Fujifilm GFX 50R de handleiding

Type
de handleiding
Gebruiksaanwijzing
BL00004964-B04
NL
ii
Inleiding
Dank u voor uw aankoop van dit product. Lees deze hand-
leiding aandachtig door voordat u de camera in gebruik
neemt. Bewaar de handleiding waar deze gelezen zal
worden door iedereen die het product gebruikt.
Voor de meest recente informatie
De meest recente versies van de handleidingen zijn beschikbaar
op:
http://fujifilm-dsc.com/en-int/manual/
De site is niet alleen toegankelijk vanaf uw
computer, maar ook vanaf smartphones en
tablets. Het bevat ook informatie over de
softwarelicentie.
Voor informatie over  rmware-updates, ga naar:
http://www.fujifilm.com/support/digital_cameras/software/
iii
Menulijst
iv
1 Voordat u begint
1
2 Eerste stappen
25
3 Basisfotogra e en afspelen
43
4 Films opnemen en afspelen
49
5 Foto’s maken
55
6 De opnamemenu’s
87
7 Afspelen en het afspeelmenu
129
8 De instellingenmenu’s
155
9 Sneltoetsen
191
10 Randapparatuur en optionele accessoires
203
11 Aansluitingen
217
12 Technische notities
231
P
Hoofdstukinhoudsopgave
iv
Menulijst
Cameramenu-opties worden hieronder opgesomd.
Opnamemenu’s
Pas de instellingen bij het nemen van fotos of opnemen van
lms aan.
N
Raadpleeg pagina 87 voor meer informatie.
H INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT
P
1⁄
1⁄
BEELDGROOTTE 88
BEELDKWALITEIT 89
RAW OPNAME 89
FILMSIMULATIE 90
KORRELEFFECT 91
CHROOM KLEUREFFECT 91
DYNAMISCH BEREIK 92
WITBALANS 93
2⁄
2⁄
HIGHLIGHT TINT 96
SCHADUWTINT 96
KLEUR 96
SCHERPTE 96
RUISONDERDRUKKING 97
L BEL. RO 97
LENSMODLTIE OPTM. 97
KLEURR 97
3⁄
3⁄
PIXELMAPPING 98
KIES INST. OP MAAT 98
BEW/BEW INST. OP M 99
G AF/MF INSTELLINGEN
P
1⁄
1⁄
SCHERPSTELGEBIED 100
SCHERPSTELLING 101
AF-MODUS OPSL. DR ORIËNT. 102
SNELLE AF 102
AF-PUNTDISPLAYyz
102
AANTAL FOCUSPUNTEN 103
PRE-AF 103
AF-HULPLICHT 103
2⁄
2⁄
INST. GEZICHTS-/OOGHERKEN. 104
AF+MF 105
HF ASSISTENTIE 106
SCHERPSTELLOEP 106
INT. SPOT AE&SCHRPSTLGBD 107
DIRECT AF-INSTELLING 107
SCHERPTEDIEPTESCHAAL 108
ONTGREND/FOCUS PRIORITEIT 108
3⁄
3⁄ TOUCH SCREEN MODUS 109
v
Menulijst
A OPNAME-INSTELLINGEN
P
1⁄
1⁄
ZELFONTSPANNER 111
INSTEL. ZELFONTSP. OPSLAAN 112
INTERVAL-TIMEROPNAME 112
AE-REEKS INSTELLING 114
FILMSIMULATIE BKT 114
FOCUS BKT 115
LICHTMEETSYSTEEM 116
SLUITERTYPE 117
2⁄
2⁄
FLIKKERVERMINDERING 118
IS MODE 118
ISO 119
ADAPT. INSTEL. 121
MODUS 35mm-FORMAAT 123
DRAADLS COMMUNICT 123
F FLITSINSTELLINGEN
P
FLASHFUNCTIE-INSTELLING 124
VERWIJDER R. OGEN 124
MODUS TTL VERGRENDELEN 125
LED-LICHTINSTELLING 125
MASTER-INSTELLING 126
CH-INSTELLING 126
B FILMINSTELLINGEN
P
FILMMODUS 127
FILMSCHERPSTELLING 127
HDMI-UITGANG INFODISPLAY 127
HDMI REC-BEDIENING 128
MIC-NIVEAU-INSTEL 128
MIC/AFSTANDSBED. 128
vi
Het afspeelmenu
Pas afspeelinstellingen aan.
N
Raadpleeg pagina 135 voor meer informatie.
C MENU VOOR HERBEKIJKEN
P
1⁄
1⁄
WISSELSLEUF 135
RAW-CONVERSIE 136
WISSEN 138
TGLK WISS(RAW SL1/JPG SL2) 140
BEELDUITSNEDE 140
NIEUW FORMAAT 141
BEVEILIGEN 142
FOTO DRAAIEN 143
C MENU VOOR HERBEKIJKEN
P
2⁄
2⁄
VERWIJDER R. OGEN 144
SPRAAKMEMO INSTELLING 145
KOPIËREN 146
OPDRACHT BEELDOVERDRACHT 147
DRAADLS COMMUNICT 148
FOTOBOEK HULP 149
OPDRACHT (DPOF) 151
AFDRUK. instax PRINTER 152
3⁄
3⁄ BEELDVERHOUDING 153
vii
Menulijst
Instellingenmenu’s
Pas de basisinstellingen van de camera aan.
N
Raadpleeg pagina 155 voor meer informatie.
D GEBRUIKERSINSTELLINGEN
P
FORMATTEREN 156
DATUM/TIJD 157
TIJDVERSCHIL 157
Qa
158
MIJN MENU-INSTELINGEN 158
SENSORREINIGING 159
LEEFTIJD VAN BATTERIJ 159
RESET 159
D GELUIDSINSTELLINGEN
P
AF PIEPVOLUME 160
ZELFONTSPANNER PIEPVOLUME 160
BEDIENING VOL. 160
SLUITER VOLUME 161
SLUITER GELUID 161
AFSPEEL VOLUME 161
D SCHERMINSTELLINGEN
P
1⁄
1⁄
EVF-HELDERHEID 162
EVF KLEUR 162
AANPASSING EVF KLEUR 162
LCD-HELDERHEID 163
LCD KLEUR 163
AANPASSING LCD KLEUR 163
WEERGAVE 164
AUTOROTATIE DISPLAYS 164
2⁄
2⁄
PRVW BELICH/WITBALANS HANDM.
MODUS
165
NATUURLIJKE LIVE-WEERGAVE 165
COMP.RICHTL. 166
AUTO ROT. WEERG. 167
EENHEDEN AF-SCHAAL 167
DISP. INST. OP MAAT 168
GROTE INDICAT.-MODUS (EVF) 169
GROTE INDICAT.-MODUS (LCD) 170
3⁄
3⁄
DISPL-INST. GROTE INDICAT.
171
viii
D TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN
P
1⁄
1⁄
INSTELLINGEN FOCUSHENDEL 172
BEWERK/SLA OP SNELMENU 173
FUNCTIE-INS. (Fn) 174
COMMANDOSCHIJF INSTELLING 176
SLUITER AF 177
SLUITER AE 177
OPNAME ZONDER LENS 177
NEEM OP ZONDER KAART 178
2⁄
2⁄
SCHERPSTELRING 178
MODUS AE/AF-VERG. 178
TOUCH SCREEN INSTELLINGEN 179
VERGREND. 179
D ENERGIEBEHEER
P
UITSCHAKELEN 180
OPNAME STAND-BY MODUS 180
AUTOM. ENERGIEBESPARING 181
D INSTELLINGEN OPSLAAN
P
NUMMERING 182
ORIG. FOTO OPSLAAN 183
BEWERK BSTNDSNAAM 183
INSTEL. SLEUF (STIL BEELD) 183
WISSELSLEUF (SEQUENTIEEL) 183
FILMDOELBESTAND 184
MAP SELECTEREN 184
COPYRIGHT INFO 184
D VERBINDINGSINSTELLINGEN
P
Bluetooth INSTELLINGEN 185
NETWERKINSTELLING 186
VERB.INST. instax PRNTR 187
PC-VERBINDINGSMODUS 187
ALGEMENE INSTELLINGN 189
INFORMATIE 189
RESET DRAADLOZE INSTELLING 189
Menulijst
ix
P
Inhoudsopgave
Inleiding ............................................................................................................ ii
Voor de meest recente informatie .................................................................. ii
Menulijst ..........................................................................................................iv
Opnamemenu’s .........................................................................................................iv
Het afspeelmenu ......................................................................................................vi
Instellingenmenu’s .................................................................................................. vii
Meegeleverde accessoires ..................................................................... xix
Over deze handleiding ..............................................................................xx
Symbolen en conventies ....................................................................................xx
Terminologie...............................................................................................................xx
1
Voordat U Begint 1
Voordat U Begint 1
Onderdelen van de camera .......................................................................2
De serienummerplaat .............................................................................................5
De Scherpstellingstok (scherpstelhendel) .................................................5
De sluitertijdschijf ......................................................................................................5
De Drive-knop .............................................................................................................6
De belichtingscompensatieschijf ....................................................................6
De Commandoschijven .........................................................................................7
Het Indicatielampje ..................................................................................................8
Het LCD-scherm .........................................................................................................9
Cameraschermen .......................................................................................10
De Elektronische Zoeker ....................................................................................10
Het LCD-scherm ......................................................................................................12
Schermrotatie ...........................................................................................................13
Een Weergavemodus Kiezen ...........................................................................14
Schermhelderheid aanpassen ........................................................................15
De Zoeker Scherpstellen ....................................................................................15
De DISP/BACK-knop ..............................................................................................16
De dubbele weergave .........................................................................................17
De standaardweergave aanpassen .............................................................18
De Menu’s Gebruiken ................................................................................20
x
Touch screen modus .................................................................................21
Opname-aanraaktoetsen ...................................................................................21
Touchscreen knoppen terugkijken .............................................................24
2
Eerste stappen 25
Eerste stappen 25
De draagriem bevestigen ........................................................................ 26
Een lens bevestigen ...................................................................................28
De batterij opladen ....................................................................................29
De batterij plaatsen ...................................................................................32
Geheugenkaarten plaatsen .................................................................... 34
Twee kaarten gebruiken ....................................................................................35
Compatibele geheugenkaarten ....................................................................36
De camera in- en uitschakelen ..............................................................37
Het batterijniveau controleren ..............................................................38
Basisinstellingen ......................................................................................... 39
Een andere taal kiezen ........................................................................................41
De tijd en datum veranderen..........................................................................41
3
Basisfotografi e en afspelen 43
Basisfotografi e en afspelen 43
Fotograferen (modus P) ...........................................................................44
Fotos bekijken ............................................................................................. 47
Fotos wissen ................................................................................................ 48
4
Films opnemen en afspelen 49
Films opnemen en afspelen 49
Films opnemen ........................................................................................... 50
Filminstellingen aanpassen ..............................................................................52
Films bekijken .............................................................................................. 53
5
Foto’s maken 55
Fotos maken 55
P-, S-, A- en M-modi ................................................................................... 56
Modus P: Programma AE ...................................................................................56
Modus S: Sluiterprioriteit AE ............................................................................58
Modus A: Diafragmaprioriteit AE ..................................................................61
Modus M: Handmatige belichting ...............................................................62
xi
1
Inhoudsopgave
Automatische scherpstelling .................................................................64
Scherpstelmodus ....................................................................................................65
Automatische scherpstellingsopties (AF-Modus) ..............................67
Scherpstelpuntselectie .......................................................................................69
Handmatige scherpstelling ....................................................................72
Scherpstelling controleren ...............................................................................74
Gevoeligheid ................................................................................................76
AUTO...............................................................................................................................77
Lichtmeting .................................................................................................. 78
Belichtingscorrectie ...................................................................................79
C (Aangepast) ...........................................................................................................80
Scherpstellings-/belichtingsvergrendeling ...................................... 81
De AF-L- en AE-L-knoppen ...............................................................................82
Afbakening ...................................................................................................83
O AE BKT .................................................................................................................... 83
W ISO BKT .................................................................................................................. 83
X FILMSIMULATIE BKT ...................................................................................... 83
V WITBALANS BKT ..............................................................................................84
Y DYNAMISCH BEREIK BKT ............................................................................84
Z FOCUS BKT ......................................................................................................... 84
Doorlopend fotograferen (seriemodus) .............................................85
Meervoudige belichtingen ..................................................................... 86
6
De opnamemenu’s 87
De opnamemenu’s 87
INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT .......................................................... 88
BEELDGROOT TE .......................................................................................................88
BEELDKWALITEIT .....................................................................................................89
RAW OPNAME ...........................................................................................................89
FILMSIMULATIE .........................................................................................................90
KORRELEFFECT ......................................................................................................... 91
CHROOM KLEUREFFECT .....................................................................................91
DYNAMISCH BEREIK ..............................................................................................92
WITBALANS .................................................................................................................93
xii
1
HIGHLIGHT TINT .......................................................................................................96
SCHADUWTINT ........................................................................................................ 96
KLEUR .............................................................................................................................96
SCHERPTE ....................................................................................................................96
RUISONDERDRUKKING ........................................................................................ 97
L BEL. RO .......................................................................................................................97
LENSMODLTIE OPTM. ...........................................................................................97
KLEURR ..........................................................................................................................97
PIXELMAPPING .........................................................................................................98
KIES INST. OP MAAT ...............................................................................................98
BEW/BEW INST. OP M ...........................................................................................99
AF/MF INSTELLINGEN .............................................................................100
SCHERPSTELGEBIED............................................................................................100
SCHERPSTELLING ................................................................................................. 101
AF-MODUS OPSL. DR ORIËNT....................................................................... 102
SNELLE AF ................................................................................................................. 102
AF-PUNTDISPLAY yz .................................................................................. 102
AANTAL FOCUSPUNTEN .................................................................................. 103
PRE-AF.........................................................................................................................103
AF-HULPLICHT ....................................................................................................... 103
INST. GEZICHTS-/OOGHERKEN. ................................................................... 104
AF+MF ........................................................................................................................ 105
HF ASSISTENTIE ..................................................................................................... 106
SCHERPSTELLOEP ................................................................................................ 106
INT. SPOT AE&SCHRPSTLGBD ....................................................................... 107
DIRECT AF-INSTELLING..................................................................................... 107
SCHERPTEDIEPTESCHAAL ............................................................................... 108
ONTGREND/FOCUS PRIORITEIT ................................................................... 108
TOUCH SCREEN MODUS ................................................................................. 109
OPNAME-INSTELLINGEN ........................................................................111
ZELFONTSPANNER .............................................................................................. 111
INSTEL. ZELFONTSP. OPSLAAN .................................................................... 112
INTERVAL-TIMEROPNAME ...............................................................................112
xiii
1
Inhoudsopgave
AE-REEKS INSTELLING ....................................................................................... 114
FILMSIMULATIE BKT ............................................................................................ 114
FOCUS BKT ...............................................................................................................115
LICHTMEETSYSTEEM .......................................................................................... 116
SLUITERTYPE ........................................................................................................... 117
FLIKKERVERMINDERING ................................................................................... 118
IS MODE .....................................................................................................................118
ISO ................................................................................................................................. 119
ADAPT. INSTEL. ......................................................................................................121
MODUS 35mm-FORMAAT .............................................................................. 123
DRAADLS COMMUNICT................................................................................... 123
FLITSINSTELLINGEN .................................................................................124
FLASHFUNC TIE-INSTELLING .......................................................................... 124
VERWIJDER R. OGEN ........................................................................................... 124
MODUS TTL VERGRENDELEN .......................................................................125
LED-LICHTINSTELLING ...................................................................................... 125
MASTER-INSTELLING ..........................................................................................126
CH-INSTELLING ...................................................................................................... 126
FILMINSTELLINGEN ..................................................................................127
FILMMODUS ........................................................................................................... 127
FILMSCHERPSTELLING00................................................................................. 127
HDMI-UITGANG INFODISPLAY ..................................................................... 127
HDMI REC-BEDIENING....................................................................................... 128
MIC-NIVEAU-INSTEL............................................................................................128
MIC/AFSTANDSBED. ........................................................................................... 128
7
Afspelen en het afspeelmenu 129
Afspelen en het afspeelmenu 129
De afspeelweergave ................................................................................130
De DISP/BACK-knop ...........................................................................................131
Fotos bekijken ...........................................................................................133
Zoomweergave.....................................................................................................134
Miniatuur weergave ............................................................................................134
xiv
1
Het afspeelmenu ......................................................................................135
WISSELSLEUF .......................................................................................................... 135
RAW-CONVERSIE .................................................................................................. 136
WISSEN ....................................................................................................................... 138
TGLK WISS(RAW SL1/JPG SL2) ...................................................................... 140
BEELDUITSNEDE ................................................................................................... 140
NIEUW FORMAAT .................................................................................................141
BEVEILIGEN............................................................................................................... 142
FOTO DRAAIEN ...................................................................................................... 143
VERWIJDER R. OGEN ........................................................................................... 144
SPRAAKMEMO INSTELLING ........................................................................... 145
KOPIËREN .................................................................................................................. 146
OPDRACHT BEELDOVERDRACHT ............................................................... 147
DRAADLS COMMUNICT................................................................................... 148
FOTOBOEK HULP ..................................................................................................149
OPDRACHT (DPOF) ............................................................................................. 151
AFDRUK. instax PRINTER .................................................................................. 152
BEELDVERHOUDING .......................................................................................... 153
8
De instellingenmenu’s 155
De instellingenmenu’s 155
GEBRUIKERSINSTELLINGEN...................................................................156
FORMATTEREN ...................................................................................................... 156
DATUM/TIJD ............................................................................................................ 157
TIJDVERSCHIL ......................................................................................................... 157
Qa ......................................................................................................... 158
MIJN MENU-INSTELINGEN .............................................................................. 158
SENSORREINIGING............................................................................................... 159
LEEFTIJD VAN BATTERIJ ....................................................................................159
RESET ........................................................................................................................... 159
GELUIDSINSTELLINGEN ..........................................................................160
AF PIEPVOLUME ....................................................................................................160
ZELFONTSPANNER PIEPVOLUME ............................................................... 160
BEDIENING VOL. .................................................................................................... 160
xv
1
Inhoudsopgave
SLUITER VOLUME .................................................................................................. 161
SLUITER GELUID .................................................................................................... 161
AFSPEEL VOLUME ................................................................................................ 161
SCHERMINSTELLINGEN ..........................................................................162
EVF-HELDERHEID ................................................................................................. 162
EVF KLEUR................................................................................................................. 162
AANPASSING EVF KLEUR ................................................................................. 162
LCD-HELDERHEID ................................................................................................ 163
LCD KLEUR ............................................................................................................... 163
AANPASSING LCD KLEUR ................................................................................ 163
WEERGAVE ...............................................................................................................164
AUTOROTATIE DISPLAYS .................................................................................. 164
PRVW BELICH/WITBALANS HANDM. MODUS .................................... 165
NATUURLIJKE LIVE-WEERGAVE .................................................................... 165
COMP.RICHTL. ......................................................................................................... 166
AUTO ROT. WEERG............................................................................................... 167
EENHEDEN AF-SCHAAL ................................................................................... 167
DISP. INST. OP MAAT ........................................................................................... 168
GROTE INDICAT.-MODUS (EVF) .................................................................... 169
GROTE INDICAT.-MODUS (LCD) ...................................................................170
DISPL-INST. GROTE INDICAT. .......................................................................... 171
TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN ..............................................................172
INSTELLINGEN FOCUSHENDEL .................................................................... 172
BEWERK/SLA OP SNELMENU ........................................................................ 173
FUNCTIE-INS. (Fn) ................................................................................................. 174
COMMANDOSCHIJF INSTELLING ............................................................... 176
SLUITER AF ............................................................................................................... 177
SLUITER AE ............................................................................................................... 177
OPNAME ZONDER LENS .................................................................................. 177
NEEM OP ZONDER KAART .............................................................................. 178
SCHERPSTELRING ................................................................................................. 178
MODUS AE/AF-VERG. ........................................................................................ 178
TOUCH SCREEN INSTELLINGEN ................................................................... 179
VERGREND. ...............................................................................................................179
xvi
1
ENERGIEBEHEER ........................................................................................180
UITSCHAKELEN ...................................................................................................... 180
OPNAME STAND-BY MODUS ........................................................................ 180
AUTOM. ENERGIEBESPARING ........................................................................ 181
INSTELLINGEN OPSLAAN .......................................................................182
NUMMERING .......................................................................................................... 182
ORIG. FOTO OPSLAAN....................................................................................... 183
BEWERK BSTNDSNAAM.................................................................................... 183
INSTEL. SLEUF (STIL BEELD) ............................................................................ 183
WISSELSLEUF (SEQUENTIEEL) ....................................................................... 183
FILMDOELBESTAND ............................................................................................ 184
MAP SELECTEREN ................................................................................................ 184
COPYRIGHT INFO ................................................................................................. 184
VERBINDINGSINSTELLINGEN ................................................................185
Bluetooth INSTELLINGEN ................................................................................ 185
NETWERKINSTELLING ........................................................................................ 186
VERB.INST. instax PRNTR ................................................................................... 187
PC-VERBINDINGSMODUS ............................................................................... 187
ALGEMENE INSTELLINGN ................................................................................ 189
INFORMATIE............................................................................................................. 189
RESET DRAADLOZE INSTELLING .................................................................189
9
Sneltoetsen 191
Sneltoetsen 191
Sneltoetsopties .........................................................................................192
De Q-knop (Snelmenu) ..........................................................................193
De snelmenuweergave .................................................................................... 193
Instellingen bekijken en wijzigen .............................................................. 194
Het snelmenu bewerken ................................................................................ 195
De Fn-knopppen (Functie) ....................................................................196
Rollen toewijzen aan de functietoetsen ............................................... 198
MIJN MENU .................................................................................................200
MIJN MENU-INSTELINGEN .............................................................................. 200
xvii
1
Inhoudsopgave
10
Randapparatuur en optionele accessoires 203
Randapparatuur en optionele accessoires 203
Lenzen ..........................................................................................................204
Lensonderdelen.................................................................................................... 204
Lensverzorging ......................................................................................................205
Lensdoppen verwijderen ............................................................................... 205
Zonnekappen bevestigen .............................................................................. 205
De diafragmaring ................................................................................................. 206
Externe  itsers ...........................................................................................207
Flitsinstellingen ..................................................................................................... 208
SYNC-TERMINAL ................................................................................................... 209
EXTERNE FLASH .................................................................................................... 210
MASTER(OPTISCH) ...............................................................................................213
11
Aansluitingen 217
Aansluitingen 217
HDMI-uitgang ............................................................................................218
Aansluiten op HDMI-apparaten ................................................................. 218
Fotograferen ........................................................................................................... 219
Afspelen .....................................................................................................................219
Draadloze verbindingen (Bluetooth®, draadloos LAN/Wi-Fi) ...220
Smartphones en tablets: FUJIFILM Camera Remote ..................... 220
Tether-opname: FUJIFILM X Acquire/FUJIFILM Tether
Shooting Plug-in/FUJIFILM Tether Shooting Plug-in
PRO/Hyper-Utility Software HS-V5 ......................................................... 222
Aansluiten op computers via USB ......................................................223
Tether-opname: FUJIFILM X Acquire/FUJIFILM Tether
Shooting Plug-in/FUJIFILM Tether Shooting Plug-in
PRO/Hyper-Utility Software HS-V5 ......................................................... 226
Fotos naar een computer kopiëren ......................................................... 227
RAW -beelden kopiëren in andere formaten:
FUJIFILM X RAW STUDIO............................................................................... 228
Camera-instellingen opslaan en laden
(FUJIFILM X Acquire) ...................................................................................... 228
instax SHARE printers..............................................................................229
Een verbinding tot stand brengen ........................................................... 229
Fotos afdrukken .................................................................................................... 230
xviii
1
Inhoudsopgave
12
Technische notities 231
Technische notities 231
Accessoires van Fuji lm .........................................................................232
Software van Fuji lm ..............................................................................234
FUJIFILM Camera Remote .............................................................................. 234
MyFinePix Studio..................................................................................................234
RAW FILE CONVERTER EX ................................................................................234
FUJIFILM X RAW STUDIO ................................................................................. 235
FUJIFILM X Acquire ............................................................................................. 235
FUJIFILM Tether Shooting Plug-in voor Lightroom ........................ 235
Hyper-Utility Software HS-V5 ....................................................................... 235
Voor uw veiligheid ...................................................................................236
Productverzorging ...................................................................................245
De beeldsensor reinigen........................................................................246
Firmware-updates ....................................................................................247
De Firmwareversie controleren................................................................... 247
Probleemoplossing ..................................................................................248
Waarschuwingsberichten en -aanduidingen .................................257
Capaciteit geheugenkaart ....................................................................260
Technische gegevens ..............................................................................261
xix
1
Meegeleverde accessoires
Het volgende wordt bij de camera meegeleverd:
NP-T125 oplaadbare batterij
BC-T125 batterijlader
Stekkeradapter
Behuizingsdop
Metalen clipjes draagriem (× 2)
Bevestigingsgereedschap clipje
Beschermkappen (× 2)
Schouderriem
Kabelbeschermer
Flitsschoenkap (wordt bevestigd op de  itsschoen)
Sync-terminal-dop (bevestigd aan de camera geleverd)
Gebruiksaanwijzing (deze handleiding)
N
De stekkeradapter meegeleverd met de camera varieert per land of
regio van aankoop; gebruik de adapter die geschikt is voor uw land of
regio, zoals beschreven in de meegeleverde notitie.
Zie, voor informatie over compatibele computersoftware, “Software van
Fuji lm” (P 234).
xx
1
Over deze handleiding
Deze handleiding bevat instructies voor uw FUJIFILM GFX 50R
digitale camera. Zorg dat u de inhoud heeft gelezen en begrijpt
voordat u verder gaat.
Symbolen en conventies
In deze handleiding worden de volgende symbolen gebruikt:
O
Informatie die moet worden gelezen om schade aan het
product te voorkomen.
N
Aanvullende informatie die tijdens het gebruik van het pro-
duct van pas kan komen.
P
Paginas waarop verwante informatie kan worden gevonden.
Menu’s en andere teksten die op het scherm verschijnen worden
vetgedrukt weergegeven. De afbeeldingen zijn alleen ter verdui-
delijking; tekeningen kunnen zijn vereenvoudigd, terwijl fotos niet
noodzakelijk zijn gemaakt met het model van de camera die in
deze handleiding wordt beschreven.
Terminologie
Er wordt naar de optionele SD-, SDHC- en SDXC-geheugenkaarten
die de camera gebruikt om fotos op te slaan gerefereerd als geheu-
genkaarten”. De elektronische zoeker kan worden aangeduid als de
“EVF” en het LCD-scherm als “LCD”.
1
Voordat U Begint
2
1
Onderdelen van de camera
A
ON/OFF-schakelaar.........................................37
B
Ontspanknop ................................................... 46
C
Belichtingscompensatieschijf .................6, 79
D
Fn1-knop ......................................................... 196
E
Schijfontgrendelingsknop ...............................5
F
Sluitertijdschijf ........................ 5, 56, 58, 61, 62
G
Flitsschoen ...............................................23, 210
H
Microfoon .........................................................51
I
AF-hulplicht ....................................................103
Zelfontspannerlamp ....................................111
J
Aansluitingendeksel
afstandsontspanner .................... 51, 60, 128
K
Dioptrieregelaarsbediening.........................15
L
Bevestigingsoog draagriem ........................26
M
Sync-terminal ................................................209
N
Signaalcontacten lens
O
Lensontgrendelingsknop ..............................28
P
Fn2-knop ......................................................... 176
Q
Drive-knop ...........................................................6
R
Voorste commandoschijf ...................... 7, 176
S
Microfoon/afstandsontspanner-
aansluiting (2,5mm) ..............51, 60, 128
T
Flitsschoenkap ...............................................210
U
Behuizingsdop .................................................28
3
1
Onderdelen van de camera
V
Elektronische zoeker (EVF)...............10, 14, 15
W
Oogsensor ......................................................... 14
X
VIEW MODE-knop ............................................14
Y
b (verwijderen)-knop ...................................48
Z
Keuzeknop scherpstelmodus ......................65
a
Fn3-knop ..................................................82, 196
b
Achterste commandoschijf..........7, 133, 176
c
Fn4-knop ..................................................82, 196
d
Fn5-knop ..................................................67, 196
e
Q-knop (snelmenu) ......................................193
f
HDMI-aansluitingendeksel
g
Geheugenkaartsleufkap ............................... 34
h
Kapvergrendeling geheugenkaartsleuf ...34
i
Indicatielampje ...........................................8, 31
j
Aansluitingendeksel .............................31, 223
k
Luidspreker ...............................................53, 161
l
Statiefbevestiging
m
Afdekkap voor het batterijvak .....................32
n
Vergrendeling van afdekkap voor het
batterijencompartiment ............................ 32
o
LCD-scherm .................................... 9, 12, 14, 15
Aanraakscherm .............................21, 109, 179
p
DISP (display)/BACK-knop ................... 16, 131
q
a (afspeel)-knop ..........................................47
r
MENU/OK-knop ................................................20
s
Scherpstellingstok (scherpstelhendel)
..............................................................5, 69, 172
t
HDMI-micro-aansluiting (Type D) ..........218
u
Geheugenkaartsleuf 1 ...................................34
v
Geheugenkaartsleuf 2 ...................................34
4
1
w
Batterijvak .........................................................32
x
Batterijvergrendeling ..................................... 33
y
USB-aansluiting (Type-C) ..........................223
z
15 V DC-IN-connector ...................................31
De Kabelbeschermer
A
De kabelbeschermer voorkomt
dat de USB-kabel of AC-adapter
per ongeluk losgekoppeld wordt.
Bevestig de beschermer zoals
getoond en draai de vergrende-
lingsschroef aan.
A
B
B
Sluit de kabel aan en leid deze
door de beschermer zoals
afgebeeld.
5
1
Onderdelen van de camera
De serienummerplaat
Verwijder de serienummerplaat niet,
deze geeft het FCC-ID, het KC-kenmerk,
het serienummer en andere belangrijke
informatie weer.
Serienummerplaat
De Scherpstellingstok (scherpstelhendel)
Kantel of druk op de scherpstellingstok
om het scherpstelgebied te selecteren.
De scherpstellingstok kan ook worden
gebruikt om de menu’s te navigeren.
De sluitertijdschijf
Druk op de schijfontgrendeling om de
schijf te ontgrendelen vòòr het draaien
naar de gewenste instelling. Druk op-
nieuw op de ontgrendeling om de schijf
op zijn plaats te vergrendelen.
6
1
De Drive-knop
Door op de drive-knop te drukken
worden de volgende drive-modusopties
weergegeven.
Modus
Modus
P
P
B
B
STILSTAAND BEELD (enkel beeld) 44
I
I
CONTINU (seriemodus) 85
O
O
AE BKT (belichtingsafbakening) 83
W
W
ISO BKT (gevoeligheidsafbakening) 83
X
X
FILMSIMULATIE BKT
( lmsimulatie-afbakening)
83
V
V
WITBALANS BKT
(witbalansafbakening)
84
Modus
Modus
P
P
Y
Y
DYNAMISCH BEREIK BKT
(afbakening dynamisch bereik)
84
Z
Z
FOCUS BKT (focus-bracketing) 84
j
j
MULTI-BELICHTING 86
F
F
VIDEO 50
De belichtingscompensatieschijf
Draai aan de schijf om een hoeveelheid
belichtingscompensatie te kiezen.
7
1
Onderdelen van de camera
De Commandoschijven
Draai aan of druk op de commandoschijven om:
Voorste commandoschijf Achterste commandoschijf
Draai
Draai
Selecteer menutabbladen of
paginas door menu’s
Kies de gewenste combinatie
van sluitertijd en diafragma
(programmaverschuiving)
Stel het diafragma bij
1, 2
Belichtingscorrectie aanpassen
4
Pas gevoeligheid aan
1
Bekijk andere foto's tijdens het
afspelen
Markeer menu-items
Kies de gewenste combinatie van
sluitertijd en diafragma (program-
maverschuiving)
Kies een sluitertijd
1
Pas instellingen in het snelmenu aan
Kies de grootte van het scherpstel-
kader
Zoom in of uit in volledige scherm-
weergave
Zoom in of uit in meervoudige
schermweergave
Druk op
Druk op
Zoom in op het actieve scherpstel-
punt
3
Houd ingedrukt om de scherpstel-
weergave in handmatige scherp-
stelmodus te kiezen
3
Zoom tijdens weergave in op het
actieve scherpstelpunt
1 Kan worden gewijzigd met behulp van D TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN>
COMMANDOSCHIJF INSTELLING.
2 Als het objectief is voorzien van een diafragmaring met een C”-positie, dan kunnen de
commandoschijven van de camera worden gebruikt om het diafragma aan te passen
wanneer de diafragmaring naar C wordt gedraaid.
3 Uitsluitend beschikbaar als SCHERPSTELLOEP is toegewezen aan een functietoets.
4 Instelschijf belichtingscorrectie naar C gedraaid.
8
1
Het Indicatielampje
Camerastatus wordt weergegeven door
het indicatielampje.
Indicatielampje
Indicatielampje
Camerastatus
Camerastatus
Brandt groen Scherpstelling vergrendeld.
Knippert groen
Scherpstellings- of korte sluitertijdwaarschuwing. Er kunnen
fotos worden gemaakt.
Knippert groen en
oranje
Camera aan: Fotos nemen. Extra foto’s kunnen gemaakt
worden.
Camera uit: Fotos naar een smartphone of tablet uploaden.
*
Brandt oranje
Fotos nemen. Er kunnen momenteel geen extra fotos worden
gemaakt.
Knippert oranje
Flitser laadt op; fl itser zal niet fl itsen als er een foto wordt
gemaakt.
Knippert rood Lens- of geheugenfout.
* Wordt alleen weergegeven als fotos zijn geselecteerd voor uploaden.
N
Er kunnen ook waarschuwingen in het scherm verschijnen.
Het indicatielampje blijft uit terwijl u uw oog tegen de zoeker houdt.
9
1
Onderdelen van de camera
Het LCD-scherm
Het LCD-scherm kan gekanteld worden
voor beter zicht, maar wees voorzichtig
om niet in aanraking te komen met de
draden of om vingers of andere voor-
werpen te beknellen achter het scherm.
Het aanraken van de draden kan defec-
ten in de camera veroorzaken.
N
De LCD-monitor functioneert ook als een touchscreen dat gebruikt kan
worden voor:
Scherpstelling of scherpstelveldselectie (P 21, 22)
Functieselectie (P 23)
Full-frame-weergave (P 24)
10
1
Cameraschermen
Deze sectie geeft een overzicht van de indicatoren die
mogelijk worden weergegeven tijdens het fotograferen.
O
Ter illustratie worden displays getoond met alle indicatoren brandend.
De Elektronische Zoeker
01/01/2018 10:00 AM
5
4
3
2
1
0
-1
-2
-3
-4
-5
5
4
3
2
1
0
-1
-2
-3
-4
-5
1.0
t
D EF GH JIKLMN
O
PQRST
W
V
U
XYZabcfg
l
m
n
o
p
q
r
s
dehijk
B CA
11
1
Cameraschermen
A
Microfoon .......................................................128
B
Afstandsontspanner ....................................128
C
Flitsmodus (TTL) ...........................................210
D
Flitscompensatie ...........................................210
E
Zelfontspannerindicator.............................111
F
Doorlopende modus .....................................85
G
Sluitertype ....................................................... 117
H
AF+MF-indicator
2
........................................105
I
Bluetooth AAN/UIT .......................................185
J
Witbalans ..........................................................93
K
Filmsimulatie ...................................................90
L
Dynamisch bereik ........................................... 92
M
Beeldoverdrachtstatus .......................185, 220
N
Datum en tijd ...................................39, 41, 157
O
Filmmodus
3
............................................. 50, 127
P
Resterende tijd
3
...............................................50
Q
Kaartsleufopties ..................................... 35, 183
R
Aantal beschikbare beelden
1
....................260
S
Beeldgrootte .....................................................88
T
Beeldkwaliteit ..................................................89
U
Touch screen modus .............................21, 109
V
Temperatuurwaarschuwing .....................259
W
Scherpstelkader ........................................ 69, 81
X
Histogram ......................................................... 19
Y
Batterijniveau ..................................................38
Z
Gevoeligheid .................................................... 76
a
Belichtingscorrectie ........................................ 79
b
Diafragma ...........................................57, 61, 62
c
Sluitertijd ..............................................57, 58, 62
d
TTL-vergrendeling ...................... 125, 175, 199
e
AE-vergrendeling ...................................82, 178
f
Lichtmeting ...................................................... 78
g
Opnamemodus ...............................................56
h
Scherpstelmodus
2
.......................................... 65
i
Scherpstelindicator
2
......................................66
j
Handmatige scherpstelindicator
2
...... 65, 72
k
AF-vergrendeling ...................................82, 178
l
Afstandsindicator
2
......................................... 74
m
Opnameniveau
2, 3
......................................... 128
n
Belichtingsindicator ................................ 62, 79
o
Virtuele horizon ...............................................19
p
Downloadstatus
locatiegegevens .................................189, 220
q
Modus 35mm-formaat...............................123
r
Voorbeeld scherptediepte ..................... 61, 74
s
Scherpstelloep ........................................75, 106
t
IS-modus
2
.......................................................118
1 Toont “9999” als er ruimte is voor meer dan 9999 beelden.
2 Niet weergegeven wanneer AAN is geselecteerd voor D SCHERM SET-UP>
GROTE INDICAT.-MODUS (EVF).
3 Wordt alleen weergegeven tijdens fi lmopnamen.
12
1
Het LCD-scherm
01/01/2018 10:00 AM
bcfghi
O
P
Q
R
S
T
U
o
n
m
k
l
j
BACD
V
FG
N
HI JKLM
WXYZade
s
E
q
r
p
13
1
Cameraschermen
A
IS-modus
2
.......................................................118
B
Scherpstelloep ........................................75, 106
C
Voorbeeld scherptediepte ..................... 61, 74
D
Downloadstatus
locatiegegevens .................................189, 220
E
Modus 35mm-formaat...............................123
F
Bluetooth AAN/UIT .......................................185
G
Beeldoverdrachtstatus .......................185, 220
H
Filmmodus
3
............................................. 50, 127
I
Resterende tijd
3
...............................................50
J
Kaartsleufopties ..................................... 35, 183
K
Aantal beschikbare beelden
1
....................260
L
Beeldgrootte .....................................................88
M
Beeldkwaliteit ..................................................89
N
Datum en tijd ...................................39, 41, 157
O
Touch screen modus
4
........................... 21, 109
P
Witbalans ..........................................................93
Q
Filmsimulatie ...................................................90
R
Dynamisch bereik ........................................... 92
S
Temperatuurwaarschuwing .....................259
T
Scherpstelkader ........................................ 69, 81
U
Histogram ......................................................... 19
V
Afstandsindicator
2
......................................... 74
W
Batterijniveau ..................................................38
X
Gevoeligheid .................................................... 76
Y
Belichtingscorrectie ........................................ 79
Z
Diafragma ...........................................57, 61, 62
a
Sluitertijd ..............................................57, 58, 62
b
TTL-vergrendeling ...................... 125, 175, 199
c
AE-vergrendeling ...................................82, 178
d
Lichtmeting ...................................................... 78
e
Opnamemodus ...............................................56
f
Scherpstelmodus
2
.......................................... 65
g
Scherpstelindicator
2
......................................66
h
Handmatige scherpstelindicator
2
...... 65, 72
i
AF-vergrendeling ...................................82, 178
j
AF+MF-indicator
2
........................................105
k
Sluitertype ....................................................... 117
l
Opnameniveau
2, 3
......................................... 128
m
Doorlopende modus .....................................85
n
Belichtingsindicator ................................ 62, 79
o
Zelfontspannerindicator.............................111
p
Microfoon .......................................................128
q
Afstandsontspanner ....................................128
r
Flitsmodus (TTL) ...........................................210
s
Flitscompensatie ...........................................210
1 Toont “9999” als er ruimte is voor meer dan 9999 beelden.
2 Niet weergegeven wanneer AAN is geselecteerd voor D SCHERM SET-UP>
GROTE INDICAT.-MODUS (LCD).
3 Wordt alleen weergegeven tijdens fi lmopnamen.
4 Camerafuncties zijn ook toegankelijk via aanraaktoetsen.
Schermrotatie
Als AAN is geselecteerd voor D SCHERM SET-UP> AUTOROTATIE
DISPLAYS, draaien de indicatoren in de zoeker en het LCD-
scherm automatisch om zich aan de richting van de camera aan
te passen.
14
1
Een Weergavemodus Kiezen
Druk op de VIEW MODE-knop om door de
volgende weergavemodi te bladeren.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
E OOGSENSR
De zoeker schakelt in en het LCD-scherm schakelt uit als u uw
oog naar de zoeker beweegt; als u uw oog weghaalt, schakelt
de zoeker weer uit en het LCD-scherm weer in.
EVF ONLY Zoeker aan, LCD-scherm uit.
LCD ONLY LCD-scherm aan, zoeker uit.
EVF ONLY + E
Als u uw oog naar de zoeker brengt, schakelt de zoeker in; uw
oog weghalen schakelt deze uit. Het LCD-scherm blijft uit.
E OOGSENSOR +
LCD-BEELDWEERGAVE
Uw oog tegen de zoeker plaatsen tijdens het fotograferen scha-
kelt de zoeker in, maar het LCD-scherm wordt gebruikt voor de
weergave van beelden zodra u na het fotograferen uw oog van
de zoeker verwijdert.
De Oogsensor
De oogsensor reageert mogelijk op andere
objecten dan uw oog of op licht dat direct op
de sensor schijnt.
De oogsensor wordt uitgeschakeld terwijl de
LCD-monitor wordt gekanteld.
Oogsensor
15
1
Cameraschermen
Schermhelderheid aanpassen
De helderheid en kleurtoon van de zoeker en het LCD-
scherm kunnen worden aangepast met behulp van de items
in het DSCHERM SET-UP-menu. Kies EVF-HELDERHEID of
EVF-KLEUR om de helderheid of kleurtoon van de zoeker aan te
passen, LCD-HELDERHEID of LCD KLEUR om hetzelfde te doen
voor het LCD-scherm.
De Zoeker Scherpstellen
Als de indicators in de zoeker onscherp zijn, plaats dan uw oog
tegen de zoeker en draai aan de dioptrieregelaar totdat de
weergave scherp in beeld is.
Om de zoeker scherp te stellen:
A
Til de dioptrieregelaar op.
B
Draai aan de regelaar om de scherpstelling van de zoeker aan
te passen.
C
Zet de regelaar terug in haar oorspronkelijke positie en zet vast.
O
Til de regelaar op voor gebruik. Het niet in acht nemen van deze voor-
zorgsmaatregel kan voor een defect aan het product zorgen.
16
1
De DISP/BACK-knop
De DISP/BACK-knop regelt het weergeven
van de indicatoren in de zoeker en op
het LCD-scherm.
N
Indicatoren voor de EVF en LCD moeten apart
worden geselecteerd. Om de EVF-weergave
te kiezen, plaats u uw oog op de zoeker
terwijl u de DISP/BACK-knop gebruikt.
Zoeker
Volledig scherm Volledig scherm (geen indicators)
Dubbele weergave (alleen hand-
matige scherpstelmodus)
Standaardindicatoren
Standaard (geen indicatoren)
17
1
Cameraschermen
LCD-scherm
Standaardindicatoren Geen indicatoren
Dubbele weergave (alleen hand-
matige scherpstelmodus)
Infoscherm
De dubbele weergave
De dubbele weergave bestaat uit een groot volledig scherm en
een kleinere close-up van het scherpstelgebied.
18
1
De standaardweergave aanpassen
Om de items getoond in de standaardindicatorweergave te
kiezen:
1
Geef standaardindicatoren weer.
Gebruik de DISP/BACK-knop om standaardindicators weer te
geven.
2
Selecteer DISP. INST. OP MAAT.
Selecteer D SCHERM SET-UP> DISP. INST. OP MAAT in het
instellingenmenu.
3
Kies items.
Markeer items en druk op MENU/OK om te selecteren of te dese-
lecteren.
COMP.RICHTL.
ELEKTR. WATERPAS
FOCUSFRAME
AF-AFSTANDSINDICATOR
MF-AFSTANDSINDICATOR
HISTOGRAM
LIVEWEERG. HOOGTEPUNTALARM
OPNAMEMODUS
DIAFR/S-SNELHEID/ISO
INFORMATIE-ACHTERGROND
Belichtingscomp. (Getal)
Belichtingscomp. (Schaal)
FOCUSMODUS
LICHTMEETSYSTEEM
SLUITERTYPE
FLITSLICHT
DOORLOPENDE MODUS
DUAL BEELDSTABILISATIEMOD.
TOUCH SCREEN MODUS
WITBALANS
FILMSIMULATIE
DYNAMISCH BEREIK
REST. BEELDJES
BEELDFORM/-KWALITEIT
FILMMODUS & OPNAMETIJD
MODUS 35mm-FORMAAT
OPDRACHT BEELDOVERDRACHT
MICROFOONGELUID
ACCUNIVEAU
FRAMINGKADER
4
Sla wijzigingen op.
Druk op DISP/BACK om de wijzigingen op te slaan.
5
Sluit de menu’s af.
Druk op DISP/BACK zoals nodig om terug te keren naar de opna-
meweergave.
19
1
Cameraschermen
Virtuele Horizon
Als u ELEKTR. WATERPAS selecteert, wordt de
virtuele horizon weergegeven. De camera is
waterpas als de twee lijnen over elkaar liggen.
Houd er rekening mee dat de virtuele horizon
mogelijk niet wordt weergegeven als de camera-
lens naar boven of naar beneden wordt gericht.
Voor een 3D-weergave (aangeduid), drukt u op
de functieknop waaraan ELEKTR. WATERPAS is
toegewezen (P 174, 198).
Pitchinstelling Rollen
Framingkader
Schakel FRAMINGKADER in om de randen van het beeld makkelijker zicht-
baar te maken tegen donkere achtergronden.
Histogrammen
Histogrammen geven de verdeling van de tinten in de foto weer. De horizon-
tale as geeft de helderheid weer, de verticale as het aantal pixels.
Aantal pixels
Schaduwen Hoge lichten
Helderheid pixels
Optimale belichting: Pixels zijn als een gelijkmatige krom-
me verdeeld over alle tinten.
Overbelicht: Pixels bevinden zich in groepjes aan de
rechterzijde van de gra ek.
Onderbelicht: Pixels bevinden zich in groepjes aan de
linkerkant van de gra ek.
Voor het bekijken van afzonderlijke RGB-histo-
grammen en een scherm met delen van het beeld
die bij de huidige instellingen overbelicht worden,
geschoven over het beeld dat door het objectief
te zien is, drukt u op de functietoets waaraan
HISTOGRAM is toegewezen (P 174, 198).
A
Overbelichte gebieden knipperen
B
RGB-Histogrammen
20
1
De Menus Gebruiken
Druk op MENU/OK om de menu’s weer te geven.
Fotograferen
Fotograferen
Afspelen
Afspelen
BEELDKWALITEIT
RAW OPNAME
FILMSIMULATIE
KORRELEFFECT
CHROOM KLEUREFFECT
DYNAMISCH BEREIK
WITBALANS
BEELDGROOTTE
INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT
VERLATEN
FOTO DRAAIEN
WISSELSLEUF
MENU VOOR HERBEKIJKEN
RAW-CONVERSIE
WISSEN
TGLK WISS(RAW SL1/JPG SL2)
BEELDUITSNEDE
NIEUW FORMAAT
BEVEILIGEN
VERLATEN
Om in de menu's te navigeren:
1
Druk op MENU/OK om de menu’s weer
te geven.
BEELDKWALITEIT
RAW OPNAME
FILMSIMULATIE
KORRELEFFECT
CHROOM KLEUREFFECT
DYNAMISCH BEREIK
WITBALANS
BEELDGROOTTE
INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT
VERLATEN
2
Druk de scherpstellingstok (scherpstel-
hendel) naar links om het tabblad voor
het huidige menu te markeren.
INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT
BEELDKWALITEIT
RAW OPNAME
FILMSIMULATIE
CHROOM KLEUREFFECT
DYNAMISCH BEREIK
WITBALANS
BEELDGROOTTE
KORRELEFFECT
VERLATEN
Tabblad
3
Duw de scherpstellingstok omhoog of omlaag om het tabblad (H,
G, A, F, B, E, C of D) met het gewenste item te markeren.
4
Duw de scherpstellingstok naar rechts om de cursor in het
menu te plaatsen.
N
Gebruik de voorste instelschijf om menutabbladen te selecteren of
door menu’s te bladeren en de achterste instelschijf om menu-items te
markeren.
De scherpstellingstok (scherpstelhendel) kantelt niet diagonaal
21
1
Touch screen modus
De LCD-monitor functioneert ook als een touchscreen.
Opname-aanraaktoetsen
Selecteer, om aanraakbedieningen
in te schakelen, AAN voor D TOETS-/
SCHIJFINSTELLINGEN> TOUCH SCREEN
INSTELLINGEN> TOUCHSCREEN AAN/
UIT.
TOUCHSCREEN AAN/UIT
EVF TOUCHSCREENGEBD INST.
TOUCHSCREEN INSTELLINGEN
AAN
UIT
EVF
De LCD-monitor kan worden gebruikt om het scherpstelveld
te selecteren terwijl fotos worden gekadreerd in de elektroni-
sche zoeker (EVF). Gebruik D TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN>
TOUCH SCREEN INSTELLINGEN> EVF TOUCHSCREENGEBD
INST. om het gebied van de monitor te kiezen dat voor aanraak-
bedieningen wordt aangewend.
22
1
LCD-scherm
Aanraakbedieningen kunnen worden
gebruikt om het scherpstelveld te kie-
zen.
De uitgevoerde bewerking kan worden
geselecteerd door op de touchscreenmodus
indicator op het scherm te tikken en door ver-
volgens door de volgende opties te bladeren.
Modus
Modus
Beschrijving
Beschrijving
AFOFF
AFOFF
AF
AF
In scherpstelmodus S(AF-S) stelt de camera scherp wanneer u op
uw onderwerp in de weergave tikt. De scherpstelling vergrendelt
bij de huidige afstand totdat u op het pictogram AF OFF tikt.
In scherpstelmodus C(AF-C) start de camera met scherpstellen
wanneer u op uw onderwerp in de weergave tikt. De camera blijft
de scherpstelling aanpassen voor veranderingen in de afstand tot
het onderwerp totdat u op het pictogram AF OFF tikt.
In handmatige scherpstelmodus (MF) kunt u op de weergave
tikken om op het geselecteerde onderwerp scherp te stellen met
behulp van autofocus.
GEBIED
GEBIED
Tik om een punt voor de scherpstelstand of zoom te selecteren. Het
scherpstelkader zal zich verplaatsen naar het geselecteerde punt.
UIT
UIT
Aanraakscherpstelling uitgeschakeld.
O
Verschillende aanraakbedieningen worden gebruikt tijdens scherpstel-
zoom (P 110).
N
Om de aanraaktoetsen uit te schakelen en de touchscreenmodusindicator
te verbregen, selecteert u UIT voor D TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN>
TOUCH SCREEN INSTELLINGEN> TOUCHSCREEN AAN/UIT.
De aanraaktoetsinstellingen kunnen worden aangepast met behulp van
G AF/MF INSTELLINGEN> TOUCH SCREEN MODUS.
23
1
Touch screen modus
Aanraakfunctie
Functies kunnen aan de volgende veeg-
bewegingen worden toegewezen op
eenzelfde manier als de functieknoppen
(P 196):
Veeg omhoog: T-Fn1
Veeg naar links: T-Fn2
Veeg naar rechts: T-Fn3
Veeg omlaag: T-Fn4
N
In sommige gevallen geven aanraakveeg-
bewegingen een menu weer; tik om de
gewenste optie te selecteren.
MIC-NIVEAU-INSTEL
OK ANNULEREN
24
1
Touch screen modus
Touchscreen knoppen terugkijken
Als AAN is geselecteerd voor D TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN>
TOUCH SCREEN INSTELLINGEN> TOUCHSCREEN AAN/UIT,
kunnen aanraaktoetsen worden gebruikt voor de volgende
afspeelbewerkingen:
Veeg: Veeg uw vinger langs het scherm om
andere fotos te bekijken.
Zoom: Plaats twee vingers op het scherm
en beweeg ze uit elkaar om in te zoomen.
Knijp: Plaats twee vingers op het scherm
en beweeg ze naar elkaar toe om uit te
zoomen.
N
Fotos kunnen uitgezoomd worden tot de gehele afbeelding zichtbaar
is, maar niet verder dan dat.
Dubbele klik: Tik twee keer op de weergave
om op het scherpstelpunt in te zoomen.
Blader: Bekijk andere delen van de foto
tijdens terugspeelzoom.
25
Eerste stappen
26
2
De draagriem bevestigen
Maak de draagriemclipjes aan de camera vast en daarna
aan de draagriem.
1
Bevestig een beschermkapje.
Plaats het beschermkapje over het
oogje, zoals weergegeven. De zwarte
kant moet richting de camera wijzen.
Beschermkapje
2
Open een draagriemclipje.
Gebruik het draagriemgereedschap
(A) om het draagriemclipje (B) te
openen.
(B)
(A)
3
Schuif de klem op de tool.
Schuif de klem op de tool zodat deze
over de projectie haakt.
27
2
De draagriem bevestigen
4
Plaats het draagriemclipje op een oogje.
Haak het bevestigingsoogje vast in de
opening van het clipje. Verwijder het
gereedschap en houd het clipje met de
andere hand op zijn plek.
N
Bewaar het gereedschap op een veilige
plaats, omdat u dit nodig heeft om de
draagriemclipjes te openen bij het verwij-
deren van de draagriem.
5
Haal het clipje door het oogje.
Draai het clipje totdat het volledig door
het oogje is en dichtklikt.
6
Maak de draagriem vast.
Steek de draagriem door een be-
schermkap en draagriemclipje en zet
de gesp vast zoals aangegeven.
O
Zorg ervoor dat de draagriem goed
vastzit om te voorkomen dat de came-
ra valt.
Draagriemclip
Gesp
Herhaal de stappen hierboven voor het tweede oogje.
28
2
Een lens bevestigen
De camera kan gebruikt worden met lenzen voor het
FUJIFILM G-bevestigingspunt.
Verwijder de behuizingsdop van de came-
ra en de achterste dop van de lens. Plaats
de lens op het bevestigingspunt, houd de
markering op de lens en de camera op één
lijn (
A
) en draai vervolgens aan de lens
totdat deze op zijn plaats klikt (
B
).
O
Zorg dat stof of andere vreemde materialen niet in de camera komt bij
het bevestigen van lenzen.
Let op dat u de interne delen van de camera niet aanraakt.
Draai aan de lens tot deze goed vastklikt.
Druk niet op de ontspanknop van de lens tijdens het bevestigen van de lens.
Lenzen verwijderen
Schakel, om de lens te verwijderen, de camera uit en
druk vervolgens op de ontgrendelingsknop (
A
) van
de lens en draai aan de lens zoals aangeduid (
B
).
O
Om te voorkomen dat stof zich ophoopt op
de lens of in de camera, plaatst u de lenskap-
pen en de behuizingsdop van de camera
terug wanneer de lens niet is bevestigd.
Lenzen en andere optionele accessoires
De camera kan gebruikt worden met lenzen en accessoires voor het FUJIFILM
G-bevestigingspunt.
O
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht bij het bevestigen of
verwijderen (verwisselen) van lenzen.
Controleer of er geen stof of andere vreemde materialen op de lenzen
aanwezig is.
Verwissel lenzen niet in direct zonlicht of onder een heldere lichtbron.
Licht dat rechtstreeks in de binnenkant van de camera is gericht, kan
storingen veroorzaken.
Bevestig de lensdoppen voordat lenzen worden verwisseld.
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing die bij het objectief werd geleverd
voor informatie over het gebruik.
29
2
De batterij opladen
De batterij is bij verscheping uit de fabriek niet opgela-
den. Laad voor gebruik de batterij op in de meegeleverde
batterijlader.
O
Een NP-T125 oplaadbare batterij wordt meegeleverd met de camera.
Het opladen duurt ongeveer 140 minuten.
1
Sluit de stekkeradapter aan.
O
De met de camera meegeleverde stekkeradapter varieert per land of
regio van aankoop; gebruik de adapter die geschikt is voor uw land
of regio, zoals beschreven in de meegeleverde notitie.
2
Plaats de batterij in de lader.
Plaats de batterij in de richting die
wordt aangegeven door de pijl.
3
Steek de lader in een stopcontact.
Sluit de lader aan op een stopcontact
binnenshuis. De laadindicator licht op.
4
Laad de batterij op.
Verwijder de batterij zodra het opladen is voltooid.
30
2
De laadindicator
De laadindicator geeft de laadtoestand van de
batterij als volgt weer:
Laadindicator
Laadindicator
Laadtoestand
Laadtoestand
Handeling
Handeling
Uit
Batterij niet geplaatst. Plaats de batterij.
Batterij volledig opgeladen. Verwijder de batterij.
Aan De batterij wordt opgeladen.
Knippert Batterij defect.
Haal de lader uit het stopcon-
tact en verwijder de batterij.
O
De meegeleverde lader is compatibel met stroomvoorzieningen van
100 tot 240 volt (voor overzees gebruik is een stekkeradapter vereist).
Bevestig geen etiketten of andere voorwerpen op de batterij. Het niet in
acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan het verwijderen van de
batterij uit de camera onmogelijk maken.
Voorkom dat de batterijpolen worden kortgesloten. Anders kan de
batterij oververhit raken.
Lees de voorzorgsmaatregeln in “De batterij en stroomvoeding.
Gebruik alleen batterijladers die bedoeld zijn voor gebruik met de batte-
rij. Anders kan de batterij en/of de batterijlader defect raken.
Probeer niet de labels van de batterij te halen of de behuizing te ope-
nen.
Een batterij die niet wordt gebruikt, verliest langzaam haar lading. Laad
de batterij een of twee dagen vóór gebruik op.
Als de batterij niet kan opladen, heeft deze het einde van haar levens-
duur bereikt en moet deze worden vervangen.
Haal de lader uit het stopcontact wanneer deze niet in gebruik is.
Verwijder vuil van de batterijpolen met een schone, droge doek. Neemt
u deze voorzorgsmaatregel niet in acht, dan kan de batterij mogelijk niet
worden opgeladen.
Merk op dat de oplaadtijden toenemen bij lage temperaturen.
31
2
De batterij opladen
Opladen via AC-adapter
De batterij in de camera laadt ook op als de camera van stroom wordt voor-
zien via een optionele AC-15V AC-adapter. Het opladen duurt ongeveer
120 minuten.
De laadtoestand van de batterij wordt getoond door de laadtoestandpicto-
grammen als de camera is ingeschakeld (afspeelmodus) en door het indica-
tielampje als de camera is uitgeschakeld.
Laadtoestandpictogram
Laadtoestandpictogram
(camera ingeschakeld)
(camera ingeschakeld)
Indicatielampje
Indicatielampje
(camera uitgeschakeld)
(camera uitgeschakeld)
Laadtoestand
Laadtoestand
Y (geel)
Ingeschakeld
Batterij wordt opge-
laden
N (groen)
Uitgeschakeld Opladen voltooid
Z (rood)
Knippert Batterij defect
32
2
De batterij plaatsen
Plaats de batterij in de camera zoals hieronder beschreven
na het opladen van de batterij.
1
Open de kap van het batterijvak.
Verschuif de vergrendeling van het
batterijvak zoals aangeduid en open
de kap van het batterijvak.
O
Open de kap van het batterijvak niet
wanneer de camera is ingeschakeld.
Het niet in acht nemen van deze voor-
zorgsmaatregel kan beschadiging van
fotobestanden of geheugenkaarten
tot gevolg hebben.
Gebruik niet te veel kracht wanneer
u de kap van het batterijvak opent of
sluit.
2
Plaats de batterij zoals afgebeeld.
O
Plaats de batterij in de aangegeven
richting. Oefen geen kracht uit of
probeer niet de batterij achterstevoren
of ondersteboven te plaatsen.
Controleer of de batterij stevig vastzit.
33
2
De batterij plaatsen
3
Sluit de kap van het batterijvak.
Sluit en vergrendel de kap.
O
Als de kap niet dicht kan, controleert
u of de batterij in de juiste richting is
geplaatst. Probeer de kap niet dicht te
forceren.
De batterij verwijderen
Voordat u de batterij verwijdert, schakelt u de camera uit en opent u de kap van
het batterijencompartiment.
Druk de batterijvergrendeling opzij en laat de
batterij uit de camera glijden zoals getoond om
de batterij te verwijderen.
O
De batterij kan warm worden bij gebruik in omgevingen met hoge tem-
peraturen. Wees voorzichtig bij het verwijderen van de batterij.
34
2
Geheugenkaarten plaatsen
Fotos worden opgeslagen op geheugenkaarten (afzon-
derlijk verkrijgbaar).
N
De camera kan worden gebruikt met twee kaarten, één in elk van de
twee sleuven.
1
Open de kap van de geheugenkaartsleuf.
Ontgrendel en open de kap.
O
Open de kap van de geheugenkaartsleuf niet wanneer de camera is
ingeschakeld. Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel
kan beschadiging van fotobestanden of geheugenkaarten tot gevolg
hebben.
2
Plaats de geheugenkaart.
Houd de kaart in de getoonde richting
en schuif deze in het apparaat totdat
deze aan de achterkant van de sleuf
vastklikt.
Sluit en vergrendel de afdek-
kap van de geheugenkaartsleuf.
O
Controleer of de kaart in de juiste richting is geplaatst; steek de kaart
er niet onder een hoek in en oefen geen kracht uit.
3
Formatteer de geheugenkaart (P 156).
O
Nieuwe geheugenkaarten moeten vóór het eerste gebruik worden
geformatteerd en alle geheugenkaarten die in een computer of an-
der apparaat zijn gebruikt, moeten ook weer worden geformatteerd.
35
2
Geheugenkaarten plaatsen
Geheugenkaarten verwijderen
Schakel de camera uit en open de kap van de geheugenkaartsleuf voordat u
geheugenkaarten verwijdert.
Druk op en ontgrendel de kaart om deze deels uit
te werpen (druk op het midden van de kaart en
ontgrendel deze langzaam zonder uw vinger van
de kaart te halen om te voorkomen dat de kaart
uit de sleuf valt). De kaart kan nu met de hand
worden verwijderd.
Twee kaarten gebruiken
De camera kan worden gebruikt met twee kaarten, één in elk van
de twee sleuven. Bij de standaardinstellingen worden fotos alleen
opgeslagen op de kaart in de tweede sleuf wanneer de kaart in
de eerste sleuf vol is. Dit kan worden gewijzigd met
D
OPSLAAN
SET-UP> INSTEL. SLEUF (STIL BEELD).
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
Weergave
Weergave
SEQUENTIEEL
(standaard)
De kaart in de tweede sleuf wordt alleen gebruikt wan-
neer de kaart in de eerste sleuf vol is. Wanneer de tweede
sleuf is geselecteerd voor
D
OPSLAAN SET-UP>
WISSELSLEUF (SEQUENTIEEL), zal de opname begin-
nen op de kaart in de tweede sleuf en schakelt over naar de
eerste sleuf wanneer de kaart in de tweede sleuf vol is.
BACK-UP
Elke foto wordt tweemaal opgenomen, eenmaal op elke
kaart.
RAW / JPEG
Zoals voor SEQUENTIEEL, behalve dat de RAW-ko-
pie van foto's genomen met FINE+RAW of
NORMAL+RAW geselecteerd voor H INSTELLINGEN
BEELDKWALITEIT> BEELDKWALITEIT wordt opge-
slagen op de kaart in de eerste sleuf en de JPEG-kopie op
de kaart in de tweede sleuf.
De kaart gebruikt voor het opslaan van  lms kan worden geselec-
teerd met D OPSLAAN SET-UP> FILMDOELBESTAND.
36
2
Geheugenkaarten plaatsen
Compatibele geheugenkaarten
Fuji lm en SanDisk SD-, SDHC-, en SDXC-geheugenkaarten zijn
goedgekeurd voor gebruik in deze camera.
UHS-II-kaarten worden aanbevolen voor gebruik in deze
camera.
Gebruik een UHS-snelheidsklasse1 of hogere geheugenkaart
bij het opnemen van  lms.
Een lijst met ondersteunde geheugenkaarten is beschikbaar
op de Fuji lm-website. Bezoek voor meer informatie:
http://www.fujifilm.com/support/digital_cameras/compatibility/.
O
Voorkom dat de camera wordt uitgeschakeld of dat de geheugenkaart
wordt verwijderd terwijl de camera bezig is met het formatteren van de
geheugenkaart of met het wegschrijven of wissen van gegevens. Het niet in
acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan de kaart beschadigen.
Geheugenkaarten kunnen worden vergren-
deld, zodat de kaart niet geformatteerd kan
worden en er geen fotos opgeslagen of gewist
kunnen worden. Schakel de schrijfbeveiligings-
schakelaar naar de ontgrendelde stand voordat
u de geheugenkaart in de camera plaatst.
Geheugenkaarten zijn klein en kunnen ingeslikt worden; houd ze buiten het
bereik van kinderen. Als een kind een geheugenkaart inslikt, moet u onmid-
dellijk medische hulp inroepen.
miniSD- of microSD-adapters die groter of kleiner zijn dan geheugenkaar-
ten, worden mogelijk niet normaal uitgeworpen. Breng de camera naar een
erkend service center als dit gebeurt. Probeer de kaart niet met geweld uit de
camera te halen.
Bevestig geen etiketten of andere voorwerpen op geheugenkaarten.
Etiketten die losraken kunnen cameradefecten veroorzaken.
Bij sommige soorten geheugenkaarten kunnen  lmopnamen onderbre-
kingen vertonen.
Door het formatteren van een geheugenkaart in de camera wordt een
map aangemaakt waarin de fotos worden opgeslagen. U mag deze map
niet verwijderen of een andere naam geven. Ook mag u de fotobestanden
in deze map niet bewerken, wissen of herbenoemen met behulp van
een computer of ander apparaat. Gebruik altijd de camera om fotos te
verwijderen; kopieer bestanden naar een computer alvorens de bestanden
te bewerken of hernoemen en bewerk of hernoem de kopieën, niet de
originele bestanden. Het hernoemen van bestanden op de camera kan
problemen veroorzaken tijdens het afspelen.
37
2
De camera in- en uitschakelen
Gebruik de ON/OFF-schakelaar om de camera in en uit te
schakelen.
Schuif de schakelaar naar ON om de ca-
mera in te schakelen, of naar OFF om de
camera uit te schakelen.
O
Vingervlekken en vuil op de lens of de zoeker zijn van invloed op de kwali-
teit van de fotos of het zicht door de zoeker. Zorg dat de lens en de zoeker
schoon blijven.
N
Druk op de a-knop om het afspelen te starten.
Druk de ontspanknop half in om terug te keren naar de opnamemodus.
De camera wordt automatisch uitgeschakeld als er geen handelin-
gen worden uitgevoerd gedurende de geselecteerde tijdsduur voor
D STROOMBEHEER> UITSCHAKELEN. Druk de ontspanknop half in
of draai de ON/OFF-schakelaar naar OFF en vervolgens weer naar ON om
de camera opnieuw aan te zetten nadat deze automatisch werd uitge-
schakeld.
38
2
Het batterijniveau controleren
Controleer het batterijniveau in het scherm na het inscha-
kelen van de camera.
Het batterijniveau wordt als volgt weer-
gegeven:
Indicator
Indicator
Beschrijving
Beschrijving
e
Batterij is gedeeltelijk ontladen.
f
Batterij ongeveer 80% vol.
g
Batterij ongeveer 60% vol.
h
Batterij ongeveer 40% vol.
i
Batterij ongeveer 20% vol.
i
(rood)
Batterij bijna leeg. Zo snel mogelijk
opladen.
j
(knippert rood)
De batterij is leeg. Schakel de came-
ra uit en laad de batterij op.
39
2
Basisinstellingen
Wanneer u de camera de eerste keer aanzet, kunt u een
taal kiezen en de cameraklok instellen. Met standaardin-
stellingen kunt u ook de camera koppelen meteen smart-
phone of tablet zodat u later de klokken kunt synchronise-
ren of fotos kunt downloaden. Volg de stappen hieronder
wanneer u de camera de eerste keer aanzet.
N
Als u de camera aan een smartphone of tablet wilt koppelen, installeer
en start de meest recente versie van de FUJIFILM Camera Remote-app op
het apparaat alvorens u doorgaat. Voor meer informatie bezoekt u:
http://app.fujifilm-dsc.com/en/camera_remote/
1
Schakel de camera in.
Een taalkeuzedialoogvenster zal wor-
den weergegeven.
2
Kies een taal.
Markeer een taal en druk op MENU/OK.
3
Koppel de camera aan de smartphone of tablet.
Druk op MENU/OK om de camera aan een
smartphone of tablet te koppelen die de
FUJIFILM Camera Remote-app draait.
N
Om het koppelen over te slaan, druk op
DISP/BACK.
SCAN QR OF ZK NR "FUJIFILM
Camera Remote" APP OP NET
SMARTPHONE GEMAKKELIJK
OVERDRACHT VAN BEELDEN OP
DOOR KOPPELEN
KOPPELEN MET SMARTPHONE?
KOPPELREGISTRATIE
OVERSLAAN HELPINSTELLEN
40
2
4
Controleer de tijd.
Wanneer de koppeling compleet is, wordt
u aangespoord om de cameraklok in te
stellen op de tijd die is gemeld door de
smartphone of tablet. Controleer of de tijd
klopt.
KOPPELREGISTRATIE
KOPPLEN VOLTOOID
DATUM/TIJD VAN SMARTPHONE INSTELLEN?
OK ANNULEREN
1/ 1/2018 12:00 PM
N
Om de klok handmatig in te stellen, druk op DISP/BACK (P 41).
5
Synchroniseer de camera-instellin-
gen met de instellingen die op uw
smartphone of tablet geconfi gureerd
zijn.
INSTELLEN
INSTELLNG SYNCHRONISEREN SMARTPHONE
LOCATIE
TIJD
LOCATIE&TIJD
UIT
N
De geselecteerde optie kan op elk gewenst moment worden ge-
wijzigd met behulp van D VERBINDING INSTELLING> Bluetooth
INSTELLINGEN.
6
Stel de klok in.
Druk op MENU/OK om de cameraklok in te stellen op de tijd die
gemeld is door de smartphone of tablet en verlaat de opnamemo-
dus.
N
Als er gedurende langere tijd geen batterij in de camera zit, wordt de
cameraklok teruggezet en wordt het taalkeuzevenster weergegeven
wanneer de camera wordt ingeschakeld.
De huidige stap overslaan
Als u een stap overslaat, wordt een bevestigingsvenster weergegeven; selec-
teer NEE om te voorkomen dat u stappen herhaalt die u oversloeg de volgen-
de keer dat u de camera aanzet.
41
2
Basisinstellingen
Een andere taal kiezen
Om de taal te wijzigen:
1
Geef taalopties weer.
Selecteer D GEBRUIKERSINSTELLINGEN> Q
a
.
2
Kies een taal.
Markeer de gewenste optie en druk op MENU/OK.
De tijd en datum veranderen
Om de cameraklok in te stellen:
1
Geef DATUM/TIJD-opties weer.
Selecteer D GEBRUIKERSINSTELLINGEN> DATUM/TIJD.
2
Stel de klok in.
Duw de scherpstellingstok (scherpstelhendel) naar links of
rechts om het jaar, de maand, de dag, het uur of de minuut te
markeren en duw omhoog en omlaag om te veranderen. Druk
op MENU/OK om de klok in te stellen.
42
MEMO
43
Basisfotogra e en afspelen
44
3
Fotograferen (modus P)
Deze sectie beschrijft hoe u fotos kunt maken met programma
AE (modus P). Raadpleeg pagina
56–63
voor meer informatie
over S-, A- en M-modi.
1
Pas de instellingen aan voor programma AE.
Instelling
Instelling
P
P
A
Diafragma A (auto) 56
B
Sluitertijd A (auto) 56
C
Scherpstelmodus S (enkelvoudige AF) 65
N
Om de sluitertijdschijf te gebruiken, drukt u op de schijfontgrende-
ling en draait u de schijf naar de gewenste instelling.
2
Controleer de opnamemodus.
Bevestig dat P verschijnt in het
scherm.
45
3
Fotograferen (modus P)
3
Maak de camera gereed.
Houd met beide handen de camera
stevig vast en laat uw ellebogen
rusten tegen uw zij. Trillende of
onvaste handen kunnen uw fotos
wazig maken.
Houd uw vingers en andere voor-
werpen uit de buurt van de lens en
AF-hulpverlichting om onscherpe of
te donkere (onderbelichte) fotos te
voorkomen.
4
Zet de foto in een kader.
Lenzen met zoomringen
Gebruik de zoomring om de foto in het
scherm te kaderen. Draai de ring naar links
om uit te zoomen, naar rechts om in te
zoomen.
46
3
Fotograferen (modus P)
5
Stel scherp.
Houd de ontspanknop half ingedrukt
om scherp te stellen.
Scherpstelindicator
Scherpstelkader
Als de camera kan scherpstellen, klinkt er tweemaal een pieptoon
en lichten scherpstelkader en scherpstelindicator groen op.
Als de camera niet in staat is om scherp te stellen, wordt het scherp-
stelkader rood, wordt s weergegeven en zal de scherpste-
lindicator wit knipperen.
N
Als het onderwerp slecht belicht is, gaat de AF-hulpverlichting
mogelijk branden om te assisteren bij de scherpstelbewerking.
Scherpstelling en belichting vergrendelen wanneer de ont-
spanknop half wordt ingedrukt. De scherpstelling en belichting
worden vergrendeld zolang u de knop in deze positie blijft (AF/
AE-vergrendeling).
De camera stelt scherp op onderwerpen op elke afstand in het
macro- en standaardscherpstelbereik.
6
Neem een foto.
Druk de ontspanknop rustig en volledig in om de foto te ma-
ken.
47
3
a
Fotos bekijken
U kunt fotos in de zoeker of op het LCD-scherm bekijken.
Druk op a om de fotos schermvullend te bekijken.
100-0001
Extra fotos kunnen bekeken worden door de scherpstellingstok
(scherpstelhendel) naar links of rechts te duwen of de voorste
commandoschijf te draaien. Duw de scherpstellingstok of draai
de schijf naar rechts om de fotos te zien in de volgorde waarin
ze zijn opgenomen en naar links om de fotos in omgekeerde
volgorde te zien. Houd de scherpstellingstok ingedrukt om snel
naar het gewenste frame te scrollen.
N
Fotos gemaakt met andere cameras worden gemarkeerd met een
m(“geschenkbeeld”)-pictogram om aan te duiden dat deze misschien
niet correct worden weergegeven en dat mogelijk de zoomweergave
niet beschikbaar is.
Twee geheugenkaarten
Als er twee geheugenkaarten zijn geplaatst, kunt u de
a
-knop ingedrukt hou-
den om een kaart voor het afspelen te kiezen. U kunt ook een kaart selecteren
met behulp van de optie
C
MENU VOOR HERBEKIJKEN> WISSELSLEUF.
48
3
b
Fotos wissen
Gebruik de b-knop om fotos te wissen.
O
Gewiste fotos kunnen niet worden teruggehaald. Bescherm belangrijke
fotos of kopieer deze naar een computer of ander opslagapparaat voor-
dat u verder gaat.
1
Druk, als een afbeelding in volledig scherm wordt weergege-
ven, op de b-knop en selecteer ENKELE FOTO.
WISSEN
ENKELE FOTO
GEKOZEN VELDEN
ALLE FOTO'S
2
Duw de scherpstellingstok (scherpstelhendel) naar links of
rechts om door de fotos te scrollen en druk op MENU/OK om te
verwijderen (een bevestigingsdialoog wordt niet weergege-
ven). Herhaal dit om extra fotos te wissen.
N
Beveiligde fotos kunnen niet worden gewist. Verwijder de beveiliging
van foto's die u wilt wissen (P 142).
Fotos kunnen ook via de menu’s worden gewist met behulp van de
optie C MENU VOOR HERBEKIJKEN> WISSEN (P 138).
49
Films opnemen en afspelen
50
4
F
Films opnemen
Deze sectie beschrijft hoe  lms op te nemen in de auto-
matische modus.
1
Druk op de drive-modusknop en selecteer FVIDEO.
2
Pas de instellingen aan voor programma AE.
Instelling
Instelling
P
P
A
Diafragma A (auto) 56
B
Sluitertijd A (auto) 56
C
Scherpstelmodus S (enkelvoudige AF) 65
N
Om de sluitertijdschijf te gebruiken, drukt u op de schijfontgrende-
ling en draait u de schijf naar de gewenste instelling.
3
Druk op de ontspanknop om de
opname te starten. Een opname-indi-
cator (V) en de resterende tijd worden
weergegeven terwijl de opname bezig
is.
51
4
Films opnemen
4
Druk nogmaals op de knop om de opname te beëindigen. De
opname eindigt automatisch wanneer de maximale lengte is
bereikt of de geheugenkaart vol is.
O
Geluid wordt opgenomen via de ingebouwde microfoon of een optio-
nele externe microfoon. Bedek de microfoon niet tijdens de opname.
Houd er rekening mee dat de microfoon mogelijk ook geluiden van de
lens of andere camerageluiden oppikt tijdens het opnemen.
In  lms met zeer heldere onderwerpen kunnen verticale of horizontale
strepen verschijnen. Dit is normaal en duidt niet op een defect.
N
Het indicatielampje gaat branden tijdens de opname.
Zoom kan worden aangepast met behulp van de zoomring op het
objectief (indien beschikbaar).
Als het objectief is voorzien van een diafragmaring, selecteer dan de
diafragmamodus voordat u begint met de opname. Als er een andere
optie dan A is geselecteerd, kunnen de sluitertijd en het diafragma
worden aangepast terwijl de opname bezig is.
Tijdens het opnemen kunt u de belichtingscorrectie aanpassen tot
±2EV.
Opnemen is mogelijk niet beschikbaar bij bepaalde instellingen, terwijl
in andere gevallen de instellingen mogelijk niet van toepassing zijn
tijdens de opname.
Een Externe Microfoon Gebruiken
Er kan geluid worden opgenomen met externe
microfoons met een aansluiting van 2,5 mm in
doorsnede; microfoons die netstroom nodig heb-
ben kunnen niet worden gebruikt. Raadpleeg de
microfoonhandleiding voor meer informatie.
N
Het rechts getoonde dialoogvenster wordt
weergegeven wanneer er een microfoon is
aangesloten op de microfoon/afstandsont-
spanner-aansluiting. Druk op MENU/OK en
selecteer MIC/AFSTANDSBED.> m MIC.
CONTROLEER MIC/AFSTAND-
SLUITER INSTELLING
OVERSLAAN
SET
52
4
Films opnemen
Filminstellingen aanpassen
Beeldformaat en -snelheid kunnen worden geselecteerd met
behulp van B FILMINSTELLINGEN> FILMMODUS.
Om de kaart te kiezen die wordt gebruikt voor het opslaan van
lms, gebruikt u D OPSLAAN SET-UP> FILMDOELBESTAND.
De scherpstelmodus kan worden geselecteerd met de keu-
zeknop voor de scherpstelmodus; selecteer voor continue
scherpstelaanpassing C, of kies S en schakel Intelligente ge-
zichtsdetectie in. Intelligente gezichtsdetectie is niet beschik-
baar in de scherpstelmodus M.
Scherptediepte
Kies lage f-waarden om achtergronddetails zachter te maken.
53
4
a
Films bekijken
Bekijk  lms op de camera.
Tijdens het afspelen in volledig scherm
worden  lms aangeduid door een
W-pictogram. Druk de scherpstelling-
stok (scherpstelhendel) omlaag om het
afspelen van de  lm te starten.
+1.0
12800
01/01/2018 10:00 AM
AFSPELENAFSPELEN
Tijdens het afspelen van een  lm zijn de
volgende handelingen mogelijk:
Scherpstellingstok
Scherpstellingstok
(scherpstelhendel)
(scherpstelhendel)
Afspelen in
Afspelen in
volledig scherm
volledig scherm
Afspelen is bezig
Afspelen is bezig
(
(
x
x
)
)
Afspelen gepauzeerd
Afspelen gepauzeerd
(
(
y
y
)
)
Omhoog Afspelen stoppen
Omlaag Afspelen starten
Afspelen
pauzeren
Afspelen starten/
hervatten
Links/rechts
Bekijk andere
foto’s
Snelheid
aanpassen
Enkel beeld terugspoelen/
vooruitspoelen
De voortgang wordt tijdens het afspelen
op het scherm weergegeven.
O
Dek de luidspreker niet af tijdens het afspe-
len.
29m59s
PAUZE
STOP
N
Druk op MENU/OK om het afspelen te pauzeren en een volumeregelaar
weer te geven. Duw de scherpstellingstok (scherpstelhendel) omhoog
of omlaag om het volume aan te passen; druk opnieuw op MENU/OK om
door te gaan met afspelen. Het volume kan tevens worden aangepast
met behulp van D GELUID SET-UP> AFSPEEL VOLUME.
54
4
Films bekijken
Afspeelsnelheid
Duw de scherpstellingstok (scherpstelhendel)
naar links of rechts om de afspeelsnelheid aan
te passen tijdens afspelen. De snelheid wordt
aangeduid door het aantal pijltjes (M of N).
29m59s29m59s
Pijltjes
55
Foto’s maken
56
5
P-, S-, A- en M-modi
P-, S-, A- en M-modi bieden u verschillende controleni-
veaus over sluitertijd en diafragma.
Modus P: Programma AE
Laat de camera de sluitertijd en het diafragma kiezen voor
optimale belichting. Andere waarden die dezelfde belichting
produceren kunnen worden geselecteerd met programmaver-
schuiving.
Instelling
Instelling
A
Sluitertijd A (automatisch)
B
Diafragma A (automatisch)
Bevestig dat P verschijnt in het scherm.
O
Als het onderwerp zich buiten het lichtmeterbereik van de camera
bevindt, worden de sluitertijd en het diafragma weergegeven als “– – –”.
N
Om de sluitertijdschijf te gebruiken, drukt u op de schijfontgrendeling en
draait u de schijf naar de gewenste instelling.
57
5
P-, S-, A- en M-modi
Programmaverschuiving
Indien u dit wenst, kunt u aan de achterste
commandoschijf draaien om andere sluitertijd- en
diafragmacombinaties te selecteren, zonder de
belichting te wijzigen (programmaverschuiving).
Diafragma
Sluitertijd
O
Programmaverschuiving is niet beschikbaar in één van de volgende
omstandigheden:
Met  itsers die TTL auto ondersteunen
Wanneer een automatische optie is geselecteerd voor H INSTELLINGEN
BEELDKWALITEIT> DYNAMISCH BEREIK
In  lmmodus
N
Om programmaverschuiving te annuleren, schakelt u de camera uit.
58
5
Modus S: Sluiterprioriteit AE
Kies een sluitertijd en laat de camera het diafragma aanpassen
voor optimale belichting.
Instelling
Instelling
A
Sluitertijd Door gebruiker geselecteerd
B
Diafragma A (automatisch)
Bevestig dat S verschijnt in het scherm.
O
Als de juiste belichting niet kan worden bereikt bij de geselecteerde
sluitertijd, wordt het diafragma in het rood weergegeven.
Als het onderwerp zich buiten het lichtmeterbereik van de camera
bevindt, wordt het diafragma weergegeven als “– – –”.
N
Druk de schijfontgrendeling in en draai de schijf naar de gewenste
instelling om de sluitertijdschijf te gebruiken.
De sluitertijd kan ook worden aangepast in stappen van ⁄EV door aan
de achterste commandoschijf te draaien.
De sluitertijd kan zelfs worden aangepast terwijl de ontspanknop half
wordt ingedrukt.
59
5
P-, S-, A- en M-modi
Tijd (T)
Draai de sluitertijdschijf naar T (tijd) om lange sluitertijden
voor langdurige belichtingen te kiezen. Gebruik van een sta-
tief wordt aanbevolen om bewegen van de camera tijdens het
belichten te voorkomen.
1
Draai de sluitertijdschijf naar T.
2
Draai aan de achterste comman-
doschijf om een sluitertijd te kiezen.
3
Druk de ontspanknop volledig in om een foto te maken met
de geselecteerde sluitertijd. Bij snelheden van 1s of langzamer
wordt een afteltimer weergegeven terwijl de belichting in
uitvoering is.
N
Om “ruis” (spikkels) te voorkomen bij langdurige belichtingen, selecteert
u AAN voor H INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT> L BEL. RO. Let erop
dat de tijd die nodig is om de afbeelding vast te leggen na het fotografe-
ren hierdoor langer kan worden.
60
5
Lamp (B)
Selecteer een sluitertijd van B (lamp) voor langdurige belich-
tingen waarin u de sluiter handmatig opent en sluit. Gebruik
van een statief wordt aanbevolen om bewegen van de camera
tijdens het belichten te voorkomen.
1
Draai de sluitertijdschijf naar B.
2
Druk de ontspanknop volledig in. De sluiter kan tot 60 minuten
lang openblijven zolang de ontspanknop wordt ingedrukt;
het scherm toont de tijd die verstreken is sinds de belichting
begon.
N
Door een diafragma van A te selecteren, wordt de sluitertijd ingesteld
op 30 sec.
Om “ruis” (spikkels) te voorkomen bij langdurige belichtingen, selecteert
u AAN voor H INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT> L BEL. RO. Let erop
dat de tijd die nodig is om de afbeelding vast te leggen na het fotogra-
feren hierdoor langer kan worden.
Een afstandsontspanner gebruiken
Een afstandsontspanner kan gebruikt worden
voor langdurige belichting. Gebruikt u een optio-
nele RR-100 afstandsontspanner of een elektroni-
sche ontspanner van een ander merk, sluit deze
dan op de aansluiting van de microfoon/afstands-
ontspanner aan.
61
5
P-, S-, A- en M-modi
Modus A: Diafragmaprioriteit AE
Kies een diafragma en laat de camera de sluitertijd aanpassen
voor optimale belichting.
Instelling
Instelling
A
Sluitertijd A (automatisch)
B
Diafragma Door gebruiker geselecteerd
Bevestig dat A verschijnt in het scherm.
32
O
Als de juiste belichting niet kan worden bereikt bij het geselecteerde
diafragma, wordt de sluitertijd in het rood weergegeven.
Als het onderwerp zich buiten het lichtmeterbereik van de camera
bevindt, wordt de sluitertijd weergegeven als “– – –”.
N
Om de sluitertijdschijf te gebruiken, drukt u op de schijfontgrendeling
en draait u de schijf naar de gewenste instelling.
Draai aan de lensdiafragmaring om het diafragma aan te passen.
Het diafragma kan zelfs worden aangepast wanneer de ontspanknop
half wordt ingedrukt.
Voorbeeld scherptediepte bekijken
Als VOORB DIEPTESCH is toegewezen aan een
functietoets, wordt een L-pictogram weerge-
geven door op de knop te drukken en wordt de
diafragma gestopt tot de geselecteerde instelling
waardoor de scherptediepte kan worden bekeken
op het scherm.
32
62
5
Modus M: Handmatige belichting
In handmatige modus regelt de gebruiker zowel sluitertijd als
diafragma. Opnamen kunnen opzettelijk worden overbelicht (helder-
der) of onderbelicht (donkerder) en biedt daardoor een verscheiden-
heid aan individuele creatieve uitingen. De hoeveelheid waarmee
de foto onder- of overbelicht zou zijn bij de huidige instellingen
wordt getoond door de belichtingsindicator; stel de sluitertijd en het
diafragma bij totdat de gewenste belichting wordt bereikt.
Instelling
Instelling
A
Sluitertijd Door gebruiker geselecteerd
B
Diafragma Door gebruiker geselecteerd
Bevestig dat M verschijnt in het scherm.
32
N
Om de sluitertijdschijf te gebruiken, drukt u op de schijfontgrendeling
en draait u de schijf naar de gewenste instelling.
Draai aan de lensdiafragmaring om het diafragma aan te passen.
De sluitertijd kan worden aangepast in stappen van ⁄EV door aan de
achterste commandoschijf te draaien.
63
5
P-, S-, A- en M-modi
Belichtingsvoorbeeld
Om de belichting als voorbeeld op het LCD-scherm te bekijken, selecteert
u een optie anders dan UIT voor D SCHERM SET-UP> PRVW BELICH/
WITBALANS HANDM. MODUS.
N
Selecteer UIT bij gebruik van de  itser of in andere situaties waarin de
belichting mogelijk kan veranderen wanneer de foto wordt gemaakt.
64
5
Automatische scherpstelling
Maak fotos met behulp van automatisch scherpstellen.
1
Draai de scherpstelmoduskeuzeknop
naar S of C (P 65).
2
Kies een scherpstelling (P 67).
3
Kies de positie en grootte van het
scherpstelkader (P 69).
4
Maak fotos.
N
Voor informatie over het automatische scherpstellingssysteem bezoekt u:
http://fujifilm-x.com/af/en/index.html
65
5
Automatische scherpstelling
Scherpstelmodus
Gebruik de scherpstelmoduskeuzeknop
om te kiezen hoe de camera scherpstelt.
Kies uit de volgende opties:
Modus
Modus
Beschrijving
Beschrijving
S
(AF-S)
Enkelvoudige AF: De scherpstelling blijft vergrendeld terwijl de ontspan-
knop half wordt ingedrukt. Kies dit voor stilstaande onderwerpen.
C
(AF-C)
Continue AF: Scherpstelling wordt continu aangepast volgens de veran-
deringen in de afstand tot het onderwerp terwijl de ontspanknop half
wordt ingedrukt. Gebruik dit voor bewegende onderwerpen. Oogdetec-
tie AF is niet beschikbaar.
M
(handmatig)
Handmatig: Stel handmatig scherp met de scherpstelring van de lens.
Kies voor handmatige bediening van de scherpstelling of in situaties
waarbij de camera niet kan scherpstellen met automatische scherpstel-
ling (P 72).
N
Ongeacht de geselecteerde optie wordt handmatige scherpstelling
gebruikt als de lens in de handmatige scherpstelmodus staat.
Als AAN is geselecteerd voor G AF/MF INSTELLINGEN> PRE-AF, zal
de scherpstelling continu worden aangepast in modi S en C, zelfs als de
ontspanknop niet wordt ingedrukt.
66
5
De scherpstelindicator
De scherpstelstatus wordt weergegeven door de
scherpstelindicator.
Scherpstelindicator
Scherpstelindicator
Scherpstelstatus
Scherpstelstatus
( ) Camera stelt scherp.
z (licht groen op)
Onderwerp scherp in beeld;
scherpstelling vergrendeld (scherp-
stelmodus S).
(z) (licht groen op)
Onderwerp scherp in beeld
(scherpstelmodus C). De scherp-
stelling wordt automatisch aange-
past voor wijzigingen in de afstand
tot het onderwerp.
A (knippert wit)
Camera kan niet scherpstellen.
j
Handmatige scherpstelling
(scherpstelmodus M).
Scherpstelindicator
67
5
Automatische scherpstelling
Automatische scherpstellingsopties (AF-Modus)
Kies hoe de camera scherpstelt in modi S en C.
1
Druk op een functieknop (standaard
Fn5) om scherpstellingsopties weer te
geven.
2
Kies een scherpstelling.
N
De Fn5-knop kan aan andere functies worden toegewezen met be-
hulp van D TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN> FUNCTIE-INS. (Fn). De
hierboven beschreven functie kan ook worden toegewezen aan andere
functieknoppen (P 198).
Scherpstelling kan ook worden geselecteerd met behulp van G AF/MF
INSTELLINGEN> SCHERPSTELLING.
Hoe de camera scherpstelt is afhankelijk van de scherpstelmo-
dus.
Scherpstelmodus S (AF-S)
Scherpstelmodus S (AF-S)
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
Voorbeeld
Voorbeeld
r
ENKEL PUNT
Camera stelt scherp op onderwerp
in geselecteerde scherpstelpunt.
Gebruik deze optie om scherp te
stellen op geselecteerd onderwerp.
y
ZONE
Camera stelt scherp op onderwerp
in geselecteerde scherpstelzone.
Scherpstelzones bevatten meerdere
scherpstelpunten, waardoor het
gemakkelijker wordt om scherp te
stellen op bewegende onderwer-
pen.
68
5
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
Voorbeeld
Voorbeeld
z
GROOTHOEK/
TRACKING
Camera stelt automatisch scherp op
onderwerpen met hoog contrast;
weergave toont gebieden die zijn
scherpgesteld.
Scherpstelmodus C (AF-C)
Scherpstelmodus C (AF-C)
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
Voorbeeld
Voorbeeld
r
ENKEL PUNT
Scherpstelling volgt onderwerp
bij geselecteerde scherpstelpunt.
Gebruik dit voor onderwerpen die
zich naar de camera toe of van de
camera weg bewegen.
y
ZONE
Scherpstelling volgt onderwerp in
geselecteerde scherpstelgebied.
Gebruik dit voor onderwerpen die
vrij voorspelbaar bewegen.
z
GROOTHOEK/
TRACKING
Scherpstelling volgt onderwerpen
die door een breed gebied van het
kader bewegen.
69
5
Automatische scherpstelling
Scherpstelpuntselectie
Kies een scherpstelpunt voor automatisch scherpstellen.
De scherpstelpuntweergave bekijken
1
Druk op MENU/OK en ga naar het opnamemenu.
2
Selecteer G AF/MF INSTELLINGEN> SCHERPSTELGEBIED om
de scherpstelpuntweergave te bekijken.
3
Gebruik de scherpstellingstok (scherpstelhendel) en achterste
commandoschijf om een scherpstelgebied te kiezen.
N
Het scherpstelpunt kan ook geselecteerd worden met touch controls (P 21)
.
Een scherpstelpunt selecteren
Gebruik de scherpstellingstok (scherpstel-
hendel) om het scherpstelpunt te kiezen en
de achterste commandoschijf om de groot-
te van het scherpstelkader te kiezen. De
procedure varieert afhankelijk van de optie
die is geselecteerd voor Scherpstelling.
AF modus
AF modus
Scherpstellingstok
Scherpstellingstok
Achterste commandoschijf
Achterste commandoschijf
Kantel
Kantel
Druk op
Druk op
Draai
Draai
Druk op
Druk op
r
r
Selecteer scherp-
stelpunt
Selecteer mid-
delste scherpstel-
punt
Kies uit 6 kader-
groottes
Herstel oorspron-
kelijke grootte
y
y
Kies uit 3 kader-
groottes
z
z
N
Handmatige scherpstelpuntselectie is niet beschikbaar als
z GROOTHOEK/TRACKING is geselecteerd in scherpstelmodus S.
70
5
De scherpstelpuntweergave
De scherpstelpuntweergave verschilt volgens de optie geselec-
teerd voor Scherpstelling.
N
Scherpstelkaders worden getoond door kleine vierkantjes (), scherp-
stelgebieden door grote vierkanten.
AF modus
AF modus
r
r
ENKEL PUNT
ENKEL PUNT
y
y
ZONE
ZONE
z
z
GROOTHOEK/TRACKING
GROOTHOEK/TRACKING
Het aantal beschikbare pun-
ten kan worden geselecteerd
met behulp van
G
AF/MF
INSTELLINGEN> AANTAL
FOCUSPUNTEN.
Kies uit zones met 7 × 7,
5 × 5 of 3 × 3 scherpstel-
punten.
Plaats het scherpstelkader
over het onderwerp dat u
wilt volgen.
Automatische scherpstelling
Hoewel de camera is uitgerust met een uiterst nauwkeurig automatisch
scherpstellingssysteem, is het mogelijk dat er niet kan worden scherpgesteld
op onderstaande onderwerpen.
Zeer glimmende onderwerpen, zoals spiegels of autos.
Onderwerpen die zich achter een raam of andere re ecterende voorwerpen
bevinden.
Donkere onderwerpen en onderwerpen die licht absorberen in plaats van
re ecteren, zoals haar of vacht.
Niet tastbare onderwerpen, zoals rook of vuur.
Onderwerpen die vrijwel niet contrasteren met de achtergrond.
Onderwerpen die zich voor of achter een contrastrijk voorwerp bevinden
dat eveneens in het scherpstelkader valt (bijvoorbeeld een onderwerp tegen
een achtergrond met zeer contrasterende elementen).
71
5
Automatische scherpstelling
Scherpstelling controleren
Om in te zoomen op het huidige scherpstelge-
bied voor nauwkeurige scherpstelling, drukt u op
het midden van de achterste commandoschijf.
Gebruik de scherpstelstick (scherpstelhendel) om
een ander scherpstelveld te kiezen. Druk op het
midden van de achterste commandoschijf om
inzoomen te annuleren.
Normale weergave Scherpstelzoom
N
In scherpstelmodus S kan zoom worden aangepast door aan de achter-
ste instelschijf te draaien.
De scherpstelstick kan worden gebruikt om het scherpstelgebied te
selecteren terwijl zoom in werking is.
Selecteer in scherpstelmodus S en dan r ENKEL PUNT voor
SCHERPSTELLING.
Scherpstelzoom is niet beschikbaar in de scherpstelmodus C of wanneer
G AF/MF INSTELLINGEN> PRE-AF is ingeschakeld.
Gebruik D TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN> FUNCTIE-INS. (Fn) om de
functie te veranderen die door het midden van de achterste instelschijf
wordt uitgevoerd. U kunt ook de standaardfunctie aan andere regelaars
toevoegen (P 198).
72
5
Handmatige scherpstelling
Pas de scherpstelling handmatig aan.
1
Draai de scherpstelmoduskeuzeknop
naar M.
j verschijnt in het scherm.
5.6
2
Stel handmatig scherp met de scherp-
stelring van de lens. Draai de ring
naar links om de scherpstelafstand
te verkleinen, naar rechts om deze te
vergroten.
3
Maak fotos.
N
Gebruik D TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN> SCHERPSTELRING om de
draairichting van de scherpstelring om te draaien.
Ongeacht de geselecteerde optie wordt handmatige scherpstelling
gebruikt als de lens in de handmatige scherpstelmodus staat.
73
5
Handmatige scherpstelling
Snelle scherpstelling
Om automatische scherpstelling te gebruiken om scherp te stellen op een
onderwerp in het geselecteerde scherpstelgebied, drukt u op de knop waar-
aan scherpstelvergrendeling of AF-AAN is toegewezen (de grootte van het
scherpstelgebied kan worden gekozen met de achterste commandoschijf).
In handmatige scherpstelmodus kunt u met deze functie snel scherpstellen
op een gekozen onderwerp met behulp van enkelvoudige of doorlopende
AF volgens de optie die is gekozen voor G AF/MF INSTELLINGEN> DIRECT
AF-INSTELLING.
74
5
Scherpstelling controleren
Verscheidene opties zijn beschikbaar voor het controleren van
scherpstelling in de handmatige scherpstelmodus.
De handmatige scherpstelindicator
De handmatige scherpstelindicator geeft
aan hoe dicht de scherpstelafstand bij de
afstand tot het onderwerp in de scherpstel-
haakjes ligt. De witte lijn duidt de afstand
tot het onderwerp in het scherpstelgebied
aan (in meters of feet overeenkomstig
de optie geselecteerd voor
D
SCHERM
SET-UP> EENHEDEN AF-SCHAAL in het
instellingenmenu), de blauwe balk de
scherptediepte, of met andere woorden de
afstand voor of achter het onderwerp dat
scherp in beeld lijkt te zijn.
N
Als zowel AF-AFSTANDSINDICATOR als MF-AFSTANDSINDICATOR is
geselecteerd in het D SCHERM SET-UP> DISP. INST. OP MAAT-lijst, dan
kan de handmatige scherpstelindicator ook worden bekeken met behulp
van de scherptediepte-indicator in het standaardscherm. Gebruik de
DISP/BACK-knop om standaardindicators weer te geven.
Gebruik de G AF/MF INSTELLINGEN> SCHERPTEDIEPTESCHAAL
optie om te kiezen hoe diepte van het veld wordt weergegeven. Kies
BASIS FILMFORMAAT om u te helpen praktische evaluaties van de
scherptediepte te maken voor fotos die worden gezien als prenten
en dergelijke, en kies PIXELBASIS om u te helpen scherptediepte te
beoordelen voor fotos die met hoge resoluties zullen worden bekeken
op computers of andere elektronische beeldschermen.
Scherpstelafstand
(witte lijn)


Scherptediepte
5.6
75
5
Handmatige scherpstelling
Scherpstelzoom
Als AAN is geselecteerd voor G AF/MF INSTELLINGEN>
SCHERPSTELLOEP, zal de camera automatisch inzoomen op
het geselecteerde scherpstelgebied als aan de scherpstelring
wordt gedraaid. Druk op het midden van de achterste comman-
doschijf om zoom te verlaten.
N
Gebruik de scherpstelstick (scherpstelhendel) om een ander scherpstel-
veld te kiezen.
Zoom kan worden aangepast door aan de achterste commandoschijf te
draaien.
Scherpstelpieken
Selecteer FOCUS PIEK HIGHLIGHT
voor G AF/MF INSTELLINGEN>
HF ASSISTENTIE om contouren met hoog
contrast te markeren. Bij het scherpstel-
len draait u aan de scherpstelring totdat
het onderwerp wordt gemarkeerd.
N
Het HF ASSISTENTIE-menu kan worden weergegeven door het midden
van de achterste commandoschijf ingedrukt te houden.
76
5
N
Gevoeligheid
Pas de gevoeligheid van de camera voor licht aan.
Pas ISO-gevoeligheid aan met behulp
van een functieknop (standaard Fn1).
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
AUTO1
AUTO2
AUTO3
Gevoeligheid wordt automatisch aangepast aan de opname-
omstandigheden volgens een combinatie van standaard- en
maximumgevoeligheid en langste sluitertijd gekozen voor
A OPNAME-INSTELLINGEN> ISO.
Kies uit AUTO1,
AUTO2 en AUTO3
(P 77)
.
12800100
Pas gevoeligheid handmatig aan. Geselecteerde waarde
wordt in het scherm weergegeven.
H(102400/51200/25600),
L(50)
Kies voor bijzondere situaties. Merk op dat vlekken kunnen
verschijnen in foto's genomen bij H, terwijl L het dynamisch
bereik vermindert.
N
De Fn1-knop kan aan andere functies worden toegewezen met be-
hulp van D TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN> FUNCTIE-INS. (Fn). De
hierboven beschreven functie kan ook worden toegewezen aan andere
functieknoppen (P 198).
ISO-gevoeligheid kan ook worden aangepast met behulp van
A OPNAME-INSTELLINGEN> ISO.
De gevoeligheid wordt niet gereset wanneer de camera wordt uitgezet.
Indien gewenst, kunt u D TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN>
COMMANDOSCHIJF INSTELLING gebruiken om de camera te con -
gureren zodat ISO-gevoeligheid wordt aangepast met behulp van de
voorste en achterste commandoschijf.
Gevoeligheid aanpassen
Hoge waarden kunnen worden gebruikt om beelden minder wazig te maken
als er weinig verlichting is, terwijl lagere waarden zorgen voor langere sluitertij-
den of een wijdere opening van het diafragma bij fel licht. Let erop dat spikkels
kunnen verschijnen in fotos met een hoge gevoeligheid.
77
5
Gevoeligheid
AUTO
Kies de basisgevoeligheid, maximale gevoeligheid en minimale
sluitertijd voor AUTO1, AUTO2 en AUTO3.
Item
Item
Opties
Opties
Standaard
Standaard
AUTO1
AUTO1
AUTO2
AUTO2
AUTO3
AUTO3
BASISINSTEL. GEVOELIGHEID 12800–100 100
MAX. GEVOELIGHEID 12800–200 800 1600 3200
MIN. SLUITERSNELH ⁄–¼ SEC ⁄SEC
De camera kiest automatisch een gevoeligheid tussen de
standaard- en maximumwaarden; gevoeligheid wordt alleen
verhoogd boven de standaardwaarde als de vereiste sluitertijd
voor optimale belichting langer zou zijn dan de waarde geselec-
teerd voor MIN. SLUITERSNELH.
N
Als de waarde geselecteerd voor BASISINSTEL. GEVOELIGHEID hoger
is dan de waarde geselecteerd voor MAX. GEVOELIGHEID, wordt
BASISINSTEL. GEVOELIGHEID ingesteld op de waarde geselecteerd
voor MAX. GEVOELIGHEID.
De camera selecteert mogelijk sluitertijden die langer zijn dan MIN.
SLUITERSNELH als fotos nog steeds onderbelicht zouden zijn bij de
waarde geselecteerd voor MAX. GEVOELIGHEID.
78
5
C
Lichtmeting
Kies hoe de camera de belichting meet.
A OPNAME-INSTELLINGEN> LICHTMEETSYSTEEM biedt een
keuze uit de volgende lichtmetingsopties:
O
De geselecteerde optie treedt alleen in werking wanneer G AF/MF
INSTELLINGEN> INST. GEZICHTS-/OOGHERKEN. op GEZICHT UIT/
OOG UIT staat.
Modus
Modus
Beschrijving
Beschrijving
o
(meervoudig)
De camera bepaalt de belichting direct op basis van een analyse van
de compositie, kleur en de verdeling van de helderheid. Aanbevolen
voor de meeste situaties.
p
(middenmeting)
De camera meet het gehele beeld maar wijst het grootste gewicht toe
aan het gebied in het midden.
v
(spot)
De camera meet de lichtomstandigheden in het midden van het
beeld, in een gebied dat overeenkomt met ca. 2% van het totaal. Aan-
geraden bij onderwerpen die vanachter belicht worden, en in andere
gevallen waar de achtergrond beduidend helderder of donkerder is
dan het belangrijkste onderwerp.
w
(gemiddeld)
De belichting wordt ingesteld op basis van het gemiddelde van het
gehele beeld. Zorgt voor dezelfde belichting bij meerdere fotos met
hetzelfde licht en is in het bijzonder eff ectief voor het fotograferen van
landschappen en het maken van portretten van onderwerpen met
witte of zwarte kleding.
79
5
d
Belichtingscorrectie
Pas de belichting aan.
Draai aan de belichtingscompensatie-
schijf.
N
De hoeveelheid beschikbare compensatie varieert met de opnamemodus.
80
5
Belichtingscorrectie
C (Aangepast)
Wanneer de belichtingscorrectieschijf
naar C wordt gedraaid, kunt u belich-
tingscorrectie aanpassen nadat u op een
functieknop heeft gedrukt (standaard
Fn2). Draai aan de voorste comman-
doschijf om een waarde te kiezen.




N
De Fn2-knop kan aan andere functies worden toegewezen met be-
hulp van D TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN> FUNCTIE-INS. (Fn). De
hierboven beschreven functie kan ook worden toegewezen aan andere
functieknoppen (P 198).
De commandoschijven kunnen worden gebruikt om de belichtings-
compensatie tot waarden tussen −5 en +5EV in te stellen.
Druk op Fn2 om heen en weer te schakelen tussen diafragma en belich-
tingscorrectie.
81
5
Scherpstellings-/belichtingsvergrendeling
Stel scherp en vergrendel de belichting wanneer de ont-
spanknop half wordt ingedrukt.
1
Positioneer het onderwerp in het
midden van het scherpstelkader en
druk de ontspanknop half in om de
scherpstelling en de belichting te
vergrendelen. De scherpstelling en de
belichting blijven vergrendeld zolang
de ontspanknop half ingedrukt blijft
(AF/AE-vergrendeling).
2
Druk de knop volledig in.
N
Scherpstelvergrendeling met behulp van de ontspanknop is alleen be-
schikbaar als ON is geselecteerd voor
D TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN>
SLUITER AF, SLUITER AE.
82
5
Scherpstellings-/belichtingsvergrendeling
De AF-L- en AE-L-knoppen
Scherpstelling en belichting kunnen ook
worden vergrendeld met behulp van de
functieknoppen. Bij standaardinstellin-
gen vergrendelt de Fn3-knop de belich-
ting, de Fn4-knop de scherpstelling.
Terwijl de toegewezen bedienings-
knop wordt ingedrukt, zal door het
half indrukken van de ontspanknop de
vergrendeling niet worden beëindigd.
Als AE/AF-VERG AAN/UIT is ge-
selecteerd voor D TOETS-/
SCHIJFINSTELLINGEN> MODUS AE/
AF-VERG., kan de vergrendeling alleen
worden beëindigd door de bediening
nogmaals in te drukken.
Fn3-knop
(belichtingsvergrendeling)
Fn4-knop
(scherpstelvergrendeling)
N
De Fn3- en Fn4-knoppen kunnen aan andere functies worden toegewezen
met behulp van D TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN> FUNCTIE-INS.(Fn).
Belichting en scherpstelvergrendeling kunnen ook aan andere func-
tieknoppen worden toegewezen (P 198).
83
5
BKT
Afbakening
Varieer instellingen automatisch voor een serie fotos.
Druk op de drive-knop en kies uit de onderstaande opties.
O AE BKT
Gebruik A OPNAME-INSTELLINGEN> AE-REEKS INSTELLING
om de bracketinghoeveelheid, bracketingvolgorde en het
aantal fotos te kiezen. Telkens als er op de ontspanknop wordt
gedrukt, neemt de camera het gespeci ceerde aantal fotos: een
foto met behulp van de gemeten waarde voor belichting en de
andere onder- en overbelicht met meervouden van de geselec-
teerde afbakeningshoeveelheid.
N
Ongeacht de afbakeningshoeveelheid, zal de belichting niet hoger zijn
dan de grenzen van het meetsysteem voor belichting.
W ISO BKT
Selecteer een bracketinghoeveelheid (±⁄, ±⁄ of ±1) in de
drivemodusweergave. Telkens wanneer de ontspanknop wordt
losgelaten, maakt de camera een foto met de huidige gevoelig-
heid en verwerkt de camera ze tot twee extra kopieën, een met
een verhoogde gevoeligheid en de andere met een gevoelig-
heid verlaagd met de geselecteerde hoeveelheid.
X FILMSIMULATIE BKT
Telkens wanneer de ontspanknop wordt losgelaten, neemt de
camera een foto en verwerkt hij deze om kopieën te maken met
verschillende  lmsimulatie-instellingen, die gekozen zijn met
behulp van A OPNAME-INSTELLINGEN> FILMSIMULATIE BKT.
84
5
Afbakening
V WITBALANS BKT
Selecteer een bracketinghoeveelheid (±1, ±2 of ±3) in de dri-
vemodusweergave. Elke keer dat de ontspanknop wordt inge-
drukt, maakt de camera één opname en verwerkt deze dan om
drie kopieën te maken: één met de huidige witbalans, één met
jnafstelling verhoogd met de geselecteerde hoeveelheid, en
een andere met  jnafstelling verminderd met de geselecteerde
hoeveelheid.
Y DYNAMISCH BEREIK BKT
Telkens wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt, maakt de
camera drie fotos met verschillende dynamische bereiken: 100%
voor de eerste, 200% voor de tweede en 400% voor de derde.
N
Hoewel de afbakening van het dynamisch bereik geactiveerd is, zal de gevoe-
ligheid beperkt zijn tot minimaal ISO 640; de gevoeligheid die voorheen van
kracht was wordt hersteld zodra de afbakening eindigt.
Z FOCUS BKT
Telkens wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt, maakt de
camera een reeks fotos waarbij de scherpstelling wordt afgewisseld
bij elke opname. Het aantal opnamen, de mate van scherpstelver-
andering voor elke opname en het interval tussen opnamen kan
worden geselecteerd met behulp van
A
OPNAME-INSTELLINGEN>
FOCUS BKT.
85
5
I
Doorlopend fotograferen (seriemodus)
Leg beweging vast in een serie fotos.
Druk op de drive-knop en selecteer ICONTINU. De camera
maakt fotos terwijl de ontspanknop wordt ingedrukt; de opna-
me eindigt als de ontspanknop wordt losgelaten of wanneer de
geheugenkaart vol is.
O
Als de bestandsnummering 999 bereikt voordat het fotograferen is
voltooid, worden de resterende fotos opgeslagen in een nieuwe map.
De opname eindigt wanneer de geheugenkaart vol is; de camera legt
alle fotos vast tot op dat punt. Serieopname wordt mogelijk niet gestart
als de beschikbare ruimte op de geheugenkaart onvoldoende is.
Beeldsnelheden kunnen traag zijn als er meer fotos worden gemaakt.
Beeldsnelheid varieert afhankelijk de scène, sluitertijd, gevoeligheid en
scherpstelmodus.
Afhankelijk van de opnameomstandigheden kunnen beeldsnelheden
traag zijn of  itst de  itser niet.
Opnametijden kunnen toenemen tijdens serieopnamen.
Belichting
Om de belichting per foto te variëren, selecteert u OFF voor D
TOETS-/
SCHIJFINSTELLINGEN> SLUITER AE.
N
Afhankelijk van factoren zoals diafragma, gevoeligheid en belichtingscor-
rectie, wordt de belichting mogelijk niet automatisch aangepast.
86
5
j
Meervoudige belichtingen
Maak een foto die twee belichtingen combineert.
1
Druk op de drive-knop en selecteer j MULTI-BELICHTING.
2
Maak de eerste foto.
3
Druk op MENU/OK. De eerste foto wordt
bovenaan in het beeld weergegeven
door de lens en u wordt gevraagd om
de tweede foto te maken.
N
Om terug te keren naar Stap2 en de eerste
foto opnieuw te nemen, duwt u de scherp-
stellingstok (scherpstelhendel) naar links.
Druk op DISP/BACK om de eerste foto op
te slaan zonder een meervoudige belich-
ting te maken.
VERLATEN
OPNIEUW PROBEREN
VOLGENDE
4
Maak de tweede foto met behulp van
het eerste beeld als leidraad.
2.030
VERLATEN
5
Druk op MENU/OK om meervoudige be-
lichting te creëren, of duw de scherp-
stellingstok (scherpstelhendel) naar
links om terug te keren naar Stap4 en
de tweede foto opnieuw te nemen.
VERLATEN
OPNIEUW PROBEREN
O
Meerdere belichtingen kunnen niet worden opgenomen via tethered
shooting (P 187).
87
De opnamemenus
88
6
H
INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT
Pas de instellingen voor de beeldkwaliteit aan.
Druk op MENU/OK in de opname-
weergave en selecteer het tabblad
H(INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT)
om de instellingen voor beeldkwaliteit
weer te geven.
BEELDKWALITEIT
RAW OPNAME
FILMSIMULATIE
KORRELEFFECT
CHROOM KLEUREFFECT
DYNAMISCH BEREIK
WITBALANS
BEELDGROOTTE
INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT
VERLATEN
N
De beschikbare opties verschillen per geselecteerde opnamemodus.
BEELDGROOTTE
Selecteer het formaat en de beeldverhouding van de te maken
foto’s.
Optie
Optie
Beeldformaat
Beeldformaat
O 4 : 3
8256 × 6192
O 3 : 2
8256 × 5504
O 16 : 9
8256 × 4640
O 1 : 1
6192 × 6192
O 65 : 24
8256 × 3048
O 5 : 4
7744 × 6192
O 7 : 6
7232 × 6192
Optie
Optie
Beeldformaat
Beeldformaat
Q 4 : 3
4000 × 3000
Q 3 : 2
4000 × 2664
Q 16 : 9
4000 × 2248
Q 1 : 1
2992 × 2992
Q 65 : 24
4000 × 1480
Q 5 : 4
3744 × 3000
Q 7 : 6
3504 × 3000
N
BEELDGROOTTE wordt niet teruggesteld als de camera wordt uitge-
schakeld of als er een andere opnamemodus wordt geselecteerd.
89
6
INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT
BEELDKWALITEIT
Selecteer een bestandsformaat en een compressieverhouding.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
SUPER FINE
Erg lage compressieverhoudingen worden gebruikt voor een
maximale beeldkwaliteit.
FINE
Lage compressieverhoudingen worden gebruikt voor afbeeldingen
van hogere kwaliteit.
NORMAL
Hogere compressieverhoudingen worden gebruikt om het aantal
afbeeldingen dat kan worden opgeslagen te verhogen.
SUPER FINE+RAW Leg zowel RAW- als superfi jne JPEG-kwaliteit fotos vast.
FINE+RAW Leg zowel RAW- als JPEG-afbeeldingen met fi jne kwaliteit vast.
NORMAL+RAW Leg zowel RAW- als JPEG-afbeeldingen met normale kwaliteit vast.
RAW Alleen RAW-afbeeldingen vastleggen.
De functieknoppen
Om RAW-beeldkwaliteit aan of uit te zetten voor een enkele foto, wijst u RAW toe aan
een functieknop (P 198). Druk eenmaal op de knop om de optie in de rechterkolom te
selecteren, nogmaals om naar de oorspronkelijke instelling terug te keren (linkerkolom).
Optie die momenteel is geselecteerd voor
Optie die momenteel is geselecteerd voor
BEELDKWALITEIT
BEELDKWALITEIT
Optie geselecteerd door indrukken van func-
Optie geselecteerd door indrukken van func-
tieknop waaraan
tieknop waaraan
RAW
RAW
is toegewezen
is toegewezen
SUPER FINE SUPER FINE+RAW
FINE FINE+RAW
NORMAL NORMAL+RAW
SUPER FINE+RAW SUPER FINE
FINE+RAW FINE
NORMAL+RAW NORMAL
RAW FINE
RAW OPNAME
Kies of u RAW-beelden wenst te comprimeren.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
GEDECOMPRIMEERD
RAW-beelden worden niet gecomprimeerd.
VERLIESVRIJ
GECOMPRIM.
RAW-beelden worden gecomprimeerd met een omkeerbaar
algoritme dat de bestandsgrootte vermindert zonder verlies van
beeldgegevens. De beelden kunnen worden bekeken in RAW FILE
CONVERTER EX (P 234), FUJIFILM X RAW STUDIO (P 235) of met
andere software die “lossless” RAW-compressie ondersteunt.
90
6
FILMSIMULATIE
Boots de e ecten van verschillende  lmsoorten na, waaronder
zwart-wit (met of zonder kleur lters). Kies een palet op basis
van uw onderwerp en creatieve bedoelingen.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
c PROVIA/STANDAARD
Standaard kleurreproductie. Geschikt voor een breed scala
aan onderwerpen, van portretten tot landschappen.
d Velvia/LEVENDIG
Een contrastrijk palet van verzadigde kleuren, geschikt
voor natuurfotografi e.
e ASTIA/LAAG
Versterkt het bereik van beschikbare kleuren voor huidtin-
ten in portretten terwijl de helderblauwe kleuren van de
luchten bij daglicht behouden blijven. Aanbevolen voor
portretfotografi e buitenshuis.
i CLASSIC CHROME
Zachte kleur en verbeterd schaduwcontrast voor een
rustige uitstraling.
g PRO Neg.Hi
Biedt iets meer contrast dan h PRO Neg. Std. Aanbe-
volen voor portretfotografi e buitenshuis.
h PRO Neg. Std
Een palet van zachte tinten. De reeks beschikbare kleuren
voor huidtinten is vergroot, waardoor er voldoende keuze-
mogelijkheden zijn voor portretfotografi e in de studio.
a ACROS
*
Neem zwart-witfoto's met een rijke gradatie en een
uitstekende scherpte.
b MONOCHROOM
*
Neem fotos in de standaard zwart-wit.
f SEPIA
Maak fotos in sepia.
*
Verkrijgbaar met gele (Ye), rode (R) en groene (G) fi lters die grijstinten verdiepen die
overeenkomen met tinten complementair aan de geselecteerde kleur. De gele (Ye) fi lter
verdiept paars en blauw en de rode (R) fi lter blauw en groen. De groene (G) fi lter verdiept
rood en bruin, huidtinten inbegrepen, waardoor het een goede keuze voor portretten is.
N
Opties voor  lmsimulatie kunnen worden gecombineerd met de instel-
lingen voor tinten en scherpte.
Instellingen voor  lmsimulatie zijn ook toegankelijk via sneltoetsen
(P 192).
Voor meer informatie bezoekt u:
http://fujifilm-x.com/en/x-stories/the-world-of-film-simulation-episode-1/
91
6
INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT
KORRELEFFECT
Voeg een  lmkorrele ect toe. Selecteer een hoeveelheid (STERK
of ZWAK) of kies UIT om  lmkorrels uit te schakelen.
Opties
Opties
STERK ZWAK UIT
CHROOM KLEUREFFECT
Verdiep de kleuren in kleurschaduwen. Selecteer een hoeveel-
heid (STERK of ZWAK) of kies UIT om het e ect uit te schakelen.
Opties
Opties
STERK ZWAK UIT
O
CHROOM KLEUREFFECT is niet beschikbaar tijdens afbakening of
seriefotogra e.
92
6
DYNAMISCH BEREIK
Regel het contrast. Kies lagere waarden om het contrast te ver-
hogen als u binnenshuis of onder een bewolkte hemel fotogra-
feert, hogere waarden vermindert het verlies aan detail in hoge
lichten als u contrastrijke onderwerpen fotografeert. Hogere
waarden zijn aanbevolen voor onderwerpen waarin zowel zon-
licht als diepe schaduwen voorkomen, voor onderwerpen met
hoge contrasten zoals op water re ecterend zonlicht, helder
verlichte herfstbladeren, portretfotos met een blauwe lucht als
achtergrond en witte voorwerpen of mensen in witte kleren.
Opties
Opties
AUTO
V 100% W 200% X 400%
O
Spikkels kunnen verschijnen op fotos die met hogere waarden zijn
gemaakt. Kies een waarde overeenkomstig de scène.
N
Als AUTO is geselecteerd, kiest de camera automatisch V 100% of
W 200%, afhankelijk van het beeld en de opnameomstandigheden.
De sluitertijd en het diafragma worden weergegeven wanneer de ont-
spanknop half wordt ingedrukt.
W 200% is beschikbaar bij gevoeligheden van ISO 200 tot ISO 12800,
X 400% bij gevoeligheden van ISO 400 tot 12800.
93
6
INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT
WITBALANS
Kies een witbalansoptie die overeenkomt met de lichtbron voor
natuurlijke kleuren.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
AUTO Witbalans wordt automatisch aangepast.
k/l/m
Meet een waarde voor witbalans.
k
Kies een kleurtemperatuur.
i
Voor onderwerpen in direct zonlicht.
j
Voor onderwerpen in de schaduw.
k
Gebruik dit onder daglicht”-tl-buizen.
l
Gebruik dit onder “warm-witte” tl-buizen.
m
Gebruik dit onder “koelwitte” tl-buizen.
n
Gebruik dit onder gloeilampverlichting.
g
Vermindert de blauwe tint die bij onderwaterverlichting vaak te
zien is.
N
In situaties waarin AUTO niet de gewenste resultaten levert—bijvoor-
beeld onder bepaalde soorten licht of in close-ups of portretonderwer-
pen—gebruik een aangepaste witbalans of kies een witbalansoptie die
past bij de lichtbron.
De witbalans wordt alleen aangepast voor de  itser in de modi AUTO
en g. Schakel de  itser uit als u fotos met andere witbalansopties wilt
maken.
Witbalansopties zijn ook toegankelijk via sneltoetsen (P 192).
Witbalans verfi jnen
Drukken op MENU/OK na het selecteren
van een witbalansoptie geeft een ven-
ster voor  jnafstelling weer; gebruik de
scherpstellingstok (scherpstelhendel)
om de witbalans te ver jnen.
WB VERSCHUIVING
INSTELLEN
N
Druk, om af te sluiten zonder  jnafstelling voor witbalans, op DISP/BACK
nadat een witbalansoptie is geselecteerd.
De scherpstellingstok (scherpstelhendel) kantelt niet diagonaal.
94
6
Aangepaste witbalans
Kies k, l of m om de witbalans
aan te passen aan ongebruikelijke
lichtomstandigheden. De opties voor
witbalansmeting worden weergegeven;
kader een wit object in zodat het scherm
wordt gevuld en druk de ontspanknop
helemaal in om de witbalans te meten (om de meest recente
aangepaste waarde te selecteren en af te sluiten zonder de wit-
balans te meten, drukt u op DISP/BACK of druk op MENU/OK om de
meest recente waarde te selecteren en het dialoogvenster voor
het ver jnen weer te geven).
Als “VOLTOOID!” wordt weergegeven, druk
dan op MENU/OK om de witbalans in te
stellen op de gemeten waarde.
Wanneer “ONDER” wordt weergegeven, verhoog dan de belichtings-
compensatie en probeer het opnieuw.
Wanneer “OVER” wordt weergegeven, verlaagt u de belichtingscom-
pensatie en probeert u het opnieuw.
NIET WIJZIGENVERSCHUIVING
AANGEPAST 1
ONTSPANNER : NIEUWE WB
VOLTOOID!
OK ANNULEREN
95
6
INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT
k: Kleurtemperatuur
Het selecteren van k in het witbalans-
menu geeft een lijst van kleurtempe-
raturen weer; markeer een kleurtem-
peratuur en druk op MENU/OK om de
gemarkeerde optie te selecteren en het
dialoogvenster voor ver jnen weer te
geven.
10000
K
9100
K
8300
K
7700
K
7100
K
WITBALANS
KLEURTEMPERATUUR
R:0 B:0
INSTELLEN
VERSCHUIVING
Kleurtemperatuur
De kleurtemperatuur is een objectieve maateenheid voor de kleur van een
lichtbron, gemeten in Kelvin (K). Lichtbronnen met een kleurtemperatuur die
lijkt op die van direct zonlicht worden wit getoond; lichtbronnen met een
lagere kleurtemperatuur krijgen een gele of rode gloed en lichtbronnen met
een hogere lichttemperatuur worden blauw getint. U kunt een kleurtempe-
ratuur kiezen die overeenkomt met de lichtbron of opties kiezen die sterk
afwijken van de kleur van de lichtbron om fotos ‘warmer of ouder te maken.
96
6
HIGHLIGHT TINT
Pas het uiterlijk van de hoge lichten aan.
Opties
Opties
+4 +3 +2 +1 0 −1 −2
SCHADUWTINT
Pas het uiterlijk van schaduwen aan.
Opties
Opties
+4 +3 +2 +1 0 −1 −2
KLEUR
Pas de kleurdichtheid aan.
Opties
Opties
+4 +3 +2 +1 0 −1 −2 −3 −4
SCHERPTE
Verscherp of verzacht de contouren.
Opties
Opties
+4 +3 +2 +1 0 −1 −2 −3 −4
97
6
INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT
RUISONDERDRUKKING
Verminder ruis in fotos gemaakt bij hoge gevoeligheden.
Opties
Opties
+4 +3 +2 +1 0 −1 −2 −3 −4
L BEL. RO
Selecteer AAN om spikkels in langdurige belichtingen te ver-
minderen.
Opties
Opties
AAN UIT
LENSMODLTIE OPTM.
Selecteer AAN om de de nitie te verbeteren door aanpassing
voor di ractie en het lichte verlies van scherpstelling aan de
rand van de lens.
Opties
Opties
AAN UIT
KLEURR
Kies het kleurengamma dat beschikbaar is voor kleurreproduc-
tie.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
sRGB Aanbevolen voor de meeste situaties.
Adobe RGB Voor commercieel drukwerk.
98
6
PIXELMAPPING
Gebruik deze optie als u lichtpuntjes in uw fotos opmerkt.
1
Druk op MENU/OK in de opnameweergave en selecteer het tab-
blad H INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT.
2
Markeer PIXELMAPPING en druk op MENU/OK om pixelmapping
uit te voeren.
O
Resultaten worden niet gegarandeerd.
Zorg dat de batterij volledig is opgeladen voordat u met pixelmapping
begint.
Pixelmapping is niet beschikbaar wanneer de temperatuur van de
camera verhoogd is.
Verwerking kan enkele seconden duren.
KIES INST. OP MAAT
Herroep instellingen opgeslagen met BEW/BEW INST. OP M. In-
stellingen kunnen worden herroepen vanuit alle zeven banken
met aangepaste instellingen.
Banken
Banken
AANGEPAST 1 AANGEPAST 2 AANGEPAST 3 AANGEPAST 4
AANGEPAST 5 AANGEPAST 6 AANGEPAST 7
99
6
INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT
BEW/BEW INST. OP M
U kunt 7 sets met aangepaste camera-instellingen opslaan
voor veelvoorkomende situaties. Opgeslagen instellin-
gen kunnen worden teruggehaald met H INSTELLINGEN
BEELDKWALITEIT> KIES INST. OP MAAT.
1
Druk op MENU/OK in de opnamemodus om het opnameme-
nu weer te geven. Selecteer het tabblad H INSTELLINGEN
BEELDKWALITEIT, markeer dan BEW/BEW INST. OP M en druk
op MENU/OK.
2
Markeer een aangepaste instellin-
genbank en druk op MENU/OK om te
selecteren.
BEW/BEW INST. OP M
KIES INST. OP MAAT
PIXELMAPPING
INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT
AANGEPAST 2
AANGEPAST 3
AANGEPAST 4
AANGEPAST 5
AANGEPAST 6
AANGEPAST 7
AANGEPAST 1
3
Pas het volgende naar wens aan:
ISO
DYNAMISCH BEREIK
FILMSIMULATIE
KORRELEFFECT
CHROOM KLEUREFFECT
WITBALANS
HIGHLIGHT TINT
SCHADUWTINT
KLEUR
SCHERPTE
RUISONDERDRUKKING
AANGEPAST 1
ACT. INST. OPSL
ISO
DYNAMISCH BEREIK
FILMSIMULATIE
CHROOM KLEUREFFECT
WITBALANS
HIGHLIGHT TINT
KORRELEFFECT
4
Druk op DISP/BACK. Er verschijnt een
bevestigingsvenster; markeer OK en
druk op MENU/OK.
OP MAAT 1 GOED INGESTELD?
OK
ANNULEREN
INST. OP MAAT OPSLAAN
N
Markeer, om huidige camera-instellingen op te slaan in de geselecteer-
de bank, ACT. INST. OPSL in Stap 3 en druk op MENU/OK.
Om de standaardinstellingen terug te zetten voor de huidige bank,
selecteert u RESET.
Namen van banken kunnen worden aangepast met behulp van
AANGEPASTE NAAM WIJZIGEN.
100
6
G
AF/MF INSTELLINGEN
Pas de scherpstelinstellingen aan.
Om de scherpstelinstellingen aan te
passen, drukt u op MENU/OK in de opna-
meweergave en selecteert u het tabblad
G (AF/MF INSTELLINGEN).
AF/MF INSTELLINGEN
SCHERPSTELLING
AF-MODUS OPSL. DR ORIËNT.
SNELLE AF
AANTAL FOCUSPUNTEN
PRE-AF
AF-HULPLICHT
SCHERPSTELGEBIED
AF-PUNTDISPLAY
VERLATEN
N
De beschikbare opties verschillen per geselecteerde opnamemodus.
SCHERPSTELGEBIED
Kies het scherpstelgebied voor de automatische scherpstelling,
handmatige scherpstelling en scherpstelzoom.
101
6
AF/MF INSTELLINGEN
SCHERPSTELLING
Kies de AF modus voor de scherpstelmodi S en C.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
r
ENKEL PUNT
De camera stelt scherp op het onderwerp in het geselecteerde
scherpstelpunt. Het aantal beschikbare scherpstelpunten kan wor-
den geselecteerd met behulp van G AF/MF INSTELLINGEN>
AANTAL FOCUSPUNTEN. Gebruik deze optie om scherp te
stellen op een geselecteerd onderwerp.
y
ZONE
De camera stelt scherp op het onderwerp in het geselecteerde
scherpstelgebied. Scherpstelgebieden bevatten meerdere scherp-
stelpunten, waardoor het gemakkelijker wordt om scherp te stellen
op bewegende onderwerpen.
z
GROOTHOEK/
TRACKING
In scherpstelmodus S stelt de camera automatisch scherp op
contrastrijke onderwerpen; de gebieden waarop wordt scherp-
gesteld worden in het scherm weergegeven.
In scherpstelmodus C traceert de camera scherpstelling op het
onderwerp in het geselecteerde scherpstelpunt terwijl de sluiter-
knop half wordt ingedrukt.
De camera kan mogelijk niet scherpstellen op kleine voorwerpen
of snel bewegende onderwerpen.
102
6
AF-MODUS OPSL. DR ORIËNT.
Kies of de scherpstelmodus en het scherpstelgebied die gebruikt worden
als de camera in de portretstand staat afzonderlijk worden opgeslagen
van dat wat gebruikt wordt als de camera in de landschapstand staat.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
UIT Dezelfde instellingen worden gebruikt bij beide standen.
FOCUSGEBIED
ONLY
Het scherpstelgebied voor elke stand kan afzonderlijk worden
geselecteerd.
AAN
De scherpstelmodus en het scherpstelgebied kunnen afzonderlijk
van elkaar worden geselecteerd.
SNELLE AF
Selecteer AAN voor sneller scherpstellen. De beeldkwaliteit
neemt af terwijl de camera scherpstelt.
Opties
Opties
AAN UIT
AF-PUNTDISPLAY yz
Kies of afzonderlijke scherpstelpunten worden afgebeeld wan-
neer ZONE of GROOTHOEK/TRACKING is geselecteerd voor
G AF/MF INSTELLINGEN> SCHERPSTELLING.
Opties
Opties
ON OFF
103
6
AF/MF INSTELLINGEN
AANTAL FOCUSPUNTEN
Kies het aantal scherpstelpunten dat beschikbaar is voor de
selectie van het scherpstelpunt in de handmatige scherp-
stelmodus of wanneer ENKEL PUNT is geselecteerd voor
SCHERPSTELLING.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
117 PUNTEN(9×13)
Kies uit 117 scherpstelpunten opgesteld in een 9- bij 13-punts
raster.
425 PUNTEN(17×25)
Kies uit 425 scherpstelpunten opgesteld in een 17- bij 25-punts
raster.
PRE-AF
Als AAN is geselecteerd, zal de camera de scherpstelling blij-
ven aanpassen, zelfs wanneer de sluiterknop niet half wordt
ingedrukt. De camera stelt continu scherp zodat sneller wordt
scherpgesteld wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt.
Door deze optie te kiezen, wordt voorkomen dat u een opname
mist.
Opties
Opties
AAN UIT
O
Door AAN te kiezen, zal de batterij sneller leeg zijn.
AF-HULPLICHT
Als deze instelling op AAN wordt gezet, gaat de AF-hulpverlich-
ting branden om het automatisch scherpstellen te assisteren.
Opties
Opties
AAN UIT
O
De camera kan mogelijk niet scherpstellen met behulp van de AF-hulp-
verlichting in sommige gevallen.
Als de camera niet in staat is om scherp te stellen, kunt u proberen de
afstand tot het onderwerp te vergroten.
Schijn met de AF-hulpverlichting niet recht in de ogen van het onder-
werp.
104
6
INST. GEZICHTS-/OOGHERKEN.
Intelligente gezichtsdetectie stelt in
de gehele foto de scherpstelling en
belichting in voor gezichten van men-
sen, waarbij wordt voorkomen dat de
camera niet de achtergrond scherpstelt
in groepsportretten. Kies voor fotos die
portretonderwerpen benadrukken. U kunt er ook voor kiezen
of de camera de ogen detecteert en scherpstelt wanneer Intelli-
gente gezichtsdetectie aan staat. Kies uit de volgende opties:
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
GEZICHT AAN/OOG UIT Uitsluitend Intelligente gezichtsdetectie.
GEZICHT AAN/OOG AUTO
De camera kiest automatisch op welke oog deze zich richt
wanneer een gezicht wordt gedetecteerd.
GEZ. AAN/PRIOR. R.OOG
De camera richt zich op het rechteroog van personen gede-
tecteerd met behulp van Intelligente gezichtsdetectie.
GEZ. AAN/PRIOR. L.OOG
De camera richt zich op het linkeroog van personen gedetec-
teerd met behulp van Intelligente gezichtsdetectie.
GEZICHT UIT/OOG UIT Intelligente gezichtsdetectie en oogprioriteit uit.
O
Als het onderwerp beweegt terwijl de ontspanknop wordt ingedrukt,
bevindt het gezicht zich mogelijk niet in het gebied met de groene rand
bij het maken van de foto.
In sommige modi is het mogelijk dat de camera de belichting voor de
gehele foto in plaats van voor het portretonderwerp instelt.
N
Het gezicht dat is geselecteerd door de camera wordt weergegeven
door een groene rand.
Als er zich meerdere gezichten in de foto bevinden, dan selecteert de
camera het gezicht dat zich het dichtst bij het midden bevindt; andere
gezichten worden met witte randen aangeduid.
Gezichten kunnen met de camera in verticale of horizontale richting
worden gedetecteerd.
Als de camera niet in staat is om de ogen van het onderwerp te detecte-
ren doordat deze verborgen zijn door haar, een bril of andere objecten,
zal de camera scherpstellen op de gezichten.
Opties voor gezichts-/oogdetectie zijn ook toegankelijk via sneltoetsen
(P 192).
105
6
AF/MF INSTELLINGEN
AF+MF
Als AAN is geselecteerd in scherpstelmodus S en de scherpstel-
ling is vergrendeld (of door het half indrukken van de sluiter-
knop of op een andere manier), kan de scherpstelvergrendeling
handmatig worden aangepast door aan de scherpstelring te
draaien.
Opties
Opties
AAN UIT
O
Lenzen met een indicator voor scherpstelafstand moeten worden
ingesteld op de handmatige scherpstelmodus (HF) voordat deze
optie kan worden gebruikt. Het selecteren van HF schakelt de indi-
cator van de scherpstelafstand uit.
Zet, als het objectief is uitgerust met een indicator voor de scherpste-
lafstand, de scherpstelring naar het midden omdat de camera mogelijk
niet kan scherpstellen als de ring is ingesteld op oneindig of de minima-
le scherpstelafstand.
N
Focuspieken kan worden gebruikt om de scherpstelling te controleren.
Om focuspieken in te schakelen, selecteert u FOCUS PIEK HIGHLIGHT
voor HF ASSISTENTIE.
AF + MF scherpstelzoom
Wanneer AAN is geselecteerd voor G AF/MF INSTELLINGEN>
SCHERPSTELLOEP en ENKEL PUNT geselecteerd is voor SCHERPSTELLING,
kan zoom worden gebruikt om in te zoomen op het geselecteerde scherpstel-
gebied. De zoomfactor kan worden geselecteerd met de achterste comman-
doschijf.
106
6
HF ASSISTENTIE
Kies hoe scherpstelling wordt weergegeven in de handmatige
scherpstelmodus.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
STANDAARD Scherpstelling wordt op normale wijze weergegeven.
FOCUS PIEK
HIGHLIGHT
De camera versterkt contrastrijke contouren. Kies een kleur en een
piekniveau.
N
U kunt ook MF-assisteeropties kiezen door het midden van de achterste
commandoschijf in te houden.
SCHERPSTELLOEP
Als AAN is geselecteerd, zal de weergave automatisch in-
zoomen op het geselecteerde scherpstelgebied wanneer de
scherpstelring naar de handmatige scherpstelmodus is ge-
draaid.
Opties
Opties
AAN UIT
N
Het drukken op het midden van de achterste commandoschijf annu-
leert scherpstelzoom.
De zoomstand is op het huidige scherpstelveld gecentreerd en veran-
dert wanneer het scherpstelgebied wordt gewijzigd.
107
6
AF/MF INSTELLINGEN
INT. SPOT AE&SCHRPSTLGBD
Selecteer AAN om het huidige scherpstelkader te meten wan-
neer ENKEL PUNT is geselecteerd voor SCHERPSTELLING en
SPOT is geselecteerd voor LICHTMEETSYSTEEM.
Opties
Opties
AAN UIT
DIRECT AF-INSTELLING
Kies of de camera scherpstelt met behulp van enkelvoudige
AF(AF-S) of continue AF(AF-C) als een knop waaraan scherp-
stelvergrendeling of AF-AAN is toegewezen, wordt ingedrukt
om scherp te stellen in de handmatige scherpstelmodus.
Opties
Opties
AF-S AF-C
108
6
SCHERPTEDIEPTESCHAAL
Kies BASIS FILMFORMAAT om u te helpen praktische evaluaties
van de scherptediepte te maken voor fotos die worden gezien
als prenten en dergelijke, en kies PIXELBASIS om u te helpen
scherptediepte te beoordelen voor fotos die met hoge resolu-
ties zullen worden bekeken op computers of andere elektroni-
sche beeldschermen.
Opties
Opties
PIXELBASIS BASIS FILMFORMAAT
ONTGREND/FOCUS PRIORITEIT
Kies hoe de camera scherpstelt in scherpstelmodus AF-S of AF-C.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
ONTGRENDELEN
Sluitertijd krijgt voorrang op de scherpstelling. U kunt fotos nemen
wanneer de camera niet is scherpgesteld.
FOCUS
Scherpstelling krijgt voorrang op de sluitertijd. U kunt alleen fotos
nemen als de camera is scherpgesteld.
109
6
AF/MF INSTELLINGEN
TOUCH SCREEN MODUS
Kies de scherpstelbewerkingen die worden uitgevoerd met de
aanraakbedieningen.
Stilstaande Fotografi e
Modus
Modus
Beschrijving
Beschrijving
AFOFF
AFOFF
AF
AF
In scherpstelmodus S(AF-S) stelt de camera scherp wanneer
u op uw onderwerp in de weergave tikt. De scherpstelling
vergrendelt bij de huidige afstand totdat u op het pictogram
AFOFF tikt.
In scherpstelmodus C(AF-C) start de camera met scherpstellen
wanneer u op uw onderwerp in de weergave tikt. De camera
blijft de scherpstelling aanpassen voor veranderingen in de
afstand tot het onderwerp totdat u op het pictogram AF OFF tikt.
In handmatige scherpstelmodus (MF) kunt u op de weergave
tikken om op het geselecteerde onderwerp scherp te stellen
met behulp van autofocus.
GEBIED
GEBIED
Tik om een punt voor de scherpstelstand of zoom te selecteren.
Het scherpstelkader zal zich verplaatsen naar het geselecteerde
punt.
UIT
UIT Aanraakscherpstelling uitgeschakeld.
Filmopname
Modus
Modus
Beschrijving
Beschrijving
UIT
UIT Aanraakbedieningen uitgeschakeld.
N
Om de aanraaktoetsen uit te schakelen en de touchscreenmodusindicator te
verbergen, selecteert u UIT voor
D
TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN> TOUCH
SCREEN INSTELLINGEN> TOUCHSCREEN AAN/UIT.
110
6
AF/MF INSTELLINGEN
Aanraakbediening voor scherpstelzoom
Verschillende aanraakbedieningen worden gebruikt tijdens scherpstelzoom
(scherpstelcontrole ingeschakeld).
Middengebied
Middengebied
Als u het midden van het scherm aanraakt, wor-
den de onderstaande bewerkingen uitgevoerd.
Modus
Modus
AF-S
AF-S
MF
MF
AF
AF AF Direct auto.focus
GEBIED
GEBIED
UIT
UIT
UIT
Andere gebieden
Andere gebieden
Als u op andere gebieden tikt, scrolt u eenvoudig
door de weergave.
111
6
A
OPNAME-INSTELLINGEN
Pas opname-opties aan.
Om opname-opties weer te geven,
drukt u op MENU/OK in de opname-
weergave en selecteert u het tabblad
A(OPNAME-INSTELLINGEN).
OPNAME-INSTELLINGEN
ZELFONTSPANNER
INSTEL. ZELFONTSP. OPSLAAN
INTERVAL-TIMEROPNAME
FOCUS BKT
LICHTMEETSYSTEEM
AE-REEKS INSTELLING
FILMSIMULATIE BKT
SLUITERTYPE
VERLATEN
N
De beschikbare opties verschillen per geselecteerde opnamemodus.
ZELFONTSPANNER
Kies een vertraging voor het loslaten van de ontspanknop.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
R 2 SEC
De ontspanknop wordt twee seconden na het indrukken van de ontspan-
knop losgelaten. Gebruik dit om onscherpte veroorzaakt door camerabe-
weging te verminderen als de ontspanknop wordt ingedrukt. Het zelfont-
spannerlampje knippert terwijl de timer aftelt.
S 10 SEC
De ontspanknop wordt tien seconden na het indrukken van de ontspan-
knop losgelaten. Dit kunt u gebruiken voor fotos waarin u zelf wilt voor-
komen. Het zelfontspannerlampje knippert direct voordat de foto wordt
gemaakt.
UIT Zelfontspanner uitgeschakeld.
Als er een andere optie dan UIT is ge-
selecteerd, begint de timer wanneer de
ontspanknop volledig wordt ingedrukt.
Het scherm toont het aantal resterende
seconden tot de ontspanknop wordt los-
gelaten. Druk op DISP/BACK om de timer
te stoppen voor de foto wordt genomen.
9
O
Sta achter de camera wanneer u de ontspanknop indrukt. Als u voor de
lens staat, kan dit invloed hebben op de scherpstelling en belichting.
112
6
INSTEL. ZELFONTSP. OPSLAAN
Als AAN is geselecteerd, blijft de gekozen zelfontspannerinstel-
ling van kracht nadat er een foto is genomen of als de camera
wordt uitgeschakeld.
Opties
Opties
AAN UIT
INTERVAL-TIMEROPNAME
Con gureer de camera zodat deze automatisch fotos maakt bij
een vooringesteld interval.
1
Markeer INTERVAL-TIMEROPNAME in het
tabblad A (OPNAME-INSTELLINGEN) en
druk op MENU/OK.
INTERVAL
INTERVAL/AANTAL KEER
ANNULERENEIND
AANTAL KEER
2
Gebruik de scherpstellingstok (scherp-
stelhendel) om de interval en het aan-
tal fotos te kiezen. Druk op MENU/OK
om door te gaan.
ANNULERENSTART
START WACHTTIJD
VERWACHTE STARTTIJD 11 : 00 PM
LATER
3
Gebruik de scherpstellingstok om de
starttijd te kiezen en druk vervolgens
op MENU/OK. Het fotograferen start
automatisch.
ANNULEREN
113
6
OPNAME-INSTELLINGEN
O
Intervalfotogra e kan niet worden gebruikt met meervoudige belich-
tingsfotogra e. In seriemodus kan er slechts één foto worden gemaakt
wanneer de ontspanknop wordt losgelaten.
N
Gebruik van een statief wordt aanbevolen.
Controleer het batterijniveau alvorens te beginnen. We raden het ge-
bruik van een optionele AC-15V netadapter aan.
De weergave wordt uitgeschakeld tussen opnamen en licht op enkele
seconden voordat de volgende foto wordt gemaakt.
De weergave kan op elk moment worden geactiveerd door op de
ontspanknop te drukken.
Om door te gaan met opnamen maken tot de geheugenkaart vol is,
stelt u het aantal opnamen in op ∞.
114
6
AE-REEKS INSTELLING
Pas de afbakeningsinstellingen van de belichting aan.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
FRAMES/STAP INSTELLING
Kies het aantal opnames in de bracketingreeks en de mate
van belichting die wordt afgewisseld voor elke opname.
FOTO’S: Kies het aantal opnamen in de bracketingreeks.
STAP: Kies de mate van belichting die wordt afgewisseld
voor elke opname.
1 FRAME/DOORLOPEND
1 FRAME: De opnamen in de bracketingreeks worden één
voor één opgenomen.
DOORLOPEND: De opnamen in de bracketingreeks worden
in één serieopname opgenomen.
SEQUENTIE INSTELLING Kies de volgorde waarin fotos worden gemaakt.
FILMSIMULATIE BKT
Kies de drie  lmsimulatietypes gebruikt voor  lmsimulatie-afba-
kening (P 90).
Opties
Opties
cPROVIA/STANDAARD dVelvia/LEVENDIG e ASTIA/LAAG
iCLASSIC CHROME gPRO Neg. Hi hPRO Neg. Std
aACROS
*
bMONOCHROOM
*
fSEPIA
* Verkrijgbaar met gele (Ye), rode (R) en groene (G) fi lters.
115
6
OPNAME-INSTELLINGEN
FOCUS BKT
Pas de instellingen voor focus-bracketing aan.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
FOTO’S Kies het aantal opnamen.
STAP Kies de mate van scherpstelverandering voor elke opname.
INTERVAL Kies het interval tussen opnamen.
N
Pas zoom niet aan tijdens het fotograferen.
Scherpstelling en FOTO’S/STAP
De relatie tussen scherpstelling en de opties gekozen voor FOTO’S en STAP
wordt weergegeven in de afbeelding.
12345
Startscherpstelpositie
De scherpstelling gaat van de startpositie naar oneindig.
Kleine STAP-waarden vertalen zich in kleine wijzigingen in de scherpstelling, grote-
re waarden in grotere wijzigingen.
Ongeacht de optie gekozen voor FOTO’S eindigt het opnemen wanneer de scherp-
stelling oneindig bereikt.
Foto’s
Stap
116
6
LICHTMEETSYSTEEM
Kies hoe de camera de belichting meet.
O
De geselecteerde optie treedt alleen in werking wanneer G AF/MF
INSTELLINGEN> INST. GEZICHTS-/OOGHERKEN. op GEZICHT UIT/
OOG UIT staat.
Modus
Modus
Beschrijving
Beschrijving
o
MULTI
De camera bepaalt de belichting direct op basis van een
analyse van de compositie, kleur en de verdeling van de
helderheid. Aanbevolen voor de meeste situaties.
p
CENTRUMGEORIËNTEERD
De camera meet het gehele beeld maar wijst het grootste
gewicht toe aan het gebied in het midden.
v
SPOT
De camera meet de lichtomstandigheden in het midden
van het beeld, in een gebied dat overeenkomt met ca. 2%
van het totaal. Aangeraden bij onderwerpen die vanachter
belicht worden, en in andere gevallen waar de achtergrond
beduidend helderder of donkerder is dan het belangrijkste
onderwerp.
w
INTEGRAAL
De belichting wordt ingesteld op basis van het gemiddel-
de van het gehele beeld. Zorgt voor dezelfde belichting bij
meerdere fotos met hetzelfde licht en is in het bijzonder
eff ectief voor het fotograferen van landschappen en het
maken van portretten van onderwerpen met witte of
zwarte kleding.
117
6
OPNAME-INSTELLINGEN
SLUITERTYPE
Kies het sluitertype. Kies de elektronische sluiter om het sluiterge-
luid te dempen.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
t MECHANISCHE SLUITER
Maak fotos met de mechanische sluiter.
s ELEKTRONISCHE SLUITER
Maak fotos met de elektronische sluiter.
t E-FR. GORDIJNSLUITER
De camera kiest de mechanische of elektronische voorste
gordijnsluiter afhankelijk van de opname-omstandigheden.
u MECHANISCH+ ELEKTR.
De camera kiest de mechanische of elektronische
sluiter afhankelijk van de opnameomstandigheden.
r E-FRONT+ ELEKTRONISCH
De camera kiest de mechanische, elektronische of
elektronische voorste gordijnsluiter afhankelijk van de
opname-omstandigheden.
Als
s
ELEKTRONISCHE SLUITER,
u
MECHANISCH+ELEKTR. of
r
E-FRONT + ELEKTRONISCH is geselecteerd, kunnen sluitertijden
korter dan ¼ sec. worden gekozen door de sluitertijdschijf naar 4000
te draaien en vervolgens aan de achterste commandoschijf te draaien.
De mechanische sluiter wordt nog steeds gebruikt bij korte sluitertij-
den wanneer
t
E-FR. GORDIJNSLUITER is geselecteerd.
O
Let op het volgende bij het gebruik van de elektronische sluiter:
-
Vertekening is mogelijk zichtbaar in opnamen van bewegende on-
derwerpen.
-
Vertekening is mogelijk zichtbaar in uit-de-hand-gemaakte opnamen
bij hogere sluitertijden; gebruik van een statief wordt aanbevolen.
-
Streepvorming en waas kunnen optreden in opnamen gemaakt on-
der tl-verlichting of andere  ikkerende of onregelmatige verlichting.
-
Respecteer, bij het maken van fotos met gedempte sluiter (P 161),
de beeldrechten van uw onderwerp en recht op privacy.
Let op het volgende bij het gebruik van de elektronische voorste gordijnsluiter:
-
Korte sluitertijden resulteren eerder in onregelmatige belichting en
verlies van resolutie in onscherpe delen van het beeld.
N
De volgende beperkingen zijn van toepassing wanneer de elektronische
sluiter wordt gebruikt:
Gevoeligheid wordt beperkt tot waarden van ISO 12800–100.
Ruisonderdrukking voor lange tijdopnamen heeft geen e ect.
De  itser kan niet worden gebruikt.
118
6
FLIKKERVERMINDERING
Selecteer AAN om  ikkering in fotos en op het scherm te ver-
minderen bij het fotograferen onder tl-verlichting en andere
soortgelijke lichtbronnen.
Opties
Opties
AAN UIT
O
Bij het inschakelen van  ikkerreductie wordt de elektronische sluiter
uitgeschakeld en neemt de tijd toe die nodig is om fotos te maken.
Flikkerreductie is niet beschikbaar tijdens  lmopnamen.
IS MODE
Verminder wazigheid.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
l CONTINU
Beeldstabilisatie ingeschakeld.
m ALLEEN OPNAME
Beeldstabilisatie wordt enkel ingeschakeld als de ontspanknop
half wordt ingedrukt (scherpstelmodus C) of als de sluiter wordt
ontgrendeld.
UIT
Beeldstabilisatie uit; x verschijnt in het scherm. Aanbevolen
als de camera op een statief staat.
N
Deze optie is enkel beschikbaar met lenzen die beeldstabilisatie onder-
steunen.
119
6
OPNAME-INSTELLINGEN
ISO
Pas de gevoeligheid van de camera voor licht aan.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
AUTO1
AUTO2
AUTO3
Gevoeligheid wordt automatisch aangepast aan de opname-
omstandigheden volgens een combinatie van standaard- en
maximumgevoeligheid en langste sluitertijd gekozen voor
A OPNAME-INSTELLINGEN> ISO.
Kies uit AUTO1,
AUTO2 en AUTO3
(P 120)
.
12800100
Pas gevoeligheid handmatig aan. Geselecteerde waarde
wordt in het scherm weergegeven.
H(102400/51200/25600),
L(50)
Kies voor bijzondere situaties. Merk op dat vlekken kunnen
verschijnen in foto's genomen bij H, terwijl L het dynamisch
bereik vermindert.
N
De Fn1-knop kan aan andere functies worden toegewezen met be-
hulp van D TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN> FUNCTIE-INS. (Fn). De
hierboven beschreven functie kan ook worden toegewezen aan andere
functieknoppen (P 198).
De gevoeligheid wordt niet gereset wanneer de camera wordt uitgezet.
Indien gewenst, kunt u D TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN>
COMMANDOSCHIJF INSTELLING gebruiken om de camera te con -
gureren zodat ISO-gevoeligheid wordt aangepast met behulp van de
voorste en achterste commandoschijf.
Gevoeligheid aanpassen
Hoge waarden kunnen worden gebruikt om beelden minder wazig te maken
als er weinig verlichting is, terwijl lagere waarden zorgen voor langere sluitertij-
den of een wijdere opening van het diafragma bij fel licht. Let erop dat spikkels
kunnen verschijnen in fotos met een hoge gevoeligheid.
120
6
AUTO
Kies de basisgevoeligheid, maximale gevoeligheid en minimale
sluitertijd voor AUTO1, AUTO2 en AUTO3.
Item
Item
Opties
Opties
Standaard
Standaard
AUTO1
AUTO1
AUTO2
AUTO2
AUTO3
AUTO3
BASISINSTEL. GEVOELIGHEID 12800–100 100
MAX. GEVOELIGHEID 12800–200 800 1600 3200
MIN. SLUITERSNELH ⁄–¼ SEC ⁄SEC
De camera kiest automatisch een gevoeligheid tussen de
standaard- en maximumwaarden; gevoeligheid wordt alleen
verhoogd boven de standaardwaarde als de vereiste sluitertijd
voor optimale belichting langer zou zijn dan de waarde geselec-
teerd voor MIN. SLUITERSNELH.
N
Als de waarde geselecteerd voor BASISINSTEL. GEVOELIGHEID hoger
is dan de waarde geselecteerd voor MAX. GEVOELIGHEID, wordt
BASISINSTEL. GEVOELIGHEID ingesteld op de waarde geselecteerd
voor MAX. GEVOELIGHEID.
De camera selecteert mogelijk sluitertijden die langer zijn dan MIN.
SLUITERSNELH als fotos nog steeds onderbelicht zouden zijn bij de
waarde geselecteerd voor MAX. GEVOELIGHEID.
121
6
OPNAME-INSTELLINGEN
ADAPT. INSTEL.
Pas de instellingen voor lenzen bevestigd via een bevestigings-
adapter aan.
Sluiter selecteren
Bij het gebruik van lenzen met een interne sluiter, kiest u of u
de sluiter op de camera (BEHUIZING) of de sluiter van de lens
(LENS) wilt gebruiken.
O
Deze optie kan mogelijk geen e ect hebben met bepaalde lenzen.
Opgeslagen Instellingen
Sla instellingen op voor maximaal 6 lenzen of kies UIT om de
correcties voor brandpuntafstand, vervorming, kleurschakering
en randverlichting uit te schakelen.
Brandpuntsafstand kiezen
Brandpuntsafstand kiezen
Gebruik de scherpstellingstok (scherp-
stelhendel) om naar de brandpuntsaf-
stand te gaan.
VOER BRANDPUNTSAFSTAND IN
LENS 5
ANNULEREN
OK
Vervormingscorrectie
Vervormingscorrectie
Kies uit de opties STERK, MEDIUM of
ZWAK om de vervorming TONVORMING
of KUSSENVORMING te corrigeren.
KUSSENVORMING MEDIUM
KUSSENVORMING STERK
KUSSENVORMING ZWAK
UIT
TONVORMING ZWAK
TONVORMING MEDIUM
TONVORMING STERK
LENS5 VERVORMING CORR.
122
6
Kleurschaduwcorrectie
Kleurschaduwcorrectie
Variaties in kleur (schakering) tussen het
midden en de randen van het beeld kun-
nen voor elke hoek afzonderlijk worden
ingesteld.
Om kleurschaduwcorrectie te gebruiken,
volgt u de stappen hieronder.
VOLGENDE
OK
1
Draai aan de achterste commandoschijf om een hoek te kiezen.
De geselecteerde hoek wordt aangegeven met een driehoek.
2
Gebruik de scherpstellingstok (scherpstelhendel) om de schaduw
aan te passen totdat er geen zichtbaar verschil in kleur is tussen de
geselecteerde hoek en het midden van het beeld.
Duw de scherpstellingstok naar links of rechts om kleuren aan
te passen op de cyaan-roodas.
Duw de scherpstellingstok omhoog of omlaag om kleuren aan te
passen op de blauw-geelas.
N
Om vast te stellen hoeveel nodig is, past u de kleurschaduwcorrectie aan
terwijl u fotos neemt van een blauwe lucht of een vel grijs papier.
Randbelichtingscorrectie
Randbelichtingscorrectie
Kies uit waarden tussen –5 en +5. Het
kiezen van positieve waarden verhoogt
de randbelichting, terwijl negatieve
waarden de randbelichting verlagen.
Positieve waarden worden aanbevolen
voor ouderwetse lenzen, negatieve
waarden worden gebruikt om het e ect
te geven van afbeeldingen gemaakt met een antieke lens of een
gaatjescamera.
N
Om vast te stellen hoeveel nodig is, past u de randbelichtingscorrectie
aan terwijl u fotos neemt van een blauwe lucht of een vel grijs papier.
ANNULEREN
O
K
123
6
OPNAME-INSTELLINGEN
MODUS 35mm-FORMAAT
Inschakelen van
A OPNAME-INSTELLINGEN> MODUS
35mm-FORMAAT in het opnamemenu
stelt de beeldhoek in op 35mm; de
wijziging wordt weergegeven op het
display.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
AAN
De beeldhoek wordt ingesteld op 35mm; de wijziging wordt
weergegeven op het display.
UIT 35mm-formaatmodus uitgeschakeld.
AUTO
35mm-formaatmodus wordt automatisch ingeschakeld wanneer
een adapter met ondersteuning voor automatische detectie is
bevestigd.
N
Het D SCHERM SET-UP> DISP. INST. OP MAAT-item in het instellin-
genmenu (P 18, 168) bevat een optie (standaard ingeschakeld) voor
het weergeven van een MODUS 35mm-FORMAAT-pictogram.
Het H INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT> BEELDGROOTTE-item in
het opnamemenu is vast ingesteld op O 3 : 2.
DRAADLS COMMUNICT
Verbind met smartphones die de meest recente versie van de
FUJIFILM Camera Remote-app draaien. De smartphone kan
vervolgens worden gebruikt om:
De camera te bedienen en op afstand fotos maken
Fotos te ontvangen die zijn geüpload vanaf de camera
Door de fotos op de camera te browsen en geselecteerde
fotos te downloaden
Locatiegegevens naar de camera uploaden
N
Voor downloads en andere informatie bezoekt u:
http://app.fujifilm-dsc.com/en/camera_remote/
124
6
F
FLITSINSTELLINGEN
Pas  itsergerelateerde instellingen aan.
Om  itsergerelateerde instellingen aan
te passen, drukt u op MENU/OK in de
opnameweergave en selecteert u het
tabblad F (FLITSINSTELLINGEN).
N
De beschikbare opties verschillen per gese-
lecteerde opnamemodus.
FLITSINSTELLINGEN
VERWIJDER R. OGEN
MODUS TTL VERGRENDELEN
FLASHFUNCTIE-INSTELLING
LED-LICHTINSTELLING
MASTER-INSTELLING
CH-INSTELLING
VERLATEN
FLASHFUNCTIE-INSTELLING
Kies een  itsbedieningsmodus, itsmo-
dus of sync-modus of pas het  itsniveau
aan. De beschikbare opties variëren per
itser.
N
Raadpleeg voor meer informatie over de
itserinstellingen “Externe  itsers (P 207)” in
“Randapparatuur en optionele accessoires”.
AANPASSEN
EINDE
M
ODUS
EXTERNE FLASH
VERWIJDER R. OGEN
Verwijder rode-ogen-e ecten veroorzaakt door de  itser.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
FLASH+VERWIJDEREN
Een voorfl its die rode ogen vermindert wordt gecombi-
neerd met digitale verwijdering van rode ogen.
FLASH Alleen rode ogen verminderen door middel van fl its.
VERWIJDEREN Alleen digitaal rode ogen verwijderen.
UIT
Rode ogen verminderen door middel van fl its en digitaal
rode ogen verwijderen uitgeschakeld.
N
Flitser voor rode-ogenreductie kan worden gebruikt in de TTL- itserre-
gelingstanden.
Digitale rode-ogen-verwijdering wordt alleen uitgevoerd wanneer een
gezicht wordt gedetecteerd.
Digitale rode-ogen-verwijdering is niet beschikbaar voor RAW-afbeel-
dingen.
125
6
FLITSINSTELLINGEN
MODUS TTL VERGRENDELEN
In plaats van het aanpassen van het  itsniveau per foto kan
TTL- itsbediening worden vergrendeld voor consistente resul-
taten binnen een reeks fotos.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
VERGR. MET L. FLASH
De fl itssterkte wordt vergrendeld op de gemeten waarde
voor de meest recente foto te bekijken.
VERGR. MET MEETFLASH
De camera geeft een reeks voorfl itsen en de fl itssterkte
wordt vergrendeld op de gemeten waarde.
N
Om gebruik te maken van TTL-vergrendeling, wijst u
TTL-VERGRENDELING toe aan een cameraknop en gebruikt u vervol-
gens deze knop om TTL-vergrendeling in of uit te schakelen (P 198).
Flitscompensatie kan worden aangepast terwijl TTL-vergrendeling is
ingeschakeld.
Bij het selecteren van VERGR. MET L. FLASH wordt een foutbericht
weergegeven als er geen eerder gemeten waarde bestaat.
LED-LICHTINSTELLING
Kies of u het LED-videolicht van de  itser (indien beschikbaar)
wenst te gebruiken als een catchlight of AF-hulplicht bij het
nemen van fotos.
Optie
Optie
Functie van LED-videolicht in statische fotogra e.
Functie van LED-videolicht in statische fotogra e.
CATCHLIGHT Catchlight
AF ASSIST AF-hulpverlichting
AF ASSIST+CATCHLIGHT AF-hulplichtverlichting en catchlight
UIT Geen
N
In sommige gevallen is deze optie ook toegankelijk via het
FLASHFUNCTIE-INSTELLING-menu.
126
6
FLITSINSTELLINGEN
MASTER-INSTELLING
Kies een  itsgroep (A, B of C) voor de  itser bevestigd aan de
camera itsschoen wanneer deze functioneert als een hoofd it-
ser die  itseenheden op afstand bediend via Fuji lm draadloze
optische  itsbediening of kies OFF om de hoofd itseruitvoer
te beperken tot een niveau dat de uiteindelijke foto niet beïn-
vloed.
Opties
Opties
Gr A Gr B Gr C OFF
N
In sommige gevallen is deze optie ook toegankelijk via het
FLASHFUNCTIE-INSTELLING-menu.
CH-INSTELLING
Kies het kanaal dat wordt gebruikt voor de communicatie tus-
sen de hoofd itser en  itseenheden op afstand bij het gebruik
van Fuji lm optische draadloze  itsbediening. Afzonderlijke
kanalen kunnen worden gebruikt voor verschillende  itssyste-
men of om interferentie te voorkomen als meerdere systemen
dicht bij elkaar werken.
Opties
Opties
CH1 CH2 CH3 CH4
127
6
B
FILMINSTELLINGEN
Pas  lmopname-opties aan.
Om  lmopname-opties weer te geven,
drukt u op MENU/OK in de opnameweer-
gave en selecteert u het tabblad
B(FILMINSTELLINGEN).
N
De beschikbare opties verschillen per gese-
lecteerde opnamemodus.
FILMINSTELLINGEN
FILMSCHERPSTELLING
HDMI-UITGANG INFODISPLAY
FILMMODUS
HDMI REC-BEDIENING
MIC/AFSTANDSBED.
MIC-NIVEAU-INSTEL
VERLATEN
FILMMODUS
Kies een beeldformaat en -snelheid voor  lmopname.
Optie
Optie
Beeldformaat
Beeldformaat
Snelheid
Snelheid
i 1080/29.97P
1920 × 1080 (Full HD)
29,97fps
i 1080/25P
25fps
i 1080/24P
24fps
i 1080/23.98P
23,98fps
h 720/29.97P
1280 × 720 (HD)
29,97fps
h 720/25P
25fps
h 720/24P
24fps
h 720/23.98P
23,98fps
FILMSCHERPSTELLING00
Kies hoe de camera het scherpstelpunt voor  lmopname selec-
teert.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
AF(MULTI) Automatische selectie van scherpstelpunten.
AF-VELD KEUZE
De camera stelt scherp op het onderwerp in het geselecteerde
scherpstelgebied.
HDMI-UITGANG INFODISPLAY
Als ON is geselecteerd, zullen HDMI-apparaten waarop de
camera is aangesloten de informatie in het camerascherm ook
weergeven.
Opties
Opties
ON OFF
128
6
FILMINSTELLINGEN
HDMI REC-BEDIENING
Kies of de camera signalen naar het HDMI-apparaat moet sturen
om een  lm te starten en/of te stoppen, wanneer de sluiterknop
wordt ingedrukt om de  lmopname te starten en te stoppen.
Opties
Opties
ON OFF
MIC-NIVEAU-INSTEL
Stel het opnameniveau voor de inge-
bouwde en externe microfoons in.
MIC-NIVEAU-INSTEL
OK ANNULEREN
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
20—1 Kies een opnameniveau.
UIT Schakel de microfoon uit.
N
De weergave toont de piek in het opnameniveau gedetecteerd in een
bepaalde periode.
U kunt MIC-NIVEAU-INSTEL toewijzen aan een cameratoets en die
toets dan gebruiken om het microfoonniveau tijdens het opnemen aan
te passen.
MIC/AFSTANDSBED.
Geef aan of het apparaat dat is aangesloten op de microfoon/af-
standsontspanner-aansluiting een microfoon is of een afstands-
ontspanner.
Opties
Opties
m MIC n AFST.B
129
Afspelen en het afspeelmenu
130
7
De afspeelweergave
Deze sectie geeft een overzicht van de indicatoren die
mogelijk worden weergegeven tijdens het afspelen.
O
Ter illustratie worden displays getoond met alle indicatoren brandend.
01/01/2018 10:00 AM
ABCDEFG
H
I
J
K
LM
NOPQRSTU
V
W
b
a
Z
Y
X
A
Datum en tijd ...................................39, 41, 157
B
Bluetooth AAN/UIT .......................................185
C
Opdracht beeldoverdracht ........................147
D
Beeldoverdrachtstatus .......................185, 220
E
Aantal frames geselecteerd voor
upload ...........................................................147
F
Kaartsleuf ........................................................ 135
G
Beeldnummer ................................................182
H
Beschermde afbeelding ..............................142
I
Locatiegegevens ...........................................220
J
Indicator voor
rode-ogenverwijdering ....................124, 144
K
Gezichtsdetectie-indicator .........................104
L
Batterijniveau ..................................................38
M
Beeldkwaliteit ..................................................89
N
Beeldgrootte .....................................................88
O
Filmsimulatie ...................................................90
P
Dynamisch bereik ........................................... 92
Q
Witbalans ..........................................................93
R
Gevoeligheid .................................................... 76
S
Belichtingscompensatie ............................... 79
T
Diafragma ...........................................57, 61, 62
U
Sluitertijd ..............................................57, 58, 62
V
Indicator afspeelmodus ................................ 47
W
Filmpictogram ................................................. 53
X
Geschenkbeeld ................................................ 47
Y
Indicator fotoboekhulp ...............................149
Z
DPOF-printindicator ....................................151
a
Voice memo....................................................145
b
Fotos waarderen ...........................................131
131
7
De afspeelweergave
De DISP/BACK-knop
De DISP/BACK-knop regelt de weergave
van de indicatoren tijdens het afspelen.
Standaard Informatie uit
FAVORIETEN
5.6
01/01/2018 10:00 AM
12800 +1.01/1000
Favorieten Infoscherm
Het infoscherm
In het infoscherm kunt u de scherpstellingstok (scherpstelhendel) omhoog
drukken om door een reeks informatie - en histogramweergaven te bladeren.
Favorieten: Foto’s waarderen
Om de huidige foto te waarderen, druk op DISP/BACK en duw de scherpstelling-
stok (scherpstelhendel) omhoog en omlaag om nul tot vijf sterren te selecte-
ren.
132
7
De afspeelweergave
Foto-informatie bekijken
De fotoinformatieweergave verandert elke keer
de scherpstellingstok (scherpstelhendel) omhoog
geduwd wordt.
Basisgegevens Histogram
VOLGENDE
S.S
FISO
1/1000 5.6 12800 +1.0
AFBREKEN
5.6
01/01/2018 10:00 AM
12800 +1.01/1000
VOLGENDE
Infoscherm 2 Infoscherm 1
Inzoomen op het scherpstelpunt
Druk op het midden van de achterste commandoschijf om in te zoomen op
het scherpstelpunt. Druk nogmaals om terug te keren naar schermvullend
afspelen.
133
7
Fotos bekijken
Lees deze sectie voor informatie over terugspeelzoom en
afspelen met meervoudig beeld.
Gebruik de achterste commandoschijf
om van afspelen in volledig scherm naar
zoomweergave of miniatuurweergave
te gaan.
Afspelen in volledig scherm
Miniatuurweergave
100-0001
Zoomweergave
Weergave van negen miniaturen
Weergave van honderd miniaturen
DISP/BACK
MENU/OK
Gemiddelde zoom
Maximale zoom
134
7
Fotos bekijken
Zoomweergave
Draai de achter commandoschijf naar rechts om in te zoomen
op de huidige foto, links om uit te zoomen. Druk op DISP/BACK,
MENU/OK of het midden van de achterste commandoschijf om het
zoomen af te sluiten.
N
De maximale zoomfactor is afhankelijk van de optie die is geselecteerd
voor H INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT> BEELDGROOTTE.
Zoomweergave is niet beschikbaar voor kopieën met een nieuw for-
maat of kopieën die zijn uitgesneden en opgeslagen in a-grootte.
Bladeren
Wanneer de foto ingezoomd is, kan de scherp-
stellingstok (scherpstelhendel) gebruikt worden
om delen van het beeld te bekijken die op het
moment niet zichtbaar zijn op de weergave.
Navigatievenste
Miniatuurweergave
Om het aantal weergegeven afbeeldingen te veranderen, draait
u de achterste commandoschijf naar links wanneer een foto
schermvullend wordt weergegeven.
N
Gebruik de scherpstellingstok (scherpstelhendel) om beelden te marke-
ren en druk op MENU/OK om het gemarkeerde beeld in full frame te zien.
In de negen- en honderd-frameweergaven duwt u de scherpstellingstok
omhoog of omlaag om meer fotos te bekijken.
135
7
C
Het afspeelmenu
Pas afspeelinstellingen aan.
Het afspeelmenu wordt weergegeven
wanneer u op MENU/OK in de afspeelmo-
dus drukt.
FOTO DRAAIEN
WISSELSLEUF
MENU VOOR HERBEKIJKEN
RAW-CONVERSIE
WISSEN
TGLK WISS(RAW SL1/JPG SL2)
BEELDUITSNEDE
NIEUW FORMAAT
BEVEILIGEN
VERLATEN
WISSELSLEUF
Kies de kaart waarvan u de fotos wilt afspelen.
N
Als er twee geheugenkaarten zijn geplaatst, kunt u de a-knop ingedrukt
houden om een kaart voor het afspelen te kiezen.
136
7
RAW-CONVERSIE
Zelfs als u geen computer heeft, kunt u de camera gebruiken om
RAW-fotos aan te passen en op te slaan in JPEG- of TIFF-formaat.
RAW-fotos opslaan in een ander formaat
1
Geef een RAW-foto weer.
2
Markeer RAW-CONVERSIE in het weergavemenu.
3
Druk op MENU/OK.
Een lijst met instellingen wordt weer-
gegeven.
CREEREN
REFLECT OPN. COND.
BESTANDSTYPE
BEELDGROOTTE
BEELDKWALITEIT
PUSH/PULL-VERWERKING
DYNAMISCH BEREIK
RAW-CONVERSIE
ANNULEREN
4
Druk de scherpstellingstok (scherpstelhendel) omhoog of
omlaag om een instelling te markeren.
5
Druk de scherpstellingstok naar rechts
om opties weer te geven.
WB
RAW-CONVERSIE
200
%
400
%
100
%
6
Druk de scherpstellingstok omhoog of omlaag om de gewens-
te optie markeren.
7
Druk op MENU/OK om de gemarkeerde optie te selecteren. De
lijst met instellingen getoond in Stap 3 wordt weergegeven.
Herhaal Stap 4 tot 7 om andere instellingen aan te passen.
8
Druk op de Q-knop.
Een voorbeeld van de JPEG- of TIFF-kopie wordt weergegeven.
9
Druk op MENU/OK.
De JPEG- of TIFF-kopie wordt opgeslagen.
N
RAW-conversie-opties kunnen tevens worden weergegeven door op de
Q-knop te drukken wanneer een RAW-foto wordt weergegeven.
137
7
Het afspeelmenu
De instellingen die kunnen worden aangepast wanneer fotos
van RAW naar een ander formaat worden geconverteerd, zijn:
Instelling
Instelling
Beschrijving
Beschrijving
REFLECT OPN. COND.
REFLECT OPN. COND.
Maak een kopie met behulp van de instellingen die
op het moment van fotograferen van kracht waren.
BESTANDSTYPE
BESTANDSTYPE
Kies een bestandsformaat.
BEELDGROOTTE
BEELDGROOTTE
Kies een beeldgrootte.
BEELDKWALITEIT
BEELDKWALITEIT
Stel de beeldkwaliteit bij.
PUSH/PULL-VERWERKING
PUSH/PULL-VERWERKING Pas belichting aan.
DYNAMISCH BEREIK
DYNAMISCH BEREIK
Verbeter details in hoge lichten voor natuurlijk
contrast.
FILMSIMULATIE
FILMSIMULATIE Boots de eff ecten van verschillende fi lmsoorten na.
KORRELEFFECT
KORRELEFFECT Voeg een fi lmkorreleff ect toe.
CHROOM KLEUREFFECT
CHROOM KLEUREFFECT Verdiep de kleuren in kleurschaduwen.
WITBALANS
WITBALANS Pas witbalans aan.
WB VERSCHUIVING
WB VERSCHUIVING Ver jn witbalans.
HIGHLIGHT TINT
HIGHLIGHT TINT Pas hoge lichten aan.
SCHADUWTINT
SCHADUWTINT Pas schaduwen aan.
KLEUR
KLEUR Pas de kleurdichtheid aan.
SCHERPTE
SCHERPTE Verscherp of verzacht de contouren.
RUISONDERDRUKKING
RUISONDERDRUKKING Bewerk de kopie om spikkels te verminderen.
LENSMODLTIE OPTM.
LENSMODLTIE OPTM.
Verbeter de defi nitie door aanpassing voor diff ractie
en het lichte verlies van scherpstelling aan de rand
van de lens.
KLEURR
KLEURR Kies de kleurruimte gebruikt voor kleurreproductie.
138
7
WISSEN
Wis afzonderlijke fotos, meerdere geselecteerde fotos of alle
foto’s.
O
Gewiste fotos kunnen niet worden teruggehaald. Bescherm belangrijke
fotos of kopieer deze naar een computer of ander opslagapparaat voor-
dat u verder gaat.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
ENKELE FOTO Wis fotos één voor één.
GEKOZEN VELDEN Verwijder meerdere geselecteerde foto's.
ALLE FOTO'S Wis alle onbeveiligde foto's.
ENKELE FOTO
1
Selecteer ENKELE FOTO voor WISSEN in het afspeelmenu.
2
Druk de scherpstellingstok (scherpstelhendel) naar links of
rechts om door fotos te scrollen en druk op MENU/OK om te
verwijderen.
N
Er wordt geen bevestigingsvenster weergegeven voordat foto’s worden
verwijderd; zorg ervoor dat de juiste foto is geselecteerd voordat u op
MENU/OK drukt.
Meer fotos kunnen worden verwijderd door op MENU/OK te drukken.
Druk de scherpstellingstok naar links of rechts om door de fotos te
scrollen en druk op MENU/OK om te verwijderen.
139
7
Het afspeelmenu
GEKOZEN VELDEN
1
Selecteer GEKOZEN VELDEN voor WISSEN in het afspeelmenu.
2
Markeer fotos en druk op MENU/OK om te selecteren.
Geselecteerde fotos worden aangeduid met vinkjes (R).
Druk opnieuw op MENU/OK om een gemarkeerde foto te dese-
lecteren.
3
Wanneer de bewerking is voltooid, drukt u op DISP/BACK om een
bevestigingsscherm weer te geven.
4
Markeer OK en druk op MENU/OK om de geselecteerde fotos te
wissen.
N
Fotos in fotoboeken of printeropdrachten worden aangeduid door S.
ALLE FOTO’S
1
Selecteer ALLE FOTO’S voor WISSEN in het afspeelmenu.
2
Er verschijnt een bevestigingsvenster; markeer OK en druk op
MENU/OK om alle onbeveiligde fotos te wissen.
N
Het indrukken van DISP/BACK annuleert het wissen; merk op dat alle
fotos verwijderd voordat de knop werd ingedrukt niet kunnen worden
teruggehaald.
Als er een waarschuwing verschijnt die vermeldt dat de geselecteerde
fotos deel uitmaken van een DPOF-printopdracht, druk dan op MENU/OK
om de fotos te verwijderen.
140
7
TGLK WISS(RAW SL1/JPG SL2)
Het maken van fotos met RAW / JPEG geselecteerd voor
D OPSLAAN SET-UP> INSTEL. SLEUF (STIL BEELD) creëert
twee kopieën. Kies of bij het verwijderen van het RAW-beeld
ook de JPEG-kopie wordt verwijderd.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
AAN
Bij het verwijderen van het RAW-beeld van de kaart in Sleuf 1 wordt
ook de JPEG-kopie van de kaart in Sleuf 2 verwijderd.
UIT
Bij het verwijderen van het RAW-beeld van de kaart in Sleuf 1 wordt
niet de JPEG-kopie van de kaart in Sleuf 2 verwijderd.
BEELDUITSNEDE
Maak een beelduitsnede van de huidige foto.
1
Geef de gewenste foto weer.
2
Selecteer BEELDUITSNEDE in het afspeelmenu.
3
Gebruik de achterste commandoschijf om in en uit te zoomen
en duw de scherpstellingstok (scherpstelhendel) omhoog,
omlaag, naar links of naar rechts om de foto te scrollen totdat
het gewenste deel wordt weergegeven.
4
Druk op MENU/OK om een bevestigingsvenster weer te geven.
5
Druk opnieuw op MENU/OK om de bijgesneden kopie in een
afzonderlijk bestand op te slaan.
N
Hoe hoger de zoomfactor, hoe lager het aantal pixels in de uitgesneden
kopie.
Als het formaat van de uiteindelijke kopie a zal zijn, wordt OK in geel
weergegeven.
Alle kopieën hebben een beeldverhouding van 3:2.
141
7
Het afspeelmenu
NIEUW FORMAAT
Maak een kleine kopie van de huidige foto.
1
Geef de gewenste foto weer.
2
Selecteer NIEUW FORMAAT in het afspeelmenu.
3
Markeer een formaat en druk op MENU/OK om een bevestigings-
venster weer te geven.
4
Druk opnieuw op MENU/OK om de kopie met nieuw formaat
naar een afzonderlijk bestand te kopiëren.
N
De beschikbare formaten zijn afhankelijk van het formaat van het origi-
neel.
142
7
BEVEILIGEN
Beveilig fotos tegen per ongeluk wissen. Markeer een van de
volgende opties en druk op MENU/OK.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
FOTO
Beveilig geselecteerde fotos. Duw de scherpstellingstok (scherpstel-
hendel) naar links of rechts om fotos te bekijken en druk op MENU/OK
om te selecteren of deselecteren. Druk op DISP/BACK wanneer de
bewerking is voltooid.
BEVEILIG ALLES Beveilig alle fotos.
ALLES RESETTEN Verwijder beveiliging van alle fotos.
O
Beveiligde fotos zullen worden gewist zodra de geheugenkaart wordt
geformatteerd.
N
Beelden beschermen die momenteel geselecteerd zijn voor upload naar
smartphones of tablets verwijdert de uploadmarkering.
143
7
Het afspeelmenu
FOTO DRAAIEN
Draai fotos.
1
Geef de gewenste foto weer.
2
Selecteer FOTO DRAAIEN in het afspeelmenu.
3
Duw de scherpstellingstok (scherpstelhendel) omlaag om de
foto 90° met de klok mee te draaien, of omhoog om 90° tegen
de klok in te draaien.
4
Druk op MENU/OK. De foto zal voortaan automatisch worden
weergeven in de geselecteerde stand als deze wordt bekeken
op de camera.
N
Beveiligde fotos kunnen niet worden gedraaid. Verwijder de beveiliging
voordat u fotos draait.
De camera is mogelijk niet in staat om fotos te draaien die met andere
cameras zijn gemaakt. Fotos die zijn gedraaid op de camera zullen niet
worden gedraaid als ze bekeken worden op een computer of op andere
cameras.
Fotos gemaakt met D SCHERM SET-UP> AUTO ROT. WEERG. worden
tijdens het afspelen automatisch in de juiste richting weergegeven.
144
7
VERWIJDER R. OGEN
Verwijder rode ogen uit portretten. De foto wordt door de
camera geanalyseerd; als er rode ogen worden waargenomen,
ondergaat de foto een speciaal proces en wordt er een kopie
aangemaakt waarop rode-ogenverwijdering is toegepast.
1
Geef de gewenste foto weer.
2
Selecteer VERWIJDER R. OGEN in het afspeelmenu.
3
Druk op MENU/OK.
N
De resultaten variëren afhankelijk van de scène en de mate waarin de
camera succesvol gezichten detecteert.
De tijd die nodig is om een foto te verwerken, hangt af van het aantal
gedetecteerde gezichten.
Rode ogen kunnen niet worden verwijderd van een foto waarop het
verwijderen van rode ogen al eens is uitgevoerd; die fotos worden
aangeduid door een e-pictogram tijdens het afspelen.
Rode-ogenverwijdering kan niet worden uitgevoerd op RAW-afbeeldin-
gen.
145
7
Het afspeelmenu
SPRAAKMEMO INSTELLING
Voeg een spraakmemo toe aan de huidige foto.
1
Selecteer AAN voor SPRAAKMEMO INSTELLING in het afspeel-
menu.
2
Geef een foto weer waaraan u een spraakmemo wilt toevoe-
gen.
3
Houd de Fn2 -knop ingedrukt om de memo op te nemen. De
opname eindigt na 30 sec. of wanneer u de knop loslaat.
N
De nieuwe memo wordt opgenomen over bestaande memo's heen.
Spraakmemo’s kunnen niet worden toegevoegd aan beveiligde fotos.
Het verwijderen van de foto verwijdert ook de memo.
Spraakmemo’s Afspelen
Fotos met spraakmemo’s worden aangegeven door q-pictogrammen tijdens
het afspelen.
Selecteer, om een memo af te spelen, de foto en druk op de Fn2 -knop.
Er wordt een voortgangsbalk weergegeven terwijl de memo afspeelt.
Volume kan worden aangepast door op MENU/OK te drukken om afspelen te
pauzeren en vervolgens de scherpstellingstok (scherpstelhendel) omhoog
of omlaag te duwen om het volume aan te passen. Druk op MENU/OK om het
afspelen te hervatten. Het volume kan tevens worden aangepast met behulp
van D GELUID SET-UP> AFSPEEL VOLUME.
146
7
KOPIËREN
Kopieer fotos tussen de kaarten in de eerste en tweede sleuf.
1
Selecteer KOPIËREN in het afspeelmenu.
2
Markeer één van de volgende opties.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
SLEUF 1 y SLEUF 2
Kopieer fotos van de kaart in de eerste sleuf naar de kaart in
de tweede sleuf.
SLEUF 2
y SLEUF 1
Kopieer fotos van de kaart in de tweede sleuf naar de kaart in
de eerste sleuf.
3
Druk de scherpstellingstok (scherpstelhendel) naar rechts.
4
Markeer een van de volgende opties en druk op MENU/OK.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
ENKELE FOTO
Kopieer geselecteerde fotos. Druk de scherpstellingstok naar
links of rechts om fotos te bekijken en druk op MENU/OK om
de huidige foto te kopiëren.
ALLE FOTO’S Kopieer alle fotos.
O
Het kopiëren is gereed wanneer de doelmap vol is.
147
7
Het afspeelmenu
OPDRACHT BEELDOVERDRACHT
Selecteer fotos voor uploaden naar een gekoppelde smartpho-
ne of tablet.
1
Selecteer OPDRACHT BEELDOVERDRACHT> FRAMES SELECTEREN
in het afspeelmenu.
2
Markeer fotos en druk op MENU/OK om te selecteren of deselec-
teren. Herhaal totdat alle gewenste fotos geselecteerd zijn.
3
Druk op DISP/BACK om afspelen te verlaten.
N
Als AAN is geselecteerd voor zowel D VERBINDING INSTELLING>
Bluetooth INSTELLINGEN> Bluetooth AAN/UIT als AUTO
OVERDRACHT BEELDEN, dan begint het uploaden kort nadat u
afspelen afsluit of de camera uitschakelt.
N
Beeldoverdrachtopdrachten kunnen maximaal 999 fotos bevatten.
Het volgende kan niet worden geselecteerd voor uploaden:
-
Beschermde fotos
-
Films
-
RAW-beelden
-
“Gift”-fotos (fotos gemaakt met andere cameras)
Als PAIRING/OVERDR.OPD. is geselecteerd voor D VERBINDING
INSTELLING> ALGEMENE INSTELLINGN> r TOETS-/SCHIJFINSTELLING,
kunnen fotos ook worden gemarkeerd voor uploaden met behulp van de
Fn1-knop.
Selecteer, om uploadmarkeringen van alle fotos in de huidige opdracht
te verwijderen, OPDRACHT BEELDOVERDRACHT> OPDRACHT
RESETTEN.
Als AAN is geselecteerd voor D VERBINDING INSTELLING> Bluetooth
INSTELLINGEN> AUTO OVERDRACHT BEELDEN, worden fotos auto-
matisch gemarkeerd voor uploaden terwijl ze worden gemaakt.
148
7
DRAADLS COMMUNICT
Verbind met smartphones die de meest recente versie van de
FUJIFILM Camera Remote-app draaien. De smartphone kan
vervolgens worden gebruikt om:
De camera te bedienen en op afstand fotos maken
Fotos te ontvangen die zijn geüpload vanaf de camera
Door de fotos op de camera te browsen en geselecteerde
fotos te downloaden
Locatiegegevens naar de camera uploaden
N
Voor downloads en andere informatie bezoekt u:
http://app.fujifilm-dsc.com/en/camera_remote/
149
7
Het afspeelmenu
FOTOBOEK HULP
Maak boeken van uw favoriete fotos.
Een fotoboek maken
1
Selecteer NIEUW BOEK voor C MENU VOOR HERBEKIJKEN>
FOTOBOEK HULP.
2
Scroll door de beelden en duw de scherpstellingstok (scherp-
stelhendel) omhoog om te selecteren of deselecteren. Druk op
MENU/OK om af te sluiten wanneer het boek is voltooid.
N
Fotos die kleiner zijn dan a en  lms kunnen niet voor fotoboeken
worden geselecteerd.
De als eerste geselecteerde foto wordt automatisch de omslagfoto.
Duw de scherpstellingstok omlaag om het huidige beeld voor de
cover te selecteren.
3
Markeer FOTOBOEK VOLTOOIEN en druk op MENU/OK (om alle
fotos voor het boek te selecteren, kiest u ALLES SELECTEREN).
Het nieuwe boek wordt aan de lijst in het fotoboekhulpmenu
toegevoegd.
N
Boeken kunnen tot 300 fotos bevatten.
Boeken die geen fotos bevatten, worden automatisch verwijderd.
Fotoboeken
Fotoboeken kunnen worden gekopieerd naar een computer met behulp van
MyFinePix Studio-software.
150
7
Fotoboeken bekijken
Markeer een album in het fotoalbumassisteermenu en druk op
MENU/OK om het album weer te geven en duw vervolgens de
scherpstellingstok (scherpstelhendel) naar links of rechts om
door de fotos te scrollen.
Fotoboeken bewerken of verwijderen
Geef het fotoboek weer en druk op MENU/OK. De volgende opties
worden weergegeven; selecteer de gewenste optie en volg de
aanwijzingen op het scherm.
BEWERKEN: Bewerk het boek zoals beschreven in “Een fotoboek
maken.
WISSEN: Wis het fotoboek.
151
7
Het afspeelmenu
OPDRACHT (DPOF)
Maak een digitale “printopdracht” voor DPOF-compatibele
printers.
1
Selecteer C MENU VOOR HERBEKIJKEN> OPDRACHT (DPOF).
2
Selecteer MET DATUM s om de datum van opname af te
drukken op de foto, selecteer ZONDER DATUM om fotos af te
drukken zonder datum of ALLES RESETTEN om alle fotos uit
de printopdracht te verwijderen alvorens verder te gaan.
3
Geef een foto weer die u wilt toevoegen aan of verwijderen uit
de printopdracht.
4
Duw de scherpstellingstok (scherp-
stelhendel) omhoog of omlaag om het
aantal kopieën te kiezen (tot 99).
N
Om een foto uit de opdracht te verwij-
deren, duwt u de scherpstellingstok
omlaag totdat het aantal kopieën 0 is.
Totaal aantal
afdrukken
Aantal kopieën
N
Herhaal stap 3–4 om de printopdracht te voltooien.
5
Het totale aantal afdrukken wordt in de monitor weergegeven.
Druk op MENU/OK om af te sluiten.
N
De fotos in de huidige printopdracht worden tijdens het afspelen aan-
geduid met een u-pictogram.
Printopdrachten kunnen maximaal 999 fotos bevatten.
Als een geheugenkaart is geplaatst met een printopdracht die door een
andere camera is gecreëerd, dient u de opdracht moeten verwijderen
alvorens te creëren zoals hierboven beschreven.
01
OPDRACHT
(
DPOF
)
PRINTS
GEREEDKIES FOTO
DPOF:
00001
152
7
AFDRUK. instax PRINTER
Om fotos af te drukken naar optionele Fuji lm instax SHARE prin-
ters, selecteert u eerst
D
VERBINDING INSTELLING> VERB.INST.
instax PRNTR; voer de naam en het wachtwoord van de instax
SHARE printer (SSID) in en volg dan de onderstaande stappen.
1
Schakel de printer in.
2
Selecteer C MENU VOOR
HERBEKIJKEN> AFDRUK.
instax
PRINTER. De camera zal verbinding
maken met de printer.
FUJIFILM-CAMERA-1234
VERBINDING MAKEN
AFDRUK. PRINTER
ANNULEREN
instax-12345678
3
Gebruik de scherpstellingstok (scherp-
stelhendel) om de foto weer te geven die
u wilt uitprinten en druk vervolgens op
MENU/OK
. De foto wordt naar de printer
gestuurd en het afdrukken start.
100-0020
OK AFBREKEN
instax-12345678
AFDRUK. PRINTER
N
Fotos die zijn gemaakt met andere cameras kunnen niet worden
afgedrukt.
Het afdrukgebied is kleiner dan het gebied zichtbaar in het LCD-
scherm.
De schermen kunnen variëren afhankelijk van de printer die is
aangesloten.
153
7
Het afspeelmenu
BEELDVERHOUDING
Kies hoe High De nition (HD)-apparaten fotos weergeven met
een beeldverhouding van 43 (deze optie is alleen beschikbaar
wanneer een HDMI-kabel is aangesloten).
16 : 9
4:3
Optie
Optie
16
16
9
9
4
4
3
3
Weergave
N
Selecteer 169 om het beeld weer te geven zodat dit het scherm vult
met een uitgesneden boven- en onderkant, 4
3 om het gehele beeld
weer te geven met een zwarte band aan elke zijde.
154
MEMO
155
De instellingenmenus
156
8
D
GEBRUIKERSINSTELLINGEN
Pas de basisinstellingen van de camera aan.
Voor toegang tot de basisinstellingen van
de camera drukt u op MENU/OK, selecteert
u het tabblad
D
(INSTALLATIE) en kiest u
GEBRUIKERSINSTELLINGEN.
GEBRUIKERSINSTELLINGEN
FORMATTEREN
DATUM/TIJD
MIJN MENU-INSTELINGEN
SENSORREINIGING
LEEFTIJD VAN BATTERIJ
RESET
TIJDVERSCHIL
VERLATEN
FORMATTEREN
Om een geheugenkaart te formatteren:
1
Selecteer D GEBRUIKERSINSTELLINGEN> FORMATTEREN in
het tabblad D (INSTALLATIE).
2
Markeer de sleuf die de kaart bevat die u wenst te formatteren
en druk op MENU/OK.
3
Er wordt een bevestigingsvenster
weergegeven. Om de geheugenkaart
te formatteren, markeert u OK en
drukt u op MENU/OK.
N
Om af te sluiten zonder de geheu-
genkaart te formatteren, selecteert u
ANNULEREN of drukt u op DISP/BACK.
KAARTFORMAAT IN SLEUF 1, OKÉ?
OK
ANNULEREN
ALLE DATA WORDT GEWIST!
FORMATTEREN
O
Alle gegevens —inclusief beveiligde fotos— worden van de geheugen-
kaart gewist. Vergeet niet belangrijke fotos eerst naar een computer of
ander opslagapparaat te kopiëren.
Open het batterijvak niet tijdens het formatteren.
N
Het formatteermenu kan worden weergegeven door op het midden van
de achterste commandoschijf te drukken terwijl u de b-knop ingedrukt
houdt.
157
8
GEBRUIKERSINSTELLINGEN
DATUM/TIJD
Om de cameraklok in te stellen:
1
Selecteer D GEBRUIKERSINSTELLINGEN> DATUM/TIJD in het
tabblad D (INSTALLATIE).
2
Duw de scherpstellingstok (scherpstelhendel) naar links of
rechts om het jaar, de maand, de dag, het uur of de minuut te
markeren en duw omhoog en omlaag om te veranderen. Om
de opdracht te veranderen waarin het jaar, de maand en dag
zijn weergegeven, markeer de datumweergave en duw de
scherpstellingstok omhoog of omlaag.
3
Druk op MENU/OK om de klok in te stellen.
TIJDVERSCHIL
Schakel de cameraklok direct om van de tijdzone van uw woon-
plaats naar de lokale tijd op uw bestemming tijdens het reizen.
Om het verschil tussen uw lokale tijdzone en tijdzone thuis te
speci ceren:
1
Markeer g LOKAAL en druk op MENU/OK.
2
Gebruik de scherpstellingstok (scherpstelhendel) om het tijds-
verschil tussen de lokale tijd en uw eigen tijdzone te kiezen.
Druk op MENU/OK wanneer de instellingen zijn voltooid.
Om de klok van de camera op lokale tijd in te stellen, markeert
u g LOKAAL en drukt u op MENU/OK. Om de klok op de tijdzone
van uw woonplaats in te stellen, selecteert u h THUIS.
Opties
Opties
g LOKAAL h THUIS
N
Als g LOKAAL is geselecteerd, wordt g drie seconden in het geel
weergegeven zodra de camera wordt ingeschakeld.
158
8
Qa
Kies een taal.
MIJN MENU-INSTELINGEN
Bewerk de items opgesomd in het tabblad E (MIJN MENU), een
gepersonaliseerd aangepast menu met veelgebruikte opties.
1
Markeer
D
GEBRUIKERSINSTELLINGEN>
MIJN MENU-INSTELINGEN in het tabblad
D
(INSTALLATIE) en druk op MENU/OK.
MIJN MENU-INSTELINGEN
ITEMS TOEVOEGEN
ITEMS RANGSCHIKKEN
ITEMS VERWIJDEREN
N
Selecteer ITEMS RANGSCHIKKEN om items opnieuw te ordenen.
Selecteer ITEMS VERWIJDEREN om items te verwijderen.
2
Druk de keuzeknop omhoog of om-
laag om ITEMS TOEVOEGEN te mar-
keren en druk op MENU/OK. Opties die
kunnen worden toegevoegd aan “mijn
menu” zijn gemarkeerd in blauw.
BEELDKWALITEIT
RAW OPNAME
FILMSIMULATIE
CHROOM KLEUREFFECT
DYNAMISCH BEREIK
WITBALANS
MIJN MENU-INSTELINGEN
BEELDGROOTTE
KORRELEFFECT
ANNULERENSELECTEREN
N
Huidige items in “mijn menu worden aangeduid met vinkjes.
3
Kies een positie voor het item en druk
op de MENU/OK. Het item wordt toege-
voegd aan “mijn menu.
LOCATIE VAN ITEM SELECTEREN
1
BEELDGROOTTE
2
BEELDKWALITEIT
OPSLAANVERPLAATSEN
4
Druk op MENU/OK om terug te keren naar het bewerkscherm.
5
Herhaal stappen 3 en 4 totdat alle gewenste items zijn toege-
voegd.
N
“Mijn menu” kan maximaal 16 items bevatten.
159
8
GEBRUIKERSINSTELLINGEN
SENSORREINIGING
Verwijder stof van de beeldsensor van de camera.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
OK Reinig de sensor onmiddellijk.
WANNEER
INGESCHAKELD
Het reinigen van de sensor wordt uitgevoerd als de camera
ingeschakeld wordt.
WANNEER
UITGESCHAKELD
Het reinigen van de sensor zal worden uitgevoerd als de camera
wordt uitgeschakeld (sensorreiniging wordt echter niet uitge-
voerd als de camera wordt uitgeschakeld in de afspeelmodus).
N
Stof dat niet kan worden verwijderd met behulp van sensorreiniging, kan
handmatig worden verwijderd (P 246).
LEEFTIJD VAN BATTERIJ
Controleer het oplaadniveau van de bat-
terij. Het oplaadniveau wordt uitgedrukt
als een getal tussen 0 en 4.
LEEFTIJD VAN BATTERIJ
RESET
Zet de opname-opties of de opties van het instellingenmenu
terug naar de standaardwaarden.
1
Markeer de gewenste optie en druk op MENU/OK.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
OPNAMEMENU
RESET
Zet alle opnamemenu-instellingen, behalve de aangepaste wit-
balans en aangepaste instellingen gecreëerd met gebruik van
BEW/BEW INST. OP M, terug naar de standaardwaarden.
SET-UP RESET
Zet alle instellingen in het instellingenmenu, behalve DATUM/
TIJD, TIJDVERSCHIL en VERBINDING INSTELLING, terug
naar de standaardwaarden.
2
Er wordt een bevestigingsvenster weergegeven. Markeer OK
en druk op MENU/OK.
160
8
D
GELUIDSINSTELLINGEN
Maak wijzigingen in de camerageluiden.
Om toegang te krijgen tot geluidsinstel-
lingen, drukt u op MENU/OK, selecteert u
het tabblad D (INSTALLATIE) en kiest u
GELUID SET-UP.
GELUIDSINSTELLINGEN
AF PIEPVOLUME
ZELFONTSPANNER PIEPVOLUME
BEDIENING VOL.
SLUITER VOLUME
SLUITER GELUID
AFSPEEL VOLUME
VERLATEN
AF PIEPVOLUME
Kies het volume van de pieptoon die klinkt wanneer de came-
ra scherpstelt. Het geluidssignaal kan worden gedempt door
e UIT te selecteren.
Opties
Opties
b (hoog) c (gemiddeld) d (laag) e UIT (dempen)
ZELFONTSPANNER PIEPVOLUME
Kies het volume van de pieptoon die klinkt terwijl de zelfont-
spanner is ingeschakeld. Het geluidssignaal kan worden ge-
dempt door e UIT te selecteren.
Opties
Opties
b (hoog) c (gemiddeld) d (laag) e UIT (dempen)
BEDIENING VOL.
Pas het volume aan van de geluiden die worden gemaakt
tijdens de bediening van de camera. Kies e UIT om de bedie-
ningsgeluiden uit te schakelen.
Opties
Opties
b (hoog) c (gemiddeld) d (laag) e UIT (dempen)
161
8
GELUIDSINSTELLINGEN
SLUITER VOLUME
Pas het volume van de geluiden gemaakt door de elektronische
sluiter aan. Kies e UIT om het sluitergeluid uit te schakelen.
Opties
Opties
b (hoog) c (gemiddeld) d (laag) e UIT (dempen)
SLUITER GELUID
Kies het geluid dat de elektronische sluiter maakt.
Opties
Opties
i GELUID 1 j GELUID 2 k GELUID 3
AFSPEEL VOLUME
Pas het volume voor het afspelen van een  lm aan.
Opties
Opties
109876543210
162
8
D
SCHERMINSTELLINGEN
Breng wijzigingen aan in de weergave-instellingen.
Om toegang te krijgen tot weergave-in-
stellingen, drukt u op MENU/OK, selecteert
u het tabblad D (INSTALLATIE) en kiest
u SCHERM SET-UP.
SCHERMINSTELLINGEN
EVF-HELDERHEID
EVF KLEUR
AANPASSING EVF KLEUR
LCD-HELDERHEID
LCD KLEUR
AANPASSING LCD KLEUR
WEERGAVE
AUTOROTATIE DISPLAYS
VERLATEN
EVF-HELDERHEID
Pas de helderheid van het scherm aan in de elektronische zoeker.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
AUTO Automatische helderheidsaanpassing.
HANDMATIG Pas de helderheid handmatig aan; kies uit opties tussen +5 en −7.
EVF KLEUR
Pas de kleurtoon van het scherm aan in de elektronische zoeker.
Opties
Opties
+5 +4 +3 +2 +1 0 −1 −2 −3 −4 −5
AANPASSING EVF KLEUR
Pas de kleur van het scherm aan in de elektronische zoeker.
1
Pas kleuren aan met behulp van de
scherpstellingstok (scherpstelhendel).
AANPASSING EVF KLEUR
OK ANNULEREN
2
Druk op MENU/OK.
163
8
SCHERMINSTELLINGEN
LCD-HELDERHEID
Pas de monitorhelderheid aan.
Opties
Opties
+5 +4 +3 +2 +1 0 −1 −2 −3 −4 −5
LCD KLEUR
Pas de monitorkleur aan.
Opties
Opties
+5 +4 +3 +2 +1 0 −1 −2 −3 −4 −5
AANPASSING LCD KLEUR
Pas de kleur van de weergave in de LCD-monitor aan.
1
Pas kleuren aan met behulp van de scherpstellingstok (scherp-
stelhendel).
2
Druk op MENU/OK.
164
8
WEERGAVE
Kies hoe lang fotos worden weergegeven nadat ze zijn gemaakt.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
CONTINU
Fotos worden getoond totdat de MENU/OK-knop wordt ingedrukt
of de ontspanknop half wordt ingedrukt. Druk op het midden van
de achterste commandoschijf om in te zoomen op het actieve
scherpstelpunt; druk opnieuw om het zoomen te annuleren.
1.5 SEC
Fotos worden gedurende de geselecteerde tijd weergegeven of
tot de ontspanknop halverwege wordt ingedrukt.
0.5 SEC
UIT Foto's worden na het fotograferen niet weergegeven.
N
Kleuren kunnen enigszins afwijken van de uiteindelijke foto.
“Ruis” in de vorm van spikkels kan zichtbaar zijn bij hoge gevoeligheden.
AUTOROTATIE DISPLAYS
Kies of de indicaties in de zoeker en de LCD-monitor draaien
overeenkomstig de camerastand.
Opties
Opties
AAN UIT
165
8
SCHERMINSTELLINGEN
PRVW BELICH/WITBALANS HANDM. MODUS
Kies of belichting- en/of witbalansvoorbeeld wordt ingescha-
keld in handmatige belichtingsstand.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
PRVW
BELICHTING/WB
Schakel belichting- en witbalansvoorbeeld in.
PRVW WB
Alleen witbalans als voorbeeld bekijken. Kies deze optie in situ-
aties waarin belichting en witbalans naar alle waarschijnlijkheid
zal veranderen tijdens het vastleggen, wat het geval kan zijn
wanneer u een fl itser gebruikt met een gloeicontrolelampje.
UIT
Schakel belichting- en witbalansvoorbeeld uit. Kies deze optie
bij gebruik van de fl itser of in andere situaties waarin de belich-
ting mogelijk kan veranderen wanneer de foto wordt gemaakt.
NATUURLIJKE LIVE-WEERGAVE
Kies of de e ecten van  lmsimulatie, witbalans en andere instel-
lingen zichtbaar zijn in de monitor.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
AAN
De eff ecten van camera-instellingen zijn niet zichtbaar in de
monitor, maar schaduwen in laag contrast, scènes met tegen-
licht en andere moeilijk zichtbare onderwerpen zichtbaarder
te maken. Kleuren en tinten kunnen afwijken van die in de
uiteindelijke foto. De weergave wordt echter aangepast om de
eff ecten van monochroom- en sepia-instellingen te tonen.
UIT
De eff ecten van fi lmsimulatie, witbalans en andere instellingen
kunnen vooraf in de monitor worden bekeken.
166
8
COMP.RICHTL.
Kies een kaderraster voor opnamemodus.
Optie
Optie
F
F
RAST 9
RAST 9
G
G
RASTER 24
RASTER 24
H
H
HD-KADEREN
HD-KADEREN
Weergave
P P
P
Voor compositie met de
derdenregel”.
Een raster van zes bij vier. Kader HD-foto’s in de
beelduitsnede aangege-
ven aan de boven- en on-
derkant van het scherm.
N
Inkaderingsbegeleiders worden niet getoond bij standaardinstellin-
gen maar kunnen worden weergegeven met behulp van D SCHERM
SET-UP> DISP. INST. OP MAAT (P 168).
HD-framing kan worden aangepast met behulp van FUJIFILM Tether
Shooting
Plug-in
PRO of Hyper-Utility Software HS-V5.
167
8
SCHERMINSTELLINGEN
AUTO ROT. WEERG.
Selecteer AAN om “staande (portret) fotos tijdens het afspelen
automatisch te draaien.
Opties
Opties
AAN UIT
EENHEDEN AF-SCHAAL
Kies de eenheden gebruikt voor de indicator van de scherpste-
lafstand.
Opties
Opties
METERS FEET
168
8
DISP. INST. OP MAAT
Kies de items die worden getoond in de standaardindicatie-
weergave.
1
Gebruik in de opnamemodus de DISP/BACK-knop om standaar-
dindicators weer te geven.
2
Druk op MENU/OK en selecteer D SCHERM SET-UP> DISP. INST.
OP MAAT in het tabblad D(INSTALLATIE).
3
Markeer items en druk op MENU/OK om te selecteren of te dese-
lecteren.
Item
Item
Standaard
Standaard
COMP.RICHTL.
R
ELEKTR. WATERPAS
R
FOCUSFRAME
R
AF-AFSTANDSINDICATOR
R
MF-AFSTANDSINDICATOR
R
HISTOGRAM
R
LIVEWEERG. HOOGTEPUNTALARM
R
OPNAMEMODUS
R
DIAFR/S-SNELHEID/ISO
R
INFORMATIE-ACHTERGROND
R
Belichtingscomp. (Getal)
R
Belichtingscomp. (Schaal)
R
FOCUSMODUS
R
LICHTMEETSYSTEEM
R
SLUITERTYPE
R
Item
Item
Standaard
Standaard
FLITSLICHT
R
DOORLOPENDE MODUS
R
DUAL BEELDSTABILISATIEMOD.
R
TOUCH SCREEN MODUS
R
WITBALANS
R
FILMSIMULATIE
R
DYNAMISCH BEREIK
R
REST. BEELDJES
R
BEELDFORM/-KWALITEIT
R
FILMMODUS & OPNAMETIJD
R
MODUS 35mm-FORMAAT
R
OPDRACHT BEELDOVERDRACHT
R
MICROFOONGELUID
R
ACCUNIVEAU
R
FRAMINGKADER
R
4
Druk op DISP/BACK om de wijzigingen op te slaan.
5
Druk op DISP/BACK zoals nodig om terug te keren naar de opna-
meweergave.
169
8
SCHERMINSTELLINGEN
GROTE INDICAT.-MODUS (EVF)
Selecteer AAN om grote indicators in de elektronische zoeker
weer te geven. De weergegeven indicators kunnen worden
geselecteerd met behulp van D SCHERMINSTELLINGEN >
DISPL-INST. GROTE INDICAT. INDICAT..
UIT AAN
O
Sommige pictogrammen worden niet weergegeven wanneer AAN is
geselecteerd voor GROTE INDICAT.-MODUS (EVF) (P 11).
N
Als GROTE INDICAT.-MODUS aan een functieknop wordt toegewezen,
kan de knop worden gebruikt om tussen GROTE INDICAT.-MODUS aan
(AAN) en uit (UIT) (P 174, 198) te schakelen.
170
8
GROTE INDICAT.-MODUS (LCD)
Selecteer AAN om grote indicators in de LCD-monitor weer te
geven. De weergegeven indicators kunnen worden geselec-
teerd met behulp van D SCHERMINSTELLINGEN > DISPL-INST.
GROTE INDICAT. INDICAT..
UIT AAN
O
Sommige pictogrammen worden niet weergegeven wanneer AAN is
geselecteerd voor GROTE INDICAT.-MODUS (LCD) (P 13).
N
Als GROTE INDICAT.-MODUS aan een functieknop wordt toegewezen,
kan de knop worden gebruikt om tussen GROTE INDICAT.-MODUS aan
(AAN) en uit (UIT) (P 174, 198) te schakelen.
171
8
SCHERMINSTELLINGEN
DISPL-INST. GROTE INDICAT.
Kies de indicators die worden weerge-
geven wanneer AAN is geselecteerd
voor D SCHERMINSTELLINGEN >
GROTE INDICAT.-MODUS (EVF) of
GROTE INDICAT.-MODUS (LCD).
Schl
BELDISPL
DISPLAY-INSTEL. GROTE INDICATOREN
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
A
BELDISPL
BELDISPL
Kies de items die onderaan de weergave staan. Geselec-
teerde items worden aangeduid met vinkjes (R); om te
deselecteren, markeer de vinkjes en druk op MENU/OK.
B
d
d
Schl
Schl
Selecteer AAN om de belichtingsaanduiding weer te
geven.
C
L1, L2, L3, L4
L1, L2, L3, L4
Kies maximaal vier grote pictogrammen voor weergave
aan de linkerkant van het scherm.
D
R1, R2, R3, R4
R1, R2, R3, R4
Kies maximaal vier grote pictogrammen voor weergave
aan de rechterkant van het scherm.
172
8
D
TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN
Ga naar opties voor camerabediening.
Om toegang te krijgen tot bedie-
ningsopties, drukt u op MENU/OK, selec-
teert u het tabblad D ( INSTALLATIE) en
kiest u TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN.
TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN
INSTELLINGEN FOCUSHENDEL
BEWERK/SLA OP SNELMENU
FUNCTIE-INS. (Fn)
COMMANDOSCHIJF INSTELLING
SLUITER AF
OPNAME ZONDER LENS
NEEM OP ZONDER KAART
SLUITER AE
VERLATEN
INSTELLINGEN FOCUSHENDEL
Kies de functies uitgevoerd door de scherpstellingstok (scherp-
stelhendel).
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
VERGRENDELING
(UIT)
De scherpstellingstok kan niet worden gebruikt tijdens het
fotograferen.
DRUK n OM TE
ONTGR.
Druk op de stok om het scherpstelpuntscherm te bekijken en
kantel de stok om een scherpstelpunt te selecteren.
AAN
Kantel de stok om het scherpstelpuntscherm te bekijken en
selecteer een scherpstelpunt.
173
8
TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN
BEWERK/SLA OP SNELMENU
Kies de items weergegeven in het snelmenu.
1
Selecteer D TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN> BEWERK/SLA OP
SNELMENU in het tabblad D
(INSTALLATIE).
2
Het huidige snelmenu wordt weergegeven; gebruik de scherp-
stellingstok (scherpstelhendel) om het item te markeren dat u
wilt veranderen en druk op MENU/OK.
3
Markeer een van de volgende opties en druk op MENU/OK om
deze toe te wijzen aan de geselecteerde positie.
BEELDGROOTTE
BEELDKWALITEIT
FILMSIMULATIE
*
KORRELEFFECT
*
CHROOM KLEUREFFECT
*
DYNAMISCH BEREIK
*
WITBALANS
*
HIGHLIGHT TINT
*
SCHADUWTINT
*
KLEUR
*
SCHERPTE
*
RUISONDERDRUKKING
*
KIES INST. OP MAAT
*
SCHERPSTELLING
INST. GEZICHTS-/OOGHERKEN.
HF ASSISTENTIE
TOUCH SCREEN MODUS
ZELFONTSPANNER
LICHTMEETSYSTEEM
SLUITERTYPE
FLIKKERVERMINDERING
ISO
*
FLASHFUNCTIE-INSTELLING
FLITSCOMPENSATIE
FILMMODUS
MIC-NIVEAU-INSTEL
EVF/LCD-HELDERHD
EVF/LCD KLEUR
GEEN
* Opgeslagen in aangepaste instellingenbank.
N
Selecteer GEEN om geen item toe te wijzen aan de geselecteerde
positie.
Wanneer KIES INST. OP MAAT is geselecteerd, worden de huidige
instellingen getoond in het snelmenu met het label BASE.
N
Er is ook toegang tot het snelmenu in de opnamemodus door de Q-knop
ingedrukt te houden.
174
8
FUNCTIE-INS. (Fn)
Kies de functies die worden vervuld door de functietoetsen.
1
Selecteer D
TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN> FUNCTIE-INS. (Fn) in
het tabblad D
(INSTALLATIE).
2
Markeer de gewenste toets en druk op MENU/OK.
3
Markeer een van de volgende opties en druk op MENU/OK om
deze toe te wijzen aan de geselecteerde toets.
BEELDGROOTTE
BEELDKWALITEIT
RAW
FILMSIMULATIE
KORRELEFFECT
CHROOM KLEUREFFECT
DYNAMISCH BEREIK
WITBALANS
KIES INST. OP MAAT
SCHERPSTELGEBIED
SCHERPSTELLOEP
SCHERPSTELLING
SNELLE AF
INST. GEZICHTS-/OOGHERKEN.
DRIVE-KNOP
ZELFONTSPANNER
AE-REEKS INSTELLING
INSTELLING FOCUS BKT
LICHTMEETSYSTEEM
SLUITERTYPE
FLIKKERVERMINDERING
ISO
MODUS 35mm-FORMAAT
DRAADLS COMMUNICT
FLASHFUNCTIE-INSTELLING
TTL-VERGRENDELING
MODELING FLASH
AANP. MIC.GELUID
VOORB DIEPTESCH
PRVW BELICH/WITBALANS HANDM.
MODUS
NATUURLIJKE LIVE-WEERGAVE
HISTOGRAM
ELEKTR. WATERPAS
GROTE INDICAT.-MODUS
FRONT COMM.SCH.-SCHAK.
ALLEEN AE-VERGRENDELING
ALLEEN AF-VERGRENDELING
AE/AF-VERGRENDELING
AF-AAN
VERGREND. INSTE.
AUTO BEELDOVERDRACHT
KOPPELINGSBEST. SELECTEREN
Bluetooth AAN/UIT
PLAYBACK
GEEN (bediening uitgeschakeld)
175
8
TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN
N
ALLEEN AE-VERGRENDELING, ALLEEN AF-VERGRENDELING,
AE/AF-VERGRENDELING en AF-AAN kan niet worden toegewezen
aan de aanraakfunctieknoppen (T-Fn1 via T-Fn4).
Toegang tot opties voor het toewijzen van functieknoppen kan ook
worden verkregen door het ingedrukt houden van de DISP/BACK-knop.
AF-AAN
Als AF-AAN is geselecteerd, kunt u de toets indrukken in plaats
van de ontspanknop halverwege ingedrukt te houden.
MODELING FLASH
Als MODELING FLASH is geselecteerd als een compatibele
itser met schoenbevestiging is bevestigd, kunt u op de knop
drukken om de  itser te testen en te controleren op schaduwen
en dergelijke (modeling  ash).
TTL-VERGRENDELING
Als TTL-VERGRENDELING is geselecteerd, kunt u op de
toets voor het vergrendelen van  itsoutput volgens de op-
tie geselecteerd voor F FLITSINSTELLINGEN> MODUS TTL
VERGRENDELEN drukken (P 125).
176
8
COMMANDOSCHIJF INSTELLING
Kies de functies die worden vervuld door de commandoschijven.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
COMMANDOSCHIJF 1
VOOR
Wijs sluitertijd (S.S. (PROGR. VERSCHUIVING)) of
diafragma (DIAFRAGMA (PROGRAM. VERSC))
1
toe aan
COMMANDOSCHIJF 1 VOOR.
COMMANDOSCHIJF 2
VOOR
Wijs sluitertijd (S.S. (PROGR. VERSCHUIVING)), diafragma
(DIAFRAGMA (PROGRAM. VERSC))
1
, belichtingscompen-
satie (BELICHTINGSCOMPENSATIE)
2
, gevoeligheid (ISO)
of geen functie (GEEN) toe COMMANDOSCHIJF 2 VOOR
of COMMANDOSCHIJF 3 VOOR.
COMMANDOSCHIJF 3
VOOR
COMMANDOSCHIJF
ACHTER
Wijs sluitertijd (S.S. (PROGR. VERSCHUIVING)), diafragma
(DIAFRAGMA (PROGRAM. VERSC))
1
, belichtingscompen-
satie (BELICHTINGSCOMPENSATIE)
2
, gevoeligheid (ISO)
of geen functie (GEEN) toe aan de achterste instelschijf.
1
Diafragmaring naar C gedraaid.
2 Instelschijf belichtingscorrectie naar C gedraaid.
N
COMMANDOSCHIJF INSTELLING is ook toegankelijk door de Fn2 -knop
ingedrukt te houden.
U kunt ook op de Fn2 -knop drukken om als volgt door de instellingen
COMMANDOSCHIJF1 VOOR, COMMANDOSCHIJF2 VOOR en
COMMANDOSCHIJF3 VOOR te bladeren.
De Fn2-knop kan aan andere functies worden toegewezen met be-
hulp van D TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN> FUNCTIE-INS. (Fn). De
hierboven beschreven functie kan ook worden toegewezen aan andere
functieknoppen (P 198).
177
8
TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN
SLUITER AF
Kies of de camera scherpstelt wanneer de ontspanknop half
wordt ingedrukt.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
AF-S
ON: De scherpstelling wordt vergrendeld wanneer de ontspanknop
half is ingedrukt.
OFF: De scherpstelling wordt niet uitgevoerd wanneer de ontspan-
knop half wordt ingedrukt.
AF-C
ON: De camera stelt scherp zolang de ontspanknop half is ingedrukt.
OFF: De scherpstelling wordt niet uitgevoerd wanneer de ontspan-
knop half wordt ingedrukt.
SLUITER AE
Belichting wordt vergrendeld terwijl de ontspanknop halverwe-
ge is ingedrukt als ON is geselecteerd.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
AF-S/MF
ON: De belichting wordt vergrendeld wanneer de ontspanknop half
wordt ingedrukt.
OFF: De belichting wordt niet vergrendeld wanneer de ontspanknop
half wordt ingedrukt.
AF-C
ON: De belichting wordt vergrendeld terwijl de ontspanknop half
wordt ingedrukt.
OFF: De belichting wordt niet vergrendeld wanneer de ontspanknop
half wordt ingedrukt.
N
Selecteer OFF zodat de camera de blootstelling voor elke opname in de
seriemodus kan aanpassen.
OPNAME ZONDER LENS
Kies AAN om de sluiterontgrendeling in te schakelen wanneer
er geen lens is bevestigd.
Opties
Opties
AAN UIT
178
8
NEEM OP ZONDER KAART
Kies of de sluiter kan worden ontspannen als er geen geheu-
genkaart in de camera is geplaatst.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
ON
Als er geen geheugenkaart is geplaatst, kan de sluiter worden
ontspannen om de camerafunctie te testen en de opname- en
setupmenu’s kunnen worden weergegeven.
OFF
De sluiter wordt uitgeschakeld als er geen geheugenkaart is geplaatst,
zodat per ongeluk verlies van fotos gemaakt zonder geheugenkaart
wordt voorkomen.
SCHERPSTELRING
Kies de richting waarin de scherpstelring moet worden gedraaid
om de scherpstelafstand te vergroten.
Opties
Opties
X NAAR RECHTS (met de klok mee) Y NAAR LINKS (tegen de klok in)
MODUS AE/AF-VERG.
Deze optie bepaalt het gedrag van de knop waaraan belichtings-
en/of scherpstelvergrendeling is toegewezen.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
AE/AF-VERG B INDR
Belichting en/of scherpstelling vergrendelen terwijl op de knop
wordt gedrukt.
AE/AF-VERG AAN/UIT
Belichting en/of scherpstelling vergrendelen terwijl de knop
wordt ingedrukt en zal deze vergrendeld blijven tot er opnieuw
wordt gedrukt.
179
8
TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN
TOUCH SCREEN INSTELLINGEN
Schakel de touchscreenbediening in of uit.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
TOUCHSCREEN AAN/UIT
AAN: Touch controls ingeschakeld; de LCD-monitor functio-
neert als een touchscreen.
UIT: Touch controls uitgeschakeld; de LCD-monitor kan niet
gebruikt worden als een touchscreen.
EVF TOUCHSCREENGEBD
INST.
Selecteer het gebied van de LCD-monitor dat wordt gebruikt
voor aanraakbedieningen terwijl de zoeker actief is.
Het gebied dat wordt gebruikt voor de aanraakbedieningen
kan worden geselecteerd uit:
6 (alle)
0 (rechterhelft)
2 (kwart rechtsboven)
4 (kwart rechtsonder)
1 (linkerhelft)
3 (kwart linksboven)
5 (kwart linksonder)
Kies UIT om aanraakbedieningen uit te schakelen terwijl de
zoeker actief is.
VERGREND.
Vergrendel geselecteerde bedieningen om onbedoelde wer-
king te voorkomen.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
VERGREND. INSTE.
Kies uit het volgende:
ONTG: Reset de vergrendelingsopties.
ALLE MODI: Vergrendel alle bedieningen in de lijst
MODUSSELECTIE.
GESELECTEERDE MODUS: Vergrendel alleen de bedie-
ningen geselecteerd in de lijst MODUSSELECTIE.
MODUSSELECTIE
Kies de bedieningen die zijn vergrendeld wanneer
GESELECTEERDE MODUS is gekozen voor VERGREND.
INSTE..
180
8
D
ENERGIEBEHEER
Pas de instellingen voor energiebeheer aan.
Voor toegang tot energiebeheerinstel-
lingen drukt u op MENU/OK, selecteert u
het tabblad D (INSTALLATIE) en kiest u
STROOMBEHEER.
ENERGIEBEHEER
UITSCHAKELEN
OPNAME STAND-BY MODUS
AUTOM. ENERGIEBESPARING
VERLATEN
UITSCHAKELEN
Hiermee selecteert u hoe lang het duurt totdat de camera au-
tomatisch wordt uitgeschakeld wanneer de camera niet wordt
bediend. Kortere tijden verhogen de levensduur van de batterij;
als UIT is geselecteerd, moet de camera handmatig uitgezet
worden.
Opties
Opties
5 MIN 2 MIN 1 MIN 30 SEC 15 SEC UIT
OPNAME STAND-BY MODUS
Kies de vertraging voordat de camera naar de opname -stand -
bymodus gaat.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
5 MIN
De camera onderbreekt alle functies en gaat naar de energie-
besparende (stand-by) -modus als er gedurende de geselec-
teerde periode geen bewerkingen worden uitgevoerd.
2 MIN
1 MIN
30 SEC
15 SEC
UIT Opname -stand-bymodus uitgeschakeld.
181
8
ENERGIEBEHEER
AUTOM. ENERGIEBESPARING
Als AAN is geselecteerd, zal de beeldsnelheid van de weerga-
ve lager worden om stroom te besparen wanneer de camera
gedurende een korte periode niet wordt bediend, maar de
normale beeldsnelheid kan worden hersteld door de camera te
bedienen.
Opties
Opties
AAN UIT
182
8
D
INSTELLINGEN OPSLAAN
Breng wijzigingen aan in de bestandsbeheerinstellingen.
Voor toegang tot bestandsbeheerinstel-
lingen drukt u op MENU/OK, selecteert u
het tabblad D (INSTALLATIE) en kiest u
OPSLAAN SET-UP.
INSTELLINGEN OPSLAAN
ORIG. FOTO OPSLAAN
NUMMERING
BEWERK BSTNDSNAAM
INSTEL. SLEUF (STIL BEELD)
MAP SELECTEREN
COPYRIGHT INFO
FILMDOELBESTAND
WISSELSLEUF (SEQUENTIEEL)
VERLATEN
NUMMERING
Nieuwe fotos worden opgeslagen in beeldbe-
standen waarvan de bestandsnamen beginnen
met een viercijferig bestandsnummer dat wordt
toegewezen door telkens een nummer aan het
laatst gebruikte bestandsnummer toe te voegen.
Tijdens het afspelen wordt het bestandsnummer
weergegeven zoals getoond. NUMMERING regelt
of de bestandsnummering wordt teruggezet op 0001 wanneer een
nieuwe geheugenkaart wordt geplaatst of de huidige geheugenkaart
is geformatteerd.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
CONTINU
De nummering gaat verder vanaf het laatst gebruikte bestands-
nummer of het eerst beschikbare bestandsnummer, afhankelijk
van welk nummer het hoogst is. Kies deze optie om het aantal
fotos met dubbele bestandsnamen te verminderen.
RESET
Na het formatteren of bij het plaatsen van een nieuwe geheu-
genkaart wordt de nummering teruggezet op 0001.
N
Wanneer het beeldnummer de waarde 999-9999 bereikt, wordt de ont-
spanknop uitgeschakeld. Formatteer de geheugenkaart na het overdra-
gen van fotos die u wenst te bewaren naar een computer.
Het selecteren van D GEBRUIKERSINSTELLINGEN> RESET stelt
NUMMERING in op CONTINU zonder de bestandsnummering te resetten.
Beeldnummers van fotos kunnen verschillen wanneer deze met andere
cameras zijn gemaakt.
Beeldnummer
Map-
nummer
Be-
stands-
nummer
183
8
INSTELLINGEN OPSLAAN
ORIG. FOTO OPSLAAN
Kies AAN om onverwerkte kopieën van fotos gemaakt met
behulp van VERWIJDER R. OGEN op te slaan.
Opties
Opties
AAN UIT
BEWERK BSTNDSNAAM
Wijzig het pre x van bestandsnamen. sRGB-beelden gebruiken
een vierletter-pre x (standaard “DSCF”), Adobe RGB-beelden
een drieletter-pre x (“DSF”) voorafgegaan door een underscore.
Optie
Optie
Standaardpre x
Standaardpre x
Voorbeeld bestandsnaam
Voorbeeld bestandsnaam
sRGB DSCF ABCD0001
AdobeRGB _DSF _ABC0001
N
Voorvoegsels van bestandsnamen kunnen worden bewerkt met
behulp van aanraaktoetsen.
INSTEL. SLEUF (STIL BEELD)
Kies de functie van de kaart in de tweede sleuf.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
SEQUENTIEEL
De kaart in de tweede sleuf wordt alleen gebruikt wanneer de kaart
in de eerste sleuf vol is.
BACK-UP Elke foto wordt tweemaal opgenomen, eenmaal op elke kaart.
RAW / JPEG
RAW-fotos worden op de kaart in de eerste sleuf opgeslagen en
JPEG-fotos op de kaart in de tweede sleuf.
WISSELSLEUF (SEQUENTIEEL)
Kies de kaart waarop eerst wordt opgenomen wanneer
SEQUENTIEEL is geselecteerd voor INSTEL. SLEUF (STIL BEELD).
Telkens wanneer deze optie wordt geselecteerd, schakelt de
camera tussen geheugenkaartsleuven1 en 2.
184
8
INSTELLINGEN OPSLAAN
FILMDOELBESTAND
Kies de sleuf die wordt gebruikt om  lms op te slaan.
Opties
Opties
SLEUF 1 SLEUF 2
MAP SELECTEREN
Maak mappen en kies de map waarin erop volgende fotos
worden opgeslagen.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
MAP SELECTEREN
Om de map te kiezen waarin erop volgende fotos worden
opgeslagen, druk de scherpstellingstok (scherpstelhendel)
omhoog of omlaag om een bestaande map te markeren
en druk op MENU/OK.
MAP AANMAKEN
Voer een mapnaam van vijf tekens in om een nieuwe
map aan te maken waarin erop volgende fotos worden
opgeslagen. De nieuwe map wordt aangemaakt met
de volgende foto die u maakt en daaropvolgende fotos
worden in deze map opgeslagen.
COPYRIGHT INFO
Er kan copyrightinformatie, in de vorm van Exif-tags, worden
toegevoegd aan nieuwe afbeeldingen zodra ze worden gemaakt.
Wijzigingen van de copyrightinformatie worden alleen terugge-
zien in de gemaakte fotos nadat de wijzigingen zijn gemaakt.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
COPYRIGHT INFO WEERG Geef de huidige copyrightinformatie weer.
AUTEURSINFO INVOEREN Voer de naam van de maker in.
COPYRIGHT INFO INVOEREN Voer de naam van de copyrighthouder in.
COPYRIGHT INFO
VERWIJDEREN
Verwijder de huidige copyrightinformatie. Deze wijziging
geldt alleen voor afbeeldingen die zijn gemaakt nadat
deze optie is gekozen; copyrightinformatie opgenomen
met bestaande afbeeldingen wordt niet beïnvloed.
N
Copyrightinformatie kan worden bewerkt met behulp van aanraak-
toetsen.
185
8
D
VERBINDINGSINSTELLINGEN
Pas instellingen aan voor verbinding met andere apparaten.
Om toegang te krijgen tot verbindingsin-
stellingen, drukt u op MENU/OK, selecteert
u het tabblad
D
(INSTALLATIE) en kiest u
VERBINDING INSTELLING.
VERBINDINGSINSTELLINGEN
Bluetooth INSTELLINGEN
NETWERKINSTELLING
ALGEMENE INSTELLINGN
PC-VERBINDINGSMODUS
INFORMATIE
RESET DRAADLOZE INSTELLING
VERB.INST. PRNTR
VERLATEN
N
Voor meer informatie over draadloze verbindingen bezoekt u:
http://fujifilm-dsc.com/wifi/
Bluetooth INSTELLINGEN
Pas Bluetooth instellingen aan.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
KOPPELREGISTRATIE
Om de camera aan een smartphone of tablet te koppelen, se-
lecteer deze optie en start vervolgens FUJIFILM Camera Remote
op het apparaat en tik op KOPPELREGISTRATIE.
KOPPELINGSBEST.
SELECTEREN
Kies met behulp van KOPPELREGISTRATIE een verbinding uit de lijst
met apparaten waarmee de camera gekoppeld is geweest. Selecteer
GEEN VERBINDING om af te sluiten zonder verbinding te maken.
KOPPELREG;
VERWIJDEREN
Verwijder koppelingsinformatie voor geselecteerde apparaten.
Kies het apparaat in de lijst met apparaten. Het geselecteerde
apparaat wordt ook uit de apparaten verwijderd die staan
vermeld in KOPPELINGSBEST. SELECTEREN.
Bluetooth AAN/UIT
AAN: De camera stelt automatisch een Bluetooth-verbinden
vast met gekoppelde apparaten wanneer deze ingeschakeld is.
UIT: De camera verbindt niet via Bluetooth.
AUTO OVERDRACHT
BEELDEN
AAN: Markeer fotos voor upload zoals ze zijn genomen.
Markeer JPEG-fotos voor uploaden zoals ze zijn genomen.
UIT:
Fotos worden niet gemarkeerd voor uploaden zoals ze
zijn genomen.
INSTELLNG
SYNCHRONISEREN
SMARTPHONE
Kies of u de camera wilt synchroniseren met de tijd en/of locatie
die wordt geleverd door een gekoppelde smartphone.
LOCATIE&TIJD: Synchroniseer de tijd en locatie.
LOCATIE: Synchroniseer de locatie.
TIJD: Synchroniseer de tijd.
UIT: Synchronisatie uit
186
8
N
Installeer de meest recente versie van de FUJIFILM Camera Remote-app
op uw smartphone of tablet alvorens het apparaat aan uw camera te
koppelen of beelden te uploaden.
Wanneer AAN is geselecteerd voor zowel Bluetooth AAN/UIT als AUTO
OVERDRACHT BEELDEN of beelden zijn momenteel geselecteerd voor
uploaden met behulp van de optie OPDRACHT BEELDOVERDRACHT in
het C-(weergave) menu, dan begint het uploaden naar gekoppelde ap-
paraten kort nadat u afspelen afsluit of de camera uitschakelt. OPDRACHT
BEELDOVERDRACHT kan ook worden gebruikt om fotos voor uploaden
te selecteren wanneer AUTO OVERDRACHT BEELDEN uit is.
NETWERKINSTELLING
Pas de instellingen aan voor verbinding met draadloze netwer-
ken.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
INST. DRAADLOOS
TOEG.PUNT
EENVOUDIGE SETUP: Maak verbinding met een toegangs-
punt met gebruik van eenvoudige instellingen.
HANDMATIGE SETUP: Pas de instellingen handmatig aan
voor verbinding met een draadloos netwerk. Kies het netwerk
uit een lijst (KIES UIT LIJST) of voer de naam handmatig in
(VOER SSID IN).
INST. DRAADLOOS
IP-ADRES
AUTOMATISCH: Het IP-adres wordt automatisch bepaald.
HANDMATISCH: Wijs een IP-adres handmatig toe. Kies
handmatig het IP-adres (IP-ADRES), het netwerkmasker
(NETMASKER) en het gatewayadres (GATEWAYADRES).
187
8
VERBINDINGSINSTELLINGEN
VERB.INST. instax PRNTR
Pas de instellingen aan voor aansluiting op optionele Fuji lm
instax SHARE printers.
De printernaam (SSID) en het wachtwoord
De printernaam (SSID) kan worden gevonden op
de onderkant van de printer; het standaardwacht-
woord is “1111”. Als u al een ander wachtwoord
heeft gekozen om af te drukken vanaf een smart-
phone, voer dat wachtwoord dan in.
PC-VERBINDINGSMODUS
Pas instellingen aan voor verbinding met een computer.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
USB-KAARTLEZER
De camera automatisch verbinden met een computer via USB
schakelt de gegevensoverdrachtmodus in, wat de mogelijkheid
biedt om gegevens naar de computer te kopiëren. De camera
functioneert normaal wanneer deze niet verbonden is.
AUTOMATISCHE
USB-TETHER-OPNAME
De camera automatisch verbinden met een computer via USB
schakelt tether-opnamemodus in. U kunt ook FUJIFILM X Acquire
gebruiken om camera-instellingen op te slaan en te laden, waar-
mee u de camera in een oogwenk opnieuw kunt confi gureren of
instellingen met andere cameras of hetzelfde type kunt delen. De
camera functioneert normaal wanneer deze niet verbonden is.
USB-TETHER-OPNAME
VASTGESTELD
De camera werkt in de tether-opnamemodus zelfs als hij niet is
aangesloten op een computer. Fotos worden in de standaardin-
stellingen niet opgeslagen op de geheugenkaart, maar fotos
genomen terwijl de camera niet is aangesloten worden naar een
computer overgedragen zodra de aansluiting wordt gemaakt.
DRAADLOZE
TETHER-OPNAME
VASTGESTELD
Kies deze optie voor draadloos op afstand fotograferen. Selecteer
een netwerk met behulp van D VERBINDING INSTELLING>
NETWERKINSTELLING.
188
8
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
USB RAW CONV/
B-UP HERS
Het aansluiten van de camera op een computer via USB activeert
automatisch de USB RAW-conversie/backup-herstelmodus. De
camera functioneert niet normaal wanneer niet verbonden.
USB RAW CONV (vereist FUJIFILM X RAW STUDIO): Gebruik de beeld-
verwerkende motor van de camera om RAW-bestanden snel te
converteren naar JPEG-beelden van hoge kwaliteit.
BACKUP HERSTELLEN (FUJIFILM X Acquire vereist): Camera-instelling
opslaan en laden. Confi gureer de camera opnieuw in een
ogenblik of deel instellingen met andere cameras van hetzelf-
de type.
O
Instellingen D STROOMBEHEER> UITSCHAKELEN zijn ook van toe-
passing tijdens tether-opname. Selecteer UIT om te voorkomen dat de
camera automatisch uitschakelt.
N
Tethered shooting is beschikbaar voor software zoals Hyper-Utility
Software HS-V5 (apart verkrijgbaar) of FUJIFILM X Acquire (gratis te
downloaden van de Fuji lm-website) of wanneer de FUJIFILM Tether
Shooting Plug-in PRO of de Tether Shooting Plug-in (apart verkrijgbaar)
wordt gebruikt met Adobe® Photoshop® Lightroom® Classic CC.
189
8
VERBINDINGSINSTELLINGEN
ALGEMENE INSTELLINGN
Pas de instellingen aan voor verbinding met draadloze netwer-
ken.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
NAAM
Kies een naam (NAAM) om de camera te identifi ceren op een
draadloos netwerk (de camera heeft standaard een unieke naam
toegewezen gekregen).
VERKLEIN(SP) H
Kies of het formaat van afbeeldingen wordt aangepast voor
uploaden naar smartphones. Een nieuw formaat geven is alleen
van toepassing op de kopie geüpload naar de smartphone; het
origineel wordt niet beïnvloed.
AAN: Het formaat van grotere afbeeldingen wordt aangepast
naar H voor uploaden. Deze instelling wordt aanbevolen.
UIT: Afbeeldingen worden op origineel formaat geüpload.
GEOTAGGING
Kies of locatiegegevens gedownload via een smartphone wor-
den ingesloten in de fotos als ze worden gemaakt.
LOCATIE-INFO
Geeft de laatst gedownloade locatiegegevens van een smartp-
hone weer.
r TOETS-/
SCHIJFINSTELLING
Kies de functie die wordt vervuld door de functieknoppen die
zijn toegewezen aan de DRAADLOZE COMMUNICT-functie.
s PAIRING/OVERDR.OPD.: De knoppen kunnen worden
gebruikt voor koppelen en selecteren van beelden voor
overdracht.
r DRAADLOZE COMMUNICT: De knoppen kunnen
worden gebruikt voor draadloze verbindingen.
INFORMATIE
Bekijk de MAC- en Bluetoothadressen van de camera.
RESET DRAADLOZE INSTELLING
Herstel draadloze instellingen naar hun standaard waarden.
190
MEMO
191
Sneltoetsen
192
9
Sneltoetsopties
Pas camerabesturing aan volgens uw stijl of situatie.
Veelgebruikte opties kunnen worden toegevoegd aan het
Q-menu of aan een aangepast “mijn menu of toegewezen wor-
den aan een Fn-knop (functie) voor rechtstreekse toegang:
Sneltoetsoptie
Sneltoetsoptie
Beschrijving
Beschrijving
P
P
Het Q-menu
Het Q-menu wordt weergegeven door op de Q-knop
te drukken. Gebruik het Q-menu om de geselecteerde
opties te bekijken of te wijzigen voor veelgebruikte
menu-items.
193
“Mijn menu”
Voeg veelgebruikte opties toe aan dit aangepaste
menu, dat kan worden bekeken door te drukken
op MENU/OK en het tabblad E (“MIJN MENU”) te
selecteren.
200
De functieknoppen
Gebruik de functieknoppen voor directe toegang tot
geselecteerde functies.
196
193
9
De Q-knop (Snelmenu)
Druk op Q voor een snelle toegang tot geselecteerde opties.
De snelmenuweergave
Bij de standaardinstellingen bevat het snelmenu de volgende items:
BASE
400
KIES INST. OP MAAT
EINDINSTELLEN
A
KIES INST. OP MAAT
B
ISO
C
DYNAMISCH BEREIK
D
WITBALANS
E
RUISONDERDRUKKING
F
BEELDGROOTTE
G
BEELDKWALITEIT
H
FILMSIMULATIE
I
HIGHLIGHT TINT
J
SCHADUWTINT
K
KLEUR
L
SCHERPTE
M
ZELFONTSPANNER
N
SCHERPSTELLING
O
FLASHFUNCTIE-INSTELLING
P
EVF/LCD-HELDERHD
Het snelmenu toont de opties die momenteel zijn geselecteerd
voor items
B
P
, die kunnen worden veranderd zoals be-
schreven op pagina 195.
KIES INST. OP MAAT
Het item H INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT> KIES INST. OP MAAT
(item
A
) toont de huidige aangepaste instellingenbank:
q: Geen aangepaste instellingenbank geselecteerd.
tu: Selecteer een bank om de instellingen opgeslagen met de optie
H INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT> BEW/BEW INST. OP M te bekijken.
rs: De huidige aangepaste instellingenbank.
194
9
Instellingen bekijken en wijzigen
1
Druk op Q om het snelmenu weer te
geven tijdens het fotograferen.
2
Gebruik de scherpstellingstok (scherp-
stelhendel) om items te markeren en
draai de achterste commandoschijf
om te veranderen.
Wijzigingen worden niet opgeslagen
op de huidige instellingenbank.
Instellingen die verschillen van
die in de huidige instellingenbank
(tu) worden getoond in het
rood.
BASE
400
EINDINSTELLEN
KIES INST. OP MAAT
3
Druk op Q om af te sluiten wanneer de instellingen zijn vol-
tooid.
N
Het snelmenu kan ook worden bewerkt met behulp van de aanraakknop-
pen.
195
9
De Q-knop (Snelmenu)
Het snelmenu bewerken
Om de items weergegeven in het snelmenu te kiezen:
1
Houd de Q-knop ingedrukt tijdens het
fotograferen.
2
Het huidige snelmenu wordt weerge-
geven; gebruik de scherpstellingstok
(scherpstelhendel) om het item te
markeren dat u wilt veranderen en
druk op MENU/OK.
3
Markeer een van de volgende opties en druk op MENU/OK om
deze toe te wijzen aan de geselecteerde positie.
BEELDGROOTTE
BEELDKWALITEIT
FILMSIMULATIE
*
KORRELEFFECT
*
CHROOM KLEUREFFECT
*
DYNAMISCH BEREIK
*
WITBALANS
*
HIGHLIGHT TINT
*
SCHADUWTINT
*
KLEUR
*
SCHERPTE
*
RUISONDERDRUKKING
*
KIES INST. OP MAAT
*
SCHERPSTELLING
INST. GEZICHTS-/OOGHERKEN.
HF ASSISTENTIE
TOUCH SCREEN MODUS
ZELFONTSPANNER
LICHTMEETSYSTEEM
SLUITERTYPE
FLIKKERVERMINDERING
ISO
*
FLASHFUNCTIE-INSTELLING
FLITSCOMPENSATIE
FILMMODUS
MIC-NIVEAU-INSTEL
EVF/LCD-HELDERHD
EVF/LCD KLEUR
GEEN
* Opgeslagen in aangepaste instellingenbank.
N
Selecteer GEEN om geen item toe te wijzen aan de geselecteerde
positie.
Wanneer KIES INST. OP MAAT is geselecteerd, worden de huidige
instellingen getoond in het snelmenu met het label BASE.
N
Het snelmenu kan ook worden bewerkt met behulp van D
TOETS-/
SCHIJFINSTELLINGEN> BEWERK/SLA OP SNELMENU.
196
9
De Fn-knopppen (Functie)
Wijs een functie toe aan de functieknoppen voor snelle
toegang tot de geselecteerde functie.
N
De functies toegewezen aan T-Fn1 tot T-Fn4 kunnen worden bereikt door
over de monitor te vegen.
De standaardtoewijzingen zijn:
Fn1-knop
Fn1-knop
Gevoeligheid
Fn3-knop
Fn3-knop
Belichtingsvergrendeling
Fn5-knop
Fn5-knop
AF modus
Fn2-knop
Fn2-knop
Front comm.sch.-schak.
Fn4-knop
Fn4-knop
Scherpstellingsvergrendeling
197
9
De Fn-knopppen (Functie)
T-Fn1 (veeg omhoog)
T-Fn1 (veeg omhoog)
Histogram
T-Fn2 (veeg naar links)
T-Fn2 (veeg naar links)
Filmsimulatie
T-Fn3 (veeg naar rechts)
T-Fn3 (veeg naar rechts)
Witbalans
Drive-knop
Drive-knop
Drive-knop
T-Fn4 (veeg omlaag)
T-Fn4 (veeg omlaag)
Elektr. waterpas
Midden van de achterste commandoschijf
Midden van de achterste commandoschijf
Scherpstelloep
198
9
Rollen toewijzen aan de functietoetsen
Om rollen toe te wijzen aan de knoppen:
1
Houd de DISP/BACK-knop ingedrukt tot-
dat een bedieningselectiemenu wordt
weergegeven.
2
Markeer een bediening en druk op
MENU/OK.
3
Markeer de gewenste functie en druk op MENU/OK om het aan
de geselecteerde bediening toe te wijzen. Kies uit:
BEELDGROOTTE
BEELDKWALITEIT
RAW
FILMSIMULATIE
KORRELEFFECT
CHROOM KLEUREFFECT
DYNAMISCH BEREIK
WITBALANS
KIES INST. OP MAAT
SCHERPSTELGEBIED
SCHERPSTELLOEP
SCHERPSTELLING
SNELLE AF
INST. GEZICHTS-/OOGHERKEN.
DRIVE-KNOP
ZELFONTSPANNER
AE-REEKS INSTELLING
INSTELLING FOCUS BKT
LICHTMEETSYSTEEM
SLUITERTYPE
FLIKKERVERMINDERING
ISO
MODUS 35mm-FORMAAT
DRAADLS COMMUNICT
FLASHFUNCTIE-INSTELLING
TTL-VERGRENDELING
MODELING FLASH
AANP. MIC.GELUID
VOORB DIEPTESCH
PRVW BELICH/WITBALANS HANDM.
MODUS
NATUURLIJKE LIVE-WEERGAVE
HISTOGRAM
ELEKTR. WATERPAS
GROTE INDICAT.-MODUS
FRONT COMM.SCH.-SCHAK.
ALLEEN AE-VERGRENDELING
ALLEEN AF-VERGRENDELING
AE/AF-VERGRENDELING
AF-AAN
VERGREND. INSTE.
AUTO BEELDOVERDRACHT
KOPPELINGSBEST. SELECTEREN
Bluetooth AAN/UIT
PLAYBACK
GEEN (bediening uitgeschakeld)
199
9
De Fn-knopppen (Functie)
N
ALLEEN AE-VERGRENDELING, ALLEEN AF-VERGRENDELING,
AE/AF-VERGRENDELING en AF-AAN kan niet worden toegewezen aan
de aanraakfunctieknoppen (T-Fn1 via T-Fn4).
Knoptoewijzingen kunnen ook worden geselecteerd met behulp van
D
TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN> FUNCTIE-INS. (Fn).
AF-AAN
Als AF-AAN is geselecteerd, kunt u de toets indrukken in plaats
van de ontspanknop halverwege ingedrukt te houden.
MODELING FLASH
Als MODELING FLASH is geselecteerd als een compatibele
itser met schoenbevestiging is bevestigd, kunt u op de knop
drukken om de  itser te testen en te controleren op schaduwen
en dergelijke (modeling  ash).
TTL-VERGRENDELING
Als TTL-VERGRENDELING is geselecteerd, kunt u op de
toets voor het vergrendelen van  itsoutput volgens de op-
tie geselecteerd voor F FLITSINSTELLINGEN> MODUS TTL
VERGRENDELEN drukken (P 125).
200
9
E
MIJN MENU
Verkrijg toegang tot een persoonlijk menu van veelge-
bruikte opties.
Om “mijn menu weer te geven, drukt
u op MENU/OK in de opnameweergave
en selecteert u het tabblad E (MIJN
MENU).
ZELFONTSPANNER
INTERVAL-TIMEROPNAME
FILMSIMULATIE
KORRELEFFECT
SLUITERTYPE
IS MODE
INST. GEZICHTS-/OOGHERKEN.
ISO
MIJN MENU
VERLATEN
N
Het tabblad E is alleen beschikbaar als opties zijn toegewezen aan MIJN
MENU.
MIJN MENU-INSTELINGEN
Om de items opgesomd op het tabblad E (MIJN MENU) te
kiezen:
1
Markeer
D
GEBRUIKERSINSTELLINGEN>
MIJN MENU-INSTELINGEN in het tabblad
D
(INSTALLATIE) en druk op MENU/OK.
MIJN MENU-INSTELINGEN
ITEMS TOEVOEGEN
ITEMS RANGSCHIKKEN
ITEMS VERWIJDEREN
N
Selecteer ITEMS RANGSCHIKKEN om items opnieuw te ordenen.
Selecteer ITEMS VERWIJDEREN om items te verwijderen.
2
Druk de keuzeknop omhoog of om-
laag om ITEMS TOEVOEGEN te mar-
keren en druk op MENU/OK. Opties die
kunnen worden toegevoegd aan “mijn
menu” zijn gemarkeerd in blauw.
BEELDKWALITEIT
RAW OPNAME
FILMSIMULATIE
CHROOM KLEUREFFECT
DYNAMISCH BEREIK
WITBALANS
MIJN MENU-INSTELINGEN
BEELDGROOTTE
KORRELEFFECT
ANNULERENSELECTEREN
N
Huidige items in “mijn menu worden aangeduid met vinkjes.
201
9
MIJN MENU
3
Kies een positie voor het item en druk
op de MENU/OK. Het item wordt toege-
voegd aan “mijn menu.
LOCATIE VAN ITEM SELECTEREN
1
BEELDGROOTTE
2
BEELDKWALITEIT
OPSLAANVERPLAATSEN
4
Druk op MENU/OK om terug te keren naar het bewerkscherm.
5
Herhaal stappen 3 en 4 totdat alle gewenste items zijn toege-
voegd.
N
“Mijn menu” kan maximaal 16 items bevatten.
202
MEMO
203
Randapparatuur en
optionele accessoires
204
10
Lenzen
De camera kan gebruikt worden met lenzen voor het
FUJIFILM G-bevestigingspunt.
Lensonderdelen
A
Zonnekap
B
Bevestigingsmarkeringen
C
Scherpstelring
D
Ontgrendeling diafragmaring
E
Bevestigingsmarkeringen (brandpuntaf-
stand)
F
Diafragmaring
G
Signaalcontacten lens
H
Voorste lensdop
I
Achterste lensdop
N
Een GF63mmF2.8 R WR lens wordt hier gebruikt ter illustratie.
205
10
Lenzen
Lensverzorging
Gebruik een blaaskwast om stof te verwijderen en neem
vervolgens met een zachte, droge doek af. Resterende vlekken
kunnen worden verwijderd met een Fuji lm lensreinigings-
doekje waarop een kleine hoeveelheid lensreinigingsvloeistof
is aangebracht.
Plaats de voorste en achterste doppen terug op de camera
wanneer de lens niet in gebruik is.
Lensdoppen verwijderen
Verwijder lensdoppen zoals afgebeeld.
N
Lensdoppen kunnen verschillen van de afgebeelde doppen.
Zonnekappen bevestigen
Wanneer bevestigd, verminderen zonnekappen schittering en
beschermen ze het voorste lenselement.
206
10
Lenzen
De diafragmaring
Draai aan de diafragmaring van de lens om het diafragma
(f-nummer) te kiezen.
Ontgrendeling
diafragmaring
Diafragmaring
Instelling
Instelling
Beschrijving
Beschrijving
C (
C (
)
)
Stel het diafragma in op de waarde die is gekozen met de
cameracommandoschijf.
A (
A (
)
)
Stel het diafragma in op de waarde die automatisch is geko-
zen door de camera.
Andere waarden (
Andere waarden (
)
)
Stel het diafragma in op de geselecteerde waarde.
N
Om C of A te selecteren, of om een andere waarde na het selecteren van
C of A te selecteren, drukt u op de ontgrendeling van de diafragmaring
terwijl u aan de diafragmaring draait.
207
10
Externe  itsers
Flitsers kunnen worden bevestigd op de  itsschoen of
verbonden via de sync-terminal.
Gebruik optionele externe  itsers voor  itserfotogra e. Sommi-
ge eenheden ondersteunen hoge-snelheid sync (FP) en kunnen
worden gebruikt bij sluitertijden sneller dan de  itssync-snel-
heid, terwijl andere kunnen functioneren als hoofd itsers die de
itsers op afstand via optische draadloze  itsbediening bedie-
nen.
O
U bent mogelijk niet in staat de  itser te testen in sommige gevallen, bij-
voorbeeld als een instellingenmenu wordt weergegeven op de camera.
Rode-ogenverwijdering
Rode-ogencorrectie is beschikbaar wanneer een optie anders dan UIT is
geselecteerd voor F FLITSINSTELLINGEN> VERWIJDER R. OGEN en een
“GEZICHT AAN”-optie geselecteerd is voor G AF/MF INSTELLINGEN> INST.
GEZICHTS-/OOGHERKEN.. Het verwijderen van rode ogen reduceert “rode
ogen veroorzaakt wanneer licht van de  itser wordt weerkaatst in de pupillen
van het onderwerp.
208
10
Flitsinstellingen
Om instellingen voor een  itser gemonteerd op de  itsschoen
of verbonden via de sync-terminal aan te passen:
1
Sluit de eenheid aan op de camera.
2
Selecteer FLASHFUNCTIE-INSTELLING
in de opnamemodus in het menutab-
blad F (FLITSINSTELLINGEN). De
beschikbare opties variëren per  itser.
FLITSINSTELLINGEN
VERWIJDER R. OGEN
MODUS TTL VERGRENDELEN
FLASHFUNCTIE-INSTELLING
LED-LICHTINSTELLING
MASTER-INSTELLING
CH-INSTELLING
VERLATEN
Menu
Menu
Beschrijving
Beschrijving
P
P
SYNC-TERMINAL
Wordt weergegeven als er geen compatibele fl itser
is aangesloten of als een eenheid is verbonden via
de sync-terminal of alleen het X-contact van de
itsschoen gebruikt.
209
EXTERNE FLASH
Wordt weergegeven wanneer een optionele fl itser is
gemonteerd op de fl itsschoen en is ingeschakeld.
210
MASTER(OPTISCH)
Weergegeven als een optionele fl itser die functio-
neert als hoofdfl itser voor Fujifi lm optische draadloze
itsbediening op afstand is verbonden en ingescha-
keld.
213
N
SYNC-TERMINAL zal ook worden weergegeven als
een incompati-
bele  itser of als er geen  itser is aangesloten
.
3
Markeer items met de scherpstel-
lingstok (scherpstelhendel) en draai
de achterste commandoschijf om de
gemarkeerde instelling te veranderen.
AANPASSEN
EINDE
M
ODUS
EXTERNE FLASH
4
Druk op DISP/BACK om de veranderingen in werking te stellen.
209
10
Externe  itsers
SYNC-TERMINAL
De volgende opties zijn beschikbaar als er geen compatibele
itser is aangesloten of als er een eenheid is aangesloten via de
sync-terminal of alleen het X-contact op de  itsschoen gebruikt.
AANPASSEN
EINDE
M
ODUS
SYNC-TERMINAL
Instelling
Instelling
Beschrijving
Beschrijving
A
Flitsbedieningsmodus
Kies uit de volgende opties:
M: Een triggersignaal wordt overgebracht via de fl itsschoen
X contacten wanneer een foto genomen wordt. Kies een
sluitertijd langzamer dan de sync-snelheid; zelfs langzamere
snelheden kunnen nodig zijn als de eenheid lange fl itsen
gebruikt of een langzame reactietijd heeft.
D (UIT): Het triggersignaal wordt uitgeschakeld.
B
Synchroniseren
Kies of de fl itser wordt getimed om direct nadat de sluiter
opent te fl itsen (H/1E GORDIJN) of direct voordat deze sluit
(I/2E GORDIJN). 1EGORDIJN wordt aanbevolen in de meeste
omstandigheden.
De sync-terminal
Gebruik de sync-terminal om de  itsers aan te
sluiten die een sync-kabel vereisen.
210
10
EXTERNE FLASH
De volgende opties zijn beschikbaar als een optionele  itser
met schoenbevestiging is bevestigd en is ingeschakeld.
AANPASSEN
EINDE
M
ODUS
EXTERNE FLASH
Instelling
Instelling
Beschrijving
Beschrijving
A
Flitsbedienings-
modus
De fl itsbedieningsmodus geselecteerd met de fl itser. Dit kan
in sommige gevallen worden aangepast vanaf de camera: de
beschikbare opties variëren per fl itser.
TTL: TTL-modus. Pas fl itscompensatie (
B
) aan.
M: De fl itser fl itst bij de geselecteerde uitvoer, ongeacht de
helderheid van het onderwerp of de camera-instellingen. De
output kan in sommige gevallen worden aangepast vanaf de
camera (
B
).
MULTI: Flits herhalen. Compatibele fl itsers met schoenbevesti-
ging zullen meerdere malen fl itsen bij elke opname.
D (UIT): De fl itser fl itst niet. Sommige fl itsers kunnen uitge-
schakeld worden vanaf de camera.
211
10
Externe  itsers
Instelling
Instelling
Beschrijving
Beschrijving
B
Flitscompensa-
tie/-uitvoer
De beschikbare opties verschillen volgens de fl itsbedieningsmodus.
TTL: Pas fl itscompensatie aan (de volledige waarde wordt moge-
lijk niet toegepast als de grenzen van het fl itsbedieningssysteem
zijn overschreden). In het geval van EF-X20, EF-20 en EF-42
wordt de geselecteerde waarde toegevoegd aan de waarde
geselecteerd met de fl itser.
M/MULTI: Pas fl itsuitvoer aan (alleen compatibele eenheden). Kies
uit waarden uitgedrukt als fracties van volledig vermogen, van ⁄
(modus M) of ¼ (MULTI) tot ⁄ in stappen gelijk aan ⁄EV. De ge-
wenste resultaten kunnen niet worden bereikt bij lage waarden
als zij buiten de grenzen van het fl itsbedieningssysteem vallen;
maak een testopname en controleer de resultaten.
C
Flitsmodus (TTL)
Kies een fl itsmodus voor TTL-fl itsbediening. De beschikbare opties
zijn afhankelijk van welke opnamestand (P, S, A of M) is geselec-
teerd.
E (FLASH AUTO): De fl itser fl itst alleen indien nodig; het
itsniveau wordt aangepast volgens de helderheid van het
onderwerp. Er wordt een p-pictogram weergegeven als de
ontspanknop halverwege wordt ingedrukt toont aan dat de
itser zal fl itsen als de foto wordt genomen.
F (STANDAARD): De fl itser fl itst bij elke foto indien mogelijk; het
itsniveau wordt aangepast volgens de helderheid van het on-
derwerp. De fl itser fl itst niet als deze niet volledig is opgeladen
als de ontspanknop wordt losgelaten.
G (TRAGE SYNC.): Combineer de fl itser met een lange sluitertijd
bij het fotograferen van portretonderwerpen tegen een achter-
grond met nachtdecor. De fl itser fl itst niet als deze niet volledig
is opgeladen als de ontspanknop wordt losgelaten.
D
Sync
Regel fl itstiming.
H (1E GORDIJN): De fl itser fl itst direct nadat de sluiter opent
(normaliter de beste keuze).
I (2E GORDIJN): De fl itser fl itst onmiddellijk voordat de sluiter
sluit.
R (AUTO FP(HSS)): Synchronisatie met hoge snelheid (alleen com-
patibele eenheden). De camera schakelt automatisch synchro-
nisatie met hoge snelheid van het voorgordijn in bij sluitertijden
lager dan de fl itssynchronisatiesnelheid. Gelijk aan 1E GORDIJN
wanneer MULTI is geselecteerd voor fl itsbedieningsmodus.
212
10
Instelling
Instelling
Beschrijving
Beschrijving
E
Zoom
De hoek van de verlichting (fl itsdekking) voor eenheden die
itszoom ondersteunen. Voor sommige eenheden kunnen de
aanpassingen vanaf de camera gemaakt worden. Als AUTO is
geselecteerd, wordt zoom automatisch aangepast om de dekking
aan te passen aan de brandpuntsafstand van de lens.
F
Verlichting
Als de eenheid deze functie ondersteunt, kiest u uit:
J (FLASH VOEDINGSPRIOR.): Win bereik door de dekking enigs-
zins te verminderen.
K (STANDAARD): Stel dekking af op beeldhoek.
L (PRIOR. GELIJK BEREIK): Verhoog dekking enigszins voor
gelijkmatigere verlichting.
G
LED-verlichting
Kies hoe het ingebouwde LED-licht functioneert tijdens stille
fotografi e (alleen compatibele eenheden): als een catchlight
(M/CATCHLIGHT), als AF-hulpverlichting (N/AF ASSIST) of als
zowel een catchlight als AF-hulpverlichting
(O/AF ASSIST+CATCHLIGHT). Kies OFF om de LED uit te schakelen
tijdens het fotograferen.
G
Aantal  itsen
*
Kies het aantal keren dat de fl itser fl itst elke keer als de ontspan-
knop wordt losgelaten in MULTI-modus.
H
Frequentie
*
Kies de frequentie waarmee de fl itser fl itst in MULTI-modus.
* Volledige waarde wordt mogelijk niet toegepast als de grenzen van het fl itsbedie-
ningssysteem zijn overschreden.
213
10
Externe  itsers
MASTER(OPTISCH)
De opties worden weergegeven als de eenheid momenteel
functioneert als hoofd itser voor Fuji lm optische draadloze
itsbediening op afstand.
AANPASSEN
EINDE
M
ODUS
MASTER(OPTISCH)
De hoofdeenheden en eenheden op
afstand kunnen worden geplaatst in
maximaal drie groepen (A, B en C) en
itsmodus en  itsniveau kunnen voor
elke groep afzonderlijk worden aange-
past. Er zijn vier kanalen beschikbaar
voor communicatie tussen de eenheden;
afzonderlijke kanalen kunnen worden
gebruikt voor verschillende  itssyste-
men of om interferentie te voorkomen
als meerdere systemen dicht bij elkaar
werken.
BB
A
C
214
10
Instelling
Instelling
Beschrijving
Beschrijving
A
Flitsbedieningsmodus
(groep A)
Kies fl itsbedieningsmodi voor groepen A, B en C. TTL% is
alleen beschikbaar voor groepen A en B.
TTL: De eenheden in de groep fl itsen in TTL-modus.
Flitscompensatie kan afzonderlijk worden aangepast voor
elke groep.
TTL%: Als TTL% is geselecteerd voor groep A of B, kunt u
de output van de geselecteerde groep als een percentage
van de andere specifi ceren en de algemene fl itscompen-
satie voor beide groepen aanpassen.
M: In modus M itsen de eenheden in de groep bij de ge-
selecteerde output (uitgedrukt als een fractie van volledig
vermogen) ongeacht de helderheid van het onderwerp of
camera-instellingen.
MULTI: Het kiezen van MULTI voor een groep stelt alle een-
heden in alle groepen in op herhalende fl itsmodus. Alle
eenheden zullen meerdere malen fl itsen bij elke opname.
D (UIT): Als OFF geselecteerd is, zullen de eenheden in
de groep niet fl itsen.
B
Flitsbedieningsmodus
(groep B)
C
Flitsbedieningsmodus
(groep C)
D
Flitscompensatie/-output
(groep A)
Pas fl itsniveau voor de geselecteerde groep aan volgens de
optie geselecteerd voor fl itsbedieningsmodus. Merk op dat
de volledige waarde mogelijk niet wordt toegepast als de
grenzen van het fl itsbedieningssysteem zijn overschreden.
TTL: Pas fl itscompensatie aan.
M/MULTI: Pas fl itsoutput aan.
TTL%: Kies het evenwicht tussen groepen A en B en pas de
algemene fl itscompensatie aan.
E
Flitscompensatie/-output
(groep B)
F
Flitscompensatie/-output
(groep C)
215
10
Externe  itsers
Instelling
Instelling
Beschrijving
Beschrijving
G
Flitsmodus (TTL)
Kies een fl itsmodus voor TTL-fl itsbediening: De beschikbare
opties zijn afhankelijk van welke opnamestand (P, S, A of M)
is geselecteerd.
E (FLASH AUTO): De fl itser fl itst alleen indien nodig; het
itsniveau wordt aangepast volgens de helderheid van het
onderwerp. Er wordt een p-pictogram weergegeven als
de ontspanknop halverwege wordt ingedrukt toont aan
dat de fl itser zal fl itsen als de foto wordt genomen.
F (STANDAARD): De fl itser fl itst bij elke foto indien moge-
lijk; het fl itsniveau wordt aangepast volgens de helderheid
van het onderwerp. De fl itser fl itst niet als deze niet volle-
dig is opgeladen als de ontspanknop wordt losgelaten.
G (TRAGE SYNC.): Combineer de fl itser met een lange slui-
tertijd bij het fotograferen van portretonderwerpen tegen
een achtergrond met nachtdecor. De fl itser fl itst niet als
deze niet volledig is opgeladen als de ontspanknop wordt
losgelaten.
H
Sync
Regel fl itstiming.
H (1E GORDIJN): De fl itser fl itst direct nadat de sluiter
opent (normaliter de beste keuze).
I (2E GORDIJN): De fl itser fl itst onmiddellijk voordat de
sluiter sluit.
R (AUTO FP(HSS)): Synchronisatie met hoge snelheid (alleen
compatibele eenheden). De camera schakelt automatisch
synchronisatie met hoge snelheid van het voorgordijn in
bij sluitertijden lager dan de fl itssynchronisatiesnelheid.
Gelijk aan 1E GORDIJN wanneer MULTI is geselecteerd voor
itsbedieningsmodus.
I
Zoom
De hoek van de verlichting (fl itsdekking) voor eenheden die
itszoom ondersteunen. Voor sommige eenheden kunnen
de aanpassingen vanaf de camera gemaakt worden. Als
AUTO is geselecteerd, wordt zoom automatisch aangepast
om de dekking aan te passen aan de brandpuntsafstand van
de lens.
216
10
Externe  itsers
Instelling
Instelling
Beschrijving
Beschrijving
J
Verlichting
Als de eenheid deze functie ondersteunt, kiest u uit:
J (FLASH VOEDINGSPRIOR.): Win bereik door de dekking
enigszins te verminderen.
K (STANDAARD): Stel dekking af op beeldhoek.
L (PRIOR. GELIJK BEREIK): Verhoog dekking enigszins voor
gelijkmatigere verlichting.
K
Master
Wijs de hoofdfl itser toe aan groep A (Gr A), B (Gr B) of C (Gr C).
Als OFF is geselecteerd, wordt de uitvoer van de hoofdfl itser
op een niveau gehouden dat de uiteindelijke foto niet beïn-
vloed. Alleen beschikbaar als de eenheid op de fl itsschoen
van de camera is bevestigd als een hoofdfl itser voor Fujifi lm
optische draadloze fl itsbediening op afstand in de modus
TTL, TTL% of M.
K
Aantal  itsen
Kies het aantal keren dat de fl itser fl itst elke keer als de
ontspanknop wordt losgelaten in MULTI-modus.
L
Kanaal
Kies het kanaal dat wordt gebruikt door de hoofdfl itser
voor communicatie met de fl itsers op afstand. Afzonder-
lijke kanalen kunnen worden gebruikt voor verschillende
itssystemen of om interferentie te voorkomen als meerdere
systemen dicht bij elkaar werken.
L
Frequentie Kies de frequentie waarmee de fl itser fl itst in MULTI-modus.
217
Aansluitingen
218
11
HDMI-uitgang
Fotos nemen en afspelen is mogelijk via HDMI-apparaten.
Aansluiten op HDMI-apparaten
Sluit de camera aan op TVs of andere HDMI-apparaten met
behulp van een HDMI-kabel van derden.
1
Schakel de camera uit.
2
Sluit de kabel volgens onderstaande aanduiding aan.
Plaats in
HDMI-connector
Plaats in HDMI-micro-
aansluiting (Type
D)
3
Con gureer het apparaat voor HDMI-ingang zoals beschreven
in de documentatie meegeleverd met het apparaat.
4
Schakel de camera in. De inhoud van het camerascherm wordt
weergegeven op het HDMI-apparaat. De cameraweergave
schakelt uit in afspeelmodus (P 219).
O
Controleer of de stekkers volledig in de aansluitingen zijn gestoken.
De USB-kabel kan niet worden gebruikt terwijl er een HDMI-kabel is
aangesloten.
Gebruik een HDMI-kabel die niet langer is dan 1,5m.
219
11
HDMI-uitgang
Fotograferen
Neem fotos en neem  lms op terwijl u de scène door de came-
ralens op het HDMI-apparaat bekijkt of beeldmateriaal opslaat
op het HDMI-apparaat.
Afspelen
Om het afspelen te starten, drukt u op de a-knop van de ca-
mera. Het scherm van de camera wordt uitgeschakeld en fotos
en  lms worden naar het HDMI-apparaat gezonden. Let erop
dat de volume-instelling van de camera geen invloed heeft op
het geluid dat door het televisietoestel wordt afgespeeld; ge-
bruik de volumeregeling van het televisietoestel om het volume
aan te passen.
O
Sommige televisies geven kort een zwart scherm weer wanneer het
afspelen van  lm begint.
220
11
Draadloze verbindingen
(Bluetooth®, draadloos LAN/Wi-Fi)
Verkrijg toegang tot draadloze netwerken en maak ver-
binding met computers, smartphones of tablets. Voor
meer informatie bezoekt u:
http://fujifilm-dsc.com/wifi/
Smartphones en tablets: FUJIFILM Camera Remote
Maak verbinding met de camera via Bluetooth of draadloos
LAN.
N
Om draadloos verbinding te maken met de camera, dient u de nieuwste
versie van de FUJIFILM Camera Remote-app op uw smartphone of tablet
te installeren.
FUJIFILM Camera Remote
Zodra een verbinding tot stand is gebracht, kunt u FUJIFILM Camera Remote
gebruiken om:
De camera te bedienen en op afstand fotos maken
Fotos te ontvangen die zijn geüpload vanaf de camera
Door de fotos op de camera te browsen en geselecteerde fotos te downloaden
Locatiegegevens naar de camera uploaden
De camerasluiter te ontspannen
Camera rmware bij te werken
Voor downloads en andere informatie bezoekt u:
http://app.fujifilm-dsc.com/en/camera_remote/
221
11
Draadloze verbindingen
Smartphones en tablets: Bluetooth®-koppeling
Gebruik
D
VERBINDING INSTELLING> Bluetooth INSTELLINGEN>
KOPPELREGISTRATIE om de camera aan smartphones of tablets
te koppelen. Koppeling biedt een eenvoudige methode voor het
downloaden van fotos van de camera.
O
Fotos worden gedownload via een draadloze verbinding.
Zodra het koppelen is voltooid, kunt u de cameraklok en locatiegege-
vens synchroniseren met de smartphone of tablet (P 185).
U kunt een verbinding kiezen voor maximaal 7 gekoppelde smartpho-
nes of tablets.
Smartphones en tablets: Draadloze LAN
Gebruik de DRAADLS COMMUNICT-opties in
A OPNAME-INSTELLINGEN of het afspeelmenu om verbinding
te maken met een smartphone of tablet via draadloos LAN.
222
11
Draadloze verbindingen
Tether-opname: FUJIFILM X Acquire/FUJIFILM Tether
Shooting Plug-in/FUJIFILM Tether Shooting Plug-in PRO/
Hyper-Utility Software HS-V5
Selecteer voordat u verder gaat
DRAADLOZE TETHER-OPNAME
VASTGESTELD voor
D
VERBINDING
INSTELLING> PC-VERBINDINGSMODUS
in de cameramenu’s.
FUJIFILM X Acquire, de FUJIFILM Tether
Shooting Plug-in, de FUJIFILM Tether Shooting Plug-in PRO
en Hyper-Utility Software HS-V5 kan worden gebruikt voor
tether-opname.
N
Bezoek voor meer informatie de volgende website:
http://app.fujifilm-dsc.com/en/#tether
Voor meer informatie over FUJIFILM X Acquire, de FUJIFILM Tether
Shooting Plug-in, de FUJIFILM Tether Shooting Plug-in PRO en
Hyper-Utility Software HS-V5, zie “Software van Fuji lm” (P 234).
VERBINDINGSINSTELLINGEN
Bluetooth INSTELLINGEN
NETWERKINSTELLING
ALGEMENE INSTELLINGN
PC-VERBINDINGSMODUS
INFORMATIE
RESET DRAADLOZE INSTELLING
PRNTRVERB.INST.
USB-KAARTLEZER
AUTOMATISCHE USB-TETHER-OPNAME
USB-TETHER-OPNAME VASTGESTELD
DRAADLOZE TETHER-OPNAME VASTGESTELD
USB RAW CONV/B-UP HERS
223
11
Aansluiten op computers via USB
Sluit de camera aan op de computer om fotos te down-
loaden of op afstand fotos te nemen.
N
Sluit eerst de camera op een computer aan en controleer of het normaal
werkt alvorens u fotos download of op afstand fotos maakt.
1
Schakel de computer in.
2
Pas instellingen aan afhankelijk van de vraag of u de camera
wilt gebruiken voor tether-opnamen (P 226), voor het ko-
piëren van fotos naar een computer (P 227), opslaan van
RAW -fotos in andere formaten (P 228) of opslaan en laden
van camera -instellingen (P 228).
3
Schakel de camera uit.
4
Sluit een USB-kabel aan.
USB-aansluiting (Type-C)
O
De USB-kabel mag niet langer dan 1,5m zijn en moet geschikt zijn
voor gegevensoverdracht.
224
11
5
Schakel de camera in.
6
Kopieer fotos naar uw computer.
Tethered shooting: Tijdens tethered shooting kunt u fotos ko-
piëren met behulp van tethered shooting-software, zoals de
FUJIFILM Tether Shooting Plug-in PRO.
Beeldoverdracht: Gebruik MyFinePix Studio of applicaties mee-
geleverd met uw besturingssysteem.
RAW-conversie: Verwerk RAW-afbeeldingen met behulp van
FUJIFILM X RAW STUDIO. De stroom van de beeldverwer-
kingsmotor van de camera wordt gebruikt voor snelle verwer-
king.
Camera-instellingen opslaan en laden: Gebruik FUJIFILM X Acquire
om camera-instellingen op te slaan of te laden. Sla met één
enkele handeling uw gewenste instellingen op en kopieer ze
naar meerdere cameras.
225
11
Aansluiten op computers via USB
O
Schakel de camera uit voordat u de USB-kabel loskoppelt.
Let er bij het aansluiten van USB-kabels op dat u de stekkers volledig in
de juiste richting steekt. Sluit de camera rechtstreeks aan op de compu-
ter; maak geen gebruik van een USB-hub of toetsenbord.
Spanningsverlies tijdens het kopiëren kan gegevensverlies of bescha-
diging van de geheugenkaart tot gevolg hebben. Plaats een nieuwe of
volledig opgeladen batterij in de camera voordat u deze aansluit.
Als er een geheugenkaart wordt geplaatst waarop een groot aantal
fotos staat, kan het enkele momenten duren voordat de software start
en bent u mogelijk niet in staat de fotos te importeren of op te slaan.
Gebruik een geheugenkaartlezer om de fotos te kopiëren.
Controleer of het indicatielampje uit is of groen brandt voordat u de
camera uitschakelt.
Koppel de USB-kabel niet los terwijl de overdracht bezig is. Het niet
in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan gegevensverlies of
beschadiging van de geheugenkaart tot gevolg hebben.
Koppel de camera los voordat u een geheugenkaart plaatst of verwij-
dert.
Het kan in sommige gevallen gebeuren dat het niet mogelijk is om toe-
gang te verkrijgen tot fotos die opgeslagen zijn op een networkserver
door de software op dezelfde manier te gebruiken als men doet bij een
particuliere computer.
Verwijder de camera niet onmiddellijk van het systeem of koppel de
USB-kabel niet los zodra het bericht dat het kopiëren bezig is van de
computerweergave verdwijnt. Als het aantal te kopiëren afbeeldingen
erg groot is, kan de gegevensoverdracht verdergaan nadat het bericht
niet meer wordt weergegeven.
Wanneer u gebruik maakt van diensten die een internetverbinding ver-
eisen, draagt de gebruiker alle van toepassing zijnde kosten belast door
de telefoonmaatschappij of internetprovider.
226
11
Tether-opname: FUJIFILM X Acquire/FUJIFILM Tether
Shooting Plug-in/FUJIFILM Tether Shooting Plug-in PRO/
Hyper-Utility Software HS-V5
Selecteer voordat u verder gaat
AUTOMATISCHE USB-TETHER-OPNAME
voor D VERBINDING INSTELLING>
PC-VERBINDINGSMODUS in de came-
ramenu’s.
FUJIFILM X Acquire, de FUJIFILM Tether
Shooting Plug-in, de FUJIFILM Tether Shooting Plug-in PRO
en Hyper-Utility Software HS-V5 kan worden gebruikt voor
tether-opname.
N
Kies USB-TETHER-OPNAME VASTGESTELD wanneer de camera uitslui-
tend voor tethered shooting wordt gebruikt. Merk op dat als de USB-ka-
bel wordt losgekoppeld, de camera blijft werken in tethered modus en
fotos worden niet op de geheugenkaart van de camera opgeslagen.
Bezoek voor meer informatie de volgende website:
http://app.fujifilm-dsc.com/en/#tether
Voor meer informatie over FUJIFILM X Acquire, de FUJIFILM Tether
Shooting
Plug-in
, de FUJIFILM Tether Shooting Plug-in PRO en
Hyper-Utility Software HS-V5, zie “Software van Fuji lm” (P 234).
VERBINDINGSINSTELLINGEN
Bluetooth INSTELLINGEN
NETWERKINSTELLING
ALGEMENE INSTELLINGN
PC-VERBINDINGSMODUS
INFORMATIE
RESET DRAADLOZE INSTELLING
PRNTRVERB.INST.
USB-KAARTLEZER
AUTOMATISCHE USB-TETHER-OPNAME
USB-TETHER-OPNAME VASTGESTELD
DRAADLOZE TETHER-OPNAME VASTGESTELD
USB RAW CONV/B-UP HERS
227
11
Aansluiten op computers via USB
Fotos naar een computer kopiëren
Selecteer voordat u fotos naar een
computer kopieert USB-KAARTLEZER
voor D VERBINDING INSTELLING>
PC-VERBINDINGSMODUS.
De software die kan worden gebruikt
om fotos te kopiëren is afhankelijk van
het besturingssysteem van uw computer.
Mac OS X/macOS
Fotos kunnen worden gekopieerd naar uw computer met behulp van
Image Capture (meegeleverd met uw computer) of andere software.
Windows
MyFinePix Studio kan worden gebruikt om fotos naar een com-
puter te kopiëren, waar ze kunnen worden opgeslagen, beke-
ken, geordend en afgedrukt.
N
Voor meer informatie over MyFinePix Studio, zie “Software van Fuji lm”
(P 234).
VERBINDINGSINSTELLINGEN
Bluetooth INSTELLINGEN
NETWERKINSTELLING
ALGEMENE INSTELLINGN
PC-VERBINDINGSMODUS
INFORMATIE
RESET DRAADLOZE INSTELLING
PRNTRVERB.INST.
USB-KAARTLEZER
AUTOMATISCHE USB-TETHER-OPNAME
USB-TETHER-OPNAME VASTGESTELD
DRAADLOZE TETHER-OPNAME VASTGESTELD
USB RAW CONV/B-UP HERS
228
11
Aansluiten op computers via USB
RAW -beelden kopiëren in andere formaten:
FUJIFILM X RAW STUDIO
Selecteer voordat u verder gaat USB RAW
CONV/B-UP HERS voor
D
VERBINDING
INSTELLING> PC-VERBINDINGSMODUS
in de cameramenu’s.
FUJIFILM X RAW STUDIO kan worden
gebruikt om RAW -afbeeldingen op te
slaan in andere formaten.
N
Voor meer informatie over FUJIFILM X RAW STUDIO, zie “Software van
Fuji lm” (P 234).
Camera-instellingen opslaan en laden
(FUJIFILM X Acquire)
Selecteer voordat u verder gaat USB RAW
CONV/B-UP HERS voor
D
VERBINDING
INSTELLING> PC-VERBINDINGSMODUS
in de cameramenu’s.
FUJIFILM X Acquire kan worden ge-
bruikt om camera-instellingen op te
slaan en te laden.
N
Voor meer informatie over FUJIFILM X Acquire, zie “Software van Fuji lm
(P 234).
VERBINDINGSINSTELLINGEN
Bluetooth INSTELLINGEN
NETWERKINSTELLING
ALGEMENE INSTELLINGN
PC-VERBINDINGSMODUS
INFORMATIE
RESET DRAADLOZE INSTELLING
PRNTRVERB.INST.
USB-KAARTLEZER
AUTOMATISCHE USB-TETHER-OPNAME
USB-TETHER-OPNAME VASTGESTELD
DRAADLOZE TETHER-OPNAME VASTGESTELD
USB RAW CONV/B-UP HERS
VERBINDINGSINSTELLINGEN
Bluetooth INSTELLINGEN
NETWERKINSTELLING
ALGEMENE INSTELLINGN
PC-VERBINDINGSMODUS
INFORMATIE
RESET DRAADLOZE INSTELLING
PRNTRVERB.INST.
USB-KAARTLEZER
AUTOMATISCHE USB-TETHER-OPNAME
USB-TETHER-OPNAME VASTGESTELD
DRAADLOZE TETHER-OPNAME VASTGESTELD
USB RAW CONV/B-UP HERS
229
11
instax SHARE printers
Druk fotos af vanaf uw digitale camera naar instax SHARE
printers.
Een verbinding tot stand brengen
Selecteer D VERBINDING INSTELLING> VERB.INST. instax
PRNTR en voer de instax SHARE printernaam (SSID) en het
wachtwoord in.
De printernaam (SSID) en het wachtwoord
De printernaam (SSID) kan worden gevonden op
de onderkant van de printer; het standaardwacht-
woord is “1111”. Als u al een ander wachtwoord
heeft gekozen om af te drukken vanaf een smart-
phone, voer dat wachtwoord dan in.
230
11
instax SHARE printers
Fotos afdrukken
1
Schakel de printer in.
2
Selecteer C MENU VOOR
HERBEKIJKEN> AFDRUK. instax
PRINTER. De camera zal verbinding
maken met de printer.
FUJIFILM-CAMERA-1234
VERBINDING MAKEN
AFDRUK. PRINTER
ANNULEREN
instax-12345678
3
Gebruik de scherpstellingstok (scherp-
stelhendel) om de foto weer te geven
die u wilt uitprinten en druk vervol-
gens op MENU/OK.
100-0020
OK AFBREKEN
instax-12345678
AFDRUK. PRINTER
N
Fotos die zijn gemaakt met andere cameras kunnen niet worden
afgedrukt.
Het afdrukgebied is kleiner dan het gebied zichtbaar in het LCD-
scherm.
De schermen kunnen variëren afhankelijk van de printer die is
aangesloten.
4
De foto wordt naar de printer gestuurd en het afdrukken start.
231
Technische notities
232
12
Accessoires van Fuji lm
De volgende optionele accessoires zijn verkrijgbaar bij
Fuji lm. Informeer bij uw lokale Fuji lm-vertegenwoordiger
naar de meest recente informatie over accessoires die in uw
regio leverbaar zijn of ga naar
http://www.fujifilm.com/products/digital_cameras/index.html.
Oplaadbare Li-ionbatterijen
Oplaadbare Li-ionbatterijen
NP-T125: Extra NP-T125 oplaadbare batterijen met hoge capaciteit kunnen naar
behoefte worden bijgekocht.
Batterijladers
Batterijladers
BC-T125: Vervangende batterijladers kunnen naar behoefte worden bijgekocht.
Netstroomadapters
Netstroomadapters
AC-15V: Gebruik deze 100–240V, 50/60Hz AC -adapter voor langere opnamen en
weergave wanneer u fotos naar een computer kopieert. U kunt deze functie ook
gebruiken om de batterij op te laden zonder het uit de camera te verwijderen.
FUJINON-lenzen
FUJINON-lenzen
GF-serie lenzen: Verwisselbare lenzen uitsluitend voor gebruik met het
FUJILFILM G-bevestigingspunt.
Vattingadapters
Vattingadapters
H MOUNT ADAPTER G: Met deze vattingadapter kan de camera met SUPEREBC
FUJINON -accessoires voor de GX645AF worden gebruikt, waardoor u één extra
teleconverter en negen verschillende objectieven kunt gebruiken.
Macroverlengstukken
Macroverlengstukken
MCEX-18G WR/MCEX-45G WR: Bevestig deze adapter tussen het objectief en de camera-
body voor macrofotografi e met grote reproductieverhoudingen.
Kijkcamera-adapters
Kijkcamera-adapters
VIEW CAMERA ADAPTER G: Deze adapter gebruikt u met objectieven voor oudere
FUJINON-grootformaatcameras, inclusief objectieven in de CM FUJINON -serie.
233
12
Accessoires van Fuji lm
Flitsers met schoenbevestiging
Flitsers met schoenbevestiging
EF-X500: Deze klikbare fl itser heeft een richtgetal van 50 (ISO 100, m) en ondersteunt
FP (synchronisatie met hoge snelheid), waardoor deze gebruikt kan worden bij sluiter-
tijden hoger dan de fl itssynchronisatiesnelheid. Gevoed door vier AA-batterijen of een
optionele EF-BP1 batterij, ondersteunt handmatige en TTL-fl itsbediening en automati-
sche powerzoom binnen het bereik van 24–105mm (gelijk aan 35mm formaat), met
Fujifi lm optische draadloze fl itsbediening waardoor deze fl itser kan worden gebruikt
als een hoofd- of externe fl itser voor draadloze fl itsfotografi e op afstand. De fl itserkop
kan 90° naar boven, 10° naar beneden, 135° naar links of 180° naar rechts worden
gedraaid voor indirect fl itslicht.
EF-42: Deze klikbare fl itser (gevoed door vier AA-batterijen) beschikt over een richtgetal
van 42 (ISO 100, m) en ondersteunt handmatige en TTL-fl itsbediening en automatische
powerzoom binnen het bereik van 24–105 mm (gelijk aan 35 mm formaat). De fl itserkop
kan 90° naar boven, 180° naar links of 120° naar rechts worden gedraaid voor indirect
itslicht.
EF-X20: Deze klikbare fl itser heeft een richtgetal van 20 (ISO 100, m). Gevoed door twee
AAA-batterijen, lichte, compacte eenheid voorzien van een schijf voor het aanpassen van
TTL-fl itscompensatie of handmatige fl itsoutput.
EF-20: Deze klikbare fl itser (gevoed door twee AA-batterijen) beschikt over een richt-
getal van 20 (ISO 100, m) en ondersteunt TTL-fl itsbediening (handmatige fl itsbedie-
ning wordt niet ondersteund). De fl itserkop kan 90° naar boven worden gedraaid voor
indirect fl itslicht.
Afstandsontspanners
Afstandsontspanners
RR-100: Hiermee kunt u het schudden van de camera verminderen of de sluiter open
houden tijdens langdurige belichting.
Stereomicrofoons
Stereomicrofoons
MIC-ST1: Een externe microfoon voor fi lmopname.
Behuizingsdoppen
Behuizingsdoppen
BCP-002: Dek de lensbevestiging van de camera af wanneer er geen lens is bevestigd.
instax SHARE printers
instax SHARE printers
SP-1/SP-2/SP-3: Aan te sluiten via draadloos LAN om fotos te kunnen afdrukken op
instax fi lm.
234
12
Software van Fuji lm
De camera kan gebruikt worden met de volgende
Fuji lm-software.
FUJIFILM Camera Remote
Leg een draadloze verbinding vast tussen uw camera en een
smartphone of tablet (P 220).
http://app.fujifilm-dsc.com/en/camera_remote/
MyFinePix Studio
Beheer, bekijk, print en bewerk de vele beelden gedownload
van uw digitale camera (P 227).
http://fujifilm-dsc.com/mfs/
Wanneer het downloaden is voltooid, dubbelklikt u op het ge-
downloade bestand (“MFPS_Setup.EXE”) en volgt u de instruc-
ties op het scherm om de installatie te voltooien.
RAW FILE CONVERTER EX
Bekijk RAW-fotos op uw computer en converteer ze naar andere
indelingen.
http://fujifilm-dsc.com/rfc/
235
12
Software van Fuji lm
FUJIFILM X RAW STUDIO
Wanneer de camera via USB met een computer is verbonden,
kan FUJIFILM X RAW STUDIO het unieke verwerkingsmecha-
nisme van de camera gebruiken om snel RAW-bestanden te
converteren zodat hoogwaardige beelden in andere formaten
worden gecreëerd.
http://fujifilm-x.com/x-stories/fujifilm-x-raw-studio-features-
users-guide/
FUJIFILM X Acquire
Met deze toepassing voor Windows en macOS kunt u via USB of Wi-Fi
verbinding met de camera maken en automatisch fotos naar een
opgegeven map downloaden terwijl ze worden gemaakt.
http://fujifilm-x.com/x-stories/fujifilm-x-acquire-features-users-guide/
FUJIFILM Tether Shooting Plug-in voor Lightroom
Plug-ins voor Adobe® Photoshop® Lightroom® Classic CC.
FUJIFILM Tether Shooting Plug-in PRO
http://fujifilm-x.com/x-stories/fujifilm-tether-plug-in-pro-features/
FUJIFILM Tether Shooting Plug-in
http://www.fujifilm.com/products/digital_cameras/accessories/
others/#soft
Hyper-Utility Software HS-V5
Met deze computertoepassing kunt u via USB of Wi-Fi verbinding
maken met de camera, de camera op afstand besturen en met de
camera gemaakte fotos rechtstreeks op de computer opslaan.
http://www.fujifilm.com/products/digital_cameras/accessories/
others/#soft
236
12
Voor uw veiligheid
Lees deze opmerkingen voordat u de camera gebruikt
Veiligheidsopmerkingen
Zorg ervoor dat u uw camera goed gebruikt. Lees voor gebruik deze veiligheidsopmerkingen en uw Gebruikershandlei-
ding zorgvuldig door.
Bewaar deze veiligheidsopmerkingen na het lezen op een veilige plaats.
Informatie over pictogrammen
De hieronder afgebeelde pictogrammen worden in deze gebruiksaanwijzing gebruikt om de ernst aan te geven van letsels
of schade die kan ontstaan als de betekenis van het pictogram niet in acht wordt genomen en het product ten gevolge
daarvan onjuist wordt gebruikt.
WAARSCHUWING
WAARSCHUWING
Dit pictogram geeft aan dat het niet opvolgen van instructies kan leiden tot ernstig of fataal
letsel.
ATTENTIE
ATTENTIE
Dit pictogram geeft aan dat het niet opvolgen van instructies kan leiden tot persoonlijk letsel of
materiële schade.
De hieronder afgebeelde pictogrammen geven de ernst van de gevolgen aan als de instructies niet worden nageleefd.
Driehoekige pictogrammen geven aan dat deze informatie uw aandacht behoeft (“Belangrijk”).
Cirkelvormige pictogrammen met een diagonale streep geven aan dat die handeling verboden is (“Verbo-
den”).
Opgevulde cirkels met een uitroepteken geven aan dat er een handeling moet worden verricht (“Vereist”).
De symbolen op dit product (inclusief de accessoires) geven het volgende weer:
AC
DC
Klasse II-apparatuur (De constructie van het product is dubbel geïsoleerd.)
WAARSCHUWING
WAARSCHUWING
Verwijder uit het
stopcontact
Als er een probleem ontstaat, schakel de camera dan uit, verwijder de batterij, koppel de netadapter van de camera
Als er een probleem ontstaat, schakel de camera dan uit, verwijder de batterij, koppel de netadapter van de camera
los en haal deze uit het stopcontact.
los en haal deze uit het stopcontact. Het blijven gebruiken van de camera als deze rook of een ongewone geur
verspreidt of wanneer de camera een ander gebrek vertoont, kan brand of een elektrische schok tot gevolg
hebben. Neem contact op met uw Fujifi lm-dealer.
Laat geen water of andere vreemde voorwerpen de camera binnendringen.
Laat geen water of andere vreemde voorwerpen de camera binnendringen. Als water of andere vreemde voorwer-
pen in de camera terechtkomen, schakel de camera uit, verwijder de batterij, koppel de netstroomadapter
los en trek deze uit het stopcontact. Het blijven gebruiken van de camera kan brand of een elektrische schok
veroorzaken. Neem contact op met uw Fujifi lm-dealer.
Niet in de
badkamer of douche
gebruiken
Gebruik de camera niet in de badkamer of douche.
Gebruik de camera niet in de badkamer of douche. Dit kan brand of een elektrische schok veroorzaken.
Haal het apparaat
niet uit elkaar
Probeer nooit de camera te demonteren of te modi ceren (open nooit de behuizing).
Probeer nooit de camera te demonteren of te modi ceren (open nooit de behuizing). Het niet in acht nemen van deze
voorzorgsmaatregel kan brand of een elektrische schok tot gevolg hebben.
Raak geen interne
onderdelen aan
Mocht de behuizing openbreken door een val of ander ongeluk, raak de blootliggende onderdelen dan niet aan.
Mocht de behuizing openbreken door een val of ander ongeluk, raak de blootliggende onderdelen dan niet aan. Het niet
in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan een elektrische schok of letsel door het aanraken van bescha-
digde onderdelen tot gevolg hebben. Verwijder onmiddellijk de batterij en pas op voor letsel of een elektrische
schok. Breng het product naar het verkooppunt voor advies.
Het verbindingssnoer mag niet worden aangepast, verwarmd, overmatig gedraaid of uitgerekt en er mogen geen zware
Het verbindingssnoer mag niet worden aangepast, verwarmd, overmatig gedraaid of uitgerekt en er mogen geen zware
voorwerpen op worden geplaatst.
voorwerpen op worden geplaatst. Deze handelingen zouden het snoer kunnen beschadigen en brand of een
elektrische schok kunnen veroorzaken. Neem contact op met uw Fujifi lm-dealer als het snoer beschadigd is.
237
12
Voor uw veiligheid
WAARSCHUWING
WAARSCHUWING
Plaats de camera niet op een onstabiele ondergrond.
Plaats de camera niet op een onstabiele ondergrond. Hierdoor kan de camera vallen of kantelen en letsel
veroorzaken.
Probeer nooit foto's te maken als u in beweging bent.
Probeer nooit foto's te maken als u in beweging bent. Gebruik de camera niet tijdens het wandelen of als u in een
auto rijdt. Dit kan leiden tot een val of een verkeersongeluk.
Raak tijdens onweer de metalen onderdelen van de camera niet aan.
Raak tijdens onweer de metalen onderdelen van de camera niet aan. Dit kan tot een elektrische schok leiden door
de ladingsoverdracht van een blikseminslag.
Gebruik de batterij niet voor andere doeleinden dan waarvoor deze bedoeld is.
Gebruik de batterij niet voor andere doeleinden dan waarvoor deze bedoeld is. Plaats de batterij zoals aangeduid
door de merktekens.
Probeer de batterijen niet te demonteren, aan te passen of te verhitten. Laat de batterijen niet vallen, sla niet tegen ze
Probeer de batterijen niet te demonteren, aan te passen of te verhitten. Laat de batterijen niet vallen, sla niet tegen ze
aan, gooi ze niet en stel ze niet op een andere manier bloot aan hevige schokken. Gebruik geen batterijen die tekenen van
aan, gooi ze niet en stel ze niet op een andere manier bloot aan hevige schokken. Gebruik geen batterijen die tekenen van
lekkage, vervorming, verkleuring of andere onregelmatigheden vertonen. Gebruik alleen aangewezen laders om oplaadbare
lekkage, vervorming, verkleuring of andere onregelmatigheden vertonen. Gebruik alleen aangewezen laders om oplaadbare
batterijen op te laden en probeer niet om niet-oplaadbare Li-ion of alkaline batterijen op te laden. Laat de batterijen niet
batterijen op te laden en probeer niet om niet-oplaadbare Li-ion of alkaline batterijen op te laden. Laat de batterijen niet
kortsluiten en bewaar ze niet samen met metalen objecten.
kortsluiten en bewaar ze niet samen met metalen objecten.
Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregelen
kan ertoe leiden dat de batterijen oververhit raken, vlam vatten, scheuren of gaan lekken, wat kan leiden tot
brand, brandwonden of ander letsel.
Gebruik uitsluitend batterijen of netstroomadapters die voor gebruik met deze camera goedgekeurd zijn. Gebruik geen
Gebruik uitsluitend batterijen of netstroomadapters die voor gebruik met deze camera goedgekeurd zijn. Gebruik geen
andere spanning dan de vermelde voedingsspanning.
andere spanning dan de vermelde voedingsspanning. Het gebruik van andere spanningsbronnen kan tot brand
leiden.
Als de batterij lekt en vloeistof in contact komt met uw ogen, huid of kleding, spoelt u het betre ende gebied onmiddel-
Als de batterij lekt en vloeistof in contact komt met uw ogen, huid of kleding, spoelt u het betre ende gebied onmiddel-
lijk met schoon stromend water af en zoekt u medische hulp of belt u onmiddellijk het alarmnummer.
lijk met schoon stromend water af en zoekt u medische hulp of belt u onmiddellijk het alarmnummer.
Gebruik de lader niet om andere batterijen dan hier vermeld op te laden.
Gebruik de lader niet om andere batterijen dan hier vermeld op te laden. De meegeleverde lader is uitsluitend voor
gebruik met het type batterij dat met de camera wordt meegeleverd. Als u de lader gebruikt om gewone
batterijen of andere types oplaadbare batterijen op te laden, dan kan dit leiden tot lekkage, oververhitting of
een explosie.
Het gebruik van een  itser te dicht bij de ogen van een persoon kan visuele beperking veroorzaken.
Het gebruik van een  itser te dicht bij de ogen van een persoon kan visuele beperking veroorzaken. Let bijzonder goed
op bij het fotograferen van baby's en kleine kinderen.
Vermijd langdurig contact met warme oppervlakken.
Vermijd langdurig contact met warme oppervlakken. Als u deze waarschuwing negeert, kan dit leiden tot brandwonden
door lage temperaturen, met name bij hoge omgevingstemperaturen of bij gebruikers die last hebben van een slechte
bloedsomloop of verminderd gevoel, in welk geval het gebruik van een statief of dergelijke voorzorgsmaatregelen
worden aanbevolen.
Zorg ervoor dat terwijl het product aan is, geen enkel deel van het lichaam in contact blijft met het product gedurende langere
Zorg ervoor dat terwijl het product aan is, geen enkel deel van het lichaam in contact blijft met het product gedurende langere
periodes.
periodes. Als u deze waarschuwing negeert, kan dit leiden tot brandwonden door lage temperaturen, met name tijdens
langdurig gebruik, bij hoge omgevingstemperaturen, of bij gebruikers die last hebben van een slechte bloedsomloop of
verminderd gevoel, in welk geval het gebruik van een statief of dergelijke voorzorgsmaatregelen worden aanbevolen.
Niet gebruiken in de aanwezigheid van ontvlambare voorwerpen, explosieve gassen of stof.
Niet gebruiken in de aanwezigheid van ontvlambare voorwerpen, explosieve gassen of stof.
Als u de batterij bij u draagt, plaatst u deze in de digitale camera of bewaart u de batterij in de harde tas. Als u de batterij
Als u de batterij bij u draagt, plaatst u deze in de digitale camera of bewaart u de batterij in de harde tas. Als u de batterij
wilt opbergen, bergt u deze op in de harde tas. Als u de batterijen wegbrengt voor recycling, bedekt u de polen met
wilt opbergen, bergt u deze op in de harde tas. Als u de batterijen wegbrengt voor recycling, bedekt u de polen met
isolatietape.
isolatietape. Door contact met andere batterijen of metalen voorwerpen kan de batterij in brand vliegen of
ontploff en.
Houd geheugenkaarten,  itsschoenen en andere kleine onderdelen buiten het bereik van kleine kinderen.
Houd geheugenkaarten,  itsschoenen en andere kleine onderdelen buiten het bereik van kleine kinderen. Kinderen kunnen
kleine onderdelen inslikken; buiten het bereik van kinderen bewaren. Mocht een kind een klein onderdeel inslikken,
raadpleeg dan een arts of bel het alarmnummer.
Bewaar buiten het bereik van kleine kinderen.
Bewaar buiten het bereik van kleine kinderen. Onder de onderdelen die letsel kunnen veroorzaken zijn de
draagriem, die verstrikt rond de nek van een kind kan raken, wat verstikking tot gevolg kan hebben, en de
itser, die een visuele beperking kan veroorzaken.
Volg de instructies van luchtvaart- en ziekenhuispersoneel op.
Volg de instructies van luchtvaart- en ziekenhuispersoneel op. Dit product genereert radiofrequentie-emissies die
kunnen interfereren met navigatie- of medische apparatuur.
238
12
ATTENTIE
ATTENTIE
Gebruik de camera niet op plaatsen met oliedampen, stoom, vochtigheid of stof.
Gebruik de camera niet op plaatsen met oliedampen, stoom, vochtigheid of stof. Dit kan brand of een elektrische
schok veroorzaken.
Laat de camera niet achter op plaatsen die aan extreem hoge temperaturen zijn blootgesteld.
Laat de camera niet achter op plaatsen die aan extreem hoge temperaturen zijn blootgesteld. Laat de camera niet
achter in afgesloten ruimtes zoals in een afgesloten voertuig of in direct zonlicht. Dit kan brand veroorzaken.
Plaats geen zware voorwerpen op de camera.
Plaats geen zware voorwerpen op de camera. Hierdoor kan het zware voorwerp vallen of kantelen en letsel
veroorzaken.
Verplaats de camera niet terwijl deze nog steeds met het netsnoer verbonden is.
Verplaats de camera niet terwijl deze nog steeds met het netsnoer verbonden is. Trek niet aan het snoer om de
netstroomadapter te verwijderen. Dit kan het netsnoer of de kabels beschadigen en brand of een elektrische
schok veroorzaken.
Bedek de camera en de netstroomadapter niet en wikkel deze niet in een doek of deken.
Bedek de camera en de netstroomadapter niet en wikkel deze niet in een doek of deken. Hierdoor kan de temperatuur
te hoog oplopen waardoor de behuizing vervormt of waardoor er brand ontstaat.
Gebruik de stekker niet als deze beschadigd is of niet goed in het stopcontact past.
Gebruik de stekker niet als deze beschadigd is of niet goed in het stopcontact past. Het niet in acht nemen van deze
voorzorgsmaatregel kan brand of een elektrische schok tot gevolg hebben.
Als u de camera reinigt of u de camera voor langere tijd niet van plan bent te gebruiken, verwijdert u de batterij en
Als u de camera reinigt of u de camera voor langere tijd niet van plan bent te gebruiken, verwijdert u de batterij en
koppelt u de netstroomadapter los.
koppelt u de netstroomadapter los. Doet u dit niet, dan kan dit leiden tot brand of een elektrische schok.
Na het opladen dient u de lader uit het stopcontact te verwijderen.
Na het opladen dient u de lader uit het stopcontact te verwijderen. Er kan brand ontstaan als u de lader in het
stopcontact laat zitten.
Bij het verwijderen van een geheugenkaart kan de kaart te snel uit de sleuf schieten. Gebruik uw vinger om deze tegen te
Bij het verwijderen van een geheugenkaart kan de kaart te snel uit de sleuf schieten. Gebruik uw vinger om deze tegen te
houden en laat de kaart zachtjes los.
houden en laat de kaart zachtjes los. Bij het eruit schieten van de kaart kan letsel ontstaan.
Laat uw camera van binnen regelmatig nakijken en schoonmaken.
Laat uw camera van binnen regelmatig nakijken en schoonmaken. Een ophoping van stof in uw camera kan tot brand of
een elektrische schok leiden. Neem contact op met uw Fujifi lm-dealer om de camera om de twee jaar van binnen te
laten reinigen. Dit is echter niet gratis.
Explosiegevaar wanneer de batterij op onjuiste wijze vervangen wordt. Vervang de batterij alleen met hetzelfde of een
Explosiegevaar wanneer de batterij op onjuiste wijze vervangen wordt. Vervang de batterij alleen met hetzelfde of een
soortgelijk type.
soortgelijk type.
Batterijen (accu of geïnstalleerde batterijen) mogen niet worden blootgesteld aan overmatige warmte, zoals zonlicht,
Batterijen (accu of geïnstalleerde batterijen) mogen niet worden blootgesteld aan overmatige warmte, zoals zonlicht,
vuur of dergelijke.
vuur of dergelijke.
239
12
Voor uw veiligheid
De batterij en voedingsbron
Opmerking: Controleer welk type batterijen in uw camera wordt gebruikt en lees de relevante paragrafen aandachtig door.
Waarschuwing: Batterijen mogen niet worden blootgesteld aan overmatige warmte, zoals zonlicht, vuur of dergelijke.
Dit gedeelte beschrijft hoe u de batterijen moet hanteren zodat ze zo lang mogelijk meegaan. Verkeerd gebruik kan de
levensduur verkorten of lekkage, oververhitting en ontploffi ng van de batterij tot gevolg hebben.
Li-ionbatterijen
Li-ionbatterijen
Dit gedeelte is van toepassing als in uw camera een oplaadbare Li-ionbatterij wordt gebruikt.
De batterij is bij verscheping uit de fabriek niet opgeladen. Laad de batterij vóór gebruik op. Laat de batterij in het compar-
timent zitten wanneer u de camera niet gebruikt.
Opmerkingen over de batterij
Opmerkingen over de batterij
Een batterij die niet wordt gebruikt, verliest langzaam haar lading. Laad de batterij een of twee dagen vóór gebruik op.
De levensduur van de batterij kan worden verlengd door de camera uit te schakelen wanneer hij niet wordt gebruikt.
De capaciteit van de batterij neemt bij lage temperaturen af; een lege batterij werkt vaak niet wanneer het koud is. Bewaar
een volledig opgeladen reservebatterij op een warme plaats en verwissel de batterij wanneer dat nodig is; of bewaar de
batterij in een van uw zakken en plaats de batterij pas vlak voordat u gaat fotograferen in de camera. Voorkom dat de
batterij in direct contact komt met handenwarmers of andere verwarmingsapparaten.
De batterij opladen
De batterij opladen
Laad de batterij op met de meegeleverde batterijlader.
De laadtijd neemt toe wanneer de omgevingstemperatuur lager
is dan +10 °C of hoger is dan +35 °C.
Probeer de batterij nooit op te laden bij temperaturen boven +40 °C; opladen is niet
mogelijk bij temperaturen onder +5 °C.
Probeer nooit een volledig opgeladen batterij op te laden. De batterij hoeft echter ook niet volledig ontladen te zijn om te
worden opgeladen.
De batterij kan onmiddellijk na het opladen en tijdens gebruik enigszins warm aanvoelen. Dit is normaal.
Levensduur van de batterij
Levensduur van de batterij
Bij normale temperaturen kan de batterij minimaal 300 keer worden opgeladen. Wanneer de batterij steeds minder lang
haar lading kan vasthouden, is dat een indicatie dat het einde van de levensduur van de batterij is bereikt en dat de batterij
moet worden vervangen.
Opslag
Opslag
De prestatie van de batterij kan verslechteren als de batterij gedurende langere perioden in volledig opgeladen toestand
ongebruikt blijft. Ontlaad de batterij volledig voordat u deze opbergt.
Wanneer de camera gedurende langere tijd niet zal worden gebruikt, neem dan de batterij uit de camera en bewaar de
batterij op een droge plaats met een omgevingstemperatuur van +15 °C tot +25 °C. Bewaar de batterij niet op plaatsen
waar de batterij wordt blootgesteld aan extreme temperaturen.
Attentie: De batterij hanteren
Attentie: De batterij hanteren
Bewaar of vervoer de batterij niet samen met metalen voorwerpen zoals kettinkjes of haarspelden.
Stel de batterij niet bloot aan vuur of hoge temperaturen.
Probeer de batterij niet te demonteren of te modifi ceren.
Laad de batterij alleen op met de voorgeschreven batterijladers.
Verwijder een versleten batterij onmiddellijk.
Laat de batterij niet vallen en stel deze niet bloot aan schokken.
Stel de batterij niet bloot aan water.
Houd de polen van de batterij altijd schoon.
De batterij en de camera kunnen onmiddellijk na het opladen en tijdens gebruik enigszins warm aanvoelen. Dit is
normaal.
Attentie: Afvalverwijdering
Attentie: Afvalverwijdering
Lever lege batterijen in volgens de plaatselijke regels voor klein chemisch afval. Er moet gelet worden op milieu-aspecten
bij het weggooien van batterijen. Gebruik het apparaat bij een gematigde temperatuur.
240
12
Netstroomadapters
Netstroomadapters
Gebruik uitsluitend Fujifi lm-netstroomadapters die voor gebruik met deze camera goedgekeurd zijn. Andere adapters
kunnen de camera beschadigen.
Gebruik de netstroomadapter uitsluitend binnenshuis.
Zorg ervoor dat de DC-stekker goed op de camera wordt aangesloten.
Schakel de camera uit voordat u de netstroomadapter afkoppelt. Koppel de adapter af door aan de stekker te trekken
i.p.v. aan het snoer.
Gebruik de netstroomadapter niet met andere apparaten.
Haal het apparaat niet uit elkaar.
Stel de adapter niet bloot aan hoge temperaturen en vocht.
Stel de adapter niet bloot aan sterke schokken.
Tijdens gebruik kan de netstroomadapter warm aanvoelen. Dit is normaal.
Wanneer de netstroomadapter de radio-ontvangst verstoort, moet de antenne opnieuw gericht of verplaatst worden.
De camera gebruiken
Richt de camera niet op extreem heldere lichtbronnen, zoals de zon bij een onbewolkte lucht. Het niet in acht nemen
van deze voorzorgsmaatregel kan schade aan de beeldsensor van de camera toebrengen.
Fel zonlicht gefocust door de zoeker kan het paneel van de elektronische zoeker (EVF) beschadigen. Richt de elektroni-
sche zoeker niet op de zon.
Maak proefopnamen
Maak proefopnamen
Voordat u fotos gaat maken van belangrijke gebeurtenissen (zoals een huwelijk of reis), kunt u het beste enkele testopna-
men maken en bekijken zodat u zeker weet dat de camera goed werkt. FUJIFILM Corporation aanvaardt geen aansprake-
lijkheid voor schade of inkomstenderving voortkomend uit het niet goed functioneren van het product.
Opmerkingen over auteursrechten
Opmerkingen over auteursrechten
Opnamen gemaakt met uw digitale camerasysteem mogen zonder toestemming van de eigenaar niet worden gebruikt
op een manier die de copyrightwetten overtreedt, tenzij deze uitsluitend voor privégebruik bedoeld zijn. Er zijn bepaalde
beperkingen van toepassing bij het fotograferen van optredens op podia, evenementen en tentoonstellingen, zelfs
wanneer de fotos alleen voor privégebruik bestemd zijn. De gebruiker wordt er ook op gewezen dat het overdragen van
een geheugenkaart die fotos of gegevens bevat die onder de copyrightwetten vallen, uitsluitend toegestaan is binnen de
beperkingen opgelegd door de regelgeving in het kader van deze auteursrechten.
Hantering
Hantering
Stel de camera tijdens het maken en opslaan van fotos niet bloot aan schokken om correcte opnames te garanderen.
Vloeibare kristallen
Vloeibare kristallen
In geval van beschadiging van het scherm moet de uiterste zorg worden betracht en ieder contact met de vloeibare
kristallen worden vermeden. Neem onmiddellijk maatregelen als een van de volgende situaties zich voordoet:
Als vloeibare kristallen met uw huid in aanraking komen, moet de betreff ende plek onmiddellijk met een doek worden
schoongemaakt en vervolgens met veel stromend water en zeep worden gewassen.
Als vloeibare kristallen in contact komen met de ogen, moeten de ogen onmiddellijk gedurende minimaal 15 minuten met
schoon stromend water worden uitgespoeld en moet medische hulp worden ingeroepen.
Als vloeibare kristallen worden ingeslikt, moet de mond met veel schoon stromend water worden gespoeld. Drink grote
hoeveelheden water en probeer over te geven, raadpleeg daarna een arts.
Hoewel het LCD-scherm met geavanceerde precisietechnologie is gefabriceerd, kan het scherm pixels bevatten die altijd
zijn verlicht of nooit zijn verlicht. Dit is geen defect. Beelden opgenomen met dit product worden niet beïnvloed.
241
12
Voor uw veiligheid
Informatie over handelsmerken
Informatie over handelsmerken
Digital Split Image is een handelsmerk of geregistreerd handelsmerk van FUJIFULM Corporation. Digital Micro Prism is een
handelsmerk of een geregistreerd handelsmerk van FUJIFILM Corporation. xD-Picture Card en
E zijn handelsmerken
van FUJIFILM Corporation. De hierin gebruikte lettertypen zijn uitsluitend ontwikkeld door DynaComware Taiwan Inc. Mac,
OS X en macOS en zijn in de Verenigde Staten en andere landen gedeponeerde handelsmerken van Apple Inc. Windows is
een geregistreerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en andere landen. Adobe, het Adobe-logo,
Photoshop en Lightroom zijn handelsmerken of geregistreerde handelsmerken van Adobe Systems Incorporated in de
Verenigde Staten en andere landen. Wi-Fi® en Wi-Fi Protected Setup® zijn geregistreerde handelsmerken van Wi-Fi Alliance.
Het Bluetooth®-woordmerk en de logos zijn geregistreerde handelsmerken in bezit van Bluetooth SIG, Inc., en elk gebruik van
zulke merken door Fujifi lm is onder licentie. De SDHC- en SDXC-logos zijn handelsmerken van SD-3C, LLC. Het HDMI-logo
is een handelsmerk of geregistreerd handelsmerk van HDMI Licensing LLC. Alle andere handelsnamen genoemd in deze
handleiding zijn de handelsmerken of geregistreerde handelsmerken van hun respectieve eigenaars.
Elektrische interferentie
Elektrische interferentie
Deze camera kan medische en luchtvaartapparatuur verstoren. Vraag in het ziekenhuis of bij de luchtvaartmaatschappij
om toestemming voordat u uw camera in een ziekenhuis of vliegtuig gebruikt.
Kleurentelevisiesystemen
Kleurentelevisiesystemen
NTSC (National Television System Committee) is een kleurentelevisiesysteem dat vooral in de Verenigde Staten, Canada en
Japan wordt gebruikt. PAL (Phase Alternation by Line) is een kleurentelevisiesysteem dat vooral in Europa en China wordt
gebruikt.
Exif Print (Exif Versie. 2.3)
Exif Print (Exif Versie. 2.3)
Exif Print is een recentelijk herzien bestandsformaat voor digitale camera’s waarin samen met de foto informatie wordt
opgeslagen over de manier waarop tijdens het afdrukken de optimale kleurenreproductie kan worden bereikt.
BELANGRIJKE MEDEDELING: Lezen alvorens de software te gebruiken
Direct of indirect exporteren, in zijn geheel of gedeeltelijk, van software met een licentie zonder de toestemming van de
van toepassing zijnde bestuursorganen is verboden.
242
12
OPMERKINGEN
Stel het apparaat niet bloot aan regen of vocht om gevaar voor brand en een schok te voorkomen.
Lees eerst de “Veiligheidsopmerkingen” en zorg dat u deze begrijpt voordat u de camera gebruikt.
Voor klanten in Canada
Voor klanten in Canada
CAN ICES-3 (B)/NMB-3(B)
ATTENTIE: Dit Klasse B digitale apparaat voldoet aan de Canadese norm ICES-003.
Verklaring Industry Canada: Dit apparaat voldoet aan de RSS-normen van Industry Canada voor vergunningsvrije appara-
ten. De werking is onderhevig aan de volgende twee voorwaarden: (1)Dit apparaat mag geen interferentie veroorzaken,
en (2)Dit apparaat moet elke interferentie accepteren, inclusief interferentie die ongewenste werking van het apparaat
kan veroorzaken.
Dit apparaat en zijn antenne(s) mogen niet samen geplaatst worden of worden opgesteld in combinatie met een andere
antenne of zender, behalve geteste ingebouwde radio’s. De functie Landcodeselectie is uitgeschakeld voor producten die
in de VS/Canada op de markt gebracht worden.
Verklaring over blootstelling aan straling: De beschikbare wetenschappelijke gegevens tonen niet aan dat eventuele ge-
zondheidsproblemen in verband worden gebracht met het gebruik van draadloze apparatuur met laag vermogen. Het is
echter niet bewezen dat deze draadloze apparatuur met laag vermogen absoluut veilig is. Draadloze apparatuur met laag
vermogen zenden lage niveaus van radiofrequentie-energie (RF) uit in het microgolfbereik tijdens gebruik. Terwijl hoge
niveaus van RF gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid (door verhitting van celweefsel), veroorzaakt blootstelling
aan lage RF-niveaus die geen verhittingseff ecten produceren, geen bekende nadelige gevolgen voor de gezondheid.
Veel studies over blootstelling aan lage RF-niveaus hebben geen biologische eff ecten aangetoond. Sommige studies sug-
gereerden dat er bepaalde biologische eff ecten kunnen optreden, maar dergelijke bevindingen zijn niet bevestigd door
aanvullend onderzoek. GFX 50R is getest en voldoet aan de IC stralingsblootstellingslimieten voor een ongecontroleerde
omgeving en aan RSS-102 van de regels voor blootstelling aan IC radiofrequentie (RF).
Verwijdering van elektrische en elektronische apparatuur in particuliere huishoudens
Verwijdering van elektrische en elektronische apparatuur in particuliere huishoudens
In de Europese Unie, Noorwegen, IJsland en Liechtenstein: Dit symbool op het product of in de handleiding en
in de garantievoorwaarden en/of op de verpakking duidt aan dat dit product niet als huishoudelijk afval mag
worden behandeld. In plaats daarvan moet het apparaat bij een inzamelpunt voor recycling van elektrische en
elektronische apparatuur worden ingeleverd.
Door dit product op de juiste wijze weg te gooien helpt u potentiële negatieve gevolgen voor het milieu en
de gezondheid van de mens voorkomen. Onjuiste verwerking van dit product kan het milieu schaden.
Dit symbool op de batterijen of accu’s duidt aan dat deze batterijen niet als huishoudelijk afval mogen worden
behandeld.
Als uw apparaat eenvoudig verwijderbare batterijen of accus bevat, dient u deze overeenkomstig de lokale
regels afzonderlijk in te leveren.
De recycling van materialen helpt bij het behoud van natuurlijke bronnen. Neem contact op met uw gemeente, uw
inzamelpunt voor het inleveren van huishoudelijk afval of de winkel waar u het product hebt gekocht voor meer gedetail-
leerde informatie over recycling van dit product.
In landen buiten de Europese Unie, Noorwegen, IJsland en Liechtenstein: Neem contact op met uw gemeente en vraag naar
de juiste wijze waarop u dit product inclusief batterijen of accu’s dient weg te gooien.
In Japan: Dit symbool op de batterijen duidt aan dat ze afzonderlijk weggegooid moeten worden.
243
12
Voor uw veiligheid
Apparaten met draadloos netwerk en Bluetooth: waarschuwingen
Dit product voldoet aan de volgende EU-richtlijnen:
RoHS-richtlijn 2011/65/EU
RE-richtlijn 2014/53/EU
Hierbij verklaar ik, FUJIFILM Corporation, dat het type radioapparatuur FF180004 conform is met Richtlijn 2014/53/EU.
De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres:
http://www.fujifilm.com/products/digital_cameras/gfx/fujifilm_gfx_50r/pdf/index/fujifilm_gfx_50r_cod.pdf
Deze conformiteit wordt aangegeven door de volgende conformiteitsmarkering op het product:
Deze markering is geldig voor niet-Telecom-producten en EU-geharmoniseerde Telecom-producten (bijvoorbeeld
Bluetooth®).
BELANGRIJK: Lees eerst de volgende mededelingen alvorens de ingebouwde draadloze zender van de camera te gebruiken.
Q Dit product, dat een coderingsfunctie bevat die in de Verenigde Staten is ontwikkeld, wordt gecontroleerd door de
United States Export Administration Regulations en mag niet worden geëxporteerd of opnieuw worden geëxporteerd
naar landen waarvoor in de Verenigde Staten een handelsembargo geldt.
Gebruik alleen een apparaat met draadloos netwerk of Bluetooth
Gebruik alleen een apparaat met draadloos netwerk of Bluetooth
.
. Fujifi lm aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade als
gevolg van ongeoorloofd gebruik. Niet gebruiken in toepassingen die een hoge mate van betrouwbaarheid vereisen,
bijvoorbeeld in medische apparatuur of andere systemen die direct of indirect invloed hebben op een mensenleven.
Wanneer u het apparaat in computer- en andere systemen gebruikt die een grotere mate van betrouwbaarheid eisen
dan aangeboden door apparaten met een draadloos netwerk of Bluetooth, zorg er dan voor dat u alle benodigde
voorzorgsmaatregelen neemt om te veiligheid te garanderen en storing te voorkomen.
Alleen gebruiken in het land waar het apparaat werd aangeschaft.
Alleen gebruiken in het land waar het apparaat werd aangeschaft. Dit apparaat conformeert met voorschriften van apparaten
met draadloos netwerk of Bluetooth in het land waarin het gekocht is. Neem alle lokale voorschriften in acht bij het
gebruik van het apparaat. Fujifi lm aanvaardt geen aansprakelijkheid voor problemen die voortvloeien uit het gebruik in
andere rechtsgebieden.
Gebruik het apparaat niet op plaatsen die onderhevig zijn aan magnetische velden, statische elektriciteit of radio-interferentie.
Gebruik het apparaat niet op plaatsen die onderhevig zijn aan magnetische velden, statische elektriciteit of radio-interferentie. Ge-
bruik de zender niet in de nabijheid van magnetrons of op andere plaatsen die onderhevig zijn aan magnetische velden,
statische elektriciteit of radio-interferentie, waardoor ontvangst van draadloze signalen mogelijk wordt voorkomen.
Wederzijdse interferentie kan zich voordoen als de zender in de nabijheid van andere draadloze apparaten in de 2,4GHz
band wordt gebruikt.
De draadloze zender werkt in de 2,4 GHz-band met DSSS-, OFDM- en GFSK-modulatie.
De draadloze zender werkt in de 2,4 GHz-band met DSSS-, OFDM- en GFSK-modulatie.
Veiligheid: Apparaten met draadloos netwerk of Bluetooth brengen gegevens over via de radio en hun gebruik heeft
vervolgens meer aandacht nodig voor veiligheid dan geldt voor draadloze netwerken.
-
Maak geen verbinding met onbekende netwerken of netwerken waarvoor u geen toegangsrechten hebt, zelfs als
ze worden weergegeven op uw apparaat, aangezien zulke toegang als ongeautoriseerd wordt gezien. Maak alleen
verbinding met netwerken waarvoor u toegangsrechten hebt.
-
Let op dat draadloze transmissies kwetsbaar kunnen zijn voor onderschepping door derden.
Het volgende kan strafbaar zijn:
Het volgende kan strafbaar zijn:
-
Demontage of modifi catie of dit apparaat
-
Verwijderen van apparaatcertifi catielabels
Dit apparaat werkt op dezelfde frequentie als commerciële, educatieve en medische apparaten en draadloze zenders.
Dit apparaat werkt op dezelfde frequentie als commerciële, educatieve en medische apparaten en draadloze zenders. Het werkt
tevens op dezelfde frequentie als zenders met een licentie en speciale laagspanningzenders zonder licentie die in
RFID-trackingsystemen voor lopende banden en in andere vergelijkbare toepassingen worden gebruikt.
Om interferentie met bovenstaande apparaten te voorkomen, moeten de volgende voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen.
Om interferentie met bovenstaande apparaten te voorkomen, moeten de volgende voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen.
Controleer of de RFID-zender niet in werking is, alvorens dit apparaat in gebruik te nemen. Merkt u dat het apparaat
interferentie veroorzaakt in zenders met een licentie die voor RFID-tracking worden gebruikt, stop dan onmiddellijk met
gebruik van de betreff ende frequentie of verplaats het apparaat naar een andere locatie. Indien u merkt dat dit apparaat
interferentie veroorzaakt in RFID-trackingsystemen met lage spanning, neem dan contact op met een Fujifi lm-vertegen-
woordiger.
Gebruik dit apparaat niet aan boord van een vliegtuig.
Gebruik dit apparaat niet aan boord van een vliegtuig. Houd er rekening mee dat Bluetooth actief kan blijven zelfs terwijl
de camera uit is. Bluetooth kan uitgeschakeld worden door UIT te selecteren voor D VERBINDING INSTELLING>
Bluetooth INSTELLINGEN> Bluetooth AAN/UIT.
244
12
Voor uw veiligheid
Lees eerst deze opmerkingen voordat u de lens gebruikt
Veiligheidsopmerkingen
Zorg ervoor dat u de lens goed gebruikt. Lees voor gebruik deze veiligheidsopmerkingen en de Gebruikershandleiding
van de camera zorgvuldig door.
Bewaar deze veiligheidsopmerkingen na het lezen op een veilige plaats.
Informatie over pictogrammen
De hieronder afgebeelde pictogrammen worden in deze gebruiksaanwijzing gebruikt om de ernst aan te geven van letsels
of schade die kan ontstaan als de betekenis van het pictogram niet in acht wordt genomen en het product ten gevolge
daarvan onjuist wordt gebruikt.
WAARSCHUWING
WAARSCHUWING
Dit pictogram geeft aan dat het niet opvolgen van instructies kan leiden tot ernstig of fataal
letsel.
ATTENTIE
ATTENTIE
Dit pictogram geeft aan dat het niet opvolgen van instructies kan leiden tot persoonlijk letsel of
materiële schade.
De hieronder afgebeelde pictogrammen geven de ernst van de gevolgen aan als de instructies niet worden nageleefd.
Driehoekige pictogrammen geven aan dat deze informatie uw aandacht behoeft (“Belangrijk”).
Cirkelvormige pictogrammen met een diagonale streep geven aan dat die handeling verboden is (“Verbo-
den”).
Opgevulde cirkels met een uitroepteken geven aan dat er een handeling moet worden verricht (“Vereist”).
WAARSCHUWING
WAARSCHUWING
Niet onderdompelen
Niet onderdompelen in of blootstellen aan water.
Niet onderdompelen in of blootstellen aan water. Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan brand
of een elektrische schok tot gevolg hebben.
Haal het apparaat
niet uit elkaar
Haal het apparaat niet uit elkaar (maak de behuizing niet open).
Haal het apparaat niet uit elkaar (maak de behuizing niet open). Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatre-
gel kan brand, een elektrische schok of letsel door een defect product tot gevolg hebben.
Raak geen interne
onderdelen aan
Mocht de behuizing openbreken door een val of ander ongeluk, raak de blootliggende onderdelen dan niet aan.
Mocht de behuizing openbreken door een val of ander ongeluk, raak de blootliggende onderdelen dan niet aan. Het
niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan een elektrische schok of letsel door het aanraken van
beschadigde onderdelen tot gevolg hebben. Verwijder onmiddellijk de batterij en pas op voor letsel of een
elektrische schok. Breng het product naar het verkooppunt voor advies.
Plaats niet op onstabiele oppervlakken.
Plaats niet op onstabiele oppervlakken. Het product kan vallen, wat letsel tot gevolg kan hebben.
Kijk niet in de zon door de zoekers van de lens of camera.
Kijk niet in de zon door de zoekers van de lens of camera. Het niet in acht nemen van deze waarschuwing kan
permanent oogletsel tot gevolg hebben.
ATTENTIE
ATTENTIE
Niet gebruiken of bewaren op plaatsen blootgesteld aan stoom of rook of zeer vochtige of uitermate sto ge plaatsen.
Niet gebruiken of bewaren op plaatsen blootgesteld aan stoom of rook of zeer vochtige of uitermate sto ge plaatsen.
Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan brand of een elektrische schok tot gevolg hebben.
Laat niet in direct zonlicht liggen of op plaatsen die onderhevig zijn aan zeer hoge temperaturen, zoals in een afgesloten
Laat niet in direct zonlicht liggen of op plaatsen die onderhevig zijn aan zeer hoge temperaturen, zoals in een afgesloten
voertuig op een zonnige dag.
voertuig op een zonnige dag. Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan brand tot gevolg hebben.
Houd buiten het bereik van kleine kinderen.
Houd buiten het bereik van kleine kinderen. In de handen van kinderen kan dit product letsel veroorzaken.
Hanteer niet met natte handen.
Hanteer niet met natte handen. Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan een elektrische schok
tot gevolg hebben.
Houd de zon uit het beeld bij het fotograferen van onderwerpen met tegenlicht.
Houd de zon uit het beeld bij het fotograferen van onderwerpen met tegenlicht. Zonlicht dat wordt scherpgesteld
in de camera wanneer de zon zich in het beeld of vlakbij het beeld bevindt, kan brand of brandwonden
veroorzaken.
Wanneer het product niet in gebruik is, plaats de lensdoppen dan terug en bewaar het product niet in direct zonlicht.
Wanneer het product niet in gebruik is, plaats de lensdoppen dan terug en bewaar het product niet in direct zonlicht.
Zonlicht dat wordt scherpgesteld door de lens kan brand of brandwonden tot gevolg hebben.
Draag de camera of lens niet terwijl deze op een statief is bevestigd.
Draag de camera of lens niet terwijl deze op een statief is bevestigd. Het product kan vallen of andere voorwerpen
raken, wat letsel tot gevolg kan hebben.
245
12
Productverzorging
Om langdurig van uw camera te kunnen genieten, moe-
ten onderstaande voorzorgsmaatregelen in acht worden
genomen.
Camerabehuizing: Gebruik een zachte, droge doek om de camera te
reinigen na elk gebruik. Gebruik geen alcohol, verfverdunner of
andere vluchtige chemicaliën. Deze kunnen vervormingen of ver-
kleuringen van het leer van de camerabehuizing tot gevolg hebben.
Vloeisto en op de camera moeten onmiddellijk worden verwijderd
met een zachte, droge doek. Gebruik een blaaskwast om stof van de
monitor te verwijderen, waarbij u oplet dat u geen krassen maakt,
en neem vervolgens met een zachte, droge doek af. Resterende
vlekken kunnen worden verwijderd met een Fuji lm-lensreinigings-
doekje waarop een kleine hoeveelheid lensreinigingsvloeistof is
aangebracht. Plaats de behuizingsdop terug wanneer er geen lens is
bevestigd om binnendringen van stof in de camera te voorkomen.
Beeldsensor: Meerdere fotos ontsierd door vlekken en plek-
ken op identieke locaties kan duiden op de aanwezigheid
van stof op de beeldsensor. Reinig de sensor met behulp van
D GEBRUIKERSINSTELLINGEN> SENSORREINIGING.
246
12
De beeldsensor reinigen
Stof dat niet kan worden verwijderd met behulp van
DGEBRUIKERSINSTELLINGEN> SENSORREINIGING kan
handmatig worden verwijderd, zoals hieronder wordt
beschreven.
O
Let erop dat er kosten in rekening worden gebracht bij het repareren of
vervangen van de beeldsensor als deze wordt beschadigd tijdens het
reinigen.
1
Gebruik een blaaskwast (geen borstel)
om stof van de sensor te verwijderen.
O
Gebruik geen borstel of blaasborstel.
Anders kan de sensor worden bescha-
digd.
2
Controleer of het stof succesvol is verwijderd. Herhaal stappen
1 en 2 indien nodig.
3
Vervang de behuizingsdop of lens.
247
12
Firmware-updates
Sommige functies van het product kunnen verschillen van
de beschrijving meegeleverd in de handleiding vanwege
de  rmware-update. Voor uitgebreide informatie over
ieder model, bezoekt u onze website:
http://www.fujifilm.com/support/digital_cameras/software
De Firmwareversie controleren
O
De camera zal alleen de  rmware-versie weergeven als er een geheugen-
kaart is geplaatst.
1
Schakel de camera uit en controleer of er een geheugenkaart is
geplaatst.
2
Zet de camera aan terwijl u op de DISP/BACK-knop drukt. De
versie van de huidige  rmware zal worden weergegeven; con-
troleer de  rmwareversie.
3
Schakel de camera uit.
N
Om de  rmware-versie te bekijken of  rmware te updaten voor opti-
onele accessoires zoals uitwisselbare lenzen,  itsschoeneenheden en
vattingadapter, bevestig de accessoires op de camera.
248
12
Probleemoplossing
Raadpleeg de onderstaande tabel indien u problemen on-
dervindt met uw camera. Als u hier geen oplossing vindt,
neemt u contact op met uw lokale Fuji lm-dealer.
Voeding en batterij
Probleem
Probleem
Oplossing
Oplossing
De camera kan niet
worden ingeschakeld.
De batterij is leeg: Laad de batterij op of plaats een volledig
opgeladen reservebatterij (P 29).
De batterij is niet goed geplaatst: Plaats de batterij nogmaals
en in de juiste richting (P 32).
De afdekkap van het batterijvak is niet vergrendeld: Vergrendel
de afdekkap van het batterijvak (P 32).
Het scherm gaat niet aan.
Het scherm gaat mogelijk niet aan als de camera wordt uitgezet
en zeer snel daarna weer wordt aangezet.
Houd de sluiterknop
halverwege ingedrukt totdat de monitor geactiveerd wordt.
De batterij raakt snel
leeg.
De batterij is koud: Warm de batterij op in een van uw zakken
of op een andere warme plaats en stop de batterijen pas
vlak voordat u gaat fotograferen in de camera.
Er zit vuil op de polen van de batterij: Maak de polen van de
batterij schoon met een zachte, droge doek.
AAN is geselecteerd voor G AF/MF INSTELLINGEN>
PRE-AF: Schakel PRE-AF uit (P 103).
De batterij is heel vaak opgeladen: Het einde van de levensduur
van de batterij is bereikt. Koop een nieuwe batterij (P 159).
De camera wordt plotse-
ling uitgeschakeld.
De batterij is leeg: Laad de batterij op of plaats een volledig
opgeladen reservebatterij (P 29).
249
12
Probleemoplossing
Probleem
Probleem
Oplossing
Oplossing
Het opladen start niet.
Plaats de batterij (P 32).
Plaats de batterij nogmaals in de juiste richting (P 32).
Controleer of de lader correct in het stopcontact is gestoken
(P 29).
Zorg ervoor dat de stekkeradapter correct op de lader is
aangesloten (P 29).
Het opladen verloopt
traag.
Laad de batterij op bij kamertemperatuur.
De laadindicator knippert,
maar de batterij laadt
niet op.
Er zit vuil op de polen van de batterij: Maak de polen van de batterij
schoon met een zachte, droge doek
(P 32).
De batterij is heel vaak opgeladen: Het einde van de levensduur
van de batterij is bereikt. Koop een nieuwe batterij. Neem
contact op met uw Fujifi lm-dealer als de batterij nog steeds
niet kan worden opgeladen (P 232).
Menu’s en schermen
Probleem
Probleem
Oplossing
Oplossing
Het scherm is niet in het
Nederlands.
Selecteer NEDERLANDS voor
D GEBRUIKERSINSTELLINGEN> Q a (P 41,
158).
250
12
Fotograferen
Probleem
Probleem
Oplossing
Oplossing
Er wordt geen foto
gemaakt wanneer de
ontspanknop wordt
ingedrukt.
De geheugenkaart is vol: Plaats een nieuwe geheugenkaart of
wis fotos (P 34, 138).
De geheugenkaart is niet geformatteerd: Formatteer de geheu-
genkaart in de camera (P 156).
Er zit vuil op de contacten van de geheugenkaart: Maak de
contacten schoon met een zachte, droge doek.
De geheugenkaart is beschadigd: Plaats een nieuwe geheugen-
kaart (P 34).
De batterij is leeg: Laad de batterij op of plaats een volledig
opgeladen reservebatterij (P 29).
De camera werd automatisch uitgeschakeld: Schakel de camera
in (P 37).
U gebruikt een bevestigingsadapter van derden: Selecteer AAN
voor OPNAME ZONDER LENS (P 177).
Spikkels (“beeldruis”)
verschijnen in het scherm
of in de zoeker wanneer de
ontspanknop half wordt
ingedrukt.
De versterking wordt verhoogd om de compositie te onder-
steunen als het onderwerp slecht is belicht en het diafragma
wordt verkleind, wat kan leiden tot opvallende spikkels bij
het bekijken van de fotos op het scherm. Fotos die gemaakt
worden met de camera blijven onaangetast.
De camera stelt niet
scherp.
Het onderwerp is niet geschikt voor automatische scherpstelling:
Gebruik scherpstelvergrendeling of handmatige scherpstel-
ling (P 81).
251
12
Probleemoplossing
Probleem
Probleem
Oplossing
Oplossing
Er is geen gezicht gede-
tecteerd.
Het gezicht van het onderwerp wordt verborgen door een zon-
nebril, een hoed, lang haar of andere voorwerpen: Verwijder de
obstakels (P 104).
Het gezicht van het onderwerp beslaat slechts een klein deel van
het beeld: Wijzig de compositie zodat het gezicht van het
onderwerp een groter deel van het beeld beslaat (P 104).
Het gezicht van het onderwerp is weggedraaid van de camera:
Vraag het onderwerp in de richting van de camera te kijken
(P 104).
De camera wordt schuin gehouden: Houd de camera recht.
Het gezicht van het onderwerp is onderbelicht: Fotografeer bij
helder licht.
Er is een verkeerd onder-
werp geselecteerd.
Het geselecteerde onderwerp is dichter bij het midden van
het beeld dan het hoofdonderwerp. Schakel gezichtsdetectie
uit, selecteer enkelpunts AF en gebruik scherpstelgebiedse-
lectie om het scherpstelveld over uw onderwerp te positione-
ren (P 67, 69).
De  itser  itst niet.
De  itser is uitgeschakeld: Pas de instellingen aan (P 124).
De batterij is leeg: Laad de batterij op of plaats een volledig
opgeladen reservebatterij (P 29).
De camera staat in stand bracketing of continu: Selecteer de
enkele-fotostand (P 6).
252
12
Probleem
Probleem
Oplossing
Oplossing
Het onderwerp wordt niet
volledig door de  itser
verlicht.
Het onderwerp bevindt zich buiten het bereik van de  itser: Plaats
het onderwerp binnen het bereik van de fl itser.
Het venster van de  itser wordt bedekt: Houd de camera op de
juiste wijze vast.
De sluitertijd is korter dan de sync snelheid: Selecteer een lange-
re sluitertijd (P 58, 62, 262).
Fotos zijn onscherp.
De lens is vuil: Maak de lens schoon.
De lens wordt geblokkeerd: Houd voorwerpen weg van de lens
(P 45).
s wordt weergegeven tijdens het fotograferen en het scherp-
stelkader wordt rood weergegeven: Controleer de scherpstel-
ling voordat u de opname maakt (P 46).
De foto’s zijn bespikkeld.
De sluitertijd is lang en de omgevingstemperatuur is hoog: Dit is
normaal en duidt niet op een defect. Gebruik pixel mapping
(P 98).
De camera werd langdurig gebruikt bij hoge temperaturen: Scha-
kel de camera uit en wacht tot hij is afgekoeld (P 37, 259).
Er wordt een temperatuurwaarschuwing weergegeven: Schakel
de camera uit en wacht tot hij is afgekoeld (P 37, 259).
253
12
Probleemoplossing
Afspelen
Probleem
Probleem
Oplossing
Oplossing
De foto’s zijn korrelig.
De fotos zijn met een camera van een ander merk of model
gemaakt.
Zoomweergave is niet
beschikbaar.
De fotos zijn gemaakt met NIEUW FORMAAT of met een
camera van een ander merk of model.
Geen geluid bij het
afspelen van  lms.
Het afspeelvolume is te laag: Pas het afspeelvolume aan
(P 161).
De microfoon was bedekt: Houd de camera tijdens het opne-
men op de juiste wijze vast.
De luidspreker wordt afgedekt: Houd de camera tijdens het
afspelen op de juiste wijze vast.
De geselecteerde foto’s
zijn niet gewist.
Sommige van de te wissen fotos zijn beveiligd. Verwijder
de beveiliging met het apparaat waarmee de beveiliging is
aangebracht (P 142).
Fotos blijven behouden
nadat WISSEN> ALLE
FOTO’S is geselecteerd.
De bestandsnummering
wordt onverwacht
teruggezet.
De afdekkap van het batterijvak werd geopend terwijl de
camera was ingeschakeld. Schakel de camera uit voordat u de
afdekkap van het batterijvak opent (P 182).
254
12
Aansluitingen
Probleem
Probleem
Oplossing
Oplossing
Het scherm geeft geen
beeld.
De camera is aangesloten op een TV: Fotos worden weergegeven op
de TV in plaats van op het scherm van de camera (
P
218).
Zowel de televisie- en de
cameramonitor zijn leeg.
De weergavemodus wordt geselecteerd met de VIEW MODE-knop
EVF ONLY + E: Plaats uw oog tegen de zoeker. Gebruik de
VIEW MODE-knop om een andere weergavemodus te kiezen
(P 14).
Geen beeld of geluid op
de tv.
De camera is niet goed aangesloten: Sluit de camera op de
juiste wijze aan (P 218).
Het kanaal van het televisietoestel is ingesteld op “TV”: Stel de
ingang in op “HDMI” (P 218).
Het volume van het televisietoestel is te laag: Gebruik de
volumeregeling van het televisietoestel om het volume aan
te passen (P 218).
De computer herkent de
camera niet.
Controleer of de camera en computer juist zijn aangesloten
(P 223).
Kan geen RAW- of
JPEG-bestanden naar
computer overzetten.
Gebruik MyFinePix Studio om fotos over te zetten (alleen
Windows; P 223).
255
12
Probleemoplossing
Draadloze overdracht
Voor meer informatie over het oplossen van problemen voor
draadloze verbindingen bezoekt u:
http://digital-cameras.support.fujifilm.com/app?pid=x
Probleem
Probleem
Oplossing
Oplossing
Kan geen verbinding
maken met een
smartphone.
De camera is te traag
om verbinding te maken
of om foto’s naar de
smartphone te uploaden.
Uploaden mislukt of is
onderbroken.
De smartphone is te ver weg: Plaats de apparaten dichterbij
(P 220).
Naburige apparaten veroorzaken radio-interferentie: Plaats de
camera en smartphone uit de buurt van magnetrons of
draadloze telefoons (P 220).
Kan geen afbeeldingen
uploaden.
De smartphone is met een ander apparaat verbonden: De smart-
phone en camera kunnen slechts met één apparaat tegelijk
worden verbonden. Verbreek de verbinding en probeer
opnieuw (P 220).
Er bevinden zich meerdere smartphones in de directe omgeving:
Probeer opnieuw verbinding te maken. De aanwezigheid
van meerdere smartphones kan de verbinding bemoeilijken
(P 220).
Het beeld werd op een ander apparaat aangemaakt: De camera is
mogelijk niet in staat fotos te uploaden die zijn aangemaakt
met andere apparaten.
Het beeld is een  lm: Hoewel u fi lms voor uploaden kunt
selecteren terwijl u de inhoud van het camerageheugen op
uw smartphone bekijkt, zal het uploaden enige tijd duren.
Films die bedoeld zijn om op een smartphone of tablet weer
te geven, moeten worden opgenomen bij een beeldformaat
van 1280×720 (HD) of kleiner. Ga voor informatie over het
bekijken van de fotos op de camera naar:
http://app.fujifilm-dsc.com/en/camera_remote/
De smartphone geeft
geen foto’s weer.
Selecteer AAN voor ALGEMENE INSTELLINGN>
VERKLEIN(SP) H.
Het selecteren van UIT verhoogt upload-
tijden voor grotere afbeeldingen; bovendien kunnen sommige
telefoons geen afbeeldingen weergeven die groter zijn dan
een bepaald formaat (
P 189).
256
12
Probleemoplossing
Diversen
Probleem
Probleem
Oplossing
Oplossing
De camera reageert niet.
Tijdelijke storing van de camera: Verwijder de batterij en
plaats deze opnieuw (P 32).
De batterij is leeg: Laad de batterij op of plaats een volle-
dig opgeladen reservebatterij (P 29).
De camera is aangesloten op een draadloos LAN: Beëindig de
verbinding.
De camera functioneert niet
naar behoren.
Verwijder de batterij en plaats deze opnieuw (P 32).
Neem contact op met uw Fujifi lm-dealer wanneer het
probleem zich blijft voordoen.
Geen geluid.
Pas het volume aan (P 160).
Door op de Q-knop te
drukken, geeft het scherm het
snelmenu niet weer.
TTL-VERGRENDELING is actief: Beëindig TTL-VERGRENDELING
(P 125).
257
12
Waarschuwingsberichten en -aanduidingen
Op het scherm kunnen de volgende waarschuwingen wor-
den weergegeven.
Waarschuwing
Waarschuwing
Beschrijving
Beschrijving
i (rood)
Batterij bijna leeg. Laad de batterij op of plaats een volledig opge-
laden reservebatterij.
j
(knippert rood)
De batterij is leeg. Laad de batterij op of plaats een volledig opge-
laden reservebatterij.
s (weergegeven in rood
met rood scherpstelkader)
De camera is niet in staat scherp te stellen. Gebruik scherpstelver-
grendeling om eerst scherp te stellen op een ander onderwerp
dat zich op dezelfde afstand bevindt en bepaal pas daarna de
compositie van de foto.
Het diafragma of de
sluitertijd wordt rood
weergegeven
Het onderwerp is te helder of te donker en de foto wordt
over- of onderbelicht. Gebruik de fl itser voor extra belichting
wanneer u fotos neemt van slecht belichte onderwerpen.
SCHERPSTELFOUT
Storing van de camera. Schakel de camera uit en weer in.
Neem contact op met een Fujifi lm-dealer wanneer de mel-
ding blijft verschijnen.
LENSAANSTURING DEFECT
SCHAKEL DE CAMERA UIT
EN SCHAKEL DIE WEER IN
GEEN KAART
De sluiter kan alleen worden ontspannen wanneer een geheu-
genkaart is geplaatst. Plaats een geheugenkaart.
KAART NIET
GEFORMATTEERD!
De geheugenkaart is niet geformatteerd of de geheugen-
kaart werd in een computer of ander apparaat geformat-
teerd: Formatteer de geheugenkaart met behulp van
D GEBRUIKERSINSTELLINGEN> FORMATTEREN.
De contacten van de geheugenkaart moeten worden schoongemaakt:
Maak de contacten schoon met een zachte, droge doek.
Formatteer de geheugenkaart als de melding opnieuw ver-
schijnt. Wanneer de melding voortdurend terugkomt, moet de
geheugenkaart worden vervangen.
Storing van de camera: Neem contact op met een
Fujifi lm-dealer.
LENSFOUT
Schakel de camera uit, verwijder de lens, reinig de bevestigingsop-
pervlakken en plaats vervolgens de lens terug en schakel de camera
in. Neem contact op met een Fujifi lm-dealer wanneer het probleem
zich blijft voordoen.
258
12
Waarschuwing
Waarschuwing
Beschrijving
Beschrijving
KAARTFOUT
Voor ingebruikname in de camera werd de geheugenkaart niet
geformatteerd: Formatteer de kaart.
De contacten van de geheugenkaart moeten worden schoonge-
maakt of de geheugenkaart is beschadigd: Maak de contacten
schoon met een zachte, droge doek. Formatteer de geheu-
genkaart als de melding opnieuw verschijnt. Wanneer de
melding voortdurend terugkomt, moet de geheugenkaart
worden vervangen.
Incompatibele geheugenkaart: Gebruik een compatibele
geheugenkaart.
Storing van de camera: Neem contact op met een
Fujifi lm-dealer.
BEVEILIGDE KAART
De geheugenkaart is vergrendeld. Ontgrendel de kaart.
BEZIG MET OPSLAAN
De geheugenkaart is onjuist geformatteerd. Gebruik de came-
ra om de kaart te formatteren.
b GEHEUGEN VOL
De geheugenkaart is vol en foto's kunnen niet worden vastge-
legd. Wis fotos of plaats een geheugenkaart waarop meer vrije
ruimte beschikbaar is.
SCHRIJFFOUT NAAR
KAART
Geheugenkaartfout of verbindingsfout: Plaats de geheugen-
kaart nog een keer of schakel de camera uit en weer in.
Neem contact op met een Fujifi lm-dealer wanneer de
melding blijft verschijnen.
Onvoldoende geheugen om extra fotos op te slaan: Wis foto’s
of plaats een geheugenkaart waarop meer vrije ruimte
beschikbaar is.
De geheugenkaart is niet geformatteerd: Formatteer de geheu-
genkaart.
MAX. NUM. BEREIKT
De camera heeft de hoogste nummering (999-9999) bereikt.
Plaats een geformatteerde geheugenkaart en selecteer RESET
voor D OPSLAAN SET-UP> NUMMERING.
Maak een
foto om de nummering terug te zetten naar 100-0001, selecteer
vervolgens CONTINU voor NUMMERING.
259
12
Waarschuwingsberichten en -aanduidingen
Waarschuwing
Waarschuwing
Beschrijving
Beschrijving
KAART LEESFOUT
Het bestand is beschadigd of niet met deze camera aangemaakt:
Het bestand kan niet worden gelezen.
De contacten van de geheugenkaart moeten worden schoongemaakt:
Maak de contacten schoon met een zachte, droge doek. Formatteer
de geheugenkaart als de melding opnieuw verschijnt. Wanneer de
melding voortdurend terugkomt, moet de geheugenkaart worden
vervangen.
Storing van de camera: Neem contact op met een Fujifi lm-dealer.
DEZE FOTO IS BEVEILIGD
U heeft geprobeerd een beveiligde foto te wissen of te draai-
en. Verwijder de beveiliging en probeer het opnieuw.
UITSNEDE NIET MOGELIJK
De foto is beschadigd of niet met deze camera aangemaakt.
DPOF LEESFOUT
Printopdrachten kunnen niet meer dan 999 fotos bevatten.
Kopieer extra foto's die u wilt afdrukken naar een andere geheu-
genkaart en maak een tweede printopdracht aan.
INSTELLEN DPOF
De foto kan niet met DPOF worden afgedrukt.
F GEEN
Films kunnen niet met DPOF worden afgedrukt.
DRAAIEN NIET MOGELIJK
De geselecteerde foto kan niet worden gedraaid.
F DRAAIEN NIET
MOGELIJK
Films kunnen niet worden gedraaid.
F NIET MOGELIJK
Verwijdering van rode ogen kan niet worden toegepast op
lms.
m NIET MOGELIJK
Op de fotos die met andere camera's zijn gemaakt, kan geen
rode-ogenverwijdering worden toegepast.
p (geel)
Schakel de camera uit en wacht tot hij is afgekoeld. Het aantal
spikkels op fotos kan toenemen als deze waarschuwing wordt
weergegeven.
p (rood)
Schakel de camera uit en wacht tot hij is afgekoeld. Wanneer
deze waarschuwing wordt weergegeven, is het opnemen
van fi lms mogelijk niet beschikbaar, kunnen er meer vlekken
voorkomen, en kunnen prestaties, inclusief beeldsnelheid en
weergavekwaliteit, afnemen.
260
12
Capaciteit geheugenkaart
De volgende tabel toont de opnametijd of het aantal foto’s
beschikbaar met verschillende beeldformaten. Alle genoem-
de aantallen zijn bij benadering; de bestandsgroottes zijn
afhankelijk van de opgenomen scène, waardoor er grote
verschillen kunnen zijn in het aantal bestanden dat kan wor-
den opgeslagen. Het kan ook voorkomen dat het resterende
aantal opnamen en de resterende opnametijd niet gelijkma-
tig afnemen.
Capaciteit
Capaciteit
T
T
8GB
8GB
16GB
16GB
SUPER
SUPER
FINE
FINE
FINE
FINE
NORMAL
NORMAL
SUPER
SUPER
FINE
FINE
FINE
FINE
NORMAL
NORMAL
Foto's
Foto's
O
O
4
4
3
3
254 381 607 524 785 1253
RAW (GEDECOMPRIMEERD)
RAW (GEDECOMPRIMEERD) 66 137
RAW (VERLIESVRIJ GECOMPRIM.)
RAW (VERLIESVRIJ GECOMPRIM.) 127 265
Films
Films
*
*
i
i
1080/29.97P, 25P, 24P, 23.98P
1080/29.97P, 25P, 24P, 23.98P
26 minuten 54 minuten
h
h
720/29.97p, 25P, 24P, 23.98P
720/29.97p, 25P, 24P, 23.98P
51 minuten 105 minuten
* Gebruik een UHS-snelheidsklasse 1 kaart of hoger. Afzonderlijke fi lms kunnen maxi-
maal 30 minuten lang zijn.
O
Hoewel  lmopname zonder onderbrekingen blijft doorgaan als de be-
standsgrootte 4 GB bereikt, wordt daaropvolgend materiaal opgenomen
in een afzonderlijk bestand dat afzonderlijk bekeken moet worden.
261
12
Technische gegevens
Systeem
Model FUJIFILM GFX 50R
Productnummer FF180004
E ectieve pixels Ong. 51,4 miljoen
Beeldsensor 43,8 mm× 32,9 mm Bayer array met primaire kleurenfi lter
Opslagmedia Door Fujifi lm aanbevolen SD-/SDHC-/SDXC-geheugenkaarten
Geheugenkaarts-
leuven
Twee SD-geheugenkaartsleuven (UHS-II compatibel)
Bestandssysteem
Compatibel met Design Rule for Camera File System (DCF2.0),
Exif
2.3 en Digital Print Order Format (DPOF)
Bestandsindeling
Foto’s: Exif 2.3 JPEG (gecomprimeerd); RAW (originele RAF-in-
deling, gedecomprimeerd of gecomprimeerd met behulp van
een verliesvrij algoritme; speciale software vereist); RAW+JPEG
beschikbaar; TIFF (RGB)
Films: MPEG-4 AVC/H.264-norm met stereogeluid (MOV)
Audio (spraakmemo’s): Stereogeluid (WAV)
Beeldformaat
O 43 (8256 × 6192)
O
32 (8256 × 5504)
O 169 (8256 × 4640)
O 11 (6192 × 6192)
O 6524 (8256 × 3048)
O 54 (7744 × 6192)
O 76 (7232 × 6192)
Q 43 (4000 × 3000)
Q
32 (4000 × 2664)
Q 169 (4000 × 2248)
Q 11 (2992 × 2992)
Q 6524 (4000 × 1480)
Q 54 (3744 × 3000)
Q 76 (3504 × 3000)
RAW (8256 × 6192) TIFF (8256 × 6192)
Lensbevestiging FUJIFILM G-bevestiging
Gevoeligheid
Stille foto’s: Standaard uitvoergevoeligheid gelijk aan
ISO 100 12800 in stappen van ⁄EV; AUTO; uitgebreide uit-
voergevoeligheid gelijk aan ISO 50, 25600 of 51200 of 102400
Films: Standaard uitvoergevoeligheid gelijk aan ISO 200 6400
in stappen van ⁄EV; AUTO
Lichtmeting 256-segmenten door-de-lens (TTL) lichtmeting; MULTI, SPOT,
INTEGRAAL, CENTRUMGEORIËNTEERD
Belichtingsregeling Geprogrammeerd AE (met programmaverschuiving), sluiterprioriteit
AE, diafragmaprioriteit AE en handmatige belichting
Belichtingscompensatie
Foto’s:
–5EV +5EV in stappen van ⁄EV
Films: –2EV +2EV in stappen van ⁄EV
262
12
Systeem
Sluitertijd
MECHANISCHE SLUITER, E-FR. GORDIJNSLUITER
Modus P: 4s tot ¼ s
Andere modi: 60min. tot ¼ s
Tijd: 60min. tot ¼ s
Lamp: Max. 60min.
ELEKTRONISCHE SLUITER, MECHANISCH + ELEKTR.,
E-FRONT + ELEKTRONISCH
Modus P: 4s tot ⁄s
Andere modi: 60min. tot ⁄s
Tijd: 60min. tot ⁄s
Lamp: Max. 60min.
Continu
Beschikbare framesnelheid (JPEG): 3,0 fps
Geschatte maximum aantal foto’s per serieopname: 25
O
De framesnelheid is afhankelijk van de opnameom-
standigheden en het aantal opgenomen beelden.
Daarnaast kunnen de framesnelheid en het aantal
fotos per serie variëren afhankelijk van het type
geheugenkaart.
Scherpstelling
Modus: Enkelvoudig of continue AF; handmatig scherpstellen
met scherpstelring
Automatische scherpstellingssysteem: TTL-contrastdetectie
Selectie scherpstelgebied: ENKEL PUNT, ZONE, GROOTHOEK/
TRACKING
Witbalans Automatisch, Aangepast 1, Aangepast 2, Aangepast 3, kleurtem-
peratuurselectie, direct zonlicht, schaduw, daglicht tl-verlichting,
warmwit tl-verlichting, koelwit tl-verlichting, gloeilampverlichting
en onder water
Zelfontspanner Uit, 2 sec., 10 sec.
Flitsmodus
MODUS: TTL-MODUS (FLASH AUTO, STANDAARD, TRAGE SYNC.),
HANDMATIG, MULTI, OFF
SYNC-MODUS: 1E GORDIJN, 2E GORDIJN, AUTO FP (hoge-snel-
heid synchronisatie)
VERWIJDER R. OGEN: eFLASH+VERWIJDEREN, LFLASH,
dVERWIJDEREN, UIT
Flitsschoen Accessoireschoen met TTL-contacten; ondersteunt synchronisa-
tiesnelheden tot ⁄ sec.
Sync-contact X-contact; ondersteunt snelle synchronisatiesnelheden tot ⁄s
Sync-terminal Meegeleverd
263
12
Technische gegevens
Systeem
Zoeker 0,5-in., 3690k-stippen OLED-zoeker; zoom 0,77× met 50mm lens
(gelijk aan 35mm formaat) op oneindig en de dioptrie ingesteld
op −1,0m
−1
; diagonale beeldhoek van circa 38° (gemiddelde
horizontale beeldhoek van circa 30°)
Dioptrie-instelling: −4 tot +2m
−1
Oogafstand: Circa 23mm
LCD-scherm 3,2-in/8,1 cm, 2360k-stippen kleuren LCD aanraakscherm met
2-weg kantelen
Films
(met stereogeluid)
i 1080/29.97P h 720/29.97P
i 1080/25P h 720/25P
i 1080/24P h 720/24P
i 1080/23.98P h 720/23.98P
In-/uitgangsaansluitingen
Digitale in-/uitgang USB-aansluiting (Type-C) USB3.1Gen1
HDMI-uitgang HDMI-micro-aansluiting (Type D)
Microfoon/afstandsont-
spanner-aansluiting
2,5 mm 3-pool mini-aansluiting
DC IN
Meegeleverd
264
12
Stroomvoeding/overige
Stroomvoeding
NP-T125 oplaadbare batterij (meegeleverd met de camera)
AC-15V AC adapter (apart verkrijgbaar)
Levensduur van de
batterij
Batterijtype: NP-T125
Lens: GF63mmF2.8 R WR
Flitser: Uitgeschakeld
Opnamemodus: Modus P
Aantal opnamen
Aantal opnamen
AUTOM. ENERGIEBESPARING
AUTOM. ENERGIEBESPARING
LCD
LCD
EVF
EVF
AAN Circa 400 Circa. 400
UIT Circa 340 Circa 340
Totale lengte van vast te leggen  lmopnamen
Totale lengte van vast te leggen  lmopnamen
met één enkele lading
met één enkele lading
Modus
Modus
Werkelijke levensduur van
Werkelijke levensduur van
de batterij voor  lmop-
de batterij voor  lmop-
name
name
Resterende levensduur van
Resterende levensduur van
de batterij voor  lmopname
de batterij voor  lmopname
i
Circa 70 minuten Circa 145 minuten
CIPA-standaard. Gemeten met de bij de camera geleverde batte-
rij en SD-geheugenkaart.
Opmerking: De duurzaamheid van de batterij varieert afhankelijk
van de laadtoestand van de accu en de hierboven aangegeven
getallen zijn niet gegarandeerd. De duurzaamheid van de batterij
neemt af bij lage temperaturen.
Camera-afmetingen
(B × H × D)
160,7 mm× 96,5 mm× 66,4 mm (46,0 mm zonder uitstekende delen,
gemeten op het dunste gedeelte)
Cameragewicht Circa 690 g, exclusief batterij, accessoires en geheugenkaart
Gebruiksgewicht Circa 775 g, inclusief batterij en geheugenkaart
Gebruiksomstandig-
heden
Temperatuur: −10 °C tot +40 °C (+5 °C tot +40 °C wanneer de accu
wordt opgeladen)
Vochtigheid: 10% tot 80% (geen condensvorming)
265
12
Technische gegevens
Draadloze zender
Draadloze LAN
Normen IEEE 802.11b/g/n (standaard draadloos protocol)
Werkingsfrequentie
(middenfrequentie)
2412MHz–2462MHz (11kanalen)
Maximaal radiofrequentie-
vermogen (EIRP)
3.53 dBm
Toegangsprotocollen Infrastructuur
Bluetooth®
Normen Bluetooth versie 4.0 (Bluetooth lage energie)
Werkingsfrequentie
(middenfrequentie)
2402MHz–2480MHz
Maximaal radiofrequentie-
vermogen (EIRP)
−3.75 dBm
NP-T125 oplaadbare batterij
Nominale spanning 10,8 V
Nominale capaciteit 1250 mAh
Gebruikstemperatuur −10 °C tot +40 °C
Afmetingen (B × H × D) 36,0 mm× 54,4 mm× 26,0 mm
Gewicht Circa 81 g
BC-T125-batterijlader
Nominale invoer 100 V – 240 V AC, 50/60 Hz
Ingangscapaciteit 23 – 31 VA
Nominale uitvoer 12,6 V DC, 800 mA
Ondersteunde batterijen NP-T125 oplaadbare batterijen
Laadtijd Circa 140 minuten (+25 °C)
Gebruikstemperatuur +5 °C tot +40 °C
Afmetingen (B × H × D) 71,4 mm × 97,0 mm × 34,2 mm, exclusief uitstekende
delen
Gewicht Circa 120 g
N
Gewicht en afmetingen kunnen per land of regio variëren.
O
De speci caties en prestaties zijn onderhevig aan verandering zonder
kennisgeving. Fuji lm is niet aansprakelijk voor fouten die deze gebruiks-
aanwijzing kunnen bevatten. Het uiterlijk van het product kan verschillen
van de beschrijving in deze handleiding.
266
MEMO
267
MEMO
7-3, AKASAKA 9-CHOME, MINATO-KU, TOKYO 107-0052, JAPAN
http://www.fujifilm.com/products/digital_cameras/index.html
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135
  • Page 136 136
  • Page 137 137
  • Page 138 138
  • Page 139 139
  • Page 140 140
  • Page 141 141
  • Page 142 142
  • Page 143 143
  • Page 144 144
  • Page 145 145
  • Page 146 146
  • Page 147 147
  • Page 148 148
  • Page 149 149
  • Page 150 150
  • Page 151 151
  • Page 152 152
  • Page 153 153
  • Page 154 154
  • Page 155 155
  • Page 156 156
  • Page 157 157
  • Page 158 158
  • Page 159 159
  • Page 160 160
  • Page 161 161
  • Page 162 162
  • Page 163 163
  • Page 164 164
  • Page 165 165
  • Page 166 166
  • Page 167 167
  • Page 168 168
  • Page 169 169
  • Page 170 170
  • Page 171 171
  • Page 172 172
  • Page 173 173
  • Page 174 174
  • Page 175 175
  • Page 176 176
  • Page 177 177
  • Page 178 178
  • Page 179 179
  • Page 180 180
  • Page 181 181
  • Page 182 182
  • Page 183 183
  • Page 184 184
  • Page 185 185
  • Page 186 186
  • Page 187 187
  • Page 188 188
  • Page 189 189
  • Page 190 190
  • Page 191 191
  • Page 192 192
  • Page 193 193
  • Page 194 194
  • Page 195 195
  • Page 196 196
  • Page 197 197
  • Page 198 198
  • Page 199 199
  • Page 200 200
  • Page 201 201
  • Page 202 202
  • Page 203 203
  • Page 204 204
  • Page 205 205
  • Page 206 206
  • Page 207 207
  • Page 208 208
  • Page 209 209
  • Page 210 210
  • Page 211 211
  • Page 212 212
  • Page 213 213
  • Page 214 214
  • Page 215 215
  • Page 216 216
  • Page 217 217
  • Page 218 218
  • Page 219 219
  • Page 220 220
  • Page 221 221
  • Page 222 222
  • Page 223 223
  • Page 224 224
  • Page 225 225
  • Page 226 226
  • Page 227 227
  • Page 228 228
  • Page 229 229
  • Page 230 230
  • Page 231 231
  • Page 232 232
  • Page 233 233
  • Page 234 234
  • Page 235 235
  • Page 236 236
  • Page 237 237
  • Page 238 238
  • Page 239 239
  • Page 240 240
  • Page 241 241
  • Page 242 242
  • Page 243 243
  • Page 244 244
  • Page 245 245
  • Page 246 246
  • Page 247 247
  • Page 248 248
  • Page 249 249
  • Page 250 250
  • Page 251 251
  • Page 252 252
  • Page 253 253
  • Page 254 254
  • Page 255 255
  • Page 256 256
  • Page 257 257
  • Page 258 258
  • Page 259 259
  • Page 260 260
  • Page 261 261
  • Page 262 262
  • Page 263 263
  • Page 264 264
  • Page 265 265
  • Page 266 266
  • Page 267 267
  • Page 268 268
  • Page 269 269
  • Page 270 270
  • Page 271 271
  • Page 272 272
  • Page 273 273
  • Page 274 274
  • Page 275 275
  • Page 276 276
  • Page 277 277
  • Page 278 278
  • Page 279 279
  • Page 280 280
  • Page 281 281
  • Page 282 282
  • Page 283 283
  • Page 284 284
  • Page 285 285
  • Page 286 286
  • Page 287 287
  • Page 288 288

Fujifilm GFX 50R de handleiding

Type
de handleiding