Vega VEGAKON 61 Productinformatie

Type
Productinformatie

Deze handleiding is ook geschikt voor

Product information
Conductief
Niveaudetectie in vloeistof
VEGAKON 61
VEGAKON 66
Meetsonden EL 1, 3, 4, 6, 8
Document ID: 33064
2
Inhoudsopgave
Conductief
33064-NL-161027
Inhoudsopgave
1 Beschrijving van het meetprincipe ...................................................................................................................................................................... 3
2 Type-overzicht ........................................................................................................................................................................................................ 4
3 Montage-instructies ............................................................................................................................................................................................... 6
4 Elektrische aansluiting .......................................................................................................................................................................................... 7
5 Bediening ................................................................................................................................................................................................................ 9
6 Afmetingen ...........................................................................................................................................................................................................11
Veiligheidsinstructies voor Ex-toepassingen aanhouden
Houd bij Ex-toepassingen de Ex-specieke veiligheidsinstructies aan, die u onder www.vega.com vindt en die met ieder instrument worden
meegeleverd. In explosiegevaarlijke omgeving moeten de geldende voorschriften, conformiteits- en typebeproevingscerticaten van de sen-
soren en de voedingsapparaten worden aangehouden. De sensoren mogen alleen op intrinsiekveilige stroomcircuits worden aangesloten. De
toegestane elektrische specicaties zijn vermeld in de certicering.
3
Beschrijving van het meetprincipe
Conductief
33064-NL-161027
1 Beschrijving van het meetprincipe
Meetprincipe
Conductieve meetsonden worden voor niveaudetectie in geleidende
vloeistoen gebruikt.
De instrumenten zijn ontwikkeld voor industriële toepassing op alle terrei-
nen van de procestechniek.
Conductieve meetsonden registreren bij bedekking van de elektroden
door het medium de mediumweerstand. Er stroomt een kleine wissel-
stroom, die door de elektronica van het compacte instrument of door
een meetversterker op amplitude en fasepositie wordt gemeten en wordt
omgezet in een schakelsignaal.
Een conductieve meetsonde bestaat uit een massa-elektrode en een
niveaugerelateerde meetelektrode.
Het schakelsignaal wordt door de lengte of de montagepositie van de
betreende meetelektrode bepaald.
Bij geleidende tanks kan de tankwand als massa-elektrode worden ge-
bruikt. De meetsonde kan daarom uit slechts één meetelektrode bestaan.
De sensoren zijn onderhoudsvrij en robuust en worden op alle terreinen
binnen de industriële meettechniek toegepast.
1.2 Toepassingsvoorbeelden
Overvulbeveiliging
Meetsysteem voor het detecteren van het maximaal niveau in een elek-
trisch geleidende tank (bijv. als overvulbeveiliging)
Fig. 1: Overvulbeveiliging
Eenvoudige, voordelige niveaudetectie, bijv. als overvulbeveiliging in
waterige vloeistoen.
Voordelen:
Eenvoudige, betrouwbare sensoren
Kleine inbouwmaten
Tweepuntsregeling (bijv. als pompregeling)
Vanwege de vele toepassingsmogelijkheden zijn conductieve niveaus-
chakelaars ideaal geschikt voor alle meettaken op het gebied water of
waterige oplossingen. Een groot aantal elektrische en mechanische uit-
voeringen garandeert het eenvoudig opnemen in bestaande processen.
In de water- en afvalwaterbranche zijn pompregelingen een veel voorko-
mende meettaak.
Om een pompput met een pomp automatisch bij het overschrijden van
een bepaald niveau leeg te maken en de pomp na het onderschrijden
van het minimale niveau weer uit te schakelen, kan de pomp met een
conductieve meetsonde worden aangestuurd.
Fig. 2: Pompregeling met een conductieve meetsonde EL 3
Voordelen:
Tot maximaal vijf schakelpunten met één sensor mogelijk
Droogloopbeveiliging in leidingen
Door de nagenoeg vlakliggende conuselektrode is de conductieve
niveauschakelaar VEGAKON 61 ideaal geschikt voor de toepassing in
leidingen. Het gunstige stromingsproel veroorzaakt geen verandering
aan de leidingdiameter en voorkomt daardoor wervelingen.
De VEGAKON 61 meet aan de meettop de veldsterkte en is daarom
ongevoelig voor afzettingen.
De VEGAKON 61 kalibreert zichzelf automatisch en er is dus geen
inregeling nodig.
Fig. 3: Droogloopbeveiliging in leidingen
Voordelen:
Afzettingsneutraal
Geen inregeling
Geen wervelingen
Geen veranderingen van de leidingdiameter
Robuust en abrasiebestendig
4
Type-overzicht
Conductief
33064-NL-161027
2 Type-overzicht
VEGAKON 61 VEGAKON 66
Toepassingen Geleidende vloeistoen, leidingen Geleidende vloeistoen
Uitvoering Compacte niveauschakelaar, deels geïsoleerd Compacte niveauschakelaar, staaf - deels geïsoleerd
Isolatie PTFE PP
Lengte -- 0,12 … 4 m (0.394 … 13.12 ft)
Procesaansluiting Schroefdraad G1, conus, Tuchenhagen Schroefdraad G1½
Procestemperatuur -40 … +150 °C (-40 … +302 °F) -40 … +100 °C (-40 … +212 °F)
Procesdruk -1 … 25 bar/-100 … 2500 kPa (-14.5 … 363 psigg) -1 … 6 bar/-100 … 600 kPa (-14.5 … 87 psig)
EL 1 EL 3 EL 4
Toepassingen Geleidende vloeistoen Geleidende vloeistoen Geleidende vloeistoen
Uitvoering
1)
Staaf - deels geïsoleerd Staaf - deels geïsoleerd Staaf - deels geïsoleerd
Isolatie PTFE PTFE PP
Lengte 0,04 … 4 m (0.131 … 13.12 ft) 0,1 … 4 m (0.328 … 13.12 ft) 0,1 … 4 m (0.328 … 13.12 ft)
Procesaansluiting Schroefdraad G1½ Schroefdraad G1½ Schroefdraad G1½
Procestemperatuur -50 … +130 °C (-58 … +266 °F) -50 … +130 °C (-58 … +266 °F) -20 … +100 °C (-4 … +212 °F)
Procesdruk -1 … 63 bar/-100 … 6300 kPa (-
14.5 … 914 psig)
-1 … 63 bar/-100 … 6300 kPa (-
14.5 … 914 psig)
-1 … 6 bar/-100 … 600 kPa (-
14.5 … 87 psig)
1)
Voor aansluiting op meetversterker VEGATOR.
5
Type-overzicht
Conductief
33064-NL-161027
EL 6 EL 8
Toepassingen Geleidende vloeistoen Geleidende vloeistoen
Uitvoering
2)
Kabel - deels geïsoleerd Staaf - deels geïsoleerd
Isolatie FEP PE
Lengte 0,22 … 50 m (0.722 … 164.04 ft) 0,03 … 1 m (0.098 … 3.281 ft)
Procesaansluiting Schroefdraad G1½ Schroefdraad G1½
Procestemperatuur -20 … +100 °C (-4 … +212 °F) -10 … +60 °C (+14 … +140 °F)
Procesdruk -1 … 6 bar/-100 … 600 kPa (-14.5 … 87 psig) -1 … 6 bar/-100 … 600 kPa (-14.5 … 87 psig)
2)
Voor aansluiting op meetversterker VEGATOR.
6
Montage-instructies
Conductief
33064-NL-161027
3 Montage-instructies
Schakelpunt
Monteer de meetsonde zodanig, dat de staaf- of kabelelektroden de
tankwand tijdens bedrijf niet kunnen raken.
Roerwerken
Roerwerken, installatietrillingen e.d. kunnen de meetsonde blootstellen
aan sterke zijwaartse krachten.
Extreme trillingen in de installatie en schokken, bijv. door roerwerken en
turbulente stromingen in de tank kunnen de staafelektroden in resonan-
tietrilling brengen. Dit heeft extra materiaalbelasting tot gevolg. Wanneer
een lange staafelektrode nodig is, kunt u daarom direct boven het uit-
einde van de elektrode een geschikte, geïsoleerde steun of afspanning
aanbrengen, om de staafelektrode te xeren.
Bij sterke mediumbewegingen, schuimvorming en stromingen in de tank
kunt u de meetsonde ook in bypasses monteren.
1
2
1
2
Fig. 11: Meetsonde xeren
1 Meetsonde
2 Kunststof bus aan het uiteinde van de sonde
3 Meetsonde
4 Kunststof bus aan zijkant gemonteerd
Instromend medium
Wanneer de conductieve sensoren in de vulstroom zijn ingebouwd, kan
dit ongewenste foutieve metingen tot gevolg hebben. Monteer het instru-
ment daarom op een plaats in de tank, waar geen storende invloeden,
zoals bijv. van vulopeningen, roerwerken enz. kunnen optreden.
Fig. 12: Instromend medium
Druk/vacuüm
Bij over- of onderdruk in de tank moet u de procesaansluiting afdichten.
Controleer of het afdichtingsmateriaal bestendig is tegen het product en
de procestemperatuur.
Isolerende maatregelen zoals bijv. het omwikkelen van het schroefdraad
met teonband kunnen bij metalen silo's de noodzakelijke elektrische
verbinding met de silo onderbreken. Aard daarom de meetsonde op de
silo.
Meetsonde inkorten
De staven van de meetsonde kunnen willekeurig worden ingekort.
Metalen silo
Wanneer de meetsonden zonder massa-elektrode worden gebruikt,
moet u erop letten, dat de mechanische aansluiting van de meetsonde
met de tank elektrische geleidend is verbonden, om voldoende massa te
waarborgen.
Gebruik geleidende afdichtingen zoals bijv. koper, lood, enz.
Isolerende maatregelen, zoals bijv. het omwikkelen van het schroefdraad
met teonband, kunnen de noodzakelijke elektrische verbinding onder-
breken. In dit geval gebruikt u de massaklem op de behuizing, om de
meetsonde met de tankwand te verbinden.
Bij de meetsonden EL 4 en 6 en bij VEGAKON 66 moet een massa-elek-
trode worden uitgevoerd.
Niet geleidende silo
Gebruik bij niet geleidende tanks, bijv. kunststof tanks, in principe meets-
onden met een massa-elektrode.
Horizontale montage
Wanneer u een VEGAKON 66 aan de zijkant monteert, adviseren wij,
deze ca. 20° schuint te plaatsen, zodat het vloeibare medium beter kan
afdruipen en op de isolatie geen afzetting veroorzaakt.
ca. 20°
Fig. 13: Horizontale montage
Massaverbinding
Wanneer de meetsonden zonder massa-elektrode worden gebruikt,
moet u erop letten, dat de mechanische aansluiting van de meetsonde
met de tank elektrische geleidend is verbonden, om voldoende massa te
waarborgen.
Gebruik geleidende pakkingen zoals bijv. koper en lood. Isolerende
maatregelen, zoals bijv. het omwikkelen van het schroefdraad met teon
band, kunnen bij metalen tanks de noodzakelijke verbinding onder-
breken. Aardt daarom de meetsonde aan de tank of gebruik geleidend
afdichtingsmateriaal.
7
Elektrische aansluiting
Conductief
33064-NL-161027
4 Elektrische aansluiting
4.1 Aansluiting voorbereiden
Veiligheidsinstructies aanhouden
Let altijd op de volgende veiligheidsinstructies:
Alleen in spanningsloze toestand aansluiten
Veiligheidsinstructies voor Ex-toepassingen aanhouden
In explosiegevaarlijke omgevingen moeten de geldende voor-
schriften, de conformiteits- en typebeproevingscerticaten van de
sensoren en de voedingen worden aangehouden.
Voedingsspanning kiezen
Sluit de voedingsspanning aan conform de navolgende aansluitsche-
ma's. De elektronica met relaisuitgang is in veiligheidsklasse 1 uitge-
voerd. Voor het aanhouden van deze veiligheidsklasse is het absoluut
noodzakelijk, dat de randaarde op de interne aardklem wordt aangeslo-
ten. Houd de algemene installatievoorschriften aan. Verbindt de VEGA-
KON in principe met de tankaarde (PA) resp. bij kunststof tanks met het
naastgelegen aardpotentiaal. Aan de zijkant van de behuizing bevindt
zich daarvoor een aardklem tussen de kabelwartels. Deze verbinding
dient voor het aeiden van elektrostatische opladingen. Bij Ex-toepassin-
gen moet u als eerste de opstellingsvoorschriften voor explosiegevaarlij-
ke omgeving aanhouden.
De specicaties betreende voedingsspanning vindt u in het hoofdstuk
"Technische gegevens".
Aansluitkabel kiezen
De VEGAKON en de meetsonden EL worden met standaard kabel met
ronde doorsnede aangesloten. Een kabelbuitendiameter van 5 … 9 mm
waarborgt de goede afdichtende werking van de kabelwartel.
Wanneer u kabel toepast met een andere doorsnede, dan moet u de
afdichting vervangen of een geschikte kabelwartel toepassen.
Gebruik voor een gecerticeerd instrument in explosiegevaarlijke
omgevingen alleen toegelaten kabelwartels.
Aansluitkabel voor Ex-toepassingen kiezen
Bij Ex-toepassingen moeten de bijbehorende installatievoorschrif-
ten worden aangehouden.
4.2 Aansluitschema VEGAKON 61, 66
Relaisuitgang
Bedoelt voor het schakelen van externe spanningsbronnen op relais,
magneetschakelaar, magneetventielen, signaallampen, claxons, enz.
Het verdient aanbeveling de VEGAKON zodanig aan te sluiten, dat het
schakelcircuit bij niveaumelding, kabelbreuk of storing is geopend (fail
safe).
De relais worden altijd in de rusttoestand getoond.
1
2
3 4
5
6
+
L1
-
N
1
2
Fig. 14: VEGAKON 61 - elektronica met relaisuitgang
1 Relaisuitgang
2 Voedingsspanning
12
-
+
L1 N
345
678
1
2
Fig. 15: VEGAKON 66 - elektronica met relaisuitgang
1 Relaisuitgang
2 Voedingsspanning
Transistoruitgang
Bedoelt voor het schakelen van externe spanningsbronnen op relais,
magneetschakelaar, magneetventielen, signaallampen, claxons, enz.
Het verdient aanbeveling de VEGAKON zodanig aan te sluiten, dat het
schakelcircuit bij niveaumelding, kabelbreuk of storing is geopend (fail
safe).
Voor het aansturen van relais, schakelaars, magneetventielen, signaal-
lampen, claxons en PLC-ingangen.
1
2
3 4
5
+-
Fig. 16: VEGAKON 61 - transistoruitgang
12
-
+
34
Fig. 17: VEGAKON 66 - transistoruitgang
De transistor schakelt de voedingsspanning van de elektronica op de
binaire ingang van een PLC of een elektrische last. Door een andere
aansluiting van de verbruiker (last) kan PNP- of NPN-gedrag worden
gerealiseerd.
8
Elektrische aansluiting
Conductief
33064-NL-161027
1234 12345
+-
+-
+-
+-
5
1 2
Fig. 18: VEGAKON 61 - elektronica met transistoruitgang
1 NPN-gedrag
2 PNP-gedrag
1
2
34 1
2
34
+-
+-
+-
+-
1 2
Fig. 19: VEGAKON 66 - elektronica met transistoruitgang
1 NPN-gedrag
2 PNP-gedrag
4.3 Aansluitschema EL 1, EL 3, EL 4, EL 6, EL 8
Voor aansluiting op een meetversterker
De elektrische aansluiting van de conductieve meetsonden vindt u in de
productinformatie " Meetversterkers voor conductieve meetsonden".
Geschikte meetversterkers vindt u in het hoofdstuk "Technische gege-
vens".
Aansluitkabel kiezen
De conductieve meetsonden worden met standaard kabel met ronde
doorsnede aangesloten, om de afdichtende werking van de kabelwartel
te waarborgen. De kabelbuitendiameters vindt u in het hoofdstuk "Techni-
sche gegevens".
Kabelbreukbewaking met VEGATOR 131, 132, 631, 632
De kabelbreukbewaking of alarmfunctie denieert de werking van de
meetversterker in geval van een storing.
Om een kabelbreukbewaking met de meetversterker VEGATOR 131,
132, 631 en 632 te realiseren, moet u in de aansluitbehuizing van de
meetsonde extra elektronica inbouwen.
Bij een storingsmelding wordt tevens de schakeluitgang geactiveerd.
Alleen storingen voor kanaal 1 worden bewaakt.
De kabelbreukbewaking is nodig bij meetsonden met toelating conform
WHG of Ex.
De extra elektronica voor de kabelbreukbewaking is in twee verschil-
lende uitvoeringen leverbaar, die optisch verschillen door de gebruikte
kabelkleuren.
Kabelkleur rood - in combinatie met een meetversterker VEGATOR
632
Kabelkleur blauw - in combinatie met een meetversterker VEGATOR
131, 132, 631
1
Fig. 20: Extra elektronica voor kabelbreukbewaking in combinatie met VEGATOR
131, 132, 631, 632
1 Verbindingskabel rood - in combinatie met de meetversterker VEGATOR 632
Verbindingskabel blauw - in combinatie met de meetversterkers VEGATOR
131, 132, 631
1
3
2
Fig. 21: Montage van de extra elektronica voor kabelbreukbewaking
1 Aansluiting op klem 1 (massastaaf = langste staaf)
2 Aansluiting op klem 2 (max. staaf = kortste staaf)
3 Extra elektronica voor kabelbreukbewaking
9
Bediening
Conductief
33064-NL-161027
5 Bediening
5.1 Bedieningselementen VEGAKON 61 R, 61 T
6
5
4
3
1
2
max. 250V AC 5A 750VA
3A 500VA
20...72V DC
20...250V AC
L
N
+-
R
A
B
21
3
4
Fig. 22: Elektronica VEGAKON 61 R (relaisuitgang)
1 Typeplaat
2 Controlelamp (LED)
3 Aansluitklemmen
4 Bedrijfsstandenomschakelaar (A/B)
5
4
3
1
A
B
10 ... 55V DC lout _400mA
2
R
2
1
3
4
Fig. 23: Elektronica VEGAKON 61 T (transistoruitgang)
1 Typeplaat
2 Controlelamp (LED)
3 Aansluitklemmen
4 Bedrijfsstandenomschakelaar (A/B)
Bedrijfsstandenomschakeling (4)
Met de bedrijfsstandomschakeling (A/B) kunt u de schakeltoestand van
de uitgang veranderen. U kunt daarmee de gewenste bedrijfsmodus
instellen (A - maximaal niveaudetectie resp. overvulbeveiliging, B - mini-
maal niveaudetectie resp. droogloopbeveiliging).
Controle-LED (2)
De controlelamp toont de schakeltoestand van de uitgang en kan bij
gesloten behuizing worden gecontroleerd.
5.2 Bedieningselementen VEGAKON 66 R, 66 T
876
5
4
3
1
2
max. 250V AC 5A 750VA
max. 250V DC 1A 54W
20...72V DC
20...250V AC
L
N
+-
R
KON E66R
max
min
K
TEST
0.1
TEST
300
100
30
0.3
1
3
10
A
2s
6s
12s
B
off
off
off
1
27
6
3
45
Fig. 24: Elektronica VEGAKON 66 R (relaisuitgang)
1 Aansluitklemmen
2 Controlelamp (LED)
3 Draaischakelaar: instelling regelwaarde
4 Keuzeschakelaar: demping
5 Keuzeschakelaar: bedrijfsmodus (A/B) VEGAKON
6 Typeplaat
7 Trekbeugel
KON E66T
FUNCTION
1
2
3
4PNP
+
-
1
2
3
4NPN
+
-
I out
max.400mA
10...55VDC
+-
3
4
1
2
max
min
K
TEST
0.1
TEST
300
100
30
0.3
1
3
10
A
2s
6s
12s
B
off
off
off
R
1
27
6
3
45
Fig. 25: Elektronica VEGAKON 66 T (transistoruitgang)
1 Aansluitklemmen
2 Controlelamp (LED)
3 Draaischakelaar: instelling regelwaarde
4 Keuzeschakelaar: demping
5 Keuzeschakelaar: bedrijfsmodus (A/B) VEGAKON
6 Typeplaat
7 Trekbeugel
Controle-LED (2)
De controlelamp toont de schakeltoestand van de uitgang en kan bij
gesloten behuizing worden gecontroleerd.
Draaischakelaar: instelling regelwaarde (3)
Met de draaischakelaar kunt u de gevoeligheid van het instrument instel-
len. Daarbij is de stand 0,1 kΩ het meest ongevoelig en de schakelaar-
stand 300 kΩ het meest gevoelig.
10
Bediening
Conductief
33064-NL-161027
Keuzeschakelaar: demping (4)
Op het DIL-schakelaarblok bevinden zich drie schakelaars, waarmee
u de in- en uitschakelvertraging kunt instellen. Daarmee kunt u bijvoor-
beeld het continu schakelen van het instrument verhinderen, wanneer
het niveau zich binnen het grenswaardebereik bevindt.
De vertraging heeft betrekking op de schakeltoestand van de beide
relaisuitgangen.
Met de schakelaars (2 s, 6 s, 12 s) kunt u de demping in het bereik van 0
tot 20 seconden instellen. De tijden van de geactiveerde tijdschakelaar
worden opgeteld. Wanneer bijvoorbeeld de schakelaars 2 s en 12 s zijn
geactiveerd, is de demping 14 s.
Bedrijfsstandenomschakeling (5)
Met de bedrijfsstandomschakeling (A/B) kunt u de schakeltoestand van
de uitgang veranderen. U kunt daarmee de gewenste bedrijfsmodus
instellen (A - maximaal niveaudetectie resp. overvulbeveiliging, B - mini-
maal niveaudetectie resp. droogloopbeveiliging).
Trekbeugel (7)
Maak de bevestigingsschroeven van de elektronica los. Klap de trekbeu-
gel naar boven. Met de trekbeugel kunt u de elektronica uit de behuizing
trekken.
5.3 Bediening meetsonden EL 1, EL 3, EL 4, EL 6,
EL 8
De meetsonden EL worden bediend via een geschikte meetversterker.
De bedieningsmogelijkheden vindt u in de productinformatie "Meetver-
sterkers voor conductieve meetsonden".
11
Afmetingen
Conductief
33064-NL-161027
6 Afmetingen
VEGAKON 61
80 mm x 110 mm
(3.15" x 4.33")
~30 mm
(1.18")
75 mm
(2.95")
51 mm
(2.01")
52 mm
(2.05")
21 mm
(0.83")
28 mm
(1.10")
10 mm
(0.39")
G1A
SW 41mm
(1.61")
1 2
3
M20x1,5
Fig. 26: VEGAKON 61
1 Schroefdraaduitvoering
2 Conusuitvoering
3 Temperatuurtussenstuk
VEGAKON 66
L2
L3
L1
~75mm
(2.95")
ø4mm
(0.16")
85mm
(3.35")
92,5mm
(3.64")
112mm
(4.41")
24mm
(0.94")
G1½A
SW 60mm
(2.36")
M20x1,5
Fig. 27: VEGAKON 66 met drie elektroden
L1 Lengte massa-elektrode
L2 Lengte max.-elektrode
L3 Lengte min.-elektrode
EL 1
~43 mm
(1.69")
46 mm
(1.81")
ø10 mm
(0.39")
ø8 mm
(0.31")
54 mm
(2.13")
18 mm
(0.71")
SW 41 mm
(1.61")
G½A
L
L1
M16x1,5
Fig. 28: Conductieve staafmeetsonde EL 1
L Sensorlengte, zie hoofdstuk "Technische gegevens"
L1 Lengte isolatie, zie hoofdstuk "Technische gegevens"
EL 3
M20x1,5
66mm
(2.59")
57mm
(2.24")
ø6 mm
(0.24")
59mm
(2.32")
80mm
(3.15")
20mm
(0.79")
SW 60mm
(2.36")
G1½A
L3
L1
L2
Fig. 29: Conductieve meerstaafs-meetsonde EL 3
L1 Sensorlengte, zie hoofdstuk "Technische gegevens"
L2 Sensorlengte, zie hoofdstuk "Technische gegevens"
L3 Sensorlengte, zie hoofdstuk "Technische gegevens"
12
Afmetingen
Conductief
33064-NL-161027
EL 4
66mm
(2.60")
62mm
(2.44")
4mm
(0.16")
55mm
(2.17")
78mm
(3.07")
22mm
(0.67")
SW 60mm
(2.36")
G1½A
L2
L3
L1
M20x1,5
Fig. 30: Conductieve meerstaafs-meetsonde EL 4
L1 Sensorlengte, zie hoofdstuk "Technische gegevens"
L2 Sensorlengte, zie hoofdstuk "Technische gegevens"
L3 Sensorlengte, zie hoofdstuk "Technische gegevens"
EL 6
66mm
(2.59")
62mm
(2.44")
ø2,5 mm
(0.10")
ø12 mm
(0.47")
55mm
(2.17")
78mm
(3.07")
22mm
(0.87")
SW 60mm
(2.36")
G1½A
L2
L3
L1
M20x1,5
PP
1.4571
FEP
80mm
(3.15")
Fig. 31: Conductieve meerkabelmeetsonde EL 6
L1 Sensorlengte, zie hoofdstuk "Technische gegevens"
L2 Sensorlengte, zie hoofdstuk "Technische gegevens"
L3 Sensorlengte, zie hoofdstuk "Technische gegevens"
EL 8
30 mm
(1.18")
12 mm
(0.47")
9,3 mm
(0.37")
ø24 mm
(0.94")
ø6,8 mm
(0.27")
ø4 mm
(0.16")
27mm
(1.06")
SW 27mm
(1.06")
G½A
L
Fig. 32: Conductieve staafmeetsonde EL 8
L Sensorlengte, zie hoofdstuk "Technische gegevens"
13
Notes
Conductief
33064-NL-161027
14
Notes
Conductief
33064-NL-161027
15
Notes
Conductief
33064-NL-161027
VEGA Grieshaber KG
Am Hohenstein 113
77761 Schiltach
Germany
33064-NL-161027
De gegevens omtrent leveromvang, toepassing, gebruik en bedrijfsomstandigheden van de sensoren en weergavesystemen geeft de stand van zaken weer op het
moment van drukken.
Wijzigingen voorbehouden
© VEGA Grieshaber KG, Schiltach/Germany 2016
Phone +49 7836 50-0
Fax +49 7836 50-201
www.vega.com
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16

Vega VEGAKON 61 Productinformatie

Type
Productinformatie
Deze handleiding is ook geschikt voor