Smeg PGF 32 G de handleiding

Type
de handleiding
Downloaded from www.vandenborre.be
43
Inhoudsopgave
DEZE AANWIJZINGEN ZIJN ENKEL GELDIG VOOR DE LANDEN VAN BESTEMMING
WAARVAN DE IDENTIFICATIESYMBOLEN AANGEDUID WORDEN OP DE COVER
VAN DEZE HANDLEIDING.
AANWIJZINGEN VOOR DE GEBRUIKER: hier vindt u advies betreffende het
gebruik, de beschrijving van de bedieningen en de correcte handelingen
voor de reiniging en het onderhoud van het toestel.
AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATEUR: deze zijn bedoeld voor de
gekwalificeerde technicus die de installatie, de indienststelling en de
keuring van het toestel moet uitvoeren.
1. GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN............................................... 84
2. WAARSCHUWINGEN BETREFFENDE DE VEILIGHEID ...... 86
3. ZORG VOOR HET MILIEU ..................................................... 88
4. MAAK U VERTROUWD MET UW TOESTEL ......................... 89
5. HET GEBRUIK VAN DE KOOKPLAAT ................................... 90
6. REINIGING EN ONDERHOUD ............................................... 92
7. PLAATSING IN HET WERKBLAD .......................................... 94
8. AANPASSING AAN VERSCHILLENDE GASTYPES ............. 99
Downloaded from www.vandenborre.be
Algemene waarschuwingen
44
1. GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN
DEZE HANDLEIDING IS EEN INTEGREREND DEEL VAN HET TOESTEL. ZE MOET
INTEGER EN BINNEN HANDBEREIK BEWAARD WORDEN VOOR DE VOLLEDIGE
GEBRUIKSDUUR VAN HET TOESTEL.
DEZE GEBRUIKSAANWIJZING EN ALLE AANWEZIGE AANDUIDINGEN MOETEN
AANDACHTIG DOORGELEZEN WORDEN VOORDAT HET TOESTEL IN GEBRUIK
WORDT GENOMEN. DE INSTALLATIE MOET UITGEVOERD WORDEN DOOR
GEKWALIFICEERD PERSONEEL, EN DOOR DE VAN KRACHT ZIJNDE NORMEN TE
RESPECTEREN. DIT TOESTEL IS BESTEMD VOOR HUISHOUDELIJK GEBRUIK EN
IS CONFORM DE EEG-RICHTLIJNEN DIE ACTUEEL VAN KRACHT ZIJN. HET
TOESTEL WERD GEBOUWD VOOR DE VOLGENDE FUNCTIE: DE BEREIDING VAN
VOEDSEL; ELK ANDER GEBRUIK MOET ALS ONEIGENLIJJK BESCHOUWD
WORDEN.
DE FABRIKANT KAN NIET AANSPRAKELIJK WORDEN GESTELD VOOR ANDERE
DAN DE VERMELDE GEBRUIKSTOEPASSINGEN.
WANNEER HET TOESTEL IN BOTEN OF CARAVANS GEÏNSTALLEERD WORDT, MAG
HET NIET GEBRUIKT WORDEN OM DE OMGEVINGEN TE VERWARMEN.
GEBRUIK DIT TOESTEL NOOIT VOOR DE VERWARMING VAN DE WONING.
DIT TOESTEL IS VOORZIEN VAN HET MERKTEKEN VOLGENS DE EUROPESE
RICHTLIJN 2002/96/EG IN VERBAND MET ELEKTRISCHE EN ELEKTRONISCHE
TOESTELLEN (WASTE ELECTRICAL AND ELECTRONIC EQUIPMENT - WEEE).
DEZE RICHTLIJN BEPAALT DE NORMEN VOOR HET INZAMELEN EN RECYCLEREN
VAN AFGEDANKTE TOESTELLEN, EN GELDT VOOR HET VOLLEDIGE
GRONDGEBIED VAN DE EUROPESE UNIE.
HET IDENTIFICATIEPLAATJE MET DE TECHNISCHE GEGEVENS, HET
SERIENUMMER EN DE MARKERING IS ZICHTBAAR AANGEBRACHT OP HET
TOESTEL.
DIT PLAATJE MAG NOOIT VERWIJDERD WORDEN.
VOORDAT U HET TOESTEL IN WERKING STELT, MOET U VERPLICHT ALLE
BESCHERMENDE FOLIES VAN HET TOESTEL VERWIJDEREN.
ER WORDT AANBEVOLEN OM VOOR ELKE HANDELING SPECIALE THERMISCHE
HANDSCHOENEN TE DRAGEN.
GEBRUIK ABSOLUUT GEEN STALEN SPONZEN OF SCHERPE
KRABBERS ZODAT DE VLAKKEN NIET WORDEN BESCHADIGD.
GEBRUIK NORMALE EN NIET-SCHURENDE PRODUCTEN, EN
EVENTUEEL HOUTEN OF PLASTIC KEUKENGEREI. SPOEL
ZORGVULDIG, EN DROOG MET EEN ZACHTE DOEK OF EEN DOEK IN
MICROFIBER.
Downloaded from www.vandenborre.be
Algemene waarschuwingen
45
LAAT HET TOESTEL NIET ONBEWAAKT ACHTER TIJDENS BEREIDINGEN WAAR
VETTEN EN OLIES KUNNEN VRIJKOMEN.
DE VETTEN EN DE OLIES KUNNEN VLAM VATTEN.
CONTROLEER NA ELK GEBRUIK STEEDS OF DE BEDIENINGSKNOPPEN IN
POSITIE
O (UIT) STAAN.
PLAATS NOOIT PANNEN DIE GEEN PERFECT EFFEN EN REGELMATIGE BODEM
HEBBEN OP DE ROOSTERS VAN DE KOOKPLAAT.
GEBRUIK GEEN RECIPIËNTEN DIE GROTER ZIJN DAN DE BUITENOMTREK VAN DE
KOOKPLAAT.
Downloaded from www.vandenborre.be
Algemene waarschuwingen
46
2. WAARSCHUWINGEN BETREFFENDE DE VEILIGHEID
RAADPLEEG DE AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATIE VOOR DE
VEILIGHEIDSNORMEN VOOR ELEKTRISCHE TOESTELLEN OF TOESTELLEN OP
GAS, EN VOOR DE VENTILATIEFUNCTIES.
IN HET BELANG VAN UW VEILIGHEID WERD BIJ WET BEPAALD DAT DE
INSTALLATIE EN DE ASSISTENTIE VAN ALLE ELEKTRISCHE TOESTELLEN MOET
UITGEVOERD WORDEN DOOR BEVOEGD PRSONEEL, MET INACHTNEMING VAN
DE VAN KRACHT ZIJNDE NORMEN.
ONZE ERKENDE INSTALLATEURS GARANDEREN HET BESTE RESULTAAT.
ELEKTRISCHE OF GASAPPARATEN MOETEN STEEDS DOOR EXPERTS WORDEN
LOSGEKOPPELD.
CONTROLEER VOORDAT HET TOESTEL AANGESLOTEN WORDT OP HET
STROOMNET OF DE GEGEVENS DIE AANGEDUID WORDEN OP HET PLAATJE
OVEREENKOMEN MET DIEGENE VAN HET STROOMNET ZELF.
HET IDENTIFICATIEPLAATJE MET DE TECHNISCHE GEGEVENS, HET
SERIENUMMER EN
DE MERKING IS GOED ZICHTBAAR AANGEBRACHT ONDER DE BESCHERMKAP.
HET PLAATJE OP DE BEHUIZING MAG NOOIT VERWIJDERD WORDEN.
CONTROLEER, VOORDAT U HET TOESTEL AANSLUIT, OF DAT IS AFGESTELD OP
HET TYPE VAN GAS WAAROP HET MOET WORDEN GEBRUIKT, ZOALS VERMELD
OP HET LABEL ONDER DE BESCHERMKAP.
VOORDAT DE HANDELINGEN VAN DE INSTALLATIE / ONDERHOUD UITGEVOERD
WORDEN, MOET GECONTROLEERD WORDEN OF HET TOESTEL NIET VAN
STROOM WORDT VOORZIEN.
DE STEKKER DIE AANGESLOTEN MOET WORDEN OP DE STROOMKABEL EN HET
RELATIEVE STOPCONTACT MOETEN VAN HETZELFDE TYPE EN CONFORM DE
VAN KRACHT ZIJNDE NORMEN ZIJN.
HET STOPCONTACT MOET BEREIKBAAR BLIJVEN NA INBOUW VAN HET TOESTEL.
TREK NOOIT AAN DE KABEL OM DE STEKKER UIT HET STOPCONTACT TE
VERWIJDEREN.
ALS DE STROOMKABEL BESCHADIGD IS, MOET ONMIDDELLIJK DE TECHNISCHE
ASSISTENTIEDIENST GECONTACTEERD WORDEN DIE VOOR DE VERVANGING
VAN DE KABEL ZAL ZORGEN.
DE AARDING MOET VERPLICHT AANGEBRACHT WORDEN VOLGENS DE
VOORZIENE VEILIGHEIDSNORMEN VAN DE ELEKTRISCHE INSTALLATIE.
VOER ONMIDDELLIJK NA DE INSTALLATIE EEN KORTE KEURING VAN HET
TOESTEL UIT, VOLGENS DE AANWIJZINGEN DIE VERDER WORDEN AANGEDUID.
ALS HET TOESTEL NIET WERKT, MOET HET LOSGEKOPPELD WORDEN VAN HET
ELEKTRICITEITSNET EN MOET U HET DICHTSTBIJZIJNDE TECHNISCHE
ASSISTENTICENTRUM CONTACTEREN.
PROBEER NOOIT OM HET TOESTEL ZELF TE HERSTELLEN.
HET TOESTEL WORDT TIJDENS HET GEBRUIK ZEER HEET. LET OP DAT U DE
WARMTE-ELEMENTEN NIET AANRAAKT.
Downloaded from www.vandenborre.be
Algemene waarschuwingen
47
DIT TOESTEL MAG NIET WORDEN GEBRUIKT DOOR PERSONEN (KINDEREN
INBEGREPEN) MET VERMINDERDE FYSISCHE OF PSYCHISCHE VERMOGENS, OF
DOOR PERSONEN DIE GEEN ERVARING HEBBEN MET HET GEBRUIK VAN
ELEKTRISCHE APPARATUUR, TENZIJ DIT GEBEURT ONDER TOEZICHT OF
INSTRUCTIE VAN VOLWASSENEN DIE VOOR HUN VEILIGHEID INSTAAN.
HOU KINDEREN UIT DE BUURT VAN HET TOESTEL WANNEER HET
AANGESCHAKELD IS, EN LAAT ZE ER NIET MEE SPELEN.
PLAATS GEEN METALEN EN PUNTIGE VOORWERPEN (BESTEK OF
GEREEDSCHAPPEN) IN DE SPLETEN VAN HET TOESTEL.
GEBRUIK GEEN STOOMSTRAAL OM HET TOESTEL TE REINIGEN.
DE STOOM ZOU DE ELEKTRISCHE DELEN KUNNEN BEREIKEN, ZODAT DEZE
BESCHADIGD KUNNEN WORDEN EN KORTSLUITING KUNNEN VEROORZAKEN.
VOER GEEN WIJZIGINGEN AAN DIT TOESTEL UIT.
GEBRUIK GEEN SPUITBUSSEN NABIJ HET TOESTEL WANNEER HET IN WERKING
IS.
GEBRUIK GEEN SPUITBUSSEN WANNEER HET TOESTEL NOG WARM IS.
De constructeur kan niet aansprakelijk gesteld worden voor letsels aan
personen of materiële schade die wordt veroorzaakt door het niet in acht nemen
van deze voorschriften, of door het onklaar maken van zelfs maar een enkel
onderdeel van het toestel, of door het gebruik van niet-originele
reserveonderdelen.
Downloaded from www.vandenborre.be
Waarschuwingen voor de afvalverwerking
48
3. ZORG VOOR HET MILIEU
3.1 Onze zorg voor het milieu
Aldus de Richtlijnen 2002/95/EG, 2002/96/EG, 2003/108/EG in verband met de
beperking van het gebruik van gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische
toestellen, en ook de verwerking van afval. Het symbool van de doorkruiste
vuilbak, aangebracht op de apparatuur, duidt aan dat het product op het einde
van zijn gebruiksduur gescheiden ingezameld moet worden. De gebruiker moet
de apparatuur dus op het einde van de gebruiksduur toekennen aan geschikte
centra voor de gescheiden inzameling van elektrisch en elektronisch afval, of
overhandigen aan de verkoper wanneer een nieuw overeenkomstig toestel
wordt gekocht. Een gepaste gescheiden afvalinzameling voor de volgende
recyclage van de apparatuur en voor de behandeling en de ecologisch
compatibele verwerking draagt bij tot het vermijden van mogelijke negatieve
gevolgen voor het milieu en voor de gezondheid, en bevordert het recycleren
van het materiaal waarvan de apparatuur gemaakt is. Wanneer de gebruiker het
product illegaal verwerkt, zullen administratieve sancties getroffen worden.
Het product bevat geen delen die als gevaarlijk voor de gezondheid en het
milieu worden beschouwd, conform de actuele Europese Richtlijnen.
3.2 Uw zorg voor het milieu
Voor het verpakken van onze producten worden niet-vervuilende materialen
gebruikt die het milieu niet belasten, en die recycleerbaar zijn. Wij verzoeken om
hieraan mee te werken, en om te zorgen voor een correcte verwerking van de
verpakking. Vraag bij uw verkoper of bij de bevoegde diensten naar de
adressen van inzamel-, afvalverwerkings- en recyclagecentra.
Gooi de verpakking, of delen ervan, niet zomaar weg. Deze kunnen voor
kinderen gevaar op verstikking vormen; vooral plastic zakken zijn gevaarlijk.
Ook uw oude toestel moet correct verwerkt worden.
Belangrijk: lever het toestel in bij de plaatselijke dienst of zaak die
verantwoordelijk is voor de inzameling van afgedankte huishoudtoestellen. Met
een correcte verwerking kunnen kostbare materialen gerecupereerd
worden.
Voordat u het toestel weggooit, is het belangrijk dat u de deuren verwijdert en de
werkvlakken niet verwijdert; dit om te vermijden dat kinderen zich al spelend in
de oven zouden kunnen opsluiten. Bovendien moet de stroomkabel
doorgesneden worden en samen met de stekker verwijderd worden.
Downloaded from www.vandenborre.be
Instructies voor de gebruiker
49
4. MAAK U VERTROUWD MET UW TOESTEL
Hulpbrander (AUX)
Snelbrander (R)
Brander met dubbele vlamverdeler (UR2)
1
2
3
1
2
3
Downloaded from www.vandenborre.be
Instructies voor de gebruiker
50
5. HET GEBRUIK VAN DE KOOKPLAAT
5.1 Aanschakeling van de branders van de kookplaat
Voordat de branders van de kookplaat aangeschakeld worden, moet
gecontroleerd worden of de vlamverdelers in hun zitten met de bijbehorende
deksels geplaatst zijn, door op te letten dat de gaten A van de vlamverdelers
overeenstemmen met de vonkontstekers en de thermokoppels.
Voor de brander met dubbele vlamverdeler (UR2) moeten de deksels G en F
perfect op de brander D worden geplaatst en vastgeklemd. De brander zelf
moet op de basis B worden geplaatst en vastgeklemd (gebruik hierbij de pinnen
C als referentie). Voor een wok dient het rooster H te worden gebruikt.
Naast elke knop wordt de bijhorende brander aangeduid.
Het toestel is voorzien van een elektrisch
ontstekingsmechanisme. Het is voldoende om op de knop
te drukken en hem in tegenwijzerszin te draaien op het
symbool van de maximum vlam , tot de brander wordt
aangeschakeld.
Bij de modellen met klep moet na de aanschakeling de knop nog enkele
seconden ingedrukt gehouden worden, zodat het thermokoppel warm wordt.
Het kan zijn dat de brander uitgaat wanneer de knop wordt losgelaten: dit
betekent dat het thermokoppel nog niet voldoende was verwarmd.
Wacht enkele ogenblikken, en herhaal de handeling door de knop langer
ingedrukt te houden. Bij de branders zonder thermokoppel is deze handeling
niet nodig.
Eens de brander aangeschakeld is, kan de vlam naar wens geregeld worden.
Na het gebruik van de kookplaat moet steeds gecontroleerd worden of de
bedieningsknoppen zich in de positie O (uit) bevinden.
Als de branders toevallig uitgaan, grijpt na ongeveer 20 seconden een
veiligheidsmechanisme in dat de levering van het gas blokkeert, ook al staat de
kraan open.
A
C
F
G
D
B
H
Downloaded from www.vandenborre.be
Instructies voor de gebruiker
51
5.2 Praktisch advies voor het gebruik van de branders
Voor een optimaal rendement van de branders en een minimaal gasverbruik
moeten recipiënten gebruikt worden met een platte bodem en met een deksel, en
die geschikt zijn voor de brander, om te voorkomen dat de vlam langs de zijkanten
lekt (raadpleeg de paragraaf 5.3 Diameter van de recipiënten). Wanneer de
vloeistof begint te koken, moet de vlam zodanig verminderd worden om te
vermijden dat de vloeistof overkookt.
Om brandwonden of schade aan de kookplaat te voorkomen, moeten tijdens de
bereiding alle recipiënten binnen de omtrek van de kookplaat blijven.
Wanneer olies of vetten worden gebruikt, moet goed opgelet worden dat ze bij het
heet worden niet gaan branden.
Wanneer de vlam van de brander toevallig uitgaat, moet de bedieningsknop
gesloten worden en moet minstens 1 minuut gewacht worden voordat opnieuw
geprobeerd wordt het vuur aan te steken.
Om brandwonden te vermijden en schade aan de kookplaat of het bovenblad te
voorkomen, moeten tijdens de bereiding alle recipiënten en vleesroosters
binnen de omtrek van de kookplaat blijven.
5.3 Diameter van de recipiënten
VAN DE
BRANDERS
VAN DE
KOOKPLAAT
1 Hulpbrander
2 Snelle brander
3 Dubbele
vlamverdeler
Min. en Max.
Ø
(in cm)
12-16
18-24
22-26
Het verhoogde rooster voor de wok kan als
panonderstel worden gebruikt voor vuren 1 en 2
UITSLUITEND, en als onderstel voor de wok
UITSLUITEND voor vuren 2 en 3.
1
2
3
Downloaded from www.vandenborre.be
Instructies voor de gebruiker
52
6. REINIGING EN ONDERHOUD
Vóór elke handeling moet de stroomtoevoer van het toestel uitgeschakeld
worden.
GEBRUIK GEEN STOOMSTRAAL OM HET TOESTEL TE REINIGEN.
6.1 Reiniging van roestvrij staal
Om het roestvrij staal in goede staat te houden, moet het na elk gebruik
gereinigd worden nadat het afgekoeld is.
6.1.1 Gewone dagelijkse reiniging
Gebruik voor het reinigen en bewaren van de roestvrije stalen oppervlakken
alleen specifieke producten, die geen schurende of zure stoffen op chloorbasis
bevatten.
Gebruiksaanwijzing: giet het product op een vochtige doek en wrijf het over de
oppervlakken, spoel zorgvuldig, en droog met een zachte doek of met een
zeemvel.
6.1.2 Voedselvlekken of -resten
Gebruik absoluut geen metalen sponzen of scherpe krabbers zodat
de oppervlakken niet worden beschadigd.
Gebruik normale en niet-schurende producten voor staal, en
eventueel houten of plastic gereedschappen.
Spoel goed, en droog met een zachte doek of met een zeemvel.
Downloaded from www.vandenborre.be
Instructies voor de gebruiker
53
6.2 Reiniging van de onderdelen van de kookplaat
De roosters, de deksels, de vlamverdelers en de
branders kunnen verwijderd worden om de
reiniging te vergemakkelijken; was ze in warm
water en met een niet-schurend reinigingsmiddel,
verwijder de afzettingen en wacht tot ze perfect
droog zijn. Monteer de deksels opnieuw op de
vlamverdelers waarbij moet worden gecontroleerd
of de vlamverdelers met de bijbehorende deksels
in hun zitten geplaatst zijn, door op te letten dat de
gaten A van de vlamverdelers overeenstemmen
met de vonkontstekers en de thermokoppels.
Voor de brander met dubbele vlamverdeler (UR2)
moeten de deksels G en F perfect op de brander
D worden geplaatst en vastgeklemd. De brander
zelf moet op de basis B worden geplaatst en
vastgeklemd (gebruik hierbij de pinnen C als
referentie).
Voor een goede werking van de vonkontstekers
en de thermokoppels moeten deze steeds rein
gehouden worden. Controleer ze regelmatig, en
reinig ze indien nodig met een vochtige doek.
Eventuele droge resten moeten verwijderd
worden met een houten tandenstoker of met een
naald.
A
C
F
G
D
B
Downloaded from www.vandenborre.be
Instructies voor de installateur
54
7. PLAATSING IN HET WERKBLAD
Dit is een toestel klasse 3 (inbouw)
De volgende ingreep vergt metsel- en/of timmerwerk, en moet dus uitgevoerd
worden door een bevoegd technicus.
De installatie is mogelijk op structuren van verschillende materialen, zoals
metselwerk, metaal, massief hout en met plastic gelamineerd hout, als het maar
hittebestendig is (T 90°C).
7.1 Inbouwafmetingen
AFSTANDEN A B C D E H
MINIMUM 292 mm 494 mm 20 mm 110 mm 50 mm 750 mm
MAXIMUM 292 mm 494 mm 70 mm - - -
A
B
D
C
E
H
D
Downloaded from www.vandenborre.be
Instructies voor de installateur
55
7.2 Bevestiging op de steunende structuur
Plaats zorgvuldig de bijgeleverde isolerende
pakking op de externe omtrek van het gat dat
gemaakt werd in het bovenblad zoals wordt
getoond in de tekening hiernaast, en zorg
ervoor dat het goed hecht door er op te
drukken met uw vingers.
De pakking moet op een afstand van 3-4 mm
van de buitenrand van het gat in het werkblad
worden geplaatst.
Hierna moet het werkblad op de isolerende
pakking worden geplaatst en met
bevestigingsbeugels aan de draagconstructie
worden vastgemaakt zodat het perfect vlak is.
Snij de rand van de pakking die te veel is
zorgvuldig af.
3-4 mm
Downloaded from www.vandenborre.be
Instructies voor de installateur
56
BELANGRIJK: wanneer het toestel op een meubel gemonteerd is, moet u een
scheidend vlak installeren zoals wordt afgebeeld in de figuur.
Wanneer het apparaat zich daarentegen boven een onder de plaat
geïnstalleerde oven bevindt is een dergelijk schap niet nodig.
Wanneer de kookplaat boven een oven wordt geïnstalleerd, moet deze voorzien
worden van een ventilator voor de koeling.
7.3 Elektrische aansluiting
Controleer of het voltage en de afmetingen van de stroomtoevoerlijn
overeenstemmen met de kenmerken die aangeduid worden op de plaat die zich
onder de carter van het toestel bevindt. Dit plaatje mag nooit verwijderd worden.
De stekker van de stroomkabel en het stopcontact moeten van hetzelfde type
en conform de van kracht zijnde normen betreffende de elektrische installaties
zijn. Controleer of de stroomtoevoerlijn voorzien is van een geschikte aarding.
Wanneer een vaste aansluiting gebruikt wordt, moet op de toevoerlijn van het
toestel een omnipolair onderbrekingsmechanisme aanwezig zijn met
openingsafstand van de contacten die gelijk of groter is dan 3 mm, op een
positie die makkelijk bereikbaar is en die zich nabij het toestel bevindt.
Vermijdt het gebruik van adapters, reducties of aftakkingen.
Max
150 mm
Max
100 mm
Min. 20 mm
Downloaded from www.vandenborre.be
Instructies voor de installateur
57
In geval de stroomkabel wordt vervangen,
mag de doorsnede van de draden van de
nieuwe kabel niet kleiner zijn dan 0.75
mm2 (kabel van 3 x 0.75), door er mee
rekening te houden dat het uiteinde dat op
de oven moet aangesloten worden een
aardedraad moet hebben (geel-groen) die
minstens 20 mm langer is. Gebruik uitsluitend een kabel van het type H05V2V2-
F of gelijkaardig en die bestand is tegen een maximumtemperatuur van 90°C.
De vervanging moet uitgevoerd worden door een bevoegd technicus, die de
aansluiting op het net moet uitvoeren volgens het onderstaande schema.
L = bruin
N = blauw
= geel-groen
De constructeur kan niet aansprakelijk gesteld worden voor persoonlijke letsels
of materiële schade als gevolg van het niet in acht nemen van die voorschriften
of door het onklaar maken van een afzonderlijk deel van het toestel.
7.4 Ventilatie van de ruimte
Het toestel mag enkel in permanent geventileerde ruimten worden
geïnstalleerd, zoals voorzien wordt door de van kracht zijnde normen. In de
ruimte waar het toestel geïnstalleerd is, moet een voldoende luchttoevoer
aanwezig zijn die nodig is voor de regelmatige gasverbranding en de
luchtverversing van de ruimte zelf. De luchtinlaatopeningen, die beschermd
worden door roosters, moeten afmetingen conform de van kracht zijnde normen
hebben, en moeten zodanig geplaatst zijn dat ze niet, ook niet gedeeeltelijk,
verstopt worden.
De ruimte moet goed geventileerd worden zodat de hitte en de vochtigheid
geëlimineerd worden die geproduceerd worden door de bereidingen: vooral
nadat het toestel voor lange tijd niet gebruikt werd, wordt aanbevolen om een
venster te openen of om de snelheid van eventuele ventilatoren te verhogen.
7.5 Afvoer van de verbrandingsproducten
De afvoer van de verbrandingsproducten kan verzekerd worden door middel van
een afzuigkap die verbonden is met een rookkanaal met een efficiënte trek of
met een geforceerde afzuiging. Een efficiënt afzuigsysteem moet zorgvuldig
ontworpen worden door een bevoegd specialist, en moet uitgevoerd worden
door de posities en de afstanden te respecteren die worden voorzien door de
normen. Na de handeling moet de installateur een conformiteitscertificaat
afgeven.
Downloaded from www.vandenborre.be
Instructies voor de installateur
58
7.6 Gasaansluiting
De aansluiting op het gasnet kan uitgevoerd worden met een vaste koperen buis
of met een flexibele stalen buis op een rechte wand, en volgens de voorschriften
die aangeduid worden door de van kracht zijnde norm.
Controleer na de handeling of de dichting perfect is, door gebruik te maken van
een zeepoplossing maar nooit met een vlam.
De kookplaat werd gekeurd voor methaan G20 (2H) aan een druk van 20 mbar.
Raadpleeg voor de voeding met andere gastypes het hoofdstuk “8.
AANPASSING AAN VERSCHILLENDE GASTYPESI”. De toevoerverbinding
van het gas heeft een schroefdraad ½” gas extern (ISO 228-1).
Aansluiting met een vaste koperen
buis:De aansluiting op het gasnet moet
zodanig uitgevoerd worden dat op het
toestel geen belastingen veroorzaakt
worden.
De aansluiting kan uitgevoerd worden op
de adaptergroep D met dubbelkegel, door
steeds de bijgeleverde pakking C te
plaatsen.
Aansluiting met een flexibele stalen
buis:Gebruik enkel buizen in roestvrij staal
op de rechte wand conform de van kracht
zijnde norm, door steeds de bijgeleverde
pakking Cte plaatsen tussen de verbinding
A en de flexibele buis B.
Het aansluiten met een flexibele buis moet zodanig uitgevoerd worden dat de
lengte van de bebuizing niet langer is dan 2 meter van de maximale uitrekking;
controleer of de buizen niet in aanraking komen met bewegende delen of
verpletterd worden.
7.7 Aansluiting op vloeibaar gas
Gebruik een drukregelaar en realiseer de aansluiting op de gasfles volgens de
voorschriften die bepaald worden door de van kracht zijnde normen.
Controleer of de druktoevoer de waarden respecteert die worden aangeduid in
de tabel in de paragraaf "8.2 Tabel met kenmerken van de branders en de
straalpijpen".
Downloaded from www.vandenborre.be
Instructies voor de installateur
59
8. AANPASSING AAN VERSCHILLENDE GASTYPESI
Voordat de volgende handelingen uitgevoerd worden, moet de stroomtoevoer
naar het toestel uitgeschakeld worden
Het toestel werd gekeurd voor methaan G20 aan een druk van 20 mbar. Wanneer
andere gastypes worden gebruikt, moeten de straalpijpen op de branders
vervangen worden en moet de minimum vlam op de gaskranen geregeld worden.
Voor de vervanging van de straalpijpen moet gehandeld worden zoals wordt
beschreven in de volgende paragrafen.
8.1 Vervanging van de straalpijpen van de kookplaat
1 Verwijder de roosters, alle deksels en de vlamverdelers;
2 Draai alle straalpijpen van de branders los met met een buissleutel van 7 mm;
3 Vervang de straalpijpen van de branders met diegene voor het gas dat gebruikt
zal worden (raadpleeg paragraaf “8.2 Tabel met kenmerken van de branders en
de straalpijpen”);
4 Plaats de branders weer correct in de gepaste zitten.
De straalpijpen en de gegevens in verband met het stadsgas (G110 – 8 mbar)
kunnen gevonden worden bij de erkende assistentiecentra.
Downloaded from www.vandenborre.be
Instructies voor de installateur
60
8.2 Tabel met kenmerken van de branders en de straalpijpen
Brander
Nominaal
thermisch verbruik
(kW)
Vloeibaar gas - G30/G31 28/37 mbar
Diameter
straalpijp
1/100 mm
By-pass
mm
1/100
Nominaal
verbruik
(W)
Nominaal
g/h G30
Nominaal
g/h G31
Hulpbrander (1) 1.05 50 30 400 76 75
Snelle brander (2) 2.50 79 42 800 182 179
Dubbele
vlamverdeler (3)
INT
0.90 46 30 400 65 64
Dubbele
vlamverdeler (3)
EXT
3.60 68 + 68 63 1600 262 257
Brander
Nominaal
thermisch verbruik
(kW)
Stadsgas – G20/25 20/25 mbar
Diameter straalpijp 1/100 mm Beperkt verbruik (W)
Hulpbrander (1) 1.05 72 400
Snelle brander (2) 2.50 108 800
Dubbele
vlamverdeler (3)
INT
0.90 70 400
Dubbele
vlamverdeler (3)
EXT
3.60 102 + 102 1600
Downloaded from www.vandenborre.be
Instructies voor de installateur
61
8.3 Plaats van de branders op de kookplaat
VAN DE BRANDERS VAN DE
KOOKPLAAT
1 Hulpbrander
2 Snelle brander
3
Dubbele vlamverdeler
Na de regelingen moet het toestel weer gemonteerd worden door de omgekeerde
zin te volgen van de aanwijzingen die aangeduid worden in de paragraaf “8.1
Vervanging van de straalpijpen van de kookplaat”.
Na de regeling met een ander gas dan hetgene van de keuring moet het etiket
op de onderzijde vervangen worden met dat van het nieuwe gas. Het etiket is
verkrijgbaar bij het dichtstbijzijnde Erkend Assistentiecentrum of, indien van
toepassing, bij de geleverde items.
8.4 Regeling van het minimum voor stadsgas en voor methaan
Schakel de brander aan, en plaats hem op de
minimum stand. Verwijder de knop van de
gaskraan, en gebruik de regelschroef links van de
kraan (zie Afb.) om een regelmatige waakvlam te
verkrijgen.
Monteer de draaiknop weer, en controleer de
stabiliteit van de vlam van de brander (als de knop
snel van het maximum naar het minimum
gedraaid wordt, mag de vlam niet uitgaan).
Herhaal deze handeling voor alle gaskranen.
8.5 Regeling van het minimum voor vloeibaar gas
Voor de regeling van het minimum met vloeibaar gas moet de schroef in of naast het
stangetje van de kraan (afhankelijk van het model) helemaal in wijzerszin gedraaid
worden. De diameters van de by-pass voor elke brander kan u vinden in de tabel “8.2
Tabel met kenmerken van de branders en de straalpijpen”.
8.6 Smering van de gaskranen
Het kan zijn dat de gaskranen mettertijd moeilijk draaien en geblokkeerd raken. Reinig ze
intern en vervang het smeervet.
Deze handeling moet uitgevoerd worden door een
gespecialiseerd technicus
.
1
2
3
Downloaded from www.vandenborre.be
914774117/ B
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20

Smeg PGF 32 G de handleiding

Type
de handleiding