Zibro R 59 C de handleiding

Categorie
Ruimteverwarmingstoestellen
Type
de handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

Geachte mevrouw, meneer,
Van harte gefeliciteerd met de aankoop van uw Zibro Kamin, het A-merk onder
de verplaatsbare kachels. U hebt een kwaliteitsproduct aangeschaft, waar u
nog vele, vele jaren plezier van zult hebben, mits u de kachel verantwoord
gebruikt. Lees daarom eerst deze gebruiksaanwijzing, voor een optimale
levensduur van uw Zibro Kamin.
Wij geven u namens de fabrikant 24 maanden garantie op alle optredende
materiaal- en fabricagefouten.
We wensen u veel warmte en comfort met uw Zibro Kamin.
Met vriendelijke groet,
PVG International b.v.
Afdeling klantenservice
1 LEES EERST DE GEBRUIKSAANWIJZING.
2 RAADPLEEG BIJ TWIJFEL UW ZIBRO KAMIN-DEALER.
3 VOUW VOOR HET LEZEN DE LAATSTE PAGINA UIT.           
1
74
R 59 C
HET GEBRUIK IN HOOFDLIJNEN
Dit zijn in grote lijnen de stappen die u moet nemen
om uw Zibro Kamin te gebruiken. Voor de precieze
handelingen verwijzen wij u naar de HANDLEIDING
(pag. 77 en verder).
De eerste keer zal uw kachel tijdens het branden
even naar ‘nieuw’ ruiken.
Bewaar uw brandstof op een koele,
donkere plaats.
Brandstof veroudert.
Begin elk stookseizoen met nieuwe brandstof.
Wanneer u stookt met Zibro Plus, bent u
verzekerd van de juiste kwaliteit brandstof.
Indien u overgaat op een ander merk en/of soort
kerosine, moet u de kachel eerst helemaal laten
leegbranden.
BELANGRIJKE
ONDERDELEN
Beveiligingstoets
(voor noodstop)
Vlamregelaar
Ontstekingsschuif
Verbrandingskamer
Handgreep
verbrandingskamer
Brandstofindicatie
Grille
Deksel wisseltank
Wisseltank
Brandstofmeter
wisseltank
Koushoogte-
vergrendeling
Ontstekingsspiraal
Batterijhouder
Klepje
                      
Verwijder alle verpakkingsmaterialen (zie hoofdstuk A, fig. A).
Vul de wisseltank en wacht 30 minuten alvorens de kachel te
ontsteken (zie hoofdstuk B, fig. I).
Plaats de batterijen in de houder (zie hoofdstuk A, fig. F).
Controleer of de verbrandingskamer goed recht staat
(zie hoofdstuk A, fig. E).
Ontsteek de kachel, door de vlamregelaar en de
ontstekingsschuif tegelijk rustig naar beneden te duwen
(zie hoofdstuk C, fig. K).
Laat de kachel 10 à 15 minuten branden,
voordat u de vlam gaat regelen (zie hoofdstuk D).
Schakel de kachel uit (zie hoofdstuk E).
1
2
3
4
5
6
7
1
75
R 59 C
Deze transportdop vindt
u los in de doos. Alleen
hiermee kunt u de
kachel na gebruik
probleemloos vervoeren.
Goed bewaren dus!
WAT U VOORAF MOET WETEN
ALTIJD VOLDOENDE VENTILEREN
Voor elk Zibro Kamin-model geldt een bepaalde minimumruimte waarin u de
kachel veilig, zonder extra ventilatie kunt gebruiken (zie hoofdstuk K). Als de
betreffende ruimte kleiner is dan aangegeven, dient u altijd een raam of deur op
een kier te zetten (± 2,5 cm). Dit raden wij ook aan bij ruimtes die sterk geïsoleerd
of tochtvrij gemaakt zijn en/of boven 1500 m. liggen. Als er onvoldoende ventila-
tie (lees: zuurstof) is, slaat de kachel overigens automatisch af. Gebruik uw Zibro
Kamin niet in kelders en andere ondergrondse ruimtes.
DE SAFE TOP
De kachel is voorzien van een safe top. Deze vermindert de temperatuur van de
bovenplaat. Hierdoor wordt bij eventueel contact met de bovenzijde van de
kachel het risico op ongelukken verkleind. Let op: de bovenzijde wordt nog
steeds heet.
Vermijd elk contact met de bovenplaat en de grille.
DE JUISTE BRANDSTOF
Uw Zibro Kamin-kachel is ontworpen voor het gebruik van watervrije, zuivere
kerosine van hoge kwaliteit, zoals Zibro Plus. Alleen deze zorgt voor een schone
en optimale verbranding. Brandstof van mindere kwaliteit kan leiden tot:
overmatige teeraanslag op de kous
onvolledige verbranding
beperkte levensduur van kous en kachel
rook en/of stank
aanslag op de grille of mantel
De juiste brandstof is dus essentieel voor een veilig, efficiënt en comfortabel
gebruik van uw kachel.
Overleg altijd met de dichtstbijzijnde Zibro Kamin-dealer over de juiste brandstof
voor uw kachel.
Alleen met de juiste
brandstof bent u
verzekerd van een veilig,
efficiënt en comfortabel
gebruik van uw
Zibro Kamin.
1
76
R 59 C
A
De tankdopopener vindt
u op de achterzijde van
de kachel. Deze zorgt
ervoor dat u schone
handen houdt bij het
openen van de brand-
stoftank.
HANDLEIDING
A HET INSTALLEREN VAN DE KACHEL
Haal uw Zibro Kamin voorzichtig uit de doos en controleer de inhoud.
Naast de kachel moet u ook beschikken over:
de batterijen
een brandstofhevelpompje
een transportdop
een tankdopopener
deze gebruiksaanwijzing
Bewaar de doos en het verpakkingsmateriaal (fig. A) voor opslag en/of transport.
Verwijder het overige verpakkingsmateriaal:
Verwijder het stukje verpakkingsmateriaal bij de grille . Licht de grille
uit de inkeping (fig. B) en trek hem naar voren.
Druk het verpakkingsmateriaal boven de verbrandingskamer iets naar
beneden en verwijder het uit de kachel (fig. C).
Neem de verbrandingskamer uit de kachel en verwijder het daaronder
aanwezige verpakkingsmateriaal (fig. D).
Zet de verbrandingskamer terug op zijn plaats. De verbrandingskamer
staat goed als u hem met de handgreep soepel een beetje naar links en
rechts kunt schuiven (fig. E). Sluit de grille.
Open het deksel van de wisseltank en verwijder het stukje karton.
Vul de wisseltank zoals aangegeven in hoofdstuk B.
Plaats de batterijen in de daarvoor bestemde houder aan de achterzijde
van de kachel (fig. F). Let op de + en - polen.
De vloer moet stevig en waterpas zijn. Verplaats de kachel als deze niet
waterpas staat. Probeer dit niet te corrigeren door er boeken of iets anders
onder te leggen.
Uw Zibro Kamin is nu gebruiksklaar.
B VULLEN MET BRANDSTOF
Vul de wisseltank niet in de woonruimte, maar op een meer geschikte plaats
(er kan altijd een beetje gemorst worden). U gaat daarbij als volgt te werk:
Zorg dat de kachel uit is.
Open het deksel en til de wisseltank uit de kachel (fig. G). Let op: de
tank kan even nadruppelen. Zet de wisseltank neer (dop naar boven) en
schroef de tankdop eraf met behulp van de tankdopopener (fig. H).
2
1
6
5
4
3
2
1
1
77
R 59 C
     
B
C
D
E
F
H
G
Neem het brandstofhevelpompje en steek de gladde, meest stugge pijp in de
jerrycan. Zorg dat deze hoger staat dan de wisseltank (fig. I). De geribbelde
slang steekt u in de opening van de wisseltank.
Draai de knop bovenop het pompje vast (naar rechts).
Knijp enkele keren in het pompje, totdat de brandstof de wisseltank in begint
te stromen. Als dat eenmaal het geval is, hoeft u niet meer te knijpen.
Let tijdens het vullen op de brandstofmeter van de wisseltank (fig. J). Als u
ziet dat deze vol is, stop dan met vullen door de knop boven op het pompje
weer los te draaien (naar links). Maak de tank nooit te vol. Vooral niet als de
brandstof erg koud is (brandstof zet uit als deze warmer wordt).
Laat de brandstof die nog aanwezig is in het pompje, terugstromen in de
jerrycan en verwijder het pompje voorzichtig. Schroef de tankdop nauwkeu-
rig op de tank met behulp van de tankdopopener. Veeg eventueel gemorste
brandstof weg.
Controleer of de tankdop recht zit en goed is aangedraaid. Plaats de
wisseltank weer in de kachel (dop naar beneden). Sluit het deksel.
C HET AANMAKEN VAN DE KACHEL
Een nieuwe kachel veroorzaakt in het begin enige geur. Zorg dus voor extra venti-
latie of ontsteek uw kachel de eerste keer buiten de leefruimte.
Als u de kachel voor de eerste keer gebruikt, moet u na het plaatsen van de
gevulde wisseltank zo’n 30 minuten wachten met aanmaken. Zo kan de kous
zich volzuigen met brandstof. Dit geldt ook nadat u de kachel helemaal leeg
hebt laten branden en na het vervangen van de kous.
Kijk vóór het aanmaken van de kachel altijd even op de brandstofindicatie om
te weten of u eerst de wisseltank moet bijvullen (groen = vol, rood = leeg).
Maak de kachel altijd aan met behulp van de elektrische ontsteking.
Gebruik nooit lucifers of een aansteker.
U gaat als volgt te werk:
Open het klepje aan de voorzijde van de kachel.
Duw de ontstekingsschuif samen met de vlamregelaar rustig naar
beneden (fig. K). Hiermee zet u tevens de beveiliging in werking.
Zodra u een vlammetje ziet onder in de verbrandingskamer , kunt u de
ontstekingsschuif loslaten. Deze zal hierna opveren.
Sluit het klepje.
4
3
2
1
8
7
6
5
4
3
1
78
R 59 C
K
J
I
leeg vol
Controleer na het ontsteken van de kachel altijd of de verbrandingskamer
goed recht staat, door deze aan de handgreep even naar links en rechts te
schuiven (fig. E). Dit moet soepel gaan. Als de verbrandingskamer ongelijk
staat, leidt dit tot rook- en roetontwikkeling.
D HET REGELEN VAN DE VLAM
Na het ontsteken van de kachel duurt het 10 à 15 minuten voordat de vlam zicht-
baar is bovenin de verbrandingskamer. Pas dan kunt u controleren of de vlam
goed is. Een te hoge vlam kan rook- en roetvorming veroorzaken, terwijl een te
lage vlam tot geurontwikkeling leidt. Op de pagina naast het uitvouwblad kunt u
zien hoe hoog uw vlam minimaal en maximaal mag branden (fig. Q).
U kunt de vlam traploos aanpassen met de vlamregelaar (fig. L).
Als de vlam ook na het regelen te laag blijft, moet de koushoogte worden
bijgesteld (zie hoofdstuk F).
Een te lage vlam kan ook ontstaan door:
te weinig brandstof (vul de tank)
slechte brandstof (raadpleeg uw dealer)
te weinig ventilatie (zet een raam of deur op een kier)
slijtage van de kous (raadpleeg uw dealer, of vervang de kous,
zie hoofdstuk M))
E HET UITZETTEN VAN DE KACHEL
Laat de kachel ± een minuut branden op de laagste stand. Schuif daarna langzaam
de vlamregelaar omhoog. De vlam zal dan vanzelf doven.
In noodgevallen schakelt u de kachel uit met de beveiligingstoets (fig. M).
F HET VERSTELLEN VAN DE KOUSHOOGTE
Na verloop van tijd komt de vlam niet meer hoog genoeg (hoofdstuk D). In dat geval
kunt u de koushoogte verstellen om de vlam te verbeteren. Dit doet u als volgt:
Open het klepje aan de voorzijde van de kachel.
Schuif de koushoogtevergrendeling hoger naar stand 2 of 3 (fig. N).
Als dat niet het gewenste effect heeft, moet u de kachel helemaal laten
leegbranden (hoofdstuk H).
Blijft uw vlam ook dan nog te laag en uw kous staat inmiddels op stand 3,
neem dan contact op met uw Zibro Kamin-dealer, of vervang de kous (zie
hoofdstuk M).
Als de vlam na het bijstellen te hoog wordt (fig. Q), moet u de koushoogte-
vergrendeling weer een stand lager zetten. Anders hebt u kans op rook- en
roetontwikkeling.
2
1
1
79
R 59 C
L
M
E
N
G STORINGEN, OORZAKEN EN OPLOSSINGEN
Als u een storing niet kunt oplossen met behulp van de onderstaande aan-
wijzingen, dient u contact op te nemen met uw dealer.
HET AANMAKEN LUKT NIET.
De batterijen zitten niet goed in de houder.
Controleren (fig. F).
De batterijen zijn niet meer krachtig genoeg voor de ontsteking.
Vervangen (fig. F).
U hebt de kachel helemaal leeggestookt of de kous is vervangen.
Na het plaatsen van de gevulde wisseltank 30 minuten wachten met
ontsteken.
U duwt de ontstekingsschuif te krachtig naar beneden.
Minder hard indrukken (hoofdstuk C).
De ontstekingsspiraal is defect.
Raadpleeg uw dealer.
ONGELIJKE VLAM EN/OF ROET EN/OF GEUR.
De verbrandingskamer is niet goed geplaatst.
Zet deze recht met de handgreep , tot u hem makkelijk wat naar links en
rechts kunt schuiven.
De vlamhoogte is niet goed ingesteld.
Zie fig. Q en de aanwijzingen onder hoofdstuk D.
U gebruikt verouderde brandstof.
Begin elk stookseizoen met nieuwe brandstof.
U gebruikt verkeerde brandstof.
Zie DE JUISTE BRANDSTOF (hoofdstuk ’Wat u vooraf moet weten’).
Er is sprake van stofophoping onder in de kachel.
Raadpleeg uw dealer.
De koushoogte is niet goed ingesteld.
Zie hoofdstuk F.
DE KACHEL GAAT LANGZAAM UIT.
De wisseltank is leeg.
Zie hoofdstuk B.
Er zit vocht in het zeefje.
Maak het zeefje droog (hoofdstuk H, fig. O).
Er zit vocht in het onderreservoir.
Raadpleeg uw dealer.
De kous is aan de bovenzijde verhard.
Kachel helemaal leegbranden (hoofdstuk H). Gebruik de juiste brandstof.
U gebruikt verouderde brandstof.
Begin elk stookseizoen met nieuwe brandstof.
DE KACHEL BLIJFT LAAG BRANDEN.
Kous staat te laag.
Zet de koushoogtevergrendeling een stand hoger (hoofdstuk F).
De kachel had voor het bijvullen vrijwel alle brandstof verbruikt.
Na het plaatsen van de volle wisseltank 30 minuten wachten met ontsteken.
U gebruikt oude of verkeerde brandstof.
Zie DE JUISTE BRANDSTOF (hoofdstuk ’Wat u vooraf moet weten’).
De ruimte wordt onvoldoende geventileerd.
Zet even een raam of deur wijd open en laat deze daarna op een kier staan.
1
80
R 59 C
F
gloeispiraal met
gebroken gloeidraad
DE KACHEL BRANDT TE HOOG, MET NIET-REGELBARE VLAMMEN.
U gebruikt verkeerde, te vluchtige brandstof.
Zie DE JUISTE BRANDSTOF (hoofdstuk ’Wat u vooraf moet weten’).
De kous staat te hoog.
Zet de koushoogtevergrendeling een stand lager (hoofdstuk F).
H OVER HET ONDERHOUD
Uw kachel vergt weinig onderhoud. Wel dient u stof en vlekken bijtijds af te
nemen met een vochtige doek, omdat er anders hardnekkige vlekken kunnen ont-
staan. Normaal gesproken zijn er slechts drie onderdelen aan slijtage onderhevig:
1. DE BATTERIJEN
Deze kunt u zelf vervangen. Gooi de oude batterijen niet in de vuilnisbak. Volg de
regels zoals die in uw gemeente gelden voor Klein Chemisch Afval.
2. DE KOUS / LEEGBRANDEN
Om de levensduur van de kous te verlengen, moet u de kachel van tijd tot tijd
eens helemaal laten leegbranden (tot hij vanzelf uitgaat). Doe dit wanneer u
merkt dat de vlam wat zwakker wordt. Het leegbranden veroorzaakt enige geur,
dus het is raadzaam dit buiten de leefruimte te doen. Komt de vlam op stand 3
van de koushoogtevergrendeling niet hoog genoeg (fig. Q), dan moet de kous
vervangen worden. Zie hoofdstuk M, of neem contact op met uw Zibro Kamin
dealer.
3. DE ONTSTEKINGSSPIRAAL
De ontstekingsspiraal gaat langer mee als u op de juiste manier ontsteekt.
Vervang op tijd de batterijen en let erop dat u de ontstekingsschuif niet te
krachtig naar beneden duwt. Als de gloeidraad gebroken is, dient de spiraal
vervangen te worden.
HET BRANDSTOFZEEFJE
Controleer ook met enige regelmaat het brandstofzeefje:
Haal de wisseltank uit de kachel en verwijder het brandstofzeefje (fig. O). Dit
kan wat nadruppelen; houd een doekje bij de hand. Klop het brandstofzeefje
omgekeerd leeg op een harde ondergrond, om het vuil te verwijderen. (Nooit
reinigen met water!) Plaats het brandstofzeefje weer in de kachel.
Verwijder zelf geen onderdelen van de kachel. Neem voor een eventuele
reparatie altijd contact op met uw Zibro Kamin dealer.
Laat de kachel afkoelen voordat u onderhoud pleegt.
I OPSLAG (EINDE STOOKSEIZOEN)
Wij raden u aan de kachel aan het einde van het stookseizoen helemaal leeg te
branden en daarna goed op te bergen. Volg daartoe de onderstaande aanwijzingen:
Maak de kachel aan buiten de leefruimte en laat hem geheel leegbranden.
Laat de kachel afkoelen.
2
1
1
81
R 59 C
O
Zeefje
Ontstekingsspiraal
Maak de kachel schoon met een vochtige doek en droog deze af.
Haal de batterijen uit de kachel en bewaar deze op een droge plaats.
Reinig het brandstofzeefje (zie hoofdstuk H).
Berg de kachel stofvrij op, zo mogelijk met de originele verpakkingsmaterialen.
Overgebleven brandstof kunt u een volgend stookseizoen niet meer gebruiken.
Houdt u toch wat over gooi deze brandstof dan niet weg, maar volg de regels zoals
die in uw gemeente gelden voor Klein Chemisch Afval.
Begin het nieuwe stookseizoen in elk geval met nieuwe brandstof.
Als u de kachel
opnieuw in gebruik neemt, volg dan weer de instructies (zoals aangegeven
vanaf hoofdstuk A).
J VERVOER
Om te voorkomen dat uw kachel tijdens het transport brandstof lekt, moet u de
volgende maatregelen nemen:
Laat de kachel afkoelen.
Haal de wisseltank uit de kachel en verwijder het brandstofzeefje (fig. O).
Dit kan wat nadruppelen; houd een doekje bij de hand.
Bewaar het brandstofzeefje en de wisseltank buiten de kachel.
Duw de transportdop op de plaats van het brandstofzeefje (fig. P) en druk
deze goed aan.
Vervoer de kachel altijd rechtop.
K SPECIFICATIES
Ontsteking elektrisch Afmetingen (mm) breedte 428
Brandstof kerosine (inclusief bodemplaat) diepte 295
Capaciteit (kW)
*
2,7 hoogte 513
Geschikte ruimte (m
3
)
**
45-95 Accessoires brandstofhevelpomp
Brandstofverbruik (l/uur)
*
0,28 transportdop
Brandstofverbruik (g/uur)
*
225 tankdopopener
Brandduur per tank (uur)
*
14 batterijen
Inhoud wisseltank (liter) 4,0 Batterijen 2x LR 20, MN 1300,
Gewicht (kg) 9 alkaline 1,5V
Type kous F
* Bij instelling op maximale stand, ** Opgegeven waarden zijn indicatief
L DE GARANTIEVOORWAARDEN
U krijgt op uw kachel 24 maanden garantie vanaf de aankoopdatum. Binnen deze
periode worden alle materiaal- en fabricagefouten kosteloos verholpen. Hierbij
gelden de volgende regels:
4
3
2
1
7
6
5
4
3
1
82
R 59 C
P
Transportdop
O
Zeefje
Alle verdere aanspraken op schadevergoeding, inclusief gevolgschade wijzen
wij uitdrukkelijk af.
Reparatie of vervanging van onderdelen binnen de garantietermijn leidt niet
tot verlenging van de garantie.
De garantie geldt niet wanneer veranderingen zijn aangebracht, niet-
originele onderdelen zijn gemonteerd of reparaties aan de kachel zijn
verricht door derden.
Onderdelen die aan normale slijtage onderhevig zijn, zoals de batterijen,
de ontstekingsspiraal, de kous en het brandstofhevelpompje, vallen buiten
de garantie.
De garantie geldt uitsluitend als u de originele, gedateerde aankoopbon
overlegt en als daarop geen veranderingen zijn aangebracht.
De garantie geldt niet bij schade ontstaan door handelingen die afwijken van
de gebruiksaanwijzing, door verwaarlozing en door het gebruik van ver-
keerde of verouderde brandstof. Verkeerde brandstof kan zelfs gevaarlijk zijn*.
De verzendkosten en het risico van het opsturen van de kachel of onderdelen
daarvan, komen altijd voor rekening van de koper.
Om onnodige kosten te voorkomen, raden wij u aan eerst altijd zorgvuldig de
gebruiksaanwijzing te raadplegen. Wanneer deze geen uitkomst biedt, geef de
kachel dan in reparatie bij uw dealer.
* Licht ontvlambare stoffen kunnen bijvoorbeeld leiden tot een oncontroleerbare verbranding, met uitslaande
vlammen als gevolg. Probeer in dat geval nooit de kachel te verplaatsen, maar zet de kachel onmiddellijk uit
(zie hoofdstuk E). In noodgevallen kunt u een brandblusser gebruiken, maar dan uitsluitend van het type B:
een koolzuur- of poederblusser.
10 TIPS VOOR EEN VEILIG GEBRUIK
1 Wijs kinderen altijd op de aanwezigheid van een brandende kachel.
2 Verplaats de kachel niet als deze brandt of nog heet is. In dat geval ook
niet bijvullen en geen onderhoud verrichten.
3 Plaats de voorkant van de kachel op minimaal 1,5 meter van muur,
gordijnen en meubels. Houd ook de ruimte boven de kachel vrij.
4 Gebruik de kachel niet in stoffige ruimtes en niet op plaatsen waar het
sterk tocht. In beide gevallen krijgt u geen optimale verbranding.
5 Zet de kachel uit voordat u vertrekt of naar bed gaat.
6 Bewaar en vervoer de brandstof uitsluitend in de daarvoor bestemde
wisseltankjes en jerrycans.
7 Zorg ervoor dat de brandstof niet bloot staat aan hitte of extreme
temperatuurverschillen. Bewaar de brandstof altijd op een koele,
droge en donkere plaats (zonlicht tast de kwaliteit aan).
8 Gebruik de kachel nooit op plaatsen waar schadelijke gassen of dampen
aanwezig kunnen zijn (bv. uitlaatgassen of verfdampen).
9 De bovenzijde van de kachel wordt heet. De kachel mag niet afgedekt
worden (brandgevaar). Vermijd elk contact met de bovenplaat en de grille.
10 Zorg altijd voor voldoende ventilatie.
7
6
5
4
3
2
1
1
83
R 59 C
HET VERVANGEN VAN DE KOUS
M VOORDAT U BEGINT MET HET VERVANGEN VAN DE
KOUS, DIENT DE KACHEL UIT EN VOLLEDIG
AFGEKOELD TE ZIJN.
Open het tankklepje en haal de wisseltank eruit.
Haal de batterijen uit de batterijhouder.
Controleer of de vlamregelaar en de ontstekingsschuif
helemaal omhoog staan. Verwijder vervolgens het
omhulsel van de schuiven.
Licht de grille uit de inkeping en trek hem naar voren.
Neem de branderkop uit de kachel. Sluit de grille.
Draai de schroeven aan de onderzijde van de mantel
van de kachel los. Trek de mantel iets naar voren en
verwijder deze van de bodemplaat. Draai de
vleugelmoeren onder de branderzitting los.
Til de branderzitting omhoog zodat de kous zichtbaar
wordt. Leg de branderzitting naast de kachel. (Let op
dat de bedrading niet los raakt).
Druk de vlamregelaar omlaag zodat het kous-
mechanisme in de hoogste stand komt.
Draai de koushouder (met kous) zover naar links totdat
deze loskomt en haal hem uit de kachel.
Haal de kous uit de koushouder.
9
8
7
6
5
4
3
2
1
1
84
R 59 C
22
33
44bb
55aa
55cc
11
44aa
77
88
66
99
55bb
Plaats de nieuwe kous in de koushouder en druk de
kouspinnen stevig in de gaten van de koushouder.
Plaats de koushouder (met kous) terug door de twee
grote pinnen aan de buitenzijde van de koushouder, in
de sponning van het kousmechanisme te drukken.
Draai vervolgens de koushouder met de klok mee
totdat deze goed vastzit.
Plaats de branderzitting terug.
Draai de vleugelmoeren kruislings handvast aan.
Controleer de werking van het kousmechanisme door de
vlamregelaar omlaag te schuiven en vervolgens op de
beveiligingstoets te drukken. Herhaal dit een aantal keer.
Controleer de werking van het omvalmechanisme door
de vlamregelaar helemaal omlaag te duwen en het
loodje te kantelen.
Plaats de mantel terug en draai de mantelschroeven
vast. Plaats vervolgens de branderkop terug. Controleer
of deze goed recht staat, door deze aan de handgreep
even naar links en rechts te schuiven. Sluit de grille.
Plaats de gevulde wisseltank terug.
Plaats de batterijen in de batterijhouder (let op de plus
en min). Na het plaatsen van de wisseltank en de
batterijen, moet u 30 minuten wachten voordat u de
kachel aanmaakt.
18
17
16
15
14
13
12
11
10
1
85
R 59 C
1100
1111aa
1111bb
1122
1144
1155
1166bb
1166cc
1177 1188
1133
1166aa

Documenttranscriptie

Geachte mevrouw, meneer, Van harte gefeliciteerd met de aankoop van uw Zibro Kamin, het A-merk onder de verplaatsbare kachels. U hebt een kwaliteitsproduct aangeschaft, waar u nog vele, vele jaren plezier van zult hebben, mits u de kachel verantwoord gebruikt. Lees daarom eerst deze gebruiksaanwijzing, voor een optimale levensduur van uw Zibro Kamin. Wij geven u namens de fabrikant 24 maanden garantie op alle optredende materiaal- en fabricagefouten. We wensen u veel warmte en comfort met uw Zibro Kamin. Met vriendelijke groet, PVG International b.v. Afdeling klantenservice 1 LEES EERST DE GEBRUIKSAANWIJZING. 2 RAADPLEEG BIJ TWIJFEL UW ZIBRO KAMIN-DEALER. 3 VOUW VOOR HET LEZEN DE LAATSTE PAGINA UIT. 1 74 R 59 C            HET GEBRUIK IN HOOFDLIJNEN BELANGRIJKE ONDERDELEN Dit zijn in grote lijnen de stappen die u moet nemen om uw Zibro Kamin te gebruiken. Voor de precieze  handelingen verwijzen wij u naar de HANDLEIDING (voor noodstop) (pag. 77 en verder). 1 2 Beveiligingstoets  Vlamregelaar  Ontstekingsschuif  Verbrandingskamer  Handgreep Verwijder alle verpakkingsmaterialen (zie hoofdstuk A, fig. A). Vul de wisseltank en wacht 30 minuten alvorens de kachel te ontsteken (zie hoofdstuk B, fig. I). 3 Plaats de batterijen in de houder 4 Controleer of de verbrandingskamer  goed recht staat (zie hoofdstuk A, fig. F). verbrandingskamer  Brandstofindicatie  Grille  Deksel wisseltank (zie hoofdstuk A, fig. E). 5 Ontsteek de kachel, door de vlamregelaar  en de ontstekingsschuif  tegelijk rustig naar beneden te duwen (zie hoofdstuk C, fig. K). Wisseltank 6 Laat de kachel 10 à 15 minuten branden, Brandstofmeter voordat u de vlam gaat regelen (zie hoofdstuk D). 7 wisseltank Koushoogte- Schakel de kachel uit (zie hoofdstuk E). vergrendeling • De eerste keer zal uw kachel tijdens het branden Ontstekingsspiraal even naar ‘nieuw’ ruiken. • Bewaar uw brandstof op een koele, Batterijhouder donkere plaats. • Brandstof veroudert. Begin elk stookseizoen met nieuwe brandstof. •  Klepje Wanneer u stookt met Zibro Plus, bent u verzekerd van de juiste kwaliteit brandstof. • Indien u overgaat op een ander merk en/of soort kerosine, moet u de kachel eerst helemaal laten leegbranden.                     1 75 R 59 C    WAT U VOORAF MOET WETEN ALTIJD VOLDOENDE VENTILEREN Voor elk Zibro Kamin-model geldt een bepaalde minimumruimte waarin u de kachel veilig, zonder extra ventilatie kunt gebruiken (zie hoofdstuk K). Als de betreffende ruimte kleiner is dan aangegeven, dient u altijd een raam of deur op een kier te zetten (± 2,5 cm). Dit raden wij ook aan bij ruimtes die sterk geïsoleerd of tochtvrij gemaakt zijn en/of boven 1500 m. liggen. Als er onvoldoende ventilatie (lees: zuurstof) is, slaat de kachel overigens automatisch af. Gebruik uw Zibro Kamin niet in kelders en andere ondergrondse ruimtes. DE SAFE TOP De kachel is voorzien van een safe top. Deze vermindert de temperatuur van de bovenplaat. Hierdoor wordt bij eventueel contact met de bovenzijde van de Alleen met de juiste brandstof bent u verzekerd van een veilig, efficiënt en comfortabel gebruik van uw Zibro Kamin. kachel het risico op ongelukken verkleind. Let op: de bovenzijde wordt nog steeds heet. Vermijd elk contact met de bovenplaat en de grille. DE JUISTE BRANDSTOF Uw Zibro Kamin-kachel is ontworpen voor het gebruik van watervrije, zuivere kerosine van hoge kwaliteit, zoals Zibro Plus. Alleen deze zorgt voor een schone en optimale verbranding. Brandstof van mindere kwaliteit kan leiden tot:  overmatige teeraanslag op de kous  onvolledige verbranding  beperkte levensduur van kous en kachel  rook en/of stank  aanslag op de grille of mantel De juiste brandstof is dus essentieel voor een veilig, efficiënt en comfortabel gebruik van uw kachel. De tankdopopener vindt u op de achterzijde van de kachel. Deze zorgt ervoor dat u schone handen houdt bij het openen van de brandstoftank. Deze transportdop vindt u los in de doos. Alleen hiermee kunt u de kachel na gebruik probleemloos vervoeren. Goed bewaren dus! 1 76 R 59 C Overleg altijd met de dichtstbijzijnde Zibro Kamin-dealer over de juiste brandstof voor uw kachel. A HANDLEIDING A     HET INSTALLEREN VAN DE KACHEL 1 Haal uw Zibro Kamin voorzichtig uit de doos en controleer de inhoud. Naast de kachel moet u ook beschikken over:  de batterijen B  een brandstofhevelpompje  een transportdop  een tankdopopener  deze gebruiksaanwijzing C Bewaar de doos en het verpakkingsmateriaal (fig. A) voor opslag en/of transport. 2 Verwijder het overige verpakkingsmateriaal:  Verwijder het stukje verpakkingsmateriaal bij de grille . Licht de grille uit de inkeping (fig. B) en trek hem naar voren.  Druk het verpakkingsmateriaal boven de verbrandingskamer  iets naar D beneden en verwijder het uit de kachel (fig. C).  Neem de verbrandingskamer uit de kachel en verwijder het daaronder aanwezige verpakkingsmateriaal (fig. D).  Zet de verbrandingskamer  terug op zijn plaats. De verbrandingskamer staat goed als u hem met de handgreep  soepel een beetje naar links en rechts kunt schuiven (fig. E). Sluit de grille. E  Open het deksel van de wisseltank  en verwijder het stukje karton. 3 Vul de wisseltank zoals aangegeven in hoofdstuk B. 4 Plaats de batterijen in de daarvoor bestemde houder aan de achterzijde van de kachel (fig. F). Let op de + en - polen. F 5 De vloer moet stevig en waterpas zijn. Verplaats de kachel als deze niet waterpas staat. Probeer dit niet te corrigeren door er boeken of iets anders onder te leggen. 6 Uw Zibro Kamin is nu gebruiksklaar. G B VULLEN MET BRANDSTOF Vul de wisseltank niet in de woonruimte, maar op een meer geschikte plaats (er kan altijd een beetje gemorst worden). U gaat daarbij als volgt te werk: 1 Zorg dat de kachel uit is. H 2 Open het deksel  en til de wisseltank uit de kachel (fig. G). Let op: de tank kan even nadruppelen. Zet de wisseltank neer (dop naar boven) en schroef de tankdop eraf met behulp van de tankdopopener (fig. H). 1 77 R 59 C   I 3 Neem het brandstofhevelpompje en steek de gladde, meest stugge pijp in de jerrycan. Zorg dat deze hoger staat dan de wisseltank (fig. I). De geribbelde slang steekt u in de opening van de wisseltank. 4 Draai de knop bovenop het pompje vast (naar rechts). 5 Knijp enkele keren in het pompje, totdat de brandstof de wisseltank in begint te stromen. Als dat eenmaal het geval is, hoeft u niet meer te knijpen. 6 Let tijdens het vullen op de brandstofmeter van de wisseltank (fig. J). Als u ziet dat deze vol is, stop dan met vullen door de knop boven op het pompje J weer los te draaien (naar links). Maak de tank nooit te vol. Vooral niet als de brandstof erg koud is (brandstof zet uit als deze warmer wordt). 7 Laat de brandstof die nog aanwezig is in het pompje, terugstromen in de jerrycan en verwijder het pompje voorzichtig. Schroef de tankdop nauwkeu- leeg vol rig op de tank met behulp van de tankdopopener. Veeg eventueel gemorste brandstof weg. 8 Controleer of de tankdop recht zit en goed is aangedraaid. Plaats de wisseltank weer in de kachel (dop naar beneden). Sluit het deksel. C HET AANMAKEN VAN DE KACHEL Een nieuwe kachel veroorzaakt in het begin enige geur. Zorg dus voor extra ventilatie of ontsteek uw kachel de eerste keer buiten de leefruimte. Als u de kachel voor de eerste keer gebruikt, moet u na het plaatsen van de ☞ gevulde wisseltank zo’n 30 minuten wachten met aanmaken. Zo kan de kous zich volzuigen met brandstof. Dit geldt ook nadat u de kachel helemaal leeg hebt laten branden en na het vervangen van de kous. Kijk vóór het aanmaken van de kachel altijd even op de brandstofindicatie  om te weten of u eerst de wisseltank moet bijvullen (groen = vol, rood = leeg). Maak de kachel altijd aan met behulp van de elektrische ontsteking. Gebruik nooit lucifers of een aansteker. U gaat als volgt te werk: 1 Open het klepje  aan de voorzijde van de kachel. K 2 Duw de ontstekingsschuif  samen met de vlamregelaar  rustig naar beneden (fig. K). Hiermee zet u tevens de beveiliging in werking. 3 Zodra u een vlammetje ziet onder in de verbrandingskamer , kunt u de ontstekingsschuif loslaten. Deze zal hierna opveren. 4 Sluit het klepje. 1 78 R 59 C Controleer na het ontsteken van de kachel altijd of de verbrandingskamer  E ☞ goed recht staat, door deze aan de handgreep  even naar links en rechts te schuiven (fig. E). Dit moet soepel gaan. Als de verbrandingskamer ongelijk staat, leidt dit tot rook- en roetontwikkeling. D HET REGELEN VAN DE VLAM Na het ontsteken van de kachel duurt het 10 à 15 minuten voordat de vlam zicht- L baar is bovenin de verbrandingskamer. Pas dan kunt u controleren of de vlam goed is. Een te hoge vlam kan rook- en roetvorming veroorzaken, terwijl een te lage vlam tot geurontwikkeling leidt. Op de pagina naast het uitvouwblad kunt u zien hoe hoog uw vlam minimaal en maximaal mag branden (fig. Q). U kunt de vlam traploos aanpassen met de vlamregelaar  (fig. L). ☞ Als de vlam ook na het regelen te laag blijft, moet de koushoogte worden bijgesteld (zie hoofdstuk F). Een te lage vlam kan ook ontstaan door:  te weinig brandstof (vul de tank)  slechte brandstof (raadpleeg uw dealer)  te weinig ventilatie (zet een raam of deur op een kier)  slijtage van de kous (raadpleeg uw dealer, of vervang de kous, zie hoofdstuk M)) E HET UITZETTEN VAN DE KACHEL Laat de kachel ± een minuut branden op de laagste stand. Schuif daarna langzaam de vlamregelaar  omhoog. De vlam zal dan vanzelf doven. M ☞ F In noodgevallen schakelt u de kachel uit met de beveiligingstoets  (fig. M). HET VERSTELLEN VAN DE KOUSHOOGTE Na verloop van tijd komt de vlam niet meer hoog genoeg (hoofdstuk D). In dat geval kunt u de koushoogte verstellen om de vlam te verbeteren. Dit doet u als volgt: N 1 Open het klepje  aan de voorzijde van de kachel. 2 Schuif de koushoogtevergrendeling hoger naar stand 2 of 3 (fig. N). Als dat niet het gewenste effect heeft, moet u de kachel helemaal laten leegbranden (hoofdstuk H). ☞ Blijft uw vlam ook dan nog te laag en uw kous staat inmiddels op stand 3, neem dan contact op met uw Zibro Kamin-dealer, of vervang de kous (zie hoofdstuk M). Als de vlam na het bijstellen te hoog wordt (fig. Q), moet u de koushoogtevergrendeling weer een stand lager zetten. Anders hebt u kans op rook- en roetontwikkeling. 1 79 R 59 C G STORINGEN, OORZAKEN EN OPLOSSINGEN Als u een storing niet kunt oplossen met behulp van de onderstaande aanwijzingen, dient u contact op te nemen met uw dealer. HET AANMAKEN LUKT NIET. F  De batterijen zitten niet goed in de houder. Controleren (fig. F).  De batterijen zijn niet meer krachtig genoeg voor de ontsteking. Vervangen (fig. F).  U hebt de kachel helemaal leeggestookt of de kous is vervangen. Na het plaatsen van de gevulde wisseltank 30 minuten wachten met ontsteken.  U duwt de ontstekingsschuif  te krachtig naar beneden. Minder hard indrukken (hoofdstuk C).  De ontstekingsspiraal is defect. Raadpleeg uw dealer. gloeispiraal met gebroken gloeidraad ONGELIJKE VLAM EN/OF ROET EN/OF GEUR.  De verbrandingskamer  is niet goed geplaatst. Zet deze recht met de handgreep , tot u hem makkelijk wat naar links en rechts kunt schuiven.  De vlamhoogte is niet goed ingesteld. Zie fig. Q en de aanwijzingen onder hoofdstuk D.  U gebruikt verouderde brandstof. Begin elk stookseizoen met nieuwe brandstof.  U gebruikt verkeerde brandstof. Zie DE JUISTE BRANDSTOF (hoofdstuk ’Wat u vooraf moet weten’).  Er is sprake van stofophoping onder in de kachel. Raadpleeg uw dealer.  De koushoogte is niet goed ingesteld. Zie hoofdstuk F. DE KACHEL GAAT LANGZAAM UIT.  De wisseltank is leeg. Zie hoofdstuk B.  Er zit vocht in het zeefje. Maak het zeefje droog (hoofdstuk H, fig. O).  Er zit vocht in het onderreservoir. Raadpleeg uw dealer.  De kous is aan de bovenzijde verhard. Kachel helemaal leegbranden (hoofdstuk H). Gebruik de juiste brandstof.  U gebruikt verouderde brandstof. Begin elk stookseizoen met nieuwe brandstof. DE KACHEL BLIJFT LAAG BRANDEN.  Kous staat te laag. Zet de koushoogtevergrendeling een stand hoger (hoofdstuk F).  De kachel had voor het bijvullen vrijwel alle brandstof verbruikt. Na het plaatsen van de volle wisseltank 30 minuten wachten met ontsteken.  U gebruikt oude of verkeerde brandstof. Zie DE JUISTE BRANDSTOF (hoofdstuk ’Wat u vooraf moet weten’).  De ruimte wordt onvoldoende geventileerd. Zet even een raam of deur wijd open en laat deze daarna op een kier staan. 1 80 R 59 C DE KACHEL BRANDT TE HOOG, MET NIET-REGELBARE VLAMMEN.  U gebruikt verkeerde, te vluchtige brandstof. Zie DE JUISTE BRANDSTOF (hoofdstuk ’Wat u vooraf moet weten’).  De kous staat te hoog. Zet de koushoogtevergrendeling een stand lager (hoofdstuk F). H OVER HET ONDERHOUD Uw kachel vergt weinig onderhoud. Wel dient u stof en vlekken bijtijds af te nemen met een vochtige doek, omdat er anders hardnekkige vlekken kunnen ontstaan. Normaal gesproken zijn er slechts drie onderdelen aan slijtage onderhevig: 1. DE BATTERIJEN Deze kunt u zelf vervangen. Gooi de oude batterijen niet in de vuilnisbak. Volg de regels zoals die in uw gemeente gelden voor Klein Chemisch Afval. 2. DE KOUS / LEEGBRANDEN Om de levensduur van de kous te verlengen, moet u de kachel van tijd tot tijd eens helemaal laten leegbranden (tot hij vanzelf uitgaat). Doe dit wanneer u merkt dat de vlam wat zwakker wordt. Het leegbranden veroorzaakt enige geur, dus het is raadzaam dit buiten de leefruimte te doen. Komt de vlam op stand 3 van de koushoogtevergrendeling niet hoog genoeg (fig. Q), dan moet de kous vervangen worden. Zie hoofdstuk M, of neem contact op met uw Zibro Kamin dealer. Ontstekingsspiraal 3. DE ONTSTEKINGSSPIRAAL De ontstekingsspiraal gaat langer mee als u op de juiste manier ontsteekt. Vervang op tijd de batterijen en let erop dat u de ontstekingsschuif niet te krachtig naar beneden duwt. Als de gloeidraad gebroken is, dient de spiraal Zeefje vervangen te worden. O HET BRANDSTOFZEEFJE Controleer ook met enige regelmaat het brandstofzeefje: Haal de wisseltank uit de kachel en verwijder het brandstofzeefje (fig. O). Dit kan wat nadruppelen; houd een doekje bij de hand. Klop het brandstofzeefje omgekeerd leeg op een harde ondergrond, om het vuil te verwijderen. (Nooit reinigen met water!) Plaats het brandstofzeefje weer in de kachel. ☞ ☞ I Verwijder zelf geen onderdelen van de kachel. Neem voor een eventuele reparatie altijd contact op met uw Zibro Kamin dealer. Laat de kachel afkoelen voordat u onderhoud pleegt. OPSLAG (EINDE STOOKSEIZOEN) Wij raden u aan de kachel aan het einde van het stookseizoen helemaal leeg te branden en daarna goed op te bergen. Volg daartoe de onderstaande aanwijzingen: 1 Maak de kachel aan buiten de leefruimte en laat hem geheel leegbranden. 2 Laat de kachel afkoelen. 1 81 R 59 C 3 Maak de kachel schoon met een vochtige doek en droog deze af. 4 Haal de batterijen uit de kachel en bewaar deze op een droge plaats. 5 Reinig het brandstofzeefje (zie hoofdstuk H). 6 Berg de kachel stofvrij op, zo mogelijk met de originele verpakkingsmaterialen. Overgebleven brandstof kunt u een volgend stookseizoen niet meer gebruiken. Houdt u toch wat over gooi deze brandstof dan niet weg, maar volg de regels zoals die in uw gemeente gelden voor Klein Chemisch Afval. 7 Begin het nieuwe stookseizoen in elk geval met nieuwe brandstof. Als u de kachel opnieuw in gebruik neemt, volg dan weer de instructies (zoals aangegeven vanaf hoofdstuk A). Zeefje O J VERVOER Om te voorkomen dat uw kachel tijdens het transport brandstof lekt, moet u de volgende maatregelen nemen: 1 Laat de kachel afkoelen. 2 Haal de wisseltank uit de kachel en verwijder het brandstofzeefje (fig. O). Dit kan wat nadruppelen; houd een doekje bij de hand. P Bewaar het brandstofzeefje en de wisseltank buiten de kachel. 3 Duw de transportdop op de plaats van het brandstofzeefje (fig. P) en druk deze goed aan. 4 Vervoer de kachel altijd rechtop. K Transportdop SPECIFICATIES Ontsteking elektrisch Brandstof kerosine Capaciteit (kW)* 45-95 Brandstofverbruik (l/uur)* Brandstofverbruik (g/uur) * 295 hoogte Accessoires 428 513 brandstofhevelpomp 0,28 transportdop 225 tankdopopener Brandduur per tank (uur)* 14 Inhoud wisseltank (liter) 4,0 Gewicht (kg) 9 Type kous F * Bij instelling op maximale stand, breedte (inclusief bodemplaat) diepte 2,7 Geschikte ruimte (m3)** L Afmetingen (mm) batterijen Batterijen 2x LR 20, MN 1300, alkaline 1,5V ** Opgegeven waarden zijn indicatief DE GARANTIEVOORWAARDEN U krijgt op uw kachel 24 maanden garantie vanaf de aankoopdatum. Binnen deze periode worden alle materiaal- en fabricagefouten kosteloos verholpen. Hierbij gelden de volgende regels: 1 82 R 59 C 1 Alle verdere aanspraken op schadevergoeding, inclusief gevolgschade wijzen wij uitdrukkelijk af. 2 Reparatie of vervanging van onderdelen binnen de garantietermijn leidt niet tot verlenging van de garantie. 3 De garantie geldt niet wanneer veranderingen zijn aangebracht, nietoriginele onderdelen zijn gemonteerd of reparaties aan de kachel zijn verricht door derden. 4 Onderdelen die aan normale slijtage onderhevig zijn, zoals de batterijen, de ontstekingsspiraal, de kous en het brandstofhevelpompje, vallen buiten de garantie. 5 De garantie geldt uitsluitend als u de originele, gedateerde aankoopbon overlegt en als daarop geen veranderingen zijn aangebracht. 6 De garantie geldt niet bij schade ontstaan door handelingen die afwijken van de gebruiksaanwijzing, door verwaarlozing en door het gebruik van verkeerde of verouderde brandstof. Verkeerde brandstof kan zelfs gevaarlijk zijn*. 7 De verzendkosten en het risico van het opsturen van de kachel of onderdelen daarvan, komen altijd voor rekening van de koper. Om onnodige kosten te voorkomen, raden wij u aan eerst altijd zorgvuldig de gebruiksaanwijzing te raadplegen. Wanneer deze geen uitkomst biedt, geef de kachel dan in reparatie bij uw dealer. * Licht ontvlambare stoffen kunnen bijvoorbeeld leiden tot een oncontroleerbare verbranding, met uitslaande vlammen als gevolg. Probeer in dat geval nooit de kachel te verplaatsen, maar zet de kachel onmiddellijk uit (zie hoofdstuk E). In noodgevallen kunt u een brandblusser gebruiken, maar dan uitsluitend van het type B: een koolzuur- of poederblusser. 1 0 TIPS VOOR EEN VEILIG GEBRUIK 1 Wijs kinderen altijd op de aanwezigheid van een brandende kachel. 2 Verplaats de kachel niet als deze brandt of nog heet is. In dat geval ook niet bijvullen en geen onderhoud verrichten. 3 Plaats de voorkant van de kachel op minimaal 1,5 meter van muur, gordijnen en meubels. Houd ook de ruimte boven de kachel vrij. 4 Gebruik de kachel niet in stoffige ruimtes en niet op plaatsen waar het sterk tocht. In beide gevallen krijgt u geen optimale verbranding. 5 Zet de kachel uit voordat u vertrekt of naar bed gaat. 6 Bewaar en vervoer de brandstof uitsluitend in de daarvoor bestemde wisseltankjes en jerrycans. 7 Zorg ervoor dat de brandstof niet bloot staat aan hitte of extreme temperatuurverschillen. Bewaar de brandstof altijd op een koele, droge en donkere plaats (zonlicht tast de kwaliteit aan). 8 Gebruik de kachel nooit op plaatsen waar schadelijke gassen of dampen aanwezig kunnen zijn (bv. uitlaatgassen of verfdampen). 9 De bovenzijde van de kachel wordt heet. De kachel mag niet afgedekt worden (brandgevaar). Vermijd elk contact met de bovenplaat en de grille. 10 Zorg altijd voor voldoende ventilatie. 1 83 R 59 C HET VERVANGEN VAN DE KOUS M 1 2 VOORDAT U BEGINT MET HET VERVANGEN VAN DE KOUS, DIENT DE KACHEL UIT EN VOLLEDIG AFGEKOELD TE ZIJN. 1 Open het tankklepje en haal de wisseltank eruit. 2 Haal de batterijen uit de batterijhouder. 3 Controleer of de vlamregelaar en de ontstekingsschuif 3 4a helemaal omhoog staan. Verwijder vervolgens het omhulsel van de schuiven. 4 Licht de grille uit de inkeping en trek hem naar voren. Neem de branderkop uit de kachel. Sluit de grille. 4b 5a 5 Draai de schroeven aan de onderzijde van de mantel van de kachel los. Trek de mantel iets naar voren en verwijder deze van de bodemplaat. Draai de vleugelmoeren onder de branderzitting los. 5b 5c 6 Til de branderzitting omhoog zodat de kous zichtbaar wordt. Leg de branderzitting naast de kachel. (Let op dat de bedrading niet los raakt). 7 Druk de vlamregelaar omlaag zodat het kousmechanisme in de hoogste stand komt. 6 7 8 Draai de koushouder (met kous) zover naar links totdat deze loskomt en haal hem uit de kachel. 9 Haal de kous uit de koushouder. 8 1 84 R 59 C 9 10 11a 10 Plaats de nieuwe kous in de koushouder en druk de kouspinnen stevig in de gaten van de koushouder. 11 Plaats de koushouder (met kous) terug door de twee grote pinnen aan de buitenzijde van de koushouder, in de sponning van het kousmechanisme te drukken. 11b 12 Draai vervolgens de koushouder met de klok mee totdat deze goed vastzit. 12 Plaats de branderzitting terug. 13 14 13 Draai de vleugelmoeren kruislings handvast aan. 14 Controleer de werking van het kousmechanisme door de vlamregelaar omlaag te schuiven en vervolgens op de beveiligingstoets te drukken. Herhaal dit een aantal keer. 15 16a 15 Controleer de werking van het omvalmechanisme door de vlamregelaar helemaal omlaag te duwen en het loodje te kantelen. 16 Plaats de mantel terug en draai de mantelschroeven vast. Plaats vervolgens de branderkop terug. Controleer 16b 16c of deze goed recht staat, door deze aan de handgreep even naar links en rechts te schuiven. Sluit de grille. 17 Plaats de gevulde wisseltank terug. 17 18 18 Plaats de batterijen in de batterijhouder (let op de plus en min). Na het plaatsen van de wisseltank en de batterijen, moet u 30 minuten wachten voordat u de kachel aanmaakt. 1 85 R 59 C
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88

Zibro R 59 C de handleiding

Categorie
Ruimteverwarmingstoestellen
Type
de handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor