Progress PHN1110X Handleiding

Type
Handleiding
gebruiksaanwijzing
notice d'utilisation
benutzerinformation
Inbouwoven
Four encastrable
Einbaubackofen
PHN 1110
Inhoud
Veiligheidsinformatie 2
Beschrijving van het product 3
Voor het eerste gebruik 5
Bediening 6
Tips en bereidingstabellen 7
Onderhoud en reiniging 10
Problemen oplossen 14
Technische gegevens 14
Montage 14
Verwijdering 17
Wijzigingen voorbehouden
Veiligheidsinformatie
Bewaar deze handleiding altijd bij het
apparaat. Mocht het apparaat aan der-
den doorgegeven of verkocht worden, of
indien u het apparaat wanneer u gaat
verhuizen in uw oude woning achterlaat,
dan is het van groot belang dat de nieu-
we gebruiker over deze gebruiksaanwij-
zing en de aanwijzingen kan beschik-
ken.
Deze aanwijzingen zijn bedoeld voor de
veiligheid van de gebruikers en hun
huisgenoten. Lees ze dus aandachtig
door, voordat u het apparaat aansluit en/
of in gebruik neemt.
Montage
De installatie moeten worden uitgevoerd
door een erkend installateur, met inacht-
neming van de geldende voorschriften. De
afzonderlijke installatiewerkzaamheden
zijn beschreven in de instructies voor de
installateur.
Laat het apparaat installeren en aansluiten
door een erkend installateur met specifie-
ke kennis overeenkomstig de richtlijnen.
Indien wijzigingen aan de stroomvoorzie-
ning vereist zijn vanwege de installatie, dan
dienen deze ook te worden uitgevoerd
door een erkend installateur.
Afhankelijk van de versie, is deze oven ge-
produceerd als een op zich staand appa-
raat of als een combinatie-apparaat met
elektrische kookplaat voor aansluiting op
1, 2 of 3-fasen (zonder groepen) of een
voeding van 230V. De aansluiting op
meerdere fasen zonder nulleider (400 V)
leidt tot het defect van de oven en de aan-
gesloten kookplaten.
Bediening
Deze oven is bedoeld voor het bereiden
van voedsel; gebruik deze nooit voor an-
dere doeleinden.
Wees extra voorzichtig tijdens het gebruik
van de oven. Door de grote hitte van de
verwarmingselementen worden de bak-
platen en andere onderdelen erg heet.
Indien u - om welke reden dan ook - alu-
miniumfolie in de oven gebruikt, laat dit
dan nooit in direct contact komen met de
bodem van de oven.
Ga bij het schoonmaken van de oven voor-
zichtig te werk: sproei nooit vloeistof op het
vetfilter (indien aanwezig), de verwar-
mingselementen en de thermostaatsen-
sor.
Het is gevaarlijk veranderingen van welke
aard ook aan te brengen aan het apparaat
of aan de kenmerken ervan.
Tijdens het bakken, braden en grillen wor-
den het venster van de deur en de overige
onderdelen van het apparaat erg heet.
Houd kinderen daarom uit de buurt van het
apparaat. Wanneer u elektrische appara-
tuur aansluit op stopcontacten in de buurt
van de oven, dan dient u erop te letten dat
aansluitleidingen niet in aanraking komen
met hete kookzones of klem komen te zit-
ten in de hete ovendeur.
Gebruik altijd ovenwanten om hete vuur-
vaste schotels of schalen uit de oven te
halen.
Regelmatig reinigen voorkomt dat het op-
pervlaktemateriaal van de oven achteruit-
gaat.
Schakel voordat u de oven gaat reinigen
de stroom uit of haal de stekker uit het
stopcontact.
Verzeker u ervan dat de oven in de uitstand
staat als hij niet meer wordt gebruikt.
2 progress
Het apparaat mag niet worden gereinigd
met een tot een hoge temperatuur ver-
warmde stoomreiniger.
Gebruik geen schuurmiddelen of scherpe
metalen krabbers. U kunt daarmee kras-
sen op het glas van de deur veroorzaken
en dat kan leiden tot het barsten van het
glas.
Veiligheid van personen
Dit apparaat is bedoeld voor gebruik door
volwassenen. Het is gevaarlijk om het door
kinderen te laten gebruiken of hen ermee
te laten spelen.
Houd kinderen uit de buurt, zolang de
oven in werking is. Nadat u de oven heeft
uitgeschakeld, blijft de deur nog lange tijd
warm.
Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik
door kinderen of andere personen met be-
perkte lichamelijke, zintuiglijke of geestelij-
ke vermogens of een gebrek aan ervaring
en kennis, tenzij dit plaatsvindt onder toe-
zicht van een voor hun veiligheid verant-
woordelijke persoon of tenzij zij van een
dergelijke persoon instructies hebben ont-
vangen over het gebruik van het apparaat.
Klantenservice
Laat inspectie- en/of herstelwerkzaamhe-
den uitvoeren door de service-afdeling van
de fabrikant of door een service-afdeling
die door de fabrikant geautoriseerd is en
gebruik alleen originele onderdelen.
Probeer in geval van een storing of defect
dit apparaat nooit zelf te repareren. Repa-
raties die door niet-deskundige personen
uitgevoerd worden, kunnen tot schade of
letsel leiden.
Beschrijving van het product
1
10
11
2 53 4
6 987
12
1 Bedieningspaneel
2 Knopschakelaar voor kookzone links-
voor
3 Knop voor kookzone linksachter
4 Thermostaatknop - controlelampje
progress 3
5 Thermostaatknop
6 Functieknop
7 Stroomindicatielampje
8 Knopschakelaar voor kookzone rechts-
achter
9 Knop voor kookzone rechtsvoor
10 Luchtopeningen voor koelventilator
11 Binnenverlichting
12 Typeplaatje
Accessoires
Bakplaat
Rooster
Bediening
Functieknop
De oven staat uit
Conventioneel (Boven- en onder-
warmte) -bovenste en onderste ver-
warmingselement
Bovenwarmte
Onderwarmte
Bedrijfscontrolelampje
Het bedrijfscontrolelampje gaat branden als
de functieknop wordt ingesteld.
Temperatuurknop
Draai de temperatuurknop linksom om tem-
peraturen tussen 50 °C en 250 °C te kiezen.
Bedieningsknop voor de kookplaat
Op het bedieningspaneel bevinden zich de
schakelknoppen voor de vier verwarmings-
elementen van de kookzones.
De kookzones worden ingesteld met een
schakelaar met 9 standen waarvan de vol-
gende standen gebruikt kunnen worden.
0 = UIT
1 = Minimaal
9 = Maximaal
4 progress
Temperatuurknop - controlelampje
Dit controlelampje gaat branden als er aan de
temperatuurknop gedraaid wordt.
Het display blijft verlicht tot de gewenste tem-
peratuur bereikt is. Daarna gaat het knippe-
ren om aan te geven dat de temperatuur in
stand wordt gehouden.
Tweekringskookzone - Inschakeling
(zie de lijst van apparaten in het hoofd-
stuk <<Technische gegevens>>)
Schakel de beide verwarmingskringen in
door de kookzoneknoppen te draaien van
stand 9 naar “
”-stand (naar rechts);
Een klik” is hoorbaar.
Beide verwarmingskringen worden nu tege-
lijk ingeschakeld.
Vervolgens wordt de gewenste stand inge-
steld (knop naar links draaien).
De bereiding van gerechten met olie of vetten
zoals bijv. frites, mag niet zonder toezicht
plaatsvinden, daar olie en vetten bij overver-
hitting gemakkelijk kunnen ontvlammen.
Veiligheidsthermostaat
Om te voorkomen dat de oven oververhit
raakt (door onjuist gebruik van het apparaat
of vanwege defecte onderdelen), is de oven
voorzien van een veiligheidsthermostaat die
indien nodig de stroomtoevoer onderbreekt.
Zodra de temperatuur is gedaald, wordt de
oven automatisch weer ingeschakeld.
Als de veiligheidsthermostaat is geactiveerd
vanwege onjuist gebruik van het apparaat,
hoeft u nadat de oven is afgekoeld alleen de
fout te verhelpen. Is de thermostaat daaren-
tegen geactiveerd vanwege een defect on-
derdeel, neem dan contact op met onze ser-
vice-afdeling.
Koelventilator
De oven is voorzien van een koelventilator die
het voorpaneel, de knoppen en de hand-
greep van de ovendeur koel houdt. De koel-
ventilator start automatisch zodra de oven
wordt ingeschakeld.
De warme lucht wordt door de opening naast
de ovendeurgreep weggeblazen.
De koelventilator wordt uitgeschakeld, als de
functieknop in de " 0 "-stand wordt gezet.
Voor het eerste gebruik
Waarschuwing! Verwijder al het
verpakkingsmateriaal binnen en
buiten, voordat u de oven in gebruik
neemt.
progress 5
Voordat u de oven in gebruik neemt, moet de
oven leeg opgewarmd worden.
Gedurende deze tijd kan er een onaange-
naam luchtje ontstaan. Dit is helemaal nor-
maal Het wordt veroorzaakt door fabricage-
resten.
Zorg ervoor dat de keuken goed geventileerd
is.
1. Draai de functieknop naar Conventioneel
(Boven- en onderwarmte)
2. Draai de temperatuurknop naar 250 °C.
3. Open een raam voor de ventilatie.
4. Laat de oven nu ongeveer 45 minuten
leeg werken.
Nadat u deze handeling heeft verricht, laat u
de oven afkoelen. Maak de ovenruimte ver-
volgens schoon met een zachte doek en een
warm sopje.
Maak voordat u de oven voor het eerst ge-
bruikt, ook alle accessoires zorgvuldig
schoon.
Pak om de deur te openen altijd de hand-
greep in het midden vast tot de deur hele-
maal open is.
Bediening
Gebruik van de oven
Belangrijk! Bedek de bodem van de oven
nooit met aluminiumfolie en plaats geen
bakplaten etc. op de bodem van de oven,
anders kan het emaille van de oven door de
opgebouwde hitte beschadigd raken. Zet
(hittebestendige) pannen en aluminium
bakplaten altijd op het rooster dat in de rails
is geschoven. Wanneer gerechten verhit
worden, ontstaat er stoom, net als in een
pan. Wanneer de stoom in aanraking komt
met de glazen deur van de oven, wordt er
condens gevormd en ontstaan er
waterdruppels.
Warm de lege oven altijd 10 minuten
voor, om condensvorming te beperken.
Wij adviseren u na elke bereiding de water-
druppels weg te vegen.
Belangrijk! Alle bereidingen moeten
uitgevoerd worden met gesloten deur.
Ga bij het openen van de ovendeur zorgvul-
dig te werk. Laat de deur niet 'openvallen'
maar houd de deur vast aan de handgreep
totdat deze helemaal openstaat.
De oven heeft vier inzetniveaus.
4
3
2
1
De inzethoogte wordt vanaf de bodem
van de oven geteld, zoals aangegeven in
de afbeelding.
De inschuifdelen moeten altijd goed
worden ingeschoven (zie afbeelding).
Zet schotels en pannen niet direct op de
bodem van de oven.
Conventioneel (Boven- en
onderwarmte)
De warmte wordt het beste verdeeld bij
gebruik van het middelste niveau. Wan-
neer u wilt dat uw baksel een bruinere bo-
dem krijgt, moet u het op een lager niveau
in de oven zetten. Wanneer u wilt dat uw
baksel een bruinere bovenkant krijgt, moet
6 progress
u het op een hoger niveau in de oven zet-
ten.
Het materiaal en de afwerking van de bak-
platen en schalen zijn van invloed op de
mate waarin het voedsel een bruin korstje
krijgt. Emaille, donker, zwaar en met teflon
gecoat bakgerei bevordert het bruinen,
terwijl bakgerei van glas, glanzend alumi-
nium of gepolijst edelstaal warmte reflec-
teert en afremt.
Zet gerechten altijd in het midden van het
rooster om een gelijkmatige bruining te ga-
randeren.
Plaats schalen op een bakplaat van de
juiste afmeting, om te voorkomen dat er
voedsel op de bodem van de oven wordt
gemorst en ervoor te zorgen dat de oven
gemakkelijker kan worden gereinigd.
Plaats schalen, bakblikken of bakpla-
ten niet direct op de bodem van de
oven . Deze wordt erg heet en kan scha-
len, bakblikken of bakplaten beschadigen.
Als u deze instelling gebruikt komt de
warmte van de bovenste en onderste ver-
warmingselementen. Daarmee kunt u ge-
rechten op één enkel niveau bereiden. Dit
is bijzonder geschikt voor gerechten,
waarvan de bodem extra bruin moet wor-
den, bv. quiches en hartige taarten.
Gratins, lasagnes en ovenschotels die ook
wat extra bruin van boven moeten worden,
kunnen ook heel goed bereid worden met
Conventioneel (Boven- en onderwarmte).
Zo maakt u gebruik van Conventioneel (Bo-
ven- en onderwarmte):
1. Draai de functieknop naar de gewenste
functie
2. Zet de temperatuurknop op de gewenste
temperatuur.
Onderwarmte
Deze functie is bijzonder geschikt voor het
bakken van taart- en vlaaibodems. Tevens
kan deze functie worden gebruikt om ervoor
te zorgen dat het basisdeeg van quiches of
hartige taarten gaar is.
Het temperatuurcontrolelampje blijft
branden tot de juiste temperatuur be-
reikt is. Daarna gaat het knipperen om
aan te geven dat de temperatuur in
stand wordt gehouden.
Bovenwarmte
Deze functie is geschikt voor een bruin kors-
tje op gerechten, zoals lasagne, ovenscho-
tels of gegratineerde bloemkool.
Tips en bereidingstabellen
Bakken:
Voor gebak is meestal een gemiddelde tem-
peratuur nodig (150 °C-200 °C).
U moet de oven dan ongeveer 10 minuten
voorverwarmen.
Doe de ovendeur niet open voordat drie-
kwart van de baktijd is verstreken.
Bak kruimeldeeg in een springvorm of op een
bakblik tot tweederde van de baktijd. Vervol-
gens kunt u het garneren en afbakken.
De verdere baktijd hangt af van de soort en
hoeveelheid garnering of vulling.
Biscuitdeeg moet moeilijk van de lepel lopen.
Door te vloeibaar deeg zou de baktijd onno-
dig langer duren.
Als er twee bakplaten met gebak tegelijkertijd
in de oven worden geplaatst, moet er tussen
de bakplaten één niveau worden vrijgelaten.
Als er twee bakplaten met gebak tegelijkertijd
in de oven worden geplaatst, moeten deze
na ongeveer tweederde van de baktijd wor-
den omgewisseld en omgedraaid.
Braden:
Neem geen braadstukken die minder wegen
dan 1 kg.
Kleinere stukken kunnen tijdens het braden
uitdrogen.
Donker vlees, dat van buiten goed gebraden
maar van binnen roze tot rood moet blijven,
moet bij een hogere temperatuur (200
°C-250 °C) worden gebraden.
Licht vlees, gevogelte en vis hebben daaren-
tegen een lagere temperatuur (150 °C-175
°C) nodig.
Doe bij een korte bereidingstijd de ingrediën-
ten voor de saus of jus direct aan het begin
in de braadpan.
In andere gevallen worden ze het laatste half-
uur toegevoegd.
progress 7
U kunt controleren of het vlees gaar is met
behulp van een lepel: als het vlees niet kan
worden ingedrukt, is het gaar.
Rosbief en ossenhaas, die van binnen roze
moeten blijven, moeten op een hogere tem-
peratuur en in kortere tijd worden gebraden.
Bij het bereiden van vlees direct op het roos-
ter de braadpan in het onderliggende inzet-
niveau schuiven.
Laat het braadstuk minstens 15 minuten
staan, zodat het vleesvocht niet kan weglo-
pen.
Om rookvorming in de oven te beperken,
kunt u een beetje water in de braadpan gie-
ten.
Om condensvorming te voorkomen, een
paar keer water toevoegen.
Borden kunnen tot zij geserveerd worden in
de oven op de laagste temperatuur warm
gehouden worden.
Belangrijk! Bedek de oven nooit met
aluminiumfolie en plaats geen
bakplaten, ovenschotels en dergelijke
op de bodem van de oven, anders kan
het emaille van de oven door de
opgebouwde hitte beschadigd raken.
Bereidingstijden
De bereidingstijden kunnen verschillen al
naar gelang de samenstelling, ingrediënten
en hoeveelheid vocht in de afzonderlijke ge-
rechten.
Noteer de instellingen van uw eerste berei-
dingen, om ervaring op te doen als u deze
gerechten later nog eens wilt bereiden.
U kunt de aangegeven waarden in de tabel-
len aanpassen op basis van uw eigen erva-
ringen.
Bak- en braadschema
GEBAK
GERECHT
Conventioneel (Bo-
ven- en onderwarm-
te)
Bereidings-
tijd [min]
Ruimte voor aantekeningen
Niveau
Temp
[°C]
Schuimtaart 2 170 45-60 In cakevorm
Zandtaartdeeg 2 170 24-34 In cakevorm
Kwarktaart met kar-
nemelk
1 170 60-80 In cakevorm 26 cm
Appelgebak (appel-
taart)
1 170 100-120 2 cakevormen van 20 cm op het
rooster
Strudel 2 175 60-80 Op bakplaat
Confituurtaart 2 170 30-40 In cakevorm 26 cm
Fruitcake 2 170 60-70 In cakevorm 26 cm
Biscuittaart (boter-
vrije biscuittaart)
2 170 35-45 In cakevorm 26 cm
Kerstcake/rijkelijk
gevulde fruitcake
2 170 50-60 In cakevorm 20 cm
Pruimentaart 2 170 50-60
In broodvorm
1)
Kleine cakes 3 170 20-30 Op vlakke bakplaat
Koekjes 3 150 20-30
Op vlakke bakplaat
1)
Schuimpjes 3 100 90-120 Op vlakke bakplaat
Broodjes 3 190 15-20
Op vlakke bakplaat
1)
Soesjes 3 190 25-35
Op vlakke bakplaat
1)
Taartjes 3 180 45-70 In cakevorm 20 cm
8 progress
GERECHT
Conventioneel (Bo-
ven- en onderwarm-
te)
Bereidings-
tijd [min]
Ruimte voor aantekeningen
Niveau
Temp
[°C]
Victoriataart 1 of 2 180 40-55 Links + rechts in cakevorm van 20
cm
1) Warm de oven 10 minuten voor.
BROOD EN PIZZA
GERECHT
Conventioneel (Bo-
ven- en onderwarm-
te)
Bereidings-
tijd [min]
Ruimte voor aantekeningen
Niveau
Temp
[°C]
Wit brood 1 190 60-70
1-2 stukken, 500 gram per stuk
1)
Roggebrood 1 190 30-45 In broodvorm
Broodjes 2 190 25-40 6-8 broodjes op een vlakke bak-
plaat
1)
Pizza 1 190 20-30
In diepe braadpan
1)
Scones 3 200 10~20
Op vlakke bakplaat
1)
1) Warm de oven 10 minuten voor.
OVENSCHOTELS
GERECHT
Conventioneel (Bo-
ven- en onderwarm-
te)
Bereidings-
tijd [min]
Ruimte voor aantekeningen
Niveau
Temp
[°C]
Pastaflan 2 180 40-50 In vorm
Groenteflan 2 200 45-60 In vorm
Quiches 1 190 40-50 In vorm
Lasagne 2 200 25-40 In vorm
Cannelloni 2 200 25-40 In vorm
Yorkshirepudding 2 220 20-30
6 puddingvormen
1)
1) Warm de oven 10 minuten voor.
VLEES
GERECHT
Conventioneel (Bo-
ven- en onderwarm-
te)
Bereidings-
tijd [min]
Ruimte voor aantekeningen
Niveau
Temp
[°C]
Rundvlees 2 200 50-70 Op rooster met daaronder diepe
braadpan
Varkensvlees 2 180 90-120 Op rooster met daaronder diepe
braadpan
progress 9
GERECHT
Conventioneel (Bo-
ven- en onderwarm-
te)
Bereidings-
tijd [min]
Ruimte voor aantekeningen
Niveau
Temp
[°C]
Kalfsvlees 2 190 90-120 Op rooster met daaronder diepe
braadpan
Engelse rosbief rood 2 210 44-50 Op rooster met daaronder diepe
braadpan
Engelse rosbief me-
dium
2 210 51-55 Op rooster met daaronder diepe
braadpan
Engelse rosbief
doorbakken
2 210 55-60 Op rooster met daaronder diepe
braadpan
Varkensschouder 2 180 120-150 In diepe braadpan
Varkensschenkel 2 180 100-120 2 stukken in diepe braadpan
Lamsvlees 2 190 110-130 Bout
Kip 2 200 70-85 Alles in diepe braadpan
Kalkoen 1 180 210-240 Alles in diepe braadpan
Eend 2 175 120-150 Alles in diepe braadpan
Gans 1 175 150-200 Alles in diepe braadpan
Konijn 2 190 60-80 In stukken
Haas 2 190 150-200 In stukken
Fazant 2 190 90-120 Alles in diepe braadpan
VIS
GERECHT
Conventioneel (Bo-
ven- en onderwarm-
te)
Bereidings-
tijd [min]
Ruimte voor aantekeningen
Niveau
Temp
[°C]
Forel/zeebrasem 2 190 40-55 3-4 vissen
Tonijn/zalm 2 190 35-60 4-6 filets
Onderhoud en reiniging
Waarschuwing! Trek voordat u de
oven gaat schoonmaken altijd eerst
de stekker uit het stopcontact en
laat de oven afkoelen.
Waarschuwing! Het apparaat mag
niet worden gereinigd met een tot
een hoge temperatuur verwarmde
stoomreiniger.
Belangrijk: Voordat u de oven gaat reinigen,
moet de stekker van het apparaat uit het
stopcontact worden gehaald.
Voor een lange levensduur van uw apparaat
is het nodig om regelmatig de volgende rei-
nigingswerkzaamheden uit te voeren:
Maak de oven pas schoon als deze is af-
gekoeld.
Maak de geëmailleerde delen schoon met
een sopje.
Gebruik geen schuurmiddelen.
Droog de onderdelen van roestvrij staal en
de glasplaat met een zachte doek.
Gebruik bij hardnekkige vlekken normaal
verkrijgbare reinigingsmiddelen voor
roestvrij staal of warme azijn.
10 progress
Het email van de oven is uiterst duurzaam en
in hoge mate resistent.
De inwerking van hete fruitzuren (citroenen,
pruimen of dergelijke) kunnen echter op de
oppervlakken van email blijvende matte en
ruwe vlekken achterlaten.
Dergelijke vlekken op het hoogglanzende op-
pervlak van het emaille hebben echter geen
invloed op het functioneren van de oven.
Reinig de oven grondig na elk gebruik.
Zo kunt u verontreinigingen het makkelijkst
verwijderen. Verder inbranden wordt daar-
door voorkomen.
Reinigingsmiddelen
Voordat welke schoonmaakmiddelen dan
ook voor uw oven gebruikt, moet u contro-
leren of ze geschikt zijn en of hun gebruik
wordt aanbevolen door de fabrikant.
Reinigingsmiddelen met bleekmiddel mogen
NIET worden gebruikt, aangezien deze de
toplaag van de oppervlakken dof kunnen
maken. Gebruik geen agressieve schuurmid-
delen.
Buitenkant reinigen
Neem regelmatig het bedieningspaneel, de
ovendeur en de afdichting af met een zachte,
goed uitgewrongen doek met warm water en
wat vloeibaar reinigingsmiddel.
Om beschadigen of verzwakken van de glas-
platen van de deur te voorkomen, moet u het
gebruik van de volgende producten vermij-
den:
Huishoudelijke schoonmaakmiddelen en
bleekmiddelen
Geïmpregneerde sponsjes die niet ge-
schikt zijn voor pannen met antiaanbak-
laag
Brillo- of staalwolsponsjes
Chemische ovenreiniger of spuitbussen
Roestverwijderaars
Vlekverwijderaars voor wasbakken/aan-
rechten
Reinig het venster aan de binnen- en buiten-
kant met een warm sopje.
Mocht het binnenvenster van de deur erg
verontreinigd zijn, dan is het gebruik van een
speciaal reinigingsmiddel aan te bevelen.
Gebruik geen verfkrabber om aangekoekt
vuil te verwijderen.
Ovenruimte
De emaillen bodem van de oven kunt u het
beste reinigen terwijl de oven nog warm is.
Veeg de oven na elk gebruik schoon met een
zachte doek die u hebt natgemaakt met
warm water waaraan u zeep hebt toege-
voegd. Af en toe moet de oven grondiger
worden gereinigd. Gebruik daarvoor een in
de handel verkrijgbare ovenreiniger.
Het ovenlampje vervangen
Belangrijk! Trek de stekker uit het
stopcontact voordat u
onderhoudshandelingen verricht.
Als het ovenlampje moet worden vervangen,
dan moet dit voldoen aan de volgende eisen:
Vermogen: 15 W / 25 W
Elektrisch vermogen: 230 V (50 Hz)
Hittebestendigheid tot 300 °C
Soort aansluiting: E14
Reservelampjes zijn verkrijgbaar bij uw vak-
handelaar.
Het ovenlampje vervangen:
1. Laat de oven eerst volledig afkoelen en
trek de stekker uit het stopcontact.
2. Druk het glazen dekseltje in en draai het
linksom
3. Verwijder het kapotte lampje en vervang
dit door een nieuw lampje.
4. Zet het glazen dekseltje terug en steek de
stekker weer in het stopcontact.
De ovendeur
De ovendeur bestaat uit twee glasplaten. De
ovendeur kan uit elkaar worden gehaald en
de glasplaten kunnen worden verwijderd om
gemakkelijker te worden schoongemaakt.
progress 11
Waarschuwing! Wij adviseren u de
ovendeur te demonteren voordat u deze
schoonmaakt. De ovendeur kan
dichtslaan als u de glasplaten probeert
te verwijderen terwijl de deur nog
gemonteerd is.
Ga als volgt te werk om dat te doen:
1. Open de deur helemaal.
2. Ga naar de twee scharnieren van de deur
3. Til de hendels op de twee scharnieren
omhoog en draai ze
4. Houd de deur vast bij de zijkanten en sluit
de deur voorzichtig maar niet HELEMAAL
5. Trek de deur naar voren en verwijder de-
ze uit de zitting
6. Leg de deur op een stabiele ondergrond
op een zachte doek om te voorkomen dat
de handgreep beschadigd raakt
7. Maak het vergrendelingssysteem open
om de glasplaten te verwijderen
8. Draai de twee bevestigingen 90° en ver-
wijder ze uit hun zittingen
12 progress
90°
9. Til de bovenste glasplaat voorzichtig iets
op en trek de binnenste glasplaat eruit.
De binnenste glasplaat is herkenbaar is
aan de decoratie op de vier kanten.
1
2
Maak de ovendeur schoon met lauw water
en een zachte doek. Gebruik geen metaal-
sponsjes, schuursponjes of zuren, die het
speciale warmtereflecterende oppervlak van
de glasplaat kunnen beschadigen.
Zet de glasplaat na het schoonmaken weer
in de deur. Plaats de deur terug in de oven;
herhaal de handelingen in omgekeerde volg-
orde. Let er op dat u de glasplaten weer op
de goede plaats zet.
Ga als volgt te werk om dat te doen:
1. De binnenste glasplaat met de decoratie
op de vier kanten moet zodanig gemon-
teerd worden dat de zeefdruk naar de
buitenkant van de oven gericht is. Raak
het zichtbare oppervlak aan. De glasplaat
is goed geplaatst als u met uw vinger over
het zichtbare oppervlak strijkt en u geen
oneffenheden ter hoogte van de zeefdruk
voelt.
2. De binnenste glasplaat moet in zijn spon-
ning geplaatst worden zoals aangegeven
in de afbeelding.
Nadat u de glasplaten in de ovendeur ge-
plaatst heeft, zet u de glasplaten vast in om-
gekeerde volgorde van hetgeen beschreven
is bij punt 8 .
Belangrijk! Maak de ovendeur nooit
schoon als hij nog warm is. De
glasplaten kunnen dan barsten. Indien u
barsten of krassen op de glasplaat ziet,
neem dan onmiddellijk contact op met
de klantenservice zodat de glasplaat
kan worden vervangen.
Modellen van roestvrij staal of
aluminium:
Maak de ovendeur en het bedieningspaneel
van roestvrij staal of aluminium schoon met
een vochtige spons en droog daarna goed af
met een zachte doek. Gebruik voor het
schoonmaken geen metaalsponsjes, staal-
wol, zuren of schuurmiddelen, omdat die
krassen op het oppervlak kunnen veroorza-
ken.
Reiniging van de afdichting van de
ovendeur
Rond de opening van de oven is een afdich-
ting aangebracht.
Belangrijk! Controleer regelmatig de
staat van de afdichting.
Wanneer u beschadigingen aan de af-
dichting vaststelt, neem dan direct con-
tact op met de klantenservice. Gebruik
de oven niet tot de afdichting vervangen
is.
progress 13
Problemen oplossen
Als het apparaat niet goed werkt, lees dan
eerst onderstaande aanwijzingen voordat u
contact opneemt met de klantenservice van
Electrolux.
PROBLEEM OPLOSSING
De oven gaat niet aan. Controleer of u een bereidingsfunctie en een
temperatuur hebt ingesteld,
of
Controleer of het apparaat goed is aangesloten
en of de desbetreffende zekering in de zekerin-
genkast ingeschakeld is.
Het temperatuurcontrolelampje brandt niet. Kies een temperatuur met de temperatuur-
knop,
of
kies een functie met de functieknop.
Het ovenlampje brandt niet. kies een functie met de functieknop.
of
controleer de gloeilamp en vervang deze indien
nodig (zie 'Het ovenlampje vervangen').
De bereiding van de gerechten duurt te lang of
de gerechten worden te snel gaar.
Stel indien nodig de temperatuur bij,
of
lees de inhoud van deze handleiding, met name
het hoofdstuk 'Tips en bereidingstabellen'.
Stoom en condens slaan neer op de gerechten
en in de ovenruimte.
Laat de gerechten na afloop van de bereiding
niet langer dan 15-20 minuten in de oven staan.
Technische gegevens
Vermogen verwarmingselementen
Bovenste ovenelement 800 W
Onderwarmte 1000 W
Boven- en onderwarmte-ele-
menten
1800 W
Ovenverlichting 25 W
Motor koelventilator 25 W
Totaal aansluitingsvermogen
1850 W
Spanning (50 Hz) 230 V-400 V
3N~
Inbouw
Hoogte 600 mm
Breedte 560 mm
Diepte 550 mm
Ovenruimte
Hoogte 335 mm
Breedte 405 mm
Diepte 410 mm
Ovencapaciteit 56 l
Het apparaat kan met de volgende
inbouwkookplaten en glaskeramische
inbouwkookplaten worden
gecombineerd:
Glaskeramische
kookplaattypes:
Totaal
aansluit-
vermogen
Voedings-
spanning
(50 Hz)
PEM 6000 E 6000 W 230 V
PES 6000 E 5800 W 230 V
PES 6060 E 7600 W 230 V
Maximaal nominaal verwarmingsvermogen:
Oven + glaskeramische kookplaat 9450 W
Montage
Instructies voor de installateur
Belangrijk!
Inbouw en installatie moeten uitgevoerd
worden met strikte inachtneming van de
14 progress
geldende voorschriften. Elke ingreep
mag slechts plaatsvinden als het
apparaat uitgeschakeld is. Alleen
gekwalificeerde servicemonteurs
mogen het apparaat repareren
De fabrikant kan niet aansprakelijk wor-
den gesteld als de veiligheidsvoorschrif-
ten niet worden opgevolgd.
Aansluiten op netstroom
Let voor het aansluiten op het volgende:
De zekering en de huisinstallatie moeten
op de max. belasting van het apparaat be-
rekend zijn (zie typeplaatje).
De huisinstallatie moet voorzien zijn van
een aardaansluiting overeenkomstig de
voorschriften en voldoen aan de betreffen-
de geldende voorschriften.
Het stopcontact of de meerpolige stroom-
onderbreker moeten na installatie van het
apparaat makkelijk toegankelijk zijn.
Het apparaat wordt zonder aansluitsnoer ge-
leverd, daar afhankelijk van de aanwezige
voedingsbron, een aansluitsnoer met stekker
noodzakelijk is dat voldoet aan de desbetref-
fende norm en geschikt moet zijn voor de op
het typeplaatje aangegeven belasting. Steek
de stekker in een geschikt stopcontact.
De volgende typen netkabels zijn geschikt,
rekening houdend met de nominale door-
sneden:
H07RN-F, H05RN-F, H05RR-F, H05VVF,
H05V2V2-F (T90), H05BB-F.
Als de aansluiting zonder stekker wordt uit-
gevoerd, of als de stekker niet toegankelijk is,
moet er tussen het apparaat en de aanslui-
ting op het stroomnet een meerpolige
stroomonderbreker (bijv. zekeringen, LS-
schakelaar) met een minimale afstand tussen
het apparaat en het netsnoer van 3 mm aan-
gebracht worden. De schakelaar mag de
aardleiding nergens onderbreken. De geel-
groene aardleiding dient 2-3 cm langer te zijn
dan alle andere kabels.
Het aansluitsnoer moet altijd zodanig ge-
plaatst zijn, dat het nergens 50°C (boven ka-
mertemperatuur) bereikt.
Na de aansluiting moeten de verwarmings-
elementen gecontroleerd worden, door ze
ongeveer 3 minuten te laten werken.
Klemmenbord
Het apparaat is met een gemakkelijk toegan-
kelijke 6-polige aansluitklem uitgerust, waar-
van de aansluitingen al voorbereid zijn op de
werking met 400 V met nulleider (zie afbeel-
ding).
In geval van andere netspanningen moeten
de aansluitingen van de aansluitklem over-
eenkomstig het schema afbeelding worden
verlegd.
De aardleiding komt op de
-aansluiting.
Kabel na het aansluiten op de aansluitklem
met een snoerontlastingsklem bevestigen.
1 2
3
4
5
Elektrische aansluiting op de kookplaat
Belangrijk! Neem de
montagehandleiding voor de kookplaat,
inbouwoven of schakelkast in acht!
Dit apparaat kan worden aangesloten op de
in hoofdstuk "Technische gegevens" aange-
geven kookplaatmodellen.
Het stopcontact voor het aansluiten van de
kookplaat bevindt zich op de behuizing van
de oven.
progress 15
Uit de inbouwkookplaat steken de aansluit-
kabels van de verwarmingselementen en de
aardkabel; deze kabels zijn uitgerust met
stekkers.
Steek de stekker en de aansluitkabel in het
desbetreffende stopcontact van de oven.
De mogelijkheid van een verkeerde aanslui-
ting is zodoende uitgesloten.
De fabrikant kan niet aansprakelijk ge-
steld worden als de veiligheidsvoor-
schriften niet opgevolgd worden.
Montage-instructies
Voor een probleemloos gebruik van het ge-
installeerde apparaat moet de inbouwkast of
de ruimte waar het apparaat in wordt ge-
plaatst de juiste afmetingen hebben.
Overeenkomstig de geldende regelgeving,
moeten alle onderdelen die beschermd zijn
door de antischokbeveiliging op een dusda-
nige manier zijn bevestigd dat deze niet zon-
der gereedschappen verwijderd kunnen
worden.
Hierbij hoort ook de bevestiging van eventu-
ele afsluitende kanten aan het begin of einde
van een rij inbouwapparaten.
De antischokbeveiliging moet in ieder geval
door het inbouwen gegarandeerd zijn.
Het apparaat kan met de achterkant resp.
zijkant tegen hogere keukenmeubelen, ap-
paraten of wanden geplaatst worden. Aan de
andere zijkant mogen er dan echter geen an-
dere apparaten of meubelen van dezelfde
hoogte als het apparaat geplaatst worden.
Afmetingen van oven (zie afbeelding)
594
7
20
570
590
540
560
550 min
600
560-570
80÷100
Instructies voor de inbouw
Voor een probleemloos gebruik van het ge-
installeerde apparaat moet de inbouwkast of
de ruimte waar het apparaat in wordt ge-
plaatst de juiste afmetingen hebben.
Bevestiging in het meubel
1. Open de ovendeur.
2. Bevestig de oven met behulp van de vier
afstandhouders in het meubel (zie afbeel-
ding - A ).
Deze passen exact in de gaten van het
frame. Draai vervolgens de vier meegele-
verde houtschroeven vast (zie afbeelding
B ).
16 progress
A
B
Klantenservice
Wanneer het probleem na de beschreven
controles niet kan worden opgelost, neemt u
contact op met de klantenservice en be-
schrijft u het defect of het probleem en ver-
meldt u het model ( Mod. ), productnummer
( Prod. No. ) en het serienummer ( Ser.
No. ). Deze gegevens vindt u op het type-
plaatje van de oven.
Verwijdering
Het symbool op het product of op de
verpakking wijst erop dat dit product niet als
huishoudafval mag worden behandeld, maar
moet worden afgegeven bij een
verzamelpunt waar elektrische en
elektronische apparatuur wordt gerecycled.
Als u ervoor zorgt dat dit product op de juiste
manier wordt verwijderd, voorkomt u
mogelijke negatieve gevolgen voor mens en
milieu die zich zouden kunnen voordoen in
geval van verkeerde afvalverwerking. Voor
gedetailleerdere informatie over het recyclen
van dit product, kunt u contact opnemen met
de gemeente, de gemeentereiniging of de
winkel waar u het product hebt gekocht.
Verpakkingsmateriaal
Het verpakkingsmateriaal is milieuvrien-
delijk en geschikt voor hergebruik.
Kunststofonderdelen worden aange-
duid met internationale afkortingen,
zoals >PE <, >PS<, etc. Gooi het ver-
pakkingsmateriaal weg in de daarvoor
bestemde containers van uw vuilnisop-
haaldienst.
progress 17
Waarschuwing! Om ervoor te zorgen
dat het apparaat geen gevaar oplevert,
moet het onklaar gemaakt worden
voordat u het weggooit.
Trek de stekker uit het stopcontact en
verwijder de voedingskabel van het ap-
paraat.
18 progress

Documenttranscriptie

gebruiksaanwijzing notice d'utilisation benutzerinformation Inbouwoven Four encastrable Einbaubackofen PHN 1110 2 progress Inhoud Veiligheidsinformatie Beschrijving van het product Voor het eerste gebruik Bediening Tips en bereidingstabellen 2 3 5 6 7 Onderhoud en reiniging Problemen oplossen Technische gegevens Montage Verwijdering 10 14 14 14 17 Wijzigingen voorbehouden Veiligheidsinformatie Bewaar deze handleiding altijd bij het apparaat. Mocht het apparaat aan derden doorgegeven of verkocht worden, of indien u het apparaat wanneer u gaat verhuizen in uw oude woning achterlaat, dan is het van groot belang dat de nieuwe gebruiker over deze gebruiksaanwijzing en de aanwijzingen kan beschikken. Deze aanwijzingen zijn bedoeld voor de veiligheid van de gebruikers en hun huisgenoten. Lees ze dus aandachtig door, voordat u het apparaat aansluit en/ of in gebruik neemt. Montage • De installatie moeten worden uitgevoerd door een erkend installateur, met inachtneming van de geldende voorschriften. De afzonderlijke installatiewerkzaamheden zijn beschreven in de instructies voor de installateur. • Laat het apparaat installeren en aansluiten door een erkend installateur met specifieke kennis overeenkomstig de richtlijnen. • Indien wijzigingen aan de stroomvoorziening vereist zijn vanwege de installatie, dan dienen deze ook te worden uitgevoerd door een erkend installateur. • Afhankelijk van de versie, is deze oven geproduceerd als een op zich staand apparaat of als een combinatie-apparaat met elektrische kookplaat voor aansluiting op 1, 2 of 3-fasen (zonder groepen) of een voeding van 230V. De aansluiting op meerdere fasen zonder nulleider (400 V) leidt tot het defect van de oven en de aangesloten kookplaten. Bediening • Deze oven is bedoeld voor het bereiden van voedsel; gebruik deze nooit voor andere doeleinden. • Wees extra voorzichtig tijdens het gebruik van de oven. Door de grote hitte van de verwarmingselementen worden de bakplaten en andere onderdelen erg heet. • Indien u - om welke reden dan ook - aluminiumfolie in de oven gebruikt, laat dit dan nooit in direct contact komen met de bodem van de oven. • Ga bij het schoonmaken van de oven voorzichtig te werk: sproei nooit vloeistof op het vetfilter (indien aanwezig), de verwarmingselementen en de thermostaatsensor. • Het is gevaarlijk veranderingen van welke aard ook aan te brengen aan het apparaat of aan de kenmerken ervan. • Tijdens het bakken, braden en grillen worden het venster van de deur en de overige onderdelen van het apparaat erg heet. Houd kinderen daarom uit de buurt van het apparaat. Wanneer u elektrische apparatuur aansluit op stopcontacten in de buurt van de oven, dan dient u erop te letten dat aansluitleidingen niet in aanraking komen met hete kookzones of klem komen te zitten in de hete ovendeur. • Gebruik altijd ovenwanten om hete vuurvaste schotels of schalen uit de oven te halen. • Regelmatig reinigen voorkomt dat het oppervlaktemateriaal van de oven achteruitgaat. • Schakel voordat u de oven gaat reinigen de stroom uit of haal de stekker uit het stopcontact. • Verzeker u ervan dat de oven in de uitstand staat als hij niet meer wordt gebruikt. progress 3 • Het apparaat mag niet worden gereinigd met een tot een hoge temperatuur verwarmde stoomreiniger. • Gebruik geen schuurmiddelen of scherpe metalen krabbers. U kunt daarmee krassen op het glas van de deur veroorzaken en dat kan leiden tot het barsten van het glas. Veiligheid van personen • Dit apparaat is bedoeld voor gebruik door volwassenen. Het is gevaarlijk om het door kinderen te laten gebruiken of hen ermee te laten spelen. • Houd kinderen uit de buurt, zolang de oven in werking is. Nadat u de oven heeft uitgeschakeld, blijft de deur nog lange tijd warm. • Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door kinderen of andere personen met be- perkte lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of een gebrek aan ervaring en kennis, tenzij dit plaatsvindt onder toezicht van een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon of tenzij zij van een dergelijke persoon instructies hebben ontvangen over het gebruik van het apparaat. Klantenservice • Laat inspectie- en/of herstelwerkzaamheden uitvoeren door de service-afdeling van de fabrikant of door een service-afdeling die door de fabrikant geautoriseerd is en gebruik alleen originele onderdelen. • Probeer in geval van een storing of defect dit apparaat nooit zelf te repareren. Reparaties die door niet-deskundige personen uitgevoerd worden, kunnen tot schade of letsel leiden. Beschrijving van het product 2 3 4 5 6 7 8 9 1 10 11 12 1 Bedieningspaneel 2 Knopschakelaar voor kookzone linksvoor 3 Knop voor kookzone linksachter 4 Thermostaatknop - controlelampje 4 progress 5 6 7 8 9 10 11 12 Thermostaatknop Functieknop Stroomindicatielampje Knopschakelaar voor kookzone rechtsachter Knop voor kookzone rechtsvoor Luchtopeningen voor koelventilator Binnenverlichting Typeplaatje Accessoires Bakplaat Bedrijfscontrolelampje Het bedrijfscontrolelampje gaat branden als de functieknop wordt ingesteld. Temperatuurknop Draai de temperatuurknop linksom om temperaturen tussen 50 °C en 250 °C te kiezen. Rooster Bediening Functieknop De oven staat uit Conventioneel (Boven- en onderwarmte) -bovenste en onderste verwarmingselement Bovenwarmte Onderwarmte Bedieningsknop voor de kookplaat Op het bedieningspaneel bevinden zich de schakelknoppen voor de vier verwarmingselementen van de kookzones. De kookzones worden ingesteld met een schakelaar met 9 standen waarvan de volgende standen gebruikt kunnen worden. – 0 = UIT – 1 = Minimaal – 9 = Maximaal progress 5 Temperatuurknop - controlelampje Dit controlelampje gaat branden als er aan de temperatuurknop gedraaid wordt. Het display blijft verlicht tot de gewenste temperatuur bereikt is. Daarna gaat het knipperen om aan te geven dat de temperatuur in stand wordt gehouden. Tweekringskookzone - Inschakeling (zie de lijst van apparaten in het hoofdstuk <<Technische gegevens>>) Schakel de beide verwarmingskringen in door de kookzoneknoppen te draaien van stand 9 naar “ ”-stand (naar rechts); Een klik” is hoorbaar. Beide verwarmingskringen worden nu tegelijk ingeschakeld. Vervolgens wordt de gewenste stand ingesteld (knop naar links draaien). De bereiding van gerechten met olie of vetten zoals bijv. frites, mag niet zonder toezicht plaatsvinden, daar olie en vetten bij oververhitting gemakkelijk kunnen ontvlammen. Veiligheidsthermostaat Om te voorkomen dat de oven oververhit raakt (door onjuist gebruik van het apparaat of vanwege defecte onderdelen), is de oven voorzien van een veiligheidsthermostaat die indien nodig de stroomtoevoer onderbreekt. Zodra de temperatuur is gedaald, wordt de oven automatisch weer ingeschakeld. Als de veiligheidsthermostaat is geactiveerd vanwege onjuist gebruik van het apparaat, hoeft u nadat de oven is afgekoeld alleen de fout te verhelpen. Is de thermostaat daarentegen geactiveerd vanwege een defect onderdeel, neem dan contact op met onze service-afdeling. Koelventilator De oven is voorzien van een koelventilator die het voorpaneel, de knoppen en de handgreep van de ovendeur koel houdt. De koelventilator start automatisch zodra de oven wordt ingeschakeld. De warme lucht wordt door de opening naast de ovendeurgreep weggeblazen. De koelventilator wordt uitgeschakeld, als de functieknop in de " 0 "-stand wordt gezet. Voor het eerste gebruik Waarschuwing! Verwijder al het verpakkingsmateriaal binnen en buiten, voordat u de oven in gebruik neemt. 6 progress Voordat u de oven in gebruik neemt, moet de oven leeg opgewarmd worden. Gedurende deze tijd kan er een onaangenaam luchtje ontstaan. Dit is helemaal normaal Het wordt veroorzaakt door fabricageresten. Zorg ervoor dat de keuken goed geventileerd is. 1. Draai de functieknop naar Conventioneel (Boven- en onderwarmte) 2. Draai de temperatuurknop naar 250 °C. 3. Open een raam voor de ventilatie. 4. Laat de oven nu ongeveer 45 minuten leeg werken. Nadat u deze handeling heeft verricht, laat u de oven afkoelen. Maak de ovenruimte vervolgens schoon met een zachte doek en een warm sopje. Maak voordat u de oven voor het eerst gebruikt, ook alle accessoires zorgvuldig schoon. Pak om de deur te openen altijd de handgreep in het midden vast tot de deur helemaal open is. Bediening Gebruik van de oven Belangrijk! Bedek de bodem van de oven nooit met aluminiumfolie en plaats geen bakplaten etc. op de bodem van de oven, anders kan het emaille van de oven door de opgebouwde hitte beschadigd raken. Zet (hittebestendige) pannen en aluminium bakplaten altijd op het rooster dat in de rails is geschoven. Wanneer gerechten verhit worden, ontstaat er stoom, net als in een pan. Wanneer de stoom in aanraking komt met de glazen deur van de oven, wordt er condens gevormd en ontstaan er waterdruppels. Warm de lege oven altijd 10 minuten voor, om condensvorming te beperken. Wij adviseren u na elke bereiding de waterdruppels weg te vegen. Belangrijk! Alle bereidingen moeten uitgevoerd worden met gesloten deur. Ga bij het openen van de ovendeur zorgvuldig te werk. Laat de deur niet 'openvallen' maar houd de deur vast aan de handgreep totdat deze helemaal openstaat. De oven heeft vier inzetniveaus. 4 3 2 1 De inzethoogte wordt vanaf de bodem van de oven geteld, zoals aangegeven in de afbeelding. De inschuifdelen moeten altijd goed worden ingeschoven (zie afbeelding). Zet schotels en pannen niet direct op de bodem van de oven. Conventioneel (Boven- en onderwarmte) – De warmte wordt het beste verdeeld bij gebruik van het middelste niveau. Wanneer u wilt dat uw baksel een bruinere bodem krijgt, moet u het op een lager niveau in de oven zetten. Wanneer u wilt dat uw baksel een bruinere bovenkant krijgt, moet progress 7 – – – – u het op een hoger niveau in de oven zetten. Het materiaal en de afwerking van de bakplaten en schalen zijn van invloed op de mate waarin het voedsel een bruin korstje krijgt. Emaille, donker, zwaar en met teflon gecoat bakgerei bevordert het bruinen, terwijl bakgerei van glas, glanzend aluminium of gepolijst edelstaal warmte reflecteert en afremt. Zet gerechten altijd in het midden van het rooster om een gelijkmatige bruining te garanderen. Plaats schalen op een bakplaat van de juiste afmeting, om te voorkomen dat er voedsel op de bodem van de oven wordt gemorst en ervoor te zorgen dat de oven gemakkelijker kan worden gereinigd. Plaats schalen, bakblikken of bakplaten niet direct op de bodem van de oven . Deze wordt erg heet en kan schalen, bakblikken of bakplaten beschadigen. Als u deze instelling gebruikt komt de warmte van de bovenste en onderste verwarmingselementen. Daarmee kunt u gerechten op één enkel niveau bereiden. Dit is bijzonder geschikt voor gerechten, waarvan de bodem extra bruin moet worden, bv. quiches en hartige taarten. Gratins, lasagnes en ovenschotels die ook wat extra bruin van boven moeten worden, kunnen ook heel goed bereid worden met Conventioneel (Boven- en onderwarmte). Zo maakt u gebruik van Conventioneel (Boven- en onderwarmte): 1. Draai de functieknop naar de gewenste functie 2. Zet de temperatuurknop op de gewenste temperatuur. Onderwarmte Deze functie is bijzonder geschikt voor het bakken van taart- en vlaaibodems. Tevens kan deze functie worden gebruikt om ervoor te zorgen dat het basisdeeg van quiches of hartige taarten gaar is. Het temperatuurcontrolelampje blijft branden tot de juiste temperatuur bereikt is. Daarna gaat het knipperen om aan te geven dat de temperatuur in stand wordt gehouden. Bovenwarmte Deze functie is geschikt voor een bruin korstje op gerechten, zoals lasagne, ovenschotels of gegratineerde bloemkool. Tips en bereidingstabellen Bakken: Voor gebak is meestal een gemiddelde temperatuur nodig (150 °C-200 °C). U moet de oven dan ongeveer 10 minuten voorverwarmen. Doe de ovendeur niet open voordat driekwart van de baktijd is verstreken. Bak kruimeldeeg in een springvorm of op een bakblik tot tweederde van de baktijd. Vervolgens kunt u het garneren en afbakken. De verdere baktijd hangt af van de soort en hoeveelheid garnering of vulling. Biscuitdeeg moet moeilijk van de lepel lopen. Door te vloeibaar deeg zou de baktijd onnodig langer duren. Als er twee bakplaten met gebak tegelijkertijd in de oven worden geplaatst, moet er tussen de bakplaten één niveau worden vrijgelaten. Als er twee bakplaten met gebak tegelijkertijd in de oven worden geplaatst, moeten deze na ongeveer tweederde van de baktijd worden omgewisseld en omgedraaid. Braden: Neem geen braadstukken die minder wegen dan 1 kg. Kleinere stukken kunnen tijdens het braden uitdrogen. Donker vlees, dat van buiten goed gebraden maar van binnen roze tot rood moet blijven, moet bij een hogere temperatuur (200 °C-250 °C) worden gebraden. Licht vlees, gevogelte en vis hebben daarentegen een lagere temperatuur (150 °C-175 °C) nodig. Doe bij een korte bereidingstijd de ingrediënten voor de saus of jus direct aan het begin in de braadpan. In andere gevallen worden ze het laatste halfuur toegevoegd. 8 progress U kunt controleren of het vlees gaar is met behulp van een lepel: als het vlees niet kan worden ingedrukt, is het gaar. Rosbief en ossenhaas, die van binnen roze moeten blijven, moeten op een hogere temperatuur en in kortere tijd worden gebraden. Bij het bereiden van vlees direct op het rooster de braadpan in het onderliggende inzetniveau schuiven. Laat het braadstuk minstens 15 minuten staan, zodat het vleesvocht niet kan weglopen. Om rookvorming in de oven te beperken, kunt u een beetje water in de braadpan gieten. Om condensvorming te voorkomen, een paar keer water toevoegen. Borden kunnen tot zij geserveerd worden in de oven op de laagste temperatuur warm gehouden worden. Belangrijk! Bedek de oven nooit met aluminiumfolie en plaats geen bakplaten, ovenschotels en dergelijke op de bodem van de oven, anders kan het emaille van de oven door de opgebouwde hitte beschadigd raken. Bereidingstijden De bereidingstijden kunnen verschillen al naar gelang de samenstelling, ingrediënten en hoeveelheid vocht in de afzonderlijke gerechten. Noteer de instellingen van uw eerste bereidingen, om ervaring op te doen als u deze gerechten later nog eens wilt bereiden. U kunt de aangegeven waarden in de tabellen aanpassen op basis van uw eigen ervaringen. Bak- en braadschema GEBAK Conventioneel (Boven- en onderwarmte) Bereidingstijd [min] Ruimte voor aantekeningen 170 45-60 In cakevorm 170 24-34 In cakevorm 1 170 60-80 In cakevorm 26 cm Appelgebak (appeltaart) 1 170 100-120 2 cakevormen van 20 cm op het rooster Strudel 2 175 60-80 Op bakplaat Confituurtaart 2 170 30-40 In cakevorm 26 cm Fruitcake 2 170 60-70 In cakevorm 26 cm Biscuittaart (botervrije biscuittaart) 2 170 35-45 In cakevorm 26 cm Kerstcake/rijkelijk gevulde fruitcake 2 170 50-60 In cakevorm 20 cm Pruimentaart 2 170 50-60 In broodvorm 1) Kleine cakes 3 170 20-30 Op vlakke bakplaat Koekjes 3 150 20-30 Op vlakke bakplaat 1) Schuimpjes 3 100 90-120 Op vlakke bakplaat Broodjes 3 190 15-20 Op vlakke bakplaat 1) Soesjes 3 190 25-35 Op vlakke bakplaat 1) Taartjes 3 180 45-70 In cakevorm 20 cm GERECHT Niveau Temp [°C] Schuimtaart 2 Zandtaartdeeg 2 Kwarktaart met karnemelk progress 9 GERECHT Victoriataart Conventioneel (Boven- en onderwarmte) Niveau Temp [°C] 1 of 2 180 Bereidingstijd [min] 40-55 Ruimte voor aantekeningen Links + rechts in cakevorm van 20 cm 1) Warm de oven 10 minuten voor. BROOD EN PIZZA GERECHT Conventioneel (Boven- en onderwarmte) Bereidingstijd [min] Ruimte voor aantekeningen Niveau Temp [°C] Wit brood 1 190 60-70 1-2 stukken, 500 gram per stuk 1) Roggebrood 1 190 30-45 In broodvorm Broodjes 2 190 25-40 6-8 broodjes op een vlakke bakplaat 1) Pizza 1 190 20-30 In diepe braadpan 1) Scones 3 200 10~20 Op vlakke bakplaat 1) Bereidingstijd [min] Ruimte voor aantekeningen 1) Warm de oven 10 minuten voor. OVENSCHOTELS GERECHT Conventioneel (Boven- en onderwarmte) Niveau Temp [°C] Pastaflan 2 180 40-50 In vorm Groenteflan 2 200 45-60 In vorm Quiches 1 190 40-50 In vorm Lasagne 2 200 25-40 In vorm Cannelloni 2 200 25-40 In vorm Yorkshirepudding 2 220 20-30 6 puddingvormen 1) Bereidingstijd [min] Ruimte voor aantekeningen 1) Warm de oven 10 minuten voor. VLEES GERECHT Conventioneel (Boven- en onderwarmte) Niveau Temp [°C] Rundvlees 2 200 50-70 Op rooster met daaronder diepe braadpan Varkensvlees 2 180 90-120 Op rooster met daaronder diepe braadpan 10 progress GERECHT Conventioneel (Boven- en onderwarmte) Bereidingstijd [min] Ruimte voor aantekeningen Niveau Temp [°C] Kalfsvlees 2 190 90-120 Op rooster met daaronder diepe braadpan Engelse rosbief rood 2 210 44-50 Op rooster met daaronder diepe braadpan Engelse rosbief medium 2 210 51-55 Op rooster met daaronder diepe braadpan Engelse rosbief doorbakken 2 210 55-60 Op rooster met daaronder diepe braadpan Varkensschouder 2 180 120-150 In diepe braadpan Varkensschenkel 2 180 100-120 2 stukken in diepe braadpan Lamsvlees 2 190 110-130 Bout Kip 2 200 70-85 Alles in diepe braadpan Kalkoen 1 180 210-240 Alles in diepe braadpan Eend 2 175 120-150 Alles in diepe braadpan Gans 1 175 150-200 Alles in diepe braadpan Konijn 2 190 60-80 In stukken Haas 2 190 150-200 In stukken Fazant 2 190 90-120 Alles in diepe braadpan Bereidingstijd [min] Ruimte voor aantekeningen VIS GERECHT Conventioneel (Boven- en onderwarmte) Niveau Temp [°C] Forel/zeebrasem 2 190 40-55 3-4 vissen Tonijn/zalm 2 190 35-60 4-6 filets Onderhoud en reiniging Waarschuwing! Trek voordat u de oven gaat schoonmaken altijd eerst de stekker uit het stopcontact en laat de oven afkoelen. Waarschuwing! Het apparaat mag niet worden gereinigd met een tot een hoge temperatuur verwarmde stoomreiniger. Belangrijk: Voordat u de oven gaat reinigen, moet de stekker van het apparaat uit het stopcontact worden gehaald. Voor een lange levensduur van uw apparaat is het nodig om regelmatig de volgende reinigingswerkzaamheden uit te voeren: • Maak de oven pas schoon als deze is afgekoeld. • Maak de geëmailleerde delen schoon met een sopje. • Gebruik geen schuurmiddelen. • Droog de onderdelen van roestvrij staal en de glasplaat met een zachte doek. • Gebruik bij hardnekkige vlekken normaal verkrijgbare reinigingsmiddelen voor roestvrij staal of warme azijn. progress 11 Het email van de oven is uiterst duurzaam en in hoge mate resistent. De inwerking van hete fruitzuren (citroenen, pruimen of dergelijke) kunnen echter op de oppervlakken van email blijvende matte en ruwe vlekken achterlaten. Dergelijke vlekken op het hoogglanzende oppervlak van het emaille hebben echter geen invloed op het functioneren van de oven. Reinig de oven grondig na elk gebruik. Zo kunt u verontreinigingen het makkelijkst verwijderen. Verder inbranden wordt daardoor voorkomen. Reinigingsmiddelen Voordat welke schoonmaakmiddelen dan ook voor uw oven gebruikt, moet u controleren of ze geschikt zijn en of hun gebruik wordt aanbevolen door de fabrikant. Reinigingsmiddelen met bleekmiddel mogen NIET worden gebruikt, aangezien deze de toplaag van de oppervlakken dof kunnen maken. Gebruik geen agressieve schuurmiddelen. Buitenkant reinigen Neem regelmatig het bedieningspaneel, de ovendeur en de afdichting af met een zachte, goed uitgewrongen doek met warm water en wat vloeibaar reinigingsmiddel. Om beschadigen of verzwakken van de glasplaten van de deur te voorkomen, moet u het gebruik van de volgende producten vermijden: • Huishoudelijke schoonmaakmiddelen en bleekmiddelen • Geïmpregneerde sponsjes die niet geschikt zijn voor pannen met antiaanbaklaag • Brillo- of staalwolsponsjes • Chemische ovenreiniger of spuitbussen • Roestverwijderaars • Vlekverwijderaars voor wasbakken/aanrechten Reinig het venster aan de binnen- en buitenkant met een warm sopje. Mocht het binnenvenster van de deur erg verontreinigd zijn, dan is het gebruik van een speciaal reinigingsmiddel aan te bevelen. Gebruik geen verfkrabber om aangekoekt vuil te verwijderen. Ovenruimte De emaillen bodem van de oven kunt u het beste reinigen terwijl de oven nog warm is. Veeg de oven na elk gebruik schoon met een zachte doek die u hebt natgemaakt met warm water waaraan u zeep hebt toegevoegd. Af en toe moet de oven grondiger worden gereinigd. Gebruik daarvoor een in de handel verkrijgbare ovenreiniger. Het ovenlampje vervangen Belangrijk! Trek de stekker uit het stopcontact voordat u onderhoudshandelingen verricht. Als het ovenlampje moet worden vervangen, dan moet dit voldoen aan de volgende eisen: – Vermogen: 15 W / 25 W – Elektrisch vermogen: 230 V (50 Hz) – Hittebestendigheid tot 300 °C – Soort aansluiting: E14 Reservelampjes zijn verkrijgbaar bij uw vakhandelaar. Het ovenlampje vervangen: 1. Laat de oven eerst volledig afkoelen en trek de stekker uit het stopcontact. 2. Druk het glazen dekseltje in en draai het linksom 3. Verwijder het kapotte lampje en vervang dit door een nieuw lampje. 4. Zet het glazen dekseltje terug en steek de stekker weer in het stopcontact. De ovendeur De ovendeur bestaat uit twee glasplaten. De ovendeur kan uit elkaar worden gehaald en de glasplaten kunnen worden verwijderd om gemakkelijker te worden schoongemaakt. 12 progress Waarschuwing! Wij adviseren u de ovendeur te demonteren voordat u deze schoonmaakt. De ovendeur kan dichtslaan als u de glasplaten probeert te verwijderen terwijl de deur nog gemonteerd is. 6. Leg de deur op een stabiele ondergrond op een zachte doek om te voorkomen dat de handgreep beschadigd raakt Ga als volgt te werk om dat te doen: 1. Open de deur helemaal. 2. Ga naar de twee scharnieren van de deur 7. Maak het vergrendelingssysteem open om de glasplaten te verwijderen 3. Til de hendels op de twee scharnieren omhoog en draai ze 4. Houd de deur vast bij de zijkanten en sluit de deur voorzichtig maar niet HELEMAAL 5. Trek de deur naar voren en verwijder deze uit de zitting 8. Draai de twee bevestigingen 90° en verwijder ze uit hun zittingen progress 13 90° 9. Til de bovenste glasplaat voorzichtig iets op en trek de binnenste glasplaat eruit. De binnenste glasplaat is herkenbaar is aan de decoratie op de vier kanten. 2 1 Maak de ovendeur schoon met lauw water en een zachte doek. Gebruik geen metaalsponsjes, schuursponjes of zuren, die het speciale warmtereflecterende oppervlak van de glasplaat kunnen beschadigen. Zet de glasplaat na het schoonmaken weer in de deur. Plaats de deur terug in de oven; herhaal de handelingen in omgekeerde volgorde. Let er op dat u de glasplaten weer op de goede plaats zet. Ga als volgt te werk om dat te doen: 1. De binnenste glasplaat met de decoratie op de vier kanten moet zodanig gemonteerd worden dat de zeefdruk naar de buitenkant van de oven gericht is. Raak het zichtbare oppervlak aan. De glasplaat is goed geplaatst als u met uw vinger over het zichtbare oppervlak strijkt en u geen oneffenheden ter hoogte van de zeefdruk voelt. 2. De binnenste glasplaat moet in zijn sponning geplaatst worden zoals aangegeven in de afbeelding. Nadat u de glasplaten in de ovendeur geplaatst heeft, zet u de glasplaten vast in omgekeerde volgorde van hetgeen beschreven is bij punt 8 . Belangrijk! Maak de ovendeur nooit schoon als hij nog warm is. De glasplaten kunnen dan barsten. Indien u barsten of krassen op de glasplaat ziet, neem dan onmiddellijk contact op met de klantenservice zodat de glasplaat kan worden vervangen. Modellen van roestvrij staal of aluminium: Maak de ovendeur en het bedieningspaneel van roestvrij staal of aluminium schoon met een vochtige spons en droog daarna goed af met een zachte doek. Gebruik voor het schoonmaken geen metaalsponsjes, staalwol, zuren of schuurmiddelen, omdat die krassen op het oppervlak kunnen veroorzaken. Reiniging van de afdichting van de ovendeur Rond de opening van de oven is een afdichting aangebracht. Belangrijk! Controleer regelmatig de staat van de afdichting. Wanneer u beschadigingen aan de afdichting vaststelt, neem dan direct contact op met de klantenservice. Gebruik de oven niet tot de afdichting vervangen is. 14 progress Problemen oplossen Als het apparaat niet goed werkt, lees dan eerst onderstaande aanwijzingen voordat u contact opneemt met de klantenservice van Electrolux. PROBLEEM OPLOSSING • De oven gaat niet aan. • Controleer of u een bereidingsfunctie en een temperatuur hebt ingesteld, of • Controleer of het apparaat goed is aangesloten en of de desbetreffende zekering in de zekeringenkast ingeschakeld is. • Het temperatuurcontrolelampje brandt niet. • Kies een temperatuur met de temperatuurknop, of • kies een functie met de functieknop. • Het ovenlampje brandt niet. • kies een functie met de functieknop. of • controleer de gloeilamp en vervang deze indien nodig (zie 'Het ovenlampje vervangen'). • De bereiding van de gerechten duurt te lang of • Stel indien nodig de temperatuur bij, de gerechten worden te snel gaar. of • lees de inhoud van deze handleiding, met name het hoofdstuk 'Tips en bereidingstabellen'. • Stoom en condens slaan neer op de gerechten en in de ovenruimte. • Laat de gerechten na afloop van de bereiding niet langer dan 15-20 minuten in de oven staan. Technische gegevens Vermogen verwarmingselementen Breedte 405 mm Bovenste ovenelement 800 W Diepte 410 mm Onderwarmte 1000 W Ovencapaciteit 56 l Boven- en onderwarmte-elementen 1800 W Het apparaat kan met de volgende inbouwkookplaten en glaskeramische inbouwkookplaten worden gecombineerd: Ovenverlichting 25 W Motor koelventilator Totaal aansluitingsvermogen Spanning (50 Hz) 25 W 1850 W 230 V-400 V 3N~ Inbouw Hoogte 600 mm Breedte 560 mm Diepte 550 mm Glaskeramische kookplaattypes: Totaal aansluitvermogen Voedingsspanning (50 Hz) PEM 6000 E 6000 W 230 V PES 6000 E 5800 W 230 V PES 6060 E 7600 W 230 V Maximaal nominaal verwarmingsvermogen: Oven + glaskeramische kookplaat 9450 W Ovenruimte Hoogte 335 mm Montage Instructies voor de installateur Belangrijk! Inbouw en installatie moeten uitgevoerd worden met strikte inachtneming van de progress 15 geldende voorschriften. Elke ingreep mag slechts plaatsvinden als het apparaat uitgeschakeld is. Alleen gekwalificeerde servicemonteurs mogen het apparaat repareren De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld als de veiligheidsvoorschriften niet worden opgevolgd. Aansluiten op netstroom Let voor het aansluiten op het volgende: – De zekering en de huisinstallatie moeten op de max. belasting van het apparaat berekend zijn (zie typeplaatje). – De huisinstallatie moet voorzien zijn van een aardaansluiting overeenkomstig de voorschriften en voldoen aan de betreffende geldende voorschriften. – Het stopcontact of de meerpolige stroomonderbreker moeten na installatie van het apparaat makkelijk toegankelijk zijn. Het apparaat wordt zonder aansluitsnoer geleverd, daar afhankelijk van de aanwezige voedingsbron, een aansluitsnoer met stekker noodzakelijk is dat voldoet aan de desbetreffende norm en geschikt moet zijn voor de op het typeplaatje aangegeven belasting. Steek de stekker in een geschikt stopcontact. De volgende typen netkabels zijn geschikt, rekening houdend met de nominale doorsneden: H07RN-F, H05RN-F, H05RR-F, H05VVF, H05V2V2-F (T90), H05BB-F. Als de aansluiting zonder stekker wordt uitgevoerd, of als de stekker niet toegankelijk is, moet er tussen het apparaat en de aansluiting op het stroomnet een meerpolige stroomonderbreker (bijv. zekeringen, LSschakelaar) met een minimale afstand tussen het apparaat en het netsnoer van 3 mm aangebracht worden. De schakelaar mag de aardleiding nergens onderbreken. De geelgroene aardleiding dient 2-3 cm langer te zijn dan alle andere kabels. Het aansluitsnoer moet altijd zodanig geplaatst zijn, dat het nergens 50°C (boven kamertemperatuur) bereikt. Na de aansluiting moeten de verwarmingselementen gecontroleerd worden, door ze ongeveer 3 minuten te laten werken. Klemmenbord Het apparaat is met een gemakkelijk toegankelijke 6-polige aansluitklem uitgerust, waarvan de aansluitingen al voorbereid zijn op de werking met 400 V met nulleider (zie afbeelding). In geval van andere netspanningen moeten de aansluitingen van de aansluitklem overeenkomstig het schema afbeelding worden verlegd. De aardleiding komt op de -aansluiting. Kabel na het aansluiten op de aansluitklem met een snoerontlastingsklem bevestigen. 1 2 3 4 5 Elektrische aansluiting op de kookplaat Belangrijk! Neem de montagehandleiding voor de kookplaat, inbouwoven of schakelkast in acht! Dit apparaat kan worden aangesloten op de in hoofdstuk "Technische gegevens" aangegeven kookplaatmodellen. Het stopcontact voor het aansluiten van de kookplaat bevindt zich op de behuizing van de oven. 16 progress Montage-instructies Voor een probleemloos gebruik van het geinstalleerde apparaat moet de inbouwkast of de ruimte waar het apparaat in wordt geplaatst de juiste afmetingen hebben. Overeenkomstig de geldende regelgeving, moeten alle onderdelen die beschermd zijn door de antischokbeveiliging op een dusdanige manier zijn bevestigd dat deze niet zonder gereedschappen verwijderd kunnen worden. Hierbij hoort ook de bevestiging van eventuele afsluitende kanten aan het begin of einde van een rij inbouwapparaten. De antischokbeveiliging moet in ieder geval door het inbouwen gegarandeerd zijn. Het apparaat kan met de achterkant resp. zijkant tegen hogere keukenmeubelen, apparaten of wanden geplaatst worden. Aan de andere zijkant mogen er dan echter geen andere apparaten of meubelen van dezelfde hoogte als het apparaat geplaatst worden. Afmetingen van oven (zie afbeelding) 540 20 570 590 560 594 in 550 m 600 Uit de inbouwkookplaat steken de aansluitkabels van de verwarmingselementen en de aardkabel; deze kabels zijn uitgerust met stekkers. Steek de stekker en de aansluitkabel in het desbetreffende stopcontact van de oven. De mogelijkheid van een verkeerde aansluiting is zodoende uitgesloten. De fabrikant kan niet aansprakelijk gesteld worden als de veiligheidsvoorschriften niet opgevolgd worden. 560 00 ÷1 80 -570 Instructies voor de inbouw Voor een probleemloos gebruik van het geinstalleerde apparaat moet de inbouwkast of de ruimte waar het apparaat in wordt geplaatst de juiste afmetingen hebben. Bevestiging in het meubel 1. Open de ovendeur. 2. Bevestig de oven met behulp van de vier afstandhouders in het meubel (zie afbeelding - A ). Deze passen exact in de gaten van het frame. Draai vervolgens de vier meegeleverde houtschroeven vast (zie afbeelding B ). 7 progress 17 Klantenservice Wanneer het probleem na de beschreven controles niet kan worden opgelost, neemt u contact op met de klantenservice en beschrijft u het defect of het probleem en vermeldt u het model ( Mod. ), productnummer ( Prod. No. ) en het serienummer ( Ser. No. ). Deze gegevens vindt u op het typeplaatje van de oven. A B Verwijdering Het symbool op het product of op de verpakking wijst erop dat dit product niet als huishoudafval mag worden behandeld, maar moet worden afgegeven bij een verzamelpunt waar elektrische en elektronische apparatuur wordt gerecycled. Als u ervoor zorgt dat dit product op de juiste manier wordt verwijderd, voorkomt u mogelijke negatieve gevolgen voor mens en milieu die zich zouden kunnen voordoen in geval van verkeerde afvalverwerking. Voor gedetailleerdere informatie over het recyclen van dit product, kunt u contact opnemen met de gemeente, de gemeentereiniging of de winkel waar u het product hebt gekocht. Verpakkingsmateriaal Het verpakkingsmateriaal is milieuvriendelijk en geschikt voor hergebruik. Kunststofonderdelen worden aangeduid met internationale afkortingen, zoals >PE <, >PS<, etc. Gooi het verpakkingsmateriaal weg in de daarvoor bestemde containers van uw vuilnisophaaldienst. 18 progress Waarschuwing! Om ervoor te zorgen dat het apparaat geen gevaar oplevert, moet het onklaar gemaakt worden voordat u het weggooit. Trek de stekker uit het stopcontact en verwijder de voedingskabel van het apparaat.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56

Progress PHN1110X Handleiding

Type
Handleiding