Enraf-Nonius 4-Series Handleiding

Type
Handleiding
4-SERIE
NL109-1498750-49 IFU
26 Mei, 2023
Gebruiksaanwijzing
Pagina 2 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Inhoudsopgave
1 Introductie ......................................................................................................................................................... 3
2 Symbolen ........................................................................................................................................................... 5
3 Apparaatcomponenten ................................................................................................................................. 7
4 Inhoud van de verpakking ........................................................................................................................ 10
5 Installatie ......................................................................................................................................................... 14
6 Beoogd gebruik en beoogd gebruiker ................................................................................................ 16
7 Indicaties ......................................................................................................................................................... 17
8 Contra-indicaties .......................................................................................................................................... 18
9 Voorzorgsmaatregelen .............................................................................................................................. 21
10 Algemene instructies .................................................................................................................................. 22
11 Bediening ........................................................................................................................................................ 24
12 Toepassingsinformatie ............................................................................................................................... 40
13 Beschrijving Stroomvormen en Ultrageluid parameters ............................................................... 43
14 Onderhoud en verhelpen van storingen ............................................................................................. 65
15 Specificaties .................................................................................................................................................... 71
16 Contact ............................................................................................................................................................. 73
17 Productaansprakelijkheid .......................................................................................................................... 73
Pagina 3 van 74 NL109-1498750-49 IFU
1 Introductie
Voorwoord
Welkom bij de groeiende familie van nieuwe 4-serie eigenaren. Dit product is ontworpen en
geproduceerd door Enraf-Nonius B.V. en wordt met vertrouwen aan u geleverd. Het is geproduceerd
met behulp van de nieuwste technieken en strenge kwaliteitscontrole.
Deze handleiding is geschreven voor de eigenaars en bedieners van de 4-serie. De handleiding bevat
algemene voorschriften voor bediening, voorzorgsmaatregelen en onderhoud, alsmede informatie
over onderdelen. Om het gebruik, de efficiëntie en de levensduur van uw unit te optimaliseren dient u
deze handleiding zorgvuldig door te lezen en vertrouwd te raken met de bedieningsorganen en de
accessoires voordat u de unit bedient.
Apparaatbeschrijving
De 4-serie bestaat uit een reeks producten voor fysiotherapie. De verschillende apparaten hebben een
identiek bedieningspaneel dat is uitgerust met een full-colour aanraakscherm. De apparaten werken
op netvoeding en kunnen optioneel worden uitgerust met een batterij, zodat men niet afhankelijk is
van netvoeding. De reeks bestaat uit de hieronder beschreven producten.
Endomed 482
De Endomed 482 is uitgerust met twee volledig identieke elektrotherapie-kanalen. De
elektrotherapiekanalen kunnen worden gebruikt in combinatie (verbonden) of volledig onafhankelijk.
Voor zowel pijnbestrijding als spierstimulatie is een uitgebreide set stroomgolfvormen beschikbaar.
Protocolgestuurde bediening is beschikbaar, zodat zowel door de fabriek als door de gebruiker
ingestelde sequenties van behandelstappen kunnen worden gebruikt. Protocollen kunnen op
gekoppelde of onafhankelijke kanalen worden uitgevoerd. Met onafhankelijke kanalen kunnen
tegelijkertijd twee verschillende protocollen worden uitgevoerd.
Sonopuls 490
De Sonopuls 490 is een apparaat voor ultrageluidtherapie. Het apparaat beschikt over twee posities
voor het aansluiten van een ultrageluid-behandelkop. Afhankelijk van de bestelde
apparaatconfiguratie, wordt de Sonopuls 490 geleverd met een behandelkop met een groot
contactoppervlak, een behandelkop met een klein contactoppervlak of beide. De behandelkoppen
kunnen worden gebruikt in continue of gepulseerde modus op een ultrageluid-frequentie van 1 MHz
of 3 MHz. De contactcontrole-functie onderbreekt de toediening van ultrasone energie wanneer er
onvoldoende akoestisch contact met het behandelgebied is. De behandelkoppen zijn geschikt voor
subaquale behandelingen. Als optioneel toebehoren is een behandelkop (StatUS Pack 400)
beschikbaar voor de toepassing van stationaire ultrageluidtherapie. Deze behandelkop is niet geschikt
voor subaquale behandelingen.
Sonopuls 492
De Sonopuls 492 is een combinatie-apparaat waarin de functies van de Endomed 482 en Sonopuls
490 in een enkel apparaat worden gecombineerd. De Sonopuls 492 biedt ook de mogelijkheid van
gelijktijdige toepassing van elektro- en ultrageluidtherapie (combinatietherapie). Het overblijvende
elektrotherapiekanaal kan in dat geval onafhankelijk worden gebruikt. Als optioneel toebehoren is een
behandelkop (StatUS Pack 400) beschikbaar voor de toepassing van stationaire ultrageluidtherapie.
Deze behandelkop is niet geschikt voor combinatietherapie en subaquale behandelingen.
Pagina 4 van 74 NL109-1498750-49 IFU
StatUSTM Pack 400
Voor gedetailleerde uitleg over installatie en werking van de Sonopuls 490/492 in combinatie met
StatUS Pack 400 (voor de toepassing van statisch ultrageluid), verwijzen wij u naar de
gebruiksaanwijzing StatUS Pack 400 (art.nr. 1629767). Deze handleiding (CD-ROM) treft u aan in de
verpakking van het StatUS Pack 400.
Vacotron 460
Elektrotherapie kan worden toegepast met behulp van standaard of vacuümelektroden. Met
vacuümelektroden genereert de Vacotron 460 het vacuüm waarin de vacuümelektroden op de patiënt
worden aangebracht. Het apparaat wordt geplaatst onder de Endomed 482 of Sonopuls 492, waarvan
het stroom verkrijgt en via welke het ook wordt bediend.
Pagina 5 van 74 NL109-1498750-49 IFU
2 Symbolen
Gebruikte
symbolen
Omschrijving
Volg de instructies in de handleiding.
Het is belangrijk dat u de preventieve veiligheids- en gebruiksinstructies
aandachtig doorleest en toepast.
Algemeen Verbodsteken.
Verbod betekent: "U MAG NIET ..."
Waarschuwing of Let op:
Geeft een gevaarlijke situatie aan welke, indien deze niet voorkomen wordt,
kan leiden tot:
a. Overlijden of ernstig letsel van de patiënt (of)
b. Klein tot middelgroot letsel van de patiënt (of)
c. Schade aan de apparatuur
Algemeen Verplichtsteken.
Verplichte actie betekent: "U moet ..."
Type B toegepast onderdeel dat voldoet aan de gespecificeerde vereisten om
bescherming te bieden tegen elektrische schokken, met name wat betreft
toelaatbare lekstroom van de patiënt en hulpstroom van de patiënt.
Type BF toegepast onderdeel dat voldoet aan de gespecificeerde eisen om een
hogere mate van bescherming tegen elektrische schokken te bieden dan type
B toegepaste onderdelen.
Geeft de temperatuurlimieten aan waaraan het medische hulpmiddel veilig kan
worden blootgesteld.
Geeft de luchtvochtigheid aan waaraan het medische hulpmiddel veilig kan
worden blootgesteld.
Geeft de luchtdruk aan waaraan het medische hulpmiddel veilig kan worden
blootgesteld.
Elektronisch afval kan worden hergebruikt.
Geeft de elektrische en elektronische onderdelen van het apparaat aan die
kunnen worden gerecycled en die apart moeten worden afgevoerd.
Zorg dat het apparaat droog blijft.
Naam en adres van fabrikant en de productiedatum.
Referentie- of modelnummer
Pagina 6 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Serienummer, gebruikt voor identificatie van het apparaat.
Het CE-merkteken in combinatie met een nummer geeft aan dat deze in
overeenstemming is met de richtlijn van de Europese Raad aangaande
medische apparatuur en dat dit apparaat/hulpmiddel onder direct toezicht
staat van de aangemelde instantie.
Verbinding electrodekabel elektrotherapie
Verbindingen vacuümkabels elektrotherapie
Aansluiting voor afstandsbediening
Aan/uit toets
Pulsfrequentie
Continue
Duty Cycle (Puls/pauze-verhouding)
Pulsduur
Ultrageluidfrequentie
Wisselstroom
Pagina 7 van 74 NL109-1498750-49 IFU
3 Apparaatcomponenten
Onderdelen van het apparaat
Beschrijving van de onderdelen
Beschrijving
Doel
Aan-/uitschakelaar
0 Apparaat losgekoppeld van het lichtnet
1 Apparaat aangesloten op het lichtnet
Connector voor netsnoer
Typenummer/
Waarschuwingssticker
Om het apparaat van de elektriciteitsleiding los te
koppelen, trekt u de stekker uit het stopcontact.
Geeft informatie over het apparaat, zoals type en
serienummer, alsmede aansluitgegevens zoals
netspanning en maximaal stroomverbruik.
Aansluiting afstandsbediening
Deze aansluiting heeft twee functies:
1 Gebuik van optionele afstandsbediening.
Gebrukt om op afstand de
uitgangsstroom aan te passen op de
elektrotherapie kanalen of om de
behandeling van de kanalen te stoppen.
2 Gebruik van een USB-stick. Gebruikt voor
software-updates en het opslaan van
gebruiksgegevens.
Pagina 8 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Beschrijving
Doel
Sluit geen extern-gevoede apparatuur met USB-
aansluiting of andere computer-apparatuur aan,
omdat deze de veiligheid van de patiënt in gevaar
kan brengen.
De voedingsstroom van deze verbinding is beperkt
tot 100 mA. Sluit geen massaopslagapparatuur
zoals externe harde schijven met USB-aansluiting
aan, omdat dit kan
resulteren in gegevensverlies. Alleen USB-
geheugensticks zijn toegestaan
Aan-/uit-drukknop:
Deze knop wordt gebruikt om het apparaat aan/uit
te schakelen.
Indicatie-lampje stroomtoevoer:
Groen: Apparaat is aangesloten op het
lichtnet. Wanneer er een batterij
aanwezig is, wordt deze opgeladen.
Oranje: Apparaat werkt op batterij
Display met Touch screen
technologie
Gebruikersinterface waarmee de gebruiker het
apparaat kan bedienen en de parameters van de
behandelingsprotocollen kan wijzigen.
Centrale regelaar met lichtring
Gebruik deze regelaar om door de pagina's te
bladeren en om de parameters aan te passen. De
lichtring is verlicht wanneer de regelaar klaar is voor
gebruik.
Aansluiting voor elektrodekabel
elektrotherapiekanaal 1
Aansluitpunt voor patientkabel voor kanaal 1.
Aansluiting voor elektrodekabel
elektrotherapiekanaal 2
Aansluitpunt voor patientkabel voor kanaal 2.
Multifunctionele aansluiting
kanaal A
Aansluitpuunt voor Ultrageluidapplicator of
StatUSTM Pack 400
Het aansluiten van andere dan door de fabrikant
aangegeven accessoires kan de veiligheid van
de patiënt en de werking van de apparatuur
negatief beïnvloeden en is daarom niet toegestaan.
Voor gecombineerde toepassingen mag alleen
Enraf-Nonius ultrageluidapplicator worden
gebruikt. De zeer lage lekstroom van dit type
apparatuur staat garant voor een absoluut veilige
behandeling.
Multifunctionele aansluiting
kanaal B
Pagina 9 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Beschrijving
Doel
De ultrageluidapplicator is een precisie-instrument.
Aan ontwikkeling en productie is veel
aandacht besteed om zo goed mogelijke
bundeleigenschappen te verkrijgen. Ruw gebruik
(schokken of laten vallen) kan deze eigenschappen
nadelig beïnvloeden en moet daarom worden
vermeden.
Aansluiting voor vacuümkabels
elektrotherapiekanaal 1
Aansluiting voor vacuümkabels
elektrotherapiekanaal 2
Aansluitingskabel van vacuüm
unit naar het behandelapparaat
Aansluiting bovenste gedeelte
vacuümkabel
Luchtinlaat voor het aftappen van de Vacuümtank.
Zie instructies Vacuümunit.
Verbindingen [8] [9] [12] [13] zijn bestemd voor het aansluiten van type BF toegepaste onderdelen
die voldoen aan aan de lekstroom vereisten van IEC 60601-1.
Verbindingen [10] [11] zijn bestemd voor het aansluiten van type B toegepaste onderdelen die
voldoen aan de lekstroom vereistren van IEC 60601-1.
Pagina 10 van 74 NL109-1498750-49 IFU
4 Inhoud van de verpakking
Apparaat
De inhoud van het pakket is afhankelijk van het bestelde model. De volgende zijn beschikbaar:
Art. Nummer
Omschrijving
1498901
Sonopuls 490 met grote ultrageluidskop
1498902
Sonopuls 490 met kleine ultrageluidskop
1498903
Sonopuls 490 met grote en kleine ultrageluidskop
1498911
Sonopuls 492 met grote ultrageluidskop
1498912
Sonopuls 492 met kleine ultrageluidskop
1498913
Sonopuls 492 met groete en kleine ultrageluidskop
1498920
Endomed 482
1498950
Vacotron 460
1629902
StatUSTM Pack 400
Ultrageluidskop
Ultrageluid modellen kunnen worden geleverd met een of twee ultrageluidskoppen:
Art. Nummer
Omschrijving
1630905
Ultrageluidskop, groot
1630915
Ultrageluidskop, klein
Standaard accessoires 4-Serie
Art. Nummer
Omschrijving
1498010
Inclinatievoet 4-serie (niet voor Vacotron 460)
3440001
Schroevendraaier
3444290
Netsnoer 250V/10A Europa 2,5 meter zwart
1498756
4-Serie Informatieboekje
1498757
4-Serie Gebruiksaanwijzing (CD-ROM)
Standaard accessoires ultrageluid
Art. Nummer
Omschrijving
0167154
Informatieblad ultrageluid contactgel
0167314
Informatieblad bevestiging houders ultrageluidskoppen
1498011
Houder voor ultrageluidskop 4-serie - 1 voor elke ultrageluidskop
3442929 (*)
Flacon contactgel 250 ml, 1 st.
(*) = standaard wordt 1 fles contactgel geleverd bij een Sonopuls. Het artikelnummer 3442929 staat
voor een doos van 12 flessen.
Standaard accessoires elektrotherapie
Art. Nummer
Omschrijving
1460266
Sponshoes voor rubberelektrode 6x8 cm, set van 4 st.
3444021
Fixatieband 250x3 cm
3444020
Fixatieband 100x3 cm
2 x 3444129
Rubberelektrode 6x8 cm, 2 mm bus, set van 2 st.
2 x 3444211
Patiëntenkabel, 2-aderig, 2 mm stekker, zwart, met gekleurde clips
Pagina 11 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Standaard accessoires vacuüm
Art. Nummer
Omschrijving
3444505
Sponsjes Ø 65 mm, set van 4 st.(voor vacuümelektrode Ø 60 mm)
2 x 3444503
Vacuümelektroden Ø 60 mm, set van 2 st.
2 x 3444507
Vacuümelektrodekabel rood
2 x 3444508
Vacuümelektrodekabel zwart
Optionele accessoires
Ultrageluid contactgel
Art. Nummer
Omschrijving
3442929
Flacon contactgel 250 ml, 12 st.
3442930
Flacon contactgel 850 ml, 12 st.
3442931
Contactgel, kanister van 5 L
3442932
Dispenserset voor 5 L kanister
Kleefelektroden
Art. Nummer
Omschrijving
3444222
Kleefelektroden Ø 2,0 cm, 2 mm bus, set van 10x8 st. (ook voor EMG)
3444056
EN-Trode Ø 3,2 cm, 2 mm bus, set van 10x4 st.
3444135
EN-Trode Ø 5,0 cm, 2 mm bus, set van 10x4 st.
3444057
EN-Trode 5x5 cm, 2 mm bus, set van 10x4 st.
3444058
EN-Trode 5x9 cm, 2 mm bus, set van 10x4 st.
Rubber elektroden
Art. Nummer
Omschrijving
3444128
Rubberelektrode 4x6 cm, 2 mm bus, set van 2 st.
3444129
Rubberelektrode 6x8 cm, 2 mm bus, set van 2 st.
3444130
Rubberelektrode 8x12 cm, 2 mm bus, set van 2 st.
Sponshoezen voor rubberelektroden
Art. Nummer
Omschrijving
1460273
Sponshoes voor rubberelektrode 4x6 cm, set van 4 st.
1460266
Sponshoes voor rubberelektrode 6x8 cm, set van 4 st.
1460275
Sponshoes voor rubberelektrode 8x12 cm, set van 4 st.
Fixatiebanden
Art. Nummer
Omschrijving
3444020
Fixatieband 100x3 cm
3444021
Fixatieband 250x3 cm
3444022
Fixatieband 100x5 cm
3444023
Fixatieband 250x5 cm
Pagina 12 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Puntelektroden
Art. Nummer
Omschrijving
3444180
Puntelektrode (pen model), Ø 5 mm, aansluiting vrouwelijk 2 mm, incl 10
geleidende rubberen doppen
Adapters
Art. Nummer
Omschrijving
2523524
Adapter van 2 mm bus naar 4 mm stekker, rood
2523523
Adapter van 2 mm bus naar 4 mm stekker, zwart
Patiëntenkabel
Art. Nummer
Omschrijving
3444211
Patiëntenkabel, 2-aderig, 2 mm stekker - zwart, met gekleurde clips
Afstandsbediening
Art. Nummer
Omschrijving
1498800
Afstandsbediening 4-serie
Draagtas
Art. Nummer
Omschrijving
3444675
Draagtas 4-serie
Batterij
Art. Nummer
Omschrijving
2501016
Batterij Pb 12 V, 2 Ah
Vacotron accessoires Vacotron 460
Art. Nummer
Omschrijving
3444509
Vacuum electrodes Ø 30 mm, set of 2
3444503
Vacuum electrodes Ø 60 mm, set of 2
3444504
Vacuum electrodes Ø 90 mm, set of 2
3444516
Sponsjes Ø 30 mm, set van 4 st. (voor vacuümelektrode Ø 30 mm)
3444505
Sponsjes Ø 65 mm, set van 4 st. (voor vacuümelektrode Ø 60 mm)
3444506
Sponsjes Ø 95 mm, set van 4 st. (voor vacuümelektrode Ø 90 mm)
3444507
Vacuümelektrodekabel rood
3444508
Vacuümelektrodekabel zwart
Stapel adapter
Art. Nummer
Omschrijving
1498000
Stapel adapter voor een combinatie met de Sonopuls 492, StatUSTM Pack 400 en
Vacotron 460
Pagina 13 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Bestelinformatie
Kijk voor bestelinformatie, standaardaccessoires en aanvullende accessoires voor de 4-serie op de
website www.enraf-nonius.com.
Pagina 14 van 74 NL109-1498750-49 IFU
5 Installatie
Inspectie
Als u transportschade constateert, neem dan contact op met uw leverancier.
Gebruik het apparaat niet!
Voer de volgende stappen meteen bij het uitpakken van het apparaat uit:
Controleer de leveringsdocumenten om er zeker van te zijn dat de levering compleet is.
Controleer of de verpakking alle artikelen bevat die worden vermeld in de lijst met
standaardtoebehoren.
Controleer de externe onderdelen en accessoires op mogelijke schade door transport.
Systemen zonder Vacotron
Verwijder het apparaat uit de 4-serie en eventuele andere bestelde items uit de doos en
inspecteer deze op schade die tijdens het transport kan zijn ontstaan.
Plaats het apparaat op een tafel of EN-kar. Zorg ervoor dat er voldoende luchtstroming onder het
apparaat is (plaats het apparaat niet op het afdekpapier van een behandeltafel).
Plaats het apparaat indien nodig op de meegeleverde kantelstandaard om de leesbaarheid van
het display te verbeteren.
Systemen met een Vacotron
Verwijder de vacuüm-unit uit de 4-serie en eventuele andere bestelde items uit de doos en
inspecteer deze op schade die tijdens het transport kan zijn ontstaan.
Plaats de vacuüm-unit op een tafel of EN-kar. Zorg ervoor dat er voldoende luchtstroming onder
het apparaat is (plaats het apparaat niet op het afdekpapier van een behandeltafel).
Verwijder het apparaat uit de 4-serie en eventuele andere bestelde items uit de doos en
inspecteer deze op schade die tijdens het transport kan zijn ontstaan.
Plaats het hoofd-apparaat bovenop de vacuüm-unit.
Til het hoofd-apparaat voorzichtig aan de voorzijde op en steek de platte kabel [17] in de
connector [18].
Aansluiten op het lichtnet
Het gebruik van een andere kabel dan de meegeleverde kabel is strikt verboden, aangezien
deze invloed heeft op de veiligheid van de patiënt en de goede werking van het apparaat.
Plaats het apparaat niet op een plaats waar de stroomkabel er tijdens een behandeling
uit kan worden getrokken of waar men erover kan struikelen.
Gebruik het apparaat niet als het niet op de juiste manier geaard is. Zorg ervoor dat het
apparaat elektrisch is geaard door het alleen aan te sluiten op een geaard stopcontact
dat voldoet aan de geldende plaatselijke voorschriften m.b.t. elektriciteit in een medische
omgeving.
Om het risico van een elektrische schok te vermijden, mag deze apparatuur alleen worden
aangesloten op een stroomnet met beschermde aarde.
Steek het netsnoer in aansluiting [1] en sluit het aan op een wandcontactdoos.
Zet de aan-/uitschakelaar [1] Aan (1)
Het indicatielampje van de stroomtoevoer [5] brandt groen om aan te geven dat het apparaat is
aangesloten op het lichtnet.
Zet het apparaat aan met drukknop [4]
Het apparaat start nu op en voert een zelftest uit. Dit kan even duren.
Aan het einde van de zelftest verschijnt het Home-menu en is het apparaat klaar voor gebruik.
Pagina 15 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Plaatsen van de optionele batterij
Verwissel de zwarte en rode draad niet omdat dit schade aan uw apparaat zal veroorzaken.
De batterij bevat materiaal dat schadelijk is voor het milieu. Houd u aan de plaatselijk
geldende regelgeving bij het weggooien van de batterij.
Vanwege de hoge stroomeisen van ultrageluid-toepassingen, adviseren wij u uitsluitend door
Enraf-Nonius geleverde batterijen van het type 2501016 te gebruiken.
Neem de stekker van het netsnoer uit de contactdoos [1].
Draai het apparaat uit de 4-serie ondersteboven en plaats het op een zacht oppervlak.
Verwijder met de meegeleverde schroevendraaier de twee schroeven van het deksel van het
batterijcompartiment.
Schuif het deksel van het batterij-compartiment open en til het op. Plaats de batterij in de
onderkant van het apparaat en zorg er daarbij voor dat de polen van de batterij in de juiste
richting liggen. De polariteit wordt aangegeven aan de onderkant van het
batterijcompartiment.
Neem de zwarte draad en sluit deze aan op de negatieve (-) pool van de batterij.
Neem de rode draad en sluit deze aan op de positieve (+) pool van de batterij. Schuif de batterij
ondersteboven in de batterij-compartiment en zorg er daarbij voor dat de
draden niet klem komen te zitten.
Plaats en schuif het deksel van het batterij-compartiment weer op z'n plaats.
Bevestig het deksel van het batterij-compartiment met de twee schroeven, met behulp van de
meegeleverde schroevendraaier.
Plaats het apparaat weer terug op zijn poten.
Plaats de stekker van het netsnoer weer in de contactdoos [1].
Werken op batterij
Laat de aan-/uitschakelaar [1] in de Uit-positie (0) staan en zet het apparaat aan met behulp van
drukknop [4].
Het indicatielampje van de stroomtoevoer brandt oranje, om aan te geven dat het apparaat werkt
op de batterij.
De oplaadstatus van de batterij wordt aangegeven in de rechterbovenhoek van het scherm.
Wanneer u klaar bent met de behandelingen, schakelt u het apparaat uit met behulp van
drukknop [4].
Met de aan-/uitschakelaar [1] op Aan (1) wordt de batterij automatisch opgeladen, ongeacht de stand
van
de aan-/uit-drukknop [4]. Wij adviseren het apparaat zoveel mogelijk met netstroom te gebruiken. Dit
komt de levensduur van de batterij ten goede.
Ontkoppelen van het lichtnet
Systemen zonder batterij
Wanneer u klaar bent met de behandeling, schakelt u het apparaat uit door de aan-/uitschakelaar
[1] op Uit (0) te zetten. Het apparaat is nu losgekoppeld van het lichtnet.
Systemen met een batterij
Schakel het apparaat uit met drukknop [4].
Het indicatielampje van de stroomtoevoer [5] brandt nog steeds groen, om aan te geven dat het
apparaat nog steeds is aangesloten op het lichtnet en dat de batterij wordt opgeladen.
Zet de aan-/uitschakelaar [1] op Uit (0) om het opladen te stoppen en het apparaat los te
koppelen van het lichtnet.
Pagina 16 van 74 NL109-1498750-49 IFU
6 Beoogd gebruik en beoogd gebruiker
Elektrotherapie
Elektrotherapie is bedoeld voor pijnverlichting en voor de behandeling van spierdisfunctie.
Ultrageluidtherapie
Ultrageluid is mechanische energie die bestaat uit hoogfrequente trillingen die door middel van een
ultrageluidapplicator worden toegediend. Deze trillingen gaan door het weefsel van het lichaam en
worden geleidelijk geabsorbeerd en omgezet in warmte. De resulterende temperatuurstijging
veroorzaakt biologische veranderingen in het weefsel die leiden tot verlichting van pijn, relaxatie van
spierspasmen en vermindering van gewrichtscontracturen.
Combinatietherapie
Combinatietherapie is de gecombineerde toepassing van ultrageluid en elektrische stimulatie. Bij
combinatietherapie wordt het metalen oppervlak van de ultrageluidapplicator de negatieve elektrode
voor elektrische stimulatie, terwijl de lead-draad met de rode connector de positieve elektrode voor
elektrische stimulatie blijft. Combinatietherapie is mogelijk met alle stroomvormen, maar beperkt tot
kanaal 2. Combinatietherapie wordt meestal gebruikt voor het verminderen van spierspasmen.
Beoogd gebruiker
Deze medische apparatuur is bedoeld om te worden gebruikt, en mag UITSLUITEND worden gebruikt
door of onder toezicht van professionele gebruikers op het gebied van fysieke geneeskunde en
revalidatie, die inzicht hebben in de voordelen en beperkingen van elektro- en ultrageluidtherapie.
Pagina 17 van 74 NL109-1498750-49 IFU
7 Indicaties
De 4-serie kan worden gebruikt voor de onderstaande symptomen en medische aandoeningen:
Elektrotherapie
Pijnbestrijding
Symptomatische verlichting van chronische, hardnekkige pijn.
Bestrijding van pijn in verband met post-traumatische of post-operatieve aandoeningen.
Spierstimulatie
Relaxatie van spierspasmen.
Preventie of uitstel van inactiviteitsatrofie.
Spierrevalidatie.
Instandhouding of vergroting van het bewegingsbereik.
Ultrageluidtherapie
Ultrageluid is geïndiceerd voor aandoeningen die goed reageren op de toediening van diepe
warmte: pijn, spierspasmen en gewrichtscontracturen. Het doel van therapeutisch ultrageluid bij
de behandeling van symptomen van de chronische en subchronische aandoeningen
bursitis/capsulitis, epicondylitis, bandverstuikingen, tendinitis, littekenweefselgenezing en
spierverstuikingen is om pijn te verlichten.
Combinatietherapie
Verminderen van spierspasmen.
Pagina 18 van 74 NL109-1498750-49 IFU
8 Contra-indicaties
De 4-serie MAG NIET worden gebruikt voor de onderstaande symptomen of medische
aandoeningen.
Elektrotherapie
Alle
Zwangerschap (niet toepassen op buik/bekkengebied). Voor het gebruik van therapeutische
elektrische stimulatie tijdens zwangerschap is de veiligheid niet vastgesteld.
Pijnbestrijding
Dit apparaat dient niet te worden gebruikt voor symptomatische pijnverlichting tenzij de etiologie
is vastgesteld of tenzij een pijnsyndroom is gediagnostiseerd.
Dit apparaat dient niet te worden gebruikt bij patiënten met 'on-demand' pacemakers.
Dit apparaat dient niet te worden gebruikt boven carcinomateuze laesies.
Elektrodeplaatsing waarbij stroom aan het carotis-sinusgebied (hals) wordt toegediend, moet
worden vermeden.
Elektrodeplaatsing waarbij stroom transcerebraal (door het hoofd) wordt toegediend moet
worden vermeden.
Elektrodeplaatsing waarbij stroom transthoracaal wordt toegediend, moet worden vermeden
(elektrische stroom in het hart kan aritmie veroorzaken).
Spierstimulatie
Dit apparaat dient niet te worden gebruikt bij patiënten met 'on-demand' pacemakers.
Dit apparaat dient niet te worden gebruikt boven carcinomateuze laesies.
Elektrodeplaatsing waarbij stroom aan het carotis-sinusgebied (hals) wordt toegediend, moet
worden vermeden
Elektrodeplaatsing waarbij stroom transcerebraal (door het hoofd) wordt toegediend, moet
worden vermeden.
Elektrodeplaatsing waarbij stroom transthoracaal wordt toegediend, moet worden vermeden
(elektrische stroom in het hart kan aritmie veroorzaken).
Ultrageluidtherapie
De erkende contra-indicaties voor warmtetherapie zelf
In een gebied van het lichaam waarvan bekend is dat daar een kwaadaardig gezwel aanwezig is
Boven of in de buurt van botgroeicentra totdat de botgroei voltooid is
Boven het thoracale gebied als de patiënt een pacemaker heeft
Boven een genezende fractuur*
Boven ischemische weefsels bij personen met vaatziekte waarbij de bloedtoevoer de toegenomen
stofwisselingsbehoefte niet zou kunnen volgen en weefselnecrose zou kunnen ontstaan
Bij aanwezigheid van metalen implantaten (alle types)*
Patiënten met gevoelsverlies in het te behandelen gebied
De gonaden of de zich ontwikkelende foetus
Het hart
De hersenen
De testikels
De ogen
Ultrageluid dient niet te worden gebruikt bij bewusteloze patiënten
* = geldt niet voor LIPUS (Low Intensity Pulsed Ultrasound)
Pagina 19 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Combinatietherapie
De gecombineerde contra-indicaties van ultrageluidtherapie en elektrotherapie zijn van toepassing.
Voorzorgen en waarschuwingen
Ultrageluidtherapie
Wanneer therapeutisch ultrageluid bij patiënten met hemorragische diathese wordt gebruikt,
dienen voorzorgsmaatregelen te worden getroffen.
Ultrageluidbehandeling vormt een potentieel veiligheidsrisico bij patiënten waarvan de
pijnrespons is afgenomen vanwege ziekte, een operatie, ioniserende stralingsbehandeling,
chemotherapie of algehele of plaatselijke anesthesie. Het kan blaren veroorzaken. Niet gebruiken
bij ongevoelige gebieden of bij slechte circulatie.
Hoge thermische doses kunnen resulteren in gebieden met thermische aseptische necrose die bij
inspectie van de huid mogelijk niet worden opgemerkt.
Denk bij het gebruik altijd aan de hygiëne (zie hoodstuk 14 voor reiniging). Plaats de behandelkop
altijd alleen op huid die intact is. Behandel bij beschadigde huid (bijv. ulcera) slechts de
wondranden en nooit de wond zelf.
Twee-kanaals ultrageluid is alleen bedoeld voor één enkele patiënt.
Zie tevens hoofdstuk 9 voor algemene waarschuwingen en voorzorgen.
Combinatietherapie
Combinatietherapie is alleen toegestaan met een enkele ultrasone kop aangesloten.
Belangrijke risico’s
Ultrageluidtherapie
Het gebruik van ultrageluid bij de behandeling van gebieden boven de schouders kan belangrijke
risico's met zich meebrengen. Hoewel wordt erkend dat bepaalde aandoeningen van de ogen
kunnen worden (en zijn) behandeld door specialisten die op basis van training, kennis en
ervaring zijn gekwalificeerd voor het toedienen van dergelijke behandelingen, brengt dit de
erkende risico's van het toedienen van hitte bij de ogen met zich mee.
Behandeling van de schildklier en de lymfeknopen in de hals kan de patiënt blootstellen aan nog
onduidelijke effecten omdat de veiligheid van dergelijke behandelingen nog niet is vastgesteld.
Bijwerkingen
Elektrotherapie
Vaak voorkomende bijwerkingen die tijdens of na de behandeling worden gemeld, zijn over het
algemeen mild van aard. Ze kunnen omvatten, maar zijn niet beperkt tot:
bijvoorbeeld huidbeschadiging of irritatie
o lokaal erytheem
o roodheid van de huid
o tederheid/gevoeligheid
o actuele allergische reacties op de elektrodegel
verslechtering van de toestand zoals
o verslechtering van de symptomen
o toename van pijn
systemische symptomen, zoals
o duizeligheid, duizeligheid misselijkheid, braken,
o hoofdpijn, migraine of neurologische effecten.
o algehele malaise
Pagina 20 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Bijwerkingen die zelden voorkomen zijn
Brandwonden
Ongemak veroorzaakt door elektrotherapiebehandeling
Etsing onder de elektroden
Ultrageluidtherapie
Cataracta
Onvruchtbaarheid bij de man
Versterkte werking van geneesmiddelen
Thermische stress
Combinatietherapie
Hiervoor gelden de gecombineerde contra-indicaties en negatieve effecten van elektrotherapie en
ultrageluidtherapie.
Pagina 21 van 74 NL109-1498750-49 IFU
9 Voorzorgsmaatregelen
Waarschuwing!
Als het gebruik van dit apparaat de oorzaak is van of bijgedragen heeft aan een ongewenst
voorval zoals overlijden of ernstig letsel van de gebruiker, dan MOETEN de fabrikant en de
bevoegde autoriteit van de lidstaat daarvan onmiddellijk op de hoogte worden gesteld!
In de VS mag dit apparaat alleen worden verkocht door of op voorschrift van een bevoegd arts
('licensed practitioner'). Dit apparaat dient alleen te worden gebruikt onder continue supervisie
van een bevoegd arts.
Zorg ervoor dat u op de hoogte blijft van de contra-indicaties.
Zorg ervoor dat het apparaat elektrisch is geaard door het alleen aan te sluiten op een geaard
stopcontact dat voldoet aan de toepasselijke plaatselijke elektriciteitsvoorschriften.
Dit apparaat dient buiten bereik van kinderen te worden gehouden.
Deze apparatuur is niet geschikt voor gebruik bij aanwezigheid van een ontvlambaar
anesthesiemengsel met lucht, zuurstof of lachgas.
Het gebruik van knoppen of verstelmogelijkheden of het uitvoeren van procedures die hier niet
omschreven worden, kunnen leiden tot gevaarlijke blootstelling aan ultrasone energie.
Wees voorzichtig bij het gebruik van dit apparaat in de buurt van andere apparatuur. Mogelijke
elektromagnetische of andere interferentie kan optreden bij dit apparaat of bij de andere
apparatuur. Probeer de interferentie zoveel mogelijk te beperken door geen gekoppelde
apparaten te gebruiken.
Aanbevolen wordt om de 4-serie niet te gebruiken na extreme temperatuurschommelingen.
Het apparaat mag niet worden gebruikt wanneer er enige vorm van mechanische schade wordt
opgemerkt.
Gebruik de unit niet in een omgeving waarin kortegolf- of microgolfdiathermie wordt
toegepast, aangezien dit kan resulteren in brandwonden onder de elektrodes.
Let op!
Bepaal altijd de dosering op basis van de warmteperceptie van de patiënt. Elk gevoel dat sterker
is dan milde warmte, kan brandwonden veroorzaken.
Gebruik de 4-serie NIET als deze is aangesloten op apparaten die niet van Enraf-Nonius B.V.
zijn.
Gebruik dit apparaat niet in zogenaamde “natte ruimtes” (ruimten voor hydrotherapie).
Deze unit dient te worden bediend bij temperaturen tussen 10 en 40 °C met een relatieve
luchtvochtigheid variërend van 10-90% (niet condenserend).
Stel de unit niet bloot aan direct zonlicht, warmte van een radiator, overmatige hoeveelheden
stof, vocht, trillingen en mechanische schokken.
In het geval van binnengedrongen vloeistoffen moet de unit van het lichtnet worden
losgekoppeld en moet deze worden gecontroleerd door een geautoriseerd persoon (zie de
paragraaf over technisch onderhoud).
Voordat u een behandeling uitvoert op een patiënt, dient u bekend te zijn met de
bedieningsprocedures voor elke beschikbare behandelingsmethode, evenals indicaties, contra-
indicaties, waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen.
Ga voorzichtig met de ultrageluidapplicator om. Onjuiste omgang met de ultrageluidapplicator
kan de eigenschappen hiervan negatief beïnvloeden.
Inspecteer vóór gebruik de ultrageluidapplicator op scheuren waardoor geleidingsvloeistof kan
binnendringen.
Pagina 22 van 74 NL109-1498750-49 IFU
10 Algemene instructies
Ultrageluidtherapie
Tijdens de behandeling mag de patiënt geen onaangename gewaarwordingen voelen die
neerkomen op pijn. Een licht gevoel van prikkeling is toegestaan.
Als als gevolg van de behandeling hoofdpijn, duizeligheid, duizeligheid, vermoeidheid en/of
andere (autonome zenuw) reacties ontstaan, moet de behandeling daarna met een lagere
intensiteit worden uitgevoerd.
Bij continue en gepulseerde ultrasone geluid met een hoge intensiteit kan een gevoel van
warmte worden gevoeld. Alleen een licht gevoel van warmte is aanvaardbaar.
Voorafgaand aan de behandeling
Zorg ervoor dat u de inhoud van deze handleiding hebt gelezen en begrepen voordat u met de
behandeling begint.
Controleer de patiënt op contra-indicaties.
Test de warmtegevoeligheid van het te behandelen gebied.
Om de ultrageluidsoverdracht te optimaliseren, moet de huid van het te behandelen gebied met zeep
of een 70% alcoholoplossing worden schoongemaakt.
Sterke haargroei moet worden weggeschoren.
Start behandeling
Plaats de behandelingskop (vergeet niet om gel aan te brengen op de patient).
Wanneer er voldoende contact wordt gemaakt, start de timer.
Wanneer het contact tussen de behandelingskop en de patiënt niet voldoende is, gaat de LED-ring
(contactcontrolelampje) in de behandelingskop aan.
Tijdens de behandeling
De ultrageluidapplicator moet constant worden bewogen, ook bij de semi-statische methode. Tijdens
de behandeling kan de weergegeven ultrageluidamplitude rond de ingestelde waarde schommelen,
wat wordt veroorzaakt door fluctuaties in akoestische koppeling.
Vraag de patiënt regelmatig naar zijn/haar bevindingen. Zo nodig zal de behandeling moeten worden
aangepast. De amplitude kan worden verlaagd of de continue modus kan worden veranderd in
pulserende modus of vice versa.
Als er aanwijzingen zijn dat de ultrageluidsoverdracht slecht is, moet meer contactgel worden
aangebracht of de aanwezige gel worden uitgestreken met de applicator.
Belangrijk!
Om een efficiënte energieoverdracht te garanderen, is een contactmedium nodig tussen het
behandelingshoofd en het lichaam. Lucht reflecteert vrijwel alle ultrasone energie. Het beste medium
voor de overdracht van ultrasone energie is een gel.
Gebruik bij voorkeur Enraf-Nonius Contact-Gel®, omdat de uitstekende eigenschappen van de
behandelkoppen hierdoor optimaal benut kunnen worden.
De gel moet worden aangebracht op het te behandelen lichaamsdeel en vervolgens met de
behandelingskop worden uitgespreid.
Einde behandeling
De behandeling kan worden gestopt door de behandelingskop van de patiënt af te nemen en de
timer op nul te zetten. De behandeling stopt automatisch wanneer de behandelingstijd is verstreken.
Na de behandeling
Reinig de huid van de patiënt en de ultrageluidapplicator met een handdoek of tissue.
Pagina 23 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Reinig de applicator zoals beschreven in hoofdstuk 14.
Controleer op de te verwachten effecten (zoals pijn, circulatie en mobiliteit).
Vraag de patiënt om de therapeut over eventuele reacties te informeren.
Elektrotherapie
Tijdens de behandeling mag de patiënt geen onaangename gewaarwordingen voelen die
neerkomen op pijn. Een licht gevoel van prikkeling is toegestaan.
Als als gevolg van de behandeling hoofdpijn, duizeligheid, duizeligheid, vermoeidheid en/of
andere (autonome zenuw) reacties ontstaan, moet de behandeling daarna met een lagere
intensiteit worden uitgevoerd.
Voorafgaand aan de behandeling
Zorg ervoor dat u de inhoud van deze handleiding hebt gelezen en begrepen voordat u met de
behandeling begint.
Controleer de patiënt op contra-indicaties.
Maak de huid van het te behandelen gebied met zeep of een 70% alcoholoplossing schoon. Het
scheren van behaarde huid wordt aanbevolen.
Test de warmtegevoeligheid van het te behandelen gebied.
Plaats de elektroden en/of sponzen (vergeet niet te bevochtigen).
Tijdens de behandeling
De intensiteit wordt ingesteld op het gewenste niveau.
De patiënt wordt regelmatig gevraagd om de gevoelde sensaties te melden. Indien nodig wordt de
behandeling aangepast.
Einde behandeling
De behandeling kan worden gestopt door de behandelingskop van de patiënt af te nemen en de
timer op nul te zetten. De behandeling stopt automatisch wanneer de behandelingstijd is verstreken.
Na de behandeling
Reinig de huid van de patiënt en de ultrageluidapplicator met een handdoek of tissue.
Reinig de applicator zoals beschreven in hoofdstuk 14.
Controleer op de te verwachten effecten (zoals pijn, circulatie en mobiliteit).
Vraag de patiënt om de therapeut over eventuele reacties te informeren.
Pagina 24 van 74 NL109-1498750-49 IFU
11 Bediening
Basisbediening
Aanzetten van het apparaat
Schakel het apparaat aan via de drukknop [4].
Het apparaat begint met het uitvoeren van de zelftest.
Aan het einde van de zelftest klinkt een pieptoon en het apparaat komt in het Home-menu en is klaar
voor gebruik.
Indeling van het display
Het display is ingedeeld als een spreadsheet met 4 bladen, één voor elk kanaal. De kanalen verwijzen
naar de patiënt-connectorgroepen die aan de voorzijde van het apparaat toegankelijk zijn. Een blad
kan worden geselecteerd door op het tabblad ervan te drukken. Het tabblad bevat belangrijke
informatie, zoals de uitgangsamplitude en de resterende behandeltijd. Deze informatie is voortdurend
zichtbaar, ook wanneer het blad niet is geselecteerd.
[A] Naam van het apparaat..
[B] Navigatieniveau. Laat zien waar u zich bevindt
in de navigatie.
[C] Batterij indicator (alleen zichtbaar wanneer
wordt gewerkt op de batterij).
[D] Navigatiebalk. Bevat schermafhankelijke
knoppen voor verschillende functies. Zie
paragraaf navigatienbalk voor details.
[E] Koptekst van het scherm. Bevat de naam van
het scherm, zoals Handleiding of de naam van
het geselecteerde Klinische protocol.
[F] Parameters worden aangeduid met
pictogrammen. Wanneer een parameter is
geselecteerd, verschijnt hier de naam ervan.
[G] Scherm. Toont de parameters van een
geselecteerd kanaal of, wanneer er geen
kanaal is geselecteerd, de menuknoppen.
[H] Kanaal-tabblad. Wordt gebruikt om een kanaal
te selecteren en de uitgangsamplitude van dat
kanaal weer te geven en in te stellen. Zie
paragraaf kanaal-tabblad voor details.
FIGUUR 1
Een geselecteerd blad biedt een overzicht van de parameters die bij dat kanaal behoren. Een
parameter kan worden geselecteerd door erop te drukken, waardoor de kleur ervan worden gewijzigd
naar zilver en de lichtring rond de centrale regelaar [7] wordt verlicht. De parameter kan nu worden
ingesteld met de centrale regelaar [7]. De parameter kan worden afgesloten door hier opnieuw op te
drukken of door op een andere parameter te drukken.
Om de uitgangsamplitude van een kanaal in te stellen, drukt u opnieuw op het tabblad van het
geselecteerde kanaal. De kleur daarvan verandert nu naar oranje. De uitgangsamplitude kan nu
worden aangepast met de centrale regelaar [7].
Voor sommige toepassingen, zoals interferentietherapie en combinatietherapie, kunnen twee naast
elkaar gelegen kanaal worden gekoppeld. Gekoppelde kanalen worden aangegeven door een
gecombineerd tabblad. De tabbladhelften tonen de uitgangsamplitude van elk kanaal, terwijl de
parameters op de rest van het blad gelden voor beide kanalen.
Wanneer u het apparaat aanzet komt u eerst in het Home-menu. In het Home-menu is geen van de
kanalen geselecteerd. Het Home-menu biedt gestructureerde toegang tot alle beschikbare
Pagina 25 van 74 NL109-1498750-49 IFU
therapievormen in het apparaat en de bijbehorende standaardinstellingen voor de parameters. U
selecteert eenvoudig een menu-item door op de knop ervan te drukken om naar het volgende scherm
te navigeren. U kunt teruggaan naar het vorige scherm door op het pijltje terug bovenin het scherm te
drukken. Overal in de navigatie kunt u teruggaan naar het Home-menu, door op de home-knop te
drukken.
Navigatiebalk
De volgende knoppen kunnen worden weergegeven op de navigatiebalk [D].
Knop
Betekenis
Terug, teruggaan naar het vorige scherm.
Home, teruggaan naar het Home-scherm.
Paginanummer / aantal pagina's in uit meerdere pagina's bestaande menuschermen
of
behandelstapnummer / aantal behandelstappen in sequentiële protocollen.
Systeeminstellingen.
Sla therapie-instellingen of een geprogrammeerd sequentieel protocol op in een
favoriet.
Favoriet verwijderen.
Behandeling onderbreken. De uitgangsstroom neemt af tot 0 en de
behandelingstimer onderbreekt het aftellen.
Behandeling starten/voortzetten. De uitgangsstroom neemt toe naar de vorige
waarde en de behandelingstimer gaat door met aftellen.
De geselecteerde optie accepteren.
Noodstop. Stop behandeling op alle kanalen tegelijk.
Informatie kanaal-tabblad
Afbeelding kanaal-tabblad
[I] [J] [KI]
[L] [M]
[I]
Uitgangsindicator
Standaard elektroden
Vacuümelektroden
Ultrageluid-behandelkop A
Ultrageluid-behandelkop B
Combinatietherapie
[J]
Kanaal-status
Kanaal gestopt
Kanaal onderbroken
Pagina 26 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Kanaal in gebruik
[K]
Resterende behandeltijd. Wanneer een sequentieel protocol is geladen, geeft de waarde de
totale resterende behandeltijd aan van het sequentiële protocol.
[L]
Uitgangswaarde
[M]
Eenheid van uitgangswaarde: μA, mA, V, W, W/cm2
Instellen van de stroomamplitude
Om de uitgangsstroom in te stellen, drukt u op het tabblad van het geselecteerde kanaal. De kleur
verandert naar oranje, waarna de stroomamplitude kan worden ingesteld met de centrale regelaar [7].
De stroomamplitude kan alleen worden ingesteld als de klok is ingesteld.
Bij 4-polige interferentiële stroomgolfvormen werkt de stroomamplitude op beide kanalen tegelijk. In
dit geval is een balansvoorziening aanwezig voor de klassieke interferentiestroom (zie paragraaf
Klassieke interferentie voor details).
De eenheid van de weergegeven stroomamplitude hangt af van de eerder geselecteerde
stroomgolfvorm en kan worden uitgedrukt in mA, μA of V.
Een behandeling wordt gestart door de stroomamplitude in te stellen (tenzij een zwelprogramma is
geselecteerd). Om een zwelprogramma te starten, drukt u op de knop Starten/Doorgaan op de
navigatiebalk.
CC/CV modus
Afhankelijk van de geselecteerde stroomgolfvorm kunnen de elektrotherapie-kanalen worden
gebruikt in de modus Constant Current of Constant Voltage. Het wordt aangeraden voor dynamische
elektrodetoepassingen de CV modus te gebruiken. In de CV modus is de uitgangsstroom afhankelijk
van het elektrische contact met de patiënt en kan deze daarom variëren. U kunt de CC/CV-instelling in
het parametermenu wijzigen.
Stroompolariteit
Wanneer gelijkspanning worden gebruikt, is de rode terminal de positieve terminal en de zwarte de
negatieve terminal.
Het handmatig wijzigen van de polariteit tijdens een behandeling zal resulteren in een stroom die
afneemt tot 0, gevolgd door een stroom met tegenovergestelde polariteit die toeneemt tot 80% van
de vorige waarde.
Zwelprogramma's
Met zwelprogramma's kunt u sequentiële toenames en afnames in de stroomamplitude
programmeren. Zie figuur 30 voor details. Zwelprogramma's dienen niet te worden verward met
protocollen:
Een enkele behandelingsstap van een protocol kan een zwelprogramma bevatten.
Bij onafhankelijk werkende kanalen draaien de zwelprogramma's onafhankelijk over beide kanalen. Ze
kunnen onafhankelijk worden ingeschakeld en hun parameters kunnen apart worden ingesteld.
Wanneer de stroomkanalen zijn gekoppeld, zijn de zwelprogramma's ook gekoppeld, wat inhoudt dat
hun parameters identieke waarden hebben. In dit geval kan een vertragingstijd worden ingesteld
tussen de start van de zwelling op kanaal 1 en kanaal 2.
Voordat u een behandeling met een zwel-programma start, moet u eerst de gewenste
stroomamplitude vinden. Gedurende deze tijd wordt het systeem onderbroken. Wanneer de
stroomamplitude is gevonden, kan de behandeling worden gestart door op de knop
Starten/Doorgaan op de navigatiebalk te drukken.
Pagina 27 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Parameters:
Zie figuur 30 voor details.
Zweltijd, uitgedrukt in s, is de tijd in een zwelprogramma gedurende welke de stroom wordt
verhoogd
van 0 tot het ingestelde niveau. Zie figuur 30 voor details. De zweltijd kan worden ingesteld in
stappen van 0.1 s.
Houdtijd, uitgedrukt in s, is de tijd in een zwelprogramma gedurende welke de stroom op het
ingestelde niveau wordt gehouden. Zie figuur 30 voor details. De houdtijd kan worden ingesteld in
stappen van 1 s.
Slinktijd, uitgedrukt in s, is de tijdsperiode in een zwelprogramma waarin de stroom wordt verlaagd
van het ingestelde niveau naar 0. Zie figuur 30 voor details. De slinktijd kan worden ingesteld in
stappen van 0.1 s.
Intervaltijd, uitgedrukt in s, is de tijdsperiode in een zwelprogramma waarin de stroom op 0 wordt
gehouden. Zie figuur 30 voor details. De intervaltijd kan worden ingesteld in stappen van 1 s.
Vertragingstijd, uitgedrukt in s, is de tijdvertraging tussen de start van het zwelprogramma op kanaal
1 en kanaal 2. Zie figuur 30 voor details. De vertragingstijd kan worden ingesteld in stappen van 1 s.
Pieptoon, wanneer ingeschakeld, wordt een korte pieptoon gegenereerd aan het begin van elke
zwelling.
Navigatie
Elektrotherapie
Home
Het Home-menu geeft toegang tot alle functies van het
apparaat.
Selecteer de gewenste functie of therapie door op de
betreffende knop te drukken.
Het volgende scherm verschijnt.
"Klinische protocollen" elektrotherapie
Het elektrotherapie-menu geeft toegang tot de functies
Klinische protocollen
Favorieten
Handbediening
Programmeren
Selecteer "Klinische protocollen" door op de knop te drukken.
Het volgende scherm verschijnt.
Pagina 28 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Gebruik de centrale regelaar om door de lijst te bladeren en
selecteer het klinische protocol door op de betreffende knop te
drukken.
Het scherm Kanaalselectie verschijnt.
Om therapie-informatie te krijgen drukt u op de info-knop aan
de
linkerzijde van het protocol, waarna de therapie-info wordt
weergegeven.
Therapie-informatie
Gebruik de centrale regelaar om door de pagina's te bladeren; in
de meeste gevallen bestaat de eerste pagina uit tekst gevolgd
door een of meer illustraties.
Druk op de knop Accepteren in de navigatiebalk.
Het scherm Kanaalselectie verschijnt.
Kanaalselectie
Hier selecteert u de kanalen voor elektrotherapie.
Wanneer u kanaal 1 selecteert, blijft kanaal 2 beschikbaar voor
een andere therapie.
Wanneer u kanaal 1 + 2 selecteert, hebben beide kanalen
dezelfde parameters. Alleen de intensiteit kan anders worden
ingesteld.
Pagina 29 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Parameter-scherm (therapie-scherm)
In dit scherm kan de gebruiker de intensiteit instellen of de
parameter wijzigen door op de knop te drukken en de waarde
met de centrale regelaar te wijzigen.
Als er een vacuüm-apparaat beschikbaar is, kan de gebruiker de
vacuüm-instellingen rechtstreeks vanuit het menu instellen.
Instellen van intensiteit
Om de intensiteit in te stellen, drukt u op blad 1 (Kanaal 1).
De uitlezing wijzigt naar oranje en kan met behulp van de
centrale regelaar worden ingesteld.
Timer start met aftellen.
"Handmatige bediening" elektrotherapie
Het elektrotherapie-menu geeft toegang tot de functies
Klinische protocollen
Favorieten
Handbediening
Programmeren
Selecteer Handbediening door op de knop te drukken.
Het volgende scherm verschijnt.
Pagina 30 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Selecteer een stroomgolfvorm uit de lijst.
Ga met behulp van de centrale regelaar [7] naar de volgende
pagina of selecteer de stroomgolfvorm door op de knop te
drukken.
Opmerking: sommige selecties zijn groepen, zodat in het
volgende scherm een andere lijst verschijnt waar de stroomgolf
kan worden geselecteerd.
Kanaalselectie
Hier selecteert u de kanalen voor elektrotherapie.
Wanneer u kanaal 1 selecteert, blijft kanaal 2 beschikbaar voor
een andere therapie.
Wanneer u kanaal 1 + 2 selecteert, hebben beide kanalen
dezelfde parameters. Alleen de intensiteit kan anders worden
ingesteld.
Parameter-scherm
U kunt de parameters aanpassen door op de knop te drukken
en de waarde met de centrale regelaar [7] te wijzigen.
Opmerking: sommige parameters zijn gegroepeerd; in het
volgende scherm kunnen de instellingen op de dezelfde wijze
worden gewijzigd als hierboven.
Pagina 31 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Instellen van de behandeltijd
Als u op de timer-toets drukt, verandert de kleur naar zilver en
kunt u de behandeltijd instellen met de centrale regelaar [7].
Herhaal dit voor alle andere parameters.
U start de therapie met het instellen van de intensiteit met
behulp van de centrale regelaar [7].
Om de behandeling te onderbreken, drukt u op de
pauzeknop op de navigatiebalk
Om de behandeling weer voort te zetten, drukt u op de
uitvoer [run]-knop op de navigatiebalk
Om de behandeling te stoppen, drukt u op STOP-knop op
de navigatiebalk
Ultrageluidtherapie
Het Home-menu geeft toegang tot alle functies van het
apparaat.
Selecteer ultrageluidtherapie in het Home-menu door op de
knop “Ultrageluidtherapie" te drukken.
Het volgende scherm verschijnt.
Pagina 32 van 74 NL109-1498750-49 IFU
"Klinische protocollen" ultrageluidtherapie
Het Ultrageluidtherapie-menu geeft toegang tot de functies
Klinische protocollen
Favorieten
Handbediening
Selecteer "Klinische protocollen" door op de knop te drukken.
Het volgende scherm verschijnt.
Gebruik de centrale regelaar om door de lijst te bladeren en
selecteer het klinische protocol door op de betreffende knop te
drukken.
Om therapie-informatie te krijgen drukt u op de info-knop aan
de linkerzijde van het protocol, waarna de therapie-info wordt
weergegeven.
Therapie-informatie
Gebruik de centrale regelaar [7] om door de pagina's te
bladeren; in de meeste gevallen bestaat de eerste pagina uit
tekst gevolgd door een of meer illustraties.
Druk op de knop Accepteren in de navigatiebalk.
Het parameter-scherm verschijnt.
Pagina 33 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Druk op de knop Accepteren in de navigatiebalk.
Het parameter-scherm verschijnt.
Kanaalselectie
Hier selecteert u de kanalen voor ultrageluidstherapie.
Wanneer u kanaal A selecteert, blijft kanaal B beschikbaar voor
een andere therapie. (Functionaliteit kan gelimiteerd zijn als
twee-kanaals modus niet is geactiveerd.)
Het aftellen begint wanneer er voldoende contact is tussen de
applicator en het te behandelen oppervlak.
Parameters kunnen altijd worden gewijzigd, voor of tijdens de
behandeling.
Opmerking: de lichtring op de ultrasone behandelkop gaat uit
als er voldoende contact is.
Pagina 34 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Combinatietherapie
Deze therapie is een combinatie van ultrageluidtherapie en
elektrotherapie.
Het Home-menu geeft toegang tot alle functies van het
apparaat. Selecteer combinatietherapie in het Home-menu
door op de knop "Combinatietherapie" te drukken.
Het volgende scherm verschijnt.
Het Combinatie-menu geeft toegang tot de functies
Klinische protocollen
Favorieten
Handbediening
Selecteer Handbediening door op de knop te drukken.
Het volgende scherm verschijnt.
Selecteer in dit menu de stroomgolfvorm door op de
betreffende knop te drukken.
Pagina 35 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Kanaalselectie
Hier kunnen de kanalen voor ultrageluid worden geselecteerd.
Opmerking: Er kan een melding verschijnen als er meer dan 1
ultrageluidskop is aangesloten. Volg de instructies van de
melding.
Stel de stroom-parameters en behandeltijd in
Druk op de parameter-knop en verricht de instelling met
behulp van de centrale regelaar [7].
Pagina 36 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Selecteer de ultrageluid-knop om de ultrageluid-
parameters in te stellen.
Druk op de elektrotherapie-knop om terug te keren naar
het vorige scherm.
Druk op ultrageluid-uitlezing en stel de intensiteit in met
behulp van de centrale regelaar [7].
Druk op de stroom-uitlezing kanaal 2 om de
stroomintensiteit in te stellen. (de elektrode en
behandelkop moeten in contact zijn met de patiënt)
Vacuüm
Als het apparaat is uitgerust met een Vacotron, kunt u kiezen
uit rubberelektroden en vacuüm-zuignappen.
Druk op de knop en stel de druk in met behulp van de
centrale regelaar [7]. De vacuüm-zuignappen worden
automatisch geselecteerd wanneer de pomp begint te
lopen.
Pagina 37 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Continue - Gepulseerde modus
Druk op de knop en selecteer met behulp van de
centrale regelaar [7] het gewenste massage-ritme. U kunt
kiezen uit Continue, Gepulseerde modus 1 s en
Gepulseerde modus 2 s.
Opslaan van favorieten
Zodra een behandelscherm volledig naar wens is ingesteld,
kunnen de instellingen worden opgeslagen als favoriet voor
later gebruik:
Zolang de behandeling niet is gestart, is een knop Opslaan
beschikbaar op de navigatiebalk. Om uw instellingen op te
slaan, drukt u op de knop Opslaan.
Voer met behulp van het toetsenbord de naam in van uw
favoriete instelling.
Druk op de knop om uw favoriete instelling op te slaan
onder de door u opgegeven naam.
Opmerking:
Eenmaal opgeslagen, kunnen Favorieten uit de menu's
Elektrotherapie, Ultrageluidtherapie en Combinatietherapie
worden opgehaald.
4-polige behandelingen worden automatisch opgeslagen
en geladen als twee-kanaalsbehandeling.
Vacuüm-instellingen worden niet opgeslagen.
Opgeslagen favorieten kunnen op alfabet worden
gesorteerd (via het menu Systeeminstellingen).
Pagina 38 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Programmeren van een sequentieel protocol
Een sequentieel protocol bestaat uit een reeks behandelstappen
die opeenvolgend worden uitgevoerd totdat het einde van het
protocol is bereikt.
Selecteer Programmeren in het elektrotherapie-menu
Zodra een behandelscherm volledig naar wens is ingesteld,
drukt u op de knop "volgende" om een volgende stap toe
te voegen.
Ga verder met de resterende stappen van de behandeling
totdat u het einde van uw protocol heeft bereikt.
Druk op de knop Opslaan op de navigatiebalk.
Voer de naam van uw sequentiële protocol zoals
beschreven in paragraaf Opslaan in favorieten.
Sequentiële protocollen worden opgeslagen onder het menu
Favorieten.
Systeeminstellingen
Het Home-menu geeft toegang tot alle functies van het
apparaat.
Selecteer Systeeminstellingen in het Home-menu door op de
knop 'Systeeminstellingen' in de navigatiebalk te drukken.
Pagina 39 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Via dit scherm kunt u het apparaat instellen op basis van uw
persoonlijke voorkeuren: U kunt verschillende instellingen
wijzigen of aanpassen.
Taal: druk op de taal-knop en selecteer de gewenste taal
met behulp van de centrale regelaar [7]. Druk ter
bevestiging opnieuw op de taal-knop of druk op een
andere knop.
Helderheid: hiermee kunt u de sterkte van de
achtergrondverlichting van het scherm wijzigen.
Luidsprekervolume: hiermee kunt u de geluidssterkte van
de luidspreker wijzigen.
Energiebesparing: hiermee stelt u de tijd in totdat het LCD-
scherm gedimd of uitgezet wordt.
Geluid einde behandeling: hiermee stelt u het
piepsignaal/patroon in dat de eenheid afspeelt als de
behandeling is voltooid.
Sorteer favorieten, wanneer deze optie is ingeschakeld,
worden de favorieten automatisch alfabetisch gesorteerd.
Ultrasound Standard, bepaalt het ERA-berekeningsmodel
(USA of IEC).
Systeem Info, de huidige geïnstalleerde systeemversie
Meldingen, submenu waar verschillende meldingen kunnen
worden gewijzigd.
Onderhoud, submenu waar onderhoudsroutines
toegankelijk zijn.
Het apparaat afsluiten
Schakel het apparaat uit zoals beschreven in paragraaf “ontkoppelen van het lichtnet”.
Pagina 40 van 74 NL109-1498750-49 IFU
12 Toepassingsinformatie
Zorg dat u het volgende hebt uitgevoerd voordat u de behandeling start:
U hebt de inhoud van deze handleiding gelezen en begrepen.
U volgt de vermeldingen in de veiligheidsinstructies nauwgezet op.
Controleer de patiënt op mogelijke contra-indicaties.
Het aansluiten van andere dan door de fabrikant aangegeven accessoires kan de veiligheid
van de patiënt en de werking van de apparatuur negatief beïnvloeden en is daarom niet
toegestaan.
Om infectie te voorkomen, dienen elektrodes en sponsjes niet op kapotte huid te worden
gebruikt.
Elektrotherapie
Gebruik geen elektrodes bij open wonden.
Flexibele rubberen elektrodes
U wordt aangeraden de flexibele rubberen elektrodes te gebruiken in combinatie met de
meegeleverde sponsjes. Als ze goed vochtig zijn zorgen de sponsjes voor een lage impedantie tussen
de huid en de stimulator tijdens de behandeling en ze kunnen achteraf gemakkelijk worden
schoongemaakt. Volg bij het gebruik van deze elektrodes de onderstaande richtlijnen.
Voor het eerste gebruik moeten de sponsjes grondig worden gespoeld in warm kraanwater om
het impregneermiddel te verwijderen.
Voordat ze worden gebruikt moeten de sponsjes met kraanwater worden doordrenkt. Bij voorkeur
een zoutoplossing gebruiken aangezien dit elektrische geleiding verbeterd.
De meegeleverde sponsjes hebben drie lagen. Bij wisselstroom moet een sponslaag tussen dehuid
en de elektrode worden aangebracht voor minimale weerstand.
Bij gelijkstroom moeten twee sponslagen tussen de huid en de elektrode worden aangebracht.
Twee lagen zorgen voor meer absorbtievermogen voor elektrolytische bijproducten.
Bevestig elektrode/sponsje op de patiënt met de meegeleverde fixatiebanden. Afhankelijk van
deelektrodegrootte moeten twee of drie omwikkelingen worden gebruikt om het
contactoppervlak zo groot mogelijk te maken. Zie onderstaande illustraties.
Gebruik de stimulator in de Constant Current (CC) modus. Hierdoor zal de ingestelde
stroomamplitude worden gehandhaafd, zelfs wanneer de impedantie van de sponsjes tijdens de
behandeling toeneemt door waterverdamping.
Houd de sponsjes goed vochtig tijdens de behandeling (dicht bij het druipen als ze lichtjes
worden uitgeknepen), met name bij gelijkspanning. Maak deze opniew vochtig wanneer de
Foutieve applicatie van fixatiebanden,
resulterend in slechte elektrische geleiding
Correcte applicatie van fixatiebanden,
resulterend in goede elektrische geleiding.
Pagina 41 van 74 NL109-1498750-49 IFU
behandeling langer duurt dan 10 minuten. Als de display voor de stroom begint te knipperen, is
dit een indicatie van slecht elektrisch contact.
Na gebruik moeten de sponsjes worden gereinigd zoals beschreven in de voorschriften voor
Onderhoud door de gebruiker.
Vacuümelektrodes
U hebt de keuze uit grote en kleine elektrodes. Het oppervlak van de elektrodes komt overeen met
dat van de flexibele rubberen elektrodes van 4 x 6 cm en 6 x 8 cm. De vacuümelektrodes zijn flexibel
genoeg om optimaal contact met de huid te verzekeren, maar stug genoeg om te voorkomen dat de
contouren van het behandelde lichaamsdeel veranderen, waardoor optimaal van het massage-effect
van het pulserende vacuüm kan worden geprofiteerd.
Houd de sponsjes tijdens de behandeling goed vochtig.
Na gebruik moeten de sponsjes worden gereinigd zoals beschreven in de voorschriften voor
Onderhoud door de gebruiker.
Zelfklevende elektrodes
Zelfklevende elektrodes hebben een hogere serie-impedantie dan flexibele rubberen elektrodes.
Hierdoor is het mogelijk dat de stimulator de behandeling met hogere stroomamplitudes beëindigt.
Wanneer dit gebeurt, wordt aanbevolen de behandeling voort te zetten met flexibele rubberen
elektrodes, gecombineerd met goed bevochtigde sponsjes.
Zelfklevende elektrodes worden niet aangeraden voor gebruik met stromen die een
gelijkspanningscomponent bevatten.
Ultrageluidtherapie
Contactcontrole
De ultrageluidapplicator heeft een contactcontrolefunctie die de behandeling onderbreekt wanneer
het akoestische contact met het lichaam tot onder een bepaald niveau daalt. Het indicatielampje op
de applicator gaat branden om deze situatie te signaleren, het ultrageluidskanaal icoon veranderd
naar pauze en de behandelingstimer zal stoppen met aftellen. Tijdens deze situatie geeft de applicator
een kleine hoeveelheid energie af om herstel van het akoestisch contact te registreren. U kunt dit
opmerken wanneer de applicator slechts gedeeltelijk in contact is met het lichaam. Wanneer herstel
van het contact wordt geregistreerd, wordt de behandeling met de ingestelde amplitude hervat.
Opmerking: De contactcontrolefunctie werkt niet bij amplitudes onder 0.2 W/cm².
Het contactmiddel
Breng de gel nooit aan op de ultrageluidapplicator. De applicator zal dit registreren als
akoestisch contact en kan ultrageluidenergie afgeven, waardoor de applicator beschadigd kan
raken. Als het lichaamsoppervlak erg onregelmatig is, waardoor het moeilijk is om goed
contact tussen de ultrageluidapplicator en het lichaam te verkrijgen, of als direct contact
moet worden vermeden (bijv. vanwege pijn), kan het betrokken gebied onder water worden
behandeld (subaquale methode). Het water dient te worden ontgast (door het eerst te koken)
om te voorkomen dat luchtbellen op de ultrageluidapplicator en het lichaam ontstaan.
Om efficiënte overdracht van energie te verzekeren, is een contactmiddel tussen de ultrageluid-
applicator en het lichaam vereist. Lucht reflecteert het ultrageluid vrijwel totaal. Voor de overdracht
van ultrageluid kan het beste een gel worden gebruikt.
De gel dient te worden aangebracht op het te behandelen lichaamsdeel en moet vervolgens worden
uitgestreken met de ultrageluidapplicator.
Pagina 42 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Vacuüm
Vacuümelektrodes maken goed contact met de huid, wat betekent dat effectief gebruik wordt
gemaakt van het gehele elektrodegebied. Het massage-effect dat het gevolg is van het pulserende
vacuüm zorgt voor een goede doorbloeding van de huid onder de elektrodes. Dit vermindert de
weerstand van de huid en verhoogt de werkzaamheid van de stimulerende stroom.
Zie paragraaf Vacuümelektrodes voor de toepassing van vacuüm elektroden.
Als u slechts één vacuüm kanaal gebruikt, sluit dan het andere af met één van de vacuümkabels
die niet in gebruik is.
Elektrolytische effecten
Wanneer stroomtypes met een gelijkspanningscomponent worden toegepast treedt onder de
elektrodes elektrolyse op. Omdat de grootste concentratie elektrolytische bijproducten veroorzaakt
door ionenmigratie onder de elektroden aanwezig is, wordt aangeraden de meegeleverde sponzen te
gebruiken om de effecten tot een minimum te beperken. Zorg ervoor dat de sponzen goed vochtig
worden gehouden en plaats de dikke zijde van de spons tussen de flexibele rubberen elektrodes en
de patiënt.
Stroomdichtheid
In de specifieke norm voor toestellen voor het stimuleren van zenuwen en spieren, IEC 60601-2-10,
wordt aanbevolen een stroomdichtheid van 2 mA effectief per cm² niet te overschrijden, omdat
anders huidirritaties of brandwonden kunnen ontstaan. Voor stroomtypes met een
gelijkspanningscomponent wordt aanbevolen een stroomdichtheid van 0.2 mA / cm² niet te
overschrijden.
Om de maximale aanbevolen stroomamplitude in mA voor de stroomvormen Interferentie, 2 polige
middenfrequent en Russische stimulatie te bepalen, moet het elektrodeoppervlak in cm² met twee
worden vermenigvuldigd. Bij alle andere stroomvormen kan de uitgangsstroom van de stimulator
nooit 50 mA effectief overschrijden. Dit houdt in dat bij een elektrodeoppervlak van 25 cm² de
stroomdichtheid nooit meer kan zijn dan 2 mA effectief / cm². Als vuistregel voor kleinere elektrodes,
zoals de zelfklevende van 3.2 mm, dient de maximale stroominstelling op de stimulator voor een
bepaalde stroomgolfvorm proportioneel moeten gereduceerd.
Voor een nauwkeurige berekening van de effectieve waarde (r.m.s.) van een pulserende
stroomgolfvorm kan de volgende formule worden gebruikt:
   
Voor symmetrische TENS-stromen dient de faseduur te worden vermenigvuldigd met 2. De waarde
van de piekstroom Ipeak kan worden overgenomen van de stroomdisplay.
Elektrodes dienen zorgvuldig te worden geplaatst, waarbij moet worden gezorgd voor goed elektrisch
contact over het gehele elektrodeoppervlak.
Aansluitings- en loskoppelingsreacties
Bij een Constant Current (CC) uitgangskarakteristiek kunnen onaangename aansluitings- en
loskoppelingsreacties optreden als de elektrodes niet goed vastzitten of geheel losraken. Zorg ervoor
dat de stroomamplitude is ingesteld op 0 mA wanneer u de elektrodes aanbrengt of verwijdert.
Gebruik de Constant Voltage (CV) output modus bij dynamische elektrodetoepassingen.
Pagina 43 van 74 NL109-1498750-49 IFU
13 Beschrijving Stroomvormen en Ultrageluid parameters
4-polige interferentiestromen
Bij het interferentiële stroomtype wordt een draaggolffrequentie van het middengebied gebruikt om
de laagfrequente prikkelfrequentie door de huid te sturen. De relatief lage weerstand van de huid
t.o.v. de draaggolffrequentie draagt bij aan het comfort voor de patiënt dat bij dit stroomtype vaak
wordt ervaren. Interferentiestromen zijn alle wisselspanningsstromen zonder
gelijkspanningscomponenten. Er zijn verschillende varianten van het interferentiële stroomtype
bekend, waarvan de volgende beschikbaar zijn bij de 4-serie:
Klassieke interferentie
Bij deze behandelingsmethode worden vier elektrodes gebruikt en worden twee niet-gemoduleerde
stromen gegenereerd. De frequentie van het ene kanaal is vastgesteld op de draaggolffrequentie
terwijl het andere kanaal een variabele frequentie heeft die is gebaseerd op de instellingen voor
prikkelfrequentie en frequentiemodulatie. Interferentie treedt daar op waar de twee stromen elkaar in
het weefsel kruisen. De modulatiediepte (die de stroomamplitude van de stimulatie bepaalt) hangt af
van de richting van de stromen en kan variëren van 0 tot 100%. 100% modulatiediepte komt alleen
voor bij de diagonalen (en dus bij het kruispunt) van de twee stromen. Dit is natuurlijk een
theoretische situatie, die is gebaseerd op de aanname dat het weefsel homogeen is. In werkelijkheid is
het weefsel echter heterogeen, zodat de stroombalans tussen de twee kanalen moet worden gebruikt
om de 100% modulatiediepte te verkrijgen (fig. 2). De stroombalans kan ook worden gebruikt om
verschillen in sensatie te compenseren die onder de elektrodeparen optreden.
FIGUUR 2
Modulatiediepte is alleen 100% bij de diagonalen.
Isoplanaire vector
De isoplanaire vectortechniek is bedoeld om het gebied waar effectieve stimulatie plaatsvindt te
vergroten. In de apparatuur vindt amplitudemodulatie plaats en een speciale faserelatie tussen de
twee kanalen zorgt voor 100% modulatiediepte tussen de vier elektrodes in alle posities.
FIGUUR 3
Modulatiediepte is 100% in het gehele
behandelingsgebied.
Pagina 44 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Het voordeel van deze methode is dat de positionering van de vier elektrodes om het betrokken
weefsel effectief te behandelen minder nauw luistert. Het gevoel van de Isoplanaire vectormodus is
zacht en gelijkmatig over het behandelingsgebied verdeeld.
Dipoolvector manueel
Bij de dipoolvectortechniek worden de stromen van de twee elektrodeparen vectorieel opgeteld in het
weefsel. Het effect is dat stimulatie alleen plaatsvindt in de richting van de resulterende vector, die kan
worden aangepast binnen een bereik van 360º. In de apparatuur vindt amplitudemodulatie plaats en
de modulatiediepte is 100%.
FIGUUR 4
Stimulatie met 100% modulatiediepte vindt alleen plaats in de
richting van de vector.
Het voordeel van deze methode is dat de richting van de stimulatie elektronisch kan worden
aangepast nadat de elektrodes zijn gepositioneerd.
Dipoolvector automatisch
Bij de automatische dipooltechniek wordt de hierboven beschreven dipoolvector met een instelbare
snelheid geroteerd. Als de stroomamplitude tot boven de motorische drempel wordt verhoogd, zal
het weefsel ritmisch samentrekken en ontspannen. De automatische dipool vectorstroom is ideaal
voor gebieden waar mechanische druk (massage) niet gewenst is.
Parameters:
Draaggolffrequentie, uitgedrukt in kHz, is de basisfrequentie van de wisselspanning.
Prikkelfrequentie, uitgedrukt in Hz, is het kanaalfrequentieverschil in klassieke interferentie-
modus en de snelheid waarmee de amplitude intern wordt gemoduleerd in de vectormodi.
Frequentiemodulatie, uitgedrukt in Hz, betreft een variabel frequentiebereik dat wordt opgeteld
bij de prikkelfrequentie. M.a.w. wanneer de prikkelfrequentie op 80 Hz en de frequentiemodulatie
op 40 Hz is ingesteld, zal de eindfrequentie variëren van 80 120 Hz. Frequentiemodulatie wordt
vaak gebruikt om gewenning aan stimulatie te voorkomen of om de tolerantie van de patiënt te
verbeteren.
Modulatieprogramma bepaalt de tijd en sequentie waarin de frequentie door het
frequentiemodulatiebereik beweegt (figuur 26-28).
Balans betreft het verschil in stroomamplitude tussen de twee kanalen. Alleen beschikbaar in
klassieke interferentie-modus.
Vectorpositie instelling bepaalt de hoek van de dipoolvector ten opzichte van de positie van de
elektrodes.
Rotatiesnelheid, uitgedrukt in s, is de verstreken tijd gedurende 1 omwenteling van de vector in
de automatische dipoolvector-modus.
Bifasische pulsstromen (TENS)
Asymmetrisch en alternerend asymmetrisch
De asyymmetrische bifasische pulsvorm wordt vaak gebruikt bij TENS (transcutane elektrische
zenuwstimulatie). Deze golfvorm wordt gekenmerkt door variabele faseduur en variabele
pulsfrequentie. De typische amplitude, duur en stijg- en slinksnelheid van deze golfvorm zijn ten
Pagina 45 van 74 NL109-1498750-49 IFU
opzichte van de basislijn voor elke fase ongelijk. De golfvorm is volledig gebalanceerd, m.a.w. de
lading van elke fase is gelijk. Zie figuur 6.
Een variatie op de standaard bifasische asymmetrische pulsstroom is de alternerende vorm, waarbij de
opeenvolgende pulsfasen ten opzichte van de basislijn alterneren. Ook deze golfvorm is volledig
gebalanceerd (figuur 7). Om gewenning aan stimulatie te voorkomen of om de tolerantie van de
patiënt te verbeteren kan de pulsfrequentie via frequentiemodulatie worden gevarieerd. Er zijn
verschillende frequentiemodulatieprogramma's beschikbaar (figuur 26-28).
Parameters:
Faseduur, uitgedrukt in μs, is de verstreken tijd van het begin tot het einde van de initiële
pulsfase.
Pulsfrequentie, uitgedrukt in Hz of pps (pulsen per seconde), is de herhalingssnelheid van de
TENS-pulsen.
Frequentiemodulatie, uitgedrukt in Hz, betreft een variabel frequentiebereik dat wordt opgeteld
bij de pulsfrequentie. M.a.w. wanneer de pulsfrequentie op 80 Hz en de frequentiemodulatie op
40 Hz is ingesteld, zal de eindfrequentie variëren van 80 120 Hz.
Modulatieprogramma bepaalt de tijd en sequentie waarin de frequentie door het
frequentiemodulatiebereik beweegt.
Burst asymmetrisch en Burst alternerend asymmetrisch
De bifasische en bifasische alternerende asymmetrische pulsstromen met burst zijn variaties op hun
tegenhangers zonder burst, waarbij de continue pulstrein wordt onderbroken door pulspauzes. Een
burstfrequentie kan worden ingesteld voor het behandelen van chronische pijn, waarbij het gebruik
van continue stimulatie met een lage pulsfrequentie te pijnlijk zou zijn. Elke burst duurt 100 ms en de
burstsnelheid kan afzonderlijk worden ingesteld. Met deze mildere TENS-golfvorm is het makkelijker
om de motorische drempelstimulus te overschrijden.
Parameters:
Faseduur, uitgedrukt in μs, is de verstreken tijd van het begin tot het einde van de initiële
pulsfase.
Pulsfrequentie, uitgedrukt in Hz of pps (pulsen per seconde), bepaalt de herhalingssnelheid van
de TENS-pulsen.
Burst-frequentie, uitgedrukt in Hz, bepaalt de herhalingssnelheid van bursts. Een burst bestaat
uit een pulstrein. Elke burst duurt 100 ms en het aantal pulsen in een burst hangt af van de
geselecteerde pulsfrequentie, m.a.w. bij een pulsfrequentie van 100 Hz heeft elke burst 10 pulsen.
Burst-modus kan niet worden geselecteerd wanneer frequentiemodulatie actief is.
Symmetrisch
TENS-stroompulsen kunnen ook worden gebruikt voor spierstimulatie. Vaak wordt de symmetrische
bifasische pulsvorm gebruikt. De aangegeven faseduur geldt voor beide pulsfasen, waardoor de
hoeveelheid beschikbare energie ten opzichte van de asymmetrische pulsvorm wordt verdubbeld.
Deze golfvorm is volledig gebalanceerd (er zijn geen gelijkspanningscomponenten aanwezig).
Parameters:
Faseduur, uitgedrukt in μs, is de verstreken tijd van het begin tot het einde van een pulsfase. De
faseduur geldt voor elke pulsfase.
Pulsfrequentie, uitgedrukt in Hz of pps (pulsen per seconde), is de herhalingssnelheid van de
TENS-pulsen.
Frequentiemodulatie, uitgedrukt in Hz, betreft een variabel frequentiebereik dat wordt opgeteld
bij de prikkelfrequentie. M.a.w. wanneer de prikkelfrequentie op 80 Hz en de frequentiemodulatie
op 40 Hz is ingesteld, zal de eindfrequentie variëren van 80 120 Hz.
Pagina 46 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Modulatieprogramma betreft de tijd en sequentie waarin de frequentie door het
frequentiemodulatiebereik beweegt.
Zwelprogramma kan worden gebruikt om herhaalde sequenties van contractie en rustperioden
in te stellen.
Burst symmetrisch
De bifasische symmetrische pulsstroom met burst is een variatie op zijn tegenhanger zonder burst,
waarbij de continue pulstrein door pulspauzes wordt onderbroken. Zie figuur 12 voor details. Een
burstfrequentie kan worden ingesteld voor het behandelen van chronische pijn, waarbij het gebruik
van continue stimulatie met een lage pulsfrequentie te pijnlijk zou zijn. Elke burst duurt 100 ms en de
burstsnelheid kan afzonderlijk worden ingesteld. Met deze mildere TENS-golfvorm is het makkelijker
om de motorische drempelstimulus te overschrijden.
Parameters:
Faseduur, uitgedrukt in μs, is de verstreken tijd van het begin tot het einde van de initiële
pulsfase.
Pulsfrequentie, uitgedrukt in Hz of pps (pulsen per seconde), bepaalt de herhalingssnelheid van
de TENS-pulsen.
Burstfrequentie, uitgedrukt in Hz, bepaalt de herhalingssnelheid van bursts. Een burst bestaat uit
een pulstrein. Elke burst duurt 100 ms en het aantal pulsen in een burst hangt af van de
geselecteerde pulsfrequentie, m.a.w. bij een pulsfrequentie van 100 Hz bevat elke burst 10 pulsen.
Burstmodus kan niet worden geselecteerd wanneer frequentiemodulatie actief is.
2 polige middenfrequent
Evenals bij interferentiestromen wordt een draaggolffrequentie uit het middengebied gebruikt om de
laagfrequente prikkelfrequentie door de huid te sturen. ‘2 polige middenfrequent’ houdt in dat in de
apparatuur amplitudemodulatie plaatsvindt, waardoor toediening met één enkel elektrodepaar
mogelijk is.
De 2 polige middenfrequente wisselstroom wordt vaak gebruikt als wordt beoogd de spier te
versterken en de verdeling van spiervezels (contractiesnelheid) te veranderen. De prikkelfrequentie
wordt gebruikt om de spiervezelverdeling te beïnvloeden. De optimale draaggolffrequentie voor dit
doel varieert tussen 2000 4000 Hz.
Bij een lage prikkelfrequentie (tot ongeveer 20 Hz) wordt de spier ‘rood’, terwijl bij een hogere
prikkelfrequentie (tot ongeveer 150 Hz) de spier ‘wit’ wordt. Dit kan worden gebruikt om het
explosieve vrijkomen van energie bij hoogspringers te bevorderen (mits dit wordt aangevuld met
functionele oefeningen). De meest comfortabele tetanische contracties worden verkregen bij een
prikkelfrequentie tussen 40 en 80 Hz.
Spierstimulatie wordt normaal gesproken toegediend met een zwelprogramma, waardoor de spieren
tussen oefeningscycli kunnen rusten.
Parameters:
Draaggolffrequentie, uitgedrukt in kHz, is de basisfrequentie van de wisselspanning.
Prikkelfrequentie, uitgedrukt in Hz, is de snelheid waarmee de amplitude intern wordt
gemoduleerd.
Frequentiemodulatie, uitgedrukt in Hz, bepaalt een variabel frequentiebereik dat wordt opgeteld
bij de prikkelfrequentie m.a.w. wanneer de prikkelfrequentie op 80 Hz en de frequentiemodulatie
op 40 Hz is ingesteld, zal de eindfrequentie variëren van 80 120 Hz.
Modulatieprogramma bepaalt de tijd en sequentie waarin de frequentie door het
frequentiemodulatiebereik beweegt.
Zwelprogramma kan worden gebruikt om herhaalde sequenties van contractie en rustperioden
in te stellen.
Pagina 47 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Russische stimulatie
Dit stroomtype is een intermitterende wisselstroom met een draaggolffrequentie van rond de 2500
Hz. Zie figuur 6. Russische stimulatie werd voor het eerst gebruikt door Kots, een docent
sportgeneeskunde verbonden aan de Staatsacademie van Moskou. Kots gebruikte het voor
spierversterking bij de prothesiologie en bij de training van Russische kosmonauten. Bij deze techniek
wordt de elektrostimulatie zowel bij afzonderlijke spieren als bij spiergroepen toegepast (direct of via
de zenuw). Bij directe stimulatie bleek een frequentie van 2500 Hz de grootste samentrekking te
veroorzaken, terwijl de optimale frequentie bij indirecte stimulatie 1000 Hz was.
Een specifiek kenmerk van dit type spierstimulatie is dat de wisselstroom 50 keer per seconde wordt
onderbroken. Dit resulteert in een pulstrein, vergelijkbaar met de ‘burst’ bij TENS. De totale duur van
de pulstrein is 20 ms, wat resulteert in een verhouding faseduur/fase-interval van 1:1. Kots gebruikt
een burstfrequentie van 50 Hz, ongeveer in het midden van het frequentiespectrum dat wordt
gebruikt om tetanische contractie te verkrijgen (40-80 Hz). Naast de 1:1 ratio beschrijft Kots tevens
een verhouding faseduur/fase-interval van 1:5.
De amplitude dient te worden verhoogd totdat een krachtige samentrekking wordt verkregen (van het
niveau van motorische stimulatie tot de tolerantielimiet). Zoals bij alle spierstimulatie-toepassingen
kan een zwelprogramma worden gebruikt, waardoor de spieren tussen oefeningscycli kunnen rusten.
Parameters:
Draaggolffrequentie, uitgedrukt in kHz, is de basisfrequentie van de wisselspanning.
Burst-frequentie, uitgedrukt in Hz, is de herhalingssnelheid van de bursts.
Burst / interval-ratio, is de verhouding van de burstlengte tot het interval tussen de bursts. De
som van de burst- en intervalduur is de reciprook van de burstfrequentie, m.a.w. bij een
burstfrequentie van 50 Hz en een burst / interval-ratio van 1:5, zal de burstduur 20 * 1/6 = 3,3 ms
zijn en de intervalduur 20 * 5/6 = 16,7 ms.
Zwelprogramma kan worden gebruikt om herhaalde sequenties van contractie en rustperioden
in te stellen.
Microcurrent
Microcurrent is een monofasische rechthoekige golfvorm met handmatig selecteerbare of wisselende
polariteit. Veel therapeuten geven de voorkeur aan Microcurrenttherapie vanwege de lage
stroomamplitudes die worden gebruikt. Wisselende polariteit kan worden gebruikt om de
gelijkspanningscomponent uit te middelen, waardoor de vorming van elektrolytische bijproducten
wordt verminderd.
Parameters:
Frequentie, uitgedrukt in Hz, is het aantal cycli dat per seconde wordt afgegeven.
Alternerings-modus bepaalt of de polariteit van de golf automatisch wisselt of niet.
Alterneringssequentie, uitgedrukt in s, bepaalt het ompoolmoment in de alterneringsmodus.
Zwelprogramma kan worden gebruikt om herhaalde sequenties van contractie en rustperioden
in te stellen. Zwelprogramma's zijn alleen beschikbaar in de niet-alternerende modus.
High voltage
Dit stroomtype heeft een monofasische golfvorm met twee pieken met een vaste duur van 64 μs
tussen de twee spanningspieken. De amplitude wordt ingesteld in volt in plaats van in mA. De korte
stijgtijd en korte duur van elke spanningspiek (ongeveer 7 μs) is zeer geschikt voor zenuwstimulatie en
efficiënte onderscheiding van sensore, motorische en pijnresponsen. De zeer korte pulsduur van high
voltage zorgt voor een stimulatie die zeer comfortabel is en door de meeste patiënten wordt
verdragen. De zeer korte pulsduur gevolgd door een zeer lang pulsinterval voorkomt het optreden
van waarneembare chemische of thermische effecten in het weefsel. High voltage wordt gebruikt voor
het stimuleren van zenuwen en spieren, waardoor spiercontracties worden veroorzaakt. Voorbeelden
voor klinisch gebruik zijn de behandeling van acute of chronische pijn, oedeemabsorptie en de
Pagina 48 van 74 NL109-1498750-49 IFU
genezing van zweren. Spiercontractie of motorische respons van geïsoleerde spiergroepen
(oppervlakkig of diep), kan gemakkelijk en comfortabel worden gestimuleerd. Het relatieve comfort en
de diepte van de penetratie zijn wellicht de reden voor de bruikbaarheid van high voltage stimulatie in
klinische situaties zoals peestransplantaties, gewrichtsmobilisatie en spierrevalidatie.
Parameters:
Pulsfrequentie, uitgedrukt in Hz of pps (pulsen per seconde), bepaalt de herhalingssnelheid van
de dubbele pulsen.
Frequentiemodulatie, uitgedrukt in Hz, bepaalt een variabel frequentiebereik dat wordt opgeteld
bij de pulsfrequentie, m.a.w. wanneer de pulsfrequentie op 80 Hz en de frequentiemodulatie op
40 Hz is ingesteld, zal de eindfrequentie variëren van 40 80 Hz.
Modulatieprogramma bepaalt de tijd en sequentie waarin de frequentie door het
frequentiemodulatiebereik beweegt.
Alterneringsmodus bepaalt of de polariteit van de pulsen automatisch wisselt of niet.
Alterneringssequentie, uitgedrukt in seconden, bepaalt het ompoolmoment in de alternerings-
modus.
Zwelprogramma kan worden gebruikt om herhaalde sequenties van contractie en rustperioden
in te stellen. Zwelprogramma's zijn alleen beschikbaar in de niet-alternerende modus.
Diadynamische stromen
Diadynamische stromen zijn monofasische stromen die elektrolytische bijproducten
opleveren. Deze bijproducten kunnen resulteren in brandwonden onder de elektrodes.
Gebruik altijd goed bevochtigde spons / elektrode-combinaties om deze bijproducten tijdens
het behandelen te absorberen.
De diadynamische stromen zijn geïntroduceerd door Bernard (*) en nemen een belangrijke plaats in
de geschiedenis van de Europese fysiotherapie in. Ze worden tegenwoordig enigszins onterecht
afgedaan als ouderwets wanneer ze worden vergeleken met interferentiestromen of TENS.
Diadynamische stromen worden voornamelijk gebruikt voor pijnvermindering en verbetering van de
bloedcirculatie.
Bernard gebruikt de term ‘diadynamische stroom’ om te verwijzen naar een enkelfasige (MF
Monophasé Fixe) of dubbelfasige (DF Diphasé Fixe) gelijkgerichte wisselstroom. De frequentie was
direct afkomstig van de netvoeding, wat resulteerde in sinuspulsen met een duur van 10 ms. Deze
fasetijd van 10 ms zal voornamelijk dikke vezels depolarisen. Stimulatie van dunne vezels kan alleen
worden verkregen bij hogere stroomamplitudes.
(*) Bernard, Pierre D., La thérapie diadynamique, Paris, Editions ‘Physio’, 1962.
De volgende varianten zijn beschikbaar:
MF (Monophasé Fixe)
Dit is een enkelfasige gelijkgerichte sinusstroom met een frequentie van 50 Hz. MF is een vibrerende
golfvorm die gemakkelijk contracties induceert.
DF (Diphasé Fixe)
Dit is een dubbelfasige gelijkgerichte sinusstroom met een frequentie van 100 Hz. DF wordt meestal
ervaren als een lichte trilling. Het is een prettige golfvorm die vaak wordt gebruikt als inleiding op CP
of LP.
Pagina 49 van 74 NL109-1498750-49 IFU
LP (Longues Périodes)
Dit is langzame afwisseling van zes seconden MF-stroom en zes seconden DF-stroom. In de DF-fase
worden de intervallen tussen de MF-pulsen opgevuld met extra pulsen met geleidelijk toenemende en
afnemende amplitude. LP is vlakker dan CP.
CP (Courtes Périodes)
Dit is een snelle afwisseling van een seconde MF-stroom en een seconde DF-stroom. CP heeft een
sterk resorberend effect.
CPid
Is identiek aan CP, behalve dat de stroomamplitude gedurende de MF-fase 12,5% lager is dan
gedurende de DF-fase. Normaal gesproken wordt een lagere frequentie als agressiever ervaren dan
een hogere frequentie. CPid voorkomt dit verschil in gewaarwording.
Parameters:
Zwelprogramma kan worden gebruikt om herhaalde sequenties van contractie en rustperioden in te
stellen. Zwelprogramma's zijn alleen beschikbaar bij MF en DF.
Galvanische stroom
Directe galvanische stroom
Directe galvanische stroom is een monofasische stroom die elektrolytische bijproducten
oplevert. Deze bijproducten kunnen resulteren in brandwonden onder de elektrodes. Gebruik
altijd goed bevochtigde spons / elektrode-combinaties om deze bijproducten tijdens het
behandelen te absorberen.
Galvanische stroom werkt als deze wordt gecombineerd met de juiste geïoniseerde/elektrisch geladen
oplossingen (m.a.w. het zijn ionen die ofwel een positieve ofwel een negatieve elektrische lading
hebben, of zullen ioniseren met elektriciteit).
Dit maakt het mogelijk om het vermogen van de huid te beïnvloeden om serums in de intracellulaire
ruimten van de dermis te absorberen. Het absorptieproces wordt iontoforese genoemd, omdat de
elektrische stromen letterlijk ionen in de weefsels tussen de cellen brengen.
MF onderbroken galvanische stroom
De MF onderbroken galvanische stroom is een monofasische stroom die elektrolytische
bijproducten oplevert. Deze bijproducten kunnen resulteren in brandwonden onder de
elektrodes. Gebruik altijd goed bevochtigde spons / elektrode-combinaties om deze
bijproducten tijdens het behandelen te absorberen.
De middenfrequente onderbroken galvanische stroom is een monofasische rechthoekige golfvorm
met een pulsfrequentie van 8000 Hz en een puls/pauze-verhouding van 90%. In tegenstelling tot
directe galvanische stroom verhoogt de pulserende golfvorm het comfort voor de patiënt.
Pagina 50 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Faradische stroom
Faradische rechthoekige of driehoekige pulsstroom
Faradische stromen zijn monofasische stromen die elektrolytische bijproducten opleveren.
Deze bijproducten kunnen resulteren in brandwonden onder de elektrodes. Gebruik altijd
goed bevochtigde spons / elektrode-combinaties om deze bijproducten tijdens het
behandelen te absorberen.
Faradische stromen worden vaak gebruikt voor spierstimulatietoepassingen die zijn gebaseerd op
eerdere diagnostiek. Het diagnostische doel is om informatie te verkrijgen over de gevoeligheid van
het neuromusculaire apparaat voor elektrische stimulatie. Dit geeft een indicatie van de mate van
denervatie van het spierweefsel. Met deze techniek wordt de relatie tussen de stroomamplitude en de
faseduur van een rechthoekige en driehoekige puls uitgezet in een sterkte/duur-curve. De
sterkte/duur-curve wordt geregistreerd door de benodigde stroomamplitude te observeren bij
verschillende faseduurwaarden (variërend van 0,01 tot 1000 ms) die een net waarneembare (d.w.z. net
zichtbare of tastbare) samentrekking van een spier of spiergroep veroorzaken. De waargenomen
waarden kunnen met een logaritmische schaal worden uitgezet op grafiekpapier. In het geval van
verminderde of ontbrekende gevoeligheid voor elektrische stimulatie geeft de sterkte/duur-curve een
indicatie van de stroomgolfvorm, faseduur en stroomamplitude van de te gebruiken elektrische
stimulus bij elke toe te passen therapie.
Parameters:
Faseduur, uitgedrukt in ms of s, is de verstreken tijd van het begin tot het einde van de pulsfase.
Pulsfrequentie, uitgedrukt in Hz of pps (pulsen per seconde), bepaalt de herhalingssnelheid van
de stroom pulsen.
Zwelprogramma kan worden gebruikt om herhaalde sequenties van contractie en rustperioden
in te stellen.
Träbert, 2 5 stroom
Faradische stromen zijn monofasische stromen die elektrolytische bijproducten opleveren.
Deze bijproducten kunnen resulteren in brandwonden onder de elektrodes. Gebruik altijd
goed bevochtigde spons / elektrode-combinaties om deze bijproducten tijdens het
behandelen te absorberen.
De 2-5 of ‘Ultra-Reiz’ stroom werd geïntroduceerd door Träbert (*). Deze wordt vaak gebruikt om
hoofdpijn en nekpijn te behandelen. De 2-5 stroom is een faradische rechthoekige pulsstroom met
een faseduur van 2 ms en een fase-interval van 5 ms. Deze instellingen zijn de standaardinstellingen
voor de faradische rechthoekige stroomgolfvorm en resulteren in een pulsfrequentie van ongeveer
143 Hz. Träbert heeft geen verklaring voor de keuze van deze parameters gegeven. Desalniettemin is
de therapie door veel behandelaars overgenomen en wordt deze nog steeds met veel succes
toegepast.
(*) Träbert, H. Ultra-Reizstrom, ein neues therapeutisches Phänomen, Elektromedizin 2, 1957 (7).
Parameters:
Faseduur, uitgedrukt in ms of s, is de verstreken tijd van het begin tot het einde van de pulsfase.
De standaardinstelling is 2 ms.
Fase-interval, uitgedrukt in ms of s, is de verstreken tijd tussen opeenvolgende pulsfasen. De
standaardinstelling is 5 ms.
Pagina 51 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Illustraties stroomvormen
2-polige middenfrequent/ Isoplanaire vector /
Dipoolvector
fc Draaggolffrequentie
fb Prikkelfrequentie
Russische stimulatie
fc Draaggolffrequentie
fb Prikkelfrequentie
FIGUUR 5
FIGUUR 6
Pagina 52 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Bifasische pulsstromen TENS
Asymmetrisch
t Faseduur
fp Pulsfrequentie
Asymmetrisch alternerend
t Faseduur
fp Pulsfrequentie
Burst asymmetrisch
fB Burstfrequentie
Burst asymmetrisch alternerend
fB Burstfrequentie
Symmetrisch
t Faseduur
ti Fase-interval
fp Pulsfrequentie
FIGUUR 7
FIGUUR 8
FIGUUR 9
FIGUUR 10
FIGUUR 11
Pagina 53 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Burst symmetrisch
fB Burstfrequentie
Faradische stroom
Träbert, 2 5 stroom
tp Faseduur: 2 ms
ti Fase-interval: 5 ms
Rechthoekige pulsstroom (ms)
tp Faseduur
ti Fase-interval
Rechthoekige pulsstroom (Hz)
tp Faseduur
fp Pulsfrequentie
FIGUUR 12
FIGUUR 13
FIGUUR 14
FIGUUR 15
Pagina 54 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Driehoekige pulsstroom (ms)
tp Faseduur
ti Fase-interval
Rechthoekige pulsstroom (Hz)
tp Faseduur
fp Pulsfrequentie
Galvanische stroom
MF (middenfrequente) onderbroken stroom
f Draaggolffrequentie - 8 kHz
(vast)
Puls/pauze-verhouding - 90 %
(vast)
Gelijkspanning
High voltage
t Maximale interval - 64 μs (vast)
fp Pulsfrequentie
Microcurrent
f Frequentie
FIGUUR 16
FIGUUR 17
FIGUUR 18
FIGUUR 19
FIGUUR 20
FIGUUR 21
Pagina 55 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Diadynamische stroom
MF
FIGUUR 22
DF
FIGUUR 23
LP
FIGUUR 24
CP
FIGUUR 25
CPid
FIGUUR 26
Modulatieprogramma
Modulatieprogramma 1/1
fp Pulsfrequentie
fm Frequentiemodulatie
FIGUUR 27
Pagina 56 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Modulatieprogramma 6/6 of 12/12
6:6 or 12:12
fp Pulsfrequentie
fm Frequentiemodulatie
Modulatieprogramma 1/30
1:30
fp Pulsfrequentie
fm Frequentiemodulatie
Zwelprogramma
Parameters zwelprogramma
tr Zweltijd
th Houdtijd
tf Slinktijd
ti Intervaltijd
td Vertragingstijd
FIGUUR 28
FIGUUR 29
FIGUUR 30
Pagina 57 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Stroomvormen pijnbestrijding
Voor pijnbestrijding worden deze stroomvormen aanbevolen:
4-polige interferentiestromen
Bifasische pulsstromen (TENS)
2 polige middenfrequent
Microcurrent
High Voltage
Dynamische stromen
Galvanische stroom
Träbert, 2 5 stroom
Stroomvormen bij spierstimulatie
Voor spierstimulatie worden deze stroomvormen aanbevolen:
Bifasische pulsstromen (TENS)
- Asymmetrisch en alternerend asymmetrisch
- Symmetrisch
2 polige middenfrequent
Russische stimulatie
High Voltage
Faradische stroom
- Faradische rechthoekige of driehoekige pulsstroom
Deze golfvormen worden vaak toegepast in combinatie met een zwelprogramma, dat bestaat uit een
sequentie van inspannings- en rustperioden. Hierbij zijn twee opties beschikbaar:
Reciproke toepassing, waarbij stimulatie wisselt tussen agonisten en antagonisten. Dit wordt
bereikt door asynchrone stimulatie via twee stroomkanalen met een geschikte vertraging tussen
de twee kanalen.
Co-contractie toepassing, waarbij twee kanalen synchroon werken om te zorgen voor cocontractie
van agonist en antagonist van verschillende delen van een grotere spiergroep.
Stroomvormen bij combinatietherapie
Combinatietherapie is beschikbaar voor alle stroomvormen, echter gelimiteerd tot kanaal 2.
Pagina 58 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Uitgangsparameters stimulator
Elektrotherapie, algemeen
Kanalen : 2
Uitgangskarakteristiek : Constant Current (CC) of Constant Voltage (CV), behalve
voor High Voltage (CV) en Microcurrent (CC).
Stroomamplitude-bereik : Afhankelijk van stroomgolfvorm
Stroomamplitude-resolutie : 0,2 mA
Behandelingstimer : 0 - 60 minuten
Polariteitswissel gelijkstromen : handmatig
De maximale stroomamplitude wordt binnen de specificatie gehaald tot een belasting van 500 Ω (CC).
Zwelprogramma
Bij sommige stroomvormen is een zwelprogramma beschikbaar.
De parameters en hun bereik zijn hieronder weergegeven:
Zweltijd : 0 9 s, in stappen van 1 s
Houdtijd : 0 60 s, in stappen van 1 s
Slinktijd : 0 9 s, in stappen van 1 s
Intervaltijd : 0 120 s, in stappen van 1 s
Vertragingstijd : 0,1 80 s, onder 10 s in stappen van 0,1 s, anders in stappen
van 1 s
Klassieke interferentie (4-polig)
Draaggolffrequentie : 2, 2,5, 3, 3.5, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 kHz
Prikkelfrequentie (AMF) : 0 200 Hz in stappen van 1 Hz
Frequentiemodulatie (spectrum) : 0 180 Hz in stappen van 1 Hz
Modulatieprogramma : 1/1, 6/6, 12/12, 1/30/1/30 s
Amplitude : 0 100 mA
Isoplanaire vector
Draaggolffrequentie : 2, 2,5, 3, 3.5, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 kHz
Prikkelfrequentie (AMF) : 0 200 Hz in stappen van 1 Hz
Frequentiemodulatie (spectrum) : 0 180 Hz in stappen van 1 Hz
Modulatieprogramma : 1/1, 6/6, 12/12, 1/30/1/30 s
Amplitude : 0 100 mA
Dipoolvector automatisch
Draaggolffrequentie : 2, 2,5, 3, 3.5, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 kHz
Prikkelfrequentie (AMF) : 0 200 Hz in stappen van 1 Hz
Amplitude : 0 100 mA
Rotatietijd : 1 10 s in stappen van 1 s
Dipoolvector handmatig
Draaggolffrequentie : 2, 2,5, 3, 3.5, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 kHz
Prikkelfrequentie (AMF) : 0 200 Hz in stappen van 1 Hz
Frequentiemodulatie (spectrum) : 0 180 Hz in stappen van 1 Hz
Modulatieprogramma : 1/1, 6/6, 12/12, 1/30/1/30 s
Amplitude : 0 100 mA
Oplossingsvector : 2,25° per stap (160 stappen over 360°)
Pagina 59 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Asymmetrisch
Faseduur : 10 400 µs in stappen van 5 µs
Pulsfrequentie : 1 200 Hz, in stappen van 1 Hz
Frequentiemodulatie : 0 180 Hz, in stappen van 1 Hz
Modulatieprogramma : 1/1, 6/6, 12/12, 1/30/1/30 s
Zwelprogramma : Ja
Amplitude : 0 140 mA
Asymmetrisch alternerend
Faseduur : 10 400 µs in stappen van 5 µs
Pulsfrequentie : 1 200 Hz, in stappen van 1 Hz
Frequentiemodulatie : 0 180 Hz, in stappen van 1 Hz
Modulatieprogramma : 1/1, 6/6, 12/12, 1/30/1/30 s
Zwelprogramma : Ja
Amplitude : 0 140 mA
Burst asymmetrisch
Faseduur : 10 400 µs in stappen van 5 µs
Pulsfrequentie : 1 200 Hz, in stappen van 1 Hz
Burstfrequentie : 1 9 Hz, in stappen van 1 Hz
Amplitude : 0 140 mA
Burst asymmetrisch alternerend
Faseduur : 10 400 µs in stappen van 5 µs
Pulsfrequentie : 1 200 Hz, in stappen van 1 Hz
Burstfrequentie : 1 9 Hz, in stappen van 1 Hz
Amplitude : 0 140 mA
Symmetrisch
Faseduur : 10 400 µs in stappen van 5 µs
Pulsfrequentie : 1 200 Hz, in stappen van 1 Hz
Frequentiemodulatie (spectrum) : 0 180 Hz in stappen van 1 Hz
Modulatieprogramma : 1/1, 6/6, 12/12, 1/30/1/30 s
Zwelprogramma : Ja
Amplitude : 0 140 mA
Burst Symmetrisch
Faseduur : 10 400 µs in stappen van 5 µs
Pulsfrequentie : 1 200 Hz, in stappen van 1 Hz
Burstfrequentie : 1 9 Hz, in stappen van 1 Hz
Amplitude : 0 140 mA
2 polige middenfrequent
Draaggolffrequentie : 2, 2,5, 3, 3.5, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 kHz
Prikkelfrequentie : 0 200 Hz in steps of 1 Hz
Frequentiemodulatie (spectrum) : 0 180 Hz in steps of 1 Hz
Modulatieprogramma : 1/1, 6/6, 12/12, 1/30/1/30 s
Zwelprogramma : Ja
Amplitude : 0 100 mA
Pagina 60 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Russische stimulatie
Draaggolffrequentie : 2, 2,5, 3, 3.5, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 kHz
Burstfrequentie : 0 100 Hz in stappen van 1 Hz
Burst / Pauze : 1:1, 1:2, 1:3, 1:4, 1:5
Zwelprogramma : Ja
Amplitude : 0 100 mA
High Voltage (Twee pulsen)
Frequentie : 1 200 Hz in stappen van 1 Hz
Frequentiemodulatie (spectrum) : 0 180 Hz in stappen van 1 Hz, som van pulsfrequentie en
frequenctiemodulatie kan niet meer zijn dan 200 Hz
Modulatieprogramma : 1/1, 6/6, 12/12, 1/30/1/30 s
Zwelprogramma : Ja
Polariteit : Positief of negatief
Amplitude : 0 500 Volt in stappen van 1V
High Voltage alternerend (Twee pulsen)
Frequentie : 1 200 Hz in stappen van 1 Hz
Frequentiemodulatie (spectrum) : 0 180 Hz in stappen van 1 Hz, som van pulsfrequentie en
frequenctiemodulatie kan niet meer zijn dan 200 Hz
Modulatieprogramma : 1/1, 6/6, 12/12, 1/30/1/30 s
Alterneringstijd : 10 100 secondes in stappen van 10 s
Inzweltijd, slinktijd : 0,5 secondes
Amplitude : 0 500 Volt in stappen van 1 Volt
Microcurrent
Frequentie : 0 1000 Hz
Polariteit : Positief of negatief
Zwelprogramma : Ja
Amplitude : 10 µA 1 mA in stappen van 10 µA
Microcurrent alternerend
Frequentie : 0 1000 Hz, 0 100 Hz in stappen van 0,1 Hz, 10 100 Hz in
stappen van 1 Hz, 100 1000 Hz in stappen van 10 Hz
Alterneringstijd : 0,2 20 secondes, 0,2 1 s in stappen van 0,1s, 1 20 s in
stappen van 1 s.
Inzweltijd, slinktijd : 0 secondes
Amplitude : 10 µA - 1 mA in stappen van 10 µA
Diadynamische stroom
Instellingen : MF, DF, CP, LP en CPid
Zwelprogramma : bij MF en DF
Polariteit : Positief of negatief
Amplitude : 0 70 mA
MF onderbroken galvanische stroom
Frequentie : 8000 Hz
Puls/pauze-verhouding : 95%
Polariteit : Positief of negatief
Amplitude : 0 40 mA
Pagina 61 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Directe galvanische stroom
Polariteit : Positief of negatief
Amplitude : 0 40 mA
Faradische rechthoekige pulsstroom (ms)
Faseduur : 0,02 1000 ms
Fase-interval : 5 50 ms in stappen van 5 ms, 50 100 in stappen van 10 ms,
100 1000 ms in stappen van 100 ms, 1 5 secondes in
stappen van 1 seconde
Zwelprogramma : ja
Polariteit : Positief of negatief
Amplitude : 0 80 mA
Faradische driehoekige pulsstroom (ms)
Faseduur : 0,1 1000 ms
Fase-interval : 5 50 ms in stappen van 5 ms, 50 100 in stappen van 10 ms,
100 1000 ms in stappen van 100 ms, 1 5 secondes in
stappen van 1 seconde
Zwelprogramma : Ja
Polariteit : Positief of negatief
Amplitude : 0 - 80 mA
Faradische rechthoekige pulsstroom (Hz)
Faseduur : 0,02 1000 ms
Pulsfrequentie : 0,2 1 Hz in stappen van 0,1 Hz, 1 200 in stappen van 1 Hz
Zwelprogramma : ja
Polariteit : Positief of negatief
Amplitude : 0 80 mA
Faradische driehoekige pulsstroom (Hz)
Faseduur : 0,1 1000 ms
Pulsfrequentie : 0,2 1 Hz in stappen van 0.1 Hz, 1 200 in stappen van 1 Hz
Zwelprogramma : Ja
Polariteit : Positief of negatief
Amplitude : 0 80 mA
Träbert 2-5 (rechthoekige pulsstroom)
Faseduur : 2 ms
Interval : 5 ms
Polariteit : Positief of negatief
Amplitude : 0 80 mA
Pagina 62 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Ultrageluid parameters
Ultrageluidfrequentie, uitgedrukt in MHz, is de frequentie van de ultrageluidsgolven. De
ultrageluidfrequentie bepaalt de penetratiediepte, die de grootste waarde heeft bij 1 MHz. De
ultrageluidsfrequentie kan worden ingesteld op 1 MHz of 3 MHz.
Puls/pauze-verhouding, uitgedrukt in %, bepaalt de verhouding van de pulsduur tot de
pulsherhalingstijd. Ultrageluid kan worden toegepast in pulserende of in continue modus. Wanneer de
Puls/pauze-verhouding is ingesteld op 100%, werkt het apparaat in continue modus.
Effectief stralingsoppervlak (ERA) uitgedrukt in cm², bepaalt het oppervlak van de dwarsdoorsnede
van de ultrageluidsbundel (zie technische specificaties voor details). Het effectieve stralingsgebied
staat vast en wordt bepaald door de grootte van de ultrageluid-applicator.
Ultrageluidsvermogen is de ultrageluids-output uitgedrukt in W. De display voor de ultrageluids-
output kan worden geschakeld tussen W en W/cm². In de pulserende modus wordt het vermogen
tijdens de puls weergegeven. Het tijdsgemiddelde vermogen kan worden berekend door deze waarde
met de puls/pauze-verhouding te vermenigvuldigen.
Ultrageluidsamplitude, uitgedrukt in W/cm², is het quotiënt van ultrageluidsvermogen en effectief
stralingsoppervlak. De display voor de ultrageluids-output kan worden geschakeld tussen W en
W/cm². In pulserende modus wordt de amplitude tijdens de puls weergegeven. De tijdsgemiddelde
amplitude kan worden berekend door deze waarde met de puls/pauze-verhouding te
vermenigvuldigen.
Continu ultrageluid
Verklaring van de symbolen:
f
Ultrageluid-straling met een
akoestische werkfrequentie van
1 of 3 MHz
fp
Puls-herhalingssnelheid
dc
Puls/pauze-verhouding
t
Pulsduur
Gepulseerd ultrageluid
Ultrageluid parameters:
f Akoestische werkfrequentie: 1MHz or
3MHz
fp Puls herhalingssnelheid: 16, 48 and 100 Hz
dc Puls/pauze-verhouding: 5 80 %
t Pulsduur: 0,5 8 ms, ingesteld via
puls/pauze-verhouding
RTPA 20 1,25
Pagina 63 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Amplitude
modulatie
Puls/pause-
verhouding
Pulsduur
RTPA
Amplitude
modulatie
Puls/pause-
verhouding
Pulsduur
RTPA
16Hz
5%
3,1ms
20
48Hz
50%
10,4ms
2
16Hz
10%
6,3ms
10
48Hz
80%
16,7ms
1,25
16Hz
20%
12,5ms
5
48Hz
100%*
20,8ms
1
16Hz
33%
20,6ms
3
100Hz
5%
0,5ms
20
16Hz
50%
31,3ms
2
100Hz
10%
1ms
10
16Hz
80%
50ms
1,25
100Hz
20%
2ms
5
16Hz
100%*
62,5ms
1
100Hz
33%
3,3ms
3,33
48Hz
5%
1ms
20
100Hz
50%
5ms
2
48Hz
10%
2,1ms
10
100Hz
80%
8ms
1,25
48Hz
20%
4,2ms
5
100Hz
100%*
10ms
1
48Hz
33%
6,9ms
3,33
* = continu modus
Generator
Maximale uitgangsamplitude:
Puls/pauze-verhouding 5 50 % : 0 3 W/cm²
Puls/pauze-verhouding 80 % : 0 2,5 W/cm²
Puls/pauze-verhouding 100 % : 0 2 W/cm² (continue golf)
Maximale uitgangsvermogen voor applicator 5 cm²:
Puls/pauze-verhouding 5 50 % : 0 15 W
Puls/pauze-verhouding 80 % : 0 12 W
Puls/pauze-verhouding 100 % : 0 10 W (continue golf)
Maximale uitgangsvermogen voor applicator 0,8 cm²:
Puls/pauze-verhouding 5 50 % : 0 2.4 W
Puls/pauze-verhouding 80 % : 0 2 W
Puls/pauze-verhouding 100 % : 0 1,6 W (continue golf)
Onzekerheid uitgangsspanningsmeter : ± 20 % voor uitgangsspanning boven 10 % van maximum
Pulsfrequentie : 16, 48 and 100 Hz ± 1 %
Puls/pauze-verhouding : 5 80 % and 100 % (100 % is continue golf)
Pulsduur : 0,5 8 ms ± 10 % (ingesteld via puls/pauze-verhouding)
Temporal Peak to Average Ratio (RTPA) : 20 1,25 ± 5 % (ingesteld via puls/pauze-verhouding)
Behandelingstimer : 0 30 min ± 0,1 min, gekoppeld aan contactcontrole
Contactcontrole niveau : 65%
Pagina 64 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Beschrijving van het ultrageluidveld
De ruimtelijke verdeling van het uitgestraalde veld is een gecollimeerde bundel (divergerend voor de
0,8 cm² applicator bij 3 MHz) van ultrageluidenergie, met een afnemende amplitude bij toenemende
afstand tot het applicatoroppervlak. Deze veldverdeling geldt voor de afgegeven straling aan het
equivalent van een oneindig medium van gedestilleerd, ontgast water bij 30ºC en met
netspanningsvariaties in het bereik van ± 10% van de nominale waarde. De ultrasone golf wordt
gekenmerkt door het effectieve stralingsoppervlak (ERA) en de Beam Non-uniformity Ratio (BNR).
Het effectieve stralingsoppervlak is het oppervlak van de dwarsdoorsnede van de ultrageluidsbundel.
Deze waarde kan ingesteld worden bij Systeeminstellingen en is afhankelijk van de toegepaste norm
voor ultrageluid:
Internationaal: IEC 60601-2-5
USA: 21 CFR 1050.10
De Beam Non-uniformity Ratio is de verhouding van de maximale ultrageluidamplitude tot de
gemiddelde ultrageluidamplitude, gemeten bij het effectieve stralingsoppervlak. Een lage BNR-waarde
is indicatief voor de afwezigheid van hoge en potentieel gevaarlijke energieconcentraties.
Ref
Label
Ultrageluid behandelkop
5 cm²
Ultrageluid behandelkop
0,8 cm²
FREQ
Ultrageluid-frequentie
1 MHz:
3 MHz:
0,98 MHz ± 5 %
3,1 MHz ± 5 %
0,98 MHz ± 5 %
3,1 MHz ± 5 %
ERAIEC
ERAUSA
ERA (effectief stralingsoppervlak)
IEC 60601-2-5
21 CFR 1050.10
3,2 cm² ± 20%
5 cm² ± 20%
0,6 cm² ± 20%
0,8 cm² ± 20%
TYPE
Bundeltype
1 MHz:
3 MHz:
Collimerend
Collimerend
Collimerend
Divergerend
BNR
BNR
(Beam Non-Uniformity Ratio)
6:1 maximum
6:1 maximum
Zijstraling
10 mW/cm² maximum
10 mW/cm² maximum
Pagina 65 van 74 NL109-1498750-49 IFU
14 Onderhoud en verhelpen van storingen
Reinigen en desinfecteren
Voordat u begint met reinigen, schakel het apparaat uit en haal de stekker uit het stopcontact.
Spuit het reinigingsmiddel niet rechtstreeks op het glazen paneel.
Gebruik geen reinigingsmiddelen die sterke alkaliën, loog of zuur bevatten en geen
reinigingsmiddelen die fluoride of ammoniak bevatten.
Gebruik geen vloeibare reinigingsmiddelen, deze kunnen het apparaat beschadigen.
Zorg dat er geen vloeistoffen het apparaat of de accessoires kunnen binnendringen terwijl u
bezig bent met reinigen en desinfecteren!
Maak alle aansluitingen en connectoren droog als deze nat zijn geworden voordat u het
apparaat weer gaat gebruiken!
Controleer de applicator en de kabel regelmatig op beschadiging.
Apparaat
Als u de unit wilt reinigen zet u deze uit en trekt u de stekker uit het
stopcontact. Reinig de unit met een vochtige doek. Gebruik geen schurende
reinigingsmiddelen. Zo nodig kan een kleine hoeveelheid huishoudelijk
reinigingsmiddel worden gebruikt.
Display paneel
Het displaypaneel heeft een anti-reflectie coating en moet daarom voorzichtig
worden gereinigd. Gebruik een zachte en droge katoenen doek of een
microvezeldoekje om het paneel te reinigen. Om vingerafdrukken of
vetvlekken te verwijderen gebruikt u een niet-schurend glasreinigingsmiddel.
Doe een kleine hoeveelheid reinigingsmiddel op een zachte katoenen doek en
reinig hiermee het paneel voorzichtig.
Ultrageluid
applicator
Om corrosie te voorkomen moet het contactoppervlak direct na gebruik
worden gereinigd en drooggemaakt. Zorg ervoor dat er geen ultrageluid-gel
op de applicator achterblijft. Aanbevolen wordt de applicator en kabel
dagelijks met lauw water te reinigen. De applicator kan worden
gedesinfecteerd met
een doek die is bevochtigd met een 70% alcoholoplossing. Controleer de
applicator en de kabel regelmatig op beschadiging.
Elektrodes en
accessoires
Tussen gebruik bij verschillende patiënten dienen de rubberen elektrodes met
lauw water te worden gereinigd. Om de elektrodes te desinfecteren of
hardnekkige vlekken of vuil te verwijderen, gebruikt u een 70%
alcoholoplossing. De rubberen elektrodes kunnen hierbij afgeven, dit is echter
niet nadelig voor de werking.
Tussen gebruik bij verschillende patiënten dienen de sponsjes te worden
gewassen in warm water met een huishoudelijk schoonmaakmiddel. Spoel ze
daarna met schoon water uit en laat ze drogen. Beschadigde sponsjes dienen
te worden vervangen.
Patiëntenkabel
Reinig de patiëntenkabel met een vochtige doek. Gebruik lauw water en een
niet-schurend huishoudelijk schoonmaakmiddel. Gebruik geen
alcoholoplossing. Controleer de kabel regelmatig op beschadigingen
en/of slecht elektrisch contact. Aangeraden wordt een patiëntenkabel in
voorraad te houden.
Vacuüm-
elektroden en
sponsjes
De vacuümelektrodes en sponzen dienen met lauw water te worden gereinigd.
In het geval van hardnekkig vuil en voor desinfectie kan een 70%
alcoholoplossing worden gebruikt. Sponzen dienen regelmatig te worden
vervangen. Aanbevolen wordt sponzen en een elektrode in voorraad te
houden.
Pagina 66 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Op de metalen oppervlakken van de elektrodes kan zich kalk afzetten. Dit
heeft een isolerend effect. Om optimale geleidingsvermogen te behouden
dienen deze oppervlakken regelmatig te worden gereinigd en gladgeschuurd.
Vacuüm-kabels
Reinig de vacuüm-kabel met een vochtige doek. Gebruik lauw water en een
niet-schurend huishoudelijk schoonmaakmiddel. Gebruik geen
alcoholoplossing. Controleer de kabel regelmatig op beschadigingen
en/of slecht elektrisch contact. Aangeraden wordt een reserve vacuüm-kabel in
voorraad te houden.
Reinigen van
waterreservoir
en slangen
Koppel de vacuüm-zuignappen los van de vacuüm-kabels.
Plaats een bak gevuld met een reinigingsvloeistof (*) onder het systeem.
Verwijder de vacuüm-zuignappen van de vacuümkabels en plaats de
uiteinden van de kabels in de bak.
Ga naar Systeeminstellingen en selecteer Reinigen reservoir.
Het waterreservoir wordt gevuld met de reinigingsvloeistof totdat het
reservoir vol is.
Leeg het waterreservoir zoals onder beschreven (water reservoir vol).
(*) De volgende geregistreerde producten mogen worden gebruikt voor het desinfecteren van het
waterreservoir: BAKTOLAN 5%, CHINOSOL 1%, CHLORAMINE-oplossing, ELMOCID Gamma 2%,
MEFAROL 1%, MERCKOJOD 1%, MERFEN, PERHYDROL, PERODIN, SAGROTAN 2%, ZEPHIROL 5%.
Problemen oplossen
Wanneer het apparaat wordt ingeschakeld, zal het eerst een zelftest uitvoeren. Als een fout
wordt ontdekt (zowel tijdens de zelftest als tijdens normaal bedrijf) zal een pop-up venster op
het display verschijnen. Wanneer de fout wordt weergegeven, zal alle uitgangsspanning
worden uitgeschakeld. Wanneer deze situatie zich voordoet, moeten alle kabels worden
verwijderd en moet het apparaat worden uitgeschakeld en weer ingeschakeld. Wanneer de
fout zich nogmaals voordoet, dient u het apparaat niet meer te gebruiken en contact op te
nemen met uw leverancier.
Fouten en waarschuwingen duiden op een intern probleem met het apparaat dat op locatie
moet worden getest door een door Enraf-Nonius B.V gecertificeerde onderhoudsmonteur
voordat u het systeem weer kunt bedienen of gebruiken. Een apparaat dat een fout of een
waarschuwing aangeeft, kan mogelijk letsel toebrengen aan de patiënt, de gebruiker, of kan
mogelijk leiden tot omvangrijke interne schade aan het systeem.
In geval van weergavestoringen of andere duidelijke defecten ontkoppelt u het apparaat
meteen en neemt u contact op met een gecertificeerde onderhoudsmonteur.
Patiëntencircuit onderbroken
Onvoldoende of geen uitgangsstroom wordt meestal voorafgegaan door een knipperend
stroomdisplay of pop-up venster met waarschuwingsmeldingen:
Slecht elektrisch contact of kapotte patiëntenkabel.
Onvoldoende bevochtigde sponzen. Gebruik zo nodig een zoutoplossing om het elektrische
geleidingsvermogen van het water te verbeteren.
Te hoge stroomamplitude met zelfklevende elektrodes. Probeer de behandeling voort te zetten
met flexibele rubberen elektrodes.
Als het probleem zich in CC modus voordoet, zal de stroomamplitude afnemen tot 0 en zal deze
opnieuw moeten worden ingesteld wanneer het probleem is opgelost.
Pagina 67 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Als geen van de bovenstaande scenario's het probleem lijken te zijn, dient u het apparaat niet meer te
gebruiken en contact op te nemen met uw leverancier.
Batterij bijna leeg
De batterij is onvoldoende opgeladen om de behandeling te voltooien op het huidige ingestelde
therapieniveau. Verlaag het therapieniveau of sluit het apparaat aan op het lichtnet.
Waterreservoir vol
Het water-scheidingsreservoir van de Vacotron is vol. Vervolg de behandeling met de standaard
elektroden of leeg het reservoir als volgt:
Zet de aan-/uitschakelaar [1] op Uit (0).
Koppel de slang los van de bovenste slangaansluiting [15] en leeg het reservoir.
Sluit de slang weer aan op de slangnippel.
Zet de aan-/uitschakelaar [1] op Aan (1).
Vacuüm-lek
Waarschijnlijk is er een lek in het vacuümsysteem. Deze storing wordt meestal voorafgegaan door een
continu lopende pomp die probeert het ingestelde vacuüm te bereiken. Om het systeem te
beschermen, wordt de pomp na een bepaalde tijd automatisch gestopt. Inspecteer de vacuümkabels
en elektroden, zet het vacuüm terug op nul en probeer het opnieuw. Wanneer de storing zich
nogmaals voordoet, moet u het apparaat niet meer gebruiken en contact opnemen met uw
leverancier.
Storing ultrageluid-behandelkop
De ultrageluid-behandelkop heeft een fout gemeld. Koppel het apparaat los, wacht enige tijd en sluit
het weer aan. Wanneer de storing niet is verholpen, moet u het apparaat niet meer gebruiken en
contact opnemen met uw leverancier.
Onvoldoende stroomtoevoer
Dit probleem kan soms optreden bij de kleine ultrageluid-behandelkop wanneer deze werkt op de
batterij. Zet de behandeling indien mogelijk voort op een lager therapieniveau of sluit het apparaat
aan op het lichtnet.
Apparaat moet afkoelen voordat u verder kunt gaan
Verwijder het apparaat van mogelijke warmtebronnen (zoals direct zonlicht) en laat het apparaat
afkoelen. Start het apparaat opnieuw op om verder te gaan.
Mogelijk risico op huidirritatie
Deze melding wordt weergegeven wanneer een golfvorm wordt gebruikt die een DC-component
bevat. De operator moet voorzichtig te werk gaan.
De intensiteit die u hebt ingesteld, ligt boven het aanbevolen maximum.
Wanneer de dosering van een StatUS-apparaat boven het aanbevolen maximum van 1,5 W/cm2
wordt verhoogd, wordt deze melding getoond. De operator moet voorzichtig te werk gaan.
StatUS-applicator fout
De StatUS-applicator heeft een fout gemeld. Ontkoppel het apparaat, wacht enige tijd en sluit het
opnieuw aan. Als de fout aanhoudt, stop dan met het gebruik van het apparaat en neem contact op
met uw leverancier.
Pagina 68 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Modulatie is UIT. Hoger risico op cavitatie en/of hotspots
Deze melding wordt weergegeven wanneer een StatUS wordt gebruikt met uitgeschakelde
modulaties. Het uitschakelen van de modulatie verhoogt het risico op cavitatie en/of hotspots. De
operator moet voorzichtig te werk gaan.
Batterij leeg. Gebruik netsnoer
De batterij is volledig leeg en de werking van het apparaat is uitgeschakeld. Sluit het netsnoer aan en
laad de batterij op. Start het apparaat opnieuw op wanneer het op het lichtnet is aangesloten om de
werking ervan voort te zetten.
Combinatietherapie is alleen toegestaan met één aangesloten ultrageluidskop
De melding wordt weergegeven wanneer er meer dan 1 ultrageluidskop op het apparaat is
aangesloten. Combinatietherapie is alleen toegestaan als er één enkele ultrageluidskop is
aangesloten. Ontkoppel de inactieve ultrageluidskop om door te gaan.
Combinatietherapie is niet toegestaan met StatUS
De melding wordt getoond wanneer er een StatUS-applicator op het apparaat is aangesloten.
Combinatietherapie is niet toegestaan als er een StatUS-applicator is aangesloten. Ontkoppel de
StatUS-applicator om door te gaan.
Het beoogde gebruik van dual channel ultrageluidtherapie is slechts voor één patiënt.
Deze melding wordt weergegeven bij het activeren van de Dual Channel functionaliteit van het
apparaat. Het doel is om de gebruiker eraan te herinneren dat het beoogde gebruik van Dual Channel
Ultrasound slechts voor één patiënt is.
Favoriet is in gebruik op een kanaal. Start het apparaat opnieuw op en probeer het opnieuw
Deze melding wordt getoond wanneer u een favoriet probeert te verwijderen die momenteel op een
van de kanalen is geladen. Start het apparaat opnieuw op om de geladen favoriet te wissen of een
andere golfvorm op het blokkeringskanaal te laden.
Toegestane kanalen zijn in gebruik, stop de actieve behandeling om kanaal vrij te maken
Deze melding wordt getoond wanneer u een therapie probeert te gebruiken wanneer alle beschikbare
kanalen al in gebruik zijn. Stop de actieve behandeling door op het STOP-pictogram te drukken of stel
de timer in op 0:00 op het blokkeringskanaal.
Verbonden applicator(en) niet compatibel met de gekozen therapie. Sluit een compatibele
applicator aan
Deze melding wordt getoond wanneer u een therapie probeert te gebruiken wanneer een
incompatibele applicator is aangesloten. Ontkoppel en sluit een geschikte connector aan en probeer
het opnieuw.
Firmware-updates zijn niet toegestaan wanneer de batterij wordt gebruikt. Gelieve aan te
sluiten op het lichtnet
Deze melding wordt weergegeven wanneer u de firmware van het apparaat probeert te upgraden
terwijl u op batterijen werkt. Firmware-upgrades zijn alleen toegestaan wanneer het apparaat op
netvoeding werkt.
Onderhoud door de gebruiker
Optimaliseren van de contactcontrole van de ultrageluid-behandelkop
Als u problemen ondervindt met de contactcontrole-functie van de ultrageluid-behandelkop, kunt u
proberen het probleem als volgt op te lossen:
Pagina 69 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Zorg ervoor dat het oppervlak van de ultrageluid-behandelkop schoon en droog is.
Plaats de ultrageluid-behandelkop in de houder.
Ga naar Systeeminstellingen -> Onderhoud en selecteer Optimaliseren behandelkop A of B.
Druk op de OK-toets als deze handeling voltooid is.
Back-uppen en herstellen van Favorieten
Wanneer u meerdere Favorieten hebt geprogrammeerd en opgeslagen, kunt u deze back-uppen naar
een extern opslagapparaat. Om een back-up te maken van uw Favorieten, gaat u als volgt te werk:
Sluit een USB-stick aan op de aansluiting voor de afstandsbediening [3]. Lees en houd u aan de
waarschuwingen en aandachtspunten.
Ga naar Systeeminstellingen -> Onderhoud en selecteer Back-uppen van Favorieten.
Als er tijdens het back-uppen een fout optreedt, bijvoorbeeld wanneer de USB-stick vol is, dan
wordt dit weergegeven in een pop-up-bericht.
Druk op de OK-toets als deze handeling voltooid is.
Verwijder de USB-stick
Om uw Favorieten te herstellen
Sluit de USB-stick met uw Favorieten aan op de aansluiting voor de afstandsbediening [3]. Lees en
houd u aan de waarschuwingen en aandachtspunten.
Ga naar Systeeminstellingen -> Onderhoud en selecteer Favorieten herstellen.
Als er tijdens het herstellen een fout optreedt, bijvoorbeeld wanneer er geen Favorieten worden
gevonden, dan wordt dit weergegeven in een pop-up-bericht.
Druk op de OK-toets als deze handeling voltooid is.
Verwijder de USB-stick
Technisch onderhoud
De elektrische veiligheid van het apparaat is afhankelijk van een elektrische aansluiting die via
de stroomkabel goed is geaard. Het is daarom noodzakelijk om deze aansluiting jaarlijks te
laten controleren.
Om te verzekeren dat de unit aan de norm 21 CFR 1050.10 blijft voldoen, dient deze eenmaal
per jaar te worden afgesteld en op veiligheid te worden getest. De in de servicehandleiding
beschreven procedures dienen te worden opgevolgd. U kunt dit laten doen door uw
leverancier of door een andere, door Enraf-Nonius geautoriseerde, instantie. Het is tevens
raadzaam een dossier bij te houden van alle uitgevoerde servicewerkzaamheden. In sommige
landen is dit zelfs verplicht.
Het gebruik van andere bedieningsorganen of het uitvoeren van andere procedures dan
hierin aangegeven kan resulteren in gevaarlijke blootstelling aan ultrasone energie.
Deze unit werkt met hoge spanningen. Probeer niet om de unit te demonteren. Onderhoud
en reparatie mogen alleen worden uitgevoerd door geautoriseerd personeel. Enraf-Nonius is
niet aansprakelijk voor de gevolgen van onderhoud of reparaties uitgevoerd door
ongeautoriseerde personen.
Op verzoek kan een onderhoudshandleiding beschikbaar worden gesteld met daarin: onderdelenlijst,
beschrijvingen, kalibratie-instructies en andere informatie die door het hiervoor gekwalificeerde
technisch personeel van de gebruiker kan worden gebruikt bij het repareren van onderdelen van de
apparatuur die door de fabrikant als repareerbaar zijn aangemerkt.
Alle andere technische onderhoudswerkzaamheden zijn voorbehouden aan geautoriseerd Enraf-
Nonius onderhoudspersoneel.
Geautoriseerd personeel kan gebruiken maken van 1498770 Service handleiding 4-serie.
Pagina 70 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Firmware update
Als uw systeem een firmware-update vereist, neem dan contact op met uw leverancier om een USB-
stick met de meest recente firmware-versie te verkrijgen. U kunt onder Systeeminstellingen bekijken
wat uw huidige firmware-versie is. Om uw firmware te updaten, gaat u als volgt te werk:
Sluit de USB-stick met de firmware aan op de aansluiting voor de afstandsbediening [3]. Lees en
houd u aan de waarschuwingen en aandachtspunten in.
Ga naar Systeeminstellingen -> Onderhoud en selecteer Firmware updaten.
Als er tijdens het updaten een fout optreedt, bijvoorbeeld wanneer er geen firmware wordt
gevonden, dan wordt dit weergegeven in een pop-up-bericht.
Druk op de OK-toets als deze handeling voltooid is.
Verwijder de USB-stick
Verwachte levensduur
Dit apparaat blijft geschikt voor het beoogde gebruik, mits het jaarlijks wordt onderhouden door een
gekwalificeerde onderhoudsmonteur van Enraf-Nonius B.V. of door een officiële distributeur zoals
beschreven in de servicehandleiding en de onderhoudsmonteur van mening is dat het apparaat geschikt
is voor gebruik volgens de specificaties.
Einde levensduur
Dit apparaat bevat materialen die hergebruikt kunnen worden en/of schadelijk zijn voor het milieu.
Zorg ervoor dat u goed op de hoogte bent van lokale regels en regelgevingen
betreffende het afvoeren van apparatuur en accessoires.
Pagina 71 van 74 NL109-1498750-49 IFU
15 Specificaties
Technische gegevens
Netspanning:
100 - 240 Volt
Netfrequentie:
50/60 Hz
Max. energieverbruik:
100 VA
Lekstroom naar patiënt:
typisch, 1 μA
idem enkele fouttoestand:
typisch, 2 μA
IP classificatie
Apparaat: IPX0
Behandelkop: IPX7
Gebruiksmodus
Continue werking
Hoofd Unit
Afmetingen standalone
24 x 32 x 12 cm (b x d x h)
Afmetingen kantelstandaard
24 x 30,5 x 18,2 cm (b x d x h)
Afmetingen Vacotron
24 x 30,5 x 21,6 cm (b x d x h)
Gewicht
2 kg
Gewicht inclusief optionele batterij
3 kg
Vacotron
Afmetingen
24 x 28,6 x 9,3 cm (b x d x h)
Gewicht
2 kg
Vacuüm
continu en pulserend,
0 800 mbar, traploos regelbaar
Gepulseerde Vacuüm
puls : pause = 0,5 : 0,5 seconden, 1 : 1 seconde
Technische wijzigingen voorbehouden!
Normen met betrekking tot veiligheid en prestaties
Classificatie medisch hulpmiddel
IIa
Deze apparatuur voldoet aan alle eisen van de Richtlijn
Medische Hulpmiddelen (93/42/EEG)
Veiligheidsklasse volgens IEC 60601-1
I
Toegepast onderdeel
Type B toegepast onderdeel (ultrageluidapplicator)
Type BF toegepast onderdeel (elektrodes)
Pagina 72 van 74 NL109-1498750-49 IFU
Omgevingscondities
Omgevingscondities voor transport en opslag
Omgevingstemperatuur:
20° tot +70° C
Relatieve vochtigheid:
10 to 90% (niet-condenserend)
Atmosferische druk:
500 to 1060 hPa
Omgevingscondities voor normaal gebruik
Omgevingstemperatuur:
10° tot 40° C
Relatieve vochtigheid:
10 to 90 % (niet-condenserend)
Atmosferische druk:
800 to 1060 hPa
EMC gegevens
Voor medische elektrische apparaten zoals de 4-serie gelden speciale voorzorgsmaatregelen
met betrekking tot elektromagnetische compatibiliteit (EMC) en deze moeten geplaatst en in
gebruik genomen worden in overeenstemming met het EMC-advies in de handleiding.
Draagbare RF-communicatieapparatuur (met inbegrip van randapparatuur zoals
antennekabels en externe antennes) mag niet minder dan 30 cm verwijderd zijn van enig
onderdeel van de 4-serie, inclusief de door de fabrikant gespecificeerde kabels. Anders
kunnen de prestaties van deze apparatuur afnemen.
De 4-serie mag alleen worden gebruikt met de originele netsnoer vermeld op de lijst van de
inhoud. Bediening van het apparaat met een ander netsnoer kan leiden tot hogere emissies
of verminderde immuniteit van het apparaat.
Het apparaat mag niet worden gebruikt direct geplaatst naast, of bovenop andere apparaten.
Als het apparaat moet worden gebruikt direct naast of bovenop andere apparaten, moet het
apparaat worden gecontroleerd om ervoor te zorgen dat het zoals beschreven funktioneert.
Het gebruik van accessoires, zenders en kabels anders dan gespecificeerd of geleverd door de
fabrikant van deze apparatuur kan leiden tot verhoogde elektromagnetische emissies of
verlaagde elektromagnetische immuniteit van dit apparaat, wat kan leiden tot onjuist
functioneren.
De 4-serie is geclassificeerd als een groep 1, klasse B apparaat volgens CISPR 11.
De 4-serie voldoet aan de immuniteitsniveaus voor de thuiszorgomgeving en de omgeving van
professionele zorginstellingen.
De 4-serie is getest volgens de EN 60601-1-2:2015 norm door een geaccrediteerd laboratorium en
voldoet voor elke emissie- en immuniteitsnorm of -test.
Pagina 73 van 74 NL109-1498750-49 IFU
16 Contact
Kijk voor hulp en ondersteuning op onze website http://www.enraf-nonius.com
De laatste versie van deze gebruiksaanwijzing (in elektronische of gedrukte vorm) kan kosteloos
worden verkregen via onze website www.enraf-nonius.com of door contact op te nemen met uw
leverancier of door te bellen met nummer: +31-(0)10-2030600.
De gebruiksaanwijzing zal (gratis) binnen 7 (zeven) kalenderdagen worden opgestuurd.
17 Productaansprakelijkheid
In veel landen is wetgeving met betrekking tot productaansprakelijkheid van kracht. Dergelijke
wetgeving impliceert, onder meer, dat de fabrikant na een periode van 10 jaar nadat een product in
roulatie is gebracht, niet meer verantwoordelijk kan worden gehouden voor mogelijke
tekortkomingen van het product.
Voor zover maximaal toegestaan op grond van het toepasselijke recht zijn Enraf-Nonius of diens
leveranciers of wederverkopers in geen geval aansprakelijk voor indirecte, speciale, incidentele of
gevolgschade die voorkomt uit het gebruik of het niet kunnen gebruiken van het product, inclusief,
zonder beperkingen, schade door verlies van goodwill, werk of productiviteit, computerstoringen, en
alle andere vormen van zakelijke schade of verlies, ook indien men op de hoogte is gesteld van de
mogelijkheid van het optreden hiervan, en ongeacht de juridische of billijke theorie (contract,
onrechtmatige daad of anderszins) waarop de claim is gebaseerd. In geen enkel geval zal de totale
aansprakelijkheid van Enraf-Nonius in het kader van de bepalingen van deze overeenkomst groter zijn
dan de som van de bedragen betaald voor dit product en de bedragen voor ondersteuning van het
product, ontvangen door Enraf-Nonius in de context van een afzonderlijke
ondersteuningsovereenkomst (indien van toepassing), met uitzondering van dood of persoonlijk letsel
veroorzaakt door nalatigheid van Enraf-Nonius in de mate waarin het toepasselijk recht beperking van
aansprakelijkheid in zulke gevallen verbiedt.
De wederpartij (de gebruiker van het product of diens vertegenwoordiger) vrijwaart Enraf-Nonius van
alle claims door derden van welke aard dan ook en ongeacht de relatie met de wederpartij.
NL109-1498750-49
Copyright:
Enraf-Nonius B.V.
Vareseweg 127 | 3047 AT | Rotterdam | Nederland
Tel: +31 (0)10-20 30 600 | [email protected]
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74

Enraf-Nonius 4-Series Handleiding

Type
Handleiding