HP t638 Thin Client Handleiding

Type
Handleiding
Gebruikershandleiding
HP Thin client
© Copyright 2020 HP Development Company,
L.P.
Intel is een handelsmerk van Intel Corporation
of haar dochterondernemingen in de Verenigde
Staten en/of andere landen. Linux is het
gedeponeerd handelsmerk van Linus Torvalds
in de Verenigde Staten en andere landen.
Microsoft en Windows zijn gedeponeerde
handelsmerken of handelsmerken van
Microsoft Corporation in de Verenigde Staten
en/of andere landen. DisplayPort™, het
DisplayPort™-logo en VESA® zijn
handelsmerken of gedeponeerde
handelsmerken in eigendom van de Video
Electronics Standards Association (VESA) in de
Verenigde Staten en andere landen.
De informatie in dit document kan zonder
voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
De van toepassing zijnde garanties voor HP
producten en diensten zijn vastgelegd in de
uitdrukkelijke garantiebepalingen die bij
dergelijke producten en diensten op fysieke
en/of elektronische wijze worden meegeleverd
of gepubliceerd op website(s) van HP. Niets in
dit document mag als een aanvullende
garantie worden opgevat. HP is niet
aansprakelijk voor technische fouten,
drukfouten of weglatingen in dit document.
Eerste editie: maart 2020
Artikelnummer van document: L92659-331
Kennisgeving van product
In deze handleiding worden de voorzieningen
beschreven die op de meeste modellen
beschikbaar zijn. Mogelijk zijn niet alle
voorzieningen op uw computer beschikbaar.
Niet alle functies zijn beschikbaar in alle edities
of versies van Windows. Voor systemen zijn
mogelijk bijgewerkte en/of afzonderlijk
aangeschafte hardware, stuurprogramma's,
software en/of een BIOS-update vereist om
volledig te kunnen proteren van de
functionaliteit van Windows. Windows 10
wordt automatisch bijgewerkt. Deze optie is
altijd ingeschakeld. Uw internetprovider kan
hiervoor kosten in rekening brengen. Voor
latere updates kunnen mogelijk aanvullende
vereisten gelden. Zie
http://www.microsoft.com.
Voor toegang tot de meest recente
gebruikershandleidingen gaat u naar
http://www.hp.com/support en volgt u de
instructies om uw product te zoeken. Selecteer
daarna Gebruikershandleidingen.
Softwarevoorwaarden
Door het installeren, kopiëren, downloaden of
anderszins gebruiken van een softwareproduct
dat vooraf op deze computer is geïnstalleerd,
bevestigt u dat u gehouden bent aan de
voorwaarden van de HP Licentieovereenkomst
voor eindgebruikers (EULA). Indien u niet
akkoord gaat met deze licentievoorwaarden,
kunt u uitsluitend aanspraak maken op de
mogelijkheid het gehele, ongebruikte product
(hardware en software) binnen 14 dagen te
retourneren voor een volledige restitutie op
basis van het restitutiebeleid van de
desbetreende verkoper.
Neem contact op met de verkoper voor meer
informatie of om te vragen om een volledige
restitutie van de prijs van de computer.
Over deze handleiding
WAARSCHUWING! Duidt een gevaarlijke situatie aan die kan resulteren in ernstig letsel of de dood wanneer
dit gevaar niet wordt voorkomen.
VOORZICHTIG: Duidt een gevaarlijke situatie aan die kan resulteren in licht of matig letsel wanneer dit
gevaar niet wordt voorkomen.
BELANGRIJK: Geeft informatie aan die belangrijk, maar mogelijk geen gevaar inhoudt (bijvoorbeeld
berichten over materiële schade). Deze waarschuwt de gebruiker dat het niet precies zoals beschreven
opvolgen van een procedure kan leiden tot verlies van gegevens of schade aan hardware of software. Bevat
ook belangrijke informatie voor de uitleg van een concept of voor het voltooien van een taak.
OPMERKING: Bevat extra informatie om belangrijke punten uit de hoofdtekst te benadrukken of aan te
vullen.
TIP: Biedt handige tips voor het voltooien van een taak.
iii
iv Over deze handleiding
Inhoudsopgave
1 Naslaggids voor de hardware .......................................................................................................................... 1
Voorzieningen van het product ............................................................................................................................. 1
Onderdelen .......................................................................................................................................... 1
Locatie certicaten, labels en serienummer ...................................................................................... 2
Instellingen ............................................................................................................................................................ 3
Waarschuwingen ................................................................................................................................. 3
De standaard installeren ..................................................................................................................... 4
Een beveiligingskabel installeren ....................................................................................................... 6
De thin client monteren en congureren ............................................................................................ 7
Ondersteunde conguratie en plaatsing .......................................................................... 9
Niet-ondersteunde plaatsing ......................................................................................... 12
Het netsnoer en de netvoedingsadapter aansluiten ........................................................................ 13
Regelmatig onderhoud van de thin client ......................................................................................... 13
2 Hardwarewijzigingen ................................................................................................................................... 14
Waarschuwingen ................................................................................................................................................. 14
Het toegangspaneel verwijderen en terugplaatsen ........................................................................................... 14
Het toegangspaneel verwijderen ...................................................................................................... 15
Het toegangspaneel terugplaatsen .................................................................................................. 16
Interne onderdelen lokaliseren ........................................................................................................................... 17
De accu verwijderen en vervangen ...................................................................................................................... 18
Het systeemgeheugen upgraden ........................................................................................................................ 19
Een geheugenmodule verwijderen en installeren ............................................................................ 20
Seriële poorten congureren ............................................................................................................................... 22
Jumpers congureerbare seriële poort zoeken ................................................................................ 22
Functionaliteit seriële poort ............................................................................................................. 23
De seriële poorten congureren ....................................................................................................... 33
3 Problemen oplossen .................................................................................................................................... 34
Hulpprogramma computer Setup (F10), BIOS-instellingen ................................................................................ 34
Hulpprogramma's Computer Setup (F10) ......................................................................................... 34
Het hulpprogramma Computer Setup (F10) gebruiken ................................................. 34
Computer Setup:Bestand ................................................................................................ 35
Computer Setup:Opslag .................................................................................................. 36
Computer Setup:beveiliging ........................................................................................... 37
Computer Setup:Voeding ................................................................................................ 39
v
Computer Setup:Geavanceerd ........................................................................................ 40
BIOS-instellingen wijzigen in het HP BIOS Congure-hulpprogramma (HPBCU) ............................. 41
Een BIOS bijwerken of herstellen ........................................................................................................................ 43
Diagnostische gegevens en problemen oplossen ............................................................................................... 44
Lampjes ............................................................................................................................................. 44
Wake on LAN ........................................................................................................................................................ 45
Opstartvolgorde .................................................................................................................................................. 45
De instel- en opstartwachtwoorden opnieuw instellen ...................................................................................... 46
Diagnostische inschakeltests .............................................................................................................................. 46
Betekenis van diagnosemeldingen van systeemvalidatie via lampjes op het voorpaneel en via
geluidssignalen .................................................................................................................................................... 46
POST-numerieke codes en teksterbichten .......................................................................................................... 48
Problemen oplossen ............................................................................................................................................ 50
Basisproblemen oplossen ................................................................................................................. 50
Problemen oplossen met een schijoze eenheden (geen ashstation) .......................................... 51
Een PXE-server congureren ............................................................................................................................... 52
HP ThinUpdate gebruiken om de image te herstellen ........................................................................................ 53
Apparaatbeheer ................................................................................................................................................... 53
Een hulpprogramma voor imageherstel toevoegen ........................................................................................... 54
Vereisten netvoedingskabel ................................................................................................................................ 54
Vereisten voor alle landen ................................................................................................................. 54
Vereisten voor bepaalde landen en regio's ....................................................................................... 55
Verklaring van volatiliteit .................................................................................................................................... 57
Beschikbare geheugen apparaten .................................................................................................... 57
Specicaties ......................................................................................................................................................... 59
4 HP PC Hardware Diagnostics gebruiken .......................................................................................................... 60
HP PC Hardware Diagnostics Windows gebruiken (alleen bepaalde producten) ............................................... 60
HP PC Hardware Diagnostics Windows downloaden ........................................................................ 60
De nieuwste versie van HP PC Hardware Diagnostics Windows downloaden ............... 61
HP Hardware Diagnostics (Windows) op productnaam of -nummer downloaden
(alleen bepaalde producten) ........................................................................................... 61
HP PC Hardware Diagnostics Windows installeren ........................................................................... 61
HP PC Hardware Diagnostics (UEFI) gebruiken ................................................................................................... 61
HP PC Hardware Diagnostics (UEFI) starten ..................................................................................... 62
HP PC Hardware Diagnostics (UEFI) naar een USB-ashstation downloaden ................................. 62
De nieuwste versie van HP PC Hardware Diagnostics (UEFI) downloaden .................... 63
HP PC Hardware Diagnostics (UEFI) downloaden aan de hand van de productnaam
of het productnummer (alleen bepaalde producten) ..................................................... 63
Instellingen voor Remote HP PC Hardware Diagnostics (UEFI) gebruiken (alleen bepaalde producten) ........... 63
Remote HP PC Hardware Diagnostics (UEFI) downloaden ................................................................ 63
vi
De nieuwste versie van Remote HP PC Hardware Diagnostics (UEFI) downloaden ....... 63
Remote HP PC Hardware Diagnostics (UEFI) downloaden aan de hand van de
productnaam of het productnummer ............................................................................ 64
Instellingen voor Remote HP PC Hardware Diagnostics (UEFI) aanpassen ...................................... 64
Bijlage A Elektrostatische ontlading ................................................................................................................ 65
Bijlage B Transportgegevens ........................................................................................................................... 66
Transport voorbereiden ....................................................................................................................................... 66
Belangrijke informatie betreende service en reparatie .................................................................................... 66
Bijlage C Toegankelijkheid .............................................................................................................................. 67
HP en toegankelijkheid ........................................................................................................................................ 67
De technologische hulpmiddelen vinden die u nodig hebt ............................................................... 67
De toezegging van HP ....................................................................................................................... 67
International Association of Accessibility Professionals (IAAP) ....................................................... 68
De beste ondersteunende technologie vinden ................................................................................. 68
Uw behoeften evalueren ................................................................................................. 68
Toegankelijkheid voor HP producten .............................................................................. 68
Normen en wetgeving ......................................................................................................................................... 69
Normen .............................................................................................................................................. 69
Mandaat 376 – EN 301 549 ............................................................................................ 69
Web Content Accessibility Guidelines (WCAG) ................................................................ 69
Wet- en regelgeving .......................................................................................................................... 70
Nuttige bronnen en koppelingen aangaande toegankelijkheid ......................................................................... 70
Organisaties ...................................................................................................................................... 70
Onderwijsinstellingen ....................................................................................................................... 70
Andere bronnen voor gehandicapten ............................................................................................... 70
Koppelingen van HP .......................................................................................................................... 71
Contact opnemen met ondersteuning ................................................................................................................ 71
Index ............................................................................................................................................................. 72
vii
viii
1 Naslaggids voor de hardware
Voorzieningen van het product
Ga voor de meest recente of aanvullende specicaties voor dit product naar http://www.hp.com/go/
quickspecs en zoek uw specieke model voor de QuickSpecs van dat model.
Er zijn diverse opties leverbaar voor uw thin client. Ga voor meer informatie over sommige beschikbare opties
naar http://www.hp.com en zoek naar uw specieke model.
Onderdelen
Tabel
1-1 Onderdelen
Onderdelen
(1) Aan/uit-knop (10) Bevestigingspunt voor kabelslot
(2) USB Type-A 3.1 Gen 1-poort (11) Netvoedingsconnector
(3) USB Type-A 2.0-poort (12) USB Type-A 2.0-poorten (4)
(4) Comboaansluiting voor audio-uit (hoofdtelefoon)/
audio-in (microfoon)
(13) PS/2-combopoort voor toetsenbord of muis
(5) Lampje voor activiteit van de vaste schijf (14) HDMI-poort
Voorzieningen van het product 1
Tabel 1-1 Onderdelen (vervolg)
Onderdelen
(6) Vergrendeling van I/O-achterpaneel (15) Seriële poort (COM3 en COM4)
(7) Parallelle poort (16) RJ-45-netwerkconnector
(8) Seriële poort (17) VGA-poort
(9) Seriële poort
Locatie certicaten, labels en serienummer
De certicaten, de labels en het serienummer bevinden zich onder de zijklep. Houd het serienummer bij de
hand wanneer u contact opneemt met de klantenondersteuning van HP.
Tabel 1-2 Waarschuwing voor verbrandingsgevaar
Waarschuwing voor verbrandingsgevaar
Als de thin client is gebruikt voordat u het toegangspaneel hebt verwijderd, kan de metalen plaat onder het
toegangspaneel temperaturen bereiken die ongemak kunnen veroorzaken als ze rechtstreeks worden aangeraakt.
Schakel de thin client uit en laat hem 20 minuten afkoelen tot kamertemperatuur voordat u het zijpaneel
verwijdert.
1. Leg de thin client omlaag met de linkerkant omhoog en de voorkant met het HP-logo naar u toe gericht.
2. Steek een vingernagel in de sleuf (1) en til vervolgens het zijpaneel (2) van de thin client.
2 Hoofdstuk 1 Naslaggids voor de hardware
3. De certicaten, de labels en het serienummer lokaliseren wordt weergegeven in de volgende afbeelding.
Instellingen
Waarschuwingen
Lees zorgvuldig alle instructies en waarschuwingen in deze handleiding voordat u een upgrade uitvoert.
WAARSCHUWING! U beperkt als volgt het risico op persoonlijk letsel door elektrische schokken, warme
oppervlakken of brand:
Installeer de thin client op een locatie waar normaal geen kinderen aanwezig zijn.
Sluit geen telefoon- of telecommunicatie-aansluitingen aan op de aansluitpunten van de netwerkadapter
(NIC).
Steek geen voorwerpen in of door de ventilatieopeningen van het systeem.
Sluit het netsnoer aan op een stopcontact dat gemakkelijk te bereiken is.
Als het netsnoer voorzien is van een geaarde stekker, moet u het aansluiten op een geaard stopcontact.
Koppel de computer los van de netvoeding door de stekker van het netsnoer uit het stopcontact te halen. Als
u de stekker uit het stopcontact haalt, moet u het snoer bij de stekker vastnemen.
WAARSCHUWING! Lees de Handleiding voor veiligheid en comfort, die u bij de gebruikershandleidingen
vindt, om het risico op ernstig letsel te beperken. Deze handleiding bevat aanwijzingen voor de optimale
inrichting van de werkplek, een goede houding en gezonde werkgewoonten voor computergebruikers. De
Handleiding voor veiligheid en comfort bevat ook belangrijke informatie over elektrische en mechanische
veiligheid. De Handleiding voor veiligheid en comfort is ook beschikbaar op http://www.hp.com/ergo.
Instellingen 3
De standaard installeren
BELANGRIJK: Tenzij de thin client met een goedgekeurde VESA®-montagebeugel van 100 mm is
gemonteerd, moet deze worden gebuikt met een bevestigde systeemstandaard om een goede luchtstroom
rond de thin client te garanderen.
Op een horizontaal, vlak oppervlak, zoals een bureau, kan de thin client horizontaal of verticaal worden
gecongureerd. De standaard moet in een van deze richtingen worden gecongureerd.
1. Verwijder beveiligingsvoorzieningen die ervoor zorgen dat de standaard niet op de thin client kan
worden bevestigd.
2. Verwijder alle verwisselbare media, zoals USB-ashdrives, uit de thin client.
3. Als de thin client is ingeschakeld, schakelt u deze uit via het besturingssysteem uit en schakel daarna
alle externe apparaten uit.
4. Als het netsnoer is aangesloten, haalt u de stekker uit het stopcontact en koppelt u alle externe
apparaten los.
5. Ga als volgt te werk om de standaard aan de thin client te bevestigen:
Bevestig de standaard aan de onderkant van de thin client om de thin client staand te gebruiken.
a. Draai de thin client ondersteboven en zoek de twee schroefgaten in het rooster aan de onderkant
van de thin client.
b. Plaats de standaard op de onderkant van de thin client (1) en plaats de twee
bevestigingsschroeven (2) om de standaard aan de thin client te bevestigen.
Bevestig de standaard aan de linkerkant van de thin client om de thin client liggend te gebruiken.
a. Leg de thin client omlaag met de linkerkant omhoog en de voorkant met het HP-logo naar u toe
gericht.
4 Hoofdstuk 1 Naslaggids voor de hardware
b. Steek een vingernagel in de sleuf (1) en til vervolgens het zijpaneel (2) van de thin client.
OPMERKING: Bewaar het zijpaneel voor mogelijk toekomstig gebruik.
VOORZICHTIG: Als de thin client is gebruikt voordat het toegangspaneel wordt verwijderd, kan de
metalen plaat onder het toegangspaneel temperaturen bereiken die ongemak kunnen veroorzaken
als ze rechtstreeks worden aangeraakt. Schakel de thin client uit en laat deze 20 minuten afkoelen
tot kamertemperatuur voordat u het zijpaneel verwijdert.
c. Als het systeem is voorzien van een afstandsbeugel, verwijdert u de afstandsbeugel voordat u de
standaard installeert.
OPMERKING: Bewaar de afstandsbeugel voor mogelijk toekomstig gebruik.
d. Zoek de twee schroefgaten aan de linkerkant van de thin client.
Instellingen 5
e. Plaats de standaard op de zijkant van de thin client (1) en plaats daarna de bevestigingsschroeven
(2) om de standaard aan de thin client te bevestigen.
OPMERKING: Zorg ervoor dat aan alle zijden van de thin client een ruimte van minstens 2,54 cm
(1 inch) cm vrij blijft.
Een beveiligingskabel installeren
U kunt de thin client aan een vast voorwerp bevestigen met een optionele beveiligingskabel die bij HP
verkrijgbaar is. Gebruik de meegeleverde sleutel om het slot te bevestigen en te verwijderen.
OPMERKING: Van de beveiligingskabel moet in de eerste plaats een ontmoedigend eect uitgaan. Deze
voorziening kan echter niet voorkomen dat de thin client verkeerd wordt gebruikt of wordt gestolen.
6 Hoofdstuk 1 Naslaggids voor de hardware
De thin client monteren en congureren
Deze thin client heeft aan de rechterzijde vier montagepunten. Deze montagepunten voldoen aan de VESA-
norm (Video Electronics Standards Association) voor montagebeugels van 100 mm waarin de
industriestandaard is vastgelegd voor montagevlakken voor verschillende montagebeugels en
montageaccessoires. HP biedt verschillende optionele VESA-montagebeugels om de thin client op een groot
aantal vlakke oppervlakken, zwenkarmen en monitoren in verschillende omgevingen en conguraties te
bevestigen.
Ga als volgt te werk om de montagebeugel op de thin client bevestigingen:
1. Verwijder beveiligingsvoorzieningen die voorkomen dat de montagebeugel aan de thin client kan
worden bevestigd.
2. Verwijder alle verwisselbare media, zoals USB-ashdrives, uit de thin client.
3. Als de thin client is ingeschakeld, schakelt u deze uit via het besturingssysteem uit en schakel daarna
alle externe apparaten uit.
4. Als de thin client is aangesloten, haalt u de stekker uit het stopcontact en koppelt u alle externe
apparaten los.
5. Leg de thin client omlaag met de linkerkant omhoog en de voorkant met het HP-logo naar u toe gericht.
6. Steek een vingernagel in de sleuf (1) en til vervolgens het zijpaneel (2) van de thin client.
OPMERKING: Bewaar het zijpaneel voor mogelijk toekomstig gebruik.
VOORZICHTIG: Als de thin client is gebruikt, kan de metalen plaat onder het toegangspaneel
temperaturen bereiken die ongemak kunnen veroorzaken als u ze rechtstreeks aanraakt. Schakel de thin
client uit en laat deze 20 minuten afkoelen tot kamertemperatuur voordat u het zijpaneel verwijdert.
Instellingen 7
7. Als de montagevoorziening een afstandsbeugel nodig heeft, plaatst u deze in de uitsparing aan de
zijkant van de thin client.
OPMERKING: De montagegaten van een VESA van 100 mm zijn 2 mm verzonken onder het oppervlak
van het zijpaneel van de behuizing. Sommige modellen zijn voorzien van een afstandsbeugel van 2 mm
om u te helpen bij de installatie van een montagevoorziening. Als uw model geen afstandsbeugel bevat,
moet u uw VESA 100-montagevoorziening toch op de thin client kunnen installeren.
Als het systeem een afstandsbeugel van 2 mm bevat en gecongureerd is in de horizontale richting, kan
de afstandsbeugel aan de binnenkant van de VESA-afdekking worden opgeslagen. Plaats de
afstandsbeugel in het midden van de VESA-afdekking en verdraai deze een beetje om deze in de VESA-
afdekking te vergrendelen voor opslag.
8. Bevestig de montagevoorziening aan de thin client volgens de instructies die bij uw montagevoorziening
zijn meegeleverd.
8 Hoofdstuk 1 Naslaggids voor de hardware
Ondersteunde conguratie en plaatsing
VOORZICHTIG: Als de thin client is gebruikt, kan de metalen plaat onder het toegangspaneel temperaturen
bereiken die ongemak kunnen veroorzaken als ze rechtstreeks worden aangeraakt. Schakel de thin client uit
en laat deze 20 minuten afkoelen tot kamertemperatuur voordat u de wandmontagekit verwijdert.
BELANGRIJK: Houd u altijd aan de richtlijnen van de door HP ondersteunde conguraties om ervoor te
zorgen dat de thin client juist werkt.
Tenzij de thin client met de VESA 100 mm-montagebeugel is gemonteerd, moet deze worden gebuikt met een
bevestigde standaard om een goede luchtstroom rond de thin client te garanderen.
HP thin clients zijn ontworpen om in zes verschillende posities te worden opgesteld en om alle mogelijke
opstellingsscenario's te ondersteunen.
Vertical Plus: dit is de verticale opstellingsconguratie die doorgaans wordt gebruikt op een bureau of
een ander vlak oppervlak, waarbij de systeemstandaard is bevestigd aan de onderkant van de thin client
en het HP-logo met de juiste zijde naar boven is gericht. U kunt de Vertical Plus-conguratie ook
gebruiken om de thin client te bevestigen op een verticaal vlak met een montagebeugel.
Instellingen 9
Vertical Minus: u kunt deze conguratie doorgaans gebruiken om de thin client op een verticaal, vlak
oppervlak te bevestigen en waarbij het HP-logo zich aan de onderkant bevindt in een omgekeerde
conguratie.
Horizontal Plus: u kunt deze conguratie doorgaans gebruiken om de thin client op te stellen op een
horizontaal, vlak oppervlak, zoals een bureau, waarbij de systeemstandaard bevestigd is aan de zijkant
van de computer.
Horizontal Minus: u kunt deze conguratie doorgaans gebruiken om de thin client te bevestigen onder
een horizontaal, vlak oppervlak met behulp van een montagebeugel om de computer te bevestigen aan
de onderkant van een vlak oppervlak, zoals een bureau.
10 Hoofdstuk 1 Naslaggids voor de hardware
Bezel Plus: deze opstelling wordt gebruikt om de thin client op een verticaal, vlak oppervlak, zoals een
wand, te bevestigen, zodat de ingang-/uitgangspoorten aan de voorkant en de aan-uitknop van het
systeem naar boven gericht zijn.
Bezel Minus: in deze conguratie wordt de thin client bevestigd op een verticaal, vlak oppervlak, zodat
de ingang-/uitgangspoorten naar boven gericht zijn.
Instellingen 11
Niet-ondersteunde plaatsing
HP biedt geen ondersteuning voor de volgende plaatsingen voor de thin client.
BELANGRIJK: Een niet-ondersteunde plaatsing van thin clients kan leiden tot storingen of beschadiging van
de apparatuur of beide.
Thin clients hebben voldoende ventilatie nodig om de juiste bedrijfstemperatuur te kunnen behouden.
Blokkeer de ventilatieopeningen niet.
Plaats thin clients niet in laden of andere kleine afgesloten ruimtes. Plaats geen monitor of andere
voorwerpen op de thin client. Monteer geen thin client tussen een wand en een monitor tenzij u een
goedgekeurde dubbele VESA-montageadapter gebruikt die speciaal voor dit montagescenario is ontworpen.
Thin clients hebben voldoende ventilatie nodig de juiste bedrijfstemperatuur te behouden.
In een bureaulade:
Met een monitor op de thin client:
12 Hoofdstuk 1 Naslaggids voor de hardware
Het netsnoer en de netvoedingsadapter aansluiten
1. Sluit het ene uiteinde van het netsnoer aan op de adapter (1).
2. Steek de stekker van het netsnoer in een stopcontact (2).
3. Sluit de netvoedingsadapter aan op de thin client (3).
Regelmatig onderhoud van de thin client
Gebruik de volgende gegevens voor goed onderhoud van de thin client:
Gebruik de thin client nooit als het buitenste paneel is verwijderd.
Plaats de thin client niet in zeer vochtige ruimtes en stel de thin client niet bloot aan direct zonlicht of
zeer hoge of lage temperaturen. Ga naar http://www.hp.com/go/quickspecs voor informatie over de
aanbevolen temperatuur en luchtvochtigheid voor de thin client.
Houd vloeistoen uit de buurt van de thin client en het toetsenbord.
Schakel de thin client uit en neem, indien nodig, de buitenkant af met een zachte, vochtige doek.
Schoonmaakmiddelen kunnen de afwerking doen verkleuren of beschadigen.
Instellingen 13
2 Hardwarewijzigingen
Waarschuwingen
Lees zorgvuldig alle instructies en waarschuwingen in deze handleiding voordat u een upgrade uitvoert.
WAARSCHUWING! U beperkt als volgt het risico op persoonlijk letsel door elektrische schokken, warme
oppervlakken of brand:
Bevat elektrische en bewegende onderdelen. Schakel de stroomtoevoer naar het apparaat uit voordat u de
behuizing verwijdert.
Laat de interne systeemonderdelen afkoelen voordat u ze aanraakt.
Plaats de behuizing terug voordat u de stroomtoevoer weer aansluit.
Sluit geen telefoon- of telecommunicatie-aansluitingen aan op de aansluitpunten van de netwerkadapter
(NIC).
Gebruik de geaarde stekker van het netsnoer. De geaarde stekker is een belangrijke veiligheidsvoorziening.
Sluit het netsnoer aan op een geaard stopcontact dat altijd goed bereikbaar is.
Lees de Handleiding voor veiligheid en comfort, die u bij de gebruikershandleidingen vindt, om het risico op
ernstig letsel te beperken. Deze handleiding bevat aanwijzingen voor de optimale inrichting van de werkplek,
een goede houding en gezonde werkgewoonten voor computergebruikers. De Handleiding voor veiligheid en
comfort bevat ook belangrijke informatie over elektrische en mechanische veiligheid. De Handleiding voor
veiligheid en comfort is ook beschikbaar op http://www.hp.com/ergo.
BELANGRIJK: Statische elektriciteit kan de elektrische onderdelen van de thin client of optionele apparatuur
beschadigen. Zorg ervoor dat u niet statisch geladen bent. Raak een geaard metalen voorwerp aan voordat u
de volgende handelingen uitvoert. Raadpleeg Elektrostatische ontlading op pagina 65 voor meer informatie.
Wanneer de thin client is aangesloten op een stopcontact, wordt de systeemkaart altijd van stroom voorzien.
Haal de stekker uit het stopcontact voordat u de thin client opent om schade aan interne onderdelen te
voorkomen.
Het toegangspaneel verwijderen en terugplaatsen
Tabel
2-1 Waarschuwing voor verbrandingsgevaar
Waarschuwing voor verbrandingsgevaar
VOORZICHTIG: Brandgevaar! Om mogelijke brandwonden te voorkomen, wacht u 20 minuten nadat u de thin
client hebt uitgeschakeld voordat u het toegangspaneel verwijdert en terugplaatst.
14 Hoofdstuk 2 Hardwarewijzigingen
Het toegangspaneel verwijderen
WAARSCHUWING! Zorg ervoor dat het toegangspaneel altijd is bevestigd voordat u de thin client gebruikt
om het risico op persoonlijk letsel of schade aan de apparatuur door elektrische schokken, hete oppervlakken
of brand te beperken. Naast een verbeterde veiligheid kan het toegangspaneel belangrijke instructies en
identicatiegegevens bevatten die verloren kunnen gaan als het toegangspaneel niet wordt gebruikt. Gebruik
alleen het toegangspaneel dat door HP is meegeleverd voor gebruik met deze thin client.
Controleer of de thin client is uitgeschakeld en of het netsnoer uit het stopcontact is gehaald voordat u het
toegangspaneel van de thin client verwijdert.
Ga als volgt te werk om het toegangspaneel te verwijderen:
1. Verwijder alle beveiligingsapparaten die het openen van de thin client verhinderen.
2. Verwijder alle verwisselbare media, zoals USB-ashdrives, uit de thin client.
3. Schakel de thin client via het besturingssysteem uit en schakel daarna alle externe apparaten uit.
4. Haal het netsnoer uit het stopcontact en koppel alle externe apparaten los.
BELANGRIJK: Er staat altijd spanning op de systeemkaart wanneer de stekker van het systeem in een
actief stopcontact zit, ongeacht of het systeem in- of uitgeschakeld is. Haal de stekker van het netsnoer
uit het stopcontact om schade aan de interne onderdelen van de thin client te voorkomen.
5. Verwijder indien nodig de standaard of montagebeugel van de thin client.
6. Leg de thin client plat op een stabiel oppervlak met de rechterzijde omhoog.
7. Open de vergrendeling (1) aan de linkerkant van het achterste I/O-paneel, draai het paneel (2) naar
rechts en trek het van de thin client af.
8. Druk op de vergrendeling van het toegangspaneel (1) om het toegangspaneel te verwijderen.
Het toegangspaneel verwijderen en terugplaatsen 15
9. Draai de achterkant van het toegangspaneel (2) omhoog en til vervolgens de voorkant van het
toegangspaneel (3) omhoog en uit de behuizing.
Het toegangspaneel terugplaatsen
Ga als volgt te werk om het toegangspaneel terug te plaatsen:
1. Plaats het toegangspaneel met de scharnierende kant in de voorkant van het systeem (1) en draai
vervolgens de achterkant van het toegangspaneel omlaag (2) zodat het vastklikt.
16 Hoofdstuk 2 Hardwarewijzigingen
2. Steek de haakjes aan de rechterkant van het achterste I/O-paneel (1) in de rechterkant van de behuizing,
draai de linkerkant (2) naar de behuizing en druk het aan totdat de behuizing vastklikt.
3. Plaats de standaard of de montagebeugel van de thin client terug als deze is verwijderd.
4. Sluit het netsnoer weer aan en schakel de thin client in.
5. Vergrendel beveiligingsvoorzieningen die u hebt ontgrendeld bij het verwijderen van het
toegangspaneel van de thin client.
Interne onderdelen lokaliseren
Tabel
2-2 Interne onderdelen
Onderdelen
(1) Accu
(2) DDR4 SDRAM-geheugen (2 SODIMM's)
Interne onderdelen lokaliseren 17
De accu verwijderen en vervangen
Ga als volgt te werk om de accu te verwijderen:
1. Verwijder alle beveiligingsapparaten die het openen van de thin client verhinderen.
2. Verwijder alle verwisselbare media, zoals USB-ashdrives, uit de thin client.
3. Schakel de thin client via het besturingssysteem uit en schakel daarna alle externe apparaten uit.
4. Haal het netsnoer uit het stopcontact en koppel alle externe apparaten los.
BELANGRIJK: Er staat altijd spanning op de systeemkaart wanneer de stekker van het systeem in een
onder spanning staand stopcontact zit, ongeacht of het systeem in- of uitgeschakeld is. Haal de stekker
van het netsnoer uit het stopcontact om schade aan de interne onderdelen van de thin client te
voorkomen.
5. Verwijder de standaard of montagebeugel van de thin client.
6. Leg de thin client plat op een stabiel oppervlak.
7. Verwijder het toegangspaneel van de thin client. Zie Het toegangspaneel verwijderen en terugplaatsen
op pagina 14.
VOORZICHTIG: Laat de interne systeemonderdelen afkoelen voordat u ze aanraakt om het risico op
brandwonden te beperken.
8. Zoek de accu op de systeemkaart. Zie Interne onderdelen lokaliseren op pagina 17.
9. Knijp de metalen klem (1) boven de accu enigszins samen om de accu te ontgrendelen. Verwijder de accu
zodra deze los komt (2).
18 Hoofdstuk 2 Hardwarewijzigingen
10. Schuif één kant van de nieuwe accu onder het lipje van de houder (1), met de pluspool naar boven
gericht. Duw de andere kant van de accu omlaag totdat de klem over de rand van de accu springt (2).
11. Plaats het toegangspaneel terug en vergrendel het en plaats daarna het achterste I/O-paneel terug. Zie
Het toegangspaneel verwijderen en terugplaatsen op pagina 14.
12. Plaats de standaard of de montagebeugel van de thin client terug.
13. Sluit het netsnoer weer aan en schakel de thin client in.
14. Vergrendel beveiligingsvoorzieningen die zijn ontgrendeld wanneer u het toegangspaneel van de thin
client hebt verwijderd.
HP moedigt klanten aan gebruikte elektronica, originele HP printcartridges en oplaadbare accu's te recyclen.
Ga voor meer informatie over recyclingprogramma's naar http://www.hp.com en zoek naar 'recycle'.
Tabel
2-3 Denities van het accupictogram
Pictogram Denitie
Gooi batterijen, accu's en accumulatoren niet bij weg met het normale huishoudelijke afval. Om
ze te recyclen of op de juiste manier te verwijderen, kunt u gebruik maken van het openbare
inzamelingssysteem voor klein chemisch afval of ze terugsturen naar HP, een erkende HP-
partner of een van hun agenten.
The Taiwan EPA requires dry battery manufacturing or importing rms in accordance with Article
15 of the Waste Disposal Act to indicate the recovery marks on the batteries used in sales,
giveaway or promotion. Contact a qualied Taiwanese recycler for proper battery disposal.
Het systeemgeheugen upgraden
De systeemkaart bevat geheugensockets voor maximaal twee industriestandaard SODIMM's. In deze
geheugensockets bevindt zich ten minste één vooraf geïnstalleerde SODIMM. Om de maximale
systeemprestaties te bereiken, raadt HP aan om de thin client te congureren voor tweekanaalsgeheugen
door beide SODIMM-sleuven te vullen met een SODIMM-geheugenmodule.
Voor de juiste systeembesturing moeten de geheugenmodules voldoen aan de volgende specicaties:
Het systeemgeheugen upgraden 19
Industriestandaard 260-pin SODIMM
Ongebuerde niet-ECC DDR4 SDRAM
Voorzien zijn van de verplichte specicatie van de Joint Electronic Device Engineering Council (JEDEC)
De thin client ondersteunt:
niet-ECC-Geheugenmodules van 4 GB en 8 GB
Enkelzijdige en dubbelzijdige SODIMM's
OPMERKING: Het systeem werkt niet goed als er een niet-ondersteunde geheugenmodule is geïnstalleerd.
Tabel 2-4 Aanbevolen geheugenondersteuning voor monitoren
Windows® 10 IoT RS5 FHD
1920 × 1080 bij 60 Hz
UHD/4K
3840 × 2160 bij 30 Hz
Geheugenconguratie enkel-/dubbelkanaal dubbelkanaal
Maximaal aantal ondersteunde monitoren 2 2
1080p-video afspelen ja ja
4K-video afspelen ja ja
OPMERKING: HP raadt bij 4K-monitoren tweekanaalsgeheugen aan voor optimale prestaties.
Een geheugenmodule verwijderen en installeren
BELANGRIJK: Haal de stekker uit het stopcontact en wacht ongeveer 30 seconden om de spanning uit het
systeem te laten wegvloeien, voordat u de geheugenmodule plaatst of verwijdert. Er staat altijd spanning op
de geheugenmodule zolang de thin client is aangesloten op een actief stopcontact, ongeacht of het systeem
is in- of uitgeschakeld. Als u een geheugenmodule toevoegt of verwijdert wanneer er spanning op het
systeem staat, kan dit leiden tot onherstelbare beschadiging van de geheugenmodule of de systeemkaart.
De socket voor de geheugenmodule heeft vergulde contactpunten. Als u het geheugen uitbreidt, gebruikt u
een geheugenmodule met vergulde contactpunten gebruikt om corrosie, oxidatie of beide ten gevolge van
contact tussen onverenigbare metalen te voorkomen.
Statische elektriciteit kan de elektronische onderdelen van de thin client beschadigen. Zorg ervoor dat u niet
statisch geladen bent. Raak een geaard metalen voorwerp aan voordat u de volgende handelingen uitvoert.
Zie
Elektrostatische ontlading op pagina 65 voor meer informatie.
Voorkom dat u contactpunten aanraakt terwijl u een geheugenmodule hanteert. Als u dat wel doet, kunt u de
module beschadigen.
1. Verwijder alle beveiligingsapparaten die het openen van de thin client verhinderen.
2. Verwijder alle verwisselbare media, zoals USB-ashdrives, uit de thin client.
3. Schakel de thin client via het besturingssysteem uit en schakel daarna alle externe apparaten uit.
4. Haal het netsnoer uit het stopcontact en koppel alle externe apparaten los.
BELANGRIJK: Er staat altijd spanning op de systeemkaart wanneer de stekker van het systeem in een
onder spanning staand stopcontact zit, ongeacht of het systeem in- of uitgeschakeld is. Haal de stekker
van het netsnoer uit het stopcontact om schade aan de interne onderdelen van de thin client te
voorkomen.
20 Hoofdstuk 2 Hardwarewijzigingen
5. Verwijder de standaard of montagebeugel van de thin client.
6. Leg de thin client plat op een stabiel oppervlak.
7. Verwijder het toegangspaneel van de thin client. Zie Het toegangspaneel verwijderen en terugplaatsen
op pagina 14.
VOORZICHTIG: Laat de interne systeemonderdelen afkoelen voordat u ze aanraakt om het risico op
brandwonden te beperken.
8. Zoek de geheugenmodulesockets op de systeemkaart. Zie Interne onderdelen lokaliseren op pagina 17.
9. Verwijder de geheugenmodule door de vergrendelingen aan de uiteinden van de geheugenmodule naar
buiten te drukken (1), de geheugenmodule naar boven te draaien en de geheugenmodule uit de socket
te trekken (2).
10. Schuif de nieuwe geheugenmodule (1) onder een hoek van ongeveer 30° in de socket en druk de
geheugenmodule omlaag (2) zodat de vergrendelingen hem op zijn plaats vergrendelen.
OPMERKING: Een geheugenmodule kan slechts op een manier worden geïnstalleerd. Zorg dat de
uitsparing op de module aansluit op het lipje van de geheugensocket.
11. Plaats het toegangspaneel terug en vergrendel het en plaats daarna het achterste I/O-paneel terug. Zie
Het toegangspaneel verwijderen en terugplaatsen op pagina 14.
12. Plaats de standaard of de montagebeugel van de thin client terug.
13. Sluit het netsnoer weer aan en schakel de thin client in.
14. Vergrendel beveiligingsvoorzieningen die zijn ontgrendeld wanneer u het toegangspaneel van de thin
client hebt verwijderd.
Het nieuwe geheugen wordt automatisch herkend wanneer u de thin client inschakelt.
Het systeemgeheugen upgraden 21
Seriële poorten congureren
U kunt alle seriële poorten (COM1, COM2, COM3 en COM4) congureren op de thin client. Apparaten
aangesloten op een seriële poort met eigen voeding hebben mogelijk geen voedingsbron nodig.
Jumpers congureerbare seriële poort zoeken
Jumpers van de individueel congureerbare seriële poort op de systeemkaart worden gepositioneerd zoals
wordt weergegeven de volgende afbeelding:
22 Hoofdstuk 2 Hardwarewijzigingen
Functionaliteit seriële poort
BELANGRIJK: Om ernstige schade aan het apparaat te voorkomen, controleert u zorgvuldig de locatie van
de jumper van de seriële poort voordat u deze congureert. Zie Jumpers congureerbare seriële poort zoeken
op pagina 22 voor locaties.
Seriële poorten congureren 23
Tabel 2-5 Instellingen congureerbare seriële poorten
Jumperconguratie Functie Pin
24 Hoofdstuk 2 Hardwarewijzigingen
Tabel 2-5 Instellingen congureerbare seriële poorten (vervolg)
Jumperconguratie Functie Pin
Seriële poorten congureren 25
Tabel 2-5 Instellingen congureerbare seriële poorten (vervolg)
Jumperconguratie Functie Pin
26 Hoofdstuk 2 Hardwarewijzigingen
Tabel 2-5 Instellingen congureerbare seriële poorten (vervolg)
Jumperconguratie Functie Pin
Seriële poorten congureren 27
Tabel 2-5 Instellingen congureerbare seriële poorten (vervolg)
Jumperconguratie Functie Pin
28 Hoofdstuk 2 Hardwarewijzigingen
Tabel 2-5 Instellingen congureerbare seriële poorten (vervolg)
Jumperconguratie Functie Pin
Seriële poorten congureren 29
Tabel 2-5 Instellingen congureerbare seriële poorten (vervolg)
Jumperconguratie Functie Pin
30 Hoofdstuk 2 Hardwarewijzigingen
Tabel 2-5 Instellingen congureerbare seriële poorten (vervolg)
Jumperconguratie Functie Pin
Seriële poorten congureren 31
Tabel 2-5 Instellingen congureerbare seriële poorten (vervolg)
Jumperconguratie Functie Pin
32 Hoofdstuk 2 Hardwarewijzigingen
De seriële poorten congureren
1. Zorg dat alle beveiligingsvoorzieningen die ervoor zorgen dat de thin client niet kan worden geopend,
verwijderd of losgekoppeld zijn.
2. Verwijder alle verwisselbare media, zoals USB-ashdrives, uit de thin client.
3. Schakel de thin client via het besturingssysteem uit en schakel daarna alle externe apparaten uit.
4. Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact en ontkoppel alle externe apparaten.
BELANGRIJK: Er staat altijd spanning op de systeemkaart wanneer de stekker van het systeem in een
actief stopcontact zit, ongeacht of het systeem in- of uitgeschakeld is. Haal de stekker van het netsnoer
uit het stopcontact om schade aan de interne onderdelen van de thin client te voorkomen.
5. Verwijder de standaard van de thin client.
6. Leg de thin client plat op een stabiel oppervlak met de rechterzijde omhoog.
7. Verwijder het toegangspaneel van de thin client. Zie Het toegangspaneel verwijderen en terugplaatsen
op pagina 14.
8. Zoek de seriële poort en jumper. Zie Jumpers congureerbare seriële poort zoeken op pagina 22.
9. Plaats de jumpers op de juiste pennen. (Zie Functionaliteit seriële poort op pagina 23 om de juiste
pennen te bepalen.)
VOORZICHTIG: Een niet-ondersteunde conguratie kan ernstige schade aan het apparaat
veroorzaken. Controleer zorgvuldig de locaties van de jumpers van de seriële poort en ondersteunde
conguraties voordat u een seriële poort congureert. Zie Jumpers congureerbare seriële poort zoeken
op pagina 22 voor de locaties van de jumper. Raadpleeg Functionaliteit seriële poort op pagina 23 voor
ondersteunde conguraties.
10. Plaats het toegangspaneel terug. Zie Het toegangspaneel verwijderen en terugplaatsen op pagina 14.
11. Zet de standaard van de thin client terug.
12. Sluit externe apparaten opnieuw aan, steek de stekker opnieuw in het stopcontact en en schakel
vervolgens de thin client in.
13. Vergrendel beveiligingsvoorzieningen die u hebt ontgrendeld bij het verwijderen van het
toegangspaneel van de thin client.
Seriële poorten congureren 33
3 Problemen oplossen
Hulpprogramma computer Setup (F10), BIOS-instellingen
Hulpprogramma's Computer Setup (F10)
Met het hulpprogramma Computer Setup (F10) kunt u:
De fabrieksinstellingen wijzigen.
De systeemdatum en systeemtijd instellen.
De systeemconguratie instellen, weergeven, wijzigen of controleren. U kunt onder andere instellingen
voor de processor, het beeldscherm, het geheugen, audio, opslag, communicatie en invoerapparatuur
wijzigen.
De opstartvolgorde wijzigen van opstartbare apparaten, zoals SSD-schijven of USB-ashapparaten.
Het weergeven van berichten over POST (Power-On Self Test, zelftest bij het opstarten) in- of
uitschakelen. Als de weergave van POST-berichten is uitgeschakeld, worden de meeste POST-berichten
onderdrukt, zoals de geheugentelling, de productnaam en andere berichten die niet op een fout duiden.
Als er een fout optreedt tijdens de POST, wordt de fout weergegeven, ongeacht of u POST-berichten
heeft in- of uitgeschakeld. Als u tijdens de POST de weergave van POST-berichten wilt inschakelen, drukt
u op een willekeurige toets (behalve F1 tot en met F12).
Het inventarisnummer of eigendomsidenticatienummer invoeren dat door uw bedrijf aan deze
computer is toegekend.
Instellen dat naar het opstartwachtwoord wordt gevraagd, zowel bij het opnieuw starten van het
systeem (warme start) als bij het opstarten.
Een instelwachtwoord deniëren dat de toegang beheert tot het hulpprogramma Computer Setup (F10)
en de instellingen die in dit gedeelte worden beschreven.
Geïntegreerde I/O-functionaliteit beveiligen, waaronder USB-audio en ingebouwde netwerkadapter,
zodat deze niet kunnen worden gebruikt tenzij de beveiliging wordt opgeheven.
Het hulpprogramma Computer Setup (F10) gebruiken
Het hulpprogramma Computer Setup kan alleen worden geactiveerd wanneer u de computer inschakelt of
opnieuw opstart. U krijgt als volgt toegang tot Computer Setup:
1. Schakel de computer in of start de computer opnieuw op.
2. Druk op esc of F10 als het bericht 'Press the ESC key for Startup Menu' (Druk op ESC om het
setupprogramma te openen) onder aan het scherm verschijnt.
Door op esc te drukken, wordt een menu geopend waarmee u toegang hebt tot verschillende opties die
beschikbaar zijn bij het opstarten.
OPMERKING: Als u niet op het juiste moment op esc of F10 drukt, start u de computer opnieuw op en
drukt u opnieuw op esc of F10 (maar nu op het moment dat het monitorlampje groen gaat branden) om
het hulpprogramma te openen.
OPMERKING: U kunt de taal selecteren voor de meeste menu's, instellingen en berichten via de optie
Language Selection (Taalselectie) met behulp van de toets F8 in Computer Setup.
34 Hoofdstuk 3 Problemen oplossen
3. Als u op toets esc hebt gedrukt, drukt u op F10 om Computer Setup te openen.
Er worden vijf verschillende koppen weergegeven in het menu Computer Setup Utilities
(Hulpprogramma's voor computerinstallatie): File (Bestand), Storage (Opslag), Security (Beveiliging),
Power (Voeding) en Advanced (Geavanceerd).
4. Gebruik de pijltoetsen (links en rechts) om de toepasselijke kop te selecteren. Gebruik de pijltoetsen
(omhoog en omlaag) om de gewenste optie te selecteren en druk op enter. Als u wilt teruggaan naar het
beginscherm van het hulpprogramma Computer Setup, drukt u op esc.
5. Als u uw wijzigingen wilt toepassen en opslaan, selecteert u File (Bestand) > Save Changes and Exit
(Wijzigingen opslaan en afsluiten).
Als u wijzigingen heeft aangebracht die u niet wilt toepassen, selecteert u Ignore Changes and Exit
(Wijzigingen negeren en afsluiten).
Selecteer Apply Defaults and Exit (Standaardwaarden toepassen en afsluiten) om de
fabrieksinstellingen te herstellen. Met deze optie worden de oorspronkelijke fabrieksinstellingen
van het systeem hersteld.
BELANGRIJK: Schakel de computer niet uit terwijl de wijzigingen van de Computer Setup (F10) in het BIOS
worden opgeslagen, omdat de CMOS hierdoor kan worden beschadigd. U kunt de computer pas uitschakelen
nadat het F10 Setup-scherm is afgesloten.
Tabel 3-1 Categorieën Computer Setup (F10)
Onderwerp Tabel
Bestand Computer Setup:Bestand op pagina 35
Opslag Computer Setup:Opslag op pagina 36
beveiliging Computer Setup:beveiliging op pagina 37
Voeding Computer Setup:Voeding op pagina 39
Geavanceerd Computer Setup:Geavanceerd op pagina 40
Computer Setup:Bestand
OPMERKING: Welke opties van Computer Setup worden ondersteund, is afhankelijk van de
hardwareconguratie.
Tabel 3-2 Computer Setup:Bestand
Optie Beschrijving
Systeeminformatie Hiermee wordt de volgende informatie weergegeven:
Productnaam
Geheugengrootte
Processortype
Processorsnelheid
Cachegrootte (L1/L2)
Stepping van de processor
Geheugensnelheid
Systeem-BIOS
Hulpprogramma computer Setup (F10), BIOS-instellingen 35
Tabel 3-2 Computer Setup:Bestand (vervolg)
Optie Beschrijving
TPM FW-versie
Serienummer van de behuizing
SKU-nummer
UUID
Inventarisnummer
Functiebyte
Productienummer
Productgroep
CT-nummer systeemkaart
Geïntegreerde Mac
Over Hiermee geeft u informatie over het auteursrecht weer.
Datum en tijd instellen Hiermee stelt u de systeemtijd en systeemdatum in.
Systeem-ROM ashen Hiermee kunt u het systeem-BIOS ashen vanaf een USB-herstelstick.
Standaardconguratie Hiermee kunt u het volgende doen:
Huidige instellingen opslaan als standaard
Standaardwaarden herstellen
Standaardwaarden
toepassen en afsluiten
Gebruik de oorspronkelijke fabrieksinstellingen voor gebruik bij een volgende actie 'Standaardwaarden
toepassen en afsluiten'.
Wijzigingen negeren en
afsluiten
Hiermee sluit u Computer Setup af zonder wijzigingen toe te passen of op te slaan.
Wijzigingen opslaan en
afsluiten
Hiermee slaat u wijzigingen in de systeemconguratie of standaardinstellingen op en sluit u Computer
Setup af.
Computer Setup:Opslag
Tabel
3-3 Computer Setup:Opslag
Optie Beschrijving
Apparaatconguratie Hiermee geeft u alle geïnstalleerde en door het BIOS bestuurde opslagapparaten weer. Wanneer u een
apparaat selecteert, worden gedetailleerde gegevens en opties weergegeven. De volgende opties kunnen
worden weergegeven:
Vaste schijf: Grootte, model, rmwareversie, serienummer.
Opslagopties Opstarten van USB-opslag
Hiermee kunt u de standaard opstartoptie instellen van een USB-opslagmedium in de CSM/Legacy-
modus.
Opstartvolgorde Hiermee kunt u het volgende doen:
Geef de volgorde op waarin EFI-opstartbronnen (zoals een interne schijf, een vaste USB-schijf of een
optische USB-schijfeenheid) worden gecontroleerd op een image van een opstartbaar
besturingssysteem. Elk apparaat op de lijst kan afzonderlijk worden uitgesloten of toegevoegd als
36 Hoofdstuk 3 Problemen oplossen
Tabel 3-3 Computer Setup:Opslag (vervolg)
Optie Beschrijving
apparaat waarop wordt gezocht naar een bron van een opstartbaar besturingssysteem. EFI-
opstartbronnen hebben altijd voorrang over oudere opstartbronnen.
Geef de volgorde op waarin oudere opstartbronnen (zoals een netwerkkaart, een interne schijf of
een optische USB-schijfeenheid) worden gecontroleerd op een image van een opstartbaar
besturingssysteem. Elk apparaat op de lijst kan afzonderlijk worden uitgesloten of toegevoegd als
apparaat waarop wordt gezocht naar een bron van een opstartbaar besturingssysteem.
Geef de volgorde op van de aangesloten vaste schijven. De eerste vaste schijf die u opgeeft, krijgt
voorrang in de opstartvolgorde en wordt herkend als de C-schijfeenheid (als er apparaten zijn
aangesloten).
OPMERKING: U kunt F5 gebruiken om afzonderlijke opstartitems uit te schakelen, evenals het opstarten
van de EFI- en/of oudere opstartopties uitschakelen.
De toewijzing van stationsletters in MS-DOS is mogelijk niet meer van toepassing nadat een ander
besturingssysteem is opgestart.
Sneltoets om opstartvolgorde eenmalig te wijzigen
Om eenmalig op te starten van een ander apparaat dan het standaardapparaat dat is opgegeven in de
opstartvolgorde, start u de computer opnieuw en drukt u op esc (voor toegang tot het opstartmenu) en
vervolgens op F9 (opstartvolgorde) of alleen op F9 (het opstartmenu overslaan) als het lampje van de
monitor groen brandt. Wanneer POST is voltooid, wordt een lijst met opstartapparaten weergegeven.
Gebruik de pijltoetsen om het gewenste opstartapparaat te selecteren en druk op enter. De computer
wordt dan eenmalig opgestart vanaf het geselecteerde apparaat.
Computer Setup:beveiliging
OPMERKING: Welke opties van Computer Setup precies worden ondersteund, is mede afhankelijk van de
hardwareconguratie.
Tabel 3-4 Computer Setup:beveiliging
Optie Beschrijving
Instelwachtwoord Hiermee kunt u een instelwachtwoord (beheerderswachtwoord) instellen en inschakelen.
OPMERKING: Als het instelwachtwoord is ingesteld, hebt u dit wachtwoord nodig om wijzigingen aan te
brengen in de opties van Computer Setup, om een ROM-ash uit te voeren en om wijzigingen aan te
brengen in bepaalde Plug and play-instellingen van Windows.
Opstartwachtwoord Hiermee kunt u een opstartwachtwoord instellen en inschakelen. De gebruiker wordt telkens naar het
opstartwachtwoord gevraagd nadat het systeem is ingeschakeld of opnieuw is opgestart. Als de gebruiker
niet het juiste opstartwachtwoord opgeeft, wordt de thin client niet opgestart.
Wachtwoordopties
(Deze selectie wordt
alleen weergegeven als er
een opstart- of
instelwachtwoord is
ingesteld.)
Hiermee kunt u de volgende functies in- of uitschakelen:
Strikt wachtwoord: als dit is ingesteld, wordt een modus geactiveerd waarin fysiek omzeilen van de
wachtwoordfunctie niet mogelijk is. Als de functie is ingeschakeld, wordt het verwijderen van de
wachtwoord-jumper genegeerd.
Vragen naar wachtwoord op F9 & F12: is standaard ingeschakeld.
Bladermodus instellen: staat weergeven, maar niet wijzigen, toe van de F10 instelopties zonder
invoeren van instelwachtwoord. standaard is ingeschakeld.
Apparaatbeveiliging Hiermee kunt u ingeschakeld/uitgeschakeld instellen (standaard is ingeschakeld) voor:
Systeemaudio
Netwerkcontroller
Hulpprogramma computer Setup (F10), BIOS-instellingen 37
Tabel 3-4 Computer Setup:beveiliging (vervolg)
Optie Beschrijving
M.2-opslag
eMMC
USB-beveiliging Hiermee kunt u ingeschakeld/uitgeschakeld instellen (standaard is ingeschakeld) voor:
USB-poorten aan de voorkant
USB-poort 0
USB-poort 1
USB-poorten aan de achterkant
USB-poort 2
USB-poort 3
USB-poort 4
USB-poort 5
Sleufbeveiliging Hiermee kunt u de M.2-sleuf uitschakelen. Standaard is Ingeschakeld.
Sleufnummer:M.2 PCIe x1
Opstarten via netwerk Hiermee schakelt u de mogelijkheid in of uit om de computer op te starten vanaf een besturingssysteem
dat op een netwerkserver is geïnstalleerd. (Functie alleen beschikbaar op NIC-modellen; de netwerkkaart
moet een PCI-uitbreidingskaart zijn of in de systeemkaart zijn geïntegreerd.) Standaard is Ingeschakeld.
Systeem-ID's Hiermee kunt u het volgende instellen:
Inventarisnummer (18-byte code):eigendomsidenticatienummer dat het bedrijf heeft toegekend
aan deze computer.
Eigendomslabel (80-byte identier)
Systeembeveiliging Biedt deze opties:
Voorkomen van gegevensuitvoering (Ingeschakeld/Uitgeschakeld): Helpt bij het voorkomen van
beveiligingslekken in het besturingssysteem. standaard is ingeschakeld.
Virtualizatietechnologie (VTx) (Ingeschakeld/Uitgeschakeld):hiermee kunt u de virtualisatiefuncties
van de processor regelen. Nadat deze instelling is gewijzigd, moet de computer worden
uitgeschakeld en weer ingeschakeld. Standaard is Uitgeschakeld.
TPM-apparaat (Beschikbaar/Verborgen):Als het item is ingesteld op Verborgen, dan is het TPM-
apparaat niet zichtbaar voor het besturingssysteem.
TPM-status (Ingeschakeld/Uitgeschakeld):Als het TPM-apparaat is ingesteld op Verborgen, wordt
deze instelling in het BIOS verborgen. Als de TPM-apparaatinstelling wordt gewijzigd van Verborgen
in Beschikbaar, wordt dit item gelijk in het BIOS zichtbaar, zonder opnieuw te hoeven opstarten. De
TPM-statusinstelling wordt opgeslagen wanneer de TPM-apparaatinstelling wordt gewijzigd in
Verborgen en wordt hersteld wanneer deze wordt teruggezet naar Beschikbaar. De instelling van de
TPM-status kan alleen worden gewijzigd wanneer u het verzoek bevestigt bij de fysieke
aanwezigheidscontrole van het BIOS bij de volgende opstarten.
TPM wissen (Niet opnieuw instellen/Opnieuw instellen):Als het TPM-apparaat is ingesteld op
Verborgen, wordt deze instelling in het BIOS verborgen. De TPM kan alleen worden gewist wanneer u
het verzoek bevestigt bij de fysieke aanwezigheidscontrole van het BIOS bij de volgende opstarten.
Als u Ja selecteert, verzendt het BIOS TPM2_Clear om de opslag- en goedkeuringshiërarchie te
wissen. Nadat de TPM is gewist, schakelt het BIOS TPM vericatie bij opstarten uit en wordt de
instelling van TPM wissen ingesteld op Nee. De instelling TPM-status blijft dezelfde voor en na de
38 Hoofdstuk 3 Problemen oplossen
Tabel 3-4 Computer Setup:beveiliging (vervolg)
Optie Beschrijving
bewerking TPM wissen. De instelling TPM wissen is ook ingesteld op Nee zonder actie te
ondernemen als u Nee selecteert voor de fysieke aanwezigheidscontrole.
Veilige
opstartconguratie
De opties op deze instelpagina zijn alleen voor Windows 10 en andere besturingssystemen die Secure
Boot (Veilig opstarten) ondersteunen. Het veranderen van de standaardinstelling van instelopties op deze
pagina voor besturingssystemen die Secure Boot niet ondersteunen, kan voorkomen dat het systeem
opstart.
Ondersteuning voor oudere versies (Ingeschakeld/Uitgeschakeld):De ondersteuning voor oudere
besturingssysteem in- of uitschakelen.
Veilig opstarten (Ingeschakeld/Uitgeschakeld):wanneer de ondersteuning voor oudere versies is ingesteld
op Uitgeschakeld, kan dit item worden ingesteld op Ingeschakeld. Dit item is bedoeld voor de
stromingsregeling van Veilig opstarten. Veilig opstarten is uitsluitend mogelijk als het systeem in de
gebruikersmodus draait.
Sleutelbeheer
Sleutel voor veilig opstarten wissen (Niet wissen/Wissen). hiermee kunt u de sleutel voor veilig
opstarten wissen.
Sleuteleigendom (HP sleutels/Klantsleutels). Hiermee kunt u de sleutels van verschillende eigenaars
wijzigen.
Snel opstarten (Ingeschakeld/Uitgeschakeld): Snel opstarten inschakelen zorgt ervoor dat het systeem
wordt opgestart en dat een minimaal aantal apparaten wordt geïnitialiseerd dat nodig is om de actieve
opstartoptie te starten. Deze optie heeft geen eect op BBS-opstartopties.
Computer Setup:Voeding
OPMERKING: Welke opties van Computer Setup precies worden ondersteund, is mede afhankelijk van de
hardwareconguratie.
Tabel 3-5 Computer Setup:Voeding
Optie Beschrijving
Energiebeheer
besturingssysteem
Energiebeheer tijdens gebruik (Ingeschakeld/Uitgeschakeld): hiermee kunt u voor bepaalde
besturingssystemen het processorvoltage en de processorfrequentie verlagen wanneer voor de huidige
softwarebelasting niet de volledige capaciteit van de processor vereist is. Standaard is Ingeschakeld.
Energiebesparing tijdens niet-gebruik (Uitgebreid/Normaal): hiermee kunnen bepaalde
besturingssystemen het stroomverbruik van de processor verlagen wanneer de processor inactief is.
Standaard is Uitgebreid.
Energiebeheer hardware S5 Maximale energiebesparing: schakelt de stroomtoevoer uit naar alle niet-essentiële hardware als het
systeem uitgeschakeld is om te voldoen aan de eisen van EUP Lot 6 voor een energieverbruik lager dan
0,5 watt. Standaard is Uitgeschakeld.
Hulpprogramma computer Setup (F10), BIOS-instellingen 39
Computer Setup:Geavanceerd
OPMERKING: Welke opties van Computer Setup precies worden ondersteund, is mede afhankelijk van de
hardwareconguratie.
Tabel 3-6 Computer Setup:Geavanceerd (voor gevorderde gebruikers)
Optie Onderwerp
Opstartopties Hiermee kunt u het volgende instellen:
POST-berichten (Ingeschakeld/Uitgeschakeld): standaard is uitgeschakeld.
Druk op de ESC-toets voor opstartmenu (Weergegeven/Verborgen).
Na stroomstoring (Uit/Aan/Vorige staat): standaard is voeding uit. Stel deze optie als volgt in:
Voeding uitgeschakeld:hiermee blijft de computer uitgeschakeld wanneer de netvoeding is
hersteld.
Voeding ingeschakeld:hiermee wordt de computer automatisch ingeschakeld zodra de voeding
wordt hersteld.
Vorige toestand:hiermee wordt de computer automatisch ingeschakeld zodra de voeding is
hersteld, net zoals de computer was ingeschakeld toen de voeding werd onderbroken.
OPMERKING: Als u de netvoeding van de computer uitschakelt met de schakelaar van een stekkerdoos,
kunt u de functies stand-by/hibernationstand en Beheer op afstand niet gebruiken.
Vertraging na POST (in seconden): als u deze optie inschakelt, wordt er tijdens de POST een
instelbare vertraging toegepast. Vaste schijven op bepaalde PCI-kaarten hebben deze vertraging
soms nodig, omdat zij dermate langzaam op gang komen, dat ze niet gereed zijn om op te starten
wanneer de zelftest (POST) is voltooid. De vertraging na POST geeft u ook meer tijd om op F10 te
drukken om Computer Setup (F10) te starten. Standaard is Geen.
F1 Prompt op conguratiewijzigingen omzeilen (Ingeschakeld/Uitgeschakeld).
Opstartbron extern ontwaken (Lokale vaste schijf/Externe server). Hiermee kunt u de bron instellen
vanwaar de computer de opstartbestanden ophaalt bij op afstand wekken.
BIOS opstarten Met deze optie kunt u de computer automatisch opstarten op een door u ingesteld tijdstip.
Apparaten op
systeemkaart
Hiermee schakelt u bronnen in voor oudere apparaten of schakelt u deze uit.
COM2-signaaltype. Met deze optie kunt u COM2 wijzigen ter ondersteuning van RS232 of TTL.
OPMERKING: De seriële poort COM3/4 en de parallelle poort LPT zijn aangesloten op een PCIe-controller
die de eigen PCI-brontoewijzing volgt, waaronder I/O, IRQ en DMA. Deze poorten kunnen alleen werken in
omgevingen met ondersteuning voor het PCIe-stuurprogramma; we hebben geen toegang tot deze
poorten in de traditionele DOS-modus met hulpprogramma's voor parallelle en seriële poorten.
Busopties Op bepaalde modellen kunt u het volgende in- of uitschakelen:
PCI SERR#-generatie. Standaard is Ingeschakeld.
PCI VGA-videopaletcontrole, waarmee u de VGA-videopaletcontrole-bit in de PCI-conguratieruimte
kunt instellen; dit is alleen nodig wanneer meer dan één grasche controller is geïnstalleerd.
Standaard is Uitgeschakeld.
Apparaatopties Hiermee kunt u het volgende instellen:
Buergrootte UMA-frame (Auto/128MB/256MB): gebruik deze optie om Intel® DVMT5.0 totale
grasche geheugengrootte te beheren, die wordt gebruikt door het interne grasche apparaat in
omgevingen die niet door Intel beheerd worden. Het Intel HD grasche stuurprogramma deelt
dezelfde ruimte met het systeemgeheugen en het maximale grasche geheugen op Windows® 10 is
maximaal en wordt beperkt door het besturingssysteem tot de helft van het systeemgeheugen.
S5 Wake on LAN (S5 Uitgeschakeld/Ingeschakeld)
Num Lock-status bij opstarten (Uit/Aan). Standaard is Uit.
40 Hoofdstuk 3 Problemen oplossen
Tabel 3-6 Computer Setup:Geavanceerd (voor gevorderde gebruikers) (vervolg)
Optie Onderwerp
Prompt voor opstartwachtwoord bij Wake on LAN (Ingeschakeld/Uitgeschakeld): deze optie is
beschikbaar wanneer een opstartwachtwoord bestaat. Standaard is Uitgeschakeld.
Interne luidspreker (bepaalde modellen) (heeft geen invloed op externe luidsprekers): Standaard is
Ingeschakeld.
Optie ROM-startbeleid Hiermee kunt u het volgende instellen:
Onboard NIC PXE optie ROM's (UEFI/LegacyPXE/Niet starten)
BIOS-instellingen wijzigen in het HP BIOS Congure-hulpprogramma (HPBCU)
Sommige BIOS-instellingen kunnen lokaal worden gewijzigd binnen het besturingssysteem zonder via het
F10-hulpprogramma te gaan. Deze tabel geeft de items aan die kunnen worden geregeld met deze methode.
Tabel 3-7 BIOS-instellingen wijzigen in het HP BIOS Congure-hulpprogramma (HPBCU)
BIOS-instelling Standaardwaarde Andere waarden
Taal English Francais, Espanol, Deutsch, Italiano, Dansk, Suomi, Nederlands, Norsk,
Portugues, Svenska, Japanese, Simplied Chinese
Tijd instellen 00:00 00:00:23:59
Dag instellen 01/01/2020 01/01/2020 tot huidige datum
Standaardconguratie Geen Huidige instellingen opslaan als standaard; Standaardwaarden
herstellen
Standaardwaarden toepassen
en afsluiten
Uitschakelen Inschakelen
Strikt wachtwoord Uitschakelen Inschakelen
Opstarten van externe USB-
opslag
Voor interne opslag Uitschakelen; Na interne opslag
UEFI-opstartbronnen Windows opstartbeheer USB Floppy/CD; Vaste USB-schijf; NIC-opstartopties
Oudere opstartbronnen USB-oppy/CD Vaste schijf
Systeemaudio Ingeschakeld Uitgeschakeld
Netwerkcontroller Ingeschakeld Uitgeschakeld
eMMC Inschakelen Uitschakelen
USB-poorten aan de voorkant Inschakelen Uitgeschakeld
USB-poort 0 en 1 Inschakelen Uitschakelen
USB-poorten aan de
achterkant
Inschakelen Uitschakelen
USB-poort 0, 1, 2 en 3 Inschakelen Uitschakelen
Sleuf # – M.2 PCIe x1 Inschakelen Uitschakelen
Opstarten via netwerk Inschakelen Uitschakelen
Inventarisnummer
Hulpprogramma computer Setup (F10), BIOS-instellingen 41
Tabel 3-7 BIOS-instellingen wijzigen in het HP BIOS Congure-hulpprogramma (HPBCU) (vervolg)
BIOS-instelling Standaardwaarde Andere waarden
Eigendomslabel
BIOS-update Uitschakelen Automatisch; Forceren
Bestandsnaam BIOS-image
Gegevensuitvoering
voorkomen
Inschakelen Uitschakelen
Virtualisatietechnologie (VTx) Uitschakelen Inschakelen
TPM-apparaat Beschikbaar Verborgen
Ondersteuning voor oudere
versies
Uitschakelen Inschakelen
Veilig opstarten Inschakelen Uitschakelen
Veilige opstartsleutels wissen Niet wissen Wissen
Sleuteleigendom HP sleutels Aangepaste sleutels
Snel opstarten Uitschakelen Inschakelen
Bladermodus instellen Inschakelen Uitschakelen
Vragen naar wachtwoord op
F9 en F12
Inschakelen Uitschakelen
Energiebeheer tijdens
gebruik
Inschakelen Uitschakelen
Energiebesparing bij niet-
gebruik
Uitgebreid Normaal
S5 Maximale
energiebesparing
Uitschakelen Inschakelen
S5 Wake on LAN Inschakelen Uitschakelen
Vragen naar
opstartwachtwoord bij Wake
on LAN
Uitschakelen Inschakelen
POST-berichten Uitschakelen Inschakelen
Druk op de ESC-toets voor
opstartmenu
Weergegeven Verborgen
Na stroomstoring Uit Aan, Vorige staat
Vertraging na POST (in
seconden)
Geen 5, 10, 15, 20, 60
F1 Prompt op
conguratiewijzigingen
omzeilen
Uitschakelen Inschakelen
Opstartbron extern ontwaken Lokale vaste schijf Externe server
Inschakelen zondag -
zaterdag
Uitschakelen Inschakelen
Inschakeltijd (hh:mm) 00:00 00:00:23:59
42 Hoofdstuk 3 Problemen oplossen
Tabel 3-7 BIOS-instellingen wijzigen in het HP BIOS Congure-hulpprogramma (HPBCU) (vervolg)
BIOS-instelling Standaardwaarde Andere waarden
Com 1 IO=3F8; IRQ=4 Uitschakelen, IO=3F8h; IRQ=3, IO=2F8h; IRQ=4, IO=2F8h; IRQ=3
Com 2 IO=2F8h; IRQ=3 Uitschakelen, IO=3F8h; IRQ=4, IO=3F8h; IRQ=3, IO=2F8h; IRQ=4
##PCI SERR#-generatie Inschakelen Uitschakelen
PCI VGA-videopaletcontrole Uitschakelen Inschakelen
Buergrootte UMA-frame Automatisch 128M, 256M
Num Lock-status bij
opstarten - aan
Uit Aan
Interne luidspreker Inschakelen Uitschakelen
PXE optie-ROM's UEFI Legacy PXE; Niet uitvoeren
Een BIOS bijwerken of herstellen
HP Device Manager
U kunt HP Device Manager gebruiken om het BIOS van een thin client bij te werken. Klanten kunnen een vooraf
gebouwde BIOS-aanvulling of het standaard BIOS-upgradepakket met een bestands- en registersjabloon van
HP Device Manager gebruiken. Voor meer informatie over bestands- en registersjablonen van HP Device
Manager bekijkt u de HP Device Manager User Guide op www.hp.com/go/hpdm.
Windows BIOS ashen
U kunt de BIOS Flash Update SoftPaq gebruiken om het systeem-BIOS te herstellen of bij te werken. Er zijn
verschillende methoden beschikbaar voor het wijzigen van de rmware van het BIOS op uw computer.
Het uitvoerbare bestand van de BIOS is een hulpprogramma dat is ontwikkeld om het systeem-BIOS in een
Windows-omgeving te ashen. Om de beschikbare opties voor dit hulpprogramma weer te geven, start u het
uitvoerbare bestand in de Windows-omgeving.
U kunt het uitvoerbare bestand van de BIOS uitvoeren met of zonder USB-opslagapparaat. Als het systeem
geen geïnstalleerd USB-opslagapparaat heeft, wordt de BIOS-update uitgevoerd in de Windows-omgeving en
wordt het systeem daarna opnieuw opgestart.
Linux BIOS ashen
Alle BIOS-ashing onder ThinPro 6.x en later maakt gebruik van BIOS-updates zonder hulpprogramma's,
waarin de BIOS zichzelf bijwerkt.
Gebruik de volgende opmerkingen voor het ashen van een Linux®-BIOS:
hptc-bios-flash ImageName
Bereidt het systeem voor om het BIOS bij te werken tijdens de volgende opstart. Deze opdracht kopieert
automatisch de bestanden naar de juiste locatie en vraagt u om de thin client opnieuw op te starten.
Deze opdracht vereist dat de update-optie zonder hulpprogramma's in de BIOS-instellingen is ingesteld
op Automatisch. U kunt hpt-bios-cfg gebruiken voor het instellen van de update-optie zonder
hulpprogramma's in het BIOS.
hptc-bios-flash –h
Hiermee geeft u een lijst met opties weer.
Een BIOS bijwerken of herstellen 43
BitLocker-stationsversleuteling/BIOS-metingen
Als u Windows BitLocker Drive Encryption (BDE) hebt ingeschakeld op uw systeem, raadt HP aan dat u BDE
tijdelijk onderbreekt voordat het BIOS wordt bijgewerkt. Bovendien moet u uw BDE-wachtwoord voor herstel
of de BDE-pincode voor herstel ophalen voordat u BDE opschort. Nadat u de BIOS hebt geasht, kunt u BDE
weer hervatten.
Als u BDE wilt wijzigen, selecteert u Start > Conguratiescherm > BitLocker Drive Encryption, Beveiliging
onderbreken of Doorgaan met beveiliging en Ja.
Als algemene regel verandert het bijwerken van het BIOS de meetwaarden die zijn opgeslagen in de Platform
Conguration Registers (PCR's) van de beveiligingsmodule van het systeem. Schakel tijdelijk
verbindingstechnologieën uit die deze PCR-waarden gebruiken om de gezondheid van het platform te
bevestigen (BDE is daar een voorbeeld van) voordat het BIOS wordt
geasht. Nadat u het BIOS hebt
bijgewerkt, moet u de functies opnieuw inschakelen en het systeem opnieuw opstarten zodat u nieuwe
metingen kunt uitvoeren.
BootBlock Emergency Recovery-modus
In het geval van een mislukte BIOS-update (bijvoorbeeld als de voeding wordt onderbroken tijdens het
bijwerken), kan het systeem-BIOS beschadigd raken. BootBlock Emergency Recovery-modus detecteert deze
toestand en zoekt automatisch in de hoofdmap van de vaste schijf en in alle USB-mediabronnen naar een
compatibele binaire image. Kopieer het binaire (.bin)-bestand in de DOS-Flash-map op de bron van het
opslagapparaat en schakel vervolgens het systeem in. Als het herstelproces de binaire image vindt, wordt
geprobeerd om het herstelproces uit te voeren. Het automatische herstel gaat door totdat het BIOS is
hersteld of bijgewerkt. Als het systeem een BIOS-instelwachtwoord heeft, moet u mogelijk het opstartmenu
of submenu hulpprogramma's gebruiken om het BIOS handmatig te ashen nadat u het wachtwoord hebt
opgegeven. Soms zijn er beperkingen voor welke BIOS-versies geïnstalleerd kunnen worden op een platform.
Als het BIOS op het systeem beperkingen heeft, mogen alleen toegestane BIOS-versies gebruikt worden voor
herstel.
Diagnostische gegevens en problemen oplossen
Lampjes
Tabel
3-8 Lampjes voor energie en IDE-Flash-activiteit
Lampje Status
Aan-uitlampje uit Wanneer de thin client is aangesloten op het stopcontact en het aan-uitlampje niet brandt, is de thin
client uitgeschakeld. Maar het netwerk kan Wake On LAN activeren om beheerfuncties uit te voeren.
Aan-uitlampje aan Wordt weergegeven tijdens het opstarten en wanneer de thin client is ingeschakeld. Tijdens het
opstarten, wordt de hardware geïnitialiseerd en worden opstarttests uitgevoerd voor:
Initialisatie van de processor
Geheugendetectie en initialisatie
Videodetectie en initialisatie
OPMERKING: Als een van de tests mislukt, stopt de werking van de thin client, maar blijft het lampje
branden. Als de videotest mislukt, laat het systeem een pieptoon horen. Er worden geen berichten
verzonden naar video voor elk van deze mislukte tests.
44 Hoofdstuk 3 Problemen oplossen
Tabel 3-8 Lampjes voor energie en IDE-Flash-activiteit (vervolg)
Lampje Status
OPMERKING: Nadat het videosubsysteem is geïnitialiseerd, verschijnt een foutbericht met hetgeen
wat is mislukt.
OPMERKING: De netwerklampjes bevinden zich in de netwerkconnector bovenaan het achterpaneel van de thin client. De lampjes
zijn zichtbaar wanneer de connector is geïnstalleerd. Knipperend groen geeft netwerkactiviteit aan, en oranje betekent een
verbindingssnelheid van 100 MB.
Wake on LAN
Met Wake on LAN (WOL) kunt een computer laten inschakelen of uit de slaapstand halen via een
netwerkbericht. U kunt WOL in- of uitschakelen in Computer Setup met behulp van de instelling S5 Maximum
Power Savings (S5 maximale energiebesparing).
Ga als volgt te werk om WOL in of uit te schakelen:
1. Schakel de computer in of start de computer opnieuw op.
2. Druk op esc of F10 als het bericht 'Press the ESC key for Startup Menu' (Druk op ESC om het
setupprogramma te openen) onder aan het scherm verschijnt.
OPMERKING: Als u niet op het juiste moment op esc of F10 drukt, start u de computer opnieuw op en
drukt u opnieuw op esc of F10 (maar nu op het moment dat het monitorlampje groen gaat branden) om
het hulpprogramma te openen.
3. Als u op toets esc hebt gedrukt, drukt u op F10 om Computer Setup te openen.
4. Ga naar Power > Hardware Power Management (Energie > Energiebeheer hardware).
5. Stel de S5 Maximum Power Savings (S5 maximale energiebesparing) als volgt in:
WOL uitschakelen = Ingeschakeld
WOL inschakelen = Uitgeschakeld
6. Druk op F10 om de wijzigingen te accepteren.
7. Selecteer File > Save Changes and Exit (Bestand > Wijzigingen opslaan en afsluiten).
Opstartvolgorde
Bij inschakelen initialiseert de blokcode van de ash-opstart de hardware naar een bekende status en
vervolgens voert deze diagnostische basisinschakeltests uit om de integriteit van de hardware te bepalen.
Initialisatie voert de volgende functies uit:
1. Hiermee initialiseert u de CPU en geheugencontroller.
2. Hiermee initialiseert en congureert u alle PCI-apparaten.
3. Hiermee initialiseert u videosoftware.
4. Hiermee initialiseert u de video naar een bekende status.
5. Hiermee initialiseert u USB-apparaten naar een bekende status.
6. Hiermee voert u diagnoses uit. Raadpleeg 'Diagnostische inschakeltests' voor meer informatie.
7. De thin client start het besturingssysteem.
Wake on LAN 45
De instel- en opstartwachtwoorden opnieuw instellen
U kunt de instel- en opstartwachtwoorden als volgt opnieuw instellen:
1. Schakel de computer uit en haal het netsnoer uit het stopcontact.
2. Verwijder het toegangspaneel aan de zijkant en het metalen zijpaneel.
3. Verwijder de wachtwoordjumper van de systeemkaart-header met de aanduiding PSWD/E49.
4. Plaats het metalen zijpaneel en het toegangspaneel aan de zijkant terug.
5. Schakel de stroom en de pc in.
6. Schakel de computer uit en haal het netsnoer uit het stopcontact.
7. Verwijder het toegangspaneel aan de zijkant en het metalen zijpaneel.
8. Zet de wachtwoordjumper terug.
9. Plaats het metalen zijpaneel en het toegangspaneel aan de zijkant terug.
Diagnostische inschakeltests
De inschakeldiagnose voert basistests van de integriteit van de hardware uit om de werking en de
conguratie ervan te bepalen. Als een diagnosetest tijdens het initialiseren van de hardware mislukt, stopt de
thin client. Er worden geen berichten verzonden naar video.
OPMERKING: U kunt proberen om de thin client opnieuw op te starten en de diagnosetests een tweede keer
uit te voeren om de eerste afsluiting te bevestigen.
De volgende tabel geeft een overzicht van de tests die worden uitgevoerd op de thin client.
Tabel
3-9 Diagnostische inschakeltest
Test Beschrijving
Controlesom opstartblok Hiermee test u de opstartblokcode voor de juiste controlesomwaarde
DRAM Eenvoudige schrijf/lees-patroontest van de eerste 640k geheugen
Parallelle poort Hiermee initieert u het stuurprogramma van de poort en bepaalt u of het apparaat
aanwezig is
Seriële poort Hiermee test u de seriële poort met behulp van een eenvoudige poortcontrole om na te
gaan of poorten aanwezig zijn
Timer Hiermee test u de timeronderbreking met behulp van pollingmethode
RTC CMOS-accu Hiermee test u de integriteit van de RTC CMOS-accu
NAND ash-apparaat Hiermee test u de aanwezigheid van het juiste NAND ash-apparaat-ID
Betekenis van diagnosemeldingen van systeemvalidatie via
lampjes op het voorpaneel en via geluidssignalen
Tijdens de fase van de systeemvalidatie die optreedt bij het opstarten van het systeem, valideert het BIOS de
functionaliteit van de volgende subsystemen en voorwaarden:
46 Hoofdstuk 3 Problemen oplossen
Netvoedingsadapter
Voeding systeemkaart
Processorfout
BIOS beschadigd
Geheugenfout
Grasche fout
Systeemkaartfout
BIOS-vericatie mislukt
Als een fout wordt gedetecteerd, worden specieke patronen van lange en korte knipperen en lange en korte
pieptonen (indien van toepassing) gebruikt om de fout te identiceren. Deze patronen vormen een tweedelig
signaal:
Lang: de categorie van de fout
Kort: de specieke fout in de categorie
OPMERKING: Er worden geen enkele pieptonen/knippersignalen gebruikt.
Tabel 3-10 Betekenis van diagnosemeldingen van systeemvalidatie via lampjes op het voorpaneel en via
geluidssignalen
Aantal lange pieptonen/
knipperingen Foutcategorie
1 Niet gebruikt
2 BIOS
3 Hardware
4 Thermaal
5 Systeemkaart
Patronen van knipperingen/pieptonen worden bepaald met behulp van de volgende parameters:
Een onderbreking van 1 seconde vindt plaats na de laatste langere knippering.
Een onderbreking van 2 seconden vindt plaats na de laatste langere knippering.
Reeksen hoorbare foutsignalen vinden plaats gedurende de eerste 5 iteraties van het patroon, waarna
ze stoppen.
Reeksen knipperende foutsignalen vinden plaats tot de computer is losgekoppeld of de aan-uitknop
wordt ingedrukt.
OPMERKING: Niet alle diagnoselampjes en geluidssignalen zijn op alle modellen beschikbaar.
Het rode lampje knippert om de categorie met belangrijkste fouten aan te geven (lang knipperen). Het witte
lampje knippert om de categorie met onbelangrijke fouten aan te geven (kort knipperen). Voorbeeld: '3,5'
betekent 3 lange rode knipperingen en 5 korte witte knipperingen om aan te geven dat de processor niet kan
worden gedetecteerd.
Betekenis van diagnosemeldingen van systeemvalidatie via lampjes op het voorpaneel en via
geluidssignalen
47
Tabel 3-11 Betekenis van diagnosemeldingen van systeemvalidatie via lampjes op het voorpaneel en via
geluidssignalen
Categorie Lang/kort signaal Beschrijving
BIOS 2,2 Het hoofdgebied (DXE) van het BIOS is beschadigd en er is geen binaire
herstelimage beschikbaar.
2,3 Het geïntegreerde controllerbeleid vereist dat de gebruiker een toetsvolgorde moet
invoeren.
2,4 De geïntegreerde controller controleert of herstelt het opstartblok.
Hardware 3,2 Er is een time-out opgetreden wanneer de ingesloten controller wachtte tot het
BIOS terugkeerde van de geheugeninitialisatie.
3,3 Er is een time-out opgetreden wanneer de ingesloten controller wachtte tot het
BIOS terugkeerde van de grasche initialisatie.
3,4 De systeemkaart geeft een stroomstoring weer (koevoet).*
3,5 De processor wordt niet gedetecteerd.*
3,6 De processor biedt geen ondersteuning voor een ingeschakelde functie.
Thermaal 4,2 Er is een overtemperatuur van de processor gedecteerd.*
4,3 Er is een overtemperatuur van de omgevingstemperatuur gedetecteerd.
4,4 Er is een overtemperatuurtoestand van de MXM gedetecteerd.
Systeemkaart 5,2 De geïntegreerde controller kan geen geldige rmware vinden.
5,3 Er is een time-out opgetreden wanneer de geïntegreerde controller op het BIOS
wachtte.
5,4 Er is een time-out opgetreden wanneer de ingesloten controller wachtte tot het
BIOS terugkeerde van de initialisatie van de systeemkaart.
5,5 De geïntegreerde controller start het systeem opnieuw op nadat mogelijk een
vergrendeltoestand is gedetecteerd met behulp van een systeemgezondheidstimer,
een geautomatiseerde systeemhersteltimer of een ander mechanisme.
* Geeft een door hardware aangestuurde gebeurtenis aan; alle andere gebeurtenissen worden beheerd door het BIOS.
POST-numerieke codes en teksterbichten
Dit gedeelte behandelt de POST-fouten waaraan numerieke codes zijn gekoppeld. Dit gedeelte bevat ook
enkele tekstberichten die tijdens de POST kunnen worden aangetroen.
OPMERKING: De computer laat een keer een pieptoon horen nadat een POST-tekstbericht op het scherm
wordt weergegeven.
Tabel 3-12 Numerieke codes en tekstberichten
Bedieningspaneelbericht Omschrijving Aanbevolen actie
103 - System Board Failure (Systeemkaart
defect)
DMA of timers. 1. Wis de CMOS.
2. Verwijder uitbreidingskaarten.
3. Vervang de systeemkaart.
48 Hoofdstuk 3 Problemen oplossen
Tabel 3-12 Numerieke codes en tekstberichten (vervolg)
Bedieningspaneelbericht Omschrijving Aanbevolen actie
110-Out of Memory Space for Option ROMs
(Onvoldoende geheugenruimte voor optie-
ROM's)
Recent toegevoegde PCI-uitbreidingskaart
bevat een optie-ROM die te groot is om te
worden gedownload tijdens POST.
1. Als onlangs een PCI-uitbreidingskaart is
toegevoegd, verwijdert u deze om te zien
of het probleem zich blijft voordoen.
2. In Computer Setup stelt u Advanced >
Device Options > NIC PXE Option ROM
Download (Geavanceerd > Apparaatopties
> NIC PXE Optie-ROM-download) in op
DISABLE (UITSCHAKELEN) om te
voorkomen dat PXE Optie-ROM voor de
interne NIC wordt gedownload tijdens
POST om meer geheugen vrij te maken
voor de optie-ROM van een
uitbreidingskaart. Interne PXE-optie-ROM
wordt gebruikt voor het opstarten van de
NIC naar een PXE-server.
161-Real-Time Clock Power Loss (Stroomverlies
real-time klok)
Ongeldige tijd of datum in
conguratiegeheugen.
De accu van RTC (real-time klok) moet mogelijk
worden vervangen.
Stel de datum en tijd opnieuw in onder
Conguratiescherm (Computer Setup kan ook
worden gebruikt). Als het probleem zich blijft
voordoen, vervangt u de RTC-batterij.
Raadpleeg het gedeelte Verwijderen en
vervangen voor instructies over het installeren
van een nieuwe batterij of neem contact op met
een erkende leverancier of wederverkoper voor
het vervangen van de RTC-batterij.
164-Memory Size Error (Fout geheugengrootte) De hoeveelheid geheugen is gewijzigd sinds de
laatste opstart (geheugen toegevoegd of
verwijderd).
Druk op de toets F1 om de
geheugenwijzigingen op te slaan.
201 - Memory Error (Geheugenfout) RAM-fout. 1. Zorg ervoor dat de geheugenmodules
correct zijn geïnstalleerd.
2. Controleer of het type geheugenmodule
juist is.
3. Verwijder en vervang de geïdenticeerde
defecte geheugenmodule(s).
4. Als de fout zich blijft voordoen na het
vervangen van de geheugenmodules,
vervangt u de systeemkaart.
214-DIMM Conguration Warning
(Waarschuwing DIMM-conguratie)
De gebruikte DIMM-conguratie is niet
geoptimaliseerd.
Herschikt de DIMM'S zodat elk kanaal dezelfde
hoeveelheid geheugen heeft.
301-Keyboard Error (Toetsenbordfout) Toetsenbordfout. 1. Sluit het toetsenbord opnieuw aan
wanneer de computer is uitgeschakeld.
2. Controleer de connector op verbogen of
ontbrekende pennen.
3. Zorg ervoor dat geen van de toetsen
ingedrukt wordt.
4. Vervang het toetsenbord.
510-Flash Screen Image Corrupted (Image
ash-screen beschadigd)
Het ash-schermimage bevat fouten. Flash het systeem-ROM met de meest recente
BIOS-image.
912-Computer Cover Has Been Removed Since
Last System Startup (De computerkap is
De computerkap is verwijderd sinds de laatste
opstart van het systeem.
U hoeft niets te doen.
POST-numerieke codes en teksterbichten 49
Tabel 3-12 Numerieke codes en tekstberichten (vervolg)
Bedieningspaneelbericht Omschrijving Aanbevolen actie
verwijderd sinds de laatste keer opstarten van
het systeem)
921-Device in PCI Express slot failed to initialize
(Apparaat in PCI Express-sleuf kan niet worden
geïnitialiseerd)
Er is een incompatibliteit/probleem met dit
apparaat en het systeem of PCI Express Link
kan niet opnieuw worden getraind naar een x1.
Probeer het systeem opnieuw op te starten. Als
de fout zich opnieuw voordoet, kan het zijn dat
het apparaat niet werkt met dit systeem.
1720-SMART Hard Drive detects imminent
failure (SMART vaste schijf detecteert
opkomende fout)
De vaste schijf zal bijna met een fout te maken
krijgen. (Sommige vaste schijven hebben een
rmwarepatch voor de vaste schijf waarmee
een onjuist foutbericht kan worden opgelost.)
1. Bepaal of de vaste schijf het juiste
foutbericht geeft. Voer de Drive Protection
System-test uit met behulp van F2
Diagnostics.
2. Pas indien nodig de rmware-patch van
de vaste schijf toe. (Beschikbaar op
http://www.hp.com/support.)
3. Maak een back-up van de inhoud en
vervang de vaste schijf.
Invalid Electronic Serial Number (Ongeldig
elektronisch serienummer)
Het elektronische serienummer ontbreekt. Voer het juiste serienummer in Computer Setup
in.
Network Server Mode Active and No Keyboard
Attached (Netwerkservermodus actief en geen
toetsenbord toegevoegd)
Toetsenbordfout wanneer de
Netwerkservermodus is ingeschakeld.
1. Sluit het toetsenbord opnieuw aan
wanneer de computer is uitgeschakeld.
2. Controleer de connector op verbogen of
ontbrekende pennen.
3. Zorg ervoor dat geen van de toetsen
ingedrukt wordt.
4. Vervang het toetsenbord.
Parity Check 2 (Pariteitscontrole 2) Fout pariteit-RAM. Voer Computer Setup en diagnostische
hulpprogramma's uit.
Problemen oplossen
Basisproblemen oplossen
Als de thin client problemen ondervindt of niet kan worden ingeschakeld, raadpleegt u de volgende items.
Tabel
3-13 Opstartproblemen oplossen
Probleem Procedures
De thin client ondervindt problemen met de
werking.
Zorg ervoor dat de volgende connectoren stevig zijn aangesloten op de thin client:
Netvoedingsconnector, toetsenbord, muis, netwerkconnector, beeldscherm
De thin client kan niet worden ingeschakeld. 1. Controleer of de voeding juist werkt door deze te installeren op een werkende
thin client en deze te testen. Als de voedingsbron niet op de werkende thin client
werkt, vervangt u deze.
2. Als de thin client niet juist werkt met de vervangende voedingsbron, moet u de
thin client laten nakijken.
De thin client wordt ingeschakeld en geeft een
opstartscherm weer, maar maakt geen
verbinding met de server.
1. Controleer of het netwerk actief is en of de netwerkkabel juist werkt.
2. Controleer of de thin client communiceert met de server door de
systeembeheerder de thin client vanaf de server te laten pingen:
50 Hoofdstuk 3 Problemen oplossen
Tabel 3-13 Opstartproblemen oplossen (vervolg)
Probleem Procedures
Als de thin client terugpingt, wordt het signaal geaccepteerd en werkt de
thin client. Dit wijst op een conguratieprobleem.
Als de thin client niet terugpingt en de thin client geen verbinding maakt
met de server, moet u de image terugplaatsen op de thin client.
Geen koppeling of activiteit op de lampjes van
het netwerk of de lampjes lichten niet
knipperend groen op na het inschakelen van
het thin client-systeem. (De netwerklampjes
bevinden zich in de netwerkconnector aan de
bovenkant op het achterpaneel van de thin
client. Indicatielampjes zijn zichtbaar als de
connector is geïnstalleerd.)
1. Controleer of het netwerk niet down is.
2. Controleer of de netwerkkabel juist werkt door deze op een werkend apparaat
aan te sluiten. De kabel werkt als een netwerksignaal wordt gedetecteerd.
3. Controleer of de voedingsbron juist werkt door de voedingskabel van de thin
client te vervangen door een werkende voedingskabel en deze te testen.
4. Als de netwerklampjes nog steeds niet branden en u zeker weet dat de
voedingsbron juist werkt, moet u de image terugplaatsen op de thin client.
5. Als netwerklampjes nog steeds niet branden, voert u de IP-
conguratieprocedure uit.
6. Als de netwerklampjes nog steeds niet branden, moet u de thin client laten
nakijken.
Een zojuist aangesloten onbekend USB-
randapparaat reageert niet of USB-
randapparatuur aangesloten vóór het zojuist
aangesloten USB-randapparaat voltooien hun
apparaatacties niet.
Een onbekend USB-randapparaat kan worden aangesloten op en losgekoppeld van
een actief platform zolang niet het systeem opnieuw wordt opgestart. Als problemen
optreden, koppelt u het onbekende USB-randapparaat los en start u het platform
opnieuw op.
Video wordt niet weergegeven. 1. Controleer of de monitorhelderheid op een leesbaar niveau is ingesteld.
2. Controleer of de monitor goed is door deze te verbinden met een werkende
computer en controleer of het lampje aan de voorkant groen brandt
(aangenomen dat de monitor is Energy Star-compatibel is). Als de monitor
defect is, vervangt u deze door een werkende monitor en herhaalt u de tests.
3. Plaats de image terug op de thin client en schakel de monitor opnieuw in.
4. Test de thin client met een werkende monitor. Als de monitor geen beeld
weergeeft, vervangt u de thin client.
Problemen oplossen met een schijoze eenheden (geen ashstation)
Dit gedeelte is alleen bedoeld voor thin clients zonder ATA Flash. Omdat dit model geen ATA Flash bevat, is de
volgorde van de opstartprioriteit als volgt:
USB-apparaat
PXE
1. Als de thin client opstart, moet de monitor de volgende informatie weergegeven:
Tabel
3-14 Problemen oplossen met schijoze eenheden
Onderdeel Informatie Actie
MAC-adres NIC-deel van de systeemkaart werkt Als er geen MAC-adres is, is de systeemkaart defect. Neem
contact op met het Call Center voor onderhoud.
GUID Algemene informatie over de
systeemkaart
Bij geen GUID informatie, is de systeemkaart defect en moet
worden vervangen.
Problemen oplossen 51
Tabel 3-14 Problemen oplossen met schijoze eenheden (vervolg)
Onderdeel Informatie Actie
Client ID Informatie van de server Als er geen Client ID-informatie is, is er geen
netwerkverbinding. Dit wordt mogelijk veroorzaakt door een
beschadigde kabel, een server die down is of een defecte
systeemkaart. Neem contact op met het callcenter om de
defecte systeemkaart te laten nakijken.
MASKER Informatie van de server Als er geen MASK-informatie is, is er geen
netwerkaansluiting. Dit wordt mogelijk veroorzaakt door
een beschadigde kabel, een server die down is of een
defecte systeemkaart. Neem contact op met het callcenter
om de defecte systeemkaart te laten nakijken.
DHCP IP Informatie van de server Als er geen DHCP IP-informatie is, is er geen
netwerkverbinding. Dit wordt mogelijk veroorzaakt door een
beschadigde kabel, een server die down is of een defecte
systeemkaart. Neem contact op met het callcenter om de
defecte systeemkaart te laten nakijken.
Als u werkt in een omgeving met Microsoft® RIS PXE, gaat u naar stap 2.
Als u werkt in een omgeving met Linux, gaat u naar stap 3.
2. Als u in werkt in een omgeving met Microsoft RIS PXE, drukt u op de toets F12 om de netwerkservice te
starten zodra de DHCP IP-informatie op het scherm verschijnt.
Als de thin client niet vanaf het netwerk opstart, is de server niet gecongureerd voor PXE.
Als u de prompt voor f12 hebt gemist, probeert het systeem op te starten vanaf de ATA-ash die niet
aanwezig is. Het bericht op het scherm luidt als volgt: 'FOUT: Geen systeemschijf of schijout.
Vervangen en druk op een willekeurige toets wanneer u gereed bent.'
Als u op een willekeurige toets drukt, wordt de opstartcyclus opnieuw gestart.
3. Als u in een omgeving met Linux werkt, wordt een foutbericht op het scherm weergegeven als er geen
Client IP is. De fout luidt: 'FOUT: Geen systeemschijf of schijout. Vervangen en druk op een willekeurige
toets wanneer u gereed bent.'
Een PXE-server congureren
OPMERKING: Alle PXE-software wordt ondersteund door erkende serviceproviders op basis van garantie of
een servicecontract. Klanten die het HP Customer Service Center bellen met PXE-problemen en vragen
moeten worden verwezen naar hun PXE-aanbieder voor ondersteuning.
Zie ook het volgende:
– Voor Windows 2008 R2: http://technet.microsoft.com/en-us/library/7d837d88-6d8e-420c-b68f-
a5b4baeb5248.aspx
– Voor Windows 2012: http://technet.microsoft.com/en-us/library/jj648426.aspx
De volgende services moeten worden uitgevoerd, en ze kunnen worden uitgevoerd op verschillende servers:
1. Domain Name Service (DNS)
2. Remote Installation Services (RIS)
OPMERKING: Active Directory DHCP is niet vereist, maar HP raadt deze aan.
52 Hoofdstuk 3 Problemen oplossen
HP ThinUpdate gebruiken om de image te herstellen
Met HP ThinUpdate kunt u images en add-ons van HP downloaden, HP thin client-images opslaan en
opstartbare USB-ashdrives maken voor de distributie van images.
HP ThinUpdate is vooraf geïnstalleerd op sommige HP thin clients en het is ook beschikbaar als uitbreiding op
http://www.hp.com/support (zoek naar het thin client-model en raadpleeg het gedeelte Software en drivers
van de ondersteuningspagina voor dat model).
Met de functie Imagedownloads kunt u een image van HP downloaden naar een lokale opslageenheid of
USB-ashdrive. De optie USB-ashdrive maakt een opstartbare USB-ashdrive die kan worden gebruikt
om de image te distribueren op andere thin clients.
Met de functie Image maken kunt u een image van een HP thin client maken en deze op een USB-
ashdrive opslaan. Deze kan worden gebruikt om de image te distribueren op andere thin clients.
Met de functie Add-on-downloads kunt u add-ons van HP downloaden naar een lokale opslageenheid of
USB-ashdrive.
Met de functie USB-schijfeenheidbeheer kunt u het volgende doen:
Een opstartbare USB-ashdrive maken van een imagebestand op de lokale opslageenheid
Een .ibr-imagebestand kopiëren van een USB-ashdrive naar een lokale opslageenheid
Een indeling van een USB-ashdrive herstellen
U kunt een opstartbare USB-ashdrive gebruiken die gemaakt is met HP ThinUpdate om een HP thin client-
image op een andere HP thin client van hetzelfde model met hetzelfde besturingssysteem te gebruiken.
Systeemvereisten
Voor het maken van een herstelapparaat ten behoeve van reashing of het terugzetten van de software-
image op het ashgeheugen, hebt u het volgende nodig:
Een of meer HP thin clients
USB-ashdrive met de volgende grootte of groter:
ThinPro: 8 GB
Windows 10 IoT (bij gebruik van de USB-indeling): 32 GB
OPMERKING: Eventueel kunt u het hulpprogramma op een Windows-computer gebruiken.
Deze herstelmethode werkt niet bij alle USB-ash-apparaten. USB-ash-apparaten die niet als
verwijderbaar station in Windows worden weergegeven, bieden geen ondersteuning voor deze
herstelmethode. USB-ashapparaten met meerdere partities bieden meestal geen ondersteuning voor deze
herstelmethode. Het aantal USB-ash-apparaten op de markt verandert voortdurend. Niet alle USB-ash-
apparaten zijn getest met het HP Thin Client Imaging Tool.
Apparaatbeheer
De thin client bevat een licentie voor HP Device Manager en heeft geen vooraf geïnstalleerd Device Manager.
HP Device Manager is een voor thin clients geoptimaliseerd beheerprogramma dat gebruikt wordt voor het
beheer van de volledige levenscyclus van HP thin clients met Discover, activabeheer, installatie en
conguratie. Ga naar www.hp.com/go/hpdm voor meer informatie over HP Device Manager.
Als u de thin client wilt beheren met andere beheerprogramma's, zoals SCCM of LANDesk, gaat u naar
www.hp.com/go/clientmanagement voor meer informatie.
HP ThinUpdate gebruiken om de image te herstellen 53
Een hulpprogramma voor imageherstel toevoegen
1. Controleer of de opstartvolgorde is ingesteld om het netwerk als het eerste opstartapparaat te
gebruiken.
2. Controleer of IBR.exe (imageherstel) en Flash.dd zijn opgeslagen in dezelfde map op de server. (bv.
c:\program files\altiris\express\deployment server\images)
3. In de Altiris Deployment Server Console selecteert u File > New > Job (Bestand > Nieuw > Taak).
4. Voer een unieke naam in voor de taak die u gebruikt om de oorspronkelijke image van de thin client te
implementeren.
5. Selecteer de naam van de nieuwe taak.
6. Klik in de rechterbovenhoek van het scherm op Add (Toevoegen).
7. Selecteer in het menu Run Script (Script uitvoeren).
8. Typ [volledig pad]images\ibr\exe-y\images\ash.xx hd0
OPMERKING: Linux gebruikt de bestandsnaam FLASH. DD terwijl andere images van het
besturingssysteem FLASH.IMG gebruiken
9. Onder In which OS would you like to run this script? (In welk besturingssysteem zou u dit script willen
uitvoeren?) selecteert u DOS.
10. Selecteer Finish (Voltooien).
11. U kunt de taak nu naar de juiste machines slepen of plannen dat deze later wordt uitgevoerd, afhankelijk
van uw behoeften. Raadpleeg de documentatie voor Altiris Deployment Solution
(http://www.altiris.com/support/documentation) voor meer gedetailleerde informatie.
Vereisten netvoedingskabel
Omdat de computer een breed spanningsbereik heeft, kan deze werken met een netspanning van 100 V tot
120 V wisselstroom of van 220 V tot 240 V wisselstroom.
Het netsnoer met 3 geleiders dat met de computer is meegeleverd, voldoet aan de eisen die worden gesteld
in het land of regio waar u het apparaat hebt aangeschaft.
Netvoedingskabels voor gebruik in andere landen of regio's moeten voldoen aan de vereisten van het land
waar u de computer gebruikt.
Vereisten voor alle landen
De volgende vereisten zijn van toepassing op alle landen en regio's:
De lengte van de netvoedingskabel moet minimaal 1,0 m (3,3 voet) en maximaal 2,0 m (6,5 voet) lengte
zijn.
Alle netvoedingskabels moeten worden goedgekeurd door een erkende instantie die verantwoordelijk is
voor evaluatie in het land of de regio waar de netvoedingskabel wordt gebruikt.
54 Hoofdstuk 3 Problemen oplossen
De netsnoeren moeten een minimale stroomcapaciteit hebben van 10 A en een nominale netspanning
van 125 of 250 V wisselstroom, afhankelijk van de vereisten van het elektriciteitsnet in het land of de
regio in kwestie.
Het koppelmechanisme van het apparaat moet voldoen aan de mechanische conguratie van een EN 60
320/IEC 320 Standard Sheet C13-connector voor koppeling met de apparaatingang op de achterkant
van de computer.
Vereisten voor bepaalde landen en regio's
Tabel 3-15 Netsnoervereisten voor bepaalde landen en regio's
Land/regio Erkende instantie Toepasselijk notanummer
Argentinië IRAM 1
Australië SAA 1
Oostenrijk OVE 1
België CEBEC 1
Brazilië ABNT 1
Canada CSA 2
Chili IMQ 1
Denemarken DEMKO 1
Finland FIMKO 1
Frankrijk UTE 1
Duitsland VDE 1
India BIS 1
Israël SII 1
Italië IMQ 1
Japan JIS 3
Nederland KEMA 1
Nieuw-Zeeland SANZ 1
Noorwegen NEMKO 1
Volksrepubliek China CCC 4
Saoedi-Arabië SASO 7
Singapore PSB 1
Zuid-Afrika SABS 1
Zuid-Korea KTL 5
Zweden SEMKO 1
Zwitserland SEV 1
Taiwan BSMI 6
Thailand TISI 1
Vereisten netvoedingskabel 55
Tabel 3-15 Netsnoervereisten voor bepaalde landen en regio's (vervolg)
Land/regio Erkende instantie Toepasselijk notanummer
Verenigd Koninkrijk ASTA 1
Verenigde Staten UL 2
1. Het exibele snoer moet van het type HO5VV-F zijn, met 3 geleiders en een geleiderdoorsnede van 0,75 mm². De aansluitingen
van de netvoedingskabel (koppelmechanisme van het apparaat en wandstekker) moeten voorzien zijn van het keurmerk van de
instantie die verantwoordelijk is voor de evaluatie in het land waar ze zullen worden gebruikt.
2. Het exibele snoer moet van het SVT/SJT-type of een soortgelijk type zijn, nr. 18 AWG, 3 geleiders. De wandstekker moet een
geaarde stekker met twee polen zijn met een NEMA 5-15P (15 A, 125 V)- of NEMA 6-15P (15 A, 250 V)-conguratie. CSA of C-UL-
markering. Het UL-bestandsnummer moet op alle elementen aanwezig zijn.
3. Het koppelmechanisme van het apparaat, exibel snoer en wandstekker moeten voorzien zijn van een 'T'-markering en
registratienummer in overeenstemming met de Japanse Dentori-wet. Het exibele snoer moet van het VCTF-type zijn, met 3
geleiders en een geleiderdoorsnede van 0,75 mm² of 1,25 mm². De wandstekker moet een geaarde stekker met twee polen zijn
met een Japanese Industrial Standard C8303 (7 A, 125 V wisselstroom)-conguratie.
4. Het exibele snoer moet van het RVV-type zijn, met 3 geleiders en een geleiderdoorsnede van 0,75 mm². De aansluitingen van
de netvoedingskabel (koppelmechanisme van het apparaat en wandstekker) moeten voorzien zijn van het CCC-keurmerk.
5. Het exibele snoer moet van het H05VV-F-type zijn, met 3 geleiders en een geleiderdoorsnede van 0,75 mm². Het KTL-logo en
het individuele goedkeuringsnummer moeten op alle elementen aanwezig zijn. Het Corset-goedkeuringsnummer en -logo
moeten op een vlaglabel worden gedrukt.
6. Het exibele snoer moet van het HVCTF-type zijn, met 3 geleiders en een geleiderdoorsnede van 1,25 mm². De aansluitingen van
de netvoedingskabel (koppelmechanisme van het apparaat, kabel en wandstekker) moeten voorzien zijn van het BSMI-keurmerk.
7. Bij 127 V wisselstroom moet het exibele snoer van het SVT of SJT-type zijn, met 3 geleiders, 18 AWG, met een NEMA 5-15P-
stekker (15 A, 125 V wisselstroom), met UL- en CSA- of C-UL-markeringen. Bij 240 V wisselstroom moet het exibele snoer van
het H05VV-F-type zijn met 3 geleiders en een geleiderdoorsnede van 0,75 mm² of 1,0 mm², en een BS 1363/A-stekker met het
BSI- of ASTA-merkteken.
56 Hoofdstuk 3 Problemen oplossen
Verklaring van volatiliteit
Thin client-producten hebben meestal drie soorten geheugenapparaten: RAM, ROM en
ashgeheugenapparaten. Gegevens opgeslagen in het RAM-geheugenapparaat gaan verloren wanneer de
voeding van het apparaat wordt verwijderd. RAM-apparaten kunnen worden gevoed door het lichtnet of een
hulp- of accuvoeding, zoals wordt beschreven in de volgende lijst. Als de thin client zelfs niet op een
stopcontact aangesloten is, kunnen sommige RAM-apparaten worden gevoed door de accuvoeding. Gegevens
die opgeslagen zijn in de ROM- of ash-geheugenapparaten gaan niet verloren, zelfs als de stroom naar het
apparaat wordt onderbroken. Fabrikanten van ashapparaten geven meestal een periode (ongeveer 10 jaar)
op voor de opslag van gegevens.
Denitie van energiestanden:
Netvoeding: Beschikbaar vermogen wanneer de thin client is ingeschakeld.
Hulp- of stand-byvoeding: Beschikbaar vermogen wanneer de client is uitgeschakeld als de voeding is
aangesloten op een actief stopcontact.
Accuvoeding: Voeding van een knoopcelbatterij die aanwezig is in de thin client-systemen.
Beschikbare geheugen apparaten
De onderstaande tabel vermeldt de beschikbare geheugenapparaten en hun typen per model. Thin client-
systemen gebruiken geen traditionele vaste schijven met bewegende onderdelen. In plaats daarvan maken ze
gebruik van ashgeheugenapparaten met een IDE/SATA front-end-interface. Als gevolg hiervan is de
koppeling van de besturingssystemen met deze ash-apparaten vergelijkbaar met een gewone IDE/SATA-
vaste schijf. Dit IDE/SATA-ashapparaat bevat de image van het besturingssysteem. Het ashapparaat kan
alleen worden geschreven door een beheerder. Er is een speciaal softwareprogramma vereist om de
ashapparaten te formatteren en de gegevens te wissen die daarop zijn opgeslagen.
Gebruik de volgende stappen om het BIOS bij te werken en de BIOS-instellingen terug te zetten naar de
fabrieksinstellingen.
1. Download de meest recente BIOS voor uw model van de website van HP.
2. Volg de instructies op de website om het BIOS te ashen.
3. Start het systeem opnieuw op en druk tijdens het opstarten van het systeem (na het HP-startscherm,
als dit wordt weergegeven) op de toets f10 om naar het BIOS-instellingsscherm te gaan.
4. Als het eigendomslabel of inventarisnummer is ingesteld, wist u dit handmatig onder Security > System
IDs (Beveiliging > Systeem-ID's).
5. Selecteer File > Save Changes and Exit (Bestand > Wijzigingen opslaan en afsluiten).
6. Om de installatie- of inschakelwachtwoorden te wissen als deze zijn ingesteld en alle andere instellingen
te wissen, schakelt u de computer uit en verwijdert u het netsnoer en de kap van de computer.
7. Zoek de zwarte wachtwoordjumper met twee pennen op header E49 op (aangeduid met PSWD) en
verwijder deze.
8. Schakel de voeding uit, wacht 10 seconden totdat de netstroom volledig weggevloeid is en druk op de
knop CMOS wissen. (Deze knop is doorgaans een gele drukknop met de aanduiding CMOS). Nadat u de
stekker weer in het stopcontact hebt gestoken, start het systeem automatisch op naar het
besturingssysteem.
9. Plaats de kap en het netsnoer terug en schakel de computer in. De wachtwoorden zijn nu gewist en alle
andere door de gebruiker instelbare, niet-vluchtige geheugeninstellingen zijn teruggezet naar de
fabrieksinstellingen.
10. Open het F10 installatieprogramma opnieuw.
Verklaring van volatiliteit 57
11. Selecteer File > Default Setup > Restore Factory Settings as Default (Bestand > Standaardconguratie
> Standaardwaarden herstellen). Deze handeling zet de standaardinstellingen terug naar de
fabrieksinstellingen.
12. Selecteer File > Apply Defaults and Exit (Bestand > Wijzigingen opslaan en afsluiten).
13. Schakel de computer uit, verwijder het netsnoer en plaats vervolgens de (zwarte) jumper terug op
header E49. Plaats de computerkap en het netsnoer terug.
Tabel 3-16 Beschikbare geheugenapparaten
Beschrijving Locatie/grootte Voeding Gegevensverlies Opmerkingen
Systeemopstart-ROM
(BIOS)
SPI ROM (128 Mbits) in
socket, verwisselbaar
Systeemgeheugen
(RAM)
SODIMM-voetje.
Verwijderbaar (4 GB/8
GB)
Netstroom Als netstroom uitvalt Alleen S0/S3/S5/G3 ACPI
worden ondersteund
RTC (CMOS) RAM 256 bytes RAM
geïntegreerd in Intel
(SoC)
Netstroom/accu Als de accu is verwijderd
LOM EEPROM 256 bytes geïntegreerd
in de LAN-chip
Hulp Eenmalig
programmeerbaar
geheugen (OTP)
TPM Geïntegreerd in TXE-
subsysteem
(ontoegankelijk gebied)
Netstroom
58 Hoofdstuk 3 Problemen oplossen
Specicaties
Voor de nieuwste specicaties of aanvullende specicaties voor de thin client gaat u naar
http://www.hp.com/go/quickspecs/ en zoekt u naar uw specieke thin client voor het vinden van de
QuickSpecs.
Tabel 3-17 Specicaties
Onderdeel Metrisch VS
Afmetingen (zonder standaard)
Breedte 50 mm 1,97 inch
Diepte 210 mm 8,27 inch
Hoogte 210 mm 8,27 inch
Afmetingen (met standaard)
Breedte 152 mm 5,98 inch
Diepte 210 mm 8,27 inch
Hoogte 218 mm 8,58 inch
Hoogte (zonder standaard) 1177 g 2,59 pond
Gewicht (met standaard) 1231 g 2,71 pond
Temperatuurbereik
In bedrijf 10°C tot 40°C 50°F tot 104°F
Niet in bedrijf (maximale veranderingswaarde is 20°C per uur of
36°F per uur)
-30°C tot 60°C -22°F tot 140°F
Specicaties zijn op zeeniveau, waarbij geldt dat de maximale bedrijfstemperatuur afneemt met 1°C per 300 m (1,8°C per
1000 voet) tot een maximum van 3 km (10.000 voet), zonder direct zonlicht. Deze limiet is mogelijk lager, afhankelijk van
type en aantal van de geïnstalleerde opties.
Relatieve luchtvochtigheid
In bedrijf 10% tot 90%
Buiten bedrijf 5% tot 95%
Specicaties zijn op zeeniveau, waarbij geldt dat de maximale bedrijfstemperatuur afneemt met 1°C per 300 m (1,8°C per
1000 voet) tot een maximum van 3 km (10.000 voet), zonder direct zonlicht. Deze limiet is mogelijk lager, afhankelijk van
type en aantal van de geïnstalleerde opties.
Voeding
Uitgangsvermogen 45 W
Bedrijfsspanningsbereik 100 tot 240 V wisselstroom
Nominale lijnfrequentie 50 tot 60 Hz
Nominale uitgangsstroom (maximaal) 2,31 A
Uitgangsspanning +19,5 V gelijkstroom
Specicaties 59
4 HP PC Hardware Diagnostics gebruiken
HP PC Hardware Diagnostics Windows gebruiken (alleen
bepaalde producten)
HP PC Hardware Diagnostics Windows is een hulpprogramma voor Windows waarmee u diagnosetests kunt
uitvoeren om te bepalen of de computerhardware goed werkt. Het hulpprogramma wordt uitgevoerd in het
besturingssysteem Windows om hardwareproblemen te diagnosticeren.
Als HP PC Hardware Diagnostics Windows niet op uw computer is geïnstalleerd, moet u dit eerst downloaden
en installeren. Zie HP PC Hardware Diagnostics Windows downloaden op pagina 60 om HP PC Hardware
Diagnostics Windows te downloaden.
Nadat HP PC Hardware Diagnostics Windows is geïnstalleerd, gaat u als volgt te werk dit vanuit HP Help en
ondersteuning of HP Support Assistant te openen.
1. HP PC Hardware Diagnostics Windows openen vanuit HP Help en ondersteuning:
a. Klik op de knop Start en selecteer HP Help en ondersteuning.
b. Selecteer HP PC Hardware Diagnostics Windows.
– of –
HP PC Hardware Diagnostics Windows openen vanuit HP Support Assistant:
a. Typ support in het zoekvak van de taakbalk en selecteer vervolgens de app HP Support
Assistant.
– of –
Selecteer het pictogram met het vraagteken op de taakbalk.
b. Selecteer Probleemoplossing en oplossingen.
c. Selecteer Diagnose en vervolgens HP PC Hardware Diagnostics Windows.
2. Wanneer het hulpprogramma wordt geopend, selecteert u het soort diagnosetest dat u wilt uitvoeren en
volgt u de instructies op het scherm.
OPMERKING: Als u een diagnosetest wilt stoppen, selecteert u Annuleren.
Als HP PC Hardware Diagnostics Windows een fout detecteert waarvoor hardware vervangen moet worden,
wordt er een 24-cijferige fout-id-code gegenereerd. Het scherm toont een van de volgende opties:
Er wordt een fout-id-koppeling weergegeven. Selecteer de koppeling en volg de instructies op het
scherm.
Er worden instructies weergegeven voor het bellen van de ondersteuning. Volg deze instructies.
HP PC Hardware Diagnostics Windows downloaden
De instructies voor het downloaden van HP PC Hardware Diagnostics Windows zijn alleen beschikbaar in
het Engels.
U moet een Windows-computer gebruiken om dit hulpprogramma te downloaden omdat er alleen .exe-
bestanden worden verstrekt.
60 Hoofdstuk 4 HP PC Hardware Diagnostics gebruiken
De nieuwste versie van HP PC Hardware Diagnostics Windows downloaden
Ga als volgt te werk om HP PC Hardware Diagnostics Windows te downloaden:
1. Ga naar http://www.hp.com/go/techcenter/pcdiags. De startpagina van HP PC Diagnostics wordt
weergegeven.
2. Selecteer HP Diagnostics Windows downloaden en selecteer een locatie op uw computer of een USB-
ashdrive.
Het hulpprogramma wordt gedownload naar de geselecteerde locatie.
– of –
U kunt de volgende stappen gebruiken om HP PC hardware Diagnostics (Windows) vanuit de Microsoft Store
te downloaden:
1. Selecteer de Microsoft-app op uw bureaublad of typ Microsoft Store in het zoekvak van de
taakbalk.
2. Typ HP PC hardware Diagnostics (Windows) in het zoekvak van de Microsoft Store.
3. Volg de instructies op het scherm.
Het hulpprogramma wordt gedownload naar de geselecteerde locatie.
HP Hardware Diagnostics (Windows) op productnaam of -nummer downloaden (alleen bepaalde
producten)
OPMERKING: Voor bepaalde producten moet u mogelijk software downloaden naar een USB-ashstation
aan de hand van de productnaam of het productnummer.
Volg deze stappen om HP PC Hardware Diagnostics Windows te downloaden aan de hand van de productnaam
of het productnummer:
1. Ga naar http://www.hp.com/support.
2. Selecteer Software en drivers, selecteer uw type product en voer vervolgens de productnaam of het
nummer in het zoekvak in dat wordt weergegeven.
3. Selecteer Downloaden in het gedeelte Diagnose en volg de instructies op het scherm om de specieke
Windows-diagnoseversie voor uw computer of USB-ashstation te selecteren.
Het hulpprogramma wordt gedownload naar de geselecteerde locatie.
HP PC Hardware Diagnostics Windows installeren
Ga als volgt te werk om HP PC Hardware Diagnostics Windows te installeren:
Ga naar de map op uw computer of het USB-ashstation waarnaar het .exe-bestand is gedownload,
dubbelklik op het .exe-bestand en volg de instructies op het scherm.
HP PC Hardware Diagnostics (UEFI) gebruiken
OPMERKING: Voor Windows 10 S-computers moet u een Windows-computer en een USB-ashstation
gebruiken voor het downloaden en maken van de HP UEFI ondersteuningsomgeving omdat alleen .exe-
bestanden worden verstrekt. Zie HP PC Hardware Diagnostics (UEFI) naar een USB-ashstation downloaden
op pagina 62 voor meer informatie.
HP PC Hardware Diagnostics (UEFI) gebruiken 61
Met HP PC Hardware Diagnostics (UEFI, Unied Extensible Firmware Interface) kunt u diagnostische tests
uitvoeren om te bepalen of de computerhardware goed werkt. Het hulpprogramma wordt buiten het
besturingssysteem uitgevoerd om hardwareproblemen te kunnen isoleren van problemen die worden
veroorzaakt door het besturingssysteem of andere softwarecomponenten.
Als uw pc niet in Windows wordt opgestart, kunt u HP PC Hardware Diagnostics (UEFI) gebruiken om
hardwareproblemen te diagnosticeren.
Als HP PC Hardware Diagnostics (UEFI) een fout detecteert waarvoor hardware vervangen moet worden,
wordt er een 24-cijferige fout-id-code gegenereerd. Voor hulp bij de probleemoplossing:
Selecteer Contact opnemen met HP, accepteer de privacyverklaring en scan vervolgens met een mobiel
apparaat de fout-id-code die op het volgende scherm wordt weergegeven. De pagina HP
Klantenondersteuning - Service Center wordt wordt weergegeven de fout-id en het productnummer
worden automatisch ingevuld. Volg de instructies op het scherm.
– of –
Neem contact op met de ondersteuning en geef de fout-id-code door.
OPMERKING: Als u het diagnoseprogramma wilt openen op een convertible computer, moet u de computer
in de notebookmodus zetten en moet u het toetsenbord gebruiken dat aangesloten is.
OPMERKING: Als u een diagnosetest wilt stoppen, drukt u op esc.
HP PC Hardware Diagnostics (UEFI) starten
Ga als volgt te werk om HP PC Hardware Diagnostics (UEFI) te starten:
1. Zet de computer aan of start deze opnieuw op en druk snel op esc.
2. Druk op f2.
Het BIOS zoekt op drie plaatsen en in de onderstaande volgorde naar diagnoseprogramma's:
a. Aangesloten USB-ashstation
OPMERKING: Zie De nieuwste versie van HP PC Hardware Diagnostics (UEFI) downloaden
op pagina 63 om het hulpprogramma HP PC Hardware Diagnostics (UEFI) naar een USB-
ashstation te downloaden.
b. Harde schijf
c. BIOS
3. Wanneer het diagnosehulpmiddel wordt geopend, selecteert u een taal, selecteert u het soort
diagnosetest dat u wilt uitvoeren en volgt u de instructies op het scherm.
HP PC Hardware Diagnostics (UEFI) naar een USB-ashstation downloaden
Het downloaden van HP PC Hardware Diagnostics (UEFI) naar een USB-ashstation kan in de volgende
situaties handig zijn:
HP PC Hardware Diagnostics (UEFI) is niet inbegrepen in de vooraf geïnstalleerde image.
HP PC Hardware Diagnostics (UEFI) is niet inbegrepen in de partitie HP Tool.
De harde schijf schijf is beschadigd.
OPMERKING: Instructies voor het downloaden van HP PC Hardware Diagnostics (UEFI) zijn alleen
beschikbaar in het Engels. Ook moet u een Windows-computer gebruiken voor het downloaden en maken van
de HP UEFI ondersteuningsomgeving omdat er alleen .exe-bestanden worden verstrekt.
62 Hoofdstuk 4 HP PC Hardware Diagnostics gebruiken
De nieuwste versie van HP PC Hardware Diagnostics (UEFI) downloaden
Ga als volgt te werk om de nieuwste versie van HP PC Hardware Diagnostics (UEFI) naar een USB-ashstation
te downloaden:
1. Ga naar http://www.hp.com/go/techcenter/pcdiags. De startpagina van HP PC Diagnostics wordt
weergegeven.
2. Selecteer Download HP Diagnostics UEFI en selecteer vervolgens Uitvoeren.
HP PC Hardware Diagnostics (UEFI) downloaden aan de hand van de productnaam of het
productnummer (alleen bepaalde producten)
OPMERKING: Voor bepaalde producten moet u mogelijk software downloaden naar een USB-ashstation
aan de hand van de productnaam of het productnummer.
HP Hardware Diagnostics (UEFI) naar een USB-ashstation downloaden aan de hand van de productnaam of
het productnummer (alleen bepaalde producten):
1. Ga naar http://www.hp.com/support.
2. Voer de productnaam of het productnummer in, selecteer uw computer en selecteer uw
besturingssysteem.
3. In het gedeelte Diagnostics volgt u de instructies op het scherm om de gewenste UEFI Diagnostics-
versie te selecteren en te downloaden.
Instellingen voor Remote HP PC Hardware Diagnostics (UEFI)
gebruiken (alleen bepaalde producten)
Remote HP PC Hardware Diagnostics is een rmware (BIOS)-functie waarmee u HP PC Hardware Diagnostics
(UEFI) naar uw computer kunt downloaden. Deze voert vervolgens diagnoses op uw computer uit en kan de
resultaten naar een vooraf gecongureerde server uploaden. Voor meer informatie over Remote HP PC
Hardware Diagnostics (UEFI) gaat u naar http://www.hp.com/go/techcenter/pcdiags en selecteert u Meer
informatie.
Remote HP PC Hardware Diagnostics (UEFI) downloaden
OPMERKING: HP Remote PC Hardware Diagnostics (UEFI) is ook beschikbaar als SoftPaq die naar een server
kan worden gedownload.
De nieuwste versie van Remote HP PC Hardware Diagnostics (UEFI) downloaden
Ga als volgt te werk om de nieuwste versie van Remote HP PC Hardware Diagnostics (UEFI) te downloaden:
1. Ga naar http://www.hp.com/go/techcenter/pcdiags. De startpagina van HP PC Diagnostics wordt
weergegeven.
2. Selecteer Remote Diagnostics downloaden en selecteer vervolgens Uitvoeren.
Instellingen voor Remote HP PC Hardware Diagnostics (UEFI) gebruiken (alleen bepaalde producten) 63
Remote HP PC Hardware Diagnostics (UEFI) downloaden aan de hand van de productnaam of het
productnummer
OPMERKING: Voor bepaalde producten moet u mogelijk software downloaden aan de hand van de
productnaam of het productnummer.
Volg deze stappen om Remote HP PC Hardware Diagnostics (UEFI) te downloaden aan de hand van de
productnaam of het productnummer:
1. Ga naar http://www.hp.com/support.
2. Selecteer Software en drivers, selecteer uw type product, voer de productnaam of het nummer in het
zoekvak in dat wordt weergegeven, selecteer uw computer en selecteer vervolgens uw
besturingssysteem.
3. In het gedeelte Diagnostics volgt u de instructies op het scherm om de gewenste UEFI op afstand-
versie te selecteren en te downloaden.
Instellingen voor Remote HP PC Hardware Diagnostics (UEFI) aanpassen
Door de instelling Remote HP PC Hardware Diagnostics in Computer Setup (BIOS) te gebruiken, kunt u de
volgende aanpassingen uitvoeren:
Een schema instellen voor het uitvoeren van diagnoses op de achtergrond. U kunt diagnoses ook direct
in interactieve modus starten door Remote HP PC Hardware Diagnostics uitvoeren te selecteren.
De locatie instellen voor het downloaden van de diagnosehulpmiddelen. Deze functie biedt toegang tot
de hulpprogramma's van de website van HP of vanaf een server die voor gebruik vooraf is
gecongureerd. De computer heeft de traditioneel lokale opslag (zoals een harde schijf of USB-
ashstation) niet nodig om externe diagnoses uit te voeren.
Een locatie instellen voor het opslaan van de testresultaten. U kunt ook de gebruikersnaam en het
wachtwoord instellen die bij uploads worden gebruikt.
Statusinformatie weergeven over eerder uitgevoerde diagnoses.
Volg deze stappen om de instellingen voor Remote HP PC Hardware Diagnostics (UEFI) aan te passen:
1. Schakel de computer in of start de computer opnieuw op en druk als het HP logo wordt weergegeven op
f10 om Computer Setup te openen.
2. Selecteer Advanced (Geavanceerd) en selecteer vervolgens Settings (Instellingen).
3. Maak uw aanpassingsselecties.
4. Selecteer Main (Hoofd) en vervolgens Save Changes and Exit (Wijzigingen opslaan en afsluiten) om de
instellingen op te slaan.
De voorkeursinstellingen zijn van kracht zodra de computer opnieuw is opgestart.
64 Hoofdstuk 4 HP PC Hardware Diagnostics gebruiken
A Elektrostatische ontlading
Elektrostatische ontlading is het vrijkomen van statische elektriciteit wanneer twee objecten met elkaar in
aanraking komen, bijvoorbeeld de schok die u krijgt wanneer u over tapijt loopt en vervolgens een metalen
deurklink aanraakt.
Elektronische onderdelen kunnen worden beschadigd door de ontlading van statische elektriciteit vanaf
vingers of andere elektrostatische geleiders.
BELANGRIJK: Neem de volgende voorschriften in acht om het risico van schade aan de computer of een
schijfeenheid, of verlies van gegevens te beperken:
Als in de instructies voor het verwijderen of installeren van onderdelen wordt aangegeven dat u de
computer moet loskoppelen, controleer dan eerst of de computer goed is geaard.
Bewaar onderdelen in de antistatische verpakking totdat u klaar bent om ze te installeren.
Raak pinnen, aansluitingen en circuits niet aan. Zorg dat u elektronische onderdelen zo min mogelijk
hoeft aan te raken.
Gebruik niet-magnetisch gereedschap.
Raak voordat u de onderdelen aanraakt, een ongeverfd metalen oppervlak aan, zodat u niet statisch
geladen bent.
Als u een onderdeel verwijdert, doet u het in een antistatische verpakking.
65
B Transportgegevens
Transport voorbereiden
U bereidt de thin client als volgt voor op transport:
1. Schakel de thin client en alle externe apparatuur uit.
2. Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact en haal het snoer daarna uit de thin client.
3. Koppel de systeemonderdelen en externe apparatuur los van hun voedingsbron en daarna van de thin
client.
4. Verpak de systeemonderdelen en de externe apparatuur in de originele of een soortgelijke verpakking
en gebruik voldoende opvulmateriaal om de apparatuur te beschermen.
OPMERKING: Ga naar http://www.hp.com/go/quickspecs voor informatie over de
omgevingstemperatuur die is toegestaan als het apparaat niet in gebruik is.
Belangrijke informatie betreende service en reparatie
Verwijder altijd alle externe apparaten en bewaar ze op een veilige plek voordat u de thin client terugstuurt
naar HP voor reparatie of vervanging.
In landen waarin klanten hun thin client kunnen opsturen voor reparatie en dezelfde eenheid wordt
teruggezonden aan de klant, doet HP haar uiterste best om de gerepareerde thin client te retourneren met
hetzelfde interne geheugen en dezelfde ashmodules.
In landen waar het verzenden, repareren en retourneren van dezelfde thin client niet wordt ondersteund,
verwijdert u naast de externe opties ook alle interne opties en bewaart u deze op een veilige plek. Herstel de
thin client naar de originele conguratie voordat u de thin client naar HP verzendt voor reparatie.
66 Bijlage B Transportgegevens
C Toegankelijkheid
HP en toegankelijkheid
Diversiteit, integratie en werk/leven zit in het DNA van HP en wordt weerspiegeld in alles wat HP maakt. HP
streeft naar een inclusieve omgeving gericht op het verbinden mensen met de kracht van technologie over de
hele wereld.
De technologische hulpmiddelen vinden die u nodig hebt
Technologie opent voor u nieuwe deuren. Met ondersteunende technologieën worden barrières verwijderd en
kunt u thuis, op het werk en in de gemeenschap onafhankelijk creëren. Ondersteunende technologieën
helpen de functionele mogelijkheden van elektronische en informatietechnologie te vergroten, te
onderhouden en te verbeteren. Zie De beste ondersteunende technologie vinden op pagina 68 voor meer
informatie.
De toezegging van HP
HP zet zich ervoor in om producten en diensten aan te bieden die toegankelijk zijn voor mensen met een
handicap. Deze verbintenis ondersteunt de diversiteitsdoelstellingen van HP en zorgt ervoor dat de voordelen
van technologie voor iedereen beschikbaar zijn.
De doelstelling van HP op het gebied van toegankelijkheid is het ontwerpen, produceren en op de markt
brengen van producten en diensten die door iedereen gebruikt kunnen worden, waaronder ook mensen met
een handicap. Dit kan op basis van een autonoom systeem zijn of met behulp van de juiste assistieve
apparaten.
Om dat doel te bereiken, zijn met dit toegankelijkheidsbeleid zeven hoofddoelen vastgesteld om de acties van
HP te sturen. Van alle HP managers en werknemers wordt verwacht dat ze deze doelstellingen en de
implementatie ervan ondersteunen in overeenstemming met hun rollen en verantwoordelijkheden:
Verhogen van het bewustzijn van problemen met de toegankelijkheid binnen HP en medewerkers de
training bieden die ze nodig hebben om toegankelijke producten en diensten te ontwerpen, te
produceren, op de markt te brengen en te leveren.
Ontwikkelen van richtlijnen inzake toegankelijkheid voor producten en diensten en
productontwikkelingsgroepen verantwoordelijk houden voor het implementeren van deze richtlijnen
waar dit concurrerend, technisch en economisch haalbaar is.
Mensen met een handicap betrekken bij het ontwikkelen van richtlijnen inzake toegankelijkheid en bij
het ontwerpen en testen van producten en diensten.
Documenteren van toegankelijkheidsfuncties en informatie over HP producten en diensten in een
toegankelijke vorm openbaar beschikbaar stellen.
Relaties tot stand brengen met toonaangevende ondersteunende technologie en leveranciers van
oplossingen.
Ondersteunen van intern en extern onderzoek en ontwikkeling waarmee de ondersteunende
technologie die voor HP producten en diensten relevant is, verbeterd zal worden.
Ondersteunen van en bijdragen aan normen en richtlijnen voor toegankelijkheid in de sector.
HP en toegankelijkheid 67
International Association of Accessibility Professionals (IAAP)
IAAP is een vereniging zonder winstoogmerk die zich richt op bevordering van het vak van toegankelijkheid
via netwerken, onderwijs en certicering. Het doel is professionals op het gebied van toegankelijkheid te
helpen bij het ontwikkelen en stimuleren van hun carrière en organisaties beter in staat te stellen
toegankelijkheid te integreren in hun producten en infrastructuur.
HP is een van de oprichters en heeft zich aangesloten bij andere organisaties om de toegankelijkheid te
verbeteren. Deze toezegging ondersteunt de doelstelling van HP om producten en diensten te ontwerpen, te
produceren en op de markt te brengen die eectief door mensen met een handicap kunnen worden gebruikt.
IAAP maakt het vak sterk door personen, studenten en organisaties wereldwijd met elkaar te verbinden om
van elkaar te leren. Als u meer wilt weten, ga dan naar de online community op
http://www.accessibilityassociation.org, meld u aan voor nieuwsbrieven en lees meer over
lidmaatschapsopties.
De beste ondersteunende technologie vinden
Iedereen, inclusief mensen met een handicap of leeftijdsgebonden beperkingen, moet in staat zijn om te
communiceren, zich uit te drukken en verbinding te maken met de wereld met behulp van technologie. HP
streeft naar meer bewustzijn op het gebied van toegankelijkheid bij HP en bij onze klanten en partners. Of het
nu gaat om grote lettertypen die gemakkelijk leesbaar zijn, spraakherkenning waarmee u uw handen rust
kunt geven of een andere ondersteunende technologie voor uw specieke situatie, vele verschillende
ondersteunende technologieën maken HP producten eenvoudiger om te gebruiken. Hoe kiest u?
Uw behoeften evalueren
Technologie opent voor u nieuwe deuren. Met ondersteunende technologieën worden barrières verwijderd en
kunt u thuis, op het werk en in de gemeenschap onafhankelijk creëren. Ondersteunende technologieën
helpen de functionele mogelijkheden van elektronische en informatietechnologie te vergroten, te
onderhouden en te verbeteren.
U kunt uit vele producten met ondersteunende technologieën kiezen. Met ondersteunende technologieën
moet u verschillende producten kunnen evalueren, uw vragen kunnen beantwoorden en uw selectie van de
beste oplossing voor uw situatie kunnen vergemakkelijken. U zult merken dat professionals die
gekwaliceerd zijn om ondersteunende technologieën te evalueren uit vele gebieden afkomstig zijn, inclusief
diegenen die een licentie hebben of gecerticeerd zijn in fysiotherapie, ergotherapie, spraak-/taalpathologie
en andere expertisegebieden. Anderen, die niet gecerticeerd zijn of geen licentie hebben, kunnen ook
evaluatie-informatie bieden. U wilt mogelijk vragen stellen over de ervaring van de persoon, de expertise en
kosten om te bepalen of deze professionals geschikt zijn voor uw behoeften.
Toegankelijkheid voor HP producten
De volgende koppelingen bieden informatie over toegankelijkheidsfuncties en ondersteunende technologie,
indien van toepassing, in verschillende HP producten. Deze bronnen helpen u bij het selecteren van de
specieke functies met ondersteunende technologie en product(en) die passen bij uw situatie.
HP Elite x3–Toegankelijkheidsopties (Windows 10 Mobile)
HP pc's–Toegankelijkheidsopties Windows 7
HP pc's–Toegankelijkheidsopties Windows 8
HP pc's–Toegankelijkheidsopties Windows 10
HP Slate 7-tablets–Toegankelijkheidsfuncties inschakelen op uw HP tablet (Android 4.1/Jelly Bean)
HP SlateBook pc's–Toegankelijkheidsfuncties inschakelen (Android 4.3, 4.2/Jelly Bean)
68 Bijlage C Toegankelijkheid
HP Chromebook pc's – Toegankelijkheidsfuncties inschakelen op uw HP Chromebook of Chromebox
(Chrome OS)
HP Shopping–randapparatuur voor HP producten
Zie Contact opnemen met ondersteuning op pagina 71 als u extra ondersteuning nodig hebt met de
toegankelijkheidsfuncties van uw HP product.
Extra koppelingen naar externe partners en leveranciers die extra hulp kunnen bieden:
Microsoft-toegankelijkheidsinformatie (Windows 7, Windows 8, Windows 10, Microsoft Oice)
Informatie over toegankelijkheid van Google-producten (Android, Chrome, Google-apps)
Ondersteunende technologieën gesorteerd op type beperking
Assistive Technology Industry Association (ATIA)
Normen en wetgeving
Normen
Artikel 508 van de FAR-normen (Federal Acquisition Regulation) is door de US Access Board gecreëerd om
mensen met fysieke, sensorische of cognitieve beperkingen toegang te bieden tot informatie- en
communicatietechnologie (ICT). De normen bevatten technische criteria die speciek zijn voor verschillende
soorten technologieën, evenals op prestaties gebaseerde vereisten die gericht zijn op de functionele
mogelijkheden van producten die hieronder vallen. Specieke criteria zijn van toepassing op
softwaretoepassingen en besturingssystemen, webgebaseerde informatie en toepassingen, computers,
telecommunicatieproducten, video en multimedia en op zichzelf staande gesloten producten.
Mandaat 376 – EN 301 549
De norm EN 301 549 is door de Europese Unie binnen Mandaat 376 gecreëerd als basis voor een online toolkit
voor de openbare aanbesteding van ICT-producten. De norm speciceert de functionele vereisten betreende
toegankelijkheid die van toepassing zijn op ICT-producten en -diensten, samen met een beschrijving van de
testprocedures en evaluatiemethodologie voor elke toegankelijkheidsvereiste.
Web Content Accessibility Guidelines (WCAG)
Met de Web Content Accessibility Guidelines (WCAG) van het Web Accessibility Initiative (WAI) van W3C kunnen
webontwerpers en -ontwikkelaars sites maken die beter voldoen aan de behoeften van mensen met een
handicap of leeftijdsgebonden beperkingen. WCAG bevordert de toegankelijkheid van alle webinhoud (tekst,
afbeeldingen, audio en video) en webtoepassingen. WCAG kan nauwkeurig worden getest, is gemakkelijk te
begrijpen en te gebruiken en biedt webontwikkelaars exibiliteit voor innovatie. WCAG 2.0 is ook
goedgekeurd als ISO/IEC 40500:2012.
WCAG richt zich speciek op belemmeringen voor internettoegang die mensen met een visuele, auditieve,
fysieke, cognitieve of neurologische handicap ervaren en door oudere internetgebruikers met
toegankelijkheidsbehoeften. WCAG 2.0 biedt kenmerken voor toegankelijke inhoud:
Waarneembaar (bijvoorbeeld door tekstalternatieven voor afbeeldingen, bijschriften voor audio,
aanpassingsvermogen van de presentatie en kleurcontrast)
Werkbaar (door toetsenbordtoegang, kleurcontrast, timing van invoer, vermijden van aanvallen en
navigeerbaarheid)
Begrijpelijk (door leesbaarheid, voorspelbaarheid en hulp bij invoer)
Robuust (bijvoorbeeld door compatibiliteit met ondersteunende technologieën)
Normen en wetgeving 69
Wet- en regelgeving
Toegankelijkheid van IT en informatie is een gebied dat qua wetgeving steeds belangrijker is geworden. De
volgende koppelingen bieden informatie over belangrijke wetgeving, regelgeving en normen.
Verenigde Staten
Canada
Europa
Australië
Wereldwijd
Nuttige bronnen en koppelingen aangaande toegankelijkheid
De volgende organisaties zijn mogelijk goede informatiebronnen als het gaat om handicaps en
leeftijdsgebonden beperkingen.
OPMERKING: Deze lijst is niet volledig. Deze organisaties worden alleen ter informatie aangeboden. HP
aanvaardt geen verantwoordelijkheid voor informatie of contacten die u op internet tegenkomt. Vermelding
op deze pagina impliceert geen goedkeuring door HP.
Organisaties
American Association of People with Disabilities (AAPD)
The Association of Assistive Technology Act Programs (ATAP)
Hearing Loss Association of America (HLAA)
Information Technology Technical Assistance and Training Center (ITTATC)
Lighthouse International
National Association of the Deaf
National Federation of the Blind
Rehabilitation Engineering & Assistive Technology Society of North America (RESNA)
Telecommunications for the Deaf and Hard of Hearing, Inc. (TDI)
W3C Web Accessibility Initiative (WAI)
Onderwijsinstellingen
California State University, Northridge, Center on Disabilities (CSUN)
University of Wisconsin - Madison, Trace Center
Computeraccommodatieprogramma University of Minnesota
Andere bronnen voor gehandicapten
Technisch assistentieprogramma ADA (Americans with Disabilities Act)
ILO Global Business and Disability network
EnableMart
70 Bijlage C Toegankelijkheid
European Disability Forum
Job Accommodation Network
Microsoft Enable
Koppelingen van HP
Ons contactformulier
HP gids voor comfort en veiligheid
HP sales publieke sector
Contact opnemen met ondersteuning
OPMERKING: Ondersteuning is alleen in het Engels.
Klanten die doof of hardhorend zijn en vragen hebben over technische ondersteuning of
toegankelijkheid van HP producten:
Gebruik TRS/VRS/WebCapTel om (877) 656-7058 te bellen van maandag tot en met vrijdag, van
06.00 uur tot 21.00 uur Mountain Time.
Klanten met andere beperkingen of leeftijdsgebonden beperkingen die vragen hebben over technische
ondersteuning of toegankelijkheid van HP producten kunnen een van de volgende opties kiezen:
Bel (888) 259-5707 van maandag tot en met vrijdag, van 06.00 uur tot 21.00 uur Mountain Time.
Vul het Contactformulier in voor mensen met een handicap of leeftijdsgebonden beperkingen.
Contact opnemen met ondersteuning 71
Index
A
accu, vervangen 18
B
basisproblemen oplossen 50
beschikbare geheugen apparaten
57
BIOS
bijwerken 43
BIOS-instellingen 34
BIOS-instellingen wijzigen
in het REPSETUP-
hulpprogramma 41
bronnen, toegankelijkheid 70
C
COM-poorten 22
functionaliteit 23
herkennen 22
locaties 33
congureerbare seriële poorten
congureren 33
functionaliteit 23
herkennen 22
jumpers systeemkaart 22
D
diagnostics and troubleshooting 44
diagnostische inschakeltests 46
E
een BIOS bijwerken 43
Elektrostatische ontlading 65
evaluatie
toegankelijkheidsbehoeften 68
F
fout
berichten 48
signalen 46
G
geheugen, upgraden 19
geluidssignalen 46
H
hardwarespecicaties 59
het beheerderswachtwoord opnieuw
instellen 46
HP ondersteunend beleid 67
HP PC Hardware Diagnostics (UEFI)
downloaden 62
gebruiken 61, 62
starten 62
HP PC Hardware Diagnostics Windows
downloaden 60
gebruiken 60
installeren 61
HP ThinUpdate 53
HP ThinUpdate gebruiken om de
image te herstellen 53
Hulpprogramma Computer Setup
(F10) 34
I
installatierichtlijnen 3, 14
instellingen 3
Instellingen voor Remote HP PC
Hardware Diagnostics (UEFI)
gebruiken
aanpassen 64
gebruiken 63
International Association of
Accessibility Professionals 68
interne onderdelen 17
K
klantenondersteuning,
toegankelijkheid 71
knipperende lampjes 46
L
lampjes 44
lampjes voor energie en IDE-Flash-
activiteit 44
Locatie certicaten, labels en
serienummer 2
M
monteren
beveiligingskabel 6
N
netsnoer
vereisten voor alle landen 54
vereisten voor bepaalde landen en
regio's 55
niet-ondersteunde plaatsingen 12
normen en wetgeving,
toegankelijkheid 69
numerieke foutcodes 48
O
onderdelen
interne 17
voorkant 1
ondersteunde conguratie 9
ondersteunende technologie
doel 67
vinden 68
opslagmodule, verwijderen 66
opstartvolgorde 45
P
pieptonen 46
problemen oplossen 34, 50
problemen oplossen met een
schijoze eenheden 51
R
Regelmatig onderhoud 13
S
seriële connectoren 22
seriële poorten
congureren 33
functionaliteit 23
herkennen 22
jumpers systeemkaart 22
locaties 22
Service en reparatie 66
72 Index
specicaties
hardware 59
thin client 59
standaard installeren 4
systeemgeheugen upgraden 19
T
toegangspaneel
vervangen 16
verwijderen 15
toegankelijkheid 67
Toegankelijkheidsnormen Artikel
508 69
Transport voorbereiden 66
U
USB-ashstation, verwijderen 66
V
vereisten netvoedingskabel 54
Verklaring van volatiliteit 57
vervangen
accu 18
toegangspaneel 16
verwijderen
accu 18
M.2-opslagmodule 66
toegangspaneel 15
USB-ashstation 66
VESA-montage 7
voedingsaansluiting 13
W
waarschuwingen 3
brandwonden 14
de accu verwijderen 18
elektrische schok 14, 15, 20
geaarde stekker 14
geheugenmodules installeren
20
NIC-connectoren 14
statische elektriciteit 14
Wake on LAN (WOL) 45
Wake on LAN (WOL) uitschakelen/
inschakelen 45
Index 73
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81

HP t638 Thin Client Handleiding

Type
Handleiding