Brother HL-2060 Handleiding

Categorie
Afdrukken
Type
Handleiding
Handelsmerken
Brother is een gedeponeerd handelsmerk van Brother Industries, Ltd.
Apple en LaserWriter zijn gedeponeerde handelsmerken, en TrueType is
een handelsmerk van Apple Computer, Inc.
Centronics is een handelsmerk van Genicom Corporation.
EPSON is een gedeponeerd handelsmerk, en FX-850 en FX-80 zijn
handelsmerken van Seiko Epson Corporation.
Hewlett-Packard, HP, PCL5C en PCL zijn gedeponeerde handelsmerken,
en HP LaserJet 4+, HP LaserJet Plus, HP LaserJet II, HP LaserJet IID, HP
LaserJet IIID, HP-GL, HP-GL/2 en Bi-Tronics zijn handelsmerken van
Hewlett-Packard Company.
IBM, Proprinter XL, Proprinter en IBM/PC zijn gedeponeerde
handelsmerken van International Business Machines Corporation.
Intellifont is een gedeponeerd handelsmerk van AGFA Corporation, een
divisie van Miles, Inc.
Microsoft en MS-DOS zijn gedeponeerde handelsmerken van Microsoft
Corporation.
Windows is een gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation in
de Verenigde Staten en andere landen.
PostScript is een gedeponeerd handelsmerk van Adobe Systems
Incorporated
.
Alle andere merknamen en productnamen die in deze handleiding worden
gebruikt, zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van de
desbetreffende bedrijven
.
Samenstelling en publicatie
Deze handleiding is samengesteld en gepubliceerd onder supervisie van
Brother Industries, Ltd. De nieuwste productgegevens en specificaties
zijn in deze handleiding verwerkt.
De inhoud van deze handleiding en de specificaties van het product
kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden
gewijzigd.
Brother behoudt zich het recht voor om de specificaties en de inhoud van
deze handleiding te wijzigen zonder voorafgaande kennisgeving. Brother
is niet verantwoordelijk voor enige schade, met inbegrip van
vervolgschade, voortvloeiend uit het gebruik van deze handleiding of de
daarin beschreven producten, inclusief maar niet beperkt tot zetfouten en
andere fouten in deze publicatie
.
©1998 Brother Industries Ltd.
Vervoer van de printer
Mocht u, om wat voor reden dan ook, uw printer moeten vervoeren, verpakt u de printer
dan met zorg, zodat deze tijdens het vervoer niet kan worden beschadigd. Wij raden u aan
om het originele verpakkingsmateriaal te bewaren en dit voor later vervoer te gebruiken.
Bovendien is het verstandig de printer voldoende te verzekeren.
WAARSCHUWING
Wanneer de printer wordt vervoerd, dient de TONERCASSETTE uit de printer te worden
gehaald. Wanneer de tonercassette tijdens vervoer niet uit de printer wordt gehaald, kan dit
de printer ernstig beschadigen en VERVALT de garantie.
i
Laserprinter
HL-2060
GEBRUIKERSHANDLEIDING
(Uitsluitend voor de V.S. & CANADA)
For technical and operational assistance, please call:
In USA 1-800-276-7746 (outside California)
949-859-9700 Ext. 329 (within California)
In CANADA 1-800-853-6660
514-685-6464 (within Montreal)
If you have comments or suggestions, please write us at:
In USA Printer Customer Support
Brother International Corporation
15 Musick
Irvine, CA 92718
In CANADA Brother International Corporation (Canada), Ltd.
- Marketing Dept.
1, rue Hôtel de Ville
Dollard-des-Ormeaux, PQ, Canada H9B 3H6
BBS
For downloading drivers from our Bulletin Board Service, call:
In USA 1-888-298-3616
In CANADA 1-514-685-2040
Please log on to our BBS with your first name, last name and a four digit number for your
password. Our BBS supports modem speeds up to 14,400, 8 bits no parity, 1 stop bit.
Fax-Back System (For USA only)
Brother Customer Service has installed an easy to use Fax-Back System so you can get
instant answers to common technical questions and product information for all Brother
products. This is available 24 hours a day, 7 days a week. You can use the system to send the
information to any fax machine, not just the one you are calling from.
Please call 1-800-521-2846 and follow the voice prompts to receive faxed instructions on how
to use the system and your index of Fax-Back subjects.
DEALERS/SERVICE CENTERS (USA only)
For the name of an authorized dealer or service center, call 1-800-284-4357.
SERVICE CENTERS (Canada only)
For service center addresses in Canada, call 1-800-853-6660
INTERNET-ADRES
Voor technische vragen en voor het downloaden van drivers:
http://www.brother.com
ii
Definitie van Waarschuwing, Let op en Opmerking
In deze handleiding worden onderstaande aanduidingen gebruikt
om uw aandacht op bepaalde punten te vestigen:
Waarschuwing
Duidt op een waarschuwing waarmee rekening moet worden gehouden
teneinde eventuele persoonlijke ongelukken te voorkomen.
!
Let op
Duidt op een waarschuwing waarmee rekening moet worden gehouden
teneinde zeker te stellen dat de printer op juiste wijze wordt gebruikt of
om te voorkomen dat de printer wordt beschadigd.
Opmerking
Dit zijn opmerkingen of nuttige wenken die u van pas kunnen komen bij
het gebruik van de printer.
Veilig gebruik van de printer
Waarschuwing
De fixeerrol wordt tijdens gebruik zeer heet. Verwijder vastgelopen
papier altijd voorzichtig uit de printer.
INHOUDSOPGAVE
iii
INHOUDSOPGAVE
BELANGRIJKE INFORMATIE: REGULERINGEN .....................x
HOOFDSTUK1 ALGEMEEN.......................................................1-1
OVER DEZE HANDLEIDING ............................................................1-1
INSTALLATIE VANAF CD-ROM ......................................................1-3
De printer driver en TrueType-lettertypen installeren......................1-4
Voor Windows 95/98/NT4.0.....................................................1-4
Voor Windows 3.1/3.11.............................................................1-5
Adobe
Acrobat Reader installeren..................................................1-6
De on-line handleidingen bekijken...................................................1-7
Adobe
Acrobat
Reader gebruiken................................................1-8
INSTALLATIE VANAF DISKETTES.................................................1-9
Voor Windows 95/98.......................................................................1-9
Voor Windows 3.1 ...........................................................................1-9
UW CONNECTING YOUR PRINTER MET DE USB-INTERFACE
OP UW COMPUTER AANSLUITEN..................................................1-11
De USB-driver op uw PC installeren ...............................................1-11
De printer driver op uw PC installeren.............................................1-13
De priterpoort op USB instellen.......................................................1-13
Problemen oplossen..........................................................................1-14
OVER DEZE PRINTER........................................................................1-15
Kenmerken.......................................................................................1-15
Toebehoren.......................................................................................1-21
HOOFDSTUK 2 KENNISMAKING & INSTALLATIE..................2-1
VOORDAT U BEGINT.........................................................................2-1
Onderdelen.......................................................................................2-1
Verpakking van de printer..........................................................2-1
Tonercassette ..............................................................................2-2
Algemeen overzicht..........................................................................2-3
GEBRUIKERSHANDLEIDING
iv
Juiste opstelling van de printer ..............................................................2-4
Stroomvoorziening .....................................................................2-4
Omgeving ...................................................................................2-4
DE PRINTER INSTALLEREN.............................................................2-5
De printer openen en sluiten.............................................................2-5
De transportbescherming verwijderen..............................................2-6
De tonercassette installeren..............................................................2-7
Papier in de papierbak plaatsen........................................................2-11
De printer op uw computer aansluiten..............................................2-15
De printer aan- en uitzetten ..............................................................2-17
Het netsnoer aansluiten ..............................................................2-17
De stroomschakelaar...................................................................2-18
Testafdruk en afdruk van beschikbare lettertypen............................2-19
Het testpatroon en de demonstratiepagina controleren.....................2-22
HOOFDSTUK 3 BEDRIJFSKLAAR MAKEN .............................3-1
SOFTWARE-COMPATIBILITEIT.......................................................3-1
AUTOMATISCHE EMULATIESELECTIE.........................................3-3
AUTOMATISCHE INTERFACESELECTIE.......................................3-5
HET BEDIENINGSPANEEL................................................................3-7
De taal op het LCD-scherm selecteren.............................................3-7
De onderhoudsmelding uitschakelen................................................3-7
De toetsen op het bedieningspaneel .................................................3-8
Printerinstellingen ............................................................................3-9
Gebruikersinstellingen................................................................3-9
Fabrieksinstellingen....................................................................3-9
OMGAAN MET PAPIER......................................................................3-10
Afdrukmedia.....................................................................................3-10
Papierafmetingen........................................................................3-10
Enveloppen gebruiken................................................................3-12
Papierinvoer vanuit een van de bakken............................................3-14
Handinvoer.......................................................................................3-15
Face-down papieruitvoer..................................................................3-16
Face-up papieruitvoer.......................................................................3-16
INHOUDSOPGAVE
v
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL ....................................4-1
LCD-SCHERM EN LAMPJES..............................................................4-1
LCD-scherm.....................................................................................4-2
Printerstatusmeldingen................................................................4-2
Lampjes............................................................................................4-5
READY.......................................................................................4-5
DATA..........................................................................................4-5
ON LINE.....................................................................................4-5
ALARM......................................................................................4-5
TOETSEN IN DE NORMALE STAND................................................4-6
SEL
-toets..........................................................................................4-7
SET-
toets.........................................................................................4-8
(OP)
of
(NEER)
......................................................................4-8
MODE
-toets.....................................................................................4-9
Instellingen van de MODE-toets in de stand voor HP LaserJet,
EPSON FX-850 en IBM Proprinter XL......................................4-10
Instellingen van MODE-toets in BR-Script 2-stand....................4-13
Instellingen van MODE-toets in HP-GL-stand...........................4-15
Basishandelingen.........................................................................4-17
Praktijkvoorbeeld: de parallelle interface selecteren...................4-18
INTERFACE....................................................................................4-19
LAYOUT.........................................................................................4-22
AFDRUKSTAND.....................................................................4-22
AUTOMATISCH.......................................................................4-24
PAGINALAYOUT....................................................................4-25
GRAFISCHE STAND...............................................................4-28
RESOLUTIE...................................................................................4-31
PAG.BESCHERMING..................................................................4-36
GEHEUGENKAART.....................................................................4-37
GEAVANCEERD...........................................................................4-46
NETWERK................................................................................4-46
PRINT FOUTLIJST...................................................................4-48
HERVATTEN............................................................................4-49
SCHAALBAAR FONT.............................................................4-49
PRINTDICHTHEID...................................................................4-50
INPUT BUFFER........................................................................4-50
INSTELL. OPSLAAN...............................................................4-51
PAGINATELLER..........................................................................4-52
EINDIGEN.....................................................................................4-52
GEBRUIKERSHANDLEIDING
vi
FONT
-toets......................................................................................4-53
De font en symbolenset instellen in de HP LaserJet-stand..........4-53
De font en tekenset instellen in de EPSON FX-850-
of de IBM Proprinter XL-stand ..................................................4-58
Lijst van lettertypen.....................................................................4-63
Lijst van symbolen/tekensets......................................................4-64
FORM FEED
-toets (toets voor opnieuw afdrukken)......................4-65
Form Feed...................................................................................4-65
Opnieuw afdrukken.....................................................................4-65
CONTINUE
-toets...........................................................................4-67
TOETSEN IN DE SHIFT-STAND........................................................4-68
SHIFT
-toets.....................................................................................4-68
EMULATION
-toets.........................................................................4-69
Over de emulaties........................................................................4-71
ECONOMY
-toets............................................................................4-73
TONERSPAARSTAND.............................................................4-73
STROOMSPAARSTAND..........................................................4-73
FEEDER
-toets.................................................................................4-74
INVOER......................................................................................4-74
MF EERST..................................................................................4-76
HANDINVOER..........................................................................4-77
MF-INSTELLING......................................................................4-78
PAPIERSOORT..........................................................................4-79
DUPLEX STAND.......................................................................4-80
COPY
-toets......................................................................................4-81
RESET
-toets....................................................................................4-82
Lijst van fabrieksinstellingen......................................................4-84
TEST
-toets.......................................................................................4-89
HEX DUMP-STAND.............................................................................4-92
HOOFDSTUK 5 EXTRA TOEBEHOREN ..................................5-1
TWEEDE PAPIERBAK (LT-2000).......................................................5-1
Papier invoeren vanuit de tweede papierbak....................................5-1
INHOUDSOPGAVE
vii
FONTKAART, FLASH-GEHEUGENKAART/HDD-KAART..............5-3
De fontkaart, Flash-geheugenkaart en HDD-kaart
installeren..........................................................................................5-3
De optionele lettertypen selecteren...................................................5-5
MIO-KAART.........................................................................................5-7
EXTRA RAM.........................................................................................5-8
DUPLEX-UNIT (DX-2000)...................................................................5-13
HOOFDSTUK 6 ONDERHOUD ..................................................6-1
ONDERHOUD.......................................................................................6-1
Tonercassette....................................................................................6-1
De melding “Toner op...............................................................6-1
De tonercassette vervangen.........................................................6-2
Reinigen............................................................................................6-5
De buitenkant van de printer reinigen.........................................6-5
Het inwendige van de printer reinigen........................................6-6
ONDERHOUDSMELDINGEN.......................................................6-8
HOOFDSTUK 7 PROBLEMEN OPLOSSEN
.................................7-1
PROBLEMEN OPLOSSEN...................................................................7-1
Waarschuwingsmeldingen................................................................7-1
Foutmeldingen..................................................................................7-3
Servicemeldingen.............................................................................7-5
Mogelijke problemen........................................................................7-6
Papierdoorvoerstoringen.............................................................7-6
Slechte afdrukkwaliteit................................................................7-12
GEBRUIKERSHANDLEIDING
viii
APPENDICES............................................................................Appendix-1
PRINTERSPECIFICATIES...................................................................Appendix-1
Afdrukken.........................................................................................Appendix-1
Functies.............................................................................................Appendix-2
Elektrische en mechanische specificaties .........................................Appendix-3
PAPIERSPECIFICATIES......................................................................Appendix-4
INTERFACESPECIFICATIES..............................................................Appendix-8
Bi-directionele parallelle interface....................................................Appendix-8
Interface-aansluiting....................................................................Appendix-8
Aansluitingen..............................................................................Appendix-8
Signaalbeschrijving.....................................................................Appendix-9
Parallelle kabelaansluiting voor IBM-PC/AT of
compatibele computers en IBM-PS/2 computers......................Appendix-10
RS-232C seriële interface..........................................................Appendix-11
Standaard specifikaties..............................................................Appendix-11
Interface-aansluitingen..............................................................Appendix-11
Aansluitingen............................................................................Appendix-11
Signaalbeschrijving...................................................................Appendix-12
Seriële kabelaansluitingen voor gebruik met IBM-PC/AT of
compatibele computers en IBM-PS/2 computers......................Appendix-13
TEKENSETS........................................................................................Appendix-15
OCR Tekensets...............................................................................Appendix-15
HP LaserJet mode...........................................................................Appendix-16
EPSON mode..................................................................................Appendix-24
IBM mode.......................................................................................Appendix-27
HP-GL mode...................................................................................Appendix-29
Tekensets die worden ondersteund door de Intellifont compatibele
fonts van de printer.........................................................................Appendix-34
Tekensets die worden ondersteund door de TrueType en
Type 1 Fonts compatibele en Original lettersoorten.......................Appendix-36
INHOUDSOPGAVE
ix
REFERENTIELIJST VOOR COMMANDO'S...................................Appendix-38
HP LaserJet Mode...........................................................................Appendix-38
PCL Command Sets..................................................................Appendix-38
CCITT G3/G4 and TIFF...........................................................Appendix-51
De modus voor een horizontaal 1200 dpi beeldformaat............Appendix-54
HP-GL/2 Command Sets...........................................................Appendix-57
Printer Job Language Commands Syntax.................................Appendix-59
EPSON FX-850 Mode....................................................................Appendix-60
IBM Proprinter XL Mode...............................................................Appendix-63
HP-GL Mode..................................................................................Appendix-66
Bar Code Control............................................................................Appendix-68
Printer Bar Codes or Expanded Characters...............................Appendix-68
INDEX...........................................................................................Index-1
GEBRUIKERSHANDLEIDING
x
BELANGRIJKE INFORMATIE: REGULERINGEN
Federal Communications Commission Compliance Notice
(uitsluitend voor de V.S.)
This equipment has been tested and found to comply with the limits for a
Class B digital device, pursuant to Part 15 of the FCC Rules. These limits
are designed to provide reasonable protection against harmful
interference in a residential installation. This equipment generates, uses,
and can radiate radio frequency energy and, if not installed and used in
accordance with the instructions, may cause harmful interference to radio
communications. However, there is no guarantee that interference will
not occur in a particular installation. If this equipment does cause harmful
interference to radio or television reception, which can be determined by
turning the equipment off and on, the user is encouraged to try to correct
the interference by one or more of the following measures:
Reorient or relocate the receiving antenna.
Increase the separation between the equipment and receiver.
Connect the equipment into an outlet on a circuit different from that
to which the receiver is connected.
Consult the dealer or an experienced radio/TV technician for help.
Important – About the Interface Cable
This printer has been certified to comply with FCC standards, which are
applied to the U.S.A. only. A shielded interface cable should be used
according to FCC 15.27(C). In addition, a grounded plug should be
plugged into a grounded AC outlet after checking the rating of the local
power supply for the printer to operate properly and safely.
Caution
Changes or modifications not expressly approved by Brother Industries,
Ltd. could void the user’s authority to operate the equipment.
REGULERINGEN
xi
Naleving van de bepalingen van het International Energy Star
programma
Het doel van het International Energy Star programma is het wereldwijd
bevorderen van de ontwikkeling en het gebruik van energiebesparende
kantoorapparatuur, zoals computers, monitoren, printers, faxapparaten en
fotokopieermachines.
Brother Industries, Ltd. neemt deel aan het International Energy Star
programma en verklaart dat dit produkt voldoet aan de richtlijnen van het
programma.
Canadian Department of Communications Compliance
Statement (uitsluitend voor Canada)
This digital apparatus does not exceed the Class B limits for radio noise
emissions from digital apparatus as set out in the interference- causing
equipment standard entitled “Digital Apparatus”, ICES-003 of the
Department of Communications.
Avis de conformité aux normes du ministère des
Communications du Canada (Pour Canada Seul)
Cet appareil numérique respecte les limites de bruits radioélectriques
applicables aux appareils numériques de Classe B prescrites dans la
norme sur le matériel brouilleur : “Appareils Numériques”, NMB-003
édictée par le ministère des Communications.
Laser Safety (uitsluitend voor modellen van 120 volt)
This printer is certified as a Class I laser product under the U.S.
Department of Health and Human Services (DHHS) Radiation
Performance Standard according to the Radiation Control for Health and
Safety Act of 1968. This means that the printer does not produce
hazardous laser radiation.
Since radiation emitted inside the printer is completely confined within
protective housings and external covers, the laser beam cannot escape
from the machine during any phase of user operation.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
xii
CDRH Regulations (uitsluitend voor modellen van 110-120 volt)
The Center for Devices and Radiological Health (CDRH) of the U.S.
Food and Drug Administration (FDA) implemented regulations for laser
products on August 2, 1976. These regulations apply to laser products
manufactured from August 1, 1976. Compliance is mandatory for
products marketed in the United States. The label shown on the back of
the printer indicates compliance with the CDRH regulations and must be
attached to laser products marketed in the United States.
MANUFACTURED:
BROTHER INDUSTRIES, LTD.
15-1 Naeshiro-cho Mizuho-ku Nagoya, 467-8561 Japan
This product complies with FDA radiation performance standards, 21
CFR chapter 1 subchapter J.
Let op:
Het uitvoeren van handelingen en/of aanpassingen, of het
volgen van procedures anders dan die welke in deze
handleiding worden beschreven, kan blootstelling aan
gevaarlijke straling tot gevolg hebben.
Radiostoring (uitsluitend voor modellen van 220-240 volt)
Deze printer voldoet aan EN55022 (CISPR Publicatie 22)/Klasse B.
Dit product mag uitsluitend worden gebruikt met een dubbel
afgeschermde twisted-pair kabel met de IEEE1284 certificatie. Deze
kabel mag niet langer zijn dan 1,8 meter.
IEC 825 specificatie (uitsluitend voor modellen van 220-240 volt)
Deze printer is een laserprodukt van klasse 1, zoals uiteengezet in IEC
825 specificaties. De printer is in de landen waar dit vereist is, voorzien
van onderstaand etiket.
CLASS 1LASER PRODUCT
APPAREIL Å LASER DE CLASSE 1
LASER KLASSE 1 PRODUKT
Deze printer is uitgerust met een laserdiode van klasse 3B, die in de
scanner onzichtbare laserstraling afgeeft. De scanner mag onder geen
beding worden geopend.
REGULERINGEN
xiii
Let op:
Het uitvoeren van handelingen en/of aanpassingen, of het
volgen van procedures anders dan die welke in deze
handleiding worden beschreven, kan blootstelling aan
gevaarlijke straling tot gevolg hebben.
Onderstaand waarschuwingsetiket is op het deksel van de scanner
aangebracht.
CAUTION
INVISIBLE LASER RADIATION WHEN OPEN AND INTERLOCK DEFEATED.
AVOID DIRECT EXPOSURE TO BEAM. CLASS 3B LASER PRODUCT.
ADVARSEL
USYNLIG LASER STRÅLING NÅR KABINETLÅGET STÅR ÅBENT.
UNGDÅ DIREKTE UDSÆTTELSE FOR STRÅLING. KLASSE 3B LASER.
VARNING
OSYNLIG LASERSTRÅLNING NÄR DENNA DEL ÄR ÖPPNAD OCH SPÄRRAR
ÄR URKOPPLADE. STRÅLEN ÄR FARLIG. KLASS 3B LASER APPARAT.
VARO!
AVATTAESSA JA SUOJALUKITUS OHITETTAESSA OLET ALTTIINA
NÄKYMÄTTÖMÄLLE LASERSÄTEILYLLE. ÄLÄ KATSO SÄTEESEEN. LUOKAN
3B LASERLAITE.
ADVARSEL
USYNLIG LASERSTRÅLING.UNNGÅ DIREKTE KONTAKT MED LASERENHETEN
NÅR TOPPDEKSELET ER ÅPENT. KLASSE 3B LASERPRODUKT.
ATTENTION
RADIATIONS LASER INVISIBLES QUANDOUVERT ET VERROUILLAGE ENLEVE.
EVITER EXPOSITIONS DIRECTES AU FAISCEAU. PRODUIT LASER CLASSE 3B.
VORSICHT
UNSICHTBARE LASERSTRAHLUNG WENN ABDECKUNG
GEÖFFENT UND SICHERHEITSVERRIEGELUNG
ÜBERBRÜCKT. NICHT DEM STRAHL AUSSETZEN.
SICHERHEITSKLASSE 3B.
ATENCIÓN
RADIACIÓN LASER INVISIBLE CUANDO SE ABRE
LA TAPA Y EL INTERRUPTOR INTERNO ESTÁ
ATASCADO. EVITE LA EXPOSICIÓN DIRECTA
DE LOS OJOS. PRODUCTO LASER CLASE 3B.
Voor Finland en Zweden
LUOKAN 1 LASERLAITE
KLASS 1 LASER APPARAT
Varoitus! Laitteen käyttäminen muulla kuin tässä käyttöohjeessa
mainitulla tavalla saattaa altistaa käyttäjän turvallisuusluokan 1 ylittävälle
näkymättömälle lasersäteilylle.
Varning – Om apparaten används på annat sätt än i denna
Bruksanvisning specificerats, kan användaren utsättas för osynlig
laserstrålning, som överskrider gränsen för laserklass 1.
BELANGRIJK - Voor uw eigen veiligheid
Voor een veilige werking moet de meegeleverde geaarde stekker in een
normaal geaard stopcontact worden gestoken dat via het huishoudelijk
net geaard is.
Gebruik alleen een daarvoor geschikt verlengsnoer met de juiste
bedrading, zodat een goede aarding verzekerd is. Verlengsnoeren met de
verkeerde bedrading kunnen ernstige persoonlijke ongelukken
veroorzaken en de apparatuur beschadigen.
Het feit dat dit apparaat naar tevredenheid werkt, betekent niet per se dat
de voeding is geaard en dat de installatie volkomen veilig is. Het is in uw
eigen belang dat u in geval van twijfel omtrent de aarding een bevoegd
electricien raadpleegt.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
xiv
Wiring Information (uitsluitend voor het Verenigd Koninkrijk)
Important
If the mains plug supplied with this printer is not suitable for your socket
outlet, remove the plug from the mains cord and fit an appropriate three
pin plug. If the replacement plug is intended to take a fuse then fit the
same rating fuse as the original.
If a moulded plug is severed from the mains cord then it should be
destroyed because a plug with cut wires is dangerous if engaged in a live
socket outlet. Do not leave it where a child might find it!
In the event of replacing the plug fuse, fit a fuse approved by ASTA to
BS1362 with the same rating as the original fuse.
Always replace the fuse cover. Never use a plug with the cover omitted.
WARNING - THIS PRINTER MUST BE EARTHED
The wires in the mains cord are coloured in accordance with the
following code :
GREEN AND YELLOW : EARTH
BLUE : NEUTRAL
BROWN : LIVE
The colours of the wires in the mains lead of this printer may not
correspond with the coloured markings identifying the terminals in your
plug.
If you need to fit a different plug, proceed as follows.
Remove a length of the cord outer sheath, taking care not to damage the
coloured insulation of the wires inside.
Cut each of the three wires to the appropriate length. If the construction
of the plug permits, leave the green and yellow wire longer than the
others so that, in the event that the cord is pulled out of the plug, the
green and yellow wire will be the last to disconnect.
Remove a short section of the coloured insulation to expose the wires.
REGULERINGEN
xv
The wire which is coloured green and yellow must be connected to the
terminal in the plug which is marked with the letter “E” or by the safety
earth symbol
, or coloured green or green and yellow.
The wire which is coloured blue must be connected to the terminal which
is marked with the letter “N” or coloured black or blue.
The wire which is coloured brown must be connected to the terminal
which is marked with the letter “L” or coloured red or brown.
The outer sheath of the cord must be secured inside the plug. The
coloured wires should not hang out of the plug.
CONFORMITEITSVERKLARING (EUROPA)
Wij, Brother International Europe Ltd.,
Brother House 1 tame Street, Guide Bridge,
Audenshaw, Manchester M34 5JE, Engeland.
verklaren dat dit product voldoet aan onderstaande normgevende
documenten:
Veiligheid: EN 60950, EN 60825
EMC: EN 55022 Klasse B, EN 50082-1
volgens de bepalingen van de richtlijn inzake Lage Spanning 73/23/EEC
en de richtlijn inzake elektromagnetische compatibiliteit 89/336/EEC
(zoals geamendeerd door 91/263/EEC en 92/31/EEC).
Productie in onderstaande fabrieken wordt uitgevoerd onder een
kwaliteitszorgsysteem dat is geregistreerd onder BSI Quality Assurance
en JQA Quality Assurance.
Brother Industries, Ltd., Kariya Plant
1-5, Kitajizoyama, Noda-cho, Kariya-shi,
Aichi-ken 448-0803, Japan.
BSI registratienummer FM27391
JQA registratienummer 0340
* Indien gebruikt in combinatie met de DX-2000, is dit product conform
EN 55022 klasse A.
Uitgegeven door:
Brother International Europe Ltd.
European Development and Technical Services Division
HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN
1-1
HOOFDSTUK 1
ALGEMEEN
OVER DEZE HANDLEIDING
Deze handleiding helpt u bij het aansluiten en optimaal gebruiken van uw
printer. De onderstaande onderwerpen worden in deze handleiding
besproken:
HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN In dit hoofdstuk worden de kenmerken
van deze printer in het kort beschreven. Wij raden u aan dit hoofdstuk
eerst te lezen om vertrouwd te raken met uw printer.
HOOFDSTUK 2 KENNISMAKING & INSTALLATIE Algemene
gegevens over deze printer treft u aan in dit hoofdstuk. Wij adviseren u
dit hoofdstuk door te nemen voordat u de printer gaat gebruiken.
HOOFDSTUK 3 BEDRIJFSKLAAR MAKEN Dit hoofdstuk geeft u
belangrijke informatie over het installeren en aansluiten van de printer,
zodat u hem met uw computer en uw software kunt gebruiken. Het is
raadzaam dit hoofdstuk te lezen voordat u met uw printer gaat werken.
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL De functies van de
bedieningstoetsen en de betekenis van de verschillende lampjes worden in
dit hoofdstuk beschreven.
HOOFDSTUK 5 EXTRA TOEBEHOREN Dit hoofdstuk geeft u een
overzicht van de extra toebehoren voor deze printer.
HOOFDSTUK 6 ONDERHOUD In dit hoofdstuk treft u richtlijnen aan
voor het onderhoud van uw printer.
HOOFDSTUK 7 PROBLEMEN OPLOSSEN Dit hoofdstuk beschrijft
hoe u mogelijke problemen kunt oplossen.
APPENDICES In de verschillende appendices treft u gedetailleerde
technische specificaties aan. Een overzicht van de verschillende tekensets
en een referentielijst met commando’s is eveneens opgenomen.
INDEX Hier krijgt u een alfabetisch overzicht van de inhoud van deze
gebruiksaanwijzing en van de informatie op de meegeleverde CD-ROM.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
1-2
Opmerkingen
Let bij het lezen van deze handleiding op het onderstaande:
De aanwijzingen en stapsgewijze instructies in deze handleiding leren
u met deze printer om te gaan. De instructies in hoofdstuk 2 en
hoofdstuk 3 gaan uit van de fabrieksinstellingen. Wanneer u de
fabrieksinstellingen - zoals de emulatie - wijzigt, zullen de meldingen
op het LCD-scherm overeenkomstig worden aangepast.
Afhankelijk van het land waar deze printer geleverd wordt, is de
standaardinstelling van het te gebruiken papier ingesteld op A4 of op
Legal en Letter. Sommige meldingen op het LCD-scherm zijn
afhankelijk van de ingestelde waarde.
HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN
1-3
INSTALLATIE VANAF CD-ROM
Op de meegeleverde CD-ROM staat het volgende.
Printer Driver & TrueType
-lettertypen -
Uw PC wordt voor de printer geconfigureerd door de printer driver en
de TrueType-compatibele lettertypen te installeren.
Andere nuttige hulpprogramma's -
Op de CD-ROM staan diverse andere nuttige hulpprogramma's.
Documentatie -
Deze installatiehandleiding en de gebruikershandleiding staan ook op
de CD-ROM. De on-line handleidingen kunnen met Adobe
Acrobat
Reader worden bekeken (ook deze software staat op de CD-
ROM.
Als uw PC geen CD-ROM-station heeft, kunt u de printer driver vanaf de
meegeleverde diskettes installeren. De andere software die op de CD-
ROM staat, kan via een PC met zowel een CD-ROM- als een
diskettestation naar diskettes worden gekopieerd.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
1-4
De printer driver en TrueType-lettertypen installeren
Voor Windows
®
95/98/NT4.0
1. Plaats de meegeleverde CD-ROM in uw CD-ROM-station.
2. Klik op
Start
en selecteer
Instellingen
.
3. Selecteer
Printers
en
dubbelklik op het
pictogram
Printer
toevoegen
.
4. Selecteer
Diskette
.
5. Klik op
Bladeren
.
6. Open de volgende directory.
<
voor Windows 95/98>
D (of de letter van de drive):\ driver \ pcl \ Win95-31 \ Disk 1
<voor
Windows NT4.0>
D (of de letter van de drive): \ driver \ pcl \ WinNT4
HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN
1-5
7. Klik op
OK
.
8. Volg de instructies van Windows NT/95/98.
Voor Windows 3.1/3.11
1. Sluit alle toepassingen die op uw PC draaien.
2. Plaats de meegeleverde compact disc in het CD-ROM-station.
3. Gebruik Bestandsbeheer om de inhoud van de CD-ROM te bekijken
(Windows 3.1/3.11).
<Bestandsbeheer: Windows 3.1/3.11>
4. Open de sub-directory met de naam ‘Wind31-95’ in de directory
‘Driver’.
5. Dubbelklik op het bestand ‘setup.exe’ in de directory ‘Disk 1’. Het
installatieprogramma wordt opgestart.
Volg nu de instructies op uw scherm.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
1-6
Adobe
Acrobat
Reader installeren
U moet de Adobe
Acrobat
Reader-software installeren om de on-line
handleidingen te kunnen gebruiken.
1.Sluit alle toepassingen die op uw PC draaien.
2.Plaats de meegeleverde compact disc in het CD-ROM-station.
3. Gebruik de Verkenner (Windows 95/98/NT 4.0) of Bestandsbeheer
(Windows 3.1/3.11) om de inhoud van de CD-ROM te bekijken.
4. Open onder de map (directory) ‘Acrobat’ de submap (sub-directory)
die de gewenste taal bevat.
Ar16X301.exe - Windows 3.1/3.11
Ar32X301.exe - Windows 95/98/NT4.0
X duidt de taal aan.
5. Dubbelklik op het bestand ‘ArXXX301.exe’. Het
installatieprogramma wordt opgestart.
Volg nu de instructies op uw scherm.
HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN
1-7
De on-line handleidingen bekijken
1.Plaats de meegeleverde compact disc in de CD-ROM-speler.
2. Gebruik de Verkenner (Windows 95/98/NT 4.0) of Bestandsbeheer
(Windows 3.1/3.11) om de inhoud van de CD-ROM te bekijken.
3. Open onder de map (directory) ‘Document’ de submap (sub-
directory) die de gewenste taal bevat.
Userxxx.pdf
- Gebruikershandleiding
xxx duidt de taal aan.
4. Dubbelklik op het bestand dat u wilt openen.
5.De Acrobat Reader wordt automatisch opgestart en de door u
geselecteerde handleiding wordt geopend.
Raadpleeg het volgende onderdeel ‘Adobe
Acrobat
Reader
gebruiken’.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
1-8
Adobe
Acrobat
Reader gebruiken
Selecteer in dit menu de
optie ‘Close’ om het
bestand te slu
i
ten.
Bookmarks -
Deze bookmarks
bevatten de titels van
de verschillende
onderdelen in elk
hoofdstuk.
Om naar de door de
bookmark aangegeven
bestemming te gaan,
klikt u op de
bookmark-tekst, of
dubbelklikt u op het
pagina-pictogram
links van de
bookmark-naam.
Klik hier om de bookmarks
links van het document te
kunnen zien.
De paarse tekst heeft links naar pagina's met gerelateerde
onderwerpen. De vorm van de cursor verandert in een vingertje
wanneer u de cursor over een link plaatst. Klik op een link om
daar naar over te schakelen.
HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN
1-9
INSTALLATIE VANAF DISKETTES
U moet Windows voor deze printer configureren. Hiertoe installeert u de
printer driver en de TrueType-compatibele lettertypen vanaf de
meegeleverde diskettes.
Voor Windows 95/98
1. Plaats de meegeleverde diskette met het opschrift “disk1” in uw
diskettestation.
2. Klik op
Start
en selecteer
Instellingen
.
3. Selecteer
Printers
en
dubbelklik op het
pictogram
Printer
toevoegen
.
4. Volg nu de instructies van Windows 95/98.
Voor Windows 3.1
Aangezien de meegeleverde printer driver en lettertypen gecomprimeerd
op schijf zijn opgenomen, dient het installatieprogramma gebruikt te
worden om ze te installeren. Bij onderstaande instructies wordt ervan
uitgegaan dat de driver en de lettertypen vanaf diskettestation A
geïnstalleerd worden.
1. Start Windows 3.1.
2. Plaats de meegeleverde diskette voor Windows in uw diskettestation.
3. Kies in Programmabeheer in het menu
Bestand
de optie
Starten
.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
1-10
4. Typ in het daarvoor bestemde
vak de naam van het
diskettestation waarin u de
meegeleverde diskette heeft
geplaatst, gevolgd door
SETUP
”, bijv. A:\SETUP.
Klik op
OK
of druk op
Enter
.
5. Het installatieprogramma wordt opgestart. Volg nu de instructies op
uw computerscherm. (Vergeet niet om Windows opnieuw op te
starten nadat de installatie is voltooid.)
Opmerking
Het installatieprogramma zal uw SYSTEM.INI bestand in Windows
automatisch bijwerken en DEVICE=bi-di.386 aan de sectie [386Enh]
toevoegen. Zijn er reeds drivers voor bi-directionele parallelle
communicatie geïnstalleerd, dan worden deze door de nieuwe driver
op non-actief gesteld. Wilt u de oude driver weer gebruiken, dan moet
deze opnieuw geïnstalleerd worden, waardoor de HL-2060 serie driver
op non-actief zal worden gesteld
.
Het installatieprogramma maakt van de geïnstalleerde printer driver de
standaard driver voor Windows
.
Het installatieprogramma stelt de printerpoort automatisch in op de
parallelle interface, LPT1
.
Het installatieprogramma brengt wijzigingen aan in het SYSTEM.INI
bestand. U moet Windows nu opnieuw opstarten, zodat de
wijzigingen van kracht worden en de geïnstalleerde parallelle bi-
directionele driver in werking kan treden
.
HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN
1-11
Uw Connecting Your printer met de USB-interface op
uw computer aansluiten
De universele seriële bus is een interface waarmee u de printer op
meerdere randapparaten kunt aansluiten. Als uw PC een USB-poort
heeft, kunt u de printer met de USB-interface op uw PC aansluiten.
Hiertoe volgt u onderstaande procedure.
Opmerkingen
Sluit eerst dit CD-ROM-programma af, pas dan mag u de USB-driver
installeren.
Wij raden u aan de USB-interface met deze printer onder Microsoft
Windows
98 te gebruiken.
Microsoft Windows
95 OSR2.1 ondersteunt de USB-interface
weliswaar, maar sommige PC’s kunnen daarmee niet goed met de
esUSB-interface werken.
In dezelfde keten van de USB-aansluiting kan slechts één Brother-
printer worden gebruikt. Als in dezelfde keten van de USB-
aansluiting meer dan ééntwo Brother-printer is aangesloten, kan
slechts één van deze printers worden gebruiktprinted.
Voor de meest recente driver verwijzen wij u naar de volgende pagina
van onze web-locatie:
http://www.brother.com/english/E-ftp/softwin.html/
De USB-driver op uw PC installeren
1. Zet de printer uit.
Sluit uw PC en de HL-2060
met de USB-interfacekabel
op elkaar aan.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
1-12
2. Zet de printer aan.
Op uw computerscherm
verschijnt nevenstaand
dialoogvenster.
Klik op
Volgende.
3.Selecteer de optie die zoekt
naar het beste
stuurprogramma voor uw
apparaat.
Klik op
Volgende
.
4.Plaats de meegeleverde
diskette of CD-ROM in het
station van uw PC.
Selecteer “CD-ROM-
station”,
afhankelijk van het
door u gebruikte medium.
Klik op
Volgende.
5.Klik op
Volgende
.
De USB-driver is nu
geïnstalleerd.
HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN
1-13
6. Wanneer u nevenstaand
dialoogvenster op uw
computerscherm ziet,
klikt
u
op
Voltooien.
Windows 98 moet opnieuw
worden opgestart, zodat
de geïnstalleerde USB-
driver kan worden
geactiveerd.
De printer driver op uw PC installeren
Nadat de USB-driver is geïnstalleerdd, moet u de printer driver
installeren.
Vanaf CD-ROM: Voer het CD-ROM-programma uit en schakel over naar
het menu ‘Driver installeren’.
Vanaf diskette: Raadpleeg de installatiehandleiding voor de software.
De printerpoort op USB instellen
Nadat de USB-driver en de printer driver geïnstalleerd zijn, moet de
printerpoort worden ingesteld op ‘USB-poort’.
1. Klik op
Start
en selecteer onder
Instellingen
de optie
Printers
.
2. Selecteer onder Printers het pictogram HL-2060. Het pictogram van
de HL-2060 is nu gemarkeerd.
3. Selecteer in het menu
Bestand
de optie
Eigenschappen
.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
1-14
4. Klik op het tabblad
Details
.
5. Selecteer in het vak ‘Afdrukken naar de volgende poort’ de optie
BRUSB
: (USB-printerpoort).
6. Klik op
OK
om het dialoogvenster Eigenschappen te sluiten.
Problemen oplossen
Wil de printer niet via de USB-poort afdrukken, probeer dan de driver als
volgt opnieuw te installeren:
1. Dubbelklik in de USB-directory van de CD-ROM op het bestand
‘DeinsUSB.exe’.
2. Zet de printer uit en weer aan.
3. De “Wizard nieuwe hardware” wordt opnieuw opgestart. Volg de
instructies van de wizard.
HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN
1-15
OVER DEZE PRINTER
Kenmerken
De printer is standaard voorzien van onderstaande kenmerken. Wilt u
meer informatie over een van deze mogelijkheden, raadpleeg dan de
bladzijde die aan het einde van de paragraaf wordt aangegeven.
Snelle en stille laserprinter
Deze printer maakt gebruik van elektrofotografische technologie en scant
met een laserstraal, waardoor hij documenten van A4-formaat kan
afdrukken met een snelheid van maximaal 20 pagina’s per minuut en
documenten van Letter-formaat met een snelheid van maximaal 21
pagina’s per minuut. De controller maakt gebruik van een snelle 32-bit
RISC-microprocessor en speciale hardware chips. Er wordt geruisloos
afgedrukt, zodat u tijdens het afdrukken thuis en op kantoor ongestoord
kunt doorwerken: max
. 55 dB A (afdrukken)/40 dB A (stand-by) of 52 dB
A (afdrukken)/45 dB A (stand-by).
Resolutie van 1200 dpi
Deze printer gebruikt een print-motor met een resolutie van 1200 punten
per inch (dpi). Vergeleken met een 300-dpi motor is de kwaliteit van de
afdrukken beduidend beter. Zie pagina 4-31. Wanneer de 300-dpi stand
wordt gebruikt, kan de printer indien nodig ook 300-dpi gegevens
afdrukken. (In HP-emulatie kunt u met speciale bedieningsopdrachten
een horizontale 1200-dpi stand selecteren. Zie pagina Appendix-54.)
High Resolution Control
De High Resolution Control (HRC) creëert heldere en haarscherpe
afdrukken. Zie pagina 4-34.
Onderhoudsvrije tonercassette
De tonercassette kan maximaal 9000 pagina’s afdrukken die aan één zijde
bedrukt worden met een vlakvulling van 5%. De tonercassette bestaat uit
slechts een onderdeel, is makkelijk te vervangen en behoeft geen
ingewikkeld onderhoud. Het enige dat u hoeft te doen, is hem te
installeren. Zie pagina
2-7.
Advanced Photoscale Technology
Deze printer kan grafische afbeeldingen afdrukken in 256 verschillende
grijswaarden in de HP
®
LaserJet 5™-emulatie en BR-Script Level 2. Dit
geeft een kwaliteit die bijna gelijk staat aan foto’s.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
1-16
Handinvoer
Papier wordt automatisch vanuit de papierbak ingevoerd. Vanuit de
universele bak en de bovenste papierbak kunnen zelfs enveloppen worden
ingevoerd. Daarnaast kan papier via de universele bak ook vel voor vel
worden ingevoerd. Zie pagina 3-15 voor automatische papierinvoer en
pagina 3-15 voor handmatige papierinvoer.
Vier interfaces
De printer is voorzien van een snelle bi-directionele parallelle interface,
een RS-232C seriële interface, een USB-interface (universele seriële bus)
en een MIO-interface (MIO = modulaire input/output).
Maakt uw software gebruik van deze bi-directionele parallelle interface,
dan kan de status van de printer via de computer worden gecontroleerd.
Deze interface is volledig compatibel met de industriestandaard bi-
directionele parallelle interface. Zie pagina 2-15.
De RS-232C seriële interface is een industriestandaard en kan via een
standaard seriële kabel dan ook op iedere computer worden aangesloten.
Zie pagina 2-15.
De universele seriële bus is een interface waarmee de printer op meerdere
randapparaten aangesloten kan worden (alleen Windows 98).
De MIO-interface geeft de mogelijkheid om algemeen verkrijgbare MIO-
compatibele insteekkaarten te gebruiken. Met een dergelijke kaart kunt u
meer dan één interfacepoort gebruiken, bijvoorbeeld voor netwerken of
printer-sharing. Zie pagina 5-7.
Automatische interfaceselectie
Deze printer kan automatisch de bi-directionele parallelle interface, de
RS-232C seriële interface, de USB-interface (universele seriële bus), of
de MIO-interface kiezen, afhankelijk van de poort waar de gegevens
binnenkomen. Dankzij deze eigenschap kan de printer op meerdere
computers tegelijk worden aangesloten. Zie pagina 3-5.
Vijf emulaties
Deze printer emuleert de Hewlett-Packard
®
laserprinter - LaserJet 5
(PCL
®
6), PostScript
®
Level 2 taalemulatie (Brother BR-Script Level 2)
printers, de industriestandaard HP-GL™ plotter, evenals de EPSON
®
FX-
850™ en IBM
®
Proprinter XL
®
printers. U kunt alle software gebruiken
die minstens één van deze emulaties ondersteunt. Zie pagina 3-1.
HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN
1-17
Automatische emulatieselectie
De printer kan automatisch de juiste emulatie kiezen, afhankelijk van de
printcommando’s die hij van de computersoftware ontvangt. Dankzij
deze eigenschap kan de printer eenvoudig in een netwerk worden
opgenomen. Zie pagina 3-3.
Gegevenscompressie
Grafische gegevens en fonts worden automatisch gecomprimeerd in het
geheugen opgeslagen. Hierdoor kunnen zonder extra geheugen meer
lettertypen en grotere grafische afbeeldingen worden afgedrukt.
Geheugenuitbreiding
Deze printer heeft standaard 8 Mbytes RAM. Dit kan worden uitgebreid
tot maximaal 72 Mbytes. Wanner de los verkrijgbare duplex-unit is
geïnstalleerd en u dubbelzijdig afdrukt, moet het geheugen worden
uitgebreid tot een totaal van 10 Mbytes of meer, anders kan er niet
dubbelzijdig worden afgedrukt met een resolutie van 600 dpi. Zie pagina
4-33 en 5-8. (Hoeveel geheugen er standaard geplaatst is, is afhankelijk
van het model printer en van het land waar de printer geleverd wordt.)
75 schaalbare en 12 bitmapped lettertypen
Deze printer beschikt over onderstaande schaalbare lettertypen en
rasterfonts (bitmapped lettertypen). Welke lettertypen u kunt gebruiken
hangt af van de gebruikte emulatie.
HP LaserJet, EPSON FX-850 en IBM Proprinter XL
Schaalbare lettertypen:
Intellifont-compatibele Fonts:
Alaska, Extravet
Antique Oakland, Schuin, Vet
Brougham, Schuin, Vet, VetSchuin
Cleveland Condensed
Connecticut
Guatemala Antique, Cursief, Vet, VetCursief
Letter Gothic, Schuin, Vet
Maryland
Oklahoma, Schuin, Vet, VetSchuin
PC Brussels Light, LichtCursief, Demi, DemiCursief
PC Tennessee Roman, Cursief, Vet, VetCursief
Utah, Schuin, Vet, VetSchuin
Utah Condensed, Schuin, Vet, VetSchuin
GEBRUIKERSHANDLEIDING
1-18
Met Microsoft
®
Windows
®
3.1 / Windows 95/98 TrueType
compatibele lettertypen:
BR Symbol
Helsinki, Schuin, Vet, VetSchuin
Tennessee Roman, Cursief, Vet, VetCursief
W Dingbats
Met Type 1 Font compatibele lettertypen:
Atlanta Book, BookSchuin, Demi, DemiSchuin
Calgary MediumCursief
Copenhagen Roman, Cursief, Vet, VetCursief
Portugal Roman, Cursief, Vet, VetCursief
Originele Brother-lettertypen:
Bermuda Script
•Germany
San Diego
•US Roman
Bitmapped lettertypen oftewel rasterfonts (Staand en Liggend):
LetterGothic16.66 Medium, Cursief, Vet, VetCursief
OCR-A
OCR-B
BR-Script 2
Schaalbare lettertypen:
• Atlanta Book, BookSchuin, Demi, DemiSchuin
• Alaska, Extravet
• Antique Oakland, Schuin, Vet
• Bermuda Script
• BR Dingbats
• BR Symbol
• Brougham, Schuin, Vet, VetSchuin
• Brussels Light, LichtCursief, Demi, DemiCursief
• Calgary MediumCursief
• Cleveland Condensed
• Connecticut
• Copenhagen Roman, Cursief, Vet, VetCursief
• Germany
• Guatemala Antique, Cursief, Vet, VetCursief
• Helsinki, Schuin, Vet, VetSchuin
• Helsinki Narrow, Schuin, Vet, VetSchuin
• Letter Gothic, Schuin, Vet
• Maryland
• Oklahoma, Schuin, Vet, VetSchuin
• Portugal Roman, Cursief, Vet, VetCursief
• San Diego
• Tennessee Roman, Cursief, Vet, VetCursief
• US Roman
• Utah, Schuin, Vet, VetSchuin
• Utah Condensed, Schuin, Vet, VetSchuin
HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN
1-19
Snel afdrukken met Microsoft Windows 95 / 98 / NT 4.0 /
Windows 3.1
Aangezien de printer ingebouwde TrueType-compatibele fonts heeft, kan
in combinatie met Microsoft Windows 95 / 98 / NT 4.0 / Windows 3.1
snel worden afgedrukt zonder eerst de lettertypen te downloaden. Tevens
heeft de printer een ingebouwde TrueType-rasterizer, waardoor
lettertypen bijzonder snel gegenereerd kunnen worden.
Barcodes afdrukken
Met deze printer kunnen de volgende 11 barcodes worden afgedrukt:
Code 39 UPC-E
Interleaved 2 of 5 Codabar
EAN-8 US-PostNet
EAN-13 ISBN
UPC-A Code 128
EAN-128
CCITT G3/G4
Omdat behalve de HP-compatibele formaten ook CCITT G3/G4
ondersteund wordt, kan de printer gegevens die op deze manier
gecomprimeerd zijn snel verwerken en afdrukken.
Paneelslot
Als de instellingen van het bedieningspaneel worden gewijzigd zonder
dat u daar erg in heeft, kan de printer een heel ander resultaat dan
verwacht geven. Om dit soort problemen uit te sluiten kunt u het
bedieningspaneel op slot zetten. Zie pagina 4-46.
Stroomspaarstand
Laserprinters gebruiken veel stroom om de fixeerinrichting op
temperatuur te houden. Deze printer heeft een ingebouwde
stroombesparingsstand die ervoor zorgt dat de printer in rust veel minder
stroom gebruikt. In de fabriek wordt deze stand standaard op AAN
ingesteld, en dit kenmerk voldoet aan de nieuwe EPA Energy Star norm.
Ook wanneer deze functie niet wordt ingeschakeld, gebruikt de printer
minder stroom dan andere laserprinters. Zie pagina 4-73.
Tonerspaarstand
Deze printer beschikt over een stand voor tonerbesparing. Wanneer u
deze stand gebruikt, reduceert u de bedrijfskosten van uw printer
aanzienlijk en gaat uw tonercassette bovendien langer mee.
Zie pagina 4-73.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
1-20
Functie voor opnieuw afdrukken
De laatste afdruktaak kan met één druk op een toets nogmaals worden
afgedrukt, zonder dat de gegevens weer vanuit de computer gestuurd
hoeven te worden. Zie pagina 4-65.
Fontkaart, Flash-geheugenkaart en HDD-kaart
Deze printer is voorzien van twee sleuven voor een los verkrijgbare
fontkaart, Flash-geheugenkaart of HDD-kaart.
Als u een of meer los verkrijgbare fontkaarten heeft geïnstalleerd, kunt u
naast de in de printer geïnstalleerde lettertypen ook de lettertypen van de
betreffende kaart(en) gebruiken. De zaak waar u deze printer heeft
gekocht kan u meer vertellen over dergelijke los verkrijgbare kaarten.
Gebruikersinstellingen opslaan
Met uw eigen instellingen voor de toetsen op het paneel werkt uw printer
geheel volgens uw eigen specificaties. Er kunnen twee verschillende sets
gebruikersinstellingen worden opgeslagen. Zie pagina 4-51.
HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN
1-21
Toebehoren
Voor deze printer zijn onderstaande toebehoren verkrijgbaar:
Tweede papierbak
Een tweede papierbak breidt de papierinvoermogelijkheden van de
printer uit. Deze papierbak kan bijvoorbeeld gevuld worden met een
ander soort papier, en er kan automatisch tussen de bakken worden
omgeschakeld. Zie pagina 5-1.
Duplex-unit
Met de duplex-unit kunt u papier aan beide zijden bedrukken.
Zie pagina 5-13.
In deze printer kunnen bovendien onderstaande, in de handel verkrijgbare
producten worden geïnstalleerd:
MIO-kaart
Een in de handel verkrijgbare modulaire input/output (MIO) kaart geeft u
de beschikking over een extra interfacepoort, zodat u uw printer in een
netwerk kunt opnemen of hem met meerdere computers tegelijk kunt
delen. Zie pagina 5-7.
Fontkaarten
Los verkrijgbare fontkaarten met extra schaalbare lettertypen of
rasterfonts. Zie pagina 5-5.
Flash-geheugenkaart en HDD-kaarten
Er kan een los verkrijgbare Flash-geheugenkaart of een HDD-kaart
worden geïnstalleerd. Op een los verkrijgbare, PCMCIA-compatibele
Flash-geheugenkaart of HDD-kaart kunnen lettertypen, macro's, logo's en
andere printgegevens worden opgeslagen. Zie pagina 4-37 en 5-3.
Extra RAM
Met los verkrijgbare geheugen-modules kan het geheugen worden
uitgebreid tot maximaal 72 Mbytes. Zie pagina 5-8.
HOOFDSTUK 2 KENNISMAKING & INSTALLATIE
2–1
HOOFDSTUK 2
KENNISMAKING & INSTALLATIE
VOORDAT U BEGINT
Onderdelen
Verpakking van de printer
Controleer eerst of de volgende onderdelen in de verpakking van de
printer aanwezig zijn.
Afb. 2-1 Onderdelen in de doos van de printer
Printer
Netsnoer
Gebruikers-
handleiding
(dit boek)
Diskette #1 met de Windows driver
Diskette #2 met de Windows driver
CD-ROM
Bovenste papierbak
(in de printer geïnstalleerd)
GEBRUIKERSHANDLEIDING
2–2
Opmerking
Een interface-kabel wordt niet standaard meegeleverd. Zorg bij de
aankoop van een kabel dat deze past op de door u gebruikte interface.
Afhankelijk van het land waar u de printer heeft aangeschaft, kan het
netsnoer afwijken van bovenstaande afbeelding.
Afhankelijk van het land waar deze printer geleverd wordt, is de
standaardinstelling van het te gebruiken papier ingesteld op A4, Letter
of Legal.
Op de afbeelding in deze handleiding is de A4-papiercassette in deThe
illustration of the HL-2060 printer geïnstalleerd.
Als de Letter/Legal-papiercassette is geïnstalleerd, steekt deze achter
de printer uit.
De A4-cassette steekt niet achter de printer uit.
•110/120V model: ingesteld op Letter of Legal.
•220/240V model: ingesteld op A4.
Tonercassette
De tonercassette is verpakt in een afzonderlijke doos.
!
Let op
De tonercassette is in een zak verpakt. Maak deze zak nu nog niet open,
doe dit pas net voor u de tonercassette gaat plaatsen. De tonercassette
mag niet te lang aan licht worden blootgesteld.
Afb. 2-2 Tonercassette
HOOFDSTUK 2 KENNISMAKING & INSTALLATIE
2–3
Algemeen overzicht
Afb. 2-3 Vooraanzicht
Afb. 2-4 Achteraanzicht
Bovenkap
Universele papierbak (MF)
Uitvoerlade
(face-down)
Sleuf voor
Font/IC-kaart
Bovenste papierbak
Stroomschakelaar
Bedieningspaneel
Aansluiting voor
netsnoer
Aansluiting voor bi-
directionele parallelle
interface
Aansluiting voor RS-232C
seriële interface
Sleuf voor
MIO-kaart
Achterklep
Afstelknop voor face-up/face
-down papieruitvoer
Modulaire aansluiting
voor toebehoren
Aansluiting voor
universele seriële
bus
GEBRUIKERSHANDLEIDING
2–4
Juiste opstelling van de printer
Raadpleeg onderstaande richtlijnen voordat u de printer gaat gebruiken.
Stroomvoorziening
Gebruik de printer alleen binnen de nominale netspanning.
Wisselstroom: ±10% van nominale netspanning
Frequentie: 50/60 Hz (220-240 V) of 50/60 Hz (110-120 V)
De lengte van het netsnoer, inclusief eventueel verlengsnoer, mag niet
meer dan 5 meter bedragen.
Gebruik het stopcontact waarop u de printer aansluit niet samen met
andere veel stroom gebruikende apparatuur zoals airconditioners,
kopieermachines, papiervernietigers enz. Kan dit niet worden
voorkomen, dan raden wij u aan om een netfilter te gebruiken.
Gebruik een spanningsstabilisator als de netspanning aan fluctuaties
onderhevig is.
Omgeving
Vermijd extreme temperaturen en vocht. Gebruik de printer alleen
binnen de volgende minimum- en maximumwaarden.
Omgevingstemperatuur: 10°C tot 32,5°C
Vochtigheid: 20% tot 80% (zonder condensvorming)
Blokkeer de ventilatieopeningen aan de bovenkant van de printer niet.
Plaats niets op de bovenkant van de printer, zeker niet op de
luchtuitstroomopening.
Zorg voor voldoende ventilatie in de ruimte waarin de printer wordt
gebruikt.
De printer mag niet worden blootgesteld aan direct zonlicht. Moet de
printer noodgedwongen toch in een zonnige ruimte worden opgesteld,
gebruik dan gordijnen of lamellen om het apparaat te beschermen.
Plaats de printer niet in de buurt van toestellen die magneten bevatten of
een sterk magnetisch veld opwekken.
Installeer de printer niet in een ruimte waar zware schokken of trillingen
worden voortgebracht. Pas op met open vuur en zoute of agressieve
gassen
Plaats de printer op een vlak horizontaal oppervlak.
Houd de printer schoon. Plaats de machine niet in een stoffige omgeving.
Plaats de printer niet in de nabijheid van een airconditioner.
HOOFDSTUK 2 KENNISMAKING & INSTALLATIE
2–5
DE PRINTER INSTALLEREN
De printer openen en sluiten
Om de tonercassette te plaatsen of om toegang te krijgen tot de papier-
route, moet u de bovenkap van de printer openen. Om de printer te
openen of te sluiten handelt u als volgt.
Om de printer te openen, pakt u beide zijden van de bovenkap vast en
tilt u deze zo ver omhoog totdat hij met een klik vaststaat.
Afb. 2-5 De bovenkap openen
Om de printer te sluiten, doet u de kap omlaag en drukt u zachtjes op
beide zijden van de bovenkap totdat hij goed sluit.
Afb. 2-6 De bovenkap sluiten
GEBRUIKERSHANDLEIDING
2–6
De transportbescherming verwijderen
Nadat u heeft gecontroleerd of alle onderdelen in de verpakking aanwezig
zijn, zet u de printer tijdelijk neer op een plaats waar u er aan alle kanten
bij kunt. Verwijder het verpakkingsmateriaal en de transportbescherming
zoals onderstaand wordt beschreven.
Opmerking
Bewaar het verpakkingsmateriaal en de transportbescherming. U zult dit
nodig hebben wanneer de printer moet worden vervoerd of opgeslagen.
1. Maak de bovenkap en de bovenste papierbak open.
2. Verwijder de transportbescherming uit het inwendige van de printer
en de papierbak.
3. Verwijder beide beschermpallen van de fixeereenheid.
Afb. 2-7 De transportbescherming verwijderen
Afb. 2-8 De transportbescherming verwijderen Afb. 2-9 De beschermpallen verwijderen
Transportbescherming
Beschermpallen
HOOFDSTUK 2 KENNISMAKING & INSTALLATIE
2–7
De tonercassette installeren
Deze printer gebruikt een tonercassette om te kunnen printen. Één
tonercassette wordt standaard meegeleverd. Een nieuwe tonercassette
bevat voldoende toner om ongeveer 9000 A4- of Letter-pagina's
enkelzijdig te bedrukken bij ongeveer 5% zwarting (de printdichtheid
dient dan ingesteld te zijn op 8).
Als u de printer aanzet zonder dat er een tonercassette is geplaatst,
verschijnt onderstaande melding op het LCD-scherm. U wordt gevraagd
de tonercassette te plaatsen.
14 GEEN CARTR.
Voor het installeren van de tonercassette gaat u als volgt te werk:
1. Maak de bovenkap van de printer open.
2. Haal de tonercassette uit de zak.
!
Let op
Stel de tonercassette niet bloot aan direct zonlicht.
Zet de tonercassette niet op zijn kant en draai hem niet ondersteboven.
Zorg ervoor dat u de in onderstaande tekening gearceerde delen niet
aanraakt.
Maak de drumafsluiting niet open, dit is slecht voor de toner en voor
de drum en kan tijdens het afdrukken ernstige schade aanrichten.
Afb. 2-10 Dit mag u niet met de tonercassette doen
Drumafsluiting
GEBRUIKERSHANDLEIDING
2–8
3. Houd de tonercassette met beide handen vast. Schud de cassette enige
malen voorzichtig op en neer onder een hoek van 45°, zodat de toner
gelijkmatig in de cassette wordt verdeeld.
45°
45°
Afb. 2-11 De tonercassette heen en weer schudden
4. Beweeg het lipje net zolang op en neer tot het van de tonercassette
afbreekt.
Afb. 2-12 Het lipje afbreken
HOOFDSTUK 2 KENNISMAKING & INSTALLATIE
2–9
5. Pak het lipje stevig vast en trek de plastic beschermstrook helemaal uit
de cassette.
Afb. 2-13 De plastic beschermstrook uit de cassette trekken
!
Let op
Als het lipje van de plastic beschermstrook afbreekt, pakt u de strook beet
en trekt u deze uit de cassette. Als uw handen of uw kleren hierbij vuil
worden, moet u ze onmiddellijk met koud water afwassen.
6. Druk de tonercassette in de richting van pijltjes die op de cassette zijn
gegraveerd in de geleidesleuven aan de zijkant, totdat hij stevig in de
cassettehouder in de printer vastzit.
Opmerking
Druk beide zijden van de tonercassette voorzichtig in de printer, totdat de
cassette stevig op zijn plaats zit.
Afb. 2-14 De tonercassette plaatsen
GEBRUIKERSHANDLEIDING
2–10
7. Sluit de bovenkap van de printer.
Wanneer de tonercassette bijna leeg is, verschijnt de onderstaande
melding op het LCD-scherm. U wordt gevraagd de tonercassette te
vervangen.
16 TONER OP
Wanneer deze melding verschijnt, kunt u weliswaar nog enkele pagina’s
afdrukken, maar het is raadzaam om de tonercassette te vervangen
voordat de toner helemaal op is.
Opmerking
Met de MODE-toets kunt u instellen hoe de printer reageert op de
melding “TONER OP”. De printer kan stoppen of doorgaan met
afdrukken. Raadpleeg voor meer informatie het onderdeel “Toner op” in
hoofdstuk 4.
Raadpleeg het onderdeel “De tonercassette” in hoofdstuk 6 voor nadere
informatie hierover.
HOOFDSTUK 2 KENNISMAKING & INSTALLATIE
2–11
Papier in de papierbak plaatsen
De printer laadt papier gewoonlijk uit de geplaatste universele papierbak,
de bovenste papierbak of de optionele tweede papierbak.
Opmerking
Het gebruik van de tweede papierbak is optioneel. Hier wordt het
gebruik van de bovenste papierbak besproken. Raadpleeg “Tweede
papierbak” in hoofdstuk 5 voor nadere informatie over deze papierbak.
In de papierbakken kan uitsluitend papier worden gebruikt dat voldoet
aan onderstaande specificaties. Raadpleeg “Afdrukmedia” in hoofdstuk 3
voor nadere informatie over de te gebruiken papiersoorten.
Papierbak Beschikbare afmetingen Beschikbare soort
en capaciteit
Universele
papierbak
(MF)
Losse vellen: Letter, Legal en A4
Enveloppen: COM 10, Monarch,
C5, DL en ISO B5
Normaal papier:
150 (80 g/m
2
)
Enveloppen: 10
OHP-film: 100
Etiketten: 100
Andere soorten:
Gewicht = 60 tot
199 g/m
2
De bovenste
papierbak
(B1)
Losse vellen: Letter en Legal
(Letter/Legal-cassette),
A4 (A4-cassette)
Normaal papier:
500 (80 g/m
2
)
Gewicht = 60 tot
105 g/m
2
De optionele
onderste
papierbak
(B2)
Losse vellen: Letter en Legal
(Letter/Legal-cassette),
A4 (A4-cassette)
Normaal papier:
500 (80 g/m
2
)
Gewicht = 60 tot 90
g/m
2
Alle
papierbakken
voor
dubbelzijdig
afdrukken
(DX)
Losse vellen: Letter, Legal, A4,
ISO B5(behalve bak 2)
en Executive
* Wanneer de
duplex-unit is
geplaatst, is de
capaciteit van bak 1
lager dan hierboven
vermeld staat.
Opmerking
Als u vanuit de universele bak wilt afdrukken op papier dat zwaarder is
dan 135 g/m
2
, moet dat papier vel voor vel in de universele bak worden
gelegd en moet de papieruitvoer zijn ingesteld op uitvoer met de bedrukte
zijde naar boven (face-up).
GEBRUIKERSHANDLEIDING
2–12
Voor het installeren van de papierbak en het plaatsen van papier volgt u
onderstaande procedure:
Opmerkingen
Zorg ervoor dat u papier kiest met dezelfde afmetingen als het papier dat
volgens uw software gebruikt moet worden, aangezien het resultaat
anders niet optimaal zal zijn.
Als u in uw software op het afdrukmenu geen verschillende
papierafmetingen kunt selecteren, kunt u de afmetingen van het papier in
de LAYOUT-stand met de MODE-toets veranderen. Raadpleeg
“MODE-toets” in hoofdstuk 4 voor nadere informatie hierover.
Afhankelijk van het land waar u de printer heeft gekocht, is de standaard
papierafmeting ingesteld op Letter, Legal of A4.
•110/120V model: ingesteld op Letter of Legal.
•220/240V model: ingesteld op A4.
HOOFDSTUK 2 KENNISMAKING & INSTALLATIE
2–13
1. Maak de universele papierbak open door op de klep aan de voorkant
van de bak te drukken en deze voorzichtig naar beneden te trekken.
Opmerking
Als u lang papier gebruikt, kunt u desgewenst de extra papiersteun
uitschuiven.
Afb. 2-15 De universele papierbak openen
en de extra papiersteun uitschuiven
2. Til de geleider voor de papierbreedte op en schuif hem helemaal naar
rechts.
3. Plaats een stapel papier of enveloppen in de lade. Zorg ervoor dat de
stapel netjes ligt.
Opmerkingen
Als u papier in de universele bak plaatst, moet u rekening houden met het
volgende:
Als u vanuit de universele bak wilt afdrukken op papier dat zwaarder
is dan 135 g/m
2
, moet dat papier vel voor vel in de universele bak
worden gelegd en moet de papieruitvoer zijn ingesteld op uitvoer met
de bedrukte zijde naar boven (face-up).
Plaats het papier met de te bedrukken zijde naar boven.
Plaats het papier met de invoerkant eerst en zorg ervoor dat deze rand
de printer net raakt.
De linkerkant moet op één lijn worden gebracht met de linker
geleider.
De bovenkant van de stapel papier mag niet boven de houders aan
weerskanten van de bak uitsteken. De maximale dikte is 15 mm.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
2–14
Afb. 2-16 Papier in de universele bak plaatsen
4. Til de geleider voor de papierbreedte voorzichtig op en stel hem af op
de breedte van het gebruikte papier. De geleider moet de rechterkant
van de stapel papier net aanraken.
!
Let op
Zorg ervoor dat het papier in een nette stapel papier op de juiste wijze
in de universele papierbak is geplaatst, aangezien het anders scheef
wordt ingevoerd, wat resulteert in onregelmatige, vervormde
afdrukken en papierdoorvoerstoringen.
Tijdens het afdrukken komt de binnenste bak automatisch omhoog om
papier in de printer in te voeren.
HOOFDSTUK 2 KENNISMAKING & INSTALLATIE
2–15
De printer op uw computer aansluiten
Deze printer is voorzien van een bi-directionele parallelle interface, een
RS-232C seriële interface en een USB-interface (universele seriële bus).
Deze stellen de printer in staat te communiceren met IBM/PC
®
of
daarmee compatibele computers. Controleer voordat u de printer op uw
computer gaat aansluiten of u een voor uw computer geschikte
interfacekabel heeft. Raadpleeg de interfacespecificaties in de appendix.
Omdat de printer in de fabriek is ingesteld op automatische
interfaceselectie, hoeft u alleen maar de interfacekabel op de printer aan
te sluiten. In sommige gevallen is het echter nodig om snelle, bi-
directionele parallelle communicatie met de MODE-toets uit te schakelen.
Zie “MODE-toets” in hoofdstuk 4.
Bij gebruik van de seriële interface moeten de instellingen op zowel de
printer als de computer aan elkaar worden aangepast. De automatische
interfaceselectie is standaard ingesteld (baud rate = 9600, aantal bits = 8,
pariteit = GEEN, stop bit = 1, Xon/Xoff = AAN, DTR (ER) = AAN en
Robuust Xon = AAN) en als deze instellingen overeenkomen met die op
uw computer, hoeft u alleen maar de interfacekabel aan te sluiten. Indien
nodig, stelt u de gewenste parameters in met behulp van de MODE-toets
op de printer (zie “MODE-toets” in hoofdstuk 4). Voor de instellingen
op de computer verwijzen wij u naar de handleiding van uw computer of
de software die u gebruikt.
U sluit de printer als volgt op uw computer aan:
1. Zowel de computer als de printer moet UIT staan.
!
Let op
Zorg ervoor dat de computer en de printer beide UIT staan als u de
kabel aansluit of losmaakt.
Wanneer u de kabel van de USB-interface aansluit of losmaakt, hoeft
u de printer en de computer echter niet uit te zetten.
2. Sluit het einde van de interfacekabel aan op het aansluitpunt voor de
interface aan de achterkant van de printer.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
2–16
3. Zet de kabel vast met de op de printerpoort aanwezige draadklemmen
of schroeven.
Computer Printer
Afb. 2-17 De printer op de computer aansluiten
4. Sluit het andere einde van de interfacekabel aan op het aansluitpunt
voor de interface op uw computer. Zorg ervoor dat u de kabel ook
goed op de computer vastzet.
Parallelle interfacepoort
Aansluiting met draadklemmen
vastzetten.
Seriële interfacepoort
Aansluiting met schroeven
vastzetten.
HOOFDSTUK 2 KENNISMAKING & INSTALLATIE
2–17
De printer aan- en uitzetten
Het netsnoer aansluiten
Sluit het netsnoer als volgt aan:
1. Controleer of de stroomschakelaar UIT staat (O): deze schakelaar
bevindt zich rechts aan de voorkant van de printer.
2. Sluit het netsnoer op de printer aan en steek de stekker in een geaard
stopcontact.
Afb. 2-18 Het netsnoer aansluiten
!
Let op
Controleer de spanning. Deze printer moet worden aangesloten op de
juiste spanning en de juiste frequentie.
• VS en Canada: 110-120 V wisselstroom, 50/60 Hz
• Europa en Australië: 220-240 V wisselstroom, 50/60 Hz
Omdat de printer geaard moet zijn, moet het netsnoer op een geaard
stopcontact worden aangesloten.
De maximale lengte van het netsnoer, inclusief een eventueel
verlengsnoer, mag niet meer bedragen dan 5 meter. Wanneer u een
langer netsnoer gebruikt, kan een ontoelaatbare spanningsval of
storing optreden.
Haal nooit de stekker uit het stopcontact om de printer uit te zetten.
De printer moet worden opgesteld in de buurt van een makkelijk
toegankelijk stopcontact.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
2–18
De stroomschakelaar
De stroomschakelaar zit rechtsvoor op de printer. Druk op de kant met de
markering “ | ” om de printer aan te zetten. De printer begint op te
warmen en voert een zelftest uit. Druk op de kant met de markering “O”
om de printer uit te zetten.
Afb. 2-19 Op de stroomschakelaar drukken
!
Let op
Wacht altijd ten minste 2 seconden nadat u de printer heeft uitgezet, pas
dan mag u hem weer aanzetten.
Zet de printer nooit uit tijdens het afdrukken. Hierdoor kan een
papierdoorvoerstoring optreden of schade aan de printer worden
toegebracht.
Zodra de printer wordt aangezet, voert hij een zelftest uit om de hardware
en software te controleren. Wanneer de printer merkt dat iets niet in orde
is, verschijnt er een melding op het LCD-scherm.
Zie “Problemen oplossen” in hoofdstuk 7.
04 ZELFTEST
Nadat de printer is aangezet, verschijnen snel achter elkaar diverse
meldingen op het LCD-scherm. Wanneer de printer alles in orde bevindt,
gaat hij on-line. Op het LCD-scherm worden de status van de printer en
de huidige printerinstellingen weergegeven.
LJ KLAAR 001P B1
LJ : De automatische emulatieselectie is gekozen en de HP
LaserJet-emulatie is geselecteerd.
KLAAR : De printer kan gaan afdrukken.
001 : Het aantal afdrukken is ingesteld op 1.
P : De afdrukstand is Staand.
B1 : Papier wordt vanuit Bak 1 ingevoerd.
AAN
UIT
HOOFDSTUK 2 KENNISMAKING & INSTALLATIE
2–19
Testafdruk en afdruk van beschikbare lettertypen
Voordat u gaat afdrukken kunt u de kwaliteit controleren en een afdruk
maken van de beschikbare fonts (lettertypen). Hiertoe gaat u als volgt te
werk:
1. Controleer of de tonercassette is geplaatst en of er papier in de
universele papierbak ligt.
2 Zet de printer aan. Wacht tot op het LCD-scherm de volgende
melding verschijnt.
LJ KLAAR 001P B1
of
LJ KLAAR 001P MF
3. Druk op de SEL-toets om de printer off-line te zetten.
Het ON LINE-lampje dooft.
4. Houd de SHIFT-toets ingedrukt en druk op TEST.
5. Druk op of op om door de meldingen op het LCD-scherm te
bladeren tot de gewenste melding verschijnt. Druk op de SET-toets
om uw selectie af te drukken.
U kunt kiezen uit onderstaande selecties:
De demonstratiepagina afdrukken
DEMO.PAGINA
Het testpatroon afdrukken
TESTAFDRUK
De lijst van printerinstellingen afdrukken
PRINT CONFIG.
De lijst van interne of residente lettertypen afdrukken
PRINT FONTS I
GEBRUIKERSHANDLEIDING
2–20
De lijst van lettertypen op de los verkrijgbare fontkaart afdrukken
PRINT FONTS C
De lijst van permanente download-fonts afdrukken
PRINT FONTS P
De teststand afsluiten
eindigen
Opmerkingen
De melding “PRINT FONTS C” of “PRINT FONTS P” verschijnt
uitsluitend wanneer in de daarvoor bestemde sleuf een los verkrijgbare
fontkaart is geïnstalleerd, of als de permanente download-fonts in het
geheugen van de printer zijn opgeslagen.
Wanneer een fontkaart is geplaatst, kunt u een lijst afdrukken van de
daarop opgeslagen lettertypen. In deze lijst staan specifieke
identificatienummers voor de betreffende fonts. U selecteert het
gewenst lettertype met een druk op de FONT-toets.
Raadpleeg “FONT-toets” in hoofdstuk 4 en
“Fontkaart, Flash-geheugenkaart/HDD-kaart” in hoofdstuk 5.
Wanneer in het geheugen van de printer door de gebruiker
gedefinieerde tekens als permanente fonts zijn opgeslagen, kunt u ook
een lijst van deze tekens afdrukken. Meer informatie hierover vindt u
in onder “FONT-toets” in hoofdstuk 4.
HOOFDSTUK 2 KENNISMAKING & INSTALLATIE
2–21
6. Druk op de SET-toets.
De printer drukt de door u geselecteerde testafdruk of lijst af. De
printer gaat na het afdrukken automatisch off-line.
!"#$%&'()*+,-./1234567890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz[|
"#$%&'()*+,-./1234567890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}
#$%&'()*+,-./1234567890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~
$%&'()*+,-./1234567890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~!
%&'()*+,-./1234567890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~!"
&'()*+,-./1234567890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~!"#
'()*+,-./1234567890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~!"#$
()*+,-./1234567890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~!"#$%
)*+,-./1234567890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~!"#$%&
*+,-./1234567890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~!"#$%&'
+,-./1234567890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~!"#$%&'(
,-./1234567890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~!"#$%&'()
-./1234567890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~!"#$%&'()*
./1234567890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~!"#$%&'()*+
/1234567890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~!"#$%&'()*+,
1234567890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~!"#$%&'()*+,-
234567890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~!"#$%&'()*+,-.
34567890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~!"#$%&'()*+,-./
4567890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~!"#$%&'()*+,-./1
567890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~!"#$%&'()*+,-./12
67890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~!"#$%&'()*+,-./123
7890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~!"#$%&'()*+,-./1234
890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~!"#$%&'()*+,-./12345
90:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~!"#$%&'()*+,-./123456
ABC
TEST PRINT
PRINT CONFIGURAITION(1/2)
(LJ):HP LaserJet 4 (BS):BR-Script 2 (GL):HP-GL
(FX):EPSON FX-850 (PR):IBMProprinterXL
PAGE COUNTER = 682
RAM SIZE = 10Mbyte
USER SETTINGS SETTING1 SETTING2
< EMULATION >
EMULATION AUTO LaserJet4 AUTO LaserJet4 AUTO LaserJet4
AUTO TIME OUT (S) 5 5 5
EPSON/IBM EPSON EPSON EPSON
KEEP PCL OFF OFF OFF
< MODE >
- INTERFACE MODE -
I/F PARALLEL <- <-
AUTO TIME OUT (S) 5 <- <-
PRL SETTING
HIGH SPEED ON <- <-
BI-DIR ON <- <-
RS-232C SETTING
BaundRate (BAUD) 9600 <- <-
CodeType (bits) 8 <- <-
Parity NONE <- <-
Stop Bit (bits) 1 <- <-
Xon/Xoff ON <- <-
DTR(ER) ON <- <-
Robust Xon OFF <- <-
- FORMAT MODE -
ORIENTATION PORTRAIT <- <-
AUTO MODE
(LJ)
AUTO LF OFF OFF OFF
AUTO CR OFF OFF OFF
AUTO WRAP OFF OFF OFF
AUTO SKIP ON ON ON
(FX)
AUTO LF OFF OFF OFF
AUTO MASK OFF OFF OFF
(PR)
AUTO LF OFF OFF OFF
AUTO CR OFF OFF OFF
AUTO MASK OFF OFF OFF
PAGE FORMAT MODE
X OFFSET (dots) 0 <- <-
Y OFFSET (dots) 0 <- <-
PAPER A4 A4 A4
(LJ)
LEFT M (C) 0 0 0
RIGHT M (C) 78 78 78
TOP M (") 0.5 0.5 0.5
BOTTOM M (") 0.5 0.5 0.5
LINES (L) 64 64 64
(FX)
LEFT M (C) 0 0 0
RIGHT M (C) 80 80 80
TOP M (") .33 .33 .33
BOTTOM M (") .33 .33 .33
LINES (L) 66 66 66
(PR)
LEFT M (C) 0 0 0
RIGHT M (C) 80 80 80
TOP M (") .33 .33 .33
BOTTOM M (") .33 .33 .33
LINES (L) 66 66 66
- RESOLUTION MODE -
RESOLUTION (DPI) 600 <- <-
HRC MEDIUM <- <-
TESTAFDRUK AFDRUK VAN CONFIGURATIE
PORTRAIT LIST
INTERNAL FONT
NUMBER SYMBOL SET
(ID) PITCH SIZE STYLE WEIGHT TYPEFACE F O N T S A M P L E(600dpi)
I000 8U:ROMAN 8...
P: Scalable Upright(0) Medium(0) PcTENNES Reg (4101)
ABCDefgh123?!"#$%&'()<>/012
ESC(IDESC(s1p#v0s0b4101T (#:point size 0.25 - 999.75)
I001 8U:ROMAN 8...
P: Scalable Upright(0) Bold(3) PcTENNES Bd (4101)
ABCDefgh123?!"#$%&'()<>/01
ESC(IDESC(s1p#v0s3b4101T (#:point size 0.25 - 999.75)
I002 8U:ROMAN 8...
P: Scalable Italic(1) Midium(0) PcTENNES It (4101)
ABCDefgh123?!"#$%&'()<>/012
ESC(IDESC(s1p#v1s0b4101T (#:point size 0.25 - 999.75)
I003 8U:ROMAN 8...
P: Scalable Italic(1) Bold(3) PcTENNES BdIt (4101)
ABCDefgh123?!"#$%&'()<>/012
ESC(IDESC(s1p#v1s3b4101T (#:point size 0.25 - 999.75)
I004 8U:ROMAN 8...
P: Scalable Upright(0) Medium(0) OKLAHOMA Reg (4113)
ABCDefgh123?!"#$%&'()<>/0
ESC(IDESC(s1p#v0s0b4113T (#:point size 0.25 - 999.75)
I005 8U:ROMAN 8...
P: Scalable Upright(0) Bold(3) OKLAHOMA Bd (4113)
ABCDefgh123?!"#$%&'()<>/0
ESC(IDESC(s1p#v0s3b4113T (#:point size 0.25 - 999.75)
I006 8U:ROMAN 8...
P: Scalable Italic(1) Medium(0) OKLAHOMA It (4113)
ABCDefgh123?!"#$%&'()<>/0
ESC(IDESC(s1p#v1s0b4113T (#:point size 0.25 - 999.75)
I007 8U:ROMAN 8...
P: Scalable Italic(1) Bold(3) OKLAHOMA BdIt (4113)
ABCDefgh123?!"#$%&'()<>/0
ESC(IDESC(s1p#v1s3b4113T (#:point size 0.25 - 999.75)
I008 8U:ROMAN 8...
P: Scalable Italic(1) Medium(0) CONNECTICUT (4116)
ABCDefgh123?!"#$%&'()<>/0123456
ESC(IDESC(s1p#v1s0b4116T (#:point size 0.25 - 999.75)
I009 8U:ROMAN 8...
P: Scalable Upright(4) Bold(3) CLEVELAND Cd (4140)
ABCDefgh123?!"#$%&'()<>/
ESC(IDESC(s1p#v4s3b4140T (#:point size 0.25 - 999.75)
I010 8U:ROMAN 8...
P: Scalable Upright(0) Light(-3) PcBRUSSEL Lt (4143)
ABCDefgh123?!"#$%&'()<>/
ESC(IDESC(s1p#v0s-3b4143T (#:point size 0.25 - 999.75)
I011 8U:ROMAN 8...
P: Scalable Upright(0) Bold(2) PcBRUSSEL Bd (4143)
ABCDefgh123?!"#$%&'()<>
ESC(IDESC(s1p#v0s2b4143T (#:point size 0.25 - 999.75)
I012 8U:ROMAN 8...
P: Scalable Italic(1) Light(-3) PcBRUSSEL LtIt(4143)
ABCDefgh123?!"#$%&'()<>/
ESC(IDESC(s1p#v1s-3b4143T (#:point size 0.25 - 999.75)
I013 8U:ROMAN 8...
P: Scalable Italic(1) Bold(2) PcBRUSSEL BdIt(4143)
ABCDefgh123?!"#$%&'()<>
ESC(IDESC(s1p#v1s2b4143T (#:point size 0.25 - 999.75)
I014 8U:ROMAN 8...
P: Scalable Upright(0) Medium(0) UTAH Reg (4148)
ABCDefgh123?!"#$%&'()<>/01
ESC(IDESC(s1p#v0s0b4148T (#:point size 0.25 - 999.75)
I015 8U:ROMAN 8...
P: Scalable Upright(0) Bold(3) UTAH Bd (4148)
ABCDefgh123?!"#$%&'()<>/0
ESC(IDESC(s1p#v0s3b4148T (#:point size 0.25 - 999.75)
I016 8U:ROMAN 8...
P: Scalable Italic(1) Medium(0) UTAH It (4148)
ABCDefgh123?!"#$%&'()<>/01
ESC(IDESC(s1p#v1s0b4148T (#:point size 0.25 - 999.75)
I017 8U:ROMAN 8...
P: Scalable Italic(1) Bold(3) UTAH BdIt (4148)
ABCDefgh123?!"#$%&'()<>/0
ESC(IDESC(s1p#v1s3b4148T (#:point size 0.25 - 999.75)
ID:Symbol Set ID
AFDRUK VAN FONTS I
Afb. 2-20 Testpatroon, lijst van instellingen en lijst van lettertypen
GEBRUIKERSHANDLEIDING
2–22
Het testpatroon en de demonstratiepagina controleren
Nadat het testpatroon of de demonstratiepagina is afgedrukt, controleert u
de kwaliteit van de afdruk.
Wanneer de printer wordt geleverd, is de printdichtheid afgesteld met
behulp van de toetsen op het bedieningspaneel. Mocht u niet tevreden
zijn met de afdruk (bijvoorbeeld te licht of te donker), dan kunt u de
printdichtheid als volgt afstellen:
1. Zet de printer aan.
2. Druk op SEL om de printer off-line te zetten.
3. Druk op MODE.
4. Druk op of op om door de meldingen op het LCD-scherm te
bladeren totdat “GEAVANCEERD” verschijnt.
5. Druk op SET.
6. Druk op of op om door de meldingen op het LCD-scherm te
bladeren totdat “PRINTDICHTHEID” verschijnt.
7. Druk op SET.
8. Druk op of op totdat de gewenste waarde op het LCD-scherm
staat.
De instelling kan variëren van 1 (licht) tot 15 (donker).
9. Druk op SET.
10.Druk op SEL om de menu’s af te sluiten en de printer on-line te
zetten.
Raadpleeg “MODE-toets” in hoofdstuk 4 voor meer informatie hierover.
HOOFDSTUK 3 BEDRIJFSKLAAR MAKEN
3-1
HOOFDSTUK 3
BEDRIJFSKLAAR MAKEN
SOFTWARE-COMPATIBILITEIT
U moet eerst de printer driver in uw software installeren, pas dan kan uw
printer met uw software communiceren. Controleer welke printers door
uw software worden ondersteund en installeer de gewenste printer driver.
Printer drivers worden in elk softwarepakket op een andere manier
geselecteerd. Raadpleeg de met uw software meegeleverde handleiding
en volg de instructies die daarin worden gegeven voor de installatie van
de printer driver.
Let erop dat u de emulatie kiest die aansluit bij de geïnstalleerde printer
driver. Deze printer emuleert onderstaande printers. Omdat hij standaard
is ingesteld op automatische emulatieselectie, hoeft u de emulatie niet zelf
in te stellen. Mocht dit toch nodig zijn, dan kunt u met de toetsen op het
bedieningspaneel de juiste emulatie voor de geïnstalleerde printer driver
selecteren. Zie ook “Bedieningspaneel” in hoofdstuk 4.
Printer driver Emulatie
HL 2060 HP LaserJet 5
HL 1660/1660e HP LaserJet 5
HL 1260/1260e HP LaserJet 5
HP LaserJet 5 HP LaserJet 5
HP LaserJet 4/4+ HP LaserJet 5
HL-10h HP LaserJet 5
HP LaserJet 4+ HP LaserJet 5
HL 2060 BR-Script 2
HL 1660/1660e (BR Script 2) BR-Script 2
HL 1260/1260e BR-Script 2
PostScript
®
level 2 language printerBR-Script 2
HL-10h (BR-Script) BR-Script 2
HL-10PS/DPS BR-Script 2
HL-8PS BR-Script 2
Apple
®
LaserWriter
®
II NT/NTX BR-Script 2
PostScript
®
language printer BR-Script 2
* HP 7475A™ HP-GL
HP-GL™ HP-GL
* EPSON FX-850 EPSON FX-850
EPSON FX-80™ EPSON FX-850
* IBM Proprinter XL IBM Proprinter XL
IBM Proprinter
®
IBM Proprinter XL
GEBRUIKERSHANDLEIDING
3-2
Om het meeste uit uw printer te halen, kunt u het beste de printer driver
voor deze printer installeren, of die voor HP LaserJet en de HP LaserJet-
emulatie selecteren: dit is de beste combinatie. Is een andere HP LaserJet
printer driver geïnstalleerd, kies dan de HP LaserJet-emulatie. Als er een
andere printer driver is geïnstalleerd, kiest u een van de volgende
emulaties: HP-GL, BR-Script 2, EPSON, of IBM, afhankelijk van de
geïnstalleerde printer driver. Het afdrukken van afbeeldingen in EPS-
bestandsformaat kan met de HP LaserJet-emulatie moeilijkheden
opleveren. In dat geval kunt u beter BR-Script 2 selecteren.
Een sterretje (*) in bovenstaand schema geeft de beste of aanbevolen
combinatie van printer driver en emulatie aan. Wij adviseren u één van
de bovenstaande combinaties te gebruiken. Wordt er een emulatie anders
dan HP of BR-Script 2 gekozen, dan kan de afgedrukte pagina enigszins
afwijken van hetgeen de geëmuleerde printer zou afdrukken.
Voor beste resultaten raden wij gebruikers van Windows 95/98/NT 4.0 of
Windows 3.1 aan om de driver te installeren die bij uw printer wordt
geleverd.
HOOFDSTUK 3 BEDRIJFSKLAAR MAKEN
3-3
AUTOMATISCHE EMULATIESELECTIE
Deze printer beschikt over een functie voor automatische
emulatieselectie. Wanneer de printer gegevens van de computer
ontvangt, kiest hij automatisch de juiste emulatie. Deze functie is in de
fabriek ingesteld op AAN.
De printer kan uit de volgende combinaties kiezen:
EPSON/IBM voorrang EPSON (standaard) IBM
Autom. selectie HP LaserJet HP LaserJet
BR-Script 2 BR-Script 2
HP-GL HP-GL
EPSON FX-850 IBM Proprinter XL
Om deze laserprinter optimaal te kunnen gebruiken, adviseren wij u de
HP LaserJet-emulatie te gebruiken omdat dit een echte
laserprinteremulatie is. Aangezien de HP LaserJet bij de automatische
emulatieselectie voorrang krijgt, kunt u de printer veelal gewoon
gebruiken met de standaardinstellingen.
Als de automatische emulatieselectie aan staat, kunt u op het LCD-
scherm de ingestelde emulatie controleren. Wanneer de printer gereed is
om af te drukken, bezig is met afdrukken, of aan het opwarmen is,
verschijnen de volgende meldingen op het LCD-scherm:
Emulatie Printerstatusmelding
HP LaserJet LJ KLAAR 001P B1
BR-Script 2 BS VRIJ 001P B1
HP-GL GL KLAAR 001P B1
EPSON FX-850 FX KLAAR 001P B1
IBM Proprinter XL PR KLAAR 001P B1
Gebruik de EMULATION-toets om de emulatie handmatig te selecteren.
Voor meer informatie, zie “EMULATION-toets” in hoofdstuk 4.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
3-4
Opmerkingen
Let bij gebruik van de automatische emulatieselectie op het volgende:
Als de emulatie automatisch is veranderd, wordt deze gedurende korte
tijd niet nogmaals veranderd. Deze korte tijdspanne wordt TIME
OUT genoemd en kan worden ingesteld met de EMULATION-toets.
De standaardinstelling is 5 seconden.
U selecteert zelf welke emulatie voorrang heeft: EPSON of IBM. De
printer maakt hiertussen geen onderscheid. Omdat de
fabrieksinstelling standaard is ingesteld op de EPSON-emulatie, moet
u indien nodig de IBM-emulatie met de EMULATION-toets
selecteren.
Probeer de werking van de automatische emulatieselectie eerst uit met
uw netwerk-server of software. Als de automatische emulatieselectie
niet goed werkt, stelt u de emulatie in met de toetsen op het paneel
van de printer, of gebruikt u de opdrachten voor emulatieselectie in de
door u gebruikte software.
HOOFDSTUK 3 BEDRIJFSKLAAR MAKEN
3-5
AUTOMATISCHE INTERFACESELECTIE
Deze printer selecteert de te gebruiken interface automatisch. Wanneer
de printer gegevens ontvangt van de computer, wordt automatisch de bi-
directionele parallelle interface, de universele seriële bus (USB) interface,
de RS-232C seriële interface of de MIO-interface geselecteerd.
Bij gebruik van de parallelle interface kan de snelle bi-directionele
communicatie worden aan- of uitgezet met behulp van de MODE-toets.
Raadpleeg “MODE-toets” in hoofdstuk 4 voor meer informatie hierover.
De automatische interfaceselectie staat standaard AAN, dus u hoeft alleen
maar de printerkabel aan te sluiten.
Bij gebruik van de seriële interface moet u de communicatieparameters
op de printer en de computer aan elkaar aanpassen. De automatische
interfaceselectie is in fabriek is ingesteld, en als uw computer
onderstaande instellingen heeft, hoeft u alleen maar de interfacekabel aan
te sluiten.
Communicatieparameters Fabrieksinstelling
BaudRate (transmissiesnelheid) 9600
Aantal bits 8 bits
Pariteit (foutenopsporing) GEEN
Stop bits (gegevensbegrenzer) 1 stop bit
Xon/Xoff (aansluitingsprotocol) AAN
DTR (ER) AAN
Robuust Xon UIT
Wanneer een optionele interfacekaart in de MIO-sleuf is geïnstalleerd,
kan deze interface automatisch worden geselecteerd.
Indien nodig, kunt u de interface of de seriële communicatieparameters
instellen met de MODE-toets (INTERFACE-stand) op de printer.
Raadpleeg “MODE-toets” in hoofdstuk 4 voor meer informatie hierover.
Raadpleeg de met uw computer of software meegeleverde handleiding
voor nadere informatie over de instellingen op de computer.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
3-6
Opmerkingen
Houd bij gebruik van de automatische interfaceselectie rekening met
onderstaande punten:
Als de interface automatisch is veranderd, wordt deze gedurende korte
tijd niet nogmaals veranderd. Deze korte tijdspanne wordt TIME
OUT genoemd en kan worden ingesteld met de MODE-toets. De
standaardinstelling is 5 seconden.
De communicatieparameters [BaudRate, aantal bits, pariteit, stop bit,
Xon/Xoff, DTR(ER) en Robuust Xon] moeten worden ingesteld op de
seriële interface. Deze parameters zijn in de fabriek ingesteld zoals in
bovenstaande tabel wordt aangegeven. Wilt u deze instellingen
wijzigen, dan kunt u dit doen met behulp van de MODE-toets.
Omdat de automatische interfaceselectie enige seconden nodig heeft
om te worden uitgevoerd, raden wij u aan om de interface handmatig
in te stellen wanneer u snel een afdruk wenst. U stelt de interface
handmatig in met de MODE-toets.
Als u voortdurend slechts één interface gebruikt, is het raadzaam om de
betreffende interface in de INTERFACE-stand te selecteren. Wanneer
slechts één interface is geselecteerd, wijst de printer de volledige
invoerbuffer aan die interface toe.
HOOFDSTUK 3 BEDRIJFSKLAAR MAKEN
3-7
HET BEDIENINGSPANEEL
De taal op het LCD-scherm selecteren
Op het LCD-scherm wordt meestal de huidige printerstatus weergegeven.
Als u op de toetsen op het bedieningspaneel drukt, verschijnen de
verschillende functies en instellingen op het LCD-scherm. Wanneer er
iets niet in orde is, wordt een foutmelding weergegeven. Deze meldingen
kunnen in diverse talen worden weergegeven. De standaardtaal is Engels.
• Engels • Duits • Spaans • Noors • Deens
• Frans • Nederlands • Italiaans • Fins • Portugees
Om de meldingen op het LCD-scherm in een andere taal te laten
weergeven, handelt u als volgt:
1. Zet de printer uit.
2. Houd de FORM FEED-toets ingedrukt en zet de printer aan.
De melding “ZELFTEST” verschijnt, gevolgd door de melding
“LANG = ENGLISH *”.
3. Druk op of de tot de gewenste taal op het LCD-scherm
verschijnt.
4. Druk op SET om de keuze van de gewenste taal te activeren.
Op het einde van het LCD-scherm komt even een sterretje (*) te staan,
waarna de printer automatisch on-line gaat. Op het LCD-scherm
verschijnen de meldingen nu in de gekozen taal.
De onderhoudsmelding uitschakelen
Teneinde een optimale en betrouwbare afdrukkwaliteit te kunnen
handhaven, waarschuwt printer u regelmatig dat bepaalde onderdelen
moeten worden vervangen.
Om deze meldingen uit te schakelen, gaat u als volgt te werk:
1. Houd de “FORM FEED”-toets ingedrukt en zet de printer aan.
2. Druk op totdat de melding “ONDERHOUD” verschijnt en druk op
SET
.
3. Druk op totdat de melding “ONDERHOUD = UIT” verschijnt en
druk op
SET
.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
3-8
De toetsen op het bedieningspaneel
Deze printer heeft een veelzijdig bedieningspaneel. De bedieningstoetsen
hebben twee standen:
Wanneer u de toetsen indrukt, activeert u de normale stand. U krijgt
toegang tot de normale printerfuncties, die aan de bovenzijde van de
toetsen staan vermeld. Als u de toetsen indrukt en de SHIFT-toets
ingedrukt houdt, werken deze in SHIFT-stand, zoals onder de toetsen
staat aangegeven. In de normale stand en de SHIFT-stand kunt u alle
basishandelingen van deze printer uitvoeren. Ook kunt u in deze standen
verschillende instellingen aanpassen.
Voor meer informatie, zie “Toetsen in de normale stand” en
“Toetsen in de Shift-stand” in hoofdstuk 4.
Afb. 3-1 Werking van de toetsen in de normale en de SHIFT-stand
Opmerking
Wanneer de printer in de BR-Script 2-stand staat, kunnen sommige
toetsen niet worden gebruikt.
LCD-scherm
- Met de
meldingen
(UP)
(DOWN)
Om vooruit
door de standen en instellingen
te rollen
(DOWN)
– Om achteruit door de
standen en instellingen te rollen
CONTINUE
Een fout negeren
en doorgaan met afdrukken
SET
– Om de geselecteerde stand en
functie in te stellen
FORM FEED
Om in het
geheugen achtergebleven
gegevens of de laatste pagina
opnieuw af te drukken
FONT
– Om fonts en
tekensets te selecteren
MODE
Om de functies in de
diverse standen in te stellen
SEL
– Om on-line of off-
line te selecteren
ON LINE
–Brandt wanneer de
printer on-line staat
READY
– Brandt wanneer
de printer kan afdrukken
DATA
– Knippert wanneer er
gegevens worden ontvangen en
brandt als er gegevens in het
geheugen zijn achtergebleven
EMULATION
– Om de
printeremulatie te selecteren
ECONOMY
– Om de toner- en
stroomspaarstand te selecteren
FEEDER –
Om de papierinvoer en -
soort en dubbelzijdig afdrukken te
selecteren
COPY
– Om het aantal af te drukken
exemplaren in te stellen
SHIFT
– Om de onderste werking
van de toetsen te activeren
RESET
– Om de printer of de
fabrieksinstellin
g
en teru
g
te stellen
TEST
– Om het testpatroon
of de fonts af te drukken
HOOFDSTUK 3 BEDRIJFSKLAAR MAKEN
3-9
Printerinstellingen
U kunt deze printer gebruiken zonder dat u de instellingen met de toetsen
op het bedieningspaneel wijzigt. Deze zijn standaard ingesteld op
fabrieksinstellingen. Indien nodig, kunt u deze instellingen veranderen en
als gebruikersinstellingen in het geheugen van de printer opslaan.
Op deze printer zijn twee soorten instellingen mogelijk:
1. Gebruikersinstellingen
2. Fabrieksinstellingen
Houd er rekening mee dat de fabrieksinstellingen worden opgeheven
wanneer u gebruikersinstellingen in het geheugen opslaat. De
gebruikersinstellingen blijven van kracht tot u ze wijzigt of terugstelt op
de fabrieksinstellingen.
Gebruikersinstellingen
Met behulp van de toetsen op het bedieningspaneel kunt u de
fabrieksinstellingen van deze printer aan uw wensen aanpassen. Omdat
de printer een geheugen heeft, kunt u de nieuwe instellingen als
gebruikersinstellingen in het geheugen van de printer opslaan. Telkens
wanneer u de printer aanzet, wordt dan gebruik gemaakt van deze
gebruikersinstellingen.
In aanvulling hierop kunt u met de MODE-toets twee verdere sets
gebruikersinstellingen opslaan en met de RESET-toets op die instellingen
terugstellen. Wanneer een van de in het geheugen opgeslagen sets
gebruikersinstellingen opnieuw wordt ingesteld, vervangt deze de huidige
instellingen.
Fabrieksinstellingen
De stanaardinstellingen op deze printer zijn in de fabriek gemaakt. U
kunt de printer met deze fabrieksinstellingen gebruiken, of ze aanpassen
en gebruikersinstellingen in het geheugen van de printer opslaan.
Opmerking
Het wijzigen van in het geheugen opgeslagen gebruikersinstellingen heeft
geen invloed op de standaard aanwezige fabrieksinstellingen. De
fabrieksinstellingen zelf kunt u niet veranderen.
U gebruikt de RESET-toets wanneer u de in het geheugen opgeslagen
gebruikersinstellingen wilt verwijderen en de fabrieksinstellingen weer
wilt gebruiken. Raadpleeg “RESET-toets” in hoofdstuk 4 voor meer
informatie hierover.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
3-10
OMGAAN MET PAPIER
Afdrukmedia
Papierafmetingen
1.De bovenste papierbak
In de bovenste papierbak kunt u Letter- en Legal-papier of A4-papier
gebruiken. In deze bak kunt u maximaal 500 vellen papier plaatsen
(80 g/m
2
).
•110/120V model: ingesteld op Letter of Legal.
•220/240V model: ingesteld op A4.
2.De universele bak
Wanneer u met verschillende soorten papier werkt, kunt u het beste de
universele bak gebruiken. Deze bak kan maximaal 150 vellen papier
(80 g/m
2
) bevatten, of maximaal 10 enveloppen.
De volgende soorten papier met onderstaande afmetingen kunnen uit
de universele bak worden ingevoerd:
Normaal papier 95 mm x 216 mm tot 148 mm x 356 mm [Gewicht
= 60 tot 199 g/m
2
]
Overhead projector (OHP) films
Gekleurd papier
Etiketten
Enveloppen: COM10, Monarch, C5, DL, of ISO B5
3.De tweede papierbak (optioneel)
Met de tweede papierbak breidt u de papierinvoermogelijkheden uit.
In deze bak kunt u maximaal 500 vellen papier plaatsen (80 g/m
2
). U
kunt Letter-, Legal- en A4-papier gebruiken.
4.De duplex-unit
Met de duplex-unit kunt u de volgende papiersoorten gebruiken:
Letter, Legal, A4, Executive en ISO B5 (behalve in bak 2).
Opmerking
Als u vanuit de universele bak wilt afdrukken op papier dat zwaarder is
dan 135 g/m
2
, moet dat papier vel voor vel in de universele bak worden
gelegd en moet de papieruitvoer zijn ingesteld op uitvoer met de bedrukte
zijde naar boven (face-up).
HOOFDSTUK 3 BEDRIJFSKLAAR MAKEN
3-11
Papierbak Beschikbare afmetingen Beschikbare soort
en capaciteit
Universele
papierbak
(MF)
Losse vellen: Letter, Legal en A4
Enveloppen: COM 10, Monarch,
C5, DL en ISO B5
Andere afm.: breed 95-216mm
lang 148-356mm
Normaal papier:
150 (80 g/m
2
)
Enveloppen: 10
OHP-film: 100
Etiketten: 100
Andere soorten:
Gewicht = 60 tot
199 g/m
2
De bovenste
papierbak
(B1)
Losse vellen: Letter en Legal
(Letter/Legal-
cassette),
A4 (A4-cassette)
Normaal papier:
500 (80 g/m
2
)
Gewicht = 60 tot 90
g/m
2
De optionele
onderste
papierbak
(B2)
Losse vellen: Letter en Legal
(Letter/Legal-
cassette),
A4 (A4-cassette)
Normaal papier:
500 (80 g/m
2
)
Gewicht = 60 tot 90
g/m
2
Alle
papierbakken
voor
dubbelzijdig
afdrukken
(DX)
Losse vellen: Letter, Legal, A4,
ISO B5 (behalve bak
2) en Executive
* Wanneer de
duplex-unit is
geplaatst, is de
capaciteit van bak 1
lager dan hierboven
vermeld staat.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
3-12
Enveloppen gebruiken
Gebruik geen enveloppen met:
Een glad of glanzend oppervlak
Een beschermstrook op de lijmlaag
Flappen die bij aankoop niet omgevouwen waren
Flappen die eruit zien als onderstaand
Drie of meer lagen papier in het gemarkeerde gedeelte
De zijkanten gevouwen als onderstaand
Afb. 3-2 Informatie over enveloppen
HOOFDSTUK 3 BEDRIJFSKLAAR MAKEN
3-13
Controleer het volgende voordat u enveloppen in de papierbak plaatst:
Heeft de envelop een flap in de lengte?
Zijn de flappen netjes en niet gekreukt gevouwen? (Niet goed
gevouwen enveloppen kunnen een papierdoorvoerstoring
veroorzaken.)
Heeft het hieronder aangegeven gedeelte twee lagen papier?
Afb. 3-3 Enveloppen
Opmerking
Als enveloppen tijdens het afdrukken vlekken, stelt u de printdichtheid in
de geavanceerde stand met behulp van de MODE-toets op een hogere
waarde in (voor donkerdere afdrukken). Raadpleeg “De testpagina
controleren” in hoofdstuk 2 voor het bijstellen van de printdichtheid.
Zijn de geplakte delen ook inderdaad goed vastgeplakt?
Zijn alle zijden netjes gevouwen en niet gekreukt?
Invoerrichting
GEBRUIKERSHANDLEIDING
3-14
Papierinvoer vanuit een van de bakken
De printer kan papier invoeren vanuit de universele bak, de bovenste bak
of de optionele tweede bak. De universele bak selecteert u met de
FEEDER-toets. Aangezien de automatische papierdoorvoer standaard in
de fabriek is ingesteld, voert de printer papier gewoonlijk in vanuit de
bovenste papierbak. Wanneer de optionele tweede papierbak is geplaatst
en het papier in de bovenste bak op is, schakelt de printer automatisch
over naar de onderste papierbak. Wanneer het papier in de onderste bak
op is of wanneer deze bak niet is geplaatst, schakelt de printer
automatisch over op de universele bak (bak 1>bak 2> MF) en voert
papier vanuit deze bak in, op voorwaarde dat papier van dezelfde
afmetingen wordt gebruikt. Indien nodig, selecteert u de invoer met de
FEEDER-toets. Raadpleeg “FEEDER-toets” in hoofdstuk 4 voor meer
informatie hierover. Zie “De tweede papierbak” in Hoofdstuk 5 voor
meer informatie over deze bak.
Opmerkingen
Let op de volgende punten wanneer u papier in de universele bak of in de
papierbak plaatst:
Wanneer u de universele bak gebruikt, moet de papierafmeting voor
deze bak handmatig worden ingesteld met de FEEDER-toets.
Als de door u gebruikte software een afdrukmenu heeft waarin
papierafmetingen kunnen worden ingesteld, gebruikt u uw software
om de gewenste papierafmeting in te stellen. Als dit met uw software
niet mogelijk is, kunt u de papierafmeting instellen met de MODE-
toets.
De papierafmeting is bij modellen die op 110/120 volt werken in de
fabriek standaard ingesteld op Letter, en bij modellen die op 220/240
volt werken op A4. Wilt u papier met afwijkende afmetingen of
enveloppen gebruiken, dan kunt u de papierafmetingen wijzigen met
behulp van de MODE-toets onder PAGINALAYOUT in de
LAYOUT-stand. Zie “MODE-toets” in hoofdstuk 4 voor meer
informatie over het selecteren van papierafmetingen.
Gebruikt u voorbedrukt papier in de bak, plaats dit dan met de
bedrukte zijde naar onderen en met de bovenkant van het papier naar
de voorkant van de bak gericht. Gebruikt u voorbedrukt papier in de
universele bak, dan moet het papier worden geplaatst met de bedrukte
zijde naar boven en met de bovenkant van het papier naar de printer
toe gericht.
Door de MODE-toets in te drukken kunt u in de stand PAGINALAYOUT
de gewenste papierafmetingen in de papierbak instellen. De printer
constateert automatisch welk papier u in de papierbak heeft geplaatst.
Plaatst u papier met andere afmetingen dan die welke u met de MODE-
toets of vanuit uw software heeft geselecteerd, dan verschijnt
onderstaande melding op het LCD-scherm. U wordt gevraagd papier van
de juiste afmetingen te plaatsen:
PLAATS PAPIER **** PAPIER
( **** geeft aan welke papierafmetingen u in de stand PAGINALAYOUT
met de MODE-toets of in uw software heeft geselecteerd.)
HOOFDSTUK 3 BEDRIJFSKLAAR MAKEN
3-15
Afb. 3-4 Invoer vanuit de papierbakken
Handinvoer
Als u met de FEEDER-toets HANDINVOER=AAN heeft geselecteerd en
papier in de universele bak plaatst, laadt de printer alleen papier uit de
universele bak, ongeacht de voorgaande invoerselectie. Selecteert u in
voor de universele bak de optie PAPIER IN=DOOR, dan laadt de printer
papier automatisch uit de universele bak. Selecteert u de instelling
PAPIER IN=STOP, dan wacht de printer met afdrukken tot u op de SEL-
toets drukt. U kunt de papierinvoerstand en de papierafmetingen instellen
met de FEEDER-toets.
Zie “FEEDER-toets” in hoofdstuk 4 voor meer informatie hierover.
Opmerkingen
Houd rekening met onderstaande punten wanneer u de handmatige
papierinvoer gebruikt:
Als de door u gebruikte software een afdrukmenu heeft waarin u
handmatige papierinvoer kunt selecteren, gebruikt u uw software om
handinvoer in te stellen. Aangezien de via uw software of een
opdracht geselecteerde instelling de instelling van de toetsen opheft, is
het dan niet nodig de FEEDER-toets te gebruiken om handinvoer te
selecteren en de afmetingen van het papier aan te passen.
Gebruikt u voorbedrukt papier, zorg er dan voor dat de bedrukte zijde
naar boven is gericht. Plaats het papier met de bovenkant naar de
printer toe in de universele bak.
Universele bak (MF)
Bovenste papierbak
(Bak 1)
Onderste papierbak
(Bak 2)
GEBRUIKERSHANDLEIDING
3-16
Face-down papieruitvoer
De printer voert papier gewoonlijk naar de bovenkant van de printer uit,
met de bedrukte zijde naar beneden (face-down).
Afb. 3-5 Face-down papieruitvoer
Face-up papieruitvoer
U kunt de papieruitvoer-route veranderen, waardoor papier in plaats van
naar de bovenkant van de printer naar de achterkant van de printer wordt
uitgevoerd. Druk de knop die zich in de papieruitvoerklep aan de
achterkant bevindt, links van de selectiegeleider voor de papierroute, naar
beneden.
Afb. 3-6 Face-up papieruitvoer
De printer voert het papier uit via de papieruitvoerklep aan de achterkant,
met de bedrukte zijde naar boven.
Opmerking
Is de face-up papieruitvoer voltooid, vergeet u dan niet om de knop weer
in te stellen op face-down papieruitvoer.
Papieruitvoerklep achter
Knop
Selectiegeleider
papierroute
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-1
HOOFDSTUK 4
BEDIENINGSPANEEL
LCD-SCHERM EN LAMPJES
Deze printer is uitgerust met een Liquid Crystal Display (LCD-scherm) en
vijf lampjes. Op dit LCD-scherm kunnen diverse meldingen worden
weergegeven met een maximum van 16 tekens. Door het oplichten van de
lampjes wordt de status van de printer aangegeven.
Afb. 4-1 LCD-scherm en lampjes
Alarm Lamp
Ready Lamp
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-2
LCD-scherm
Op het LCD-scherm wordt gewoonlijk de huidige printerstatus
weergegeven. Door het bedieningspaneel te gebruiken, kunt u de diverse
instellingen aanpassen.
Zet u de printer off-line, dan verandert de melding op het LCD-scherm en
wordt de door u geselecteerde emulatie aangegeven. Het LCD-scherm
geeft ook aan dat u de printer in de huidige emulatie op verschillende
manieren kunt instellen.
Wanneer iets niet in orde is, verschijnt op het LCD-scherm een
waarschuwingsmelding, een foutmelding of een storingsmelding.
Raadpleeg Problemen oplossen” in hoofdstuk 7 voor meer informatie
over deze meldingen.
Printerstatusmeldingen
In onderstaand schema staan de meldingen die betrekking hebben op de
printerstatus. Deze meldingen worden tijdens normaal gebruik op het
LCD-scherm weergegeven:
Printerstatusmelding Betekenis
00 KLAAR 001P B1 De printer is klaar om af te drukken.
00 VRIJ 001P B1 De printer is inactief. (alleen in de BR-
Script 2-stand)
AUTO LaserJet 5 De printer staat off-line, in de HP
LaserJet-stand onder automatische
emulatieselectie.
HP LaserJet 5 De printer staat off-line, in de HP
LaserJet-stand onder de HP LaserJet-
emulatie.
00 BEZIG 001P B1De printer is bezig (alleen BR-Script -
stand)
00 SLAAP 001P B1 De printer staat in de slaapstand
(stroomspaarstand).
01 PRINT 001P B1
D
e printer is aan het afdrukken.
01 PR300 001P B1 Hoewel meer dan 600 dpi is geselecteerd,
verlaagt de printer de resolutie vanwege
gebrek aan voldoende geheugen en drukt
af in 300 dpi.
01 SX 001P B1 Hoewel de duplex-stand is geselecteerd,
drukt de printer vanwege gebrek aan
voldoende geheugen af in simplex-stand.
02 WACHT 001P B1De printer is aan het opwarmen.
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-3
Printerstatusmelding Betekenis
04 ZELFTEST De zelftest wordt uitgevoerd.
05 TESTAFDRUK Er wordt een test afdruk gemaakt.
06 DEMO.PAGINA De demonstratiebladzijde wordt afgedrukt.
06 PRINT CONFIG De printer drukt de huidige instellingen af.
06 PRINT FONTS I Een lijst van interne fonts wordt afgedrukt.
06 PRINT FONTS C Een lijst van de fonts in de fontkaart wordt
afgedrukt.
06 PRINT FONTS P Een lijst van permanente download fonts
wordt afgedrukt.
06 PRINT KAART De printer drukt de inhoud van een flash
geheugenkaart of een HDD-kaart af.
07 FF PAUZE Pauze in de papiertoevoerfunctie. Als u op
de FORM FEED-toets drukt, wordt het
afdrukken hervat.
08 RESET NAAR De printer wordt teruggesteld naar de
GEBR.INSTELLING gebruikersinstellingen. (Deze melding
verschijnt slechts even op het LCD-
scherm.)
09 RESET NAAR De printer wordt teruggesteld naar de
FABR.INSTELLING fabrieksinstellingen. (Deze melding
verschijnt slechts even op het LCD-
scherm.)
INITIALISEREN De printer initialiseert de MIO-kaart of
initialiseert voor de BR-Script 2-emulatie.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-4
01 PRINT 002
L
B1
Papierbak
“MF”
...Universele bak
“HM”
... Handinvoer
“B1”
... Bak 1
“B2”
... Bak 2
Duplex
... Duplex
“ ”
... Simplex
Afdrukstand
“P”
... Staand
“L”
... Liggend
Status Aant. kopieën
Emulatie
“##”
... Vaste emulaties worden met twee cijfers aangegeven
“LJ”
... AUTO HP LaserJet-emulatie
“BS”
... AUTO BR-Script 2
“GL”
... AUTO HP-GL-emulatie
“FX”
... AUTO EPSON FX-850-emulatie
“PR”
... AUTO IBM Proprinter XL-emulatie
Afb. 4-2 LCD-scherm
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-5
Lampjes
De huidige printerstatus wordt aangegeven met oplichtende of
knipperende lampjes.
READY
Indicatie Betekenis
Aan Klaar om af te drukken
Knippert Aan het opwarmen
DATA
Indicatie Betekenis
Aan Er zitten nog gegevens in de printer buffer. Als
u op FORM FEED drukt, worden deze
gegevens afgedrukt.
Knippert Er worden gegevens ontvangen of verwerkt.
ON LINE
Indicatie Betekenis
Aan De printer is on-line en klaar om af te drukken.
Uit De printer is off-line en stopt met afdrukken.
ALARM
LED-indikatie Betekenis
Aan Er is iets niet in orde in de printer.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-6
TOETSEN IN DE NORMALE STAND
In de normale stand kunt u de printer normaal bedienen en instellen. De
functies die u in de normale stand kunt uitvoeren, staan aan de bovenzijde
van de toetsen vermeld .
Afb. 4-3 Toetsen in de normale stand
Opmerking
Onderstaand zijn de fabrieksinstellingen vet gedrukt afgedrukt.
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-7
SEL-toets
Met de SEL-toets kunt u de printerstatus omschakelen van on-line naar
off-line en omgekeerd. Als de printer on-line staat, brandt het ON LINE-
lampje en kan de printer gegevens van de computer ontvangen. Het ON
LINE-lampje is uit wanneer de printer off-line staat.
Om de printer in staat te stellen gegevens van de computer te ontvangen,
moet hij on-line staan. Om de toetsen op het bedieningspaneel te
gebruiken, moet hij off-line staan.
Drukt u op de SEL-toets wanneer de printer on line staat, dan gaat hij off
line en geeft het LCD-scherm de huidige emulatie aan.
AUTO LaserJet 5
In de automatische emulatiestand kunt u (OMHOOG) of
(OMLAAG) gebruiken om andere emulaties te selecteren.
Opmerkingen
Houd bij de bediening van de SEL-toets rekening met het volgende:
Alle andere toetsen op het bedieningspaneel (behalve de SEL-toets)
kunnen uitsluitend worden bediend wanneer de printer off-line staat.
Als de printer niet in automatische emulatiestand staat, ziet u op het
LCD-scherm de huidige emulatie wanneer u op de SEL-toets drukt om
de printer off-line te zetten. U kunt dan echter geen andere emulaties
selecteren. Wilt u de printer in andere emulaties instellen, druk dan op
de EMULATION-toets en selecteer de gewenste emulatie.
De SEL-toets kan ook gebruikt worden als een soort “nooduitgang”.
Wanneer u de draad kwijt bent in de diverse menu’s of wanneer u snel
het getoonde menu wilt afsluiten, kunt u de SEL-toets indrukken om
de printer vanuit elk willekeurig menu weer on-line te zetten. De
printer kan dan weer afdrukken. Heeft u een instelling veranderd en
uw keuze definitief gemaakt door op de SET-toets te drukken, dan
kunt u de SEL-toets gebruiken om het menu snel af te sluiten. De
nieuwe instellingen blijven echter in het geheugen opgeslagen en
worden niet gewist wanneer u de SEL-toets indrukt.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-8
SET-toets
Met de SET-toets kunt u opties in het LCD-scherm selecteren en
vastleggen. U kunt deze toets ook gebruiken om de printer de getoonde
functies te laten uitvoeren.
Wanneer u de SET-toets indrukt, wordt de gekozen instelling als
gebruikersinstelling in het geheugen van de printer opgeslagen. Telkens
wanneer u vervolgens de printer aanzet, zijn deze gebruikersinstellingen
van kracht. De gebruikersinstellingen blijven van kracht totdat u nieuwe
instellingen opslaat of terugkeert naar de fabrieksinstellingen.
Zie “RESET-toets” elders in dit hoofdstuk voor meer informatie over het
terugkeren naar de fabrieksinstellingen.
Opmerking
Wanneer u de SET-toets indrukt om een nieuwe instelling vast te leggen,
verschijnt er aan het einde van het LCD-scherm eventjes sterretje (*).
Wanneer u door de diverse opties bladert, geeft dit sterretje (*) de huidige
instelling aan.
(OP) of
(NEER)
Door op (OP) of (NEER) te drukken, bladert u respectievelijk
vooruit en achteruit door de instellingen in de diverse menu’s. Druk zo
vaak als nodig is op deze toetsen tot de gewenste optie op het LCD-
scherm verschijnt.
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-9
MODE-toets
Met de MODE-toets kunt u overschakelen naar standen waar u
instellingen kunt wijzigen. Welke menu’s en instellingen er op het LCD-
scherm staan, is afhankelijk van de geselecteerde emulatie en opties.
Raadpleeg de aangegeven paginas voor nadere informatie.
HP LaserJet, EPSON
FX-850 en IBM Proprinter XL-stand
BR-Script-stand HP-GL-stand
INTERFACE INTERFACE INTERFACE
Interface instellen. (4-19) Interface instellen (4-19). Interface instellen (4-19).
LAYOUT LAYOUT LAYOUT
Afdrukstand, papierafmetingen, marges en
dergelijke instellen (4-22).
Horizontale & verticale positie instellen (4-
22).
Afdrukstand, papierafmetingen, marges en
dergelijke instellen (4-22).
RESOLUTIE RESOLUTIE RESOLUTIE
Resolutie & HRC instellen (4-31). Resolutie & HRC instellen (4-31). Resolutie & HRC instellen (4-31).
PAG.BESCHERMING PAG.BESCHERMING
De gegevens op een pagina beschermen (4-
36).
Niet beschikbaar. De gegevens op een pagina beschermen (4-
36).
GEHEUGENKAART GEHEUGENKAART GEHEUGENKAART
Een Flash-geheugenkaart of een HDD-
kaart in HP-stand instellen (4-37).
Een Flash-geheugenkaart of een HDD-
kaart instellen (4-37).
Een Flash-geheugenkaart of een HDD-
kaart instellen (4-37).
GEAVANCEERD GEAVANCEERD GEAVANCEERD
Netwerk-stand, printdichtheid en dergelijke
instellen (4-46).
Netwerk-stand, printdichtheid en dergelijke
instellen (4-46).
Netwerk-stand, printdichtheid en dergelijke
instellen (4-46).
PAGINATELLER PAGINATELLER PAGINATELLER
Aantal afgedrukte paginas aangeven (4-
52).
Aantal afgedrukte paginas aangeven (4-
52).
Aantal afgedrukte paginas aangeven (4-
52).
eindigen eindigen eindigen
Afsluiten en overschakelen naar off-line
stand (4-52).
Afsluiten en overschakelen naar off-line
stand (4-52).
Afsluiten en overschakelen naar off-line
stand (4-52).
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-10
Instellingen van de MODE-toets in de stand voor HP LaserJet,
EPSON FX-850 en IBM Proprinter XL
De volgende tabel toont alle instellingen die met de MODE-toets gemaakt
kunnen worden in de stand voor HP LaserJet, EPSON FX-850 en IBM
Proprinter XL.
Opmerking
De menu’s en de instellingen zijn afhankelijk van de huidige emulatie, de
printerstatus, en van enige toebehoren die op de printer zijn geïnstalleerd.
Stand Instelmenu Opties Instellingen
INTERFACE I/F=PARALLEL HOGE SNELH=AAN AAN of UIT
(Z
ie 4-19.)
BI-DIR=AAN AAN of UIT
I/F=RS-232C Baudrate=9600 150, 300, 600, 1200, 2400, 4800,
9600, 19200, 38400, 57600 of
115200 baud
Aantal bits=8 bits 7 of 8 bits
Pariteit=GEEN GEEN, EVEN
of ONEVEN
Stop Bit=1 bits 1 of 2 stop bits
Xon/Xoff=AAN AAN of UIT
DTR (ER)=AAN AAN of UIT
Robuust Xon=UIT AAN of UIT
eindigen Afsluiten en overschakelen naar
INTERFACE-stand
I/F=USB
I/F=OPTIE I/O
Uitsluitend beschikbaar wanneer een los verkrijgbare MIO-
kaart is geïnstalleerd
.
MIO-instelling
De beschikbare instellingen op de
MIO-kaart staan mogelijk in het
menu met de opties
eindigen Afsluiten en overschakelen naar
INTERFACE stand
I/F=AUTO TIME-OUT=5s 1 tot 99 seconden
PAR. INSTELLING Bi-directionele instellingen voor
AUTO
HOGE SNELH=AAN AAN of UIT
BI-DIR=AAN AAN of UIT
eindigen Afsluiten en overschakelen naar
PAR. INSTELLING
RS232-instelling Parameters voor AUTO stand
Baudrate=9600 150, 300, 600, 1200, 2400, 4800,
9600, 19200, 38400, 57600 of
115200 baud
Aantal bits=8 bits 7 of 8 bits
Pariteit=GEEN GEEN, EVEN of ONEVEN
Stop Bit=1 bits 1 of 2 stop bits
Xon/Xoff=AAN AAN of UIT
DTR (ER)=AAN AAN of UIT
Robuust Xon=UIT AAN of UIT
eindigen Afsluiten en overschakelen naar
RS232-INSTELLING
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-11
Stand (vervolg) Instelmenu Opties Instellingen
INTERFACE
(vervolg)
I/F AUTO
(vervolg)
MIO-instelling
Uitsluitend beschikbaar wanneer
een los verkrijgbare MIO-kaart is
geïnstalleerd
.
De beschikbare
instellingen op de MIO-kaart
staan mogelijk in het menu met
de opties
.
LAYOUT AFDRUKSTAND AFDRUK=STAAND Staand of Liggend
(zie 4-22) AUTOMATISCH AUTO LF=UIT AAN … LF + CR
UIT … alleen CR
AUTO CR=UIT AAN … LF, FF of VT + CR
UIT… LF, FF of alleen VT
AUTO WRAP=UIT AAN … Auto wrap aan
UIT … Auto wrap uit
AUTO SKIP=AAN AAN … Auto FF aan ondermarge
(HP-stand) UIT … Geen FF aan ondermarge
AUTO MASK=UIT AAN … Auto mask aan
(EPSON- & IBM-stand) UIT … Auto mask uit
eindigen Afsluiten en overschakelen naar
AUTOMATISCH
PAGINALAYOUT PAPIER=LETTER
(Voor 110/120V model)
PAPIER=A4
(Voor 220/240V model)
LETTER, LEGAL, A4, A5, A6,
B5, B6, EXECUTIVE,
COM10, Monarch, C5 en DL
KANTL L=0C 0 tot 126 kolommen
KANTL R=80C
(Letter, Staand)
10 tot 136 kolommen
KANTL R=78C
(A4, Staand)
10 tot 136 kolommen
BOVENM.=0,5” (HP-stand) 0, 8,4, 12,7, 25,4, 38,1 of 50,8
mm
ONDERM.=0,5”
(HP-stand)
0, 8,4, 12,7, 25,4, 38,1 of 50,8
mm
REGELS=60R
(HP, Letter, Staand)
5 tot 128 regels/pagina
REGELS=64R
(HP, A4, Staand)
5 tot 128 regels/pagina
X OFFSET=0 -500 (links) tot +500 (rechts)
punten
Y OFFSET=0 -500 (neer) tot +500 (op) punten
eindigen Afsluiten en overschakelen naar
PAGINALAYOUT-stand
eindigen Afsluiten en overschakelen naar
LAYOUT-stand
RESOLUTIE RESOLUTIE RESOLUTIE 300 of 600 dpi
(zie 4-31) HRC-INSTELLING HRC=NORMAAL UIT, LICHT, NORMAAL of
DONKER
eindigen Afsluiten en overschakelen naar
RESOLUTIE-stand
PAG.BESCHERMING
(zie 4-36)
BESCHERM=AUTO AUTO, UIT, LETTER, A4 of
LEGAL
GEHEUGENKAART Wanneer de los verkrijgbare Flash-geheugenkaart of de HDD-kaart niet is geformatteerd:
(zie 4-37) (uitsluitend HP-
stand) KAART1
KAART2
eindigen
FORMATTEER KAART De Flash geheugenkaart of de
HDD-kaart formatteren
eindigen Afsluiten en overschakelen naar
GEHEUGENKAART 1(2)
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-12
Stand (vervolg) Instelmenu Opties Instellingen
GEHEUGENKAART Wanneer de los verkrijgbare Flash-geheugenkaart of de HDD-kaart is geformatteerd:
(uitsluitend HP stand) DATA UITVOEREN De gegevens op de kaart uitvoeren
DATA-ID=##### De geselecteerde gegevens uitvoeren
eindigen Afsluiten en overschakelen naar DATA
UITVOEREN
INHOUD KAART De inhoudsopgave van de kaart
afdrukken.
OPSLAAN DATA OPSLAAN Op te slaan gegevens doorgeven
SET TOETS--> STOP Stoppen met het opslaan van gegevens
DATA-ID=##### De identificatie voor de opgeslagen
gegevens instellen
MACRO OPSLAAN Een macro opslaan
MACRO-ID=##### De identificatie voor de opgeslagen
macro instellen.
EERSTE FONT Eerste lettertype opslaan
FONT-ID=##### Identificatie voor opgeslagen eerste
lettertype instellen
TWEEDE FONT Tweede lettertype opslaan
FONT-ID=##### Identificatie voor opgeslagen tweede
lettertype instellen
DOWNLOAD FONT Download lettertype opslaan
FONT-ID=##### Identificatie voor opgeslagen download
lettertype instellen
eindigen Afsluiten en overschakelen naar
GEHEUGENKAART
WISSEN MACRO-ID=##### De geselecteerde macro wissen
DATA-ID=#### De geselecteerde gegevens wissen
FONT-ID=##### Het geselecteerde lettertype wissen
FORMATTEER KAART De Flash-geheugenkaart formatteren
SET –> WIS ALLES De kaart formatteren
eindigen Afsluiten en overschakelen naar
FORMATTEER KAART
eindigen Afsluiten en overschakelen naar
GEHEUGENKAART
GEAVANCEERD NETWERK PANEELSLOT=UIT AAN of UIT
(zie 4-46) PINCODE=### Een PIN-nummer invoeren
AUTO FF=UIT AAN of UIT
WACHTTIJD=5s 1 tot 99 seconden voor AUTO AAN
ONDERDR. FF=UIT AAN of UIT
TONER OP=DOORG. DOORG. of STOP
eindigen Afsluiten en overschakelen naar
NETWERK-stand
HERVATTEN HERVAT=HAND AUTO of HAND
SCHAALBAAR FONT FONT=ALLE ALLE, LJ4
PRINTDICHTHEID
■■■■■
De printdichtheid ver
g
roten of
verkleinen (15 niveaus).
INPUT BUFFER
❏❏❏❏❏
De capaciteit van de input
buffer verhogen/verlagen (15 levels)
INSTELL. OPSLAAN OPSLAAN INST. 1 De huidige instellingen opslaan als nr. 1
OPSLAAN INST. 2 De huidige instellingen opslaan als nr. 2
eindigen Afsluiten en overschakelen naar de
geavanceerde stand
PAGINATELLER
(zie 4-52)
TELLER=0 Weergeven hoeveel pagina’s zijn
afgedrukt
EINDIGEN Eindigen.
(zie 4-52)
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-13
Instellingen van MODE-toets in BR-Script 2-stand
De volgende tabel geeft alle instellingen die met de MODE-toets gemaakt
kunnen worden in de BR-Script 2-emulatie.
Opmerking
De menu’s en de instellingen zijn afhankelijk van de huidige emulatie, de
printerstatus, en van enige toebehoren die op de printer zijn geïnstalleerd.
Stand Instelmenu Opties Instellingen
INTERFACE
Als voor HP-stand
(zie 4-19)
LAYOUT X OFFSET-0 -500 (links) tot +500 (rechts) dots
(zie 4-22) Y OFFSET=0 -500 (neer) tot +500 (op) dots
eindigen Afsluiten en overschakelen naar
PAGINALAYOUT-stand
RESOLUTIE RESOLUTIE RESOLUTIE=600 300, 600 of 1200 dpi
(zie 4-31) APT-INSTELLING APT=UIT AAN of UIT
HRC-INSTELLING HRC=NORMAAL UIT, LICHT, NORMAAL of
DONKER
eindigen Afsluiten en overschakelen naar
RESOLUTIE-stand
GEHEUGENKAART Wanneer de los verkrijgbare Flash-geheugenkaart of de HDD-kaart niet is geformatteerd:
(zie 4-37) KAART1
KAART2
eindigen
FORMATTEER KAART De Flash-geheugenkaart of de
HDD-kaart formatteren
eindigen Afsluiten en overschakelen naar
GEHEUGENKAART 1(2)
GEHEUGENKAART Wanneer de los verkrijgbare Flash-geheugenkaart of de HDD-kaart is geformatteerd:
(zie 4-37) KAART1 DATA UITVOEREN De gegevens op de kaart
uitvoeren
KAART2 DATA-ID=##### De geselecteerde gegevens
uitvoeren
INHOUD KAART De inhoudsopgave van de kaart
afdrukken
OPSLAAN DATA OPSLAAN Op te slaan gegevens doorgeven
SET TOETS--> STOP Stoppen met het opslaan van
gegevens
DATA-ID=##### De identificatie voor de
opgeslagen gegevens instellen
eindigen Afsluiten en overschakelen naar
GEHEUGENKAART
WISSEN MACRO-ID=##### De geselecteerde macro wissen
DATA-ID=#### De geselecteerde gegevens
wissen
FONT-ID=##### Het geselecteerde lettertype
wissen
FORMATTEER KAART De kaart formatteren
SET –> WIS ALLES De kaart formatteren
eindigen Afsluiten en overschakelen naar
FORMATTEER KAART
eindigen Afsluiten en overschakelen naar
GEHEUGENKAART 1(2)
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-14
Stand (vervolg) Instelmenu Opties Instellingen
GEAVANCEERD NETWERK PANEELSLOT=UIT AAN of UIT
(zie 4-46) PINCODE=### Een PIN-nummer invoeren
AUTO FF=UIT AAN of UIT
WACHTTIJD=5s 1 tot 99 seconden voor AUTO
AAN
ONDERDR. FF=UIT AAN of UIT
TONER OP=DOORG. DOORG. Of STOP
eindigen Afsluiten en overschakelen naar
de NETWERK-stand
PRINT FOUTLIJST PRINT FOUTLIJST=UIT AAN of UIT
HERVATTEN HERVAT=HAND AUTO of HAND
PRINTDICHTHEID
■■■■■
De printdichtheid ver
g
roten of
verkleinen (15 niveaus).
INPUT BUFFER
❏❏❏❏❏
De capaciteit van de input
buffer verhogen/verlagen (15
levels)
INSTELL. OPSLAAN OPSLAAN INST. 1 De huidige instellingen opslaan
als nr. 1
OPSLAAN INST. 2 De huidige instellingen opslaan
als nr. 2
eindigen Afsluiten en overschakelen naar
GEAVANCEERD stand
PAGINATELLER
(zie 4-52)
TELLER=0 Weergeven hoeveel pagina’s
zijn afgedrukt
EINDIGEN Afsluiten
(zie 4-52)
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-15
Instellingen van MODE-toets in HP-GL-stand
De volgende tabel geeft alle instellingen die met de MODE-toets gemaakt
kunnen worden in de HP-GL-stand.
Opmerking
De menu’s en de instellingen zijn afhankelijk van de huidige emulatie, de
printerstatus, en van enige toebehoren die op de printer zijn geïnstalleerd.
Stand Instelmenu Opties Instellingen
INTERFACE
Als voor HP LaserJet-stand
(zie 4-19)
LAYOUT
(zie 4-22)
PAGINALAYOUT PAPIER=LETTER
(Voor 110/120V model)
LETTER, LEGAL, A4, A5,
A6, B5, B6, EXECUTIVE,
COM10, MONARCH, C5,
en DL
X OFFSET= 0 -500 (links) tot +500 (rechts) dots
Y OFFSET= 0 -500 (op) tot +500 (neer)
dots
eindigen
A
fsluiten en overschakelen naar de
PAGINALAYOUT-stand
GRAFISCHE STAND PEN INSTELLEN
INSTELLEN=PEN1 PEN1 t/m 6
(Grootte plus grijs-percentage voor
de geselecteerde pen instellen.)
AFM #=3 punten 1 tot 10 punten (pengrootte in
punten)
(# is het geselecteerde pennummer)
GRIJS #=100% 15, 30, 45, 75, 90, of 100%
(# is het geselecteerde pennummer)
eindigen
A
fsluiten en overschakelen naar
INSTELLEN=PEN1–6
eindigen
A
fsluiten en overschakelen naar de
GRAFISCHE stand
KIES TEKENSET
STANDAARDSET Standaardtekenset
ANSI ASCII Raadpleeg de tekensets op pagina 4-
28
ANDERE SET Een andere tekenset
ANSI ASCII Raadpleeg de tekensets op pagina 4-
28
eindigen
A
fsluiten en overschakelen naar de
GRAFISCHE stand
eindigen
A
fsluiten en overschakelen naar
LAYOUT-stand
RESOLUTIE RESOLUTIE RESOLUTIE=600 300, 600 of 1200 dpi
(zie 4-31) HRC-INSTELLING HRC=NORMAAL UIT, LICHT, NORMAAL of DONKER
eindigen Afsluiten en overschakelen naar
RESOLUTIE-stand
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-16
Stand (vervolg) Instelmenu Opties Instellingen
PAG.BESCHERMING BESCHERM=AUTO AUTO, UIT, LETTER, A4 of LEGAL
(zie 4-36) eindigen Afsluiten en overschakelen naar
GEHEUGENKAART
GEHEUGENKAART
Als voor BR-Script-stand
(zie 4-37)
GEAVANCEERD
Als voor HP LaserJet-stand
(zie 4-46)
PAGINATELLER
(zie 4-52)
TELLER=0 Weergeven hoeveel pagina’s zijn
afgedrukt
eindigen Afsluiten
(zie 4-52)
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-17
Basishandelingen
Onthoud de volgende basishandelingen wanneer u de MODE-toets
gebruikt:
1. Druk de SEL-toets in om de printer in off-line te zetten.
2. Druk op de MODE-toets om toegang te krijgen tot de verschillende
standen.
De eerste stand verschijnt op het LCD-scherm.
INTERFACE
Druk op de of toets om vooruit of achteruit door de opties te
bladeren. (Druk op de MODE-toets om vooruit te bladeren.)
INTERFACE of LAYOUT
of RESOLUTIE of
Druk op de SET-toets om over te schakelen naar het volgende
menu.
Stand SET Instelmenu SET Opties.
Druk op of op om de functie in het LCD-scherm te
selecteren.
I/F=PARALLEL of I/F=RS-232C of
I/F=OPTIE of
Druk op de SET-toets om de nieuwe instelling effectief te maken.
Vervolgens gaat u verder naar de volgende selectie, of eindigt u
en keert u terug naar het niveau van het eerste menu.
Wanneer u “Eindigen” ziet staan kunt u de SET-toets indrukken
om over te schakelen naar een vorig menu.
3. Kies “Eindigen” en druk op de SET-toets om de printer off-line te
zetten.
Drukt u tijdens het maken van instellingen op de SEL-toets, dan wordt
het menu afgesloten en gaat de printer off-line. De instellingen die u
met de SET-toets heeft vastgelegd, blijven geldig.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-18
Praktijkvoorbeeld: de parallelle interface selecteren
Voor dit voorbeeld wordt de parallelle interface handmatig geselecteerd.
1. Druk op de SEL-toets om de printer off-line te zetten.
2. Druk op de MODE-toets.
Op het LCD-scherm verschijnt het eerste menu.
INTERFACE
3. Druk op de SET-toets.
Wanneer u toegang krijgt tot de INTERFACE-stand, verschijnt de
huidige interface met een sterretje (*) op het LCD-scherm.
I/F=AUTO *
4. Druk op of op totdat de gewenste interface op het LCD-scherm
verschijnt.
I/F=PARALLEL
MELDING OP LCD-SCHERM INTERFACE -stand
I/F=PARALLEL Parallelle interface
I/F=RS-232C RS-232C seriële interface
I/F=USB Universele seriële bus interface
I/F=OPTIE De optionele MIO-interface
I/F=AUTO Automatische interfaceselectie
Opmerking
De I/F = OPTIE kan uitsluitend worden gekozen als een optionele MIO-
interface geplaatst is.
5. Druk op de SET-toets om de gekozen instelling effectief te maken.
Rechts op het LCD-scherm verschijnt even een sterretje (*) verschijnt.
Hierna wordt de stand voor instellingen afgesloten en wordt
overgeschakeld naar het Interface-menu.
INTERFACE
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-19
6. Druk op of op totdat de melding EINDIGEN op het LCD-scherm
verschijnt.
EINDIGEN
7. Druk op de SET-toets.
De printer gaat automatisch weer off-line.
INTERFACE
De automatische interfaceselectie is standaard ingesteld. U gebruikt de
INTERFACE-stand om bepaalde instellingen handmatig in te stellen.
Melding op LCD-scherm INTERFACE-stand
I/F=PARALLEL Parallelle interface
I/F=RS-232C RS-232C Seriële interface
I/F=USB Universele seriële bus interface
I/F=OPTIE De optionele MIO-interface
I/F=AUTO Automatische interfaceselectie
Selecteer het instelmenu en ga vandaar naar het menu met de opties om de
instellingen te veranderen. U doet dit als volgt:
Automatische interfaceselectie
1. Om de automatische interfaceselectie te gebruiken, kiest u de functie
op het LCD-scherm op de volgende wijze:
I/F=AUTO
2. Wanneer u deze functie met behulp van de SET-toets selecteert,
verschijnt het volgende instelmenu op het LCD-scherm:
TIME-OUT
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-20
3. Als u nogmaals op SET drukt, verschijnt op onderstaande melding het
LCD-scherm:
TIME-OUT= 5s *
U stelt de TIME-OUT met of met in tussen 1 en 99 sec. De
fabrieksinstelling is 5 sec. De TIME-OUT is de tijdspanne waarin de
printer geen andere automatische interfacewijzigingen toelaat.
Ook al kiest u voor automatische interfaceselectie, toch moeten voor de
seriële interface de communicatieparameters worden ingesteld, voor de
parallelle interface de snelle/bi-directionele communicatie en, indien dit
voor de MIO-kaart nodig is, de optionele interface-instellingen. Zie
onderstaande tabellen.
Zie “Automatische interfaceselectie” in hoofdstuk 3 voor meer informatie
hierover.
Parallelle interface
Wanneer u de bi-directionele parallelle interface wilt gaan gebruiken, kiest
u de interface op het LCD-scherm als volgt:
I/F=PARALLEL
Kiest u de parallelle interface, dan moeten de volgende instellingen in het
menu met de optie gemaakt worden:
Melding op LCD-scherm Snelle en bi-directionele parallelle
communicatie
HOGE SNELH=AAN Zet de snelle parallelle communicatie aan
of uit.
BI-DIR=AAN Zet de bi-directionele parallelle
communicatie aan of uit.
De bovenstaande snelle/bi-directionele instellingen worden gebruikt voor
de bi-directionele parallelle interface van deze printer. De bi-directionele
interface is compatibel met de standaard parallelle interface. Al gebruikt
deze interface dezelfde kabel, hardware en software als de standaard
parallelle interface, u heeft toch een printer driver of software nodig die
deze kenmerken ondersteunt om de extra capaciteiten van de bi-
directionele interface te kunnen gebruiken. Onder deze extra capaciteiten
vallen onder andere bi-directionele communicatie tussen computer en
printer, en snellere gegevensoverdracht. Raadpleeg de leverancier van uw
software als u niet zeker weet of uw software bi-directionele parallelle
voorzieningen ondersteunt.
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-21
Seriële interface
Wilt u de seriële interface gaan gebruiken, zorg er dan voor dat u de
communicatieparameters op de printer en de computer hetzelfde instelt.
U moet deze ook voor de automatische interfaceselectie instellen.
Melding op LCD-scherm Parameters Instellingen
BAUDRATE= 9600 BaudRate
(transmissiesnelheid)
150, 300, 600, 1200, 2400, 4800,
9600, 19200, 38400, 57600,
115200 baud
AANTAL BITS=8bits Aantal bits
7 bits of 8 bits
PARITEIT =GEEN
Pariteit
(controle op
gegevensfouten)
None, even, of oneven
STOP BITS = 1BIT
Stop bits
(gegevensscheiding)
1 of 2
XON/XOFF=AAN Xon/Xoff
(protocol voor
aansluitings-
bevestiging)
AAN: DTR & Xon/Xoff-
aansluiting
UIT: alleen DTR-aansluiting
DTR(ER) =AAN
(werkt alleen wanneer
Xon/Xoff=AAN)
Gegevensterminal
gereed (ER)
AAN: Maak DTR (ER) laag
als de buffer vol is.
UIT: Maak DTR (ER) niet laag
als de buffer vol is.
DTR(ER) wordt alleen laag
wanneer de printer off-line
staat.
ROBUUST XON =UIT
(werkt wanneer
XON/XOFF=AAN)
Robuust Xon AAN: Zendt tijdens het wachten
Xon.
UIT: Zendt Xon eenmaal, wanneer
de printerstatus verandert
van off-line naar on-line.
Universele seriële bus (USB) interface
Als uw computer een USB-interface heeft, kunt u de printer en de
computer met deze USB-interface op elkaar aansluiten. Wanneer de
USB-interface gebruikt wordt, selecteert u de interface als volgt op het
LCD-scherm:
I/F=USB
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-22
Optionele interface
Heeft u een in de handel verkrijgbare modulaire input/output (MIO) kaart
in uw printer geïnstalleerd, dan kunt u de optionele MIO-interface in deze
mode selecteren. Mochten voor de geïnstalleerde MIO-kaart optionele
interface-instellingen nodig zijn, dan verschijnen die onder dit menu. Zie
voor deze instellingen de handleiding van de MIO-kaart.
I/F=OPTIE
Opmerking
Deze instelling kan alleen worden gemaakt als er een optionele MIO-kaart
in de printer is geïnstalleerd. Raadpleeg voor installatie van een MIO-
kaart “MIO-kaart” in hoofdstuk 5.
LAYOUT
AFDRUKSTAND
Wanneer u “AFDRUKSTAND” selecteert, kunt u de afdrukstand instellen
op Staand of op Liggend.
Opmerking
De afdrukstandselectie kan uitsluitend worden gebruikt in de stand voor
HP LaserJet, EPSON FX-850 en IBM Proprinter XL. In andere
emulatiestanden werkt deze selectie niet.
Deze printer kan pagina’s afdrukken in staande afdrukstand, of liggend.
Op het LCD-scherm staat welke afdrukstand er momenteel is geselecteerd.
Afb. 4-4 Afdrukstand
STAAND
LIGGEND
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-23
Wanneer u de instelstand selecteert, wordt op het LCD-scherm de
huidige afdrukstand met een sterretje aangegeven.
AFDRUK=STAAND *
Druk op of totdat de gewenste afdrukstand op het LCD-scherm
staat.
Melding op LCD-scherm Afdrukstand
AFDRUK=STAAND Staand
AFDRUK=LIGGEND Liggend
Druk op SET om de getoonde selectie te activeren.
Er verschijnt even een sterretje (*) rechts op het LCD-scherm. Hierna
verlaat de printer automatisch de instellingen en keert hij terug naar de
LAYOUT stand.
Als Staand is geselecteerd, staat onderstaande melding op het LCD-
scherm:
00 KLAAR 001P B1
Als Liggend is geselecteerd, staat onderstaande melding op het LCD-
scherm:
00 KLAAR 001L B1
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-24
AUTOMATISCH
Opmerking
De instellingen in dit menu zijn alleen effectief in de stand voor HP
LaserJet, EPSON FX-850 en IBM Proprinter XL. In andere
emulatiestanden zijn ze niet beschikbaar.
De instellingen voor pagina en regeleinde worden in dit menu gemaakt.
Melding op LCD-scherm Instelling Automatische stand
AUTO LF =UIT
AAN
CR CR+LF
UIT
CR CR
AUTO CR =UIT
AAN
LF LF+CR, FF FF+CR, VT VT+CR
UIT
LF LF, FF FF, VT VT
AUTO WRAP =UIT
AAN Bij het bereiken van de rechter kantlijn gaat de printer
automatisch naar het begin van de volgende regel.
UIT De printer gaat bij het bereiken van de rechter kantlijn
niet automatisch naar de volgende regel.
AUTO SKIP =AAN
AAN Na het bedrukken van de onderste regel gaat de
printer automatisch verder op het volgende vel.
UIT De printer gaat niet automatisch naar het volgende
vel.
AUTO MASK =UIT
AAN De ingestelde onder- en bovenmarge worden niet
gebruikt. De paginalengte is automatisch ingesteld op
11” voor papier van Letter- of A4-formaat, en is
ingesteld op 14” voor papier van Legal-formaat.
UIT De printer werkt volgens de instellingen voor onder-
en bovenmarge die zijn gemaakt via het
bedieningspaneel.
Opmerking over “AUTO MASK”
Gebruikt u software met een andere emulatie dan de HP emulatie, zorgt u
er dan voor dat “AUTO MASK” AAN staat. Bij gebruik van Letter- of
A4-papier zullen de bovenste en onderste twee regels niet worden
bedrukt.
De automatische stand is afhankelijk van de ingestelde emulatiestand.
O
: De instellingen kunnen worden gewijzigd.
X
: De instellingen zijn vast en kunnen niet worden gewijzigd.
Deze instellingen verschijnen niet op het LCD-scherm.
: U krijgt geen toegang tot deze instellingen.
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-25
Printeremulatie (Fabrieksinstellingen in vet
afgedrukt)
AUTOMATISCHE
stand
HP
LaserJet
EPSON
FX-850
IBM
Proprinter XL
AUTO LF
O
UIT
O
UIT
O
UIT
AUTO CR
O
UIT
X
AAN
O
UIT (Zie
opm.)
AUTO WRAP
O
UIT
X
AAN
X
AAN
AUTO SKIP
O
AAN
——
AUTO MASK
O
UIT
O
UIT
Opmerking
In de IBM-emulatiestand worden de FF-codes altijd gevolgd door een
CR-code.
PAGINALAYOUT
Opmerkingen
In dit menu kunnen de instellingen als volgt variëren:
In de stand voor HP LaserJet, EPSON FX-850 en IBM Proprinter XL
zijn alle instellingen effectief.
In de BR-Script 2-stand zijn de X en Y (verticale en horizontale)
offsets effectief. Andere instellingen kunnen niet worden gebruikt en
worden in deze stand niet op het LCD-scherm getoond.
In de HP-GL-stand zijn alleen de papierafmetingen en de X en Y
(verticale en horizontale) offsets effectief. Andere instellingen kunnen
niet worden gebruikt en worden in deze stand niet op het LCD-scherm
getoond.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-26
In deze stand kunnen onderstaande instellingen worden gemaakt:
Melding op LCD-scherm Paginalayout-stand
PAPIER=LETTER Stelt de papierlengte voor losse vellen in op
Letter, A4, Legal, B5, A5, B6, A6 of
Executive, of stelt de maat enveloppen in op
COM10,Monarch, C5 of DL.
KANTL L = 0C P Stelt de linker kantlijn in op 0-126
kolommen bij 10cpi.
KANTL R = 80C P Stelt de rechter kantlijn in op 10-136
kolommen bij 10cpi. Zie ook de lijst met
fabrieksinstellingen in dit hoofdstuk.
BOVENM. = 0.5" P Stelt de bovenmarge in op 0, 0,33 (Niet-
HP), 0,5 (HP), 1,0, 1,5 of 2,0 inches
afstand van de bovenkant van het papier
ONDERM. = 0.5" P Stelt de ondermarge in op 0, 0,33 (Niet-
HP), 0,5 (HP), 1,0, 1,5 of 2,0 inches
afstand van de onderkant van het papier.
REGELS = 60L P Stelt het aantal regels per pagina in op 5 tot
128 regels. Zie ook de lijst met
fabrieksinstellingen in dit hoofdstuk.
De letter “P” op het LCD-scherm geeft aan dat de geselecteerde
afdrukstand voor de pagina staand is. “L” staat voor liggend.
Melding op LCD-scherm Paginalayout-stand (vervolg)
X OFFSET= 0 Verschuift de beginpositie voor het
afdrukken (vanaf de linker bovenkant van
het papier) in stappen van 300 dpi
maximaal 500 punten naar links (–500) of
naar rechts (+500). Fabrieksinstelling = 0.
Y OFFSET= 0 Verschuift de beginpositie voor het
afdrukken (vanaf de linker bovenkant van
het papier) in stappen van 300 dpi
maximaal 500 punten naar onder (–500) of
naar boven (+500). Fabrieksinstelling = 0.
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-27
Opmerkingen
Houd rekening met onderstaande opmerkingen wanneer u in de
paginalayout-stand instellingen maakt:
Het Letter-papierformaat is bij 110/120V modellen in de fabriek
standaard ingesteld. Bij 220/240V modellen is in de fabriek A4 als
standaard ingesteld.
Wilt u kleiner papier gebruiken dan wat in de paginalayout-stand is
gespecificeerd, zorg er dan voor dat het te bedrukken gedeelte kleiner
is dan het papierformaat dat u gaat gebruiken, anders wordt toner in
het inwendige van de printer verspreid. Het is raadzaam om eerst een
testafdruk te maken op papier van de standaardafmetingen (A4 of
Letter), zodat u kunt controleren of de gedrukte tekst op het te
gebruiken papier past. Zo voorkomt u dat toner in het inwendige van
de printer wordt geknoeid, wat op latere afdrukken tonervlekken kan
veroorzaken.
De standaardinstelling van de linker en rechter kantlijn en het aantal
regels per pagina hangt af van de afmetingen van het papier dat u
gebruikt en de afdrukstand. Raadpleeg onderstaande tabellen.
De boven- en ondermarges zijn in de fabriek standaard ingesteld op
0,5” in de HP-emulatiestand en op 33” in andere emulaties dan HP.
De marges zijn afhankelijk van de geselecteerde afdrukstand. Op het
LCD-scherm wordt de ingestelde afdrukstand aangeduid met een “P”
voor staand en een “L” voor liggend.
Delen van een bladzijde die buiten het bedrukbare gedeelte vallen,
worden niet afgedrukt.
Rechter en linker kantlijn
Het bereik van de linker en rechter kantlijn is afhankelijk van de
afdrukstand die voor de pagina is geselecteerd. De rechter kantlijn moet
altijd ten minste 10 posities rechts van de linker kantlijn staan. Het
minimale tekstbereik is 10 posities.
De linker en rechter kantlijn worden teruggezet naar de standaard-
fabrieksinstellingen wanneer de afdrukstand voor de pagina wordt
veranderd. Als de afmetingen van het papier worden aangepast en de
kantlijninstellingen de nieuwe papierafmetingen overschrijden, worden de
standaardinstellingen weer van kracht. Als de papierafmetingen niet
worden overschreden, blijven de ingestelde kantlijnen ongewijzigd.
In onderstaande tabel wordt het bereik van de linker en rechter kantlijn
aangegeven in kolommen. De fabrieksinstellingen worden vet gedrukt
weergegeven.
Papierafm. Staand Liggend
Linker
kantlijn
Rechter
kantlijn
Linker
kantlijn
Rechter
kantlijn
Letter
0-70 10-80 0-96 10-106
Legal
0-70 10-80 0-126 10-136
A4
0-70 10-78-80 0-103 10-113
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-28
Aantal regels per pagina
Bij het instellen van het aantal regels per pagina wordt automatisch de
regelafstand of de regelopschuiving bepaald. Wanneer de
papierafmetingen opnieuw worden ingesteld, verandert ook het aantal
regels per pagina. De nieuwe instelling wordt berekend aan de hand van
onderstaande vergelijking; een eventuele restwaarde wordt genegeerd. De
regelopschuiving en de boven- en ondermarge veranderen niet. Het
nieuwe aantal regels per pagina wordt als volgt berekend.
Aantal regels/pagina =
Paginalengte – (bovenmarge + ondermarge)
Regelopschuiving (vertikale bewegingscontrole)
Het aantal regels per pagina is afhankelijk van de ingestelde
papierafmetingen en de afdrukstand. Wanneer u bijvoorbeeld Letter-
papier gebruikt, kan de printer 60 regels afdrukken in de staande
afdrukstand. Als de afdrukstand wordt gewijzigd, wordt het aantal regels
teruggezet naar de fabrieksinstellingen voor die afdrukstand.
In onderstaande tabel staan de standaardinstellingen voor alle emulaties.
In HP-stand Ineen stand anders dan HP
Afdrukstand Afdrukstand
Afm. Staand Liggend Afm. Staand Liggend
Letter
60 regels 45 regels
Letter
62 regels 47 regels
Legal
78 regels 45 regels
Legal
80 regels 47 regels
A4
64 regels 43 regels
A4
66 regels 45 regels
Opmerking
Als u gebruik maakt van standaardsoftware en u de HP emulatie niet
gebruikt, raden wij u aan de volgende instellingen te gebruiken:
Linker kantlijn = Kolom 0
Rechter kantlijn = Maximale instelling
AUTO MASK = AAN
GRAFISCHE STAND
Opmerking
De instellingen in dit menu zijn alleen effectief in de HP-GL-stand. In
andere emulatiestanden zijn ze niet beschikbaar.
Omdat de HP-GL emulatie een plotter-emulatie is, kunt u hier ook de
dikte en grijswaarde voor de te gebruiken pennen instellen.
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-29
Melding op LCD-scherm Grafische stand
PEN INSTELLEN Stelt de dikte en grijswaarde in voor de zes
plotterpennen.
KIES TEKENSET Stelt de standaard- en alternatieve tekenset
in.
Opmerking
Doorgaans worden deze instellingen door de software gemaakt, zodat u ze
niet via de MODE-toets met de hand hoeft in te stellen. De via software
of commando’s gemaakte instellingen hebben voorrang boven instellingen
die via het bedieningspaneel zijn gemaakt.
Kies het gewenste menu en maak de instellingen als volgt:
Pen instellen
Kiest u PEN INSTELLEN, dan kan de afmeting en de grijswaarde voor
elk van de zes pennen afzonderlijk worden ingesteld.
Kies de pen met de of toets en druk op SET.
INSTELLING PEN1
Nadat u PEN INSTELLEN heeft gekozen, schakelt u m.b.v. of over
naar het menu met de opties en stelt u de dikte en de grijswaarde voor elk
van de zes pennen afzonderlijk in m.b.v. de SET-toets..
Wanneer onderstaande melding verschijnt, kan de dikte van de pen m.b.v.
of worden ingesteld tussen 1 en 10 punten:
AFM. 1=3 punten*
Wanneer onderstaande melding verschijnt, kunnen de grijstinten m.b.v.
of worden ingesteld op 15, 30, 45, 75, 90 of 100%.
GRIJS 1=100% *
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-30
Opmerkingen
Het nummer van de gekozen pen verschijnt achter ‘AFM’ of ‘GRIJS’.
De dikte van de pen werkt altijd in eenheden van 300 dpi, ongeacht de
geselecteerde resolutie.
Tekenset
Selecteert u ‘KIES TEKENSET’, dan kunt u de standaard- en alternatieve
tekensets voor de HP-GL-emulatie instellen.
Schakel over naar het menu met opties en selecteer m.b.v. of het
menu voor de standaard- of alternatieve tekenset.
Om de standaardtekenset in te stellen, selecteert u onderstaande melding:
STANDAARDSET
of
Om een andere tekenset in te stellen, selecteert u onderstaande melding:
ANDERE SET
Druk vervolgens op SET om over te schakelen naar onderstaande
melding:
ANSI ASCII *
Kies m.b.v. of een andere tekenset en drukt op SET om uw keuze
vast te leggen.
Raadpleeg “SYMBOOL/TEKENSETS” in de Appendix voor informatie
over de specifieke sets.
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-31
Tekensets in HP-GL Emulatiestand
ANSI ASCII
(Fabrieksinstelling)
9825 TEKENSET
FRANS/DUITS
SCANDINAVISCH
SPAANS/LATIJN
JIS ASCII
ROMAN8 EXT.
ISO IRV
ISO ZWEEDS
ISO ZWEEDS:N
ISO NOORS 1
ISO DUITS
ISO FRANS
ISO ENGELS
ISO ITALIAANS
ISO SPAANS
ISO PORTUGEES
ISO NOORS 2
RESOLUTIE
In dit menu worden afdrukresolutie, Advanced Photoscale Technology
(APT) en High Resolution Control (HRC) ingesteld.
Melding op LCD-scherm Resolutie-stand
RESOLUTIE Stelt de resolutie van de printer in.
APT-INSTELLING Stelt de APT-functie in.
HRC-INSTELLING Stelt de HRC-functie in.
Selecteer het instelmenu en vervolgens het menu met de opties en maak de
instellingen als volgt:
Resolutie
Kiest u ‘RESOLUTIE’, dan kunt u de printerresolutie naar wens instellen
op 300, 600 of 1200 punten per inch (dpi).
Aangezien een hoge resolutie meer geheugen kost, kan het voorkomen dat
de printer in een hoge resolutie geen grote bestanden kan afdrukken. Hoe
hoger de resolutie (en dus hoe groter het bestand), des te meer geheugen
nodig is.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-32
Melding op LCD-scherm Resolutie
RESOLUTIE=1200 Stelt de resolutie in op 1200 dpi.
RESOLUTIE=600 Stelt de resolutie in op 600 dpi.
(Fabrieksinstelling)
RESOLUTIE=300 Stelt de resolutie in op 300 dpi.
In deze stand selecteert u de afdrukresolutie, afhankelijk van de resolutie
die voor de betreffende afdrukbewerking nodig is. Zie onderstaande
tabel:
Resolutie instellen in de RESOLUTIE-stand Resolution Setting in
Resolution Mode
Afdruktaak 300 dpi 600 dpi 1200 dpi 600 dpi
300 dpi
Voor de beste
afdruk-
kwaliteit.
Combinatie van
300 dpi bitmaps
en 600 dpi.
Combinatie van 300 dpi
bitmaps en 1200 dpi.
Combinatie van 300 dpi
bitmaps en 600 dpi
600 dpi
Niet
aanbevolen.
Voor de beste
afdrukkwaliteit
Combinatie van 600 dpi
bitmaps en 1200 dpi.
Voor de beste
afdrukkwaliteit
1200 dpi Niet
aanbevolen
Niet aanbevolen Voor de beste
afdrukkwaliteit
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-33
Opmerking
Stelt u de printerresolutie in deze stand op hoger dan 300 dpi, dan kan het
voorkomen dat de printer niet genoeg geheugen heeft om grote bestanden
in deze resolutie af te drukken. In dat geval gaat de printer automatisch
over op 300 dpi. Het LCD-scherm geeft dit tijdens het afdrukken aan met
“01 PR300...”.
Kan de printer zelfs bij 300 dpi een bestand niet afdrukken, dan verschijnt
de melding “Geheugen vol”. Zie “Problemen oplossen” in hoofdstuk 7.
Deze automatische omschakeling werkt in de BR-Script 2-emulatie en bij
de andere emulaties met ingeschakelde paginabescherming.
Zie ook ‘Paginabescherming” elders in dit hoofdstuk.
Wilt u grote, ingewikkelde gegevens in afdrukken zonder dat de resolutie
automatisch wordt verlaagd, dan moet u het printergeheugen uitbreiden.
Geheugenuitbreiding dient te gebeuren aan de hand van onderstaande
tabel. In deze tabel wordt het minimaal benodigde geheugen voor de BR-
Script 2-stand aangegeven.
Papierafm. 300 dpi 600 dpi 1200 dpi
Letter of A4 4 Mbytes 6 Mbytes 16 Mbytes
Legal 4 Mbytes 6 Mbytes 16 Mbytes
(Dubbelzijdig) 4 Mbytes 10 Mbytes
Raadpleeg “Extra RAM” in hoofdstuk 5 voor nadere informatie over
geheugenuitbreiding, of neem contact op met de zaak waar u de printer
heeft gekocht.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-34
APT-instelling
Als u “APT-instelling,” selecteert, kunt u de Advanced Photoscale
Technology (APT) gebruiken. Met deze functie kunnen grafische
afbeeldingen met uiterst fijne en scherpe grijswaarden worden afgedrukt,
wat een kwaliteit geeft die bijna gelijk staat aan foto’s. De APT-instelling
is uitsluitend beschikbaar met een resolutie van 600 dpi in de BR-Script 2-
stand. Als u APT=AAN instelt, kan de instelling voor High Resolution
Control (HRC) worden gebruikt.
Melding op LCD-scherm Advanced Photoscale Technology
APT =UIT De Advanced Photoscale Technology is
uitgeschakeld. (fabrieksinstelling)
APT =AAN De Advanced Photoscale Technology is
geactiveerd.
Opmerking
De APT-instelling kan niet worden gebruikt als u afdrukt met een
resolutie van 1200 dpi.
HRC-instelling
Kiest u “HRC-instelling”, dan kunt u de High Resolution Control
instellen. Deze functie zorgt voor een hoge kwaliteit bij afdrukken van
lettertekens en afbeeldingen, een kwaliteit die normaal onbereikbaar is bij
300 of 600 dpi. De mogelijke instellingen zijn als volgt.
Melding op LCD-scherm High Resolution Control
HRC=UIT Schakelt de High Resolution Control uit.
HRC=LICHT De High Resolution Control wordt op het
lichtste niveau ingeschakeld.
HRC=NORMAAL De High Resolution Control wordt op het
standaardniveau ingeschakeld. De afdruk-
scherpte is normaal. (Fabrieksinstelling.)
HRC=DONKER De High Resolution Control wordt op het
donkerste niveau ingeschakeld.
Opmerking
De HRC-instelling kan niet worden gebruikt als u afdrukt met een
resolutie van 1200 dpi.
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-35
In onderstaande tekeningen ziet u het verschil in afdrukscherpte wanneer
de High Resolution Control UIT staat (linker tekening) en wanneer deze
op NORMAAL (rechter tekening) is ingesteld.
HRC = UIT HRC = NORMAAL
Afb. 4-5 High Resolution Control
De High Resolution Control is standaard ingesteld op Normaal”.
Afhankelijk van de ingestelde printdichtheid, kunt u de instelling wijzigen
naar Licht” of Donker”. Kies de beste instelling voor de juiste
afdrukscherpte.
Om de afdrukscherpte te controleren, kunt u een testafdruk maken door de
TEST-toets in te drukken. Zie TEST-toets” voor de juiste handelwijze.
Wanneer u een testafdruk maakt, drukt de printer een testpatroon af
waarop tevens een blok met lijnen is te zien. Staat de hoge resolutie
controle op UIT, dan zijn de lijnen rafelig en onscherp, zoals op
onderstaande tekening te zien is. Lijnen in de testafdruk zijn gladder als
de High Resolution Control op “Licht”, “Normaal” of “Donker” is
ingesteld. Door de High Resolution Control anders in te stellen en
vervolgens een testafdruk te maken, kunt u de juiste afdrukscherpte
verkrijgen.
HRC = UIT HRC = NORMAAL
Afb. 4-6 High Resolution Control in testafdruk
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-36
PAG.BESCHERMING
Opmerking
De instellingen in dit menu zijn alleen effectief in de stand voor HP
LaserJet, EPSON FX-850, IBM Proprinter XL en HP-GL. In de BR-
Script 2-stand zijn ze niet beschikbaar.
Wanneer u grote of gecompliceerde grafische afbeeldingen met veel
gegevens wilt afdrukken, kan het zijn dat de printer deze slechts
gedeeltelijk op een pagina afdrukt. Wanneer dit gebeurt, gaan de
gegevens verloren en verschijnt onderstaande melding op het LCD-
scherm:
31 PRINTER FOUT
Wanneer de stand voor paginabescherming wordt geactiveerd, wordt extra
geheugencapaciteit gereserveerd. Voordat een afdruk wordt gemaakt,
wordt de gehele afbeelding in het geheugen van de printer opgeslagen. U
kunt deze stand instellen voor gebruik van papier van Letter-, A4- of
Legal-formaat. Selecteer de juiste papierafmetingen wanneer u de stand
voor paginabescherming wilt gebruiken.
Melding op LCD-scherm Paginabescherming
BESCHERM=AUTO Paginabescherming alleen wanneer nodig.
(Fabrieksinstelling)
BESCHERM=LETTER Paginabescherming voor Letter papier.
BESCHERM=A4 Paginabescherming voor A4 papier.
BESCHERM=LEGAL Paginabescherming voor Legal papier.
BESCHERM=UIT Paginabescherming staat uit.
Om de paginabescherming te kunnen gebruiken, heeft u minimaal de
volgende hoeveelheid geheugen nodig:
Bescherming 300 dpi 600 dpi
Uit standaard standaard
Letter of A4 standaard standaard
Legal standaard standaard
(Dubbelzijdig) standaard 10 Mbytes
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-37
GEHEUGENKAART
Opmerkingen
ZORG ERVOOR DAT DE NETSCHAKELAAR VAN DE PRINTER
UIT STAAT ALVORENS U EEN FLASH-GEHEUGENKAART OF
DE HDD-KAART INSTALLEERT OF VERWIJDERT, DAAR DE
KAART ANDERS WORDT BESCHADIGD.
De instellingen van dit menu kunnen alleen worden gebruikt als er een
Flash-geheugenkaart of een HDD-kaart in de kaartsleuf van de printer
is geïnstalleerd en u de stand voor HP LaserJet, HP-GL of BR-Script 2
heeft geselecteerd. In andere emulatiestanden dan zijn deze
instellingen niet beschikbaar.
Wordt de printer uitgezet, of de Flash-geheugenkaart of de HDD-kaart
uit de sleuf gehaald terwijl er gegevens naar de kaart worden
geschreven of van de kaart worden gewist, dan kunnen alle gegevens
op de kaart verloren gaan.
Staat de schrijfbescherming van de Flash-geheugenkaart of de HDD-
kaart AAN, dan krijgt u dit menu niet te zien.
In sleuf 2 kan uitsluitend een PCMCIA-kaart worden geïnstalleerd die
werkt op een voeding van 12 volt.
Zorg ervoor dat een los verkrijgbare Flash-geheugenkaart of HDD-kaart
in de juiste sleuf van de printer wordt geplaatst.
Met de opties in dit menu kunt u macro’s en fonts op de geplaatste Flash-
geheugenkaart of HDD-kaart opslaan.
Welke opties in dit menu worden getoond, is afhankelijk van de
geïnstalleerde kaart.
Als de geïnstalleerde kaart niet is geformatteerd:
Als dit menu wordt geopend en de geïnstalleerde kaart niet is
geformatteerd, moet u de Flash-geheugenkaart of de HDD-kaart eerst
formatteren.
Melding op LCD-scherm Geheugenkaart
FORMATTEER KAART Formatteert een nieuwe Flash
geheugenkaart of HDD-kaart.
eindigen Sluit het menu af en keert terug naar het
menu “Geheugenkaart”.
Wanneer op het LCD-scherm “Formatteer kaart” staat, drukt u op SET
om de geïnstalleerde kaart te formatteren.
Zodra de printer klaar is met formatteren, eindigt u, waarna wordt
overgeschakeld naar het menu “Geheugenkaart”.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-38
Opmerkingen
Wordt de kaart geformatteerd, dan worden alle eventueel daarop
aanwezige gegevens gewist.
Het duurt minimaal tien seconden om een 2 Mb Flash-geheugenkaart
of HDD-kaart te formatteren. Hoe meer capaciteit een kaart heeft, hoe
langer het formatteren duurt.
Wanneer de geplaatste Flash-geheugenkaart of HDD-kaart wel is
geformatteerd:
Werkt u vanaf dit menu en heeft u een geformatteerde Flash-
geheugenkaart of HDD-kaart geplaatst, dan verschijnen de onderstaande
menu’s op het LCD-scherm:
Melding op LCD-scherm Flash geheugen
DATA UITVOEREN Selecteert de identificatie voor de
opgeslagen gegevens (data-ID) en voert de
geselecteerde gegevens uit. Dit menu
verschijnt alleen als er gegevens op de kaart
zijn opgeslagen.
INHOUD KAART Drukt een lijst af van de gegevens die op de
Flash-geheugenkaart of de HDD-kaart zijn
opgeslagen. Dit menu verschijnt alleen als
er gegevens op de kaart zijn opgeslagen.
OPSLAAN Geeft de mogelijkheid om de ontvangen
gegevens, macro’s en fonts op te slaan.
WISSEN Wist de gegevens op de kaart.
Opmerking
Flash-geheugenkaarten worden veel gebruikt in combinatie met
softwarepakketten voor formulieren. Met deze los verkrijgbare software
kunt u bijvoorbeeld een formulierontwerp zonder gegevens naar de printer
zenden. Is het formulier naar de printer gezonden, dan kunt u het als een
macro op de Flash-geheugenkaart opslaan. Een volgende keer dat u dit
formulier wilt afdrukken, stelt u uw formulier-software in op “Alleen
gegevens zenden - Formulier in printer gebruiken”. Deze procedure levert
u een tijdwinst op van 1 tot 4 minuten per afdrukbewerking.
Selecteer het instelmenu en ga vandaar naar het menu met de opties om de
instellingen als volgt te veranderen:
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-39
Data uitvoeren
Opmerking
Dit menu verschijnt alleen wanneer er gegevens op de kaart zijn
opgeslagen.
Selecteert u “Data uitvoeren”, dan kunt u de gegevens uitvoeren die in de
stand voor gegevensopslag waren opgeslagen.
Gebruikt u de SET-toets om naar dit menu te gaan, dan vraagt de printer u
om de identificatie van de gegevens te selecteren.
DATA-ID=#####
Selecteer de ID m.b.v. of en druk nogmaals op SET. De printer zal
nu de geselecteerde gegevens uitvoeren.
Inhoud kaart
Kiest u “Inhoud kaart” en drukt u op de SET-toets, dan voert de printer
automatisch papier in en drukt hij een inhoudsopgave van de geplaatste
Flash-geheugenkaart of HDD-kaart af. Hierop kunt u zien welke
gegevens op de kaart zijn opgeslagen, en hoeveel capaciteit nog
beschikbaar is.
Opslaan
Selecteert u “Opslaan” en drukt u op de SET-toets, dan verschijnt een van
de volgende optiemenu’s, waar u macro’s en fonts op de geplaatste kaart
kunt opslaan.
Melding op LCD-scherm Opslaan
DATA OPSLAAN Slaat de door de computer verstuurde
gegevens op en wijst een identificatie toe.
MACRO OPSLAAN Slaat een macro op. Dit menu verschijnt
alleen in de HP LaserJet-emulatiestand.
EERSTE FONT Slaat het lettertype op dat met de FONT-
toets als eerste lettertype is gekozen. Dit
menu verschijnt alleen in de HP LaserJet-
emulatiestand.
TWEEDE FONT Slaat het lettertype op dat met de FONT-
toets als tweede lettertype is gekozen. Dit
menu verschijnt alleen in de HP LaserJet-
emulatiestand.
DOWNLOAD FONT Slaat een download font op. Dit menu
verschijnt alleen in de HP LaserJet-
emulatiestand.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-40
Opmerking
Is er tijdens het opslaan van macro’s en lettertypen maar weinig geheugen
vrij op de kaart, dan verschijnt op het LCD-scherm de melding “Kaart
vol” en kunnen de gegevens niet worden opgeslagen. Gebruik een nieuwe
kaart of wis macro’s en fonts die u niet meer nodig heeft. De optie
“Inhoud kaart” toont de inhoud van de kaart en hoeveel kaartgeheugen er
is gebruikt.
Gegevens opslaan
U kunt gegevens naar de kaart sturen en daar op opslaan. In deze stand
kunnen allerlei gegevens, zoals PCL-gegevens, BR-Script 2-gegevens en
commando-tekenrijen, worden opgeslagen. Kiest u “Data opslaan” en
drukt u op de SET-toets, dan verschijnt er een nieuwe melding op het
LCD-scherm.
SET TOETS-->STOP
U wordt gevraagd om nogmaals op de SET-toets te drukken, zodat de
printer nadat de gegevens zijn verstuurd de stand voor gegevensontvangst
kan afsluiten.
Stuur de gegevens vanaf uw computer.
Opmerkingen
Wanneer de gegevens die op de kaart moeten worden opgeslagen naar de
printer worden gestuurd, worden ze tijdelijk in het printergeheugen
opgeslagen. Houd daarom rekening met het volgende:
Overschrijdt de hoeveelheid gegevens de geheugencapaciteit van de
printer, dan verschijnt de melding “Geheugen vol”. Deze foutmelding
kan worden gewist door op de Continue
toets te drukken. Omdat niet
alle gegevens in het printergeheugen werden opgeslagen, kunt u de
gegevens niet overbrengen op de kaart.
Bij inschakelen van deze functie wordt de printer teruggesteld, zodat
zo veel mogelijk geheugen beschikbaar is. Zijn er nog gegevens
aanwezig in het printergeheugen, dan worden deze eerst afgedrukt.
Na het zenden van de gegevens drukt u nogmaals op de SET-toets, waarna
de status van de printer (die nu ‘gegevens ontvangen’ is) wordt veranderd.
Vervolgens verschijnt onderstaande melding op het LCD-scherm:
DATA-ID=#####
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-41
Selecteer nu de gegevensidentificatie met de of toets en druk op de
SET-toets. De printer slaat de ontvangen gegevens samen met de
geselecteerde identificatie op de kaart op.
Opmerkingen
Staat er een sterretje (*) achter de identificatie op het LCD-scherm,
dan betekent dit dat de identificatie reeds voor andere gegevens of
voor een macro wordt gebruikt. Gebruikt u de identificatie toch, dan
wordt de oude macro of worden de oude gegevens gewist en
vervangen door de nieuwe gegevens.
Zijn de gegevens opgeslagen, dan kunt u deze uitvoeren met de optie
“Data uitvoeren” of met een software-commando.
De gegevens die zijn opgeslagen in de “Data opslaan” stand, kunnen
in HP LaserJet-emulatie niet worden uitgevoerd met de optie
“Uitvoeren macro”.
Macro opslaan
Opmerking
Het menu “Macro opslaan” verschijnt alleen in de HP LaserJet-
emulatiestand.
Is er een macro aanwezig in het geheugen van de printer, dan kan deze
worden opgeslagen op de Flash-geheugenkaart of de HDD-kaart.
Heeft u een macro opgeslagen in het geheugen van de printer en drukt u in
“Macro opslaan” op de SET-toets, dan vraagt de printer om de
identificatie van de macro.
MACRO-ID=#####
Selecteer de identificatie met de of toets en druk nogmaals op SET.
De printer zal de macro nu met de geselecteerde identificatie opslaan.
Opmerking
Staat er een sterretje (*) achter de identificatie op het LCD-scherm, dan
betekent dit dat de identificatie reeds voor een andere macro of voor
gegevens wordt gebruikt. Gebruikt u de identificatie toch, dan wordt de
oude macro of worden de oude gegevens gewist en vervangen door de
nieuwe gegevens.
De macro kan worden uitgevoerd met de optie “Uitvoeren macro”.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-42
Eerste of tweede font
Opmerking
De menu’s “Eerste font” en “Tweede font” verschijnen alleen in de HP
LaserJet-emulatiestand.
Heeft u het eerste of tweede font met de FONT-toets geselecteerd, dan
kunt u dit lettertype op de geplaatste Flash-geheugenkaart of HDD-kaart
opslaan.
Drukt u op de SET-toets terwijl “Eerste font” of “Tweede font” op het
LCD-scherm staat, dan vraagt de printer u om de identificatie voor het
lettertype te selecteren.
FONT-ID=#####
Selecteer de identificatie m.b.v. of en druk nogmaals op SET. De
printer zal het lettertype nu met de geselecteerde identificatie opslaan.
Opmerking
Staat er een sterretje (*) achter de identificatie op het LCD-scherm, dan
betekent dit dat de identificatie reeds voor een ander lettertype wordt
gebruikt. Gebruikt u de identificatie toch, dan wordt het oude lettertype
gewist en vervangen door het nieuwe.
Welk lettertype u ook met de FONT-toets kiest, de printer schrijft dit font
weg als een bitmap font (rasterfont) zolang het lettertype niet groter is dan
24 punts. Op deze manier is het weggeschreven font weer snel te
gebruiken. Het verdient daarom aanbeveling om veel gebruikte
schaalbare fonts over te brengen op de geheugenkaart.
Omdat de Flash-geheugenkaart of de HDD-kaart in de daarvoor bestemde
sleuf wordt geplaatst en omdat op deze kaart opgeslagen lettertypen zich
gedragen als waren ze opgeslagen in een fontkaart, kunt u de
weggeschreven fonts onder “Fontkaart 1” of “Fontkaart 2” kiezen met de
FONT-toets of met behulp van software-commando’s.
Raadpleeg hiervoor “FONT-toets” in dit hoofdstuk.
U kunt de opgeslagen lettertypen controleren door een font-uitdraai te
maken met behulp van de TEST-toets. Zie “TEST-toets” in dit hoofdstuk.
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-43
Opmerkingen
Schrijft u het eerste of tweede font weg naar de geheugenkaart, let dan op
het volgende:
Het lettertype wordt eerst tijdelijk in het printergeheugen opgeslagen.
Heeft het font meer geheugen nodig dan er beschikbaar is, dan volgt er
een foutmelding. Deze foutmelding kunt u met de CONTINUE-toets
wissen. Omdat nu niet alle fontgegevens in het geheugen zijn
opgeslagen, kan het font niet worden weggeschreven naar de kaart.
Als de fontgegevens wel kunnen worden opgeslagen, wordt de printer
teruggesteld, zodat er zo veel mogelijk geheugen beschikbaar is.
Achtergebleven gegevens worden afgedrukt.
Schrijft u een font weg terwijl de printer in de stand voor 600 of 1200
dpi staat, dan kan het weggeschreven lettertype niet met een resolutie
van 300 dpi worden gebruikt.
Download font
Opmerkingen
Het “Download font” menu verschijnt alleen in de HP LaserJet-
emulatiestand.
Druk voordat u naar dit menu overschakelt een fontlijst af met behulp
van de TEST-toets, zodat u de identificatie van het download font kunt
controleren. Selecteer in dit menu het lettertype met dezelfde
identificatie als het font op de lijst.
Bevinden zich download fonts in het printergeheugen, dan kunnen deze op
de Flash-geheugenkaart of de HDD-kaart worden weggeschreven.
De printer vraagt u de identificatie op te geven van het weg te schrijven
font. U vindt deze ID in de fontlijst. Druk op of om de cursor op de
identificatie van het gewenste lettertype te zetten en selecteer deze m.b.v.
SET.
FONT-ID=#####
Opmerking
De identificatie van het download font verschijnt niet als er geen
download lettertypen naar de printer zijn gestuurd.
Na het kiezen van de gewenste identificatie drukt u weer op de SET-toets
zodat de printer het gekozen download font wegschrijft op de Flash-
geheugenkaart. Vector lettertypen of rasterfonts worden met de
oorspronkelijke indeling weggeschreven.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-44
Nadat een download font op de Flash geheugenkaart is weggeschreven,
hoeft u dit font niet meer naar de printer te sturen als u het wilt gebruiken.
Omdat de Flash-geheugenkaart of de HDD-kaart in de daarvoor bestemde
sleuf wordt geplaatst en omdat op deze kaart opgeslagen lettertypen zich
gedragen als waren ze opgeslagen in een fontkaart, kunt u de
weggeschreven fonts onder “Fontkaart 1” of “Fontkaart 2” kiezen met de
FONT-toets of met behulp van software-commando’s.
Raadpleeg hiervoor “FONT-toets” in dit hoofdstuk.
U kunt de opgeslagen lettertypen controleren door een font-uitdraai te
maken met behulp van de TEST-toets. Zie “TEST toets” in dit hoofdstuk.
Opmerking
Zijn de fonts op de HDD-kaart voor een afdrukbewerking geselecteerd,
dan worden deze naar het direct toegankelijk geheugen (RAM) van de
printer gekopieerd. Aangezien deze fonts een behoorlijke hoeveelheid
geheugen in beslag nemen, verschijnt mogelijk de melding “Geheugen
vol” op het LCD-scherm. Het is raadzaam om optionele SIMMs te
plaatsen wanneer u de download fonts op de HDD-kaart wilt gebruiken.
Wissen
Als u “Wissen” selecteert en vervolgens op SET drukt, kunt u
overschakelen naar onderstaande optiemenu’s, waar u macro’s en fonts
kunt wissen, of de geplaatste Flash-geheugenkaart of HDD-kaart kunt
formatteren:
Melding op LCD-scherm Wissen
MACRO-ID=##### Wist de macro met de geselecteerde ID.
DATA-ID=##### Wist de gegevens met de geselecteerde ID.
FONT-ID=##### Wist het lettertype met de geselecteerde ID.
FORMATTEER KAART Formatteert de Flash geheugenkaart of
HDD-kaart.
Macro
Drukt u op de SET-toets wanneer er “MACRO-ID=#####” op het LCD-
scherm staat, dan gaat de cursor naar de identificatie en vraagt de printer u
om de identificatie van de te wissen macro te selecteren.
MACRO-ID=#####
Selecteer de identificatie met de of toets en druk op SET. De printer
zal de geselecteerde macro nu wissen.
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-45
Data
Drukt u op de SET-toets wanneer er “DATA-ID=#####” op het LCD-
scherm staat, dan gaat de cursor naar de identificatie en vraagt de printer u
om de identificatie van de te wissen gegevens te selecteren.
DATA ID=#####
Selecteer de identificatie met de of toets en druk op SET. De printer
zal de geselecteerde gegevens nu wissen.
Font
Drukt u op de SET-toets wanneer er “FONT-ID=#####” op het LCD-
scherm staat, dan gaat de cursor naar de identificatie en vraagt de printer u
om de identificatie van de het wissen lettertype te selecteren.
FONT-ID=#####
Selecteer de identificatie met de of toets en druk op SET. De printer
zal het geselecteerde lettertype nu wissen.
Formatteer kaart
U kunt de Flash-geheugenkaart of de HDD-kaart formatteren, zodat de
inhoud wordt gewist. Instructies vindt u in onderstaand menu:
FORMATTEER KAART
Drukt u in dit menu op SET, dan vraagt de printer of u de complete
inhoud van de kaart wilt wissen:
SET-->WIS ALLES
Druk op SET om met het formatteren te beginnen.
Bedenkt u zich en wilt u de kaart toch niet formatteren, kies dan het
volgende menu m.b.v. en en druk op SET.
eindigen
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-46
GEAVANCEERD
NETWERK
Melding op LCD-scherm Netwerk
PANEELSLOT=UIT Zet het paneelslot uit.
AUTO FF=AAN Zet de Auto Form Feed aan of uit.
ONDERDR.FF=UIT Zet ‘Form Feed onderdrukken’ aan of uit.
TONER OP=DOORG. Selecteer wat de printer moet doen wanneer
de toner bijna op is: doorgaan of stoppen.
Paneelslot
Als iemand de printerinstellingen wijzigt zonder dat u hiervan op de
hoogte bent, kan dit onverwachte resultaten geven tijdens het afdrukken,
of wordt er misschien helemaal niets afgedrukt.
Om dit te voorkomen kan het bedieningspaneel “op slot” worden gezet en
worden voorzien van een zgn. pin-nummer:
Melding op LCD-scherm Paneelslot
SLOT=UIT De toetsen van de printer kunnen vrij
worden gebruikt. (Fabrieksinstelling)
SLOT=AAN De toetsen van de printer kunnen niet
worden gebruikt.
Zelfs als het slot is geactiveerd, kunnen de volgende toetsen toch nog voor
hun normale functies worden gebruikt: SEL, FORM FEED, COPY,
CONTINUE, RESET EN TEST. De andere toetsen kunnen wel worden
gebruikt om eerder gemaakte instellingen na te kijken, maar deze kunnen
niet worden gewijzigd. Wilt u de instellingen wijzigen, dan zal eerst het
slot moeten worden opgeheven.
Bij het aan- of uitzetten van het slot moet u een driecijferige pincode
invoeren.
PINCODE =***
Wijzig het eerste cijfer van de pincode met of met en druk op SET
om naar het volgende cijfer te gaan. Na het invoeren van drie cijfers zal
het slot worden aan- of uitgezet.
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-47
Opmerking
Vergeet vooral niet het nummer dat u gebruikt om het slot in te schakelen.
Voert u een verkeerd nummer in om het slot uit te schakelen, dan
verschijnt de volgende melding op het LCD-scherm en kunt u het slot niet
uitzetten:
NUMMER ONJUIST
Auto Form Feed
Als er niet-afgedrukte gegevens in het geheugen van de printer
achterblijven, blijft het DATA-lampje branden en moet u de gegevens
afdrukken met de FORM FEED-toets.
Zie “FORM FEED toets” in dit hoofdstuk.
De Auto Form Feed-instelling die u in dit menu kunt maken, zorgt ervoor
dat de resterende gegevens worden afgedrukt zonder dat u op FORM
FEED hoeft te drukken.
In dit menu kunt u Auto Form Feed als volgt aan- of uitzetten:
Melding op LCD-scherm Auto Form Feed
AUTO FF=UIT Zet de automatische Form Feed uit. U moet
op de FORM FEED-toets drukken als er
gegevens in het printergeheugen
achterblijven. (Fabrieksinstelling)
AUTO FF=AAN Zet de automatische Form Feed aan.
Telkens wanneer er gegevens in de printer
achterblijven, volgt na de ingestelde
wachttijd een automatische Form Feed.
Zet u de automatische Form Feed aan, dan moet in het onderstaande
optiemenu ook de wachttijd nog ingesteld worden:
Melding op LCD-scherm Wachttijd
WACHTTIJD=1s Stelt de wachttijd in. Krijgt de printer
gedurende de wachttijd geen nieuwe
gegevens aangeboden, dan drukt hij
automatisch de eventueel in het geheugen
achtergebleven gegevens af.
WACHTTIJD=99s De wachttijd kan worden ingesteld van 1 tot
99 seconden.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-48
Onderdr. FF
In dit menu kunt u aangeven of de Form Feed al dan niet moet worden
gebruikt:
Melding op LCD-scherm Form Feed onderdrukking
ONDERDR. FF=UIT Zet de Form Feed onderdrukking uit.
(Fabrieksinstelling)
ONDERDR. FF=AAN Zet de Form Feed onderdrukking aan.
Bevat een bladzijde geen gegevens, dan draait de printer doorgaans een
leeg blad uit. Door de Form Feed onderdrukking in te schakelen
voorkomt u de uitvoer van deze lege bladzijden.
Is de printer opgenomen in een netwerk, dan kan het juist de bedoeling
zijn dat er na iedere printopdracht een leeg blad wordt uitgevoerd. Zet u
de Form Feed onderdrukking aan, dan vervalt ook deze lege bladzijde.
Toner op
U kunt zelf kiezen wat de printer moet doen wanneer de melding “Toner
op” verschijnt: doorgaan met afdrukken, of stoppen..
Melding op LCD-scherm Netwerk
TONER OP=DOORG. De printer gaat door met afdrukken wanneer
de melding “Toner op” verschijnt.
(Fabrieksinstelling setting)
TONER OP=STOP De printer stopt met afdrukken wanneer de
melding “Toner op” verschijnt.
PRINT FOUTLIJST
Opmerking
De instelling in dit menu heeft alleen effect in de BR-Script 2-stand. In
andere emulatiestanden is ze niet beschikbaar.
U kunt het afdrukken van de foutlijst in deze stand aan- of uitzetten.
Melding op LCD-scherm Foutlijst
FOUTLIJST=AAN Activeert deze functie, zodat de printer bij
elke fout de betreffende foutmelding
afdrukt.
FOUTLIJST=UIT De printer drukt geen foutmelding af
wanneer er een fout optreedt.
(Fabrieksinstelling)
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-49
HERVATTEN
Treedt er tijdens het printen een niet-fatale fout op (incl. de melding
“Toner op”), dan kan deze fout worden genegeerd door op de
CONTINUE-toets te drukken. De werking van de CONTINUE-toets
wordt als volgt ingesteld.
Melding op LCD-scherm Hervatten
HERVAT=HAND De printer gaat bij niet-fatale fouten niet
vanzelf door. U moet op CONTINUE
drukken om het printen te hervatten.
(Fabrieksinstelling)
HERVAT=AUTO De printer gaat automatisch door bij niet-
fatale fouten. Er hoeft niet op de
CONTINUE-toets gedrukt te worden.
SCHAALBAAR FONT
Opmerking
De instelling in dit menu heeft alleen effect in de HP LaserJet-stand en
verschijnt niet in andere emulaties.
Omdat de printer zeer veel schaalbare (traploos vergrootbare) fonts bevat,
kan het voorkomen dat uw software hier niet goed mee om weet te gaan.
Het kan gebeuren dat de printer in HP LaserJet-stand een ander lettertype
afdrukt dan wat u in de software (of met het commando voor fontselectie)
heeft gekozen.
Dit probleem kan worden opgelost door de volgende instelling te maken,
waarbij een aantal fonts niet meer gekozen kan worden:
Melding op LCD-scherm Schaalbaar font
FONT=ALLE Alle schaalbare fonts van deze printer
kunnen via fontselectie-commando’s
worden gekozen (zie “Residente fonts” in
de Appendix). (Fabrieksinstelling)
FONT=LJ4 Naast onderstaande printerfonts kunnen met
het fontselectie-commando ook andere
schaalbare fonts worden geselecteerd:
Atlanta, Bermuda Script, PC Brussels,
Copenhagen, Germany, Portugal, Calgary,
San Diego en US Roman.
Ook al wordt een aantal fonts via bovenstaande methode uitgesloten, toch
kunnen alle fonts via de FONT-toets worden gekozen. De instelling op
dit menu beperkt slechts het fontselectie-commando van uw software-
toepassing.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-50
PRINTDICHTHEID
In dit menu kunt u de printdichtheid afstellen m.b.v. of :
Melding op LCD-scherm Printdichtheid
■■■■■■■■■■■■■■■
Hoe meer zwarte blokjes, hoe donkerder
■■■■■■■■■■■■■■
de printdichtheid. De zwarte blokjes duiden
:
de dichtheid aan. De dichtheid kan in 15
■■
stappen worden ingesteld.
(Fabrieksinstelling =
■■■■■■■■
■■■■■■■■■■■■■■■■
■■■■■■■■
)
INPUT BUFFER
De capaciteit van de input buffer kan worden vergroot of verkleind met de
en toetsen. Een grotere input buffer zorgt ervoor dat de printer
sneller gegevens van de computer kan opnemen.
Melding op LCD-scherm Input Buffer
❏❏❏❏❏❏❏❏❏❏❏❏❏❏❏ Hoe meer blokjes, hoe groter de capaciteit
❏❏❏❏❏❏❏❏❏❏❏❏❏❏ van de input buffer. De blokjes zijn slechts
: een indicatie van de capaciteit, en geven
: niet het aantal Mbytes aan.
De capaciteit
❏❏ kan in 15 stappen worden ingesteld.
(Fabrieksinstelling=❏❏❏❏❏)
Wanneer u de capaciteit van de input buffer heeft veranderd (vergeet niet
op de SET-toets te drukken), moet u de printer uitzetten en hem
vervolgens weer aanzetten. De instelling is pas effectief nadat u de printer
weer heeft aangezet.
Opmerkingen
De ingestelde capaciteit wordt zelfs niet veranderd wanneer de
emulatiestand wordt veranderd.
De werkelijke grootte van de input buffer hangt af van de hoeveelheid
geplaatst geheugen (RAM). Heeft de printer weinig geheugen, dan is
de maximale capaciteit van de input buffer ook gering.
Selecteert u dubbelzijdig afdrukken, dan is er meer geheugen nodig.
Stelt u een grote input buffer in en is er niet voldoende geheugen over
om de duplex-afdruktaak uit te voeren, dan schakelt de printer
automatisch over van 600 en 1200 dpi naar 300 dpi, of hij bedrukt de
pagina’s aan slechts één zijde (simplex). In dat geval moet u een
optionele SIMM plaatsen of de input buffer in deze stand verkleinen.
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-51
GROOTTE 47M
INPUT 15 BLOKJES
BUFFER
5 BLOKJES 13M
849K
264K 1 BLOKJE 30K
30K
8M 16M 32M 72M
HOEVEELHEID RAM
Afb. 4-7 Grootte van input buffer
INSTELL. OPSLAAN
Het kan zijn dat u de printer deelt met andere gebruikers die de voorkeur
geven aan een andere instelling van de printer, of dat u de printer zelf met
andere instellingen gebruikt.
Aangezien u de huidige instellingen van het bedieningspaneel kunt
opslaan in het geheugen van de printer, zijn deze instellingen met een
“printer reset” (zie “RESET-toets” in dit hoofdstuk ) eenvoudig op te
roepen.
Gebruik de toetsen op het bedieningspaneel om de configuratie van de
printer naar wens in stellen en ga vervolgens over naar dit menu, waar u
uw instellingen kunt opslaan. Twee verschillende gebruikersinstellingen
kunnen als volgt in de printer worden opgeslagen:
Melding op LCD-scherm Gebruikersinstelling
INST. OPSLAAN 1 Slaat de huidige instellingen in de printer op
als gebruikersinstelling 1.
INST. OPSLAAN 2 Slaat de huidige instellingen in de printer op
als gebruikersinstelling 2.
Wilt u gebruikersinstellingen controleren, dan kunt u ze met behulp van de
TEST-toets afdrukken. Zie “TEST-toets” in dit hoofdstuk.
Opmerking
Gebruikersinstellingen worden niet in de fabriek ingesteld.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-52
PAGINATELLER
U kunt het aantal afgedrukte paginas controleren door deze stand in te
stellen. Wanneer u de paginateller instelt, wordt gedurende korte tijd het
aantal afgedrukte pagina’s op het LCD-scherm weergegeven. De printer
sluit deze weergave vervolgens automatisch af.
TELLER= 861
EINDIGEN
Heeft u de gewenste instellingen in de menu’s gemaakt, dan gaat u door
naar de volgende melding:
eindigen
Druk op SET om de menu’s af te sluiten en over te schakelen naar de off-
line stand.
Opmerking
U kunt altijd het menu verlaten door op SEL te drukken. Druk hiervoor,
nadat met de SET-toets een nieuwe instelling is vastgelegd, op de SEL-
toets. U verlaat dan het menu en keert terug naar de on-line status (klaar).
De instellingen zijn van kracht zodra u geëindigd heeft.
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-53
FONT-toets
Met de FONT-toets kunt u lettertypen en symbolen/tekensets kiezen.
Opmerkingen
Houd bij het gebruik van de FONT-toets rekening met het volgende:
De FONT-toets werkt in de stand voor HP LaserJet, EPSON FX-850
en IBM Proprinter XL. De instellingen kunnen echter variëren,
afhankelijk van de huidige emulatie. Houd er rekening mee dat de
FONT-toets in de BR-Script 2-stand niet werkt.
Als u met uw software lettertypen en symbolen/tekensets kunt
selecteren, hoeft u deze niet met de FONT-toets in te stellen. De
instelling van de software of een commando heeft namelijk voorrang
op de instelling van deze toets.
Zorg ervoor dat u de juiste fontkaart installeert. Installeert u een
onjuiste fontkaart, dan selecteert de printer zelf een lettertype dat lijkt
op dat wat u heeft gekozen (mits er een dergelijk font op de kaart
staat) en kan het dus gebeuren dat u een afdruk krijgt in een ander dan
het door u geselecteerde lettertype.
U kunt gewenste fonts in de HP LaserJet- of de BR-Script 2-stand
alleen op een Flash-geheugenkaart of een HDD-kaart opslaan wanneer
een dergelijke kaart is geïnstalleerd. Zie Geheugenkaart”.
De font en symbolenset instellen in de HP LaserJet-stand
Als de HP LaserJet-emulatiestand is geselecteerd, kunnen font- en
symbolenset afzonderlijk als eerste of tweede lettertype worden ingesteld.
Op het LCD-scherm kunt u werken in onderstaande instelmenus:
EERSTE FONT KIES FONT
Stel het eerste lettertype.
KIES TEKENSET
Stel de symbolenset in.
PRINT TABEL
Druk de tabel met codes.
EINDIGEN
Deze instelmenes
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-54
TWEEDE FONT KIES FONT
Stel het tweede.
KIES TKEKNSET
Stel de symbolenset in.
PRINT TABEL
Druk de tabel met codes.
EINDIGEN
Deze instelmene’s
Voor het selecteren van de font- en symbolenset in de HP PCL5C stand
volgt u onderstaand stappen:
1. Druk op SEL om de printer off-line te zetten.
2. Druk op de FONT-toets.
Op het LCD-scherm verschijnt onderstaand menu.
EERSTE FONT
3. Druk op of om het instelmenu voor het eerste of tweede font te
selecteren.
EERSTE FONT
TWEEDE FONT
In dit voorbeeld kiezen we het instelmenu voor het eerste font.
4. Druk op SET.
Op het LCD-scherm verschijnt het font-instelmenu. U kunt dit menu
overslaan en met een druk op of direct doorgaan naar het
instelmenu voor de symbolenset. In dit voorbeeld gaan we door naar
de volgende stap.
KIES FONT p
Opmerking
De kleine letter “p” of “s” geeft aan of u zich in de instelstand voor het
eerste (primair) of tweede (secundair) font bevindt. Kiest u de tweede
font-instelstand, dan verschijnt een kleine letter “s” op het LCD-scherm.
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-55
5. Druk op SET.
In het menu “Kies font” kunt u het interne font, een kaartfont of een
permanent download font kiezen. Onderstaande melding verschijnt:
INTERN FONT p*
Druk op of op totdat de gewenste fontbron op het LCD-scherm
staat.
Melding op LCD-scherm Fontbron
INTERN FONT Een intern font van de printer.
FONTKAART 1 Een font van de kaart in sleuf 1.
FONTKAART 2 Een font van de kaart in sleuf 2.
PERMANENT FONT Een permanent download font dat
is gedefinieerd in de HP emulatie.
Deze instructies gaan uit van het kiezen van een standaardfont: kies
dus voor “Intern font”.
Opmerkingen
Kiest u voor een optioneel font of een permanent download font, let dan
op het volgende:
Is er geen fontkaart geplaatst, dan kunt u geen optioneel lettertype
kiezen en verschijnt de keuze “Fontkaart” niet op het LCD-scherm.
Zijn er geen permanente download fonts naar de printer gestuurd in de
HP-emulatie of staat de printer niet in de HP-emulatie, dan verschijnt
de keuze “Permanent font” niet op het LCD-scherm.
De lijst die u met de TEST-toets kunt afdrukken komt goed van pas bij
het selecteren van de optionele fonts of de permanente download
fonts. Zie “TEST-toets” verderop in dit hoofdstuk, of
“De optionele lettertypen selecteren” in hoofdstuk 5.
6. Druk op SET.
Wanneer u toegang krijgt tot het instelmenu voor het eerste font, wordt
op het LCD-scherm het ingestelde font met een sterretje (*)
weergegeven.
BROUGHAM p*
7. Druk op of op totdat het gewenste font op het LCD-scherm staat.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-56
Raadpleeg de lijst van lettertypen op pagina 4-63.
8. Druk op SET om de getoonde selectie te activeren.
Welke stappen u moet volgen, is afhankelijk van het type font:
schaalbaar of rasterfont (bitmapped).
Selecteert u een resident bitmapped font (Letter Gothic 16.66) of
optionele rasterfonts, dan wordt het instelmenu voor de symbolenset
getoond.
KIES TEKENSET p
Ga door naar stap 9.
Selecteert u residente schaalbare fonts of optionele schaalbare fonts,
dan wordt het instelmenu voor de fontstijl getoond, waarna wordt
overgeschakeld naar het menu voor het instellen van de grootte van het
gekozen lettertype.
BROUGHAM p
Het instelmenu voor de fontstijl wordt geopend.
BROUGHAM Reg p*
Druk op of totdat de gewenste stijl op het LCD-scherm staat.
Melding op LCD-scherm Fontstijl
........ Lt Licht
........ Reg Normaal, Roman, Book of
Antique
........ Bd Vet of Demi
........ Xb Extra vet
........ It Cursief of Schuin
Opmerking
De stijlaanduiding verschijnt achter de naam van het font en de naam van
de stijl is afhankelijk van de naam van het font. De aanduiding Cursief
verschijnt mogelijk achter een andere stijlaanduiding: “BdIt” geeft een vet
en cursief font aan, “LtIt” een licht en cursief font, enz.
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-57
Druk op SET om de getoonde selectie te activeren. Er wordt nu
overgeschakeld naar het menu voor het instellen van de grootte van het
gekozen lettertype.
Opmerking
Kiest u een font met vaste tekenafstand, dan stelt u de grootte in door de
tekenbreedte (pitch) op te geven. Bij een proportioneel font geeft u de
afmeting in punts (hoogte) op. het LCD-scherm toont “Pitch” of “Punts”
afhankelijk van het gekozen font. Onderstaand LCD-scherm toont voor
alle duidelijkheid “Pitch.
PITCH= 10.00 *
Druk op of totdat de gewenste lettergrootte op het LCD-scherm
staat.
Druk op SET om de getoonde selectie te activeren.
De knipperende cursor gaat nu naar het decimale gedeelte van de
waarde.
Druk op of totdat het gewenste decimale cijfer op het LCD-
scherm staat.
PITCH= 16.66
Druk op SET om de getoonde selectie te activeren.
Op het LCD-scherm verschijnt het instelmenu voor de symbolenset.
KIES TEKENSET p
9. Druk op SET.
In de instelstand voor de symbolenset staat op het LCD-scherm eerst
de ingestelde symbolenset aangegeven met een sterretje (*).
PC - 8 p*
10.Druk op of totdat de gewenste symbolenset op het LCD-scherm
staat.
Raadpleeg de lijst van symbolen/tekensets.
11. Druk op Set om de getoonde selectie te activeren.
Op het LCD-scherm verschijnt het volgende menu.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-58
PRINT TABEL p
12.Druk op SET om de codetabel van het geselecteerde lettertype af te
drukken, of druk op of om dit menu over te slaan.
Het LCD-scherm schakelt over naar het menu “Eindigen”.
eindigen
13.Druk op SET om de instelstand af te sluiten.
De printer gaat weer off-line.
De font en tekenset instellen in de EPSON FX-850- of de IBM
Proprinter XL-stand
Als de EPSON FX-850- of IBM Proprinter XL-stand is geselecteerd,
kunnen de font- en tekenset worden geselecteerd.
Op het LCD-scherm kunt u werken in onderstaande instelmenus.
KIES FONT
het lettertype selecteren.
KIES TEKENSET
De tekenset selecteren.
PRINT TABEL
De tabel met codes afdrukken.
EINDIGEN
Deze instelmenus afsluiten.
Voor het selecteren van de font- en tekenset in de EPSON FX-850 of IBM
Proprinter XL stand volgt u onderstaande stappen:-
1.Druk op SEL om de printer off-line te zetten.
2.Druk op FONT.
Op het LCD-scherm verschijnt het font-instelmenu. U kunt dit menu
overslaan en met een druk op of direct doorgaan naar het
instelmenu voor de tekenset. In dit voorbeeld gaan we door.
KIES FONT
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-59
3. Druk op SET.
In het menu “Kies font” kunt u het interne font, een kaartfont of een
permanent download font kiezen.
INTERN FONT *
Druk op of totdat de gewenste fontbron op het LCD-scherm
staat.
Melding op LCD-scherm Fontbron
INTERN FONT Een intern font van de printer.
FONTKAART 1 Een font van de kaart in sleuf 1.
FONTKAART 2 Een font van de kaart in sleuf 2.
PERMANENT FONT Een permanent download font dat
is gedefinieerd in de HP emulatie.
Deze instructies gaan uit van het kiezen van een standaardfont: kies
dus voor “Intern font. “
Opmerkingen
Kiest u voor een optioneel font of een permanent download font, let dan
op het volgende:
Is er geen fontkaart geplaatst, dan kunt u geen optioneel lettertype
kiezen en verschijnt de keuze “Fontkaart” niet op het LCD-scherm.
Zijn er geen permanente download fonts naar de printer gestuurd in de
HP-emulatie of staat de printer in een andere emulatie, dan verschijnt
de keuze “Permanent font” niet op het LCD-scherm.
Wanneer u het optionele font of download font selecteert, drukt u op
SET om over te schakelen naar het menu met opties. Selecteer het
gewenste font met behulp van of en druk nogmaals op SET. De
lijst die u met de TEST-toets kunt afdrukken komt goed van pas bij het
selecteren van de optionele fonts of de permanente download fonts.
Zie “TEST-toets” verderop in dit hoofdstuk, of
“De optionele lettertypen selecteren” in hoofdstuk 5.
4. Druk op SET.
Wanneer u toegang krijgt tot het instelmenu voor het eerste font, wordt
op het LCD-scherm het ingestelde font met een sterretje (*)
weergegeven.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-60
BROUGHAM *
5. Druk op of totdat het gewenste font op het LCD-scherm staat.
Raadpleeg de lijst van fonts.
6. Druk op SET toom de getoonde selectie te activeren.
Welke stappen u volgt is afhankelijk van het type font, schaalbaar of
bitmapped.
Selecteert u een resident rasterfont (Letter Gothic 16.66) of optionele
rasterfonts, dan wordt overgeschakeld naar het menu voor het instellen
van de tekenset.
KIES TEKENSET
Ga door naar stap 7.
Selecteert u residente schaalbare fonts of optionele schaalbare fonts,
dan wordt het instelmenu voor de fontstijl getoond.
BROUGHAM
Het instelmenu voor de fontstijl wordt geopend.
BROUGHAM Reg *
Druk op of totdat de gewenste stijl op het LCD-scherm staat.
Melding op LCD-scherm Fontstijl
........ Lt Licht
........ Reg Normaal, Roman, Book of
Antique
........ Bd Vet of Demi
........ Xb Extra vet
........ It Cursief of Schuin
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-61
Opmerking
De stijlaanduiding verschijnt achter de naam van het font en de naam van
de stijl is afhankelijk van de naam van het font. De aanduiding Cursief
verschijnt mogelijk achter een andere stijlaanduiding: “BdIt” geeft een vet
en cursief font aan, “LtIt” een licht en cursief font, enz.
Druk op SET om de getoonde selectie te activeren. Er wordt nu
overgeschakeld naar het menu voor het instellen van de grootte van het
gekozen lettertype.
Opmerking
Kiest u een font met vaste tekenafstand, dan stelt u de grootte in door de
tekenbreedte (pitch) op te geven. Bij een proportioneel font geeft u de
afmeting in punts (hoogte) op. het LCD-scherm toont “Pitch” of “Punts”
afhankelijk van het gekozen font. Onderstaand LCD-scherm toont voor
alle duidelijkheid “Pitch”.
PITCH= 10.00 *
Druk op of totdat de gewenste lettergrootte op het LCD-scherm
staat.
Druk op SET om de getoonde selectie te activeren.
De knipperende cursor gaat nu naar het decimale gedeelte van de
waarde.
Druk op of totdat het gewenste decimale cijfer op het LCD-
scherm staat.
PITCH= 16.66
Druk op SET om de getoonde selectie te activeren.
Op het LCD-scherm verschijnt het instelmenu voor de tekenset.
KIES TEKENSET
7. Druk op SET.
In de instelstand voor de tekenset staat op het LCD-scherm eerst de
ingestelde tekenset aangegeven met een sterretje (*).
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-62
US ASCII *
Opmerking
De tekenset varieert, afhankelijk van de huidige emulatie. Op
bovenstaand LCD-scherm ziet u de fabrieksinstelling in de EPSON FX-
850 emulatiestand.
8. Druk op of totdat de gewenste tekenset op het LCD-scherm staat.
Raadpleeg de lijst van symbolen/tekensets.
9. Druk op SET om de getoonde selectie te activeren.
Op het LCD-scherm verschijnt het volgende menu.
PRINT TABEL
10.Druk op SET om de codetabel van het geselecteerde font af te
drukken, of druk op of om dit menu over te slaan.
Het LCD-scherm schakelt over naar het menu “Eindigen”.
eindigen
11. Druk op SET om de instelmenu’s af te sluiten.
De printer gaat weer off-line.
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-63
Lijst van lettertypen
Voor specifieke tekens in residente rasterfonts (bitmapped lettertypen) en
schaalbare lettertypen verwijzen wij u naar de
TEKENSETS” in de Appendix.
Melding op LCD-scherm Lettertype
BROUGHAM Schaalbaar Brougham
LETTERGOTHIC Schaalbaar LetterGothic
OCR-A Bitmapped OCR-A 12 cpi
OCR-B Bitmapped OCR-B 12 cpi
LETTERGOTH16.6 Bitmapped Letter Gothic 16.66 cpi
LTRGOTH16 LTN2 Bitmapped Letter Gothic 16.66 cpi
ISO 8859-1 Latin2
LTRGOTH16 LTN5 Bitmapped Letter Gothic 16.66 cpi
ISO 8859-1 Latin5
LTRGOTH16 LTN6 Bitmapped Letter Gothic 16.66 cpi
ISO 8859-1 Latin6
PcTENNESSEE Schaalbaar PC Tennessee
OKLAHOMA Schaalbaar Oklahoma
CONNECTICUT Schaalbaar Connecticut
CLEVELAND Cd Schaalbaar Cleveland Condensed
PcBRUSSELS Schaalbaar PC Brussels
UTAH Schaalbaar Utah
UTAH CONDENSED Schaalbaar Utah Condensed
AntiqueOAKLAND Schaalbaar Antique Oakland
GUATEMALA Schaalbaar Guatemala Antique
MARYLAND Schaalbaar Maryland
ALASKA Schaalbaar Alaska
HELSINKI Schaalbaar Helsinki
BR SYMBOL Schaalbaar BR Symbol
TENNESSEE Schaalbaar Tennessee
W DINGBATS Schaalbaar W Dingbats
GERMANY Schaalbaar Germany
SAN DIEGO Schaalbaar San Diego
BERMUDA SCRIPT Schaalbaar Bermuda Script
US ROMAN Schaalbaar US Roman
ATLANTA Schaalbaar Atlanta
COPENHAGEN Schaalbaar Copenhagen
PORTUGAL Schaalbaar Portugal
CALGARY Schaalbaar Calgary
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-64
Lijst van symbolen/tekensets
Welke symbolensets en tekensets er gebruikt kunnen worden, is
afhankelijk van de geselecteerde emulatie. Voor specifieke
symbolen/tekensets verwijzen wij u naar de
TEKENSETS” in de Appendix.
HP LaserJet EPSON IBM
ROMAN 8 US ASCII * PC-8 *
ISO LATIN1 DUITS PC-8 D/N
ISO LATIN2 UK ASCII I PC-850
ISO LATIN5 FRANS I PC-852
ISO LATIN6
PC-775
PC-8 * DEENS I PC-860
PC-8 D/N ITALIAANS PC-863
PC-850 SPAANS PC-865
PC-852 ZWEEDS PC-8 TURKS
PC-8 TURKS JAPANS
PC-1004
WINDOWS LATIN1 NOORS
WINDOWS LATIN2 DEENS II
WINDOWS LATIN5 UK ASCII II
WINDOWS BALTIC
LEGAL FRANS II
ISO 2 IRV NEDERLANDS
ISO 4 UK ZUID-AFRIKAANS
ISO 6 ASCII PC-8
ISO10 SWE/FIN PC-8 D/N
ISO11 ZWEEDS PC-850
ISO14 JISASCII PC-852
ISO15 ITALIAANS PC-860
ISO16 POR PC-863
ISO17 SPAANS PC-865
ISO21 DUITS PC-8 TURKS
ISO25 FRANS
ISO57 CHINEES
ISO60 NOR v1
ISO61 NOR v2
ISO69 FRANS
ISO84 POR
ISO85 SPAANS
HP DUITS
HP SPAANS
VENTURA MATH
VENTURA INTL
VENTURA US
PS MATH
PS TEXT
MATH-8
PI FONT
MS PUBLISHING
WINDOWS 3.0
MC TEXT
DESKTOP
Opmerking
In bovenstaande tabel worden de fabrieksinstellingen aangeduid met een
sterretje * ”.
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-65
FORM FEED-toets (toets voor opnieuw afdrukken)
De FORM FEED-toets werkt op twee manieren, afhankelijk van de status
van het DATA-lampje.
Form Feed
Wanneer de printer off-line staat en er nog gegevens in het geheugen van
de printer zijn opgeslagen, gaat het DATA-lampje branden. Om de in het
geheugen van de printer aanwezige gegevens af te drukken, drukt u op de
FORM FEED-toets:
01 PRINT 001P T1
Wanneer u het aantal te printen pagina’s met de COPY-toets instelt en op
de FORM FEED-toets drukt terwijl de printer bezig is met printen, voert
de printer geen nieuw vel papier meer in. Op het LCD-scherm verschijnt
onderstaande melding:
07 FF PAUZE
Druk nogmaals op SEL om de papierinvoer te hervatten.
Drukt u op FORM FEED terwijl er geen gegevens meer in het geheugen
van de printer zijn opgeslagen, dan wordt deze handeling door de printer
genegeerd. Op het LCD-scherm verschijnt onderstaande melding:
Niets te printen
Opmerking
Als u wilt dat de printer de resterende gegevens automatisch afdrukt, kunt
u met de MODE-toets de automatische Form Feed functie instellen.
Zie “AUTO FORM FEED” in dit hoofdstuk.
Opnieuw afdrukken
U kunt de laatst afgedrukte job meerdere malen afdrukken zonder de
gegevens opnieuw vanuit de computer te sturen. Als u op de FORM
FEED-toets toets drukt wanneer het DATA-lampje uit is, wordt de laatste
print job nogmaals afgedrukt. U kunt deze functie gebruiken om een
pagina na een papierdoorvoerstoring opnieuw af te drukken.
Om deze functie te gebruiken zet u na het afdrukken de printer off-line en
drukt u op DE FORM FEED-toets.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-66
Op het LCD-scherm staat tijdens het afdrukken onderstaande melding:
1 JOB REPRINTEN
Als er onvoldoende geheugen is om alle pagina’s van de laatste print job
af te drukken, wordt uitsluitend de laatste pagina van de laatste print job
afgedrukt. Op het LCD-scherm verschijnt onderstaande melding:
1 PAG REPRINTEN
U stelt het aantal opnieuw af te drukken exemplaren in door tijdens het
herprinten een of meerdere malen op de FORM FEED-toets te drukken.
Het aantal malen dat u op de toets drukt, bepaalt hoe vaak de printer de
job zal afdrukken.
Opmerking
De gegevens van de opnieuw te printen pagina blijven in het geheugen
van de printer totdat deze wordt teruggesteld, of totdat de emulatie of
een aantal instellingen worden veranderd. Heeft u vertrouwelijke
gegevens afgedrukt, zorg er dan voor dat u de printer terugstelt, zodat
deze gegevens uit het geheugen van de printer worden gewist.
Als de printer niet precies weet uit hoeveel pagina’s de laatste job
bestond, wordt alleen de laatste pagina opnieuw afgedrukt. De
complete bewerking kan met de meegeleverde printer driver opnieuw
afgedrukt worden.
In de BR-Script 2-emulatie kan deze functie niet gebruikt worden.
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-67
CONTINUE-toets
Als er tijdens het afdrukken een fout optreedt, wordt het afdrukken
automatisch gestaakt en wordt de printer in off-line gezet. Door op de
CONTINUE-toets te drukken, wordt de fout genegeerd en wordt met
afdrukken verdergegaan.
De werking van deze toets is afhankelijk van de met de MODE-toets
ingestelde stand voor hervatten.
Omdat de stand voor hervatten standaard is ingesteld op handbediening,
moet u op de CONTINUE-toets drukken om een fout te negeren. Als u de
stand voor hervatten instelt op automatisch, zal de printer proberen het
printen te hervatten zonder dat u op de CONTINUE-toets hoeft te
drukken.
Voor meer informatie, zie “Hervatten” in dit hoofdstuk.
Opmerking
Een druk op CONTINUE negeert niet alle fouten. Er kunnen fouten
optreden die eenvoudigweg niet genegeerd kunnen worden en waarop
actie moet worden ondernomen.
Zie “Problemen oplossen” in hoofdstuk 7.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-68
TOETSEN IN DE SHIFT-STAND
De basishandelingen van deze printer en het aanpassen van de
verschillende printerinstellingen kunnen ook in de SHIFT-stand worden
uitgevoerd. De functies die u in de SHIFT -stand kunt gebruiken, staan op
de onderste helft van de toetsen op het bedieningspaneel aangegeven.
Afb. 4-8 Toetsen in de SHIFT-stand
Opmerking
De fabrieksinstellingen zijn onderstaand in vet afgedrukt.
SHIFT-toets
Als de printer off-line is en u de SHIFT-toets ingedrukt houdt, kunt u de
toetsen op het bedieningspaneel in de SHIFT -stand bedienen. Omdat de
SHIFT-toets niet kan worden vastgezet, dient u de toets ingedrukt te
houden om toegang te krijgen tot de gewenste functie. De functies die u
in de SHIFT -stand kunt uitvoeren, staan op de onderste helft van de
toetsen op het bedieningspaneel aangegeven.
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-69
EMULATION-toets
Deze printer is standaard ingesteld met de automatische emulatieselectie
AAN. Wanneer gegevens van de computer worden ontvangen, kiest de
printer automatisch de juiste emulatiestand.
Om de emulatiestand met de hand in te stellen, houdt u de SHIFT-toets
ingedrukt en drukt u tegelijkertijd op de EMULATION-toets. U krijgt
toegang tot een instelmenu waarin u de emulatie kunt wijzigen.
Voor het wijzigen van de emulatiestand gaat u als volgt te werk:-
1. Druk op SEL om de printer off-line te zetten.
2. Houd de SHIFT-toets ingedrukt en druk op EMULATION.
Wanneer u toegang krijgt tot het instelmenu, wordt op het LCD-
scherm eerst de ingestelde emulatiestand met een sterretje (*)
aangegeven.
AUTO *
3. Druk op of totdat de gewenste emulatiestand op het LCD-scherm
staat.
Melding op LCD-scherm Emulatie
HP LaserJet 5 HP LaserJet
BR-Script 2 BR-Script level 2
HP-GL HP-GL Plotter
EPSON FX-850 EPSON FX-850
IBMProprinterXL IBM Proprinter XL
AUTO Automatische emulatieselectie
4. Druk op SET de getoonde selectie te activeren.
Kiest u een emulatie anders dan AUTO, dan verschijnt op het LCD-
scherm gedurende korte tijd een sterretje (*) achter de gekozen
emulatie. Daarna wordt de emulatie-instelling automatisch afgesloten
en gaat de printer off-line.
Kiest u voor AUTO, dan verschijnt de “Time-out” instelling voor de
automatische emulatieselectie op het LCD-scherm. Ga door naar de
volgende stap.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-70
5. Stel de “Time-Out” in m.b.v. of .
TIME-OUT= 5s *
De time-out is de tijdspanne waarbinnen de printer geen andere
automatische emulatiewijziging toestaat. U kunt de time-out instellen
tussen 1 en 99 seconden: De fabrieksinstelling is 5 sec.
6. Druk op SET.
Op het LCD-scherm verschijnt “EPSON/IBM”.
EPSON/IBM=EPSON*
7. Selecteer m.b.v. of de optie EPSON of IBM.
Omdat de printer geen onderscheid maakt tussen de EPSON- en de
IBM-emulatiestand, moet u de EPSON- of IBM-emulatie zelfs in de
automatische emulatieselectiestand selecteren.
Wanneer de printer gegevens van de computer ontvangt, wordt
automatisch een emulatiestand geselecteerd volgens één van
onderstaande combinaties:
EPSON/IBM Prioriteit EPSON IBM
Autom. selectie HP LaserJet HP LaserJet
BR-Script 2 BR-Script 2
HP-GL HP-GL
EPSON FX-850 IBM Proprinter XL
8. Druk op SET.
Op het LCD-scherm verschijnt “BEWAAR PCL”.
BEWAAR PCL=OFF
Deze functie is voor permanente macro’s en fonts die in de HP
LaserJet-stand zijn gedownload.
9. Zet “BEWAAR PCL” met de of toets aan of uit.
Als u de permanente macro’s en fonts die in de HP LaserJet-stand
worden gebruikt niet wilt bewaren, kunt u deze functie uitschakelen.
Wilt u ze wel bewaren, zet deze functie dan aan.
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-71
Is deze functie geactiveerd, dan blijven de gedownloade macro’s en
fonts in het geheugen van de printer totdat hij wordt uitgezet, zelfs
wanneer wordt overgeschakeld naar de BR-Script 2-stand.
Opmerking
De functie “BEWAAR PCL” reserveert vrije ruimte in het geheugen van
de printer, wat betekent dat de melding “Geheugen vol” kan verschijnen.
In dat geval schakelt u deze functie uit, of plaatst u extra geheugen in de
printer.
10.Druk op SET.
Op het LCD-scherm verschijnt de melding “Eindigen”.
11. Druk nogmaals op SET.
De instelmenu’s worden afgesloten en de printer gaat off-line.
Opmerking
Gebruikt u de automatische emulatieselectie, probeer deze dan eerst uit
met de software die u wilt gebruiken of met de netwerkserver. Werkt de
automatische selectie niet naar behoren, dan kiest u de gewenste emulatie
met de hand. De volgende commandos kunnen worden gebruikt om de
gewenste emulatie op een netwerk in te stellen.
Commandos Hex Emulatie
ESC CR H 1B 0D 48 HP LaserJet
ESC CR AB 1B 0D 41 42 BR-Script 2
ESC CR GL 1B 0D 47 4C HP-GL
ESC CR E 1B 0D 45 EPSON FX-850
ESC CR I 1B 0D 49 IBM Proprinter XL
Over de emulaties
Deze printer heeft onderstaande emulatiestanden:
HP LaserJet
De HP LaserJet-stand (of HP-stand) is de emulatiestand waarin deze
printer Hewlett-Packard LaserJet printers en emuleert. Omdat veel
softwarepakketten dit type laserprinter ondersteunen, sluit uw printer in
deze stand prima aan op de standaardsoftwarepakketten.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-72
BR-Script 2 Mode
BR-Script is een door Brother zelf ontworpen paginabeschrijvingstaal en
is tevens een PostScript
taalemulatievertolker. Deze printer beschikt
over level 2 BR-Script. De BR-Script vertolker in deze printer zorgt
ervoor dat hij zonder problemen hele paginas tekst en afbeeldingen kan
verwerken.
De gemiddelde gebruiker hoeft niet veel te weten over PostScript
taal.
Wanneer u echter meer informatie over de PostScript
commandos wenst,
verwijzen wij u naar onderstaande handboeken:
Adobe Systems Incorporated. PostScript
®
Language Reference
Manual, 2nd Edition. Menlo Park: Addison-Wesley Publishing
Company, Inc., 1990.
Adobe Systems Incorporated. PostScript
®
Language Program Design.
Menlo Park: Addison-Wesley Publishing Company, Inc., 1988.
Adobe Systems Incorporated. PostScript
®
Language Reference
Manual. Menlo Park: Addison-Wesley Publishing Company, Inc.,
1985.
Adobe Systems Incorporated. PostScript
®
Language Tutorial and
Cookbook. Menlo Park: Addison-Wesley Publishing Company, Inc.,
1985.
HP-GL-stand
De HP-GL stand is de emulatiestand waarin deze printer de Hewlett-
Packard plotter model HP-7475A emuleert. Omdat veel grafische en
CAD-software dit type plotter ondersteunt, kunt u de printer bij deze
software ook als plotter inzetten.
EPSON FX-850-stand en IBM Proprinter XL-stand
De EPSON FX-850- en IBM Proprinter XL-standen zijn emulaties van
industriestandaard dotmatrixprinters. De meeste software-toepassingen
ondersteunen minstens één van deze printers, zodat u de printer eenvoudig
in kunt zetten en u zich geen zorgen hoeft te maken over compatibiliteit.
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-73
ECONOMY-toets
TONERSPAARSTAND
U kunt de tonerspaarstand als volgt aan- of uitzetten:
Melding op LCD-scherm Tonerspaarstand
TONERSPAAR=UIT Zet de tonerspaarstand uit.
(Fabrieksinstelling)
TONERSPAAR=AAN Zet de tonerspaarstand aan. Er wordt
minder toner op papier overgebracht en de
afdruk ziet er lichter uit.
STROOMSPAARSTAND
U kunt de stroomspaarstand als volgt aan- of uitzetten:
Melding op LCD-scherm Stroomspaarstand
STROOMSPAAR=AAN Zet de stroomspaarstand aan. De
fixeerinrichting van de printmotor wordt na
bepaalde tijd afgezet om stroom te
besparen. (Fabrieksinstelling)
STROOMSPAAR =UIT Zet de stroomspaarstand uit. De
fixeerinrichting van de printmotor blijft aan,
zodat deze altijd op de juiste temperatuur
blijft.
1. Zet u de stroomspaarstand aan, dan verschijnt het volgende optiemenu
op het LCD-scherm:
TIME-OUT
2. Als u op SET drukt, verschijnt onderstaande melding op het LCD-
scherm:
TIME-OUT=30m *
U moet de time-out voor de stroomspaarstand met behulp van de of
toets instellen tussen 1 en 99 minuten. Fabrieksinstelling is 30 minuten.
De time-out is de tijdspanne waarna de fixeerinrichting van de printmotor
wordt uitgezet (“Slaapstand”) teneinde stroom te besparen.
Staat de stroomspaarstand aan, dan schakelt de printer zodra hij gegevens
van de computer ontvangt, de fixeerinrichting automatisch weer in.
Aangezien de fixeerinrichting op temperatuur moet komen, kan het even
duren voordat de printer met het afdrukken van de eerste pagina begint.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-74
FEEDER-toets
Met de FEEDER-toets kunt u selecteren of papier via de papierinvoer, de
universele bak (MF) of handmatig moet worden ingevoerd. Als de
duplex-unit is geïnstalleerd, kunt u met deze toets bovendien de stand
voor dubbelzijdig afdrukken selecteren.
Melding op LCD-scherm Invoer
INVOER=AUTO Selecteer een van de papierbakken, of
automatische papierinvoer.
MF EERST=UIT Zet MF Eerst uit.
HANDINVOER=UIT Zet handinvoer aan of uit.
MF-INSTELLING Instellingen voor de universele bak (MF)
INVOER Instellingen voor bak 1 of bak 2
PAPIERSOORT Selecteert de afdrukmedia
DUPLEX STAND Selecteert de stand voor dubbelzijdig
afdrukken (alleen wanneer de duplex-unit is
geïnstalleerd.)
U kunt controleren welke bak en welke afdrukstand er momenteel is
geselecteerd.
Wanneer bak 1 is geselecteerd, staat onderstaande melding op het LCD-
scherm:
00 KLAAR 001P B1
Wanneer de universele bak (MF) en dubbelzijdig afdrukken is
geselecteerd, staat onderstaande melding op het LCD-scherm:
00 KLAAR 001PMF
Het zwarte blokje geeft aan dat dubbelzijdig afdrukken is geselecteerd.
Wilt u instellingen met behulp van de FEEDER-toets wijzigen, houd dan
de SHIFT-toets ingedrukt en druk tegelijkertijd op FEEDER. Er wordt
dan overgeschakeld naar het instelmenu waar u de invoer, handinvoer,
enz. kunt wijzigen.
INVOER
1. Druk op SEL om de printer off-line te zetten.
2. Houd de SHIFT-toets ingedrukt en druk tegelijkertijd op FEEDER.
Op het instelmenu wordt eerst de ingestelde papierinvoermethode met
een sterretje (*) aangegeven.
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-75
INVOER=AUTO *
3. Druk op of op totdat de gewenste papierinvoer op het LCD-
scherm staat.
Melding op LCD-scherm Papierinvoermethode/Papierbron
INVOER=AUTO Automatische papierinvoer
INVOER=MF Invoer via universele bak (MF)
INVOER=BAK1 Bovenste papierbak (Bak 1)
INVOER=BAK2 Onderste papierbak (Bak 2)
Opmerkingen
Let bij het selecteren van de invoer op het onderstaande:
De melding “INVOER=BAK2” verschijnt alleen wanneer de los
verkrijgbare tweede papierbak is geplaatst.
Met de instelling INVOER=AUTO kunt u uw printer optimaal laten
werken. Is het papier in de bak vanwaar wordt ingevoerd op, dan
hoeft het printen niet te worden onderbroken. De standaardinstelling
is AUTO. Hiermee kan papier uit alle bakken worden ingevoerd, op
voorwaarde dat in alle bakken papier van dezelfde soort en afmetingen
is geplaatst. Op die manier kan het printen foutloos doorgaan ingeval
een van de bakken leeg is, daar de printer automatisch een andere bak
kiest.
Selecteert u INVOER=AUTO, dan zoekt de printer automatisch naar
de papierafmetingen die u in de paginalayout-stand met behulp van de
MODE-toets heeft ingesteld, en voert hij het papier in vanuit de
papierbron waarin papier van de ingestelde afmetingen is geplaatst.
Heeft u in de onderste en bovenste bak papier van verschillende
afmetingen geplaatst en is een van de bakken leeg, dan stopt de printer
met afdrukken en wordt niet automatisch overgeschakeld naar een
andere bak. Zo wordt voorkomen dat per ongeluk op papier van
verschillende afmetingen wordt afgedrukt.
Heeft u verschillende soorten papier maar van dezelfde afmetingen
geplaatst (bijvoorbeeld formulier “A” in bak 1, formulier “B” in bak
2), dan is het raadzaam om de invoerinstelling van AUTO te
veranderen in BAK 1. Als het papier op is, zal de printer wachten
zodat u de juiste papiersoort kunt plaatsen, waarna u op SEL drukt om
het afdrukken te voltooien.
4. Druk op SET om uw keuze vast te leggen.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-76
Selecteert u “BAK1” of “BAK2”, dan verschijnt rechts op het LCD-
scherm even een sterretje, waarna de melding “Eindigen” verschijnt.
Druk nogmaals op SET. Het instelmenu wordt gesloten en de printer
gaat off-line.
Selecteert u “AUTO”, dan verschijnt het menu waar u de bak voor
automatische papierinvoer selecteert. Ga door naar de volgende stap.
5. Verander de combinatie van de bakken en welke bak voorrang heeft
met behulp van de of toets:
AUTO B1>MF *
Is “AUTO B1>MF” is ingesteld, dan is zowel bak 1 als de universele
bak (MF) geselecteerd. Als het papier in bak 1 de juiste afmetingen
heeft, wordt deze bak eerst gebruikt.
6. Druk op SET.
MF EERST
De huidige instelling voor MF EERST wordt op het LCD-scherm met een
sterretje (*) aangeduid.
MF EERST =UIT *
1. Druk op of op om MF EERST voor de universele bak te
activeren of uit te schakelen.
Opmerkingen
Wilt u de eerste pagina bijvoorbeeld op papier met een briefhoofd uit
de universele bak afdrukken en de volgende paginas op normaal
papier uit een andere bak, plaats dan een enkel vel in de universele
bak en selecteer “MF EERST=AAN” op dit menu. De printer kiest
dan eerst de universele bak, ongeacht de instelling voor
“INVOER=####”. Aangezien er slechts één vel in de universele bak
zat en deze nu dus leeg is, schakelt de printer vervolgens automatisch
over op de invoer die is geselecteerd bij “INVOER=####”.
Met de instelling MF EERST=AAN kunt u de universele bak op
eenvoudige wijze als een tijdelijke invoer gebruiken. Plaatst u papier
in de universele bak wanneer MF EERST=AAN is ingesteld, dan
wordt op papier uit deze bak geprint. Plaatst u geen papier in de
universele bak, dan kiest de printer een andere bak, afhankelijk van
de instelling van “INVOER=####.
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-77
Met de instelling MF EERST=AAN wordt eerst het papier uit de
universele bak gebruikt. Is deze bak leeg, dan wordt automatisch
overgeschakeld op een andere papierbron waarin papier van dezelfde
afmetingen is geplaatst. U kunt deze instelling echter alleen
gebruiken wanneer in alle bakken papier van dezelfde soort en
afmetingen is geplaatst. Heeft het papier in de universele bak andere
afmetingen dan het papier in de andere bakken en wilt u het papier in
de universele bak niet gebruiken, selecteer dan MF EERST=UIT.
2. Druk op SET.
HANDINVOER
Op het LCD-scherm wordt handinvoer met een sterretje aangegeven (zie
onderstaand):
HANDINVOER=UIT*
1. Druk op of op om handinvoer te activeren of uit te schakelen.
2. Druk op SET om uw keuze vast te leggen.
Opmerking
Wanneer HANDINVOER=AAN is geselecteerd, dient u er rekening mee
te houden dat de papierbak die is ingesteld in INVOER=#### wordt
genegeerd en dat nu handmatige invoer vanuit de universele bak is
gekozen. Wilt u de selectie in INVOER=#### effectief maken, dan moet
u HANDINVOER=UIT kiezen.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-78
MF-INSTELLING
1. Het LCD-scherm toont nu het instelmenu voor de universele bak.
Druk op de SET-toets om naar dit menu over te schakelen.
Vervolgens ziet u huidige papierafmetingen die voor de universele bak
zijn ingesteld. Dit wordt op het LCD-scherm met een sterretje (*)
aangegeven.
MF AFM. =LETTER*
2. Druk op of op om de gewenste papierafmetingen voor de
universele bak te selecteren.
Opmerking
Selecteert u de universele bak als papierbron, dan moet u MF AFM.
handmatig instellen, want deze bak kan de afmetingen van het papier niet
automatisch vaststellen.
3. Druk op SET om de getoonde instelling te activeren.
Het LCD-scherm geeft de huidige instelling voor PAPIER IN= aan
met een sterretje:
PAPIER IN=CONT *
4. Druk op de of toets om te kiezen of de printer bij handinvoer
door moet gaan of moet stoppen.
Opmerking
Met behulp van deze toets of met een software-commando kunt u bepalen
of de printer, wanneer handinvoer is geselecteerd, moet doorgaan of moet
stoppen met printen. Kiest u PAPIER IN=CONT, dan voert de printer
papier in vanuit de universele bak. Kiest u PAPIER IN=STOP, dan
onderbreekt de printer het invoeren van papier totdat er op de SEL-toets
wordt gedrukt. Wilt u nadat u via uw computer een printopdracht heeft
gegeven papier in de universele bak plaatsen, selecteer dan
PAPIER=STOP, zodat de printer op papier wacht.
5. Druk op SET om de instelling te activeren.
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-79
PAPIERSOORT
Gebruikt u ander papier dan normaal blanco papier, bijvoorbeeld dik
papier, enveloppen of transparanten, dan moet voor een optimale
printkwaliteit in deze stand de betreffende papiersoort worden
geselecteerd.
Voor het selecteren van de papiersoort volgt u onderstaande stappen:
1. Op het LCD-scherm staat onderstaande melding:
PAPIERSOORT
2. Druk op SET om over te schakelen naar de stand voor het selecteren
van de papiersoort. De huidige instelling wordt met een sterretje
aangeduid:
NORMAAL *
3. Druk op of om normaal papier, dik papier of transparanten te
selecteren.
4. Druk op SET om de instelling te activeren.
Opmerkingen
Vergeet niet de instelling weer op normaal papier terug te stellen nadat
u op speciaal papier heeft afgedrukt.
Hoewel u enveloppen in bak 2 kunt plaatsen, kunnen deze niet vanuit
deze bak worden ingevoerd.
Gebruik geen transparanten in bak 1 of bak 2; hiervoor dient de
universele bak gebruikt te worden.
Als u op dik papier afdrukt en de toner bij normale instellingen niet
goed aan het papier hecht, selecteert u DIK PAPIER of DIK PAPIER
2’ (alleen bij een resolutie van 300 of 600 dpi).
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-80
DUPLEX-STAND
Is de optionele duplex unit geplaatst, wordt op het LCD-scherm de
duplex-stand weergegeven:
DUPLEX STAND
1. Druk op SET om over te schakelen naar het menu voor de duplex-
stand.
Op het LCD-scherm wordt de huidige instelling met een sterretje
aangegeven:
DUPLEX=UIT *
2. Druk op of op om duplex of simplex (duplex UIT) te selecteren
en druk op SET.
Kiest u “DUPLEX=AAN”, dan wordt op het LCD-scherm de huidige
instelling voor BIND aangegeven:
BIND=LANG *
3. Druk op of op om lange of korte zijde inbinden te selecteren.
BIND=LANG BIND=KORT
Afb. 4-9 Inbinden
4. Druk op SET om de duplex-stand af te sluiten.
Het instelmenu wordt afgesloten en de printer gaat off-line.
5. Druk nogmaals op SET om de instellingen voor INVOER af te sluiten.
De printer gaat off-line.
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-81
Opmerking
In de duplex-unit kunt u de volgende soorten papier gebruiken: Letter,
Legal, A4, ISO B5 (behalve in bak 2) en Executive.
Papier dat korter is dan B5 (250mm lang) kan niet in de duplex-unit
worden gebruikt.
COPY-toets
Met de COPY-toets kunt u aangeven hoeveel exemplaren er van een
pagina moeten worden afgedrukt. U kunt dit ook via de software doen,
maar met de COPY-toets op de printer kunt u de computer eerder weer
normaal gebruiken. Controleer de huidige instelling op het LCD-scherm.
Als u het aantal af te drukken exemplaren op 1 instelt, verschijnt de
volgende melding op het LCD-scherm:
00 KLAAR 001P B1
Als u het aantal af te drukken exemplaren op 3 instelt, verschijnt de
volgende melding op het LCD-scherm:
00 KLAAR 003P B1
Opmerking
Wanneer de printer te veel paginas in het geheugen moet opslaan, kan het
gebeuren dat een deel van de gegevens of een aantal kopieën niet wordt
afgedrukt.
Voor het instellen van het aantal exemplaren volgt u onderstaande
stappen:
1.Druk op SEL om de printer off-line te zetten.
2.Houd de SHIFT-toets ingedrukt en druk op COPY.
Wanneer u toegang krijgt tot het instelmenu, wordt op het LCD-
scherm de huidige instelling met een sterretje (*) aangegeven.
KOPIEEN= 1 *
3.Druk op of totdat het gewenste aantal op het LCD-scherm staat.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-82
Melding op LCD-scherm Aant. exemplaren van blz
KOPIEEN = 1 1 pagina
KOPIEEN = 2 2 pagina’s
... . . .
KOPIEEN =999 999 pagina’s (max.)
4. Druk op SET om de getoonde selectie te activeren.
Rechts op het LCD-scherm verschijnt even een sterretje (*). De
printer sluit automatisch de instelstand af en gaat off-line.
RESET-toets
De printer kan met behulp van de RESET-toets worden teruggesteld.
Wanneer u de RESET-toets indrukt, worden alle gegevens die door de
computer naar de printer zijn gezonden, uit het geheugen van de printer
gewist. De gebruikersinstellingen of de fabrieksinstellingen zijn
vervolgens weer van kracht.
De in de printer opgeslagen download fonts en macro’s die zijn ingesteld
met behulp van commando’s in de HP PCL5C stand, worden eveneens
gewist.
Wanneer u de printer wilt terugstellen, drukt u op de RESET-toets terwijl
u de SHIFT-toets ingedrukt houdt. Er wordt overgeschakeld naar de
Reset-stand waarin u de printer kunt terugstellen.
Om de printer terug te stellen, volgt u onderstaande stappen.
1. Druk op de SEL-toets om de printer off-line te zetten.
2. Houd de SHIFT-toets ingedrukt en druk de RESET-toets in.
Wanneer u toegang krijgt tot de Reset-stand, wordt op het LCD-
scherm de eerste reset-optie aangegeven.
RESET PRINTER
3. Druk op of totdat de gewenste stand op het LCD-scherm staat.
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-83
Melding op LCD-scherm Reset-stand
RESET PRINTER De printer wordt teruggesteld. Alle
printerinstellingen, inclusief de
instellingen die m.b.v. commando’s zijn
gemaakt, worden teruggesteld op de
eerder met het bedieningspaneel gemaakte
instellingen.
RESET INSTEL 1 De printer wordt teruggesteld en
RESET INSTEL 2 alle printerinstellingen, inclusief de
instellingen die m.b.v. commando’s zijn
gemaakt, worden teruggesteld op de
geselecteerde gebruikersinstellingen (1 of
2) die u met de MODE-toets heeft
gemaakt.
FABR.INSTELLING
De printer wordt teruggesteld. Alle
printerinstellingen, inclusief de
instellingen die m.b.v. commando’s zijn
gemaakt, worden teruggesteld op de
fabrieksinstellingen. Raadpleeg de lijst
van fabrieksinstellingen.
eindigen De Reset-stand wordt afgesloten zonder
dat de printer wordt teruggesteld.
4. Druk op SET om de getoonde selectie te activeren.
De printer wordt volgens de geselecteerde reset-stand teruggesteld.
Kiest u “RESET PRINTER”, dan wordt de printer teruggesteld en
verschijnen afwisselend onderstaande meldingen op het LCD-scherm:
08 RESET NAAR
GEBR.INSTELLING
Kiest u “RESET INSTELL. 1-2”, dan wordt de printer teruggesteld en
verschijnen afwisselend onderstaande meldingen op het LCD-scherm
(# geeft aan hoeveel instellingen er zijn opgeslagen):
08 RESET NAAR
INSTELLING #
Kiest u “FABR.INSTELLING”, dan wordt de printer teruggesteld en
verschijnen afwisselend onderstaande meldingen op het LCD-scherm:
09 RESET NAAR
FABR.INSTELLING
De printer sluit de reset-stand automatisch af en gaat on-line.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-84
Lijst van fabrieksinstellingen
In onderstaande tabel kunt u de standaardfabrieksinstellingen opzoeken.
Opmerkingen
De instellingen zijn afhankelijk van de gekozen emulatie. De actieve
emulaties staan in onderstaande tabel tussen haakjes.
De volgende instellingen kunnen in de Fabrieksinstellingen-stand niet
met de RESET-toets worden teruggesteld op de fabrieksinstellingen:
Interface-stand, HRC-instelling, Paginabescherming, Schaalbaar font,
Paneelslot en Paginateller, en de gewenste taal voor de meldingen op
het LCD-scherm.
De instelling voor het aantal af te drukken exemplaren wordt altijd
teruggezet naar de fabrieksinstelling als de printer wordt uit- en weer
aangezet.
De gebruikersinstellingen worden overschreven wanneer wordt
teruggesteld op instelling 1 of 2.
Toets Stand Optie Fabrieksinstelling
MODE
INTERFACE I/F=AUTO
Voor AUTO
TIME-OUT TIME-OUT=5s
Voor bi-directionele PARALLELLE interface
HOGE SNELHEID HOGE SNELH=AAN
BI-DIR BI-DIR=AAN
Voor RS-232C seriële interface
Baudrate Baudrate=9600
Aantal bits Aantal bits=8 bits
Pariteit Pariteit=GEEN
Stop Bit Stop Bit=1 bits
Xon/Xoff Xon/Xoff=AAN
DTR (ER) DTR (ER)=AAN
Robuust Xon Robuust Xon=UIT
LAYOUT AFDRUKSTAND
(m.u.v. BR-Script 2)
AFDRUK=STAAND
AUTO (HP LaserJet)
AUTO LF UIT
AUTO CR UIT
AUTO WRAP UIT
AUTO SKIP AAN
AUTO (EPSON)
AUTO LF UIT
AUTO CR AAN (geen indicatie)
AUTO WRAP AAN (geen indicatie)
AUTO MASK UIT
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-85
Toets Stand Optie Fabrieksinstelling
AUTO (IBM)
AUTO LF UIT
AUTO CR UIT
AUTO WRAP AAN (geen indicatie)
AUTO MASK UIT
MODE
(vervolg)
LAYOUT (vervolg)
PAGINALAYOUT (HP LaserJet, EPSON & IBM)
PAPIER LETTER
(voor 110/120V model)
A4 (voor 220/240V model)
KANTL L 0 (LETTER, Staand)
0 (LEGAL, Staand)
0 (A4, Staand)
0 (LETTER, Liggend)
0 (LEGAL, Liggend)
0 (A4, Liggend)
0 (A5, Liggend)
0 (A6, Liggend)
KANTL R 80 (LETTER, Staand)
80 (LEGAL, Staand)
78 (A4, Staand)
106 (LETTER, Liggend)
136 (LEGAL, Liggend)
113 (A4, Liggend)
113 (A5, Liggend)
113 (A6, Liggend)
BOVENM. 0,5” (HP)
0,33” (Niet HP)
ONDERM. 0,5” (HP)
0,33” (Niet HP)
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-86
Toets Stand Optie Fabrieksinstelling
MODE
(vervolg)
PAGINALAYOUT
(vervolg)
REGELS (HP) 60 (LETTER, Staand)
78 (LEGAL, Staand)
64 (A4, Staand)
64 (A5, Staand)
64 (A6, Staand)
45 (LETTER, Liggend)
45 (LEGAL, Liggend)
43 (A4, Liggend)
43 (A5, Liggend)
43 (A6, Liggend)
REGELS (Niet HP) 62 (LETTER, Staand)
80 (LEGAL, Staand)
66 (A4, Staand)
66 (A5, Staand)
99 (A6, Staand)
47 (LETTER, Liggend)
47 (LEGAL, Liggend)
45 (A4, Liggend)
45 (A5, Liggend)
45 (A6, Liggend)
X OFFSET X OFFSET=0
Y OFFSET Y OFFSET=0
LAYOUT (BR-Script 2)
X OFFSET X OFFSET=0
Y OFFSET Y OFFSET=0
LAYOUT (HP-GL) PAGINALAYOUT
PAPIER LETTER
(voor 110/120V model)
A4 (voor 220/240V model)
X OFFSET X OFFSET=0
Y OFFSET Y OFFSET=0
GRAFISCHE STAND (HP-GL)
PEN INSTELLEN GROOTTE: 3 punts
GRIJS: 100%
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-87
Toets Stand Optie Fabrieksinstelling
MODE (vervolg)
RESOLUTIE RESOLUTIE RESOLUTIE=600
APT-INSTELLING APT=UIT
HRC-INSTELLING HRC=NORMAAL
PAG.BESCHERMING BESCHERM=AUTO
(Niet BR-Script2)
GEAVANCEERD
PANEELSLOT PANEELSLOT=UIT
AUTO FF AUTO FF=UIT
voor AUTO FF=AAN
WACHTTIJD
WACHTTIJD=5s
ONDERDR. FF ONDERDR. FF=UIT
TONER OP TONER OP=DOORG.
PRINT FOUTLIJST (BR-
Script2)
FOUTLIJST=UIT
HERVATTEN HERVAT=HAND
SCHAALBAAR FONT
(HP, EPSON, & IBM) FONT=ALLE
PRINTDICHTHEID
■■■■■■■■
Voor willekeurige interface
INPUT BUFFER
❏❏❏❏❏
PAGINATELLER 0
FONT (HP)
EERSTE FONT KIES FONT BROUGHAM
SYMBOLENSET PC-8
TWEEDE FONT KIES FONT BROUGHAM
SYMBOLENSET PC-8
FONT (EPSON)
FONT BROUGHAM
KIES TEKENSET US ASCII
FONT (IBM)
FONT BROUGHAM
KIES TEKENSET PC-8
EMULATION
–– AUTO
voor AUTO TIME-OUT TIME-OUT=5s
EPSON/IBM EPSON/IBM=EPSON
BEWAAR PCL BEWAAR PCL=UIT
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-88
Toets Stand Optie Fabrieksinstelling
ECONOMY
TONERSPAARSTAND - TONERSPAAR=UIT
STROOMSPAARSTAND - STROOMSPAAR=AAN
voor STROOMSPAAR=AAN
TIME-OUT TIME-OUT=30m
FEEDER
INVOER - INVOER=AUTO
voor INVOER=AUTO
AUTO=B1>B2>MF
MF EERST MF EERST=UIT
HANDINVOER - HAND=AAN
MF-INSTELLING MF AFM. MF AFM.=LETTER
(Voor 110/120V model)
MF AFM.=A4
(Voor 220/240V model)
PAPIER IN PAPIER IN=CONT
PAPIERSOORT - NORMAAL
DUPLEX STAND DUPLEX DUPLEX=UIT
BIND BIND=LANG
COPY KOPIEEN=1
LANGUAGE (FORM FEED +
Stroomschakelaar)
LANG=ENGLISH
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-89
TEST-toets
Met de TEST-toets kunt u de printer testen of de lijst van lettertypen
afdrukken. Hiertoe houdt u de SHIFT-toets ingedrukt en drukt u
tegelijkertijd op TEST. Er wordt overgeschakeld naar de test-stand,
waarin u de printertest kunt uitvoeren en een lijst van fonts kunt
afdrukken.
Voor het testen van de printer gaat u als volgt te werk:-
1. Druk op SEL om de printer off-line te zetten.
2. Houd de SHIFT-toets ingedrukt en druk tegelijkertijd op TEST.
Op het LCD-scherm wordt het eerste item van de test-stand getoond.
DEMO.PAGINA
3. Druk op of totdat de gewenste test-stand op het LCD-scherm
staat.
Melding op LCD-scherm Test-stand
DEMO.PAGINA Er wordt een demonstratiepagina
afgedrukt.
TESTAFDRUK Er wordt een printertest uitgevoerd
en het testpatroon wordt geprint.
PRINT CONFIG Er wordt een lijst afgedrukt van de
instellingen van de toetsen op het
bedieningspaneel die u als
gebruikersinstellingen heeft
vastgelegd.
PRINT FONTS I Er wordt een lijst met interne of
residente fonts afgedrukt.
PRINT FONTS C Er wordt een lijst van de optionele
fonts van de fontkaart afgedrukt.
PRINT FONTS P Er wordt een lijst van de
permanent download fonts
afgedrukt.
eindigen De test-stand wordt afgesloten
zonder dat één van de opties wordt
uitgevoerd.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-90
Opmerkingen
De meldingen PRINT FONTS C” en PRINT FONTS Pworden alleen
weergegeven indien de optionele fontkaart in de fontsleuf is geïnstalleerd
of wanneer permanente download fonts in het geheugen van de printer
zijn opgeslagen
Wanneer de optionele fontkaart is geïnstalleerd, kunt u een lijst
afdrukken van optionele fonts. Omdat de lijst de identificatienummers
aangeeft die kenmerkend zijn voor elk optioneel font, is kan het juiste
font met behulp van de FONT-toets makkelijk worden geselecteerd.
Raadpleeg FONT-toets” in dit hoofdstuk of
Fontkaart, Flash-geheugenkaart en HDD-kaart” in hoofdstuk 5 voor
meer informatie hierover.
Wanneer zelf-gedefinieerde tekens als permanente download fonts in
het geheugen van de printer zijn opgeslagen, kunt u van deze tekens
een lijst afdrukken. Raadpleeg FONT-toets” in dit hoofdstuk voor
meer informatie hierover.
4.Druk op SET om de getoonde selectie te activeren.
De printer drukt het testpatroon of een lijst van fonts af, afhankelijk
van de door u geselecteerde test-stand.
Kiest u the DEMO.PAGINA”, dan verschijnt onderstaande melding
op het LCD-scherm en wordt de demonstratiepagina afgedrukt.
06 DEMO.PAGINA
Kiest u “TESTAFDRUK”, dan verschijnt onderstaande melding op het
LCD-scherm en wordt het testpatroon afgedrukt.
05 TESTAFDRUK
Kiest u “PRINT CONFIG”, dan verschijnt onderstaande melding op
het LCD-scherm en wordt een lijst van printerinstellingen afgedrukt.
06 PRINT CONFIG
Opmerking
De afdruk geeft een overzicht van de gebruikersinstellingen die gemaakt
zijn met de MODE-toets. Zie ook Instellingen opslaan” in dit hoofdstuk.
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-91
Kiest u “PRINT FONTS”, dan wordt op het LCD-scherm de huidige
stand aangegeven en wordt een lijst van lettertypen afgedrukt. Op het
LCD-scherm verschijnt onderstaande melding:
06 PRINT FONTS I
Na het afdrukken gaar de printer automatisch off-line.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
4-92
HEX DUMP STAND
Deze printer heeft een handige Hex Dump stand. De afdrukgegevens die
de printer door de computer krijgt toegestuurd, kunnen worden
gecontroleerd wanneer u de Hex Dump stand oproept. De printer geeft de
printgegevens weer in hexadecimaal formaat.
Voor het overschakelen naar de Hex Dump-stand volgt u onderstaande
procedure:
1. Controleer of de printer aan of uit staat.
2. Handel als volgt:
Zet de printer aan als deze uit staat.
De printer begint een zelftest en op het LCD-scherm wordt de
volgende melding weergegeven.
04 ZELFTEST
Als de printer reeds aan staat, drukt u op de RESET-toets om de
printer terug te stellen.
1) Druk op de SEL-toets om de printer off-line te zetten.
2) Houd de SHIFT-toets ingedrukt terwijl u de RESET-toets
indrukt.
Op het LCD-scherm ziet u “RESET PRINTER”.
3) Selecteer RESET PRINTER en druk op de SET-toets.
De printer wordt teruggesteld en op het LCD-scherm verschijnen
afwisselend onderstaande meldingen:
08 RESET NAAR
GEBR.INSTELLING
3. Houd CONTINUE / SHIFT ingedrukt.
De printer controleert de CONTINUE / SHIFT-toets aan het einde van
de zelftest of nadat hij is teruggesteld. Wanneer de toets ingedrukt
blijft, krijgt de printer toegang tot de Hex Dump-stand en gaat hij
vervolgens on-line. Op het LCD-scherm staat “HEX DUMP STAND”
en de printer gaat weer on-line.
Opmerking
Keert de printer terug naar de on-line stand zonder dat de melding ”HEX
DUMP STAND” op het LCD-scherm verschijnt, dan heeft u niet
onmiddellijk nadat u de SET-toets heeft ingedrukt de CONTINUE /
SHIFT-toets ingedrukt. Voer bovenstaande handelingen nogmaals uit.
HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL
4-93
4. Stuur gegevens van uw computer naar de printer.
Zodra de printer gegevens van de computer ontvangt, worden deze
gegevens in hexadecimale waarden afgedrukt.
Voor het afsluiten van de Hex Dump-stand volgt u onderstaande
eenvoudige stappen:
1. Druk op SEL om de printer off-line te zetten.
2. Stel de printer met de RESET-toets terug.
Of zet de printer uit, wacht een paar seconden en zet hem weer aan.
HOOFDSTUK 5 EXTRA TOEBEHOREN
5-1
HOOFDSTUK 5
EXTRA TOEBEHOREN
DE TWEEDE PAPIERBAK (LT-2000)
Papier invoeren vanuit de tweede papierbak
Met de tweede papierbak heeft uw printer de beschikking over een derde
papierinvoer, die maximaal 500 vellen papier kan bevatten (80 g/m
2
).
Raadpleeg de leverancier van uw printer voor de optionele tweede
papierbak.
Afb. 5-1 Papier in de tweede papierbak plaatsen
Is de tweede papierbak geplaatst, dan wordt papier op dezelfde wijze in
de tweede papierbak geplaatst als in de bovenste papierbak.
Raadpleeg “DE PRINTER INSTALLEREN” in hoofdstuk 2.
De papierafmetingen die in de tweede papierbak kunnen worden gebruikt,
komen niet overeen met die welke in de bovenste papierbak gebruikt
kunnen worden. Zie de onderstaande tabel.
Papierbak Beschikbare
afmetingen
Beschikbare soort en
capaciteit
De optionele
onderste
papierbak (B2)
Losse vellen : Letter
en Legal of A4
Normaal papier : 500 vellen
gewicht = 80 g/m
2
Tweede papierbak
GEBRUIKERSHANDLEIDING
5-2
Opmerkingen
Zorg ervoor dat u papier kiest met dezelfde afmetingen als het papier dat
volgens uw software gebruikt moet worden, aangezien het resultaat anders
niet optimaal zal zijn.
Als u in uw software op het afdrukmenu geen verschillende
papierafmetingen kunt selecteren, kunt u de afmetingen van het papier in
de LAYOUT-stand met de MODE-toets veranderen.
Raadpleeg “MODE-toets” in hoofdstuk 4 voor nadere informatie
hierover.
Afhankelijk van het land waar u de printer heeft gekocht, is de standaard
papierafmeting ingesteld op Letter, Legal of A4.
110/120V model: ingesteld op Letter of Legal.
220/240V model: ingesteld op A4.
HOOFDSTUK 5 EXTRA TOEBEHOREN
5-3
FONTKAART, FLASH-GEHEUGENKAART/HDD-KAART
De fontkaart, Flash-geheugenkaart en HDD-kaart installeren
Deze printer heeft twee sleuven voor een los verkrijgbare fontkaart,
Flash-geheugenkaart of HDD-kaart.
Als u een los verkrijgbare fontkaart heeft geïnstalleerd, kunt u de op die
kaart opgeslagen lettertypen gebruiken, plus de residente fonts. Voor
meer informatie over los verkrijgbare kaarten kunt u zich wenden tot de
dealer waar u de printer heeft gekocht.
Als u een los verkrijgbare Flash-geheugenkaart of HDD-kaart heeft
geïnstalleerd, kunt u daar macro’s en fonts naar wegschrijven.
Raadpleeg het onderdeel “Geheugenkaart” in hoofdstuk 4 voor informatie
over de werking van de Flash-geheugenkaart en HDD-kaart.
Opmerkingen
Kaarten mogen nooit worden geïnstalleerd of verwijderd wanneer de
printer aan staat, anders gaan alle gegevens op die kaart verloren of
wordt de kaart zelf ernstig beschadigd.
Voor meer informatie over dergelijke kaarten kunt u zich wenden tot
de dealer waar u de printer heeft gekocht.
Voor het installeren of verwijderen van een kaart volgt u onderstaande
procedure:
1. Zorg ervoor dat de printer UIT staat.
Staat de printer AAN, druk dan op SEL om hem off-line te zetten. Als
er nog gegevens in het geheugen van de printer zitten, blijft het
DATA-lampje branden. Druk op FORMFEED om de resterende
gegevens af te drukken. Het DATA-lampje zal dan uitgaan. Zet nu de
printer uit.
2. Steek een Flash-geheugenkaart of een fontkaart in sleuf 1 of 2, met het
etiket van de kaart naar links. Zorg ervoor dat de kaart goed wordt
geplaatst.
Als u de kaart wilt verwijderen zet u de printer uit, drukt u op het
vrijgaveknopje onder de kaart en trekt u de kaart uit zijn sleuf.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
5-4
U kunt onderstaande soorten Flash-geheugenkaart plaatsen:
<Fujitsu>
4 Mbytes: MB98A81273
8 Mbyte: MB98A81373
16 Mbytes: MB98A81473
32 Mbytes: MB98A81573
<AMD>
1 Mbyte: AMC001CFLKA
2 Mbytes: AMC002CFLKA
4 Mbytes: AMC004CFLKA
10 Mbytes: AMC010CFLKA
4 Mbytes: AMC004DFLKA
8 Mbytes: AMC008DFLKA
20 Mbytes: AMC020DFLKA
<SanDisk (of SanDisk OEM-producten)
2 tot 85 Mbytes :PCMCIA PC-kaart ATA
U kunt onderstaande soorten HDD-kaart plaatsen:
Intégral Peripherals Inc.
170 Mbytes: VIPER 170E
Afb. 5-2 De kaart plaatsen of verwijderen
Opmerking
PCMCI-kaarten die een voeding van 12 volt nodig hebben, kunnen
uitsluitend in sleuf 2 worden gebruikt.
Sleuf 2
Sleuf 1
HOOFDSTUK 5 EXTRA TOEBEHOREN
5-5
De optionele lettertypen selecteren
Nadat u de los verkrijgbare fontkaart heeft geïnstalleerd, kunt u de
optionele fonts op diverse manieren selecteren:
1. Via uw software-toepassing
2. Met een fontselectiecommando
3. Met de FONT-toets
Voor het selecteren van fonts via uw software-toepassing volgt u de
instructies voor uw software. Raadpleeg de met uw software
meegeleverde handleiding voor nadere informatie. Als u de fonts
selecteert met een fontselectiecommando, moet het fontselectiecommando
in uw programma worden opgenomen. Raadpleeg de technische
handleiding van deze printer (deze is op verzoek verkrijgbaar).
Opmerkingen
Wanneer u de fonts selecteert via uw software of met een commando,
moet u rekening houden met het volgende:
De instelling van de FONT-toets is niet belangrijk. Dit omdat
commando’s die via de software aan de printer worden doorgegeven,
de door de toets ingestelde waarden opheffen.
Zorg ervoor dat u de fontkaart installeert waarop de door u gewenste
lettertypen staan. De printer selecteert automatisch een lettertype dat
dezelfde of nagenoeg dezelfde kenmerken heeft als het font dat u via
uw software of met een commando voor fontselectie aanstuurt.
Wanneer de geïnstalleerde fontkaart toevallig een font heeft dat sterke
gelijkenissen vertoont met het door u gekozen font, is het mogelijk dat
de printer een afdruk maakt in een ander dan het door u geselecteerde
lettertype.
Voor het selecteren van lettertypen met de FONT-toets, volgt u
onderstaande stappen:
1. Druk in de stand PRINT FONTS C met behulp van de SHIFT- en de
TEST-toets een lijst af van de optionele fonts.
Raadpleeg “Testafdruk en afdruk van de verschillende lettertypen ” in
hoofdstuk 2 voor nadere informatie hierover.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
5-6
2. Zoek in deze lijst de betreffende sleuf op, plus het font-
identificatienummer.
Afb. 5-3 Fontidentificatienummers in de lijst van lettertypen
3. Selecteer het gewenste lettertype met de FONT-toets.
Raadpleeg “FONT-toets” in hoofdstuk 4.
Sleuf 1 of 2
Font-
identificatie-
nummer
HOOFDSTUK 5 EXTRA TOEBEHOREN
5-7
MIO-kaart
Op het achterpaneel van deze printer bevindt zich een sleuf voor een
MIO-interface (MIO = modulaire input/output). In deze sleuf kunt u een
los verkrijgbare MIO-compatibele sharing/netwerkkaart installeren.
Voor meer informatie over MIO-kaarten kunt u contact opnemen met de
dealer waar u deze printer heeft gekocht.
Voor het installeren van de MIO-kaart volgt u onderstaande stappen:
1. Zet de printer UIT en trek de stekker uit het stopcontact.
Opmerking
Zorg ervoor dat de elektrische voeding van de printer is afgesloten
voordat u de MIO-kaart gaat installeren of verwijderen.
2. Draai de twee schroeven los en verwijder de dekplaat van de MIO-
interfacesleuf.
3. Pak de MIO-kaart uit en houd hem bij de rand vast.
Opmerking
Raak het kaartoppervlak niet aan. Statische elektriciteit kan de kaart
beschadigen.
4. Plaats de kaart en druk hem stevig op zijn plaats.
5 Zet de MIO-kaart met de twee schroeven vast.
6. Bewaar de dekplaat en de twee schroeven die u in stap 2 heeft
verwijderd voor het geval u de MIO-kaart later wilt verwijderen.
Afb. 5-4 De MIO-kaart installeren
MIO-kaart
Sleuf voor MIO-
interface
GEBRUIKERSHANDLEIDING
5-8
EXTRA RAM
Deze printer heeft standaard 8 Mbytes geheugen, plus twee sleuven voor
geheugenuitbreiding. Het geheugen kan worden uitgebreid tot maximaal
72 Mbytes. Hiertoe plaatst u los verkrijgbare Single In-line Memory
Modules (SIMMs). (Hoeveel geheugen standaard is geplaatst, is
afhankelijk van het model en het land waar de printer werd geleverd.)
Minimale aanbevolen hoeveelheid geheugen
(Inclusief 8 Mbytes intern geheugen)
Emulatie voor HP LaserJet, HP-GL, EPSON FX-850 en
IBM Proprinter XL
Paginabescherming = Uit
300 dpi 600 dpi
Letter/A4 standaard standaard
Legal standaard standaard
Paginabescherming = Aan
300 dpi 600 dpi
Letter/A4 standaard standaard
Legal standaard standaard
BR-Script 2-stand
300 dpi 600 dpi 1200 dpi
Letter/A4 standaard standaard 16 Mbytes
Legal standaard standaard 16 Mbytes
Dubbelzijdig afdrukken
300 dpi 600 dpi
HP LaserJet standaard 10 Mbytes
BR-Script 2 standaard 10 Mbytes
HOOFDSTUK 5 EXTRA TOEBEHOREN
5-9
Onderstaande SIMMs kunnen worden geïnstalleerd:
•1 Mbyte HITACHI HB56D25632B-6A, -7A, -8A
MITSUBISHI MH25632BJ-7, -8
•2 Mbytes HITACHI HB56D51232B-6A, -7A, -8A
MITSUBISHI MH51232BJ-7, -8
•4 Mbytes HITACHI HB56A132BV-7A, -7AL, -7B, -7BL, -8AL,
-8B, 8BL
MITSUBISHI MH1M32ADJ-7, -8
•8 Mbytes HITACHI HB56A232BT-7A, -7AL, -7B, -7BL
MITSUBISHI MH2M32EJ-7, -8, MH2M32DJ-7, -8
•16 Mbytes TOSHIBA THM324000BSG-60, -70, -80
•32 Mbytes TOSHIBA THM328020BSG-60, -70, -80
Doorgaans moeten de SIMMs aan onderstaande specificaties voldoen:
Type: 72 pin en 32 bit of 36 bit output
Toegangstijd: 80 nsec. of minder
Capaciteit: 1, 2, 4, 8, 16 of 32 Mbyte
Hoogte: 46 mm of minder
Pariteit: GEEN
Er bestaan 40 bit output SIMMs voor werkstations. Dergelijke SIMMs
passen niet in deze printer.
Voor informatie over de SIMMs en de installatie daarvan kunt u zich
wenden tot de dealer waar u de printer heeft gekocht.
Voor het installeren van de SIMMs volgt u onderstaande procedure:-
1. Zet de printer uit en trek de stekker uit het stopcontact.
Opmerking
Zorg ervoor dat de elektrische voeding van de printer is afgesloten
voordat u SIMMs gaat installeren of verwijderen.
2. Maak de bovenkap van de printer open.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
5-10
3. Druk op de pal links binnenin de printer om de dekplaat aan de
linkerzijde van de printer te openen.
Afb. 5-5 De dekplaat aan de linkerzijde van de printer openmaken
4. Schuif de plaat naar de achterkant van de printer toe en haal hem eraf.
Afb. 5-6 De dekplaat aan de linkerzijde van de printer verwijderen
HOOFDSTUK 5 EXTRA TOEBEHOREN
5-11
5. Draai de schroeven los en schuif de metalen dekplaat eraf.
Afb. 5-7 De metalen dekplaat verwijderen
6. Pak een SIMM uit en houd deze aan de rand vast.
!
Let op
Zelfs een kleine hoeveelheid statische elektriciteit kan SIMMs
beschadigen. Raak de geheugenchips of het oppervlak van de kaart
daarom nooit aan.
Draag een antistatische polsband tijdens het hanteren van de kaart en
wanneer u deze gaat installeren of verwijderen, of raak regelmatig het
oppervlak van het antistatische pakket of het blootliggende metaal op de
printer aan.
7. Plaats zo veel SIMMs als nodig.
Steek de SIMMs onder een hoek in de sleuf.
Druk de bovenkant voorzichtig in verticale richting totdat de SIMM
op zijn plaats vastzit.
Opmerkingen
Plaatst u minder dan twee SIMMs, installeer de eerste dan in Sleuf 1
en de volgende Sleuf 2.
Wanneer u SIMMs van verschillende capaciteit installeert, plaatst u de
SIMMs met de grootste capaciteit in de onderste bus en de SIMMs
met een lagere capaciteit op volgorde in de bovenste bussen.
Sluit de netwerkinterfacekabel nooit aan op de modulaire aansluiting
voor toebehoren aan binnenkant van de dekplaat aan de linkerzijde.
Dit kan de printer beschadigen.
Schroef (geel))
GEBRUIKERSHANDLEIDING
5-12
Afb. 5-8 De SIMMs plaatsen
8. Zet de metalen dekplaat weer op zijn plaats en zet deze met de
schroeven vast.
9. Plaats de dekplaat weer op de linkerzijde van de printer.
10.Steek de stekker in het stopcontact en zet de printer AAN.
Zijn de SIMMs verkeerd geplaatst, dan drukt de printer een
foutrapport af.
SIMM
Sleuf 1
Sleuf 2
Modulaire
ingang
HOOFDSTUK 5 EXTRA TOEBEHOREN
5-13
DUPLEX-UNIT (DX-2000)
Met de optionele duplex-unit kunt u papier aan beide zijden bedrukken.
Als de duplex-unit is geïnstalleerd, kunt u via het bedieningspaneel of via
een softwarecommando bepalen of u dubbelzijdig (duplex) of enkelzijdig
(simplex) gaat afdrukken. Raadpleeg “FEEDER-toets” in hoofdstuk 4
voor meer informatie over het bedieningspaneel.
Zorg ervoor dat er voldoende RAM is geïnstalleerd, anders kan de printer
de gegevens voor het dubbelzijdig afdrukken met een resolutie van 600
dpi niet aan en schakelt hij automatisch over op simplex afdrukken, of
verlaagt hij de resolutie van 600 dpi of 1200 dpi tot een lagere resolutie.
Zie onderstaande tabel voor benodigde hoeveelheid geheugen.
Dubbelzijdig afdrukken
300 dpi 600 dpi
HP LaserJet standaard 10 Mbytes
BR-Script 2 standaard 10 Mbytes
Opmerkingen
Met de duplex-unit kan papier worden gebruikt van afmetingen zoals
vermeld in de volgende tabel [Gewicht = 60 tot 105 g/m
2
].
Met de duplex-unit geplaatst wordt de capaciteit van de bovenste
papierbak gereduceerd. Zie de volgende tabel.
Als de duplex-unit is geplaatst en u Legal-papier wilt plaatsen, moet
voor zowel duplex als simplex afdrukken de standaardpapiergeleider
worden vervangen door de duplex-papiergeleider.
Wanneer de printer automatisch overschakelt op 300 dpi, verschijnt
tijdens het afdrukken tijdelijk de melding “02 PR300” op het LCD-
scherm.
Wanneer de printer automatisch overschakelt op simplex afdrukken,
verschijnt tijdens het afdrukken tijdelijk de melding “02 SX” op het
display.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
5-14
Met de duplex-unit geplaatst kan de papierbak alleen papier aan van
onderstaande afmetingen en verandert de capaciteit van de bak als volgt:
Voor Duplex
Papierbak Beschikbare
afmetingen
Beschikbare soort en
capaciteit
Alle papierbakken
voor dubbelzijdig
afdrukken (DX)
Losse vellen: Letter,
Legal, A4,
ISO B5 (behalve bak 2)
en Executive
* Wanneer de duplex-unit
is geplaatst, is de capaciteit
van bak 1 lager dan
hierboven vermeld staat.
De bovenste papierbak met duplex-unit geplaatst
Papierbak Beschikbare afmetingen Beschikbare soort en
capaciteit
De bovenste
papierbak (B1)
Losse vellen: Letter, Legal,
A4, enveloppen: COM 10
Monarch
C5
DL
ISO B5
:200 vellen/27,5mm
: 15 vellen /20,5mm
: 15 vellen /20,5mm
: 15 vellen /20,5mm
: 15 vellen /20,5mm
: 15 vellen /20,5mm
HOOFDSTUK 6 ONDERHOUD
6-1
HOOFDSTUK 6
ONDERHOUD
ONDERHOUD
Tonercassette
Een nieuwe tonercassette bevat voldoende toner om ongeveer 9000 A4-
of Letter-pagina's enkelzijdig te bedrukken bij ongeveer 5% zwarting (de
printdichtheid moet dan zijn ingesteld op 8).
In de PAGINATELLER-stand kunt u met een druk op de MODE-toets
controleren hoeveel pagina’s er in totaal zijn afgedrukt.
Raadpleeg “MODE-toets” in hoofdstuk 4 voor meer informatie hierover.
Opmerkingen
Het tonerverbruik varieert, afhankelijk van beeldvulling en printdichtheid.
Hoe groter de beeldvulling, hoe meer toner er wordt gebruikt.
Als u de printdichtheid donkerder of lichter instelt, wordt navenant
meer of minder toner verbruikt. Raadpleeg “Testafdruk en afdruk van
beschikbare lettertypen” in hoofdstuk 2 voor meer informatie over het
afstellen van de printdichtheid.
De melding “Toner op”
Controleer de afdrukkwaliteit, het totaal aantal afgedrukte pagina’s en de
meldingen die op het LCD-scherm regelmatig. Wanneer onderstaande
melding op het LCD-scherm verschijnt, moet de tonercassette worden
vervangen of moet de toner in de cassette gelijkmatig worden verdeeld.
16 TONER OP
Wanneer deze melding verschijnt, kunt u weliswaar nog 30-100 pagina’s
afdrukken, maar het is raadzaam om de tonercassette te vervangen
voordat de toner helemaal op is.
Met de MODE-toets kunt u instellen hoe de printer reageert op de
melding “TONER OP”. De printer kan stoppen of doorgaan met
afdrukken. Raadpleeg voor meer informatie het onderdeel
“Geavanceerd” in hoofdstuk 4.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
6-2
Voor het controleren van de tonercassette volgt u onderstaande stappen:
1. Haal de tonercassette uit de printer.
Als u de printer aanzet zonder dat er een tonercassette is geplaatst,
verschijnt onderstaande melding op het LCD-scherm. U wordt
gevraagd de tonercassette te plaatsen.
14 GEEN CARTR.
2. Schud de cassette onder een hoek van 45° voorzichtig enkele malen
heen en weer. Zo wordt de toner gelijkmatig in de cassette verdeeld.
3. Plaats de tonercassette weer in de printer.
4. Maak een afdruk en controleer het resultaat.
Als u niet tevreden bent met het resultaat, of als de melding “Toner
op” nog steeds op het LCD-scherm staat, moet u een nieuwe
tonercassette plaatsen.
De tonercassette vervangen
Telkens wanneer u de tonercassette vervangt, moet ook het inwendige van
de printer worden gereinigd.
Raadpleeg het onderdeel “Reinigen” verderop in dit hoofdstuk.
Opmerking
Voor een optimaal resultaat is het zaak dat tonercassettes van goede
kwaliteit worden gebruikt. De dealer waar u de printer gekocht heeft, kan
u meer vertellen over de juiste tonercassettes.
Lees voordat u verdergaat “De tonercassette installeren” in hoofdstuk 2
aandachtig door.
Voor het vervangen van de tonercassette gaat u als volgt te werk:
1. Zet de printer uit.
2 Maak de bovenkap van de printer open.
3. Til de bovenkant van de tonercassette een stukje op en trek de cassette
uit de printer.
4. Reinig de antistatische tandjes met het reinigingsborsteltje.
HOOFDSTUK 6 ONDERHOUD
6-3
Opmerking
Raak de transferrol niet aan, dit heeft een nadelige invloed op de
afdrukkwaliteit.
Afb. 6-1 De antistatische tandjes reinigen
5. Reinig de transfergeleider. Raadpleeg hiervoor het onderdeel “Het
inwendige van de printer reinigen” verderop in dit hoofdstuk.
6. Maak de zak open en pak de nieuwe tonercassette uit.
Wees voorzichtig met de tonercassette.
7. Houd de tonercassette met beide handen vast en schud hem onder een
hoek van 45° enkele malen heen en weer. Zo wordt de toner
gelijkmatig in de cassette verdeeld.
45°
45°
Afb. 6-2 De tonercassette heen en weer schudden
Reinigingsborsteltje
Transferrol
Antistatische tand
j
es
GEBRUIKERSHANDLEIDING
6-4
8. Beweeg het lipje net zolang op en neer tot het van de tonercassette
afbreekt.
9. Pak het lipje stevig vast en trek de plastic beschermstrook helemaal uit
de cassette.
10.Druk de tonercassette in de richting van pijltjes die op de cassette zijn
gegraveerd in de geleidesleuven aan de zijkant, totdat hij stevig in de
cassettehouder in de printer vastzit.
Opmerking
Druk beide zijden van de tonercassette voorzichtig in de printer, totdat de
cassette stevig op zijn plaats zit.
11. Sluit de bovenkap van de printer.
HOOFDSTUK 6 ONDERHOUD
6-5
Reinigen
De binnen- en buitenkant van de printer moeten regelmatig met een
droge, zachte doek worden gereinigd. Wanneer u de tonercassette
vervangt, moet u altijd het inwendige van de printer met een droge zachte
doek reinigen. Als er tonervlekken op een pagina staan, moet het
inwendige van de printer met een droge, zachte doek worden gereinigd.
De buitenkant van de printer reinigen
De buitenkant van de printer wordt als volgt gereinigd:
1. Zet de printer uit en haal de stekker uit het stopcontact.
2. Haal de papierbak en eventueel geplaatste fontkaarten uit de printer.
3. Maak de universele bak open.
4. Veeg met een zachte doek alle stof van de behuizing af.
Doop voor hardnekkige vlekken de doek eerst in een bakje water en
wring hem goed uit.
Opmerking
Gebruik voor het reinigen alleen water of een neutraal reinigingsmiddel.
Vluchtige middelen zoals verdunner of benzine beschadigen de behuizing
van de printer.
Gebruik nooit schoonmaakmiddelen die ammoniak bevatten. Dit kan de
printer beschadigen, in het bijzonder de tonercassette.
Afb. 6-3 De buitenkant van de printer reinigen
GEBRUIKERSHANDLEIDING
6-6
5. Als er papier of iets anders in de papierbak vastzit, moet dit worden
verwijderd.
Afb. 6-4 De papierbak reinigen
6. Installeer de papierbak en de fontkaart weer.
Het inwendige van de printer reinigen
Gebruik voor hardnekkige vlekken een zachte doek die eerst in water is
gedoopt en daarna goed is uitgewrongen.
Opmerkingen
Let tijdens het reinigen van de binnenkant van de printer op het volgende:
Mocht u toner op uw kleren krijgen, veeg de toner dan met een droge
doek af en was uw kleren in koud water. Als u uw kleren in warm
water wast, lost de toner in de stof op en krijgt u de vlekken er niet
meer uit.
Raak de hete fixeerinrichting nooit aan.
Raak de transferrol nooit aan en reinig deze nooit. Dit heeft een
nadelige invloed op de afdrukkwaliteit.
Zorg ervoor dat u de toner niet inademt.
Afb. 6-5 Fuser en transferrol
Transferrol
Fuser
HOOFDSTUK 6 ONDERHOUD
6-7
Het inwedige van de printer wordt als volgt gereinigd:
1. Zet de printer uit en haal de stekker uit het stopkontact.
2. Open de bovenkap van de printer en haal de tonercassette eruit.
3. Neem de toner en het papierstof met een droge, zachte doek van beide
zijden van de papierklep en de papiergeleider af. Til u de papierklep
omhoog, zodat u er makkelijker bij kunt.
Fig. 6-6 De papierklep en trasfergeleider reingen
4. Neem toner en papierstof met een droge, zachte doek van de
bovenkant van de zwarte plastic papiergeleider af.
Fig. 6-7 De papiergeleider reinigen
5. Maak het reinigingsborsteltje los van de bovenkap en maak de
antistatische tandjes schoon door het borsteltje enige malen heen en
weer te schuiven. Steek het borsteltje na het reinigen weer in zijn
sleuf.
6. Zet de tonercassette weer in de printer .
(zie “De tonercassette vervangen”).
7. Sluit de bovenkap van de printer en steek de stekker weer in het
stopkontakt.
Papiergeleider
Papieruitvoerklep
Papiergeleider
GEBRUIKERSHANDLEIDING
6-8
ONDERHOUDSMELDINGEN
Ten behoeve van een optimale en betrouwbare kwaliteit van uw afdrukken
moeten bepaalde onderdelen regelmatig worden vervangen. De printer
geeft een waarschuwingsmelding wanneer dergelijke onderdelen aan
vervanging toe zijn.
ONDERHOUD 1
Wanneer onderstaande melding op het LCD-scherm staat, moet de fuser,
transferrol, het scheidingskussentje en de pick-up rol worden vervangen.
Neem contact op met uw dealer voor nadere informatie over
vervangingsonderdelen.
73 ONDERHOUD 1
ONDERHOUD 2
Wanneer onderstaande melding op het LCD-scherm staat, moet de
scanner worden vervangen. Neem contact op met uw dealer voor nadere
informatie over vervangingsonderdelen.
73 ONDERHOUD 2
HOOFDSTUK 7 PROBLEMEN OPLOSSEN
7–1
HOOFDSTUK 7
PROBLEMEN OPLOSSEN
PROBLEMEN OPLOSSEN
Wanneer er iets niet in orde is, stopt de printer met afdrukken, bepaalt hij
waar de storing is opgetreden en verschijnt op het LCD-scherm de
betreffende storingsmelding om u te waarschuwen. In onderstaande
tabellen wordt aangegeven wat u moet doen om een storing te verhelpen.
Kunt u de storing niet zelf verhelpen, raadpleeg dan uw leverancier. Geef
het nummer van de storingsmelding door voor een snelle diagnose.
Waarschuwingsmeldingen
Waarschuwingsmelding Betekenis Wat te doen
CONTR. XXXXXXX
Controleer de papierbak.
XXXXXXX is MF (de
universele bak)/BAK 1/ BAK
2.
Bij de melding “Contr. bak 1”
controleert u de afstelhendel
onderin de bovenste papierbak
en stelt u deze opnieuw in.
Zie pag. 7-6.
Plaats papier in de papierbak.
12 KAP OPEN
De kap van de printer is open. Sluit de kap van de printer.
13 CONTR. XXXXXX
Papier is vastgelopen in de
printer. XXXXXX is
INVOER/INTERN/ACHTER/
DUPLEX.
Verwijder het vastgelopen
papier uit het aangegeven
onderdeel. Zie pag. 7-6.
14 GEEN CARTR.
Er is geen tonercassette
geplaatst.
Installeer de tonercassette.
XX GEEN CASS
De papierbak is niet geplaatst.
XX is BAK1/BAK2.
Installeer de papierbak.
16 TONER OP
De toner is nu bijna helemaal
op. U kunt hooguit nog 30-
100 pagina’s afdrukken. (Ook
het ALARM-lampje brandt.)
Neem de tonercassette uit de
printer, schud hem onder een
hoek van 45° enige malen
heen en weer en plaats hem
weer in de printer, of plaats
een nieuwe tonercassette.
XX PLAATS PAPIER
***** PAPIER
In de papierbak ligt het
verkeerde papier. XX. XX is
MF (de universele bak)
/BAK1/BAK2. (Afwisselend
wordt aangegeven welk papier
moet worden geplaatst.)
Plaats het juiste papier in de
bak of in de handinvoer en
druk op FORM FEED.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
7–2
Waarschuwingsmelding Betekenis Wat te doen
18 HANDINVOER
***** PAPIER
De printer vraagt u papier met
de hand in te voeren.
(Afwisselend wordt
aangegeven welk papier moet
worden geplaatst.)
Plaats het gevraagde papier in
de universele bak en druk op
SEL.
19 CONTR. FONT
Er is iets niet in orde met de
optionele fontkaart.
Zet de printer uit en vervang
de optionele fontkaart of
installeer deze opnieuw.
20 FONTKAART WEG
De fontkaart is verwijderd
terwijl de printer on-line
stond.
Zet de printer uit, plaats de
kaart weer en zet de printer
weer aan. U kunt de
CONTINUE-toets indrukken
om de melding tijdelijk van
het LCD-scherm te wissen.
27 GEEN DX UNIT
De printer staat in duplex-
stand, maar de duplex-unit is
niet geïnstalleerd.
Installeer de duplex-unit.
Raadpleeg de gebruikers-
handleiding van de
DX-2000
.
27 GEEN DX BAK
De printer staat in duplex-
stand, maar de duplex-
papiergeleider is niet in bak 1
geïnstalleerd.
Installeer de duplex-
papiergeleider in bak 1.
Raadpleeg de gebruikers-
handleiding van de
DX-2000
.
27 DX OPEN
De kap van de duplex-unit
staat open.
Sluit de kap. Raadpleeg de
gebruikershandleiding van de
DX-2000
.
STACK VOL
Er ligt te veel papier op de
uitvoerlade.
Haal het papier van de
uitvoerlade af.
HOOFDSTUK 7 PROBLEMEN OPLOSSEN
7–3
Foutmeldingen
Foutmelding Betekenis Wat te doen
31 PRINTER FOUT
Te veel gegevens op een
pagina.
Druk op CONTINUE om op de
volgende pagina af te drukken.
Niet afgedrukte gegevens zijn
verloren. Controleer de instelling
voor pagina-bescherming met de
MODE-toets. Het probleem
wordt mogelijk opgelost door de
paginabescherming op het juiste
formaat in te stellen. Print u op
600 of 1200 dpi, dan heeft u
mogelijk extra SIMMs nodig. Zie
pag. 5-8.
32 BUFFER FOUT
Hoewel de buffer vol was,
bleef de computer
gegevens sturen.
Druk op CONTINUE om het
afdrukken te hervatten. Niet
afgedrukte gegevens zijn
verloren. Zie pag. 4-50.
34 GEHEUGEN VOL
Het werkgeheugen is vol. Druk op CONTINUE om het
afdrukken te hervatten. Als
dezelfde melding wordt
weergegeven nadat u op
CONTINUE heeft gedrukt, zet u
de printer uit. Wacht een paar
seconden en zet hem weer aan.
Verklein de input buffer. Zet
“BEWAAR PCL” uit. Plaats
extra geheugen terwijl de printer
uit staat. Download fonts en de
fonts in de HDD-kaart zijn
mogelijk de oorzaak van deze
storing, aangezien zij gebruik
maken van hetzelfde werkgebied
als het RAM. Is dit het geval, dan
is het raadzaam om het geheugen
uit te breiden. Zie pag. 5-8.
40 INTERF. FOUT
Fout in het
communicatiecircuit.
Gebruikt u de seriële interface,
controleer dan de communicatie-
parameters zoals baudrate, aantal
bits, pariteit en aansluitings-
protocol. Gebruikt u de parallelle
interface, controleer dan de
aansluiting van de interface-
kabel.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
7–4
Foutmelding Betekenis Wat te doen
41 CONTR PRINTER
Fout in communicatie met
motorcontroller.Error in
communication with the
engine controller
Zet de printer uit. Wacht een
paar seconden alvorens hem
weer aan te zetten.Turn off the
printer. Wait a few seconds,
then turn it on again.
42 KAART VOL
De kaart is vol. Wis onnodige macro’s of
fonts, of gebruik een nieuwe
kaart. Zie pag. 4-37.
43 KAART S.FOUT
Fout tijdens schrijven naar
kaart .
Staat de schrijfbescherming
van de kaart aan, zet deze dan
uit. Gebruik een nieuwe
kaart. Herhaalt de fout zich,
raadpleeg dan uw leverancier
of onderhoudsdienst.
44 SIMM FOUT
De SIMMs zijn niet goed
geplaatst.
Installeer de SIMMs op juiste
wijze, zoek de foutmelding in
kwestie op. Zie pag. 5-8.
45 MIO-FOUT
Fout in de communicatie met
de MIO-kaart.
Installeer de MIO-kaart op de
juiste wijze. Zie pag. 5-7.
46 OPTIE IO-FOUT
Fout in aansluiting met
optionele papierbakken en
duplex-unit.
Controleer de interfacekabel
tussen de printer en de
betreffende bak.
47 KAART L.FOUT
Fout tijdens lezen van kaart. Gebruik een nieuwe kaart.
Herhaalt de fout zich,
raadpleeg dan uw leverancier
of onderhoudsdienst.
XX AFM. FOUT
Er is papier van onjuiste
afmetingen geplaatst. XX is
B2/DX.
Plaats papier van de juiste
afmetingen in bak 2, zodat er
tweezijdig kan worden
afgedrukt.
Raadpleeg “Omgaan met
papier” in hoofdstuk 3.
DATA ONGELDIG
(Alleen BR-Script 2-stand)
Gegevens worden genegeerd
omdat er een fout is
opgetreden in het PostScript
programma.
Druk op de RESET-toets.
Herhaalt de fout zich, plaats
dan extra geheugen.
Zie pag. 5-8.
HOOFDSTUK 7 PROBLEMEN OPLOSSEN
7–5
Servicemeldingen
Servicemelding Betekenis Wat te doen
50 FUSER FOUT
Fout in de fixeerinrichting
Zet de
printer uit. Wacht 15
minuten en zet de printer weer
aan.
51 LASER FOUT
Fout in de laserstraaldetector
Zet de
printer uit. Wacht een
paar seconden en zet hem
weer aan.
52 SCANNER FOUT
Fout in het aftastgedeelte
Zet de
printer uit. Wacht een
paar seconden en zet hem
weer aan.
53 DX FAN FOUT
Fout in de ventilatormotor van
de duplex-unit.
Zet de
printer uit. Wacht een
paar seconden en zet hem
weer aan.
54 MOTOR FOUT
Fout in de hoofdmotor
Zet de
printer uit. Wacht een
paar seconden en zet hem
weer aan.
55 HOOGSP. FOUT
Fout in de
hoogspanningsvoeding
Zet de
printer uit. Wacht een
paar seconden en zet hem
weer aan.
61 PROG. FOUT
Fout in controlesom voor
ROM programma.
Zet de
printer uit. Wacht een
paar seconden en zet hem
weer aan.
62 FONT FOUT
Fout in controlesom voor
fonts van ROM.
Zet de
printer uit. Wacht een
paar seconden en zet hem
weer aan.
63 D-RAM FOUT
D-RAM fout (geheugenfout).
Zet de
printer uit. Wacht een
paar seconden en zet hem
weer aan.
66 NV-WR FOUT
Fout bij schrijven naar NV-
RAM.
Zet de
printer uit. Wacht een
paar seconden en zet hem
weer aan.
67 NV-RD FOUT
Fout bij lezen van NV-RAM
fout.
Zet de
printer uit. Wacht een
paar seconden en zet hem
weer aan.
68 NV-B FOUT
Fout bij schrijven naar en
lezen van NV-RAM.
Zet de
printer uit. Wacht een
paar seconden en zet hem
weer aan.
99 SERVICE
Fout in systeem.
Zet de
printer uit. Wacht een
paar seconden en zet hem
weer aan.
48 ONJUISTE LT
De onderste bak is geen LT-
2000. De geplaatste bak kan
niet worden gebruikt met een
printer die 20 ppm afdrukt.
Plaats een LT-2000.
49 ONJUISTE DX
Uw duplex-unit is geen DX-
2000 en kan niet worden
gebruikt met een printer die
20 ppm afdrukt.
Plaats een DX-2000
73 ONDERHOUD 1
Uw printer moet
onderhoudsbeurt 1 krijgen.
Zie pag. 6-8.
73 ONDERHOUD 2
Uw printer moet
onderhoudsbeurt 2 krijgen.
Zie pag. 6-8.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
7–6
Mogelijke problemen
Deze printer is zodanig ontwikkeld dat hij zonder problemen moet
kunnen afdrukken. Mocht er echter toch iets niet in orde zijn, noteer dan
het nummer en de melding in het LCD-scherm en onderneem de juiste
actie. Hieronder wordt beschreven hoe u papierdoorvoerstoringen en
andere problemen met afdrukken kunt verhelpen.
Papierdoorvoerstoringen
Als het papier in de printer vastloopt, stopt hij met afdrukken en
verschijnt onderstaande melding.
13 CONTR. XXXXXX
Opmerkingen
Loopt het papier regelmatig vast, controleer dan de afstelhendel onderin
de papierbak, of reinig het inwendige van de printer en controleer of u
papier van de juiste kwaliteit gebruikt.
Over de afstelhendel
Wordt papier regelmatig verkeerd of met meerdere vellen tegelijk
ingevoerd, stel de hendel dan aan de hand van onderstaande tabel in.
Aanbevolen papierformaat
I. Achteruit : Letter, Legal, A4, ISO B5, Executive en A5
II. Vooruit : ISO B6, A6, COM10, Monarch, C5 en DL
Als de melding “CONTR. INVOER” verschijnt wanneer er papier in de
papierbak ligt, moet u de afstelhendel controleren en zo nodig bijstellen.
Afb. 7-1 De afstelhendel
Gebruik nooit papier dat:
verkreukeld is
vochtig is
niet overeenkomt met de specificaties
HOOFDSTUK 7 PROBLEMEN OPLOSSEN
7–7
Het papier kan vastlopen in de papier, in het inwendige van de printer, bij
de achterklep, of bij de papieruitvoer. Controleer waar het papier is
vastgelopen en volg onderstaande instructies om het papier te
verwijderen.
De printer hervat het afdrukken automatisch nadat de instructies zijn
opgevolgd. Het kan echter gebeuren dat het DATA-lampje gaat branden
en de volgende melding op het LCD-scherm verschijnt.
07 FF PAUZE
Na een papierdoorvoerstoring blijven er normaal gesproken gegevens in
het geheugen van de printer achter. De melding op het LCD-scherm
vraagt u een form feed uit te voeren om de resterende gegevens af te
drukken. Druk op de SEL-toets om door te gaan.
Papierdoorvoerstoring bij papieruitvoer
13 CONTR. ACHTER
Wanneer het papier de achterklep is gepasseerd en vast komt te zitten bij
de papieruitvoer, volgt u onderstaande stappen:
Afb. 7-2 Papierdoorvoerstoring bij papieruitvoer
GEBRUIKERSHANDLEIDING
7–8
Papierdoorvoerstoring bij achterklep
13 CONTR. ACHTER
Wanneer het papier de achterklep is gepasseerd en voor de papieruitvoer
vast komt te zitten, volgt u onderstaande stappen:
1. Maak de achterklep open.
2. Trek het vastgelopen papier er voorzichtig uit, in richting A of B.
Afb. 7-3 Papierdoorvoerstoring bij achterklep
3. Sluit de achterklep.
Achterklep
Richting A
Richting B
HOOFDSTUK 7 PROBLEMEN OPLOSSEN
7–9
Papierdoorvoerstoring bij de fixeerrol binnenin de printer
13 CONTR. INTERN
Als het papier vastloopt bij de fixeerrol, volgt u onderstaande stappen om
het vastgelopen papier te verwijderen:
1. Maak de bovenkap open en neem de tonercassette uit de printer.
2. Houd het vastgelopen papier met beide handen vast en trek het
voorzichtig naar u toe.
Waarschuwing
De fixeerrol wordt tijdens gebruik zeer heet. Verwijder vastgelopen
papier altijd voorzichtig uit de printer .
!
Let op
Vertoont het bedrukte papier vlekken nadat u het vastgelopen papier
heeft verwijderd, druk dan een aantal pagina’s af alvorens het
afdrukken te hervatten.
Verwijder het papier dat is vast komen te zitten voorzichtig, zodat de
toner niet verspreid wordt.
Pas op dat u geen toner aan uw handen of kleding krijgt. Was
eventuele tonervlekken onmiddellijk met koud water weg.
Raak de transfer-rol nooit aan.
Afb. 7-4 Papierdoorvoerstoring bij fixeerrol
3. Plaats de tonercassette weer in de printer en sluit de bovenkap.
Fixeerrol
GEBRUIKERSHANDLEIDING
7–10
Papierdoorvoerstoring bij de papierklep binnenin de printer
13 CONTR. INTERN
Bij een papierdoorvoerstoring bij de papierklep binnenin de printer volgt
u onderstaande stappen om het vastgelopen papier te verwijderen:
1. Trek de bovenste papierbak uit de zodat u de rand van het papier
losmaakt van de papierdoorvoerrol. Zo voorkomt u dat het papier
scheurt.
2. Maak de bovenkap open en neem de tonercassette uit de printer.
3. Til de papierklep op.
4. Verwijder het vastgelopen papier als volgt:
Is het papier de papierklep reeds gepasseerd en zit er al toner op het
papier, trek het papier dan richting A over de rol heen (naar de
bovenzijde van de printer).
!
Let op
Pas op dat u geen toner aan uw handen of kleding krijgt. Was eventuele
tonervlekken onmiddellijk met koud water weg.
Afb. 7-5 Papierdoorvoerstoring bij de papierklep
5. Sluit de papierklep.
6. Plaats de tonercassette weer in de printer en sluit de bovenkap.
Papierklep
Richtin
g
A
HOOFDSTUK 7 PROBLEMEN OPLOSSEN
7–11
Papierdoorvoerstoring in de papierbak
13 CONTR. INVOER
Als het papier in de papierbak vastloopt, volgt u onderstaande stappen:
1. Trek de papierbak uit de printer.
2. Verwijder het vastgelopen papier.
Afb. 7-6 Papierdoorvoerstoring in de papierbak
3. Plaats de papierbak weer in de printer.
!
Let op
Trek de bovenste papierbak niet uit de printer terwijl er nog papier uit de
los verkrijgbare tweede papierbak wordt ingevoerd, daar dit een
papierdoorvoerstoring veroorzaakt.
Papierdoorvoerstoring in de universele bak
13 CONTR. INVOER
Als het papier vastloopt in de universele bak, volgt u onderstaande
stappen:
1. Haal het vastgelopen papier uit de universele bak.
2. Leg het papier weer in een nette stapel in de universele bak.
3. Maak de bovenkap open en dicht.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
7–12
Slechte afdrukkwaliteit
Bent u niet tevreden met de kwaliteit van de afdruk, kijk dan in
onderstaande lijst of het probleem beschreven wordt en onderneem de
beschreven actie om het probleem op te lossen.
Opmerking
Het kan gebeuren dat het papier aan alle voorwaarden in de specificaties
voldoet, maar dat er toch niet naar behoren wordt afgedrukt. Dit kan te
maken hebben met temperatuur, vochtigheid of andere omstandigheden
die de printer kunnen beïnvloeden. Lukt het u niet om het probleem op te
lossen, neem dan contact op met de leverancier van de printer.
Onduidelijke afdruk
De bladzijde heeft witte strepen of wazige afbeeldingen.
Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over
me. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now,
over me. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together rightA
now, over me. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come togetherA
right now, over me. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come AAA
together right now, over me. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. A
Come together right now, over me. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to beA
free. Come together right now, over me. Here come Flat-top ,he come. Lucy in the sky with Diamonde. AA
One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Flat-top ,heAA
come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Flat-top
,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Flat-
top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Lucy in the
sky with Diamonde. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come AAA
together right now, over me. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. A
Come together right now, over me. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be
free. Come together right now, over me. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you goA
to be free. Come together right now, over me. Here come Flat-top ,he come. Lucy in the sky with AAAAA
Diamonde. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come A
Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. HereA
come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. A
Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over
me. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now,
over me. Here come Flat-top ,he come. Lucy in the sky with Diamonde. One thing I can tell you is you go
to be free. Come together right now, over me. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you
go to be free. Come together right now, over me. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is
you go to be free. Come together right now, over me. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell A
you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Flat-top ,he come. One thing I can
tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Flat-top ,he come. One thing I
can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Flat-top ,he come. One A
thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Flat-top ,he come.
One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Flat-top ,he A
come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Flat-top
,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Flat-
top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come
Flat-top ,he come. Lucy in the sky with Diamonde. One thing I can tell you is you go to be free. Come AAA
Afb. 7-7 Witte strepen of wazige beelden
Bij dergelijke problemen controleert u of de melding “Toner op” is
verschenen. De toner kan op zijn of de toner is misschien niet goed
verdeeld in de tonercassette.
16 TONER OP
HOOFDSTUK 7 PROBLEMEN OPLOSSEN
7–13
Volg onderstaande stappen om het probleem te verhelpen:
1. Maak de bovenkap van de printer open.
Afb. 7-8 De bovenkap openmaken
2. Neem de tonercassette uit de printer.
Afb. 7-9 De tonercassette verwijderen
GEBRUIKERSHANDLEIDING
7–14
3. Schud de cassette onder een hoek van 45° voorzichtig enkele malen
heen en weer.
Zo wordt de toner gelijkmatig in de cassette verdeeld.
45°
45°
Afb. 7-10 De toner gelijkmatig verdelen
4. Plaats de tonercassette weer in de printer en sluit de bovenkap.
5. Druk een aantal pagina’s af.
Bent u nog niet tevreden met het resultaat, plaats dan een nieuwe
tonercassette.
HOOFDSTUK 7 PROBLEMEN OPLOSSEN
7–15
Vlekken en strepen
Als op de afgedrukte bladzijde tonervlekken of verticale strepen staan,
moet het inwendige van de printer worden gereinigd.
Zie “Reinigen” in hoofdstuk 6.
Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over
me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now,
over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together rightA
now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come togetherA
right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come AAA
together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. A
Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to beA
free. Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. Diamonde the skyLucky in with .
AA One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-top
,heAA come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come
Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here
come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come tin the sky right now, over me.
in the sky Lucy Diamonde with . Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free.
Come AAA together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to
be free. A Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you
go to be free. together Comeright now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is
you goA to be free. Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. Lucky in the sky with
AAAAA Diamonde. One thing I can tell you is you go to be free. Come tin the sky right now, over me. Here
come A Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over
me. HereA come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come tin the sky right
now, over me. A Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together
right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come
together right now, over me. Here come v ,he come. Lucky Diamonde in the sky with . One thing I can tell
you is you go to be free. Come tin the skyright now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I
can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One
thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-top ,he come.
One thing I can tell A you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-top ,he
come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-
top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come
Pat-top ,he come. One A thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here
come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me.
Here come Pat-top ,he A come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now,
over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right
now, over me. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come tin the sky
right now, over me. Here come Pat-top ,he come. Lucy in the sky with Amesist. One thing I can tell you is
Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over
me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now,
over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together rightA
now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come togetherA
right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come AAA
together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. A
Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to beA
free. Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. Diamonde the skyLucky in with .
AA One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-top
,heAA come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come
Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here
come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come tin the sky right now, over me.
in the sky Lucy Diamonde with . Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free.
Come AAA together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to
be free. A Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you
go to be free. together Comeright now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is
you goA to be free. Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. Lucky in the sky with
AAAAA Diamonde. One thing I can tell you is you go to be free. Come tin the sky right now, over me. Here
come A Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over
me. HereA come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come tin the sky right
now, over me. A Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together
right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come
together right now, over me. Here come v ,he come. Lucky Diamonde in the sky with . One thing I can tell
you is you go to be free. Come tin the skyright now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I
can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One
thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-top ,he come.
One thing I can tell A you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-top ,he
come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-
top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come
Pat-top ,he come. One A thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here
come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me.
Here come Pat-top ,he A come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now,
over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right
now, over me. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come tin the sky
right now, over me. Here come Pat-top ,he come. Lucy in the sky with Amesist. One thing I can tell you is
Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over
me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now,
over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together rightA
now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come togetherA
right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come AAA
together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. A
Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to beA
free. Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. Diamonde the skyLucky in with .
AA One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-top
,heAA come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come
Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here
come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come tin the sky right now, over me.
in the sky Lucy Diamonde with . Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free.
Come AAA together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to
be free. A Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you
go to be free. together Comeright now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is
you goA to be free. Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. Lucky in the sky with
AAAAA Diamonde. One thing I can tell you is you go to be free. Come tin the sky right now, over me. Here
come A Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over
me. HereA come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come tin the sky right
now, over me. A Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together
right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come
together right now, over me. Here come v ,he come. Lucky Diamonde in the sky with . One thing I can tell
you is you go to be free. Come tin the skyright now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I
can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One
thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-top ,he come.
One thing I can tell A you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-top ,he
come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-
top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come
Pat-top ,he come. One A thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here
come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me.
Here come Pat-top ,he A come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now,
over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right
now, over me. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come tin the sky
right now, over me. Here come Pat-top ,he come. Lucy in the sky with Amesist. One thing I can tell you is
Vlekken Strepen Vlekken op regelmatige afstand
Afb. 7-11 Donkere strepen of tonervlekken
Is het probleem bestaan na het reinigen nog niet verholpen, dan
controleert u het volgende:
Controleer of u papier of OHP-vellen gebruikt die voldoen aan de
specificaties en of de juiste zijde van het papier bedrukt wordt.
Controleer de tonercassette op beschadigingen en plaats zo nodig een
nieuwe.
Als de strepen of vlekken verticaal op regelmatige afstand over het papier
verspreid zijn, gaat u als volgt te werk, afhankelijk van de afstand tussen
de vlekken/strepen.
Afstand Wat te doen
95 mm De tonercassette vervangen.
53 mm Een aantal pagina’s afdrukken. *
51 mm De tonercassette vervangen.
38 mm De tonercassette vervangen.
* Als dit probleem regelmatig optreedt, moet de transferrol worden
vervangen. Raadpleeg uw dealer of leverancier.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
7–16
Witte vlekken
Als er witte stukken op de afdruk staan waar normaal tekst of een
afbeelding zichtbaar zou moeten zijn, controleert u of u papier of OHP-
vellen gebruikt die voldoen aan de specificaties en of de juiste zijde van
het papier bedrukt wordt.
Afb. 7-12 Witte vlekken
Toner verspreid over de afdruk
Als er toner rondom de tekens wordt verspreid waardoor de afdruk
bevlekt wordt, moet het inwendige van de printer worden gereinigd.
Zie “Reinigen” in hoofdstuk 6.
Afb. 7-13 Toner verspreid over de afdruk
Is het probleem bestaan na het reinigen nog niet verholpen, dan
controleert u het volgende:
Controleer of u papier of OHP-vellen gebruikt die voldoen aan de
specificaties en of de juiste zijde van het papier bedrukt wordt.
Controleer of er misschien lijm op het te bedrukken oppervlak zit.
Dit kan de toner verspreiden.
Als tonerdeeltjes over de hele bedrukte pagina verspreid zijn, moet de
printdichtheid worden afgesteld. Zie “Het testpatroon en de
demonstratiepagina controleren” in hoofdstuk 2.
HOOFDSTUK 7 PROBLEMEN OPLOSSEN
7–17
Zwarte pagina
Is de hele pagina zwart, controleer dan of de tonercassette goed geplaatst
is. Warmtegevoelig papier kan dit probleem veroorzaken.
Afb. 7-14 Zwarte pagina
Witte pagina
Staat er niets op de afgedrukte pagina, dan controleert u of de toner
misschien op is, of de plastic beschermstrook wel uit de tonercassette is
verwijderd, of het papier, de OHP-vellen of enveloppen die u gebruikt
wel voldoen aan de specificaties en of de juiste zijde van het papier
bedrukt wordt.
Als u een nieuwe stapel papier plaats zonder deze eerst even door te
bladeren, kan het gebeuren dat er meerdere vellen tegelijk worden
ingevoerd, zodat er een aantal lege vellen worden uitgevoerd.
Afb. 7-15 Witte pagina
GEBRUIKERSHANDLEIDING
7–18
Ontbrekende stukken
Wordt er niets afgedrukt, of wordt slechts een gedeelte van de bladzijde
bedrukt wordt, dan controleert u of de toner op is en of de toner
gelijkmatig in de cassette verdeeld is. Raadpleeg “Slechte
afdrukkwaliteit” in dit hoofdstuk om het probleem te verhelpen.
Controleer tevens of het papier, de OHP-vellen of enveloppen die u
gebruikt wel voldoen aan de specificaties en of de juiste zijde van het
papier bedrukt wordt. Vochtig papier kan een dergelijk probleem
veroorzaken.
Dit probleem kan ook optreden als de printdichtheid te laag staat
ingesteld. Stel de printdichtheid goed af. Zie “Het testpatroon en de
demonstratiepagina controleren” in hoofdstuk 2.
Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over
me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now,
over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together rightA
now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come togetherA
right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come AAA
together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. A
Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to beA
free. Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. Diamonde the skyLucky in with .
AA One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-top
,heAA come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come
Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here
come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come tin the sky right now, over me.
in the sky Lucy Diamonde with . Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free.
Come AAA together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to
be free. A Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you
go to be free. together Comeright now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is
you goA to be free. Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. Lucky in the sky with
AAAAA Diamonde. One thing I can tell you is you go to be free. Come tin the sky right now, over me. Here
come A Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over
me. HereA come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come tin the sky right
now, over me. A Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together
right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come
together right now, over me. Here come v ,he come. Lucky Diamonde in the sky with . One thing I can tell
you is you go to be free. Come tin the skyright now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I
can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One
thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-top ,he come.
One thing I can tell A you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-top ,he
come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-
top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come
Pat-top ,he come. One A thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here
come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me.
Here come Pat-top ,he A come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now,
over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right
now, over me. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come tin the sky
right now, over me. Here come Pat-top ,he come. Lucy in the sky with Amesist. One thing I can tell you is
Afb. 7-16 Ontbrekende gedeelten
Slechte weergave van halftoon of grijstinten
Als afbeeldingen niet mooi worden afgedrukt en grijswaarden niet mooi
in elkaar overlopen, zet u de High Resolution Control uit. U doet dit met
de MODE-toets in de RESOLUTIE-stand.
HRC = UIT HRC = MEDIUM
Afb. 7-17 High Resolution Control afstellen
APPENDICES
Appendix–1
APPENDICES
PRINTERSPECIFICATIES
Afdrukken
Afdrukmethode Elektrofotografisch met behulp van halfgeleider
laserstraal-aftasting
Laser Golflengte: 780 nm
Pulsduur: 25 ns
Vermogen: Maximaal 5 mW
Resolutie 1200 dots per inch (De resolutie wordt verbeterd
wanneer High Resolution Control wordt geactiveerd.)
Afdruksnelheid 20 pagina’s per minuut (600 of 300 dpi / A4)
21 pagina’s per minuut (600 of 300 dpi / Letter)
10 pagina’s per minuut(1200 dpi / A4 & Letter)
Opwarmingsduur Maximaal 1 minuut bij 20°C
Eerste afdruk 16 seconden of minder
(A4, invoer via papierbak, face-down papieruitvoer)
Prestart met software-commando voor eerste afdruk na
10 seconden
Afdrukmedia Toner, verpakt in een cassette die uit een onderdeel
bestaat.
Gebruiksduur: 9000 enkelzijdig bedrukte pagina’s per
cassette (Bij gebruik van A4- of Letter-papier,
printdichtheid stand 8, met 5% vlakvulling).
Residente printerfonts • Stand voor HP LaserJet, EPSON FX-850 en
IBMProprinter XL
66 schaalbare fonts en 12 rasterfonts
• BR-Script Level 2-stand
66 schaalbare fonts
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Appendix–2
Functies
CPU MB86832 100 MHz (SPARC-architectuur)
Emulatie Automatische emulatieselectie
•HP LaserJet 5
•BR-Script Level 2
•HP-GL
EPSON FX-850
IBM Proprinter XL
Interface Automatische interfaceselectie tussen bi-directionele
parallelle, RS-232C seriële, universele seriële bus en
MIO-interface.
Raadpleeg “Interfacespecificaties” in de Appendix voor
meer informatie.
RAM 8 Mbytes
(kan met SIMMs worden uitgebreid tot 72 Mbytes)
Hoeveel geheugen er standaard is geplaatst, is
afhankelijk van het model printer en van het land waar
de printer geleverd wordt.
Sleuven voor fontkaart Rechter sleuf voor Type I en II
Linker sleuf voor PCMCIA Type I, II en III compatibel
voor FLASH-geheugenkaarten of HDD-kaarten
Bedieningspaneel 8 toetsen, 5 lampjes en een LCD-scherm dat meldingen
van 16 tekens kan weergeven
Diagnostiek Ingebouwd zelftest-programma.
APPENDICES
Appendix–3
Elektrische en mechanische specificaties
Stroomvoorziening V.S. en Canada: 110-120 V wisselstroom, 50/60 Hz
Europa en Australië:220-240 V wisselstroom, 50/60 Hz
Stroomverbruik Tijdens afdrukken: 500 W of minder
Stand-by: 90 W of minder
Stand-by in slaapstand:25 W of minder
Lawaai Tijdens afdrukken:55 dB A of minder
Stand-by: 40 dB A of minder
Temperatuur In bedrijf: 10 tot 32,5°C
In opslag: 0 tot 35°C
Vochtigheid In bedrijf: 20 tot 80% (zonder condensvorming)
In opslag: 10 tot 80% (zonder condensvorming)
Afmetingen
220/240 V model: 396 (B) x 389 (H) x 400 (D) mm
110/120 V model: 396 (B) x 389 (H) x 452 (D) mm
Gewicht Ongeveer 15 kg.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Appendix–4
PAPIERSPECIFICATIES
Papierinvoer Papierbakken:
Standaard bovenste bak (Bak 1).
Optionele tweede bak (Bak 2).
Papierafmetingen:
BAK 1 : Letter, Legal en A4
BAK 2 : Letter, Legal en A4 (OPTIE).
Max. hoogte van papier in de bak = 55 mm.
Max. capaciteit van papierbak = ong. 500
vellen van 80 g/m
2 .
Met duplex-unit geplaatst = ong. 250 vellen
van 80 g/m
2
A4/Letter (Bak 1).
Universele bak:
Capaciteit van universele bak = ong. 150 vellen van
80 g/m
2
.
Papieruitvoer Face-down papieruitvoer: ong. 500 vellen.
Face-up papieruitvoer
Papiersoort Via papierbak:
Standaard bovenste bak (Bak 1) :
Normaal papier: Letter, Legal of A4
[60 tot 105 g/m
2
].
Universele bak (MF bak):
Normaal papier 95 x 148 mm tot 216 x 356 mm
[60 to 199 g/m
2
].
Transparanten (OHP-vellen).
Gekleurd papier.
Etiketten.
Enveloppen: COM10, Monarch, C5, DL en ISO B5
Optionele tweede bak (Bak 2) :
Normaal papier: A4, Letter en Legal
[60 to 90 g/m
2
]
APPENDICES
Appendix–5
Het is raadzaam om, zeker bij het afdrukken van
enveloppen, eerst een proefafdruk te maken.
Gebruik de hieronder aangegeven enveloppen
bij voorkeur niet:
Enveloppen met dikke of scheve hoeken.
Enveloppen die beschadigd, gekruld, of gekreukeld
zijn.
Enveloppen met een heel glad of glimmend
oppervlak.
Enveloppen met een klemsluiting.
Dikke enveloppen.
Enveloppen die niet scherp zijn gevouwen.
Dubbele enveloppen.
Met een laser voorgedrukte enveloppen.
Enveloppen met een voorgedrukte binnenkant.
Enveloppen die u niet goed kunt stapelen.
Opmerkingen
Het gebied binnen 15 mm. vanaf de zij-, onder- en bovenkanten van
de envelop kan niet worden bedrukt.
Voer etiketten zodanig in dat het papier waarop de etiketten zijn
geplakt, naar onderen is gekeerd. Zo niet, dan kan de printer worden
beschadigd.
Voor een optimale afdruk is het raadzaam om een goede kwaliteit
transparanten te gebruiken. Raadpleeg uw dealer voor het juiste type
transparanten, geschikt voor gebruik in een laser printer.
PAPIERSPECIFIKATIES
Deze printer is zodanig ontworpen dat hij met de meeste soorten
xerografisch papier en normaal papier van goede kwaliteit kan werken.
Bij sommige papiersoorten kan de afdrukkwaliteit echter wat minder zijn,
of kan de printer minder betrouwbaar werken. Om u te verzekeren van
een optimale afdruk is het raadzaam om altijd eerst een testafdruk te
maken op het papier dat u wilt gebruiken. Hieronder staan een aantal
punten die u helpen de juiste papiersoort te kiezen:
1. Vertel uw leverancier dat het papier of de enveloppen in een laser
printer gebruikt zullen worden.
2. De inkt op voorgedrukt papier moet bestendig zijn tegen de
temperatuur van het fixeerproces in de printer (200° C).
3. Het gebruik van papier waarin katoen is verwerkt, papier met een ruw
oppervlak zoals geribbeld of gevergeerd papier, of papier dat
gerimpeld of verkreukt is, komt de werking van de printer niet ten
goede, en de afdrukkwaliteit laat bij dergelijk papier te wensen over.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Appendix–6
Opmerking
De fabrikant geeft geen aanbevelingen m.b.t. te gebruiken papiersoorten
en waarborgt het gebruik van enig papier evenmin. De gebruiker van de
printer is zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van het papier dat in de
printer gebruikt wordt.
Papiersoorten die niet gebruikt moeten worden
Sommige soorten papier zijn minder geschikt voor deze printer, of
kunnen de printer beschadigen.
Onderstaande papiersoorten moeten niet worden gebruikt:
1. Ruw of grof papier.
2. Glad of glanzend papier.
3. Gecoat papier of papier dat met chemicaliën is afgewerkt.
4. Beschadigd, gekreukt of voorgevouwen papier.
5. Papier dat zwaarder is dan het in de handleiding maximaal aanbevolen
gewicht.
6. Papier met lipjes of nietjes.
7. Briefhoofden waar gebruik is gemaakt van lage-temperatuur verf of
thermografie.
8. Meerdelig papier of papier zonder koolstof.
SCHADE OF ANDERE DEFEKTEN ALS GEVOLG VAN HET
GEBRUIK VAN BOVENSTAAND PAPIER WORDEN NIET DOOR
GARANTIE OF ONDERHOUDSOVEREENKOMSTEN GEDEKT.
SPECIFIKATIES VOOR ENVELOPPEN
Uw printer kan met de meeste enveloppen werken. De manier waarop
sommige enveloppen zijn gevouwen kan bij de doorvoer of bij het
afdrukken echter problemen opleveren. Geschikte enveloppen zijn recht
en scherp gevouwen en hebben niet meer dan twee lagen papier. De
enveloppe moet plat en vlak liggen, mag niet slordig zijn gevouwen en het
papier moet van goede kwaliteit zijn. Het is raadzaam om alleen
enveloppen van hoge kwaliteit te kopen; vertel uw leverancier dat de
enveloppen in een laser printer gebruikt zullen worden. Om u te
verzekeren van een acceptabele afdruk moet u eerst een testafdruk maken.
Onderstaande soorten enveloppen moeten niet worden gebruikt:
1. Enveloppen met papier dat zwaarder is dan het in de handleiding
aangegeven gewicht.
2. Enveloppen van inferieure kwaliteit, met onregelmatige randen.
3. Enveloppen die slordig zijn gevouwen of met onscherpe vouwen.
4. Enveloppen met een doorzichtig venster, met gaten, uitsnijdingen of
perforaties.
APPENDICES
Appendix–7
5. Enveloppen met klemsluiting, druksluiting of touwtjes.
6. Enveloppen van glad of glanzend papier.
7. Enveloppen met een ruw of grof oppervlak, of gegraufeerde
enveloppen.
8. Enveloppen die niet plat en vlak liggen, enveloppen met omgekrulde
hoeken, gekreukelde enveloppen, of onregelmatige enveloppen.
9. Enveloppen met een open flap met lijm erop.
HET GEBRUIK VAN BOVENSTAANDE ENVELOPPEN KAN UW
PRINTER BESCHADIGEN. DERGELIJKE SCHADE WORDT
NIET DOOR GARANTIE OF
ONDERHOUDSOVEREENKOMSTEN GEDEKT.
Opmerking
De fabrikant geeft geen aanbevelingen m.b.t. te gebruiken enveloppen en
waarborgt het gebruik van enige enveloppen evenmin aangezien de
kwaliteit van enveloppen van merk tot merk verschilt. De gebruiker van
de printer is zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van de enveloppen
die in de printer gebruikt worden.
ETIKETTEN enTRANSPARPARANTEN
De printer kan afdrukken op etiketten en transparanten die zijn ontworpen
voor gebruik in een laser printer. De lijm van etiketten moet gebaseerd
zijn op acryl, daar dergelijke lijm bij de hoge temperaturen in de
fixeerinrichting stabieler is. De lijm mag niet in aanraking komen met
delen van de printer aangezien de etiketten anders aan de drum of de
rollen blijven plakken, wat papierdoorvoerstoringen en problemen met de
afdrukkwaliteit veroorzaakt. Er mag geen lijm zichtbaar zijn tussen de
etiketten. Etiketten moeten zodanig worden geplaatst dat zij de gehele
pagina beslaan en op het vel mogen alleen in de lengte open plaatsen
zichtbaar zijn. Gebruikt u vellen met open plaatsen tussen de etiketten,
dan kunnen deze losraken en ernstige doorvoerstoringen of
printproblemen veroorzaken.
Alle etiketten en transparanten die in de printer gebruikt worden, moeten
gedurende 0,1 seconde bestendig zijn tegen een temperatuur van 200 ° C.
Etiketten en transparanten mogen niet zwaarder zijn dan de in de
gebruikershandleiding aangegeven gewichten. Zwaardere etiketten of
transparanten worden mogelijk niet goed doorgevoerd of niet goed
bedrukt en kunnen uw printer beschadigen.
De gebruiker van de printer is zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van
de etiketten en transparanten die in de printer gebruikt worden.
SCHADE OF ANDERE DEFEKTEN ALS GEVOLG VAN HET
GEBRUIK VAN ONGESCHIKTE ETIKETTEN OF
TRANSPARANTEN WORDEN NIET DOOR GARANTIE OF
ONDERHOUDSOVEREENKOMSTEN GEDEKT.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Appendix–8
INTERFACE-SPECIFIKATIES
Bi-directionele parallelle interface
Interface-aansluiting
Maak gebruik van een afgeschermde kabel met pinnen zoals hieronder
aangegeven.
De meeste parallelle kabels ondersteunen bi-directionele kommunikatie,
maar bij sommige kabels zijn de pinnen niet compatibel.
18 15 12 9 6 3 1
36 33 30 27 24 21 19
Fig. A-1 Parallelle interface-aansluiting
Aansluitingen
Pin nr.
Signaal Pin nr.
Signaal
1DATA STROBE 19
Geaard
2
DATA 0 20
Geaard
3
DATA 1 21
Geaard
4
DATA 2 22
Geaard
5
DATA 3 23
Geaard
6
DATA 4 24
Geaard
7
DATA 5 25
Geaard
8
DATA 6 26
Geaard
9
DATA 7 27
Geaard
10 ACKNLG
28
Geaard
11
BUSY 29
Geaard
12
PE 30 INPUT PRIME RET
13
SLCT 31 INPUT PRIME
14 AUTO FEED 32 FAULT
15
N.C. 33
N.C.
16
0V 34
N.C.
17
0V 35
N.C.
18
+5V 36 SELECT IN
APPENDICES
Appendix–9
Signaalbeschrijving
Pin nr. Signaal IN/UIT Betekenis
1DATA STROBEIN Gegevens gereed melding.
2 - 9
DATA 0 - 7 IN Parallelle 8 bit gegevens.
10 ACKNLG OUT Gegevenstransmissie is gereed. Wanneer het
signaal laag is, is de printer gereed om
nieuwe gegevens te ontvangen.
11
BUSY OUT De printer kan geen gegevens meer
ontvangen wanneer het signaal hoog is. Het
signaal wordt hoog wanneer gegevens
worden ontvangen, de printer OFF LINE
staat, of wanneer iets niet in orde is.
12
PE OUT Dit signaal wordt hooog wanneer het papier
op is.
13
SLCT OUT Dit signaal wordt hoog wanneer de printer is
geselecteerd. Het signaal wordt laag wanneer
de printer niet is geselecteerd.
14 AUTO FEED
IN Dit signaal wordt alleen door de bi-
directionele interface gebruikt.
31 INPUT PRIME
IN Dit signaal wordt alleen door de bi-
directionele interface gebruikt.
32 FAULT
OUT Dit signaal wordt laag wanneer het papier op
is, de printer OFF LINE staat, of wanneer iets
niet in orde is.
36 SLCT IN
IN Dit signaal wordt alleen door de bi-
directionele interface gebruikt.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Appendix–10
Parallelle kabelaansluiting voor IBM-PC/AT of compatibele
computers en IBM-PS/2 computers
Signaal Printer pin nr. Computer pin nr.
DATA STROBE
11
DATA 0 2 2
DATA 1 3 3
DATA 2 4 4
DATA 3 5 5
DATA 4 6 6
DATA 5 7 7
DATA 6 8 8
DATA 7 9 9
ACKNLG
10 10
BUSY 11 11
PE 12 12
SLCT 13 13
AUTO FEED
14 14
GND 19 - 30 18 - 25
FAULT
32 15
SLCT IN
36 17
APPENDICES
Appendix–11
RS-232C Seriële interface
Standaard specifikaties
1) BaudRate: 150, 300, 600, 1200, 2400, 4800, 9600,
19200, 38400, 57600 of 115200 baud
2) Synchronisatie: Start-stop
3) Kommunicatie kontrole: Geen protocol
4) Gegevenslengte: Seriële 7 bits of 8 bits
5) Pariteit: Oneven, even, of geen
6) Stop bit: 1 of 2 stop bits
7) Aansluitbevestiging: Xon/Xoff of DTR
Interface-aansluitingen
Gebruik een afgeschermde kabel.
13 10 7 4 1
25 21 18 14
Fig. A-2 Seriële interface-aansluiting
Aansluitingen
Pin
nr.
Signaal IN/UIT
Printer
Besturingseenheid
Pin
nr.
Signaal IN/UIT
Printer
Besturingseenheid
1FG 14 NC
2SD
15 NC
3RD
16 NC
4RS
17 NC
5NC 18NC
6DR
19 NC
7SG
20 ER
8NC 21NC
9NC 22NC
10 NC 23 NC
11 NC 24 NC
12 NC 25 NC
13 NC
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Appendix–12
Signaalbeschrijving
Signaal IN/UIT Betekenis
FG Frame-aanduiding.
SD OUT Zendt gegevens.
RD IN Ontvangt gegevens. De printer ontvangt
gegevens van de computer.
RS OUT Verzoek om te zenden. “SPACE” niveau
wanneer de printer klaar is om gegevens naar de
computer te zenden.
DR IN Gegevensverzameling is gereed (DSR). Met
DSR op “SPACE” niveau kunnen gegevens
worden ontvangen.
SG Signaalaarding.
ER OUT Gegevensterminal is gereed. “MARK” niveau
wanneer de printer in gebruik (BUSY) is.
APPENDICES
Appendix–13
Seriële kabelaansluitingen voor gebruik met IBM-PC/AT of
compatibele computers en IBM-PS/2 computers
Het volgende diagram geeft de aansluitgegevens voor de meest
voorkomende seriële poorten.
DB-9 seriële aansluiting
Gebruikt u een computer met een 9-pins seriële poort, gebruik dan een
kabel met de volgende doorverbindingen:
Printer (man) Computer (contra)
SD 2
2RD
RD 3
3SD
DR (DSR) 6
4ER (DTR)
SG 7
5SG
ER (DTR) 20
6
8
DR (DSR)
CS (CTS)
DB-25 seriële aansluiting
Gebruikt u een computer met een 25-pins seriële poort, gebruik dan een
kabel met de volgende doorverbindingen:
Printer (man) Computer (contra)
FG 1
1FG
SD 2
3RD
RD 3
2SD
DR (DSR) 6
20 ER (DTR)
SG 7
7SG
ER (DTR) 20
5
6
CS (CTS)
DR (DSR)
Opmerking
De niet genoemde aansluitpennen worden niet gebruikt.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Appendix–14
Universele seriële bus (USB) Interface
Interface-aansluiting
Interface Connector
Afb. A-3 Universele seriële bus interface
Aansluitingen
Pin nr. Signaal
1 Vcc (+5V)
2 - Data Seriële Data -
3 + Data Seriële Data +
4 Ground
1
2
3
4
APPENDICES
Appendix–15
TEKENSETS
U kunt tekensets selecteren met behulp van de FONT toets in de HP
LaserJet, EPSON FX-850, en IBM Proprinter XL emulaties.
Zie “FONT toets” in Hoofdstuk 4.
Heeft u de HP-GL emulatiemode gekozen, dan kunt u met de MODE
toets standaard tekensets of andere tekensets kiezen.
Zie “GRAFISCHE MODE” in Hoofdstuk 4.
OCR tekensets
Is het OCR-A of OCR-B font geselecteerd, dan wordt altijd de
bijbehorende tekenset gebruikt.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Appendix–16
HP LaserJet mode
APPENDICES
Appendix–17
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Appendix–18
APPENDICES
Appendix–19
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Appendix–20
APPENDICES
Appendix–21
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Appendix–22
APPENDICES
Appendix–23
Onderstaande tabel toont de tekens die alleen in bijbehorende tekenset beschikbaar zijn.
De cijfers bovenaan de tabel staan voor de hexadecimale waarden waarmee de tekens in de
Roman 8 tekenset worden vervangen. Zie Roman 8 tekenset.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Appendix–24
EPSON mode
De onderstaande tabel toont de tekens die alleen in de bijbehorende tekeset beschikbaar
zijn. De cijfers bovenaan de tabel staan voor de hexadecimale waarden waarmee de tekens
in de US ASCII tekenset worden vervangen. Zie US ASCII tekenset.
APPENDICES
Appendix–25
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Appendix–26
APPENDICES
Appendix–27
IBM mode
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Appendix–28
APPENDICES
Appendix–29
HP-GL mode
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Appendix–30
APPENDICES
Appendix–31
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Appendix–32
APPENDICES
Appendix–33
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Appendix–34
Tekensets die worden ondersteund door de Intellifont
compatibele fonts van de printer
PCL tekenset Font
Alaska Antique Brougham Cleveland Connect- Guatemala Letter
Set ID Tekenset Oakland Cond. icut Antique Gothic
8URoman-8 ••••
0N ISO 8859-1 Latin1
2N ISO 8859-2 Latin2
5N ISO 8859-9 Latin5
6N ISO 8859-10 Latin6
10U PC-8
11U PC-8 D/N
12U PC-850
17U PC-852
26U PC-775
9T PC-Turk
19U Windows 3.1 Latin1
9E Windows 3.1 Latin2
5T Windows 3.1 Latin5
7JDeskTop ••••
9J PC-1004 (OS/2)
10J PS Text
13J Ventura International
14J Ventura US
6J Microsoft Publishing
8M Math-8
5M PS Math
6M Ventura Math
15U PI Font
1ULegal ••••
1E ISO 4: United Kingdom*
0U ISO 6: ASCII*
2U ISO 2: IRV*
0S ISO 11: Swedish: names*
0I ISO 15: Italian*
1S HP Spanish*
2S ISO 17: Spanish*
3S ISO 10: Swedish*
4S ISO 16: Portuguese*
5S ISO 84: Portuguese*
6S ISO 85: Spanish*
0GHP German* ••••
1G ISO 21: German*
0D ISO 60: Norwegian 1*
1D ISO 61: Norwegian 2*
0F ISO 25: French*
1F ISO 69: French*
0K ISO 14: JIS ASCII*
2K ISO 57: Chinese*
9U Windows 3.0 Latin1
12J MC Text
19M Symbol
19L Windows Baltic
579L Wingdings
*Deze tekensets zijn varianten van de Roman 8 tekenset.
APPENDICES
Appendix–35
PCL tekenset Font (vervolg)
LetterGothic Mary- Oklahoma PC PC Utah Utah
Set ID Tekenset 16.66** land Brussels Tennessee Cond.
8U Roman-8
0N ISO 8859-1 Latin1
2N ISO 8859-2 Latin2
5N ISO 8859-9 Latin5
6N ISO 8859-10 Latin6
10U PC-8
11U PC-8 D/N
12U PC-850
17U PC-852
26U PC-775
9T PC-Turk
19U Windows 3.1 Latin1
9E Windows 3.1 Latin2
5T Windows 3.1 Latin5
7JDeskTop •• ••
9J PC-1004 (OS/2)
10J PS Text
13J Ventura International
14J Ventura US
6J Microsoft Publishing
8M Math-8
5M PS Math
6M Ventura Math
15U PI Font
1U Legal
1E ISO 4: United Kingdom*
0U ISO 6: ASCII*
2U ISO 2: IRV*
0S ISO 11: Swedish: names*
0I ISO 15: Italian*
1SHP Spanish* •• ••
2S ISO 17: Spanish*
3S ISO 10: Swedish*
4S ISO 16: Portuguese*
5S ISO 84: Portuguese*
6S ISO 85: Spanish*
0G HP German*
1G ISO 21: German*
0D ISO 60: Norwegian 1*
1D ISO 61: Norwegian 2*
0F ISO 25: French*
1F ISO 69: French*
0K ISO 14: JIS ASCII*
2K ISO 57: Chinese*
9U Windows 3.0 Latin1
12J MC Text
19M Symbol
19L Windows Baltic
579L Wingdings
*Deze tekensets zijn varianten van de Roman 8 tekenset.
**LetterGothic 16.66 is een bitmap font.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Appendix–36
Tekensets die worden ondersteund door de TrueType en
Type 1 Fonts compatibele en Original lettersoorten
PCL tekenset Font
Atlanta BR Copen- Calgary Helsinki Portugal Tennes- W
Set ID Tekenset Symbol hagen see Dingbats
8U Roman-8
0N ISO 8859-1 Latin1
2N ISO 8859-2 Latin2
5N ISO 8859-9 Latin5
6N ISO 8859-10 Latin6
10U PC-8
11U PC-8 D/N
12U PC-850
17U PC-852
26U PC-775
9T PC-Turk
19U Windows 3.1 Latin1
9E Windows 3.1 Latin2
5T Windows 3.1 Latin5
7J DeskTop
9J PC-1004 (OS/2)
10J PS Text
13J Ventura International
14J Ventura US
6J Microsoft Publishing
8M Math-8
5M PS Math
6M Ventura Math
15U PI Font
1U Legal
1E ISO 4: United Kingdom*
0U ISO 6: ASCII*
2U ISO 2: IRV*
0S ISO 11: Swedish: names*
0I ISO 15: Italian*
1S HP Spanish*
2S ISO 17: Spanish*
3S ISO 10: Swedish*
4S ISO 16: Portuguese*
5S ISO 84: Portuguese*
6S ISO 85: Spanish*
0G HP German*
1G ISO 21: German*
0D ISO 60: Norwegian 1*
1D ISO 61: Norwegian 2*
0F ISO 25: French*
1F ISO 69: French*
0K ISO 14: JIS ASCII*
2K ISO 57: Chinese*
9U Windows 3.0 Latin1
12J MC Text
19M Symbol
19L Windows Baltic
579L Wingdings
*Deze tekensets zijn varianten van de Roman 8 tekenset.
APPENDICES
Appendix–37
PCL Tekenset Font
Bermuda Script Germany San Diego US Roman
Set ID Tekenset
8U Roman-8
0N ISO 8859-1 Latin1
2N ISO 8859-2 Latin2
5N ISO 8859-9 Latin5
6N ISO 8859-10 Latin6
10U PC-8
11U PC-8 D/N
12U PC-850
17U PC-852
26U PC-775
9T PC-Turk
19U Windows 3.1 Latin1
9E Windows 3.1 Latin2
5T Windows 3.1 Latin5
7J DeskTop
9J PC-1004 (OS/2)
10J PS Text
13J Ventura International
14J Ventura US
6J Microsoft Publishing
8M Math-8
5M PS Math
6M Ventura Math
15U PI Font
1U Legal
1E ISO 4: United Kingdom*
0U ISO 6: ASCII*
2U ISO 2: IRV*
0S ISO 11: Swedish: names*
0I ISO 15: Italian*
1S HP Spanish*
2S ISO 17: Spanish*
3S ISO 10: Swedish*
4S ISO 16: Portuguese*
5S ISO 84: Portuguese*
6S ISO 85: Spanish*
0G HP German*
1G ISO 21: German*
0D ISO 60: Norwegian 1*
1D ISO 61: Norwegian 2*
0F ISO 25: French*
1F ISO 69: French*
0K ISO 14: JIS ASCII*
2K ISO 57: Chinese*
9U Windows 3.0 Latin1
12J MC Text
19M Symbol
19L Windows Baltic
579L Wingdings
*Deze tekensets zijn varianten van de Roman 8 tekenset.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Appendix–38
REFERENTIELIJST VOOR COMMANDO'S
In onderstaande tabellen worden de besturingscommando's op functie
weergegeven. Voor uitgebreide informatie kunt u het apart verkrijgbare
Technisch Referentie Handboek raadplegen.
De commando's zijn niet in het Nederlands weergegeven omdat dit de
duidelijkheid niet ten goede komt.
Opmerking
De l wordt gebruikt om de kleine letter 'l' aan te geven. Dit om te
voorkomen dat er verwarring ontstaat tussen de letter 'l' en het cijfer 1.
HP LaserJet Mode
PCL Command Sets
Function Command Decimal Hexadecimal
CONTROL CODE
Backspace BS 08 08
Horizontal Tab HT 09 09
Line Feed LF 10 0A
Form Feed FF 12 0C
Carriage Return CR 13 0D
Secondary Font Select SO 14 0E
Primary font Select SI 15 0F
Escape ESC 27 1B
PAGE FORMAT
Page Length ESC & l # P 27 38 108 ## 80 1B 26 6C ## 50
(# lines)
Top Margin ESC & l # E 27 38 108 ## 69 1B 26 6C ## 45
(# lines)
Text Length ESC & l # F 27 38 108 ## 70 1B 26 6C ## 46
(# lines)
Left Margin ESC & a # L 27 38 97 ## 76 1B 26 61 ## 4C
(# column)
Right Margin ESC & a # M 27 38 97 ## 77 1B 26 61 ## 4D
(# column)
Clear Side Margin ESC 9 27 57 1B 39
Line Pitch ESC & l # C 27 38 108 ## 67 1B 26 6C ## 43
(# /48 inch)
Line Spacing ESC & l # D 27 38 108 ## 68 1B 26 6C ## 44
1 line/inch ESC & l 1 D 27 38 108 49 68 1B 26 6C 31 44
2 lines/inch ESC & l 2 D 27 38 108 50 68 1B 26 6C 32 44
3 lines/inch ESC & l 3 D 27 38 108 51 68 1B 26 6C 33 44
4 lines/inch ESC & l 4 D 27 38 108 52 68 1B 26 6C 34 44
6 lines/inch ESC & l 6 D 27 38 108 54 68 1B 26 6C 36 44
8 lines/inch ESC & l 8 D 27 38 108 56 68 1B 26 6C 38 44
12 lines/inch ESC & l 12 D 27 38 108 49 50 68 1B 26 6C 31 32 44
16 lines/inch ESC & l 16 D 27 38 108 49 54 68 1B 26 6C 31 36 44
24 lines/inch ESC & l 24 D 27 38 108 50 52 68 1B 26 6C 32 34 44
48 lines/inch ESC & l 48 D 27 38 108 52 56 68 1B 26 6C 34 38 44
Character Pitch ESC & k # H 27 38 107 ## 72 1B 26 6B ## 48
(# /120 inch)
ex. 10 pitch ESC & k 12 H 27 38 107 49 50 72 1B 26 6B 31 32 48
APPENDICES
Appendix–39
Function Command Decimal Hexadecimal
Paper Size ESC & l # A 27 38 108 ## 65 1B 26 6C ## 41
Executive ESC & l 1 A 27 38 108 49 65 1B 26 6C 31 41
Letter ESC & l 2 A 27 38 108 50 65 1B 26 6C 32 41
Legal ESC & l 3 A 27 38 108 51 65 1B 26 6C 33 41
A4 ESC & l 26 A 27 38 108 50 54 65 1B 26 6C 32 36 41
B5 ESC & l 100 A 27 38 108 49 48 48 65 1B 26 6C 31 30 30 41
B6 ESC & l 1024 A 27 38 108 49 48 50 52 65 1B 26 6C 31 30 32 34 41
A5 ESC & l 1025 A 27 38 108 49 48 50 53 65 1B 26 6C 31 30 32 35 41
A6 ESC & l 1026 A 27 38 108 49 48 50 54 65 1B 26 6C 31 30 32 36 41
Envelopes
Monarch ESC & l 80 A 27 38 108 56 48 65 1B 26 6C 38 30 41
COM 10 ESC & l 81 A 27 38 108 56 49 65 1B 26 6C 38 31 41
DL ESC & l 90 A 27 38 108 57 48 65 1B 26 6C 39 30 41
C5 ESC & l 91 A 27 38 108 57 49 65 1B 26 6C 39 31 41
CURSOR POSITIONING
Horizontal Position ESC & a # C 27 38 97 ## 67 1B 26 61 ## 43
(# column)
Horizontal Position ESC & a # H 27 38 97 ## 72 1B 26 61 ## 48
(# decipoint)
Horizontal Position ESC * p # X 27 42 112 ## 88 1B 2A 70 ## 58
(# dot)
Vertical Position ESC & a # R 27 38 97 ## 82 1B 26 61 ## 52
(# line)
Vertical Position ESC & a # V 27 38 97 ## 86 1B 26 61 ## 56
(# decipoint)
Vertical Position ESC * p # Y 27 42 112 ## 89 1B 2A 70 ## 59
(# dot)
VECTOR GRAPHICS
Enter HP-GL/2 Mode
Use Previous HP-GL/2 ESC % 0 B 27 37 48 66 1B 25 30 42
Pen Position
Use Current PCL CAP ESC % 1 B 27 37 49 66 1B 25 31 42
HP-GL/2 Plot Horizontal Size ESC * c # K 27 42 99 # … # 75 1B 2A 63 # … # 4B
(# inch)
HP-GL/2 Plot Vertical Size ESC * c # L 27 42 99 # … # 76 1B 2A 63 # … # 4C
(# inch)
Set Picture Frame Anchor Point ESC * c 0 T 27 42 99 48 84 1B 2A 63 50 54
Picture Frame Horizontal Size ESC * c # X 27 42 99 # … # 88 1B 2A 63 # … # 58
(# decipoint)
Picture Frame Vertical Size ESC * c # Y 27 42 99 # … # 89 1B 2A 63 # … # 59
(# decipoint)
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Appendix–40
Function Command Decimal Hexadecimal
RASTER GRAPHICS
Resolution Setting
75 dpi ESC * t 75 R 27 42 116 55 53 82 1B 2A 74 37 35 52
100 dpi ESC * t 100 R 27 42 116 49 48 48 82 1B 2A 74 31 30 30 52
200 dpi ESC * t 200 R 27 42 116 50 48 48 82 1B 2A 74 32 30 30 52
150 dpi ESC * t 150 R 27 42 116 49 53 48 82 1B 2A 74 31 35 30 52
300 dpi ESC * t 300 R 27 42 116 51 48 48 82 1B 2A 74 33 30 30 52
600 dpi ESC * t 600 R 27 42 116 54 48 48 82 1B 2A 74 36 30 30 52
Raster Graphics Presentation
Orientation Oriented ESC * r 0 F 27 42 114 48 70 1B 2A 72 30 46
Raster Oriented ESC * r 3 F 27 42 114 51 70 1B 2A 72 33 46
Begin Raster Graphics
Left-most Position ESC * r 0 A 27 42 114 48 65 1B 2A 72 30 41
Current Position ESC * r 1 A 27 42 114 49 65 1B 2A 72 31 41
Transfer Data ESC * b # W [data] 27 42 98 ## 87 1B 2A 62 ## 57
(# byte)
Set Compression Mode
Uncoded ESC * b 0 M 27 42 98 48 77 1B 2A 62 30 4D
Run-Length Encoded ESC * b 1 M 27 42 98 49 77 1B 2A 62 31 4D
Tagged Image File Format ESC * b 2 M 27 42 98 50 77 1B 2A 62 32 4D
Delta Row ESC * b 3 M 27 42 98 51 77 1B 2A 62 33 4D
Mode 5 ESC * b 5 M 27 42 98 53 77 1B 2A 62 35 4D
Mode 9 ESC * b 9 M 27 42 98 57 77 1B 2A 62 39 4D
CCITT G3/G4 (original) ESC * b 1152 M 27 42 98 49 49 53 50 77 1B 2A 62 31 31 35 32
4D
TIFF (for 600 dpi only, original) ESC * b 1024 M 27 42 98 49 48 50 52 77 1B 2A 62 31 30 32 34
4D
De modus voor een horizontaal 1200 dpi beeldformaat
(for 600 dpi only, original) ESC * b 1027 M 27 42 98 49 48 50 55 77 1B 2A 62 31 30 32 37
4D
Compress Transfer ESC * b # C [data] 27 42 98 ## 67 1B 2A 62 ## 43
(# byte)
Raster Y Offset ESC * b # Y 27 42 98 # … # 89 1B 2A 62 # … # 59
(# Line)
Raster Height ESC * r # T 27 42 114 # … # 84 1B 2A 72 # … # 54
(# Row)
Raster Width ESC * r # S 27 42 114 # … # 83 1B 2A 72 # … # 53
(# Pixel)
End Raster Graphics ESC * r B 27 42 114 66 1B 2A 72 42
PRINT MODEL
Select Pattern
Solid Black (default) ESC * v 0 T 27 42 118 48 84 1B 2A 76 30 54
Solid White ESC * v 1 T 27 42 118 49 84 1B 2A 76 31 54
HP-defined Shading Pattern ESC * v 2 T 27 42 118 50 84 1B 2A 76 32 54
HP-defined Cross-Hatched ESC * v 3 T 27 42 118 51 84 1B 2A 76 33 54
Pattern
User defined ESC * v 4 T 27 42 118 52 84 1B 2A 76 34 54
Brother-defined Shading Pattern ESC * v 130 T 27 42 118 49 51 48 84 1B 2A 76 31 33 30 54
(64 steps, original)
Select Source Transparency Mode
Transparent ESC * v 0 N 27 42 118 48 78 1B 2A 76 30 42
Opaque ESC * v 1 N 27 42 118 49 78 1B 2A 76 31 42
Select Pattern Transparency Mode
Transparent ESC * v 0 O 27 42 118 48 79 1B 2A 76 30 43
Opaque ESC * v 1 O 27 42 118 49 79 1B 2A 76 31 43
APPENDICES
Appendix–41
Function Command Decimal Hexadecimal
PATTERN
Horizontal Size ESC * c # A 27 42 99 ## 65 1B 2A 63 ## 41
(# dot)
Horizontal Size ESC * c # H 27 42 99 ## 72 1B 2A 63 ## 48
(# decipoint)
Vertical Size ESC * c # B 27 42 99 ## 66 1B 2A 63 ## 42
(# dot)
Vertical Size ESC * c # V 27 42 99 ## 86 1B 2A 63 ## 56
(# decipoint)
Pattern ID Setting ESC * c # G 27 42 99 ## 71 1B 2A 63 ## 71
(See note below.) (#: ID)
2% Gray ESC * c 2 G 27 42 99 50 71 1B 2A 63 32 47
10% Gray ESC * c 10 G 27 42 99 49 48 71 1B 2A 63 31 30 47
15 % Gray ESC * c 15 G 27 42 99 49 53 71 1B 2A 63 31 35 47
30% Gray ESC * c 30 G 27 42 99 51 48 71 1B 2A 63 33 30 47
45% Gray ESC * c 45 G 27 42 99 52 53 71 1B 2A 63 34 35 47
70% Gray ESC * c 70 G 27 42 99 55 48 71 1B 2A 63 37 30 47
90% Gray ESC * c 90 G 27 42 99 57 48 71 1B 2A 63 39 30 47
100% Gray ESC * c 100 G 27 42 99 49 48 48 71 1B 2A 63 31 30 30 47
Note
These gray settings can be expressed in 64 shades with ESC * v 130T
and ESC * c 130 P.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Appendix–42
Function Command Decimal Hexadecimal
1 Horiz. Line ESC * c 1 G 27 42 99 49 71 1B 2A 63 31 47
2 Vert. Lines ESC * c 2 G 27 42 99 50 71 1B 2A 63 32 47
3 Diagonal Lines ESC * c 3 G 27 42 99 51 71 1B 2A 63 33 47
4 Diagonal Lines ESC * c 4 G 27 42 99 52 71 1B 2A 63 34 47
5 Square Grid ESC * c 5 G 27 42 99 53 71 1B 2A 63 35 47
6 Diagonal Grid ESC * c 6 G 27 42 99 54 71 1B 2A 63 36 47
Print pattern
Solid Black ESC * c 0 P 27 42 99 48 80 1B 2A 63 30 50
Erase (Solid White Area Fill) ESC * c 1 P 27 42 99 49 80 1B 2A 63 31 50
Shaded Fill ESC * c 2 P 27 42 99 50 80 1B 2A 63 32 50
Cross-hatched Fill ESC * c 3 P 27 42 99 51 80 1B 2A 63 33 50
User defined ESC * c 4 P 27 42 99 52 80 1B 2A 63 34 50
Current Pattern ESC * c 5 P 27 42 99 53 80 1B 2A 63 35 50
Brother-defined Shading Fill ESC * c 130 P 27 42 99 49 51 48 80 1B 2A 63 31 33 30 50
(64 steps, original)
Define Pattern ESC * c # W 1B 2A 63 ## 51 27 42 99 ## 87
(#: byte)
User-defined Pattern Control
Delete All ESC * c 0 Q 1B 2A 63 30 51 27 42 99 48 81
Delete Temporary ESC * c 1 Q 1B 2A 63 31 51 27 42 99 49 81
Delete Current Pattern ESC * c 2 Q 1B 2A 63 32 51 27 42 99 50 81
Make Temporary ESC * c 4 Q 1B 2A 63 34 51 27 42 99 52 81
Make Permanent ESC * c 5 Q 1B 2A 63 35 51 27 42 99 53 81
Set Pattern Reference Point
Print Direction Oriented ESC * p 0 R 1B 2A 70 30 52 27 42 112 48 82
Logical Page Oriented ESC * p 1 R 1B 2A 70 31 52 27 42 112 49 82
APPENDICES
Appendix–43
Function Command Decimal Hexadecimal
DOWNLOAD FONT
Font ID Set ESC * c # D 27 42 99 ## 68 1B 2A 63 ## 44
(#: ID)
Character Code Set ESC * c # E 27 42 99 ## 69 1B 2A 63 ## 45
(##: chara. code)
Download Control
Delete All ESC * c 0 F 27 42 99 48 70 1B 2A 63 30 46
Delete Temporary ESC * c 1 F 27 42 99 49 70 1B 2A 63 31 46
Delete Current ID ESC * c 2 F 27 42 99 50 70 1B 2A 63 32 46
Delete Current Character Code ESC * c 3 F 27 42 99 51 70 1B 2A 63 33 46
Make Temporary ESC * c 4 F 27 42 99 52 70 1B 2A 63 34 46
Make Permanent ESC * c 5 F 27 42 99 53 70 1B 2A 63 35 46
Copy Assign ESC * c 6 F 27 42 99 54 70 1B 2A 63 36 46
Download Font/Flash Memory Card (original)
Delete One from Card ESC * c 1026 F 27 42 99 49 48 50 54 70 1B 2A 63 31 30 32 36 46
Delete All from Card ESC * c 1028 F 27 42 99 49 48 50 56 70 1B 2A 63 31 30 32 38 46
Save Current Font into Card ESC * c 1029 F 27 42 99 49 48 50 57 70 1B 2A 63 31 30 32 39 46
Set to Primary Font ESC ( # X 27 40 ## 88 1B 28 ## 58
(#: font ID)
Set to Secondary Font ESC ) # X 27 41 ## 88 1B 29 ## 58
(#: font ID)
Font Default Setting
Primary ESC ( # @ 27 40 ## 64 1B 28 ## 40
(#: control)
Secondary ESC ) # @ 27 41 ## 64 1B 29 ## 40
(#: control)
Download Font Header ESC ) s # W 27 41 115 ## 87 1B 29 73 ## 57
(#: byte)
Download Character ESC ( s # W 27 40 115 ## 87 1B 28 73 ## 57
(#: byte)
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Appendix–44
Function Command Decimal Hexadecimal
USER-DEFINED SYMBOL SET
Symbol Set ID Set ESC * c # R 27 42 99 ## 82 1B 2A 63 ## 52
(#: ID)
Define Symbol Set ESC ( f # W 27 40 102 ## 87 1B 28 66 ## 46
(#: byte)
Symbol Set Control
Delete All ESC * c 0 S 27 42 99 48 83 1B 2A 63 30 53
Delete Temporary ESC * c 1 S 27 42 99 49 83 1B 2A 63 31 53
Delete Current ID ESC * c 2 S 27 42 99 50 83 1B 2A 63 32 53
Make Temporary ESC * c 4 S 27 42 99 52 83 1B 2A 63 34 53
Make Permanent ESC * c 5 S 27 42 99 53 83 1B 2A 63 35 53
MACRO
Macro ID Set ESC & f # Y 27 38 102 ## 89 1B 26 66 ## 59
(#: ID)
Macro Control
Start Macro Definition ESC & f 0 X 27 38 102 48 88 1B 26 66 30 58
End Macro Definition ESC & f 1 X 27 38 102 49 88 1B 26 66 31 58
Execute Macro ESC & f 2 X 27 38 102 50 88 1B 26 66 32 58
Call Macro ESC & f 3 X 27 38 102 51 88 1B 26 66 33 58
Macro Overlay ON ESC & f 4 X 27 38 102 52 88 1B 26 66 34 58
Macro Overlay OFF ESC & f 5 X 27 38 102 53 88 1B 26 66 35 58
Delete All Macros ESC & f 6 X 27 38 102 54 88 1B 26 66 36 58
Delete Temporary Macro ESC & f 7 X 27 38 102 55 88 1B 26 66 37 58
Delete Current Macro ESC & f 8 X 27 38 102 56 88 1B 26 66 38 58
Make Temporary Macro ESC & f 9 X 27 38 102 57 88 1B 26 66 39 58
Make Permanent Macro ESC & f 10 X 27 38 102 49 48 88 1B 26 66 31 30 58
Macro/Card (original)
Delete All Macros from Card ESC & f 1030 X 27 38 102 49 48 51 48 88 1B 26 66 31 30 33 30 58
Delete Current Macro ESC & f 1036 X 27 38 102 49 48 51 54 88 1B 26 66 31 30 33 36 58
from Card
Save Current Macro into Card ESC & f 1038 X 27 38 102 49 48 51 56 88 1B 26 66 31 30 33 38 58
STATUS READBACK
Set Status Readback Location Type
Invalid Location ESC * s 0 T 27 42 115 48 84 1B 2A 73 30 54
Currently Selected ESC * s 1 T 27 42 115 49 84 1B 2A 73 31 54
All Locations ESC * s 2 T 27 42 115 50 84 1B 2A 73 32 54
Internal ESC * s 3 T 27 42 115 51 84 1B 2A 73 33 54
Downloaded ESC * s 4 T 27 42 115 52 84 1B 2A 73 34 54
Cartridge ESC * s 5 T 27 42 115 53 84 1B 2A 73 35 54
Option ROM Socket ESC * s 7 T 27 42 115 55 84 1B 2A 73 37 54
Set Status Readback Location Unit
All Entities of Location Type ESC * s 0 U 27 42 115 48 85 1B 2A 73 30 55
Entity 1 or Temporary ESC * s 1 U 27 42 115 49 85 1B 2A 73 31 55
Entity 2 or Permanent ESC * s 2 U 27 42 115 50 85 1B 2A 73 32 55
Entity 3 ESC * s 3 U 27 42 115 51 85 1B 2A 73 33 55
Entity 4 ESC * s 4 U 27 42 115 52 85 1B 2A 73 34 55
Inquire Status Readback Entity
Font ESC * s 0 I 27 42 115 48 73 1B 2A 73 30 49
Macro ESC * s 1 I 27 42 115 49 73 1B 2A 73 31 49
User-defined Pattern ESC * s 2 I 27 42 115 50 73 1B 2A 73 32 49
Symbol Set ESC * s 3 I 27 42 115 51 73 1B 2A 73 33 49
Font Extended ESC * s 4 I 27 42 115 52 73 1B 2A 73 34 49
APPENDICES
Appendix–45
Function Command Decimal Hexadecimal
Flush All Pages
Flush All Complete Pages ESC & r 0 F 27 38 114 48 70 1B 26 72 30 46
Flush All Page Data ESC & r 1 F 27 38 114 49 70 1B 26 72 31 46
Free Memory Space ESC * s 1 M 27 42 115 49 77 1B 2A 73 31 4D
Echo ESC * s # X 27 42 115 # … # 88 1B 2A 73 # … # 58
# = Echo value
(-32767 to 32767)
OTHER COMMANDS
Push Cursor Position ESC & f 0 S 27 38 102 48 83 1B 26 66 30 53
Pop Cursor Position ESC & f 1 S 27 38 102 49 83 1B 26 66 31 53
Display Function
ON ESC Y 27 89 1B 59
OFF ESC Z 27 90 1B 5A
Transparent Print ESC & p # X 27 38 112 ## 88 1B 26 70 ## 58
(# byte)
Perforation Skip
ON ESC & l 1 L 27 38 108 49 76 1B 26 6C 31 4C
OFF ESC & l 0 L 27 38 108 48 76 1B 26 6C 30 4C
End of Line Wrap
ON ESC & s 0 C 27 38 115 48 67 1B 26 73 30 43
OFF ESC & s 1 C 27 38 115 49 67 1B 26 73 31 43
Auto Underline
ON ESC & d # D 27 38 100 ## 68 1B 26 64 ## 44
Fix ESC & d 0 D 27 38 100 48 68 1B 26 64 30 44
Float ESC & d 3 D 27 38 100 51 68 1B 26 64 33 44
OFF ESC & d @ 27 38 100 64 1B 26 64 40
Half Line Feed ESC = 27 61 1B 3D
Line Termination
CR=CR, LF=LF, FF=FF ESC & k 0 G 27 38 107 48 71 1B 26 6B 30 47
CR=CR+LF, LF=LF, FF=FF ESC & k 1 G 27 38 107 49 71 1B 26 6B 31 47
CR=CR, LF=LF+CR, ESC & k 2 G 27 38 107 50 71 1B 26 6B 32 47
FF=FF+CR
CR=CR+LF, LF=LF+CR, ESC & k 3 G 27 38 107 51 71 1B 26 6B 33 47
FF=FF+CR
Print Orientation
Portrait ESC & l 0 O 27 38 108 48 79 1B 26 6C 30 4F
Landscape ESC & l 1 O 27 38 108 49 79 1B 26 6C 31 4F
Reverse Portrait ESC & l 2 O 27 38 108 50 79 1B 26 6C 32 4F
Reverse Landscape ESC & l 3 O 27 38 108 51 79 1B 26 6C 33 4F
Print Direction ESC & a # P 27 38 97 # … # 80 1B 26 61 # … # 50
(# degree)
Copy Volume ESC & l # X 27 38 108 ## 88 1B 26 6C ## 58
Paper Input Control
Paper Eject ESC & l 0 H 27 38 108 48 72 1B 26 6C 30 48
Feed From Upper Cassette ESC & l 1 H 27 38 108 49 72 1B 26 6C 31 48
(TRAY 1)
Manual Feed ESC & l 2 H 27 38 108 50 72 1B 26 6C 32 48
Envelope ESC & l 3 H 27 38 108 51 72 1B 26 6C 33 48
Feed From MP Tray ESC & l 4 H 27 38 108 52 72 1B 26 6C 34 48
Feed From Lower Cassette ESC & l 5 H 27 38 108 53 72 1B 26 6C 35 48
(TRAY 2 or Option)
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Appendix–46
Function Command Decimal Hexadecimal
Simplex/Duplex Print (Available when Duplex-unit is installed)
Simplex ESC & l 0 S 27 38 108 48 83 1B 26 6C 30 53
Duplex & Long-Edge Binding ESC & l 1 S 27 38 108 49 83 1B 26 6C 31 53
Duplex & Short-Edge Binding ESC & l 2 S 27 38 108 50 83 1B 26 6C 32 53
Paper Side Selection (Available when Duplex-unit is installed)
Next Side ESC & a 0 G 27 38 97 48 71 1B 26 61 30 47
Front Side ESC & a 1 G 27 38 97 49 71 1B 26 61 31 47
Back Side ESC & a 2 G 27 38 97 50 71 1B 26 61 30 47
Long-edge Offset ESC & l # U 27 38 108 ## 85 1B 26 6C ## 55
(#/720 inch)
Short-edge Offset ESC & l # Z 27 38 108 ## 90 1B 26 6C ## 5A
(#/720 inch)
Printer Reset ESC E 27 69 1B 45
Self-test ESC z 27 122 1B 7A
Job Separation ESC & l # T 27 38 108 ## 84 1B 26 6C ## 54
Unit of Measure ESC & u # D 27 38 117 # … # 68 1B 26 75 # … # 44
(# = Units/inch)
Go to Other Emulations (original)
BR-Script 2 Batch Mode ESC CR A B 27 13 65 66 1B 0D 41 42
BR-Script 2 Interactive Mode ESC CR A I 27 13 65 73 1B 0D 41 49
HP-GL ESC CR G L 27 13 71 76 1B 0D 47 4C
IBM Proprinter XL ESC CR I 27 13 73 1B 0D 49
EPSON FX-850 ESC CR E 27 13 69 1B 0D 45
High Resolution Control (HRC) (original)
Set HRC Off ESC CR R O 27 13 82 79 1B 0D 52 4F
Set HRC to Light Level ESC CR R L 27 13 82 76 1B 0D 52 4C
Set HRC to Medium Level ESC CR R M 27 13 82 77 1B 0D 52 4D
Set HRC to Dark Level ESC CR R D 27 13 82 68 1B 0D 52 44
User Reset (original)
Restore to User Settings ESC CR ! # R 27 13 33 # 82 1B 0D 21 # 52
# = 0 to 2
Factory Reset (original)
Restore to Factory Settings ESC CR F D 27 13 70 68 1B 0D 46 44
Execute Card Data (original)
Execute saved card data ESC CR ! # E 27 13 33 # 69 1B 0D 21 # 45
FONT SELECTION
Symbol Set
ISO 60: Norwegian 1 ESC ( 0 D 27 40 48 68 1B 28 30 44
ISO 61: Norwegian 2 ESC ( 1 D 27 40 49 68 1B 28 31 44
ISO 4: United Kingdom ESC ( 1 E 27 40 49 69 1B 28 31 45
Windows 3.1 Latin1 ESC ( 9 E 27 40 57 69 1B 28 39 45
ISO 25: French ESC ( 0 F 27 40 48 70 1B 28 30 46
ISO 69: French ESC ( 1 F 27 40 49 70 1B 28 31 46
HP German ESC ( 0 G 27 40 48 71 1B 28 30 47
ISO 21: German ESC ( 1 G 27 40 49 71 1B 28 31 47
ISO 15: Italian ESC ( 0 I 27 40 48 73 1B 28 30 49
Microsoft Publishing ESC ( 6 J 27 40 54 74 1B 28 36 4A
Desk Top ESC ( 7 J 27 40 55 74 1B 28 37 4A
PS Text ESC ( 10 J 27 40 49 48 74 1B 28 31 30 4A
MC Text ESC ( 12 J 27 40 49 50 74 1B 28 31 32 4A
Ventura International ESC ( 13 J 27 40 49 51 74 1B 28 31 33 4A
Ventura US ESC ( 14 J 27 40 49 52 74 1B 28 31 34 4A
ISO 14: JIS ASCII ESC ( 0 K 27 40 48 75 1B 28 30 4B
ISO 57: Chinese ESC ( 2 K 27 40 50 75 1B 28 32 4B
ISO 8859-1 (ECMA-94) Latin1 ESC ( 0 N 27 40 48 78 1B 28 30 4E
APPENDICES
Appendix–47
Function Command Decimal Hexadecimal
Wingdings ESC ( 579 L 27 40 53 55 57 76 1B 28 35 37 39 4C
PS Math ESC ( 5 M 27 40 53 77 1B 28 35 4D
Ventura Math ESC ( 6 M 27 40 54 77 1B 28 36 4D
Math-8 ESC ( 8 M 27 40 56 77 1B 28 38 4D
Symbol ESC ( 19 M 27 40 49 57 77 1B 28 31 39 4D
ISO 8859-2 Latin2 ESC ( 2 N 27 40 50 78 1B 28 32 4E
ISO 8859-5 Latin5 ESC ( 5 N 27 40 53 78 1B 28 35 4E
ISO 11: Swedish ESC ( 0 S 27 40 48 83 1B 28 30 53
HP Spanish ESC ( 1 S 27 40 49 83 1B 28 31 53
ISO 17: Spanish ESC ( 2 S 27 40 50 83 1B 28 32 53
ISO 10: Swedish ESC ( 3 S 27 40 51 83 1B 28 33 53
ISO 16: Portuguese ESC ( 4 S 27 40 52 83 1B 28 34 53
ISO 84: Portuguese ESC ( 5 S 27 40 53 83 1B 28 35 53
ISO 85: Spanish ESC ( 6 S 27 40 54 83 1B 28 36 53
Windows 3.1 Latin5 ESC ( 5 T 27 40 53 84 1B 28 35 54
PC Turkish ESC ( 9 T 27 40 57 84 1B 28 39 54
ISO 6: ASCII ESC ( 0 U 27 40 48 85 1B 28 30 55
Legal ESC ( 1 U 27 40 49 85 1B 28 31 55
ISO 2: IRV ESC ( 2 U 27 40 50 85 1B 28 32 55
Roman 8 ESC ( 8 U 27 40 56 85 1B 28 38 55
Windows 3.0 Latin1 ESC ( 9 U 27 40 57 85 1B 28 39 55
PC-8 ESC ( 10 U 27 40 49 48 85 1B 28 31 30 55
PC-8 D/N ESC ( 11 U 27 40 49 49 85 1B 28 31 31 55
PC 850 ESC ( 12 U 27 40 49 50 85 1B 28 31 32 55
Pi Font ESC ( 15 U 27 40 49 53 85 1B 28 31 35 55
PC-852 ESC ( 17 U 27 40 49 55 85 1B 28 31 37 55
Windows 3.1 Latin1 ESC ( 19 U 27 40 49 57 85 1B 28 31 39 55
Character Set (original)
ROMAN 8 ESC ( s 1 C 27 40 115 49 67 1B 28 73 31 43
US ASCII ESC ( s 2 C 27 40 115 50 67 1B 28 73 32 43
GERMAN ESC ( s 3 C 27 40 115 51 67 1B 28 73 33 43
UK ENGLISH ESC ( s 4 C 27 40 115 52 67 1B 28 73 34 43
FRENCH ESC ( s 5 C 27 40 115 53 67 1B 28 73 35 43
DUTCH ESC ( s 6 C 27 40 115 54 67 1B 28 73 36 43
ITALIAN ESC ( s 7 C 27 40 115 55 67 1B 28 73 37 43
S. SPANISH ESC ( s 8 C 27 40 115 56 67 1B 28 73 38 43
A. ENGLISH W.P. ESC ( s 9 C 27 40 115 57 67 1B 28 73 39 43
U.K. ASCII/2 ESC ( s 10 C 27 40 115 49 48 67 1B 28 73 31 30 43
SYMBOL * ESC ( s 11 C 27 40 115 49 49 67 1B 28 73 31 31 43
INTERNATIONAL ESC ( s 12 C 27 40 115 49 50 67 1B 28 73 31 32 43
AMERICAN ENGLISH ESC ( s 13 C 27 40 115 49 51 67 1B 28 73 31 33 43
U.K. ASCII ESC ( s 14 C 27 40 115 49 52 67 1B 28 73 31 34 43
PORTUGUESE ESC ( s 15 C 27 40 115 49 53 67 1B 28 73 31 35 43
SWISS GERMAN ESC ( s 16 C 27 40 115 49 54 67 1B 28 73 31 36 43
AMERICAN SPANISH ESC ( s 17 C 27 40 115 49 55 67 1B 28 73 31 37 43
NORWEGIAN ESC ( s 18 C 27 40 115 49 56 67 1B 28 73 31 38 43
CANADIAN ESC ( s 19 C 27 40 115 49 57 67 1B 28 73 31 39 43
FINNISH/SWEDISH ESC ( s 20 C 27 40 115 50 48 67 1B 28 73 32 30 43
SOUTH AFRICA ESC ( s 21 C 27 40 115 50 49 67 1B 28 73 32 31 43
JAPANESE ENGLISH ESC ( s 37 C 27 40 115 51 55 67 1B 28 73 33 37 43
* The symbol character set is not available for Tennessee and Helsinki fonts.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Appendix–48
Function Command Decimal Hexadecimal
PC-8 ESC ( s 25 C 27 40 115 50 53 67 1B 28 73 32 35 43
PC-8 D/N ESC ( s 23 C 27 40 115 50 51 67 1B 28 73 32 33 43
PC-850 ESC ( s 26 C 27 40 115 50 54 67 1B 28 73 32 36 43
PC-860 ESC ( s 27 C 27 40 115 50 55 67 1B 28 73 32 37 43
PC-863 ESC ( s 28 C 27 40 115 50 56 67 1B 28 73 32 38 43
PC-865 ESC ( s 29 C 27 40 115 50 57 67 1B 28 73 32 39 43
Fixed Pitch or P.S.
Fixed ESC ( s 0 P 27 40 115 48 80 1B 28 73 30 50
P.S. ESC ( s 1 P 27 40 115 49 80 1B 28 73 31 50
Character Pitch Selection 1 ESC ( s # H 27 40 115 ## 72 1B 28 73 ## 48
(#: char./inch)
Character Pitch Selection 2
10 Pitch ESC & k 0 S 27 38 107 48 83 1B 26 6B 30 53
16.6 Pitch ESC & k 2 S 27 38 107 50 83 1B 26 6B 32 53
12 Pitch ESC & k 4 S 27 38 107 52 83 1B 26 6B 34 53
Point Size ESC ( s # V 27 40 115 ## 86 1B 28 73 ## 56
(#: point size)
Italics or upright
Italics ESC ( s 1 S 27 40 115 49 83 1B 28 73 31 53
Upright ESC ( s 0 S 27 40 115 48 83 1B 28 73 30 53
Condensed ESC ( s 4 S 27 40 115 52 83 1B 28 73 34 53
Condensed Italic ESC ( s 5 S 27 40 115 53 83 1B 28 73 35 53
Compressed (Extra Condensed) ESC ( s 8 S 27 40 115 56 83 1B 28 73 38 53
Expanded ESC ( s 24 S 27 40 115 50 52 83 1B 28 73 32 34 53
Outline ESC ( s 32 S 27 40 115 51 50 83 1B 28 73 33 32 53
Inline ESC ( s 64 S 27 40 115 54 52 83 1B 28 73 36 34 53
Shadowed ESC ( s 128 S 27 40 115 49 50 56 83 1B 28 73 31 32 38 53
Outline Shadowed ESC ( s 160 S 27 40 115 49 54 48 83 1B 28 73 31 36 30 53
Stroke Weight ESC ( s # B 27 40 115 ## 66 1B 28 73 ## 42
Ultra Thin ESC ( s-7B 27 40 115 2D 55 66 1B 28 73 45 37 42
Extra Thin ESC ( s-6B 27 40 115 2D 54 66 1B 28 73 45 36 42
Thin ESC ( s-5B 27 40 115 2D 53 66 1B 28 73 45 35 42
Extra Light ESC ( s-4B 27 40 115 2D 52 66 1B 28 73 45 34 42
Light ESC ( s-3B 27 40 115 2D 51 66 1B 28 73 45 33 42
Demi Light ESC ( s-2B 27 40 115 2D 50 66 1B 28 73 45 32 42
Semi Light ESC ( s-1B 27 40 115 2D 49 66 1B 28 73 45 31 42
Medium (Normal) ESC ( s 0 B 27 40 115 48 66 1B 28 73 30 42
Semi Bold ESC ( s 1 B 27 40 115 49 66 1B 28 73 31 42
Demi Bold ESC ( s 2 B 27 40 115 50 66 1B 28 73 32 42
Bold ESC ( s 3 B 27 40 115 51 66 1B 28 73 33 42
Extra Bold ESC ( s 4 B 27 40 115 52 66 1B 28 73 34 42
Black ESC ( s 5 B 27 40 115 53 66 1B 28 73 35 42
Extra Black ESC ( s 6 B 27 40 115 54 66 1B 28 73 36 42
Ultra Black ESC ( s 7 B 27 40 115 55 66 1B 28 73 37 42
Scalable Font Ratio (original)
Set horizontal ratio ESC CR ! # H 27 13 33 # 72 1B 0D 21 # 48
(#=0.25 to 3 step 0.01)
Set vertical ratio ESC CR ! # V 27 13 33 # 86 1B 0D 21 # 56
(#=0.25 to 3 step 0.01)
APPENDICES
Appendix–49
Function Command
Scalable Fonts
Intellifont-compatible Fonts (##: point size)
Alaska ESC ( s 1 p ## v 0 s 1 b 4 3 6 2 T
Alaska Extrabold ESC ( s 1 p ## v 0 s 4 b 4 3 6 2 T
Antique Oakland ESC ( s 1 p ## v 0 s 0 b 4 1 6 8 T
Antique Oakland Bold ESC ( s 1 p ## v 0 s 3 b 4 1 6 8 T
Antique Oakland Oblique ESC ( s 1 p ## v 1 s 0 b 4 1 6 8 T
Brougham ESC ( s 0 p ## h 0 s 0 b 4 0 9 9 T
Brougham Bold ESC ( s 0 p ## h 0 s 3 b 4 0 9 9 T
Brougham Oblique ESC ( s 0 p ## h 1 s 0 b 4 0 9 9 T
Brougham BoldOblique ESC ( s 0 p ## h 1 s 3 b 4 0 9 9 T
Cleveland Condensed ESC ( s 1 p ## v 4 s 3 b 4 1 4 0 T
Connecticut ESC ( s 1 p ## v 1 s 0 b 4 1 1 6 T
Guatemala Antique ESC ( s 1 p ## v 0 s 0 b 4 1 9 7 T
Guatemala Italic ESC ( s 1 p ## v 0 s 3 b 4 1 9 7 T
Guatemala Bold ESC ( s 1 p ## v 1 s 0 b 4 1 9 7 T
Guatemala Boldltalic ESC ( s 1 p ## v 1 s 3 b 4 1 9 7 T
LetterGothic ESC ( s 0 p ## h 0 s 0 b 4 1 0 2 T
LetterGothic Bold ESC ( s 0 p ## h 0 s 3 b 4 1 0 2 T
LetterGothic Oblique ESC ( s 0 p ## h 1 s 0 b 4 1 0 2 T
Maryland ESC ( s 1 p ## v 0 s 0 b 4 2 9 7 T
Oklahoma ESC ( s 1 p ## v 0 s 0 b 4 1 1 3 T
Oklahoma Bold ESC ( s 1 p ## v 0 s 3 b 4 1 1 3 T
Oklahoma Oblique ESC ( s 1 p ## v 1 s 0 b 4 1 1 3 T
Oklahoma BoldOblique ESC ( s 1 p ## v 1 s 3 b 4 1 1 3 T
PC Brussels Light ESC ( s 1 p ## v 0 s - 3 b 4 1 4 3 T
PC Brussels Demi ESC ( s 1 p ## v 0 s 2 b 4 1 4 3 T
PC Brussels LightItalic ESC ( s 1 p ## v 1 s - 3 b 4 1 4 3 T
PC Brussels DemiItalic ESC ( s 1 p ## v 1 s 2 b 4 1 4 3 T
PC Tennessee Roman ESC ( s 1 p ## v 0 s 0 b 4 1 0 1 T
PC Tennessee Bold ESC ( s 1 p ## v 0 s 3 b 4 1 0 1 T
PC Tennessee Italic ESC ( s 1 p ## v 1 s 0 b 4 1 0 1 T
PC Tennessee BoldItalic ESC ( s 1 p ## v 1 s 3 b 4 1 0 1 T
Utah ESC ( s 1 p ## v 0 s 0 b 4 1 4 8 T
Utah Bold ESC ( s 1 p ## v 0 s 3 b 4 1 4 8 T
Utah Oblique ESC ( s 1 p ## v 1 s 0 b 4 1 4 8 T
Utah BoldOblique ESC ( s 1 p ## v 1 s 3 b 4 1 4 8 T
Utah Condensed ESC ( s 1 p ## v 4 s 0 b 4 1 4 8 T
Utah Condensed Bold ESC ( s 1 p ## v 4 s 3 b 4 1 4 8 T
Utah Condensed Oblique ESC ( s 1 p ## v 5 s 0 b 4 1 4 8 T
Utah Condensed BoldOblique ESC ( s 1 p ## v 5 s 3 b 4 1 4 8 T
TrueType-compatible Fonts (##: point size)
BR Symbol ESC ( 1 9 M ESC ( s 1 p ## v 0 s 0 b 1 6 6 8 6 T
Helsinki ESC ( s 1 p ## v 0 s 0 b 1 6 6 0 2 T
Helsinki Bold ESC ( s 1 p ## v 0 s 3 b 1 6 6 0 2 T
Helsinki Oblique ESC ( s 1 p ## v 1 s 0 b 1 6 6 0 2 T
Helsinki BoldOblique ESC ( s 1 p ## v 1 s 3 b 1 6 6 0 2 T
Tennessee Roman ESC ( s 1 p ## v 0 s 0 b 1 6 9 0 1 T
Tennessee Bold ESC ( s 1 p ## v 0 s 3 b 1 6 9 0 1 T
Tennessee Italic ESC ( s 1 p ## v 1 s 0 b 1 6 9 0 1 T
Tennessee BoldItalic ESC ( s 1 p ## v 1 s 3 b 1 6 9 0 1 T
W Dingbats ESC ( 5 7 9 L ESC ( s 1 p ## v 0 s 0 b 3 1 4 0 2 T
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Appendix–50
Function Command
Type 1 Font Compatible Fonts (##: point size)
Atlanta Book ESC ( s 1 p ## v 0 s 0 b 1 5 5 T
Atlanta Demi ESC ( s 1 p ## v 0 s 3 b 1 5 5 T
Atlanta BookOblique ESC ( s 1 p ## v 1 s 0 b 1 5 5 T
Atlanta DemiOblique ESC ( s 1 p ## v 1 s 3 b 1 5 5 T
Calgary MediumItalic ESC ( s 1 p ## v 1 s 0 b 1 5 9 T
Copenhagen Roman ESC ( s 1 p ## v 0 s 0 b 1 5 7 T
Copenhagen Bold ESC ( s 1 p ## v 0 s 3 b 1 5 7 T
Copenhagen Italic ESC ( s 1 p ## v 1 s 0 b 1 5 7 T
Copenhagen BoldItalic ESC ( s 1 p ## v 1 s 3 b 1 5 7 T
Portugal Roman ESC ( s 1 p ## v 0 s 0 b 1 5 8 T
Portugal Bold ESC ( s 1 p ## v 0 s 3 b 1 5 8 T
Portugal Italic ESC ( s 1 p ## v 1 s 0 b 1 5 8 T
Portugal BoldItalic ESC ( s 1 p ## v 1 s 3 b 1 5 8 T
Bitmapped Fonts
LetterGothic16.66 ESC ( s 0 p 16.67 h 8.5 v 0 s 0 b 1 3 0 T
OCR-A ESC ( 0 O ESC ( s 0 p 10 h 12 v 0 s 0 b 1 0 4 T
OCR-B ESC ( 1 O ESC ( s 0 p 10 h 12 v 0 s 0 b 1 1 0 T
Brother Original Fonts
Bermuda Script ESC ( s 1 p ## v 0 s 3 b 1 3 4 T
Germany ESC ( s 1 p ## v 0 s 3 b 1 3 2 T
San Diego ESC ( s 1 p ## v 0 s 5 b 1 3 3 T
US Roman ESC ( s 1 p ## v 0 s 0 b 1 3 5 T
APPENDICES
Appendix–51
CCITT G3/G4 and TIFF (original command)
One of the unique features of the PCL mode of this printer is it supports
CCITT G3/G4 type data compression and TIFF format.
CCITT G3/G4 (Raster Graphic Mode 1152)
The printer’s PCL mode supports CCITT G3/G4 type graphic data
compression.
This format is popular in optical document storage area as this
compression is effective to store black and white type pictures.
Compression mode for CCITT G3/G4 is 1152 and the command becomes
ESC * b 1152 M.
As G3/G4 format does not have picture size/resolution information, the
printer requires a header at the beginning of the picture data. The header
size is 94 byte. Both the header and the picture data are transferred by one
transfer graphics data command (ESC * b ### W). Normal PCL transfer
graphics data command has a limitation of the data size and ### should
not exceed 32767. Unlike other mode, mode 1152 is special and this
mode does not have 32767 byte size limitation.
Print model is not applied to this type of raster graphics.
The mode 1152 graphic data consists of the following data structure. The
picture data follows the header.
Header 94 bytes
File length
Picture = ####
CCITT G3/G4 data of ESC*b####W
Picture Data length
Header format is described on the next page.
You have to specify mode 1152 by sending ESC *b1152M command for
each graphic data transfer.
About CCITT G3/G4 data format, please refer to CCITT (THE
INTERNATIONAL TELEGRAPH AND TELEPHONE
CONSULTATIVE COMMITTEE) BLUE BOOK Volume VII.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Appendix–52
Mode 1152 graphic data header data structure
Position Data Description
0-1 6E 6E ‘nn’ This is header ID.
2-3 0A 00 reserved (Header Version)
4-7 5E 00 00 00 Picture data start offset from header top
8-11 File Length File length including 94 byte header. If file length is 65,536
byte, these 4 bytes become “00 00 01 00”.
12-13 01 00 reserved
14-15 01 00 reserved
16-19 4A 00 00 00 reserved
20-21 compression 02 00: Fax MH format
03 00: Fax MR format
04 00: Fax G4 format
22-55 00....00 All zero
56-59 Picture Data Length
If picture data length is 65,442 (65,536 - 94) byte, these
4 bytes become “A2 FF 00 00”.
60-61 01 00 bit/pixel
62-63 01 00 bit/pixel
64-65 Pixels/line If picture dot width = 2400, these 2 bytes become “60 09”.
66-67 Pixels/line Same as 64-65
68-69 Lines/picture If picture line count = 3100, these 2 bytes become “1C 0C”.
70-71 Lines/picture Same as 70-71
72-73 00 00 reserved
74-75 Photo metrics 00 00: data 0 = white 01 00: data 0 = black
76-77 02 00 reserved (Endian format)
78-79 Bit Fill Order 01 00: filled from MSB
02 00: filled from LSB
80-81 01 00 reserved
82-83 00 00 reserved (min. pixel value)
84-85 01 00 reserved (max pixel value)
86-87 horizontal resolution (200,300,400,600)
C8 00 00 00 : 200 dpi
2C 01 00 00 : 300 dpi
90 01 00 00 : 400 dpi
58 02 00 00 : 600 dpi
400 and 600 dpi are available when printer
operates in 600 dpi.
88-89 vertical resolution (200,300,400,600)
C8 00 00 00 : 200 dpi
2C 01 00 00 : 300 dpi
90 01 00 00 : 400 dpi
58 02 00 00 : 600 dpi
The printer accepts different values for vertical
and horizontal resolutions.
400/600 dpi are available when printer operates in 600 dpi.
90-91 02 00 reserved (resolution unit = inch)
92-93 00 00 reserved (error code)
APPENDICES
Appendix–53
TIFF Format (Raster Graphic Mode 1024) & Advanced Photoscale
Technology
The printer’s PCL mode supports TIFF Version 5.0 file format as a
format to transfer raster graphics data.
Mode set command for TIFF file format is ESC *b1024M.
One transfer graphics data command (ESC*b###W) should contain whole
TIFF file.
In mode 1024, transfer graphics data command byte count does not have
a limitation of 32,767 byte.
The printer supports both ‘MM’ (big endian) format and ‘II’ (little
endian) format.
Print model is not applied to this type of data transfer.
The printer has some limitations on the TIFF file format.
1. Tags position has to be prior to the picture (strip) data.
2. Compression tag --- Tag ID:259
The printer supports 1, 2, 3, 4 and 32773.
1: no compression (Bits/Sample=1,4,8)
2: CCITT G3 MH (Bits/Sample=1)
3: CCITT G3 MR (Bits/Sample=1)
4: CCITT G4 (Bits/Sample=1)
32773: Pack Bit (Bits/Sample=1)
3. Sample/pixel --- Tag ID:277
This value should be 1. This means the printer accepts only
monochrome TIFF file.
4. Bits/Sample --- Tag ID:258
The printer supports 1, 4 and 8.
If you specify 4 or 8 and the printer resolution is 600 dpi,
the printer prints that page utilizing APT.
5. Horizontal resolution (Tag ID=282) and Vertical resolution (Tag
ID=283)
Compression type Bits/Sample Available Resolution APT
No Compression 4, 8 From 1 dpi to 300 dpi ON
No Compression
Pack Bit
1 Printer’s Resolution
(300 or 600 dpi)
OFF
CCITT G3 & G4 1 200,300,400,600 dpi
400 & 600 dpi are only
when printer operates
in 600 dpi.
OFF
We recommend 150 dpi or less resolution for APT to reduce data size.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Appendix–54
De modus voor een horizontaal 1200 dpi beeldformaat
(Rastergrafiek modus 1027)
In 1200 dpi modus kan de printer afdrukken met een resolutie van 1200
dpi, bedoeld voor speciale beeldformaten.
Als u wilt afdrukken met een resolutie van 1200 dpi, dan raden wij u aan
om 10 Mbytes of meer te gebruiken.
Om de 1200 dpi modus in te stellen, gaat u als volgt te werk:
1. Stel de 1200 dpi afdrukmodus in met behulp van onderstaande PJL
opdracht:
@PJL SET RAS1200MODE = ON
2. Kies de PCL modus met behulp van onderstaande PJL opdracht:
@PJL ENTER LANGUAGE = PCL
(Kiest u een andere werkwijze dan de PCL modus, dan kan de 1200 dpi
afdrukmodus niet geselecteerd worden.)
De opdracht waarmee de PCL modus wordt ingesteld voor afdrukken met
een beeldformaat van 1200 dpi is ESC *b1027M.
De opdracht voor het overbrengen van rastergegevens (ESC*b###W) zal
vervolgens horizontale 1200 dpi gegevens doorgeven.
<1200 dpi compressieformaat voor grafische gegevens>
Dit compressieformaat bestaat uit blokken met gegevens, 64 punten op de
pagina naar beneden, beginnend bij de voorrand van het papier.
Bv.) Als de grafische gegevens zich zoals in onderstaand schema
over drie banden uitstrekken, dan worden de gegevens als drie blokken
overgedragen:
ESC*b##W <Blok 1> <Blok 2> <Blok 3>
In 1027 modus is het aantal bytes voor de opdracht voor het overbrengen
van grafische gegevens niet beperkt tot 32.767 bytes.
0
64
128
192
256
320
Band 1
Band 3
Band 4
Band 2
Band 5
Blok 3
Blok 2
Blok 1
APPENDICES
Appendix–55
Het blok gegevens is als volgt samengesteld:
Positie Gegevens Beschrijving
0 - 1 Lengte blok n - 2
2 - 3 Horizontale positie punten vanaf de linkerzijde van de
pagina
4 - 5 Verticale positie punten vanaf de voorrand van de
pagina
6 Hoogte punten aantal verticale punten in beeld
7 - 8 Breedte woorden aantal horizontale 16 bit woorden in
beeld
9 - (n - 1) Compressiegegevens gegevens omtrent compressie van
beeld
Ex.) Gegevens op horizontale positie = 256, verticale positie = 64,
hoogte = 32 punten, breedte = 100 X 16 bit woorden (1600
punten) en compressiegegevens = 800 bytes;
ESC*b809W 03h 27h 01h 00h 00h 40h 20h 00h 64h [Data800Byte]
_ _ _ | _ |
a b c d e f
<Gegevens gecomprimeerd beeld>
Gegevenscompressie zorgt ervoor dat de oorspronkelijke beeldgegevens
woord voor woord (16 bits) gecomprimeerd worden.
De gecomprimeerde gegevens bestaan uit horizontale compressie, waarbij
gebruik wordt gemaakt van 16 bit, 8 bit en 4 bit herhalende patronen
binnen 1 woord of 2 woorden met gegevens, en verticale compressie die
aangeeft dat dezelfde gegevens als in de vorige regel met 1
gegevenswoord herhaald moeten worden.
Niet-gecomprimeerde gegevens
Wanneer de meest significante bit in de eerste 2 bytes 0 is, schakelt de
printer over op non-compressie modus. De volgende 11 bits geven dan
het aantal woorden met gegevens aan, en de minst significante 4 bits
worden niet gebruikt. Daarna volgen de beeldgegevens woord voor
woord.
15 14 4 3 0
0 aantal woorden met gegevens (11 bits) niet gebruikt
gegevens 1 (16 bits)
:
gegevens n (16 bits)
(256, 64)
32
1600
0
64
128
Band 1
Band 2
a: Lengte blok(807)
b: Horizontale positie(256)
c: Verticale positie(64)
d: Hoogte punten(32)
e: Breedte woorden(100)
f: Compressiegegevens
beeld
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Appendix–56
16 bit herhalende gecomprimeerde gegevens
Wanneer de meest significante 3 bits in de eerste 2 bytes in de volgorde 1,
0, 0 staan, geven de overige 13 bits het aantal keren aan dat de 16 bit
gegevens herhaald moeten worden. De volgende 2 bytes moeten dan de te
herhalen 16 bit gegevens zijn.
15 14 13 12 0
1 0 0 aantal herhalingen (13 bits)
te herhalen gegevens (16 bits)
8 bit herhalende gecomprimeerde gegevens
Wanneer de meest significante 3 bits in de eerste 2 bytes in de volgorde 1,
1, 0 staan, geven de volgende 5 bits het aantal keren aan dat de 16 bit
(twee blokken van 8 bits) gegevens herhaald moeten worden. De overige
8 bits moeten de te herhalen 8 bit gegevens zijn.
15 14 13 12 8 7 0
1 1 0 aantal herhalingen te herhalen gegevens (8
bits)
(5 bits)
4 bit herhalende gecomprimeerde gegevens
Wanneer de meest significante 3 bits in de eerste 2 bytes in de volgorde 1,
0, 1 staan, duiden de volgende 4 bits de te herhalen 4 bit gegevens aan.
De overige 9 bits geven het aantal keren aan dat de 16 bit (4 blokken van
4 bits) gegevens herhaald moeten worden.
15 14 13 12 9 8 0
1 0 1 te herhalen gegevens aantal herhalingen (9 bits)
(4 bits)
Verticaal herhalende gecomprimeerde gegevens
Wanneer de meest significante 3 bits in de eerste 2 bytes in de volgorde 1,
1, 1 staan, geven de overige 13 bits aan dat dezelfde gegevenswoorden als
in de voorgaande regel herhaald moeten worden.
15 14 13 12 0
1 1 1 dezelfde gegevenswoorden als in de voorgaande regel
(13 bits)
In de 1200 dpi afdrukmodus worden de APT en HRC functies niet door
de printer ondersteund.
APPENDICES
Appendix–57
HP-GL/2 Command Sets
Command Mnemonic Parameters
Dual Context Extensions
ENTER PCL MODE ESC % # A 0-Retain previous PCL cursor position
and palette
1-Use current HP-GL/2 pen position and
palette
RESET ESC E None
PRIMARY FONT FI Font_ID
SECONDARY FONT FN Font_ID
SCALABLE OR BITMAPPED FONTS SB 0-Scalable fonts only
1-Bitmapped fonts allowed
Palette Extensions
TRANSPARENCY MODE TR 0-Off (opaque)
1-On (transparent)
SCREENED VECTORS SV [screen_type [, shading [, index]]]
Vector Group
ARC ABSOLUTE AA x_center, y_center, sweep_angle
[, chord_angle];
ARC RELATIVE AR x_increment, y_increment, sweep_angle
[, chord_angle];
ABSOLUTE ARC THREE POINT AT x_inter, y_inter, x_end, y_end
[,chord_angle];
BEZIER ABSOLUTE BZ x1_control_pt, y1_control_pt
x2_control_pt, y2_control_pt
x3_control_pt, y3_control_pt
[, params … [, parms ]].
BEZIER RELATIVE BR x1_control_pt_increments,
y1_control_pt_increments,
x2_control_pt_increments,
y2_control_pt_increments,
x3_control_pt_increments,
y3_control_pt_increments
[, params … [, parms ]]; PLOT
ABSOLUTE PA [x, y … [, x, y]];
PLOT RELATIVE PR [x, y … [, x, y]];
PEN DOWN PD [x, y … [, x, y]];
PEN UP PU [x, y … [, x, y]];
RELATIVE ARC THREE POINT RT x_incr_inter, y_incr_inter, x_incr_end,
y_incr-end [, chord_angle];
POLYLINE ENCODED PE [flag [val]|coord_pair …
[flag[val]|coord_pair ]];
Polygon Group
CIRCLE CI radius [, chord_angle];
FILL RECTANGLE ABSOLUTE RA x_coordinate, y_coordinate;
FILL RECTANGLE RELATIVE RR x_increment, y_increment;
EDGE RECTANGLE ABSOLUTE EA x_coordinate, y_coordinate;
EDGE RECTANGLE RELATIVE ER x_increment, y_increment;
FILL WEDGE WG radius, start_angle, sweep_angle
[, chord_angle];
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Appendix–58
Command Mnemonic Parameters
EDGE WEDGE EW radius, start_angle, sweep_angle
[, chord_angle];
POLYGON MODE PM polygon_definition;
FILL POLYGON FP 0 Odd/Even fill
EDGE POLYGON EP 1 non-zero winding fill
Character Group
SELECT STANDARD FONT SS
SELECT ALTERNATE FONT SA
ABSOLUTE DIRECTION DI [run, rise];
RELATIVE DIRECTION DR [run, rise];
ABSOLUTE CHARACTER SIZE SI [width, height];
RELATIVE CHARACTER SIZE SR [width, height];
CHARACTER SLANT SL [tangent_of_angle];
EXTRA SPACE ES [width [, height]]
STANDARD FONT DEFINITION SD [kind, value … [, kind, value]];
ALTERNATE FONT DEFINITION AD [kind, value … [, kind, value]];
CHARACTER FILL MODE CF [fill_mode [, edge_pen]];
LABEL ORIGIN LO [position];
LABEL LB [char … [char]] l bterm
DEFINE LABEL TERMINATOR DT [l bterm [, mode]];
CHARACTER PLOT CP [spaces, lines];
TRANSPARENT DATA TD [mode];
DEFINE VARIABLE TEXT PATH DV [path [, line]];
Line and Fill Attributes Group
LINE TYPE LT [line_type [, pattern_length [, mode]]];
LINE ATTRIBUTES LA [kind, value … [, kind, value]];
PEN WIDTH PW [width [, pen]];
PEN WIDTH UNIT SELECTION WU [type];
SELECT PEN SP [pen];
SYMBOL MODE SM [char];
FILL TYPE FT [fill_type [, option 1 [, option 2]]];
ANCHOR CORNER AC [x_coordinate, y_coordinate];
RASTER FILL DEFINITION RF [index, width, height, pen_nbr [, …
pen_nbr]];
USER DEFINED LINE TYPE UL [index [, gap 1 … gap 20]];
Configuration and Status Group
COMMENT CO
SCALE SC [x 1, x 2, y 1, y 2 [, type [, left, bottom]]];
or
[x 1, x factor, y 1, y factor, 2];
INPUT WINDOW IW [x L L, y L L, x U R, y U R];
INPUT P1 AND P2 IP [p 1 x, p 1 y [, p 2 x, p 2 y]];
INPUT RELATIVE P1 AND P2 IR [p 1 x, p 1 y [, p 2 x, p 2 y]];
DEFAULT VALUES DF
INITIALIZE IN
ROTATE COORDINATE SYSTEM RO [angle];
APPENDICES
Appendix–59
Printer Job Language Commands Syntax
Command Function and Syntax
Syntax Rules
[ ] Brackets indicate optional parameters.
< > Indicates special characters and items
Special Characters and Items DEC. HEX.
<HT> Horizontal Tab (element of white space) 09 09
<LF> Line Feed (PJL command terminator) 10 0A
<CR> Carriage Return (optional parameter) 13 0D
<SP> Space (element of white space) 32 20
<ESC> Escape (used only for UEL/SPJL) 27 1B
<FF> Form Feed 12 0C
(terminator for multiple line reply)
<WS> White Space<SP> or <HT> or combination of <SP> and <HT>
<PC> Printable Characters (character code 33 through 126, and
161 through 254)
<Words> Beginning with <PC>, and combination of <PC> and <WS>
Printer Job Language Commands Syntax
COMMENT @PJL COMMENT <Words> [<CR>] <LF>
DEFAULT @PJL DEFAULT [LPARM: emulation] variable = value
[<CR>] <LF>
DINQUIRE @PJL DINQUIRE [LPARM: emulation] variable [<CR>] <LF>
Reply @PJL DINQUIRE [LPARM: emulation] variable <CR> <LF>
value <CR> <LF> <FF>
ECHO @PJL ECHO [<Words>] [<CR>] <LF>
Reply @PJL ECHO [<Words>] <CR> <LF> <FF>
ENTER @PJL ENTER LANGUAGE = emulation [<CR>] <LF>
EOJ @PJL EOJ [NAME = job name] [<CR>] <LF>
INFO @PJL INFO read only variable [<CR>] <LF>
Reply @PJL INFO read only variable <CR> <LF>
[1 or more lines of printable characters or <WS> followed
by <CR> <LF>] <FF>
INITIALIZE @PJL INITIALIZE [<CR>] <LF>
INQUIRE @PJL INQUIRE [LPARM: emulation] variable [<CR>] <LF>
Reply @PJL INQUIRE [LPARM: emulation] variable <CR> <LF>
value <CR> <LF> <FF>
JOB @PJL JOB [NAME = “job name”] [START = first page]
[END = last page] [<CR>] <LF>
OPMSG @PJL OPMSG DISPLAY = “message” [<CR>] <LF>
RDYMSG @PJL RDYMSG DISPLAY = “message” [<CR>] <LF>
RESET @PJL RESET [<CR>] <LF>
SET @PJL SET [LPARM: emulation] variable = value [<CR>] <LF>
STMSG @PJL STMSG DISPLAY = “message” [<CR>] <LF>
Reply @PJL STMSG DISPLAY = “message” <CR> <LF>
key <CR> <LF> <FF>
Exit Current Emulation/Start PJL <ESC> % - 12345X
(UEL/SPJL)
USTATUS @PJL USTATUS variable = value [<CR>] <LF>
Reply @PJL USTATUS variable <CR> <LF>
[1 or more lines of printable characters or <WS> followed
by <CR> <LF>] <FF>
USTATUSOFF @PJL USTATUSOFF [<CR>] <LF>
(No Operation) @PJL [<CR>] <LF>
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Appendix–60
EPSON FX-850 Mode
Command name Function Sequence Decimal Hexadecimal
Null Ignored NUL 0 00
Bell Ignored BEL 7 07
Space Moves the cursor one position to the right SP 32 20
Backspace Moves the cursor one position to the left BS 8 08
Line Feed Moves down one line LF 10 0A
Form Feed Ejects a page (if data has been printed on it) FF 12 0C
Carriage Return Moves cursor to left margin CR 13 0D
Home Positioning Moves the cursor to the home position ESC < 27 60 1B 3C
Select Printer Ignored DC1 17 11
Deselect Printer Ignored DC3 19 13
Set MSB=0 Sets most significant bit to zero ESC= 27 61 1B 3D
Set MSB=1 Sets most significant bit to one ESC > 27 62 1B 3E
Cancel MSB Settings Cancels MSB settings ESC # 27 35 1B 23
Expand Printable Allows characters 128 (d) through 159 (d) ESC 6 27 54 1B 36
Code Area and 255 (d) to be printed
Cancel Expanded Cancels printing of characters 128 (d) ESC 7 27 55 1B 37
Printable Code Area through 159 (d) and 255 (d)
Expand Printable Allows characters 0 (d) through 31 (d) and ESC I 1 27 73 49 1B 49 31
Code Area 128 (d) through 159 (d) to be printed
Cancel Expand Cancels printing of characters 0 (d) ESC I 0 27 73 48 1B 49 30
Printable Code Area through 31 (d) and 129 (d) through 159 (d)
Change Emulation Changes the emulation of the printer. All ESC CR m 27 13 m 1B 0D m
(original) data received so far will be printed and
the page ejected. m is an ASCII code.
m=AB - BR-Script 2 Batch Mode
m=AI - BR-Script 2 Interactive Mode
m=E - Reset Epson Mode
m=GL - HP-GL Mode
m=H - HP LaserJet Mode
m=I - IBM Proprinter Mode
User Reset Restore to User Settings ESC CR ! 27 13 33 1B 0D 21
(n=0 to 2) n R n 82 n 52
Paper Input Control Controls the paper input ESC EM n 27 25 n 1B 19 n
n=0 - Initialize Feeder Mode
n=1 - Feed From MP Tray
n=2 - Feed From Upper Cassette (Tray 1)
n=3 - Feed From Lower Cassette (Tray 2)
n=R - Eject Paper
Duplex/Simplex Print Sets simplex or duplex print mode ESC CR ! 27 13 33 1B 0D 21
(available when duplex n=0 - Simplex n D n 68 n 44
unit is installed) n=1 - Duplex & long edge binding
(original) n=2 - Duplex & short edge binding
Page Side Selection Sets page side selection ESC CR ! 27 13 33 1B 0D 21
(available when duplex n=0 - Next side n S n 83 n 53
unit is installed) n=1 - Front side
(original) n=2 - Back side
Initialize Printer Initializes printer and clears print buffer ESC @ 27 64 1B 40
(prints data)
Set Form Length Sets page length in current line spacing ESC C n 27 67 n 1B 43 n
(1 n 127)
Set Left Margin Sets left margin n characters from home ESC l n 27 108 n 1B 6C n
position (range depends on type size and
paper size)
Set Right Margin Sets right margin n columns from the left ESC Q n 27 81 n 1B 51 n
margin (range depends on type size and
paper size)
APPENDICES
Appendix–61
Command name Function Sequence Decimal Hexadecimal
Set Skip-over Sets bottom margin at the n-th line, ESC N n 27 78 n 1B 4E n
Perforation counting from the bottom
Cancel Skip-over Cancels the setting of the bottom margin ESC O 27 79 1B 4F
Perforation
Set 1/6” Line Line spacing is set to 1/6 inch ESC 2 27 50 1B 32
Spacing
Set 1/8” Line Line spacing is set to 1/8 inch ESC 0 27 48 1B 30
Spacing
Set 7/72” Line Line spacing is set to 7/72 inch ESC 1 27 49 1B 31
Spacing
Set n/72” Line Line spacing is set to n/72 inch (0 n 85) ESC A n 27 65 n 1B 41 n
Spacing
Set n/216” Line Line spacing is set to n/216 inch (0 n 255) ESC 3 n 27 51 n 1B 33 n
Spacing
Perform n/216” Advances paper (moves cursor) by n/216 ESC J n 27 74 n 1B 4A n
Paper Feed inch
Perform n/216” Reverse feeds paper (moves cursor) by ESC j n 27 106 n 1B 6A n
Reverse Paper Feed n/216 inch
Set Horizontal Tab Sets up to 32 horizontal tab stops ESC D n1 … 27 68 n1 … 1B 44 n1 …
Stops (terminated by a NUL) nk NUL nk 0 nk 00
Horizontal Tab Moves to next horizontal tab HT 9 09
Set Vertical Tab Sets up to 16 vertical tab stops ESC b n1 … 27 98 n1 … 1B 62 n1 …
Stops (terminated by a NUL) nk NUL nk 0 nk 00
Vertical Tab Moves to next vertical tab stop VT 11 0B
Select VFU Selects Vertical Format Unit ESC / n 27 47 n 1B 2F n
Set Vertical Tab Sets up to 16 vertical tab stops in selected ESC B n1 … 27 66 n1 … 1B 42 n1 …
Stops (VFU Vertical Format Unit (selected by nk NUL nk 0 nk 00
Channel) previous command). Terminated by NUL
Set Absolute Print Moves (n1 + n2 x 256)/60” from left ESC $ n1 n2 27 36 n1 n2 1B 24 n1 n2
Position margin
Set Relative Print Moves (n1 + n2 x 256)/120” from current ESC \ n1 n2 27 92 n1 n2 1B 5C n1 n2
Position position
Set Pica Pitch Selects 10 cpi printing ESC P 27 80 1B 50
Set Elite Pitch Selects 12 cpi printing ESC M 27 77 1B 4D
Set Proportional Selects proportional spacing mode and ESC p 1 27 112 49 1B 70 31
Spacing Mode fonts (BS disabled)
Disable Proportion- Disables proportional spacing mode ESC p 0 27 112 48 1B 70 30
al Spacing Mode
Set Condensed Mode Sets condensed printing SI or ESC SI 15 or 27 15 0F or 1B 0F
Cancel Condensed Cancels condensed printing mode DC2 18 12
Mode
Set Emphasized Selects boldface printing ESC E or 27 69 or 27 1B 45 or 1B
Mode ESC G 71 47
Cancel Emphasized ESC F cancels ESC E boldface and ESC H ESC F or 27 70 or 27 1B 46 or 1B
Mode cancels ESC G boldface ESC H 72 48
Set Enlarged Selects enlarged characters for one SO or 14 or 0E or
Character Mode line only ESC SO or 27 14 or 1B 0E or
ESC W 1 27 87 49 1B 57 31
Cancel Enlarged Cancels above settings (CAN cancels DC4 or 20 or 24 or 14 or 18 or
Character Mode SO only, and DC4 cancels SO and CAN or 27 87 48 1B 57 30
ESC SO only) ESC W 0
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Appendix–62
Command name Function Sequence Decimal Hexadecimal
Set/Cancel Double- Sets (n = 1) or cancels (n = 0) double-high ESC w n 27 119 n 1B 77 n
High Mode mode
Set Italic Print Mode Selects italic printing ESC 4 27 52 1B 34
Cancel Italic Print Cancels italic printing ESC 5 27 53 1B 35
Mode
Set Super/Subscript Sets either superscript (n=0) or subscript ESC S n 27 83 n 1B 53 n
Print Mode (n=1) printing
Cancel Super/ Cancels effect superscript or subscript ESC T 27 84 1B 54
Subscript Print Mode printing
Set/Cancel Underline Sets (n=1) or cancels (n=0) underlined ESC - n 27 45 n 1B 2D n
Print Mode printing (including spaces)
Select Justification n=0: Left justify, n=1: Centering ESC a n 27 97 n 1B 61 n
n=2: Right justify, n=3: Fully justify
Set Intercharacter Adds n/120” space to each character ESC SP n 27 32 n 1B 20 n
Space
Select Print Mode Allows combinations of attributes to be ESC ! n 27 33 n 1B 21 n
added to following text
Select Epson/IBM Selects either Epson (n=0) or IBM (n=1) ESC t n 27 116 n 1B 74 n
character set character set
Select International Selects character set ESC R n 27 82 n 1B 52 n
Character Set
Define Download Defines downloaded characters ESC & NUL 27 38 0 n m 1B 26 00 n
Characters n m a {data} a {data} m a {data}
Select Download Selects either downloaded (n=1) or ESC % n 27 37 n 1B 25 n
Character Mode internal (n=0) character set
Copy ROM Copies internal character data to ESC : 0 0 0 27 58 48 48 1B 3A 30
Characters to download RAM area 48 30 30
Download RAM
Select Bit Image Selects and prints bit image data ESC * m n1 27 42 m n1 1B 2A m n1
Mode n2 {data} n2 {data} n2 {data}
Set 9-dot Bit Image Selects and prints “9-dot” bit image ESC ^ a n1 27 94 a n1 1B 5E a n1
Mode data n2 {data} n2 {data} n2 {data}
Set Single-Density Selects and prints single-density bit image ESC K n1 n2 27 75 n1 n2 1B 4B n1 n2
Bit Image Mode data {data} {data} {data}
Set Double-Density Selects and prints double-density bit ESC L n1 n2 27 76 n1 n2 1B 4C n1 n2
Bit Image Mode image data {data} {data} {data}
Set Double-Speed Selects and prints “double-speed” double- ESC Y n1 n2 27 89 n1 n2 1B 59 n1 n2
Double-Density Bit density bit image data {data} {data} {data}
Image Mode
Set Quadruple- Selects and prints quadruple-density bit ESC Z n1 n2 27 90 n1 n2 1B 5A n1 n2
Density Bit Image image data {data} {data} {data}
Mode
Reassign Graphics Changes bit image density ESC ? n m 27 63 n m 1B 3F n m
Mode
Set Scalable Font Selects horizontal ratio ESC CR ! 27 13 33 1B 0D 21
Ratio (original) (n=0.25 to 3 step 0.01) n H n 72 n 48
Selects vertical ratio ESC CR ! 27 13 33 1B 0D 21
(n=0.25 to 3 step 0.01) n V n 86 n 56
Execute Card Data Execute saved Card data ESC CR ! 27 13 33 1B 0D 21
(original) n E n 69 n 45
APPENDICES
Appendix–63
IBM Proprinter XL Mode
Command name Function Sequence Decimal Hexadecimal
Null Ignored NUL 0 00
Bell Ignored BEL 7 07
Space Moves the cursor one character to the SP 32 20
right
Backspace Moves the cursor one character to the left BS 8 08
Line Feed Moves the cursor to the next line LF 10 0A
Form Feed Prints the data in the buffer and ejects the FF 12 0C
page (if the buffer is empty, this command
is ignored)
Carriage Return Moves the cursor to the left margin on the CR 13 0D
current line. If Auto LF has been set from
the front panel or by software (ESC 5 1),
the cursor will move down one line
Set/Cancel Auto Sets (n=1) or cancels (n=0) auto line feed ESC 5 n 27 53 n 1B 35 n
Line Feed Mode Overrides the front panel setting
Select Printer Selects printer following deselection DC1 17 11
(ESC Q)
Deselect Printer Ignored DC3 19 13
Deselect Printer Deselects printer, which will not accept ESC Q 2 2 27 81 50 50 1B 51 32 32
data until a DC1 is received ESC Q 3 27 51 51 1B 51 33
Set Epson Selects Epson FX-850 emulation mode. ESC @ 27 64 1B 40
Emulation Mode All data in the buffer is printed and the
page ejected
Change Emulation Changes the emulation of the printer. All ESC CR m 27 13 m 1B 0D m
(original) data received so far will be printed and
the page ejected. m is an ASCII code.
m=AB - BR-Script 2 Batch Mode
m=AI - BR-Script 2 Interactive Mode
m=E - Epson Mode
m=GL - HP-GL Mode
m=H - HP LaserJet Mode
m=I - Reset IBM Proprinter Mode
User Reset Restore to User Settings ESC CR ! 27 13 33 1B 0D 21
(n=0 to 2) n R n 82 n 52
Paper Input Control Controls the paper input ESC EM n 27 25 n 1B 19 n
n=0 - Feed From Manual Feed Slot
n=1 - Feed From MP Tray
n=2 - Feed From Upper Cassette (Tray 1)
n=3 - Feed From Lower Cassette (Tray 2)
n=R - Eject Paper
Duplex/Simplex Print Sets simplex or duplex print mode ESC CR ! 27 13 33 1B 0D 21
(available when duplex n=0 - Simplex n D n 68 n 44
unit is installed) n=1 - Duplex & long edge binding
(original) n=2 - Duplex & short edge binding
Page Side Selection Sets page side selection ESC CR ! 27 13 33 1B 0D 21
(available when duplex n=0 - Next side n S n 83 n 53
unit is installed) n=1 - Front side
(original) n=2 - Back side
Set Form Length Sets form length to n lines at current ESC C n 27 67 n 1B 43 n
spacing (1 n 255)
Sets from length to n inches at current ESC C 0 n 27 67 48 n 1B 43 30 n
spacing (0 n 15)
Set Right and Left n1 is used to set the left margin, and n2 ESC X n1 n2 27 88 n1 n2 1B 58 n1 n2
Margins the right margin (1 n1 n2 255)
Set Skip-over Sets bottom margin at n-th line, counting ESC N n 27 78 n 1B 4E n
Perforation from the bottom (1 n 255)
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Appendix–64
Command name Function Sequence Decimal Hexadecimal
Cancel Skip-over Cancels the bottom margin setting ESC O 27 79 1B 4F
Perforation
Set 1/8” Line Sets line spacing to 1/8 inch ESC 0 27 48 1B 30
Spacing Mode
Set 7/72” Line Sets line spacing to 7/72 inch ESC 1 27 49 1B 31
Spacing Mode
Save n/72” Line Sets line spacing mode to n/72 inch ESC A n 27 65 n 1B 41 n
Spacing Mode (1 n 85). Activated by ESC 2 command
Activate n/72” Activates line spacing mode set by ESC A ESC 2 27 50 1B 32
Line Spacing
Mode set by ESC A
Set n/216” Line Sets line spacing to n/216 inch (1 n 255) ESC 3 n 27 51 n 1B 33 n
Spacing
Execute n/216” Advances the cursor by n/216 inch ESC J n 27 74 n 1B 4A n
Line Spacing
Set Horizontal Tab Sets up to 28 horizontal tab stops ESC D n1 … 27 68 n1 … 1B 44 n1 …
Stops (terminated by NUL) nk NUL nk NUL nk NUL
Horizontal Tab Advances to next horizontal tab (if none HT 9 09
have been defined, default tab stops are
set every 8 columns)
Set Vertical Tab Sets up to 64 vertical tab stops ESC B n1 … 27 66 n1 … 1B 42 n1 …
Stops (terminated by NUL) nk NUL nk NUL nk NUL
Vertical Tab Advances to next vertical tab stops VT 11 0B
(or LF if none have been defined)
Restore to Default Clears any vertical tab stops, and sets ESC R 27 82 1B 52
Tab Settings default horizontal tab stops every 8
columns
Set Pica Pitch Selects 10 cpi printing DC2 18 12
Set Elite Pitch Selects 12 cpi printing ESC : 27 58 1B 3A
Set/Cancel Sets (n=1) or cancels (n=0) proportionally- ESC P n 27 80 n 1B 50 n
Proportional spaced printing
Spacing Mode
Set Condensed Selects condensed characters (canceled SI 15 0F
Character Mode by DC2)
Set Emphasized Selects emphasized printing (canceled ESC E 27 69 1B 45
Character Mode by ESC F)
Cancel Emphasized Cancels emphasized printing ESC F 27 70 1B 46
Character Mode
Set Enlarged Selects enlarged characters for one SO 14 0E
Character Mode line only
Cancel Enlarged Cancels one-line enlarged character DC4 or 20 or 24 14 or 18
Character Mode printing CAN
Set/Cancel Sets (n=1) or cancels (n=0) enlarged ESC W n 27 87 n 1B 57 n
Enlarged character printing. When n=0, SO
Character Mode enlarged printing will also be canceled
Set Super/Subscript Sets superscript (n=0) or subscript (n=1) ESC S n 27 83 n 1B 53 n
Print Mode printing
Cancel Cancels superscript or subscript printing ESC T 27 84 1B 54
Super/Subscript
Print Mode
APPENDICES
Appendix–65
Command name Function Sequence Decimal Hexadecimal
Set/Cancel When n=1, subsequent characters ESC - n 27 45 n 1B 2D n
Underline Print (including spaces, but excluding
Mode horizontal tabs) are underlined.
When n=0, this effect is canceled
Set/Cancel When n=1, subsequent characters ESC _ n 27 95 n 1B 5F n
Overline Print (including spaces, but excluding
Mode horizontal tabs) are overlined.
When n=0, this effect is canceled
Select Double- Depending on the values of m3 and m4, ESC [ @ 4 27 91 64 4 1B 5B 40 04
High/Double- double-height and/or double-width 0 0 0 0 0 0 00 00 00
Width Mode printing is enabled or disabled m3 m4 m3 m4 m3 m4
Select Character Allows printing of the symbols in ESC 6 27 54 1B 36
Set II Character Set II
Select Character Allows printing of the symbols in ESC 7 27 55 1B 37
Set I Character Set I
Select Characters Allows (n1 + (n2 x 256)) characters to be ESC \ n1 n2 27 92 n1 n2 1B 5C n1 n2
from All Character printed from the All Characters Table. {data} {data} {data}
Table Control codes in the data are ignored
Select a Character Prints one character (c) from the All ESC ^ c 27 94 c 1B 5E c
from All Character Character Table
Table
Define 8-dot Allows definition of user-defined ESC = n1 n2 27 61 n1 n2 1B 3D n1 n2
Download characters sp m a1 a2 32 m a1 a2 20 m a1 a2
Characters {data} {data} {data}
Select Download Selects font and print quality (n=0 or 2 - ESC I n 27 73 n 1B 49 n
Font internal fonts, n=4 or 6 - downloaded
fonts)
Set Single-Density Selects and prints single-density bit-image ESC K n1 27 75 n1 n2 1B 4B n1 n2
Bit Image Mode data n2 {data} {data} {data}
Set Double-Density Selects and prints double-density bit ESC L n1 27 76 n1 n2 1B 4C n1 n2
Bit Image Mode image data n2 {data} {data} {data}
Set Double-Speed Selects and prints “double speed” double- ESC Y n1 27 89 n1 n2 1B 59 n1 n2
Double-Density Bit density bit image data n2 {data} {data} {data}
Image Mode
Set Quadruple- Selects and prints quadruple-density bit ESC Z n1 27 90 n1 n2 1B 5A n1 n2
Density Bit Image image data n2 {data} {data} {data}
Mode
Set Scalable Font Selects horizontal ratio ESC CR ! 27 13 33 1B 0D 21
Ratio (original) (n=0.25 to 3 step 0.01) n H n 72 n 48
Selects vertical ratio ESC CR ! 27 13 33 1B 0D 21
(n-0.25 to 3 step 0.01) n V n 86 n 56
Execute Card Data Execute saved Card data ESC CR ! 27 13 33 1B 0D 21
(original) n E n 69 n 45
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Appendix–66
HP-GL Mode
Command Mnemonic Parameters
Vector Group
ARC ABSOLUTE AA x_center, y_center, sweep_angle [, chord_angle];
ARC RELATIVE AR x_increment, y_increment, sweep_angle [, chord_angle];
PLOT ABSOLUTE PA [x, y … [, x, y]];
PLOT RELATIVE PR [x, y … [, x, y]];
PEN DOWN PD [x, y … [, x, y]];
PEN UP PU [x, y … [, x, y]];
Polygon Group
CIRCLE CI radius [, chord_angle];
SHADE RECTANGLE ABSOLUTE RA x_coordinate, y_coordinate;
SHADE RECTANGLE RELATIVE RR x_increment, y_increment;
EDGE RECTANGLE ABSOLUTE EA x_coordinate, y_coordinate;
EDGE RECTANGLE RELATIVE ER x_increment, y_increment;
SHADE WEDGE WG radius, start_angle, sweep_angle [, chord_angle];
EDGE WEDGE EW radius, start_angle, sweep_angle [, chord_angle];
Character Group
SELECT STANDARD SET SS
SELECT ALTERNATE SET SA
ABSOLUTE DIRECTION DI [run, rise];
RELATIVE DIRECTION DR [run, rise];
ABSOLUTE CHARACTER SIZE SI [width, height];
RELATIVE CHARACTER SIZE SR [width, height];
CHARACTER SLANT SL [tangent_of_angle];
STANDARD SET DEFINITION CS [Designate_standard_character_set];
ALTERNATE SET DEFINITION CA [Designate_alternate_character_set];
LABEL LB [char … [char]] l bterm
DEFINE LABEL TERMINATOR DT [l bterm];
CHARACTER PLOT CP [spaces, lines];
USER DEFINED CHARACTER UC [[pen_control], x_increment, y_increment [, ... ]
[, pen_control][, ... ]];
Line and Fill Attributes Group
LINE TYPE LT [line_type [, pattern_length]];
PEN WIDTH PW [width [, pen]];
SELECT PEN SP [pen];
SYMBOL MODE SM [char];
FILL TYPE FT [fill_type [, option 1 [, option 2]]];
TICK LENGTH TL [tick_p [, tick_n]];
X TICK XT
Y TICK YT
PEN THICKNESS PT [fill_line_interval];
Configuration and Status Group
SCALE SC [x 1, x 2, y 1, y 2];
INPUT WINDOW IW [x L L, y L L, x U R, y U R];
INPUT P1 AND P2 IP [p 1 x, p 1 y [, p 2 x, p 2 y]];
DEFAULT VALUES DF ;
INITIALIZE IN ;
ROTATE COORDINATE SYSTEM RO [angle];
PAGE OUTPUT PG [copy_number];
APPENDICES
Appendix–67
Function Command Decimal Hexadecimal
Go to Other Emulations
BR-Script 2 Batch Mode ESC CR AB 27 13 65 66 1B 0D 41 42
BR-Script 2 Interactive Mode ESC CR AI 27 13 65 73 1B 0D 41 49
HP LaserJet ESC CR H 27 13 72 1B 0D 48
IBM Proprinter XL ESC CR I 27 13 73 1B 0D 49
EPSON FX-850 ESC CR E 27 13 69 1B 0D 45
High Resolution Control (HRC)
Set HRC Off ESC CR R O 27 13 82 79 1B 0D 52 4F
Set HRC to Light Level ESC CR R L 27 13 82 76 1B 0D 52 4C
Set HRC to Medium Level ESC CR R M 27 13 82 77 1B 0D 52 4D
Set HRC to Dark Level ESC CR R D 27 13 82 68 1B 0D 52 44
User Reset
Restore to User Settings ESC CR ! n R 27 13 33 n 82 1B 0D 21 n 52
n = 0 to 2
Factory Reset
Restore to Factory Settings ESC CR F D 27 13 70 68 1B 0D 46 44
Duplex/Simplex Print (available when duplex-unit is installed) (original)
Set Simplex ESC CR ! 0 D 27 13 33 48 68 1B 0D 21 30 44
Set Duplex & long edge binding ESC CR ! 1 D 27 13 33 49 68 1B 0D 21 31 44
Set Duplex & short edge binding ESC CR ! 2 D 27 13 33 50 68 1B 0D 21 32 44
Page Side Selection (available when duplex-unit is installed) (original)
Set next side ESC CR ! 0 S 27 13 33 48 83 1B 0D 21 30 53
Set front side ESC CR ! 1 S 27 13 33 49 83 1B 0D 21 31 53
Set back side ESC CR ! 2 S 27 13 33 50 83 1B 0D 21 32 53
Scalable Font Ratio (original)
Set horizontal ratio ESC CR ! n H 27 13 33 n 72 1B 0D 21 n 48
(n=0.25 to 3 step 0.01)
Set vertical ratio ESC CR ! n V 27 13 33 n 86 1B 0D 21 n 56
(n=0.25 to 3 step 0.01)
Execute Card Data (original)
Execute saved Card data ESC CR ! n E 27 13 33 n 69 1B 0D 21 n 45
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Appendix–68
Bar Code Control
The printer can print bar codes in the HP LaserJet, EPSON
FX-850, and IBM Proprinter XL emulation modes.
Print Bar Codes or Expanded Characters
Code ESC i
Dec 27 105
Hex 1B 69
Format: ESC i n … n \
Creates bar codes or expanded characters according to the segment of
parameters “n … n”. For further information about parameters, see the
following “Definition of Parameters.” This command must end with the
“ \ ” code (5CH).
[Definition of Parameters]
This bar code command can have the following parameters in the
parameter segment (n … n). Since parameters are effective within the
single command syntax ESC i n … n \, they don’t take effect in the
subsequent bar code commands. If certain parameters are not specified,
they take the default settings. The last parameter must be the bar code
data start (“b” or “B”) or the expanded character data start (“l” or “L”).
Other parameters can be specified in any sequence. The prefix of each
parameter can be a lower-case or upper-case character: for example, “t0”
or “T0”, “s3” or “S3”, etc.
Bar Code Mode
n = “t0” or “T0” CODE 39 (default)
n = “t1” or “T1” Interleaved 2 of 5
n = “t3” or “T3 FIM (US-Post Net)
n = “t4” or “T4 Post Net (US-Post Net)
n = “t5” or “T5” EAN 8, EAN 13, or UPC A
n = “t6” or “T6” UPC E
n = “t9” or “T9” Codabar
n = “t12” or “T12” Code 128 set A
n = “t13” or “T13” Code 128 set B
n = “t14” or “T14” Code 128 set C
n = “t130” or “T130” ISBN (EAN)
n = “t131” or “T131” ISBN (UPC-E)
n = “t132” or “T132” EAN 128 set A
n = “t133” or “T133” EAN 128 set B
n = “t134” or “T134” EAN 128 set C
This parameter selects the bar code mode as above. When n is “t5” or
“T5”, the bar code mode (EAN 8, EAN 13, or UPC A) varies
according to the number of characters in the data.
APPENDICES
Appendix–69
Bar Code, Expanded Character, Line Block Drawing & Box Drawing
n = “s0” or “S0” 3 : 1 (default)
n = “s1” or “S1” 2 : 1
n = “s3” or “S3” 2.5 : 1
This parameter selects the bar code style as above. When the EAN 8,
EAN 13, UPC-A, Code128 or EAN 128 bar code mode is selected,
this bar code style parameter is ignored.
Expanded Character
“S” 0 = White
1 = Black
2 = Vertical stripes
3 = Horizontal stripes
4 = Cross hatch
eg. “S” n1 n2
n1 = Background fill pattern
n2 = Foreground fill pattern
If “S” is followed by only one parameter, the parameter
is a foreground fill pattern.
Line Block Drawing & Box Drawing
“S” 1 = Black
2 = Vertical stripes
3 = Horizontal stripes
4 = Cross hatch
Bar code
n = “mnnn” of “Mnnn” (nnn = 0
~
32767)
Deze parameter specificeert de breedte van de bar code. De eenheid
van "nnn" is %.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Appendix–70
Bar Code Human Readable Line On or Off
n = “r0” or “R0” Human readable line OFF
n = “r1” or “R1” Human readable line ON
Default: Human readable line ON
(1) “T5” or “t5”
(2) “T6” or “t6”
(3) “T130” or “t130”
(4) “T131” or “t131”
Default: Human readable line OFF
All others
This parameter specifies whether or not the printer prints the human
readable line below the bar code. Human readable characters are
always printed with OCR-B font of 10 pitch and all the current
character style enhancements are masked. Note that the default setting
is subject to the bar code mode selected by “t” or “T”.
Quiet Zone
n = “onnn” or “Onnn” (nnn = 0
~
32767)
Quiet Zone is the space on both side of the bar codes. Its width can be
specified using the units which are set by the “u” of “U” parameter.
(For the description of “u” or “U” parameter, see the next section.)
The default setting of Quiet Zone width is 1 inch.
Bar Code, Expanded Character Unit, Line Block Drawing & Box
Drawing
n = “u0” or “U0” Millimeters (default)
n = “u1” or “U1” 1/10”
n = “u2” or “U2” 1/100”
n = “u3” or “U3” 1/12”
n = “u4” or “U4” 1/120”
n = “u5” or “U5” 1/10 Millimeters
n = “u6” or “U6” 1/300”
n = “u7” or “U7” 1/720”
This parameter specifies the measurement units of X-axis offset, Y-
axis offset, and bar code height.
APPENDICES
Appendix–71
Bar Code, Expanded Character, Line Block Drawing & Box Drawing
Offset in X-axis
n = “xnnn” or “Xnnn”
This parameter specifies the offset from the left margin in the “u”- or
“U”-specified unit.
Bar Code & Expanded Character Offset in Y-axis
n = “ynnn” or “Ynnn”
This parameter specifies the downward offset from the current print
position in the “u”- or “U”-specified unit.
Bar Code, Expanded Character, Line Block Drawing & Box Drawing
Height
n = “hnnn”, “Hnnn”, “dnnn”, or “Dnnn”
(1) EAN13, EAN8, UPC-A, ISBN (EAN13, EAN8, UPC-A),
ISBN (UPC-E): 22 mm
(2) UPC-E: 18 mm
(3) Others: 12 mm
Expanded characters 2.2 mm (default)
Line Block Drawing & Box Drawing 1 dot
This parameter specifies the height of bar codes or expanded
characters as above. It can take the prefix “h”, “H”, “d”, or “D”. The
height of bar codes is specified in the “u”- or “U”-specified unit. Note
that the default setting of the bar code height (12 mm, 18 mm or 22
mm) is subject to the bar code mode selected by “t” or “T”.
Expanded Character Width, Line Block Drawing & Box Drawing
n = “wnnn” or “Wnnn”
Expanded character 1.2 mm
Line Block Drawing & Box Drawing 1 dot
This parameter specifies the width of expanded characters as above.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Appendix–72
Expanded Character Rotation
n = “a0” or “A1” Upright (default)
n = “a1” or “A1” Rotated 90 degrees
n = “a2” or “A2” Upside down, rotated 180 degrees
n = “a3” or “A3” Rotated 270 degrees
Bar Code Data Start
n = “b” or “B”
Data that follows “b” or “B” is read in as bar code data. Bar code data
must end with the “ \ ” code (5CH), which also terminates this
command. The acceptable bar code data is subject to the bar code
mode selected by “t” or “T”.
When CODE 39 is selected with the parameter “t0” or “T0”:
Forty three characters “0” to “9”, “A” to “Z”, “-”, “ . ”, “ (space)”,
“$”, “ / ”, “+”, and “%” can be accepted as bar code data. Other
characters cause data error. The number of characters for bar codes is
not limited. The bar code data automatically starts and ends with an
asterisk “ * ” (start character and stop character). If the received data
has an asterisk “ * ” at its beginning or end, the asterisk is regarded as
a start character or stop character.
When Interleaved 2 of 5 is selected with the parameter “t1” or “T1”:
Ten numerical characters “0” to “9” can be accepted as bar code data.
Other characters cause data error. The number of characters for bar
codes is not limited. Since this mode of bar codes require even
characters, if the bar code data has odd characters, the zero character
“0” is automatically added to the end of the bar code data.
When FIM (US-Post Net) is selected with the parameter “t3” or “T3”:
Characters “A” to “D” are valid and 1 digit of data can be printed.
Uppercase and lowercase alphabet characters can be accepted.
When Post Net (US-Post Net) is selected with the parameter “t4” or
“T4”:
Characters “0” to “9” can be data and it must be terminated by a check
digit. “?” can be used in place of the check digit.
APPENDICES
Appendix–73
When EAN 8, EAN 13, or UPC A is selected with the parameter “t5”
or “T5”:
Ten numerical characters “0” to “9” can be accepted as bar code data.
The number of characters for bar codes is limited as follows.
EAN 8: Total 8 digits (7 digits + 1 check digit)
EAN 13: Total 13 digits (12 digits + 1 check digit)
UPC A: Total 12 digits (11 digits + 1 check digit)
A number of characters other than above causes data error and the bar
code data is printed as normal print data. If the check digit is
incorrect, the printer calculates the correct check digit automatically
so that the correct bar code data will be printed. When EAN13 is
selected, adding “+” and a 2-or 5-digit number after the data can
create an add-on code.
When UPC-E is selected with the parameter “t6” or “T6”:
The numerical characters “0” to “9” can be accepted as bar code data.
(1) 8 digits Standard format. The first character
must be “0” and the data must be terminated by
a check digit.
Total 8 digits = “0” + 6 digits + 1 check digit.
(2) 6 digits The first character and the last
check digit are removed from the 8 digit data.
*1: For 8 digits, “?” can be used in place of a check digit.
*2: Adding “+” and 2- or 5-digit number after the data creates
an add-on code for all 6 and 8 digit formats.
When Codabar is selected with the parameter “t9” or “T9”:
Characters “0” to “9”, “-”, “ . ”, “$”, “/”, “+”, “ : ” can be printed.
Characters “A” to “D” can be printed as a start-stop code, which can
be uppercase or lowercase. If there is no start-stop code, errors occur.
A check digit cannot be added and using “?” causes errors.
When Code 128 Set A, Set B, or Set C is selected with the parameter
“t12” or “T12,” “t13” or “T13,” or “t14” or “T14” respectively:
Code 128 sets A, B and C are individually selectable. Set A encodes
characters Hex 00 … 5F. Set B encodes characters Hex 20 … 7F. Set
C encodes numeric pairs 00 … 99. Switching is allowed between the
code sets by sending %A, %B, or %C. FNC 1, 2, 3, and 4 are
produced with %1, %2, %3, and %4. The SHIFT code, %S, allows
temporary switching (for 1 character only) from set A to set B and
vice versa. The “%” character can be encoded by sending it twice.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Appendix–74
When ISBN (EAN) is selected with the parameter “t130” or “T130”:
Same rules apply as for “t5” or “T5”
When ISBN (UPC-E) is selected with the parameter “t131” or
“T131”:
Same rules apply as for “t6” or “T6”
Is EAN 128 set A, set B of set C geselecteerd met respektievelijk de
parameter “t132” of “T132”, “t133” of “T133” of “t134” of “T134”:
dan gelden de zelfde regels als voor “t12” of “T12”, “t13” of “T13”,
of “t14” of “T14”.
Box Drawing
ESC i … E (or e)
“E” or “e” is a terminator.
Line Block Drawing
ESC i … V (or v)
“V” or “v” is a terminator.
Expanded Character Data Start
n = “l” or “L”
Data that follows “l” or “L” is read in as expanded character data (or
labeling data). Expanded character data must end with the “ \ ” code
(5CH), which also terminates this command.
[Example Program Listings]
WIDTH "LPT1:",255
'CODE 39
LPRINT CHR$(27);"it0r1s0o0x00y00bCODE39?\";
'Interleaved 2 of 5
LPRINT CHR$(27);"it1r1s0o0x00y20b123456?\";
'FIM
LPRINT CHR$(27);"it3r1o0x00y40bA\";
APPENDICES
Appendix–75
'Post Net
LPRINT CHR$(27);"it4r1o0x00y60b1234567890?\";
'EAN-8
LPRINT CHR$(27);"it5r1o0x00y70b1234567?\";
'UPC-A
LPRINT CHR$(27);"it5r1o0x50y70b12345678901?\";
'EAN-13
LPRINT CHR$(27);"it5r1o0x100y70b123456789012?\";
'UPC-E
LPRINT CHR$(27);"it6r1o0x150y70b0123456?\";
'Codabar
LPRINT CHR$(27);"it9r1s0o0x00y100bA123456A\";
'Code 128 set A
LPRINT CHR$(27);"it12r1o0x00y120bCODE128A12345?\";
'Code 128 set B
LPRINT CHR$(27);"it13r1o0x00y140bCODE128B12345?\";
'Code 128 set C
LPRINT CHR$(27);"it14r1o0x00y160b";CHR$(1);CHR$(2);"?\";
'ISBN(EAN)
LPRINTCHR$(27);"it130r1o0x00y180b123456789012?+12345\";
'EAN 128 set A
LPRINT CHR$(27);"it132r1o0x00y210b1234567890?\";
LPRINT CHR$(12)
END
Index-1
INDEX
A
aansluiting voor bi-directionele parallelle
interface.........................................2-3
aansluiting voor netsnoer...................2-3
aansluiting voor RS-232C seriële
interface.........................................2-3
aansluiting voor universele seriële bus.....
.......................................................2-3
Aantal regels per pagina...................4-28
achterklep...........................................2-3
advanced photoscale technology (APT)..
.....................................................1-15
afdrukstand......................................4-22
afstelknop voor face-up/face-down
papieruitvoer..................................2-3
APT-instelling..................................4-34
AUTO CR........................................4-24
auto form feed..................................4-47
AUTO LF.........................................4-24
AUTO MASK..................................4-24
AUTO SKIP....................................4-24
AUTO WRAP..................................4-24
automatische emulatieselectie....1-17, 3-3
automatische interfaceselectie..................
......................................1-16, 3-5, 4-19
B
barcodes............................................1-19
bedieningspaneel.................................2-3
bovenkap.............................................2-3
bovenste papierbak....................2-3, 3-10
BR-Script 2-stand.............................4-72
C
CCITT..............................................1-19
computer..........................................2-15
CONTINUE-toets............................4-67
COPY-toets......................................4-81
D
DATA-lampje.....................................4-5
drumafsluiting....................................2-7
duplex-stand.....................................4-80
duplex-unit.....................1-21, 3-10, 5-13
E
ECONOMY-toets............................4-73
eindigen...........................................4-52
emulatie...........................1-16, 3-1, 4-69
EMULATION-toets.........................4-69
enveloppen.......................................3-12
EPSON FX-850-stand.....................4-72
F
fabrieksinstellingen...................3-9, 4-84
face-down papieruitvoer..................3-16
face-up papieruitvoer.......................3-16
FEEDER-toets.................................4-74
flash-geheugenkaart...........................5-3
fontkaart.............................................5-3
FONT-toets......................................4-53
form feed.........................................4-65
foutmelding........................................7-3
G
geavanceerd.....................................4-46
geheugen............................................5-8
gebruikersinstellingen........................3-9
geheugenkaart..................................4-37
grafische stand.................................4-28
H
handinvoer...............................3-15, 4-77
HDD-kaart.........................................5-3
hervatten..........................................4-49
hex dump stand................................4-92
high resolution control (HRC).........1-15
HP LaserJet-stand............................4-71
HP-GL-stand....................................4-72
HRC-instelling.................................4-34
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Index-2
I
IBM Proprinter XL-stand.................4-72
input buffer......................................4-50
installatie vanaf CD-ROM.................1-3
instell. opslaan.................................4-51
interface.................................1-16, 4-19
L
lampjes...............................................4-5
layout...............................................4-22
LCD-scherm.......................................4-2
lettertypen........................................1-17
lijst van lettertypen...........................4-63
lijst van optionele fonts....................4-89
lijst van permanente download fonts4-89
lijst van residente fonts....................4-89
lijst van symbolen............................4-64
M
MF EERST......................................4-76
MF-INSTELLING...........................4-78
MIO-interface..........................1-16, 5-7
MIO-kaart................................1-21, 5-7
MODE-toets.......................................4-9
modulaire aansluiting voor toebehoren....
.......................................................2-3
N
(NEER).........................................4-8
netsnoer............................................2-17
netwerk............................................4-46
normale stand.....................................4-6
O
off-line...............................................4-5
omgeving...........................................2-4
ON LINE-lampje...............................4-5
onderdr. FF.......................................4-47
onderhoudsmelding.............................6-8
on-line................................................4-5
opnieuw afdrukken..................1-20, 4-65
optionele interface...........................4-22
optionele lettertypen..........................5-5
P
pag.bescherming..............................4-36
paginalayout....................................4-25
paginateller......................................4-52
paneelslot................................1-19, 4-46
papierafmetingen.............................3-10
papierdoorvoerstoringen....................7-6
papiersoort.......................................4-79
parallelle interface...........................4-20
pen instellen.....................................4-29
print foutlijst....................................4-48
printdichtheid...................................4-50
printer driver......................................3-1
printerstatusmelding..........................4-2
R
READY-lampje.................................4-5
Rechter en linker kantlijn.................4-27
RESET-toets....................................4-82
resolutie..................................1-15, 4-31
RS-232C seriële interface...Appendix-11
S
(OP)...................................................4-8
schaalbaar font..................................4-49
SEL-toets...........................................4-7
seriële interface.......................1-16, 4-21
servicemelding ..................................7-5
SET-toets...........................................4-8
shift-toets.........................................4-68
sleuf voor font/IC-kaart.....................2-3
sleuf voor MIO-kaart.........................2-3
software.............................................3-1
stroomschakelaar......................2-3, 2-18
stroomspaarstand....................1-19, 4-73
Index-3
T
taal op LCD-scherm...........................3-7
tekenset...................................4-30, 4-64
testpatroon.......................................4-89
test-toets...........................................4-89
time out voor de automatische
interfaceselectie...........................4-19
time-out voor automatische emulatie-
omschakeling...............................4-70
time-out voor de stroomspaarstand..4-73
toner op.....................................4-48, 6-1
tonercassette...............1-15, 2-2, 2-7, 6-1
tonerspaarstand.......................1-19, 4-73
transportbescherming.........................2-6
tweede papierbak............1-21, 3-10, 5-1
U
uitvoerlade (face-down).....................2-3
universele bak...........................2-3, 3-10
universele papierbak (MF)................2-13
universele seriële bus (USB)............1-16
universele seriële bus interface................
...............................4-21, Appendix-14
W
waarschuwingsmeldingen..................7-1
wachttijd..........................................4-47
X
X offset............................................4-26
Xon/Xoff..........................................4-21
Y
Y offset............................................4-26
Z
zelftest.............................................2-18

Documenttranscriptie

Handelsmerken Brother is een gedeponeerd handelsmerk van Brother Industries, Ltd. Apple en LaserWriter zijn gedeponeerde handelsmerken, en TrueType is een handelsmerk van Apple Computer, Inc. Centronics is een handelsmerk van Genicom Corporation. EPSON is een gedeponeerd handelsmerk, en FX-850 en FX-80 zijn handelsmerken van Seiko Epson Corporation. Hewlett-Packard, HP, PCL5C en PCL zijn gedeponeerde handelsmerken, en HP LaserJet 4+, HP LaserJet Plus, HP LaserJet II, HP LaserJet IID, HP LaserJet IIID, HP-GL, HP-GL/2 en Bi-Tronics zijn handelsmerken van Hewlett-Packard Company. IBM, Proprinter XL, Proprinter en IBM/PC zijn gedeponeerde handelsmerken van International Business Machines Corporation. Intellifont is een gedeponeerd handelsmerk van AGFA Corporation, een divisie van Miles, Inc. Microsoft en MS-DOS zijn gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation. Windows is een gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en andere landen. PostScript is een gedeponeerd handelsmerk van Adobe Systems Incorporated. Alle andere merknamen en productnamen die in deze handleiding worden gebruikt, zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van de desbetreffende bedrijven. Samenstelling en publicatie Deze handleiding is samengesteld en gepubliceerd onder supervisie van Brother Industries, Ltd. De nieuwste productgegevens en specificaties zijn in deze handleiding verwerkt. De inhoud van deze handleiding en de specificaties van het product kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Brother behoudt zich het recht voor om de specificaties en de inhoud van deze handleiding te wijzigen zonder voorafgaande kennisgeving. Brother is niet verantwoordelijk voor enige schade, met inbegrip van vervolgschade, voortvloeiend uit het gebruik van deze handleiding of de daarin beschreven producten, inclusief maar niet beperkt tot zetfouten en andere fouten in deze publicatie. ©1998 Brother Industries Ltd. Vervoer van de printer Mocht u, om wat voor reden dan ook, uw printer moeten vervoeren, verpakt u de printer dan met zorg, zodat deze tijdens het vervoer niet kan worden beschadigd. Wij raden u aan om het originele verpakkingsmateriaal te bewaren en dit voor later vervoer te gebruiken. Bovendien is het verstandig de printer voldoende te verzekeren. WAARSCHUWING Wanneer de printer wordt vervoerd, dient de TONERCASSETTE uit de printer te worden gehaald. Wanneer de tonercassette tijdens vervoer niet uit de printer wordt gehaald, kan dit de printer ernstig beschadigen en VERVALT de garantie. Laserprinter HL-2060 GEBRUIKERSHANDLEIDING (Uitsluitend voor de V.S. & CANADA) For technical and operational assistance, please call: In USA In CANADA 1-800-276-7746 949-859-9700 Ext. 329 1-800-853-6660 514-685-6464 (outside California) (within California) (within Montreal) If you have comments or suggestions, please write us at: In USA In CANADA Printer Customer Support Brother International Corporation 15 Musick Irvine, CA 92718 Brother International Corporation (Canada), Ltd. - Marketing Dept. 1, rue Hôtel de Ville Dollard-des-Ormeaux, PQ, Canada H9B 3H6 BBS For downloading drivers from our Bulletin Board Service, call: In USA 1-888-298-3616 In CANADA 1-514-685-2040 Please log on to our BBS with your first name, last name and a four digit number for your password. Our BBS supports modem speeds up to 14,400, 8 bits no parity, 1 stop bit. Fax-Back System (For USA only) Brother Customer Service has installed an easy to use Fax-Back System so you can get instant answers to common technical questions and product information for all Brother products. This is available 24 hours a day, 7 days a week. You can use the system to send the information to any fax machine, not just the one you are calling from. Please call 1-800-521-2846 and follow the voice prompts to receive faxed instructions on how to use the system and your index of Fax-Back subjects. DEALERS/SERVICE CENTERS (USA only) For the name of an authorized dealer or service center, call 1-800-284-4357. SERVICE CENTERS (Canada only) For service center addresses in Canada, call 1-800-853-6660 INTERNET-ADRES Voor technische vragen en voor het downloaden van drivers: http://www.brother.com i Definitie van Waarschuwing, Let op en Opmerking In deze handleiding worden onderstaande aanduidingen gebruikt om uw aandacht op bepaalde punten te vestigen: Waarschuwing Duidt op een waarschuwing waarmee rekening moet worden gehouden teneinde eventuele persoonlijke ongelukken te voorkomen. ! Let op Duidt op een waarschuwing waarmee rekening moet worden gehouden teneinde zeker te stellen dat de printer op juiste wijze wordt gebruikt of om te voorkomen dat de printer wordt beschadigd. ✒ Opmerking Dit zijn opmerkingen of nuttige wenken die u van pas kunnen komen bij het gebruik van de printer. Veilig gebruik van de printer Waarschuwing De fixeerrol wordt tijdens gebruik zeer heet. Verwijder vastgelopen papier altijd voorzichtig uit de printer. ii INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE BELANGRIJKE INFORMATIE: REGULERINGEN ..................... x HOOFDSTUK1 ALGEMEEN....................................................... 1-1 OVER DEZE HANDLEIDING ............................................................ 1-1 INSTALLATIE VANAF CD-ROM ...................................................... 1-3 De printer driver en TrueType-lettertypen installeren...................... 1-4 Voor Windows 95/98/NT4.0 ..................................................... 1-4 Voor Windows 3.1/3.11............................................................. 1-5 Adobe Acrobat Reader installeren.................................................. 1-6 De on-line handleidingen bekijken................................................... 1-7 Adobe Acrobat Reader gebruiken ................................................ 1-8 INSTALLATIE VANAF DISKETTES ................................................. 1-9 Voor Windows 95/98 ....................................................................... 1-9 Voor Windows 3.1 ........................................................................... 1-9 UW CONNECTING YOUR PRINTER MET DE USB-INTERFACE OP UW COMPUTER AANSLUITEN .................................................. 1-11 De USB-driver op uw PC installeren ............................................... 1-11 De printer driver op uw PC installeren............................................. 1-13 De priterpoort op USB instellen ....................................................... 1-13 Problemen oplossen.......................................................................... 1-14 OVER DEZE PRINTER ........................................................................ 1-15 Kenmerken ....................................................................................... 1-15 Toebehoren....................................................................................... 1-21 HOOFDSTUK 2 KENNISMAKING & INSTALLATIE.................. 2-1 VOORDAT U BEGINT......................................................................... 2-1 Onderdelen ....................................................................................... 2-1 Verpakking van de printer .......................................................... 2-1 Tonercassette .............................................................................. 2-2 Algemeen overzicht.......................................................................... 2-3 iii GEBRUIKERSHANDLEIDING Juiste opstelling van de printer .............................................................. 2-4 Stroomvoorziening ..................................................................... 2-4 Omgeving ................................................................................... 2-4 DE PRINTER INSTALLEREN............................................................. 2-5 De printer openen en sluiten............................................................. 2-5 De transportbescherming verwijderen.............................................. 2-6 De tonercassette installeren .............................................................. 2-7 Papier in de papierbak plaatsen ........................................................ 2-11 De printer op uw computer aansluiten.............................................. 2-15 De printer aan- en uitzetten .............................................................. 2-17 Het netsnoer aansluiten .............................................................. 2-17 De stroomschakelaar................................................................... 2-18 Testafdruk en afdruk van beschikbare lettertypen............................ 2-19 Het testpatroon en de demonstratiepagina controleren..................... 2-22 HOOFDSTUK 3 BEDRIJFSKLAAR MAKEN ............................. 3-1 SOFTWARE-COMPATIBILITEIT....................................................... 3-1 AUTOMATISCHE EMULATIESELECTIE......................................... 3-3 AUTOMATISCHE INTERFACESELECTIE ....................................... 3-5 HET BEDIENINGSPANEEL................................................................ 3-7 De taal op het LCD-scherm selecteren ............................................. 3-7 De onderhoudsmelding uitschakelen................................................ 3-7 De toetsen op het bedieningspaneel ................................................. 3-8 Printerinstellingen ............................................................................ 3-9 Gebruikersinstellingen ................................................................ 3-9 Fabrieksinstellingen .................................................................... 3-9 OMGAAN MET PAPIER...................................................................... 3-10 Afdrukmedia..................................................................................... 3-10 Papierafmetingen ........................................................................ 3-10 Enveloppen gebruiken ................................................................ 3-12 Papierinvoer vanuit een van de bakken ............................................ 3-14 Handinvoer ....................................................................................... 3-15 Face-down papieruitvoer.................................................................. 3-16 Face-up papieruitvoer....................................................................... 3-16 iv INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL ....................................4-1 LCD-SCHERM EN LAMPJES..............................................................4-1 LCD-scherm .....................................................................................4-2 Printerstatusmeldingen ................................................................4-2 Lampjes ............................................................................................4-5 READY.......................................................................................4-5 DATA..........................................................................................4-5 ON LINE.....................................................................................4-5 ALARM ......................................................................................4-5 TOETSEN IN DE NORMALE STAND ................................................4-6 SEL-toets..........................................................................................4-7 SET-toets .........................................................................................4-8 ▲ (OP) of ▼ (NEER) ......................................................................4-8 MODE-toets .....................................................................................4-9 Instellingen van de MODE-toets in de stand voor HP LaserJet, EPSON FX-850 en IBM Proprinter XL ......................................4-10 Instellingen van MODE-toets in BR-Script 2-stand....................4-13 Instellingen van MODE-toets in HP-GL-stand ...........................4-15 Basishandelingen.........................................................................4-17 Praktijkvoorbeeld: de parallelle interface selecteren...................4-18 INTERFACE....................................................................................4-19 LAYOUT .........................................................................................4-22 AFDRUKSTAND . . . ..................................................................4-22 AUTOMATISCH.......................................................................4-24 PAGINALAYOUT ....................................................................4-25 GRAFISCHE STAND ...............................................................4-28 RESOLUTIE ...................................................................................4-31 PAG.BESCHERMING ..................................................................4-36 GEHEUGENKAART .....................................................................4-37 GEAVANCEERD...........................................................................4-46 NETWERK ................................................................................4-46 PRINT FOUTLIJST...................................................................4-48 HERVATTEN............................................................................4-49 SCHAALBAAR FONT .............................................................4-49 PRINTDICHTHEID...................................................................4-50 INPUT BUFFER ........................................................................4-50 INSTELL. OPSLAAN ...............................................................4-51 PAGINATELLER..........................................................................4-52 EINDIGEN.....................................................................................4-52 v GEBRUIKERSHANDLEIDING FONT-toets ......................................................................................4-53 De font en symbolenset instellen in de HP LaserJet-stand..........4-53 De font en tekenset instellen in de EPSON FX-850of de IBM Proprinter XL-stand ..................................................4-58 Lijst van lettertypen.....................................................................4-63 Lijst van symbolen/tekensets ......................................................4-64 FORM FEED-toets (toets voor opnieuw afdrukken) ......................4-65 Form Feed ...................................................................................4-65 Opnieuw afdrukken.....................................................................4-65 CONTINUE-toets...........................................................................4-67 TOETSEN IN DE SHIFT-STAND ........................................................4-68 SHIFT-toets.....................................................................................4-68 EMULATION-toets.........................................................................4-69 Over de emulaties........................................................................4-71 ECONOMY-toets ............................................................................4-73 TONERSPAARSTAND .............................................................4-73 STROOMSPAARSTAND ..........................................................4-73 FEEDER-toets .................................................................................4-74 INVOER......................................................................................4-74 MF EERST..................................................................................4-76 HANDINVOER ..........................................................................4-77 MF-INSTELLING ......................................................................4-78 PAPIERSOORT ..........................................................................4-79 DUPLEX STAND.......................................................................4-80 COPY-toets ......................................................................................4-81 RESET-toets ....................................................................................4-82 Lijst van fabrieksinstellingen ......................................................4-84 TEST-toets .......................................................................................4-89 HEX DUMP-STAND.............................................................................4-92 HOOFDSTUK 5 EXTRA TOEBEHOREN ..................................5-1 TWEEDE PAPIERBAK (LT-2000).......................................................5-1 Papier invoeren vanuit de tweede papierbak ....................................5-1 vi INHOUDSOPGAVE FONTKAART, FLASH-GEHEUGENKAART/HDD-KAART ..............5-3 De fontkaart, Flash-geheugenkaart en HDD-kaart installeren..........................................................................................5-3 De optionele lettertypen selecteren...................................................5-5 MIO-KAART .........................................................................................5-7 EXTRA RAM.........................................................................................5-8 DUPLEX-UNIT (DX-2000)...................................................................5-13 HOOFDSTUK 6 ONDERHOUD ..................................................6-1 ONDERHOUD.......................................................................................6-1 Tonercassette ....................................................................................6-1 De melding “Toner op”...............................................................6-1 De tonercassette vervangen.........................................................6-2 Reinigen............................................................................................6-5 De buitenkant van de printer reinigen .........................................6-5 Het inwendige van de printer reinigen ........................................6-6 ONDERHOUDSMELDINGEN.......................................................6-8 HOOFDSTUK 7 PROBLEMEN OPLOSSEN.................................7-1 PROBLEMEN OPLOSSEN...................................................................7-1 Waarschuwingsmeldingen ................................................................7-1 Foutmeldingen ..................................................................................7-3 Servicemeldingen .............................................................................7-5 Mogelijke problemen........................................................................7-6 Papierdoorvoerstoringen .............................................................7-6 Slechte afdrukkwaliteit................................................................7-12 vii GEBRUIKERSHANDLEIDING APPENDICES............................................................................ Appendix-1 PRINTERSPECIFICATIES ...................................................................Appendix-1 Afdrukken.........................................................................................Appendix-1 Functies.............................................................................................Appendix-2 Elektrische en mechanische specificaties .........................................Appendix-3 PAPIERSPECIFICATIES ......................................................................Appendix-4 INTERFACESPECIFICATIES..............................................................Appendix-8 Bi-directionele parallelle interface....................................................Appendix-8 Interface-aansluiting....................................................................Appendix-8 Aansluitingen ..............................................................................Appendix-8 Signaalbeschrijving .....................................................................Appendix-9 Parallelle kabelaansluiting voor IBM-PC/AT of compatibele computers en IBM-PS/2 computers......................Appendix-10 RS-232C seriële interface..........................................................Appendix-11 Standaard specifikaties..............................................................Appendix-11 Interface-aansluitingen..............................................................Appendix-11 Aansluitingen ............................................................................Appendix-11 Signaalbeschrijving ...................................................................Appendix-12 Seriële kabelaansluitingen voor gebruik met IBM-PC/AT of compatibele computers en IBM-PS/2 computers......................Appendix-13 TEKENSETS........................................................................................Appendix-15 OCR Tekensets ...............................................................................Appendix-15 HP LaserJet mode ...........................................................................Appendix-16 EPSON mode..................................................................................Appendix-24 IBM mode.......................................................................................Appendix-27 HP-GL mode...................................................................................Appendix-29 Tekensets die worden ondersteund door de Intellifont compatibele fonts van de printer .........................................................................Appendix-34 Tekensets die worden ondersteund door de TrueType en Type 1 Fonts compatibele en Original lettersoorten.......................Appendix-36 viii INHOUDSOPGAVE REFERENTIELIJST VOOR COMMANDO'S ...................................Appendix-38 HP LaserJet Mode...........................................................................Appendix-38 PCL Command Sets ..................................................................Appendix-38 CCITT G3/G4 and TIFF ...........................................................Appendix-51 De modus voor een horizontaal 1200 dpi beeldformaat............Appendix-54 HP-GL/2 Command Sets...........................................................Appendix-57 Printer Job Language Commands Syntax .................................Appendix-59 EPSON FX-850 Mode ....................................................................Appendix-60 IBM Proprinter XL Mode ...............................................................Appendix-63 HP-GL Mode ..................................................................................Appendix-66 Bar Code Control............................................................................Appendix-68 Printer Bar Codes or Expanded Characters...............................Appendix-68 INDEX ...........................................................................................Index-1 ix GEBRUIKERSHANDLEIDING BELANGRIJKE INFORMATIE: REGULERINGEN Federal Communications Commission Compliance Notice (uitsluitend voor de V.S.) This equipment has been tested and found to comply with the limits for a Class B digital device, pursuant to Part 15 of the FCC Rules. These limits are designed to provide reasonable protection against harmful interference in a residential installation. This equipment generates, uses, and can radiate radio frequency energy and, if not installed and used in accordance with the instructions, may cause harmful interference to radio communications. However, there is no guarantee that interference will not occur in a particular installation. If this equipment does cause harmful interference to radio or television reception, which can be determined by turning the equipment off and on, the user is encouraged to try to correct the interference by one or more of the following measures: – Reorient or relocate the receiving antenna. – Increase the separation between the equipment and receiver. – Connect the equipment into an outlet on a circuit different from that to which the receiver is connected. – Consult the dealer or an experienced radio/TV technician for help. Important – About the Interface Cable This printer has been certified to comply with FCC standards, which are applied to the U.S.A. only. A shielded interface cable should be used according to FCC 15.27(C). In addition, a grounded plug should be plugged into a grounded AC outlet after checking the rating of the local power supply for the printer to operate properly and safely. ☛ Caution Changes or modifications not expressly approved by Brother Industries, Ltd. could void the user’s authority to operate the equipment. x REGULERINGEN Naleving van de bepalingen van het International Energy Star programma Het doel van het International Energy Star programma is het wereldwijd bevorderen van de ontwikkeling en het gebruik van energiebesparende kantoorapparatuur, zoals computers, monitoren, printers, faxapparaten en fotokopieermachines. Brother Industries, Ltd. neemt deel aan het International Energy Star programma en verklaart dat dit produkt voldoet aan de richtlijnen van het programma. Canadian Department of Communications Compliance Statement (uitsluitend voor Canada) This digital apparatus does not exceed the Class B limits for radio noise emissions from digital apparatus as set out in the interference- causing equipment standard entitled “Digital Apparatus”, ICES-003 of the Department of Communications. Avis de conformité aux normes du ministère des Communications du Canada (Pour Canada Seul) Cet appareil numérique respecte les limites de bruits radioélectriques applicables aux appareils numériques de Classe B prescrites dans la norme sur le matériel brouilleur : “Appareils Numériques”, NMB-003 édictée par le ministère des Communications. Laser Safety (uitsluitend voor modellen van 120 volt) This printer is certified as a Class I laser product under the U.S. Department of Health and Human Services (DHHS) Radiation Performance Standard according to the Radiation Control for Health and Safety Act of 1968. This means that the printer does not produce hazardous laser radiation. Since radiation emitted inside the printer is completely confined within protective housings and external covers, the laser beam cannot escape from the machine during any phase of user operation. xi GEBRUIKERSHANDLEIDING CDRH Regulations (uitsluitend voor modellen van 110-120 volt) The Center for Devices and Radiological Health (CDRH) of the U.S. Food and Drug Administration (FDA) implemented regulations for laser products on August 2, 1976. These regulations apply to laser products manufactured from August 1, 1976. Compliance is mandatory for products marketed in the United States. The label shown on the back of the printer indicates compliance with the CDRH regulations and must be attached to laser products marketed in the United States. MANUFACTURED: BROTHER INDUSTRIES, LTD. 15-1 Naeshiro-cho Mizuho-ku Nagoya, 467-8561 Japan This product complies with FDA radiation performance standards, 21 CFR chapter 1 subchapter J. ☛ Let op: Het uitvoeren van handelingen en/of aanpassingen, of het volgen van procedures anders dan die welke in deze handleiding worden beschreven, kan blootstelling aan gevaarlijke straling tot gevolg hebben. Radiostoring (uitsluitend voor modellen van 220-240 volt) Deze printer voldoet aan EN55022 (CISPR Publicatie 22)/Klasse B. Dit product mag uitsluitend worden gebruikt met een dubbel afgeschermde twisted-pair kabel met de IEEE1284 certificatie. Deze kabel mag niet langer zijn dan 1,8 meter. IEC 825 specificatie (uitsluitend voor modellen van 220-240 volt) Deze printer is een laserprodukt van klasse 1, zoals uiteengezet in IEC 825 specificaties. De printer is in de landen waar dit vereist is, voorzien van onderstaand etiket. CLASS 1LASER PRODUCT APPAREIL Å LASER DE CLASSE 1 LASER KLASSE 1 PRODUKT Deze printer is uitgerust met een laserdiode van klasse 3B, die in de scanner onzichtbare laserstraling afgeeft. De scanner mag onder geen beding worden geopend. xii REGULERINGEN ☛ Let op: Het uitvoeren van handelingen en/of aanpassingen, of het volgen van procedures anders dan die welke in deze handleiding worden beschreven, kan blootstelling aan gevaarlijke straling tot gevolg hebben. Onderstaand waarschuwingsetiket is op het deksel van de scanner aangebracht. CAUTION ADVARSEL VARNING VARO! INVISIBLE LASER RADIATION WHEN OPEN AND INTERLOCK DEFEATED. AVOID DIRECT EXPOSURE TO BEAM. CLASS 3B LASER PRODUCT. ADVARSEL ATTENTION VORSICHT USYNLIG LASERSTRÅLING.UNNGÅ DIREKTE KONTAKT MED LASERENHETEN NÅR TOPPDEKSELET ER ÅPENT. KLASSE 3B LASERPRODUKT. ATENCIÓN RADIACIÓN LASER INVISIBLE CUANDO SE ABRE LA TAPA Y EL INTERRUPTOR INTERNO ESTÁ ATASCADO. EVITE LA EXPOSICIÓN DIRECTA DE LOS OJOS. PRODUCTO LASER CLASE 3B. USYNLIG LASER STRÅLING NÅR KABINETLÅGET STÅR ÅBENT. UNGDÅ DIREKTE UDSÆTTELSE FOR STRÅLING. KLASSE 3B LASER. OSYNLIG LASERSTRÅLNING NÄR DENNA DEL ÄR ÖPPNAD OCH SPÄRRAR ÄR URKOPPLADE. STRÅLEN ÄR FARLIG. KLASS 3B LASER APPARAT. AVATTAESSA JA SUOJALUKITUS OHITETTAESSA OLET ALTTIINA NÄKYMÄTTÖMÄLLE LASERSÄTEILYLLE. ÄLÄ KATSO SÄTEESEEN. LUOKAN 3B LASERLAITE. RADIATIONS LASER INVISIBLES QUANDOUVERT ET VERROUILLAGE ENLEVE. EVITER EXPOSITIONS DIRECTES AU FAISCEAU. PRODUIT LASER CLASSE 3B. UNSICHTBARE LASERSTRAHLUNG WENN ABDECKUNG GEÖFFENT UND SICHERHEITSVERRIEGELUNG ÜBERBRÜCKT. NICHT DEM STRAHL AUSSETZEN. SICHERHEITSKLASSE 3B. Voor Finland en Zweden LUOKAN 1 LASERLAITE KLASS 1 LASER APPARAT ☛ Varoitus! Laitteen käyttäminen muulla kuin tässä käyttöohjeessa mainitulla tavalla saattaa altistaa käyttäjän turvallisuusluokan 1 ylittävälle näkymättömälle lasersäteilylle. Varning – Om apparaten används på annat sätt än i denna Bruksanvisning specificerats, kan användaren utsättas för osynlig laserstrålning, som överskrider gränsen för laserklass 1. BELANGRIJK - Voor uw eigen veiligheid Voor een veilige werking moet de meegeleverde geaarde stekker in een normaal geaard stopcontact worden gestoken dat via het huishoudelijk net geaard is. Gebruik alleen een daarvoor geschikt verlengsnoer met de juiste bedrading, zodat een goede aarding verzekerd is. Verlengsnoeren met de verkeerde bedrading kunnen ernstige persoonlijke ongelukken veroorzaken en de apparatuur beschadigen. Het feit dat dit apparaat naar tevredenheid werkt, betekent niet per se dat de voeding is geaard en dat de installatie volkomen veilig is. Het is in uw eigen belang dat u in geval van twijfel omtrent de aarding een bevoegd electricien raadpleegt. xiii GEBRUIKERSHANDLEIDING Wiring Information (uitsluitend voor het Verenigd Koninkrijk) Important If the mains plug supplied with this printer is not suitable for your socket outlet, remove the plug from the mains cord and fit an appropriate three pin plug. If the replacement plug is intended to take a fuse then fit the same rating fuse as the original. If a moulded plug is severed from the mains cord then it should be destroyed because a plug with cut wires is dangerous if engaged in a live socket outlet. Do not leave it where a child might find it! In the event of replacing the plug fuse, fit a fuse approved by ASTA to BS1362 with the same rating as the original fuse. Always replace the fuse cover. Never use a plug with the cover omitted. WARNING - THIS PRINTER MUST BE EARTHED The wires in the mains cord are coloured in accordance with the following code : GREEN AND YELLOW : EARTH BLUE : NEUTRAL BROWN : LIVE The colours of the wires in the mains lead of this printer may not correspond with the coloured markings identifying the terminals in your plug. If you need to fit a different plug, proceed as follows. Remove a length of the cord outer sheath, taking care not to damage the coloured insulation of the wires inside. Cut each of the three wires to the appropriate length. If the construction of the plug permits, leave the green and yellow wire longer than the others so that, in the event that the cord is pulled out of the plug, the green and yellow wire will be the last to disconnect. Remove a short section of the coloured insulation to expose the wires. xiv REGULERINGEN The wire which is coloured green and yellow must be connected to the terminal in the plug which is marked with the letter “E” or by the safety earth symbol , or coloured green or green and yellow. The wire which is coloured blue must be connected to the terminal which is marked with the letter “N” or coloured black or blue. The wire which is coloured brown must be connected to the terminal which is marked with the letter “L” or coloured red or brown. The outer sheath of the cord must be secured inside the plug. The coloured wires should not hang out of the plug. CONFORMITEITSVERKLARING (EUROPA) Wij, Brother International Europe Ltd., Brother House 1 tame Street, Guide Bridge, Audenshaw, Manchester M34 5JE, Engeland. verklaren dat dit product voldoet aan onderstaande normgevende documenten: Veiligheid: EMC: EN 60950, EN 60825 EN 55022 Klasse B, EN 50082-1 volgens de bepalingen van de richtlijn inzake Lage Spanning 73/23/EEC en de richtlijn inzake elektromagnetische compatibiliteit 89/336/EEC (zoals geamendeerd door 91/263/EEC en 92/31/EEC). Productie in onderstaande fabrieken wordt uitgevoerd onder een kwaliteitszorgsysteem dat is geregistreerd onder BSI Quality Assurance en JQA Quality Assurance. Brother Industries, Ltd., Kariya Plant 1-5, Kitajizoyama, Noda-cho, Kariya-shi, Aichi-ken 448-0803, Japan. BSI registratienummer FM27391 JQA registratienummer 0340 * Indien gebruikt in combinatie met de DX-2000, is dit product conform EN 55022 klasse A. Uitgegeven door: Brother International Europe Ltd. European Development and Technical Services Division xv HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN OVER DEZE HANDLEIDING Deze handleiding helpt u bij het aansluiten en optimaal gebruiken van uw printer. De onderstaande onderwerpen worden in deze handleiding besproken: HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN In dit hoofdstuk worden de kenmerken van deze printer in het kort beschreven. Wij raden u aan dit hoofdstuk eerst te lezen om vertrouwd te raken met uw printer. HOOFDSTUK 2 KENNISMAKING & INSTALLATIE Algemene gegevens over deze printer treft u aan in dit hoofdstuk. Wij adviseren u dit hoofdstuk door te nemen voordat u de printer gaat gebruiken. HOOFDSTUK 3 BEDRIJFSKLAAR MAKEN Dit hoofdstuk geeft u belangrijke informatie over het installeren en aansluiten van de printer, zodat u hem met uw computer en uw software kunt gebruiken. Het is raadzaam dit hoofdstuk te lezen voordat u met uw printer gaat werken. HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL De functies van de bedieningstoetsen en de betekenis van de verschillende lampjes worden in dit hoofdstuk beschreven. HOOFDSTUK 5 EXTRA TOEBEHOREN Dit hoofdstuk geeft u een overzicht van de extra toebehoren voor deze printer. HOOFDSTUK 6 ONDERHOUD In dit hoofdstuk treft u richtlijnen aan voor het onderhoud van uw printer. HOOFDSTUK 7 PROBLEMEN OPLOSSEN Dit hoofdstuk beschrijft hoe u mogelijke problemen kunt oplossen. APPENDICES In de verschillende appendices treft u gedetailleerde technische specificaties aan. Een overzicht van de verschillende tekensets en een referentielijst met commando’s is eveneens opgenomen. INDEX Hier krijgt u een alfabetisch overzicht van de inhoud van deze gebruiksaanwijzing en van de informatie op de meegeleverde CD-ROM. 1-1 GEBRUIKERSHANDLEIDING ✒ Opmerkingen Let bij het lezen van deze handleiding op het onderstaande:  De aanwijzingen en stapsgewijze instructies in deze handleiding leren u met deze printer om te gaan. De instructies in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3 gaan uit van de fabrieksinstellingen. Wanneer u de fabrieksinstellingen - zoals de emulatie - wijzigt, zullen de meldingen op het LCD-scherm overeenkomstig worden aangepast.  Afhankelijk van het land waar deze printer geleverd wordt, is de standaardinstelling van het te gebruiken papier ingesteld op A4 of op Legal en Letter. Sommige meldingen op het LCD-scherm zijn afhankelijk van de ingestelde waarde. 1-2 HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN INSTALLATIE VANAF CD-ROM Op de meegeleverde CD-ROM staat het volgende. • Printer Driver & TrueType -lettertypen Uw PC wordt voor de printer geconfigureerd door de printer driver en de TrueType-compatibele lettertypen te installeren. • Andere nuttige hulpprogramma's Op de CD-ROM staan diverse andere nuttige hulpprogramma's. • Documentatie Deze installatiehandleiding en de gebruikershandleiding staan ook op de CD-ROM. De on-line handleidingen kunnen met Adobe Acrobat Reader worden bekeken (ook deze software staat op de CDROM. Als uw PC geen CD-ROM-station heeft, kunt u de printer driver vanaf de meegeleverde diskettes installeren. De andere software die op de CDROM staat, kan via een PC met zowel een CD-ROM- als een diskettestation naar diskettes worden gekopieerd. 1-3 GEBRUIKERSHANDLEIDING De printer driver en TrueType-lettertypen installeren Voor Windows® 95/98/NT4.0 1. Plaats de meegeleverde CD-ROM in uw CD-ROM-station. 2. Klik op Start en selecteer Instellingen. 3. Selecteer Printers en dubbelklik op het pictogram Printer toevoegen. 4. Selecteer Diskette. 5. Klik op Bladeren. 6. Open de volgende directory. <voor Windows 95/98> D (of de letter van de drive):\ driver \ pcl \ Win95-31 \ Disk 1 <voor Windows NT4.0> D (of de letter van de drive): \ driver \ pcl \ WinNT4 1-4 HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN 7. Klik op OK. 8. Volg de instructies van Windows NT/95/98. Voor Windows 3.1/3.11 1. Sluit alle toepassingen die op uw PC draaien. 2. Plaats de meegeleverde compact disc in het CD-ROM-station. 3. Gebruik Bestandsbeheer om de inhoud van de CD-ROM te bekijken (Windows 3.1/3.11). <Bestandsbeheer: Windows 3.1/3.11> 4. Open de sub-directory met de naam ‘Wind31-95’ in de directory ‘Driver’. 5. Dubbelklik op het bestand ‘setup.exe’ in de directory ‘Disk 1’. Het installatieprogramma wordt opgestart. Volg nu de instructies op uw scherm. 1-5 GEBRUIKERSHANDLEIDING Adobe Acrobat Reader installeren U moet de Adobe Acrobat Reader-software installeren om de on-line handleidingen te kunnen gebruiken. 1. Sluit alle toepassingen die op uw PC draaien. 2. Plaats de meegeleverde compact disc in het CD-ROM-station. 3. Gebruik de Verkenner (Windows 95/98/NT 4.0) of Bestandsbeheer (Windows 3.1/3.11) om de inhoud van de CD-ROM te bekijken. 4. Open onder de map (directory) ‘Acrobat’ de submap (sub-directory) die de gewenste taal bevat. Ar16X301.exe Ar32X301.exe - Windows 3.1/3.11 Windows 95/98/NT4.0 X duidt de taal aan. 5. Dubbelklik op het bestand ‘ArXXX301.exe’. Het installatieprogramma wordt opgestart. Volg nu de instructies op uw scherm. 1-6 HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN De on-line handleidingen bekijken 1. Plaats de meegeleverde compact disc in de CD-ROM-speler. 2. Gebruik de Verkenner (Windows 95/98/NT 4.0) of Bestandsbeheer (Windows 3.1/3.11) om de inhoud van de CD-ROM te bekijken. 3. Open onder de map (directory) ‘Document’ de submap (subdirectory) die de gewenste taal bevat. Userxxx.pdf - Gebruikershandleiding xxx duidt de taal aan. 4. Dubbelklik op het bestand dat u wilt openen. 5. De Acrobat Reader wordt automatisch opgestart en de door u geselecteerde handleiding wordt geopend. Raadpleeg het volgende onderdeel ‘Adobe Acrobat Reader gebruiken’. 1-7 GEBRUIKERSHANDLEIDING Adobe Acrobat Reader gebruiken Selecteer in dit menu de optie ‘Close’ om het bestand te sluiten. Klik hier om de bookmarks links van het document te kunnen zien. Bookmarks Deze bookmarks bevatten de titels van de verschillende onderdelen in elk hoofdstuk. Om naar de door de bookmark aangegeven bestemming te gaan, klikt u op de bookmark-tekst, of dubbelklikt u op het pagina-pictogram links van de bookmark-naam. De paarse tekst heeft links naar pagina's met gerelateerde onderwerpen. De vorm van de cursor verandert in een vingertje wanneer u de cursor over een link plaatst. Klik op een link om daar naar over te schakelen. 1-8 HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN INSTALLATIE VANAF DISKETTES U moet Windows voor deze printer configureren. Hiertoe installeert u de printer driver en de TrueType-compatibele lettertypen vanaf de meegeleverde diskettes. Voor Windows 95/98 1. Plaats de meegeleverde diskette met het opschrift “disk1” in uw diskettestation. 2. Klik op Start en selecteer Instellingen. 3. Selecteer Printers en dubbelklik op het pictogram Printer toevoegen. 4. Volg nu de instructies van Windows 95/98. Voor Windows 3.1 Aangezien de meegeleverde printer driver en lettertypen gecomprimeerd op schijf zijn opgenomen, dient het installatieprogramma gebruikt te worden om ze te installeren. Bij onderstaande instructies wordt ervan uitgegaan dat de driver en de lettertypen vanaf diskettestation A geïnstalleerd worden. 1. Start Windows 3.1. 2. Plaats de meegeleverde diskette voor Windows in uw diskettestation. 3. Kies in Programmabeheer in het menu Bestand de optie Starten. 1-9 GEBRUIKERSHANDLEIDING 4. Typ in het daarvoor bestemde vak de naam van het diskettestation waarin u de meegeleverde diskette heeft geplaatst, gevolgd door “SETUP”, bijv. A:\SETUP. Klik op OK of druk op Enter. 5. Het installatieprogramma wordt opgestart. Volg nu de instructies op uw computerscherm. (Vergeet niet om Windows opnieuw op te starten nadat de installatie is voltooid.) ✒ Opmerking • Het installatieprogramma zal uw SYSTEM.INI bestand in Windows automatisch bijwerken en DEVICE=bi-di.386 aan de sectie [386Enh] toevoegen. Zijn er reeds drivers voor bi-directionele parallelle communicatie geïnstalleerd, dan worden deze door de nieuwe driver op non-actief gesteld. Wilt u de oude driver weer gebruiken, dan moet deze opnieuw geïnstalleerd worden, waardoor de HL-2060 serie driver op non-actief zal worden gesteld. • Het installatieprogramma maakt van de geïnstalleerde printer driver de standaard driver voor Windows. • Het installatieprogramma stelt de printerpoort automatisch in op de parallelle interface, LPT1. • Het installatieprogramma brengt wijzigingen aan in het SYSTEM.INI bestand. U moet Windows nu opnieuw opstarten, zodat de wijzigingen van kracht worden en de geïnstalleerde parallelle bidirectionele driver in werking kan treden. 1-10 HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN Uw Connecting Your printer met de USB-interface op uw computer aansluiten De universele seriële bus is een interface waarmee u de printer op meerdere randapparaten kunt aansluiten. Als uw PC een USB-poort heeft, kunt u de printer met de USB-interface op uw PC aansluiten. Hiertoe volgt u onderstaande procedure. ✒ Opmerkingen • Sluit eerst dit CD-ROM-programma af, pas dan mag u de USB-driver installeren. Wij raden u aan de USB-interface met deze printer onder Microsoft Windows 98 te gebruiken. Microsoft Windows 95 OSR2.1 ondersteunt de USB-interface weliswaar, maar sommige PC’s kunnen daarmee niet goed met de esUSB-interface werken. • In dezelfde keten van de USB-aansluiting kan slechts één Brotherprinter worden gebruikt. Als in dezelfde keten van de USBaansluiting meer dan ééntwo Brother-printer is aangesloten, kan slechts één van deze printers worden gebruiktprinted. • Voor de meest recente driver verwijzen wij u naar de volgende pagina van onze web-locatie: http://www.brother.com/english/E-ftp/softwin.html/ De USB-driver op uw PC installeren 1. Zet de printer uit. Sluit uw PC en de HL-2060 met de USB-interfacekabel op elkaar aan. 1-11 GEBRUIKERSHANDLEIDING 2. Zet de printer aan. Op uw computerscherm verschijnt nevenstaand dialoogvenster. Klik op Volgende. 3. Selecteer de optie die zoekt naar het beste stuurprogramma voor uw apparaat. Klik op Volgende. 4. Plaats de meegeleverde diskette of CD-ROM in het station van uw PC. Selecteer “CD-ROMstation”, afhankelijk van het door u gebruikte medium. Klik op Volgende. 5. Klik op Volgende. De USB-driver is nu geïnstalleerd. 1-12 HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN 6. Wanneer u nevenstaand dialoogvenster op uw computerscherm ziet, klikt u op Voltooien. Windows 98 moet opnieuw worden opgestart, zodat de geïnstalleerde USBdriver kan worden geactiveerd. De printer driver op uw PC installeren Nadat de USB-driver is geïnstalleerdd, moet u de printer driver installeren. Vanaf CD-ROM: Voer het CD-ROM-programma uit en schakel over naar het menu ‘Driver installeren’. Vanaf diskette: Raadpleeg de installatiehandleiding voor de software. De printerpoort op USB instellen Nadat de USB-driver en de printer driver geïnstalleerd zijn, moet de printerpoort worden ingesteld op ‘USB-poort’. 1. Klik op Start en selecteer onder Instellingen de optie Printers. 2. Selecteer onder Printers het pictogram HL-2060. Het pictogram van de HL-2060 is nu gemarkeerd. 3. Selecteer in het menu Bestand de optie Eigenschappen. 1-13 GEBRUIKERSHANDLEIDING 4. Klik op het tabblad Details. 5. Selecteer in het vak ‘Afdrukken naar de volgende poort’ de optie BRUSB: (USB-printerpoort). 6. Klik op OK om het dialoogvenster Eigenschappen te sluiten. Problemen oplossen Wil de printer niet via de USB-poort afdrukken, probeer dan de driver als volgt opnieuw te installeren: 1. Dubbelklik in de USB-directory van de CD-ROM op het bestand ‘DeinsUSB.exe’. 2. Zet de printer uit en weer aan. 3. De “Wizard nieuwe hardware” wordt opnieuw opgestart. Volg de instructies van de wizard. 1-14 HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN OVER DEZE PRINTER Kenmerken De printer is standaard voorzien van onderstaande kenmerken. Wilt u meer informatie over een van deze mogelijkheden, raadpleeg dan de bladzijde die aan het einde van de paragraaf wordt aangegeven. Snelle en stille laserprinter Deze printer maakt gebruik van elektrofotografische technologie en scant met een laserstraal, waardoor hij documenten van A4-formaat kan afdrukken met een snelheid van maximaal 20 pagina’s per minuut en documenten van Letter-formaat met een snelheid van maximaal 21 pagina’s per minuut. De controller maakt gebruik van een snelle 32-bit RISC-microprocessor en speciale hardware chips. Er wordt geruisloos afgedrukt, zodat u tijdens het afdrukken thuis en op kantoor ongestoord kunt doorwerken: max. 55 dB A (afdrukken)/40 dB A (stand-by) of 52 dB A (afdrukken)/45 dB A (stand-by). Resolutie van 1200 dpi Deze printer gebruikt een print-motor met een resolutie van 1200 punten per inch (dpi). Vergeleken met een 300-dpi motor is de kwaliteit van de afdrukken beduidend beter. Zie pagina 4-31. Wanneer de 300-dpi stand wordt gebruikt, kan de printer indien nodig ook 300-dpi gegevens afdrukken. (In HP-emulatie kunt u met speciale bedieningsopdrachten een horizontale 1200-dpi stand selecteren. Zie pagina Appendix-54.) High Resolution Control De High Resolution Control (HRC) creëert heldere en haarscherpe afdrukken. Zie pagina 4-34. Onderhoudsvrije tonercassette De tonercassette kan maximaal 9000 pagina’s afdrukken die aan één zijde bedrukt worden met een vlakvulling van 5%. De tonercassette bestaat uit slechts een onderdeel, is makkelijk te vervangen en behoeft geen ingewikkeld onderhoud. Het enige dat u hoeft te doen, is hem te installeren. Zie pagina 2-7. Advanced Photoscale Technology Deze printer kan grafische afbeeldingen afdrukken in 256 verschillende grijswaarden in de HP® LaserJet 5™-emulatie en BR-Script Level 2. Dit geeft een kwaliteit die bijna gelijk staat aan foto’s. 1-15 GEBRUIKERSHANDLEIDING Handinvoer Papier wordt automatisch vanuit de papierbak ingevoerd. Vanuit de universele bak en de bovenste papierbak kunnen zelfs enveloppen worden ingevoerd. Daarnaast kan papier via de universele bak ook vel voor vel worden ingevoerd. Zie pagina 3-15 voor automatische papierinvoer en pagina 3-15 voor handmatige papierinvoer. Vier interfaces De printer is voorzien van een snelle bi-directionele parallelle interface, een RS-232C seriële interface, een USB-interface (universele seriële bus) en een MIO-interface (MIO = modulaire input/output). Maakt uw software gebruik van deze bi-directionele parallelle interface, dan kan de status van de printer via de computer worden gecontroleerd. Deze interface is volledig compatibel met de industriestandaard bidirectionele parallelle interface. Zie pagina 2-15. De RS-232C seriële interface is een industriestandaard en kan via een standaard seriële kabel dan ook op iedere computer worden aangesloten. Zie pagina 2-15. De universele seriële bus is een interface waarmee de printer op meerdere randapparaten aangesloten kan worden (alleen Windows 98). De MIO-interface geeft de mogelijkheid om algemeen verkrijgbare MIOcompatibele insteekkaarten te gebruiken. Met een dergelijke kaart kunt u meer dan één interfacepoort gebruiken, bijvoorbeeld voor netwerken of printer-sharing. Zie pagina 5-7. Automatische interfaceselectie Deze printer kan automatisch de bi-directionele parallelle interface, de RS-232C seriële interface, de USB-interface (universele seriële bus), of de MIO-interface kiezen, afhankelijk van de poort waar de gegevens binnenkomen. Dankzij deze eigenschap kan de printer op meerdere computers tegelijk worden aangesloten. Zie pagina 3-5. Vijf emulaties Deze printer emuleert de Hewlett-Packard® laserprinter - LaserJet 5 (PCL® 6), PostScript® Level 2 taalemulatie (Brother BR-Script Level 2) printers, de industriestandaard HP-GL™ plotter, evenals de EPSON® FX850™ en IBM® Proprinter XL® printers. U kunt alle software gebruiken die minstens één van deze emulaties ondersteunt. Zie pagina 3-1. 1-16 HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN Automatische emulatieselectie De printer kan automatisch de juiste emulatie kiezen, afhankelijk van de printcommando’s die hij van de computersoftware ontvangt. Dankzij deze eigenschap kan de printer eenvoudig in een netwerk worden opgenomen. Zie pagina 3-3. Gegevenscompressie Grafische gegevens en fonts worden automatisch gecomprimeerd in het geheugen opgeslagen. Hierdoor kunnen zonder extra geheugen meer lettertypen en grotere grafische afbeeldingen worden afgedrukt. Geheugenuitbreiding Deze printer heeft standaard 8 Mbytes RAM. Dit kan worden uitgebreid tot maximaal 72 Mbytes. Wanner de los verkrijgbare duplex-unit is geïnstalleerd en u dubbelzijdig afdrukt, moet het geheugen worden uitgebreid tot een totaal van 10 Mbytes of meer, anders kan er niet dubbelzijdig worden afgedrukt met een resolutie van 600 dpi. Zie pagina 4-33 en 5-8. (Hoeveel geheugen er standaard geplaatst is, is afhankelijk van het model printer en van het land waar de printer geleverd wordt.) 75 schaalbare en 12 bitmapped lettertypen Deze printer beschikt over onderstaande schaalbare lettertypen en rasterfonts (bitmapped lettertypen). Welke lettertypen u kunt gebruiken hangt af van de gebruikte emulatie. ■ HP LaserJet, EPSON FX-850 en IBM Proprinter XL Schaalbare lettertypen: Intellifont-compatibele Fonts: • Alaska, Extravet • Antique Oakland, Schuin, Vet • Brougham, Schuin, Vet, VetSchuin • Cleveland Condensed • Connecticut • Guatemala Antique, Cursief, Vet, VetCursief • Letter Gothic, Schuin, Vet • Maryland • Oklahoma, Schuin, Vet, VetSchuin • PC Brussels Light, LichtCursief, Demi, DemiCursief • PC Tennessee Roman, Cursief, Vet, VetCursief • Utah, Schuin, Vet, VetSchuin • Utah Condensed, Schuin, Vet, VetSchuin 1-17 GEBRUIKERSHANDLEIDING Met Microsoft® Windows® 3.1 / Windows 95/98 TrueType compatibele lettertypen: • BR Symbol • Helsinki, Schuin, Vet, VetSchuin • Tennessee Roman, Cursief, Vet, VetCursief • W Dingbats Met Type 1 Font compatibele lettertypen: • Atlanta Book, BookSchuin, Demi, DemiSchuin • Calgary MediumCursief • Copenhagen Roman, Cursief, Vet, VetCursief • Portugal Roman, Cursief, Vet, VetCursief Originele Brother-lettertypen: • Bermuda Script • Germany • San Diego • US Roman Bitmapped lettertypen oftewel rasterfonts (Staand en Liggend): • LetterGothic16.66 Medium, Cursief, Vet, VetCursief • OCR-A • OCR-B ■ BR-Script 2 Schaalbare lettertypen: • Atlanta Book, BookSchuin, Demi, DemiSchuin • Alaska, Extravet • Antique Oakland, Schuin, Vet • Bermuda Script • BR Dingbats • BR Symbol • Brougham, Schuin, Vet, VetSchuin • Brussels Light, LichtCursief, Demi, DemiCursief • Calgary MediumCursief • Cleveland Condensed • Connecticut • Copenhagen Roman, Cursief, Vet, VetCursief • Germany • Guatemala Antique, Cursief, Vet, VetCursief • Helsinki, Schuin, Vet, VetSchuin • Helsinki Narrow, Schuin, Vet, VetSchuin • Letter Gothic, Schuin, Vet • Maryland • Oklahoma, Schuin, Vet, VetSchuin • Portugal Roman, Cursief, Vet, VetCursief • San Diego • Tennessee Roman, Cursief, Vet, VetCursief • US Roman • Utah, Schuin, Vet, VetSchuin • Utah Condensed, Schuin, Vet, VetSchuin 1-18 HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN Snel afdrukken met Microsoft Windows 95 / 98 / NT 4.0 / Windows 3.1 Aangezien de printer ingebouwde TrueType-compatibele fonts heeft, kan in combinatie met Microsoft Windows 95 / 98 / NT 4.0 / Windows 3.1 snel worden afgedrukt zonder eerst de lettertypen te downloaden. Tevens heeft de printer een ingebouwde TrueType-rasterizer, waardoor lettertypen bijzonder snel gegenereerd kunnen worden. Barcodes afdrukken Met deze printer kunnen de volgende 11 barcodes worden afgedrukt: • • • • • • Code 39 Interleaved 2 of 5 EAN-8 EAN-13 UPC-A EAN-128 • • • • • UPC-E Codabar US-PostNet ISBN Code 128 CCITT G3/G4 Omdat behalve de HP-compatibele formaten ook CCITT G3/G4 ondersteund wordt, kan de printer gegevens die op deze manier gecomprimeerd zijn snel verwerken en afdrukken. Paneelslot Als de instellingen van het bedieningspaneel worden gewijzigd zonder dat u daar erg in heeft, kan de printer een heel ander resultaat dan verwacht geven. Om dit soort problemen uit te sluiten kunt u het bedieningspaneel op slot zetten. Zie pagina 4-46. Stroomspaarstand Laserprinters gebruiken veel stroom om de fixeerinrichting op temperatuur te houden. Deze printer heeft een ingebouwde stroombesparingsstand die ervoor zorgt dat de printer in rust veel minder stroom gebruikt. In de fabriek wordt deze stand standaard op AAN ingesteld, en dit kenmerk voldoet aan de nieuwe EPA Energy Star norm. Ook wanneer deze functie niet wordt ingeschakeld, gebruikt de printer minder stroom dan andere laserprinters. Zie pagina 4-73. Tonerspaarstand Deze printer beschikt over een stand voor tonerbesparing. Wanneer u deze stand gebruikt, reduceert u de bedrijfskosten van uw printer aanzienlijk en gaat uw tonercassette bovendien langer mee. Zie pagina 4-73. 1-19 GEBRUIKERSHANDLEIDING Functie voor opnieuw afdrukken De laatste afdruktaak kan met één druk op een toets nogmaals worden afgedrukt, zonder dat de gegevens weer vanuit de computer gestuurd hoeven te worden. Zie pagina 4-65. Fontkaart, Flash-geheugenkaart en HDD-kaart Deze printer is voorzien van twee sleuven voor een los verkrijgbare fontkaart, Flash-geheugenkaart of HDD-kaart. Als u een of meer los verkrijgbare fontkaarten heeft geïnstalleerd, kunt u naast de in de printer geïnstalleerde lettertypen ook de lettertypen van de betreffende kaart(en) gebruiken. De zaak waar u deze printer heeft gekocht kan u meer vertellen over dergelijke los verkrijgbare kaarten. Gebruikersinstellingen opslaan Met uw eigen instellingen voor de toetsen op het paneel werkt uw printer geheel volgens uw eigen specificaties. Er kunnen twee verschillende sets gebruikersinstellingen worden opgeslagen. Zie pagina 4-51. 1-20 HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN Toebehoren Voor deze printer zijn onderstaande toebehoren verkrijgbaar: Tweede papierbak Een tweede papierbak breidt de papierinvoermogelijkheden van de printer uit. Deze papierbak kan bijvoorbeeld gevuld worden met een ander soort papier, en er kan automatisch tussen de bakken worden omgeschakeld. Zie pagina 5-1. Duplex-unit Met de duplex-unit kunt u papier aan beide zijden bedrukken. Zie pagina 5-13. In deze printer kunnen bovendien onderstaande, in de handel verkrijgbare producten worden geïnstalleerd: MIO-kaart Een in de handel verkrijgbare modulaire input/output (MIO) kaart geeft u de beschikking over een extra interfacepoort, zodat u uw printer in een netwerk kunt opnemen of hem met meerdere computers tegelijk kunt delen. Zie pagina 5-7. Fontkaarten Los verkrijgbare fontkaarten met extra schaalbare lettertypen of rasterfonts. Zie pagina 5-5. Flash-geheugenkaart en HDD-kaarten Er kan een los verkrijgbare Flash-geheugenkaart of een HDD-kaart worden geïnstalleerd. Op een los verkrijgbare, PCMCIA-compatibele Flash-geheugenkaart of HDD-kaart kunnen lettertypen, macro's, logo's en andere printgegevens worden opgeslagen. Zie pagina 4-37 en 5-3. Extra RAM Met los verkrijgbare geheugen-modules kan het geheugen worden uitgebreid tot maximaal 72 Mbytes. Zie pagina 5-8. 1-21 HOOFDSTUK 2 KENNISMAKING & INSTALLATIE HOOFDSTUK 2 KENNISMAKING & INSTALLATIE VOORDAT U BEGINT Onderdelen Verpakking van de printer Controleer eerst of de volgende onderdelen in de verpakking van de printer aanwezig zijn. Netsnoer Gebruikershandleiding (dit boek) Printer Bovenste papierbak (in de printer geïnstalleerd) Diskette #1 met de Windows driver Diskette #2 met de Windows driver CD-ROM Afb. 2-1 Onderdelen in de doos van de printer 2–1 GEBRUIKERSHANDLEIDING ✒ Opmerking • Een interface-kabel wordt niet standaard meegeleverd. Zorg bij de aankoop van een kabel dat deze past op de door u gebruikte interface. Afhankelijk van het land waar u de printer heeft aangeschaft, kan het netsnoer afwijken van bovenstaande afbeelding. • Afhankelijk van het land waar deze printer geleverd wordt, is de standaardinstelling van het te gebruiken papier ingesteld op A4, Letter of Legal. Op de afbeelding in deze handleiding is de A4-papiercassette in deThe illustration of the HL-2060 printer geïnstalleerd. Als de Letter/Legal-papiercassette is geïnstalleerd, steekt deze achter de printer uit. De A4-cassette steekt niet achter de printer uit. •110/120V model: ingesteld op Letter of Legal. •220/240V model: ingesteld op A4. Tonercassette De tonercassette is verpakt in een afzonderlijke doos. ! Let op De tonercassette is in een zak verpakt. Maak deze zak nu nog niet open, doe dit pas net voor u de tonercassette gaat plaatsen. De tonercassette mag niet te lang aan licht worden blootgesteld. Afb. 2-2 Tonercassette 2–2 HOOFDSTUK 2 KENNISMAKING & INSTALLATIE Algemeen overzicht Uitvoerlade (face-down) Bovenkap Bedieningspaneel Sleuf voor Font/IC-kaart Universele papierbak (MF) Bovenste papierbak Stroomschakelaar Afb. 2-3 Vooraanzicht Afstelknop voor face-up/face -down papieruitvoer Achterklep Sleuf voor MIO-kaart Aansluiting voor bidirectionele parallelle interface Aansluiting voor RS-232C seriële interface Aansluiting voor netsnoer Modulaire aansluiting voor toebehoren Aansluiting voor universele seriële bus Afb. 2-4 Achteraanzicht 2–3 GEBRUIKERSHANDLEIDING Juiste opstelling van de printer Raadpleeg onderstaande richtlijnen voordat u de printer gaat gebruiken. Stroomvoorziening Gebruik de printer alleen binnen de nominale netspanning. Wisselstroom: Frequentie: ±10% van nominale netspanning 50/60 Hz (220-240 V) of 50/60 Hz (110-120 V) De lengte van het netsnoer, inclusief eventueel verlengsnoer, mag niet meer dan 5 meter bedragen. Gebruik het stopcontact waarop u de printer aansluit niet samen met andere veel stroom gebruikende apparatuur zoals airconditioners, kopieermachines, papiervernietigers enz. Kan dit niet worden voorkomen, dan raden wij u aan om een netfilter te gebruiken. Gebruik een spanningsstabilisator als de netspanning aan fluctuaties onderhevig is. Omgeving Vermijd extreme temperaturen en vocht. Gebruik de printer alleen binnen de volgende minimum- en maximumwaarden. Omgevingstemperatuur: 10°C tot 32,5°C Vochtigheid: 20% tot 80% (zonder condensvorming) Blokkeer de ventilatieopeningen aan de bovenkant van de printer niet. Plaats niets op de bovenkant van de printer, zeker niet op de luchtuitstroomopening. Zorg voor voldoende ventilatie in de ruimte waarin de printer wordt gebruikt. De printer mag niet worden blootgesteld aan direct zonlicht. Moet de printer noodgedwongen toch in een zonnige ruimte worden opgesteld, gebruik dan gordijnen of lamellen om het apparaat te beschermen. Plaats de printer niet in de buurt van toestellen die magneten bevatten of een sterk magnetisch veld opwekken. Installeer de printer niet in een ruimte waar zware schokken of trillingen worden voortgebracht. Pas op met open vuur en zoute of agressieve gassen Plaats de printer op een vlak horizontaal oppervlak. Houd de printer schoon. Plaats de machine niet in een stoffige omgeving. Plaats de printer niet in de nabijheid van een airconditioner. 2–4 HOOFDSTUK 2 KENNISMAKING & INSTALLATIE DE PRINTER INSTALLEREN De printer openen en sluiten Om de tonercassette te plaatsen of om toegang te krijgen tot de papierroute, moet u de bovenkap van de printer openen. Om de printer te openen of te sluiten handelt u als volgt. ■ Om de printer te openen, pakt u beide zijden van de bovenkap vast en tilt u deze zo ver omhoog totdat hij met een klik vaststaat. Afb. 2-5 De bovenkap openen ■ Om de printer te sluiten, doet u de kap omlaag en drukt u zachtjes op beide zijden van de bovenkap totdat hij goed sluit. Afb. 2-6 De bovenkap sluiten 2–5 GEBRUIKERSHANDLEIDING De transportbescherming verwijderen Nadat u heeft gecontroleerd of alle onderdelen in de verpakking aanwezig zijn, zet u de printer tijdelijk neer op een plaats waar u er aan alle kanten bij kunt. Verwijder het verpakkingsmateriaal en de transportbescherming zoals onderstaand wordt beschreven. ✒ Opmerking Bewaar het verpakkingsmateriaal en de transportbescherming. U zult dit nodig hebben wanneer de printer moet worden vervoerd of opgeslagen. 1. Maak de bovenkap en de bovenste papierbak open. 2. Verwijder de transportbescherming uit het inwendige van de printer en de papierbak. 3. Verwijder beide beschermpallen van de fixeereenheid. Transportbescherming Afb. 2-7 De transportbescherming verwijderen Beschermpallen Afb. 2-8 De transportbescherming verwijderen 2–6 Afb. 2-9 De beschermpallen verwijderen HOOFDSTUK 2 KENNISMAKING & INSTALLATIE De tonercassette installeren Deze printer gebruikt een tonercassette om te kunnen printen. Één tonercassette wordt standaard meegeleverd. Een nieuwe tonercassette bevat voldoende toner om ongeveer 9000 A4- of Letter-pagina's enkelzijdig te bedrukken bij ongeveer 5% zwarting (de printdichtheid dient dan ingesteld te zijn op 8). Als u de printer aanzet zonder dat er een tonercassette is geplaatst, verschijnt onderstaande melding op het LCD-scherm. U wordt gevraagd de tonercassette te plaatsen. 14 GEEN CARTR. Voor het installeren van de tonercassette gaat u als volgt te werk: 1. Maak de bovenkap van de printer open. 2. Haal de tonercassette uit de zak. ! Let op    Stel de tonercassette niet bloot aan direct zonlicht. Zet de tonercassette niet op zijn kant en draai hem niet ondersteboven. Zorg ervoor dat u de in onderstaande tekening gearceerde delen niet aanraakt.  Maak de drumafsluiting niet open, dit is slecht voor de toner en voor de drum en kan tijdens het afdrukken ernstige schade aanrichten. Drumafsluiting Afb. 2-10 Dit mag u niet met de tonercassette doen 2–7 GEBRUIKERSHANDLEIDING 3. Houd de tonercassette met beide handen vast. Schud de cassette enige malen voorzichtig op en neer onder een hoek van 45°, zodat de toner gelijkmatig in de cassette wordt verdeeld. 45° 45° Afb. 2-11 De tonercassette heen en weer schudden 4. Beweeg het lipje net zolang op en neer tot het van de tonercassette afbreekt. Afb. 2-12 Het lipje afbreken 2–8 HOOFDSTUK 2 KENNISMAKING & INSTALLATIE 5. Pak het lipje stevig vast en trek de plastic beschermstrook helemaal uit de cassette. Afb. 2-13 De plastic beschermstrook uit de cassette trekken ! Let op Als het lipje van de plastic beschermstrook afbreekt, pakt u de strook beet en trekt u deze uit de cassette. Als uw handen of uw kleren hierbij vuil worden, moet u ze onmiddellijk met koud water afwassen. 6. Druk de tonercassette in de richting van pijltjes die op de cassette zijn gegraveerd in de geleidesleuven aan de zijkant, totdat hij stevig in de cassettehouder in de printer vastzit. ✒ Opmerking Druk beide zijden van de tonercassette voorzichtig in de printer, totdat de cassette stevig op zijn plaats zit. Afb. 2-14 De tonercassette plaatsen 2–9 GEBRUIKERSHANDLEIDING 7. Sluit de bovenkap van de printer. Wanneer de tonercassette bijna leeg is, verschijnt de onderstaande melding op het LCD-scherm. U wordt gevraagd de tonercassette te vervangen. 16 TONER OP Wanneer deze melding verschijnt, kunt u weliswaar nog enkele pagina’s afdrukken, maar het is raadzaam om de tonercassette te vervangen voordat de toner helemaal op is. ✒ Opmerking Met de MODE-toets kunt u instellen hoe de printer reageert op de melding “TONER OP”. De printer kan stoppen of doorgaan met afdrukken. Raadpleeg voor meer informatie het onderdeel “Toner op” in hoofdstuk 4. Raadpleeg het onderdeel “De tonercassette” in hoofdstuk 6 voor nadere informatie hierover. 2–10 HOOFDSTUK 2 KENNISMAKING & INSTALLATIE Papier in de papierbak plaatsen De printer laadt papier gewoonlijk uit de geplaatste universele papierbak, de bovenste papierbak of de optionele tweede papierbak. ✒ Opmerking Het gebruik van de tweede papierbak is optioneel. Hier wordt het gebruik van de bovenste papierbak besproken. Raadpleeg “Tweede papierbak” in hoofdstuk 5 voor nadere informatie over deze papierbak. In de papierbakken kan uitsluitend papier worden gebruikt dat voldoet aan onderstaande specificaties. Raadpleeg “Afdrukmedia” in hoofdstuk 3 voor nadere informatie over de te gebruiken papiersoorten. Papierbak Universele papierbak (MF) De bovenste papierbak (B1) De optionele onderste papierbak (B2) Alle papierbakken voor dubbelzijdig afdrukken (DX) Beschikbare afmetingen Beschikbare soort en capaciteit Losse vellen: Letter, Legal en A4 Normaal papier: Enveloppen: COM 10, Monarch, 150 (80 g/m2) C5, DL en ISO B5 Enveloppen: 10 OHP-film: 100 Etiketten: 100 Andere soorten: Gewicht = 60 tot 199 g/m2 Losse vellen: Letter en Legal Normaal papier: (Letter/Legal-cassette), 500 (80 g/m2) A4 (A4-cassette) Gewicht = 60 tot 105 g/m2 Losse vellen: Letter en Legal Normaal papier: (Letter/Legal-cassette), 500 (80 g/m2 ) A4 (A4-cassette) Gewicht = 60 tot 90 g/m2 Losse vellen: Letter, Legal, A4, * Wanneer de ISO B5(behalve bak 2) duplex-unit is en Executive geplaatst, is de capaciteit van bak 1 lager dan hierboven vermeld staat. ✒ Opmerking Als u vanuit de universele bak wilt afdrukken op papier dat zwaarder is dan 135 g/m2, moet dat papier vel voor vel in de universele bak worden gelegd en moet de papieruitvoer zijn ingesteld op uitvoer met de bedrukte zijde naar boven (face-up). 2–11 GEBRUIKERSHANDLEIDING Voor het installeren van de papierbak en het plaatsen van papier volgt u onderstaande procedure: ✒ Opmerkingen Zorg ervoor dat u papier kiest met dezelfde afmetingen als het papier dat volgens uw software gebruikt moet worden, aangezien het resultaat anders niet optimaal zal zijn. Als u in uw software op het afdrukmenu geen verschillende papierafmetingen kunt selecteren, kunt u de afmetingen van het papier in de LAYOUT-stand met de MODE-toets veranderen. Raadpleeg “MODE-toets” in hoofdstuk 4 voor nadere informatie hierover. Afhankelijk van het land waar u de printer heeft gekocht, is de standaard papierafmeting ingesteld op Letter, Legal of A4. •110/120V model: ingesteld op Letter of Legal. •220/240V model: ingesteld op A4. 2–12 HOOFDSTUK 2 KENNISMAKING & INSTALLATIE 1. Maak de universele papierbak open door op de klep aan de voorkant van de bak te drukken en deze voorzichtig naar beneden te trekken. ✒ Opmerking Als u lang papier gebruikt, kunt u desgewenst de extra papiersteun uitschuiven. Afb. 2-15 De universele papierbak openen en de extra papiersteun uitschuiven 2. Til de geleider voor de papierbreedte op en schuif hem helemaal naar rechts. 3. Plaats een stapel papier of enveloppen in de lade. Zorg ervoor dat de stapel netjes ligt. ✒ Opmerkingen Als u papier in de universele bak plaatst, moet u rekening houden met het volgende:  Als u vanuit de universele bak wilt afdrukken op papier dat zwaarder is dan 135 g/m2, moet dat papier vel voor vel in de universele bak worden gelegd en moet de papieruitvoer zijn ingesteld op uitvoer met de bedrukte zijde naar boven (face-up).  Plaats het papier met de te bedrukken zijde naar boven.  Plaats het papier met de invoerkant eerst en zorg ervoor dat deze rand de printer net raakt.  De linkerkant moet op één lijn worden gebracht met de linker geleider.  De bovenkant van de stapel papier mag niet boven de houders aan weerskanten van de bak uitsteken. De maximale dikte is 15 mm. 2–13 GEBRUIKERSHANDLEIDING Afb. 2-16 Papier in de universele bak plaatsen 4. Til de geleider voor de papierbreedte voorzichtig op en stel hem af op de breedte van het gebruikte papier. De geleider moet de rechterkant van de stapel papier net aanraken. !  Let op Zorg ervoor dat het papier in een nette stapel papier op de juiste wijze in de universele papierbak is geplaatst, aangezien het anders scheef wordt ingevoerd, wat resulteert in onregelmatige, vervormde afdrukken en papierdoorvoerstoringen.  Tijdens het afdrukken komt de binnenste bak automatisch omhoog om papier in de printer in te voeren. 2–14 HOOFDSTUK 2 KENNISMAKING & INSTALLATIE De printer op uw computer aansluiten Deze printer is voorzien van een bi-directionele parallelle interface, een RS-232C seriële interface en een USB-interface (universele seriële bus). Deze stellen de printer in staat te communiceren met IBM/PC® of daarmee compatibele computers. Controleer voordat u de printer op uw computer gaat aansluiten of u een voor uw computer geschikte interfacekabel heeft. Raadpleeg de interfacespecificaties in de appendix. Omdat de printer in de fabriek is ingesteld op automatische interfaceselectie, hoeft u alleen maar de interfacekabel op de printer aan te sluiten. In sommige gevallen is het echter nodig om snelle, bidirectionele parallelle communicatie met de MODE-toets uit te schakelen. Zie “MODE-toets” in hoofdstuk 4. Bij gebruik van de seriële interface moeten de instellingen op zowel de printer als de computer aan elkaar worden aangepast. De automatische interfaceselectie is standaard ingesteld (baud rate = 9600, aantal bits = 8, pariteit = GEEN, stop bit = 1, Xon/Xoff = AAN, DTR (ER) = AAN en Robuust Xon = AAN) en als deze instellingen overeenkomen met die op uw computer, hoeft u alleen maar de interfacekabel aan te sluiten. Indien nodig, stelt u de gewenste parameters in met behulp van de MODE-toets op de printer (zie “MODE-toets” in hoofdstuk 4). Voor de instellingen op de computer verwijzen wij u naar de handleiding van uw computer of de software die u gebruikt. U sluit de printer als volgt op uw computer aan: 1. Zowel de computer als de printer moet UIT staan. ! Let op  Zorg ervoor dat de computer en de printer beide UIT staan als u de kabel aansluit of losmaakt.  Wanneer u de kabel van de USB-interface aansluit of losmaakt, hoeft u de printer en de computer echter niet uit te zetten. 2. Sluit het einde van de interfacekabel aan op het aansluitpunt voor de interface aan de achterkant van de printer. 2–15 GEBRUIKERSHANDLEIDING 3. Zet de kabel vast met de op de printerpoort aanwezige draadklemmen of schroeven. Parallelle interfacepoort Aansluiting met draadklemmen vastzetten. Computer Printer Seriële interfacepoort Aansluiting met schroeven vastzetten. Afb. 2-17 De printer op de computer aansluiten 4. Sluit het andere einde van de interfacekabel aan op het aansluitpunt voor de interface op uw computer. Zorg ervoor dat u de kabel ook goed op de computer vastzet. 2–16 HOOFDSTUK 2 KENNISMAKING & INSTALLATIE De printer aan- en uitzetten Het netsnoer aansluiten Sluit het netsnoer als volgt aan: 1. Controleer of de stroomschakelaar UIT staat (O): deze schakelaar bevindt zich rechts aan de voorkant van de printer. 2. Sluit het netsnoer op de printer aan en steek de stekker in een geaard stopcontact. Afb. 2-18 Het netsnoer aansluiten !      Let op Controleer de spanning. Deze printer moet worden aangesloten op de juiste spanning en de juiste frequentie. • VS en Canada: 110-120 V wisselstroom, 50/60 Hz • Europa en Australië: 220-240 V wisselstroom, 50/60 Hz Omdat de printer geaard moet zijn, moet het netsnoer op een geaard stopcontact worden aangesloten. De maximale lengte van het netsnoer, inclusief een eventueel verlengsnoer, mag niet meer bedragen dan 5 meter. Wanneer u een langer netsnoer gebruikt, kan een ontoelaatbare spanningsval of storing optreden. Haal nooit de stekker uit het stopcontact om de printer uit te zetten. De printer moet worden opgesteld in de buurt van een makkelijk toegankelijk stopcontact. 2–17 GEBRUIKERSHANDLEIDING De stroomschakelaar De stroomschakelaar zit rechtsvoor op de printer. Druk op de kant met de markering “ | ” om de printer aan te zetten. De printer begint op te warmen en voert een zelftest uit. Druk op de kant met de markering “O” om de printer uit te zetten. AAN UIT Afb. 2-19 Op de stroomschakelaar drukken ! Let op Wacht altijd ten minste 2 seconden nadat u de printer heeft uitgezet, pas dan mag u hem weer aanzetten. Zet de printer nooit uit tijdens het afdrukken. Hierdoor kan een papierdoorvoerstoring optreden of schade aan de printer worden toegebracht. Zodra de printer wordt aangezet, voert hij een zelftest uit om de hardware en software te controleren. Wanneer de printer merkt dat iets niet in orde is, verschijnt er een melding op het LCD-scherm. Zie “Problemen oplossen” in hoofdstuk 7. 04 ZELFTEST Nadat de printer is aangezet, verschijnen snel achter elkaar diverse meldingen op het LCD-scherm. Wanneer de printer alles in orde bevindt, gaat hij on-line. Op het LCD-scherm worden de status van de printer en de huidige printerinstellingen weergegeven. LJ KLAAR 001P B1 LJ : De automatische emulatieselectie is gekozen en de HP LaserJet-emulatie is geselecteerd. KLAAR : De printer kan gaan afdrukken. 001 : Het aantal afdrukken is ingesteld op 1. P: De afdrukstand is Staand. B1 : Papier wordt vanuit Bak 1 ingevoerd. 2–18 HOOFDSTUK 2 KENNISMAKING & INSTALLATIE Testafdruk en afdruk van beschikbare lettertypen Voordat u gaat afdrukken kunt u de kwaliteit controleren en een afdruk maken van de beschikbare fonts (lettertypen). Hiertoe gaat u als volgt te werk: 1. Controleer of de tonercassette is geplaatst en of er papier in de universele papierbak ligt. 2 Zet de printer aan. Wacht tot op het LCD-scherm de volgende melding verschijnt. LJ KLAAR 001P B1 of LJ KLAAR 001P MF 3. Druk op de SEL-toets om de printer off-line te zetten. Het ON LINE-lampje dooft. 4. Houd de SHIFT-toets ingedrukt en druk op TEST. 5. Druk op ▲ of op ▼ om door de meldingen op het LCD-scherm te bladeren tot de gewenste melding verschijnt. Druk op de SET-toets om uw selectie af te drukken. U kunt kiezen uit onderstaande selecties: De demonstratiepagina afdrukken DEMO.PAGINA Het testpatroon afdrukken TESTAFDRUK De lijst van printerinstellingen afdrukken PRINT CONFIG. De lijst van interne of residente lettertypen afdrukken PRINT FONTS I 2–19 GEBRUIKERSHANDLEIDING De lijst van lettertypen op de los verkrijgbare fontkaart afdrukken PRINT FONTS C De lijst van permanente download-fonts afdrukken PRINT FONTS P De teststand afsluiten eindigen ✒ Opmerkingen De melding “PRINT FONTS C” of “PRINT FONTS P” verschijnt uitsluitend wanneer in de daarvoor bestemde sleuf een los verkrijgbare fontkaart is geïnstalleerd, of als de permanente download-fonts in het geheugen van de printer zijn opgeslagen.  Wanneer een fontkaart is geplaatst, kunt u een lijst afdrukken van de daarop opgeslagen lettertypen. In deze lijst staan specifieke identificatienummers voor de betreffende fonts. U selecteert het gewenst lettertype met een druk op de FONT-toets. Raadpleeg “FONT-toets” in hoofdstuk 4 en “Fontkaart, Flash-geheugenkaart/HDD-kaart” in hoofdstuk 5.  Wanneer in het geheugen van de printer door de gebruiker gedefinieerde tekens als permanente fonts zijn opgeslagen, kunt u ook een lijst van deze tekens afdrukken. Meer informatie hierover vindt u in onder “FONT-toets” in hoofdstuk 4. 2–20 HOOFDSTUK 2 KENNISMAKING & INSTALLATIE 6. Druk op de SET-toets. De printer drukt de door u geselecteerde testafdruk of lijst af. De printer gaat na het afdrukken automatisch off-line. PRINT CONFIGURAITION(1/2) (LJ):HP LaserJet 4 (FX):EPSON FX-850 TEST PRINT (BS):BR-Script 2 (GL):HP-GL (PR):IBMProprinterXL PAGE COUNTER RAM SIZE !"#$%&'()*+,-./1234567890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz[| "#$%&'()*+,-./1234567890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\} #$%&'()*+,-./1234567890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~ $%&'()*+,-./1234567890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~! %&'()*+,-./1234567890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~!" &'()*+,-./1234567890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~!"# '()*+,-./1234567890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~!"#$ ()*+,-./1234567890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~!"#$% )*+,-./1234567890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~!"#$%& *+,-./1234567890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~!"#$%&' +,-./1234567890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~!"#$%&'( ,-./1234567890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~!"#$%&'() -./1234567890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~!"#$%&'()* ./1234567890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~!"#$%&'()*+ /1234567890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~!"#$%&'()*+, 1234567890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~!"#$%&'()*+,234567890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~!"#$%&'()*+,-. 34567890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~!"#$%&'()*+,-./ 4567890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~!"#$%&'()*+,-./1 567890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~!"#$%&'()*+,-./12 67890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~!"#$%&'()*+,-./123 7890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~!"#$%&'()*+,-./1234 890:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~!"#$%&'()*+,-./12345 90:;@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{\}~!"#$%&'()*+,-./123456 ABC < EMULATION > EMULATION AUTO TIME OUT EPSON/IBM KEEP PCL < MODE > - INTERFACE MODE I/F AUTO TIME OUT PRL SETTING HIGH SPEED BI-DIR RS-232C SETTING BaundRate CodeType Parity Stop Bit Xon/Xoff DTR(ER) Robust Xon - FORMAT MODE ORIENTATION AUTO MODE (LJ) AUTO LF AUTO CR AUTO WRAP AUTO SKIP (FX) AUTO LF AUTO MASK (PR) AUTO LF AUTO CR AUTO MASK PAGE FORMAT MODE X OFFSET Y OFFSET PAPER (LJ) LEFT M RIGHT M TOP M BOTTOM M LINES (FX) LEFT M RIGHT M TOP M BOTTOM M LINES (PR) LEFT M RIGHT M TOP M BOTTOM M LINES - RESOLUTION MODE RESOLUTION HRC TESTAFDRUK = 682 = 10Mbyte USER SETTINGS SETTING1 SETTING2 AUTO LaserJet4 5 EPSON OFF AUTO LaserJet4 5 EPSON OFF AUTO LaserJet4 5 EPSON OFF PARALLEL 5 <<- <<- ON ON <<- <<- 9600 8 NONE 1 ON ON OFF <<<<<<<- <<<<<<<- PORTRAIT <- <- OFF OFF OFF ON OFF OFF OFF ON OFF OFF OFF ON OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF (dots) (dots) 0 0 A4 <<A4 <<A4 (C) (C) (") (") (L) 0 78 0.5 0.5 64 0 78 0.5 0.5 64 0 78 0.5 0.5 64 (C) (C) (") (") (L) 0 80 .33 .33 66 0 80 .33 .33 66 0 80 .33 .33 66 (C) (C) (") (") (L) 0 80 .33 .33 66 0 80 .33 .33 66 0 80 .33 .33 66 600 MEDIUM <<- <<- (S) (S) (BAUD) (bits) (bits) (DPI) AFDRUK VAN CONFIGURATIE PORTRAIT LIST INTERNAL FONT NUMBER SYMBOL SET (ID) PITCH SIZE I000 I001 I002 I003 I004 I005 I006 I007 I008 I009 I010 I011 I012 I013 I014 I015 I016 I017 STYLE 8U:ROMAN 8... P: Scalable Upright(0) ESC(IDESC(s1p#v0s0b4101T 8U:ROMAN 8... P: Scalable Upright(0) ESC(IDESC(s1p#v0s3b4101T 8U:ROMAN 8... P: Scalable Italic(1) ESC(IDESC(s1p#v1s0b4101T 8U:ROMAN 8... P: Scalable Italic(1) ESC(IDESC(s1p#v1s3b4101T 8U:ROMAN 8... P: Scalable Upright(0) ESC(IDESC(s1p#v0s0b4113T 8U:ROMAN 8... P: Scalable Upright(0) ESC(IDESC(s1p#v0s3b4113T 8U:ROMAN 8... P: Scalable Italic(1) ESC(IDESC(s1p#v1s0b4113T 8U:ROMAN 8... P: Scalable Italic(1) ESC(IDESC(s1p#v1s3b4113T 8U:ROMAN 8... P: Scalable Italic(1) ESC(IDESC(s1p#v1s0b4116T 8U:ROMAN 8... P: Scalable Upright(4) ESC(IDESC(s1p#v4s3b4140T 8U:ROMAN 8... P: Scalable Upright(0) ESC(IDESC(s1p#v0s-3b4143T 8U:ROMAN 8... P: Scalable Upright(0) ESC(IDESC(s1p#v0s2b4143T 8U:ROMAN 8... P: Scalable Italic(1) ESC(IDESC(s1p#v1s-3b4143T 8U:ROMAN 8... P: Scalable Italic(1) ESC(IDESC(s1p#v1s2b4143T 8U:ROMAN 8... P: Scalable Upright(0) ESC(IDESC(s1p#v0s0b4148T 8U:ROMAN 8... P: Scalable Upright(0) ESC(IDESC(s1p#v0s3b4148T 8U:ROMAN 8... P: Scalable Italic(1) ESC(IDESC(s1p#v1s0b4148T 8U:ROMAN 8... P: Scalable Italic(1) ESC(IDESC(s1p#v1s3b4148T WEIGHT TYPEFACE F O N T S A M P L E(600dpi) Medium(0) ABCDefgh123?!"#$%&'()<>/012 Bold(3) ABCDefgh123?!"#$%&'()<>/01 PcTENNES Reg (4101) (#:point size 0.25 - 999.75) PcTENNES Bd (4101) (#:point size 0.25 - 999.75) Midium(0) ABCDefgh123?!"#$%&'()<>/012 Bold(3) ABCDefgh123?!"#$%&'()<>/012 PcTENNES It (4101) (#:point size 0.25 - 999.75) PcTENNES BdIt (4101) (#:point size 0.25 - 999.75) Medium(0) ABCDefgh123?!"#$%&'()<>/0 Bold(3) ABCDefgh123?!"#$%&'()<>/0 OKLAHOMA Reg (4113) (#:point size 0.25 - 999.75) OKLAHOMA Bd (4113) (#:point size 0.25 - 999.75) Medium(0) ABCDefgh123?!"#$%&'()<>/0 Bold(3) ABCDefgh123?!"#$%&'()<>/0 OKLAHOMA It (4113) (#:point size 0.25 - 999.75) OKLAHOMA BdIt (4113) (#:point size 0.25 - 999.75) Medium(0) CONNECTICUT (4116) (#:point size 0.25 - 999.75) Bold(3) Light(-3) CLEVELAND Cd (4140) (#:point size 0.25 - 999.75) Bold(2) PcBRUSSEL Lt (4143) (#:point size 0.25 - 999.75) Light(-3) PcBRUSSEL Bd (4143) (#:point size 0.25 - 999.75) Bold(2) PcBRUSSEL LtIt(4143) (#:point size 0.25 - 999.75) PcBRUSSEL BdIt(4143) (#:point size 0.25 - 999.75) ABCDefgh123?!"#$%&'()<>/0123456 ABCDefgh123?!"#$%&'()<>/ ABCDefgh123?!"#$%&'()<>/ ABCDefgh123?!"#$%&'()<> ABCDefgh123?!"#$%&'()<>/ ABCDefgh123?!"#$%&'()<> Medium(0) ABCDefgh123?!"#$%&'()<>/01 Bold(3) ABCDefgh123?!"#$%&'()<>/0 UTAH Reg (4148) (#:point size 0.25 - 999.75) UTAH Bd (4148) (#:point size 0.25 - 999.75) Medium(0) ABCDefgh123?!"#$%&'()<>/01 Bold(3) ABCDefgh123?!"#$%&'()<>/0 UTAH It (4148) (#:point size 0.25 - 999.75) UTAH BdIt (4148) (#:point size 0.25 - 999.75) ID:Symbol Set ID AFDRUK VAN FONTS I Afb. 2-20 Testpatroon, lijst van instellingen en lijst van lettertypen 2–21 GEBRUIKERSHANDLEIDING Het testpatroon en de demonstratiepagina controleren Nadat het testpatroon of de demonstratiepagina is afgedrukt, controleert u de kwaliteit van de afdruk. Wanneer de printer wordt geleverd, is de printdichtheid afgesteld met behulp van de toetsen op het bedieningspaneel. Mocht u niet tevreden zijn met de afdruk (bijvoorbeeld te licht of te donker), dan kunt u de printdichtheid als volgt afstellen: 1. Zet de printer aan. 2. Druk op SEL om de printer off-line te zetten. 3. Druk op MODE. 4. Druk op ▲ of op ▼ om door de meldingen op het LCD-scherm te bladeren totdat “GEAVANCEERD” verschijnt. 5. Druk op SET. 6. Druk op ▲ of op ▼ om door de meldingen op het LCD-scherm te bladeren totdat “PRINTDICHTHEID” verschijnt. 7. Druk op SET. 8. Druk op ▲ of op ▼ totdat de gewenste waarde op het LCD-scherm staat. De instelling kan variëren van 1 (licht) tot 15 (donker). 9. Druk op SET. 10. Druk op SEL om de menu’s af te sluiten en de printer on-line te zetten. Raadpleeg “MODE-toets” in hoofdstuk 4 voor meer informatie hierover. 2–22 HOOFDSTUK 3 BEDRIJFSKLAAR MAKEN HOOFDSTUK 3 BEDRIJFSKLAAR MAKEN SOFTWARE-COMPATIBILITEIT U moet eerst de printer driver in uw software installeren, pas dan kan uw printer met uw software communiceren. Controleer welke printers door uw software worden ondersteund en installeer de gewenste printer driver. Printer drivers worden in elk softwarepakket op een andere manier geselecteerd. Raadpleeg de met uw software meegeleverde handleiding en volg de instructies die daarin worden gegeven voor de installatie van de printer driver. Let erop dat u de emulatie kiest die aansluit bij de geïnstalleerde printer driver. Deze printer emuleert onderstaande printers. Omdat hij standaard is ingesteld op automatische emulatieselectie, hoeft u de emulatie niet zelf in te stellen. Mocht dit toch nodig zijn, dan kunt u met de toetsen op het bedieningspaneel de juiste emulatie voor de geïnstalleerde printer driver selecteren. Zie ook “Bedieningspaneel” in hoofdstuk 4. Printer driver HL 2060 HL 1660/1660e HL 1260/1260e HP LaserJet 5 HP LaserJet 4/4+ HL-10h HP LaserJet 4+ HL 2060 HL 1660/1660e (BR Script 2) HL 1260/1260e PostScript® level 2 language printer HL-10h (BR-Script) HL-10PS/DPS HL-8PS Apple® LaserWriter® II NT/NTX PostScript® language printer * HP 7475A™ HP-GL™ * EPSON FX-850 EPSON FX-80™ * IBM Proprinter XL IBM Proprinter ® Emulatie HP LaserJet 5 HP LaserJet 5 HP LaserJet 5 HP LaserJet 5 HP LaserJet 5 HP LaserJet 5 HP LaserJet 5 BR-Script 2 BR-Script 2 BR-Script 2 BR-Script 2 BR-Script 2 BR-Script 2 BR-Script 2 BR-Script 2 BR-Script 2 HP-GL HP-GL EPSON FX-850 EPSON FX-850 IBM Proprinter XL IBM Proprinter XL 3-1 GEBRUIKERSHANDLEIDING Om het meeste uit uw printer te halen, kunt u het beste de printer driver voor deze printer installeren, of die voor HP LaserJet en de HP LaserJetemulatie selecteren: dit is de beste combinatie. Is een andere HP LaserJet printer driver geïnstalleerd, kies dan de HP LaserJet-emulatie. Als er een andere printer driver is geïnstalleerd, kiest u een van de volgende emulaties: HP-GL, BR-Script 2, EPSON, of IBM, afhankelijk van de geïnstalleerde printer driver. Het afdrukken van afbeeldingen in EPSbestandsformaat kan met de HP LaserJet-emulatie moeilijkheden opleveren. In dat geval kunt u beter BR-Script 2 selecteren. Een sterretje (*) in bovenstaand schema geeft de beste of aanbevolen combinatie van printer driver en emulatie aan. Wij adviseren u één van de bovenstaande combinaties te gebruiken. Wordt er een emulatie anders dan HP of BR-Script 2 gekozen, dan kan de afgedrukte pagina enigszins afwijken van hetgeen de geëmuleerde printer zou afdrukken. Voor beste resultaten raden wij gebruikers van Windows 95/98/NT 4.0 of Windows 3.1 aan om de driver te installeren die bij uw printer wordt geleverd. 3-2 HOOFDSTUK 3 BEDRIJFSKLAAR MAKEN AUTOMATISCHE EMULATIESELECTIE Deze printer beschikt over een functie voor automatische emulatieselectie. Wanneer de printer gegevens van de computer ontvangt, kiest hij automatisch de juiste emulatie. Deze functie is in de fabriek ingesteld op AAN. De printer kan uit de volgende combinaties kiezen: EPSON/IBM voorrang Autom. selectie EPSON (standaard) HP LaserJet BR-Script 2 HP-GL EPSON FX-850 IBM HP LaserJet BR-Script 2 HP-GL IBM Proprinter XL Om deze laserprinter optimaal te kunnen gebruiken, adviseren wij u de HP LaserJet-emulatie te gebruiken omdat dit een echte laserprinteremulatie is. Aangezien de HP LaserJet bij de automatische emulatieselectie voorrang krijgt, kunt u de printer veelal gewoon gebruiken met de standaardinstellingen. Als de automatische emulatieselectie aan staat, kunt u op het LCDscherm de ingestelde emulatie controleren. Wanneer de printer gereed is om af te drukken, bezig is met afdrukken, of aan het opwarmen is, verschijnen de volgende meldingen op het LCD-scherm: Emulatie Printerstatusmelding HP LaserJet LJ BS GL FX PR BR-Script 2 HP-GL EPSON FX-850 IBM Proprinter XL KLAAR VRIJ KLAAR KLAAR KLAAR 001P 001P 001P 001P 001P B1 B1 B1 B1 B1 Gebruik de EMULATION-toets om de emulatie handmatig te selecteren. Voor meer informatie, zie “EMULATION-toets” in hoofdstuk 4. 3-3 GEBRUIKERSHANDLEIDING ✒ Opmerkingen Let bij gebruik van de automatische emulatieselectie op het volgende:  Als de emulatie automatisch is veranderd, wordt deze gedurende korte tijd niet nogmaals veranderd. Deze korte tijdspanne wordt TIME OUT genoemd en kan worden ingesteld met de EMULATION-toets. De standaardinstelling is 5 seconden.  U selecteert zelf welke emulatie voorrang heeft: EPSON of IBM. De printer maakt hiertussen geen onderscheid. Omdat de fabrieksinstelling standaard is ingesteld op de EPSON-emulatie, moet u indien nodig de IBM-emulatie met de EMULATION-toets selecteren.  Probeer de werking van de automatische emulatieselectie eerst uit met uw netwerk-server of software. Als de automatische emulatieselectie niet goed werkt, stelt u de emulatie in met de toetsen op het paneel van de printer, of gebruikt u de opdrachten voor emulatieselectie in de door u gebruikte software. 3-4 HOOFDSTUK 3 BEDRIJFSKLAAR MAKEN AUTOMATISCHE INTERFACESELECTIE Deze printer selecteert de te gebruiken interface automatisch. Wanneer de printer gegevens ontvangt van de computer, wordt automatisch de bidirectionele parallelle interface, de universele seriële bus (USB) interface, de RS-232C seriële interface of de MIO-interface geselecteerd. Bij gebruik van de parallelle interface kan de snelle bi-directionele communicatie worden aan- of uitgezet met behulp van de MODE-toets. Raadpleeg “MODE-toets” in hoofdstuk 4 voor meer informatie hierover. De automatische interfaceselectie staat standaard AAN, dus u hoeft alleen maar de printerkabel aan te sluiten. Bij gebruik van de seriële interface moet u de communicatieparameters op de printer en de computer aan elkaar aanpassen. De automatische interfaceselectie is in fabriek is ingesteld, en als uw computer onderstaande instellingen heeft, hoeft u alleen maar de interfacekabel aan te sluiten. Communicatieparameters BaudRate (transmissiesnelheid) Aantal bits Pariteit (foutenopsporing) Stop bits (gegevensbegrenzer) Xon/Xoff (aansluitingsprotocol) DTR (ER) Robuust Xon Fabrieksinstelling 9600 8 bits GEEN 1 stop bit AAN AAN UIT Wanneer een optionele interfacekaart in de MIO-sleuf is geïnstalleerd, kan deze interface automatisch worden geselecteerd. Indien nodig, kunt u de interface of de seriële communicatieparameters instellen met de MODE-toets (INTERFACE-stand) op de printer. Raadpleeg “MODE-toets” in hoofdstuk 4 voor meer informatie hierover. Raadpleeg de met uw computer of software meegeleverde handleiding voor nadere informatie over de instellingen op de computer. 3-5 GEBRUIKERSHANDLEIDING ✒ Opmerkingen Houd bij gebruik van de automatische interfaceselectie rekening met onderstaande punten:  Als de interface automatisch is veranderd, wordt deze gedurende korte tijd niet nogmaals veranderd. Deze korte tijdspanne wordt TIME OUT genoemd en kan worden ingesteld met de MODE-toets. De standaardinstelling is 5 seconden.  De communicatieparameters [BaudRate, aantal bits, pariteit, stop bit, Xon/Xoff, DTR(ER) en Robuust Xon] moeten worden ingesteld op de seriële interface. Deze parameters zijn in de fabriek ingesteld zoals in bovenstaande tabel wordt aangegeven. Wilt u deze instellingen wijzigen, dan kunt u dit doen met behulp van de MODE-toets.  Omdat de automatische interfaceselectie enige seconden nodig heeft om te worden uitgevoerd, raden wij u aan om de interface handmatig in te stellen wanneer u snel een afdruk wenst. U stelt de interface handmatig in met de MODE-toets. Als u voortdurend slechts één interface gebruikt, is het raadzaam om de betreffende interface in de INTERFACE-stand te selecteren. Wanneer slechts één interface is geselecteerd, wijst de printer de volledige invoerbuffer aan die interface toe. 3-6 HOOFDSTUK 3 BEDRIJFSKLAAR MAKEN HET BEDIENINGSPANEEL De taal op het LCD-scherm selecteren Op het LCD-scherm wordt meestal de huidige printerstatus weergegeven. Als u op de toetsen op het bedieningspaneel drukt, verschijnen de verschillende functies en instellingen op het LCD-scherm. Wanneer er iets niet in orde is, wordt een foutmelding weergegeven. Deze meldingen kunnen in diverse talen worden weergegeven. De standaardtaal is Engels. • Engels • Frans • Duits • Spaans • Nederlands • Italiaans • Noors • Fins • Deens • Portugees Om de meldingen op het LCD-scherm in een andere taal te laten weergeven, handelt u als volgt: 1. Zet de printer uit. 2. Houd de FORM FEED-toets ingedrukt en zet de printer aan. De melding “ZELFTEST” verschijnt, gevolgd door de melding “LANG = ENGLISH *”. 3. Druk op ▲ of de ▼ tot de gewenste taal op het LCD-scherm verschijnt. 4. Druk op SET om de keuze van de gewenste taal te activeren. Op het einde van het LCD-scherm komt even een sterretje (*) te staan, waarna de printer automatisch on-line gaat. Op het LCD-scherm verschijnen de meldingen nu in de gekozen taal. De onderhoudsmelding uitschakelen Teneinde een optimale en betrouwbare afdrukkwaliteit te kunnen handhaven, waarschuwt printer u regelmatig dat bepaalde onderdelen moeten worden vervangen. Om deze meldingen uit te schakelen, gaat u als volgt te werk: 1. Houd de “FORM FEED”-toets ingedrukt en zet de printer aan. 2. Druk op ▼ totdat de melding “ONDERHOUD” verschijnt en druk op SET. 3. Druk op ▼ totdat de melding “ONDERHOUD = UIT” verschijnt en druk op SET. 3-7 GEBRUIKERSHANDLEIDING De toetsen op het bedieningspaneel Deze printer heeft een veelzijdig bedieningspaneel. De bedieningstoetsen hebben twee standen: Wanneer u de toetsen indrukt, activeert u de normale stand. U krijgt toegang tot de normale printerfuncties, die aan de bovenzijde van de toetsen staan vermeld. Als u de toetsen indrukt en de SHIFT-toets ingedrukt houdt, werken deze in SHIFT-stand, zoals onder de toetsen staat aangegeven. In de normale stand en de SHIFT-stand kunt u alle basishandelingen van deze printer uitvoeren. Ook kunt u in deze standen verschillende instellingen aanpassen. Voor meer informatie, zie “Toetsen in de normale stand” en “Toetsen in de Shift-stand” in hoofdstuk 4. LCD-scherm - Met de meldingen READY – Brandt wanneer de printer kan afdrukken SEL – Om on-line of offline te selecteren FONT – Om fonts en tekensets te selecteren MODE – Om de functies in de diverse standen in te stellen EMULATION – Om de printeremulatie te selecteren CONTINUE – Een fout negeren en doorgaan met afdrukken TEST – Om het testpatroon of de fonts af te drukken ON LINE –Brandt wanneer de printer on-line staat DATA – Knippert wanneer er gegevens worden ontvangen en brandt als er gegevens in het geheugen zijn achtergebleven FORM FEED – Om in het geheugen achtergebleven gegevens of de laatste pagina opnieuw af te drukken FEEDER – Om de papierinvoer en soort en dubbelzijdig afdrukken te selecteren (UP) – (DOWN) –Om vooruit door de standen en instellingen te rollen SHIFT – Om de onderste werking van de toetsen te activeren RESET – Om de printer of de fabrieksinstellingen terug te stellen SET – Om de geselecteerde stand en functie in te stellen COPY – Om het aantal af te drukken exemplaren in te stellen (DOWN) – Om achteruit door de standen en instellingen te rollen ECONOMY – Om de toner- en stroomspaarstand te selecteren Afb. 3-1 Werking van de toetsen in de normale en de SHIFT-stand ✒ Opmerking Wanneer de printer in de BR-Script 2-stand staat, kunnen sommige toetsen niet worden gebruikt. 3-8 HOOFDSTUK 3 BEDRIJFSKLAAR MAKEN Printerinstellingen U kunt deze printer gebruiken zonder dat u de instellingen met de toetsen op het bedieningspaneel wijzigt. Deze zijn standaard ingesteld op fabrieksinstellingen. Indien nodig, kunt u deze instellingen veranderen en als gebruikersinstellingen in het geheugen van de printer opslaan. Op deze printer zijn twee soorten instellingen mogelijk: 1. Gebruikersinstellingen 2. Fabrieksinstellingen Houd er rekening mee dat de fabrieksinstellingen worden opgeheven wanneer u gebruikersinstellingen in het geheugen opslaat. De gebruikersinstellingen blijven van kracht tot u ze wijzigt of terugstelt op de fabrieksinstellingen. Gebruikersinstellingen Met behulp van de toetsen op het bedieningspaneel kunt u de fabrieksinstellingen van deze printer aan uw wensen aanpassen. Omdat de printer een geheugen heeft, kunt u de nieuwe instellingen als gebruikersinstellingen in het geheugen van de printer opslaan. Telkens wanneer u de printer aanzet, wordt dan gebruik gemaakt van deze gebruikersinstellingen. In aanvulling hierop kunt u met de MODE-toets twee verdere sets gebruikersinstellingen opslaan en met de RESET-toets op die instellingen terugstellen. Wanneer een van de in het geheugen opgeslagen sets gebruikersinstellingen opnieuw wordt ingesteld, vervangt deze de huidige instellingen. Fabrieksinstellingen De stanaardinstellingen op deze printer zijn in de fabriek gemaakt. U kunt de printer met deze fabrieksinstellingen gebruiken, of ze aanpassen en gebruikersinstellingen in het geheugen van de printer opslaan. ✒ Opmerking Het wijzigen van in het geheugen opgeslagen gebruikersinstellingen heeft geen invloed op de standaard aanwezige fabrieksinstellingen. De fabrieksinstellingen zelf kunt u niet veranderen. U gebruikt de RESET-toets wanneer u de in het geheugen opgeslagen gebruikersinstellingen wilt verwijderen en de fabrieksinstellingen weer wilt gebruiken. Raadpleeg “RESET-toets” in hoofdstuk 4 voor meer informatie hierover. 3-9 GEBRUIKERSHANDLEIDING OMGAAN MET PAPIER Afdrukmedia Papierafmetingen 1. De bovenste papierbak In de bovenste papierbak kunt u Letter- en Legal-papier of A4-papier gebruiken. In deze bak kunt u maximaal 500 vellen papier plaatsen (80 g/m2). •110/120V model: ingesteld op Letter of Legal. •220/240V model: ingesteld op A4. 2. De universele bak Wanneer u met verschillende soorten papier werkt, kunt u het beste de universele bak gebruiken. Deze bak kan maximaal 150 vellen papier 2 (80 g/m ) bevatten, of maximaal 10 enveloppen. De volgende soorten papier met onderstaande afmetingen kunnen uit de universele bak worden ingevoerd: • Normaal papier 95 mm x 216 mm tot 148 mm x 356 mm [Gewicht = 60 tot 199 g/m2] • Overhead projector (OHP) films • Gekleurd papier • Etiketten • Enveloppen: COM10, Monarch, C5, DL, of ISO B5 3. De tweede papierbak (optioneel) Met de tweede papierbak breidt u de papierinvoermogelijkheden uit. In deze bak kunt u maximaal 500 vellen papier plaatsen (80 g/m2). U kunt Letter-, Legal- en A4-papier gebruiken. 4. De duplex-unit Met de duplex-unit kunt u de volgende papiersoorten gebruiken: Letter, Legal, A4, Executive en ISO B5 (behalve in bak 2). ✒ Opmerking Als u vanuit de universele bak wilt afdrukken op papier dat zwaarder is dan 135 g/m2, moet dat papier vel voor vel in de universele bak worden gelegd en moet de papieruitvoer zijn ingesteld op uitvoer met de bedrukte zijde naar boven (face-up). 3-10 HOOFDSTUK 3 BEDRIJFSKLAAR MAKEN Papierbak Beschikbare afmetingen Universele papierbak (MF) Losse vellen: Letter, Legal en A4 Enveloppen: COM 10, Monarch, C5, DL en ISO B5 Andere afm.: breed 95-216mm lang 148-356mm De bovenste papierbak (B1) Losse vellen: Letter en Legal (Letter/Legalcassette), A4 (A4-cassette) Beschikbare soort en capaciteit Normaal papier: 150 (80 g/m2) Enveloppen: 10 OHP-film: 100 Etiketten: 100 Andere soorten: Gewicht = 60 tot 199 g/m2 Normaal papier: 500 (80 g/m2) Gewicht = 60 tot 90 g/m2 De optionele onderste papierbak (B2) Losse vellen: Letter en Legal (Letter/Legalcassette), A4 (A4-cassette) Normaal papier: 500 (80 g/m2 ) Gewicht = 60 tot 90 g/m2 Alle papierbakken voor dubbelzijdig afdrukken (DX) Losse vellen: Letter, Legal, A4, ISO B5 (behalve bak 2) en Executive * Wanneer de duplex-unit is geplaatst, is de capaciteit van bak 1 lager dan hierboven vermeld staat. 3-11 GEBRUIKERSHANDLEIDING Enveloppen gebruiken Gebruik geen enveloppen met: • Een glad of glanzend oppervlak • Een beschermstrook op de lijmlaag • Flappen die bij aankoop niet omgevouwen waren • Flappen die eruit zien als onderstaand • Drie of meer lagen papier in het gemarkeerde gedeelte • De zijkanten gevouwen als onderstaand Afb. 3-2 Informatie over enveloppen 3-12 HOOFDSTUK 3 BEDRIJFSKLAAR MAKEN Controleer het volgende voordat u enveloppen in de papierbak plaatst: • Heeft de envelop een flap in de lengte? • Zijn de flappen netjes en niet gekreukt gevouwen? (Niet goed gevouwen enveloppen kunnen een papierdoorvoerstoring veroorzaken.) • Heeft het hieronder aangegeven gedeelte twee lagen papier? Invoerrichting Afb. 3-3 Enveloppen ✒ Opmerking Als enveloppen tijdens het afdrukken vlekken, stelt u de printdichtheid in de geavanceerde stand met behulp van de MODE-toets op een hogere waarde in (voor donkerdere afdrukken). Raadpleeg “De testpagina controleren” in hoofdstuk 2 voor het bijstellen van de printdichtheid. • Zijn de geplakte delen ook inderdaad goed vastgeplakt? • Zijn alle zijden netjes gevouwen en niet gekreukt? 3-13 GEBRUIKERSHANDLEIDING Papierinvoer vanuit een van de bakken De printer kan papier invoeren vanuit de universele bak, de bovenste bak of de optionele tweede bak. De universele bak selecteert u met de FEEDER-toets. Aangezien de automatische papierdoorvoer standaard in de fabriek is ingesteld, voert de printer papier gewoonlijk in vanuit de bovenste papierbak. Wanneer de optionele tweede papierbak is geplaatst en het papier in de bovenste bak op is, schakelt de printer automatisch over naar de onderste papierbak. Wanneer het papier in de onderste bak op is of wanneer deze bak niet is geplaatst, schakelt de printer automatisch over op de universele bak (bak 1>bak 2> MF) en voert papier vanuit deze bak in, op voorwaarde dat papier van dezelfde afmetingen wordt gebruikt. Indien nodig, selecteert u de invoer met de FEEDER-toets. Raadpleeg “FEEDER-toets” in hoofdstuk 4 voor meer informatie hierover. Zie “De tweede papierbak” in Hoofdstuk 5 voor meer informatie over deze bak. ✒ Opmerkingen Let op de volgende punten wanneer u papier in de universele bak of in de papierbak plaatst:  Wanneer u de universele bak gebruikt, moet de papierafmeting voor deze bak handmatig worden ingesteld met de FEEDER-toets.  Als de door u gebruikte software een afdrukmenu heeft waarin papierafmetingen kunnen worden ingesteld, gebruikt u uw software om de gewenste papierafmeting in te stellen. Als dit met uw software niet mogelijk is, kunt u de papierafmeting instellen met de MODEtoets.  De papierafmeting is bij modellen die op 110/120 volt werken in de fabriek standaard ingesteld op Letter, en bij modellen die op 220/240 volt werken op A4. Wilt u papier met afwijkende afmetingen of enveloppen gebruiken, dan kunt u de papierafmetingen wijzigen met behulp van de MODE-toets onder PAGINALAYOUT in de LAYOUT-stand. Zie “MODE-toets” in hoofdstuk 4 voor meer informatie over het selecteren van papierafmetingen.  Gebruikt u voorbedrukt papier in de bak, plaats dit dan met de bedrukte zijde naar onderen en met de bovenkant van het papier naar de voorkant van de bak gericht. Gebruikt u voorbedrukt papier in de universele bak, dan moet het papier worden geplaatst met de bedrukte zijde naar boven en met de bovenkant van het papier naar de printer toe gericht. Door de MODE-toets in te drukken kunt u in de stand PAGINALAYOUT de gewenste papierafmetingen in de papierbak instellen. De printer constateert automatisch welk papier u in de papierbak heeft geplaatst. Plaatst u papier met andere afmetingen dan die welke u met de MODEtoets of vanuit uw software heeft geselecteerd, dan verschijnt onderstaande melding op het LCD-scherm. U wordt gevraagd papier van de juiste afmetingen te plaatsen: PLAATS PAPIER ↔ **** PAPIER ( **** geeft aan welke papierafmetingen u in de stand PAGINALAYOUT met de MODE-toets of in uw software heeft geselecteerd.) 3-14 HOOFDSTUK 3 BEDRIJFSKLAAR MAKEN Universele bak (MF) Bovenste papierbak (Bak 1) Onderste papierbak (Bak 2) Afb. 3-4 Invoer vanuit de papierbakken Handinvoer Als u met de FEEDER-toets HANDINVOER=AAN heeft geselecteerd en papier in de universele bak plaatst, laadt de printer alleen papier uit de universele bak, ongeacht de voorgaande invoerselectie. Selecteert u in voor de universele bak de optie PAPIER IN=DOOR, dan laadt de printer papier automatisch uit de universele bak. Selecteert u de instelling PAPIER IN=STOP, dan wacht de printer met afdrukken tot u op de SELtoets drukt. U kunt de papierinvoerstand en de papierafmetingen instellen met de FEEDER-toets. Zie “FEEDER-toets” in hoofdstuk 4 voor meer informatie hierover. ✒ Opmerkingen Houd rekening met onderstaande punten wanneer u de handmatige papierinvoer gebruikt:  Als de door u gebruikte software een afdrukmenu heeft waarin u handmatige papierinvoer kunt selecteren, gebruikt u uw software om handinvoer in te stellen. Aangezien de via uw software of een opdracht geselecteerde instelling de instelling van de toetsen opheft, is het dan niet nodig de FEEDER-toets te gebruiken om handinvoer te selecteren en de afmetingen van het papier aan te passen.  Gebruikt u voorbedrukt papier, zorg er dan voor dat de bedrukte zijde naar boven is gericht. Plaats het papier met de bovenkant naar de printer toe in de universele bak. 3-15 GEBRUIKERSHANDLEIDING Face-down papieruitvoer De printer voert papier gewoonlijk naar de bovenkant van de printer uit, met de bedrukte zijde naar beneden (face-down). Afb. 3-5 Face-down papieruitvoer Face-up papieruitvoer U kunt de papieruitvoer-route veranderen, waardoor papier in plaats van naar de bovenkant van de printer naar de achterkant van de printer wordt uitgevoerd. Druk de knop die zich in de papieruitvoerklep aan de achterkant bevindt, links van de selectiegeleider voor de papierroute, naar beneden. Selectiegeleider papierroute Knop Papieruitvoerklep achter Afb. 3-6 Face-up papieruitvoer De printer voert het papier uit via de papieruitvoerklep aan de achterkant, met de bedrukte zijde naar boven. ✒ Opmerking Is de face-up papieruitvoer voltooid, vergeet u dan niet om de knop weer in te stellen op face-down papieruitvoer. 3-16 HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL LCD-SCHERM EN LAMPJES Deze printer is uitgerust met een Liquid Crystal Display (LCD-scherm) en vijf lampjes. Op dit LCD-scherm kunnen diverse meldingen worden weergegeven met een maximum van 16 tekens. Door het oplichten van de lampjes wordt de status van de printer aangegeven. Alarm Lamp Ready Lamp Afb. 4-1 LCD-scherm en lampjes 4-1 GEBRUIKERSHANDLEIDING LCD-scherm Op het LCD-scherm wordt gewoonlijk de huidige printerstatus weergegeven. Door het bedieningspaneel te gebruiken, kunt u de diverse instellingen aanpassen. Zet u de printer off-line, dan verandert de melding op het LCD-scherm en wordt de door u geselecteerde emulatie aangegeven. Het LCD-scherm geeft ook aan dat u de printer in de huidige emulatie op verschillende manieren kunt instellen. Wanneer iets niet in orde is, verschijnt op het LCD-scherm een waarschuwingsmelding, een foutmelding of een storingsmelding. Raadpleeg “Problemen oplossen” in hoofdstuk 7 voor meer informatie over deze meldingen. Printerstatusmeldingen In onderstaand schema staan de meldingen die betrekking hebben op de printerstatus. Deze meldingen worden tijdens normaal gebruik op het LCD-scherm weergegeven: Printerstatusmelding Betekenis 00 KLAAR 001P B1 00 VRIJ 001P B1 De printer is klaar om af te drukken. AUTO LaserJet 5 De printer staat off-line, in de HP LaserJet-stand onder automatische emulatieselectie. HP LaserJet 5 De printer staat off-line, in de HP LaserJet-stand onder de HP LaserJetemulatie. 00 BEZIG De printer is inactief. (alleen in de BRScript 2-stand) 001P B1 De printer is bezig (alleen BR-Script stand) 00 SLAAP 001P B1 De printer staat in de slaapstand (stroomspaarstand). 01 PRINT 001P B1 01 PR300 001P B1 De printer is aan het afdrukken. 01 SX 001P B1 Hoewel meer dan 600 dpi is geselecteerd, verlaagt de printer de resolutie vanwege gebrek aan voldoende geheugen en drukt af in 300 dpi. Hoewel de duplex-stand is geselecteerd, drukt de printer vanwege gebrek aan voldoende geheugen af in simplex-stand. 02 WACHT 001P B1 De printer is aan het opwarmen. 4-2 HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL Printerstatusmelding Betekenis 04 ZELFTEST De zelftest wordt uitgevoerd. 05 TESTAFDRUK Er wordt een test afdruk gemaakt. 06 DEMO.PAGINA De demonstratiebladzijde wordt afgedrukt. 06 PRINT CONFIG De printer drukt de huidige instellingen af. 06 PRINT FONTS I Een lijst van interne fonts wordt afgedrukt. 06 PRINT FONTS C Een lijst van de fonts in de fontkaart wordt afgedrukt. 06 PRINT FONTS P Een lijst van permanente download fonts wordt afgedrukt. 06 PRINT KAART De printer drukt de inhoud van een flash geheugenkaart of een HDD-kaart af. 07 FF PAUZE Pauze in de papiertoevoerfunctie. Als u op de FORM FEED-toets drukt, wordt het afdrukken hervat. 08 RESET NAAR GEBR.INSTELLING De printer wordt teruggesteld naar de 09 RESET NAAR FABR.INSTELLING De printer wordt teruggesteld naar de INITIALISEREN De printer initialiseert de MIO-kaart of initialiseert voor de BR-Script 2-emulatie. gebruikersinstellingen. (Deze melding verschijnt slechts even op het LCDscherm.) fabrieksinstellingen. (Deze melding verschijnt slechts even op het LCDscherm.) 4-3 GEBRUIKERSHANDLEIDING 01 PRINT 002 L ■ B1 Papierbak “MF”...Universele bak “HM”... Handinvoer “B1”... Bak 1 “B2”... Bak 2 Duplex “■”... Duplex “ ”... Simplex Afdrukstand “P”... Staand “L”... Liggend Aant. kopieën Status Emulatie “##”... Vaste emulaties worden met twee cijfers aangegeven “LJ”... AUTO HP LaserJet-emulatie “BS”... AUTO BR-Script 2 “GL”... AUTO HP-GL-emulatie “FX”... AUTO EPSON FX-850-emulatie “PR”... AUTO IBM Proprinter XL-emulatie Afb. 4-2 LCD-scherm 4-4 HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL Lampjes De huidige printerstatus wordt aangegeven met oplichtende of knipperende lampjes. READY Indicatie Aan Knippert DATA Indicatie Aan Betekenis Klaar om af te drukken Aan het opwarmen Knippert Betekenis Er zitten nog gegevens in de printer buffer. Als u op FORM FEED drukt, worden deze gegevens afgedrukt. Er worden gegevens ontvangen of verwerkt. ON LINE Indicatie Aan Uit Betekenis De printer is on-line en klaar om af te drukken. De printer is off-line en stopt met afdrukken. ALARM LED-indikatie Aan Betekenis Er is iets niet in orde in de printer. 4-5 GEBRUIKERSHANDLEIDING TOETSEN IN DE NORMALE STAND In de normale stand kunt u de printer normaal bedienen en instellen. De functies die u in de normale stand kunt uitvoeren, staan aan de bovenzijde van de toetsen vermeld . Afb. 4-3 Toetsen in de normale stand ✒ Opmerking Onderstaand zijn de fabrieksinstellingen vet gedrukt afgedrukt. 4-6 HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL SEL-toets Met de SEL-toets kunt u de printerstatus omschakelen van on-line naar off-line en omgekeerd. Als de printer on-line staat, brandt het ON LINElampje en kan de printer gegevens van de computer ontvangen. Het ON LINE-lampje is uit wanneer de printer off-line staat. Om de printer in staat te stellen gegevens van de computer te ontvangen, moet hij on-line staan. Om de toetsen op het bedieningspaneel te gebruiken, moet hij off-line staan. Drukt u op de SEL-toets wanneer de printer on line staat, dan gaat hij off line en geeft het LCD-scherm de huidige emulatie aan. AUTO LaserJet 5 In de automatische emulatiestand kunt u ▲ (OMHOOG) of ▼ (OMLAAG) gebruiken om andere emulaties te selecteren. ✒ Opmerkingen Houd bij de bediening van de SEL-toets rekening met het volgende:  Alle andere toetsen op het bedieningspaneel (behalve de SEL-toets) kunnen uitsluitend worden bediend wanneer de printer off-line staat.  Als de printer niet in automatische emulatiestand staat, ziet u op het LCD-scherm de huidige emulatie wanneer u op de SEL-toets drukt om de printer off-line te zetten. U kunt dan echter geen andere emulaties selecteren. Wilt u de printer in andere emulaties instellen, druk dan op de EMULATION-toets en selecteer de gewenste emulatie.  De SEL-toets kan ook gebruikt worden als een soort “nooduitgang”. Wanneer u de draad kwijt bent in de diverse menu’s of wanneer u snel het getoonde menu wilt afsluiten, kunt u de SEL-toets indrukken om de printer vanuit elk willekeurig menu weer on-line te zetten. De printer kan dan weer afdrukken. Heeft u een instelling veranderd en uw keuze definitief gemaakt door op de SET-toets te drukken, dan kunt u de SEL-toets gebruiken om het menu snel af te sluiten. De nieuwe instellingen blijven echter in het geheugen opgeslagen en worden niet gewist wanneer u de SEL-toets indrukt. 4-7 GEBRUIKERSHANDLEIDING SET-toets Met de SET-toets kunt u opties in het LCD-scherm selecteren en vastleggen. U kunt deze toets ook gebruiken om de printer de getoonde functies te laten uitvoeren. Wanneer u de SET-toets indrukt, wordt de gekozen instelling als gebruikersinstelling in het geheugen van de printer opgeslagen. Telkens wanneer u vervolgens de printer aanzet, zijn deze gebruikersinstellingen van kracht. De gebruikersinstellingen blijven van kracht totdat u nieuwe instellingen opslaat of terugkeert naar de fabrieksinstellingen. Zie “RESET-toets” elders in dit hoofdstuk voor meer informatie over het terugkeren naar de fabrieksinstellingen. ✒ Opmerking Wanneer u de SET-toets indrukt om een nieuwe instelling vast te leggen, verschijnt er aan het einde van het LCD-scherm eventjes sterretje (*). Wanneer u door de diverse opties bladert, geeft dit sterretje (*) de huidige instelling aan. ▲ (OP) of ▼ (NEER) Door op ▲ (OP) of ▼ (NEER) te drukken, bladert u respectievelijk vooruit en achteruit door de instellingen in de diverse menu’s. Druk zo vaak als nodig is op deze toetsen tot de gewenste optie op het LCDscherm verschijnt. 4-8 HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL MODE-toets Met de MODE-toets kunt u overschakelen naar standen waar u instellingen kunt wijzigen. Welke menu’s en instellingen er op het LCDscherm staan, is afhankelijk van de geselecteerde emulatie en opties. Raadpleeg de aangegeven pagina’s voor nadere informatie. HP LaserJet, EPSON FX-850 en IBM Proprinter XL-stand BR-Script-stand HP-GL-stand INTERFACE INTERFACE INTERFACE Interface instellen. (4-19) Interface instellen (4-19). Interface instellen (4-19). LAYOUT LAYOUT LAYOUT Afdrukstand, papierafmetingen, marges en dergelijke instellen (4-22). Horizontale & verticale positie instellen (422). Afdrukstand, papierafmetingen, marges en dergelijke instellen (4-22). RESOLUTIE RESOLUTIE RESOLUTIE Resolutie & HRC instellen (4-31). Resolutie & HRC instellen (4-31). Resolutie & HRC instellen (4-31). PAG.BESCHERMING De gegevens op een pagina beschermen (436). PAG.BESCHERMING Niet beschikbaar. De gegevens op een pagina beschermen (436). GEHEUGENKAART GEHEUGENKAART GEHEUGENKAART Een Flash-geheugenkaart of een HDDkaart in HP-stand instellen (4-37). Een Flash-geheugenkaart of een HDDkaart instellen (4-37). Een Flash-geheugenkaart of een HDDkaart instellen (4-37). GEAVANCEERD GEAVANCEERD GEAVANCEERD Netwerk-stand, printdichtheid en dergelijke instellen (4-46). Netwerk-stand, printdichtheid en dergelijke instellen (4-46). Netwerk-stand, printdichtheid en dergelijke instellen (4-46). PAGINATELLER PAGINATELLER PAGINATELLER Aantal afgedrukte pagina’s aangeven (452). Aantal afgedrukte pagina’s aangeven (452). Aantal afgedrukte pagina’s aangeven (452). eindigen eindigen eindigen Afsluiten en overschakelen naar off-line stand (4-52). Afsluiten en overschakelen naar off-line stand (4-52). Afsluiten en overschakelen naar off-line stand (4-52). 4-9 GEBRUIKERSHANDLEIDING Instellingen van de MODE-toets in de stand voor HP LaserJet, EPSON FX-850 en IBM Proprinter XL De volgende tabel toont alle instellingen die met de MODE-toets gemaakt kunnen worden in de stand voor HP LaserJet, EPSON FX-850 en IBM Proprinter XL. ✒ Opmerking De menu’s en de instellingen zijn afhankelijk van de huidige emulatie, de printerstatus, en van enige toebehoren die op de printer zijn geïnstalleerd. Stand Instelmenu Opties Instellingen INTERFACE I/F=PARALLEL HOGE SNELH=AAN AAN of UIT BI-DIR=AAN AAN of UIT Baudrate=9600 150, 300, 600, 1200, 2400, 4800, 9600, 19200, 38400, 57600 of 115200 baud Aantal bits=8 bits 7 of 8 bits Pariteit=GEEN GEEN, EVEN of ONEVEN (Zie 4-19.) I/F=RS-232C Stop Bit=1 bits 1 of 2 stop bits Xon/Xoff=AAN AAN of UIT DTR (ER)=AAN AAN of UIT Robuust Xon=UIT AAN of UIT eindigen Afsluiten en overschakelen naar INTERFACE-stand I/F=USB I/F=OPTIE I/O Uitsluitend beschikbaar wanneer een los verkrijgbare MIOkaart is geïnstalleerd. MIO-instelling De beschikbare instellingen op de MIO-kaart staan mogelijk in het menu met de opties eindigen I/F=AUTO TIME-OUT=5s 1 tot 99 seconden PAR. INSTELLING Bi-directionele instellingen voor AUTO HOGE SNELH=AAN AAN of UIT BI-DIR=AAN AAN of UIT eindigen Afsluiten en overschakelen naar PAR. INSTELLING RS232-instelling Parameters voor AUTO stand Baudrate=9600 150, 300, 600, 1200, 2400, 4800, 9600, 19200, 38400, 57600 of 115200 baud Aantal bits=8 bits 7 of 8 bits Pariteit=GEEN GEEN, EVEN of ONEVEN Stop Bit=1 bits 1 of 2 stop bits Xon/Xoff=AAN AAN of UIT DTR (ER)=AAN AAN of UIT Robuust Xon=UIT AAN of UIT eindigen 4-10 Afsluiten en overschakelen naar INTERFACE stand Afsluiten en overschakelen naar RS232-INSTELLING HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL Stand (vervolg) Instelmenu Opties Instellingen INTERFACE (vervolg) I/F AUTO (vervolg) MIO-instelling Uitsluitend beschikbaar wanneer een los verkrijgbare MIO-kaart is geïnstalleerd. De beschikbare instellingen op de MIO-kaart staan mogelijk in het menu met de opties. LAYOUT AFDRUKSTAND AFDRUK=STAAND Staand of Liggend AUTOMATISCH AUTO LF=UIT AAN … LF + CR UIT … alleen CR AUTO CR=UIT AAN … LF, FF of VT + CR UIT… LF, FF of alleen VT AUTO WRAP=UIT AAN … Auto wrap aan UIT … Auto wrap uit AUTO SKIP=AAN (HP-stand) AAN … Auto FF aan ondermarge UIT … Geen FF aan ondermarge AUTO MASK=UIT (EPSON- & IBM-stand) AAN … Auto mask aan UIT … Auto mask uit eindigen Afsluiten en overschakelen naar AUTOMATISCH PAPIER=LETTER (Voor 110/120V model) PAPIER=A4 (Voor 220/240V model) LETTER, LEGAL, A4, A5, A6, B5, B6, EXECUTIVE, COM10, Monarch, C5 en DL (zie 4-22) PAGINALAYOUT KANTL L=0C 0 tot 126 kolommen KANTL R=80C (Letter, Staand) 10 tot 136 kolommen KANTL R=78C (A4, Staand) 10 tot 136 kolommen BOVENM.=0,5” (HP-stand) 0, 8,4, 12,7, 25,4, 38,1 of 50,8 mm ONDERM.=0,5” (HP-stand) 0, 8,4, 12,7, 25,4, 38,1 of 50,8 mm REGELS=60R (HP, Letter, Staand) 5 tot 128 regels/pagina REGELS=64R (HP, A4, Staand) 5 tot 128 regels/pagina X OFFSET=0 -500 (links) tot +500 (rechts) punten Y OFFSET=0 -500 (neer) tot +500 (op) punten eindigen Afsluiten en overschakelen naar PAGINALAYOUT-stand eindigen RESOLUTIE (zie 4-31) PAG.BESCHERMING (zie 4-36) Afsluiten en overschakelen naar LAYOUT-stand RESOLUTIE RESOLUTIE 300 of 600 dpi HRC-INSTELLING HRC=NORMAAL UIT, LICHT, NORMAAL of DONKER eindigen Afsluiten en overschakelen naar RESOLUTIE-stand BESCHERM=AUTO AUTO, UIT, LETTER, A4 of LEGAL GEHEUGENKAART Wanneer de los verkrijgbare Flash-geheugenkaart of de HDD-kaart niet is geformatteerd: De Flash geheugenkaart of de (zie 4-37) (uitsluitend HP- FORMATTEER KAART HDD-kaart formatteren stand) KAART1 KAART2 eindigen eindigen Afsluiten en overschakelen naar GEHEUGENKAART 1(2) 4-11 GEBRUIKERSHANDLEIDING Stand (vervolg) Instelmenu GEHEUGENKAART (uitsluitend HP stand) Wanneer de los verkrijgbare Flash-geheugenkaart of de HDD-kaart is geformatteerd: DATA UITVOEREN De gegevens op de kaart uitvoeren Opties DATA-ID=##### De geselecteerde gegevens uitvoeren eindigen Afsluiten en overschakelen naar DATA UITVOEREN INHOUD KAART OPSLAAN De inhoudsopgave van de kaart afdrukken. DATA OPSLAAN Stoppen met het opslaan van gegevens DATA-ID=##### De identificatie voor de opgeslagen gegevens instellen MACRO-ID=##### EERSTE FONT FONT-ID=##### TWEEDE FONT FONT-ID=##### DOWNLOAD FONT FONT-ID=##### NETWERK (zie 4-46) Een macro opslaan De identificatie voor de opgeslagen macro instellen. Eerste lettertype opslaan Identificatie voor opgeslagen eerste lettertype instellen Tweede lettertype opslaan Identificatie voor opgeslagen tweede lettertype instellen Download lettertype opslaan Identificatie voor opgeslagen download lettertype instellen eindigen Afsluiten en overschakelen naar GEHEUGENKAART MACRO-ID=##### De geselecteerde macro wissen DATA-ID=#### De geselecteerde gegevens wissen FONT-ID=##### Het geselecteerde lettertype wissen FORMATTEER KAART De Flash-geheugenkaart formatteren SET –> WIS ALLES De kaart formatteren eindigen Afsluiten en overschakelen naar FORMATTEER KAART eindigen GEAVANCEERD Op te slaan gegevens doorgeven SET TOETS--> STOP MACRO OPSLAAN WISSEN Instellingen Afsluiten en overschakelen naar GEHEUGENKAART PANEELSLOT=UIT PINCODE=### AUTO FF=UIT WACHTTIJD=5s AAN of UIT Een PIN-nummer invoeren AAN of UIT 1 tot 99 seconden voor AUTO AAN ONDERDR. FF=UIT AAN of UIT TONER OP=DOORG. DOORG. of STOP eindigen Afsluiten en overschakelen naar NETWERK-stand HERVATTEN HERVAT=HAND AUTO of HAND SCHAALBAAR FONT PRINTDICHTHEID FONT=ALLE ■■■■■ ALLE, LJ4 De printdichtheid vergroten of verkleinen (15 niveaus). INPUT BUFFER ❏❏❏❏❏ De capaciteit van de input INSTELL. OPSLAAN OPSLAAN INST. 1 De huidige instellingen opslaan als nr. 1 OPSLAAN INST. 2 De huidige instellingen opslaan als nr. 2 buffer verhogen/verlagen (15 levels) PAGINATELLER (zie 4-52) EINDIGEN (zie 4-52) 4-12 eindigen Afsluiten en overschakelen naar de geavanceerde stand TELLER=0 Weergeven hoeveel pagina’s zijn afgedrukt Eindigen. HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL Instellingen van MODE-toets in BR-Script 2-stand De volgende tabel geeft alle instellingen die met de MODE-toets gemaakt kunnen worden in de BR-Script 2-emulatie. ✒ Opmerking De menu’s en de instellingen zijn afhankelijk van de huidige emulatie, de printerstatus, en van enige toebehoren die op de printer zijn geïnstalleerd. Stand Instelmenu Opties Instellingen INTERFACE Als voor HP-stand (zie 4-19) LAYOUT (zie 4-22) RESOLUTIE (zie 4-31) X OFFSET-0 -500 (links) tot +500 (rechts) dots Y OFFSET=0 -500 (neer) tot +500 (op) dots eindigen Afsluiten en overschakelen naar PAGINALAYOUT-stand RESOLUTIE RESOLUTIE=600 300, 600 of 1200 dpi APT-INSTELLING APT=UIT AAN of UIT HRC-INSTELLING HRC=NORMAAL UIT, LICHT, NORMAAL of DONKER eindigen Afsluiten en overschakelen naar RESOLUTIE-stand GEHEUGENKAART Wanneer de los verkrijgbare Flash-geheugenkaart of de HDD-kaart niet is geformatteerd: De Flash-geheugenkaart of de (zie 4-37) KAART1 FORMATTEER KAART HDD-kaart formatteren KAART2 eindigen eindigen Afsluiten en overschakelen naar GEHEUGENKAART 1(2) GEHEUGENKAART Wanneer de los verkrijgbare Flash-geheugenkaart of de HDD-kaart is geformatteerd: (zie 4-37) KAART1 DATA UITVOEREN De gegevens op de kaart uitvoeren KAART2 DATA-ID=##### INHOUD KAART OPSLAAN WISSEN eindigen De geselecteerde gegevens uitvoeren De inhoudsopgave van de kaart afdrukken DATA OPSLAAN Op te slaan gegevens doorgeven SET TOETS--> STOP Stoppen met het opslaan van gegevens DATA-ID=##### De identificatie voor de opgeslagen gegevens instellen eindigen Afsluiten en overschakelen naar GEHEUGENKAART MACRO-ID=##### De geselecteerde macro wissen DATA-ID=#### De geselecteerde gegevens wissen FONT-ID=##### Het geselecteerde lettertype wissen FORMATTEER KAART De kaart formatteren SET –> WIS ALLES De kaart formatteren eindigen Afsluiten en overschakelen naar FORMATTEER KAART Afsluiten en overschakelen naar GEHEUGENKAART 1(2) 4-13 GEBRUIKERSHANDLEIDING Stand (vervolg) Instelmenu Opties Instellingen GEAVANCEERD NETWERK PANEELSLOT=UIT AAN of UIT (zie 4-46) PINCODE=### AUTO FF=UIT WACHTTIJD=5s Een PIN-nummer invoeren AAN of UIT 1 tot 99 seconden voor AUTO AAN ONDERDR. FF=UIT AAN of UIT TONER OP=DOORG. DOORG. Of STOP eindigen Afsluiten en overschakelen naar de NETWERK-stand PRINT FOUTLIJST PRINT FOUTLIJST=UIT AAN of UIT HERVATTEN PRINTDICHTHEID HERVAT=HAND ■■■■■ AUTO of HAND De printdichtheid vergroten of verkleinen (15 niveaus). INPUT BUFFER ❏❏❏❏❏ De capaciteit van de input buffer verhogen/verlagen (15 levels) INSTELL. OPSLAAN PAGINATELLER (zie 4-52) EINDIGEN (zie 4-52) 4-14 OPSLAAN INST. 1 De huidige instellingen opslaan als nr. 1 OPSLAAN INST. 2 De huidige instellingen opslaan als nr. 2 eindigen Afsluiten en overschakelen naar GEAVANCEERD stand TELLER=0 Weergeven hoeveel pagina’s zijn afgedrukt Afsluiten HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL Instellingen van MODE-toets in HP-GL-stand De volgende tabel geeft alle instellingen die met de MODE-toets gemaakt kunnen worden in de HP-GL-stand. ✒ Opmerking De menu’s en de instellingen zijn afhankelijk van de huidige emulatie, de printerstatus, en van enige toebehoren die op de printer zijn geïnstalleerd. Stand Instelmenu Opties Instellingen PAGINALAYOUT PAPIER=LETTER (Voor 110/120V model) LETTER, LEGAL, A4, A5, A6, B5, B6, EXECUTIVE, COM10, MONARCH, C5, en DL INTERFACE Als voor HP LaserJet-stand (zie 4-19) LAYOUT (zie 4-22) GRAFISCHE STAND X OFFSET= 0 -500 (links) tot +500 (rechts) dots Y OFFSET= 0 -500 (op) tot +500 (neer) dots eindigen Afsluiten en overschakelen naar de PAGINALAYOUT-stand PEN INSTELLEN INSTELLEN=PEN1 PEN1 t/m 6 (Grootte plus grijs-percentage voor de geselecteerde pen instellen.) AFM #=3 punten 1 tot 10 punten (pengrootte in punten) (# is het geselecteerde pennummer) GRIJS #=100% 15, 30, 45, 75, 90, of 100% (# is het geselecteerde pennummer) eindigen Afsluiten en overschakelen naar INSTELLEN=PEN1–6 eindigen Afsluiten en overschakelen naar de GRAFISCHE stand KIES TEKENSET STANDAARDSET ANSI ASCII ANDERE SET ANSI ASCII eindigen eindigen RESOLUTIE (zie 4-31) Standaardtekenset Raadpleeg de tekensets op pagina 428 Een andere tekenset Raadpleeg de tekensets op pagina 428 Afsluiten en overschakelen naar de GRAFISCHE stand Afsluiten en overschakelen naar LAYOUT-stand RESOLUTIE RESOLUTIE=600 300, 600 of 1200 dpi HRC-INSTELLING HRC=NORMAAL UIT, LICHT, NORMAAL of DONKER eindigen Afsluiten en overschakelen naar RESOLUTIE-stand 4-15 GEBRUIKERSHANDLEIDING Stand (vervolg) Instelmenu PAG.BESCHERMING BESCHERM=AUTO AUTO, UIT, LETTER, A4 of LEGAL eindigen Afsluiten en overschakelen naar GEHEUGENKAART TELLER=0 Weergeven hoeveel pagina’s zijn afgedrukt (zie 4-36) Opties Instellingen GEHEUGENKAART Als voor BR-Script-stand (zie 4-37) GEAVANCEERD Als voor HP LaserJet-stand (zie 4-46) PAGINATELLER (zie 4-52) eindigen (zie 4-52) 4-16 Afsluiten HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL Basishandelingen Onthoud de volgende basishandelingen wanneer u de MODE-toets gebruikt: 1. Druk de SEL-toets in om de printer in off-line te zetten. 2. Druk op de MODE-toets om toegang te krijgen tot de verschillende standen. De eerste stand verschijnt op het LCD-scherm. INTERFACE • Druk op de ▲ of ▼ toets om vooruit of achteruit door de opties te bladeren. (Druk op de MODE-toets om vooruit te bladeren.)   INTERFACE ▼ of ▲ LAYOUT ▼ of ▲ RESOLUTIE ▼ of ▲    … • Druk op de SET-toets om over te schakelen naar het volgende menu. Stand • SET Instelmenu SET Opties. Druk op ▲ of op ▼ om de functie in het LCD-scherm te selecteren.   I/F=RS-232C ▼ of ▲ I/F=PARALLEL ▼ of ▲ I/F=OPTIE ▼ of ▲ …  •  Druk op de SET-toets om de nieuwe instelling effectief te maken. Vervolgens gaat u verder naar de volgende selectie, of eindigt u en keert u terug naar het niveau van het eerste menu. Wanneer u “Eindigen” ziet staan kunt u de SET-toets indrukken om over te schakelen naar een vorig menu. 3. Kies “Eindigen” en druk op de SET-toets om de printer off-line te zetten. Drukt u tijdens het maken van instellingen op de SEL-toets, dan wordt het menu afgesloten en gaat de printer off-line. De instellingen die u met de SET-toets heeft vastgelegd, blijven geldig. 4-17 GEBRUIKERSHANDLEIDING Praktijkvoorbeeld: de parallelle interface selecteren Voor dit voorbeeld wordt de parallelle interface handmatig geselecteerd. 1. Druk op de SEL-toets om de printer off-line te zetten. 2. Druk op de MODE-toets. Op het LCD-scherm verschijnt het eerste menu. INTERFACE 3. Druk op de SET-toets. Wanneer u toegang krijgt tot de INTERFACE-stand, verschijnt de huidige interface met een sterretje (*) op het LCD-scherm. I/F=AUTO * 4. Druk op ▲ of op ▼ totdat de gewenste interface op het LCD-scherm verschijnt. I/F=PARALLEL MELDING OP LCD-SCHERM INTERFACE -stand I/F=PARALLEL Parallelle interface I/F=RS-232C RS-232C seriële interface I/F=USB Universele seriële bus interface I/F=OPTIE De optionele MIO-interface I/F=AUTO Automatische interfaceselectie ✒ Opmerking De I/F = OPTIE kan uitsluitend worden gekozen als een optionele MIOinterface geplaatst is. 5. Druk op de SET-toets om de gekozen instelling effectief te maken. Rechts op het LCD-scherm verschijnt even een sterretje (*) verschijnt. Hierna wordt de stand voor instellingen afgesloten en wordt overgeschakeld naar het Interface-menu. INTERFACE 4-18 HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL 6. Druk op ▲ of op ▼ totdat de melding EINDIGEN op het LCD-scherm verschijnt. EINDIGEN 7. Druk op de SET-toets. De printer gaat automatisch weer off-line. INTERFACE De automatische interfaceselectie is standaard ingesteld. U gebruikt de INTERFACE-stand om bepaalde instellingen handmatig in te stellen. Melding op LCD-scherm INTERFACE-stand I/F=PARALLEL Parallelle interface I/F=RS-232C RS-232C Seriële interface I/F=USB Universele seriële bus interface I/F=OPTIE De optionele MIO-interface I/F=AUTO Automatische interfaceselectie Selecteer het instelmenu en ga vandaar naar het menu met de opties om de instellingen te veranderen. U doet dit als volgt: ■ Automatische interfaceselectie 1. Om de automatische interfaceselectie te gebruiken, kiest u de functie op het LCD-scherm op de volgende wijze: I/F=AUTO 2. Wanneer u deze functie met behulp van de SET-toets selecteert, verschijnt het volgende instelmenu op het LCD-scherm: TIME-OUT 4-19 GEBRUIKERSHANDLEIDING 3. Als u nogmaals op SET drukt, verschijnt op onderstaande melding het LCD-scherm: TIME-OUT= 5s * U stelt de TIME-OUT met ▲ of met ▼ in tussen 1 en 99 sec. De fabrieksinstelling is 5 sec. De TIME-OUT is de tijdspanne waarin de printer geen andere automatische interfacewijzigingen toelaat. Ook al kiest u voor automatische interfaceselectie, toch moeten voor de seriële interface de communicatieparameters worden ingesteld, voor de parallelle interface de snelle/bi-directionele communicatie en, indien dit voor de MIO-kaart nodig is, de optionele interface-instellingen. Zie onderstaande tabellen. Zie “Automatische interfaceselectie” in hoofdstuk 3 voor meer informatie hierover. ■ Parallelle interface Wanneer u de bi-directionele parallelle interface wilt gaan gebruiken, kiest u de interface op het LCD-scherm als volgt: I/F=PARALLEL Kiest u de parallelle interface, dan moeten de volgende instellingen in het menu met de optie gemaakt worden: Melding op LCD-scherm Snelle en bi-directionele parallelle communicatie HOGE SNELH=AAN Zet de snelle parallelle communicatie aan of uit. BI-DIR=AAN Zet de bi-directionele parallelle communicatie aan of uit. De bovenstaande snelle/bi-directionele instellingen worden gebruikt voor de bi-directionele parallelle interface van deze printer. De bi-directionele interface is compatibel met de standaard parallelle interface. Al gebruikt deze interface dezelfde kabel, hardware en software als de standaard parallelle interface, u heeft toch een printer driver of software nodig die deze kenmerken ondersteunt om de extra capaciteiten van de bidirectionele interface te kunnen gebruiken. Onder deze extra capaciteiten vallen onder andere bi-directionele communicatie tussen computer en printer, en snellere gegevensoverdracht. Raadpleeg de leverancier van uw software als u niet zeker weet of uw software bi-directionele parallelle voorzieningen ondersteunt. 4-20 HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL ■ Seriële interface Wilt u de seriële interface gaan gebruiken, zorg er dan voor dat u de communicatieparameters op de printer en de computer hetzelfde instelt. U moet deze ook voor de automatische interfaceselectie instellen. Melding op LCD-scherm BAUDRATE= 9600 Parameters BaudRate (transmissiesnelheid) AANTAL BITS=8bits Aantal bits PARITEIT =GEEN Pariteit STOP BITS = 1BIT XON/XOFF=AAN DTR(ER) =AAN (werkt alleen wanneer Xon/Xoff=AAN) ROBUUST XON =UIT (controle op gegevensfouten) Stop bits (gegevensscheiding) Xon/Xoff (protocol voor aansluitingsbevestiging) Gegevensterminal gereed (ER) Robuust Xon (werkt wanneer XON/XOFF=AAN) Instellingen 150, 300, 600, 1200, 2400, 4800, 9600, 19200, 38400, 57600, 115200 baud 7 bits of 8 bits None, even, of oneven 1 of 2 AAN: DTR & Xon/Xoffaansluiting UIT: alleen DTR-aansluiting AAN: Maak DTR (ER) laag als de buffer vol is. UIT: Maak DTR (ER) niet laag als de buffer vol is. DTR(ER) wordt alleen laag wanneer de printer off-line staat. AAN: Zendt tijdens het wachten Xon. UIT: Zendt Xon eenmaal, wanneer de printerstatus verandert van off-line naar on-line. ■ Universele seriële bus (USB) interface Als uw computer een USB-interface heeft, kunt u de printer en de computer met deze USB-interface op elkaar aansluiten. Wanneer de USB-interface gebruikt wordt, selecteert u de interface als volgt op het LCD-scherm: I/F=USB 4-21 GEBRUIKERSHANDLEIDING ■ Optionele interface Heeft u een in de handel verkrijgbare modulaire input/output (MIO) kaart in uw printer geïnstalleerd, dan kunt u de optionele MIO-interface in deze mode selecteren. Mochten voor de geïnstalleerde MIO-kaart optionele interface-instellingen nodig zijn, dan verschijnen die onder dit menu. Zie voor deze instellingen de handleiding van de MIO-kaart. I/F=OPTIE ✒ Opmerking Deze instelling kan alleen worden gemaakt als er een optionele MIO-kaart in de printer is geïnstalleerd. Raadpleeg voor installatie van een MIOkaart “MIO-kaart” in hoofdstuk 5. LAYOUT AFDRUKSTAND Wanneer u “AFDRUKSTAND” selecteert, kunt u de afdrukstand instellen op Staand of op Liggend. ✒ Opmerking De afdrukstandselectie kan uitsluitend worden gebruikt in de stand voor HP LaserJet, EPSON FX-850 en IBM Proprinter XL. In andere emulatiestanden werkt deze selectie niet. Deze printer kan pagina’s afdrukken in staande afdrukstand, of liggend. Op het LCD-scherm staat welke afdrukstand er momenteel is geselecteerd. STAAND LIGGEND Afb. 4-4 Afdrukstand 4-22 HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL Wanneer u de instelstand selecteert, wordt op het LCD-scherm de huidige afdrukstand met een sterretje aangegeven. AFDRUK=STAAND * Druk op ▲ of ▼ totdat de gewenste afdrukstand op het LCD-scherm staat. Melding op LCD-scherm Afdrukstand AFDRUK=STAAND Staand AFDRUK=LIGGEND Liggend Druk op SET om de getoonde selectie te activeren. Er verschijnt even een sterretje (*) rechts op het LCD-scherm. Hierna verlaat de printer automatisch de instellingen en keert hij terug naar de LAYOUT stand. Als Staand is geselecteerd, staat onderstaande melding op het LCDscherm: 00 KLAAR 001P B1 Als Liggend is geselecteerd, staat onderstaande melding op het LCDscherm: 00 KLAAR 001L B1 4-23 GEBRUIKERSHANDLEIDING AUTOMATISCH ✒ Opmerking De instellingen in dit menu zijn alleen effectief in de stand voor HP LaserJet, EPSON FX-850 en IBM Proprinter XL. In andere emulatiestanden zijn ze niet beschikbaar. De instellingen voor pagina en regeleinde worden in dit menu gemaakt. Melding op LCD-scherm AUTO LF =UIT Instelling Automatische stand AAN CR CR+LF UIT AUTO CR =UIT AAN UIT AUTO WRAP =UIT AAN UIT AUTO SKIP =AAN AAN UIT AUTO MASK =UIT AAN UIT  CR  CR LF  LF+CR, FF  FF+CR, VT  VT+CR LF  LF, FF  FF, VT  VT Bij het bereiken van de rechter kantlijn gaat de printer automatisch naar het begin van de volgende regel. De printer gaat bij het bereiken van de rechter kantlijn niet automatisch naar de volgende regel. Na het bedrukken van de onderste regel gaat de printer automatisch verder op het volgende vel. De printer gaat niet automatisch naar het volgende vel. De ingestelde onder- en bovenmarge worden niet gebruikt. De paginalengte is automatisch ingesteld op 11” voor papier van Letter- of A4-formaat, en is ingesteld op 14” voor papier van Legal-formaat. De printer werkt volgens de instellingen voor onderen bovenmarge die zijn gemaakt via het bedieningspaneel. ✒ Opmerking over “AUTO MASK” Gebruikt u software met een andere emulatie dan de HP emulatie, zorgt u er dan voor dat “AUTO MASK” AAN staat. Bij gebruik van Letter- of A4-papier zullen de bovenste en onderste twee regels niet worden bedrukt. De automatische stand is afhankelijk van de ingestelde emulatiestand. O : De instellingen kunnen worden gewijzigd. X : De instellingen zijn vast en kunnen niet worden gewijzigd. Deze instellingen verschijnen niet op het LCD-scherm. — : U krijgt geen toegang tot deze instellingen. 4-24 HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL Printeremulatie (Fabrieksinstellingen in vet afgedrukt) AUTOMATISCHE HP EPSON IBM stand LaserJet FX-850 Proprinter XL AUTO LF O UIT O UIT O UIT AUTO CR O UIT X AAN O UIT (Zie opm.) AUTO WRAP UIT AAN O X X AAN AUTO SKIP — — O AAN AUTO MASK — O UIT O UIT ✒ Opmerking In de IBM-emulatiestand worden de FF-codes altijd gevolgd door een CR-code. PAGINALAYOUT ✒ Opmerkingen In dit menu kunnen de instellingen als volgt variëren:  In de stand voor HP LaserJet, EPSON FX-850 en IBM Proprinter XL zijn alle instellingen effectief.  In de BR-Script 2-stand zijn de X en Y (verticale en horizontale) offsets effectief. Andere instellingen kunnen niet worden gebruikt en worden in deze stand niet op het LCD-scherm getoond.  In de HP-GL-stand zijn alleen de papierafmetingen en de X en Y (verticale en horizontale) offsets effectief. Andere instellingen kunnen niet worden gebruikt en worden in deze stand niet op het LCD-scherm getoond. 4-25 GEBRUIKERSHANDLEIDING In deze stand kunnen onderstaande instellingen worden gemaakt: Melding op LCD-scherm Paginalayout-stand PAPIER=LETTER Stelt de papierlengte voor losse vellen in op Letter, A4, Legal, B5, A5, B6, A6 of Executive, of stelt de maat enveloppen in op COM10,Monarch, C5 of DL. KANTL L = 0C P Stelt de linker kantlijn in op 0-126 kolommen bij 10cpi. KANTL R = 80C P Stelt de rechter kantlijn in op 10-136 kolommen bij 10cpi. Zie ook de lijst met fabrieksinstellingen in dit hoofdstuk. BOVENM. = 0.5" P Stelt de bovenmarge in op 0, 0,33 (NietHP), 0,5 (HP), 1,0, 1,5 of 2,0 inches afstand van de bovenkant van het papier ONDERM. = 0.5" P Stelt de ondermarge in op 0, 0,33 (NietHP), 0,5 (HP), 1,0, 1,5 of 2,0 inches afstand van de onderkant van het papier. REGELS = 60L P Stelt het aantal regels per pagina in op 5 tot 128 regels. Zie ook de lijst met fabrieksinstellingen in dit hoofdstuk. De letter “P” op het LCD-scherm geeft aan dat de geselecteerde afdrukstand voor de pagina staand is. “L” staat voor liggend. 4-26 Melding op LCD-scherm Paginalayout-stand (vervolg) X OFFSET= 0 Verschuift de beginpositie voor het afdrukken (vanaf de linker bovenkant van het papier) in stappen van 300 dpi maximaal 500 punten naar links (–500) of naar rechts (+500). Fabrieksinstelling = 0. Y OFFSET= 0 Verschuift de beginpositie voor het afdrukken (vanaf de linker bovenkant van het papier) in stappen van 300 dpi maximaal 500 punten naar onder (–500) of naar boven (+500). Fabrieksinstelling = 0. HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL ✒ Opmerkingen Houd rekening met onderstaande opmerkingen wanneer u in de paginalayout-stand instellingen maakt:  Het Letter-papierformaat is bij 110/120V modellen in de fabriek standaard ingesteld. Bij 220/240V modellen is in de fabriek A4 als standaard ingesteld.  Wilt u kleiner papier gebruiken dan wat in de paginalayout-stand is gespecificeerd, zorg er dan voor dat het te bedrukken gedeelte kleiner is dan het papierformaat dat u gaat gebruiken, anders wordt toner in het inwendige van de printer verspreid. Het is raadzaam om eerst een testafdruk te maken op papier van de standaardafmetingen (A4 of Letter), zodat u kunt controleren of de gedrukte tekst op het te gebruiken papier past. Zo voorkomt u dat toner in het inwendige van de printer wordt geknoeid, wat op latere afdrukken tonervlekken kan veroorzaken.  De standaardinstelling van de linker en rechter kantlijn en het aantal regels per pagina hangt af van de afmetingen van het papier dat u gebruikt en de afdrukstand. Raadpleeg onderstaande tabellen.  De boven- en ondermarges zijn in de fabriek standaard ingesteld op 0,5” in de HP-emulatiestand en op 33” in andere emulaties dan HP.  De marges zijn afhankelijk van de geselecteerde afdrukstand. Op het LCD-scherm wordt de ingestelde afdrukstand aangeduid met een “P” voor staand en een “L” voor liggend.  Delen van een bladzijde die buiten het bedrukbare gedeelte vallen, worden niet afgedrukt. ■ Rechter en linker kantlijn Het bereik van de linker en rechter kantlijn is afhankelijk van de afdrukstand die voor de pagina is geselecteerd. De rechter kantlijn moet altijd ten minste 10 posities rechts van de linker kantlijn staan. Het minimale tekstbereik is 10 posities. De linker en rechter kantlijn worden teruggezet naar de standaardfabrieksinstellingen wanneer de afdrukstand voor de pagina wordt veranderd. Als de afmetingen van het papier worden aangepast en de kantlijninstellingen de nieuwe papierafmetingen overschrijden, worden de standaardinstellingen weer van kracht. Als de papierafmetingen niet worden overschreden, blijven de ingestelde kantlijnen ongewijzigd. In onderstaande tabel wordt het bereik van de linker en rechter kantlijn aangegeven in kolommen. De fabrieksinstellingen worden vet gedrukt weergegeven. Papierafm. Letter Legal A4 Staand Linker kantlijn 0-70 0-70 0-70 Rechter kantlijn 10-80 10-80 10-78-80 Liggend Linker kantlijn 0-96 0-126 0-103 Rechter kantlijn 10-106 10-136 10-113 4-27 GEBRUIKERSHANDLEIDING ■ Aantal regels per pagina Bij het instellen van het aantal regels per pagina wordt automatisch de regelafstand of de regelopschuiving bepaald. Wanneer de papierafmetingen opnieuw worden ingesteld, verandert ook het aantal regels per pagina. De nieuwe instelling wordt berekend aan de hand van onderstaande vergelijking; een eventuele restwaarde wordt genegeerd. De regelopschuiving en de boven- en ondermarge veranderen niet. Het nieuwe aantal regels per pagina wordt als volgt berekend. Aantal regels/pagina = Paginalengte – (bovenmarge + ondermarge) Regelopschuiving (vertikale bewegingscontrole) Het aantal regels per pagina is afhankelijk van de ingestelde papierafmetingen en de afdrukstand. Wanneer u bijvoorbeeld Letterpapier gebruikt, kan de printer 60 regels afdrukken in de staande afdrukstand. Als de afdrukstand wordt gewijzigd, wordt het aantal regels teruggezet naar de fabrieksinstellingen voor die afdrukstand. In onderstaande tabel staan de standaardinstellingen voor alle emulaties. In HP-stand Afdrukstand Afm. Staand Letter 60 regels Legal 78 regels A4 64 regels Liggend 45 regels 45 regels 43 regels Ineen stand anders dan HP Afdrukstand Afm. Staand Liggend Letter 62 regels 47 regels Legal 80 regels 47 regels A4 66 regels 45 regels ✒ Opmerking Als u gebruik maakt van standaardsoftware en u de HP emulatie niet gebruikt, raden wij u aan de volgende instellingen te gebruiken:  Linker kantlijn = Kolom 0  Rechter kantlijn = Maximale instelling  AUTO MASK = AAN GRAFISCHE STAND ✒ Opmerking De instellingen in dit menu zijn alleen effectief in de HP-GL-stand. In andere emulatiestanden zijn ze niet beschikbaar. Omdat de HP-GL emulatie een plotter-emulatie is, kunt u hier ook de dikte en grijswaarde voor de te gebruiken pennen instellen. 4-28 HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL Melding op LCD-scherm Grafische stand PEN INSTELLEN Stelt de dikte en grijswaarde in voor de zes plotterpennen. KIES TEKENSET Stelt de standaard- en alternatieve tekenset in. ✒ Opmerking Doorgaans worden deze instellingen door de software gemaakt, zodat u ze niet via de MODE-toets met de hand hoeft in te stellen. De via software of commando’s gemaakte instellingen hebben voorrang boven instellingen die via het bedieningspaneel zijn gemaakt. Kies het gewenste menu en maak de instellingen als volgt: ■ Pen instellen Kiest u PEN INSTELLEN, dan kan de afmeting en de grijswaarde voor elk van de zes pennen afzonderlijk worden ingesteld. Kies de pen met de ▲ of ▼ toets en druk op SET. INSTELLING PEN1 Nadat u PEN INSTELLEN heeft gekozen, schakelt u m.b.v. ▲ of ▼ over naar het menu met de opties en stelt u de dikte en de grijswaarde voor elk van de zes pennen afzonderlijk in m.b.v. de SET-toets.. Wanneer onderstaande melding verschijnt, kan de dikte van de pen m.b.v. ▲ of ▼ worden ingesteld tussen 1 en 10 punten: AFM. 1=3 punten* Wanneer onderstaande melding verschijnt, kunnen de grijstinten m.b.v. ▲ of ▼ worden ingesteld op 15, 30, 45, 75, 90 of 100%. GRIJS 1=100% * 4-29 GEBRUIKERSHANDLEIDING ✒ Opmerkingen  Het nummer van de gekozen pen verschijnt achter ‘AFM’ of ‘GRIJS’.  De dikte van de pen werkt altijd in eenheden van 300 dpi, ongeacht de geselecteerde resolutie. ■ Tekenset Selecteert u ‘KIES TEKENSET’, dan kunt u de standaard- en alternatieve tekensets voor de HP-GL-emulatie instellen. Schakel over naar het menu met opties en selecteer m.b.v. ▲ of ▼ het menu voor de standaard- of alternatieve tekenset. Om de standaardtekenset in te stellen, selecteert u onderstaande melding: STANDAARDSET of Om een andere tekenset in te stellen, selecteert u onderstaande melding: ANDERE SET Druk vervolgens op SET om over te schakelen naar onderstaande melding: ANSI ASCII * Kies m.b.v. ▲ of ▼ een andere tekenset en drukt op SET om uw keuze vast te leggen. Raadpleeg “SYMBOOL/TEKENSETS” in de Appendix voor informatie over de specifieke sets. 4-30 HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL Tekensets in HP-GL Emulatiestand ANSI ASCII (Fabrieksinstelling) 9825 TEKENSET FRANS/DUITS SCANDINAVISCH SPAANS/LATIJN JIS ASCII ROMAN8 EXT. ISO IRV ISO ZWEEDS ISO ZWEEDS:N ISO NOORS 1 ISO DUITS ISO FRANS ISO ENGELS ISO ITALIAANS ISO SPAANS ISO PORTUGEES ISO NOORS 2 RESOLUTIE In dit menu worden afdrukresolutie, Advanced Photoscale Technology (APT) en High Resolution Control (HRC) ingesteld. Melding op LCD-scherm Resolutie-stand RESOLUTIE Stelt de resolutie van de printer in. APT-INSTELLING Stelt de APT-functie in. HRC-INSTELLING Stelt de HRC-functie in. Selecteer het instelmenu en vervolgens het menu met de opties en maak de instellingen als volgt: ■ Resolutie Kiest u ‘RESOLUTIE’, dan kunt u de printerresolutie naar wens instellen op 300, 600 of 1200 punten per inch (dpi). Aangezien een hoge resolutie meer geheugen kost, kan het voorkomen dat de printer in een hoge resolutie geen grote bestanden kan afdrukken. Hoe hoger de resolutie (en dus hoe groter het bestand), des te meer geheugen nodig is. 4-31 GEBRUIKERSHANDLEIDING Melding op LCD-scherm Resolutie RESOLUTIE=1200 Stelt de resolutie in op 1200 dpi. RESOLUTIE=600 Stelt de resolutie in op 600 dpi. (Fabrieksinstelling) RESOLUTIE=300 Stelt de resolutie in op 300 dpi. In deze stand selecteert u de afdrukresolutie, afhankelijk van de resolutie die voor de betreffende afdrukbewerking nodig is. Zie onderstaande tabel: Resolutie instellen in de RESOLUTIE-stand Afdruktaak 300 dpi Voor de beste 300 dpi afdrukkwaliteit. 4-32 600 dpi Combinatie van 300 dpi bitmaps en 600 dpi. 600 dpi Niet aanbevolen. Voor de beste afdrukkwaliteit 1200 dpi Niet aanbevolen Niet aanbevolen Resolution Setting in Resolution Mode 1200 dpi 600 dpi Combinatie van 300 dpi bitmaps en 1200 dpi. Combinatie van 300 dpi bitmaps en 600 dpi Combinatie van 600 dpi bitmaps en 1200 dpi. Voor de beste afdrukkwaliteit Voor de beste afdrukkwaliteit HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL ✒ Opmerking Stelt u de printerresolutie in deze stand op hoger dan 300 dpi, dan kan het voorkomen dat de printer niet genoeg geheugen heeft om grote bestanden in deze resolutie af te drukken. In dat geval gaat de printer automatisch over op 300 dpi. Het LCD-scherm geeft dit tijdens het afdrukken aan met “01 PR300...”. Kan de printer zelfs bij 300 dpi een bestand niet afdrukken, dan verschijnt de melding “Geheugen vol”. Zie “Problemen oplossen” in hoofdstuk 7. Deze automatische omschakeling werkt in de BR-Script 2-emulatie en bij de andere emulaties met ingeschakelde paginabescherming. Zie ook ‘Paginabescherming” elders in dit hoofdstuk. Wilt u grote, ingewikkelde gegevens in afdrukken zonder dat de resolutie automatisch wordt verlaagd, dan moet u het printergeheugen uitbreiden. Geheugenuitbreiding dient te gebeuren aan de hand van onderstaande tabel. In deze tabel wordt het minimaal benodigde geheugen voor de BRScript 2-stand aangegeven. Papierafm. Letter of A4 Legal (Dubbelzijdig) 300 dpi 4 Mbytes 4 Mbytes 4 Mbytes 600 dpi 6 Mbytes 6 Mbytes 10 Mbytes 1200 dpi 16 Mbytes 16 Mbytes Raadpleeg “Extra RAM” in hoofdstuk 5 voor nadere informatie over geheugenuitbreiding, of neem contact op met de zaak waar u de printer heeft gekocht. 4-33 GEBRUIKERSHANDLEIDING ■ APT-instelling Als u “APT-instelling,” selecteert, kunt u de Advanced Photoscale Technology (APT) gebruiken. Met deze functie kunnen grafische afbeeldingen met uiterst fijne en scherpe grijswaarden worden afgedrukt, wat een kwaliteit geeft die bijna gelijk staat aan foto’s. De APT-instelling is uitsluitend beschikbaar met een resolutie van 600 dpi in de BR-Script 2stand. Als u APT=AAN instelt, kan de instelling voor High Resolution Control (HRC) worden gebruikt. Melding op LCD-scherm Advanced Photoscale Technology APT =UIT De Advanced Photoscale Technology is uitgeschakeld. (fabrieksinstelling) APT =AAN De Advanced Photoscale Technology is geactiveerd. ✒ Opmerking De APT-instelling kan niet worden gebruikt als u afdrukt met een resolutie van 1200 dpi. ■ HRC-instelling Kiest u “HRC-instelling”, dan kunt u de High Resolution Control instellen. Deze functie zorgt voor een hoge kwaliteit bij afdrukken van lettertekens en afbeeldingen, een kwaliteit die normaal onbereikbaar is bij 300 of 600 dpi. De mogelijke instellingen zijn als volgt. Melding op LCD-scherm High Resolution Control HRC=UIT Schakelt de High Resolution Control uit. HRC=LICHT De High Resolution Control wordt op het lichtste niveau ingeschakeld. HRC=NORMAAL De High Resolution Control wordt op het standaardniveau ingeschakeld. De afdrukscherpte is normaal. (Fabrieksinstelling.) HRC=DONKER De High Resolution Control wordt op het donkerste niveau ingeschakeld. ✒ Opmerking De HRC-instelling kan niet worden gebruikt als u afdrukt met een resolutie van 1200 dpi. 4-34 HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL In onderstaande tekeningen ziet u het verschil in afdrukscherpte wanneer de High Resolution Control UIT staat (linker tekening) en wanneer deze op NORMAAL (rechter tekening) is ingesteld. HRC = UIT HRC = NORMAAL Afb. 4-5 High Resolution Control De High Resolution Control is standaard ingesteld op “Normaal”. Afhankelijk van de ingestelde printdichtheid, kunt u de instelling wijzigen naar “Licht” of “Donker”. Kies de beste instelling voor de juiste afdrukscherpte. Om de afdrukscherpte te controleren, kunt u een testafdruk maken door de TEST-toets in te drukken. Zie “TEST-toets” voor de juiste handelwijze. Wanneer u een testafdruk maakt, drukt de printer een testpatroon af waarop tevens een blok met lijnen is te zien. Staat de hoge resolutie controle op UIT, dan zijn de lijnen rafelig en onscherp, zoals op onderstaande tekening te zien is. Lijnen in de testafdruk zijn gladder als de High Resolution Control op “Licht”, “Normaal” of “Donker” is ingesteld. Door de High Resolution Control anders in te stellen en vervolgens een testafdruk te maken, kunt u de juiste afdrukscherpte verkrijgen. HRC = UIT HRC = NORMAAL Afb. 4-6 High Resolution Control in testafdruk 4-35 GEBRUIKERSHANDLEIDING PAG.BESCHERMING ✒ Opmerking De instellingen in dit menu zijn alleen effectief in de stand voor HP LaserJet, EPSON FX-850, IBM Proprinter XL en HP-GL. In de BRScript 2-stand zijn ze niet beschikbaar. Wanneer u grote of gecompliceerde grafische afbeeldingen met veel gegevens wilt afdrukken, kan het zijn dat de printer deze slechts gedeeltelijk op een pagina afdrukt. Wanneer dit gebeurt, gaan de gegevens verloren en verschijnt onderstaande melding op het LCDscherm: 31 PRINTER FOUT Wanneer de stand voor paginabescherming wordt geactiveerd, wordt extra geheugencapaciteit gereserveerd. Voordat een afdruk wordt gemaakt, wordt de gehele afbeelding in het geheugen van de printer opgeslagen. U kunt deze stand instellen voor gebruik van papier van Letter-, A4- of Legal-formaat. Selecteer de juiste papierafmetingen wanneer u de stand voor paginabescherming wilt gebruiken. Melding op LCD-scherm Paginabescherming BESCHERM=AUTO Paginabescherming alleen wanneer nodig. (Fabrieksinstelling) BESCHERM=LETTER Paginabescherming voor Letter papier. BESCHERM=A4 Paginabescherming voor A4 papier. BESCHERM=LEGAL Paginabescherming voor Legal papier. BESCHERM=UIT Paginabescherming staat uit. Om de paginabescherming te kunnen gebruiken, heeft u minimaal de volgende hoeveelheid geheugen nodig: 4-36 Bescherming 300 dpi 600 dpi Uit Letter of A4 Legal (Dubbelzijdig) standaard standaard standaard standaard standaard standaard standaard 10 Mbytes HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL GEHEUGENKAART ✒ Opmerkingen  ZORG ERVOOR DAT DE NETSCHAKELAAR VAN DE PRINTER UIT STAAT ALVORENS U EEN FLASH-GEHEUGENKAART OF DE HDD-KAART INSTALLEERT OF VERWIJDERT, DAAR DE KAART ANDERS WORDT BESCHADIGD.  De instellingen van dit menu kunnen alleen worden gebruikt als er een Flash-geheugenkaart of een HDD-kaart in de kaartsleuf van de printer is geïnstalleerd en u de stand voor HP LaserJet, HP-GL of BR-Script 2 heeft geselecteerd. In andere emulatiestanden dan zijn deze instellingen niet beschikbaar.  Wordt de printer uitgezet, of de Flash-geheugenkaart of de HDD-kaart uit de sleuf gehaald terwijl er gegevens naar de kaart worden geschreven of van de kaart worden gewist, dan kunnen alle gegevens op de kaart verloren gaan.  Staat de schrijfbescherming van de Flash-geheugenkaart of de HDDkaart AAN, dan krijgt u dit menu niet te zien. In sleuf 2 kan uitsluitend een PCMCIA-kaart worden geïnstalleerd die werkt op een voeding van 12 volt.  Zorg ervoor dat een los verkrijgbare Flash-geheugenkaart of HDD-kaart in de juiste sleuf van de printer wordt geplaatst. Met de opties in dit menu kunt u macro’s en fonts op de geplaatste Flashgeheugenkaart of HDD-kaart opslaan. Welke opties in dit menu worden getoond, is afhankelijk van de geïnstalleerde kaart. Als de geïnstalleerde kaart niet is geformatteerd: Als dit menu wordt geopend en de geïnstalleerde kaart niet is geformatteerd, moet u de Flash-geheugenkaart of de HDD-kaart eerst formatteren. Melding op LCD-scherm Geheugenkaart FORMATTEER KAART Formatteert een nieuwe Flash geheugenkaart of HDD-kaart. eindigen Sluit het menu af en keert terug naar het menu “Geheugenkaart”. Wanneer op het LCD-scherm “Formatteer kaart” staat, drukt u op SET om de geïnstalleerde kaart te formatteren. Zodra de printer klaar is met formatteren, eindigt u, waarna wordt overgeschakeld naar het menu “Geheugenkaart”. 4-37 GEBRUIKERSHANDLEIDING ✒ Opmerkingen  Wordt de kaart geformatteerd, dan worden alle eventueel daarop aanwezige gegevens gewist. Het duurt minimaal tien seconden om een 2 Mb Flash-geheugenkaart of HDD-kaart te formatteren. Hoe meer capaciteit een kaart heeft, hoe langer het formatteren duurt.  Wanneer de geplaatste Flash-geheugenkaart of HDD-kaart wel is geformatteerd: Werkt u vanaf dit menu en heeft u een geformatteerde Flashgeheugenkaart of HDD-kaart geplaatst, dan verschijnen de onderstaande menu’s op het LCD-scherm: Melding op LCD-scherm Flash geheugen DATA UITVOEREN Selecteert de identificatie voor de opgeslagen gegevens (data-ID) en voert de geselecteerde gegevens uit. Dit menu verschijnt alleen als er gegevens op de kaart zijn opgeslagen. INHOUD KAART Drukt een lijst af van de gegevens die op de Flash-geheugenkaart of de HDD-kaart zijn opgeslagen. Dit menu verschijnt alleen als er gegevens op de kaart zijn opgeslagen. OPSLAAN Geeft de mogelijkheid om de ontvangen gegevens, macro’s en fonts op te slaan. WISSEN Wist de gegevens op de kaart. ✒ Opmerking Flash-geheugenkaarten worden veel gebruikt in combinatie met softwarepakketten voor formulieren. Met deze los verkrijgbare software kunt u bijvoorbeeld een formulierontwerp zonder gegevens naar de printer zenden. Is het formulier naar de printer gezonden, dan kunt u het als een macro op de Flash-geheugenkaart opslaan. Een volgende keer dat u dit formulier wilt afdrukken, stelt u uw formulier-software in op “Alleen gegevens zenden - Formulier in printer gebruiken”. Deze procedure levert u een tijdwinst op van 1 tot 4 minuten per afdrukbewerking. Selecteer het instelmenu en ga vandaar naar het menu met de opties om de instellingen als volgt te veranderen: 4-38 HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL ■ Data uitvoeren ✒ Opmerking Dit menu verschijnt alleen wanneer er gegevens op de kaart zijn opgeslagen. Selecteert u “Data uitvoeren”, dan kunt u de gegevens uitvoeren die in de stand voor gegevensopslag waren opgeslagen. Gebruikt u de SET-toets om naar dit menu te gaan, dan vraagt de printer u om de identificatie van de gegevens te selecteren. DATA-ID=##### Selecteer de ID m.b.v. ▲ of ▼ en druk nogmaals op SET. De printer zal nu de geselecteerde gegevens uitvoeren. ■ Inhoud kaart Kiest u “Inhoud kaart” en drukt u op de SET-toets, dan voert de printer automatisch papier in en drukt hij een inhoudsopgave van de geplaatste Flash-geheugenkaart of HDD-kaart af. Hierop kunt u zien welke gegevens op de kaart zijn opgeslagen, en hoeveel capaciteit nog beschikbaar is. ■ Opslaan Selecteert u “Opslaan” en drukt u op de SET-toets, dan verschijnt een van de volgende optiemenu’s, waar u macro’s en fonts op de geplaatste kaart kunt opslaan. Melding op LCD-scherm Opslaan DATA OPSLAAN Slaat de door de computer verstuurde gegevens op en wijst een identificatie toe. Slaat een macro op. Dit menu verschijnt alleen in de HP LaserJet-emulatiestand. Slaat het lettertype op dat met de FONTtoets als eerste lettertype is gekozen. Dit menu verschijnt alleen in de HP LaserJetemulatiestand. MACRO OPSLAAN EERSTE FONT TWEEDE FONT Slaat het lettertype op dat met de FONTtoets als tweede lettertype is gekozen. Dit menu verschijnt alleen in de HP LaserJetemulatiestand. DOWNLOAD FONT Slaat een download font op. Dit menu verschijnt alleen in de HP LaserJetemulatiestand. 4-39 GEBRUIKERSHANDLEIDING ✒ Opmerking Is er tijdens het opslaan van macro’s en lettertypen maar weinig geheugen vrij op de kaart, dan verschijnt op het LCD-scherm de melding “Kaart vol” en kunnen de gegevens niet worden opgeslagen. Gebruik een nieuwe kaart of wis macro’s en fonts die u niet meer nodig heeft. De optie “Inhoud kaart” toont de inhoud van de kaart en hoeveel kaartgeheugen er is gebruikt.  Gegevens opslaan U kunt gegevens naar de kaart sturen en daar op opslaan. In deze stand kunnen allerlei gegevens, zoals PCL-gegevens, BR-Script 2-gegevens en commando-tekenrijen, worden opgeslagen. Kiest u “Data opslaan” en drukt u op de SET-toets, dan verschijnt er een nieuwe melding op het LCD-scherm. SET TOETS-->STOP U wordt gevraagd om nogmaals op de SET-toets te drukken, zodat de printer nadat de gegevens zijn verstuurd de stand voor gegevensontvangst kan afsluiten. Stuur de gegevens vanaf uw computer. ✒ Opmerkingen Wanneer de gegevens die op de kaart moeten worden opgeslagen naar de printer worden gestuurd, worden ze tijdelijk in het printergeheugen opgeslagen. Houd daarom rekening met het volgende:  Overschrijdt de hoeveelheid gegevens de geheugencapaciteit van de printer, dan verschijnt de melding “Geheugen vol”. Deze foutmelding kan worden gewist door op de Continue toets te drukken. Omdat niet alle gegevens in het printergeheugen werden opgeslagen, kunt u de gegevens niet overbrengen op de kaart.  Bij inschakelen van deze functie wordt de printer teruggesteld, zodat zo veel mogelijk geheugen beschikbaar is. Zijn er nog gegevens aanwezig in het printergeheugen, dan worden deze eerst afgedrukt. Na het zenden van de gegevens drukt u nogmaals op de SET-toets, waarna de status van de printer (die nu ‘gegevens ontvangen’ is) wordt veranderd. Vervolgens verschijnt onderstaande melding op het LCD-scherm: DATA-ID=##### 4-40 HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL Selecteer nu de gegevensidentificatie met de ▲ of ▼ toets en druk op de SET-toets. De printer slaat de ontvangen gegevens samen met de geselecteerde identificatie op de kaart op. ✒ Opmerkingen  Staat er een sterretje (*) achter de identificatie op het LCD-scherm, dan betekent dit dat de identificatie reeds voor andere gegevens of voor een macro wordt gebruikt. Gebruikt u de identificatie toch, dan wordt de oude macro of worden de oude gegevens gewist en vervangen door de nieuwe gegevens.  Zijn de gegevens opgeslagen, dan kunt u deze uitvoeren met de optie “Data uitvoeren” of met een software-commando.  De gegevens die zijn opgeslagen in de “Data opslaan” stand, kunnen in HP LaserJet-emulatie niet worden uitgevoerd met de optie “Uitvoeren macro”.  Macro opslaan ✒ Opmerking Het menu “Macro opslaan” verschijnt alleen in de HP LaserJetemulatiestand. Is er een macro aanwezig in het geheugen van de printer, dan kan deze worden opgeslagen op de Flash-geheugenkaart of de HDD-kaart. Heeft u een macro opgeslagen in het geheugen van de printer en drukt u in “Macro opslaan” op de SET-toets, dan vraagt de printer om de identificatie van de macro. MACRO-ID=##### Selecteer de identificatie met de ▲ of ▼ toets en druk nogmaals op SET. De printer zal de macro nu met de geselecteerde identificatie opslaan. ✒ Opmerking Staat er een sterretje (*) achter de identificatie op het LCD-scherm, dan betekent dit dat de identificatie reeds voor een andere macro of voor gegevens wordt gebruikt. Gebruikt u de identificatie toch, dan wordt de oude macro of worden de oude gegevens gewist en vervangen door de nieuwe gegevens. De macro kan worden uitgevoerd met de optie “Uitvoeren macro”. 4-41 GEBRUIKERSHANDLEIDING  Eerste of tweede font ✒ Opmerking De menu’s “Eerste font” en “Tweede font” verschijnen alleen in de HP LaserJet-emulatiestand. Heeft u het eerste of tweede font met de FONT-toets geselecteerd, dan kunt u dit lettertype op de geplaatste Flash-geheugenkaart of HDD-kaart opslaan. Drukt u op de SET-toets terwijl “Eerste font” of “Tweede font” op het LCD-scherm staat, dan vraagt de printer u om de identificatie voor het lettertype te selecteren. FONT-ID=##### Selecteer de identificatie m.b.v. ▲ of ▼ en druk nogmaals op SET. De printer zal het lettertype nu met de geselecteerde identificatie opslaan. ✒ Opmerking Staat er een sterretje (*) achter de identificatie op het LCD-scherm, dan betekent dit dat de identificatie reeds voor een ander lettertype wordt gebruikt. Gebruikt u de identificatie toch, dan wordt het oude lettertype gewist en vervangen door het nieuwe. Welk lettertype u ook met de FONT-toets kiest, de printer schrijft dit font weg als een bitmap font (rasterfont) zolang het lettertype niet groter is dan 24 punts. Op deze manier is het weggeschreven font weer snel te gebruiken. Het verdient daarom aanbeveling om veel gebruikte schaalbare fonts over te brengen op de geheugenkaart. Omdat de Flash-geheugenkaart of de HDD-kaart in de daarvoor bestemde sleuf wordt geplaatst en omdat op deze kaart opgeslagen lettertypen zich gedragen als waren ze opgeslagen in een fontkaart, kunt u de weggeschreven fonts onder “Fontkaart 1” of “Fontkaart 2” kiezen met de FONT-toets of met behulp van software-commando’s. Raadpleeg hiervoor “FONT-toets” in dit hoofdstuk. U kunt de opgeslagen lettertypen controleren door een font-uitdraai te maken met behulp van de TEST-toets. Zie “TEST-toets” in dit hoofdstuk. 4-42 HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL ✒ Opmerkingen Schrijft u het eerste of tweede font weg naar de geheugenkaart, let dan op het volgende:  Het lettertype wordt eerst tijdelijk in het printergeheugen opgeslagen. Heeft het font meer geheugen nodig dan er beschikbaar is, dan volgt er een foutmelding. Deze foutmelding kunt u met de CONTINUE-toets wissen. Omdat nu niet alle fontgegevens in het geheugen zijn opgeslagen, kan het font niet worden weggeschreven naar de kaart. Als de fontgegevens wel kunnen worden opgeslagen, wordt de printer teruggesteld, zodat er zo veel mogelijk geheugen beschikbaar is. Achtergebleven gegevens worden afgedrukt.  Schrijft u een font weg terwijl de printer in de stand voor 600 of 1200 dpi staat, dan kan het weggeschreven lettertype niet met een resolutie van 300 dpi worden gebruikt.  Download font ✒ Opmerkingen  Het “Download font” menu verschijnt alleen in de HP LaserJetemulatiestand.  Druk voordat u naar dit menu overschakelt een fontlijst af met behulp van de TEST-toets, zodat u de identificatie van het download font kunt controleren. Selecteer in dit menu het lettertype met dezelfde identificatie als het font op de lijst. Bevinden zich download fonts in het printergeheugen, dan kunnen deze op de Flash-geheugenkaart of de HDD-kaart worden weggeschreven. De printer vraagt u de identificatie op te geven van het weg te schrijven font. U vindt deze ID in de fontlijst. Druk op ▲ of ▼ om de cursor op de identificatie van het gewenste lettertype te zetten en selecteer deze m.b.v. SET. FONT-ID=##### ✒ Opmerking De identificatie van het download font verschijnt niet als er geen download lettertypen naar de printer zijn gestuurd. Na het kiezen van de gewenste identificatie drukt u weer op de SET-toets zodat de printer het gekozen download font wegschrijft op de Flashgeheugenkaart. Vector lettertypen of rasterfonts worden met de oorspronkelijke indeling weggeschreven. 4-43 GEBRUIKERSHANDLEIDING Nadat een download font op de Flash geheugenkaart is weggeschreven, hoeft u dit font niet meer naar de printer te sturen als u het wilt gebruiken. Omdat de Flash-geheugenkaart of de HDD-kaart in de daarvoor bestemde sleuf wordt geplaatst en omdat op deze kaart opgeslagen lettertypen zich gedragen als waren ze opgeslagen in een fontkaart, kunt u de weggeschreven fonts onder “Fontkaart 1” of “Fontkaart 2” kiezen met de FONT-toets of met behulp van software-commando’s. Raadpleeg hiervoor “FONT-toets” in dit hoofdstuk. U kunt de opgeslagen lettertypen controleren door een font-uitdraai te maken met behulp van de TEST-toets. Zie “TEST toets” in dit hoofdstuk. ✒ Opmerking Zijn de fonts op de HDD-kaart voor een afdrukbewerking geselecteerd, dan worden deze naar het direct toegankelijk geheugen (RAM) van de printer gekopieerd. Aangezien deze fonts een behoorlijke hoeveelheid geheugen in beslag nemen, verschijnt mogelijk de melding “Geheugen vol” op het LCD-scherm. Het is raadzaam om optionele SIMMs te plaatsen wanneer u de download fonts op de HDD-kaart wilt gebruiken.  Wissen Als u “Wissen” selecteert en vervolgens op SET drukt, kunt u overschakelen naar onderstaande optiemenu’s, waar u macro’s en fonts kunt wissen, of de geplaatste Flash-geheugenkaart of HDD-kaart kunt formatteren: Melding op LCD-scherm Wissen MACRO-ID=##### Wist de macro met de geselecteerde ID. DATA-ID=##### Wist de gegevens met de geselecteerde ID. FONT-ID=##### Wist het lettertype met de geselecteerde ID. FORMATTEER KAART Formatteert de Flash geheugenkaart of HDD-kaart.  Macro Drukt u op de SET-toets wanneer er “MACRO-ID=#####” op het LCDscherm staat, dan gaat de cursor naar de identificatie en vraagt de printer u om de identificatie van de te wissen macro te selecteren. MACRO-ID=##### Selecteer de identificatie met de ▲ of ▼ toets en druk op SET. De printer zal de geselecteerde macro nu wissen. 4-44 HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL  Data Drukt u op de SET-toets wanneer er “DATA-ID=#####” op het LCDscherm staat, dan gaat de cursor naar de identificatie en vraagt de printer u om de identificatie van de te wissen gegevens te selecteren. DATA ID=##### Selecteer de identificatie met de ▲ of ▼ toets en druk op SET. De printer zal de geselecteerde gegevens nu wissen.  Font Drukt u op de SET-toets wanneer er “FONT-ID=#####” op het LCDscherm staat, dan gaat de cursor naar de identificatie en vraagt de printer u om de identificatie van de het wissen lettertype te selecteren. FONT-ID=##### Selecteer de identificatie met de ▲ of ▼ toets en druk op SET. De printer zal het geselecteerde lettertype nu wissen.  Formatteer kaart U kunt de Flash-geheugenkaart of de HDD-kaart formatteren, zodat de inhoud wordt gewist. Instructies vindt u in onderstaand menu: FORMATTEER KAART Drukt u in dit menu op SET, dan vraagt de printer of u de complete inhoud van de kaart wilt wissen: SET-->WIS ALLES Druk op SET om met het formatteren te beginnen. Bedenkt u zich en wilt u de kaart toch niet formatteren, kies dan het volgende menu m.b.v. ▲ en ▼ en druk op SET. eindigen 4-45 GEBRUIKERSHANDLEIDING GEAVANCEERD NETWERK Melding op LCD-scherm Netwerk PANEELSLOT=UIT AUTO FF=AAN Zet het paneelslot uit. ONDERDR.FF=UIT TONER OP=DOORG. Zet ‘Form Feed onderdrukken’ aan of uit. Zet de Auto Form Feed aan of uit. Selecteer wat de printer moet doen wanneer de toner bijna op is: doorgaan of stoppen. ■ Paneelslot Als iemand de printerinstellingen wijzigt zonder dat u hiervan op de hoogte bent, kan dit onverwachte resultaten geven tijdens het afdrukken, of wordt er misschien helemaal niets afgedrukt. Om dit te voorkomen kan het bedieningspaneel “op slot” worden gezet en worden voorzien van een zgn. pin-nummer: Melding op LCD-scherm Paneelslot SLOT=UIT De toetsen van de printer kunnen vrij worden gebruikt. (Fabrieksinstelling) SLOT=AAN De toetsen van de printer kunnen niet worden gebruikt. Zelfs als het slot is geactiveerd, kunnen de volgende toetsen toch nog voor hun normale functies worden gebruikt: SEL, FORM FEED, COPY, CONTINUE, RESET EN TEST. De andere toetsen kunnen wel worden gebruikt om eerder gemaakte instellingen na te kijken, maar deze kunnen niet worden gewijzigd. Wilt u de instellingen wijzigen, dan zal eerst het slot moeten worden opgeheven. Bij het aan- of uitzetten van het slot moet u een driecijferige pincode invoeren. PINCODE =*** Wijzig het eerste cijfer van de pincode met ▲ of met ▼ en druk op SET om naar het volgende cijfer te gaan. Na het invoeren van drie cijfers zal het slot worden aan- of uitgezet. 4-46 HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL ✒ Opmerking Vergeet vooral niet het nummer dat u gebruikt om het slot in te schakelen. Voert u een verkeerd nummer in om het slot uit te schakelen, dan verschijnt de volgende melding op het LCD-scherm en kunt u het slot niet uitzetten: NUMMER ONJUIST ■ Auto Form Feed Als er niet-afgedrukte gegevens in het geheugen van de printer achterblijven, blijft het DATA-lampje branden en moet u de gegevens afdrukken met de FORM FEED-toets. Zie “FORM FEED toets” in dit hoofdstuk. De Auto Form Feed-instelling die u in dit menu kunt maken, zorgt ervoor dat de resterende gegevens worden afgedrukt zonder dat u op FORM FEED hoeft te drukken. In dit menu kunt u Auto Form Feed als volgt aan- of uitzetten: Melding op LCD-scherm Auto Form Feed AUTO FF=UIT Zet de automatische Form Feed uit. U moet op de FORM FEED-toets drukken als er gegevens in het printergeheugen achterblijven. (Fabrieksinstelling) AUTO FF=AAN Zet de automatische Form Feed aan. Telkens wanneer er gegevens in de printer achterblijven, volgt na de ingestelde wachttijd een automatische Form Feed. Zet u de automatische Form Feed aan, dan moet in het onderstaande optiemenu ook de wachttijd nog ingesteld worden: Melding op LCD-scherm Wachttijd WACHTTIJD=1s Stelt de wachttijd in. Krijgt de printer gedurende de wachttijd geen nieuwe gegevens aangeboden, dan drukt hij automatisch de eventueel in het geheugen achtergebleven gegevens af. WACHTTIJD=99s De wachttijd kan worden ingesteld van 1 tot 99 seconden. 4-47 GEBRUIKERSHANDLEIDING ■ Onderdr. FF In dit menu kunt u aangeven of de Form Feed al dan niet moet worden gebruikt: Melding op LCD-scherm Form Feed onderdrukking ONDERDR. FF=UIT Zet de Form Feed onderdrukking uit. (Fabrieksinstelling) ONDERDR. FF=AAN Zet de Form Feed onderdrukking aan. Bevat een bladzijde geen gegevens, dan draait de printer doorgaans een leeg blad uit. Door de Form Feed onderdrukking in te schakelen voorkomt u de uitvoer van deze lege bladzijden. Is de printer opgenomen in een netwerk, dan kan het juist de bedoeling zijn dat er na iedere printopdracht een leeg blad wordt uitgevoerd. Zet u de Form Feed onderdrukking aan, dan vervalt ook deze lege bladzijde. ■ Toner op U kunt zelf kiezen wat de printer moet doen wanneer de melding “Toner op” verschijnt: doorgaan met afdrukken, of stoppen.. Melding op LCD-scherm Netwerk TONER OP=DOORG. De printer gaat door met afdrukken wanneer de melding “Toner op” verschijnt. (Fabrieksinstelling setting) TONER OP=STOP De printer stopt met afdrukken wanneer de melding “Toner op” verschijnt. PRINT FOUTLIJST ✒ Opmerking De instelling in dit menu heeft alleen effect in de BR-Script 2-stand. In andere emulatiestanden is ze niet beschikbaar. U kunt het afdrukken van de foutlijst in deze stand aan- of uitzetten. 4-48 Melding op LCD-scherm Foutlijst FOUTLIJST=AAN Activeert deze functie, zodat de printer bij elke fout de betreffende foutmelding afdrukt. FOUTLIJST=UIT De printer drukt geen foutmelding af wanneer er een fout optreedt. (Fabrieksinstelling) HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL HERVATTEN Treedt er tijdens het printen een niet-fatale fout op (incl. de melding “Toner op”), dan kan deze fout worden genegeerd door op de CONTINUE-toets te drukken. De werking van de CONTINUE-toets wordt als volgt ingesteld. Melding op LCD-scherm Hervatten HERVAT=HAND De printer gaat bij niet-fatale fouten niet vanzelf door. U moet op CONTINUE drukken om het printen te hervatten. (Fabrieksinstelling) HERVAT=AUTO De printer gaat automatisch door bij nietfatale fouten. Er hoeft niet op de CONTINUE-toets gedrukt te worden. SCHAALBAAR FONT ✒ Opmerking De instelling in dit menu heeft alleen effect in de HP LaserJet-stand en verschijnt niet in andere emulaties. Omdat de printer zeer veel schaalbare (traploos vergrootbare) fonts bevat, kan het voorkomen dat uw software hier niet goed mee om weet te gaan. Het kan gebeuren dat de printer in HP LaserJet-stand een ander lettertype afdrukt dan wat u in de software (of met het commando voor fontselectie) heeft gekozen. Dit probleem kan worden opgelost door de volgende instelling te maken, waarbij een aantal fonts niet meer gekozen kan worden: Melding op LCD-scherm Schaalbaar font FONT=ALLE Alle schaalbare fonts van deze printer kunnen via fontselectie-commando’s worden gekozen (zie “Residente fonts” in de Appendix). (Fabrieksinstelling) FONT=LJ4 Naast onderstaande printerfonts kunnen met het fontselectie-commando ook andere schaalbare fonts worden geselecteerd: Atlanta, Bermuda Script, PC Brussels, Copenhagen, Germany, Portugal, Calgary, San Diego en US Roman. Ook al wordt een aantal fonts via bovenstaande methode uitgesloten, toch kunnen alle fonts via de FONT-toets worden gekozen. De instelling op dit menu beperkt slechts het fontselectie-commando van uw softwaretoepassing. 4-49 GEBRUIKERSHANDLEIDING PRINTDICHTHEID In dit menu kunt u de printdichtheid afstellen m.b.v. ▲ of ▼: Melding op LCD-scherm ■■■■■■■■■■■■■■■ ■■■■■■■■■■■■■■ : ■■ ■ Printdichtheid Hoe meer zwarte blokjes, hoe donkerder de printdichtheid. De zwarte blokjes duiden de dichtheid aan. De dichtheid kan in 15 stappen worden ingesteld. (Fabrieksinstelling = ■■■■■■■■) INPUT BUFFER De capaciteit van de input buffer kan worden vergroot of verkleind met de ▲ en ▼ toetsen. Een grotere input buffer zorgt ervoor dat de printer sneller gegevens van de computer kan opnemen. Melding op LCD-scherm Input Buffer ❏❏❏❏❏❏❏❏❏❏❏❏❏❏❏ ❏❏❏❏❏❏❏❏❏❏❏❏❏❏ : : Hoe meer blokjes, hoe groter de capaciteit van de input buffer. De blokjes zijn slechts een indicatie van de capaciteit, en geven niet het aantal Mbytes aan. De capaciteit kan in 15 stappen worden ingesteld. (Fabrieksinstelling=❏❏❏❏❏) ❏❏ ❏ Wanneer u de capaciteit van de input buffer heeft veranderd (vergeet niet op de SET-toets te drukken), moet u de printer uitzetten en hem vervolgens weer aanzetten. De instelling is pas effectief nadat u de printer weer heeft aangezet. ✒ Opmerkingen  De ingestelde capaciteit wordt zelfs niet veranderd wanneer de emulatiestand wordt veranderd.  De werkelijke grootte van de input buffer hangt af van de hoeveelheid geplaatst geheugen (RAM). Heeft de printer weinig geheugen, dan is de maximale capaciteit van de input buffer ook gering.  Selecteert u dubbelzijdig afdrukken, dan is er meer geheugen nodig. Stelt u een grote input buffer in en is er niet voldoende geheugen over om de duplex-afdruktaak uit te voeren, dan schakelt de printer automatisch over van 600 en 1200 dpi naar 300 dpi, of hij bedrukt de pagina’s aan slechts één zijde (simplex). In dat geval moet u een optionele SIMM plaatsen of de input buffer in deze stand verkleinen. 4-50 HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL GROOTTE INPUT BUFFER 47M 15 BLOKJES 5 BLOKJES 849K 264K 30K 1 BLOKJE 8M 16M 32M 13M 30K 72M HOEVEELHEID RAM Afb. 4-7 Grootte van input buffer INSTELL. OPSLAAN Het kan zijn dat u de printer deelt met andere gebruikers die de voorkeur geven aan een andere instelling van de printer, of dat u de printer zelf met andere instellingen gebruikt. Aangezien u de huidige instellingen van het bedieningspaneel kunt opslaan in het geheugen van de printer, zijn deze instellingen met een “printer reset” (zie “RESET-toets” in dit hoofdstuk ) eenvoudig op te roepen. Gebruik de toetsen op het bedieningspaneel om de configuratie van de printer naar wens in stellen en ga vervolgens over naar dit menu, waar u uw instellingen kunt opslaan. Twee verschillende gebruikersinstellingen kunnen als volgt in de printer worden opgeslagen: Melding op LCD-scherm Gebruikersinstelling INST. OPSLAAN 1 Slaat de huidige instellingen in de printer op als gebruikersinstelling 1. INST. OPSLAAN 2 Slaat de huidige instellingen in de printer op als gebruikersinstelling 2. Wilt u gebruikersinstellingen controleren, dan kunt u ze met behulp van de TEST-toets afdrukken. Zie “TEST-toets” in dit hoofdstuk. ✒ Opmerking Gebruikersinstellingen worden niet in de fabriek ingesteld. 4-51 GEBRUIKERSHANDLEIDING PAGINATELLER U kunt het aantal afgedrukte pagina’s controleren door deze stand in te stellen. Wanneer u de paginateller instelt, wordt gedurende korte tijd het aantal afgedrukte pagina’s op het LCD-scherm weergegeven. De printer sluit deze weergave vervolgens automatisch af. TELLER= 861 EINDIGEN Heeft u de gewenste instellingen in de menu’s gemaakt, dan gaat u door naar de volgende melding: eindigen Druk op SET om de menu’s af te sluiten en over te schakelen naar de offline stand. ✒ Opmerking U kunt altijd het menu verlaten door op SEL te drukken. Druk hiervoor, nadat met de SET-toets een nieuwe instelling is vastgelegd, op de SELtoets. U verlaat dan het menu en keert terug naar de on-line status (klaar). De instellingen zijn van kracht zodra u geëindigd heeft. 4-52 HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL FONT-toets Met de FONT-toets kunt u lettertypen en symbolen/tekensets kiezen. ✒ Opmerkingen Houd bij het gebruik van de FONT-toets rekening met het volgende:  De FONT-toets werkt in de stand voor HP LaserJet, EPSON FX-850 en IBM Proprinter XL. De instellingen kunnen echter variëren, afhankelijk van de huidige emulatie. Houd er rekening mee dat de FONT-toets in de BR-Script 2-stand niet werkt.  Als u met uw software lettertypen en symbolen/tekensets kunt selecteren, hoeft u deze niet met de FONT-toets in te stellen. De instelling van de software of een commando heeft namelijk voorrang op de instelling van deze toets.  Zorg ervoor dat u de juiste fontkaart installeert. Installeert u een onjuiste fontkaart, dan selecteert de printer zelf een lettertype dat lijkt op dat wat u heeft gekozen (mits er een dergelijk font op de kaart staat) en kan het dus gebeuren dat u een afdruk krijgt in een ander dan het door u geselecteerde lettertype.  U kunt gewenste fonts in de HP LaserJet- of de BR-Script 2-stand alleen op een Flash-geheugenkaart of een HDD-kaart opslaan wanneer een dergelijke kaart is geïnstalleerd. Zie “Geheugenkaart”. De font en symbolenset instellen in de HP LaserJet-stand Als de HP LaserJet-emulatiestand is geselecteerd, kunnen font- en symbolenset afzonderlijk als eerste of tweede lettertype worden ingesteld. Op het LCD-scherm kunt u werken in onderstaande instelmenu’s: EERSTE FONT KIES FONT Stel het eerste lettertype. KIES TEKENSET Stel de symbolenset in. PRINT TABEL Druk de tabel met codes. EINDIGEN Deze instelmene’s 4-53 GEBRUIKERSHANDLEIDING TWEEDE FONT KIES FONT Stel het tweede. KIES TKEKNSET Stel de symbolenset in. PRINT TABEL Druk de tabel met codes. EINDIGEN Deze instelmene’s Voor het selecteren van de font- en symbolenset in de HP PCL5C stand volgt u onderstaand stappen: 1. Druk op SEL om de printer off-line te zetten. 2. Druk op de FONT-toets. Op het LCD-scherm verschijnt onderstaand menu. EERSTE FONT 3. Druk op ▲ of ▼ om het instelmenu voor het eerste of tweede font te selecteren. EERSTE FONT TWEEDE FONT In dit voorbeeld kiezen we het instelmenu voor het eerste font. 4. Druk op SET. Op het LCD-scherm verschijnt het font-instelmenu. U kunt dit menu overslaan en met een druk op ▲ of ▼ direct doorgaan naar het instelmenu voor de symbolenset. In dit voorbeeld gaan we door naar de volgende stap. KIES FONT p ✒ Opmerking De kleine letter “p” of “s” geeft aan of u zich in de instelstand voor het eerste (primair) of tweede (secundair) font bevindt. Kiest u de tweede font-instelstand, dan verschijnt een kleine letter “s” op het LCD-scherm. 4-54 HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL 5. Druk op SET. In het menu “Kies font” kunt u het interne font, een kaartfont of een permanent download font kiezen. Onderstaande melding verschijnt: INTERN FONT p* Druk op ▲ of op ▼ totdat de gewenste fontbron op het LCD-scherm staat. Melding op LCD-scherm Fontbron INTERN FONT Een intern font van de printer. FONTKAART 1 Een font van de kaart in sleuf 1. FONTKAART 2 Een font van de kaart in sleuf 2. PERMANENT FONT Een permanent download font dat is gedefinieerd in de HP emulatie. Deze instructies gaan uit van het kiezen van een standaardfont: kies dus voor “Intern font”. ✒ Opmerkingen Kiest u voor een optioneel font of een permanent download font, let dan op het volgende:  Is er geen fontkaart geplaatst, dan kunt u geen optioneel lettertype kiezen en verschijnt de keuze “Fontkaart” niet op het LCD-scherm.  Zijn er geen permanente download fonts naar de printer gestuurd in de HP-emulatie of staat de printer niet in de HP-emulatie, dan verschijnt de keuze “Permanent font” niet op het LCD-scherm.  De lijst die u met de TEST-toets kunt afdrukken komt goed van pas bij het selecteren van de optionele fonts of de permanente download fonts. Zie “TEST-toets” verderop in dit hoofdstuk, of “De optionele lettertypen selecteren” in hoofdstuk 5. 6. Druk op SET. Wanneer u toegang krijgt tot het instelmenu voor het eerste font, wordt op het LCD-scherm het ingestelde font met een sterretje (*) weergegeven. BROUGHAM p* 7. Druk op ▲ of op ▼ totdat het gewenste font op het LCD-scherm staat. 4-55 GEBRUIKERSHANDLEIDING Raadpleeg de lijst van lettertypen op pagina 4-63. 8. Druk op SET om de getoonde selectie te activeren. Welke stappen u moet volgen, is afhankelijk van het type font: schaalbaar of rasterfont (bitmapped). ■ Selecteert u een resident bitmapped font (Letter Gothic 16.66) of optionele rasterfonts, dan wordt het instelmenu voor de symbolenset getoond. KIES TEKENSET p Ga door naar stap 9. ■ Selecteert u residente schaalbare fonts of optionele schaalbare fonts, dan wordt het instelmenu voor de fontstijl getoond, waarna wordt overgeschakeld naar het menu voor het instellen van de grootte van het gekozen lettertype. BROUGHAM  p Het instelmenu voor de fontstijl wordt geopend. BROUGHAM Reg p* Druk op ▲ of ▼ totdat de gewenste stijl op het LCD-scherm staat. Melding op LCD-scherm Fontstijl ........ Lt Licht ........ Reg Normaal, Roman, Book of Antique ........ Bd Vet of Demi ........ Xb Extra vet ........ It Cursief of Schuin ✒ Opmerking De stijlaanduiding verschijnt achter de naam van het font en de naam van de stijl is afhankelijk van de naam van het font. De aanduiding Cursief verschijnt mogelijk achter een andere stijlaanduiding: “BdIt” geeft een vet en cursief font aan, “LtIt” een licht en cursief font, enz. 4-56 HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL Druk op SET om de getoonde selectie te activeren. Er wordt nu overgeschakeld naar het menu voor het instellen van de grootte van het gekozen lettertype. ✒ Opmerking Kiest u een font met vaste tekenafstand, dan stelt u de grootte in door de tekenbreedte (pitch) op te geven. Bij een proportioneel font geeft u de afmeting in punts (hoogte) op. het LCD-scherm toont “Pitch” of “Punts” afhankelijk van het gekozen font. Onderstaand LCD-scherm toont voor alle duidelijkheid “Pitch. PITCH= 10.00 * Druk op ▲ of ▼ totdat de gewenste lettergrootte op het LCD-scherm staat. Druk op SET om de getoonde selectie te activeren. De knipperende cursor gaat nu naar het decimale gedeelte van de waarde. Druk op ▲ of ▼ totdat het gewenste decimale cijfer op het LCDscherm staat. PITCH= 16.66 Druk op SET om de getoonde selectie te activeren. Op het LCD-scherm verschijnt het instelmenu voor de symbolenset. KIES TEKENSET p 9. Druk op SET. In de instelstand voor de symbolenset staat op het LCD-scherm eerst de ingestelde symbolenset aangegeven met een sterretje (*). PC - 8 p* 10. Druk op ▲ of ▼ totdat de gewenste symbolenset op het LCD-scherm staat. Raadpleeg de lijst van symbolen/tekensets. 11. Druk op Set om de getoonde selectie te activeren. Op het LCD-scherm verschijnt het volgende menu. 4-57 GEBRUIKERSHANDLEIDING PRINT TABEL p 12. Druk op SET om de codetabel van het geselecteerde lettertype af te drukken, of druk op ▲ of ▼ om dit menu over te slaan. Het LCD-scherm schakelt over naar het menu “Eindigen”. eindigen 13.Druk op SET om de instelstand af te sluiten. De printer gaat weer off-line. De font en tekenset instellen in de EPSON FX-850- of de IBM Proprinter XL-stand Als de EPSON FX-850- of IBM Proprinter XL-stand is geselecteerd, kunnen de font- en tekenset worden geselecteerd. Op het LCD-scherm kunt u werken in onderstaande instelmenu’s. KIES FONT het lettertype selecteren. KIES TEKENSET De tekenset selecteren. PRINT TABEL De tabel met codes afdrukken. EINDIGEN Deze instelmenu’s afsluiten. Voor het selecteren van de font- en tekenset in de EPSON FX-850 of IBM Proprinter XL stand volgt u onderstaande stappen:1. Druk op SEL om de printer off-line te zetten. 2. Druk op FONT. Op het LCD-scherm verschijnt het font-instelmenu. U kunt dit menu overslaan en met een druk op ▲ of ▼ direct doorgaan naar het instelmenu voor de tekenset. In dit voorbeeld gaan we door. KIES FONT 4-58 HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL 3. Druk op SET. In het menu “Kies font” kunt u het interne font, een kaartfont of een permanent download font kiezen. INTERN FONT * Druk op ▲ of ▼ totdat de gewenste fontbron op het LCD-scherm staat. Melding op LCD-scherm Fontbron INTERN FONT Een intern font van de printer. FONTKAART 1 Een font van de kaart in sleuf 1. FONTKAART 2 Een font van de kaart in sleuf 2. PERMANENT FONT Een permanent download font dat is gedefinieerd in de HP emulatie. Deze instructies gaan uit van het kiezen van een standaardfont: kies dus voor “Intern font. “ ✒ Opmerkingen Kiest u voor een optioneel font of een permanent download font, let dan op het volgende:  Is er geen fontkaart geplaatst, dan kunt u geen optioneel lettertype kiezen en verschijnt de keuze “Fontkaart” niet op het LCD-scherm.  Zijn er geen permanente download fonts naar de printer gestuurd in de HP-emulatie of staat de printer in een andere emulatie, dan verschijnt de keuze “Permanent font” niet op het LCD-scherm.  Wanneer u het optionele font of download font selecteert, drukt u op SET om over te schakelen naar het menu met opties. Selecteer het gewenste font met behulp van ▲ of ▼ en druk nogmaals op SET. De lijst die u met de TEST-toets kunt afdrukken komt goed van pas bij het selecteren van de optionele fonts of de permanente download fonts. Zie “TEST-toets” verderop in dit hoofdstuk, of “De optionele lettertypen selecteren” in hoofdstuk 5. 4. Druk op SET. Wanneer u toegang krijgt tot het instelmenu voor het eerste font, wordt op het LCD-scherm het ingestelde font met een sterretje (*) weergegeven. 4-59 GEBRUIKERSHANDLEIDING BROUGHAM * 5. Druk op ▲ of ▼ totdat het gewenste font op het LCD-scherm staat. Raadpleeg de lijst van fonts. 6. Druk op SET toom de getoonde selectie te activeren. Welke stappen u volgt is afhankelijk van het type font, schaalbaar of bitmapped. ■ Selecteert u een resident rasterfont (Letter Gothic 16.66) of optionele rasterfonts, dan wordt overgeschakeld naar het menu voor het instellen van de tekenset. KIES TEKENSET Ga door naar stap 7. ■ Selecteert u residente schaalbare fonts of optionele schaalbare fonts, dan wordt het instelmenu voor de fontstijl getoond. BROUGHAM  Het instelmenu voor de fontstijl wordt geopend. BROUGHAM Reg * Druk op ▲ of ▼ totdat de gewenste stijl op het LCD-scherm staat. 4-60 Melding op LCD-scherm Fontstijl ........ Lt Licht ........ Reg Normaal, Roman, Book of Antique ........ Bd Vet of Demi ........ Xb Extra vet ........ It Cursief of Schuin HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL ✒ Opmerking De stijlaanduiding verschijnt achter de naam van het font en de naam van de stijl is afhankelijk van de naam van het font. De aanduiding Cursief verschijnt mogelijk achter een andere stijlaanduiding: “BdIt” geeft een vet en cursief font aan, “LtIt” een licht en cursief font, enz. Druk op SET om de getoonde selectie te activeren. Er wordt nu overgeschakeld naar het menu voor het instellen van de grootte van het gekozen lettertype. ✒ Opmerking Kiest u een font met vaste tekenafstand, dan stelt u de grootte in door de tekenbreedte (pitch) op te geven. Bij een proportioneel font geeft u de afmeting in punts (hoogte) op. het LCD-scherm toont “Pitch” of “Punts” afhankelijk van het gekozen font. Onderstaand LCD-scherm toont voor alle duidelijkheid “Pitch”. PITCH= 10.00 * Druk op ▲ of ▼ totdat de gewenste lettergrootte op het LCD-scherm staat. Druk op SET om de getoonde selectie te activeren. De knipperende cursor gaat nu naar het decimale gedeelte van de waarde. Druk op ▲ of ▼ totdat het gewenste decimale cijfer op het LCDscherm staat. PITCH= 16.66 Druk op SET om de getoonde selectie te activeren. Op het LCD-scherm verschijnt het instelmenu voor de tekenset. KIES TEKENSET 7. Druk op SET. In de instelstand voor de tekenset staat op het LCD-scherm eerst de ingestelde tekenset aangegeven met een sterretje (*). 4-61 GEBRUIKERSHANDLEIDING US ASCII * ✒ Opmerking De tekenset varieert, afhankelijk van de huidige emulatie. Op bovenstaand LCD-scherm ziet u de fabrieksinstelling in de EPSON FX850 emulatiestand. 8. Druk op ▲ of ▼ totdat de gewenste tekenset op het LCD-scherm staat. Raadpleeg de lijst van symbolen/tekensets. 9. Druk op SET om de getoonde selectie te activeren. Op het LCD-scherm verschijnt het volgende menu. PRINT TABEL 10. Druk op SET om de codetabel van het geselecteerde font af te drukken, of druk op ▲ of ▼ om dit menu over te slaan. Het LCD-scherm schakelt over naar het menu “Eindigen”. eindigen 11. Druk op SET om de instelmenu’s af te sluiten. De printer gaat weer off-line. 4-62 HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL Lijst van lettertypen Voor specifieke tekens in residente rasterfonts (bitmapped lettertypen) en schaalbare lettertypen verwijzen wij u naar de “TEKENSETS” in de Appendix. Melding op LCD-scherm Lettertype BROUGHAM LETTERGOTHIC OCR-A OCR-B LETTERGOTH16.6 LTRGOTH16 LTN2 Schaalbaar Brougham Schaalbaar LetterGothic Bitmapped OCR-A 12 cpi Bitmapped OCR-B 12 cpi Bitmapped Letter Gothic 16.66 cpi Bitmapped Letter Gothic 16.66 cpi ISO 8859-1 Latin2 Bitmapped Letter Gothic 16.66 cpi ISO 8859-1 Latin5 Bitmapped Letter Gothic 16.66 cpi ISO 8859-1 Latin6 Schaalbaar PC Tennessee Schaalbaar Oklahoma Schaalbaar Connecticut Schaalbaar Cleveland Condensed Schaalbaar PC Brussels Schaalbaar Utah Schaalbaar Utah Condensed Schaalbaar Antique Oakland Schaalbaar Guatemala Antique Schaalbaar Maryland Schaalbaar Alaska Schaalbaar Helsinki Schaalbaar BR Symbol Schaalbaar Tennessee Schaalbaar W Dingbats Schaalbaar Germany Schaalbaar San Diego Schaalbaar Bermuda Script Schaalbaar US Roman Schaalbaar Atlanta Schaalbaar Copenhagen Schaalbaar Portugal Schaalbaar Calgary LTRGOTH16 LTN5 LTRGOTH16 LTN6 PcTENNESSEE OKLAHOMA CONNECTICUT CLEVELAND Cd PcBRUSSELS UTAH UTAH CONDENSED AntiqueOAKLAND GUATEMALA MARYLAND ALASKA HELSINKI BR SYMBOL TENNESSEE W DINGBATS GERMANY SAN DIEGO BERMUDA SCRIPT US ROMAN ATLANTA COPENHAGEN PORTUGAL CALGARY 4-63 GEBRUIKERSHANDLEIDING Lijst van symbolen/tekensets Welke symbolensets en tekensets er gebruikt kunnen worden, is afhankelijk van de geselecteerde emulatie. Voor specifieke symbolen/tekensets verwijzen wij u naar de “TEKENSETS” in de Appendix. HP LaserJet EPSON IBM ROMAN 8 ISO LATIN1 ISO LATIN2 ISO LATIN5 ISO LATIN6 PC-775 PC-8 * PC-8 D/N PC-850 PC-852 PC-8 TURKS PC-1004 WINDOWS LATIN1 WINDOWS LATIN2 WINDOWS LATIN5 WINDOWS BALTIC LEGAL ISO 2 IRV ISO 4 UK ISO 6 ASCII ISO10 SWE/FIN ISO11 ZWEEDS ISO14 JISASCII ISO15 ITALIAANS ISO16 POR ISO17 SPAANS ISO21 DUITS ISO25 FRANS ISO57 CHINEES ISO60 NOR v1 ISO61 NOR v2 ISO69 FRANS ISO84 POR ISO85 SPAANS HP DUITS HP SPAANS VENTURA MATH VENTURA INTL VENTURA US PS MATH PS TEXT MATH-8 PI FONT MS PUBLISHING WINDOWS 3.0 MC TEXT DESKTOP US ASCII * DUITS UK ASCII I FRANS I PC-8 * PC-8 D/N PC-850 PC-852 DEENS I ITALIAANS SPAANS ZWEEDS JAPANS NOORS DEENS II UK ASCII II FRANS II NEDERLANDS ZUID-AFRIKAANS PC-8 PC-8 D/N PC-850 PC-852 PC-860 PC-863 PC-865 PC-8 TURKS PC-860 PC-863 PC-865 PC-8 TURKS ✒ Opmerking In bovenstaande tabel worden de fabrieksinstellingen aangeduid met een sterretje “ * ”. 4-64 HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL FORM FEED-toets (toets voor opnieuw afdrukken) De FORM FEED-toets werkt op twee manieren, afhankelijk van de status van het DATA-lampje. Form Feed Wanneer de printer off-line staat en er nog gegevens in het geheugen van de printer zijn opgeslagen, gaat het DATA-lampje branden. Om de in het geheugen van de printer aanwezige gegevens af te drukken, drukt u op de FORM FEED-toets: 01 PRINT 001P T1 Wanneer u het aantal te printen pagina’s met de COPY-toets instelt en op de FORM FEED-toets drukt terwijl de printer bezig is met printen, voert de printer geen nieuw vel papier meer in. Op het LCD-scherm verschijnt onderstaande melding: 07 FF PAUZE Druk nogmaals op SEL om de papierinvoer te hervatten. Drukt u op FORM FEED terwijl er geen gegevens meer in het geheugen van de printer zijn opgeslagen, dan wordt deze handeling door de printer genegeerd. Op het LCD-scherm verschijnt onderstaande melding: Niets te printen ✒ Opmerking Als u wilt dat de printer de resterende gegevens automatisch afdrukt, kunt u met de MODE-toets de automatische Form Feed functie instellen. Zie “AUTO FORM FEED” in dit hoofdstuk. Opnieuw afdrukken U kunt de laatst afgedrukte job meerdere malen afdrukken zonder de gegevens opnieuw vanuit de computer te sturen. Als u op de FORM FEED-toets toets drukt wanneer het DATA-lampje uit is, wordt de laatste print job nogmaals afgedrukt. U kunt deze functie gebruiken om een pagina na een papierdoorvoerstoring opnieuw af te drukken. Om deze functie te gebruiken zet u na het afdrukken de printer off-line en drukt u op DE FORM FEED-toets. 4-65 GEBRUIKERSHANDLEIDING Op het LCD-scherm staat tijdens het afdrukken onderstaande melding: 1 JOB REPRINTEN Als er onvoldoende geheugen is om alle pagina’s van de laatste print job af te drukken, wordt uitsluitend de laatste pagina van de laatste print job afgedrukt. Op het LCD-scherm verschijnt onderstaande melding: 1 PAG REPRINTEN U stelt het aantal opnieuw af te drukken exemplaren in door tijdens het herprinten een of meerdere malen op de FORM FEED-toets te drukken. Het aantal malen dat u op de toets drukt, bepaalt hoe vaak de printer de job zal afdrukken. ✒ Opmerking  De gegevens van de opnieuw te printen pagina blijven in het geheugen van de printer totdat deze wordt teruggesteld, of totdat de emulatie of een aantal instellingen worden veranderd. Heeft u vertrouwelijke gegevens afgedrukt, zorg er dan voor dat u de printer terugstelt, zodat deze gegevens uit het geheugen van de printer worden gewist.  Als de printer niet precies weet uit hoeveel pagina’s de laatste job bestond, wordt alleen de laatste pagina opnieuw afgedrukt. De complete bewerking kan met de meegeleverde printer driver opnieuw afgedrukt worden.  In de BR-Script 2-emulatie kan deze functie niet gebruikt worden. 4-66 HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL CONTINUE-toets Als er tijdens het afdrukken een fout optreedt, wordt het afdrukken automatisch gestaakt en wordt de printer in off-line gezet. Door op de CONTINUE-toets te drukken, wordt de fout genegeerd en wordt met afdrukken verdergegaan. De werking van deze toets is afhankelijk van de met de MODE-toets ingestelde stand voor hervatten. Omdat de stand voor hervatten standaard is ingesteld op handbediening, moet u op de CONTINUE-toets drukken om een fout te negeren. Als u de stand voor hervatten instelt op automatisch, zal de printer proberen het printen te hervatten zonder dat u op de CONTINUE-toets hoeft te drukken. Voor meer informatie, zie “Hervatten” in dit hoofdstuk. ✒ Opmerking Een druk op CONTINUE negeert niet alle fouten. Er kunnen fouten optreden die eenvoudigweg niet genegeerd kunnen worden en waarop actie moet worden ondernomen. Zie “Problemen oplossen” in hoofdstuk 7. 4-67 GEBRUIKERSHANDLEIDING TOETSEN IN DE SHIFT-STAND De basishandelingen van deze printer en het aanpassen van de verschillende printerinstellingen kunnen ook in de SHIFT-stand worden uitgevoerd. De functies die u in de SHIFT -stand kunt gebruiken, staan op de onderste helft van de toetsen op het bedieningspaneel aangegeven. Afb. 4-8 Toetsen in de SHIFT-stand ✒ Opmerking De fabrieksinstellingen zijn onderstaand in vet afgedrukt. SHIFT-toets Als de printer off-line is en u de SHIFT-toets ingedrukt houdt, kunt u de toetsen op het bedieningspaneel in de SHIFT -stand bedienen. Omdat de SHIFT-toets niet kan worden vastgezet, dient u de toets ingedrukt te houden om toegang te krijgen tot de gewenste functie. De functies die u in de SHIFT -stand kunt uitvoeren, staan op de onderste helft van de toetsen op het bedieningspaneel aangegeven. 4-68 HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL EMULATION-toets Deze printer is standaard ingesteld met de automatische emulatieselectie AAN. Wanneer gegevens van de computer worden ontvangen, kiest de printer automatisch de juiste emulatiestand. Om de emulatiestand met de hand in te stellen, houdt u de SHIFT-toets ingedrukt en drukt u tegelijkertijd op de EMULATION-toets. U krijgt toegang tot een instelmenu waarin u de emulatie kunt wijzigen. Voor het wijzigen van de emulatiestand gaat u als volgt te werk:1. Druk op SEL om de printer off-line te zetten. 2. Houd de SHIFT-toets ingedrukt en druk op EMULATION. Wanneer u toegang krijgt tot het instelmenu, wordt op het LCDscherm eerst de ingestelde emulatiestand met een sterretje (*) aangegeven. AUTO * 3. Druk op ▲ of ▼ totdat de gewenste emulatiestand op het LCD-scherm staat. Melding op LCD-scherm Emulatie HP LaserJet 5 HP LaserJet BR-Script 2 BR-Script level 2 HP-GL HP-GL Plotter EPSON FX-850 EPSON FX-850 IBMProprinterXL IBM Proprinter XL AUTO Automatische emulatieselectie 4. Druk op SET de getoonde selectie te activeren. Kiest u een emulatie anders dan AUTO, dan verschijnt op het LCDscherm gedurende korte tijd een sterretje (*) achter de gekozen emulatie. Daarna wordt de emulatie-instelling automatisch afgesloten en gaat de printer off-line. Kiest u voor AUTO, dan verschijnt de “Time-out” instelling voor de automatische emulatieselectie op het LCD-scherm. Ga door naar de volgende stap. 4-69 GEBRUIKERSHANDLEIDING 5. Stel de “Time-Out” in m.b.v. ▲ of ▼. TIME-OUT= 5s * De time-out is de tijdspanne waarbinnen de printer geen andere automatische emulatiewijziging toestaat. U kunt de time-out instellen tussen 1 en 99 seconden: De fabrieksinstelling is 5 sec. 6. Druk op SET. Op het LCD-scherm verschijnt “EPSON/IBM”. EPSON/IBM=EPSON* 7. Selecteer m.b.v. ▲ of ▼ de optie EPSON of IBM. Omdat de printer geen onderscheid maakt tussen de EPSON- en de IBM-emulatiestand, moet u de EPSON- of IBM-emulatie zelfs in de automatische emulatieselectiestand selecteren. Wanneer de printer gegevens van de computer ontvangt, wordt automatisch een emulatiestand geselecteerd volgens één van onderstaande combinaties: EPSON/IBM Prioriteit EPSON Autom. selectie HP LaserJet BR-Script 2 HP-GL EPSON FX-850 IBM HP LaserJet BR-Script 2 HP-GL IBM Proprinter XL 8. Druk op SET. Op het LCD-scherm verschijnt “BEWAAR PCL”. BEWAAR PCL=OFF Deze functie is voor permanente macro’s en fonts die in de HP LaserJet-stand zijn gedownload. 9. Zet “BEWAAR PCL” met de ▲ of ▼ toets aan of uit. Als u de permanente macro’s en fonts die in de HP LaserJet-stand worden gebruikt niet wilt bewaren, kunt u deze functie uitschakelen. Wilt u ze wel bewaren, zet deze functie dan aan. 4-70 HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL Is deze functie geactiveerd, dan blijven de gedownloade macro’s en fonts in het geheugen van de printer totdat hij wordt uitgezet, zelfs wanneer wordt overgeschakeld naar de BR-Script 2-stand. ✒ Opmerking De functie “BEWAAR PCL” reserveert vrije ruimte in het geheugen van de printer, wat betekent dat de melding “Geheugen vol” kan verschijnen. In dat geval schakelt u deze functie uit, of plaatst u extra geheugen in de printer. 10. Druk op SET. Op het LCD-scherm verschijnt de melding “Eindigen”. 11. Druk nogmaals op SET. De instelmenu’s worden afgesloten en de printer gaat off-line. ✒ Opmerking Gebruikt u de automatische emulatieselectie, probeer deze dan eerst uit met de software die u wilt gebruiken of met de netwerkserver. Werkt de automatische selectie niet naar behoren, dan kiest u de gewenste emulatie met de hand. De volgende commando’s kunnen worden gebruikt om de gewenste emulatie op een netwerk in te stellen. Commando’s ESC CR H ESC CR AB ESC CR GL ESC CR E ESC CR I Hex 1B 0D 48 1B 0D 41 42 1B 0D 47 4C 1B 0D 45 1B 0D 49 Emulatie HP LaserJet BR-Script 2 HP-GL EPSON FX-850 IBM Proprinter XL Over de emulaties Deze printer heeft onderstaande emulatiestanden: ■ HP LaserJet De HP LaserJet-stand (of HP-stand) is de emulatiestand waarin deze printer Hewlett-Packard LaserJet printers en emuleert. Omdat veel softwarepakketten dit type laserprinter ondersteunen, sluit uw printer in deze stand prima aan op de standaardsoftwarepakketten. 4-71 GEBRUIKERSHANDLEIDING ■ BR-Script 2 Mode BR-Script is een door Brother zelf ontworpen paginabeschrijvingstaal en is tevens een PostScript taalemulatievertolker. Deze printer beschikt over level 2 BR-Script. De BR-Script vertolker in deze printer zorgt ervoor dat hij zonder problemen hele pagina’s tekst en afbeeldingen kan verwerken. De gemiddelde gebruiker hoeft niet veel te weten over PostScript taal. Wanneer u echter meer informatie over de PostScript commando’s wenst, verwijzen wij u naar onderstaande handboeken: • Adobe Systems Incorporated. PostScript® Language Reference Manual, 2nd Edition. Menlo Park: Addison-Wesley Publishing Company, Inc., 1990. • Adobe Systems Incorporated. PostScript® Language Program Design. Menlo Park: Addison-Wesley Publishing Company, Inc., 1988. • Adobe Systems Incorporated. PostScript® Language Reference Manual. Menlo Park: Addison-Wesley Publishing Company, Inc., 1985. • Adobe Systems Incorporated. PostScript® Language Tutorial and Cookbook. Menlo Park: Addison-Wesley Publishing Company, Inc., 1985. ■ HP-GL-stand De HP-GL stand is de emulatiestand waarin deze printer de HewlettPackard plotter model HP-7475A emuleert. Omdat veel grafische en CAD-software dit type plotter ondersteunt, kunt u de printer bij deze software ook als plotter inzetten. ■ EPSON FX-850-stand en IBM Proprinter XL-stand De EPSON FX-850- en IBM Proprinter XL-standen zijn emulaties van industriestandaard dotmatrixprinters. De meeste software-toepassingen ondersteunen minstens één van deze printers, zodat u de printer eenvoudig in kunt zetten en u zich geen zorgen hoeft te maken over compatibiliteit. 4-72 HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL ECONOMY-toets TONERSPAARSTAND U kunt de tonerspaarstand als volgt aan- of uitzetten: Melding op LCD-scherm Tonerspaarstand TONERSPAAR=UIT Zet de tonerspaarstand uit. (Fabrieksinstelling) TONERSPAAR=AAN Zet de tonerspaarstand aan. Er wordt minder toner op papier overgebracht en de afdruk ziet er lichter uit. STROOMSPAARSTAND U kunt de stroomspaarstand als volgt aan- of uitzetten: Melding op LCD-scherm Stroomspaarstand STROOMSPAAR=AAN Zet de stroomspaarstand aan. De fixeerinrichting van de printmotor wordt na bepaalde tijd afgezet om stroom te besparen. (Fabrieksinstelling) STROOMSPAAR =UIT Zet de stroomspaarstand uit. De fixeerinrichting van de printmotor blijft aan, zodat deze altijd op de juiste temperatuur blijft. 1. Zet u de stroomspaarstand aan, dan verschijnt het volgende optiemenu op het LCD-scherm: TIME-OUT 2. Als u op SET drukt, verschijnt onderstaande melding op het LCDscherm: TIME-OUT=30m * U moet de time-out voor de stroomspaarstand met behulp van de ▲ of ▼ toets instellen tussen 1 en 99 minuten. Fabrieksinstelling is 30 minuten. De time-out is de tijdspanne waarna de fixeerinrichting van de printmotor wordt uitgezet (“Slaapstand”) teneinde stroom te besparen. Staat de stroomspaarstand aan, dan schakelt de printer zodra hij gegevens van de computer ontvangt, de fixeerinrichting automatisch weer in. Aangezien de fixeerinrichting op temperatuur moet komen, kan het even duren voordat de printer met het afdrukken van de eerste pagina begint. 4-73 GEBRUIKERSHANDLEIDING FEEDER-toets Met de FEEDER-toets kunt u selecteren of papier via de papierinvoer, de universele bak (MF) of handmatig moet worden ingevoerd. Als de duplex-unit is geïnstalleerd, kunt u met deze toets bovendien de stand voor dubbelzijdig afdrukken selecteren. Melding op LCD-scherm Invoer INVOER=AUTO Selecteer een van de papierbakken, of automatische papierinvoer. MF EERST=UIT Zet MF Eerst uit. HANDINVOER=UIT Zet handinvoer aan of uit. MF-INSTELLING Instellingen voor de universele bak (MF) INVOER Instellingen voor bak 1 of bak 2 PAPIERSOORT Selecteert de afdrukmedia DUPLEX STAND Selecteert de stand voor dubbelzijdig afdrukken (alleen wanneer de duplex-unit is geïnstalleerd.) U kunt controleren welke bak en welke afdrukstand er momenteel is geselecteerd. Wanneer bak 1 is geselecteerd, staat onderstaande melding op het LCDscherm: 00 KLAAR 001P B1 Wanneer de universele bak (MF) en dubbelzijdig afdrukken is geselecteerd, staat onderstaande melding op het LCD-scherm: 00 KLAAR 001P■MF Het zwarte blokje ■ geeft aan dat dubbelzijdig afdrukken is geselecteerd. Wilt u instellingen met behulp van de FEEDER-toets wijzigen, houd dan de SHIFT-toets ingedrukt en druk tegelijkertijd op FEEDER. Er wordt dan overgeschakeld naar het instelmenu waar u de invoer, handinvoer, enz. kunt wijzigen. INVOER 1. Druk op SEL om de printer off-line te zetten. 2. Houd de SHIFT-toets ingedrukt en druk tegelijkertijd op FEEDER. Op het instelmenu wordt eerst de ingestelde papierinvoermethode met een sterretje (*) aangegeven. 4-74 HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL INVOER=AUTO * 3. Druk op ▲ of op ▼ totdat de gewenste papierinvoer op het LCDscherm staat. Melding op LCD-scherm Papierinvoermethode/Papierbron INVOER=AUTO Automatische papierinvoer INVOER=MF Invoer via universele bak (MF) INVOER=BAK1 Bovenste papierbak (Bak 1) INVOER=BAK2 Onderste papierbak (Bak 2) ✒ Opmerkingen Let bij het selecteren van de invoer op het onderstaande:  De melding “INVOER=BAK2” verschijnt alleen wanneer de los verkrijgbare tweede papierbak is geplaatst.  Met de instelling INVOER=AUTO kunt u uw printer optimaal laten werken. Is het papier in de bak vanwaar wordt ingevoerd op, dan hoeft het printen niet te worden onderbroken. De standaardinstelling is AUTO. Hiermee kan papier uit alle bakken worden ingevoerd, op voorwaarde dat in alle bakken papier van dezelfde soort en afmetingen is geplaatst. Op die manier kan het printen foutloos doorgaan ingeval een van de bakken leeg is, daar de printer automatisch een andere bak kiest.  Selecteert u INVOER=AUTO, dan zoekt de printer automatisch naar de papierafmetingen die u in de paginalayout-stand met behulp van de MODE-toets heeft ingesteld, en voert hij het papier in vanuit de papierbron waarin papier van de ingestelde afmetingen is geplaatst. Heeft u in de onderste en bovenste bak papier van verschillende afmetingen geplaatst en is een van de bakken leeg, dan stopt de printer met afdrukken en wordt niet automatisch overgeschakeld naar een andere bak. Zo wordt voorkomen dat per ongeluk op papier van verschillende afmetingen wordt afgedrukt.  Heeft u verschillende soorten papier maar van dezelfde afmetingen geplaatst (bijvoorbeeld formulier “A” in bak 1, formulier “B” in bak 2), dan is het raadzaam om de invoerinstelling van AUTO te veranderen in BAK 1. Als het papier op is, zal de printer wachten zodat u de juiste papiersoort kunt plaatsen, waarna u op SEL drukt om het afdrukken te voltooien. 4. Druk op SET om uw keuze vast te leggen. 4-75 GEBRUIKERSHANDLEIDING Selecteert u “BAK1” of “BAK2”, dan verschijnt rechts op het LCDscherm even een sterretje, waarna de melding “Eindigen” verschijnt. Druk nogmaals op SET. Het instelmenu wordt gesloten en de printer gaat off-line. Selecteert u “AUTO”, dan verschijnt het menu waar u de bak voor automatische papierinvoer selecteert. Ga door naar de volgende stap. 5. Verander de combinatie van de bakken en welke bak voorrang heeft met behulp van de ▲ of ▼ toets: AUTO B1>MF * Is “AUTO B1>MF” is ingesteld, dan is zowel bak 1 als de universele bak (MF) geselecteerd. Als het papier in bak 1 de juiste afmetingen heeft, wordt deze bak eerst gebruikt. 6. Druk op SET. MF EERST De huidige instelling voor MF EERST wordt op het LCD-scherm met een sterretje (*) aangeduid. MF EERST =UIT * 1. Druk op ▲ of op ▼ om MF EERST voor de universele bak te activeren of uit te schakelen. ✒ Opmerkingen Wilt u de eerste pagina bijvoorbeeld op papier met een briefhoofd uit de universele bak afdrukken en de volgende pagina’s op normaal papier uit een andere bak, plaats dan een enkel vel in de universele bak en selecteer “MF EERST=AAN” op dit menu. De printer kiest dan eerst de universele bak, ongeacht de instelling voor “INVOER=####”. Aangezien er slechts één vel in de universele bak zat en deze nu dus leeg is, schakelt de printer vervolgens automatisch over op de invoer die is geselecteerd bij “INVOER=####”. Met de instelling MF EERST=AAN kunt u de universele bak op eenvoudige wijze als een tijdelijke invoer gebruiken. Plaatst u papier in de universele bak wanneer MF EERST=AAN is ingesteld, dan wordt op papier uit deze bak geprint. Plaatst u geen papier in de universele bak, dan kiest de printer een andere bak, afhankelijk van de instelling van “INVOER=####.   4-76 HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL  Met de instelling MF EERST=AAN wordt eerst het papier uit de universele bak gebruikt. Is deze bak leeg, dan wordt automatisch overgeschakeld op een andere papierbron waarin papier van dezelfde afmetingen is geplaatst. U kunt deze instelling echter alleen gebruiken wanneer in alle bakken papier van dezelfde soort en afmetingen is geplaatst. Heeft het papier in de universele bak andere afmetingen dan het papier in de andere bakken en wilt u het papier in de universele bak niet gebruiken, selecteer dan MF EERST=UIT. 2. Druk op SET. HANDINVOER Op het LCD-scherm wordt handinvoer met een sterretje aangegeven (zie onderstaand): HANDINVOER=UIT* 1. Druk op ▲ of op ▼ om handinvoer te activeren of uit te schakelen. 2. Druk op SET om uw keuze vast te leggen. ✒ Opmerking Wanneer HANDINVOER=AAN is geselecteerd, dient u er rekening mee te houden dat de papierbak die is ingesteld in INVOER=#### wordt genegeerd en dat nu handmatige invoer vanuit de universele bak is gekozen. Wilt u de selectie in INVOER=#### effectief maken, dan moet u HANDINVOER=UIT kiezen. 4-77 GEBRUIKERSHANDLEIDING MF-INSTELLING 1. Het LCD-scherm toont nu het instelmenu voor de universele bak. Druk op de SET-toets om naar dit menu over te schakelen. Vervolgens ziet u huidige papierafmetingen die voor de universele bak zijn ingesteld. Dit wordt op het LCD-scherm met een sterretje (*) aangegeven. MF AFM. =LETTER* 2. Druk op ▲ of op ▼ om de gewenste papierafmetingen voor de universele bak te selecteren. ✒ Opmerking Selecteert u de universele bak als papierbron, dan moet u MF AFM. handmatig instellen, want deze bak kan de afmetingen van het papier niet automatisch vaststellen. 3. Druk op SET om de getoonde instelling te activeren. Het LCD-scherm geeft de huidige instelling voor PAPIER IN= aan met een sterretje: PAPIER IN=CONT * 4. Druk op de ▲ of ▼ toets om te kiezen of de printer bij handinvoer door moet gaan of moet stoppen. ✒ Opmerking Met behulp van deze toets of met een software-commando kunt u bepalen of de printer, wanneer handinvoer is geselecteerd, moet doorgaan of moet stoppen met printen. Kiest u PAPIER IN=CONT, dan voert de printer papier in vanuit de universele bak. Kiest u PAPIER IN=STOP, dan onderbreekt de printer het invoeren van papier totdat er op de SEL-toets wordt gedrukt. Wilt u nadat u via uw computer een printopdracht heeft gegeven papier in de universele bak plaatsen, selecteer dan PAPIER=STOP, zodat de printer op papier wacht. 5. Druk op SET om de instelling te activeren. 4-78 HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL PAPIERSOORT Gebruikt u ander papier dan normaal blanco papier, bijvoorbeeld dik papier, enveloppen of transparanten, dan moet voor een optimale printkwaliteit in deze stand de betreffende papiersoort worden geselecteerd. Voor het selecteren van de papiersoort volgt u onderstaande stappen: 1. Op het LCD-scherm staat onderstaande melding: PAPIERSOORT 2. Druk op SET om over te schakelen naar de stand voor het selecteren van de papiersoort. De huidige instelling wordt met een sterretje aangeduid: NORMAAL * 3. Druk op ▲ of ▼ om normaal papier, dik papier of transparanten te selecteren. 4. Druk op SET om de instelling te activeren. ✒ Opmerkingen  Vergeet niet de instelling weer op normaal papier terug te stellen nadat u op speciaal papier heeft afgedrukt.  Hoewel u enveloppen in bak 2 kunt plaatsen, kunnen deze niet vanuit deze bak worden ingevoerd.  Gebruik geen transparanten in bak 1 of bak 2; hiervoor dient de universele bak gebruikt te worden.  Als u op dik papier afdrukt en de toner bij normale instellingen niet goed aan het papier hecht, selecteert u DIK PAPIER of DIK PAPIER 2’ (alleen bij een resolutie van 300 of 600 dpi). 4-79 GEBRUIKERSHANDLEIDING DUPLEX-STAND Is de optionele duplex unit geplaatst, wordt op het LCD-scherm de duplex-stand weergegeven: DUPLEX STAND 1. Druk op SET om over te schakelen naar het menu voor de duplexstand. Op het LCD-scherm wordt de huidige instelling met een sterretje aangegeven: DUPLEX=UIT * 2. Druk op ▲ of op ▼ om duplex of simplex (duplex UIT) te selecteren en druk op SET. Kiest u “DUPLEX=AAN”, dan wordt op het LCD-scherm de huidige instelling voor BIND aangegeven: BIND=LANG * 3. Druk op ▲ of op ▼ om lange of korte zijde inbinden te selecteren. BIND=LANG BIND=KORT Afb. 4-9 Inbinden 4. Druk op SET om de duplex-stand af te sluiten. Het instelmenu wordt afgesloten en de printer gaat off-line. 5. Druk nogmaals op SET om de instellingen voor INVOER af te sluiten. De printer gaat off-line. 4-80 HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL ✒ Opmerking In de duplex-unit kunt u de volgende soorten papier gebruiken: Letter, Legal, A4, ISO B5 (behalve in bak 2) en Executive. Papier dat korter is dan B5 (250mm lang) kan niet in de duplex-unit worden gebruikt. COPY-toets Met de COPY-toets kunt u aangeven hoeveel exemplaren er van een pagina moeten worden afgedrukt. U kunt dit ook via de software doen, maar met de COPY-toets op de printer kunt u de computer eerder weer normaal gebruiken. Controleer de huidige instelling op het LCD-scherm. Als u het aantal af te drukken exemplaren op 1 instelt, verschijnt de volgende melding op het LCD-scherm: 00 KLAAR 001P B1 Als u het aantal af te drukken exemplaren op 3 instelt, verschijnt de volgende melding op het LCD-scherm: 00 KLAAR 003P B1 ✒ Opmerking Wanneer de printer te veel pagina’s in het geheugen moet opslaan, kan het gebeuren dat een deel van de gegevens of een aantal kopieën niet wordt afgedrukt. Voor het instellen van het aantal exemplaren volgt u onderstaande stappen: 1. Druk op SEL om de printer off-line te zetten. 2. Houd de SHIFT-toets ingedrukt en druk op COPY. Wanneer u toegang krijgt tot het instelmenu, wordt op het LCDscherm de huidige instelling met een sterretje (*) aangegeven. KOPIEEN= 1 * 3. Druk op ▲ of ▼ totdat het gewenste aantal op het LCD-scherm staat. 4-81 GEBRUIKERSHANDLEIDING Melding op LCD-scherm Aant. exemplaren van blz = 1 KOPIEEN = 2 ... KOPIEEN =999 1 pagina KOPIEEN 2 pagina’s ... 999 pagina’s (max.) 4. Druk op SET om de getoonde selectie te activeren. Rechts op het LCD-scherm verschijnt even een sterretje (*). De printer sluit automatisch de instelstand af en gaat off-line. RESET-toets De printer kan met behulp van de RESET-toets worden teruggesteld. Wanneer u de RESET-toets indrukt, worden alle gegevens die door de computer naar de printer zijn gezonden, uit het geheugen van de printer gewist. De gebruikersinstellingen of de fabrieksinstellingen zijn vervolgens weer van kracht. De in de printer opgeslagen download fonts en macro’s die zijn ingesteld met behulp van commando’s in de HP PCL5C stand, worden eveneens gewist. Wanneer u de printer wilt terugstellen, drukt u op de RESET-toets terwijl u de SHIFT-toets ingedrukt houdt. Er wordt overgeschakeld naar de Reset-stand waarin u de printer kunt terugstellen. Om de printer terug te stellen, volgt u onderstaande stappen. 1. Druk op de SEL-toets om de printer off-line te zetten. 2. Houd de SHIFT-toets ingedrukt en druk de RESET-toets in. Wanneer u toegang krijgt tot de Reset-stand, wordt op het LCDscherm de eerste reset-optie aangegeven. RESET PRINTER 3. Druk op ▲ of ▼ totdat de gewenste stand op het LCD-scherm staat. 4-82 HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL Melding op LCD-scherm Reset-stand RESET PRINTER De printer wordt teruggesteld. Alle printerinstellingen, inclusief de instellingen die m.b.v. commando’s zijn gemaakt, worden teruggesteld op de eerder met het bedieningspaneel gemaakte instellingen. RESET INSTEL 1 RESET INSTEL 2 De printer wordt teruggesteld en FABR.INSTELLING De printer wordt teruggesteld. Alle printerinstellingen, inclusief de instellingen die m.b.v. commando’s zijn gemaakt, worden teruggesteld op de fabrieksinstellingen. Raadpleeg de lijst van fabrieksinstellingen. eindigen De Reset-stand wordt afgesloten zonder dat de printer wordt teruggesteld. alle printerinstellingen, inclusief de instellingen die m.b.v. commando’s zijn gemaakt, worden teruggesteld op de geselecteerde gebruikersinstellingen (1 of 2) die u met de MODE-toets heeft gemaakt. 4. Druk op SET om de getoonde selectie te activeren. De printer wordt volgens de geselecteerde reset-stand teruggesteld. Kiest u “RESET PRINTER”, dan wordt de printer teruggesteld en verschijnen afwisselend onderstaande meldingen op het LCD-scherm: 08 RESET NAAR → GEBR.INSTELLING Kiest u “RESET INSTELL. 1-2”, dan wordt de printer teruggesteld en verschijnen afwisselend onderstaande meldingen op het LCD-scherm (# geeft aan hoeveel instellingen er zijn opgeslagen): 08 RESET NAAR → INSTELLING # Kiest u “FABR.INSTELLING”, dan wordt de printer teruggesteld en verschijnen afwisselend onderstaande meldingen op het LCD-scherm: 09 RESET NAAR → FABR.INSTELLING De printer sluit de reset-stand automatisch af en gaat on-line. 4-83 GEBRUIKERSHANDLEIDING Lijst van fabrieksinstellingen In onderstaande tabel kunt u de standaardfabrieksinstellingen opzoeken. ✒ Opmerkingen  De instellingen zijn afhankelijk van de gekozen emulatie. De actieve emulaties staan in onderstaande tabel tussen haakjes.  De volgende instellingen kunnen in de Fabrieksinstellingen-stand niet met de RESET-toets worden teruggesteld op de fabrieksinstellingen: Interface-stand, HRC-instelling, Paginabescherming, Schaalbaar font, Paneelslot en Paginateller, en de gewenste taal voor de meldingen op het LCD-scherm.  De instelling voor het aantal af te drukken exemplaren wordt altijd teruggezet naar de fabrieksinstelling als de printer wordt uit- en weer aangezet.  De gebruikersinstellingen worden overschreven wanneer wordt teruggesteld op instelling 1 of 2. Toets MODE Stand INTERFACE LAYOUT 4-84 Optie Fabrieksinstelling – I/F=AUTO Voor AUTO TIME-OUT TIME-OUT=5s Voor bi-directionele PARALLELLE interface HOGE SNELHEID HOGE SNELH=AAN BI-DIR BI-DIR=AAN Voor RS-232C seriële interface Baudrate Baudrate=9600 Aantal bits Aantal bits=8 bits Pariteit Pariteit=GEEN Stop Bit Stop Bit=1 bits Xon/Xoff Xon/Xoff=AAN DTR (ER) DTR (ER)=AAN Robuust Xon Robuust Xon=UIT AFDRUKSTAND AFDRUK=STAAND (m.u.v. BR-Script 2) AUTO (HP LaserJet) AUTO LF UIT AUTO CR UIT AUTO WRAP UIT AUTO SKIP AAN AUTO (EPSON) AUTO LF UIT AUTO CR AAN (geen indicatie) AUTO WRAP AAN (geen indicatie) AUTO MASK UIT HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL Toets Stand Optie AUTO (IBM) AUTO LF AUTO CR AUTO WRAP AUTO MASK Fabrieksinstelling UIT UIT AAN (geen indicatie) UIT MODE (vervolg) LAYOUT (vervolg) PAGINALAYOUT (HP LaserJet, EPSON & IBM) PAPIER LETTER (voor 110/120V model) A4 (voor 220/240V model) KANTL L 0 (LETTER, Staand) 0 (LEGAL, Staand) 0 (A4, Staand) 0 (LETTER, Liggend) 0 (LEGAL, Liggend) 0 (A4, Liggend) 0 (A5, Liggend) 0 (A6, Liggend) KANTL R 80 (LETTER, Staand) 80 (LEGAL, Staand) 78 (A4, Staand) 106 (LETTER, Liggend) 136 (LEGAL, Liggend) 113 (A4, Liggend) 113 (A5, Liggend) 113 (A6, Liggend) BOVENM. 0,5” (HP) 0,33” (Niet HP) ONDERM. 0,5” (HP) 0,33” (Niet HP) 4-85 GEBRUIKERSHANDLEIDING Toets MODE (vervolg) Stand PAGINALAYOUT (vervolg) Optie REGELS (HP) REGELS (Niet HP) X OFFSET Y OFFSET Fabrieksinstelling 60 (LETTER, Staand) 78 (LEGAL, Staand) 64 (A4, Staand) 64 (A5, Staand) 64 (A6, Staand) 45 (LETTER, Liggend) 45 (LEGAL, Liggend) 43 (A4, Liggend) 43 (A5, Liggend) 43 (A6, Liggend) 62 (LETTER, Staand) 80 (LEGAL, Staand) 66 (A4, Staand) 66 (A5, Staand) 99 (A6, Staand) 47 (LETTER, Liggend) 47 (LEGAL, Liggend) 45 (A4, Liggend) 45 (A5, Liggend) 45 (A6, Liggend) X OFFSET=0 Y OFFSET=0 LAYOUT (BR-Script 2) LAYOUT (HP-GL) X OFFSET Y OFFSET PAGINALAYOUT PAPIER X OFFSET=0 Y OFFSET=0 LETTER (voor 110/120V model) A4 (voor 220/240V model) X OFFSET=0 Y OFFSET=0 X OFFSET Y OFFSET GRAFISCHE STAND (HP-GL) PEN INSTELLEN GROOTTE: 3 punts GRIJS: 100% 4-86 HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL Toets Stand MODE (vervolg) RESOLUTIE Optie RESOLUTIE APT-INSTELLING HRC-INSTELLING – RESOLUTIE=600 APT=UIT HRC=NORMAAL BESCHERM=AUTO PANEELSLOT AUTO FF voor AUTO FF=AAN WACHTTIJD ONDERDR. FF TONER OP PRINT FOUTLIJST (BRScript2) HERVATTEN SCHAALBAAR FONT (HP, EPSON, & IBM) PRINTDICHTHEID Voor willekeurige interface INPUT BUFFER – PANEELSLOT=UIT AUTO FF=UIT WACHTTIJD=5s PAG.BESCHERMING (Niet BR-Script2) GEAVANCEERD PAGINATELLER Fabrieksinstelling ONDERDR. FF=UIT TONER OP=DOORG. FOUTLIJST=UIT HERVAT=HAND FONT=ALLE ■■■■■■■■ ❏❏❏❏❏ 0 FONT (HP) EERSTE FONT TWEEDE FONT FONT (EPSON) FONT KIES TEKENSET FONT (IBM) FONT KIES TEKENSET EMULATION – voor AUTO KIES FONT SYMBOLENSET KIES FONT SYMBOLENSET BROUGHAM PC-8 BROUGHAM PC-8 – – BROUGHAM US ASCII – – BROUGHAM PC-8 – TIME-OUT EPSON/IBM BEWAAR PCL AUTO TIME-OUT=5s EPSON/IBM=EPSON BEWAAR PCL=UIT 4-87 GEBRUIKERSHANDLEIDING Toets Stand Optie ECONOMY – TONERSPAARSTAND STROOMSPAARSTAND voor STROOMSPAAR=AAN TIME-OUT FEEDER INVOER - MF EERST HANDINVOER MF-INSTELLING PAPIERSOORT DUPLEX STAND COPY – LANGUAGE (FORM FEED + Stroomschakelaar) 4-88 MF AFM. PAPIER IN DUPLEX BIND – – Fabrieksinstelling TONERSPAAR=UIT STROOMSPAAR=AAN TIME-OUT=30m INVOER=AUTO voor INVOER=AUTO AUTO=B1>B2>MF MF EERST=UIT HAND=AAN MF AFM.=LETTER (Voor 110/120V model) MF AFM.=A4 (Voor 220/240V model) PAPIER IN=CONT NORMAAL DUPLEX=UIT BIND=LANG KOPIEEN=1 LANG=ENGLISH HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL TEST-toets Met de TEST-toets kunt u de printer testen of de lijst van lettertypen afdrukken. Hiertoe houdt u de SHIFT-toets ingedrukt en drukt u tegelijkertijd op TEST. Er wordt overgeschakeld naar de test-stand, waarin u de printertest kunt uitvoeren en een lijst van fonts kunt afdrukken. Voor het testen van de printer gaat u als volgt te werk:1. Druk op SEL om de printer off-line te zetten. 2. Houd de SHIFT-toets ingedrukt en druk tegelijkertijd op TEST. Op het LCD-scherm wordt het eerste item van de test-stand getoond. DEMO.PAGINA 3. Druk op ▲ of ▼ totdat de gewenste test-stand op het LCD-scherm staat. Melding op LCD-scherm Test-stand DEMO.PAGINA Er wordt een demonstratiepagina afgedrukt. TESTAFDRUK Er wordt een printertest uitgevoerd en het testpatroon wordt geprint. PRINT CONFIG Er wordt een lijst afgedrukt van de instellingen van de toetsen op het bedieningspaneel die u als gebruikersinstellingen heeft vastgelegd. PRINT FONTS I Er wordt een lijst met interne of residente fonts afgedrukt. PRINT FONTS C Er wordt een lijst van de optionele fonts van de fontkaart afgedrukt. PRINT FONTS P Er wordt een lijst van de permanent download fonts afgedrukt. eindigen De test-stand wordt afgesloten zonder dat één van de opties wordt uitgevoerd. 4-89 GEBRUIKERSHANDLEIDING ✒ Opmerkingen De meldingen “PRINT FONTS C” en “PRINT FONTS P” worden alleen weergegeven indien de optionele fontkaart in de fontsleuf is geïnstalleerd of wanneer permanente download fonts in het geheugen van de printer zijn opgeslagen  Wanneer de optionele fontkaart is geïnstalleerd, kunt u een lijst afdrukken van optionele fonts. Omdat de lijst de identificatienummers aangeeft die kenmerkend zijn voor elk optioneel font, is kan het juiste font met behulp van de FONT-toets makkelijk worden geselecteerd. Raadpleeg “FONT-toets” in dit hoofdstuk of “Fontkaart, Flash-geheugenkaart en HDD-kaart” in hoofdstuk 5 voor meer informatie hierover.  Wanneer zelf-gedefinieerde tekens als permanente download fonts in het geheugen van de printer zijn opgeslagen, kunt u van deze tekens een lijst afdrukken. Raadpleeg “FONT-toets” in dit hoofdstuk voor meer informatie hierover. 4. Druk op SET om de getoonde selectie te activeren. De printer drukt het testpatroon of een lijst van fonts af, afhankelijk van de door u geselecteerde test-stand. ■ Kiest u the “DEMO.PAGINA”, dan verschijnt onderstaande melding op het LCD-scherm en wordt de demonstratiepagina afgedrukt. 06 DEMO.PAGINA ■ Kiest u “TESTAFDRUK”, dan verschijnt onderstaande melding op het LCD-scherm en wordt het testpatroon afgedrukt. 05 TESTAFDRUK ■ Kiest u “PRINT CONFIG”, dan verschijnt onderstaande melding op het LCD-scherm en wordt een lijst van printerinstellingen afgedrukt. 06 PRINT CONFIG ✒ Opmerking De afdruk geeft een overzicht van de gebruikersinstellingen die gemaakt zijn met de MODE-toets. Zie ook “Instellingen opslaan” in dit hoofdstuk. 4-90 HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL ■ Kiest u “PRINT FONTS”, dan wordt op het LCD-scherm de huidige stand aangegeven en wordt een lijst van lettertypen afgedrukt. Op het LCD-scherm verschijnt onderstaande melding: 06 PRINT FONTS I Na het afdrukken gaar de printer automatisch off-line. 4-91 GEBRUIKERSHANDLEIDING HEX DUMP STAND Deze printer heeft een handige Hex Dump stand. De afdrukgegevens die de printer door de computer krijgt toegestuurd, kunnen worden gecontroleerd wanneer u de Hex Dump stand oproept. De printer geeft de printgegevens weer in hexadecimaal formaat. Voor het overschakelen naar de Hex Dump-stand volgt u onderstaande procedure: 1. Controleer of de printer aan of uit staat. 2. Handel als volgt: • Zet de printer aan als deze uit staat. De printer begint een zelftest en op het LCD-scherm wordt de volgende melding weergegeven. 04 ZELFTEST • Als de printer reeds aan staat, drukt u op de RESET-toets om de printer terug te stellen. 1) Druk op de SEL-toets om de printer off-line te zetten. 2) Houd de SHIFT-toets ingedrukt terwijl u de RESET-toets indrukt. Op het LCD-scherm ziet u “RESET PRINTER”. 3) Selecteer RESET PRINTER en druk op de SET-toets. De printer wordt teruggesteld en op het LCD-scherm verschijnen afwisselend onderstaande meldingen: 08 RESET NAAR → GEBR.INSTELLING 3. Houd CONTINUE / SHIFT ingedrukt. De printer controleert de CONTINUE / SHIFT-toets aan het einde van de zelftest of nadat hij is teruggesteld. Wanneer de toets ingedrukt blijft, krijgt de printer toegang tot de Hex Dump-stand en gaat hij vervolgens on-line. Op het LCD-scherm staat “HEX DUMP STAND” en de printer gaat weer on-line. ✒ Opmerking Keert de printer terug naar de on-line stand zonder dat de melding ”HEX DUMP STAND” op het LCD-scherm verschijnt, dan heeft u niet onmiddellijk nadat u de SET-toets heeft ingedrukt de CONTINUE / SHIFT-toets ingedrukt. Voer bovenstaande handelingen nogmaals uit. 4-92 HOOFDSTUK 4 BEDIENINGSPANEEL 4. Stuur gegevens van uw computer naar de printer. Zodra de printer gegevens van de computer ontvangt, worden deze gegevens in hexadecimale waarden afgedrukt. Voor het afsluiten van de Hex Dump-stand volgt u onderstaande eenvoudige stappen: 1. Druk op SEL om de printer off-line te zetten. 2. Stel de printer met de RESET-toets terug. Of zet de printer uit, wacht een paar seconden en zet hem weer aan. 4-93 HOOFDSTUK 5 EXTRA TOEBEHOREN HOOFDSTUK 5 EXTRA TOEBEHOREN DE TWEEDE PAPIERBAK (LT-2000) Papier invoeren vanuit de tweede papierbak Met de tweede papierbak heeft uw printer de beschikking over een derde papierinvoer, die maximaal 500 vellen papier kan bevatten (80 g/m2). Raadpleeg de leverancier van uw printer voor de optionele tweede papierbak. Tweede papierbak Afb. 5-1 Papier in de tweede papierbak plaatsen Is de tweede papierbak geplaatst, dan wordt papier op dezelfde wijze in de tweede papierbak geplaatst als in de bovenste papierbak. Raadpleeg “DE PRINTER INSTALLEREN” in hoofdstuk 2. De papierafmetingen die in de tweede papierbak kunnen worden gebruikt, komen niet overeen met die welke in de bovenste papierbak gebruikt kunnen worden. Zie de onderstaande tabel. Papierbak De optionele onderste papierbak (B2) Beschikbare afmetingen Losse vellen : Letter en Legal of A4 Beschikbare soort en capaciteit Normaal papier : 500 vellen gewicht = 80 g/m2 5-1 GEBRUIKERSHANDLEIDING ✒ Opmerkingen Zorg ervoor dat u papier kiest met dezelfde afmetingen als het papier dat volgens uw software gebruikt moet worden, aangezien het resultaat anders niet optimaal zal zijn. Als u in uw software op het afdrukmenu geen verschillende papierafmetingen kunt selecteren, kunt u de afmetingen van het papier in de LAYOUT-stand met de MODE-toets veranderen. Raadpleeg “MODE-toets” in hoofdstuk 4 voor nadere informatie hierover. Afhankelijk van het land waar u de printer heeft gekocht, is de standaard papierafmeting ingesteld op Letter, Legal of A4.  110/120V model: ingesteld op Letter of Legal.  220/240V model: ingesteld op A4. 5-2 HOOFDSTUK 5 EXTRA TOEBEHOREN FONTKAART, FLASH-GEHEUGENKAART/HDD-KAART De fontkaart, Flash-geheugenkaart en HDD-kaart installeren Deze printer heeft twee sleuven voor een los verkrijgbare fontkaart, Flash-geheugenkaart of HDD-kaart. Als u een los verkrijgbare fontkaart heeft geïnstalleerd, kunt u de op die kaart opgeslagen lettertypen gebruiken, plus de residente fonts. Voor meer informatie over los verkrijgbare kaarten kunt u zich wenden tot de dealer waar u de printer heeft gekocht. Als u een los verkrijgbare Flash-geheugenkaart of HDD-kaart heeft geïnstalleerd, kunt u daar macro’s en fonts naar wegschrijven. Raadpleeg het onderdeel “Geheugenkaart” in hoofdstuk 4 voor informatie over de werking van de Flash-geheugenkaart en HDD-kaart. ✒ Opmerkingen  Kaarten mogen nooit worden geïnstalleerd of verwijderd wanneer de printer aan staat, anders gaan alle gegevens op die kaart verloren of wordt de kaart zelf ernstig beschadigd.  Voor meer informatie over dergelijke kaarten kunt u zich wenden tot de dealer waar u de printer heeft gekocht. Voor het installeren of verwijderen van een kaart volgt u onderstaande procedure: 1. Zorg ervoor dat de printer UIT staat. Staat de printer AAN, druk dan op SEL om hem off-line te zetten. Als er nog gegevens in het geheugen van de printer zitten, blijft het DATA-lampje branden. Druk op FORMFEED om de resterende gegevens af te drukken. Het DATA-lampje zal dan uitgaan. Zet nu de printer uit. 2. Steek een Flash-geheugenkaart of een fontkaart in sleuf 1 of 2, met het etiket van de kaart naar links. Zorg ervoor dat de kaart goed wordt geplaatst. Als u de kaart wilt verwijderen zet u de printer uit, drukt u op het vrijgaveknopje onder de kaart en trekt u de kaart uit zijn sleuf. 5-3 GEBRUIKERSHANDLEIDING U kunt onderstaande soorten Flash-geheugenkaart plaatsen: <Fujitsu> • 4 Mbytes: • 8 Mbyte: • 16 Mbytes: • 32 Mbytes: MB98A81273 MB98A81373 MB98A81473 MB98A81573 <AMD> • 1 Mbyte: • 2 Mbytes: • 4 Mbytes: • 10 Mbytes: AMC001CFLKA AMC002CFLKA AMC004CFLKA AMC010CFLKA • 4 Mbytes: • 8 Mbytes: • 20 Mbytes: AMC004DFLKA AMC008DFLKA AMC020DFLKA <SanDisk (of SanDisk OEM-producten) • 2 tot 85 Mbytes :PCMCIA PC-kaart ATA U kunt onderstaande soorten HDD-kaart plaatsen: Intégral Peripherals Inc. • 170 Mbytes: VIPER 170E Sleuf 2 Sleuf 1 Afb. 5-2 De kaart plaatsen of verwijderen ✒ Opmerking PCMCI-kaarten die een voeding van 12 volt nodig hebben, kunnen uitsluitend in sleuf 2 worden gebruikt. 5-4 HOOFDSTUK 5 EXTRA TOEBEHOREN De optionele lettertypen selecteren Nadat u de los verkrijgbare fontkaart heeft geïnstalleerd, kunt u de optionele fonts op diverse manieren selecteren: 1. Via uw software-toepassing 2. Met een fontselectiecommando 3. Met de FONT-toets Voor het selecteren van fonts via uw software-toepassing volgt u de instructies voor uw software. Raadpleeg de met uw software meegeleverde handleiding voor nadere informatie. Als u de fonts selecteert met een fontselectiecommando, moet het fontselectiecommando in uw programma worden opgenomen. Raadpleeg de technische handleiding van deze printer (deze is op verzoek verkrijgbaar). ✒ Opmerkingen Wanneer u de fonts selecteert via uw software of met een commando, moet u rekening houden met het volgende:  De instelling van de FONT-toets is niet belangrijk. Dit omdat commando’s die via de software aan de printer worden doorgegeven, de door de toets ingestelde waarden opheffen.  Zorg ervoor dat u de fontkaart installeert waarop de door u gewenste lettertypen staan. De printer selecteert automatisch een lettertype dat dezelfde of nagenoeg dezelfde kenmerken heeft als het font dat u via uw software of met een commando voor fontselectie aanstuurt. Wanneer de geïnstalleerde fontkaart toevallig een font heeft dat sterke gelijkenissen vertoont met het door u gekozen font, is het mogelijk dat de printer een afdruk maakt in een ander dan het door u geselecteerde lettertype. Voor het selecteren van lettertypen met de FONT-toets, volgt u onderstaande stappen: 1. Druk in de stand PRINT FONTS C met behulp van de SHIFT- en de TEST-toets een lijst af van de optionele fonts. Raadpleeg “Testafdruk en afdruk van de verschillende lettertypen ” in hoofdstuk 2 voor nadere informatie hierover. 5-5 GEBRUIKERSHANDLEIDING 2. Zoek in deze lijst de betreffende sleuf op, plus het fontidentificatienummer. Sleuf 1 of 2 Fontidentificatienummer Afb. 5-3 Fontidentificatienummers in de lijst van lettertypen 3. Selecteer het gewenste lettertype met de FONT-toets. Raadpleeg “FONT-toets” in hoofdstuk 4. 5-6 HOOFDSTUK 5 EXTRA TOEBEHOREN MIO-kaart Op het achterpaneel van deze printer bevindt zich een sleuf voor een MIO-interface (MIO = modulaire input/output). In deze sleuf kunt u een los verkrijgbare MIO-compatibele sharing/netwerkkaart installeren. Voor meer informatie over MIO-kaarten kunt u contact opnemen met de dealer waar u deze printer heeft gekocht. Voor het installeren van de MIO-kaart volgt u onderstaande stappen: 1. Zet de printer UIT en trek de stekker uit het stopcontact. ✒ Opmerking Zorg ervoor dat de elektrische voeding van de printer is afgesloten voordat u de MIO-kaart gaat installeren of verwijderen. 2. Draai de twee schroeven los en verwijder de dekplaat van de MIOinterfacesleuf. 3. Pak de MIO-kaart uit en houd hem bij de rand vast. ✒ Opmerking Raak het kaartoppervlak niet aan. Statische elektriciteit kan de kaart beschadigen. 4. Plaats de kaart en druk hem stevig op zijn plaats. 5 Zet de MIO-kaart met de twee schroeven vast. 6. Bewaar de dekplaat en de twee schroeven die u in stap 2 heeft verwijderd voor het geval u de MIO-kaart later wilt verwijderen. Sleuf voor MIOinterface MIO-kaart Afb. 5-4 De MIO-kaart installeren 5-7 GEBRUIKERSHANDLEIDING EXTRA RAM Deze printer heeft standaard 8 Mbytes geheugen, plus twee sleuven voor geheugenuitbreiding. Het geheugen kan worden uitgebreid tot maximaal 72 Mbytes. Hiertoe plaatst u los verkrijgbare Single In-line Memory Modules (SIMMs). (Hoeveel geheugen standaard is geplaatst, is afhankelijk van het model en het land waar de printer werd geleverd.) Minimale aanbevolen hoeveelheid geheugen (Inclusief 8 Mbytes intern geheugen) ■ Emulatie voor HP LaserJet, HP-GL, EPSON FX-850 en IBM Proprinter XL Paginabescherming = Uit 300 dpi 600 dpi Letter/A4 standaard standaard Legal standaard standaard Paginabescherming = Aan 300 dpi 600 dpi Letter/A4 standaard standaard Legal standaard standaard ■ BR-Script 2-stand 300 dpi 1200 dpi Letter/A4 standaard standaard 16 Mbytes Legal standaard standaard 16 Mbytes ■ Dubbelzijdig afdrukken 300 dpi 5-8 600 dpi 600 dpi HP LaserJet standaard 10 Mbytes BR-Script 2 standaard 10 Mbytes HOOFDSTUK 5 EXTRA TOEBEHOREN Onderstaande SIMMs kunnen worden geïnstalleerd: •1 Mbyte HITACHI HB56D25632B-6A, -7A, -8A MITSUBISHI MH25632BJ-7, -8 •2 Mbytes HITACHI HB56D51232B-6A, -7A, -8A MITSUBISHI MH51232BJ-7, -8 •4 Mbytes HITACHI HB56A132BV-7A, -7AL, -7B, -7BL, -8AL, -8B, 8BL MITSUBISHI MH1M32ADJ-7, -8 •8 Mbytes HITACHI HB56A232BT-7A, -7AL, -7B, -7BL MITSUBISHI MH2M32EJ-7, -8, MH2M32DJ-7, -8 •16 Mbytes TOSHIBA THM324000BSG-60, -70, -80 •32 Mbytes TOSHIBA THM328020BSG-60, -70, -80 Doorgaans moeten de SIMMs aan onderstaande specificaties voldoen: Type: 72 pin en 32 bit of 36 bit output Toegangstijd: 80 nsec. of minder Capaciteit: 1, 2, 4, 8, 16 of 32 Mbyte Hoogte: 46 mm of minder Pariteit: GEEN Er bestaan 40 bit output SIMMs voor werkstations. Dergelijke SIMMs passen niet in deze printer. Voor informatie over de SIMMs en de installatie daarvan kunt u zich wenden tot de dealer waar u de printer heeft gekocht. Voor het installeren van de SIMMs volgt u onderstaande procedure:1. Zet de printer uit en trek de stekker uit het stopcontact. ✒ Opmerking Zorg ervoor dat de elektrische voeding van de printer is afgesloten voordat u SIMMs gaat installeren of verwijderen. 2. Maak de bovenkap van de printer open. 5-9 GEBRUIKERSHANDLEIDING 3. Druk op de pal links binnenin de printer om de dekplaat aan de linkerzijde van de printer te openen. Afb. 5-5 De dekplaat aan de linkerzijde van de printer openmaken 4. Schuif de plaat naar de achterkant van de printer toe en haal hem eraf. Afb. 5-6 De dekplaat aan de linkerzijde van de printer verwijderen 5-10 HOOFDSTUK 5 EXTRA TOEBEHOREN 5. Draai de schroeven los en schuif de metalen dekplaat eraf. Schroef (geel)) Afb. 5-7 De metalen dekplaat verwijderen 6. Pak een SIMM uit en houd deze aan de rand vast. ! Let op Zelfs een kleine hoeveelheid statische elektriciteit kan SIMMs beschadigen. Raak de geheugenchips of het oppervlak van de kaart daarom nooit aan. Draag een antistatische polsband tijdens het hanteren van de kaart en wanneer u deze gaat installeren of verwijderen, of raak regelmatig het oppervlak van het antistatische pakket of het blootliggende metaal op de printer aan. 7. Plaats zo veel SIMMs als nodig. • Steek de SIMMs onder een hoek in de sleuf. • Druk de bovenkant voorzichtig in verticale richting totdat de SIMM op zijn plaats vastzit. ✒ Opmerkingen  Plaatst u minder dan twee SIMMs, installeer de eerste dan in Sleuf 1 en de volgende Sleuf 2.  Wanneer u SIMMs van verschillende capaciteit installeert, plaatst u de SIMMs met de grootste capaciteit in de onderste bus en de SIMMs met een lagere capaciteit op volgorde in de bovenste bussen.  Sluit de netwerkinterfacekabel nooit aan op de modulaire aansluiting voor toebehoren aan binnenkant van de dekplaat aan de linkerzijde. Dit kan de printer beschadigen. 5-11 GEBRUIKERSHANDLEIDING SIMM Sleuf 1 Modulaire ingang Sleuf 2 Afb. 5-8 De SIMMs plaatsen 8. Zet de metalen dekplaat weer op zijn plaats en zet deze met de schroeven vast. 9. Plaats de dekplaat weer op de linkerzijde van de printer. 10. Steek de stekker in het stopcontact en zet de printer AAN. Zijn de SIMMs verkeerd geplaatst, dan drukt de printer een foutrapport af. 5-12 HOOFDSTUK 5 EXTRA TOEBEHOREN DUPLEX-UNIT (DX-2000) Met de optionele duplex-unit kunt u papier aan beide zijden bedrukken. Als de duplex-unit is geïnstalleerd, kunt u via het bedieningspaneel of via een softwarecommando bepalen of u dubbelzijdig (duplex) of enkelzijdig (simplex) gaat afdrukken. Raadpleeg “FEEDER-toets” in hoofdstuk 4 voor meer informatie over het bedieningspaneel. Zorg ervoor dat er voldoende RAM is geïnstalleerd, anders kan de printer de gegevens voor het dubbelzijdig afdrukken met een resolutie van 600 dpi niet aan en schakelt hij automatisch over op simplex afdrukken, of verlaagt hij de resolutie van 600 dpi of 1200 dpi tot een lagere resolutie. Zie onderstaande tabel voor benodigde hoeveelheid geheugen. ■ Dubbelzijdig afdrukken 300 dpi 600 dpi HP LaserJet standaard 10 Mbytes BR-Script 2 standaard 10 Mbytes ✒ Opmerkingen  Met de duplex-unit kan papier worden gebruikt van afmetingen zoals 2]. vermeld in de volgende tabel [Gewicht = 60 tot 105 g/m  Met de duplex-unit geplaatst wordt de capaciteit van de bovenste papierbak gereduceerd. Zie de volgende tabel.  Als de duplex-unit is geplaatst en u Legal-papier wilt plaatsen, moet voor zowel duplex als simplex afdrukken de standaardpapiergeleider worden vervangen door de duplex-papiergeleider.  Wanneer de printer automatisch overschakelt op 300 dpi, verschijnt tijdens het afdrukken tijdelijk de melding “02 PR300” op het LCDscherm.  Wanneer de printer automatisch overschakelt op simplex afdrukken, verschijnt tijdens het afdrukken tijdelijk de melding “02 SX” op het display. 5-13 GEBRUIKERSHANDLEIDING Met de duplex-unit geplaatst kan de papierbak alleen papier aan van onderstaande afmetingen en verandert de capaciteit van de bak als volgt: Voor Duplex Papierbak Alle papierbakken voor dubbelzijdig afdrukken (DX) Beschikbare afmetingen Losse vellen: Letter, Legal, A4, ISO B5 (behalve bak 2) en Executive Beschikbare soort en capaciteit * Wanneer de duplex-unit is geplaatst, is de capaciteit van bak 1 lager dan hierboven vermeld staat. De bovenste papierbak met duplex-unit geplaatst 5-14 Papierbak Beschikbare afmetingen De bovenste papierbak (B1) Losse vellen: Letter, Legal, A4, enveloppen: COM 10 Monarch C5 DL ISO B5 Beschikbare soort en capaciteit :200 vellen/27,5mm : 15 vellen /20,5mm : 15 vellen /20,5mm : 15 vellen /20,5mm : 15 vellen /20,5mm : 15 vellen /20,5mm HOOFDSTUK 6 ONDERHOUD HOOFDSTUK 6 ONDERHOUD ONDERHOUD Tonercassette Een nieuwe tonercassette bevat voldoende toner om ongeveer 9000 A4of Letter-pagina's enkelzijdig te bedrukken bij ongeveer 5% zwarting (de printdichtheid moet dan zijn ingesteld op 8). In de PAGINATELLER-stand kunt u met een druk op de MODE-toets controleren hoeveel pagina’s er in totaal zijn afgedrukt. Raadpleeg “MODE-toets” in hoofdstuk 4 voor meer informatie hierover. ✒ Opmerkingen Het tonerverbruik varieert, afhankelijk van beeldvulling en printdichtheid.  Hoe groter de beeldvulling, hoe meer toner er wordt gebruikt.  Als u de printdichtheid donkerder of lichter instelt, wordt navenant meer of minder toner verbruikt. Raadpleeg “Testafdruk en afdruk van beschikbare lettertypen” in hoofdstuk 2 voor meer informatie over het afstellen van de printdichtheid. De melding “Toner op” Controleer de afdrukkwaliteit, het totaal aantal afgedrukte pagina’s en de meldingen die op het LCD-scherm regelmatig. Wanneer onderstaande melding op het LCD-scherm verschijnt, moet de tonercassette worden vervangen of moet de toner in de cassette gelijkmatig worden verdeeld. 16 TONER OP Wanneer deze melding verschijnt, kunt u weliswaar nog 30-100 pagina’s afdrukken, maar het is raadzaam om de tonercassette te vervangen voordat de toner helemaal op is. Met de MODE-toets kunt u instellen hoe de printer reageert op de melding “TONER OP”. De printer kan stoppen of doorgaan met afdrukken. Raadpleeg voor meer informatie het onderdeel “Geavanceerd” in hoofdstuk 4. 6-1 GEBRUIKERSHANDLEIDING Voor het controleren van de tonercassette volgt u onderstaande stappen: 1. Haal de tonercassette uit de printer. Als u de printer aanzet zonder dat er een tonercassette is geplaatst, verschijnt onderstaande melding op het LCD-scherm. U wordt gevraagd de tonercassette te plaatsen. 14 GEEN CARTR. 2. Schud de cassette onder een hoek van 45° voorzichtig enkele malen heen en weer. Zo wordt de toner gelijkmatig in de cassette verdeeld. 3. Plaats de tonercassette weer in de printer. 4. Maak een afdruk en controleer het resultaat. Als u niet tevreden bent met het resultaat, of als de melding “Toner op” nog steeds op het LCD-scherm staat, moet u een nieuwe tonercassette plaatsen. De tonercassette vervangen Telkens wanneer u de tonercassette vervangt, moet ook het inwendige van de printer worden gereinigd. Raadpleeg het onderdeel “Reinigen” verderop in dit hoofdstuk. ✒ Opmerking Voor een optimaal resultaat is het zaak dat tonercassettes van goede kwaliteit worden gebruikt. De dealer waar u de printer gekocht heeft, kan u meer vertellen over de juiste tonercassettes. Lees voordat u verdergaat “De tonercassette installeren” in hoofdstuk 2 aandachtig door. Voor het vervangen van de tonercassette gaat u als volgt te werk: 1. Zet de printer uit. 2 Maak de bovenkap van de printer open. 3. Til de bovenkant van de tonercassette een stukje op en trek de cassette uit de printer. 4. Reinig de antistatische tandjes met het reinigingsborsteltje. 6-2 HOOFDSTUK 6 ONDERHOUD ✒ Opmerking Raak de transferrol niet aan, dit heeft een nadelige invloed op de afdrukkwaliteit. Reinigingsborsteltje Antistatische tandjes Transferrol Afb. 6-1 De antistatische tandjes reinigen 5. Reinig de transfergeleider. Raadpleeg hiervoor het onderdeel “Het inwendige van de printer reinigen” verderop in dit hoofdstuk. 6. Maak de zak open en pak de nieuwe tonercassette uit. Wees voorzichtig met de tonercassette. 7. Houd de tonercassette met beide handen vast en schud hem onder een hoek van 45° enkele malen heen en weer. Zo wordt de toner gelijkmatig in de cassette verdeeld. 45° 45° Afb. 6-2 De tonercassette heen en weer schudden 6-3 GEBRUIKERSHANDLEIDING 8. Beweeg het lipje net zolang op en neer tot het van de tonercassette afbreekt. 9. Pak het lipje stevig vast en trek de plastic beschermstrook helemaal uit de cassette. 10. Druk de tonercassette in de richting van pijltjes die op de cassette zijn gegraveerd in de geleidesleuven aan de zijkant, totdat hij stevig in de cassettehouder in de printer vastzit. ✒ Opmerking Druk beide zijden van de tonercassette voorzichtig in de printer, totdat de cassette stevig op zijn plaats zit. 11. Sluit de bovenkap van de printer. 6-4 HOOFDSTUK 6 ONDERHOUD Reinigen De binnen- en buitenkant van de printer moeten regelmatig met een droge, zachte doek worden gereinigd. Wanneer u de tonercassette vervangt, moet u altijd het inwendige van de printer met een droge zachte doek reinigen. Als er tonervlekken op een pagina staan, moet het inwendige van de printer met een droge, zachte doek worden gereinigd. De buitenkant van de printer reinigen De buitenkant van de printer wordt als volgt gereinigd: 1. Zet de printer uit en haal de stekker uit het stopcontact. 2. Haal de papierbak en eventueel geplaatste fontkaarten uit de printer. 3. Maak de universele bak open. 4. Veeg met een zachte doek alle stof van de behuizing af. Doop voor hardnekkige vlekken de doek eerst in een bakje water en wring hem goed uit. ✒ Opmerking Gebruik voor het reinigen alleen water of een neutraal reinigingsmiddel. Vluchtige middelen zoals verdunner of benzine beschadigen de behuizing van de printer. Gebruik nooit schoonmaakmiddelen die ammoniak bevatten. Dit kan de printer beschadigen, in het bijzonder de tonercassette. Afb. 6-3 De buitenkant van de printer reinigen 6-5 GEBRUIKERSHANDLEIDING 5. Als er papier of iets anders in de papierbak vastzit, moet dit worden verwijderd. Afb. 6-4 De papierbak reinigen 6. Installeer de papierbak en de fontkaart weer. Het inwendige van de printer reinigen Gebruik voor hardnekkige vlekken een zachte doek die eerst in water is gedoopt en daarna goed is uitgewrongen. ✒ Opmerkingen Let tijdens het reinigen van de binnenkant van de printer op het volgende:  Mocht u toner op uw kleren krijgen, veeg de toner dan met een droge doek af en was uw kleren in koud water. Als u uw kleren in warm water wast, lost de toner in de stof op en krijgt u de vlekken er niet meer uit.  Raak de hete fixeerinrichting nooit aan.  Raak de transferrol nooit aan en reinig deze nooit. Dit heeft een nadelige invloed op de afdrukkwaliteit.  Zorg ervoor dat u de toner niet inademt. Fuser Transferrol Afb. 6-5 Fuser en transferrol 6-6 HOOFDSTUK 6 ONDERHOUD Het inwedige van de printer wordt als volgt gereinigd: 1. Zet de printer uit en haal de stekker uit het stopkontact. 2. Open de bovenkap van de printer en haal de tonercassette eruit. 3. Neem de toner en het papierstof met een droge, zachte doek van beide zijden van de papierklep en de papiergeleider af. Til u de papierklep omhoog, zodat u er makkelijker bij kunt. Papiergeleider Papieruitvoerklep Fig. 6-6 De papierklep en trasfergeleider reingen 4. Neem toner en papierstof met een droge, zachte doek van de bovenkant van de zwarte plastic papiergeleider af. Papiergeleider Fig. 6-7 De papiergeleider reinigen 5. Maak het reinigingsborsteltje los van de bovenkap en maak de antistatische tandjes schoon door het borsteltje enige malen heen en weer te schuiven. Steek het borsteltje na het reinigen weer in zijn sleuf. 6. Zet de tonercassette weer in de printer . (zie “De tonercassette vervangen”). 7. Sluit de bovenkap van de printer en steek de stekker weer in het stopkontakt. 6-7 GEBRUIKERSHANDLEIDING ONDERHOUDSMELDINGEN Ten behoeve van een optimale en betrouwbare kwaliteit van uw afdrukken moeten bepaalde onderdelen regelmatig worden vervangen. De printer geeft een waarschuwingsmelding wanneer dergelijke onderdelen aan vervanging toe zijn. ONDERHOUD 1 Wanneer onderstaande melding op het LCD-scherm staat, moet de fuser, transferrol, het scheidingskussentje en de pick-up rol worden vervangen. Neem contact op met uw dealer voor nadere informatie over vervangingsonderdelen. 73 ONDERHOUD 1 ONDERHOUD 2 Wanneer onderstaande melding op het LCD-scherm staat, moet de scanner worden vervangen. Neem contact op met uw dealer voor nadere informatie over vervangingsonderdelen. 73 ONDERHOUD 2 6-8 HOOFDSTUK 7 PROBLEMEN OPLOSSEN HOOFDSTUK 7 PROBLEMEN OPLOSSEN PROBLEMEN OPLOSSEN Wanneer er iets niet in orde is, stopt de printer met afdrukken, bepaalt hij waar de storing is opgetreden en verschijnt op het LCD-scherm de betreffende storingsmelding om u te waarschuwen. In onderstaande tabellen wordt aangegeven wat u moet doen om een storing te verhelpen. Kunt u de storing niet zelf verhelpen, raadpleeg dan uw leverancier. Geef het nummer van de storingsmelding door voor een snelle diagnose. Waarschuwingsmeldingen Waarschuwingsmelding CONTR. XXXXXXX Betekenis Controleer de papierbak. XXXXXXX is MF (de universele bak)/BAK 1/ BAK 2. Wat te doen Bij de melding “Contr. bak 1” controleert u de afstelhendel onderin de bovenste papierbak en stelt u deze opnieuw in. Zie pag. 7-6. Plaats papier in de papierbak. De kap van de printer is open. Sluit de kap van de printer. 12 KAP OPEN 13 CONTR. XXXXXX Papier is vastgelopen in de 14 GEEN CARTR. XX GEEN CASS 16 TONER OP XX PLAATS PAPIER ***** PAPIER printer. XXXXXX is INVOER/INTERN/ACHTER/ DUPLEX. Er is geen tonercassette geplaatst. De papierbak is niet geplaatst. XX is BAK1/BAK2. Verwijder het vastgelopen papier uit het aangegeven onderdeel. Zie pag. 7-6. Installeer de tonercassette. Installeer de papierbak. De toner is nu bijna helemaal op. U kunt hooguit nog 30100 pagina’s afdrukken. (Ook het ALARM-lampje brandt.) Neem de tonercassette uit de printer, schud hem onder een hoek van 45° enige malen heen en weer en plaats hem weer in de printer, of plaats een nieuwe tonercassette. In de papierbak ligt het Plaats het juiste papier in de verkeerde papier. XX. XX is bak of in de handinvoer en MF (de universele bak) druk op FORM FEED. /BAK1/BAK2. (Afwisselend wordt aangegeven welk papier moet worden geplaatst.) 7–1 GEBRUIKERSHANDLEIDING Waarschuwingsmelding 18 HANDINVOER ***** PAPIER 19 CONTR. FONT 20 FONTKAART WEG 27 GEEN DX UNIT 27 GEEN DX BAK 27 DX OPEN STACK VOL 7–2 Betekenis De printer vraagt u papier met de hand in te voeren. (Afwisselend wordt aangegeven welk papier moet worden geplaatst.) Er is iets niet in orde met de optionele fontkaart. Wat te doen Plaats het gevraagde papier in de universele bak en druk op SEL. Zet de printer uit en vervang de optionele fontkaart of installeer deze opnieuw. De fontkaart is verwijderd Zet de printer uit, plaats de terwijl de printer on-line kaart weer en zet de printer stond. weer aan. U kunt de CONTINUE-toets indrukken om de melding tijdelijk van het LCD-scherm te wissen. De printer staat in duplexInstalleer de duplex-unit. stand, maar de duplex-unit is Raadpleeg de gebruikersniet geïnstalleerd. handleiding van de DX-2000. De printer staat in duplexInstalleer de duplexstand, maar de duplexpapiergeleider in bak 1. papiergeleider is niet in bak 1 Raadpleeg de gebruikersgeïnstalleerd. handleiding van de DX-2000. De kap van de duplex-unit Sluit de kap. Raadpleeg de staat open. gebruikershandleiding van de DX-2000. Er ligt te veel papier op de Haal het papier van de uitvoerlade. uitvoerlade af. HOOFDSTUK 7 PROBLEMEN OPLOSSEN Foutmeldingen Foutmelding 31 PRINTER FOUT 32 BUFFER FOUT 34 GEHEUGEN VOL 40 INTERF. FOUT Betekenis Te veel gegevens op een pagina. Wat te doen Druk op CONTINUE om op de volgende pagina af te drukken. Niet afgedrukte gegevens zijn verloren. Controleer de instelling voor pagina-bescherming met de MODE-toets. Het probleem wordt mogelijk opgelost door de paginabescherming op het juiste formaat in te stellen. Print u op 600 of 1200 dpi, dan heeft u mogelijk extra SIMMs nodig. Zie pag. 5-8. Hoewel de buffer vol was, Druk op CONTINUE om het bleef de computer afdrukken te hervatten. Niet gegevens sturen. afgedrukte gegevens zijn verloren. Zie pag. 4-50. Het werkgeheugen is vol. Druk op CONTINUE om het afdrukken te hervatten. Als dezelfde melding wordt weergegeven nadat u op CONTINUE heeft gedrukt, zet u de printer uit. Wacht een paar seconden en zet hem weer aan. Verklein de input buffer. Zet “BEWAAR PCL” uit. Plaats extra geheugen terwijl de printer uit staat. Download fonts en de fonts in de HDD-kaart zijn mogelijk de oorzaak van deze storing, aangezien zij gebruik maken van hetzelfde werkgebied als het RAM. Is dit het geval, dan is het raadzaam om het geheugen uit te breiden. Zie pag. 5-8. Fout in het Gebruikt u de seriële interface, communicatiecircuit. controleer dan de communicatieparameters zoals baudrate, aantal bits, pariteit en aansluitingsprotocol. Gebruikt u de parallelle interface, controleer dan de aansluiting van de interfacekabel. 7–3 GEBRUIKERSHANDLEIDING Foutmelding Betekenis 41 CONTR PRINTER Fout in communicatie met motorcontroller.Error in communication with the engine controller 42 KAART VOL De kaart is vol. 43 KAART S.FOUT Fout tijdens schrijven naar kaart . 44 SIMM FOUT De SIMMs zijn niet goed geplaatst. 45 MIO-FOUT Fout in de communicatie met de MIO-kaart. Fout in aansluiting met optionele papierbakken en duplex-unit. Fout tijdens lezen van kaart. 46 OPTIE IO-FOUT 47 KAART L.FOUT XX AFM. FOUT Er is papier van onjuiste afmetingen geplaatst. XX is B2/DX. DATA ONGELDIG Gegevens worden genegeerd omdat er een fout is opgetreden in het PostScript programma. (Alleen BR-Script 2-stand) 7–4 Wat te doen Zet de printer uit. Wacht een paar seconden alvorens hem weer aan te zetten.Turn off the printer. Wait a few seconds, then turn it on again. Wis onnodige macro’s of fonts, of gebruik een nieuwe kaart. Zie pag. 4-37. Staat de schrijfbescherming van de kaart aan, zet deze dan uit. Gebruik een nieuwe kaart. Herhaalt de fout zich, raadpleeg dan uw leverancier of onderhoudsdienst. Installeer de SIMMs op juiste wijze, zoek de foutmelding in kwestie op. Zie pag. 5-8. Installeer de MIO-kaart op de juiste wijze. Zie pag. 5-7. Controleer de interfacekabel tussen de printer en de betreffende bak. Gebruik een nieuwe kaart. Herhaalt de fout zich, raadpleeg dan uw leverancier of onderhoudsdienst. Plaats papier van de juiste afmetingen in bak 2, zodat er tweezijdig kan worden afgedrukt. Raadpleeg “Omgaan met papier” in hoofdstuk 3. Druk op de RESET-toets. Herhaalt de fout zich, plaats dan extra geheugen. Zie pag. 5-8. HOOFDSTUK 7 PROBLEMEN OPLOSSEN Servicemeldingen Servicemelding 50 FUSER FOUT 51 LASER FOUT 52 SCANNER FOUT 53 DX FAN FOUT 54 MOTOR FOUT 55 HOOGSP. FOUT 61 PROG. FOUT 62 FONT FOUT 63 D-RAM FOUT 66 NV-WR FOUT 67 NV-RD FOUT 68 NV-B FOUT 99 SERVICE 48 ONJUISTE LT 49 ONJUISTE DX 73 ONDERHOUD 1 73 ONDERHOUD 2 Betekenis Fout in de fixeerinrichting Wat te doen Zet de printer uit. Wacht 15 minuten en zet de printer weer aan. Zet de printer uit. Wacht een Fout in de laserstraaldetector paar seconden en zet hem weer aan. Zet de printer uit. Wacht een Fout in het aftastgedeelte paar seconden en zet hem weer aan. Zet de printer uit. Wacht een Fout in de ventilatormotor van paar seconden en zet hem de duplex-unit. weer aan. Zet de printer uit. Wacht een Fout in de hoofdmotor paar seconden en zet hem weer aan. Zet de printer uit. Wacht een Fout in de paar seconden en zet hem hoogspanningsvoeding weer aan. Zet de printer uit. Wacht een Fout in controlesom voor paar seconden en zet hem ROM programma. weer aan. Zet de printer uit. Wacht een Fout in controlesom voor paar seconden en zet hem fonts van ROM. weer aan. D-RAM fout (geheugenfout). Zet de printer uit. Wacht een paar seconden en zet hem weer aan. Zet de printer uit. Wacht een Fout bij schrijven naar NVpaar seconden en zet hem RAM. weer aan. Zet de printer uit. Wacht een Fout bij lezen van NV-RAM paar seconden en zet hem fout. weer aan. Zet de printer uit. Wacht een Fout bij schrijven naar en paar seconden en zet hem lezen van NV-RAM. weer aan. Zet de printer uit. Wacht een Fout in systeem. paar seconden en zet hem weer aan. De onderste bak is geen LT- Plaats een LT-2000. 2000. De geplaatste bak kan niet worden gebruikt met een printer die 20 ppm afdrukt. Uw duplex-unit is geen DX- Plaats een DX-2000 2000 en kan niet worden gebruikt met een printer die 20 ppm afdrukt. Zie pag. 6-8. Uw printer moet onderhoudsbeurt 1 krijgen. Zie pag. 6-8. Uw printer moet onderhoudsbeurt 2 krijgen. 7–5 GEBRUIKERSHANDLEIDING Mogelijke problemen Deze printer is zodanig ontwikkeld dat hij zonder problemen moet kunnen afdrukken. Mocht er echter toch iets niet in orde zijn, noteer dan het nummer en de melding in het LCD-scherm en onderneem de juiste actie. Hieronder wordt beschreven hoe u papierdoorvoerstoringen en andere problemen met afdrukken kunt verhelpen. Papierdoorvoerstoringen Als het papier in de printer vastloopt, stopt hij met afdrukken en verschijnt onderstaande melding. 13 CONTR. XXXXXX ✒ Opmerkingen Loopt het papier regelmatig vast, controleer dan de afstelhendel onderin de papierbak, of reinig het inwendige van de printer en controleer of u papier van de juiste kwaliteit gebruikt. Over de afstelhendel Wordt papier regelmatig verkeerd of met meerdere vellen tegelijk ingevoerd, stel de hendel dan aan de hand van onderstaande tabel in. I. Achteruit II. Vooruit Aanbevolen papierformaat : Letter, Legal, A4, ISO B5, Executive en A5 : ISO B6, A6, COM10, Monarch, C5 en DL Als de melding “CONTR. INVOER” verschijnt wanneer er papier in de papierbak ligt, moet u de afstelhendel controleren en zo nodig bijstellen. Afb. 7-1 De afstelhendel Gebruik nooit papier dat:  verkreukeld is  vochtig is  niet overeenkomt met de specificaties 7–6 HOOFDSTUK 7 PROBLEMEN OPLOSSEN Het papier kan vastlopen in de papier, in het inwendige van de printer, bij de achterklep, of bij de papieruitvoer. Controleer waar het papier is vastgelopen en volg onderstaande instructies om het papier te verwijderen. De printer hervat het afdrukken automatisch nadat de instructies zijn opgevolgd. Het kan echter gebeuren dat het DATA-lampje gaat branden en de volgende melding op het LCD-scherm verschijnt. 07 FF PAUZE Na een papierdoorvoerstoring blijven er normaal gesproken gegevens in het geheugen van de printer achter. De melding op het LCD-scherm vraagt u een form feed uit te voeren om de resterende gegevens af te drukken. Druk op de SEL-toets om door te gaan. ■ Papierdoorvoerstoring bij papieruitvoer 13 CONTR. ACHTER Wanneer het papier de achterklep is gepasseerd en vast komt te zitten bij de papieruitvoer, volgt u onderstaande stappen: Afb. 7-2 Papierdoorvoerstoring bij papieruitvoer 7–7 GEBRUIKERSHANDLEIDING ■ Papierdoorvoerstoring bij achterklep 13 CONTR. ACHTER Wanneer het papier de achterklep is gepasseerd en voor de papieruitvoer vast komt te zitten, volgt u onderstaande stappen: 1. Maak de achterklep open. 2. Trek het vastgelopen papier er voorzichtig uit, in richting A of B. Achterklep Richting A Richting B Afb. 7-3 Papierdoorvoerstoring bij achterklep 3. Sluit de achterklep. 7–8 HOOFDSTUK 7 PROBLEMEN OPLOSSEN ■ Papierdoorvoerstoring bij de fixeerrol binnenin de printer 13 CONTR. INTERN Als het papier vastloopt bij de fixeerrol, volgt u onderstaande stappen om het vastgelopen papier te verwijderen: 1. Maak de bovenkap open en neem de tonercassette uit de printer. 2. Houd het vastgelopen papier met beide handen vast en trek het voorzichtig naar u toe. Waarschuwing De fixeerrol wordt tijdens gebruik zeer heet. Verwijder vastgelopen papier altijd voorzichtig uit de printer . ! Let op  Vertoont het bedrukte papier vlekken nadat u het vastgelopen papier heeft verwijderd, druk dan een aantal pagina’s af alvorens het afdrukken te hervatten.  Verwijder het papier dat is vast komen te zitten voorzichtig, zodat de toner niet verspreid wordt.  Pas op dat u geen toner aan uw handen of kleding krijgt. Was eventuele tonervlekken onmiddellijk met koud water weg.  Raak de transfer-rol nooit aan. Fixeerrol Afb. 7-4 Papierdoorvoerstoring bij fixeerrol 3. Plaats de tonercassette weer in de printer en sluit de bovenkap. 7–9 GEBRUIKERSHANDLEIDING ■ Papierdoorvoerstoring bij de papierklep binnenin de printer 13 CONTR. INTERN Bij een papierdoorvoerstoring bij de papierklep binnenin de printer volgt u onderstaande stappen om het vastgelopen papier te verwijderen: 1. Trek de bovenste papierbak uit de zodat u de rand van het papier losmaakt van de papierdoorvoerrol. Zo voorkomt u dat het papier scheurt. 2. Maak de bovenkap open en neem de tonercassette uit de printer. 3. Til de papierklep op. 4. Verwijder het vastgelopen papier als volgt: Is het papier de papierklep reeds gepasseerd en zit er al toner op het papier, trek het papier dan richting A over de rol heen (naar de bovenzijde van de printer). ! Let op Pas op dat u geen toner aan uw handen of kleding krijgt. Was eventuele tonervlekken onmiddellijk met koud water weg. Richting A Papierklep Afb. 7-5 Papierdoorvoerstoring bij de papierklep 5. Sluit de papierklep. 6. Plaats de tonercassette weer in de printer en sluit de bovenkap. 7–10 HOOFDSTUK 7 PROBLEMEN OPLOSSEN ■ Papierdoorvoerstoring in de papierbak 13 CONTR. INVOER Als het papier in de papierbak vastloopt, volgt u onderstaande stappen: 1. Trek de papierbak uit de printer. 2. Verwijder het vastgelopen papier. Afb. 7-6 Papierdoorvoerstoring in de papierbak 3. Plaats de papierbak weer in de printer. ! Let op Trek de bovenste papierbak niet uit de printer terwijl er nog papier uit de los verkrijgbare tweede papierbak wordt ingevoerd, daar dit een papierdoorvoerstoring veroorzaakt. ■ Papierdoorvoerstoring in de universele bak 13 CONTR. INVOER Als het papier vastloopt in de universele bak, volgt u onderstaande stappen: 1. Haal het vastgelopen papier uit de universele bak. 2. Leg het papier weer in een nette stapel in de universele bak. 3. Maak de bovenkap open en dicht. 7–11 GEBRUIKERSHANDLEIDING Slechte afdrukkwaliteit Bent u niet tevreden met de kwaliteit van de afdruk, kijk dan in onderstaande lijst of het probleem beschreven wordt en onderneem de beschreven actie om het probleem op te lossen. ✒ Opmerking Het kan gebeuren dat het papier aan alle voorwaarden in de specificaties voldoet, maar dat er toch niet naar behoren wordt afgedrukt. Dit kan te maken hebben met temperatuur, vochtigheid of andere omstandigheden die de printer kunnen beïnvloeden. Lukt het u niet om het probleem op te lossen, neem dan contact op met de leverancier van de printer. ■ Onduidelijke afdruk De bladzijde heeft witte strepen of wazige afbeeldingen. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together rightA now, over me. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come togetherA right now, over me. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come AAA together right now, over me. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. A Come together right now, over me. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to beA free. Come together right now, over me. Here come Flat-top ,he come. Lucy in the sky with Diamonde. AA One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Flat-top ,heAA come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Flattop ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Lucy in the sky with Diamonde. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come AAA together right now, over me. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. A Come together right now, over me. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you goA to be free. Come together right now, over me. Here come Flat-top ,he come. Lucy in the sky with AAAAA Diamonde. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come A Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. HereA come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. A Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Flat-top ,he come. Lucy in the sky with Diamonde. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell A you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Flat-top ,he come. One A thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Flat-top ,he A come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Flattop ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Flat-top ,he come. Lucy in the sky with Diamonde. One thing I can tell you is you go to be free. Come AAA Afb. 7-7 Witte strepen of wazige beelden Bij dergelijke problemen controleert u of de melding “Toner op” is verschenen. De toner kan op zijn of de toner is misschien niet goed verdeeld in de tonercassette. 16 TONER OP 7–12 HOOFDSTUK 7 PROBLEMEN OPLOSSEN Volg onderstaande stappen om het probleem te verhelpen: 1. Maak de bovenkap van de printer open. Afb. 7-8 De bovenkap openmaken 2. Neem de tonercassette uit de printer. Afb. 7-9 De tonercassette verwijderen 7–13 GEBRUIKERSHANDLEIDING 3. Schud de cassette onder een hoek van 45° voorzichtig enkele malen heen en weer. Zo wordt de toner gelijkmatig in de cassette verdeeld. 45° 45° Afb. 7-10 De toner gelijkmatig verdelen 4. Plaats de tonercassette weer in de printer en sluit de bovenkap. 5. Druk een aantal pagina’s af. Bent u nog niet tevreden met het resultaat, plaats dan een nieuwe tonercassette. 7–14 HOOFDSTUK 7 PROBLEMEN OPLOSSEN ■ Vlekken en strepen Als op de afgedrukte bladzijde tonervlekken of verticale strepen staan, moet het inwendige van de printer worden gereinigd. Zie “Reinigen” in hoofdstuk 6. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together rightA me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together rightA me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together rightA now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come togetherA now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come togetherA now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come togetherA right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come AAA together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. A right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come AAA together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. A right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come AAA together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. A Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to beA Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to beA Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to beA free. Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. Diamonde the skyLucky in with . free. Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. Diamonde the skyLucky in with . free. Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. Diamonde the skyLucky in with . AA One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-top ,heAA come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come AA One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-top ,heAA come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come AA One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-top ,heAA come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come tin the sky right now, over me. in the sky Lucy Diamonde with . Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come tin the sky right now, over me. in the sky Lucy Diamonde with . Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come tin the sky right now, over me. in the sky Lucy Diamonde with . Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come AAA together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to Come AAA together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to Come AAA together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. A Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. together Comeright now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is be free. A Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. together Comeright now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is be free. A Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. together Comeright now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you goA to be free. Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. Lucky in the sky with you goA to be free. Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. Lucky in the sky with you goA to be free. Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. Lucky in the sky with AAAAA Diamonde. One thing I can tell you is you go to be free. Come tin the sky right now, over me. Here come A Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over AAAAA Diamonde. One thing I can tell you is you go to be free. Come tin the sky right now, over me. Here come A Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over AAAAA Diamonde. One thing I can tell you is you go to be free. Come tin the sky right now, over me. Here come A Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. HereA come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come tin the sky right me. HereA come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come tin the sky right me. HereA come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come tin the sky right now, over me. A Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come now, over me. A Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come now, over me. A Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come v ,he come. Lucky Diamonde in the sky with . One thing I can tell together right now, over me. Here come v ,he come. Lucky Diamonde in the sky with . One thing I can tell together right now, over me. Here come v ,he come. Lucky Diamonde in the sky with . One thing I can tell you is you go to be free. Come tin the skyright now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One you is you go to be free. Come tin the skyright now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One you is you go to be free. Come tin the skyright now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-top ,he come. thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-top ,he come. thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell A you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat- One thing I can tell A you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat- One thing I can tell A you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat- top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One A thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here Pat-top ,he come. One A thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here Pat-top ,he come. One A thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-top ,he A come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-top ,he A come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-top ,he A come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come tin the sky right now, over me. Here come Pat-top ,he come. Lucy in the sky with Amesist. One thing I can tell you is now, over me. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come tin the sky right now, over me. Here come Pat-top ,he come. Lucy in the sky with Amesist. One thing I can tell you is now, over me. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come tin the sky right now, over me. Here come Pat-top ,he come. Lucy in the sky with Amesist. One thing I can tell you is Vlekken Strepen Vlekken op regelmatige afstand Afb. 7-11 Donkere strepen of tonervlekken Is het probleem bestaan na het reinigen nog niet verholpen, dan controleert u het volgende: • Controleer of u papier of OHP-vellen gebruikt die voldoen aan de specificaties en of de juiste zijde van het papier bedrukt wordt. • Controleer de tonercassette op beschadigingen en plaats zo nodig een nieuwe. Als de strepen of vlekken verticaal op regelmatige afstand over het papier verspreid zijn, gaat u als volgt te werk, afhankelijk van de afstand tussen de vlekken/strepen. Afstand 95 mm 53 mm 51 mm 38 mm Wat te doen De tonercassette vervangen. Een aantal pagina’s afdrukken. * De tonercassette vervangen. De tonercassette vervangen. * Als dit probleem regelmatig optreedt, moet de transferrol worden vervangen. Raadpleeg uw dealer of leverancier. 7–15 GEBRUIKERSHANDLEIDING ■ Witte vlekken Als er witte stukken op de afdruk staan waar normaal tekst of een afbeelding zichtbaar zou moeten zijn, controleert u of u papier of OHPvellen gebruikt die voldoen aan de specificaties en of de juiste zijde van het papier bedrukt wordt. Afb. 7-12 Witte vlekken ■ Toner verspreid over de afdruk Als er toner rondom de tekens wordt verspreid waardoor de afdruk bevlekt wordt, moet het inwendige van de printer worden gereinigd. Zie “Reinigen” in hoofdstuk 6. Afb. 7-13 Toner verspreid over de afdruk Is het probleem bestaan na het reinigen nog niet verholpen, dan controleert u het volgende: • Controleer of u papier of OHP-vellen gebruikt die voldoen aan de specificaties en of de juiste zijde van het papier bedrukt wordt. • Controleer of er misschien lijm op het te bedrukken oppervlak zit. Dit kan de toner verspreiden. • Als tonerdeeltjes over de hele bedrukte pagina verspreid zijn, moet de printdichtheid worden afgesteld. Zie “Het testpatroon en de demonstratiepagina controleren” in hoofdstuk 2. 7–16 HOOFDSTUK 7 PROBLEMEN OPLOSSEN ■ Zwarte pagina Is de hele pagina zwart, controleer dan of de tonercassette goed geplaatst is. Warmtegevoelig papier kan dit probleem veroorzaken. Afb. 7-14 Zwarte pagina ■ Witte pagina Staat er niets op de afgedrukte pagina, dan controleert u of de toner misschien op is, of de plastic beschermstrook wel uit de tonercassette is verwijderd, of het papier, de OHP-vellen of enveloppen die u gebruikt wel voldoen aan de specificaties en of de juiste zijde van het papier bedrukt wordt. Als u een nieuwe stapel papier plaats zonder deze eerst even door te bladeren, kan het gebeuren dat er meerdere vellen tegelijk worden ingevoerd, zodat er een aantal lege vellen worden uitgevoerd. Afb. 7-15 Witte pagina 7–17 GEBRUIKERSHANDLEIDING ■ Ontbrekende stukken Wordt er niets afgedrukt, of wordt slechts een gedeelte van de bladzijde bedrukt wordt, dan controleert u of de toner op is en of de toner gelijkmatig in de cassette verdeeld is. Raadpleeg “Slechte afdrukkwaliteit” in dit hoofdstuk om het probleem te verhelpen. Controleer tevens of het papier, de OHP-vellen of enveloppen die u gebruikt wel voldoen aan de specificaties en of de juiste zijde van het papier bedrukt wordt. Vochtig papier kan een dergelijk probleem veroorzaken. Dit probleem kan ook optreden als de printdichtheid te laag staat ingesteld. Stel de printdichtheid goed af. Zie “Het testpatroon en de demonstratiepagina controleren” in hoofdstuk 2. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together rightA now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come togetherA right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come AAA together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. A Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to beA free. Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. Diamonde the skyLucky in with . AA One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-top ,heAA come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come tin the sky right now, over me. in the sky Lucy Diamonde with . Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come AAA together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. A Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. together Comeright now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you goA to be free. Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. Lucky in the sky with AAAAA Diamonde. One thing I can tell you is you go to be free. Come tin the sky right now, over me. Here come A Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. HereA come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come tin the sky right now, over me. A Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come v ,he come. Lucky Diamonde in the sky with . One thing I can tell you is you go to be free. Come tin the skyright now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell A you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pattop ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One A thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-top ,he A come. One thing I can tell you is you go to be free. Come in the sky right now, over me. Here come Pat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come together right now, over me. Here come Flat-top ,he come. One thing I can tell you is you go to be free. Come tin the sky right now, over me. Here come Pat-top ,he come. Lucy in the sky with Amesist. One thing I can tell you is Afb. 7-16 Ontbrekende gedeelten ■ Slechte weergave van halftoon of grijstinten Als afbeeldingen niet mooi worden afgedrukt en grijswaarden niet mooi in elkaar overlopen, zet u de High Resolution Control uit. U doet dit met de MODE-toets in de RESOLUTIE-stand. HRC = UIT HRC = MEDIUM Afb. 7-17 High Resolution Control afstellen 7–18 APPENDICES APPENDICES PRINTERSPECIFICATIES Afdrukken Afdrukmethode Elektrofotografisch met behulp van halfgeleider laserstraal-aftasting Laser Golflengte: Pulsduur: Vermogen: Resolutie 1200 dots per inch (De resolutie wordt verbeterd wanneer High Resolution Control wordt geactiveerd.) Afdruksnelheid 20 pagina’s per minuut (600 of 300 dpi / A4) 21 pagina’s per minuut (600 of 300 dpi / Letter) 10 pagina’s per minuut(1200 dpi / A4 & Letter) Opwarmingsduur Maximaal 1 minuut bij 20°C Eerste afdruk 16 seconden of minder (A4, invoer via papierbak, face-down papieruitvoer) Prestart met software-commando voor eerste afdruk na 10 seconden Afdrukmedia Toner, verpakt in een cassette die uit een onderdeel bestaat. Gebruiksduur: 9000 enkelzijdig bedrukte pagina’s per cassette (Bij gebruik van A4- of Letter-papier, printdichtheid stand 8, met 5% vlakvulling). Residente printerfonts • Stand voor HP LaserJet, EPSON FX-850 en IBMProprinter XL 66 schaalbare fonts en 12 rasterfonts • BR-Script Level 2-stand 66 schaalbare fonts 780 nm 25 ns Maximaal 5 mW Appendix–1 GEBRUIKERSHANDLEIDING Functies CPU MB86832 100 MHz (SPARC-architectuur) Emulatie Automatische emulatieselectie • HP LaserJet 5 • BR-Script Level 2 • HP-GL • EPSON FX-850 • IBM Proprinter XL Interface Automatische interfaceselectie tussen bi-directionele parallelle, RS-232C seriële, universele seriële bus en MIO-interface. Raadpleeg “Interfacespecificaties” in de Appendix voor meer informatie. RAM 8 Mbytes (kan met SIMMs worden uitgebreid tot 72 Mbytes) Hoeveel geheugen er standaard is geplaatst, is afhankelijk van het model printer en van het land waar de printer geleverd wordt. Sleuven voor fontkaart Rechter sleuf voor Type I en II Linker sleuf voor PCMCIA Type I, II en III compatibel voor FLASH-geheugenkaarten of HDD-kaarten Bedieningspaneel 8 toetsen, 5 lampjes en een LCD-scherm dat meldingen van 16 tekens kan weergeven Diagnostiek Ingebouwd zelftest-programma. Appendix–2 APPENDICES Elektrische en mechanische specificaties Stroomvoorziening V.S. en Canada: 110-120 V wisselstroom, 50/60 Hz Europa en Australië: 220-240 V wisselstroom, 50/60 Hz Stroomverbruik Tijdens afdrukken: 500 W of minder Stand-by: 90 W of minder Stand-by in slaapstand: 25 W of minder Lawaai Tijdens afdrukken: 55 dB A of minder Stand-by: 40 dB A of minder Temperatuur In bedrijf: In opslag: 10 tot 32,5°C 0 tot 35°C Vochtigheid In bedrijf: In opslag: 20 tot 80% (zonder condensvorming) 10 tot 80% (zonder condensvorming) Afmetingen 220/240 V model: 396 (B) x 389 (H) x 400 (D) mm 110/120 V model: 396 (B) x 389 (H) x 452 (D) mm Gewicht Ongeveer 15 kg. Appendix–3 GEBRUIKERSHANDLEIDING PAPIERSPECIFICATIES Papierinvoer Papierbakken: • Standaard bovenste bak (Bak 1). • Optionele tweede bak (Bak 2). • Papierafmetingen: BAK 1 : Letter, Legal en A4 BAK 2 : Letter, Legal en A4 (OPTIE). • Max. hoogte van papier in de bak = 55 mm. • Max. capaciteit van papierbak = ong. 500 vellen van 80 g/m2 . Met duplex-unit geplaatst = ong. 250 vellen van 80 g/m2 A4/Letter (Bak 1). Universele bak: Capaciteit van universele bak = ong. 150 vellen van 80 g/m2. Papieruitvoer Face-down papieruitvoer: ong. 500 vellen. Face-up papieruitvoer Papiersoort Via papierbak: Standaard bovenste bak (Bak 1) : • Normaal papier: Letter, Legal of A4 [60 tot 105 g/m2]. Universele bak (MF bak): • Normaal papier 95 x 148 mm tot 216 x 356 mm [60 to 199 g/m2 ]. • Transparanten (OHP-vellen). • Gekleurd papier. • Etiketten. • Enveloppen: COM10, Monarch, C5, DL en ISO B5 Optionele tweede bak (Bak 2) : Normaal papier: A4, Letter en Legal [60 to 90 g/m2] Appendix–4 APPENDICES Het is raadzaam om, zeker bij het afdrukken van enveloppen, eerst een proefafdruk te maken. Gebruik de hieronder aangegeven enveloppen bij voorkeur niet: • Enveloppen met dikke of scheve hoeken. • Enveloppen die beschadigd, gekruld, of gekreukeld zijn. • Enveloppen met een heel glad of glimmend oppervlak. • Enveloppen met een klemsluiting. • Dikke enveloppen. • Enveloppen die niet scherp zijn gevouwen. • Dubbele enveloppen. • Met een laser voorgedrukte enveloppen. • Enveloppen met een voorgedrukte binnenkant. • Enveloppen die u niet goed kunt stapelen. ✒ Opmerkingen  Het gebied binnen 15 mm. vanaf de zij-, onder- en bovenkanten van de envelop kan niet worden bedrukt.  Voer etiketten zodanig in dat het papier waarop de etiketten zijn geplakt, naar onderen is gekeerd. Zo niet, dan kan de printer worden beschadigd.  Voor een optimale afdruk is het raadzaam om een goede kwaliteit transparanten te gebruiken. Raadpleeg uw dealer voor het juiste type transparanten, geschikt voor gebruik in een laser printer. ■ PAPIERSPECIFIKATIES Deze printer is zodanig ontworpen dat hij met de meeste soorten xerografisch papier en normaal papier van goede kwaliteit kan werken. Bij sommige papiersoorten kan de afdrukkwaliteit echter wat minder zijn, of kan de printer minder betrouwbaar werken. Om u te verzekeren van een optimale afdruk is het raadzaam om altijd eerst een testafdruk te maken op het papier dat u wilt gebruiken. Hieronder staan een aantal punten die u helpen de juiste papiersoort te kiezen: 1. Vertel uw leverancier dat het papier of de enveloppen in een laser printer gebruikt zullen worden. 2. De inkt op voorgedrukt papier moet bestendig zijn tegen de temperatuur van het fixeerproces in de printer (200° C). 3. Het gebruik van papier waarin katoen is verwerkt, papier met een ruw oppervlak zoals geribbeld of gevergeerd papier, of papier dat gerimpeld of verkreukt is, komt de werking van de printer niet ten goede, en de afdrukkwaliteit laat bij dergelijk papier te wensen over. Appendix–5 GEBRUIKERSHANDLEIDING ✒ Opmerking De fabrikant geeft geen aanbevelingen m.b.t. te gebruiken papiersoorten en waarborgt het gebruik van enig papier evenmin. De gebruiker van de printer is zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van het papier dat in de printer gebruikt wordt. Papiersoorten die niet gebruikt moeten worden Sommige soorten papier zijn minder geschikt voor deze printer, of kunnen de printer beschadigen. Onderstaande papiersoorten moeten niet worden gebruikt: 1. 2. 3. 4. 5. Ruw of grof papier. Glad of glanzend papier. Gecoat papier of papier dat met chemicaliën is afgewerkt. Beschadigd, gekreukt of voorgevouwen papier. Papier dat zwaarder is dan het in de handleiding maximaal aanbevolen gewicht. 6. Papier met lipjes of nietjes. 7. Briefhoofden waar gebruik is gemaakt van lage-temperatuur verf of thermografie. 8. Meerdelig papier of papier zonder koolstof. SCHADE OF ANDERE DEFEKTEN ALS GEVOLG VAN HET GEBRUIK VAN BOVENSTAAND PAPIER WORDEN NIET DOOR GARANTIE OF ONDERHOUDSOVEREENKOMSTEN GEDEKT. ■ SPECIFIKATIES VOOR ENVELOPPEN Uw printer kan met de meeste enveloppen werken. De manier waarop sommige enveloppen zijn gevouwen kan bij de doorvoer of bij het afdrukken echter problemen opleveren. Geschikte enveloppen zijn recht en scherp gevouwen en hebben niet meer dan twee lagen papier. De enveloppe moet plat en vlak liggen, mag niet slordig zijn gevouwen en het papier moet van goede kwaliteit zijn. Het is raadzaam om alleen enveloppen van hoge kwaliteit te kopen; vertel uw leverancier dat de enveloppen in een laser printer gebruikt zullen worden. Om u te verzekeren van een acceptabele afdruk moet u eerst een testafdruk maken. Onderstaande soorten enveloppen moeten niet worden gebruikt: 1. Enveloppen met papier dat zwaarder is dan het in de handleiding aangegeven gewicht. 2. Enveloppen van inferieure kwaliteit, met onregelmatige randen. 3. Enveloppen die slordig zijn gevouwen of met onscherpe vouwen. 4. Enveloppen met een doorzichtig venster, met gaten, uitsnijdingen of perforaties. Appendix–6 APPENDICES 5. Enveloppen met klemsluiting, druksluiting of touwtjes. 6. Enveloppen van glad of glanzend papier. 7. Enveloppen met een ruw of grof oppervlak, of gegraufeerde enveloppen. 8. Enveloppen die niet plat en vlak liggen, enveloppen met omgekrulde hoeken, gekreukelde enveloppen, of onregelmatige enveloppen. 9. Enveloppen met een open flap met lijm erop. HET GEBRUIK VAN BOVENSTAANDE ENVELOPPEN KAN UW PRINTER BESCHADIGEN. DERGELIJKE SCHADE WORDT NIET DOOR GARANTIE OF ONDERHOUDSOVEREENKOMSTEN GEDEKT. ✒ Opmerking De fabrikant geeft geen aanbevelingen m.b.t. te gebruiken enveloppen en waarborgt het gebruik van enige enveloppen evenmin aangezien de kwaliteit van enveloppen van merk tot merk verschilt. De gebruiker van de printer is zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van de enveloppen die in de printer gebruikt worden. ■ ETIKETTEN enTRANSPARPARANTEN De printer kan afdrukken op etiketten en transparanten die zijn ontworpen voor gebruik in een laser printer. De lijm van etiketten moet gebaseerd zijn op acryl, daar dergelijke lijm bij de hoge temperaturen in de fixeerinrichting stabieler is. De lijm mag niet in aanraking komen met delen van de printer aangezien de etiketten anders aan de drum of de rollen blijven plakken, wat papierdoorvoerstoringen en problemen met de afdrukkwaliteit veroorzaakt. Er mag geen lijm zichtbaar zijn tussen de etiketten. Etiketten moeten zodanig worden geplaatst dat zij de gehele pagina beslaan en op het vel mogen alleen in de lengte open plaatsen zichtbaar zijn. Gebruikt u vellen met open plaatsen tussen de etiketten, dan kunnen deze losraken en ernstige doorvoerstoringen of printproblemen veroorzaken. Alle etiketten en transparanten die in de printer gebruikt worden, moeten gedurende 0,1 seconde bestendig zijn tegen een temperatuur van 200 ° C. Etiketten en transparanten mogen niet zwaarder zijn dan de in de gebruikershandleiding aangegeven gewichten. Zwaardere etiketten of transparanten worden mogelijk niet goed doorgevoerd of niet goed bedrukt en kunnen uw printer beschadigen. De gebruiker van de printer is zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van de etiketten en transparanten die in de printer gebruikt worden. SCHADE OF ANDERE DEFEKTEN ALS GEVOLG VAN HET GEBRUIK VAN ONGESCHIKTE ETIKETTEN OF TRANSPARANTEN WORDEN NIET DOOR GARANTIE OF ONDERHOUDSOVEREENKOMSTEN GEDEKT. Appendix–7 GEBRUIKERSHANDLEIDING INTERFACE-SPECIFIKATIES Bi-directionele parallelle interface Interface-aansluiting Maak gebruik van een afgeschermde kabel met pinnen zoals hieronder aangegeven. De meeste parallelle kabels ondersteunen bi-directionele kommunikatie, maar bij sommige kabels zijn de pinnen niet compatibel. 18 15 12 9 6 3 1 36 33 30 27 24 21 19 Fig. A-1 Parallelle interface-aansluiting Aansluitingen Pin nr. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 Appendix–8 Signaal DATA STROBE DATA 0 DATA 1 DATA 2 DATA 3 DATA 4 DATA 5 DATA 6 DATA 7 ACKNLG BUSY PE SLCT AUTO FEED N.C. 0V 0V +5V Pin nr. 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 Signaal Geaard Geaard Geaard Geaard Geaard Geaard Geaard Geaard Geaard Geaard Geaard INPUT PRIME RET INPUT PRIME FAULT N.C. N.C. N.C. SELECT IN APPENDICES Signaalbeschrijving Pin nr. IN/UIT Betekenis DATA STROBE IN Gegevens gereed melding. 2-9 DATA 0 - 7 IN Parallelle 8 bit gegevens. 10 ACKNLG OUT Gegevenstransmissie is gereed. Wanneer het 1 Signaal signaal laag is, is de printer gereed om nieuwe gegevens te ontvangen. 11 BUSY OUT De printer kan geen gegevens meer ontvangen wanneer het signaal hoog is. Het signaal wordt hoog wanneer gegevens worden ontvangen, de printer OFF LINE staat, of wanneer iets niet in orde is. 12 PE OUT Dit signaal wordt hooog wanneer het papier op is. 13 SLCT OUT Dit signaal wordt hoog wanneer de printer is geselecteerd. Het signaal wordt laag wanneer de printer niet is geselecteerd. 14 AUTO FEED IN Dit signaal wordt alleen door de bidirectionele interface gebruikt. 31 INPUT PRIME IN Dit signaal wordt alleen door de bidirectionele interface gebruikt. 32 FAULT OUT Dit signaal wordt laag wanneer het papier op is, de printer OFF LINE staat, of wanneer iets niet in orde is. 36 SLCT IN IN Dit signaal wordt alleen door de bidirectionele interface gebruikt. Appendix–9 GEBRUIKERSHANDLEIDING Parallelle kabelaansluiting voor IBM-PC/AT of compatibele computers en IBM-PS/2 computers Signaal Appendix–10 DATA STROBE DATA 0 Printer pin nr. 1 2 Computer pin nr. 1 2 DATA 1 3 3 DATA 2 4 4 DATA 3 5 5 DATA 4 6 6 DATA 5 7 7 DATA 6 8 8 DATA 7 9 9 ACKNLG BUSY 10 10 11 11 PE 12 12 SLCT 13 13 AUTO FEED GND 14 14 19 - 30 18 - 25 FAULT 32 15 SLCT IN 36 17 APPENDICES RS-232C Seriële interface Standaard specifikaties 1) BaudRate: 2) 3) 4) 5) 6) 7) 150, 300, 600, 1200, 2400, 4800, 9600, 19200, 38400, 57600 of 115200 baud Synchronisatie: Start-stop Kommunicatie kontrole: Geen protocol Gegevenslengte: Seriële 7 bits of 8 bits Pariteit: Oneven, even, of geen Stop bit: 1 of 2 stop bits Aansluitbevestiging: Xon/Xoff of DTR Interface-aansluitingen Gebruik een afgeschermde kabel. 13 10 25 7 21 4 18 1 14 Fig. A-2 Seriële interface-aansluiting Aansluitingen Pin nr. Signaal 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 FG SD RD RS NC DR SG NC NC NC NC NC NC IN/UIT Printer Besturingseenheid Pin nr. Signaal 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 NC NC NC NC NC NC ER NC NC NC NC NC IN/UIT Printer Besturingseenheid Appendix–11 GEBRUIKERSHANDLEIDING Signaalbeschrijving Signaal Appendix–12 IN/UIT Betekenis FG – Frame-aanduiding. SD OUT RD IN RS OUT DR IN Gegevensverzameling is gereed (DSR). Met DSR op “SPACE” niveau kunnen gegevens worden ontvangen. SG – Signaalaarding. ER OUT Zendt gegevens. Ontvangt gegevens. De printer ontvangt gegevens van de computer. Verzoek om te zenden. “SPACE” niveau wanneer de printer klaar is om gegevens naar de computer te zenden. Gegevensterminal is gereed. “MARK” niveau wanneer de printer in gebruik (BUSY) is. APPENDICES Seriële kabelaansluitingen voor gebruik met IBM-PC/AT of compatibele computers en IBM-PS/2 computers Het volgende diagram geeft de aansluitgegevens voor de meest voorkomende seriële poorten. ■ DB-9 seriële aansluiting Gebruikt u een computer met een 9-pins seriële poort, gebruik dan een kabel met de volgende doorverbindingen: Printer (man) SD 2 RD 3 DR (DSR) 6 SG 7 ER (DTR) 20 Computer (contra) 2 RD 3 SD 4 ER (DTR) 5 SG 6 DR (DSR) 8 CS (CTS) ■ DB-25 seriële aansluiting Gebruikt u een computer met een 25-pins seriële poort, gebruik dan een kabel met de volgende doorverbindingen: Printer (man) FG 1 SD 2 RD 3 DR (DSR) 6 SG 7 ER (DTR) 20 Computer (contra) 1 FG 3 RD 2 SD 20 ER (DTR) 7 SG 5 CS (CTS) 6 DR (DSR) ✒ Opmerking De niet genoemde aansluitpennen worden niet gebruikt. Appendix–13 GEBRUIKERSHANDLEIDING ■ Universele seriële bus (USB) Interface Interface-aansluiting Interface Connector 2 1 4 3 Afb. A-3 Universele seriële bus interface Aansluitingen Pin nr. 1 2 3 4 Appendix–14 Signaal Vcc (+5V) - Data + Data Ground Seriële Data Seriële Data + APPENDICES TEKENSETS U kunt tekensets selecteren met behulp van de FONT toets in de HP LaserJet, EPSON FX-850, en IBM Proprinter XL emulaties. Zie “FONT toets” in Hoofdstuk 4. Heeft u de HP-GL emulatiemode gekozen, dan kunt u met de MODE toets standaard tekensets of andere tekensets kiezen. Zie “GRAFISCHE MODE” in Hoofdstuk 4. OCR tekensets Is het OCR-A of OCR-B font geselecteerd, dan wordt altijd de bijbehorende tekenset gebruikt. Appendix–15 GEBRUIKERSHANDLEIDING HP LaserJet mode Appendix–16 APPENDICES Appendix–17 GEBRUIKERSHANDLEIDING Appendix–18 APPENDICES Appendix–19 GEBRUIKERSHANDLEIDING Appendix–20 APPENDICES Appendix–21 GEBRUIKERSHANDLEIDING Appendix–22 APPENDICES Onderstaande tabel toont de tekens die alleen in bijbehorende tekenset beschikbaar zijn. De cijfers bovenaan de tabel staan voor de hexadecimale waarden waarmee de tekens in de Roman 8 tekenset worden vervangen. Zie Roman 8 tekenset. Appendix–23 GEBRUIKERSHANDLEIDING EPSON mode De onderstaande tabel toont de tekens die alleen in de bijbehorende tekeset beschikbaar zijn. De cijfers bovenaan de tabel staan voor de hexadecimale waarden waarmee de tekens in de US ASCII tekenset worden vervangen. Zie US ASCII tekenset. Appendix–24 APPENDICES Appendix–25 GEBRUIKERSHANDLEIDING Appendix–26 APPENDICES IBM mode Appendix–27 GEBRUIKERSHANDLEIDING Appendix–28 APPENDICES HP-GL mode Appendix–29 GEBRUIKERSHANDLEIDING Appendix–30 APPENDICES Appendix–31 GEBRUIKERSHANDLEIDING Appendix–32 APPENDICES Appendix–33 GEBRUIKERSHANDLEIDING Tekensets die worden ondersteund door de Intellifont compatibele fonts van de printer PCL tekenset Set ID 8U 0N 2N 5N 6N 10U 11U 12U 17U 26U 9T 19U 9E 5T 7J 9J 10J 13J 14J 6J 8M 5M 6M 15U 1U 1E 0U 2U 0S 0I 1S 2S 3S 4S 5S 6S 0G 1G 0D 1D 0F 1F 0K 2K 9U 12J 19M 19L 579L Tekenset Roman-8 ISO 8859-1 Latin1 ISO 8859-2 Latin2 ISO 8859-9 Latin5 ISO 8859-10 Latin6 PC-8 PC-8 D/N PC-850 PC-852 PC-775 PC-Turk Windows 3.1 Latin1 Windows 3.1 Latin2 Windows 3.1 Latin5 DeskTop PC-1004 (OS/2) PS Text Ventura International Ventura US Microsoft Publishing Math-8 PS Math Ventura Math PI Font Legal ISO 4: United Kingdom* ISO 6: ASCII* ISO 2: IRV* ISO 11: Swedish: names* ISO 15: Italian* HP Spanish* ISO 17: Spanish* ISO 10: Swedish* ISO 16: Portuguese* ISO 84: Portuguese* ISO 85: Spanish* HP German* ISO 21: German* ISO 60: Norwegian 1* ISO 61: Norwegian 2* ISO 25: French* ISO 69: French* ISO 14: JIS ASCII* ISO 57: Chinese* Windows 3.0 Latin1 MC Text Symbol W i n d o ws B a l t i c Wingdings Font Alaska Antique Brougham Cleveland Connect- Guatemala Letter Oakland Cond. icut Antique Gothic • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • *Deze tekensets zijn varianten van de Roman 8 tekenset. Appendix–34 • • • • APPENDICES PCL tekenset Set ID 8U 0N 2N 5N 6N 10U 11U 12U 17U 26U 9T 19U 9E 5T 7J 9J 10J 13J 14J 6J 8M 5M 6M 15U 1U 1E 0U 2U 0S 0I 1S 2S 3S 4S 5S 6S 0G 1G 0D 1D 0F 1F 0K 2K 9U 12J 19M 19L 579L Tekenset Roman-8 ISO 8859-1 Latin1 ISO 8859-2 Latin2 ISO 8859-9 Latin5 ISO 8859-10 Latin6 PC-8 PC-8 D/N PC-850 PC-852 PC-775 PC-Turk Windows 3.1 Latin1 Windows 3.1 Latin2 Windows 3.1 Latin5 DeskTop PC-1004 (OS/2) PS Text Ventura International Ventura US Microsoft Publishing Math-8 PS Math Ventura Math PI Font Legal ISO 4: United Kingdom* ISO 6: ASCII* ISO 2: IRV* ISO 11: Swedish: names* ISO 15: Italian* HP Spanish* ISO 17: Spanish* ISO 10: Swedish* ISO 16: Portuguese* ISO 84: Portuguese* ISO 85: Spanish* HP German* ISO 21: German* ISO 60: Norwegian 1* ISO 61: Norwegian 2* ISO 25: French* ISO 69: French* ISO 14: JIS ASCII* ISO 57: Chinese* Windows 3.0 Latin1 MC Text Symbol Windows Baltic Wingdings Font (vervolg) LetterGothic Mary16.66** land • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • Oklahoma • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • PC PC Brussels Tennessee • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • Utah • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • Utah Cond. • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • *Deze tekensets zijn varianten van de Roman 8 tekenset. **LetterGothic 16.66 is een bitmap font. Appendix–35 GEBRUIKERSHANDLEIDING Tekensets die worden ondersteund door de TrueType en Type 1 Fonts compatibele en Original lettersoorten PCL tekenset Set ID 8U 0N 2N 5N 6N 10U 11U 12U 17U 26U 9T 19U 9E 5T 7J 9J 10J 13J 14J 6J 8M 5M 6M 15U 1U 1E 0U 2U 0S 0I 1S 2S 3S 4S 5S 6S 0G 1G 0D 1D 0F 1F 0K 2K 9U 12J 19M 19L 579L Tekenset Roman-8 ISO 8859-1 Latin1 ISO 8859-2 Latin2 ISO 8859-9 Latin5 ISO 8859-10 Latin6 PC-8 PC-8 D/N PC-850 PC-852 PC-775 PC-Turk Windows 3.1 Latin1 Windows 3.1 Latin2 Windows 3.1 Latin5 DeskTop PC-1004 (OS/2) PS Text Ventura International Ventura US Microsoft Publishing Math-8 PS Math Ventura Math PI Font Legal ISO 4: United Kingdom* ISO 6: ASCII* ISO 2: IRV* ISO 11: Swedish: names* ISO 15: Italian* HP Spanish* ISO 17: Spanish* ISO 10: Swedish* ISO 16: Portuguese* ISO 84: Portuguese* ISO 85: Spanish* HP German* ISO 21: German* ISO 60: Norwegian 1* ISO 61: Norwegian 2* ISO 25: French* ISO 69: French* ISO 14: JIS ASCII* ISO 57: Chinese* Windows 3.0 Latin1 MC Text Symbol Windows Baltic Wingdings Font Atlanta • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • BR Copen- Calgary Helsinki Portugal TennesW Symbol hagen see Dingbats • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • *Deze tekensets zijn varianten van de Roman 8 tekenset. Appendix–36 APPENDICES PCL Tekenset Set ID 8U 0N 2N 5N 6N 10U 11U 12U 17U 26U 9T 19U 9E 5T 7J 9J 10J 13J 14J 6J 8M 5M 6M 15U 1U 1E 0U 2U 0S 0I 1S 2S 3S 4S 5S 6S 0G 1G 0D 1D 0F 1F 0K 2K 9U 12J 19M 19L 579L Font Bermuda Script Tekenset Roman-8 ISO 8859-1 Latin1 ISO 8859-2 Latin2 ISO 8859-9 Latin5 ISO 8859-10 Latin6 PC-8 PC-8 D/N PC-850 PC-852 PC-775 PC-Turk Windows 3.1 Latin1 Windows 3.1 Latin2 Windows 3.1 Latin5 DeskTop PC-1004 (OS/2) PS Text Ventura International Ventura US Microsoft Publishing Math-8 PS Math Ventura Math PI Font Legal ISO 4: United Kingdom* ISO 6: ASCII* ISO 2: IRV* ISO 11: Swedish: names* ISO 15: Italian* HP Spanish* ISO 17: Spanish* ISO 10: Swedish* ISO 16: Portuguese* ISO 84: Portuguese* ISO 85: Spanish* HP German* ISO 21: German* ISO 60: Norwegian 1* ISO 61: Norwegian 2* ISO 25: French* ISO 69: French* ISO 14: JIS ASCII* ISO 57: Chinese* Windows 3.0 Latin1 MC Text Symbol Windows Baltic Wingdings Germany San Diego US Roman • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • *Deze tekensets zijn varianten van de Roman 8 tekenset. Appendix–37 GEBRUIKERSHANDLEIDING REFERENTIELIJST VOOR COMMANDO'S In onderstaande tabellen worden de besturingscommando's op functie weergegeven. Voor uitgebreide informatie kunt u het apart verkrijgbare Technisch Referentie Handboek raadplegen. De commando's zijn niet in het Nederlands weergegeven omdat dit de duidelijkheid niet ten goede komt. ✒ Opmerking De l wordt gebruikt om de kleine letter 'l' aan te geven. Dit om te voorkomen dat er verwarring ontstaat tussen de letter 'l' en het cijfer 1. HP LaserJet Mode PCL Command Sets Function CONTROL CODE Backspace Horizontal Tab Line Feed Form Feed Carriage Return Secondary Font Select Primary font Select Escape PAGE FORMAT Page Length Top Margin Text Length Left Margin Right Margin Clear Side Margin Line Pitch Line Spacing 1 line/inch 2 lines/inch 3 lines/inch 4 lines/inch 6 lines/inch 8 lines/inch 12 lines/inch 16 lines/inch 24 lines/inch 48 lines/inch Character Pitch ex. 10 pitch Appendix–38 Command Decimal Hexadecimal BS HT LF FF CR SO SI ESC 08 09 10 12 13 14 15 27 08 09 0A 0C 0D 0E 0F 1B ESC & l # P (# lines) ESC & l # E (# lines) ESC & l # F (# lines) ESC & a # L (# column) ESC & a # M (# column) ESC 9 ESC & l # C (# /48 inch) ESC & l # D ESC & l 1 D ESC & l 2 D ESC & l 3 D ESC & l 4 D ESC & l 6 D ESC & l 8 D ESC & l 12 D ESC & l 16 D ESC & l 24 D ESC & l 48 D ESC & k # H (# /120 inch) ESC & k 12 H 27 38 108 ## 80 1B 26 6C ## 50 27 38 108 ## 69 1B 26 6C ## 45 27 38 108 ## 70 1B 26 6C ## 46 27 38 97 ## 76 1B 26 61 ## 4C 27 38 97 ## 77 1B 26 61 ## 4D 27 57 27 38 108 ## 67 1B 39 1B 26 6C ## 43 27 38 108 ## 68 27 38 108 49 68 27 38 108 50 68 27 38 108 51 68 27 38 108 52 68 27 38 108 54 68 27 38 108 56 68 27 38 108 49 50 68 27 38 108 49 54 68 27 38 108 50 52 68 27 38 108 52 56 68 27 38 107 ## 72 1B 26 6C ## 44 1B 26 6C 31 44 1B 26 6C 32 44 1B 26 6C 33 44 1B 26 6C 34 44 1B 26 6C 36 44 1B 26 6C 38 44 1B 26 6C 31 32 44 1B 26 6C 31 36 44 1B 26 6C 32 34 44 1B 26 6C 34 38 44 1B 26 6B ## 48 27 38 107 49 50 72 1B 26 6B 31 32 48 APPENDICES Function Command Decimal Hexadecimal Paper Size Executive Letter Legal A4 B5 B6 A5 A6 Envelopes Monarch COM 10 DL C5 ESC & l # A ESC & l 1 A ESC & l 2 A ESC & l 3 A ESC & l 26 A ESC & l 100 A ESC & l 1024 A ESC & l 1025 A ESC & l 1026 A 27 38 108 ## 65 27 38 108 49 65 27 38 108 50 65 27 38 108 51 65 27 38 108 50 54 65 27 38 108 49 48 48 65 27 38 108 49 48 50 52 65 27 38 108 49 48 50 53 65 27 38 108 49 48 50 54 65 1B 26 6C ## 41 1B 26 6C 31 41 1B 26 6C 32 41 1B 26 6C 33 41 1B 26 6C 32 36 41 1B 26 6C 31 30 30 41 1B 26 6C 31 30 32 34 41 1B 26 6C 31 30 32 35 41 1B 26 6C 31 30 32 36 41 ESC & l 80 A ESC & l 81 A ESC & l 90 A ESC & l 91 A 27 38 108 56 48 65 27 38 108 56 49 65 27 38 108 57 48 65 27 38 108 57 49 65 1B 26 6C 38 30 41 1B 26 6C 38 31 41 1B 26 6C 39 30 41 1B 26 6C 39 31 41 ESC & a # C (# column) ESC & a # H (# decipoint) ESC * p # X (# dot) ESC & a # R (# line) ESC & a # V (# decipoint) ESC * p # Y (# dot) 27 38 97 ## 67 1B 26 61 ## 43 27 38 97 ## 72 1B 26 61 ## 48 27 42 112 ## 88 1B 2A 70 ## 58 27 38 97 ## 82 1B 26 61 ## 52 27 38 97 ## 86 1B 26 61 ## 56 27 42 112 ## 89 1B 2A 70 ## 59 ESC % 0 B 27 37 48 66 1B 25 30 42 ESC % 1 B ESC * c # K (# inch) ESC * c # L (# inch) ESC * c 0 T ESC * c # X (# decipoint) ESC * c # Y (# decipoint) 27 37 49 66 27 42 99 # … # 75 1B 25 31 42 1B 2A 63 # … # 4B 27 42 99 # … # 76 1B 2A 63 # … # 4C 27 42 99 48 84 27 42 99 # … # 88 1B 2A 63 50 54 1B 2A 63 # … # 58 27 42 99 # … # 89 1B 2A 63 # … # 59 CURSOR POSITIONING Horizontal Position Horizontal Position Horizontal Position Vertical Position Vertical Position Vertical Position VECTOR GRAPHICS Enter HP-GL/2 Mode Use Previous HP-GL/2 Pen Position Use Current PCL CAP HP-GL/2 Plot Horizontal Size HP-GL/2 Plot Vertical Size Set Picture Frame Anchor Point Picture Frame Horizontal Size Picture Frame Vertical Size Appendix–39 GEBRUIKERSHANDLEIDING Function RASTER GRAPHICS Resolution Setting 75 dpi 100 dpi 200 dpi 150 dpi 300 dpi 600 dpi Raster Graphics Presentation Orientation Oriented Raster Oriented Begin Raster Graphics Left-most Position Current Position Transfer Data Set Compression Mode Uncoded Run-Length Encoded Tagged Image File Format Delta Row Mode 5 Mode 9 CCITT G3/G4 (original) TIFF (for 600 dpi only, original) Command Decimal Hexadecimal ESC * t 75 R ESC * t 100 R ESC * t 200 R ESC * t 150 R ESC * t 300 R ESC * t 600 R 27 42 116 55 53 82 27 42 116 49 48 48 82 27 42 116 50 48 48 82 27 42 116 49 53 48 82 27 42 116 51 48 48 82 27 42 116 54 48 48 82 1B 2A 74 37 35 52 1B 2A 74 31 30 30 52 1B 2A 74 32 30 30 52 1B 2A 74 31 35 30 52 1B 2A 74 33 30 30 52 1B 2A 74 36 30 30 52 ESC * r 0 F ESC * r 3 F 27 42 114 48 70 27 42 114 51 70 1B 2A 72 30 46 1B 2A 72 33 46 ESC * r 0 A ESC * r 1 A 27 42 114 48 65 27 42 114 49 65 1B 2A 72 30 41 1B 2A 72 31 41 ESC * b # W [data] 27 42 98 ## 87 (# byte) 1B 2A 62 ## 57 ESC * b 0 M ESC * b 1 M ESC * b 2 M ESC * b 3 M ESC * b 5 M ESC * b 9 M ESC * b 1152 M 27 42 98 48 77 27 42 98 49 77 27 42 98 50 77 27 42 98 51 77 27 42 98 53 77 27 42 98 57 77 27 42 98 49 49 53 50 77 ESC * b 1024 M 27 42 98 49 48 50 52 77 1B 2A 62 30 4D 1B 2A 62 31 4D 1B 2A 62 32 4D 1B 2A 62 33 4D 1B 2A 62 35 4D 1B 2A 62 39 4D 1B 2A 62 31 31 35 32 4D 1B 2A 62 31 30 32 34 4D De modus voor een horizontaal 1200 dpi beeldformaat (for 600 dpi only, original) ESC * b 1027 M Compress Transfer Raster Y Offset Raster Height Raster Width End Raster Graphics PRINT MODEL Select Pattern Solid Black (default) Solid White HP-defined Shading Pattern HP-defined Cross-Hatched Pattern User defined Brother-defined Shading Pattern (64 steps, original) Select Source Transparency Mode Transparent Opaque Select Pattern Transparency Mode Transparent Opaque Appendix–40 27 42 98 49 48 50 55 77 ESC * b # C [data] (# byte) ESC * b # Y (# Line) ESC * r # T (# Row) ESC * r # S (# Pixel) ESC * r B 27 42 98 ## 67 1B 2A 62 31 30 32 37 4D 1B 2A 62 ## 43 27 42 98 # … # 89 1B 2A 62 # … # 59 27 42 114 # … # 84 1B 2A 72 # … # 54 27 42 114 # … # 83 1B 2A 72 # … # 53 27 42 114 66 1B 2A 72 42 ESC * v 0 T ESC * v 1 T ESC * v 2 T ESC * v 3 T 27 42 118 48 84 27 42 118 49 84 27 42 118 50 84 27 42 118 51 84 1B 2A 76 30 54 1B 2A 76 31 54 1B 2A 76 32 54 1B 2A 76 33 54 ESC * v 4 T ESC * v 130 T 27 42 118 52 84 27 42 118 49 51 48 84 1B 2A 76 34 54 1B 2A 76 31 33 30 54 ESC * v 0 N ESC * v 1 N 27 42 118 48 78 27 42 118 49 78 1B 2A 76 30 42 1B 2A 76 31 42 ESC * v 0 O ESC * v 1 O 27 42 118 48 79 27 42 118 49 79 1B 2A 76 30 43 1B 2A 76 31 43 APPENDICES Function PATTERN Horizontal Size Horizontal Size Vertical Size Vertical Size Pattern ID Setting (See note below.) 2% Gray 10% Gray 15 % Gray 30% Gray 45% Gray 70% Gray 90% Gray 100% Gray Command Decimal Hexadecimal ESC * c # A (# dot) ESC * c # H (# decipoint) ESC * c # B (# dot) ESC * c # V (# decipoint) ESC * c # G (#: ID) ESC * c 2 G ESC * c 10 G ESC * c 15 G ESC * c 30 G ESC * c 45 G ESC * c 70 G ESC * c 90 G ESC * c 100 G 27 42 99 ## 65 1B 2A 63 ## 41 27 42 99 ## 72 1B 2A 63 ## 48 27 42 99 ## 66 1B 2A 63 ## 42 27 42 99 ## 86 1B 2A 63 ## 56 27 42 99 ## 71 1B 2A 63 ## 71 27 42 99 50 71 27 42 99 49 48 71 27 42 99 49 53 71 27 42 99 51 48 71 27 42 99 52 53 71 27 42 99 55 48 71 27 42 99 57 48 71 27 42 99 49 48 48 71 1B 2A 63 32 47 1B 2A 63 31 30 47 1B 2A 63 31 35 47 1B 2A 63 33 30 47 1B 2A 63 34 35 47 1B 2A 63 37 30 47 1B 2A 63 39 30 47 1B 2A 63 31 30 30 47 ✒ Note These gray settings can be expressed in 64 shades with ESC * v 130T and ESC * c 130 P. Appendix–41 GEBRUIKERSHANDLEIDING Function Command Decimal Hexadecimal 1 Horiz. Line 2 Vert. Lines 3 Diagonal Lines 4 Diagonal Lines 5 Square Grid 6 Diagonal Grid Print pattern Solid Black Erase (Solid White Area Fill) Shaded Fill Cross-hatched Fill User defined Current Pattern Brother-defined Shading Fill (64 steps, original) Define Pattern ESC * c 1 G ESC * c 2 G ESC * c 3 G ESC * c 4 G ESC * c 5 G ESC * c 6 G 27 42 99 49 71 27 42 99 50 71 27 42 99 51 71 27 42 99 52 71 27 42 99 53 71 27 42 99 54 71 1B 2A 63 31 47 1B 2A 63 32 47 1B 2A 63 33 47 1B 2A 63 34 47 1B 2A 63 35 47 1B 2A 63 36 47 ESC * c 0 P ESC * c 1 P ESC * c 2 P ESC * c 3 P ESC * c 4 P ESC * c 5 P ESC * c 130 P 27 42 99 48 80 27 42 99 49 80 27 42 99 50 80 27 42 99 51 80 27 42 99 52 80 27 42 99 53 80 27 42 99 49 51 48 80 1B 2A 63 30 50 1B 2A 63 31 50 1B 2A 63 32 50 1B 2A 63 33 50 1B 2A 63 34 50 1B 2A 63 35 50 1B 2A 63 31 33 30 50 ESC * c # W (#: byte) 1B 2A 63 ## 51 27 42 99 ## 87 ESC * c 0 Q ESC * c 1 Q ESC * c 2 Q ESC * c 4 Q ESC * c 5 Q 1B 2A 63 30 51 1B 2A 63 31 51 1B 2A 63 32 51 1B 2A 63 34 51 1B 2A 63 35 51 27 42 99 48 81 27 42 99 49 81 27 42 99 50 81 27 42 99 52 81 27 42 99 53 81 ESC * p 0 R ESC * p 1 R 1B 2A 70 30 52 1B 2A 70 31 52 27 42 112 48 82 27 42 112 49 82 User-defined Pattern Control Delete All Delete Temporary Delete Current Pattern Make Temporary Make Permanent Set Pattern Reference Point Print Direction Oriented Logical Page Oriented Appendix–42 APPENDICES Function DOWNLOAD FONT Font ID Set Character Code Set Command Decimal ESC * c # D 27 42 99 ## 68 (#: ID) ESC * c # E 27 42 99 ## 69 (##: chara. code) Download Control Delete All ESC * c 0 F Delete Temporary ESC * c 1 F Delete Current ID ESC * c 2 F Delete Current Character Code ESC * c 3 F Make Temporary ESC * c 4 F Make Permanent ESC * c 5 F Copy Assign ESC * c 6 F Download Font/Flash Memory Card (original) Delete One from Card ESC * c 1026 F Delete All from Card ESC * c 1028 F Save Current Font into Card ESC * c 1029 F Set to Primary Font ESC ( # X (#: font ID) Set to Secondary Font ESC ) # X (#: font ID) Font Default Setting Primary ESC ( # @ (#: control) Secondary ESC ) # @ (#: control) Download Font Header ESC ) s # W (#: byte) Download Character ESC ( s # W (#: byte) Hexadecimal 1B 2A 63 ## 44 1B 2A 63 ## 45 27 42 99 48 70 27 42 99 49 70 27 42 99 50 70 27 42 99 51 70 27 42 99 52 70 27 42 99 53 70 27 42 99 54 70 1B 2A 63 30 46 1B 2A 63 31 46 1B 2A 63 32 46 1B 2A 63 33 46 1B 2A 63 34 46 1B 2A 63 35 46 1B 2A 63 36 46 27 42 99 49 48 50 54 70 27 42 99 49 48 50 56 70 27 42 99 49 48 50 57 70 27 40 ## 88 1B 2A 63 31 30 32 36 46 1B 2A 63 31 30 32 38 46 1B 2A 63 31 30 32 39 46 1B 28 ## 58 27 41 ## 88 1B 29 ## 58 27 40 ## 64 1B 28 ## 40 27 41 ## 64 1B 29 ## 40 27 41 115 ## 87 1B 29 73 ## 57 27 40 115 ## 87 1B 28 73 ## 57 Appendix–43 GEBRUIKERSHANDLEIDING Function USER-DEFINED SYMBOL SET Symbol Set ID Set Define Symbol Set Symbol Set Control Delete All Delete Temporary Delete Current ID Make Temporary Make Permanent MACRO Macro ID Set Macro Control Start Macro Definition End Macro Definition Execute Macro Call Macro Macro Overlay ON Macro Overlay OFF Delete All Macros Delete Temporary Macro Delete Current Macro Make Temporary Macro Make Permanent Macro Macro/Card (original) Delete All Macros from Card Delete Current Macro from Card Save Current Macro into Card STATUS READBACK Set Status Readback Location Type Invalid Location Currently Selected All Locations Internal Downloaded Cartridge Option ROM Socket Set Status Readback Location Unit All Entities of Location Type Entity 1 or Temporary Entity 2 or Permanent Entity 3 Entity 4 Inquire Status Readback Entity Font Macro User-defined Pattern Symbol Set Font Extended Appendix–44 Command Decimal Hexadecimal ESC * c # R (#: ID) ESC ( f # W (#: byte) 27 42 99 ## 82 1B 2A 63 ## 52 27 40 102 ## 87 1B 28 66 ## 46 ESC * c 0 S ESC * c 1 S ESC * c 2 S ESC * c 4 S ESC * c 5 S 27 42 99 48 83 27 42 99 49 83 27 42 99 50 83 27 42 99 52 83 27 42 99 53 83 1B 2A 63 30 53 1B 2A 63 31 53 1B 2A 63 32 53 1B 2A 63 34 53 1B 2A 63 35 53 ESC & f # Y (#: ID) 27 38 102 ## 89 1B 26 66 ## 59 ESC & f 0 X ESC & f 1 X ESC & f 2 X ESC & f 3 X ESC & f 4 X ESC & f 5 X ESC & f 6 X ESC & f 7 X ESC & f 8 X ESC & f 9 X ESC & f 10 X 27 38 102 48 88 27 38 102 49 88 27 38 102 50 88 27 38 102 51 88 27 38 102 52 88 27 38 102 53 88 27 38 102 54 88 27 38 102 55 88 27 38 102 56 88 27 38 102 57 88 27 38 102 49 48 88 1B 26 66 30 58 1B 26 66 31 58 1B 26 66 32 58 1B 26 66 33 58 1B 26 66 34 58 1B 26 66 35 58 1B 26 66 36 58 1B 26 66 37 58 1B 26 66 38 58 1B 26 66 39 58 1B 26 66 31 30 58 ESC & f 1030 X ESC & f 1036 X 27 38 102 49 48 51 48 88 27 38 102 49 48 51 54 88 1B 26 66 31 30 33 30 58 1B 26 66 31 30 33 36 58 ESC & f 1038 X 27 38 102 49 48 51 56 88 1B 26 66 31 30 33 38 58 ESC * s 0 T ESC * s 1 T ESC * s 2 T ESC * s 3 T ESC * s 4 T ESC * s 5 T ESC * s 7 T 27 42 115 48 84 27 42 115 49 84 27 42 115 50 84 27 42 115 51 84 27 42 115 52 84 27 42 115 53 84 27 42 115 55 84 1B 2A 73 30 54 1B 2A 73 31 54 1B 2A 73 32 54 1B 2A 73 33 54 1B 2A 73 34 54 1B 2A 73 35 54 1B 2A 73 37 54 ESC * s 0 U ESC * s 1 U ESC * s 2 U ESC * s 3 U ESC * s 4 U 27 42 115 48 85 27 42 115 49 85 27 42 115 50 85 27 42 115 51 85 27 42 115 52 85 1B 2A 73 30 55 1B 2A 73 31 55 1B 2A 73 32 55 1B 2A 73 33 55 1B 2A 73 34 55 ESC * s 0 I ESC * s 1 I ESC * s 2 I ESC * s 3 I ESC * s 4 I 27 42 115 48 73 27 42 115 49 73 27 42 115 50 73 27 42 115 51 73 27 42 115 52 73 1B 2A 73 30 49 1B 2A 73 31 49 1B 2A 73 32 49 1B 2A 73 33 49 1B 2A 73 34 49 APPENDICES Function Flush All Pages Flush All Complete Pages Flush All Page Data Free Memory Space Echo OTHER COMMANDS Push Cursor Position Pop Cursor Position Display Function ON OFF Transparent Print Perforation Skip ON OFF End of Line Wrap ON OFF Auto Underline ON Fix Float OFF Half Line Feed Line Termination CR=CR, LF=LF, FF=FF CR=CR+LF, LF=LF, FF=FF CR=CR, LF=LF+CR, FF=FF+CR CR=CR+LF, LF=LF+CR, FF=FF+CR Print Orientation Portrait Landscape Reverse Portrait Reverse Landscape Print Direction Copy Volume Paper Input Control Paper Eject Feed From Upper Cassette (TRAY 1) Manual Feed Envelope Feed From MP Tray Feed From Lower Cassette (TRAY 2 or Option) Command Decimal Hexadecimal ESC & r 0 F ESC & r 1 F ESC * s 1 M ESC * s # X # = Echo value (-32767 to 32767) 27 38 114 48 70 27 38 114 49 70 27 42 115 49 77 27 42 115 # … # 88 1B 26 72 30 46 1B 26 72 31 46 1B 2A 73 31 4D 1B 2A 73 # … # 58 ESC & f 0 S ESC & f 1 S 27 38 102 48 83 27 38 102 49 83 1B 26 66 30 53 1B 26 66 31 53 ESC Y ESC Z ESC & p # X (# byte) 27 89 27 90 27 38 112 ## 88 1B 59 1B 5A 1B 26 70 ## 58 ESC & l 1 L ESC & l 0 L 27 38 108 49 76 27 38 108 48 76 1B 26 6C 31 4C 1B 26 6C 30 4C ESC & s 0 C ESC & s 1 C 27 38 115 48 67 27 38 115 49 67 1B 26 73 30 43 1B 26 73 31 43 ESC & d # D ESC & d 0 D ESC & d 3 D ESC & d @ ESC = 27 38 100 ## 68 27 38 100 48 68 27 38 100 51 68 27 38 100 64 27 61 1B 26 64 ## 44 1B 26 64 30 44 1B 26 64 33 44 1B 26 64 40 1B 3D ESC & k 0 G ESC & k 1 G ESC & k 2 G 27 38 107 48 71 27 38 107 49 71 27 38 107 50 71 1B 26 6B 30 47 1B 26 6B 31 47 1B 26 6B 32 47 ESC & k 3 G 27 38 107 51 71 1B 26 6B 33 47 ESC & l 0 O ESC & l 1 O ESC & l 2 O ESC & l 3 O ESC & a # P (# degree) ESC & l # X 27 38 108 48 79 27 38 108 49 79 27 38 108 50 79 27 38 108 51 79 27 38 97 # … # 80 1B 26 6C 30 4F 1B 26 6C 31 4F 1B 26 6C 32 4F 1B 26 6C 33 4F 1B 26 61 # … # 50 27 38 108 ## 88 1B 26 6C ## 58 ESC & l 0 H ESC & l 1 H 27 38 108 48 72 27 38 108 49 72 1B 26 6C 30 48 1B 26 6C 31 48 ESC & l 2 H ESC & l 3 H ESC & l 4 H ESC & l 5 H 27 38 108 50 72 27 38 108 51 72 27 38 108 52 72 27 38 108 53 72 1B 26 6C 32 48 1B 26 6C 33 48 1B 26 6C 34 48 1B 26 6C 35 48 Appendix–45 GEBRUIKERSHANDLEIDING Function Command Decimal Simplex/Duplex Print (Available when Duplex-unit is installed) Simplex ESC & l 0 S 27 38 108 48 83 Duplex & Long-Edge Binding ESC & l 1 S 27 38 108 49 83 Duplex & Short-Edge Binding ESC & l 2 S 27 38 108 50 83 Paper Side Selection (Available when Duplex-unit is installed) Next Side ESC & a 0 G 27 38 97 48 71 Front Side ESC & a 1 G 27 38 97 49 71 Back Side ESC & a 2 G 27 38 97 50 71 Long-edge Offset ESC & l # U 27 38 108 ## 85 (#/720 inch) Short-edge Offset ESC & l # Z 27 38 108 ## 90 (#/720 inch) Printer Reset ESC E 27 69 Self-test ESC z 27 122 Job Separation ESC & l # T 27 38 108 ## 84 Unit of Measure ESC & u # D 27 38 117 # … # 68 (# = Units/inch) Go to Other Emulations (original) BR-Script 2 Batch Mode ESC CR A B 27 13 65 66 BR-Script 2 Interactive Mode ESC CR A I 27 13 65 73 HP-GL ESC CR G L 27 13 71 76 IBM Proprinter XL ESC CR I 27 13 73 EPSON FX-850 ESC CR E 27 13 69 High Resolution Control (HRC) (original) Set HRC Off ESC CR R O 27 13 82 79 Set HRC to Light Level ESC CR R L 27 13 82 76 Set HRC to Medium Level ESC CR R M 27 13 82 77 Set HRC to Dark Level ESC CR R D 27 13 82 68 User Reset (original) Restore to User Settings ESC CR ! # R 27 13 33 # 82 # = 0 to 2 Factory Reset (original) Restore to Factory Settings ESC CR F D 27 13 70 68 Execute Card Data (original) Execute saved card data ESC CR ! # E 27 13 33 # 69 FONT SELECTION Symbol Set ISO 60: Norwegian 1 ESC ( 0 D 27 40 48 68 ISO 61: Norwegian 2 ESC ( 1 D 27 40 49 68 ISO 4: United Kingdom ESC ( 1 E 27 40 49 69 Windows 3.1 Latin1 ESC ( 9 E 27 40 57 69 ISO 25: French ESC ( 0 F 27 40 48 70 ISO 69: French ESC ( 1 F 27 40 49 70 HP German ESC ( 0 G 27 40 48 71 ISO 21: German ESC ( 1 G 27 40 49 71 ISO 15: Italian ESC ( 0 I 27 40 48 73 Microsoft Publishing ESC ( 6 J 27 40 54 74 Desk Top ESC ( 7 J 27 40 55 74 PS Text ESC ( 10 J 27 40 49 48 74 MC Text ESC ( 12 J 27 40 49 50 74 Ventura International ESC ( 13 J 27 40 49 51 74 Ventura US ESC ( 14 J 27 40 49 52 74 ISO 14: JIS ASCII ESC ( 0 K 27 40 48 75 ISO 57: Chinese ESC ( 2 K 27 40 50 75 ISO 8859-1 (ECMA-94) Latin1 ESC ( 0 N 27 40 48 78 Appendix–46 Hexadecimal 1B 26 6C 30 53 1B 26 6C 31 53 1B 26 6C 32 53 1B 26 61 30 47 1B 26 61 31 47 1B 26 61 30 47 1B 26 6C ## 55 1B 26 6C ## 5A 1B 45 1B 7A 1B 26 6C ## 54 1B 26 75 # … # 44 1B 0D 41 42 1B 0D 41 49 1B 0D 47 4C 1B 0D 49 1B 0D 45 1B 0D 52 4F 1B 0D 52 4C 1B 0D 52 4D 1B 0D 52 44 1B 0D 21 # 52 1B 0D 46 44 1B 0D 21 # 45 1B 28 30 44 1B 28 31 44 1B 28 31 45 1B 28 39 45 1B 28 30 46 1B 28 31 46 1B 28 30 47 1B 28 31 47 1B 28 30 49 1B 28 36 4A 1B 28 37 4A 1B 28 31 30 4A 1B 28 31 32 4A 1B 28 31 33 4A 1B 28 31 34 4A 1B 28 30 4B 1B 28 32 4B 1B 28 30 4E APPENDICES Function Wingdings PS Math Ventura Math Math-8 Symbol ISO 8859-2 Latin2 ISO 8859-5 Latin5 ISO 11: Swedish HP Spanish ISO 17: Spanish ISO 10: Swedish ISO 16: Portuguese ISO 84: Portuguese ISO 85: Spanish Windows 3.1 Latin5 PC Turkish ISO 6: ASCII Legal ISO 2: IRV Roman 8 Windows 3.0 Latin1 PC-8 PC-8 D/N PC 850 Pi Font PC-852 Windows 3.1 Latin1 Character Set (original) ROMAN 8 US ASCII GERMAN UK ENGLISH FRENCH DUTCH ITALIAN S. SPANISH A. ENGLISH W.P. U.K. ASCII/2 SYMBOL * INTERNATIONAL AMERICAN ENGLISH U.K. ASCII PORTUGUESE SWISS GERMAN AMERICAN SPANISH NORWEGIAN CANADIAN FINNISH/SWEDISH SOUTH AFRICA JAPANESE ENGLISH Command ESC ( 579 L ESC ( 5 M ESC ( 6 M ESC ( 8 M ESC ( 19 M ESC ( 2 N ESC ( 5 N ESC ( 0 S ESC ( 1 S ESC ( 2 S ESC ( 3 S ESC ( 4 S ESC ( 5 S ESC ( 6 S ESC ( 5 T ESC ( 9 T ESC ( 0 U ESC ( 1 U ESC ( 2 U ESC ( 8 U ESC ( 9 U ESC ( 10 U ESC ( 11 U ESC ( 12 U ESC ( 15 U ESC ( 17 U ESC ( 19 U Decimal 27 40 53 55 57 76 27 40 53 77 27 40 54 77 27 40 56 77 27 40 49 57 77 27 40 50 78 27 40 53 78 27 40 48 83 27 40 49 83 27 40 50 83 27 40 51 83 27 40 52 83 27 40 53 83 27 40 54 83 27 40 53 84 27 40 57 84 27 40 48 85 27 40 49 85 27 40 50 85 27 40 56 85 27 40 57 85 27 40 49 48 85 27 40 49 49 85 27 40 49 50 85 27 40 49 53 85 27 40 49 55 85 27 40 49 57 85 Hexadecimal 1B 28 35 37 39 4C 1B 28 35 4D 1B 28 36 4D 1B 28 38 4D 1B 28 31 39 4D 1B 28 32 4E 1B 28 35 4E 1B 28 30 53 1B 28 31 53 1B 28 32 53 1B 28 33 53 1B 28 34 53 1B 28 35 53 1B 28 36 53 1B 28 35 54 1B 28 39 54 1B 28 30 55 1B 28 31 55 1B 28 32 55 1B 28 38 55 1B 28 39 55 1B 28 31 30 55 1B 28 31 31 55 1B 28 31 32 55 1B 28 31 35 55 1B 28 31 37 55 1B 28 31 39 55 ESC ( s 1 C ESC ( s 2 C ESC ( s 3 C ESC ( s 4 C ESC ( s 5 C ESC ( s 6 C ESC ( s 7 C ESC ( s 8 C ESC ( s 9 C ESC ( s 10 C ESC ( s 11 C ESC ( s 12 C ESC ( s 13 C ESC ( s 14 C ESC ( s 15 C ESC ( s 16 C ESC ( s 17 C ESC ( s 18 C ESC ( s 19 C ESC ( s 20 C ESC ( s 21 C ESC ( s 37 C 27 40 115 49 67 27 40 115 50 67 27 40 115 51 67 27 40 115 52 67 27 40 115 53 67 27 40 115 54 67 27 40 115 55 67 27 40 115 56 67 27 40 115 57 67 27 40 115 49 48 67 27 40 115 49 49 67 27 40 115 49 50 67 27 40 115 49 51 67 27 40 115 49 52 67 27 40 115 49 53 67 27 40 115 49 54 67 27 40 115 49 55 67 27 40 115 49 56 67 27 40 115 49 57 67 27 40 115 50 48 67 27 40 115 50 49 67 27 40 115 51 55 67 1B 28 73 31 43 1B 28 73 32 43 1B 28 73 33 43 1B 28 73 34 43 1B 28 73 35 43 1B 28 73 36 43 1B 28 73 37 43 1B 28 73 38 43 1B 28 73 39 43 1B 28 73 31 30 43 1B 28 73 31 31 43 1B 28 73 31 32 43 1B 28 73 31 33 43 1B 28 73 31 34 43 1B 28 73 31 35 43 1B 28 73 31 36 43 1B 28 73 31 37 43 1B 28 73 31 38 43 1B 28 73 31 39 43 1B 28 73 32 30 43 1B 28 73 32 31 43 1B 28 73 33 37 43 * The symbol character set is not available for Tennessee and Helsinki fonts. Appendix–47 GEBRUIKERSHANDLEIDING Function Command Decimal Hexadecimal PC-8 PC-8 D/N PC-850 PC-860 PC-863 PC-865 Fixed Pitch or P.S. Fixed P.S. Character Pitch Selection 1 ESC ( s 25 C ESC ( s 23 C ESC ( s 26 C ESC ( s 27 C ESC ( s 28 C ESC ( s 29 C 27 40 115 50 53 67 27 40 115 50 51 67 27 40 115 50 54 67 27 40 115 50 55 67 27 40 115 50 56 67 27 40 115 50 57 67 1B 28 73 32 35 43 1B 28 73 32 33 43 1B 28 73 32 36 43 1B 28 73 32 37 43 1B 28 73 32 38 43 1B 28 73 32 39 43 ESC ( s 0 P ESC ( s 1 P ESC ( s # H (#: char./inch) 27 40 115 48 80 27 40 115 49 80 27 40 115 ## 72 1B 28 73 30 50 1B 28 73 31 50 1B 28 73 ## 48 ESC & k 0 S ESC & k 2 S ESC & k 4 S ESC ( s # V (#: point size) 27 38 107 48 83 27 38 107 50 83 27 38 107 52 83 27 40 115 ## 86 1B 26 6B 30 53 1B 26 6B 32 53 1B 26 6B 34 53 1B 28 73 ## 56 ESC ( s 1 S ESC ( s 0 S ESC ( s 4 S ESC ( s 5 S ESC ( s 8 S ESC ( s 24 S ESC ( s 32 S ESC ( s 64 S ESC ( s 128 S ESC ( s 160 S ESC ( s # B ESC ( s-7B ESC ( s-6B ESC ( s-5B ESC ( s-4B ESC ( s-3B ESC ( s-2B ESC ( s-1B ESC ( s 0 B ESC ( s 1 B ESC ( s 2 B ESC ( s 3 B ESC ( s 4 B ESC ( s 5 B ESC ( s 6 B ESC ( s 7 B 27 40 115 49 83 27 40 115 48 83 27 40 115 52 83 27 40 115 53 83 27 40 115 56 83 27 40 115 50 52 83 27 40 115 51 50 83 27 40 115 54 52 83 27 40 115 49 50 56 83 27 40 115 49 54 48 83 27 40 115 ## 66 27 40 115 2D 55 66 27 40 115 2D 54 66 27 40 115 2D 53 66 27 40 115 2D 52 66 27 40 115 2D 51 66 27 40 115 2D 50 66 27 40 115 2D 49 66 27 40 115 48 66 27 40 115 49 66 27 40 115 50 66 27 40 115 51 66 27 40 115 52 66 27 40 115 53 66 27 40 115 54 66 27 40 115 55 66 1B 28 73 31 53 1B 28 73 30 53 1B 28 73 34 53 1B 28 73 35 53 1B 28 73 38 53 1B 28 73 32 34 53 1B 28 73 33 32 53 1B 28 73 36 34 53 1B 28 73 31 32 38 53 1B 28 73 31 36 30 53 1B 28 73 ## 42 1B 28 73 45 37 42 1B 28 73 45 36 42 1B 28 73 45 35 42 1B 28 73 45 34 42 1B 28 73 45 33 42 1B 28 73 45 32 42 1B 28 73 45 31 42 1B 28 73 30 42 1B 28 73 31 42 1B 28 73 32 42 1B 28 73 33 42 1B 28 73 34 42 1B 28 73 35 42 1B 28 73 36 42 1B 28 73 37 42 ESC CR ! # H 27 13 33 # 72 1B 0D 21 # 48 ESC CR ! # V 27 13 33 # 86 1B 0D 21 # 56 Character Pitch Selection 2 10 Pitch 16.6 Pitch 12 Pitch Point Size Italics or upright Italics Upright Condensed Condensed Italic Compressed (Extra Condensed) Expanded Outline Inline Shadowed Outline Shadowed Stroke Weight Ultra Thin Extra Thin Thin Extra Light Light Demi Light Semi Light Medium (Normal) Semi Bold Demi Bold Bold Extra Bold Black Extra Black Ultra Black Scalable Font Ratio (original) Set horizontal ratio (#=0.25 to 3 step 0.01) Set vertical ratio (#=0.25 to 3 step 0.01) Appendix–48 APPENDICES Function Command Scalable Fonts Intellifont-compatible Fonts (##: point size) Alaska ESC ( s 1 p ## v 0 s 1 b 4 3 6 2 T Alaska Extrabold ESC ( s 1 p ## v 0 s 4 b 4 3 6 2 T Antique Oakland ESC ( s 1 p ## v 0 s 0 b 4 1 6 8 T Antique Oakland Bold ESC ( s 1 p ## v 0 s 3 b 4 1 6 8 T Antique Oakland Oblique ESC ( s 1 p ## v 1 s 0 b 4 1 6 8 T Brougham ESC ( s 0 p ## h 0 s 0 b 4 0 9 9 T Brougham Bold ESC ( s 0 p ## h 0 s 3 b 4 0 9 9 T Brougham Oblique ESC ( s 0 p ## h 1 s 0 b 4 0 9 9 T Brougham BoldOblique ESC ( s 0 p ## h 1 s 3 b 4 0 9 9 T Cleveland Condensed ESC ( s 1 p ## v 4 s 3 b 4 1 4 0 T Connecticut ESC ( s 1 p ## v 1 s 0 b 4 1 1 6 T Guatemala Antique ESC ( s 1 p ## v 0 s 0 b 4 1 9 7 T Guatemala Italic ESC ( s 1 p ## v 0 s 3 b 4 1 9 7 T Guatemala Bold ESC ( s 1 p ## v 1 s 0 b 4 1 9 7 T Guatemala Boldltalic ESC ( s 1 p ## v 1 s 3 b 4 1 9 7 T LetterGothic ESC ( s 0 p ## h 0 s 0 b 4 1 0 2 T LetterGothic Bold ESC ( s 0 p ## h 0 s 3 b 4 1 0 2 T LetterGothic Oblique ESC ( s 0 p ## h 1 s 0 b 4 1 0 2 T Maryland ESC ( s 1 p ## v 0 s 0 b 4 2 9 7 T Oklahoma ESC ( s 1 p ## v 0 s 0 b 4 1 1 3 T Oklahoma Bold ESC ( s 1 p ## v 0 s 3 b 4 1 1 3 T Oklahoma Oblique ESC ( s 1 p ## v 1 s 0 b 4 1 1 3 T Oklahoma BoldOblique ESC ( s 1 p ## v 1 s 3 b 4 1 1 3 T PC Brussels Light ESC ( s 1 p ## v 0 s - 3 b 4 1 4 3 T PC Brussels Demi ESC ( s 1 p ## v 0 s 2 b 4 1 4 3 T PC Brussels LightItalic ESC ( s 1 p ## v 1 s - 3 b 4 1 4 3 T PC Brussels DemiItalic ESC ( s 1 p ## v 1 s 2 b 4 1 4 3 T PC Tennessee Roman ESC ( s 1 p ## v 0 s 0 b 4 1 0 1 T PC Tennessee Bold ESC ( s 1 p ## v 0 s 3 b 4 1 0 1 T PC Tennessee Italic ESC ( s 1 p ## v 1 s 0 b 4 1 0 1 T PC Tennessee BoldItalic ESC ( s 1 p ## v 1 s 3 b 4 1 0 1 T Utah ESC ( s 1 p ## v 0 s 0 b 4 1 4 8 T Utah Bold ESC ( s 1 p ## v 0 s 3 b 4 1 4 8 T Utah Oblique ESC ( s 1 p ## v 1 s 0 b 4 1 4 8 T Utah BoldOblique ESC ( s 1 p ## v 1 s 3 b 4 1 4 8 T Utah Condensed ESC ( s 1 p ## v 4 s 0 b 4 1 4 8 T Utah Condensed Bold ESC ( s 1 p ## v 4 s 3 b 4 1 4 8 T Utah Condensed Oblique ESC ( s 1 p ## v 5 s 0 b 4 1 4 8 T Utah Condensed BoldOblique ESC ( s 1 p ## v 5 s 3 b 4 1 4 8 T TrueType-compatible Fonts (##: point size) BR Symbol ESC ( 1 9 M ESC ( s 1 p ## v 0 s 0 b 1 6 6 8 6 T Helsinki ESC ( s 1 p ## v 0 s 0 b 1 6 6 0 2 T Helsinki Bold ESC ( s 1 p ## v 0 s 3 b 1 6 6 0 2 T Helsinki Oblique ESC ( s 1 p ## v 1 s 0 b 1 6 6 0 2 T Helsinki BoldOblique ESC ( s 1 p ## v 1 s 3 b 1 6 6 0 2 T Tennessee Roman ESC ( s 1 p ## v 0 s 0 b 1 6 9 0 1 T Tennessee Bold ESC ( s 1 p ## v 0 s 3 b 1 6 9 0 1 T Tennessee Italic ESC ( s 1 p ## v 1 s 0 b 1 6 9 0 1 T Tennessee BoldItalic ESC ( s 1 p ## v 1 s 3 b 1 6 9 0 1 T W Dingbats ESC ( 5 7 9 L ESC ( s 1 p ## v 0 s 0 b 3 1 4 0 2 T Appendix–49 GEBRUIKERSHANDLEIDING Function Command Type 1 Font Compatible Fonts (##: point size) Atlanta Book ESC ( s 1 p ## v 0 s 0 b 1 5 5 T Atlanta Demi ESC ( s 1 p ## v 0 s 3 b 1 5 5 T Atlanta BookOblique ESC ( s 1 p ## v 1 s 0 b 1 5 5 T Atlanta DemiOblique ESC ( s 1 p ## v 1 s 3 b 1 5 5 T Calgary MediumItalic ESC ( s 1 p ## v 1 s 0 b 1 5 9 T Copenhagen Roman ESC ( s 1 p ## v 0 s 0 b 1 5 7 T Copenhagen Bold ESC ( s 1 p ## v 0 s 3 b 1 5 7 T Copenhagen Italic ESC ( s 1 p ## v 1 s 0 b 1 5 7 T Copenhagen BoldItalic ESC ( s 1 p ## v 1 s 3 b 1 5 7 T Portugal Roman ESC ( s 1 p ## v 0 s 0 b 1 5 8 T Portugal Bold ESC ( s 1 p ## v 0 s 3 b 1 5 8 T Portugal Italic ESC ( s 1 p ## v 1 s 0 b 1 5 8 T Portugal BoldItalic ESC ( s 1 p ## v 1 s 3 b 1 5 8 T Bitmapped Fonts LetterGothic16.66 ESC ( s 0 p 16.67 h 8.5 v 0 s 0 b 1 3 0 T OCR-A ESC ( 0 O ESC ( s 0 p 10 h 12 v 0 s 0 b 1 0 4 T OCR-B ESC ( 1 O ESC ( s 0 p 10 h 12 v 0 s 0 b 1 1 0 T Brother Original Fonts Bermuda Script ESC ( s 1 p ## v 0 s 3 b 1 3 4 T Germany ESC ( s 1 p ## v 0 s 3 b 1 3 2 T San Diego ESC ( s 1 p ## v 0 s 5 b 1 3 3 T US Roman ESC ( s 1 p ## v 0 s 0 b 1 3 5 T Appendix–50 APPENDICES CCITT G3/G4 and TIFF (original command) One of the unique features of the PCL mode of this printer is it supports CCITT G3/G4 type data compression and TIFF format. ■ CCITT G3/G4 (Raster Graphic Mode 1152) The printer’s PCL mode supports CCITT G3/G4 type graphic data compression. This format is popular in optical document storage area as this compression is effective to store black and white type pictures. Compression mode for CCITT G3/G4 is 1152 and the command becomes ESC * b 1152 M. As G3/G4 format does not have picture size/resolution information, the printer requires a header at the beginning of the picture data. The header size is 94 byte. Both the header and the picture data are transferred by one transfer graphics data command (ESC * b ### W). Normal PCL transfer graphics data command has a limitation of the data size and ### should not exceed 32767. Unlike other mode, mode 1152 is special and this mode does not have 32767 byte size limitation. Print model is not applied to this type of raster graphics. The mode 1152 graphic data consists of the following data structure. The picture data follows the header. Header 94 bytes CCITT G3/G4 Picture Data Picture data length File length = #### of ESC*b####W Header format is described on the next page. You have to specify mode 1152 by sending ESC *b1152M command for each graphic data transfer. About CCITT G3/G4 data format, please refer to CCITT (THE INTERNATIONAL TELEGRAPH AND TELEPHONE CONSULTATIVE COMMITTEE) BLUE BOOK Volume VII. Appendix–51 GEBRUIKERSHANDLEIDING Mode 1152 graphic data header data structure Position 0-1 2-3 4-7 8-11 12-13 14-15 16-19 20-21 22-55 56-59 60-61 62-63 64-65 66-67 68-69 70-71 72-73 74-75 76-77 78-79 80-81 82-83 84-85 86-87 88-89 90-91 92-93 Appendix–52 Data 6E 6E 0A 00 5E 00 00 00 File Length Description ‘nn’ This is header ID. reserved (Header Version) Picture data start offset from header top File length including 94 byte header. If file length is 65,536 byte, these 4 bytes become “00 00 01 00”. 01 00 reserved 01 00 reserved 4A 00 00 00 reserved compression 02 00: Fax MH format 03 00: Fax MR format 04 00: Fax G4 format 00....00 All zero Picture Data Length If picture data length is 65,442 (65,536 - 94) byte, these 4 bytes become “A2 FF 00 00”. 01 00 bit/pixel 01 00 bit/pixel Pixels/line If picture dot width = 2400, these 2 bytes become “60 09”. Pixels/line Same as 64-65 Lines/picture If picture line count = 3100, these 2 bytes become “1C 0C”. Lines/picture Same as 70-71 00 00 reserved Photo metrics 00 00: data 0 = white 01 00: data 0 = black 02 00 reserved (Endian format) Bit Fill Order 01 00: filled from MSB 02 00: filled from LSB 01 00 reserved 00 00 reserved (min. pixel value) 01 00 reserved (max pixel value) horizontal resolution (200,300,400,600) C8 00 00 00 : 200 dpi 2C 01 00 00 : 300 dpi 90 01 00 00 : 400 dpi 58 02 00 00 : 600 dpi 400 and 600 dpi are available when printer operates in 600 dpi. vertical resolution (200,300,400,600) C8 00 00 00 : 200 dpi 2C 01 00 00 : 300 dpi 90 01 00 00 : 400 dpi 58 02 00 00 : 600 dpi The printer accepts different values for vertical and horizontal resolutions. 400/600 dpi are available when printer operates in 600 dpi. 02 00 reserved (resolution unit = inch) 00 00 reserved (error code) APPENDICES ■ TIFF Format (Raster Graphic Mode 1024) & Advanced Photoscale Technology The printer’s PCL mode supports TIFF Version 5.0 file format as a format to transfer raster graphics data. Mode set command for TIFF file format is ESC *b1024M. One transfer graphics data command (ESC*b###W) should contain whole TIFF file. In mode 1024, transfer graphics data command byte count does not have a limitation of 32,767 byte. The printer supports both ‘MM’ (big endian) format and ‘II’ (little endian) format. Print model is not applied to this type of data transfer. The printer has some limitations on the TIFF file format. 1. Tags position has to be prior to the picture (strip) data. 2. Compression tag --- Tag ID:259 The printer supports 1, 2, 3, 4 and 32773. 1: no compression (Bits/Sample=1,4,8) 2: CCITT G3 MH (Bits/Sample=1) 3: CCITT G3 MR (Bits/Sample=1) 4: CCITT G4 (Bits/Sample=1) 32773: Pack Bit (Bits/Sample=1) 3. Sample/pixel --- Tag ID:277 This value should be 1. This means the printer accepts only monochrome TIFF file. 4. Bits/Sample --- Tag ID:258 The printer supports 1, 4 and 8. If you specify 4 or 8 and the printer resolution is 600 dpi, the printer prints that page utilizing APT. 5. Horizontal resolution (Tag ID=282) and Vertical resolution (Tag ID=283) Compression type No Compression No Compression Pack Bit CCITT G3 & G4 Bits/Sample 4, 8 1 1 Available Resolution From 1 dpi to 300 dpi Printer’s Resolution (300 or 600 dpi) 200,300,400,600 dpi 400 & 600 dpi are only when printer operates in 600 dpi. APT ON OFF OFF We recommend 150 dpi or less resolution for APT to reduce data size. Appendix–53 GEBRUIKERSHANDLEIDING De modus voor een horizontaal 1200 dpi beeldformaat (Rastergrafiek modus 1027) In 1200 dpi modus kan de printer afdrukken met een resolutie van 1200 dpi, bedoeld voor speciale beeldformaten. Als u wilt afdrukken met een resolutie van 1200 dpi, dan raden wij u aan om 10 Mbytes of meer te gebruiken. Om de 1200 dpi modus in te stellen, gaat u als volgt te werk: 1. Stel de 1200 dpi afdrukmodus in met behulp van onderstaande PJL opdracht: @PJL SET RAS1200MODE = ON 2. Kies de PCL modus met behulp van onderstaande PJL opdracht: @PJL ENTER LANGUAGE = PCL (Kiest u een andere werkwijze dan de PCL modus, dan kan de 1200 dpi afdrukmodus niet geselecteerd worden.) De opdracht waarmee de PCL modus wordt ingesteld voor afdrukken met een beeldformaat van 1200 dpi is ESC *b1027M. De opdracht voor het overbrengen van rastergegevens (ESC*b###W) zal vervolgens horizontale 1200 dpi gegevens doorgeven. <1200 dpi compressieformaat voor grafische gegevens> Dit compressieformaat bestaat uit blokken met gegevens, 64 punten op de pagina naar beneden, beginnend bij de voorrand van het papier. Bv.) Als de grafische gegevens zich zoals in onderstaand schema over drie banden uitstrekken, dan worden de gegevens als drie blokken overgedragen: ESC*b##W <Blok 1> <Blok 2> <Blok 3> 0 64 Band 1 Blok 1 Band 2 Blok 2 Band 3 Blok 3 Band 4 128 192 256 Band 5 320 In 1027 modus is het aantal bytes voor de opdracht voor het overbrengen van grafische gegevens niet beperkt tot 32.767 bytes. Appendix–54 APPENDICES Het blok gegevens is als volgt samengesteld: Positie Gegevens Beschrijving 0-1 Lengte blok n-2 2-3 Horizontale positie punten vanaf de linkerzijde van de pagina 4-5 Verticale positie punten vanaf de voorrand van de pagina 6 Hoogte punten aantal verticale punten in beeld 7-8 Breedte woorden aantal horizontale 16 bit woorden in beeld 9 - (n - 1) Compressiegegevens gegevens omtrent compressie van beeld Ex.) Gegevens op horizontale positie = 256, verticale positie = 64, hoogte = 32 punten, breedte = 100 X 16 bit woorden (1600 punten) en compressiegegevens = 800 bytes; ESC*b809W 03h 27h 01h 00h 00h 40h 20h 00h 64h [Data800Byte] _ _ _ | _ | a b c d e f 0 Band 1 (256, 64) 64 128 32 1600 Band 2 a: Lengte blok(807) b: Horizontale positie(256) c: Verticale positie(64) d: Hoogte punten(32) e: Breedte woorden(100) f: Compressiegegevens beeld <Gegevens gecomprimeerd beeld> Gegevenscompressie zorgt ervoor dat de oorspronkelijke beeldgegevens woord voor woord (16 bits) gecomprimeerd worden. De gecomprimeerde gegevens bestaan uit horizontale compressie, waarbij gebruik wordt gemaakt van 16 bit, 8 bit en 4 bit herhalende patronen binnen 1 woord of 2 woorden met gegevens, en verticale compressie die aangeeft dat dezelfde gegevens als in de vorige regel met 1 gegevenswoord herhaald moeten worden.  Niet-gecomprimeerde gegevens Wanneer de meest significante bit in de eerste 2 bytes 0 is, schakelt de printer over op non-compressie modus. De volgende 11 bits geven dan het aantal woorden met gegevens aan, en de minst significante 4 bits worden niet gebruikt. Daarna volgen de beeldgegevens woord voor woord. 15 0 14 4 3 aantal woorden met gegevens (11 bits) gegevens 1 (16 bits) : gegevens n (16 bits) 0 niet gebruikt Appendix–55 GEBRUIKERSHANDLEIDING  16 bit herhalende gecomprimeerde gegevens Wanneer de meest significante 3 bits in de eerste 2 bytes in de volgorde 1, 0, 0 staan, geven de overige 13 bits het aantal keren aan dat de 16 bit gegevens herhaald moeten worden. De volgende 2 bytes moeten dan de te herhalen 16 bit gegevens zijn. 15 1 14 0 13 0 12 0 aantal herhalingen (13 bits) te herhalen gegevens (16 bits)  8 bit herhalende gecomprimeerde gegevens Wanneer de meest significante 3 bits in de eerste 2 bytes in de volgorde 1, 1, 0 staan, geven de volgende 5 bits het aantal keren aan dat de 16 bit (twee blokken van 8 bits) gegevens herhaald moeten worden. De overige 8 bits moeten de te herhalen 8 bit gegevens zijn. 15 14 1 1 13 0 12 aantal herhalingen 8 7 0 te herhalen gegevens (8 bits) (5 bits) 4 bit herhalende gecomprimeerde gegevens Wanneer de meest significante 3 bits in de eerste 2 bytes in de volgorde 1, 0, 1 staan, duiden de volgende 4 bits de te herhalen 4 bit gegevens aan. De overige 9 bits geven het aantal keren aan dat de 16 bit (4 blokken van 4 bits) gegevens herhaald moeten worden. 15 14 1 0 13 1 12 te herhalen gegevens (4 bits) 9 8 0 aantal herhalingen (9 bits)  Verticaal herhalende gecomprimeerde gegevens Wanneer de meest significante 3 bits in de eerste 2 bytes in de volgorde 1, 1, 1 staan, geven de overige 13 bits aan dat dezelfde gegevenswoorden als in de voorgaande regel herhaald moeten worden. 15 14 13 12 0 1 1 1 dezelfde gegevenswoorden als in de voorgaande regel (13 bits) In de 1200 dpi afdrukmodus worden de APT en HRC functies niet door de printer ondersteund. Appendix–56 APPENDICES HP-GL/2 Command Sets Command Mnemonic Parameters Dual Context Extensions ENTER PCL MODE ESC % # A 0-Retain previous PCL cursor position and palette 1-Use current HP-GL/2 pen position and palette None Font_ID Font_ID 0-Scalable fonts only 1-Bitmapped fonts allowed RESET PRIMARY FONT SECONDARY FONT SCALABLE OR BITMAPPED FONTS Palette Extensions TRANSPARENCY MODE SCREENED VECTORS Vector Group ARC ABSOLUTE ESC E FI FN SB TR SV AA ARC RELATIVE AR ABSOLUTE ARC THREE POINT AT BEZIER ABSOLUTE BZ BEZIER RELATIVE BR ABSOLUTE PLOT RELATIVE PEN DOWN PEN UP RELATIVE ARC THREE POINT POLYLINE ENCODED Polygon Group CIRCLE FILL RECTANGLE ABSOLUTE FILL RECTANGLE RELATIVE EDGE RECTANGLE ABSOLUTE EDGE RECTANGLE RELATIVE FILL WEDGE PA PR PD PU RT PE CI RA RR EA ER WG 0-Off (opaque) 1-On (transparent) [screen_type [, shading [, index]]] x_center, y_center, sweep_angle [, chord_angle]; x_increment, y_increment, sweep_angle [, chord_angle]; x_inter, y_inter, x_end, y_end [,chord_angle]; x1_control_pt, y1_control_pt x2_control_pt, y2_control_pt x3_control_pt, y3_control_pt [, params … [, parms ]]. x1_control_pt_increments, y1_control_pt_increments, x2_control_pt_increments, y2_control_pt_increments, x3_control_pt_increments, y3_control_pt_increments [, params … [, parms ]]; PLOT [x, y … [, x, y]]; [x, y … [, x, y]]; [x, y … [, x, y]]; [x, y … [, x, y]]; x_incr_inter, y_incr_inter, x_incr_end, y_incr-end [, chord_angle]; [flag [val]|coord_pair … [flag[val]|coord_pair ]]; radius [, chord_angle]; x_coordinate, y_coordinate; x_increment, y_increment; x_coordinate, y_coordinate; x_increment, y_increment; radius, start_angle, sweep_angle [, chord_angle]; Appendix–57 GEBRUIKERSHANDLEIDING Command EDGE WEDGE Mnemonic Parameters EW POLYGON MODE FILL POLYGON EDGE POLYGON Character Group SELECT STANDARD FONT SELECT ALTERNATE FONT ABSOLUTE DIRECTION RELATIVE DIRECTION ABSOLUTE CHARACTER SIZE RELATIVE CHARACTER SIZE CHARACTER SLANT EXTRA SPACE STANDARD FONT DEFINITION ALTERNATE FONT DEFINITION CHARACTER FILL MODE LABEL ORIGIN LABEL DEFINE LABEL TERMINATOR CHARACTER PLOT TRANSPARENT DATA DEFINE VARIABLE TEXT PATH PM FP EP radius, start_angle, sweep_angle [, chord_angle]; polygon_definition; 0 Odd/Even fill 1 non-zero winding fill SS SA DI DR SI SR SL ES SD AD CF LO LB DT CP TD DV [run, rise]; [run, rise]; [width, height]; [width, height]; [tangent_of_angle]; [width [, height]] [kind, value … [, kind, value]]; [kind, value … [, kind, value]]; [fill_mode [, edge_pen]]; [position]; [char … [char]] l bterm [l bterm [, mode]]; [spaces, lines]; [mode]; [path [, line]]; Line and Fill Attributes Group LINE TYPE LINE ATTRIBUTES PEN WIDTH PEN WIDTH UNIT SELECTION SELECT PEN SYMBOL MODE FILL TYPE ANCHOR CORNER RASTER FILL DEFINITION LT LA PW WU SP SM FT AC RF USER DEFINED LINE TYPE UL Configuration and Status Group COMMENT SCALE INPUT WINDOW INPUT P1 AND P2 INPUT RELATIVE P1 AND P2 DEFAULT VALUES INITIALIZE ROTATE COORDINATE SYSTEM Appendix–58 CO SC IW IP IR DF IN RO [line_type [, pattern_length [, mode]]]; [kind, value … [, kind, value]]; [width [, pen]]; [type]; [pen]; [char]; [fill_type [, option 1 [, option 2]]]; [x_coordinate, y_coordinate]; [index, width, height, pen_nbr [, … pen_nbr]]; [index [, gap 1 … gap 20]]; [x 1, x 2, y 1, y 2 [, type [, left, bottom]]]; or [x 1, x factor, y 1, y factor, 2]; [x L L, y L L, x U R, y U R]; [p 1 x, p 1 y [, p 2 x, p 2 y]]; [p 1 x, p 1 y [, p 2 x, p 2 y]]; [angle]; APPENDICES Printer Job Language Commands Syntax Command Function and Syntax Syntax Rules [] <> Brackets indicate optional parameters. Indicates special characters and items Special Characters and Items <HT> <LF> <CR> <SP> <ESC> <FF> <WS> <PC> <Words> Printer Job Language Commands Syntax COMMENT DEFAULT DINQUIRE Reply ECHO Reply ENTER EOJ INFO Reply INITIALIZE INQUIRE Reply JOB OPMSG RDYMSG RESET SET STMSG Reply Exit Current Emulation/Start PJL (UEL/SPJL) USTATUS Reply USTATUSOFF (No Operation) DEC. HEX. Horizontal Tab (element of white space) 09 09 Line Feed (PJL command terminator) 10 0A Carriage Return (optional parameter) 13 0D Space (element of white space) 32 20 Escape (used only for UEL/SPJL) 27 1B Form Feed 12 0C (terminator for multiple line reply) White Space<SP> or <HT> or combination of <SP> and <HT> Printable Characters (character code 33 through 126, and 161 through 254) Beginning with <PC>, and combination of <PC> and <WS> @PJL COMMENT <Words> [<CR>] <LF> @PJL DEFAULT [LPARM: emulation] variable = value [<CR>] <LF> @PJL DINQUIRE [LPARM: emulation] variable [<CR>] <LF> @PJL DINQUIRE [LPARM: emulation] variable <CR> <LF> value <CR> <LF> <FF> @PJL ECHO [<Words>] [<CR>] <LF> @PJL ECHO [<Words>] <CR> <LF> <FF> @PJL ENTER LANGUAGE = emulation [<CR>] <LF> @PJL EOJ [NAME = job name] [<CR>] <LF> @PJL INFO read only variable [<CR>] <LF> @PJL INFO read only variable <CR> <LF> [1 or more lines of printable characters or <WS> followed by <CR> <LF>] <FF> @PJL INITIALIZE [<CR>] <LF> @PJL INQUIRE [LPARM: emulation] variable [<CR>] <LF> @PJL INQUIRE [LPARM: emulation] variable <CR> <LF> value <CR> <LF> <FF> @PJL JOB [NAME = “job name”] [START = first page] [END = last page] [<CR>] <LF> @PJL OPMSG DISPLAY = “message” [<CR>] <LF> @PJL RDYMSG DISPLAY = “message” [<CR>] <LF> @PJL RESET [<CR>] <LF> @PJL SET [LPARM: emulation] variable = value [<CR>] <LF> @PJL STMSG DISPLAY = “message” [<CR>] <LF> @PJL STMSG DISPLAY = “message” <CR> <LF> key <CR> <LF> <FF> <ESC> % - 12345X @PJL USTATUS variable = value [<CR>] <LF> @PJL USTATUS variable <CR> <LF> [1 or more lines of printable characters or <WS> followed by <CR> <LF>] <FF> @PJL USTATUSOFF [<CR>] <LF> @PJL [<CR>] <LF> Appendix–59 GEBRUIKERSHANDLEIDING EPSON FX-850 Mode Command name Null Bell Space Backspace Line Feed Form Feed Carriage Return Home Positioning Select Printer Deselect Printer Set MSB=0 Set MSB=1 Cancel MSB Settings Expand Printable Code Area Cancel Expanded Printable Code Area Expand Printable Code Area Cancel Expand Printable Code Area Change Emulation (original) Function Ignored Ignored Moves the cursor one position to the right Moves the cursor one position to the left Moves down one line Ejects a page (if data has been printed on it) Moves cursor to left margin Moves the cursor to the home position Ignored Ignored Sets most significant bit to zero Sets most significant bit to one Cancels MSB settings Allows characters 128 (d) through 159 (d) and 255 (d) to be printed Cancels printing of characters 128 (d) through 159 (d) and 255 (d) Allows characters 0 (d) through 31 (d) and 128 (d) through 159 (d) to be printed Cancels printing of characters 0 (d) through 31 (d) and 129 (d) through 159 (d) Changes the emulation of the printer. All data received so far will be printed and the page ejected. m is an ASCII code. m=AB - BR-Script 2 Batch Mode m=AI - BR-Script 2 Interactive Mode m=E - Reset Epson Mode m=GL - HP-GL Mode m=H - HP LaserJet Mode m=I - IBM Proprinter Mode User Reset Restore to User Settings (n=0 to 2) Paper Input Control Controls the paper input n=0 - Initialize Feeder Mode n=1 - Feed From MP Tray n=2 - Feed From Upper Cassette (Tray 1) n=3 - Feed From Lower Cassette (Tray 2) n=R - Eject Paper Duplex/Simplex Print Sets simplex or duplex print mode (available when duplex n=0 - Simplex unit is installed) n=1 - Duplex & long edge binding (original) n=2 - Duplex & short edge binding Page Side Selection Sets page side selection (available when duplex n=0 - Next side unit is installed) n=1 - Front side (original) n=2 - Back side Initialize Printer Initializes printer and clears print buffer (prints data) Set Form Length Sets page length in current line spacing (1n127) Set Left Margin Sets left margin n characters from home position (range depends on type size and paper size) Set Right Margin Sets right margin n columns from the left margin (range depends on type size and paper size) Appendix–60 Sequence NUL BEL SP BS LF FF CR ESC < DC1 DC3 ESC= ESC > ESC # ESC 6 Decimal 0 7 32 8 10 12 13 27 60 17 19 27 61 27 62 27 35 27 54 Hexadecimal 00 07 20 08 0A 0C 0D 1B 3C 11 13 1B 3D 1B 3E 1B 23 1B 36 ESC 7 27 55 1B 37 ESC I 1 27 73 49 1B 49 31 ESC I 0 27 73 48 1B 49 30 ESC CR m 27 13 m 1B 0D m ESC CR ! nR ESC EM n 27 13 33 n 82 27 25 n 1B 0D 21 n 52 1B 19 n ESC CR ! nD 27 13 33 n 68 1B 0D 21 n 44 ESC CR ! nS 27 13 33 n 83 1B 0D 21 n 53 ESC @ 27 64 1B 40 ESC C n 27 67 n 1B 43 n ESC l n 27 108 n 1B 6C n ESC Q n 27 81 n 1B 51 n APPENDICES Command name Set Skip-over Perforation Cancel Skip-over Perforation Set 1/6” Line Spacing Set 1/8” Line Spacing Set 7/72” Line Spacing Set n/72” Line Spacing Set n/216” Line Spacing Perform n/216” Paper Feed Perform n/216” Reverse Paper Feed Set Horizontal Tab Stops Horizontal Tab Set Vertical Tab Stops Vertical Tab Select VFU Set Vertical Tab Stops (VFU Channel) Set Absolute Print Position Set Relative Print Position Set Pica Pitch Set Elite Pitch Set Proportional Spacing Mode Disable Proportional Spacing Mode Set Condensed Mode Cancel Condensed Mode Set Emphasized Mode Cancel Emphasized Mode Set Enlarged Character Mode Cancel Enlarged Character Mode Function Sets bottom margin at the n-th line, counting from the bottom Cancels the setting of the bottom margin Sequence ESC N n Decimal 27 78 n Hexadecimal 1B 4E n ESC O 27 79 1B 4F Line spacing is set to 1/6 inch ESC 2 27 50 1B 32 Line spacing is set to 1/8 inch ESC 0 27 48 1B 30 Line spacing is set to 7/72 inch ESC 1 27 49 1B 31 Line spacing is set to n/72 inch (0n85) ESC A n 27 65 n 1B 41 n Line spacing is set to n/216 inch (0n255) ESC 3 n 27 51 n 1B 33 n Advances paper (moves cursor) by n/216 inch Reverse feeds paper (moves cursor) by n/216 inch Sets up to 32 horizontal tab stops (terminated by a NUL) Moves to next horizontal tab Sets up to 16 vertical tab stops (terminated by a NUL) Moves to next vertical tab stop Selects Vertical Format Unit Sets up to 16 vertical tab stops in selected Vertical Format Unit (selected by previous command). Terminated by NUL Moves (n1 + n2 x 256)/60” from left margin Moves (n1 + n2 x 256)/120” from current position Selects 10 cpi printing Selects 12 cpi printing Selects proportional spacing mode and fonts (BS disabled) Disables proportional spacing mode ESC J n 27 74 n 1B 4A n ESC j n 27 106 n 1B 6A n ESC D n1 … nk NUL HT ESC b n1 … nk NUL VT ESC / n ESC B n1 … nk NUL 27 68 n1 … nk 0 9 27 98 n1 … nk 0 11 27 47 n 27 66 n1 … nk 0 1B 44 n1 … nk 00 09 1B 62 n1 … nk 00 0B 1B 2F n 1B 42 n1 … nk 00 ESC $ n1 n2 27 36 n1 n2 1B 24 n1 n2 ESC \ n1 n2 27 92 n1 n2 1B 5C n1 n2 ESC P ESC M ESC p 1 27 80 27 77 27 112 49 1B 50 1B 4D 1B 70 31 ESC p 0 27 112 48 1B 70 30 Sets condensed printing Cancels condensed printing mode SI or ESC SI DC2 15 or 27 15 0F or 1B 0F 18 12 Selects boldface printing ESC E or ESC G ESC F or ESC H SO or ESC SO or ESC W 1 DC4 or CAN or ESC W 0 27 69 or 27 71 27 70 or 27 72 14 or 27 14 or 27 87 49 20 or 24 or 27 87 48 ESC F cancels ESC E boldface and ESC H cancels ESC G boldface Selects enlarged characters for one line only Cancels above settings (CAN cancels SO only, and DC4 cancels SO and ESC SO only) 1B 45 or 1B 47 1B 46 or 1B 48 0E or 1B 0E or 1B 57 31 14 or 18 or 1B 57 30 Appendix–61 GEBRUIKERSHANDLEIDING Command name Function Sequence Decimal Hexadecimal Set/Cancel DoubleHigh Mode Set Italic Print Mode Cancel Italic Print Mode Set Super/Subscript Print Mode Cancel Super/ Subscript Print Mode Set/Cancel Underline Print Mode Select Justification Sets (n = 1) or cancels (n = 0) double-high mode Selects italic printing Cancels italic printing ESC w n 27 119 n 1B 77 n ESC 4 ESC 5 27 52 27 53 1B 34 1B 35 Sets either superscript (n=0) or subscript (n=1) printing Cancels effect superscript or subscript printing Sets (n=1) or cancels (n=0) underlined printing (including spaces) n=0: Left justify, n=1: Centering n=2: Right justify, n=3: Fully justify Adds n/120” space to each character ESC S n 27 83 n 1B 53 n ESC T 27 84 1B 54 ESC - n 27 45 n 1B 2D n ESC a n 27 97 n 1B 61 n ESC SP n 27 32 n 1B 20 n Allows combinations of attributes to be added to following text Selects either Epson (n=0) or IBM (n=1) character set Selects character set ESC ! n 27 33 n 1B 21 n ESC t n 27 116 n 1B 74 n ESC R n 27 82 n 1B 52 n ESC & NUL n m a {data} ESC % n 27 38 0 n m 1B 26 00 n a {data} m a {data} 27 37 n 1B 25 n ESC : 0 0 0 27 58 48 48 1B 3A 30 48 30 30 Selects and prints “9-dot” bit image data Selects and prints single-density bit image data Selects and prints double-density bit image data Selects and prints “double-speed” doubledensity bit image data ESC * m n1 n2 {data} ESC ^ a n1 n2 {data} ESC K n1 n2 {data} ESC L n1 n2 {data} ESC Y n1 n2 {data} 27 42 m n1 n2 {data} 27 94 a n1 n2 {data} 27 75 n1 n2 {data} 27 76 n1 n2 {data} 27 89 n1 n2 {data} Selects and prints quadruple-density bit image data ESC Z n1 n2 27 90 n1 n2 1B 5A n1 n2 {data} {data} {data} Changes bit image density ESC ? n m 27 63 n m 1B 3F n m Selects horizontal ratio (n=0.25 to 3 step 0.01) Selects vertical ratio (n=0.25 to 3 step 0.01) Execute saved Card data ESC CR ! nH ESC CR ! nV ESC CR ! nE 27 13 33 n 72 27 13 33 n 86 27 13 33 n 69 1B 0D 21 n 48 1B 0D 21 n 56 1B 0D 21 n 45 Set Intercharacter Space Select Print Mode Select Epson/IBM character set Select International Character Set Define Download Characters Select Download Character Mode Copy ROM Characters to Download RAM Select Bit Image Mode Set 9-dot Bit Image Mode Set Single-Density Bit Image Mode Set Double-Density Bit Image Mode Set Double-Speed Double-Density Bit Image Mode Set QuadrupleDensity Bit Image Mode Reassign Graphics Mode Set Scalable Font Ratio (original) Execute Card Data (original) Appendix–62 Defines downloaded characters Selects either downloaded (n=1) or internal (n=0) character set Copies internal character data to download RAM area Selects and prints bit image data 1B 2A m n1 n2 {data} 1B 5E a n1 n2 {data} 1B 4B n1 n2 {data} 1B 4C n1 n2 {data} 1B 59 n1 n2 {data} APPENDICES IBM Proprinter XL Mode Command name Null Bell Space Function Ignored Ignored Moves the cursor one character to the right Backspace Moves the cursor one character to the left Line Feed Moves the cursor to the next line Form Feed Prints the data in the buffer and ejects the page (if the buffer is empty, this command is ignored) Carriage Return Moves the cursor to the left margin on the current line. If Auto LF has been set from the front panel or by software (ESC 5 1), the cursor will move down one line Set/Cancel Auto Sets (n=1) or cancels (n=0) auto line feed Line Feed Mode Overrides the front panel setting Select Printer Selects printer following deselection (ESC Q) Deselect Printer Ignored Deselect Printer Deselects printer, which will not accept data until a DC1 is received Set Epson Selects Epson FX-850 emulation mode. Emulation Mode All data in the buffer is printed and the page ejected Change Emulation Changes the emulation of the printer. All (original) data received so far will be printed and the page ejected. m is an ASCII code. m=AB - BR-Script 2 Batch Mode m=AI - BR-Script 2 Interactive Mode m=E - Epson Mode m=GL - HP-GL Mode m=H - HP LaserJet Mode m=I - Reset IBM Proprinter Mode User Reset Restore to User Settings (n=0 to 2) Paper Input Control Controls the paper input n=0 - Feed From Manual Feed Slot n=1 - Feed From MP Tray n=2 - Feed From Upper Cassette (Tray 1) n=3 - Feed From Lower Cassette (Tray 2) n=R - Eject Paper Duplex/Simplex Print Sets simplex or duplex print mode (available when duplex n=0 - Simplex unit is installed) n=1 - Duplex & long edge binding (original) n=2 - Duplex & short edge binding Page Side Selection Sets page side selection (available when duplex n=0 - Next side unit is installed) n=1 - Front side (original) n=2 - Back side Set Form Length Sets form length to n lines at current spacing (1n255) Sets from length to n inches at current spacing (0n15) Set Right and Left n1 is used to set the left margin, and n2 Margins the right margin (1n1n2255) Set Skip-over Sets bottom margin at n-th line, counting Perforation from the bottom (1n255) Sequence NUL BEL SP Decimal 0 7 32 Hexadecimal 00 07 20 BS LF FF 8 10 12 08 0A 0C CR 13 0D ESC 5 n 27 53 n 1B 35 n DC1 17 11 DC3 ESC Q 2 2 ESC Q 3 ESC @ 19 27 81 50 50 27 51 51 27 64 13 1B 51 32 32 1B 51 33 1B 40 ESC CR m 27 13 m 1B 0D m ESC CR ! nR ESC EM n 27 13 33 n 82 27 25 n 1B 0D 21 n 52 1B 19 n ESC CR ! nD 27 13 33 n 68 1B 0D 21 n 44 ESC CR ! nS 27 13 33 n 83 1B 0D 21 n 53 ESC C n 27 67 n 1B 43 n ESC C 0 n 27 67 48 n 1B 43 30 n ESC X n1 n2 27 88 n1 n2 1B 58 n1 n2 ESC N n 27 78 n 1B 4E n Appendix–63 GEBRUIKERSHANDLEIDING Command name Cancel Skip-over Perforation Set 1/8” Line Spacing Mode Set 7/72” Line Spacing Mode Save n/72” Line Spacing Mode Activate n/72” Line Spacing Mode set by ESC A Set n/216” Line Spacing Execute n/216” Line Spacing Set Horizontal Tab Stops Horizontal Tab Set Vertical Tab Stops Vertical Tab Restore to Default Tab Settings Set Pica Pitch Set Elite Pitch Set/Cancel Proportional Spacing Mode Set Condensed Character Mode Set Emphasized Character Mode Cancel Emphasized Character Mode Set Enlarged Character Mode Cancel Enlarged Character Mode Set/Cancel Enlarged Character Mode Set Super/Subscript Print Mode Cancel Super/Subscript Print Mode Appendix–64 Function Cancels the bottom margin setting Sequence ESC O Decimal 27 79 Hexadecimal 1B 4F Sets line spacing to 1/8 inch ESC 0 27 48 1B 30 Sets line spacing to 7/72 inch ESC 1 27 49 1B 31 Sets line spacing mode to n/72 inch (1n85). Activated by ESC 2 command Activates line spacing mode set by ESC A ESC A n 27 65 n 1B 41 n ESC 2 27 50 1B 32 Sets line spacing to n/216 inch (1n255) ESC 3 n 27 51 n 1B 33 n Advances the cursor by n/216 inch ESC J n 27 74 n 1B 4A n Sets up to 28 horizontal tab stops (terminated by NUL) Advances to next horizontal tab (if none have been defined, default tab stops are set every 8 columns) Sets up to 64 vertical tab stops (terminated by NUL) Advances to next vertical tab stops (or LF if none have been defined) Clears any vertical tab stops, and sets default horizontal tab stops every 8 columns Selects 10 cpi printing Selects 12 cpi printing Sets (n=1) or cancels (n=0) proportionallyspaced printing ESC D n1 … 27 68 n1 … 1B 44 n1 … nk NUL nk NUL nk NUL HT 9 09 Selects condensed characters (canceled by DC2) Selects emphasized printing (canceled by ESC F) Cancels emphasized printing Selects enlarged characters for one line only Cancels one-line enlarged character printing Sets (n=1) or cancels (n=0) enlarged character printing. When n=0, SO enlarged printing will also be canceled Sets superscript (n=0) or subscript (n=1) printing Cancels superscript or subscript printing ESC B n1 … 27 66 n1 … 1B 42 n1 … nk NUL nk NUL nk NUL VT 11 0B ESC R 27 82 1B 52 DC2 ESC : ESC P n 18 27 58 27 80 n 12 1B 3A 1B 50 n SI 15 0F ESC E 27 69 1B 45 ESC F 27 70 1B 46 SO 14 0E DC4 or CAN ESC W n 20 or 24 14 or 18 27 87 n 1B 57 n ESC S n 27 83 n 1B 53 n ESC T 27 84 1B 54 APPENDICES Command name Function Sequence Decimal Hexadecimal Set/Cancel Underline Print Mode When n=1, subsequent characters (including spaces, but excluding horizontal tabs) are underlined. When n=0, this effect is canceled When n=1, subsequent characters (including spaces, but excluding horizontal tabs) are overlined. When n=0, this effect is canceled Depending on the values of m3 and m4, double-height and/or double-width printing is enabled or disabled Allows printing of the symbols in Character Set II Allows printing of the symbols in Character Set I Allows (n1 + (n2 x 256)) characters to be printed from the All Characters Table. Control codes in the data are ignored Prints one character (c) from the All Character Table ESC - n 27 45 n 1B 2D n ESC _ n 27 95 n 1B 5F n ESC [ @ 4 000 m3 m4 ESC 6 27 91 64 4 1B 5B 40 04 000 00 00 00 m3 m4 m3 m4 27 54 1B 36 ESC 7 27 55 ESC \ n1 n2 {data} 27 92 n1 n2 1B 5C n1 n2 {data} {data} ESC ^ c 27 94 c Set/Cancel Overline Print Mode Select DoubleHigh/DoubleWidth Mode Select Character Set II Select Character Set I Select Characters from All Character Table Select a Character from All Character Table Define 8-dot Download Characters Select Download Font Set Single-Density Bit Image Mode Set Double-Density Bit Image Mode Set Double-Speed Double-Density Bit Image Mode Set QuadrupleDensity Bit Image Mode Set Scalable Font Ratio (original) Execute Card Data (original) Allows definition of user-defined characters 1B 37 1B 5E c Selects font and print quality (n=0 or 2 internal fonts, n=4 or 6 - downloaded fonts) Selects and prints single-density bit-image data Selects and prints double-density bit image data Selects and prints “double speed” doubledensity bit image data ESC = n1 n2 27 61 n1 n2 sp m a1 a2 32 m a1 a2 {data} {data} ESC I n 27 73 n 1B 3D n1 n2 20 m a1 a2 {data} 1B 49 n ESC K n1 n2 {data} ESC L n1 n2 {data} ESC Y n1 n2 {data} 27 75 n1 n2 {data} 27 76 n1 n2 {data} 27 89 n1 n2 {data} 1B 4B n1 n2 {data} 1B 4C n1 n2 {data} 1B 59 n1 n2 {data} Selects and prints quadruple-density bit image data ESC Z n1 n2 {data} 27 90 n1 n2 1B 5A n1 n2 {data} {data} Selects horizontal ratio (n=0.25 to 3 step 0.01) Selects vertical ratio (n-0.25 to 3 step 0.01) Execute saved Card data ESC CR ! nH ESC CR ! nV ESC CR ! nE 27 13 33 n 72 27 13 33 n 86 27 13 33 n 69 1B 0D 21 n 48 1B 0D 21 n 56 1B 0D 21 n 45 Appendix–65 GEBRUIKERSHANDLEIDING HP-GL Mode Command Mnemonic Parameters Vector Group ARC ABSOLUTE ARC RELATIVE PLOT ABSOLUTE PLOT RELATIVE PEN DOWN PEN UP AA AR PA PR PD PU x_center, y_center, sweep_angle [, chord_angle]; x_increment, y_increment, sweep_angle [, chord_angle]; [x, y … [, x, y]]; [x, y … [, x, y]]; [x, y … [, x, y]]; [x, y … [, x, y]]; Polygon Group CIRCLE SHADE RECTANGLE ABSOLUTE SHADE RECTANGLE RELATIVE EDGE RECTANGLE ABSOLUTE EDGE RECTANGLE RELATIVE SHADE WEDGE EDGE WEDGE CI RA RR EA ER WG EW radius [, chord_angle]; x_coordinate, y_coordinate; x_increment, y_increment; x_coordinate, y_coordinate; x_increment, y_increment; radius, start_angle, sweep_angle [, chord_angle]; radius, start_angle, sweep_angle [, chord_angle]; Character Group SELECT STANDARD SET SELECT ALTERNATE SET ABSOLUTE DIRECTION RELATIVE DIRECTION ABSOLUTE CHARACTER SIZE RELATIVE CHARACTER SIZE CHARACTER SLANT STANDARD SET DEFINITION ALTERNATE SET DEFINITION LABEL DEFINE LABEL TERMINATOR CHARACTER PLOT USER DEFINED CHARACTER SS SA DI DR SI SR SL CS CA LB DT CP UC Line and Fill Attributes Group LINE TYPE PEN WIDTH SELECT PEN SYMBOL MODE FILL TYPE TICK LENGTH X TICK Y TICK PEN THICKNESS LT PW SP SM FT TL XT YT PT [fill_line_interval]; Configuration and Status Group SCALE INPUT WINDOW INPUT P1 AND P2 DEFAULT VALUES INITIALIZE ROTATE COORDINATE SYSTEM PAGE OUTPUT SC IW IP DF IN RO PG [x 1, x 2, y 1, y 2]; [x L L, y L L, x U R, y U R]; [p 1 x, p 1 y [, p 2 x, p 2 y]]; ; ; [angle]; [copy_number]; Appendix–66 [run, rise]; [run, rise]; [width, height]; [width, height]; [tangent_of_angle]; [Designate_standard_character_set]; [Designate_alternate_character_set]; [char … [char]] l bterm [l bterm]; [spaces, lines]; [[pen_control], x_increment, y_increment [, ... ] [, pen_control][, ... ]]; [line_type [, pattern_length]]; [width [, pen]]; [pen]; [char]; [fill_type [, option 1 [, option 2]]]; [tick_p [, tick_n]]; APPENDICES Function Command Decimal Hexadecimal Go to Other Emulations BR-Script 2 Batch Mode BR-Script 2 Interactive Mode HP LaserJet IBM Proprinter XL EPSON FX-850 ESC CR AB ESC CR AI ESC CR H ESC CR I ESC CR E 27 13 65 66 27 13 65 73 27 13 72 27 13 73 27 13 69 1B 0D 41 42 1B 0D 41 49 1B 0D 48 1B 0D 49 1B 0D 45 High Resolution Control (HRC) Set HRC Off Set HRC to Light Level Set HRC to Medium Level Set HRC to Dark Level ESC CR R O ESC CR R L ESC CR R M ESC CR R D 27 13 82 79 27 13 82 76 27 13 82 77 27 13 82 68 1B 0D 52 4F 1B 0D 52 4C 1B 0D 52 4D 1B 0D 52 44 ESC CR ! n R n = 0 to 2 27 13 33 n 82 1B 0D 21 n 52 User Reset Restore to User Settings Factory Reset Restore to Factory Settings ESC CR F D 27 13 70 68 Duplex/Simplex Print (available when duplex-unit is installed) (original) Set Simplex ESC CR ! 0 D 27 13 33 48 68 Set Duplex & long edge binding ESC CR ! 1 D 27 13 33 49 68 Set Duplex & short edge binding ESC CR ! 2 D 27 13 33 50 68 Page Side Selection (available when duplex-unit is installed) (original) Set next side ESC CR ! 0 S 27 13 33 48 83 Set front side ESC CR ! 1 S 27 13 33 49 83 Set back side ESC CR ! 2 S 27 13 33 50 83 Scalable Font Ratio (original) Set horizontal ratio (n=0.25 to 3 step 0.01) Set vertical ratio (n=0.25 to 3 step 0.01) Execute Card Data (original) Execute saved Card data 1B 0D 46 44 1B 0D 21 30 44 1B 0D 21 31 44 1B 0D 21 32 44 1B 0D 21 30 53 1B 0D 21 31 53 1B 0D 21 32 53 ESC CR ! n H 27 13 33 n 72 1B 0D 21 n 48 ESC CR ! n V 27 13 33 n 86 1B 0D 21 n 56 ESC CR ! n E 27 13 33 n 69 1B 0D 21 n 45 Appendix–67 GEBRUIKERSHANDLEIDING Bar Code Control The printer can print bar codes in the HP LaserJet, EPSON FX-850, and IBM Proprinter XL emulation modes. Print Bar Codes or Expanded Characters Code Dec Hex ESC i 27 105 1B 69 Format: ESC i n … n \ Creates bar codes or expanded characters according to the segment of parameters “n … n”. For further information about parameters, see the following “Definition of Parameters.” This command must end with the “ \ ” code (5CH). [Definition of Parameters] This bar code command can have the following parameters in the parameter segment (n … n). Since parameters are effective within the single command syntax ESC i n … n \, they don’t take effect in the subsequent bar code commands. If certain parameters are not specified, they take the default settings. The last parameter must be the bar code data start (“b” or “B”) or the expanded character data start (“l” or “L”). Other parameters can be specified in any sequence. The prefix of each parameter can be a lower-case or upper-case character: for example, “t0” or “T0”, “s3” or “S3”, etc. ■ Bar Code Mode n = “t0” or “T0” n = “t1” or “T1” n = “t3” or “T3” n = “t4” or “T4” n = “t5” or “T5” n = “t6” or “T6” n = “t9” or “T9” n = “t12” or “T12” n = “t13” or “T13” n = “t14” or “T14” n = “t130” or “T130” n = “t131” or “T131” n = “t132” or “T132” n = “t133” or “T133” n = “t134” or “T134” CODE 39 (default) Interleaved 2 of 5 FIM (US-Post Net) Post Net (US-Post Net) EAN 8, EAN 13, or UPC A UPC E Codabar Code 128 set A Code 128 set B Code 128 set C ISBN (EAN) ISBN (UPC-E) EAN 128 set A EAN 128 set B EAN 128 set C This parameter selects the bar code mode as above. When n is “t5” or “T5”, the bar code mode (EAN 8, EAN 13, or UPC A) varies according to the number of characters in the data. Appendix–68 APPENDICES ■ Bar Code, Expanded Character, Line Block Drawing & Box Drawing n = “s0” or “S0” n = “s1” or “S1” n = “s3” or “S3” 3 : 1 (default) 2:1 2.5 : 1 This parameter selects the bar code style as above. When the EAN 8, EAN 13, UPC-A, Code128 or EAN 128 bar code mode is selected, this bar code style parameter is ignored. Expanded Character “S” 0 = White 1 = Black 2 = Vertical stripes 3 = Horizontal stripes 4 = Cross hatch eg. “S” n1 n2 n1 = Background fill pattern n2 = Foreground fill pattern If “S” is followed by only one parameter, the parameter is a foreground fill pattern. Line Block Drawing & Box Drawing “S” 1 = Black 2 = Vertical stripes 3 = Horizontal stripes 4 = Cross hatch ■ Bar code n = “mnnn” of “Mnnn” (nnn = 0 ~ 32767) Deze parameter specificeert de breedte van de bar code. De eenheid van "nnn" is %. Appendix–69 GEBRUIKERSHANDLEIDING ■ Bar Code Human Readable Line On or Off n = “r0” or “R0” n = “r1” or “R1” Human readable line OFF Human readable line ON Default: Human readable line ON (1) “T5” or “t5” (2) “T6” or “t6” (3) “T130” or “t130” (4) “T131” or “t131” Default: Human readable line OFF All others This parameter specifies whether or not the printer prints the human readable line below the bar code. Human readable characters are always printed with OCR-B font of 10 pitch and all the current character style enhancements are masked. Note that the default setting is subject to the bar code mode selected by “t” or “T”. ■ Quiet Zone n = “onnn” or “Onnn” (nnn = 0 ~ 32767) Quiet Zone is the space on both side of the bar codes. Its width can be specified using the units which are set by the “u” of “U” parameter. (For the description of “u” or “U” parameter, see the next section.) The default setting of Quiet Zone width is 1 inch. ■ Bar Code, Expanded Character Unit, Line Block Drawing & Box Drawing n = “u0” or “U0” n = “u1” or “U1” n = “u2” or “U2” n = “u3” or “U3” n = “u4” or “U4” n = “u5” or “U5” n = “u6” or “U6” n = “u7” or “U7” Millimeters (default) 1/10” 1/100” 1/12” 1/120” 1/10 Millimeters 1/300” 1/720” This parameter specifies the measurement units of X-axis offset, Yaxis offset, and bar code height. Appendix–70 APPENDICES ■ Bar Code, Expanded Character, Line Block Drawing & Box Drawing Offset in X-axis n = “xnnn” or “Xnnn” This parameter specifies the offset from the left margin in the “u”- or “U”-specified unit. ■ Bar Code & Expanded Character Offset in Y-axis n = “ynnn” or “Ynnn” This parameter specifies the downward offset from the current print position in the “u”- or “U”-specified unit. ■ Bar Code, Expanded Character, Line Block Drawing & Box Drawing Height n = “hnnn”, “Hnnn”, “dnnn”, or “Dnnn” (1) (2) (3) EAN13, EAN8, UPC-A, ISBN (EAN13, EAN8, UPC-A), ISBN (UPC-E): 22 mm UPC-E: 18 mm Others: 12 mm Expanded characters ➞ 2.2 mm (default) Line Block Drawing & Box Drawing ➞ 1 dot This parameter specifies the height of bar codes or expanded characters as above. It can take the prefix “h”, “H”, “d”, or “D”. The height of bar codes is specified in the “u”- or “U”-specified unit. Note that the default setting of the bar code height (12 mm, 18 mm or 22 mm) is subject to the bar code mode selected by “t” or “T”. ■ Expanded Character Width, Line Block Drawing & Box Drawing n = “wnnn” or “Wnnn” Expanded character ➞ 1.2 mm Line Block Drawing & Box Drawing ➞ 1 dot This parameter specifies the width of expanded characters as above. Appendix–71 GEBRUIKERSHANDLEIDING ■ Expanded Character Rotation n = “a0” or “A1” n = “a1” or “A1” n = “a2” or “A2” n = “a3” or “A3” Upright (default) Rotated 90 degrees Upside down, rotated 180 degrees Rotated 270 degrees ■ Bar Code Data Start n = “b” or “B” Data that follows “b” or “B” is read in as bar code data. Bar code data must end with the “ \ ” code (5CH), which also terminates this command. The acceptable bar code data is subject to the bar code mode selected by “t” or “T”. • When CODE 39 is selected with the parameter “t0” or “T0”: Forty three characters “0” to “9”, “A” to “Z”, “-”, “ . ”, “ (space)”, “$”, “ / ”, “+”, and “%” can be accepted as bar code data. Other characters cause data error. The number of characters for bar codes is not limited. The bar code data automatically starts and ends with an asterisk “ * ” (start character and stop character). If the received data has an asterisk “ * ” at its beginning or end, the asterisk is regarded as a start character or stop character. • When Interleaved 2 of 5 is selected with the parameter “t1” or “T1”: Ten numerical characters “0” to “9” can be accepted as bar code data. Other characters cause data error. The number of characters for bar codes is not limited. Since this mode of bar codes require even characters, if the bar code data has odd characters, the zero character “0” is automatically added to the end of the bar code data. • When FIM (US-Post Net) is selected with the parameter “t3” or “T3”: Characters “A” to “D” are valid and 1 digit of data can be printed. Uppercase and lowercase alphabet characters can be accepted. • When Post Net (US-Post Net) is selected with the parameter “t4” or “T4”: Characters “0” to “9” can be data and it must be terminated by a check digit. “?” can be used in place of the check digit. Appendix–72 APPENDICES • When EAN 8, EAN 13, or UPC A is selected with the parameter “t5” or “T5”: Ten numerical characters “0” to “9” can be accepted as bar code data. The number of characters for bar codes is limited as follows. EAN 8: EAN 13: UPC A: Total 8 digits (7 digits + 1 check digit) Total 13 digits (12 digits + 1 check digit) Total 12 digits (11 digits + 1 check digit) A number of characters other than above causes data error and the bar code data is printed as normal print data. If the check digit is incorrect, the printer calculates the correct check digit automatically so that the correct bar code data will be printed. When EAN13 is selected, adding “+” and a 2-or 5-digit number after the data can create an add-on code. • When UPC-E is selected with the parameter “t6” or “T6”: The numerical characters “0” to “9” can be accepted as bar code data. (1) 8 digits Standard format. The first character must be “0” and the data must be terminated by a check digit. Total 8 digits = “0” + 6 digits + 1 check digit. (2) 6 digits The first character and the last check digit are removed from the 8 digit data. *1: For 8 digits, “?” can be used in place of a check digit. *2: Adding “+” and 2- or 5-digit number after the data creates an add-on code for all 6 and 8 digit formats. • When Codabar is selected with the parameter “t9” or “T9”: Characters “0” to “9”, “-”, “ . ”, “$”, “/”, “+”, “ : ” can be printed. Characters “A” to “D” can be printed as a start-stop code, which can be uppercase or lowercase. If there is no start-stop code, errors occur. A check digit cannot be added and using “?” causes errors. • When Code 128 Set A, Set B, or Set C is selected with the parameter “t12” or “T12,” “t13” or “T13,” or “t14” or “T14” respectively: Code 128 sets A, B and C are individually selectable. Set A encodes characters Hex 00 … 5F. Set B encodes characters Hex 20 … 7F. Set C encodes numeric pairs 00 … 99. Switching is allowed between the code sets by sending %A, %B, or %C. FNC 1, 2, 3, and 4 are produced with %1, %2, %3, and %4. The SHIFT code, %S, allows temporary switching (for 1 character only) from set A to set B and vice versa. The “%” character can be encoded by sending it twice. Appendix–73 GEBRUIKERSHANDLEIDING • When ISBN (EAN) is selected with the parameter “t130” or “T130”: Same rules apply as for “t5” or “T5” • When ISBN (UPC-E) is selected with the parameter “t131” or “T131”: Same rules apply as for “t6” or “T6” • Is EAN 128 set A, set B of set C geselecteerd met respektievelijk de parameter “t132” of “T132”, “t133” of “T133” of “t134” of “T134”: dan gelden de zelfde regels als voor “t12” of “T12”, “t13” of “T13”, of “t14” of “T14”. ■ Box Drawing ESC i … E (or e) “E” or “e” is a terminator. ■ Line Block Drawing ESC i … V (or v) “V” or “v” is a terminator. ■ Expanded Character Data Start n = “l” or “L” Data that follows “l” or “L” is read in as expanded character data (or labeling data). Expanded character data must end with the “ \ ” code (5CH), which also terminates this command. [Example Program Listings] WIDTH "LPT1:",255 'CODE 39 LPRINT CHR$(27);"it0r1s0o0x00y00bCODE39?\"; 'Interleaved 2 of 5 LPRINT CHR$(27);"it1r1s0o0x00y20b123456?\"; 'FIM LPRINT CHR$(27);"it3r1o0x00y40bA\"; Appendix–74 APPENDICES 'Post Net LPRINT CHR$(27);"it4r1o0x00y60b1234567890?\"; 'EAN-8 LPRINT CHR$(27);"it5r1o0x00y70b1234567?\"; 'UPC-A LPRINT CHR$(27);"it5r1o0x50y70b12345678901?\"; 'EAN-13 LPRINT CHR$(27);"it5r1o0x100y70b123456789012?\"; 'UPC-E LPRINT CHR$(27);"it6r1o0x150y70b0123456?\"; 'Codabar LPRINT CHR$(27);"it9r1s0o0x00y100bA123456A\"; 'Code 128 set A LPRINT CHR$(27);"it12r1o0x00y120bCODE128A12345?\"; 'Code 128 set B LPRINT CHR$(27);"it13r1o0x00y140bCODE128B12345?\"; 'Code 128 set C LPRINT CHR$(27);"it14r1o0x00y160b";CHR$(1);CHR$(2);"?\"; 'ISBN(EAN) LPRINTCHR$(27);"it130r1o0x00y180b123456789012?+12345\"; 'EAN 128 set A LPRINT CHR$(27);"it132r1o0x00y210b1234567890?\"; LPRINT CHR$(12) END Appendix–75 INDEX A aansluiting voor bi-directionele parallelle interface .........................................2-3 aansluiting voor netsnoer ...................2-3 aansluiting voor RS-232C seriële interface .........................................2-3 aansluiting voor universele seriële bus..... .......................................................2-3 Aantal regels per pagina...................4-28 achterklep...........................................2-3 advanced photoscale technology (APT) .. .....................................................1-15 afdrukstand ......................................4-22 afstelknop voor face-up/face-down papieruitvoer ..................................2-3 APT-instelling..................................4-34 AUTO CR........................................4-24 auto form feed..................................4-47 AUTO LF.........................................4-24 AUTO MASK..................................4-24 AUTO SKIP ....................................4-24 AUTO WRAP..................................4-24 automatische emulatieselectie....1-17, 3-3 automatische interfaceselectie.................. ......................................1-16, 3-5, 4-19 B barcodes............................................1-19 bedieningspaneel.................................2-3 bovenkap.............................................2-3 bovenste papierbak ....................2-3, 3-10 BR-Script 2-stand .............................4-72 C CCITT..............................................1-19 computer ..........................................2-15 CONTINUE-toets ............................4-67 COPY-toets......................................4-81 duplex-unit.....................1-21, 3-10, 5-13 E ECONOMY-toets............................ 4-73 eindigen ........................................... 4-52 emulatie ...........................1-16, 3-1, 4-69 EMULATION-toets ......................... 4-69 enveloppen....................................... 3-12 EPSON FX-850-stand ..................... 4-72 F fabrieksinstellingen...................3-9, 4-84 face-down papieruitvoer .................. 3-16 face-up papieruitvoer....................... 3-16 FEEDER-toets ................................. 4-74 flash-geheugenkaart ........................... 5-3 fontkaart............................................. 5-3 FONT-toets...................................... 4-53 form feed ......................................... 4-65 foutmelding........................................ 7-3 G geavanceerd ..................................... 4-46 geheugen............................................ 5-8 gebruikersinstellingen........................ 3-9 geheugenkaart.................................. 4-37 grafische stand ................................. 4-28 H handinvoer ...............................3-15, 4-77 HDD-kaart ......................................... 5-3 hervatten .......................................... 4-49 hex dump stand................................ 4-92 high resolution control (HRC) ......... 1-15 HP LaserJet-stand ............................ 4-71 HP-GL-stand.................................... 4-72 HRC-instelling................................. 4-34 D DATA-lampje.....................................4-5 drumafsluiting ....................................2-7 duplex-stand.....................................4-80 Index-1 GEBRUIKERSHANDLEIDING I IBM Proprinter XL-stand.................4-72 input buffer ......................................4-50 installatie vanaf CD-ROM .................1-3 instell. opslaan .................................4-51 interface .................................1-16, 4-19 L lampjes...............................................4-5 layout ...............................................4-22 LCD-scherm.......................................4-2 lettertypen ........................................1-17 lijst van lettertypen...........................4-63 lijst van optionele fonts....................4-89 lijst van permanente download fonts4-89 lijst van residente fonts ....................4-89 lijst van symbolen ............................4-64 M MF EERST ......................................4-76 MF-INSTELLING ...........................4-78 MIO-interface ..........................1-16, 5-7 MIO-kaart ................................1-21, 5-7 MODE-toets.......................................4-9 modulaire aansluiting voor toebehoren.... .......................................................2-3 N ▼ (NEER) .........................................4-8 netsnoer............................................2-17 netwerk ............................................4-46 normale stand.....................................4-6 O off-line ...............................................4-5 omgeving ...........................................2-4 ON LINE-lampje ...............................4-5 onderdr. FF.......................................4-47 onderhoudsmelding.............................6-8 on-line................................................4-5 opnieuw afdrukken..................1-20, 4-65 optionele interface ...........................4-22 optionele lettertypen ..........................5-5 Index-2 P pag.bescherming .............................. 4-36 paginalayout .................................... 4-25 paginateller ...................................... 4-52 paneelslot................................1-19, 4-46 papierafmetingen ............................. 3-10 papierdoorvoerstoringen.................... 7-6 papiersoort....................................... 4-79 parallelle interface ........................... 4-20 pen instellen..................................... 4-29 print foutlijst .................................... 4-48 printdichtheid................................... 4-50 printer driver...................................... 3-1 printerstatusmelding .......................... 4-2 R READY-lampje ................................. 4-5 Rechter en linker kantlijn................. 4-27 RESET-toets.................................... 4-82 resolutie .................................. 1-15, 4-31 RS-232C seriële interface ...Appendix-11 S (OP) ................................................... 4-8 schaalbaar font.................................. 4-49 SEL-toets ........................................... 4-7 seriële interface.......................1-16, 4-21 servicemelding .................................. 7-5 SET-toets ........................................... 4-8 shift-toets ......................................... 4-68 sleuf voor font/IC-kaart ..................... 2-3 sleuf voor MIO-kaart ......................... 2-3 software ............................................. 3-1 stroomschakelaar ......................2-3, 2-18 stroomspaarstand ....................1-19, 4-73 T universele papierbak (MF)................ 2-13 universele seriële bus (USB) ............ 1-16 universele seriële bus interface ................ ............................... 4-21, Appendix-14 taal op LCD-scherm...........................3-7 tekenset ...................................4-30, 4-64 testpatroon .......................................4-89 test-toets...........................................4-89 time out voor de automatische interfaceselectie ...........................4-19 time-out voor automatische emulatieomschakeling ...............................4-70 time-out voor de stroomspaarstand ..4-73 toner op .....................................4-48, 6-1 tonercassette............... 1-15, 2-2, 2-7, 6-1 tonerspaarstand .......................1-19, 4-73 transportbescherming.........................2-6 tweede papierbak ............ 1-21, 3-10, 5-1 Z U zelftest ............................................. 2-18 W waarschuwingsmeldingen .................. 7-1 wachttijd .......................................... 4-47 X X offset ............................................ 4-26 Xon/Xoff.......................................... 4-21 Y Y offset ............................................ 4-26 uitvoerlade (face-down) .....................2-3 universele bak ...........................2-3, 3-10 Index-3
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135
  • Page 136 136
  • Page 137 137
  • Page 138 138
  • Page 139 139
  • Page 140 140
  • Page 141 141
  • Page 142 142
  • Page 143 143
  • Page 144 144
  • Page 145 145
  • Page 146 146
  • Page 147 147
  • Page 148 148
  • Page 149 149
  • Page 150 150
  • Page 151 151
  • Page 152 152
  • Page 153 153
  • Page 154 154
  • Page 155 155
  • Page 156 156
  • Page 157 157
  • Page 158 158
  • Page 159 159
  • Page 160 160
  • Page 161 161
  • Page 162 162
  • Page 163 163
  • Page 164 164
  • Page 165 165
  • Page 166 166
  • Page 167 167
  • Page 168 168
  • Page 169 169
  • Page 170 170
  • Page 171 171
  • Page 172 172
  • Page 173 173
  • Page 174 174
  • Page 175 175
  • Page 176 176
  • Page 177 177
  • Page 178 178
  • Page 179 179
  • Page 180 180
  • Page 181 181
  • Page 182 182
  • Page 183 183
  • Page 184 184
  • Page 185 185
  • Page 186 186
  • Page 187 187
  • Page 188 188
  • Page 189 189
  • Page 190 190
  • Page 191 191
  • Page 192 192
  • Page 193 193
  • Page 194 194
  • Page 195 195
  • Page 196 196
  • Page 197 197
  • Page 198 198
  • Page 199 199
  • Page 200 200
  • Page 201 201
  • Page 202 202
  • Page 203 203
  • Page 204 204
  • Page 205 205
  • Page 206 206
  • Page 207 207
  • Page 208 208
  • Page 209 209
  • Page 210 210
  • Page 211 211
  • Page 212 212
  • Page 213 213
  • Page 214 214
  • Page 215 215
  • Page 216 216
  • Page 217 217
  • Page 218 218
  • Page 219 219
  • Page 220 220
  • Page 221 221
  • Page 222 222
  • Page 223 223
  • Page 224 224
  • Page 225 225
  • Page 226 226
  • Page 227 227
  • Page 228 228
  • Page 229 229
  • Page 230 230
  • Page 231 231
  • Page 232 232
  • Page 233 233
  • Page 234 234
  • Page 235 235
  • Page 236 236
  • Page 237 237
  • Page 238 238
  • Page 239 239
  • Page 240 240
  • Page 241 241
  • Page 242 242
  • Page 243 243
  • Page 244 244
  • Page 245 245
  • Page 246 246
  • Page 247 247
  • Page 248 248
  • Page 249 249
  • Page 250 250
  • Page 251 251
  • Page 252 252
  • Page 253 253
  • Page 254 254
  • Page 255 255
  • Page 256 256
  • Page 257 257
  • Page 258 258
  • Page 259 259
  • Page 260 260
  • Page 261 261
  • Page 262 262
  • Page 263 263
  • Page 264 264
  • Page 265 265
  • Page 266 266
  • Page 267 267
  • Page 268 268
  • Page 269 269
  • Page 270 270
  • Page 271 271
  • Page 272 272
  • Page 273 273
  • Page 274 274
  • Page 275 275
  • Page 276 276
  • Page 277 277
  • Page 278 278
  • Page 279 279
  • Page 280 280
  • Page 281 281
  • Page 282 282
  • Page 283 283
  • Page 284 284
  • Page 285 285
  • Page 286 286
  • Page 287 287

Brother HL-2060 Handleiding

Categorie
Afdrukken
Type
Handleiding