. 4.
Monteer een rubber vulring tussen de vork
en de sensor, zoals aangegeven in Afb. 5.
(Bereik van de vorkdiameter is 11-35 mm)
Plaats de magneet op een van de twee
sensorlijnen.
Stel de positie van de magneet zodanig af
dat de afstand tussen de magneet en de
sensors 1 - 5 mm bedraagt. Zet de
magneet en de sensors
stevig in deze
posities vast.
(
1
)
Meten van de wielomtrek
Controleer alvorens de wielomtrek te meten of de bandenspanning van de band
overeenkomt met de standaard bandenspanning. Breng een merkteken op de band en
op de grond aan op het punt waar de band de grond raakt. Ga op de fiets zitten en laat
de fiets over een afstand van één volledige omwenteling van het voorwiel vooruit rollen.
Markeer het punt waar de markering op de band opnieuw de grond raakt. Meet de
afstand tussen de twee punten in millimeters. Rond de afstand naar het dichtstbijzijnde
veelvoud van 5 mm af.
Afb.4
Afb.5
Sensors
Magneet
1- 5 mm
Voorvork
Trekken
Sensors
Voorvork
1. Km of Mijl
2. Wielomtrek
3. Aantal kettingringtanden
4. Aantal achtertandwieltanden
5. Type achterderailleur
6. Huidige tijd
[]
Voorbeeld
2028 - 2032mm
・・・・・ 2030mm
2033 - 2037mm
・・・・・ 2035mm
2038 - 2042mm
・・・・・ 2040mm
Vooruit rollen
Wielomtrek
Minder dan
Ø 2,1 mm
Snelheidssensor
Plastic klemband
40
(
2
)
Controleren van het aantal kettingringen en achtertandwieltanden
Controleer of het voorste kettingwiel twee of drie kettingringen heeft.
(
3
)
Kiezen van Km of Mijl
Wanneer de toets “AC” (wistoets) wordt
gedrukt, verschijnt de display zoals
aangegeven in Afb. 5 en de instelling
voor k/h begint te knipperen. Kies Km/h
of Mijl/h door het indrukken van toets
“A”. Houd na het maken van uw keuze
toets “B” gedurende 2 seconden of
langer onafgebroken ingedrukt om de
instelling vast te leggen.
Controleer of de cassette
7, 8 of 9 tandwielen
heeft.
[]
Voorbeeld
12,13,14,15,16,17,19,21,23
・・・ 9 tandwielen
12,13,14,15,16,17,19,21
・・・・・・ 8 tandwielen
Voorbeeld
48x38x28 ・・ Drie kettingringen 53x39 ・・・・・ Twee kettingringen
Afb.6
(
4
)
Ingeven van de wielomtrek
De display verschijnt zoals aangegeven in Afb. 7. Geef de waarde in die u
zojuist heeft opgemeten.
Afb.7
2050 • • • Wielomtrek (mm)
26 1.75
• • • Geeft de bandenmaat
26 inch x 1.75 aan.
41
Telkens wanneer op toets “A” wordt gedrukt, neemt de waarde met 5 mm
toe.
Wanneer toets “A” onafgebroken ingedrukt wordt gehouden zal de
waarde snel veranderen.
Druk zodra de gewenste waarde op de display verschijnt toets “B”
gedurende 2 seconden of langer in om de instelling vast te leggen.
In het geval van banden die een omtrek hebben van minder dan 2050
mm, toets “A” onafgebroken ingedrukt houden. Nadat de waarde tot 2395
is toegenomen, zal deze veranderen naar 1700.
Blijf toets “A” ingedrukt houden totdat de gewenste waarde bereikt is en
druk vervolgens toets “B” 2 seconden of langer in om de instelling vast te
leggen.
Afgezien van de aanduiding 26 x 1.75 (2050 mm) kunnen er op de display
voor de wielomtrek de volgende 11 aanduidingen verschijnen.
Banden waarvan de afmetingen
anders zijn dan deze worden niet op
de display aangegeven.
700 18
・・・・・・・・・ 700 x 18C (2070)
700 19
・・・・・・・・・ 700 x 19C (2090)
700 20
・・・・・・・・・ 700 x 20C (2110)
700 25 ・・・・・・・・・ 700 x 25C (2115)
700 28
・・・・・・・・・ 700 x 28C (2135)
26 13/8
・・・・・・・ 26inch x 1 3/8(2075)
26 2.00
・・・・・・・・ 26inch x 2.00 (2085)
26 11/2 ・・・・・・・ 26inch x 1 1/2 (2100)
26 1.00
・・・・・・・・ 26inch x 1 (1970)
26 1.4
・・・・・・・・・ 26inch x 1.40 (2005)
26 1.5
・・・・・・・・・ 26inch x 1.50 (2050)
42
(
5
)
Ingeven van het aantal kettingringen en achtertandwieltanden
De display zal veranderen naar die welke wordt aangegeven in Afb. 8.
Geef de waarde in te beginnen met de buitenste kettingring. “48” zal op
de display knipperen. Telkens wanneer toets “A” wordt ingedrukt, zal de
waarde met één tand toenemen. Door het indrukken van toets “B” wordt
de waarde vastgelegd. Als de waarde correct is, toets “B” eenmaal
indrukken om de instelling vast te leggen. Voor elke vijf maal dat de
waarde wordt veranderd, zal “- -” eenmaal worden aangegeven.
Als deze waarde met behulp van toets “B” voor de buitenste kettingring is
ingesteld, zullen alle display-aanduidingen die verband houden met de
versnellingsindicator van het scherm verdwijnen.
Afb.8
Binnenste
kettingring
Buitenste
kettingring
Voorste
kettingring (3S)
Achtertandwiel
(9S)
Laagste
versnelling
Hoogste
versnelling
De volgende aantallen tanden zijn in de computer
voorgeprogrammeerd.
Voorste kettingringen
48 x 38 x 28 (3 kettingringen)
Cassette 12,13,14,15,16,17,19,21,23
(9 tandwielen)
Aantal tanden van
grootste kettingring
Wanneer toets “A” gedurende 2
seconden of langer ingedrukt
wordt gehouden, zal de waarde
snel veranderen. Zodra de waarde
60 bereikt, zal deze terug naar 40
veranderen en vervolgens
opnieuw tot 60 toenemen.
Na het instellen van de waarde
voor de grootste kettingring, zal de
display veranderen naar die welke
wordt aangegeven in Afb. 9.
Afb.9
43
Geef het aantal tanden in voor de
binnenste kettingring (bij een voorste
kettingwiel met twee kettingringen)
of de middelste kettingring (bij een
voorste kettingwiel met drie
kettingringen).
“38” zal op de display knipperen.
Deze positie kan van 20 tot 50
worden ingesteld aan de hand van
dezelfde procedure als voor het
instellen van de waarde voor de
buitenste kettingring. Na het
instellen van de waarde voor de
binnenste kettingring of de middelste
kettingring zal de display veranderen
naar die welke wordt aangegeven in
Afb. 10.
Afb.10
Ingeven van het aantal
achtertandwieltanden
De display verandert dan naar die
welke wordt aangegeven in
Afb. 11.
Bij gebruik van een voorste kettingwiel met twee kettingringen, toets “A” eenmaal
indrukken zodat “- -” wordt aangegeven en vervolgens toets “B” eenmaal
indrukken om de instelling vast te leggen. Het voorste kettingwiel zal dan
geregistreerd worden als een voorste kettingwiel met twee kettingringen en de
display zal veranderen naar de aanduiding voor de instellingen voor de
achtertandwielen. Bij gebruik van een voorste kettingwiel met drie kettingringen
kan de waarde van 15 tot 34 worden ingesteld aan de hand van dezelfde
procedure als voor het instellen van de middelste kettingring.
Afb.11
Afb.12
Geef het aantal tanden voor elk
tandwiel in aan de hand van dezelfde
procedure als die gebruikt werd voor
de kettingringen.
Druk toets “A” in om het gewenste
aantal tanden te kiezen en druk
vervolgens toets “B” in om de instelling
vast te leggen. De waarde kan
ingesteld worden van 11 tot 42.
Zodra de instellingen voor het kleinste
tandwiel tot en met het 7de tandwiel
gemaakt zijn, zal de display veranderen
naar die aangegeven in Afb. 12.
Aantal tanden van
7de tandwiel plus
één tand
Aantal tanden van
7de tandwiel
44
Als de cassette uit zeven tandwielen bestaat, toets “A” eenmaal indrukken
om de knipperende “21” in “- -” te veranderen en vervolgens toets “B”
eenmaal indrukken. Dit geeft aan dat er geen 8ste tandwiel is en hiermee
is de procedure van het ingeven van het aantal tandwieltanden voltooid.
Als de cassette uit 8 tandwielen bestaat, het aantal tanden voor deze
positie ingeven en dezelfde procedure als hierboven volgen voor het
ingeven van “- -” op de 9de positie of het aantal tanden voor het 9de
tandwiel ingeven.
Controleren van het ingegeven aantal tanden
Zodra de instelling van het aantal tandwieltanden voltooid is, zal de
display terugkeren naar de display voor de eerste ingeving. Controleer alle
waarden opnieuw door toets “B” bij herhaling in te drukken en het aantal
tanden voor elk tandwiel te controleren. Druk toets “B” telkens eenmaal in
en controleer of het ingegeven aantal tanden overeenkomt met
tandwielpositie op de display.
Als alle ingegeven waarden
correct zijn, toets “B”
gedurende 2 seconden of
langer ingedrukt houden
om verder te gaan met het
ingeven van de volgende
reeks gegevens.
Houd toets “B” gedurende 2
seconden of langer ingedrukt om
verder te gaan met het ingeven van
de volgende reeks gegevens.
Afb.13
111 ・・・・ Voor een conventionele
achterderailleur
222
・・・・ Voor een Rapid Rise
achterderailleur (type
met omkeerveer)
(
6
)
Ingeven van het type achterderailleur
De display verandert naar die welke wordt aangegeven in Afb. 13.
Telkens wanneer toets “A” wordt ingedrukt, zal de display veranderen van
“111” naar “222”.
Deze waarde
Aangegeven
gedeelte
45
Wanneer toets “A” wordt ingedrukt, zullen de
uren vooruit lopen. Als toets “A”
onafgebroken ingedrukt gehouden wordt,
zullen de uren snel vooruit lopen. Druk toets
“B” eenmaal in om de uren in te stellen.
Vervolgens zal het minuten-gedeelte
beginnen te knipperen, zoals aangegeven in
Afb. 15.
Stel de minuten in aan de hand van dezelfde
procedure als bij het instellen van de uren. De
klok zal vervolgens beginnen te lopen.
Opmerking; Terugstellen van de klok
Afb.14
Afb.15
[]
Voorbeeld
Als de 10:46:23 is
・・・・・・・ 10:47: - -
IAls de tijd 13:59:16 is
・・・・ 14:00: - -
Ga naar een display waarbij CLK op de sub-display wordt
aangegeven. Houd toets “B” gedurende 5 seconden of langer
ingedrukt om de tijdinstelling te veranderen.
(
7
)
Instellen van de tijd (24 uur formaat)
De display verandert naar die welke wordt
aangegeven in Afb. 14.
Stel de tijd in op één minuut later dan de
huidige tijd.
Hiermee is de procedure van het ingeven van gegevens
voltooid. De display zal nu terugkeren naar de normale
displayfunktie.
Plaats de batterij zodanig dat de “+” zijde
zichtbaar is zoals aangegeven in Afb. 16 en
draai vervolgens het batterijdeksel vast.
De batterij die bij aankoop is geplaatst
dient voor controle-doeleinden. Als
de aanduiding voor lage
batterijspanning verschijnt, de batterij zo
spoedig mogelijk vervangen.
Na het verwisselen van de batterij, de
procedure voor het initialiseren uitvoeren.
Verwisselen van de batterij
(CR-2032 batterij)
Sluiten
Openen
Afb.16
CR-2032
46
Storingzoeken
* Snelheid wordt niet aangegeven.
Controleer of de posities van de snelheidssensor en de
magneet correct zijn.
Controleer of de hoofdeenheid op correcte wijze in de
houder is bevestigd.
* Display verschijnt niet of is zwak.
Slecht contact of batterij is uitgeput. Vervang de batterij
door een nieuwe.
* Verkeerde gegevens worden aangegeven.
Druk de A/C toets in om de gegevens opnieuw in te
geven.
* Display is donker.
Dit is omdat de hoofdeenheid erg heet is geworden
doordat deze langdurig aan direct zonlicht is
blootgesteld, hetgeen zich tijdens warm weer kan
voordoen.
Laat de hoofdeenheid op een koele plek in de schaduw
afkoelen zodat deze weer normaal kan funktioneren.
* De gegevens op de display veranderen slechts
langzaam.
De bedrijfstemperatuur van de computer is –10°C tot
50°C. Controleer of de temperatuur niet lager is dan
–10°C.
* Het aantal versnellingen en de
overbrengingsverhoudingen worden niet aangegeven.
Vernieuw de versnellingsnummersensor.
Batterij niet
weggooien,
maar inleveren
als KCA.
NL
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22

Shimano SC-6500-MX de handleiding

Categorie
Fietsaccessoires
Type
de handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor