AS1925

Dolmar AS1925, AS1925C de handleiding

  • Hallo! Ik ben een AI-chatbot die speciaal is getraind om je te helpen met de Dolmar AS1925 de handleiding. Ik heb het document al doorgenomen en kan je duidelijke en eenvoudige antwoorden geven.
60 NEDERLANDS
NEDERLANDS (Originele instructies)
TECHNISCHE GEGEVENS
Model: AS1925 AS1925C
Totale lengte (zonder zaagblad) 256 mm
Nominale spanning 18Vgelijkspanning
Nettogewicht 2,8 - 3,3 kg
Standaard zaagbladlengte 250 mm
Aanbevolen zaagbladlengte met 90PX 250 mm -
met 91PX 250 mm -
met 25AP - 250 mm
Toepasselijktypezaagketting
(raadpleeg de onderstaande tabel)
90PX
91PX
25AP
Standaard kettingwiel Aantal tanden 6 9
Steek 3/8″ 1/4″
Kettingsnelheid 0 - 24 m/s
(0 - 1.440 m/min)
0 - 22,5 m/s
(0 - 1.350 m/min)
Volume kettingolietank 140 cm
3
• Inverbandmetononderbrokenresearchenontwikkeling,behoudenwijonshetrechtvoordebovenstaande
technischegegevenszondervoorafgaandekennisgevingtewijzigen.
De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.
• Hetgewichtkanverschillenafhankelijkvandehulpstukken,waaronderdeaccu.Delichtsteenzwaarstecom-
binatie, overeenkomstig de EPTA-procedure 01/2014, worden getoond in de tabel.
Toepasselijke accu’s
BL1815N / BL1820 / BL1820B / BL1830 / BL1830B / BL1840 / BL1840B / BL1850 / BL1850B / BL1860B / AP-183
• Sommigevandehierbovenvermeldeaccu’szijnmogelijknietleverbaarafhankelijkvanwaaruwoont.
WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu’s die hierboven worden genoemd. Gebruik van enige
andere accu kan leiden tot letsel en/of brand.
Combinatie van zaagketting, zaagblad en kettingwiel
Type zaagketting 90PX
Aantal kettingschakels 40
Zaagblad Lengte zaagblad 250 mm
Zaaglengte 244 mm
Steek 3/8″
Maat 1,1 mm
Type Tandwielzaagblad
Kettingwiel Aantal tanden 6
Steek 3/8″
Type zaagketting 91PX
Aantal kettingschakels 40
Zaagblad Lengte zaagblad 250 mm
Zaaglengte 244 mm
Steek 3/8″
Maat 1,3 mm
Type Tandwielzaagblad
Kettingwiel Aantal tanden 6
Steek 3/8″
61 NEDERLANDS
Type zaagketting 25AP
Aantal kettingschakels 60
Zaagblad Lengte zaagblad 250 mm
Zaaglengte 250 mm
Steek 1/4″
Maat 1,3 mm
Type Precisieblad
Kettingwiel Aantal tanden 9
Steek 1/4″
KENNISGEVING: Bij gebruik van een 25AP-zaagketting, gebruikt u kettingwiel 9 (optioneel accessoire).
WAARSCHUWING:Gebruikdejuistecombinatievanzaagbladenzaagketting.Anderslooptudekansop
lichamelijkletsel.
Symbolen
Hieronder staan de symbolen die voor het gereedschap
worden gebruikt. Zorg ervoor dat u weet wat ze beteke-
nen alvorens het gereedschap te gebruiken.
Leesdegebruiksaanwijzing.
Draag een veiligheidsbril.
Draag gehoorbescherming.
Draag een veiligheidshelm, veiligheidsbril
en gehoorbescherming.
Gebruik afdoende beschermingsmiddelen
voor voet/been en hand/arm.
Deze zaag mag alleen worden gebruikt
door goed opgeleide personen.
Stel niet bloot aan vocht.
Maximaal toegestane zaaglengte
Gebruikaltijdtweehandenomdeketting-
zaag te bedienen.
Draairichting van de ketting
Afstelling voor zaagkettingolie
Ni-MH
Li-ion
Alleen voor EU-landen
Geef elektrisch gereedschap en accu’s niet
met het huisvuil mee!
VolgensdeEuropeserichtlijninzakeoude
elektrische en elektronische apparaten, en inzake
batterijenenaccu’senoudebatterijenenaccu’s,
en de toepassing daarvan binnen de nationale
wetgeving, dienen elektrisch gereedschap, accu’s
enbatterijendieheteindevanhunlevensduur
hebben bereikt, gescheiden te worden ingezameld
entewordenafgevoerdnaareenrecyclebedrijf
dat voldoet aan de geldende milieu-eisen.
Gebruiksdoeleinden
Het gereedschap is bedoeld om takken te zagen en
bomen te snoeien. Het is ook geschikt om bomen te
onderhouden.
Geluidsniveau
Detypische,A-gewogengeluidsniveauszijngemeten
volgens IEC62841-4-1:
Model AS1925
Geluidsdrukniveau (L
pA
): 92,2 dB (A)
Geluidsvermogenniveau (L
WA
): 103,2 dB (A)
Onzekerheid (K): 2,5 dB (A)
Model AS1925C
Geluidsdrukniveau (L
pA
): 92,2 dB (A)
Geluidsvermogenniveau (L
WA
): 103,2 dB (A)
Onzekerheid (K): 2,5dB (A)
WAARSCHUWING: Draag
gehoorbescherming.
Trilling
De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals
vastgesteld volgens IEC62841-4-1:
Model AS1925
Gebruikstoepassing: zagen van hout
Trillingsemissie (a
h,W
): 3,1 m/s
2
Onzekerheid (K): 1,5 m/s
2
Model AS1925C
Gebruikstoepassing: zagen van hout
Trillingsemissie (a
h,W
): 4,1m/s
2
Onzekerheid (K): 1,5 m/s
2
OPMERKING: De opgegeven trillingsemissiewaarde
is gemeten volgens de standaardtestmethode en kan
wordengebruiktomditgereedschaptevergelijken
met andere gereedschappen.
OPMERKING: De opgegeven trillingsemissiewaarde
kan ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf
van de blootstelling.
62 NEDERLANDS
WAARSCHUWING:Detrillingsemissietijdens
het gebruik van het elektrisch gereedschap in de
praktijkkanverschillenvandeopgegeventrilling-
semissiewaardeafhankelijkvandemanierwaarop
het gereedschap wordt gebruikt.
WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig-
heidsmaatregelen worden getroffen ter bescherming
vandeoperatordiezijngebaseerdopeenschatting
vandeblootstellingonderpraktijkomstandigheden
(rekeninghoudendmetallefasenvandebedrijfscy-
clus,zoalsdetijdsduurgedurendewelkehetgereed-
schap is uitgeschakeld en stationair draait, naast de
ingeschakeldetijdsduur).
EG-verklaring van conformiteit
Alleen voor Europese landen
DeEG-verklaringvanconformiteitisbijgevoegdals
BijlageAbijdezegebruiksaanwijzing.
VEILIGHEIDSWAAR-
SCHUWINGEN
Algemene
veiligheidswaarschuwingen voor
elektrisch gereedschap
WAARSCHUWING: Lees alle veiligheids-
waarschuwingen, aanwijzingen, afbeeldingen en
technische gegevens behorend bij dit elektrische
gereedschap aandachtig door. Als u niet alle onder-
staandeaanwijzingennaleeft,kandatresulterenin
brand, elektrische schokken en/of ernstig letsel.
Bewaar alle waarschuwingen en
instructies om in de toekomst te
kunnen raadplegen.
De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoor-
schriften duidt op gereedschappen die op stroom van
het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met
een accu (snoerloos).
Veiligheidswaarschuwingen voor
een accukettingzaag
1. Houd alle lichaamsdelen uit de buurt van de
zaagketting terwijl de kettingzaag in gebruik is.
Alvorens de kettingzaag te starten, verzekert
u zichzelf ervan dat de zaagketting niets raakt.
In slechts een kort moment van onoplettendheid
tijdenshetgebruikvandekettingzaagkanuw
kleding of lichaam in aanraking komen met de
zaagketting.
2. Houd de kettingzaag altijd met uw rechterhand
vast aan de bovenhandgreep en met uw linker-
hand aan de voorhandgreep. Houd de ketting-
zaag nooit vast met uw handen verwisseld, omdat
dandekansoplichamelijkletselgroteris.
3. Houd het elektrisch gereedschap alleen vast
aan de geïsoleerde vlakken omdat de zaag-
ketting met verborgen bedrading in aanraking
kan komen. Wanneer de zaagketting in aanraking
komt met onder spanning staande draden, zullen
de niet-geïsoleerde metalen delen van het gereed-
schap onder spanning komen te staan zodat de
gebruikereenelektrischeschokkankrijgen.
4.
Draag een veiligheidsbril en gehoorbescherming.
Verdere veiligheidsmiddelen voor hoofd, handen, benen
en voeten worden aanbevolen. Afdoende beschermende
kledingverkleintdekansoplichamelijkletselalsgevolgvan
rondvliegend afval of onbedoeld contact van de zaagketting.
5. Zorg altijd voor een stevige stand.
6. Bij het afzagen van een tak die onder span-
ning staat, let u goed op eventuele terugslag.
Wanneerdespanningindehoutvezelsvrijkomt,
kan de onder spanning staande tak de gebruiker
een terugslag geven en/of de controle over de
kettingzaag doen verliezen.
7.
Wees uiterst voorzichtig bij het zagen van strui-
ken en jonge boompjes. Het dunne materiaal kan
zich vasthaken aan de zaagketting en naar u toe
geslingerd worden of u uit balans brengen.
8. Draag de kettingzaag aan de voorhandgreep
terwijl deze uitgeschakeld is en van uw
lichaam af gekeerd is. Bij het transporteren
of opbergen van de kettingzaag moet altijd de
schede om het zaagblad worden gedaan. Een
juistebehandelingvandekettingzaagverkleintde
kans op het per ongeluk aanraken van de bewe-
gende zaagketting.
9. Volg de instructies voor het smeren, ketting
spannen en verwisselen van accessoires. Een
verkeerd gespannen of gesmeerde zaagketting
kan breken of de kans op terugslag verhogen.
10. Houd de handgrepen droog, schoon en vrij
van olie en vetten. Met vet of olie bevuilde hand-
grepenzijngladenleidentotverliesvancontrole
over de kettingzaag.
11. Zaag uitsluitend hout. Gebruik de ketting-
zaag niet voor doeleinden waarvoor deze niet
bedoeld is.Bijvoorbeeld:gebruikdekettingzaag
niet om kunststof, steen of bouwmaterialen anders
dan hout te zagen. Het gebruik van de kettingzaag
voor andere werkzaamheden dan waarvoor deze
bedoeldis,kanleidentotgevaarlijkesituaties.
12. Oorzaken van terugslag en wat de gebruiker
hieraan kan doen:
Terugslag kan optreden wanneer de neus of voorrand
van het zaagblad een voorwerp raakt, of wanneer
het hout zich sluit en de zaagketting in de zaagsnede
vastklemt. Zagen met alleen de punt van het zaagblad
kan een plotselinge, omgekeerde reactie veroorzaken
waardoor het zaagblad omhoog geworpen wordt in
de richting van de gebruiker. Het beknellen van de
zaagketting langs de bovenrand van het zaagblad kan
het zaagblad snel terugwerpen in de richting van de
gebruiker. Deze beide reacties kunnen ertoe leiden
dat u de controle over de kettingzaag verliest waar-
doorernstiglichamelijkletselkanontstaan.Weesniet
afhankelijkvanalleendeveiligheidsvoorzieningendie
inuwkettingzaagzijningebouwd.Alsgebruikervan
de kettingzaag moet u meerdere stappen onderne-
men om ervoor te zorgen dat uw zaagwerkzaamhe-
den zonder ongelukken of letsel verlopen.
63 NEDERLANDS
Terugslag is het gevolg van misbruik van het
gereedschapen/ofonjuistegebruiksproceduresof
-omstandigheden, en kan worden voorkomen door
dejuistevoorzorgsmaatregelentetreffen,zoals
hieronder vermeld:
Houd de kettingzaag stevig met beide handen
vast, met uw duimen en vingers rondom de
handgrepen van de kettingzaag, en positioneer
uw lichaam en armen zodanig dat u een even-
tuele terugslag kan opvangen. De kracht van
een terugslag kan worden opgevangen door de
gebruikermitsdejuistevoorzorgsmaatregelen
zijngetroffen.Laatdekettingzaagnooitlos.
►Fig.1
Reik niet te ver en zaag nooit boven schou-
derhoogte. Dit helpt te voorkomen dat de
punt van het zaagblad per ongeluk iets raakt
en biedt een betere controle over de ketting-
zaag in onverwachte situaties.
• Gebruikbijhetvervangenvanhetzaagblad
of de zaagketting uitsluitend onderdelen
diezijnopgegevendoordefabrikant.
Vervanging door een verkeerd zaagblad of
zaagketting kan ertoe leiden dat de zaagket-
ting breekt en/of het zaagblad terugslaat.
Volg de instructies van de fabrikant over het
slijpenenonderhoudenvandezaagketting.
Het verlagen van de hoogte van de diepte-
voeler kan leiden tot meer terugslag.
13. Alvorens met het werk te beginnen, controleert
u of de kettingzaag zich in goede werkende
staat bevindt, en dat deze voldoet aan de vei-
ligheidsregels. Controleer met name of:
De kettingrem goed werkt;
De uitlooprem goed werkt;
Het zaagblad en de afdekking van het ket-
tingwielgoedzijngemonteerd;
De ketting is geslepen en gespannen over-
eenkomstig de regels.
14. Start de kettingzaag niet terwijl de schede om
het zaagblad is geplaatst. Als de kettingzaag
wordtgestartterwijldeschedeomhetzaagblad
is geplaatst, kan de schede naar voren worden
weggeworpen,waardoorlichamelijkletselen
materiële schade aan voorwerpen in de buurt van
de operator kan worden veroorzaakt.
Veiligheidswaarschuwingen
speciek voor kettingzagen met een
bovenhandgreep
1. Deze kettingzaag is speciaal ontworpen voor
boomverzorging en boomchirurgie. De ketting-
zaag is bedoeld om te worden gebruikt door
goed opgeleide personen. Houd u aan alle
instructies, procedures en aanbevelingen van
de betreffende brancheorganisatie. Anders
kunnen zich fatale ongevallen voordoen. Wij
adviseren u altijd een hoogwerker (telescoop-
hoogwerker, schaarhoogwerker) te gebruiken
voor het zagen in bomen. Abseiltechnieken
zijn extreem gevaarlijk en vereisen speciale
training. De gebruikers moeten opgeleid
worden om bekend te raken met het gebruik
van veiligheidsuitrusting en klimtechnieken.
Gebruik altijd de toepasselijke riemen, touwen
en karabijnhaken wanneer u in een boom
werkt. Gebruik altijd valpreventiemiddelen
voor zowel de gebruiker als de zaag.
2. Alvorens het gereedschap op te slaan,
voert u reinigings- en onderhoudswerk-
zaamheden uit in overeenstemming met de
gebruiksaanwijzing.
3. Verzeker u ervan dat tijdens vervoer in een
auto de kettingzaag op een veilige plaats
staat om morsen van brandstof of kettingolie,
beschadiging van het gereedschap en per-
soonlijk letsel te voorkomen.
4. Controleer regelmatig de werking van de
kettingrem.
5. Vul geen kettingolie bij in de buurt van vuur.
Rook niet wanneer u kettingolie bijvult.
6. Het gebruik van de kettingzaag kan landelijk
gereglementeerd zijn.
7. Nadat tegen het gereedschap is gestoten of
het is gevallen, controleert u de staat van het
gereedschap voordat u de werkzaamheden
hervat. Controleer de bedieningselementen en
veiligheidsvoorzieningen op een juiste wer-
king. Als enige beschadiging zichtbaar is of u
twijfelt, vraagt u ons erkende servicecentrum
om inspectie en reparatie.
8. Activeer altijd de kettingrem voordat u de
kettingzaag start.
9. Houd de zaag stevig op zijn plaats om te voor-
komen dat de zaag wegspringt (zijwaarts ver-
plaatst) of stuitert wanneer een snede wordt
gestart.
10. Wees aan het einde van de snede voorzich-
tig uw evenwicht te bewaren vanwege het
‘doorvallen’.
11. Houd rekening met de windrichting en -snel-
heid. Voorkom zaagsel en kettingoliemist.
Beschermingsmiddelen
1. Om letsels aan hoofd, ogen, handen of voeten
te voorkomen en om uw gehoor te bescher-
men, moeten de volgende beschermingsmid-
delen worden gebruikt tijdens het werken met
de kettingzaag:
— Hettypekledingmoetgeschiktzijn,d.w.z.
dezemoetnauwsluitendzijnzonderute
hinderen.Draaggeenjuwelenofkleding
die zich kunnen vasthaken aan struiken en
takken. Als u lang haar hebt, moet u een
haarnetjegebruiken!
— Hetisnoodzakelijkeenveiligheidshelmte
dragen wanneer u met de kettingzaag werkt.
U moet de veiligheidshelm regelmatig
controleren op beschadigingen en deze na
uiterlijk5jaarvervangen.Gebruikalleen
goedgekeurde veiligheidshelmen.
Het spatscherm van de veiligheidshelm
(of de veiligheidsbril) beschermt u tegen
zaagselenhoutsnippers.Draagtijdenshet
gebruikvandekettingzaagaltijdeenveilig-
heidsbril of een spatscherm om oogletsel te
voorkomen.
Draag geschikte geluidsbeschermingsmid-
delen(oorkappen,oordopjes,enz.).
64 NEDERLANDS
De veiligheidsjas bestaat uit van 22 lagen
nylon en beschermt de gebruiker tegen sneden.
Dezemoetaltijdwordengedragentijdenshet
werken op een hoogwerker (telescoophoogwer-
ker, schaarhoogwerker), op een platform beves-
tigdaanladders,ofbijhetklimmenmettouwen.
De veiligheidsoverall bestaat uit nylonmateri-
aal van 22 lagen en beschermt u tegen sneden.
Wijradenhetgebruikervansterkaan.
Veiligheidshandschoenen gemaakt van dik
leer maken deel uit van de voorgeschreven
uitrustingenmoetenaltijdwordengedragen
tijdenshetgebruikvandekettingzaag.
— Tijdenshetgebruikvandekettingzaagmoet
ualtijdlage of hoge veiligheidsschoenen
met antislipzolen, stalen neus en beenbe-
scherming dragen. Veiligheidsschoenen
diezijnvoorzienvaneenbeschermende
laag bieden bescherming tegen sneden en
zorgen ervoor dat u stevig staat. Voor het
werken in bomen moeten de veiligheids-
schoenengeschiktzijnvoorklimtechnieken.
Trillingen
1. Personen met een slechte bloedsomloop die
worden blootgesteld aan sterke trillingen, kunnen
verwondingen aan bloedvaten of het zenuwstelsel
oplopen. Trillingen kunnen de volgende sympto-
men veroorzaken in de vingers, handen of polsen:
“Slapen”(gevoelloosheid),tintelen,pijn,stekend
gevoel, veranderen van huidskleur of van de huid.
Als een van deze symptomen zich voordoet,
raadpleegt u uw huisarts! Om de kans op deze
‘witte-vingerziekte’ te verkleinen, houdt u uw han-
denwarmtijdenshetwerkenonderhoudtuhet
gereedschap en de accessoires goed.
BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN.
WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden
door een vals gevoel van comfort en bekendheid
met het gereedschap (na veelvuldig gebruik)
en neem alle veiligheidsvoorschriften van het
betreffende gereedschap altijd strikt in acht.
VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de
veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij-
zing kan leiden tot ernstig letsel.
Belangrijke veiligheidsinstructies
voor een accu
1. Lees alle voorschriften en waarschuwingen op
(1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product
waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de
accu in gebruik te nemen.
2. Neem de accu niet uit elkaar.
3. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu
aanzienlijk korter is geworden, moet u het
gebruik ervan onmiddellijk stopzetten.
Voortgezet gebruik kan oververhitting, brand-
wonden en zelfs een ontplofng veroorzaken.
4. Als elektrolyt in uw ogen is terechtgeko-
men, spoelt u uw ogen met schoon water
en roept u onmiddellijk de hulp van een
dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid
veroorzaken.
5. Voorkom kortsluiting van de accu:
(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een
geleidend materiaal.
(2) Bewaar de accu niet in een bak waarin
andere metalen voorwerpen zoals spij-
kers, munten e.d. worden bewaard.
(3) Stel de accu niet bloot aan water of regen.
Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van
een grote stroomafgifte, oververhitting, brand-
wonden, en zelfs defecten.
6.
Bewaar het gereedschap en de accu niet op plaatsen
waar de temperatuur kan oplopen tot 50°C of hoger.
7. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wan-
neer hij zwaar beschadigd of volledig versleten
is. De accu kan ontploffen in het vuur.
8. Wees voorzichtig dat u de accu niet laat vallen
en hem niet blootstelt aan schokken of stoten.
9. Gebruik nooit een beschadigde accu.
10. De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn
onderhevig aan de vereisten in de wetgeving
omtrent gevaarlijke stoffen.
Voorcommercieeltransportendergelijkedoorderden
en transporteurs moeten speciale vereisten ten aan-
zien van verpakking en etikettering worden nageleefd.
Als voorbereiding van het artikel dat wordt getrans-
porteerdishetnoodzakelijkeenexpertophetgebied
vangevaarlijkestoffenteraadplegen.Houdutevens
aanmogelijkstrengerenationaleregelgeving.
Blootliggende contactpunten moeten worden afge-
dekt met tape en de accu moet zodanig worden
verpakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking.
11. Volg bij het weggooien van de accu de plaatse-
lijke voorschriften.
12. Gebruik de accu’s alleen met de producten
die zijn opgegeven door Makita/Dolmar. Als de
accu’s worden geplaatst in niet-conforme produc-
ten, kan dat leiden tot brand, buitensporige hitte,
een explosie of lekkage van elektrolyt.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES.
LET OP:
Gebruik uitsluitend originele accu’s van
Makita/Dolmar. Het gebruik van andere dan originele accu’s
vanMakita/Dolmar,ofvanaccu’swaarinwijzigingenzijnaan-
gebracht, kan ertoe leiden dat de accu open barst waardoor
brand,persoonlijkletselenschadekunnenwordenveroor-
zaakt. Hierdoor vervalt tevens de garantie van Makita/Dolmar
op het gereedschap en de acculader van Makita/Dolmar.
Tips voor een maximale levens-
duur van de accu
1.
Laad de accu op voordat hij volledig ontladen is.
Stop het gebruik van het gereedschap en laad de
accu op telkens wanneer u vaststelt dat het ver-
mogen van het gereedschap is afgenomen.
2. Laad een volledig opgeladen accu nooit
opnieuw op. Te lang opladen verkort de
levensduur van de accu.
3.
Laad de accu op bij een omgevingstemperatuur
tussen 10°C en 40°C. Laat een warme accu afkoe-
len alvorens hem op te laden.
4. Laad de accu op als u deze gedurende een
lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat
gebruiken.
65 NEDERLANDS
BESCHRIJVING VAN DE ONDERDELEN
►Fig.2
1 Trekkerschakelaar 2 Bovenhandgreep 3 Uit-vergrendelknop
4 Beschermkap van de
voorhandgreep
5 Zaagblad 6 Zaagketting
7 Kettingvanger 8 Bevestigingsmoer 9 Stelschroef voor de zaagketting
10 Zaagselgeleider 11 Accu 12 Bedrijfslampje
13 Hoofdschakelaar 14 Stelschroef (voor oliepomp) 15 Karabijnhaak
16 Voorhandgreep 17 Olietankdop 18 Zaagbladschede
BESCHRIJVING VAN DE
FUNCTIES
LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is
uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd
alvorens de functies op het gereedschap af te
stellen of te controleren.
De accu aanbrengen en verwijderen
LET OP: Schakel het gereedschap altijd uit
voordat u de accu aanbrengt of verwijdert.
LET OP: Houd het gereedschap en de accu
stevig vast tijdens het aanbrengen of verwijderen
van de accu. Als u het gereedschap en de accu niet
stevig vasthoudt, kunnen deze uit uw handen glippen
en het gereedschap of de accu beschadigen, of kan
persoonlijkletselwordenveroorzaakt.
►Fig.3: 1. Rood deel 2. Knop 3. Accu
Omdeaccuteverwijderenverschuiftudeknopaande
voorkantvandeaccuenschuiftutegelijkertijddeaccu
uit het gereedschap.
Omdeaccuaantebrengenlijntudelipopdeaccuuit
metdegroefindebehuizingenduwtudeaccuopzijn
plaats.Steekdeaccuzovermogelijkinhetgereed-
schap tot u een klikgeluid hoort. Als u het rode deel aan
de bovenkant van de knop kunt zien, is de accu niet
goed aangebracht.
LET OP: Breng de accu altijd helemaal aan
totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als
u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het
gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving
verwonden.
LET OP: Breng de accu niet met kracht aan.
Alsdeaccunietgemakkelijkinhetgereedschap
kan worden geschoven, wordt deze niet goed
aangebracht.
De resterende acculading
controleren
Alleen voor accu’s met indicatorlampjes
►Fig.4: 1.Indicatorlampjes2. Testknop
Druk op de testknop op de accu om de resterende
acculadingtezien.Deindicatorlampjesbrandengedu-
rende enkele seconden.
Indicatorlampjes Resterende
acculading
Brandt Uit Knippert
75% tot 100%
50% tot 75%
25% tot 50%
0% tot 25%
Laad de accu
op.
Er kan een
storingzijn
opgetreden in
de accu.
OPMERKING:Afhankelijkvandegebruiksomstan-
digheden en de omgevingstemperatuur, is het moge-
lijkdatdeaangegevenacculadingverschiltvande
werkelijkeacculading.
Gereedschap-/
accubeveiligingssysteem
Het gereedschap is voorzien van een gereedschap-/
accubeveiligingssysteem. Dit systeem schakelt auto-
matisch de voeding naar de motor uit om de levensduur
van het gereedschap en de accu te verlengen. Het
gereedschapkantijdenshetgebruikautomatischstop-
pen als het gereedschap of de accu aan één van de
volgende omstandigheden wordt blootgesteld:
66 NEDERLANDS
Overbelastingsbeveiliging
Als de accu wordt gebruikt op een manier waardoor
een abnormaal hoge stroom wordt getrokken, stopt
hetgereedschapautomatischenknipperthetbedrijfs-
lampjegroen.Indatgevalschakeltuhetgereedschap
uit en stopt u met het gebruik waardoor het gereed-
schap overbelast raakte. Schakel daarna het gereed-
schap in om verder te gaan.
Oververhittingsbeveiliging
Wanneer het gereedschap of de accu oververhit is, stopt het
gereedschapautomatischengaathetbedrijfslampjerood
branden. In dat geval laat u het gereedschap en de accu
afkoelen voordat u het gereedschap opnieuw inschakelt.
OPMERKING: In een omgeving met een hoge tem-
peratuur treedt de oververhittingsbeveiliging sneller
in werking waardoor het gereedschap automatisch
stopt.
Beveiliging tegen te ver ontladen
Als de acculading onvoldoende is, stopt het gereed-
schapautomatischenknipperthetbedrijfslampjerood.
Indatgevalverwijdertudeaccuvanafhetgereedschap
en laadt u de accu op.
Hoofdschakelaar
WAARSCHUWING: Zet altijd de hoofdscha-
kelaar uit indien niet in gebruik.
Om het gereedschap in te schakelen, drukt u op
dehoofdschakelaartotdathetbedrijfslampjegroen
brandt. Om uit te schakelen, drukt u opnieuw op de
hoofdschakelaar.
►Fig.5: 1.Bedrijfslampje2. Hoofdschakelaar
OPMERKING:Hetbedrijfslampjeknippertgroen
alsdetrekkerschakelaarwordtingeknepenbij
omstandighedenwaaronderbedieningonmogelijk
is. De lamp knippert onder een van de volgende
omstandigheden.
• Wanneerudehoofdschakelaarinschakeltterwijl
u de uit-vergrendelknop ingedrukt houdt en de
trekkerschakelaar ingeknepen houdt.
• Wanneerudetrekkerschakelaarinknijptterwijl
de kettingrem is geactiveerd.
• Wanneerudekettingremloszetterwijlude
uit-vergrendelknop ingedrukt houdt en de trek-
kerschakelaar ingeknepen houdt.
OPMERKING: Deze kettingzaag maakt gebruik van
de automatische uitschakelfunctie. Om onbedoeld
starten te voorkomen, wordt de hoofdschakelaar
automatisch uitgeschakeld wanneer de trekkerscha-
kelaar niet is ingeknepen gedurende een bepaalde
tijdsduurnadatdehoofdschakelaarisingeschakeld.
U kunt het gereedschap gebruiken in de koppelboost-
functie voor het zagen van dikke of harde takken. Om
het gereedschap in de koppelboostfunctie te gebruiken,
druktu,terwijlhetgereedschapisuitgeschakeld,gedu-
rende enkele seconden op de hoofdschakelaar totdat
hetbedrijfslampjegeelbrandt.
OPMERKING: In de koppelboostfunctie kunt u het
gereedschap gedurende 30 seconden gebruiken.
Afhankelijkvandegebruiksomstandigheden,kan
deze functie omschakelen naar de normale functie in
minder dan 30 seconden.
OPMERKING:Alshetbedrijfslampjegeelknippert
wanneer u gedurende enkele seconden op de
hoofdschakelaar drukt, is de koppelboostfunctie
niet beschikbaar. Volg in dat geval de onderstaande
stappen.
De koppelboostfunctie is niet beschikbaar
onmiddellijknahetzagen.Wachtgedurende
langer dan 10 seconden en druk daarna
opnieuw op de hoofdschakelaar.
Als u de koppelboostfunctie meerdere keren
gebruikt, wordt het gebruik van de koppelboost-
functie beperkt om de accu te beschermen.
Als de koppelboostfunctie niet beschikbaar is
nadat u langer dan 10 seconden hebt gewacht,
vervangt u de accu door een volledig opgeladen
accu, of laadt u de accu op.
OPMERKING:Alshetbedrijfslampjeroodbrandt,of
rood of groen knippert, raadpleegt u de instructies
voor het gereedschap-/accubeveiligingssysteem.
OPMERKING: De koppelboostfunctie kan niet
worden gebruikt wanneer een accu van het type
BL1815N, BL1820 of BL1820B is geplaatst.
De trekkerschakelaar gebruiken
WAARSCHUWING: Voor uw veiligheid is
dit gereedschap uitgerust met een uit-vergren-
delknop die voorkomt dat het gereedschap
onbedoeld start. Gebruik het gereedschap NOOIT
wanneer het start door alleen de trekkerschake-
laar in te knijpen zonder de uit-vergrendelknop
in te drukken. Stuur het gereedschap naar ons
erkende servicecentrum voor deugdelijke repara-
tie ZONDER het verder te gebruiken.
WAARSCHUWING: U mag NOOIT het doel of
de werking van de uit-vergrendelknop teniet doen
of deze vastplakken.
LET OP: Alvorens de accu in het gereed-
schap te plaatsen, moet u altijd controleren of de
trekkerschakelaar goed werkt en bij het loslaten
terugkeert naar de stand “OFF”.
KENNISGEVING: Knijp de trekkerschakelaar
niet hard in zonder de uit-vergrendelknop in te
drukken. Hierdoor kan de schakelaar kapot gaan.
Om te voorkomen dat de trekkerschakelaar per ongeluk
wordt bediend, is een uit-vergrendelknop aangebracht.
Om het gereedschap te starten, houdt u de uit-vergren-
delknopingedruktenknijptudetrekkerschakelaarin.
De snelheid van het gereedschap neemt toe naarmate
u meer druk uitoefent op de trekkerschakelaar. Laat de
trekkerschakelaar los om te stoppen.
►Fig.6: 1. Trekkerschakelaar 2. Uit-vergrendelknop
67 NEDERLANDS
De kettingrem controleren
LET OP: Houd de kettingzaag met beide
handen vast wanneer u hem inschakelt. Houd de
bovenhandgreep met uw rechterhand vast en de
voorhandgreep met uw linkerhand. Het zaagblad
en de zaagketting mogen geen enkel voorwerp
raken.
LET OP: Als de zaagketting niet onmiddellijk
tot stilstand komt wanneer deze controle wordt
uitgevoerd, mag de kettingzaag onder geen
beding worden gebruikt. Neem contact op met
ons erkende servicecentrum.
1. Drukeerstdeuit-vergrendelknopinenknijp
daarna de trekkerschakelaar in. De zaagketting begint
onmiddellijktedraaien.
2. Duw de beschermkap van de voorhandgreep naar
voren met de rug van uw hand. Verzeker u ervan dat de
zaagkettingonmiddellijktotstilstandkomt.
►Fig.7: 1. Beschermkap van de voorhandgreep
2.Vrijgezettestand3. Vergrendelde stand
De uitlooprem controleren
LET OP: Als de zaagketting bij deze con-
trole niet binnen twee seconden tot stilstand
komt, stopt u met het gebruik van de ketting-
zaag en neemt u contact op met ons erkende
servicecentrum.
Laat de kettingzaag draaien en laat daarna de trekker-
schakelaar helemaal los. De zaagketting moet binnen
twee seconden tot stilstand komen.
De kettingsmering afstellen
U kunt de toevoersnelheid van de oliepomp afstellen
met de stelschroef met behulp van de universele
sleutel. De hoeveelheid olie kan in 3 standen worden
afgesteld.
►Fig.8: 1. Stelschroef
Karabijnhaak (bevestigingspunt
voor een touw)
U kun het gereedschap laten hangen door een touw
vastteknopenaandekarabijnhaak.Trekdekarabijn-
haak omhoog en knoop er daarna een touw aan vast.
Elektronische functies
Het gereedschap is uitgerust met elektronische functies
voor een eenvoudige bediening.
Zachte start
De functie zachte-start minimaliseert de start-
schokenlaathetgereedschapgeleidelijkstarten.
MONTAGE
LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is
uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd
alvorens enig werk aan het gereedschap uit te
voeren.
LET OP: Raak de zaagketting niet met blote
handen aan. Draag altijd handschoenen wanneer
u de zaagketting hanteert.
De zaagketting aanbrengen of
verwijderen
LET OP: De zaagketting en het zaagblad zijn
kort na gebruik nog heet. Laat ze eerst afkoelen,
voordat u enige werkzaamheden aan het gereed-
schap uitvoert.
LET OP: Voer de procedure voor het aanbren-
gen of verwijderen van de zaagketting uit in een
schone omgeving, vrij van zaagsel en dergelijke.
Omdezaagkettingteverwijderen,gaatualsvolgtte
werk:
1. Zet de kettingrem los door aan de beschermkap
van de voorhandgreep te trekken.
2. Draai de stelschroef voor de zaagketting los en
draai daarna de bevestigingsmoer los.
►Fig.9: 1. Stelschroef voor de zaagketting
2. Bevestigingsmoer
3. Verwijderdeafdekkingvanhetkettingwielen
verwijderdaarnadezaagkettingenhetzaagbladvanaf
de kettingzaag.
Om de zaagketting aan te brengen, gaat u als volgt te
werk:
1. Controleer de richting van de zaagketting. Zorg
ervoor dat de richting van de zaagketting hetzelfde is
als die van de markering op het kettingzaaghuis.
2. Leg één kant van de zaagketting op de bovenkant
van het zaagblad.
3. Leg de andere kant van de zaagketting rond het
kettingwiel, en bevestig daarna het zaagblad aan het
kettingzaaghuis,waarbijhetgatinhetzaagbladmoet
zijnuitgelijndmetdepenophetkettingzaaghuis.
►Fig.10: 1. Kettingwiel 2. Gat
4. Steek het uitsteeksel op de afdekking van het
kettingwiel in het kettingzaaghuis, en sluit daarna de
afdekking zodat de bout en pennen op het kettingzaag-
huis op hun plaats in de afdekking vallen.
►Fig.11: 1. Uitsteeksel 2. Afdekking van het ketting-
wiel 3. Bout 4. Pen
5. Draai de bevestigingsmoer vast om de afdekking
van het kettingwiel vast te zetten, en draai hem daarna
iets los om de spanning te kunnen afstellen.
►Fig.12: 1. Bevestigingsmoer
68 NEDERLANDS
De kettingspanning afstellen
LET OP: Span de zaagketting niet te strak.Bij
een te hoge spanning kan de zaagketting breken, het
zaagbladslijtenendestelknopdefectraken.
LET OP: Een zaagketting die te los zit kan
van het zaagblad af springen en een ongeluk met
letsel veroorzaken.
De zaagketting kan na vele gebruiksuren los gaan
zitten. Controleer regelmatig de kettingspanning vóór
gebruik.
1. Zet de kettingrem los door aan de beschermkap
van de voorhandgreep te trekken.
2. Draai de bevestigingsmoer iets los om de afdek-
king van het kettingwiel iets los te maken.
►Fig.13: 1. Bevestigingsmoer
3. Til het uiteinde van het zaagblad iets omhoog en
stel de kettingspanning af. Draai de stelschroef voor
de zaagketting rechtsom om de zaagketting strakker te
zetten en linksom om hem losser te zetten.
Voor kettingmes 90PX en 91PX:
Zet de zaagketting strakker totdat de onderkant van de
zaagketting in de zaagbladrail past zoals afgebeeld.
►Fig.14: 1. Zaagblad 2. Zaagketting 3. Stelschroef
voor de zaagketting
Voor kettingmes 25AP:
Zet de zaagketting strak zodat de opening tussen het
midden van de onderrand van het zaagblad en de
zaagketting ongeveer 1 mm tot 2 mm is.
4. Houd het zaagblad licht vast en zet de afdekking
van het kettingwiel vast.
Voor kettingmes 90PX en 91PX:
Zorg ervoor dat de zaagketting aan de onderrand van
het zaagblad niet los hangt.
Voor kettingmes 25AP:
Verzeker u ervan dat de opening tussen het midden
van de onderrand van het zaagblad en de zaagketting
ongeveer 1 mm tot 2 mm is.
5. Draai de bevestigingsmoer vast om de afdekking
van het kettingwiel vast te maken.
►Fig.15: 1. Bevestigingsmoer
Verzeker u ervan dat de zaagketting strak langs de
onderrand van het zaagblad loopt.
Getande kam
Optioneel accessoire
Wijadviserenudegetandekamtegebruikenbijhet
zagen van dikke takken. Om de getande kam aan te
brengen, voert u de volgende stappen uit:
1. Verwijderdeafdekkingvanhetkettingwiel,de
zaagketting en het zaagblad.
2. Lijndegatenindegetandekamuitmetdegaten
in het kettingzaaghuis en draai daarna de schroeven
stevig vast.
►Fig.16: 1. Schroef 2. Getande kam
BEDIENING
Smering
Dezaagkettingwordtautomatischgesmeerdtijdens
het gebruik van het gereedschap. Controleer regel-
matig hoeveel olie er nog in de olietank zit door het
oliepeilglas.
Omdeolietankbijtevullen,legtudekettingzaagop
zijnzijkantenverwijdertudeolietankdop.Decorrecte
hoeveelheidolieis140ml.Draainahetbijvullenvande
olietankaltijddeolietankdopstevigerop.
►Fig.17: 1. Olietankdop 2. Oliepeilglas
Houdnahetbijvullendekettingzaaguitdebuurtvande
boom. Start de kettingzaag en wacht tot de zaagketting
voldoende gesmeerd is.
►Fig.18
KENNISGEVING: Wanneer u voor het eerst
kettingolie bijvult, of de olietank bijvult nadat
deze geheel leeg is geraakt, vult u olie bij tot aan
de onderrand van de vulnek. Anders kan de olie-
toevoer gehinderd worden.
KENNISGEVING: Gebruik de zaagkettingolie
uitsluitend voor kettingzagen van Makita/Dolmar,
of een in de winkel verkrijgbare gelijkwaardige
olie.
KENNISGEVING: Gebruik nooit olie die is ver-
ontreinigd met vuil- en stofdeeltjes of vluchtige
olie.
KENNISGEVING: Gebruik botanische olie voor
het snoeien van bomen. Minerale olie kan schade-
lijk zijn voor bomen.
KENNISGEVING: Voordat u begint te zagen,
controleert u of de bijgeleverde olietankdop erop
is gedraaid.
WERKEN MET DE KETTINGZAAG
LET OP: Als minimale voorbereiding dient
een beginnende gebruiker eerst te oefenen door
stammen te zagen op een schraag of bok.
LET OP: Bij het zagen van losse stukken
hout dient u een veilige steun te gebruiken (een
schraag of zaagbok). Zet niet uw voet op het werk-
stuk om dat tegen te houden en vraag ook nooit
iemand anders om het vast te houden.
LET OP: Zet ronde stukken zo vast dat ze niet
kunnen gaan draaien.
LET OP: Houd alle delen van uw lichaam uit
de buurt van de zaagketting wanneer de motor
draait.
LET OP: Houd de kettingzaag stevig vast met
beide handen wanneer de motor draait.
LET OP: Reik niet te ver. Zorg ervoor dat u
altijd stevige steun voor de voeten hebt en uw
evenwicht behoudt.
69 NEDERLANDS
KENNISGEVING: Gooi nooit met het gereed-
schap en laat het niet vallen.
KENNISGEVING: Dek de luchtuitstroomope-
ningen van het gereedschap niet af.
Bomen snoeien
Plaats het kettingzaaghuis tegen de af te zagen tak
voordat u hem inschakelt. Anders kan het zaagblad
gaan wiebelen en de gebruiker verwonden. Zaag het
houtdoordekettingzaagmetbehulpvanzijneigen
gewicht omlaag te bewegen.
►Fig.19
Als u niet in één keer door het hout kunt zagen:
Oefenlichtedrukuitopdehandgreep,blijfzagenen
trekdekettingzaageenstukjeterug.
►Fig.20
Als u dikke takken doorzaagt, maakt u eerst een
ondiepe zaagsnede aan de onderkant en maakt u ver-
volgensdedenitievezaagsnedevanafdebovenkant.
►Fig.21
Als u een dikke tak vanaf de onderkant probeert door
tezagen,kandetaktijdenshetzagendoorbuigenen
de zaagketting beknellen. Als u een dikke tak vanaf de
bovenkant probeert door te zagen zonder een ondiepe
snede aan de onderkant, kan de tak splinteren.
►Fig.22
Afzagen
1. Plaats het kettingzaaghuis tegen het te zagen
hout.
►Fig.23
2. Zaag met draaiende zaagketting in het hout en
gebruik de bovenhandgreep om de zaag omhoog te
brengenterwijlumetdevoorhandgreephetzagen
begeleidt.
3. Vervolg de zaagsnede door licht op de boven-
handgreeptedrukkenendezaageenstukjeterugte
trekken.
KENNISGEVING: Als u meerdere zaagsneden
maakt, schakelt u de kettingzaag uit tussen de
zaagsneden.
LET OP: Als de zaagketting langs de boven-
rand van het zaagblad wordt gebruikt om te
zagen, kan de kettingzaag in uw richting worden
bewogen als de ketting klem komt te zitten. Om
deze reden moet u met de onderrand van het
zaagblad zagen zodat de kettingzaag van uw
lichaam af wordt bewogen.
►Fig.24
Als het hout onder spanning staat, zaagt u eerst de kant
met de drukkracht (A). Maak de eindzaagsnede aan de
kant met de trekkracht (B). Hiermee voorkomt u dat het
zaagblad bekneld raakt.
►Fig.25
Takken afzagen
LET OP: Takken afzagen mag uitsluitend
worden uitgevoerd door getrainde personen. Door
hetrisicovanterugslagkaneengevaarlijkesituatie
ontstaan.
Steunbijhetafzagenvantakkendekettingzaagzomoge-
lijkafopdeboomstam.Zaagnietmetdepuntvanhet
zaagblad omdat hierdoor de kans op terugslag ontstaat.
Letmetnamegoedopbijtakkendieonderspanning
staan. Zaag geen takken vanaf de onderkant als deze
niet worden ondersteund.
Gabijhetafzagenvantakkennietbovenopdeomge-
zaagde boomstam staan.
Het gereedschap dragen
Alvorenshetgereedschaptedragen,trektualtijdde
kettingrem aan en haalt u de accu’s van het gereed-
schap af. Breng vervolgens de zaagbladschede aan.
Plaats ook het accudeksel op de accu.
►Fig.26: 1. Zaagbladschede 2. Accudeksel
ONDERHOUD
LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is
uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd
alvorens te beginnen met onderhoud of inspectie.
LET OP: Draag bij inspectie- of onderhouds-
werkzaamheden altijd handschoenen.
KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was-
benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor
kunnen verkleuring, vervormingen en barsten
worden veroorzaakt.
Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het
product te handhaven, dienen alle reparaties, onder-
houd en afstellingen te worden uitgevoerd door een
erkend Makita/Dolmar-servicecentrum of het fabrieks-
servicecentrum,enaltijdmetgebruikmakingvanorigi-
nele Makita/Dolmar-vervangingsonderdelen.
De zaagketting slijpen
Slijp de zaagketting als:
• Poederachtigzaagselwordtgeproduceerdtijdens
het zagen van vochtig hout;
De zaagketting moeizaam in het hout bin-
nendringt, zelfs wanneer hoge druk wordt
uitgeoefend;
• Dezaagsnijrandduidelijkbeschadigdis;
De kettingzaag naar links of rechts trekt in het
hout.(veroorzaaktdooreenongelijkmatige
scherpte van de zaagketting, of een beschadiging
aan slechts een kant)
Slijpdezaagkettingveelvuldig,maariederekeer
slechtsweinig.Tweeofdriebewegingenmeteenvijl
zijndoorgaansvoldoendevoorregelmatigbijslijpen.
Alsdezaagkettingmeerderemalenisbijgeslepen,
laatudezeeenkeerslijpendooreeninonserkende
servicecentrum.
70 NEDERLANDS
Criteria bij het slijpen:
WAARSCHUWING: Een buitensporige
afstand tussen de zaagsnijrand en de dieptevoe-
ler vergroot de kans op terugslag.
►Fig.27: 1. Lengte van het mes 2. Afstand tus-
sendezaagsnijrandendedieptevoeler
3. Minimumlengte van het mes (3 mm)
— Allemessenmoetengelijkvanlengtezijn.Door
een verschillende lengten van messen kan de
zaagkettingnietgelijkmatiglopenenkandezaag-
ketting breken.
— Slijpdezaagkettingnietverderalsdelengtevan
de messen 3 mm of korter is. De zaagketting moet
worden vervangen door een nieuwe.
De dikte van spaanders wordt bepaald door de afstand
tussendezaagsnijrandendedieptevoeler(rondeneus).
— Debestezaagresultatenverkrijgtumetdevol-
gendeafstandtussendezaagsnijrandende
dieptevoeler.
Kettingmes 90PX: 0,65 mm
Kettingmes 91PX: 0,65 mm
Kettingmes 25AP: 0,65 mm
►Fig.28
— Deslijphoekvan30°moetvoorallemessengelijk
zijn.Bijverschillendeslijphoekenzaldezaagket-
tingruwenongelijkmatiglopen,deslijtagetoene-
men en de zaagketting kunnen breken.
— Gebruikeengeschikterondevijltegendetanden
zodateencorrecteslijphoekbehoudenblijft.
Kettingmes 90PX: 55°
Kettingmes 91PX: 55°
Kettingmes 25AP: 55°
Vijl en vijlbeweging
— Gebruikeenspecialerondezaagkettingvijl(opti-
oneelaccessoire)voorhetslijpenvandeketting.
Eengewonerondevijlisnietgeschikt.
— Dedoorsnedevanderondevijlvoorelkezaagket-
ting is als volgt:
Kettingmes 90PX: 4,5 mm
Kettingmes 91PX: 4,0 mm
Kettingmes 25AP: 4,0 mm
— Devijlmaghetmesalleeninvoorwaartserichting
raken.Haaldevijlvanhetmesvoordeterug-
waartse beweging.
— Slijpeersthetkortstemes.Delengtevanditmes
wordt dan de maatstaf voor alle andere messen
op de zaagketting.
— Beweegdevijlzoalsaangegeveninde
afbeelding.
►Fig.29: 1.Vijl2. Zaagketting
— Devijlkangemakkelijkerwordenbewogenalseen
vijlhouder
(optioneelaccessoire)wordtgebruikt.
Opdevijlhouderstaanmerktekensvoordejuiste
slijphoekvan30°(lijndemerktekensparalleluit
met de zaagketting) en beperkt de diepte waartoe
devijldoordringt(tot4/5vandevijldiameter).
►Fig.30: 1.Vijlhouder
Nadat de zaagketting is geslepen, controleert u
de hoogte van de dieptevoeler met behulp van het
kettingmeetgereedschap (optioneel accessoire).
►Fig.31
— Verwijdereventueeluitstekendmateriaal,onge-
achthoeklein,meteenspecialevlakkevijl(optio-
neel accessoire).
Maak de voorkant van de dieptevoeler weer rond.
Het zaagblad schoonmaken
Spaanders en zaagsel zullen zich in de groef van het
zaagblad ophopen. Deze kunnen de groef verstoppen
endeoliestroombelemmeren.Verwijderdespaanders
enhetzaagselelkekeerwanneerudezaagkettingslijpt
of vervangt.
►Fig.32
De afdekking van het kettingwiel
schoonmaken
Spaanders en zaagsel zullen zich binnenin de afdekking
vanhetkettingwielophopen.Verwijderdeafdekkingvan
het kettingwiel en de zaagketting vanaf het gereedschap,
enverwijdervervolgensdespaandersenhetzaagsel.
►Fig.33
De olie-uitstroomopening schoonmaken
Kleinevuil-ofstofdeeltjeskunnenzichtijdensgebruik
ophopen in de olie-uitstroomopening. Deze vuil- of stof-
deeltjeskunnenhetuitstromenvandeoliebelemmeren
waardoor de hele zaagketting onvoldoende wordt
gesmeerd. Wanneer onvoldoende toevoer van kettin-
golie optreedt aan het uiteinde van het zaagblad, maakt
u de olie-uitstroomopening als volgt schoon.
1. Verwijderdeafdekkingvanhetkettingwielende
zaagketting vanaf het gereedschap.
2.
Verwijderdekleinevuil-ofstofdeeltjesmeteenplatkop-
schroevendraaiermeteendunneschachtofietsdergelijks.
►Fig.34: 1. Platkopschroevendraaier
2. Olie-uitstroomopening
3. Plaatsdeaccuinhetgereedschap.Knijpdetrek-
kerschakelaarinomopgehooptevuil-enstofdeeltjesuit
de olie-uitstroomopening te persen door kettingolie eruit
te laten stromen.
4. Verwijderdeaccuvanhetgereedschap.Monteer
de afdekking van het kettingwiel en de zaagketting weer
op het gereedschap.
Het kettingwiel vervangen
LET OP: Een versleten kettingwiel zal de
nieuwe zaagketting beschadigen. Laat in dat
geval het kettingwiel vervangen.
Controleer de staat van het kettingwiel voordat u een
nieuwe zaagketting monteert.
►Fig.35: 1. Kettingwiel 2.Plaatsendieslijten
Monteerbijhetvervangenvanhetkettingwielaltijdeen
nieuwe borgring.
►Fig.36: 1. Borgring 2. Kettingwiel
KENNISGEVING: Verzeker u ervan dat het ket-
tingwiel wordt gemonteerd zoals aangegeven in
de afbeelding.
71 NEDERLANDS
Het gereedschap opbergen
1. Maak het gereedschap schoon voordat u het
opbergt. Haal de afdekking van het kettingwiel eraf
enverwijderallespaandersenzaagselvanafhet
gereedschap.
2. Laat na het schoonmaken het gereedschap
onbelast draaien om de zaagketting en het zaagblad te
smeren.
3. Plaats de zaagbladschede over het zaagblad.
4. Maak de olietank leeg.
Instructies voor periodiek onderhoud
Omzekertezijnvaneenlangelevensduur,omschadetevoorkomenenomzekertezijnvandevolledigewerking
van de veiligheidsvoorzieningen, moet het volgende onderhoud regelmatig worden uitgevoerd. Garantieclaims
kunnen alleen worden geaccepteerd als deze werkzaamheden regelmatig en correct worden uitgevoerd. Als deze
voorgeschreven onderhoudswerkzaamheden niet worden uitgevoerd, kan dat ongelukken veroorzaken! De gebrui-
ker van de kettingzaag mag echter geen werkzaamheden uitvoeren die niet worden beschreven in de gebruiksaan-
wijzing.Dergelijkewerkzaamhedenmoetenwordenuitgevoerddooronserkendeservicecentrum.
Controlepunt / Bedrijfstijd Vóór het
gebruik
Elke dag Elke week Elke 3
maanden
Jaarlijks Vóór
opbergen
Kettingzaag Inspecteren.
- - - - -
Schoonmaken. -
- - - -
Laten contro-
leren door een
erkend ser-
vicecentrum.
- - - -
Zaagketting Inspecteren. - - - - -
Slijpenindien
nodig.
- - - - -
Zaagblad Inspecteren. - - - -
Verwijderen
van de
kettingzaag.
- - - - -
Kettingrem Controleren
van de
werking.
- - - - -
Regelmatig
laten inspec-
terenbijeen
erkend ser-
vicecentrum.
- - -
- -
Kettingsmering Controleren
van de olietoe-
voersnelheid.
- - - - -
Trekkerschakelaar
Inspecteren. - - - - -
Uit-
vergrendelknop
Inspecteren. - - - - -
Olietankdop Controleren
op vastzitten.
- - - - -
Kettingvanger Inspecteren. - -
- - -
Bouten en
moeren
Inspecteren. - -
- - -
72 NEDERLANDS
PROBLEMEN OPLOSSEN
Alvorens om reparatie te verzoeken, voert u eerst zelf een inspectie uit. Als u een probleem ondervindt dat niet in
dezegebruiksaanwijzingwordtbeschreven,magunietproberenhetgereedschapuitelkaartehalen.Vraaginplaats
daarvaneenerkendMakita/Dolmar-servicecentrumhetgereedschapterepareren,enaltijdmetgebruikmakingvan
originele Makita/Dolmar-vervangingsonderdelen.
Symptoom of storing Oorzaak Handeling
De kettingzaag start niet. De accu is niet geplaatst. Plaats een opgeladen accu.
Probleem met de accu (onvoldoende
spanning).
Laad de accu’s op. Als het opladen geen
verbetering brengt, vervangt u de accu
door een nieuwe.
De hoofdschakelaar staat uit. De kettingzaag wordt automatisch uitge-
schakeld wanneer deze gedurende een
bepaaldetijdsduurnietwordtbediend.
Schakel de hoofdschakelaar weer in.
De zaagketting draait niet. De kettingrem is aangetrokken. Zet de kettingrem los.
Demotorslaatalnakortetijdaf. Deladingvandeaccuisbijnaop. Laad de accu’s op. Als het opladen geen
verbetering brengt, vervangt u de accu
door een nieuwe.
Geen olie op de zaagketting. De olietank is leeg. Vul de olietank.
De olietoevoergroef is verstopt. Maak de groef schoon.
Slechte olietoevoer. Stel de hoeveelheid toegevoerde olie af
met behulp van de stelschroef.
Het maximumtoerental van de kettingzaag
wordt niet bereikt.
De accu is verkeerd aangebracht. Plaats de accu zoals beschreven in deze
gebruiksaanwijzing.
De accuspanning wordt minder. Laad de accu op. Als het opladen geen
verbetering brengt, vervangt u de accu
door een nieuwe.
Hetaandrijfsysteemwerktnietgoed. Vraag een erkend servicecentrum in uw
regio het gereedschap te repareren.
Hetbedrijfslampjeknippertgroen. De trekkerschakelaar wordt ingeknepen
bijomstandighedenwaaronderbediening
onmogelijkis.
Knijpdetrekkerschakelaarinnadatde
hoofdschakelaar is ingeschakeld en de
kettingrem is los gezet.
De zaagketting stopt niet wanneer de
kettingrem wordt aangetrokken:
Stop het gereedschap onmiddellijk!
De remband is versleten. Vraag een erkend servicecentrum in uw
regio het gereedschap te repareren.
Abnormale trillingen:
Stop het gereedschap onmiddellijk!
Losgeraakt zaagblad of zaagketting. Stel het zaagblad en de kettingspanning af.
Het gereedschap is defect. Vraag een erkend servicecentrum in uw
regio het gereedschap te repareren.
De koppelboostfunctie is niet beschikbaar
nadat de accu is vervangen door een
volledig opgeladen accu.
Afhankelijkvandegebruiksomstandighe-
den is de koppelboostfunctie niet beschik-
baar nadat de accu is vervangen.
Gebruik het gereedschap in de normale
functie totdat de geplaatste accu leeg is en
vervang daarna de accu door een volledig
opgeladen accu, of laad de accu op.
OPTIONELE ACCESSOIRES
LET OP: Deze accessoires of hulpstukken
worden aanbevolen voor gebruik met het Makita/
Dolmar-gereedschap dat in deze gebruiksaan-
wijzing wordt beschreven. Het gebruik van andere
accessoires of hulpstukken kan gevaar voor persoon-
lijkletselopleveren.Gebruikdeaccessoiresofhulp-
stukken uitsluitend voor de aangegeven doeleinden.
Mocht u meer informatie willen hebben over deze
accessoires, dan kunt u contact opnemen met uw plaat-
selijkeMakita/Dolmar-servicecentrum.
Zaagketting
Zaagblad
Zaagbladschede
Kettingwiel
Getande kam
• Vijl
Gereedschapszak
Originele accu en acculader van Makita/Dolmar
WAARSCHUWING: Als u een zaagblad van
een andere lengte dan het standaardzaagblad
aanschaft, koopt u tevens een bijbehorende zaag-
bladschede. Deze moet passen en het zaagblad
van de kettingzaag volledig bedekken.
OPMERKING:Sommigeitemsopdelijstkunnen
zijninbegrepenindedoosvanhetgereedschapals
standaard toebehoren. Deze kunnen van land tot land
verschillen.
Makita Europe N.V.
Makita Corporation
3-11-8, Sumiyoshi-cho,
Anjo, Aichi 446-8502 Japa
n
Jan-Baptist Vinkstraat 2,
3070 Kortenberg, Belgium
www.dolmar.com
885630-929
EN, FR, DE, IT, NL,
ES, PT, DA, EL, TR
20180316
1/140