Dolmar PM-42 (2008) de handleiding

Type
de handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

7
d’utilisation ont été placés sur la machine. Leur significa-
tion est donnée ci-dessous. Nous vous recommandons
également de lire attentivement les consignes de sécurité
données au chapitre correspondant du présent manuel.
41. Attention: Lire le manuel d’utilisateur avant d’utiliser la
tondeuse.
42. Risque de projection. Tenir les tierces personnes en
dehors de la zone d’utilisation.
43. Attention: Débrancher le capuchon de bougie et
consulter le livret d'instructions avant tout travail d’en-
tretien ou de réparation.
44. Risque de coupure. Lame tournante. Ne pas introdui-
re les mains et les pieds dans l’enceinte de lame.
IDENTIFICATION LABEL AND MACHINE
COMPONENTS
1. Acoustic power level according to EEC directive
2000/14/CE
2. Mark of conformity according to EEC directive 98/37
3. Year of manufacture
4. Lawnmower type
5. Serial number
6. Name and address of Manufacturer
11. Chassis 12. Engine 13. Blade 14. Stone-guard
15. Grass-catcher 16. Handle 17. Throttle control
18. Engine brake lever
DESCRIPTION OF THE SYMBOLS SHOWN ON THE
CONTROLS (where present)
21. Slow 22. Fast 23. Choke
SAFETY REQUIREMENTS - Your lawnmower should be
used with due care and attention. Symbols have therefore
been placed on various parts of the machine to remind you
of the main precautions to be taken. Their full meanings are
explained later on. You are also asked to carefully read the
safety regulations in the applicable chapter of this hand-
book.
41. Important: Read the instruction handbook before
using the machine.
42. Danger of thrown objects. Keep other people at a
safe distance whilst working.
43. Warning: Remove the spark plug lead and read
instructions before carrying out any repair or mainte-
nance.
44. Danger of cutting. Blades in movement. Do not put
hands or feet near the blades.
ETICHETTA DI IDENTIFICAZIONE E COMPONENTI
DELLA MACCHINA
1. Livello potenza acustica secondo la direttiva
2000/14/CE
2. Marchio di conformità secondo la direttiva 98/37/CEE
3. Anno di fabbricazione
4. Tipo di rasaerba
5. Numero di matricola
6. Nome e indirizzo del Costruttore
I
GB
11. Chassis 12. Motore 13. Coltello (Lama) 14.
Parasassi 15. Sacco di raccolta 16. Manico
17. Comando acceleratore 18. Leva freno motore
DESCRIZIONE DEI SIMBOLI RIPORTATI SUI COMANDI
(dove previsti)
21. Lento 22. Veloce 23. Starter
PRESCRIZIONI DI SICUREZZA - Il vostro rasaerba deve
essere utilizzato con prudenza. A tale scopo, sulla macchi-
na sono stati posti dei pittogrammi, destinati a ricordarvi le
principali precauzioni d’uso. Il loro significato è spiegato
qui di seguito. Vi raccomandiamo inoltre di leggere attenta-
mente le norme di sicurezza riportate nell’apposito capito-
lo del presente libretto.
41. Attenzione: Leggere il libretto di istruzioni prima di
usare la macchina.
42. Rischio di espulsione. Tenere le persone al di fuori
dell’area di lavoro, durante l’uso.
43. Attenzione: Scollegare il cappuccio della candela e
leggere le istruzioni prima di effettuare qualsiasi opera-
zione di manutenzione o riparazione.
44. Rischio di tagli. Lame in movimento. Non introdurre
mani o piedi all’interno dell’alloggiamento lama.
IDENTIFICATIELABEL EN ONDERDELEN VAN DE
MACHINE
1. Niveau van de geluidssterke volgens de richtlijn
2000/14/CE
2. EG-merkteken volgens richtlijn 98/37/EG
3. Productiejaar
4. Type grasmaaier
5. Serienummer
6. Naam en adres van de Fabrikantt
11. Chassis 12. Motor 13. Mes (maaiblad) 14. Deflector
15. Opvangzak 16. Handgreep 17. Versnellingshendel
18. Bedieningshendel rem
BESCHRIJVING VAN DE SYMBOLEN AANGEGEVEN OP
DE BEDIENINGEN (indien voorzien)
21. Langzaam 22. Snel 23. Choke
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN - Gebruik uw grasmaaier
met de nodige voorzichtigheid. Om u tot voorzichtigheid te
manen is uw maaier voorzien van een reeks van picto-
grammen die wijzen op de belangrijkste gebruiksvoor-
schriften.
Hun betekenis is hieronder weergegeven. Wij raden u met
klem aan om ook de veiligheidsvoorschriften in het volgen-
de hoofdstuk van deze handleiding door te lezen.
41. Waarschuwing: Lees de gebruikaanwijzing vóórdat u
deze maaier gebruikt.
42. Gevaar voor wegschletende voorwerpen. Houd
overige personen ult de buurt tljdens het gebruik van
deze maaier.
43. Waarschuwing: Neem de bougiekap van de bougle
voor u onderhoud of reparaties aan uw maaier uitvoert.
44. Risico dat u zichzelf snijdt. Het mes is in beweging.
Houd uw handen of uw voeten in geen geval in de
buurt van of onder de opening van het mes.
NL
22
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
VOOR GEBRUIK ZORGVULDIG DOORLEZEN
1) Lees de gebruiksaanwijzing aandachtig door. Zorg dat u ver-
trouwd raakt met de bedieningsknoppen en u in staat bent de gras-
maaier op de juiste wijze te gebruiken. Leer hoe u de motor snel
kunt uitschakelen.
2)
Gebruik de grasmaaier uitsluitend voor het doel waarvoor hij
is bestemd, dat wil zeggen voor het maaien en het opvangen
van gras. Ieder doel waarvoor de grasmaaier wordt gebruikt dat
niet uitdrukkelijk in de gebruiksaanwijzing wordt vermeld kan
gevaarlijk zijn en zou de machine kunnen beschadigen.
3) Laat kinderen of personen die deze gebruiksaanwijzing niet gele-
zen hebben de grasmaaier niet gebruiken. De leeftijd van de gebrui-
ker kan landelijk gereglementeerd zijn.
4)
Gebruik de grasmaaier in geen geval:
– als er personen, met name kinderen of dieren in de buurt zijn;
– als u onder invloed van medicijnen of alcohol e.d. bent omdat
deze uw reactievermogen kunnen verminderen.
5) Denk eraan dat de gebruiker van de grasmaaier aansprakelijk is
voor ongevallen en onvoorziene gebeurtenissen die personen of
hun eigendommen kunnen overkomen.
1)
Tijdens het maaien dient u altijd stevige schoenen en een
lange broek te dragen. Gebruik de grasmaaier niet met blote
voeten of met open sandalen.
2) Controleer het gehele terrein dat u wilt maaien grondig en verwij-
der alles wat door de machine kan worden uitgestoten of de snij-
groep en de motor zou kunnen beschadigen (zoals stenen, takken,
ijzerdraad, botten e.d.).
3)
LET OP: GEVAAR! De benzine is bijzonder brandbaar:
– bewaar de brandstof in speciale tanks;
giet de brandstof, met behulp van een trechter en alleen in de
open lucht, in de tank. Tijdens deze handeling en bij het hante-
ren van de brandstof is het verboden te roken.
– giet de brandstof in de tank vóórdat u de motor aanzet: als de
motor aanstaat of warm is mag u geen benzine toevoegen of de
dop van de benzinetank afdraaien;
– als u benzine gemorst hebt mag u de motor niet starten maar
dient u de grasmaaier uit de buurt van de plek waar u de benzine
gemorst hebt te brengen en voorkomen dat er brand ontstaat. U
dient te wachten totdat de brandstof verdampt is en de benzine-
dampen opgelost zijn;
– draai de dop altijd weer goed op de benzinetank op de gras-
maaier en het benzineblik.
4) Vervang de geluiddempers als deze defect zijn.
5)
Vóór het gebruik dient u een algemene controle te verrichten
en dient u met name de toestand van de messen te controleren
en dient u te kontroleren of de bouten en de messen niet ver-
sleten of beschadigd zijn. Vervang het beschadigde of versleten
mes en/of bouten altijd samen, om ervoor te zorgen dat het maai-
dek in balans blijft.
6) Vóórdat u met het maaien begint, dient u de beschermingen te
monteren (opvangzag en afschermkap).
1) Start de motor niet in gesloten ruimten, waar zich gevaarlijke
koolstofmonoxyde kan ontwikkelen.
2) Werk alleen bij daglicht of bij goed kunstlicht.
3) Indien mogelijk, maai niet als het gazon nat is.
4) Kontroleer op een glooiend terrein altijd of u voldoende steun-
punten heeft.
5) Ren in geen geval, maar loop gewoon; laat u niet voorttrekken
door de grasmaaier;
6) Maai een helling altijd in de dwarsrichting en nooit van boven
naar beneden.
7) Pas goed op als u op een helling van richting verandert;
8)
Maai geen gazons die een helling van meer dan 20° hebben.
9) Pas goed op als u de grasmaaier naar u toe haalt;
10) Als de grasmaaier om vervoersredenen schuin gehouden moet
worden, of als u de grasmaaier over een terrein verplaatst waar
geen gras ligt, of als de grasmaaier van of naar het te maaien ter-
rein verplaatst dient u het mes vast te zetten.
11) Gebruik de grasmaaier nooit om gras te maaien als de beveili-
gingen beschadigd zijn, of zonder de grasopvangzak of zonder de
deflector.
12) Wijzig de afstelling van de motor niet en laat het toerental van
de motor niet buitengewoon hoog oplopen.
C) TIJDENS HET GEBRUIK
B) VOOR HET GEBRUIK
A) VOORBEREIDING
NL
13) Bij de modellen met voorttrekking, dient u vóórdat u de motor
start de wielaandrijving uit te schakelen.
14) Start de motor voorzichtig volgens de aanwijzingen en houd uw
voeten uit de buurt van het mes.
15) Houd de grasmaaier niet schuin bij het inschakelen. Schakel de
grasmaaier op een vlakke ondergrond in waar geen obstakels zijn
of hoog gras.
16)
Kom niet met uw handen of voeten in de buurt van of onder
de roterende gedeelten
. Blijf altijd uit de buurt van de uitwerpope-
ning.
17) Til de grasmaaier niet op of vervoer de grasmaaier niet terwijl de
motor draait.
18)
Schakel de motor uit en koppel de bougiekabel los:
– vóórdat u enige werkzaamheden onder het maaidek uitvoert of
vóórdat u het uitwerpkanaal leegt;
– vóórdat u de grasmaaier kontroleert, schoonmaakt of ermee
werkt;
– nadat u op een vreemd voorwerp gestoten bent, controleer of de
grasmaaier beschadigd is en voer de nodige reparaties uit vóórdat
u de maaier opnieuw gebruikt;
– als de grasmaaier op ongebruikelijke manier begint te trillen (pro-
beert u onmiddellijk de oorzaak van het trillen te achterhalen en te
verhelpen).
19)
Schakel de motor uit:
– iedere keer als u de grasmaaier onbeheerd achterlaat. Haal bij de
modellen die elektrisch bestuurd worden ook de sleutel eruit;
– vóórdat u benzine bijtankt;
– iedere keer als u de grasopvangzag verwijdert of opnieuw aan-
brengt;
– vóórdat u de maaihoogte afstelt.
20) Neem gas terug vóórdat u de motor uitschakelt. Draai na het
maaien de benzinetoevoer dicht, waarbij u de aanwijzingen in het
motorinstructieboekje nauwkeurig dient op te volgen.
21) Tijdens het maaien dient u altijd een veiligheidsafstand van het
roterende mes in acht te nemen, afhankelijk van de lengte van de
handgreep.
1) Laat de bouten en de schroeven vastgedraaid zitten om er zeker
van te zijn dat de machine altijd op een veilige manier gebruiksklaar
is. Als u regelmatig onderhoud aan de grasmaaier pleegt zal de wer-
king van de maaier veilig blijven en zal het prestatieniveau gelijk blij-
ven.
2) Zet de grasmaaier niet met benzine in de tank in een ruimte waar
de benzinedampen met vlammen, vonken of een warmtebron in
aanraking zouden kunnen komen.
3) Laat de motor afkoelen vóórdat u de grasmaaier opbergt.
4)
Om het brandgevaar zoveel mogelijk te beperken dient u de
motor, de geluiddemper van het uitwerpmechanisme, de accu-
bak en de benzinetank vrij te houden van gras, bladeren of
teveel vet
. Laat geen zakken of bakken met gemaaid gras in de
opslagruimte achter.
5) Controleer de deflector en de opvangzag regelmatig zodat u kunt
controleren of deze onderdelen versleten of beschadigd zijn.
6) Als u de tank moet legen, dient u dit in de open lucht te doen en
terwijl de motor koud is.
7) Trek werkhandschoenen aan als u het mes demonteert en
opnieuw monteert.
8)
Zorg dat het maaidek opnieuw in balans wordt gebracht
nadat het mes geslepen is
. Alle handelingen aan het maaidek
(demontage, slijpen, in balans brengen, hermontage en/of vervan-
ging) vergen een welbepaalde vaardigheid en het gebruik van spe-
ciaal gereedschap; uit veiligheidsoverwegingen, dienen deze han-
delingen bijgevolg uitgevoerd te worden in een gespecialiseerd
servicecentrum.
9)
Gebruik de machine, uit veiligheidsoverwegingen, nooit met
onderdelen die versleten of beschadigd zijn. De onderdelen
moeten vernieuwd en niet gerepareerd worden. Altijd origine-
le onderdelen gebruiken (de messen moeten altijd gemerkt ziijn
met dit teken ). Onderdelen van andere kwaliteit kunnen de
machine beschadigen en kunnen gevaarlijk zijn voor de gebrui-
ker
.
1) Telkens wanneer de machine verplaatst, geheven, vervoerd of
overgeheld moet worden, is het noodzakelijk:
– stevige werkhandschoenen te dragen;
– neem de machine vast op punten waar u een stevige grip hebt,
rekening houdend met het gewicht en de spreiding van het gewicht;
– doe een beroep op een toereikend aantal personen die het
gewicht van de machine kunnen heffen, volgens de kenmerken van
het transportmiddel of de plaats waar de machine opgenomen of
opgesteld moet worden.
E) TRANSPORT EN VERPLAATSING
D) ONDERHOUD EN OPSLAG
23
GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN
Voor de motor en de batterij (indien aanwezig) wordt
verwezen naar de relatieve handleidingen.
OPMERKING – De machine kan geleverd worden met
enkele reeds gemonteerde elementen.
De deflector (1) monteren door het linkeruiteinde van
de pin (2) eruit te laten komen en het in het gat van de lin-
kersteun (3) van het chassis te steken. Breng het andere
uiteinde van de pin op dezelfde hoogte als het gat van de
rechtersteun (4) en met behulp van een schroevendraaier
duwt u de pin in het gat totdat u bij de groef (5) kunt komen.
De elastische ring (6) in de groef brengen en tenslotte de
rechter- (7) en de linkerveer (8) zoals aangegeven vastha-
ken.
Het onderste gedeelte van de handgreep (1) in de
desbetreffende gaten in het chassis doen en met behulp
van de meegeleverde schroeven (2) vastmaken, waarbij u
erop dient te letten dat de centreerringen (3) op de juiste
plaats komen. Het bovenste gedeelte (4) van de handgreep
met behulp van de meegeleverde schroeven (5) vastma-
ken, waarbij u erop dient te letten dat de geleidespiraal (6)
van de aantrekkabel op de juiste plaats komt.
De stuurkabels met behulp van de klemmetjes (7) vastma-
ken
Is voorzien dient u de beide gedeelten (1) en (2) te
monteren, waarbij u erop dient te letten dat de haakjes zo
ver mogelijk in de daarvoor bestemde plaats geschoven
moeten worden,totdat u klik hoort.
De rem van het mes wordt door de hendel (1)
bediend die tegen de handgreep aan getrokken moet wor-
den om de machine te starten en tijdens de werking aan-
getrokken moet blijven. Als u de hendel los laat slaat de
motor af.
Door middel van de speciale hendels (1) kan de
maaihoogte afgesteld worden. De hoogte moet voor de
vier wielen gelijk zijn. U MAG DIT ENKEL DOEN ALS HET
MES STIL STAAT.
De deflector optillen en de harde zak (1) correct
vasthaken, zoals blijkt uit de afbeelding.
Om de machine aan te zetten dient u de aanwijzin-
gen die in het motorboekje vermeld staan zorgvuldig na te
3.2
3.1
3. MAAIEN VAN HET GRAS
2.1
2.1
2.
BESCHRIJVING VAN DE BEDIENINGSKNOPPEN
1.3
1.2
1.1
1. EERST ALLE ONDERDELEN MONTEREN
NL
leven. Daarna de hendel (1) van de rem van het mes tegen
de handgreep aantrekken en een krachtige ruk aan de aan-
trekkabel (2) geven.
Het gazon zal er mooier uitzien als u het gras steeds
op dezelfde hoogte maait en in afwisselende richting.
Na gebruik van de machine dient u de hendel (1)
van de rem los te laten en het kapje van de bougie (2) te
verwijderen.
WACHTEN TOTDAT HET SNIJSYSTEEM STIL STAAT vóór-
dat u welke ingreep dan ook verricht.
BELANGRIJK – Een regelmatig en zorgvuldig onder-
houd is van wezenlijk belang om de veiligheid en oor-
spronkelijke prestaties van de machine in stand te hou-
den.
De grasmaaier op een droge plaats bewaren.
1) Draag sterke werkhandschoenen vóór elke reiniging,
onderhoudsbeurt of afstelling van de machine.
2) Was de machine zorgvuldig na elk gebruik; verwijder
gras en modder die zich opgehoopt hebben aan de
binnenkant van het chassis, om te voorkomen dat deze
ter plaatse drogen en de machine de daaropvolgende
keer moeilijk gestart wordt.
3) De laklaag aan de binnenkant van het chassis kan met-
tertijd loskomen door de schurende werking van het
gemalen gras; mocht dit voorvallen, werk de laklaag dan
tijdig bij met een roestvrije verf, om te voorkomen dat
roest ontstaat dat het metaal aantast.
4) Indien het nodig is toegang te hebben tot de onderkant
van de machine, wordt de machine uitsluitend overge-
held langs de zijde aangeduid op de handleiding van de
motor, volgens de aangegeven instructies.
5) Giet geen benzine op de plastic onderdelen van de
motor of de machine, om schade te voorkomen en ver-
wijder onmiddellijk elk spoor van benzine dat eventueel
gemorst werd. De garantie dekt geen schade aan de
plastic onderdelen, veroorzaakt door benzine.
Elke handeling aan het mes dient uitgevoerd te wor-
den in een gespecialiseerd servicecentrum.
Opmerking voor het gespecialiseerd centrum:
Hermonteer het maaidek (2) volgens de volgorde aangege-
ven in de figuur en draai de middenste schroef (1) met een
dynamometrische sleutel met een waarde van 35-40 Nm
vast.
Bij twijfel of indien iets u niet duidelijk is, wordt contact
opgenomen met het dichtstbijzijnd Servicecentrum of de
Dealer.
4.1
4. NORMALE ONDERHOUDSBEURT
3.4
3.3

Documenttranscriptie

d’utilisation ont été placés sur la machine. Leur signification est donnée ci-dessous. Nous vous recommandons également de lire attentivement les consignes de sécurité données au chapitre correspondant du présent manuel. 41. Attention: Lire le manuel d’utilisateur avant d’utiliser la tondeuse. 42. Risque de projection. Tenir les tierces personnes en dehors de la zone d’utilisation. 43. Attention: Débrancher le capuchon de bougie et consulter le livret d'instructions avant tout travail d’entretien ou de réparation. 44. Risque de coupure. Lame tournante. Ne pas introduire les mains et les pieds dans l’enceinte de lame. GB IDENTIFICATION COMPONENTS LABEL AND MACHINE 1. Acoustic power level according to EEC directive 2000/14/CE 2. Mark of conformity according to EEC directive 98/37 3. Year of manufacture 4. Lawnmower type 5. Serial number 6. Name and address of Manufacturer 11. Chassis 12. Engine 13. Blade 14. Stone-guard 15. Grass-catcher 16. Handle 17. Throttle control 18. Engine brake lever 11. Chassis 12. Motore 13. Coltello (Lama) 14. Parasassi 15. Sacco di raccolta 16. Manico 17. Comando acceleratore 18. Leva freno motore DESCRIZIONE DEI SIMBOLI RIPORTATI SUI COMANDI (dove previsti) 21. Lento 22. Veloce 23. Starter PRESCRIZIONI DI SICUREZZA - Il vostro rasaerba deve essere utilizzato con prudenza. A tale scopo, sulla macchina sono stati posti dei pittogrammi, destinati a ricordarvi le principali precauzioni d’uso. Il loro significato è spiegato qui di seguito. Vi raccomandiamo inoltre di leggere attentamente le norme di sicurezza riportate nell’apposito capitolo del presente libretto. 41. Attenzione: Leggere il libretto di istruzioni prima di usare la macchina. 42. Rischio di espulsione. Tenere le persone al di fuori dell’area di lavoro, durante l’uso. 43. Attenzione: Scollegare il cappuccio della candela e leggere le istruzioni prima di effettuare qualsiasi operazione di manutenzione o riparazione. 44. Rischio di tagli. Lame in movimento. Non introdurre mani o piedi all’interno dell’alloggiamento lama. NL DESCRIPTION OF THE SYMBOLS SHOWN ON THE CONTROLS (where present) IDENTIFICATIELABEL EN ONDERDELEN VAN DE MACHINE 21. Slow 22. Fast 23. Choke 1. Niveau van de geluidssterke volgens de richtlijn 2000/14/CE 2. EG-merkteken volgens richtlijn 98/37/EG 3. Productiejaar 4. Type grasmaaier 5. Serienummer 6. Naam en adres van de Fabrikantt SAFETY REQUIREMENTS - Your lawnmower should be used with due care and attention. Symbols have therefore been placed on various parts of the machine to remind you of the main precautions to be taken. Their full meanings are explained later on. You are also asked to carefully read the safety regulations in the applicable chapter of this handbook. 41. Important: Read the instruction handbook before using the machine. 42. Danger of thrown objects. Keep other people at a safe distance whilst working. 43. Warning: Remove the spark plug lead and read instructions before carrying out any repair or maintenance. 44. Danger of cutting. Blades in movement. Do not put hands or feet near the blades. I ETICHETTA DI IDENTIFICAZIONE E COMPONENTI DELLA MACCHINA 1. Livello potenza acustica secondo la direttiva 2000/14/CE 2. Marchio di conformità secondo la direttiva 98/37/CEE 3. Anno di fabbricazione 4. Tipo di rasaerba 5. Numero di matricola 6. Nome e indirizzo del Costruttore 11. Chassis 12. Motor 13. Mes (maaiblad) 14. Deflector 15. Opvangzak 16. Handgreep 17. Versnellingshendel 18. Bedieningshendel rem BESCHRIJVING VAN DE SYMBOLEN AANGEGEVEN OP DE BEDIENINGEN (indien voorzien) 21. Langzaam 22. Snel 23. Choke VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN - Gebruik uw grasmaaier met de nodige voorzichtigheid. Om u tot voorzichtigheid te manen is uw maaier voorzien van een reeks van pictogrammen die wijzen op de belangrijkste gebruiksvoorschriften. Hun betekenis is hieronder weergegeven. Wij raden u met klem aan om ook de veiligheidsvoorschriften in het volgende hoofdstuk van deze handleiding door te lezen. 41. Waarschuwing: Lees de gebruikaanwijzing vóórdat u deze maaier gebruikt. 42. Gevaar voor wegschletende voorwerpen. Houd overige personen ult de buurt tljdens het gebruik van deze maaier. 43. Waarschuwing: Neem de bougiekap van de bougle voor u onderhoud of reparaties aan uw maaier uitvoert. 44. Risico dat u zichzelf snijdt. Het mes is in beweging. Houd uw handen of uw voeten in geen geval in de buurt van of onder de opening van het mes. 7 NL VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR GEBRUIK ZORGVULDIG DOORLEZEN A) VOORBEREIDING 1) Lees de gebruiksaanwijzing aandachtig door. Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedieningsknoppen en u in staat bent de grasmaaier op de juiste wijze te gebruiken. Leer hoe u de motor snel kunt uitschakelen. 2) Gebruik de grasmaaier uitsluitend voor het doel waarvoor hij is bestemd, dat wil zeggen voor het maaien en het opvangen van gras. Ieder doel waarvoor de grasmaaier wordt gebruikt dat niet uitdrukkelijk in de gebruiksaanwijzing wordt vermeld kan gevaarlijk zijn en zou de machine kunnen beschadigen. 3) Laat kinderen of personen die deze gebruiksaanwijzing niet gelezen hebben de grasmaaier niet gebruiken. De leeftijd van de gebruiker kan landelijk gereglementeerd zijn. 4) Gebruik de grasmaaier in geen geval: – als er personen, met name kinderen of dieren in de buurt zijn; – als u onder invloed van medicijnen of alcohol e.d. bent omdat deze uw reactievermogen kunnen verminderen. 5) Denk eraan dat de gebruiker van de grasmaaier aansprakelijk is voor ongevallen en onvoorziene gebeurtenissen die personen of hun eigendommen kunnen overkomen. B) VOOR HET GEBRUIK 1) Tijdens het maaien dient u altijd stevige schoenen en een lange broek te dragen. Gebruik de grasmaaier niet met blote voeten of met open sandalen. 2) Controleer het gehele terrein dat u wilt maaien grondig en verwijder alles wat door de machine kan worden uitgestoten of de snijgroep en de motor zou kunnen beschadigen (zoals stenen, takken, ijzerdraad, botten e.d.). 3) LET OP: GEVAAR! De benzine is bijzonder brandbaar: – bewaar de brandstof in speciale tanks; – giet de brandstof, met behulp van een trechter en alleen in de open lucht, in de tank. Tijdens deze handeling en bij het hanteren van de brandstof is het verboden te roken. – giet de brandstof in de tank vóórdat u de motor aanzet: als de motor aanstaat of warm is mag u geen benzine toevoegen of de dop van de benzinetank afdraaien; – als u benzine gemorst hebt mag u de motor niet starten maar dient u de grasmaaier uit de buurt van de plek waar u de benzine gemorst hebt te brengen en voorkomen dat er brand ontstaat. U dient te wachten totdat de brandstof verdampt is en de benzinedampen opgelost zijn; – draai de dop altijd weer goed op de benzinetank op de grasmaaier en het benzineblik. 4) Vervang de geluiddempers als deze defect zijn. 5) Vóór het gebruik dient u een algemene controle te verrichten en dient u met name de toestand van de messen te controleren en dient u te kontroleren of de bouten en de messen niet versleten of beschadigd zijn. Vervang het beschadigde of versleten mes en/of bouten altijd samen, om ervoor te zorgen dat het maaidek in balans blijft. 6) Vóórdat u met het maaien begint, dient u de beschermingen te monteren (opvangzag en afschermkap). C) TIJDENS HET GEBRUIK 1) Start de motor niet in gesloten ruimten, waar zich gevaarlijke koolstofmonoxyde kan ontwikkelen. 2) Werk alleen bij daglicht of bij goed kunstlicht. 3) Indien mogelijk, maai niet als het gazon nat is. 4) Kontroleer op een glooiend terrein altijd of u voldoende steunpunten heeft. 5) Ren in geen geval, maar loop gewoon; laat u niet voorttrekken door de grasmaaier; 6) Maai een helling altijd in de dwarsrichting en nooit van boven naar beneden. 7) Pas goed op als u op een helling van richting verandert; 8) Maai geen gazons die een helling van meer dan 20° hebben. 9) Pas goed op als u de grasmaaier naar u toe haalt; 10) Als de grasmaaier om vervoersredenen schuin gehouden moet worden, of als u de grasmaaier over een terrein verplaatst waar geen gras ligt, of als de grasmaaier van of naar het te maaien terrein verplaatst dient u het mes vast te zetten. 11) Gebruik de grasmaaier nooit om gras te maaien als de beveiligingen beschadigd zijn, of zonder de grasopvangzak of zonder de deflector. 12) Wijzig de afstelling van de motor niet en laat het toerental van de motor niet buitengewoon hoog oplopen. 22 13) Bij de modellen met voorttrekking, dient u vóórdat u de motor start de wielaandrijving uit te schakelen. 14) Start de motor voorzichtig volgens de aanwijzingen en houd uw voeten uit de buurt van het mes. 15) Houd de grasmaaier niet schuin bij het inschakelen. Schakel de grasmaaier op een vlakke ondergrond in waar geen obstakels zijn of hoog gras. 16) Kom niet met uw handen of voeten in de buurt van of onder de roterende gedeelten. Blijf altijd uit de buurt van de uitwerpopening. 17) Til de grasmaaier niet op of vervoer de grasmaaier niet terwijl de motor draait. 18) Schakel de motor uit en koppel de bougiekabel los: – vóórdat u enige werkzaamheden onder het maaidek uitvoert of vóórdat u het uitwerpkanaal leegt; – vóórdat u de grasmaaier kontroleert, schoonmaakt of ermee werkt; – nadat u op een vreemd voorwerp gestoten bent, controleer of de grasmaaier beschadigd is en voer de nodige reparaties uit vóórdat u de maaier opnieuw gebruikt; – als de grasmaaier op ongebruikelijke manier begint te trillen (probeert u onmiddellijk de oorzaak van het trillen te achterhalen en te verhelpen). 19) Schakel de motor uit: – iedere keer als u de grasmaaier onbeheerd achterlaat. Haal bij de modellen die elektrisch bestuurd worden ook de sleutel eruit; – vóórdat u benzine bijtankt; – iedere keer als u de grasopvangzag verwijdert of opnieuw aanbrengt; – vóórdat u de maaihoogte afstelt. 20) Neem gas terug vóórdat u de motor uitschakelt. Draai na het maaien de benzinetoevoer dicht, waarbij u de aanwijzingen in het motorinstructieboekje nauwkeurig dient op te volgen. 21) Tijdens het maaien dient u altijd een veiligheidsafstand van het roterende mes in acht te nemen, afhankelijk van de lengte van de handgreep. D) ONDERHOUD EN OPSLAG 1) Laat de bouten en de schroeven vastgedraaid zitten om er zeker van te zijn dat de machine altijd op een veilige manier gebruiksklaar is. Als u regelmatig onderhoud aan de grasmaaier pleegt zal de werking van de maaier veilig blijven en zal het prestatieniveau gelijk blijven. 2) Zet de grasmaaier niet met benzine in de tank in een ruimte waar de benzinedampen met vlammen, vonken of een warmtebron in aanraking zouden kunnen komen. 3) Laat de motor afkoelen vóórdat u de grasmaaier opbergt. 4) Om het brandgevaar zoveel mogelijk te beperken dient u de motor, de geluiddemper van het uitwerpmechanisme, de accubak en de benzinetank vrij te houden van gras, bladeren of teveel vet. Laat geen zakken of bakken met gemaaid gras in de opslagruimte achter. 5) Controleer de deflector en de opvangzag regelmatig zodat u kunt controleren of deze onderdelen versleten of beschadigd zijn. 6) Als u de tank moet legen, dient u dit in de open lucht te doen en terwijl de motor koud is. 7) Trek werkhandschoenen aan als u het mes demonteert en opnieuw monteert. 8) Zorg dat het maaidek opnieuw in balans wordt gebracht nadat het mes geslepen is. Alle handelingen aan het maaidek (demontage, slijpen, in balans brengen, hermontage en/of vervanging) vergen een welbepaalde vaardigheid en het gebruik van speciaal gereedschap; uit veiligheidsoverwegingen, dienen deze handelingen bijgevolg uitgevoerd te worden in een gespecialiseerd servicecentrum. 9) Gebruik de machine, uit veiligheidsoverwegingen, nooit met onderdelen die versleten of beschadigd zijn. De onderdelen moeten vernieuwd en niet gerepareerd worden. Altijd originele onderdelen gebruiken (de messen moeten altijd gemerkt ziijn met dit teken ). Onderdelen van andere kwaliteit kunnen de machine beschadigen en kunnen gevaarlijk zijn voor de gebruiker. E) TRANSPORT EN VERPLAATSING 1) Telkens wanneer de machine verplaatst, geheven, vervoerd of overgeheld moet worden, is het noodzakelijk: – stevige werkhandschoenen te dragen; – neem de machine vast op punten waar u een stevige grip hebt, rekening houdend met het gewicht en de spreiding van het gewicht; – doe een beroep op een toereikend aantal personen die het gewicht van de machine kunnen heffen, volgens de kenmerken van het transportmiddel of de plaats waar de machine opgenomen of opgesteld moet worden. NL GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN leven. Daarna de hendel (1) van de rem van het mes tegen de handgreep aantrekken en een krachtige ruk aan de aantrekkabel (2) geven. Voor de motor en de batterij (indien aanwezig) wordt verwezen naar de relatieve handleidingen. 1. EERST ALLE ONDERDELEN MONTEREN OPMERKING – De machine kan geleverd worden met enkele reeds gemonteerde elementen. 1.1 De deflector (1) monteren door het linkeruiteinde van de pin (2) eruit te laten komen en het in het gat van de linkersteun (3) van het chassis te steken. Breng het andere uiteinde van de pin op dezelfde hoogte als het gat van de rechtersteun (4) en met behulp van een schroevendraaier duwt u de pin in het gat totdat u bij de groef (5) kunt komen. De elastische ring (6) in de groef brengen en tenslotte de rechter- (7) en de linkerveer (8) zoals aangegeven vasthaken. 1.2 Het onderste gedeelte van de handgreep (1) in de desbetreffende gaten in het chassis doen en met behulp van de meegeleverde schroeven (2) vastmaken, waarbij u erop dient te letten dat de centreerringen (3) op de juiste plaats komen. Het bovenste gedeelte (4) van de handgreep met behulp van de meegeleverde schroeven (5) vastmaken, waarbij u erop dient te letten dat de geleidespiraal (6) van de aantrekkabel op de juiste plaats komt. De stuurkabels met behulp van de klemmetjes (7) vastmaken 1.3 Is voorzien dient u de beide gedeelten (1) en (2) te monteren, waarbij u erop dient te letten dat de haakjes zo ver mogelijk in de daarvoor bestemde plaats geschoven moeten worden,totdat u klik hoort. 2. BESCHRIJVING VAN DE BEDIENINGSKNOPPEN 2.1 De rem van het mes wordt door de hendel (1) bediend die tegen de handgreep aan getrokken moet worden om de machine te starten en tijdens de werking aangetrokken moet blijven. Als u de hendel los laat slaat de motor af. 2.1 Door middel van de speciale hendels (1) kan de maaihoogte afgesteld worden. De hoogte moet voor de vier wielen gelijk zijn. U MAG DIT ENKEL DOEN ALS HET MES STIL STAAT. 3.3 Het gazon zal er mooier uitzien als u het gras steeds op dezelfde hoogte maait en in afwisselende richting. 3.4 Na gebruik van de machine dient u de hendel (1) van de rem los te laten en het kapje van de bougie (2) te verwijderen. WACHTEN TOTDAT HET SNIJSYSTEEM STIL STAAT vóórdat u welke ingreep dan ook verricht. 4. NORMALE ONDERHOUDSBEURT BELANGRIJK – Een regelmatig en zorgvuldig onderhoud is van wezenlijk belang om de veiligheid en oorspronkelijke prestaties van de machine in stand te houden. De grasmaaier op een droge plaats bewaren. 1) Draag sterke werkhandschoenen vóór elke reiniging, onderhoudsbeurt of afstelling van de machine. 2) Was de machine zorgvuldig na elk gebruik; verwijder gras en modder die zich opgehoopt hebben aan de binnenkant van het chassis, om te voorkomen dat deze ter plaatse drogen en de machine de daaropvolgende keer moeilijk gestart wordt. 3) De laklaag aan de binnenkant van het chassis kan mettertijd loskomen door de schurende werking van het gemalen gras; mocht dit voorvallen, werk de laklaag dan tijdig bij met een roestvrije verf, om te voorkomen dat roest ontstaat dat het metaal aantast. 4) Indien het nodig is toegang te hebben tot de onderkant van de machine, wordt de machine uitsluitend overgeheld langs de zijde aangeduid op de handleiding van de motor, volgens de aangegeven instructies. 5) Giet geen benzine op de plastic onderdelen van de motor of de machine, om schade te voorkomen en verwijder onmiddellijk elk spoor van benzine dat eventueel gemorst werd. De garantie dekt geen schade aan de plastic onderdelen, veroorzaakt door benzine. 4.1 Elke handeling aan het mes dient uitgevoerd te worden in een gespecialiseerd servicecentrum. Opmerking voor het gespecialiseerd centrum: Hermonteer het maaidek (2) volgens de volgorde aangegeven in de figuur en draai de middenste schroef (1) met een dynamometrische sleutel met een waarde van 35-40 Nm vast. 3. MAAIEN VAN HET GRAS 3.1 De deflector optillen en de harde zak (1) correct vasthaken, zoals blijkt uit de afbeelding. 3.2 Om de machine aan te zetten dient u de aanwijzingen die in het motorboekje vermeld staan zorgvuldig na te Bij twijfel of indien iets u niet duidelijk is, wordt contact opgenomen met het dichtstbijzijnd Servicecentrum of de Dealer. 23 I Assistenza tecnica d’officina, parti di ricambio e garanzia Manutenzione e riparazioni La manutenzione e la riparazione di apparecchi moderni e di aggregati costruttivi di fondamentale importanza per la sicurezza richiedono una formazione specialistica, oltre ad utensili particolari e dispositivi di controllo specifici. Tutti gli interventi non riportati nelle presenti istruzioni d’uso devono essere eseguiti da un’officina specializzata o da un’officina autorizzata. Il tecnico specializzato è stato addestrato in modo appropriato e dispone di esperienza ed attrezzatura necessarie per potervi offrire buone soluzioni a prezzi economici. Lo stesso tecnico potrà esservi anche di aiuto con buoni consigli. Il diritto alla rivendicazione della garanzia decade in caso di tentativi di riparazione eseguiti da terzi o da persone non autorizzate. Competenze Solo per apparecchi di marca Briggs&Stratton, Honda, Tecumseh e Robin Subaru, le prestazioni di officina, i pezzi di ricambio e la garanzia sono di competenza del produttore del motore o della relativa officina autorizzata. Per l’apparecchio è responsabile DOLMAR (motore escluso). Non sono interessati da tale regolamentazione generatori di corrente e tutti gli altri apparecchi che non assemblano nessuno dei motori sopra indicati. In tal caso la responsabilità è unicamente di competenza della DOLMAR. me i costi per interventi di ripasso con sostituzione di pezzi difettosi nel caso di difetti di materiale o di produzione constatati entro il periodo di garanzia dalla data di acquisto. Vi preghiamo di tener conto del fatto che in alcuni paesi vigono speciali condizioni di garanzia. Per chiarimenti in merito rivolgetevi al vostro rivenditore. Nella sua qualità di rivenditore del prodotto egli si assume la garanzia per il prodotto stesso. Vi preghiamo di voler comprendere che in seguito alle seguenti cause di danni non può venir assunta nessuna garanzia: • Non vengono rispettate le istruzioni d’impiego. • Vengono trascurati i necessari interventi di manutenzione e pulizia. • Danni insorti in seguito ad una regolazione del carburatore non effettuata a regola d’arte. • Logorio dovuto a normale usura. • Chiaro caso di sovraccarico con permanente violazione del limite superiore di capacità di prestazione. • Uso di violenza, maneggiamento non a regola d’arte, uso improprio e accidente. • Danni derivanti da surriscaldamento in seguito a deposito di sporco sulla scatola del ventilatore. • Interventi di persone non appositamente addestrate o riparazioni non eseguite a regola d’arte. • Impiego di pezzi di ricambio non appropriati o pezzi di ricambio non originali DOLMAR, quando tali pezzi provocano danni. • Impiego di combustibili impropri o deteriorati da giacenza prolungata. • Danni che si ricollegano alle condizioni di impiego dal contratto di noleggio. Gli interventi di pulizia, cura e regolazioni non vengono considerati quali lavori da eseguire nell’ambito dei diritti di garanzia. Ogni intervento di garanzia deve venir fatto da un negoziante specializzato approvato dalla DOLMAR. Bevoegdheden Alleen bij apparaten met motoren van het merk Briggs&Stratton, Honda, Tecumseh of Robin Subaru is voor de motor de motorfabrikant resp. de desbetreffende geautoriseerde werkplaats bevoegd op het gebied van werkplaatsservice, reserveonderdelen en garantie. Voor het apparaat zelf (zonder motor) is dat DOLMAR. Deze regeling geldt niet voor stroomgeneratoren en voor alle andere apparaten die geen van de bovengemelde motoren hebben. Hier ligt de bevoegdheid bij DOLMAR. Reserveonderdelen Betrouwbaarheid, levensduur en veiligheid van uw machine is ook afhankelijk van de kwaliteit van de gebruikte reserveonderdelen. Alleen originele reserveonderdelen gebruiken. Alleen de originele onderdelen komen uit dezelfde fabriek als de machine en garanderen daarom de beste kwaliteit van materiaal, maatvastheid, werking and veiligheid. Originele reserveonderdelen en accessoires zijn verkrijgbaar bij uw vakhandelaar. Deze beschikt over de noodzakelijke reserveonderdelenlijsten en wordt doorlopend op de hoogte gehouden van verbeteringen en veranderingen in het aanbod van reserveonderdelen. Houd er a.u.b. ook rekening mee dat bij het gebruik van niet-originele onderdelen een prestatie onder garantie niet mogelijk is. Garantie DOLMAR garandeert een uitstekende kwaliteit en vergoedt de kosten van verbeteringen door vervanging van de beschadigde onderdelen in geval van materiaal- of fabricagefouten die binnen de garantie na de datum van aankoop optreden. Houdt u er rekening mee dat in sommige landen specifieke garantievoorwaarden gelden. Vraagt u dit na bij de verkoper in geval van twijfel. Deze is als verkoper van het pro- Competencias Sólo los aparatos dotados de motores de las marcas Briggs&Stratton, Honda, Tecumseh y Robin Subaru es responsable del motor o bien servicio de asistencia técnica, repuestos y garantía, el fabricante del motor o bien el taller del concesionario correspondiente DOLMAR (excepto el motor). Trabajos de limpieza, mantenimiento y ajuste no son incluidos en la garantía. Dejar realizar todos los trabajos que afectan la garantía por un comerciante especializado de DOLMAR. Esta norma no afecta a los grupos electrógenos así como demás aparatos que no contengan ninguno de las marcas de motores anteriormente indicadas, aquí la competencia la tiene sólo DOLMAR. DOLMAR garantiza una calidad perfecta y paga para retoques, es decir para el cambio de piezas defectuosas por razón de defectos del material o de fabricación que ocurren dentro del plazo de garantía después del día de compra. Prestar atención a que en algunos países las condiciones de garantía sean diferentes. En caso de duda diri- La DOLMAR garantisce una qualità ineccepibile e si assu- Het onderhoud en de reparatie van moderne apparaten en veiligheidsrelevante modules vraagt een gekwalificeerde vakopleiding en een met speciaal gereedschap en testapparatuur uitgeruste werkplaats. Alle niet in deze handleiding beschreven werkzaamheden moeten door een geschikte of door DOLMAR geautoriseerde werkplaats worden uitgevoerd. De vakman beschikt over de noodzakelijke opleiding, ervaring en uitrusting om u steeds met zo weinig mogelijk kosten een oplossing te bieden en helpt u met raad en daad. Bij reparatiepogingen door derden of niet-geautoriseerde personen vervalt de garantie. El mantenimiento y la reparación de aparatos modernos así como los módulos o grupos constructivos relevantes para la seguridad, requieren una formación especializada calificada así como talleres equipados con herramientas especiales y aparatos de prueba y ensayos. Todos los trabajos no indicados en estas instrucciones de servicio deberán ser realizados por el taller especializado o bien taller de concesionario correspondiente. El especialista dispone de la formación, experiencia y equipamiento necesario para facilitarle la solución más económica respectivamente así como para ayudarles en cualquier consulta y ofrecerle los consejos oportunos. En caso de intentos de reparación por terceros o por personas no autorizadas, perderá el derecho a la garantía. Garantía Garanzia Onderhoud en reparaties Mantenimiento y reparaciones La seguridad funcional en el servicio continuo y la seguridad de aparatos modernos dependen entre otras cosas de la calidad de las piezas de repuesto. Usar sólo piezas de repuesto de orígen. Estas piezas son producidas especialmente para su tipo de aparatos modernos y por eso aseguran una óptima calidad del material, de la exactitud dimensional, del funcionamiento y de la seguridad. Piezas de repuesto de orígen DOLMAR se pueden comprar al comerciante especializado. Tiene las listas de piezas de repuesto con los números de pedido requeridos y está siempre al tanto mejora de innovaciones en la oferta de piezas de repuesto. Por favor téngalo en cuenta también al utilizar piezas no originales ya que podría perderse el derecho a la garantía. Il funzionamento continuativo affidabile e la sicurezza del vostro apparecchio dipendono anche dalla qualità dei pezzi di ricambio impiegati. Impiegate esclusivamente pezzi di ricambio originali. Solo i pezzi di ricambio vengono prodotti dal fabbricante stesso dell’apparecchio e garantiscono la miglior possibile qualità di materiale, l’esattezza dimensionale ed il perfetto funzionamento e sicurezza. Potrete rifornirvi di pezzi di ricambio ed accessori originali presso il vostro negoziante specializzato. Questi dispone pure delle necessarie liste dei pezzi di ricambio, dalle quali si ricavano i numeri dei pezzi di ricambio. Egli viene tenuto sempre al corrente dei miglioramenti e di tutte le novità nell’ambito dell’offerta di pezzi di ricambio. Va inoltre ricordato che se si utilizzano componenti non originali decade la garanzia. Werkplaatsservice, reservedelen en garantie Servicio, piezas de repuesto y garantía girse a su vendedor. Es responsable para la garantía del producto. Esperamos que Vd. tenga comprensión para que en los casos siguientes la garantía deje de aplicarse. Estos son daños por: • No observación de las instrucciones de manejo. • Omisión de trabajos de mantenimiento y limpieza necesarios. • Ajuste inadecuado del carburador. • Desgaste normal. • Sobrecarga evidente por sobrepaso permanente de la potencia máxima. • Uso de fuerza, tratamiento inadecuado, uso impropio o accidente. • Avería por recalentamiento debido a ensuciamientos en la caja del ventilador. • Reparaciones por personas no experimentadas o reparaciones inadecuadas. • Uso de piezas de repuesto inadecuadas o de piezas no de orígen DOLMAR, si han provocado el daño. • Uso de combustibles inadecuados o viejos. • Daños provocados por las condiciones de aplicación del alquilamiento profesional. Piezas de repuesto Pezzi di ricambio NL E dukt verantwoordelijk voor de garantie. De volgende schadeoorzaken vallen buiten de garantie. Wij vragen hiervoor uw begrip: • Niet opvolgen van de gebruiksaanwijzing. • Achterwege laten van noodzakelijke onderhouds- en reinigingswerkzaamheden. • Schade als gevolg van een onjuiste carburatorinstelling. • Normale slijtage. • Duidelijke overbelasting door aanhoudende overschrijding van de maximaal toegestane belasting. • Gebruik van geweld, onoordeelkundige behandeling, misbruik of ongevallen. • Schade door oververhitting als gevolg van vervuiling van het ventilatorhuis. • Ingrepen door ondeskundige personen of ondeskundige reparatiepogingen. • Gebruik van ongeschikte reserveonderdelen, resp. nietoriginele DOLMAR onderdelen, voorzover deze schade kunnen veroorzaken. • Gebruik van ongeschikte of te lang opgeslagen brandstoffen. • Schade die terug te voeren is tot voorwaarden bij verhuur. Reinigings-, onderhouds- en afstelwerkzaamheden vallen niet onder de garantie. Alle voorkomende garantiewerkzaamheden moeten worden uitgevoerd door een DOLMAR vakhandelaar. P Serviço de oficina, peças sobressalentes e garantia Manutenção e reparos A manutenção e o conserto de aparelhos modernos bem como dos grupos de elementos relevantes para a segurança exigem uma formação especializada qualificada e uma oficina equipada com ferramentas especiais e aparelhos de testes. Todos os trabalhos que não foram descritos nestas instruções de serviço devem ser realizados pela oficina especializada correspondente ou por uma oficina contratada. O especialista dispões da instrução, da experiência e do equipamento necessários para oferecer-lhe a solução mais económica e ajuda em qualquer situação. Em consertos por terceiros ou por pessoas não autorizadas anula-se o direito de garantia. Competências Somente nos aparelhos com motores da marca Briggs&Stratton, Honda, Tecumseh e Robin Subaru, o fabricante do motor ou a ofi- cina contratada correspondente é responsável pelo motor no que se refere aos serviços de oficina, peças de substituição e garantia. Para o aparelho (exceptuando-se o motor) a competência é da DOLMAR. Essa regulamentação não inclui geradores de energia bem como todos os outros aparelhos que não contenham os motores acima descritos. Nesse caso, a competência recai somente sobre DOLMAR. Peças sobressalentes O funcionamento permanente fiável e a segurança de seu equipamento também depende da qualidade das peças sobressalentes. Apenas utilizar peças sobressalentes originais. Somente as peças originais originam-se da produção do equipamento e garantem portanto a mais alta qualidade em material, acurácia dimensional, função e segurança. Pode adquirir as peças sobressalentes e os acessórios originais em seu revendedor autorizado. Ele também dispõe das listas necessárias para determinar os números das peças desejadas e é continuamente informado sobre as melhorias dos detalhes e as novas ofertas de peças. Favor atentar também para o fato de que na utilização de peças não originais o serviço de garantia não é possível. Garantia A DOLMAR garante uma qualidade perfeita e assume os custos de uma melhoria realizada através da substituição de peças defeituosas, no caso de erros de material ou de produção, os quais surgem dentro do período da garantia, de acordo com o dia da compra.a Favor observar que em alguns países são válidas condições de garantia específicas. No caso de dúvidas, consulte seu revendedor. Como revendedor autorizado do produto, ele é responsável pela garantia. Pedimos sua compreensão para o fato de que as causas de avarias listadas abaixo não possam ser levadas em consideração pela garantia: • Não observância das instruções de serviço. • Não realização dos trabalhos de manutenção e limpeza necessários. • Avarias causadas por regulação incorrecta do carburador. • Desgaste causado por uso normal. • Sobrecarga visível, devido a exceder constantemente o limite de capacidade. • Uso de violência, manuseio incorrecto, uso indevido ou acidente. • Superaquecimento devido a impurezas na caixa do ventilador. • Reparos por pessoas não instruídas ou tentativas incorrectas de manutenção. • Utilização de peças não apropriadas ou não originais DOLMAR, se estas forem a causa da avaria. • Utilização de combustível não apropriado ou vencido. • Avarias causadas pelas condições de trabalho da locadora. Trabalhos de limpeza, manutenção e regulação não são reconhecidos como direitos de garantia. Todos os trabalhos da garantia devem ser executados por um revendedor autorizado DOLMAR.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76

Dolmar PM-42 (2008) de handleiding

Type
de handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor