Carrier 40SMC024N Installatie gids

Categorie
Split-systeem airconditioners
Type
Installatie gids

Deze handleiding is ook geschikt voor

NL - 1
40KQM
“Global cassette” split-system binnen-unit
NEDERLANDS
IR Remote Control “Room Controller” “Zone Manager”
De unit kan worden geregeld door een infrarood afstandbediening, de Room
Controller of de Zone Manager (bedrade zoneregelaars).
De montage-instructies voor de infrarood afstandbediening zijn opgenomen in de
Bedieningsinstructies van de unit.
Zie voor montage- en bediening van de Room Controller en de Zone Manager de
meegeleverde handleidingen.
Zie voor bedienings- en onderhoudsinstructies van de airconditioner en de installatie
van de buiten-unit de bij de unit geleverde handleidingen.
Inhoud
Blz.
Afmetingen en gewichten ..................................................................................... 2
Technische gegevens ........................................................................................... 3
Technische gegevens elektrische verwarmingselementen.................................. 3
Meegeleverd materiaal ......................................................................................... 3
Bedrijfslimieten ..................................................................................................... 3
Benodigde materialen voor een complete installatie ........................................... 3
Algemene informatie............................................................................................. 4
Accessoires .......................................................................................................... 4
Waarschuwingen: vermijd .................................................................................... 5/6
Montage................................................................................................................ 6/8
Koudemiddelaansluitingen ............................................................................... 9
Elektrische aansluitingen ..................................................................................... 10/11
Buitenluchtaansluiting en luchtaansluiting aangrenzende ruimte ....................... 12/13
Systeemtest.......................................................................................................... 13
Adresschakelaar en foutcodes ............................................................................. 14
Alarmlampjes........................................................................................................ 15
Instructies voor de klant........................................................................................ 15
Typenummer
binnen-unit
50Hz
incl. grille
40KQM012-7
40KQM015-7
40KQM
NL - 2
Afmetingen en gewichten
40KQM 012, 015
Unit 19
Frame / Grille 3
kg
575
298
120
225
280
56
52
91
575
158
720
550
515
Ø 150
Ø 70
50
30
Ø 25
40KQM012, 015
40KQM
NL - 3
NEDERLANDS
Tabel IV: Benodigde materialen voor een complete installatie
Omschrijving Specificatie
Verbindingsleiding 40KQM012 Ø (3/8) 9.52mm (Zuig) / Ø (1/4) 6.35mm (Vloeistof)
40KQM015 Ø (1/2) 12.7mm (Zuig) / Ø (1/4) 6.35mm (Vloeistof)
Wandverbindingsstuk
Wanddop
Afdichtingstape PVC film
Bevestigingstape
Leidingisolatie
Condensaatafvoerslang Binnendiameter 16-17 mm
Kit
- Verbindingskabel 1. Kabel type: H07RN-F, synthetische rubberisolatie met Neopreen mantel
tussen binnen en buiten-unit verbindingskabel volgens normen EN 60335-2-40.
Technische gegevens
Tabel II:
Meegeleverd
materiaal
Aantal Voor Netspanningslimieten
Montage-instructies 1 Montage binnen-unit
Bedienings- en Onderhoudsinstructies 1 Correct gebruik
Beschermrooster buitenluchttoevoer 1 Buitenluchttoevoer
Opmerking:
Zie de montage-instructies van de buiten-unit voor doorsnede van de
elektrische voedingskabels en vertraagde zekeringen.
Tabel I: Nominale gegevens
OPGENOMEN VERMOGEN (W)
Warmtepomp
Unit Koelen Verwarmen
40KQM012 60W 60W
40KQM015 95W 95W
Tabel III: Bedrijfslimieten
Koeling / Verwarming Zie Montage-instructies van de buiten-unit.
Nominale 1-fase voeding 230V
~
50Hz
Elektrische voeding Bedrijfsspanningsgrenzen min. 198V max. 264V
220V
~
60Hz
min. 198V max. 242V
40KQM
NL - 4
Montage
ATTENTIE
In verband met de veiligheid en gezondheid van gebruikers,
onderhoudspersoneel en derden, dient bij het installeren van
de apparatuur rekening te worden gehouden met hetgeen de
Arbo-wet voorschrijft.
Lees deze gebruiksaanwijzing goed door voordat u met de
montage begint.
Dit apparaat voldoet aan de laagspannings-richtlijn 73/23EEG
(veiligheid) en aan EMC richtlijn 89/336EEG voor
elektromagnetische compatibiliteit.
Montage- en onderhoudswerkzaamheden aan deze units mogen
alleen worden uitgevoerd door een STEK erkend installateur.
Alle bekabeling moet voldoen aan de ter plaatse geldende
voorschriften, zoals NEN 1010. De elektrische voedingskabel moet
in de buiten-unit worden aangesloten.
Controleer of voltage en frequentie van de hoofdvoeding
overeenkomen met de gegevens op de kenplaat van de unit.
Houd bij het aanleggen van de elektrische voeding en bij het
aansluiten op het elektrisch voedingnet rekening met de ter plaatse
geldende voorschriften. De elektrische voeding (aansluiting,
kabeldiameter, beveiliging) moet geschikt zijn voor de gegevens
zoals aangegeven op de naamplaat van de unit.
De elektrische voedingskabel moet in de buiten-unit worden
aangesloten. Raadpleeg voor de elektrische aansluitingen de
montagehandleiding van de buiten-unit.
Voor verbinding van binnen- en buiten-unit kan Carrier BV
speciale koudemiddelleidingsets als accessoire leveren. Deze
verbinding kan echter ook worden gemaakt d.m.v. door derden te
leveren koperen leidingen voorzien van flare-koppelingen.
Gebruik alleen geïsoleerde naadloze leiding van koeltechnische
kwaliteit, (Cu DHP type volgens ISO 1337), ontvet en
gedesoxideerd, geschikt voor werkdrukken van tenminste
4200 kPa een burst pressure van minstens 20700 kPa.
Gebruik in geen geval koperen sanitair pijp.
Gebruik, indien nodig, voor de condensaatafvoer PVC pijp van
25 mm binnendiameter (niet meegeleverd) op de juiste lengte en
met adequate thermische isolatie.
Test de systeemwerking grondig na de installatie en leg alle
systeemfuncties uit aan de klant.
Gebruik de airconditioner alleen voor het doel waarvoor hij is
bestemd. Het apparaat is niet geschikt voor gebruik in zeer
vochtige ruimten.
BELANGRIJK:
Bij de montage moeten eerst de koudemiddelaansluitingen en
daarna de elektrische aansluitingen worden gemaakt. Wordt de
unit gedemonteerd, neem dan eerst de elektrische verbin-
dingskabels los en daarna de koudemiddelaansluitingen.
WAARSCHUWING:
Schakel ALTIJD de hoofdstroom af voordat met
werkzaamheden aan de unit wordt begonnen!
Algemene informatie
Open de elektronische afstandbediening niet zelf, maar neem bij
problemen contact op met uw installateur.
In deze montagehandleiding wordt de installatieprocedure
beschreven voor de binnen-unit van een split-system dat bestaat
uit twee door Carrier Villasanta (Italië) gefabriceerde units
(binnen-unit en buiten-unit). Raadpleeg Carrier alvorens deze unit
aan te sluiten op een buiten-unit van een ander fabrikaat.
Het koppelen van units met verschillende besturingssystemen kan
leiden tot onherstelbare schade, die niet door de garantie wordt
gedekt. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor systeemuitval als
gevolg van niet goedgekeurde unit-combinaties.
Carrier is niet aansprakelijk voor schade veroorzaakt door
modificaties of fouten in de elektrische- of koelmiddelaansluitingen.
Als de montage-instructies niet worden gevolgd of bij toepassing
van de unit onder condities die vallen buiten die genoemd in de
tabel Bedrijfslimieten komt de garantie onmiddellijk te vervallen.
Als de veiligheidsrichtlijnen voor de elektrische montage niet
worden gevolgd kan in geval van kortsluiting brand ontstaan.
Controleer de unit op transportschade. Dien in geval van schade
een claim in bij de vervoerder. Installeer geen beschadigde units.
Schakel in geval van storing de unit uit. Schakel de hoofdstroom af
en neem contact op met uw installateur.
Onderhoud aan het koudemiddelcircuit mag alleen worden
uitgevoerd door gekwalificeerd (STEK erkend) personeel.
Unit en verpakking zijn vervaardigd van milieuvriendelijke
materialen en zijn geschikt voor hergebruik.
Voer het verpakkingsmateriaal af volgens de plaatselijke
voorschriften
Dit apparaat bevat koudemiddel dat volgens de plaatselijke
voorschriften moet worden afgevoerd.
Nadat de levensduur van het apparaat is verstreken moet dit
worden afgevoerd door een erkend bedrijf volgens de geldende
voorschriften.
Plaats van opstelling
Plaats de unit niet:
In direct zonlicht.
Te dicht bij een warmtebron.
Aan vochtige wanden of op plaatsen waar gevaar bestaat voor
teveel vocht (wasruimten etc.).
Waar gordijnen of meubels de luchtcirculatie kunnen belemmeren.
Aanbevelingen:
Kies de plaats voor de binnen-unit zodanig, dat de luchtcirculatie
niet wordt belemmerd.
Kies een plaats waar de montage geen problemen oplevert.
Kies een plaats waar voldoende vrije ruimte mogelijk is.
Kies een plaats waar optimale luchtverdeling mogelijk is.
Kies een plaats waar de condensaatafvoer gemakkelijk kan
worden aangelegd.
Tabel V:Accessoires
Omschrijving Typenummer
Condensaatafvoerpomp
40KMC9005
220-240V
~
50/60Hz
Fotokatalytisch filter + 40GKX9004
Passief elektrostatisch filter 40GKX9005
Toevoerluchtrooster afsluitkit
40GK-900---003-40
40GK-900---013-40
Omschrijving Typenummer
Room Control 33MC-RC
IR My Comfort 33MC-MC
Kabel-aansluitset 33MC9002
Zone Manager 33MC-ZM
Aansluitprint Zone Manager 33MC9001
NL - 5
40KQM
NEDERLANDS
MAX 200 mm
Waarschuwingen: vermijd.....
... obstructies van de toevoer of retourlucht. ... blootstelling aan direct zonlicht als de unit in koelbedrijf werkt.
Laat de binnen- of buitenzonwering neer. ... plaatsing te dicht bij
warmtebronnen waardoor de unit kan beschadigen.
... stijgingen in de condensaatafvoerleiding.
Dit mag alleen direct bij de unit met een maximaal hoogteverschil
van 200 mm vanaf de bovenkant van de unit.
... pletten of knikken van de koudemiddel- of condensaatleidingen.
... montage in ruimten met geluidsgolven met hoge frequentie. ... gedeeltelijke leidingisolatie. Niet waterpas plaatsen van de unit.
Hierdoor wordt het condensaat niet goed afgevoerd.
... blootstelling aan oliedampen
... aansluiting van de condensaatafvoer op de riolering zonder sifon.
De hoogte van de sifon moet minimaal 50 mm bedragen.
... horizontale condensaatafvoerleiding met minder dan 2% afschot. ... groot hoogteverschil tussen buiten- en binnen-unit (zie montage-
instructie van de buiten-unit).
40KQM
NL - 6
Max. 2 schoepen gesloten
(zie Opmerking 3)
Waarschuwingen: vermijd.....
... niet goed vastgezette elektrische aansluitingen
... losnemen van de koudemiddelleidingen na de montage.
Hierdoor ontstaat n.l. koudemiddellekkage.
... onnodige bochten in de verbindingsleidingen (zie montage-
instructie van de buiten-unit).
Te lange verbindingsleiding (zie montage-instructie van de
buiten-unit).
Montage
Controleer of de plafondtegels kunnen worden verwijderd,
zodat er voldoende vrije ruimte is voor
onderhoudswerkzaamheden.
Bij plaatsing in gestucte plafonds moet ervoor worden gezorgd
dat de unit altijd bereikbaar is.
LET OP:
Stel de luchtgeleideschoepen alleen in zoals afgebeeld.
LET OP:
Gebruik voor het sluiten van 1 of 2 schoepen de speciale
afsluitkit.
Kies de plaats voor de binnen-unit zodanig, dat een zo gunstig
mogelijke verdeling van de uitblaaslucht over de ruimte wordt
verkregen. De richting van de luchtstroom kan worden
geregeld via de afstandbediening (indien toegepast) of
automatisch, afhankelijk van het bedrijfstype.
In koelbedrijf wordt de luchtstroom, voor een zeer gelijkmatige
menging met de ruimtelucht, naar het plafond gericht (Coanda
effect). In verwarmingsbedrijf wordt de luchtstroom naar de
vloer gericht om de vorming van warme luchtlagen bovenin de
ruimte te voorkomen.
De luchtrichting wordt automatisch geregeld wanneer de
luchtgeleideschoepen in automatisch bedrijf werken.
De schoepen kunnen ook in tussenstanden worden gezet
(alleen units met infrarood afstandbediening) of in SWING
bedrijf werken (continue roosterbeweging).
Verwarmen: stand luchtgeleideschoep voor een juiste luchtstroming.
Koelen: stand luchtgeleideschoep voor een juiste luchtstroming.
(3) Met een interne relatieve vochtigheidsgraad hoger dan 70% is
alleen één sluiting toegestaan
NL - 7
40KQM
NEDERLANDS
Voorafgaand aan de montage
Transporteer de unit bij voorkeur in de verpakking naar de plaats
van opstelling. Controleer op transportschade, zoals gebroken
leidingen, losse onderdelen, losse bedrading, etc.
Het uitblaasrooster en de afstandbediening zijn afzonderlijk verpakt.
BELANGRIJK:
Til de unit niet op aan de condensaatafvoerleiding of de
koelmiddelaansluitingen, maar aan de vier hoekpunten.
De montage zal makkelijker verlopen wanneer gebruik wordt
gemaakt van een heflift.
Bij montage in gipsplaten plafonds mag de gezaagde opening niet
groter zijn dan 660 x 660 mm (voor typen 050) en 900 x 900 mm
(voor typen 080,110, 130).
In ruimten met een hoge luchtvochtigheid moeten de
ophangbeugels worden geïsoleerd met het meegeleverde,
zelfklevende isolatiemateriaal.
Montage
Montage
 

mm
Markeer de positie van de draadstangen, koudemiddelleidingen en
condensaatafvoerleiding, voedingskabels en de kabel voor de
afstandbediening (zie maatschets).
Gebruik hierbij de meegeleverde boormal. Afhankelijk van het type
plafond kunnen de draadstangen worden gemonteerd zoals
afgebeeld.
Bevestig de meegeleverde montagebeugels aan de draadstangen.
Draai de moeren niet vast maar plaats eerst de ringen (zie tekening).
Ringen
Draadstangen
Ringen
Moer
Moer
Moer
Houten frame
Draadstangen
Ringen
Moer
Draadstangen
T-ligger
(te verwijderen)
Plafond
Waterpas
Beugels
Til de unit (zonder frame) voorzichtig op aan de vier hoekpunten.
Til de unit niet op aan de condensaatafvoerleiding of de
koelmiddelaansluitingen.
Breng de unit in de plafondopening en haak hem in de 4
ophangbeugels.
Als de T-ligger niet kan worden verwijderd kan het nodig zijn de
unit schuin naar zijn plaats te tillen (alleen bij plafonds met een
minimale hoogte van 300 mm).
Breng nu eerst de koudemiddelleidingen op hun plaats.
Zie hoofdstuk Koudemiddelaansluitingen.
Verwijder zo nodig de T-ligger zodat er meer bewegingsruimte
ontstaat.
Hang de unit waterpas en houd 25 tot 30 mm ruimte tussen de
omkasting en de onderzijde van het plafond.
Breng de unit in lijn met de T-liggers van het plafond, draai eerst
de bouten aan de zijkant vast en daarna de moeren en
contramoeren.
Controleer na montage van de condensaatafvoer- en
koudemiddelleidingen of de unit nog steeds waterpas hangt.
40KQM
NL - 8
50
2%
A AIR B
Montage van het frame en de grille
Haal frame en grille voorzichtig uit de verpakking. Het frame kan met
behulp van kunststof haken aan de binnen-unit worden bevestigd.
Draai de vier schroeven vast, sluit de verbindingskabels aan en zet
ze vast met de kabelbeugel.
Bevestig het frame met de meegeleverde schroeven.
Let goed op de volgende punten:
De schroeven mogen niet te vast worden aangedraaid omdat
anders het frame zou kunnen vervormen.
Het frame moet goed aansluiten aan het plafond.
Er is een afdichting tussen de luchttoevoer- en de luchtuitblaasopeningen.
In de afbeelding voorkomt afdichting A dat de retourlucht wordt
vermengd met de toevoerlucht en afdichting B voorkomt dat de
toevoerlucht boven het verlaagde plafond terecht komt.Na de
montage mag de opening tussen het frame en het verlaagde
plafond niet groter zijn dan 5 mm.
Maken van de doorvoeropening in de buitenmuur voor de
verbindingsleidingen naar de buiten-unit
Bepaal de plaats van de doorvoeropening in de muur.
Boor een gat van tenminste Ø 70 mm voor de doorvoer van
koudemiddelleidingen en condensaatafvoer.
Maak een opening in de muur en zorg ervoor dat deze van binnen
naar buiten iets afloopt (5 - 10 mm).
Voer de elektrische verbindingskabels door de doorvoer (zie
Elektrische aansluitingen).
Condensaatafvoer
Voor een goede condensaatafvoer moet de afvoerleiding vanaf de
binnen-unit aflopend worden aangelegd (2%).
Bovendien moet een sifon van circa 50 mm worden aangebracht
om nare geurtjes te voorkomen.
Het condensaat mag maximaal 200 mm boven de unit worden
afgevoerd op voorwaarde dat de stijgleiding verticaal is en in lijn
ligt met de flens van de afvoer.
Als het condensaat meer dan 200 mm boven de unit moet worden
afgevoerd, dan kan 500 mm worden overbrugd wanneer de
diameter van de consaatafvoer wordt verkleind tot rond 12,5 mm.
In alle andere gevallen dient een externe condensaatpomp met
niveauregeling te worden toegepast. Het alarmcontact van deze
externe pomp moet in serie worden geschakeld met de
vlotterschakeling van de unit.
Isoleer de afvoerleiding met dampdichte isolatie (bijv. neopreen,
5 tot 10 mm dik).
Indien meer units in een ruimte zijn geplaatst dient de
condensaatafvoer te worden uitgevoerd zoals aangegeven.
Montage
Binnen
Buiten
Kunststof haken
A. Afdichting "A"
B. Afdichting "B"
Voedingskabels
frame
Voedingskabels unit
Beveiligingskoord
Kabelbeugel
Schroeven
NL - 9
40KQM
NEDERLANDS
BELANGRIJK:
Bij de montage moeten eerst de koudemiddelaansluitingen en
daarna de elektrische aansluitingen worden gemaakt. Wordt
de unit gedemonteerd, neem dan eerst de elektrische verbin-
dingskabels los en daarna de koudemiddelaansluitingen.
Zie de montage-instructies voor de buiten-unit voor meer
gedetailleerde informatie.
Leidingdiameter
Gas Vloeistof
Type (Zuig) (Pers)
mm (inch) mm (inch)
012 9.52 (3/8") 6.35 (1/4")
015 12.7 (1/2") 6.35 (1/4")
Voor verbinding van binnen- en buiten-unit kan Carrier BV
speciale koudemiddelleidingsets als accessoire leveren. Deze
verbinding kan echter ook worden gemaakt d.m.v. door derden te
leveren koperen leidingen voorzien van flare-koppelingen. Gebruik
alleen geïsoleerde naadloze leiding van koeltechnische kwaliteit,
(Cu DHP type volgens ISO 1337), ontvet en gedesoxideerd, geschikt
voor werkdrukken van tenminste 4200 kPa een burst pressure van
minstens 20700 kPa. Gebruik in geen geval koperen sanitair pijp.
Niet van toepassing voor Nederland.
Niet van toepassing voor Nederland.
Niet van toepassing voor Nederland.
Sluit de leidingen aan in overeenstemming met de aangegeven
limieten.Smeer het uiteinde van de leiding en schroefdraad van de
flare-koppeling in met een antivries olie. Draai de koppeling met de hand
een aantal slagen vast, draai hem daarna vast met een sleutel door het
in de tabel aangegeven aandraaimoment toe te passen.
De leidingen
moeten, nadat ze zijn aangesloten op de unit, worden
gelektest, daarna
gevacumeerd en eventueel worden gevuld volgens
de R.L.K. richtlijnen.
Aansluiting op de unit
Onvoldoende aandraaimoment veroorzaakt koudemiddellekkage.
Als de koppelingen te vast worden aangedraaid kan schade
ontstaan die leidt tot koudemiddellekkage.
Leidingdiameter Aandraaimoment
mm (inch) Nm
6,35 (1/4") 14÷18
9,52 (3/8") 33÷42
12,70 (1/2") 50÷62
Controleer, wanneer alle aansluitingen gemaakt zijn, op lekkage
door er zeepwater op aan te brengen.
Pak daarna de kleppen en leidingen in met condenswerende
isolatie en zet dit vast met tape, zonder te veel druk uit te oefenen
op de isolatie.
Repareer en bedek alle mogelijke barsten in de isolatie.
De verbindingsleidingen en kabels tussen binnen- en buiten-unit
moeten goed worden vastgezet.
Controle
Controleer de werking van de condensaatafvoer door water in
de opvangbak te gieten.
Controleer het afschot en op eventuele obstructies.
Koudemiddelaansluitingen
Leiding
Isolatie
Bevestigingstape
40KQM
NL - 10
Elektrische aansluitingen
SYSTEEMCONFIGURATIE
Maak eerst de elektrische aansluitingen tussen de units alvorens
door te gaan met de aansluiting op het elektrisch voedingnet.
Controleer of de aansluiting van de elektrische voeding
plaatsvindt via een schakelaar met gescheiden polen, met een
contactafstand van tenminste 3 mm.
Toegang tot de aansluitkast: open de grille en draai de 4 schroeven
van het afdekpaneel los.
CA
CLR
CV
C G
CP
B
CP
CG
CA
CV
CLR
ELEKTRISCHE AANSLUITKAST
40KQM012
40KQM015
Condensator
(onder hoofd-klemmenstrook)
Aardklemmen
GMC print (inverter)
Aansluiting klemmenstrook
buiten-unit
Transformator
Gaten voor
bevestigingsschroeven
Toets Emergency
Connector ventilator
Connector LED/ontvanger
Connector vlotterschakelaar
Connector pomp
Louvre connector
B. Doorvoer verbindingskabel
buiten-unit
40KQM
NL - 11
NEDERLANDS
Elektrische aansluitingen
Warmtepomp - 40KQM012, 015
1 2 3
1 2 3
1
10
80
 
Opmerking:
Zie montage-instructies buiten-unit.
Verklarende tekst op aansluitkast, alle typen
Aarde
1 Fase
2 Nul
3 Data (in hoofdstroomkabel)
Loop van de kabels
Verbindingskabel (4x1 mm
2
/ H07 RN-F)
Aansluitkabel Room Controller/CZM
(optioneel zie montage-instructies CRC/CZM)
Minimale doorsnede van de geleiders van de verbindingskabel
binnen-unit en buiten-unit (mm
2
)
Type 123
40KQM012, 015 1,0 1,0 1,0 1,0
40KQM
NL - 12
  
120
10549
Ø A
216
B
Ø A
Ø C

Slangaansluiting
Slangklem
Afdichting 6 mm dik neopreen
Geïsoleerde flexibele slang
Buitenluchtaansluiting
Aansluiting aangrenzende ruimte
Opening in polystyreen
Isolatie
Frame
Scheidingswand
Ingekorte deur
Muurrooster
Deurrooster
Voorbeelden voor plaatsing van het luchtrooster
Buitenluchtaansluiting en luchtaansluiting aangrenzende ruimte
De 40KQV units zijn voorzien van een z.g. knock-out
(voorgeponste) opening in de omkasting.
Hierop kan een luchtkanaal worden aangebracht, waarmee de
unit verse buitenlucht kan aanzuigen.
Verwijder de ingekeepte dampdichte isolatie aan de buitenkant
en doorboor de voorgeponste opening.
Luchtaansluiting aangrenzende ruimte
Trek op het polystyreen met een potlood de contouren na van de
binnenranden van de knock-out opening.
Snij het polystyreen weg en let er daarbij op dat u de
warmtewisselaar niet beschadigt.
Buitenluchtaansluiting
Verwijder het polystyreen uit de buitenluchtopening.
Breng, nadat het frame in de buitenluchtopening is geplaatst, de
meegeleverde isolatie aan om koudebruggen te voorkomen.
Monteer de grille.
Gebruik kanalen die geschikt zijn voor bedrijfstemperaturen van
60°C (continu).
Gebruik voor doorvoeren flexibel polyester (met spiraalkern) of
geribd aluminium dat aan de buitenkant is afgewerkt met
dampdicht materiaal (fiberglas, 12 +/- 25 mm dikte).
Alle niet-geïsoleerde kanalen moeten worden afgewerkt met
dampdichte isolatie (bijv. neopreen, 6 mm dik).
Als deze aanwijzingen niet worden opgevolgd acht Carrier
zich niet aansprakelijk voor eventuele schade en vervalt de
garantie.
Van de twee voorgeponste openingen mag er maar 1 worden
gebruikt voor het toevoeren van geconditioneerde lucht aan een
aangrenzende ruimte.
Dus niet allebei tegelijk.
Het kanaalwerk kan worden gedimensioneerd volgens de
diagrammen, waarbij ook rekening moet worden gehouden met
drukverliezen door roosters en luchtfilters en de daarmee
samenhangende hogere geluidsniveaus in de kanalen.
Type 40KQM012, 015
Ø A mm 150
B mm 120
Ø Cmm 70
NL - 13
40KQM
NEDERLANDS
Bij 2 gesloten schoepen is de luchthoeveelheid naar de aangrenzende ruimte 50% hoger dan bij 1 gesloten schoep (bij
dezelfde externe statische druk).
Met een interne relatieve vochtigheidsgraad hoger dan 70% is alleen één sluiting toegestaan
30
20
10
0
0
100
200
300 400
24/28
12
18
450
410
60
48
36
40
m
3
/h
0 30 60 90 120
113,
9
l/s
125
Buitenluchtaansluiting en luchtaansluiting aangrenzende ruimte
Diagram voor luchttoevoer naar een aangrenzende ruimte: 1 schoep gesloten
Luchtkanaal naar
aangrenzende ruimte
Luchthoeveelheid
Externe statische druk - Pa
Buitenluchttoevoer
De extra ventilatormotor (optie) voor buitenluchttoevoer moet
worden geregeld door een tweepolige Aan/Uit schakelaar met
veiligheidszekeringen (niet meegeleverd).
Om de luchthoeveelheid goed te kunnen regelen wordt het
aanbevolen een snelheidsregelaar te monteren.
Om problemen te voorkomen mag de maximale
buitenluchthoeveelheid niet meer bedragen dan 10% van de
totale luchthoeveelheid. Voor buitenluchthoeveelheden hoger dan
10% wordt toepassing van een apart luchttoevoersysteem met
roosters aanbevolen (voorbehandelde lucht).
Monteer in het kanaal een toevoerluchtfilter om vervuiling te
voorkomen. Dit filter maakt bovendien montage van een
kanaalafsluitklep overbodig bij langere uitbedrijfstelling.
Luchtaansluiting aangrenzende ruimte
Voor het toevoeren van gekoelde lucht naar een
aangrenzende ruimte moeten 1 of 2 luchtgeleideschoepen
worden gesloten, overeenkomend met de kanalen.
Gebruik hiervoor de luchttoevoerrooster afsluitkit
(accessoire). In de scheidingswand tussen de geconditioneerde
ruimte (waar de unit is gemonteerd) en de aangrenzende ruimte,
moet worden voorzien in een retourluchtpad zoals in de tekening
is aangegeven.
Het kanaalwerk kan worden gedimensioneerd volgens de
diagrammen, waarbij ook rekening moet worden gehouden met
drukverliezen door roosters en luchtfilters.
In luchtkanalen naar aangrenzende ruimten mogen GEEN
koolstof- of elektrostatische filters worden toegepast.
Systeemtest
Voer de test uit nadat de units op hun plaats staan en de lektest
is uitgevoerd.
Controleer alle elektrische aansluitingen (aan de hand van de
instructies en het elektrisch schema).
Plaats de batterijen in de afstandbediening, maar laat hem UIT.
Schakel de elektrische voeding van het systeem AAN.
Houd de toetsen
en van de afstandbediening gelijktijdig
langer dan 5 seconden ingedrukt.
De display wordt leeg, in de tijdsegmenten wordt het symbool
afgebeeld (Src = servicetest).
Wanneer de Testfunctie wordt gekozen, gaat de unit als volgt
werken:
De groene LED (P) en de gele LED (R) gaan om de 2 seconden
knipperen.
De binnenventilator werkt op lage snelheid.
Afhankelijk van het ingestelde bedrijfstype werkt het
toevoerluchtrooster in automatisch verwarmen of automatisch
koelen.
Het systeem werkt ongeveer 3 minuten in koelbedrijf met een
vaste compressorfrequentie.
Het systeem stopt 3 minuten.
Het systeem werkt ongeveer 3 minuten in verwarmingsbedrijf met
een vaste compressorfrequentie, of tot de temperatuur van de
binnenbatterij hoger is dan 40°C.
Controleer tijdens koel- en verwarmingsbedrijf de volgende punten:
1. Het verschil tussen de ruimtetemperatuur en de
uitblaastemperatuur van de binnen-unit moet groter zijn dan 3°C.
2. De binnenventilator moet op lage snelheid werken.
3. Het toevoerluchtrooster moet in automatisch verwarmen of
automatisch koelen werken, afhankelijk van het ingestelde
bedrijfstype
4. Het systeem mag geen storingssignaal geven.
Controleer, indien niet aan een van de bovengenoemde
voorwaarden is voldaan, of het systeem juist geïnstalleerd is.
Druk aan het einde van de test,
in op de afstandsbediening om
de testfunctie te verlaten.
Opmerking:
Wanneer er 30 minuten lang geen enkele toets wordt ingedrukt,
dan verlaat de afstandbediening automatisch het testmenu en
gaat in normaal bedrijf werken.
40KQM
NL - 14
Adreskeuze
en
foutcodes
Adreskeuze
Wanneer in dezelfde ruimte twee binnen-units worden gemonteerd
die onafhankelijk van elkaar moeten kunnen werken, dan moet
iedere unit zijn eigen adres krijgen om door zijn eigen
afstandbediening te kunnen worden geregeld. Instellen gaat als
volgt:
Configuratie (van de unit)
• Houd de toetsen en van de afstandbediening gelijktijdig
langer dan 5 seconden ingedrukt.
De display wordt leeg, in de tijdsegmenten wordt het eerste
configuratie-item afgebeeld (rAdr = adres op afstand) en in de
temperatuursegmenten de standaard waarde voor dit
configuratie-item (Ab = regeling van beide binnen-units).
Druk op toets
of om de standaard waarde (Ab) te wijzigen
in de nieuwe waarde (A) of (b).
Druk op toets
totdat Uadr op het scherm verschijnt.
Druk op toets
of om de standaardwaarde van het adres van
de CCN-unit in de nieuwe waarde (1÷240) te wijzigen.
Druk op toets
totdat ZONE op het scherm verschijnt.
Druk op toets
of om de standaardwaarde van de zone (0)
in de nieuwe waarde (0÷240) te wijzigen.
Druk op toets
totdat A St op het scherm verschijnt.
Druk op toets
of om de standaard instelling van auto
herstart in het laatste bedrijfstype (On) te wijzigen in de nieuwe
waarde, starten in bedrijfstype OFF (uit).
• ATTENTIE!
Na elke configuratiewijziging moet op toets worden
gedrukt om de nieuwe configuratie naar de unit te sturen.
Druk op toets
om het configuratiemenu te verlaten.
Configuratie (van de afstandbediening)
Houd de toetsen en van de afstandbediening gelijktijdig
langer dan 5 seconden ingedrukt.
De display wordt leeg, in de tijdsegmenten wordt het eerste
configuratie-item afgebeeld (CH = adres op afstand) afgebeeld
en in de temperatuursegmenten de standaard waarde voor dit
configuratie-item (Ab = regeling van beide binnen-units).
Druk op toets
of om de standaard waarde (Ab) te wijzigen
in de nieuwe waarde (A) of (b).
Druk op toets
totdat tU op het scherm verschijnt.
Druk op toets
of om de standaard instelling van graden
Celsius (°C) te wijzigen in graden Fahrenheit (°F).
Druk op toets
totdat Hr op het scherm verschijnt.
Druk op toets
of om de standaard instelling van het max.
verwarmingssetpoint in °C (32) of °F (90) te wijzigen in °F (63 ÷
90) of °C (17 ÷ 32).
Druk op toets
totdat Cr op het scherm verschijnt.
Druk op toets
of om de standaard instelling van het max.
koelsetpoint in °C (17) of °F (63) te wijzigen in °F (63 ÷ 90) of °C
(17 ÷ 32).
Druk op toets totdat CL op het scherm verschijnt..
Druk op toets
of om de waarde van het 12-uurs formaat
VM/NM (12) te wijzigen in het 24-uurs formaat (24).
ATTENTIE!
Na elke configuratiewijziging moet op toets
worden
gedrukt om de nieuwe configuratie naar de unit te sturen.
Druk op toets
om het configuratiemenu te verlaten.
Opmerking:
Wanneer er 30 seconden lang geen enkele toets wordt ingedrukt,
dan verlaat de afstandbediening automatisch het
configuratiemenu en moet de procedure opnieuw worden gestart.
Foutcodes
De binnen-unit kan elke systeemfout constateren en de unit direct
afschakelen. De aard van de storing kan worden afgeleid van het
aantal keren dat de LEDs knipperen.
De oorzaak van de storing staat in Tabel VI.
Wanneer de foutdiagnose actief is gaan de groene LED (P) en de
gele LED (R) op de print om de 0,5 seconden knipperen en geven
de bijbehorende foutcode weer.
De gele LED geeft de tientallen aan en de groene LED de
eenheden.
De groene en gele LED knipperen met 2 seconden tussenpozen.
Aan het eind van de reeks blijven beide LEDs 4 seconden uit.
Voorbeeld:
foutcode 12
De gele LED knippert één keer (geeft de tientallen aan).
Beide LEDs blijven 2 seconden uit.
De groene led knippert twee keer, met 0,5 seconden
tussenpoos.
Beide LEDs s blijven 4 seconden uit.
De knipperreeksen blijven doorgaan tot de alarmconditie is
opgeheven.
Indien het cijfer van de foutcode lager is dan 10, gaat de gele led
(R) niet knipperen.
Tabel VI
Code Beschrijving
2 Condensaatafvoerprobleem
3 Defecte ruimtetemperatuuropnemer
4 Defecte binnenbatterijtemperatuuropnemer (TC).
10 EEPROM fout
12 Adres/zone incompleet
14 Geen signaal van de buiten-unit
15 Defecte binnenbatterij temperatuuropnemer (TCJ)
18 Fout schakelkast buiten-unit (G-Tr kortsluitbeveiliging)
20 Compessorfout (position detection circuit)
21 Stroom-meetfout buiten-unit
22 Defecte temperatuuropnemer warmtewisselaar (TE)
23 Fout heetgas temperatuuropnemer buiten-unit (TD)
24 Fout buitenventilator
26 Andere fout buiten-unit
27 Compressor geblokkeerd
28 Hoge persgastemperatuur buiten-unit
29 Compressor defect
31 Hoge persgastemperatuur/-druk buiten-unit
NL - 15
40KQM
NEDERLANDS
Instructies voor de klant
Leg, nadat de montage en tests zijn afgerond, de instructies voor
Bediening en Onderhoud uit aan de klant. In het bijzonder de
belangrijkste functies van de unit, zoals:
Aan- en uitschakelen van de unit.
Werking tijdklok en overige functies van de afstandbediening.
Verwijderen en reinigen van de filters.
Laat de beide montage-instructies voor de binnen- en de buiten-
unit achter bij de klant.
Alarmlampjes en instructies voor de klant
Toets T: Emergency (EMERG) toets:
Kan worden gebruikt als de afstandbediening is zoekgeraakt of
niet goed werkt.
Druk de toets in met een schroevendraaier (zie tekening).
Emergency bedrijf
De afstandbediening kan niet worden gebruikt.
Druk 5 seconden op de EMERG toets en de unit gaat met de
volgende instellingen werken:
- Bedrijfstype: AUTO
- Temperatuur: 22°C
- Ventilatorsnelheid: AUTO
- Roosterstand: AUTO
- Tijdklok: UIT
Kan de afstandbediening weer worden gebruikt, druk dan weer
op de Toets EMERG.
P : Groene LED
Q : Rode LED
R : Gele LED
S : Zendsignaal van
afstandbediening
T : Toets
"Emergency"

Documenttranscriptie

IR Remote Control “Room Controller” “Zone Manager” De unit kan worden geregeld door een infrarood afstandbediening, de Room Controller of de Zone Manager (bedrade zoneregelaars). De montage-instructies voor de infrarood afstandbediening zijn opgenomen in de Bedieningsinstructies van de unit. Zie voor montage- en bediening van de Room Controller en de Zone Manager de meegeleverde handleidingen. Zie voor bedienings- en onderhoudsinstructies van de airconditioner en de installatie van de buiten-unit de bij de unit geleverde handleidingen. Inhoud Afmetingen en gewichten ..................................................................................... Technische gegevens ........................................................................................... Technische gegevens elektrische verwarmingselementen .................................. Meegeleverd materiaal ......................................................................................... Bedrijfslimieten ..................................................................................................... Benodigde materialen voor een complete installatie ........................................... Algemene informatie............................................................................................. Accessoires .......................................................................................................... Waarschuwingen: vermijd .................................................................................... Montage ................................................................................................................ Koudemiddelaansluitingen ............................................................................... Elektrische aansluitingen ..................................................................................... Buitenluchtaansluiting en luchtaansluiting aangrenzende ruimte ....................... Systeemtest .......................................................................................................... Adresschakelaar en foutcodes ............................................................................. Alarmlampjes ........................................................................................................ Instructies voor de klant ........................................................................................ Blz. 2 3 3 3 3 3 4 4 5/6 6/8 9 10/11 12/13 13 NEDERLANDS 40KQM “Global cassette” split-system binnen-unit 14 15 15 Typenummer binnen-unit 50Hz incl. grille 40KQM012-7 40KQM015-7 NL - 1 40KQM Afmetingen en gewichten 575 575 91 Ø Ø 70 158 0 15 225 280 298 120 52 56 720 40KQM012, 015 515 550 30 Ø 25 50 40KQM Unit Frame / Grille NL - 2 kg 012, 015 19 3 40KQM Technische gegevens NEDERLANDS Tabel I: Nominale gegevens OPGENOMEN VERMOGEN (W) Warmtepomp Unit Koelen Verwarmen 40KQM012 60W 60W 40KQM015 95W 95W Tabel II: Meegeleverd materiaal Opmerking: Zie de montage-instructies van de buiten-unit voor doorsnede van de elektrische voedingskabels en vertraagde zekeringen. Aantal Voor Montage-instructies Bedienings- en Onderhoudsinstructies Beschermrooster buitenluchttoevoer 1 1 1 Netspanningslimieten Montage binnen-unit Correct gebruik Buitenluchttoevoer Tabel III: Bedrijfslimieten Koeling / Verwarming Elektrische voeding Zie Montage-instructies van de buiten-unit. Nominale 1-fase voeding Bedrijfsspanningsgrenzen 230V ~ 50Hz min. 198V – max. 264V 220V ~ 60Hz min. 198V – max. 242V Tabel IV: Benodigde materialen voor een complete installatie Omschrijving Verbindingsleiding Wandverbindingsstuk Wanddop Afdichtingstape Bevestigingstape Leidingisolatie Condensaatafvoerslang Kit - Verbindingskabel tussen binnen en buiten-unit Specificatie 40KQM012 Ø (3/8”) 9.52mm (Zuig) / Ø (1/4”) 6.35mm (Vloeistof) 40KQM015 Ø (1/2”) 12.7mm (Zuig) / Ø (1/4”) 6.35mm (Vloeistof) PVC film Binnendiameter 16-17 mm — 1. Kabel type: H07RN-F, synthetische rubberisolatie met Neopreen mantel verbindingskabel volgens normen EN 60335-2-40. NL - 3 40KQM Algemene informatie Montage • Open de elektronische afstandbediening niet zelf, maar neem bij problemen contact op met uw installateur. ATTENTIE In verband met de veiligheid en gezondheid van gebruikers, onderhoudspersoneel en derden, dient bij het installeren van de apparatuur rekening te worden gehouden met hetgeen de Arbo-wet voorschrijft. • In deze montagehandleiding wordt de installatieprocedure beschreven voor de binnen-unit van een split-system dat bestaat uit twee door Carrier Villasanta (Italië) gefabriceerde units (binnen-unit en buiten-unit). Raadpleeg Carrier alvorens deze unit aan te sluiten op een buiten-unit van een ander fabrikaat. Het koppelen van units met verschillende besturingssystemen kan leiden tot onherstelbare schade, die niet door de garantie wordt gedekt. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor systeemuitval als gevolg van niet goedgekeurde unit-combinaties. Lees deze gebruiksaanwijzing goed door voordat u met de montage begint. • Dit apparaat voldoet aan de laagspannings-richtlijn 73/23EEG (veiligheid) en aan EMC richtlijn 89/336EEG voor elektromagnetische compatibiliteit. • Montage- en onderhoudswerkzaamheden aan deze units mogen alleen worden uitgevoerd door een STEK erkend installateur. • Alle bekabeling moet voldoen aan de ter plaatse geldende voorschriften, zoals NEN 1010. De elektrische voedingskabel moet in de buiten-unit worden aangesloten. • Carrier is niet aansprakelijk voor schade veroorzaakt door modificaties of fouten in de elektrische- of koelmiddelaansluitingen. Als de montage-instructies niet worden gevolgd of bij toepassing van de unit onder condities die vallen buiten die genoemd in de tabel Bedrijfslimieten komt de garantie onmiddellijk te vervallen. • Als de veiligheidsrichtlijnen voor de elektrische montage niet worden gevolgd kan in geval van kortsluiting brand ontstaan. • Controleer of voltage en frequentie van de hoofdvoeding overeenkomen met de gegevens op de kenplaat van de unit. Houd bij het aanleggen van de elektrische voeding en bij het aansluiten op het elektrisch voedingnet rekening met de ter plaatse geldende voorschriften. De elektrische voeding (aansluiting, kabeldiameter, beveiliging) moet geschikt zijn voor de gegevens zoals aangegeven op de naamplaat van de unit. • Controleer de unit op transportschade. Dien in geval van schade een claim in bij de vervoerder. Installeer geen beschadigde units. • De elektrische voedingskabel moet in de buiten-unit worden aangesloten. Raadpleeg voor de elektrische aansluitingen de montagehandleiding van de buiten-unit. • Unit en verpakking zijn vervaardigd van milieuvriendelijke materialen en zijn geschikt voor hergebruik. • Voor verbinding van binnen- en buiten-unit kan Carrier BV speciale koudemiddelleidingsets als accessoire leveren. Deze verbinding kan echter ook worden gemaakt d.m.v. door derden te leveren koperen leidingen voorzien van flare-koppelingen. Gebruik alleen geïsoleerde naadloze leiding van koeltechnische kwaliteit, (Cu DHP type volgens ISO 1337), ontvet en gedesoxideerd, geschikt voor werkdrukken van tenminste 4200 kPa een burst pressure van minstens 20700 kPa. Gebruik in geen geval koperen sanitair pijp. • Gebruik, indien nodig, voor de condensaatafvoer PVC pijp van 25 mm binnendiameter (niet meegeleverd) op de juiste lengte en met adequate thermische isolatie. • Test de systeemwerking grondig na de installatie en leg alle systeemfuncties uit aan de klant. • Gebruik de airconditioner alleen voor het doel waarvoor hij is bestemd. Het apparaat is niet geschikt voor gebruik in zeer vochtige ruimten. BELANGRIJK: Bij de montage moeten eerst de koudemiddelaansluitingen en daarna de elektrische aansluitingen worden gemaakt. Wordt de unit gedemonteerd, neem dan eerst de elektrische verbindingskabels los en daarna de koudemiddelaansluitingen. WAARSCHUWING: Schakel ALTIJD de hoofdstroom af voordat met werkzaamheden aan de unit wordt begonnen! • Schakel in geval van storing de unit uit. Schakel de hoofdstroom af en neem contact op met uw installateur. • Onderhoud aan het koudemiddelcircuit mag alleen worden uitgevoerd door gekwalificeerd (STEK erkend) personeel. • Voer het verpakkingsmateriaal af volgens de plaatselijke voorschriften • Dit apparaat bevat koudemiddel dat volgens de plaatselijke voorschriften moet worden afgevoerd. Nadat de levensduur van het apparaat is verstreken moet dit worden afgevoerd door een erkend bedrijf volgens de geldende voorschriften. Plaats van opstelling Plaats de unit niet: • In direct zonlicht. • Te dicht bij een warmtebron. • Aan vochtige wanden of op plaatsen waar gevaar bestaat voor teveel vocht (wasruimten etc.). • Waar gordijnen of meubels de luchtcirculatie kunnen belemmeren. Aanbevelingen: • Kies de plaats voor de binnen-unit zodanig, dat de luchtcirculatie niet wordt belemmerd. • Kies een plaats waar de montage geen problemen oplevert. • Kies een plaats waar voldoende vrije ruimte mogelijk is. • Kies een plaats waar optimale luchtverdeling mogelijk is. • Kies een plaats waar de condensaatafvoer gemakkelijk kan worden aangelegd. Tabel V:Accessoires Omschrijving Typenummer Condensaatafvoerpomp 220-240V ~ 50/60Hz 40KMC9005 Fotokatalytisch filter + 40GKX9004 Passief elektrostatisch filter 40GKX9005 Toevoerluchtrooster afsluitkit 40GK-900---003-40 40GK-900---013-40 NL - 4 Omschrijving Typenummer Room Control 33MC-RC IR My Comfort 33MC-MC Kabel-aansluitset 33MC9002 Zone Manager 33MC-ZM Aansluitprint Zone Manager 33MC9001 40KQM Waarschuwingen: vermijd..... NEDERLANDS ... obstructies van de toevoer of retourlucht. ... blootstelling aan direct zonlicht als de unit in koelbedrijf werkt. Laat de binnen- of buitenzonwering neer. ... plaatsing te dicht bij warmtebronnen waardoor de unit kan beschadigen. ... blootstelling aan oliedampen ... aansluiting van de condensaatafvoer op de riolering zonder sifon. De hoogte van de sifon moet minimaal 50 mm bedragen. ... montage in ruimten met geluidsgolven met hoge frequentie. ... gedeeltelijke leidingisolatie. Niet waterpas plaatsen van de unit. Hierdoor wordt het condensaat niet goed afgevoerd. MAX 200 mm ... stijgingen in de condensaatafvoerleiding. Dit mag alleen direct bij de unit met een maximaal hoogteverschil van 200 mm vanaf de bovenkant van de unit. ... pletten of knikken van de koudemiddel- of condensaatleidingen. ... horizontale condensaatafvoerleiding met minder dan 2% afschot. ... groot hoogteverschil tussen buiten- en binnen-unit (zie montageinstructie van de buiten-unit). NL - 5 40KQM Waarschuwingen: vermijd..... ... niet goed vastgezette elektrische aansluitingen ... losnemen van de koudemiddelleidingen na de montage. Hierdoor ontstaat n.l. koudemiddellekkage. ... onnodige bochten in de verbindingsleidingen (zie montageinstructie van de buiten-unit). Te lange verbindingsleiding (zie montage-instructie van de buiten-unit). Montage Max. 2 schoepen gesloten (zie Opmerking 3)  Verwarmen: stand luchtgeleideschoep voor een juiste luchtstroming.  Koelen: stand luchtgeleideschoep voor een juiste luchtstroming.   • Kies de plaats voor de binnen-unit zodanig, dat een zo gunstig mogelijke verdeling van de uitblaaslucht over de ruimte wordt verkregen. De richting van de luchtstroom kan worden geregeld via de afstandbediening (indien toegepast) of automatisch, afhankelijk van het bedrijfstype. • In koelbedrijf wordt de luchtstroom, voor een zeer gelijkmatige menging met de ruimtelucht, naar het plafond gericht (Coanda effect). In verwarmingsbedrijf wordt de luchtstroom naar de vloer gericht om de vorming van warme luchtlagen bovenin de ruimte te voorkomen. De luchtrichting wordt automatisch geregeld wanneer de luchtgeleideschoepen in automatisch bedrijf werken. De schoepen kunnen ook in tussenstanden worden gezet (alleen units met infrarood afstandbediening) of in SWING bedrijf werken (continue roosterbeweging). NL - 6 (3) Met een interne relatieve vochtigheidsgraad hoger dan 70% is alleen één sluiting toegestaan • Controleer of de plafondtegels kunnen worden verwijderd, zodat er voldoende vrije ruimte is voor onderhoudswerkzaamheden. Bij plaatsing in gestucte plafonds moet ervoor worden gezorgd dat de unit altijd bereikbaar is. LET OP: Stel de luchtgeleideschoepen alleen in zoals afgebeeld. LET OP: Gebruik voor het sluiten van 1 of 2 schoepen de speciale afsluitkit. 40KQM Montage NEDERLANDS Voorafgaand aan de montage    Draadstangen  T-ligger (te verwijderen)  Transporteer de unit bij voorkeur in de verpakking naar de plaats van opstelling. Controleer op transportschade, zoals gebroken leidingen, losse onderdelen, losse bedrading, etc. Het uitblaasrooster en de afstandbediening zijn afzonderlijk verpakt. Breng nu eerst de koudemiddelleidingen op hun plaats. Zie hoofdstuk “Koudemiddelaansluitingen”. Verwijder zo nodig de T-ligger zodat er meer ‘bewegingsruimte’ ontstaat. BELANGRIJK: Til de unit niet op aan de condensaatafvoerleiding of de koelmiddelaansluitingen, maar aan de vier hoekpunten. De montage zal makkelijker verlopen wanneer gebruik wordt gemaakt van een heflift. Bij montage in gipsplaten plafonds mag de gezaagde opening niet groter zijn dan 660 x 660 mm (voor typen 050) en 900 x 900 mm (voor typen 080,110, 130). In ruimten met een hoge luchtvochtigheid moeten de ophangbeugels worden geïsoleerd met het meegeleverde, zelfklevende isolatiemateriaal.          Montage  Beugels Til de unit (zonder frame) voorzichtig op aan de vier hoekpunten. Til de unit niet op aan de condensaatafvoerleiding of de koelmiddelaansluitingen. Breng de unit in de plafondopening en haak hem in de 4 ophangbeugels. Als de T-ligger niet kan worden verwijderd kan het nodig zijn de unit schuin naar zijn plaats te tillen (alleen bij plafonds met een minimale hoogte van 300 mm). Markeer de positie van de draadstangen, koudemiddelleidingen en condensaatafvoerleiding, voedingskabels en de kabel voor de afstandbediening (zie maatschets). Gebruik hierbij de meegeleverde boormal. Afhankelijk van het type plafond kunnen de draadstangen worden gemonteerd zoals afgebeeld.               Moer Houten frame Draadstangen Ringen Moer mm  Plafond  Waterpas  Ringen Draadstangen Ringen Moer Moer Bevestig de meegeleverde montagebeugels aan de draadstangen. Draai de moeren niet vast maar plaats eerst de ringen (zie tekening). Hang de unit waterpas en houd 25 tot 30 mm ruimte tussen de omkasting en de onderzijde van het plafond. Breng de unit in lijn met de T-liggers van het plafond, draai eerst de bouten aan de zijkant vast en daarna de moeren en contramoeren. Controleer na montage van de condensaatafvoer- en koudemiddelleidingen of de unit nog steeds waterpas hangt. NL - 7 40KQM Montage  Binnen  Buiten  Kunststof haken Maken van de doorvoeropening in de buitenmuur voor de verbindingsleidingen naar de buiten-unit • Bepaal de plaats van de doorvoeropening in de muur. Boor een gat van tenminste Ø 70 mm voor de doorvoer van koudemiddelleidingen en condensaatafvoer. Montage van het frame en de grille Haal frame en grille voorzichtig uit de verpakking. Het frame kan met behulp van kunststof haken aan de binnen-unit worden bevestigd. • Maak een opening in de muur en zorg ervoor dat deze van binnen naar buiten iets afloopt (5 - 10 mm).  • Voer de elektrische verbindingskabels door de doorvoer (zie “Elektrische aansluitingen”).  Condensaatafvoer 50 2%   Voedingskabels frame  Voedingskabels unit  Beveiligingskoord Kabelbeugel Schroeven Draai de vier schroeven vast, sluit de verbindingskabels aan en zet ze vast met de kabelbeugel. Bevestig het frame met de meegeleverde schroeven. A. Afdichting "A" B. Afdichting "B" • Voor een goede condensaatafvoer moet de afvoerleiding vanaf de binnen-unit aflopend worden aangelegd (2%). Bovendien moet een sifon van circa 50 mm worden aangebracht om nare geurtjes te voorkomen. A AIR B • Het condensaat mag maximaal 200 mm boven de unit worden afgevoerd op voorwaarde dat de stijgleiding verticaal is en in lijn ligt met de flens van de afvoer. • Als het condensaat meer dan 200 mm boven de unit moet worden afgevoerd, dan kan 500 mm worden overbrugd wanneer de diameter van de consaatafvoer wordt verkleind tot rond 12,5 mm. In alle andere gevallen dient een externe condensaatpomp met niveauregeling te worden toegepast. Het alarmcontact van deze externe pomp moet in serie worden geschakeld met de vlotterschakeling van de unit. • Isoleer de afvoerleiding met dampdichte isolatie (bijv. neopreen, 5 tot 10 mm dik). • Indien meer units in een ruimte zijn geplaatst dient de condensaatafvoer te worden uitgevoerd zoals aangegeven. NL - 8 Let goed op de volgende punten: • De schroeven mogen niet te vast worden aangedraaid omdat anders het frame zou kunnen vervormen. • Het frame moet goed aansluiten aan het plafond. • Er is een afdichting tussen de luchttoevoer- en de luchtuitblaasopeningen. In de afbeelding voorkomt afdichting A dat de retourlucht wordt vermengd met de toevoerlucht en afdichting B voorkomt dat de toevoerlucht boven het verlaagde plafond terecht komt.Na de montage mag de opening tussen het frame en het verlaagde plafond niet groter zijn dan 5 mm. 40KQM Koudemiddelaansluitingen NEDERLANDS BELANGRIJK: Bij de montage moeten eerst de koudemiddelaansluitingen en daarna de elektrische aansluitingen worden gemaakt. Wordt de unit gedemonteerd, neem dan eerst de elektrische verbindingskabels los en daarna de koudemiddelaansluitingen. Zie de montage-instructies voor de buiten-unit voor meer gedetailleerde informatie. Aansluiting op de unit Onvoldoende aandraaimoment veroorzaakt koudemiddellekkage. Als de koppelingen te vast worden aangedraaid kan schade ontstaan die leidt tot koudemiddellekkage. Leidingdiameter Gas (Zuig) mm (inch) Vloeistof (Pers) mm (inch) 012 9.52 (3/8") 6.35 (1/4") 015 12.7 (1/2") 6.35 (1/4") Type Voor verbinding van binnen- en buiten-unit kan Carrier BV speciale koudemiddelleidingsets als accessoire leveren. Deze verbinding kan echter ook worden gemaakt d.m.v. door derden te leveren koperen leidingen voorzien van flare-koppelingen. Gebruik alleen geïsoleerde naadloze leiding van koeltechnische kwaliteit, (Cu DHP type volgens ISO 1337), ontvet en gedesoxideerd, geschikt voor werkdrukken van tenminste 4200 kPa een burst pressure van minstens 20700 kPa. Gebruik in geen geval koperen sanitair pijp. Leidingdiameter mm (inch) 6,35 (1/4") 9,52 (3/8") 12,70 (1/2") Aandraaimoment Nm 14÷18 33÷42 50÷62 햳 햲 햲 Leiding 햳 Isolatie 햴 Bevestigingstape 햴 Niet van toepassing voor Nederland. Controleer, wanneer alle aansluitingen gemaakt zijn, op lekkage door er zeepwater op aan te brengen. Pak daarna de kleppen en leidingen in met condenswerende isolatie en zet dit vast met tape, zonder te veel druk uit te oefenen op de isolatie. Repareer en bedek alle mogelijke barsten in de isolatie. De verbindingsleidingen en kabels tussen binnen- en buiten-unit moeten goed worden vastgezet. Niet van toepassing voor Nederland. Controle Niet van toepassing voor Nederland. Sluit de leidingen aan in overeenstemming met de aangegeven limieten.Smeer het uiteinde van de leiding en schroefdraad van de flare-koppeling in met een antivries olie. Draai de koppeling met de hand een aantal slagen vast, draai hem daarna vast met een sleutel door het in de tabel aangegeven aandraaimoment toe te passen. De leidingen moeten, nadat ze zijn aangesloten op de unit, worden gelektest, daarna gevacumeerd en eventueel worden gevuld volgens de R.L.K. richtlijnen. Controleer de werking van de condensaatafvoer door water in de opvangbak te gieten. Controleer het afschot en op eventuele obstructies. NL - 9 40KQM Elektrische aansluitingen CA CLR  C G CV CP    Condensator (onder hoofd-klemmenstrook)  Aardklemmen  GMC print (inverter)  Aansluiting klemmenstrook buiten-unit Transformator Gaten voor bevestigingsschroeven  Toets Emergency CV CLR CG CP CA  Connector ventilator Connector LED/ontvanger Connector vlotterschakelaar Connector pomp Louvre connector   B B. Doorvoer verbindingskabel buiten-unit ELEKTRISCHE AANSLUITKAST 40KQM012 40KQM015 Toegang tot de aansluitkast: open de grille en draai de 4 schroeven van het afdekpaneel los. SYSTEEMCONFIGURATIE • Maak eerst de elektrische aansluitingen tussen de units alvorens door te gaan met de aansluiting op het elektrisch voedingnet. Controleer of de aansluiting van de elektrische voeding plaatsvindt via een schakelaar met gescheiden polen, met een contactafstand van tenminste 3 mm. NL - 10 40KQM Elektrische aansluitingen NEDERLANDS Warmtepomp - 40KQM012, 015 1 1 2 2 3 3  Minimale doorsnede van de geleiders van de verbindingskabel binnen-unit en buiten-unit (mm2) Type 1 2 3 40KQM012, 015 1,0 1,0 1,0 1,0 Verklarende tekst op aansluitkast, alle typen 1 2 3 Aarde Fase Nul Data (in hoofdstroomkabel) 10 80 1 Opmerking: • Zie montage-instructies buiten-unit. Loop van de kabels  Verbindingskabel (4x1 mm2 / H07 RN-F)  Aansluitkabel Room Controller/CZM (optioneel – zie montage-instructies CRC/CZM)   NL - 11 40KQM Buitenluchtaansluiting en luchtaansluiting aangrenzende ruimte 105 120 49 B Ø Ø  6 C A 21  Ø A     Type ØA B ØC mm mm mm 40KQM012, 015 150 120 70      Slangaansluiting Slangklem Afdichting 6 mm dik neopreen Geïsoleerde flexibele slang Buitenluchtaansluiting Aansluiting aangrenzende ruimte Opening in polystyreen Isolatie Frame Voorbeelden voor plaatsing van het luchtrooster Scheidingswand  Ingekorte deur  Muurrooster  Deurrooster  • De 40KQV units zijn voorzien van een z.g. ‘knock-out’ (voorgeponste) opening in de omkasting. Hierop kan een luchtkanaal worden aangebracht, waarmee de unit verse buitenlucht kan aanzuigen. • Verwijder de ingekeepte dampdichte isolatie aan de buitenkant en doorboor de voorgeponste opening. Luchtaansluiting aangrenzende ruimte Trek op het polystyreen met een potlood de contouren na van de binnenranden van de knock-out opening. Snij het polystyreen weg en let er daarbij op dat u de warmtewisselaar niet beschadigt.   • Gebruik kanalen die geschikt zijn voor bedrijfstemperaturen van 60°C (continu). Gebruik voor doorvoeren flexibel polyester (met spiraalkern) of geribd aluminium dat aan de buitenkant is afgewerkt met dampdicht materiaal (fiberglas, 12 +/- 25 mm dikte). • Alle niet-geïsoleerde kanalen moeten worden afgewerkt met dampdichte isolatie (bijv. neopreen, 6 mm dik). Als deze aanwijzingen niet worden opgevolgd acht Carrier zich niet aansprakelijk voor eventuele schade en vervalt de garantie. Buitenluchtaansluiting • Van de twee voorgeponste openingen mag er maar 1 worden gebruikt voor het toevoeren van geconditioneerde lucht aan een aangrenzende ruimte. Dus niet allebei tegelijk. Verwijder het polystyreen uit de buitenluchtopening. Breng, nadat het frame in de buitenluchtopening is geplaatst, de meegeleverde isolatie aan om koudebruggen te voorkomen. Monteer de grille. • Het kanaalwerk kan worden gedimensioneerd volgens de diagrammen, waarbij ook rekening moet worden gehouden met drukverliezen door roosters en luchtfilters en de daarmee samenhangende hogere geluidsniveaus in de kanalen. NL - 12 40KQM Buitenluchtaansluiting en luchtaansluiting aangrenzende ruimte NEDERLANDS Diagram voor luchttoevoer naar een aangrenzende ruimte: 1 schoep gesloten Externe statische druk - Pa 40 30 20 24/28 60 36 10 12 18 48 0 0 100 410 300 200 400 450 m3/h 113,9 125 l/s 0 30 60 90 120  Luchtkanaal naar aangrenzende ruimte Luchthoeveelheid Bij 2 gesloten schoepen is de luchthoeveelheid naar de aangrenzende ruimte 50% hoger dan bij 1 gesloten schoep (bij dezelfde externe statische druk). Met een interne relatieve vochtigheidsgraad hoger dan 70% is alleen één sluiting toegestaan Buitenluchttoevoer Luchtaansluiting aangrenzende ruimte • De extra ventilatormotor (optie) voor buitenluchttoevoer moet worden geregeld door een tweepolige Aan/Uit schakelaar met veiligheidszekeringen (niet meegeleverd). Om de luchthoeveelheid goed te kunnen regelen wordt het aanbevolen een snelheidsregelaar te monteren. Om problemen te voorkomen mag de maximale buitenluchthoeveelheid niet meer bedragen dan 10% van de totale luchthoeveelheid. Voor buitenluchthoeveelheden hoger dan 10% wordt toepassing van een apart luchttoevoersysteem met roosters aanbevolen (voorbehandelde lucht). • Voor het toevoeren van gekoelde lucht naar een aangrenzende ruimte moeten 1 of 2 luchtgeleideschoepen worden gesloten, overeenkomend met de kanalen. Gebruik hiervoor de luchttoevoerrooster afsluitkit (accessoire). In de scheidingswand tussen de geconditioneerde ruimte (waar de unit is gemonteerd) en de aangrenzende ruimte, moet worden voorzien in een retourluchtpad zoals in de tekening is aangegeven. • Het kanaalwerk kan worden gedimensioneerd volgens de diagrammen, waarbij ook rekening moet worden gehouden met drukverliezen door roosters en luchtfilters. • In luchtkanalen naar aangrenzende ruimten mogen GEEN koolstof- of elektrostatische filters worden toegepast. • Monteer in het kanaal een toevoerluchtfilter om vervuiling te voorkomen. Dit filter maakt bovendien montage van een kanaalafsluitklep overbodig bij langere uitbedrijfstelling. Systeemtest • Voer de test uit nadat de units op hun plaats staan en de lektest is uitgevoerd. • Controleer alle elektrische aansluitingen (aan de hand van de instructies en het elektrisch schema). • Plaats de batterijen in de afstandbediening, maar laat hem UIT. • Schakel de elektrische voeding van het systeem AAN. en van de afstandbediening gelijktijdig • Houd de toetsen langer dan 5 seconden ingedrukt. • De display wordt leeg, in de tijdsegmenten wordt het symbool afgebeeld (Src = servicetest). Wanneer de Testfunctie wordt gekozen, gaat de unit als volgt werken: • De groene LED (P) en de gele LED (R) gaan om de 2 seconden knipperen. • De binnenventilator werkt op lage snelheid. • Afhankelijk van het ingestelde bedrijfstype werkt het toevoerluchtrooster in ‘automatisch verwarmen’ of ‘automatisch koelen’. • Het systeem werkt ongeveer 3 minuten in koelbedrijf met een vaste compressorfrequentie. • Het systeem stopt 3 minuten. • Het systeem werkt ongeveer 3 minuten in verwarmingsbedrijf met een vaste compressorfrequentie, of tot de temperatuur van de binnenbatterij hoger is dan 40°C. Controleer tijdens koel- en verwarmingsbedrijf de volgende punten: 1. Het verschil tussen de ruimtetemperatuur en de uitblaastemperatuur van de binnen-unit moet groter zijn dan 3°C. 2. De binnenventilator moet op lage snelheid werken. 3. Het toevoerluchtrooster moet in ‘automatisch verwarmen’ of ‘automatisch koelen’ werken, afhankelijk van het ingestelde bedrijfstype 4. Het systeem mag geen storingssignaal geven. Controleer, indien niet aan een van de bovengenoemde voorwaarden is voldaan, of het systeem juist geïnstalleerd is. in op de afstandsbediening om • Druk aan het einde van de test, de testfunctie te verlaten. Opmerking: Wanneer er 30 minuten lang geen enkele toets wordt ingedrukt, dan verlaat de afstandbediening automatisch het testmenu en gaat in normaal bedrijf werken. NL - 13 40KQM Adreskeuze en foutcodes Adreskeuze Foutcodes Wanneer in dezelfde ruimte twee binnen-units worden gemonteerd die onafhankelijk van elkaar moeten kunnen werken, dan moet iedere unit zijn eigen adres krijgen om door zijn eigen afstandbediening te kunnen worden geregeld. Instellen gaat als volgt: De binnen-unit kan elke systeemfout constateren en de unit direct afschakelen. De aard van de storing kan worden afgeleid van het aantal keren dat de LEDs knipperen. De oorzaak van de storing staat in Tabel VI. Configuratie (van de unit) • Houd de toetsen en van de afstandbediening gelijktijdig langer dan 5 seconden ingedrukt. • De display wordt leeg, in de tijdsegmenten wordt het eerste configuratie-item afgebeeld (rAdr = adres op afstand) en in de temperatuursegmenten de standaard waarde voor dit configuratie-item (Ab = regeling van beide binnen-units). of om de standaard waarde (Ab) te wijzigen • Druk op toets in de nieuwe waarde (A) of (b). totdat “Uadr” op het scherm verschijnt. • Druk op toets of om de standaardwaarde van het adres van • Druk op toets de CCN-unit in de nieuwe waarde (1÷240) te wijzigen. totdat “ZONE” op het scherm verschijnt. • Druk op toets • Druk op toets of om de standaardwaarde van de zone (0) in de nieuwe waarde (0÷240) te wijzigen. totdat “A St” op het scherm verschijnt. • Druk op toets of om de standaard instelling van auto • Druk op toets herstart in het laatste bedrijfstype (On) te wijzigen in de nieuwe waarde, starten in bedrijfstype OFF (uit). • ATTENTIE! Na elke configuratiewijziging moet op toets worden gedrukt om de nieuwe configuratie naar de unit te sturen. • Druk op toets om het configuratiemenu te verlaten. Wanneer de foutdiagnose actief is gaan de groene LED (P) en de gele LED (R) op de print om de 0,5 seconden knipperen en geven de bijbehorende foutcode weer. De gele LED geeft de tientallen aan en de groene LED de eenheden. De groene en gele LED knipperen met 2 seconden tussenpozen. Aan het eind van de reeks blijven beide LEDs 4 seconden uit. Voorbeeld: foutcode 12 • De gele LED knippert één keer (geeft de tientallen aan). • Beide LEDs blijven 2 seconden uit. • De groene led knippert twee keer, met 0,5 seconden tussenpoos. • Beide LEDs ’s blijven 4 seconden uit. De ‘knipperreeksen’ blijven doorgaan tot de alarmconditie is opgeheven. Indien het cijfer van de foutcode lager is dan 10, gaat de gele led (R) niet knipperen. Tabel VI Code Beschrijving Configuratie (van de afstandbediening) • Houd de toetsen en van de afstandbediening gelijktijdig langer dan 5 seconden ingedrukt. • De display wordt leeg, in de tijdsegmenten wordt het eerste configuratie-item afgebeeld (CH = adres op afstand) afgebeeld en in de temperatuursegmenten de standaard waarde voor dit configuratie-item (Ab = regeling van beide binnen-units). of om de standaard waarde (Ab) te wijzigen • Druk op toets in de nieuwe waarde (A) of (b). totdat “tU” op het scherm verschijnt. • Druk op toets of om de standaard instelling van graden • Druk op toets Celsius (°C) te wijzigen in graden Fahrenheit (°F). • Druk op toets totdat “Hr” op het scherm verschijnt. of om de standaard instelling van het max. • Druk op toets verwarmingssetpoint in °C (32) of °F (90) te wijzigen in °F (63 ÷ 90) of °C (17 ÷ 32). totdat “Cr” op het scherm verschijnt. • Druk op toets of om de standaard instelling van het max. • Druk op toets koelsetpoint in °C (17) of °F (63) te wijzigen in °F (63 ÷ 90) of °C (17 ÷ 32). • Druk op toets totdat “CL” op het scherm verschijnt.. of om de waarde van het 12-uurs formaat • Druk op toets VM/NM (12) te wijzigen in het 24-uurs formaat (24). • ATTENTIE! Na elke configuratiewijziging moet op toets worden gedrukt om de nieuwe configuratie naar de unit te sturen. • Druk op toets om het configuratiemenu te verlaten. Opmerking: Wanneer er 30 seconden lang geen enkele toets wordt ingedrukt, dan verlaat de afstandbediening automatisch het configuratiemenu en moet de procedure opnieuw worden gestart. NL - 14 2 Condensaatafvoerprobleem 3 Defecte ruimtetemperatuuropnemer 4 Defecte binnenbatterijtemperatuuropnemer (TC). 10 EEPROM fout 12 Adres/zone incompleet 14 Geen signaal van de buiten-unit 15 Defecte binnenbatterij temperatuuropnemer (TCJ) 18 Fout schakelkast buiten-unit (G-Tr kortsluitbeveiliging) 20 Compessorfout (position detection circuit) 21 Stroom-meetfout buiten-unit 22 Defecte temperatuuropnemer warmtewisselaar (TE) 23 Fout heetgas temperatuuropnemer buiten-unit (TD) 24 Fout buitenventilator 26 Andere fout buiten-unit 27 Compressor geblokkeerd 28 Hoge persgastemperatuur buiten-unit 29 Compressor defect 31 Hoge persgastemperatuur/-druk buiten-unit 40KQM Alarmlampjes en instructies voor de klant NEDERLANDS P : Groene LED Q : Rode LED R : Gele LED S : Zendsignaal van afstandbediening T : Toets "Emergency" Toets T: Emergency (EMERG) toets: Kan worden gebruikt als de afstandbediening is zoekgeraakt of niet goed werkt. Druk de toets in met een schroevendraaier (zie tekening). Emergency bedrijf De afstandbediening kan niet worden gebruikt. Druk 5 seconden op de EMERG toets en de unit gaat met de volgende instellingen werken: - Bedrijfstype: AUTO Temperatuur: 22°C Ventilatorsnelheid: AUTO Roosterstand: AUTO Tijdklok: UIT Kan de afstandbediening weer worden gebruikt, druk dan weer op de Toets EMERG. Instructies voor de klant Leg, nadat de montage en tests zijn afgerond, de instructies voor Bediening en Onderhoud uit aan de klant. In het bijzonder de belangrijkste functies van de unit, zoals: • Aan- en uitschakelen van de unit. • Werking tijdklok en overige functies van de afstandbediening. • Verwijderen en reinigen van de filters. Laat de beide montage-instructies voor de binnen- en de buitenunit achter bij de klant. NL - 15
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135
  • Page 136 136
  • Page 137 137
  • Page 138 138
  • Page 139 139
  • Page 140 140
  • Page 141 141
  • Page 142 142
  • Page 143 143
  • Page 144 144
  • Page 145 145
  • Page 146 146
  • Page 147 147
  • Page 148 148
  • Page 149 149
  • Page 150 150
  • Page 151 151
  • Page 152 152
  • Page 153 153

Carrier 40SMC024N Installatie gids

Categorie
Split-systeem airconditioners
Type
Installatie gids
Deze handleiding is ook geschikt voor