Sony STR-DE375 Handleiding

Categorie
Aanvullende muziekapparatuur
Type
Handleiding
Voorbereidingen
2
NL
WAARSCHUWING
Stel het apparaat niet
bloot aan regen of vocht,
om gevaar voor brand of
een elektrische schok te
voorkomen.
Open nooit de behuizing, om gevaar
voor elektrische schokken te vermijden.
Laat reparaties aan de erkende
vakhandel over.
Plaats het apparaat niet in een gesloten
ruimte, zoals een boekenrek of
ingebouwde kast.
Gooi de batterij niet
weg, maar lever hem in
als KCA.
Voorzorgsmaatregelen
Veiligheid
Mocht er vloeistof of een voorwerp in
het apparaat terechtkomen, trek dan
de stekker uit het stopkontakt en laat
het apparaat eerst nakijken door een
deskundige, alvorens het weer in
gebruik te nemen.
Om brand te voorkomen mogen de
verluchtingsopeningen van de
receiver niet worden afgedekt met
kranten, tafelkleedjes, gordijnen, enz..
Plaats geen brandende kaarsen op het
toestel.
Plaats evenmin vazen op de receiver
om brand of elektrocutie te
voorkomen.
Stroomvoorziening
Kontroleer voor het aansluiten van
het apparaat eerst of de
bedrijfsspanning ervan wel
overeenkomt met de plaatselijke
netspanning. De bedrijfsspanning
staat aangegeven op het naamplaatje
aan de onderzijde van het apparaat.
Zolang het netsnoer op het
stopkontakt is aangesloten, blijft er
spanning op het apparaat staan, zelfs
nadat het apparaat is uitgeschakeld.
Trek de stekker van het netsnoer uit
het stopkontakt wanneer u denkt het
apparaat geruime tijd niet te zullen
gebruiken. Om de aansluiting op het
stopkontakt te verbreken, mag u
uitsluitend aan de stekker trekken;
trek nooit aan het snoer.
Indien het netsnoer vervangen moet
worden, mag dit alleen uitgevoerd
worden door een erkend
onderhoudscentrum.
De aan/uit-schakelaar bevindt zich
aan de voorkant van het apparaat.
Opstelling
Zet het apparaat op een goed
geventileerde plaats, met rondom
vrije luchtdoorstroming, om
oververhitting van de inwendige
onderdelen te voorkomen, in het
belang van een langdurige
betrouwbare werking.
Plaats het apparaat niet in de buurt
van een warmtebron of in direkt
zonlicht. Vermijd tevens plaatsen met
veel stof, vocht en mechanische
trillingen of schokken.
Zet niets bovenop het apparaat. De
ventilatie-openingen aan de
bovenzijde mogen niet geblokkeerd
worden, in het belang van een juist
funktioneren van het apparaat en een
langere levensduur van de
componenten.
De receiver warmt op terwijl hij in
werking is. Dat is normaal en wijst
niet op een defect. Wanneer deze
receiver langdurig met hoog volume
werkt, kan de bovenkant, zijkant en
onderkant van de behuizing sterk
opwarmen. Raak de behuizing niet
aan om verbranding te voorkomen.
Bediening
Zorg ervoor dat de stekkers van de
netsnoeren van de apparatuur niet in
het stopkontakt zitten, alvorens de
aansluitingen te maken. Sluit de
netsnoeren pas als allerlaatste aan.
Reiniging
Gebruik voor het reinigen van de
ombouw, het voorpaneel en de
bedieningsorganen een zachte doek,
licht bevochtigd met wat milde
vloeibare zeep. Gebruik geen
schuurspons, schuurmiddelen of
vluchtige stoffen zoals spiritus of
benzine.
Mocht u na het doorlezen van de
gebruiksaanwijzing nog vragen over
of problemen met het apparaat
hebben, aarzel dan niet kontakt op
te nemen met de dichtstbijzijnde
Sony handelaar.
3
NL
Voorbereidingen
Omtrent deze
handleiding
Deze gebruiksaanwijzing geldt voor
model STR-DE375. Controleer uw
modelnummer in de rechter
benedenhoek van het voorpaneel.
Ter verduidelijking
Alle aanwijzingen in de tekst
beschrijven de bediening met de
toetsen op de tuner/versterker zelf. U
kunt voor de bediening echter ook de
toetsen van de afstandsbediening
xgebruiken die dezelfde of
soortgelijke namen dragen als de
bedieningsorganen op het apparaat.
Een “Beknopt bedieningsoverzicht”
treft u aan op bladzijde 28.
Onder “Beschrijving van de
afstandsbediening” op pagina 26
vindt u een overzicht van de toetsen
op de afstandsbediening.
Op een aantal plaatsen in deze
gebruiksaanwijzing zult u de
onderstaande symbolen aantreffen:
Dit symbool verschijnt bij funkties
die tevens via de
afstandsbediening beschikbaar
zijn.
Dit symbool vestigt uw aandacht
op handige tips, die de bediening
vergemakkelijken.
Deze tuner/versterker is uitgerust met
een Dolby Pro Logic Surround decoder.
Geproduceerd onder licentle van: Dolby
Laboratories.
“DOLBY”, “PRO LOGIC” en het
dubbele-D symbool ; zijn
handelsmerken van Dolby Laboratories
.
GB
FR
NL
SE
INHOUDSOPGAVE
Voorbereidingen
Uitpakken 4
Aansluit-overzicht 4
Aansluiten van de antennes 5
Aansluiten van audio-apparatuur 5
Aansluiten van video-apparatuur 6
Aansluiten van luidsprekers 7
Aansluiten van de stroomvoorziening 8
Alvorens u de tuner/versterker in gebruik neemt 9
Automatisch vastleggen van FM zenders in alfabetische volgorde
(“Auto-betical” voorinstelling) 9
Tuner/versterker bedieningsfunkties
Kiezen van audio/video-apparatuur 10
Radio-ontvangst 12
Voorinstellen van radiozenders 13
Gebruik van het Radio Data Systeem (RDS) 14
Opnemen 16
Gebruik van de Sleep Timer 16
Gebruik van de akoestiekfunkties
Kiezen van een akoestiek-instelling 17
Optimaal benutten van Dolby Pro Logic Surround geluid 18
Aanvullende informatie
Verhelpen van storingen 21
Technische gegevens 22
Verklarende woordenlijst 23
Index 24
Beschrijving van het achterpaneel 25
Beschrijving van de afstandsbediening 26
Beknopt bedieningsoverzicht 28
Voorbereidingen
4
NL
Uitpakken
Kontroleer of het onderstaande bijgeleverd toebehoren
inderdaad in de verpakking van de tuner/versterker
aanwezig is:
FM draadantenne (1)
AM kaderantenne (1)
Afstandsbediening (1)
R6 (AA-formaat) batterijen (2)
Aanbrengen van batterijen in de
afstandsbediening
Plaats de twee AA-formaat R6 batterijen in de
afstandsbediening, met de juiste polariteit van (+) en
(–) zoals is aangegeven in het batterijvak. Voor gebruik
van de afstandsbediening richt u deze op de g
afstandsbedieningssensor voorop de tuner/versterker.
Wanneer u de batterijen dient te vervangen
Bij normaal gebruik zal een stel batterijen ongeveer een
half jaar meegaan. Als de tuner/versterker niet meer
naar behoren op de afstandsbediening reageert, is het
tijd beide batterijen door nieuwe te vervangen.
Opmerkingen
Leg de afstandsbediening niet op een al te warme of
vochtige plaats.
Gebruik geen oude en nieuwe batterij naast elkaar.
Let op dat de afstandsbedieningssensor van de tuner/
versterker niet wordt blootgesteld aan rechtstreekse
zonnestraling of fel lamplicht, anders zal de
afstandsbediening niet naar behoren funktioneren.
Wanneer u denkt de afstandsbediening geruime tijd niet
te gebruiken, is het beter de batterijen eruit te verwijderen,
om eventuele beschadiging door batterijlekkage en
corrosie te voorkomen.
Aansluit-overzicht
Op dit apparaat kunt u de volgende antennes en video-
en audio-apparatuur aansluiten. Volg voor het
aansluiten de aanwijzingen op de tussen haakjes
aangegeven bladzijden. Zie voor de plaats en de
benaming van de aansluitingen de “Beschrijving van
het achterpaneel” op bladzijde 25.
Vóór het aansluiten
Schakel eerst alle betrokken apparatuur uit, alvorens
u begint met het aansluiten ervan.
Sluit de netsnoeren van de apparatuur pas op het
stopkontakt aan nadat alle andere aansluitingen in
orde zijn.
Steek alle stekkers stevig in de aansluitbussen, om
gebrom en andere bijgeluiden te voorkomen.
Zorg bij het aansluiten van de audio snoeren dat u
links en rechts niet verwisselt: de witte stekkers op
de witte stekkerbussen (voor het linker kanaal) en de
rode stekkers op de rode stekkerbussen (voor het
rechter kanaal).
]
]
}
}
Voor-
luidspreker
(L)
Voor-
luidspreker
(R)
Surroundluidspreker
(L)
Aansluiten
van
luidspreker
(7)
AM/FM antenne
Aansluiten van de
antennes (5)
Midden-
luidspreker
DVD-speler/
Dolby Digital-
decoder
Aktieve
woofer
TV-
afstemeenheid
SAT
(satellietontvanger)
Videorecorder
Aansluiten van
video-apparatuur
(6)
CD speler
MD-Deck/
cassettedeck
Aansluiten van
video-apparatuur (5)
Voorbereidingen
Surroundluidspreker
(R)
5
NL
Voorbereidingen
Aansluiten van de antennes
Overzicht
Hieronder wordt beschreven hoe u de bijgeleverde AM
en FM antennes op de tuner aansluit. Als u deze tuner
wilt gebruiken voor radio-ontvangst, maak dan eerst
de hieronder beschreven aansluitingen en ga dan door
naar de volgende bladzijden. Zie voor de plaats van de
antenne-aansluitingen de onderstaande afbeelding.
Benodigdheden
Aansluitingen
In gebieden met een problematische FM-ontvangst
Sluit via een 75-ohm coaxiaalkabel (niet bijgeleverd) een
FM buitenantenne aan op de tuner/versterker, zoals
hieronder aangegeven.
In gebieden met een problematische AM-ontvangst
In gebieden met slechte ontvangst kan het nodig zijn
naast de AM kaderantenne een (niet bijgeleverde)
geïsoleerde draadantenne van 6 tot 15 meter lang aan te
sluiten. Span de geïsoleerde draad zo mogelijk
buitenshuis en horizontaal op.
Aansluiten van een aardleiding
Als u de tuner/versterker aansluit op een
buitenantenne, dient deze geaard te worden zoals in de
afbeelding links, ter bescherming tegen blikseminslag.
Sluit de aardingsdraad nooit aan op een gasleiding;
gezien de kans op een gasexplosie is dit uiterst
gevaarlijk.
Wat is de volgende stap?
Als u tevens andere apparatuur wilt aansluiten, lees dan
verder in de volgende paragraaf. Als u de tuner echter slechts
wilt gebruiken voor radio-ontvangst, ga dan door naar
“Aansluiten van luidsprekers” op blz. 7.
Aansluiten van audio-
apparatuur
Overzicht
Hieronder wordt beschreven hoe u geluidsapparatuur
op de tuner/versterker aansluit. Als u dit apparaat wilt
gebruiken als versterker, maak dan eerst de hieronder
beschreven aansluitingen. Zie voor de plaats van de
stekkerbussen de onderstaande afbeelding.
Benodigdheden
Audiosnoeren (niet bijgeleverd) (1 per CD-speler, 2 per
minidisc-recorder of cassettedeck)
FM draadantenne
(bijgeleverd) (1)
AM kaderantenne
(bijgeleverd) (1)
AM
kaderantenne
Tuner/
versterker
Na het aansluiten
van de draad-
antenne dient u
deze zo
horizontaal
mogelijk te
plaatsen.
Tuner/
versterker
Rood (R)
Rood (R)
Wit (L)
Wit (L)
(wordt vervolgd)
FM buitenantenne
Aardleiding
(niet bijgeleverd)
FM draadantenne
Naar een aardpunt
ANTENNA
ANTENNA
AM
FM
75
COAXIAL
ANTENNA
AM
FM
75
COAXIAL
MD/TAPE
CD
Voorbereidingen
6
NL
Videorecorder
Gebruik de funktiekeuzetoetsen (TV/SAT, CD, MD/
TAPE, of TUNER) om in te stellen op het VIDEO
AUDIO OUT signaal. U kunt dit geluidssignaal
opnemen door een opname-apparaat zoals een
cassettedeck aan te sluiten (op de VIDEO AUDIO OUT
stekkerbus).
DVD-speler/Dolby Digital-decoder
Benodigdheden
Audio-aansluitsnoeren (niet bijgeleverd) (1 voor de
DVD/MULTI CH FRONT en SURROUND
aansluitingen)
Mono-aansluitsnoeren (niet bijgeleverd) (1 voor de
DVD/MULTI CH CENTER en SUB WOOFER
aansluitingen)
OUTPUT INPUT
AUDIO IN
AUDIO OUT
VIDEO
L
R
AUDIO
AUDIO
L
R
Aansluitingen
De pijl l geeft de richting van de signaalstroom aan.
CD-speler
Minidisc-recorder of cassettedeck
Wat is de volgende stap?
Ga naar het volgende hoofdstuk voor de aansluiting van
videocomponenten en de weergave van surround sound bij
het bekijken/beluisteren van TV-programma’s of
videocassettes.
Aansluiten van video-
apparatuur
Overzicht
Hieronder wordt beschreven hoe u video-apparatuur
op de tuner/versterker kunt aansluiten.
Zie voor de plaats van de stekkerbussen de
onderstaande afbeelding.
Benodigdheden
Audio/videokabels (niet meegeleverd)(1 voor een TV-
afstemeenheid of Satellietontvanger; 2 voor een
videorecorder)
Tuner/versterker
CD-speler
Minidisc-recorder
of cassettedeckTuner/versterker
Aansluitingen
De pijl l geeft de richting van de signaalstroom aan.
U kunt het geluid van een videorecorder of TV/SAT
beluisteren door het audiosignaal van de
videorecorder of TV/SAT in de tuner/versterker in te
voeren.
TV/SAT
IN
L
R
L
R
CD
OUTPUT
LINE
IN
OUTPUT
MD/TAPE
LINE
INPUT
LINE
L
R
OUT
L
R
AUDIO IN
L
R
L
R
TV/SAT
AUDIO
OUTPUT
TV/SAT
DVD/MULTI CH
VIDEO
Rood (R)Rood (R)
Wit (L)Wit (L)
Tuner/versterker
Videorecorder
Tuner/versterker
TV-afstemeenheid of
Satellietontvanger
Rood (R)Rood (R)
Wit (L)Wit (L)
Zwart Zwart
7
NL
Voorbereidingen
DVD/MULTI CH
FRONT SURROUND
CENTER
SUB
WOOFER
L
R
FRONT
SURROUND
CENTER
SUB
WOOFER
PRE OUT
U kunt gedecodeerde Dolby Digital-geluidssporen
weergeven via de luidsprekers aangesloten op de tuner/
versterker.
Indien u beschikt over een DVD-speler of een Dolby
Digital decoder met 5.1 CH uitgang, kunt u een
gedecodeerde Dolby Digital soundtrack versterken met
de volgende aansluitingen.
Opmerking
Indien u beschikt over een DVD-speler met 2CH analoge
uitgang, verbindt u die met een andere functie-aansluiting.
Wat is de volgende stap?
Lees verder in de volgende paragraaf voor het aansluiten van
de luidsprekers.
Aansluiten van luidsprekers
Overzicht
Hieronder wordt beschreven hoe u uw luidsprekers op
de tuner/versterker kunt aansluiten. Hoewel
voorluidsprekers (linker en rechter) vereist zijn, is
gebruik van midden- en Surroundluidspreker niet
strikt noodzakelijk. Door toevoeging van midden- en
Surroundluidspreker aan uw installatie echter, zult u
van geluid met akoestiek-effekten kunnen genieten.
Aansluiting van een aktieve woofer zal het lagetonen-
bereik verruimen. Zie voor de exakte plaats van de
aansluitingen de onderstaande afbeelding.
Voor een zo treffend mogelijk akoestisch effekt stelt u
de luidsprekers op zoals in onderstaande afbeelding is
aangegeven.
Benodigdheden
Luidsprekersnoeren (niet bijgeleverd) (1 per luidspreker)
Strip ongeveer 15 mm van de uiteinden van het snoer. Let
goed op dat het luidsprekersnoer met de juiste polariteit (+
en –) wordt aangesloten. Als u bij één van de luidsprekers
de + en – polen verwisselt, zal het geluid vervormd klinken
en de lage tonen zullen niet goed doorkomen.
Aansluitingen
Voorluidsprekers
Surround- en middenluidsprekers
SPEAKERS FRONT
SUB WOOFER
SPEAKERS SURROUND
SPEAKERS CENTER
60 - 90 cm
Surroundluidspreker
(+)(+)
(–)
(–)
45°
Surround-
luidspreker
(R)
Surround-
luidspreker
(L)
SPEAKERS
FRONT
R
L
SPEAKERS
SURROUND
LR
CENTER
DVD-Speler
Tuner/versterker
Voorluidspreker
(R)
Voorluidspreker
(L)
Tuner/versterker
Tuner/versterker
Midden-
luidspreker
(wordt vervolgd)
Voorbereidingen
8
NL
SUB
WOOFER
INPUT
AUDIO OUT
,
Vermijd kortsluiting van de luidsprekers
De tuner/versterker wordt mogelijk beschadigd indien
de luidsprekers kortsluiting maken. Let op de
volgende voorzorgen bij het verbinden van de
luidsprekers zodat kortsluiting wordt voorkomen.
Controleer bij het aansluiten dat de ontblote uiteinden
van ieder luidsprekersnoer beslist geen contact maken
met een andere stekkerbus of een ander
luidsprekersnoer.
Voorbeelden van een foute aansluiting van een
luidsprekersnoer:
Het ontblote uiteinde maakt contact met een andere
luidspreker-stekkerbus.
De ontblote uiteinden raken elkaar aan omdat er te veel
isolatie is verwijderd.
Controleer na het aansluiten van alle componenten, de
luidsprekers en het netsnoer of de luidsprekers juist
werken. Geef hiervoor de testtoon via iedere
luidspreker weer. Zie “Instellen van het volume van de
luidsprekers” op blz. 19 voor details.
Indien u Surroundluidspreker heeft aangesloten, moet
u op de DVD/MULTI CH toets drukken en het
geluidsveld van de tuner/versterker uitschakelen
voordat u de weergave van de testtoon start zodat de
testtoon afzonderlijk via de linker- en rechter
Surroundluidspreker wordt weergegeven.
Indien u geen geluid via een luidspreker hoort bij
weergave van de testtoon, of een testtoon via een
andere luidspreker dan de luidspreker waarvan de
naam op het uitleesvenster van de tuner/versterker
wordt getoond, maken de luidsprekers kortsluiting. U
moet in dat geval de aansluitingen van de luidsprekers
nogmaals controleren.
FRONT
SPEAKERS
R
L
+
FRONT
SPEAKERS
R
L
+
Aktieve woofer
Opmerking
Niet aansluiten op een andere component.
IAls uw TV-monitor gebruik maakt van afzonderlijke
luidsprekers
Kunt u een ervan aansluiten op de SPEAKERS CENTER
aansluitingen voor gebruik met Dolby Pro Logic
Surround geluid (zie pagina 18).
Wat is de volgende stap?
Ga naar “Aansluiten van de stroomvoorziening” op deze
pagina om uw systeem aan te vullen.
Aansluiten van de
stroomvoorziening
Aansluiten van het netsnoer
Sluit het netsnoer van deze tuner/versterker en van
uw audio/video-apparatuur aan op een stopkontakt.
Wat is de volgende stap?
Lees alvorens de installatie in gebruik te nemen de volgende
paragraaf door, om ervan verzekerd te zijn dat alle toetsen en
schakelaars juist staan ingesteld.
Tuner/versterker
Aktieve woofer
naar een stopkontakt
9
NL
Voorbereidingen
Alvorens u de tuner/versterker
in gebruik neemt
Voor het eerste gebruik van de tuner/versterker of als
u eerder gemaakte instellingen wilt wissen, volgt u de
onderstaande aanwijzingen.
1 Schakel de tuner/versterker uit.
2 Hou ?/1 (aan/uit) langer dan 4 seconden
ingedrukt.
De aanduiding “INITIAL” verschijnt in het
uitleesvenster en dan zijn de onderstaande
instellingen gewist of in de oorspronkelijke
uitgangsstand teruggesteld:
Alle voorkeurzenders zijn teruggesteld op de
fabrieksinstellingen.
Alle klankbeeld-parameters zijn teruggesteld op
de fabrieksinstelligen.
Alle vastgelegde namen (van voorkeurzenders en
beeld/geluidsbronnen) zijn gewist.
Alle instellingen gemaakt met de SET UP toets
zijn teruggesteld op de fabrieksinstellingen.
Alle klankbeelden die waren vastgelegd voor
voorkeurzenders en beeld/geluidsbronnen zijn
gewist.
Zet de tuner/versterker aan en controleer de volgende
indicator.
Druk op MUTING wanneer MUTING verschijnt in
het uitleesvenster.
Druk herhaaldelijk op DIMMER om de
displayverlichting te regelen (4 standen).
?/1 (aan/uit)
DIMMER
MUTING
Automatisch vastleggen van
FM zenders in alfabetische
volgorde (“Auto-betical”
voorinstelling)
Met de “Auto-betical” voorinstelling kunt u maximaal
30 FM radiozenders en RDS informatie-zenders in het
afstemgeheugen van de tuner/versterker vastleggen,
in alfabetische volgorde. Alleen de best doorkomende
zenders worden door de “Auto-betical” voorinstelling
gekozen. Als u de FM of AM (middengolf en langegolf)
zenders zelf wilt kiezen, om deze één voor één vast te
leggen, volg dan de aanwijzingen onder “Voorinstellen
van radiozenders” op blz. 13.
De FM RDS informatiezenders worden eerst
vastgelegd, in alfabetische volgorde van hun officiële
zendernaam, gevolgd door de gewone FM
radiozenders, in volgorde van afstemfrekwentie. (Zie
voor nadere bijzonderheden over de RDS
informatiefunkties blz. 14).
1 Druk op de ?/1 (aan/uit) schakelaar om de
tuner/versterker uit te schakelen.
2 Druk op de MEMORY toets en houd deze
ingedrukt, en druk daarbij op de ?/1 (aan/uit)
schakelaar om het apparaat weer in te schakelen.
De aanduiding “AUTOBETICAL SELECT”
verschijnt en de tuner/versterker gaat dan op
zoek naar alle plaatselijk te ontvangen FM en FM
RDS zenders en legt deze in het afstemgeheugen
vast.
Wanneer de tuner/versterker het vastleggen van
de FM en FM RDS zenders voltooid heeft,
verschijnt de aanduiding “FINISH” in het
uitleesvenster.
Een vooringestelde code omprogrammeren voor een
andere zender
Zie “Voorinstellen van radiozenders” op pagina 13.
Onderbreken van de “Auto-betical” voorinstelling
voordat alle zenders zijn vastgelegd
Druk op de ?/1 (aan/uit) schakelaar om de tuner/
versterker uit te schakelen.
De radiozenders die reeds waren vastgelegd,
verschuiven nu naar de “hogere” nummers (naar C0) en
kunnen uit het afstemgeheugen worden gewist,
afhankelijk van het aantal zenders dat wordt gekozen
door de “Auto-betical” voorinstelling.
Opmerkingen
Als u verhuist naar een andere streek, kan het nodig zijn
deze procedure opnieuw uit te voeren, om de best te
ontvangen zenders in uw nieuwe woongebied vast te
leggen.
Voor meer details over het afstemmen op
voorinstelzenders, zie pagina 13.
Wanneer “FINISH” verschijnt, zijn alle vorige
voorinstelgeheugens gewist. Programmeer opnieuw AM-
zenders indien nodig.
Tuner/versterker bedieningsfunkties
10
NL
Kiezen van audio/video-
apparatuur
Voor het luisteren of kijken naar de weergave van
aangesloten apparatuur, dient u eerst met de
afstandsbediening of op de tuner/versterker het
gewenste apparaat in te stellen.
Voordat u begint dient u te zorgen dat:
de apparatuur zorgvuldig op de juiste wijze is
aangesloten, zoals beschreven op bladzijden 5 t/m 8.
1 Druk op de ?/1 (aan/uit) schakelaar om de
tuner/versterker in te schakelen.
2 Kies het gewenste apparaat door indrukken van
een van de funktiekeuzetoetsen:
3 Schakel het gekozen apparaat, bijvoorbeeld de
CD-speler, in en start het afspelen.
Om op deze tuner/versterker op radiozenders af
te stemmen, wordt verwezen naar “Radio-
ontvangst” op bladzijde 12.
4 Stel de geluidssterkte naar wens in met de
MASTER VOLUME regelaar.
Telkens wanneer u aan MASTER VOLUME
draait, verandert het uitleesvenster als volgt:
VOL MIN y VOL 1 yy VOL 30 y
VOL MAX
Het volume van de TV-luidspreker regelen
Gebruik de volumeregelaar van de TV.
Voorkom beschadiging van de luidsprekers
Zorg ervoor dat u het volume dicht zet alvorens de tuner/
versterker af te zetten. Bij het afzetten van de tuner/
versterker blijft de volume-instelling immers behouden.
Voor
Dempen van het geluid
Bijregelen van de balans
Bijregelen van de
klankkleur
Voor luisteren via de hoofdtelefoon
Sluit de hoofdtelefoon aan op PHONES. Er komt geen
geluid uit de luidsprekers.
Kijken/luisteren naar videoprogramma's
Wanneer u naar TV-uitzendingen of videoprogramma’s
kijkt, wordt aanbevolen het geluid via de tuner/
versterker in plaats van via de TV-luidsprekers te laten
klinken. Dit stelt u in staat de voordelen van de
akoestiek-effekten van de tuner/versterker te benutten,
zoals Dolby Pro Logic Surround, en biedt u de
mogelijkheid de afstandsbediening van de tuner/
versterker te gebruiken voor het regelen van het geluid.
Schakel de TV-luidsprekers uit voordat u begint, zodat u
kunt genieten van het akoestiek-geluid van uw tuner/
versterker.
Voor het kijken/luisteren naar TV-uitzendingen, schakelt
u zowel het TV-toestel, de TV-afstemeenheid, als de tuner/
versterker in en drukt u op de TV/SAT toets van de tuner/
versterker.
Voor het bekijken van videoprogramma’s, gaat u als volgt
te werk:
1 Druk op VIDEO om de videorecorder te kiezen.
2 Schakel de TV in en kies de video-stand voor het
ingangssignaal van de videorecorder.
3 Zet de videorecorder aan en start de weergave.
Gebruik van de afstandsbediening
Met de afstandsbediening kunt u de tuner en de hierop
aangesloten Sony apparatuur op afstand bedienen.
Voor TV-kijken of luisteren naar
Videocassettes
TV-programma's of
Satellietontvanger
DVD-speler/Dolby Digital-
decoder
Minidiscs (MD) of Audiocassettes
Compact discs (CD)
Radio-uitzendingen
Drukt u op
VIDEO
TV/SAT
DVD/MULTI CH
MD/TAPE
CD
TUNER
Doet u het volgende
Druk op MUTING. Druk
nogmaals of zet het volume
hoger om het geluid te
herstellen.
1 Druk herhaaldelijk op
LEVEL of MAIN MENU
op de afstandsbediening tot
de LEVEL indicator oplicht.
2 Druk herhaaldelijk op
MENU < of > tot
“BALANCE” verschijnt in
het uitleesvenster.
3 Druk op MENU + of – om de
links
/rechts-balans te regelen.
Druk op BASS +/– en TREBLE
+/– om het klankniveau te
regelen. De toonregeling is
instelbaar van –6 dB tot +6 dB
in stapjes van 2 dB tegelijk.
MENU </>
MASTER
VOLUME
LEVEL
Funktiekeuzetoetsen
TREBLE
+/
MENU
+/
BASS
+/
MUTING
?/1
(aan/uit)
?/1
Funktiekeuzetoetsen
Tuner/versterker bedieningsfunkties
11
NL
Tuner/versterker bedieningsfunkties
1
Druk op een van de Funktiekeuzetoetsen om de audio-
of videocomponent te kiezen die u wilt gebruiken.
De Funktiekeuzetoetsen op de afstandsbediening staan
bij aflevering als volgt ingesteld:
* De VIDEO 1, VIDEO 2, VIDEO 3, PHONO en MD/
TAPE functie werkt met 2 toetsen. Om een
bovenvermelde functie te kiezen, drukt u
tegelijkertijd op FN SHIFT (function shift) en de
gewenste functietoets.
Druk bijvoorbeeld op FN SHIFT en CD/SACD om
de MD/TAPE functie te kiezen.
Om de fabrieksinstelling van een toets te wijzigen,
zie het volgende hoofdstuk.
De tuner/versterker en het gekozen apparaat
worden ingeschakeld.
Als de gekozen audio- of videocomponent niet
wordt ingeschakeld
Druk op de aan/uit-schakelaar van het betreffende
apparaat.
2 Start de weergave.
Voor nadere bijzonderheden wordt verwezen
naar “Beschrijving van de afstandsbediening” op
bladzijde 26.
Veranderen van de toewijzingen van
een funktiekeuzetoets
Als de toewijzingen van de FUNCTION toetsen
(hierboven) zoals deze in de fabriek zijn ingesteld, niet
overeenstemmen met die van uw apparatuur, is het
mogelijk om deze instellingen aan te passen. Indien u
bijvoorbeeld beschikt over een MD-speler en een
cassettedeck, en niet over een CD-speler, kunt u de
CD/SACD-toets toekennen aan uw cassettedeck.
Merk op dat de instellingen van de TUNER en
FN SHIFT functies (VIDEO 1, VIDEO 2, VIDEO 3,
PHONO en MD/TAPE) niet kan worden gewijzigd.
1 Houd de Funktiekeuzetoetsen waarvan u de
toewijzing wilt veranderen, ingedrukt
(bijvoorbeeld CD/SACD).
2 Druk op de betreffende toets van de component
die u aan de functietoets wilt toekennen
(bijvoorbeeld 4 - Cassettedeck).
Voor TV-kijken of
luisteren naar
Radioprogramma's
Compact discs (CD)
Minidiscs (MD) of
Audiocassettes
TV-programma's of
Satellietontvanger
VHS videocassettes
(bedieningsstand VTR-3)
DVD-speler/
Dolby Digital decoder
met MULTI CH OUTPUT
Drukt u op
TUNER
CD/SACD
MD/TAPE et FN SHIFT*
(INITIAL-MD MODE)
TV/SAT
(INITIAL-TV MODE)
VIDEO
DVD/LD
(INITIAL-DVD MODE)
?/1
AV ?/1
MASTER VOL
> 10
.
ENTER
Funktiekeuze-
toetsen
Nummertoetsen
De volgende cijfertoetsen zijn bedoeld om de functies
te selecteren:
* Sony videorecorders worden bediend in een VTR 1, 2 of
3 stand. Deze bedieningsstanden komen overeen met
resp. Beta, 8mm en VHS.
Nu kan het cassettedeck worden bediend met de
CD/SACD-toets.
Een toets in de fabrieksinstelling zetten
Voer de bovenstaande procedure opnieuw uit.
Alle functietoetsen in de fabrieksinstelling zetten
Druk tegelijk op ?/1, AV ?/1 en MASTER VOL –.
Bedienen
CD-speler
DAT deck
Minidisc-recorder
Cassettedeck A
Cassettedeck B
Laserdisc-speler
Videorecorder (bedieningsstand VTR 1*)
Videorecorder (bedieningsstand VTR 2*)
Videorecorder (bedieningsstand VTR 3*)
TV-toestel
DSS (Digital Satellite System)
DVD
VCD-speler
Drukt u op
1
2
3
4
5
6
7
8
9
0
> 10
ENTER
.
Tuner/versterker bedieningsfunkties
12
NL
Radio-ontvangst
Op deze tuner kunt u de frekwentie van een
radiozender direkt invoeren met behulp van de
nummertoetsen van de afstandsbediening (direkte
afstemming). Zie ook “Automatisch doorlopen van
radiozenders (automatische afstemming)”.
Alvorens u begint, let op dat u:
een FM/AM antenne op de tuner heeft aangesloten
zoals beschreven op bladzijde 5.
1 Druk op de ?/1 (aan/uit) toets om de tuner in te
schakelen.
2 Druk op de TUNER toets.
Er wordt afgestemd op de laatst ontvangen
radiozender.
3 Druk op FM/AM om FM of AM zenders te
kiezen.
4 Druk op de D. TUNING toets van de
afstandsbediening.
5 Druk op de nummertoetsen van de
afstandsbediening om de frekwentie in te voeren.
Voorbeeld 1: FM 102,50 MHz Voorbeeld 2: AM 1350 MHz
6 Bij het afstemmen op AM zenders verstelt u de
richting van de kaderantenne voor de beste
ontvangst.
Voor ontvangst van andere radiozenders
Herhaal de stappen 3 t/m 5.
Als de STEREO indikator gedoofd blijft
Druk bij ontvangst van een FM stereo-uitzending op de
FM MODE toets.
Als een FM stereo-uitzending met veel storing
doorkomt
De STEREO indikator knippert. Druk op de FM MODE
toets om op MONO in te stellen. Het stereo effekt zal nu
verloren gaan, maar het geluid zal minder vervormd
klinken. Om weer terug te schakelen naar stereo
ontvangst drukt u nogmaals op deze toets.
Als u niet op de zender kunt afstemmen en de
ingevoerde cijfers knipperen
Kontroleer of u wel de juiste afstemfrekwentie hebt
ingevoerd. Is er sprake van een vergissing, druk dan
weer op de D. TUNING toets en voer de juiste
frekwentie in van de afstandsbediening. Knipperen de
cijfers nu nog en wordt er geen radiozender ontvangen,
dan is de gekozen afstemfrekwentie in uw woongebied
niet in gebruik.
Kijken naar TV-programma’s waarvan het geluid
gelijktijdig via FM wordt uitgezonden
Zorg dat u zowel op de TV (of de videorecorder) als op
de tuner op de TV-uitzending afstemt.
Als u voor de frekwentie een getal invoert dat niet
deelbaar is door het geldende afsteminterval
In dat geval wordt het door u gekozen getal
automatisch afgerond naar de dichtstbijzijnde waarde
die wel deelbaar is door het afsteminterval.
Afstemintervallen voor direkte afstemming:
FM: 50 kHz interval
AM: 9 kHz interval
Automatisch doorlopen van radiozenders
(automatische afstemming)
Als u de afstemfrekwentie van de gewenste zender niet
weet, kunt u de tuner alle zenders die in uw gebied te
ontvangen zijn, laten doorlopen tot u de gewenste
zender vindt.
1 Druk op de TUNER toets.
De tuner stemt af op de laatst ontvangen zender.
2 Druk op FM/AM om FM of AM te kiezen.
3 Druk op de TUNING + of – toets.
Druk op de + toets voor een zender met een
hogere frekwentie; op de – toets voor een zender
met een lagere frekwentie. Wanneer het einde van
een afstemband wordt bereikt, springt de tuner
automatisch naar de andere kant van de band.
Zodra een zender doorkomt, stopt de
automatische afstemming. Om dan verder te
zoeken, drukt u de toets nogmaals in.
D. TUNING
Nummer-
toetsen
02501
35001
?/1 (aan/uit)
MASTER VOLUMETUNING +/
FM/AMFM MODE
TUNER
13
NL
Tuner/versterker bedieningsfunkties
Voorinstellen van radiozenders
U zult waarschijnlijk uw favoriete radiozenders in het
geheugen van de tuner willen vastleggen zodat u
hierop snel kunt afstemmen. In het tuner-geheugen
kunnen in totaal 30 FM or AM zenders worden
opgeslagen. De zenders legt u vast onder een code
bestaande uit een letter (A, B of C) en een cijfer (0 t/m
9). Zo kunt u bijvoorbeeld een zender vastleggen onder
code A1, B6 of C9, etc.
1 Druk op de TUNER toets.
Er wordt afgestemd op de laatst ontvangen
radiozender.
2 Stem op de zender af die u in het geheugen wilt
vastleggen.
Op deze en de vorige bladzijde onder “Radio-
ontvangst” staat beschreven hoe u op zenders
kunt afstemmen.
3 Druk op de MEMORY toets.
De aanduiding “MEMORY” verschijnt enige
sekonden lang in het uitleesvenster. Zorg dat u de
stappen 4 t/m 6 uitvoert voordat de “MEMORY”
aanduiding dooft.
4 Druk op de SHIFT toets om een letter (A, B of C)
te kiezen.
Iedere keer dat u op de SHIFT toets drukt
verschijnt een letter, “A”, “B” of “C”, in het
uitleesvenster.
Als de “MEMORY” aanduiding dooft, begint u
opnieuw vanaf stap 3.
5 Druk op de PRESET/PTY SELECT +/– of TUNING
+/– toets om een zendernummer te kiezen.
6 Druk nogmaals op de MEMORY toets om de
ontvangen radiozender in het geheugen vast te
leggen.
7 Herhaal de stappen 2 t/m 6 voor het voorinstellen
van andere radiozenders.
Een vooringestelde zender wijzigen
Leg de nieuwe zender onder de code vast en de eerder
vastgelegde zender wordt gewist.
Opmerking
Als de stroomvoorziening van de tuner langer dan ongeveer
een week wordt verbroken (stekker uit het stopkontakt),
zullen de vooringestelde zenders uit het geheugen gewist
worden. In dat geval dient u de zenders opnieuw vast te
leggen.
Afstemmen op vooringestelde zenders
(geheugen-afstemming)
U kunt direkt op een radiozender afstemmen door
invoeren van de bijbehorende code. Als u niet weet
welke zenders onder de codes zijn vastgelegd, kunt u
de tuner alle vooringestelde zenders laten doorlopen.
1 Druk op de TUNER toets.
Er wordt afgestemd op de laatst ontvangen zender.
2
Druk op de SHIFT toets om een letter (A, B of C) te
kiezen, en druk vervolgens op een nummertoets
van de afstandsbediening
.
Om bijvoorbeeld af te stemmen op
voorinstelzender A7 kiest u A en drukt u
vervolgens op 7.
Automatisch doorlopen van de vooringestelde
zenders
Druk eerst op de TUNER toets en dan op de PRESET/
PTY SELECT + of – toets om de gewenste zender te
kiezen. Iedere keer dat u op de betreffende toets drukt,
veranderen de codes als volgt:
Naamgeving van vooringestelde zenders
U kunt namen (indexnamen) van maximum 8 tekens
lang opslaan voor uw voorkeuzezenders (behalve FM
RDS-zenders). Wanneer de naam eenmaal in het
geheugen is vastgelegd, verschijnt in het uitleesvenster
de zendernaam in plaats van de frekwentie telkens
wanneer u op de betreffende zender afstemt.
De lettertekens die u kunt gebruiken, omvatten letters,
cijfers en symbolen.
1
Stem af op de zender die u van een naam wilt voorzien.
2 Druk op de NAME toets.
De cursor knippert in het uitleesvenster.
3 Gebruik de MENU + of – toets om de gewenste
letter of het cijfer in te voeren.
4 Druk op de MENU </> toets om de cursor een
positie naar rechts op te schuiven voor de
volgende letter.
5 Herhaal de stappen 3 en 4 tot maximaal 8 letters/
cijfers zijn ingevoerd.
6 Druk op ENTER om de namen te slaan.
Indien u een vergissing maakt
Druk enkele malen op de MENU </> toets tot de letter of
het cijfer dat u wilt veranderen in het uitleesvenster begint te
knipperen. Voer dan het juiste letterteken in met de MENU +
of – toets.
Opmerkingen
U kunt ook een naam van maximum 8 tekens invoeren als
weergavebron. Kies de gewenste weergavebron en herhaal
de stappen 2 tot 6.
Om de naam van een programmabron te wissen, drukt u
op NAME en vervolgens op dezelfde
programmabrontoets. Druk op ENTER om de naam te
wissen (behalve TUNER).
DISPLAY
MENU </> NAME
PRESET/PTY SELECT +/
MEMORY SHIFT ENTER TUNER
MENU +/
t A1 y A2 y y A0 y B1 y B2 yy B0 T
t C0 yy C2 y C1 T
Tuner/versterker bedieningsfunkties
14
NL
Gebruik van het Radio Data
Systeem (RDS)
Welke mogelijkheden biedt het RDS
informatiesysteem?
RDS (Radio Data Systeem) is een radio-
informatiesysteem waarmee radiozenders naast de
gewone radio-uitzending allerlei nuttige informatie
kunnen uitzenden. Deze receiver heeft twee handige
RDS-functies: RDS informatie in het uitleesvenster; en
keuze van radiozenders aan de hand van het soort
programma dat ze uitzenden. RDS is alleen
beschikbaar voor FM zenders.*
Opmerking
De RDS informatie zal niet altijd goed te ontvangen zijn, als
de zender waarop u hebt afgestemd niet goed doorkomt of
als de signaalsterkte onvoldoende is.
* Niet alle FM radiozenders geven RDS informatie door, en
de zenders die dit wel doen bieden niet alle dezelfde
soorten informatie. Voor nadere bijzonderheden omtrent
de in uw woongebied beschikbare RDS informatie kunt u
het best kontakt opnemen met de plaatselijk aktieve
radiozenders.
Ontvangst van RDS uitzendingen
Kies eenvoudigweg een radiozender uit de FM band.
Bij afstemming op een zender die RDS informatie
uitzendt, verschijnt de zendernaam in het
uitleesvenster.
Aangeven van RDS informatie in het
uitleesvenster
Druk op de DISPLAY toets. Iedere keer dat u op de
DISPLAY toets drukt, verspringen de aanduidingen in
het uitleesvenster stap voor stap, om de volgende
informatie aan te geven.
Opmerkingen
Als er een speciale mededeling of waarschuwingsbericht
van overheidswege doorkomt, zal in het uitleesvenster de
aanduiding “ALARM” gaan knipperen.
Als een aanduiding uit 9 of meer letters bestaat, zal de
tekst over het scherm lopen.
De volgende aanduidingen kunnen verschijnen als een
zender een bepaald type RDS informatie niet uitzendt:
“NO PTY” (er wordt geen programmatype-informatie
uitgezonden);
“NO TEXT” (er wordt geen radiotekst uitgezonden);
“NO TIME” (de juiste tijd wordt niet uitgezonden).
Afhankelijk van de methode die door de radiozender
wordt gebruikt om de tekst door te sturen, is het mogelijk
dat bepaalde tekstboodschappen onvolledig zijn.
Opzoeken van een radiozender aan de hand
van het programmatype (PTY)
U kunt een radiozender van uw keuze opzoeken door
in te stellen op het gewenste programmatype. De tuner
stemt dan af op een uitzending van het gekozen type,
verzorgd door een van de RDS zenders die zijn
vastgelegd in het afstemgeheugen van de tuner.
1 Druk op PTY om het huidige PTY type weer te
geven. Druk op PRESET/PTY SELECT + of – tot
het gewenste programmatype in het
uitleesvenster verschijnt. Hieronder vindt u een
overzicht van de beschikbare programmatypes.
2 Druk op de PTY toets terwijl het programmatype
in het uitleesvenster wordt aangegeven.
De tuner doorloopt dan de vooringestelde RDS
radiozenders op zoek naar het gekozen soort
programma. (De aanduiding “SEARCH” en het
programmatype verschijnen afwisselend in het
uitleesvenster.) Wanneer de tuner/versterker een
programma van het door u gekozen type vindt,
stopt het apparaat met zoeken. Dan knippert het
voorinstelnummer van de radiozender die het
gekozen soort programma uitzendt, en
vervolgens schakelt de tuner/versterker over op
ontvangst en weergave van de betreffende
uitzending.
Opmerking
De aanduiding “NO PTY” verschijnt wanneer het door u
gekozen programmatype niet wordt uitgezonden; de tuner
keert dan terug naar de oorspronkelijke zender.
Aangegeven
informatie
Zendernaam**
Afstemfrekwentie**
Programmatype
Radiotekst
Juiste tijd (24-uurs
cyclus)
Geluidsveldstand**
** Deze informatie wordt look aangegeven voor FM
radiozenders die geen RDS informatie uitzenden.
Hiermee kunt u:
De zender aan de hand van de
zendernaam (bijv. WDR) in plaats van
via de frekwentie opzoeken.
De zender aan de hand van de
frekwentie opzoeken.
Een bepaald programmatype opsporen.
(Zie bladzijde 15 voor de
programmatypes waaruit u kunt kiezen.)
De tekstberichten aangeven die door de
RDS zender worden uitgezonden.
De huidige tijd aangeven.
Toont de huidige geluidsveldstand.
15
NL
Tuner/versterker bedieningsfunkties
Programmatype
JAZZ
COUNTRY
NATION M
OLDIES
FOLK M
DOCUMENT
Programmatype
NONE
NEWS
AFFAIRS
INFO
SPORT
EDUCATE
DRAMA
CULTURE
SCIENCE
VARIED
POP M
ROCK M
EASY M
LIGHT M
CLASSICS
OTHER M
WEATHER
FINANCE
CHILDREN
SOCIAL
RELIGION
PHONE IN
TRAVEL
LEISURE
U heeft de keuze uit de volgende programmatypes:
U luistert naar
Ieder type uitzending dat niet onder een
van de volgende categorieën valt.
Nieuwsberichten.
Aktualiteitenprogramma’s over
onderwerpen die recentelijk in het nieuws
zijn.
Uitzendingen over consumentenzaken,
medisch advies, weersinformatie, etc.
Sportuitzendingen.
Educatieve programma’s en uitzendingen
met advies op verschillende gebieden.
Hoorspelen en radioseries.
Radio-uitzendingen over nationale of
regionale culturele aangelegenheden,
zoals religie, taal en sociale vraagstukken.
Programma’s over natuurwetenschappen
en technologie.
Gevarieerd amusement, zoals interviews
met bekende persoonlijkheden,
quizprogramma's en komedies.
Populaire muziek.
Rockmuziek.
Easy listening ("middle of the road"
muziek).
Lichte klassieke muziek, zowel
instrumentaal als vokaal.
Uitvoeringen van klassieke muziek door
grote orkesten, kamermuziek, opera, enz.
Muziek die in geen enkele van de
bovenstaande categorieën thuishoort,
zoals bijvoorbeeld rhythm & blues en
reggae.
Weerberichten.
Beursberichten en financieel-economische
programma's.
Jongerenprogramma's.
Programma's over sociologie,
geschiedenis, aardrijkskunde,
psychologie, en
maatschappijwetenschappen.
Programma's over religieuze
aangelegenheden.
Meningsuiting via telefoon of
panelgesprekken.
Informatieprogramma's over reizen.
Vrijetijdsprogramma's waar luisteraars
aan kunnen deelnemen.
U luistert naar
Polyfonische, gesyncopeerde muziek.
Muziek uit het zuiden van de VS.
Hedendaagse populaire muziek uit land
of streek.
"Golden age" muziek.
Muziek die stamt uit de muziekcultuur
van een bepaald land.
Duidingsprogramma's.
Tuner/versterker bedieningsfunkties
16
NL
Opnemen
Deze tuner/versterker maakt opnemen naar en van
apparatuur die hierop is aangesloten bijzonder
eenvoudig. U hoeft de audio/video-apparatuur voor
weergave en opname niet direkt op elkaar aan te
sluiten: als eenmaal een weergavebron op de tuner/
versterker is gekozen, is maken en monteren van
opnamen mogelijk op dezelfde wijze als u zou doen
met gebruik van de bedieningsorganen op elk
apparaat.
Kontroleer, alvorens u begint, of alle apparatuur naar
behoren is aangesloten.
l: Audio-signaalstroom
Opnemen op een minidisc of audiocassette
Via deze tuner/versterker kunt u muziek op een
minidisc of geluidscassette opnemen. Raadpleeg de
gebruiksaanwijzing van uw minidisc-recorder of
cassettedeck voor nadere bijzonderheden.
1 Druk op een van de funktiekeuzetoetsen om de
gewenste weergavebron te kiezen.
2 Maak het gekozen apparaat gereed voor
weergave.
Voor de CD-speler bijvoorbeeld, plaatst u een
compact disc.
3 Steek een onbespeelde minidisc of cassette in het
cassettedeck voor opname en stel zonodig het
opnameniveau in.
4 Start het opnemen op het opnamedeck en start het
afspelen van de weergavebron.
Opnemen op videocassette
Met behulp van de tuner/versterker kunt u opnemen
van een TV of Satellietontvanger. U kunt bij het
monteren van een videocassette ook geluid afkomstig
uit diverse audiobronnen toevoegen. Raadpleeg indien
nodig de handleiding van uw videorecorder.
Opname-apparaat
(Minidisc-recorder,
cassettedeck,
videorecorder)
Apparaat voor
weergave
(weergavebron)
1 Druk op TV/SAT om de programmabron te
selecteren.
2 Zet de betreffende apparatuur klaar voor
weergave. Bijvoorbeeld de TV en TV-
afstemeenheid aanzetten.
3 Breng een onbespeelde videocassette in de
videorecorder voor opname.
4 Begin met opnemen op de videorecorder.
U kunt bij het monteren van een videocassette
geluid vervangen
Op het punt waar u een ander geluid wilt beginnen
toevoegen, drukt u op een andere funktietoets
(bijvoorbeeld voor de CD) en begint de weergave. Het
geluid van de geselecteerde apparatuur zal over het
oorspronkelijke geluid worden opgenomen.
Om weer verder te gaan met opname van het
oorspronkelijke geluid, drukt u op de TV/SAT
funktietoets.
Opmerking
U kunt geen audio signaal opnemen in de DVD/MULTI CH
stand.
Gebruik van de Sleep Timer
U kunt de tuner/versterker instellen om automatisch
uit te schakelen op een opgegeven tijdstip.
Druk op SLEEP van de afstandsbediening terwijl het toestel
aan staat. Telkens wanneer u op SLEEP drukt, verandert de
tijd zoals hieronder aangegeven.
Het uitleesvenster dimt nadat u het tijdstip heeft opgegeven.
U kunt nagaan hoeveel tijd er nog rest voordat de
tuner/versterker zal uitschakelen
Druk op SLEEP van de afstandsbediening.
De resterende tijd verschijnt dan in het uitleesvenster.
Funktiekeuzetoetsen
SLEEP
t 2-00-00 t 1-30-00 t 1-00-00 t 0-30-00 t OFF
17
NL
Gebruik van de akoestiekfunkties
Kiezen van een akoestiek-
instelling
U kunt genieten van surround sound door gewoon een
voorgeprogrammeerde akoestiek-instelling te kiezen
afhankelijk van de muziek die u wenst te beluisteren.
1 Druk op SOUND FIELD ON/OFF om de
akoestiek-instelling aan te schakelen.
De geluidsveldindicator licht op.
2 Druk herhaaldelijk op SOUND FIELD MODE +/–
tot de gewenste akoestiek-instelling verschijnt in
het uitleesvenster. Kies de akoestiek-instelling als
volgt:
* De aanduiding “DOLBY PL” verschijnt in het
uitleesvenster.
** Alleen bij grebruik van DVD/MULTI CH.
Bij gebruik van de afstandsbediening
Bij elke druk op SOUND FIELD MODE +/– verandert
de akoestiek-instelling als volgt:
Bij het kiezen van de weergavebron
Bij gebruik van DVD/MULTI CH
C STUDIO y V SURR
* De aanduiding “DOLBY PL” verschijnt in het
uitleesvenster.
De akoestiek-instelling uitschakelen
Druk op de SOUND FIELD ON/OFF toets of 2CH/OFF op
de afstandsbediening.
De tuner/versterker “onthoudt” voor elke
geluidsbron het laatst gekozen klankbeeld
(Geheugen-klankbeeld)
Wanneer u een bepaalde geluidsbron kiest, wordt
automatisch het laatst daarvoor gebruikte klankbeeld
ingeschakeld. Als u bijvoorbeeld een CD beluistert met
het HALL klankbeeld en dan overchakelt op een andere
geluidsbron, dan zal bij terugschakelen naar CD-
weergave automatisch het HALL klankbeeld weer
gelden. In het geheugen van de tuner worden de
klankbeelden voor de AM en FM afstemband en voor
alle voorkeurzenders afzonderlijk onthouden.
Op de verpakking kunt u meestal zien of het geluid
is opgenomen met Dolby Surround codering
Sommige videocassettes of laserdiscs kunnen wel zijn
opgenomen met Dolby Surround geluid, ook al staat dit
niet op de verpakking aangegeven.
SOUND FIELD
MODE +/–
MENU +/–
SURR
SOUND FIELD
ON/OFF
SOUND FIELD
MODE +/
MAIN
MENU
MENU
+/
t PRO LOGIC* y C STUDIO T
t HALL y DOLBY V T
Gebruik van de akoestiekfunkties
(wordt vervolgd)
Type
CINEMA
VIRTUAL
MODE (klankbeeld)
PRO LOGIC*
C STUDIO
(Cinema Studio)
DOLBY V
V SURR**
Effecten
Decodeert programma’s
opgenomen in Dolby
Surround.
Geeft de akoestiek van
een bioscoopzaal. Goed
voor alle soorten
speelfilms.
Gebruik de
voorluidsprekers om
surround sound
effecten te creëren.
Gebruik de
voorluidsprekers en de
middenluidspreker om
surround sound
effecten te creëren.
Type
MUSIC
Effecten
Geeft de akoestiek van
een gewone
rechthoekige
concertzaal. Ideaal voor
zachtere akoestische
muziek.
MODE (klankbeeld)
HALL
Gebruik van de akoestiekfunkties
18
NL
Optimaal benutten van Dolby
Pro Logic Surround geluid
Om het Dolby Pro Logic Surround geluid zo goed
mogelijk tot zijn recht te laten komen, dient u eerst de
CENTER MODE instelling te kiezen die het beste past
bij uw luidspreker-opstelling. Vervolgens stelt u de
geluidssterkte en de vertragingstijd van elke
luidspreker af.
Let op dat u tenminste over één extra paar luidsprekers
dient te beschikken voor het maken van de
onderstaande instellingen.
Kiezen van de CENTER MODE instelling
Deze tuner/versterker biedt u de keuze uit vier
verschillende CENTER MODE instellingen:
“Phantom”, “Normal”, “Wide” en “3 STEREO”. Elke
instelling is voor een bepaalde luidspreker-opstelling
ontworpen. Kies de CENTER MODE instelling die het
beste past bij uw luidspreker-opstelling:
1 Druk op SOUND FIELD ON/OFF om de
akoestiek-instelling aan te schakelen.
2 Druk herhaaldelijk op de SOUND FIELD MODE
+/– toets om het Dolby rondom-akoestiekeffekt
(PRO LOGIC of C STUDIO akoestiek) te kiezen.
3 Druk op SET UP.
4 Druk herhaaldelijk op MENU < of > tot “CTR
MODE” verschijnt in het uitleesvenster.
Instellen van het effectniveau (alle
klankbeelden behalve PRO LOGIC)
Desgewenst kunt u het akoestiekeffekt meer
geprononceerd maken, door verhogen van het EFFECT
niveau. Met deze instelling kunt u de “aanwezigheid”
van het akoestiekeffekt in zes stappen (1-6) naar wens
bijregelen.
1 Start de weergave van de geluidsbron.
2 Druk op SURR.
Het effektniveau (“EFFECT 1” … “EFFECT 6”)
wordt weergegeven in het uitleesvenster.
3 Druk op MENU +/– om het gewenste niveau te
kiezen.
Bij gebruik van de afstandsbediening
Druk herhaaldelijk op MAIN MENU op de
afstandsbediening tot de SURR indicator oplicht. Bij elke
druk op MENU +/– verandert het effectniveau als volgt:
EFFECT 1 y EFFECT 2 y y EFFECT 6
Opmerking
Wijzigen van het effectniveau kan onder bepaalde
omstandigheden en met bepaalde geluidsbronnen wel eens
weinig verschil maken.
SOUND FIELD
MODE +/
TEST TONE
MAIN
MENU
MENU
+/
MENU </>
SOUND FIELD
MODE +/
SOUND FIELD
ON/OFF
SET UP
LEVEL
MENU </> MENU +/
19
NL
Gebruik van de akoestiekfunkties
Alle luidsprekers kunnen tegelijkertijd afgesteld
worden
Hiervoor gebruikt u de MASTER VOLUME regelaar op
de tuner/versterker of MASTER VOL toets op de
afstandsbediening.
Het geluidsniveau van de luidsprekers kan ook
afgesteld worden met de toetsen op de tuner/
versterker
Nadat u op TEST TONE op de afstandsbediening hebt
gedrukt:
Druk herhaaldelijk op MENU < of > om
“CTR xxdB” te kiezen.
Druk op MENU +/– om het niveau van de
middenluidspreker te regelen.
Druk op herhaaldelijk op MENU < of > om
“SURR xxdB” te kiezen.
Druk op MENU +/– om het niveau van de
Surroundluidspreker
te regelen.
De geluidssterkte is instelbaar van –15 dB tot +10 dB in
stapjes van 1 dB tegelijk.
U kunt het volume van de subwoofer regelen
Druk herhaaldelijk op LEVEL of MAIN MENU op de
afstandsbediening tot de LEVEL indicator oplicht.
Druk herhaaldelijk op MENU < of > om “SW xxdB”
te kiezen.
Druk op MENU +/– om het niveau te regelen.
De geluidssterkte is instelbaar van –15 dB tot +10 dB in
stapjes van 1 dB tegelijk.
Het uitgangsniveau van de Surroundluidspreker kan
verhoogd worden
Het instelbereik van de Surroundluidspreker loopt van
–15 tot +10, maar het is mogelijk om dit bereik met 5
niveaus (–10 tot +15) te verschuiven.
Druk op SET UP.
Druk herhaaldelijk op MENU < of > tot “SURR SET
UP” verschijnt in het uitleesvenster.
Druk herhaaldelijk op MENU +/– tot “NORMAL”
verschijnt in het uitleesvenster.
De waarden voor het uitgangsniveau van de
achterluidsprekers die in het uitleesvenster worden
aangegeven, blijven tussen –15 en +10 staan, maar in het
daadwerkelijke uitgangsniveau zult u verschil horen.
Om het instelbereik van de Surroundluidspreker terug
te stellen, herhaalt u deze procedure tot de aanduiding
“GAIN LOW” in het uitleesvenster verschijnt.
U kunt alle geluidsvelden terugstellen
Zet de tuner/versterker af.
Hou SOUND FIELD ON/OFF ingedrukt en
vervolgens op ?/1 (aan/uit). “SF CLR” verschijnt in
het uitleesvenster.
Alle geluidsveldinstellingen worden gewist en afgezet.
(wordt vervolgd)
5
Druk herhaaldelijk op MENU +/– tot de gewenste
center mode verschijnt in het uitleesvenster. Kies
de CENTER MODE instelling als volgt:
Afstellen van de geluidssterkte van de
luidsprekers
Met behulp van de testtoon-funktie kunt u de
geluidssterkte van uw luidsprekers op hetzelfde
niveau afstellen. (Als al uw luidsprekers reeds
hetzelfde geluidsvolume te horen geven, is afstellen
niet noodzakelijk.)
Met de toetsen op de afstandsbediening kunt u de
luidsprekeraansluiting testen en het volumeniveau
bijstellen vanuit uw luisterpositie.
1 Druk op de SOUND FIELD ON/OFF toets om de
klankbeeldfunctie in te schakelen.
Druk enkele malen op de SOUND FIELD MODE
+/– toets om in te stellen op het “DOLBY PL”
klankbeeld.
2 Druk op de TEST TONE toets van de
afstandsbediening.
De testtoon is achtereenvolgens via elk van de
luidsprekers hoorbaar.
3 Regel het volume zodat het testtoonvolume van
elke luidspreker identiek klinkt in de
luisterpositie.
Druk op MENU < of > om “CTR xxdB” of
“SURR xxdB” te kiezen.
Druk op MENU +/– om het niveau te regelen.
4 Druk op de TEST TONE toets van de
afstandsbediening om de testtoon uit te
schakelen.
Als u beschikt
over
Voor- en
Surroundluidspreker,
en een kleine
middenluidspreker
Voor- en
middenluidsprekers,
maar geen
Surroundluidspreker
Voor- en
Surroundluidspreker,
maar geen
middenluidspreker
Voor- en
Surroundluidspreker,
en een grote
middenluidspreker
Kiest u
NORMAL
3 STEREO
(3 Channel Logic)
PHANTOM
WIDE
Zodat
Het basgeluid van het
middenkanaal via de
voorluidsprekers
wordt weergegeven
(omdat een kleine
middenluidspreker
onvoldoende
basgeluid kan
produceren).
Het geluid van het
Surroundluidspreker
kanaal via de
voorluidsprekers
wordt weergegeven.
Het geluid van het
middenkanaal via de
voorluidsprekers
wordt weergegeven.
Het middenkanaal
het hele
geluidsspectrum
weergeeft.
Gebruik van de akoestiekfunkties
20
NL
Instelbare parameters voor elke akoestiek-instelling bij het kiezen van een programmabron
Instellen van de vertragingstijd (alleen vor
het PRO LOGIC klankbleed)
Het akoestiek-geluid kan effektiever gemaakt worden
door het geluid dat via de Surroundluidspreker klinkt
te vertragen (vertragingstijd). U heeft de keuze uit drie
verschillende vertragingstijden, S (15 mS), M (20 mS)
en L (30 mS). Bijvoorbeeld voor een ruime kamer of
wanneer de Surroundluidspreker ver van de
luisterpositie vandaan staan opgesteld, maakt u de
vertragingstijd korter.
1 Start de weergave van een videobron die met
Dolby Surround akoestiek is opgenomen.
2 Druk op SURR.
De oorspronkelijke of laatst gekozen
vertragingstijd wordt aangegeven.
3 Druk op MENU +/– om het gewenste niveau te
kiezen, bijvoorbeeld “DELAY S”, “DELAY M” or
“DELAY L”.
Klankbeelden-weergave
Uitgeschakeld
Ingeschaked
Klankbeelden-weergave
Uitgeschakeld
Ingeschaked
Type
––
CINEMA
VIRTUAL
Instelbare parameters voor elk klankbeeld bij gebruik van DVD/MULTI CH
MODE
––
C STUDIO
V SURR
Testtoon-weergave
In onderstaande volgorde:
linksvoor, midden, rechtsvoor,
rechts Surroundluidspreker,
links Surroundluidspreker
In onderstaande volgorde:
linksvoor, midden, rechtsvoor
a) Alleen instelbaar wanneer de middenkanaal-aanpassing is
ingesteld op PHANTOM, NORMAL of WIDE (zie blz.18).
b) Alleen instelbaar wanneer de middenkanaal-aanpassing is
ingesteld op 3 STEREO, NORMAL of WIDE (zie blz.18).
Type
––
CINEMA
VIRTUAL
MUSIC
MODE
––
PRO LOGIC
C STUDIO
DOLBY V
HALL
Testtoon-weergave
Geen geluid
Afhankelijk van de
middenkanaal-aanpassing (zie
blz. 18)
Geen geluid
Beurtelings via de voor-en
Surroundluidspreker
Parameters
DELAY EFFECT
SURROUND
CENTER SUB WOOFER
r
rr
a)
r
b)
r
rr
a)
r
b)
r
rr
rr r
Parameters
DELAY EFFECT
SURROUND
CENTER SUB WOOFER
rr r
rrr r
rrr
Opmerking
Om de geluidssterkte van de diverse luidsprekers af te
stellen met behulp van de testtoon, zoals beschreven op
blz.19, kiest u het PRO LOGIC klankbeeld. Bij alle andere
klankbeelden dient de testtoon alleen om te controleren of de
diverse luidspekers al dan niet geluid weergeven.
21
NL
Aanvullende informatie
Verhelpen van storingen
Als u een van de volgende problemen ondervindt bij
de bediening van de tuner, kunt u deze lijst van
kontrolepunten doorlopen om aan de hand hiervan het
probleem te verhelpen. Mocht het probleem
onopgelost blijven, neemt u dan a.u.b. kontakt op met
uw dichtstbijzijnde Sony handelaar.
Er klinkt geen geluid of de geluidssterkte blijft te gering.
, Kontroleer of de luidsprekers en audio/
videocomponenten goed zijn aangesloten.
, Kontroleer of op de tuner/versterker het
juiste apparaat is gekozen.
, Druk op MUTING wanneer MUTING
verschijnt in het uitleesvenster.
, Er is kortsluiting opgetreden, waardoor het
beveiligingscircuit is ingeschakeld (de
aanduiding “PROTECT” knippert). Schakel
de tuner uit, los het probleem dat kortsluiting
veroorzaakt op en schakel het apparaat dan
weer in.
Geluid van links en rechts is verwisseld.
, Kontroleer of de luidsprekers en audio/
video-componenten goed zijn aangesloten.
, Bijregelen van de balans (zie blz. 10)
Er klinkt een hinderlijke bromtoon of andere storende
achtergrondgeluiden.
, Kontroleer of de luidsprekers en audio/
video-componenten goed zijn aangesloten.
, Houd de aansluitsnoeren uit de buurt van een
transformator of motor en tenminste 3 meter
van een TV-toestel of TL-verlichting.
, Plaats de geluidsinstallatie niet te dicht in de
buurt van een ingeschakelde TV.
, Sluit een aardingsdraad aan op de de
antenne-aardaansluiting.
, De stekkers en aansluitbussen zijn vuil.
Reinig de stekkers en aansluitbussen met een
doekje, licht bevochtigd met wat alkohol.
De RDS werkt niet.
, Kontroleer of wel op een FM zender is
afgestemd.
, Stem af op een beter doorkomende FM zender.
De gewenste aanduidingen of informatie verschijnen niet
in het uitleesvenster.
, Neem kontakt op met de radiozender en
informeer of deze wel of geen RDS signalen
uitzendt. Het kan voorkomen dat de RDS
dienstverlening tijdelijk buiten werking is.
De zendernaam verschijnt niet in het uitleesvenster.
, Druk op de DISPLAY toets tot de
zendernaam verschijnt.
Afstemmen op bepaalde zenders lukt niet.
, Kontroleer of de antennes goed zijn
aangesloten. Verstel zonodig de stand van de
antennes en sluit een buitenantenne aan.
, Mogelijk is de signaalsterkte te gering om
door de antenne van de tuner opgepikt te
worden (bij gebruik van de automatische
afstemming). Gebruik de direkte afstemming.
, Er zijn geen zenders in het afstemgeheugen
vastgelegd, of de vooringestelde zenders zijn
gewist (bij geheugen-afstemming). Leg de
zenders in het geheugen vast (zie blz. 13).
Uit de surroundluidsprekers klinkt geen geluid of de
geluidssterkte blijft te gering.
, Kies de CENTER MODE instelling die past bij
uw luidspreker-opstelling (zie blz. 18).
, Stel de geluidssterkte van de luidsprekers op
het juiste niveau af (zie blz. 19).
, Let op dat de akoestiekfunktie is
ingeschakeld.
Er komt geen geluid uit de middenluidspreker.
, Kies de CENTER MODE instelling die past bij
uw luidspreker-opstelling (zie blz. 18).
, Stel de geluidssterkte van de luidsprekers op
het juiste niveau af (zie blz. 19).
Het geluid wordt niet met akoestiek-effekt
weergegeven.
, Kontroleer of de akoestiekfunktie wel is
ingeschakeld.
Opnemen is niet mogelijk.
, Controleer of de apparatuur correct is
aangesloten.
, U kunt geen geluid opnemen van een
programmabron die is aangesloten op de
DVD/MULTI CH aansluitingen.
De afstandsbediening werkt niet.
, Richt de afstandsbediening recht op de
afstandsbedieningssensor g van de tuner/
versterker.
, Er bevindt zich een obstakel tussen het
apparaat en de kop van de afstandsbediening.
, Vervang beide batterijen in de
afstandsbediening door nieuwe.
, Kontroleer of u de juiste funktie voor
bediening van het gewenste apparaat op de
afstandsbediening heeft gekozen.
Aanvullende informatie
22
NL
Aanvullende informatie
Technische gegevens
Versterker-gedeelte
Nominaal
uitgangsvermogen in
Stereo Mode
Referentie-
uitgangsvermogen
Frekwentie-
karakteristiek
Ingangen
(DIN, bij 1 kHz, 4 ohm)
50 W + 50 W
(DIN, bij 1 kHz, 4 ohm)
Voorluidsprekers:
50 W/ch
Middenluidspreker:
50 W
Surroundluidspreker:
50 W/ch
TV/SAT, CD, MD/TAPE,
VIDEO , DVD/MULTI CH:
10 Hz - 50 kHz dB
Gevoeligheid
150 mV
Impedantie
50
kOhm
Signaal/
ruisverhouding
85 dB
CD,
DVD/
MULTI CH,
MD/TAPE,
TV/SAT,
VIDEO
+0,5
–2
+0,5
–2
Tuner-gedeelte
FM Stereo, FM/AM superheterodyne
afstemming
Uitgangen
Demping
TONE
Afstembereik
Antenne-
aansluitingen
Tussenfrequentie
Gevoeligheid
Bruikbare
gevoeligheid
Signaal/
ruisverhouding
Harmonische
vervorming bij
1 kHz
Scheiding
Frekwentiebereik
Selektiviteit
MD/TAPE OUT:
Uitgangsspanning:
150 mV
Uitgangsimpedantie:
10 kOhm
VIDEO AUDIO OUT:
Uitgangsspanning:
150 mV
Uitgangsimpedantie:
10 kOhm
SUB WOOFER:
Uitgangsspanning: 2 V
Uitgangsimpedantie:
1 kOhm
PHONES: Voor het
aansluiten van hoog-
en laagohmige
hoofdtelefoons
Volledige geluiddemping
±6 dB bij 100 Hz en
10 kHz
87,5 - 108,0 MHz
75 ohm, asymmetrisch
10,7 MHz
Mono: 18,3 dBf,
2,2 µV/75 ohm
Stereo: 38,3 dBf,
22,5 µV/75 ohm
11,2 dBf,
1 µV/75 ohm (IHF)
Mono: 76 dB
Stereo: 70 dB
Mono: 0,3 %
Stereo: 0,5 %
45 dB bij 1 kHz
30 Hz - 15 kHz dB
60 dB bij 400 kHz
FM tuner-gedeelte
AM tuner-gedeelte
Afstembereik
Antenne
Tussenfrequentie
Bruikbare
gevoeligheid
Signaal/
ruisverhouding
Harmonische
vervorming
Selektiviteit
Afstemsysteem
Voeding
Stroomverbruik
Afmetingen
Gewicht
Bijgeleverd
toebehoren
531 - 1602 kHz
Kaderantenne
450 kHz
50 dB/m (bij 999 kHz)
54 dB (bij 50 mV/m)
0,5% (50 mV/m,
400 kHz)
35 dB
Tuner-gedeelte: PLL
kwartsgekoppeld
digitaal
synthesizersysteem
Voorversterker-gedeelte:
Lage-ruis NF type
equalizer-versterker
Eindversterker-gedeelte:
Zuiver
komplementaire SEPP
230 V wisselstroom,
50/60 Hz
160 W
Wachtstand: 0,5 W
Ca. 430 x 145 x 298 mm
5,6 kg
zie blz. 4
Algemeen
De vermelde technische gegevens zijn
gemeten bij 230 V AC, 50 Hz.
Wijzigingen zonder kennisgeving in
ontwerp en technische gegevens
voorbehouden.
23
NL
Aanvullende informatie
Akoestisch rondom-geluid
Dit geluid bestaat uit drie
geluidscomponenten: rechtstreeks geluid,
vroeg weerkaatst geluid en een nagalm. De
akoestiek van de ruimte waarin u zich
bevindt, beïnvloedt de wijze waarop deze
drie geluidscomponenten te horen zijn. De
tuner/versterker kombineert deze
geluidscomponenten op een dusdanige
manier dat diverse luisteromgevingen, zoals
bijvoorbeeld een concertzaal, kunnen worden
nagebootst.
Zaal-geluidscomponenten
Overgang van het geluid van de
surroundluidspreker
Testtoon
Het geluidssignaal dat de tuner te horen geeft
aan de hand waarvan u de geluidssterkte van
de luidsprekers kunt afstellen. De testtoon is
als volgt via elk van de luidsprekers te horen:
Bij een geluidsinstallatie met een
middenluidspreker (NORMAL/WIDE/
3 STEREO instellingen)
De testtoon wordt achtereenvolgens
weergegeven via de linker
voorluidspreker, de middenluidspreker,
de rechter voorluidspreker en de
surroundluidspreker.
Bij een geluidsinstallatie zonder
middenluidspreker (PHANTOM
instelling)
De testtoon wordt afwisselend via de voor-
en surroundluidsprekers weergegeven.
Verklarende
woordenlijst
CENTER MODE
Instelling voor luidspreker-opstelling om het
Dolby Pro Logic Surround geluid optimaal tot
zijn recht te laten komen. Voor een zo fraai
mogelijke akoestiek, kiest u één van de
volgende vier CENTER MODE instellingen,
afhankelijk van de opstelling van uw
luidsprekers.
NORMAL instelling
Kies de NORMAL instelling als u beschikt
over voor- en surroundluidspreker en een
kleine middenluidspreker. Aangezien een
kleine middenluidspreker onvoldoende
basgeluid kan produceren, wordt het
basgeluid van het middenkanaal via de
voorluidsprekers weergegeven.
WIDE instelling
Kies de WIDE instelling als u beschikt over
voor- en surroundluidspreker en een grote
middenluidspreker. Met de WIDE
instelling kunt u het Dolby Surround
geluid optimaal benutten.
PHANTOM instelling
Kies de PHANTOM instelling als u
beschikt over voor- en
surroundluidspreker, maar niet over een
middenluidspreker. Het geluid van het
middenkanaal wordt via de
voorluidsprekers weergegeven.
3 STEREO instelling
Kies de 3 STEREO instelling als u beschikt
over voor- en middenluidsprekers, maar
niet over surroundluidspreker. Het geluid
van het surroundkanaal wordt via de
voorluidsprekers weergegeven, zodat u
enige mate van akoestiek kunt verkrijgen
zonder surroundluidspreker te gebruiken.
Vertragingstijd
De vertragingstijd is het tijdsverschil tussen de
akoestiek-weergave van de voorluidsprekers en
die van de surroundluidspreker. Door de
vertragingstijd van de surroundluidspreker in
te stellen, kunt u de sfeer van verschillende
luisterruimtes nabootsen. Als u uw
surroundluidspreker in een kleine kamer of
dicht in de buurt van uw luisterpositie heeft
opgesteld, maakt u de vertragingstijd langer.
Voor een ruime kamer of wanneer de
surroundluidspreker ver van de luisterpositie
vandaan staan opgesteld, maakt u de
vertragingstijd korter.
Direkte afstemming
Deze afstemmethode stelt u in staat de
afstemfrekwentie van een zender direkt in te
voeren met behulp van de nummertoetsen
van de afstandsbediening. Gebruik deze
wijze van afstemming als u de frekwentie van
de gewenste zender weet.
Dolby Pro Logic Surround
Een van de decodeersystemen voor Dolby
Surround geluid, waarmee een twee-kanaals
geluidsspoor wordt omgezet in vier
gescheiden kanalen. Vergeleken met het
eerdere Dolby Surround systeem, zorgt de
Dolby Pro Logic Surround voor een meer
natuurlijk klankbeeld met vloeiender
verlopende bewegingen en precieser
gelokaliseerd geluid. Om de voordelen van
Dolby Pro Logic Surround optimaal te horen,
heeft u een paar surroundluidspreker en een
middenluidspreker noding. De
surroundluidspreker gaven het geluid in
mono weer.
DVD/MULTI CH
Deze aansluitingen dienen om
meerkanaalsaudiosignalen in te voeren, zodat
u kunt genieten van 5.1-kanaals surround
sound. Gebruik deze aansluitingen voor het
aansluiten van een Dolby Digital decoder,
een DVD-speler met ingebouwde Dolby
Digital decoder of een TV-satellietontvanger.
Vooringestelde radiozenders
Dit zijn zenders die onder een letter-plus-
cijfer code in het afstemgeheugen van de
tuner zijn vastgelegd. Wanneer een zender
eenmaal is vooringesteld worden tijdrovende
bedieningshandelingen voor afstemming
overbodig. U kunt snel op de vooringestelde
zender afstemmen door eenvoudigweg de
toegewezen code in te voeren.
Middenluidspreker
Voorluidspreker
(L)
Voorluidspreker
(R)
Surroundluidspreker
(R)
Surroundluidspreker
(L)
Middenluidspreker
Voorluidspreker
(R)
Surroundluidspreker
(R)
Voorluidspreker
(L)
Surroundluidspreker
(L)
Voorluidspreker
(R)
Surroundluidspreker
(R)
Voorluidspreker
(L)
Surroundluidspreker
(L)
Middenluidspreker
Voorluidspreker
(L)
Voorluidspreker
(R)
Nagalm
Vroege weerkaatsingen
Rechtstreeks
geluid
Tijd
Vroege weerkaatsingstijd
Niveau
Nagalm
Vroege
weerkaatsingen
Rechtstreeks geluid
Midden
Voor (L)
NORMAL/WIDE
Voor (R)
Surround-
luidspreker
(L, R)
3 STEREO
PHANTOM
Voor (L, R)
Surround-
luidspreker
(L, R)
24
NL
Index
A
Aansluiten: Zie Aansluitingen
Aansluiten van audio-
apparatuur 5
Aansluitingen
antennes 5
audio-apparatuur 5
luidsprekers 7
netsnoer 8
overzicht 4
video-apparatuur 6
Achterpaneel 5–8, 25
Afstandsbedieningstoetsen 10,
16, 26
Afstemming: Zie Radio-
ontvangst
Akoestiek 18, 23
Antenne-aansluitingen 5
Auto-betical voorinstelling 9
Automatische afstemming 12
B
Beknopt bedieningsoverzicht
28
C
CENTER MODE instelling
18, 23
NORMAL instelling 19, 23
PHANTOM instelling
19, 23
3 STEREO instelling 19, 23
WIDE instelling 19, 23
D
Direkte afstemming 12, 23
Dolby Pro Logic
Surround 18, 23
CENTER MODE instelling
19, 23
Doorlopen van
radiozenders 13
vooringestelde zenders 13
E, F
Effectniveau 18
G, H
Geheugen-afstemming 13
I, J
Instellen
effectniveau 18
geluidsniveau 10
luidspreker-geluidssterkte 19
vertragingstijd 20
K
Kiezen van een weergavebron
10
met de afstandsbediening
10
Kijken/luisteren naar
videoprogramma’s 10
Kopiëren: Zie Opnemen
L
Letters/cijfers 13
Luidsprekers
aansluiting 7
opstelling 7
M
Monteren van opnamen: Zie
Opnemen
N
Naamgeving van
vooringestelde zenders 13
NORMAL instelling 19, 23
O
Opnemen
op audiocassette 16
P, Q
PHANTOM instelling 19, 23
PTY 14
R, S
Radio-ontvangst
direkte afstemming 12
vooringestelde radiozenders
13
RDS 14
Sleep Timer 16
T
Testtoon 19
3 STEREO instelling 19, 23
U
Uitleesvenster 14
Uitpakken 4
V
Vastleggen van radiozenders:
Zie voorinstellen van
radiozenders
Verhelpen van storingen 21
Vertragingstijd 20, 23
Video-apparatuur aansluiten 6
Vooringestelde zenders 23
Voorinstellen van
radiozenders 13
W, X, Y, Z
WIDE instelling 19, 23
25
NL
Beschrijving van het achterpaneel
qa
3
456 7
9 q;
1
2
8
1 Antenne-aansluitingen
[ANTENNA (FM/AM)]
2 DVD/MULTI CH
3 CD-speler aansluiting (CD)
4 Minidisc-recorder/cassettedeck
aansluiting (MD/TAPE)
5 TV/satellietontvanger
aansluiting (TV/SAT)
6 Videorecorder-aansluiting
(VIDEO)
7 SUB WOOFER
8 Aansluiting voor akoestiek-
Surroundluidspreker
(SPEAKERS SURROUND)
9 Aansluiting voor akoestiek-
middenluidspreker (SPEAKERS
CENTER)
q; Voorluidspreker-aansluitingen
(SPEAKERS FRONT)
qa Netsnoer
26
NL
Beschrijving van de afstandsbediening
De systeemcomponenten kunnen worden bediend met de afstandsbediening. Hieronder vindt u een overzicht van
de toetsen die niet op de vorige pagina’s beschreven staan en toetsen met andere namen dan die op het hoofdtoestel.
Toets
AV
?/1
0-9
>10
ENTER
-/- -
./>
m/M
n
Voor
bediening van
TV/VCR/
CD-speler/
DVD-speler/
minidisc-recorder/
VCD-speler/
laserdisc-speler/
DAT deck
Tuner/versterker
CD-speler/
minidisc-recorder/
VCD-speler/
laserdisc-speler/
DAT deck
TV/videorecorder/
SAT
CD-speler/
cassettedeck/
minidisc-recorder/
VCD-speler/
laserdisc-speler
TV/
videorecorder/
SAT/cassettedeck/
laserdisc-speler/
VCD-speler/
minidisc-recorder/
DAT deck
TV
CD-speler/minidisc-
recorder/DVD-
speler/laserdisc-
speler/VCD-speler/
cassettedeck/
videorecorder/
DAT deck
CD-speler/
DVD-speler/
VCD-speler
cassettedeck/
minidisc-recorder/
videorecorder/
laserdisc-speler/
DAT deck
Cassettedeck
Funktie
In/uitschakelen van de
stroom.
Gebruik de “SHIFT” toets
om het
voorinstelzendernummer
te kiezen tijdens DIRECT
TUNING of MEMORY
mode.
Kiezen van muziekstuk-
nummers. Met 0 kiest u
muziekstuknummer 10.
Kiezen van
kanaalnummers.
Kiezen van muziekstuk-
nummers boven de 10.
Druk hierop om de
waarde in te voeren na het
kiezen van een kanaal, disc
of muziekstuk.
Om met de
nummertoetsen
kanaalnummers te kunnen
kiezen, bestaande uit één
of twee cijfers.
Overslaan van
muziekstukken.
Zoeken van
muziekstukken
(voorwaarts of
terugwaarts).
Vooruitspoelen of
terugspoelen.
Starten van de weergave
van de achterkant van de
cassette.
Toets
N
X
x
POSITION*
SWAP*
DISC
SUB CH
+/–*
D.SKIP/CH/
PRESET
+/–
P IN P*
JUMP
WIDE
ANT TV/
VTR
TV/
VIDEO
Voor
bediening van
CD-speler/
cassettedeck/
minidisc-recorder/
videorecorder/
DVD-speler/VCD-
speler/laserdisc-
speler/DAT deck
CD-speler/
cassettedeck/
minidisc-recorder/
videorecorder/
DVD-speler/VCD-
speler/laserdisc-
speler/DAT deck
CD-speler/
cassettedeck/
minidisc-recorder/
videorecorder/
DVD speler/VCD-
speler/laserdisc-
speler/DAT deck
TV
TV
CD-speler
TV
Tuner/versterker
TV/VCR/SAT
CD-speler
TV
TV
TV
Videorecorder
TV/videorecorder
Funktie
Starten van de weergave.
Tijdelijk onderbreken van
de weergave of opname.
(Ook voor het starten van
de opname van
apparatuur die in de
opname-pauzestand staat.)
Stoppen van de weergave.
Veranderen van de plaats
van het inzetbeeld.
Verwisselen van het
inzetbeeld en het gewone
beeld.
Discs kiezen. (Enkel Mega
Storage-CD-speler.)
Om voorinstelkanalen
voor het kleine beeld te
kiezen.
Doorlopen en kiezen van
vooringestelde zenders.
Kiezen van kanalen.
Overslaan van compact
discs (alleen voor een CD-
speler met een multi-disc
wisselaar).
In werking stellen van de
beeld-in-beeld funktie.
Schakelt om tussen vorige
en huidige kanalen.
Kiest de breedbeeldstand.
Kiezen van het
uitgangssignaal van de
antenne-aansluiting: TV-
signaal of
videoprogramma.
Kiezen van het
ingangssignaal: TV-signaal
of videoprogramma.
* Uitsluitend voor Sony TV’s voorzien van de beeld-in-beeld
funktie.
27
NL
Opmerkingen
Bepaalde Sony apparatuur is niet geschikt voor deze
afstandsbediening en zal niet reageren op de
bovengenoemde bedieningstoetsen.
Sommige functies die in dit hoofdstuk uitgelegd staan
werken niet met bepaalde receivermodellen.
De bovenstaande uitleg is louter bedoeld als voorbeeld.
Sommige componenten werken dan ook niet of worden
anders bediend dan hierboven beschreven.
Bij de instelling zijn de functies VIDEO 1, VIDEO 2,
VIDEO 3, PHONO, AUX, A.F.D. en MULTI CH/
2CH DIRECT niet beschikbaar.
Toets
MENU </> Tuner/versterker Om een menu item te kiezen.
MENU +/– Tuner/versterker Om instellingen te verrichten of
te wijzigen.
MENU DVD speler Om het DVD menu te tonen.
F/f/G/g DVD speler Om een menu item te kiezen.
ENTER DVD speler Om de selectie in te voeren.
RETURN DVD speler Om terug te keren naar het
vorige menu of het menu te
verlaten.
TITLE DVD speler Om de DVD titel te tonen.
Voor
bediening van
Funktie
Beschrijving van de afstandsbediening
28
NL
Beknopt bedieningsoverzicht
TUNER
FM/AM
D. TUNING
02501
MHz
TUNER
MEMORY
SHIFT
MEMORY
PRESET/
PTY SELECT
+
CD
VIDEO
TUNING
+
TUNING
+
TUNER
FM/AM
TUNER
SHIFT
7
SOUND FIELD
SOUND FIELD
VIDEO
ON/
OFF
MODE
+
MODE
PRESET/
PTY SELECT
+
TUNER
Radio-ontvangst
(direkte afstemming)
Voorbeeld:Afstemmen op
FM 102,50 MHz
Uitleesvenster
Stel in op FM.
(van de
afstandsbediening)
(van de afstandsbediening)
Voorinstellen van
radiozenders
Voorbeeld:Voorinstellen van
een zender onder
code A7
Stem af op de gewenste zender.
Kies A.
Kies A7.
Kiezen van audio/
video-apparatuur
Voorbeeld 1: Afspelen van een
compact disc
Voorbeeld 2: Bekijken van een
videocassette
Schakel de CD-speler in.
Start de weergave.
Schakel de videorecorder in.
Start de weergave.
Doorlopen van
radiozenders
(automatische afstemming)
Voorbeeld:Doorlopen van
FM zenders
Stel in op FM.
Om verder te
zoeken.
Afstemmen op
vooringestelde
zenders
Voorbeeld: Afstemmen op de
zender vastgelegd
onder A7
Kies A.
(van de
afstandsbediening)
Doorlopen van
vooringestelde
zenders
Gebruik van
voorgeprogrammeerde
akoestiek-
instellingen
Voorbeeld: Bekijken van een
videocassette van
een met Dolby
Surround akoestiek
opgenomen film
Stel in op
PRO LOGIC.
Zet de videorecorder aan.
Start de weergave.

Documenttranscriptie

Voorbereidingen WAARSCHUWING Stel het apparaat niet bloot aan regen of vocht, om gevaar voor brand of een elektrische schok te voorkomen. Open nooit de behuizing, om gevaar voor elektrische schokken te vermijden. Laat reparaties aan de erkende vakhandel over. Plaats het apparaat niet in een gesloten ruimte, zoals een boekenrek of ingebouwde kast. Gooi de batterij niet weg, maar lever hem in als KCA. Voorzorgsmaatregelen Veiligheid • Mocht er vloeistof of een voorwerp in het apparaat terechtkomen, trek dan de stekker uit het stopkontakt en laat het apparaat eerst nakijken door een deskundige, alvorens het weer in gebruik te nemen. • Om brand te voorkomen mogen de verluchtingsopeningen van de receiver niet worden afgedekt met kranten, tafelkleedjes, gordijnen, enz.. Plaats geen brandende kaarsen op het toestel. • Plaats evenmin vazen op de receiver om brand of elektrocutie te voorkomen. Stroomvoorziening • Kontroleer voor het aansluiten van het apparaat eerst of de bedrijfsspanning ervan wel overeenkomt met de plaatselijke netspanning. De bedrijfsspanning staat aangegeven op het naamplaatje aan de onderzijde van het apparaat. • Zolang het netsnoer op het stopkontakt is aangesloten, blijft er spanning op het apparaat staan, zelfs nadat het apparaat is uitgeschakeld. • Trek de stekker van het netsnoer uit het stopkontakt wanneer u denkt het apparaat geruime tijd niet te zullen gebruiken. Om de aansluiting op het stopkontakt te verbreken, mag u uitsluitend aan de stekker trekken; trek nooit aan het snoer. • Indien het netsnoer vervangen moet worden, mag dit alleen uitgevoerd worden door een erkend onderhoudscentrum. • De aan/uit-schakelaar bevindt zich aan de voorkant van het apparaat. Opstelling • Zet het apparaat op een goed geventileerde plaats, met rondom vrije luchtdoorstroming, om oververhitting van de inwendige onderdelen te voorkomen, in het belang van een langdurige betrouwbare werking. • Plaats het apparaat niet in de buurt van een warmtebron of in direkt zonlicht. Vermijd tevens plaatsen met veel stof, vocht en mechanische trillingen of schokken. 2NL • Zet niets bovenop het apparaat. De ventilatie-openingen aan de bovenzijde mogen niet geblokkeerd worden, in het belang van een juist funktioneren van het apparaat en een langere levensduur van de componenten. • De receiver warmt op terwijl hij in werking is. Dat is normaal en wijst niet op een defect. Wanneer deze receiver langdurig met hoog volume werkt, kan de bovenkant, zijkant en onderkant van de behuizing sterk opwarmen. Raak de behuizing niet aan om verbranding te voorkomen. Bediening • Zorg ervoor dat de stekkers van de netsnoeren van de apparatuur niet in het stopkontakt zitten, alvorens de aansluitingen te maken. Sluit de netsnoeren pas als allerlaatste aan. Reiniging • Gebruik voor het reinigen van de ombouw, het voorpaneel en de bedieningsorganen een zachte doek, licht bevochtigd met wat milde vloeibare zeep. Gebruik geen schuurspons, schuurmiddelen of vluchtige stoffen zoals spiritus of benzine. Mocht u na het doorlezen van de gebruiksaanwijzing nog vragen over of problemen met het apparaat hebben, aarzel dan niet kontakt op te nemen met de dichtstbijzijnde Sony handelaar. Voorbereidingen Omtrent deze handleiding Deze gebruiksaanwijzing geldt voor model STR-DE375. Controleer uw modelnummer in de rechter benedenhoek van het voorpaneel. Ter verduidelijking • Alle aanwijzingen in de tekst beschrijven de bediening met de toetsen op de tuner/versterker zelf. U kunt voor de bediening echter ook de toetsen van de afstandsbediening xgebruiken die dezelfde of soortgelijke namen dragen als de bedieningsorganen op het apparaat. • Een “Beknopt bedieningsoverzicht” treft u aan op bladzijde 28. • Onder “Beschrijving van de afstandsbediening” op pagina 26 vindt u een overzicht van de toetsen op de afstandsbediening. • Op een aantal plaatsen in deze gebruiksaanwijzing zult u de onderstaande symbolen aantreffen: Dit symbool verschijnt bij funkties die tevens via de afstandsbediening beschikbaar zijn. Dit symbool vestigt uw aandacht op handige tips, die de bediening vergemakkelijken. Deze tuner/versterker is uitgerust met een Dolby Pro Logic Surround decoder. Geproduceerd onder licentle van: Dolby Laboratories. “DOLBY”, “PRO LOGIC” en het dubbele-D symbool ; zijn handelsmerken van Dolby Laboratories. INHOUDSOPGAVE Voorbereidingen Uitpakken 4 Aansluit-overzicht 4 Aansluiten van de antennes 5 Aansluiten van audio-apparatuur 5 Aansluiten van video-apparatuur 6 Aansluiten van luidsprekers 7 Aansluiten van de stroomvoorziening 8 Alvorens u de tuner/versterker in gebruik neemt 9 Automatisch vastleggen van FM zenders in alfabetische volgorde (“Auto-betical” voorinstelling) 9 Tuner/versterker bedieningsfunkties Kiezen van audio/video-apparatuur 10 Radio-ontvangst 12 Voorinstellen van radiozenders 13 Gebruik van het Radio Data Systeem (RDS) 14 Opnemen 16 Gebruik van de Sleep Timer 16 GB FR NL Gebruik van de akoestiekfunkties SE Kiezen van een akoestiek-instelling 17 Optimaal benutten van Dolby Pro Logic Surround geluid 18 Aanvullende informatie Verhelpen van storingen 21 Technische gegevens 22 Verklarende woordenlijst 23 Index 24 Beschrijving van het achterpaneel 25 Beschrijving van de afstandsbediening Beknopt bedieningsoverzicht 26 28 3NL Voorbereidingen Uitpakken Aansluit-overzicht Kontroleer of het onderstaande bijgeleverd toebehoren inderdaad in de verpakking van de tuner/versterker aanwezig is: • FM draadantenne (1) • AM kaderantenne (1) • Afstandsbediening (1) • R6 (AA-formaat) batterijen (2) Op dit apparaat kunt u de volgende antennes en videoen audio-apparatuur aansluiten. Volg voor het aansluiten de aanwijzingen op de tussen haakjes aangegeven bladzijden. Zie voor de plaats en de benaming van de aansluitingen de “Beschrijving van het achterpaneel” op bladzijde 25. DVD-speler/ Dolby Digitaldecoder Aanbrengen van batterijen in de afstandsbediening Plaats de twee AA-formaat R6 batterijen in de afstandsbediening, met de juiste polariteit van (+) en (–) zoals is aangegeven in het batterijvak. Voor gebruik van de afstandsbediening richt u deze op de g afstandsbedieningssensor voorop de tuner/versterker. Voorluidspreker (L) ] } Aansluiten van luidspreker (7) Aansluiten van video-apparatuur (6) Aansluiten van de antennes (5) AM/FM antenne TVafstemeenheid SAT (satellietontvanger) Voorluidspreker (R) Videorecorder } ] Wanneer u de batterijen dient te vervangen Bij normaal gebruik zal een stel batterijen ongeveer een half jaar meegaan. Als de tuner/versterker niet meer naar behoren op de afstandsbediening reageert, is het tijd beide batterijen door nieuwe te vervangen. Surroundluidspreker (L) Midden- Aktieve luidspreker woofer CD speler Opmerkingen • Leg de afstandsbediening niet op een al te warme of vochtige plaats. • Gebruik geen oude en nieuwe batterij naast elkaar. • Let op dat de afstandsbedieningssensor van de tuner/ versterker niet wordt blootgesteld aan rechtstreekse zonnestraling of fel lamplicht, anders zal de afstandsbediening niet naar behoren funktioneren. • Wanneer u denkt de afstandsbediening geruime tijd niet te gebruiken, is het beter de batterijen eruit te verwijderen, om eventuele beschadiging door batterijlekkage en corrosie te voorkomen. 4NL MD-Deck/ cassettedeck Surroundluidspreker (R) Aansluiten van video-apparatuur (5) Vóór het aansluiten • Schakel eerst alle betrokken apparatuur uit, alvorens u begint met het aansluiten ervan. • Sluit de netsnoeren van de apparatuur pas op het stopkontakt aan nadat alle andere aansluitingen in orde zijn. • Steek alle stekkers stevig in de aansluitbussen, om gebrom en andere bijgeluiden te voorkomen. • Zorg bij het aansluiten van de audio snoeren dat u links en rechts niet verwisselt: de witte stekkers op de witte stekkerbussen (voor het linker kanaal) en de rode stekkers op de rode stekkerbussen (voor het rechter kanaal). Voorbereidingen In gebieden met een problematische AM-ontvangst Aansluiten van de antennes Overzicht Hieronder wordt beschreven hoe u de bijgeleverde AM en FM antennes op de tuner aansluit. Als u deze tuner wilt gebruiken voor radio-ontvangst, maak dan eerst de hieronder beschreven aansluitingen en ga dan door naar de volgende bladzijden. Zie voor de plaats van de antenne-aansluitingen de onderstaande afbeelding. ANTENNA In gebieden met slechte ontvangst kan het nodig zijn naast de AM kaderantenne een (niet bijgeleverde) geïsoleerde draadantenne van 6 tot 15 meter lang aan te sluiten. Span de geïsoleerde draad zo mogelijk buitenshuis en horizontaal op. Aansluiten van een aardleiding Als u de tuner/versterker aansluit op een buitenantenne, dient deze geaard te worden zoals in de afbeelding links, ter bescherming tegen blikseminslag. Sluit de aardingsdraad nooit aan op een gasleiding; gezien de kans op een gasexplosie is dit uiterst gevaarlijk. Wat is de volgende stap? Als u tevens andere apparatuur wilt aansluiten, lees dan verder in de volgende paragraaf. Als u de tuner echter slechts wilt gebruiken voor radio-ontvangst, ga dan door naar “Aansluiten van luidsprekers” op blz. 7. Benodigdheden • FM draadantenne (bijgeleverd) (1) • AM kaderantenne (bijgeleverd) (1) Aansluiten van audioapparatuur Overzicht Aansluitingen AM kaderantenne Tuner/ versterker ANTENNA AM Na het aansluiten van de draadantenne dient u deze zo horizontaal mogelijk te plaatsen. FM draadantenne FM 75Ω COAXIAL Hieronder wordt beschreven hoe u geluidsapparatuur op de tuner/versterker aansluit. Als u dit apparaat wilt gebruiken als versterker, maak dan eerst de hieronder beschreven aansluitingen. Zie voor de plaats van de stekkerbussen de onderstaande afbeelding. CD In gebieden met een problematische FM-ontvangst Sluit via een 75-ohm coaxiaalkabel (niet bijgeleverd) een FM buitenantenne aan op de tuner/versterker, zoals hieronder aangegeven. Tuner/ versterker MD/TAPE Benodigdheden Audiosnoeren (niet bijgeleverd) (1 per CD-speler, 2 per minidisc-recorder of cassettedeck) Wit (L) Rood (R) Wit (L) Rood (R) ANTENNA AM FM buitenantenne Aardleiding (niet bijgeleverd) Naar een aardpunt FM 75Ω COAXIAL (wordt vervolgd) 5NL Voorbereidingen Aansluitingen Aansluitingen De pijl l geeft de richting van de signaalstroom aan. De pijl l geeft de richting van de signaalstroom aan. CD-speler U kunt het geluid van een videorecorder of TV/SAT beluisteren door het audiosignaal van de videorecorder of TV/SAT in de tuner/versterker in te voeren. Tuner/versterker CD-speler OUTPUT LINE L L TV/SAT R R Tuner/versterker IN TV-afstemeenheid of Satellietontvanger CD L L R R Minidisc-recorder of cassettedeck Tuner/versterker Minidisc-recorder of cassettedeck OUTPUT INPUT LINE L R OUT LINE AUDIO IN AUDIO TV/SAT OUTPUT Videorecorder L Tuner/versterker Videorecorder R L L R R IN MD/TAPE AUDIO OUT AUDIO IN AUDIO AUDIO VIDEO OUTPUT INPUT Wat is de volgende stap? Ga naar het volgende hoofdstuk voor de aansluiting van videocomponenten en de weergave van surround sound bij het bekijken/beluisteren van TV-programma’s of videocassettes. Aansluiten van videoapparatuur Gebruik de funktiekeuzetoetsen (TV/SAT, CD, MD/ TAPE, of TUNER) om in te stellen op het VIDEO AUDIO OUT signaal. U kunt dit geluidssignaal opnemen door een opname-apparaat zoals een cassettedeck aan te sluiten (op de VIDEO AUDIO OUT stekkerbus). DVD-speler/Dolby Digital-decoder Overzicht Hieronder wordt beschreven hoe u video-apparatuur op de tuner/versterker kunt aansluiten. Zie voor de plaats van de stekkerbussen de onderstaande afbeelding. Benodigdheden • Audio-aansluitsnoeren (niet bijgeleverd) (1 voor de DVD/MULTI CH FRONT en SURROUND aansluitingen) Wit (L) Rood (R) TV/SAT Wit (L) Rood (R) • Mono-aansluitsnoeren (niet bijgeleverd) (1 voor de DVD/MULTI CH CENTER en SUB WOOFER aansluitingen) Zwart DVD/MULTI CH VIDEO Benodigdheden • Audio/videokabels (niet meegeleverd)(1 voor een TVafstemeenheid of Satellietontvanger; 2 voor een videorecorder) Wit (L) Rood (R) 6NL Wit (L) Rood (R) Zwart Voorbereidingen U kunt gedecodeerde Dolby Digital-geluidssporen weergeven via de luidsprekers aangesloten op de tuner/ versterker. Indien u beschikt over een DVD-speler of een Dolby Digital decoder met 5.1 CH uitgang, kunt u een gedecodeerde Dolby Digital soundtrack versterken met de volgende aansluitingen. Voor een zo treffend mogelijk akoestisch effekt stelt u de luidsprekers op zoals in onderstaande afbeelding is aangegeven. Surroundluidspreker 60 - 90 cm DVD-Speler Tuner/versterker 45° PRE OUT CENTER CENTER L SURROUND FRONT SUB WOOFER R FRONT SURROUND Benodigdheden SUB WOOFER Luidsprekersnoeren (niet bijgeleverd) (1 per luidspreker) DVD/MULTI CH Opmerking Indien u beschikt over een DVD-speler met 2CH analoge uitgang, verbindt u die met een andere functie-aansluiting. Wat is de volgende stap? Lees verder in de volgende paragraaf voor het aansluiten van de luidsprekers. (+) (+) (–) (–) Strip ongeveer 15 mm van de uiteinden van het snoer. Let goed op dat het luidsprekersnoer met de juiste polariteit (+ en –) wordt aangesloten. Als u bij één van de luidsprekers de + en – polen verwisselt, zal het geluid vervormd klinken en de lage tonen zullen niet goed doorkomen. Aansluitingen Aansluiten van luidsprekers Voorluidsprekers Voorluidspreker (R) Overzicht Tuner/versterker SPEAKERS FRONT Hieronder wordt beschreven hoe u uw luidsprekers op de tuner/versterker kunt aansluiten. Hoewel voorluidsprekers (linker en rechter) vereist zijn, is gebruik van midden- en Surroundluidspreker niet strikt noodzakelijk. Door toevoeging van midden- en Surroundluidspreker aan uw installatie echter, zult u van geluid met akoestiek-effekten kunnen genieten. Aansluiting van een aktieve woofer zal het lagetonenbereik verruimen. Zie voor de exakte plaats van de aansluitingen de onderstaande afbeelding. SPEAKERS SURROUND SPEAKERS FRONT L R Surround- en middenluidsprekers Surroundluidspreker (R) Tuner/versterker SPEAKERS SURROUND R SUB WOOFER Voorluidspreker (L) SurroundMidden- luidspreker luidspreker (L) CENTER L SPEAKERS CENTER (wordt vervolgd) 7NL Voorbereidingen Vermijd kortsluiting van de luidsprekers De tuner/versterker wordt mogelijk beschadigd indien de luidsprekers kortsluiting maken. Let op de volgende voorzorgen bij het verbinden van de luidsprekers zodat kortsluiting wordt voorkomen. Controleer bij het aansluiten dat de ontblote uiteinden van ieder luidsprekersnoer beslist geen contact maken met een andere stekkerbus of een ander luidsprekersnoer. Voorbeelden van een foute aansluiting van een luidsprekersnoer: SPEA R KERS FRON T L + – Aktieve woofer Tuner/versterker Aktieve woofer AUDIO OUT INPUT SUB WOOFER Opmerking Niet aansluiten op een andere component. IAls uw TV-monitor gebruik maakt van afzonderlijke luidsprekers Kunt u een ervan aansluiten op de SPEAKERS CENTER aansluitingen voor gebruik met Dolby Pro Logic Surround geluid (zie pagina 18). Wat is de volgende stap? Ga naar “Aansluiten van de stroomvoorziening” op deze pagina om uw systeem aan te vullen. Het ontblote uiteinde maakt contact met een andere luidspreker-stekkerbus. R SPEA KER FRON S T L + – De ontblote uiteinden raken elkaar aan omdat er te veel isolatie is verwijderd. Controleer na het aansluiten van alle componenten, de luidsprekers en het netsnoer of de luidsprekers juist werken. Geef hiervoor de testtoon via iedere luidspreker weer. Zie “Instellen van het volume van de luidsprekers” op blz. 19 voor details. Indien u Surroundluidspreker heeft aangesloten, moet u op de DVD/MULTI CH toets drukken en het geluidsveld van de tuner/versterker uitschakelen voordat u de weergave van de testtoon start zodat de testtoon afzonderlijk via de linker- en rechter Surroundluidspreker wordt weergegeven. Indien u geen geluid via een luidspreker hoort bij weergave van de testtoon, of een testtoon via een andere luidspreker dan de luidspreker waarvan de naam op het uitleesvenster van de tuner/versterker wordt getoond, maken de luidsprekers kortsluiting. U moet in dat geval de aansluitingen van de luidsprekers nogmaals controleren. 8NL Aansluiten van de stroomvoorziening Aansluiten van het netsnoer Sluit het netsnoer van deze tuner/versterker en van uw audio/video-apparatuur aan op een stopkontakt. , naar een stopkontakt Wat is de volgende stap? Lees alvorens de installatie in gebruik te nemen de volgende paragraaf door, om ervan verzekerd te zijn dat alle toetsen en schakelaars juist staan ingesteld. Voorbereidingen Alvorens u de tuner/versterker in gebruik neemt Voor het eerste gebruik van de tuner/versterker of als u eerder gemaakte instellingen wilt wissen, volgt u de onderstaande aanwijzingen. ?/1 (aan/uit) DIMMER 1 2 MUTING Schakel de tuner/versterker uit. Hou ?/1 (aan/uit) langer dan 4 seconden ingedrukt. De aanduiding “INITIAL” verschijnt in het uitleesvenster en dan zijn de onderstaande instellingen gewist of in de oorspronkelijke uitgangsstand teruggesteld: • Alle voorkeurzenders zijn teruggesteld op de fabrieksinstellingen. • Alle klankbeeld-parameters zijn teruggesteld op de fabrieksinstelligen. • Alle vastgelegde namen (van voorkeurzenders en beeld/geluidsbronnen) zijn gewist. • Alle instellingen gemaakt met de SET UP toets zijn teruggesteld op de fabrieksinstellingen. • Alle klankbeelden die waren vastgelegd voor voorkeurzenders en beeld/geluidsbronnen zijn gewist. Automatisch vastleggen van FM zenders in alfabetische volgorde (“Auto-betical” voorinstelling) Met de “Auto-betical” voorinstelling kunt u maximaal 30 FM radiozenders en RDS informatie-zenders in het afstemgeheugen van de tuner/versterker vastleggen, in alfabetische volgorde. Alleen de best doorkomende zenders worden door de “Auto-betical” voorinstelling gekozen. Als u de FM of AM (middengolf en langegolf) zenders zelf wilt kiezen, om deze één voor één vast te leggen, volg dan de aanwijzingen onder “Voorinstellen van radiozenders” op blz. 13. De FM RDS informatiezenders worden eerst vastgelegd, in alfabetische volgorde van hun officiële zendernaam, gevolgd door de gewone FM radiozenders, in volgorde van afstemfrekwentie. (Zie voor nadere bijzonderheden over de RDS informatiefunkties blz. 14). 1 Druk op de ?/1 (aan/uit) schakelaar om de tuner/versterker uit te schakelen. 2 Druk op de MEMORY toets en houd deze ingedrukt, en druk daarbij op de ?/1 (aan/uit) schakelaar om het apparaat weer in te schakelen. De aanduiding “AUTOBETICAL SELECT” verschijnt en de tuner/versterker gaat dan op zoek naar alle plaatselijk te ontvangen FM en FM RDS zenders en legt deze in het afstemgeheugen vast. Wanneer de tuner/versterker het vastleggen van de FM en FM RDS zenders voltooid heeft, verschijnt de aanduiding “FINISH” in het uitleesvenster. Een vooringestelde code omprogrammeren voor een andere zender Zie “Voorinstellen van radiozenders” op pagina 13. Zet de tuner/versterker aan en controleer de volgende indicator. • Druk op MUTING wanneer MUTING verschijnt in het uitleesvenster. • Druk herhaaldelijk op DIMMER om de displayverlichting te regelen (4 standen). Onderbreken van de “Auto-betical” voorinstelling voordat alle zenders zijn vastgelegd Druk op de ?/1 (aan/uit) schakelaar om de tuner/ versterker uit te schakelen. De radiozenders die reeds waren vastgelegd, verschuiven nu naar de “hogere” nummers (naar C0) en kunnen uit het afstemgeheugen worden gewist, afhankelijk van het aantal zenders dat wordt gekozen door de “Auto-betical” voorinstelling. Opmerkingen • Als u verhuist naar een andere streek, kan het nodig zijn deze procedure opnieuw uit te voeren, om de best te ontvangen zenders in uw nieuwe woongebied vast te leggen. • Voor meer details over het afstemmen op voorinstelzenders, zie pagina 13. • Wanneer “FINISH” verschijnt, zijn alle vorige voorinstelgeheugens gewist. Programmeer opnieuw AMzenders indien nodig. 9NL Tuner/versterker bedieningsfunkties Kiezen van audio/videoapparatuur Voor het luisteren of kijken naar de weergave van aangesloten apparatuur, dient u eerst met de afstandsbediening of op de tuner/versterker het gewenste apparaat in te stellen. Voordat u begint dient u te zorgen dat: • de apparatuur zorgvuldig op de juiste wijze is aangesloten, zoals beschreven op bladzijden 5 t/m 8. ?/1 (aan/uit) MENU </> Voor Doet u het volgende Dempen van het geluid Druk op MUTING. Druk nogmaals of zet het volume hoger om het geluid te herstellen. Bijregelen van de balans 1 Druk herhaaldelijk op LEVEL of MAIN MENU op de afstandsbediening tot de LEVEL indicator oplicht. 2 Druk herhaaldelijk op MENU < of > tot “BALANCE” verschijnt in het uitleesvenster. 3 Druk op MENU + of – om de links/rechts-balans te regelen. Bijregelen van de klankkleur Druk op BASS +/– en TREBLE +/– om het klankniveau te regelen. De toonregeling is instelbaar van –6 dB tot +6 dB in stapjes van 2 dB tegelijk. Funktiekeuzetoetsen MASTER LEVEL VOLUME Voor luisteren via de hoofdtelefoon MENU +/– TREBLE +/– BASS +/– MUTING 1 Druk op de ?/1 (aan/uit) schakelaar om de tuner/versterker in te schakelen. 2 Kies het gewenste apparaat door indrukken van een van de funktiekeuzetoetsen: 3 4 Sluit de hoofdtelefoon aan op PHONES. Er komt geen geluid uit de luidsprekers. Voor TV-kijken of luisteren naar Drukt u op Videocassettes VIDEO TV-programma's of Satellietontvanger TV/SAT DVD-speler/Dolby Digitaldecoder DVD/MULTI CH Minidiscs (MD) of Audiocassettes MD/TAPE Compact discs (CD) CD Radio-uitzendingen TUNER Schakel het gekozen apparaat, bijvoorbeeld de CD-speler, in en start het afspelen. Om op deze tuner/versterker op radiozenders af te stemmen, wordt verwezen naar “Radioontvangst” op bladzijde 12. Stel de geluidssterkte naar wens in met de MASTER VOLUME regelaar. Telkens wanneer u aan MASTER VOLUME draait, verandert het uitleesvenster als volgt: Kijken/luisteren naar videoprogramma's Wanneer u naar TV-uitzendingen of videoprogramma’s kijkt, wordt aanbevolen het geluid via de tuner/ versterker in plaats van via de TV-luidsprekers te laten klinken. Dit stelt u in staat de voordelen van de akoestiek-effekten van de tuner/versterker te benutten, zoals Dolby Pro Logic Surround, en biedt u de mogelijkheid de afstandsbediening van de tuner/ versterker te gebruiken voor het regelen van het geluid. Schakel de TV-luidsprekers uit voordat u begint, zodat u kunt genieten van het akoestiek-geluid van uw tuner/ versterker. Voor het kijken/luisteren naar TV-uitzendingen, schakelt u zowel het TV-toestel, de TV-afstemeenheid, als de tuner/ versterker in en drukt u op de TV/SAT toets van de tuner/ versterker. Voor het bekijken van videoprogramma’s, gaat u als volgt te werk: 1 Druk op VIDEO om de videorecorder te kiezen. 2 Schakel de TV in en kies de video-stand voor het ingangssignaal van de videorecorder. 3 Zet de videorecorder aan en start de weergave. Gebruik van de afstandsbediening Met de afstandsbediening kunt u de tuner en de hierop aangesloten Sony apparatuur op afstand bedienen. VOL MIN y VOL 1 y … y VOL 30 y VOL MAX Het volume van de TV-luidspreker regelen Gebruik de volumeregelaar van de TV. Voorkom beschadiging van de luidsprekers 10NL Zorg ervoor dat u het volume dicht zet alvorens de tuner/ versterker af te zetten. Bij het afzetten van de tuner/ versterker blijft de volume-instelling immers behouden. ?/1 Funktiekeuzetoetsen Tuner/versterker bedieningsfunkties 1 Voor TV-kijken of luisteren naar Drukt u op Radioprogramma's TUNER Compact discs (CD) Minidiscs (MD) of Audiocassettes CD/SACD MD/TAPE et FN SHIFT* (INITIAL-MD MODE) TV-programma's of Satellietontvanger TV/SAT (INITIAL-TV MODE) VHS videocassettes (bedieningsstand VTR-3) VIDEO DVD-speler/ Dolby Digital decoder met MULTI CH OUTPUT DVD/LD (INITIAL-DVD MODE) * De VIDEO 1, VIDEO 2, VIDEO 3, PHONO en MD/ TAPE functie werkt met 2 toetsen. Om een bovenvermelde functie te kiezen, drukt u tegelijkertijd op FN SHIFT (function shift) en de gewenste functietoets. Druk bijvoorbeeld op FN SHIFT en CD/SACD om de MD/TAPE functie te kiezen. ?/1 Funktiekeuzetoetsen Nummertoetsen > 10 . ENTER MASTER VOL – De volgende cijfertoetsen zijn bedoeld om de functies te selecteren: Bedienen Drukt u op CD-speler 1 Om de fabrieksinstelling van een toets te wijzigen, zie het volgende hoofdstuk. De tuner/versterker en het gekozen apparaat worden ingeschakeld. DAT deck 2 Minidisc-recorder 3 Cassettedeck A 4 Als de gekozen audio- of videocomponent niet wordt ingeschakeld Cassettedeck B 5 Laserdisc-speler 6 Videorecorder (bedieningsstand VTR 1*) 7 Videorecorder (bedieningsstand VTR 2*) 8 Videorecorder (bedieningsstand VTR 3*) 9 TV-toestel 0 Druk op de aan/uit-schakelaar van het betreffende apparaat. 2 AV ?/1 Druk op een van de Funktiekeuzetoetsen om de audioof videocomponent te kiezen die u wilt gebruiken. De Funktiekeuzetoetsen op de afstandsbediening staan bij aflevering als volgt ingesteld: Start de weergave. Voor nadere bijzonderheden wordt verwezen naar “Beschrijving van de afstandsbediening” op bladzijde 26. Veranderen van de toewijzingen van een funktiekeuzetoets Als de toewijzingen van de FUNCTION toetsen (hierboven) zoals deze in de fabriek zijn ingesteld, niet overeenstemmen met die van uw apparatuur, is het mogelijk om deze instellingen aan te passen. Indien u bijvoorbeeld beschikt over een MD-speler en een cassettedeck, en niet over een CD-speler, kunt u de CD/SACD-toets toekennen aan uw cassettedeck. DSS (Digital Satellite System) DVD VCD-speler * > 10 ENTER . Sony videorecorders worden bediend in een VTR 1, 2 of 3 stand. Deze bedieningsstanden komen overeen met resp. Beta, 8mm en VHS. Nu kan het cassettedeck worden bediend met de CD/SACD-toets. Merk op dat de instellingen van de TUNER en FN SHIFT functies (VIDEO 1, VIDEO 2, VIDEO 3, PHONO en MD/TAPE) niet kan worden gewijzigd. Een toets in de fabrieksinstelling zetten 1 Alle functietoetsen in de fabrieksinstelling zetten 2 Houd de Funktiekeuzetoetsen waarvan u de toewijzing wilt veranderen, ingedrukt (bijvoorbeeld CD/SACD). Voer de bovenstaande procedure opnieuw uit. Druk tegelijk op ?/1, AV ?/1 en MASTER VOL –. Druk op de betreffende toets van de component die u aan de functietoets wilt toekennen (bijvoorbeeld 4 - Cassettedeck). 11NL Tuner/versterker bedieningsfunkties Voor ontvangst van andere radiozenders Radio-ontvangst Herhaal de stappen 3 t/m 5. Als de STEREO indikator gedoofd blijft Op deze tuner kunt u de frekwentie van een radiozender direkt invoeren met behulp van de nummertoetsen van de afstandsbediening (direkte afstemming). Zie ook “Automatisch doorlopen van radiozenders (automatische afstemming)”. Druk bij ontvangst van een FM stereo-uitzending op de FM MODE toets. Als een FM stereo-uitzending met veel storing doorkomt De STEREO indikator knippert. Druk op de FM MODE toets om op MONO in te stellen. Het stereo effekt zal nu verloren gaan, maar het geluid zal minder vervormd klinken. Om weer terug te schakelen naar stereo ontvangst drukt u nogmaals op deze toets. Alvorens u begint, let op dat u: • een FM/AM antenne op de tuner heeft aangesloten zoals beschreven op bladzijde 5. ?/1 (aan/uit) TUNING +/– Als u niet op de zender kunt afstemmen en de ingevoerde cijfers knipperen MASTER VOLUME FM MODE FM/AM Kontroleer of u wel de juiste afstemfrekwentie hebt ingevoerd. Is er sprake van een vergissing, druk dan weer op de D. TUNING toets en voer de juiste frekwentie in van de afstandsbediening. Knipperen de cijfers nu nog en wordt er geen radiozender ontvangen, dan is de gekozen afstemfrekwentie in uw woongebied niet in gebruik. Kijken naar TV-programma’s waarvan het geluid gelijktijdig via FM wordt uitgezonden TUNER Zorg dat u zowel op de TV (of de videorecorder) als op de tuner op de TV-uitzending afstemt. Als u voor de frekwentie een getal invoert dat niet deelbaar is door het geldende afsteminterval In dat geval wordt het door u gekozen getal automatisch afgerond naar de dichtstbijzijnde waarde die wel deelbaar is door het afsteminterval. Nummertoetsen Afstemintervallen voor direkte afstemming: FM: 50 kHz interval AM: 9 kHz interval D. TUNING Druk op de ?/1 (aan/uit) toets om de tuner in te schakelen. 2 Druk op de TUNER toets. Er wordt afgestemd op de laatst ontvangen radiozender. Als u de afstemfrekwentie van de gewenste zender niet weet, kunt u de tuner alle zenders die in uw gebied te ontvangen zijn, laten doorlopen tot u de gewenste zender vindt. 3 Druk op FM/AM om FM of AM zenders te kiezen. 1 Druk op de TUNER toets. De tuner stemt af op de laatst ontvangen zender. 4 Druk op de D. TUNING toets van de afstandsbediening. 2 Druk op FM/AM om FM of AM te kiezen. 5 3 Druk op de nummertoetsen van de afstandsbediening om de frekwentie in te voeren. Druk op de TUNING + of – toets. Druk op de + toets voor een zender met een hogere frekwentie; op de – toets voor een zender met een lagere frekwentie. Wanneer het einde van een afstemband wordt bereikt, springt de tuner automatisch naar de andere kant van de band. Zodra een zender doorkomt, stopt de automatische afstemming. Om dan verder te zoeken, drukt u de toets nogmaals in. Voorbeeld 1: FM 102,50 MHz 1 6 12NL Automatisch doorlopen van radiozenders (automatische afstemming) 1 0 2 5 0 Voorbeeld 2: AM 1350 MHz 1 3 5 0 Bij het afstemmen op AM zenders verstelt u de richting van de kaderantenne voor de beste ontvangst. 0 Tuner/versterker bedieningsfunkties Voorinstellen van radiozenders U zult waarschijnlijk uw favoriete radiozenders in het geheugen van de tuner willen vastleggen zodat u hierop snel kunt afstemmen. In het tuner-geheugen kunnen in totaal 30 FM or AM zenders worden opgeslagen. De zenders legt u vast onder een code bestaande uit een letter (A, B of C) en een cijfer (0 t/m 9). Zo kunt u bijvoorbeeld een zender vastleggen onder code A1, B6 of C9, etc. Afstemmen op vooringestelde zenders (geheugen-afstemming) U kunt direkt op een radiozender afstemmen door invoeren van de bijbehorende code. Als u niet weet welke zenders onder de codes zijn vastgelegd, kunt u de tuner alle vooringestelde zenders laten doorlopen. 1 Druk op de TUNER toets. Er wordt afgestemd op de laatst ontvangen zender. 2 Druk op de SHIFT toets om een letter (A, B of C) te kiezen, en druk vervolgens op een nummertoets van de afstandsbediening. Om bijvoorbeeld af te stemmen op voorinstelzender A7 kiest u A en drukt u vervolgens op 7. PRESET/PTY SELECT +/– DISPLAY MENU </> NAME Automatisch doorlopen van de vooringestelde zenders MEMORY 1 2 3 4 SHIFT MENU +/– ENTER TUNER Druk op de TUNER toets. Er wordt afgestemd op de laatst ontvangen radiozender. Stem op de zender af die u in het geheugen wilt vastleggen. Op deze en de vorige bladzijde onder “Radioontvangst” staat beschreven hoe u op zenders kunt afstemmen. Druk op de MEMORY toets. De aanduiding “MEMORY” verschijnt enige sekonden lang in het uitleesvenster. Zorg dat u de stappen 4 t/m 6 uitvoert voordat de “MEMORY” aanduiding dooft. Druk op de SHIFT toets om een letter (A, B of C) te kiezen. Iedere keer dat u op de SHIFT toets drukt verschijnt een letter, “A”, “B” of “C”, in het uitleesvenster. Als de “MEMORY” aanduiding dooft, begint u opnieuw vanaf stap 3. Druk eerst op de TUNER toets en dan op de PRESET/ PTY SELECT + of – toets om de gewenste zender te kiezen. Iedere keer dat u op de betreffende toets drukt, veranderen de codes als volgt: t A1 y A2 y… y A0 y B1 y B2 y … y B0 T t C0 y … y C2 y C1 T Naamgeving van vooringestelde zenders U kunt namen (indexnamen) van maximum 8 tekens lang opslaan voor uw voorkeuzezenders (behalve FM RDS-zenders). Wanneer de naam eenmaal in het geheugen is vastgelegd, verschijnt in het uitleesvenster de zendernaam in plaats van de frekwentie telkens wanneer u op de betreffende zender afstemt. De lettertekens die u kunt gebruiken, omvatten letters, cijfers en symbolen. 1 2 Stem af op de zender die u van een naam wilt voorzien. 3 Gebruik de MENU + of – toets om de gewenste letter of het cijfer in te voeren. 4 Druk op de MENU </> toets om de cursor een positie naar rechts op te schuiven voor de volgende letter. Druk op de NAME toets. De cursor knippert in het uitleesvenster. 5 Druk op de PRESET/PTY SELECT +/– of TUNING +/– toets om een zendernummer te kiezen. 5 Herhaal de stappen 3 en 4 tot maximaal 8 letters/ cijfers zijn ingevoerd. 6 Druk nogmaals op de MEMORY toets om de ontvangen radiozender in het geheugen vast te leggen. 6 Druk op ENTER om de namen te slaan. 7 Herhaal de stappen 2 t/m 6 voor het voorinstellen van andere radiozenders. Een vooringestelde zender wijzigen Leg de nieuwe zender onder de code vast en de eerder vastgelegde zender wordt gewist. Opmerking Als de stroomvoorziening van de tuner langer dan ongeveer een week wordt verbroken (stekker uit het stopkontakt), zullen de vooringestelde zenders uit het geheugen gewist worden. In dat geval dient u de zenders opnieuw vast te leggen. Indien u een vergissing maakt Druk enkele malen op de MENU </> toets tot de letter of het cijfer dat u wilt veranderen in het uitleesvenster begint te knipperen. Voer dan het juiste letterteken in met de MENU + of – toets. Opmerkingen • U kunt ook een naam van maximum 8 tekens invoeren als weergavebron. Kies de gewenste weergavebron en herhaal de stappen 2 tot 6. • Om de naam van een programmabron te wissen, drukt u op NAME en vervolgens op dezelfde programmabrontoets. Druk op ENTER om de naam te wissen (behalve TUNER). 13NL Tuner/versterker bedieningsfunkties Opmerkingen Gebruik van het Radio Data Systeem (RDS) Welke mogelijkheden biedt het RDS informatiesysteem? RDS (Radio Data Systeem) is een radioinformatiesysteem waarmee radiozenders naast de gewone radio-uitzending allerlei nuttige informatie kunnen uitzenden. Deze receiver heeft twee handige RDS-functies: RDS informatie in het uitleesvenster; en keuze van radiozenders aan de hand van het soort programma dat ze uitzenden. RDS is alleen beschikbaar voor FM zenders.* Opmerking De RDS informatie zal niet altijd goed te ontvangen zijn, als de zender waarop u hebt afgestemd niet goed doorkomt of als de signaalsterkte onvoldoende is. * Niet alle FM radiozenders geven RDS informatie door, en de zenders die dit wel doen bieden niet alle dezelfde soorten informatie. Voor nadere bijzonderheden omtrent de in uw woongebied beschikbare RDS informatie kunt u het best kontakt opnemen met de plaatselijk aktieve radiozenders. • Als er een speciale mededeling of waarschuwingsbericht van overheidswege doorkomt, zal in het uitleesvenster de aanduiding “ALARM” gaan knipperen. • Als een aanduiding uit 9 of meer letters bestaat, zal de tekst over het scherm lopen. • De volgende aanduidingen kunnen verschijnen als een zender een bepaald type RDS informatie niet uitzendt: “NO PTY” (er wordt geen programmatype-informatie uitgezonden); “NO TEXT” (er wordt geen radiotekst uitgezonden); “NO TIME” (de juiste tijd wordt niet uitgezonden). • Afhankelijk van de methode die door de radiozender wordt gebruikt om de tekst door te sturen, is het mogelijk dat bepaalde tekstboodschappen onvolledig zijn. Opzoeken van een radiozender aan de hand van het programmatype (PTY) U kunt een radiozender van uw keuze opzoeken door in te stellen op het gewenste programmatype. De tuner stemt dan af op een uitzending van het gekozen type, verzorgd door een van de RDS zenders die zijn vastgelegd in het afstemgeheugen van de tuner. 1 Druk op PTY om het huidige PTY type weer te geven. Druk op PRESET/PTY SELECT + of – tot het gewenste programmatype in het uitleesvenster verschijnt. Hieronder vindt u een overzicht van de beschikbare programmatypes. 2 Druk op de PTY toets terwijl het programmatype in het uitleesvenster wordt aangegeven. De tuner doorloopt dan de vooringestelde RDS radiozenders op zoek naar het gekozen soort programma. (De aanduiding “SEARCH” en het programmatype verschijnen afwisselend in het uitleesvenster.) Wanneer de tuner/versterker een programma van het door u gekozen type vindt, stopt het apparaat met zoeken. Dan knippert het voorinstelnummer van de radiozender die het gekozen soort programma uitzendt, en vervolgens schakelt de tuner/versterker over op ontvangst en weergave van de betreffende uitzending. Ontvangst van RDS uitzendingen Kies eenvoudigweg een radiozender uit de FM band. Bij afstemming op een zender die RDS informatie uitzendt, verschijnt de zendernaam in het uitleesvenster. Aangeven van RDS informatie in het uitleesvenster Druk op de DISPLAY toets. Iedere keer dat u op de DISPLAY toets drukt, verspringen de aanduidingen in het uitleesvenster stap voor stap, om de volgende informatie aan te geven. Aangegeven informatie Hiermee kunt u: Zendernaam** De zender aan de hand van de zendernaam (bijv. WDR) in plaats van via de frekwentie opzoeken. Afstemfrekwentie** De zender aan de hand van de frekwentie opzoeken. Programmatype Een bepaald programmatype opsporen. (Zie bladzijde 15 voor de programmatypes waaruit u kunt kiezen.) Radiotekst De tekstberichten aangeven die door de RDS zender worden uitgezonden. Juiste tijd (24-uurs cyclus) De huidige tijd aangeven. Geluidsveldstand** Toont de huidige geluidsveldstand. ** Deze informatie wordt look aangegeven voor FM radiozenders die geen RDS informatie uitzenden. 14NL Opmerking De aanduiding “NO PTY” verschijnt wanneer het door u gekozen programmatype niet wordt uitgezonden; de tuner keert dan terug naar de oorspronkelijke zender. Tuner/versterker bedieningsfunkties U heeft de keuze uit de volgende programmatypes: Programmatype U luistert naar Programmatype U luistert naar JAZZ Polyfonische, gesyncopeerde muziek. NONE Ieder type uitzending dat niet onder een van de volgende categorieën valt. COUNTRY Muziek uit het zuiden van de VS. NATION M Hedendaagse populaire muziek uit land of streek. NEWS Nieuwsberichten. AFFAIRS Aktualiteitenprogramma’s over onderwerpen die recentelijk in het nieuws zijn. OLDIES "Golden age" muziek. FOLK M Muziek die stamt uit de muziekcultuur van een bepaald land. INFO Uitzendingen over consumentenzaken, medisch advies, weersinformatie, etc. DOCUMENT Duidingsprogramma's. SPORT Sportuitzendingen. EDUCATE Educatieve programma’s en uitzendingen met advies op verschillende gebieden. DRAMA Hoorspelen en radioseries. CULTURE Radio-uitzendingen over nationale of regionale culturele aangelegenheden, zoals religie, taal en sociale vraagstukken. SCIENCE Programma’s over natuurwetenschappen en technologie. VARIED Gevarieerd amusement, zoals interviews met bekende persoonlijkheden, quizprogramma's en komedies. POP M Populaire muziek. ROCK M Rockmuziek. EASY M Easy listening ("middle of the road" muziek). LIGHT M Lichte klassieke muziek, zowel instrumentaal als vokaal. CLASSICS Uitvoeringen van klassieke muziek door grote orkesten, kamermuziek, opera, enz. OTHER M Muziek die in geen enkele van de bovenstaande categorieën thuishoort, zoals bijvoorbeeld rhythm & blues en reggae. WEATHER Weerberichten. FINANCE Beursberichten en financieel-economische programma's. CHILDREN Jongerenprogramma's. SOCIAL Programma's over sociologie, geschiedenis, aardrijkskunde, psychologie, en maatschappijwetenschappen. RELIGION Programma's over religieuze aangelegenheden. PHONE IN Meningsuiting via telefoon of panelgesprekken. TRAVEL Informatieprogramma's over reizen. LEISURE Vrijetijdsprogramma's waar luisteraars aan kunnen deelnemen. 15NL Tuner/versterker bedieningsfunkties Opnemen Deze tuner/versterker maakt opnemen naar en van apparatuur die hierop is aangesloten bijzonder eenvoudig. U hoeft de audio/video-apparatuur voor weergave en opname niet direkt op elkaar aan te sluiten: als eenmaal een weergavebron op de tuner/ versterker is gekozen, is maken en monteren van opnamen mogelijk op dezelfde wijze als u zou doen met gebruik van de bedieningsorganen op elk apparaat. Kontroleer, alvorens u begint, of alle apparatuur naar behoren is aangesloten. Funktiekeuzetoetsen 1 Druk op TV/SAT om de programmabron te selecteren. 2 Zet de betreffende apparatuur klaar voor weergave. Bijvoorbeeld de TV en TVafstemeenheid aanzetten. 3 Breng een onbespeelde videocassette in de videorecorder voor opname. 4 Begin met opnemen op de videorecorder. U kunt bij het monteren van een videocassette geluid vervangen Op het punt waar u een ander geluid wilt beginnen toevoegen, drukt u op een andere funktietoets (bijvoorbeeld voor de CD) en begint de weergave. Het geluid van de geselecteerde apparatuur zal over het oorspronkelijke geluid worden opgenomen. Om weer verder te gaan met opname van het oorspronkelijke geluid, drukt u op de TV/SAT funktietoets. Apparaat voor weergave (weergavebron) Opname-apparaat (Minidisc-recorder, cassettedeck, videorecorder) Opmerking U kunt geen audio signaal opnemen in de DVD/MULTI CH stand. l: Audio-signaalstroom Opnemen op een minidisc of audiocassette Via deze tuner/versterker kunt u muziek op een minidisc of geluidscassette opnemen. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van uw minidisc-recorder of cassettedeck voor nadere bijzonderheden. 1 Druk op een van de funktiekeuzetoetsen om de gewenste weergavebron te kiezen. 2 Maak het gekozen apparaat gereed voor weergave. Voor de CD-speler bijvoorbeeld, plaatst u een compact disc. 3 Steek een onbespeelde minidisc of cassette in het cassettedeck voor opname en stel zonodig het opnameniveau in. 4 Start het opnemen op het opnamedeck en start het afspelen van de weergavebron. Opnemen op videocassette 16NL Met behulp van de tuner/versterker kunt u opnemen van een TV of Satellietontvanger. U kunt bij het monteren van een videocassette ook geluid afkomstig uit diverse audiobronnen toevoegen. Raadpleeg indien nodig de handleiding van uw videorecorder. Gebruik van de Sleep Timer U kunt de tuner/versterker instellen om automatisch uit te schakelen op een opgegeven tijdstip. SLEEP Druk op SLEEP van de afstandsbediening terwijl het toestel aan staat. Telkens wanneer u op SLEEP drukt, verandert de tijd zoals hieronder aangegeven. t 2-00-00 t 1-30-00 t 1-00-00 t 0-30-00 t OFF Het uitleesvenster dimt nadat u het tijdstip heeft opgegeven. U kunt nagaan hoeveel tijd er nog rest voordat de tuner/versterker zal uitschakelen Druk op SLEEP van de afstandsbediening. De resterende tijd verschijnt dan in het uitleesvenster. Gebruik van de akoestiekfunkties Kiezen van een akoestiekinstelling Gebruik van de akoestiekfunkties Type MODE (klankbeeld) Effecten MUSIC HALL Geeft de akoestiek van een gewone rechthoekige concertzaal. Ideaal voor zachtere akoestische muziek. U kunt genieten van surround sound door gewoon een voorgeprogrammeerde akoestiek-instelling te kiezen afhankelijk van de muziek die u wenst te beluisteren. SOUND FIELD MODE +/– * De aanduiding “DOLBY PL” verschijnt in het uitleesvenster. ** Alleen bij grebruik van DVD/MULTI CH. SURR Bij gebruik van de afstandsbediening Bij elke druk op SOUND FIELD MODE +/– verandert de akoestiek-instelling als volgt: Bij het kiezen van de weergavebron MENU +/– SOUND FIELD ON/OFF t PRO LOGIC* y C STUDIO T t HALL y DOLBY V T SOUND FIELD MODE +/– MAIN MENU Bij gebruik van DVD/MULTI CH C STUDIO y V SURR MENU +/– * De aanduiding “DOLBY PL” verschijnt in het uitleesvenster. De akoestiek-instelling uitschakelen Druk op de SOUND FIELD ON/OFF toets of 2CH/OFF op de afstandsbediening. 1 2 Druk op SOUND FIELD ON/OFF om de akoestiek-instelling aan te schakelen. De geluidsveldindicator licht op. Druk herhaaldelijk op SOUND FIELD MODE +/– tot de gewenste akoestiek-instelling verschijnt in het uitleesvenster. Kies de akoestiek-instelling als volgt: Type MODE (klankbeeld) Effecten CINEMA PRO LOGIC* Decodeert programma’s opgenomen in Dolby Surround. C STUDIO (Cinema Studio) Geeft de akoestiek van een bioscoopzaal. Goed voor alle soorten speelfilms. VIRTUAL DOLBY V Gebruik de voorluidsprekers om surround sound effecten te creëren. V SURR** Gebruik de voorluidsprekers en de middenluidspreker om surround sound effecten te creëren. De tuner/versterker “onthoudt” voor elke geluidsbron het laatst gekozen klankbeeld (Geheugen-klankbeeld) Wanneer u een bepaalde geluidsbron kiest, wordt automatisch het laatst daarvoor gebruikte klankbeeld ingeschakeld. Als u bijvoorbeeld een CD beluistert met het HALL klankbeeld en dan overchakelt op een andere geluidsbron, dan zal bij terugschakelen naar CDweergave automatisch het HALL klankbeeld weer gelden. In het geheugen van de tuner worden de klankbeelden voor de AM en FM afstemband en voor alle voorkeurzenders afzonderlijk onthouden. Op de verpakking kunt u meestal zien of het geluid is opgenomen met Dolby Surround codering Sommige videocassettes of laserdiscs kunnen wel zijn opgenomen met Dolby Surround geluid, ook al staat dit niet op de verpakking aangegeven. (wordt vervolgd) 17NL Gebruik van de akoestiekfunkties Instellen van het effectniveau (alle klankbeelden behalve PRO LOGIC) Desgewenst kunt u het akoestiekeffekt meer geprononceerd maken, door verhogen van het EFFECT niveau. Met deze instelling kunt u de “aanwezigheid” van het akoestiekeffekt in zes stappen (1-6) naar wens bijregelen. 1 Start de weergave van de geluidsbron. 2 Druk op SURR. Het effektniveau (“EFFECT 1” … “EFFECT 6”) wordt weergegeven in het uitleesvenster. 3 Optimaal benutten van Dolby Pro Logic Surround geluid Om het Dolby Pro Logic Surround geluid zo goed mogelijk tot zijn recht te laten komen, dient u eerst de CENTER MODE instelling te kiezen die het beste past bij uw luidspreker-opstelling. Vervolgens stelt u de geluidssterkte en de vertragingstijd van elke luidspreker af. Let op dat u tenminste over één extra paar luidsprekers dient te beschikken voor het maken van de onderstaande instellingen. Druk op MENU +/– om het gewenste niveau te kiezen. SET UP SOUND FIELD MODE +/– LEVEL Bij gebruik van de afstandsbediening Druk herhaaldelijk op MAIN MENU op de afstandsbediening tot de SURR indicator oplicht. Bij elke druk op MENU +/– verandert het effectniveau als volgt: EFFECT 1 y EFFECT 2 y … y EFFECT 6 MENU </> MENU +/– SOUND FIELD ON/OFF Opmerking Wijzigen van het effectniveau kan onder bepaalde omstandigheden en met bepaalde geluidsbronnen wel eens weinig verschil maken. SOUND FIELD MODE +/– TEST TONE MAIN MENU MENU </> MENU +/– Kiezen van de CENTER MODE instelling Deze tuner/versterker biedt u de keuze uit vier verschillende CENTER MODE instellingen: “Phantom”, “Normal”, “Wide” en “3 STEREO”. Elke instelling is voor een bepaalde luidspreker-opstelling ontworpen. Kies de CENTER MODE instelling die het beste past bij uw luidspreker-opstelling: 18NL 1 Druk op SOUND FIELD ON/OFF om de akoestiek-instelling aan te schakelen. 2 Druk herhaaldelijk op de SOUND FIELD MODE +/– toets om het Dolby rondom-akoestiekeffekt (PRO LOGIC of C STUDIO akoestiek) te kiezen. 3 Druk op SET UP. 4 Druk herhaaldelijk op MENU < of > tot “CTR MODE” verschijnt in het uitleesvenster. Gebruik van de akoestiekfunkties 5 Druk herhaaldelijk op MENU +/– tot de gewenste center mode verschijnt in het uitleesvenster. Kies de CENTER MODE instelling als volgt: Als u beschikt over Kiest u Zodat Voor- en Surroundluidspreker, en een kleine middenluidspreker NORMAL Het basgeluid van het middenkanaal via de voorluidsprekers wordt weergegeven (omdat een kleine middenluidspreker onvoldoende basgeluid kan produceren). Voor- en middenluidsprekers, maar geen Surroundluidspreker 3 STEREO Het geluid van het (3 Channel Logic) Surroundluidspreker kanaal via de voorluidsprekers wordt weergegeven. Voor- en Surroundluidspreker, maar geen middenluidspreker PHANTOM Het geluid van het middenkanaal via de voorluidsprekers wordt weergegeven. Voor- en Surroundluidspreker, en een grote middenluidspreker WIDE Het middenkanaal het hele geluidsspectrum weergeeft. Afstellen van de geluidssterkte van de luidsprekers Met behulp van de testtoon-funktie kunt u de geluidssterkte van uw luidsprekers op hetzelfde niveau afstellen. (Als al uw luidsprekers reeds hetzelfde geluidsvolume te horen geven, is afstellen niet noodzakelijk.) Met de toetsen op de afstandsbediening kunt u de luidsprekeraansluiting testen en het volumeniveau bijstellen vanuit uw luisterpositie. 1 Druk op de SOUND FIELD ON/OFF toets om de klankbeeldfunctie in te schakelen. Druk enkele malen op de SOUND FIELD MODE +/– toets om in te stellen op het “DOLBY PL” klankbeeld. 2 Druk op de TEST TONE toets van de afstandsbediening. De testtoon is achtereenvolgens via elk van de luidsprekers hoorbaar. 3 Regel het volume zodat het testtoonvolume van elke luidspreker identiek klinkt in de luisterpositie. • Druk op MENU < of > om “CTR xxdB” of “SURR xxdB” te kiezen. • Druk op MENU +/– om het niveau te regelen. 4 Druk op de TEST TONE toets van de afstandsbediening om de testtoon uit te schakelen. Alle luidsprekers kunnen tegelijkertijd afgesteld worden Hiervoor gebruikt u de MASTER VOLUME regelaar op de tuner/versterker of MASTER VOL toets op de afstandsbediening. Het geluidsniveau van de luidsprekers kan ook afgesteld worden met de toetsen op de tuner/ versterker Nadat u op TEST TONE op de afstandsbediening hebt gedrukt: • Druk herhaaldelijk op MENU < of > om “CTR xxdB” te kiezen. Druk op MENU +/– om het niveau van de middenluidspreker te regelen. • Druk op herhaaldelijk op MENU < of > om “SURR xxdB” te kiezen. Druk op MENU +/– om het niveau van de Surroundluidspreker te regelen. De geluidssterkte is instelbaar van –15 dB tot +10 dB in stapjes van 1 dB tegelijk. U kunt het volume van de subwoofer regelen • Druk herhaaldelijk op LEVEL of MAIN MENU op de afstandsbediening tot de LEVEL indicator oplicht. • Druk herhaaldelijk op MENU < of > om “SW xxdB” te kiezen. • Druk op MENU +/– om het niveau te regelen. De geluidssterkte is instelbaar van –15 dB tot +10 dB in stapjes van 1 dB tegelijk. Het uitgangsniveau van de Surroundluidspreker kan verhoogd worden Het instelbereik van de Surroundluidspreker loopt van –15 tot +10, maar het is mogelijk om dit bereik met 5 niveaus (–10 tot +15) te verschuiven. • Druk op SET UP. • Druk herhaaldelijk op MENU < of > tot “SURR SET UP” verschijnt in het uitleesvenster. • Druk herhaaldelijk op MENU +/– tot “NORMAL” verschijnt in het uitleesvenster. De waarden voor het uitgangsniveau van de achterluidsprekers die in het uitleesvenster worden aangegeven, blijven tussen –15 en +10 staan, maar in het daadwerkelijke uitgangsniveau zult u verschil horen. Om het instelbereik van de Surroundluidspreker terug te stellen, herhaalt u deze procedure tot de aanduiding “GAIN LOW” in het uitleesvenster verschijnt. U kunt alle geluidsvelden terugstellen • Zet de tuner/versterker af. • Hou SOUND FIELD ON/OFF ingedrukt en vervolgens op ?/1 (aan/uit). “SF CLR” verschijnt in het uitleesvenster. Alle geluidsveldinstellingen worden gewist en afgezet. (wordt vervolgd) 19NL Gebruik van de akoestiekfunkties Instellen van de vertragingstijd (alleen vor het PRO LOGIC klankbleed) Het akoestiek-geluid kan effektiever gemaakt worden door het geluid dat via de Surroundluidspreker klinkt te vertragen (vertragingstijd). U heeft de keuze uit drie verschillende vertragingstijden, S (15 mS), M (20 mS) en L (30 mS). Bijvoorbeeld voor een ruime kamer of wanneer de Surroundluidspreker ver van de luisterpositie vandaan staan opgesteld, maakt u de vertragingstijd korter. 1 Start de weergave van een videobron die met Dolby Surround akoestiek is opgenomen. 2 Druk op SURR. De oorspronkelijke of laatst gekozen vertragingstijd wordt aangegeven. 3 Druk op MENU +/– om het gewenste niveau te kiezen, bijvoorbeeld “DELAY S”, “DELAY M” or “DELAY L”. Instelbare parameters voor elke akoestiek-instelling bij het kiezen van een programmabron Klankbeelden-weergave Type Uitgeschakeld Ingeschaked –– CINEMA MODE Parameters DELAY r Geen geluid r b) r r b) r Afhankelijk van de middenkanaal-aanpassing (zie blz. 18) r Geen geluid r Beurtelings via de voor-en Surroundluidspreker –– PRO LOGIC Testtoon-weergave EFFECT SURROUND CENTER SUB WOOFER r C STUDIO r VIRTUAL DOLBY V r MUSIC HALL r r a) r a) r Instelbare parameters voor elk klankbeeld bij gebruik van DVD/MULTI CH Parameters Klankbeelden-weergave Type MODE Uitgeschakeld –– –– Ingeschaked CINEMA C STUDIO r VIRTUAL V SURR r DELAY a) Alleen instelbaar wanneer de middenkanaal-aanpassing is ingesteld op PHANTOM, NORMAL of WIDE (zie blz.18). b) Alleen instelbaar wanneer de middenkanaal-aanpassing is ingesteld op 3 STEREO, NORMAL of WIDE (zie blz.18). 20NL EFFECT SURROUND CENTER SUB WOOFER r r r r r r r r Testtoon-weergave In onderstaande volgorde: linksvoor, midden, rechtsvoor, rechts Surroundluidspreker, links Surroundluidspreker In onderstaande volgorde: linksvoor, midden, rechtsvoor Opmerking Om de geluidssterkte van de diverse luidsprekers af te stellen met behulp van de testtoon, zoals beschreven op blz.19, kiest u het PRO LOGIC klankbeeld. Bij alle andere klankbeelden dient de testtoon alleen om te controleren of de diverse luidspekers al dan niet geluid weergeven. Aanvullende informatie Verhelpen van storingen Als u een van de volgende problemen ondervindt bij de bediening van de tuner, kunt u deze lijst van kontrolepunten doorlopen om aan de hand hiervan het probleem te verhelpen. Mocht het probleem onopgelost blijven, neemt u dan a.u.b. kontakt op met uw dichtstbijzijnde Sony handelaar. Er klinkt geen geluid of de geluidssterkte blijft te gering. , Kontroleer of de luidsprekers en audio/ videocomponenten goed zijn aangesloten. , Kontroleer of op de tuner/versterker het juiste apparaat is gekozen. , Druk op MUTING wanneer MUTING verschijnt in het uitleesvenster. , Er is kortsluiting opgetreden, waardoor het beveiligingscircuit is ingeschakeld (de aanduiding “PROTECT” knippert). Schakel de tuner uit, los het probleem dat kortsluiting veroorzaakt op en schakel het apparaat dan weer in. Geluid van links en rechts is verwisseld. , Kontroleer of de luidsprekers en audio/ video-componenten goed zijn aangesloten. , Bijregelen van de balans (zie blz. 10) Er klinkt een hinderlijke bromtoon of andere storende achtergrondgeluiden. , Kontroleer of de luidsprekers en audio/ video-componenten goed zijn aangesloten. , Houd de aansluitsnoeren uit de buurt van een transformator of motor en tenminste 3 meter van een TV-toestel of TL-verlichting. , Plaats de geluidsinstallatie niet te dicht in de buurt van een ingeschakelde TV. , Sluit een aardingsdraad aan op de de antenne-aardaansluiting. , De stekkers en aansluitbussen zijn vuil. Reinig de stekkers en aansluitbussen met een doekje, licht bevochtigd met wat alkohol. De RDS werkt niet. , Kontroleer of wel op een FM zender is afgestemd. , Stem af op een beter doorkomende FM zender. De gewenste aanduidingen of informatie verschijnen niet in het uitleesvenster. , Neem kontakt op met de radiozender en informeer of deze wel of geen RDS signalen uitzendt. Het kan voorkomen dat de RDS dienstverlening tijdelijk buiten werking is. Aanvullende informatie De zendernaam verschijnt niet in het uitleesvenster. , Druk op de DISPLAY toets tot de zendernaam verschijnt. Afstemmen op bepaalde zenders lukt niet. , Kontroleer of de antennes goed zijn aangesloten. Verstel zonodig de stand van de antennes en sluit een buitenantenne aan. , Mogelijk is de signaalsterkte te gering om door de antenne van de tuner opgepikt te worden (bij gebruik van de automatische afstemming). Gebruik de direkte afstemming. , Er zijn geen zenders in het afstemgeheugen vastgelegd, of de vooringestelde zenders zijn gewist (bij geheugen-afstemming). Leg de zenders in het geheugen vast (zie blz. 13). Uit de surroundluidsprekers klinkt geen geluid of de geluidssterkte blijft te gering. , Kies de CENTER MODE instelling die past bij uw luidspreker-opstelling (zie blz. 18). , Stel de geluidssterkte van de luidsprekers op het juiste niveau af (zie blz. 19). , Let op dat de akoestiekfunktie is ingeschakeld. Er komt geen geluid uit de middenluidspreker. , Kies de CENTER MODE instelling die past bij uw luidspreker-opstelling (zie blz. 18). , Stel de geluidssterkte van de luidsprekers op het juiste niveau af (zie blz. 19). Het geluid wordt niet met akoestiek-effekt weergegeven. , Kontroleer of de akoestiekfunktie wel is ingeschakeld. Opnemen is niet mogelijk. , Controleer of de apparatuur correct is aangesloten. , U kunt geen geluid opnemen van een programmabron die is aangesloten op de DVD/MULTI CH aansluitingen. De afstandsbediening werkt niet. , Richt de afstandsbediening recht op de afstandsbedieningssensor g van de tuner/ versterker. , Er bevindt zich een obstakel tussen het apparaat en de kop van de afstandsbediening. , Vervang beide batterijen in de afstandsbediening door nieuwe. , Kontroleer of u de juiste funktie voor bediening van het gewenste apparaat op de afstandsbediening heeft gekozen. 21NL Aanvullende informatie Uitgangen Technische gegevens Versterker-gedeelte Nominaal uitgangsvermogen in (DIN, bij 1 kHz, 4 ohm) Stereo Mode 50 W + 50 W Referentieuitgangsvermogen (DIN, bij 1 kHz, 4 ohm) Voorluidsprekers: 50 W/ch Middenluidspreker: 50 W Surroundluidspreker: 50 W/ch Frekwentiekarakteristiek TV/SAT, CD, MD/TAPE, VIDEO , DVD/MULTI CH: +0,5 10 Hz - 50 kHz –2 dB Demping Volledige geluiddemping TONE ±6 dB bij 100 Hz en 10 kHz AM tuner-gedeelte Afstembereik 531 - 1602 kHz Antenne Kaderantenne Tussenfrequentie 450 kHz Bruikbare gevoeligheid 50 dB/m (bij 999 kHz) Signaal/ ruisverhouding 54 dB (bij 50 mV/m) Harmonische vervorming 0,5% (50 mV/m, 400 kHz) Selektiviteit 35 dB Algemeen Afstemsysteem Tuner-gedeelte: PLL kwartsgekoppeld digitaal synthesizersysteem Voorversterker-gedeelte: Lage-ruis NF type equalizer-versterker Eindversterker-gedeelte: Zuiver komplementaire SEPP Voeding 230 V wisselstroom, 50/60 Hz Stroomverbruik 160 W Wachtstand: 0,5 W Afmetingen Ca. 430 x 145 x 298 mm Gewicht 5,6 kg Bijgeleverd toebehoren zie blz. 4 Tuner-gedeelte Ingangen Gevoeligheid Impedantie Signaal/ ruisverhouding CD, DVD/ MULTI CH, 150 mV MD/TAPE, TV/SAT, VIDEO MD/TAPE OUT: Uitgangsspanning: 150 mV Uitgangsimpedantie: 10 kOhm VIDEO AUDIO OUT: Uitgangsspanning: 150 mV Uitgangsimpedantie: 10 kOhm SUB WOOFER: Uitgangsspanning: 2 V Uitgangsimpedantie: 1 kOhm PHONES: Voor het aansluiten van hoogen laagohmige hoofdtelefoons FM Stereo, FM/AM superheterodyne afstemming FM tuner-gedeelte 50 kOhm 85 dB Afstembereik 87,5 - 108,0 MHz Antenneaansluitingen 75 ohm, asymmetrisch Tussenfrequentie 10,7 MHz Gevoeligheid Mono: 18,3 dBf, 2,2 µV/75 ohm Stereo: 38,3 dBf, 22,5 µV/75 ohm Bruikbare gevoeligheid 11,2 dBf, 1 µV/75 ohm (IHF) Signaal/ ruisverhouding Mono: 76 dB Stereo: 70 dB Harmonische vervorming bij 1 kHz Mono: 0,3 % Stereo: 0,5 % Scheiding 45 dB bij 1 kHz De vermelde technische gegevens zijn gemeten bij 230 V AC, 50 Hz. Wijzigingen zonder kennisgeving in ontwerp en technische gegevens voorbehouden. +0,5 Frekwentiebereik 30 Hz - 15 kHz –2 dB Selektiviteit 22NL 60 dB bij 400 kHz Aanvullende informatie • 3 STEREO instelling Verklarende woordenlijst Kies de 3 STEREO instelling als u beschikt over voor- en middenluidsprekers, maar niet over surroundluidspreker. Het geluid van het surroundkanaal wordt via de voorluidsprekers weergegeven, zodat u enige mate van akoestiek kunt verkrijgen zonder surroundluidspreker te gebruiken. CENTER MODE Instelling voor luidspreker-opstelling om het Dolby Pro Logic Surround geluid optimaal tot zijn recht te laten komen. Voor een zo fraai mogelijke akoestiek, kiest u één van de volgende vier CENTER MODE instellingen, afhankelijk van de opstelling van uw luidsprekers. Middenluidspreker Voorluidspreker Voorluidspreker (L) (R) Akoestisch rondom-geluid Dit geluid bestaat uit drie geluidscomponenten: rechtstreeks geluid, vroeg weerkaatst geluid en een nagalm. De akoestiek van de ruimte waarin u zich bevindt, beïnvloedt de wijze waarop deze drie geluidscomponenten te horen zijn. De tuner/versterker kombineert deze geluidscomponenten op een dusdanige manier dat diverse luisteromgevingen, zoals bijvoorbeeld een concertzaal, kunnen worden nagebootst. • Zaal-geluidscomponenten Nagalm Vroege weerkaatsingen • NORMAL instelling Kies de NORMAL instelling als u beschikt over voor- en surroundluidspreker en een kleine middenluidspreker. Aangezien een kleine middenluidspreker onvoldoende basgeluid kan produceren, wordt het basgeluid van het middenkanaal via de voorluidsprekers weergegeven. Middenluidspreker Voorluidspreker Voorluidspreker (L) (R) Surroundluidspreker Surroundluidspreker (R) (L) • WIDE instelling Kies de WIDE instelling als u beschikt over voor- en surroundluidspreker en een grote middenluidspreker. Met de WIDE instelling kunt u het Dolby Surround geluid optimaal benutten. Middenluidspreker Voorluidspreker Voorluidspreker (L) (R) Surroundluidspreker Surroundluidspreker (R) (L) • PHANTOM instelling Kies de PHANTOM instelling als u beschikt over voor- en surroundluidspreker, maar niet over een middenluidspreker. Het geluid van het middenkanaal wordt via de voorluidsprekers weergegeven. Voorluidspreker (L) Voorluidspreker (R) De vertragingstijd is het tijdsverschil tussen de akoestiek-weergave van de voorluidsprekers en die van de surroundluidspreker. Door de vertragingstijd van de surroundluidspreker in te stellen, kunt u de sfeer van verschillende luisterruimtes nabootsen. Als u uw surroundluidspreker in een kleine kamer of dicht in de buurt van uw luisterpositie heeft opgesteld, maakt u de vertragingstijd langer. Voor een ruime kamer of wanneer de surroundluidspreker ver van de luisterpositie vandaan staan opgesteld, maakt u de vertragingstijd korter. Direkte afstemming Deze afstemmethode stelt u in staat de afstemfrekwentie van een zender direkt in te voeren met behulp van de nummertoetsen van de afstandsbediening. Gebruik deze wijze van afstemming als u de frekwentie van de gewenste zender weet. Dolby Pro Logic Surround Een van de decodeersystemen voor Dolby Surround geluid, waarmee een twee-kanaals geluidsspoor wordt omgezet in vier gescheiden kanalen. Vergeleken met het eerdere Dolby Surround systeem, zorgt de Dolby Pro Logic Surround voor een meer natuurlijk klankbeeld met vloeiender verlopende bewegingen en precieser gelokaliseerd geluid. Om de voordelen van Dolby Pro Logic Surround optimaal te horen, heeft u een paar surroundluidspreker en een middenluidspreker noding. De surroundluidspreker gaven het geluid in mono weer. DVD/MULTI CH Deze aansluitingen dienen om meerkanaalsaudiosignalen in te voeren, zodat u kunt genieten van 5.1-kanaals surround sound. Gebruik deze aansluitingen voor het aansluiten van een Dolby Digital decoder, een DVD-speler met ingebouwde Dolby Digital decoder of een TV-satellietontvanger. Vooringestelde radiozenders Surroundluidspreker Surroundluidspreker (L) (R) Rechtstreeks geluid Vertragingstijd Dit zijn zenders die onder een letter-pluscijfer code in het afstemgeheugen van de tuner zijn vastgelegd. Wanneer een zender eenmaal is vooringesteld worden tijdrovende bedieningshandelingen voor afstemming overbodig. U kunt snel op de vooringestelde zender afstemmen door eenvoudigweg de toegewezen code in te voeren. • Overgang van het geluid van de surroundluidspreker Rechtstreeks geluid Vroege weerkaatsingen Nagalm Niveau Vroege weerkaatsingstijd Tijd Testtoon Het geluidssignaal dat de tuner te horen geeft aan de hand waarvan u de geluidssterkte van de luidsprekers kunt afstellen. De testtoon is als volgt via elk van de luidsprekers te horen: • Bij een geluidsinstallatie met een middenluidspreker (NORMAL/WIDE/ 3 STEREO instellingen) De testtoon wordt achtereenvolgens weergegeven via de linker voorluidspreker, de middenluidspreker, de rechter voorluidspreker en de surroundluidspreker. Voor (L) Voor (R) Midden 3 STEREO Surroundluidspreker (L, R) NORMAL/WIDE • Bij een geluidsinstallatie zonder middenluidspreker (PHANTOM instelling) De testtoon wordt afwisselend via de vooren surroundluidsprekers weergegeven. Voor (L, R) PHANTOM Surroundluidspreker (L, R) 23NL Index A E, F Aansluiten: Zie Aansluitingen Aansluiten van audioapparatuur 5 Aansluitingen antennes 5 audio-apparatuur 5 luidsprekers 7 netsnoer 8 overzicht 4 video-apparatuur 6 Achterpaneel 5–8, 25 Afstandsbedieningstoetsen 10, 16, 26 Afstemming: Zie Radioontvangst Akoestiek 18, 23 Antenne-aansluitingen 5 Auto-betical voorinstelling 9 Automatische afstemming 12 G, H Geheugen-afstemming 13 Direkte afstemming 12, 23 Dolby Pro Logic Surround 18, 23 CENTER MODE instelling 19, 23 Doorlopen van radiozenders 13 vooringestelde zenders 13 24NL R, S Radio-ontvangst direkte afstemming 12 vooringestelde radiozenders 13 RDS 14 Sleep Timer 16 K Kiezen van een weergavebron 10 met de afstandsbediening 10 Kijken/luisteren naar videoprogramma’s 10 Kopiëren: Zie Opnemen T Testtoon 19 3 STEREO instelling 19, 23 U Uitleesvenster 14 Uitpakken 4 L Letters/cijfers 13 Luidsprekers aansluiting 7 opstelling 7 M Monteren van opnamen: Zie Opnemen N D P, Q PHANTOM instelling 19, 23 PTY 14 Instellen effectniveau 18 geluidsniveau 10 luidspreker-geluidssterkte 19 vertragingstijd 20 C CENTER MODE instelling 18, 23 NORMAL instelling 19, 23 PHANTOM instelling 19, 23 3 STEREO instelling 19, 23 WIDE instelling 19, 23 Opnemen op audiocassette 16 I, J B Beknopt bedieningsoverzicht 28 O Effectniveau 18 Naamgeving van vooringestelde zenders 13 NORMAL instelling 19, 23 V Vastleggen van radiozenders: Zie voorinstellen van radiozenders Verhelpen van storingen 21 Vertragingstijd 20, 23 Video-apparatuur aansluiten 6 Vooringestelde zenders 23 Voorinstellen van radiozenders 13 W, X, Y, Z WIDE instelling 19, 23 Beschrijving van het achterpaneel 1 qa 2 34 5 6 7 8 9 1 Antenne-aansluitingen [ANTENNA (FM/AM)] 2 DVD/MULTI CH 3 CD-speler aansluiting (CD) 4 Minidisc-recorder/cassettedeck aansluiting (MD/TAPE) 5 TV/satellietontvanger aansluiting (TV/SAT) 6 Videorecorder-aansluiting (VIDEO) 7 SUB WOOFER 8 Aansluiting voor akoestiekSurroundluidspreker (SPEAKERS SURROUND) q; 9 Aansluiting voor akoestiekmiddenluidspreker (SPEAKERS CENTER) q; Voorluidspreker-aansluitingen (SPEAKERS FRONT) qa Netsnoer 25NL Beschrijving van de afstandsbediening De systeemcomponenten kunnen worden bediend met de afstandsbediening. Hieronder vindt u een overzicht van de toetsen die niet op de vorige pagina’s beschreven staan en toetsen met andere namen dan die op het hoofdtoestel. Toets Voor bediening van Funktie Toets Voor bediening van Funktie AV ?/1 TV/VCR/ CD-speler/ DVD-speler/ minidisc-recorder/ VCD-speler/ laserdisc-speler/ DAT deck In/uitschakelen van de stroom. N CD-speler/ cassettedeck/ minidisc-recorder/ videorecorder/ DVD-speler/VCDspeler/laserdiscspeler/DAT deck Starten van de weergave. 0-9 Tuner/versterker Gebruik de “SHIFT” toets om het voorinstelzendernummer te kiezen tijdens DIRECT TUNING of MEMORY mode. X Tijdelijk onderbreken van de weergave of opname. (Ook voor het starten van de opname van apparatuur die in de opname-pauzestand staat.) CD-speler/ minidisc-recorder/ VCD-speler/ laserdisc-speler/ DAT deck Kiezen van muziekstuknummers. Met 0 kiest u muziekstuknummer 10. CD-speler/ cassettedeck/ minidisc-recorder/ videorecorder/ DVD-speler/VCDspeler/laserdiscspeler/DAT deck x Stoppen van de weergave. TV/videorecorder/ SAT Kiezen van kanaalnummers. CD-speler/ cassettedeck/ minidisc-recorder/ VCD-speler/ laserdisc-speler Kiezen van muziekstuknummers boven de 10. CD-speler/ cassettedeck/ minidisc-recorder/ videorecorder/ DVD speler/VCDspeler/laserdiscspeler/DAT deck TV/ videorecorder/ SAT/cassettedeck/ laserdisc-speler/ VCD-speler/ minidisc-recorder/ DAT deck Druk hierop om de waarde in te voeren na het kiezen van een kanaal, disc of muziekstuk. TV Om met de nummertoetsen kanaalnummers te kunnen kiezen, bestaande uit één of twee cijfers. >10 ENTER -/- - ./> CD-speler/minidiscrecorder/DVDspeler/laserdiscspeler/VCD-speler/ cassettedeck/ videorecorder/ DAT deck Overslaan van muziekstukken. m/M CD-speler/ DVD-speler/ VCD-speler Zoeken van muziekstukken (voorwaarts of terugwaarts). cassettedeck/ minidisc-recorder/ videorecorder/ laserdisc-speler/ DAT deck Vooruitspoelen of terugspoelen. Cassettedeck Starten van de weergave van de achterkant van de cassette. n 26NL POSITION* TV Veranderen van de plaats van het inzetbeeld. SWAP* TV Verwisselen van het inzetbeeld en het gewone beeld. DISC CD-speler Discs kiezen. (Enkel Mega Storage-CD-speler.) SUB CH +/–* TV Om voorinstelkanalen voor het kleine beeld te kiezen. D.SKIP/CH/ Tuner/versterker PRESET +/– Doorlopen en kiezen van vooringestelde zenders. TV/VCR/SAT Kiezen van kanalen. CD-speler Overslaan van compact discs (alleen voor een CDspeler met een multi-disc wisselaar). P IN P* TV In werking stellen van de beeld-in-beeld funktie. JUMP TV Schakelt om tussen vorige en huidige kanalen. WIDE TV Kiest de breedbeeldstand. ANT TV/ VTR Videorecorder Kiezen van het uitgangssignaal van de antenne-aansluiting: TVsignaal of videoprogramma. TV/ VIDEO TV/videorecorder Kiezen van het ingangssignaal: TV-signaal of videoprogramma. * Uitsluitend voor Sony TV’s voorzien van de beeld-in-beeld funktie. Beschrijving van de afstandsbediening Toets Voor bediening van Funktie MENU </> Tuner/versterker Om een menu item te kiezen. MENU +/– Tuner/versterker Om instellingen te verrichten of te wijzigen. MENU DVD speler Om het DVD menu te tonen. F/f/G/g DVD speler Om een menu item te kiezen. ENTER DVD speler Om de selectie in te voeren. RETURN DVD speler Om terug te keren naar het vorige menu of het menu te verlaten. TITLE DVD speler Om de DVD titel te tonen. Opmerkingen • Bepaalde Sony apparatuur is niet geschikt voor deze afstandsbediening en zal niet reageren op de bovengenoemde bedieningstoetsen. • Sommige functies die in dit hoofdstuk uitgelegd staan werken niet met bepaalde receivermodellen. • De bovenstaande uitleg is louter bedoeld als voorbeeld. Sommige componenten werken dan ook niet of worden anders bediend dan hierboven beschreven. • Bij de instelling zijn de functies VIDEO 1, VIDEO 2, VIDEO 3, PHONO, AUX, A.F.D. en MULTI CH/ 2CH DIRECT niet beschikbaar. 27NL Beknopt bedieningsoverzicht Radio-ontvangst (direkte afstemming) Voorbeeld: Afstemmen op FM 102,50 MHz TUNER Voorinstellen van radiozenders Kiezen van audio/ video-apparatuur Voorbeeld: Voorinstellen van een zender onder code A7 Voorbeeld 1: Afspelen van een compact disc CD TUNER Schakel de CD-speler in. FM/AM Stel in op FM. Stem af op de gewenste zender. Start de weergave. MEMORY D. TUNING (van de afstandsbediening) Voorbeeld 2: Bekijken van een videocassette SHIFT 1 0 2 5 Kies A. 0 (van de afstandsbediening) Uitleesvenster VIDEO PRESET/ – PTY SELECT+ Schakel de videorecorder in. Kies A7. Start de weergave. MHz MEMORY Doorlopen van radiozenders (automatische afstemming) Voorbeeld: Doorlopen van FM zenders TUNER Afstemmen op vooringestelde zenders Voorbeeld: Afstemmen op de zender vastgelegd onder A7 TUNER FM/AM Stel in op FM. – Voorbeeld: Bekijken van een videocassette van een met Dolby Surround akoestiek opgenomen film Kies A. VIDEO TUNING + Om verder te zoeken. – SHIFT Gebruik van voorgeprogrammeerde akoestiekinstellingen 7 (van de afstandsbediening) SOUND FIELD ON/ OFF TUNING + Doorlopen van vooringestelde zenders TUNER SOUND FIELD – MODE + MODE Zet de videorecorder aan. Start de weergave. PRESET/ – PTY SELECT + 28NL Stel in op PRO LOGIC.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110

Sony STR-DE375 Handleiding

Categorie
Aanvullende muziekapparatuur
Type
Handleiding