HP ENVY 14 de handleiding

Type
de handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

HP ENVY 14 Aan de slag
© Copyright 2010 Hewlett-Packard
Development Company, L.P.
ATI Catalyst en ATI Eyefinity zijn in de
Verenigde Staten gedeponeerde
handelsmerken van Advanced Micro
Devices, Inc. Microsoft en Windows zijn in
de Verenigde Staten gedeponeerde
handelsmerken van Microsoft Corporation.
Bluetooth is een handelsmerk van de
desbetreffende eigenaar en wordt door
Hewlett-Packard Company onder licentie
gebruikt. Het SD-logo is een handelsmerk
van de desbetreffende eigenaar.
De informatie in deze documentatie kan
zonder kennisgeving worden gewijzigd. De
enige garanties voor HP producten en
diensten staan vermeld in de expliciete
garantievoorwaarden bij de betreffende
producten en diensten. Aan de informatie in
deze handleiding kunnen geen aanvullende
rechten worden ontleend. HP aanvaardt
geen aansprakelijkheid voor technische
fouten, drukfouten of weglatingen in deze
publicatie.
Eerste editie, augustus 2010
Artikelnummer van document: 621962-332
Kennisgeving over het product
In deze gebruikershandleiding worden de
voorzieningen beschreven die op de
meeste modellen beschikbaar zijn. Mogelijk
zijn niet alle voorzieningen op uw computer
beschikbaar.
Softwarevoorwaarden
Door het installeren, kopiëren, downloaden
of anderszins gebruiken van een
softwareproduct dat vooraf op deze
computer is geïnstalleerd, bevestigt u dat u
gehouden bent aan de voorwaarden van de
HP EULA (End User License Agreement).
Als u niet akkoord gaat met deze
licentievoorwaarden, is uw enige
rechtsmogelijkheid om het volledige,
ongebruikte product (hardware en software)
binnen 14 dagen te retourneren en te
verzoeken om restitutie van het
aankoopbedrag op grond van het
restitutiebeleid dat op de plaats van
aankoop geldt.
Neem contact op met het lokale
verkooppunt (de verkoper) als u meer
informatie wilt of als u een verzoek om
volledige restitutie van het aankoopbedrag
van de computer wilt indienen.
Gebruikershandleidingen
HP streeft ernaar de milieubelasting door
onze producten te verminderen. Als
onderdeel van dit streven plaatsen we
voortaan gebruikershandleidingen en
informatiecentra op de vaste schijf van de
computer in Help en ondersteuning.
Aanvullende ondersteuning en updates van
de gebruikershandleidingen zijn
beschikbaar op internet.
Kennisgeving aangaande de veiligheid
WAARSCHUWING! U kunt het risico van letsel door verbranding of van oververhitting van de
computer beperken door de computer niet op schoot te nemen en de ventilatieopeningen van de
computer niet te blokkeren. Gebruik de computer alleen op een stevige, vlakke ondergrond. Zorg
ervoor dat de luchtcirculatie niet wordt geblokkeerd door een voorwerp van hard materiaal (zoals een
optionele printer naast de computer) of een voorwerp van zacht materiaal (zoals een kussen, een
kleed of kleding). Zorg er ook voor dat de netvoedingsadapter niet in contact komt met de huid of een
voorwerp van zacht materiaal wanneer u met de computer werkt. De computer en de
netvoedingsadapter voldoen aan de temperatuurlimieten voor oppervlakken die voor de gebruiker
toegankelijk zijn, zoals gedefinieerd door de International Standard for Safety of Information
Technology Equipment (IEC 60950).
v
vi Kennisgeving aangaande de veiligheid
Inhoudsopgave
1 Welkom ............................................................................................................................................................ 1
Nieuwe functies .................................................................................................................................... 1
Stardock-software gebruiken ............................................................................................... 1
ATI Eyefinity-technologie voor meerdere beeldschermen gebruiken .................................. 2
Voorbeeld van een SLS-beeldschermconfiguratie .............................................. 2
Schakelen tussen beeldschermen ...................................................................... 2
ATI Catalyst Control Center gebruiken ............................................................... 2
Beats Audio .......................................................................................................................................... 3
Informatie zoeken ................................................................................................................................. 4
2 Vertrouwd raken met de computer ................................................................................................................ 6
Bovenkant ............................................................................................................................................ 6
Touchpad ............................................................................................................................. 6
Lampjes ............................................................................................................................... 7
Knop .................................................................................................................................... 8
Toetsen ................................................................................................................................ 9
Voorkant ............................................................................................................................................. 10
Rechterkant ........................................................................................................................................ 11
Linkerkant ........................................................................................................................................... 13
Beeldscherm ...................................................................................................................................... 14
Onderkant ........................................................................................................................................... 15
3 Netwerk .......................................................................................................................................................... 16
Gebruikmaken van een internetprovider ............................................................................................ 16
Verbinding maken met een draadloos netwerk .................................................................................. 17
Verbinding maken met een bestaand WLAN ..................................................................... 17
Nieuw WLAN instellen ....................................................................................................... 17
Draadloze router configureren .......................................................................... 19
Draadloos netwerk beveiligen ........................................................................... 19
4 Toetsenbord en cursorbesturing ................................................................................................................ 20
Toetsenbord gebruiken ...................................................................................................................... 20
Actietoetsen gebruiken ...................................................................................................... 20
Hotkeys gebruiken ............................................................................................................. 22
Cursorbesturing gebruiken ................................................................................................................. 22
Voorkeuren voor aanwijsapparaten instellen ..................................................................... 22
Touchpad gebruiken .......................................................................................................... 23
Touchpad in- of uitschakelen ............................................................................ 23
vii
Navigeren .......................................................................................................... 23
Selecteren ......................................................................................................... 24
Touchpadbewegingen gebruiken ...................................................................... 24
Schuiven ........................................................................................... 25
Knijpen/zoomen ................................................................................ 25
5 Onderhoud ..................................................................................................................................................... 26
De accu verwijderen of plaatsen ........................................................................................................ 26
Accu verwijderen ............................................................................................................... 26
Accu plaatsen .................................................................................................................... 27
Extra accu gebruiken (alleen bepaalde modellen) ............................................................................. 28
Onderdelen van de extra accu herkennen ......................................................................... 28
Extra accu plaatsen of verwijderen .................................................................................... 29
Volgorde van opladen en ontladen van accu's .................................................................. 30
Vaste schijf vervangen of upgraden ................................................................................................... 30
Vaste schijf verwijderen ..................................................................................................... 31
Vaste schijf plaatsen .......................................................................................................... 32
Geheugenmodules toevoegen of vervangen ..................................................................................... 33
Externe monitor of projector aansluiten .............................................................................................. 36
Programma's en stuurprogramma's bijwerken ................................................................................... 37
Onderhoud ......................................................................................................................................... 37
Beeldscherm reinigen ........................................................................................................ 37
Touchpad en toetsenbord reinigen .................................................................................... 37
6 Back-up en herstel ........................................................................................................................................ 38
Herstelschijven ................................................................................................................................... 39
Systeemherstelactie uitvoeren ........................................................................................................... 40
Herstellen met behulp van de speciale herstelpartitie (alleen bepaalde modellen) ........... 40
Herstellen met behulp van de herstelschijven ................................................................... 40
Een back-up maken van uw gegevens .............................................................................................. 40
Back-up en terugzetten van Windows gebruiken .............................................................. 41
Systeemherstelpunten gebruiken ...................................................................................... 41
Wanneer maakt u herstelpunten? ..................................................................... 42
Systeemherstelpunt maken ............................................................................... 42
Terugkeren naar een herstelpunt van een bepaalde datum en tijd ................... 42
7 Klantenondersteuning .................................................................................................................................. 43
Contact opnemen met de klantenondersteuning ................................................................................ 43
Labels ................................................................................................................................................. 43
8 Specificaties .................................................................................................................................................. 45
Ingangsvermogen ............................................................................................................................... 45
Omgevingsvereisten ........................................................................................................................... 45
viii
Index ................................................................................................................................................................... 46
ix
x
1 Welkom
Nadat u de computer gebruiksklaar hebt gemaakt en hebt geregistreerd, moet u de volgende stappen
uitvoeren:
Maak verbinding met internet: configureer een bekabeld of draadloos netwerk waarmee u
verbinding kunt maken met internet. Raadpleeg
Netwerk op pagina 16 voor meer informatie.
Werk uw antivirussoftware bij: bescherm uw computer tegen schade door virussen. De
software is vooraf geïnstalleerd op de computer en bevat een beperkt abonnement voor gratis
updates. Raadpleeg de Naslaggids voor HP notebookcomputer voor meer informatie. Instructies
voor het opzoeken van deze handleiding vindt u in
Informatie zoeken op pagina 4.
Raak vertrouwd met de computer: maak kennis met de voorzieningen van uw computer.
Raadpleeg
Vertrouwd raken met de computer op pagina 6 en Toetsenbord en
cursorbesturing op pagina 20 voor aanvullende informatie.
Maak herstelschijven: herstel de fabrieksinstellingen van het besturingssysteem en software
wanneer het systeem instabiel wordt of niet meer werkt. Raadpleeg
Back-up en herstel
op pagina 38 voor instructies.
Zoek geïnstalleerde software: geef een overzicht weer van de vooraf op de computer
geïnstalleerde software. Selecteer Start > Alle programma's. Raadpleeg de instructies van de
softwarefabrikant voor verdere informatie over het gebruik van de software die bij de computer is
geleverd. Deze instructies kunnen bij de software zijn verstrekt of op de website van de fabrikant
staan.
Nieuwe functies
Stardock-software gebruiken
Stardock-software bevat de volgende voorzieningen:
Stardock MyColors: voorziet in een aanpasbaar bureaubladthema waarmee u het uiterlijk van
uw basisbureaublad in Windows kunt wijzigen. Het nieuwe bureaublad bevat aanpasbare
pictogrammen, visuele stijlen (knop Start en taakbalk) en 3 corresponderende achtergronden.
Om het standaard-Windows-thema te herstellen, opent u het programma Stardock MyColors en
selecteert u het standaard-Windows-thema.
Stardock Fences: hiermee organiseert u de pictogrammen op uw bureaublad. Wanneer het
speciale thema is toegepast, verhuizen alle pictogrammen op het bureaublad naar een verticale
kolom of "fence" (omheining) in de linkerbenedenhoek van het scherm, met de Prullenbak
bovenaan. Als u Fences wilt aanpassen of de helpfunctie wilt raadplegen, selecteert u Start >
Alle programma's > Stardock. Klik op Fences en klik daarna op Fences.lnk.
Nieuwe functies 1
ATI Eyefinity-technologie voor meerdere beeldschermen gebruiken
De computer ondersteunt de nieuwe ATI Eyefinity™-technologie, die de volgende voorzieningen
biedt:
U kunt met maximaal twee externe beeldschermen werken, zolang een van de beeldschermen
is aangesloten op de Mini DisplayPort van de computer
Met deze technologie is een nieuwe beeldschermconfiguratie mogelijk, doordat het beeld van
een groep externe beeldschermen wordt gebundeld tot één grote SLS (single large surface)
Voorbeeld van een SLS-beeldschermconfiguratie
U kunt twee externe beeldschermen gebruiken en het beeld bundelen tot een SLS. De twee externe
beeldschermen worden op de computer aangesloten via de Mini DisplayPort en de HDMI-poort.
OPMERKING: Om een SLS te kunnen vormen, moeten de externe beeldschermen dezelfde
resolutie hebben. Beeldschermen met verschillende eigen resoluties kunnen wel een SLS vormen
door gebruik te maken van niet-eigen resoluties.
Schakelen tussen beeldschermen
Druk op de actietoets schakelen tussen beeldschermen om een dialoogvenster te openen waarin de
vier configuratiemogelijkheden worden weergegeven, onafhankelijk van het aantal aangesloten
weergaveapparaten.
Disconnect Projector mode (Modus Projector uitschakelen): hiermee wordt het externe
beeldscherm uitgeschakeld en wordt het beeld alleen weergegeven op het
computerbeeldscherm.
Duplicate mode (Modus Dupliceren): hiermee wordt het computerbeeldscherm "gekloond" naar
een extern beeldscherm dat is aangesloten op de HDMI-poort of de Mini DisplayPort van de
computer.
Extend mode (Modus Uitbreiden): hiermee breidt u het bureaublad uit naar alle aangesloten
externe beeldschermen, samen met het computerbeeldscherm.
Projector only mode (Modus Alleen projector): hiermee wordt het computerbeeldscherm
uitgeschakeld en worden alle aangesloten externe beeldschermen ingesteld op "uitgebreid
bureaublad".
OPMERKING: U kunt de videoweergave en de standaardweergaveapparaten beheren met ATI
Catalyst Control Center. Raadpleeg
ATI Catalyst Control Center gebruiken op pagina 2 voor meer
informatie.
ATI Catalyst Control Center gebruiken
Gebruik ATI Catalyst™ Control Center om bureaubladen en beeldschermen te configureren en ATI
Eyefinity te beheren.
2 Hoofdstuk 1 Welkom
U kunt ATI Catalyst Control Center als volgt openen:
1. Selecteer Start > Alle programma's > Catalyst Control Center.
2. Klik op de pijl Grafische weergave en selecteer Bureaubladen en beeldschermen.
OPMERKING: Meer informatie over het gebruik van ATI Catalyst Control Center vindt u in de
helpfunctie van de software.
Beats Audio
Beats Audio is een verbeterd audioprofiel dat zorgt voor diepe, gecontroleerde lage tonen met
behoud van een helder geluid. Beats Audio is standaard ingeschakeld.
Om de basinstellingen van Beats Audio te verhogen of te verlagen, drukt u op fn (1) en de letter
b (2).
OPMERKING: U kunt de instellingen voor lage tonen ook bekijken en regelen via het Windows-
besturingssysteem. Selecteer Start > Configuratiescherm > Hardware en geluiden >
Configuratiescherm HP Beats Audio > Equalizer om de instellingen voor lage tonen te bekijken en
te regelen.
In de volgende tabel worden de pictogrammen van Beats Audio weergegeven en beschreven.
Onderdeel Beschrijving
Geeft aan dat Beats Audio is ingeschakeld.
Geeft aan dat Beats Audio is uitgeschakeld.
Beats Audio 3
Informatie zoeken
De computer bevat verschillende hulpmiddelen voor het uitvoeren van uiteenlopende taken.
Hulpmiddelen Informatie over
Poster Snel aan de slag De computer gebruiksklaar maken
Onderdelen van de computer herkennen
Naslaggids voor HP notebookcomputer
Om toegang te krijgen tot deze gids, selecteert u Start > Help en
ondersteuning > Gebruikershandleidingen.
Voorzieningen voor energiebeheer
De accuwerktijd maximaliseren
De multimediavoorzieningen van de computer
gebruiken
De computer beveiligen
Onderhoud van de computer
Updates van de software uitvoeren
Help en ondersteuning
Als u Help en ondersteuning wilt openen, selecteert u Start >
Help en ondersteuning.
OPMERKING: Ga naar
http://www.hp.com/support, selecteer uw
land of regio en volg de instructies op het scherm voor specifieke
ondersteuning voor uw land of regio.
Informatie over het besturingssysteem
Updates van software, stuurprogramma's en BIOS
Hulpmiddelen voor probleemoplossing
Technische ondersteuning verkrijgen
Informatie over voorschriften, veiligheid en milieu
Om toegang te krijgen tot dit document, selecteert u Start > Help
en ondersteuning > Gebruikershandleidingen.
Informatie over veiligheid en kennisgevingen
Informatie over het afvoeren van accu's
Handleiding voor veiligheid en comfort
U krijgt als volgt toegang tot deze handleiding:
Selecteer Start > Help en ondersteuning >
Gebruikershandleidingen.
– of –
Ga naar
http://www.hp.com/ergo.
Aanwijzingen voor een optimale werkplek, een
goede houding en gezonde werkgewoonten
Informatie over elektrische en mechanische
veiligheid
Boekje Worldwide Telephone Numbers (Telefoonnummers voor
wereldwijde ondersteuning)
Dit boekje wordt bij de computer geleverd.
Telefoonnummers voor ondersteuning van HP
Website van HP
Voor deze website gaat u naar
http://www.hp.com/support.
Informatie over ondersteuning
Onderdelen bestellen en aanvullende
ondersteuning vinden
Updates van software, stuurprogramma's en BIOS
(setupprogramma)
Accessoires die voor het apparaat beschikbaar
zijn
4 Hoofdstuk 1 Welkom
Hulpmiddelen Informatie over
Beperkte garantie*
U kunt als volgt de garantie weergeven:
Selecteer Start > Help en ondersteuning > HP Garantie.
– of –
Ga naar
http://www.hp.com/go/orderdocuments.
Garantiegegevens
*De specifiek toegekende HP beperkte garantie die van toepassing is op uw product, kunt u vinden in de elektronische
handleidingen op uw computer en/of op de cd/dvd die is meegeleverd in de doos. Voor sommige landen of regio's wordt een
gedrukte versie van de HP beperkte garantie meegeleverd in de doos. In landen of regio's waar de garantie niet in drukvorm
wordt verstrekt, kunt u een gedrukt exemplaar aanvragen. Ga naar
http://www.hp.com/go/orderdocuments of schrijf naar:
Noord-Amerika: Hewlett Packard, MS POD, 11311 Chinden Blvd, Boise, ID 83714, VS
Europa, Midden-Oosten, Afrika: Hewlett Packard, POD, Via G. Di Vittorio, 9, 20063, Cernusco s/Naviglio (MI), Italië
Azië en Stille Oceaan: Hewlett Packard, POD, P.O. Box 200, Alexandra Post Office, Singapore 911507
Neem in de brief de productnaam, de garantieperiode (deze vindt u op het label met het serienummer), uw naam en uw
adres op.
Informatie zoeken 5
2 Vertrouwd raken met de computer
Bovenkant
Touchpad
Onderdeel Beschrijving
(1)
Touchpadlampje Hiermee kunt u het touchpad in- en uitschakelen. Tik twee
keer snel achtereen op het touchpadlampje om het
touchpad in en uit te schakelen.
(2) Touchpadzone Hiermee kunt u de aanwijzer (cursor) verplaatsen en
onderdelen op het scherm selecteren of activeren.
(3) Linkerknop van het touchpad Deze knop heeft dezelfde functie als de linkerknop op een
externe muis.
(4) Rechterknop van het touchpad Deze knop heeft dezelfde functie als de rechterknop op een
externe muis.
6 Hoofdstuk 2 Vertrouwd raken met de computer
Lampjes
Onderdeel Beschrijving
(1)
Touchpadlampje Oranje: het touchpad is uitgeschakeld.
Uit: het touchpad is ingeschakeld.
(2)
Aan/uit-lampje Wit: de computer is ingeschakeld.
Knipperend wit: de computer staat in de slaapstand.
Uit: de computer is uitgeschakeld of staat in de
hibernationstand.
(3)
Lampje Geluid uit
Oranje: de geluidsweergave van de computer is
uitgeschakeld.
Uit: de geluidsweergave van de computer is
ingeschakeld.
(4)
Lampje voor draadloze communicatie Wit: een geïntegreerd apparaat voor draadloze
communicatie, zoals een draadloosnetwerkmodule, is
ingeschakeld.
OPMERKING: Apparaten voor draadloze
communicatie worden ingeschakeld in de fabriek.
Oranje: alle apparatuur voor draadloze communicatie
is uitgeschakeld.
Bovenkant 7
Knop
Onderdeel Beschrijving
Aan/uit-knop Als de computer is uitgeschakeld, drukt u op de aan/uit-
knop om de computer in te schakelen.
Als de computer is ingeschakeld, drukt u kort op de aan/
uit-knop om de slaapstand te activeren.
Als de computer in de slaapstand staat, drukt u kort op de
aan/uit-knop om de slaapstand te beëindigen.
Als de computer in de hibernationstand staat, drukt u kort
op de aan/uit-knop om de hibernationstand te beëindigen.
Als de computer niet meer reageert en de afsluitprocedures
van Windows® geen resultaat hebben, houdt u de aan/uit-knop
minstens vijf seconden ingedrukt om de computer uit te
schakelen.
Selecteer Start > Configuratiescherm > Systeem en
beveiliging > Energiebeheer of raadpleeg de Naslaggids voor
HP notebookcomputer als u meer wilt weten over de
instellingen voor energiebeheer.
8 Hoofdstuk 2 Vertrouwd raken met de computer
Toetsen
Onderdeel Beschrijving
(1) esc-toets Druk op deze toets in combinatie met de fn-toets om
systeeminformatie weer te geven.
(2) fn-toets Als u op deze toets drukt in combinatie met de b-toets of de
esc-toets, kunt u veelgebruikte systeemfuncties uitvoeren.
(3)
Windows-logotoets Hiermee geeft u het menu Start van Windows weer.
(4)
Windows-applicatietoets Hiermee opent u een snelmenu voor items waarover u de
aanwijzer houdt.
(5) Actietoetsen Hiermee voert u veelgebruikte systeemfuncties uit.
(6)
Ejecttoets voor optische-schijfeenheid Hiermee opent u de lade van de optische-schijfeenheid.
Bovenkant 9
Voorkant
Onderdeel Beschrijving
(1) Luidsprekers (2) Hiermee wordt het geluid van de computer weergegeven.
(2) Bluetooth-compartiment Bevat een Bluetooth®-apparaat.
(3) Digitalemediaslot Ondersteunt de volgende typen digitale kaarten:
MultiMediaCard
Secure Digital-geheugenkaart (SD)
Secure Digital High Capacity-geheugenkaart
Secure Digital Extended Capacity-geheugenkaart
10 Hoofdstuk 2 Vertrouwd raken met de computer
Rechterkant
Onderdeel Beschrijving
(1)
Aan/uit-lampje
Wit: de computer is ingeschakeld.
Knipperend wit: de computer staat in de slaapstand.
Uit: de computer is uitgeschakeld of staat in de
hibernationstand.
(2)
Schijfeenheidlampje
Knipperend wit: er wordt geschreven naar of gelezen
van de vaste schijf.
Oranje: HP ProtectSmart Hard Drive Protection heeft
tijdelijk de interne vaste schijf geparkeerd.
OPMERKING: Raadpleeg de Naslaggids voor
HP notebookcomputer voor meer informatie over
HP ProtectSmart Hard Drive Protection.
(3)
eSATA-/USB-poort Hierop sluit u een hoogwaardige eSATA-component aan,
zoals een externe eSATA-schijfeenheid of een optioneel
USB-apparaat.
(4)
HDMI-poort Hiermee kunt u de computer aansluiten op een optioneel
video- of audioapparaat, zoals een high-definition televisie
en andere compatibele digitale apparatuur of
audioapparatuur.
(5)
Mini DisplayPort Via deze poort sluit u een optioneel digitaal
weergaveapparaat, zoals een hoogwaardige monitor of
projector, aan op het apparaat.
(6)
Bevestigingspunt voor een
beveiligingskabel
Hiermee bevestigt u een als optie verkrijgbare
beveiligingskabel aan de computer.
OPMERKING: Van de beveiligingskabel moet in de
eerste plaats een ontmoedigingseffect uitgaan. Deze
voorziening kan echter niet voorkomen dat de computer
verkeerd wordt gebruikt of wordt gestolen.
(7)
RJ-45-netwerkconnector Hierop sluit u een netwerkkabel aan.
(8) Ventilatieopening Deze opening zorgt voor luchtkoeling van de interne
onderdelen.
OPMERKING: De ventilator van de computer start
automatisch om interne onderdelen te koelen en
oververhitting te voorkomen. Het is normaal dat de interne
ventilator automatisch aan- en uitgaat terwijl u met de
computer werkt.
Rechterkant 11
Onderdeel Beschrijving
(9) Acculampje Uit: de computer werkt op accuvoeding.
Knipperend oranje: de accu is bijna leeg of heeft een
kritiek laag ladingsniveau bereikt, of er is een
accufout.
Oranje: er wordt een accu opgeladen.
Wit: de computer is aangesloten op een externe
voedingsbron en de accu is volledig opgeladen.
(10)
Netvoedingsconnector Hierop kunt u een netvoedingsadapter aansluiten.
12 Hoofdstuk 2 Vertrouwd raken met de computer
Linkerkant
Onderdeel Beschrijving
(1) Optische-schijfeenheid Hiermee kan een optische schijf worden gelezen en
geschreven.
VOORZICHTIG: Plaats geen optische schijven van 8 cm
in de optische-schijfeenheid. Hierdoor kan de computer
beschadigd raken.
(2)
USB-poorten (2) Hierop kunt u optionele USB-apparatuur aansluiten.
(3)
Audio-uitgang (hoofdtelefoon)/Audio-ingang
(microfoon)
Hierop kunt u een audioapparaat aansluiten, zoals
optionele stereoluidsprekers met eigen voeding, een
hoofdtelefoon, een oortelefoon, een headset of een
televisietoestel, om het computergeluid via dat apparaat
weer te geven. Ook kunt u hierop de microfoon van een
optionele headset aansluiten.
WAARSCHUWING! Zet het volume laag voordat u de
hoofdtelefoon, oortelefoon of headset opzet. Zo beperkt u
het risico van gehoorbeschadiging. Raadpleeg Informatie
over voorschriften, veiligheid en milieu voor aanvullende
informatie over veiligheid.
OPMERKING: Wanneer u een apparaat aansluit op deze
connector, worden de computerluidsprekers uitgeschakeld.
OPMERKING: Zorg ervoor dat de apparaatkabel een
connector met vier pinnen heeft die zowel audio-uit
(hoofdtelefoon) als audio-in (microfoon) ondersteunt.
(4)
Audio-uitgang (hoofdtelefoonuitgang) Hierop kunt u een audioapparaat aansluiten, zoals
optionele stereoluidsprekers met eigen voeding, een
hoofdtelefoon, een oortelefoon, een headset of een
televisietoestel, om het computergeluid via dat apparaat
weer te geven.
WAARSCHUWING! Zet het volume laag voordat u de
hoofdtelefoon, oortelefoon of headset opzet. Zo beperkt u
het risico van gehoorbeschadiging. Raadpleeg Informatie
over voorschriften, veiligheid en milieu voor aanvullende
informatie over veiligheid.
OPMERKING: Wanneer u een apparaat aansluit op deze
connector, worden de computerluidsprekers uitgeschakeld.
Linkerkant 13
Beeldscherm
Onderdeel Beschrijving
(1) WWAN-antennes (2)* (alleen bepaalde
modellen)
Met deze antennes voor draadloze communicatie worden
draadloze signalen verzonden en ontvangen binnen een WWAN
(Wireless Wide-Area Network).
(2) WLAN-antennes (2)* Met deze antennes voor draadloze communicatie worden
draadloze signalen verzonden en ontvangen binnen een
draadloos lokaal netwerk (WLAN).
(3) Interne microfoons (2) Hiermee neemt u geluid op.
(4) Webcam Hiermee kunt u videobeelden vastleggen en foto's maken.
Om toegang tot de webcam te krijgen, selecteert u Start > Alle
programma's > HP > HP MediaSmart > HP MediaSmart
Webcam.
(5) Lampje van de webcam Aan: de webcam is in gebruik.
*De antennes zijn niet zichtbaar aan de buitenkant van de computer. Voor een optimale signaaloverdracht houdt u de directe
omgeving van de antennes vrij. Voor informatie over de voorschriften voor draadloze communicatie raadpleegt u het
gedeelte over uw land of regio in Informatie over voorschriften, veiligheid en milieu. Deze voorschriften vindt u in Help en
ondersteuning.
14 Hoofdstuk 2 Vertrouwd raken met de computer
Onderkant
Onderdeel Beschrijving
(1)
Compartiment voor geheugenmodule Hierin bevindt zich het geheugenmoduleslot.
(2) Ventilatieopeningen (3) Deze openingen zorgen voor luchtkoeling van de interne
onderdelen.
OPMERKING: De ventilator van de computer start
automatisch om interne onderdelen te koelen en
oververhitting te voorkomen. Het is normaal dat de interne
ventilator automatisch aan- en uitgaat terwijl u met de
computer werkt.
(3) SIM-slot (alleen bepaalde modellen) Hierin bevindt zich een draadloze SIM (Subscriber Identity
Module). Het SIM-slot bevindt zich in de accuruimte.
(4) Connector voor optionele extra accu Hierop kunt u een optionele extra accu aansluiten.
(5)
Ontgrendeling accuafdekplaatje Hiermee ontgrendelt u het accuafdekplaatje.
(6) Accuruimte Hierin bevinden zich de accu en de vaste schijf.
OPMERKING: De accu is in de fabriek in de accuruimte
geplaatst.
Onderkant 15
3Netwerk
OPMERKING: De voorzieningen van internethardware en -software variëren, afhankelijk van het
computermodel en uw locatie.
De computer ondersteunt twee soorten internettoegang:
Draadloos: voor mobiele internettoegang kunt u een draadloze verbinding gebruiken. Raadpleeg
Verbinding maken met een bestaand WLAN op pagina 17 of Nieuw WLAN instellen
op pagina 17.
Bekabeld: u krijgt toegang tot internet door verbinding te maken met een bekabeld netwerk.
Raadpleeg de Naslaggids voor HP notebookcomputer voor informatie over verbinding maken
met een bekabeld netwerk.
Gebruikmaken van een internetprovider
Om toegang te krijgen tot internet, moet u een account bij een internetprovider openen. Neem contact
op met een lokale internetprovider voor het aanschaffen van een internetservice en een modem. De
internetprovider helpt u bij het instellen van het modem, het installeren van een netwerkkabel
waarmee u de computer met voorzieningen voor draadloze communicatie aansluit op het modem, en
het testen van de internetservice.
OPMERKING: Van uw internetprovider ontvangt u een gebruikers-id en wachtwoord voor toegang
tot internet. Noteer deze gegevens en bewaar ze op een veilige plek.
Met de volgende voorzieningen kunt u een nieuwe internetaccount aanmaken of de computer
configureren voor gebruik van een bestaande account:
Internetservices en aanbiedingen (beschikbaar op sommige locaties): met dit
hulpprogramma kunt u zich aanmelden voor een nieuwe internetaccount en de computer
configureren voor het gebruik van een bestaande account. Selecteer Start > Alle programma's
> Online diensten > Ga online om deze toepassing te openen.
Pictogrammen van internetproviders (beschikbaar op sommige locaties): deze
pictogrammen worden mogelijk afzonderlijk weergegeven op het bureaublad van Windows of
gegroepeerd in een map op het bureaublad met de naam Online diensten. U kunt een nieuwe
internetaccount aanmaken of de computer configureren voor gebruik van een bestaande
account door te dubbelklikken op een pictogram en vervolgens de instructies op het scherm te
volgen.
Wizard Verbinding met internet maken van Windows: u kunt de wizard Verbinding met
internet maken van Windows gebruiken om een verbinding met internet tot stand te brengen in
de volgende situaties:
U beschikt al over een account bij een internetprovider.
U hebt nog geen internetaccount en wilt een internetprovider selecteren in de lijst die wordt
weergegeven in de wizard (de lijst met internetproviders is niet beschikbaar in alle landen/
regio's).
U hebt een internetprovider geselecteerd die niet voorkomt in de lijst en de internetprovider
heeft u een specifiek IP-adres en POP3- en SMTP-instellingen verstrekt.
16 Hoofdstuk 3 Netwerk
Om toegang te krijgen tot de wizard Verbinding met internet maken van Windows en instructies
voor het gebruik daarvan, selecteert u Start > Help en ondersteuning en typt u wizard
Verbinding met Internet maken in het zoekvenster.
OPMERKING: Als u in de wizard wordt gevraagd om te kiezen tussen het inschakelen of
uitschakelen van Windows Firewall, kiest u voor het inschakelen van de firewall.
Verbinding maken met een draadloos netwerk
Met technologie voor draadloze communicatie worden gegevens niet via kabels maar via radiogolven
doorgegeven. Uw computer kan zijn voorzien van een of meer van de volgende apparaten voor
draadloze communicatie:
WLAN-apparaat (wireless local area network)
HP module voor mobiel breedband, een WWAN-apparaat (WWAN: wireless wide area network)
Bluetooth-apparaat
Voor meer informatie over draadloze technologie en verbinding maken met een draadloos netwerk
raadpleegt u de Naslaggids voor HP notebookcomputer en informatie en koppelingen naar relevante
websites in Help en ondersteuning.
Verbinding maken met een bestaand WLAN
1. Schakel de computer in.
2. Controleer of het WLAN-apparaat is ingeschakeld.
3. Klik op het netwerkpictogram in het systeemvak aan de rechterkant van de taakbalk.
4. Selecteer een netwerk waarmee u verbinding wilt maken.
5. Klik op Verbinding maken.
6. Voer, indien vereist, de beveiligingssleutel in.
Nieuw WLAN instellen
Vereiste apparatuur:
Een breedbandmodem (DSL of kabel) (1) en een snelle internetservice van een ISP (Internet
Service Provider)
Een draadloze router (afzonderlijk aangeschaft) (2)
De nieuwe computer met voorzieningen voor draadloze communicatie (3)
OPMERKING: Sommige modems hebben een ingebouwde draadloze router. Vraag bij uw
internetprovider na wat voor type modem u hebt.
De afbeelding laat een voorbeeld zien van een WLAN dat is verbonden met internet. Naarmate het
netwerk groeit, kunnen aanvullende draadloze en bekabelde computers op het netwerk worden
aangesloten om toegang tot internet te verkrijgen.
Verbinding maken met een draadloos netwerk 17
18 Hoofdstuk 3 Netwerk
Draadloze router configureren
Als u hulp nodig hebt bij het installeren van een draadloos netwerk, raadpleegt u de informatie die de
routerfabrikant of uw internetprovider heeft verstrekt.
Het besturingssysteem Windows biedt ook hulpprogramma's om u te helpen bij het installeren van
een draadloos netwerk. Als u de hulpmiddelen van Windows voor het instellen van het netwerk wilt
gebruiken, selecteert u Start > Configuratiescherm > Netwerk en internet > Netwerkcentrum >
Een nieuwe verbinding of een nieuw netwerk instellen > Een nieuw netwerk instellen. Volg
daarna de instructies op het scherm.
OPMERKING: U wordt geadviseerd de nieuwe computer met voorzieningen voor draadloze
communicatie eerst aan te sluiten op de router, met behulp van de netwerkkabel die is geleverd bij de
router. Als de computer eenmaal verbinding heeft gemaakt met internet, kunt u de kabel loskoppelen
en toegang krijgen tot internet via uw draadloze netwerk.
Draadloos netwerk beveiligen
Wanneer u een draadloos netwerk installeert of verbinding maakt met een bestaand draadloos
netwerk, is het altijd belangrijk de beveiligingsvoorzieningen in te schakelen om het netwerk te
beveiligen tegen onbevoegde toegang.
Raadpleeg de Naslaggids voor HP notebookcomputer voor informatie over het beveiligen van uw
WLAN.
Verbinding maken met een draadloos netwerk 19
4 Toetsenbord en cursorbesturing
Toetsenbord gebruiken
Actietoetsen gebruiken
Actietoetsen zijn bepaalde toetsen boven aan het toetsenbord waaraan aangepaste acties zijn
toegewezen.
Als u een actietoets wilt gebruiken, houdt u deze toets ingedrukt. De toegewezen actie wordt dan
uitgevoerd.
OPMERKING: Afhankelijk van het programma dat u gebruikt, wordt er een snelmenu geopend in
die toepassing als u op de fn-toets en een van de actietoetsen drukt.
OPMERKING: U kunt de actietoetsvoorziening uitschakelen in Setup Utility (BIOS) zodat de
toegewezen functie weer wordt geactiveerd wanneer u op de fn-toets en een van de actietoetsen
drukt.
Pictogram Actie Beschrijving
Help en ondersteuning Hiermee opent u Help en ondersteuning.
Help en ondersteuning bevat zelfstudieprogramma's, antwoorden op vragen
en productupdates.
Beeldschermhelderheid
verlagen
Hiermee verlaagt u de helderheid van het beeldscherm.
Beeldschermhelderheid
verhogen
Hiermee verhoogt u de helderheid van het beeldscherm.
20 Hoofdstuk 4 Toetsenbord en cursorbesturing
Pictogram Actie Beschrijving
Schakelen tussen
beeldschermen
Hiermee schakelt u tussen de weergaveapparaten die op het systeem zijn
aangesloten. Als er bijvoorbeeld een monitor op de computer is aangesloten,
schakelt de weergave steeds als u op deze toets drukt, tussen het scherm
van de computer, de monitor en zowel het computerscherm als de monitor.
De meeste externe monitoren maken gebruik van de externe-VGA-
videostandaard om videogegevens van de computer te ontvangen. Met de
toets voor het schakelen tussen beeldschermen kan de weergave ook
worden geschakeld van en naar andere apparaten die weergavegegevens
van de computer ontvangen.
De computer ondersteunt meerdere video-uitvoermodi. Wanneer u op de
toets voor het schakelen tussen beeldschermen drukt, kunt u kiezen uit vier
verschillende video-uitvoermodi:
Disconnect Projector mode (modus Projector uitschakelen)
Duplicate mode (modus Dupliceren)
Extend mode (modus Uitbreiden)
Projector only mode (modus Alleen projector)
Achtergrondverlichting van
het toetsenbord
Hiermee schakelt u de achtergrondverlichting van het toetsenbord in en uit.
OPMERKING: De achtergrondverlichting van het toetsenbord is bij levering
standaard ingeschakeld. Schakel de achtergrondverlichting van het
toetsenbord uit om de accuwerktijd te verlengen.
Web Hiermee opent u een webbrowser.
OPMERKING: Totdat u internet- of netwerkdiensten hebt geïnstalleerd,
opent u met deze toets de wizard Internetverbinding.
Geluid zachter Hiermee verlaagt u het geluidsvolume.
Geluid harder Hiermee verhoogt u het geluidsvolume.
Dempen Hiermee schakelt u de geluidsweergave uit (en weer in).
Draadloze communicatie Hiermee schakelt u de voorziening voor draadloze communicatie in of uit.
OPMERKING: Met deze toets kunt u geen draadloze verbinding tot stand
brengen. Als u een draadloze verbinding tot stand wilt brengen, moet er een
draadloos netwerk zijn ingesteld.
prt sc Afdrukscherm Hiermee maakt u een schermopname of afbeelding van het
computerbeeldscherm die naar het Klembord wordt gekopieerd.
Toetsenbord gebruiken 21
Hotkeys gebruiken
Een hotkey is een combinatie van de fn-toets (1) en ofwel de esc-toets (2) ofwel de b-toets (3).
U gebruikt een hotkey als volgt:
Druk kort op de fn-toets en druk vervolgens kort op de tweede toets van de hotkeycombinatie.
Functie Hotkey Beschrijving
Systeeminformatie weergeven fn+esc Hiermee geeft u informatie weer over de hardwareonderdelen van het
systeem en het versienummer van het systeem-BIOS.
Instellingen voor lage tonen
regelen.
fn+b Hiermee verhoogt of verlaagt u de instellingen voor lage tonen van Beats
Audio.
Beats Audio is een verbeterd audioprofiel dat zorgt voor diepe,
gecontroleerde lage tonen met behoud van een helder geluid. Beats
Audio is standaard ingeschakeld.
U kunt de instellingen voor lage tonen ook bekijken en regelen via het
Windows-besturingssysteem. Selecteer Start > Configuratiescherm >
Hardware en geluiden > Configuratiescherm HP Beats Audio >
Equalizer om de instellingen voor lage tonen te bekijken en te regelen.
Cursorbesturing gebruiken
OPMERKING: Naast de bij de computer horende cursorbesturingen kunt u een (afzonderlijk aan te
schaffen) externe USB-muis gebruiken door deze aan te sluiten op een van de USB-poorten van de
computer.
Voorkeuren voor aanwijsapparaten instellen
Via de eigenschappen voor de muis in Windows® kunt u de instellingen voor aanwijsapparaten
aanpassen aan uw wensen. U kunt bijvoorbeeld de knopconfiguratie, kliksnelheid en opties voor de
aanwijzer instellen.
22 Hoofdstuk 4 Toetsenbord en cursorbesturing
Als u de eigenschappen van de muis wilt weergeven, selecteert u Start > Apparaten en printers.
Klik vervolgens met de rechtermuisknop op het apparaat dat uw computer weergeeft en selecteer
Muisinstellingen.
Touchpad gebruiken
Als u de aanwijzer wilt verplaatsen, schuift u een vinger over het touchpad in de richting waarin u de
aanwijzer wilt bewegen. Gebruik de linker- en rechterknoppen van het touchpad zoals u de knoppen
op een externe muis zou gebruiken.
Touchpad in- of uitschakelen
Tik twee keer snel achtereen op het touchpadlampje om het touchpad in en uit te schakelen. Als het
touchpadlampje oranje is, is het touchpad uitgeschakeld.
Navigeren
Als u de aanwijzer wilt verplaatsen, schuift u een vinger over het touchpad in de richting waarin u de
aanwijzer wilt bewegen.
Cursorbesturing gebruiken 23
Selecteren
Gebruik de linker- en rechterknoppen van het touchpad zoals u de knoppen op een externe muis zou
gebruiken.
Touchpadbewegingen gebruiken
Het touchpad ondersteunt een aantal bewegingen. Om touchpadbewegingen te gebruiken, plaatst u
twee vingers gelijktijdig op het touchpad.
U schakelt de bewegingen als volgt in en uit:
1.
Dubbelklik op het pictogram Synaptics
in het systeemvak aan de rechterkant van de
taakbalk en klik op het tabblad Apparaatinstellingen.
2. Selecteer het apparaat en klik op Instellingen.
3. Selecteer de beweging die u wilt in- of uitschakelen.
4. Klik op Toepassen en vervolgens op OK.
OPMERKING: De computer ondersteunt ook andere touchpadvoorzieningen. Om deze
voorzieningen te bekijken en in te schakelen, dubbelklikt u op het pictogram Synaptics in het
systeemvak aan de rechterkant van de taakbalk en klikt u daarna op het tabblad
Apparaatinstellingen. Selecteer het apparaat en klik op Instellingen.
24 Hoofdstuk 4 Toetsenbord en cursorbesturing
Schuiven
Schuiven kan worden gebruikt om op een pagina of in een afbeelding omhoog, omlaag of opzij te
bewegen. Doe het volgende om te schuiven: plaats twee vingers enigszins uit elkaar op het touchpad
en sleep deze over het touchpad. Beweeg hierbij omhoog, omlaag, naar links of naar rechts.
OPMERKING: De schuifsnelheid wordt bepaald door de snelheid van uw vingers.
Knijpen/zoomen
Door te knijpen kunt u in- of uitzoomen op afbeeldingen of tekst.
Zoom in door twee vingers bij elkaar te houden op het touchpad en ze daarna van elkaar af te
bewegen.
Zoom uit door twee vingers uit elkaar te houden op het touchpad en ze daarna naar elkaar toe te
bewegen.
Cursorbesturing gebruiken 25
5 Onderhoud
De accu verwijderen of plaatsen
OPMERKING: De accu is in de fabriek in de accuruimte geplaatst.
OPMERKING: Raadpleeg de Naslaggids voor HP notebookcomputer voor aanvullende informatie
over het gebruik van de accu.
Accu verwijderen
VOORZICHTIG: Bij het verwijderen van een accu die de enige beschikbare voedingsbron voor de
computer vormt, kunnen er gegevens verloren gaan. Sla uw werk op, activeer de hibernationstand of
schakel de computer uit voordat u een accu verwijdert die de enige voedingsbron is. Zo voorkomt u
dat er gegevens verloren gaan.
1. Verschuif de vergrendeling van het accuafdekplaatje (1).
2. Schuif het accuafdekplaatje (2) van de computer af en verwijder het accuafdekplaatje
vervolgens.
3. Verschuif de rechteraccuvergrendeling (1) om de accu te ontgrendelen.
4. Verschuif de linkeraccuvergrendeling (2) om de accu los te koppelen.
5. Trek het accuklepje omhoog (3) en haal de accu uit de computer.
26 Hoofdstuk 5 Onderhoud
Accu plaatsen
1. Breng de lipjes op de accu op één lijn met de uitsparingen aan de buitenrand van de accuruimte
(1) en draai de accu (2) in de accuruimte tot de accu op zijn plaats zit.
2. Verschuif de rechteraccuvergrendeling (3) om de accu te vergrendelen.
OPMERKING: De linker accuvergrendeling vergrendelt automatisch.
3. Plaats het accuafdekplaatje terug (1).
4. Schuif het accuafdekplaatje (2) naar achteren totdat het goed op zijn plaats zit.
OPMERKING: De vergrendeling van het accuafdekplaatje vergrendelt automatisch.
De accu verwijderen of plaatsen 27
Extra accu gebruiken (alleen bepaalde modellen)
Een extra accu kan de accuwerktijd van de computer verlengen.
Onderdelen van de extra accu herkennen
Onderdeel Beschrijving
(1) Accubrandstofmeter Wanneer de accubrandstofmeter wordt ingedrukt, controleert
deze de hoeveelheid beschikbare acculading.
(2) Acculadingslampjes (4) Hiermee wordt het percentage beschikbare accuvoeding
aangegeven.
Knipperend: de extra accu is bijna leeg.
Eén lampje aan: de extra accu heeft 25 procent resterende
acculading.
Twee lampjes aan: de extra accu heeft 50 procent
resterende acculading.
Drie lampjes aan: de extra accu heeft 75 procent resterende
acculading.
Vier lampjes aan: de extra accu is volledig opgeladen.
(3) Accuvergrendelingen (2) Maak de accu los van de onderkant van de computer.
28 Hoofdstuk 5 Onderhoud
Extra accu plaatsen of verwijderen
U plaatst de extra accu als volgt:
OPMERKING: Wanneer u de extra accu voor de eerste keer installeert, moet u controleren of het
beschermplaatje op de connector van de extra accu is verwijderd.
OPMERKING: Het is niet nodig de computer uit te schakelen alvorens de extra accu te plaatsen of
te verwijderen.
1. Leg de computer ondersteboven, met de accuruimte naar u toe.
2. Verschuif de accuvergrendelingen (1) op de extra accu om deze los te koppelen.
3. Breng de extra accu op één lijn met de de onderkant van de computer, met de
accubrandstofmeter naar u toe gericht.
4. Druk de extra accu omlaag (2) tot deze vastzit.
OPMERKING: Druk op het midden van de extra accu om er zeker van te zijn dat de accu
stevig contact maakt met de onderzijde van de computer.
5. Verschuif de accuvergrendelingen (3) om de extra accu te vergrendelen op de computer.
U verwijdert de extra accu als volgt:
1. Verschuif de accuvergrendelingen (1) op de extra accu om deze los te koppelen.
Extra accu gebruiken (alleen bepaalde modellen) 29
2. Neem de extra accu (2) uit de computer.
Volgorde van opladen en ontladen van accu's
Als zowel de primaire accu als de optionele extra accu is geïnstalleerd, varieert de laad- en
ontlaadcyclus.
De computer ondersteunt de snellaadmodus (standaard ingeschakeld). Wanneer beide accu's
worden opgeladen, wordt de primaire accu tot 90 procent opgeladen voordat de extra accu
begint op te laden. Daarna wordt overgeschakeld op het opladen van de extra accu. Wanneer
de acculading van de extra accu 90 procent heeft bereikt, wordt de primaire accu opgeladen tot
100 procent. Nadat de primaire accu volledig is opgeladen, wordt de extra accu opgeladen tot
100 procent.
Wanneer de extra accu een kritiek laag ladingsniveau bereikt, neemt de primaire accu de
stroomvoorziening over.
De extra accu wordt ontladen voordat de primaire accu wordt ontladen.
Wanneer de extra accu uit de computer wordt verwijderd, neemt de primaire accu de
stroomvoorziening over.
Wanneer de extra accu in de computer wordt geplaatst, neemt de extra accu de
stroomvoorziening over.
Vaste schijf vervangen of upgraden
OPMERKING: De vaste schijf bevindt zich in de accuruimte.
VOORZICHTIG: Neem de volgende richtlijnen in acht om te voorkomen dat gegevens verloren
gaan of het systeem vastloopt:
Sluit de computer af voordat u de vaste schijf uit de vaste-schijfruimte verwijdert. Verwijder de vaste
schijf niet wanneer de computer aanstaat of in de slaapstand of de hibernationstand staat.
Als u niet weet of de computer is uitgeschakeld of in de hibernationstand staat, zet u de computer
aan door op de aan/uit-knop te drukken. Sluit de computer vervolgens af via het besturingssysteem.
30 Hoofdstuk 5 Onderhoud
Vaste schijf verwijderen
1. Sla uw werk op en sluit de computer af.
2. Ontkoppel alle externe apparaten die op de computer zijn aangesloten.
3. Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact.
4. Verschuif de vergrendeling van het accuafdekplaatje (1).
5. Schuif het accuafdekplaatje (2) van de computer af en verwijder het accuafdekplaatje
vervolgens.
6. Verwijder de accu.
OPMERKING: Instructies voor het verwijderen van de accu vindt u in Accu verwijderen
op pagina 26.
7. Verwijder de schroeven van de vaste schijf (1).
8. Schuif de vaste schijf (2) naar rechts en til deze uit de vaste-schijfruimte.
Vaste schijf vervangen of upgraden 31
Vaste schijf plaatsen
1. Plaats de vaste schijf (1) in de vaste-schijfruimte en schuif de vaste schijf naar links tot deze
vastklikt.
2. Plaats de schroeven (2) van de vaste schijf terug.
3. Plaats de accu terug.
OPMERKING: Instructies voor het vervangen van de accu vindt u in Accu plaatsen
op pagina 27.
4. Plaats het accuafdekplaatje terug (1).
5. Schuif het accuafdekplaatje (2) naar achteren totdat het goed op zijn plaats zit.
OPMERKING: De vergrendeling van het accuafdekplaatje vergrendelt automatisch.
6. Sluit de externe voedingsbron en de randapparatuur weer aan.
7. Schakel de computer in.
32 Hoofdstuk 5 Onderhoud
Geheugenmodules toevoegen of vervangen
De computer heeft één geheugenmodulecompartiment. U kunt de capaciteit van de computer
vergroten door de bestaande geheugenmodule in het primaire geheugenmoduleslot te vervangen.
WAARSCHUWING! Haal vóór het plaatsen van een geheugenmodule de stekker uit het
stopcontact en verwijder alle accu's om het risico van een elektrische schok, brand of schade aan de
apparatuur te beperken.
VOORZICHTIG: Door elektrostatische ontlading kunnen elektronische onderdelen beschadigd
raken. Zorg ervoor dat u vrij bent van statische elektriciteit door een geaard metalen voorwerp aan te
raken voordat u een procedure start.
Ga als volgt te werk om een geheugenmodule toe te voegen of te vervangen:
VOORZICHTIG: Neem de volgende richtlijnen in acht om te voorkomen dat gegevens verloren
gaan of het systeem vastloopt:
Sluit de computer af voordat u een geheugenmodule aan de computer toevoegt of uit de computer
verwijdert. Verwijder een geheugenmodule niet wanneer de computer aanstaat of in de slaapstand of
de hibernationstand staat.
Als u niet weet of de computer is uitgeschakeld of in de hibernationstand staat, zet u de computer
aan door op de aan/uit-knop te drukken. Sluit de computer vervolgens af via het besturingssysteem.
1. Sla uw werk op en sluit de computer af.
2. Ontkoppel alle externe apparaten die op de computer zijn aangesloten.
3. Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact.
4. Verwijder het accuafdekplaatje en de accu.
OPMERKING: Instructies voor het verwijderen van de accu vindt u in Accu verwijderen
op pagina 26.
5. Verwijder de 5 schroeven van het afdekplaatje van het geheugenmodulecompartiment (1).
6. Schuif het afdekplaatje van het geheugenmodulecompartiment (2) naar achteren en verwijder dit
vervolgens.
Geheugenmodules toevoegen of vervangen 33
7. Voor het vervangen van een geheugenmodule verwijdert u de bestaande geheugenmodule:
a. Trek de borgklemmetjes (1) aan beide zijden van de geheugenmodule weg.
De geheugenmodule kantelt naar boven.
b. Pak de geheugenmodule aan de rand vast (2) en trek de geheugenmodule voorzichtig uit
het geheugenmoduleslot.
VOORZICHTIG: Houd de geheugenmodule bij de randen vast, om te voorkomen dat de
geheugenmodule wordt beschadigd. Raak de onderdelen van de geheugenmodule niet
aan.
Bewaar verwijderde geheugenmodules in een antistatische verpakking om de module te
beschermen.
8. Plaats een nieuwe geheugenmodule:
VOORZICHTIG: Houd de geheugenmodule bij de randen vast, om te voorkomen dat de
geheugenmodule wordt beschadigd. Raak de onderdelen van de geheugenmodule niet aan.
a. Breng de inkeping (1) in de geheugenmodule op één lijn met het lipje in het
geheugenmoduleslot.
b. Houd de geheugenmodule onder een hoek van 45 graden boven het oppervlak van het
geheugenmodulecompartiment en druk de module (2) in het geheugenmoduleslot tot deze
op zijn plaats zit.
34 Hoofdstuk 5 Onderhoud
c. Druk de geheugenmodule (3) voorzichtig naar beneden en oefen daarbij druk uit op zowel
de linker- als de rechterkant van de geheugenmodule totdat de borgklemmetjes
vastklikken.
VOORZICHTIG: Zorg ervoor dat u de geheugenmodule niet buigt om schade aan de
geheugenmodule te voorkomen.
9. Plaats het afdekplaatje van het geheugenmodulecompartiment (1) terug. Schuif het afdekplaatje
vervolgens naar voren totdat het vastklikt.
10. Plaats de 5 schroeven van het afdekplaatje van het geheugenmodulecompartiment terug (2).
11. Plaats het accuafdekplaatje en de accu terug.
OPMERKING: Instructies voor het vervangen van de accu vindt u in Accu plaatsen
op pagina 27.
12. Sluit de externe voedingsbron en de randapparatuur weer aan.
13. Schakel de computer in.
Geheugenmodules toevoegen of vervangen 35
Externe monitor of projector aansluiten
Om een extern weergaveapparaat, zoals een monitor of projector, aan te sluiten op de computer, sluit
u de HP HDMI-VGA-beeldschermadapter (alleen bepaalde modellen) aan op de HDMI-poort van de
computer.
De HP HDMI-VGA-beeldschermadapter ondersteunt de volgende resoluties:
800 × 600
1024 × 768
1280 × 720
1280 × 800
1280 × 1024
1400 × 1050
1440 × 900
1600 × 1200
1680 × 1050
1920 × 1080
U sluit een externe monitor of projector als volgt aan met behulp van de HDMI-VGA-
beeldschermadapter:
1. Sluit de HDMI-VGA-beeldschermadapter aan op de HDMI-poort van de computer.
2. Sluit een externe monitor of projector aan op het andere uiteinde van de adapter.
OPMERKING: Als een extern weergaveapparaat op de juiste wijze is aangesloten maar geen beeld
geeft, drukt u op de toets voor het schakelen tussen beeldschermen om het beeld te schakelen naar
het apparaat. Door herhaaldelijk te drukken op de toets voor het schakelen tussen beeldschermen,
schakelt u de weergave tussen het computerbeeldscherm en het externe weergaveapparaat.
36 Hoofdstuk 5 Onderhoud
Programma's en stuurprogramma's bijwerken
HP raadt u aan regelmatig een update uit te voeren van uw programma's en stuurprogramma's. Ga
naar
http://www.hp.com/support om de recentste versies te downloaden. U kunt zich ook aanmelden
voor het ontvangen van automatische updateberichten wanneer er nieuwe updates beschikbaar
komen.
Onderhoud
Beeldscherm reinigen
VOORZICHTIG: Voorkom blijvende schade aan de computer door nooit water, vloeibare
schoonmaakmiddelen of chemische producten op het beeldscherm te spuiten.
Maak het beeldscherm regelmatig schoon met een zachte, vochtige en pluisvrije doek om vlekken en
stof te verwijderen. Als het beeldscherm nog niet geheel schoon is, gebruikt u antistatische vochtige
doekjes of een antistatisch schoonmaakmiddel speciaal voor beeldschermen.
Touchpad en toetsenbord reinigen
Als het touchpad vies of vettig wordt, is het mogelijk dat de aanwijzer onverwachte bewegingen gaat
maken. U kunt dit vermijden door het touchpad te reinigen met een vochtige doek en uw handen
regelmatig te wassen wanneer u met de computer werkt.
WAARSCHUWING! Gebruik geen stofzuiger om het toetsenbord te reinigen, om het risico van een
elektrische schok of schade aan interne onderdelen te beperken. Een stofzuiger kan stofdeeltjes op
het oppervlak van het toetsenbord achterlaten.
Reinig het toetsenbord regelmatig om te voorkomen dat toetsen blijven steken en om stof, pluisjes en
kruimels te verwijderen die onder de toetsen terechtkomen. U kunt een spuitbus met perslucht en een
rietje gebruiken om lucht rondom en onder de toetsen te blazen en vuil te verwijderen.
Programma's en stuurprogramma's bijwerken 37
6 Back-up en herstel
In het geval van een systeemfout kunt u het systeem herstellen in de staat van de recentste back-up.
HP raadt daarom aan onmiddellijk nadat u de software hebt geïnstalleerd, herstelschijven te maken.
Als u nieuwe software en gegevensbestanden toevoegt, moet u periodiek back-ups van het systeem
blijven maken om altijd een redelijk actuele back-up achter de hand te hebben.
Het besturingssysteem en HP Recovery Manager bevatten voorzieningen die zijn bedoeld om u te
helpen bij de volgende taken voor het beveiligen van uw gegevens en het herstellen ervan als de
computer niet meer werkt:
Een set herstelschijven maken (voorziening van Recovery Manager)
Een back-up maken van uw gegevens
Systeemherstelpunten maken
Een programma of stuurprogramma herstellen
Het volledige systeem herstellen (vanaf de partitie of vanaf herstelschijven)
OPMERKING: Als uw computer geen herstelpartitie heeft, zijn er herstelschijven meegeleverd.
Gebruik deze schijven om het besturingssysteem en de software te herstellen. U kunt
controleren of er een herstelpartitie beschikbaar is door te klikken op Start. Klik vervolgens met
de rechtermuisknop op Computer, daarna op Beheren en vervolgens op Schijfbeheer. Als de
partitie aanwezig is, staat er een HP herstelschijfeenheid vermeld in het venster.
38 Hoofdstuk 6 Back-up en herstel
Herstelschijven
U wordt aangeraden om herstelschijven te maken, om er zeker van te zijn dat u de computer in zijn
oorspronkelijke staat kunt herstellen als de vaste schijf niet meer werkt of als u om welke reden dan
ook niet kunt herstellen met de herstelpartitieprogramma's. Maak deze schijven nadat u de computer
voor de eerste keer hebt ingesteld.
Wees voorzichtig met deze schijven en bewaar ze op een veilige plaats. Met deze software kunt u
slechts één set herstelschijven maken.
OPMERKING: Als de computer geen geïntegreerde optische-schijfeenheid heeft, kunt u een
optionele externe optische-schijfeenheid (afzonderlijk aan te schaffen) gebruiken om herstelschijven
te maken of kunt u herstelschijven voor de computer aanschaffen via de website van HP. Als u
gebruikmaakt van een externe optische-schijfeenheid, moet die worden aangesloten op een USB-
poort van de computer, niet op een USB-poort van een ander extern apparaat, zoals een USB-hub.
Richtlijnen:
Koop media van hoge kwaliteit: dvd-r, dvd+r, bd-r (beschrijfbare Blu-ray Discs) of cd-r. Dvd's en
bd's hebben een veel grotere opslagcapaciteit dan cd's. Als u cd's gebruikt, hebt u er misschien
wel 20 nodig, terwijl enkele dvd's of bd's al voldoende zijn.
OPMERKING: Schijven die zowel gelezen als beschreven kunnen worden, zoals cd-rw-, dvd
±rw-, dubbellaags dvd±rw- en bd-re-schijven (beschrijfbare Blu-ray), zijn niet compatibel met
Recovery Manager.
De computer moet tijdens deze procedure zijn aangesloten op een netvoedingsbron.
Per computer kan slechts één set herstelschijven worden gemaakt.
Nummer elke schijf voordat u deze in de optische-schijfeenheid plaatst.
U kunt het programma eventueel afsluiten voordat u klaar bent met het maken van
herstelschijven. De volgende keer dat u Recovery Manager opent, wordt u verzocht door te
gaan met het vervaardigen van schijven.
Ga als volgt te werk om een set herstelschijven te maken:
1. Selecteer Start > Alle programma's > Recovery Manager > Recovery Disc Creation
(Herstelschijven maken).
2. Volg de instructies op het scherm.
Herstelschijven 39
Systeemherstelactie uitvoeren
Met Recovery Manager herstelt u de computer in de oorspronkelijke fabriekstoestand. Recovery
Manager werkt vanaf herstelschijven of vanaf een speciale herstelpartitie (alleen bepaalde modellen)
op de vaste schijf.
Houd bij het uitvoeren van een systeemherstelactie rekening met het volgende:
U kunt alleen bestanden herstellen waarvan u eerder een back-up hebt gemaakt. U wordt
aangeraden om met HP Recovery Manager een set herstelschijven (back-up van de volledige
vaste schijf) te maken zodra u de computer gebruiksklaar hebt gemaakt.
Windows heeft eigen ingebouwde reparatievoorzieningen, zoals Systeemherstel. Als u deze
voorzieningen nog niet hebt geprobeerd, probeert u deze voordat u Recovery Manager gebruikt.
Recovery Manager herstelt alleen software die vooraf in de fabriek is geïnstalleerd. Software die
niet met de computer is meegeleverd, moet worden gedownload van de website van de
fabrikant of opnieuw worden geïnstalleerd vanaf de schijf van de fabrikant.
Herstellen met behulp van de speciale herstelpartitie (alleen bepaalde
modellen)
Bij sommige modellen kunt u een herstelactie uitvoeren vanaf de herstelpartitie op de vaste schijf, die
toegankelijk is door te klikken op Start of te drukken op de toets f11. Hierdoor worden de
fabrieksinstellingen van de computer hersteld zonder herstelschijven te gebruiken.
U herstelt de computer als volgt vanaf de partitie:
1. Open Recovery Manager op een van de volgende manieren:
Selecteer Start > Alle programma's > Recovery Manager > Recovery Manager.
– of –
Schakel de computer in of start deze opnieuw op en druk op esc wanneer "Press the ESC
key for Startup Menu" (“Druk op Esc voor het startmenu”) onder in het scherm verschijnt.
Druk op f11 terwijl "F11 HP Recovery" (“F11 HP Herstel”) op het scherm wordt
weergegeven.
2. Klik op Systeemherstel in het venster Recovery Manager.
3. Volg de instructies op het scherm.
Herstellen met behulp van de herstelschijven
1. Maak indien mogelijk een back-up van al uw persoonlijke bestanden.
2. Plaats de eerste herstelschijf in de optische-schijfeenheid van de computer of in een optionele
externe optische-schijfeenheid en start de computer opnieuw op.
3. Volg de instructies op het scherm.
Een back-up maken van uw gegevens
Maak periodiek back-ups van uw computerbestanden om altijd een actuele back-up achter de hand
te hebben. U kunt een back-up maken van uw gegevens op een optionele externe vaste schijf, op
40 Hoofdstuk 6 Back-up en herstel
een netwerkschijfeenheid of op schijven. Maak in de volgende situaties een back-up van het
systeem:
periodiek, op basis van een back-upschema;
OPMERKING: Stel herinneringen in om periodiek een back-up te maken van uw informatie.
voordat de computer wordt gerepareerd of hersteld;
voordat u hardware of software toevoegt of wijzigt.
Richtlijnen:
Maak systeemherstelpunten met de voorziening Systeemherstel van Windows® en kopieer ze
op gezette tijden naar een optische schijf of een externe vaste-schijfeenheid. Raadpleeg
Systeemherstelpunten gebruiken op pagina 41 voor meer informatie over het gebruik van
systeemherstelpunten.
Sla persoonlijke bestanden op in de map Documenten en maak periodiek een back-up van deze
map.
Sla aangepaste instellingen in een venster, werkbalk of menubalk op door een schermopname
van de instellingen te maken. Een schermafbeelding kan veel tijd besparen als u opnieuw uw
voorkeuren moet instellen.
Back-up en terugzetten van Windows gebruiken
Met Back-up en terugzetten van Windows kunt u back-ups maken van afzonderlijke bestanden of een
back-up maken van de volledige computerimage.
Richtlijnen:
Zorg dat de computer is aangesloten op een netvoedingsbron voordat u het back-upproces start.
Neem voldoende tijd om het back-upproces te voltooien. Afhankelijk van de grootte van de
bestanden kan dit meer dan een uur in beslag nemen.
U maakt als volgt een back-up:
1. Selecteer Start > Configuratiescherm > Systeem en beveiliging > Back-up en terugzetten.
2. Volg de instructies op het scherm om een back-up te plannen en te maken.
OPMERKING: Windows® bevat de functie Gebruikersaccountbeheer om de beveiliging van de
computer te verbeteren. Mogelijk wordt om uw toestemming of wachtwoord gevraagd bij taken als het
installeren van software, het uitvoeren van hulpprogramma's of het wijzigen van Windows-
instellingen. Raadpleeg Help en ondersteuning voor meer informatie.
Systeemherstelpunten gebruiken
Met een systeemherstelpunt kunt u een “momentopname” van de vaste schijf op een bepaald tijdstip
opslaan onder een specifieke naam. Als u wijzigingen die nadien zijn aangebracht, ongedaan wilt
maken, kunt u het systeem herstellen zoals het op dat tijdstip was.
OPMERKING: Als u een eerdere staat van het systeem herstelt, heeft dat geen invloed op
gegevensbestanden die zijn opgeslagen of e-mailberichten die zijn gemaakt sinds het laatste
herstelpunt.
U kunt ook extra herstelpunten maken om uw bestanden en instellingen extra te beschermen.
Een back-up maken van uw gegevens 41
Wanneer maakt u herstelpunten?
Voordat u software of hardware toevoegt of ingrijpend wijzigt.
Op gezette tijden wanneer de computer optimaal functioneert.
OPMERKING: Als u het systeem hebt hersteld naar een herstelpunt en van gedachten verandert,
kunt u de herstelactie ongedaan maken.
Systeemherstelpunt maken
1. Selecteer Start > Configuratiescherm > Systeem en beveiliging > Systeem.
2. Klik in het linkerdeelvenster op Systeembeveiliging.
3. Klik op het tabblad Systeembeveiliging.
4. Volg de instructies op het scherm.
Terugkeren naar een herstelpunt van een bepaalde datum en tijd
U gaat als volgt terug naar een herstelpunt (gemaakt op een eerdere datum en tijd) waarop de
computer optimaal werkte:
1. Selecteer Start > Configuratiescherm > Systeem en beveiliging > Systeem.
2. Klik in het linkerdeelvenster op Systeembeveiliging.
3. Klik op het tabblad Systeembeveiliging.
4. Klik op Systeemherstel.
5. Volg de instructies op het scherm.
42 Hoofdstuk 6 Back-up en herstel
7 Klantenondersteuning
Contact opnemen met de klantenondersteuning
Als de informatie in deze handleiding Aan de slag, in de Naslaggids voor HP notebookcomputer of in
Help en ondersteuning geen antwoord geeft op uw vragen, kunt u contact opnemen met de
klantenondersteuning van HP op:
http://www.hp.com/go/contactHP
OPMERKING: Klik voor wereldwijde ondersteuning op Neem contact op met HP wereldwijd aan
de linkerkant van de pagina of ga naar
http://welcome.hp.com/country/us/en/wwcontact_us.html.
Hier kunt u:
online chatten met een ondersteuningsmedewerker van HP;
OPMERKING: Wanneer technische ondersteuning niet beschikbaar is in een bepaalde taal, is
deze beschikbaar in het Engels.
een e-mail sturen naar de klantenondersteuning van HP;
telefoonnummers opzoeken van de klantenondersteuning van HP (wereldwijd);
een HP servicecentrum opzoeken.
Labels
De labels die zijn aangebracht op de computer, bieden informatie die u nodig kunt hebben wanneer u
problemen met het systeem probeert op te lossen of wanneer u de computer in het buitenland
gebruikt.
Het serienummerlabel biedt belangrijke informatie, waaronder:
Onderdeel
(1) Productnaam
(2) Serienummer (s/n)
(3) Artikelnummer/productnummer (p/n)
(4) Garantieperiode
(5) Modelbeschrijving
Contact opnemen met de klantenondersteuning 43
Houd deze gegevens bij de hand wanneer u contact opneemt met de technische ondersteuning.
Het serienummerlabel bevindt zich in de accuruimte.
Certificaat van echtheid van Microsoft®: bevat de Windows-productsleutel. U kunt de
productsleutel nodig hebben wanneer u het besturingssysteem wilt bijwerken of problemen met
het systeem wilt oplossen. Het Certificaat van echtheid van Microsoft bevindt zich aan de
onderkant van de computer.
Label met kennisgevingen: bevat kennisgevingen betreffende het gebruik van de computer. Het
label met kennisgevingen bevindt zich in de accuruimte.
Certificeringslabel(s) voor draadloze communicatie (alleen bepaalde modellen): bevat(ten)
informatie over optionele apparatuur voor draadloze communicatie en de keurmerken van
diverse landen waar de apparatuur is goedgekeurd en toegestaan voor gebruik. Als uw model
computer is voorzien van een of meer apparaten voor draadloze communicatie, is de computer
voorzien van een of meer certificeringslabels. U kunt deze informatie nodig hebben wanneer u
de computer in het buitenland gebruikt. Labels met keurmerken voor apparaten voor draadloze
communicatie bevinden zich aan de binnenkant van de accuruimte.
SIM-label (Subscriber Identity Module, alleen bepaalde modellen): bevat de ICCID (Integrated
Circuit Card Identifier) van de SIM-kaart. Dit label bevindt zich in de accuruimte.
Label met serienummer van breedbandmodule HP Mobiel (alleen bepaalde modellen): bevat het
serienummer van de breedbandmodule HP Mobiel. Dit label bevindt zich in de accuruimte.
44 Hoofdstuk 7 Klantenondersteuning
8 Specificaties
Ingangsvermogen
De gegevens over elektrische voeding in dit gedeelte kunnen van pas komen als u internationaal wilt
reizen met de computer.
De computer werkt op gelijkstroom, die kan worden geleverd via netvoeding of via een voedingsbron
voor gelijkstroom. De capaciteit van de netvoedingsbron moet 100–240 V en 50–60 Hz zijn. Hoewel
de computer kan worden gevoed via een aparte gelijkstroomvoedingsbron, wordt u ten zeerste
aangeraden de computer alleen aan te sluiten via een netvoedingsadapter of een gelijkstroombron
die door HP is geleverd en goedgekeurd voor gebruik met deze computer.
De computer is geschikt voor gelijkstroom binnen de volgende specificaties. De computer gebruikt
een van de volgende adapters.
Ingangsvermogen Capaciteit
Bedrijfsspanning en -stroom 19,0 V DC bij 4,74 A – 90 W
Bedrijfsspanning en -stroom (Slim Adapter) 19,5 V DC bij 4,62 A – 90 W
OPMERKING: Dit product is ontworpen voor IT-elektriciteitsnetten in Noorwegen met een fase-
fasespanning van maximaal 240 V wisselspanning.
OPMERKING: Het label met kennisgevingen voor het systeem, dat zich in de accuruimte bevindt,
bevat informatie over de bedrijfsspanning en -stroom van de computer wanneer deze in bedrijf is.
Omgevingsvereisten
Factor Metrisch VS
Temperatuur
In bedrijf (schrijven naar optische schijf) 5 °C tot 35 °C 41 °F tot 95 °F
Buiten bedrijf -20 °C tot 60 °C -4 °F tot 140 °F
Relatieve luchtvochtigheid (zonder condensatie)
In bedrijf 10% tot 90% 10% tot 90%
Buiten bedrijf 5% tot 95% 5% tot 95%
Maximale hoogte (zonder drukcabine)
In bedrijf -15 m tot 3.048 m -50 ft tot 10.000 ft
Buiten bedrijf -15 m tot 12.192 m -50 ft tot 40.000 ft
Ingangsvermogen 45
Index
A
Aan/uit-knop herkennen 8
Aan/uit-lampje 7, 11
Aanwijsapparaten
voorkeuren instellen 22
Accu
Fast Charge Mode
(Snellaadmodus) 30
oplaadvolgorde 30
terugplaatsen 26
Acculampje 12
Accuruimte 44
Accuruimte, herkennen 15
Actietoetsen
achtergrondverlichting
toetsenbord 21
beeldschermhelderheid
hoger 20
beeldschermhelderheid
lager 20
draadloze communicatie 21
gebruiken 20
geluidsvolume aanpassen 21
Help en ondersteuning 20
herkennen 9
schakelen tussen
beeldschermen 21
uitgeschakeld
luidsprekergeluid 21
Web 21
ATI Catalyst Control Center 2
ATI Eyefinity-technologie voor
meerdere beeldschermen 2
Audio-ingang (microfooningang)
herkennen 13
Audio-uitgang
(hoofdtelefoonuitgang)
herkennen 13
B
Back-up maken
aangepaste instellingen in
vensters, werkbalken en
menubalken 41
persoonlijke bestanden 41
Beats Audio 22
Beeldschermen, schakelen
tussen 21
Beeldschermhelderheid,
toetsen 20
Beeldscherm schakelen 21
Beeldschermschakeltoets
herkennen 21
Besturingssysteem
Microsoft, certificaat van
echtheid, label 44
productsleutel 44
Beveiligingskabel,
bevestigingspunt herkennen 11
Bevestigingspunt
beveiligingskabel 11
digitale media 10
Bluetooth-compartiment
herkennen 10
Bluetooth-label 44
C
Certificaat van echtheid, label 44
Compartiment voor
geheugenmodule herkennen 15
Connector, netvoeding 12
Connector optionele extra accu
herkennen 15
D
Digitalemediaslot herkennen 10
Draadloos netwerk, verbinding
maken 17
Draadloos netwerk (WLAN),
benodigde apparatuur 17
Draadloze communicatie,
instellen 17
Draadloze communicatie, label
met keurmerk 44
Draadloze router configureren 19
E
Ejecttoets voor optische-
schijfeenheid herkennen 9
eSATA-poort herkennen 11
Esc-toets herkennen 9
Extra accu
onderdelen 28
plaatsen 29
verwijderen 29
Extra accu, brandstofmeter 28
Extra acculadingslampjes 28
F
f11 40
Fast Charge Mode
(Snellaadmodus) 30
fn-toets herkennen 9, 22
G
Geheugenmodule
plaatsen 34
terugplaatsen 33
verwijderen 34
Geheugenmodulecompartiment,
afdekplaatje
terugplaatsen 35
verwijderen 33
Geïntegreerde webcam, lampje
herkennen 14
Geluid uit, lampje herkennen 7
Geluid uit, toets herkennen 21
H
HDMI-poort herkennen 11, 36
Help en ondersteuning, toets 20
Herstellen, systeem 40
Herstellen vanaf de
herstelschijven 40
Herstellen vanaf de speciale
herstelpartitie 40
Herstelpartitie 38
Herstelpunten 41
Herstelschijven 38, 39
Hoofdtelefoonuitgang (audio-
uitgang) 13
Hotkey instellingen voor lage
tonen 22
Hotkeys
beschrijving 22
46 Index
gebruiken 22
instellingen voor lage
tonen 22
systeeminformatie
weergeven 22
HP HDMI-VGA-
beeldschermadapter,
gebruiken 36
I
In-/uitgangen
audio-ingang
(microfooningang) 13
audio-uitgang
(hoofdtelefoon) 13
RJ-45 (netwerk) 11
In-/uitzoomen,
touchpadbeweging 25
Ingangsvermogen 45
Installatie van draadloos
netwerk 17
Interne microfoons herkennen 14
Internetprovider, gebruikmaken
van 16
Internetverbinding instellen 17
K
Kennisgevingen
label met kennisgevingen 44
labels met keurmerken voor
draadloze communicatie 44
Knijpen, touchpadbeweging 25
Knoppen
aan/uit 8
linkerknop van touchpad 6
rechterknop van touchpad 6
L
Labels
Bluetooth 44
breedbandmodule HP
Mobiel 44
certificaat van echtheid van
Microsoft 44
kennisgevingen 44
keurmerk voor draadloze
communicatie 44
Serienummer 43
SIM-kaart 44
WLAN 44
Lampjes
aan/uit 7, 11
accu 12
draadloze communicatie 7
geluid uit 7
schijfeenheid 11
touchpad 7
webcam 14
Lampje voor draadloze
communicatie 7
Luidsprekers herkennen 10
M
Microfooningang (audio-ingang)
herkennen 13
Microsoft, certificaat van echtheid,
label 44
Mini DisplayPort herkennen 11
Monitor, aansluiten 36
Muis, extern
voorkeuren instellen 23
N
Netvoedingsconnector
herkennen 12
Netwerkconnector herkennen 11
O
Omgevingsvereisten 45
Onderdelen
beeldscherm 14
bovenkant 6
linkerkant 13
onderkant 15
rechterkant 11
voorkant 10
Ondersteunde schijven 39
Ontgrendeling
accuafdekplaatje 15
Optische-schijfeenheid
herkennen 13
P
Poorten
eSATA 11
HDMI 11
USB 13
Productnaam en productnummer,
computer 43
Productsleutel 44
Programma of stuurprogramma
herstellen 38
Projector, aansluiten 36
R
Recovery Manager 38, 40
Reizen met computer 44
RJ-45-netwerkconnector
herkennen 11
Ruimten
accu 15, 44
vaste schijf 15
S
Schijf, vaste schijf 32
Schijfeenheidlampje 11
Schuiven, touchpadbeweging 25
Serienummerlabel 43
Serienummer van computer 43
SIM-slot herkennen 15
Single large surface 2
Stardock Fences 1
Stardock MyColors 1
Systeemherstel 40
Systeemherstel gebruiken 41
Systeemherstelpunten 38, 41
Systeeminformatie, hotkey 22
Systeemstoring of instabiel
systeem 38
T
Toetsen
actie 9
ejecttoets voor optische-
schijfeenheid 9
esc 9
fn 9
Windows-applicaties 9
Windows-logo 9
Toetsenbordhotkeys
herkennen 22
Toets voor achtergrondverlichting
toetsenbord herkennen 21
Toets voor draadloze
communicatie herkennen 21
Touchpad
gebruiken 23
in- en uitschakelen 23
knoppen 6
navigeren 23
selecteren 24
Index 47
Touchpadbewegingen
gebruiken 24
in-/uitzoomen 25
knijpen 25
schuiven 25
Touchpadlampje, herkennen 7
Touchpadzone herkennen 6
U
USB-poorten herkennen 13
V
Vaste schijf
plaatsen 32
verwijderen 31
Vaste-schijfruimte herkennen 15
Ventilatieopeningen
herkennen 11, 15
Volledig systeem herstellen 38
Volumetoetsen herkennen 21
W
Webcam herkennen 14
Webcamlampje herkennen 14
Webtoets herkennen 21
Windows-applicatietoets
herkennen 9
Windows-logotoets herkennen 9
WLAN
beveiligen 19
verbinding maken 17
WLAN-antennes herkennen 14
WLAN-apparaat 44
WLAN-label 44
WWAN-antennes herkennen 14
48 Index
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59

HP ENVY 14 de handleiding

Type
de handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor