ACV HP300 Handleiding

Type
Handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

1
EN, FR, NL
Installation, usage and maintenance manual
Manuel de mise en service, d'opération et d'entretien
Handleiding installatie, gebruik en onderhoud
HP300
HP300C
Heat Pump Hot Water Tank
Warmtepompboiler
Ballon thermodynamique
1221112961 / 02
2
NL
Inhoud
Introductie
4.
1.
Algemene informatie
4.
1.1.
Toepassingsgebied
4.
1.2.
Instructies en technische normen
4.
1.3.
Verklaring van toegepaste symbolen
4.
1.4.
Inhoud van de verpakking
5.
1.5.
Vervoer en behandeling
5.
2.
Technische eigenschappen
5.
2.1.
Werkingsprincipe
6.
2.2.
Uitleg werking
6.
2.3.
Waterverwarming methodes
6.
2.4.
Uitleg van werking waterverwarming
8.
2.5
Modus selectie
8.
2.6.
Constructiekenmerken
8.
2.7.
Naam van onderdelen
8.
2.8.
Totale afmetingen
9.
2.9.
Stroomkring controleschema van warmtepompboiler
10.
2.10.
Overzichtstabel van de technische gegevens
11.
3.
Nuttige aanbevelingen (Gebruiks-en onderhoudsinstructies voor gebruikers)
13.
3.1.
Eerste installatie
13.
3.2.
Instructie en garantie
13.
3.3.
Aanbevelingen
13.
3.4.
Veiligheidsmaatregelen
14.
4.
Gebruiksinstructies
15.
4.1.
Uitleg bedieningspaneel
15.
4.2.
Uitleg beeldscherm
15.
4.3.
Werking
15.
4.4.
Bedieningsprocedure
16.
4.5.
Uitleg foutcode
24.
5.
Onderhoud
25.
5.1.
Gepland preventief onderhoud uitgevoerd door de gebruiker
25.
5.2.
Routinecontrole van waterpompboiler
25.
5.3.
Technische ondersteuning
25.
5.4.
Verwijdering van boiler
25.
3
NL
6.
Nuttige aanbevelingen (Technische informatie voor installatietechnici)
26.
6.1.
Kwalificatie van installatietechnici
26.
6.2.
Gebruik van de installatie, gebruik en onderhoudshandleiding
26.
6.3.
Controle van warmtepompboiler
26.
6.4.
Veiligheidsmaatregelen
26.
7.
Inbedrijfstelling
28.
7.1.
Plaatsing van boiler
28.
7.2.
Manieren om leidingen aan te sluiten
31.
7.3.
Verbinding pijpleiding
36.
7.4.
Elektrische verbinding
38.
7.5.
Eerste start
39.
8.
Onderhoudsvoorschriften (Voor het personeel bevoegd om onderhoud uit te voeren)
35.
8.1.
Ontlading apparaat
39.
8.2.
Opslag en gecombineerd veiligheidsventiel
40.
8.3.
Actieve anode
40.
8.4.
Kalkaanslag verwijderen
40.
8.5.
Preventie van vorstschade
40.
8.6.
In het geval van indirecte verwarming
40.
8.7.
Luchtfilter
40.
8.8.
Uitschakelingen niet veroorzaakt door fouten
41.
8.9.
Fouten en oplossingen
41.
8.10.
Zelfbeschermende mechanismen van het apparaat
41.
4
NL
INTRODUCTIE
Deze handleiding is voor eindgebruikers van de warmtepompboiler van de types HB300 en HB300C
(hierna te noemen HB300 (C) als het beide types betreft) en installateurs . De handleiding is een geïntegreerd
en onmisbaar onderdeel van het apparaat en daarom moet de gebruiker de handleiding zorgvuldig bewaren en
overdragen aan de nieuwe eigenaren of gebruikers van het apparaat.
Om adequaat en veilig gebruik van het apparaat te garanderen, moeten zowel de installateurs en de gebruikers
van het apparaat de handleiding en veiligheidsvoorschriften zorgvuldig doorlezen want ze bevatten belangrijke
informatie over de veiligheid van apparaten, inbedrijfstelling, het gebruik en het onderhoud. .
1. ALGEMENE INFORMATIE
1.1. Toepassingsgebied
Het apparaat produceert warm water voor huishoudelijk gebruik bij een temperatuur onder het
kookpunt. Voor dit doel moet het apparaat verbonden worden met het leidingwater netwerk en voorzien van
elektriciteit Het gebruik van luchtkanalen is optioneel en zal later in detail worden beschreven.
Het is verboden om het apparaat te gebruiken voor andere dan de vooraf gedefinieerde doeleinden. Elk
ander gebruik van het apparaat wordt beschouwd als non conform en dus verboden. Het apparaat mag niet
worden gebruikt in de omgeving met industrie en/of corrosieve of explosieve materialen.
De fabrikant en distributeur nemen geen enkele verantwoordelijkheid voor schade opgelopen door
onvakkundige installatie, of verkeerd gebruik door onvolledig of onzorgvuldige naleving van instructies in de
handleiding.
1.2. Instructies en technische normen
Het is aangewezen dat kinderen en personen met verminderde fysieke, scherpzinnige of geestelijke
vermogens en zonder kennis en ervaring het toestel zullen gebruiken.Dit kan enkel in bijzijn van een
persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid en toezicht en tevens adequate informatie over de werking
van het toestel kan garanderen. Toezicht op kinderen is nodig om te voorkomen dat ze met het apparaat spelen.
De fabrikant is er verantwoordelijk voor dat het apparaat voldoet aan alle constructie-richtlijnen,
regelgeving en voorschriften die van kracht zijn op het moment van de ingebruikname van het toestel. De
maker, gebruiker en installateur zijn in hun bevoegd gebied verantwoordelijk voor de kennis en de naleving
van de regelgeving op de bouw, de installatie, de bediening en het onderhoud van het apparaat. Referenties naar
wetten en eisen van de technische beschrijvingen in deze handleiding zijn informatief . Nieuw
geïmplementeerde wetten of wijzigingen van efficiënte wetgeving is hoe dan ook op geen enkele wijze
juridisch bindend voor de fabrikant tegenover derden. .
1.3. Verklaring van toegepaste symbolen
Met betrekking tot de inbedrijfstelling van het apparaat en de veilige werking van het apparaat, worden
de volgende symbolen gebruikt om het belang van waarschuwing voor gevaar te onderstrepen:
Het niet in acht nemen van een waarschuwing kan leiden tot ernstige verwondingen of, in
sommige gevallen, de dood.
Het niet in acht nemen van een waarschuwing kan leiden tot ernstige verwondingen of
schade aan het gebouw, aan de planten of aan dieren.
Verplichte naleving van de algemene en specifieke veiligheidsvoorschriften van het product.
Delen of punten beschreven na de uitdrukking "WAARSCHUWING!" En/of aangeduid in vette letters
bevatten belangrijke informatie of een aanbeveling waaraan moet worden voldaan..
1.4 Inhoud van de verpakking
Het apparaat wordt vervoerd in kartonnen doos met interne beschermende elementen.
5
NL
De verpakking bevat het volgende:
Installatie, gebruik en onderhoudshandleiding 1 itemFlexibele leiding om
condenswater af te voeren 1 item Voet bevestiging 3 items
Boorframe 1 item
Draad installatie rubber 1 item
1.5. Vervoer en behandeling
Tijdens de levering van producten, kunt u controleren of er geen zichtbare
schade aan de buitenkant van de verpakking is aangebracht. Als het product lijkt te
zijn beschadigd, kunt u zo snel mogelijk met uw klacht terecht bij de leverancier .
Net als alle apparatuur met compressor, kan de warmtepomp alleen
opgeslagen en vervoerd worden in een verticale positie (zie Afbeelding 1.5.-1.)
WAARSCHUWING!
Het apparaat moet vervoerd, behandeld of opgeslagen worden in een
verticale positie en mag niet meer dan 45° worden gekanteld (figuur 1.5.-2.).
Dit apparaat is erg zwaar, het moet worden verhandeld door 2 of meer personen,
zoniet kan het leiden tot persoonlijk letsel of schade aan het apparaatIndien bij het
installeren van het toestel bovenstaande richtlijnen niet werden gerespecteerd is een
wachttijd van ten minste 3 uur aanbevolen
om het toestel te starten. En daarbij dient het apparaat eerst in de juiste
verticale positie geplaatst, zo wordt gewaarborgd dat de smeerolie binnen het
koelcircuit in rust is ,en wordt compressor-beschadiging vermeden.
Het verpakte apparaat kan worden vervoerd met de hand of met een
heftruck.Zie de instructies op de verpakking .
Het wordt aanbevolen om het apparaat, indien mogelijk, in de originele verpakking
te laten tot het is geïnstalleerd op de geselecteerde plaats, vooralgedurende
bouwwerkzaamheden op het bouwterrein.
Tijdens het verwijderen van de verpakking, moet u controleren of het apparaat
intact is en alle benodigde en alle onderdelen in het pakket zijn geplaatst. Gelieve
uw leverancier binnen de in de wet vastgelegde termijn te informeren in geval van
onvolkomenheden of ontbrekende onderdelen,.
WAARSCHUWING!
Houd verpakkingsmateriaal (clips, plastic zakken, piepschuim) uit de buurt van kinderen wegens
potentieel gevaar!
Let op de waarschuwing aangaande de maximale hellingshoek zoals hierboven beschreven tijdens het
verplaatsen of vervoeren van het apparaat na de eerste opstart en zorg ervoor dat al het water is afgevoerd uit de
tank. Als de oorspronkelijke verpakking niet meer aanwezig is, kunt u bescherming bieden aan het apparaat en
de onderdelen op een wijze gelijk aan de originele verpakking.
2.TECHNISCHE EIGENSCHAPPEN
2.1. Werkingsprincipe
HB300 (C) warmtepompboiler is schijnbaar vergelijkbaar met de traditionele elektrische warm water
tanks. Tijdens de normale werkingscyclus, gebruikt HB300 (C), aangesloten op het water - en elektrisiteitsnet
minder elektrische energie voor directe verwarming van water als de traditionele elektrische boiler.Hij gebruikt
energie op een meer rationele en efficiënte wijze en bereikt daardoor hetzelfde resultaat met een
energieverbruik van minder dan 70% in vergelijking met de traditionele elektrische boiler.
De warmtepomp wordt zo genoemd vanwege het feit dat ze in staat is om warmte uit een warmtebron van lage
temperatuur over te brengen naar een warmtebron van hogere temperatuur. Dit betekent dat het de natuurlijke
stroom van warmte omdraait, die van een warmtebron van hogere temperatuur naar een warmtebron van lage
temperatuur gaat. De toepassing van de warmtepomp brengt het voordeel met zich mee dat het meer energie
kan overdragen (in de vorm van warmte) dan de energie die nodig is voor de activiteit (in vorm
van elektrische energie). Zo kan de warmtepomp energie uit warmtebronnen uit zijn omgeving zonder
extra"verbruik" gebruiken , afhankelijk van het type en de beschikbaarheid van de warmtebronnen.
45°
Afbeelding 1.5.-1.
Afbeelding
1.5.-2.
6
NL
HB300 (C) warmtepompboiler onttrekt warmte aan bedompte binnenlucht om ververst te worden. Deze
draagt bij aan de verhoging van de efficiëntie bij het opwarmen van water. Het is mogelijk om te kiezen uit
verschillende configuraties om omgevingslucht te gebruiken die naast verschillende operationele
omstandigheden multilaterale toepassing van het apparaat bieden.
HB300 (C) warmtepompboiler is ontwikkeld op grond van specificaties betreffende de energieprestatie
van gebouwen. Het apparaat zorgt voor meer rationeel energiegebruik en leidt tot besparingen op de
operationele kosten. In tegenstelling tot andere alternatieve systemen die gebruikt worden om sanitair warm
water te produceren, vermindert warmte extractie uit vrije energiebronnen zeker de gevolgen voor het milieu
vanwege de verminderde uitstoot van emissies in de atmosfeer.
2.2. Uitleg werking
Volgens bovengenoemde feiten is het "energetisch vermogen" van de
warmtepomp gebaseerd op warmteoverdracht door warmteafvoer uit een vrije
bron (in dit geval is dat de omgevingslucht) met een lagere temperatuur dan het
te verwarmen materiaal (in dit geval is dat het water in de tank van de boiler).
Stroom is nodig voor de werking van de compressor (dit leidt ertoe dat de
toestand van de koelstofmaterie binnen het koelcircuit verandert), waardoor de
overdracht van warmte-energie plaatsvindt. Koelvloeistof loopt langs een
gesloten hydraulisch circuit waar de vloeistof overgaat in vloeibare of
gasvormige toestand in verhouding met de temperatuur en druk. De
belangrijkste elementen van het hydraulische circuit (Afbeelding 2.2-1) zijn de
volgende:
1 compressor, welke de cyclus die er doorheen loopt garandeert door
de druk van de koelvloeistof (welke een gasvormige toestand kent in deze
cyclus) te verhogen.
2 eerste warmtewisselaar in de watertank van de waterverwarmer:
de warmte overdracht tussen de koelvloeistof en het sanitaire water gebeurt
via de oppervlakte van de warmtewisselaar.. In deze fase veranderd de warme
koelvloeistof van gastoetand en wordt verdicht tot vloeistof terwijl er
overdracht plaatsvindt van de warmte aan het water. Deze warmtewisselaar
wordt gedefinieerd als condensor.
3 expansieventiel: is een klep waardoor de koelvloeistof loopt op het
moment dat de druk en temperatuur verminderen, na de expansie van de
vloeistof als gevolg van een verhoging van de buis doorsnede achter de klep.
4 tweede warmtewisselaar waarvan de oppervlakte wi vergroot door middel van vinnen bevindt zich
in het bovenste gedeelte van de boiler. De tweede warmtewisselaar voert warmte-uitwisseling uit tussen de
koelvloeistof en de omgevingslucht dat op een juiste manier kunstmatig stroomt door ofwel de vrije bron of
door een speciale ventilator. In deze fase verdampt de koelvloeistof en onttrekt warmte aan de
omgevingslucht. Deze warmtewisseling wordt gedefinieerd als verdamper.
Aangezien warmte-energie van een hoger temperatuurniveau naar een lager temperatuurniveau kan
stromen, moet de temperatuur van het koelmiddel in de verdamper (4) lager zijn dan de omgevingslucht dat
optreedt als vrije bron. Om op hetzelfde moment warmteoverdracht te bereiken moet het koelmiddel in de
condensor (2) een hogere temperatuur hebben dan de temperatuur van het water in de tank dat verwarmd moet
worden.
Het temperatuurverschil in het warmtepomp circuit wordt geproduceerd door de compressor (1) tussen
de verdamper (4) en de condensor (2) en door het expansieventiel (3), vanwege de fysieke kenmerken van de
koelvloeistof.
De efficiëntie van het warmtepomp circuit kan worden gemeten door de prestatiecoëfficiënt
(COP). COP is de verhouding van binnenkomende energie in het apparaat (in dit geval is dat de warmte
overgebracht naar het te verwarmen water) en de gebruikte elektrische stroom (door de compressor en de
ondersteunende apparatuur van het apparaat). COP kan veranderen afhankelijk van het type warmtepomp en
de bijbehorende operationele omstandigheden. Een waarde van 3 voor COP betekent bijvoorbeeld dat de
warmtepomp 3 kWh naar het te verwarmen materiaal overdraagt na 1 kWh elektriciteit te hebben gebruikt,
Afbeelding 2.2.-1.
7
NL
waarvan 2 kWh uit de vrije bron. De nominale COP-waarden van HB300 (C) warmtepompboiler staan
vermeld in tabel 2.10.1 met technische gegevens.
De temperatuur van typische warmtepomp cycli zorgt, in verband met de kenmerken van de koelvloeistof en
de vrije bron, voor de verwarming tot een temperatuur vann max. 60°C van sanitair water in de aluminium
warmtewisselaar buis die buiten de HB300 (C) warmtepompboiler is geplaatst. Aangezien HB300 (C)
warmtepompboiler is uitgerust met een extra pijpradiator die meer opties biedt: snellere werking met
volledige capaciteit door de combinatie van warmtepomp modus en radiatorleidingen modus tot een
temperatuur van max. 60°C die kunnen worden gebruikt na het uitvoeren van antibacteriële beschermende
cycli. Met het oog op een garandeerd rationeel energiegebruik tijdens de werking van de boiler zullen visuele
indicatoren de aandacht van de gebruiker vragen voor het feit dat het apparaat niet op de meest efficiënte
manier wordt gebruikt op het moment dat de pijpradiator actief is.
2.3. Water verwarming methodes
Het apparaat (in geval van het HB300C type) i bevat volgende verwarmingselementen, een warmtepomp, een
elektrische pijpradiator en een spiraalvormige warmteuitwisselaarbuis . Verwarmingselementen werken niet alle
drie tegelijk. Warm water tanks van HB300C type kunnen worden bediend vanuit verschillende
energiebronnen: indirect uit zonne-energie, gas-gebaseerd, of op basis van steenkool of andere energiedragers.
Bovendien wordt extra elektrische verwarming die door toestellen van HB300 (CI) wordt geproduceerd
gecontroleerd door de warmtepomp.
Dit apparaat heeft twee temperatuur-sensoren die in het bovenste gedeelte van het afsluitdeksel zijn
geplaatst. De sensor die in het bovenste gedeelte is geplaatst, meet de hoogste temperatuur en deze temperatuur
wordt door de Water temp indicator getoond. De sensor in het onderste gedeelte meet de lagere temperatuur,
die als invoergegeven functioneert voor de aan/uit stand, maar dit wordt niet weergegeven.
1.) Economy Mode:
In deze modus is het de warmtepomp die werkt en niet de elektrische verwarming als gevolg van de vooraf
ingestelde watertemperatuur.
(De uitgaande watertemperatuur is tussen 38 ~ 60C, de operationele omgevingstemperatuur is
tussen -7 ~ 43C)
2.) Hybride Mode:
In deze modus verdeelt de apparatuur de werking tussen elektrische verwarming en de warmtepomp op
basis van de temperatuur van de watertank.
(De uitgaande watertemperatuur is tussen 38~60C, de operationele omgevingstemperatuur is
tussen -30~43C)
3.) E-heater Mode:
In deze modus werken de motoren van de compressor en de ventilator niet, alleen de elektrische
verwarming werkt. Op dit moment wordt alleen water in het bovenste gedeelte van de tank verhit, dit betekent
ongeveer 100 l.
(De uitgaande watertemperatuur is tussen 38~60C, de operationele omgevingstemperatuur is
tussen -30~43C)
a) Ontvriezen door warm water
Als de verdampende stoom in een koude omgeving bij Economy Mode en Hybride Mode bevriest, ontvriest het
apparaat dit automatisch om een efficiënte werking te verzekeren (3 ~ 10 min).
b) Externe omgevingstemperatuur
De bedrijfstemperatuur van het toestel moet binnen het interval -30 ~ 43C zijn en de operationele temperaturen
van de modi worden hieronder in detail beschreven.
2.4. Uitleg van werking waterverwarming
1) Economy Mode: -7~43C
Deze modus wordt aanbevolen wanneer de externe milieu-temperatuur tussen -7 ~ 43 C is. Als de
externe omgevingstemperatuur onder de temperatuur van -7 C valt, wordt de energie-efficiëntie laag, uiteraard
is het dus aan te raden om de E-verwarmingsmodus onder deze omstandigheden te gebruiken.
2) Hybrid Mode: -30~43C
3) E-heater Mode: -30~43C
8
NL
In elk geval wordt alleen water in het bovenste gedeelte van de tank verhit, dit betekend. ongeveer 100 l.
2.5 Modus selectie Verschillende modi zijn ontwikkeld om meerder behoeften te dienen. Het is raadzaam
om het volgende te overwegen:
Economy Mode:-7~43C,
In het geval van een continue warm water behoefte van minder dan 300 L (60C);
Hybrid Mode: -30~43C,
In het geval van een continue warm water behoefte tussen de 300 L (60C).
E--heater Mode: -30~43C,
In het geval van een continue warm water behoefte minder dan 100 L (60C).
2.6 Constructiekenmerken
HB300 (C) warmtepompboiler is in wezen opgebouwd uit een bovenste deel (Afbeelding 2.7.-1.) met
warmtepompapparatuur en een onderste deel (Afbeelding 2.7.-2.) met de opslagtank. De opslagtank is aan de
binnenkant van een emailbedekking voorzien, en van buiten bedekt met een dikke polyurethaan isolatielaag
met een hoge dichtingsgraad die voorzien is van een plastic oppervlak. De pijp radiator, controle indicator,
anode elektrische en magnesium anode indicator zijn horizontaal geplaatst op het afsluitdeksel.
De condensaat waterafvoerleiding bevindt zich in het achterste deel van de cirkelvormige bovenste
schotel. Het bedieningspaneel met beeldscherm zit in het voorste gedeelte. Alle andere delen van het
warmtepompcircuit liggen boven de opslagtank volgens een nauwkeurig geplande volgorde, die een optimale
werking met minder trillingen en weinig lawaai garanderen .
De volgende onderdelen zijn geplaatst onder een gemakkelijk toegankelijke, en voldoende geïsoleerd
plastic bedekking: compressor, thermostatisch expansieventiel, verdamper en ventilator die voor voldoende
luchtstroom zorgt. Alle andere delen zijn weergegeven in Afbeelding 2.7.-1.
2.7. Naam van onderdelen
Afbeelding 2.7.-1.
Luchtuitlaat
Filter
Luchtinlaat
Verdamper
Bovenklep
Elektrische schakelkast
Compressor
Bescherming
Voorkant
Beeldscherm
Bescherming Verbindinskast
Ventilator
Bescherming
Achterkant
Verbindingskast BUITEN GEBRUIK
9
NL
Afbeelding 2.7-2.
OPMERKING
Alle cijfers in deze handleiding zijn alleen ter verklaring van de tekenin en kunnen enigszins afwijken
van de warmtepompboiler die u heeft gekocht (afhankelijk van het productmodel). De werkelijke vorm is
belangrijk.
2.8. Totale afmetingen
Afbeelding 2.8-1.
Warmtepompsysteem
Electrische
verwarmings deksel
Heating agent inlet Rp3/4
Circulation pipe branch connection G3/4
Aansluiting koudwaterleiding aftakking
G3/4
Verwarmingsmiddel uitlaat Rp3/4
Hot water pipe branch connection G3/4
Heating agent inlet Rp3/4
Aansluiting warmwaterleiding
aftakking G3/4
Aansluiting circulatieleiding aftakking
G3/4
Verwarmingsmiddel inlaat
Rp3/4
10
NL
2.9. Stroomkring controleschema van warmtepompboiler
Afbeelding 2.9-1
11
NL
Main control panel = Hoofdbedieningspaneel
Please connect the wire controller by the 5-cord shielded wired,
which attached in accessort pack = Sluit de draad controller aan op de
5-kabel beschermde draad, dat bevestigd is in accessort verpakking
Outside temperature sensors = Buitentemperatuur sensor
White = Wit
Black = Zwart
Evaporator temperature sensor = Verdampertemperatuur sensor
Upper temperature sensor of the tank = Bovenste temperatuursensor
van de tank
Lower temperature sensor of the tank = Lagere temperatuur sensor
van de tank
Discharge temperature sensor = Uitgaande temperatuur sensor
Yellow = Geel
High pressure Protection Switch = Hoge druk bescherming
schakelaar
Blue = Blauw
Wiring diagram of tank inside = Aansluitschema van de tank
binnenin
Power = Stroom
Brown = Bruin
CN17 and CN18 connect to outside controller = CN17 en CN18
sluiten aan op externe controller
CN 17 receive control signals from controller and CN18 send unit
information to controller. Please contact distributor technicians for
wiring method = CN 17 ontvangt stuursignalen van controller en
CN18 eenheid verstuurd informatie naar controller. Neem contact op
met distributeur technici voor de bedrading methode
Tank = Tank
Red = Rood
Power Supply = Voeding
Wiring the current detector with correct direction. Wrong wiring will
cause system protection = Bedrading van de huidige detector met de
juiste richting. Verkeerde bedrading veroorzaakt systeembeveiliging
Transformer = Transformer
Fan capacity = Ventilatiecapaciteit
Gray = Grijs
Yellow/green = Geel/groen
Compressor = Compressor
Compressor Capacity = Capaciteit compressor
1A-1G wire comes out from tank, must connect with the
corresponding component = 1A-1G draad komt uit de tank, moet
verbinden met de overeenkomstige component
Item = Item
Content = Inhoud
Terminal base = Klemmensokkel
Connected wires inside of the tank = Aangesloten draden binnenkant
van de tank
AC mutual inductor = AC wederzijdse inductor
Pressure switch = Drukschakelaar
Relay connecting wires = Relais aansluitsdraden
Relay = Relais
Temperature protective switch = Temperatuur veiligheidsschakelaar
Upper electric heater of the tank = Bovenste elektrische verwarming
van de tank
With memory recovery domestic sale model = Binnenlandse
verkoopmodel met geheugen herstel
Without memory recovery domestic sale model = Binnenlandse
verkoopmodel zonder geheugen herstel
With memory recovery export sale model = Export verkoop model
met geheugen herstel
Without memory recovery export sale model = Export verkoop
model zonder geheugen herstel
With electric heater model = Met elektrische verwarming model
Without electric heater model = Zonder elektrische verwarming
model
The L,N wires which get through the zero-face electricity mutual
inductor, must keeping the same direction during wiring, otherwise
system malfunction may caused. = De L, N draden die door door de
wederzijdse nul-face elektriciteit inductor gaan, moeten dezelfde
richting opgaan tijdens de bedrading, anders kan er storing worden
veroorzaakt.
12
NL
2.10. Overzichtstabel van de technische gegevens
KWALITEITSCERTIFICERINGLABEL-TECHNISCHE GEGEVENS
Type
HB300
HB300C
Maten: diameter /hoogte/diepte
Ø661/1930/720
Aansluiting waterleiding
G3/4
Aftakking circulatieleiding
G3/4
Nominaal volume
295 L
287
Nominale werkdruk
0,6 MPa
Maximale openingsdruk veiligheidsventiel
0,7 MPa
Hoogste waterleidingdruk
0,525 MPa
Laagst vereiste netwerkdruk
0,01 MPa
Stand-by energie verbruik bij 60
o
C
2500 Wh/24h
Gewicht
124 kg
141 kg
Leiding
Leiding connectie
Rp3/4
Leiding verwarmbaar inhoud
287 l
Oppervlakte leiding
-
1,5 m
2
Stromingsweerstand leiding
130 mbar
Topprestatie
510 l/de eerste 10
minuten
Duurzame prestatie
1100 l/h
Duurzame prestatie
45 kW
Boiler
Type
Lucht (binnen)
Luchtkanaalaansluiter (ingang/uitgang)
Ø190 mm
Condensor
Veiligheid warmtewisselaar
GWP / Koelmiddel / kwantiteit
1300 / R134a / 1300 g
Max. Stroomverbruik
1200W
Gemiddelde Stroomverbruik
850W
Luchtstroom
~500m
3
/h
Bereikbare statische druk
80 Pa
Externe statische druk bereik waar het toestel is onderzocht
1013 1050 hPa
Max. druk zuigzijde
1,0 MPa
Max. druk blaaszijde
2,5 MPa
Minimale ruimte die nodig is voor de werking (in het geval van werking
zonder luchtkanaal)
20 m
3
Operationeel temperatuurbereik
-7 - +43
o
C
Max. water temperatuur
60
o
C
COP 7/10-55°C EN-16147
2,7
Geluidsniveau
48 dB(A)
Aard van de uitlaatlucht
Luchtsteun verticaal omhoog stromend
Elektrische verwarming
Verwarmingsvolume
100 l
Voltage/frequentie
L/N/PE 230V~ / 50Hz
Zekering
5A/250V~(T)
Nominaal verwarmingsvermogen
1800W
Hoogste stroomverbruik
16 A
Opwarmtijd
3,5 h
Max. water temperatuur
60
o
C
Min. Water temperatuur
10
o
C
Andere
Warmte-isolatie/dikte
Freon vrije PUR isolatie / 50 mm
Tank
Geëmailleerd plaatstaal
Leiding
Geëmailleerde stalen buis
Corrosiebescherming
email + actieve anode
13
NL
Actieve anode onderhoud
Anode verbruik beeldscherm
Ingebouwde controller
Elektrische verwarming en temperatuur controle
apparaat
Elektrische bedrading
Vast
Beschermingsgraad
IPX1
Contactbescherming moet worden toegepast
Contactbescherming klasse I.
Het kan worden aangesloten aan een elektrisch systeem met beschermde aarding zoals gedefinieerd in IEC 6036.
Regelgeving op het product:
EN 60335-1
EN 60335-2-21
EN 14511-3
Opslag en transport eisen
IEC 721-3-1 IE12
IEC 721-3-2 IE22
Kwaliteitscertificering
CE indicatie
Kwaliteit
Ist klasse
Tabel 2.10.-1.
Hajdu Hajdúsági (Hajdu Hajdúsági Ipari Zrt) als producent verklaart hierbij dat het apparaat voldoet aan de
technische kenmerken beschreven in het kwaliteitscertificeringslabel.
GEBRUIKS- EN ONDERHOUDSINSTRUCTIES VOOR DE GEBRUIKER
Hartelijk dank voor de aankoop van ons product.
Wij hopen dat het apparaat aan alle verwachtingen voldoet en continu de best mogelijke service en een
maximale energiebesparing voor u biedt.
Alvorens de ingebruikname van uwapparaat , dient u deze handleiding zorgvuldig door te lezen en deze
te bewaren voor toekomstig gebruik.
14
NL
3. NUTTIGE AANBEVELINGEN
3.1. Eerste installatie
Waarschuwing!
Ingebruikname en de eerste opstart van het toestel kan alleen worden uitgevoerd door een
geschoolde technicus.Die wordt geacht kennis te hebben van alle daarmee verband houdende geldige
regelgeving of wettelijke vereisten of vereisten die door lokale overheden en volksgezondheid organisaties
worden gegeven.
Als de te installeren boiler niet op de plaats van een bestaand toestel komt, maarna renovatie deel
uitmaakt van een bestaand hydraulisch systeem of een nieuwe hydraulische systeem , is het bedrijf die
de boiler installeert verplicht om een verklaring van overeenstemming aan de koper af te geven. Daarin
dient verklaard dat na het beëindigen van de installatie van het apparaat aan alle geldige regelgeving en
specificaties is voldaan. In beide gevallen moet het bedrijf dat de installatie uitvoert veiligheidscontroles
en operationele controles op het gehele systeem uitvoeren.
Voordat u de boiler opstart, controleer dan of de installateur alle benodigde handelingen van de
installatie heeft uitgevoerd. Zorg ervoor dat u alle informatie van de technicus goed heeft begrepen aangaande
het gebruik en bediening van de boiler.
3.2. Instructies en garantie
De handleiding is een geïntegreerd en onmisbaar onderdeel van het apparaat. Verwijder het label met
de gegevens niet van het apparaat, om welke reden dan ook. Deze zijn nodig voor eventuele toekomstige
reparaties.
Lees het garantiedocument met betrekking tot het apparaat zorgvuldig. Dit document bevat
specificaties die de garantie reguleren.
3.3. Aanbevelingen
Probeer niet zelf de fout te op te zoeken en te corrigeren in geval van storing en/of slechte werking,
maar schakel het apparaat uit en richt u zich tot onze service. In het geval van reparatie mogen uitsluitend
originele onderdelen worden gebruikt, en elke vorm van reparatie kan alleen door een gekwalificeerde
technicus worden uitgevoerd. Als u deze aanbevelingen niet opvolgt, kan dit een bedreiging voor de
veiligheid van het apparaat inhouden en dan vervalt de verantwoordelijkheid van de fabrikant.
Als het apparaat voor een langere periode niet wordt gebruikt is het raadzaam om het volgende te doen:
- schakel het apparaat van het elektriciteitsnetwerk zodanig dat er een schakelaar tussen het apparaat
en het elektriciteitssysteem zit. Zet daarna de schakelaar in de "OFF" stand.
- sluit alle kranen van de waterleiding van het huishouden.
WAARSCHUWING!
Het wordt aanbevolen om water uit het apparaat af te voeren wanneer het niet wordt gebruikt en
is geplaatst op een locatie die aan vorst wordt blootgesteld. Deze handeling kan alleen worden uitgevoerd
door een gekwalificeerde technicus.
WAARSCHUWING!
Stromend warm water met een temperatuur van boven de 50°C kunnen ernstige brandwonden
veroorzaken. De maximale watertemperatuur op de indicator is 60°C, welke waarde zelfs hoger kan zijn
door een foute werking. Kinderen, gehandicapten en ouderen zijn verhoogd blootgesteld aan
brandwonden . Het wordt daarom aanbevolen om een thermostatische mengkraanventiel aan te sluiten
op de waterafvoerpijp van het apparaat.
15
NL
3.4. Veiligheidsmaatregelen
De verklaring van de symbolen in de tabel hieronder in detail beschreven in punt 1.3, hoofdstuk
ALGEMENE INFORMATIE.
Waarschuwing
Gevaar
1.
Voer geen operatie uit die het
verwijderen van het apparaat van
de operationele plaats veroorzaakt.
Gevaar voor elektrische schokken veroorzaakt door het
aanraken van de onderdelen onder spanning.
Overstroming veroorzaakt door water lekkage uit
losgekoppelde pijpen.
2.
Laat geen voorwerpen op het
apparaat staan.
Lichamelijk letsel als gevolg van vallende voorwerpen
als gevolg van trillingen.
Beschadiging van het toestel of voorwerpen onder het
apparaat veroorzaakt door vallende voorwerpen als
gevolg van trillingen.
3.
Klim niet op het apparaat.
Lichamelijk letsel als gevolg van omvallen van het
apparaat.
Beschadiging van het toestel of voorwerpen onder het
apparaat als gevolg van omvallen van het apparaat
van zijn gemonteerde plaats.
4.
Voer geen handeling uit die het
openen van het apparaat vereisen.
Elektrische schok door het aanraken van de delen
onder spanning. Brandplekken ten gevolge van
oververhitte onderdelen en verwondingen veroorzaakt
door scherpe randen.
5.
Veroorzaak geen schade aan de
voedingsdraad.
Elektrische schok veroorzaakt door niet-geïsoleerde
draden onder spanning.
6.
Sta tijdens het schoonmaken van
het apparaat niet op een stoel,
tafel, ladder of op een andere
instabiele ondergrond.
Persoonlijk letsel door vallen of door het toevallige
sluiten van de staande ladder.
7.
Het apparaat moet voor het
schoonmaken altijd worden
uitgezet en de externe knop moet
in de “OFF” positie staan.
Elektrische schok veroorzaakt door het aanraken van
de delen onder spanning.
8.
Gebruik het apparaat niet voor
andere doeleinden dan de normale
huishoudelijke doeleinden.
Beschadiging van het apparaat als gevolg van
operationele overbelasting. Schade veroorzaakt door
oneigenlijk gebruik van de objecten.
9.
Noch kinderen noch andere
mensen zonder professionele
ervaring mogen dit apparaat
bedienen.
Beschadiging van het apparaat door onjuist gebruik.
10.
Gebruik geen pesticide,
oplosmiddelen of agressieve
schoonmaakmiddelen om het
apparaat schoon te maken.
Schade aan plastic onderdelen
4. GEBRUIKSINSTRUCTIES - WAARSCHUWING!
Volg de algemene waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften op die in het vorige hoofdstuk
staan en leef ze strikt na.
WAARSCHUWING! Alle werkzaamheden anders dan de hier vermelde moeten worden
uitgevoerd door gekwalificeerd personeel.
16
NL
4.1. Uitleg bedieningspaneel
4.2. Uitleg beeldscherm
1
HIGH TEMP indicator: Wanneer de ingestelde temperatuur hoger is dan 50 C, licht deze op om u
eraan te herinneren dat de uitlaat temperatuur te hoog is voor directe besproeiing .
2
FILL WATER indicator: Wanneer de voeding is ingeschakeld, licht deze op om u eraan te herinneren
om opnieuw water bij te vullen.
3
ALARM indicator: ALARM-indicator: het knippert continu bij storing of bescherming tijd.
4
TEMP-SET indicator: het toont de blanco ingestelde temperatuur tijdens scherm beveiliging. Codes
worden weergegeven bij storing of bescherming tijd.
5
LOCK indicator: wanneer de user interface is vergrendeld, licht het altijd op.
6
Water temp. indicator: wanneer de werkelijke watertemperatuur hoger is dan 60 C licht deze op.
7
Water temp. indicator: wanneer de werkelijke watertemperatuur hoger is dan 50 C licht deze op.
8
Water temp. indicator: wanneer de werkelijke watertemperatuur hoger is dan 40 C licht deze op.
9
OUTLET TEMP indicator: toont temperatuur van het bovenste deel van de tank, dat kan worden
gebruikt. Het licht altijd.
10
TIMER CONFLICT indicator: Als de door u ingestelde temperatuur door middel van Wired
Controller in strijd is met de User Interface, licht deze op.
11
TIME OFF indicator: licht op wanneer de timing off is ingesteld, oningevuld tijdens
schermbeveiliging.
12
TIME ON indicator: licht op wanneer de timing van de modus is ingesteld, oningevuld tijdens
schermbeveiliging.
13
CLOCK indicator: Het toont de huidige tijd, oningevuld tijdens schermbeveiliging.
14
E_HEATER MODE indicator Wanneer de gebruiker de E-heating Mode instelt, licht deze op.
15
HYBRID MODE indicator: Wanneer de gebruiker de Hybrid-modus instelt, licht deze op.
16
ECONOMY MODE indicator: Wanneer de gebruiker de Economy Mode instelt, licht deze op.
Beeldscherm
Bediening
15
16
1
2
3
4
5
8
7
6
14
12
11
10
9
13
17
NL
4.3. Werking
4.4. Bedieningsprocedure
Voorbereiding voordat u het apparaat opstart
Wanneer u het apparaat voor de eerste keer aanzet, lichten alle indicatoren gedurende 3 seconden op de
User Interface op, en de zoemer zal hetzelfde moment nog twee keer geluid maken, en dan licht het display op.
Na geen bediening gedurende 1 minuut, zullen alle indicators automatisch uitgaan, behalve de Water fill
indicator die knippert en de temp. indicator die wordt verlicht.
Wanneer de tank vol is, drukt u op de ON\OFF toets, dan zal de Water fill indicator stoppen met knipperen
en kunt u doorgaan met andere instellingen. Wanneer alle instellingen zijn voltooid, kunt u nogmaals op de
ON\OFF toets drukken en de Water fill indicator gaat uit. En vervolgens kunt u het apparaat laten werken.
Wanneer het apparaat in bedrijf is, en als er 20 seconden lang geen bedieningsfout of een defect voorvalt,
zal de achtergrondverlichting van het scherm automatisch uitgaan, behalve de operationele mode, de uitlaat
temp., en de slot indicator. Als er geen bediening plaatsvindt gedurende 1 minuut, zal het apparaat automatisch
op slot gaan, maar de slot indicator zal altijd zichtbaar zijn.
Vergrendelen en ontgrendelen
Om verkeerde bediening te voorkomen, is er een speciale vergrendelfunctie ontworpen. Als er geen
bediening gedurende 1 minuut plaatsvindt, zal het apparaat automatisch worden vergrendeld, en een
vergrendelingspictogram zal worden weergegeven. Wanneer het apparaat is vergrendeld, kunnen er geen
toetsen worden bediend.
Ontgrendelen:
Instellen klok
De klok is een 24-uurssysteem en de aanvankelijke tijd is 00:00. Om een beter gebruik van dit apparaat te
maken, is het raadzaam om de juiste lokale tijd in te stellen. Elke keer als het apparaat is uitgeschakeld, wordt
de klok gereset naar de oorspronkelijke 00:00 tijd.
ON/OFF knop, gebruikt om
het apparaat aan of uit te
zetten
MODE knop, gebruikt
om de verschillende
modi in te stellen
UP knop, gebruikt om
de tijd of temperatuur
toe te voegen
CLOCK knop, gebruikt
om tijd in te stellen
TIME OFF knop,
gebruikt om de OFF
timer in te stellen
DOWN knop, gebruikt
om de tijd of
temperatuur te verlagen
TIME ON knop, gebruikt
om de ON timer in te
stellen
Druk lang op de "CANCEL"-toets op de vergrendeling van het
beeldscherm om het te verwijderen. Druk op een willekeurige
knop op het display om het display te activeren en druk dan
lang op de "CANCEL" knop om het te verwijderen. Na het
verwijdering van de vergrendelingsmodus zal het Vergrendeling
uitfaden en alle knoppen kunnen normaal worden gebruikt.
18
NL
Methode om de tijd in te stellen:
Mode selectie
Het apparaat is uitgerust met drie optionele modi: Economy Mode, Hybrid Mode en E-heater Mode.
a) Economy Mode: het apparaat verwarmt het water alleen door de compressor aandrijving volgens het
warmtepomp principe. Het wordt gebruikt als de omgevingstemperatuur hoog is (15°C ≤).
Druk op de CLOCK toets, de minuten van de digitale
cijfers van de klok op het display beginnen langzaam te
knipperen.
Druk op de „UP” en „DOWN” knop, u kunt de minuten
aanpassen.
Druk nogmaals op de CLOCK knop. De digitale minuten
stoppen met knipperen terwijl de digitale uren beginnen
met knipperen.
Druk op de „UP” en „DOWN” knop, u kunt de uren op de
klok aanpassen.
Druk nomaals op de „CLOCK” knop en wacht ongeveer 10
seconden. Het knipperen stopt en CLOCK SET is beindigd.
19
NL
b) Hybrid Mode: Het apparaat verwarmt het water in principe door een warmtepomp, maar wanneer de
omgevingstemperatuur laag is (15°C ≥), begint de elektrische verwarming ook te werken.
c) E-heater Mode: Het apparaat verwarmt het water alleen door de elektrische verwarmer. Het wordt
gebruikt wanneer de omgevingstemperatuur zeer laag is.
Standaard werkt het apparaat in Hybrid Mode.
Mode Verandering:
Temperatuur instellen
De weergegeven Temp is de watertemperatuur in het bovenste deel van de tank. Standaard is 55C en het
Economy Mode instelbereik is 38 ~ 60C, terwijl het Hybrid en E-heater Mode instelbereik ook hetzelfde is,
38 ~ 60C.
Methode voor instelling
Timer
De gebruiker kan een starttijd en een eindtijd instellen door middel van de Timerfunctie. Het laagste in te
stellen nummer is tien minuten.
Time on: De gebruiker kan hiermee een starttijd instellen. Het apparaat zal op dezelfde dag een keer
automatisch lopen tussen de ingestelde tijd en 24:00.
Methode voor instellen
Druk op de MODE knop, de bedieningsmodus zal in een cyclus
worden verschoven tussen de drie modi, ondertussen zal de
bijbehorende indicator op het display gaan branden.
Druk op de „UP” en „DOWN” knop, u kunt de
watertemperatuur verhogen of verlagen.
Wanneer de ingestelde temperatuur hoger is dan 50C, zal de
HIGH TEMP indicator beginnen te knipperen.
Druk op de TIME ON knop. De digitale minuten op de klok
zullen beginnen te knipperen.
20
NL
Cancel:
Time on en Time off : Gebruikers kunnen een start tijd en een stoptijd instellen. Wanneer de starttijd eerder is
dan de stoptijd zal het toestel werken tussen de ingestelde tijd. Wanneer de starttijd later is dan de stoptijd zal
het toestel werken tussen de starttijd op die dag en de stoptijd op de volgende dag, wanneer de gebruikers een
lopende starttijd opzetten en op hetzelfde moment een stoptijd instellen, zal de stoptijd automatisch met tien
minuten worden vertraagd.
Methode voor instelling
Druk op de „UP” en „DOWN” knop, u kunt de minuten
aanpassen.
Drup op de „UP” en „DOWN” knop. U kunt de uren
aanpassen.
Druk nogmaals op de TIME ON knop, de digitale minuten
stoppen met knipperen en de digitale uren beginnen met
knipperen.
Druk nogmaals op de TIME ON knop en wacht ongeveer 10
seconden. Het knipperen stopt en de ON TIMER instelling is
beïndigd.
In de ontgrendelde stand, drukt u op de CANCEL toets
gedurende 1 seconde en de TIME ON functie wordt
geannuleerd.
21
NL
Druk op de „UP” en „DOWN” knop, u kunt de uren op
de klok aanpassen.
Druk op de „UP” en „DOWN” knop, u kunt de minuten
aanpassen.
Druk op de TIME ON knop. De digitale minuten op de klok
zullen langzaam beginnen te knipperen.
Druk nogmaals op de TIME ON knop, de digitale minuten
stoppen met knipperen en de digitale uren beginnen met
knipperen.
Druk op de TIME OFF knop, de digitale minuten op het
beeldscherm beginnen langzaam te knipperen.
22
NL
Cancel:
OPMERKING
Time on en Time off functies kunnen niet op hetzelfde moment worden ingesteld. Als ze gelijk zijn, wordt
de stoptijd automatisch vertraagd met 10 minuten. Als bijvoorbeeld Time on en Time off tegelijkertijd zijn
ingesteld op 01:00 wordt de stoptijd automatisch aangepast tot 1:10.
De Time off functie kan niet alleen worden gebruikt. De knop kan alleen worden gebruikt nadat de tijd is
ingesteld. De gebruiker kan de aan\uit-toets handmatig gebruiken buiten het Timer bereik om.
Druk op de „UP” en „DOWN” knop, u kunt de uren
aanpassen.
Druk op de „UP” en DOWN” knop, u kunt de minuten
aanpassen.
Druk nogmaals op de TIME OFF knop, de digitale minuten
stoppen met knipperen en de digitale uren beginnen met
knipperen.
Stop de bediening voor ongeveer 10 seconden, het knipperen
stopt en de TIME ON + TIME OFF instelling is voltooid.
In de ontgrendelde stand, drukt u op de CANCEL toets
gedurende 1 seconde, de TIME ON + TIME OFF functie
wordt geannuleerd.
23
NL
Power On en Power Off: Druk op Power On/Power Off knop wanneer de bovenstaande instelling is
voltooid en het systeem volgens de instelling loopt. En u drukt simpelweg op dezelfde knop om het te stoppen.
Status Werking
Het alarmcodelicht op het SET TEMP scherm verschijnt en herinnert de gebruiker eraan dat de
omgevingstemperatuur niet aan de operationele omstandigheden van de warmtepomp voldoet (buiten het bereik
van -7 ~ 43C). De gebruiker kan van de Economy Mode naar de E-heating Mode schakelen om een voldoende
hoeveelheid warm water te garanderen. Het apparaat keert automatisch terug naar de pre-status werking,
wanneer de omgevingstemperatuur voldoet aan de bedrijfsomstandigheden van de warmtepomp-modus en het
lichtalarm verdwijnt op hetzelfde moment, zodat het displayscherm weer normaal wordt.
Wanneer omgevingstemperatuur die naar de warmtepomp wordt gevoerd 20 uur continu niet aan niet
de werking van de warmtepomp voldoet (buiten het bereik van -7 ~ 43C), zal de "LA" foutcode worden
weergegeven op het TEMP SET beeldscherm en de ALARM indicator zal tegelijkertijd knipperen om aan te
geven dat de temperatuur niet de prestaties van de warmtepomp haalt. Deze keer en alleen onder deze
omstandigheden kan de E-heating Mode worden ingesteld. Gelieve handmatig over te schakelen naar E-
heating Mode om ervoor te zorgen dat de hoeveelheid en temperatuur van het toegevoerde warme water
voldoende is. Wanneer dit het geval is, zal de foutcode verdwijnen en het indicator alarm stopt met knipperen
en gaat alles terug naar de normale werking.
Fout oplossen
Als sommige fouten plaatsvinden, zal de zoemer om de minuut 3 keer geluid maken en de ALARM indicator
zal snel knipperen. Druk op CANCEL gedurende enkele seconden om de zoemer te stoppen, maar het licht zal
blijven schitteren.
Waarschuwing code voor het niet overeenkomen met de
warmtepomp.
Waarschuwingscode vanwege het niet overeenkomen met de
warmtepomp modus.
Het licht zal knipperen vanwege de fout.
24
NL
De foutcode van het SET TEMP. scherm wordt weergegeven wanneer er een storing plaatsvindt. Het
systeem zal na één minuut een foutcode weergeven. Druk nogmaals op de SET TEMP toets om de temperatuur
op het scherm in te stellen.
Wanneer er een storing plaatsvindt in de Economy Mode, schakelt het systeem naar de E-heater Mode
en gaat verder met werken. Wanneer er een fout optreedt, kan het systeem onder bepaalde omstandigheden
worden gebruikt, maar het kan niet de verwachte efficiëntie bereiken. Neem voor hulp contact op met uw
gecontracteerde leverancier.
Uitleg foutcode (Zie Tabel 4.5-1. )
WAARSCHUWING!
Het deksel van de elektrische verwarming kan alleen worden verwijderd door een technicus, het
niet naleven van deze waarschuwing kan een elektrische schok of andere gevaren veroorzaken.
4.5 Uitleg foutcode
Display
Beschrijving storing
E0
Fout van sensor T5U
E1
Fout van sensor T5L
E2
Tank en bedrade controller communicatie fout
E4
Temperatuursensor verdampingspijp fout
E5
Sensorfout omgevingstemperatuur
E6
Sensorfout temperatuur afvoerpijp
E7
Systeemfout warmtepomp
E8
Elektrische lekkage fout. De controle geeft elektrische lekkage fout bij L, N> 14mA.
E9
TH sensor condensor defect
P1
Systeem hogedrukbegrenzing fout
P2
Temperatuur afvoerleiding te hoog fout
P3
Er is geen stroom in de compressor
P4
Compressor overbelasting fout
P8
Er is geen stroom in de elektrische verwarmer
P9
Bovenste e-heater overbelasting fout
LA
Omgevingstemperatuur is niet geschikt voor de warmtepompen, verander de modus naar
de E-heater mode
De foutcode wordt getoond.
Het licht zal knipperen vanwege de fout.
Druk op de CANCEL knop om de zoemer te stoppen.
25
NL
Tabel 4.5.-1.
Opmerking:
Wanneer u een gebrekkige werking van het apparaat bemerkt, kunt u terecht bij een gecontracteerd servicepunt
of bij onze klantenservice.
5. ONDERHOUD
5.1. Gepland preventief onderhoud uitgevoerd door de gebruiker
WAARSCHUWING!
De handelingen die hieronder worden beschreven kunnen alleen worden uitgevoerd als het apparaat niet
werkt, dus het is uitgeschakeld en de externe schakelaar is ingesteld op “OFF”.
Het wordt aanbevolen om de volgende handelingen ten minste om de twee maanden uit te voeren:
a) veiligheidsventiel: om obturatie te voorkomen en kalkaanslag te verwijderen,moet het
veiligheidsventiel regelmatig worden gebruikt.
b) externe bedekking: schoonmaken met een natte doek gedoopt in een sopje. Gebruik geen
pesticiden, oplosmiddelen of agressieve schoonmaakmiddelen.
5.2. Routinecontrole van waterpomp boiler
Om het aantal mogelijke fouten zoveel mogelijk te beperken en een perfecte en efficiënte werking van
het toestel te verzekeren (dat wil zeggen maximale prestaties naast minimale bedrijfskosten) wordt het
aanbevolen om de per gebied geautoriseerde technicus ten minste elke twee jaar een algemene controle van het
apparaat uit te laten voeren. De geplande preventieve onderhoudswerkzaamheden die worden uitgevoerd door
de servicetechnicus zijn de volgende:
5.3. Technische ondersteuning
Controleer voordat u contact opneemt met het servicecentrum of de per gebied geautoriseerde technicus
of de fout is veroorzaakt door unieke omstandigheden, zoals bijvoorbeeld, een tijdelijke stroomonderbreking of
een afgesloten waterleiding.
In het geval van reparatie mogen uitsluitend originele onderdelen worden gebruikt, en elke vorm van
reparatiewerkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd door een gekwalificeerde technicus. Als u deze
aanbevelingen niet opvolgt is dit een bedreiging voor de veiligheid van het apparaat en vervallen de
verantwoordelijkheden van de fabrikant.
T3: Pijp temperatuursensor
T4: Omgevingstemperature sensor
T5L: Tank temperatuuresensor
(onderste)
TSU: Tank temperatuursensor
(bovenste)
TP: Afgeven temperatuur sensor
TH: Luchtterugvloeiing temperatuur
sensor
Water tank
Pressure switch
Compressor
Compressor
Electric heating
Control panel
26
NL
5.4. Verwijdering van boiler
Het apparaat bevat koelgas van het type R134a, dat niet mag worden uitgestoten in de atmosfeer. Als de
boiler voor een langere tijd buiten werking is gezet, zorg er dan voor dat alleen gekwalificeerde technici
zorgdragen voor de verwijdering van het apparaat. Het product voldoet aan de EU richtlijn nr.
2002/96/EG.
Het doorgehaalde vuilnisbak symbool weergegeven op het gegevenslabel van het apparaat betekent dat
wanneer het product het einde van zijn levenscyclus bereikt, het moet worden gescheiden van het huishoudelijk
afval en het moet vervoerd worden naar een stortplaats gewijd aan elektrische of elektronische apparaten of het
moet worden getransporteerd naar de gecontracteerde distribiteur als de gebruiker een nieuw product koopt van
hetzelfde type. Het is de taak van de gebruiker om het gedemonteerde apparaat te transporteren naar een
adequate stortplaats. Een goede en gescheiden inzameling van het gedemonteerde apparaat en de vervolgens
eco-geschikte recycling, verwerking en verwijdering dragen bij tot het voorkomen van schadelijke effecten aan
het milieu en de menselijke gezondheid, en dus ondersteunen ze recycling van materialen die geïncorporeerd
zijn in het product.
TECHNISCHE INFORMATIE VOOR INSTALLATIETECHNICI
6. NUTTIGE AANBEVELINGEN
6.1. Kwalificatie van installatietechnici
WAARSCHUWING!
Ingebruikname en de eerste opstart van het toestel kan alleen worden uitgevoerd door een
technicus volgens alle daarmee verband houdende effectieve regelgeving of wettelijke vereisten of
vereisten die door lokale overheden en volksgezondheid organisaties worden gegeven.
De warmtepompboiler bevat R134a koelmiddel in een hoeveelheid voldoende voor de werking. De
koelvloeistof is niet schadelijk voor de ozonlaag van de atmosfeer, het is niet brandbaar of explosief, maar
alleen het bevoegd personeel mag onderhoud of reparatiewerkzaamheden aan het koelcircuit uitvoeren, met
behulp van een adequate uitrusting.
6.2. Gebruik van de installatie, gebruik en onderhoudshandleiding
WAARSCHUWING!
Onjuiste installatie kan leiden tot persoonlijk letsel of verwondingen bij dieren of schade aan
voorwerpen. De fabrikant neemt geen enkele verantwoordelijkheid voor dit soort letsel of schade.
De persoon die de installatie of inbedrijfstelling van het apparaat uitvoert is verplicht om te voldoen
aan de instructies van deze handleiding. Nadat de installatie is voltooid, wordt de persoon die de installatie
heeft uitgevoerd verplicht om de gebruiker te informeren en te trainen op de werking van de boiler en op de
goede uitvoering van de werkzaamheden.
6.3. Controle van warmtepompboiler
Volg tijdens de behandeling van het apparaat of het openen van de verpakking de instructies zoals
uitgelegd in paragraaf 1.4 en 1.5 van hoofdstuk ALGEMENE INFORMATIE zorgvuldig op.
Controleer tijdens het verwijderen van de verpakking of het apparaat intact is en of alle benodigde onderdelen
in het pakket zijn inbegrepen.
6.4. Veiligheidsmaatregelen
De verklaring van de symbolen in de tabel hieronder worden in detail beschreven in paragraaf 1.3,
hoofdstuk ALGEMENE INFORMATIE.
waarschuwing
gevaar
1.
Bescherm verbindingspijpen en bedrading
tegen alle mogelijke beschadiging.
Gevaar voor elektrische schokken
veroorzaakt door het aanraken van de
onderdelen onder spanning.
Overstroming veroorzaakt door water dat
uit de beschadigde buizen lekt.
27
NL
2.
Zorg ervoor dat de locatie, installatie en elk
system dat is aangesloten op het apparaat
volledig voldoet aan alle relevante regulering
Elektrische schok veroorzaakt door het
aanraken van onderdelen die onjuist zijn
geïnstalleerd of die onder spanning staan
Beschadiging van het apparaat veroorzaakt
door onjuiste inbedrijfneming.
3.
Gebruik gereedschappen en apparatuur dat
geschikt is voor de taak (het is vooral
belangrijk om ervoor te zorgen dat de
gereedschappen niet versleten zijn, hun
handvatten intact en goed bestand zijn).
Gebruik gereedschappen en apparatuur op de
juiste manier, zodat ze niet van boven naar
beneden kunnen vallen. Zet de
gereedschappen en apparatuur na gebruik
terug op hun plaats.
Persoonlijk letsel veroorzaakt door
vallende spaanders of rommel, het
inademen van stof, slaan, snijden of
gestoken verwondingen, blauwe plekken.
Beschadiging van het apparaat zelf of
nabijgelegen objecten veroorzaakt door
vallende spaanders, slaan of snijden
4.
Gebruik elektrische apparatuur dat geschikt
is voor het werk. Gebruik de apparatuur goed.
Geen voedingsdraden moeten worden gelegd
in de passages. De apparatuur mag niet van
boven naar beneden vallen. Koppel ze los van
het energiesysteem en leg ze na gebruik terug
op hun plaats.
Persoonlijk letsel veroorzaakt door
vallende spaanders of rommel, het
inademen van stof, slaan, snijden of
gestoken verwondingen, blauwe plekken.
Beschadiging van het apparaat zelf of
nabijgelegen objecten veroorzaakt door
vallende spaanders, slaan of snijden
5.
Onderdelen moeten worden gereinigd
volgens de instructies op het
veiligheidsinformatieblad van het gebruikte
product, naast het luchten van de locatie en
het dragen van beschermende kleding.
Vermijd het mengen van verschillende
producten en bescherm het apparaat en de
omringende objecten.
Persoonlijk letsel veroorzaakt door
verwondingen veroorzaakt door zure
stoffen die de huid aanraken of de ogen;
inhalatie of inslikken van schadelijke
chemicaliën
Beschadiging van het apparaat zelf of
nabijgelegen objecten veroorzaakt door
het corrosieve effect van zure materialen.
6.
Zorg ervoor dat draagbare ladders veilig
worden geplaatst en dat zij voldoende
resistent, de treden intact en niet glad zijn.
De ladder mag niet worden verplaatst
wanneer er iemand op staat. Een persoon
moet altijd toezicht houden op de
activiteiten.
Lichamelijk letsel veroorzaakt door het
naar beneden vallen of door het toevallige
sluiten van de staande ladder.
7.
Zorg ervoor dat er voldoende hygiënische
omstandigheden bestaan met inachtneming
van verlichting, ventilatie en stabiliteit van
de desbetreffende omgeving van de plaats
van het werk.
Persoonlijk letsel veroorzaakt door impact,
vallen, etc.
8.
Draag beschermende kleding en uitrusting
tijdens elke fase van het werk.
Lichamelijk letsel als gevolg van
elektrische schokken, vallende spaanders
of rommel, stof inademen, schudden,
gesneden of gestoken verwondingen,
blauwe plekken, lawaai of trillingen.
9.
Elke bewerking die moet worden uitgevoerd
binnen het apparaat moet worden uitgevoerd
met de nodige voorzichtigheid, om
plotselinge aanraking van scherpe delen te
Persoonlijk letsel veroorzaakt door snijden
of gestoken verwondingen, blauwe
plekken.
28
NL
vermijden.
10.
Voordat u met het apparaat werkt, ontlaad
dan alle onderdelen die warm water kunnen
bevatten. Indien nodig, door middel van het
afvoeren van het water.
Brandplekken
11.
Monteer elektrische aansluitingen met
draden van voldoende grootte wat betreft
doorsnede.
Brand als gevolg van oververhitting ten
gevolge van ondermaatse elektrische
bedrading.
12.
Zorg voor voldoende adequate
beschermende materialen voor alle gebieden
rond het toestel en het werkgebied.
Beschadiging van het apparaat zelf of
nabijgelegen objecten veroorzaakt door
vallende spaanders, slaan en snijden
13.
Ga voorzichtig om met het apparaat en
gebruik beschermende hulpmiddelen.
Beschadiging van het apparaat zelf of
nabijgelegen objecten veroorzaakt door
vallende spaanders, slaan en snijden of
kneuzing.
4.
Organiseer alle materialen en apparatuur op
een manier die een gemakkelijke en veilige
bediening verzekeren, vermijd het
opeenstapelen van materialen die om kunnen
vallen.
Beschadiging van het apparaat zelf of
nabijgelegen objecten veroorzaakt door
het schudden, slaan, snijden of kneuzing.
15.
Stel alle veiligheids-en controle functies die
betrokken zijn bij de werkzaamheden
uitgevoerd op het apparaat in op standaard
en zorg ervoor dat deze goed functioneren
voordat u het apparaat opnieuw opstart.
Schade of uitschakeling van het apparaat
vanwege een ongereguleerde actie.
7. INBEDRIJFSTELLING
WAARSCHUWING!
Volg de algemene waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften die in het vorige hoofdstuk werden
genoemd op en volg ze strikt op.
7.1. Plaatsing van boiler
WAARSCHUWING!
Voordat u begint met de installatie, zorg er dan voor dat de voorgenomen locatie van de boiler aan de
volgende eisen voldoet:
Het dient te worden geïnstalleerd op een plaats die groter is dan een vloeroppervlak van 8 m². Plaats het
apparaat niet op een plaats die in gunstige voorwaarden kunnen voorzien in het ontstaan van ijs. Plaats
het apparaat niet op een plaats waar een ander apparaat werkt dat lucht nodig heeft om te werken
(d.w.z. gasoven, een boiler die werkt op gas, enz.) Het is niet toegestaan om de boiler buitenshuis
gebruiken of op een plaats blootgesteld aan regen.
d) Om een adequate werking van het toestel te verzekeren en het onderhoud te vergemakkelijken, moet de
gekozen plaats passende veiligheidsafstanden hebben, gemeten vanaf de muren en het plafond
(Afbeelding 7.1.-1 en 7.1-2.)
e) Bevestiging van voeten: Zorg ervoor dat de vloer voldoende vlak is en beschikt over de vereiste
stabiliteit. Met de hulp van het "boor frame" (gebruik handleiding), stelt u de positie van de voeten in,
rekening houdend met maten aangegeven op afbeeldingen 7.1.-1, en 7.1.-2. van de
gebruikshandleiding. Monteer de 3 voet bevestigensitems aan het apparaat met schroeven van M8
grootte en boor het anker in de vloer (minimum M8x75), terwijl de voet vaststelling wordt
gepositioneerd volgens afbeelding 7.1.-3. Bevestig de instelbare voetjes van het apparaat op een afstand
van min. 26 mm (zie afbeelding 7.1.-4.) Duw het apparaat in de richting van de voetbevestiging die
vastgeschroefd is op een manier dat de instelbare voeten worden geraakt in de open insteeksloten van
29
NL
de voetenbevestiging (afbeelding 7.1.-5.).
Als het apparaat wordt gebruikt zonder dat de poten zijn vastgezet, kan het omvallen. In dat geval
zal de fabrikant niet aansprakelijk kunnen worden gesteld voor enige ontstane schade.
Afbeelding 7.1.-1.
Afbeelding 7.1.-2.
Luchtinlaat
Beeldscherm
Luchtuitlaat
Beschermrooster
30
NL
Afbeelding 7.1.-3.
Afbeelding 7.1.-4.
Afbeelding 7.1.-5.
m) De gekozen locatie moet klaar zijn om een afvoeropening voor condenswater te huisvesten, aangesloten
op het bovenste deel van het apparaat met een flexibel circuit.
n) Zorg ervoor dat de locatie van de werking en elektrische en hydraulische systemen waar het toestel
31
NL
wordt aangesloten volledig voldoet aan alle relevante regelgeving.
o) De gekozen plaats moet een (of kunnen huisvesten) eenfasig 230 V ~ 50 Hz externe schakelaar hebben.
p) Volgens de definities van de relevante regelgeving, moet de geselecteerde locatie voldoen aan
beschermingsklasse IP (bescherming tegen het binnendringen van vloeistoffen).
q) Stel het apparaat niet bloot aan zonlicht, ook niet via een raam.
Het apparaat mag niet worden blootgesteld aan de effecten van bijzonder agressieve materialen, d.w.z.
zure gassen, omgeving verzadigd door stof of gas.
Het apparaat mag niet direct worden gemonteerd op een telefoonlijn zonder overspanningsbeveiliging.
r) Het apparaat moet zo dicht mogelijk worden geplaatst en bediend bij de gebruikspunten om de
verspreiding van warmte langs de pijpleiding te beperken.
s) Adequaat elektrisch energiesysteem, waterleiding en riolering moet worden gewaarborgd op de locatie
van de operatie (afvoerputje).
t) Om warmteverlies door de warmwaterleiding te verminderen, installeert u het apparaat in de buurt van
de locaties die warm water gebruiken. In het geval van grotere afstanden, is het belangrijk om de
warmwaterleiding uit te rusten met warmte-isolatie.
u) Niet-gebruikte aansluitingen van de boiler moeten worden gesloten en voorzien van warmte-isolatie.
v) Bekijk maatdiagrammen (Afbeelding 2.8.-1.)
7.2. Manieren om leidingen aan te sluiten
Afbeelding 7.2.-3.
Luchtuitlaat
Luchtinlaat
32
NL
Afbeelding 7.2.-2.
Luchtinlaat en luchtuitlaat zijn aangesloten op het kanaal. A + B 10 m
Omschrijving leiding
Kanaal grote
Omvang
(mm)
Lineaire
drukval
(PA / m)
Lengte rechte
lijn
Gebogen
drukval
(PA / m)
Gebogen
kwaliteit
Rond kanaal
190
2
10
2
5
Rechthoek
kanaal
190x190
2
10
2
5
Opmerking: Het is beter om het luchtkanaal te verbinding met de luchtuitlaat dan de luchtinlaat.
Opmerking: Door de werking met het luchtkanaal gaat een deel van de luchtstroom en warmtepomp capaciteit
in het systeem verloren.
Luchtuitlaat
Luchtinlaat
33
NL
Afbeelding 7.2.-3.
Luchtinlaat is niet aangesloten op het luchtkanaal, maar luchtuitlaat is verbonden met luchtkanaal A 10 m
Aanbeveling: Gebruik het in het geval van een warmteoverschot of in de winter in het geval van een
warmteoverschot in de binnenruimte.
Afbeelding 7.2.-4.
Luchtinlaat is aangesloten op het luchtkanaal, maar luchtuitlaat is niet verbonden met luchtkanaal A10m
Aanbeveling: Het gebruik van deze verbindingsmanier in de zomer verfrist de lucht van de binnenruimte.
Luchtinlaat
Luchtuitlaat
Luchtuitlaat
Luchtinlaat
34
NL
Opmerking
c) Door de verbinding met luchtkanaal gaat een deel van de luchtstroom en warmtepomp capaciteit in het
systeem verloren.
d) Indien de luchtuitlaat van het apparaat is aangesloten op het canvas luchtkanaal, kunnen er buiten het
canvas luchtkanaal condens druppels worden geproduceerd tijdens de werking van het apparaat. Zorgt u
alstublieft voor afvoer van condenswater. In dit geval is het raadzaam om de isolatielaag buiten het
luchtkanaal te monteren.
Afbeelding 7.2.-5.
Ingebruikname van de HB300 (C) boiler in een gesloten ruimte.
Het is verboden om de HB300 (C) boiler buiten te gebruiken of bloot te stellen aan regen of vocht.
Afbeelding 7.2.-6.
Als de HB300 (C) boiler is aangesloten op het luchtkanaal dat tot buitenshuis rijkt, moet betrouwbare
waterbestendige bescherming voor het luchtkanaal worden gewaarborgd, om te voorkomen dat er regenwater in
het apparaat komt.
Afdak tegen weersomstandigheden
Regen
Regen
35
NL
Afbeelding 7.2.-7.
Afbeelding 7.2.-8.
Filter installatie voor de luchtinlaat van het apparaat. Als het apparaat is aangesloten op een luchtleiding, moet
een filter worden aangebracht op de luchtinlaat van het luchtkanaal.
Het filter moet worden gemonteerd
door de gebruiker van het apparaat,
de maaswijdte is ongeveer 1,2 mm.
Filter
Luchtuitlaat
Luchtinlaat
Filter
36
NL
Afbeelding 7.2.-9. Afbeelding 7.2.-10.
Installeer het apparaat op een horizontale vloer om het condenswater continu te laten weglopen,. Indien dit niet
mogelijk is, zorg er dan voor dat de afvoerventilatie op de laagst mogelijke plaats staat. Het wordt aanbevolen
om het apparaat zodanig te plaatsen dat de hoek tussen het apparaat en een verticale lijn niet meer is dan 2°.
7.3. Verbinding pijpleiding
Het is verboden om het apparaat te verbinden met een slang. Gegalvaniseerde stalen buis, kunststof
leidingsystemen en koperen buizen kunnen worden gebruikt om de koud of de warmwaterleiding te monteren.
In geval van een koperen buisverbinding, is het gebruik van tussenstukken met isolatiemateriaal verplicht.
Het pakket van tussenstukken gedistribueerd door Hajdu Zrt. worden verkocht met 2 items in de
gecontracteerde winkels van Hajdu Zrt. en in de algemene winkels. Eén van de tussenstukken moet rechtstreeks
worden gemonteerd aan de warmwaterleiding van de tank, terwijl de andere moet worden gemonteerd tussen de
fittingen en het reeds gemonteerde koperen waterleiding systeem.
In het geval van verbindingen, zonder tussenstukken, zal de garantie op het apparaat ongeldig worden
verklaard.
HET IS LEVENSGEVAARLIJK EN DAARDOOR IS HET VERBODEN OM DE WATERTANK EN
DE WARMTEWISSELAAR TE GEBRUIKEN ONDER EEN DRUK HOGER DAN DE TOEGESTANE
(0,7 MPa)!
Tijdens aansluiting op het waterleidingsysteem, is het verplicht om u volgens Afbeelding 7.3. -1 aan de
werkvolgorde van de fittingen te houden. Omdat een goede werking van het apparaat hiervan afhankelijk is.
Afvoer
Afvoer
37
NL
Afbeelding 7.3.-1.
De gecombineerde veiligheidsklep moet worden aangesloten op de koud water aftakking gezien de
stromingsrichting aangegeven door de pijl. De maximale afstand tussen het apparaat en de klep is 2 m, en twee
bochten (boog, knie) zijn toegestaan. Het apparaat moet worden uitgerust met een veiligheidsventiel
gecontroleerd voor een werkdruk van max. 7 bar. De veiligheidsklep moet direct worden gemonteerd voor de
tank op de koud waterleiding aansluiting, in een vorstvrije omgeving. De afvoerleiding moet zodanig worden
aangesloten op de veiligheidsklep dat het altijd naar beneden is gericht en in een vorstvrije staat verkeerd. De
toevoerdruk van inkomend koud water mag niet meer dan 5,25 bar zijn met een werkdruk van 7 bar. Bij een
afsluiter met lagere drukwaarden, moet maximale voedingsdruk worden vastgesteld voor de mini-maxi
tolerantiegrenzen van de veiligheidsklep. Indien deze waarde wordt overschreden, moet er een
drukverlagingsapparaat voor de veiligheidsklep worden geplaatst.
De veiligheidsklep is geen accessoire van het apparaat.
HET IS VERBODEN OM EEN WATERPIJPLEIDING FITTING TE PLAATSTEN TUSSEN DE
KLEP EN HET APPARAAT.
Voor de montage van het ventiel moet de koude waterleiding grondig worden gespoeld, om eventuele
schade als gevolg van eventuele vervuiling te voorkomen. De gecombineerde veiligheidsklep bevat een een-
weg klep. Daarom is het niet nodig om een afzonderlijke eenrichtingsklep monteren. Tijdens het verwarmen,
moet het overbodige water via de afvoerleiding vertakking van het gecombineerde veiligheidsventiel lekken.
Bij de installatie van de klep moet men er op letten dat dit lekken zichtbaar blijft.
HV
- Koud water
MV
- Heet water
E
- Elektrische verwarming
HB
- Verwarming middel inlaat van de
warmtewisselaar of externe
warmtewisselaar (in het geval van type
HB300C)
HK
- Verhittingsmiddel uitlaat van
warmtewisselaar of externe
warmtewisselaar (bij type HB300C)
C
- Circulatieleiding tak
KK
- Condens afvoer
1
- Afsluiter
2
- Manometer
3
- Drukreduceerventiel (alleen
boven waterpijpleiding druk
boven 0,6 MPa)
4.
- Y filter
5
- Gecombineerd
veiligheidsventiel
6
- Afvoertrechter (in
afvalwater, riolering)
7
- Afvoerklep
8
- Kraan (met douche)
9
- Kraan
10
- Eenrichtingsventiel
38
NL
HET IS VERBODEN OM DE AFVOERLEIDING VERTAKKING TE DICHTEN OF OM HET
LEKKENDE WATER AF TE VOEREN OP EEN ONZICHTBARE MANIER
INDIEN de pijpleiding systeemdruk hoger is dan de waarde van 0,6 MPa alleen tijdelijk - moet een
drukreductieventiel gemonteerd worden voor de boiler, ter plaatse van punt
Nr. 3 zoals in Afbeelding 7.3.-1 is aangegeven. Bij een niet goed functionerend drukreduceerventiel zal naast
verwarming onder deze druk de veiligheidsklep lekken. Het is de taak van de gebruiker om het reduceerventiel
te kopen en te monteren. Als de gecombineerde veiligheidsventiel verbonden is aan de boiler moet - om de
boiler te legen - een afvoerkraan of ventiel worden gemonteerd op de koude waterleiding van het apparaat, door
het toevoegen van een standaard T-vormige fitting. Het is de taak van de gebruiker om dit ventiel (kraan) aan te
schaffen.
Een willekeurig aantal kranen en taps kunnen worden gemonteerd op de boiler. Het is logisch om het
terugstromen van het hete water door de uitlaat naar de koude waterleiding te blokkeren door de montage van
een eenrichtingsventiel in de koudwaterleiding van de kraan te monteren. Een afsluitventiel dient voor de
fittingen geplaatst te worden in de koude waterleiding die naar de tank leidt (gecombineerde veiligheidsventiel,
eenrichtingsventiel, etc.). Met behulp van dit afsluitventiel kan zowel de boiler als de water pijpleiding
hulpstukken worden losgekoppeld van het waterleiding systeem (in geval van storing of
onderhoudswerkzaamheden).
7.4. Elektrische verbinding
1. De boiler mag alleen worden aangesloten op de elektrische installatie door middel van een
permanente verbinding. Het is verboden om een stopcontact te gebruiken.
2. De stroom van de elektrische installatie moet worden aangesloten op de boiler door een meerpolige
scheidingsinrichting, met ten minste 3 mm afstand tussen alle polen.
3. De vereiste diameter per snoer van de elektrische systeem kabel met 3 draden is: 2,5 mm2 - 4 mm2,
afhankelijk van de prestaties zoals beschreven op de gegevenstabel.
De kabels geschikt voor aansluiting op de elektrische installatie zijn:
Adequaat type: H0 5VVF
H0 5RRF
Aansluiting met draad beschermbuis is niet toegestaan.
4. De verbindingsdraad en de draad met groen/gele kleur moet worden aangesloten op het aansluitblok. De
plastic draad wiel voorzien van een etiket op het onderste deel van het deksel van de fitting blok moet worden
uitgebroken. ("uitbreken om verbinding te maken"). De overhang van de rubberen draad, die in de zak aan het
apparaat is geplaatst, moet worden doorgesneden, daarna moet de draad worden gehecht aan de elektrische
installatie. De verbindingsdraad moet worden aangesloten in het aansluitblok van de linkerkant volgens fase
label (L, N, ). De draad vaststelling en de gebogen klem moeten uiteindelijk worden vastgezet, daarna moet
de het rubberen draad wiel worden aangebracht aan het onderste horizontale vlak van het afdekframe op een
wijze dat de elektrische onderdelen beschermd zijn tegen mogelijke watertoevoer nadat de montage is afgedekt.
Afbeelding 7.4.-1. toont het elektrisch aansluitschema van de boiler, dat ook te zien is op het deksel van de
behuizing van de fitting.
39
NL
Afbeelding 7.4.-1.
HET IS VERBODEN OM MET DE BOILER TE WERKEN ZONDER BESCHERMENDE AARDING.
De beschermende aarding moet voldoen aan de instructies van de Hongaarse standaard IEC 60364.
7.5. Eerste start
Controleer de volgende zaken voordat u het apparaat opstart:
Adequate installatie van het apparaat;
Adequate connectie van waterleidingen en elektrische bedrading;
Of het lekken van de koelleiding is getest;
Efficiënte water afvoerpijp.
Volledige isolatie bescherming;
Adequate aarding;
Adequate krachtbron;
Er geen belemmering voor de luchtinlaat en luchtuitlaat is;
Er is geen lucht in de waterleiding en alle ventielen staan open;
Efficiënte elektrische beveiliging tegen lekken is in werking;
Water inlaatdruk is voldoende (≥ 0,15 MPa)
Na het aansluiten op de waterleiding en het elektriciteitsnet, moet de boiler worden gevuld met water
van het huiselijke waterleidingnet. De tank moet met water worden gevuld vóór het inschakelen van de
verwarming. Open het warm water ventiel van de kraan tijdens het vullen van de tank met water, terwijl alle
andere ventielen gesloten blijven. Open vervolgens het afsluitventiel gemonteerd in de koudwaterleiding
(Afbeelding 7.3 1., item Nr. 1.). De tank is gevuld wanneer het water door de kraan loopt. Voor spoel
doeleinden, moet het water een aantal minuten doorlopen, dan kunt u het ventiel van het warme water sluiten.
CONTROLEER ALSTUBLIEFT SAMEN MET EEN TECHNICUS DE EERSTE VERHITTING
Bekijk de buisleidingen om te beslissen of verbindingen van randen en fittingen lekken of niet - en draai
ze indien nodig voorzichtig aan. Het apparaat kan alleen na deze controle op het elektriciteitsnet worden
aangesloten. Om de warmtepomp van de boiler in te schakelen in een modus, drukt u op de ON/OFF toets op
het bedieningspaneel. Volg de instructies van hoofdstuk 4 voor het instellen van de klok en andere parameters
of programma's.
VOOR HET PERSONEEL BEVOEGD OM ONDERHOUD UIT TE VOEREN
8. ONDERHOUDSVOORSCHRIFTEN
WAARSCHUWING!
Volg de algemene waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften die in het vorige hoofdstuk zijn genoemd
strikt na.
Eventuele werkzaamheden en activiteiten moeten worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel
(dus ze moeten die kennis bezitten die vereist is door de huidige regelgeving).
WAARSCHUWING!
Het apparaat moet altijd worden uitgeschakeld voor reparatie of onderhoud, en de externe schakelaar
moet worden omgezet in de "OFF" positie.
40
NL
8.1. Ontlading apparaat
Waterafvoer kan worden uitgevoerd door de (kraan) gemonteerd voor de boiler of door aan het gecombineerde
veiligheidsventiel van de knop te draaien in de richting van de pijl door de water afvoerbuis. Voor waterafvoer,
moet de pijplijnverbinding en koud water kraan zijn gesloten, terwijl de heet water kraan tijdens waterafvoer
geopend moet blijven.
ATTENTIE! ER KAN WARM WATER UITLOPEN TIJDENS DE WATER DRAINAGE!
Wanneer u merkt dat het water lekt of een storing bemerkt aan de binnenkant van het apparaat, koppel het
apparaat dan onmiddellijk los van het waterleiding systeem met behulp van het afsluitventiel.
8.2. Opslag en gecombineerd veiligheidsventiel
Om voor een veilige werking te zorgen, is het logisch u zo nu en dan (in elk jaar) te wenden tot een
loodgieter om het toestel en de correcte werking van het gecombineerde veiligheidsventiel te controleren.
Bovendien is het aan te raden om elke maand of elke twee maanden het ventiel uit te blazen in de richting
aangegeven door de pijl via de blow off knop van het veiligheidsventiel. Zo wordt de ventielzitting gereinigd
van eventuele verontreiniging (zandkorrels, kalkaanslag, etc.).
8.3. Actieve anode
Naast emaillen bedekking wordt de hele water tank beschermd tegen corrosie, dus is het essentieel dat
de tank altijd een actief anode van voldoende grootte bezit. Daarom moet de staat van de actieve anode om de
twee jaar door een gecontracteerde service winkel worden gecontroleerd. Dit is ook een voorwaarde voor
extra garantie met betrekking tot de tank (zie de commerciële garantie). Als de diameter van de anode krimpt
tot ca. 10 mm, moet het worden vervangen.
Het is uiterst belangrijk dat de actieve anode goed contact heeft met de tank. Daarom moet bij het
monteren van een nieuwe anode of bij andere reparaties, de verbinding met de actieve anode en de
aardingsschroef op een manier worden uitgevoerd die de elektrische verbinding goed leidt.
8.4. Kalkaanslag verwijderen
Afhankelijk van de kwaliteit van het water, kan kalkafzetting optreden op de warmtewisselaar of in de
tank. De kalkaanslag op de verwarming vermindert de verwarmings efficiëntie. Dus is het noodzakelijk om de
boiler om de twee jaar te ontkalken.
Het is ten strengste verboden om scherpe metalen voorwerpen of zuur te gebruiken om de kalkafzetting
te verwijderen op de warmtewisselaar, het deksel en de fittingen. Gebruik reinigingsmiddelen en
kalkverwijderaar die in de handel verkrijgbaar zijn.
Kalk kan handmatig worden verwijderd uit het inwendige deel van de tank door de opening van de
fitting. Het is logisch om de tank te spoelen met water nadat de kalk verwijderd is.
8.5. Preventie van vorstschade
Indien de temperatuur daalt tot onder het vriespunt op de plaats van de boiler, moet de verwarming van
de tank niet worden uitgeschakeld of de tank moet worden afgevoerd in periodes van vorstgevaar.
8.6. In het geval van indirecte verwarming
BEVEILIGING TEGEN OVERHITTING MOET WORDEN UITGEVOERD DOOR INDIRECTE
VERWARMINGSAPPARATUUR!
8.7. Luchtfilter
Reinig het luchtkanaal elke maand, omdat deze invloed heeft op de
verwarmingsprestaties!
Indien het filter direct is gemonteerd in de luchtinlaat (d.w.z. luchtinlaat is niet met luchtkanaal
verbonden), kan demontage en de reiniging van het filter worden uitgevoerd op de volgende wijze: de
luchtinlaat sluitring moet linksom gedraaid worden, het filter moet worden verwijderd en perfect worden
schoongemaakt en daarna moet het worden teruggezet op zijn plaats.
41
NL
8.8. Uitschakelingen niet veroorzaakt door fouten
a) 3-minuten bescherming
Wanneer het apparaat onder spanning staat, moet men 3 minuten wachten om de compressor te
beschermen tegen onmiddellijke opstart na uitschakeling.
b) Als het apparaat een zelfbescherming mechanisme lanceert en wordt afgesloten, controleer
dan het volgende:
Als het systeem lampje gaat branden, kan het gebeuren dat het apparaat niet voldoet aan alle voorwaarden
voor systeem opstarten wanneer het inschakelen heeft plaatsgevonden. Men moet ook controleren of de
luchtinlaat of luchtuitlaat niet geblokkeerd is en of geen sterke tocht de luchtuitlaat bereikt.
c) Ontvriezing
De verdamper kan bevriezen in een natte en koude omgeving, en dat kan de waterverwarmingsprestaties
verminderen. Als dit gebeurt, stopt het apparaat met het verwarmen van water en gaat het over in ontvriezen en
begint daarna met het verwarmen van water.
Tijdens het ontvriezen, stopt de ventilator, het vier-richtingen ventiel, draait de stroming en de compressor blijft
continu in bedrijf.
Ontvriezen kan 3 minuten tot 10 minuten duren, afhankelijk van de externe omgeving en de vorst.
d) Temperatuur beeldscherm
Wanneer het apparaat stopt, is temperatuur daling als gevolg van de vrijkomende warmte heel normaal. Het
systeem wordt automatisch gestart na een terugval naar een zekere warmte graad.
Tijdens het verwarmen van water, kan de aangegeven temperatuur van het water voor een tijdje worden
verlaagd of het kan niet hoger worden als gevolg van warmte-uitwisseling van het water. Wanneer de tank de
ingestelde temperatuur volledig bereikt, stopt het apparaat automatisch.
8.9 Fouten en oplossingen
Storing
Reden
Oplossingen
Het afvoerwater is
koud is. Het
beeldscherm is donker.
Controleer of voeding aanwezig is;
Uitvoerwater is gezet op een lage
temperatuur;
Uitgaande temperatuur van de
watercontroller is beschadigd; Printplaat
van indicatie indicator is beschadigd;
Stel het uitgaande water in op een
hogere temperatuur. Neem contact op
met de technicus.
Geen heet water uit de
afvoerbuis.
Kraanwater is afgesloten;
Waterdruk is te laag; Inlaatklep is
gesloten.
Het zal weer normaal worden nadat
het water geleverd is; Gebruik het
wanneer de druk groter is; Open de
inlaat waterklep.
Water lekkage
De lasnaden van de pijplijn zijn niet goed
gesloten.
Controleer en dicht alle lasnaden.
8.10 Zelfbeschermende mechanismen van het apparaat
a) Vanwege zelfbescherming, wordt het apparaat uitgeschakeld, begint het met een auto-check en
herstart wanneer de defensieve mechanismen in werking zijn gesteld.
b) Tijdens de lancering van zelfbescherming, zal de zoemer om de minuut geluid maken en de
ALARM-indicator snel knipperen, de foutcode en de watertemperatuur worden na elkaar
weergegeven. Druk gedurende 3 seconden op CANCEL om het alarm te stoppen. De
zelfbeschermingsmechanismen lossen het oplossen op en de foutcode verdwijnt van het
beeldscherm.
c) Het apparaat zal haar eigen beschermende mechanismen lanceren onder de volgende
omstandigheden:
c.1) Luchtinlaat of luchtuitlaat wordt geblokkeerd;
c.2) De verdamper is bedekt met te veel stof;
c.3) De stroombron is onvoldoende (dat groter is dan het spanningsbereik van 230 V(±10%))
42
NL
OPMERKING
Bij zelfbescherming van het apparaat moet het handmatig worden losgekoppeld van de stroomvoorziening
en handmatig worden gestart na het oplossen van de fout.
1) Watertemperatuur beeldscherm
1.a) De watertemperatuur gegevens hebben betrekking op water in het bovenste gedeelte van de tank (boven
1/4), die wordt gebruikt door de gebruiker, maar het omvat niet al het opgeslagen water.
1.b) De 6 indicatoren weergegeven naast de watertemperatuur gegevens meten de temperatuur van het
onderste deel van het water. Wanneer de watertemperatuur hoger is dan 50C lichten blauwe en gele indicators
op. Wanneer de watertemperatuur 60C is, lichten de blauwe, gele en rode lampjes op, wanneer alle gekleurde
indicatoren oplichten is het water op de gewenste temperatuur.
1.c) Tijdens watergebruik kan het gebeuren dat de temperatuur van het onderste gedeelte van het water
afneemt terwijl het bovenste gedeelte nog steeds hoog is. Het apparaat start dan de verwarming van het onderste
deel. Dit wordt beschouwd als normale werking.
2) Fout zoeken
3) In het geval van een veel voorkomende fout, schakelt het apparaat over op stand-by-modus en blijft
buiten werking, maar op een lagere efficiëntie dan daarvoor. Neem contact op met een technicus.
3.a) In het geval een van ernstige fout, kan het systeem niet verder werken. Neem contact op met een
technicus.
3.b) In het geval van het optreden van fouten zal de zoemer elke tweede minuut geluid maken, de ALARM
indicator zal snel knipperen, de ALARM-indicator brandt en de foutcode en de temperatuur van het water
worden na elkaar weergegeven op het beeldscherm. Om het alarm uit te schakelen drukt u gedurende drie
seconden op de CANCEL toets!
4) Herstart na een lange uitschakeling
Wanneer het apparaat opnieuw wordt opgestart na voor een langere periode uitgeschakeld te zijn geweest
(inclusief pilot mode), is het duidelijk dat het uitgaande water niet schoon is. Nu moet de kraan worden
opengehouden en het uitstromende water zal snel schoon worden.

Documenttranscriptie

1 EN, FR, NL Installation, usage and maintenance manual Manuel de mise en service, d'opération et d'entretien Handleiding installatie, gebruik en onderhoud HP300 HP300C Heat Pump Hot Water Tank Warmtepompboiler Ballon thermodynamique 1221112961 / 02 2 NL Inhoud 1. 1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5. Introductie 4. Algemene informatie 4. Toepassingsgebied Instructies en technische normen Verklaring van toegepaste symbolen Inhoud van de verpakking Vervoer en behandeling 4. 4. 4. 5. 5. 2. Technische eigenschappen 5. 2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5 2.6. 2.7. 2.8. 2.9. 2.10. 6. 6. 6. 8. 8. 8. 8. 9. 10. 11. 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. Werkingsprincipe Uitleg werking Waterverwarming methodes Uitleg van werking waterverwarming Modus selectie Constructiekenmerken Naam van onderdelen Totale afmetingen Stroomkring controleschema van warmtepompboiler Overzichtstabel van de technische gegevens Nuttige aanbevelingen (Gebruiks-en onderhoudsinstructies voor gebruikers) Eerste installatie Instructie en garantie Aanbevelingen Veiligheidsmaatregelen 4. Gebruiksinstructies 15. 3. 4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5. 5. 5.1. 5.2. 5.3. 5.4. Uitleg bedieningspaneel Uitleg beeldscherm Werking Bedieningsprocedure Uitleg foutcode Onderhoud Gepland preventief onderhoud uitgevoerd door de gebruiker Routinecontrole van waterpompboiler Technische ondersteuning Verwijdering van boiler 13. 13. 13. 13. 14. 15. 15. 15. 16. 24. 25. 25. 25. 25. 25. 3 6.1. 6.2. 6.3. 6.4. NL Nuttige aanbevelingen (Technische informatie voor installatietechnici) Kwalificatie van installatietechnici Gebruik van de installatie, gebruik en onderhoudshandleiding Controle van warmtepompboiler Veiligheidsmaatregelen 7. Inbedrijfstelling 6. 7.1. 7.2. 7.3. 7.4. 7.5. Plaatsing van boiler Manieren om leidingen aan te sluiten Verbinding pijpleiding Elektrische verbinding Eerste start 8. Onderhoudsvoorschriften (Voor het personeel bevoegd om onderhoud uit te voeren) 8.1. Ontlading apparaat 8.2. Opslag en gecombineerd veiligheidsventiel 8.3. Actieve anode 8.4. Kalkaanslag verwijderen 8.5. Preventie van vorstschade 8.6. In het geval van indirecte verwarming 8.7. Luchtfilter 8.8. Uitschakelingen niet veroorzaakt door fouten 8.9. Fouten en oplossingen 8.10. Zelfbeschermende mechanismen van het apparaat 26. 26. 26. 26. 26. 28. 28. 31. 36. 38. 39. 35. 39. 40. 40. 40. 40. 40. 40. 41. 41. 41. 4 NL INTRODUCTIE Deze handleiding is voor eindgebruikers van de warmtepompboiler van de types HB300 en HB300C (hierna te noemen HB300 (C) als het beide types betreft) en installateurs . De handleiding is een geïntegreerd en onmisbaar onderdeel van het apparaat en daarom moet de gebruiker de handleiding zorgvuldig bewaren en overdragen aan de nieuwe eigenaren of gebruikers van het apparaat. Om adequaat en veilig gebruik van het apparaat te garanderen, moeten zowel de installateurs en de gebruikers van het apparaat de handleiding en veiligheidsvoorschriften zorgvuldig doorlezen want ze bevatten belangrijke informatie over de veiligheid van apparaten, inbedrijfstelling, het gebruik en het onderhoud. . 1. ALGEMENE INFORMATIE 1.1. Toepassingsgebied Het apparaat produceert warm water voor huishoudelijk gebruik bij een temperatuur onder het kookpunt. Voor dit doel moet het apparaat verbonden worden met het leidingwater netwerk en voorzien van elektriciteit Het gebruik van luchtkanalen is optioneel en zal later in detail worden beschreven. Het is verboden om het apparaat te gebruiken voor andere dan de vooraf gedefinieerde doeleinden. Elk ander gebruik van het apparaat wordt beschouwd als non conform en dus verboden. Het apparaat mag niet worden gebruikt in de omgeving met industrie en/of corrosieve of explosieve materialen. De fabrikant en distributeur nemen geen enkele verantwoordelijkheid voor schade opgelopen door onvakkundige installatie, of verkeerd gebruik door onvolledig of onzorgvuldige naleving van instructies in de handleiding. 1.2. Instructies en technische normen Het is aangewezen dat kinderen en personen met verminderde fysieke, scherpzinnige of geestelijke vermogens en zonder kennis en ervaring het toestel zullen gebruiken.Dit kan enkel in bijzijn van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid en toezicht en tevens adequate informatie over de werking van het toestel kan garanderen. Toezicht op kinderen is nodig om te voorkomen dat ze met het apparaat spelen. De fabrikant is er verantwoordelijk voor dat het apparaat voldoet aan alle constructie-richtlijnen, regelgeving en voorschriften die van kracht zijn op het moment van de ingebruikname van het toestel. De maker, gebruiker en installateur zijn in hun bevoegd gebied verantwoordelijk voor de kennis en de naleving van de regelgeving op de bouw, de installatie, de bediening en het onderhoud van het apparaat. Referenties naar wetten en eisen van de technische beschrijvingen in deze handleiding zijn informatief . Nieuw geïmplementeerde wetten of wijzigingen van efficiënte wetgeving is hoe dan ook op geen enkele wijze juridisch bindend voor de fabrikant tegenover derden. . 1.3. Verklaring van toegepaste symbolen Met betrekking tot de inbedrijfstelling van het apparaat en de veilige werking van het apparaat, worden de volgende symbolen gebruikt om het belang van waarschuwing voor gevaar te onderstrepen: Het niet in acht nemen van een waarschuwing kan leiden tot ernstige verwondingen of, in sommige gevallen, de dood. Het niet in acht nemen van een waarschuwing kan leiden tot ernstige verwondingen of schade aan het gebouw, aan de planten of aan dieren. Verplichte naleving van de algemene en specifieke veiligheidsvoorschriften van het product. Delen of punten beschreven na de uitdrukking "WAARSCHUWING!" En/of aangeduid in vette letters bevatten belangrijke informatie of een aanbeveling waaraan moet worden voldaan.. 1.4 Inhoud van de verpakking Het apparaat wordt vervoerd in kartonnen doos met interne beschermende elementen. 5 NL De verpakking bevat het volgende: Installatie, gebruik en onderhoudshandleiding 1 itemFlexibele leiding om condenswater af te voeren 1 item Voet bevestiging 3 items Boorframe 1 item Draad installatie rubber 1 item 1.5. Vervoer en behandeling Tijdens de levering van producten, kunt u controleren of er geen zichtbare schade aan de buitenkant van de verpakking is aangebracht. Als het product lijkt te zijn beschadigd, kunt u zo snel mogelijk met uw klacht terecht bij de leverancier . Net als alle apparatuur met compressor, kan de warmtepomp alleen opgeslagen en vervoerd worden in een verticale positie (zie Afbeelding 1.5.-1.) Afbeelding 1.5.-1. 45° WAARSCHUWING! Het apparaat moet vervoerd, behandeld of opgeslagen worden in een verticale positie en mag niet meer dan 45° worden gekanteld (figuur 1.5.-2.). Dit apparaat is erg zwaar, het moet worden verhandeld door 2 of meer personen, zoniet kan het leiden tot persoonlijk letsel of schade aan het apparaatIndien bij het installeren van het toestel bovenstaande richtlijnen niet werden gerespecteerd is een wachttijd van ten minste 3 uur aanbevolen om het toestel te starten. En daarbij dient het apparaat eerst in de juiste verticale positie geplaatst, zo wordt gewaarborgd dat de smeerolie binnen het koelcircuit in rust is ,en wordt compressor-beschadiging vermeden. Het verpakte apparaat kan worden vervoerd met de hand of met een heftruck.Zie de instructies op de verpakking . Het wordt aanbevolen om het apparaat, indien mogelijk, in de originele verpakking te laten tot het is geïnstalleerd op de geselecteerde plaats, vooralgedurende bouwwerkzaamheden op het bouwterrein. Tijdens het verwijderen van de verpakking, moet u controleren of het apparaat intact is en alle benodigde en alle onderdelen in het pakket zijn geplaatst. Gelieve uw leverancier binnen de in de wet vastgelegde termijn te informeren in geval van onvolkomenheden of ontbrekende onderdelen,. Afbeelding 1.5.-2. WAARSCHUWING! Houd verpakkingsmateriaal (clips, plastic zakken, piepschuim) uit de buurt van kinderen wegens potentieel gevaar! Let op de waarschuwing aangaande de maximale hellingshoek zoals hierboven beschreven tijdens het verplaatsen of vervoeren van het apparaat na de eerste opstart en zorg ervoor dat al het water is afgevoerd uit de tank. Als de oorspronkelijke verpakking niet meer aanwezig is, kunt u bescherming bieden aan het apparaat en de onderdelen op een wijze gelijk aan de originele verpakking. 2.TECHNISCHE EIGENSCHAPPEN 2.1. Werkingsprincipe HB300 (C) warmtepompboiler is schijnbaar vergelijkbaar met de traditionele elektrische warm water tanks. Tijdens de normale werkingscyclus, gebruikt HB300 (C), aangesloten op het water - en elektrisiteitsnet minder elektrische energie voor directe verwarming van water als de traditionele elektrische boiler.Hij gebruikt energie op een meer rationele en efficiënte wijze en bereikt daardoor hetzelfde resultaat met een energieverbruik van minder dan 70% in vergelijking met de traditionele elektrische boiler. De warmtepomp wordt zo genoemd vanwege het feit dat ze in staat is om warmte uit een warmtebron van lage temperatuur over te brengen naar een warmtebron van hogere temperatuur. Dit betekent dat het de natuurlijke stroom van warmte omdraait, die van een warmtebron van hogere temperatuur naar een warmtebron van lage temperatuur gaat. De toepassing van de warmtepomp brengt het voordeel met zich mee dat het meer energie kan overdragen (in de vorm van warmte) dan de energie die nodig is voor de activiteit (in vorm van elektrische energie). Zo kan de warmtepomp energie uit warmtebronnen uit zijn omgeving zonder extra"verbruik" gebruiken , afhankelijk van het type en de beschikbaarheid van de warmtebronnen. 6 NL HB300 (C) warmtepompboiler onttrekt warmte aan bedompte binnenlucht om ververst te worden. Deze draagt bij aan de verhoging van de efficiëntie bij het opwarmen van water. Het is mogelijk om te kiezen uit verschillende configuraties om omgevingslucht te gebruiken die naast verschillende operationele omstandigheden multilaterale toepassing van het apparaat bieden. HB300 (C) warmtepompboiler is ontwikkeld op grond van specificaties betreffende de energieprestatie van gebouwen. Het apparaat zorgt voor meer rationeel energiegebruik en leidt tot besparingen op de operationele kosten. In tegenstelling tot andere alternatieve systemen die gebruikt worden om sanitair warm water te produceren, vermindert warmte extractie uit vrije energiebronnen zeker de gevolgen voor het milieu vanwege de verminderde uitstoot van emissies in de atmosfeer. 2.2. Uitleg werking Volgens bovengenoemde feiten is het "energetisch vermogen" van de warmtepomp gebaseerd op warmteoverdracht door warmteafvoer uit een vrije bron (in dit geval is dat de omgevingslucht) met een lagere temperatuur dan het te verwarmen materiaal (in dit geval is dat het water in de tank van de boiler). Stroom is nodig voor de werking van de compressor (dit leidt ertoe dat de toestand van de koelstofmaterie binnen het koelcircuit verandert), waardoor de overdracht van warmte-energie plaatsvindt. Koelvloeistof loopt langs een gesloten hydraulisch circuit waar de vloeistof overgaat in vloeibare of gasvormige toestand in verhouding met de temperatuur en druk. De belangrijkste elementen van het hydraulische circuit (Afbeelding 2.2-1) zijn de volgende: 1 –compressor, welke de cyclus die er doorheen loopt garandeert door de druk van de koelvloeistof (welke een gasvormige toestand kent in deze cyclus) te verhogen. 2 – eerste warmtewisselaar in de watertank van de waterverwarmer: de warmte overdracht tussen de koelvloeistof en het sanitaire water gebeurt via de oppervlakte van de warmtewisselaar.. In deze fase veranderd de warme koelvloeistof van gastoetand en wordt verdicht tot vloeistof terwijl er overdracht plaatsvindt van de warmte aan het water. Deze warmtewisselaar wordt gedefinieerd als condensor. 3 –expansieventiel: is een klep waardoor de koelvloeistof loopt op het moment dat de druk en temperatuur verminderen, na de expansie van de vloeistof als gevolg van een verhoging van de buis doorsnede achter de klep. Afbeelding 2.2.-1. 4 – tweede warmtewisselaar waarvan de oppervlakte wi vergroot door middel van vinnen bevindt zich in het bovenste gedeelte van de boiler. De tweede warmtewisselaar voert warmte-uitwisseling uit tussen de koelvloeistof en de omgevingslucht dat op een juiste manier kunstmatig stroomt door ofwel de vrije bron of door een speciale ventilator. In deze fase verdampt de koelvloeistof en onttrekt warmte aan de omgevingslucht. Deze warmtewisseling wordt gedefinieerd als verdamper. Aangezien warmte-energie van een hoger temperatuurniveau naar een lager temperatuurniveau kan stromen, moet de temperatuur van het koelmiddel in de verdamper (4) lager zijn dan de omgevingslucht dat optreedt als vrije bron. Om op hetzelfde moment warmteoverdracht te bereiken moet het koelmiddel in de condensor (2) een hogere temperatuur hebben dan de temperatuur van het water in de tank dat verwarmd moet worden. Het temperatuurverschil in het warmtepomp circuit wordt geproduceerd door de compressor (1) tussen de verdamper (4) en de condensor (2) en door het expansieventiel (3), vanwege de fysieke kenmerken van de koelvloeistof. De efficiëntie van het warmtepomp circuit kan worden gemeten door de prestatiecoëfficiënt (COP). COP is de verhouding van binnenkomende energie in het apparaat (in dit geval is dat de warmte overgebracht naar het te verwarmen water) en de gebruikte elektrische stroom (door de compressor en de ondersteunende apparatuur van het apparaat). COP kan veranderen afhankelijk van het type warmtepomp en de bijbehorende operationele omstandigheden. Een waarde van 3 voor COP betekent bijvoorbeeld dat de warmtepomp 3 kWh naar het te verwarmen materiaal overdraagt na 1 kWh elektriciteit te hebben gebruikt, 7 NL waarvan 2 kWh uit de vrije bron. De nominale COP-waarden van HB300 (C) warmtepompboiler staan vermeld in tabel 2.10.1 met technische gegevens. De temperatuur van typische warmtepomp cycli zorgt, in verband met de kenmerken van de koelvloeistof en de vrije bron, voor de verwarming tot een temperatuur vann max. 60°C van sanitair water in de aluminium warmtewisselaar buis die buiten de HB300 (C) warmtepompboiler is geplaatst. Aangezien HB300 (C) warmtepompboiler is uitgerust met een extra pijpradiator die meer opties biedt: snellere werking met volledige capaciteit door de combinatie van warmtepomp modus en radiatorleidingen modus tot een temperatuur van max. 60°C die kunnen worden gebruikt na het uitvoeren van antibacteriële beschermende cycli. Met het oog op een garandeerd rationeel energiegebruik tijdens de werking van de boiler zullen visuele indicatoren de aandacht van de gebruiker vragen voor het feit dat het apparaat niet op de meest efficiënte manier wordt gebruikt op het moment dat de pijpradiator actief is. 2.3. Water verwarming methodes Het apparaat (in geval van het HB300C type) i bevat volgende verwarmingselementen, een warmtepomp, een elektrische pijpradiator en een spiraalvormige warmteuitwisselaarbuis . Verwarmingselementen werken niet alle drie tegelijk. Warm water tanks van HB300C type kunnen worden bediend vanuit verschillende energiebronnen: indirect uit zonne-energie, gas-gebaseerd, of op basis van steenkool of andere energiedragers. Bovendien wordt extra elektrische verwarming die door toestellen van HB300 (CI) wordt geproduceerd gecontroleerd door de warmtepomp. Dit apparaat heeft twee temperatuur-sensoren die in het bovenste gedeelte van het afsluitdeksel zijn geplaatst. De sensor die in het bovenste gedeelte is geplaatst, meet de hoogste temperatuur en deze temperatuur wordt door de Water temp indicator getoond. De sensor in het onderste gedeelte meet de lagere temperatuur, die als invoergegeven functioneert voor de aan/uit stand, maar dit wordt niet weergegeven. 1.) Economy Mode: In deze modus is het de warmtepomp die werkt en niet de elektrische verwarming als gevolg van de vooraf ingestelde watertemperatuur. (De uitgaande watertemperatuur is tussen 38 ~ 60C, de operationele omgevingstemperatuur is tussen -7 ~ 43C) 2.) Hybride Mode: In deze modus verdeelt de apparatuur de werking tussen elektrische verwarming en de warmtepomp op basis van de temperatuur van de watertank. (De uitgaande watertemperatuur is tussen 38~60C, de operationele omgevingstemperatuur is tussen -30~43C) 3.) E-heater Mode: In deze modus werken de motoren van de compressor en de ventilator niet, alleen de elektrische verwarming werkt. Op dit moment wordt alleen water in het bovenste gedeelte van de tank verhit, dit betekent ongeveer 100 l. (De uitgaande watertemperatuur is tussen 38~60C, de operationele omgevingstemperatuur is tussen -30~43C) a) Ontvriezen door warm water Als de verdampende stoom in een koude omgeving bij Economy Mode en Hybride Mode bevriest, ontvriest het apparaat dit automatisch om een efficiënte werking te verzekeren (3 ~ 10 min). b) Externe omgevingstemperatuur De bedrijfstemperatuur van het toestel moet binnen het interval -30 ~ 43C zijn en de operationele temperaturen van de modi worden hieronder in detail beschreven. 2.4. Uitleg van werking waterverwarming 1) Economy Mode: -7~43C Deze modus wordt aanbevolen wanneer de externe milieu-temperatuur tussen -7 ~ 43  C is. Als de externe omgevingstemperatuur onder de temperatuur van -7  C valt, wordt de energie-efficiëntie laag, uiteraard is het dus aan te raden om de E-verwarmingsmodus onder deze omstandigheden te gebruiken. 2) Hybrid Mode: -30~43C 3) E-heater Mode: -30~43C 8 NL In elk geval wordt alleen water in het bovenste gedeelte van de tank verhit, dit betekend. ongeveer 100 l. 2.5 Modus selectie Verschillende modi zijn ontwikkeld om meerder behoeften te dienen. Het is raadzaam om het volgende te overwegen:  Economy Mode:-7~43C, In het geval van een continue warm water behoefte van minder dan 300 L (60C);  Hybrid Mode: -30~43C, In het geval van een continue warm water behoefte tussen de 300 L (60C).  E--heater Mode: -30~43C, In het geval van een continue warm water behoefte minder dan 100 L (60C). 2.6 Constructiekenmerken HB300 (C) warmtepompboiler is in wezen opgebouwd uit een bovenste deel (Afbeelding 2.7.-1.) met warmtepompapparatuur en een onderste deel (Afbeelding 2.7.-2.) met de opslagtank. De opslagtank is aan de binnenkant van een emailbedekking voorzien, en van buiten bedekt met een dikke polyurethaan isolatielaag met een hoge dichtingsgraad die voorzien is van een plastic oppervlak. De pijp radiator, controle indicator, anode elektrische en magnesium anode indicator zijn horizontaal geplaatst op het afsluitdeksel. De condensaat waterafvoerleiding bevindt zich in het achterste deel van de cirkelvormige bovenste schotel. Het bedieningspaneel met beeldscherm zit in het voorste gedeelte. Alle andere delen van het warmtepompcircuit liggen boven de opslagtank volgens een nauwkeurig geplande volgorde, die een optimale werking met minder trillingen en weinig lawaai garanderen . De volgende onderdelen zijn geplaatst onder een gemakkelijk toegankelijke, en voldoende geïsoleerd plastic bedekking: compressor, thermostatisch expansieventiel, verdamper en ventilator die voor voldoende luchtstroom zorgt. Alle andere delen zijn weergegeven in Afbeelding 2.7.-1. 2.7. Naam van onderdelen Luchtuitlaat Luchtinlaat Filter Verdamper Ventilator Bescherming Verbindinskast Bovenklep Elektrische schakelkast Compressor Bescherming Voorkant Beeldscherm Bescherming Achterkant Verbindingskast BUITEN GEBRUIK Afbeelding 2.7.-1. 9 NL Warmtepompsysteem Aansluiting Hot water warmwaterleiding pipe branch connection G3/4 aftakking G3/4 Aansluiting aftakking Circulation circulatieleiding pipe branch connection G3/4 G3/4 Heating agent agent inlet inlet Rp3/4 Rp3/4 Verwarmingsmiddel inlaat Heating Rp3/4 Electrische verwarmings deksel Verwarmingsmiddel uitlaat Rp3/4 Afbeelding 2.7-2. Aansluiting koudwaterleiding aftakking G3/4 OPMERKING Alle cijfers in deze handleiding zijn alleen ter verklaring van de tekenin en kunnen enigszins afwijken van de warmtepompboiler die u heeft gekocht (afhankelijk van het productmodel). De werkelijke vorm is belangrijk. 2.8. Totale afmetingen Afbeelding 2.8-1. 10 NL 2.9. Stroomkring controleschema van warmtepompboiler Afbeelding 2.9-1 11 NL Main control panel = Hoofdbedieningspaneel Please connect the wire controller by the 5-cord shielded wired, which attached in accessort pack = Sluit de draad controller aan op de 5-kabel beschermde draad, dat bevestigd is in accessort verpakking Outside temperature sensors = Buitentemperatuur sensor White = Wit Black = Zwart Evaporator temperature sensor = Verdampertemperatuur sensor Upper temperature sensor of the tank = Bovenste temperatuursensor van de tank Lower temperature sensor of the tank = Lagere temperatuur sensor van de tank Discharge temperature sensor = Uitgaande temperatuur sensor Yellow = Geel High pressure Protection Switch = Hoge druk bescherming schakelaar Blue = Blauw Wiring diagram of tank inside = Aansluitschema van de tank binnenin Power = Stroom Brown = Bruin CN17 and CN18 connect to outside controller = CN17 en CN18 sluiten aan op externe controller CN 17 receive control signals from controller and CN18 send unit information to controller. Please contact distributor technicians for wiring method = CN 17 ontvangt stuursignalen van controller en CN18 eenheid verstuurd informatie naar controller. Neem contact op met distributeur technici voor de bedrading methode Tank = Tank Red = Rood Power Supply = Voeding Wiring the current detector with correct direction. Wrong wiring will cause system protection = Bedrading van de huidige detector met de juiste richting. Verkeerde bedrading veroorzaakt systeembeveiliging Transformer = Transformer Fan capacity = Ventilatiecapaciteit Gray = Grijs Yellow/green = Geel/groen Compressor = Compressor Compressor Capacity = Capaciteit compressor 1A-1G wire comes out from tank, must connect with the corresponding component = 1A-1G draad komt uit de tank, moet verbinden met de overeenkomstige component Item = Item Content = Inhoud Terminal base = Klemmensokkel Connected wires inside of the tank = Aangesloten draden binnenkant van de tank AC mutual inductor = AC wederzijdse inductor Pressure switch = Drukschakelaar Relay connecting wires = Relais aansluitsdraden Relay = Relais Temperature protective switch = Temperatuur veiligheidsschakelaar Upper electric heater of the tank = Bovenste elektrische verwarming van de tank With memory recovery domestic sale model = Binnenlandse verkoopmodel met geheugen herstel Without memory recovery domestic sale model = Binnenlandse verkoopmodel zonder geheugen herstel With memory recovery export sale model = Export verkoop model met geheugen herstel Without memory recovery export sale model = Export verkoop model zonder geheugen herstel With electric heater model = Met elektrische verwarming model Without electric heater model = Zonder elektrische verwarming model The L,N wires which get through the zero-face electricity mutual inductor, must keeping the same direction during wiring, otherwise system malfunction may caused. = De L, N draden die door door de wederzijdse nul-face elektriciteit inductor gaan, moeten dezelfde richting opgaan tijdens de bedrading, anders kan er storing worden veroorzaakt. 12 NL 2.10. Overzichtstabel van de technische gegevens KWALITEITSCERTIFICERINGLABEL-TECHNISCHE GEGEVENS Type Maten: diameter /hoogte/diepte Aansluiting waterleiding Aftakking circulatieleiding Nominaal volume Nominale werkdruk Maximale openingsdruk veiligheidsventiel Hoogste waterleidingdruk Laagst vereiste netwerkdruk Stand-by energie verbruik bij 60oC Gewicht HB300 HB300C Ø661/1930/720 G3/4 G3/4 295 L 287 0,6 MPa 0,7 MPa 0,525 MPa 0,01 MPa 2500 Wh/24h 124 kg 141 kg Leiding Leiding connectie Leiding verwarmbaar inhoud Oppervlakte leiding Stromingsweerstand leiding Rp3/4 - Topprestatie Duurzame prestatie Duurzame prestatie 287 l 1,5 m2 130 mbar 510 l/de eerste 10 minuten 1100 l/h 45 kW Boiler Type Luchtkanaalaansluiter (ingang/uitgang) Condensor GWP / Koelmiddel / kwantiteit Max. Stroomverbruik Gemiddelde Stroomverbruik Luchtstroom Bereikbare statische druk Externe statische druk bereik waar het toestel is onderzocht Max. druk zuigzijde Max. druk blaaszijde Minimale ruimte die nodig is voor de werking (in het geval van werking zonder luchtkanaal) Operationeel temperatuurbereik Max. water temperatuur COP 7/10-55°C EN-16147 Geluidsniveau Aard van de uitlaatlucht Elektrische verwarming Verwarmingsvolume Voltage/frequentie Zekering Nominaal verwarmingsvermogen Hoogste stroomverbruik Opwarmtijd Max. water temperatuur Min. Water temperatuur Andere Warmte-isolatie/dikte Tank Leiding Corrosiebescherming Lucht (binnen) Ø190 mm Veiligheid warmtewisselaar 1300 / R134a / 1300 g 1200W 850W ~500m3/h 80 Pa 1013 – 1050 hPa 1,0 MPa 2,5 MPa 20 m3 -7 - +43oC 60oC ≥2,7 48 dB(A) Luchtsteun verticaal omhoog stromend 100 l L/N/PE 230V~ / 50Hz 5A/250V~(T) 1800W 16 A 3,5 h 60oC 10oC Freon vrije PUR isolatie / 50 mm Geëmailleerd plaatstaal Geëmailleerde stalen buis email + actieve anode 13 NL Actieve anode onderhoud Ingebouwde controller Anode verbruik beeldscherm Elektrische verwarming en temperatuur controle apparaat Elektrische bedrading Vast Beschermingsgraad IPX1 Contactbescherming moet worden toegepast Contactbescherming klasse I. Het kan worden aangesloten aan een elektrisch systeem met beschermde aarding zoals gedefinieerd in IEC 6036. Regelgeving op het product: EN 60335-1 EN 60335-2-21 EN 14511-3 Opslag en transport eisen IEC 721-3-1 IE12 IEC 721-3-2 IE22 Kwaliteitscertificering CE indicatie Kwaliteit Ist klasse Tabel 2.10.-1. Hajdu Hajdúsági (Hajdu Hajdúsági Ipari Zrt) als producent verklaart hierbij dat het apparaat voldoet aan de technische kenmerken beschreven in het kwaliteitscertificeringslabel. GEBRUIKS- EN ONDERHOUDSINSTRUCTIES VOOR DE GEBRUIKER Hartelijk dank voor de aankoop van ons product. Wij hopen dat het apparaat aan alle verwachtingen voldoet en continu de best mogelijke service en een maximale energiebesparing voor u biedt. Alvorens de ingebruikname van uwapparaat , dient u deze handleiding zorgvuldig door te lezen en deze te bewaren voor toekomstig gebruik. 14 NL 3. NUTTIGE AANBEVELINGEN 3.1. Eerste installatie Waarschuwing! Ingebruikname en de eerste opstart van het toestel kan alleen worden uitgevoerd door een geschoolde technicus.Die wordt geacht kennis te hebben van alle daarmee verband houdende geldige regelgeving of wettelijke vereisten of vereisten die door lokale overheden en volksgezondheid organisaties worden gegeven. Als de te installeren boiler niet op de plaats van een bestaand toestel komt, maarna renovatie deel uitmaakt van een bestaand hydraulisch systeem of een nieuwe hydraulische systeem , is het bedrijf die de boiler installeert verplicht om een verklaring van overeenstemming aan de koper af te geven. Daarin dient verklaard dat na het beëindigen van de installatie van het apparaat aan alle geldige regelgeving en specificaties is voldaan. In beide gevallen moet het bedrijf dat de installatie uitvoert veiligheidscontroles en operationele controles op het gehele systeem uitvoeren. Voordat u de boiler opstart, controleer dan of de installateur alle benodigde handelingen van de installatie heeft uitgevoerd. Zorg ervoor dat u alle informatie van de technicus goed heeft begrepen aangaande het gebruik en bediening van de boiler. 3.2. Instructies en garantie De handleiding is een geïntegreerd en onmisbaar onderdeel van het apparaat. Verwijder het label met de gegevens niet van het apparaat, om welke reden dan ook. Deze zijn nodig voor eventuele toekomstige reparaties. Lees het garantiedocument met betrekking tot het apparaat zorgvuldig. Dit document bevat specificaties die de garantie reguleren. 3.3. Aanbevelingen Probeer niet zelf de fout te op te zoeken en te corrigeren in geval van storing en/of slechte werking, maar schakel het apparaat uit en richt u zich tot onze service. In het geval van reparatie mogen uitsluitend originele onderdelen worden gebruikt, en elke vorm van reparatie kan alleen door een gekwalificeerde technicus worden uitgevoerd. Als u deze aanbevelingen niet opvolgt, kan dit een bedreiging voor de veiligheid van het apparaat inhouden en dan vervalt de verantwoordelijkheid van de fabrikant. Als het apparaat voor een langere periode niet wordt gebruikt is het raadzaam om het volgende te doen: - schakel het apparaat van het elektriciteitsnetwerk zodanig dat er een schakelaar tussen het apparaat en het elektriciteitssysteem zit. Zet daarna de schakelaar in de "OFF" stand. - sluit alle kranen van de waterleiding van het huishouden. WAARSCHUWING! Het wordt aanbevolen om water uit het apparaat af te voeren wanneer het niet wordt gebruikt en is geplaatst op een locatie die aan vorst wordt blootgesteld. Deze handeling kan alleen worden uitgevoerd door een gekwalificeerde technicus. WAARSCHUWING! Stromend warm water met een temperatuur van boven de 50°C kunnen ernstige brandwonden veroorzaken. De maximale watertemperatuur op de indicator is 60°C, welke waarde zelfs hoger kan zijn door een foute werking. Kinderen, gehandicapten en ouderen zijn verhoogd blootgesteld aan brandwonden . Het wordt daarom aanbevolen om een thermostatische mengkraanventiel aan te sluiten op de waterafvoerpijp van het apparaat. 15 NL 3.4. Veiligheidsmaatregelen De verklaring van de symbolen in de tabel hieronder in detail beschreven in punt 1.3, hoofdstuk ALGEMENE INFORMATIE. Waarschuwing Gevaar 1. Voer geen operatie uit die het verwijderen van het apparaat van de operationele plaats veroorzaakt. 2. Laat geen voorwerpen op het apparaat staan. 3. Klim niet op het apparaat. 4. Voer geen handeling uit die het openen van het apparaat vereisen. 5. 6. 7. 8. 9. 10. Veroorzaak geen schade aan de voedingsdraad. Sta tijdens het schoonmaken van het apparaat niet op een stoel, tafel, ladder of op een andere instabiele ondergrond. Het apparaat moet voor het schoonmaken altijd worden uitgezet en de externe knop moet in de “OFF” positie staan. Gebruik het apparaat niet voor andere doeleinden dan de normale huishoudelijke doeleinden. Noch kinderen noch andere mensen zonder professionele ervaring mogen dit apparaat bedienen. Gebruik geen pesticide, oplosmiddelen of agressieve schoonmaakmiddelen om het apparaat schoon te maken. Gevaar voor elektrische schokken veroorzaakt door het aanraken van de onderdelen onder spanning. Overstroming veroorzaakt door water lekkage uit losgekoppelde pijpen. Lichamelijk letsel als gevolg van vallende voorwerpen als gevolg van trillingen. Beschadiging van het toestel of voorwerpen onder het apparaat veroorzaakt door vallende voorwerpen als gevolg van trillingen. Lichamelijk letsel als gevolg van omvallen van het apparaat. Beschadiging van het toestel of voorwerpen onder het apparaat als gevolg van omvallen van het apparaat van zijn gemonteerde plaats. Elektrische schok door het aanraken van de delen onder spanning. Brandplekken ten gevolge van oververhitte onderdelen en verwondingen veroorzaakt door scherpe randen. Elektrische schok veroorzaakt door niet-geïsoleerde draden onder spanning. Persoonlijk letsel door vallen of door het toevallige sluiten van de staande ladder. Elektrische schok veroorzaakt door het aanraken van de delen onder spanning. Beschadiging van het apparaat als gevolg van operationele overbelasting. Schade veroorzaakt door oneigenlijk gebruik van de objecten. Beschadiging van het apparaat door onjuist gebruik. Schade aan plastic onderdelen 4. GEBRUIKSINSTRUCTIES - WAARSCHUWING! Volg de algemene waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften op die in het vorige hoofdstuk staan en leef ze strikt na. WAARSCHUWING! Alle werkzaamheden anders dan de hier vermelde moeten worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel. 16 NL 4.1. Uitleg bedieningspaneel Beeldscherm Bediening 4.2. Uitleg beeldscherm 1 2 3 4 16 5 15 6 7 8 14 13 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 12 11 10 9 HIGH TEMP indicator: Wanneer de ingestelde temperatuur hoger is dan 50  C, licht deze op om u eraan te herinneren dat de uitlaat temperatuur te hoog is voor directe besproeiing . FILL WATER indicator: Wanneer de voeding is ingeschakeld, licht deze op om u eraan te herinneren om opnieuw water bij te vullen. ALARM indicator: ALARM-indicator: het knippert continu bij storing of bescherming tijd. TEMP-SET indicator: het toont de blanco ingestelde temperatuur tijdens scherm beveiliging. Codes worden weergegeven bij storing of bescherming tijd. LOCK indicator: wanneer de user interface is vergrendeld, licht het altijd op. Water temp. indicator: wanneer de werkelijke watertemperatuur hoger is dan 60  C licht deze op. Water temp. indicator: wanneer de werkelijke watertemperatuur hoger is dan 50  C licht deze op. Water temp. indicator: wanneer de werkelijke watertemperatuur hoger is dan 40  C licht deze op. OUTLET TEMP indicator: toont temperatuur van het bovenste deel van de tank, dat kan worden gebruikt. Het licht altijd. TIMER CONFLICT indicator: Als de door u ingestelde temperatuur door middel van Wired Controller in strijd is met de User Interface, licht deze op. TIME OFF indicator: licht op wanneer de timing off is ingesteld, oningevuld tijdens schermbeveiliging. TIME ON indicator: licht op wanneer de timing van de modus is ingesteld, oningevuld tijdens schermbeveiliging. CLOCK indicator: Het toont de huidige tijd, oningevuld tijdens schermbeveiliging. E_HEATER MODE indicator Wanneer de gebruiker de E-heating Mode instelt, licht deze op. HYBRID MODE indicator: Wanneer de gebruiker de Hybrid-modus instelt, licht deze op. ECONOMY MODE indicator: Wanneer de gebruiker de Economy Mode instelt, licht deze op. 17 NL 4.3. Werking CANCEL knop, gebruikt om de tijd en de klok te annuleren ON/OFF knop, gebruikt om het apparaat aan of uit te zetten UP knop, gebruikt om de tijd of temperatuur toe te voegen CLOCK knop, gebruikt om tijd in te stellen DOWN knop, gebruikt om de tijd of temperatuur te verlagen TIME ON knop, gebruikt om de ON timer in te stellen 4.4. MODE knop, gebruikt om de verschillende modi in te stellen TIME OFF knop, gebruikt om de OFF timer in te stellen Bedieningsprocedure  Voorbereiding voordat u het apparaat opstart Wanneer u het apparaat voor de eerste keer aanzet, lichten alle indicatoren gedurende 3 seconden op de User Interface op, en de zoemer zal hetzelfde moment nog twee keer geluid maken, en dan licht het display op. Na geen bediening gedurende 1 minuut, zullen alle indicators automatisch uitgaan, behalve de Water fill indicator die knippert en de temp. indicator die wordt verlicht. Wanneer de tank vol is, drukt u op de ON\OFF toets, dan zal de Water fill indicator stoppen met knipperen en kunt u doorgaan met andere instellingen. Wanneer alle instellingen zijn voltooid, kunt u nogmaals op de ON\OFF toets drukken en de Water fill indicator gaat uit. En vervolgens kunt u het apparaat laten werken. Wanneer het apparaat in bedrijf is, en als er 20 seconden lang geen bedieningsfout of een defect voorvalt, zal de achtergrondverlichting van het scherm automatisch uitgaan, behalve de operationele mode, de uitlaat temp., en de slot indicator. Als er geen bediening plaatsvindt gedurende 1 minuut, zal het apparaat automatisch op slot gaan, maar de slot indicator zal altijd zichtbaar zijn.  Vergrendelen en ontgrendelen Om verkeerde bediening te voorkomen, is er een speciale vergrendelfunctie ontworpen. Als er geen bediening gedurende 1 minuut plaatsvindt, zal het apparaat automatisch worden vergrendeld, en een vergrendelingspictogram zal worden weergegeven. Wanneer het apparaat is vergrendeld, kunnen er geen toetsen worden bediend. Ontgrendelen: Druk lang op de "CANCEL"-toets op de vergrendeling van het beeldscherm om het te verwijderen. Druk op een willekeurige knop op het display om het display te activeren en druk dan lang op de "CANCEL" knop om het te verwijderen. Na het verwijdering van de vergrendelingsmodus zal het Vergrendeling uitfaden en alle knoppen kunnen normaal worden gebruikt. Instellen klok De klok is een 24-uurssysteem en de aanvankelijke tijd is 00:00. Om een beter gebruik van dit apparaat te maken, is het raadzaam om de juiste lokale tijd in te stellen. Elke keer als het apparaat is uitgeschakeld, wordt de klok gereset naar de oorspronkelijke 00:00 tijd. 18 NL  Methode om de tijd in te stellen: Druk op de CLOCK toets, de minuten van de digitale cijfers van de klok op het display beginnen langzaam te knipperen. Druk op de „UP” en „DOWN” knop, u kunt de minuten aanpassen. Druk nogmaals op de CLOCK knop. De digitale minuten stoppen met knipperen terwijl de digitale uren beginnen met knipperen. Druk op de „UP” en „DOWN” knop, u kunt de uren op de klok aanpassen. Druk nomaals op de „CLOCK” knop en wacht ongeveer 10 seconden. Het knipperen stopt en CLOCK SET is beindigd.  Mode selectie Het apparaat is uitgerust met drie optionele modi: Economy Mode, Hybrid Mode en E-heater Mode. a) Economy Mode: het apparaat verwarmt het water alleen door de compressor aandrijving volgens het warmtepomp principe. Het wordt gebruikt als de omgevingstemperatuur hoog is (15°C ≤). 19 NL b) Hybrid Mode: Het apparaat verwarmt het water in principe door een warmtepomp, maar wanneer de omgevingstemperatuur laag is (15°C ≥), begint de elektrische verwarming ook te werken. c) E-heater Mode: Het apparaat verwarmt het water alleen door de elektrische verwarmer. Het wordt gebruikt wanneer de omgevingstemperatuur zeer laag is. Standaard werkt het apparaat in Hybrid Mode.  Mode Verandering: Druk op de MODE knop, de bedieningsmodus zal in een cyclus worden verschoven tussen de drie modi, ondertussen zal de bijbehorende indicator op het display gaan branden.  Temperatuur instellen De weergegeven Temp is de watertemperatuur in het bovenste deel van de tank. Standaard is 55C en het Economy Mode instelbereik is 38 ~ 60C, terwijl het Hybrid en E-heater Mode instelbereik ook hetzelfde is, 38 ~ 60C.  Methode voor instelling Druk op de „UP” en „DOWN” knop, u kunt de watertemperatuur verhogen of verlagen. Wanneer de ingestelde temperatuur hoger is dan 50C, zal de HIGH TEMP indicator beginnen te knipperen.  Timer De gebruiker kan een starttijd en een eindtijd instellen door middel van de Timerfunctie. Het laagste in te stellen nummer is tien minuten. Time on: De gebruiker kan hiermee een starttijd instellen. Het apparaat zal op dezelfde dag een keer automatisch lopen tussen de ingestelde tijd en 24:00.  Methode voor instellen Druk op de TIME ON knop. De digitale minuten op de klok zullen beginnen te knipperen. 20 NL Druk op de „UP” en „DOWN” knop, u kunt de minuten aanpassen. Druk nogmaals op de TIME ON knop, de digitale minuten stoppen met knipperen en de digitale uren beginnen met knipperen. Drup op de „UP” en „DOWN” knop. U kunt de uren aanpassen. Druk nogmaals op de TIME ON knop en wacht ongeveer 10 seconden. Het knipperen stopt en de ON TIMER instelling is beïndigd.  Cancel: In de ontgrendelde stand, drukt u op de CANCEL toets gedurende 1 seconde en de TIME ON functie wordt geannuleerd. Time on en Time off : Gebruikers kunnen een start tijd en een stoptijd instellen. Wanneer de starttijd eerder is dan de stoptijd zal het toestel werken tussen de ingestelde tijd. Wanneer de starttijd later is dan de stoptijd zal het toestel werken tussen de starttijd op die dag en de stoptijd op de volgende dag, wanneer de gebruikers een lopende starttijd opzetten en op hetzelfde moment een stoptijd instellen, zal de stoptijd automatisch met tien minuten worden vertraagd.  Methode voor instelling 21 NL Druk op de TIME ON knop. De digitale minuten op de klok zullen langzaam beginnen te knipperen. Druk op de „UP” en „DOWN” knop, u kunt de minuten aanpassen. Druk nogmaals op de TIME ON knop, de digitale minuten stoppen met knipperen en de digitale uren beginnen met knipperen. Druk op de „UP” en „DOWN” knop, u kunt de uren op de klok aanpassen. Druk op de TIME OFF knop, de digitale minuten op het beeldscherm beginnen langzaam te knipperen. 22 NL Druk op de „UP” en „DOWN” knop, u kunt de minuten aanpassen. Druk nogmaals op de TIME OFF knop, de digitale minuten stoppen met knipperen en de digitale uren beginnen met knipperen. Druk op de „UP” en „DOWN” knop, u kunt de uren aanpassen. Stop de bediening voor ongeveer 10 seconden, het knipperen stopt en de TIME ON + TIME OFF instelling is voltooid.  Cancel: In de ontgrendelde stand, drukt u op de CANCEL toets gedurende 1 seconde, de TIME ON + TIME OFF functie wordt geannuleerd. OPMERKING Time on en Time off functies kunnen niet op hetzelfde moment worden ingesteld. Als ze gelijk zijn, wordt de stoptijd automatisch vertraagd met 10 minuten. Als bijvoorbeeld Time on en Time off tegelijkertijd zijn ingesteld op 01:00 wordt de stoptijd automatisch aangepast tot 1:10. De Time off functie kan niet alleen worden gebruikt. De knop kan alleen worden gebruikt nadat de tijd is ingesteld. De gebruiker kan de aan\uit-toets handmatig gebruiken buiten het Timer bereik om. 23 NL Power On en Power Off: Druk op Power On/Power Off knop wanneer de bovenstaande instelling is voltooid en het systeem volgens de instelling loopt. En u drukt simpelweg op dezelfde knop om het te stoppen.  Status Werking Het alarmcodelicht op het SET TEMP scherm verschijnt en herinnert de gebruiker eraan dat de omgevingstemperatuur niet aan de operationele omstandigheden van de warmtepomp voldoet (buiten het bereik van -7 ~ 43C). De gebruiker kan van de Economy Mode naar de E-heating Mode schakelen om een voldoende hoeveelheid warm water te garanderen. Het apparaat keert automatisch terug naar de pre-status werking, wanneer de omgevingstemperatuur voldoet aan de bedrijfsomstandigheden van de warmtepomp-modus en het lichtalarm verdwijnt op hetzelfde moment, zodat het displayscherm weer normaal wordt. Waarschuwing code voor het niet overeenkomen met de warmtepomp. Wanneer omgevingstemperatuur die naar de warmtepomp wordt gevoerd 20 uur continu niet aan niet de werking van de warmtepomp voldoet (buiten het bereik van -7 ~ 43C), zal de "LA" foutcode worden weergegeven op het TEMP SET beeldscherm en de ALARM indicator zal tegelijkertijd knipperen om aan te geven dat de temperatuur niet de prestaties van de warmtepomp haalt. Deze keer en alleen onder deze omstandigheden kan de E-heating Mode worden ingesteld. Gelieve handmatig over te schakelen naar Eheating Mode om ervoor te zorgen dat de hoeveelheid en temperatuur van het toegevoerde warme water voldoende is. Wanneer dit het geval is, zal de foutcode verdwijnen en het indicator alarm stopt met knipperen en gaat alles terug naar de normale werking. Het licht zal knipperen vanwege de fout. Waarschuwingscode vanwege het niet overeenkomen met de warmtepomp modus. Fout oplossen Als sommige fouten plaatsvinden, zal de zoemer om de minuut 3 keer geluid maken en de ALARM indicator zal snel knipperen. Druk op CANCEL gedurende enkele seconden om de zoemer te stoppen, maar het licht zal blijven schitteren. 24 NL Het licht zal knipperen vanwege de fout. Druk op de CANCEL knop om de zoemer te stoppen. De foutcode van het SET TEMP. scherm wordt weergegeven wanneer er een storing plaatsvindt. Het systeem zal na één minuut een foutcode weergeven. Druk nogmaals op de SET TEMP toets om de temperatuur op het scherm in te stellen. De foutcode wordt getoond. Wanneer er een storing plaatsvindt in de Economy Mode, schakelt het systeem naar de E-heater Mode en gaat verder met werken. Wanneer er een fout optreedt, kan het systeem onder bepaalde omstandigheden worden gebruikt, maar het kan niet de verwachte efficiëntie bereiken. Neem voor hulp contact op met uw gecontracteerde leverancier. Uitleg foutcode (Zie Tabel 4.5-1. ) WAARSCHUWING! Het deksel van de elektrische verwarming kan alleen worden verwijderd door een technicus, het niet naleven van deze waarschuwing kan een elektrische schok of andere gevaren veroorzaken. 4.5 Uitleg foutcode Display E0 E1 E2 E4 E5 E6 E7 E8 E9 P1 P2 P3 P4 P8 P9 LA Beschrijving storing Fout van sensor T5U Fout van sensor T5L Tank en bedrade controller communicatie fout Temperatuursensor verdampingspijp fout Sensorfout omgevingstemperatuur Sensorfout temperatuur afvoerpijp Systeemfout warmtepomp Elektrische lekkage fout. De controle geeft elektrische lekkage fout bij L, N> 14mA. TH sensor condensor defect Systeem hogedrukbegrenzing fout Temperatuur afvoerleiding te hoog fout Er is geen stroom in de compressor Compressor overbelasting fout Er is geen stroom in de elektrische verwarmer Bovenste e-heater overbelasting fout Omgevingstemperatuur is niet geschikt voor de warmtepompen, verander de modus naar de E-heater mode 25 NL Tabel 4.5.-1. Opmerking: Wanneer u een gebrekkige werking van het apparaat bemerkt, kunt u terecht bij een gecontracteerd servicepunt of bij onze klantenservice. Control panel Electric heating Compressor     Pressure switch Compressor   T3: Pijp temperatuursensor T4: Omgevingstemperature sensor T5L: Tank temperatuuresensor (onderste) TSU: Tank temperatuursensor (bovenste) TP: Afgeven temperatuur sensor TH: Luchtterugvloeiing temperatuur sensor Water tank 5. ONDERHOUD 5.1. Gepland preventief onderhoud uitgevoerd door de gebruiker WAARSCHUWING! De handelingen die hieronder worden beschreven kunnen alleen worden uitgevoerd als het apparaat niet werkt, dus het is uitgeschakeld en de externe schakelaar is ingesteld op “OFF”. Het wordt aanbevolen om de volgende handelingen ten minste om de twee maanden uit te voeren: a) veiligheidsventiel: om obturatie te voorkomen en kalkaanslag te verwijderen,moet het veiligheidsventiel regelmatig worden gebruikt. b) externe bedekking: schoonmaken met een natte doek gedoopt in een sopje. Gebruik geen pesticiden, oplosmiddelen of agressieve schoonmaakmiddelen. 5.2. Routinecontrole van waterpomp boiler Om het aantal mogelijke fouten zoveel mogelijk te beperken en een perfecte en efficiënte werking van het toestel te verzekeren (dat wil zeggen maximale prestaties naast minimale bedrijfskosten) wordt het aanbevolen om de per gebied geautoriseerde technicus ten minste elke twee jaar een algemene controle van het apparaat uit te laten voeren. De geplande preventieve onderhoudswerkzaamheden die worden uitgevoerd door de servicetechnicus zijn de volgende: 5.3. Technische ondersteuning Controleer voordat u contact opneemt met het servicecentrum of de per gebied geautoriseerde technicus of de fout is veroorzaakt door unieke omstandigheden, zoals bijvoorbeeld, een tijdelijke stroomonderbreking of een afgesloten waterleiding. In het geval van reparatie mogen uitsluitend originele onderdelen worden gebruikt, en elke vorm van reparatiewerkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd door een gekwalificeerde technicus. Als u deze aanbevelingen niet opvolgt is dit een bedreiging voor de veiligheid van het apparaat en vervallen de verantwoordelijkheden van de fabrikant. 26 NL 5.4. Verwijdering van boiler Het apparaat bevat koelgas van het type R134a, dat niet mag worden uitgestoten in de atmosfeer. Als de boiler voor een langere tijd buiten werking is gezet, zorg er dan voor dat alleen gekwalificeerde technici zorgdragen voor de verwijdering van het apparaat. Het product voldoet aan de EU richtlijn nr. 2002/96/EG. Het doorgehaalde vuilnisbak symbool weergegeven op het gegevenslabel van het apparaat betekent dat wanneer het product het einde van zijn levenscyclus bereikt, het moet worden gescheiden van het huishoudelijk afval en het moet vervoerd worden naar een stortplaats gewijd aan elektrische of elektronische apparaten of het moet worden getransporteerd naar de gecontracteerde distribiteur als de gebruiker een nieuw product koopt van hetzelfde type. Het is de taak van de gebruiker om het gedemonteerde apparaat te transporteren naar een adequate stortplaats. Een goede en gescheiden inzameling van het gedemonteerde apparaat en de vervolgens eco-geschikte recycling, verwerking en verwijdering dragen bij tot het voorkomen van schadelijke effecten aan het milieu en de menselijke gezondheid, en dus ondersteunen ze recycling van materialen die geïncorporeerd zijn in het product. TECHNISCHE INFORMATIE VOOR INSTALLATIETECHNICI 6. NUTTIGE AANBEVELINGEN 6.1. Kwalificatie van installatietechnici WAARSCHUWING! Ingebruikname en de eerste opstart van het toestel kan alleen worden uitgevoerd door een technicus volgens alle daarmee verband houdende effectieve regelgeving of wettelijke vereisten of vereisten die door lokale overheden en volksgezondheid organisaties worden gegeven. De warmtepompboiler bevat R134a koelmiddel in een hoeveelheid voldoende voor de werking. De koelvloeistof is niet schadelijk voor de ozonlaag van de atmosfeer, het is niet brandbaar of explosief, maar alleen het bevoegd personeel mag onderhoud of reparatiewerkzaamheden aan het koelcircuit uitvoeren, met behulp van een adequate uitrusting. 6.2. Gebruik van de installatie, gebruik en onderhoudshandleiding WAARSCHUWING! Onjuiste installatie kan leiden tot persoonlijk letsel of verwondingen bij dieren of schade aan voorwerpen. De fabrikant neemt geen enkele verantwoordelijkheid voor dit soort letsel of schade. De persoon die de installatie of inbedrijfstelling van het apparaat uitvoert is verplicht om te voldoen aan de instructies van deze handleiding. Nadat de installatie is voltooid, wordt de persoon die de installatie heeft uitgevoerd verplicht om de gebruiker te informeren en te trainen op de werking van de boiler en op de goede uitvoering van de werkzaamheden. 6.3. Controle van warmtepompboiler Volg tijdens de behandeling van het apparaat of het openen van de verpakking de instructies zoals uitgelegd in paragraaf 1.4 en 1.5 van hoofdstuk ALGEMENE INFORMATIE zorgvuldig op. Controleer tijdens het verwijderen van de verpakking of het apparaat intact is en of alle benodigde onderdelen in het pakket zijn inbegrepen. 6.4. Veiligheidsmaatregelen De verklaring van de symbolen in de tabel hieronder worden in detail beschreven in paragraaf 1.3, hoofdstuk ALGEMENE INFORMATIE. waarschuwing gevaar Gevaar voor elektrische schokken veroorzaakt door het aanraken van de Bescherm verbindingspijpen en bedrading onderdelen onder spanning. 1. tegen alle mogelijke beschadiging. Overstroming veroorzaakt door water dat uit de beschadigde buizen lekt. 27 NL 2. 3. 4. Zorg ervoor dat de locatie, installatie en elk system dat is aangesloten op het apparaat volledig voldoet aan alle relevante regulering Elektrische schok veroorzaakt door het aanraken van onderdelen die onjuist zijn geïnstalleerd of die onder spanning staan Beschadiging van het apparaat veroorzaakt door onjuiste inbedrijfneming. Gebruik gereedschappen en apparatuur dat geschikt is voor de taak (het is vooral belangrijk om ervoor te zorgen dat de gereedschappen niet versleten zijn, hun handvatten intact en goed bestand zijn). Gebruik gereedschappen en apparatuur op de juiste manier, zodat ze niet van boven naar beneden kunnen vallen. Zet de gereedschappen en apparatuur na gebruik terug op hun plaats. Gebruik elektrische apparatuur dat geschikt is voor het werk. Gebruik de apparatuur goed. Geen voedingsdraden moeten worden gelegd in de passages. De apparatuur mag niet van boven naar beneden vallen. Koppel ze los van het energiesysteem en leg ze na gebruik terug op hun plaats. Persoonlijk letsel veroorzaakt door vallende spaanders of rommel, het inademen van stof, slaan, snijden of gestoken verwondingen, blauwe plekken. Beschadiging van het apparaat zelf of nabijgelegen objecten veroorzaakt door vallende spaanders, slaan of snijden Persoonlijk letsel veroorzaakt door vallende spaanders of rommel, het inademen van stof, slaan, snijden of gestoken verwondingen, blauwe plekken. Beschadiging van het apparaat zelf of nabijgelegen objecten veroorzaakt door vallende spaanders, slaan of snijden Persoonlijk letsel veroorzaakt door verwondingen veroorzaakt door zure stoffen die de huid aanraken of de ogen; inhalatie of inslikken van schadelijke chemicaliën Beschadiging van het apparaat zelf of nabijgelegen objecten veroorzaakt door het corrosieve effect van zure materialen. Lichamelijk letsel veroorzaakt door het naar beneden vallen of door het toevallige sluiten van de staande ladder. 5. Onderdelen moeten worden gereinigd volgens de instructies op het veiligheidsinformatieblad van het gebruikte product, naast het luchten van de locatie en het dragen van beschermende kleding. Vermijd het mengen van verschillende producten en bescherm het apparaat en de omringende objecten. 6. Zorg ervoor dat draagbare ladders veilig worden geplaatst en dat zij voldoende resistent, de treden intact en niet glad zijn. De ladder mag niet worden verplaatst wanneer er iemand op staat. Een persoon moet altijd toezicht houden op de activiteiten. Persoonlijk letsel veroorzaakt door impact, vallen, etc. 7. Zorg ervoor dat er voldoende hygiënische omstandigheden bestaan met inachtneming van verlichting, ventilatie en stabiliteit van de desbetreffende omgeving van de plaats van het werk. Draag beschermende kleding en uitrusting tijdens elke fase van het werk. Lichamelijk letsel als gevolg van elektrische schokken, vallende spaanders of rommel, stof inademen, schudden, gesneden of gestoken verwondingen, blauwe plekken, lawaai of trillingen. Persoonlijk letsel veroorzaakt door snijden of gestoken verwondingen, blauwe plekken. 8. 9. Elke bewerking die moet worden uitgevoerd binnen het apparaat moet worden uitgevoerd met de nodige voorzichtigheid, om plotselinge aanraking van scherpe delen te 28 NL vermijden. Brandplekken 10. Voordat u met het apparaat werkt, ontlaad dan alle onderdelen die warm water kunnen bevatten. Indien nodig, door middel van het afvoeren van het water. 11. Monteer elektrische aansluitingen met draden van voldoende grootte wat betreft doorsnede. Brand als gevolg van oververhitting ten gevolge van ondermaatse elektrische bedrading. 12. Zorg voor voldoende adequate beschermende materialen voor alle gebieden rond het toestel en het werkgebied. Beschadiging van het apparaat zelf of nabijgelegen objecten veroorzaakt door vallende spaanders, slaan en snijden Ga voorzichtig om met het apparaat en gebruik beschermende hulpmiddelen. Beschadiging van het apparaat zelf of nabijgelegen objecten veroorzaakt door vallende spaanders, slaan en snijden of kneuzing. Beschadiging van het apparaat zelf of nabijgelegen objecten veroorzaakt door het schudden, slaan, snijden of kneuzing. 13. 4. Organiseer alle materialen en apparatuur op een manier die een gemakkelijke en veilige bediening verzekeren, vermijd het opeenstapelen van materialen die om kunnen vallen. 15. Stel alle veiligheids-en controle functies die betrokken zijn bij de werkzaamheden uitgevoerd op het apparaat in op standaard en zorg ervoor dat deze goed functioneren voordat u het apparaat opnieuw opstart. Schade of uitschakeling van het apparaat vanwege een ongereguleerde actie. 7. INBEDRIJFSTELLING WAARSCHUWING! Volg de algemene waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften die in het vorige hoofdstuk werden genoemd op en volg ze strikt op. 7.1. Plaatsing van boiler WAARSCHUWING! Voordat u begint met de installatie, zorg er dan voor dat de voorgenomen locatie van de boiler aan de volgende eisen voldoet: Het dient te worden geïnstalleerd op een plaats die groter is dan een vloeroppervlak van 8 m². Plaats het apparaat niet op een plaats die in gunstige voorwaarden kunnen voorzien in het ontstaan van ijs. Plaats het apparaat niet op een plaats waar een ander apparaat werkt dat lucht nodig heeft om te werken (d.w.z. gasoven, een boiler die werkt op gas, enz.) Het is niet toegestaan om de boiler buitenshuis gebruiken of op een plaats blootgesteld aan regen. d) Om een adequate werking van het toestel te verzekeren en het onderhoud te vergemakkelijken, moet de gekozen plaats passende veiligheidsafstanden hebben, gemeten vanaf de muren en het plafond (Afbeelding 7.1.-1 en 7.1-2.) e) Bevestiging van voeten: Zorg ervoor dat de vloer voldoende vlak is en beschikt over de vereiste stabiliteit. Met de hulp van het "boor frame" (gebruik handleiding), stelt u de positie van de voeten in, rekening houdend met maten aangegeven op afbeeldingen 7.1.-1, en 7.1.-2. van de gebruikshandleiding. Monteer de 3 voet bevestigensitems aan het apparaat met schroeven van M8 grootte en boor het anker in de vloer (minimum M8x75), terwijl de voet vaststelling wordt gepositioneerd volgens afbeelding 7.1.-3. Bevestig de instelbare voetjes van het apparaat op een afstand van min. 26 mm (zie afbeelding 7.1.-4.) Duw het apparaat in de richting van de voetbevestiging die vastgeschroefd is op een manier dat de instelbare voeten worden geraakt in de open insteeksloten van 29 NL de voetenbevestiging (afbeelding 7.1.-5.). Als het apparaat wordt gebruikt zonder dat de poten zijn vastgezet, kan het omvallen. In dat geval zal de fabrikant niet aansprakelijk kunnen worden gesteld voor enige ontstane schade. Luchtuitlaat Beschermrooster Beeldscherm Luchtinlaat Afbeelding 7.1.-1. Afbeelding 7.1.-2. 30 NL Afbeelding 7.1.-3. Afbeelding 7.1.-4. m) n) Afbeelding 7.1.-5. De gekozen locatie moet klaar zijn om een afvoeropening voor condenswater te huisvesten, aangesloten op het bovenste deel van het apparaat met een flexibel circuit. Zorg ervoor dat de locatie van de werking en elektrische en hydraulische systemen waar het toestel 31 o) p) q) r) s) t) u) v) 7.2. NL wordt aangesloten volledig voldoet aan alle relevante regelgeving. De gekozen plaats moet een (of kunnen huisvesten) eenfasig 230 V ~ 50 Hz externe schakelaar hebben. Volgens de definities van de relevante regelgeving, moet de geselecteerde locatie voldoen aan beschermingsklasse IP (bescherming tegen het binnendringen van vloeistoffen). Stel het apparaat niet bloot aan zonlicht, ook niet via een raam. Het apparaat mag niet worden blootgesteld aan de effecten van bijzonder agressieve materialen, d.w.z. zure gassen, omgeving verzadigd door stof of gas. Het apparaat mag niet direct worden gemonteerd op een telefoonlijn zonder overspanningsbeveiliging. Het apparaat moet zo dicht mogelijk worden geplaatst en bediend bij de gebruikspunten om de verspreiding van warmte langs de pijpleiding te beperken. Adequaat elektrisch energiesysteem, waterleiding en riolering moet worden gewaarborgd op de locatie van de operatie (afvoerputje). Om warmteverlies door de warmwaterleiding te verminderen, installeert u het apparaat in de buurt van de locaties die warm water gebruiken. In het geval van grotere afstanden, is het belangrijk om de warmwaterleiding uit te rusten met warmte-isolatie. Niet-gebruikte aansluitingen van de boiler moeten worden gesloten en voorzien van warmte-isolatie. Bekijk maatdiagrammen (Afbeelding 2.8.-1.) Manieren om leidingen aan te sluiten Luchtuitlaat Luchtinlaat Afbeelding 7.2.-3. 32 NL Luchtuitlaat Luchtinlaat Afbeelding 7.2.-2. Luchtinlaat en luchtuitlaat zijn aangesloten op het kanaal. A + B  10 m  Omschrijving leiding Kanaal grote Rond kanaal Rechthoek kanaal Omvang (mm)  190 190x190 Lineaire drukval (PA / m) 2 2 Lengte rechte lijn 10 10 Gebogen drukval (PA / m) 2 2 Gebogen kwaliteit 5 5 Opmerking: Het is beter om het luchtkanaal te verbinding met de luchtuitlaat dan de luchtinlaat. Opmerking: Door de werking met het luchtkanaal gaat een deel van de luchtstroom en warmtepomp capaciteit in het systeem verloren. 33 NL Luchtuitlaat Luchtinlaat Afbeelding 7.2.-3. Luchtinlaat is niet aangesloten op het luchtkanaal, maar luchtuitlaat is verbonden met luchtkanaal A  10 m Aanbeveling: Gebruik het in het geval van een warmteoverschot of in de winter in het geval van een warmteoverschot in de binnenruimte. Luchtuitlaat Luchtinlaat Afbeelding 7.2.-4. Luchtinlaat is aangesloten op het luchtkanaal, maar luchtuitlaat is niet verbonden met luchtkanaal A10m Aanbeveling: Het gebruik van deze verbindingsmanier in de zomer verfrist de lucht van de binnenruimte. 34 NL Opmerking c) Door de verbinding met luchtkanaal gaat een deel van de luchtstroom en warmtepomp capaciteit in het systeem verloren. d) Indien de luchtuitlaat van het apparaat is aangesloten op het canvas luchtkanaal, kunnen er buiten het canvas luchtkanaal condens druppels worden geproduceerd tijdens de werking van het apparaat. Zorgt u alstublieft voor afvoer van condenswater. In dit geval is het raadzaam om de isolatielaag buiten het luchtkanaal te monteren. Regen Afbeelding 7.2.-5. Ingebruikname van de HB300 (C) boiler in een gesloten ruimte. Het is verboden om de HB300 (C) boiler buiten te gebruiken of bloot te stellen aan regen of vocht. Regen Afdak tegen weersomstandigheden Afbeelding 7.2.-6. Als de HB300 (C) boiler is aangesloten op het luchtkanaal dat tot buitenshuis rijkt, moet betrouwbare waterbestendige bescherming voor het luchtkanaal worden gewaarborgd, om te voorkomen dat er regenwater in het apparaat komt. 35 NL Luchtuitlaat Luchtinlaat Filter Afbeelding 7.2.-7. Filter Het filter moet worden gemonteerd door de gebruiker van het apparaat, de maaswijdte is ongeveer 1,2 mm. Afbeelding 7.2.-8. Filter installatie voor de luchtinlaat van het apparaat. Als het apparaat is aangesloten op een luchtleiding, moet een filter worden aangebracht op de luchtinlaat van het luchtkanaal. 36 NL Afvoer Afvoer Afbeelding 7.2.-9. Afbeelding 7.2.-10. Installeer het apparaat op een horizontale vloer om het condenswater continu te laten weglopen,. Indien dit niet mogelijk is, zorg er dan voor dat de afvoerventilatie op de laagst mogelijke plaats staat. Het wordt aanbevolen om het apparaat zodanig te plaatsen dat de hoek tussen het apparaat en een verticale lijn niet meer is dan 2°. 7.3. Verbinding pijpleiding Het is verboden om het apparaat te verbinden met een slang. Gegalvaniseerde stalen buis, kunststof leidingsystemen en koperen buizen kunnen worden gebruikt om de koud of de warmwaterleiding te monteren. In geval van een koperen buisverbinding, is het gebruik van tussenstukken met isolatiemateriaal verplicht. Het pakket van tussenstukken gedistribueerd door Hajdu Zrt. worden verkocht met 2 items in de gecontracteerde winkels van Hajdu Zrt. en in de algemene winkels. Eén van de tussenstukken moet rechtstreeks worden gemonteerd aan de warmwaterleiding van de tank, terwijl de andere moet worden gemonteerd tussen de fittingen en het reeds gemonteerde koperen waterleiding systeem. In het geval van verbindingen, zonder tussenstukken, zal de garantie op het apparaat ongeldig worden verklaard. HET IS LEVENSGEVAARLIJK EN DAARDOOR IS HET VERBODEN OM DE WATERTANK EN DE WARMTEWISSELAAR TE GEBRUIKEN ONDER EEN DRUK HOGER DAN DE TOEGESTANE (0,7 MPa)! Tijdens aansluiting op het waterleidingsysteem, is het verplicht om u volgens Afbeelding 7.3. -1 aan de werkvolgorde van de fittingen te houden. Omdat een goede werking van het apparaat hiervan afhankelijk is. 37 NL Afbeelding 7.3.-1. HV MV E HB HK C KK - Koud water - Heet water - Elektrische verwarming - Verwarming middel inlaat van de warmtewisselaar of externe warmtewisselaar (in het geval van type HB300C) - Verhittingsmiddel uitlaat van warmtewisselaar of externe warmtewisselaar (bij type HB300C) - Circulatieleiding tak - Condens afvoer 1 2 3 - Afsluiter - Manometer - Drukreduceerventiel (alleen boven waterpijpleiding druk boven 0,6 MPa) 4. - Y filter 5 - Gecombineerd veiligheidsventiel 6 - Afvoertrechter (in afvalwater, riolering) 7 - Afvoerklep 8 - Kraan (met douche) 9 - Kraan 10 - Eenrichtingsventiel De gecombineerde veiligheidsklep moet worden aangesloten op de koud water aftakking gezien de stromingsrichting aangegeven door de pijl. De maximale afstand tussen het apparaat en de klep is 2 m, en twee bochten (boog, knie) zijn toegestaan. Het apparaat moet worden uitgerust met een veiligheidsventiel gecontroleerd voor een werkdruk van max. 7 bar. De veiligheidsklep moet direct worden gemonteerd voor de tank op de koud waterleiding aansluiting, in een vorstvrije omgeving. De afvoerleiding moet zodanig worden aangesloten op de veiligheidsklep dat het altijd naar beneden is gericht en in een vorstvrije staat verkeerd. De toevoerdruk van inkomend koud water mag niet meer dan 5,25 bar zijn met een werkdruk van 7 bar. Bij een afsluiter met lagere drukwaarden, moet maximale voedingsdruk worden vastgesteld voor de mini-maxi tolerantiegrenzen van de veiligheidsklep. Indien deze waarde wordt overschreden, moet er een drukverlagingsapparaat voor de veiligheidsklep worden geplaatst. De veiligheidsklep is geen accessoire van het apparaat. HET IS VERBODEN OM EEN WATERPIJPLEIDING FITTING TE PLAATSTEN TUSSEN DE KLEP EN HET APPARAAT. Voor de montage van het ventiel moet de koude waterleiding grondig worden gespoeld, om eventuele schade als gevolg van eventuele vervuiling te voorkomen. De gecombineerde veiligheidsklep bevat een eenweg klep. Daarom is het niet nodig om een afzonderlijke eenrichtingsklep monteren. Tijdens het verwarmen, moet het overbodige water via de afvoerleiding vertakking van het gecombineerde veiligheidsventiel lekken. Bij de installatie van de klep moet men er op letten dat dit lekken zichtbaar blijft. 38 NL HET IS VERBODEN OM DE AFVOERLEIDING VERTAKKING TE DICHTEN OF OM HET LEKKENDE WATER AF TE VOEREN OP EEN ONZICHTBARE MANIER INDIEN de pijpleiding systeemdruk hoger is dan de waarde van 0,6 MPa – alleen tijdelijk - moet een drukreductieventiel gemonteerd worden voor de boiler, ter plaatse van punt Nr. 3 zoals in Afbeelding 7.3.-1 is aangegeven. Bij een niet goed functionerend drukreduceerventiel zal naast verwarming onder deze druk de veiligheidsklep lekken. Het is de taak van de gebruiker om het reduceerventiel te kopen en te monteren. Als de gecombineerde veiligheidsventiel verbonden is aan de boiler moet - om de boiler te legen - een afvoerkraan of ventiel worden gemonteerd op de koude waterleiding van het apparaat, door het toevoegen van een standaard T-vormige fitting. Het is de taak van de gebruiker om dit ventiel (kraan) aan te schaffen. Een willekeurig aantal kranen en taps kunnen worden gemonteerd op de boiler. Het is logisch om het terugstromen van het hete water door de uitlaat naar de koude waterleiding te blokkeren door de montage van een eenrichtingsventiel in de koudwaterleiding van de kraan te monteren. Een afsluitventiel dient voor de fittingen geplaatst te worden in de koude waterleiding die naar de tank leidt (gecombineerde veiligheidsventiel, eenrichtingsventiel, etc.). Met behulp van dit afsluitventiel kan zowel de boiler als de water pijpleiding hulpstukken worden losgekoppeld van het waterleiding systeem (in geval van storing of onderhoudswerkzaamheden). 7.4. Elektrische verbinding 1. De boiler mag alleen worden aangesloten op de elektrische installatie door middel van een permanente verbinding. Het is verboden om een stopcontact te gebruiken. 2. De stroom van de elektrische installatie moet worden aangesloten op de boiler door een meerpolige scheidingsinrichting, met ten minste 3 mm afstand tussen alle polen. 3. De vereiste diameter per snoer van de elektrische systeem kabel met 3 draden is: 2,5 mm2 - 4 mm2, afhankelijk van de prestaties zoals beschreven op de gegevenstabel. De kabels geschikt voor aansluiting op de elektrische installatie zijn: Adequaat type: H0 5VVF H0 5RRF Aansluiting met draad beschermbuis is niet toegestaan. 4. De verbindingsdraad en de draad met groen/gele kleur moet worden aangesloten op het aansluitblok. De plastic draad wiel voorzien van een etiket op het onderste deel van het deksel van de fitting blok moet worden uitgebroken. ("uitbreken om verbinding te maken"). De overhang van de rubberen draad, die in de zak aan het apparaat is geplaatst, moet worden doorgesneden, daarna moet de draad worden gehecht aan de elektrische installatie. De verbindingsdraad moet worden aangesloten in het aansluitblok van de linkerkant volgens fase label (L, N, ). De draad vaststelling en de gebogen klem moeten uiteindelijk worden vastgezet, daarna moet de het rubberen draad wiel worden aangebracht aan het onderste horizontale vlak van het afdekframe op een wijze dat de elektrische onderdelen beschermd zijn tegen mogelijke watertoevoer nadat de montage is afgedekt. Afbeelding 7.4.-1. toont het elektrisch aansluitschema van de boiler, dat ook te zien is op het deksel van de behuizing van de fitting. 39 NL Afbeelding 7.4.-1. HET IS VERBODEN OM MET DE BOILER TE WERKEN ZONDER BESCHERMENDE AARDING. De beschermende aarding moet voldoen aan de instructies van de Hongaarse standaard IEC 60364. 7.5. Eerste start Controleer de volgende zaken voordat u het apparaat opstart:  Adequate installatie van het apparaat;  Adequate connectie van waterleidingen en elektrische bedrading;  Of het lekken van de koelleiding is getest;  Efficiënte water afvoerpijp.  Volledige isolatie bescherming;  Adequate aarding;  Adequate krachtbron;  Er geen belemmering voor de luchtinlaat en luchtuitlaat is;  Er is geen lucht in de waterleiding en alle ventielen staan open;  Efficiënte elektrische beveiliging tegen lekken is in werking;  Water inlaatdruk is voldoende (≥ 0,15 MPa) Na het aansluiten op de waterleiding en het elektriciteitsnet, moet de boiler worden gevuld met water van het huiselijke waterleidingnet. De tank moet met water worden gevuld vóór het inschakelen van de verwarming. Open het warm water ventiel van de kraan tijdens het vullen van de tank met water, terwijl alle andere ventielen gesloten blijven. Open vervolgens het afsluitventiel gemonteerd in de koudwaterleiding (Afbeelding 7.3 1., item Nr. 1.). De tank is gevuld wanneer het water door de kraan loopt. Voor spoel doeleinden, moet het water een aantal minuten doorlopen, dan kunt u het ventiel van het warme water sluiten. CONTROLEER ALSTUBLIEFT SAMEN MET EEN TECHNICUS DE EERSTE VERHITTING Bekijk de buisleidingen om te beslissen of verbindingen van randen en fittingen lekken of niet - en draai ze indien nodig voorzichtig aan. Het apparaat kan alleen na deze controle op het elektriciteitsnet worden aangesloten. Om de warmtepomp van de boiler in te schakelen in een modus, drukt u op de ON/OFF toets op het bedieningspaneel. Volg de instructies van hoofdstuk 4 voor het instellen van de klok en andere parameters of programma's. VOOR HET PERSONEEL BEVOEGD OM ONDERHOUD UIT TE VOEREN 8. ONDERHOUDSVOORSCHRIFTEN WAARSCHUWING! Volg de algemene waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften die in het vorige hoofdstuk zijn genoemd strikt na. Eventuele werkzaamheden en activiteiten moeten worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel (dus ze moeten die kennis bezitten die vereist is door de huidige regelgeving). WAARSCHUWING! Het apparaat moet altijd worden uitgeschakeld voor reparatie of onderhoud, en de externe schakelaar moet worden omgezet in de "OFF" positie. 40 NL 8.1. Ontlading apparaat Waterafvoer kan worden uitgevoerd door de (kraan) gemonteerd voor de boiler of door aan het gecombineerde veiligheidsventiel van de knop te draaien in de richting van de pijl door de water afvoerbuis. Voor waterafvoer, moet de pijplijnverbinding en koud water kraan zijn gesloten, terwijl de heet water kraan tijdens waterafvoer geopend moet blijven. ATTENTIE! ER KAN WARM WATER UITLOPEN TIJDENS DE WATER DRAINAGE! Wanneer u merkt dat het water lekt of een storing bemerkt aan de binnenkant van het apparaat, koppel het apparaat dan onmiddellijk los van het waterleiding systeem met behulp van het afsluitventiel. 8.2. Opslag en gecombineerd veiligheidsventiel Om voor een veilige werking te zorgen, is het logisch u zo nu en dan (in elk jaar) te wenden tot een loodgieter om het toestel en de correcte werking van het gecombineerde veiligheidsventiel te controleren. Bovendien is het aan te raden om elke maand of elke twee maanden het ventiel uit te blazen in de richting aangegeven door de pijl via de blow off knop van het veiligheidsventiel. Zo wordt de ventielzitting gereinigd van eventuele verontreiniging (zandkorrels, kalkaanslag, etc.). 8.3. Actieve anode Naast emaillen bedekking wordt de hele water tank beschermd tegen corrosie, dus is het essentieel dat de tank altijd een actief anode van voldoende grootte bezit. Daarom moet de staat van de actieve anode om de twee jaar door een gecontracteerde service winkel worden gecontroleerd. Dit is ook een voorwaarde voor extra garantie met betrekking tot de tank (zie de commerciële garantie). Als de diameter van de anode krimpt tot ca. 10 mm, moet het worden vervangen. Het is uiterst belangrijk dat de actieve anode goed contact heeft met de tank. Daarom moet bij het monteren van een nieuwe anode of bij andere reparaties, de verbinding met de actieve anode en de aardingsschroef op een manier worden uitgevoerd die de elektrische verbinding goed leidt. 8.4. Kalkaanslag verwijderen Afhankelijk van de kwaliteit van het water, kan kalkafzetting optreden op de warmtewisselaar of in de tank. De kalkaanslag op de verwarming vermindert de verwarmings efficiëntie. Dus is het noodzakelijk om de boiler om de twee jaar te ontkalken. Het is ten strengste verboden om scherpe metalen voorwerpen of zuur te gebruiken om de kalkafzetting te verwijderen op de warmtewisselaar, het deksel en de fittingen. Gebruik reinigingsmiddelen en kalkverwijderaar die in de handel verkrijgbaar zijn. Kalk kan handmatig worden verwijderd uit het inwendige deel van de tank door de opening van de fitting. Het is logisch om de tank te spoelen met water nadat de kalk verwijderd is. 8.5. Preventie van vorstschade Indien de temperatuur daalt tot onder het vriespunt op de plaats van de boiler, moet de verwarming van de tank niet worden uitgeschakeld of de tank moet worden afgevoerd in periodes van vorstgevaar. 8.6. In het geval van indirecte verwarming BEVEILIGING TEGEN OVERHITTING MOET WORDEN UITGEVOERD DOOR INDIRECTE VERWARMINGSAPPARATUUR! 8.7. Luchtfilter Reinig het luchtkanaal elke maand, omdat deze invloed heeft op de verwarmingsprestaties! Indien het filter direct is gemonteerd in de luchtinlaat (d.w.z. luchtinlaat is niet met luchtkanaal verbonden), kan demontage en de reiniging van het filter worden uitgevoerd op de volgende wijze: de luchtinlaat sluitring moet linksom gedraaid worden, het filter moet worden verwijderd en perfect worden schoongemaakt en daarna moet het worden teruggezet op zijn plaats. 41 NL 8.8. Uitschakelingen niet veroorzaakt door fouten a) 3-minuten bescherming Wanneer het apparaat onder spanning staat, moet men 3 minuten wachten om de compressor te beschermen tegen onmiddellijke opstart na uitschakeling. b) Als het apparaat een zelfbescherming mechanisme lanceert en wordt afgesloten, controleer dan het volgende: Als het systeem lampje gaat branden, kan het gebeuren dat het apparaat niet voldoet aan alle voorwaarden voor systeem opstarten wanneer het inschakelen heeft plaatsgevonden. Men moet ook controleren of de luchtinlaat of luchtuitlaat niet geblokkeerd is en of geen sterke tocht de luchtuitlaat bereikt. c) Ontvriezing De verdamper kan bevriezen in een natte en koude omgeving, en dat kan de waterverwarmingsprestaties verminderen. Als dit gebeurt, stopt het apparaat met het verwarmen van water en gaat het over in ontvriezen en begint daarna met het verwarmen van water. Tijdens het ontvriezen, stopt de ventilator, het vier-richtingen ventiel, draait de stroming en de compressor blijft continu in bedrijf. Ontvriezen kan 3 minuten tot 10 minuten duren, afhankelijk van de externe omgeving en de vorst. d) Temperatuur beeldscherm Wanneer het apparaat stopt, is temperatuur daling als gevolg van de vrijkomende warmte heel normaal. Het systeem wordt automatisch gestart na een terugval naar een zekere warmte graad. Tijdens het verwarmen van water, kan de aangegeven temperatuur van het water voor een tijdje worden verlaagd of het kan niet hoger worden als gevolg van warmte-uitwisseling van het water. Wanneer de tank de ingestelde temperatuur volledig bereikt, stopt het apparaat automatisch. 8.9 Fouten en oplossingen Storing Het afvoerwater is koud is. Het beeldscherm is donker. Geen heet water uit de afvoerbuis. Water lekkage 8.10 Reden Controleer of voeding aanwezig is; Uitvoerwater is gezet op een lage temperatuur; Uitgaande temperatuur van de watercontroller is beschadigd; Printplaat van indicatie indicator is beschadigd; Kraanwater is afgesloten; Waterdruk is te laag; Inlaatklep is gesloten. De lasnaden van de pijplijn zijn niet goed gesloten. Oplossingen Stel het uitgaande water in op een hogere temperatuur. Neem contact op met de technicus. Het zal weer normaal worden nadat het water geleverd is; Gebruik het wanneer de druk groter is; Open de inlaat waterklep. Controleer en dicht alle lasnaden. Zelfbeschermende mechanismen van het apparaat a) b) c) Vanwege zelfbescherming, wordt het apparaat uitgeschakeld, begint het met een auto-check en herstart wanneer de defensieve mechanismen in werking zijn gesteld. Tijdens de lancering van zelfbescherming, zal de zoemer om de minuut geluid maken en de ALARM-indicator snel knipperen, de foutcode en de watertemperatuur worden na elkaar weergegeven. Druk gedurende 3 seconden op CANCEL om het alarm te stoppen. De zelfbeschermingsmechanismen lossen het oplossen op en de foutcode verdwijnt van het beeldscherm. Het apparaat zal haar eigen beschermende mechanismen lanceren onder de volgende omstandigheden: c.1) Luchtinlaat of luchtuitlaat wordt geblokkeerd; c.2) De verdamper is bedekt met te veel stof; c.3) De stroombron is onvoldoende (dat groter is dan het spanningsbereik van 230 V(±10%)) 42 NL OPMERKING Bij zelfbescherming van het apparaat moet het handmatig worden losgekoppeld van de stroomvoorziening en handmatig worden gestart na het oplossen van de fout. 1) Watertemperatuur beeldscherm 1.a) De watertemperatuur gegevens hebben betrekking op water in het bovenste gedeelte van de tank (boven 1/4), die wordt gebruikt door de gebruiker, maar het omvat niet al het opgeslagen water. 1.b) De 6 indicatoren weergegeven naast de watertemperatuur gegevens meten de temperatuur van het onderste deel van het water. Wanneer de watertemperatuur hoger is dan 50C lichten blauwe en gele indicators op. Wanneer de watertemperatuur 60C is, lichten de blauwe, gele en rode lampjes op, wanneer alle gekleurde indicatoren oplichten is het water op de gewenste temperatuur. 1.c) Tijdens watergebruik kan het gebeuren dat de temperatuur van het onderste gedeelte van het water afneemt terwijl het bovenste gedeelte nog steeds hoog is. Het apparaat start dan de verwarming van het onderste deel. Dit wordt beschouwd als normale werking. 2) Fout zoeken 3) In het geval van een veel voorkomende fout, schakelt het apparaat over op stand-by-modus en blijft buiten werking, maar op een lagere efficiëntie dan daarvoor. Neem contact op met een technicus. 3.a) In het geval een van ernstige fout, kan het systeem niet verder werken. Neem contact op met een technicus. 3.b) In het geval van het optreden van fouten zal de zoemer elke tweede minuut geluid maken, de ALARM indicator zal snel knipperen, de ALARM-indicator brandt en de foutcode en de temperatuur van het water worden na elkaar weergegeven op het beeldscherm. Om het alarm uit te schakelen drukt u gedurende drie seconden op de CANCEL toets! 4) Herstart na een lange uitschakeling Wanneer het apparaat opnieuw wordt opgestart na voor een langere periode uitgeschakeld te zijn geweest (inclusief pilot mode), is het duidelijk dat het uitgaande water niet schoon is. Nu moet de kraan worden opengehouden en het uitstromende water zal snel schoon worden.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118

ACV HP300 Handleiding

Type
Handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor

in andere talen