Cateye Q3a [MSC-CY300] Handleiding

Type
Handleiding
NL-1
Vervolgd
Hartelijk dank voor uw aankoop van de CATEYE Q3a Multi-Sport Computer.
De Q3a is een polshorloge met hartslagmonitor met aanvullende fietscomputerfuncties
om atleten in staat te stellen hun trainingsgegevens te organiseren en te analyseren.
De draadloze digitale technologie met 2,4 GHz frequentie, dezelfde technologie die ge-
bruikt wordt voor gewone apparatuur zoals een draadloos netwerk, wordt gebruikt voor
zowel de geïntegreerde cadans/snelheidssensor als de hartslagsensor. Deze technologie
elimineert interferentie door ruis van buitenaf en overspraak met andere draadloze
computergebruikers vrijwel volledig, zodat u kunt genieten van een zorgeloze rit.
Lees deze handleiding voor gebruik in zijn geheel aandachtig door om alle functies van
het polshorloge goed te leren kennen. Bewaar de gebruiksaanwijzing op een veilige
plek om hem later wanneer nodig te kunnen raadplegen.
Belangrijk
Volg altijd de aanwijzingen op die zijn aangeduid met “• Waarschuwing!!!”.
Niets uit deze handleiding mag worden gereproduceerd of overgedragen zonder •
de voorafgaande schriftelijke toestemming van CatEye Co., Ltd.
De inhoud en illustraties in deze handleiding kunnen worden gewijzigd zonder ken-•
nisgeving vooraf.
Indien u vragen of problemen heeft met betrekking tot deze handleiding, neem •
dan contact op met CatEye op www.cateye.com.
Inleiding
NL-2
Vóór gebruik
Raadpleeg dit hoofdstuk voor installatie van het apparaat op de fiets, gebruik van de
hartslagsensor, setup van het polshorloge en de basisbediening van het product.
Installatie op de fiets• ..................................Zie pagina 10-12
Hartslagsensor• ...........................................Zie pagina 13
Setup polshorloge• ......................................Zie pagina 14-21
Basisbediening polshorloge• ....................... Zie pagina 22-23
Klokmodus (CLOCK)
Raadpleeg dit hoofdstuk om te leren hoe u de functies van de Klokmodus kunt bedienen.
Wekker• .......................................................Zie pagina 24
Sportmodus (SPORTS)
Raadpleeg dit hoofdstuk om te leren hoe u de functies van het polshorloge kunt bedienen.
Toon gegevens in Sportmodus• .................. Zie pagina 28-29
Optiemodus (OPTION)
Raadpleeg dit hoofdstuk om te leren hoe u de trainingsfuncties kunt bedienen die vaak
worden gebuikt in de Sportmodus (aftel- en intervalfuncties) en hoe u de HR streef-
waarden kunt instellen.
Trainingsfuncties• ........................................Zie pagina 32-35
De streefwaarden voor de hartslag instellen•
...Zie pagina 37-38
Gegevensmodus (DATA)
Raadpleeg dit hoofdstuk om de opgenomen bestanden te bekijken en te beheren.
Opgenomen Gegevens Bekijken (Bestand bekijken) •
...................................................................
Zie pagina 40-45 “Bestanden bekijken”
Download opgenomen gegevens naar PC (PC link) •
...................................................................Zie pagina 45-47 “PC link”
Setupmodus (SETUP)
Raadpleeg dit hoofdstuk om de configuratie van het polshorloge te veranderen.
De configuratie van het de polshorloge •
veranderen .................................................Zie pagina 49-60
Over de meegeleverde CD-ROM
De meegeleverde CD-ROM bevat de volgende informatie.
Snelstarthandleiding• (PDF-bestand)
Het installeren van de computer op de fiets en het instellen van het polshorloge
worden beschreven met behulp van de video.
Download software “e-Train Data™ • (Windows versie)
Deze software wordt gebruikt voor het overbrengen van de meetgegevens naar
uw computer en gebruik vervolgens verschillende functies op de PC, zoals een
grafiekweergave (De optionele “USB-communicatie eenheid” is vereist).
Instructiehandleiding• (PDF-bestand)
Deze handleiding kan in een PDF-bestand worden bekeken (7 talen).
Gebruik de CD-ROM in combinatie met deze handleiding.
Over de handleidingen
NL-3
Vervolgd
Inhoud
Inleiding .............................1
Over de handleidingen ............2
Correct gebruik van de
CatEye Q3a ..........................5
Belangrijk ...........................6
Beschrijving van polshorloge
en haar onderdelen ................8
Polshorloge................................8
Accessoires................................8
Schermweergave ..................9
Installatie op fiets................ 10
Monteer de snelheidssensor
en magneet ..............................10
Monteer het polshorloge op
het stuur ..................................12
Hartslagsensor ................... 13
Alvorens de hartslagsensor
om te doen ...............................13
De hartslagsensor omdoen ......13
Het polshorloge voorbereiden
... 14
Het isolatiepapier verwijderen
...14
Herstarten ................................14
De klok/datum instellen............15
Overschakelen naar de
Setupmodus ............................16
De wielomtrek instellen ............16
De meeteenheid selecteren ......18
Overschakelen naar de
Sportmodus .............................18
Functietest ...............................19
Herstel-/herstartprocedure .......21
Basiswerking van het
polshorloge ....................... 22
Wisselen tussen modi ..............22
Achtergrondverlichting ............23
Spaarstand ...............................23
Slaapstand voor overdracht .....23
Stroom besparen van het
polshorloge ..............................23
Klokmodus (CLOCK) ............. 24
Functies in de Klokmodus ........24
Toon gegevens in de
Klokmodus ...............................24
Wekkermodus ..........................24
Sportmodus (SPORTS) .......... 25
Functie in Sportmodus .............25
Bovenste en middelste
gegevensdisplay ......................25
Onderste gegevensdisplay .......26
Meting starten/stoppen ............26
De meetgegevens herstellen
en de bestanden opslaan .........27
Toon gegevens in Sportmodus
...28
Tempofunctie ...........................30
Rondefunctie............................30
Trainingsfunctie .......................32
Streefwaarden voor de hartslag
...35
Optiemodus (OPTION) ........... 36
Functie in Optiemodus .............36
De trainingsfunctie instellen .....36
De streefwaarden voor de
hartslag instellen ......................37
Gegevensmodus (DATA) ........ 39
Functie in Gegevensmodus ......39
Bestanden bekijken ..................40
PC link .....................................45
Vroegere records .....................47
Setupmodus (SETUP) ........... 49
Functie in Setupmodus ............49
NL-4
De klok/datum instellen............50
De wekker instellen ..................51
De wielkeuze en wielomtrek .....52
Zoeken naar sensor ID .............53
De meeteenheid instellen .........55
Het opname-interval instellen
...56
Totale rijafstand/totaal
verstreken tijdsinvoer ...............57
De automatische START/
STOP-functie instellen .............58
Geluid instellen ........................59
De hoogte boven zeeniveau
corrigeren ................................60
Basiskennis van de
hoogtemeting ..................... 61
Hoogtemeting ..........................61
Relatie tussen de hoogte en
atmosferische druk ..................62
Kennis gerelateerd aan weer
en hoogte .................................62
Hartslagtraining .................. 63
Streefwaarden voor de hartslag
...63
Training voor wedstrijden ........66
Gebruik van de streefwaarden
...67
Probleemoplossing .............. 68
Problemen met de display .......68
Problemen met de bediening ...70
Waterbestendigheid van het
polshorloge ....................... 71
Voor water- en
buitenactiviteiten ......................71
De batterij vervangen ........... 71
Polshorloge..............................72
Hartslagsensor .........................72
Snelheidssensor ......................72
Onderhoud ........................ 73
Reserveaccessoires ............. 73
Stroom van het scherm ......... 74
Specificaties ...................... 76
Registratie ........................ 78
Beperkte garantie ................ 78
Index ............................... 79
NL-5
Vervolgd
Neem voor veilig gebruik de onderstaande aanwijzingen in acht.
Betekenis van de in deze gebruiksaanwijzing gebruikte symbolen:
Waarschuwing!!!: De met dit symbool aangeduide paragrafen zijn van groot
belang voor een veilig gebruik van deze fietscomputer.
Zorg ervoor dat u deze instructies op volgt.
Let op: Belangrijke waarschuwingen over het gebruik en de be-
diening van de Q3a.
Nuttige tips worden aangeduid met een asterisk.*
Betekenis van de in deze gebruiksaanwijzing gebruikte kleuren:
Rood: Geeft aan dat de weergegeven gegevens knipperen.
Zwart/grijs: Geeft aan dat de weergegeven gegevens aan staan.
Waarschuwing!!!:
Mensen met een pacemaker mogen dit apparaat niet gebruiken.•
Fietsen kan een gevaarlijke sport zijn. Richt uw aandacht altijd op de weg, het •
verkeer en de omgeving.
De hoogtegegevens van dit apparaat zijn alleen ter referentie. Gebruik dit ap-•
paraat niet als een instrument voor professionele doelen.
Laat geen batterij achter binnen het bereik van kinderen en doe ze als ze op zijn •
bij het chemisch afval. Raadpleeg onmiddellijk een arts indien een batterij per
ongeluk wordt doorgeslikt.
Let op:
Controleer regelmatig de posities van de magneten en de snelheids-/cadanssensor •
en let erop dat ze stevig vast zitten. Indien ze los zijn, draait u ze stevig aan om te
voorkomen dat ze vallen en schade veroorzaken.
Laat het apparaat niet voor langere tijd in direct zonlicht liggen. •
Een temperatuursensor die in het polshorloge is ingebouwd om de hoogte te
berekenen, kan beschadigd raken door grote hitte, wat een onjuiste weergave van
de temperatuur veroorzaakt.
Haal het polshorloge, de hartslagsensor of de snelheidssensor niet zelf uit elkaar.•
Stel het polshorloge, de hartslagsensor of de snelheidsensor niet bloot aan hevige •
schokken, zorg er ook voor dat ze niet vallen.
Gebruik geen verdunner of alcohol om het toestel te reinigen. Gebruik een vochtige •
doek en gebruik indien noodzakelijk een niet-schurend schoonmaakmiddel.
Stop het gebruik van het apparaat als uw huid geïrriteerd raakt door de HR riem of •
het elektrodeviltje.
Voorkom dat er hard aan de hartslagsensor wordt getrokken of dat hij wordt verwrongen.•
De kwaliteit van de hartslagmeter zal na verloop van tijd achteruit gaan. Wanneer de •
hartslagmeter regelmatig foutieve metingen doorgeeft, moet hij worden vervangen.
Eén van de eigenschappen van LCD-schermen is dat ze moeilijk afleesbaar zijn door •
zonnebrillen met gepolariseerd glas.
Correct gebruik van de CatEye Q3a
NL-6
Draadloos digitaal systeem van 2,4 GHz
Zowel de geïntegreerde sensor voor snelheid en cadans als de hartslagsensor maken
gebruik van draadloze digitale technologie met een uitzendfrequentie van 2,4 GHz,
dezelfde technologie die ook voor draadloze computernetwerken wordt gebruikt. Deze
technologie elimineert interferentie door ruis van buitenaf en overspraak met andere
draadloze computergebruikers vrijwel volledig, en zorgt ervoor dat gegevens op een
betrouwbare manier kunnen worden bewaard. In zeer zeldzame gevallen kunnen
voorwerpen en plaatsen echter sterke elektromagnetische golven en storingen veroor-
zaken, wat kan resulteren in onjuiste metingen. De volgende situaties kunnen een
potentiële bron zijn van storingen:
Wees heel voorzichtig met het synchroniseren met de sensor ID.*
In de buurt van tv’s, pc’s, radio’s, motors/machines of in auto’s en treinen.•
Bij spoorwegovergangen en naast treinsporen, in de buurt van televisiezenders en •
radarstations.
Nabij andere draadloze computerapparatuur of digitaal gestuurde verlichting.•
Hoogte meting
De hoogte wordt bepaald door het detecteren van de verandering in atmosferische
druk door een druksensor te gebruiken die in het polshorloge is ingebouwd, wat
daarna wordt omgezet in hoogte. Daarom kan de meting variëren op dezelfde plaats
door een verandering in atmosferische druk, veroorzaakt door de weersomstandighe-
den. Daarnaast kan een verandering tussen de 30 en 40 m optreden tussen de vroege
ochtend en de avond, zelfs wanneer het weer stabiel is. Dit apparaat kan onjuiste
metingen weergeven op de volgende locaties en/of omgevingen:
Wanneer de atmosferische druk en/of temperatuur aanzienlijk veranderen door een •
snelle weersverandering.
Op een locatie waar de druk kunstmatig wordt geregeld, zoals in een vliegtuig.•
De meting van de hoogte kan tijdelijk veranderen als de temperatuur plotseling •
verandert, zoals bij het verlaten van een overdekte ruimte. Na een tijdje zal de nor-
male waarde worden hersteld.
Belangrijk
NL-7
Vervolgd
Automatische herkenning van de snelheidssensor ID
De snelheidssensor heeft zijn eigen ID en het polshorloge meet synchroon met de ID.
Twee snelheidssensor ID’s kunnen op één polshorloge worden geregistreerd, die de
2 snelheidssensoren automatisch kan identificeren zodra de ID’s vooraf zijn geregis-
treerd.
Als een wielomtrek op de snelheidssensor ID is ingesteld, is wielselectie via handmatige
bediening niet langer vereist, wat wel noodzakelijk was met conventionele computers.
De huidig herkende snelheidssensor wordt aangeduid met een sensorsymbool (*
of
) op het scherm.
Procedure voor automatische herkenning
Wanneer het polshorloge met behulp van de energiebesparende functie naar de Klok-
modus gaat en vervolgens terugkeert naar de Sportmodus, wordt automatische herken-
ning van de snelheidssensor ID door middel van de volgende procedure uitgevoerd.
Het polshorloge zoekt naar een sensorsignaal vanaf de snelheidssensor ID-1.
1.
Wanneer het polshorloge een sensorsignaal van ID-1 onvangt, geeft deze
2.
sensorsymbool op het scherm weer en start de meting.
Wanneer het polshorloge geen sensorsignaal van ID-1 kan ontvangen, zoekt
het naar een sensorsignaal vanaf ID-2.
Wanneer het polshorloge een sensorsignaal van ID-2 ontvangt, geeft deze
3.
sensorsymbool op het scherm weer en start de meting.
Wanneer het polshorloge geen sensorsignaal van ID-2 ontvangt, zoekt het
opnieuw naar een sensorsignaal vanaf ID-1.
Het polshorloge herhaalt synchronisatie door middel van de hierboven beschreven
procedure, zelfs als synchronisatie om een of andere reden mislukt, zoals gebrek-
kige communicatie. In een dergelijk geval zal herkenning echter enige tijd duren.
Wanneer het polshorloge binnen 5 minuten geen signaal van de snelheidssensor *
kan ontvangen, wordt de energiebesparende stand geactiveerd en schakelt het
polshorloge naar de Klokmodus.
De ID verwisselen met behulp van handmatige bediening
De snelheidssensor ID kan worden verwisseld met behulp van handmatige bediening
van “De wielkeuze en wielomtrek” in de Setupstand. Gebruik deze procedure in de
volgende gevallen.
Wanneer het polshorloge het beoogde sensorsignaal niet kan herkennen, aangezien de •
2 geregistreerde snelheidssensoren dichtbij zijn en beide een sensorsignaal zenden.
Wanneer u onmiddellijk naar de snelheidssensor ID wilt gaan.•
Zodra u met behulp van de handmatige bediening naar de snelheidssensor ID gaat, *
blijft het polshorloge alleen zoeken naar de snelheidssensor ID die u verwisselde bij
het terugkeren naar de Sportmodus. Wanneer het polshorloge binnen 5 minuten geen
sensorsignaal kan ontvangen, wordt de energiebesparende modus geactiveerd en gaat
het polshorloge naar de Klokmodus. Het polshorloge zoekt door middel van de proce-
dure voor automatische herkenning wanneer deze terugkeert naar de Sportmodus.
NL-8
Polshorloge
Beschrijving van polshorloge en haar onderdelen
Accessoires
Zie pagina 2 voor de inhoud van de CD-ROM.*
Houder
(voor montage op het stuur)
Snelheidssensor
(SPEED/CADENCE)
Hartslagsensor
HR-riem
Wielmagneet
Cadansmagneet
Nylon kabelbinders (x7)
CD-ROM
Deze handleiding
Menu/enter knop
(MENU)
Start/stop/
selectieknop (SSS)
Modus-1/+ knop *
(MODE1)
Modus-2/- knop *
(MODE2)
Druksensor
Batterijendeksel
Riem
Serienummer
Rondetijdtoets (LAP)
Door de * MODE1 of MODE2 knop ingedrukt te
houden, zal de achtergrondverlichting oplich-
ten (behalve in Setupmodus).
NL-9
Vervolgd
Schermweergave
Symbool Beschrijving
 
Sensorsymbool
Geeft de huidig gesynchroniseerde snelheidssensor weer.
km/h mph
Snelheidseenheid
Flitst tijdens de meting (verstreken tijd).
ft m
Hoogte-eenheid
Flitst tijdens de meting (verstreken tijd).
Wekker
Licht op wanneer de wekker ingeschakeld is.
Signaal snelheids-/cadanssensor
Signaalstatus van de snelheids-/cadanssensor. (pagina 23)
Hartslagsensorsignaal
Geeft de status van het signaal van de hartslagsensor aan. (pagina 23)
Streefwaarden
Licht op wanneer de streefwaarden ingeschakeld zijn en knippert wanneer die worden overschreden.
Lege batterij-alarm
Knippert wanneer de batterij van het polshorloge vervangen moet worden door een nieuwe.
bpm
Hartslageenheid
AM PM
AM/PM-weergave (licht op wanneer het 12-uurs systeem wordt gebruikt)
LAP
Ronde-indicator
Licht op wanneer de rondetijd worden weergegeven.
Automatische START/STOP-functie
Licht op wanneer de automatische START/STOP-functie ingeschakeld is.
%
Hellingshoek, zone, Geheugenpuntgebruik
Alarm
Licht op wanneer de geluidsfunctie van het HR alarm is ingeschakeld.
SSS
MODE1
MODE2
Toetsnavigatie
Duidt de beschikbare toetsen aan tijdens het instel-
len van het polshorloge, of op het Setupscherm.
Tempopijl (bovenste display)
De tempopijl laat zien of de huidige snelheid hoger (
) of
lager (
) ligt dan de gemiddelde snelheid.
Hartslagtempopijl (middelste display)
De pijl laat zien of de huidige hartslag hoger ( ) of lager ( )
ligt dan de gemiddelde hartslag.
Bovenste gegevensdisplay
Onderste gegevensdisplay
Bovenste symbool van geselecteerde modus
Duidt de metinggegevens aan die momenteel worden
weergegeven op de bovenste gegevensdisplay.
Onderste symbool/eenheid van geselecteerde modus
Duidt de eenheid aan, samen met de gegevens die momenteel
worden weergegeven op de onderste gegevensdisplay.
NL-10
Vóór gebruik
Installatie op fiets
Monteer de snelheidssensor en magneet
1-1.Zet de snelheidssensor lichtjes vast
Plaats de snelheidssensor op de linker (niet
aangedreven) achtervork als hierboven getoond
en zet hem losjes vast met de kabelbindingen.
Maak de nylon kabelbinders in deze fase nog *
niet volledig vast. Op het moment dat een
kabelbinder volledig is vastgezet, kan deze
niet meer worden losgehaald.
1-2.Monteer de magneet
Draai de schroeven los aan zowel de
1.
SPEED zijde als de CADENCE zijde van
de snelheidssensor en draai de sensor in
de hoek die rechts wordt getoond.
Maak de wielmagneet tijdelijk vast aan de
2.
spaak zodat de magneet naar de sensor-
zone aan de SPEED zijde is gericht.
Maak de cadansmagneet tijdelijk vast in
3.
de crank met de nylon kabelbinders,
zodat de magneet naar de sensorzone
aan de CADENCE zijde is gericht.
Twee magneten kunnen tegen elkaar aan *
zitten in het pakket en eruitzien als één
magneet.
1
SPEED
CADENCE
SPEED
SPEED
CADENCE
Wielmagneet
Cadansmagneet
Snelheidssensor
Nylon
kabelbinders
Snelheidssensor
Linker achtervork
1. Installeer eerst
de wielmagneet
3.
Installeer eerst de
cadansmagneet
Nylon kabelbinders
2.
Zet de schroef naar SPEED
3. Zet de schroef
naar CADENCE
Sensorzone
Sensorzone
NL-11
Vóór gebruik
Vervolgd
Wanneer de snelheidssensor ten opzichte van de (in de stappen 2 en 3 ge-*
plaatste) magneten niet precies goed zit, dan kunt u de snelheidssensor nog
iets verschuiven zodat hij op de juiste plaats komt te zitten. Nadat u de
snelheidssensor heeft verplaatst, past u de positie aan zodat de twee mag-
neten naar de juiste sensorzone zijn gericht.
Na deze aanpassing maakt u de nylon kabelbinders stevig vast om de
4.
snelheidssensor te bevestigen.
1-3.Pas de afstand tot de magneet aan
Stel de afstand tussen de wielmagneet en
1.
de SPEED zijde van de snelheidssensor af
op ca. 3 mm. Draai na afstelling de stel-
schroef aan de SPEED zijde vast.
Stel de afstand tussen de cadansmagneet en
2.
de CADENCE zijde van de snelheidssensor af
op ca. 3 mm. Draai na afstelling de stel-
schroef aan de CADENCE zijde vast.
Indien uw fiets stalen pedaalassen heeft, dan *
kan de cadansmagneet aan het uiteinde van
de pedaalas worden aangebracht. In dat geval
dient u de dubbelzijdige tape van de magneet
te verwijderen.
1-4.Zet de diverse onderdelen vast
Maak de snelheidssensor, de stelschroef en de
magneet stevig vast en controleer ze op speling.
Nylon kabelbinders snelheids-/cadanssensor
Schroeven van snelheids- en cadanssensor
Schroef van wielmagneet
Cadansmagneet
Wielmagneet
Cadansmagneet
SPEED
CADENCE
Ongeveer 3 mm
Ongeveer 3 mm
Knip overtollige lengte van
de nylon kabelbinders af
met een schaar.
1
2
NL-12
Vóór gebruik
Monteer het polshorloge op het stuur
Monteer het polshorloge op het stuur met een houder.
Controleer de juiste richting van de houder en plaats hem op het stuur.
1.
Maak de houder vast in de juiste richting, naar gelang de grootte van het
stuur, en bevestig hem dan met de nylon kabelbinders.
Bind het polshorloge vast rond de houder.
2.
Snoer de riem goed vast zodat het polshorloge niet los kan raken.
2
Knip de overtollige lengte van
de nylon kabelbinders af met
een schaar.
Haal de nylon kabelbinders door de houder *
voordat u ze aan het stuur vastmaakt.
Standaard fietsstuur
Bovenmaats stuur
Nylon kabel-
binders
Nylon
kabelbinders
Stuur
Stuur
Houder
Houder
Polshorloge
Riem
Stuur
Voorkant
Voorkant
Voorkant
Voorkant
NL-13
Vóór gebruik
Vervolgd
De hartslag wordt gemeten als de hartslagsensor op de borst gedragen wordt.
Alvorens de hartslagsensor om te doen
Waarschuwing!!!:
Dit product mag NIET worden gebruikt door mensen met een
pacemaker.
Om foutieve metingen te voorkomen is het raadzaam om de elektrodeviltjes met •
water te bevochtigen.
Als u een zeer gevoelige huid heeft, dan kan de hartslagmeter zelfs over een dun •
onderhemd worden gedragen als het elektrodeviltje met wat water is bevochtigd.
Borsthaar kan de meting belemmeren.•
De hartslagsensor omdoen
Haal het haakje van de HR riem door het gat op de hartslagsensor totdat u een klik
1.
hoort.
Doe de hartslagsensor om met de HR riem en pas de lengte van deze riem aan
2.
totdat het overeenkomt met uw borstomvang (onder de boezem). Het te strak
vastmaken van de riem kan een oncomfortabel gevoel veroorzaken.
Haal het haakje van de HR band door het andere gat op de hartslagsensor
3.
totdat
u een klik hoort.
Om de hartslagsensor te verwijderen, houdt u het haakje vast bij het gat op de hart-
4.
slagsensor en draait u het haakje los.
Zorg ervoor dat het rubberen deel van het elektrodeviltje in direct contact staat met *
het lichaam.
Indien u een droge huid heeft of de hartslagmeter over een onderhemd draagt, kunnen er *
foutieve metingen ontstaan. Om fouten te vermijden dient u het rubber van het elektrodekus-
sen te bevochtigen.
Hartslagsensor
Hartslagsensor
Elektrodeviltje
Haak
Hartslagsensor
HR-riem
NL-14
Vóór gebruik
Herstarten
Wanneer de computer na aankoop voor het eerst wordt gebruikt of na het vervan-
gen van de batterijen, herstart het polshorloge om deze correct te laten werken.
Het polshorloge en beide sensor ID’s zijn in de fabriek gecontroleerd.*
Houd tegelijkertijd de
1.
MENU, SSS, MODE1 en MODE2 knoppen ongeveer 4
seconden op het polshorloge ingedrukt.
FACTORY DEFAULT” wordt getoond.
MODE2
MODE1
SSS
MENU
(Druk tegelijkertijd)
Als * FACTORY DEFAULTniet wordt weergegeven op het scherm is de
toetsbediening niet juist uitgevoerd. Houd de 4 toetsen nogmaals tegelijker-
tijd ingedrukt, totdat de weergave verandert.
2.
Selecteer “NO”.
Bevestig met de SSS knop, wanneer “NO” op het scherm
wordt weergegeven. De achtergrondverlichting van de
display licht op en er klinkt een zoemer. Vervolgens gaat
de display naar het klok/datum instellingenscherm. Ga
naar het volgende setupitem, “De klok/datum instellen”.
YES
NO :
MODE2
MODE1
(of)
Bevestig :
1
De basisonderdelen van het polshorloge moeten eerst worden ingesteld voordat u er
gebruik van gaat maken.
Het isolatiepapier verwijderen
Open de batterijdeksel en verwijder het isola-
tiepapier, wanneer u na aankoop de computer
voor het eerst gebruikt.
1 Open de batterijdeksel van het polshorloge
met behulp van een munt, enz.
2
Draai met behulp van een munt de binnendeksel
naar de open positie, verwijder het en verwijder
het isolatiepapier onder de batterij.
Draai niet teveel aan de binnendeksel. *
Anders kan de tab beschadigd raken.
3
Vervang de batterij en draai het binnendeksel
naar de gesloten positie. Controleer of het uit-
gesneden deel van het binnendeksel naar de pin
is gericht, waarna de 2 tabs worden vastgezet.
4 Druk op de AC knop naast het binnendeksel
met behulp van een puntig object.
5
Controleer of er een O-ring op de groef op het polshor-
loge is geïnstalleerd en sluit de batterijdeksel goed af.
Het polshorloge voorbereiden
Herstarten
Sluiten
O-ring
AC knop
Batterijendeksel
Binnendeksel
Tab
Pin
Pin
Uitgesneden deel
CR2430
Open positie
Gesloten positie
Isolatiepapier
Openen
NL-15
Vóór gebruik
Vervolgd
* Selecteer voor de herstelprocedure “YESdoor op de MODE1
of MODE2 knop te drukken. Selecteer “NO” voor de herstart-
procedure, aangezien de herstelprocedure alle gegevens
verwijdert. Zie “Herstel-/herstartprocedure” op pagina 21 voor
de verschillen tussen de herstel- en herstartprocedure.
De herstartprocedure zal worden geannuleerd wanneer er *
gedurende 3 minuten op geen enkele knop wordt gedrukt en
het polshorloge zal dan automatisch naar het Klokscherm gaan. Druk in dat geval
gelijkertijd op de 4 knoppen en herstart.
De klok/datum instellen
Stel de huidige tijd en datum in.
Houd de * MODE1 of MODE2 knop ingedrukt om snel het nummer te verhogen/verlagen.
1.
Selecteer de tijdsnotering.
Selecteer 24h (24 uur)” of 12h (12 uur)” door de MODE1 of MODE2
toets te gebruiken en bevestig door de SSS toets te gebruiken.
24h
12h :
MODE2
MODE1
(of)
Bevestig :
SSS
2.
Voer de “Uren” en “Minuten” in.
Voer de “Uren” in door de MODE1 te gebruiken om te
verhogen en MODE2 toets om de knipperende waarde te
verlagen; bevestig daarna met de SSS toets en voer ver-
volgens de “Minuten” op dezelfde manier in.
Bewerk waarde :
MODE2
MODE1
(of)
Bevestig :
SSS
3.
Selecteer de datumnotering.
Selecteer de datumnotering als YY.MM.DD (Jaar/Maand/
Dag), DD.MM.YY (Dag/Maand/Jaar) en MM.DD.YY
(Maand/Dag/Jaar) door de MODE1 of MODE2 toetsen te
gebruiken en bevestig met de SSS toets.
Schakel het beeldscherm :
MODE2
MODE1
(of)
Bevestig :
4.
Voer het “Jaar”, de “Maand” en de “Dag” in.
Voer het “Jaar”, de “Maand” en “Dag” in, in de weergavevolg-
orde die in Stap 3 werd gekozen door de MODE1 te gebruiken
om te verhogen en de MODE2 toets om de knipperende
waarde te verlagen; bevestig daarna met de SSS toets. Voor
“Jaar” voert u de laatste twee cijfers van het jaar in.
Bewerk waarde :
MODE2
MODE1
(of)
Bevestig :
Na het instellen van de datum/klok, druk op de
5.
MENU knop om
de herstartprocedure te voltooien en ga naar de Klokmodus.
Naar de Klokmodus (setup is voltooid):
MENU
2
Weergaveformaat
Herstellen
YY/MM/DD
Weergaveformaat
Uren
Minuten
NL-16
Vóór gebruik
Overschakelen naar de Setupmodus
Verwissel het polshorloge van de Klokmodus naar de Setupmodus en stel de
wielomtrek en de meeteenheid in.
1.
Houd de MENU knop in het Klokmenu ingedrukt om
SETUP MENU” op het scherm weer te geven.
Het schakelt automatisch naar “CLOCK DATE”.
Modus wisselen :
MENU
(indrukken & vasthouden)
Tenzij u binnen 3 minuten een handeling uitvoert, zal er naar Klokmodus worden *
teruggekeerd. In dergelijke gevallen zal de verandering niet worden uitgevoerd.
De wielomtrek instellen
Voer in de Setupmodus “De wielkeuze en wielomtrek” de wielomtrek van de fiets
in op
(Sensor 1) in millimeters.
Zie “Wielomtrek” op de volgende pagina als referentie.*
Houd de * MODE1 of MODE2 knop ingedrukt om snel het nummer te verhogen/
verlagen.
1.
Druk tweemaal op de MODE1 knop om naar “TIRE” over
te schakelen en bevestig met de SSS knop.
Scherm wisselen :
MODE2
MODE1
(of)
Bevestig :
2.
Wanneer en S/ID:1knipperen, bevestig met de SSS
knop.
Wijzig de wielomtrek van Sensor 1.
:
MODE2
MODE1
(of)
Bevestig :
3.
Voer, door het indrukken van de MODE1 of MODE2 knop,
de laatste 2 cijfers van de wielomtrek in en verplaats de
cijfers door op de SSS knop te drukken.
Voer daarna op dezelfde manier de eerste 2 cijfers in.
Verhogen/verlagen :
MODE2
MODE1
(of)
Verplaats cijfers :
Door de
4.
MENU knop in te drukken, bevestigt u de wijziging
en gaat u terug naar de Setupmodus “TIRE”.
Setup is voltooid :
MENU
Stel, om * (Sensor 2) te gebruiken, de wielomtrek van Sensor 2 in volgens
de Setupmodus “Zoeken naar sensor ID” op pagina 53, na het voltooien van
“Het polshorloge voorbereiden”.
3
4
NL-17
Vóór gebruik
Vervolgd
Wielomtrek
U kunt de wielomtrek (L) van uw bandenmaat in de onderstaande wielomtrek
referentietabel vinden of u kunt de wielomtrek (L) van uw fiets werkelijk meten.
Hoe de wielomtrek (L) te meten
Voor de meest nauwkeurige meting rolt u het wiel een volledige omwenteling
uit. Breng de banden op de juiste luchtdruk en zet het wiel zo op de grond
neer, dat het ventiel onderaan zit. Zet op de plaats van het ventiel een
streepje op de grond, plaats uw gewicht op de fiets en rol die fiets met een volledige omwenteling
van het wiel in een rechte lijn naar voren (zodat het ventiel weer onderaan zit). Zet op de plaats van
het ventiel weer een streepje op de grond en meet de afstand tussen beide streepjes in millimeters.
Ter referentie gebruikt u de onderstaande bandomtrektabel.*
Bandomtrektabel
L mm
ETRTO
Bandenmaat
L
(mm)
47-203 12 x 1.75 935
54-203 12 x 1.95 940
40-254 14 x 1.50 1020
47-254 14 x 1.75 1055
40-305 16 x 1.50 1185
47-305 16 x 1.75 1195
54-305 16 x 2.00 1245
28-349 16 x 1-1/8 1290
37-349 16 x 1-3/8 1300
32-369
17 x
1-1/4(369)
1340
40-355 18 x 1.50 1340
47-355 18 x 1.75 1350
32-406 20 x 1.25 1450
35-406 20 x 1.35 1460
40-406 20 x 1.50 1490
47-406 20 x 1.75 1515
50-406 20 x 1.95 1565
28-451 20 x 1-1/8 1545
37-451 20 x 1-3/8 1615
37-501 22 x 1-3/8 1770
40-501 22 x 1-1/2 1785
47-507 24 x 1.75 1890
50-507 24 x 2.00 1925
54-507 24 x 2.125 1965
25-520 24 x 1(520) 1753
24 x 3/4
tube
1785
28-540 24 x 1-1/8 1795
32-540 24 x 1-1/4 1905
25-559 26 x 1(559) 1913
ETRTO
Bandenmaat
L
(mm)
32-559 26 x 1.25 1950
37-559 26 x 1.40 2005
40-559 26 x 1.50 2010
47-559 26 x 1.75 2023
50-559 26 x 1.95 2050
54-559 26 x 2.10 2068
57-559 26 x 2.125 2070
58-559 26 x 2.35 2083
75-559 26 x 3.00 2170
28-590 26 x 1-1/8 1970
37-590 26 x 1-3/8 2068
37-584 26 x 1-1/2 2100
650C tube
26 x 7/8
1920
20-571 650 x 20C 1938
23-571 650 x 23C 1944
25-571
650 x 25C
26 x 1(571)
1952
40-590 650 x 38A 2125
40-584 650 x 38B 2105
25-630 27 x 1(630) 2145
28-630 27 x 1-1/8 2155
32-630 27 x 1-1/4 2161
37-630 27 x 1-3/8 2169
18-622 700 x 18C 2070
19-622 700 x 19C 2080
20-622 700 x 20C 2086
23-622 700 x 23C 2096
25-622 700 x 25C 2105
28-622 700 x 28C 2136
30-622 700 x 30C 2146
ETRTO
Bandenmaat
L
(mm)
32-622 700 x 32C 2155
700C tube 2130
35-622 700 x 35C 2168
38-622 700 x 38C 2180
40-622 700 x 40C 2200
42-622 700 x 42C 2224
44-622 700 x 44C 2235
45-622 700 x 45C 2242
47-622 700 x 47C 2268
54-622 29 x 2.1 2288
60-622 29 x 2.3 2326
NL-18
Vóór gebruik
De meeteenheid selecteren
Selecteer de eenheden van snelheid en temperatuur.
1.
Druk tweemaal op de MODE1 knop om naar “UNITSover
te schakelen en bevestig met de SSS knop.
Scherm wisselen :
MODE2
MODE1
(of)
Bevestig :
2.
Selecteer de snelheidseenheid door op de MODE1 of
MODE2 knop te drukken en bevestig met de SSS knop.
km/h
mph :
MODE2
MODE1
(of)
Bevestig :
3.
Selecteer op dezelfde wijze de temperatuureenheid door
op de MODE1 of MODE2 knop button.
°C
°F :
MODE2
MODE1
(of)
Door de
4.
MENU knop in te drukken bevestigt u de meeteen-
heid en gaat u terug naar de Setupmodus “UNITS”.
Nu is de setup van het polshorloge voltooid. Druk nog-
maals op de MENU knop om naar de Klokmodus over te
schakelen.
Naar de bovenste modus/van modus wisselen :
MENU
Overschakelen naar de Sportmodus
Schakel het polshorloge van de Klokmodus naar de Sportmodus voor de bedie-
ningstest van de snelheidssensor en hartslagsensor.
1.
Druk op de MENU knop in de Klokmodus om
SPORTS MENU” op het scherm weer te geven.
Het schakelt automatisch over naar het meetscherm.
Modus wisselen :
MENU
5
6
Snelheidseenheid
Temperatuurseenheid
NL-19
Vóór gebruik
Vervolgd
Functietest
Het kan tot ongeveer 2 minuten duren voordat het scherm wordt weergegeven, *
omdat het polshorloge tijdens het overschakelen naar de Sportmodus de sensor
controleert.
Als het signaalsymbool *
of op het meetscherm wordt uitgeschakeld, druk op
de MODE1 of MODE2 knop om het in te schakelen.
Snelheidssensor (SPEED zijde)
1.
Til het achterwiel op en draai aan het wiel.
2.
Als de snelheid op het scherm wordt weergegeven,
functioneert de sensor normaal.
Snelheidssensor (CADENCE zijde)
1.
Draai de crank rond.
2.
Als de cadans op het scherm wordt weergegeven,
functioneert de sensor normaal.
Hartslagsensor
1.
Draag de hartslagsensor (pagina 13).
2.
Als de hartslag op het scherm wordt weergegeven,
functioneert de sensor normaal.
* De hartslagsensor kan tevens worden geactiveerd door met de duimen
constant over beide elektrodevlakken te wrijven. Deze methode kan niet
worden gebruikt voor het nauwkeurig meten van de hartslag, maar wordt
gebruikt als een eenvoudige methode voor het testen van de communicatie
met de sensor/het polshorloge en het zoeken naar de sensor ID.
7
Elektrodevlak
NL-20
Vóór gebruik
Belangrijk: Als de snelheid, cadans en/of hartslag niet worden weergegeven, kunnen
de oorzaken als volgt zijn.
Snelheid en cadans worden niet weergegeven.
Controlepunt Oplossing
Brandt het symbool voor snelheids- en
cadanssensor
?
Als het symbool uit is, kan het polshorloge geen gegevens
ontvangen. Druk op de MODE1 of MODE2 toets om de
slaapstand voor overdracht te annuleren (pagina 23).
Controleer of de afstand tussen de
snelheids-/cadanssensor en de mag-
neet niet te groot is.
Pas de positie van de snelheids-/cadanssensor en die van
de magneet aan. (Zie “Installatie op fiets” op pagina 10.)
Is de sensorzone van de snelheids-/
cadanssensor gericht op het midden
van de magneet?
Is de spaarstand geactiveerd, waarmee
de Klokmodus is geopend?
Druk op de MENU toets om naar de Sportmodus te wis-
selen.
Het beeldscherm kan vertraagd zijn,
afhankelijk van de draadloze over-
drachtsomstandigheden.
Controleer of een snelheidssignaal wordt ontvangen door
het wiel een tijdje te draaien.
Heeft u de herstelprocedure uitge-
voerd?
De in de fabriek gesynchroniseerde sensor ID wordt met
behulp van herstellen geïnitialiseerd. Synchroniseer de
snelheidssensor ID volgens de Setupmodus “Zoeken naar
sensor ID” (pagina 53).
Hartslag wordt niet weergegeven.
Controlepunt Oplossing
Brandt het symbool voor de hartslag-
sensor
?
Als het symbool uit is, kan het polshorloge geen gege-
vens ontvangen. Druk op de MODE1 of MODE2 toets om
de slaapstand voor overdracht te annuleren (pagina 23).
Is de spaarstand geactiveerd, waarmee
de Klokmodus is geopend?
Druk op de MENU toets om naar de Sportmodus te wis-
selen.
Is de hartslagsensor goed aan uw li-
chaam bevestigd?
Pas het elektrodeviltje met het rubberen oppervlak daarvan
aan om een goed contact met het lichaam te maken.
Droge huid (vooral in de winter) Maak het elektrodeviltje van de hartslagsensor een beetje
vochtig.
Heeft u de hartslagsensor wel goed
omgedaan?
Om een elektrodeviltje correct te dragen, volgt u de instruc-
ties voor het dragen van de hartslagsensor (pagina 13).
Heeft u de herstelprocedure uitge-
voerd?
De in de fabriek gesynchroniseerde sensor ID wordt met
behulp van herstellen geïnitialiseerd. Synchroniseer de
hartslagsensor ID volgens de Setupmodus “Zoeken naar
sensor ID” (pagina 53).
NL-21
Vóór gebruik
Vervolgd
Herstel-/herstartprocedure
Er zijn 2 verschillende polshorloge setupprocedures; herstel- en herstartprocedures.
Volg de geschikte procedure, afhankelijk van de situatie.
Herstellen :
Wanneer u alle gegevens en de setup van het polshorloge wilt verwijderen.
Herstarten :
Wanneer u de computer voor de eerste keer na aankoop of na het vervan-
gen van de batterijen gebruikt of wanneer een fout wordt weergegeven.
In de herstartprocedure worden de volgende gegevens opgeslagen.*
SPORTS MENU Datum
OPTION MENU De streefwaarden instellen
DATA MENU
• Opgeslagenbestandsgegevens
• Ritgegevens
• Loggegevens
SETUP MENU
• Wekkerinstelling
• Dehuidiggeselecteerde
wielomtrek en sensor
• SensorID
• Meeteenheid
• Opname-interval
• Automatische START/
STOP-functie
• Trainingsfunctie
• Geluidsinstellingen
• Hoogte boven zeeni-
veau
Stromen van de herstel- en herstartprocedures
De herstel- en herstartprocedures zien er als volgt uit.
In het geval van de herstelprocedure kunt u de “wielomtrek” en “meeteenheid” *
achtereenvolgend instellen, nadat u de “klok/datum” heeft ingesteld. Iedere
setupprocedure wordt op de refererende pagina beschreven.
Zorg dat u na het voltooien van de setup de sensor ID synchroniseert volgens
de Setupmodus “Zoeken naar sensor ID” (pagina 53).
Voor een herstart:
De datum van de laatst uitgevoerde herstart *
zal eerst worden weergegeven.
Herstartprocedure (pagina 14)
De klok/datum instellen (pagina 15)
Klokmodus
Voor een herstel:
Herstelprocedure (pagina 14)
De klok/datum instellen (pagina 15)
De meeteenheid selecteren (pagina 18)
De wielomtrek instellen (pagina 16)
MENU
MENU
NL-22
Vóór gebruik
Wisselen tussen modi
Het polshorloge heeft 4 type modusfuncties en een Setupmodus. CLOCK MENU”,
SPORTS MENU”, “OPTION MENU” en DATA MENUworden om en om op volgorde
geselecteerd door de MENU toets in te drukken. Selecteer het scherm van uw keuze
om automatisch door te gaan naar het modusscherm.
Basiswerking van het polshorloge
Setupmodus (pagina 49)
Deze modus wordt ge-
bruikt om waarden en de
setup te bewerken voor
minder vaak gebruikte
onderdelen, zoals geluid
en wielomtrek.
Houd in de Klokmodus of Sportmodus de * MENU knop
ingedrukt om naar het “SETUP MENU” over te schakelen.
(indrukken & vasthouden)
Naar het vorige modusscherm
Klokmodus (pagina 24)
Geeft de klok weer. Deze modus
wordt gebruikt voor alledaagse
polshorlogefuncties en toont ook
hoogte, temperatuur en alarm.
Sportmodus (pagina 25)
Dit meetscherm wordt als een
fietscomputer en/of hartslagmonitor
gebruikt.
Optiemodus (pagina 36)
Deze modus wordt gebruikt om setu-
popties te bewerken die vaak worden
gebruikt tijdens het rijden op de fiets,
zoals zones en aftellen.
Gegevensmodus (pagina 39)
Deze modus wordt gebruikt om de
opgeslagen gegevens te controleren en/
of deze naar uw PC te importeren.
NL-23
Vóór gebruik
Vervolgd
Achtergrondverlichting
Door de MODE1 of MODE2 knop ingedrukt te houden zal de
achtergrondverlichting gedurende 3 seconden oplichten (Behalve
in de Setupmodus).
Door het indrukken van een willekeurige toets terwijl de achtergrondver-*
lichting nog aan is, zal de verlichting 3 seconden langer aan blijven.
Spaarstand
Slaapstand voor overdracht
Als het polshorloge gedurende 5 minuten geen gegevens
ontvangt van de snelheidssensor of hartslagsensor zullen de
sensoren naar de slaapstand voor overdracht overgaan om
batterijstroom te besparen. Er kan geen sensorsignaal worden
ontvangen in de slaapstand voor overdracht. Om het meten te
herstarten, drukt u op de MODE1 of MODE2 knop om van de
slaapstand te herstellen. De status van de signaaloverdracht
kan gecontroleerd worden aan de hand van het overeenkom-
stige signaalsymbool en de weergave van de numerieke
waarde “---”.
• (knippert) : Sensorsignaal wordt ontvangen (in
behandeling)
• (constant) : Klaar voor sensorsignaal (zoeken naar
sensoren)
• (uit) : Slaapstand voor overdracht. Toont het
symbool “---”.
Slaapstand voor overdracht wordt apart ingesteld voor de *
snelheidssensor en de hartslagsensor. Wordt de fiets vervolgens
langer dan 5 minuten gestopt met een hartslagsensor om dan
gaat alleen de snelheidssensor in de overdrachtruststand. Als u
weer gaat rijden, moet de snelheids-/cadanssensor worden
gereactiveerd om de noodzakelijke gegevens te kunnen tonen.
Wanneer de snelheidssensor of de hartslagsensor zich in de *
ruststand bevindt, blijft de weergave in de Sportmodus; wanneer
echter beide sensoren naar de overdrachtruststand gaan, scha-
kelt het polshorloge over naar de energiebesparende modus.
Stroom besparen van het polshorloge
Als het polshorloge gedurende 5 minuten geen gegevens ontvangt
van de snelheids- of de hartslagsensor zal het automatisch naar
de Klokmodus overschakelen. Druk op de MENU toets om naar
Sportmodus terug te keren en door te gaan met meten. Voor
meer gegevens, zie “Wisselen tussen modi” op pagina 22.
Zelfs als de stroombesparende modus is geactiveerd, zullen gege-*
vens die niet gereset zijn in het polshorloge worden opgeslagen.
MODE2
MODE1
(of)
Signaalsymbool
snelheidssensor
De snelheidssensor
is in slaapstand voor
overdracht. Toont het
symbool “---”.
De hartslagsensor is
in slaapstand voor
overdracht. Toont
het symbool “---
.
Klokmodus
Signaalsymbool
hartslagsensor
(indrukken & vast-
houden)
NL-24
Klokmodus
Overschakelen naar klokmodus
Selecteer CLOCK MENUdoor op de MENU knop te drukken totdat
deze naar de Klokmodus overschakelt.
Klokmodus is het standaard scherm. Als de modus voor energiebespa-*
ring in elke ander modus wordt geactiveerd, schakelt het beeldscherm
over naar de Klokmodus. Voor details, zie “Spaarstand” op pagina 23.
Functies in de Klokmodus
Geeft de huidige tijd, datum en dag van de week weer. Druk op de MODE1 knop om
de huidige hoogte op zeeniveau weer te geven. Druk op de MODE2 knop om de hui-
dige temperatuur weer te geven of schakel de wekker in/uit.
Toon gegevens in de Klokmodus
Voor het instellen van de tijd en datum, zie de Setupmodus “De klok/datum instellen” (pagina 50).*
Het kan zijn dat de hoogte aan de huidige locatie moet worden aangepast. Voor details, zie “De hoogte *
boven zeeniveau corrigeren” op pagina 60 en “Basiskennis van de hoogtemeting” op pagina 61.
Terwijl de huidige hoogte boven zeeniveau op het scherm wordt weergegeven, maakt recht-*
streekse bediening (door de MODE1 knop gedurende 3 sec. ingedrukt houden) het mogelijk naar
correctiescherm “De hoogte boven zeeniveau corrigeren” (pagina 60) voor snelle hoogteaanpassing
te gaan. Deze rechtstreekse bediening werkt echter niet tijdens de meting in de Sportmodus.
Wekkermodus
Geeft een alarmgeluid wanneer de huidige tijd een vooraf ingestelde
tijdstip bereikt. Wanneer de vooraf ingestelde tijd is bereikt, schakelt
het polshorloge over naar de klokmodus en klinkt er gedurende 20
sec. een alarm, ongeacht de weergegeven modus. Druk op een
willekeurige knop van het polshorloge om het alarm stop te zetten.
Houd de * MODE1 knop gedurende 3 sec. ingedrukt in Klokmodus (be-
halve wanneer de huidige hoogte boven zeeniveau wordt weergegeven)
om de wekker in/uit te schakelen. Het pictogram
verschijnt op het
scherm terwijl de wekker is ingeschakeld.
Voor het instellen van de wekker, zie de Setupmodus “De wekker instel-*
len” (pagina 51).
Klokmodus (CLOCK)
MODE1
Wekker aan/uit
(indrukken & vasthouden
gedurende 3 sec.)
Wekker pictogram
Toont de huidige tijd
in het 12- of 24-uurs
formaat.
Toont de huidige
datum.
Toont de huidige dag van de week.
Hoogte
Toont de huidige hoogte.
Temperatuur
Toont de huidige tem-
peratuur.
Naar het hoogte-
correctiescherm
(pagina 60)
MODE1
MODE2
MODE1
Snelkoppeling
(indrukken & vasthouden gedurende 3 sec.)
Wanneer de meting
wordt gestopt
NL-25
Sportmodus
Vervolgd
Sportmodus (SPORTS)
Overschakelen naar Sportmodus
Selecteer SPORTS MENUdoor op de MENU knop te drukken
totdat het naar Sportmodus overschakelt.
Functie in Sportmodus
De Sportmodus is voor het meten met de fietscomputer en de hartslagmonitorfuncties. Er
worden 4 type gegevens weergegeven op het scherm, zoals de hartslag, hoogte en helling. Deze
gegevens kunnen worden overgeschakeld door op de MODE1 of MODE2 knop te drukken.
De gegevens worden als volgt weergegeven:
Zelfs wanneer er naar een andere modus wordt overgeschakeld, blijft de meting gehandhaafd.*
Bovenste en middelste gegevensdisplay
(Schakel over met behulp van de MODE 1 knop)
Bovenste beeldscherm :
Toont gegevens die gerelateerd zijn aan de snelheid en hoogte.
Middelste beeldscherm (links) : Toont gegevens die gerelateerd zijn aan de hartslag.
Middelste beeldscherm (rechts) : Toont gegevens die gerelateerd zijn aan cadans, tempera-
tuur en hellinghoek.
*1 Wanneer de meting in het hoogte-
scherm wordt gestopt, wordt de
rechtstreekse bediening (door de
MODE1 knop gedurende 3 sec. inge-
drukt te houden) naar de Setupmo-
dus De hoogte boven zeeniveau
corrigeren” (pagina 60) verplaatst.
Wissel door op de MODE1 knop te drukken
Hartslag/Cadans
Huidige snelheid
Gemiddelde hartslag/
Gemiddelde cadans
Hartslag/Hellinghoek
Stijgende hoogte
Maximale hartslag/
Maximale cadans
Hartslag/Temperatuur
Hoogte boven
zeeniveau
Gemiddelde snelheid Maximale snelheid
Snelkoppeling
*1
MODE1
MODE1
MODE1
MODE1
MODE1
MODE1
(indrukken &
vasthouden
gedurende 3 sec.)
Het hoogtecorrectiescherm (pagina 60)
Wanneer de
meting wordt
gestopt
NL-26
Sportmodus
Onderste gegevensdisplay (Schakel over
met behulp van de MODE 2 knop)
Toont aanvullende ritgegevens.
*1 Het trainingsfunctiescherm geeft het volgende weer: aftelafstand, afteltijd of interval. Voor details,
zie “Trainingsfunctie (aftelfunctie en intervalfunctie)” op pagina 32.
*2 Wanneer de meting op het trainingsfunctiescherm wordt gestopt, wordt de rechtstreekse bedie-
ning (door de MODE2 knop gedurende 3 sec. ingedrukt te houden) naar de Setupmodus “De
trainingsfunctie instellen” (pagina 36) verplaatst.
Meting starten/stoppen
km/h (km/u) [mph (mpu)]” of m [ft (vt)]” symbool knippert tijdens
snelheidsmeting. In eerste instantie zal de automatische modus
functie, die de meting automatisch start of stopt samen met de
fietsbewegingen, ingesteld staan op ON. Automatische meting wordt
gewisseld naar handmatige meting en andersom door ON/OFF
handeling in de automatische modus. Voor details, zie de Setup-
modus “De automatische START/STOP-functie instellen” (pagina
58). De maximale snelheid, maximale hartslag en maximale cadans
worden geupdate, ongeacht het starten/stoppen van de meting.
Start/stop de meting met behulp van de * SSS knop in de handmatige meting
om deze computer als hartslagmonitor te gebruiken. Wanneer de automa-
tische START/STOP-functie is ingeschakeld, kunt u de meting niet starten.
Automatische START/STOP-functie (automatische meting)
Als de automatische START/STOP-functie is ingeschakeld, zal op het scherm
verschijnen. Het polshorloge controleert of het wiel draait en zal de meting auto-
matisch starten/stoppen.
Als de overdracht is gestopt en de symbolen * en voor sensorsignalen zijn uit, dan zal de
meting niet starten, zelfs niet als de fiets begint te rijden. Als een fiets wordt gestopt voor langer
dan 5 minuten of als de hartslagsensor te ver van de fiets of het lichaam is, zal het naar de
slaapmodus gaan. Dit vindt normaliter plaats tijdens het nemen van een pauze van de rit. Om uit
de slaapstand voor overdracht te komen, drukt u op de MODE1 of MODE2 toets om de symbolen
voor sensorsignalen aan te zetten. Voor details, zie “Slaapstand voor overdracht” op pagina 23.
AT-symbool
Wissel door op de MODE2 knop te drukken
MODE2
MODE2
MODE2
MODE2
MODE2
MODE2
MODE2
Snelkoppeling
*2
(indrukken & vasthouden gedurende 3 sec.)
Naar het instellen van het aftelscherm
in Optiemodus (pagina 36)
Wanneer de
meting wordt
gestopt
Verstreken tijd Rijafstand Trainingsfunctie
*1
Klok Calorieverbruik Rondetimer
NL-27
Sportmodus
Vervolgd
Handmatige meting
Als de automatische START/STOP-functie is uitgeschakeld ( is uit), gebruik dan
de SSS toets om de meting te starten/stoppen.
Stopherinnering
De stopherinnering herinnert de fietser met een alarm wanneer
wordt vergeten de stopwatch te stoppen na de rit. Als gedu-
rende 90 seconden geen signaal wordt ontvangen van de
snelheids- of cadanssensor tijdens het tellen van de verstreken
tijd, zal een alarm klinken en STOPzal op het scherm ver-
schijnen. Dit alarmscherm wordt elke 90 seconden driemaal
herhaald. Wanneer er een sensorsignaal wordt gedetecteerd,
wordt het alarm gestopt.
Het vergeten van het stoppen van de meting gebeurt meestal tijdens het rusten van *
een rit of na het einde van een rit. In gevallen waarbij u onmiddellijk opnieuw start,
zoals bij verkeerslichten of wanneer u deze computer als hartslagmonitor gebruikt,
moet u dit negeren.
Deze functie kan niet worden uitgeschakeld.*
De meetgegevens herstellen en de bestanden opslaan
Druk tegelijkertijd op de SSS + MODE1 of SSS + MODE2
knoppen in ieder willekeurig scherm in de Sportmodus (be-
halve interval in het trainingsfunctiescherm) om de meetge-
gevens, interval en rondetijd naar 0 te resetten. Door het reset-
ten van de meetgegevens worden de puntgegevens die zijn
opgenomen tijdens hey interval automatisch in een bestand
opgeslagen. Voor het bekijken en verwijderen van de opgesla-
gen gegevens, zie Gegevensmodus Bestanden bekijken
(pagina 40).
Het scherm zal gedurende 2 seconden bevriezen na het resetten, *
alle metingen zullen echter normaal functioneren.
Na het resetten zullen de aftelafstand, afteltijd en het interval terug naar de waarde worden *
gezet die u vooraf heeft ingegeven.
Kan gedurende 5 seconden niet resetten na het indrukken van de * LAP toets.
Het polshorloge heeft een beperkte geheugencapaciteit. Wanneer de gegevenshoeveelheid *
de geheugencapaciteit overschrijdt, worden nieuwe gegevens niet langer opgeslagen. Voor
details zie de Gegevensmodus “Bestanden bekijken” (pagina 40).
Resetten met interval (* INT) weergegeven in het trainingsfunctiescherm zal alleen de meet-
gegevens van het interval resetten. Voor details, zie “Trainingsfunctie (aftelfunctie en inter-
valfunctie)” op pagina 32.
MODE1
SSS
MODE2SSS
(Druk tegelijkertijd)
(Druk tegelijkertijd)
of
Stopherinnering
NL-28
Sportmodus
Toon gegevens in Sportmodus (bovenste en middelste display)
Schakel over door de MODE1 knop te gebruiken
Huidige snelheid
Toont de huidige snelheid in real time. Wordt
iedere seconde geüpdate.
Hartslag
Toont de huidige hartslag in real time. Wordt
iedere seconde geüpdate.
Cadans
Toont het huidige aantal pedaalomwentelingen
per minuut. Wordt iedere seconde geüpdate.
Gemiddelde
snelheid
*1
Toont de gemiddelde snelheid vanaf de start van
de meting.
Gemiddelde
hartslag
*1*2
Toont de gemiddelde hartslag vanaf de start van
de meting. De tijd zonder gemeten hartslag is
niet terug te vinden in de gemiddelde hartslag.
Gemiddelde cadans
*1*3
Toont de gemiddelde cadans vanaf de start van
de meting. De tijd zonder te fietsen is niet terug
te vinden in de gemiddelde cadans.
Maximale
snelheid
*4
Toont de maximale snelheid vanaf de start van de
meting.
Maximale hartslag
*4
Toont de maximale hartslag vanaf de start van de
meting.
Maximale cadans
*4
Toont de maximale cadans vanaf de start van de
meting.
Hoogte boven
zeeniveau
Toont de hoogte boven zeeniveau bij het huidige
locatiepunt.
Temperatuur
Toont de huidige temperatuur.
Stijgende hoogte
Toont de geaccumuleerde hoogte vanaf het punt
dat u reset naar het huidige punt.
* Iedere dalende hoogte wordt niet meegeteld.
Hellinghoek
*6
Toont een ±waarde op basis van het feit dat de
hellinghoek van 45° 100% is.
*1 Iedere op het scherm weergegeven waarde wordt vervangen door het Eteken wanneer de
verstreken tijd (TM) de 100 uren overschrijdt. Verwijder de gegevens door te resetten (pagina
27). De gemiddelde snelheid wordt op dezelfde wijze als hierboven weergegeven wanneer de
rijafstand de 10000 km overschrijdt.
*2 Dit apparaat stopt met het berekenen van het gemiddelde wanneer de hartslagsensor wordt
verwijderd en vervolgt de berekening wanneer de hartslagsensor opnieuw wordt gedragen. Deze
functie geeft de actuele gemiddelden tijdens het dragen van de hartslagsensor.
*3 Dit apparaat berekent het gemiddelde met uitzondering van de tijd dat u stopt met fietsen. Deze
functie geeft, in tegenstelling tot andere modellen die ook gemiddelden met nulwaarden bereke-
nen, de actuele gemiddelden.
MODE1
MODE1
(indrukken & vasthouden gedurende 3 sec.)
(Wanneer de meting is gestopt)
Snelkoppeling
*5
NL-29
Sportmodus
Vervolgd
Toon gegevens in Sportmodus (onderste display)
Wissel door de MODE2 toets te gebruiken
TM
Verstreken tijd
Toont de verstreken tijd vanaf de start van de meting
tot op 1/10 seconde. Als het 99:59’59” overschrijdt,
zal het herhaald worden vanaf 00’00”0.
DST
Rijafstand
Toont de rijafstand vanaf de start van de meting.
Trainingsfunctie (pagina 32)
Toont de aftelafstand, afteltijd of het
interval.
C.D. DST
Aftelafstand
Telt af vanaf de vooraf ingestelde afstand en toont
de resterende afstand.
C.D. TM
Afteltijd
Telt af vanaf de vooraf ingestelde tijd en toont de
resterende tijd.
INT
Interval
(intervaltijd/
hersteltijd)
Telt af vanaf de vooraf ingestelde tijd (intervaltijd)
en telt dan automatisch op als een hersteltijd nadat
de tijd verstreken is.
Door de LAP knop in te drukken, zal de intervaltijd
weer starten, wat ervoor zorgt dat u een hoge en
lage intensiteitsoefening heeft.
LAP
Rondetimer
Toont de verstreken tijd vanaf het vorige punt
(startpunt van de meting voor LAP 01) in realtime.
CAL
Calorieverbruik
Toont het verwachte calorieverbruik van de start van
de meting, gebaseerd op de hartslag.
Klok
Toont de huidige tijd in het 24- of 12-uurs
systeem.
*4 Iedere maximale waarde wordt geüpdate, ongeacht het starten of stoppen van de meting.
*5 Indien een meting wordt gestopt, ga rechtstreeks (door de MODE1 knop gedurende 3 sec. inge-
drukt te houden) naar de Setupmodus “De hoogte boven zeeniveau corrigeren” (pagina 60).
*6 De waarde van de hellinghoek wordt geüpdate door iedere 2 seconden verschillende hoogtewij-
zigingen en de rijafstand te berekenen. Tijdens een update kan dit enige vertraging veroorzaken.
Door snelle wijzigingen van snelheid of hardlopen op lage snelheid kunnen ook tijdelijk abnor-
male waarden worden weergeven.
*7 Indien een meting wordt gestopt, ga rechtstreeks (door de MODE2 knop gedurende 3 sec. inge-
drukt te houden) naar de Setupmodus “De trainingsfunctie instellen” (pagina 36).
of
of
MODE2
(indrukken & vasthouden gedurende 3 sec.)
Snelkoppeling
*7
(Wanneer de me-
ting is gestopt)
MODE2
NL-30
Sportmodus
Tempofunctie
2 soorten tempo-indicators, voor snelheid en hartslag, worden in
de Sportmodus weergegeven. De pijlsymbolen geven aan of de
huidige snelheid/hartslag boven of onder de gemiddelde snelheid/
hartslag ligt.
: De huidige waarde ligt boven het gemiddelde.
: De huidige waarde ligt beneden het gemiddelde.
: De huidige waarde is gelijk aan het gemiddelde.
Geen pijlen : De huidige waarde is “0”.
Rondefunctie
Door de LAP toets in te drukken tijdens de meting in de Sportmodus zullen de meet-
gegevens tussen een gegeven serie van punten worden opgeslagen (gemiddelde
rondesnelheid/maximale rondesnelheid, gemiddelde rondehartslag/maximale ronde-
hartslag, rondetijd/tussentijd) tot 99 punten*. Direct na het opnemen zullen de ronde-
gegevens worden weergegeven in de volgorde zoals in de onderstaande figuur getoond,
daarna zal het beeldscherm naar het vorige scherm terugkeren.
Het huidige aantal rondetijden kan afnemen, afhankelijk van het bestandsgebruik. *
Voor details, zie “Capaciteitslimiet polshorlogegeheugen” op pagina 40.
Gemiddelde rondesnelheid
Toont de gemiddelde rondesnelheid/hartslag van het vorige punt
(start van de meting voor LAP 01) naar het huidige punt.
Gemiddelde hartslag per ronde
Rondenummer
Toont het rondenummer dat zojuist is opgenomen.
* Als het totale aantal rondes 99 punten overschrijdt zal --
verschijnen, wat aangeeft dat opname van volgende ronden
niet kan worden uitgevoerd.
Rondetijd
Toont de verstreken tijd vanaf het vorige punt (start van de
meting voor LAP 01).
Tussentijd Toont de totale verstreken tijd vanaf de start van de meting.
Maximale rondesnelheid
Toont de maximale rondesnelheid/hartslag van het vorige punt
(start van de meting voor LAP 01) naar het huidige punt.
Maximale hartslag tijdens de ronde
Huidige snelheid
Hartslag
Elk scherm in
Sportmodus
Vorig
scherm
Rondegegevens
LAP
2,5 sec 2,5 sec
Gemiddelde rondesnelheid
Maximale rondesnelheid
Gemiddelde hartslag per ronde Maximale hartslag tijdens de ronde
Rondetijd
Tussentijd
Rondenummer
MODE2
NL-31
Sportmodus
Vervolgd
Druk op de * MODE2 knop, met de rondegegevens, om naar het vorige Sportmodus-
scherm terug te keren.
Rondetijd en tussentijd
De rondetijd toont de verstreken tijd van de laatste
druk op de LAP knop. De tussentijd toont de ver-
streken tijd van de start van de meting tot het punt
dat de LAP knop wordt ingedrukt.
De gemeten rondegegevens worden in een be-*
stand opgeslagen als u een reset uitvoert (pa-
gina 27).
Door de * LAP knop in te drukken, terwijl het to-
tale aantal rondes 99 punten bereikt, worden de rondegegevens weergegeven,
maar verschijnt --in plaats van het rondenummer om aan te geven dat ver-
dere opname onmogelijk is.
De rondegegevens kunnen in de Gegevensmodus “Bestanden bekijken” terug *
gekeken worden (pagina 40).
Actuele rondegegevens
Door de LAP knop ingedrukt te houden op een willekeurig scherm van de Sportmo-
dus zullen de actuele rondegegevens in de bovenste en middelste displays worden
weergegeven. Voor de realtime rondegegevens start/stopt de computer de meting
gesynchroniseerd met de hoofdmeting. Het start en herstart echter de gegevens,
telkens wanneer u op de LAP knop drukt. Deze onafhankelijk meting van rondetijden
kan ook nuttig zijn voor etappe- en sectietijden, bijvoorbeeld in bergritten.
TM
LAP LAP
Start van de
meting
Rondetijd 1
Tussentijd 1
Tussentijd 2
Rondetijd 2
Vorig scherm
Actuele rondegegevens
Gemiddelde rondesnelheid
Maximale ron-
desnelheid
Gemiddelde hartslag per ronde
(indrukken &
vasthouden)
Maximale hartslag tijdens de ronde
Rondetimer *
Gemiddelde cadans
tijdens een ronde
Ronde-afstand
Maximale
rondecadans
Elk scherm in
Sportmodus
LAP
MODE1
MODE1
NL-32
Sportmodus
Trainingsfunctie (aftelfunctie en intervalfunctie)
Deze eenheid heeft een aftelfunctie die, door het instellen van de beoogde rijafstand
en verstreken tijd, de vooringestelde tijd aftelt en aangeeft wanneer de tijd verstreken
is en een intervalfunctie die gebruikt wordt om de intervaltijd voor een gegeven training
in te stellen. De trainingsfunctie omvat beide functies.
Op de onderste display wordt ofwel de aftelfunctie of de intervalfunctie weergegeven. Voor *
het weergeven van de trainingsfunctie, zie “Toon gegevens in Sportmodus (onderste dis-
play)” op pagina 29.
Selecteer de trainingsfunctie en voer de respectievelijke instellingswaarden in “De trainings-*
functie instellen” (pagina 36) in de Optiemodus in. Toon de Optiemodus in het MENU scherm
of via de snelkoppeling (houd MODE2 ingedrukt) naar het instellingenscherm van de trai-
ningsfunctie.
Aftelafstand
Toont de aftelafstand tot een vooraf als doel ingestelde rijafstand.
Als de als doel ingestelde rijafstand is zal de eenheid het onder-
ste beeldscherm naar de aftelgegevens springen in elke Sport-
modus weergave en zal dit aangeven door een nummer/symbool
te laten knipperen en een alarmgeluid te laten horen.
Door te resetten keert de numerieke waarde terug naar de *
door u vooraf ingestelde waarde.
Voorbeeld van het gebruik van de aftelafstand:
De ritafstand van de race invoeren
1.
Voordat de wielerkoers of tijdrit begint voert u de af te leg-
gen raceafstand in de fietscomputer in en bepaalt u op basis
van de aftelafstand tijdens de race een strategie en tempo.
De afstand tot een tussenstop invoeren
2.
Voor toertochten kunt u de afstand tot een geplande tussenstop invoeren en uw
tempo aanpassen op basis van de aftelafstand.
Een periodieke doelafstand invoeren
3.
Om uw vooruitgang te meten kunt u een periodieke doelafstand voor een week,
maand of jaar invoeren.
Afteltijd
Toont de afteltijd tot een vooraf als doel ingestelde verstreken
tijd. Als de als doel ingestelde rijafstand bereikt is zal de eenheid
het onderste beeldscherm naar de aftelgegevens springen in elke
Sportmodus weergave en zal dit aangeven door een nummer/
symbool te laten knipperen en een alarmgeluid te laten horen.
Door te resetten keert de numerieke waarde terug naar de *
door u vooraf ingestelde waarde.
Voorbeeld van hoe de afteltijd wordt gebruikt:
Een getimede race invoeren
1.
Voor een tijdsduurrace voert u de tijdslimiet in en contro-
leert u uw tempo, gebaseerd op de afteltijd.
Als de beoogde
ritafstand 20 km is
Wanneer bereikt
(wordt gedurende 5
seconden getoond)
Piep
Als de als doel
ingestelde verstreken
tijd 1 uur is
Wanneer bereikt
(wordt gedurende 5
seconden getoond)
Piep
NL-33
Sportmodus
Vervolgd
De retourtijdlimiet instellen
2.
Voer de tijd in van de halve route als de rijdtijd beperkt is
en geniet van uw rit zonder op de tijd te moeten letten.
Doeltijd voor een Eeuwrit
3.
Voer de doeltijd in voor grote evenementen als “De Rit van de Eeuw” of een
Granfondo, en controleer uw tempo.
Interval (intervaltijd/hersteltijd)
Gebruik deze functie in de intervaltraining.*
De intervaltraining is een trainingsmethode die de intervaltijd (erg gevoelige oefentijd)
combineert met de hersteltijd (rusttijd). Met dit apparaat zal de hersteltijd niet worden
ingesteld met als doel de setup te vergemakkelijken. De hersteltijd moet door u als
gebruiker worden beoordeeld, op basis van het aftelscherm van het polshorloge.
Door de hersteltijd door gebruikers te laten beoordelen zullen flexibele trainings-
menu’s worden samengesteld, waarbij de hersteltijd bij elke herhaling anders is dan
de hersteltijd tussen de sets (door training die de hersteltijd heeft van 3 minuten bij
elke herhaling en 10 minuten tussen de sets).
U kunt de herstelvoortgang tijdens het rijden controleren door op het scherm te kijken.*
Afhankelijk van de koersomstandigheden, zoals borden of verkeer, kunt u het in-*
terval wellicht niet samen met de vooraf ingestelde hersteltijd starten. In dat geval
kunt u gemakkelijk een training starten door de start zelf handmatig te timen.
SSS
INT
LAP
INT
REC
REC
Piep
Piep
*1 Intervaltijd: Start met aftellen vanaf de vooraf ingestelde tijd naar nul. Bij nul zal
het overschakelen naar hersteltijd.
*2
Hersteltijd: U hoeft de hersteltijd niet vooraf in te stellen. Het polshorloge zal in de
herstelperiode blijven totdat de LAP knop wordt ingedrukt. Druk bij iedere tijdsmeting
op de LAP knop om het volgende interval te herstarten.
Interval-
meting
starten :
Interval
herstarten :
Interval meting
voltooien :
Een afbeelding van intervalmeting
*1
*1
*2
NL-34
Sportmodus
Hoe kunt u de interval gebruiken:
Tijdens de intervaltraining gebruikt u het intervalscherm om te voorkomen dat *
u de start/stop-handeling met de reset verwart.
Het interval instellen.
1.
Schakel over naar Sportmodus door het interval te selec-
teren van de Optiemodus “De trainingsfunctie instellen”.
2.
Druk op de MODE2 knop totdat het “INT” symbool wordt
weergegeven op de onderste display.
Schakel naar onderste scherm :
MODE2
3.
Druk op de SSS knop om de aftelintervalmeting te starten.
Start een zeer intensieve oefening.
Het aftellen van de intervaltijd wordt getoond.
Intervalmeting starten :
Gebruik de * SSS knop om het interval te starten/stoppen, zelfs wanneer
de automatische START/STOP-functie is ingeschakeld (
gaat
branden). Om de intervalmeting te starten, drukt u op de SSS knop
terwijl het interval getoond wordt op de onderste display. Door op de
SSS knop te drukken terwijl het interval getoond wordt, zal het starten/
stoppen van de meting in het polshorloge niet worden beïnvloed. De meting van de verstreken
tijd in het polshorloge zal starten op het moment dat het interval start, wanneer de automati-
sche START/STOP-functie is uitgeschakeld (
staat uit) en de meting is gestopt.
Als het interval terug naar nul aftelt zal het automatisch gaan staan in de stand
4.
van de hersteltimer die optelt totdat het volgende interval klaar is.
Als de intervaltijd de vooraf ingestelde tijd bereikt, zal een alarm klinken en
verschillende gemiddelde waarden en maximale waarden zullen worden getoond
in de volgorde die wordt weergegeven in de onderstaande afbeelding; daarna
zal de hersteltijd starten met optellen. Op dit moment neemt het polshorloge de
rondegegevens automatisch op. Meting voor elke tijdsperiode in de hersteltijd
terwijl u ontspant en bijkomt van de inspanning.
Gemiddelde snelheid Maximale snelheid Huidige snelheid
Gemiddelde
hartslag
Maximale
hartslag
Hartslag
Intervaltijdfinish
Aantal intervallen
Rijafstand in het interval
Hersteltijd
(optellen)
Gemiddelde
cadans
Maximale
cadans
Cadans
2,5 sec 2,5 sec
Intervaltijd
(aftellen)
Huidige snelheid
Hartslag
Cadans
Intervaltijd
Piep
NL-35
Sportmodus
Vervolgd
Druk op de
5.
LAP knop om de volgende herhaling van de intervaltijd opnieuw te
starten. Start met fietsen met de door u gekozen grootte van de interval.
Herhaal stap 4 en 5.
Interval herstarten :
LAP
Wanneer
6.
INTof RECwordt weergegeven in de onderste display, zal het
drukken op de SSS knop de intervalmeting stoppen.
Intervalmeting stoppen :
SSS
Om de intervalmeting te herstarten, druk op de * SSS knop.
Resetten met enkel interval getoond zal alleen de intervalmeetgegevens resetten.*
De rondegegevens worden automatisch opgenomen als de intervalmeting start *
en de intervaltijd verstreken is. Als de intervalmeting wordt ingevoerd tijdens de
hoofdtijdmeting zullen de rondegegevens worden opgenomen alsof ze doorgaan,
zoals normale rondegegevens.
Tijdens de intervalmeting zal drukken op de * LAP knop tot gevolg hebben dat de in-
tervaltijd die wordt afgeteld overgeslagen wordt en zal het opnieuw gaan aftellen.
De intervaltijd stopt op hetzelfde moment waarop de verstreken tijd stopt in het *
polshorloge.
Streefwaarden voor de hartslag
Tijdens de meting zal het symbool worden getoond, wat de
status van de doelhartslag aangeeft.
(constant) : De streefwaarde is ingesteld voor elke HR. ZONE:1
naar 5.
(knippert) :
De huidige hartslag ligt buiten de geselecteerde
streefwaarden.
(uit) : De streefwaarde is uitgeschakeld.
Om de streefwaarden te selecteren en het zonebereik in te stellen, zie de Optiemodus *
“De streefwaarden voor de hartslag instellen” (pagina 37).
Streefwaarden
voor de hartslag
NL-36
Optiemodus
Overschakelen op Optiemodus
Selecteer OPTION MENUdoor op de MENU knop te drukken
totdat het naar de Optiemodus overschakelt.
Functie in Optiemodus
De Optiemodus wordt gebruikt om de instellingen van de trainingsfunctie te verande-
ren, welke het meest gebruikt wordt in de Sportmodus en de streefwaarden voor de
hartslag. Schakel als volgt over naar de verschillende instellingen.
De trainingsfunctie instellen CD.TIMER
Deze functie wordt gebruikt om de trainingsfunctie te selecteren die wordt weergege-
ven op het onderste beeldscherm en om instellingen in te voeren.
Stop de meting voordat u de instellingen wijzigt.*
Als vanuit de Sportmodus komt, gaat u door naar stap 2 en slaat u stap 1 over.*
Houd alleen de * MODE1 knop ingedrukt om het nummer snel te verhogen.
1.
Als een ander modusscherm wordt getoond, schakelt u over
naar de Optiemodus “CD.TIMER”.
Selecteer OPTION MENU door een paar keer op de MENU
knop te drukken totdat het automatisch naar CD.TIMER
overschakelt. Bevestig daarna door de SSS knop te gebruiken.
Van modus wisselen:
MENU
Bevestigen:
SSS
Optiemodus (OPTION)
De trainingsfunctie instellen (aftellen/interval)
Deze functie wordt gebruikt om aftellen of interval te selecteren
en de instellingen in te voeren.
De streefwaarden voor de hartslag instellen (pagina 37)
Selecteer de streefwaarden voor de hartslag en voer de boven- en
ondergrenzen in.
MODE2
MODE1
(of)
Doelafstand of tijd die momenteel is ingesteld
Hartslagzone die momenteel is ingesteld
Trainingsfunctie die momenteel is geselecteerd
DST : Aftelafstand
TIME : Afteltijd
INT : Interval
NL-37
Optiemodus
Vervolgd
2.
Selecteer de trainingsfunctie die wordt getoond op het onderste
beeldscherm.
Selecteer “DST (aftelafstand)”, TIME (afteltijd)” of “INT (in-
tervaltimer)” door de MODE1 of MODE2 knop te gebruiken en
bevestig door middel van de SSS knop.
Selecteer de trainingsfunctie:
MODE2
MODE1
(of)
(DST
TIME
INT)
Bevestigen:
3.
Voer de instelling in.
Voer de doelwaarde in voor de functie die u selecteerde in stap 2;
voer de cijfers één voor één in. Verander de waarde door middel van
de MODE1 knop om te verhogen en de MODE2 knop om de waarde
te verlagen, verplaats de cursor door middel van de SSS knop.
Verhogen/verlagen:
MODE2
MODE1
(of)
Bevestigen:
Houd de * MODE2 gedurende 3 seconden ingedrukt om de wijzigin-
gen te bevestigen en ga rechtstreeks naar de vorige Sportmodus.
Door de
4.
MENU knop in te drukken, bevestigt u de wijziging
en gaat u terug naar de Optiemodus “CD.TIMER”.
Om naar een andere modus over te schakelen, drukt u verschillende
keren op de MENU knop om het scherm van uw keuze weer te geven.
Naar de bovenste modus/van modus wisselen:
MENU
De instellingen worden op de onderste display in Sportmodus weergegeven. Voor *
details, zie “Trainingsfunctie (aftelfunctie en intervalfunctie)” op pagina 32.
De streefwaarden voor de hartslag instellen HR ZONE
Selecteer de geregistreerde doelzone voor hartslag (1 tot 5), verander de boven/on-
dergrens van elke zone of zet het geluid van de zone aan/uit.
Stop de meting en voer een reset uit (pagina 27) voordat u de streefwaarden voor de *
hartslag verandert. Als u geen reset uitvoert, zal DATA RESET” op het scherm verschij-
nen en kunt u de streefwaarden voor de hartslag niet wijzigen.
Voor details over de streefwaarden, zie “Gebruik van de streefwaarden” (pagina 67).*
De tijd in de gemeten zone kan met behulp van het bestand in de Gegevensmodus *
“Bestanden bekijken” bekeken worden (pagina 40).
Houd de * MODE1 of MODE2 knop ingedrukt om snel het nummer te verhogen/verlagen.
1.
Als een ander modusscherm wordt getoond, schakelt u over
naar de Optiemodus “CD.TIMER”.
Selecteer OPTION MENUdoor een paar keer op de MENU knop
te drukken totdat het automatisch naar “CD.TIMER” overschakelt.
Van modus wisselen:
MENU
Doelafstand of -tijd
Aftelfunctie die mo-
menteel is geselec-
teerd
Rechtstreeks vanuit de Sportmodus
NL-38
Optiemodus
2.
Schakel over naar “HR ZONE” door de MODE1 of MODE2 knop te
gebruiken, bevestig vervolgens door de SSS knop te gebruiken.
Van scherm wisselen:
MODE2
MODE1
(of)
Bevestigen:
De huidig geselecteerde doelzone voor de hartslag *
(ZONE-1 to 5) of
OFF
verschijnt op het scherm.
3.
Selecteer de streefwaarden voor de hartslag.
Selecteer OFF”, ZONE-1”, 2”, 3”, 4of 5door op de MODE1
of MODE2 knop te drukken. Om de streefwaarden voor de hartslag
in te stellen, selecteert u van “1tot “5” en bevestigt u uw keuze
door op de SSS knop te drukken. Daarna gaat u verder met stap
4. Selecteer anders “OFF” en ga door met stap 6.
Selecteer de zone:
MODE2
MODE1
(of)
Bevestigen:
4.
Voer de ondergrens in van de streefwaarde die momenteel is
geselecteerd door de MODE1 en MODE2 knoppen te gebruiken;
bevestig dit daarna door middel van de SSS knop.
Voer daarna de bovengrens in op dezelfde manier en bevestig
uw keuze door middel van de SSS knop.
Verhogen/verlagen:
MODE2
MODE1
(of)
Bevestigen:
SSS
U kunt elke gewenste boven/ondergrens bij elke streefwaarde *
invoeren, de bovengrens wordt echter automatisch aangepast
aan de ondergrens +1 als de ingevoerde ondergrens de bo-
vengrens overschrijdt. De ondergrens moet op dezelfde manier
worden aangepast als ze hoger ligt dan de bovengrens.
Het vormt echter geen probleem als de boven- en onder-*
grens andere zones overlappen.
5.
Selecteer ONof OFFvoor het alarmgeluid door middel
van de MODE1 en MODE2 knoppen en bevestig uw keuze met
de SSS knop.
ON OFF:
MODE2
MODE1
(of)
Bevestigen:
Als het alarmgeluid is ingeschakeld zal een alarm klinken zolang *
de hartslag buiten de streefwaarden voor de hartslag ligt.
Door de
6.
MENU knop in te drukken, bevestigt u de wijziging
en gaat u terug naar de Optiemodus “HR ZONE”.
Druk herhaaldelijk op de MENU knop om van modus te wisselen.
Naar de bovenste modus/van modus wisselen:
MENU
Bovenlimiet
Ondergrens
De HR alarm-
zone instellen
Hartslagzone die
momenteel is ge-
selecteerd
MODE1
MODE2
NL-39
Gegevensmodus
Vervolgd
Gegevensmodus wisselen
Selecteer DATA MENUdoor op de MENU knop te drukken
totdat naar de Gegevensmodus wordt overgeschakeld.
Functie in Gegevensmodus
De Gegevensmodus wordt gebruikt om de opgeslagen bestanden te bekijken en te wis-
sen, de meetgegevens naar uw PC te downloaden en uw vorige registraties te bekij-
ken.
Gegevensmodus (DATA)
Geheugenpuntgebruik
Aantal totale rondes in alle bestanden
Totaal aantal opgeslagen bestanden
Bestanden bekijken (pagina 40)
Dit overzicht wordt gebruikt om de verschillende
opgenomen gegevens te bekijken en te beheren.
PC link (pagina 45)
Dit wordt gebruikt om de gemeten gegevens naar uw
PC te verzenden.
De optionele “Draadloze overdrachtset” is vereist.*
Vroegere records (pagina 47)
Eerdere ritafstand en verstreken tijd kunnen per
tijdsperiode worden bekeken.
NL-40
Gegevensmodus
Bestanden bekijken FILE
De ronde- en meetgegevens worden automatisch in een bestand opgeslagen wanneer
een rit wordt gereset (Resetprocedure op pagina 27). Met het bestandoverzicht kunt
u de opgeslagen bestanden bekijken en wissen.
Opslaan en beheren van de bestanden
Het polshorloge kan tot 30 bestanden opslaan.
Een nieuw bestand wordt altijd opgeslagen als F01. Wanneer de bestandsgrootte
de geheugencapaciteit van het polshorloge overschrijdt, wordt het oudste bestand
automatisch verwijderd.
F01
F02
F03
F30
Capaciteitslimiet polshorlogegeheugen
Gegevens kunnen binnen de volgende geheugencapaciteitslimieten worden opge-
slagen.
Aantal bestanden 30 bestanden
Aantal rondes
Ronden moeten 99 of minder zijn. (*Zie “Rondegegevens”)
Geheugen voor elk opname-interval Punten zullen 36000 of minder zijn.
Voorbeeld
Bij 2 seconden Maximale opname van 20 uren
Bij 3 seconden Maximale opname van 30 uren
Bij 5 seconden Maximale opname van 50 uren
Bij 10 seconden Maximale opname van 100 uren
Meetgegevens die opgeslagen moeten worden in een bestand
Datum en tijd van bestandaanmaak (datum/tijd van het moment waarop de •
meting werd gestart)
Rijafstand•
Verstreken tijd•
Verschillende gemiddelde waarden (snelheid/hartslag/cadans)•
Verschillende maximale waarden (snelheid/hartslag/cadans/hoogte/temperatuur/•
hellingshoek)
Verschillende minimale waarden (hoogte/temperatuur)•
Stijgende hoogte•
Calorieverbruik•
Aantal gebruikte rondes•
Tijdsdistributie naar de streefwaarden (tijd in/boven/onder de zone) en de •
percentages (%)
Rondetijd (gemiddelde rondesnelheid, gemiddelde hartslag per ronde, maximale •
rondesnelheid, maximale hartslag tijdens de ronde, rondetijd, tussentijd en rondeafstand)
Puntgegevens bij de gespecificeerde intervallen.•
Oud
Datum van aanmaak: Nieuw
NL-41
Gegevensmodus
Vervolgd
Rondegegevens•
Wanneer er geen rondegegevens zijn, wordt er één ronde per bestand gebruikt.
Daarom is het totaal aantal rondes de som van het totaal aantal rondes in alle
bestanden en het aantal bestanden.
Voorbeeld) Wanneer het volgende aantal rondes is opgenomen in de bestanden:
Aantal rondes in een bestand Aantal bestanden
F01 : 5 rondes
3 bestanden
F02 : 0 ronde
F03 : 10 rondes
Het totaal aantal rondes is de som van het totaal aantal rondes in alle be-
standen “15” en het totaal aantal bestanden “3”, d.w.z. “18”.
• Geheugenpunt
Deze computer heeft een functie om automatisch de gegevens bij intervallen
gespecificeerd tijdens meting (geheugenpunt) op te nemen. De opgenomen
gegevens worden samen met andere meetopnames en rondegegevens in een
bestand opgeslagen.
Het geheugenpunt kan in “geheugenpuntgebruik” in ‘Bestand bekijken’
worden bekeken. Om dergelijke gegevens te gebruiken, moet u ze naar uw PC
sturen (pagina 46). De automatische geheugeninterval kan afhankelijk van uw
toepassing uit 4 opties tussen de 2 en 10 seconden worden geselecteerd.
Voor details, zie de Setupmodus “Het opname-interval instellen” (pagina 56).
Wanneer het geheugenpuntgebruik boven de 90% is en de
resterende geheugencapaciteit laag is:
Klinkt er een alarm tijdens het meten en “MEMORY
knippert op het scherm. Deze waarschuwing wordt iedere 2
minuten herhaaldelijk weergegeven totdat de gegevensom-
vang de geheugencapaciteit overschrijdt.
Wanneer het geheugenpuntgebruik de 100% bereikt en de
geheugencapaciteit de gegevenshoeveelheid overschrijdt:
Klinkt er een alarm tijdens het meten en “MEMORY FULL
knippert op het scherm. In dit geval slaat het polshorloge
de gemeten gegevens automatisch op en wordt er een
bestand aangemaakt.
Gegevens worden op het scherm weergegeven, maar
kunnen niet langer worden opgeslagen. De waarschuwing
wordt iedere 2 minuten herhaaldelijk weergegeven. Wij
raden u aan de meting onmiddellijk te stoppen en de
bestanden in het polshorloge te verwijderen.
Verwijder bij het gebruik van de optionele “USB-communicatie eenheid” alle *
bestanden, nadat u alle opgeslagen bestanden naar uw PC heeft verstuurd.
NL-42
Gegevensmodus
De inhoud van een bestand bekijken
Bekijk de metingsgegevens die opgeslagen zijn in een bestand
van het polshorloge.
1.
Schakel over naar de Gegevensmodus FILE”, als een
ander modusscherm wordt weergegeven.
Selecteer “DATA MENU” door een paar keer op de MENU
knop te drukken totdat het automatisch naar “FILE” over-
schakelt. Bevestig daarna door middel van de SSS knop.
Van modus wisselen :
MODE2
MODE1
(of)
Bevestig :
SSS
2.
Selecteer het bestandsnummer dat u wilt bekijken.
Selecteer het bestandsnummer door de MODE1 of MODE2
knop te gebruiken en bevestig uw keuze door middel van
de SSS knop.
Van bestandsnummer wisselen :
MODE2
MODE1
(of)
Bevestig :
Het bestandsnummer start met het nieuwste bestand *
(F01).
Blader door de opgeslagen gegevens in elk bestand door
3.
op de SSS knop te drukken.
De weergegeven gegevens zijn als volgt.
Door op de
4.
MENU te drukken gaat u terug naar de Gege-
vensmodus “FILE”.
Druk herhaaldelijk op de MENU knop om van modus te
wisselen.
Naar de bovenste modus/van modus wisselen :
MENU
Als de streefwaarden voor de hartslag op OFF is ingesteld tijdens de meting *
zullen geen gegevens met betrekking tot de opgeslagen streefwaarden voor de
hartslag worden getoond.
Door op de * LAP knop te drukken tijdens het bekijken van gegevens zal worden
overgeschakeld naar het bekijken van de rondegegevens. Voor details, zie “De
rondegegevens bekijken” (pagina 44).
Bestandsnummer
Datum van bestands-
aanmaak :
Tijd van de start
(Alternatief
weergegeven)
Aantal rondes
in een bestand
Geheugen-
puntgebruik
Aantal totale rondes
in alle bestanden
Totaal aantal opge-
slagen bestanden
NL-43
Gegevensmodus
Vervolgd
Volgorde van bestanden bekijken
SSS
SSS
SSS
(Alternatief
weergegeven)
(Alternatief
weergegeven)
(Alternatief
weergegeven)
(Alternatief
weergegeven)
*1:
Het zonepercentage wordt alleen als
richtlijn weergegeven en het totaalpercen-
tage van 3 zones komt niet tot de 100%.
MODE2SSS
MODE1
SSS
SSS
Verwijder scherm voor
bestanden bekijken
(of)
Ga terug
Verwijder alle bestanden
(in het bovenste scherm
van Bestanden bekijken)
MENU
Gegevensmodus “FILE”
Stijgende hoogte
Maximale helling-
hoek
Maximale hoogte Minimale hoogte
Maximale temperatuur Minimale temperatuur
Tijd boven de
streefwaarde en
het percentage
*1
Tijd onder de
streefwaarde en
het percentage
*1
Rijtijd
(uren/minuten/seconden)
Rijafstand
(km [mijl])
Gemiddelde snelheid
Gemiddelde hartslag
Gemiddelde cadans
Calorieverbruik
(kcal)
Maximale snelheid
Maximale hartslag
Maximale cadans
Nummer hartslagzone
Bovenste zonelimiet
Onderste
zonelimiet
Tijd in streefwaarde en percentage
*1
NL-44
Gegevensmodus
De rondegegevens bekijken
Bekijk de rondegegevens die zijn opgeslagen in een bestand
van het polshorloge.
1.
Selecteer het bestandsnummer dat u wilt bekijken uit de
Gegevensmodus “FILE” (pagina 42).
Selecteer het bestandsnummer door de MODE1 of MODE2 knop te
gebruiken en bevestig uw keuze door middel van de SSS knop.
Van bestandsnummer wisselen :
MODE2
MODE1
(of)
Bevestig :
Het bestandsnummer start met het nieuwste bestand (* F01).
Druk op de
2.
LAP toets om de rondegegevens te bekijken
die in het geselecteerde bestand is opgenomen.
Schakel de gemiddelde waarde over naar de maximale
waarde door middel van de SSS knop. Druk opnieuw op de
LAP knop om vanuit de rondegegevens terug te keren.
De rondegegevens bekijken/bewerken :
LAP
Wanneer geen rondegegevens in een bestand zijn opge-*
nomen, kunnen deze niet worden bekeken.
Wissel van ronde, indien van toepassing, door de
3.
MODE1
en MODE2 knoppen te gebruiken.
Van rondenummer wisselen :
MODE2
MODE1
(of)
Door op de
4.
MENU te drukken gaat u terug naar de Gege-
vensmodus “FILE”.
Druk herhaaldelijk op de MENU knop om van modus te wisselen.
Naar de bovenste modus/van modus wisselen :
MENU
Gemiddelde waarden Maximale waarden
Rondenummer
Rondetijd
Fietstripafstand in een ronde
Gemiddelde
hartslag per
ronde
Maximum hartslag
tijdens de ronde
Gemiddelde
rondesnelheid
Maximale
rondesnelheid
Tussentijd
Bestandsnummer
Aanmaakdatum
Starttijd
(Alternatief
weergegeven)
(Alternatief weergegeven)
Aantal rondes
in een bestand
NL-45
Gegevensmodus
Vervolgd
Bestanden wissen
U kunt handmatig alle bestanden verwijderen die in het polshorloge zijn opgeslagen.
Wanneer de gegevenshoeveelheid de geheugencapaciteit van het polshorloge
overschrijdt, wordt het oudste bestand automatisch verwijderd en wordt er een nieuw
bestand aangemaakt. U kunt handmatig alle bestanden tegelijk verwijderen.
Schakel over
1.
naar de Gegevensmodus FILE” (pagina 42)
en bevestig met de SSS knop.
2.
Druk tegelijkertijd op de SSS knop en de MODE1 of MODE2
knop om naar het wisscherm over te schakelen.
Schakel over naar Wissen:
MODE1
SSS
(of)
MODE2SSS
Door op de
3.
SSS knop te drukken worden alle bestanden
verwijderd en gaat u terug naar de Gegevensmodus “FILE”.
Druk herhaaldelijk op de MENU knop om naar een andere
modus te wisselen.
Verwijder alle bestanden :
Bestanden wissen annuleren :
MENU
Naar de bovenste modus/van modus wisselen :
MENU
Door op de * MENU knop op het wisscherm te drukken worden alle te wissen bestan-
den geannuleerd en gaat u terug naar het vorige scherm.
Als het polshorloge geen bestanden bevat (* F00) is het wissen van bestanden niet
mogelijk.
Als een willekeurig bestand eenmaal is gewist, zullen de rondegegevens die in het *
bestand zijn opgenomen tevens worden gewist.
Als een bestand eenmaal is gewist, kan het niet meer hersteld worden.*
PC link PC LINK
De PC link wordt gebruikt voor twee-weg communicatie met uw PC waarop de ge-
downloade software “e-Train Data™ ver.4” is geïnstalleerd. U kunt de gemeten gege-
vens met deze computer naar uw PC sturen en verschillende instellingen in het pols-
horloge vanaf uw PC wijzigen.
De optionele “USB-communicatie eenheid” en installatie van de “e-Train Data™ ver.4
(Windows versie)” opgenomen op de meegeleverde CD-ROM zijn vereist voor gebruik
van deze functie.
Voor gebruik van de verzonden bestanden, raadpleeg de e-Train Data™ ver.4 instruc-*
tiehandleiding opgenomen op de meegeleverde CD-ROM.
Verwijder het
scherm bestand
bekijken
NL-46
Gegevensmodus
Communicatie tussen uw PC en deze computer
Verstuur de opgeslagen bestanden in het polshorloge naar uw PC of geef de gewij-
zigde instellingen van uw PC in het polshorloge weer.
1.
Start uw PC op en verbind de USB-communicatie eenheid
met uw PC.
Start e-Train Data™ ver.4 en klik op de
2.
Communication”knop
op uw PC-scherm.
Maak gereed voor het verzenden van de gegevens volgens
de instructies weergegeven op uw PC-scherm.
3.
Schakel over naar de Gegevensmodus “FILEals een ander
modusscherm wordt weergegeven.
Selecteer “DATA MENU” door een paar keer op de MENU
knop te drukken totdat automatisch naar FILEwordt
overgeschakeld.
Modus wisselen :
MENU
4.
Schakel over naar de PC LINKdoor de MODE1 of MODE2
knop te gebruiken, bevestig daarna door de SSS knop te
gebruiken.
LINK-TO PC” verschijnt op het scherm en het
polshorloge zal automatisch het zoeken naar uw PC
starten. Zodra de communicatie tot stand is gebracht,
schakelt deze over naar “SEND FILE” en wordt het
verzenden van de gegevens gestart.
Van scherm wisselen :
MODE2
MODE1
(of)
Zoek PC / Verstuur de gegevens :
Wanneer de communicatie met uw PC niet tot stand kan *
worden gebracht, zal LINK-TO PC FAILverschijnen. Druk
op de SSS knop om terug te keren naar PC LINKen
controleer de status van uw PC. Het opnieuw indrukken van
de SSS knop herstart het zoeken naar uw PC.
Het indrukken van de * MENU knop tijdens het verzenden van
de gegevens geeft LINK-TO PC FAILweer en stopt het
verzenden van de gegevens. Door de SSS knop in te drukken
keert u terug naar “PC LINK”.
Het verzenden van de gegevens duurt maximaal 5 minuten, *
afhankelijk van het aantal opgeslagen bestanden.
Zoeken naar uw
PC
SSS
USB-communicatie eenheid
Bezig met
verzenden
gegevens
NL-47
Gegevensmodus
Vervolgd
5.
Zodra het verzenden van de gegevens is voltooid, verschijnt
SEND FILE END”. Druk op de SSS knop en keer terug naar
de gegevensmodus “PC LINK”.
Naar de bovenste modus :
Druk herhaaldelijk op de
6.
MENU knop om van modus te
wisselen.
Om modi te wisselen :
MENU
Gegevens die vanaf deze computer naar uw PC verstuurd moeten worden
De gegevens die u naar uw PC wilt sturen, zijn als volgt.
Bestandsnummer•
Datum/tijd van bestandsaanmaak (datum/tijd van het moment waarop de meting •
werd gestart)
Gemeten waarden voor de snelheid, hartslag, cadans, rijafstand, verstreken tijd, •
hoogte boven zeeniveau, temperatuur en hellingshoek, gespecificeerd bij de
opgegeven opname-intervallen
Rondegegevens (rondenummer, gemiddelde rondesnelheid, gemiddelde hartslag •
per ronde, gemiddelde rondecadans, maximale rondesnelheid, maximum hartslag
tijdens de ronde, maximale rondecadans, rondetijd, tussentijd en rondeafstand),
tijd in de hartslagzone (boven/binnen het bereik/onder)
Het polshorloge heeft een beperkte geheugencapaciteit. Wij raden u aan de *
meetgegevens tijdelijk naar uw PC over te brengen en wis de bestanden in het
polshorloge (pagina 45).
Instellingen die vanaf uw PC moeten worden gewijzigd
De datum, klok, aan/uit en alarmtijd, wielomtrek, snelheidseenheid, opname-inter-
val, totale rijafstand/totaal verstreken tijd, automatische START/STOP functie, ge-
luidsinstelling en hoogte boven zeeniveau HOME instelling.
Vroegere records VIEW LOG
De eerdere opnamegegevens zorgen ervoor dat u de ritafstand en de verstreken tijd,
die essentieel zijn voor uw trainingsmanagement, per tijdsperiode kunt bekijken.
Totale rijafstand (• ODO) en totale verstreken tijd (TTM) sinds het begin van gebruik
van dit apparaat.
Wekelijkse rijafstand en -tijd sinds maandag•
Rijafstand en -tijd sinds de 1ste van de maand•
Jaarlijkse rijafstand en -tijd sinds 1 januari•
U kunt het trainingsmenu aanpassen door het werkelijke trainingsvolume van elke
tijdsperiode te ontvangen en te analyseren.
Voltooien van
verzenden
NL-48
Gegevensmodus
1.
Schakel over naar de Gegevensmodus FILEals een ander
modusscherm wordt weergegeven.
Selecteer “DATA MENU” door een paar keer op de MENU knop te
drukken totdat automatisch naar “FILE” wordt overgeschakeld.
Modus wisselen :
MENU
2.
Schakel over naar de “VIEW LOGdoor de MODE1 of MODE2 knop
te gebruiken, bevestig daarna door middel van de SSS knop.
Van scherm wisselen :
MODE2
MODE1
(of)
Bevestig :
De totale ritafstand en totale verstreken tijd sinds het eerste
3.
gebruik van het polshorloge worden getoond.
De wekelijkse, maandelijkse en jaarlijkse ritafstand en verstreken tijd
worden op volgorde weergegeven door op de SSS toets te drukken.
Druk herhaaldelijk op de
4.
MENU knop om van modus te wisselen.
Naar de bovenste modus/van modus wisselen :
MENU
Zodra u eerdere gegevens wijzigt volgens de Setupmodus “De klok/datum instellen”(pagina 50) worden *
bepaalde geïntegreerde waarden voor jaar, maand of week gewist volgens de relevante wijzigingen.
Totaal verstreken tijd
en totale rijafstand
Verstreken tijd en
rijafstand voor de week
Verstreken tijd en
rijafstand voor de maand
Verstreken tijd en
rijafstand voor het jaar
Wanneer het jaar
wordt gewijzigd
Behouden Gewist Gewist Gewist
Wanneer de maand
wordt gewijzigd
Behouden Gewist Gewist Behouden
Wanneer de dag
wordt gewijzigd
Behouden Gewist Behouden Behouden
De ritafstand van “Vroegere records” in de gegevensmodus, wordt geïntegreerd, ongeacht *
het starten of stoppen van de meting. Vandaar dat de ritafstand kan verschillen met die in
de sportmodus, omdat deze is verbonden met de start/stop van de meting.
De meettijd wordt geïntegreerd in de verstreken tijd.*
Zodra “* MEMORY FULL” op het scherm verschijnt, wordt verstreken tijd niet langer toege-
voegd. Deze wordt hervat wanneer het polshorloge een beschikbare capaciteit bereikt.
Totale rijafstand Wekelijkse rijafstand Maandelijkse ritafstand Jaarlijkse rijafstand
Totaal verstreken tijd
Wekelijkse
verstreken tijd
Maandelijkse
verstreken tijd
SSS
Jaarlijkse
verstreken tijd
MODE1
MODE2
NL-49
Setupmodus
Vervolgd
Setupmodus (SETUP)
Wisselen naar Setupmodus
Houd de MENU knop in de Klokmodus of in de
Sportmodus ingedrukt totdat “SETUP MENU” op
het scherm verschijnt. Vervolgens schakelt het
polshorloge automatisch naar de Setupmodus.
Functie in Setupmodus
De Setupmodus wordt gebruikt om verschillende instellingen van het polshorloge te veranderen. U kunt
tussen de diverse instellingen heen en weer schakelen door middel van de MODE1 of MODE2 knop.
Als een instelling is veranderd, bevestigt u deze door de * MENU toets te gebruiken.
Tenzij u een handeling uitvoert binnen 3 minuten zal worden teruggekeerd naar de Klok-*
modus. In dergelijke gevallen zal de verandering niet worden uitgevoerd.
De snelkoppeling van Klokmodus of Sportmodus zal het scherm voor hoogteaanpassing niet weergeven zoals in *
de onderstaande afbeelding wordt getoond. Het schakelt direct over naar het invoerscherm voor instellingen.
MENU
De klok/datum
instellen
De hoogte boven
zeeniveau corrigeren
(pagina 50)
(pagina 60)
De wekker
instellen
Geluid instellen
(pagina 51)
(pagina 59)
De wielkeuze en
wielomtrek
De automatische
START/STOP-
functie instellen
(pagina 52)
(pagina 58)
Zoeken naar
sensor ID
Totale rijafstand/totaal
verstreken tijdsinvoer
(pagina 53)
(pagina 57)
De meeteenheid
instellen
Het opname-
interval instellen
(pagina 55)
(pagina 56)
(indrukken &
vasthouden)
NL-50
Setupmodus
De klok/datum instellen CLOCK DATE
Stel “Tijdsnotering”, “Uren”, “Minuten”, “Datumnotering”, “Jaar”, “Maand” en “Dag” in.
Zodra u een willekeurige eerdere datum wijzigt, worden bepaalde geïntegreerde *
waarden voor jaar, maand of week in de “Vroegere records”(pagina 47) gewist
volgens de relevante wijzigingen.
Houd de * MODE1 of MODE2 knop ingedrukt om snel het nummer te verhogen/verlagen.
1.
Houd de MENU knop in de Klokmodus of Sportmodus inge-
drukt totdat “SETUP MENU” op het scherm verschijnt.
Het polshorloge schakelt automatisch naar CLOCK DATE”.
Bevestig het vervolgens met de SSS knop.
Van modus wisselen :
MENU
(indrukken & vasthouden)
Bevestig :
SSS
2.
Selecteer de tijdsnotering.
Selecteer 24h (24 uur)” of 12h (12 uur)” door de MODE1
of MODE2 knop te gebruiken en bevestig door middel van de
SSS knop.
24h
12h :
MODE2
MODE1
(of)
Bevestig :
3.
Voer de “Uren” en “Minuten” in.
Voer de “Uren” in door MODE1 te gebruiken om te verhogen
en MODE2 om de knipperende waarde te verlagen, bevestig
daarna met de SSS knop en voer daarna de “Minuten” op
dezelfde manier in.
Verhogen/verlagen:
MODE2
MODE1
(of)
Bevestig :
SSS
4.
Selecteer de datumnotering.
Selecteer de datumnotering YY.MM.DD”, DD.MM.YYen
MM.DD.YYdoor de MODE1 en MODE2 knoppen te gebrui-
ken en bevestig uw keuze met de SSS knop.
Schakel het beeldscherm :
MODE2
MODE1
(of)
Bevestig :
5.
Voer het “Jaar”, de “Maand” en de “Dag” in.
Voer het “Jaar”, de “Maand” en de “Dag” in, in de weergave-
volgorde die in Stap 4 werd gekozen door de MODE1 en de
MODE2 knop te gebruiken, bevestig daarna met de SSS knop.
Voer de laatste 2 cijfers van het jaar in.
Verhogen/verlagen:
MODE2
MODE1
(of)
Bevestig :
Weergaveformaat
Weergaveformaat
Uren
Minuten
YY/MM/DD
NL-51
Setupmodus
Vervolgd
Door de
6.
MENU knop in te drukken, bevestigt u de wijziging
en gaat u terug naar de Setupmodus “CLOCK DATE”.
Druk herhaaldelijk op de MENU knop om van modus te wis-
selen.
Naar de bovenste modus/van modus wisselen :
MENU
De wekker instellen ALARM
Het alarm in de Klokmodus instellen.
Houd de * MODE1 of MODE2 knop ingedrukt om snel het nummer te verhogen/verlagen.
1.
Houd de MENU knop in de Klokmodus of Sportmodus inge-
drukt totdat “SETUP MENU” op het scherm verschijnt.
Het schakelt automatisch naar “CLOCK DATE”.
Modus wisselen :
MENU
(indrukken & vasthouden)
2.
Schakel over naar het ALARMdoor de MODE1 of MODE2
knop te gebruiken, bevestig daarna door de SSS knop te ge-
bruiken.
Scherm wisselen :
MODE2
MODE1
(of)
Bevestig :
3.
Selecteer “ONof “OFFdoor de MODE1 of MODE2 toets te
gebruiken.
Om de wekker te gebruiken, selecteert u ON” en drukt u op
de SSS knop om door te gaan naar Stap 4. Anders selecteert
u “OFF” om door te gaan naar Stap 5.
ON
OFF:
MODE2
MODE1
(of)
Bevestig :
SSS
U kunt de wekker ook in de Klokmodus aan/uitzetten. Als *
deze aan is, zal het
symbool verschijnen.
4.
Voer de “Uren” en “Minuten” in.
Voer de “Uren” in door de MODE1 of MODE2 knop te
gebruiken en bevestig uw keuze door middel van de SSS
knop. Voer daarna op dezelfde manier de “Minuten” in.
Verhogen/verlagen:
MODE2
MODE1
(of)
Bevestig :
Uren Minuten
NL-52
Setupmodus
Door de
5.
MENU knop in te drukken, bevestigt u de wijziging
en gaat u terug naar de Setupmodus “ALARM”.
Druk herhaaldelijk op de MENU knop om van modus te wis-
selen.
Naar de bovenste modus/van modus wisselen :
MENU
De wielkeuze en wielomtrek TIRE
Stel de wielomtrek (periferische lengte) in op SP1 (Snelheidssensor 1) en SP2 (Snel-
heidssensor 2) gesynchroniseerd volgens “Zoeken naar sensor ID” (pagina 53).
Voor de wielomtrek, zie “Wielomtrek” (pagina 17).*
Houd de * MODE1 of MODE2 knop ingedrukt om snel het nummer te verhogen/verlagen.
1.
Houd de MENU knop in de Klokmodus of Sportmodus inge-
drukt totdat “SETUP MENU” op het scherm verschijnt.
Het schakelt automatisch naar “CLOCK DATE”.
Modus wisselen :
MENU
(indrukken & vasthouden)
2.
Schakel over naar het “TIREdoor de MODE1 of MODE2 knop
te gebruiken, bevestig daarna door de SSS knop te gebrui-
ken.
Scherm wisselen :
MODE2
MODE1
(of)
Bevestig :
3.
Selecteer (Sensor 1) of (Sensor 2) door op de MODE1
of MODE2 knop te drukken.
:
MODE2
MODE1
(of)
Bevestig :
Stel de wielomtrek alleen op * (Sensor 1) in, wanneer het
polshorloge slechts voor één fiets wordt gebruikt. Stel de
wielomtrek op
(Sensor2) in, wanneer u het polshorloge
voor twee fietsen gebruikt.
Huidig geselec-
teerde sensor
Wielomtrek ingesteld
op de huidig gese-
lecteerde sensor
NL-53
Setupmodus
Vervolgd
4.
Voer de laatste 2 cijfers voor de wielomtrek van de geselec-
teerde sensor in Stap 3 in, door de MODE1 en MODE2 knop-
pen te gebruiken en verander daarna de cijfers door de SSS
knop te gebruiken.
Voer daarna op dezelfde manier de eerste 2 cijfers in.
Verhogen/verlagen:
MODE2
MODE1
(of)
Verplaats cijfers :
Door de
5.
MENU knop in te drukken, bevestigt u de wijziging
en gaat u terug naar de Setupmodus “TIRE”.
Druk herhaaldelijk op de MENU knop om van modus te wisselen.
Naar de bovenste modus/van modus wisselen :
MENU
Overschakelen naar de Sportmodus geeft het geselecteerde sensorsymbool *
(
of ) weer. Zelfs als een polshorloge voor 2 fietsen wordt gebruikt,
wordt de snelheidssensor automatisch herkend; vervolgens kan de meting
worden gestart (automatische herkenning kan enige tijd duren, afhankelijk van
de situatie).
Voor details, zie “Automatische herkenning van de snelheidssensor ID” op
pagina 7.
Zoeken naar sensor ID SYNC ID
Het polshorloge koppelen met de hartslag en snelheids-/cadanssensoren.
Dit apparaat vereist het controleren van de sensor ID om ervoor te zorgen dat het polshorloge *
signalen van de sensoren ontvangt. Synchroniseer de sensor ID volgens de volgende proce-
dure, wanneer u het polshorloge formatteert of wanneer u een nieuwe sensor gebruikt.
Wanneer u de computer voor de eerste keer gebruikt (bij standaard fabrieksinstel-*
lingen), zijn beide sensor ID’s gesynchroniseerd met het polshorloge in het
pakket; de volgende procedure is dan niet vereist.
Om de sensor ID te synchroniseren, moet elke sensor vlakbij het polshorloge zijn.*
Controleer of er geen andere sensor van hetzelfde type in de buurt is. *
1.
Houd de MENU knop in de Klokmodus of Sportmodus inge-
drukt totdat “SETUP MENU” op het scherm verschijnt.
Het schakelt automatisch naar “CLOCK DATE”.
Modus wisselen :
MENU
(indrukken & vasthouden)
2.
Schakel over naar de SYNC IDdoor de MODE1 of MODE2 knop
te gebruiken, bevestig daarna door middel van de SSS knop.
Scherm wisselen :
MODE2
MODE1
(of)
Bevestig :
NL-54
Setupmodus
3.
Selecteer de sensor ID die moet worden gecontroleerd.
Selecteer uit HR (hartslagsensor)”, “SP1 (snelheidssensor 1)”
en SP2 (snelheidssensor 2)” door de MODE1 en MODE2
knoppen te gebruiken en bevestig uw keuze door de SSS toets
te gebruiken.
HR
SP1
SP2:
MODE2
MODE1
(of)
Bevestig :
SP2* wordt gebruikt wanneer een polshorloge voor 2 fietsen
wordt gebruikt. Zodra u van tevoren met SP2 de ID van de
tweede fiets uitgerust met een sensor synchroniseert, kan
het polshorloge de tweede fiets automatisch identificeren.
4.
Druk op de SSS knop om het zoeken naar de ID te starten.
Druk op de RESET knop op de snelheidssensor wanneer u
SP1of SP2selecteert. Wanneer u HRheeft geselecteerd,
draag de hartslagsensor (pagina 13) of breng een sensorsig-
naal over volgens de volgende onderstaande eenvoudige
methode.
Als de hartslag of snelheid/cadans op het scherm wordt
weergegeven met “ID-OK” is de synchronisatie voltooid.
Start zoeken :
SSS
Dit apparaat opent gedurende 5 minuten de zoekmodus na *
het starten van de ID sync. Druk op de SSS knop in de
zoekmodus om de ID sync te stoppen en ID-SKIPzal
worden getoond. Indien binnen 5 minuten geen sensorsig-
naal wordt ontvangen, zal “ID-ERRORworden getoond. Als
ID-SKIP” of ID-ERROR” wordt getoond, is de ID niet juist
gesynchroniseerd.
* Zelfs wanneer de hartslagmeter niet wordt
gedragen, brengt het een hartslagsignaal over
door met uw duimen over beide elektrodevlak-
ken te wrijven.
Door de
5.
MENU knop in te drukken, bevestigt u de verandering
en gaat u terug naar de Setupmodus “SYNC ID”.
Druk herhaaldelijk op de MENU knop om van modus te wisselen.
Naar de bovenste modus/van modus wisselen :
MENU
Stel de wielomtrek op * in wanneer u SP2 gebruikt (sensor 2) volgens “De wiel-
keuze en wielomtrek” (pagina 52).
Elektrodevlak
NL-55
Setupmodus
Vervolgd
De meeteenheid instellen UNITS
De snelheidseenheid en temperatuurseenheid veranderen.
Stop de meting en voer de resetprocedure uit (pagina 27) voordat u de eenheid *
verandert. Doet u dit niet, dan zal DATA RESETop het scherm verschijnen en is
het veranderen van de eenheid geblokkeerd.
1.
Houd de MENU knop in de Klokmodus of Sportmodus inge-
drukt totdat “SETUP MENU” op het scherm verschijnt.
Het schakelt automatisch naar “CLOCK DATE”.
Modus wisselen :
MENU
(indrukken & vasthouden)
2.
Schakel over naar UNITS” door de MODE1 of MODE2 knop
te gebruiken, bevestig daarna door middel van de SSS
knop.
Scherm wisselen :
MODE2
MODE1
(of)
Bevestig :
3.
Selecteer de snelheidseenheid door de MODE1 of MODE2
knop te gebruiken.
Om alleen van snelheidseenheid te wisselen, gaat u door met
Stap 5. Als u daarna de temperatuur wilt veranderen drukt u
op de SSS knop en gaat u door met Stap 4.
km/h
mph :
MODE2
MODE1
(of)
Bevestig :
4.
Selecteer de temperatuurseenheid door de MODE1 en MODE2
knop te gebruiken.
˚C
˚F :
MODE2
MODE1
(of)
Door de
5.
MENU toets in te drukken bevestigt u de verandering
en gaat u terug naar de Setupmodus “UNITS”.
Druk herhaaldelijk op de MENU knop om van modus te wis-
selen.
Naar de bovenste modus/van modus wisselen :
MENU
Nadat u van meeteenheid heeft gewisseld, zal de totale eerder gemeten afstand au-*
tomatisch naar de nieuwe eenheid worden omgezet.
Huidige snel-
heidseenheid
Huidige tempe-
ratuurseenheid
NL-56
Setupmodus
Het opname-interval instellen SAMPLE RATE
In de hoofdtijdmeting worden de meetgegevens opgenomen in de geselecteerde in-
tervallen (seconden).
Stop de meting en voer de resetprocedure uit (pagina 27) voordat u het opname-*
interval verandert. Doet u dit niet, dan zal DATA RESET” op het scherm verschijnen
en is het veranderen van de eenheid geblokkeerd.
U kunt het opname-interval niet op uit instellen.*
1.
Houd de MENU knop in de Klokmodus of Sportmodus inge-
drukt totdat “SETUP MENU” op het scherm verschijnt.
Het schakelt automatisch naar “CLOCK DATE”.
Modus wisselen :
MENU
(indrukken & vasthouden)
2.
Schakel over naar SAMPLE RATEdoor de MODE1 of MODE2 toets
te gebruiken, bevestig daarna door middel van de SSS knop.
Scherm wisselen :
MODE2
MODE1
(of)
Bevestig :
3.
Selecteer T-10s (10 seconden)”, T-5s (5 seconden)”, “T-3s
(3 seconden)” of T-2s (2 seconden)” door de MODE1 of
MODE2 knoppen te gebruiken.
T-10s
T-5s
T-3s
T-2s :
MODE2
MODE1
(of)
Door de
4.
MENU knop in te drukken, bevestigt u de wijziging
en gaat u terug naar de Setupmodus “SAMPLE RATE”.
Druk herhaaldelijk op de MENU knop om van modus te wisselen.
Naar de bovenste modus/van modus wisselen :
MENU
Het polshorloge slaat tot 36000 gegevenspunten op en de maximale opnametijd *
(maximale tijd tot het geheugenpuntgebruik van 100%) is afhankelijk van de
geselecteerde intervallen van het aantal geselecteerde seconden. De volgende
tijdlengtes kunnen als richtlijn worden gebruikt.
T-10s (met intervallen van 10 seconden) : tot 100 uur
T-5s (met intervallen van 5 seconden) : tot 50 uur
T-3s (met intervallen van 3 seconden) : tot 30 uur
T-2s (met intervallen van 2 seconden) : tot 20 uur
Het huidige geheugenpuntgebruik kan in de Gegevensmodus “Bestanden bekijken” *
(pagina 40) worden bekeken.
Huidig
opname-interval
NL-57
Setupmodus
Vervolgd
Totale rijafstand/totaal verstreken tijdsinvoer TOTAL DATA
U kunt willekeurige waarden toevoegen aan de totale rijafstand en totaal verstreken
tijd in de Gegevensmodus “Vroegere records” (pagina 47). Vervolgens kunt u met de
ingevoerde waarden starten.
De totale rijafstand en totaal verstreken tijd kunnen, zelfs na het formatteren van het
polshorloge of het vervangen van het polshorloge, worden behouden.
Houd de * MODE1 of MODE2 knop ingedrukt om snel het nummer te verhogen/verlagen.
1.
Houd de MENU knop in de Klokmodus of Sportmodus inge-
drukt totdat “SETUP MENU” op het scherm verschijnt.
Het schakelt automatisch naar “CLOCK DATE”.
Modus wisselen :
MENU
(indrukken & vasthouden)
2.
Schakel over naar TOTAL DATAdoor de MODE1 of MODE2 knop
te gebruiken, bevestig daarna door middel van de SSS knop.
Scherm wisselen :
MODE2
MODE1
(of)
Bevestig :
3.
Wijzig voor het invoeren elk cijfer één voor één voor de totale
rijafstand door op de MODE1 of MODE2 knop te drukken en
verplaats cijfers door op de SSS knop (6-cijferig geheel getal)
te drukken.
Ga verder na het invoeren van Stap 5 om alleen de totale rij-
afstand in te voeren. Verplaats de cijfers helemaal naar links
om tegelijkertijd de totaal verstreken tijd in te voeren. Ga
vervolgens naar Stap 4 door op de SSS knop te drukken.
Verhogen/verlagen:
MODE2
MODE1
(of)
Verplaats cijfers :
4.
Verander, voor het invoeren, elk cijfer voor de totaal verstreken
tijd door de MODE1 of MODE2 knop in te drukken en verplaats
cijfer door op de SSS knop te drukken.
Verhogen/verlagen:
MODE2
MODE1
(of)
Verplaats cijfers :
Door de
5.
MENU knop in te drukken, bevestigt u de wijziging
en gaat u terug naar de Setupmodus “TOTAL DATA”.
Druk herhaaldelijk op de MENU knop om van modus te wisselen.
Naar de bovenste modus/van modus wisselen :
MENU
Totale rijafstand
Totaal verstreken
tijd
NL-58
Setupmodus
De automatische START/STOP-functie instellen AUTO MODE
Schakel de automatische START/STOP-functie in/uit (pagina 26).
1.
Houd de MENU knop in de Klokmodus of Sportmodus inge-
drukt totdat “SETUP MENU” op het scherm verschijnt.
Het schakelt automatisch naar “CLOCK DATE”.
Modus wisselen :
MENU
(indrukken & vasthouden)
2.
Schakel over naar AUTO MODEdoor de MODE1 of MODE2 toets
te gebruiken, bevestig daarna door middel van de SSS knop.
Scherm wisselen :
MODE2
MODE1
(of)
Bevestig :
3.
Selecteer “ONof “OFFdoor de MODE1 of MODE2 toets te
gebruiken.
ON
OFF:
MODE2
MODE1
(of)
Door de
4.
MENU knop in te drukken, bevestigt u de wijziging
en gaat u terug naar de Setupmodus “AUTO MODE”.
Druk herhaaldelijk op de MENU knop om van modus te wis-
selen.
Naar de bovenste modus/van modus wisselen :
MENU
Huidige instelling
NL-59
Setupmodus
Vervolgd
Geluid instellen SOUND
Schakel het toetsbedieningsgeluid en het alarmgeluid van de streefwaarden voor de
hartslag in/uit.
1.
Houd de MENU knop in de Klokmodus of Sportmodus inge-
drukt totdat “SETUP MENU” op het scherm verschijnt.
Het schakelt automatisch naar “CLOCK DATE”.
Modus wisselen :
MENU
(indrukken & vasthouden)
2.
Schakel over naar het SOUNDdoor de MODE1 of MODE2
knop te gebruiken, bevestig daarna door middel van de SSS
knop.
Scherm wisselen :
MODE2
MODE1
(of)
Bevestig :
3.
Selecteer ON” of OFF” voor het toetsbedieningsgeluid door
de MODE1 of MODE2 knop te gebruiken.
Om alleen het toetsbedieningsgeluid te wisselen, gaat u door
met Stap 5. Als u ook het alarmgeluid voor de streefwaarden
voor de hartslag wilt veranderen, drukt u op de SSS knop en
gaat u door met Stap 4.
ON
OFF:
MODE2
MODE1
(of)
Bevestig :
SSS
4.
Selecteer ONof OFFvoor het alarmgeluid voor de streef-
waarden voor de hartslag door de MODE1 of MODE2 knop te
gebruiken.
ON
OFF:
MODE2
MODE1
(of)
Door de
5.
MENU knop in te drukken, bevestigt u de verandering
en gaat u terug naar de Setupmodus “SOUND”.
Druk herhaaldelijk op de MENU knop om van modus te wis-
selen.
Naar de bovenste modus/van modus wisselen :
MENU
NL-60
Setupmodus
De hoogte boven zeeniveau corrigeren ALT
Corrigeer de hoogte boven zeeniveau.
Stop de meting voordat u de instellingen wijzigt.*
In het geval u vanuit de Klokmodus of de Sportmodus komt, gaat u door naar stap 2 en *
slaat u stap 1 over.
Voor details over de hoogte, zie “Basiskennis van de hoogtemeting” op pagina 61.*
Houd de * MODE1 of MODE2 knop ingedrukt om snel het nummer te verhogen/verlagen.
1.
Houd de MENU knop in de Klokmodus of Sportmodus inge-
drukt totdat “SETUP MENU” op het scherm verschijnt.
Het schakelt automatisch naar “CLOCK DATE”.
Wissel modi:
MENU
(indrukken & vasthouden)
2.
Schakel over naar ALT” door de MODE1 of MODE2 knop te
gebruiken, bevestig daarna door de SSS knop te gebruiken.
Wissel van scherm:
MODE2
MODE1
(of)
Bevestig:
3.
Selecteer REF (de hoogte boven zeeniveau corrigeren)” of
HOME (basishoogte)” met de MODE1 en MODE2 knoppen
en bevestig het daarna met de SSS knoppen.
Er zijn 2 manieren om de hoogte boven zeeniveau met dit onderdeel *
te corrigeren. Een manier is met REF (De hoogte boven zeeniveau
corrigeren) en HOME (basishoogte) is de andere manier. Voor de-
tails, zie “Correctie van hoogte boven zeeniveau” op pagina 61.
4.
Selecteer “+of “-of de hoogte boven zeeniveau. Verander
voor de waarde vervolgens één voor één elk cijfer door de
MODE1 en MODE2 knoppen te gebruiken en beweeg de cijfers
door de SSS knop te gebruiken.
Verhogen/verlagen:
MODE2
MODE1
(of)
Verplaats cijfers:
De hoogte wordt met 4 cijfers in het metergedeelte ingevoerd *
of met 5 cijfers in het feetgedeelte, beide in gehele getallen.
Het gedurende 3 seconden ingedrukt houden van de * MODE1
knop bevestigt de wijzigingen en gaat rechtstreeks terug
naar de Klokmodus of Sportmodus.
Door de
5.
MENU knop in te drukken, wordt de wijziging beves-
tigd en gaat u terug naar de Setupmodus “ALT”.
Druk herhaaldelijk op de MENU knop om van modus over te schakelen.
Naar de bovenste modus/van modus wisselen :
MENU
Huidige hoogte
boven zeeniveau
Rechtstreeks vanuit de Klokmodus of Sportmodus
NL-61
Vervolgd
Basiskennis van de hoogtemeting
Hoogtemeting
Dit onderdeel meet de atmosferische druk met de ingebouwde druksensor en
handhaaft de hoogte. Het maakt een schatting van de hoogte door gebruik te maken
van de relatie tussen de hoogte en druk van ISO 2533 (standaard atmosfeer). Deze
ontwikkeling is gebaseerd op de internationale standaard atmosfeer, gespecificeerd
door de International Civil Aviation Organization (ICAO). Gewoonlijk wordt een
conventionele druksensor beinvloed door de temperatuur en kan er sprake zijn van
een grote foutmarge, maar dit onderdeel is temperatuurgecompenseerd en registreert
een resolutie van 1 meter. Dit apparaat is niet ontworpen om rekening te houden
met veranderingen in de atmosferische druk voor de hoogtemeting, behalve tijdens
een rit. De hoogte is echter minder vatbaar voor weersveranderingen, dus wanneer
deze niet in beweging wordt gebracht is de waardeverandering minimaal.
De hoogtemeting kan tijdelijk veranderen wanneer u van binnenshuis naar buiten gaat. Dit *
wordt veroorzaakt door de snelle temperatuursverandering en is geen defect. Na een tijdje zal
de normale waarde worden hersteld.
Correctie van hoogte boven zeeniveau
Er zijn met dit apparaat twee manieren om de hoogte van het zeeniveau te corrigeren.
Het is aan te bevelen net voor de meting de hoogte boven zeeniveau te corrigeren en
gebruik te maken van een van de volgende methodes:
Het scherm voor correctie van de hoogte boven zeeniveau wordt weergegeven in Setupmodus *
in het MENU of vanuit het orthometrieke hoogtescherm in de Klokmodus of in Sportmodus.
• REF (correctie van hoogte boven zeeniveau): toont de hoogte bij het huidige punt.
Voer de actuele waarde in bij het punt waar de hoogte boven zeeniveau
bekend is, zoals langs de zeekust of bij een bord op een berg, enz.
Houd de * MODE1 en SSS of MODE2 en SSS tegelijkertijd op het instel-
lingenscherm ingedrukt om de gecorrigeerde waarde te resetten naar
de standaard waarde (een waarde volgens ISO2533).
• HOME (basis hoogte-instelling): Pas de hoogte-instelling vooraf toe.
Stel de hoogte boven zeeniveau bij u thuis vooraf in. Ga naar het
ALT HOME scherm en keer vervolgens terug naar de Klokmodus
of Sportmodus door op MENU of de desbetreffende snelkoppeling
te drukken. De hoogte boven zeeniveau wordt vervolgens gewijzigd
in de vooraf ingestelde waarde. U kunt met de juiste hoogte boven
zeeniveau beginnen door de basishoogte in te stellen voordat u
thuis van start gaat.
De timing voor het updaten van hoogte boven zeeniveau, stijgende hoogte en temperatuur
De timing voor het updaten van de hoogte boven zeeniveau, stijgende hoogte en
temperatuurgegevens verschit afhankelijk van of de Sportmodus aan het meten is
of is gestopt.
Situatie Timing voor updaten
Wanneer de Sportmodus aan het meten is en een snelheidssignaal wordt
ontvangen
5 seconden
Wanneer de Sportmodus wordt gestopt of wanneer er geen snelheids-
signaal wordt ontvangen
5 minuten
Dit is ook geldig in Klokmodus.*
1
NL-62
Relatie tussen de hoogte en atmosferische druk
Hoe groter de hoogte, des te lager de atmosferische druk Bij een hoogte van 500
m of minder verandert de druk met een hoogte van 12 hPA per 100 m.
Kennis gerelateerd aan weer en hoogte
De verandering in de atmosferische druk bij weersveranderingen van goede om-
standigheden zoals helder en zonnig naar slechte omstandigheden zoals regen en
bewolking is gelijkwaardig aan een stijgende hoogte van ongeveer 100 m. On-
weersbuien resulteren zelfs in grotere veranderingen. Bovendien kunnen de atmo-
sferische drukmetingen bij de wisseling van zonsopkomst naar zonsondergang
met nog meer dan 30 m in hoogte veranderen, zelfs bij stabiele en heldere weers-
omstandigheden.
2
3
NL-63
Vervolgd
Dit gedeelte is slechts bedoeld als algemeen overzicht van het trainen met hartslagdata.
Voor meer informatie zijn er boeken en websites met meer diepgaande informatie. In
het algemeen neemt de hartslag toe tijdens trainen en wordt deze hoger naarmate de
intensiteit van de oefening toeneemt. Het meten van de hartslag is een goede indicatie
van de intensiteit van de oefening. Door het instellen van de doel-hartslagzones en u te
houden aan vooraf bepaalde oefeningen, kunt u efficiënter trainen. Raadpleeg een medisch
specialist of een sporttrainer voordat u aan een trainingsprogramma begint.
Streefwaarden voor de hartslag
Fietsen is een van de beste activiteiten om uw algehele conditie te verbeteren. Om uw
algehele conditie te verbeteren door te fietsen, moet u voor de hartslag een streefwaarde
instellen van tussen de 30% en 70% van uw maximale hartslag, afhankelijk van uw fy-
sieke gesteldheid. Oefen voor de beste resultaten volgens een vast patroon in de gekozen
zone, voor periodes van minstens 20-30-minuten, minstens drie keer per week. Bepaal
uw streefwaarden voor de hartslag op een van de twee onderstaande manieren.
Trainingsniveau voor het verbeteren van algemene fitheid
Controleer het trainingsniveau volgens uw leeftijd aan de hand van de onder-
staande afbeelding. Beginners wordt aangeraden om met een niveau van 30%
van hun maximale hartslag te starten. Vanaf dit punt kunt u het niveau gelei-
delijk laten oplopen, afhankelijk van uw conditie en ervaring. Trainingen op een
niveau van meer dan 70% van uw maximale hartslag zullen meer gericht zijn
op anaerobische oefeningen, en minder op aerobische oefeningen. Gewichts-
verlies treedt normaalgesproken op tijdens langere ritten (langer dan 1 uur) op
lagere hartslagniveaus.
1
Hartslagtraining
200
180
160
140
120
100
90
20 30 40 50 60 70
30%
40%
50%
60%
70%
30%
40%
50%
60%
70%
hartslag (slagen/min)
leeftijd
doelgebieddoelgebied
trainingsniveautrainingsniveau
maximum hartslag (204 – 0,69 x leeftijd)
190 – leeftijd
180 – leeftijd
maximum hartslag (204 – 0,69 x leeftijd)
190 – leeftijd
180 – leeftijd
80%
80%
NL-64
Individuele hartslagzone verkrijgen om kracht op te bouwen
Atletische mogelijkheden zijn verschillend van persoon tot persoon. De effec-
tieve en redelijke streefwaarde voor de hartslag moet op basis van de werke-
lijke ritgegevens verkregen worden. Een tijdrit van 20 minuten of 5 km (hierna
afgekort als TR) is vereist om de werkelijke gegevens te meten. Voer de TR uit
onder de volgende omstandigheden en volgens de gespecificeerde procedure.
TR is een trainingsonderdeel waarin fietsers een opgegeven afstand op volle *
sterkte fietsen. De laatste helft is vooral een fysiek zeer veeleisende training. Behoud
het tempo zodat u de opgegeven afstand met een stabiele snelheid kunt rijden.
Omstandigheden voor tijdritten
Een ononderbroken rit van 20 minuten is ideaal voor de TR-meting. Als het
niet mogelijk is om gedurende 20 minuten onafgebroken te rijden, maakt u
een rit van 5 km die u onafgebroken kunt rijden. Meet de ritafstand van te-
voren en bepaal de start- en doelpunten. Doe de TR twee keer en bereken het
gemiddelde van de gemiddelde hartslag van de beide sessies, dat zal worden
gebruikt als een gemiddeld niveau om de streefwaarden in te stellen.
Procedures voor tijdritmetingen
Let op:
Zorg dat u over een goede fysieke conditie beschikt. Indien u hierover bezorgd •
bent, raadpleegt u eerst een arts voordat u een tijdrit uitprobeert.
Voer geen TR uit op een weg waar zich veel signalen bevinden en het •
verkeer druk is.
Zorg ervoor dat u tijdens een TR uw aandacht op de weg houdt.•
Voer een TR uit in een week waarin relatief milde training is gepland.*
Houd een goede warming-up voor ten minste 30 minuten voor u een TR *
uitvoert.
Selecteer de handmatige meting (op pagina 27).*
Stop uw fiets bij het startpunt en reset het polshorloge.
1.
Druk op de
2.
SSS knop om de TR te starten.
Verhoog geleidelijk uw snelheid tot een stabiele snelheid in de eerste
1-minuut. Behoud het intensiteitsniveau dat voor u als redelijk zwaar aan-
voelt. Behoud het tempo zodat uw snelheid niet vermindert in de laatste
helft en houd dit tempo vast tot aan de finish.
Als u de finish hebt bereikt, stopt u de meting door op de
3.
SSS knop te drukken.
Koel gedurende 30 minuten af en drink wat water.
4.
Herhaal de TR nogmaals.
5.
Herhaal Stap 1 tot 3.
Controleer de meetgegevens.
6.
Sla de gemiddelde hartslag van de twee TT gegevens op vanuit de Gege-
vensmodus “Bestanden bekijken” (pagina 40). Sla de andere gegevens op
(tijd, gemiddelde cadans, gemiddelde snelheid, etc.) ter referentie.
NL-65
Vervolgd
Bepaal uw streefwaarden voor de hartslag uit de onderstaande tabel volgens
7.
de geregistreerde gemiddelde hartslag.
bijvoorbeeld) Gemiddelde hartslag in 20 minuten tijdrit is 100%.
Niveau hartslagzone Ondergrens Bovengrens
1 (Actief Herstel) 0 % 64 %
2 (Uithoudingsvermogen) 65 % 79 %
3 (Tempo) 80 % 90 %
4 (Melkzuurdrempel) 91 % 101 %
5 (VO2 Max) 102 % 112 %
Een prof moet de waarde 4% lager instellen dan de bovenstaande waarden.*
Bijvoorbeeld, als de gemiddelde hartslag na 20 minuten van de tijdrit 175
s/m bedraagt, wordt de streefwaarde gecategoriseerd volgens de onder-
staande tabel.
Niveau hartslagzone Ondergrens Bovengrens
1 (Actief Herstel) 0 112
2 (Uithoudingsvermogen) 114 138
3 (Tempo) 139 158
4 (Melkzuurdrempel) 159 177
5 (VO2 Max) 178 196
Stel de berekende waarde in volgens de streefwaarden voor de hartslag.
8.
Voor details over het instellen van de streefwaarden voor de hartslag, zie *
“De streefwaarden voor de hartslag instellen” in Optiemodus (pagina 37).
NL-66
Training voor wedstrijden
Meet uw hartslag in rust net nadat u in de ochtend wakker bent geworden en uw
maximale hartslag (bijvoorbeeld tijdens een wedstrijd). Daarna stelt u uw streef-
waarden in voor de desbetreffende prestatie:
A) Voor herstel, uithoudingsvermogen en gewichtsverlies :
60% - 70% (uithoudingsvermogen)
B) Voor uithoudingsvermogen van kwaliteit en tempotraining :
70% - 80% (uithoudingsvermogen)
C) Voor het verhogen van de TR, sprintenen VO2 max :
85% + (uithoudingsvermogen)
D) Voor uithoudingscapaciteit en sprinten :
92,5% + (uithoudingsvermogen)
Trainingsniveau (%) = x 100
Doelhartslag = (Maximale hartslag - Hartslag in rust) x
+ Hartslag in rust
Hartslag in rust
Uw hartslag in rust is normaliter de laagst opgenomen hartslag, direct na het
opstaan in de ochtend.
Maximale hartslag
Doorgaans worden de volgende berekeningen gebruikt: (220 - leeftijd) of (204
- 0,69 x leeftijd). Voor meer nauwkeurige cijfers, raadpleegt u een trainingspe-
cialist.
2
(Doelhartslag) - (Hartslag in rust)
(Maximale hartslag) - (Hartslag in rust)
Trainingsniveau (%)
100
NL-67
Vervolgd
Gebruik van de streefwaarden
Als de hartslag buiten de streefwaarden ligt tijdens de meting zal het polshorloge
een alarm laten klinken en de fietser waarschuwen door te knipperen  . De
hartslagzone wordt uit 5 vooraf bepaalde zones geselecteerd.
Voor een training die gericht is op een hartslag van 140 tot 160 s/m selecteert u
HR.ZONE:3, zoals hieronder getoond. Daarna laat het polshorloge een alarm horen
als de hartslag onder de 140 s/m komt of boven de 160 s/m komt. Als de streefwaar-
den is ingesteld op Aan zullen de relevante gegevens worden opgenomen en de tijd
in de streefwaarden, tijd boven de streefwaarden en tijd onder de streefwaarden en
hun percentages in het bestandoverzicht bekeken kunnen worden (pagina 40).
Het alarmgeluid is gekoppeld aan de start/stop van de meting.*
U kunt voor elke streefwaarde een boven-/ondergrens invoeren.*
Selecteer “OFF” bij de doelhartslagzone, selecteer Zone 1 tot 5, verander de *
boven- en ondergrens en selecteer “ON” of “OFF” voor het zonegeluid in de
Optiemodus “De streefwaarden voor de hartslag instellen” (pagina 37). U kunt
ook “ON” of “OFF” voor het zonegeluid selecteren in de Setupmodus “Geluid
instellen” (pagina 59).
3
60 80 100 120 140 160 180 200
HR.ZONE :1
100 - 120 s/m
HR.ZONE :2
120 - 140 s/m
HR.ZONE :3
140 - 160 s/m
HR.ZONE :4
160 - 180 s/m
HR.ZONE :5
180 - 200 s/m
Streefwaarden voor de hartslag
Standaard streefwaarden
Doelzone tijdens training
ZONE:1
ZONE:2
ZONE:3
ZONE:4
ZONE:5
Alarmsignaal Alarmsignaal
Slagen per minuut
hartslag
NL-68
Indien zich een storing voordoet, controleert u eerst het volgende alvorens contact op
te nemen met CatEye of uw winkelier voor reparatie of service.
Problemen met de display
Problemen Controlepunt Oplossing
De bewegingen op het beeld-
scherm worden langzamer.
Is de omgevingstemperatuur
laag (lager dan nul graden
Celsius of 32 graden Fahren-
heit)?
Temperaturen onder het vriespunt kunnen een trager
scherm tot gevolg hebben. De metingen worden
echter niet beïnvloed.
symbool verschijnt.
De resterende batterijcapaciteit
voor het polshorloge is laag.
Vervang de batterij door een nieuwe (CR2430). Voer
na het vervangen van de batterij de herstartproce-
dure (pagina 14) uit.
STOP” verschijnt. De stopherinneringsfunctie
(pagina 27) is geactiveerd.
Als eenmaal een sensorsignaal wordt ontvangen,
wordt de stopherinnering geannuleerd.
Negeer dit tijdens het meten.
Het symbool MEMORY
knippert elke 2 minuten op het
scherm.
De overgebleven geheugenca-
paciteit voor het polshorloge is
laag.
Wij raden u aan alle bestanden te wissen (pagina
45).
Verwijder bij het gebruik van de optionele “USB-*
communicatie eenheid” alle bestanden, nadat u
alle opgeslagen bestanden naar uw PC heeft
verstuurd.
Het symbool “MEMORY FULL
knippert elke 2 minuten op het
scherm.
De gegevensomvang over-
schreed de geheugencapaciteit
van het polshorloge tijdens
meting.
Meetgegevens kunnen niet langer worden opgeno-
men. Wis alle bestanden (pagina 45).
Verwijder bij het gebruik van de optionele “USB-*
communicatie eenheid” alle bestanden, nadat u
alle opgeslagen bestanden naar uw PC heeft
verstuurd.
Het scherm verschijnt niet. Is de batterij van het polshor-
loge leeg?
Vervang de batterij door een nieuwe (CR2430).
Voer na het vervangen van de batterij de
herstartprocedure (pagina 14) uit.
Op het beeldscherm staan
rare gegevens.
Voer de herstartprocedure uit (pagina 14).
Kan de ritsnelheid of cadans
niet meten.
Is het symbool van de snelheids-
en cadanssensor aan ?
Als het symbool uit is, kan het polshorloge geen
gegevens ontvangen. Druk op de MODE1 of MODE2
knop om de slaapstand voor overdracht te annuleren
(pagina 23).
Controleer of de afstand tussen
de snelheids-/cadanssensor en
de magneet niet te groot is.
Pas de positie van de snelheids-/cadanssensor en
die van de magneet aan. (Zie “Installatie op fiets”
op pagina 10.)
Is de sensorzone van de snel-
heids-/cadanssensor gericht op
het midden van de magneet?
Is de spaarstand geactiveerd,
waardoor de Klokmodus is
geopend?
Druk op de MENU toets om naar de Sportmodus te
wisselen.
Het beeldscherm kan vertraagd zijn, afhankelijk van
de draadloze overdrachtomstandigheden. Controleer
of een snelheidssignaal wordt ontvangen door het
wiel een tijdje te draaien.
Voor details, zie “Automatische herkenning van *
de snelheidssensor ID” op pagina 7.
Probleemoplossing
NL-69
Vervolgd
Problemen Controlepunt Oplossing
Kan de ritsnelheid of cadans
niet meten.
Is de batterij van de snelheids-
sensor leeg?
Vervang de batterij door een nieuwe (CR2032).
Heeft u de herstelprocedure
uitgevoerd?
De sensor ID is met behulp van herstellen gewist.
Synchroniseer de snelheidssensor ID nogmaals
(pagina 53).
Meet de huidige snelheid,
maar kan de cadans niet
meten.
Is de verbinding aan de cadans-
zijde van de snelheidsensor
vuil?
De continuïteit aan de cadanszijde van de snelheids-
sensor is slecht.
Draai de schroef aan de cadanszijde los om zo de
cadanssensor te verplaatsen. Maak de pinnetjes met
een droge lap schoon en plaats de sensor terug. Na
het schoonmaken, pas de afstand naar de magneet
aan en maak de sensor dan stevig vast.
Hartslagsignalen worden niet
ontvangen.
Brandt het symbool voor de
hartslagsensor
?
Als het symbool uit is, kan het polshorloge geen gege-
vens ontvangen. Druk op de MODE1 of MODE2 knop om
de slaapstand voor overdracht te annuleren (pagina 23).
Is de spaarstand geactiveerd,
waardoor de Klokmodus is
geopend?
Druk op de MENU toets om naar de Sportmodus te
wisselen.
Is de hartslagsensor goed aan
uw lichaam bevestigd?
Plaats het elektrodekussen met het rubber oppervlak
zodanig, dat er een goed contact met de huid is.
Droge huid (vooral in de win-
ter)
Maak het elektrodeviltje van de hartslagsensor een
beetje vochtig.
Is de batterij voor de hartslag-
sensor leeg?
Vervang de batterij door een nieuwe (CR2032).
Controleer of oplicht op het
scherm van het polshorloge.
De resterende batterijcapaciteit van het polshorloge
is laag. Vervang de batterij door een nieuwe
(CR2430). Voer na het vervangen van de batterij de
herstartprocedure (pagina 14) uit.
Is het elektrodeviltje versleten
en beschadigd na lang ge-
bruik?
Vervang het door een nieuwe hartslagsensor.
Heeft u de herstelprocedure
uitgevoerd?
De sensor ID is met behulp van formatteren gewist.
Synchroniseer de hartslagsensor nogmaals (pagina
53).
De hartslagindicator vertoont
schommelingen, keert bijvoor-
beeld terug naar nul waarna de
meting weer begint.
Heeft u het elektrodekussen
goed omgedaan?
Doe het elektrodekussen goed om door de aanwij-
zingen voor het omdoen van de hartslagmeter
(pagina 13) op te volgen.
De hartslag kan niet worden
gemeten wanneer de afstand
tot het lichaam te groot is.
Controleer of oplicht op het
scherm van het polshorloge.
De resterende batterijcapaciteit van het polshorloge
is laag. Vervang de batterij door een nieuwe
(CR2430). Voer na het vervangen van de batterij de
herstartprocedure (pagina 14) uit.
Is de batterij voor de hartslag-
sensor leeg?
Vervang de batterij door een nieuwe (CR2032).
De weergave van hoogte bo-
ven zeeniveau is verkeerd.
Heeft u de hoogte boven het
zeeniveau gecorrigeerd?
De hoogte boven het zeeniveau kan fouten bevatten
door de verandering in atmosferische druk. Corrigeer
voor gebruik de hoogte boven zeeniveau (pagina 60).
Een aantal waarden in de
Gegevensmodus Vroegere
records” zijn gereset.
Heeft u in het verleden een
datum gewijzigd volgens “De
klok/datum instellen”?
Een aantal waarden voor het jaar, de maand of week
zijn gewist volgens de relevante wijzigingen. Voor
details, zie pagina 48.
NL-70
Problemen met de bediening
Problemen Controlepunt Oplossing
Het inhouden van de MODE1
of MODE2 toets maakt geen
licht aan.
Controleer of de Setupmodus
wordt weergegeven (pagina 49).
De achtergrondverlichting schakelt in de Setupmo-
dus niet aan.
Controleer of
oplicht op
het scherm van het polshorlo-
ge.
De resterende batterijcapaciteit van het polshorloge
is laag. Vervang de batterij door een nieuwe
(CR2430). Voer na het vervangen van de batterij de
herstartprocedure (pagina 14) uit.
Indrukken van de SSS toets
start/stopt geen meting.
Controleer of de automatische
START/STOP-functie ingescha-
keld is (met
verlicht).
Als de automatische START/STOP-functie ingescha-
keld is ( icoon verschijnt) kunt u de meting niet
starten of stoppen door op de toets te drukken.
Schakel de automatische START/STOP-functie uit
(pagina 58) om de meting met behulp van de SSS
knop te starten/stoppen.
De controle van de hartslag-
sensor (snelheidssensor) ID
is mislukt.
De batterij voor de hartslagsensor (snelheidssensor)
is mogelijk leeg. Na vervangen van de batterij door
een nieuwe (CR2032) controleert u de sensor ID
opnieuw (pagina 53).
Rondegegevens kunnen niet
worden opgeslagen.
Controleer of “-- voor het
Rondenr. scherm verschijnt.
De hoeveelheid gegevens overschrijdt de geheugencapaci-
teit van het polshorloge. Wis alle bestanden (pagina 45).
Verwijder bij het gebruik van de optionele “USB-*
communicatie eenheid” alle bestanden, nadat u alle
opgeslagen bestanden naar uw PC heeft verstuurd.
Overschrijdt de rondetijd 100
uur (of de intervalafstand gro-
ter dan 9999,99 km/mijl) ?
Als het op te nemen bereik, zoals aan de linkerkant
beschreven, wordt overschreden, kunnen rondes
niet worden gemeten. Reset de gegevens (pagina
27) en voer dan de meting opnieuw uit.
Is het direct na het drukken op
de LAP knop?
Het opnemen van rondes moet gebeuren met een
interval van ten minste 5 seconden.
Abnormale waarden verschij-
nen.
Zijn voorwerpen die elektro-
magnetische golven uitzenden
(treinsporen, zendstations voor
televisie, etc.) dichtbij?
Houd het apparaat uit de buurt van elk voorwerp dat
storingen kan veroorzaken en reset de gegevens
(pagina 27).
Instellingen kunnen niet
worden veranderd in
Optiemodus of Setupmodus.
Is het tijdens een meting? Instellingen kunnen alleen tijdens de meting worden
bekeken.
Controleer of de automatische
START/STOP-functie ingescha-
keld is (
gaat branden).
Als de automatische START/STOP-functie is inge-
schakeld ( gaat branden), kan het polshorloge
in de metingmodus openen door elektromagnetische
golven. Houd het apparaat uit de buurt van elk
voorwerp dat storingen kan veroorzaken met elek-
tromagnetische golven.
Controleer of DATA RESET
wordt weergegeven.
Om de streefwaarden voor de hartslag, meeteenheid
en opname-interval te veranderen, is de resetpro-
cedure vereist. Stop de meting en voer de resetpro-
cedure uit (pagina 27).
De opnamegegevens kunnen
in Bestanden bekijken niet
tot het einde worden
bekeken.
Controleer of “MEMORY FULL
op het scherm tijdens meting
wordt weergegeven.
De hoeveelheid gegevens overschrijdt de geheugenca-
paciteit van het polshorloge. De gegevens zijn tijdens
meting automatisch opgeslagen en alle opeenvolgende
gegevens worden niet langer opgenomen. Wis alle
bestanden voor opeenvolgende meting (pagina 45).
Verwijder bij het gebruik van de optionele “USB-*
communicatie eenheid” alle bestanden, nadat u alle
opgeslagen bestanden naar uw PC heeft verstuurd.
NL-71
Vervolgd
Waterbestendigheid van het polshorloge
Het polshorloge is waterbestendig tot 100 voet (30 meter). Raadpleeg het volgende
voor goed gebruik.
Voor water- en buitenactiviteiten
Let op:
De hartslagsensor en snelheidssensor zijn waterbestendig, maar mogen niet worden •
gebruikt voor activiteiten onderwater.
Was het af met zuiver water en haal zout en vuil weg na gebruik in zeewater of buiten.•
Druk geen toetsen in als het nog nat is.•
Waterbestendigheid
Regen, spetters, etc.
OK
Douche (warm water en koud water)
OK
Licht zwemmen (waterdiepte: ondiep)
OK
Duiken, surfen en andere watersporten
(waterdiepte: ondiep)
NEE!
Snorkelen (waterdiepte: diep)
NEE!
De batterij vervangen
De Q3a wordt af fabriek geleverd inclusief batterijen. Als een batterij leeg is, dient u
deze te vervangen door een nieuwe volgens de volgende instructies.
Waarschuwing!!!:
Ontdoe u op verantwoorde wijze van de oude batterijen en hou
ze buiten het bereik van kinderen. Indien een batterij wordt
doorgeslikt, dient u direct contact op te nemen met een arts.
Als een batterij van het polshorloge, de hartslagsensor of snelheidssensor leeg is, *
bevelen we aan om alle batterijen tegelijkertijd te vervangen.
De levensduur van de batterij zoals getoond in deze handleiding is niet absoluut en *
varieert afhankelijk van de omgeving waarin het gebruikt wordt.
De verzegeling van de batterijdeksel is cruciaal voor het behouden van haar water-*
bestendige functie. Wanneer de batterijdeksel en de O-ring vuil zijn, veeg dit dan
voorzichtig schoon en controleer of alles juist is geïnstalleerd.
NL-72
Polshorloge
Levensduur van de batterij: Ongeveer 1 jaar als het toestel gedurende 1 uur per dag gebruikt wordt.
Als de resterende capaciteit van de batterij laag is, zal * oplichten.
1.
Open de batterijdeksel van het polshorloge
met behulp van een munt, enz.
Draai de binnnendeksel met behulp van een
2.
munt naar de open positie, verwijder en plaats
een nieuwe lithiumbatterij (CR2430) met de
(+) naar boven gericht.
Draai niet teveel aan de binnendeksel. An-*
ders kan de tab beschadigd raken.
Draai de binnendeksel naar de gesloten positie.
3.
Controleer of het uitgesneden deel van de
binnendeksel naar de pin is gericht, waarna
de 2 tabs worden vastgezet.
4.
Druk op de AC knop naast het binnendeksel
met behulp van een puntig object.
Controleer of er een O-ring op de groef op het
5.
polshorloge is geïnstalleerd en sluit het bat-
terijendeksel goed af.
Vergeet niet na het vervangen de herstartpro-
6.
cedure (pagina 14) uit te voeren om de hui-
dige tijd en datum in te stellen.
Hartslagsensor
Levensduur van de batterij: Ongeveer 1 jaar als het toestel
gedurende 1 uur per dag wordt gedragen.
1.
Verwijder de het batterijendeksel van de achterkant van de hartslag-
sensor door een munt of een soortgelijk voorwerp te gebruiken.
Plaats nieuwe lithiumbatterijen (CR2032) met het (+) teken
2.
omhoog gericht en sluit het batterijendeksel stevig.
De hartslagsensor verbruikt stroom als deze gedragen wordt. *
Verwijder de hartslagsensor als geen meting wordt uitgevoerd.
Snelheidssensor
Levensduur van de batterij: Ongeveer 1 jaar als het toestel
gedurende 1 uur per dag gebruikt wordt.
1.
Verwijder het batterijendeksel op de snelheidssensor door
een munt of een soortgelijk voorwerp te gebruiken.
Plaats nieuwe lithiumbatterijen (CR2032) met het (+) teken
2.
omhoog gericht en sluit het batterijendeksel stevig.
Controleer na het vervangen van de batterijen of de posities van
3.
de magneet en sensor juist zijn en dat ze nog stevig vastzitten.
CR2032
Sluiten
Openen
Sluiten
Openen
CR2032
Sluiten
O-ring
AC knop
Batterijdeksel
Openen
Binnendeksel
Tab
Pin
Pin
Uitgesneden deel
CR2430
Open positie
Gesloten positie
NL-73
Vervolgd
Voer regelmatig de volgende instructies uit om het leven van uw Q3a te verlengen.
Controleer regelmatig of de posities van de magneten en sensoren juist zijn en dat •
ze nog stevig vastzitten.
Als er vuilaanslag zit op het polshorloge, de hartslagsensor en snelheidssensor, •
spoelt u ze af met water of veegt u ze schoon met een vochtige doek en veegt u ze
daarna droog met een droge doek. Gebruik geen oplosmiddelen zoals benzine of
alcohol, omdat die het oppervlak kunnen beschadigen.
De riem van de hartslagsensor absorbeert gemakkelijk zweet en is daardoor niet •
hygiënisch. Was het met een neutraal reinigingsmiddel en houd het schoon.
Onderhoud
Reserveaccessoires
Standaard accessoires
Optionele accessoires
#240-0570
Parts kit
#160-2385N
Snelheidssensorpakket
#160-2390N
Hartslagsensorpakket
#160-2395
HR-riem
#240-0575
Houder fietsstuurmontage
#169-9691
Wielmagneet
#240-0590
USB-communicatie eenheid
(inclusief bij de Windows versie van e-Train Data™)
#169-9766
Cadansmagneet
#166-5150
Lithiumbatterij (CR2032)
voor sensoren
#240-0580
Lithiumbatterij (CR2430)
voor polshorloges
NL-74
Stroom van het scherm
Gemiddelde snelheid
Gemiddelde
hartslag
Gemiddelde
cadans
Verstreken tijd
ALARM
De wekker instellen
Huidige snelheid
Hartslag Cadans
Trainingsfunctie*
SOUND
Geluid instellen
Huidige snelheid
Hartslag Cadans
Verstreken tijd
CLOCK DATE
De klok/datum instellen
SPORTS MENU
SETUP MENU
PC LINK
PC link
HR ZONE
De streefwaarden voor de
hartslag instellen
FILE
Bestanden bekijken
CD.TIMER
De trainingsfunctie
instellen
DATA MENU
OPTION MENU
CLOCK MENU
Dag van de week
Klok
Datum
Hoogte
Temperatuur
Huidige snelheid
Hartslag Cadans
Rijafstand
ALT
De hoogte boven zeeniveau
corrigeren
Klokmodus
Sportmodus
Setupmodus
Optiemodus
Gegevensmodus
M1
M1
M2
M1
M1
M1
M1
M1
M1
M1
M1
M1
1
1
2
2
M2
M2
M2
M2
M2
M2
M2
M2
M2
M2
M2
MENU
MENU
MENU
MENU
MENU
MENU
MENU
NL-75
Vervolgd
MODE2
MODE1
M1
1
Maximale snelheid
Maximale
hartslag
Maximale
cadans
Verstreken tijd
TIRE
De wielkeuze en
wielomtrek
Huidige snelheid
Hartslag Cadans
Rondetimer
AUTO MODE
De automatische START/
STOP-functie instellen
Hoogte
Hartslag Temperatuur
Verstreken tijd
SYNC ID
Zoeken naar sensor ID
Stijgende hoogte
Hartslag Hellinghoek
Verstreken tijd
Huidige snelheid
Hartslag Cadans
Calorieverbruik
TOTAL DATA
Totale rijafstand/totaal
verstreken tijdsinvoer
Huidige snelheid
Hartslag Cadans
Klok
UNITS
De meeteenheid instellen
SAMPLE RATE
Het opname-interval
instellen
VIEW LOG
Vroegere records
MENU
(indrukken & vasthouden)
MODE1
MODE2
MENU
MENU MENU M1 M1 M2 M2
M1
M1
M1
M1
M1
M1
M1
M1
M1
M1
M2
M2
M2
M2
M2
M2
M2
M2
M2
M2
Trainingsfunctie: Toont het volgende: aftelafstand, afteltijd of het interval.*
NL-76
Meetfunctie
Bovenste beeldscherm
Huidige snelheid
0,0 (4,0) – 150,0 km/u
[0,0 (3,0) – 93,0 mpu] (Voor 27-inch bandenmaat)
Gemiddelde snelheid 0,0 – 150,0 km/u [0,0 – 93,0 mpu]
Maximale snelheid 0,0 (4,0) – 150,0 km/u [0,0 (3,0) – 93,0 mpu]
Hoogte -500 – 9000 m [-1640 – 29600 ft]
Stijgende hoogte 0 – 99999 m [ft]
Gemiddelde rondesnelheid 0,0 – 150,0 km/u [0,0 – 93,0 mpu]
Maximale rondesnelheid 0,0 (4,0) – 150,0 km/u [0,0 (3,0) – 93,0 mpu]
Middelste beeldscherm
Hartslag 0 (30) – 240 s/m
Gemiddelde hartslag 0 – 240 s/m
Maximale hartslag 0 (30) – 240 s/m
Gemiddelde hartslag per ronde 0 – 240 s/m
Maximale hartslag tijdens de ronde
0 (30) – 240 s/m
Cadans 0 (20) – 199 rpm
Gemiddelde cadans 0 – 199 rpm
Maximale cadans 0 (20) – 199 rpm
Gemiddelde cadans tijdens een ronde
0 – 199 rpm
Maximale rondecadans
0 (20) – 199 rpm
Temperatuur -10 – +50 ˚C [+14 – +122 ˚F ]
Hellingshoek 0 – ±99 % (100 % = 45°)
Rondenummer 01 – 99
Onderste beeldscherm
Verstreken tijd 0:00’00”0 – 0:59’59”9 / 1:00’00” – 99:59’59”
Rijafstand 0,00 – 9999,99 km [mijl]
Aftelafstand
9999,90 – 0,00 km [mijl]
(bereik instellen : 9999,9 – 0,0 km [mijl])
Afteltijd 99:59’00” – 0:00’00” (bereik instellen : 99:59’ – 0:00’)
Intervaltimer
99:59’59” – 1:00’00” / 0:59’59”9 – 0:00’00”0
(bereik instellen : 99:59’59” – 0:00’00”)
Hersteltijd: 0:00’00”0 – 0:59’59”9 / 1:00’00” – 99:59’59”
Rondetimer 00’00”0 – 0:59’59”9 / 1:00’00” – 99:59’59”
Calorieverbruik. 0 – 999999 kcal (alleen verwachting gebaseerd op berekening)
Klok
0:00’00” – 23:59’59” [AM 1:00’00” – PM 12:59’59”]
(Zowel 12 en 24-uurs modi kunnen worden geselecteerd)
Datum 00.01.01 – 99.12.31 (weergaveformaat kan worden gewisseld)
Rondetijd 00’00”0 – 0:59’59”9 / 1:00’00” – 99:59’59”
Tussentijd 00’00”0 – 0:59’59”9 / 1:00’00” – 99:59’59”
Ronde (Met de realtime rondefunctie)
Rondeweergave:
Bovenste beeldscherm (gemiddelde rondesnelheid, maximale rondesnelheid)
Middelste beeldscherm (Gemiddelde hartslag per ronde, rondenummer, maximale hartslag tijdens de ronde)
Onderste beeldscherm (rondetijd, tussentijd)
Realtime rondeweergave:
Bovenste beeldscherm (gemiddelde rondesnelheid, maximale rondesnelheid)
Middelste beeldscherm (gemiddelde rondehartslag, maximale rondehartslag, cadans)
Onderste beeldscherm (rondetimer, ronde-afstand)
Specificaties
NL-77
Vervolgd
Interval
Bovenste beeldscherm (huidige snelheid, gemiddelde snelheid en maximale snelheid)
Middelste beeldscherm (huidige hartslag, gemiddelde hartslag, maximale hartslag, huidige cadans,
gemiddelde cadans en maximale cadans)
Onderste beeldscherm (intervaltijd, aantal intervallen, rijafstand in een interval en hersteltijd)
De gegevens opslaan
Slaat de gegevens op het moment van resetten op
(Het oudste bestand wordt automatisch gewist wanneer 30 bestanden worden overschreden)
(Het oudste bestand wordt gewist en de gegevens worden tijdens meting automatisch opgeslagen
wanneer “MEMORY FULL” wordt weergegeven.)
Controlesysteem
8-bits microcomputer met één chip, kristallen oscillator
Displaysysteem
LCD-scherm (EL-achtergrondverlichting)
Detectiesysteem snelheids-/cadanssensorsignaal
Magnetische sensor zonder contact
Overdracht en ontvangst van sensorsignaal
2,4 GHz ISM Band (Met ID. Voor de snelheidssensor kunnen twee ID’s van SP1 en SP2 worden ingesteld.
Afstand sensordekking
5 m (boven 5 m kan de overdrachtsafstand variëren volgens de omgevingsomstandigheden)
Bedrijfstemperatuurbereik
0 °C – 40 °C
(Dit product functioneert niet naar behoren wanneer het bedrijfstemperatuurbereik wordt
overschreden. Bij lagere of hogere temperaturen kan de display respectievelijk trager reageren of
donker worden.)
Opslagtemperatuurbereik
-20 °C – 50 °C
Instelbereik voor de wielomtrek
0100 tot 3999 mm: 1 maat voor elke snelheidssensor ID
(standaard instelling: SP1 = 2096, SP2 = 2050)
Stroomtoevoer/batterijduur
Polshorloge : CR2430 x 1 / Ongeveer 1 jaar (Bij gebruik van 1 uur/dag)
Hartslagsensor : CR2032 x 1 / Ongeveer 1 jaar (Als het gedurende 1 uur per dag gedragen wordt)
Snelheidssensor : CR2032 x 1 / Ongeveer 1 jaar (Bij gebruik van 1 uur/dag)
Afmetingen/Gewicht
Polshorloge : 55,0 x 46,5 x 15,0 mm (exclusief de projectie en riem) / 56,4 g (Met batterijen)
Hartslagsensor : 325,0 x 31,4 x 12,2 mm / 40 g (Met batterijen)
Snelheidssensor : 65,0 x 90,5 x 14,4 mm / 36 g (Met batterijen)
Als de verstreken tijd 100 uur overschrijdt of als de ritafstand 9999,99 km/u overschrijdt, zal “* Everschijnen
in plaats van de gemiddelde snelheid.
Als de verstreken tijd 100 uur overschrijdt, zal * E” verschijnen in plaats van de gemiddelde hartslag en gemid-
delde cadans.
Ontwerpen en specificaties zijn onderworpen aan wijzigingen zonder voorafgaande kennisgeving wegens *
aanpassingen of verbeteringen.
NL-78
CATEYE Web Site (http://www.cateye.com)
Voor de garantie dient u uw product te registreren. Registreer uw Q3a zo snel
mogelijk. CATEYE biedt gewone technische ondersteuning en zoveel mogelijk
nieuwe productinformatie. Registreer on-line via de pagina “Ondersteuning” op
onze website. U heeft het productnummer van 7 cijfers nodig (aangegeven op het
batterijendeksel) om uw product te registreren.
Beperkte garantie
2 jaar: polshorloge, hartslagsensor en snelheidssensor
(Uitgezonderd het leegraken van de batterijen)
De producten van CatEye hebben een garantie voor defecten van materialen en
vakmanschap voor een periode van twee jaar vanaf de originele aankoop. Als het
product niet goed werkt door normaal gebruik zal CatEye het defect zonder kosten
repareren of vervangen. Als er bij normaal gebruik binnen de garantieperiode
problemen optreden, herstelt of vervangt CatEye het defect kosteloos. Bij terugzen-
den van het product dient u dit zorgvuldig te verpakken en het garantiebewijs
(aankoopbewijs) mee te sturen met een beschrijving van het probleem. Schrijf of
typ uw naam en adres duidelijk op het garantiecertificaat. Verzekerings-, verzend-,
en transportkosten zijn voor uw rekening.
Registratie
2-8-25, Kuwazu, Higashi Sumiyoshi-ku, Osaka 546-0041 Japan
Attn: CATEYE Customer Service
Phone : (06)6719-6863
Fax : (06)6719-6033
URL : http://www.cateye.com
[For US Customers]
CATEYE AMERICA, INC.
2825 Wilderness Place Suite 1200, Boulder CO80301-5494 USA
Phone : 303.443.4595
Toll Free : 800.5CATEYE
Fax : 303.473.0006
NL-79
Vervolgd
Index
A
Accessoires ........................................8
Achtergrondverlichting ..................... 23
Actuele rondegegevens .................... 31
Aftelafstand ......................................32
Afteltijd ............................................. 32
Automatische herkenning van de
snelheidssensor ID ............................7
Automatische START/STOP-functie
(automatische meting) .....................26
B
Bandomtrektabel ..............................17
Basiskennis van de hoogtemeting ....61
Beperkte garantie .............................78
Bestanden bekijken (FILE) ...............40
Bestanden wissen ............................ 45
C
Capaciteitslimiet
polshorlogegeheugen ....................... 40
Communicatie tussen uw PC
en deze computer ............................. 46
D
De automatische START/STOP-
functie instellen (AUTO MODE) ........ 58
De batterij vervangen ....................... 71
De hoogte boven zeeniveau
corrigeren (ALT) ..............................60
De inhoud van een bestand bekijken
...42
De klok/datum instellen
(CLOCK DATE) .................................50
De meeteenheid instellen (UNITS) ... 55
De meetgegevens herstellen en
de bestanden opslaan ...................... 27
De rondegegevens bekijken .............44
De streefwaarden voor de
hartslag instellen (HR ZONE) ........... 37
De trainingsfunctie instellen
(CD.TIMER) ..................................... 36
De wekker instellen (ALARM) ..........51
De wielkeuze en wielomtrek (TIRE)
... 52
Draadloos digitaal systeem
van 2,4 GHz ........................................ 6
F
Functietest .......................................19
G
Gebruik van de streefwaarden ..........67
Gegevens die vanaf deze
computer naar uw PC
verstuurd moeten worden ................47
Gegevensmodus (DATA) .................. 39
Geheugenpunt ..................................41
Geluid instellen (SOUND) ................. 59
H
Handmatige meting .......................... 27
Hartslagsensor ................................. 13
Hartslagtraining ...............................63
Herstarten ..................................14, 21
Herstellen ................................... 14, 21
Hersteltijd ......................................... 33
Het opname-interval instellen
(SAMPLE RATE) ..............................56
Het polshorloge voorbereiden ..........14
HOME (basis hoogte-instelling) ....... 61
Hoogte meting ................................... 6
NL-80
I
Installatie op fiets ............................. 10
Instellingen die vanaf uw PC moeten
worden gewijzigd .............................47
Interval ............................................. 33
Intervaltijd ........................................33
K
Klokmodus (CLOCK) ........................ 24
M
Meting starten/stoppen .................... 26
O
Onderhoud ....................................... 73
Opslaan en beheren van de
bestanden ........................................ 40
Optiemodus (OPTION) .....................36
P
PC link (PC LINK) .............................45
Probleemoplossing ..........................68
R
REF (correctie van hoogte
boven zeeniveau) ............................. 61
Registratie ........................................78
Reserveaccessoires .........................73
Rondefunctie ....................................30
Rondetijd .........................................31
S
Schermweergave ...............................9
Setupmodus (SETUP) ...................... 49
Slaapstand voor overdracht ............. 23
Spaarstand ....................................... 23
Specificaties ..................................... 76
Sportmodus (SPORTS) .................... 25
Stopherinnering ............................... 27
Streefwaarden voor de hartslag
... 35, 63
Stroom van het scherm .................... 74
T
Tempofunctie ................................... 30
Toon gegevens in Sportmodus
... 28, 29
Totale rijafstand/totaal verstreken
tijdsinvoer (TOTAL DATA) ................57
Trainingsfunctie ............................... 32
Training voor wedstrijden ................ 66
Tussentijd ........................................ 31
V
Vroegere records (VIEW LOG) .........47
W
Waterbestendigheid van het
polshorloge ......................................71
Wekkermodus ..................................24
Wielomtrek ....................................... 17
Wisselen tussen modi ......................22
Z
Zoeken naar sensor ID (SYNC ID) .... 53
Please fill with 7-digits numbers marked on the battery cover of main unit.
Veuillez indiquer le numéro à 7 chiffres indiqué sur le couvercle de la pile de l’unité principale.
Geben Sie bitte die siebenstellige Nummer an, die auf der Batterieabdeckung der Haupteinheit steht.
Vul de 7-cijferige nummers in die op de batterijendeksel van de computer staan.
Por favor, complete el número de 7 dígitos mostrado en la tapa de las pilas de la unidad principal).
Inserire il codice di 7 cifre indicato sul coperchio del vano batterie dell’unità principale.
*1
INTERNATIONAL WARRANTY CERTIFICATE
CERTIFICAT DE GARANTIE INTERNATIONALE
INTERNATIONALES GARANTIEZERTIFIKAT
INTERNATIONAAL GARANTIECERTIFICAAT CERTIFICATO DI GARANZIA INTERNAZIONALE
CERTIFICADO DE GARANTÍA INTERNACIONAL
Your name address or e-mail address will not be sold or shared with any other company.
Votre adresse postale et votre adresse e-mail ne seront pas vendues ou transmises à d’autres entreprises.
Ihr Name oder Ihre E-Mail-Adresse wird weder weiterverkauft noch an eine andere Firma weitergegeben.
Uw naam, adres of e-mailadres zullen niet beschikbaar worden gesteld aan derden.
Su nombre, dirección o correo electrónico no serán vendidos o compartidos con otras empresas.
IIl vostro nome, indirizzo o indirizzo e-mail non saranno venduti o condivisi con altre società.
*1
Serial No
*1
Serial No
No. de série
Seriennr
Serienummer
Nº de serie
Numero di matricola
Name
Nom
Name
Naam
Nombre
Nome
Address
Adresse
Adresse
Adres
Dirección
Indirizzo
E-mail address
Adresse e-mail
E-mail-Adresse
E-mailadres
Dirección de correo electrónico
Indirizzo e-mail
Phone
Téléphone
Telefon
Telefoon
Teléfono
Numero di telefono
Dealer or Shop name
Nom du magasin ou du revendeur
Name des Händlers oder des Geschäfts
Dealer of Naam van winkel
Nombre del proveedor o de la tienda
Nome del punto vendita
Dealer or Shop address
Adresse du magasin ou du revendeur
Adresse des Händlers oder des Geschäfts
Dealer of Adres van winkel
Dirección del proveedor o de la tienda
Indirizzo del punto vendita
The date of purchase
Date d’achat
Kaufdatum
Datum van aankoop
Fecha de compra
Data di acquisto
®
REGISTRATION CARD
Fiche d’enregistrement
Registrierungskarte
Registratiekaart
Tarjeta de registro
Scheda di registrazione
PURCHASER'S NAME/ADDRESS
NOMBRE/DIRECCIÓN DEL COMPRADOR
NOME/INDIRIZZO DEL COMPRATORE
NAAM/ADRES KOPER
NAME UND ANSCHRIFT DES KÄUFERS
NOM/ADRESSE DU CLIENT
DEALER'S NAME/ADDRESS
NOMBRE/DIRECCIÓN DEL DISTRIBUIDOR
NOME/INDIRIZZO DEL VENDITORE
NAAM/ADRES VERKOPER
NAME UND ANSCHRIFT DES HÄNDLERS
NOM/ADRESSE DU DISTRIBUTEUR
DATE OF PURCHASE
FECHA DE COMPRA
DATA DELL’ ACQUISTO
AANKOOPDATUM
VERKAUFSDATUM
DATE D’ACHAT
U.S. Pat. Nos. and Design Pat. Pending
Copyright© 2010 CATEYE Co., Ltd.
MSCCY3-100816
066600810 CY300NL 1
CATEYE C0., LTD 2-8-25 , KUWAZU, HIGASHI SUMIYOSHI-KU, OSAKA, JAPAN 546-0041
www.cateye.com www.cateye.co.jp
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83

Cateye Q3a [MSC-CY300] Handleiding

Type
Handleiding