Stanley RLD400 de handleiding

Merk
Stanley
Model
RLD400
Type
de handleiding
28
77-132 / 77-133
Inhoud
• Veiligheid
Overzicht van product
• Functies
Toetsenbord and LCD-symbolen
Batterij installeren / verwijderen
• Opstelling
• Bediening
• Technische gegevens
Veiligheid
(Dit product bevat geen laser. Neem echter de
veiligheidsinstructies in acht bij gebruik van
lasergereedschap.
WAARSCHUWING:
• Lees de Veiligheidsaanwijzingen en
Gebruiksaanwijzing aandachtig voor u dit
apparaat in gebruik neemt. De persoon die
verantwoordelijk is voor het apparaat moet
ervoor zorgen dat alle gebruikers bekend zijn met
de veiligheidsaanwijzingen en deze opvolgen.
OPGELET:
Voorkom dat uw ogen blootgesteld worden aan
de laserstraal (rode lichtbron) wanneer een
lasermeter in gebruik is. Blootstelling aan een
laserstraal gedurende een langdurige periode
kan gevaarlijk zijn voor uw ogen.
Bewaar alle onderdelen van deze instructies zodat u ze later
kunt raadplegen.
Overzicht van product
Afbeelding A - Voor- en achterkant van Laserdetector
1. Buisje van waterpas
2. Venster voor laserontvangst
3. Referentielijn (Voorzijde)
4. LCD-display (Voorzijde)
5. Toetsenbord
6. Luidspreker
7. 1/4" Schroefdraadfi tting
8. LCD-scherm (Achterzijde)
9. Uitlijningsopening
10. Referentielijn (Achterzijde)
11. Batterijhouder
Afbeelding B - Detector met klem
12. Laserdetector
13. Klem
Afbeelding C - Locatie van de batterij
14. Kapje van batterijhouder
15. Batterijen - 2 x "AAA"
Afbeelding D - Aansluiting detector op klem
16. Montageschroef
17. Uitlijningspen
Afbeelding E - Gebruik met meetlat
18. Meetlat
19. Referentierand
20. Referentiemarkering (links en rechts)
21. Klem
LD200 / RLD400
NL
Dual LCD Laserlijndetector / Dual LCD Roterende laserlijndetector
LD200 RLD400
Voor gebruik met Lijnlasers met pulsmodusoptie X
Voor gebruik met Rotary lasers X
Functies
29
77-132 / 77-133
Batterijspanning - Aan
Gebruiksduur batterij bij benadering
Batterijspanning - Knippert
Batterijen moeten worden vervangen
Toetsenbord
Toetsenbord and LCD-
symbolen
(Zie fi guur
B
)
Voeding aan/uit toets
Verlichting aan/uit toets
Hoge / lage nauwkeurigheidstoets
Speakervolumetoets
LCD-symbolen
Laser gedetecteerd - Referentielijn hoger
dan laserstraal. Beweeg detector in getoonde
richting (neerwaarts).
Laser gedetecteerd - Referentielijn lager
dan laserstraal. Beweeg detector in getoonde
richting (naar boven).
Laser gedetecteerd - Referentielijn in lijn met
laserstraal.
Zoemervolume - Hard / Zacht / Gedempt
Lage nauwkeurigheidsinstelling
Hoge nauwkeurigheidsinstelling
UIT
Batterij installeren /
uitnemen
(Zie fi guur
C
voor de plaatsing van batterijen)
Detector
Open de batterijhouder door het kapje te verwijderen.
Batterijen installeren / verwijderen. Let op de polariteit
bij het plaatsen van de batterijen.
Sluit en vergrendel het kapje van de batterijhouder.
WAARSCHUWING:
Let op de (+) en (-) markeringen in de
batterijhouder voor de juiste plaatsing van de
battterijen. Batterijen moeten van hetzelfde
type en vermogen zijn. Geen volle en halfl ege
batterijen samen gebruiken.
Opstelling
(De detector kan uit de hand worden gebruikt of met
een klem worden bevestigd aan een meetlat, stang of
soortgelijk voorwerp.
De detector met een klem bevestigen(Zie afbeelding
D
) :
Richt de klem op de detector met behulp van de
uitlijningsopening.
Draai de montageschroef vast.
De klem aan meetlat, paal or dergelijk object monteren (Zie
afbeelding
E
) :
De knop losdraaien
Bevestig aan meetlat, paal of dergelijk object.
De knop aandraaien om de klem vast te zetten.
Bij het zoeken naar het referentieniveau de klem
losdraaien om op/neer te kunnen verstellen.
De knop stevig vastdraaien wanneer het
referentieniveau bepaald is.
30
77-132 / 77-133
Bediening
(Zie beschrijving toetsenbord en LCD voor indicatoren
tijdens gebruik)
Inschakelen
• Druk op
om de detector in te schakelen.
Wanneer het apparaat is ingeschakeld, wordt alle
symbolen kort zichtbaar op het LCD (dit dient ter controle
dat de LCD goed functioneert).
• De toets
≥ 3 seconden ingedrukt houden om de
detector uit te schakelen.
OPMERKING:
Om de batterij te sparen, gaat de detector na tien minuten
automatisch uit als geen laser wordt gedetecteerd.
Druk opnieuw op
om het apparaat opnieuw in te
schakelen.
Verlichting LCD
Terwijl de detector is ingeschakeld kort op
drukken om de verlichting van de LCD in en uit te
schakelen.
OPMERKING:
De verlichting gaat na 60 seconden automatisch uit als geen
laser wordt gedetecteerd en geen toetsen worden ingedrukt.
Nauwkeurigheid
Druk terwijl de detector is ingeschakeld op
om te
tussen de standen HOOG en LAAG te schakelen.
Wanneer de detector wordt ingeschakeld is de stand
HOOG standaard ingesteld.
OPMERKING:
De stand lage nauwkeurigheid alleen gebruiken als hoge
nauwkeurigheid niet nodig is en/of als geen stabiel
referentieniveau beschikbaar is omwille van trillingen bij of
in de buurt van de werkomgeving.
Als het punt dat moet worden gemeten op grotere afstand
ligt, kan het nodig zijn de lage nauwkeurigheid te gebruiken
omdat warmtegolven of lichte trillingen van invloed kunnen
zijn op het bepalen van een stabiel referentieniveau.
Speakervolume
Als de detector ingeschakeld is, drukt u op
om
te schakelen tussen de volume-instellingen (HARD /
ZACHT / GEDEMPT).
Wanneer de detector wordt ingeschakeld is het volume
standaard ingesteld of HARD.
Detecteren referentieniveau
De detector inschakelen en opstellen op de plaats
waarop de referentielaserstraal gericht wordt.
Gebruik de waterpas om de detector horizontaal te
houden.
Zorg ervoor dat het ontvangstvenster voor de laser op de
bron van de laserstraal is gericht.
Beweeg de detector zoals is aangegeven op de LCD om
de referentielijn gelijk te richten met de laserstraal.
Als de luidspreker is ingeschakeld (HARD / ZACHT),
is een toon hoorbaar om te helpen met de juiste
positionering van de detector.
Een pieptoon geeft aan dat de laserstraal is
gedetecteerd. Een snelle pieptoon geeft aan dat de
laserstraal lager moet worden geplaatst. Een langzame
pieptoon geeft aan dat de laserstraal hoger moet
worden geplaatst. De LCD geeft ook aan dat de richting
van de detector moet worden veranderd.
Een continue toon geeft aan dat de laserstraal uitgelijnd
is met de referentielijn op de detector.
OPMERKING:
Bij het detecteren van het referentieniveau moet het
ontvangstvenster van de laser binnen een bereik van 40°
links tot rechts op de laserbron gericht zijn.
Markeren (Zie afbeelding
E
)
Zodra het referentieniveau gedetecteerd is, kan de
positie worden gemarkeerd met de referentielijn.
OPMERKING:
Zorg ervoor dat de achterkant van de detector als
referentie wordt gebruikt voor de compensatiewaarde van
de meting (afstand van de bovenkant van de referentielijn)
als de bovenkant van de detector als markeringslocatie
werd gebuikt.
31
77-132 / 77-133
De lat lezen(Zie afbeelding
E
)
De positie aan de rand bij de referentielijn van de klem
afl ezen zodra het referentieniveau gedetecteerd is.
OPMERKING:
Bij het bepalen van het referentieniveau met behulp van
een meetlat, de montageknop iets losdraaien om de
detector naar boven en naar beneden te kunnen bewegen.
Wanneer het referentieniveau is gevonden, de klem goed
vastzetten om er voor de zorgen dat de detector stabiel
blijft op de stang.
Technische gegevens
Nivelleringsnauwkeurigheid (Hoog):
Nivelleringsnauwkeurigheid (Laag):
Breedte laserontvangstvenster
Werkbereik:
Nauwkeurigheid waterpas:
Werktijd:
Automatische uitschakeling (bij Geen signaal
gedetecteerd):
Voeding:
IP-waardering:
Bereik werktemperatuur:
Opslagtemperatuur:
≤ 1 mm
≤ 2 mm
55 mm
≥ 300 m
30’ / 2 mm
20 u
10 min
2 x AAA batterijen (alkaline)
IP66
-10° C tot +50° C (+14° F tot +122° F)
-25° C tot +70° C (-13° F tot +158° F)

Document transcriptie

NL LD200 / RLD400 Dual LCD Laserlijndetector / Dual LCD Roterende laserlijndetector Inhoud • • • • • • • • Veiligheid Overzicht van product Functies Toetsenbord and LCD-symbolen Batterij installeren / verwijderen Opstelling Bediening Technische gegevens Veiligheid (Dit product bevat geen laser. Neem echter de veiligheidsinstructies in acht bij gebruik van lasergereedschap. WAARSCHUWING: • Lees de Veiligheidsaanwijzingen en Gebruiksaanwijzing aandachtig voor u dit apparaat in gebruik neemt. De persoon die verantwoordelijk is voor het apparaat moet ervoor zorgen dat alle gebruikers bekend zijn met de veiligheidsaanwijzingen en deze opvolgen. OPGELET: • Voorkom dat uw ogen blootgesteld worden aan de laserstraal (rode lichtbron) wanneer een lasermeter in gebruik is. Blootstelling aan een laserstraal gedurende een langdurige periode kan gevaarlijk zijn voor uw ogen. Bewaar alle onderdelen van deze instructies zodat u ze later kunt raadplegen. Overzicht van product Afbeelding A - Voor- en achterkant van Laserdetector 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. Buisje van waterpas Venster voor laserontvangst Referentielijn (Voorzijde) LCD-display (Voorzijde) Toetsenbord Luidspreker 1/4" Schroefdraadfitting LCD-scherm (Achterzijde) Uitlijningsopening Referentielijn (Achterzijde) Batterijhouder Afbeelding B - Detector met klem 12. Laserdetector 13. Klem Afbeelding C - Locatie van de batterij 14. Kapje van batterijhouder 15. Batterijen - 2 x "AAA" Afbeelding D - Aansluiting detector op klem 16. Montageschroef 17. Uitlijningspen Afbeelding E - Gebruik met meetlat 18. 19. 20. 21. Meetlat Referentierand Referentiemarkering (links en rechts) Klem Functies LD200 Voor gebruik met Lijnlasers met pulsmodusoptie Voor gebruik met Rotary lasers 28 RLD400 X X 77-132 / 77-133 Toetsenbord and LCDsymbolen (Zie figuur B ) Batterijspanning - Aan • Gebruiksduur batterij bij benadering Batterijspanning - Knippert • Batterijen moeten worden vervangen Toetsenbord Voeding aan/uit toets Verlichting aan/uit toets Hoge / lage nauwkeurigheidstoets Batterij installeren / uitnemen (Zie figuur C voor de plaatsing van batterijen) Detector Speakervolumetoets LCD-symbolen Laser gedetecteerd - Referentielijn hoger dan laserstraal. Beweeg detector in getoonde richting (neerwaarts). Laser gedetecteerd - Referentielijn lager dan laserstraal. Beweeg detector in getoonde richting (naar boven). • Open de batterijhouder door het kapje te verwijderen. • Batterijen installeren / verwijderen. Let op de polariteit bij het plaatsen van de batterijen. • Sluit en vergrendel het kapje van de batterijhouder. WAARSCHUWING: • Let op de (+) en (-) markeringen in de batterijhouder voor de juiste plaatsing van de battterijen. Batterijen moeten van hetzelfde type en vermogen zijn. Geen volle en halflege batterijen samen gebruiken. Opstelling Laser gedetecteerd - Referentielijn in lijn met laserstraal. (De detector kan uit de hand worden gebruikt of met een klem worden bevestigd aan een meetlat, stang of soortgelijk voorwerp. Zoemervolume - Hard / Zacht / Gedempt UIT Lage nauwkeurigheidsinstelling Hoge nauwkeurigheidsinstelling 77-132 / 77-133 De detector met een klem bevestigen(Zie afbeelding • Richt de klem op de detector met behulp van de uitlijningsopening. • Draai de montageschroef vast. D ): De klem aan meetlat, paal or dergelijk object monteren (Zie afbeelding E ) : • De knop losdraaien • Bevestig aan meetlat, paal of dergelijk object. • De knop aandraaien om de klem vast te zetten. • Bij het zoeken naar het referentieniveau de klem losdraaien om op/neer te kunnen verstellen. • De knop stevig vastdraaien wanneer het referentieniveau bepaald is. 29 Bediening Speakervolume (Zie beschrijving toetsenbord en LCD voor indicatoren tijdens gebruik) Inschakelen om de detector in te schakelen. • Druk op • Wanneer het apparaat is ingeschakeld, wordt alle symbolen kort zichtbaar op het LCD (dit dient ter controle dat de LCD goed functioneert). ≥ 3 seconden ingedrukt houden om de • De toets detector uit te schakelen. OPMERKING: • Om de batterij te sparen, gaat de detector na tien minuten automatisch uit als geen laser wordt gedetecteerd. Druk opnieuw op schakelen. om het apparaat opnieuw in te Verlichting LCD • Terwijl de detector is ingeschakeld kort op drukken om de verlichting van de LCD in en uit te schakelen. OPMERKING: De verlichting gaat na 60 seconden automatisch uit als geen laser wordt gedetecteerd en geen toetsen worden ingedrukt. Nauwkeurigheid om te • Druk terwijl de detector is ingeschakeld op tussen de standen HOOG en LAAG te schakelen. • Wanneer de detector wordt ingeschakeld is de stand HOOG standaard ingesteld. OPMERKING: • De stand lage nauwkeurigheid alleen gebruiken als hoge nauwkeurigheid niet nodig is en/of als geen stabiel referentieniveau beschikbaar is omwille van trillingen bij of in de buurt van de werkomgeving. • Als het punt dat moet worden gemeten op grotere afstand ligt, kan het nodig zijn de lage nauwkeurigheid te gebruiken omdat warmtegolven of lichte trillingen van invloed kunnen zijn op het bepalen van een stabiel referentieniveau. 30 • Als de detector ingeschakeld is, drukt u op om te schakelen tussen de volume-instellingen (HARD / ZACHT / GEDEMPT). • Wanneer de detector wordt ingeschakeld is het volume standaard ingesteld of HARD. Detecteren referentieniveau • De detector inschakelen en opstellen op de plaats waarop de referentielaserstraal gericht wordt. • Gebruik de waterpas om de detector horizontaal te houden. • Zorg ervoor dat het ontvangstvenster voor de laser op de bron van de laserstraal is gericht. • Beweeg de detector zoals is aangegeven op de LCD om de referentielijn gelijk te richten met de laserstraal. • Als de luidspreker is ingeschakeld (HARD / ZACHT), is een toon hoorbaar om te helpen met de juiste positionering van de detector. • Een pieptoon geeft aan dat de laserstraal is gedetecteerd. Een snelle pieptoon geeft aan dat de laserstraal lager moet worden geplaatst. Een langzame pieptoon geeft aan dat de laserstraal hoger moet worden geplaatst. De LCD geeft ook aan dat de richting van de detector moet worden veranderd. • Een continue toon geeft aan dat de laserstraal uitgelijnd is met de referentielijn op de detector. OPMERKING: • Bij het detecteren van het referentieniveau moet het ontvangstvenster van de laser binnen een bereik van 40° links tot rechts op de laserbron gericht zijn. Markeren (Zie afbeelding E ) • Zodra het referentieniveau gedetecteerd is, kan de positie worden gemarkeerd met de referentielijn. OPMERKING: • Zorg ervoor dat de achterkant van de detector als referentie wordt gebruikt voor de compensatiewaarde van de meting (afstand van de bovenkant van de referentielijn) als de bovenkant van de detector als markeringslocatie werd gebuikt. 77-132 / 77-133 De lat lezen(Zie afbeelding E ) • De positie aan de rand bij de referentielijn van de klem aflezen zodra het referentieniveau gedetecteerd is. OPMERKING: • Bij het bepalen van het referentieniveau met behulp van een meetlat, de montageknop iets losdraaien om de detector naar boven en naar beneden te kunnen bewegen. Wanneer het referentieniveau is gevonden, de klem goed vastzetten om er voor de zorgen dat de detector stabiel blijft op de stang. Technische gegevens Nivelleringsnauwkeurigheid (Hoog): ≤ 1 mm Nivelleringsnauwkeurigheid (Laag): ≤ 2 mm Breedte laserontvangstvenster 55 mm Werkbereik: ≥ 300 m Nauwkeurigheid waterpas: 30’ / 2 mm Werktijd: Automatische uitschakeling (bij Geen signaal gedetecteerd): 20 u 10 min 2 x AAA batterijen (alkaline) Voeding: IP66 IP-waardering: -10° C tot +50° C (+14° F tot +122° F) -25° C tot +70° C (-13° F tot +158° F) Bereik werktemperatuur: Opslagtemperatuur: 77-132 / 77-133 31
/

Gerelateerde papieren

Deze handleiding is ook geschikt voor