Mio MiVue C380 de handleiding

Type
de handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

Gebruikershandleiding
MiVue
C380D
1
Revisie: R01
(10/2018)
Verklaring van afstand
De schermopnamen in deze handleiding kunnen verschillen tussen de verschillende
besturingssystemen en softwareversies. Het wordt aanbevolen om de nieuwste
handleiding van uw product te downloaden van de Mio™-website (www.mio.com).
Specicaties en documenten zijn onderhevig aan verandering zonder voorafgaande
kennisgeving. MiTAC kan niet garanderen dat dit document foutloos is. MiTAC
aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade die direct of indirect is geleden door
fouten, weglatingen of verschillen tussen het apparaat en de documenten.
Opmerking
Niet alle modellen zijn overal leverbaar.
Afhankelijk van het specieke aangeschafte model komen de kleur en het uiterlijk
van uw apparaat mogelijk niet precies overeen met de afbeeldingen in dit document.
MiTAC Europe Ltd.
Spectrum House, Beehive Ring Road,
London Gatwick Airport, RH6 0LG,
UNITED KINGDOM
2
Kennismaken met de dashcam ............................................................................ 4
MiVue achterruitcamera .................................................................................. 4
Uw dashboardcamera in een voertuig gebruiken ................................................. 5
Voorzorgsmaatregelen en mededelingen........................................................ 5
Een geheugenkaart plaatsen ............................................................................... 8
Een kaart formatteren...................................................................................... 8
Aansluiten op uw computer .................................................................................. 8
De dashboardcamera inschakelen ....................................................................... 9
Aan-/uittoets .................................................................................................... 9
De dashboardcamera uitschakelen ................................................................. 9
De systeempictogrammen .................................................................................. 10
Functietoetsen .................................................................................................... 10
Schermen wisselen ........................................................................................11
De datum en tijd instellen ....................................................................................11
Opnemen in rijmodus ......................................................................................... 12
Continu opnemen .......................................................................................... 12
Gebeurtenis opnemen ................................................................................... 12
Parkeerstand ...................................................................................................... 13
Cameramodus .................................................................................................... 14
Weergavemodus ................................................................................................ 15
Flits camera waarschuwingen ............................................................................ 16
Veiligheidscamera toevoegen ....................................................................... 16
Gegevens over safety cams bijwerken.......................................................... 17
Inhoudsopgave
3
Systeeminstellingen ........................................................................................... 17
Bestand weergeven....................................................................................... 17
Camera.......................................................................................................... 17
Geluidsopname ............................................................................................. 18
Flitser............................................................................................................. 18
Parkeerstand ................................................................................................. 18
Video-opname ............................................................................................... 19
Systeem ........................................................................................................ 19
Formatt. ......................................................................................................... 20
MiVue Manager .................................................................................................. 21
MiVue Manager installeren ............................................................................ 21
De opgenomen bestanden afspelen ............................................................. 21
Voor meer informatie .......................................................................................... 24
Uw apparaat verzorgen ................................................................................. 24
Veiligheidsmaatregelen ................................................................................. 25
Over het laden .......................................................................................... 25
Over de lader ........................................................................................... 25
Over de batterij ......................................................................................... 25
Over GPS ...................................................................................................... 26
Regelgevende informatien (CE) .................................................................... 26
Verklaring van conformiteit ....................................................................... 27
WEEE ............................................................................................................ 28
4
Kennismaken met de dashcam
1
Montagehouder apparaat
2
Mini-USB-aansluiting
3
Geheugenkaartsleuf
4
Systeemindicator
5
Microfoon
6
LCD-scherm
7
Aan-/uittoets ( ) / Functietoetsen
8
Cameralens
9
Luidspreker
10
Afsluiten toets
MiVue achterruitcamera
Afhankelijk van het model kan uw apparaat een achterruitcamera ondersteunen
(apart aan te schaffen).
16
1
2
34
1
Montagepad
2
Cameralens
3
Bevestigingsbout
4
Micro-USB aansluiting
5
Uw dashboardcamera in een voertuig
gebruiken
Voorzorgsmaatregelen en mededelingen
l
Bedien het apparaat niet tijdens het rijden. Het gebruik van dit apparaat ontheft
de bestuurder niet van de volledige verantwoordelijkheid voor zijn of haar gedrag.
Dit omvat het volgen van alle verkeersregels ter voorkoming van ongelukken,
persoonlijk letsel of schade aan eigendommen.
l
Bij het gebruik van de dashboardcamera in de auto is een venstermontageset
nodig. Zorg ervoor dat u de dashboardcamera op een geschikte plek plaatst zodat
het zicht van de bestuurder of het gebruik van airbags niet wordt geblokkeerd.
l
Zorg ervoor dat de cameralens niet wordt geblokkeerd en dat zich in de buurt van
de lens geen spiegelend materiaal bevindt. Houd de lens schoon.
l
Als de voorruit van de auto een gekleurde laag bevat, kan dit de kwaliteit van de
opname beïnvloeden.
l
Om opnamen van de hoogste kwaliteit te garanderen, raden wij u aan de
dashboardcamera naast de achteruitkijkspiegel te plaatsen.
l
Selecteer een geschikte locatie in het voertuig om het apparaat te monteren.
Plaats het apparaat nooit zo, dat het gezichtsveld van de bestuurder wordt
geblokkeerd.
l
Als de voorruit van de auto met een reecterende coating is gekleurd, kan deze
athermisch zijn en de GPS-ontvangst beïnvloeden. Monteer de dashboardcamera
in dat geval in een "open gebied" - doorgaans net onder de achteruitkijkspiegel.
l
Het systeem zal de G-sensor van het apparaat automatisch kalibreren tijdens het
opstarten. Om een storing van de G-sensor te voorkomen, moet u het apparaat
altijd inschakelen NADAT u het correct in het voertuig hebt gemonteerd.
6
Zorg dat uw wagen op een effen bodem is geparkeerd. Volg de instructies om uw
dashboardcamera en achterruitcamera goed in een voertuig te monteren.
1. De dashboardcamera monteren.
2. De achterruitcamera monteren (optioneel).
1
2
3
Opmerking:
l
Voordat u de montage pad op het ruit plaatst is het aanbevolen het ruit eerst schoon te maken
met alcohol.
l
Als de kleefstof van de plakband niet goed is, vervang de tape door een nieuwe.
3. De lenshoek afstellen.
Wanneer u de hoek van de montage afstelt, moet u ervoor zorgen dat het
camerazicht parallel is met de effen boden en dat de verhouding aarde/hemel
dichtbij 6/4 ligt.
7
4. De kabels aansluiten.
Stop de kabels door de bovenkant en de A-zuil zodat u niet wordt gehinderd
tijdens het rijden. Zorg dat de kabelinstallatie de airbags of andere
veiligheidsfuncties van het voertuig niet hinderen.
Als u alleen de dashboardcamera gebruikt (zonder aansluiting met de
achterruitcamera) in uw voertuig, sluit dan de auto oplader aan op de
dashboardcamera en steek het in de sigarettenaansteker.
De installatie illustraties zijn alleen bedoeld als referentie. De plaatsing van de
apparaten en kabels kunnen afhangen van het voertuig model. Als u problemen
heeft gedurende installatie, neem dan contact op met een bekwaam installateur
(zoals het onderhoudspersoneel van het voertuig) voor hulp.
Y-kabel
Achtercamera kabel
Auto oplader
1
2
3
8
Een geheugenkaart plaatsen
Opmerking:
l
Geen druk uitoefenen op het midden van de geheugenkaart.
l
MiTAC garandeert niet dat het product compatibel is met MicroSD-kaarten van alle fabrikanten.
l
Voordat u begint met opname, moet u de geheugenkaart formatteren om defecten te vermijden die
worden veroorzaakt door bestanden die niet door de dashboardcamera zijn aangemaakt.
l
Wij raden u aan het apparaat uit te schakelen voordat u de geheugenkaart verwijdert.
U moet een geheugenkaart plaatsen (niet meegeleverd) voordat u de opname kunt
starten. We raden aan een geheugenkaart Klasse 10 te gebruiken met een capaciteit
van minstens 8GB - 128GB.
Houd de kaart (MicroSD) bij de randen vast en stop deze
voorzichtig in de sleuf zoals weergegeven.
Om een kaart te verwijderen, duwt u voorzichtig de
bovenrand van de kaart in om deze vrij te geven en trekt u
deze uit de sleuf.
Een kaart formatteren
Als u een geheugenkaart moet formatteren (alle gegevens worden gewist), drukt u
op en selecteert u Formatt..
Aansluiten op uw computer
U kunt de dashboardcamera aansluiten
op uw computer om toegang te krijgen
tot de gegevens op de geheugenkaart.
Volg de onderstaande instructies om de
dashboardcamera aan te sluiten op de
computer via de USB-kabel (niet meegeleverd).
9
De dashboardcamera inschakelen
Voer de installatie uit volgens de instructies in het hoofdstuk "Uw dashboardcamera
in een voertuig gebruiken". Nadat de motor is gestart, schakelt de dashboardcamera
automatisch in. De systeemindicator licht groen op wanneer de dashboardcamera
wordt ingeschakeld.
Aan-/uittoets
Houd de voedingsknop 2 seconden ingedrukt om de dashboardcamera handmatig
in en uit te schakelen.
De dashboardcamera uitschakelen
In sommige gevallen zult u mogelijk een reset van de hardware moeten uitvoeren
wanneer de dashboardcamera niet meer reageert of “bevroren” of vastgelopen lijkt.
Om de dashboardcamera uit te schakelen, houdt u de aan/uit-knop ingedrukt tot het
systeem wordt uitgeschakeld.
Als het systeem niet uitschakelt door de aan/uit-knop ingedrukt te houden, kunt u
het afsluiten forceren door een kleine staaf (zoals een rechtgemaakte paperclip) in
de knop Shutdown (Uitschakelen) van het apparaat te stoppen.
10
De systeempictogrammen
Diverse systeempictogrammen in de titelbalk boven aan het scherm geven
statusinformatie weer over uw apparaat. De weergegeven pictogrammen verschillen
afhankelijk van uw apparaatmodel en -status.
1 2 4
5
3
1
Opname indicator
2
Tijd weergave
3
Opnemen met geluid is uitgeschakeld
4
GPS signaal*
5
Uw huidige snelheid*
* Alleen voor geselecteerde modellen.
Functietoetsen
Dit apparaat biedt vier functietoetsen om de overeenstemmende pictogrammen
op het LCD scherm te bedienen. De functie van de toets kan verschillen op
verschillende schermen.
Het opnamescherm
Indrukken om een noodopname handmatig
te starten.
Neemt een foto.
Voegt een standaard veiligheid (snelheid)
camera toe.
Open het Menu scherm.
Menu scherm
Gaat naar de volgende optie.
Dient als de ENTER toets.
Gaat naar de vorige optie.
Dient als de TERUG toets.
11
Schermen wisselen
Zodra u de camera achteraan aansluit en de opname start, zal het pictogram
verschijnen op het scherm. Kunt u het weergavebeeld wisselen tussen voor- en
achterruitcamera door te drukken op .
De datum en tijd instellen
Om zeker te zijn dat uw opnamen de juiste datum en tijd hebben, moet u de
instellingen voor datum en tijd controleren voordat u met opnemen begint.
1. Druk op om het menu Instellingen te openen.
2. Selecteer Systeem > Datum/tijd.
3. Doe een van de volgende zaken:
l
Selecteer GPS-tijd gebruiken en selecteer dan de tijdzone van uw locatie. Het
systeem stelt de datum en tijd in aan de hand van de GPS-locatie.
Opmerking: Deze functie is niet voor alle modellen beschikbaar.
l
Selecteer Handmatig en het systeem toont het scherm voor het instellen van
de datum en tijd. Gebruik / om de waarde van het geselecteerde veld
aan te passen, druk op en herhaal de stap tot alle velden zijn gewijzigd.
4. Druk op wanneer u klaar bent.
12
Opnemen in rijmodus
Continu opnemen
Standaard start het opnemen direct na het inschakelen van de dashboardcamera.
De systeemindicator knippert afwisselend groen en oranje terwijl de opname bezig
is.
Wanneer continu opnemen bezig is, kunt u de opname handmatig stoppen door
op te drukken. Druk op en terugkeert naar het opnamescherm; start het
systeem automatisch met continu opnemen.
De opname kan verdeeld worden over meerdere videoclips; het opnemen stopt niet
tussen de videoclips. Als uw geheugenkaart vol staat met continue opnamen, wordt
dit automatisch geregistreerd via de oudste bestaande bestanden in deze categorie.
De continue opnames staan in de categorie "Normaal" voor het afspelen van
bestanden.
Gebeurtenis opnemen
Als een gebeurtenis plaatsvindt, zoals plotselinge schade, hard rijden, een te
sterke bocht of een aanrijding, zorgt de G-sensor er standaard voor dat de
dashboardcamera een "Noodsituatie"-opname start (een gebeurtenis opnemen).
Opmerking: U kunt het gevoeligheidsniveau wijzigen van de G sensor door te tikken op >
Video-opname > G-sensorgevoel..
De gebeurtenisopname zal de duur opslaan vanaf seconden vóór de gebeurtenis
tot seconden na de gebeurtenis. De gebeurtenisopname kan tot 1 minuut duren als
de sensor tijdens de opname opnieuw wordt geactiveerd. Als uw geheugenkaart vol
staat met gebeurtenisopnamen, wordt dit automatisch geregistreerd via de oudste
bestaande bestanden in deze categorie.
13
Als u een noodopname handmatig wilt starten terwijl continu opnemen bezig is, drukt
u op het apparaat op de noodopnameknop ( ).
De continue opnames staan in de categorie "Gebeurtenis" voor het afspelen van
bestanden.
Parkeerstand
Opmerking: Deze functie is niet voor alle modellen beschikbaar.
Uw dashboardcamera ondersteunt de parkeeropnamefunctie. U moet een extra
voeding gebruiken om de video op te nemen tijdens de Parkeermodus, zoals
een onderbrekingsvrije voedingskabel van Mio die afzonderlijk wordt verkocht.
Raadpleeg de meegeleverde documentatie in de verpakking voor meer informatie
over het gebruik van de Mio-voedingskabel.
Parkeerstand is standaard uitgeschakeld. Voordat u de parkeermodus inschakelt,
moet u de geheugenopslagtoewijzing controleren. To Ga naar > Systeem >
Opslagruimte om een geschikte allocatie in te stellen voor parkeer opnamen. Door
het wijzigen van de toewijzing wordt de geheugenkaart gewist. Sla daarom altijd
eerst alle video’s of foto’s op uw computer op.
U moet de functie inschakelen via het > Parkeerstand > Detectie > Aan. (Het
pictogram verschijnt op het scherm.)
Wanneer de parkeerstanddetectie is ingeschakeld, gaat het systeem naar de
parkeerstand wanneer de auto niet meer beweegt gedurende 5 minuten. In de
parkeerstand, kunnen parkeeropnamen alleen worden geactiveerd wanneer
bewegingen of trillingen worden gedetecteerd.
14
Opmerking:
l
U kunt op drukken om de Parkeermodus handmatig te starten terwijl de continue opname
bezig is.
l
De parkeeropname wordt geactiveerd door de G-sensor en bewegingsdetectie van het apparaat. U
kunt de conguratie wijzigen door > Parkeerstand > Bewegingsdetectie en G-sensorgevoel.
te selecteren.
l
De camera achter (optioneel) ondersteunt bewegingsdetectie niet.
De parkeeropname zal de duur opslaan vanaf seconden vóór de gebeurtenis tot
seconden na de gebeurtenis. De parkeeropname kan tot 1 minuut duren als de
sensor tijdens de opname opnieuw wordt geactiveerd. Als uw geheugenkaart vol
staat met parkeeropnamen, wordt dit automatisch geregistreerd via de oudste
bestaande bestanden in deze categorie.
Druk op om de Parkeerstand te stoppen en de continue opname te hervatten.
Zodra de bewegingen zijn gedetecteerd en opgenomen tijdens de Parkeerstand,
wordt u gevraagd de video te bekijken wanneer u de Parkeerstand stopt.
De parkeeropnamen kunt u terugvinden in de categorie “Parkeren” voor
bestandsweergave.
Cameramodus
Met de dashboardcamera kunt u ook fotograferen.
l
Als de opname bezig is, drukt u op om een foto te maken. Deze functie is niet
beschikbaar wanneer de achterruitcamera is aangesloten.
l
Druk op > Camera > .
U kunt de foto’s vinden in de categorie “Foto” voor weergave.
15
Weergavemodus
Een video of foto selecteren voor het afspelen:
1. Druk op > Bestand weergeven.
2. Selecteer het gewenste type.
3. Gebruik de toets / om het gewenste bestand te selecteren in de lijst en
druk dan op om de weergave te starten.
4. Tijdens het weergeven kunt u:
l
Tijdens het afspelen van video's drukken op / om de vorige/volgende
video weer te geven.
l
Tijdens het weergeven van foto's drukken op / om de vorige/volgende
foto weer te geven.
l
Drukken op om terug te keren naar de lijst.
l
Druk op om het pop-up menu weer te geven voor het selecteren van:
l
Afspelen / Onderbreken: Start of pauzeert de weergave.
l
Video achter aanweergeven: Het "D" icoon dat op de thumbnail in de
speellijst wordt weergegeven, geeft aan dat de video een overeenstemmende
achter video heeft. Tijdens het afspelen van de video kunt u deze opties
gebruiken om te schakelen tussen de video's vooraan en achteraan.
Opmerking: De videobestanden die zijn opgenomen door de voor- en achterruitcamera’s,
worden apart opgeslagen in de overeenstemmende mappen van de geheugenkaart.
Wanneer u de video aan de voorzijde verplaatst of verwijdert, wordt de overeenstemmende
video aan de achterzijde tegelijkertijd verwerkt.
l
Naar gebeurtenis verplaatsen: Verplaatst het bestand naar de "Gebeurtenis"
categorie.
l
Wissen: Verwijderdt het bestand.
16
Flits camera waarschuwingen
Voorzichtig: Omwille van wettelijke redenen is de veiligheidscamera niet beschikbaar in alle landen.
U kunt waarschuwingen ontvangen voor de
locatie van safety cams zodat u uw snelheid in de
omgeving kunt aanpassen.
Wanneer een its camera verschijnt en in
de detecteerbare richting wordt geplaatst,
ontvangt u waarschuwingen. Het scherm toont
een visuele waarschuwing en u hoort ook
geluidswaarschuwingen.
Als de instelling voor waarschuwingsgeluiden is ingesteld op Piep:
l
Als uw auto in de buurt van een itscamera komt, hoort u een normale
piepwaarschuwing.
l
Als de auto een itscamera nadert aan een snelheid boven de ingestelde
drempel, hoort u een aanhoudende piepwaarschuwing tot de snelheid onder de
drempelwaarde is gedaald.
l
Als de auto een itscamera passeert, hoort u een andere piepwaarschuwing.
U kunt de instellingen wijzigen over het ontvangen van de waarschuwingen voor
safety cams. Zie de sectie Systeeminstellingen voor informatie.
Veiligheidscamera toevoegen
Opmerking: U kunt alleen een aangepaste itscamera toevoegen als een GPS-x is vastgelegd.
Met uw dashboardcamera kunt u de database voor itscamera's aanpassen. U kunt
maximaal 100 aangepaste itscamera's toevoegen aan de dashboardcamera.
Volg de stappen om een aangepaste itscamera in te stellen:
110
108
km/h
500m
17
1. Tik op op het opnamescherm om een aangepaste itscamera op de huidige
locatie toe te voegen.
2. De volgende keer dat u de locatie passeert, ontvangt u waarschuwingen van de
dashboardcamera.
3. Om de informatie weer te geven over de door de gebruiker toegevoegde
itscamera, tikt u op > Flitser > Aangepaste itser en vervolgens op de
itscamera die u wilt controleren.
4. Tik op om de aangepaste itscamera te verwijderen.
Gegevens over safety cams bijwerken
MiTAC garandeert niet dat gegevens over alle soorten en locaties van safety cams
beschikbaar zijn, omdat camera's verwijderd of verplaatst kunnen worden en nieuwe
camera's worden geïnstalleerd.
MiTAC kan u af en toe updates aanbieden van gegevens over safety cams. Bezoek
de Mio-website voor beschikbare downloads en volg de instructies om het bijwerken
te voltooien.
Systeeminstellingen
Druk op om de systeeminstellingen aan te passen.
Opmerking: Sommige instelopties zijn misschien niet beschikbaar, dit hangt af van uw MiVue model.
Bestand weergeven
Geeft video en foto's weer.
Camera
Tik om de Cameramodus op te roepen.
18
Geluidsopname
Stelt in of u de geluiden wilt opnemen tijdens de opnamen.
Flitser
l
Alarm: Schakelt het alarmgeluid in (Piep of Spraak) of uit (Geluid dempen).
l
Alarmafstand: Het systeem waarschuwt op een vooraf ingestelde afstand (Kort,
Middel en Lang) als een itscamera gedetecteerd is.
l
Alarm methode
l
Slimme waarschuwing: Stelt de functie Waarschuwingsafstand in volgens de
huidige GPS-autosnelheid.
l
Standaardwaarschuwing: Stelt de functie Waarschuwingsafstand in volgens
de snelheidslimiet.
l
Drempel: De snelheidswaarde voor de dashboardcamera instellen om te
beginnen met meldingen aanbieden.
l
Waarsch. Kruissnelheid: Waarschuwing kruissnelheid: met deze optie kunt u de
limiet voor de kruissnelheid instellen. Als u met de cruisecontrol harder rijdt dan
de ingestelde waarde, ontvangt u waarschuwingen van de dashboardcamera.
l
Aangepaste itser: Deze optie toont alle door de gebruiker toegevoegde
itscamera's, gesorteerd op aanmaaktijd.
Parkeerstand
l
Detectie: Als dit is ingeschakeld, gaat de dashboardcamera automatisch naar de
parkeerstand wanneer de beweging van de auto stopt gedurende 5 minuten.
l
Detectiemethode: Stelt de parkeerdetectiemethode in op Alleen G-sensor,
Alleen beweging of Beweging & G-sens..
l
Automatische invoer: Stelt de modus in voor het systeem in om de
Parkeermodus automatisch op te roepen.
19
l
Bewegingsdetectie: Stelt het gevoeligheidsniveau van de bewegingsdetectie in
die het systeem activeert om de parkeeropname op te slaan.
l
G-sensorgevoel.: Wijzig het gevoeligheidsniveau van de G-sensor voor het
automatisch activeren van de parkeeropname als de dashboardcamera in de
parkeerstand staat.
Video-opname
l
Lengte van videoclip: Stelt de lengte voor elke videoclip in voor een continue
opname (1 min., 3 min. of 5 min.).
l
Groot dynamisch bereik: Stelt de functie WDR (Wide Dynamic Range, groot
dynamisch bereik) in staat om de beeldkwaliteit van de dashboardcamera te
verbeteren bij sterk contrasterend licht.
l
Belichtingswaarde (EV): Stelt het geschikte belichtingsniveau (-1+1) in om de
helderheid van het beeld aan te passen. De standaardinstelling is 0.
l
Frequentie: Stelt de frequentie in volgens de ikkerfrequentie van de lokale
voeding tijdens de opname.
l
G-sensorgevoel.: Wijzig het gevoeligheidsniveau (6 niveaus, van Laag tot Hoog)
van de G-sensor voor het automatisch activeren van de noodopname terwijl
continu opnemen actief is.
l
Stempels: Stelt de informatie in (Coördinaten of G-sensor) dat zal worden
weergegeven op de opgenomen video.
l
Snelheidsstempel: Geeft de rijsnelheid weer op de opgenomen video.
l
Tekststempel: Geeft de aangepaste informatie weer op de opgenomen video.
Systeem
l
Satellieten: Toont de status van de GPS/GLONASS-signaalontvangst. U kunt
als dat nodig is op drukken en GPS of GLONASS selecteren voor een betere
signaalontvangst.
20
l
Datum/tijd: Stelt de systeemdatum en -tijd in. Raadpleeg het hoofdstuk "De
datum en tijd instellen" voor meer informatie.
l
Systeemgeluid: Schakelt de geluiden bij systeemmeldingen in of uit.
l
Welkomstgeluid: Schakelt de meldingsgeluiden bij het opstarten in of uit.
l
Volume: Stelt het volumeniveau in.
l
Lcd-standby
l
Selecteert Altijd aan om de LCD aan te houden.
l
Stelt de timer in voor de LCD om automatisch uit te schakelen (10 s, 1 min. of
3 min.) nadat de opname begint.
l
Het selecteren van Stand-by schakelt de LCD uit (binnen de aangegeven tijd)
maar geeft nog steeds de tijd en snelheidsinformatie weer.
l
Taal: Stelt de taal in.
l
Afstandseenheden: Stelt de voorkeurs-afstandseenheden in.
l
Opslagruimte: Het systeem biedt drie standaard geheugenconguraties
voor het opslaan van de video's (inclusief continue opname, noodopname en
parkeeropname) en foto's. Selecteer de juiste conguratie, gebaseerd op uw
gebruik.
l
Terugzetten: Herstelt de fabrieksinstellingen.
l
Versie: Toont informatie over de softwareversie.
Formatt.
Formatteert een geheugenkaart. (Alle gegevens worden gewist.)
21
MiVue Manager
MiVue Manager™ is een hulpmiddel waarmee u de video's bekijkt die zijn opgenomen
op een MiVue dashboardcamera.
Opmerking: Niet alle mogelijkheden zijn beschikbaar op elk model.
MiVue Manager installeren
Download MiVue Manager van de klantenservicepagina van Mio-website (www.mio.
com/support) en volg de prompts op het scherm om het te installeren. Zorg dat u de
juiste softwareversie (Windows of Mac) downloadt volgens het besturingssysteem
van uw computer.
De opgenomen bestanden afspelen
1. Verwijder de geheugenkaart uit de dashboardcamera en gebruik een kaartlezer in
de computer om hem te lezen. Het is aan te bevelen de opgenomen bestanden
naar de computer te kopiëren om een back-up te maken en om ze af te spelen.
2. Start MiVue Manager op de computer.
l
De standaard is dat MiVue Manager de agenda en de bestandenlijst aan de
rechterkant toont.
l
Is er een opgenomen bestand, dat zet u de datum gemarkeerd met “ .” Klik
op die datum om de bestanden te zien die op die dag opgenomen zijn.
l
U knt revoor kiezen dat het bestandstype getoond wordt als: Event / Normaal
/ Parkeren.
l
Om alle bestanden in de huidige map te tonen, klikt u op Alles. Om terug te
gaan naar agendaweergave, klikt u op Agenda.
3. Dubbelklik op het gewenste bestand om het afspelen te starten.
4. De afspeelknoppen zijn de volgende:
22
1 2 3 4 5 6 7
1
Naar vorige/volgende bestand in de lijst.
2
Start of pauzeert de weergave.
3
Verandert afspeelsnelheid in 1/4x, 1/2x, 1x (default), 1,5x of 2x.
4
Dempt het geluid en maakt het weer hoorbaar.
5
Stelt de geluidssterkte in.
6
Speelt de video op het volledige scherm.
7
Toont de voortgang van het afspelen. U kunt op een punt in de balk klikken
om direct naar een ander afspeelpunt te gaan.
5. Tijdens het afspelen, kunt u meer rij informatie controleren via het dashboard
paneel en de G sensor kaart, die onder het video afspeelscherm worden
weergegeven.
l
Klik op het dashboard paneel op om het map scherm weer te geven.
l
De G-sensorkaart toont gegevens in drie assen over de verplaatsing van het
voortuig naar voren en achteren (X), opzij (Y) en omhoog en omlaag (Z).
Opmerking: Het Kaartscherm verschijnt niet als de computer geen internetverbinding heeft of als
uw Mivue-model de gps-functie niet ondersteunt.
6. Met de werkbalk doet u het volgende:
1 2 3 4 5 6 87
1
Selecteert de map die de opgenomen bestanden heeft opgeslagen.
23
2
Vertoont en druk het huidige videobeeld af.
3
Slaat de geselecteerde bestanden in de aangewezen locatie van uw
computer op.
4
Legt het huidige videobeeld vast en slaat het op in de aangewezen locatie
van uw computer.
5
Opent het instellingenmenu. Het menu Instellingen is als volgt:
l
Taal wijzigen: Stelt de taal in waarmee MiVue Manager zich presenteert.
l
Skin veranderen: Stelt het kleurschema van MiVue Manager in.
l
Op updates controleren: Onderzoekt of er een nieuwe versie is van
MiVue Manager. Om dit te gebruiken hebt u internettoegang nodig.
l
Info: Toont de versie en de auteursrechtgegevens van MiVue Manager.
6
Exporteert de GPS informatie van het geselecteerde bestand in KML formaat
naar de aangewezen locatie van uw computer.
7
Uploadt het geselecteerde bestand naar Facebook / YouTube™.
8
In de afspeellijst geven de markeringen "F" en "R" die op de bestandsnaam
worden weergegeven, aan dat de video wordt geleverd met een
overeenkomende video voor (F) of video achter (R). Tijdens het afspelen
van de video, toont het scherm de PIP-modus (picture-in-picture). U kunt
schakelen tussen de video's voor en achter door te klikken op .
Opmerking: Deze functie is uitsluitend voor geselecteerde modellen.
24
Voor meer informatie
Uw apparaat verzorgen
Een goed onderhoud van uw apparaat garandeert een foutloze werking en
vermindert het risico op schade.
l
Houd het apparaat uit de buurt van overmatig vocht en extreme temperaturen.
l
Vermijd blootstelling van het apparaat aan direct zonlicht of sterk ultraviolet licht
gedurende langere perioden.
l
Plaats niets bovenop het apparaat en laat geen objecten op het apparaat vallen.
l
Laat het apparaat niet vallen en stel het niet bloot aan heftige schokken.
l
Stel het apparaat niet bloot aan plotselinge en extreme temperatuurveranderingen.
Dit kan de vorming van condensatie in de eenheid veroorzaken, waardoor het
apparaat defect kan raken. Bij vochtcondensatie moet u het apparaat volledig
laten drogen voordat u het weer gebruikt.
l
Het schermoppervlak kan gemakkelijk worden gekrast. Raak het niet aan met
scherpe voorwerpen. U kunt algemene niet-klevende schermbeschermingen
gebruiken die speciek werden ontwikkeld voor gebruik op draagbare apparaten
met LCD-schermen, zodat het scherm tegen kleine krassen wordt beschermd.
l
Reinig het apparaat nooit wanneer het is ingeschakeld. Gebruik een zachte,
pluisvrije doek om het scherm en de buitenzijde van het apparaat af te vegen.
l
Gebruik geen papieren handdoeken om het scherm te reinigen.
l
Probeer nooit het apparaat te demonteren, te repareren of wijzigingen aan het
apparaat aan te brengen. Het demonteren, aanpassen of op enigerlei manier
repareren, kan schade veroorzaken aan het apparaat en zelfs lichamelijk letsel of
materiële schade veroorzaken en zal de garantie ongeldig maken.
l
Ontvlambare vloeistoffen, gassen of explosieve materialen niet in dezelfde ruimte
bewaren of vervoeren als het apparaat, de onderdelen of de accessoires.
25
l
Om diefstal te voorkomen, mag u het apparaat en de toebehoren niet duidelijk
zichtbaar achterlaten in een onbeheerd voertuig.
l
Oververhitting kan het apparaat beschadigen.
Veiligheidsmaatregelen
Over het laden
l
Gebruik alleen de lader die bij uw apparaat is geleverd. Het gebruik van een
andere lader zal leiden tot een defect en/of gevaar.
l
Dit product is bedoeld voor gebruik in combinatie met een IN DE LIJST
OPGENOMEN voeding gemarkeerd met "LPS", "Beperkte voedingsbron" en met
een nominaal uitgangsvermogen van + 5 V dc / 1,0 A.
Over de lader
l
Gebruik de lader niet in een zeer vochtige omgeving. Raak de lader nooit aan
met natte handen of voeten.
l
Zorg voor voldoende ventilatie rond de lader als deze wordt gebruikt voor het
bedienen van het apparaat of het opladen van de batterij. De lader niet afdekken
met papier of andere objecten die de koeling belemmeren. Gebruik de lader niet
als deze zich nog in de draagtas bevindt.
l
Sluit de lader aan op een goede stroombron. De spanningsvereisten vindt u op
de behuizing en/of de verpakking van het product.
l
Gebruik de lader niet als de kabel beschadigd is.
l
Probeer het apparaat nooit zelf te onderhouden of te repareren. Het apparaat
bevat geen interne onderdelen die kunnen worden gerepareerd. Vervang de
eenheid als deze is beschadigd of blootgesteld aan overmatige vocht.
Over de batterij
OPGELET: Deze eenheid bevat een niet-vervangbare interne lithium-ionbatterij. De
batterij kan openbarsten of exploderen, waarbij gevaarlijke chemische producten
vrijkomen. Om het risico op brand of brandwonden te voorkomen, mag u de batterij
26
niet demonteren, samenpersen, doorprikken of in vuur of water gooien.
l
Gebruik een aanbevolen batterij in het apparaat.
l
Belangrijke instructies (alleen voor onderhoudspersoneel)
l
Opgelet: Explosiegevaar als de batterij wordt vervangen door een onjuist type.
Gooi de gebruikte batterijen weg volgens de instructies.
l
Alleen vervangen door hetzelfde of een equivalent type dat is aanbevolen door
de fabrikant.
l
De batterij moet op een juiste wijze worden gerecycled of weggegooid.
l
Gebruik de batterij alleen in het gespeciceerde apparaat.
Over GPS
Opmerking: Deze functie is niet voor alle modellen beschikbaar.
l
GPS wordt beheerd door de regering van de Verenigde Staten, die alleen
verantwoordelijk is voor de werking van GPS. Elke wijziging aan het GPS-
systeem kan de nauwkeurigheid van alle GPSapparatuur beïnvloeden.
l
GPS-signalen gaan niet door vaste materialen (behalve glas). Wanneer u in
een tunnel of een gebouw bent, is de GPS-positionering niet beschikbaar. De
ontvangst van het signaal kan worden beïnvloed door omstandigheden zoals
slecht weer of obstakels boven uw hoofd (zoals bomen en hoge gebouwen).
l
De positiegegevens van de GPS zijn alleen als referentie.
Regelgevende informatien (CE)
Voor regelgevende identicatiedoeleinden: het modelnummer N578D is toegewezen
aan de MiVue C380D.
Producten met het CE-keurmerk voldoen aan de richtlijn inzake radio-
apparatuur (RED) (2014/53/EU) - uitgegeven door de Commissie van de
Europese Gemeenschap.
27
De naleving van deze richtlijnen impliceert conformiteit met de volgende Europese
normen:
IEC 60950-1:2005
IEC 60950-1:2005/AMD1:2009
IEC 60950-1:2005/AMD2:2013
(EN 60950-1:2006 +A11:2009 + A1:2010 + A12:2011 + A2:2013)
EN 50498: 2010
EN 55032: 2015+AC: 2016, Class B
EN 55024: 2010
EN 61000-4-2: 2009 / IEC 61000-4-2: 2008 ED. 2.0
EN 61000-4-3: 2006 +A1: 2008+A2: 2010 / IEC 61000-4-3: 2010 ED. 3.2
EN 61000-4-4: 2012 / IEC 61000-4-4: 2012 ED. 3.0
EN 61000-4-6: 2014 / IEC 61000-4-6: 2013 ED. 4.0
EN 61000-4-8: 2010 / IEC 61000-4-8: 2009 ED. 2.0
EN 301 489-1 V2.1.1(2017-02)
Draft EN 301 489-19 V2.1.0(2017-03)
ISO 7637-2: 2011
EN 303 413 V1.1.1(2017-06)
De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor wijzigingen die zijn
aangebracht door de gebruiker, en de gevolgen daarvan die de conformiteit van het
product met de CE-markering wijzigen.
Verklaring van conformiteit
MiTAC verklaart hierbij dat deze N578D voldoet aan de essentiële vereisten en
andere relevante voorwaarden van de Richtlijn 2014/53/EU.
28
WEEE
Dit product mag niet worden weggegooid als normaal huishoudelijk afval,
in overeenstemming met de EU-richtlijn voor elektrische en elektronische
apparatuur (WEEE – 2012/19/EU). Het moet in plaats daarvan worden
verwijderd door het terug te bezorgen bij het verkooppunt of bij een
inzamelpunt voor recycling in uw gemeente.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29

Mio MiVue C380 de handleiding

Type
de handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor