Makita LB 1200F de handleiding

Categorie
Elektrisch gereedschap
Type
de handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

GB Band Saw Instruction manual
F Scie à ruban Manuel d’instructions
D Bandsäge Betriebsanleitung
I Sega a nastro Istruzioni per l’uso
NL Bandzaag Gebruiksaanwijzing
E Sierra de banda Manual de instrucciones
P Serra de fita Manual de instruções
DK Båndsav Brugsanvisning
GR Πριονοκορδέλα Οδηγίες χρήσης
LB1200F
38
NEDERLANDS (Originele instructies)
Verklaring van het onderdelenoverzicht
TECHNISCHE GEGEVENS
Als gevolg van ons doorlopende onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma, zijn de technische gegevens van dit gereedschap onderhevig
aan veranderingen zonder voorafgaande kennisgeving.
De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.
Gewicht volgens EPTA-procedure 01/2003
Symbolen
END215-2
Hieronder staan de symbolen die voor dit gereedschap worden
gebruikt. Zorg ervoor dat u weet wat ze betekenen alvorens het
gereedschap te gebruiken.
.......... Lees de gebruiksaanwijzing.
..........Trek de stekker uit het stopcontact.
..........Draag een veiligheidsbril.
.......... Houdt handen en vingers uit de buurt van de
zaagband.
......... Alleen voor EU-landen
Geef elektrisch gereedschap niet met het huisvuil
mee!
Volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG inzake
oude elektrische en elektronische apparaten en de
toepassing daarvan binnen de nationale wetgeving,
dient gebruikt elektrisch gereedschap gescheiden te
worden ingezameld en te worden afgevoerd naar een
recycle bedrijf dat voldoet aan de geldende milieu-
eisen.
1. Zaagbandwiel
2. Bovenste deur
3. Lampschakelaar
4. Aan- en uit-knoppen
5. Breedtegeleider
6. Onderste deur
7. Handgreep
8. Stofopvangbak
9. Spanknop (voor spannen van de
zaagband)
10. Knop (voor vergrendelen van de
bovenste deur)
11. Knop (voor afstellen van de
zaagbandgeleider)
12. Knop (voor vergrendelen van de
zaagbandgeleider)
13. Bovenste zaagbandgeleider
14. Zaagband
15. Knop (voor vergrendelen van de
onderste deur)
16. Spanknop (voor spannen van de
aandrijfriem)
17. Aandrijfriem
18. Standaard
19. Transportwiel
20. Vergrendelhendel (voor vergrendelen
van de zaagtafel)
21. Stofafzuigaansluiting
22. Ontspanhendel
23. Stelknop (voor afstellen van sporing van
de zaagband)
24. Handvat (voor kantelen van de zaagtafel)
25. Frame
26. Handgreep
27. Ring
28. Inbusbout
29. Plaatveer
30. Borggat
31. Plaatsingsgat
32. Zaagtafel
33. Inbusbouten
34. Kantelinrichting
35. Pen
36. Vingerschroef
37. Geleiderail
38. Knopafdekking
39. Uit-knop
40. Aan-knop
41. ON
42. Duwstok
43. Verstekgeleider
44. Vergrendelhandvat
45. Knop
46. Knop (A)
47. Geleider
48. Vergrendelhandvat
49. Geleiderhouder
50. Knop (B)
51. Bevestigingsklem
52. Vingerschroeven
53. Stofafdichting
54. Zaagband
55. Zaagbandhuis
56. Onderste zaagbandbescherming
57. Ontspanhendel
58. Onderste zaagbandwiel
59. Aandrijfpoelie van motor
60. Aandrijfriem
61. Poelie van het aandrijfwiel
62. Ong. 10 mm
63. Vergrendelknop
64. Stelknop
65. Geleidelager
66. Bout A
67. Afstand van geleidelager vanaf
onderkant zaagband
68. Bout C
69. Bout B
70. Lagerhouder
71. Druklager
72. Schroef
73. Moer
74. Stofafzuigaansluiting met grote opening
75. Stofafzuigaansluiting met kleine opening
76. Kleine stofvanger (gemonteerd op het
gereedschap)
77. Grote stofvanger (voor adapter)
78. Rail
79. Schouder
80. Inbusbout
Model LB1200F
Afmeting zaagbandwiel 305 mm
Max. zaagdikte 165 mm
Onbelast toerental
Hoog 840 min
-1
(50 Hz)/1.040 min
-1
(60 Hz)
Laag 420 min
-1
(50 Hz)/520 min
-1
(60 Hz)
Zaagsnelheid
Hoog 13,3 m/s (800 m/min) (50 Hz)/16,7 m/s (1.000 m/min) (60 Hz)
Laag 6,7 m/s (400 m/min) (50 Hz)/8,3 m/s (500 m/min) (60 Hz)
Afmetingen zaagband Omtrek 2.240 mm x breedte 6 mm, 13 mm, 16 mm
Buitenafmetingen 615 mm x 775 mm x 1.600 mm
Afmetingen zaagtafel 560 mm x 400 mm
Netto gewicht 81,2 kg
39
Gebruiksdoeleinden
Het gereedschap is bedoeld om hout te zagen.
Voeding
Het gereedschap mag uitsluitend worden aangesloten op een
voeding met dezelfde spanning als aangegeven op het typeplaatje
en werkt alleen op enkele-fase wisselstroom. Het gereedschap is
dubbel geïsoleerd volgens de Europese norm en mag derhalve ook
op een niet-geaard stopcontact worden aangesloten.
VEILIGHEIDSINSTRUCTIES ENA001-2
WAARSCHUWING: Tijdens het gebruik van elektrische
gereedschappen dienen altijd de basisveiligheidsvoorzorgen,
waaronder de volgende, te worden getroffen om het risico van
brand, elektrische schokken en persoonlijk letsel te
verkleinen. Lees deze hele gebruiksaanwijzing door alvorens
het gereedschap te gebruiken en bewaar deze
gebruiksaanwijzing.
Voor een veilige bediening:
1. Houd uw werkplek schoon.
Op rommelige plaatsen en werkbanken gebeuren vaker
ongelukken.
2. Denk aan de omgeving van uw werkplek.
Stel elektrische gereedschappen niet bloot aan regen. Gebruik
elektrische gereedschappen niet op vochtige of natte plaatsen.
Zorg voor goede verlichting op uw werkplek. Gebruik
elektrische gereedschappen niet op plaatsen waar gevaar voor
brand of explosie bestaat.
3. Beveilig uzelf tegen elektrische schokken.
Voorkom lichamelijk contact met geaarde oppervlakken (bijv.
pijpen, radiatoren, fornuizen en koelkasten).
4. Houd kinderen uit de buurt.
Laat bezoekers het gereedschap of verlengsnoer niet
aanraken.
Alle bezoekers moeten uit de buurt van de werkplek blijven.
5. Berg gereedschap dat niet wordt gebruikt veilig op.
Als gereedschap niet wordt gebruikt, dient dit te worden
opgeborgen op een droge, hoge of afgesloten plaats, buiten
het bereik van kinderen.
6. Forceer het gereedschap niet.
Het gereedschap werkt beter en veiliger op de manier
waarvoor het is ontworpen.
7. Gebruik het juiste gereedschap.
Dwing niet kleine gereedschappen of hulpstukken het werk te
doen van zwaar gereedschap. Gebruik gereedschappen niet
voor doeleinden waarvoor ze niet ontworpen zijn, bijv. gebruik
een cirkelzaag niet om boomtakken of -stammen mee te
zagen.
8. Draag geschikte kleding.
Draag geen losse kleding of sieraden, want deze kunnen
verstrikt raken in bewegende delen. Bij het werken buitenshuis
adviseren wij u rubberen handschoenen en schoenen met anti-
slipzolen te dragen. Draag een haarbedekking om lang haar uit
de weg te houden.
9. Gebruik een veiligheidsbril en gehoorbescherming.
Gebruik altijd een gezichts- of stofmasker als het gebruik stof
veroorzaakt.
10. Sluit een stofafzuigapparaat aan.
Als het elektrisch gereedschap is uitgerust met een aansluiting
voor een stofafzuig- en stofopvangvoorziening, zorgt u ervoor
dat deze zijn aangesloten en correct worden gebruikt.
11. Behandel het netsnoer voorzichtig.
Draag het gereedschap nooit aan het netsnoer en trek nooit
aan het netsnoer om zo de stekker uit het stopcontact te
trekken. Houd het netsnoer uit de buurt van hitte, olie en
scherpe randen.
12. Zet het werkstuk vast.
Gebruik klemmen of een bankschroef om het werkstuk vast te
houden. Dit is veiliger dan met uw hand en zo heeft u beide
handen vrij om het gereedschap vast te houden.
13. Reik niet te ver.
Zorg altijd voor een stevige stand en goede lichaamsbalans.
14. Onderhoud het gereedschap goed.
Houd snij- en zaaggarnituren scherp en schoon om beter en
veiliger te kunnen werken. Volg de instructies voor het smeren
en laden van accessoires. Inspecteer het netsnoer van het
gereedschap regelmatig en indien het beschadigd is, laat u het
repareren door een erkende elektrotechnisch reparateur.
Inspecteer verlengsnoeren regelmatig en vervang ze indien
beschadigd. Houd de handgrepen droog, schoon en vrij van
olie en vetten.
15. Koppel het gereedschap los.
Koppel het gereedschap los van de stroomvoorziening
wanneer het gereedschap niet in gebruik is, u er onderhoud
aan gaat plegen, en u accessoires verwisselt, zoals snij- en
zaaggarnituren, boortjes en slijpschijven.
16. Verwijder verstelsleutels en -tangen.
Maak er een gewoonte van om te controleren of verstelsleutels
en -tangen van het gereedschap zijn verwijderd voordat u het
inschakelt.
17. Voorkom onbedoeld starten.
Draag een gereedschap waarvan de stekker in het stopcontact
zit niet met uw vinger om de aan/uit-schakelaar. Verzeker u
ervan dat de aan-uitschakelaar in de uit-stand staat voordat u
de stekker in het stopcontact steekt.
18. Gebruik verlengsnoeren voor buitenshuis.
Wanneer het gereedschap buitenshuis wordt gebruikt, mag u
alleen verlengsnoeren gebruiken die bedoeld zijn voor gebruik
buitenshuis.
19. Let goed op.
Kijk waar u mee bezig bent. Gebruik uw gezond verstand.
Gebruik het gereedschap niet wanneer u vermoeid bent.
20. Controleer beschadigde onderdelen.
Zonder het gereedschap verder te gebruiken, moet een
beschermkap of ander onderdeel dat beschadigd is eerst goed
worden onderzocht om te beoordelen of het goed werkt en zijn
beoogde functie kan uitvoeren. Controleer of bewegende delen
goed zijn uitgelijnd en vrij draaien, of onderdelen niet kapot zijn
en stevig gemonteerd zitten, en enige andere situatie die van
invloed kan zijn op de werking van het gereedschap. Een
beschermkap of ander onderdeel dat beschadigd is, dient
vakkundig te worden gerepareerd of vervangen door een
erkend servicecentrum, behalve indien anders aangegeven in
deze gebruiksaanwijzing. Laat een kapotte aan-uitschakelaar
vervangen door een erkende elektrotechnisch reparateur.
Gebruik het gereedschap niet als het niet kan worden in- en
uitgeschakeld met de aan/uit-schakelaar.
21. Waarschuwing.
Het gebruik van enig accessoire of hulpstuk, anders dan die
aanbevolen in deze gebruiksaanwijzing of de catalogus, kan
gevaar voor persoonlijk letsel inhouden.
22. Laat uw gereedschap repareren door een erkende
vakman.
Dit elektrisch gereedschap voldoet aan de betreffende
veiligheidsvereisten. Reparaties mogen alleen worden
uitgevoerd door vakbekwame personen met gebruikmaking
van originele vervangingsonderdelen omdat anders een
aanzienlijk gevaar voor de gebruiker kan ontstaan.
40
AANVULLENDE
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
VOOR GEREEDSCHAP
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES
1. Draag oogbescherming.
2. Gebruik het gereedschap niet in de buurt van ontvlambare
vloeistoffen of gassen.
3. Gebruik altijd een gezichts- of stofmasker.
4. Controleer vóór het gebruik de zaagband zorgvuldig op
barsten of beschadiging. Vervang een gebarsten of
beschadigde zaagband meteen.
5. Gebruik alleen zaagbanden die aanbevolen worden door
de fabrikant en die voldoen aan de norm EN847-1.
6. Gebruik altijd de accessoires die in deze
gebruiksaanwijzing aanbevolen worden. Gebruik van
ongeschikte accessoires, zoals slijpschijven, kan tot letsel
leiden.
7. Kies voor het materiaal dat u wilt bewerken de geschikte
zaagband.
8. Zaagbanden van hooggelegeerd snelstaal (HSS) mogen
niet worden gebruikt.
9. Zorg, om het geluidsniveau te verminderen, er altijd voor
dat het zaagband scherp en schoon is.
10. Zaag niet op metalen zoals spijkers en schroeven.
Inspecteer het werkstuk en verwijder alle spijkers,
schroeven en andere dingen die er niet thuis horen,
voordat u met het zagen begint.
11. Verwijder sleutels, afgezaagde stukken e.d. van de
zaagtafel voordat u het gereedschap inschakelt.
12. Draag NOOIT handschoenen tijdens het bedienen van het
gereedschap.
13. Houd uw handen uit de buurt van de looplijn van de
zaagband.
14. Sta NOOIT in het verlengde van de zaaglijn van de
zaagband, en laat niet toe dat iemand anders daar gaat
staan.
15. Laat het gereedschap een tijdje draaien voordat u het op
het werkstuk gebruikt. Controleer op trillingen of
schommelingen die op onjuiste bevestiging of een slecht
uitgebalanceerd zaagband kunnen wijzen.
16. Vervang het inzetstuk als dit gesleten is.
17. Sluit de bandzaag aan op een stofafzuig- en
stofopvanginrichting tijdens het zagen van hout.
18. Bedien de machine niet als de deur of
zaagbandbescherming geopend is.
19. Let erop dat de keuze van de zaagband en het toerental
afhankelijk is van het te zagen materiaal.
20. Maak de zaagband niet schoon terwijl deze beweegt.
IN ELKAAR ZETTEN (zie afb. 1 en 2)
De standaard aan de bandzaag monteren
Als de bandzaag tijdens het gebruik neigt om te vallen, te
verschuiven of te bewegen, moet de standaard voor de bandzaag
aan de vloer worden bevestigd. (zie afb. 3 t/m 7)
Nadat de standaard gemonteerd is, bevestigt u de handgreep en
transportwielen. (zie afb. 8)
De stofopvangbak aanbrengen
De stofopvangbak wordt aangebracht tegen de onderkant van de
zaagtafel. Bij het aanbrengen van de stofopvangbak houdt u de
plaatveer (voor het vergrendelen) tegen de binnenste rand van het
plaatsingsgat van het gereedschap, plaatst u beide schouders van
de stofopvangbak in hun rails, en schuift u de stofopvangbak naar
de buitenkant.
Nadat de voorrand van de plaatveer in het borggat van het
gereedschap valt is de stofopvangbak aangebracht. (zie afb. 9 en
10)
Bevestig de zaagtafel met behulp van vier inbusbouten aan de
kantelinrichting. (zie afb. 11)
Tijdens transport is een pen aangebracht die eruit getrokken moet
worden. (zie afb. 12)
De geleiderail bevestigen (zie afb. 13)
Bevestig de geleiderail met behulp van vier vingerschroeven en
ringen aan de zaagtafel.
BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIES
Aan- en uit-knoppen (zie afb. 14)
LET OP:
Zorg ervoor het gereedschap in en uit te schakelen, voordat u het
bedient.
De knopafdekking kan eenvoudig worden geopend door hem
omhoog te schuiven.
Om het gereedschap te starten, drukt u op de aan-knop (I).
Om het gereedschap te stoppen, drukt u op de uit-knop (O).
De lamp inschakelen
Duw op het bovenste deel (I) van de lampschakelaar om de lamp in
te schakelen, en op het onderste deel (O) om de lamp uit te
schakelen.
Om het gereedschap in te schakelen, duwt de hefboomschakelaar
omhoog. (zie afb. 15)
Om het gereedschap te stoppen, duwt u de hefboomschakelaar
omlaag.
Duwstok (zie afb. 16)
De duwstok dient als verlengstuk van uw hand en beschermt u
tegen per ongeluk aanraken van de zaagband.
De duwstok moet altijd worden gebruikt wanneer de afstand tussen
de zaagband en de breedtegeleider minder is dan 150 mm.
Houd de duwstok onder een hoek van 20º tot 30º met het oppervlak
van de zaagtafel. (zie afb. 17)
Wanneer de duwstok niet wordt gebruikt, kunt u deze opbergen op
de duwstokhouder aan het frame van de bandzaag.
Vervang de duwstok als deze beschadigd is.
Verstekgeleider (zie afb. 18)
De verstekgeleider wordt in de gleuf in de zaagtafel gestoken vanaf
de voorrand van de zaagtafel.
Voor verstekzagen kunt u de verstekgeleider 60º in beide
richtingen verstellen.
Voor verstekhoeken van 45º en 90º zijn klikstops aangebracht.
Om de verstekhoek in te stellen, draait u het vergrendelhandvat
linksom los.
WAARSCHUWING:
Als de verstekgeleider wordt gebruikt tijdens het zagen, moet
het vergrendelhandvat stevig vastgedraaid zijn.
De hulpgeleider kan eraf gehaald worden nadat de knop is
losgedraaid.
41
De breedtegeleider aanbrengen (zie afb. 19)
De breedtegeleider kan aan beide zijden van de zaagband worden
aangebracht. Als de breedte geleider wordt verplaatst van één
zijde van de zaagband naar de andere, moet de geleider worden
omgedraaid.
De geleider omdraaien (zie afb. 20)
1. Draai knop (B) van de bevestigingsklem los.
2. Verwijder de bevestigingsklem vanaf de geleider.
3. Draai knop (A) los.
4. Til de geleider van de geleiderhouder af.
5. Draai de geleider om en schuif deze terug op de
geleiderhouder.
6. Draai knop (A) vast.
7. Schuif de bevestigingsklem op de geleider.
De breedtegeleider vastklemmen
1. Plaats de breedtegeleider op de geleiderail.
2. Draai het vergrendelhandvat van de breedtegeleider vast.
3. Draai knop (B) van de bevestigingsklem los.
4. Schuif de bevestigingsklem tegen de achterrand van de
zaagtafel.
5. Draai knop (B) vast.
De geleiderhoogte kan worden verlaagd voor het zagen van dunne
materialen. (zie afb. 21 en 22)
1. Draai knop (B) van de bevestigingsklem los.
2. Verwijder de bevestigingsklem vanaf de geleider.
3. Draai knop (A) los.
4. Til de geleider van de geleiderhouder af.
5. Schuif knop (A) weg van de geleider om hem te verwijderen.
6. Draai de geleider 90º.
7. Steek knop (A) in de ander groef van de geleider.
8. Plaats de geleider terug op de geleiderhouder.
9. Draai knop (A) vast.
10. Schuif de bevestigingsklem op de geleider.
Wanneer de hoogte van de geleider wordt verlaagd, verandert het
nulpunt (0). Als de breedtegeleider zich links van de zaagband
bevindt, schuift u de geleiderail naar links om het nulpunt (0) in te
stellen.
DE ONDERDELEN MONTEREN
De zaagband vervangen
LET OP:
Aanraking van de zaagband, ook wanneer de zaagband stilstaat,
kan leiden tot persoonlijk letsel.
De zaagband is gevaarlijk.
Draag altijd handschoenen bij het hanteren van de zaagband,
bijvoorbeeld bij het uit de verpakking halen, monteren of
vervangen.
1. Draai de twee vingerschroeven van de rechtergeleiderail los en
schuif de rechtergeleiderail naar rechts. (zie afb. 23)
2. Open de bovenste deur en de onderste deur van het
gereedschap. (zie afb. 24)
3. Pak de handgreep vast en trek de stofafdekking omhoog om
deze te verwijderen. (zie afb. 25)
4. Open de onderste zaagbandbescherming. (zie afb. 26)
5. Zet de bovenste zaagbandgeleider in zijn onderste stand.
6. Zet de ontspanhendel los zodat de zaagband loshangt. (zie
afb. 27)
7. Om de zaagband te verwijderen, geleidt u deze door:
- de gleuf in de zaagtafel;
- de zaagbandbescherming van de bovenste
zaagbandgeleiders; en
- de zaagbandafdekking van het zaagbandhuis.
8. Monteer een nieuwe zaagband. Let op de correcte positie van
de zaagband: de tanden wijzen naar de voorkant (deur) van de
bandzaag.
9. Centreer de zaagband op de rubberen banden van de
zaagbandwielen.
10. Span de ontspanhendel totdat de zaagband niet meer van de
de zaagbandwielen afglijdt.
11. Sluit de onderste zaagbandbescherming.
LET OP:
Sluit de onderste deur alleen wanneer de onderste
zaagbandbescherming in de gesloten stand staat.
12. Breng de rechtergeleiderail weer op zijn oorspronkelijke plaats
aan. (zie afb. 28 en 29)
13. Monteer de stofafdekking.
14. Sluit beide deuren.
15. Vervolgens:
- span de zaagband (raadpleeg de tekst getiteld “De
zaagband spannen” in het hoofdstuk “BESCHRIJVING VAN
DE FUNCTIES”);
- lijn de zaagband uit (raadpleeg de tekst getiteld “De
zaagband uitlijnen” in het hoofdstuk “DE ONDERDELEN
MONTEREN”);
- lijn de zaagbandgeleiders uit (raadpleeg de tekst getiteld “De
bovenste zaagbandgeleider afstellen” in het hoofdstuk
“BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIES”);
- laat de bandzaag proefdraaien gedurende minimaal één
minuut; en
- stop de bandzaag, trek de stekker uit het stopcontact en
controleer de instellingen.
Zaagsnelheid instellen (zie afb. 30)
1. Open de onderste deur.
2. Ontspan de aandrijfriem door de knop linksom te draaien.
3. Leg de aandrijfriem om de gewenste poelie van het aandrijfwiel
(onderste zaagbandwiel) en de bijbehorende aandrijfpoelie van
de motor. Raadpleeg daarvoor het label aan de binnenkant
van de onderste deur.
LET OP:
De aandrijfriem moet om beide voorste of beide achterste poelies
lopen. De aandrijfriem mag nooit schuin lopen.
Spanknop van de aandrijfriem (zie afb. 31)
Met de spanknop kan zo nodig de spanning van de aandrijfriem
worden gecorrigeerd:
- door de spanknop rechtsom te draaien, wordt de spanning van
de aandrijfriem verlaagd; en
- door de spanknop linksom te draaien, wordt de spanning van de
aandrijfriem verhoogd.
Span de aandrijfriem weer door de spanknop linksom te draaien (in
het midden tussen de poelies moet de aandrijfriem
ongeveer 10 mm kunnen worden ingedrukt). (zie afb. 32)
Sluit de onderste deur.
42
BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIES
De zaagband spannen (zie afb. 33)
LET OP:
Een te strak gespannen zaagband kan breken. Bij een te slap
gespannen zaagband kan het aangedreven zaagbandwiel
slippen en de zaagband stoppen.
1. Breng de bovenste zaagbandgeleider helemaal omhoog.
Gebruik de schaalverdeling als leidraad, houd rekening met de
dikte van de zaagband, en draai de spanknop om de zaagband
op spanning te brengen. (Controleer na het spannen de
spanning van de zaagband zoals beschreven in stap 2.)
2. De spanning van de zaagband controleren:
- controleer de spanning door met een vinger in het midden
tussen de zaagtafel en de bovenste zaagbandgeleider tegen
de zijkant van de zaagband te duwen (de zaagband mag niet
meer dan 1 tot 2 mm bewegen); en
- controleer de afstelling bij de zaagbandspanningsindicator.
De schaalverdeling geeft de juiste spanning van de
zaagband aan, afhankelijk van de breedte van de zaagband.
3. Corrigeer zo nodig de spanning van de zaagband:
- door de spanknop rechtsom te draaien, wordt de spanning
van de zaagband verhoogd; en
- door de spanknop linksom te draaien, wordt de spanning van
de zaagband verlaagd.
De zaagband uitlijnen (zie afb. 34)
Als de zaagband niet over het midden van de rubberen banden op
de zaagbandwielen loopt, moet de sporing worden gecorrigeerd
door de kanteling van het bovenste zaagbandwiel at te stellen.
1. Zet de vergrendelknop vrij.
2. Draai het bovenste zaagbandwiel met de hand rond en let
daarbij op de zaagband niet aan te raken.
3. Draai de stelknop rechtsom als de zaagband in de richting van
de voorkant van de bandzaag draait; en
- draai de stelknop linksom als de zaagband in de richting van
de achterkant van de bandzaag draait.
4. Sluit na het afstellen altijd de vergrendelknop. (zie afb. 35)
Ontspanhendel (zie afb. 36)
Met de ontspanhendel wordt de spanning van de zaagband af
gehaald.
Rechtsom: spanning neemt af
Linksom: spanning neemt toe
De bovenste zaagbandgeleider afstellen (zie
afb. 37)
De hoogte van de bovenste zaagbandgeleider moet worden
afgesteld:
vóór het zagen/gebruik, overeenkomstig de hoogte van het
werkstuk (de bovenste zaagbandgeleider moet ongeveer 3 mm
boven het werkstuk zijn ingesteld); en
- na het afstellen van de zaagband of de zaagtafel (bijv. na het
vervangen van de zaagband, spannen van de zaagband, of
uitlijnen van de zaagtafel).
LET OP:
Alvorens de bovenste zaagbandgeleider en de kantelstand van de
zaagtafel af te stellen:
- schakel het gereedschap uit; en
- wacht totdat de zaagband volledig tot stilstand is gekomen.
Stel de bovenste zaagbandgeleider met behulp van de stelknop
af op de gewenste hoogte door de vergrendelknop los te draaien.
Vergeet niet na het afstellen de vergrendelknop weer vast te
draaien.
Zaag nooit meerdere werkstukken tegelijkertijd, en ook geen
bundels bestaande uit meerdere afzonderlijke delen. Als de
afzonderlijke delen ongecontroleerd door de zaagband worden
gegrepen, bestaat de kans op persoonlijk letsel.
1. Draai bout C los en stel de lagerhouder zodanig af dat het
geleidelager zich op 1 of 2 mm vanaf de onderkant van de
zaagband bevindt. (zie afb. 38 t/m 40)
2. Draai bout A los en stel het druklager af op 0,5 mm vanaf de
achterkant van de zaagband.
3. Draai bout B los en stel het geleidelager af op 0,5 mm vanaf de
zaagband.
Lijn de onderste zaagbandgeleider uit (zie afb. 41)
De onderste zaagbandgeleider bestaat uit:
- een druklager (die de zaagband vanaf de achterkant
ondersteunt);
- twee geleidelagers (die de zaagband aan iedere zijkant
geleiden).
Deze onderdelen moeten iedere keer nadat de zaagband is
vervangen of de sporing ervan is afgesteld opnieuw worden
afgesteld:
Opmerking:
Controleer druklagers en geleidelagers regelmatig op slijtage, en
vervang zo nodig beide geleidelagers tegelijkertijd.
Open de onderste deur en de onderste zaagbandbescherming.
Draai de zeskantbout los, verplaats de gehele onderste
zaagbandgeleider, en stel het geleidelager af op een afstand van
1 of 2 mm vanaf de onderkant van de zaagband.
Het druklager afstellen
1. Draai bout A los.
2. Stel de positie van het druklager af. (De afstand tussen het
druklager en de zaagband moet 0,5 mm zijn. Als het
zaagbandwiel met de hand wordt rondgedraaid, mag de
zaagband het druklager niet raken.)
3. Draai bout A vast.
De geleidelagers afstellen (zie afb. 42)
1. Draai bout B los.
2. Stel de geleidelagers tegen de zaagband af.
3. Draai het zaagbandwiel met de hand meerdere keren
rechtsom om de geleidelagers in de juiste positie te brengen.
Draai bout A los en stel het druklager af op 0,5 mm vanaf de
achterkant van de zaagband. Beide geleidelagers moeten de
zaagband NET RAKEN.
4. Draai bout B weer vast.
5. Sluit de onderste zaagbandbescherming.
6. Sluit de onderste deur.
De zaagtafel haaks uitlijnen met de zaagband (zie
afb. 43 en 44)
1. Breng de bovenste zaagbandgeleider helemaal omhoog (zie
“Bediening”).
2. Controleer de spanning van de zaagband (zie
“BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIES”).
Draai het handvat rechtsom om de zaagtafel linksom te
kantelen, en draai het handvat linksom om de zaagtafel
rechtsom te kantelen.
3. Zet de vergrendelhendel los.
4. Gebruik een winkelhaak, stel de zaagtafel haaks met de
zaagband door het handvat te draaien en de zaagtafel te
kantelen, en zet daarna de vergrendelhendel weer vast.
43
5. Draai de aanslagschroef aan tot deze het zaagbandhuis raakt.
Bediening (zie afb. 45 en 46)
Gevaar:
Om de risico’s van persoonlijk letsel zo veel mogelijk te
beperken, moeten de volgende veiligheidsvoorzorgen in acht
worden genomen bij het bedienen van het zaaggereedschap.
LET OP:
Raak de zaagband niet aan tijdens het zagen.
Draag tijdens het zagen een veiligheidsbril, maar draag geen
handschoenen.
Zaag slechts één werkstuk tegelijk.
Houd het werkstuk altijd op de zaagtafel gedrukt.
Wring tijdens het zagen het werkstuk niet.
Probeer niet de zaagband te vertragen of stoppen door het
werkstuk vanaf de zijkant tegen de zaagband te drukken.
Gebruik een duwstok bij het rechtzagen langs de geleider.
Indien noodzakelijk voor het type werkzaamheden, gebruikt u:
- een duwstok, wanneer de afstand tussen de breedtegeleider
en de zaagband 150 mm is;
- een werkstukondersteuning, bij lang materiaal dat anders
van de zaagtafel zou vallen na voltooiing van de zaagsnede;
- een stofopvangvoorziening;
- bij het zagen van een rond werkstuk zet u het materiaal
stevig vast, zoals aangegeven in de afbeelding.
- een geschikte geleider, voor goede steun bij het zagen van
dun materiaal dat op zijn zijkant staat.
- handschoenen bij het hanteren van de zaagband en ruwe
materialen.
Alvorens met de werkzaamheden te beginnen, controleert u of
het volgende in goed werkende staat verkeert:
- de zaagband; en
- de bovenste en onderste zaagbandgeleiders.
Vervang beschadigde onderdelen onmiddellijk.
Let op een correcte werkhouding (de tanden van de zaagband
moeten naar de gebruiker gericht zijn).
Zagen
WAARSCHUWING:
Risico van terugslag (het werkstuk wordt gegrepen door de
zaagband en naar de gebruiker geworpen).
Wring tijdens het zagen het werkstuk niet.
Stel de breedtegeleider en zaagtafel goed af voor het type
werkzaamheden dat u wilt uitvoeren.
Stel de bovenste zaagbandgeleider in op 3 mm boven het
werkstuk.
Opmerking:
Maak altijd eerst een proefzaagsnede in een stuk afvalhout om de
instellingen te controleren en corrigeer zo nodig voordat u het
werkstuk zaagt.
Plaats het werkstuk op de zaagtafel.
Steek de stekker van het gereedschap in het stopcontact.
Schakel het gereedschap in.
Zaag het werkstuk in een enkele werkgang.
Schakel het gereedschap onmiddellijk na gebruik uit als geen
verdere werkzaamheden hoeven te worden uitgevoerd.
Gebruik een afzonderlijk aan te schaffen hulptafel.
De zaagtafel kantelen (zie afb. 47)
LET OP:
Bij het verstekzagen met gekantelde zaagtafel, plaatst u de
geleider op het onderste deel van de zaagftafel.
Wanneer de vergrendelhendel is losgezet, kan de zaagtafel
traploos 47º worden gekanteld ten opzichte van de zaagband.
Draai het handvat rechtsom om de zaagtafel linksom te kantelen,
en draai het handvat linksom om de zaagtafel rechtsom te
kantelen.
Aansluiten op een stofzuiger (zie afb. 48 en 49)
Door een Makita-stofzuiger of -stofvanger op de bandzaag aan te
sluiten, kunt u nog schoner werken.
Als een stofafzuiginrichting wordt aangesloten op de grote opening
van de stofafzuigaansluiting op het gereedschap, past u de
stofopvangvoorziening zodanig aan dat deze een grote opening
heeft.
Het gereedschap verplaatsen (zie afb. 50)
Til het gereedschap aan de handgreep op om het te kunnen
verplaatsen.
Tijdens transport moet de zaagbandbescherming helemaal
omlaag staan tot vlak bij de tafel.
Gebruik de beschermingen niet voor vastpakken en
transporteren.
LET OP:
Als de handgreep te hoog wordt opgetild, kan het gereedschap
voorover kantelen.
ONDERHOUD
LET OP:
Zorg er altijd voor dat het gereedschap is uitgeschakeld en de
stekker uit het stopcontact is getrokken, voordat u een inspectie
of onderhoud uitvoert.
OPMERKING:
Gebruik nooit benzine, wasbenzine, thinner, alcohol, enz. Dit kan
leiden tot verkleuren, vervormen of barsten.
Schoonmaken
Verwijder af en toe zaagsel en spanen van het gereedschap. Maak
vooral de zaagbandbescherming en de bewegende onderdelen in
de bandzaag goed schoon.
Smeren
Om de bandzaag in optimale conditie te houden en een maximale
levensduur te verzekeren, moet u de bewegende en roterende
onderdelen regelmatig te smeren.
Om het geluidsniveau te verlagen, zorgt u er altijd voor dat de
zaagband scherp en schoon is.
Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het
gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoud en
afstellingen te worden uitgevoerd door een erkend Makita-
servicecentrum, en altijd met gebruikmaking van originele Makita-
vervangingsonderdelen.
ACCESSOIRES
LET OP:
Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor
gebruik met het Makita-gereedschap dat in deze
gebruiksaanwijzing wordt beschreven. Het gebruik van andere
accessoires of hulpstukken kan gevaar voor persoonlijk letsel
opleveren. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend
voor de aangegeven gebruiksdoeleinden. Mocht u meer
44
informatie willen hebben over deze accessoires, dan kunt u
contact opnemen met uw plaatselijke Makita-servicecentrum.
Standaard voor bandzaag
Inbussleutel
Breedtegeleider
Verstekgeleider
Hulpmiddel voor rondzagen
Verlengtafel
Hulpstuk voor een schuurband
Alleen voor Europese landen
Geluid
De typische, A-gewogen geluidsniveaus zijn
geluidsdrukniveau: 81 dB (A)
geluidsvermogenniveau: 94 dB (A)
Onzekerheid (K): 3 dB (A)
Draag gehoorbescherming.
Deze waarden zijn verkregen volgens EN61029.
EU-verklaring van conformiteit
Wij, Makita Corporation, als de verantwoordelijke fabrikant,
verklaren dat de volgende Makita-machine(s):
Aanduiding van de machine: Bandzaag
Modelnr./Type: LB1200F
in serie is geproduceerd en
Voldoet aan de volgende Europese richtlijnen:
2006/42/EC
En is gefabriceerd in overeenstemming met de volgende normen of
genormaliseerde documenten:
EN61029
Het certificaatnummer van het EU-typeonderzoek is:
M6A 10 05 26932 017
Het EU-typeonderzoek werd uitgevoerd door:
TÜV SÜD Product Service GmbH, Zertifizierstelle,
Ridlerstaße 65, 80339 München, Duitsland
identificatienr. 0123
De technische documentatie wordt bewaard door onze erkende
vertegenwoordiger in Europa, te weten:
Makita International Europe Ltd.,
Michigan Drive, Tongwell,
Milton Keynes, Bucks MK15 8JD, Engeland
25. 05. 2010
Tomoyasu Kato
Directeur
Makita Corporation
3-11-8, Sumiyoshi-cho,
Anjo, Aichi, JAPAN

Documenttranscriptie

GB Band Saw Instruction manual F Scie à ruban Manuel d’instructions D Bandsäge Betriebsanleitung I Sega a nastro Istruzioni per l’uso Bandzaag Gebruiksaanwijzing E Sierra de banda Manual de instrucciones P Serra de fita Manual de instruções DK Båndsav Brugsanvisning GR Πριονοκορδέλα Οδηγίες χρήσης NL LB1200F NEDERLANDS (Originele instructies) Verklaring van het onderdelenoverzicht 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. Zaagbandwiel Bovenste deur Lampschakelaar Aan- en uit-knoppen Breedtegeleider Onderste deur Handgreep Stofopvangbak Spanknop (voor spannen van de zaagband) 10. Knop (voor vergrendelen van de bovenste deur) 11. Knop (voor afstellen van de zaagbandgeleider) 12. Knop (voor vergrendelen van de zaagbandgeleider) 13. Bovenste zaagbandgeleider 14. Zaagband 15. Knop (voor vergrendelen van de onderste deur) 16. Spanknop (voor spannen van de aandrijfriem) 17. Aandrijfriem 18. Standaard 19. Transportwiel 20. Vergrendelhendel (voor vergrendelen van de zaagtafel) 21. Stofafzuigaansluiting 22. Ontspanhendel 23. Stelknop (voor afstellen van sporing van de zaagband) 24. Handvat (voor kantelen van de zaagtafel) 25. Frame 26. Handgreep 27. Ring 28. Inbusbout 29. Plaatveer 30. Borggat 31. Plaatsingsgat 32. Zaagtafel 33. Inbusbouten 34. Kantelinrichting 35. Pen 36. Vingerschroef 37. Geleiderail 38. Knopafdekking 39. Uit-knop 40. Aan-knop 41. ON 42. Duwstok 43. Verstekgeleider 44. Vergrendelhandvat 45. Knop 46. Knop (A) 47. Geleider 48. Vergrendelhandvat 49. Geleiderhouder 50. Knop (B) 51. Bevestigingsklem 52. Vingerschroeven 53. Stofafdichting 54. Zaagband 55. Zaagbandhuis 56. Onderste zaagbandbescherming 57. Ontspanhendel 58. Onderste zaagbandwiel 59. Aandrijfpoelie van motor 60. Aandrijfriem 61. Poelie van het aandrijfwiel 62. Ong. 10 mm 63. Vergrendelknop 64. Stelknop 65. Geleidelager 66. Bout A 67. Afstand van geleidelager vanaf onderkant zaagband 68. Bout C 69. Bout B 70. Lagerhouder 71. Druklager 72. Schroef 73. Moer 74. Stofafzuigaansluiting met grote opening 75. Stofafzuigaansluiting met kleine opening 76. Kleine stofvanger (gemonteerd op het gereedschap) 77. Grote stofvanger (voor adapter) 78. Rail 79. Schouder 80. Inbusbout TECHNISCHE GEGEVENS Model Afmeting zaagbandwiel Max. zaagdikte Onbelast toerental Zaagsnelheid Hoog Laag Hoog Laag Afmetingen zaagband Buitenafmetingen Afmetingen zaagtafel Netto gewicht LB1200F 305 mm 165 mm 840 min-1 (50 Hz)/1.040 min-1 (60 Hz) 420 min-1 (50 Hz)/520 min-1 (60 Hz) 13,3 m/s (800 m/min) (50 Hz)/16,7 m/s (1.000 m/min) (60 Hz) 6,7 m/s (400 m/min) (50 Hz)/8,3 m/s (500 m/min) (60 Hz) Omtrek 2.240 mm x breedte 6 mm, 13 mm, 16 mm 615 mm x 775 mm x 1.600 mm 560 mm x 400 mm 81,2 kg • Als gevolg van ons doorlopende onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma, zijn de technische gegevens van dit gereedschap onderhevig aan veranderingen zonder voorafgaande kennisgeving. • De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen. • Gewicht volgens EPTA-procedure 01/2003 Symbolen END215-2 Hieronder staan de symbolen die voor dit gereedschap worden gebruikt. Zorg ervoor dat u weet wat ze betekenen alvorens het gereedschap te gebruiken. .......... Lees de gebruiksaanwijzing. .......... Trek de stekker uit het stopcontact. .......... Draag een veiligheidsbril. 38 .......... Houdt handen en vingers uit de buurt van de zaagband. ......... Alleen voor EU-landen Geef elektrisch gereedschap niet met het huisvuil mee! Volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG inzake oude elektrische en elektronische apparaten en de toepassing daarvan binnen de nationale wetgeving, dient gebruikt elektrisch gereedschap gescheiden te worden ingezameld en te worden afgevoerd naar een recycle bedrijf dat voldoet aan de geldende milieueisen. Gebruiksdoeleinden Het gereedschap is bedoeld om hout te zagen. Voeding Het gereedschap mag uitsluitend worden aangesloten op een voeding met dezelfde spanning als aangegeven op het typeplaatje en werkt alleen op enkele-fase wisselstroom. Het gereedschap is dubbel geïsoleerd volgens de Europese norm en mag derhalve ook op een niet-geaard stopcontact worden aangesloten. VEILIGHEIDSINSTRUCTIES 12. 13. 14. ENA001-2 WAARSCHUWING: Tijdens het gebruik van elektrische gereedschappen dienen altijd de basisveiligheidsvoorzorgen, waaronder de volgende, te worden getroffen om het risico van brand, elektrische schokken en persoonlijk letsel te verkleinen. Lees deze hele gebruiksaanwijzing door alvorens het gereedschap te gebruiken en bewaar deze gebruiksaanwijzing. Voor een veilige bediening: 1. Houd uw werkplek schoon. Op rommelige plaatsen en werkbanken gebeuren vaker ongelukken. 2. Denk aan de omgeving van uw werkplek. Stel elektrische gereedschappen niet bloot aan regen. Gebruik elektrische gereedschappen niet op vochtige of natte plaatsen. Zorg voor goede verlichting op uw werkplek. Gebruik elektrische gereedschappen niet op plaatsen waar gevaar voor brand of explosie bestaat. 3. Beveilig uzelf tegen elektrische schokken. Voorkom lichamelijk contact met geaarde oppervlakken (bijv. pijpen, radiatoren, fornuizen en koelkasten). 4. Houd kinderen uit de buurt. Laat bezoekers het gereedschap of verlengsnoer niet aanraken. Alle bezoekers moeten uit de buurt van de werkplek blijven. 5. Berg gereedschap dat niet wordt gebruikt veilig op. Als gereedschap niet wordt gebruikt, dient dit te worden opgeborgen op een droge, hoge of afgesloten plaats, buiten het bereik van kinderen. 6. Forceer het gereedschap niet. Het gereedschap werkt beter en veiliger op de manier waarvoor het is ontworpen. 7. Gebruik het juiste gereedschap. Dwing niet kleine gereedschappen of hulpstukken het werk te doen van zwaar gereedschap. Gebruik gereedschappen niet voor doeleinden waarvoor ze niet ontworpen zijn, bijv. gebruik een cirkelzaag niet om boomtakken of -stammen mee te zagen. 8. Draag geschikte kleding. Draag geen losse kleding of sieraden, want deze kunnen verstrikt raken in bewegende delen. Bij het werken buitenshuis adviseren wij u rubberen handschoenen en schoenen met antislipzolen te dragen. Draag een haarbedekking om lang haar uit de weg te houden. 9. Gebruik een veiligheidsbril en gehoorbescherming. Gebruik altijd een gezichts- of stofmasker als het gebruik stof veroorzaakt. 10. Sluit een stofafzuigapparaat aan. Als het elektrisch gereedschap is uitgerust met een aansluiting voor een stofafzuig- en stofopvangvoorziening, zorgt u ervoor dat deze zijn aangesloten en correct worden gebruikt. 11. Behandel het netsnoer voorzichtig. Draag het gereedschap nooit aan het netsnoer en trek nooit 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22. aan het netsnoer om zo de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd het netsnoer uit de buurt van hitte, olie en scherpe randen. Zet het werkstuk vast. Gebruik klemmen of een bankschroef om het werkstuk vast te houden. Dit is veiliger dan met uw hand en zo heeft u beide handen vrij om het gereedschap vast te houden. Reik niet te ver. Zorg altijd voor een stevige stand en goede lichaamsbalans. Onderhoud het gereedschap goed. Houd snij- en zaaggarnituren scherp en schoon om beter en veiliger te kunnen werken. Volg de instructies voor het smeren en laden van accessoires. Inspecteer het netsnoer van het gereedschap regelmatig en indien het beschadigd is, laat u het repareren door een erkende elektrotechnisch reparateur. Inspecteer verlengsnoeren regelmatig en vervang ze indien beschadigd. Houd de handgrepen droog, schoon en vrij van olie en vetten. Koppel het gereedschap los. Koppel het gereedschap los van de stroomvoorziening wanneer het gereedschap niet in gebruik is, u er onderhoud aan gaat plegen, en u accessoires verwisselt, zoals snij- en zaaggarnituren, boortjes en slijpschijven. Verwijder verstelsleutels en -tangen. Maak er een gewoonte van om te controleren of verstelsleutels en -tangen van het gereedschap zijn verwijderd voordat u het inschakelt. Voorkom onbedoeld starten. Draag een gereedschap waarvan de stekker in het stopcontact zit niet met uw vinger om de aan/uit-schakelaar. Verzeker u ervan dat de aan-uitschakelaar in de uit-stand staat voordat u de stekker in het stopcontact steekt. Gebruik verlengsnoeren voor buitenshuis. Wanneer het gereedschap buitenshuis wordt gebruikt, mag u alleen verlengsnoeren gebruiken die bedoeld zijn voor gebruik buitenshuis. Let goed op. Kijk waar u mee bezig bent. Gebruik uw gezond verstand. Gebruik het gereedschap niet wanneer u vermoeid bent. Controleer beschadigde onderdelen. Zonder het gereedschap verder te gebruiken, moet een beschermkap of ander onderdeel dat beschadigd is eerst goed worden onderzocht om te beoordelen of het goed werkt en zijn beoogde functie kan uitvoeren. Controleer of bewegende delen goed zijn uitgelijnd en vrij draaien, of onderdelen niet kapot zijn en stevig gemonteerd zitten, en enige andere situatie die van invloed kan zijn op de werking van het gereedschap. Een beschermkap of ander onderdeel dat beschadigd is, dient vakkundig te worden gerepareerd of vervangen door een erkend servicecentrum, behalve indien anders aangegeven in deze gebruiksaanwijzing. Laat een kapotte aan-uitschakelaar vervangen door een erkende elektrotechnisch reparateur. Gebruik het gereedschap niet als het niet kan worden in- en uitgeschakeld met de aan/uit-schakelaar. Waarschuwing. Het gebruik van enig accessoire of hulpstuk, anders dan die aanbevolen in deze gebruiksaanwijzing of de catalogus, kan gevaar voor persoonlijk letsel inhouden. Laat uw gereedschap repareren door een erkende vakman. Dit elektrisch gereedschap voldoet aan de betreffende veiligheidsvereisten. Reparaties mogen alleen worden uitgevoerd door vakbekwame personen met gebruikmaking van originele vervangingsonderdelen omdat anders een aanzienlijk gevaar voor de gebruiker kan ontstaan. 39 AANVULLENDE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR GEREEDSCHAP BEWAAR DEZE INSTRUCTIES 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. Draag oogbescherming. Gebruik het gereedschap niet in de buurt van ontvlambare vloeistoffen of gassen. Gebruik altijd een gezichts- of stofmasker. Controleer vóór het gebruik de zaagband zorgvuldig op barsten of beschadiging. Vervang een gebarsten of beschadigde zaagband meteen. Gebruik alleen zaagbanden die aanbevolen worden door de fabrikant en die voldoen aan de norm EN847-1. Gebruik altijd de accessoires die in deze gebruiksaanwijzing aanbevolen worden. Gebruik van ongeschikte accessoires, zoals slijpschijven, kan tot letsel leiden. Kies voor het materiaal dat u wilt bewerken de geschikte zaagband. Zaagbanden van hooggelegeerd snelstaal (HSS) mogen niet worden gebruikt. Zorg, om het geluidsniveau te verminderen, er altijd voor dat het zaagband scherp en schoon is. Zaag niet op metalen zoals spijkers en schroeven. Inspecteer het werkstuk en verwijder alle spijkers, schroeven en andere dingen die er niet thuis horen, voordat u met het zagen begint. Verwijder sleutels, afgezaagde stukken e.d. van de zaagtafel voordat u het gereedschap inschakelt. Draag NOOIT handschoenen tijdens het bedienen van het gereedschap. Houd uw handen uit de buurt van de looplijn van de zaagband. Sta NOOIT in het verlengde van de zaaglijn van de zaagband, en laat niet toe dat iemand anders daar gaat staan. Laat het gereedschap een tijdje draaien voordat u het op het werkstuk gebruikt. Controleer op trillingen of schommelingen die op onjuiste bevestiging of een slecht uitgebalanceerd zaagband kunnen wijzen. Vervang het inzetstuk als dit gesleten is. Sluit de bandzaag aan op een stofafzuig- en stofopvanginrichting tijdens het zagen van hout. Bedien de machine niet als de deur of zaagbandbescherming geopend is. Let erop dat de keuze van de zaagband en het toerental afhankelijk is van het te zagen materiaal. Maak de zaagband niet schoon terwijl deze beweegt. IN ELKAAR ZETTEN (zie afb. 1 en 2) De standaard aan de bandzaag monteren Als de bandzaag tijdens het gebruik neigt om te vallen, te verschuiven of te bewegen, moet de standaard voor de bandzaag aan de vloer worden bevestigd. (zie afb. 3 t/m 7) • Nadat de standaard gemonteerd is, bevestigt u de handgreep en transportwielen. (zie afb. 8) De stofopvangbak aanbrengen De stofopvangbak wordt aangebracht tegen de onderkant van de zaagtafel. Bij het aanbrengen van de stofopvangbak houdt u de 40 plaatveer (voor het vergrendelen) tegen de binnenste rand van het plaatsingsgat van het gereedschap, plaatst u beide schouders van de stofopvangbak in hun rails, en schuift u de stofopvangbak naar de buitenkant. Nadat de voorrand van de plaatveer in het borggat van het gereedschap valt is de stofopvangbak aangebracht. (zie afb. 9 en 10) Bevestig de zaagtafel met behulp van vier inbusbouten aan de kantelinrichting. (zie afb. 11) Tijdens transport is een pen aangebracht die eruit getrokken moet worden. (zie afb. 12) De geleiderail bevestigen (zie afb. 13) • Bevestig de geleiderail met behulp van vier vingerschroeven en ringen aan de zaagtafel. BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIES Aan- en uit-knoppen (zie afb. 14) LET OP: • Zorg ervoor het gereedschap in en uit te schakelen, voordat u het bedient. De knopafdekking kan eenvoudig worden geopend door hem omhoog te schuiven. Om het gereedschap te starten, drukt u op de aan-knop (I). Om het gereedschap te stoppen, drukt u op de uit-knop (O). De lamp inschakelen Duw op het bovenste deel (I) van de lampschakelaar om de lamp in te schakelen, en op het onderste deel (O) om de lamp uit te schakelen. Om het gereedschap in te schakelen, duwt de hefboomschakelaar omhoog. (zie afb. 15) Om het gereedschap te stoppen, duwt u de hefboomschakelaar omlaag. Duwstok (zie afb. 16) De duwstok dient als verlengstuk van uw hand en beschermt u tegen per ongeluk aanraken van de zaagband. De duwstok moet altijd worden gebruikt wanneer de afstand tussen de zaagband en de breedtegeleider minder is dan 150 mm. Houd de duwstok onder een hoek van 20º tot 30º met het oppervlak van de zaagtafel. (zie afb. 17) Wanneer de duwstok niet wordt gebruikt, kunt u deze opbergen op de duwstokhouder aan het frame van de bandzaag. Vervang de duwstok als deze beschadigd is. Verstekgeleider (zie afb. 18) De verstekgeleider wordt in de gleuf in de zaagtafel gestoken vanaf de voorrand van de zaagtafel. Voor verstekzagen kunt u de verstekgeleider 60º in beide richtingen verstellen. Voor verstekhoeken van 45º en 90º zijn klikstops aangebracht. Om de verstekhoek in te stellen, draait u het vergrendelhandvat linksom los. WAARSCHUWING: Als de verstekgeleider wordt gebruikt tijdens het zagen, moet het vergrendelhandvat stevig vastgedraaid zijn. De hulpgeleider kan eraf gehaald worden nadat de knop is losgedraaid. De breedtegeleider aanbrengen (zie afb. 19) De breedtegeleider kan aan beide zijden van de zaagband worden aangebracht. Als de breedte geleider wordt verplaatst van één zijde van de zaagband naar de andere, moet de geleider worden omgedraaid. De geleider omdraaien (zie afb. 20) 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. Draai knop (B) van de bevestigingsklem los. Verwijder de bevestigingsklem vanaf de geleider. Draai knop (A) los. Til de geleider van de geleiderhouder af. Draai de geleider om en schuif deze terug op de geleiderhouder. Draai knop (A) vast. Schuif de bevestigingsklem op de geleider. De breedtegeleider vastklemmen 1. 2. 3. 4. 5. Plaats de breedtegeleider op de geleiderail. Draai het vergrendelhandvat van de breedtegeleider vast. Draai knop (B) van de bevestigingsklem los. Schuif de bevestigingsklem tegen de achterrand van de zaagtafel. Draai knop (B) vast. De geleiderhoogte kan worden verlaagd voor het zagen van dunne materialen. (zie afb. 21 en 22) 1. Draai knop (B) van de bevestigingsklem los. 2. Verwijder de bevestigingsklem vanaf de geleider. 3. Draai knop (A) los. 4. Til de geleider van de geleiderhouder af. 5. Schuif knop (A) weg van de geleider om hem te verwijderen. 6. Draai de geleider 90º. 7. Steek knop (A) in de ander groef van de geleider. 8. Plaats de geleider terug op de geleiderhouder. 9. Draai knop (A) vast. 10. Schuif de bevestigingsklem op de geleider. Wanneer de hoogte van de geleider wordt verlaagd, verandert het nulpunt (0). Als de breedtegeleider zich links van de zaagband bevindt, schuift u de geleiderail naar links om het nulpunt (0) in te stellen. DE ONDERDELEN MONTEREN De zaagband vervangen LET OP: • Aanraking van de zaagband, ook wanneer de zaagband stilstaat, kan leiden tot persoonlijk letsel. • De zaagband is gevaarlijk. Draag altijd handschoenen bij het hanteren van de zaagband, bijvoorbeeld bij het uit de verpakking halen, monteren of vervangen. 1. Draai de twee vingerschroeven van de rechtergeleiderail los en schuif de rechtergeleiderail naar rechts. (zie afb. 23) 2. Open de bovenste deur en de onderste deur van het gereedschap. (zie afb. 24) 3. Pak de handgreep vast en trek de stofafdekking omhoog om deze te verwijderen. (zie afb. 25) 4. Open de onderste zaagbandbescherming. (zie afb. 26) 5. Zet de bovenste zaagbandgeleider in zijn onderste stand. 6. Zet de ontspanhendel los zodat de zaagband loshangt. (zie afb. 27) 7. Om de zaagband te verwijderen, geleidt u deze door: - de gleuf in de zaagtafel; - de zaagbandbescherming van de bovenste zaagbandgeleiders; en - de zaagbandafdekking van het zaagbandhuis. 8. Monteer een nieuwe zaagband. Let op de correcte positie van de zaagband: de tanden wijzen naar de voorkant (deur) van de bandzaag. 9. Centreer de zaagband op de rubberen banden van de zaagbandwielen. 10. Span de ontspanhendel totdat de zaagband niet meer van de de zaagbandwielen afglijdt. 11. Sluit de onderste zaagbandbescherming. LET OP: Sluit de onderste deur alleen wanneer de onderste zaagbandbescherming in de gesloten stand staat. 12. Breng de rechtergeleiderail weer op zijn oorspronkelijke plaats aan. (zie afb. 28 en 29) 13. Monteer de stofafdekking. 14. Sluit beide deuren. 15. Vervolgens: - span de zaagband (raadpleeg de tekst getiteld “De zaagband spannen” in het hoofdstuk “BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIES”); - lijn de zaagband uit (raadpleeg de tekst getiteld “De zaagband uitlijnen” in het hoofdstuk “DE ONDERDELEN MONTEREN”); - lijn de zaagbandgeleiders uit (raadpleeg de tekst getiteld “De bovenste zaagbandgeleider afstellen” in het hoofdstuk “BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIES”); - laat de bandzaag proefdraaien gedurende minimaal één minuut; en - stop de bandzaag, trek de stekker uit het stopcontact en controleer de instellingen. Zaagsnelheid instellen (zie afb. 30) 1. 2. 3. Open de onderste deur. Ontspan de aandrijfriem door de knop linksom te draaien. Leg de aandrijfriem om de gewenste poelie van het aandrijfwiel (onderste zaagbandwiel) en de bijbehorende aandrijfpoelie van de motor. Raadpleeg daarvoor het label aan de binnenkant van de onderste deur. LET OP: De aandrijfriem moet om beide voorste of beide achterste poelies lopen. De aandrijfriem mag nooit schuin lopen. Spanknop van de aandrijfriem (zie afb. 31) Met de spanknop kan zo nodig de spanning van de aandrijfriem worden gecorrigeerd: - door de spanknop rechtsom te draaien, wordt de spanning van de aandrijfriem verlaagd; en - door de spanknop linksom te draaien, wordt de spanning van de aandrijfriem verhoogd. Span de aandrijfriem weer door de spanknop linksom te draaien (in het midden tussen de poelies moet de aandrijfriem ongeveer 10 mm kunnen worden ingedrukt). (zie afb. 32) Sluit de onderste deur. 41 BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIES De zaagband spannen (zie afb. 33) LET OP: Een te strak gespannen zaagband kan breken. Bij een te slap gespannen zaagband kan het aangedreven zaagbandwiel slippen en de zaagband stoppen. 1. Breng de bovenste zaagbandgeleider helemaal omhoog. Gebruik de schaalverdeling als leidraad, houd rekening met de dikte van de zaagband, en draai de spanknop om de zaagband op spanning te brengen. (Controleer na het spannen de spanning van de zaagband zoals beschreven in stap 2.) 2. De spanning van de zaagband controleren: - controleer de spanning door met een vinger in het midden tussen de zaagtafel en de bovenste zaagbandgeleider tegen de zijkant van de zaagband te duwen (de zaagband mag niet meer dan 1 tot 2 mm bewegen); en - controleer de afstelling bij de zaagbandspanningsindicator. De schaalverdeling geeft de juiste spanning van de zaagband aan, afhankelijk van de breedte van de zaagband. 3. Corrigeer zo nodig de spanning van de zaagband: - door de spanknop rechtsom te draaien, wordt de spanning van de zaagband verhoogd; en - door de spanknop linksom te draaien, wordt de spanning van de zaagband verlaagd. De zaagband uitlijnen (zie afb. 34) Als de zaagband niet over het midden van de rubberen banden op de zaagbandwielen loopt, moet de sporing worden gecorrigeerd door de kanteling van het bovenste zaagbandwiel at te stellen. 1. Zet de vergrendelknop vrij. 2. Draai het bovenste zaagbandwiel met de hand rond en let daarbij op de zaagband niet aan te raken. 3. Draai de stelknop rechtsom als de zaagband in de richting van de voorkant van de bandzaag draait; en - draai de stelknop linksom als de zaagband in de richting van de achterkant van de bandzaag draait. 4. Sluit na het afstellen altijd de vergrendelknop. (zie afb. 35) Ontspanhendel (zie afb. 36) Met de ontspanhendel wordt de spanning van de zaagband af gehaald. Rechtsom: spanning neemt af Linksom: spanning neemt toe De bovenste zaagbandgeleider afstellen (zie afb. 37) De hoogte van de bovenste zaagbandgeleider moet worden afgesteld: vóór het zagen/gebruik, overeenkomstig de hoogte van het werkstuk (de bovenste zaagbandgeleider moet ongeveer 3 mm boven het werkstuk zijn ingesteld); en - na het afstellen van de zaagband of de zaagtafel (bijv. na het vervangen van de zaagband, spannen van de zaagband, of uitlijnen van de zaagtafel). LET OP: Alvorens de bovenste zaagbandgeleider en de kantelstand van de zaagtafel af te stellen: - schakel het gereedschap uit; en - wacht totdat de zaagband volledig tot stilstand is gekomen. • Stel de bovenste zaagbandgeleider met behulp van de stelknop af op de gewenste hoogte door de vergrendelknop los te draaien. 42 Vergeet niet na het afstellen de vergrendelknop weer vast te draaien. • Zaag nooit meerdere werkstukken tegelijkertijd, en ook geen bundels bestaande uit meerdere afzonderlijke delen. Als de afzonderlijke delen ongecontroleerd door de zaagband worden gegrepen, bestaat de kans op persoonlijk letsel. 1. Draai bout C los en stel de lagerhouder zodanig af dat het geleidelager zich op 1 of 2 mm vanaf de onderkant van de zaagband bevindt. (zie afb. 38 t/m 40) 2. Draai bout A los en stel het druklager af op 0,5 mm vanaf de achterkant van de zaagband. 3. Draai bout B los en stel het geleidelager af op 0,5 mm vanaf de zaagband. Lijn de onderste zaagbandgeleider uit (zie afb. 41) De onderste zaagbandgeleider bestaat uit: - een druklager (die de zaagband vanaf de achterkant ondersteunt); - twee geleidelagers (die de zaagband aan iedere zijkant geleiden). Deze onderdelen moeten iedere keer nadat de zaagband is vervangen of de sporing ervan is afgesteld opnieuw worden afgesteld: Opmerking: Controleer druklagers en geleidelagers regelmatig op slijtage, en vervang zo nodig beide geleidelagers tegelijkertijd. • Open de onderste deur en de onderste zaagbandbescherming. • Draai de zeskantbout los, verplaats de gehele onderste zaagbandgeleider, en stel het geleidelager af op een afstand van 1 of 2 mm vanaf de onderkant van de zaagband. Het druklager afstellen 1. 2. 3. Draai bout A los. Stel de positie van het druklager af. (De afstand tussen het druklager en de zaagband moet 0,5 mm zijn. Als het zaagbandwiel met de hand wordt rondgedraaid, mag de zaagband het druklager niet raken.) Draai bout A vast. De geleidelagers afstellen (zie afb. 42) 1. 2. 3. 4. 5. 6. Draai bout B los. Stel de geleidelagers tegen de zaagband af. Draai het zaagbandwiel met de hand meerdere keren rechtsom om de geleidelagers in de juiste positie te brengen. Draai bout A los en stel het druklager af op 0,5 mm vanaf de achterkant van de zaagband. Beide geleidelagers moeten de zaagband NET RAKEN. Draai bout B weer vast. Sluit de onderste zaagbandbescherming. Sluit de onderste deur. De zaagtafel haaks uitlijnen met de zaagband (zie afb. 43 en 44) 1. 2. 3. 4. Breng de bovenste zaagbandgeleider helemaal omhoog (zie “Bediening”). Controleer de spanning van de zaagband (zie “BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIES”). Draai het handvat rechtsom om de zaagtafel linksom te kantelen, en draai het handvat linksom om de zaagtafel rechtsom te kantelen. Zet de vergrendelhendel los. Gebruik een winkelhaak, stel de zaagtafel haaks met de zaagband door het handvat te draaien en de zaagtafel te kantelen, en zet daarna de vergrendelhendel weer vast. 5. Draai de aanslagschroef aan tot deze het zaagbandhuis raakt. Bediening (zie afb. 45 en 46) Gevaar: Om de risico’s van persoonlijk letsel zo veel mogelijk te beperken, moeten de volgende veiligheidsvoorzorgen in acht worden genomen bij het bedienen van het zaaggereedschap. • • • • • • • • • • • LET OP: Raak de zaagband niet aan tijdens het zagen. Draag tijdens het zagen een veiligheidsbril, maar draag geen handschoenen. Zaag slechts één werkstuk tegelijk. Houd het werkstuk altijd op de zaagtafel gedrukt. Wring tijdens het zagen het werkstuk niet. Probeer niet de zaagband te vertragen of stoppen door het werkstuk vanaf de zijkant tegen de zaagband te drukken. Gebruik een duwstok bij het rechtzagen langs de geleider. Indien noodzakelijk voor het type werkzaamheden, gebruikt u: - een duwstok, wanneer de afstand tussen de breedtegeleider en de zaagband ≤ 150 mm is; - een werkstukondersteuning, bij lang materiaal dat anders van de zaagtafel zou vallen na voltooiing van de zaagsnede; - een stofopvangvoorziening; - bij het zagen van een rond werkstuk zet u het materiaal stevig vast, zoals aangegeven in de afbeelding. - een geschikte geleider, voor goede steun bij het zagen van dun materiaal dat op zijn zijkant staat. - handschoenen bij het hanteren van de zaagband en ruwe materialen. Alvorens met de werkzaamheden te beginnen, controleert u of het volgende in goed werkende staat verkeert: - de zaagband; en - de bovenste en onderste zaagbandgeleiders. Vervang beschadigde onderdelen onmiddellijk. Let op een correcte werkhouding (de tanden van de zaagband moeten naar de gebruiker gericht zijn). Zagen WAARSCHUWING: Risico van terugslag (het werkstuk wordt gegrepen door de zaagband en naar de gebruiker geworpen). Wring tijdens het zagen het werkstuk niet. • Stel de breedtegeleider en zaagtafel goed af voor het type werkzaamheden dat u wilt uitvoeren. • Stel de bovenste zaagbandgeleider in op 3 mm boven het werkstuk. Opmerking: Maak altijd eerst een proefzaagsnede in een stuk afvalhout om de instellingen te controleren en corrigeer zo nodig voordat u het werkstuk zaagt. • Plaats het werkstuk op de zaagtafel. • Steek de stekker van het gereedschap in het stopcontact. • Schakel het gereedschap in. • Zaag het werkstuk in een enkele werkgang. • Schakel het gereedschap onmiddellijk na gebruik uit als geen verdere werkzaamheden hoeven te worden uitgevoerd. • Gebruik een afzonderlijk aan te schaffen hulptafel. De zaagtafel kantelen (zie afb. 47) LET OP: Bij het verstekzagen met gekantelde zaagtafel, plaatst u de geleider op het onderste deel van de zaagftafel. Wanneer de vergrendelhendel is losgezet, kan de zaagtafel traploos 47º worden gekanteld ten opzichte van de zaagband. Draai het handvat rechtsom om de zaagtafel linksom te kantelen, en draai het handvat linksom om de zaagtafel rechtsom te kantelen. Aansluiten op een stofzuiger (zie afb. 48 en 49) Door een Makita-stofzuiger of -stofvanger op de bandzaag aan te sluiten, kunt u nog schoner werken. Als een stofafzuiginrichting wordt aangesloten op de grote opening van de stofafzuigaansluiting op het gereedschap, past u de stofopvangvoorziening zodanig aan dat deze een grote opening heeft. Het gereedschap verplaatsen (zie afb. 50) • Til het gereedschap aan de handgreep op om het te kunnen verplaatsen. • Tijdens transport moet de zaagbandbescherming helemaal omlaag staan tot vlak bij de tafel. • Gebruik de beschermingen niet voor vastpakken en transporteren. LET OP: • Als de handgreep te hoog wordt opgetild, kan het gereedschap voorover kantelen. ONDERHOUD LET OP: • Zorg er altijd voor dat het gereedschap is uitgeschakeld en de stekker uit het stopcontact is getrokken, voordat u een inspectie of onderhoud uitvoert. OPMERKING: • Gebruik nooit benzine, wasbenzine, thinner, alcohol, enz. Dit kan leiden tot verkleuren, vervormen of barsten. Schoonmaken Verwijder af en toe zaagsel en spanen van het gereedschap. Maak vooral de zaagbandbescherming en de bewegende onderdelen in de bandzaag goed schoon. Smeren Om de bandzaag in optimale conditie te houden en een maximale levensduur te verzekeren, moet u de bewegende en roterende onderdelen regelmatig te smeren. Om het geluidsniveau te verlagen, zorgt u er altijd voor dat de zaagband scherp en schoon is. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoud en afstellingen te worden uitgevoerd door een erkend Makitaservicecentrum, en altijd met gebruikmaking van originele Makitavervangingsonderdelen. ACCESSOIRES LET OP: • Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita-gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing wordt beschreven. Het gebruik van andere accessoires of hulpstukken kan gevaar voor persoonlijk letsel opleveren. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor de aangegeven gebruiksdoeleinden. Mocht u meer 43 informatie willen hebben over deze accessoires, dan kunt u contact opnemen met uw plaatselijke Makita-servicecentrum. • • • • • • • Standaard voor bandzaag Inbussleutel Breedtegeleider Verstekgeleider Hulpmiddel voor rondzagen Verlengtafel Hulpstuk voor een schuurband Alleen voor Europese landen Geluid De typische, A-gewogen geluidsniveaus zijn geluidsdrukniveau: 81 dB (A) geluidsvermogenniveau: 94 dB (A) Onzekerheid (K): 3 dB (A) Draag gehoorbescherming. Deze waarden zijn verkregen volgens EN61029. EU-verklaring van conformiteit Wij, Makita Corporation, als de verantwoordelijke fabrikant, verklaren dat de volgende Makita-machine(s): Aanduiding van de machine: Bandzaag Modelnr./Type: LB1200F in serie is geproduceerd en Voldoet aan de volgende Europese richtlijnen: 2006/42/EC En is gefabriceerd in overeenstemming met de volgende normen of genormaliseerde documenten: EN61029 Het certificaatnummer van het EU-typeonderzoek is: M6A 10 05 26932 017 Het EU-typeonderzoek werd uitgevoerd door: TÜV SÜD Product Service GmbH, Zertifizierstelle, Ridlerstaße 65, 80339 München, Duitsland identificatienr. 0123 De technische documentatie wordt bewaard door onze erkende vertegenwoordiger in Europa, te weten: Makita International Europe Ltd., Michigan Drive, Tongwell, Milton Keynes, Bucks MK15 8JD, Engeland 25. 05. 2010 Tomoyasu Kato Directeur Makita Corporation 3-11-8, Sumiyoshi-cho, Anjo, Aichi, JAPAN 44
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72

Makita LB 1200F de handleiding

Categorie
Elektrisch gereedschap
Type
de handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor