VOLTCRAFT VC130-1 Operating Instructions Manual

Categorie
Multimeters
Type
Operating Instructions Manual

Deze handleiding is ook geschikt voor



Geachte klant,
Wij danken u hartelijk voor het aanschaffen van dit Voltcraft
®
-product. Hiermee heeft u een uitstekend apparaat in
huis gehaald.
U hebt een kwaliteitsproduct aangeschaft, dat ver boven het gemiddelde uitsteekt. Een product uit een merkfamilie
die zich op het gebied van meet-, laad-, en voedingstechniek vooral onderscheidt door bijzondere vakkundigheid en
permanente innovatie.
Met Voltcraft
®
kan zowel de ambitieuze hobbyelektronicus als de professionele gebruiker ingewikkelde taken uitvo-
eren. Voltcraft
®
biedt u betrouwbare technologie met een buitengewoon gunstige verhouding van prijs en prestaties.
Wij zijn ervan overtuigd: uw keuze voor Voltcraft
®
is tegelijkertijd het begin van een lange en prettige samenwerking.
Veel plezier met uw nieuwe Voltcraft
®
product!




O

Inleiding ...................................................................................................................................................................... 73
Voorgeschreven gebruik ............................................................................................................................................. 75
Bedieningselementen ................................................................................................................................................. 76
Veiligheidsvoorschriften .............................................................................................................................................. 76
Productbeschrijving .................................................................................................................................................... 79
Leveringsomvang ....................................................................................................................................................... 77
Displaygegevens en symbolen ................................................................................................................................... 80
Meetbedrijf .................................................................................................................................................................. 81
a) Spanningsmeting „V“ .................................................................................................................................... 81
b) Stroommeting „A“ ......................................................................................................................................... 82
c) Frequentiemeting en duty cycle (alleen VC170-1) ....................................................................................... 83
d) Weerstandsmeting ........................................................................................................................................ 84
e) Diodetest ...................................................................................................................................................... 85
f) Doorgangstest .............................................................................................................................................. 86
g) Non-contact AC voltage-test „NCV“ .............................................................................................................. 86
h) Transistortest „hFE” ...................................................................................................................................... 87
i) Temperatuurmeting (alleen VC150-1) .......................................................................................................... 87
SELECT-toets (alleen VC170-1) ......................................................................................................................... 88
HOLD-functie ...................................................................................................................................................... 88
Optionele meetadapter ....................................................................................................................................... 89
Onderhoud en reiniging .............................................................................................................................................. 89
Algemeen ............................................................................................................................................................ 89
Reiniging ............................................................................................................................................................. 89
Vervangen van de zekering ................................................................................................................................ 90
Plaatsen en vervangen van de batterijen ........................................................................................................... 90
Afvoer van lege batterijen ........................................................................................................................................... 91
Afvalverwijdering ........................................................................................................................................................ 92
Verhelpen van storingen ............................................................................................................................................. 92
Technische gegevens ................................................................................................................................................ 93


- Meting en weergave van de elektrische grootheden binnen het bereik van de meetcategorie CAT III (tot max.
250 V t.o.v. aardpotentiaal, volgens EN 61010-1) en alle lagere categorieën. Het meetapparaat mag niet in de
meetcategorie CAT IV worden gebruikt.
- Meten van gelijk- en wisselspanning tot max. 250 V
- Meten van gelijk- en wisselstroom tot max. 10 A (VC130-1/VC150-1 alleen gelijkstroom)
- Frequentiemeting 10 Hz tot 10 MHz (alleen VC170-1)
- Meten van weerstanden tot 20 MOhm (VC170-1 tot 40 MOhm)
- Akoestische doorgangscontrole
- Diodetest
- Contactloze 230 V/AC-spanningstest
- hFE-transistortest (alleen met optionele meetadapter)
- Temperatuurmeting van -40 tot +1000°C (alleen VC150-1)
De beide stroom-metingen zijn beveiligd tegen overbelasting. De spanning in het meetcircuit mag 250 V niet over-
schrijden De meetbereiken zijn voorzien van keramische hoog vermogen-zekeringen.
Het gebruik is alleen toegestaan met de aangegeven batterijtypen.
Het meetapparaat mag in geopende toestand of met open batterijvak niet worden gebruikt. Metingen in vochtige
ruimten of onder ongunstige omstandigheden zijn niet toegestaan.
Gebruik voor het meten alleen de meegeleverde meetdraden resp. meetaccessoires, die op de specicaties van de
multimeter afgestemd zijn.
Ongunstige omstandigheden zijn:
- Vocht of hoge luchtvochtigheid
- Stof en brandbare gassen, dampen of oplosmiddelen
- Onweer resp. onweersachtige condities zoals sterke elektrostatische velden
Gebruik anders dan hiervoor beschreven kan tot beschadiging van het product leiden en kan aanleiding geven tot
gevaarlijke situaties zoals kortsluiting, brand, elektrische schokken en dergelijke. Het product als zodanig mag niet
worden gewijzigd of omgebouwd.!
Lees deze handleiding zorgvuldig door en bewaar deze voor toekomstig gebruik.
De veiligheidsvoorschriften dienen absoluut in acht te worden genomen!


(zie uitklappagina)
1 Contactloze spanningsdetector
2 LCD-scherm
3 POWER-toets bij VC130-1/150-1
SELECT-toets bij VC170-1 voor
functiekeuze
4 Draaischakelaar
5 COM-meetbus (referentiepotentiaal)
6 10 A-meetbus
7 mA µA-meetbus
8 V-meetbus
9 HOLD-toets
10 Batterijvak
11 Standaard








Het apparaat heeft de fabriek in veiligheidstechnisch perfecte staat verlaten.
Om deze toestand te bewaren en om een gevaarloze werking te garanderen, moet de gebruiker de veiligheidsaan-
wijzingen en waarschuwingen, die in deze gebruiksaanwijzingen vermeld staan, in acht nemen.


Een uitroepteken in een driehoek wijst op belangrijke instructies in deze gebruiksaanwijzing die absoluut
opgevolgd dienen te worden.
Een bliksemschicht in een driehoek waarschuwt voor een elektrische schok of een negatieve beïnvloe-
ding van de elektrische veiligheid van het apparaat.
Het “pijl”-symbool vindt u bij bijzondere tips of instructies voor de bediening.
Dit apparaat is CE-goedgekeurd en voldoet aan de betreffende Europese richtlijnen.
Beschermingsklasse 2 (dubbele of versterkte isolatie)
CAT II Meetcategorie II voor metingen aan elektrische en elektronische apparaten, die via een netstekker
worden voorzien van spanning. Deze categorie omvat ook alle kleinere categorieën (bijv. CAT I voor het
meten van signaal- en stuurspanningen).
CAT III Meetcategorie III voor metingen in de gebouwinstallatie (bijv. stopcontacten of onderverdelingen). Deze
categorie omvat ook alle kleinere categorieën (bijv. CAT lI voor het meten aan elektrische apparaten). Het
meten in CAT III is uitsluitend met afdekkappen over de meetpunten toegelaten.
CAT IV Meetcategorie IV voor metingen aan de bron van de laagspanningsinstallatie (bijv. hoofdverdeling, huis-
omschakelingspunten van de energieleverancier etc.).
Aardpotentiaal
Om veiligheids- en vergunningsredenen (CE) is het eigenmachtig ombouwen en/of veranderen van het product niet
toegestaan.
Raadpleeg een vakman wanneer u twijfelt over de werking, veiligheid of aansluiting van het apparaat.
Meetapparaten en accessoires zijn geen speelgoed; houd deze buiten bereik van kinderen!
In industriële omgevingen dienen de Arbovoorschriften ter voorkoming van ongevallen met betrekking tot elektrische
installaties en bedrijfsmiddelen in acht te worden genomen.
In scholen, opleidingscentra, hobbyruimten en werkplaatsen moet door geschoold personeel voldoende toezicht
worden gehouden op de bediening van meetapparaten.
De spanning tussen de aansluitpunten van het meetapparaat en aardpotentiaal mag niet hoger zijn dan 250 V (DC/AC)
in CAT III.

Bij gebruik van meetleidingen zonder afdekkappen mogen metingen tussen meet-
apparaat en aardpotentiaal niet boven de meetcategorie CAT II worden uitgevoerd.
Bij metingen in de meetcategorie CAT III moeten de afdekkappen op de meetpunten
worden gestoken om ongewilde kortsluitingen tijdens het meten te vermijden.
Steek de afdekkappen op de meetpunten tot ze inklikken. Om te verwijderen trekt u de
kappen met een beetje kracht van de punten.
Vóór elke wisseling van het meetbereik moeten de meetstiften van het meetobject
worden verwijderd.
Wees vooral voorzichtig bij de omgang met spanningen > 33 V wissel- (AC) resp. > 70 V gelijkspanning (DC)!
Reeds bij deze spanningen kunt u door het aanraken van elektrische geleiders een levensgevaarlijke elektrische
schok krijgen.
Controleer voor elke meting uw meetapparaat en de meetdraden op beschadiging(en). Voer in geen geval metingen
uit als de beschermende isolatie beschadigd (gescheurd, verwijderd enz.) is. Meetkabels hebben een slijtage-
indicator. Bij schade wordt een tweede, anderskleurige isoleerlaag zichtbaar. Het meetaccessoire mag niet meer
worden gebruikt en moet worden vervangen.
Om een elektrische schok te voorkomen, dient u ervoor te zorgen dat u de te meten aansluitingen/meetpunten
tijdens de meting niet (ook niet indirect) aanraakt. Pak tijdens het meten niet boven de tastbare handgreepmarkerin-
gen op de meetpunten vast.
Gebruik de multimeter nooit kort voor, tijdens, of kort na een onweersbui (blikseminslag! / energierijke overspannin-
gen!). Zorg dat uw handen, schoenen, kleding, de vloer, schakeling en onderdelen van de schakeling enz. absoluut
droog zijn.
Vermijd gebruik van het apparaat in de direct omgeving van:
- sterke magnetische of elektromagnetische velden
- zendantennes of HF-generatoren.
Daardoor kan de meetwaarde worden vervalst.
Wanneer kan worden aangenomen dat een veilig gebruik niet meer mogelijk is, mag het apparaat niet meer worden
gebruikt en moet het worden beveiligd tegen onbedoeld gebruik. Er is wellicht sprake van onveilig gebruik als:
- het apparaat zichtbaar is beschadigd
- het apparaat niet meer werkt en
- het apparaat langdurig onder ongunstige omstandigheden is opgeslagen
- of het apparaat tijdens transport te zwaar is belast
Schakel het meetapparaat nooit onmiddellijk in wanneer het van een koude naar een warme ruimte gebracht werd.
Door het condenswater dat wordt gevormd, kan het apparaat onder bepaalde omstandigheden beschadigd raken.
Laat het apparaat uitgeschakeld op kamertemperatuur komen.
Laat het verpakkingsmateriaal niet achteloos liggen. Dit kan voor kinderen gevaarlijk speelgoed zijn.
Neem ook de veiligheidsvoorschriften in de afzonderlijke hoofdstukken in acht.


De meetwaarden worden op de multimeter (hierna DMM genoemd) digitaal weergegeven. De aanduiding van de
meetwaarde van de DMM omvat 2000 counts bij de VC130-1 en VC150-1 en 4000 counts bij de VC170-1 (count
= kleinste displaywaarde). De VC170-1 stelt het juiste meetbereik automatisch in (AUTO-range). Toch blijft het
mogelijk een meetbereik met de hand te selecteren.
Het meetapparaat is zowel voor hobby- als voor professioneel gebruik (tot CAT III 250 V) bruikbaar.
Voor een betere aeesbaarheid kan de DMM ideaal worden opgesteld met de beugel op de achterzijde.

De afzonderlijke meetbereiken worden gekozen via een draaischakelaar. Bij de VC130-1 en de VC150-1 gebeurt de
keuze van het meetgebied met de hand, bij de VC170-1 gebeurt de keuze van het meetbereik automatisch (auto-
range; hierbij wordt steeds het passende meetbereik gekozen).

De DMM VC130-1 en VC150-1 wordt via de drukschakelaar „POWER“ in- en uitgeschakeld. DMM VC170-1 is
uitgeschakeld in draaischakelaarpositie „OFF“. Schakel het meetapparaat altijd uit wanneer u het niet gebruikt.
Voordat u het meetapparaat kunt gebruiken, moet eerst de meegeleverde batterij worden geplaatst.
Plaats de batterij zoals beschreven in het hoofdstuk „Reiniging en onderhoud“. Voor de voeding is een blokbatterij
van 9 V vereist. Deze wordt meegeleverd.

De VC170-1 schakelt na ongeveer 15 minuten automatisch uit. Neem de meetsnoeren van het meetobject. Draai
om terug in te schakelen de draaischakelaar op de stand „OFF“ en selecteer daarna opnieuw het gewenste meet-
bereik.

Multimeter
9 V-blokbatterij
Veiligheidsmeetleidingen met bevestigde CAT III-afdekkappen
K-type temperatuurvoeler (-40 tot +230 °C; alleen bij VC150-1)
Handleiding


AUTO Automatische keuze meetbereik (alleen VC170-1)
.OL of I Overow; het meetbereik werd overschreden
Symbool batterij vervangen; de batterij zo snel mogelijk vervangen
Symbool voor de diodetest
Blitz
Bliksemsymbool voor spanningsmetingen
Symbool voor de akoestische continuïteitsmeting
AC Wisselspanningsgrootheid voor spanning en stroom
DC Gelijkspanningsgrootheid voor spanning en stroom
mV Millivolt (exp. -3)
V Volt (eenheid van el. spanning)
A Ampere (eenheid van elektrische stroomsterkte)
mA milli-Ampère (exp. -3)
µA micro-Ampère (exp. -6)
Hz Hertz (eenheid van frequentie)
kHz kilo-Hertz (exp. 3)
MHz Mega-Hertz (exp. 6)
Ω Ohm (eenheid van el. weerstand)
Kilo-ohm, (exp. 3)
Mega-ohm (exp. 6)
% Indicatie van de puls-pauzeduur (duty cycle)
°C Eenheid van temperatuur
hFE Indicatie van de versterkingsfactor bij transistoren
COM referentiepotentiaal
H Symbool voor hold-functie actief
Delta-symbool voor actieve relatieve meetfunctie (alleen VC170-1)
NCV Contactloze wisselspanningsherkenning












Als het meetbereik wordt overschreden, wordt een overloop op het scherm weergegeven. Deze aanduiding
hangt af van het model en wordt bij de VC 130-1 en VC150-1 door „I“ en bij VC170-1 met „OL“ gesignaleerd.
Kies het dichtste hogere meetbereik.
Het spanningsbereik „V/DC“ heeft een ingangsweerstand van >10 MOhm, het V/AC-bereik >4,5 MOhm.
Bij VC170-1 is voor alle meetfuncties (buiten de stroommeetgebieden) de automatische bereikkeuze (auto-
range) actief. Deze functie stelt dan automatisch het juiste meetgebied in.

Zorg bij elke spanningsmeting dat het meetapparaat zich niet in het stroommeetbereik bevindt.
Meetbuskeuze en toewijzen van het zwarte en het rode meetsnoer
DMM Zwart rood
VC130-1 COM (5) V (8)
VC150-1 COM (5) V (8)
VC170-1 COM (5) V (8)


- Schakel de DMM in (VC130-1/150-1 op de „POWER“-schakelaar (3) en de VC170-1 op de draaischakelaar). Kies
het meetbereik „V
” .
- Steek de meetsnoeren zoals aangegeven op de tabel in de meetbussen.
- Sluit nu de beide meetpennen aan op het meetobject (batterij, schakeling, enz.).
Het rode meetpunt komt overeen met de pluspool, het zwarte meetpunt met de minpool.
- De betrokken polariteit van de meetwaarde wordt samen met de actuele meetwaarde in het display weergegeven.
Is er bij gelijkspanning voor de meetwaarde een „-“(min)-teken te zien, dan is de gemeten spanning negatief
(of de meetleidingen zijn verwisseld).
- Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject, en schakel de DMM uit. Draai de draaischakelaar in
de stand „OFF“ resp. schakel het apparaat uit via de „POWER“-schakelaar.

 
- Neem de DMM zoals beschreven bij „Meting van gelijkspanning“ in bedrijf en selecteer het meetbereik „V
“.
Op het display verschijnt „AC“.
- Sluit nu de beide meetpennen aan op het meetobject (generator, schakeling, enz.).
- De meetwaarde wordt in het display weergegeven.
- Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject, en schakel de DMM uit. Draai de draaischakelaar in
de stand „OFF“ resp. schakel het apparaat uit via de „POWER“-schakelaar.








Meetbuskeuze en toewijzen van het zwarte en het rode meetsnoer
DMM Zwart rood
µA, mA A
VC130-1 COM (5) mA (7) A (6)
VC150-1 COM (5) mA (7) A (6)
VC170-1 COM (5) mA (7) A (6)

- Stop het rode meetsnoer in de 10 A-aansluiting (vij stromen > 200 /> 400 mA, afhankelijk van het model) resp.
in de mA-meetbus (bij stromen > 200 /> 400 mA, afhankelijk van het model). Het zwarte meetsnoer stopt u in de
COM-aansluiting.
- Kies het gewenste meetbereik. Begin de meting indien mogelijk steeds op het grootste meetbereik, omdat bij een
te grote stroom de zekering doorsmelt.
- Sluit nu de beide meetsnoeren in serie aan met het meetobject (batterij, schakeling, enz.); de betrokken polariteit
van de meetwaarde wordt samen met de actuele meetwaarde op het display weergegeven.
Is er bij een gelijkstroommeting voor de meetwaarde een „-“ (min)-teken te zien, dan is de gemeten stroom
tegengesteld (of zijn de meetsnoeren verwisseld).
- Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject, en schakel de DMM uit. Draai de draaischakelaar in
de stand „OFF“ resp. schakel het apparaat uit via de „POWER“-schakelaar.


Wisselstroommetingen zijn alleen mogelijk bij de VC170-1!
Selecteer het gewenste meetgebied en druk op de toets „SELECT“ (3) om naar het AC-bereik over te schakelen. Op
het display verschijnt „AC“.
Door nogmaals op de knop te drukken, wordt weer overgeschakeld enz.
Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject, en schakel de DMM uit. Draai de draaischakelaar in de
stand „OFF“.



De VC170-1 kan de frequentie van een signaalspanning van 10 Hz tot 10 MHz meten en weergeven.
Meetbuskeuze en toewijzen van het zwarte en het rode meetsnoer
DMM Zwart rood
VC170-1 COM (5) V/Hz (8)

- Schakel de DMM met de draaischakelaar in en kies het meetbereik „Hz/%“.
- Steek het rode meetsnoer in de Hz-aansluiting, het zwarte in de COM-aansluiting.
- Sluit nu de beide meetpennen aan op het meetobject (signaalgenerator, schakeling, enz.).
- De frequentie wordt in de bijbehorende eenheid op het display weergegeven.
- Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject, en schakel de DMM uit. Draai de draaischakelaar in
de stand „OFF“.

- Sluit de DMM aan zoals beschreven bij een frequentiemeting en selecteer het meetgebied „Hz/%“.
- Druk op de toets „SELECT“. De puls-pauzeverhouding wordt in % aangegeven op het display.
- Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject, en schakel de DMM uit. Draai de draaischakelaar in
de stand „OFF“.




Meetbuskeuze en toewijzen van het zwarte en het rode meetsnoer
DMM Zwart rood
VC130-1 COM (5) mA/Ω (7)
VC150-1 COM (5) mA/Ω (7)
VC170-1 COM (5) V/Ω (8

- Schakel de DMM in en kies het meetbereik „Ω“.
- Steek de meetsnoeren naargelang het model zoals aangegeven op de tabel in de meetbussen.
- Controleer de meetsnoeren op doorgang door beide meetpunten met elkaar te verbinden. Nu moet zich een
weerstandswaarde van ca. 0,5 ohm instellen (de eigen weerstand van de meetsnoeren).
- Druk bij kortgesloten meetsnoeren op de toets „SELECT“ (alleen bij VC170-1), om de invloed van de eigen weer-
stand van de meetsnoeren op de volgende weerstandsmeting uit te schakelen. Het display geeft 0 Ohm weer.
- Sluit nu de beide meetstiften aan op het meetobject. De meetwaarde wordt in het display weergegeven, mits het
meetobject niet hoogohmig of onderbroken is. Wacht tot de displaywaarde gestabiliseerd is. Bij weerstanden
>1 MOhm kan dit enkele seconden duren.
- Zodra het symbool voor „Overloop“ op het scherm verschijnt, hebt u het meetbereik overschreden of is het
meetcircuit onderbroken.
- Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject, en schakel de DMM uit. Draai de draaischakelaar in
de stand „OFF“ resp. schakel het apparaat uit via de „POWER“-schakelaar.
Wanneer u een weerstandsmeting uitvoert, moet u erop letten dat de meetpunten waarmee de meetsnoeren
in contact komen, vrij zijn van vuil, olie, soldeerhars of dergelijke. Dergelijke omstandigheden kunnen het
meetresultaat vervalsen.




Meetbuskeuze en toewijzen van het zwarte en het rode meetsnoer
DMM Zwart rood
VC130-1 COM (5) mA/Ω (7)
VC150-1 COM (5) mA/Ω (7)
VC170-1 COM (5) V/Ω (8)
- Schakel de DMM in en kies het meetbereik.
- Steek de meetsnoeren naargelang het model zoals aangegeven op de tabel in de meetbussen.
- Controleer de meetsnoeren op doorgang door beide meetpunten met elkaar te verbinden. Nu moet zich een
waarde van ca. 0 V instellen. De onbelaste meetspanning bedraagt ong. 3 V.
- Verbind nu de beide meetpennen met het meetobject (diode).
- In het display wordt de doorlaatspanning in volt (V) weergegeven.
- Als het symbool voor „Overloop“ verschijnt, wordt de diode in sperrichting
gemeten of is de diode defect (onderbreking). Voer ter controle een meting door
met omgekeerde polariteit. Het rode meetsnoer komt overeen met de pluspool
(anode), het zwarte met de minpool (kathode). Een siliciumdiode heeft een
doorlaatspanning van ong. 0,5 – 0,8 V.
- Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject, en schakel de DMM uit. Draai de draaischakelaar in
de stand „OFF“ resp. schakel het apparaat uit via de „POWER“-schakelaar.




Meetbuskeuze en toewijzen van het zwarte en het rode meetsnoer
DMM Zwart rood
VC130-1 COM (5) mA/Ω (7)
VC150-1 COM (5) mA/Ω (7)
VC170-1 COM (5) V/Ω (8)
- Schakel de DMM in en kies het meetbereik
- Steek de meetsnoeren naargelang het model zoals aangegeven op de tabel in de meetbussen.
- Druk op de toets „SELECT“ (3) om bij de VC170-1 de functie van de akoestische doorgangstester te activeren.
Door nogmaals op de toets te drukken, wordt naar de volgende meetfunctie (diodetest) geschakeld, enz.
- Als geleidend wordt een meetwaarde ca. < 10 ohm herkend, en er wordt een continu geluidssignaal hoorbaar.
- Zodra het symbool voor „Overloop“ op het scherm verschijnt, hebt u het meetbereik overschreden of is het meet-
circuit onderbroken.
- Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject, en schakel de DMM uit. Draai de draaischakelaar in
de stand „OFF“ resp. schakel het apparaat uit via de „POWER“-schakelaar.





- Schakel de DMM in en kies het meetbereik „NCV“.
- Controleer deze functie vooral op een bekende AC-spanningsbron.
- Breng het meetapparaat met het sensorvlak (1) op een afstand van max. 10 mm voor de te controleren plaats. Bij
getwiste leidingen is het aan te raden, de kabel over een lengte van ca. 20 – 30 cm te controleren.
- Bij spanningsherkenning weerklinkt een akoestisch signaal. Het scherm is hiervoor niet nodig en toont geen
gedenieerde waarden.
- Schakel het meetapparaat na beëindiging van de meting uit. Draai de draaischakelaar in de stand „OFF“ resp.
schakel het apparaat uit via de „POWER“-schakelaar.
Omwille van de gevoeligheid kunnen bij het aanraken ook statische velden worden aangegeven. Dit is
normaal en heeft geen invloed op het testresultaat.




- Schakel de DMM in en kies het meetbereik „hFE“.
- Verwijder de meetsnoeren uit het apparaat.
- Steek de optionele meetadapter op de drie meetbussen COM (5) + V (8)
+ mA (7)
- Plaats nu de te testen transistor juist aangesloten in de correcte voet. De
linker voet is voor NPN-types, en de rechter voor PNP-transistoren. Ook
SMD-types kunnen worden getest.
- Op de display wordt de versterkingsfactor „hFE“ weergegeven.
- Verwijder na het meten de adapter en schakel de DMM uit. Draai de
draaischakelaar in de stand „OFF“ resp. schakel het apparaat uit via de
„POWER“-schakelaar.





- Schakel de DMM in en kies het meetbereik „°C“.
- Verwijder de meetsnoeren uit het apparaat.
- Verbind de meegeleverde thermische sensor of de optionele meetadapter met de DMM. Let op de juiste aanslui-
ting (correcte polariteit). Draai de connector zo, dat de sensoraansluiting „COM“ (-) in de stekker „COM“ (5) en de
sensoraansluiting „°C“ (+)in de stekker „°C“ (7) past.
- Stel nu de punt van de sensor bloot aan de te meten temperatuur.
- Op het display wordt de temperatuur aan de thermische sensor zichtbaar. Als er „I“ zichtbaar wordt, dan wordt het
meetgebied overschreden, of is er geen voeler aangesloten.
- Verwijder na het meten de adapter en schakel de DMM uit. Draai de draaischakelaar in de stand „OFF“ resp.
schakel het apparaat uit via de „POWER“-schakelaar.
Als de beide bussen „COM“ (5) en „°C“ (7) kortgesloten worden, dan wordt de omgevingstemperatuur van
het meetapparaat zichtbaar.
Bij gebruik van voelers van het K-type met miniatuur-stekkers is het gebruik van een optionele meetadapter
vereist (zie hoofdstuk „Optionele meetadapter“).


De SELECT-toets heeft naargelang het meetbereik meerdere functies. Voor de functie-omschakeling, voor een
relatieve meetfunctie en het manueel kiezen van een meetbereik.
 
Spanningsmeting V (AC/DC) Manueel selecteren meetbereik
1x drukken schakelt over op het manueel selecteren van een bereik.
Met elke volgende druk verandert het meetgebied.
Om uit te schakelen houdt u deze toets ong. 2 seconden lang ingedrukt.
Op het display verschijnt „AUTO”. Autorange is terug actief.
Weerstand Relatieve meting
Met 1x drukken slaat u de zichtbare waarde op, en stelt u het display op
nul. Nu wordt het verschil tussen de opgeslagen waarde en de werkelijk
gemeten waarde zichtbaar (ideaal om de weerstand van de meetsnoeren
uit te schakelen). Op de display verschijnt het delta)symbool (
). De
automatische meetbereikkeuze wordt daarbij uitgeschakeld.
Om uit te schakelen houdt u deze toets ong. 2 seconden lang ingedrukt.
Op het display verschijnt „AUTO”.
Autorange is terug actief.
Frequentie „Hz“ Functie-omschakeling
Met elke keer indrukken schakelt de meetfunctie om. 1x drukken
„Duty cycle, nogmaals drukken frequentiemeting, enz.
Diodetest/Doorgangscontrole Functie-omschakeling
Met elke keer indrukken schakelt de meetfunctie om. 1x drukken
„Doorgangscontrole, nogmaals drukken diodetest enz.
Stroommeting µA/mA/A Functie-omschakeling AC/DC
Met elke keer indrukken schakelt de meetfunctie om. 1x drukken
„AC“, nogmaals drukken „DC“ enz.

Met de hold-toets (9) is het mogelijk, de meetwaarde op het display vast te houden. Op het display verschijnt het
symbool „H“. Dit vergemakkelijkt de aezing resp. voor documentatiedoelen. Door nogmaals indrukken schakelt
terug naar het meetbedrijf. Bij VC170-1 is de houd-functie in het meetbereik ‘frequentie’ niet beschikbaar.


Om enkele metingen gemakkelijker te kunnen doorvoeren, is
een optionele meetadapter beschikbaar. Deze adapter
vergemakkelijkt het aansluiten van transistoren (ook
SMD-types) en de gebruikelijke K-type thermische sensoren
met een miniatuur stekker. De adapter wordt op de drie
meetbussen COM (5) + V (8) + mA (7) gestoken.
A Transistor-testvoet voor NPN-types
B Aansluiting voor K-type voeler (let op de polariteit!)
C Transistor-testvoet voor PNP-types


Om de nauwkeurigheid van de multimeter over een langere periode te kunnen garanderen, moet het apparaat
jaarlijks worden geijkt.
Afgezien van een incidentele reinigingsbeurt en het vervangen van de batterij is het apparaat onderhoudsvrij.
Het vervangen van batterij en zekeringen vindt u verderop in de gebruiksaanwijzing.



Gelieve volgende veiligheidsvoorschriften nauwgezet op te volgen voordat u het product reinigt:





Gebruik voor het schoonmaken geen carbonhoudende schoonmaakmiddelen, benzine, alcohol of soortgelijke
producten. Hierdoor wordt het oppervlak van het meetapparaat aangetast. Bovendien zijn de dampen schadelijk
voor de gezondheid en explosief. Gebruik voor de reiniging ook geen scherp gereedschap, schroevendraaiers of
staalborstels en dergelijke.
Gebruik een schone, pluisvrije, antistatische en licht vochtige schoonmaakdoek om het product te reinigen.

De stroommeetbereiken zijn met een keramische zekering beveiligd tegen overbelasting. Als er geen meting in dit
bereik meer mogelijk is, moet de jnzekering worden vervangen.
Voor het vervangen gaat u als volgt te werk:
- Ontkoppel de aangesloten meetsnoeren van het meetcircuit en van uw meetapparaat. Schakel de DMM uit.
- Los de drie schroeven op de achterzijde van het apparaat en trek het apparaat voorzichtig uit elkaar.
- Vervang de defecte zekering door een nieuwe zekering van hetzelfde type en nominale stroomsterkte. De zekerin-
gen hebben de volgende waarde:
F1 Zekering met een hoog uitschakelvermogen ink 1 A/250 V afmeting 6,35 x 25 mm. Standaardomschrijving
F1AH250V, BS1362 of gelijkaardig.
F2 Zekering met een hoog uitschakelvermogen ink 10 A/600 V afmeting 6,35 x 25 mm. Standaardomschrijving
F10AH600V, TCC600 of gelijkaardig.
- Sluit de behuizing weer zorgvuldig.





Voor het gebruik van het meetapparaat is een 9 V-batterij (b.v. 1604 A) noodzakelijk. Bij de eerste ingebruikneming
of wanneer het symbool voor vervanging van batterijen
op het display verschijnt, moeten nieuwe, volle
batterijen worden geplaatst.
Voor het plaatsen/vervangen gaat u als volgt te werk:
- Ontkoppel de aangesloten meetsnoeren van het meetcircuit en van uw meetapparaat. Schakel de DMM uit.
- Los de schroef op de achterzijde bij het batterijvak (10) en neem de batterijhouder voorzichtig uit het meetap-
paraat.
- Plaats een nieuwe batterij met de juiste polariteit in de houder van het meetapparaat.
- Schuif de batterijhouder in de DMM en sluit het apparaat zorgvuldig.














Een geschikte alkalinebatterij is onder het volgende bestelnummer verkrijgbaar:
Bestelnr. 652509 (1x bestellen a.u.b.).
Gebruik uitsluitend alkalinebatterijen, omdat deze krachtig zijn en een lange gebruiksduur hebben.

Als eindverbruiker bent u volgens de KCA-voorschriften wettelijk verplicht alle lege batterijen en accu’s in te leveren;
afvoeren via het huisvuil is niet toegestaan!
Batterijen/accu´s die schadelijke stoffen bevatten, worden gemarkeerd door nevenstaande symbolen.
Deze symbolen duiden erop dat afvoer via het huisvuil verboden is. De aanduidingen voor de gebruikte
zware metalen zijn: Cd = cadmium, Hg = kwik, Pb = lood. Lege batterijen/accu’s kunt u gratis inleveren bij
de verzamelplaatsen van uw gemeente, onze lialen of andere verkooppunten van batterijen en accu´s.
Zo voldoet u aan uw wettelijke verplichtingen en draagt u bij tot bescherming van het milieu!


Elektronische apparaten bevatten herbruikbare materialen en mogen niet bij het huishoudelijk afval.
Voer het product aan het einde van zijn levensduur conform de geldende wettelijke bepalingen af.
Neem eventueel ingebrachte batterijen/accu’s uit en verwijder deze gescheiden van het product.






  
De multimeter
werkt niet
Is de batterij leeg? Controleer de toestand
Geen verandering
van meetwaarden
De HOLD-functie is actief
(display-indicatie „H“)
Druk nogmaals op de toets
„HOLD“. Het symbool „H“ dooft.
Is een foutieve meetfunctie actief
(AC/DC)?
Controleer de indicatie (AC/DC) en
schakel de functie ev. om
Werden de verkeerde aansluitingen
gebruikt?
Controleer de meetbussen
Is de zekering defect? In het A/mA/µA-bereik: Vervang de
zekering, zoals beschreven in het
hoofdstuk „Vervangen zekering“
Laat andere reparaties dan hierboven beschreven uitsluitend door een bevoegd vakman uitvoeren.
Bij vragen over het gebruik van het meetapparaat staat onze technische helpdesk ter beschikking.


Display ..................................................2000 counts (4000 counts bij VC170-1)
Meetsnelheid ........................................ong. 2-3 metingen/seconde
Lengte meetdraden ..............................elk ca. 75 cm
Meetimpedantie ....................................>10MΩ (V-bereik)
Voedingsspanning ................................9 V-blokbatterij
Werkomstandigheden ...........................0 °C tot 40 °C max. 75% rF, niet-condenserend
Gebruikshoogte ....................................max. 2000 m
Opslagtemperatuur ...............................-10 °C tot +50 °C
Gewicht .................................................ca. 200 g
Afmetingen (LxBxH) .............................137 x 72 x 35 (mm)
Meetcategorie .......................................CAT III 250 V
Vervuilingsgraad ...................................2

Weergave van de nauwkeurigheid in ± (% van de aezing + weergavefouten in counts (= aantal kleinste posities)).
De nauwkeurigheid geldt 1 jaar lang bij een temperatuur van +23 °C (±5 °C), bij een rel. luchtvochtigheid van
minder dan 75%, niet condenserend.
Gelijkspanning, overbelastingsbeveiliging 250 V




 




200 mV
±(0,5% + 8)
0,1 mV 400 mV* ±(0,8% + 8) 0,1 mV
2000 mV 1 mV 4000 mV
±(0,8% + 8)
1 mV
20 V 0,01 V 40 V 0,01 V
200 V 0,1 V 250 V 0,1 V
250 V ±(0,8% + 8) 1 V * Het meetgebied 400 mV is bij de VC170-1 alleen
beschikbaar via de manuele meetbereikkeuze.

Wisselspanning (40 – 400 Hz), overbelastingsbeveiliging 250 V, Gemiddelde waardebepaling bij sinussignaal



(5 – 100% van het
meetbereik)
 


(5 – 100% van het
meetbereik)

200 V
±(1,5% + 8)
0,1 V 400 mV* ±(2,0% + 10) 0,1 mV
250 V 1 V 4000 mV
±(1,6% + 4)
1 mV
40 V 0,01 V
250 V 0,1 V
* Het meetgebied 400 mV is bij de VC170-1 alleen
beschikbaar via de manuele meetbereikkeuze.
Gelijkstroom, overbelastingsbescherming 1 A + 10 A, max. 250 V


  

 
200 µA*
±(1,3% + 2)
0,1 µA 400 µA
±(1,3% + 2)
0,1 µA
2000 µA 1 µA 4000 µA 1 µA
20 mA 0,01 mA 40 mA
±(1,6% + 2)
0,01 mA
200 mA ±(1,5% + 8) 0,1 mA 400 mA 0,1 mA
10 A ±(2,5% + 10) 0,01 A 4 A
±(2,0% + 10)
0,01 A
* alleen bij VC130-1 10 A 0,1 A
Wisselstroom (alleen bij VC170-1), overbelastingsbescherming 1 A + 10 A, max. 250 V, Gemiddelde waardebepa-
ling bij sinussignaal
  
400 µA
±(1,6% + 5)
0,1 µA
4000 µA 1 µA
40 mA
±(2,0% + 8)
0,01 mA
400 mA 0,1 mA
4 A
±(2,6% + 4)
0,001 A
10 A 0,01 A

Weerstand, overbelastingsbeveiliging 250 V, proefspanning ong. 0,5 V


  

 
200 Ω
±(1,0% + 10)
0,1 Ω 400 Ω ±(1,6% + 3) 0,1 Ω
2000 Ω 1 Ω 4 kΩ
±(1,3% + 2)
0,001 kΩ
20 kΩ 0,01 kΩ 40 kΩ 0,01 kΩ
200 kΩ 0,1 kΩ 400 kΩ 0,1 kΩ
20 MΩ ±(1,3% + 7) 0,01 MΩ 4 / 40 MΩ ±(2,0% + 8) 0,001 /
0,01 MΩ
Temperatuur (alleen VC150-1)
  
-40 tot 0 °C ±(10,4% + 7) 1 °C
>0 tot 400 °C ±(3,3% + 4)
>400 tot 1.000 °C ±(3,9% + 4)
Frequentie/Duty-cycle (alleen VC170-1), overbelastingsbescherming 250 V
  
10 Hz - 10 MHz
max. 10 Vrms
±(0,7% + 4)
0,01 Hz - 0,01 MHz
Gevoeligheid:
<100 kHz = 300 mV
>100 kHz = 600 mV
0,1 – 99,9% 0,1%
Akoest. doorgangstester <10 Ω Continu geluid
Diodetest proefspanning Uo 3,0 V
Overbelastingsbeveiliging diode/doorgangstester 250 V
Transistortest „hFE“ 0 – 1000ß, proefspanning Uce 3 V, proefstroom Ibo 10 µA
NCV-spanningscontrole 230 V/wisselspanning



D
Impressum
Dies ist eine Publikation der Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com).
Alle Rechte einschließlich Übersetzung vorbehalten. Reproduktionen jeder Art, z. B. Fotokopie, Mikroverlmung, oder die
Erfassung in elektronischen Datenverarbeitungsanlagen, bedürfen der schriftlichen Genehmigung des Herausgebers.
Nachdruck, auch auszugsweise, verboten. Die Publikation entspricht dem technischen Stand bei Drucklegung.
© Copyright 2015 by Conrad Electronic SE.
G
Legal Notice
This is a publication by Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com).
All rights including translation reserved. Reproduction by any method, e.g. photocopy, microlming, or the capture in elec-
tronic data processing systems require the prior written approval by the editor. Reprinting, also in part, is prohibited. This
publication represent the technical status at the time of printing.
© Copyright 2015 by Conrad Electronic SE.
F
Information légales
Ceci est une publication de Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com).
Tous droits réservés, y compris de traduction. Toute reproduction, quelle qu‘elle soit (p. ex. photocopie, microlm, saisie
dans des installations de traitement de données) nécessite une autorisation écrite de l‘éditeur. Il est interdit de le réimpri-
mer, même par extraits. Cette publication correspond au niveau technique du moment de la mise sous presse.
© Copyright 2015 by Conrad Electronic SE.
O
Colofon
Dit is een publicatie van Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com).
Alle rechten, vertaling inbegrepen, voorbehouden. Reproducties van welke aard dan ook, bijvoorbeeld fotokopie, micro-
verlming of de registratie in elektronische gegevensverwerkingsapparatuur, vereisen de schriftelijke toestemming van de
uitgever. Nadruk, ook van uittreksels, verboden. De publicatie voldoet aan de technische stand bij het in druk bezorgen.
© Copyright 2015 by Conrad Electronic SE. V10_0315_01/IB

Documenttranscriptie

Inleiding Geachte klant, Wij danken u hartelijk voor het aanschaffen van dit Voltcraft®-product. Hiermee heeft u een uitstekend apparaat in huis gehaald. U hebt een kwaliteitsproduct aangeschaft, dat ver boven het gemiddelde uitsteekt. Een product uit een merkfamilie die zich op het gebied van meet-, laad-, en voedingstechniek vooral onderscheidt door bijzondere vakkundigheid en permanente innovatie. Met Voltcraft® kan zowel de ambitieuze hobbyelektronicus als de professionele gebruiker ingewikkelde taken uitvoeren. Voltcraft® biedt u betrouwbare technologie met een buitengewoon gunstige verhouding van prijs en prestaties. Wij zijn ervan overtuigd: uw keuze voor Voltcraft® is tegelijkertijd het begin van een lange en prettige samenwerking. Veel plezier met uw nieuwe Voltcraft® product! Bij technische vragen kunt u zich wenden tot onze helpdesk. Voor meer informative kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be 73 Inhoudsopgave O Pagina Inleiding ....................................................................................................................................................................... 73 Voorgeschreven gebruik.............................................................................................................................................. 75 Bedieningselementen.................................................................................................................................................. 76 Veiligheidsvoorschriften............................................................................................................................................... 76 Productbeschrijving..................................................................................................................................................... 79 Leveringsomvang........................................................................................................................................................ 77 Displaygegevens en symbolen.................................................................................................................................... 80 Meetbedrijf................................................................................................................................................................... 81 a) Spanningsmeting „V“..................................................................................................................................... 81 b) Stroommeting „A“.......................................................................................................................................... 82 c) Frequentiemeting en duty cycle (alleen VC170-1)........................................................................................ 83 d) Weerstandsmeting......................................................................................................................................... 84 e) Diodetest....................................................................................................................................................... 85 f) Doorgangstest............................................................................................................................................... 86 g) Non-contact AC voltage-test „NCV“............................................................................................................... 86 h) Transistortest „hFE”....................................................................................................................................... 87 i) Temperatuurmeting (alleen VC150-1)........................................................................................................... 87 SELECT-toets (alleen VC170-1).......................................................................................................................... 88 HOLD-functie....................................................................................................................................................... 88 Optionele meetadapter........................................................................................................................................ 89 Onderhoud en reiniging............................................................................................................................................... 89 Algemeen............................................................................................................................................................. 89 Reiniging.............................................................................................................................................................. 89 Vervangen van de zekering................................................................................................................................. 90 Plaatsen en vervangen van de batterijen............................................................................................................ 90 Afvoer van lege batterijen............................................................................................................................................ 91 Afvalverwijdering......................................................................................................................................................... 92 Verhelpen van storingen.............................................................................................................................................. 92 Technische gegevens . ............................................................................................................................................... 93 74 Utilisation conforme - Meting en weergave van de elektrische grootheden binnen het bereik van de meetcategorie CAT III (tot max. 250 V t.o.v. aardpotentiaal, volgens EN 61010-1) en alle lagere categorieën. Het meetapparaat mag niet in de meetcategorie CAT IV worden gebruikt. - Meten van gelijk- en wisselspanning tot max. 250 V - Meten van gelijk- en wisselstroom tot max. 10 A (VC130-1/VC150-1 alleen gelijkstroom) - Frequentiemeting 10 Hz tot 10 MHz (alleen VC170-1) - Meten van weerstanden tot 20 MOhm (VC170-1 tot 40 MOhm) - Akoestische doorgangscontrole - Diodetest - Contactloze 230 V/AC-spanningstest - hFE-transistortest (alleen met optionele meetadapter) - Temperatuurmeting van -40 tot +1000°C (alleen VC150-1) De beide stroom-metingen zijn beveiligd tegen overbelasting. De spanning in het meetcircuit mag 250 V niet overschrijden De meetbereiken zijn voorzien van keramische hoog vermogen-zekeringen. Het gebruik is alleen toegestaan met de aangegeven batterijtypen. Het meetapparaat mag in geopende toestand of met open batterijvak niet worden gebruikt. Metingen in vochtige ruimten of onder ongunstige omstandigheden zijn niet toegestaan. Gebruik voor het meten alleen de meegeleverde meetdraden resp. meetaccessoires, die op de specificaties van de multimeter afgestemd zijn. Ongunstige omstandigheden zijn: - Vocht of hoge luchtvochtigheid - Stof en brandbare gassen, dampen of oplosmiddelen - Onweer resp. onweersachtige condities zoals sterke elektrostatische velden Gebruik anders dan hiervoor beschreven kan tot beschadiging van het product leiden en kan aanleiding geven tot gevaarlijke situaties zoals kortsluiting, brand, elektrische schokken en dergelijke. Het product als zodanig mag niet worden gewijzigd of omgebouwd.! Lees deze handleiding zorgvuldig door en bewaar deze voor toekomstig gebruik. De veiligheidsvoorschriften dienen absoluut in acht te worden genomen! 75 Bedieningselementen (zie uitklappagina) 1 Contactloze spanningsdetector 2 LCD-scherm 3 POWER-toets bij VC130-1/150-1 SELECT-toets bij VC170-1 voor functiekeuze 4 Draaischakelaar 5 COM-meetbus (referentiepotentiaal) 6 10 A-meetbus 7 mA µA-meetbus 8 V-meetbus 9 HOLD-toets 10 Batterijvak 11 Standaard Veiligheidsinstructies L  ees alstublieft voor ingebruikname de volledige handleiding door. Deze bevat belangrijke aanwijzingen omtrent het correcte gebruik. Bij schade veroorzaakt door het niet opvolgen van de gebruiksaanwijzing, vervalt het recht op garantie! Voor vervolgschade die hieruit ontstaat, zijn wij niet aansprakelijk! Voor materiële schade of persoonlijk letsel veroorzaakt door ondeskundig gebruik of het niet in acht nemen van de veiligheidsvoorschriften, zijn wij niet aansprakelijk! In dergelijke gevallen vervalt het recht op garantie. Het apparaat heeft de fabriek in veiligheidstechnisch perfecte staat verlaten. Om deze toestand te bewaren en om een gevaarloze werking te garanderen, moet de gebruiker de veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen, die in deze gebruiksaanwijzingen vermeld staan, in acht nemen. 76 Let op de volgende symbolen: Een uitroepteken in een driehoek wijst op belangrijke instructies in deze gebruiksaanwijzing die absoluut opgevolgd dienen te worden. Een bliksemschicht in een driehoek waarschuwt voor een elektrische schok of een negatieve beïnvloe- ding van de elektrische veiligheid van het apparaat. Het “pijl”-symbool vindt u bij bijzondere tips of instructies voor de bediening. Dit apparaat is CE-goedgekeurd en voldoet aan de betreffende Europese richtlijnen. Beschermingsklasse 2 (dubbele of versterkte isolatie) CAT II Meetcategorie II voor metingen aan elektrische en elektronische apparaten, die via een netstekker worden voorzien van spanning. Deze categorie omvat ook alle kleinere categorieën (bijv. CAT I voor het meten van signaal- en stuurspanningen). CAT III Meetcategorie III voor metingen in de gebouwinstallatie (bijv. stopcontacten of onderverdelingen). Deze categorie omvat ook alle kleinere categorieën (bijv. CAT lI voor het meten aan elektrische apparaten). Het meten in CAT III is uitsluitend met afdekkappen over de meetpunten toegelaten. CAT IV Meetcategorie IV voor metingen aan de bron van de laagspanningsinstallatie (bijv. hoofdverdeling, huisomschakelingspunten van de energieleverancier etc.). Aardpotentiaal Om veiligheids- en vergunningsredenen (CE) is het eigenmachtig ombouwen en/of veranderen van het product niet toegestaan. Raadpleeg een vakman wanneer u twijfelt over de werking, veiligheid of aansluiting van het apparaat. Meetapparaten en accessoires zijn geen speelgoed; houd deze buiten bereik van kinderen! In industriële omgevingen dienen de Arbovoorschriften ter voorkoming van ongevallen met betrekking tot elektrische installaties en bedrijfsmiddelen in acht te worden genomen. In scholen, opleidingscentra, hobbyruimten en werkplaatsen moet door geschoold personeel voldoende toezicht worden gehouden op de bediening van meetapparaten. De spanning tussen de aansluitpunten van het meetapparaat en aardpotentiaal mag niet hoger zijn dan 250 V (DC/AC) in CAT III. 77 Bij gebruik van meetleidingen zonder afdekkappen mogen metingen tussen meet- apparaat en aardpotentiaal niet boven de meetcategorie CAT II worden uitgevoerd. Bij metingen in de meetcategorie CAT III moeten de afdekkappen op de meetpunten worden gestoken om ongewilde kortsluitingen tijdens het meten te vermijden. Steek de afdekkappen op de meetpunten tot ze inklikken. Om te verwijderen trekt u de kappen met een beetje kracht van de punten. Vóór elke wisseling van het meetbereik moeten de meetstiften van het meetobject worden verwijderd. Wees vooral voorzichtig bij de omgang met spanningen > 33 V wissel- (AC) resp. > 70 V gelijkspanning (DC)! Reeds bij deze spanningen kunt u door het aanraken van elektrische geleiders een levensgevaarlijke elektrische schok krijgen. Controleer voor elke meting uw meetapparaat en de meetdraden op beschadiging(en). Voer in geen geval metingen uit als de beschermende isolatie beschadigd (gescheurd, verwijderd enz.) is. Meetkabels hebben een slijtageindicator. Bij schade wordt een tweede, anderskleurige isoleerlaag zichtbaar. Het meetaccessoire mag niet meer worden gebruikt en moet worden vervangen. Om een elektrische schok te voorkomen, dient u ervoor te zorgen dat u de te meten aansluitingen/meetpunten tijdens de meting niet (ook niet indirect) aanraakt. Pak tijdens het meten niet boven de tastbare handgreepmarkeringen op de meetpunten vast. Gebruik de multimeter nooit kort voor, tijdens, of kort na een onweersbui (blikseminslag! / energierijke overspanningen!). Zorg dat uw handen, schoenen, kleding, de vloer, schakeling en onderdelen van de schakeling enz. absoluut droog zijn. Vermijd gebruik van het apparaat in de direct omgeving van: - sterke magnetische of elektromagnetische velden - zendantennes of HF-generatoren. Daardoor kan de meetwaarde worden vervalst. Wanneer kan worden aangenomen dat een veilig gebruik niet meer mogelijk is, mag het apparaat niet meer worden gebruikt en moet het worden beveiligd tegen onbedoeld gebruik. Er is wellicht sprake van onveilig gebruik als: - het apparaat zichtbaar is beschadigd - het apparaat niet meer werkt en - het apparaat langdurig onder ongunstige omstandigheden is opgeslagen - of het apparaat tijdens transport te zwaar is belast Schakel het meetapparaat nooit onmiddellijk in wanneer het van een koude naar een warme ruimte gebracht werd. Door het condenswater dat wordt gevormd, kan het apparaat onder bepaalde omstandigheden beschadigd raken. Laat het apparaat uitgeschakeld op kamertemperatuur komen. Laat het verpakkingsmateriaal niet achteloos liggen. Dit kan voor kinderen gevaarlijk speelgoed zijn. Neem ook de veiligheidsvoorschriften in de afzonderlijke hoofdstukken in acht. 78 Productbeschrijving De meetwaarden worden op de multimeter (hierna DMM genoemd) digitaal weergegeven. De aanduiding van de meetwaarde van de DMM omvat 2000 counts bij de VC130-1 en VC150-1 en 4000 counts bij de VC170-1 (count = kleinste displaywaarde). De VC170-1 stelt het juiste meetbereik automatisch in (AUTO-range). Toch blijft het mogelijk een meetbereik met de hand te selecteren. Het meetapparaat is zowel voor hobby- als voor professioneel gebruik (tot CAT III 250 V) bruikbaar. Voor een betere afleesbaarheid kan de DMM ideaal worden opgesteld met de beugel op de achterzijde. Draaischakelaar (4) De afzonderlijke meetbereiken worden gekozen via een draaischakelaar. Bij de VC130-1 en de VC150-1 gebeurt de keuze van het meetgebied met de hand, bij de VC170-1 gebeurt de keuze van het meetbereik automatisch (autorange; hierbij wordt steeds het passende meetbereik gekozen). Meetapparaat in- en uitschakelen De DMM VC130-1 en VC150-1 wordt via de drukschakelaar „POWER“ in- en uitgeschakeld. DMM VC170-1 is uitgeschakeld in draaischakelaarpositie „OFF“. Schakel het meetapparaat altijd uit wanneer u het niet gebruikt. Voordat u het meetapparaat kunt gebruiken, moet eerst de meegeleverde batterij worden geplaatst. Plaats de batterij zoals beschreven in het hoofdstuk „Reiniging en onderhoud“. Voor de voeding is een blokbatterij van 9 V vereist. Deze wordt meegeleverd. Auto-Power-Off-Functie (alleen VC170-1) De VC170-1 schakelt na ongeveer 15 minuten automatisch uit. Neem de meetsnoeren van het meetobject. Draai om terug in te schakelen de draaischakelaar op de stand „OFF“ en selecteer daarna opnieuw het gewenste meetbereik. Leveromvang Multimeter 9 V-blokbatterij Veiligheidsmeetleidingen met bevestigde CAT III-afdekkappen K-type temperatuurvoeler (-40 tot +230 °C; alleen bij VC150-1) Handleiding 79 Displaygegevens en symbolen AUTO Automatische keuze meetbereik (alleen VC170-1) .OL of I Overflow; het meetbereik werd overschreden Symbool batterij vervangen; de batterij zo snel mogelijk vervangen Blitz Symbool voor de diodetest Bliksemsymbool voor spanningsmetingen Symbool voor de akoestische continuïteitsmeting AC Wisselspanningsgrootheid voor spanning en stroom DC Gelijkspanningsgrootheid voor spanning en stroom mV Millivolt (exp. -3) V Volt (eenheid van el. spanning) A Ampere (eenheid van elektrische stroomsterkte) mA milli-Ampère (exp. -3) µA micro-Ampère (exp. -6) Hz Hertz (eenheid van frequentie) kHz kilo-Hertz (exp. 3) MHz Mega-Hertz (exp. 6) Ω Ohm (eenheid van el. weerstand) kΩ Kilo-ohm, (exp. 3) MΩ Mega-ohm (exp. 6) % Indicatie van de puls-pauzeduur (duty cycle) °C Eenheid van temperatuur hFE Indicatie van de versterkingsfactor bij transistoren COM referentiepotentiaal H Symbool voor hold-functie actief NCV 80 Delta-symbool voor actieve relatieve meetfunctie (alleen VC170-1) Contactloze wisselspanningsherkenning Meetbedrijf Overschrijd in geen geval de max. toegelaten ingangswaarden. Raak schakelingen en schakeld- elen niet aan als daarop een hogere spanning dan 33 V/ACrms of 75 V/DC kan staan! Levensgevaarlijk! Controleer voor aanvang van de meting de aangesloten meetdraden op beschadigingen, zoals sneden, scheuren of afknellingen. Defecte meetleidingen mogen niet meer worden gebruikt! Levensgevaarlijk! Pak tijdens het meten niet boven de tastbare handgreepmarkeringen op de meetpunten vast. Er mogen altijd alleen die twee meetsnoeren op het meetapparaat aangesloten zijn, die nodig zijn voor de meting. Verwijder omwille van veiligheidsredenen alle niet nodige meetsnoeren uit het apparaat. A  ls het meetbereik wordt overschreden, wordt een overloop op het scherm weergegeven. Deze aanduiding hangt af van het model en wordt bij de VC 130-1 en VC150-1 door „I“ en bij VC170-1 met „OL“ gesignaleerd. Kies het dichtste hogere meetbereik. Het spanningsbereik „V/DC“ heeft een ingangsweerstand van >10 MOhm, het V/AC-bereik >4,5 MOhm. Bij VC170-1 is voor alle meetfuncties (buiten de stroommeetgebieden) de automatische bereikkeuze (autorange) actief. Deze functie stelt dan automatisch het juiste meetgebied in. a) Spanningsmeting „V“ Zorg bij elke spanningsmeting dat het meetapparaat zich niet in het stroommeetbereik bevindt. Meetbuskeuze en toewijzen van het zwarte en het rode meetsnoer DMM Zwart rood VC130-1 COM (5) V (8) VC150-1 COM (5) V (8) VC170-1 COM (5) V (8) Voor het meten van gelijkspanningen „DC“ (V ) gaat u als volgt te werk: - Schakel de DMM in (VC130-1/150-1 op de „POWER“-schakelaar (3) en de VC170-1 op de draaischakelaar). Kies ”. het meetbereik „V - Steek de meetsnoeren zoals aangegeven op de tabel in de meetbussen. - Sluit nu de beide meetpennen aan op het meetobject (batterij, schakeling, enz.). Het rode meetpunt komt overeen met de pluspool, het zwarte meetpunt met de minpool. - De betrokken polariteit van de meetwaarde wordt samen met de actuele meetwaarde in het display weergegeven. Is er bij gelijkspanning voor de meetwaarde een „-“(min)-teken te zien, dan is de gemeten spanning negatief (of de meetleidingen zijn verwisseld). - Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject, en schakel de DMM uit. Draai de draaischakelaar in de stand „OFF“ resp. schakel het apparaat uit via de „POWER“-schakelaar. 81 Voor het meten van wisselspanningen „AC“ (V ) gaat u als volgt te werk: - Neem de DMM zoals beschreven bij „Meting van gelijkspanning“ in bedrijf en selecteer het meetbereik „V Op het display verschijnt „AC“. “. - Sluit nu de beide meetpennen aan op het meetobject (generator, schakeling, enz.). - De meetwaarde wordt in het display weergegeven. - Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject, en schakel de DMM uit. Draai de draaischakelaar in de stand „OFF“ resp. schakel het apparaat uit via de „POWER“-schakelaar. b) Stroommeting „A“ Overschrijd in geen geval de max. toegelaten ingangswaarden. Raak schakelingen en schakeldelen niet aan als daarop een hogere spanning dan 33 V/ACrms of 70 V/DC kan staan! Levensgevaarlijk! De spanning in het meetcircuit mag 250 V niet overschrijden Metingen > 5 A mogen slechts gedurende max. 10 seconden en alleen met aansluitend een meetpauze van 15 minuten worden doorgevoerd. Alle stroommeetbereiken zijn gezekerd en dus beveiligd tegen overbelasting. Meetbuskeuze en toewijzen van het zwarte en het rode meetsnoer DMM Zwart rood µA, mA A VC130-1 COM (5) mA (7) A (6) VC150-1 COM (5) mA (7) A (6) VC170-1 COM (5) mA (7) A (6) Voor het meten van gelijkstromen (DC) gaat u als volgt te werk: - Stop het rode meetsnoer in de 10 A-aansluiting (vij stromen > 200 /> 400 mA, afhankelijk van het model) resp. in de mA-meetbus (bij stromen > 200 /> 400 mA, afhankelijk van het model). Het zwarte meetsnoer stopt u in de COM-aansluiting. - Kies het gewenste meetbereik. Begin de meting indien mogelijk steeds op het grootste meetbereik, omdat bij een te grote stroom de zekering doorsmelt. - Sluit nu de beide meetsnoeren in serie aan met het meetobject (batterij, schakeling, enz.); de betrokken polariteit van de meetwaarde wordt samen met de actuele meetwaarde op het display weergegeven. Is er bij een gelijkstroommeting voor de meetwaarde een „-“ (min)-teken te zien, dan is de gemeten stroom tegengesteld (of zijn de meetsnoeren verwisseld). - Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject, en schakel de DMM uit. Draai de draaischakelaar in de stand „OFF“ resp. schakel het apparaat uit via de „POWER“-schakelaar. 82 Voor het meten van wisselstroom (AC) gaat u te werk zoals hierboven beschreven. Wisselstroommetingen zijn alleen mogelijk bij de VC170-1! Selecteer het gewenste meetgebied en druk op de toets „SELECT“ (3) om naar het AC-bereik over te schakelen. Op het display verschijnt „AC“. Door nogmaals op de knop te drukken, wordt weer overgeschakeld enz. Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject, en schakel de DMM uit. Draai de draaischakelaar in de stand „OFF“. Meet op het bereik 10 A in geen geval stromen van meer dan 10 A resp. in het mA/µA-gebied stromen groter dan 400 mA: anders spreken de zekeringen aan. c) Frequentiemeting en duty cycle (alleen VC170-1) De VC170-1 kan de frequentie van een signaalspanning van 10 Hz tot 10 MHz meten en weergeven. Meetbuskeuze en toewijzen van het zwarte en het rode meetsnoer DMM Zwart rood VC170-1 COM (5) V/Hz (8) Voor het meten van frequenties gaat u als volgt te werk: - Schakel de DMM met de draaischakelaar in en kies het meetbereik „Hz/%“. - Steek het rode meetsnoer in de Hz-aansluiting, het zwarte in de COM-aansluiting. - Sluit nu de beide meetpennen aan op het meetobject (signaalgenerator, schakeling, enz.). - De frequentie wordt in de bijbehorende eenheid op het display weergegeven. - Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject, en schakel de DMM uit. Draai de draaischakelaar in de stand „OFF“. Voor het meten van de puls-pauzeverhouding of de duty cycle gaat u als volgt te werk: - Sluit de DMM aan zoals beschreven bij een frequentiemeting en selecteer het meetgebied „Hz/%“. - Druk op de toets „SELECT“. De puls-pauzeverhouding wordt in % aangegeven op het display. - Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject, en schakel de DMM uit. Draai de draaischakelaar in de stand „OFF“. 83 d) Weerstandsmeting Controleer of alle te meten schakeldelen, schakelingen en componenten evenals andere meetob- jecten absoluut spanningsloos en ontladen zijn. Meetbuskeuze en toewijzen van het zwarte en het rode meetsnoer DMM Zwart rood VC130-1 COM (5) mA/Ω (7) VC150-1 COM (5) mA/Ω (7) VC170-1 COM (5) V/Ω (8 Voor de weerstandsmeting gaat u als volgt te werk: - Schakel de DMM in en kies het meetbereik „Ω“. - Steek de meetsnoeren naargelang het model zoals aangegeven op de tabel in de meetbussen. - Controleer de meetsnoeren op doorgang door beide meetpunten met elkaar te verbinden. Nu moet zich een weerstandswaarde van ca. 0,5 ohm instellen (de eigen weerstand van de meetsnoeren). - Druk bij kortgesloten meetsnoeren op de toets „SELECT“ (alleen bij VC170-1), om de invloed van de eigen weerstand van de meetsnoeren op de volgende weerstandsmeting uit te schakelen. Het display geeft 0 Ohm weer. - Sluit nu de beide meetstiften aan op het meetobject. De meetwaarde wordt in het display weergegeven, mits het meetobject niet hoogohmig of onderbroken is. Wacht tot de displaywaarde gestabiliseerd is. Bij weerstanden >1 MOhm kan dit enkele seconden duren. - Zodra het symbool voor „Overloop“ op het scherm verschijnt, hebt u het meetbereik overschreden of is het meetcircuit onderbroken. - Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject, en schakel de DMM uit. Draai de draaischakelaar in de stand „OFF“ resp. schakel het apparaat uit via de „POWER“-schakelaar. W  anneer u een weerstandsmeting uitvoert, moet u erop letten dat de meetpunten waarmee de meetsnoeren in contact komen, vrij zijn van vuil, olie, soldeerhars of dergelijke. Dergelijke omstandigheden kunnen het meetresultaat vervalsen. 84 e) Diodetest  ontroleer of alle te meten schakeldelen, schakelingen en componenten evenals andere meetC objecten absoluut spanningsloos en ontladen zijn. Meetbuskeuze en toewijzen van het zwarte en het rode meetsnoer DMM Zwart rood VC130-1 COM (5) mA/Ω (7) VC150-1 COM (5) mA/Ω (7) VC170-1 COM (5) V/Ω (8) - Schakel de DMM in en kies het meetbereik. - Steek de meetsnoeren naargelang het model zoals aangegeven op de tabel in de meetbussen. - Controleer de meetsnoeren op doorgang door beide meetpunten met elkaar te verbinden. Nu moet zich een waarde van ca. 0 V instellen. De onbelaste meetspanning bedraagt ong. 3 V. - Verbind nu de beide meetpennen met het meetobject (diode). - In het display wordt de doorlaatspanning in volt (V) weergegeven. - Als het symbool voor „Overloop“ verschijnt, wordt de diode in sperrichting gemeten of is de diode defect (onderbreking). Voer ter controle een meting door met omgekeerde polariteit. Het rode meetsnoer komt overeen met de pluspool (anode), het zwarte met de minpool (kathode). Een siliciumdiode heeft een doorlaatspanning van ong. 0,5 – 0,8 V. - Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject, en schakel de DMM uit. Draai de draaischakelaar in de stand „OFF“ resp. schakel het apparaat uit via de „POWER“-schakelaar. 85 f) Doorgangstest  ontroleer of alle te meten schakeldelen, schakelingen en componenten evenals andere meetC objecten absoluut spanningsloos en ontladen zijn. Meetbuskeuze en toewijzen van het zwarte en het rode meetsnoer DMM Zwart rood VC130-1 COM (5) mA/Ω (7) VC150-1 COM (5) mA/Ω (7) VC170-1 COM (5) V/Ω (8) - Schakel de DMM in en kies het meetbereik - Steek de meetsnoeren naargelang het model zoals aangegeven op de tabel in de meetbussen. - Druk op de toets „SELECT“ (3) om bij de VC170-1 de functie van de akoestische doorgangstester te activeren. Door nogmaals op de toets te drukken, wordt naar de volgende meetfunctie (diodetest) geschakeld, enz. - Als geleidend wordt een meetwaarde ca. < 10 ohm herkend, en er wordt een continu geluidssignaal hoorbaar. - Zodra het symbool voor „Overloop“ op het scherm verschijnt, hebt u het meetbereik overschreden of is het meetcircuit onderbroken. - Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject, en schakel de DMM uit. Draai de draaischakelaar in de stand „OFF“ resp. schakel het apparaat uit via de „POWER“-schakelaar. g) Non-contact AC voltage-test „NCV“ Controleer of alle meetbussen vrij zijn. Verwijder alle meetsnoeren en de adapter van het peetapparaat. Deze functie dient alleen als hulpmiddel. Bij werkzaamheden aan deze kabels moeten absoluut voordien contactafmetingen worden doorgevoerd op spanningsvrijheid. - Schakel de DMM in en kies het meetbereik „NCV“. - Controleer deze functie vooral op een bekende AC-spanningsbron. - Breng het meetapparaat met het sensorvlak (1) op een afstand van max. 10 mm voor de te controleren plaats. Bij getwiste leidingen is het aan te raden, de kabel over een lengte van ca. 20 – 30 cm te controleren. - Bij spanningsherkenning weerklinkt een akoestisch signaal. Het scherm is hiervoor niet nodig en toont geen gedefinieerde waarden. - Schakel het meetapparaat na beëindiging van de meting uit. Draai de draaischakelaar in de stand „OFF“ resp. schakel het apparaat uit via de „POWER“-schakelaar. O  mwille van de gevoeligheid kunnen bij het aanraken ook statische velden worden aangegeven. Dit is normaal en heeft geen invloed op het testresultaat. 86 h) Transistortest „hFE“ Transistortests kunnen alleen met de als optie beschikbare meetadapter worden uitgevoerd. Er mag op de adapter geen spanning worden aangesloten en gemeten. - Schakel de DMM in en kies het meetbereik „hFE“. - Verwijder de meetsnoeren uit het apparaat. - Steek de optionele meetadapter op de drie meetbussen COM (5) + V (8) + mA (7) - Plaats nu de te testen transistor juist aangesloten in de correcte voet. De linker voet is voor NPN-types, en de rechter voor PNP-transistoren. Ook SMD-types kunnen worden getest. - Op de display wordt de versterkingsfactor „hFE“ weergegeven. - Verwijder na het meten de adapter en schakel de DMM uit. Draai de draaischakelaar in de stand „OFF“ resp. schakel het apparaat uit via de „POWER“-schakelaar. i) Temperatuurmeting (alleen VC150-1) De meegeleverde thermische voeler is geschikt voor een temperatuurgebied van -40 tot +230 °C, wat volstaat voor de meeste toepassingen. Om het volledige meetbereik van het meetapparaat te kunnen gebruiken, is een optionele K-type voeler vereist. Hier wordt ev. het gebruik van de optionele meetadapter nodig. - Schakel de DMM in en kies het meetbereik „°C“. - Verwijder de meetsnoeren uit het apparaat. - Verbind de meegeleverde thermische sensor of de optionele meetadapter met de DMM. Let op de juiste aansluiting (correcte polariteit). Draai de connector zo, dat de sensoraansluiting „COM“ (-) in de stekker „COM“ (5) en de sensoraansluiting „°C“ (+)in de stekker „°C“ (7) past. - Stel nu de punt van de sensor bloot aan de te meten temperatuur. - Op het display wordt de temperatuur aan de thermische sensor zichtbaar. Als er „I“ zichtbaar wordt, dan wordt het meetgebied overschreden, of is er geen voeler aangesloten. - Verwijder na het meten de adapter en schakel de DMM uit. Draai de draaischakelaar in de stand „OFF“ resp. schakel het apparaat uit via de „POWER“-schakelaar. A  ls de beide bussen „COM“ (5) en „°C“ (7) kortgesloten worden, dan wordt de omgevingstemperatuur van het meetapparaat zichtbaar. Bij gebruik van voelers van het K-type met miniatuur-stekkers is het gebruik van een optionele meetadapter vereist (zie hoofdstuk „Optionele meetadapter“). 87 SELECT-toets (alleen VC170-1) De SELECT-toets heeft naargelang het meetbereik meerdere functies. Voor de functie-omschakeling, voor een relatieve meetfunctie en het manueel kiezen van een meetbereik. Meetfunctie Functie Spanningsmeting V (AC/DC) Manueel selecteren meetbereik 1x drukken schakelt over op het manueel selecteren van een bereik. Met elke volgende druk verandert het meetgebied. Om uit te schakelen houdt u deze toets ong. 2 seconden lang ingedrukt. Op het display verschijnt „AUTO”. Autorange is terug actief. Weerstand Relatieve meting Met 1x drukken slaat u de zichtbare waarde op, en stelt u het display op nul. Nu wordt het verschil tussen de opgeslagen waarde en de werkelijk gemeten waarde zichtbaar (ideaal om de weerstand van de meetsnoeren uit te schakelen). Op de display verschijnt het delta)symbool ( ). De automatische meetbereikkeuze wordt daarbij uitgeschakeld. Om uit te schakelen houdt u deze toets ong. 2 seconden lang ingedrukt. Op het display verschijnt „AUTO”. Autorange is terug actief. Frequentie „Hz“ Functie-omschakeling Met elke keer indrukken schakelt de meetfunctie om. 1x drukken „Duty cycle, nogmaals drukken frequentiemeting, enz. Diodetest/Doorgangscontrole Functie-omschakeling Met elke keer indrukken schakelt de meetfunctie om. 1x drukken „Doorgangscontrole, nogmaals drukken diodetest enz. Stroommeting µA/mA/A Functie-omschakeling AC/DC Met elke keer indrukken schakelt de meetfunctie om. 1x drukken „AC“, nogmaals drukken „DC“ enz. HOLD-functie Met de hold-toets (9) is het mogelijk, de meetwaarde op het display vast te houden. Op het display verschijnt het symbool „H“. Dit vergemakkelijkt de aflezing resp. voor documentatiedoelen. Door nogmaals indrukken schakelt terug naar het meetbedrijf. Bij VC170-1 is de houd-functie in het meetbereik ‘frequentie’ niet beschikbaar. 88 Optionele meetadapter Om enkele metingen gemakkelijker te kunnen doorvoeren, is een optionele meetadapter beschikbaar. Deze adapter vergemakkelijkt het aansluiten van transistoren (ook SMD-types) en de gebruikelijke K-type thermische sensoren met een miniatuur stekker. De adapter wordt op de drie meetbussen COM (5) + V (8) + mA (7) gestoken. A Transistor-testvoet voor NPN-types B Aansluiting voor K-type voeler (let op de polariteit!) C Transistor-testvoet voor PNP-types Onderhoud en reiniging Algemeen Om de nauwkeurigheid van de multimeter over een langere periode te kunnen garanderen, moet het apparaat jaarlijks worden geijkt. Afgezien van een incidentele reinigingsbeurt en het vervangen van de batterij is het apparaat onderhoudsvrij. Het vervangen van batterij en zekeringen vindt u verderop in de gebruiksaanwijzing. Controleer regelmatig de technische veiligheid van het apparaat en de meetsnoeren, b.v. op beschadiging van de behuizing of afknellen van de snoeren enz. Reiniging Gelieve volgende veiligheidsvoorschriften nauwgezet op te volgen voordat u het product reinigt: Bij het openen van deksels of het verwijderen van onderdelen, behalve wanneer dit handmatig mogelijk is, kunnen spanningvoerende delen worden blootgelegd. Vóór reiniging of reparatie moeten de aangesloten snoeren van het meetapparaat en van alle meetobjecten worden gescheiden. Schakel de DMM uit. 89 Gebruik voor het schoonmaken geen carbonhoudende schoonmaakmiddelen, benzine, alcohol of soortgelijke producten. Hierdoor wordt het oppervlak van het meetapparaat aangetast. Bovendien zijn de dampen schadelijk voor de gezondheid en explosief. Gebruik voor de reiniging ook geen scherp gereedschap, schroevendraaiers of staalborstels en dergelijke. Gebruik een schone, pluisvrije, antistatische en licht vochtige schoonmaakdoek om het product te reinigen. Vervangen van zekeringen De stroommeetbereiken zijn met een keramische zekering beveiligd tegen overbelasting. Als er geen meting in dit bereik meer mogelijk is, moet de fijnzekering worden vervangen. Voor het vervangen gaat u als volgt te werk: - Ontkoppel de aangesloten meetsnoeren van het meetcircuit en van uw meetapparaat. Schakel de DMM uit. - Los de drie schroeven op de achterzijde van het apparaat en trek het apparaat voorzichtig uit elkaar. - Vervang de defecte zekering door een nieuwe zekering van hetzelfde type en nominale stroomsterkte. De zekeringen hebben de volgende waarde: F1 Zekering met een hoog uitschakelvermogen flink 1 A/250 V afmeting 6,35 x 25 mm. Standaardomschrijving F1AH250V, BS1362 of gelijkaardig. F  2 Zekering met een hoog uitschakelvermogen flink 10 A/600 V afmeting 6,35 x 25 mm. Standaardomschrijving F10AH600V, TCC600 of gelijkaardig. - Sluit de behuizing weer zorgvuldig. Het gebruik van herstelde zekeringen of het overbruggen van de zekeringhouder is om veilig- heidsreden niet toegestaan. Gebruik het meetapparaat in geen geval in geopende toestand. !LEVENSGEVAAR! Plaatsen en vervangen van de batterijen Voor het gebruik van het meetapparaat is een 9 V-batterij (b.v. 1604 A) noodzakelijk. Bij de eerste ingebruikneming of wanneer het symbool voor vervanging van batterijen op het display verschijnt, moeten nieuwe, volle batterijen worden geplaatst. Voor het plaatsen/vervangen gaat u als volgt te werk: - Ontkoppel de aangesloten meetsnoeren van het meetcircuit en van uw meetapparaat. Schakel de DMM uit. - Los de schroef op de achterzijde bij het batterijvak (10) en neem de batterijhouder voorzichtig uit het meetapparaat. - Plaats een nieuwe batterij met de juiste polariteit in de houder van het meetapparaat. - Schuif de batterijhouder in de DMM en sluit het apparaat zorgvuldig. 90 Gebruik het meetapparaat in geen geval in geopende toestand. !LEVENSGEVAAR! Laat geen lege batterijen in het meetapparaat aangezien zelfs batterijen die tegen lekken zijn beveiligd, kunnen corroderen, waardoor chemicaliën vrij kunnen komen die schadelijk zijn voor uw gezondheid of schade veroorzaken aan het apparaat. Laat batterijen niet achteloos rondslingeren. Deze kunnen door kinderen of huisdieren worden ingeslikt. Raadpleeg direct een arts als er toch een batterij is ingeslikt. Verwijder de batterijen als u het apparaat gedurende langere tijd niet gebruikt, om lekkage te voorkomen. Lekkende of beschadigde batterijen kunnen bij huidcontact bijtende wonden veroorzaken. Draag daarom in dit geval beschermende handschoenen. Let op, dat batterijen niet worden kortgesloten. Gooi geen batterijen in het vuur. Laad batterijen niet op. Er bestaat explosiegevaar. Een geschikte alkalinebatterij is onder het volgende bestelnummer verkrijgbaar: Bestelnr. 652509 (1x bestellen a.u.b.). Gebruik uitsluitend alkalinebatterijen, omdat deze krachtig zijn en een lange gebruiksduur hebben. Verwijdering van verbruikte batterijen! Als eindverbruiker bent u volgens de KCA-voorschriften wettelijk verplicht alle lege batterijen en accu’s in te leveren; afvoeren via het huisvuil is niet toegestaan! Batterijen/accu´s die schadelijke stoffen bevatten, worden gemarkeerd door nevenstaande symbolen. Deze symbolen duiden erop dat afvoer via het huisvuil verboden is. De aanduidingen voor de gebruikte zware metalen zijn: Cd = cadmium, Hg = kwik, Pb = lood. Lege batterijen/accu’s kunt u gratis inleveren bij de verzamelplaatsen van uw gemeente, onze filialen of andere verkooppunten van batterijen en accu´s. Zo voldoet u aan uw wettelijke verplichtingen en draagt u bij tot bescherming van het milieu! 91 Verwijdering Elektronische apparaten bevatten herbruikbare materialen en mogen niet bij het huishoudelijk afval. Voer het product aan het einde van zijn levensduur conform de geldende wettelijke bepalingen af. Neem eventueel ingebrachte batterijen/accu’s uit en verwijder deze gescheiden van het product. Verhelpen van storingen U heeft met de DMM een product aangeschaft dat volgens de nieuwste stand der techniek is ontwikkeld en veilig is in het gebruik. Toch kunnen zich problemen of storingen voordoen. Hieronder vindt u enkele maatregelen om eventuele storingen eenvoudig zelf te verhelpen: Houd in ieder geval rekening met de veiligheidsvoorschriften! Storing Mogelijke oorzaak Mogelijke remedie De multimeter werkt niet Is de batterij leeg? Controleer de toestand Geen verandering van meetwaarden De HOLD-functie is actief (display-indicatie „H“) Druk nogmaals op de toets „HOLD“. Het symbool „H“ dooft. Is een foutieve meetfunctie actief (AC/DC)? Controleer de indicatie (AC/DC) en schakel de functie ev. om Werden de verkeerde aansluitingen gebruikt? Controleer de meetbussen Is de zekering defect? In het A/mA/µA-bereik: Vervang de zekering, zoals beschreven in het hoofdstuk „Vervangen zekering“ Laat andere reparaties dan hierboven beschreven uitsluitend door een bevoegd vakman uitvoeren. 92 Bij vragen over het gebruik van het meetapparaat staat onze technische helpdesk ter beschikking. Technische gegevens Display...................................................2000 counts (4000 counts bij VC170-1) Meetsnelheid.........................................ong. 2-3 metingen/seconde Lengte meetdraden...............................elk ca. 75 cm Meetimpedantie.....................................>10MΩ (V-bereik) Voedingsspanning.................................9 V-blokbatterij Werkomstandigheden............................0 °C tot 40 °C max. 75% rF, niet-condenserend Gebruikshoogte.....................................max. 2000 m Opslagtemperatuur................................-10 °C tot +50 °C Gewicht..................................................ca. 200 g Afmetingen (LxBxH)..............................137 x 72 x 35 (mm) Meetcategorie........................................CAT III 250 V Vervuilingsgraad....................................2 Meettoleranties Weergave van de nauwkeurigheid in ± (% van de aflezing + weergavefouten in counts (= aantal kleinste posities)). De nauwkeurigheid geldt 1 jaar lang bij een temperatuur van +23 °C (±5 °C), bij een rel. luchtvochtigheid van minder dan 75%, niet condenserend. Gelijkspanning, overbelastingsbeveiliging 250 V Bereik VC130-1/150-1 Nauwkeurigheid 200 mV 2000 mV 20 V ±(0,5% + 8) 200 V 250 V ±(0,8% + 8) Definitie Bereik VC170-1 Nauwkeurigheid Definitie 0,1 mV 400 mV* ±(0,8% + 8) 0,1 mV 1 mV 4000 mV 0,01 V 40 V 0,1 V 250 V 1V * Het meetgebied 400 mV is bij de VC170-1 alleen beschikbaar via de manuele meetbereikkeuze. 1 mV ±(0,8% + 8) 0,01 V 0,1 V 93 Wisselspanning (40 – 400 Hz), overbelastingsbeveiliging 250 V, Gemiddelde waardebepaling bij sinussignaal Bereik VC130-1/150-1 Nauwkeurigheid (5 – 100% van het meetbereik) 200 V ±(1,5% + 8) 250 V Definitie Bereik VC170-1 Nauwkeurigheid 0,1 V 400 mV* ±(2,0% + 10) 1V 4000 mV 40 V (5 – 100% van het meetbereik) Definitie 0,1 mV 1 mV ±(1,6% + 4) 250 V 0,01 V 0,1 V * Het meetgebied 400 mV is bij de VC170-1 alleen beschikbaar via de manuele meetbereikkeuze. Gelijkstroom, overbelastingsbescherming 1 A + 10 A, max. 250 V Bereik VC130-1/150-1 Nauwkeurigheid 200 µA* 2000 µA ±(1,3% + 2) 20 mA Definitie Bereik VC170-1 0,1 µA 400 µA 1 µA 4000 µA 0,01 mA 40 mA 200 mA ±(1,5% + 8) 0,1 mA 400 mA 10 A ±(2,5% + 10) 0,01 A 4A * alleen bij VC130-1 10 A Nauwkeurigheid ±(1,3% + 2) ±(1,6% + 2) ±(2,0% + 10) Definitie 0,1 µA 1 µA 0,01 mA 0,1 mA 0,01 A 0,1 A Wisselstroom (alleen bij VC170-1), overbelastingsbescherming 1 A + 10 A, max. 250 V, Gemiddelde waardebepaling bij sinussignaal Bereik (40 - 400 Hz) 400 µA 4000 µA 40 mA 400 mA 4A 10 A 94 Nauwkeurigheid ±(1,6% + 5) ±(2,0% + 8) ±(2,6% + 4) Definitie 0,1 µA 1 µA 0,01 mA 0,1 mA 0,001 A 0,01 A Weerstand, overbelastingsbeveiliging 250 V, proefspanning ong. 0,5 V Bereik VC130-1/150-1 Nauwkeurigheid 200 Ω 2000 Ω ±(1,0% + 10) 20 kΩ 200 kΩ 20 MΩ ±(1,3% + 7) Definitie Bereik VC170-1 0,1 Ω 400 Ω 1Ω 4 kΩ 0,01 kΩ 40 kΩ 0,1 kΩ 400 kΩ 0,01 MΩ 4 / 40 MΩ Nauwkeurigheid ±(1,6% + 3) Definitie 0,1 Ω 0,001 kΩ ±(1,3% + 2) 0,01 kΩ 0,1 kΩ ±(2,0% + 8) 0,001 / 0,01 MΩ Temperatuur (alleen VC150-1) Bereik Nauwkeurigheid -40 tot 0 °C ±(10,4% + 7) >0 tot 400 °C ±(3,3% + 4) >400 tot 1.000 °C ±(3,9% + 4) Definitie 1 °C Frequentie/Duty-cycle (alleen VC170-1), overbelastingsbescherming 250 V Bereik Nauwkeurigheid 10 Hz - 10 MHz max. 10 Vrms ±(0,7% + 4) Resolutie 0,01 Hz - 0,01 MHz Gevoeligheid: <100 kHz = 300 mV >100 kHz = 600 mV 0,1 – 99,9% 0,1% Akoest. doorgangstester <10 Ω Continu geluid Diodetest proefspanning Uo 3,0 V Overbelastingsbeveiliging diode/doorgangstester 250 V Transistortest „hFE“ 0 – 1000ß, proefspanning Uce 3 V, proefstroom Ibo 10 µA NCV-spanningscontrole 230 V/wisselspanning Overschrijd in geen geval de max. toegelaten ingangswaarden. Raak schakelingen en schakeld- elen niet aan als daarop een hogere spanning dan 33 V/ACrms of 70 V/DC kan staan! Levensgevaarlijk! 95 D Impressum Dies ist eine Publikation der Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com). Alle Rechte einschließlich Übersetzung vorbehalten. Reproduktionen jeder Art, z. B. Fotokopie, Mikroverfilmung, oder die Erfassung in elektronischen Datenverarbeitungsanlagen, bedürfen der schriftlichen Genehmigung des Herausgebers. Nachdruck, auch auszugsweise, verboten. Die Publikation entspricht dem technischen Stand bei Drucklegung. © Copyright 2015 by Conrad Electronic SE. G Legal Notice This is a publication by Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com). All rights including translation reserved. Reproduction by any method, e.g. photocopy, microfilming, or the capture in electronic data processing systems require the prior written approval by the editor. Reprinting, also in part, is prohibited. This publication represent the technical status at the time of printing. © Copyright 2015 by Conrad Electronic SE. F Information légales Ceci est une publication de Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com). Tous droits réservés, y compris de traduction. Toute reproduction, quelle qu‘elle soit (p. ex. photocopie, microfilm, saisie dans des installations de traitement de données) nécessite une autorisation écrite de l‘éditeur. Il est interdit de le réimprimer, même par extraits. Cette publication correspond au niveau technique du moment de la mise sous presse. © Copyright 2015 by Conrad Electronic SE. O Colofon Dit is een publicatie van Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com). Alle rechten, vertaling inbegrepen, voorbehouden. Reproducties van welke aard dan ook, bijvoorbeeld fotokopie, microverfilming of de registratie in elektronische gegevensverwerkingsapparatuur, vereisen de schriftelijke toestemming van de uitgever. Nadruk, ook van uittreksels, verboden. De publicatie voldoet aan de technische stand bij het in druk bezorgen. © Copyright 2015 by Conrad Electronic SE. V10_0315_01/IB
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98

VOLTCRAFT VC130-1 Operating Instructions Manual

Categorie
Multimeters
Type
Operating Instructions Manual
Deze handleiding is ook geschikt voor

in andere talen