Fujifilm GFX 50S de handleiding

Type
de handleiding
Gebruiksaanwijzing
BL00004880-B07
NL
ii
Inleiding
Dank u voor uw aankoop van dit product. Lees deze hand-
leiding aandachtig door voordat u de camera in gebruik
neemt. Bewaar de handleiding waar deze gelezen zal
worden door iedereen die het product gebruikt.
Voor de meest recente informatie
Voor de meest recente informatie over dit product, inclusief
de nieuwste versies van de handleidingen en voorbeelden van
kleurenfotos, bezoekt u:
http://fujifilm-dsc.com/manuals/
De site is niet alleen toegankelijk vanaf uw computer, maar ook
vanaf smartphones en tablets.
iii
Menulijst
iv
1 Voordat u begint
1
2 Eerste stappen
23
3 Basisfotogra e en afspelen
39
4 Films opnemen en afspelen
45
5 Foto’s maken
51
6 De opnamemenu’s
85
7 Afspelen en het afspeelmenu
119
8 De instellingenmenu’s
145
9 Sneltoetsen
175
10 Randapparatuur en optionele accessoires
187
11 Aansluitingen
207
12 Technische notities
217
P
Hoofdstukinhoudsopgave
iv
Menulijst
Cameramenu-opties worden hieronder opgesomd.
Opnamemenu’s
Pas de instellingen bij het nemen van fotos of opnemen van
lms aan.
N
Raadpleeg pagina 85 voor meer informatie.
H INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT
P
1⁄
1⁄
BEELDGROOTTE 86
BEELDKWALITEIT 87
RAW OPNAME 87
FILMSIMULATIE 88
KORRELEFFECT 89
CHROOM KLEUREFFECT 89
DYNAMISCH BEREIK 89
WITBALANS 90
2⁄
2⁄
HIGHLIGHT TINT 93
SCHADUWTINT 93
KLEUR 93
SCHERPTE 93
RUISONDERDRUKKING 94
L BEL. RO 94
LENSMODLTIE OPTM. 94
KLEURR 94
3⁄
3⁄
PIXELMAPPING 95
KIES INST. OP MAAT 95
BEW/BEW INST. OP M 96
G AF/MF INSTELLINGEN
P
1⁄
1⁄
SCHERPSTELGEBIED 97
SCHERPSTELLING 97
AF-MODUS OPSL. DR ORIËNT. 98
SNELLE AF 98
AF-PUNTDISPLAY
yz
98
AANTAL FOCUSPUNTEN 99
PRE-AF 99
INST. GEZICHTS-/OOGHERKEN. 100
2⁄
2⁄
AF+MF 101
HF ASSISTENTIE 101
SCHERPSTELLOEP 102
INT. SPOT AE&SCHRPSTLGBD 102
DIRECT AF-INSTELLING 102
SCHERPTEDIEPTESCHAAL 103
ONTGREND/FOCUS PRIORITEIT 103
TOUCH SCREEN MODUS 103
v
Menulijst
A OPNAME-INSTELLINGEN
P
1⁄
1⁄
ZELFONTSPANNER 104
INSTEL. ZELFONTSP. OPSLAAN 105
INTERVAL-TIMEROPNAME 105
AE-REEKS INSTELLING 106
FILMSIMULATIE BKT 106
LICHTMEETSYSTEEM 107
SLUITERTYPE 108
IS MODE 109
2⁄
2⁄
ISO AUTOM.INSTELLING. 109
ADAPT. INSTEL. 110
DRAADLS COMMUNICT 112
F FLITSINSTELLINGEN
P
FLASHFUNCTIE-INSTELLING 113
VERWIJDER R. OGEN 113
MODUS TTL VERGRENDELEN 114
LED-LICHTINSTELLING 114
MASTER-INSTELLING 115
CH-INSTELLING 115
B FILMINSTELLINGEN
P
FILMMODUS 116
FILMSCHERPSTELLING 116
HDMI-UITGANG INFODISPLAY 117
HDMI REC-BEDIENING 117
MIC-NIVEAU-INSTEL 117
Het afspeelmenu
Pas afspeelinstellingen aan.
N
Raadpleeg pagina 126 voor meer informatie.
C MENU VOOR HERBEKIJKEN
P
1⁄
1⁄
WISSELSLEUF 126
RAW-CONVERSIE 127
WISSEN 129
BEELDUITSNEDE 131
NIEUW FORMAAT 132
BEVEILIGEN 133
FOTO DRAAIEN 134
VERWIJDER R. OGEN 135
C MENU VOOR HERBEKIJKEN
P
2⁄
2⁄
SPRAAKMEMO INSTELLING 136
KOPIËREN 137
DRAADLS COMMUNICT 138
FOTOBOEK HULP 139
OPDRACHT (DPOF) 141
AFDRUK. instax PRINTER 142
BEELDVERHOUDING 143
vi
Instellingenmenu’s
Pas de basisinstellingen van de camera aan.
N
Raadpleeg pagina 145 voor meer informatie.
D GEBRUIKERSINSTELLINGEN
P
FORMATTEREN 146
DATUM/TIJD 147
TIJDVERSCHIL 147
a
148
MIJN MENU-INSTELINGEN 148
SENSORREINIGING 149
LEEFTIJD VAN BATTERIJ 149
RESET 150
D GELUIDSINSTELLINGEN
P
AF PIEPVOLUME 151
ZELFONTSPANNER PIEPVOLUME 151
BEDIENING VOL.
151
VOLUME HOOFDTELEFOON
152
SLUITER VOLUME 152
SLUITER GELUID 152
AFSPEEL VOLUME 152
D SCHERMINSTELLINGEN
P
1⁄
1⁄
EVF-HELDERHEID 153
EVF KLEUR 153
LCD-HELDERHEID 153
LCD KLEUR 153
WEERGAVE 154
AUTOROTATIE DISPLAYS 154
PRVW BELICH/WITBALANS HANDM.
MODUS
155
VOORBEELD BEELDEFFECT 155
2⁄
2⁄
COMP.RICHTL. 156
AUTO ROT. WEERG. 157
EENHEDEN AF-SCHAAL 157
DISP. INST. OP MAAT 158
INSTELLING SUBMONITOR 159
vii
Menulijst
D TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN
P
1⁄
1⁄
INSTELLINGEN FOCUSHENDEL 160
BEWERK/SLA OP SNELMENU 161
FUNCTIE-INS. (Fn) 162
KEUZEKNOP INSTELLING 164
COMMANDOSCHIJF INSTELLING 164
SLUITER AF 164
SLUITER AE 165
OPNAME ZONDER LENS 165
2⁄
2⁄
SCHERPSTELRING 165
MODUS AE/AF-VERG. 165
KNOPINSTELL. BELICHTINGSC. 166
TOUCH SCREEN INSTELLINGEN 166
VERGREND. 166
D ENERGIEBEHEER
P
UITSCHAKELEN 167
OPNAME STAND-BY MODUS 167
AUTOM. ENERGIEBESPARING 168
D INSTELLINGEN OPSLAAN
P
NUMMERING 169
ORIG. FOTO OPSLAAN 170
BEWERK BSTNDSNAAM
170
INSTEL. SLEUF (STIL BEELD)
170
WISSELSLEUF (SEQUENTIEEL) 170
FILMDOELBESTAND 171
COPYRIGHT INFO 171
D VERBINDINGSINSTELLINGEN
P
DRAADLOOS INSTEL. 172
VERBINDINGSINSTELLINGEN PC 173
GEOTAGGING SET-UP
173
VERB.INST. instax PRNTR 173
PC SHOOT MODUS 174
viii
1
P
Inhoudsopgave
Inleiding .................................................................................................................. ii
Voor de meest recente informatie .......................................................................... ii
Menulijst................................................................................................................. iv
Opnamemenu’s .................................................................................................................iv
Het afspeelmenu ................................................................................................................v
Instellingenmenu’s ........................................................................................................... vi
Meegeleverde accessoires ............................................................................xvii
Over deze handleiding..................................................................................xviii
Symbolen en conventies ........................................................................................xviii
Terminologie ...................................................................................................................xviii
1
Voordat U Begint 1
Voordat U Begint 1
Onderdelen van de camera ..............................................................................2
De Keuzeknop .....................................................................................................................5
De Scherpstellingstok .....................................................................................................5
De Sluitertijd- en Gevoeligheidsschijven ............................................................5
De Commandoschijven .................................................................................................6
De Drive-knop .....................................................................................................................7
Het Indicatielampje ..........................................................................................................8
Het LCD-scherm .................................................................................................................9
De zoeker ..............................................................................................................10
De Zoeker Bevestigen ..................................................................................................11
De Oogschelp ...................................................................................................................11
De Zoeker Scherpstellen ............................................................................................11
Cameraschermen ...............................................................................................12
De Elektronische Zoeker .............................................................................................12
Schermrotatie ...................................................................................................................13
Het LCD-scherm ..............................................................................................................14
Een Weergavemodus Kiezen ...................................................................................16
Schermhelderheid aanpassen ................................................................................16
De DISP/BACK-knop ......................................................................................................17
Standaardindicatoren aanpassen .........................................................................19
De secundaire LCD-monitor ....................................................................................21
De Menu’s Gebruiken .......................................................................................22
ix
1
Inhoudsopgave
2
Eerste stappen 23
Eerste stappen 23
De Schouderdraagriem bevestigen ............................................................24
Een lens bevestigen ..........................................................................................26
De batterij opladen ...........................................................................................27
De batterij plaatsen ...........................................................................................30
Geheugenkaarten plaatsen ...........................................................................32
Twee kaarten gebruiken.............................................................................................33
Compatibele geheugenkaarten ............................................................................34
De camera in- en uitschakelen ......................................................................35
Het batterijniveau controleren .....................................................................36
Basisinstellingen .................................................................................................37
Een andere taal kiezen .................................................................................................38
De tijd en datum veranderen ..................................................................................38
3
Basisfotografi e en afspelen 39
Basisfotografi e en afspelen 39
Fotograferen (modus P) ...................................................................................40
a Fotos bekijken ..............................................................................................43
b Fotos wissen ...................................................................................................44
4
Films opnemen en afspelen 45
Films opnemen en afspelen 45
F Films opnemen .............................................................................................46
Filminstellingen aanpassen ......................................................................................48
a Films bekijken ...............................................................................................49
5
Foto’s maken 51
Fotos maken 51
P-, S-, A- en M-modi ...........................................................................................52
Modus P: Programma AE ...........................................................................................52
Modus S: Sluiterprioriteit AE ....................................................................................54
Modus A: Diafragmaprioriteit AE ..........................................................................58
Modus M: Handmatige belichting .......................................................................60
Automatische scherpstelling .........................................................................62
Scherpstelmodus ............................................................................................................63
Automatische scherpstellingsopties (AF-Modus) ......................................65
Scherpstelpuntselectie................................................................................................67
Aanraaktoetsen scherpstelling .....................................................................70
Handmatige scherpstelling ............................................................................71
Scherpstelling controleren .......................................................................................73
x
1
N Gevoeligheid .................................................................................................74
Automatische gevoeligheid (A) .............................................................................75
C Lichtmeting ...................................................................................................76
d Belichtingscorrectie ....................................................................................77
Scherpstellings-/belichtingsvergrendeling ..............................................78
De AF-L- en AE-L-knoppen .......................................................................................79
BKT Afbakening ....................................................................................................80
O AE BKT ............................................................................................................................80
W ISO BKT ..........................................................................................................................80
X FILMSIMULATIE BKT............................................................................................... 80
V WITBALANS BKT ......................................................................................................81
Y DYNAMISCH BEREIK BKT ....................................................................................81
I Doorlopend fotograferen (seriemodus) ..............................................82
j Meervoudige belichtingen .......................................................................83
6
De opnamemenu’s 85
De opnamemenu’s 85
H INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT .............................................................86
BEELDGROOTTE ...............................................................................................................86
BEELDKWALITEIT ..............................................................................................................87
RAW OPNAME ...................................................................................................................87
FILMSIMULATIE .................................................................................................................88
KORRELEFFECT .................................................................................................................89
CHROOM KLEUREFFECT .............................................................................................89
DYNAMISCH BEREIK .......................................................................................................89
WITBALANS .........................................................................................................................90
HIGHLIGHT TINT ...............................................................................................................93
SCHADUWTINT ................................................................................................................93
KLEUR .....................................................................................................................................93
SCHERPTE.............................................................................................................................93
RUISONDERDRUKKING ................................................................................................94
L BEL. RO ...............................................................................................................................94
LENSMODLTIE OPTM. ...................................................................................................94
KLEURR ..................................................................................................................................94
PIXELMAPPING .................................................................................................................95
KIES INST. OP MAAT ........................................................................................................95
BEW/BEW INST. OP M ...................................................................................................96
xi
1
Inhoudsopgave
G AF/MF INSTELLINGEN ..................................................................................97
SCHERPSTELGEBIED .......................................................................................................97
SCHERPSTELLING ............................................................................................................ 97
AF-MODUS OPSL. DR ORIËNT. .................................................................................98
SNELLE AF ............................................................................................................................98
AF-PUNTDISPLAYyz .............................................................................................98
AANTAL FOCUSPUNTEN .............................................................................................99
PRE-AF ....................................................................................................................................99
INST. GEZICHTS-/OOGHERKEN. ........................................................................... 100
AF+MF ................................................................................................................................ 101
HF ASSISTENTIE ............................................................................................................. 101
SCHERPSTELLOEP ........................................................................................................ 102
INT. SPOT AE&SCHRPSTLGBD ................................................................................ 102
DIRECT AF-INSTELLING .............................................................................................102
SCHERPTEDIEPTESCHAAL ....................................................................................... 103
ONTGREND/FOCUS PRIORITEIT ........................................................................... 103
TOUCH SCREEN MODUS ......................................................................................... 103
A OPNAME-INSTELLINGEN ......................................................................... 104
ZELFONTSPANNER ...................................................................................................... 104
INSTEL. ZELFONTSP. OPSLAAN .............................................................................105
INTERVAL-TIMEROPNAME ....................................................................................... 105
AE-REEKS INSTELLING ................................................................................................106
FILMSIMULATIE BKT ....................................................................................................106
LICHTMEETSYSTEEM .................................................................................................. 107
SLUITERTYPE ................................................................................................................... 108
IS MODE .............................................................................................................................109
ISO AUTOM.INSTELLING. .......................................................................................... 109
ADAPT. INSTEL. .............................................................................................................. 110
DRAADLS COMMUNICT ........................................................................................... 112
F FLITSINSTELLINGEN .................................................................................. 113
FLASHFUNC TIE-INSTELLING ..................................................................................113
VERWIJDER R. OGEN ................................................................................................... 113
MODUS TTL VERGRENDELEN ................................................................................ 114
LED-LICHTINSTELLING .............................................................................................. 114
MASTER-INSTELLING ..................................................................................................115
CH-INSTELLING .............................................................................................................. 115
xii
1
B FILMINSTELLINGEN ................................................................................... 116
FILMMODUS .................................................................................................................... 116
FILMSCHERPSTELLING .............................................................................................. 116
HDMI-UITGANG INFODISPLAY ............................................................................. 117
HDMI REC-BEDIENING ............................................................................................... 117
MIC-NIVEAU-INSTEL ....................................................................................................117
7
Afspelen en het afspeelmenu 119
Afspelen en het afspeelmenu 119
De afspeelweergave .......................................................................................120
De DISP/BACK-knop ...................................................................................................121
Fotos bekijken .................................................................................................123
Zoomweergave .............................................................................................................124
Miniatuurweergave .................................................................................................... 124
Touchscreen knoppen terugkijken ................................................................... 125
C Het afspeelmenu ........................................................................................ 126
WISSELSLEUF .................................................................................................................. 126
RAW-CONVERSIE ........................................................................................................... 127
WISSEN ............................................................................................................................... 129
BEELDUITSNEDE ........................................................................................................... 131
NIEUW FORMAAT .........................................................................................................132
BEVEILIGEN ....................................................................................................................... 133
FOTO DRAAIEN .............................................................................................................. 134
VERWIJDER R. OGEN ................................................................................................... 135
SPRAAKMEMO INSTELLING .................................................................................... 136
KOPIËREN ..........................................................................................................................137
DRAADLS COMMUNICT ........................................................................................... 138
FOTOBOEK HULP ..........................................................................................................139
OPDRACHT (DPOF) ..................................................................................................... 141
AFDRUK. (instax) PRINTER .......................................................................................142
BEELDVERHOUDING................................................................................................... 143
8
De instellingenmenu’s 145
De instellingenmenu’s 145
D GEBRUIKERSINSTELLINGEN .................................................................... 146
FORMATTEREN ...............................................................................................................146
DATUM/TIJD .................................................................................................................... 147
TIJDVERSCHIL ................................................................................................................. 147
a ..................................................................................................................... 148
xiii
1
Inhoudsopgave
MIJN MENU-INSTELINGEN ...................................................................................... 148
SENSORREINIGING ....................................................................................................... 149
LEEFTIJD VAN BATTERIJ............................................................................................. 149
RESET ................................................................................................................................... 150
D GELUIDSINSTELLINGEN ........................................................................... 151
AF PIEPVOLUME ............................................................................................................151
ZELFONTSPANNER PIEPVOLUME ........................................................................151
BEDIENING VOL. ............................................................................................................ 151
VOLUME HOOFDTELEFOON..................................................................................152
SLUITER VOLUME ..........................................................................................................152
SLUITER GELUID ............................................................................................................ 152
AFSPEEL VOLUME ........................................................................................................152
D SCHERMINSTELLINGEN ............................................................................ 153
EVF-HELDERHEID ......................................................................................................... 153
EVF KLEUR .........................................................................................................................153
LCD-HELDERHEID ........................................................................................................ 153
LCD KLEUR ........................................................................................................................ 153
WEERGAVE ........................................................................................................................ 154
AUTOROTATIE DISPLAYS .......................................................................................... 154
PRVW BELICH/WITBALANS HANDM. MODUS ............................................155
VOORBEELD BEELDEFFECT .................................................................................... 155
COMP.RICHTL. ................................................................................................................. 156
AUTO ROT. WEERG. ...................................................................................................... 157
EENHEDEN AF-SCHAAL ............................................................................................ 157
DISP. INST. OP MAAT ................................................................................................... 158
INSTELLING SUBMONITOR ..................................................................................... 159
D TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN ...............................................................160
INSTELLINGEN FOCUSHENDEL ............................................................................ 160
BEWERK/SLA OP SNELMENU ................................................................................ 161
FUNCTIE-INS. (Fn) ......................................................................................................... 162
KEUZEKNOP INSTELLING .........................................................................................164
COMMANDOSCHIJF INSTELLING ....................................................................... 164
SLUITER AF........................................................................................................................ 164
SLUITER AE........................................................................................................................ 165
OPNAME ZONDER LENS ..........................................................................................165
SCHERPSTELRING ......................................................................................................... 165
MODUS AE/AF-VERG. ................................................................................................ 165
xiv
1
KNOPINSTELL. BELICHTINGSC. .............................................................................166
TOUCH SCREEN INSTELLINGEN ........................................................................... 166
VERGREND. .......................................................................................................................166
D ENERGIEBEHEER ......................................................................................... 167
UITSCHAKELEN .............................................................................................................. 167
OPNAME STAND-BY MODUS ................................................................................167
AUTOM. ENERGIEBESPARING ................................................................................ 168
D INSTELLINGEN OPSLAAN ........................................................................ 169
NUMMERING ................................................................................................................... 169
ORIG. FOTO OPSLAAN ............................................................................................... 170
BEWERK BSTNDSNAAM ............................................................................................ 170
INSTEL. SLEUF (STIL BEELD) .................................................................................... 170
WISSELSLEUF (SEQUENTIEEL) ...............................................................................170
FILMDOELBESTAND .................................................................................................... 171
COPYRIGHT INFO ......................................................................................................... 171
D VERBINDINGSINSTELLINGEN ................................................................. 172
DRAADLOOS INSTEL. ................................................................................................. 172
VERBINDINGSINSTELLINGEN PC ......................................................................... 173
GEOTAGGING SET-UP ................................................................................................ 173
VERB.INST. instax PRNTR ........................................................................................... 173
PC SHOOT MODUS .....................................................................................................174
9
Sneltoetsen 175
Sneltoetsen 175
Sneltoetsopties ................................................................................................ 176
De Q-knop (Snelmenu) ................................................................................. 177
De snelmenuweergave ............................................................................................ 177
Instellingen bekijken en wijzigen ...................................................................... 178
Het snelmenu bewerken ........................................................................................179
De Fn-knopppen (Functie) .......................................................................... 180
Rollen toewijzen aan de functietoetsen ........................................................182
E MIJN MENU .................................................................................................. 184
MIJN MENU-INSTELINGEN ...................................................................................... 185
xv
1
Inhoudsopgave
10
Randapparatuur en optionele accessoires 187
Randapparatuur en optionele accessoires 187
Lenzen .................................................................................................................188
Lensonderdelen ............................................................................................................ 188
Lensverzorging ..............................................................................................................189
Lensdoppen verwijderen........................................................................................189
Zonnekappen bevestigen ...................................................................................... 189
Verticale batterijgrepen ................................................................................ 190
De VB-GF1 bevestigen ..............................................................................................191
Een batterij plaatsen .................................................................................................. 192
Kanteladapters zoeker .................................................................................. 194
De EVF-TL1 bevestigen .............................................................................................195
Met behulp van de EVF-TL1 .................................................................................. 196
Externe  itsers .................................................................................................. 197
Flitsinstellingen .............................................................................................................198
SYNC-TERMINAL ........................................................................................................... 199
EXTERNE FLASH ............................................................................................................ 200
MASTER(OPTISCH) .......................................................................................................203
11
Aansluitingen 207
Aansluitingen 207
HDMI-uitgang...................................................................................................208
Aansluiten op HDMI-apparaten ..........................................................................208
Fotograferen ...................................................................................................................209
Afspelen .............................................................................................................................209
Draadloze overdracht ....................................................................................210
Draadloze verbindingen: Smartphones ........................................................ 210
Aansluiten op computers via USB.............................................................211
Tether-opname ............................................................................................................. 211
Fotos naar een computer kopiëren .................................................................212
De camera aansluiten ............................................................................................... 213
instax SHARE printers .................................................................................... 215
Een verbinding tot stand brengen ................................................................... 215
Fotos afdrukken ............................................................................................................216
xvi
1
Inhoudsopgave
12
Technische notities 217
Technische notities 217
Accessoires van FUJIFILM ............................................................................. 218
Voor uw veiligheid .......................................................................................... 221
Productverzorging.......................................................................................... 230
De beeldsensor reinigen .............................................................................. 231
Firmware-updates .......................................................................................... 232
De Firmwareversie controleren ........................................................................... 232
Probleemoplossing ........................................................................................233
Waarschuwingsberichten en -aanduidingen ....................................... 239
Capaciteit geheugenkaart ........................................................................... 242
Technische gegevens .................................................................................... 243
xvii
1
Meegeleverde accessoires
Het volgende wordt bij de camera meegeleverd:
NP-T125 oplaadbare batterij
BC-T125 batterijlader
Stekkeradapter
EVF-GX1 verwisselbare elektronische zoeker
Behuizingsdop
Draagriemclipjes (× 2)
Clipsloten (× 2)
Schouderriem
Kabelbeschermer
Flitsschoenkap (wordt bevestigd op de  itsschoen)
Sync-terminal-dop (bevestigd aan de camera geleverd)
Connectorkap voor de verticale batterijhandgreep (be-
vestigd aan camera geleverd)
Gebruikshandleiding (deze handleiding)
N
De stekkeradapter meegeleverd met de camera varieert per land of regio
van aankoop; gebruik de adapter die geschikt is voor uw land of regio,
zoals beschreven in de meegeleverde notitie. De zoeker kan worden
verwijderd, maar de tekst die volgt gaat er van uit dat deze is bevestigd.
xviii
1
Over deze handleiding
Deze handleiding bevat instructies voor uw FUJIFILM GFX 50S
digitale camera. Zorg dat u de inhoud heeft gelezen en begrijpt
voordat u verder gaat.
Symbolen en conventies
In deze handleiding worden de volgende symbolen gebruikt:
O
Informatie die moet worden gelezen om schade aan het
product te voorkomen.
N
Aanvullende informatie die tijdens het gebruik van het pro-
duct van pas kan komen.
P
Paginas waarop verwante informatie kan worden gevonden.
Menu’s en andere teksten die op het scherm verschijnen worden
vetgedrukt weergegeven. De afbeeldingen zijn alleen ter verdui-
delijking; tekeningen kunnen zijn vereenvoudigd, terwijl fotos niet
noodzakelijk zijn gemaakt met het model van de camera die in
deze handleiding wordt beschreven.
Terminologie
Er wordt naar de optionele SD-, SDHC- en SDXC-geheugenkaarten
die de camera gebruikt om fotos op te slaan gerefereerd als geheu-
genkaarten”. De elektronische zoeker kan worden aangeduid als de
“EVF” en het LCD-scherm als “LCD”.
1
Voordat U Begint
2
1
Onderdelen van de camera
A
Secundaire LCD-monitor .............................. 21
B
Drive-knop ...........................................................7
C
Achtergrondlichtknop
secundaire monitor ........................................ 21
D
Schijfontgrendeling...........................................5
E
Sluitertijdschijf ............................ 5, 52, 54, 58, 60
F
Flitsschoen .............................................194, 200
G
Microfoon ................................................47, 117
H
Gevoeligheidsschijf............................5, 74, 109
I
Connectorafdekking 1 ..........29, 57, 208, 213
J
Connectorafdekking 2 .................47, 117, 152
K
Kantelontgrendeling .........................................9
L
Afdekkingsvergrendeling batterijencom-
partiment .......................................................... 30
M
Afdekking batterijencompartiment .......... 30
N
Deksel connector afstandsontspanner .... 57
O
Sync-terminal ................................................199
P
Signaalcontacten lens .........................26, 188
Q
Lensontgrendeling .........................................26
R
Zelfontspannerlampje ................................104
S
Fn2-knop ......................................................... 180
T
Voorste commandoschijf ...................... 6, 164
U
AAN/UIT-schakelaar .......................................35
V
Ontspanknop ................................................... 42
W
Fn1-knop ......................................................... 180
d-knop (belichtingscorrectie) .................77
X
Behuizingsdop .................................................26
Y
Flitsschoenkap ......................................194, 200
3
1
Onderdelen van de camera
Z
LCD-monitor .............................................9, 14, 16
Touch screen ............................ 70, 103, 125, 166
a
Fn5-knop ......................................................... 180
b
Scherpstellingstok
(scherpstelhendel) .............................5, 67, 160
c
Fn4-knop ......................................................... 180
d
Achterste commandoschijf..........6, 123, 164
e
Fn3-knop ......................................................... 180
f
Q-knop (snelmenu) ......................................177
g
Indicatielampje ..................................8, 29, 193
h
Draagriemverankering.................................. 24
i
Geheugenkaartsleufkap ............................... 32
j
Kapvergrendeling geheugenkaartsleuf ...32
k
MENU/OK-knop ............................................5, 22
l
Keuzetoetsen ............................................. 5, 164
m
Connectorafdekking verticale
batterijgreep ...................................................190
n
DISP (display)/BACK-knop ................... 17, 121
o
Luidspreker ...............................................49, 152
p
Statiefbevestiging
q
Keuzeknop scherpstelmodus ......................63
r
bknop (verwijderen) ....................................44
s
a-knop (afspelen) ....................................... 43
4
1
t
HDMI-micro-aansluiting (Type D) ..........208
u
Connector afstandsontspanner
(2,5mm) ........................................................57
v
15 V DC-IN-connector ................................... 29
w
Micro-USB (Micro-B) USB 3.0/
USB 2.0
connector ..................................57, 213
x
Microfoonaansluiting (3,5mm) ...47, 117
y
Hoofdtelefoonaansluiting .........................152
z
Batterijencompartiment ..............................30
0
Batterijvergrendeling ..................................... 31
1
Geheugenkaartsleuf 1 ...................................32
2
Geheugenkaartsleuf 2 ...................................32
De Kabelbeschermer
A
De kabelbeschermer voorkomt dat de
USB-kabel of AC-adapter per ongeluk
losgekoppeld wordt. Bevestig de
beschermer zoals getoond en draai de
vergrendelingsschroef aan.
B
Sluit de kabel aan en leid deze door
de beschermer zoals afgebeeld.
A B
De serienummerplaat
Verwijder de serienummerplaat niet,
deze geeft het FCC-ID, het KC-kenmerk,
het serienummer en andere belangrijke
informatie weer.
Serienummerplaat
5
1
Onderdelen van de camera
De Keuzeknop
Druk de keuzeknop omhoog (e), naar
rechts (h), omlaag (f) of naar links (g)
om items te markeren. De toetsen om-
hoog, naar rechts, omlaag en naar links
functioneren ook als functietoetsen Fn6
tot Fn9 (
P
180).
Bedieningsvergrendeling
Om onopzettelijke bediening van de keuzeknop en de Q en Fn5 knoppen te
voorkomen tijdens het fotograferen, druk op MENU/OK totdat
X wordt weerge-
geven. De bedieningsknoppen kunnen worden ontgrendeld door op MENU/OK
te drukken totdat
X niet langer wordt weergegeven.
De Scherpstellingstok
Kantel of druk op de scherpstellingstok
om het scherpstelgebied te selecteren.
De Sluitertijd- en Gevoeligheidsschijven
Druk op de schijfontgrendeling om de
schijf te ontgrendelen vòòr het draaien
naar de gewenste instelling. Druk op-
nieuw op de ontgrendeling om de schijf
op zijn plaats te vergrendelen.
Gevoelig-
heid
Sluitertijd
6
1
De Commandoschijven
Draai aan of druk op de commandoschijven om:
Voorste commandoschijf Achterste commandoschijf
Draai
Draai
Kies de gewenste combinatie
van sluitertijd en diafragma
(programmaverschuiving)
Stel het diafragma bij
Pas de gevoeligheid aan als C is
geselecteerd met de gevoelig-
heidsschijf.
Bekijk andere foto's tijdens het
afspelen
Selecteer menutabbladen of
paginas door menu’s
Kies de gewenste combinatie van
sluitertijd en diafragma (program-
maverschuiving)
Kies een sluitertijd
Pas de belichtingscorrectie aan
door op de
d-knop te drukken en
aan de schijf te draaien.
Pas instellingen in het snelmenu
aan
Kies de grootte van het scherpstel-
kader
Zoom in of uit tijdens scherpstel-
zoom of bij weergave in volledig
scherm of meervoudig afspelen
Markeer menu-items
Druk op
Druk op
Schakel heen en weer tussen
diafragma en gevoeligheid als C
is geselecteerd met de gevoelig-
heidsschijf.
Voer de functie uit die hoort bij
functietoets Fn10
Zoom tijdens weergave in op het
actieve scherpstelpunt
Houd ingedrukt om de scherp-
stelweergave in de handmatige
scherpstelmodus te kiezen
7
1
Onderdelen van de camera
De Drive-knop
Door op de drive-knop te drukken
worden de volgende drive-modusopties
weergegeven.
Modus
Modus
P
P
B
B
STILSTAAND BEELD (enkel beeld) 40
I
I
CONTINU (seriemodus) 82
O
O
AE BKT (belichtingsafbakening) 80
W
W
ISO BKT (gevoeligheidsafbakening) 80
X
X
FILMSIMULATIE BKT( lmsimula-
tie-afbakening)
80
Modus
Modus
P
P
V
V
WITBALANS BKT (witbalansafba-
kening)
81
Y
Y
DYNAMISCH BEREIK BKT(afbakening
dynamisch bereik)
81
j
j
MULTI-BELICHTING 83
F
F
VIDEO 46
8
1
Het Indicatielampje
Als de zoeker niet wordt gebruikt, wordt
de camerastatus aangegeven door het
indicatielampje.
Indicatielampje
Indicatielampje
Camerastatus
Camerastatus
Brandt groen Scherpstelling vergrendeld.
Knippert groen
Scherpstellings- of korte sluitertijdwaarschuwing. Er kunnen
fotos worden gemaakt.
Knippert groen en
oranje
Fotos nemen. Er kunnen extra fotos gemaakt worden.
Brandt oranje
Fotos nemen. Er kunnen momenteel geen extra fotos worden
gemaakt.
Knippert oranje
Flitser laadt op; fl itser zal niet fl itsen als er een foto wordt
gemaakt.
Knippert rood Lens- of geheugenfout.
N
Waarschuwingen kunnen tevens op het scherm verschijnen.
9
1
Onderdelen van de camera
Het LCD-scherm
Het LCD-scherm kan gekanteld worden
voor beter zicht, maar wees voorzichtig
om niet in aanraking te komen met de
draden of om vingers of andere voor-
werpen te beknellen achter het scherm.
Het aanraken van de draden kan defec-
ten in de camera veroorzaken.
N
Het LCD-scherm functioneert ook als een touchscreen (
P
70, 125).
„Staande” (portret)stand
Als de camera wordt gedraaid om fotos te nemen
in de „staande” (portret)stand, kunt u op de kante-
lontgrendeling drukken en het display kantelen
zoals wordt getoond. Dit is vooral handig bij het
nemen van fotos vanuit lage of hoge hoeken.
N
Houd de camera zoals aangegeven bij het
nemen van fotos in de „staande” (portret)
stand vanuit hoge hoeken.
10
1
De zoeker
A
Flitsschoen .............................................194, 200
B
Zoekerontgrendelingen ................................11
C
VIEW MODE-knop ............................................16
D
Oogsensor ......................................................... 16
E
Elektronische zoeker (EVF)..................... 12, 16
F
Oogschelp ......................................................... 11
G
Dioptrieregelaarsbediening.........................11
H
Connectors........................................................11
I
Flitsschoenkap
J
Connectorafdekking
De EVF-TL1
Met de optionele EVF-TL1 tilt adapter kunt u de
zoeker ± 45° naar links of naar rechts draaien of
tussen 0° en 90° naar boven of naar beneden
(
P
194).
11
1
De zoeker
De Zoeker Bevestigen
De zoeker maakt het makkelijker om uw
onderwerp nauwkeurig in te kaderen.
Verwijder de  itsschoenkap en schuif
de zoeker op de  itsschoen, stop met
schuiven als het op zijn plaats klikt.
De Zoeker Verwijderen
Druk op de voorkant van de zoeker (
B
) terwijl u
de ontgrendeling ingedrukt houdt (
A
) en schuif
deze eraf zoals getoond.
De Oogschelp
Druk de bodem van de oogschelp in met
beide duimen en schuif de oogschelp
naar boven om deze te verwijderen.
De Zoeker Scherpstellen
De camera is uitgerust met een dioptrie-
regelaar in het bereik van −4 tot +2 m
–1
om zich aan te passen aan individueel
verschillende gezichtsvermogens. Draai
aan de dioptrieregelaar totdat de zoe-
kerweergave scherp in beeld is.
12
1
Cameraschermen
Deze sectie geeft een overzicht van de indicatoren die
mogelijk worden weergegeven tijdens het fotograferen.
O
Ter illustratie worden displays getoond met alle indicatoren brandend.
De Elektronische Zoeker
1.0
GRIP
5
4
3
2
1
0
-1
-2
-3
-4
-5
1/ 1/ 2017 12:00 AM
13
1
Cameraschermen
A
IS-modus ......................................................... 109
B
Flitsmodus (TTL) ...........................................200
Flitscompensatie ...........................................200
C
Zelfontspannerindicator.............................104
D
Doorlopende modus .....................................82
E
Sluitertype ....................................................... 108
F
AF+MF-indicator ..........................................101
G
Witbalans ..........................................................90
H
Filmsimulatie ...................................................88
I
Dynamisch bereik ........................................... 89
J
Downloadstatus locatiegegevens ...........173
K
Datum en tijd ..........................................37, 147
L
Filmmodus ............................................... 46, 116
M
Resterende tijd ................................................. 46
N
Kaartsleufopties ..................................... 33, 170
O
Aantal beschikbare beelden
*
....................242
P
Beeldkwaliteit en -grootte ..................... 86, 87
Q
Temperatuurwaarschuwing .....................241
R
Bedieningsvergrendeling .................................5
S
Histogram ......................................................... 20
T
Batterijniveau ..................................................36
U
Gevoeligheid .................................................... 74
V
Belichtingscorrectie ........................................ 77
W
Diafragma ...........................................53, 58, 60
X
Sluitertijd ..............................................53, 54, 60
Y
AE-vergrendeling ...................................79, 165
TTL-vergrendeling ......................114, 163, 183
Z
Lichtmeting ...................................................... 76
a
Opnamemodus ...............................................52
b
Scherpstelmodus
†
.......................................... 63
c
AF-vergrendeling ...................................79, 165
d
Afstandsindicator ........................................... 73
e
Opnameniveau .............................................117
f
Belichtingsindicator ................................ 60, 77
g
Virtuele horizon ...............................................20
h
Scherpstelkader ........................................ 67, 78
i
Voorbeeld scherptediepte ..................... 59, 73
j
Scherpstelloep ........................................73, 102
* Toont „9999” als er ruimte is voor meer dan 9999 beelden.
De indicator In-scherpstelling ( ) of handmatig scherpstellen (j) kan ook worden
weergegeven.
Bedieningsvergrendeling
Door te drukken op een vergrendelde bedieningsknop wordt een
X-pictogram weergegeven.
Schermrotatie
Als AAN is geselecteerd voor
D
SCHERM SET-UP> AUTOROTATIE
DISPLAYS, draaien de indicatoren in de zoeker en het LCD-
scherm automatisch om zich aan de richting van de camera aan
te passen.
14
1
Het LCD-scherm
GRIP
1/ 1/ 2017 12:00 AM
15
1
Cameraschermen
A
IS-modus ......................................................... 109
B
Scherpstelloep ........................................73, 102
C
Voorbeeld scherptediepte ..................... 59, 73
D
Opnameniveau .............................................117
E
Afstandsindicator ........................................... 73
F
Downloadstatus locatiegegevens ...........173
G
Scherpstelkader ........................................ 67, 78
H
Datum en tijd ..........................................37, 147
I
Filmmodus ............................................... 46, 116
J
Resterende tijd ................................................. 46
K
Kaartsleufopties ..................................... 33, 170
L
Aantal beschikbare beelden
*
....................242
M
Temperatuurwaarschuwing .....................241
N
Beeldkwaliteit en -grootte ..................... 86, 87
O
Filmsimulatie ...................................................88
P
Witbalans ..........................................................90
Q
Dynamisch bereik ........................................... 89
R
Bedieningsvergrendeling .................................5
S
Histogram ......................................................... 20
T
Batterijniveau ..................................................36
U
Gevoeligheid .................................................... 74
V
Belichtingscorrectie ........................................ 77
W
Diafragma ...........................................53, 58, 60
X
Sluitertijd ..............................................53, 54, 60
Y
AE-vergrendeling ...................................79, 165
TTL-vergrendeling ......................114, 163, 183
Z
Lichtmeting ...................................................... 76
a
Opnamemodus ...............................................52
b
Scherpstelmodus
†
.......................................... 63
c
AF-vergrendeling ...................................79, 165
d
AF+MF-indicator ..........................................101
e
Sluitertype ....................................................... 108
f
Doorlopende modus .....................................82
g
Belichtingsindicator ................................ 60, 77
h
Zelfontspannerindicator.............................104
i
Flitsmodus (TTL) ...........................................200
Flitscompensatie ...........................................200
* Toont „9999” als er ruimte is voor meer dan 9999 beelden.
De indicator In-scherpstelling ( ) of handmatig scherpstellen (j) kan ook worden
weergegeven.
Bedieningsvergrendeling
Door te drukken op een vergrendelde bedieningsknop wordt een
X-pictogram weergegeven.
16
1
Een Weergavemodus Kiezen
Druk op de VIEW MODE-knop om door de
volgende weergavemodi te bladeren:
E OOGSENSR: De zoeker schakelt in en
het LCD-scherm schakelt uit als u uw
oog naar de zoeker beweegt; als u uw
oog weghaalt, schakelt de zoeker weer
uit en het LCD-scherm weer in.
EVF ONLY: Zoeker aan, LCD-scherm uit.
LCD ONLY: LCD-scherm aan, zoeker uit.
EVF ONLY + E: Als u uw oog naar de zoeker brengt, schakelt
de zoeker in; uw oog weghalen schakelt deze uit. Het LCD-
scherm blijft uit.
De Oogsensor
De oogsensor reageert mogelijk op andere
objecten dan uw oog of op licht dat direct op de
sensor schijnt.
Oogsensor
Schermhelderheid aanpassen
De helderheid en kleurtoon van de zoeker en het LCD-scherm
kunnen worden aangepast met behulp van de items in het
DSCHERM SET-UP-menu. Kies EVF-HELDERHEID of EVF-
KLEUR om de helderheid of kleurtoon van de zoeker aan te
passen, LCD-HELDERHEID of LCD KLEUR om hetzelfde te doen
voor het LCD-scherm.
17
1
Cameraschermen
De DISP/BACK-knop
De DISP/BACK-knop regelt het weergeven
van de indicatoren in de zoeker en op
het LCD-scherm.
Zoeker
Volledig scherm Volledig scherm (geen indicators)
Dubbele weergave (alleen hand-
matige scherpstelmodus;
P
18)
Standaardindicatoren
1.0
Standaard (geen indicatoren)
18
1
LCD-scherm
Standaardindicatoren Geen indicatoren
Dubbele weergave (alleen hand-
matige scherpstelmodus)
Infoscherm
De Dubbele Weergave
De dubbele weergave bestaat uit een groot volledig scherm en een kleinere
close-up van het scherpstelgebied.
19
1
Cameraschermen
Standaardindicatoren aanpassen
Om de items getoond in de standaardindicatorweergave te
kiezen:
1
Geef standaardindicatoren weer.
Druk op de DISP/BACK-knop totdat de standaardindicatoren
worden weergegeven.
2
Selecteer DISP. INST. OP MAAT.
Selecteer D SCHERM SET-UP> DISP. INST. OP MAAT in het
instellingenmenu.
3
Kies items.
Markeer items en druk op MENU/OK om te selecteren of te dese-
lecteren.
COMP.RICHTL.
ELEKTR. WATERPAS
FOCUSFRAME
AF-AFSTANDSINDICATOR
MF-AFSTANDSINDICATOR
HISTOGRAM
LIVEWEERG. HOOGTEPUNTALARM
OPNAMEMODUS
DIAFR/S-SNELHEID/ISO
INFORMATIE-ACHTERGROND
Belichtingscomp. (Getal)
Belichtingscomp. (Schaal)
FOCUSMODUS
LICHTMEETSYSTEEM
SLUITERTYPE
FLITSLICHT
DOORLOPENDE MODUS
DUAL BEELDSTABILISATIEMOD.
TOUCH SCREEN MODUS
WITBALANS
FILMSIMULATIE
DYNAMISCH BEREIK
REST. BEELDJES
BEELDFORM/-KWALITEIT
FILMMODUS & OPNAMETIJD
MICROFOONGELUID
ACCUNIVEAU
FRAMINGKADER
4
Sla wijzigingen op.
Druk op DISP/BACK om de wijzigingen op te slaan.
5
Sluit de menu’s af.
Druk op DISP/BACK zoals nodig om terug te keren naar de opna-
meweergave.
20
1
Virtuele Horizon
Als u ELEKTR. WATERPAS selecteert, wordt de
virtuele horizon weergegeven. De camera is wa-
terpas als de twee lijnen over elkaar liggen. Houd
er rekening mee dat de virtuele horizon mogelijk
niet wordt weergegeven als de cameralens naar
boven of naar beneden wordt gericht. Voor een
3D-weergave, drukt u op de functieknop waaraan
ELEKTR. WATERPAS is toegewezen (
P
162,
182)
Pitchinstel-
ling
Rollen
Framingkader
Schakel FRAMINGKADER in om de randen van het beeld makkelijker zicht-
baar te maken tegen donkere achtergronden.
Histogrammen
Histogrammen geven de verdeling van de tinten in de foto weer. De horizon-
tale as geeft de helderheid weer, de verticale as het aantal pixels.
Aantal pixels
Schaduwen Hoge lichten
Helderheid pixels
Voor het bekijken van afzonderlijke RGB-histo-
grammen en een scherm met delen van het
beeld die bij de huidige instellingen overbelicht
worden, geschoven over het beeld dat door het
objectief te zien is, drukt u op de functietoets
waaraan HISTOGRAM is toegewezen (
P
162,
182).
Overbelichte
gebieden
knipperen
RGB-Histo-
grammen
21
1
Cameraschermen
De secundaire LCD-monitor
Het secundaire LCD-scherm toont acht
camera-instellingen, vier als tekst (items
A
tot
D
) en vier als pictogrammen
(items
E
tot
H
). Gebruik D SCHERM
SET-UP> INSTELLING SUBMONITOR om
de items te kiezen die weergegeven wor-
den. De items die weergegeven worden
als u fotos neemt, kunnen afzonderlijk
van de items getoond in de  lmmodus worden geselecteerd; in
de volgende lijsten worden items die niet beschikbaar zijn in de
lmmodus aangegeven door sterretjes („*”).
Bij de standaardinstellingen toont het secundaire LCD de vol-
gende items:
Tekst:
A
SLUITERSNELHEID,
B
DIAFRAGMA,
C
BELICHTINGSCOMPOSITIE,
D
ISO
Pictogrammen:
E
FILMSIMULATIE,
F
WITBALANS,
G
BEELDGROOTTE
*
,
H
OPNAMEMODUS
De volgende opties zijn tevens beschikbaar:
Tekst: FILMMODUS (alleen pictogram)
*
, R. FRAME
*
, OPNAMET.,
GEEN
Pictogrammen: LICHTMEETSYSTEEM, DRIVE MODUS
*
,
FOCUSMODUS, BEELDKWALITEIT
*
, BATTERIJNIVEAU,
SLEUFOPTIES, SLUITERTYPE
*
, DYNAMISCH BEREIK
*
,
FILMMODUS
*
, GEEN
Achtergrondlicht van het Secundaire Scherm
Om het achtergrondlicht van het secundaire
scherm in te schakelen als u het secundaire LCD-
scherm te donker vindt om te kunnen lezen, drukt
u op de knop van het achtergrondlicht van het
secundaire scherm. Druk nogmaals op de knop
om het achtergrondlicht uit te schakelen.
22
1
De Menus Gebruiken
Druk op MENU/OK om de menu’s weer te geven.
Fotograferen
Fotograferen
Afspelen
Afspelen
CHROOM KLEUREFFECT
DYNAMISCH BEREIK
WITBALANS
KORRELEFFECT
FILMSIMULATIE
RAW OPNAME
BEELDKWALITEIT
BEELDGROOTTE
INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT
VERLATEN
BEVEILIGEN
FOTO DRAAIEN
VERWIJDER R. OGEN
NIEUW FORMAAT
BEELDUITSNEDE
WISSEN
RAW-CONVERSIE
WISSELSLEUF
MENU VOOR HERBEKIJKEN
VERLATEN
Om in de menu's te navigeren:
1
Druk op MENU/OK om de menu’s weer
te geven.
CHROOM KLEUREFFECT
DYNAMISCH BEREIK
WITBALANS
KORRELEFFECT
FILMSIMULATIE
RAW OPNAME
BEELDKWALITEIT
BEELDGROOTTE
INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT
VERLATEN
2
Druk op de keuzeknop links om het
tabblad voor het huidige menu te
selecteren.
CHROOM KLEUREFFECT
DYNAMISCH BEREIK
WITBALANS
KORRELEFFECT
FILMSIMULATIE
RAW OPNAME
BEELDKWALITEIT
BEELDGROOTTE
INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT
VERLATEN
Tabblad
3
Druk de keuzeknop omhoog of omlaag om het tabblad (H, G,
A, F, B, E, C of D) met de gewenste optie te markeren.
4
Druk op de selectieknop rechts om de cursor in het menu te
plaatsen.
N
Gebruik de voorste instelschijf om menutabbladen te selecteren of door
menu’s te bladeren en de achterste instelschijf om menu-items te markeren.
23
Eerste stappen
24
2
De Schouderdraagriem bevestigen
Maak de draagriemclipjes aan de schouderdraagriem vast
en bevestig de draagriem aan de camera.
1
Bevestig een clipje aan de draagriem.
Schuif een clipje op de draagriem (
A
) en haal de draagriem
door de riemafsteller en spanband (
B
).
2
Bevestig het clipje aan de camera.
Trek de riem naar boven (
A
), totdat
de clip stevig op zijn plaats klikt (
B
)
in de
(„juist”) positie. Als de clip in
de
I
(„onjuist”) positie is, drukt u op
de sluitclip (
C
) totdat de clip op zijn
plaats klikt in de
positie.
Juist Onjuist
3
Herhaal stappen 1–2 voor het tweede clipje.
O
Bevestig de draagriemen zoals getoond.
Om te voorkomen dat de camera valt, dient u te zorgen dat de draagriem
goed vastzit.
25
2
De Schouderdraagriem bevestigen
De Clipjes Vergrendelen
Zorg ervoor dat u de clipvergrendeling plaatst
nadat u heeft gecontroleerd dat de clips correct
zijn bevestigd (
P
24). Om te voorkomen dat
de riem per ongeluk losraakt, bevestigt u de
vergrendeling van de clip zoals afgebeeld.
O
De clips zijn klein en kunnen gemakkelijk
ingeslikt worden; houd ze buiten het bereik
van kinderen.
Zorg ervoor dat de clips stevig zijn beves-
tigd voordat u de vergrendeling plaatst
(
P
24). Anders kunnen de clips worden
beschadigd.
Probeer niet om de clips te bevestigen
terwijl de vergrendeling is geplaatst. Anders
kunnen de clips worden beschadigd.
De draagriemlosmaken
1
Verwijder de clipvergrendeling.
O
Verwijder de riem van de clips voor-
dat u de vergrendeling losmaakt.
2
Terwijl u de clip aan beide zijden vast-
houdt, laat u het gaan zoals aangege-
ven op de afbeelding (
A
) en schuift u
het vervolgens van het bevestigings-
punt (
B
).
26
2
Een lens bevestigen
De camera kan gebruikt worden met lenzen voor het
FUJIFILM G-bevestigingspunt.
Verwijder de behuizingsdop van de ca-
mera en de achterste dop van de lens.
Plaats de lens op het bevestigingspunt,
houd de markering op de lens en de
camera op één lijn en draai vervolgens
aan de lens totdat deze op zijn plaats
klikt.
O
Raak de interne delen van de camera niet aan. Druk niet op de ontgren-
delingsknop van de lens tijdens het bevestigen van de lens en zorg dat
de vergrendeling stevig op zijn plaats is geklikt.
Lenzen verwijderen
Schakel, om de lens te verwijderen, de camera
uit en druk vervolgens op de ontgrendelings-
knop van de lens en draai aan de lens zoals
aangeduid.
O
Om te voorkomen dat stof zich ophoopt op
de lens of in de camera, plaatst u de lenskap-
pen en de behuizingsdop van de camera
terug wanneer de lens niet is bevestigd.
Lenzen en andere optionele accessoires
De camera kan gebruikt worden met lenzen en accessoires voor het FUJIFILM
G-bevestigingspunt.
O
Vóór het vastmaken of verwijderen (verwisselen) van lenzen, bevestigt
u de lensdoppen en controleert u of de lenzen geen stof of vreemde
substanties bevatten. Verwissel lenzen niet in direct zonlicht of onder een
heldere lichtbron omdat licht dat direct in de binnenkant van de camera
schijnt, storingen kan veroorzaken.
27
2
De batterij opladen
De batterij is bij verscheping uit de fabriek niet opgela-
den. Gebruik, voordat u verder gaat, de meegeleverde
batterijlader om de batterij volledig op te laden.
O
Er wordt een NP-T125 oplaadbare batterij meegeleverd met de camera.
Het opladen duurt ongeveer 140 minuten.
1
Sluit de stekkeradapter aan.
De met de camera meegeleverde stekkeradapter varieert per
land of regio van aankoop; gebruik de adapter die geschikt is
voor uw land of regio, zoals beschreven in de meegeleverde
notitie.
2
Plaats de batterij in de lader.
Plaats de batterij in de richting die
wordt aangegeven door de pijl.
3
Steek de lader in een stopcontact.
Sluit de lader aan op een stopcontact
binnenshuis. De laadindicator licht op.
4
Laad de batterij op.
Verwijder de batterij zodra het opladen is voltooid.
28
2
De laadindicator
De laadindicator geeft de laadtoestand van de batterij als volgt weer:
Laadindicator
Laadindicator
Laadtoestand
Laadtoestand
Handeling
Handeling
Uit Batterij niet geplaatst. Plaats de batterij.
Batterij volledig opge-
laden.
Verwijder de batterij.
Aan De batterij wordt opge-
laden.
Knippert Batterij defect. Haal de lader uit het stop-
contact en verwijder de
batterij.
O
Gebruik de lader met de stekkeradapter voor uw land of regio.
Bevestig geen etiketten of andere voorwerpen op de batterij. Het niet in
acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan het verwijderen van de
batterij uit de camera onmogelijk maken.
Voorkom dat de batterijpolen worden kortgesloten. Anders kan de batte-
rij oververhit raken.
Lees de voorzorgsmaatregeln in “De batterij en stroomvoeding.
Gebruik alleen batterijladers die bedoeld zijn voor gebruik met de batte-
rij. Anders kan de batterij en/of de batterijlader defect raken.
Probeer niet de labels van de batterij te halen of de behuizing te openen.
Een batterij die niet wordt gebruikt, verliest langzaam haar lading. Laad
de batterij een of twee dagen vóór gebruik op. Als de batterij niet kan
opladen, heeft deze het einde van haar levensduur bereikt en moet deze
worden vervangen.
Haal de lader uit het stopcontact wanneer deze niet in gebruik is.
Verwijder vuil van de batterijpolen met een schone, droge doek. Neemt
u deze voorzorgsmaatregel niet in acht, dan kan de batterij mogelijk niet
worden opgeladen.
Merk op dat de laadtijden bij lage temperaturen toenemen.
29
2
De batterij opladen
Opladen via AC-adapter
De batterij in de camera laadt ook op als de camera van stroom wordt voor-
zien via een optionele AC-15V AC-adapter. Het opladen duurt ongeveer 120
minuten.
De laadtoestand van de batterij wordt getoond door de laadtoestandpicto-
grammen als de camera is ingeschakeld (afspeelmodus) en door het indica-
tielampje als de camera is uitgeschakeld.
Laadtoestandpictogram (camera
Laadtoestandpictogram (camera
ingeschakeld)
ingeschakeld)
Indicatielampje (camera
Indicatielampje (camera
uitgeschakeld)
uitgeschakeld)
Laadtoestand
Laadtoestand
Y (geel)
Ingeschakeld
Batterij wordt opge-
laden
N (groen)
Uitgeschakeld Opladen voltooid
Z (rood)
Knippert Batterij defect
30
2
De batterij plaatsen
Plaats de batterij in de camera zoals hieronder beschreven
na het opladen van de batterij.
1
Open de kap van het batterijvak.
Verschuif de vergrendeling van het
batterijvak zoals aangeduid en open
de kap van het batterijvak.
O
Verwijder de batterij
niet als de
camera is ingeschakeld. Het niet in acht
nemen van deze voorzorgsmaatregel
kan fotobestanden of geheugenkaarten
beschadigen.
Gebruik niet te veel kracht wanneer u
de kap van het batterijvak opent of sluit.
2
Plaats de batterij.
Terwijl u de batterij gebruikt om de
batterijklep naar een kant te drukken,
plaatst u eerst de contactpunten van
de batterij in de richting die wordt
aangegeven door de pijl. Controleer of
de batterij stevig vastzit.
O
Plaats de batterij in de aangegeven
richting. Oefen geen kracht uit of pro-
beer niet de batterij achterstevoren of
ondersteboven te plaatsen. In de juiste
stand is de batterij gemakkelijk in te
schuiven.
31
2
De batterij plaatsen
3
Sluit de kap van het batterijvak.
Sluit en vergrendel de kap.
O
Als de kap niet dicht kan, controleert
u of de batterij in de juiste richting is
geplaatst. Probeer de kap niet dicht te
forceren.
De batterij verwijderen
Voordat u de batterij verwijdert, schakelt u de camera uit en opent u de kap van
het batterijencompartiment.
Druk de batterijvergrendeling opzij en laat de
batterij uit de camera glijden zoals getoond om
de batterij te verwijderen.
O
De batterij kan warm worden bij gebruik in omgevingen met hoge tem-
peraturen. Wees voorzichtig bij het verwijderen van de batterij.
32
2
Geheugenkaarten plaatsen
Fotos worden opgeslagen op geheugenkaarten (afzon-
derlijk verkrijgbaar).
N
De camera kan worden gebruikt met twee kaarten, één in elk van de
twee sleuven.
1
Open de kap van de geheugenkaartsleuf.
Ontgrendel en open de kap.
O
Verwijder geheugenkaarten niet als de
camera is ingeschakeld. Het niet in acht
nemen van deze voorzorgsmaatregel
kan fotobestanden of geheugenkaarten
beschadigen.
2
Plaats de geheugenkaart.
Houd de kaart in de getoonde richting
en schuif deze in het apparaat totdat
deze aan de achterkant van de sleuf
vastklikt.
O
Controleer of de kaart in de juiste
richting is geplaatst; steek de kaart er
niet onder een hoek in en oefen geen
kracht uit.
3
Sluit de kap van de geheugenkaartsleuf.
Sluit en vergrendel de kap.
33
2
Geheugenkaarten plaatsen
Geheugenkaarten verwijderen
Schakel de camera uit en open de kap van de geheugenkaartsleuf voordat u
geheugenkaarten verwijdert.
Druk op en ontgrendel de kaart om deze deels uit
te werpen (druk op het midden van de kaart en
ontgrendel deze langzaam zonder uw vinger van
de kaart te halen om te voorkomen dat de kaart
uit de sleuf valt). De kaart kan nu met de hand
worden verwijderd.
Twee kaarten gebruiken
De camera kan worden gebruikt met twee kaarten, één in elk van
de twee sleuven. Bij de standaardinstellingen worden fotos alleen
opgeslagen op de kaart in de tweede sleuf wanneer de kaart in
de eerste sleuf vol is. Dit kan worden gewijzigd met
D
OPSLAAN
SET-UP> INSTEL. SLEUF (STIL BEELD).
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
Weergave
Weergave
SEQUENTIEEL
(standaard)
De kaart in de tweede sleuf wordt alleen gebruikt wan-
neer de kaart in de eerste sleuf vol is. Wanneer de tweede
sleuf is geselecteerd voor
D
OPSLAAN SET-UP>
WISSELSLEUF (SEQUENTIEEL), zal de opname begin-
nen op de kaart in de tweede sleuf en schakelt over naar de
eerste sleuf wanneer de kaart in de tweede sleuf vol is.
BACK-UP
Elke foto wordt tweemaal opgenomen, eenmaal op elke
kaart.
RAW / JPEG
Zoals voor SEQUENTIEEL, behalve dat de RAW-ko-
pie van foto's genomen met FINE+RAW of
NORMAL+RAW geselecteerd voor
H INSTELLINGEN
BEELDKWALITEIT> BEELDKWALITEIT wordt opge-
slagen op de kaart in de eerste sleuf en de JPEG-kopie op
de kaart in de tweede sleuf.
De kaart gebruikt voor het opslaan van  lms kan worden gese-
lecteerd met D OPSLAAN SET-UP> FILMDOELBESTAND.
34
2
Geheugenkaarten plaatsen
Compatibele geheugenkaarten
FUJIFILM en SanDisk SD-, SDHC-, en SDXC-geheugenkaarten zijn
goedgekeurd voor gebruik in deze camera; UHS-II-kaarten kunnen
worden gebruikt in beide sleuven, maar kaarten met een UHS-snel-
heidsklasse van 1 of hoger worden aanbevolen voor  lms. Een
volledige lijst met goedgekeurde geheugenkaarten is beschikbaar
op http://www.fujifilm.com/support/digital_cameras/compatibility/.
Met andere geheugenkaarten kan de werking niet worden gega-
randeerd. De camera is niet geschikt om te worden gebruikt met
xD-Picture Cards of MultiMediaCard (MMC)-apparaten.
O
Voorkom dat de camera wordt uitgeschakeld of dat de geheugenkaart wordt
verwijderd terwijl de camera bezig is met het formatteren van de geheugenkaart of
met het wegschrijven of wissen van gegevens. Het niet in acht nemen van deze
voorzorgsmaatregel kan de kaart beschadigen.
Geheugenkaarten kunnen worden vergrendeld,
zodat de kaart niet geformatteerd kan worden
en er geen fotos opgeslagen of gewist kunnen
worden. Schakel de schrijfbeveiligingsschake-
laar naar de ontgrendelde stand voordat u de
geheugenkaart in de camera plaatst.
Nieuwe geheugenkaarten moeten vóór het eerste gebruik worden geformat-
teerd en alle geheugenkaarten die in een computer of ander apparaat zijn
gebruikt, moeten ook weer worden geformatteerd.
Geheugenkaarten zijn klein en kunnen ingeslikt worden; houd ze buiten het
bereik van kinderen. Als een kind een geheugenkaart inslikt, moet u onmiddellijk
medische hulp inroepen.
miniSD- of microSD-adapters die groter of kleiner zijn dan geheugenkaarten, wor-
den mogelijk niet normaal uitgeworpen. Breng de camera naar een erkend service
center als dit gebeurt. Probeer de kaart niet met geweld uit de camera te halen.
Bevestig geen etiketten of andere voorwerpen op geheugenkaarten. Etiket-
ten die losraken kunnen cameradefecten veroorzaken.
Bij sommige soorten geheugenkaarten kunnen  lmopnamen onderbrekin-
gen vertonen.
Door het formatteren van een geheugenkaart in de camera wordt een map
aangemaakt waarin de fotos worden opgeslagen. U mag deze map niet verwij-
deren of een andere naam geven. Ook mag u de fotobestanden in deze map
niet bewerken, wissen of herbenoemen met behulp van een computer of ander
apparaat. Gebruik altijd de camera om fotos te verwijderen; kopieer bestanden
naar een computer alvorens de bestanden te bewerken of hernoemen en be-
werk of hernoem de kopieën, niet de originele bestanden. Het hernoemen van
bestanden op de camera kan problemen veroorzaken tijdens het afspelen.
35
2
De camera in- en uitschakelen
Gebruik de ON/OFF-schakelaar om de camera in en uit te
schakelen.
Draai de schakelaar naar ON om de came-
ra in te schakelen, of naar OFF om de
camera uit te schakelen.
O
Vingervlekken en vuil op de lens of de zoeker zijn van invloed op de
kwaliteit van de fotos of het zicht door de zoeker. Zorg dat de lens en de
zoeker schoon blijven.
N
Druk op de
a
-knop om het afspelen te starten. Druk de ontspanknop
half in om terug te keren naar de opnamemodus.
De camera wordt automatisch uitgeschakeld als er geen handelin-
gen worden uitgevoerd gedurende de geselecteerde tijdsduur voor
D
STROOMBEHEER> UITSCHAKELEN. Druk de ontspanknop half in of
draai de ON/OFF-schakelaar naar OFF en vervolgens weer naar ON om de ca-
mera opnieuw aan te zetten nadat deze automatisch werd uitgeschakeld.
36
2
Het batterijniveau controleren
Controleer het batterijniveau in het scherm na het inscha-
kelen van de camera.
Het batterijniveau wordt als volgt weer-
gegeven:
Indicator
Indicator
Beschrijving
Beschrijving
e
Batterij is gedeeltelijk ontladen.
f
Batterij ongeveer 80% vol.
g
Batterij ongeveer 60% vol.
h
Batterij ongeveer 40% vol.
i
Batterij ongeveer 20% vol.
i
(rood)
Batterij bijna leeg. Zo snel mogelijk
opladen.
j
(knippert
rood)
De batterij is leeg. Schakel de came-
ra uit en laad de batterij op.
37
2
Basisinstellingen
Wanneer de camera voor het eerst wordt ingeschakeld,
verschijnt er een taalkeuzevenster.
1
Schakel de camera in.
Een taalkeuzedialoogvenster zal wor-
den weergegeven.
2
Kies een taal.
Markeer een taal en druk op MENU/OK.
3
Stel de datum en tijd in.
Druk de keuzeknop naar links of rechts
om het jaar, de maand, de dag, het uur
of de minuten te selecteren en druk
omhoog of omlaag om de instelling
te wijzigen. Om de volgorde te veran-
deren waarin het jaar, de maand en de
dag worden weergegeven, selecteert
u de datumnotatie en drukt u de keuzeknop omhoog of om-
laag. Druk op MENU/OK om naar de opnamemodus af te sluiten
wanneer de instellingen zijn voltooid.
JJ.MM.DD 1 12
AM
1
00
2017
2016
2015
2018
2019
DATUM/TIJD NIET INGESTELD
AFBREKENOK
38
2
Basisinstellingen
N
Als er gedurende langere tijd geen batterij in de camera zit, wordt de
cameraklok teruggezet en wordt het taalkeuzevenster weergegeven
wanneer de camera wordt ingeschakeld.
De huidige stap overslaan
Druk op DISP/BACK om de huidige stap over te slaan. Alle stappen die u over-
slaat worden de volgende keer bij het inschakelen van de camera weergege-
ven.
Een andere taal kiezen
Om de taal te wijzigen:
1
Geef taalopties weer.
Selecteer D GEBRUIKERSINSTELLINGEN>
a.
2
Kies een taal.
Markeer de gewenste optie en druk op MENU/OK.
De tijd en datum veranderen
Om de cameraklok in te stellen:
1
Geef DATUM/TIJD-opties weer.
Selecteer D GEBRUIKERSINSTELLINGEN> DATUM/TIJD.
2
Stel de klok in.
Druk de keuzeknop naar links of rechts om het jaar, de maand,
de dag, het uur of de minuten te selecteren en druk omhoog
of omlaag om de instelling te wijzigen. Druk op MENU/OK om de
klok in te stellen.
39
Basisfotogra e en afspelen
40
3
Fotograferen (modus P)
Deze sectie beschrijft hoe u fotos kunt maken met programma
AE (modus P). Raadpleeg pagina 52–61 voor meer informatie
over S-, A- en M-modi.
1
Pas de instellingen aan voor programma AE.
A
B
C
D
A
Diafragma (
P
52): Selecteer A (auto).
B
Gevoeligheid (
P
74): Selecteer A (auto).
C
Sluitertijd (
P
52): Selecteer A (auto).
D
Scherpstelmodus (
P
63): Selecteer S (enkelvoudige AF).
N
Om de sluitertijd- en gevoeligheidsschijven te gebruiken, drukt u
op de schijfontgrendeling en draait u de schijf naar de gewenste
instelling.
2
Controleer de opnamemodus.
Bevestig dat P verschijnt in het
scherm.
41
3
Fotograferen (modus P)
3
Maak de camera gereed.
Houd met beide handen de came-
ra stevig vast en laat uw ellebogen
rusten tegen uw zij. Trillende of on-
vaste handen kunnen uw fotos wazig
maken.
Houd uw vingers en andere voor-
werpen uit de buurt van de lens om
onscherpe of te donkere (onderbelich-
te) fotos te voorkomen.
4
Zet de foto in een kader.
Lenzen met zoomringen
Gebruik de zoomring om de foto in het
scherm te kaderen. Draai de ring naar links
om uit te zoomen, naar rechts om in te
zoomen.
42
3
Fotograferen (modus P)
5
Stel scherp.
Houd de ontspanknop half ingedrukt
om scherp te stellen.
Scherpste-
lindicator
Scherpstel-
kader
Als de camera in staat is om scherp te stellen, klinkt er tweemaal een
pieptoon en lichten scherpstelgebied en scherpstelindicator
groen op. Scherpstelling en belichting blijven vergrendeld
terwijl de ontspanknop half wordt ingedrukt.
Als de camera niet in staat is om scherp te stellen, wordt het scherpstel-
kader rood, wordt
s weergegeven en zal de scherpstelindica-
tor wit knipperen.
6
Neem een foto.
Druk de ontspanknop rustig en volledig in om de foto te ma-
ken.
43
3
a
Fotos bekijken
U kunt fotos in de zoeker of op het LCD-scherm bekijken.
Druk op a om de fotos schermvullend te bekijken.
100-0001
Extra fotos kunnen bekeken worden door de keuzeknop naar links of
rechts te drukken of door aan de voorste commandoschijf te draai-
en. Druk de keuzeknop naar rechts of draai de schijf naar rechts om
fotos in de vastgelegde volgorde te bekijken en naar links om fotos
in omgekeerde volgorde te bekijken. Houd de keuzeknop ingedrukt
om snel naar de gewenste foto te bladeren.
N
Fotos gemaakt met andere cameras worden gemarkeerd met een
m
(“geschenkbeeld”)-pictogram om aan te duiden dat deze misschien niet
correct worden weergegeven en dat mogelijk de zoomweergave niet
beschikbaar is.
Twee geheugenkaarten
Als er twee geheugenkaarten zijn geplaatst, kunt u de
a
-knop ingedrukt hou-
den om een kaart voor het afspelen te kiezen. U kunt ook een kaart selecteren
met behulp van de optie
C
MENU VOOR HERBEKIJKEN> WISSELSLEUF.
44
3
b
Fotos wissen
Gebruik de b-knop om fotos te wissen.
O
Gewiste fotos kunnen niet worden teruggehaald. Kopieer eerst alle
belangrijke fotos naar een computer of ander opslagapparaat.
1
Druk, als een afbeelding in volledig scherm wordt weergege-
ven, op de b-knop en selecteer ENKELE FOTO.
ENKELE FOTO
GEKOZEN VELDEN
ALLE FOTO’S
WISSEN
2
Druk de keuzeknop naar links of rechts om door de fotos te
bladeren en druk op MENU/OK om te wissen (een bevestigings-
venster wordt niet weergegeven). Herhaal dit om extra fotos te
wissen.
N
Beveiligde fotos kunnen niet worden gewist. Verwijder de beveiliging
van foto's die u wilt wissen (
P
133).
Foto's kunnen ook via de menu's worden gewist met behulp van de
optie
C
MENU VOOR HERBEKIJKEN> WISSEN (
P
129).
45
Films opnemen en afspelen
46
4
F
Films opnemen
Deze sectie beschrijft hoe  lms op te nemen in de auto-
matische modus.
1
Druk op de drive-modusknop en selecteer FVIDEO.
2
Pas de instellingen aan voor programma AE.
A
B
C
D
A
Diafragma (
P
52): Selecteer A (auto).
B
Gevoeligheid (
P
74): Selecteer A (auto).
C
Sluitertijd (
P
52): Selecteer A (auto).
D
Scherpstelmodus (
P
63): Selecteer S (enkelvoudige AF).
N
Om de sluitertijd- en gevoeligheidsschijven te gebruiken, drukt u
op de schijfontgrendeling en draait u de schijf naar de gewenste
instelling.
3
Druk op de ontspanknop om de
opname te starten. Een opname-indi-
cator (
V) en de resterende tijd worden
weergegeven terwijl de opname bezig
is.
5
4
3
2
1
0
-1
-2
-3
-4
-5
47
4
Films opnemen
4
Druk nogmaals op de knop om de opname te beëindigen. De
opname eindigt automatisch wanneer de maximale lengte is
bereikt of de geheugenkaart vol is.
O
Geluid wordt opgenomen via de ingebouwde microfoon of een optione-
le externe microfoon. Bedek de microfoon niet tijdens de opname. Houd
er rekening mee dat de microfoon mogelijk ook geluiden van de lens of
andere camerageluiden oppikt tijdens het opnemen.
In  lms met zeer heldere onderwerpen kunnen verticale of horizontale
strepen verschijnen. Dit is normaal en duidt niet op een defect.
N
Het indicatielampje gaat branden tijdens de opname. Tijdens het opne-
men kunt u de belichtingscompensatie veranderen met maximaal ±2EV
en de zoom aanpassen met behulp van de zoomring op de lens (indien
beschikbaar).
Als de lens met een modusschakelaar voor het diafragma is uitgerust,
selecteer dan de diafragmafunctie voordat u begint met de opname. Als
er een andere optie dan A is geselecteerd, kunnen de sluitertijd en het
diafragma worden aangepast terwijl de opname bezig is.
Opnemen is mogelijk niet beschikbaar bij bepaalde instellingen, terwijl in
andere gevallen de instellingen mogelijk niet van toepassing zijn tijdens
de opname.
Een Externe Microfoon Gebruiken
Er kan geluid worden opgenomen met externe
microfoons met een aansluiting van 3,5 mm in
doorsnede; microfoons die netstroom nodig heb-
ben kunnen niet worden gebruikt. Raadpleeg de
microfoonhandleiding voor meer informatie.
48
4
Films opnemen
Filminstellingen aanpassen
Beeldgrootte en -snelheid kunnen worden geselecteerd met
B FILMINSTELLINGEN> FILMMODUS, terwijl de kaart die
gebruikt wordt om  lms op te slaan, kan worden geselecteerd
met D OPSLAAN SET-UP> FILMDOELBESTAND. De scherpstel-
modus kan worden geselecteerd met de keuzeknop voor de
scherpstelmodus; selecteer voor continue scherpstelaanpassing
C, of kies S en schakel Intelligente gezichtsdetectie in. Intelligen-
te gezichtsdetectie is niet beschikbaar in de scherpstelmodus M.
Scherptediepte
Kies lage f-waarden om achtergronddetails zachter te maken.
49
4
a
Films bekijken
Bekijk  lms op de camera.
Tijdens het afspelen in volledig scherm
worden  lms aangeduid door een
W-pictogram.
±0
1/1/2017 12:00 AM
AFSPELENAFSPELEN
Tijdens het afspelen van een  lm zijn de
volgende handelingen mogelijk:
Keuzeknop
Keuzeknop
Afspelen is bezig (
Afspelen is bezig (
x
x
)
)
Afspelen gepauzeerd (
Afspelen gepauzeerd (
y
y
)
)
e
Afspelen stoppen
f
Afspelen pauzeren Afspelen starten/hervatten
gh
Snelheid aanpassen
Enkel beeld terugspoelen/voor-
uitspoelen
De voortgang wordt tijdens het afspelen
op het scherm weergegeven.
O
Dek de luidspreker niet af tijdens het afspe-
len.
29m59s
PAUZESTOP
N
Druk op MENU/OK om het afspelen te pauzeren en een volumeregelaar
weer te geven. Druk de keuzeknop omhoog of omlaag om het volume
aan te passen; druk nogmaals op MENU/OK om het afspelen te hervatten.
Het volume kan tevens worden aangepast met behulp van
D
GELUID
SET-UP> AFSPEEL VOLUME.
50
4
Films bekijken
Afspeelsnelheid
Druk de keuzeknop naar links of rechts om de af-
speelsnelheid tijdens het afspelen aan te passen.
De snelheid wordt aangeduid door het aantal
pijltjes (
M of N).
29m59s
PAUZESTOP
Pijltjes
51
Fotos maken
52
5
P-, S-, A- en M-modi
P-, S-, A- en M-modi bieden u verschillende controleni-
veaus over sluitertijd en diafragma.
Modus P: Programma AE
Laat de camera de sluitertijd en het diafragma kiezen voor
optimale belichting. Andere waarden die dezelfde belichting
produceren kunnen worden geselecteerd met programmaver-
schuiving.
Sluitertijd: Selecteer A (auto). Diafragma: Selecteer A (auto).
Stel de sluitertijd en het diafragma in op
A (auto) en bevestig dat P verschijnt in
het scherm.
O
Als het onderwerp zich buiten het lichtmeterbereik van de camera
bevindt, worden de sluitertijd en het diafragma weergegeven als „– – –”.
N
Om de sluitertijdschijf te gebruiken, drukt u op de schijfontgrendeling en
draait u de schijf naar de gewenste instelling.
53
5
P-, S-, A- en M-modi
Programmaverschuiving
Indien u dit wenst, kunt u aan de achterste
commandoschijf draaien om andere sluitertijd- en
diafragmacombinaties te selecteren, zonder de
belichting te wijzigen (programmaverschuiving).
Sluitertijd Diafragma
O
Programmaverschuiving is niet beschikbaar tijdens het opnemen van  lm
of als het  itslicht TTL-auto ondersteunt of als een automatische optie is
geselecteerd voor
H
INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT> DYNAMISCH
BEREIK.
N
Om programmaverschuiving te annuleren, schakelt u de camera uit.
54
5
Modus S: Sluiterprioriteit AE
Kies een sluitertijd en laat de camera het diafragma aanpassen
voor optimale belichting.
Sluitertijd: Kies een sluitertijd. Diafragma: Selecteer A (auto).
Stel het diafragma in op A (auto) en ge-
bruik de sluitertijdschijf om een sluiter-
tijd te kiezen. S verschijnt in het scherm.
O
Als de juiste belichting niet kan worden bereikt bij de geselecteerde
sluitertijd, wordt het diafragma in het rood weergegeven. Als het onder-
werp zich buiten het lichtmeterbereik van de camera bevindt, wordt het
diafragma weergegeven als „– – –”.
N
Druk de schijfontgrendeling in en draai de schijf naar de gewenste
instelling om de sluitertijdschijf te gebruiken (
de schijf kan zelfs worden
gebruikt als de ontspanknop halverwege is ingedrukt
).
De sluitertijd
kan ook worden aangepast in stappen van ⁄EV door aan de achter-
ste commandoschijf te draaien.
55
5
P-, S-, A- en M-modi
Tijd (T)
Draai de sluitertijdschijf naar T (tijd) om lange sluitertijden
voor langdurige belichtingen te kiezen. Gebruik van een sta-
tief wordt aanbevolen om bewegen van de camera tijdens het
belichten te voorkomen.
1
Draai de sluitertijdschijf naar T.
2
Draai aan de achterste comman-
doschijf om een sluitertijd te kiezen.
3
Druk de ontspanknop volledig in om een foto te maken met de
geselecteerde sluitertijd. Een aftellende timer wordt weergege-
ven terwijl er belicht wordt.
N
Om „ruis” (spikkels) te voorkomen bij langdurige belichtingen, selecteert
u AAN voor
H
INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT> L BEL. RO. Let erop
dat de tijd die nodig is om de afbeelding vast te leggen na het fotografe-
ren hierdoor langer kan worden.
56
5
Lamp (B)
Selecteer een sluitertijd van B (lamp) voor langdurige belich-
tingen waarin u de sluiter handmatig opent en sluit. Gebruik
van een statief wordt aanbevolen om bewegen van de camera
tijdens het belichten te voorkomen.
1
Draai de sluitertijdschijf naar B.
2
Druk de ontspanknop volledig in. De sluiter kan tot 60 minuten
lang openblijven zolang de ontspanknop wordt ingedrukt;
het scherm toont de tijd die verstreken is sinds de belichting
begon.
N
Door een diafragma van A te selecteren, wordt de sluitertijd ingesteld op
30 sec.
Om „ruis” (spikkels) te voorkomen bij langdurige belichtingen, selecteert
u AAN voor
H
INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT> L BEL. RO. Let erop
dat de tijd die nodig is om de afbeelding vast te leggen na het fotografe-
ren hierdoor langer kan worden.
57
5
P-, S-, A- en M-modi
Een afstandsontspanner gebruiken
Een optionele RR-90 afstandsontspanner kan
gebruikt worden voor langdurige belichting.
De RR-90 wordt aangesloten via de Micro-USB
(Micro-B) USB 2.0 connector.
Daarnaast is het ook mogelijk elektronische
afstandsontspanners van andere merken aan te
sluiten via de aansluiting voor de afstandsont-
spanner (2,5 mm 3-pool mini-aansluiting)
58
5
Modus A: Diafragmaprioriteit AE
Kies een diafragma en laat de camera de sluitertijd aanpassen
voor optimale belichting.
Sluitertijd: Selecteer A (auto). Diafragma: Kies een opening.
Draai de sluitertijdschijf naar A (auto),
en draai aan de lensdiafragmaring om
het diafragma naar wens aan te passen.
Averschijnt in het scherm.
O
Als de juiste belichting niet kan worden bereikt bij het geselecteerde
diafragma, wordt de sluitertijd in het rood weergegeven. Als het onder-
werp zich buiten het lichtmeterbereik van de camera bevindt, wordt de
sluitertijd weergegeven als „– – –”.
N
Om de sluitertijdschijf te gebruiken, drukt u op de schijfontgrendeling en
draait u de schijf naar de gewenste instelling.
Het diafragma kan zelfs worden aangepast wanneer de ontspanknop half
wordt ingedrukt.
59
5
P-, S-, A- en M-modi
Voorbeeld scherptediepte bekijken
Als VOORB DIEPTESCH is toegewezen aan een
functietoets, wordt een
L-pictogram weerge-
geven door op de knop te drukken en wordt de
diafragma gestopt tot de geselecteerde instelling
waardoor de scherptediepte kan worden bekeken
op het scherm.
N
Scherptediepte kan ook worden bekeken
door het gebruiken van de scherptediep-
te-indicator in de standaardweergave. Druk
op DISP/BACK om door de weergavestanden
te bladeren totdat standaardindicators
worden weergegeven. In de autofocusstand
kan de aanduiding voor de scherptediepte
worden weergegeven als de ontspanknop
half wordt ingedrukt.
Scherptediepte
Gebruik de
G
AF/MF INSTELLINGEN> SCHERPTEDIEPTESCHAAL op-
tie om te kiezen hoe diepte van het veld wordt weergegeven. Kies BASIS
FILMFORMAAT om u te helpen praktische evaluaties van de scherpte-
diepte te maken voor fotos die worden gezien als prenten en dergelijke,
en kies PIXELBASIS om u te helpen scherptediepte te beoordelen voor
fotos die met hoge resoluties zullen worden bekeken op computers of
andere elektronische beeldschermen.
60
5
Modus M: Handmatige belichting
Verander de belichting van die geselecteerd door de camera.
Sluitertijd: Kies een sluitertijd. Diafragma: Kies een opening.
Stel de sluitertijd in op een andere waar-
de dan A, en draai aan de lensdiafragma-
ring om het diafragma te kiezen. Mver-
schijnt in het scherm.
N
Om de sluitertijdschijf te gebruiken, drukt u op de schijfontgrendeling en
draait u de schijf naar de gewenste instelling.
De sluitertijd kan worden
aangepast in stappen van ⁄EV door aan de achterste comman-
doschijf te draaien.
61
5
P-, S-, A- en M-modi
Belichtingsvoorbeeld
Om de belichting als voorbeeld op het LCD-scherm te bekijken, selecteert
u een optie anders dan UIT voor
D SCHERM SET-UP> PRVW BELICH/
WITBALANS HANDM. MODUS. Selecteer UIT bij gebruik van de  itser of in
andere situaties waarin de belichting mogelijk kan veranderen wanneer de
foto wordt gemaakt.
62
5
Automatische scherpstelling
Maak fotos met behulp van automatisch scherpstellen.
1
Draai de scherpstelmoduskeuzeknop
naar S of C (
P
63).
2
Gebruik G AF/MF INSTELLINGEN> SCHERPSTELLING om een
scherpstelling te kiezen (
P
65).
3
Kies de positie en grootte van het
scherpstelkader (
P
67).
4
Maak fotos.
N
Voor informatie over het automatische scherpstellingssysteem bezoekt u:
http://fujifilm-x.com/af/en/index.html
63
5
Automatische scherpstelling
Scherpstelmodus
Gebruik de scherpstelmoduskeuzeknop
om te kiezen hoe de camera scherpstelt.
Kies uit de volgende opties:
Modus
Modus
Beschrijving
Beschrijving
S
(AF-S)
Enkelvoudige AF: De scherpstelling blijft vergrendeld terwijl de ontspan-
knop half wordt ingedrukt. Kies dit voor stilstaande onderwerpen.
C
(AF-C)
Continue AF: Scherpstelling wordt continu aangepast volgens de veran-
deringen in de afstand tot het onderwerp terwijl de ontspanknop half
wordt ingedrukt. Gebruik dit voor bewegende onderwerpen. Oogdetec-
tie AF is niet beschikbaar.
M
(handmatig)
Handmatig: Stel handmatig scherp met de scherpstelring van de lens.
Kies voor handmatige bediening van de scherpstelling of in situaties
waarbij de camera niet kan scherpstellen met automatische scherpstel-
ling (
P
71).
N
Ongeacht de geselecteerde optie wordt handmatige scherpstelling
gebruikt als de lens in de handmatige scherpstelmodus staat.
Als AAN is geselecteerd voor
G
AF/MF INSTELLINGEN> PRE-AF, zal
de scherpstelling continu worden aangepast in modi S en C, zelfs als de
ontspanknop niet wordt ingedrukt.
64
5
De scherpstelindicator
De scherpstelindicator wordt groen als er op
het onderwerp is scherpgesteld en knippert wit
wanneer de camera niet in staat is om scherp te
stellen. Haakjes („() ”) geven aan dat de camera
aan het scherpstellen is en worden continu
weergegeven in stand C.
j wordt weergegeven
in handmatige scherpstelmodus.
Scherpstelindicator
65
5
Automatische scherpstelling
Automatische scherpstellingsopties (AF-Modus)
Kies hoe de camera scherpstelt in modi S en C.
1
Druk op MENU/OK en ga naar het opnamemenu.
2
Selecteer G AF/MF INSTELLINGEN > SCHERPSTELLING.
3
Kies een scherpstelling.
N
Deze functie is ook toegankelijk via sneltoetsen (
P
176).
Hoe de camera scherpstelt is afhankelijk van de scherpstelmo-
dus.
Scherpstelmodus S (AF-S)
Scherpstelmodus S (AF-S)
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
Voorbeeld
Voorbeeld
r
ENKEL PUNT
Camera stelt scherp op onderwerp
in geselecteerde scherpstelpunt.
Gebruik deze optie om scherp te
stellen op geselecteerd onderwerp.
y
ZONE
Camera stelt scherp op onderwerp
in geselecteerde scherpstelzone.
Scherpstelzones bevatten meerdere
scherpstelpunten, waardoor het
gemakkelijker wordt om scherp te
stellen op bewegende onderwer-
pen.
z
GROOTHOEK/
TRACKING
Camera stelt automatisch scherp op
onderwerpen met hoog contrast;
weergave toont gebieden die zijn
scherpgesteld.
66
5
Scherpstelmodus C (AF-C)
Scherpstelmodus C (AF-C)
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
Voorbeeld
Voorbeeld
r
ENKEL PUNT
Scherpstelling volgt onderwerp
bij geselecteerde scherpstelpunt.
Gebruik dit voor onderwerpen die
zich naar de camera toe of van de
camera weg bewegen.
y
ZONE
Scherpstelling volgt onderwerp in
geselecteerde scherpstelgebied.
Gebruik dit voor onderwerpen die
vrij voorspelbaar bewegen.
z
GROOTHOEK/
TRACKING
Scherpstelling volgt onderwerpen
die door een breed gebied van het
kader bewegen.
67
5
Automatische scherpstelling
Scherpstelpuntselectie
Kies een scherpstelpunt voor automatisch scherpstellen.
De scherpstelpuntweergave bekijken
1
Druk op MENU/OK en ga naar het opnamemenu.
2
Selecteer G AF/MF INSTELLINGEN> SCHERPSTELGEBIED om
de scherpstelpuntweergave te bekijken.
3
Gebruik de scherpstellingstok en achterste commandoschijf
om een scherpstelgebied te kiezen.
Een scherpstelpunt selecteren
Gebruik de aanraaktoetsen of scherp-
stellingstok (scherpstelhendel) om het
scherpstelpunt te kiezen en de achterste
commandoschijf om de grootte van het
scherpstelkader te kiezen. De procedure
varieert afhankelijk van de optie die is
geselecteerd voor Scherpstelling.
AF modus
AF modus
Scherpstellingstok
Scherpstellingstok
Achterste commandoschijf
Achterste commandoschijf
Kantel
Kantel
Druk op
Druk op
Draai
Draai
Druk op
Druk op
r
r
Selecteer scherp-
stelpunt
Selecteer mid-
delste scherpstel-
punt
Kies uit 6 kader-
groottes
Herstel oorspron-
kelijke grootte
y
y
Kies uit 3 kader-
groottes
z
z
N
Handmatige scherpstelpuntselectie is niet beschikbaar als
z
GROOTHOEK/TRACKING is geselecteerd in scherpstelmodus S.
68
5
De scherpstelpuntweergave
De scherpstelpuntweergave verschilt volgens de optie geselec-
teerd voor Scherpstelling.
N
Scherpstelkaders worden getoond door kleine vierkantjes (), scherp-
stelgebieden door grote vierkanten.
AF modus
AF modus
r
r
ENKEL PUNT
ENKEL PUNT
y
y
ZONE
ZONE
z
z
GROOTHOEK/TRACKING
GROOTHOEK/TRACKING
Het aantal beschikbare pun-
ten kan worden geselecteerd
met behulp van
G
AF/MF
INSTELLINGEN> AANTAL
FOCUSPUNTEN.
Kies uit zones met 7 × 7,
5 × 5 of 3 × 3 scherpstel-
punten.
Plaats het scherpstelkader
over het onderwerp en druk
op MENU/OK.
69
5
Automatische scherpstelling
Automatische scherpstelling
Hoewel de camera is uitgerust met een uiterst nauwkeurig automatisch
scherpstellingssysteem, is het mogelijk dat er niet kan worden scherpgesteld
op onderstaande onderwerpen.
Zeer glimmende onderwerpen, zoals spiegels of autos.
Onderwerpen die zich achter een raam of andere re ecterende voorwerpen
bevinden.
Donkere onderwerpen en onderwerpen die licht absorberen in plaats van
re ecteren, zoals haar of vacht.
Niet tastbare onderwerpen, zoals rook of vuur.
Onderwerpen die vrijwel niet contrasteren met de achtergrond.
Onderwerpen die zich voor of achter een contrastrijk voorwerp bevinden
dat eveneens in het scherpstelkader valt (bijvoorbeeld een onderwerp tegen
een achtergrond met zeer contrasterende elementen).
Scherpstelling controleren
Om in te zoomen op het huidige scherpstel-
gebied voor nauwkeurige scherpstelling, drukt
u op de knop waar scherpstelzoom aan in is
toegewezen (bij de standaardinstellingen is dat
het midden van de achterste commandoschijf.)
Druk opnieuw op de toets om het zoomen te
annuleren.
Normale weergave Scherpstelzoom
N
In scherpstelmodus S kan zoomen worden aangepast door aan de ach-
terste commandoschijf te draaien. Scherpstelzoom is niet beschikbaar in
scherpstelmodus C of als
G
AF/MF INSTELLINGEN> PRE-AF is inge-
schakeld of een optie anders dan
r
ENKEL PUNT is geselecteerd voor
SCHERPSTELLING.
Om scherpstelzoom toe te schrijven aan een toets, selecteert u
SCHERPSTELLOEP voor
D
TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN>
FUNCTIE-INS. (Fn).
70
5
Aanraaktoetsen scherpstelling
Gebruik het aanraakscherm om scherp te stellen bij het
nemen van foto's.
Tik op het opnamescherm op de tou-
chscreen modus indicator om door de
volgende touchscreen modi te bladeren:
Modus
Modus
Beschrijving
Beschrijving
AF
Tik op het scherm om een scherpstelpunt te selecteren en vergren-
del de scherpstelling. De sluiter kan worden ontspannen door de
ontspanknop volledig in te drukken.
GEBIED
Tik op het scherm om het scherpstelkader naar het geselecteerde
punt te verplaatsen. Het geselecteerde punt wordt gebruikt voor
de scherpstelling en scherpstellingszoom.
UIT
Aanraaktoetsen uit.
N
De aanraaktoetsinstellingen kunnen worden aangepast met behulp van
G
AF/MF INSTELLINGEN
> TOUCH SCREEN MODUS. Om de aanraak-
toetsen uit te schakelen en de touchscreenmodusindicator te verbergen,
selecteert u UIT voor
D
TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN> TOUCH
SCREEN INSTELLINGEN.
71
5
Handmatige scherpstelling
Pas de scherpstelling handmatig aan.
1
Draai de scherpstelmoduskeuzeknop
naar M.
j verschijnt in het scherm.
32
2
Stel handmatig scherp met de scherp-
stelring van de lens. Draai de ring
naar links om de scherpstelafstand
te verkleinen, naar rechts om deze te
vergroten.
3
Maak fotos.
N
Gebruik
D
TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN> SCHERPSTELRING om de
draairichting van de scherpstelring om te draaien.
Ongeacht de geselecteerde optie wordt handmatige scherpstelling
gebruikt als de lens in de handmatige scherpstelmodus staat.
72
5
Snelle scherpstelling
Om automatische scherpstelling te gebruiken om scherp te stellen op een
onderwerp in het geselecteerde scherpstelgebied, drukt u op de knop waar-
aan scherpstelvergrendeling of AF-AAN is toegewezen (de grootte van het
scherpstelgebied kan worden gekozen met de achterste commandoschijf).
In handmatige scherpstelmodus kunt u met deze functie snel scherpstellen
op een gekozen onderwerp met behulp van enkelvoudige of doorlopende
AF volgens de optie die is gekozen voor
G AF/MF INSTELLINGEN> DIRECT
AF-INSTELLING.
73
5
Handmatige scherpstelling
Scherpstelling controleren
Verscheidene opties zijn beschikbaar voor het controleren van
scherpstelling in de handmatige scherpstelmodus.
De handmatige scherpstelindicator
De handmatige scherpstelindicator geeft
aan hoe dicht de scherpstelafstand bij de
afstand tot het onderwerp in de scherp-
stelhaakjes ligt. De witte lijn duidt de
afstand tot het onderwerp in het scherp-
stelgebied aan (in meters of feet over-
eenkomstig de optie geselecteerd voor
D SCHERM SET-UP>
EENHEDEN AF-SCHAAL in het instellingenmenu), de blauwe
balk de scherptediepte, of met andere woorden de afstand voor
of achter het onderwerp dat scherp in beeld lijkt te zijn.
Scherpstelzoom
Als AAN is geselecteerd voor G AF/MF INSTELLINGEN>
SCHERPSTELLOEP, zal de camera automatisch inzoomen op het
geselecteerde scherpstelgebied als aan de scherpstelring wordt
gedraaid.
N
Als STANDAARD of FOCUS PIEK HIGHLIGHT is geselecteerd voor
G
AF/MF INSTELLINGEN> HF ASSISTENTIE, kan zoomen worden
aangepast door te draaien aan de achterste commandoschijf.
Scherpstelpieken
Selecteer FOCUS PIEK HIGHLIGHT
voor
G
AF/MF INSTELLINGEN>
HF ASSISTENTIE om contouren met hoog
contrast te markeren. Bij het scherpstel-
len draait u aan de scherpstelring totdat
het onderwerp wordt gemarkeerd.
N
Het HF ASSISTENTIE-menu kan worden weergegeven door het midden
van de achterste commandoschijf ingedrukt te houden.
Scherpstelafstand
(witte lijn)
Scherptediepte
74
5
N
Gevoeligheid
Pas de gevoeligheid van de camera voor licht aan.
Druk op de ontgrendeling van de ge-
voeligheidsschijf, draai de schijf naar de
gewenste instelling en druk opnieuw op
de ontgrendeling om de schijf op zijn
plaats te vergrendelen.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
A (automatisch)
Gevoeligheid wordt automatisch aangepast aan op-
nameomstandigheden volgens de gekozen optie voor
A OPNAME-INSTELLINGEN> ISO AUTOM.INSTELLING.
Kies uit AUTO1, AUTO2 en AUTO3.
C (commando)
De gevoeligheid kan worden ingesteld door aan de instelschijf
voor te draaien. U kunt kiezen uit waarden van 100 - 12.800 of se-
lecteer „extended” waarden van ISO 50 of van ISO 25.600 of hoger.
12800100
Pas de gevoeligheid handmatig aan. De geselecteerde waarde
wordt in het scherm weergegeven.
Gevoeligheid aanpassen
Hoge waarden kunnen worden gebruikt om beelden minder wazig te maken
als er weinig verlichting is, terwijl lagere waarden zorgen voor langere sluitertij-
den of een wijdere opening van het diafragma bij fel licht. Let erop dat spikkels
kunnen verschijnen in fotos met een hoge gevoeligheid.
75
5
Gevoeligheid
Automatische gevoeligheid (A)
Gebruik A OPNAME-INSTELLINGEN> ISO AUTOM.INSTELLING.
om de basisgevoeligheid, maximale gevoeligheid en minimale
sluitertijd voor de A-positie op de gevoeligheidsschijf te kiezen.
Instellingen voor AUTO1, AUTO2 en AUTO3 kunnen afzonderlijk
worden opgeslagen; de standaardinstellingen worden hieron-
der getoond.
Optie
Optie
Standaard
Standaard
AUTO1
AUTO1
AUTO2
AUTO2
AUTO3
AUTO3
BASISINSTEL. GEVOELIGHEID 100
MAX. GEVOELIGHEID 800 1600 3200
MIN. SLUITERSNELH ⁄ SEC
De camera kiest automatisch een gevoeligheid tussen de
standaard- en maximumwaarden; gevoeligheid wordt alleen
verhoogd boven de standaardwaarde als de vereiste sluitertijd
voor optimale belichting langer zou zijn dan de waarde geselec-
teerd voor MIN. SLUITERSNELH.
N
Als de waarde geselecteerd voor BASISINSTEL. GEVOELIGHEID ho-
ger is dan de waarde geselecteerd voor MAX. GEVOELIGHEID, wordt
BASISINSTEL. GEVOELIGHEID ingesteld op de waarde geselecteerd
voor MAX. GEVOELIGHEID.
De camera selecteert mogelijk sluitertijden die langer zijn dan MIN.
SLUITERSNELH als fotos nog steeds onderbelicht zouden zijn bij de
waarde geselecteerd voor MAX. GEVOELIGHEID.
76
5
C
Lichtmeting
Kies hoe de camera de belichting meet.
A OPNAME-INSTELLINGEN> LICHTMEETSYSTEEM biedt een
keuze uit de volgende lichtmetingsopties:
O
De geselecteerde optie treedt alleen in werking wanneer
G
AF/MF
INSTELLINGEN> INST. GEZICHTS-/OOGHERKEN. op GEZICHT UIT/
OOG UIT staat.
Modus
Modus
Beschrijving
Beschrijving
v
(spot)
De camera meet de lichtomstandigheden in het midden van het
beeld, in een gebied dat overeenkomt met ca. 2% van het totaal. Aan-
geraden bij onderwerpen die vanachter belicht worden, en in andere
gevallen waar de achtergrond beduidend helderder of donkerder is
dan het belangrijkste onderwerp.
p
(middenmeting)
De camera meet het gehele beeld maar wijst het grootste gewicht toe
aan het gebied in het midden.
o
(meervoudig)
De camera bepaalt de belichting direct op basis van een analyse van
de compositie, kleur en de verdeling van de helderheid. Aanbevolen
voor de meeste situaties.
w
(gemiddeld)
De belichting wordt ingesteld op basis van het gemiddelde van het
gehele beeld. Zorgt voor dezelfde belichting bij meerdere fotos met
hetzelfde licht en is in het bijzonder eff ectief voor het fotograferen van
landschappen en het maken van portretten van onderwerpen met
witte of zwarte kleding.
77
5
d
Belichtingscorrectie
Pas de belichting aan.
Houd de d-knop ingedrukt en draai
aan de achterste commandoschijf totdat
de gewenste instelling wordt weergege-
ven in de zoeker of op het LCD-scherm.
O
De hoeveelheid beschikbare compensatie varieert met de opnamemo-
dus.
De d-knop
Als AAN/UIT-SCHAKELAAR is geselecteerd voor D TOETS-/
SCHIJFINSTELLINGEN> KNOPINSTELL. BELICHTINGSC., de belichtingscor-
rectie kan worden ingesteld door eenmalig op de
d-knop te drukken, aan
de achterste commandoschijf te draaien en daarna opnieuw op de
d-knop
te drukken. Belichtingscorrectie kan worden toegewezen aan andere toetsen
met behulp van
D TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN> FUNCTIE-INS. (Fn).
78
5
Scherpstellings-/belichtingsvergrendeling
Stel fotos samen met onderwerpen die zich niet in het
midden bevinden.
1
Scherpstelling: Positioneer het onder-
werp in het midden van het scherp-
stelkader en druk de ontspanknop half
in om de scherpstelling en de belich-
ting te vergrendelen. De scherpstelling
en de belichting blijven vergrendeld
zolang de ontspanknop half ingedrukt
blijft (AF/AE-vergrendeling).
2
Stel opnieuw samen: Houd de ontspan-
knop half ingedrukt.
3
Neem de foto: Druk de knop volledig in.
N
Scherpstelvergrendeling met behulp van de ontspanknop is alleen beschik-
baar als ON is geselecteerd voor
D
TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN>
SLUITER AF, SLUITER AE.
79
5
Scherpstellings-/belichtingsvergrendeling
De AF-L- en AE-L-knoppen
Scherpstelling en belichting kunnen ook
worden vergrendeld met behulp van de
functietoetsen. Bij de standaardinstellin-
gen vergrendelt de Fn4-knop de scherp-
stelling en de Fn5-knop de belichting.
Scherpstelling en/of belichting blijven
vergrendeld terwijl de knop wordt inge-
drukt, ongeacht of de ontspanknop wel
of niet half wordt ingedrukt.
De functies van de knoppen kun-
nen worden veranderd met behulp
van de volgende opties
D TOETS-/
SCHIJFINSTELLINGEN:
FUNCTIE-INS. (Fn): kies de functies die
worden vervuld door de functietoet-
sen.
MODUS AE/AF-VERG.: Als AE/AF-VERG
AAN/UIT is geselecteerd voor MODUS
AE/AF-VERG., worden scherpstelling
en/of belichting vergrendeld wanneer
de knop wordt ingedrukt en blijven
deze vergrendeld totdat de knop nog-
maals wordt ingedrukt.
Fn4-knop (scherpstelver-
grendeling)
Fn5-knop (belichtingsver-
grendeling)
80
5
BKT
Afbakening
Varieer instellingen automatisch voor een serie fotos.
Druk op de drive-knop en kies uit de onderstaande opties.
O AE BKT
Gebruik A OPNAME-INSTELLINGEN> AE-REEKS INSTELLING
om de afbakeningshoeveelheid en aantal fotos te kiezen. Tel-
kens als er op de ontspanknop wordt gedrukt, neemt de camera
het gespeci ceerde aantal fotos: een foto met behulp van de
gemeten waarde voor belichting en de andere onder- en over-
belicht met meervouden van de geselecteerde afbakeningshoe-
veelheid.
N
Ongeacht de afbakeningshoeveelheid, zal de belichting niet hoger zijn
dan de grenzen van het meetsysteem voor belichting.
W ISO BKT
Selecteer een afbakeningshoeveelheid (±1, ±⁄, of ±⁄). Telkens
wanneer de ontspanknop wordt losgelaten, maakt de camera
een foto met de huidige gevoeligheid en verwerkt de camera ze
tot twee extra kopieën, een met een verhoogde gevoeligheid
en de andere met een gevoeligheid verlaagd met de geselec-
teerde hoeveelheid.
X FILMSIMULATIE BKT
Telkens wanneer de ontspanknop wordt losgelaten, neemt de
camera een foto en verwerkt hij deze om kopieën te maken met
verschillende  lmsimulatie-instellingen, die gekozen zijn met
behulp van A OPNAME-INSTELLINGEN> FILMSIMULATIE BKT.
81
5
Afbakening
V WITBALANS BKT
Selecteer een afbakeningshoeveelheid (±1, ±2, of ±3). Elke keer
dat de ontspanknop wordt ingedrukt, maakt de camera één
opname en verwerkt deze dan om drie kopieën te maken: één
met de huidige witbalans, één met  jnafstelling verhoogd met
de geselecteerde hoeveelheid, en een andere met  jnafstelling
verminderd met de geselecteerde hoeveelheid.
Y DYNAMISCH BEREIK BKT
Telkens wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt, maakt de
camera drie fotos met verschillende dynamische bereiken:
100% voor de eerste, 200% voor de tweede en 400% voor de
derde.
N
Hoewel de afbakening van het dynamisch bereik geactiveerd is, zal de
gevoeligheid beperkt zijn tot minimaal ISO 400 (of tot minimaal ISO 100
tot 400 als een automatische optie is geselecteerd voor gevoeligheid);
de gevoeligheid die voorheen van kracht was wordt hersteld zodra de
afbakening eindigt.
82
5
I
Doorlopend fotograferen (seriemodus)
Leg beweging vast in een serie fotos.
Druk op de drive-knop en selecteer ICONTINU. De camera
maakt fotos terwijl de ontspanknop wordt ingedrukt; de opna-
me eindigt als de ontspanknop wordt losgelaten of wanneer de
geheugenkaart vol is.
O
Als de bestandsnummering 999 bereikt voordat het fotograferen is vol-
tooid, worden de resterende fotos opgeslagen in een nieuwe map.
Serieopname wordt mogelijk niet gestart als de beschikbare ruimte op
de geheugenkaart onvoldoende is.
Beeldsnelheid varieert volgens onderwerp, sluitertijd, gevoeligheid en
scherpstelmodus. Beeldsnelheden kunnen langzamer worden en op-
nametijden kunnen stijgen naarmate meer fotos worden genomen. De
itser zou wel of niet kunnen  itsen, afhankelijk van de opnameomstan-
digheden.
Belichting
Om de belichting per foto te variëren, selecteert u OFF voor D TOETS-/
SCHIJFINSTELLINGEN> SLUITER AE.
N
Afhankelijk van factoren zoals diafragma, gevoeligheid en belichtingscor-
rectie, wordt de belichting mogelijk niet automatisch aangepast.
83
5
j
Meervoudige belichtingen
Maak een foto die twee belichtingen combineert.
1
Druk op de drive-knop en selecteer j MULTI-BELICHTING.
2
Maak de eerste foto.
3
Druk op MENU/OK. De eerste foto wordt
bovenaan in het beeld weergegeven
door de lens en u wordt gevraagd om
de tweede foto te maken.
N
Druk de keuzeknop naar links om terug
te keren naar Stap 2 en de eerste foto
opnieuw te maken. Druk op DISP/BACK
om de eerste foto op te slaan zonder
een meervoudige belichting te maken.
VERLATEN
OPNIEUW PROBEREN
VOLGENDE
4
Maak de tweede foto met behulp van
het eerste beeld als leidraad.
2.030
VERLATEN
5
Druk op MENU/OK om de meervoudi-
ge belichting te creëren, of druk de
keuzeknop naar links om naar Stap 4
terug te keren en maak de tweede foto
opnieuw.
VERLATEN
OPNIEUW PROBEREN
O
Meerdere belichtingen kunnen niet worden opgenomen via tethered
shooting (
P
174).
84
MEMO
85
De opnamemenus
86
6
H
INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT
Pas de instellingen voor de beeldkwaliteit aan.
Druk op MENU/OK in de opname-
weergave en selecteer het tabblad
H(INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT)
om de instellingen voor beeldkwaliteit
weer te geven.
CHROOM KLEUREFFECT
DYNAMISCH BEREIK
WITBALANS
KORRELEFFECT
FILMSIMULATIE
RAW OPNAME
BEELDKWALITEIT
BEELDGROOTTE
INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT
VERLATEN
N
De beschikbare opties verschillen per geselecteerde opnamemodus.
BEELDGROOTTE
Selecteer het formaat en de beeldverhouding van de te maken
foto’s.
Optie
Optie
Beeldformaat
Beeldformaat
O 4 : 3
8256 × 6192
O 3 : 2
8256 × 5504
O 16 : 9
8256 × 4640
O 1 : 1
6192 × 6192
O 65 : 24
8256 × 3048
O 5 : 4
7744 × 6192
O 7 : 6
7232 × 6192
Optie
Optie
Beeldformaat
Beeldformaat
Q 4 : 3
4000 × 3000
Q 3 : 2
4000 × 2664
Q 16 : 9
4000 × 2248
Q 1 : 1
2992 × 2992
Q 65 : 24
4000 × 1480
Q 5 : 4
3744 × 3000
Q 7 : 6
3504 × 3000
N
BEELDGROOTTE wordt niet teruggesteld als de camera wordt uitge-
schakeld of als er een andere opnamemodus wordt geselecteerd.
87
6
INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT
BEELDKWALITEIT
Selecteer een bestandsformaat en een compressieverhou-
ding. Selecteer SUPER FINE (minimale compressie) FINE (lage
compressie) of NORMAL (hoge compressie) om JPEG-beelden
op te nemen, RAW om RAW-beelden op te nemen of SUPER
FINE+RAW, FINE+RAW of NORMAL+RAW om zowel JPEG- als
RAW-beelden op te nemen. Hoe lager de compressieverhou-
ding bij JPEG-beelden, hoe hoger de kwaliteit van de afbeel-
ding, maar hogere compressieverhoudingen zorgen weer dat er
meer afbeeldingen in dezelfde hoeveelheid geheugen kunnen
worden opgeslagen.
De functieknoppen
Om RAW-beeldkwaliteit aan of uit te zetten voor een enkele foto, wijst u RAW
toe aan een functieknop (
P
182). Als een JPEG-optie momenteel is gese-
lecteerd voor beeldkwaliteit, zal het drukken op de knop tijdelijk de overeen-
komstige JPEG+RAW-optie selecteren. Als een JPEG+RAW-optie momenteel
is geselecteerd, zal het drukken op de knop tijdelijk de overeenkomstige
JPEG-optie selecteren, terwijl als RAW is geselecteerd, het drukken op de knop
tijdelijk FINE selecteert. Het maken van een foto of nogmaals op de knop
drukken herstelt de vorige instelling.
RAW OPNAME
Kies of u RAW-beelden wenst te comprimeren.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
GEDECOMPRIMEERD RAW-beelden worden niet gecomprimeerd.
VERLIESVRIJ GECOMPRIM.
RAW-beelden worden gecomprimeerd met een om-
keerbaar algoritme dat de bestandsgrootte vermindert
zonder verlies van beeldgegevens. De beelden kunnen
worden bekeken in RAW FILE CONVERTER EX 2.0 of andere
software die „lossless” RAW-compressie ondersteunt
(
P
212).
88
6
FILMSIMULATIE
Boots de e ecten van verschillende  lmsoorten na, waaronder
zwart-wit (met of zonder kleur lters). Kies een palet op basis
van uw onderwerp en creatieve bedoelingen.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
c
PROVIA/STANDAARD
Standaard kleurreproductie. Geschikt voor een breed scala
aan onderwerpen, van portretten tot landschappen.
d
Velvia/LEVENDIG
Een contrastrijk palet van verzadigde kleuren, geschikt
voor natuurfotografi e.
e
ASTIA/LAAG
Versterkt het bereik van beschikbare kleuren voor huidtin-
ten in portretten terwijl de helderblauwe kleuren van de
luchten bij daglicht behouden blijven. Aanbevolen voor
portretfotografi e buitenshuis.
i
CLASSIC CHROME
Zachte kleur en verbeterd schaduwcontrast voor een
rustige uitstraling.
g
PRO Neg.Hi
Biedt iets meer contrast dan h PRO Neg. Std. Aanbe-
volen voor portretfotografi e buitenshuis.
h
PRO Neg. Std
Een palet van zachte tinten. De reeks beschikbare kleuren
voor huidtinten is vergroot, waardoor er voldoende keuze-
mogelijkheden zijn voor portretfotografi e in de studio.
a
ACROS
*
Neem zwart-witfoto's met een rijke gradatie en een
uitstekende scherpte.
b
MONOCHROOM
*
Neem fotos in de standaard zwart-wit.
f
SEPIA
Maak fotos in sepia.
* Verkrijgbaar met gele (Ye), rode (R) en groene (G) fi lters die grijstinten verdiepen die
overeenkomen met tinten complementair aan de geselecteerde kleur. De gele (Ye)
lter verdiept paars en blauw en de rode (R) fi lter blauw en groen. De groene (G)
lter verdiept rood en bruin, huidtinten inbegrepen, waardoor het een goede keuze
voor portretten is.
N
Opties voor  lmsimulatie kunnen worden gecombineerd met de instel-
lingen voor tinten en scherpte.
Instellingen voor  lmsimulatie zijn ook toegankelijk via sneltoetsen
(
P
176).
Voor meer informatie bezoekt u: http://fujifilm-x.com/en/x-stories/the-world-
of-film-simulation-episode-1/
89
6
INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT
KORRELEFFECT
Voeg een  lmkorrele ect toe. Selecteer een hoeveelheid (STERK
of ZWAK) of kies UIT om  lmkorrels uit te schakelen.
Opties
Opties
STERK ZWAK UIT
CHROOM KLEUREFFECT
Verdiep de kleuren in kleurschaduwen. Selecteer een hoeveel-
heid (STERK of ZWAK) of kies UIT om het e ect uit te schakelen.
Opties
Opties
STERK ZWAK UIT
O
CHROOM KLEUREFFECT is niet beschikbaar tijdens afbakening of
seriefotogra e.
DYNAMISCH BEREIK
Regel het contrast. Kies lagere waarden om het contrast te ver-
hogen als u binnenshuis of onder een bewolkte hemel fotogra-
feert, hogere waarden om het verlies van detail in felle lichten
en schaduwen te verminderen bij het fotograferen van onder-
werpen met veel contrast. Hogere waarden zijn aanbevolen voor
onderwerpen waarin zowel zonlicht als diepe schaduwen voor-
komen, voor onderwerpen met hoge contrasten zoals op water
re ecterend zonlicht, helder verlichte herfstbladeren, portretfo-
tos met een blauwe lucht als achtergrond en witte voorwerpen
of mensen in witte kleren; let echter wel op dat er spikkels kun-
nen ontstaan in fotos die genomen zijn bij hogere waarden.
Opties
Opties
AUTO
V 100% W 200% X 400%
N
Als AUTO is geselecteerd, kiest de camera automatisch
V
100% of
W
200%, afhankelijk van het beeld en de opnameomstandigheden. De
sluitertijd en het diafragma worden weergegeven wanneer de ontspan-
knop half wordt ingedrukt.
W
200% is beschikbaar bij gevoeligheden van ISO 200 en hoger,
X
400% bij gevoeligheden van ISO 400 en hoger.
90
6
WITBALANS
Kies een witbalansoptie die overeenkomt met de lichtbron voor
natuurlijke kleuren.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
AUTO Witbalans wordt automatisch aangepast.
k/l/m
Meet een waarde voor witbalans.
k
Kies een kleurtemperatuur.
i
Voor onderwerpen in direct zonlicht.
j
Voor onderwerpen in de schaduw.
k
Gebruik dit onder „daglicht”-tl-buizen.
l
Gebruik dit onder „warm-witte tl-buizen.
m
Gebruik dit onder „koelwitte” tl-buizen.
n
Gebruik dit onder gloeilampverlichting.
g
Vermindert de blauwe tint die bij onderwaterverlichting vaak te
zien is.
N
De resultaten variëren met de opnameomstandigheden. Bekijk de foto's
na het fotograferen om te controleren of de kleuren naar wens zijn.
De witbalans wordt alleen aangepast voor de  itser in de modi AUTO en
g
. Schakel de  itser uit als u fotos met andere witbalansopties wilt
maken.
Witbalansopties zijn ook toegankelijk via sneltoetsen (
P
176).
91
6
INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT
Witbalans verfi jnen
Als u na het selecteren van een witba-
lansoptie op MENU/OK druk, wordt het
dialoogvenster hier rechts weergegeven;
gebruik de keuzeknop om de witbalans
te ver jnen of druk op DISP/BACK om
verder te gaan zonder te ver jnen.
Aangepaste witbalans
Kies k, l of m om de witbalans
aan te passen aan ongebruikelijke
lichtomstandigheden. De opties voor
witbalansmeting worden weergegeven;
kader een wit object in zodat het scherm
wordt gevuld en druk de ontspanknop
helemaal in om de witbalans te meten (om de meest recente
aangepaste waarde te selecteren en af te sluiten zonder de wit-
balans te meten, drukt u op DISP/BACK of druk op MENU/OK om de
meest recente waarde te selecteren en het dialoogvenster voor
het ver jnen weer te geven).
Als „VOLTOOID!” wordt weergegeven, druk dan op MENU/OK om de
witbalans in te stellen op de gemeten waarde.
Wanneer „ONDER wordt weergegeven, verhoog dan de belichtings-
compensatie en probeer het opnieuw.
Wanneer „OVER wordt weergegeven, verlaagt u de belichtingscom-
pensatie en probeert u het opnieuw.
R:0 B:0
WB VERSCHUIVING AUTO
INSTELLEN
PERSOONLIJKE WB
ONTSPANNER : NIEUWE WB
VERSCHUIVING NIET WIJZIGEN
92
6
k: Kleurtemperatuur
Het selecteren van k in het witbalans-
menu geeft een lijst van kleurtempe-
raturen weer; markeer een kleurtem-
peratuur en druk op MENU/OK om de
gemarkeerde optie te selecteren en het
dialoogvenster voor ver jnen weer te
geven.
10000
K
9100
K
8300
K
7700
K
7100
K
WITBALANS
KLEURTEMPERATUUR
R:0 B:0
INSTELLEN VERSCHUIVING
Kleurtemperatuur
De kleurtemperatuur is een objectieve maateenheid voor de kleur van een
lichtbron, gemeten in Kelvin (K). Lichtbronnen met een kleurtemperatuur die
lijkt op die van direct zonlicht worden wit getoond; lichtbronnen met een
lagere kleurtemperatuur krijgen een gele of rode gloed en lichtbronnen met
een hogere lichttemperatuur worden blauw getint. U kunt een kleurtempe-
ratuur kiezen die overeenkomt met de lichtbron of opties kiezen die sterk
afwijken van de kleur van de lichtbron om fotos warmer of ouder te maken.
93
6
INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT
HIGHLIGHT TINT
Pas het uiterlijk van de hoge lichten aan. U kunt kiezen uit zeven
opties tussen +4 en −2.
Opties
Opties
+4 +3 +2 +1 0 −1 −2
SCHADUWTINT
Pas het uiterlijk van schaduwen aan. U kunt kiezen uit zeven
opties tussen +4 en −2.
Opties
Opties
+4 +3 +2 +1 0 −1 −2
KLEUR
Pas de kleurdichtheid aan. U kunt kiezen uit negen opties tus-
sen +4 en −4.
Opties
Opties
+4 +3 +2 +1 0 −1 −2 −3 −4
SCHERPTE
Verscherp of verzacht de contouren. U kunt kiezen uit negen
opties tussen +4 en −4.
Opties
Opties
+4 +3 +2 +1 0 −1 −2 −3 −4
94
6
RUISONDERDRUKKING
Verminder ruis in fotos gemaakt bij hoge gevoeligheden. U
kunt kiezen uit negen opties tussen +4 en −4.
Opties
Opties
+4 +3 +2 +1 0 −1 −2 −3 −4
L BEL. RO
Selecteer AAN om spikkels in langdurige belichtingen te ver-
minderen.
Opties
Opties
AAN UIT
LENSMODLTIE OPTM.
Selecteer AAN om de de nitie te verbeteren door aanpassing
voor di ractie en het lichte verlies van scherpstelling aan de
rand van de lens.
Opties
Opties
AAN UIT
KLEURR
Kies het kleurengamma dat beschikbaar is voor kleurreproduc-
tie.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
sRGB Aanbevolen voor de meeste situaties.
Adobe RGB Voor commercieel drukwerk.
95
6
INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT
PIXELMAPPING
Gebruik deze optie als u lichtpuntjes in uw fotos opmerkt.
1
Druk op MENU/OK in de opnameweergave en selecteer het tab-
blad H INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT.
2
Markeer PIXELMAPPING en druk op MENU/OK om pixelmapping
uit te voeren. Verwerking kan enkele seconden duren.
O
Resultaten worden niet gegarandeerd.
Zorg dat de batterij volledig is opgeladen voordat u met pixelmapping
begint.
Pixelmapping is niet beschikbaar wanneer de temperatuur van de came-
ra verhoogd is.
KIES INST. OP MAAT
Herroep instellingen opgeslagen met BEW/BEW INST. OP M. In-
stellingen kunnen worden herroepen vanuit alle zeven banken
met aangepaste instellingen.
Banken
Banken
AANGEPAST 1 AANGEPAST 2 AANGEPAST 3 AANGEPAST 4
AANGEPAST 5 AANGEPAST 6 AANGEPAST 7
96
6
INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT
BEW/BEW INST. OP M
U kunt 7 sets met aangepaste camera-instellingen opslaan
voor veelvoorkomende situaties. Opgeslagen instellin-
gen kunnen worden teruggehaald met H INSTELLINGEN
BEELDKWALITEIT> KIES INST. OP MAAT.
1
Druk op MENU/OK in de opnamemodus om het opnameme-
nu weer te geven. Selecteer het tabblad H INSTELLINGEN
BEELDKWALITEIT, markeer dan BEW/BEW INST. OP M en druk
op MENU/OK.
2
Markeer een aangepaste instellin-
genbank en druk op MENU/OK om te
selecteren.
INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT
PIXELMAPPING
BEW/BEW INST. OP M
KIES INST. OP MAAT
AANGEPAST 2
AANGEPAST 3
AANGEPAST 4
AANGEPAST 5
AANGEPAST 6
AANGEPAST 7
AANGEPAST 1
3
Pas het volgende naar wens aan:
DYNAMISCH BEREIK
FILMSIMULATIE
KORRELEFFECT
CHROOM KLEUREFFECT
WITBALANS
HIGHLIGHT TINT
SCHADUWTINT
KLEUR
SCHERPTE
RUISONDERDRUKKING
WITBALANS
HIGHLIGHT TINT
SCHADUWTINT
CHROOM KLEUREFFECT
KORRELEFFECT
FILMSIMULATIE
DYNAMISCH BEREIK
ACT. INST. OPSL
AANGEPAST 1
VERLATEN
4
Druk op DISP/BACK. Er verschijnt een
bevestigingsvenster; markeer OK en
druk op MENU/OK.
OP MAAT 1 GOED INGESTELD?
OK
ANNULEREN
INST. OP MAAT OPSLAAN
N
Markeer, om huidige camera-instellingen op te slaan in de geselecteerde
bank, ACT. INST. OPSL in Stap 3 en druk op MENU/OK. Namen van banken
kunnen worden aangepast met behulp van AANGEPASTE NAAM WIJZIGEN.
Om de standaardinstellingen terug te zetten voor de huidige bank,
selecteert u RESET.
97
6
G
AF/MF INSTELLINGEN
Pas de scherpstelinstellingen aan.
Om de scherpstelinstellingen aan te
passen, drukt u op MENU/OK in de opna-
meweergave en selecteert u het tabblad
G (AF/MF INSTELLINGEN).
VERLATEN
AF/MF INSTELLINGEN
AF-PUNTDISPLAY
PRE-AF
INST. GEZICHTS-/OOGHERKEN.
AANTAL FOCUSPUNTEN
AF-MODUS OPSL. DR ORIËNT.
SCHERPSTELLING
SCHERPSTELGEBIED
SNELLE AF
N
De beschikbare opties verschillen per geselecteerde opnamemodus.
SCHERPSTELGEBIED
Kies het scherpstelgebied voor de automatische scherpstelling,
handmatige scherpstelling en scherpstelzoom.
SCHERPSTELLING
Kies de AF modus voor de scherpstelmodi S en C.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
r
ENKEL PUNT
De camera stelt scherp op het onderwerp in het geselecteerde
scherpstelpunt. Het aantal beschikbare scherpstelpunten kan wor-
den geselecteerd met behulp van
G AF/MF INSTELLINGEN>
AANTAL FOCUSPUNTEN. Gebruik deze optie om scherp te
stellen op een geselecteerd onderwerp.
y
ZONE
De camera stelt scherp op het onderwerp in het geselecteerde
scherpstelgebied. Scherpstelgebieden bevatten meerdere scherp-
stelpunten, waardoor het gemakkelijker wordt om scherp te stellen
op bewegende onderwerpen.
z
GROOTHOEK/
TRACKING
In scherpstelmodus C traceert de camera scherpstelling op het
onderwerp in het geselecteerde scherpstelpunt terwijl de sluiter-
knop half wordt ingedrukt. In scherpstelmodus S stelt de camera
automatisch scherp op contrastrijke onderwerpen; de gebieden
waarop wordt scherpgesteld worden in het scherm weergegeven.
De camera kan mogelijk niet scherpstellen op kleine voorwerpen
of snel bewegende onderwerpen.
98
6
AF-MODUS OPSL. DR ORIËNT.
Kies of de scherpstelmodus en het scherpstelgebied die ge-
bruikt worden als de camera in de portretstand staat afzon-
derlijk worden opgeslagen van dat wat gebruikt wordt als de
camera in de landschapstand staat.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
UIT Dezelfde instellingen worden gebruikt bij beide standen.
FOCUSGEBIED
ONLY
Het scherpstelgebied voor elke stand kan afzonderlijk worden
geselecteerd.
AAN
De scherpstelmodus en het scherpstelgebied kunnen afzonderlijk
van elkaar worden geselecteerd.
SNELLE AF
Selecteer AAN voor sneller scherpstellen. De beeldkwaliteit
neemt af terwijl de camera scherpstelt.
Opties
Opties
AAN UIT
AF-PUNTDISPLAYyz
Kies of afzonderlijke scherpstelpunten worden afgebeeld wan-
neer ZONE of GROOTHOEK/TRACKING is geselecteerd voor
G AF/MF INSTELLINGEN> SCHERPSTELLING.
Opties
Opties
ON OFF
99
6
AF/MF INSTELLINGEN
AANTAL FOCUSPUNTEN
Kies het aantal scherpstelpunten dat beschikbaar is voor de
selectie van het scherpstelpunt in de handmatige scherp-
stelmodus of wanneer ENKEL PUNT is geselecteerd voor
SCHERPSTELLING.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
117 PUNTEN (9x13)
Kies uit 117 scherpstelpunten opgesteld in een 13- bij 9-punts
raster.
425 PUNTEN (17x25)
Kies uit 425 scherpstelpunten opgesteld in een 25- bij 17-punts
raster.
PRE-AF
Als AAN is geselecteerd, zal de camera de scherpstelling blijven
aanpassen, zelfs wanneer de sluiterknop niet half wordt inge-
drukt. Merk op dat dit het leegraken van de batterij versnelt.
Opties
Opties
AAN UIT
100
6
INST. GEZICHTS-/OOGHERKEN.
Intelligente gezichtsdetectie stelt in de
gehele foto de scherpstelling en be-
lichting in voor gezichten van mensen
die zich in het beeld bevinden, waarbij
wordt voorkomen dat de camera de ach-
tergrond scherpstelt in groepsportretten.
Kies dit voor fotos die portretonderwerpen benadrukken. Ge-
zichten kunnen met de camera in verticale of horizontale rich-
ting worden gedetecteerd; als er een gezicht is gedetecteerd,
wordt dit aangeduid door een groene rand. Als er zich meerdere
gezichten in de foto bevinden, zal de camera het gezicht dat zich
het dichtst bij het midden bevindt selecteren; andere gezichten
worden met witte randen aangeduid. U kunt ook kiezen of de
camera de ogen detecteert en scherpstelt wanneer de Intelli-
gente gezichtsdetectie aan staat. Kies uit de volgende opties:
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
GEZICHT AAN/OOG UIT Uitsluitend Intelligente gezichtsdetectie.
GEZICHT AAN/OOG AUTO
De camera kiest automatisch op welke oog deze zich richt
wanneer een gezicht wordt gedetecteerd.
GEZ. AAN/PRIOR. R.OOG
De camera richt zich op het rechteroog van personen gede-
tecteerd met behulp van Intelligente gezichtsdetectie.
GEZ. AAN/PRIOR. L.OOG
De camera richt zich op het linkeroog van personen gedetec-
teerd met behulp van Intelligente gezichtsdetectie.
GEZICHT UIT/OOG UIT Intelligente gezichtsdetectie en oogprioriteit uit.
O
In sommige modi is het mogelijk dat de camera de belichting voor de
gehele foto in plaats van voor het portretonderwerp instelt.
Als het onderwerp beweegt terwijl de ontspanknop wordt ingedrukt,
bevindt het gezicht zich mogelijk niet in het gebied met de groene rand
bij het maken van de foto.
N
Als de camera niet in staat is om de ogen van het onderwerp te detecte-
ren doordat deze verborgen zijn door haar, een bril of andere objecten,
zal de camera scherpstellen op de gezichten.
Opties voor gezichts-/oogdetectie zijn ook toegankelijk via sneltoetsen
(
P
176).
101
6
AF/MF INSTELLINGEN
AF+MF
Als AAN is geselecteerd in scherpstelmodus S, kan de scherp-
stelling handmatig worden aangepast door aan de scherpstel-
ring te draaien terwijl de ontspanknop half wordt ingedrukt.
Zowel standaardopties als opties voor HF-assistentie bij scherp-
stelpieken worden ondersteund.
Opties
Opties
AAN UIT
O
Lenzen met een indicator voor scherpstelafstand moeten worden in-
gesteld op de handmatige scherpstelmodus (HF) voordat deze optie
kan worden gebruikt.
Het selecteren van HF schakelt de indicator van
de scherpstelafstand uit.
Zet de scherpstelring op het midden van de
indicator voor scherpstelafstand, omdat de camera mogelijk niet kan
scherpstellen als de ring is ingesteld op oneindig of op de minimale
scherpstelafstand.
N
Focuspieken kan worden gebruikt om de scherpstelling te contro-
leren.
Om focuspieken in te schakelen, selecteert u FOCUS PIEK
HIGHLIGHT voor HF ASSISTENTIE.
AF + HF scherpstelzoom
Als AAN is geselecteerd voor G AF/MF INSTELLINGEN> SCHERPSTELLOEP
en ENKEL PUNT geselecteerd is voor SCHERPSTELLING, kan zoom wor-
den gebruikt om in te zoomen op het geselecteerde scherpstelgebied. De
zoomfactor (2,5×, 4×, 8× of 16,7×) kan worden geselecteerd met de achterste
commandoschijf.
HF ASSISTENTIE
Kies hoe scherpstelling wordt weergegeven in de handmatige
scherpstelmodus.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
STANDAARD Scherpstelling wordt op normale wijze weergegeven.
FOCUS PIEK HIGHLIGHT
De camera versterkt contrastrijke contouren. Kies een
kleur en een piekniveau.
102
6
SCHERPSTELLOEP
Als AAN is geselecteerd, zal de weergave automatisch in-
zoomen op het geselecteerde scherpstelgebied wanneer de
scherpstelring naar de handmatige scherpstelmodus is ge-
draaid.
Opties
Opties
AAN UIT
O
Het drukken op het midden van de achterste commandoschijf annuleert
scherpstelzoom.
INT. SPOT AE&SCHRPSTLGBD
Selecteer AAN om het huidige scherpstelkader te meten wan-
neer ENKEL PUNT is geselecteerd voor SCHERPSTELLING en
SPOT is geselecteerd voor LICHTMEETSYSTEEM.
Opties
Opties
AAN UIT
DIRECT AF-INSTELLING
Kies of de camera scherpstelt met behulp van enkelvoudige AF
(AF-S) of continue AF (AF-C) als de toets waaraan scherpstel-
vergrendeling is toegewezen wordt ingedrukt om scherp te
stellen in de handmatige scherpstelstand.
Opties
Opties
AF-S AF-C
103
6
AF/MF INSTELLINGEN
SCHERPTEDIEPTESCHAAL
Kies BASIS FILMFORMAAT om u te helpen praktische evaluaties
van de scherptediepte te maken voor fotos die worden gezien
als prenten en dergelijke, en kies PIXELBASIS om u te helpen
scherptediepte te beoordelen voor fotos die met hoge resolu-
ties zullen worden bekeken op computers of andere elektroni-
sche beeldschermen.
Opties
Opties
PIXELBASIS BASIS FILMFORMAAT
ONTGREND/FOCUS PRIORITEIT
Kies hoe de camera scherpstelt in scherpstelmodus AF-S of AF-C.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
ONTGRENDELEN
Sluitertijd krijgt voorrang op de scherpstelling. U kunt fotos nemen
wanneer de camera niet is scherpgesteld.
FOCUS
Scherpstelling krijgt voorrang op de sluitertijd. U kunt alleen fotos
nemen als de camera is scherpgesteld.
TOUCH SCREEN MODUS
Kies of aanraaktoetsen gebruikt kunnen worden voor scherp-
stelling.
Modus
Modus
Beschrijving
Beschrijving
AF
Tik op het scherm om een scherpstelpunt te selecteren en vergren-
del de scherpstelling. De sluiter kan worden ontspannen door de
ontspanknop volledig in te drukken.
GEBIED
Tik op het scherm om het scherpstelkader naar het geselecteerde
punt te verplaatsen. Het geselecteerde punt wordt gebruikt voor de
scherpstelling en scherpstellingszoom.
UIT Aanraaktoetsen uit.
N
Om de aanraaktoetsen uit te schakelen en de touchscreenmo-
dusindicator te verbergen, selecteert u UIT voor
D
TOETS-/
SCHIJFINSTELLINGEN> TOUCHSCREENINSTELLINGEN.
104
6
A
OPNAME-INSTELLINGEN
Pas opname-opties aan.
Om opname-opties weer te geven, drukt
u op MENU/OK in de opnameweergave
en selecteert u het tabblad A (OPNA-
ME-INSTELLINGEN).
VERLATEN
LICHTMEETSYSTEEM
SLUITERTYPE
IS MODE
FILMSIMULATIE BKT
AE-REEKS INSTELLING
INTERVAL-TIMEROPNAME
INSTEL. ZELFONTSP. OPSLAAN
ZELFONTSPANNER
OPNAME-INSTELLINGEN
N
De beschikbare opties verschillen per geselecteerde opnamemodus.
ZELFONTSPANNER
Kies een vertraging voor het loslaten van de ontspanknop.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
R 2 SEC
De ontspanknop wordt twee seconden na het indrukken van de ontspan-
knop losgelaten. Gebruik dit om onscherpte veroorzaakt door camerabe-
weging te verminderen als de ontspanknop wordt ingedrukt. Het zelfont-
spannerlampje knippert terwijl de timer aftelt.
S 10 SEC
De ontspanknop wordt tien seconden na het indrukken van de ontspan-
knop losgelaten. Dit kunt u gebruiken voor fotos waarin u zelf wilt voor-
komen. Het zelfontspannerlampje knippert direct voordat de foto wordt
gemaakt.
UIT Zelfontspanner uitgeschakeld.
Als er een andere optie dan UIT is geselecteerd, begint de timer
wanneer de ontspanknop volledig wordt ingedrukt. Het scherm
toont het aantal resterende seconden tot de ontspanknop
wordt losgelaten. Druk op DISP/BACK om de timer te stoppen
voor de foto wordt genomen.
O
Sta achter de camera wanneer u de ontspanknop indrukt. Als u voor de
lens staat, kan dit invloed hebben op de scherpstelling en belichting.
105
6
OPNAME-INSTELLINGEN
INSTEL. ZELFONTSP. OPSLAAN
Als AAN is geselecteerd, blijft de gekozen zelfontspannerinstel-
ling van kracht nadat er een foto is genomen of als de camera
wordt uitgeschakeld.
Opties
Opties
AAN UIT
INTERVAL-TIMEROPNAME
Con gureer de camera zodat deze automatisch fotos maakt bij
een vooringesteld interval.
1
Markeer INTERVAL-TIMEROPNAME in het
tabblad
A
(OPNAME-INSTELLINGEN) en
druk op MENU/OK.
ANNULERENEIND
INTERVAL/AANTAL KEER
INTERVAL
AANTAL KEER
2
Gebruik de keuzeknop om het interval
en het aantal opnamen te kiezen. Druk
op MENU/OK om door te gaan.
START WACHTTIJD
VERWACHTE STARTTIJD 11 : 00 PM
ANNULEREN
START
LATER
3
Gebruik de keuzeknop om de start-
tijd te kiezen en druk vervolgens op
MENU/OK. Het fotograferen start auto-
matisch.
ANNULEREN
106
6
O
Intervalfotogra e kan niet worden gebruikt bij een sluitertijd van B
(lamp) of tijdens meervoudige belichtingsfotogra e. In seriemodus kan
er slechts één foto worden gemaakt wanneer de ontspanknop wordt
losgelaten.
N
Gebruik van een statief wordt aanbevolen.
Controleer het batterijniveau alvorens te beginnen. We raden het gebruik
van een optionele AC-15V netadapter aan.
De weergave wordt uitgeschakeld tussen opnamen en licht op enkele
seconden voordat de volgende foto wordt gemaakt. De weergave kan op
elk moment worden geactiveerd door op de ontspanknop te drukken.
Om door te gaan met opnamen maken tot de geheugenkaart vol is, stelt
u het aantal opnamen in op ∞.
AE-REEKS INSTELLING
Pas de afbakeningsinstellingen van de belichting aan.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
FRAMES/STAP
INSTELLING
Kies het aantal opnames in de afbakeningsvolgorde (FOTO’S) en
de hoeveelheid belichting wordt gevarieerd bij elke opname
(STAP).
1 FRAME/DOORLOPEND
Kies of de opnames in de afbakeningsvolgorde één per keer
worden genomen (1 FRAME) of in een serie (DOORLOPEND).
SEQUENTIE INSTELLING Kies de volgorde waarin fotos worden gemaakt.
FILMSIMULATIE BKT
Kies de drie  lmsimulatietypes gebruikt voor  lmsimulatie-afba-
kening (
P
88).
Opties
Opties
c
PROVIA/STANDAARD
d
Velvia/LEVENDIG
e
 ASTIA/LAAG
i
CLASSIC CHROME
g
PRO Neg. Hi
h
PRO Neg. Std
a
ACROS
*
b
MONOCHROOM
*
f
SEPIA
* Verkrijgbaar met gele (Ye), rode (R) en groene (G) fi lters.
107
6
OPNAME-INSTELLINGEN
LICHTMEETSYSTEEM
Kies hoe de camera de belichting meet.
O
De geselecteerde optie treedt alleen in werking wanneer
G
AF/MF
INSTELLINGEN> INST. GEZICHTS-/OOGHERKEN. op GEZICHT UIT/
OOG UIT staat.
Modus
Modus
Beschrijving
Beschrijving
o
MULTI
De camera bepaalt de belichting direct op basis van een
analyse van de compositie, kleur en de verdeling van de
helderheid. Aanbevolen voor de meeste situaties.
p
CENTRUMGEORIËNTEERD
De camera meet het gehele beeld maar wijst het grootste
gewicht toe aan het gebied in het midden.
v
SPOT
De camera meet de lichtomstandigheden in het midden
van het beeld, in een gebied dat overeenkomt met ca. 2%
van het totaal. Aangeraden bij onderwerpen die vanachter
belicht worden, en in andere gevallen waar de achtergrond
beduidend helderder of donkerder is dan het belangrijkste
onderwerp.
w
INTEGRAAL
De belichting wordt ingesteld op basis van het gemiddel-
de van het gehele beeld. Zorgt voor dezelfde belichting bij
meerdere fotos met hetzelfde licht en is in het bijzonder
eff ectief voor het fotograferen van landschappen en het
maken van portretten van onderwerpen met witte of
zwarte kleding.
108
6
SLUITERTYPE
Kies het sluitertype. Kies de elektronische sluiter om het sluiter-
geluid te dempen.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
t MECHANISCHE SLUITER
Maak fotos met de mechanische sluiter.
s ELEKTRONISCHE SLUITER
Maak fotos met de elektronische sluiter.
Q E-FR. GORDIJNSL.
Vermindert de vertraging tussen het moment dat de
ontspanknop wordt ingedrukt en het begin van de be-
lichting. De mechanische sluiter wordt gebruikt bij korte
sluitertijden (
P
244).
t MECHANISCH
+
s ELEKTRONISCH
De camera kiest de mechanische of elektronische sluiter
afhankelijk van de opnameomstandigheden.
Q E-FRONT GORD.+
s ELEK.
De camera kiest de elektronische of elektronisch
voorgordijnsluiter afhankelijk van de opnameomstan-
digheden.
Als een andere optie dan t MECHANISCHE SLUITER is geselec-
teerd, kunnen sluitertijden korter dan ¼ s worden gekozen
door de schijf voor sluitertijden te draaien naar 4000 en dan te
draaien aan de achterste commandoschijf.
O
Wanneer de elektronische sluiter wordt gebruikt, kan er vertekening
zichtbaar zijn in opnamen van bewegende onderwerpen en in opnamen
gemaakt met de hand met korte sluitertijden, terwijl banden en waas
kunnen optreden in opnamen gemaakt onder tl-verlichting of andere
ikkerende of onregelmatige verlichting. Respecteer, bij het maken van
fotos met gedempte sluiter, de beeldrechten van uw onderwerp en recht
op privacy.
N
Wanneer de elektronische sluiter wordt gebruikt, wordt de  itser uitge-
schakeld, gevoeligheid beperkt tot waarden van ISO 12800-100, en heeft
ruisonderdrukking voor lange tijdopnamen geen invloed.
109
6
OPNAME-INSTELLINGEN
IS MODE
Verminder wazigheid.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
l CONTINU
Beeldstabilisatie ingeschakeld.
m ALLEEN
OPNAME
Beeldstabilisatie wordt enkel ingeschakeld als de ontspanknop
half wordt ingedrukt (scherpstelmodus C) of als de sluiter wordt
ontgrendeld.
UIT
Beeldstabilisatie uitgeschakeld;
x verschijnt in het scherm.
Aanbevolen als de camera op een statief staat.
N
Deze optie is enkel beschikbaar met lenzen die beeldstabilisatie onder-
steunen.
ISO AUTOM.INSTELLING.
Kies de basisgevoeligheid, maximale gevoeligheid en minimale
sluitertijd voor de A-positie op de gevoeligheidsschijf. Instellin-
gen voor AUTO1, AUTO2 en AUTO3 kunnen afzonderlijk worden
opgeslagen; de standaardinstellingen worden hieronder getoond.
Optie
Optie
Standaard
Standaard
AUTO1
AUTO1
AUTO2
AUTO2
AUTO3
AUTO3
BASISINSTEL. GEVOELIGHEID 100
MAX. GEVOELIGHEID 800 1600 3200
MIN. SLUITERSNELH ⁄SEC
De camera kiest automatisch een gevoeligheid tussen de
standaard- en maximumwaarden; gevoeligheid wordt alleen
verhoogd boven de standaardwaarde als de vereiste sluitertijd
voor optimale belichting langer zou zijn dan de waarde geselec-
teerd voor MIN. SLUITERSNELH.
N
Als de waarde geselecteerd voor BASISINSTEL. GEVOELIGHEID ho-
ger is dan de waarde geselecteerd voor MAX. GEVOELIGHEID, wordt
BASISINSTEL. GEVOELIGHEID ingesteld op de waarde geselecteerd
voor MAX. GEVOELIGHEID.
De camera selecteert mogelijk sluitertijden die langer zijn dan MIN.
SLUITERSNELH als fotos nog steeds onderbelicht zouden zijn bij de
waarde geselecteerd voor MAX. GEVOELIGHEID.
110
6
ADAPT. INSTEL.
Pas de instellingen voor lenzen bevestigd via een bevestigings-
adapter aan.
Sluiter selecteren
Bij het gebruik van lenzen met een interne sluiter, kiest u of u
de sluiter op de camera (BEHUIZING) of de sluiter van de lens
(LENS) wilt gebruiken.
O
Deze optie kan mogelijk geen e ect hebben met bepaalde lenzen.
Opgeslagen Instellingen
Sla instellingen op voor maximaal 6 lenzen of kies UIT om de
correcties voor brandpuntafstand, vervorming, kleurschakering
en randverlichting uit te schakelen.
Brandpuntsafstand kiezen
Brandpuntsafstand kiezen
Gebruik de keuzeknop om de brand-
puntsafstand in te voeren.
ANNULEREN
OK
VOER BRANDPUNTSAFSTAND IN
LENS 5
Vervormingscorrectie
Vervormingscorrectie
Kies uit de opties STERK, MEDIUM of
ZWAK om de vervorming TONVORMING
of KUSSENVORMING te corrigeren.
KUSSENVORMING MEDIUM
KUSSENVORMING STERK
KUSSENVORMING ZWAK
UIT
TONVORMING ZWAK
TONVORMING MEDIUM
TONVORMING STERK
LENS5 VERVORMING CORR.
111
6
OPNAME-INSTELLINGEN
Kleurschaduwcorrectie
Kleurschaduwcorrectie
Variaties in kleur (schakering) tussen het
midden en de randen van het beeld kun-
nen voor elke hoek afzonderlijk worden
ingesteld.
Om kleurschaduwcorrectie te gebruiken,
volgt u de stappen hieronder.
VOLGENDE
OK
1
Draai aan de achterste commandoschijf om een hoek te kiezen.
De geselecteerde hoek wordt aangegeven met een driehoek.
2
Gebruik de keuzeknop om schakeringen aan te passen totdat
er geen zichtbaar kleurverschil meer is tussen de gekozen hoek
en het midden van de afbeelding. Druk de keuzeknop naar
links of rechts om kleuren op de cyaan-rode as aan te passen.
Druk de keuzeknop omhoog of omlaag om kleuren op de
blauw-gele as aan te passen.
N
Om vast te stellen hoeveel nodig is, past u de kleurschaduwcorrectie aan
terwijl u fotos neemt van een blauwe lucht of een vel grijs papier.
Randbelichtingscorrectie
Randbelichtingscorrectie
Kies uit waarden tussen –5 en +5. Het
kiezen van positieve waarden verhoogt
de randbelichting, terwijl negatieve
waarden de randbelichting verlagen.
Positieve waarden worden aanbevolen
voor ouderwetse lenzen, negatieve
waarden worden gebruikt om het e ect
te geven van afbeeldingen gemaakt met een antieke lens of een
gaatjescamera.
N
Om vast te stellen hoeveel nodig is, past u de randbelichtingscorrectie
aan terwijl u fotos neemt van een blauwe lucht of een vel grijs papier.
ANNULEREN
OK
112
6
OPNAME-INSTELLINGEN
DRAADLS COMMUNICT
Maak een verbinding met smartphones met de „FUJIFILM Camera
Remote app. De smartphone kan worden gebruikt om door de
beelden op de camera te bladeren, geselecteerde beelden te
downloaden, de camera op afstand te bedienen of locatiegege-
vens naar de camera te uploaden.
N
Voor downloads en andere informatie bezoekt u:
http://fujifilm-dsc.com/wifi/
113
6
F
FLITSINSTELLINGEN
Pas  itsergerelateerde instellingen aan.
Om  itsergerelateerde instellingen aan
te passen, drukt u op MENU/OK in de
opnameweergave en selecteert u het
tabblad F (FLITSINSTELLINGEN).
N
De beschikbare opties verschillen per gese-
lecteerde opnamemodus.
VERLATEN
MASTER-INSTELLING
MASTER SETTING
LED-LICHTINSTELLING
MODUS TTL VERGRENDELEN
VERWIJDER R. OGEN
FLITSINSTELLINGEN
FLASHFUNCTIE-INSTELLING
FLASHFUNCTIE-INSTELLING
Kies een  itsbedieningsmodus, itsmo-
dus of sync-modus of pas het  itsniveau
aan. De beschikbare opties variëren per
itser.
N
Raadpleeg pagina 197 voor meer informatie.
MODUS
EXTERNE FLASH
AANPASSEN
EINDE
VERWIJDER R. OGEN
Verwijder rode-ogen-e ecten veroorzaakt door de  itser.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
FLASH+VERWIJDEREN
Een voorfl its die rode ogen vermindert wordt gecombi-
neerd met digitale verwijdering van rode ogen.
FLASH Alleen rode ogen verminderen door middel van fl its.
VERWIJDEREN Alleen digitaal rode ogen verwijderen.
UIT
Rode ogen verminderen door middel van fl its en digitaal
rode ogen verwijderen uitgeschakeld.
N
Flitser voor rode-ogenreductie kan worden gebruikt in de TTL- itserrege-
lingstanden. Digitale verwijdering van rode ogen wordt alleen uitgevoerd
wanneer een gezicht wordt gedetecteerd en is niet beschikbaar voor
RAW-beelden.
114
6
MODUS TTL VERGRENDELEN
In plaats van het aanpassen van het  itsniveau per foto kan
TTL- itsbediening worden vergrendeld voor consistente resul-
taten binnen een reeks fotos.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
VERGR. MET L. FLASH
De fl itssterkte wordt vergrendeld op de gemeten waarde
voor de meest recente foto te bekijken. Een foutmelding
wordt weergegeven wanneer er geen eerder gemeten
waarden bestaan.
VERGR. MET MEETFLASH
De camera geeft een reeks voorfl itsen en de fl itssterkte
wordt vergrendeld op de gemeten waarde.
N
Om gebruik te maken van TTL-vergrendeling, wijst u
TTL-VERGRENDELING toe aan een cameraknop en gebruikt u vervol-
gens deze knop om TTL-vergrendeling in of uit te schakelen (
P
182).
Flitscompensatie kan worden aangepast terwijl TTL-vergrendeling is
ingeschakeld.
LED-LICHTINSTELLING
Kies of u het LED-videolicht van de  itser (indien beschikbaar)
wenst te gebruiken als een catchlight of AF-hulplicht bij het
nemen van fotos.
Optie
Optie
Functie van LED-videolicht in statische fotogra e.
Functie van LED-videolicht in statische fotogra e.
CATCHLIGHT Catchlight
AF ASSIST AF-hulpverlichting
AF ASSIST+CATCHLIGHT AF-hulplichtverlichting en catchlight
UIT Geen
N
Deze optie is ook toegankelijk via het menu voor  itsinstellingen.
115
6
FLITSINSTELLINGEN
MASTER-INSTELLING
Kies een  itsgroep (A,B of C) voor de  itser bevestigd aan de ca-
mera itsschoen wanneer deze functioneert als een hoofd itser
die  itseenheden op afstand bediend via FUJIFILM draadloze
optische  itsbediening of kies OFF om de hoofd itseruitvoer
te beperken tot een niveau dat de uiteindelijke foto niet beïn-
vloed.
Opties
Opties
Gr A Gr B Gr C OFF
N
Deze optie is ook toegankelijk via het menu voor  itsinstellingen.
CH-INSTELLING
Kies het kanaal dat wordt gebruikt voor de communicatie tus-
sen de hoofd itser en  itseenheden op afstand bij het gebruik
van FUJIFILM optische draadloze  itsbediening. Afzonderlijke
kanalen kunnen worden gebruikt voor verschillende  itssyste-
men of om interferentie te voorkomen als meerdere systemen
dicht bij elkaar werken.
Opties
Opties
CH1 CH2 CH3 CH4
116
6
B
FILMINSTELLINGEN
Pas  lmopname-opties aan.
Om  lmopname-opties weer te geven,
drukt u op MENU/OK in de opnameweer-
gave en selecteert u het tabblad
B(FILMINSTELLINGEN).
VERLATEN
HDMI REC-BEDIENING
MIC-NIVEAU-INSTEL
HDMI-UITGANG INFODISPLAY
FILMSCHERPSTELLING
FILMMODUS
FILMINSTELLINGEN
N
De beschikbare opties verschillen per geselecteerde opnamemodus.
FILMMODUS
Kies een beeldformaat en -snelheid voor  lmopname.
Optie
Optie
Beeldformaat
Beeldformaat
Snelheid
Snelheid
i 1080/29,97P
1920 × 1080 (Full HD)
29,97fps
i 1080/25P
25fps
i 1080/24P
24fps
i 1080/23.98P
23,98fps
h 720/29,97P
1280 × 720 (HD)
29,97fps
h 720/25P
25fps
h 720/24P
24fps
h 720/23,98P
23,98fps
FILMSCHERPSTELLING
Kies hoe de camera het scherpstelpunt voor  lmopname selec-
teert.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
AF(MULTI) Automatische selectie van scherpstelpunten.
AF-VELD KEUZE
De camera stelt scherp op het onderwerp in het geselecteerde
scherpstelgebied.
117
6
FILMINSTELLINGEN
HDMI-UITGANG INFODISPLAY
Als ON is geselecteerd, zullen HDMI-apparaten waarop de
camera is aangesloten de informatie in het camerascherm ook
weergeven.
Opties
Opties
ON OFF
HDMI REC-BEDIENING
Kies of de camera signalen naar het HDMI-apparaat moet sturen
om een  lm te starten en/of te stoppen, wanneer de sluiterknop
wordt ingedrukt om de  lmopname te starten en te stoppen.
Opties
Opties
ON OFF
MIC-NIVEAU-INSTEL
Stel het opnameniveau voor de inge-
bouwde en externe microfoons in.
OK ANNULEREN
MIC-NIVEAU-INSTEL
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
20—1 Kies een opnameniveau.
OFF Schakel de microfoon uit.
N
Weergave toont de piek in het opnameniveau gedetecteerd in een
bepaalde periode.
U kunt AANP. MIC.GELUID toewijzen aan een cameratoets en die toets
dan gebruiken om het microfoonniveau tijdens het opnemen aan te
passen.
118
MEMO
119
Afspelen en het afspeelmenu
120
7
De afspeelweergave
Deze sectie geeft een overzicht van de indicatoren die
mogelijk worden weergegeven tijdens het afspelen.
O
Ter illustratie worden displays getoond met alle indicatoren brandend.
1.1. 2017 12:00 AM
A
Datum en tijd ..........................................37, 147
B
Gezichtsdetectie-indicator .........................100
C
Indicator voor rode-
ogenverwijdering ................................113, 135
D
Locatiegegevens ..................................173, 210
E
Beschermde afbeelding ..............................133
F
Kaartsleuf ........................................................ 126
G
Beeldnummer ................................................169
H
Geschenkbeeld ................................................ 43
I
Indicator fotoboekhulp ...............................139
J
DPOF-printindicator ....................................141
K
Batterijniveau ..................................................36
L
Beeldgrootte/-kwaliteit ..........................86, 87
M
Filmsimulatie ...................................................88
N
Dynamisch bereik ........................................... 89
O
Witbalans ..........................................................90
P
Gevoeligheid .................................................... 74
Q
Belichtingscompensatie ............................... 77
R
Diafragma ...........................................53, 58, 60
S
Sluitertijd ..............................................53, 54, 60
T
Indicator afspeelmodus ................................ 43
U
Filmpictogram ................................................. 49
V
Foto’s waarderen ...........................................121
121
7
De afspeelweergave
De DISP/BACK-knop
De DISP/BACK-knop regelt de weergave
van de indicatoren tijdens het afspelen.
Standaard Informatie uit
1.1.2017 12:00 AM
1.1.2017 12:00 AM
FAVORIETEN
1.1.2017.12:00 AM
Favorieten Infoscherm
Het Infodisplay
U kunt in het infodisplay de keuzeknop omhoog drukken om door een reeks
informatie- en histogramweergaves te bladeren.
Favorieten: Foto’s waarderen
Druk op DISP/BACK en de selectieknop omhoog of omlaag om een waardering
tussen de nul en vijf sterren aan de huidige foto te geven.
122
7
De afspeelweergave
Foto-informatie bekijken
Het foto-informatiescherm wijzigt telkens wan-
neer de keuzeknop omhoog wordt gedrukt.
Basisgegevens Histogram
1.1.2017 12:00 AM
AFBREKEN
S.S
FISO
41200
5.6
1/1200
+1
AFBREKEN
1.1.2017.12:00 AM
Infoscherm 2 Infoscherm 1
Inzoomen op het scherpstelpunt
Druk op het midden van de achterste commandoschijf om in te zoomen op
het scherpstelpunt. Druk nogmaals om terug te keren naar schermvullend
afspelen.
123
7
Fotos bekijken
Lees deze sectie voor informatie over terugspeelzoom en
afspelen met meervoudig beeld.
Gebruik de achterste commandoschijf
om van afspelen in volledig scherm naar
zoomweergave of miniatuurweergave
te gaan.
Afspelen in volledig scherm
Miniatuurweergave
100-0001
Zoomweergave
Weergave van negen miniaturen
Weergave van honderd miniaturen
DISP/BACK
MENU/OK
Gemiddelde zoom
Maximale zoom
124
7
Zoomweergave
Draai de achter commandoschijf naar rechts om in te zoomen
op de huidige foto, links om uit te zoomen. Druk op DISP/BACK,
MENU/OK of het midden van de achterste commandoschijf om het
zoomen af te sluiten.
N
De maximale zoomfactor is afhankelijk van de optie die is geselecteerd
voor
H
INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT> BEELDGROOTTE. Zoom-
weergave is niet beschikbaar voor kopieën met een nieuw formaat of
kopieën die zijn uitgesneden en opgeslagen in
a
-grootte.
Bladeren
Nadat op de foto is ingezoomd, kan de keuze-
knop worden gebruikt om delen van de afbeel-
ding te bekijken die momenteel niet zichtbaar
zijn in het scherm.
Navigatievenste
Miniatuurweergave
Om het aantal weergegeven afbeeldingen te veranderen, draait
u de achterste commandoschijf naar links wanneer een foto
schermvullend wordt weergegeven.
N
Gebruik de keuzeknop om fotos te markeren en druk op MENU/OK om de ge-
markeerde foto schermvullend weer te geven. Druk tijdens het weergeven van
negen of honderd miniaturen de keuzeknop omhoog of omlaag om meer fotos
te bekijken.
125
7
Fotos bekijken
Touchscreen knoppen terugkijken
Als AAN is geselecteerd voor
D
TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN>
TOUCH SCREEN INSTELLINGEN, kunnen touchscreen-knoppen
worden gebruikt voor de volgende afspeelbewerkingen.
Vegen: Veeg met uw vinger langs het
scherm om andere afbeeldingen te
bekijken.
Van elkaar af: Plaats twee vingers op het
scherm en beweeg ze uit elkaar om in
te zoomen.
Naar elkaar toe: Plaats twee vingers op
het scherm en beweeg ze naar elkaar
toe om uit te zoomen. Uitzoomen als
de foto in volledig beeld wordt weer-
gegeven, schakelt meervoudige weer-
gave in.
Dubbeltikken: Tik twee keer op het
scherm om in te zoomen op het gese-
lecteerde gebied.
Slepen: Bekijk andere delen van de foto
tijdens afspeelzoom.
126
7
C
Het afspeelmenu
Pas afspeelinstellingen aan.
Het afspeelmenu wordt weergegeven
wanneer u op MENU/OK in de afspeelmo-
dus drukt.
BEVEILIGEN
FOTO DRAAIEN
VERWIJDER R. OGEN
NIEUW FORMAAT
BEELDUITSNEDE
WISSEN
RAW-CONVERSIE
WISSELSLEUF
MENU VOOR HERBEKIJKEN
VERLATEN
WISSELSLEUF
Kies de kaart waarvan u de fotos wilt afspelen.
N
Als er twee geheugenkaarten zijn geplaatst, kunt u de
a
-knop inge-
drukt houden om een kaart voor het afspelen te kiezen.
127
7
Het afspeelmenu
RAW-CONVERSIE
Bij RAW-fotos worden de camera-instellingen en de gege-
vens van de beeldsensor apart opgeslagen. Door middel van
C MENU VOOR HERBEKIJKEN> RAW-CONVERSIE kunt u
JPEG-kopieën van RAW-fotos maken met andere opties voor
de instellingen genoemd op pagina 128. De oorspronkelijke
beeldgegevens blijven onaangetast, waardoor een RAW-foto op
meerdere verschillende manieren kan worden verwerkt.
1
Druk op MENU/OK om het afspeelmenu weer te geven als een
RAW-foto wordt weergegeven.
2
Druk de keuzeknop omhoog of omlaag
om C MENU VOOR HERBEKIJKEN>
RAW-CONVERSIE te markeren en druk
op MENU/OK om instellingen weer te
geven.
N
Deze opties kunnen tevens worden
weergegeven door op de Q-knop te
drukken tijdens het afspelen.
CREEREN
REFLECT OPN. COND.
BESTANDSTYPE
BEELDGROOTTE
BEELDKWALITEIT
PUSH/PULL-VERWERKING
DYNAMISCH BEREIK
RAW-CONVERSIE
ANNULEREN
3
Druk de keuzeknop omhoog of om-
laag om een instelling te markeren en
druk de keuzeknop naar rechts om op-
ties weer te geven. Druk de keuzeknop
omhoog of omlaag om de gewenste
optie te markeren en druk op MENU/OK
om te selecteren en terug te keren
naar de lijst met instellingen. Herhaal
deze stap om andere instellingen aan
te passen.
WB
RAW-CONVERSIE
200
%
400
%
100
%
4
Druk op de Q-knop om de JPEG-kopie als voorbeeld te bekijken
en druk op MENU/OK om op te slaan.
128
7
De instellingen die kunnen worden aangepast bij het omzetten
van RAW-afbeeldingen naar JPEG zijn:
Instelling
Instelling
Beschrijving
Beschrijving
REFLECT OPN. COND.
Maak een JPEG-kopie met de instellingen die op het
moment van fotograferen van kracht waren.
BESTANDSTYPE
Kies een bestandsformaat.
BEELDGROOTTE
Kies een beeldgrootte.
BEELDKWALITEIT
Stel de beeldkwaliteit bij.
PUSH/PULL-VERWERKING Pas belichting aan.
DYNAMISCH BEREIK
Verbeter details in hoge lichten voor natuurlijk
contrast.
FILMSIMULATIE Boots de eff ecten van verschillende fi lmsoorten na.
KORRELEFFECT Voeg een fi lmkorreleff ect toe.
CHROOM KLEUREFFECT Verdiep de kleuren in kleurschaduwen.
WITBALANS Pas witbalans aan.
WB VERSCHUIVING Ver jn witbalans.
HIGHLIGHT TINT Pas hoge lichten aan.
SCHADUWTINT Pas schaduwen aan.
KLEUR Pas de kleurdichtheid aan.
SCHERPTE Verscherp of verzacht de contouren.
RUISONDERDRUKKING Bewerk de kopie om spikkels te verminderen.
LENSMODLTIE OPTM.
Verbeter de defi nitie door aanpassing voor diff ractie
en het lichte verlies van scherpstelling aan de rand
van de lens.
KLEURR Kies de kleurruimte gebruikt voor kleurreproductie.
129
7
Het afspeelmenu
WISSEN
Wis afzonderlijke foto’s, meerdere geselecteerde fotos of alle
foto’s.
O
Gewiste fotos kunnen niet worden teruggehaald. Bescherm belangrijke fo-
tos of kopieer deze naar een computer of ander opslagapparaat voordat
u verder gaat.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
ENKELE FOTO Wis fotos één voor één.
GEKOZEN VELDEN Verwijder meerdere geselecteerde foto's.
ALLE FOTO'S Wis alle onbeveiligde foto's.
ENKELE FOTO
1
Selecteer ENKELE FOTO voor WISSEN in het afspeelmenu.
2
Druk de keuzeknop naar links of rechts om door de fotos te
bladeren en druk op MENU/OK om te wissen (een bevestigings-
venster wordt niet weergegeven). Herhaal dit om extra fotos te
wissen.
GEKOZEN VELDEN
1
Selecteer GEKOZEN VELDEN voor WISSEN in het afspeelmenu.
2
Markeer fotos en druk op MENU/OK om te selecteren of deselec-
teren (fotos in fotoboeken of printopdrachten worden weerge-
geven door
S). Geselecteerde fotos worden aangeduid met
vinkjes (R).
3
Wanneer de bewerking is voltooid, drukt u op DISP/BACK om een
bevestigingsscherm weer te geven.
4
Markeer OK en druk op MENU/OK om de geselecteerde fotos te
wissen.
130
7
ALLE FOTO’S
1
Selecteer ALLE FOTO’S voor WISSEN in het afspeelmenu.
2
Er verschijnt een bevestigingsvenster; markeer OK en druk op
MENU/OK om alle onbeveiligde fotos te wissen.
N
Het indrukken van DISP/BACK annuleert het wissen; merk op dat alle fotos
verwijderd voordat de knop werd ingedrukt niet kunnen worden terug-
gehaald.
Als er een waarschuwing verschijnt die vermeldt dat de geselecteerde
fotos deel uitmaken van een DPOF-printopdracht, druk dan op MENU/OK
om de fotos te verwijderen.
131
7
Het afspeelmenu
BEELDUITSNEDE
Maak een beelduitsnede van de huidige foto.
1
Geef de gewenste foto weer.
2
Selecteer BEELDUITSNEDE in het afspeelmenu.
3
Gebruik de achterste commandoschijf om in- en uit te zoomen
en druk de keuzeknop omhoog, omlaag, naar links of naar
rechts om de foto te verschuiven totdat het gewenste gedeelte
wordt weergegeven.
4
Druk op MENU/OK om een bevestigingsvenster weer te geven.
5
Druk opnieuw op MENU/OK om de bijgesneden kopie in een
afzonderlijk bestand op te slaan.
N
Grotere beelduitsneden produceren grotere kopieën; alle kopieën heb-
ben een beeldverhouding van 3:2. Als het formaat van de uiteindelijke
kopie
a
zal zijn, wordt OK in geel weergegeven.
132
7
NIEUW FORMAAT
Maak een kleine kopie van de huidige foto.
1
Geef de gewenste foto weer.
2
Selecteer NIEUW FORMAAT in het afspeelmenu.
3
Markeer een formaat en druk op MENU/OK om een bevestigings-
venster weer te geven.
4
Druk opnieuw op MENU/OK om de kopie met nieuw formaat
naar een afzonderlijk bestand te kopiëren.
N
De beschikbare formaten zijn afhankelijk van het formaat van het origi-
neel.
133
7
Het afspeelmenu
BEVEILIGEN
Beveilig fotos tegen per ongeluk wissen. Markeer een van de
volgende opties en druk op MENU/OK.
FOTO: Beveilig geselecteerde fotos. Druk de keuzeknop naar
links of rechts om fotos te bekijken en druk op MENU/OK om
fotos te selecteren of deselecteren. Druk op DISP/BACK wanneer
de bewerking is voltooid.
BEVEILIG ALLES: Beveilig alle fotos.
ALLES RESETTEN: Verwijder beveiliging van alle fotos.
O
Beveiligde fotos zullen worden gewist zodra de geheugenkaart wordt
geformatteerd.
134
7
FOTO DRAAIEN
Draai fotos.
1
Geef de gewenste foto weer.
2
Selecteer FOTO DRAAIEN in het afspeelmenu.
3
Druk de keuzeknop omlaag om de foto 90° met de klok mee te
draaien; omhoog om de foto 90° tegen de klok in te draaien.
4
Druk op MENU/OK. De foto zal voortaan automatisch worden
weergeven in de geselecteerde stand als deze wordt bekeken
op de camera.
N
Beveiligde fotos kunnen niet worden gedraaid. Verwijder de beveiliging
voordat u fotos draait.
De camera is mogelijk niet in staat om fotos te draaien die met andere
cameras zijn gemaakt. Fotos die zijn gedraaid op de camera zullen niet
worden gedraaid als ze bekeken worden op een computer of op andere
cameras.
Fotos gemaakt met
D
SCHERM SET-UP> AUTO ROT. WEERG. worden
tijdens het afspelen automatisch in de juiste richting weergegeven.
135
7
Het afspeelmenu
VERWIJDER R. OGEN
Verwijder rode ogen uit portretten. De foto wordt door de
camera geanalyseerd; als er rode ogen worden waargenomen,
ondergaat de foto een speciaal proces en wordt er een kopie
aangemaakt waarop rode-ogenverwijdering is toegepast.
1
Geef de gewenste foto weer.
2
Selecteer VERWIJDER R. OGEN in het afspeelmenu.
3
Druk op MENU/OK.
N
De resultaten variëren afhankelijk van de scène en de mate waarin de
camera succesvol gezichten detecteert. Rode ogen kunnen niet worden
verwijderd van een foto waarop het verwijderen van rode ogen al eens is
uitgevoerd; die fotos worden aangeduid door een
e
-pictogram tijdens
het afspelen.
De tijd die nodig is om een foto te verwerken, hangt af van het aantal
gedetecteerde gezichten.
Rode-ogenverwijdering kan niet worden uitgevoerd op RAW-afbeeldin-
gen.
136
7
SPRAAKMEMO INSTELLING
Voeg een spraakmemo toe aan de huidige foto.
1
Selecteer AAN voor SPRAAKMEMO INSTELLING in het afspeel-
menu.
2
Geef een foto weer waaraan u een spraakmemo wilt toevoe-
gen.
3
Houd het midden van de voorste commandoschijf ingedrukt
om de memo op te nemen. De opname eindigt na 30sec. of
wanneer de schijf wordt los gelaten.
N
De nieuwe memo wordt opgenomen over bestaande memo's heen. Het
verwijderen van de foto verwijdert ook de memo.
Spraakmemo's kunnen niet worden toegevoegd aan  lms of beveiligde
foto’s.
Spraakmemo’s Afspelen
Fotos met spraakmemo’s worden aangegeven door q-pictogrammen tijdens
het afspelen. Om een memo af te spelen, selecteert u de foto en drukt u op
het midden van de voorste commandoschijf; er wordt een voortgangsbalk
weergegeven terwijl de memo afspeelt. Het volume kan worden afgesteld
door op MENU/OK te drukken om het afspelen te pauzeren en vervolgens drukt
u de keuzeknop omhoog of omlaag om het volume bij te stellen. Druk op
MENU/OK om het afspelen te hervatten. Het volume kan tevens worden aange-
past met behulp van
DGELUID SET-UP > AFSPEEL VOLUME.
137
7
Het afspeelmenu
KOPIËREN
Kopieer fotos tussen de kaarten in de eerste en tweede sleuf.
1
Selecteer KOPIËREN in het afspeelmenu.
2
Markeer één van de volgende opties en druk de keuzeknop
naar rechts:
SLEUF 1 y SLEUF 2: Kopieer fotos van de kaart in de eerste sleuf
naar de kaart in de tweede sleuf.
SLEUF 2 y SLEUF 1: Kopieer fotos van de kaart in de tweede
sleuf naar de kaart in de eerste sleuf.
3
Markeer een van de volgende opties en druk op MENU/OK:
ENKELE FOTO: Kopieer geselecteerde fotos. Druk de keuzeknop
naar links of rechts om fotos te bekijken en druk op MENU/OK
om de huidige foto te kopiëren.
ALLE FOTO’S: Kopieer alle fotos.
O
Het kopiëren is gereed wanneer de doelmap vol is.
138
7
DRAADLS COMMUNICT
Maak een verbinding met smartphones met de “FUJIFILM Ca-
mera Remote app. De smartphone kan worden gebruikt om
door de beelden op de camera te bladeren, geselecteerde
beelden te downloaden, de camera op afstand te bedienen of
locatiegegevens naar de camera te uploaden.
N
Voor downloads en andere informatie bezoekt u:
http://fujifilm-dsc.com/wifi/
139
7
Het afspeelmenu
FOTOBOEK HULP
Maak boeken van uw favoriete fotos.
Een fotoboek maken
1
Selecteer NIEUW BOEK voor C MENU VOOR HERBEKIJKEN>
FOTOBOEK HULP.
2
Blader door de beelden en druk de keuzeknop omhoog om te
selecteren of deselecteren. Druk op MENU/OK om af te sluiten
wanneer het boek is voltooid.
N
Fotos die kleiner zijn dan
a
en  lms kunnen niet voor fotoboeken
worden geselecteerd.
De als eerste geselecteerde foto wordt automatisch de omslagfoto.
Druk de keuzeknop omlaag om de huidige foto voor de omslag te
selecteren.
3
Markeer FOTOBOEK VOLTOOIEN en druk op MENU/OK (om alle
fotos voor het boek te selecteren, kiest u ALLES SELECTEREN).
Het nieuwe boek wordt aan de lijst in het fotoboekhulpmenu
toegevoegd.
N
Boeken kunnen tot 300 fotos bevatten. Boeken die geen fotos bevatten,
worden automatisch verwijderd.
Fotoboeken
Fotoboeken kunnen worden gekopieerd naar een computer met behulp van
MyFinePix Studio-software.
140
7
Fotoboeken bekijken
Markeer een boek in het fotoboekhulpmenu en druk op MENU/OK
om het boek weer te geven en druk vervolgens de keuzeknop
naar links of rechts om door de fotos te bladeren.
Fotoboeken bewerken of verwijderen
Geef het fotoboek weer en druk op MENU/OK. De volgende opties
worden weergegeven; selecteer de gewenste optie en volg de
aanwijzingen op het scherm.
BEWERKEN: Bewerk het boek zoals beschreven in “Een fotoboek
maken.
WISSEN: Wis het fotoboek.
141
7
Het afspeelmenu
OPDRACHT (DPOF)
Maak een digitale “printopdracht” voor DPOF-compatibele
printers.
1
Selecteer C MENU VOOR HERBEKIJKEN> OPDRACHT (DPOF).
2
Selecteer MET DATUM s om de datum van opname af te
drukken op de foto, selecteer ZONDER DATUM om fotos af te
drukken zonder datum of ALLES RESETTEN om alle fotos uit
de printopdracht te verwijderen alvorens verder te gaan.
3
Geef een foto weer die u wilt toevoegen aan of verwijderen uit
de printopdracht.
4
Druk de keuzeknop omhoog of om-
laag om het aantal afdrukken te kiezen
(maximaal 99). Druk, om een foto
uit de printopdracht te verwijderen,
de keuzeknop omlaag tot het aantal
afdrukken 0 bedraagt.
01
PRINTOPDRACHT (DPOF)
DPOF: 00001
PRINTS
GEREEDKIES FOTO
Totaal aantal
afdrukken
Aantal kopieën
5
Herhaal stap 3–4 om de printopdracht te voltooien.
6
Het totale aantal afdrukken wordt in de monitor weergegeven.
Druk op MENU/OK om af te sluiten.
N
De fotos in de huidige printopdracht worden tijdens het afspelen aange-
duid met een
u
-pictogram.
Printopdrachten kunnen maximaal 999 fotos bevatten.
Als een geheugenkaart wordt geplaatst waarop een printopdracht staat
die met een andere camera is aangemaakt, wordt er een bericht weer-
gegeven. De printopdracht wordt geannuleerd als er op MENU/OK wordt
gedrukt; er moet een nieuwe printopdracht worden aangemaakt volgens
bovenstaande aanwijzingen.
142
7
AFDRUK. (instax) PRINTER
Om fotos af te drukken naar optionele FUJIFILM instax SHARE prin-
ters, selecteert u eerst
D
VERBINDING INSTELLING> VERB.INST.
instax PRNTR; voer de naam en het wachtwoord van de instax
SHARE printer (SSID) in en volg dan de onderstaande stappen.
1
Schakel de printer in.
2
Selecteer C MENU VOOR
HERBEKIJKEN> AFDRUK.
instax
PRINTER. De camera zal verbinding
maken met de printer.
FUJIFILM-CAMERA-1234
VERBINDEN MET PRINTER
ANNULEREN
AFDRUK. PRINTER
instax-12345678
N
Bij het afdrukken van een beeld van een serieopname geeft u het
beeld weer voordat u AFDRUK. instax PRINTER selecteert.
3
Gebruik de keuzeknop om de foto te
selecteren die u wilt afdrukken, en druk
vervolgens op MENU/OK. De foto wordt
naar de printer gestuurd en het afdruk-
ken start.
100-0020
ZENDEN AFBREKEN
instax-12345678
AFDRUK. PRINTER
N
Fotos die zijn gemaakt met andere cameras kunnen niet worden
afgedrukt.
Het afdrukgebied is kleiner dan het gebied zichtbaar in het LCD-
scherm.
143
7
Het afspeelmenu
BEELDVERHOUDING
Kies hoe High De nition-apparaten (HD) fotos weergeven met
een beeldverhouding van 43 (deze optie is alleen van toepas-
sing als er een HDMI-kabel is aangesloten). Selecteer 169 om
het beeld te vullen met een uitgesneden boven- en onderkant,
43 om het gehele beeld weer te geven met zwarte balken aan
beide kanten.
4:3
16 : 9
Optie
Optie
16
16
9
9
4
4
3
3
Weergave
N
Selecteer 169 bij het bekijken van fotos bij een beeldverhouding van
169.
144
MEMO
145
De instellingenmenus
146
8
D
GEBRUIKERSINSTELLINGEN
Pas de basisinstellingen van de camera aan.
Voor toegang tot de basisinstellingen van
de camera drukt u op MENU/OK, selecteert
u het tabblad
D
(INSTALLATIE) en kiest u
GEBRUIKERSINSTELLINGEN.
GEBRUIKERSINSTELLINGEN
FORMATTEREN
DATUM/TIJD
TIJDVERSCHIL
MIJN MENU-INSTELINGEN
SENSORREINIGING
LEEFTIJD VAN BATTERIJ
RESET
FORMATTEREN
Om een geheugenkaart te formatteren:
1
Selecteer D GEBRUIKERSINSTELLINGEN> FORMATTEREN in
het tabblad D (INSTALLATIE).
2
Markeer de sleuf die de kaart bevat die u wenst te formatteren
en druk op MENU/OK.
3
Er wordt een bevestigingsvenster
weergegeven. Om de geheugenkaart
te formatteren, markeert u OK en
drukt u op MENU/OK. Om af te sluiten
zonder de geheugenkaart te formatte-
ren, selecteert u ANNULEREN of drukt
u op DISP/BACK.
KAARTFORMAAT IN SLEUF 1, OKÉ?
OK
ANNULEREN
ALLE DATA WORDT GEWIST!
FORMATTEREN
O
Alle gegevens —inclusief beveiligde fotos— worden van de geheugen-
kaart gewist. Vergeet niet belangrijke fotos eerst naar een computer of
ander opslagapparaat te kopiëren.
Open het batterijvak niet tijdens het formatteren.
N
Het formatteermenu kan worden weergegeven door op het midden van
de achterste commandoschijf te drukken terwijl u de
b
-knop ingedrukt
houdt.
147
8
GEBRUIKERSINSTELLINGEN
DATUM/TIJD
Om de cameraklok in te stellen:
1
Selecteer D GEBRUIKERSINSTELLINGEN> DATUM/TIJD in het
tabblad D (INSTALLATIE).
2
Druk de keuzeknop naar links of rechts om het jaar, de maand,
de dag, het uur of de minuten te selecteren en druk omhoog of
omlaag om de instelling te wijzigen. Om de volgorde te ver-
anderen waarin het jaar, de maand en de dag worden weerge-
geven, selecteert u de datumnotatie en drukt u de keuzeknop
omhoog of omlaag.
3
Druk op MENU/OK om de klok in te stellen.
TIJDVERSCHIL
Schakel de cameraklok direct om van de tijdzone van uw woon-
plaats naar de lokale tijd op uw bestemming tijdens het reizen.
Om het verschil tussen uw lokale tijdzone en tijdzone thuis te
speci ceren:
1
Markeer g LOKAAL en druk op MENU/OK.
2
Gebruik de keuzeknop om het tijdsverschil tussen lokale tijd en
de tijd van uw eigen tijdzone te kiezen. Druk op MENU/OK wan-
neer de instellingen zijn voltooid.
Om de klok van de camera op lokale tijd in te stellen, markeert
u g LOKAAL en drukt u op MENU/OK. Om de klok op de tijdzo-
ne van uw woonplaats in te stellen, selecteert u h THUIS. Als
g LOKAAL is geselecteerd, wordt g drie seconden in het geel
weergegeven zodra de camera wordt ingeschakeld.
Opties
Opties
g LOKAAL h THUIS
148
8
a
Kies een taal.
MIJN MENU-INSTELINGEN
Bewerk de items opgesomd in het tabblad E (MIJN MENU), een
gepersonaliseerd aangepast menu met veelgebruikte opties.
1
Markeer D
GEBRUIKERSINSTELLINGEN>
MIJN MENU-INSTELINGEN in het tabblad
D (INSTALLATIE) en druk op MENU/OK
om de opties rechts weer te geven.
MIJN MENU-INSTELINGEN
ITEMS TOEVOEGEN
ITEMS RANGSCHIKKEN
ITEMS VERWIJDEREN
2
Druk de keuzeknop omhoog of om-
laag om ITEMS TOEVOEGEN te mar-
keren en druk op MENU/OK. Opties die
kunnen worden toegevoegd aan “mijn
menu” zijn gemarkeerd in blauw.
CHROOM KLEUREFFECT
DYNAMISCH BEREIK
WITBALANS
KORRELEFFECT
FILMSIMULATIE
RAW OPNAME
BEELDKWALITEIT
BEELDGROOTTE
MIJN MENU-INSTELINGEN
OK
ANNULERENSELECTEREN
N
Huidige items in “mijn menu worden aangeduid met vinkjes.
3
Markeer een item en druk op MENU/OK
om deze toe te voegen aan “mijn
menu”.
1
1BEELDGROOTTE
OK
OPSLAAN
VERPLAATSEN
MIJN MENU-INSTELINGEN
4
Druk op MENU/OK om terug te keren naar het bewerkscherm.
5
Herhaal stappen 3 en 4 totdat alle gewenste items zijn toege-
voegd.
N
“Mijn menu” kan maximaal 16 items bevatten.
“Mijn menu” bewerken
Om items opnieuw te rangschikken of te verwijderen, selecteert u ITEMS
RANGSCHIKKEN of ITEMS VERWIJDEREN bij stap 1.
149
8
GEBRUIKERSINSTELLINGEN
SENSORREINIGING
Verwijder stof van de beeldsensor van de camera.
OK: Reinig de sensor onmiddellijk.
WANNEER INGESCHAKELD: Het reinigen van de sensor wordt uitge-
voerd als de camera ingeschakeld wordt.
WANNEER UITGESCHAKELD: Het reinigen van de sensor zal worden
uitgevoerd als de camera wordt uitgeschakeld (sensorreini-
ging wordt echter niet uitgevoerd als de camera wordt uitge-
schakeld in de afspeelmodus).
N
Stof dat niet kan worden verwijderd met behulp van sensorreiniging, kan
handmatig worden verwijderd.
LEEFTIJD VAN BATTERIJ
Controleer de leeftijd (uitgedrukt als een getal tussen 0 en 4)
van de batterijen in de camera en de verticale stroomboost-
handgreep.
150
8
GEBRUIKERSINSTELLINGEN
RESET
Zet de opname-opties of de opties van het instellingenmenu
terug naar de standaardwaarden.
1
Markeer de gewenste optie en druk op MENU/OK.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
OPNAMEMENU RESET
Zet alle opnamemenu-instellingen, behalve de aange-
paste witbalans en aangepaste instellingen gecreëerd
met gebruik van BEW/BEW INST. OP M, terug naar
de standaardwaarden.
SET-UP RESET
Zet alle instellingen in het instellingenmenu, behalve
DATUM/TIJD, TIJDVERSCHIL en VERBINDING
INSTELLING, terug naar de standaardwaarden.
2
Er wordt een bevestigingsvenster weergegeven. Markeer OK
en druk op MENU/OK.
151
8
D
GELUIDSINSTELLINGEN
Maak wijzigingen in de camerageluiden.
Om toegang te krijgen tot geluidsinstel-
lingen, drukt u op MENU/OK, selecteert u
het tabblad D (INSTALLATIE) en kiest u
GELUID SET-UP.
GELUIDSINSTELLINGEN
AF PIEPVOLUME
ZELFONTSPANNER PIEPVOLUME
BEDIENING VOL.
VOLUME HOOFDTELEFOON
SLUITER VOLUME
SLUITER GELUID
AFSPEEL VOLUME
AF PIEPVOLUME
Kies het volume van de pieptoon die klinkt wanneer de camera
scherpstelt. Het geluidssignaal kan worden gedempt door e UIT
te selecteren.
Opties
Opties
b (hoog) c (gemiddeld) d (laag) e UIT (dempen)
ZELFONTSPANNER PIEPVOLUME
Kies het volume van de pieptoon die klinkt terwijl de zelfont-
spanner is ingeschakeld. Het geluidssignaal kan worden ge-
dempt door e UIT te selecteren.
Opties
Opties
b (hoog) c (gemiddeld) d (laag) e UIT (dempen)
BEDIENING VOL.
Pas het volume aan van de geluiden die worden gemaakt tij-
dens de bediening van de camera. Kies e UIT om de bedienings-
geluiden uit te schakelen.
Opties
Opties
b (hoog) c (gemiddeld) d (laag) e UIT (dempen)
152
8
GELUIDSINSTELLINGEN
VOLUME HOOFDTELEFOON
Stel het hoofdtelefoonvolume af. Kies uit waarden tussen de 0 en
10.
SLUITER VOLUME
Pas het volume van de geluiden gemaakt door de elektronische
sluiter aan. Kies e UIT om het sluitergeluid uit te schakelen.
Opties
Opties
b (hoog) c (gemiddeld) d (laag) e UIT (dempen)
SLUITER GELUID
Kies het geluid dat de elektronische sluiter maakt.
Opties
Opties
ijk
AFSPEEL VOLUME
Stel het afspeelvolume af. Kies uit waarden tussen de 0 en 10.
153
8
D
SCHERMINSTELLINGEN
Breng wijzigingen aan in de weergave-instellingen.
Om toegang te krijgen tot weergave-in-
stellingen, drukt u op MENU/OK, selecteert
u het tabblad D (INSTALLATIE) en kiest
u SCHERM SET-UP.
SCHERMINSTELLINGEN
EVF-HELDERHEID
EVF KLEUR
LCD-HELDERHEID
LCD KLEUR
WEERGAVE
AUTOROTATIE DISPLAYS
PRVW BELICH/WITBALANS HANDM. MODUS
VOORBEELD BEELDEFFECT
EVF-HELDERHEID
Pas de helderheid van het scherm aan in de elektronische
zoeker. Selecteer HANDMATIG om te kiezen uit 11 opties van +5
(helder) tot −5 (donker), of selecteer AUTO voor automatische
aanpassing van de helderheid.
Opties
Opties
HANDMATIG AUTO
EVF KLEUR
Pas de kleurtoon van het scherm aan in de elektronische zoeker.
Opties
Opties
+5 +4 +3 +2 +1 0 −1 −2 −3 −4 −5
LCD-HELDERHEID
Pas de monitorhelderheid aan.
Opties
Opties
+5 +4 +3 +2 +1 0 −1 −2 −3 −4 −5
LCD KLEUR
Pas de monitorkleur aan.
Opties
Opties
+5 +4 +3 +2 +1 0 −1 −2 −3 −4 −5
154
8
WEERGAVE
Kies hoe lang fotos worden weergegeven nadat ze zijn ge-
maakt. Kleuren kunnen enigszins afwijken van de uiteindelijke
foto en er kan “beeldruis” (spikkels) optreden bij hogere gevoe-
ligheden.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
CONTINU
Fotos worden getoond totdat de MENU/OK-knop wordt ingedrukt
of de ontspanknop half wordt ingedrukt. Druk op het midden van
de achterste commandoschijf om in te zoomen op het actieve
scherpstelpunt; druk opnieuw om het zoomen te annuleren.
1.5 SEC
Fotos worden gedurende de geselecteerde tijd weergegeven of
tot de ontspanknop halverwege wordt ingedrukt.
0.5 SEC
UIT Foto's worden na het fotograferen niet weergegeven.
AUTOROTATIE DISPLAYS
Kies of de indicaties in de zoeker en de LCD-monitor draaien
overeenkomstig de camerastand.
Opties
Opties
AAN UIT
155
8
SCHERMINSTELLINGEN
PRVW BELICH/WITBALANS HANDM. MODUS
Selecteer PRVW BELICHTING/WB om voorbeelden van de
belichting en witbalans in de handmatige belichtingsmodus
in te schakelen of kies PRVW WB om alleen een voorbeeld van
de witbalans te zien (PRVW WB wordt aanbevolen in situaties
waarin belichting en witbalans mogelijk veranderen tijdens de
opname, wat misschien het geval is als u bijvoorbeeld een  itser
met een gloeilamp gebruikt). Selecteer UIT bij gebruik van een
itser of in andere situaties waarin de belichting mogelijk kan
veranderen wanneer de foto wordt gemaakt.
Opties
Opties
PRVW BELICHTING/WB PRVW WB UIT
VOORBEELD BEELDEFFECT
Kies AAN om een voorbeeld van de  lmsimulatie-e ecten,
witbalans en andere instellingen in de monitor te zien, kies UIT
om schaduwen bij laag contrast, scènes met achtergrondver-
lichting en andere moeilijk zichtbare onderwerpen zichtbaarder
te maken.
Opties
Opties
AAN UIT
N
Als UIT is geselecteerd, zullen de e ecten van camera-instellingen niet
zichtbaar zijn in de monitor en zullen kleuren en tinten verschillen van
kleuren en tinten in de uiteindelijke foto. De weergave wordt echter
aangepast om de e ecten van geavanceerde  lters en monochroom- en
sepia-instellingen te tonen.
156
8
COMP.RICHTL.
Kies een kaderraster voor opnamemodus.
Optie
Optie
F
F
RAST 9
RAST 9
G
G
RASTER 24
RASTER 24
H
H
HD-KADEREN
HD-KADEREN
Weergave
P P P
Voor compositie met de
derdenregel”.
Een raster van zes bij vier. Kader HD-foto’s in de
beelduitsnede aangege-
ven aan de boven- en on-
derkant van het scherm.
Hulpsjablonen kunnen
naar wens worden
gewijzigd voor tethered
shooting.
N
Inkaderingsbegeleiders worden niet getoond bij standaardinstellin-
gen maar kunnen worden weergegeven met behulp van
D
SCHERM
SET-UP> DISP. INST. OP MAAT (
P
158).
Tethered shooting is verkrijgbaar met Adobe® Photoshop® Lightroom®
en HS-V5 tethered shooting software (apart verkrijgbaar). Gebruikers
van Adobe® Photoshop® Lightroom® die de HD framing gids willen
aanpassen hebben FUJIFILM Tether Shooting Plug-in PRO nodig (apart
verkrijgbaar).
157
8
SCHERMINSTELLINGEN
AUTO ROT. WEERG.
Selecteer AAN om “staande (portret)fotos tijdens het afspelen
automatisch te draaien.
Opties
Opties
AAN UIT
EENHEDEN AF-SCHAAL
Kies de eenheden gebruikt voor de indicator van de scherpste-
lafstand.
Opties
Opties
METERS FEET
158
8
DISP. INST. OP MAAT
Kies de items die worden getoond in de standaardindicatie-
weergave.
1
Druk op DISP/BACK in de opnamemodus tot alle standaardindi-
catoren worden weergegeven.
2
Druk op MENU/OK en selecteer D SCHERM SET-UP> DISP. INST.
OP MAAT in het tabblad D(INSTALLATIE).
3
Markeer items en druk op MENU/OK om te selecteren of te dese-
lecteren.
Item
Item
Standaard
Standaard
COMP.RICHTL.
w
ELEKTR. WATERPAS
w
FOCUSFRAME
R
AF-AFSTANDSINDICATOR
w
MF-AFSTANDSINDICATOR
R
HISTOGRAM
w
LIVEWEERG. HOOGTEPUNTALARM
w
OPNAMEMODUS
R
DIAFR/S-SNELHEID/ISO
R
INFORMATIE-ACHTERGROND
R
Belichtingscomp. (Getal)
w
Belichtingscomp. (Schaal)
R
FOCUSMODUS
R
LICHTMEETSYSTEEM
R
Item
Item
Standaard
Standaard
SLUITERTYPE
R
FLITSLICHT
R
DOORLOPENDE MODUS
R
DUAL BEELDSTABILISATIEMOD.
R
TOUCH SCREEN MODUS
R
WITBALANS
R
FILMSIMULATIE
R
DYNAMISCH BEREIK
R
REST. BEELDJES
R
BEELDFORM/-KWALITEIT
R
FILMMODUS & OPNAMETIJD
R
MICROFOONGELUID
R
ACCUNIVEAU
R
FRAMINGKADER
w
4
Druk op DISP/BACK om de wijzigingen op te slaan.
5
Druk op DISP/BACK zoals nodig om terug te keren naar de opna-
meweergave.
159
8
SCHERMINSTELLINGEN
INSTELLING SUBMONITOR
Kies de items die worden getoond op de secundaire LCD-moni-
tor.
1
Druk op MENU/OK en selecteer D SCHERM SET-UP> INSTEL-
LING SUBMONITOR in het D-tabblad (INSTALLATIE).
2
Selecteer STILLE MODUS of FILMMODUS.
3
Markeer items voor weergave in posities
A
tot
H
en druk op MENU/OK om te selecteren
of deselecteren. De items die niet beschik-
baar zijn als FILMMODUS is geselecteerd,
worden aangegeven door sterretjes („*”).
Tekst (items
A
tot
D
): SLUITERSNELHEID, DIAFRAGMA,
BELICHTINGSCOMPOSITIE, ISO, FILMMODUS, R. FRAME
*
,
OPNAMET., GEEN
Pictogrammen (items
E
tot
H
): FILMSIMULATIE, WITBALANS,
BEELDGROOTTE
*
, OPNAMEMODUS, LICHTMEETSYS-
TEEM, DRIVE MODUS
*
, FOCUSMODUS, BEELDKWALITEIT
*
,
BATTERIJNIVEAU, SLEUFOPTIES, SLUITERTYPE
*
, DYNAMISCH
BEREIK
*
, FILMMODUS
*
, GEEN
4
Druk op DISP/BACK om de wijzigingen op te slaan.
160
8
D
TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN
Ga naar opties voor camerabediening.
Om toegang te krijgen tot bedie-
ningsopties, drukt u op MENU/OK, selec-
teert u het tabblad D (INSTALLATIE) en
kiest u TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN.
TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN
INSTELLINGEN FOCUSHENDEL
BEWERK/SLA OP SNELMENU
FUNCTIE-INS. (Fn)
KEUZEKNOP INSTELLING
COMMANDOSCHIJF INSTELLING
SLUITER AF
SLUITER AE
OPNAME ZONDER LENS
INSTELLINGEN FOCUSHENDEL
Kies de functies uitgevoerd door de scherpstellingstok (scherp-
stelhendel).
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
VERGRENDELING
(UIT)
De scherpstellingstok kan niet worden gebruikt tijdens het
fotograferen.
DRUK
n OM TE
ONTGR.
Druk op de stok om het scherpstelpuntscherm te bekijken en
kantel de stok om een scherpstelpunt te selecteren.
AAN
Kantel de stok om het scherpstelpuntscherm te bekijken en
selecteer een scherpstelpunt.
161
8
TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN
BEWERK/SLA OP SNELMENU
Kies de items weergegeven in het snelmenu.
1
Selecteer D TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN> BEWERK/SLA OP
SNELMENU in het tabblad D(INSTALLATIE).
2
Het huidige snelmenu wordt weergegeven; gebruik de keuze-
knop om het item te markeren dat u wenst te wijzigen en druk
op MENU/OK.
3
Markeer een van de volgende opties en druk op MENU/OK om
deze toe te wijzen aan de geselecteerde positie.
BEELDGROOTTE
BEELDKWALITEIT
FILMSIMULATIE
*
KORRELEFFECT
*
CHROOM KLEUREFFECT
DYNAMISCH BEREIK
*
WITBALANS
*
HIGHLIGHT TINT
*
SCHADUWTINT
*
KLEUR
*
SCHERPTE
*
RUISONDERDRUKKING
*
KIES INST. OP MAAT
*
SCHERPSTELLING
INST. GEZICHTS-/OOGHERKEN.
HF ASSISTENTIE
TOUCH SCREEN MODUS
ZELFONTSPANNER
LICHTMEETSYSTEEM
SLUITERTYPE
FLASHFUNCTIE-INSTELLING
FLITSCOMPENSATIE
FILMMODUS
MIC-NIVEAU-INSTEL
EVF/LCD-HELDERHD
EVF/LCD KLEUR
GEEN
* Opgeslagen in aangepaste instellingenbank.
N
Selecteer GEEN om geen item toe te wijzen aan de geselecteerde
positie. Wanneer KIES INST. OP MAAT is geselecteerd, worden de
huidige instellingen getoond in het snelmenu met het label BASE.
4
Markeer het gewenste item en druk op MENU/OK om dit toe te
wijzen aan de geselecteerde positie.
N
Er is ook toegang tot het snelmenu in de opnamemodus door de Q-knop
ingedrukt te houden.
162
8
FUNCTIE-INS. (Fn)
Kies de functies die worden vervuld door de functietoetsen.
1
Selecteer
D
TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN> FUNCTIE-INS. (Fn) in
het tabblad
D
(INSTALLATIE).
2
Markeer de gewenste toets en druk op MENU/OK.
3
Markeer een van de volgende opties en druk op MENU/OK om
deze toe te wijzen aan de geselecteerde toets.
BELICHT. CORRECTIE
BEELDGROOTTE
BEELDKWALITEIT
RAW
FILMSIMULATIE
KORRELEFFECT
CHROOM KLEUREFFECT
DYNAMISCH BEREIK
WITBALANS
KIES INST. OP MAAT
SCHERPSTELGEBIED
SCHERPSTELLOEP
SCHERPSTELLING
SNELLE AF
INST. GEZICHTS-/OOGHERKEN.
ZELFONTSPANNER
AE-REEKS INSTELLING
LICHTMEETSYSTEEM
SLUITERTYPE
ISO AUTOM.INSTELLING.
DRAADLS COMMUNICT
FLASHFUNCTIE-INSTELLING
TTL-VERGRENDELING
MODELING FLASH
AANP. MIC.GELUID
VOORB DIEPTESCH
PRVW BELICH/WITBALANS HANDM.
MODUS
VOORBEELD BEELDEFFECT
HISTOGRAM
ELEKTR. WATERPAS
ALLEEN AE-VERGRENDELING
ALLEEN AF-VERGRENDELING
AE/AF-VERGRENDELING
AF-AAN
VERGREND. INSTE.
PLAYBACK
GEEN (bediening uitgeschakeld)
N
Toegang tot opties voor het toewijzen van functieknoppen kan ook wor-
den verkregen door het ingedrukt houden van de DISP/BACK-knop. Aan
de keuzeknop kan niet meer dan één functie tegelijk worden toegewe-
zen.
163
8
TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN
AF-AAN
Als AF-AAN is geselecteerd, kunt u de toets indrukken in plaats
van de ontspanknop halverwege ingedrukt te houden.
MODELING FLASH
Als MODELING FLASH is geselecteerd als een compatibele
itser met schoenbevestiging is bevestigd, kunt u op de knop
drukken om de  itser te testen en te controleren op schaduwen
en dergelijke (modeling  ash).
TTL-VERGRENDELING
Als TTL-VERGRENDELING is geselecteerd, kunt u op de
toets voor het vergrendelen van  itsoutput volgens de op-
tie geselecteerd voor F FLITSINSTELLINGEN> MODUS TTL
VERGRENDELEN drukken (
P
114).
164
8
KEUZEKNOP INSTELLING
Kies de functies uitgevoerd door de knoppen omhoog, omlaag,
links en rechts op de keuzeknop.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
Fn-TOETS De keuzeknoppen dienen als functieknoppen.
SCHERPSTELGEBIED
De keuzeknoppen kunnen worden gebruikt om het scherp-
stelgebied te positioneren.
N
Het selecteren van SCHERPSTELGEBIED voorkomt dat u toegang krijgt
tot de functies toegewezen aan de functieknoppen.
COMMANDOSCHIJF INSTELLING
Kies de functies die worden vervuld door de commandoschij-
ven.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
Y F X S.S.
De voorste commandoschijf regelt het diafragma, de achterste
commandoschijf de sluitertijd.
Y S.S. X F
De voorste commandoschijf regelt de sluitertijd, de achterste
commandoschijf het diafragma.
SLUITER AF
Kies of de camera scherpstelt wanneer de ontspanknop half
wordt ingedrukt.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
ON
De camera stelt scherp in scherpstelmodus S (AF-S) als de ontspanknop
halverwege is ingedrukt en vergrendelt de scherpstelling terwijl de
knop in deze positie blijft. Scherpstelling wordt continu aangepast als
de knop halverwege is ingedrukt in scherpstelmodus C (AF-C).
OFF
De camera stelt niet scherp als de ontspanknop halverwege is inge-
drukt.
165
8
TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN
SLUITER AE
Belichting wordt vergrendeld terwijl de ontspanknop halverwe-
ge is ingedrukt als ON is geselecteerd.
Opties
Opties
ON OFF
N
Selecteer OFF zodat de camera de blootstelling voor elke opname in de
seriemodus kan aanpassen.
OPNAME ZONDER LENS
Kies AAN om de sluiterontgrendeling in te schakelen wanneer
er geen lens is bevestigd.
Opties
Opties
AAN UIT
SCHERPSTELRING
Kies de richting waarin de scherpstelring moet worden gedraaid
om de scherpstelafstand te vergroten.
Opties
Opties
X NAAR RECHTS (met de klok mee) Y NAAR LINKS (tegen de klok in)
MODUS AE/AF-VERG.
Als AE/AF-VERG B INDR is geselecteerd, zal de belichting en/
of scherpstelling vergrendelen terwijl u op de knop drukt
waaraan belichtings- of scherpstellingsvergrendeling is toe-
geschreven.
Als AE/AF-VERG AAN/UIT is geselecteerd, zal de
belichting en/of scherpstelling vergrendelen als er op de knop
wordt gedrukt en zal deze vergrendeld blijven tot er opnieuw
wordt gedrukt.
Opties
Opties
AE/AF-VERG B INDR AE/AF-VERG AAN/UIT
166
8
TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN
KNOPINSTELL. BELICHTINGSC.
Regel het gedrag van de achterste commandoschijf en de knop
waaraan belichtingscorrectie is toegeschreven. Als dAAN BIJ
INDRUKKEN is geselecteerd, kan de belichtingscorrectie wor-
den afgesteld door de knop ingedrukt te houden terwijl u aan
de schijf draait; als dAAN/UIT-SCHAKELAAR is geselecteerd,
kan de belichtingscorrectie worden ingesteld door eenmalig
op de knop te drukken, aan de schijf te draaien en vervolgens
opnieuw op de knop te drukken.
Opties
Opties
AAN BIJ INDRUKKEN AAN/UIT-SCHAKELAAR
TOUCH SCREEN INSTELLINGEN
Schakel de touchscreenbediening in of uit.
Opties
Opties
AAN UIT
VERGREND.
Vergrendel geselecteerde bedieningen om onbedoelde wer-
king te voorkomen.
Opties
Opties
Beschrijving
Beschrijving
VERGREND.
INSTE.
Kies uit het volgende:
ONTG: Reset de vergrendelingsopties.
ALLE MODI: Vergrendel alle bedieningen in de lijst
MODUSSELECTIE.
GESELECTEERDE MODUS: Vergrendel alleen de bedieningen
geselecteerd in de lijst MODUSSELECTIE.
MODUSSELECTIE
Kies de bedieningen die zijn vergrendeld wanneer
GESELECTEERDE MODUS is gekozen voor VERGREND. INSTE..
N
De keuzeknop en de Q-knop kunnen op elk gewenst moment worden
vergrendeld door de MENU/OK-knop ingedrukt te houden (
P
5).
167
8
D
ENERGIEBEHEER
Pas de instellingen voor energiebeheer aan.
Voor toegang tot energiebeheerinstel-
lingen drukt u op MENU/OK, selecteert u
het tabblad D (INSTALLATIE) en kiest u
STROOMBEHEER.
ENERGIEBEHEER
UITSCHAKELEN
OPNAME STAND-BY MODUS
AUTOM. ENERGIEBESPARING
UITSCHAKELEN
Hiermee selecteert u hoe lang het duurt totdat de camera au-
tomatisch wordt uitgeschakeld wanneer de camera niet wordt
bediend. Kortere tijden verhogen de levensduur van de batterij;
als UIT is geselecteerd, moet de camera handmatig uitgezet
worden.
Opties
Opties
5 MIN 2 MIN 1 MIN 30 SEC 15 SEC UIT
OPNAME STAND-BY MODUS
In de stand-bymodus schakelen alle schermen behalve de se-
cundaire LCD-monitor uit om stroom te besparen. Kies hoe lang
de camera wacht voordat deze de stand-bymodus inschakelt als
er geen bewerkingen worden uitgevoerd, of selecteer UIT om
de stand-bymodus uit te schakelen.
Opties
Opties
5 MIN 2 MIN 1 MIN 30 SEC 15 SEC UIT
168
8
ENERGIEBEHEER
AUTOM. ENERGIEBESPARING
Als AAN is geselecteerd, zal de beeldsnelheid van de weerga-
ve lager worden om stroom te besparen wanneer de camera
gedurende een korte periode niet wordt bediend, maar de
normale beeldsnelheid kan worden hersteld door de camera te
bedienen.
Opties
Opties
AAN UIT
169
8
D
INSTELLINGEN OPSLAAN
Breng wijzigingen aan in de bestandsbeheerinstellingen.
Voor toegang tot bestandsbeheerinstel-
lingen drukt u op MENU/OK, selecteert u
het tabblad
D
(INSTALLATIE) en kiest u
OPSLAAN SET-UP.
INSTELLINGEN OPSLAAN
NUMMERING
BEWAAR ORIGINEEL
BEWERK BSTNDSNAAM
INSTEL. SLEUF (STIL BEELD)
WISSELSLEUF (SEQUENTIEEL)
FILMDOELBESTAND
COPYRIGHT INFO
NUMMERING
Nieuwe fotos worden opgeslagen in beeldbestan-
den waarvan de bestandsnamen beginnen met
een viercijferig bestandsnummer dat wordt toe-
gewezen door telkens een nummer aan het laatst
gebruikte bestandsnummer toe te voegen. Tijdens
het afspelen wordt het bestandsnummer weerge-
geven zoals getoond. NUMMERING regelt of de
bestandsnummering wordt teruggezet op 0001
wanneer een nieuwe geheugenkaart wordt geplaatst of de huidige
geheugenkaart is geformatteerd.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
CONTINU
De nummering gaat verder vanaf het laatst gebruikte bestands-
nummer of het eerst beschikbare bestandsnummer, afhankelijk
van welk nummer het hoogst is. Kies deze optie om het aantal
fotos met dubbele bestandsnamen te verminderen.
RESET
Na het formatteren of bij het plaatsen van een nieuwe geheu-
genkaart wordt de nummering teruggezet op 0001.
N
Wanneer het beeldnummer de waarde 999-9999 bereikt, wordt de ont-
spanknop uitgeschakeld. Formatteer de geheugenkaart na het overdra-
gen van fotos die u wenst te bewaren naar een computer.
Het selecteren van
D
GEBRUIKERSINSTELLINGEN> RESET stelt
NUMMERING in op CONTINU zonder de bestandsnummering te resetten.
Beeldnummers van fotos kunnen verschillen wanneer deze met andere
cameras zijn gemaakt.
Beeldnummer
Map-
nummer
Be-
stands-
nummer
170
8
ORIG. FOTO OPSLAAN
Kies AAN om onverwerkte kopieën van fotos gemaakt met
behulp van VERWIJDER R. OGEN op te slaan.
Opties
Opties
AAN UIT
BEWERK BSTNDSNAAM
Wijzig het pre x van bestandsnamen. sRGB-beelden gebruiken
een vierletter-pre x (standaard “DSCF”), Adobe RGB-beelden
een drieletter-pre x (“DSF”) voorafgegaan door een underscore.
Optie
Optie
Standaardpre x
Standaardpre x
Voorbeeld bestandsnaam
Voorbeeld bestandsnaam
sRGB DSCF ABCD0001
AdobeRGB _DSF _ABC0001
N
Voorvoegsels van bestandsnamen kunnen worden bewerkt met
behulp van aanraaktoetsen.
INSTEL. SLEUF (STIL BEELD)
Kies de functie van de kaart in de tweede sleuf.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
SEQUENTIEEL
De kaart in de tweede sleuf wordt alleen gebruikt wanneer de kaart
in de eerste sleuf vol is.
BACK-UP Elke foto wordt tweemaal opgenomen, eenmaal op elke kaart.
RAW / JPEG
Zoals voor SEQUENTIEEL, behalve dat de RAW-kopie van
foto's genomen met FINE+RAW of NORMAL+RAW gese-
lecteerd is voor
H INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT>
BEELDKWALITEIT wordt opgeslagen op de kaart in de eerste
sleuf en de JPEG-kopie op de kaart in de tweede sleuf.
WISSELSLEUF (SEQUENTIEEL)
Kies de kaart waarop eerst wordt opgenomen wanneer
SEQUENTIEEL is geselecteerd voor INSTEL. SLEUF (STIL BEELD).
Opties
Opties
SLEUF 1 SLEUF 2
171
8
INSTELLINGEN OPSLAAN
FILMDOELBESTAND
Kies de sleuf die wordt gebruikt om  lms op te slaan.
Opties
Opties
SLEUF 1 SLEUF 2
COPYRIGHT INFO
Er kan copyrightinformatie, in de vorm van Exif-tags, worden
toegevoegd aan nieuwe afbeeldingen zodra ze worden ge-
maakt. Wijzigingen van de copyrightinformatie worden alleen
teruggezien in de gemaakte fotos nadat de wijzigingen zijn
gemaakt.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
COPYRIGHT INFO WEERG Geef de huidige copyrightinformatie weer.
AUTEURSINFO INVOEREN Voer de naam van de maker in.
COPYRIGHT INFO INVOEREN Voer de naam van de copyrighthouder in.
COPYRIGHT INFO VERWIJDEREN
Verwijder de huidige copyrightinformatie. Deze wijzi-
ging geldt alleen voor afbeeldingen die zijn gemaakt
nadat deze optie is gekozen; copyrightinformatie
opgenomen met bestaande afbeeldingen wordt niet
beïnvloed.
N
Copyrightinformatie kan worden bewerkt met behulp van aanraak-
toetsen.
172
8
D
VERBINDINGSINSTELLINGEN
Pas instellingen aan voor verbinding met andere appara-
ten.
Om toegang te krijgen tot verbindingsin-
stellingen, drukt u op MENU/OK, selecteert
u het tabblad
D
(INSTALLATIE) en kiest u
VERBINDING INSTELLING.
VERBINDINGSINSTELLINGEN
DRAADLOOS INSTEL.
VERBINDINGSINSTELLINGEN PC
GEOTAGGING SET-UP
VERB.INST. instax PRNTR
PC SHOOT MODUS
DRAADLOOS INSTEL.
Pas de instellingen aan voor verbinding met draadloze netwer-
ken.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
ALGEMENE
INSTELLINGN
Kies een naam (NAAM) om de camera te identifi ceren in
het draadloze netwerk (de camera is standaard voorzien van
een unieke naam) of selecteer DRAADLOOS INSTELLING.
RESET om de standaardinstellingen te herstellen.
VERKLEIN(SP) H
Kies AAN (de standaardinstelling, aanbevolen voor de meeste
omstandigheden) om het formaat van grotere afbeeldingen
naar
H
aan te passen voor het uploaden naar smartphones,
UIT voor het uploaden van afbeeldingen in oorspronkelijk
formaat. Een nieuw formaat geven is alleen van toepassing op
de kopie geüpload naar de smartphone; het origineel wordt
niet beïnvloed.
173
8
VERBINDINGSINSTELLINGEN
VERBINDINGSINSTELLINGEN PC
Kies de methode die wordt gebruikt voor verbinding met com-
puter. Kies EENVOUDIGE SETUP om verbinding te maken met
behulp van WPS en HANDMATIGE SETUP om de netwerkinstel-
lingen handmatig te con gureren.
Opties
Opties
EENVOUDIGE SETUP HANDMATIGE SETUP
N
Voor meer informatie over draadloze verbindingen bezoekt u:
http://fujifilm-dsc.com/wifi/
GEOTAGGING SET-UP
Bekijk locatiegegevens gedownload via een smartphone en kies
of de gegevens met uw fotos worden opgeslagen.
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
GEOTAGGING
Kies of locatiegegevens gedownload via een smartphone
worden ingesloten in de fotos als ze worden gemaakt.
LOCATIE-INFO
Geeft de laatst gedownloade locatiegegevens van een smart-
phone weer.
N
Voor meer informatie over draadloze verbindingen bezoekt u:
http://fujifilm-dsc.com/wifi/
VERB.INST. instax PRNTR
Pas de instellingen aan voor aansluiting op optionele FUJIFILM
instax SHARE printers.
De printernaam (SSID) en het wachtwoord
De printernaam (SSID) kan worden gevonden op
de onderkant van de printer; het standaardwacht-
woord is “1111”. Als u al een ander wachtwoord
heeft gekozen om af te drukken vanaf een smart-
phone, voer dat wachtwoord dan in.
174
8
VERBINDINGSINSTELLINGEN
PC SHOOT MODUS
Pas de instellingen aan voor opname op afstand (tether-opna-
me).
Optie
Optie
Beschrijving
Beschrijving
OFF Kies deze optie als u geen gebruik wilt maken van tether-opname.
USB AUTO
De tether-opnamemodus wordt automatische geselecteerd als de
camera wordt aangesloten op een computer via USB. Als er geen
computer is aangesloten, zijn de resultaten hetzelfde als OFF.
USB VAST
De camera werkt in de tether-opnamemodus zelfs als hij niet is
aangesloten op een computer. Fotos worden in de standaardin-
stellingen niet opgeslagen op de geheugenkaart, maar fotos
genomen terwijl de camera niet is aangesloten worden naar een
computer overgedragen zodra de aansluiting wordt gemaakt.
O
D
STROOMBEHEER> UITSCHAKELEN zijn ook van toepassing tijdens
tether-opname. Selecteer UIT om te voorkomen dat de camera automa-
tisch uitschakelt.
N
Tethered shooting is beschikbaar voor software zoals HS-V5 (apart
verkrijgbaar) of FUJIFILM X Acquire (gratis te downloaden van de
FUJIFILM-website) of wanneer de FUJIFILM Tether Shooting Plug-in PRO
of de Tether Shooting Plug-in (apart verkrijgbaar) wordt gebruikt met
Adobe® Photoshop® Lightroom®.
175
Sneltoetsen
176
9
Sneltoetsopties
Pas camerabesturing aan volgens uw stijl of situatie.
Veelgebruikte opties kunnen worden toegevoegd aan het
Q-menu of aan een aangepast “mijn menu of toegewezen wor-
den aan een Fn-knop (functie) voor rechtstreekse toegang:
Het Q-menu (
P
177): Het Q-menu wordt weergegeven door
op de Q-knop te drukken. Gebruik het Q-menu om de gese-
lecteerde opties te bekijken of te wijzigen voor veelgebruikte
menu-items.
“Mijn menu” (
P
184): Voeg veelgebruikte opties toe aan dit
aangepaste menu, dat kan worden bekeken door te drukken
op MENU/OK en het tabblad E (“MIJN MENU”) te selecteren.
De functieknoppen (
P
180): Gebruik de functieknoppen voor
directe toegang tot geselecteerde functies.
177
9
De Q-knop (Snelmenu)
Druk op Q voor een snelle toegang tot geselecteerde opties.
De snelmenuweergave
Bij de standaardinstellingen bevat het snelmenu de volgende items:
INSTELLEN
KIES INST. OP MAAT
BASE
A
KIES INST. OP MAAT
B
SCHERPSTELLING
C
DYNAMISCH BEREIK
D
WITBALANS
E
RUISONDERDRUKKING
F
BEELDGROOTTE
G
BEELDKWALITEIT
H
FILMSIMULATIE
I
HIGHLIGHT TINT
J
SCHADUWTINT
K
KLEUR
L
SCHERPTE
M
ZELFONTSPANNER
N
INST. GEZICHTS-/OOGHERKEN.
O
FLASHFUNCTIE-INSTELLING
P
EVF/LCD-HELDERHD
Het snelmenu toont de opties die momenteel zijn geselecteerd
voor items
B
P
, die kunnen worden veranderd zoals be-
schreven op pagina 179.
KIES INST. OP MAAT
Het item H INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT> KIES INST. OP MAAT (item
A
) toont de huidige aangepaste instellingenbank:
q: Geen aangepaste instellingenbank geselecteerd.
tu: Selecteer een bank om de instellingen opgeslagen met de optie
HINSTELLINGEN BEELDKWALITEIT> BEW/BEW INST. OP M te bekijken.
rs: De huidige aangepaste instellingenbank.
178
9
Instellingen bekijken en wijzigen
1
Druk op Q om het snelmenu weer te
geven tijdens het fotograferen.
2
Gebruik de keuzeknop om items te
markeren en draai aan de achterste
commandoschijf om wijzigingen aan
te brengen.
N
Wijzigingen worden niet opgeslagen
op de huidige instellingenbank. In-
stellingen die verschillen van die in de
huidige instellingenbank (
t
u
)
worden getoond in het rood.
INSTELLEN
KIES INST. OP MAAT
BASE
3
Druk op Q om af te sluiten wanneer de instellingen zijn vol-
tooid.
N
Het snelmenu kan ook worden bewerkt met behulp van de aanraakknop-
pen.
179
9
De Q-knop (Snelmenu)
Het snelmenu bewerken
Om de items weergegeven in het snelmenu te kiezen:
1
Houd de Q-knop ingedrukt tijdens het
fotograferen.
2
Het huidige snelmenu wordt weergegeven; gebruik de keuze-
knop om het item te markeren dat u wenst te wijzigen en druk
op MENU/OK.
3
Markeer een van de volgende opties en druk op MENU/OK om
deze toe te wijzen aan de geselecteerde positie.
BEELDGROOTTE
BEELDKWALITEIT
FILMSIMULATIE
*
KORRELEFFECT
*
CHROOM KLEUREFFECT
DYNAMISCH BEREIK
*
WITBALANS
*
HIGHLIGHT TINT
*
SCHADUWTINT
*
KLEUR
*
SCHERPTE
*
RUISONDERDRUKKING
*
KIES INST. OP MAAT
*
SCHERPSTELLING
INST. GEZICHTS-/OOGHERKEN.
HF ASSISTENTIE
TOUCH SCREEN MODUS
ZELFONTSPANNER
LICHTMEETSYSTEEM
SLUITERTYPE
FLASHFUNCTIE-INSTELLING
FLITSCOMPENSATIE
FILMMODUS
MIC-NIVEAU-INSTEL
EVF/LCD-HELDERHD
EVF/LCD KLEUR
GEEN
* Opgeslagen in aangepaste instellingenbank.
N
Selecteer GEEN om geen item toe te wijzen aan de geselecteerde
positie. Wanneer KIES INST. OP MAAT is geselecteerd, worden de
huidige instellingen getoond in het snelmenu met het label BASE.
N
Het snelmenu kan ook worden bewerkt met behulp van
D
TOETS-/
SCHIJFINSTELLINGEN> BEWERK/SLA OP SNELMENU.
180
9
De Fn-knopppen (Functie)
Wijs rollen toe aan de functietoetsen en het midden van
de achterste commandoschijf voor snelle toegang tot
geselecteerde functies.
De standaardtoewijzingen zijn:
Fn1-knop
Fn1-knop
Belichtingscorrectie
Fn3-knop
Fn3-knop
Histogram
Fn5-knop
Fn5-knop
Belichtingsvergrendeling
Fn2-knop
Fn2-knop
Belichtingsafbakening
Fn4-knop
Fn4-knop
Scherpstellingsvergrendeling
Fn6-knop
Fn6-knop
AF modus
181
9
De Fn-knopppen (Functie)
Fn7-knop
Fn7-knop
Filmsimulatie
Fn8-knop
Fn8-knop
Witbalans
Fn9-knop
Fn9-knop
Snelle AF
Midden van de achterste commandoschijf
Midden van de achterste commandoschijf
Scherpstelloep
182
9
Rollen toewijzen aan de functietoetsen
Om rollen toe te wijzen aan de knoppen:
1
Houd de DISP/BACK-knop ingedrukt
totdat een knopselectiemenu wordt
weergegeven.
2
Markeer een knop en druk op MENU/OK.
3
Markeer de gewenste functie en druk op MENU/OK om deze aan
de geselecteerde knop toe te wijzen. Kies uit:
BELICHT. CORRECTIE
BEELDGROOTTE
BEELDKWALITEIT
RAW
FILMSIMULATIE
KORRELEFFECT
CHROOM KLEUREFFECT
DYNAMISCH BEREIK
WITBALANS
KIES INST. OP MAAT
SCHERPSTELGEBIED
SCHERPSTELLOEP
SCHERPSTELLING
SNELLE AF
INST. GEZICHTS-/OOGHERKEN.
ZELFONTSPANNER
AE-REEKS INSTELLING
LICHTMEETSYSTEEM
SLUITERTYPE
ISO AUTOM.INSTELLING.
DRAADLS COMMUNICT
FLASHFUNCTIE-INSTELLING
TTL-VERGRENDELING
MODELING FLASH
AANP. MIC.GELUID
VOORB DIEPTESCH
PRVW BELICH/WITBALANS HANDM.
MODUS
VOORBEELD BEELDEFFECT
HISTOGRAM
ELEKTR. WATERPAS
ALLEEN AE-VERGRENDELING
ALLEEN AF-VERGRENDELING
AE/AF-VERGRENDELING
AF-AAN
VERGREND. INSTE.
PLAYBACK
GEEN (bediening uitgeschakeld)
N
Knoptoewijzingen kunnen ook worden geselecteerd met behulp van
D
TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN> FUNCTIE-INS. (Fn). Aan de keuze-
knop kan niet meer dan één functie tegelijk worden toegewezen.
183
9
De Fn-knopppen (Functie)
AF-AAN
Als AF-AAN is geselecteerd, kunt u de toets indrukken in plaats
van de ontspanknop halverwege ingedrukt te houden.
MODELING FLASH
Als MODELING FLASH is geselecteerd als een compatibele
itser met schoenbevestiging is bevestigd, kunt u op de knop
drukken om de  itser te testen en te controleren op schaduwen
en dergelijke (modeling  ash).
TTL-VERGRENDELING
Als TTL-VERGRENDELING is geselecteerd, kunt u op de
toets voor het vergrendelen van  itsoutput volgens de op-
tie geselecteerd voor F FLITSINSTELLINGEN> MODUS TTL
VERGRENDELEN drukken (
P
114).
184
9
E
MIJN MENU
Verkrijg toegang tot een persoonlijk menu van veelge-
bruikte opties.
Om “mijn menu weer te geven, drukt
u op MENU/OK in de opnameweergave
en selecteert u het tabblad E (MIJN
MENU).
MIJN MENU
VERLATEN
IS MODE
INST. GEZICHTS-/OOGHERKEN.
ISO AUTOM.INSTELLING.
SLUITERTYPE
KORRELEFFECT
FILMSIMULATIE
INTERVAL-TIMEROPNAME
ZELFONTSPANNER
N
Het tabblad
E
is alleen beschikbaar als opties zijn toegewezen aan MIJN
MENU.
185
9
MIJN MENU
MIJN MENU-INSTELINGEN
Om de items opgesomd op het tabblad E (MIJN MENU) te
kiezen:
1
Markeer D
GEBRUIKERSINSTELLINGEN>
MIJN MENU-INSTELINGEN in het tabblad
D (INSTALLATIE) en druk op MENU/OK
om de opties rechts weer te geven.
MIJN MENU-INSTELINGEN
ITEMS TOEVOEGEN
ITEMS RANGSCHIKKEN
ITEMS VERWIJDEREN
2
Druk de keuzeknop omhoog of om-
laag om ITEMS TOEVOEGEN te mar-
keren en druk op MENU/OK. Opties die
kunnen worden toegevoegd aan “mijn
menu” zijn gemarkeerd in blauw.
CHROOM KLEUREFFECT
DYNAMISCH BEREIK
WITBALANS
KORRELEFFECT
FILMSIMULATIE
RAW OPNAME
BEELDKWALITEIT
BEELDGROOTTE
MIJN MENU-INSTELINGEN
OK
ANNULERENSELECTEREN
N
Huidige items in “mijn menu worden aangeduid met vinkjes.
3
Markeer een item en druk op MENU/OK
om deze toe te voegen aan „mijn
menu”.
1
1BEELDGROOTTE
OK
OPSLAAN
VERPLAATSEN
MIJN MENU-INSTELINGEN
4
Druk op MENU/OK om terug te keren naar het bewerkscherm.
5
Herhaal stappen 3 en 4 totdat alle gewenste items zijn toege-
voegd.
N
“Mijn menu” kan maximaal 16 items bevatten.
“Mijn menu” bewerken
Om items opnieuw te rangschikken of te verwijderen, selecteert u ITEMS
RANGSCHIKKEN of ITEMS VERWIJDEREN bij stap 1.
186
MEMO
187
Randapparatuur en
optionele accessoires
188
10
Lenzen
De camera kan gebruikt worden met lenzen voor het
FUJIFILM G-bevestigingspunt.
Lensonderdelen
A
Zonnekap
B
Bevestigingsmarkeringen
C
Scherpstelring
D
Ontgrendeling diafragmaring
E
Bevestigingsmarkeringen (brandpuntaf-
stand)
F
Diafragmaring
G
Signaalcontacten lens
H
Voorste lensdop
I
Achterste lensdop
N
Een GF63mmF2.8 R WR lens wordt hier gebruikt ter illustratie.
189
10
Lenzen
Lensverzorging
Gebruik een blaaskwast om stof te verwijderen en neem ver-
volgens met een zachte, droge doek af. Resterende vlekken
kunnen worden verwijderd met een FUJIFILM lensreinigings-
doekje waarop een kleine hoeveelheid lensreinigingsvloeistof
is aangebracht. Plaats de voorste en achterste doppen terug op
de camera wanneer de lens niet in gebruik is.
Lensdoppen verwijderen
Verwijder lensdoppen zoals afgebeeld.
N
Lensdoppen kunnen verschillen van de afgebeelde doppen.
Zonnekappen bevestigen
Wanneer bevestigd, verminderen zonnekappen schittering en
beschermen ze het voorste lenselement.
190
10
Verticale batterijgrepen
De optionele VG-GF1 verticale batterijgreep biedt ruimte
voor een extra batterij voor verbeterde duurzaamheid
en maakt het makkelijker om de camera vast te houden
als deze 90° gedraaid is om fotos in de „staande” (portret)
stand te maken.
A
Ontspanknop
B
Bedieningsvergrendeling
C
Voorste commandoschijf
D
Fn2-knop (functie 2)
E
Vergrendelschroefknop
F
Statiefhouder
G
Fn1-knop (functie 1)
H
Oogje voor cameradraagriem
I
Afdekking batterijencompartiment
J
Borgschroef
K
Fn5-knop (functie 5)
L
Scherpstellingstok (scherpstelhendel)
M
Connector
N
Compartiment voor connectorkap meege-
leverd met de camera
O
15V DC-IN-connector
P
Fn4-knop (functie 4)
Q
Achterste commandoschijf
R
Fn3-knop (functie 3)
S
Q-knop (snelmenu)
T
MENU/OK-knop
U
Indicatielampjes
V
Afdekkingsvergrendeling batterijencom-
partiment
O
Maak de clips die zijn meegeleverd met de camera niet vast aan de oog-
jes (
H
) van de batterijgreep.
N
Alle toetsen voeren dezelfde functie uit als de overeenkomstige toetsen
op de camera.
191
10
Verticale batterijgrepen
De VB-GF1 bevestigen
De VB-GF1 wordt bevestigd zoals hieronder aangegeven.
1
Verwijder de afdekking van de verti-
cale batterijgreepconnector van de
camera en plaats het in het afdek-
kingscompartiment van de greepcon-
nector.
(B)
(B)
(A)
(A)
2
Lijn de connectoren op de greep uit
met de bijbehorende connectoren op
de camera. Draai aan de vergrende-
lingsschroefknop om de vergrende-
lingsschroef vast te zetten.
192
10
Een batterij plaatsen
Plaats een batterij zoals hieronder getoond.
1
Ontgrendel en open de afdekking van
het batterijencompartiment.
2
Schuif de batterij naar binnen totdat
deze vergrendelt raakt.
3
Sluit de kap van het batterijvak.
O
De batterij in de greep wordt gebruikt voor de batterij in de camera. De
camera schakelt automatisch over naar de camerabatterij als de batterij
in de greep leeg is. Filmopname en lampfotogra e worden beëindigd als
de camera van batterij wisselt. Als de batterij in de greep leeg is, verwij-
dert u deze en laadt u de batterij op of plaatst u een volledig opgeladen
reservebatterij. Als de camerabatterij genoeg lading heeft om de camera
van stroom te voorzien, kan de batterij in de greep worden vervangen
zonder dat de camera uitgeschakeld hoeft te worden.
193
10
Verticale batterijgrepen
Gebruik van een AC-adapter
Een optionele AC-15V AC-adapter kan worden gebruikt om de camera te voe-
den wanneer de batterij grip is bevestigd. De batterij wordt opgeladen terwijl
de adapter is aangesloten; opladen duurt ongeveer 120 minuten. Schakel de
camera uit voordat u de AC-adapter afkoppelt.
De oplaadstatus van de batterij wordt aangeduid door de batterijstatus-picto-
grammen wanneer de camera aan is (weergavestand) en door het indicator-
lampje wanneer de camera uit is.
Batterijstatus-pictogram
Batterijstatus-pictogram
(camera aan)
(camera aan)
Indicatielampje (camera uit)
Indicatielampje (camera uit)
Laadtoestand
Laadtoestand
Y
(geel)
Aan Batterij wordt opgeladen
N
(groen)
UIT Opladen voltooid
Z
(rood)
Knippert Batterij defect
194
10
Kanteladapters zoeker
Met de optionele EVF-TL1 tilt adapter kunt u de zoeker
± 45° naar links of naar rechts draaien of tussen 0° en 90°
naar boven of naar beneden.
A
Flitsschoen
B
Kantelvergrendelknop
C
Adapterontgrendeling
D
Horizontale draaivergrendeling
E
Connectors
F
Connectorafdekking
G
Flitsschoenkap
195
10
Kanteladapters zoeker
De EVF-TL1 bevestigen
Schuif de EVF-TL1 op de camera its-
schoen en bevestig vervolgens de
EV-GFX1 elektronische zoeker.
N
Verwijder de  itsschoenkappen van de camera en de EVF-TL1 voordat u
de adapter en de zoeker bevestigt.
De EVF-TL1 verwijderen
Verwijder de zoeker en druk vervolgens, terwijl de
ontgrendelingen (
A
) ingedrukt worden ge-
houden, op de voorkant van de adapter (
B
) en
schuif deze weg van de camera zoals getoond.
O
Gebruik slechts één tilt adapter tegelijk.
196
10
Kanteladapters zoeker
Met behulp van de EVF-TL1
Draai de zoeker naar de gewenste stand.
De zoeker omhoog of omlaag draaien
Maak de kantelvergrendelingsknop los
en draai de zoeker naar boven of naar
beneden van 0 ° tot 90 °.
Draai, met de zoeker in de gewenste
stand (
A
) de kantelvergrendelknop
aan (
B
) om de zoeker op zijn plaats te
vergrendelen.
De zoeker naar links of rechts draaien
Maak de vergrendeling voor horizontaal
draaien los zoals afgebeeld en draai de
zoeker naar links of rechts ± 45°.
Plaats, met de zoeker in de gewenste
stand (
A
), de horizontale draaivergren-
deling naar de vergrendelde positie (
B
)
om de zoeker op zijn plaats te vergren-
delen.
197
10
Externe  itsers
Flitsers kunnen worden bevestigd op de  itsschoen of
verbonden via de sync-terminal.
Externe  itsers zijn krachtiger dan hun ingebouwde tegen-
hangers. Sommige ondersteunen hoge-snelheid sync (FP) en
kunnen worden gebruikt bij sluitertijden sneller dan de  its-
sync-snelheid, terwijl andere kunnen functioneren als hoofd it-
sers die de  itsers op afstand via optische draadloze  itsbedie-
ning bedienen.
O
U bent mogelijk niet in staat de  itser te testen in sommige gevallen, bij-
voorbeeld als een instellingenmenu wordt weergegeven op de camera.
Rode-ogenverwijdering
Rode ogen verwijderen is beschikbaar als een andere optie dan UIT is gese-
lecteerd voor
F FLITSINSTELLINGEN> VERWIJDER R. OGEN en G AF/MF
INSTELLINGEN> INST. GEZICHTS-/OOGHERKEN. op AAN staat. Het verwij-
deren van rode ogen reduceert „rode ogen veroorzaakt wanneer licht van de
itser wordt weerkaatst in de pupillen van het onderwerp.
198
10
Flitsinstellingen
Om instellingen voor een  itser gemonteerd op de  itsschoen
of verbonden via de sync-terminal aan te passen:
1
Sluit de eenheid aan op de camera.
2
Selecteer FLASHFUNCTIE-INSTELLING
in de opnamemodus in het menutab-
blad F (FLITSINSTELLINGEN). De
beschikbare opties variëren per  itser.
VERLATEN
MASTER-INSTELLING
MASTER SETTING
LED-LICHTINSTELLING
MODUS TTL VERGRENDELEN
VERWIJDER R. OGEN
FLITSINSTELLINGEN
FLASHFUNCTIE-INSTELLING
Menu
Menu
Beschrijving
Beschrijving
P
P
SYNC-TERMINAL
Wordt weergegeven als er geen compatibele fl itser is
aangesloten of als een eenheid is verbonden via de
sync-terminal of alleen het X-contact van de fl its-
schoen gebruikt.
199
EXTERNE FLASH
Wordt weergegeven wanneer een optionele fl itser is
gemonteerd op de fl itsschoen en is ingeschakeld.
200
MASTER(OPTISCH)
Weergegeven als een optionele fl itser die func-
tioneert als hoofdfl itser voor FUJIFILM optische
draadloze fl itsbediening op afstand is verbonden en
ingeschakeld.
203
N
SYNC-TERMINAL zal ook worden weergegeven als
een incompati-
bele  itser of als er geen  itser is aangesloten
.
3
Markeer items met behulp van de
keuzeknop en draai aan de achterste
commandoschijf om de gemarkeerde
instelling te veranderen.
MODUS
EXTERNE FLASH
AANPASSEN
EINDE
4
Druk op DISP/BACK om de veranderingen in werking te stellen.
199
10
Externe  itsers
SYNC-TERMINAL
De volgende opties zijn beschikbaar als er geen compatibele
itser is aangesloten of als er een eenheid is aangesloten via de
sync-terminal of alleen het X-contact op de  itsschoen gebruikt.
MODUS
SYNC-TERMINAL
AANPASSEN
EINDE
Instelling
Instelling
Beschrijving
Beschrijving
A
Flitsbedieningsmodus
Kies uit de volgende opties:
M: Een triggersignaal wordt uitgezonden vanuit de sync-termi-
nal en fl itsschoen wanneer een foto wordt gemaakt. Kies een
sluitertijd langzamer dan de sync-snelheid; zelfs langzamere
snelheden kunnen nodig zijn als de eenheid lange fl itsen
gebruikt of een langzame reactietijd heeft.
D (UIT): De sync-terminal en de fl itsschoen zenden geen
triggersignaal uit.
B
Sync
Kies of de fl itser wordt getimed om direct nadat de sluiter opent
te fl itsen (H/1E GORDIJN) of direct voordat deze sluit
(
I/2E GORDIJN). 1E GORDIJN wordt aanbevolen in de meeste
omstandigheden.
De sync-terminal
Gebruik de sync-terminal om de  itsers aan te
sluiten die een sync-kabel vereisen.
200
10
EXTERNE FLASH
De volgende opties zijn beschikbaar als een optionele  itser
met schoenbevestiging is bevestigd en is ingeschakeld.
MODUS
EXTERNE FLASH
AANPASSEN
EINDE
Instelling
Instelling
Beschrijving
Beschrijving
A
Flitsbedienings-
modus
De fl itsbedieningsmodus geselecteerd met de fl itser. Dit kan
in sommige gevallen worden aangepast vanaf de camera: de
beschikbare opties variëren per fl itser.
TTL: TTL-modus. Pas fl itscompensatie (
B
) aan.
M: De fl itser fl itst bij de geselecteerde uitvoer, ongeacht de
helderheid van het onderwerp of de camera-instellingen. De
output kan in sommige gevallen worden aangepast vanaf de
camera (
B
).
MULTI: Flits herhalen. Compatibele fl itsers met schoenbevesti-
ging zullen meerdere malen fl itsen bij elke opname.
D (UIT): De fl itser fl itst niet. Sommige fl itsers kunnen uitge-
schakeld worden vanaf de camera.
201
10
Externe  itsers
Instelling
Instelling
Beschrijving
Beschrijving
B
Flitscompensa-
tie/-uitvoer
De beschikbare opties verschillen volgens de fl itsbedieningsmo-
dus.
TTL: Pas fl itscompensatie aan (de volledige waarde wordt moge-
lijk niet toegepast als de grenzen van het fl itsbedieningssysteem
zijn overschreden). In het geval van EF-X20, EF-20 en EF-42
wordt de geselecteerde waarde toegevoegd aan de waarde
geselecteerd met de fl itser.
M/MULTI: Pas fl itsuitvoer aan (alleen compatibele eenheden). Kies
uit waarden uitgedrukt als fracties van volledig vermogen, van ⁄
(modus M) of ¼ (MULTI) tot ⁄ in stappen gelijk aan ⁄EV. De ge-
wenste resultaten kunnen niet worden bereikt bij lage waarden
als zij buiten de grenzen van het fl itsbedieningssysteem vallen;
maak een testopname en controleer de resultaten.
C
Flitsmodus (TTL)
Kies een fl itsmodus voor TTL-fl itsbediening. De beschikbare opties
zijn afhankelijk van welke opnamestand (P, S, A of M) is geselec-
teerd.
E (FLASH AUTO): De fl itser fl itst alleen indien nodig; het
itsniveau wordt aangepast volgens de helderheid van het
onderwerp.
Er wordt een p-pictogram weergegeven als de
ontspanknop halverwege wordt ingedrukt toont aan dat de
itser zal fl itsen als de foto wordt genomen.
F (STANDAARD): De fl itser fl itst bij elke foto indien mogelijk;
het fl itsniveau wordt aangepast volgens de helderheid van het
onderwerp.
De fl itser fl itst niet als deze niet volledig is opgela-
den als de ontspanknop wordt losgelaten.
G (TRAGE SYNC.): Combineer de fl itser met een lange sluitertijd
bij het fotograferen van portretonderwerpen tegen een achter-
grond met nachtdecor.
De fl itser fl itst niet als deze niet volledig
is opgeladen als de ontspanknop wordt losgelaten.
D
Sync
Regel fl itstiming.
H (1E GORDIJN): De fl itser fl itst direct nadat de sluiter opent
(normaliter de beste keuze).
I (2E GORDIJN): De fl itser fl itst onmiddellijk voordat de sluiter
sluit.
R (AUTO FP(HSS)): Synchronisatie met hoge snelheid (alleen com-
patibele eenheden). De camera schakelt automatisch synchro-
nisatie met hoge snelheid van het voorgordijn in bij sluitertijden
lager dan de fl itssynchronisatiesnelheid.
Gelijk aan 1E GORDIJN
wanneer MULTI is geselecteerd voor fl itsbedieningsmodus.
202
10
Instelling
Instelling
Beschrijving
Beschrijving
E
Zoom
De hoek van de verlichting (fl itsdekking) voor eenheden die
itszoom ondersteunen. Voor sommige eenheden kunnen de
aanpassingen vanaf de camera gemaakt worden. Als AUTO is
geselecteerd, wordt zoom automatisch aangepast om de dekking
aan te passen aan de brandpuntsafstand van de lens.
F
Verlichting
Als de eenheid deze functie ondersteunt, kiest u uit:
J (FLASH VOEDINGSPRIOR.): Win bereik door de dekking enigs-
zins te verminderen.
K (STANDAARD): Stel dekking af op beeldhoek.
L (PRIOR. GELIJK BEREIK): Verhoog dekking enigszins voor
gelijkmatigere verlichting.
G
LED-verlichting
Kies hoe het ingebouwde LED-licht functioneert tijdens stille
fotografi e (alleen compatibele eenheden): als een catchlight
(M/CATCHLIGHT), als AF-hulpverlichting (N/AF ASSIST) of als
zowel een catchlight als AF-hulpverlichting
(
O/AF ASSIST+CATCHLIGHT). Kies OFF om de LED uit te schakelen
tijdens het fotograferen.
G
Aantal  itsen
*
Kies het aantal keren dat de fl itser fl itst elke keer als de ontspan-
knop wordt losgelaten in MULTI-modus.
H
Frequentie
*
Kies de frequentie waarmee de fl itser fl itst in MULTI-modus.
* Volledige waarde wordt mogelijk niet toegepast als de grenzen van het fl itsbedie-
ningssysteem zijn overschreden.
203
10
Externe  itsers
MASTER(OPTISCH)
De opties worden weergegeven als de eenheid momenteel
functioneert als hoofd itser voor FUJIFILM optische draadloze
itsbediening op afstand.
MODUS
MASTER(OPTISCH)
AANPASSEN
EINDE
De hoofdeenheden en eenheden op
afstand kunnen worden geplaatst in
maximaal drie groepen (A, B en C) en
itsmodus en  itsniveau kunnen voor
elke groep afzonderlijk worden aange-
past. Er zijn vier kanalen beschikbaar
voor communicatie tussen de eenheden;
afzonderlijke kanalen kunnen worden
gebruikt voor verschillende  itssyste-
men of om interferentie te voorkomen
als meerdere systemen dicht bij elkaar
werken.
BB
A
C
204
10
Instelling
Instelling
Beschrijving
Beschrijving
A
Flitsbedieningsmodus
(groep A)
Kies fl itsbedieningsmodi voor groepen A, B en C. TTL% is
alleen beschikbaar voor groepen A en B.
TTL: De eenheden in de groep fl itsen in TTL-modus.
Flitscompensatie kan afzonderlijk worden aangepast voor
elke groep.
TTL%: Als TTL% is geselecteerd voor groep A of B, kunt u
de output van de geselecteerde groep als een percentage
van de andere specifi ceren en de algemene fl itscompen-
satie voor beide groepen aanpassen.
M: In modus M itsen de eenheden in de groep bij de ge-
selecteerde output (uitgedrukt als een fractie van volledig
vermogen) ongeacht de helderheid van het onderwerp of
camera-instellingen.
MULTI: Het kiezen van MULTI voor een groep stelt alle een-
heden in alle groepen in op herhalende fl itsmodus. Alle
eenheden zullen meerdere malen fl itsen bij elke opname.
D (UIT): Als OFF geselecteerd is, zullen de eenheden in
de groep niet fl itsen.
B
Flitsbedieningsmodus
(groep B)
C
Flitsbedieningsmodus
(groep C)
D
Flitscompensatie/-output
(groep A)
Pas fl itsniveau voor de geselecteerde groep aan volgens de
optie geselecteerd voor fl itsbedieningsmodus. Merk op dat
de volledige waarde mogelijk niet wordt toegepast als de
grenzen van het fl itsbedieningssysteem zijn overschreden.
TTL: Pas fl itscompensatie aan.
M/MULTI: Pas fl itsoutput aan.
TTL%: Kies het evenwicht tussen groepen A en B en pas de
algemene fl itscompensatie aan.
E
Flitscompensatie/-output
(groep B)
F
Flitscompensatie/-output
(groep C)
205
10
Externe  itsers
Instelling
Instelling
Beschrijving
Beschrijving
G
Flitsmodus (TTL)
Kies een fl itsmodus voor TTL-fl itsbediening: De beschikbare
opties zijn afhankelijk van welke opnamestand (P, S, A of M)
is geselecteerd.
E (FLASH AUTO): De fl itser fl itst alleen indien nodig; het
itsniveau wordt aangepast volgens de helderheid van het
onderwerp.
Er wordt een p-pictogram weergegeven als
de ontspanknop halverwege wordt ingedrukt toont aan
dat de fl itser zal fl itsen als de foto wordt genomen.
F (STANDAARD): De fl itser fl itst bij elke foto indien moge-
lijk; het fl itsniveau wordt aangepast volgens de helderheid
van het onderwerp.
De fl itser fl itst niet als deze niet volle-
dig is opgeladen als de ontspanknop wordt losgelaten.
G (TRAGE SYNC.): Combineer de fl itser met een lange slui-
tertijd bij het fotograferen van portretonderwerpen tegen
een achtergrond met nachtdecor.
De fl itser fl itst niet als
deze niet volledig is opgeladen als de ontspanknop wordt
losgelaten.
H
Sync
Regel fl itstiming.
H (1E GORDIJN): De fl itser fl itst direct nadat de sluiter
opent (normaliter de beste keuze).
I (2E GORDIJN): De fl itser fl itst onmiddellijk voordat de
sluiter sluit.
R (AUTO FP(HSS)): Synchronisatie met hoge snelheid (alleen
compatibele eenheden). De camera schakelt automatisch
synchronisatie met hoge snelheid van het voorgordijn in
bij sluitertijden lager dan de fl itssynchronisatiesnelheid.
Gelijk aan 1E GORDIJN wanneer MULTI is geselecteerd voor
itsbedieningsmodus.
I
Zoom
De hoek van de verlichting (fl itsdekking) voor eenheden die
itszoom ondersteunen. Voor sommige eenheden kunnen
de aanpassingen vanaf de camera gemaakt worden. Als
AUTO is geselecteerd, wordt zoom automatisch aangepast
om de dekking aan te passen aan de brandpuntsafstand van
de lens.
206
10
Externe  itsers
Instelling
Instelling
Beschrijving
Beschrijving
J
Verlichting
Als de eenheid deze functie ondersteunt, kiest u uit:
J (FLASH VOEDINGSPRIOR.): Win bereik door de dekking
enigszins te verminderen.
K (STANDAARD): Stel dekking af op beeldhoek.
L (PRIOR. GELIJK BEREIK): Verhoog dekking enigszins voor
gelijkmatigere verlichting.
K
Master
Wijs de hoofdfl itser toe aan groep A (Gr A), B (Gr B) of C
(Gr C). Als OFF is geselecteerd, wordt de uitvoer van de
hoofdfl itser op een niveau gehouden dat de uiteindelijke
foto niet beïnvloed. Alleen beschikbaar als de eenheid op de
itsschoen van de camera is bevestigd als een hoofdfl itser
voor FUJIFILM optische draadloze fl itsbediening op afstand
in de modus TTL, TTL% of M.
K
Aantal  itsen
Kies het aantal keren dat de fl itser fl itst elke keer als de
ontspanknop wordt losgelaten in MULTI-modus.
L
Kanaal
Kies het kanaal dat wordt gebruikt door de hoofdfl itser
voor communicatie met de fl itsers op afstand. Afzonder-
lijke kanalen kunnen worden gebruikt voor verschillende
itssystemen of om interferentie te voorkomen als meerdere
systemen dicht bij elkaar werken.
L
Frequentie Kies de frequentie waarmee de fl itser fl itst in MULTI-modus.
207
Aansluitingen
208
11
HDMI-uitgang
Fotos nemen en afspelen is mogelijk via HDMI-apparaten.
Aansluiten op HDMI-apparaten
Sluit de camera aan op TV’s of andere HDMI-apparaten met
behulp van een HDMI-kabel van derden.
1
Schakel de camera uit.
2
Sluit de meegeleverde kabel zoals hieronder aangeduid aan.
Let op dat de connectors volledig in de aansluitingen worden
gestoken.
O
Gebruik een HDMI-kabel die niet langer is dan 1,5m.
3
Con gureer het apparaat voor HDMI-ingang zoals beschreven
in de documentatie meegeleverd met het apparaat.
4
Schakel de camera in. U kunt nu fotos nemen en afspelen
terwijl u op het televisiescherm kijkt en fotos opslaan op het
HDMI-apparaat.
O
De USB-kabel kan niet worden gebruikt terwijl er een HDMI-kabel is
aangesloten.
Plaats in HDMI-mi-
cro-aansluiting (Type D)
Plaats in
HDMI-connector
209
11
HDMI-uitgang
Fotograferen
Neem fotos en neem  lms op terwijl u de scène door de came-
ralens op het HDMI-apparaat bekijkt of beeldmateriaal opslaat
op het HDMI-apparaat.
Afspelen
Om het afspelen te starten, drukt u op de a-knop van de came-
ra. Het scherm van de camera wordt uitgeschakeld en fotos en
lms worden naar het HDMI-apparaat gezonden. Let erop dat
de volume-instelling van de camera geen invloed heeft op het
geluid dat door het televisietoestel wordt afgespeeld; gebruik
de volumeregeling van het televisietoestel om het volume aan
te passen.
O
Sommige televisies geven kort een zwart scherm weer wanneer het
afspelen van  lm begint.
210
11
Draadloze overdracht
Breng een draadloze LAN-verbinding tot stand tussen de
camera en de smartphone.
Voor downloads en andere informatie bezoekt u:
http://fujifilm-dsc.com/wifi/
Draadloze verbindingen: Smartphones
Installeer de “FUJIFILM Camera Remote”-app op uw smartphone
om door de afbeeldingen op de camera te bladeren, geselec-
teerde afbeeldingen te downloaden of locatiegegevens naar
de camera te kopiëren. Zodra de app is geïnstalleerd, verbindt
u met behulp van de opties A OPNAME-INSTELLINGEN>
DRAADLS COMMUNICT of C MENU VOOR HERBEKIJKEN>
DRAADLS COMMUNICT in de cameramenu’s.
211
11
Aansluiten op computers via USB
Sluit de camera aan op de computer om fotos te down-
loaden of op afstand fotos te nemen.
Tether-opname
Maak op afstand fotos.
Mac OS X/macOS
Tether-opname is beschikbaar voor kopers van Adobe®
Photoshop® Lightroom® en de FUJIFILM Tether Shooting PRO of
Tether Shooting plug-ins. De FUJIFILM Tether Shooting PRO en
Tether Shooting plug-ins zijn beschikbaar op de Adobe add-
ons-website.
Windows
Tether-opname is beschikbaar voor kopers van HS-V5 of
van Adobe® Photoshop® Lightroom® en de FUJIFILM Tether
Shooting PRO of Tether Shooting plug-ins. De FUJIFILM Tether
Shooting PRO en Tether Shooting plug-ins zijn beschikbaar op
de Adobe add-ons-website.
FUJIFILM X Acquire
Tethered shooting is ook beschikbaar voor gebruikers van FUJIFILM X Acquire,
dat gratis kan worden gedownload van de FUJIFILM-website.
212
11
Fotos naar een computer kopiëren
Fotos kunnen worden gekopieerd naar Windows en Mac OS X/
mac OS computers, zoals hieronder wordt beschreven. Voor
informatie over het gebruik van de beschreven software, zie de
online helpfunctie.
Windows
MyFinePix Studio kan worden gebruikt om fotos naar een com-
puter te kopiëren, waar ze kunnen worden opgeslagen, beke-
ken, geordend en afgedrukt. MyFinePix Studio is beschikbaar als
download via de volgende website:
http://fujifilm-dsc.com/mfs/
Wanneer het downloaden is voltooid, dubbelklikt u op het ge-
downloade bestand (“MFPS_Setup.EXE”) en volgt u de instruc-
ties op het scherm om de installatie te voltooien.
Mac OS X/macOS
Fotos kunnen worden gekopieerd naar uw computer met
behulp van Image Capture (meegeleverd met uw computer) of
andere software.
RAW-bestanden bekijken
Gebruik RAW FILE CONVERTER EX 2.0 om RAW-bestanden op uw computer te
bekijken, te downloaden via:
http://fujifilm-dsc.com/rfc/
213
11
Aansluiten op computers via USB
De camera aansluiten
1
Zoek een geheugenkaart met fotos die u naar de computer
wilt kopiëren en plaats de kaart in de camera.
O
Stroomverlies tijdens het kopiëren kan gegevensverlies of beschadi-
ging van de geheugenkaart tot gevolg hebben. Plaats een nieuwe
of volledig opgeladen batterij in de camera voordat u deze aansluit.
2
Schakel de camera uit en sluit een USB 3.0 of 2.0 kabel (beide
types kunnen worden gebruikt) van een derde partij aan, waar-
bij u oplet dat beide connectoren volledig zijn ingestoken.
O
Gebruik een USB 3.0-kabel voor hogere snelheden met computers
die USB 3.0 ondersteunen.
3
Schakel de camera in.
4
Kopieer fotos naar uw computer. Tijdens tethered shooting
kunt u fotos kopieren met behulp van tethered shooting-soft-
ware, zoals de FUJIFILM Tethered Shooting Plug-in PRO. Anders
kunt u MyFinePix Studio gebruiken of applicaties meegeleverd
met uw besturingssysteem.
5
Wanneer de overdracht is voltooid, schakelt u de camera uit en
ontkoppelt u de USB-kabel.
Micro USB (Micro-B)
USB 3.0
Micro USB (Micro-B)
USB 2.0
214
11
O
Als er een geheugenkaart wordt geplaatst waarop een groot aantal foto’s
staat, kan het enkele momenten duren voordat de software start en bent
u mogelijk niet in staat de fotos te importeren of op te slaan. Gebruik een
geheugenkaartlezer om de fotos over te zetten.
De USB-kabel mag niet langer dan 1,5m zijn en moet geschikt zijn voor
gegevensoverdracht. Sluit de camera rechtstreeks aan op de computer;
gebruik geen USB-hub of toetsenbord.
Koppel de USB-kabel niet los terwijl gegevens worden uitgewisseld
tussen de camera en de computer of plaats of verwijder geen geheugen-
kaarten tijdens het overdrachtproces. Het niet in acht nemen van deze
voorzorgsmaatregel kan resulteren in gegevensverlies of schade aan de
geheugenkaart.
Het kan in sommige gevallen gebeuren dat het niet mogelijk is om
toegang te verkrijgen tot fotos die opgeslagen zijn op een netwerkserver
door de software op dezelfde manier te gebruiken als men doet bij een
particuliere computer.
Bij het gebruik van diensten waarvoor een internetverbinding is vereist,
is de gebruiker verantwoordelijk voor alle door de telefoonmaatschappij
en/of internetprovider in rekening gebrachte kosten.
215
11
instax SHARE printers
Druk fotos af vanaf uw digitale camera naar instax SHARE
printers.
Een verbinding tot stand brengen
Selecteer D VERBINDING INSTELLING> VERB.INST. instax
PRNTR en voer de instax SHARE printernaam (SSID) en het
wachtwoord in.
De printernaam (SSID) en het wachtwoord
De printernaam (SSID) kan worden gevonden op
de onderkant van de printer; het standaardwacht-
woord is “1111”. Als u al een ander wachtwoord
heeft gekozen om af te drukken vanaf een smart-
phone, voer dat wachtwoord dan in.
216
11
instax SHARE printers
Fotos afdrukken
1
Schakel de printer in.
2
Selecteer C MENU VOOR
HERBEKIJKEN> AFDRUK. instax
PRINTER. De camera zal verbinding
maken met de printer.
FUJIFILM-CAMERA-1234
VERBINDEN MET PRINTER
ANNULEREN
AFDRUK. PRINTER
instax-12345678
N
Bij het afdrukken van een beeld van een serieopname geeft u het
beeld weer voordat u AFDRUK. instax PRINTER selecteert.
3
Gebruik de keuzeknop om de foto te
selecteren die u wilt afdrukken, en
druk vervolgens op MENU/OK.
100-0020
ZENDEN AFBREKEN
instax-12345678
AFDRUK. PRINTER
N
Fotos die zijn gemaakt met andere cameras kunnen niet worden
afgedrukt.
Het afdrukgebied is kleiner dan het gebied zichtbaar in het LCD-
scherm.
4
De foto wordt naar de printer gestuurd en het afdrukken start.
217
Technische notities
218
12
Accessoires van FUJIFILM
De volgende optionele accessoires zijn verkrijgbaar bij
FUJIFILM. Informeer bij uw lokale FUJIFILM-vertegenwoor-
diger naar de meest recente informatie over accessoires
die in uw regio leverbaar zijn of ga naar http://www.fujifilm.
com/products/digital_cameras/index.html.
Oplaadbare Li-ionbatterijen
Oplaadbare Li-ionbatterijen
NP-T125: Extra NP-T125 oplaadbare batterijen met hoge capaciteit
kunnen naar behoefte worden bijgekocht.
Batterijladers
Batterijladers
BC-T125: Vervangende batterijladers kunnen naar behoefte worden
bijgekocht.
Netstroomadapters
Netstroomadapters
AC-15V: Gebruik deze AC 100–240 V, 50/60 Hz AC-adapter voor
langdurig fotograferen en weergave, bij het kopiëren van fotos naar
een computer, of om de batterij op te laden in de camera of in de
optionele batterijgreep.
Afstandsontspanners
Afstandsontspanners
RR-90: Hiermee kunt u het schudden van de camera verminderen of
de sluiter open houden tijdens langdurige belichting.
Stereomicrofoons
Stereomicrofoons
MIC-ST1: Een externe microfoon voor fi lmopname.
FUJINON-lenzen
FUJINON-lenzen
GF-serie lenzen: Verwisselbare lenzen uitsluitend voor gebruik met
het FUJILFILM G-bevestigingspunt.
219
12
Accessoires van FUJIFILM
Verticale batterij grepen
Verticale batterij grepen
VG-GFX1: Deze handgreep ondersteunt een extra batterij voor een
grotere capaciteit en maakt het makkelijker de camera 90 ° gedraaid
te houden om fotos te kadreren in „staande (portret) richting. De
batterij in de greep kan worden opgeladen met behulp van een
optionele AC-15V AC adapter.
Kanteladapters
Kanteladapters
EVF-TL1: Met deze adapter kunt u de zoeker ± 45° naar links of naar
rechts of tussen 0° en 90° naar boven of naar beneden draaien om
fotos te maken vanuit verschillende hoeken.
Flitsers met schoenbevestiging
Flitsers met schoenbevestiging
EF-X500: Deze klikbare fl itser heeft een richtgetal van 50 (ISO 100, m)
en ondersteunt FP (synchronisatie met hoge snelheid), waardoor
deze gebruikt kan worden bij sluitertijden hoger dan de fl itssynchro-
nisatiesnelheid. Gevoed door vier AA-batterijen of een optionele
EF-BP1 batterij, ondersteunt handmatige en TTL-fl itsbediening en
automatische powerzoom binnen het bereik van 24–105mm (gelijk
aan 35mm formaat), met FUJIFILM optische draadloze fl itsbedie-
ning waardoor deze fl itser kan worden gebruikt als een hoofd- of
externe fl itser voor draadloze fl itsfotografi e op afstand. De fl itserkop
kan 90° naar boven, 10° naar beneden, 135° naar links of 180° naar
rechts worden gedraaid voor indirect fl itslicht.
EF-42: Deze klikbare fl itser (gevoed door vier AA-batterijen) beschikt
over een richtgetal van 42 (ISO 100, m) en ondersteunt handmatige
en TTL-fl itsbediening en automatische powerzoom binnen het bereik
van 24–105 mm (gelijk aan 35 mm formaat). De fl itserkop kan 90°
naar boven, 180° naar links of 120° naar rechts worden gedraaid voor
indirect fl itslicht.
EF-X20: Deze klikbare fl itser heeft een richtgetal van 20 (ISO 100, m).
Gevoed door twee AAA-batterijen, lichte, compacte eenheid voorzien
van een schijf voor het aanpassen van TTL-fl itscompensatie of handma-
tige fl itsoutput.
EF-20: Deze klikbare fl itser (gevoed door twee AA-batterijen)
beschikt over een richtgetal van 20 (ISO 100, m) en ondersteunt
TTL-fl itsbediening (handmatige fl itsbediening wordt niet onder-
steund). De fl itserkop kan 90° naar boven worden gedraaid voor
indirect fl itslicht.
220
12
Accessoires van FUJIFILM
Behuizingsdoppen
Behuizingsdoppen
BCP-002: Dek de lensbevestiging van de camera af wanneer er geen lens is bevestigd.
instax SHARE printers
instax SHARE printers
SP-1/SP-2: Aan te sluiten via draadloos LAN om fotos te kunnen afdrukken op instax
lm.
221
12
Voor uw veiligheid
Lees deze opmerkingen voordat u de camera gebruikt
Veiligheidsopmerkingen
Zorg ervoor dat u uw camera goed gebruikt. Lees voor gebruik deze veiligheidsopmerkingen en uw Gebruikershandlei-
ding zorgvuldig door.
Bewaar deze veiligheidsopmerkingen na het lezen op een veilige plaats.
Informatie over pictogrammen
De hieronder afgebeelde pictogrammen worden in deze gebruiksaanwijzing gebruikt om de ernst aan te geven van letsels
of schade die kan ontstaan als de betekenis van het pictogram niet in acht wordt genomen en het product ten gevolge
daarvan onjuist wordt gebruikt.
WAARSCHUWING
WAARSCHUWING
Dit pictogram geeft aan dat het niet opvolgen van instructies kan leiden tot ernstig of fataal
letsel.
ATTENTIE
ATTENTIE
Dit pictogram geeft aan dat het niet opvolgen van instructies kan leiden tot persoonlijk letsel of
materiële schade.
De hieronder afgebeelde pictogrammen geven de ernst van de gevolgen aan als de instructies niet worden nageleefd.
Driehoekige pictogrammen geven aan dat deze informatie uw aandacht behoeft (“Belangrijk”).
Cirkelvormige pictogrammen met een diagonale streep geven aan dat die handeling verboden is (“Verbo-
den”).
Opgevulde cirkels met een uitroepteken geven aan dat er een handeling moet worden verricht (“Vereist”).
WAARSCHUWING
WAARSCHUWING
Verwijder uit het
stopcontact
Als er een probleem ontstaat, schakel de camera dan uit, verwijder de batterij, koppel de netadapter van de camera
Als er een probleem ontstaat, schakel de camera dan uit, verwijder de batterij, koppel de netadapter van de camera
los en haal deze uit het stopcontact.
los en haal deze uit het stopcontact. Het blijven gebruiken van de camera als deze rook of een ongewone geur
verspreidt of wanneer de camera een ander gebrek vertoont, kan brand of een elektrische schok tot gevolg
hebben. Neem contact op met uw FUJIFILM-dealer.
Laat geen water of andere vreemde voorwerpen de camera binnendringen.
Laat geen water of andere vreemde voorwerpen de camera binnendringen. Als water of andere vreemde voorwer-
pen in de camera terechtkomen, schakel de camera uit, verwijder de batterij, koppel de netstroomadapter
los en trek deze uit het stopcontact. Het blijven gebruiken van de camera kan brand of een elektrische schok
veroorzaken. Neem contact op met uw FUJIFILM-dealer.
Niet in de
badkamer of douche
gebruiken
Gebruik de camera niet in de badkamer of douche.
Gebruik de camera niet in de badkamer of douche. Dit kan brand of een elektrische schok veroorzaken.
Haal het apparaat
niet uit elkaar
Probeer nooit de camera te demonteren of te modi ceren (open nooit de behuizing).
Probeer nooit de camera te demonteren of te modi ceren (open nooit de behuizing). Het niet in acht nemen van deze
voorzorgsmaatregel kan brand of een elektrische schok tot gevolg hebben.
Raak geen interne
onderdelen aan
Mocht de behuizing openbreken door een val of ander ongeluk, raak de blootliggende onderdelen dan niet aan.
Mocht de behuizing openbreken door een val of ander ongeluk, raak de blootliggende onderdelen dan niet aan. Het niet
in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan een elektrische schok of letsel door het aanraken van bescha-
digde onderdelen tot gevolg hebben. Verwijder onmiddellijk de batterij en pas op voor letsel of een elektrische
schok. Breng het product naar het verkooppunt voor advies.
Het verbindingssnoer mag niet worden aangepast, verwarmd, overmatig gedraaid of uitgerekt en er mogen geen zware
Het verbindingssnoer mag niet worden aangepast, verwarmd, overmatig gedraaid of uitgerekt en er mogen geen zware
voorwerpen op worden geplaatst.
voorwerpen op worden geplaatst. Deze handelingen zouden het snoer kunnen beschadigen en brand of een
elektrische schok kunnen veroorzaken. Neem contact op met uw FUJIFILM-dealer als het snoer beschadigd is.
Plaats de camera niet op een onstabiele ondergrond.
Plaats de camera niet op een onstabiele ondergrond. Hierdoor kan de camera vallen of kantelen en letsel
veroorzaken.
Probeer nooit foto's te maken als u in beweging bent.
Probeer nooit foto's te maken als u in beweging bent. Gebruik de camera niet tijdens het wandelen of als u in een
auto rijdt. Dit kan leiden tot een val of een verkeersongeluk.
222
12
WAARSCHUWING
WAARSCHUWING
Raak tijdens onweer de metalen onderdelen van de camera niet aan.
Raak tijdens onweer de metalen onderdelen van de camera niet aan. Dit kan tot een elektrische schok leiden door
de ladingsoverdracht van een blikseminslag.
Gebruik de batterij niet voor andere doeleinden dan waarvoor deze bedoeld is.
Gebruik de batterij niet voor andere doeleinden dan waarvoor deze bedoeld is. Plaats de batterij zoals aangeduid
door de merktekens.
Probeer de batterijen niet te demonteren, aan te passen of te verhitten. Laat de batterijen niet vallen, sla niet tegen ze
Probeer de batterijen niet te demonteren, aan te passen of te verhitten. Laat de batterijen niet vallen, sla niet tegen ze
aan, gooi ze niet en stel ze niet op een andere manier bloot aan hevige schokken. Gebruik geen batterijen die tekenen van
aan, gooi ze niet en stel ze niet op een andere manier bloot aan hevige schokken. Gebruik geen batterijen die tekenen van
lekkage, vervorming, verkleuring of andere onregelmatigheden vertonen. Gebruik alleen aangewezen laders om oplaadbare
lekkage, vervorming, verkleuring of andere onregelmatigheden vertonen. Gebruik alleen aangewezen laders om oplaadbare
batterijen op te laden en probeer niet om niet-oplaadbare Li-ion of alkaline batterijen op te laden. Laat de batterijen niet
batterijen op te laden en probeer niet om niet-oplaadbare Li-ion of alkaline batterijen op te laden. Laat de batterijen niet
kortsluiten en bewaar ze niet samen met metalen objecten.
kortsluiten en bewaar ze niet samen met metalen objecten.
Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregelen
kan ertoe leiden dat de batterijen oververhit raken, vlam vatten, scheuren of gaan lekken, wat kan leiden tot
brand, brandwonden of ander letsel.
Gebruik uitsluitend batterijen of netstroomadapters die voor gebruik met deze camera goedgekeurd zijn. Gebruik geen
Gebruik uitsluitend batterijen of netstroomadapters die voor gebruik met deze camera goedgekeurd zijn. Gebruik geen
andere spanning dan de vermelde voedingsspanning.
andere spanning dan de vermelde voedingsspanning. Het gebruik van andere spanningsbronnen kan tot brand
leiden.
Als de batterij lekt en vloeistof in contact komt met uw ogen, huid of kleding, spoelt u het betre ende gebied onmiddel-
Als de batterij lekt en vloeistof in contact komt met uw ogen, huid of kleding, spoelt u het betre ende gebied onmiddel-
lijk met schoon stromend water af en zoekt u medische hulp of belt u onmiddellijk het alarmnummer.
lijk met schoon stromend water af en zoekt u medische hulp of belt u onmiddellijk het alarmnummer.
Gebruik de lader niet om andere batterijen dan hier vermeld op te laden.
Gebruik de lader niet om andere batterijen dan hier vermeld op te laden. De meegeleverde lader is uitsluitend voor
gebruik met het type batterij dat met de camera wordt meegeleverd. Als u de lader gebruikt om gewone
batterijen of andere types oplaadbare batterijen op te laden, dan kan dit leiden tot lekkage, oververhitting of
een explosie.
Het gebruik van een  itser te dicht bij de ogen van een persoon kan visuele beperking veroorzaken.
Het gebruik van een  itser te dicht bij de ogen van een persoon kan visuele beperking veroorzaken. Let bijzonder goed
op bij het fotograferen van baby's en kleine kinderen.
Vermijd langdurig contact met warme oppervlakken.
Vermijd langdurig contact met warme oppervlakken. Als u deze waarschuwing negeert, kan dit leiden tot brandwonden
door lage temperaturen, met name bij hoge omgevingstemperaturen of bij gebruikers die last hebben van een slechte
bloedsomloop of verminderd gevoel, in welk geval het gebruik van een statief of dergelijke voorzorgsmaatregelen
worden aanbevolen.
Zorg ervoor dat terwijl het product aan is, geen enkel deel van het lichaam in contact blijft met het product gedurende langere
Zorg ervoor dat terwijl het product aan is, geen enkel deel van het lichaam in contact blijft met het product gedurende langere
periodes.
periodes. Als u deze waarschuwing negeert, kan dit leiden tot brandwonden door lage temperaturen, met name tijdens
langdurig gebruik, bij hoge omgevingstemperaturen, of bij gebruikers die last hebben van een slechte bloedsomloop of
verminderd gevoel, in welk geval het gebruik van een statief of dergelijke voorzorgsmaatregelen worden aanbevolen.
Niet gebruiken in de aanwezigheid van ontvlambare voorwerpen, explosieve gassen of stof.
Niet gebruiken in de aanwezigheid van ontvlambare voorwerpen, explosieve gassen of stof.
Als u de batterij bij u draagt, plaatst u deze in de digitale camera of bewaart u de batterij in de harde tas. Als u de batterij
Als u de batterij bij u draagt, plaatst u deze in de digitale camera of bewaart u de batterij in de harde tas. Als u de batterij
wilt opbergen, bergt u deze op in de harde tas. Als u de batterijen wegbrengt voor recycling, bedekt u de polen met
wilt opbergen, bergt u deze op in de harde tas. Als u de batterijen wegbrengt voor recycling, bedekt u de polen met
isolatietape.
isolatietape. Door contact met andere batterijen of metalen voorwerpen kan de batterij in brand vliegen of
ontploff en.
Houd geheugenkaarten,  itsschoenen en andere kleine onderdelen buiten het bereik van kleine kinderen.
Houd geheugenkaarten,  itsschoenen en andere kleine onderdelen buiten het bereik van kleine kinderen. Kinderen kunnen
kleine onderdelen inslikken; buiten het bereik van kinderen bewaren. Mocht een kind een klein onderdeel inslikken,
raadpleeg dan een arts of bel het alarmnummer.
Bewaar buiten het bereik van kleine kinderen.
Bewaar buiten het bereik van kleine kinderen. Onder de onderdelen die letsel kunnen veroorzaken zijn de
draagriem, die verstrikt rond de nek van een kind kan raken, wat verstikking tot gevolg kan hebben, en de
itser, die een visuele beperking kan veroorzaken.
Volg de instructies van luchtvaart- en ziekenhuispersoneel op.
Volg de instructies van luchtvaart- en ziekenhuispersoneel op. Dit product genereert radiofrequentie-emissies die
kunnen interfereren met navigatie- of medische apparatuur.
ATTENTIE
ATTENTIE
Gebruik de camera niet op plaatsen met oliedampen, stoom, vochtigheid of stof.
Gebruik de camera niet op plaatsen met oliedampen, stoom, vochtigheid of stof. Dit kan brand of een elektrische
schok veroorzaken.
Laat de camera niet achter op plaatsen die aan extreem hoge temperaturen zijn blootgesteld.
Laat de camera niet achter op plaatsen die aan extreem hoge temperaturen zijn blootgesteld. Laat de camera niet
achter in afgesloten ruimtes zoals in een afgesloten voertuig of in direct zonlicht. Dit kan brand veroorzaken.
Plaats geen zware voorwerpen op de camera.
Plaats geen zware voorwerpen op de camera. Hierdoor kan het zware voorwerp vallen of kantelen en letsel
veroorzaken.
223
12
Voor uw veiligheid
ATTENTIE
ATTENTIE
Verplaats de camera niet terwijl deze nog steeds met het netsnoer verbonden is.
Verplaats de camera niet terwijl deze nog steeds met het netsnoer verbonden is. Trek niet aan het snoer om de
netstroomadapter te verwijderen. Dit kan het netsnoer of de kabels beschadigen en brand of een elektrische
schok veroorzaken.
Bedek de camera en de netstroomadapter niet en wikkel deze niet in een doek of deken.
Bedek de camera en de netstroomadapter niet en wikkel deze niet in een doek of deken. Hierdoor kan de temperatuur
te hoog oplopen waardoor de behuizing vervormt of waardoor er brand ontstaat.
Als u de camera reinigt of u de camera voor langere tijd niet van plan bent te gebruiken, verwijdert u de batterij en
Als u de camera reinigt of u de camera voor langere tijd niet van plan bent te gebruiken, verwijdert u de batterij en
koppelt u de netstroomadapter los.
koppelt u de netstroomadapter los. Doet u dit niet, dan kan dit leiden tot brand of een elektrische schok.
Na het opladen dient u de lader uit het stopcontact te verwijderen.
Na het opladen dient u de lader uit het stopcontact te verwijderen. Er kan brand ontstaan als u de lader in het
stopcontact laat zitten.
Bij het verwijderen van een geheugenkaart kan de kaart te snel uit de sleuf schieten. Gebruik uw vinger om deze tegen te
Bij het verwijderen van een geheugenkaart kan de kaart te snel uit de sleuf schieten. Gebruik uw vinger om deze tegen te
houden en laat de kaart zachtjes los.
houden en laat de kaart zachtjes los. Bij het eruit schieten van de kaart kan letsel ontstaan.
Laat uw camera van binnen regelmatig nakijken en schoonmaken.
Laat uw camera van binnen regelmatig nakijken en schoonmaken. Een ophoping van stof in uw camera kan tot brand of
een elektrische schok leiden. Neem contact op met uw FUJIFILM-dealer om de camera om de twee jaar van binnen te
laten reinigen. Dit is echter niet gratis.
Explosiegevaar wanneer de batterij op onjuiste wijze vervangen wordt. Vervang de batterij alleen met hetzelfde of een
Explosiegevaar wanneer de batterij op onjuiste wijze vervangen wordt. Vervang de batterij alleen met hetzelfde of een
soortgelijk type.
soortgelijk type.
De batterij en voedingsbron
Opmerking: Controleer welk type batterijen in uw camera wordt gebruikt en lees de relevante paragrafen aandachtig door.
Waarschuwing: Batterijen mogen niet worden blootgesteld aan overmatige warmte, zoals zonlicht, vuur of dergelijke.
Dit gedeelte beschrijft hoe u de batterijen moet hanteren zodat ze zo lang mogelijk meegaan. Verkeerd gebruik kan de
levensduur verkorten of lekkage, oververhitting en ontploffi ng van de batterij tot gevolg hebben.
Li-ionbatterijen
Li-ionbatterijen
Dit gedeelte is van toepassing als in uw camera een oplaadbare Li-ionbatterij wordt gebruikt.
De batterij is bij verscheping uit de fabriek niet opgeladen. Laad de batterij vóór gebruik op. Laat de batterij in het compar-
timent zitten wanneer u de camera niet gebruikt.
Opmerkingen over de batterij
Opmerkingen over de batterij
Een batterij die niet wordt gebruikt, verliest langzaam haar lading. Laad de batterij een of twee dagen vóór gebruik op.
De levensduur van de batterij kan worden verlengd door de camera uit te schakelen wanneer hij niet wordt gebruikt.
De capaciteit van de batterij neemt bij lage temperaturen af; een lege batterij werkt vaak niet wanneer het koud is. Bewaar
een volledig opgeladen reservebatterij op een warme plaats en verwissel de batterij wanneer dat nodig is; of bewaar de
batterij in een van uw zakken en plaats de batterij pas vlak voordat u gaat fotograferen in de camera. Voorkom dat de
batterij in direct contact komt met handenwarmers of andere verwarmingsapparaten.
De batterij opladen
De batterij opladen
Laad de batterij op met de meegeleverde batterijlader.
De laadtijd neemt toe wanneer de omgevingstemperatuur lager
is dan +10 °C of hoger is dan +35 °C.
Probeer de batterij nooit op te laden bij temperaturen boven +40 °C; opladen is niet
mogelijk bij temperaturen onder +5 °C.
Probeer nooit een volledig opgeladen batterij op te laden. De batterij hoeft echter ook niet volledig ontladen te zijn om te
worden opgeladen.
De batterij kan onmiddellijk na het opladen en tijdens gebruik enigszins warm aanvoelen. Dit is normaal.
Levensduur van de batterij
Levensduur van de batterij
Bij normale temperaturen kan de batterij minimaal 300 keer worden opgeladen. Wanneer de batterij steeds minder lang
haar lading kan vasthouden, is dat een indicatie dat het einde van de levensduur van de batterij is bereikt en dat de batterij
moet worden vervangen.
Opslag
Opslag
De prestatie van de batterij kan verslechteren als de batterij gedurende langere perioden in volledig opgeladen toestand
ongebruikt blijft. Ontlaad de batterij volledig voordat u deze opbergt.
Wanneer de camera gedurende langere tijd niet zal worden gebruikt, neem dan de batterij uit de camera en bewaar de
batterij op een droge plaats met een omgevingstemperatuur van +15 °C tot +25 °C. Bewaar de batterij niet op plaatsen
waar de batterij wordt blootgesteld aan extreme temperaturen.
224
12
Attentie: De batterij hanteren
Attentie: De batterij hanteren
Bewaar of vervoer de batterij niet samen met metalen voorwerpen zoals kettinkjes of haarspelden.
Stel de batterij niet bloot aan vuur of hoge temperaturen.
Probeer de batterij niet te demonteren of te modifi ceren.
Laad de batterij alleen op met de voorgeschreven batterijladers.
Verwijder een versleten batterij onmiddellijk.
Laat de batterij niet vallen en stel deze niet bloot aan schokken.
Stel de batterij niet bloot aan water.
Houd de polen van de batterij altijd schoon.
De batterij en de camera kunnen onmiddellijk na het opladen en tijdens gebruik enigszins warm aanvoelen. Dit is
normaal.
Attentie: Afvalverwijdering
Attentie: Afvalverwijdering
Lever lege batterijen in volgens de plaatselijke regels voor klein chemisch afval. Er moet gelet worden op milieu-aspecten
bij het weggooien van batterijen. Gebruik het apparaat bij een gematigde temperatuur.
Netstroomadapters (los verkrijgbaar)
Netstroomadapters (los verkrijgbaar)
Gebruik uitsluitend FUJIFILM-netstroomadapters die voor gebruik met deze camera goedgekeurd zijn. Andere adapters
kunnen de camera beschadigen.
Gebruik de netstroomadapter uitsluitend binnenshuis.
Zorg ervoor dat de DC-stekker goed op de camera wordt aangesloten.
Schakel de camera uit voordat u de netstroomadapter afkoppelt. Koppel de adapter af door aan de stekker te trekken
i.p.v. aan het snoer.
Gebruik de netstroomadapter niet met andere apparaten.
Haal het apparaat niet uit elkaar.
Stel de adapter niet bloot aan hoge temperaturen en vocht.
Stel de adapter niet bloot aan sterke schokken.
Tijdens gebruik kan de netstroomadapter warm aanvoelen. Dit is normaal.
Wanneer de netstroomadapter de radio-ontvangst verstoort, moet de antenne opnieuw gericht of verplaatst worden.
De camera gebruiken
Richt de camera niet op extreem heldere lichtbronnen, zoals de zon bij een onbewolkte lucht. Het niet in acht nemen
van deze voorzorgsmaatregel kan schade aan de beeldsensor van de camera toebrengen.
Fel zonlicht gefocust door de zoeker kan het paneel van de elektronische zoeker (EVF) beschadigen. Richt de elektroni-
sche zoeker niet op de zon.
Maak proefopnamen
Maak proefopnamen
Voordat u fotos gaat maken van belangrijke gebeurtenissen (zoals een huwelijk of reis), kunt u het beste enkele testopna-
men maken en bekijken zodat u zeker weet dat de camera goed werkt. FUJIFILM Corporation aanvaardt geen aansprake-
lijkheid voor schade of inkomstenderving voortkomend uit het niet goed functioneren van het product.
Opmerkingen over auteursrechten
Opmerkingen over auteursrechten
Opnamen gemaakt met uw digitale camerasysteem mogen zonder toestemming van de eigenaar niet worden gebruikt
op een manier die de copyrightwetten overtreedt, tenzij deze uitsluitend voor privégebruik bedoeld zijn. Er zijn bepaalde
beperkingen van toepassing bij het fotograferen van optredens op podia, evenementen en tentoonstellingen, zelfs
wanneer de fotos alleen voor privégebruik bestemd zijn. De gebruiker wordt er ook op gewezen dat het overdragen van
een geheugenkaart die fotos of gegevens bevat die onder de copyrightwetten vallen, uitsluitend toegestaan is binnen de
beperkingen opgelegd door de regelgeving in het kader van deze auteursrechten.
Hantering
Hantering
Stel de camera tijdens het maken en opslaan van foto’s niet bloot aan schokken om correcte opnames te garanderen.
225
12
Voor uw veiligheid
Vloeibare kristallen
Vloeibare kristallen
In geval van beschadiging van het scherm moet de uiterste zorg worden betracht en ieder contact met de vloeibare
kristallen worden vermeden. Neem onmiddellijk maatregelen als een van de volgende situaties zich voordoet:
Als vloeibare kristallen met uw huid in aanraking komen, moet de betreff ende plek onmiddellijk met een doek worden
schoongemaakt en vervolgens met veel stromend water en zeep worden gewassen.
Als vloeibare kristallen in contact komen met de ogen, moeten de ogen onmiddellijk gedurende minimaal 15 minuten met
schoon stromend water worden uitgespoeld en moet medische hulp worden ingeroepen.
Als vloeibare kristallen worden ingeslikt, moet de mond met veel schoon stromend water worden gespoeld. Drink grote
hoeveelheden water en probeer over te geven, raadpleeg daarna een arts.
Hoewel het LCD-scherm met geavanceerde precisietechnologie is gefabriceerd, kan het scherm pixels bevatten die altijd
zijn verlicht of nooit zijn verlicht. Dit is geen defect. Beelden opgenomen met dit product worden niet beïnvloed.
Informatie over handelsmerken
Informatie over handelsmerken
Digital Split Image is een handelsmerk of geregistreerd handelsmerk van FUJIFULM Corporation. xD-Picture Card en
E zijn handelsmerken van FUJIFILM Corporation. De hierin gebruikte lettertypen zijn uitsluitend ontwikkeld door
DynaComware Taiwan Inc. Macintosh, Mac OS en macOS en zijn in de Verenigde Staten en andere landen gedeponeerde
handelsmerken van Apple Inc. Windows is een geregistreerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de Verenigde
Staten en andere landen. Adobe, het Adobe-logo, Photoshop en Lightroom zijn handelsmerken of geregistreerde
handelsmerken van Adobe Systems Incorporated in de Verenigde Staten en andere landen. Wi-Fi® en Wi-Fi Protected
Setup® zijn geregistreerde handelsmerken van Wi-Fi Alliance. De SDHC- en SDXC-logo’s zijn handelsmerken van SD-3C,
LLC. Het HDMI-logo is een handelsmerk. Alle andere handelsnamen genoemd in deze handleiding zijn de handelsmerken
of geregistreerde handelsmerken van hun respectieve eigenaars.
Elektrische interferentie
Elektrische interferentie
Deze camera kan medische en luchtvaartapparatuur verstoren. Vraag in het ziekenhuis of bij de luchtvaartmaatschappij
om toestemming voordat u uw camera in een ziekenhuis of vliegtuig gebruikt.
Kleurentelevisiesystemen
Kleurentelevisiesystemen
NTSC (National Television System Committee) is een kleurentelevisiesysteem dat vooral in de Verenigde Staten, Canada en
Japan wordt gebruikt. PAL (Phase Alternation by Line) is een kleurentelevisiesysteem dat vooral in Europa en China wordt
gebruikt.
Exif Print (Exif Versie. 2.3)
Exif Print (Exif Versie. 2.3)
Exif Print is een recentelijk herzien bestandsformaat voor digitale camera’s waarin samen met de foto informatie wordt
opgeslagen over de manier waarop tijdens het afdrukken de optimale kleurenreproductie kan worden bereikt.
BELANGRIJKE MEDEDELING: Lezen alvorens de software te gebruiken
Direct of indirect exporteren, in zijn geheel of gedeeltelijk, van software met een licentie zonder de toestemming van de
van toepassing zijnde bestuursorganen is verboden.
226
12
OPMERKINGEN
Stel het apparaat niet bloot aan regen of vocht om gevaar voor brand en een schok te voorkomen.
Lees eerst de “Veiligheidsopmerkingen” en zorg dat u deze begrijpt voordat u de camera gebruikt.
Voor klanten in Canada
Voor klanten in Canada
CAN ICES-3 (B)/NMB-3(B)
ATTENTIE: Dit Klasse B digitale apparaat voldoet aan de Canadese norm ICES-003.
Verklaring Industry Canada: Dit apparaat voldoet aan de RSS-normen van Industry Canada voor vergunningsvrije appara-
ten. De werking is onderhevig aan de volgende twee voorwaarden: (1)Dit apparaat mag geen interferentie veroorzaken,
en (2)Dit apparaat moet elke interferentie accepteren, inclusief interferentie die ongewenste werking van het apparaat
kan veroorzaken.
Dit apparaat en zijn antenne(s) mogen niet samen geplaatst worden of worden opgesteld in combinatie met een andere
antenne of zender, behalve geteste ingebouwde radio’s. De functie Landcodeselectie is uitgeschakeld voor producten die
in de VS/Canada op de markt gebracht worden.
Verklaring over blootstelling aan straling: De beschikbare wetenschappelijke gegevens tonen niet aan dat eventuele ge-
zondheidsproblemen in verband worden gebracht met het gebruik van draadloze apparatuur met laag vermogen. Het is
echter niet bewezen dat deze draadloze apparatuur met laag vermogen absoluut veilig is. Draadloze apparatuur met laag
vermogen zenden lage niveaus van radiofrequentie-energie (RF) uit in het microgolfbereik tijdens gebruik. Terwijl hoge
niveaus van RF gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid (door verhitting van celweefsel), veroorzaakt blootstelling
aan lage RF-niveaus die geen verhittingseff ecten produceren, geen bekende nadelige gevolgen voor de gezondheid.
Veel studies over blootstelling aan lage RF-niveaus hebben geen biologische eff ecten aangetoond. Sommige studies sug-
gereerden dat er bepaalde biologische eff ecten kunnen optreden, maar dergelijke bevindingen zijn niet bevestigd door
aanvullend onderzoek. GFX50S is getest en voldoet aan de IC stralingsblootstellingslimieten voor een ongecontroleerde
omgeving en aan RSS-102 van de regels voor blootstelling aan IC radiofrequentie (RF).
Verwijdering van elektrische en elektronische apparatuur in particuliere huishoudens
Verwijdering van elektrische en elektronische apparatuur in particuliere huishoudens
In de Europese Unie, Noorwegen, IJsland en Liechtenstein: Dit symbool op het product of in de handleiding en
in de garantievoorwaarden en/of op de verpakking duidt aan dat dit product niet als huishoudelijk afval mag
worden behandeld. In plaats daarvan moet het apparaat bij een inzamelpunt voor recycling van elektrische en
elektronische apparatuur worden ingeleverd.
Door dit product op de juiste wijze weg te gooien helpt u potentiële negatieve gevolgen voor het milieu en
de gezondheid van de mens voorkomen. Onjuiste verwerking van dit product kan het milieu schaden.
Dit symbool op de batterijen of accu’s duidt aan dat deze batterijen niet als huishoudelijk afval mogen worden
behandeld.
Als uw apparaat eenvoudig verwijderbare batterijen of accus bevat, dient u deze overeenkomstig de lokale
regels afzonderlijk in te leveren.
De recycling van materialen helpt bij het behoud van natuurlijke bronnen. Neem contact op met uw gemeente, uw
inzamelpunt voor het inleveren van huishoudelijk afval of de winkel waar u het product hebt gekocht voor meer gedetail-
leerde informatie over recycling van dit product.
In landen buiten de Europese Unie, Noorwegen, IJsland en Liechtenstein: Neem contact op met uw gemeente en vraag naar
de juiste wijze waarop u dit product inclusief batterijen of accu’s dient weg te gooien.
In Japan: Dit symbool op de batterijen duidt aan dat ze afzonderlijk weggegooid moeten worden.
227
12
Voor uw veiligheid
Lees deze opmerkingen voordat u de camera gebruikt
Veiligheidsopmerkingen
Zorg ervoor dat u de lens goed gebruikt. Lees voor gebruik deze veiligheidsopmerkingen en de Gebruikershandleiding
van de camera zorgvuldig door.
Bewaar deze veiligheidsopmerkingen na het lezen op een veilige plaats.
Informatie over pictogrammen
De hieronder afgebeelde pictogrammen worden in deze gebruiksaanwijzing gebruikt om de ernst aan te geven van letsels
of schade die kan ontstaan als de betekenis van het pictogram niet in acht wordt genomen en het product ten gevolge
daarvan onjuist wordt gebruikt.
WAARSCHUWING
WAARSCHUWING
Dit pictogram geeft aan dat het niet opvolgen van instructies kan leiden tot ernstig of fataal
letsel.
ATTENTIE
ATTENTIE
Dit pictogram geeft aan dat het niet opvolgen van instructies kan leiden tot persoonlijk letsel of
materiële schade.
De hieronder afgebeelde pictogrammen geven de ernst van de gevolgen aan als de instructies niet worden nageleefd.
Driehoekige pictogrammen geven aan dat deze informatie uw aandacht behoeft (“Belangrijk”).
Cirkelvormige pictogrammen met een diagonale streep geven aan dat die handeling verboden is (“Verbo-
den”).
Opgevulde cirkels met een uitroepteken geven aan dat er een handeling moet worden verricht (“Vereist”).
WAARSCHUWING
WAARSCHUWING
Niet onderdompelen
Niet onderdompelen in of blootstellen aan water.
Niet onderdompelen in of blootstellen aan water. Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan brand
of een elektrische schok tot gevolg hebben.
Haal het apparaat
niet uit elkaar
Haal het apparaat niet uit elkaar (maak de behuizing niet open).
Haal het apparaat niet uit elkaar (maak de behuizing niet open). Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatre-
gel kan brand, een elektrische schok of letsel door een defect product tot gevolg hebben.
Raak geen interne
onderdelen aan
Mocht de behuizing openbreken door een val of ander ongeluk, raak de blootliggende onderdelen dan niet aan.
Mocht de behuizing openbreken door een val of ander ongeluk, raak de blootliggende onderdelen dan niet aan. Het
niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan een elektrische schok of letsel door het aanraken van
beschadigde onderdelen tot gevolg hebben. Verwijder onmiddellijk de batterij en pas op voor letsel of een
elektrische schok. Breng het product naar het verkooppunt voor advies.
Plaats niet op onstabiele oppervlakken.
Plaats niet op onstabiele oppervlakken. Het product kan vallen, wat letsel tot gevolg kan hebben.
Kijk niet in de zon door de zoekers van de lens of camera.
Kijk niet in de zon door de zoekers van de lens of camera. Het niet in acht nemen van deze waarschuwing kan
permanent oogletsel tot gevolg hebben.
228
12
ATTENTIE
ATTENTIE
Niet gebruiken of bewaren op plaatsen blootgesteld aan stoom of rook of zeer vochtige of uitermate sto ge plaatsen.
Niet gebruiken of bewaren op plaatsen blootgesteld aan stoom of rook of zeer vochtige of uitermate sto ge plaatsen.
Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan brand of een elektrische schok tot gevolg hebben.
Laat niet in direct zonlicht liggen of op plaatsen die onderhevig zijn aan zeer hoge temperaturen, zoals in een afgesloten
Laat niet in direct zonlicht liggen of op plaatsen die onderhevig zijn aan zeer hoge temperaturen, zoals in een afgesloten
voertuig op een zonnige dag.
voertuig op een zonnige dag. Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan brand tot gevolg hebben.
Houd buiten het bereik van kleine kinderen.
Houd buiten het bereik van kleine kinderen. In de handen van kinderen kan dit product letsel veroorzaken.
Hanteer niet met natte handen.
Hanteer niet met natte handen. Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan een elektrische schok
tot gevolg hebben.
Houd de zon uit het beeld bij het fotograferen van onderwerpen met tegenlicht.
Houd de zon uit het beeld bij het fotograferen van onderwerpen met tegenlicht. Zonlicht dat wordt scherpgesteld
in de camera wanneer de zon zich in het beeld of vlakbij het beeld bevindt, kan brand of brandwonden
veroorzaken.
Wanneer het product niet in gebruik is, plaats de lensdoppen dan terug en bewaar het product niet in direct zonlicht.
Wanneer het product niet in gebruik is, plaats de lensdoppen dan terug en bewaar het product niet in direct zonlicht.
Zonlicht dat wordt scherpgesteld door de lens kan brand of brandwonden tot gevolg hebben.
Draag de camera of lens niet terwijl deze op een statief is bevestigd.
Draag de camera of lens niet terwijl deze op een statief is bevestigd. Het product kan vallen of andere voorwerpen
raken, wat letsel tot gevolg kan hebben.
Opmerking voor Europese regelgeving
Opmerking voor Europese regelgeving
Dit product voldoet aan de volgende EU-richtlijnen:
RoHS-richtlijn 2011/65/EU
RE-richtlijn 2014/53/EU
Hierbij verklaar ik, FUJIFILM Corporation, dat het type radioapparatuur FF160005 conform is met Richtlijn 2014/53/EU.
De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres:
http://www.fujifilm.com/products/digital_cameras/gfx/fujifilm_gfx_50s/pdf/index/fujifilm_gfx_50s_cod.pdf
Deze conformiteit wordt aangegeven door de volgende conformiteitsmarkering op het product:
Deze markering is geldig voor niet-Telecom-producten en EU-geharmoniseerde Telecom-producten (bijvoorbeeld
Bluetooth).
BELANGRIJK: Lees eerst de volgende mededelingen alvorens de ingebouwde draadloze zender van de camera te gebruiken.
Q Dit product, dat een coderingsfunctie bevat die in de Verenigde Staten is ontwikkeld, wordt gecontroleerd door de
United States Export Administration Regulations en mag niet worden geëxporteerd of opnieuw worden geëxporteerd
naar landen waarvoor in de Verenigde Staten een handelsembargo geldt.
Alleen gebruiken als onderdeel van een draadloos netwerk.
Alleen gebruiken als onderdeel van een draadloos netwerk. FUJIFILM aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade als
gevolg van ongeoorloofd gebruik. Niet gebruiken in toepassingen die een hoge mate van betrouwbaarheid vereisen,
bijvoorbeeld in medische apparatuur of andere systemen die direct of indirect invloed hebben op een mensenleven.
Bij gebruik van het apparaat in een computer en andere systemen die een grotere mate van betrouwbaarheid eisen,
moeten alle noodzakelijke voorzorgsmaatregelen worden genomen om de veiligheid te garanderen en een defect te
voorkomen.
Alleen gebruiken in het land waar het apparaat werd aangeschaft.
Alleen gebruiken in het land waar het apparaat werd aangeschaft. Dit apparaat voldoet aan de voorschriften met betrekking
tot draadloze netwerkapparaten in het land waar het werd aangeschaft. Neem alle lokale voorschriften in acht bij het
gebruik van het apparaat. FUJIFILM aanvaardt geen aansprakelijkheid voor problemen die voortvloeien uit het gebruik in
andere rechtsgebieden.
Draadloze gegevens (afbeeldingen) kunnen worden onderschept door derden.
Draadloze gegevens (afbeeldingen) kunnen worden onderschept door derden. De beveiliging van gegevens verzonden via
draadloze netwerken kan niet worden gegarandeerd.
Gebruik het apparaat niet op plaatsen die onderhevig zijn aan magnetische velden, statische elektriciteit of radio-interferentie.
Gebruik het apparaat niet op plaatsen die onderhevig zijn aan magnetische velden, statische elektriciteit of radio-interferentie. Ge-
bruik de zender niet in de nabijheid van magnetrons of op andere plaatsen die onderhevig zijn aan magnetische velden,
statische elektriciteit of radio-interferentie, waardoor ontvangst van draadloze signalen mogelijk wordt voorkomen.
Wederzijdse interferentie kan zich voordoen als de zender in de nabijheid van andere draadloze apparaten in de 2,4GHz
band wordt gebruikt.
De draadloze zender werkt in de 2,4GHz band met behulp van DSSS- en OFDM-modulatie.
De draadloze zender werkt in de 2,4GHz band met behulp van DSSS- en OFDM-modulatie.
229
12
Voor uw veiligheid
Draadloze netwerkapparaten: Attentie
Dit apparaat werkt op dezelfde frequentie als commerciële, educatieve en medische apparaten en draadloze zenders.
Dit apparaat werkt op dezelfde frequentie als commerciële, educatieve en medische apparaten en draadloze zenders. Het werkt
tevens op dezelfde frequentie als zenders met een licentie en speciale laagspanningzenders zonder licentie die in
RFID-trackingsystemen voor lopende banden en in andere vergelijkbare toepassingen worden gebruikt.
Om interferentie met bovenstaande apparaten te voorkomen, moeten de volgende voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen.
Om interferentie met bovenstaande apparaten te voorkomen, moeten de volgende voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen.
Controleer of de RFID-zender niet in werking is, alvorens dit apparaat in gebruik te nemen. Merkt u dat het apparaat
interferentie veroorzaakt in zenders met een licentie die voor RFID-tracking worden gebruikt, stop dan onmiddellijk met
gebruik van de betreff ende frequentie of verplaats het apparaat naar een andere locatie. Indien u merkt dat dit apparaat
interferentie veroorzaakt in RFID-trackingsystemen met lage spanning, neem dan contact op met een FUJIFILM-verte-
genwoordiger.
Deze sticker duidt aan dat dit apparaat in de 2,4GHz band werkt met behulp van DSSS- en
OFDM-modulatie en interferentie kan veroorzaken op afstanden tot maximaal 40m.
2.4DS/OF4
230
12
Productverzorging
Om langdurig van uw camera te kunnen genieten, moe-
ten onderstaande voorzorgsmaatregelen in acht worden
genomen.
Camerabehuizing: Gebruik een zachte, droge doek om de camera te
reinigen na elk gebruik. Gebruik geen alcohol, verfverdunner of
andere vluchtige chemicaliën. Deze kunnen vervormingen of ver-
kleuringen van het leer van de camerabehuizing tot gevolg hebben.
Vloeisto en op de camera moeten onmiddellijk worden verwijderd
met een zachte, droge doek. Gebruik een blaaskwast om stof van de
monitor te verwijderen, waarbij u oplet dat u geen krassen maakt,
en neem vervolgens met een zachte, droge doek af. Resterende
vlekken kunnen worden verwijderd met een FUJIFILM-lensreini-
gingsdoekje waarop een kleine hoeveelheid lensreinigingsvloeistof
is aangebracht. Plaats de behuizingsdop terug wanneer er geen lens
is bevestigd om binnendringen van stof in de camera te voorkomen.
Beeldsensor: Meerdere fotos ontsierd door vlekken en plek-
ken op identieke locaties kan duiden op de aanwezigheid
van stof op de beeldsensor. Reinig de sensor met behulp van
D GEBRUIKERSINSTELLINGEN> SENSORREINIGING.
231
12
De beeldsensor reinigen
Stof dat niet kan worden verwijderd met behulp van
DGEBRUIKERSINSTELLINGEN> SENSORREINIGING kan
handmatig worden verwijderd, zoals hieronder wordt
beschreven.
O
Let erop dat er kosten in rekening worden gebracht bij het repareren of
vervangen van de beeldsensor als deze wordt beschadigd tijdens het
reinigen.
1
Gebruik een blaaskwast (geen borstel)
om stof van de sensor te verwijderen.
O
Gebruik geen borstel of blaasborstel.
Anders kan de sensor worden bescha-
digd.
2
Controleer of het stof succesvol is verwijderd. Herhaal stappen
1 en 2 indien nodig.
3
Vervang de behuizingsdop of lens.
232
12
Firmware-updates
Sommige functies van het product kunnen verschillen van
de beschrijving meegeleverd in de handleiding vanwege
de  rmware-update. Voor uitgebreide informatie over
ieder model, bezoekt u onze website:
http://www.fujifilm.com/support/digital_cameras/software
De Firmwareversie controleren
O
De camera zal alleen de  rmware-versie weergeven als er een geheugen-
kaart is geplaatst.
1
Schakel de camera uit en controleer of er een geheugenkaart is
geplaatst.
2
Schakel de camera in terwijl u de DISP/BACK-knop ingedrukt
houdt. De versie van de huidige  rmware zal worden weerge-
geven; controleer de  rmwareversie.
3
Schakel de camera uit.
233
12
Probleemoplossing
Raadpleeg de onderstaande tabel indien u problemen on-
dervindt met uw camera. Als u hier geen oplossing vindt,
neemt u contact op met uw lokale FUJIFILM-dealer.
Voeding en batterij
Probleem
Probleem
Oplossing
Oplossing
De camera kan niet
worden ingeschakeld.
De batterij is leeg: Laad de batterij op of plaats een volledig
opgeladen reservebatterij (
P
27).
De batterij is niet goed geplaatst: Plaats de batterij nogmaals
en in de juiste richting (
P
30).
De afdekkap van het batterijvak is niet vergrendeld: Vergrendel
de afdekkap van het batterijvak (
P
30).
Het scherm gaat niet aan.
Het scherm gaat mogelijk niet aan als de camera wordt uitgezet
en zeer snel daarna weer wordt aangezet. Druk de ontspanknop
half in om het scherm aan te zetten.
De batterij raakt snel
leeg.
De batterij is koud: Warm de batterij op in een van uw zakken
of op een andere warme plaats en stop de batterijen pas
vlak voordat u gaat fotograferen in de camera.
Er zit vuil op de polen van de batterij: Maak de polen van de
batterij schoon met een zachte, droge doek.
AAN is geselecteerd voor G AF/MF INSTELLINGEN>
PRE-AF: Schakel PRE-AF uit (
P
99).
De batterij is heel vaak opgeladen: Het einde van de levensduur
van de batterij is bereikt. Koop een nieuwe batterij.
De camera wordt plotse-
ling uitgeschakeld.
De batterij is leeg: Laad de batterij op of plaats een volledig
opgeladen reservebatterij (
P
27).
Het opladen start niet.
Plaats de batterij in de juiste richting in de batterijlader en sluit
de lader aan op een stopcontact (
P
27, 30).
Het opladen verloopt
traag.
Laad de batterij op bij kamertemperatuur.
234
12
Probleem
Probleem
Oplossing
Oplossing
De laadindicator knippert,
maar de batterij laadt
niet op.
Er zit vuil op de polen van de batterij: Maak de polen van de batterij
schoon met een zachte, droge doek
(
P
30).
De batterij is heel vaak opgeladen: Het einde van de levensduur
van de batterij is bereikt. Koop een nieuwe batterij. Neem
contact op met uw FUJIFILM-dealer als de batterij nog
steeds niet kan worden opgeladen (
P
218).
Menu’s en schermen
Probleem
Probleem
Oplossing
Oplossing
Weergave is niet in het
Engels.
Selecteer NEDERLANDS voor
D GEBRUIKERSINSTELLINGEN> a (
P
38,
148).
Fotograferen
Probleem
Probleem
Oplossing
Oplossing
Er wordt geen foto
gemaakt wanneer de
ontspanknop wordt
ingedrukt.
De geheugenkaart is vol: Plaats een nieuwe geheugenkaart of
wis fotos (
P
32, 129).
De geheugenkaart is niet geformatteerd: Formatteer de geheu-
genkaart (
P
146).
Er zit vuil op de contacten van de geheugenkaart: Maak de
contacten schoon met een zachte, droge doek.
De geheugenkaart is beschadigd: Plaats een nieuwe geheugen-
kaart (
P
32).
De batterij is leeg: Laad de batterij op of plaats een volledig
opgeladen reservebatterij (
P
27).
De camera werd automatisch uitgeschakeld: Schakel de camera
in (
P
35).
U gebruikt een bevestigingsadapter van derden: Selecteer AAN
voor OPNAME ZONDER LENS (
P
165).
Spikkels (“beeldruis”)
verschijnen in het scherm
of in de zoeker wanneer de
ontspanknop half wordt
ingedrukt.
De versterking wordt verhoogd om de compositie te onder-
steunen als het onderwerp slecht is belicht en het diafragma
wordt verkleind, wat kan leiden tot opvallende spikkels bij
het bekijken van de fotos op het scherm. Fotos die gemaakt
worden met de camera blijven onaangetast.
De camera stelt niet
scherp.
Het onderwerp is niet geschikt voor automatische scherpstelling:
Gebruik scherpstelvergrendeling of handmatige scherpstel-
ling (
P
78).
235
12
Probleemoplossing
Probleem
Probleem
Oplossing
Oplossing
Er is geen gezicht gede-
tecteerd.
Het gezicht van het onderwerp wordt verborgen door een zon-
nebril, een hoed, lang haar of andere voorwerpen: Verwijder de
obstakels (
P
100).
Het gezicht van het onderwerp beslaat slechts een klein deel van
het beeld: Wijzig de compositie zodat het gezicht van het
onderwerp een groter deel van het beeld beslaat (
P
100).
Het onderwerp houdt het hoofd schuin of horizontaal: Vraag het
onderwerp het hoofd recht te houden (
P
100).
De camera wordt schuin gehouden: Houd de camera recht.
Het gezicht van het onderwerp is onderbelicht: Fotografeer bij
helder licht.
Er is een verkeerd onder-
werp geselecteerd.
Het geselecteerde onderwerp is dichter bij het midden van
het beeld dan het hoofdonderwerp. Pas de compositie van de
foto aan of schakel gezichtsdetectie uit en kadreer de foto met
behulp van scherpstelvergrendeling (
P
78).
De  itser  itst niet.
De batterij is leeg: Laad de batterij op of plaats een volledig
opgeladen reservebatterij (
P
27).
Het onderwerp wordt niet
volledig door de  itser
verlicht.
Het onderwerp bevindt zich buiten het bereik van de  itser: Plaats
het onderwerp binnen het bereik van de fl itser.
Het venster van de  itser wordt bedekt: Houd de camera op de
juiste wijze vast.
De sluitertijd is korter dan de sync snelheid: Selecteer een lange-
re sluitertijd (
P
54, 60, 244).
Fotos zijn onscherp.
De lens is vuil: Maak de lens schoon (
P
189).
De lens wordt geblokkeerd: Houd voorwerpen weg van de lens
(
P
41).
s wordt weergegeven tijdens het fotograferen en het scherp-
stelkader wordt rood weergegeven: Controleer de scherpstel-
ling voordat u de opname maakt (
P
42).
De foto’s zijn bespikkeld
De sluitertijd is lang en de omgevingstemperatuur is hoog: Dit is
normaal en duidt niet op een defect.
Pixelmapping is vereist: Voer pixelmapping uit
HINSTELLINGEN BEELDKWALITEIT>
PIXELMAPPING (
P
95).
De camera werd lange tijd gebruikt bij hoge temperaturen of er
wordt een temperatuurwaarschuwing weergegeven: Schakel de
camera uit en wacht tot hij is afgekoeld (
P
35, 241).
236
12
Afspelen
Probleem
Probleem
Oplossing
Oplossing
De foto’s zijn korrelig.
De fotos zijn met een camera van een ander merk of model
gemaakt.
Zoomweergave is niet
beschikbaar.
De fotos zijn gemaakt met NIEUW FORMAAT of met een
camera van een ander merk of model.
Geen geluid bij het
afspelen van  lms.
Het afspeelvolume is te laag: Pas het afspeelvolume aan
(
P
152).
De microfoon was bedekt: Houd de camera tijdens het opne-
men op de juiste wijze vast.
De luidspreker wordt afgedekt: Houd de camera tijdens het
afspelen op de juiste wijze vast.
De geselecteerde foto’s
zijn niet gewist.
Sommige van de te wissen fotos zijn beveiligd. Verwijder
de beveiliging met het apparaat waarmee de beveiliging is
aangebracht (
P
133).
De bestandsnummering
wordt onverwacht
teruggezet.
De afdekkap van het batterijvak werd geopend terwijl de
camera was ingeschakeld. Schakel de camera uit voordat u de
afdekkap van het batterijvak opent (
P
169).
Aansluitingen
Probleem
Probleem
Oplossing
Oplossing
Het scherm geeft geen
beeld.
De camera is aangesloten op een TV: Fotos worden weergegeven op
de TV in plaats van op het scherm van de camera (
P
16, 208).
Geen beeld of geluid op
de tv.
De camera is niet goed aangesloten: Sluit de camera op de
juiste wijze aan (
P
16, 208).
Het kanaal van het televisietoestel is ingesteld op “TV”: Stel de
ingang in op “HDMI”(
P
16, 208).
Het volume van het televisietoestel is te laag: Gebruik de volu-
meregeling van het televisietoestel om het volume aan te
passen (
P
16, 208).
Zowel de televisie- en de
cameramonitor zijn leeg.
De weergavemodus wordt geselecteerd met de VIEW MODE-
knop EVF ONLY +
E: Plaats uw oog tegen de zoeker of
gebruik de VIEW MODE-knop om een andere weergavemodus
te selecteren.
De computer herkent de
camera niet.
Controleer of de camera en computer juist zijn aangesloten
(
P
211).
Kan geen RAW- of
JPEG-bestanden naar
computer overzetten.
Gebruik MyFinePix Studio om fotos over te zetten (alleen
Windows;
P
211).
237
12
Probleemoplossing
Draadloze overdracht
Voor meer informatie over het oplossen van problemen voor
draadloze verbindingen bezoekt u:
http://digital-cameras.support.fujifilm.com/app?pid=x
Probleem
Probleem
Oplossing
Oplossing
Problemen bij het
verbinden met of het
uploaden van fotos naar
een smartphone.
De smartphone is te ver weg: Plaats de apparaten dichterbij
(
P
210).
Naburige apparaten veroorzaken radio-interferentie: Plaats de
camera en smartphone uit de buurt van magnetrons of
draadloze telefoons (
P
210).
Kan geen afbeeldingen
uploaden.
De smartphone is met een ander apparaat verbonden: De smart-
phone en camera kunnen slechts met één apparaat tegelijk
worden verbonden. Verbreek de verbinding en probeer
opnieuw (
P
210).
Er bevinden zich meerdere smartphones in de directe omgeving:
Probeer opnieuw verbinding te maken. De aanwezigheid
van meerdere smartphones kan de verbinding bemoeilijken
(
P
210).
De huidige afbeelding betreft een fi lm of werd op een
ander apparaat gecreëerd en kan niet naar een smartphone
worden geüpload (
P
210).
De smartphone geeft
geen foto’s weer.
Selecteer AAN voor
D VERBINDING INSTELLING>
DRAADLOOS INSTEL.> VERKLEIN(SP)
H.
Het selecte-
ren van UIT verhoogt uploadtijden voor grotere afbeeldingen;
bovendien kunnen sommige telefoons geen afbeeldingen
weergeven die groter zijn dan een bepaald formaat (
P
172).
238
12
Probleemoplossing
Diversen
Probleem
Probleem
Oplossing
Oplossing
De camera reageert niet.
Tijdelijke storing van de camera: Verwijder de batterij en
plaats deze opnieuw (
P
30).
De batterij is leeg: Laad de batterij op of plaats een volle-
dig opgeladen reservebatterij (
P
27).
De camera is aangesloten op een draadloos LAN: Beëindig de
verbinding.
De bedieningen zijn vergrendeld: Houd de knop MENU/OK
vast om de knoppen te ontgrendelen (
P
5).
Tethered shooting is bezig: de camera bediening kan niet
worden gebruikt terwijl de tethered shooting bezig is.
Kies een andere stand (
P
174).
De camera functioneert niet
naar behoren.
Verwijder de batterij en plaats deze opnieuw (
P
30).
Neem contact op met uw FUJIFILM-dealer wanneer het
probleem zich blijft voordoen.
Geen geluid.
Pas het volume aan (
P
151).
De EVF gaat niet aan.
De EVF is niet goed aangesloten: Schuif de EVF aan totdat
deze op zijn plaats klikt (
P
11).
239
12
Waarschuwingsberichten en -aanduidingen
Op het scherm kunnen de volgende waarschuwingen wor-
den weergegeven.
Waarschuwing
Waarschuwing
Beschrijving
Beschrijving
i (rood)
Batterij bijna leeg. Laad de batterij op of plaats een volledig opge-
laden reservebatterij.
j
(knippert rood)
De batterij is leeg. Laad de batterij op of plaats een volledig opge-
laden reservebatterij.
s (weergegeven in rood
met rood scherpstelkader)
De camera is niet in staat scherp te stellen. Gebruik scherpstelver-
grendeling om eerst scherp te stellen op een ander onderwerp
dat zich op dezelfde afstand bevindt en bepaal pas daarna de
compositie van de foto.
Het diafragma of de
sluitertijd wordt rood
weergegeven
Het onderwerp is te helder of te donker en de foto wordt
over- of onderbelicht. Gebruik de fl itser voor extra belichting
wanneer u fotos neemt van slecht belichte onderwerpen.
SCHERPSTELFOUT
Storing van de camera. Schakel de camera uit en weer in.
Neem contact op met een FUJIFILM-dealer wanneer de
melding blijft verschijnen.
LENSAANSTURING DEFECT
SCHAKEL DE CAMERA UIT
EN SCHAKEL DIE WEER IN
GEEN KAART
De sluiter kan alleen worden ontspannen wanneer een geheu-
genkaart is geplaatst. Plaats een geheugenkaart.
KAART NIET
GEFORMATTEERD!
De geheugenkaart is niet geformatteerd of de geheugen-
kaart werd in een computer of ander apparaat geformat-
teerd: Formatteer de geheugenkaart met behulp van
D
GEBRUIKERSINSTELLINGEN> FORMATTEREN.
De contacten van de geheugenkaart moeten worden schoongemaakt:
Maak de contacten schoon met een zachte, droge doek.
Formatteer de geheugenkaart als de melding opnieuw ver-
schijnt. Wanneer de melding voortdurend terugkomt, moet de
geheugenkaart worden vervangen.
Storing van de camera: Neem contact op met een
FUJIFILM-dealer.
LENSFOUT
Schakel de camera uit, verwijder de lens, reinig de bevestigings-
oppervlakken en plaats vervolgens de lens terug en schakel de
camera in. Neem contact op met een FUJIFILM-dealer wanneer het
probleem zich blijft voordoen.
240
12
Waarschuwing
Waarschuwing
Beschrijving
Beschrijving
KAARTFOUT
Voor ingebruikname in de camera werd de geheugenkaart niet
geformatteerd: Formatteer de kaart.
De contacten van de geheugenkaart moeten worden schoonge-
maakt of de geheugenkaart is beschadigd: Maak de contacten
schoon met een zachte, droge doek. Formatteer de geheu-
genkaart als de melding opnieuw verschijnt. Wanneer de
melding voortdurend terugkomt, moet de geheugenkaart
worden vervangen.
Incompatibele geheugenkaart: Gebruik een compatibele
geheugenkaart.
Storing van de camera: Neem contact op met een
FUJIFILM-dealer.
BEVEILIGDE KAART
De geheugenkaart is vergrendeld. Ontgrendel de kaart.
BEZIG MET OPSLAAN
De geheugenkaart is onjuist geformatteerd. Gebruik de came-
ra om de kaart te formatteren.
b GEHEUGEN VOL
De geheugenkaart is vol en foto's kunnen niet worden vastge-
legd. Wis fotos of plaats een geheugenkaart waarop meer vrije
ruimte beschikbaar is.
SCHRIJFFOUT NAAR
KAART
Geheugenkaartfout of verbindingsfout: Plaats de geheugen-
kaart nog een keer of schakel de camera uit en weer in.
Neem contact op met een FUJIFILM-dealer wanneer de
melding blijft verschijnen.
Onvoldoende geheugen om extra fotos op te slaan: Wis fotos
of plaats een geheugenkaart waarop meer vrije ruimte
beschikbaar is.
De geheugenkaart is niet geformatteerd: Formatteer de geheu-
genkaart.
MAX. NUM. BEREIKT
De camera heeft de hoogste nummering (999-9999) bereikt.
Formatteer de geheugenkaart en selecteer RESET voor
D
OPSLAAN SET-UP> NUMMERING. Maak een foto om de
nummering terug te zetten naar 100-0001, selecteer vervolgens
CONTINU voor NUMMERING.
241
12
Waarschuwingsberichten en -aanduidingen
Waarschuwing
Waarschuwing
Beschrijving
Beschrijving
KAART LEESFOUT
Het bestand is beschadigd of niet met deze camera aangemaakt:
Het bestand kan niet worden gelezen.
De contacten van de geheugenkaart moeten worden schoongemaakt:
Maak de contacten schoon met een zachte, droge doek. Formatteer
de geheugenkaart als de melding opnieuw verschijnt. Wanneer de
melding voortdurend terugkomt, moet de geheugenkaart worden
vervangen.
Storing van de camera: Neem contact op met een
FUJIFILM-dealer.
DEZE FOTO IS BEVEILIGD
U heeft geprobeerd een beveiligde foto te wissen of te draai-
en. Verwijder de beveiliging en probeer het opnieuw.
UITSNEDE NIET MOGELIJK
De foto is beschadigd of niet met deze camera aangemaakt.
DPOF LEESFOUT
Printopdrachten kunnen niet meer dan 999 fotos bevatten.
Kopieer extra foto's die u wilt afdrukken naar een andere geheu-
genkaart en maak een tweede printopdracht aan.
DRAAIEN NIET MOGELIJK
De geselecteerde foto kan niet worden gedraaid.
F DRAAIEN NIET
MOGELIJK
Films kunnen niet worden gedraaid.
INSTELLEN DPOF
De foto kan niet met DPOF worden afgedrukt.
F GEEN
Films kunnen niet met DPOF worden afgedrukt.
F NIET MOGELIJK
Verwijdering van rode ogen kan niet worden toegepast op
lms.
m NIET MOGELIJK
Op de fotos die met andere camera's zijn gemaakt, kan geen
rode-ogenverwijdering worden toegepast.
p (geel)
Schakel de camera uit en wacht tot hij is afgekoeld. Het aantal
spikkels op fotos kan toenemen als deze waarschuwing wordt
weergegeven.
p (rood)
Schakel de camera uit en wacht tot hij is afgekoeld. Wanneer
deze waarschuwing wordt weergegeven, kunnen geen fi lms
worden opgenomen, kunnen er meer vlekken voorkomen, en
kunnen prestaties, inclusief beeldsnelheid en weergavekwali-
teit, afnemen.
242
12
Capaciteit geheugenkaart
De volgende tabel toont de opnametijd of het aantal fotos
beschikbaar met verschillende beeldformaten. Alle genoem-
de aantallen zijn bij benadering; de bestandsgroottes zijn
afhankelijk van de opgenomen scène, waardoor er grote
verschillen kunnen zijn in het aantal bestanden dat kan wor-
den opgeslagen. Het kan ook voorkomen dat het resterende
aantal opnamen en de resterende opnametijd niet gelijkma-
tig afnemen.
Capaciteit
Capaciteit
T
T
8GB
8GB
16GB
16GB
SUPER
SUPER
FINE
FINE
FINE
FINE
NORMAL
NORMAL
SUPER
SUPER
FINE
FINE
FINE
FINE
NORMAL
NORMAL
Foto's
Foto's
O
O
4
4
3
3
254 381 607 524 785 1253
RAW (GEDECOMPRIMEERD)
RAW (GEDECOMPRIMEERD) 66 137
RAW (VERLIESVRIJ GECOMPRIM.)
RAW (VERLIESVRIJ GECOMPRIM.) 127 265
Films
Films
*
*
i
i
1080/29,97P, 25P, 24P, 23,98P
1080/29,97P, 25P, 24P, 23,98P
26 minuten 54 minuten
h
h
720/29,97p, 25P, 24P, 23,98P
720/29,97p, 25P, 24P, 23,98P
51 minuten 105 minuten
* Gebruik een UHS-snelheidsklasse 1 kaart of hoger. Afzonderlijke fi lms kunnen maxi-
maal 30 minuten lang zijn.
O
Hoewel  lmopname zonder onderbrekingen blijft doorgaan als de be-
standsgrootte 4 GB bereikt, wordt daaropvolgend materiaal opgenomen
in een afzonderlijk bestand dat afzonderlijk bekeken moet worden.
243
12
Technische gegevens
Systeem
Model FUJIFILM GFX 50S
Productnummer FF160005
E ectieve pixels Ong. 51,4 miljoen
Beeldsensor 43,8 mm× 32,9 mm Bayer array met primaire kleurenfi lter
Opslagmedia Door FUJIFILM aanbevolen SD-/SDHC-/SDXC-geheugenkaarten
Geheugenkaarts-
leuven
Twee SD-geheugenkaartsleuven (UHS-II compatibel)
Bestandssysteem
Compatibel met Design Rule for Camera File System (DCF), Exif 2.3
en Digital Print Order Format (DPOF)
Bestandsindeling
Foto’s: Exif 2.3 JPEG (gecomprimeerd); RAW (originele RAF-in-
deling, gedecomprimeerd of gecomprimeerd met behulp van
een verliesvrij algoritme; speciale software vereist); RAW +JPEG
beschikbaar; TIFF (RGB)
Films: H.264-norm met stereogeluid (MOV)
Audio (spraakmemo’s): Stereogeluid (WAV)
Beeldformaat
O 43 (8256 × 6192)
O
32 (8256 × 5504)
O 169 (8256 × 4640)
O 11 (6192 × 6192)
O 6524 (8256 × 3048)
O 54 (7744 × 6192)
O 76 (7232 × 6192)
Q 43 (4000 × 3000)
Q
32 (4000 × 2664)
Q 169 (4000 × 2248)
Q 11 (2992 × 2992)
Q 6524 (4000 × 1480)
Q 54 (3744 × 3000)
Q 76 (3504 × 3000)
RAW (8256 × 6192) TIFF (8256 × 6192)
Lensbevestiging FUJIFILM G-bevestiging
Gevoeligheid
Stille foto’s: Standaard uitvoergevoeligheid gelijk aan
ISO 100 12800 in stappen van ⁄EV; AUTO; uitgebreide uit-
voergevoeligheid gelijk aan ISO 50, 25600 of 51200 of 102400
Films: Standaard uitvoergevoeligheid gelijk aan ISO 200 6400
in stappen van ⁄EV
Lichtmeting 256-segmenten door-de-lens (TTL) lichtmeting; MULTI, SPOT,
INTEGRAAL, CENTRUMGEORIËNTEERD
Belichtingsregeling Geprogrammeerd AE (met programmaverschuiving), sluiterprioriteit
AE, diafragmaprioriteit AE en handmatige belichting
Belichtingscompensatie
Foto’s:
–5EV +5EV in stappen van ⁄EV
Films: –2EV +2EV in stappen van ⁄EV
244
12
Systeem
Sluitertijd
Modus P
Modus P
Andere modi
Andere modi
Tijd
Tijd
Lamp
Lamp
MECHANISCHE
MECHANISCHE
SLUITER
SLUITER
4s tot ¼ s
60min. tot
¼ s
60min. tot
¼ s
Max. 60min.
E-FR. GORDIJNSL.
E-FR. GORDIJNSL.
ELEKTRONISCHE
ELEKTRONISCHE
SLUITER
SLUITER
4s tot ⁄s
60min. tot
⁄s
60min. tot
⁄s
Max. 60 min.
MECHANISCH+
MECHANISCH+
ELEKTRONISCH
ELEKTRONISCH
E-FRONT GORD.+
E-FRONT GORD.+
ELEK.
ELEK.
Continu
Beschikbare framesnelheid (JPEG): 3,0 fps
Geschatte maximum aantal foto’s per serieopname: 25
O
De framesnelheid is afhankelijk van de opnameom-
standigheden en het aantal opgenomen beelden.
Daarnaast kunnen de framesnelheid en het aantal
fotos per serie variëren afhankelijk van het type
geheugenkaart.
Scherpstelling
Modus: Enkelvoudig of continue AF; handmatig scherpstellen
met scherpstelring
Selectie scherpstelgebied: ENKEL PUNT, ZONE, GROOTHOEK/
TRACKING
Automatische scherpstellingssysteem: TTL-contrastdetectie
Witbalans Aangepast 1, Aangepast 2, Aangepast 3, kleurtemperatuurselec-
tie, automatisch, direct zonlicht, schaduw, daglicht tl-verlichting,
warmwit tl-verlichting, koelwit tl-verlichting, gloeilampverlichting
en onder water
Zelfontspanner Uit, 2 sec., 10 sec.
Flitsmodus
MODUS: TTL-MODUS (FLASH AUTO, STANDAARD, TRAGE SYNC.),
HANDMATIG, MULTI, OFF
SYNC-MODUS: 1E GORDIJN, 2E GORDIJN, AUTO FP(HSS)
VERWIJDER R. OGEN: eFLASH+VERWIJDEREN, LFLASH,
dVERWIJDEREN, UIT
Flitsschoen Accessoireschoen met TTL-contacten; ondersteunt synchronisa-
tiesnelheden tot ⁄ sec.
Sync-contact X-contact; ondersteunt snelle synchronisatiesnelheden tot ⁄s
Sync-terminal Meegeleverd
245
12
Technische gegevens
Systeem
Zoeker EVF-GFX1 verwisselbare elektronische zoeker (meegeleverd)
LCD-scherm
Achterste monitor: 3,2-in/8,1 cm, 2.360k-stippen LCD-kleuren
touch screen met 3-wegs kanteling
Draagbare monitor: 1,28-in/3,25 cm, 128 × 128-stip geheugen
LCD-monitor
Films (met stereo-
geluid)
i 1080/29.97P h 720/29.97P
i 1080/25P h 720/25P
i 1080/24P h 720/24P
i 1080/23.98P h 720/23.98P
In-/uitgangsaansluitingen
Microfoonconnector
3,5 mm mini-stereoaansluiting
Koptelefoon
3,5 mm mini-stereoaansluiting
Digitale in-/uitgang USB3.0 Hogesnelheid; Micro USB-aansluiting (Micro-B)
HDMI-uitgang HDMI-micro-aansluiting (Type D)
Connector afstandsont-
spanner
2,5 mm 3-pool mini-aansluiting
DC IN
Meegeleverd
246
12
Stroomvoeding/overige
Stroomvoeding
NP-T125 oplaadbare batterij (meegeleverd met de camera)
AC-15V AC adapter (apart verkrijgbaar)
Levensduur van de
batterij
Batterijtype: NP-T125
Foto’s: Het aantal beelden hangt af van de optie die is geselec-
teerd voor AUTOM. ENERGIEBESPARING:
Alleen Camera batterij
Alleen Camera batterij
AUTOM. ENERGIEBESPARING
AUTOM. ENERGIEBESPARING
LCD
LCD
EVF
EVF
AAN Circa 400 Circa. 400
UIT Circa 340 Circa 340
Met batterij grip
Met batterij grip
AUTOM. ENERGIEBESPARING
AUTOM. ENERGIEBESPARING
LCD
LCD
EVF
EVF
AAN Circa 800 Circa. 800
UIT Circa 660 Circa 660
Films: De lengte van fi lmopnamen die kunnen worden ge-
maakt, varieert afhankelijk van de fi lmmodus:
Modus
Modus
Werkelijke levensduur van
Werkelijke levensduur van
de batterij voor  lmop-
de batterij voor  lmop-
name
name
Resterende levensduur van
Resterende levensduur van
de batterij voor  lmopname
de batterij voor  lmopname
i
Circa 145 minuten Circa 70 minuten
CIPA-norm, gemeten in modus P, met volledig opgeladen batte-
rij (NP-T125), GF63mmF2.8RWR lens, en SD-geheugenkaart.
Opmerking: De levensduur van de batterij varieert afhankelijk van
laadniveau en neemt af bij lage temperaturen.
Camera-afmetingen
(B × H × D)
147,5 mm× 94,2 mm× 91,4 mm (41,6 mm zonder uitstekende delen,
gemeten op het dunste gedeelte)
Cameragewicht Circa 740 g, exclusief batterij, accessoires en geheugenkaart
Gebruiksgewicht Circa 825 g, inclusief batterij en geheugenkaart
Gebruiksomstandig-
heden
Temperatuur: −10 °C tot +40 °C (+5 °C tot +40 °C wanneer de
accu wordt opgeladen)
Vochtigheid: 10% tot 80% (geen condensvorming)
247
12
Technische gegevens
Draadloze zender
Normen IEEE 802.11b/g/n (standaard draadloos protocol)
Werkingsfrequentie 2412 MHz–2462 MHz (11 kanalen)
Maximaal radiofre-
quentievermogen
(EIRP)
10,16 dBm
Toegangsprotocollen Infrastructuur
EVF-GFX1 verwisselbare elektronische zoeker
Type OLED
Grootte 0,5-in/1,3 cm
Aantal pixels Ongeveer 3.690.000 stippen
Vergroting 0,85 × met 50 mm lens (35 mm formaat) op oneindig en de
dioptrie ingesteld op −1,0 m
−1
Diagonale beeldhoek
Ongeveer 40 ° (horizontale beeldhoek van ongeveer 33 °)
Dioptrieregelaar −4 tot +2 m
−1
Oogpuntsafstand Ongeveer 23 mm
Afmetingen
(B × H × D)
53,6 mm× 36,4 mm× 80,1 mm
Gewicht Circa 95 g
NP-T125 oplaadbare batterij
Nominale spanning 10,8 V
Nominale capaciteit 1250 mAh
Gebruikstemperatuur −10 °C tot +40 °C
Afmetingen
(B × H × D)
36,0 mm× 54,4 mm× 26,0 mm
Gewicht Circa 81 g
248
12
Technische gegevens
BC-T125-batterijlader
Nominale invoer 100 V – 240 V AC, 50/60 Hz
Ingangscapaciteit 23 – 31 VA
Nominale uitvoer 12,6 VDC, 800 mA
Ondersteunde
batterijen
NP-T125 oplaadbare batterijen
Laadtijd Circa 140 minuten (+25 °C)
Gebruikstemperatuur +5 °C tot +40 °C
Afmetingen
(B × H × D)
71,4 mm × 97,0 mm × 34,2 mm, exclusief uitstekende delen
Gewicht Circa 120 g
Gewicht en afmetingen kunnen per land of regio variëren. Labels, menus en andere
schermen kunnen afwijken van de feitelijke camera.
O
De speci caties en prestaties zijn onderhevig aan verandering zonder
kennisgeving. FUJIFILM is niet aansprakelijk voor fouten die deze ge-
bruiksaanwijzing kunnen bevatten. Het uiterlijk van het product kan
verschillen van de beschrijving in deze handleiding.
249
MEMO
7-3, AKASAKA 9-CHOME, MINATO-KU, TOKYO 107-0052, JAPAN
http://www.fujifilm.com/products/digital_cameras/index.html
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135
  • Page 136 136
  • Page 137 137
  • Page 138 138
  • Page 139 139
  • Page 140 140
  • Page 141 141
  • Page 142 142
  • Page 143 143
  • Page 144 144
  • Page 145 145
  • Page 146 146
  • Page 147 147
  • Page 148 148
  • Page 149 149
  • Page 150 150
  • Page 151 151
  • Page 152 152
  • Page 153 153
  • Page 154 154
  • Page 155 155
  • Page 156 156
  • Page 157 157
  • Page 158 158
  • Page 159 159
  • Page 160 160
  • Page 161 161
  • Page 162 162
  • Page 163 163
  • Page 164 164
  • Page 165 165
  • Page 166 166
  • Page 167 167
  • Page 168 168
  • Page 169 169
  • Page 170 170
  • Page 171 171
  • Page 172 172
  • Page 173 173
  • Page 174 174
  • Page 175 175
  • Page 176 176
  • Page 177 177
  • Page 178 178
  • Page 179 179
  • Page 180 180
  • Page 181 181
  • Page 182 182
  • Page 183 183
  • Page 184 184
  • Page 185 185
  • Page 186 186
  • Page 187 187
  • Page 188 188
  • Page 189 189
  • Page 190 190
  • Page 191 191
  • Page 192 192
  • Page 193 193
  • Page 194 194
  • Page 195 195
  • Page 196 196
  • Page 197 197
  • Page 198 198
  • Page 199 199
  • Page 200 200
  • Page 201 201
  • Page 202 202
  • Page 203 203
  • Page 204 204
  • Page 205 205
  • Page 206 206
  • Page 207 207
  • Page 208 208
  • Page 209 209
  • Page 210 210
  • Page 211 211
  • Page 212 212
  • Page 213 213
  • Page 214 214
  • Page 215 215
  • Page 216 216
  • Page 217 217
  • Page 218 218
  • Page 219 219
  • Page 220 220
  • Page 221 221
  • Page 222 222
  • Page 223 223
  • Page 224 224
  • Page 225 225
  • Page 226 226
  • Page 227 227
  • Page 228 228
  • Page 229 229
  • Page 230 230
  • Page 231 231
  • Page 232 232
  • Page 233 233
  • Page 234 234
  • Page 235 235
  • Page 236 236
  • Page 237 237
  • Page 238 238
  • Page 239 239
  • Page 240 240
  • Page 241 241
  • Page 242 242
  • Page 243 243
  • Page 244 244
  • Page 245 245
  • Page 246 246
  • Page 247 247
  • Page 248 248
  • Page 249 249
  • Page 250 250
  • Page 251 251
  • Page 252 252
  • Page 253 253
  • Page 254 254
  • Page 255 255
  • Page 256 256
  • Page 257 257
  • Page 258 258
  • Page 259 259
  • Page 260 260
  • Page 261 261
  • Page 262 262
  • Page 263 263
  • Page 264 264
  • Page 265 265
  • Page 266 266
  • Page 267 267
  • Page 268 268

Fujifilm GFX 50S de handleiding

Type
de handleiding

Andere documenten