Dell 1720 de handleiding

Type
de handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

Dell™ Gebruikershandleiding Laserprinter
1720/1720dn
U bestelt als volgt tonercartridges en supplies bij Dell:
1. Dubbelklik op het pictogram op het bureaublad.
2. Bezoek de website van Dell of bestel supplies voor de Dell-printer per telefoon.
www.dell.com/supplies
Voor optimale service moet u ervoor zorgen dat u de servicecode van de Dell-printer bij de hand hebt. Raadpleeg
Express Service Code en servicecode
voor meer informatie over uw servicecode.
Meer informatie Softwareoverzicht
Informatie over de printer Afdrukken
Menu's op het bedieningspaneel Printer onderhouden
Lampjes op het bedieningspaneel Problemen oplossen
Optionele hardware installeren Specificaties
Papier in de printer plaatsen Bijlage
Lokaal afdrukken instellen Kennisgeving over licenties
Afdrukken via het netwerk instellen
Opmerkingen, kennisgevingen en waarschuwingen
Informatie in dit document kan worden gewijzigd zonder voorafgaande kennisgeving.
© 2006 Dell Inc. Alle rechten voorbehouden.
Reproductie op welke manier dan ook zonder de schriftelijke toestemming van Dell Inc. is uitdrukkelijk verboden.
Handelsmerken die worden gebruikt in deze tekst: Dell, het DELL-logo, OpenManage, en Dell Toner Management System zijn handelsmerken
van Dell Inc.; Microsoft and Windows zijn gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen.
Windows Server en Windows NT zijn gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation.Windows Vista is een gedeponeerd handelsmerk of
een handelsmerk van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of in andere landen.
Sun, Sun Microsystems, Solaris en het Solaris-logo zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Sun Microsystems, Inc. in de
Verenigde Staten en andere landen en worden onder licentie gebruikt.
SUSE is een gedeponeerd handelsmerk van Novell, Inc. in de Verenigde Staten en andere landen.
Red Hat is een gedeponeerd handelsmerk van Red Hat, Inc. in de Verenigde Staten en andere landen.
Andere handelsmerken en handelsnamen worden in dit document gebruikt om te verwijzen naar de entiteiten die aanspraak maken op de
merken en namen, of naar de producten. Dell Inc. doet geen aanspraak op eigendomsrechten van de handelsmerken en handelsnamen van
anderen.
BEPERKTE RECHTEN MET BETREKKING TOT DE OVERHEID VAN DE VERENIGDE STATEN
Op deze software en documentatie zijn BEPERKTE RECHTEN van toepassing. Gebruik, vermenigvuldiging of openbaarmaking door de
Amerikaanse overheid is onderhevig aan beperkingen zoals opgenomen in subartikel (c)(1)(ii) van de "Rights in Technical Data and Computer
Software"-clausule onder DFARS 252.227-7013 en in van toepassing zijnde FAR-bepalingen: Dell Inc., One Dell Way, Round Rock, Texas,
OPMERKING: met OPMERKING wordt belangrijke informatie aangegeven waarmee u beter gebruik kunt maken
van uw printer.
KENNISGEVING: met een KENNISGEVING wordt aangegeven hoe u vermijdt dat de hardware beschadigd wordt
of dat er gegevens verloren gaan.
LET OP: met LET OP wordt aangegeven dat handelingen schade aan eigendommen, persoonlijk letsel of
de dood tot gevolg kunnen hebben.
78682, Verenigde Staten.
Model 1720/1720dn
November 2006 SRV PY972 Rev. A00
Meer informatie
Gewenste informatie Bron
Stuurprogramma's
voor de printer
Gebruikershandleiding
De cd Drivers and Utilities
Als u de computer en printer van Dell samen aanschaft, zijn de documentatie en
stuurprogramma's al geïnstalleerd op de computer. U kunt de cd Drivers and Utilities
gebruiken om stuurprogramma's te verwijderen of opnieuw te installeren, of de
documentatie weer te geven. De cd bevat wellicht Leesmij-bestanden met de laatste
informatie over technische wijzigingen voor de printer of geavanceerd technisch
referentiemateriaal voor ervaren gebruikers of technici.
De printer instellen Poster Printer instellen
Veiligheidsinformatie
De printer instellen
en gebruiken
Garantieverklaring
Handleiding voor eigenaren
Express Service Code en
servicecode
Express Service Code en servicecode
Op de volgende afbeelding wordt de locatie van het label op de printer aangegeven.
Recentste
stuurprogramma's
voor de printer
Antwoorden op
vragen over technisch
onderhoud en
ondersteuning
Documentatie voor de
printer
Ondersteuningswebsite van Dell op: support.dell.com
Op deze website van Dell vindt u verschillende onlinehulpmiddelen, zoals:
Oplossingen - hints en tips voor het oplossen van problemen, artikelen van technici en
onlinecursussen
Upgrades - informatie over het bijwerken van onderdelen, bijvoorbeeld het geheugen
Klantenservice - contactgegevens en informatie over orderstatus, garantie en reparatie
Downloads - stuurprogramma's
Referentie - printerdocumentatie en -specificatie
Windows
®
XP
gebruiken
Documentatie voor de
printer
Help en ondersteuning van Windows XP
1. Klik op Start® Help en ondersteuning.
2. Typ een beschrijving van het probleem van een of meer woorden en klik op de pijl.
3. Klik op het onderwerp waarmee het probleem het best wordt beschreven.
4. Volg de aanwijzingen op het scherm.
Windows Vista™
gebruiken
Documentatie voor de
printer
1. Klik op
® Help en ondersteuning.
2. Typ een beschrijving van het probleem van een of meer woorden en klik op het
vergrootglas.
3. Klik op het onderwerp waarmee het probleem het best wordt beschreven.
4. Volg de aanwijzingen op het scherm.
Softwareoverzicht
Dell Toner Management System™
Status Monitor Center (Statusbeheerprogramma)
Dell Local Printer Settings Utility (Dell-hulpprogramma voor lokale-printerinstellingen)
Set IP Address Utility (Hulpprogramma voor het instellen van een IP-adres)
Dell Printer Software Uninstall Utility (Dell-hulpprogramma voor het verwijderen van printersoftware)
Stuurprogramma-profiler
Dell Printer Configuration Web Tool (Printerconfiguratieprogramma van Dell)
Hulpprogramma voor printermeldingen van Dell
Gebruik de cd Drivers and Utilities die met de printer is meegeleverd om een combinatie van softwaretoepassingen te
installeren, afhankelijk van uw besturingssysteem.
Dell Toner Management System™
Venster Printing Status (Afdrukstatus)
Gebruik het Status Monitor Center (Statusbeheerprogramma) om meerdere statusmonitoren te beheren.
In het venster met de afdrukstatus worden de status van de printer (zoals printer gereed, printer offline en foutcontrole
van printer) en de naam van de taak weergegeven als u een afdruktaak verzendt.
In dit venster wordt tevens de hoeveelheid toner weergegeven, zodat u het volgende kunt doen:
De beschikbare hoeveelheid toner in uw printer in de gaten houden.
Klik op Order Toner (Toner bestellen) om tonercartridges te bestellen.
Dell Printer Supplies Reorder Application
Het dialoogvenster Order supplies (Supplies bestellen) kan worden geopend vanuit het venster Printing Status
(Afdrukstatus) of het venster Programs (Programma's), of via het pictogram op het bureaublad.
U kunt toner bestellen per telefoon of via het web.
Als u bestelt via de Dell Printer Supplies Reorder Application:
1. Klik op Start® Programma's of Alle programma's® Dell Printers® Dell Laser Printer 1720.
Voor Windows Vista (standaard Start-menu):
OPMERKING: Als u uw printer en computer apart hebt aangeschaft, moet u de cd Drivers and Utilities gebruiken om
de softwaretoepassingen te kunnen installeren.
OPMERKING: Deze softwaretoepassingen zijn niet beschikbaar in Linux of Macintosh.
OPMERKING: Deze toepassing is niet beschikbaar als u Windows
®
NT gebruikt.
OPMERKING: Voor een juiste werking van het venster Printing Status (Afdrukstatus) moet bidirectionele
communicatie worden ondersteund zodat de printer en de computer kunnen communiceren. Er wordt een
uitzondering aan Windows
®
Firewall toegevoegd om deze communicatie mogelijk te maken.
a. Klik op ® Programma's.
b. Klik op Dell Printers.
c. Klik op Dell Laser Printer 1720.
2. Klik op Printer Supplies Reorder Application.
Het dialoogvenster Ordering Supplies (Supplies bestellen) wordt weergegeven.
Als u via het web bestelt, klikt u op Visit Dell's cartridge ordering web site (Website van Dell bezoeken voor
bestellen van cartridges).
Als u telefonisch wilt bestellen, belt u het nummer dat wordt weergegeven onder het kopje By Telephone
(Telefonisch).
Status Monitor Center (Statusbeheerprogramma)
Gebruik het Status Monitor Center (Statusbeheerprogramma) om meerdere statusmonitoren te beheren.
Dubbelklik op een printernaam om de statusmonitor te openen of selecteer Run (Uitvoeren) om een statusmonitor
voor een specifieke printer te openen.
Selecteer Update (Bijwerken) om de weergave van de lijst met printers te wijzigen.
Selecteer Help als u de online Help wilt lezen.
Dell Local Printer Settings Utility (Dell-hulpprogramma voor
lokale-printerinstellingen)
Gebruik het Dell Local Printer Settings Utility (Dell-hulpprogramma voor lokale-printerinstellingen) om printerinstellingen
te wijzigen en op te slaan die niet beschikbaar zijn via de printersoftware (bijvoorbeeld het activeren van de
alarminstelling als u wilt dat de printer een alarmsignaal geeft als ingrijpen is vereist).
Het Dell Local Printer Settings Utility (Dell-hulpprogramma voor lokale-printerinstellingen) wordt automatisch op de
computer geïnstalleerd tijdens de installatie van de software voor de Dell-printer. Voer de volgende stappen uit als u het
hulpprogramma wilt openen:
1. Klik op Start® Programma's of Alle programma's® Dell Printers® Dell Laser Printer 1720.
Voor Windows Vista (standaard Start-menu):
a. Klik op
® Programma's.
b. Klik op Dell Printers.
c. Klik op Dell Laser Printer 1720.
2. Klik op Dell Local Printer Settings Utility (Dell-hulpprogramma voor lokale-printerinstellingen).
OPMERKING: Voor een juiste werking van het lokale Status Monitor Center (Statusbeheerprogramma) moet
bidirectionele communicatie worden ondersteund zodat de printer en de computer kunnen communiceren. Er wordt
een uitzondering aan Windows
®
Firewall toegevoegd om deze communicatie mogelijk te maken.
OPMERKING: Deze toepassing is niet beschikbaar als de printer is aangesloten op een netwerk.
OPMERKING: Het Dell Local Printer Settings Utility (Dell-hulpprogramma voor lokale-printerinstellingen) werkt
alleen bij printers die rechtstreeks op de computer zijn aangesloten.
U kunt de volgende instellingen wijzigen met behulp van het Dell Local Printer Settings Utility (Dell-hulpprogramma voor
lokale-printerinstellingen):
PAPER MENU (MENU PAPIER)
Paper Source (Papierbron)
Paper Size (Papierformaat)
1
Paper Type (Papiersoort)
1
Custom Types (Aangepaste soorten)
2
Substitute Size (Ander formaat)
Paper Texture (Papierstructuur)
3
Paper Weight (Papiergewicht)
3
FINISHING MENU (MENU AFWERKING)
Duplex (Dubbelzijdig)
Duplex Bind (Bindzijde duplex)
Copies (Exemplaren)
Blank Pages (Lege pagina's)
Collation (Sorteren)
Separator Sheets (Scheidingsvellen)
Separator Source (Bron scheidingspagina)
Multipage Print (N/vel afdrukken)
Multipage Order (N/vel-volgorde)
Multipage View (N/vel-beeld)
Multipage Border (N/vel-rand)
QUALITY MENU (MENU KWALITEIT)
Print Resolution (Afdrukresolutie)
Toner Darkness (Tonerintensiteit)
Small Font Enh (Detailweergave voor klein lettertype)
SETUP MENU (MENU INSTELLINGEN)
Eco-Mode (Ecomodus)
Quiet Mode (Stille modus)
Printer Language (Printertaal)
Power Saver (Spaarstand)
Resource Save (Bronnen opslaan)
Download Target (Downloadbestemming)
Print Timeout (Afdruktime-out)
Wait Timeout (Wachttime-out)
Auto Continue (Auto doorgaan)
Jam Recovery (Herstel na storing)
Page Protect (Paginabeveiliging)
Print Area (Afdrukgebied)
Display Language (Taal op display)
Toner Alarm (Toneralarm)
PCL EMUL MENU (MENU PCL EMUL)
Orientation (Afdrukstand)
Lines Per Page (Regels per pagina)
A4 Width (A4-breedte)
Tray Renumber (Lade-nr. wijzigen)
1
Auto CR after LF (Automatisch HR na NR)
Auto LF after CR (Automatisch NR na HR)
POSTSCRIPT MENU (MENU POSTSCRIPT)
Print PS Error (PS-fout afdrukken)
Font Priority (Voorkeurslettertype)
PARALLEL MENU (MENU PARALLEL)
PCL SmartSwitch
PS SmartSwitch
Parallel Buffer (Parallelbuffer)
Advanced Status (Uitgebreide status)
Honor Init (INIT honoreren)
Set IP Address Utility (Hulpprogramma voor het instellen van
een IP-adres)
Gebruik het Status Monitor Center (Statusbeheerprogramma) om meerdere statusmonitoren te beheren.
Met het Set IP Address Utility (Hulpprogramma voor het instellen van een IP-adres) kunt u een IP-adres en andere
belangrijke IP-parameters instellen. U kunt als volgt het IP-adres handmatig instellen:
1. Start het Dell Printer Configuration Web Tool (Printerconfiguratieprogramma van Dell) door het IP-adres van uw
netwerkprinter in de webbrowser te typen.
2. Klik op Printer Settings (Printerinstellingen).
3. Klik onder Printer Server Settings (Printerserverinstellingen) op TCP/IP.
4. Voer de instellingen voor IP Address (IP-adres), Netmask (Netmasker) en Gateway in.
OPMERKING: Als u deze instellingen niet hebt, raadpleegt u de netwerkbeheerder.
5. Klik op Submit (Verzenden).
6. Geef het nieuwe IP-adres op in uw browser om door te gaan met het gebruik van het Dell Printer Configuration
Web Tool (Printerconfiguratieprogramma van Dell).
Dell Printer Software Uninstall Utility (Dell-hulpprogramma
voor het verwijderen van printersoftware)
Gebruik het Dell Printer Software Uninstall Utility (Dell-hulpprogramma voor het verwijderen van printersoftware) om alle
op dat moment geïnstalleerde printersoftware of printerobjecten te verwijderen.
1. Klik op Start ® Programma's of Alle programma's ® Dell Printers.
Voor Windows Vista (standaard Start-menu):
a. Klik op
® Programma's.
b. Klik op Dell Printers.
2. Klik op Dell Printer Software Uninstall.
3. Selecteer de onderdelen die u wilt verwijderen en klik op Next (Volgende).
USB MENU (MENU USB)
PCL SmartSwitch
PS SmartSwitch
USB Buffer (USB-buffer)
1
Per ondersteunde bron
2
Per nummer van aangepaste soort
3
Per ondersteunde papiersoort
OPMERKING: Deze toepassing is niet beschikbaar als de printer lokaal is aangesloten op een computer.
OPMERKING: Voor een juiste werking van het Set IP Address Utility (Hulpprogramma voor het instellen van een IP-
adres), wordt er een uitzondering aan Windows
®
Firewall toegevoegd.
4. Klik op Finish (Voltooien).
5. Klik op OK als de software is verwijderd.
Stuurprogramma-profiler
Gebruik de Stuurprogramma-profiler om stuurprogrammaprofielen te maken met aangepaste stuurprogramma-
instellingen. Een stuurprogrammaprofiel kan een aantal opgeslagen stuurprogramma-instellingen en andere gegevens
bevatten voor onder andere:
De instelling voor afdrukstand en meerdere pagina's op één vel (documentinstellingen)
Installatiestatus van een uitvoerlade (printeropties)
Door de gebruiker gedefinieerde papierformaten (aangepast papier)
Eenvoudige tekst en watermerken
Verwijzingen naar de overlay
Verwijzingen naar het lettertype
Koppelingen met betrekking tot de opmaak
Dell Printer Configuration Web Tool
(Printerconfiguratieprogramma van Dell)
Hebt u ooit een afdruktaak naar de netwerkprinter verderop in de gang gestuurd, die vervolgens niet werd afgedrukt
vanwege een papierstoring of een lege papierlade? Een van de functies van het Dell Printer Configuration Web Tool
(Printerconfiguratieprogramma van Dell) is de functie E-mail Alert Setup (Instellingen e-mailmeldingen). Deze functie
zorgt ervoor dat u, of de hoofdgebruiker, een e-mailbericht ontvangt als de printer supplies nodig heeft of als ingrijpen is
vereist.
Als u voorraadrapporten voor de printer invult en de kenmerknummers van alle printers in uw gebied nodig hebt, kunt u
deze op eenvoudige wijze opzoeken met de functie voor printerinformatie in het Dell Printer Configuration Web Tool
(Printerconfiguratieprogramma van Dell). Typ gewoon het IP-adres van elke printer op het netwerk om het
kenmerknummer weer te geven.
Met het Dell Printer Configuration Web Tool (Printerconfiguratieprogramma van Dell) kunt u tevens de printerinstellingen
wijzigen en afdruktrends bijhouden. Als u netwerkbeheerder bent, kunt u op eenvoudige wijze, vanaf uw webbrowser, de
OPMERKING: Deze toepassing is niet beschikbaar als de printer lokaal is aangesloten op een computer.
instellingen van de printer kopiëren naar één of alle printers op het netwerk.
Start het Dell Printer Configuration Web Tool (Printerconfiguratieprogramma van Dell) door het IP-adres van uw
netwerkprinter in de webbrowser te typen.
Als u het IP-adres van uw printer niet weet, drukt u een pagina met netwerkinstellingen af. Deze bevat het IP-adres.
U kunt een pagina met netwerkinstellingen afdrukken door op Doorgaan
te drukken.
Gebruik het Dell Printer Configuration Web Tool (Printerconfiguratieprogramma van Dell) voor:
Printer Status (Printerstatus) - Hiermee ontvangt u direct feedback over de status van de printeronderdelen of
supplies. Als er nog maar weinig toner beschikbaar is, klikt u op de koppeling voor de tonervoorraad op het eerste
scherm om extra tonercartridges te bestellen.
Printer Settings (Printerinstellingen) - Hiermee wijzigt u de printerinstellingen, bekijkt u het bedieningspaneel op
afstand en werkt u de firmware van de afdrukserver bij.
Copy Printer Settings (Printerinstellingen kopiëren) - Hiermee kopieert u snel de instellingen van de printer naar
één of meer andere printers op het netwerk door het IP-adres van elke printer in te voeren.
OPMERKING: U kunt deze functie alleen gebruiken als u netwerkbeheerder bent.
Printing Statistics (Statistieken afdrukken) - Hiermee houdt u afdruktrends bij, zoals papierverbruik en soorten
afdruktaken.
Printer Information (Printerinformatie) - Hiermee geeft u de informatie weer die u nodig hebt voor onderhoud,
voorraadrapporten of de status van het beschikbare geheugen en de enginecodes.
E-mail Alert Setup (Instellingen e-mailmeldingen) - Hiermee kunt u opgeven dat u een e-mailbericht wilt
ontvangen als de printer supplies nodig heeft of als ingrijpen van een operator vereist is. Typ uw naam of de naam
van de hoofdgebruiker in de keuzelijst voor de e-mailadressen van mensen die een e-mailmelding moeten
ontvangen.
Set Password (Wachtwoord instellen) - Vergrendel het bedieningspaneel met een wachtwoord zodat andere
gebruikers niet per ongeluk de geselecteerde printerinstellingen kunnen wijzigen.
OPMERKING: U kunt deze functie alleen gebruiken als u netwerkbeheerder bent.
Online Help - Klik op Help om de website van Dell te bezoeken voor meer informatie over het oplossen van
problemen met de printer.
Hulpprogramma voor printermeldingen van Dell
Het hulpprogramma voor printermeldingen van Dell geeft aan wanneer er fouten op uw printer voorkomen waarvoor actie
moet worden ondernomen om ze te verhelpen. Wanneer er een fout is, wordt met een tekstballon weergegeven wat er
fout is en wordt u naar de juiste herstelinformatie verwezen.
Als u hebt gekozen om het hulpprogramma voor printermeldingen van Dell met uw printersoftware te installeren, start het
hulpprogramma automatisch als de installatie van de software is voltooid. Het hulpprogramma is actief als u
in het
systeemvak ziet.
U schakelt het hulpprogramma voor printermeldingen van Dell als volgt uit:
1. Klik met de rechtermuisknop op het
-pictogram in het systeemvak.
2. Selecteer Afsluiten.
OPMERKING: Deze toepassing is niet beschikbaar in Windows NT of Windows 2000.
OPMERKING: Voor een juiste werking van het hulpprogramma voor printermeldingen van Dell, moet bidirectionele
communicatie worden ondersteund, zodat de printer en de computer kunnen communiceren. Er wordt een
uitzondering aan de Windows Firewall toegevoegd om deze communicatie mogelijk te maken.
U schakelt het hulpprogramma voor printermeldingen van Dell als volgt weer in:
1. Klik op Start® Programma's of Alle programma's® Dell Printers® Dell Laser Printer 1720.
Voor Windows Vista (standaard Start-menu):
a. Klik op ® Programma's.
b. Klik op Dell Printers.
c. Klik op Dell Laser Printer 1720.
2. Klik op Printer Alert Utility (Hulpprogramma voor printermeldingen).
Informatie over de printer
Informatie over de printer
Informatie over het bedieningspaneel
Configuratiepagina met printerinstellingen afdrukken
De juiste kabel kiezen
Informatie over de printer
1 Vooruitvoer Onderdeel waar het papier uit de printer komt.
2 Verlengstuk van de
uitvoerlade
Ondersteuning voor het papier dat uit de printer komt.
3 Klep voorzijde De klep die u opent om toegang te krijgen tot de tonercartridge en de fotoconductor.
4 Handmatige invoer Onderdeel waar u handmatig verschillende papiersoorten in kunt plaatsen (bijv.
enveloppen).
5 Papiergeleiders voor
handmatige invoer
Geleiders die u (ter voorkoming van papierstoringen) aanpast aan het papierformaat
dat u handmatig plaatst.
6 Optionele lader voor 550 vel
(lade 2)
Afzonderlijk verkrijgbare lade waarmee u de hoeveelheid wit papier die uw printer kan
bevatten, kunt verhogen.
7 Lade 1 De standaardpapierlade voor 250 vellen papier.
8 Bedieningspaneel Paneel op de printer waarmee u afdruktaken kunt bedienen.
9 USB-poort Aansluiting voor de USB-kabel (apart verkrijgbaar). Het andere uiteinde van de USB-kabel
sluit u aan op de computer.
Informatie over het bedieningspaneel
Het bedieningspaneel is voorzien van zes lampjes en twee knoppen.
Druk op de knop Doorgaan om het afdrukken te hervatten.
Druk tweemaal kort op Doorgaan om een foutcode weer te geven.
Druk op de knop Annuleren om de huidige afdruktaak te annuleren.
Houd de knop Annuleren ingedrukt totdat alle lampjes branden. U kunt nu de printer opnieuw instellen.
Configuratiepagina met printerinstellingen afdrukken
Ervaren gebruikers kunnen de configuratiepagina met printerinstellingen afdrukken als hulp bij het oplossen van
printerproblemen of om de printerconfiguratie-instellingen te wijzigen. Deze pagina bevat instructies voor het doorlopen
van de configuratiemenu's en het selecteren en opslaan van nieuwe instellingen.
1. Schakel de printer uit.
2. Open de klep aan de voorzijde van de printer.
3. Houd de knop Doorgaan
ingedrukt terwijl u de printer inschakelt.
10 Parallelle poort Aansluiting voor de parallelle kabel (apart verkrijgbaar). Het andere uiteinde van de parallelle
kabel sluit u aan op de computer.
11 Netwerkpoort (alleen
1720dn)
Aansluiting voor de ethernetkabel (apart verkrijgbaar). Het andere uiteinde van de
ethernetkabel sluit u aan op de netwerkpoort.
12 Aan/uit-schakelaar Schakelaar waarmee u de printer aan of uit zet.
13 Connector voor het
netsnoer
Hiermee wordt de printer met het bijgeleverde, landspecifieke netsnoer aangesloten op het
stopcontact.
14 Achteruitvoer De klep die u opent zodat de afdruktaken plat uit de printer kunnen komen, zoals taken die
op transparanten of karton zijn geprint.
Alle lampjes beginnen om beurten te branden.
4. Laat de knop Doorgaan
los.
5. Sluit de voorklep.
De combinatie van lampjes voor het beginmenu wordt weergegeven.
6. Houd de knop Doorgaan
ingedrukt totdat alle lampjes om beurten gaan branden.
De configuratiepagina met printerinstellingen wordt afgedrukt.
De juiste kabel kiezen
De aansluitkabel van uw printer moet aan de volgende vereisten voldoen:
OPMERKING: De pagina wordt alleen afgedrukt wanneer het beginmenu wordt weergegeven.
Aansluiting Kabelcertificering
USB USB 2.0
Parallel IEEE-1284
10/100BaseT Ethernet CAT-5E
Afdrukken
Afdruktaak handmatig invoeren
Afdrukken op beide zijden van het papier
Meerdere paginabeelden afdrukken op één vel
Boekjes afdrukken
Posters afdrukken
Afdrukken op briefhoofdpapier
Afdruktaak annuleren
Afdruktaak handmatig invoeren
De handmatige invoer bevindt zich aan de voorzijde van de printer en kan slechts één vel afdrukmateriaal per keer
verwerken.
Het is raadzaam de afdruktaak naar de printer te verzenden voordat u afdrukmateriaal in de handmatige invoer plaatst.
Wanneer de printer gereed is, wordt de lampjesreeks voor Vul handm. invoer weergegeven. U kunt dan het
afdrukmateriaal in de lade plaatsen.
1. Open het gewenste bestand en klik op Bestand ® Afdrukken.
2. Klik op Eigenschappen (of Opties, Printer of Instellingen, afhankelijk van de toepassing of het
besturingssysteem).
Het dialoogvenster Printing Preferences (Voorkeursinstellingen voor afdrukken) wordt weergegeven.
3. Klik op het tabblad Paper (Papier).
4. Selecteer Manual Paper (Handmatige invoer papier) in de vervolgkeuzelijst voor de papierlade.
5. Voer eventuele wijzigingen door voor uw document.
6. Klik op OK.
7. Klik in het venster Afdrukken op OK om de afdruktaak naar de printer te sturen.
Op de printer wordt de lampjesreeks voor Vul handm. invoer weergegeven.
8. Plaats een vel van het gekozen afdrukmateriaal met de te bedrukken zijde naar boven in het midden van de
handmatige invoer. De voorkant van de stapel mag de papiergeleiders net raken.
Plaats enveloppen met de klepzijde naar beneden en de zijde met de postzegel als weergegeven.
Houd transparanten bij de randen vast en raak de afdrukzijde niet aan. Vettige substanties die van uw
vingers op de transparanten terechtkomen, kunnen de afdrukkwaliteit beïnvloeden.
Plaats briefhoofdpapier met de afdrukzijde naar boven, waarbij de bovenkant van het vel als eerste in de
printer wordt gevoerd.
Als u problemen ondervindt bij het invoeren van het papier, draait u het papier om.
9. Pas de papiergeleiders aan de breedte van het afdrukmateriaal aan.
10. Houd beide zijden van het afdrukmateriaal dicht bij de handmatige invoer en schuif het voorzichtig in de printer
totdat deze het afdrukmateriaal vanzelf invoert.
Tussen het moment dat de printer het afdrukmateriaal verwerkt en invoert, is er een korte pauze.
Afdrukken op beide zijden van het papier
U kunt afdrukkosten besparen door af te drukken op beide zijden van het papier.
U kunt ook kiezen op welke wijze de taak dubbelzijdig wordt afgedrukt: lange zijde of korte zijde.
Met "lange zijde" vindt inbinding aan de lange zijde van de pagina plaats (de linkerzijde bij de afdrukstand staand
en de bovenzijde bij de afdrukstand liggend).
Met "korte zijde" vindt inbinding aan de korte zijde van de pagina plaats (de bovenzijde bij de afdrukstand staand
en de linkerzijde bij de afdrukstand liggend).
KENNISGEVING: Schuif het afdrukmateriaal niet te ver in de invoer. Doet u dit wel, dan kan het afdrukmateriaal
vastlopen.
Dell Laser Printer 1720 — handmatig dubbelzijdig
1. Open het gewenste bestand en klik op Bestand ® Afdrukken.
2. Klik op Eigenschappen (of Opties, Printer of Instellingen, afhankelijk van de toepassing of het
besturingssysteem).
Het dialoogvenster Voorkeursinstellingen voor afdrukken wordt weergegeven.
3. Selecteer 2-sided long edge (2-zijdig lange zijde) of 2-sided short edge (2-zijdig korte zijde).
4. Klik op het tabblad Paper (Papier).
5. Selecteer de gewenste Input Options (Invoeropties) voor de afdruktaak.
6. Klik op OK.
7. Klik in het venster Afdrukken op OK om de afdruktaak naar de printer te sturen.
De printer drukt eerst alle overige pagina's af. Nadat de eerste zijde van uw taak is afgedrukt, wordt de
lampjesreeks Duplex weergegeven.
8. Plaats het papier terug in lade 1 met de reeds afgedrukte zijde naar boven en de bovenzijde van de pagina richting
de voorzijde van de lade.
OPMERKING: Het eerste gedeelte van een dubbelzijdige afdruktaak kunt u zowel vanuit lade 1 als vanuit
lade 2 afdrukken. Voor het afdrukken van het tweede gedeelte kunt u echter alleen lade 1 gebruiken.
Dell Laser Printer 1720dn — automatische duplex
1. Open het gewenste bestand en klik op Bestand® Afdrukken.
2. Klik op Eigenschappen (of Opties, Printer of Instellingen, afhankelijk van de toepassing of het
besturingssysteem).
Het dialoogvenster Printing Preferences (Voorkeursinstellingen voor afdrukken) wordt weergegeven.
3. Klik op het tabblad Page Layout (Pagina-indeling).
OPMERKING: De automatische duplexfunctie is alleen beschikbaar bij de Dell Laser Printer 1720dn.
4. Selecteer, afhankelijk van uw afdrukfrequentie, 2-sided long edge (2-zijdig lange zijde) of 2-sided short edge
(2-zijdig korte zijde) onder 2-sided printing (2-zijdig afdrukken).
5. Klik op OK.
6. Klik op OK.
Meerdere paginabeelden afdrukken op één vel
De instelling Multipage Printing (N-up) (N/vel afdrukken [N per vel]) wordt gebruikt om meerdere paginabeelden af te
drukken op één vel papier. 2-up (2 per vel) betekent bijvoorbeeld dat twee paginabeelden op één vel worden afgedrukt.
De printer gebruikt de instellingen Multipage Order (N/vel-volgorde), Multipage View (N/vel-beeld) en Multipage Border
(N/vel-rand) om de volgorde en de afdrukstand van de paginabeelden te bepalen en om te bepalen of er een rand rond elk
paginabeeld moet worden afgedrukt.
1. Open het gewenste bestand en klik op Bestand ® Afdrukken.
2. Klik op Eigenschappen (of Opties, Printer of Instellingen, afhankelijk van de toepassing of het
besturingssysteem).
Het dialoogvenster Voorkeursinstellingen voor afdrukken wordt weergegeven.
3. Geef in het gedeelte Multipage printing (N-up) (N/vel afdrukken [N per vel]) het aantal pagina's op dat u op een
vel wilt afdrukken door een nummer te typen of door de pijlen in de keuzelijst te gebruiken.
4. Klik op OK.
5. Klik in het venster Afdrukken op OK om de afdruktaak naar de printer te sturen.
Boekjes afdrukken
Met de instelling Booklet (Boekje) kunt u meerdere pagina's in de vorm van een boekje afdrukken zonder dat u het
document opnieuw hoeft op te maken om de pagina's in de juiste volgorde af te drukken. De pagina's worden zodanig
afgedrukt dat het uiteindelijke, gesorteerde document langs het midden van elke pagina kan worden gevouwen zodat een
boekje ontstaat.
Als het document uit een groot aantal pagina's bestaat, bevat een boekje mogelijk te veel pagina's en kan het niet goed
worden gevouwen. Als u een vrij groot boekje afdrukt, kunt u de optie Sheets per Bundle (Vellen per bundel) gebruiken
om op te geven hoeveel fysieke pagina's u in één bundel wilt opnemen. De printer drukt het benodigde aantal bundels af
en vervolgens kunt u de bundels samenvoegen tot één boekje. Wanneer u in bundels afdrukt, wordt de buitenste rand van
de pagina's regelmatiger uitgelijnd.
U dient op te geven of u wilt afdrukken met opties voor dubbelzijdig afdrukken voordat u kunt opgeven of u wilt
afdrukken met de functie Booklet (Boekje). Wanneer u Print Using Booklet (Afdrukken via Boekje) kiest, worden de
besturingselementen voor de opties voor dubbelzijdig afdrukken inactief en wordt de laatst gebruikte instelling voor deze
opties gebruikt.
1. Open het gewenste bestand en klik op Bestand ® Afdrukken.
2. Klik op Eigenschappen (of Opties, Printer of Instellingen, afhankelijk van de toepassing of het
besturingssysteem).
Het dialoogvenster Voorkeursinstellingen voor afdrukken wordt weergegeven.
3. Klik op More Page Layout Options (Meer pagina-indelingsopties).
4. Klik op Booklet (Boekje).
5. Klik tweemaal op OK.
6. Klik in het venster Afdrukken op OK om de afdruktaak naar de printer te sturen.
Posters afdrukken
Met de instelling Poster kunt u een afbeelding afdrukken die over meerdere pagina's is verdeeld. Nadat u de pagina's hebt
afgedrukt, kunt u ze combineren en zo één grote afbeelding maken.
1. Open het gewenste bestand en klik op Bestand ® Afdrukken.
2. Klik op Eigenschappen (of Opties, Printer of Instellingen, afhankelijk van de toepassing of het
besturingssysteem).
Het dialoogvenster Voorkeursinstellingen voor afdrukken wordt weergegeven.
3. Klik op More Page Layout Options (Meer pagina-indelingsopties).
4. Klik op Poster.
5. Selecteer het gewenste posterformaat door het aantal pagina's voor de poster op te geven.
6. Als u bijsnijdmarkeringen wilt afdrukken op de pagina, selecteert u Print crop marks (Bijsnijdmarkeringen
afdrukken).
7. Selecteer de hoeveelheid overlapping voor elke pagina.
8. Klik tweemaal op OK.
9. Klik in het venster Afdrukken op OK om de afdruktaak naar de printer te sturen.
Afdrukken op briefhoofdpapier
1. Controleer of het briefhoofdpapier correct is geplaatst op basis van de papierbron die u gebruikt:
Lade 1 of 2 - Plaats het briefhoofdpapier met de afdrukzijde naar beneden. De bovenste rand van het vel
met het logo moet tegen de voorzijde van de lade worden geplaatst.
Handmatige invoer - Plaats het briefhoofdpapier met de afdrukzijde naar boven, waarbij de bovenzijde van
het vel als eerste in de printer wordt gevoerd.
2. Open het gewenste bestand en klik op Bestand® Afdrukken.
3. Klik op Eigenschappen (of Opties, Printer of Instellingen, afhankelijk van de toepassing of het
besturingssysteem).
Het dialoogvenster Printing Preferences (Voorkeursinstellingen voor afdrukken) wordt weergegeven.
4. Klik op het tabblad Paper (Papier).
5. Selecteer Letterhead (Briefhoofdpapier) in de vervolgkeuzelijst Paper Type (Papiersoort).
6. Selecteer het gewenste papierformaat en de correcte lade.
7. Klik op OK.
8. Klik in het afdrukvenster op OK om de afdruktaak naar de printer te sturen.
Afdruktaak annuleren
Een afdruktaak kan worden geannuleerd vanaf het bedieningspaneel of vanaf de computer. Op het bedieningspaneel wordt
Taak annuleren weergegeven terwijl de taak wordt geannuleerd.
OPMERKING: Als u de handmatige invoer gebruikt, stuurt u de afdruktaak eerst naar de printer en
plaatst u het briefhoofdpapier pas wanneer de combinatie van lampjes voor Vul handm. invoer op de
printer wordt weergegeven.
Via het bedieningspaneel van de printer
Druk kort op Annuleren om de huidige afdruktaak te annuleren.
Via de computer
1. Voor Windows
®
XP (standaard Start-menu):
a. Klik op Start ® Configuratiescherm.
b. Dubbelklik op Printers en andere hardware.
c. Dubbelklik op Printers en faxapparaten.
Voor Windows XP (klassiek Start-menu): Klik op Start® Instellingen® Printers en faxapparaten.
Voor Windows Vista™ (klassiek Start-menu) en alle andere versies van Windows: Klik op Start® Instellingen®
Printers.
Voor Windows Vista (standaard Start-menu):
a. Klik op
® Configuratiescherm.
b. Klik op Hardware en geluid.
c. Klik op Printers.
2. Dubbelklik op de printer die u gebruikt voor de afdruktaak in kwestie.
Er wordt nu een lijst met afdruktaken weergegeven.
3. Klik met de rechtermuisknop op het document waarvan u de afdruktaak wilt stoppen en klik op Annuleren.
Menu's op het bedieningspaneel
Menu Netwerk
Menu Parallel
Menu Instellingen
Menu USB
Menu Extra
Menu's worden aangegeven door de combinaties van lampjes Gereed , Toner bijna op/Vervang trommel / ,
Plaats papier/Verwijder uitvoer
/ en Papier vast . Menuopties en hun instellingen worden aangegeven door de
combinaties van lampjes Fout en Doorgaan .
Druk op Annuleren om door menu's en menuopties te navigeren.
Druk op Doorgaan om naar de gewenste instelling te gaan.
Houd Doorgaan ingedrukt totdat alle lampjes om beurten gaan branden om een instelling op te slaan.
Houd Annuleren ingedrukt totdat alle lampjes om beurten gaan branden om terug te gaan naar het startmenu.
Schakel de printer uit om de menu's te verlaten.
Menu Netwerk
Gebruik het menu Netwerk om de instellingen te wijzigen van taken die via een netwerkpoort worden verstuurd
(Standaardnetwerk of Netwerkoptie <x>).
Menu: Handelingen:
NPA-modus Afdruktaken naar de printer sturen en tegelijkertijd informatie over de printerstatus opvragen.
Uit
Aan*
MAC Binair PS De printer configureren voor het verwerken van binaire PostScript-afdruktaken van een Macintosh-
computer.
Uit - De printer filtert PostScript-afdruktaken met een standaardprotocol.
Aan - De printer verwerkt onbewerkte binaire PostScript-afdruktaken die afkomstig zijn van
Macintosh-computers.
OPMERKING: Door deze instelling worden Windows-afdruktaken soms niet goed afgedrukt.
Auto* - De printer verwerkt afdruktaken van zowel Macintosh- als Windows-computers.
Kaartsnelheid
instellen
Automatisch de verbindingssnelheid van uw netwerk detecteren. U kunt deze instelling uitschakelen
om de snelheid handmatig in te stellen.
Auto*- De printer probeert verbinding met het netwerk te maken met de huidige netwerksnelheid.
10 Mbps, Half Duplex - De printer probeert verbinding met het netwerk te maken bij een snelheid
van 10 Mbps, Half Duplex.
10 Mbps, Full Duplex - De printer probeert verbinding met het netwerk te maken bij een snelheid
van 10 Mbps, Full Duplex.
100 Mbps, Half Duplex - De printer probeert verbinding met het netwerk te maken bij een snelheid
van 100 Mbps, Half Duplex.
100 Mbps, Full Duplex - De printer probeert verbinding met het netwerk te maken bij een snelheid
van 100 Mbps, Full Duplex.
Menu Parallel
Gebruik het menu Parallel om de printerinstellingen te wijzigen van taken die via een parallelle poort worden verstuurd.
Menu Instellingen
Gebruik het menu Instellingen om te bepalen hoe de printer het einde van een regel opmaakt afhankelijk van het
gebruikte computersysteem.
* Standaardfabrieksinstelling
Menu: Handelingen:
*Standaardfabrieksinstelling
NPA-
modus
Afdruktaken naar de printer verzenden en tegelijkertijd informatie over de status van de printer opvragen.
Uit
Aan
Auto*
Protocol Informatie ontvangen met een veel hogere transmissiesnelheid als de printer wordt ingesteld op Fastbytes
(als de computer Fastbytes ondersteunt) of informatie ontvangen met een normale transmissiesnelheid als de
printer is ingesteld op Standaard.
Standaard
Fastbytes*
Parallelle
modus 2
Bepalen of de gegevens van de parallelle poort worden gesampled aan de voorkant (Aan) of aan de
achterkant (Uit) van de strobe.
Uit
Aan*
MAC
binair PS
De printer configureren voor het verwerken van binaire PostScript-afdruktaken van een Macintosh-computer.
Uit - De printer filtert PostScript-afdruktaken met een standaardprotocol.
Aan - De printer verwerkt onbewerkte binaire PostScript-afdruktaken die afkomstig zijn van Macintosh-
computers.
OPMERKING: Door deze instelling worden Windows-afdruktaken soms niet goed afgedrukt.
Auto* - De printer verwerkt afdruktaken van zowel Macintosh- als Windows-computers.
Menu: Handelingen:
PPDS-emulatie Geef op of u de PPDS-gegevensstroom wilt gebruiken.
Uitschakelen*
Inschakelen
OPMERKING: Dit menu wordt uitsluitend weergegeven als er een PPDS-interpreter beschikbaar is.
Automatisch HR na
NR
Opgeven of de printer automatisch een harde return moet geven na de opdracht om naar een
nieuwe regel te gaan.
Uit*
Aan
Automatisch NR na
HR
Opgeven of de printer automatisch op een nieuwe regel moet beginnen na een opdracht voor een
harde return.
Menu USB
Gebruik het menu USB om de printerinstellingen te wijzigen van taken die via een USB-poort worden verstuurd.
Menu Extra
Gebruik het menu Extra om problemen met de printer op te lossen.
*Standaardfabrieksinstelling
Uit*
Aan
Energiebesparing Opgeven of de waarde Uitgeschakeld moet worden weergegeven in het menu Spaarstand.
Aan*
Uit
Menu: Handelingen:
*Standaardfabrieksinstelling
NPA-
modus
Afdruktaken naar de printer sturen en tegelijkertijd informatie over de printerstatus opvragen.
Uit
Aan
Auto*
MAC binair
PS
De printer configureren voor het verwerken van binaire PostScript-afdruktaken van een Macintosh-
computer.
Uit - De printer filtert PostScript-afdruktaken met een standaardprotocol.
Aan - De printer verwerkt onbewerkte binaire PostScript-afdruktaken die afkomstig zijn van Macintosh-
computers.
OPMERKING: Door deze instelling worden Windows-afdruktaken soms niet goed afgedrukt.
Auto* - De printer verwerkt afdruktaken van zowel Macintosh- als Windows-computers.
USB-
snelheid
Geef de snelheid op voor de USB-kabel die u gebruikt.
Vol
OPMERKING: Hierdoor functioneert de USB-poort op volle snelheid en worden alle mogelijkheden voor
hoge snelheid uitgeschakeld.
Auto*
Menu: Handelingen:
Instructies voor de
printerconfiguratiemodus
Houd de knop Doorgaan ingedrukt.
Fabriekswaarden
herstellen
De oorspronkelijke fabriekswaarden voor de printerinstellingen herstellen door de knop
Doorgaan
ingedrukt te houden.
OPMERKING: Alle bronnen (lettertypen, macro's en symbolensets) die in het
printergeheugen (RAM) zijn gedownload, worden verwijderd. Bronnen in het flashgeheugen
worden niet beïnvloed.
Hex Trace Afdrukproblemen helpen opsporen als onverwachte tekens worden afgedrukt of tekens
ontbreken. Met behulp van Hex Trace kunt u bepalen of er een probleem is met de taal-
*Standaardfabrieksinstelling
interpreter of de kabel doordat met deze functie wordt aangegeven welke informatie de
printer ontvangt.
Uit*
Aan
U kunt Hex Trace verlaten door de printer uit te schakelen.
Testpagina's
afdrukkwaliteit
Problemen met de afdrukkwaliteit opsporen, zoals strepen. Er worden drie pagina's afgedrukt
waarmee u de afdrukkwaliteit kunt evalueren: een tekstpagina met printerinformatie,
cartridge-informatie, de huidige marge-instellingen en een afbeelding; en twee pagina's met
afbeeldingen.
Houd de knop Doorgaan
ingedrukt.
Bezig met reset van fc-
teller
De teller van de fotoconductor terugzetten op nul.
OPMERKING: Het bericht voor het vervangen van de fotoconductor wordt in principe
uitsluitend gewist nadat de belichtingstrommel is vervangen.
Verminderde krul Verklein de doorvoer om het krullen van het papier te verminderen.
Uit*
Aan
Printer onderhouden
Supplies bestellen
Supplies bewaren
Tonercartridge vervangen
Belichtingstrommel vervangen
Lens van printerkop reinigen
Supplies bestellen
Printer aangesloten op een netwerk
1. Typ het IP-adres van de printer in uw webbrowser om het Dell Configuration Web Tool te starten.
2. Klik op www.dell.com/supplies
.
Printer lokaal aangesloten op een computer
1. Klik op Start® Programma's of Alle programma's® Dell Printers® Dell Laser Printer 1720.
Voor Windows Vista™ (standaard Start-menu):
a. Klik op ® Programma's.
b. Klik op Dell Printers.
c. Klik op Dell Laser Printer 1720.
2. Klik op Dell Printer Supplies Reorder Application (Toepassing voor het bijbestellen van printersupplies van Dell)
Het venster Order Toner Cartridges (Tonercartridges bestellen) wordt weergegeven.
3. Kies uw printermodel in de keuzelijst.
4. Voer de servicecode van uw Dell printer in.
OPMERKING: Uw servicecode is te vinden aan de binnenzijde van de voorklep van de printer.
5. Klik op Visit Dell's cartridge ordering web site (Website van Dell bezoeken voor bestellen van cartridges).
Supplies bewaren
Afdrukmateriaal bewaren
Gebruik de volgende richtlijnen voor de juiste opslag van afdrukmateriaal. Hiermee voorkomt u problemen met de
papierdoorvoer en een onregelmatige afdrukkwaliteit.
U kunt afdrukmateriaal het beste bewaren in een omgeving met een temperatuur van rond de 21 °C en een
relatieve luchtvochtigheid van 40%.
Plaats dozen met afdrukmateriaal liever niet direct op de vloer, maar op pallets of op planken aan de muur.
Als u losse pakken afdrukmateriaal niet in de oorspronkelijke doos bewaart, legt u de pakken op een vlakke
ondergrond, zodat de randen niet omkrullen of kreuken.
Plaats niets boven op de pakken afdrukmateriaal.
Tonercartridge bewaren
Bewaar de tonercartridge in de originele verpakking zolang u de cartridge nog niet nog niet hoeft te gebruiken.
Bewaar de toner niet op de volgende plaatsen:
Een omgeving met een temperatuur die hoger is dan 40 °C.
Een omgeving met een sterk wisselende luchtvochtigheidsgraad en temperatuur.
In direct zonlicht.
Op stoffige plaatsen.
Gedurende langere tijd in een auto.
Een omgeving waar zich bijtende stoffen bevinden.
Een omgeving met zilte lucht.
Tonercartridge vervangen
U krijgt een indicatie van de hoeveelheid resterende toner in de cartridge door de configuratiepagina met
printerinstellingen af te drukken. Aan de hand hiervan kunt u bepalen wanneer u nieuwe supplies dient te bestellen.
De combinatie van lampjes voor Toner bijna op wordt weergegeven wanneer de tonercartridge bijna leeg is. U kunt
tijdens de weergave van deze combinatie van lampjes nog korte tijd afdrukken, maar doordat het tonerniveau afneemt,
neemt ook de afdrukkwaliteit af.
Wanneer de combinatie van lampjes voor Toner bijna op wordt weergegeven of als de afdrukken vaag zijn, dient u de
tonercartridge te verwijderen. Schud de cartridge een aantal malen flink heen en weer, van voor naar achter en van links
naar rechts, om de toner opnieuw te verdelen. Plaats de cartridge vervolgens terug en ga verder met afdrukken. Herhaal
deze procedure enkele keren om te zien of de afdrukken vaag blijven. Wanneer de afdrukken vaag blijven, vervangt u de
tonercartridge.
1. Open de voorklep door op de knop aan de linkerzijde van de printer te drukken en de klep te laten zakken.
2. Druk op de knop aan de onderzijde van het tonercartridgemechanisme.
3. Pak de tonercartridge vast bij de handgreep en trek de cartridge omhoog en uit de printer.
4. Haal de nieuwe tonercartridge uit de verpakking.
5. Draai de cartridge in alle richtingen om de toner te verdelen.
6. Zorg dat de witte rolletjes op de nieuwe tonercartridge op één lijn zijn met de pijlen op de geleiders van de
belichtingstrommel en druk de tonercartridge zo ver mogelijk in de printer. De cartridge klikt vast wanneer deze
KENNISGEVING: Stel de nieuwe tonercartridge niet gedurende langere tijd bloot aan direct licht wanneer u
deze vervangt. Door langdurige blootstelling aan licht kunnen problemen met de afdrukkwaliteit optreden.
correct is geïnstalleerd.
7. Sluit de voorklep.
Belichtingstrommel vervangen
U krijgt een indicatie van de toestand van de belichtingstrommel door de configuratiepagina met printerinstellingen af te
drukken. Aan de hand hiervan kunt u bepalen wanneer u nieuwe supplies dient te bestellen.
Om problemen met de afdrukkwaliteit en beschadiging van de printer te voorkomen, kunnen geen afdrukken meer worden
gemaakt met de printer wanneer de belichtingstrommel een maximum van 40.000 pagina's heeft bereikt. U krijgt
automatisch een melding voordat de belichtingstrommel dit punt bereikt.
Wanneer voor het eerst de combinatie van lampjes voor het vervangen van de belichtingstrommel verschijnt, dient u
onmiddellijk een nieuwe belichtingstrommel te bestellen. Wellicht blijft de printer goed functioneren nadat het einde van
de levensduur van de belichtingstrommel officieel is bereikt (ongeveer 30.000 pagina's), maar de afdrukkwaliteit neemt
aanzienlijk af en uiteindelijk werkt de belichtingstrommel niet meer als het maximum van 40.000 pagina's is bereikt.
1. Open de voorklep door op de knop aan de linkerzijde van de printer te drukken en de klep te laten zakken.
KENNISGEVING: Stel de nieuwe tonercartridge niet gedurende langere tijd bloot aan direct licht wanneer u deze
vervangt. Door langdurige blootstelling aan licht kunnen problemen met de afdrukkwaliteit optreden.
2. Pak de tonercartridge vast bij de handgreep en trek het tonercartridgemechanisme uit de printer.
OPMERKING: Druk niet op de knop op het tonercartridgemechanisme.
Plaats het tonercartridgemechanisme op een vlakke, schone ondergrond.
3. Druk op de knop aan de onderzijde van het tonercartridgemechanisme.
4. Pak de tonercartridge vast bij de handgreep en trek de cartridge omhoog en uit de printer.
5. Haal de nieuwe belichtingstrommel uit de verpakking.
6. Zorg dat de witte rolletjes op de tonercartridge op één lijn zijn met de witte pijlen op de geleiders van de
belichtingstrommel en druk de tonercartridge zo ver mogelijk in de printer. De cartridge klikt vast wanneer deze
correct is geïnstalleerd.
7. Zorg dat de blauwe pijlen op de geleiders van de tonercartridge op één lijn zijn met de blauwe pijlen in de printer
en druk de cartridge zo ver mogelijk in de printer.
8. Nadat u de belichtingstrommel hebt vervangen, dient u de teller van de belichtingstrommel terug te zetten. Om de
teller terug te zetten houdt u de knop Annuleren
ingedrukt tot alle lampjes achter elkaar branden.
9. Sluit de voorklep.
Lens van printerkop reinigen
1. Schakel de printer uit.
2. Open de voorklep door op de knop aan de linkerzijde van de printer te drukken en de klep te laten zakken.
3. Verwijder de tonercartridge-eenheid uit de printer door aan de handgreep voor de tonercartridge te trekken.
OPMERKING: Druk niet op de knop op het tonercartridgemechanisme.
KENNISGEVING: Door de teller van de belichtingstrommel terug te zetten zonder de belichtingstrommel te
vervangen, kan de printer beschadigd raken en komt de garantie te vervallen.
Plaats het tonercartridgemechanisme op een vlakke, schone ondergrond.
4. Zoek de glazen lens van de printerkop op. Deze bevindt zich in de uitsparing aan de bovenkant van de printer.
5. Veeg de lens van de printerkop voorzichtig af met een schone, droge en pluisvrije doek.
6. Plaats de tonercartridge-eenheid in de printer door de blauwe pijlen op de geleiders van de tonercartridge-eenheid
uit te lijnen met de blauwe pijlen op de rails in de printer en de tonercartridge-eenheid zo ver mogelijk naar binnen
te schuiven.
7. Sluit de voorklep.
8. Zet de printer aan.
KENNISGEVING: Stel het tonercartridgemechanisme niet gedurende langere tijd bloot aan direct licht. Door
langdurige blootstelling aan licht kunnen problemen met de afdrukkwaliteit optreden.
KENNISGEVING: Als u geen schone, droge en pluisvrije doek gebruikt, kan de lens van de printerkop
beschadigd raken.
Lampjes op het bedieningspaneel
Veelvoorkomende combinaties van lampjes
Combinaties van lampjes voor secundaire foutindicatie
Combinaties van lampjes voor secundaire indicatie bij papierstoringen
Printerstatus
De lampjes op het bedieningspaneel hebben verschillende betekenissen, afhankelijk van hun volgorde. Lampjes die uit
zijn, branden en/of knipperen geven printercondities aan zoals printerstatus, noodzaak tot ingrijpen (bijvoorbeeld papier
plaatsen) of onderhoud. De lampjes zijn groen of oranje, afhankelijk van wat ze voorstellen.
Veelvoorkomende combinaties van lampjes
In de volgende tabel worden de meest voorkomende combinaties van lampjes weergegeven. Klik op de koppelingen in de
rechterkolom voor meer informatie over wat u eraan kunt doen.
Uit Aan Langzaam knipperen Snel knipperen
Doorgaan Gereed/Gegevens Toner bijna
op/Vervang
trommel
/
Plaats
papier/Verwijder
uitvoer
/
Papier
vast
Fout Printertoestand
Niet gereed
Gereed/Spaarstand
Bezig
88 Toner bijna op
Uitvoerlade vol — Verwijder papier
Vul <invoerbron> <soort>
<formaat>
Vul handm. invoer <soort>
<formaat>
Insert duplex pages in Tray 1, then
press Continue (Plaats pagina's
voor een dubbelzijdige afdruktaak
in lade 1 en druk vervolgens op
Doorgaan)
Hex Trace/Gereed
Wordt gewist/Resolutie verlagen
Wachten
84 Imaging Drum Life Warning (84
Belichtingstrommel bijna versleten)
84 Replace Imaging Drum (84
Vervang belichtingstrommel)
Afdruktaak wordt geannuleerd
Beginwaarden printer worden
hersteld
Combinaties van lampjes voor secundaire foutindicatie
Als de lampjes Fout en Doorgaan beide branden, is er een secundaire fout opgetreden. Druk tweemaal op de knop
Doorgaan om de combinaties van lampjes voor secundaire codes weer te geven. In de volgende tabel worden de
combinaties van lampjes voor secundaire foutindicatie weergegeven.
1
Zie voor meer informatie Combinaties van lampjes voor secundaire indicatie bij papierstoringen.
2
Zie voor meer informatie Combinaties van lampjes voor secundaire foutindicatie.
Fabrieksinstellingen worden
hersteld
Sluit de voorklep
Plaats tonercartridge
Papier vast
1
Printerfout
2
Onderhoudsfout
Doorgaan Gereed/Gegevens Toner bijna
op/Vervang
trommel
/
Plaats
papier/Verwijder
uitvoer
/
Papier
vast
Fout Printertoestand
30 Invalid refilled cartridge (30
Cartridge onjuist gevuld)
31 Missing or defective cartridge
(31 Cartridge ontbreekt/is
defect)
32 Unsupported print cartridge
(32 Niet-ondersteunde
tonercartridge)
34 Paper too short (34 Papier te
kort)
35 Insufficient memory for
Resource Save (35 Onvoldoende
geheugen voor Bronnen
opslaan)
37 Insufficient memory to
collate (37 Onvoldoende
geheugen voor sorteren)
37 Insufficient defrag memory
(37 Onvold. geheugen voor
defrag)
38 Geheugen vol
54 Softwarefout in
standaardnetwerk
56 Standaard parallelle
poort/USB-poort uitgeschakeld
58 Too many flash options
(58 Te veel flashopties)
Combinaties van lampjes voor secundaire indicatie bij
papierstoringen
Als de lampjes Fout en Doorgaan beide branden, is er een secundaire fout opgetreden. Druk tweemaal op de knop
Doorgaan om combinaties van lampjes voor secundaire foutindicatie weer te geven. Deze geven aan wat voor soort
papierstoring is opgetreden. In de volgende tabel worden de combinaties van lampjes voor papierstoringen weergegeven.
Printerstatus
Gereed/Spaarstand
De printer is gereed om gegevens te ontvangen en te verwerken.
De printer staat in de spaarstand.
Doorgaan Gereed/Gegevens Toner bijna
op/Vervang
trommel
/
Plaats
papier/Verwijder
uitvoer
/
Papier
vast
Fout Printertoestand
*
Papierstoringen bij de invoersensor kunnen optreden nadat het papier de lade heeft verlaten en in de
printer wordt ingevoerd, of in de handinvoer.
200 Papier vast - Verwijder
cartridge
*
201 Papier vast - Verwijder
cartridge
202 Papier vast - Open
achterklep
231 Duplex paper jam - Open
rear door (231 Papier vast in
duplex - Open achterklep)
232 Duplex paper jam -
Remove Tray 1 (232 Papier
vast in duplex - Verwijder lade
1)
233 Duplex paper jam -
Remove Tray 1 (233 Papier
vast in duplex - Verwijder lade
1)
234 Papier vast - Controleer
duplex
235 Duplex paper jam -
Unsupported size (235 Papier
vast in duplex - For. niet
ondst.)
241 Papier vast - Controleer
lade 1
242 Papier vast - Controleer
lade 2
251 Paper jam — Check manual
feeder (251 Papier vast -
Controleer handm. invoer)
Bezig
De printer is bezig met afdrukken of met het ontvangen of verwerken van gegevens.
De printer is bezig met het defragmenteren van het flashgeheugen om ruimte vrij te maken die nog in beslag wordt
genomen door verwijderde bronnen.
De printer is bezig met het formatteren van het flashgeheugen.
De printer is bezig met het opslaan van bronnen, zoals lettertypen of macro's, in het flashgeheugen.
De printer is bezig met het afdrukken van een directory, lettertypelijst, pagina's met menu-instellingen of
testpagina’s voor de afdrukkwaliteit.
Hex Trace/Gereed
De printer staat in de werkstand Gereed en Hex Trace is actief. U kunt Hex Trace gebruiken om problemen met de printer
op te lossen.
Wachten
De printer wacht totdat een afdruktime-out plaatsvindt of totdat er extra gegevens worden ontvangen.
Wordt gewist/Resolutie verlagen
De printer is bezig met het verwijderen van beschadigde afdrukgegevens.
De printer is bezig met het verwerken van gegevens of het afdrukken van pagina's, maar de resolutie van een
pagina in de huidige afdruktaak is verminderd van 600 dpi (dots per inch) tot 300 dpi om de fout Geheugen vol te
voorkomen.
Niet gereed
De printer is niet gereed om gegevens te ontvangen of te verwerken.
De printerpoorten zijn offline.
OPMERKING: Als u de instelling voor de spaarstand wilt wijzigen, kunt u dat alleen doen vanuit het hulpprogramma
voor lokale-printerinstellingen.
Problemen oplossen
Algemene problemen
Problemen met de afdrukkwaliteit
Foutherstel
Bellen voor technische ondersteuning.
Algemene problemen
Gebruik de volgende informatie om oplossingen te vinden voor de afdrukproblemen die u ondervindt. Als u het probleem
niet kunt oplossen, neemt u contact op met Dell op support.dell.com
. Mogelijk moet een printeronderdeel worden gereinigd
of vervangen door een onderhoudsmonteur.
De afdruk wordt licht, maar het lampje dat aangeeft dat de toner bijna op is en dat de trommel moet
worden vervangen, brandt niet.
1. Verwijder de tonercartridge.
2. Schud deze een aantal malen flink heen en weer, van voor naar achter en van links naar rechts, om de toner
opnieuw te verdelen.
3. Plaats de tonercartridge terug en ga verder met afdrukken.
Herhaal deze procedure enkele keren totdat de afdruk vaag blijft. Wanneer de afdrukken vaag blijven, vervangt u de
tonercartridge.
Het lampje dat aangeeft dat de toner bijna op is en dat de trommel moet worden vervangen, brandt
(maar knippert niet).
1. Verwijder de tonercartridge.
2. Schud deze een aantal malen flink heen en weer, van voor naar achter en van links naar rechts, om de toner
opnieuw te verdelen.
3. Plaats de tonercartridge terug en ga verder met afdrukken.
Herhaal deze procedure enkele keren totdat de afdruk vaag blijft. Wanneer de afdrukken vaag blijven, vervangt u de
tonercartridge.
Het lampje dat aangeeft dat de toner bijna op is en dat de trommel moet worden vervangen, knippert.
De belichtingstrommel is bijna vol en moet worden vervangen. Bestel een nieuwe belichtingstrommel.
De lampjes die aangeven dat de toner bijna op is, dat de trommel moet worden vervangen en dat er
zich een fout heeft voorgedaan, knipperen.
De belichtingstrommel is vol en moet worden vervangen. De printer drukt niet verder af totdat de belichtingstrommel is
vervangen.
Het lampje Plaats papier brandt, hoewel er papier aanwezig is in lade 1 of lade 2.
Controleer of de lade volledig naar binnen is geduwd.
De printer staat aan en het lampje Fout brandt.
Controleer of de printerklep is gesloten.
De lampjes op het bedieningspaneel gaan niet branden als de printer wordt ingeschakeld.
Wacht even en kijk of de lampjes gaan branden. Dit kan enkele seconden duren.
Controleer of het netsnoer goed is aangesloten aan de achterzijde van de printer en op het stopcontact.
Pagina's zijn leeg.
Mogelijk is de tonercartridge leeg. Vervang de cartridge.
Mogelijk is er sprake van een softwarefout. Schakel de printer uit en vervolgens weer in.
De printer staat aan, maar er wordt niets afgedrukt.
Controleer of de tonercartridge is geïnstalleerd.
Controleer of de parallelle kabel, USB-kabel of netwerkkabel goed is aangesloten op de connector aan de achterzijde
van de printer.
Druk kort op Doorgaan om een pagina met menu-instellingen af te drukken om te bepalen of het probleem bij
de printer of de computer ligt.
Als u een pagina met menu-instellingen kunt afdrukken, ligt het probleem bij de computer of het
softwareprogramma.
Als u geen pagina met menu-instellingen kunt afdrukken, neemt u contact op met Dell op support.dell.com.
U kunt de voorklep niet sluiten.
Controleer of de tonercartridge correct is geplaatst.
Er ontbreken onderdelen in de printer of bepaalde printeronderdelen zijn beschadigd.
Neem contact op met Dell op support.dell.com.
Er is een papierstoring opgetreden.
Als er een papierstoring optreedt, stopt de printer en gaan op het bedieningspaneel de lampjes Papier vast en
Doorgaan branden. Druk twee keer kort op de knop Doorgaan om de combinatie van lampjes weer te geven die
een secundaire papierstoring aanduidt.
Dell raadt u aan de gehele papierbaan vrij te maken als er een papierstoring optreedt.
1. Als u papier invoert vanuit een lade, verwijdert u de lade en verwijdert u vervolgens het vastgelopen papier.
2. Open de voorklep en verwijder het tonercartridgemechanisme.
3. Verhelp eventuele papierstoringen in het gebied achter het tonercartridgemechanisme.
4. Til de klep aan de voorkant van de printer op en verwijder eventueel vastgelopen papier onder de klep.
5. Open de achteruitvoer en verwijder eventueel vastgelopen papier.
6. Plaats het tonercartridgemechanisme terug en sluit vervolgens de printerkleppen aan de voor- en achterkant.
7. Plaats de papierladen terug en controleer of ze gesloten zijn. Druk vervolgens op de knop Doorgaan
om het
afdrukken te hervatten.
OPMERKING: De pagina's waardoor de papierstoring werd veroorzaakt, worden opnieuw afgedrukt.
Problemen met de afdrukkwaliteit
KENNISGEVING: Stel het tonercartridgemechanisme niet gedurende langere tijd bloot aan direct licht. Door
langdurige blootstelling aan licht kunnen problemen met de afdrukkwaliteit optreden.
Gebruik de volgende informatie om oplossingen te vinden voor de afdrukproblemen die u ondervindt. Als u het probleem
niet kunt oplossen, neemt u contact op met Dell op support.dell.com
. Mogelijk moet een printeronderdeel worden gereinigd
of vervangen door een onderhoudsmonteur.
De afdruk is te licht.
De ingestelde waarde voor Toner Darkness (Tonerintensiteit)
1
is te laag.
U gebruikt papier dat niet geschikt is voor de printer.
De tonercartridge is bijna leeg.
De tonercartridge is defect.
Probeer het volgende:
Stel in de printersoftware bij Toner Darkness (Tonerintensiteit)
1
een andere waarde in voordat u de afdruktaak naar
de printer verstuurt.
Vervang het papier. Gebruik papier uit een nieuw pak.
Gebruik geen papier met een ruw of vezelig oppervlak.
Zorg ervoor dat het papier dat u in de laden plaatst, niet vochtig is.
Vervang de tonercartridge.
De afdruk is te donker of de achtergrond is grijs.
De ingestelde waarde voor Toner Darkness (Tonerintensiteit)
1
is te hoog.
De tonercartridge is defect.
Probeer het volgende:
Stel in de printersoftware bij Toner Darkness (Tonerintensiteit)
1
een andere waarde in voordat u de afdruktaak naar
de printer verstuurt.
Vervang de tonercartridge.
Er worden witte strepen op de pagina weergegeven.
De lens van de printkop is vuil.
De tonercartridge is defect.
Het verhittingsstation is defect.
Probeer het volgende:
Reinig de lens van de printkop.
Vervang de tonercartridge.
Vervang het verhittingsstation
2
.
Er worden horizontale strepen op de pagina weergegeven.
Het is mogelijk dat de tonercartridge beschadigd, leeg of versleten is.
Het is mogelijk dat het verhittingsstation versleten of defect is.
Probeer het volgende:
Vervang de tonercartridge.
Vervang het verhittingsstation
2
.
Er worden verticale strepen op de pagina weergegeven.
De toner loopt uit voordat deze in het papier wordt opgenomen.
De tonercartridge is defect.
Probeer het volgende:
Als het papier stijf is, voert u het in vanuit een andere lade of via de handmatige invoer.
Vervang de tonercartridge.
De pagina bevat onregelmatigheden.
Het papier heeft zich in een vochtige omgeving bevonden en heeft daardoor vocht opgenomen.
U gebruikt papier dat niet geschikt is voor de printer.
Het verhittingsstation is versleten of defect.
Probeer het volgende:
Vervang het papier in de lade. Gebruik papier uit een nieuw pak.
Gebruik geen papier met een ruw of vezelig oppervlak.
Controleer of de instelling Paper Type (Papiersoort) in de printersoftware overeenstemt met de papiersoort die u
gebruikt.
Vervang het verhittingsstation
2
.
De afdrukkwaliteit van de transparanten is laag. (Er zitten lichte of donkere vlekken op de afdruk, de
toner is uitgelopen of er verschijnen horizontale of verticale strepen.)
U gebruikt transparanten die niet geschikt zijn voor de printer.
De optie Paper Type (Papiersoort) in de printersoftware is niet ingesteld op Transparency (Transparanten).
Probeer het volgende:
Gebruik alleen transparanten die door Dell worden aanbevolen.
Controleer of de instelling Paper Type (Papiersoort) is ingesteld op Transparency (Transparanten).
Er verschijnen tonervlekjes op de pagina.
De tonercartridge is defect.
Het verhittingsstation is versleten of defect.
Er is toner in de papierbaan terechtgekomen.
Probeer het volgende:
Vervang de tonercartridge.
Vervang het verhittingsstation
2
.
Bel voor service.
De toner laat los als u de bedrukte vellen vastpakt.
De instelling Paper Texture (Papierstructuur) komt niet overeen met de gebruikte soort papier of speciaal
afdrukmateriaal.
De instelling Paper Weight (Papiergewicht) komt niet overeen met de gebruikte soort papier of speciaal
afdrukmateriaal.
Het verhittingsstation is versleten of defect.
Probeer het volgende:
Wijzig de instelling Paper Texture (Papierstructuur)
1
van Smooth (Glad) in Rough (Ruw).
Wijzig de instelling Paper Weight (Papiergewicht)
1
van Plain (Normaal) in CardStock (Karton) (of in een ander
gewicht dat van toepassing is).
Vervang het verhittingsstation
2
.
De afdrukdichtheid is onregelmatig.
De tonercartridge is defect.
Vervang de tonercartridge.
Er verschijnen zwevende afbeeldingen op de pagina.
De instelling Paper Type (Papiersoort) in de printersoftware is verkeerd ingesteld.
De tonercartridge is bijna leeg.
Probeer het volgende:
Controleer of de instelling Paper Type (Papiersoort) in de printersoftware in overeenstemming is met het gebruikte
papier of speciale afdrukmateriaal.
Vervang de tonercartridge.
Er wordt slechts op één zijde van de pagina afgedrukt.
De tonercartridge is niet correct geïnstalleerd.
Verwijder de tonercartridge en plaats deze vervolgens opnieuw.
De marges zijn onjuist.
De instelling Paper Size (Papierformaat) in de printersoftware is verkeerd ingesteld.
Controleer of de instelling Paper Size (Papierformaat) in de printersoftware in overeenstemming is met het gebruikte
papier of speciale afdrukmateriaal.
Het beeld is scheef afgedrukt (schuin).
De papiergeleiders in de geselecteerde lade bevinden zich niet in de juiste positie voor het geplaatste papierformaat.
De papiergeleiders voor handmatige invoer bevinden zich niet in de juiste positie voor het geplaatste papierformaat.
Probeer het volgende:
Verplaats de geleiders in de lade zodat deze tegen de zijkanten van het papier rusten.
Verplaats de geleiders van de handmatige invoer zodat deze tegen de zijkanten van het papier rusten.
De afgedrukte pagina's zijn leeg.
De tonercartridge is leeg of defect.
Vervang de tonercartridge.
De pagina's worden volledig zwart afgedrukt.
De tonercartridge is defect.
De printer heeft onderhoud nodig.
Probeer het volgende:
Vervang de tonercartridge.
Bel voor service.
Het papier krult zodra erop wordt afgedrukt en het in de uitvoerlade terechtkomt.
De instelling Paper Texture (Papierstructuur)
1
komt niet overeen met de gebruikte soort papier of speciaal afdrukmateriaal.
Wijzig de instelling Paper Texture (Papierstructuur)
1
van Rough (Ruw) in Normal (Normaal) of Smooth (Glad).
1
Deze instelling kan worden gewijzigd in het hulpprogramma voor lokale-printerinstellingen.
2
Neem contact op met een onderhoudsmonteur voor het vervangen van het verhittingsstation.
Foutherstel
Vul <invoerbron> <soort> <formaat>
Vul de aangegeven papierinvoerlade met papier van het aangegeven formaat en de aangegeven soort.
Vul handm. invoer <soort> <formaat>
Plaats papier van het aangegeven formaat en de aangegeven soort in de handmatige invoer.
Uitvoerlade vol — Verwijder papier
Verwijder het papier uit de uitvoerlade en druk vervolgens op de knop Doorgaan .
Insert duplex pages in Tray 1, then press Continue (Plaats pagina's
voor een dubbelzijdige afdruktaak in lade 1 en druk vervolgens op
Doorgaan)
1. Verwijder de afgedrukte pagina's uit de uitvoerlade.
2. Verwijder lade 1.
3. Plaats het papier in de lade met de bedrukte zijde omhoog en met de bovenzijde van de pagina in de richting van de
voorzijde van de lade.
OPMERKING: Het eerste gedeelte van een dubbelzijdige afdruktaak kunt u zowel vanuit lade 1 als vanuit lade
2 afdrukken. Voor het afdrukken van het tweede gedeelte kunt u echter alleen lade 1 gebruiken.
4. Plaats lade 1 terug.
5. Druk op de knop Doorgaan
.
30 Invalid refilled cartridge (30 Cartridge onjuist gevuld)
De cartridge in uw printer is opnieuw gevuld. Installeer een nieuwe tonercartridge.
31 Missing or defective cartridge (31 Cartridge ontbreekt/is defect)
Installeer de tonercartridge als deze nog niet is geïnstalleerd.
Als de tonercartridge wel is geïnstalleerd, verwijdert u deze en installeert u een nieuwe cartridge.
32 Unsupported print cartridge (32 Niet-ondersteunde
tonercartridge)
Installeer de juiste tonercartridge voor uw printer
34 Paper too short (34 Papier te kort)
Zorg ervoor dat het papier dat u plaatst, groot genoeg is.
Controleer of er een papierstoring is opgetreden.
Druk op de knop Doorgaan om het bericht te wissen en door te gaan met het afdrukken van de taak. De overige
pagina's van de afdruktaak worden mogelijk niet correct afgedrukt.
OPMERKING: Dit bericht wordt alleen weergegeven als u een printer zonder een automatische duplexeenheid
gebruikt.
35 Insufficient memory for Resource Save (35 Onvoldoende geheugen
voor Bronnen opslaan)
Druk op de knop Doorgaan om het bericht te wissen.
Druk op de knop Annuleren om de afdruktaak te annuleren.
U kunt deze storing voorkomen door extra geheugen te installeren.
37 Insufficient memory to collate (37 Onvoldoende geheugen voor
sorteren)
Druk op de knop Doorgaan om het bericht te wissen en door te gaan met het afdrukken van de taak. De overige
pagina's van de afdruktaak worden mogelijk niet correct afgedrukt.
Druk op de knop Annuleren om de afdruktaak te annuleren.
Zo voorkomt u dat deze fout zich vaker voordoet:
Installeer extra geheugen.
Vereenvoudig de taak. Verminder de complexiteit van de pagina door de hoeveelheid tekst of het aantal
afbeeldingen op de pagina te verkleinen en onnodige lettertypen of macro's te verwijderen.
37 Insufficient defrag memory (37 Onvold. geheugen voor defrag)
Druk op de knop Doorgaan om het bericht te wissen.
Druk op de knop Annuleren om de afdruktaak te annuleren.
Installeer extra geheugen om deze storing in het vervolg te voorkomen.
38 Geheugen vol
Druk op de knop Doorgaan om het bericht te wissen en door te gaan met het afdrukken van de taak. Het
resterende deel van de afdruktaak wordt mogelijk niet correct afgedrukt.
Druk op de knop Annuleren om de afdruktaak te annuleren.
Zo voorkomt u dat deze fout zich vaker voordoet:
Vereenvoudig de taak. Verminder de complexiteit van de pagina door de hoeveelheid tekst of het aantal
afbeeldingen op de pagina te verkleinen en onnodige lettertypen of macro's te verwijderen.
Installeer extra geheugen.
54 Softwarefout in standaardnetwerk
Druk op de knop Doorgaan om het bericht te wissen en alle communicatie tussen de printer en het netwerk uit
te schakelen.
Druk op de knop Annuleren om het bericht te negeren.
56 Standaard parallelle poort/USB-poort uitgeschakeld
Druk op de knop Doorgaan om het bericht te wissen. De printer negeert alle eerder verzonden afdruktaken. Schakel de
parallelle poort of USB-poort in door een andere waarde dan Disabled (Uitgeschakeld) te selecteren bij Parallel Buffer
(Parallelbuffer) of USB Buffer (USB-buffer) in het hulpprogramma voor lokale-printerinstellingen.
58 Too many flash options (58 Te veel flashopties)
Verwijder het geheugen uit uw printer. Uw printer ondersteunt tot 128 MB extra flashgeheugen.
81 CRC-fout in enginecode
Druk op de knop Doorgaan om het bericht te wissen.
84 Imaging Drum Life Warning (84 Belichtingstrommel bijna
versleten)
Druk op de knop Doorgaan om door te gaan met afdrukken.
Druk een configuratiepagina met printerinstellingen af om het niveau van de belichtingstrommel te bepalen.
Vervang de belichtingstrommel en zet de teller terug.
84 Replace Imaging Drum (84 Vervang belichtingstrommel)
Uw printer drukt niet verder af totdat de belichtingstrommel is vervangen.
Vervang de belichtingstrommel en zet de teller terug.
88 Toner bijna op
Verwijder de tonercartridge en schud deze flink, zodat de toner opnieuw wordt verdeeld in de cartridge.
Vervang de tonercartridge.
200 Papier vast - Verwijder cartridge
Het papier zit vast bij de invoersensor van de printer.
1. Open de voorklep door op de knop aan de linkerzijde van de printer te drukken en de klep te laten zakken.
OPMERKING: Het bericht met de waarschuwing dat de belichtingstrommel bijna is versleten wordt alleen
weergegeven als het toneralarm is ingeschakeld.
2. Druk op de knop op het tonercartridgemechanisme en trek de tonercartridge vervolgens aan de handgreep omhoog
en naar buiten.
3. Verwijder het vastgelopen papier.
4. Plaats de tonercartridge terug door de witte rolletjes erop uit te lijnen met de witte pijlen op de geleiders van de
belichtingstrommel en de tonercartridge zo ver mogelijk in de printer te drukken. De cartridge klikt vast wanneer
deze correct is geïnstalleerd.
5. Sluit de voorklep.
6. Druk op de knop Doorgaan
.
OPMERKING: De pagina's waardoor de papierstoring werd veroorzaakt, worden opnieuw afgedrukt.
201 Papier vast - Verwijder cartridge
Het papier zit vast tussen de papierinvoersensor en -uitvoersensor van de printer.
1. Open de voorklep door op de knop aan de linkerzijde van de printer te drukken en de klep te laten zakken.
2. Druk op de knop op het tonercartridgemechanisme en trek de tonercartridge vervolgens aan de handgreep omhoog
en naar buiten.
3. Verwijder het vastgelopen papier.
4. Plaats de tonercartridge terug door de witte rolletjes erop uit te lijnen met de witte pijlen op de geleiders van de
belichtingstrommel en de tonercartridge zo ver mogelijk in de printer te drukken. De cartridge klikt vast wanneer
deze correct is geïnstalleerd.
5. Sluit de voorklep.
6. Druk op de knop Doorgaan
.
OPMERKING: De pagina's waardoor de papierstoring werd veroorzaakt, worden opnieuw afgedrukt.
202 Papier vast - Open achterklep
Het papier zit vast bij de uitvoersensor van de printer.
1. Open de achteruitvoer.
2. Verwijder het vastgelopen papier.
3. Sluit de achteruitvoer.
4. Druk op de knop Doorgaan
.
OPMERKING: De pagina's waardoor de papierstoring werd veroorzaakt, worden opnieuw afgedrukt.
231 Duplex paper jam - Open rear door (231 Papier vast in duplex -
Open achterklep)
Het papier zit vast in de achterzijde van de papierbaan van de duplexeenheid.
1. Open de achteruitvoer.
2. Verwijder het vastgelopen papier.
3. Sluit de achteruitvoer.
4. Druk op de knop Doorgaan
.
OPMERKING: De pagina's waardoor de papierstoring werd veroorzaakt, worden opnieuw afgedrukt.
232 Duplex paper jam - Remove Tray 1 (232 Papier vast in duplex -
Verwijder lade 1)
Het papier zit vast in de duplexeenheid.
1. Verwijder lade 1.
2. Druk de hendel op de automatische duplexeenheid naar beneden.
OPMERKING: Dit bericht wordt alleen weergegeven als de printer over een automatische duplexeenheid beschikt.
OPMERKING: Dit bericht wordt alleen weergegeven als de printer over een automatische duplexeenheid beschikt.
3. Verwijder het vastgelopen papier.
4. Plaats lade 1 terug.
5. Druk op de knop Doorgaan
.
OPMERKING: De pagina's waardoor de papierstoring werd veroorzaakt, worden opnieuw afgedrukt.
233 Duplex paper jam - Remove Tray 1 (233 Papier vast in duplex -
Verwijder lade 1)
Het papier zit vast in de voorzijde van de duplexeenheid.
1. Verwijder lade 1.
2. Druk de hendel op de automatische duplexeenheid naar beneden.
3. Verwijder het vastgelopen papier.
4. Plaats lade 1 terug.
5. Druk op de knop Doorgaan
.
OPMERKING: De pagina's waardoor de papierstoring werd veroorzaakt, worden opnieuw afgedrukt.
234 Papier vast - Controleer duplex
Het papier zit vast in de duplexeenheid, maar de printer kan de locatie niet vaststellen.
1. Verwijder lade 1.
2. Druk de hendel op de automatische duplexeenheid naar beneden.
OPMERKING: Dit bericht wordt alleen weergegeven als de printer over een automatische duplexeenheid beschikt.
OPMERKING: Dit bericht wordt alleen weergegeven als de printer over een automatische duplexeenheid beschikt.
3. Verwijder vastgelopen papier.
4. Plaats lade 1 terug.
5. Open de achteruitvoer.
6. Verwijder vastgelopen papier.
7. Sluit de achteruitvoer.
8. Druk op de knop Doorgaan
.
OPMERKING: De pagina's waardoor de papierstoring werd veroorzaakt, worden opnieuw afgedrukt.
235 Duplex paper jam - Unsupported size (235 Papier vast in duplex -
For. niet ondst.)
Het papier zit vast in de uitvoerlade omdat het gebruikte papier te smal is voor de duplexeenheid.
1. Open de achteruitvoer.
2. Verwijder het vastgelopen papier.
3. Sluit de achteruitvoer.
4. Druk op de knop Doorgaan
.
OPMERKING: De pagina's waardoor de papierstoring werd veroorzaakt, worden opnieuw afgedrukt.
5. Vervang het smalle papier in lade 1 door breder papier.
OPMERKING: Dit bericht wordt alleen weergegeven als de printer over een automatische duplexeenheid beschikt.
6. Verstuur de afdruktaak opnieuw naar de printer.
241 Papier vast - Controleer lade 1
Het papier zit vast in lade 1.
1. Verwijder lade 1.
2. Verwijder het vastgelopen papier.
3. Plaats lade 1 terug.
4. Druk op de knop Doorgaan
.
OPMERKING: De pagina's waardoor de papierstoring werd veroorzaakt, worden opnieuw afgedrukt.
242 Papier vast - Controleer lade 2
Het papier zit vast in lade 2.
1. Verwijder lade 2.
2. Verwijder het vastgelopen papier.
3. Als u geen vastgelopen papier ziet nadat u lade 2 hebt verwijderd, verwijdert u lade 1 en verwijdert u eventueel
vastgelopen papier.
4. Verwijder beide papierladen.
5. Druk op de knop Doorgaan
.
OPMERKING: De pagina's waardoor de papierstoring werd veroorzaakt, worden opnieuw afgedrukt.
251 Paper jam — Check manual feeder (251 Papier vast - Controleer
handm. invoer)
Het papier zit vast in de handmatige invoer.
1. Verwijder het vastgelopen papier uit de handmatige invoer.
2. Plaats een leeg vel papier in de handmatige invoer.
3. Druk op de knop Doorgaan
.
Bellen voor technische ondersteuning.
Controleer het volgende voordat u belt voor technische ondersteuning:
Is het netsnoer aangesloten op de printer?
Is het netsnoer rechtstreeks aangesloten op een geaard stopcontact?
Is de printer correct aangesloten op de computer of het netwerk?
Zijn alle andere apparaten die op de printer zijn geïnstalleerd, aangesloten en ingeschakeld?
Is het stopcontact uitgeschakeld via een schakelaar?
Is er een zekering gesprongen?
Heeft er zich in uw omgeving een stroomstoring voorgedaan?
Is er een tonercartridge in de printer geplaatst?
Is de printerklep goed gesloten?
Schakel de printer uit en vervolgens weer in. Als de printer nog steeds niet goed werkt, belt u vervolgens voor technische
ondersteuning. Als u kunt afdrukken, drukt u kort op de knop Doorgaan
om een pagina met menu-instellingen af te
drukken. Hierop worden het printermodel en andere gegevens vermeld die de servicevertegenwoordiger wellicht nodig
heeft.
Neem contact op met Dell op support.dell.com
voor meer informatie.
Optionele hardware installeren
Optionele lader voor 550 vel installeren
De papierladen configureren
Optionele geheugenkaart installeren
Optionele lader voor 550 vel installeren
Een optionele lader wordt onder de printer aangebracht. Een lader bestaat uit twee onderdelen: een lade en een ladekast.
De printer ondersteunt een optionele lader waarin maximaal 550 vellen papier kunnen worden geplaatst.
1. Pak de lader uit en verwijder het verpakkingsmateriaal.
2. Plaats de lader op de locatie die u hebt uitgekozen voor de printer.
OPMERKING: Als u optioneel geheugen moet installeren, laat u ruimte vrij aan de rechterkant van de printer.
3. Lijn de openingen in de printer uit met de positioneringspunten op de lader en plaats de printer door deze te laten
zakken.
De papierladen configureren
Dell™ Laserprinter 1720/1720dn — Lokaal aangesloten op een
computer
1. Klik op Start® Programma's of Alle programma's® Dell Printers® Dell Laser Printer 1720.
Voor Windows Vista (standaard Start-menu):
LET OP: Als u de lader wilt installeren nadat u de printer gebruiksklaar hebt gemaakt, dient u eerst de
printer uit te zetten en het netsnoer los te koppelen.
OPMERKING: U moet eerst de software voor de printer laden voordat u de papierladen kunt configureren. Zie
Lokaal afdrukken instellen
of Afdrukken via het netwerk instellen voor meer informatie.
a. Klik op ® Programma's.
b. Klik op Dell Printers.
c. Klik op Dell Laser Printer 1720.
2. Klik op Dell Local Printer Settings Utility (Dell-hulpprogramma voor lokale-printerinstellingen).
3. Selecteer uw Dell Laserprinter 1720.
4. Klik op OK.
5. Klik in de linkerkolom op Paper (Papier).
6. Ga in de rechterkolom naar het gedeelte Tray 1 (Lade 1). Geef op welk formaat en soort afdrukmateriaal u in lade 1
hebt geplaatst.
7. Ga in de rechterkolom naar het gedeelte Tray 2 (Lade 2). Geef op welk formaat en soort afdrukmateriaal u in lade 2
hebt geplaatst.
8. Klik op Actions ® Apply Settings (Acties > Instellingen toepassen).
9. Sluit het hulpprogramma.
OPMERKING: Als u het formaat of soort van het geplaatste afdrukmateriaal in een van beide laden wijzigt,
gebruikt u het configuratieprogramma voor lokale printers om de lade opnieuw te configureren.
10. Werk uw printeropties bij.
Besturingssysteem Instructies
Windows
®
XP (standaard Start-
menu)
a. Klik op Start ® Configuratiescherm.
b. Dubbelklik op Printers en andere hardware.
c. Dubbelklik op Printers en faxapparaten.
d. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram Dell Laserprinter
1720.
e. Klik op Eigenschappen.
f. Klik op Install Options (Opties installeren).
g. Klik op Ask Printer (Printer vragen).
h. Klik op OK.
i. Klik op OK en sluit vervolgens de map Printers.
Windows XP (klassiek Start-menu)
a. Klik op Start ® Instellingen ® Printers en faxapparaten.
b. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram Dell Laserprinter
1720.
c. Klik op Eigenschappen.
d. Klik op Install Options (Opties installeren).
e. Klik op Ask Printer (Printer vragen).
f. Klik op OK.
g. Klik op OK en sluit vervolgens de map Printers.
Windows Vista (klassiek Start-menu)
Windows 2000
a. Klik op Start ® Instellingen ® Printers.
b. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram Dell Laserprinter
1720.
c. Klik op Eigenschappen.
d. Klik op Install Options (Opties installeren).
e. Klik op Ask Printer (Printer vragen).
f. Klik op OK.
g. Klik op OK en sluit vervolgens de map Printers.
Windows NT 4.0
a. Klik op Start ® Instellingen ® Printers.
b. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram Dell Laserprinter
1720.
c. Klik op Eigenschappen® Features (Functies) of Update (Bijwerken).
d. Klik op OK.
e. Klik op OK en sluit vervolgens de map Printers.
Als Ask Printer (Printer vragen) niet beschikbaar is, voert u de volgende stappen uit:
1. Klik in de lijst Available Options (Beschikbare opties) op 550-sheet tray (Lade voor 550 vel).
2. Klik op Add (Toevoegen).
3. Klik op OK en sluit vervolgens de map Printers.
Dell Laserprinter 1720dn — Aangesloten op een netwerk
Het instellen van het papierformaat en papiersoort voor de printer vindt plaats via de Dell Printer Configuration Web Tool
(Printerconfiguratieprogramma van Dell).
1. Typ het IP-adres van uw netwerkprinter in de webbrowser.
OPMERKING: Als u het IP-adres van uw printer niet weet, drukt u een pagina met netwerkinstellingen af.
Deze bevat het IP-adres.
2. Als de pagina Printer Status (Printerstatus) wordt geopend, selecteert u Printer Settings (Printerinstellingen) in de
linkerkolom.
3. Selecteer Paper Menu (Menu Papier) op de pagina met printerinstellingen.
4. Selecteer PAPER SIZE (PAPIERFORMAAT).
5. Selecteer het papierformaat in elke lade.
6. Klik op Submit (Verzenden).
7. Klik in de linkerkolom op Printer Settings (Printerinstellingen).
8. Selecteer Paper Menu (Menu Papier) op de pagina met printerinstellingen.
9. Selecteer PAPER TYPE (PAPIERSOORT).
10. Selecteer de papiersoort in elke lade.
11. Klik op Submit (Verzenden).
Optionele geheugenkaart installeren
De systeemkaart is voorzien van een connector voor een optionele geheugenkaart. De printer kan tot 128 MB
ondersteunen (voor een totaal van 160 MB voor een netwerkprinter en 144 MB voor een niet-netwerkprinter). Het
printergeheugen kan alleen worden uitgebreid met geheugenkaarten van 32 MB, 64 MB of 128 MB.
Windows Vista (standaard Start-
menu)
a. Klik op
® Configuratiescherm.
b. Klik op Hardware en geluid.
c. Klik op Printers.
d. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram Dell Laserprinter
1720.
e. Klik op Eigenschappen.
f. Klik op Install Options (Opties installeren).
g. Klik op Ask Printer (Printer vragen).
h. Klik op OK.
i. Klik op OK en sluit vervolgens de map Printers.
OPMERKING: Papierladen configureren met behulp van de Dell Printer Configuration Web Tool
(Printerconfiguratieprogramma van Dell) is alleen beschikbaar op de Dell Laserprinter 1720dn.
LET OP: Als u een geheugenkaart wilt installeren nadat u de printer gebruiksklaar hebt gemaakt, moet u
1. Open de voorklep door op de knop aan de linkerzijde van de printer te drukken en de klep te laten zakken.
2. Open de achteruitvoer.
3. Open de zijklep door op de twee uitsparingen aan de rechtervoorkant van de machine te drukken en de zijklep
terug te klappen.
4. Verwijder het metalen plaatje door de schroeven los te draaien, het plaatje naar links te schuiven en het plaatje uit
de printer te halen.
5. Open de vergrendelingen aan beide uiteinden van de geheugenconnector.
OPMERKING: Geheugenkaarten die zijn ontworpen voor andere printers, werken mogelijk niet met uw
printer.
eerst de printer uitzetten en het netsnoer loskoppelen.
KENNISGEVING: Geheugenkaarten kunnen gemakkelijk beschadigd raken door statische elektriciteit. Raak
een geaard metalen oppervlak aan voordat u een geheugenkaart aanraakt.
6. Pak de geheugenkaart uit.
Raak de aansluitpunten aan de rand van de kaart niet aan.
7. Breng de uitsparingen aan de onderkant van de kaart op één lijn met de uitsparingen op de connector.
8. Druk de geheugenkaart stevig op de connector totdat de vergrendelingen aan beide zijden van de connector
vastklikken.
U zult wellicht enige kracht moeten uitoefenen om de kaart volledig in de connector te drukken.
9. Zorg ervoor dat beide vergrendelingen in de uitsparingen aan beide zijden van de kaart passen.
10. Sluit de zijklep.
11. Sluit de achteruitvoer.
12. Sluit de voorklep.
13. Werk uw printeropties bij.
a. Voor Windows XP (standaard Start-menu):
1. Klik op Start ® Configuratiescherm.
2. Dubbelklik op Printers en andere hardware.
3. Dubbelklik op Printers en faxapparaten.
Voor Windows XP (klassiek Start-menu): Klik op Start® Instellingen® Printers en faxapparaten.
Voor Windows Vista (klassiek Start-menu) en alle andere versies van Windows: klik op Start ®
Instellingen ® Printers.
Voor Windows Vista (standaard Start-menu):
1. Klik op
® Configuratiescherm.
2. Klik op Hardware en geluid.
3. Klik op Printers.
b. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram Dell Laserprinter 1720. Selecteer vervolgens
Eigenschappen.
c. Klik op het tabblad Install Options (Opties installeren).
d. Vergroot de hoeveelheid geheugen in het vak Printer Memory (MB) (Printergeheugen (MB)).
e. Klik op OK.
Specificaties
Overzicht Ondersteunde besturingssystemen
Omgevingsspecificaties Richtlijnen voor afdrukmateriaal
Geluidsniveaus Soorten en formaten
Emulatie, compatibiliteit en aansluitingen Kabels
MIB-compatibiliteit Certificeringen
Overzicht
Omgevingsspecificaties
Geluidsniveaus
De volgende metingen zijn uitgevoerd conform ISO 7779 en gerapporteerd overeenkomstig ISO 9296.
1720 1720dn
Basisgeheugen 16 MB 32 MB
Maximaal geheugen 144 MB 160 MB
Aansluitingen
Parallel
USB
Parallel
USB
10/100BaseTx Ethernet
Tonercartridge met een rendement van ca. 5% dekking 1500 pagina's 3000 pagina's
Verwerkingscapaciteit (gemiddeld) 500 pagina's per maand 500 pagina's per maand
Verwerkingscapaciteit (max.) 25.000 pagina's per maand 25.000 pagina's per maand
Levensduur van de printer 120.000 pagina's 120.000 pagina's
Toestand Temperatuur Relatieve vochtigheid (niet-
gecondenseerd)
Hoogte
In
werking
16 tot 32 °C 8 tot 80% 0 tot 2500 m
Opslag 0 tot 40 °C 8 tot 80%
Vervoer -20 tot 40 °C 8 tot 95% 0,25 atmosferische druk (vergelijkbaar met
10.300 m)
Modus In bedrijf Maximaal geluidsniveau voor omstanders Maximaal geluidsniveau (LWAd)
Bezig met afdrukken 50 dBA 6,5 Bels
Inactief 26 dBA Onhoorbaar
Emulatie, compatibiliteit en aansluitingen
MIB-compatibiliteit
Een MIB (Management Information Base) is een database met informatie over netwerkapparaten (zoals adapters, bridges,
routers of computers). Deze informatie helpt netwerkbeheerders bij het beheren van het netwerk (het analyseren van
prestaties, verkeer, fouten, enz.). De printer voldoet aan de standaard MIB-specificaties in de industrie, waardoor de
printer kan worden herkend door verschillende printer- en netwerkbeheersystemen, zoals Dell OpenManage™, IT
Assistant, Hewlett-Packard OpenView, CA Unicenter, Hewlett-Packard Web JetAdmin, Lexmark MarkVision Professional,
enz.
Ondersteunde besturingssystemen
Uw printer ondersteunt:
Microsoft Windows Vista
Microsoft Windows XP
Microsoft Windows Server 2003
Microsoft Windows NT 4.0
1
PostScript-ondersteuning beperkt zich alleen tot Macintosh.
Emulaties Dell Laser Printer 1720
PostScript 3
1
HBP
Dell Laser Printer 1720dn
PostScript 3
HBP
Compatibiliteit
Microsoft Windows Vista
Microsoft Windows XP
Microsoft Windows Server 2003
Microsoft Windows NT 4.0
Microsoft Windows NT 4.0 Server
Microsoft Windows 2000 Advanced Server
Microsoft Windows 2000 Server
Microsoft Windows 2000 Professional
Debian GNU/Linux 3.0, 3.1
Linpus LINUX Desktop 9.2, 9.3
Linspire 4.5, 5.0
Red Flag Linux Desktop 4.0, 5.0
Red Hat Enterprise Linux WS 3, 4
SUSE LINUX Enterprise Server 8, 9
SUSE LINUX Professional 9,2, 9,3, 10,0, 10,1
Mac OS 9 en Mac OS 10
Aansluitingen
Parallel
USB
10/100BaseTx Ethernet (uitsluitend 1720dn)
Microsoft Windows NT 4.0 Server
Microsoft Windows 2000 Advanced Server
Microsoft Windows 2000 Server
Microsoft Windows 2000 Professional
Debian GNU/Linux 3.0, 3.1
Linpus LINUX Desktop 9.2, 9.3
Linspire 4.5, 5.0
Red Flag Linux Desktop 4.0, 5.0
Red Hat Enterprise Linux WS 3, 4
SUSE LINUX Enterprise Server 8, 9
SUSE LINUX Professional 9,2, 9,3, 10,0, 10,1
Mac OS 9 en Mac OS 10
Richtlijnen voor afdrukmateriaal
De kans op problemen bij het afdrukken neemt af door het juiste papier of ander afdrukmateriaal te kiezen. Voor optimale
afdrukkwaliteit is het raadzaam een proefafdruk te maken op het papier of het speciale afdrukmateriaal dat u wilt
gebruiken voordat u grote hoeveelheden hiervan aanschaft.
Gebruik kopieerpapier van 70 g/m
2
.
Gebruik transparanten die speciaal zijn ontworpen voor laserprinters.
Gebruik papieren etiketten die speciaal zijn ontworpen voor laserprinters.
Gebruik enveloppen die zijn gemaakt van bankpostpapier van 90 g/m
2
. Teneinde het aantal papierstoringen tot een
minimum te beperken, wordt u aangeraden geen enveloppen te gebruiken die:
gemakkelijk krullen;
aan elkaar zijn vastgeplakt;
vensters, gaten, perforaties, uitsnijdingen of reliëf bevatten;
metalen klemmetjes, strikken of vouwklemmetjes bevatten;
zijn voorzien van postzegels;
een (gedeeltelijk) onbedekte plakstrook hebben als de klepzijde is gesloten of is dichtgeplakt.
Gebruik karton met een maximumgewicht van 163 g/m
2
en een minimumformaat van 76,2 x 127 mm.
Gebruik alleen Letter of A4 als u gebruikmaakt van de automatische duplexeenheid.
LET OP: Tijdens het afdrukproces van dit apparaat wordt het afdrukmateriaal verhit waardoor bepaalde
soorten afdrukmateriaal stoffen kunnen afgeven. Bestudeer het gedeelte in de bedieningsinstructies
waarin de richtlijnen voor het selecteren van het juiste afdrukmateriaal worden besproken om
schadelijke emissies te voorkomen.
Soorten en formaten
Kabels
De aansluitkabel van uw printer moet aan de volgende vereisten voldoen:
Certificeringen
USB-IF
Bron Soort en formaat Gewicht Capaciteit
1
A6 wordt alleen ondersteund als de vezels in de lengterichting lopen.
2
Bij het afdrukken van karton via de handinvoer, opent u de achterklep.
Lade 1
Papier - A4, A5, A6
1
, JIS B5, Letter, Legal, Executive,
Folio, Statement
Etiketten - A4, A5, A6
1
, JIS B5, Letter, Legal,
Executive, Folio, Statement
Transparanten - A4, Letter
60-90
g/m
2
250 vel (papier
van 75 g/m2)
50 etiketten
50 transparanten
Lade voor
550 vel
Papier - A4, A5, A6
1
, JIS B5, Letter, Legal, Executive,
Folio, Statement
Etiketten - A4, A5, A6
1
, JIS B5, Letter, Legal,
Executive, Folio, Statement
Transparanten - A4, Letter
60-90
g/m
2
250 vel (papier
van 75 g/m2)
50 etiketten
50 transparanten
Handmatige
invoer
Papier - A4, A5, A6
1
, JIS B5, Letter, Legal, Executive,
Folio, Statement
Etiketten - A4, A5, A6
1
, JIS B5, Letter, Legal,
Executive, Folio, Statement
Transparanten - A4, Letter
Enveloppen - Monarch (7 3/4), 9, Com-10, C5, B5, DL
Karton
2
Minimaal papierformaat: 76 x 127 mm
Maximaal papierformaat: 216 x 356 mm
60-163
g/m
2
1 vel (alle
afdrukmaterialen)
Aansluiting Kabelcertificering
USB USB 2,0
Parallel IEEE-1284
10/100BaseT Ethernet CAT-5E
Papier in de printer plaatsen
Papier plaatsen in de papierladen voor 250 vel en 550 vel
Papier in de handmatige invoer plaatsen
De achteruitvoer gebruiken
Papier plaatsen in de papierladen voor 250 vel en 550 vel
Volg de onderstaande instructies voor het plaatsen van papier in de papierlade voor 250 vel en de papierlade voor 550 vel.
1. Verwijder de lade.
2. Als u papier van Legal- of Folio-formaat plaatst, dient u de papierlade aan te passen aan het grotere papierformaat.
a. Druk op de vergrendeling aan de achterkant van de lade.
b. Trek het verlengstuk uit de lade tot het vastklikt.
c. Schuif de achterste papiergeleider naar de achterzijde van de papierlade.
3. Buig een stapel papier enkele malen. Maak een rechte stapel op een vlakke ondergrond.
4. Plaats het papier in de lade met de te bedrukken zijde naar beneden.
Zorg dat het papier niet boven de lijntjes uitkomt die de maximale hoogte aangeven. Als er te veel papier is
geplaatst, kunnen vellen papier vastlopen.
5. Verschuif de geleiders aan de zij- en achterkant tot deze tegen de zijkanten van het papier rusten.
6. Plaats de lade terug.
7. Trek de papiersteun op de uitvoerlade uit.
Papier in de handmatige invoer plaatsen
De handmatige invoer bevindt zich aan de voorzijde van de printer en kan slechts één vel afdrukmateriaal per keer
verwerken. U kunt de handmatige invoer gebruiken om snel afdrukken te maken op papiersoorten of -formaten die op dat
moment niet in de papierlade zijn geplaatst.
U plaatst als volgt papier in de handmatige invoer:
1. Plaats een vel van het gekozen afdrukmateriaal met de te bedrukken zijde naar boven in het midden van de
handmatige invoer. De voorkant van de stapel mag de papiergeleiders net raken. Als het afdrukmateriaal niet goed
wordt geplaatst, wordt het te vroeg in de printer gevoerd en wordt de taak mogelijk niet recht op het papier
afgedrukt.
2. Pas de papiergeleiders aan de breedte van het afdrukmateriaal aan.
3. Houd beide zijden van het afdrukmateriaal dicht bij de handmatige invoer en schuif het voorzichtig in de printer
totdat deze het afdrukmateriaal vanzelf invoert.
Tussen het moment dat de printer het afdrukmateriaal verwerkt en invoert, is er een korte pauze.
Plaats enveloppen met de klepzijde naar beneden en de zijde met de postzegel als weergegeven.
KENNISGEVING: Schuif het afdrukmateriaal niet te ver in de invoer. Doet u dit wel, dan kan het afdrukmateriaal
vastlopen.
Houd transparanten bij de randen vast en raak de afdrukzijde niet aan. Vettige substanties die van uw vingers op
de transparanten terechtkomen, kunnen de afdrukkwaliteit beïnvloeden.
Plaats briefhoofdpapier met de afdrukzijde naar boven, waarbij de bovenkant van het vel als eerste in de printer
wordt gevoerd.
Als u problemen ondervindt bij het invoeren van het papier, draait u het papier om.
De achteruitvoer gebruiken
De achteruitvoer is een rechte papierdoorvoer dat één vel per keer verwerkt, waardoor papier minder snel krult of
vastloopt. Dit is met name handig voor speciaal afdrukmateriaal, zoals transparanten, enveloppen, etiketten, karton en
indexkaarten.
Als u de achteruitvoer wilt gebruiken, opent u de klep van de achteruitvoer. Als de klep van de achteruitvoer is geopend,
komen alle afdruktaken aan deze kant de printer uit. Als de klep is gesloten, worden alle afdruktaken naar de uitvoerlade
aan de bovenkant van de printer gestuurd.
Bijlage
Beleid voor technische ondersteuning van Dell
Contact opnemen met Dell
Garantie en retourneringen
Beleid voor technische ondersteuning van Dell
Technische ondersteuning door een technicus vindt plaats in samenwerking met de klant. Tijdens deze procedure wordt
het probleem vastgesteld en worden oplossingen geleverd waarmee het besturingssysteem, de toepassingen en de
hardwarestuurprogramma's kunnen worden hersteld naar de originele standaardconfiguratie waarmee het product door
Dell is geleverd. Tevens wordt de juiste werking van de printer en de geïnstalleerde Dell hardware gecontroleerd. Naast de
technische ondersteuning door een technicus is er online technische ondersteuning beschikbaar op Dell Support. U kunt
wellicht extra technische ondersteuningsopties aanschaffen.
Dell levert beperkte technische ondersteuning voor de printer en eventuele geïnstalleerde software en randapparatuur van
Dell. Ondersteuning voor software en randapparatuur van derden wordt geleverd door de betreffende fabrikant. Dit geldt
onder andere voor producten die zijn gekocht en/of geïnstalleerd met Software & Peripherals (DellWare), ReadyWare en
Custom Factory Integration (CFI/DellPlus.
Contact opnemen met Dell
U kunt Dell Support bezoeken op support.dell.com. Selecteer de gewenste regio op de pagina WELCOME TO DELL
SUPPORT en geef de gevraagde gegevens op voor toegang tot hulpprogramma's en ondersteuningsinformatie.
U kunt elektronisch contact opnemen met Dell op het volgende adres:
Internet
www.dell.com/
www.dell.com/ap/ (alleen voor Azië/Pacific)
www.dell.com/jp/
(alleen voor Japan)
www.euro.dell.com
(alleen voor Europa)
www.dell.com/la/
(alleen voor Latijns-Amerika)
Anonieme FTP (File Transfer Protocol)
ftp.dell.com
Meld u aan als anonieme gebruiker en geef uw e-mailadres op als wachtwoord.
Elektronische ondersteuningsservice
[email protected] (alleen voor Azië/Pacific)
support.jp.dell.com/jp/jp/tech/email/
(alleen voor Japan)
support.euro.dell.com
(alleen voor Europa)
Elektronische offerteservice
(alleen voor Azië/Pacific)
Garantie en retourneringen
Dell Inc. ("Dell") vervaardigt haar hardwareproducten uit nieuwe onderdelen of onderdelen die als nieuw kunnen worden
beschouwd in overeenstemming met de standaardrichtlijnen van de branche. Aanvullende informatie over de garantie die
Dell verleent voor uw printer vindt u in de Handleiding voor eigenaren.
Lokaal afdrukken instellen
Windows
®
Macintosh
Linux
Windows
®
Bepaalde Windows-besturingssystemen beschikken mogelijk al over een stuurprogramma dat compatibel is met de printer.
Printerstuurprogramma's installeren
1. Plaats de cd Drivers and Utilities in het cd-romstation.
De cd Drivers and Utilities start de installatiesoftware automatisch.
2. Als het scherm van de cd Drivers and Utilities wordt weergegeven, klikt u op Personal Installation - Install the
printer for use on this computer only (Aangepaste installatie - De printer alleen voor gebruik op deze computer
installeren) en vervolgens op Next (Volgende).
3. Selecteer de printer in het vervolgkeuzemenu.
4. Selecteer Typical Installation (recommended) (Standaardinstallatie (aanbevolen)) en klik vervolgens op Install
(Installeren).
5. Klik op Finish (Voltooien), sluit de printer aan op de computer via een USB-kabel of een parallelle kabel en schakel
de printer in.
De installatie van de printer wordt voltooid door de Plug&Play-functie van Microsoft. Er wordt een bericht
weergegeven zodra de installatie is voltooid.
Extra printerstuurprogramma's installeren
1. Zet de computer aan en plaats de cd Drivers and Utilities.
Als de cd Drivers and Utilities is gestart, klikt u op Cancel (Annuleren).
OPMERKING: Bij de installatie van een aangepast stuurprogramma wordt het systeemstuurprogramma niet
vervangen. In de map Printers wordt in dat geval een afzonderlijk printerobject gemaakt en weergegeven.
Besturingssysteem: Gebruik dit type kabel:
WindowsVista™
Windows XP
Windows Server 2003
Windows 2000
USB of parallel
Windows NT Parallel
OPMERKING: Voor het installeren van printerstuurprogramma's onder Windows Vista, Windows XP Professional,
Windows NT, Windows Server 2003 en Windows 2000 is beheerderstoegang vereist.
2. Voor Windows XP (standaard Start-menu):
a. Klik op Start ® Configuratiescherm.
b. Dubbelklik op Printers en andere hardware.
c. Dubbelklik op Printers en faxapparaten.
Voor Windows XP (Klassiek Start-menu): Klik op Start® Instellingen® Printers en faxapparaten.
Voor Windows Vista (Klassiek Start-menu) en alle andere versies van Windows: Klik op Start® Instellingen®
Printers.
Voor Windows Vista (standaard Start-menu):
a. Klik op
® Configuratiescherm.
b. Klik op Hardware en geluiden.
c. Klik op Printers.
3. Dubbelklik op Printer toevoegen.
De wizard Printer toevoegen wordt geopend.
4. Klik op Volgende.
5. Selecteer Lokale printer die met deze computer is verbonden en klik op Volgende.
U wordt gevraagd de printer aan te sluiten op de computer.
6. Selecteer de poort die u wilt gebruiken voor deze printer en klik op Volgende.
7. Selecteer Bladeren.
8. Blader naar het cd-romstation en selecteer de juiste directory voor uw besturingssysteem.
OPMERKING: Als u de printerstuurprogramma's vanaf de cd Drivers and Utilities hebt geïnstalleerd alvorens
de printer aan te sluiten op de computer, is het HBP-stuurprogramma (host based printing) voor uw
besturingssysteem standaard geïnstalleerd.
OPMERKING: Nadat u de directory met uw printerstuurprogramma's hebt geselecteerd, wordt u gevraagd om
extra bestanden om verder te gaan met installeren. Plaats de cd met het besturingssysteem en klik
vervolgens op OK.
9. Klik op Openen en vervolgens op OK.
10. Selecteer het type stuurprogramma dat u wilt installeren (HBP of PS) in de lijst met Fabrikanten en het
printermodel in de lijst Printers. Klik op Volgende.
11. Volg de rest van de aanwijzingen in de wizard Printer toevoegen en klik vervolgens op Voltooien om het
printerstuurprogramma te installeren.
Besturingssysteem Softwarepad
Windows Vista
Windows XP
Windows 2003 Server
Windows 2000
D:\Drivers\Print\Win_2kXP\
Windows NT D:\Drivers\Print\Win_NT.40\
Extra printersoftware installeren
1. Zet de computer aan en plaats de cd Drivers and Utilities.
De cd Drivers and Utilities start de installatiesoftware automatisch.
2. Selecteer Additional Software Installation - Install the printer support software (Extra software installeren -
De printerondersteuningssoftware installeren) en klik op Next (Volgende).
3. Schakel het selectievakje in naast de printersoftware die u wilt installeren en klik op Install (Installeren).
De software wordt op de computer geïnstalleerd.
Macintosh
Voor afdrukken via een USB-poort is Macintosh OS 9 of een latere versie vereist. Voor afdrukken via een USB-printer
dient u een printerpictogram op het bureaublad te maken (Mac OS 9) of de printer toe te voegen aan Afdrukbeheer of
Printerconfiguratie (Mac OS X).
Mac OS X: de printer toevoegen in Afdrukbeheer of
Printerconfiguratie
1. Installeer ondersteuning voor de printer op de computer.
a. Plaats de cd Drivers and Utilities in het cd-romstation.
b. Dubbelklik op het installatiepakket voor de printer.
c. Ga door na het welkomstscherm en het leesmij-bestand.
d. Lees de licentieovereenkomst door, klik op Continue (Ga door) en klik vervolgens op Agree (Akkoord) om
hiermee akkoord te gaan.
e. Selecteer een bestemming voor de installatie en klik vervolgens op Continue (Ga door).
f. Klik op Install (Installeer) in het scherm Easy Install (Standaard).
g. Voer het beheerderswachtwoord in en klik vervolgens op OK.
De software wordt op de computer geïnstalleerd.
h. Sluit het installatieprogramma af wanneer het is voltooid.
2. Open Afdrukbeheer (10,2) of Printerconfiguratie (10,3+) in /Programma's/Hulpprogramma's.
3. Als de USB-printer wordt weergegeven in de printerlijst: de printer is ingesteld; u kunt nu de toepassing afsluiten.
Als de USB-printer niet wordt weergegeven in de printerlijst: controleer of de USB-kabel correct is aangesloten op
de printer en de computer, en controleer of de printer is ingeschakeld. Als de printer wordt weergegeven in de
printerlijst, is de printer ingesteld en kunt u de toepassing afsluiten.
Mac OS 9: een bureaubladprinter maken met Desktop Printer Utility
1. Installeer ondersteunende software voor de printer op de computer.
a. Plaats de cd Drivers and Utilities in het cd-romstation.
b. Dubbelklik op het installatiepakket voor de printer.
c. Ga door na het welkomstscherm en het leesmij-bestand.
d. Lees de licentieovereenkomst door, klik op Continue (Ga door) en klik vervolgens op Agree (Akkoord) om
hiermee akkoord te gaan.
e. Selecteer een bestemming voor de installatie en klik vervolgens op Continue (Ga door).
f. Klik op Install (Installeer) in het scherm Easy Install (Standaard).
De software wordt op de computer geïnstalleerd.
g. Sluit het installatieprogramma af wanneer het is voltooid.
2. Open Desktop Printer Utility. Deze staat meestal in Programma's:Hulpprogramma's.
3. Selecteer Printer (USB) en klik vervolgens op OK.
4. Klik bij Selectie USB-printer op Wijzig.
Als de printer niet wordt weergegeven in de lijst Selectie USB-printer, controleer dan of de USB-kabel correct is
aangesloten op de printer en de computer, en of de printer is ingeschakeld.
5. Selecteer de printer en klik vervolgens op OK.
De printer wordt weergegeven in het originele venster Printer (USB).
6. Klik in het gedeelte voor PostScript-printerbeschrijvingsbestand (PPD) op Autoconfig.
Controleer of de PPD van de printer overeenkomt met het printermodel.
7. Klik op Maak aan.
8. Klik op Bewaar.
9. Voer een naam in voor de printer en klik op OK.
De printer wordt opgeslagen als bureaubladprinter.
Linux
Lokaal afdrukken wordt ondersteund op veel Linux-platforms, zoals Red Hat
®
en SUSE
®
.
Printersoftwarepakketten en installatie-instructies staan op de cd Drivers and Utilities. Alle printersoftware ondersteunt
lokaal afdrukken via een parallelle verbinding.
De installatie-instructies voor Linux starten:
1. Plaats de cd Drivers and Utilities in het cd-romstation. Als de cd Drivers and Utilities automatisch is gestart, klikt u
op Cancel (Annuleren).
2. Ga naar D:\unix\docs\<uw taal>\index.html (hierbij staat D:\ voor de letter van het cd-romstation).
Kennisgeving over licenties
BSD License and Warranty statements
GNU License
De software van de printer omvat:
Software die is ontwikkeld door, en waarop het copyright berust bij Dell en/of derden
Door Dell aangepaste software die is gelicentieerd onder de bepalingen van versie 2 van GNU General Public License
(GNU GPL) en versie 2.1 van GNU Lesser General Public License (LGPL)
Software die is gelicentieerd onder de bepalingen van de BSD-licentie en -garantieverklaringen
Software die gedeeltelijk is gebaseerd op het werk van de Independent JPEG Group
De door Dell aangepaste software met GNU-licentie is vrije software. U mag de software verspreiden en/of aanpassen
volgens de bepalingen van de hierboven vermelde licenties. Deze licenties verlenen u geen rechten op de software in deze
printer die onder het copyright van Dell of derden valt.
Software met GNU-licentie wordt uitdrukkelijk zonder garantie geleverd. De versie die door Dell is aangepast wordt dan
ook zonder garantie geleverd. Raadpleeg de afwijzing van garanties in de vermelde licenties voor meer informatie.
BSD License and Warranty statements
Copyright (c) 1991 The Regents of the University of California. All rights reserved.
Redistribution and use in source and binary forms, with or without modification, are permitted provided that the following
conditions are met:
1. Redistributions of source code must retain the above copyright notice, this list of conditions and the following
disclaimer.
2. Redistributions in binary form must reproduce the above copyright notice, this list of conditions and the following
disclaimer in the documentation and/or other materials provided with the distribution.
3. The name of the author may not be used to endorse or promote products derived from this software without
specific prior written permission.
THIS SOFTWARE IS PROVIDED BY THE AUTHOR ``AS IS'' AND ANY EXPRESS OR IMPLIED WARRANTIES, INCLUDING, BUT
NOT LIMITED TO, THE IMPLIED WARRANTIES OF MERCHANTABILITY AND FITNESS FOR A PARTICULAR PURPOSE ARE
DISCLAIMED. IN NO EVENT SHALL THE AUTHOR BE LIABLE FOR ANY DIRECT, INDIRECT, INCIDENTAL, SPECIAL,
EXEMPLARY, OR CONSEQUENTIAL DAMAGES (INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, PROCUREMENT OF SUBSTITUTE GOODS
OR SERVICES; LOSS OF USE, DATA, OR PROFITS; OR BUSINESS INTERRUPTION) HOWEVER CAUSED AND ON ANY
THEORY OF LIABILITY, WHETHER IN CONTRACT, STRICT LIABILITY, OR TORT (INCLUDING NEGLIGENCE OR OTHERWISE)
ARISING IN ANY WAY OUT OF THE USE OF THIS SOFTWARE, EVEN IF ADVISED OF THE POSSIBILITY OF SUCH DAMAGE.
GNU License
GENERAL PUBLIC LICENSE
Version 2, June 1991
Copyright (C) 1989, 1991 Free Software Foundation, Inc.
59 Temple Place, Suite 330, Boston, MA 02111-1307 USA
Everyone is permitted to copy and distribute verbatim copies of this license document, but changing it is not allowed.
Preamble
The licenses for most software are designed to take away your freedom to share and change it. By contrast, the GNU
General Public License is intended to guarantee your freedom to share and change free software--to make sure the
software is free for all its users. This General Public License applies to most of the Free Software Foundation's software
and to any other program whose authors commit to using it. (Some other Free Software Foundation software is covered
by the GNU Library General Public License instead.) You can apply it to your programs, too.
When we speak of free software, we are referring to freedom, not price. Our General Public Licenses are designed to
make sure that you have the freedom to distribute copies of free software (and charge for this service if you wish), that
you receive source code or can get it if you want it, that you can change the software or use pieces of it in new free
programs; and that you know you can do these things.
To protect your rights, we need to make restrictions that forbid anyone to deny you these rights or to ask you to
surrender the rights. These restrictions translate to certain responsibilities for you if you distribute copies of the software,
or if you modify it.
For example, if you distribute copies of such a program, whether gratis or for a fee, you must give the recipients all the
rights that you have. You must make sure that they, too, receive or can get the source code. And you must show them
these terms so they know their rights.
We protect your rights with two steps: (1) copyright the software, and (2) offer you this license which gives you legal
permission to copy, distribute and/or modify the software.
Also, for each author's protection and ours, we want to make certain that everyone understands that there is no warranty
for this free software. If the software is modified by someone else and passed on, we want its recipients to know that
what they have is not the original, so that any problems introduced by others will not reflect on the original authors'
reputations.
Finally, any free program is threatened constantly by software patents. We wish to avoid the danger that redistributors of
a free program will individually obtain patent licenses, in effect making the program proprietary. To prevent this, we have
made it clear that any patent must be licensed for everyone's free use or not licensed at all.
The precise terms and conditions for copying, distribution and modification follow.
GNU GENERAL PUBLIC LICENSE
TERMS AND CONDITIONS FOR COPYING, DISTRIBUTION AND MODIFICATION
0. This License applies to any program or other work which contains a notice placed by the copyright holder saying it may
be distributed under the terms of this General Public License. The "Program", below, refers to any such program or work,
and a "work based on the Program" means either the Program or any derivative work under copyright law: that is to say,
a work containing the Program or a portion of it, either verbatim or with modifications and/or translated into another
language. (Hereinafter, translation is included without limitation in the term "modification".) Each licensee is addressed as
"you". Activities other than copying, distribution and modification are not covered by this License; they are outside its
scope. The act of running the Program is not restricted, and the output from the Program is covered only if its contents
constitute a work based on the Program (independent of having been made by running the Program). Whether that is true
depends on what the Program does.
1. You may copy and distribute verbatim copies of the Program's source code as you receive it, in any medium, provided
that you conspicuously and appropriately publish on each copy an appropriate copyright notice and disclaimer of warranty;
keep intact all the notices that refer to this License and to the absence of any warranty; and give any other recipients of
the Program a copy of this License along with the Program.
You may charge a fee for the physical act of transferring a copy, and you may at your option offer warranty protection in
exchange for a fee.
2. You may modify your copy or copies of the Program or any portion of it, thus forming a work based on the Program,
and copy and distribute such modifications or work under the terms of Section 1 above, provided that you also meet all of
these conditions:
a. You must cause the modified files to carry prominent notices stating that you changed the files and the date of any
change.
b. You must cause any work that you distribute or publish, that in whole or in part contains or is derived from the
Program or any part thereof, to be licensed as a whole at no charge to all third parties under the terms of this License.
c. If the modified program normally reads commands interactively when run, you must cause it, when started running for
such interactive use in the most ordinary way, to print or display an announcement including an appropriate copyright
notice and a notice that there is no warranty (or else, saying that you provide a warranty) and that users may redistribute
the program under these conditions, and telling the user how to view a copy of this License. (Exception: if the Program
itself is interactive but does not normally print such an announcement, your work based on the Program is not required to
print an announcement.)
These requirements apply to the modified work as a whole. If identifiable sections of that work are not derived from the
Program, and can be reasonably considered independent and separate works in themselves, then this License, and its
terms, do not apply to those sections when you distribute them as separate works. But when you distribute the same
sections as part of a whole which is a work based on the Program, the distribution of the whole must be on the terms of
this License, whose permissions for other licensees extend to the entire whole, and thus to each and every part regardless
of who wrote it.
Thus, it is not the intent of this section to claim rights or contest your rights to work written entirely by you; rather, the
intent is to exercise the right to control the distribution of derivative or collective works based on the Program.
In addition, mere aggregation of another work not based on the Program with the Program (or with a work based on the
Program) on a volume of a storage or distribution medium does not bring the other work under the scope of this License.
3. You may copy and distribute the Program (or a work based on it, under Section 2) in object code or executable form
under the terms of Sections 1 and 2 above provided that you also do one of the following:
a. Accompany it with the complete corresponding machine-readable source code, which must be distributed under the
terms of Sections 1 and 2 above on a medium customarily used for software interchange; or,
b. Accompany it with a written offer, valid for at least three years, to give any third party, for a charge no more than your
cost of physically performing source distribution, a complete machine-readable copy of the corresponding source code, to
be distributed under the terms of Sections 1 and 2 above on a medium customarily used for software interchange; or,
c. Accompany it with the information you received as to the offer to distribute corresponding source code. (This
alternative is allowed only for noncommercial distribution and only if you received the program in object code or
executable form with such an offer, in accord with Subsection b above.)
The source code for a work means the preferred form of the work for making modifications to it. For an executable work,
complete source code means all the source code for all modules it contains, plus any associated interface definition files,
plus the scripts used to control compilation and installation of the executable. However, as a special exception, the source
code distributed need not include anything that is normally distributed (in either source or binary form) with the major
components (compiler, kernel, and so on) of the operating system on which the executable runs, unless that component
itself accompanies the executable.
If distribution of executable or object code is made by offering access to copy from a designated place, then offering
equivalent access to copy the source code from the same place counts as distribution of the source code, even though
third parties are not compelled to copy the source along with the object code.
4. You may not copy, modify, sublicense, or distribute the Program except as expressly provided under this License. Any
attempt otherwise to copy, modify, sublicense or distribute the Program is void, and will automatically terminate your
rights under this License. However, parties who have received copies, or rights, from you under this License will not have
their licenses terminated so long as such parties remain in full compliance.
5. You are not required to accept this License, since you have not signed it. However, nothing else grants you permission
to modify or distribute the Program or its derivative works. These actions are prohibited by law if you do not accept this
License. Therefore, by modifying or distributing the Program (or any work based on the Program), you indicate your
acceptance of this License to do so, and all its terms and conditions for copying, distributing or modifying the Program or
works based on it.
6. Each time you redistribute the Program (or any work based on the Program), the recipient automatically receives a
license from the original licensor to copy, distribute or modify the Program subject to these terms and conditions. You
may not impose any further restrictions on the recipients' exercise of the rights granted herein. You are not responsible
for enforcing compliance by third parties to this License.
7. If, as a consequence of a court judgment or allegation of patent infringement or for any other reason (not limited to
patent issues), conditions are imposed on you (whether by court order, agreement or otherwise) that contradict the
conditions of this License, they do not excuse you from the conditions of this License. If you cannot distribute so as to
satisfy simultaneously your obligations under this License and any other pertinent obligations, then as a consequence you
may not distribute the Program at all. For example, if a patent license would not permit royalty-free redistribution of the
Program by all those who receive copies directly or indirectly through you, then the only way you could satisfy both it and
this License would be to refrain entirely from distribution of the Program.
If any portion of this section is held invalid or unenforceable under any particular circumstance, the balance of the section
is intended to apply and the section as a whole is intended to apply in other circumstances.
It is not the purpose of this section to induce you to infringe any patents or other property right claims or to contest
validity of any such claims; this section has the sole purpose of protecting the integrity of the free software distribution
system, which is implemented by public license practices. Many people have made generous contributions to the wide
range of software distributed through that system in reliance on consistent application of that system; it is up to the
author/donor to decide if he or she is willing to distribute software through any other system and a licensee cannot
impose that choice.
This section is intended to make thoroughly clear what is believed to be a consequence of the rest of this License.
8. If the distribution and/or use of the Program is restricted in certain countries either by patents or by copyrighted
interfaces, the original copyright holder who places the Program under this License may add an explicit geographical
distribution limitation excluding those countries, so that distribution is permitted only in or among countries not thus
excluded. In such case, this License incorporates the limitation as if written in the body of this License.
9. The Free Software Foundation may publish revised and/or new versions of the General Public License from time to time.
Such new versions will be similar in spirit to the present version, but may differ in detail to address new problems or
concerns.
Each version is given a distinguishing version number. If the Program specifies a version number of this License which
applies to it and "any later version", you have the option of following the terms and conditions either of that version or of
any later version published by the Free Software Foundation. If the Program does not specify a version number of this
License, you may choose any version ever published by the Free Software Foundation.
10. If you wish to incorporate parts of the Program into other free programs whose distribution conditions are different,
write to the author to ask for permission. For software which is copyrighted by the Free Software Foundation, write to the
Free Software Foundation; we sometimes make exceptions for this. Our decision will be guided by the two goals of
preserving the free status of all derivatives of our free software and of promoting the sharing and reuse of software
generally.
NO WARRANTY
11. BECAUSE THE PROGRAM IS LICENSED FREE OF CHARGE, THERE IS NO WARRANTY FOR THE PROGRAM, TO THE
EXTENT PERMITTED BY APPLICABLE LAW. EXCEPT WHEN OTHERWISE STATED IN WRITING THE COPYRIGHT HOLDERS
AND/OR OTHER PARTIES PROVIDE THE PROGRAM "AS IS" WITHOUT WARRANTY OF ANY KIND, EITHER EXPRESSED OR
IMPLIED, INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, THE IMPLIED WARRANTIES OF MERCHANTABILITY AND FITNESS FOR A
PARTICULAR PURPOSE. THE ENTIRE RISK AS TO THE QUALITY AND PERFORMANCE OF THE PROGRAM IS WITH YOU.
SHOULD THE PROGRAM PROVE DEFECTIVE, YOU ASSUME THE COST OF ALL NECESSARY SERVICING, REPAIR OR
CORRECTION.
12. IN NO EVENT UNLESS REQUIRED BY APPLICABLE LAW OR AGREED TO IN WRITING WILL ANY COPYRIGHT HOLDER,
OR ANY OTHER PARTY WHO MAY MODIFY AND/OR REDISTRIBUTE THE PROGRAM AS PERMITTED ABOVE, BE LIABLE TO
YOU FOR DAMAGES, INCLUDING ANY GENERAL, SPECIAL, INCIDENTAL OR CONSEQUENTIAL DAMAGES ARISING OUT OF
THE USE OR INABILITY TO USE THE PROGRAM (INCLUDING BUT NOT LIMITED TO LOSS OF DATA OR DATA BEING
RENDERED INACCURATE OR LOSSES SUSTAINED BY YOU OR THIRD PARTIES OR A FAILURE OF THE PROGRAM TO
OPERATE WITH ANY OTHER PROGRAMS), EVEN IF SUCH HOLDER OR OTHER PARTY HAS BEEN ADVISED OF THE
POSSIBILITY OF SUCH DAMAGES.
END OF TERMS AND CONDITIONS
How to Apply These Terms to Your New Programs
If you develop a new program, and you want it to be of the greatest possible use to the public, the best way to achieve
this is to make it free software which everyone can redistribute and change under these terms.
To do so, attach the following notices to the program. It is safest to attach them to the start of each source file to most
effectively convey the exclusion of warranty; and each file should have at least the "copyright" line and a pointer to where
the full notice is found.
1 April 1989
Lexmark International, Inc.
This General Public License does not permit incorporating your program into proprietary programs. If your program is a
subroutine library, you may consider it more useful to permit linking proprietary applications with the library. If this is
what you want to do, use the GNU Library General Public License instead of this License.
GNU LESSER GENERAL PUBLIC LICENSE
Version 2.1, February 1999
Copyright (C) 1991, 1999 Free Software Foundation, Inc.
59 Temple Place, Suite 330, Boston, MA 02111-1307 USA
Everyone is permitted to copy and distribute verbatim copies of this license document, but changing it is not allowed.
[This is the first released version of the Lesser GPL. It also counts as the successor of the GNU Library Public License,
version 2, hence the version number 2.1.]
Preamble
The licenses for most software are designed to take away your freedom to share and change it. By contrast, the GNU
General Public Licenses are intended to guarantee your freedom to share and change free software--to make sure the
software is free for all its users.
This license, the Lesser General Public License, applies to some specially designated software packages--typically
libraries--of the Free Software Foundation and other authors who decide to use it. You can use it too, but we suggest you
first think carefully about whether this license or the ordinary General Public License is the better strategy to use in any
particular case, based on the explanations below.
When we speak of free software, we are referring to freedom of use, not price. Our General Public Licenses are designed
to make sure that you have the freedom to distribute copies of free software (and charge for this service if you wish);
that you receive source code or can get it if you want it; that you can change the software and use pieces of it in new free
programs; and that you are informed that you can do these things.
To protect your rights, we need to make restrictions that forbid distributors to deny you these rights or to ask you to
surrender these rights. These restrictions translate to certain responsibilities for you if you distribute copies of the library
or if you modify it.
For example, if you distribute copies of the library, whether gratis or for a fee, you must give the recipients all the rights
that we gave you. You must make sure that they, too, receive or can get the source code. If you link other code with the
library, you must provide complete object files to the recipients, so that they can relink them with the library after making
changes to the library and recompiling it. And you must show them these terms so they know their rights.
We protect your rights with a two-step method: (1) we copyright the library, and (2) we offer you this license, which gives
you legal permission to copy, distribute and/or modify the library.
To protect each distributor, we want to make it very clear that there is no warranty for the free library. Also, if the library
is modified by someone else and passed on, the recipients should know that what they have is not the original version, so
that the original author's reputation will not be affected by problems that might be introduced by others.
Finally, software patents pose a constant threat to the existence of any free program. We wish to make sure that a
company cannot effectively restrict the users of a free program by obtaining a restrictive license from a patent holder.
Therefore, we insist that any patent license obtained for a version of the library must be consistent with the full freedom
of use specified in this license.
Most GNU software, including some libraries, is covered by the ordinary GNU General Public License. This license, the GNU
Lesser General Public License, applies to certain designated libraries, and is quite different from the ordinary General
Public License. We use this license for certain libraries in order to permit linking those libraries into non-free programs.
When a program is linked with a library, whether statically or using a shared library, the combination of the two is legally
speaking a combined work, a derivative of the original library. The ordinary General Public License therefore permits such
linking only if the entire combination fits its criteria of freedom. The Lesser General Public License permits more lax
criteria for linking other code with the library.
We call this license the "Lesser" General Public License because it does Less to protect the user's freedom than the
ordinary General Public License. It also provides other free software developers Less of an advantage over competing non-
free programs. These disadvantages are the reason we use the ordinary General Public License for many libraries.
However, the Lesser license provides advantages in certain special circumstances.
For example, on rare occasions, there may be a special need to encourage the widest possible use of a certain library, so
that it becomes a de-facto standard. To achieve this, non-free programs must be allowed to use the library. A more
frequent case is that a free library does the same job as widely used non-free libraries. In this case, there is little to gain
by limiting the free library to free software only, so we use the Lesser General Public License.
In other cases, permission to use a particular library in non-free programs enables a greater number of people to use a
large body of free software. For example, permission to use the GNU C Library in non-free programs enables many more
people to use the whole GNU operating system, as well as its variant, the GNU/Linux operating system.
Although the Lesser General Public License is Less protective of the users' freedom, it does ensure that the user of a
program that is linked with the Library has the freedom and the wherewithal to run that program using a modified version
of the Library.
The precise terms and conditions for copying, distribution and modification follow. Pay close attention to the difference
between a "work based on the library" and a "work that uses the library". The former contains code derived from the
library, whereas the latter must be combined with the library in order to run.
GNU LESSER GENERAL PUBLIC LICENSE
TERMS AND CONDITIONS FOR COPYING, DISTRIBUTION AND MODIFICATION
0. This License Agreement applies to any software library or other program which contains a notice placed by the
copyright holder or other authorized party saying it may be distributed under the terms of this Lesser General Public
License (also called "this License"). Each licensee is addressed as "you".
A "library" means a collection of software functions and/or data prepared so as to be conveniently linked with application
programs (which use some of those functions and data) to form executables.
The "Library", below, refers to any such software library or work which has been distributed under these terms. A "work
based on the Library" means either the Library or any derivative work under copyright law: that is to say, a work
containing the Library or a portion of it, either verbatim or with modifications and/or translated straightforwardly into
another language. (Hereinafter, translation is included without limitation in the term "modification".)
"Source code" for a work means the preferred form of the work for making modifications to it. For a library, complete
source code means all the source code for all modules it contains, plus any associated interface definition files, plus the
scripts used to control compilation and installation of the library.
Activities other than copying, distribution and modification are not covered by this License; they are outside its scope. The
act of running a program using the Library is not restricted, and output from such a program is covered only if its
contents constitute a work based on the Library (independent of the use of the Library in a tool for writing it). Whether
that is true depends on what the Library does and what the program that uses the Library does.
1. You may copy and distribute verbatim copies of the Library's complete source code as you receive it, in any medium,
provided that you conspicuously and appropriately publish on each copy an appropriate copyright notice and disclaimer of
warranty; keep intact all the notices that refer to this License and to the absence of any warranty; and distribute a copy
of this License along with the Library.
You may charge a fee for the physical act of transferring a copy, and you may at your option offer warranty protection in
exchange for a fee.
2. You may modify your copy or copies of the Library or any portion of it, thus forming a work based on the Library, and
copy and distribute such modifications or work under the terms of Section 1 above, provided that you also meet all of
these conditions:
a. The modified work must itself be a software library.
b. You must cause the files modified to carry prominent notices stating that you changed the files and the date of any
change.
c. You must cause the whole of the work to be licensed at no charge to all third parties under the terms of this License.
d. If a facility in the modified Library refers to a function or a table of data to be supplied by an application program that
uses the facility, other than as an argument passed when the facility is invoked, then you must make a good faith effort
to ensure that, in the event an application does not supply such function or table, the facility still operates, and performs
whatever part of its purpose remains meaningful.
(For example, a function in a library to compute square roots has a purpose that is entirely well-defined independent of
the application. Therefore, Subsection 2d requires that any application-supplied function or table used by this function
must be optional: if the application does not supply it, the square root function must still compute square roots.)
These requirements apply to the modified work as a whole. If identifiable sections of that work are not derived from the
Library, and can be reasonably considered independent and separate works in themselves, then this License, and its
terms, do not apply to those sections when you distribute them as separate works. But when you distribute the same
sections as part of a whole which is a work based on the Library, the distribution of the whole must be on the terms of
this License, whose permissions for other licensees extend to the entire whole, and thus to each and every part regardless
of who wrote it.
Thus, it is not the intent of this section to claim rights or contest your rights to work written entirely by you; rather, the
intent is to exercise the right to control the distribution of derivative or collective works based on the Library.
In addition, mere aggregation of another work not based on the Library with the Library (or with a work based on the
Library) on a volume of a storage or distribution medium does not bring the other work under the scope of this License.
3. You may opt to apply the terms of the ordinary GNU General Public License instead of this License to a given copy of
the Library. To do this, you must alter all the notices that refer to this License, so that they refer to the ordinary GNU
General Public License, version 2, instead of to this License. (If a newer version than version 2 of the ordinary GNU
General Public License has appeared, then you can specify that version instead if you wish.) Do not make any other
change in these notices.
Once this change is made in a given copy, it is irreversible for that copy, so the ordinary GNU General Public License
applies to all subsequent copies and derivative works made from that copy.
This option is useful when you wish to copy part of the code of the Library into a program that is not a library.
4. You may copy and distribute the Library (or a portion or derivative of it, under Section 2) in object code or executable
form under the terms of Sections 1 and 2 above provided that you accompany it with the complete corresponding
machine-readable source code, which must be distributed under the terms of Sections 1 and 2 above on a medium
customarily used for software interchange.
If distribution of object code is made by offering access to copy from a designated place, then offering equivalent access
to copy the source code from the same place satisfies the requirement to distribute the source code, even though third
parties are not compelled to copy the source along with the object code.
5. A program that contains no derivative of any portion of the Library, but is designed to work with the Library by being
compiled or linked with it, is called a "work that uses the Library". Such a work, in isolation, is not a derivative work of the
Library, and therefore falls outside the scope of this License.
However, linking a "work that uses the Library" with the Library creates an executable that is a derivative of the Library
(because it contains portions of the Library), rather than a "work that uses the library". The executable is therefore
covered by this License. Section 6 states terms for distribution of such executables.
When a "work that uses the Library" uses material from a header file that is part of the Library, the object code for the
work may be a derivative work of the Library even though the source code is not. Whether this is true is especially
significant if the work can be linked without the Library, or if the work is itself a library. The threshold for this to be true is
not precisely defined by law.
If such an object file uses only numerical parameters, data structure layouts and accessors, and small macros and small
inline functions (ten lines or less in length), then the use of the object file is unrestricted, regardless of whether it is
legally a derivative work. (Executables containing this object code plus portions of the Library will still fall under Section
6.)
Otherwise, if the work is a derivative of the Library, you may distribute the object code for the work under the terms of
Section 6. Any executables containing that work also fall under Section 6, whether or not they are linked directly with the
Library itself.
6. As an exception to the Sections above, you may also combine or link a "work that uses the Library" with the Library to
produce a work containing portions of the Library, and distribute that work under terms of your choice, provided that the
terms permit modification of the work for the customer's own use and reverse engineering for debugging such
modifications.
You must give prominent notice with each copy of the work that the Library is used in it and that the Library and its use
are covered by this License. You must supply a copy of this License. If the work during execution displays copyright
notices, you must include the copyright notice for the Library among them, as well as a reference directing the user to the
copy of this License. Also, you must do one of these things:
a. Accompany the work with the complete corresponding machine-readable source code for the Library including whatever
changes were used in the work (which must be distributed under Sections 1 and 2 above); and, if the work is an
executable linked with the Library, with the complete machine-readable "work that uses the Library", as object code
and/or source code, so that the user can modify the Library and then relink to produce a modified executable containing
the modified Library. (It is understood that the user who changes the contents of definitions files in the Library will not
necessarily be able to recompile the application to use the modified definitions.)
b. Use a suitable shared library mechanism for linking with the Library. A suitable mechanism is one that (1) uses at run
time a copy of the library already present on the user's computer system, rather than copying library functions into the
executable, and (2) will operate properly with a modified version of the library, if the user installs one, as long as the
modified version is interface-compatible with the version that the work was made with.
c. Accompany the work with a written offer, valid for at least three years, to give the same user the materials specified in
Subsection 6a, above, for a charge no more than the cost of performing this distribution.
d. If distribution of the work is made by offering access to copy from a designated place, offer equivalent access to copy
the above specified materials from the same place.
e. Verify that the user has already received a copy of these materials or that you have already sent this user a copy.
For an executable, the required form of the "work that uses the Library" must include any data and utility programs
needed for reproducing the executable from it. However, as a special exception, the materials to be distributed need not
include anything that is normally distributed (in either source or binary form) with the major components (compiler,
kernel, and so on) of the operating system on which the executable runs, unless that component itself accompanies the
executable.
It may happen that this requirement contradicts the license restrictions of other proprietary libraries that do not normally
accompany the operating system. Such a contradiction means you cannot use both them and the Library together in an
executable that you distribute.
7. You may place library facilities that are a work based on the Library side-by-side in a single library together with other
library facilities not covered by this License, and distribute such a combined library, provided that the separate distribution
of the work based on the Library and of the other library facilities is otherwise permitted, and provided that you do these
two things:
a. Accompany the combined library with a copy of the same work based on the Library, uncombined with any other library
facilities. This must be distributed under the terms of the Sections above.
b. Give prominent notice with the combined library of the fact that part of it is a work based on the Library, and
explaining where to find the accompanying uncombined form of the same work.
8. You may not copy, modify, sublicense, link with, or distribute the Library except as expressly provided under this
License. Any attempt otherwise to copy, modify, sublicense, link with, or distribute the Library is void, and will
automatically terminate your rights under this License. However, parties who have received copies, or rights, from you
under this License will not have their licenses terminated so long as such parties remain in full compliance.
9. You are not required to accept this License, since you have not signed it. However, nothing else grants you permission
to modify or distribute the Library or its derivative works. These actions are prohibited by law if you do not accept this
License. Therefore, by modifying or distributing the Library (or any work based on the Library), you indicate your
acceptance of this License to do so, and all its terms and conditions for copying, distributing or modifying the Library or
works based on it.
10. Each time you redistribute the Library (or any work based on the Library), the recipient automatically receives a
license from the original licensor to copy, distribute, link with or modify the Library subject to these terms and conditions.
You may not impose any further restrictions on the recipients' exercise of the rights granted herein. You are not
responsible for enforcing compliance by third parties with this License.
11. If, as a consequence of a court judgment or allegation of patent infringement or for any other reason (not limited to
patent issues), conditions are imposed on you (whether by court order, agreement or otherwise) that contradict the
conditions of this License, they do not excuse you from the conditions of this License. If you cannot distribute so as to
satisfy simultaneously your obligations under this License and any other pertinent obligations, then as a consequence you
may not distribute the Library at all. For example, if a patent license would not permit royalty-free redistribution of the
Library by all those who receive copies directly or indirectly through you, then the only way you could satisfy both it and
this License would be to refrain entirely from distribution of the Library.
If any portion of this section is held invalid or unenforceable under any particular circumstance, the balance of the section
is intended to apply, and the section as a whole is intended to apply in other circumstances.
It is not the purpose of this section to induce you to infringe any patents or other property right claims or to contest
validity of any such claims; this section has the sole purpose of protecting the integrity of the free software distribution
system which is implemented by public license practices. Many people have made generous contributions to the wide
range of software distributed through that system in reliance on consistent application of that system; it is up to the
author/donor to decide if he or she is willing to distribute software through any other system and a licensee cannot
impose that choice.
This section is intended to make thoroughly clear what is believed to be a consequence of the rest of this License.
12. If the distribution and/or use of the Library is restricted in certain countries either by patents or by copyrighted
interfaces, the original copyright holder who places the Library under this License may add an explicit geographical
distribution limitation excluding those countries, so that distribution is permitted only in or among countries not thus
excluded. In such case, this License incorporates the limitation as if written in the body of this License.
13. The Free Software Foundation may publish revised and/or new versions of the Lesser General Public License from time
to time. Such new versions will be similar in spirit to the present version, but may differ in detail to address new problems
or concerns. Each version is given a distinguishing version number. If the Library specifies a version number of this
License which applies to it and "any later version", you have the option of following the terms and conditions either of
that version or of any later version published by the Free Software Foundation. If the Library does not specify a license
version number, you may choose any version ever published by the Free Software Foundation.
14. If you wish to incorporate parts of the Library into other free programs whose distribution conditions are incompatible
with these, write to the author to ask for permission. For software which is copyrighted by the Free Software Foundation,
write to the Free Software Foundation; we sometimes make exceptions for this. Our decision will be guided by the two
goals of preserving the free status of all derivatives of our free software and of promoting the sharing and reuse of
software generally.
NO WARRANTY
15. BECAUSE THE LIBRARY IS LICENSED FREE OF CHARGE, THERE IS NO WARRANTY FOR THE LIBRARY, TO THE EXTENT
PERMITTED BY APPLICABLE LAW. EXCEPT WHEN OTHERWISE STATED IN WRITING THE COPYRIGHT HOLDERS AND/OR
OTHER PARTIES PROVIDE THE LIBRARY "AS IS" WITHOUT WARRANTY OF ANY KIND, EITHER EXPRESSED OR IMPLIED,
INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, THE IMPLIED WARRANTIES OF MERCHANTABILITY AND FITNESS FOR A PARTICULAR
PURPOSE. THE ENTIRE RISK AS TO THE QUALITY AND PERFORMANCE OF THE LIBRARY IS WITH YOU. SHOULD THE
LIBRARY PROVE DEFECTIVE, YOU ASSUME THE COST OF ALL NECESSARY SERVICING, REPAIR OR CORRECTION.
16. IN NO EVENT UNLESS REQUIRED BY APPLICABLE LAW OR AGREED TO IN WRITING WILL ANY COPYRIGHT HOLDER,
OR ANY OTHER PARTY WHO MAY MODIFY AND/OR REDISTRIBUTE THE LIBRARY AS PERMITTED ABOVE, BE LIABLE TO
YOU FOR DAMAGES, INCLUDING ANY GENERAL, SPECIAL, INCIDENTAL OR CONSEQUENTIAL DAMAGES ARISING OUT OF
THE USE OR INABILITY TO USE THE LIBRARY (INCLUDING BUT NOT LIMITED TO LOSS OF DATA OR DATA BEING
RENDERED INACCURATE OR LOSSES SUSTAINED BY YOU OR THIRD PARTIES OR A FAILURE OF THE LIBRARY TO
OPERATE WITH ANY OTHER SOFTWARE), EVEN IF SUCH HOLDER OR OTHER PARTY HAS BEEN ADVISED OF THE
POSSIBILITY OF SUCH DAMAGES.
END OF TERMS AND CONDITIONS
How to Apply These Terms to Your New Libraries
If you develop a new library, and you want it to be of the greatest possible use to the public, we recommend making it
free software that everyone can redistribute and change. You can do so by permitting redistribution under these terms
(or, alternatively, under the terms of the ordinary General Public License).
To apply these terms, attach the following notices to the library. It is safest to attach them to the start of each source file
to most effectively convey the exclusion of warranty; and each file should have at least the "copyright" line and a pointer
to where the full notice is found.
1 April 1990
Lexmark International, Inc.
That’s all there is to it!
Afdrukken via het netwerk instellen
De pagina met netwerkinstellingen afdrukken en controleren
Windows
®
De gedeelde printer installeren op clientcomputers
Macintosh
Linux
De pagina met netwerkinstellingen afdrukken en controleren
1. Wanneer het lampje Gereed/Gegevens continu brandt, drukt u op de knop Doorgaan om een pagina met
menu- en netwerkinstellingen af te drukken.
2. Controleer onder Standard Network Card (Standaardnetwerkkaart) of de Status op Connected (Verbonden)
staat.
Als de Status op Not Connected (Niet verbonden) staat:
Controleer of de ethernetkabel goed is aangesloten aan de achterzijde van de printer.
Sluit de ethernetkabel aan op een ander stopcontact.
3. Controleer onder het kopje TCP/IP op de pagina met netwerkinstellingen of het IP-adres, het netmasker en de
gateway de verwachte instellingen hebben.
4. Stuur een ping-opdracht naar de printer en controleer of deze reageert. Typ ping xxx.xxx.xxx.xxx (waarbij
xxx.xxx.xxx.xxx het nieuwe IP-adres van de printer is) om een ping-opdracht naar de printer te versturen.
5. Als de printer actief is op het netwerk, ontvangt u een antwoord.
Windows
®
In een Windows-omgeving kunt u netwerkprinters configureren voor rechtstreeks afdrukken of gedeeld afdrukken. Voor
beide manieren van afdrukken via een netwerk dient u printersoftware te installeren en een printerpoort te maken in het
netwerk.
Ondersteunde printerstuurprogramma's
De speciale stuurprogramma's zijn beschikbaar op de cd Drivers and Utilities.
Ondersteunde netwerkprinterpoorten
Microsoft
®
standaard TCP/IP-poort - Windows Vista™, Windows XP, Windows Server 2003 en Windows 2000
Printernetwerkpoorten - Windows Vista, Windows XP, Windows Server 2003, Windows NT en Windows 2000
Voor de elementaire printerfuncties kunt u printersoftware installeren en een systeemnetwerkprinterpoort gebruiken, zoals
een LPR-poort (Line Printer Remote) of een standaard TCP/IP-poort. Met de printersoftware en de printerpoort hebt u de
beschikking over een consistente gebruikersinterface die kan worden gebruikt voor alle printers in het netwerk. Wanneer u
een speciale netwerkpoort gebruikt, beschikt u over extra functionaliteit, zoals statusmeldingen van de printer.
Directe aansluiting via een netwerkkabel (met afdrukserver)
Een afdrukserver is een aangewezen computer waarmee centraal alle afdruktaken van clients worden beheerd. Als uw
printer in een kleine werkgroepomgeving wordt gedeeld en u wilt alle afdruktaken in dit netwerk beheren, dan sluit u de
printer aan op een afdrukserver.
1. Plaats de cd Drivers and Utilities in het cd-romstation.
De cd Drivers and Utilities start de installatiesoftware automatisch.
2. Als het scherm van de cd Drivers and Utilities wordt weergegeven, klikt u op Network Installation - Install the
printer for use on a network (Netwerkinstallatie - De printer alleen voor gebruik op een netwerk installeren) en
klikt u op Next (Volgende).
3. Selecteer I am setting up a print server to share printers with others on the network (Ik stel een
afdrukserver in om printers met anderen in het netwerk te delen) en klik op Next (Volgende).
4. Selecteer de netwerkprinter(s) die u wilt installeren.
Als uw printer niet in de lijst staat, klikt u op Refresh List (Lijst vernieuwen) om de lijst te vernieuwen of op
Manual Add (Handmatig toevoegen) om een printer aan het netwerk toe te voegen.
5. Klik op Next (Volgende).
6. Voor ieder printerstuurprogramma in de lijst:
OPMERKING: Voor iedere door u geselecteerde printer worden twee printerstuurprogramma's in de lijst
weergegeven: een PostScript-printerstuurprogramma en een hostgebaseerd printerstuurprogramma (HBP).
a. Selecteer het printerstuurprogramma in de lijst.
b. Als u de printernaam wilt wijzigen, voert u een nieuwe naam in het veld Printer Name (Printernaam) in.
c. Als u andere gebruikers toegang tot deze printer wilt geven, selecteert u Share this printer with other
computers (Deze printer delen met andere computers) en voert u vervolgens een naam in die gebruikers
eenvoudig kunnen herkennen.
d. Als u wilt dat deze printer de standaardprinter is, selecteert u Set this printer to default (Deze printer
instellen als standaardprinter).
e. Als u het voor de printer specifieke stuurprogramma niet wilt installeren, selecteert u Do not install this
printer (Deze printer niet installeren).
7. Klik op Next (Volgende).
8. Schakel het selectievakje in naast de software en documentatie die u wilt installeren en klik op Install (Installeren).
De stuurprogramma's, aanvullende software en documentatie worden op de computer geïnstalleerd. Wanneer de
installatie is voltooid, wordt het scherm Congratulations! (Gefeliciteerd!) weergegeven.
9. Als u geen testpagina wilt afdrukken: klik op Finish (Voltooien).
Als u wel een testpagina wilt afdrukken:
a. Schakel het selectievakje in naast de printer(s) waarop u een testpagina wilt afdrukken.
b. Klik op Print Test Page (Testpagina afdrukken).
c. Controleer de testpagina die op de printer(s) is afgedrukt.
d. Klik op Finish (Voltooien).
Directe aansluiting via een netwerkkabel (zonder afdrukserver)
1. Plaats de cd Drivers and Utilities in het cd-romstation.
De cd Drivers and Utilities start de installatiesoftware automatisch.
2. Als het scherm van de cd Drivers and Utilities wordt weergegeven, klikt u op Network Installation - Install the
printer for use on a network (Netwerkinstallatie - De printer alleen voor gebruik op een netwerk installeren) en
klikt u op Next (Volgende).
3. Selecteer I want to use a network printer on this computer (Ik wil een netwerkprinter gebruiken op deze
computer) en klik op Next (Volgende).
4. Selecteer de netwerkprinter(s) die u wilt installeren.
Als uw printer niet in de lijst staat, klikt u op Refresh List (Lijst vernieuwen) om de lijst te vernieuwen of op
Manual Add (Handmatig toevoegen) om een printer aan het netwerk toe te voegen.
5. Klik op Next (Volgende).
6. Voor ieder printerstuurprogramma in de lijst:
OPMERKING: Voor iedere door u geselecteerde printer worden twee printerstuurprogramma's in de lijst
weergegeven: een PostScript- en een HBP-stuurprogramma.
a. Selecteer het printerstuurprogramma in de lijst.
b. Als u de printernaam wilt wijzigen, voert u een nieuwe naam in het veld Printer Name (Printernaam) in.
c. Als u andere gebruikers toegang tot deze printer wilt geven, selecteert u Share this printer with other
computers (Deze printer delen met andere computers) en voert u vervolgens een naam in die gebruikers
eenvoudig kunnen herkennen.
d. Als u wilt dat deze printer de standaardprinter is, selecteert u Set this printer to default (Deze printer
instellen als standaardprinter).
e. Als u het voor de printer specifieke stuurprogramma niet wilt installeren, selecteert u Do not install this
printer (Deze printer niet installeren).
7. Klik op Next (Volgende).
8. Schakel het selectievakje in naast de software en documentatie die u wilt installeren en klik op Install (Installeren).
De stuurprogramma's, aanvullende software en documentatie worden op de computer geïnstalleerd. Wanneer de
installatie is voltooid, wordt het scherm Congratulations! (Gefeliciteerd!) weergegeven.
9. Als u geen testpagina wilt afdrukken: klik op Finish (Voltooien).
Als u wel een testpagina wilt afdrukken:
a. Schakel het selectievakje in naast de printer(s) waarop u een testpagina wilt afdrukken.
b. Klik op Print Test Page (Testpagina afdrukken).
c. Controleer de testpagina die op de printer(s) is afgedrukt.
d. Klik op Finish (Voltooien).
Netwerkprinterstuurprogramma's op afstand installeren
1. Plaats de cd Drivers and Utilities in het cd-romstation.
De cd Drivers and Utilities start de installatiesoftware automatisch.
2. Als het scherm van de cd Drivers and Utilities wordt weergegeven, klikt u op Network Installation - Install the
printer for use on a network (Netwerkinstallatie - De printer alleen voor gebruik op een netwerk installeren) en
klikt u op Next (Volgende).
3. Selecteer I want to install printers on remote computers (Ik wil printers op externe computers installeren) en
klik op Next (Volgende).
4. Voer de gebruikersnaam en het wachtwoord van de beheerder in.
5. Selecteer de externe computer(s) in de lijst en klik op Next (Volgende).
6. Selecteer de netwerkprinter(s) die u wilt installeren.
Als uw printer niet in de lijst staat, klikt u op Refresh List (Lijst vernieuwen) om de lijst te vernieuwen of op
Manual Add (Handmatig toevoegen) om een printer aan het netwerk toe te voegen.
7. Klik op Next (Volgende).
8. Voor ieder printerstuurprogramma in de lijst:
OPMERKING: Voor iedere door u geselecteerde printer worden twee printerstuurprogramma's in de lijst
weergegeven: een PostScript- en een HBP-stuurprogramma.
a. Selecteer het printerstuurprogramma in de lijst.
b. Als u de printernaam wilt wijzigen, voert u een nieuwe naam in het veld Printer Name (Printernaam) in.
c. Als u andere gebruikers toegang tot deze printer wilt geven, selecteert u Share this printer with other
computers (Deze printer delen met andere computers) en voert u vervolgens een naam in die gebruikers
eenvoudig kunnen herkennen.
d. Als u wilt dat deze printer de standaardprinter is, selecteert u Set this printer to default (Deze printer
instellen als standaardprinter).
e. Als u het voor de printer specifieke stuurprogramma niet wilt installeren, selecteert u Do not install this
printer (Deze printer niet installeren).
9. Klik op Next (Volgende).
10. Schakel het selectievakje in naast de software en documentatie die u wilt installeren en klik op Install (Installeren).
De stuurprogramma's, aanvullende software en documentatie worden op de computer geïnstalleerd. Wanneer de
installatie is voltooid, wordt het scherm Congratulations! (Gefeliciteerd!) weergegeven.
11. Als u geen testpagina wilt afdrukken: klik op Finish (Voltooien).
Als u wel een testpagina wilt afdrukken:
a. Schakel het selectievakje in naast de printer(s) waarop u een testpagina wilt afdrukken.
b. Klik op Print Test Page (Testpagina afdrukken).
c. Controleer de testpagina die op de printer(s) is afgedrukt.
d. Klik op Finish (Voltooien).
Gedeeld afdrukken
U kunt de methoden point-and-print of peer-to-peer van Microsoft gebruiken om een printer op het netwerk te delen via
een aansluiting met een USB-kabel of parallelle kabel. Als u een van deze methoden wilt gebruiken, dient u de printer
eerst te delen en vervolgens de gedeelde printer op clientcomputers te installeren.
Als u echter één van deze methoden van Microsoft gebruikt, kunt u niet beschikken over alle Dell-functies, zoals
Statusbeheer, die worden geïnstalleerd met behulp van de cd Drivers and Utilities.
De printer delen
1. Voor Windows XP (standaard Start-menu):
a. Klik op Start ® Configuratiescherm.
b. Dubbelklik op Printers en andere hardware.
c. Dubbelklik op Printers en faxapparaten.
Voor Windows XP (klassiek Start-menu): Klik op Start® Instellingen® Printers en faxapparaten.
Voor Windows Vista (klassiek Start-menu) en alle andere versies van Windows: Klik op Start® Instellingen®
Printers.
Voor Windows Vista (standaard Start-menu):
a. Klik op
® Configuratiescherm.
b. Klik op Hardware en geluiden.
c. Klik op Printers.
2. Klik met de rechtermuisknop op uw printer.
3. Klik op Sharing.
4. Als u werkt met Windows Vista, wordt u mogelijk gevraagd om de opties voor het delen te veranderen voor u
verder kunt. Druk op de knop Sharing-opties wijzigen en druk vervolgens op de knop Doorgaan in het volgende
dialoogvenster.
5. Selecteer Deze printer delen en typ vervolgens een naam voor de printer.
6. Klik op Extra stuurprogramma's en selecteer de besturingssystemen voor alle netwerkclients die afdrukken op
deze printer.
7. Klik op OK.
Als er bestanden ontbreken, wordt u gevraagd de cd van het serverbesturingssysteem in het cd-romstation te
plaatsen.
a. Plaats de cd Drivers and Utilities, zorg dat de stationsaanduiding juist is voor uw cd-romstation en klik
vervolgens op OK.
b. Als u Windows gebruikt Vista: blader naar een clientcomputer waarop het besturingssysteem wordt
uitgevoerd en klik vervolgens op OK.
Voor alle andere versies van Windows: plaats de cd met het besturingssysteem in het cd-romstation, zorg
dat de stationsaanduiding juist is voor uw cd-romstation en klik vervolgens op OK.
8. Klik op Sluiten.
U kunt als volgt controleren of de printer met succes is gedeeld:
Controleer of voor het printerobject in de map Printers wordt aangegeven dat het is gedeeld. In Windows 2000
wordt bijvoorbeeld een handje weergegeven onder het printerpictogram.
Blader door Mijn netwerklocaties of Netwerkomgeving. Zoek de hostnaam van de server en zoek de gedeelde
naam die u hebt toegewezen aan de printer.
Nu de printer is gedeeld, kunt u de printer installeren op netwerkclients met behulp van de methoden point-and-print of
peer-to-peer.
OPMERKING: Bij Windows Vista, Windows XP Professional en Windows NT hebt u beheerdersrechten nodig om een
printer te kunnen delen.
De gedeelde printer installeren op clientcomputers
Point-and-print
Deze methode is het minst belastend voor de systeembronnen. De afdrukserver handelt alle stuurprogrammawijzigingen
en de verwerking van de afdruktaken af. Zo kunnen netwerkclients veel sneller terugkeren naar de programma's.
Als u de methode point-and-print gebruikt, wordt een subset van softwaregegevens van de afdrukserver naar de
clientcomputer gekopieerd. Dit bevat precies genoeg informatie voor het versturen van een afdruktaak naar de printer.
1. Dubbelklik op het bureaublad van Windows van de clientcomputer op Mijn netwerklocaties of
Netwerkomgeving.
2. Dubbelklik op de hostnaam van de computer met de afdrukserver.
3. Klik met de rechtermuisknop op de naam van de gedeelde printer en klik vervolgens op Installeren of Aansluiten.
Wacht totdat de softwaregegevens zijn gekopieerd vanaf de computer met de afdrukserver naar de clientcomputer
en totdat een nieuw printerobject wordt toegevoegd aan de map Printers. Hoe lang dit duurt, hangt af van het
netwerkverkeer en andere factoren.
4. Sluit Mijn Netwerklocaties of Netwerkomgeving.
5. Druk een testpagina af om te controleren of de printer goed is geïnstalleerd.
a. Voor Windows XP (standaard Start-menu):
1. Klik op Start ® Configuratiescherm.
2. Dubbelklik op Printers en andere hardware.
3. Dubbelklik op Printers en faxapparaten.
Voor Windows XP (Klassiek Start-menu): Klik op Start® Instellingen® Printers en faxapparaten.
Voor Windows Vista (Klassiek Start-menu) en alle andere versies van Windows: Klik op Start®
Instellingen® Printers.
Voor Windows Vista (standaard Start-menu):
1. Klik op
® Configuratiescherm.
2. Klik op Hardware en geluiden.
3. Klik op Printers.
b. Klik met de rechtermuisknop op de printer die u zojuist hebt gemaakt.
c. Klik op Eigenschappen.
d. Klik op Print Test Page (Testpagina afdrukken).
Wanneer de testpagina goed wordt afgedrukt, is de printerinstallatie voltooid.
Peer-to-peer
Als u de methode peer-to-peer gebruikt, wordt de printersoftware volledig geïnstalleerd op elke clientcomputer. De
software kan worden aangepast op de netwerkclients. Afdruktaken worden verwerkt met de clientcomputer.
1. Voor Windows XP (standaard Start-menu):
a. Klik op
Start
®
Configuratiescherm
.
b. Dubbelklik op Printers en andere hardware.
c. Dubbelklik op Printers en faxapparaten.
Voor Windows XP (klassiek Start-menu): Klik op Start® Instellingen® Printers en faxapparaten.
Voor Windows Vista (klassiek Start-menu) en alle andere versies van Windows: Klik op Start® Instellingen®
Printers.
Voor Windows Vista (standaard Start-menu):
a. Klik op
® Configuratiescherm.
b. Klik op Hardware en geluiden.
c. Klik op Printers.
2. Klik op Printer toevoegen om de wizard Printer toevoegen te starten.
3. Klik op Netwerkafdrukserver.
4. Selecteer de netwerkprinter in de lijst met gedeelde printers. Als de printer niet voorkomt in de lijst, typt u het pad
van de printer in het volgende tekstvak. Bijvoorbeeld: \\<hostnaam afdrukserver>\<naam gedeelde printer>.
De hostnaam van de afdrukserver is de naam van de computer met de afdrukserver waaronder de afdrukserver
bekend is op het netwerk. De naam van de gedeelde printer is de naam die tijdens de installatie van de
afdrukserver wordt toegewezen.
5. Klik op OK.
Als dit een nieuwe printer is, wordt u mogelijk gevraagd om de printersoftware te installeren. Als er geen
systeemsoftware beschikbaar is, moet u het pad naar de beschikbare software opgeven.
6. Selecteer of u deze printer als standaardprinter voor de client wilt gebruiken en klik vervolgens op Voltooien.
7. Druk een testpagina af om te controleren of de printer goed is geïnstalleerd.
a. Voor Windows XP (standaard Start-menu):
1. Klik op Start ® Configuratiescherm.
2. Dubbelklik op Printers en andere hardware.
3. Dubbelklik op Printers en faxapparaten.
Voor Windows XP (klassiek Start-menu): Klik op Start® Instellingen® Printers en faxapparaten.
Voor Windows Vista (klassiek Start-menu) en alle andere versies van Windows: Klik op Start®
Instellingen® Printers.
Voor Windows Vista (standaard Start-menu):
1. Klik op
® Configuratiescherm.
2. Klik op Hardware en geluiden.
3. Klik op Printers.
b. Klik met de rechtermuisknop op de printer die u zojuist hebt gemaakt.
c. Klik op Eigenschappen.
d. Klik op Print Test Page (Testpagina afdrukken).
Wanneer de testpagina goed wordt afgedrukt, is de printerinstallatie voltooid.
Macintosh
Voor afdrukken via het netwerk is Mac OS 9 of een latere versie vereist. Voor afdrukken via een netwerkprinter dient u
een printerpictogram op het bureaublad te maken (Mac OS 9) of de printer toe te voegen aan Afdrukbeheer of
Printerconfiguratie (Mac OS 10).
Mac OS X: de printer toevoegen in Afdrukbeheer of
Printerconfiguratie
1. Installeer ondersteunende software voor de printer op de computer.
a. Plaats de cd Drivers and Utilities in het cd-romstation.
b. Dubbelklik op het installatiepakket voor de printer.
c. Ga door na het welkomstscherm en het leesmij-bestand.
d. Lees de licentieovereenkomst door, klik op Continue (Ga door) en klik vervolgens op Agree (Akkoord) om
hiermee akkoord te gaan.
e. Selecteer een bestemming voor de installatie en klik vervolgens op Continue (Ga door).
f. Klik op Install (Installeer) in het scherm Easy Install (Standaard).
g. Voer het beheerderswachtwoord in en klik vervolgens op OK.
De software wordt op de computer geïnstalleerd.
h. Sluit het installatieprogramma af wanneer het is voltooid.
2. Open Afdrukbeheer (10.2) of Printerconfiguratie (10.3+) in /Programma's/Hulpprogramma's.
3. Selecteer in het menu Printers Voeg printer toe.
4. Als u wilt afdrukken via IP:
a. Selecteer Afdrukken via IP in het pop-upmenu (10.2) of klik op het werkbalkpictogram voor de IP-printer
(10.3+).
b. Voer het IP-adres van de printer in.
c. Kies de printerfabrikant in het pop-upmenu met printermodellen.
d. Selecteer de printer in de lijst en klik op Voeg toe.
Als u wilt afdrukken via AppleTalk:
a. Selecteer AppleTalk in het pop-upmenu (10.2), of klik op Meer printers... en selecteer vervolgens
AppleTalk in het pop-upmenu (10.3+).
b. Selecteer de AppleTalk-zone in de lijst.
OPMERKING: Kijk onder het kopje AppleTalk op de pagina met printernetwerkinstellingen welke zone
en printer er geselecteerd dienen te worden.
c. Selecteer de printer in de lijst en klik op Voeg toe.
5. Controleer de printerinstallatie.
a. Open Teksteditor in /Programma's.
b. Selecteer in het menu Archief de optie Druk af.
c. Kies Overzicht in het pop-upmenu Aantal en pagina's.
d. De juiste PPD voor het printermodel wordt weergegeven in de groep voor foutmeldingen: installatie is
voltooid.
Algemene PostScript-printer wordt weergegeven in de groep voor foutmeldingen: verwijder de printer uit de
printerlijst in Afdrukbeheer of Printerconfiguratie en volg de instructies opnieuw om de printer te
installeren.
Mac OS 9: een bureaubladprinter maken met Desktop Printer Utility
1. Installeer ondersteunende software voor de printer op de computer.
a. Plaats de cd Drivers and Utilities in het cd-romstation.
b. Dubbelklik op het installatiepakket voor de printer.
c. Ga door na het welkomstscherm en het leesmij-bestand.
d. Lees de licentieovereenkomst door, klik op Continue (Ga door) en klik vervolgens op Agree (Akkoord) om
hiermee akkoord te gaan.
e. Selecteer een bestemming voor de installatie en klik vervolgens op Continue (Ga door).
f. Klik op Install (Installeer) in het scherm Easy Install (Standaard).
De software wordt op de computer geïnstalleerd.
g. Sluit het installatieprogramma af wanneer het is voltooid.
2. Open Desktop Printer Utility. Deze staat meestal in Programma's:Hulpprogramma's.
3. Als u wilt afdrukken via IP:
a. Kies Printer (LPR) en klik vervolgens op OK.
b. Klik bij Selectie LPR-printer op Wijzig.
c. Voer het printeradres in, vul niets in bij wachtrij en klik vervolgens op OK.
d. Klik in het gedeelte voor PostScript-printerbeschrijvingsbestand (PPD) op Wijzig.
e. Kies het printermodel en klik vervolgens op Selecteer.
f. Klik op Maak aan.
g. Voer een naam in voor de printer en klik op OK.
De printer wordt opgeslagen als bureaubladprinter.
Als u wilt afdrukken via AppleTalk:
a. Kies Printer (AppleTalk) en klik vervolgens op OK.
b. Klik bij Selectie AppleTalk-printer op Wijzig.
c. Selecteer de AppleTalk-zone in de lijst.
OPMERKING: Kijk onder het kopje AppleTalk op de pagina met printernetwerkinstellingen welke zone
en printer er geselecteerd dienen te worden.
d. Selecteer de printer in de lijst en klik op OK.
e. Klik in het gedeelte voor PostScript-printerbeschrijvingsbestand (PPD) op Autoconfig.
f. Klik op Maak aan.
g. Klik op Bewaar.
De printer wordt opgeslagen als bureaubladprinter.
4. Controleer de printerinstallatie.
a. Open Teksteditor in /Programma's.
b. Selecteer in het menu Archief de optie Druk af.
c. Kies Overzicht in het pop-upmenu Aantal en pagina's.
d. De correcte PPD voor de printer wordt weergegeven in het gedeelte PostScript-printerbeschrijvingsbestand
(PPD: de installatie is voltooid.
Algemene PostScript-printer wordt weergegeven: verwijder de bureaubladprinter en volg de instructies
opnieuw om de printer te installeren.
Linux
Printersoftwarepakketten en installatie-instructies staan op de cd Drivers and Utilities.
De installatie-instructies voor Linux starten:
1. Plaats de cd Drivers and Utilities in het cd-romstation. Als de cd Drivers and Utilities automatisch is gestart, klikt u
op Cancel (Annuleren).
2. Ga naar D:\unix\docs\<uw taal>\index.html (hierbij staat D:\ voor de letter van het cd-romstation).
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90

Dell 1720 de handleiding

Type
de handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor

in andere talen