Facom DL.20 de handleiding

Type
de handleiding
NL
Kenmerk Mogelijke Oorzaken Oplossingen
Krik kan de last niet tillen. Afsluiter niet goed afgesloten. Controleer of de afsluiter niet vastzit.
Pomp voelt sponsachtig aan Lucht in de krik. Ontlucht het hydraulische.
Te laag oliepeil. Vul olie bij.
Stroomunit functioneert niet goed. Vervangen.
Krik tilt de last, maar kan deze niet houden. Te laag oliepeil. Vul olie bij.
Stroomunit functioneert niet goed. Vervangen.
Krik kan niet geheel zakken. Lucht in de krik. Hydraulisch systeem ontluchten.
Te laag oliepeil. Vul olie bij.
Stroomunit functioneert niet goed. Vervangen.
Krik kan de maximum hoogte hiet bereiken. Lucht in de krik. Hydraulisch systeem ontluchten.
Te laag oliepeil. Vul olie bij.
VERANTWOORDELIJKHEID VAN DE GEBRUIKER
De gebruiker dient kennis genomen te hebben van de volgende instructies en voorzorgsmaatregelen alvorens de krik te gebruiken.
Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregelen kan tot onherstelbare beschadiging van de krik leiden, en zelfs tot letsel bij de gebruikers.
De werknemers die belast zijn met het gebruik of het serviceonderhoud van de werkapparatuur dienen goed geïnformeerd te worden en met name over de gebruiksvoorwaarden van de werkapparatuur en
de instructies of de voorschriften hieromtrent.
Controle van de hefapparatuur:
- Controle van de inbedrijfname, die tijdens de eerste ingebruikname van het apparaat in het bedrijf dient te worden uitgevoerd, of dit nu nieuw of tweedehands is.
-
Controle van de vernieuwde inbedrijfname, die uitgevoerd dient te worden tijdens demontage en montage, wijziging, belangrijke reparatie of na een ongeval veroorzaakt door een defect aan het apparaat.
- Algemene periodieke controles die regelmatig dienen te worden uitgevoerd, om op tijd beschadigingen op te merken die een gevaar zouden kunnen betekenen.
Deze controles betreffen mechanisch bewogen en door menselijke kracht bewogen apparaten. Het resultaat van deze controles moet genoteerd worden in het veiligheidsregister dat door de
bedrijfsleider geopend moet worden.
Wanneer de apparatuur defect is, moet deze onmiddellijk gerepareerd worden of dient het gebruik hiervan verboden te worden.
Bij handmatige verwerking moet het personeel kunnen beschikken over de benodigde individuele beschermingsmiddelen: veiligheidsschoenen, die bij voorkeur ongevoelig zijn voor koolwaterstoffen, veiligheidshandschoenen, enz.
In geval van mechanische verwerking is het verboden om, behalve bij tests of proeven, een last hoger op te tillen dan op het apparaat staat aangegeven.
Tijdens het gebruik van de krik moet men er met name op letten dat:
1. de maximale gebruikslast op de krik vermeld staat,
2. iedere krik gecontroleerd wordt:
- jaarlijks bij een normaal gebruik,
- halfjaarlijks bij een intensief gebruik,
- onmiddellijk na een gebruik onder bijzondere omstandigheden, met name bij een incidentele overbelasting.
De krikken mogen uitsluitend gebruikt worden voor het ophijsen of laten zakken van een voertuig.
Een garagekrik mag niet gebruikt worden voor het verplaatsen van een voertuig of een last.
Bij werkzaamheden onder een opgehesen voertuig:
- een wig zodanig plaatsen dat het personeel beschermd wordt tegen het plotseling zakken van het voertuig en tegen een horizontale verplaatsing (3),
- een voorziening plaatsen die de aanwezigheid van de monteur aangeeft,
- indien nodig een veiligheidsbril en een helm dragen,
- een inspectiewagen gebruiken (FACOM DTS.1A ou DTS.2)
WAARSCHUWINGEN!
1. Controleer, alvorens een voertuig op te tillen, of dit zich op een stabiel, vlak, horizontaal en schoon oppervlak bevindt (geen vet en olie) (1).
2. Zorg dat het op te tillen voertuig volledig stil staat (2).
3. Gebruik voor het optillen van het voertuig een ander geschikt middel, bijvoorbeeld een FACOM assteun FACOM DL.3 (3).
4. Om het verschuiven van het geheel te voorkomen, dient u altijd de lading goed in het midden van de krik te plaatsen
5. Nimmer een verlengstuk gebruiken (4).
6. Tijdens het gebruik van de krik mogen er zich geen personen in de auto bevinden of hierop steunen.
7. Controleer regelmatig het oliepeil (5). Daarentegen kan teveel olie de apparatuur beschadigen of ontregelen (zie «instructies voor gebruik»).
8. Wanneer u de olie ververst, gebruik dan nooit remvloeistof, alcohol, glycerine, reinigingsmiddelen, motorolie of afgewerkte olie. Het gebruik van verontreinigde olie kan tot inwendige schade van
uw materiaal leiden. Neem voor meer informatie rechtstreeks contact op met uw FACOM dealer bij wie u uw materiaal gekocht heeft. FACOM beveelt de olie met referentie WA.21 aan.
9.
Controleer of het etiket met voorzorgsmaatregelen steeds leesbaar blijft. Om uw apparaat in overeenstemming met de normen te brengen, zijn deze etiketten (6) en de gebruikshandleiding (Q.NU-DL20/04) verkrijgbaar.
INSTRUCTIES VOOR HET JUISTE GEBRUIK
1. Voor ieder gebruik dient de krik gecontroleerd te worden. U moet met name controleren of er geen olie lekt en er geen onderdelen beschadigd zijn of ontbreken.
2. Defecte onderdelen dienen onmiddellijk door geschoold personeel door originele FACOM onderdelen vervangen te worden.
3. Leder onderdeel van de krik moet gecontroleerd worden in geval van een als abnormaal beschouwde belasting of na een schok.
INSTRUCTIES VOOR HET GEBRUIK
1.
Controle van oliepeilControle van oliepeil
Controle van oliepeilControle van oliepeil
Controle van oliepeil
Zet de krik in de bedrijfsstand met de zuiger in de korte stand en open de klep. Verwijder de dop. Het reservoir moet precies tot de opening gevuld worden (5). Indien nodig, de juiste hoeveelheid
FACOM-olie (referentie WA.21) bijvullen.
2.
Inwendige smeringInwendige smering
Inwendige smeringInwendige smering
Inwendige smering
Schakel de hendel meerdere keren in met de klep open, zodat een volmaakte smering gegarandeerd wordt.
3.
Snelle ontluchting van het hydraulische systeemSnelle ontluchting van het hydraulische systeem
Snelle ontluchting van het hydraulische systeemSnelle ontluchting van het hydraulische systeem
Snelle ontluchting van het hydraulische systeem
Tijdens het transport van een krik kan er lucht in het systeem komen, waardoor de krik minder effici‘nt zal werken. Sluit voor het ontluchten van het hydraulische systeem de klep (7). Pomp met de
handgreep tot de maximale slag bereikt is (8). Open de klep en duw de zuiger terug (9).
GEBRUIKSAANWIJZING
1.
Het optillen van de lastHet optillen van de last
Het optillen van de lastHet optillen van de last
Het optillen van de last
Controleer, alvorens een voertuig op te tillen, of dit volledig stilstaat op een vlakke, horizontale ondergrond (1) en (2). De krik moet op een stabiele, vetvrije ondergrond staan.
Sluit de klep (7) door deze met de klok mee te draaien totdat hij vast zit (niet te vast). Begin met pompen (8).
Ga door met pompen totdat de gewenste stand bereikt is.
2.
Het laten zakken van de lastHet laten zakken van de last
Het laten zakken van de lastHet laten zakken van de last
Het laten zakken van de last
Draai de klep (9) langzaam tegen de klok in en verwijder de krik. De snelheid van deze handeling kan afgesteld worden aan de hand van de snelheid waarmee u de klep draait.
SERVICEONDERHOUD
Wanneer de krik niet meer gebruikt wordt, houd u deze in de lage stand, met gesloten klep. Houd de krik en de handgrepen schoon. Smeer regelmatig de bewegende onderdelen.
Snelle ontluchting van het hydraulische systeem (§ 3 INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK).
GARANTIE
Type D = 2 jaar. Zie de algemene voorwaarden in de catalogus FACOM F05 of de tarieven van FACOM.

Documenttranscriptie

NL VERANTWOORDELIJKHEID VAN DE GEBRUIKER De gebruiker dient kennis genomen te hebben van de volgende instructies en voorzorgsmaatregelen alvorens de krik te gebruiken. Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregelen kan tot onherstelbare beschadiging van de krik leiden, en zelfs tot letsel bij de gebruikers. De werknemers die belast zijn met het gebruik of het serviceonderhoud van de werkapparatuur dienen goed geïnformeerd te worden en met name over de gebruiksvoorwaarden van de werkapparatuur en de instructies of de voorschriften hieromtrent. Controle van de hefapparatuur: - Controle van de inbedrijfname, die tijdens de eerste ingebruikname van het apparaat in het bedrijf dient te worden uitgevoerd, of dit nu nieuw of tweedehands is. - Controle van de vernieuwde inbedrijfname, die uitgevoerd dient te worden tijdens demontage en montage, wijziging, belangrijke reparatie of na een ongeval veroorzaakt door een defect aan het apparaat. - Algemene periodieke controles die regelmatig dienen te worden uitgevoerd, om op tijd beschadigingen op te merken die een gevaar zouden kunnen betekenen. Deze controles betreffen mechanisch bewogen en door menselijke kracht bewogen apparaten. Het resultaat van deze controles moet genoteerd worden in het veiligheidsregister dat door de bedrijfsleider geopend moet worden. Wanneer de apparatuur defect is, moet deze onmiddellijk gerepareerd worden of dient het gebruik hiervan verboden te worden. Bij handmatige verwerking moet het personeel kunnen beschikken over de benodigde individuele beschermingsmiddelen: veiligheidsschoenen, die bij voorkeur ongevoelig zijn voor koolwaterstoffen, veiligheidshandschoenen, enz. In geval van mechanische verwerking is het verboden om, behalve bij tests of proeven, een last hoger op te tillen dan op het apparaat staat aangegeven. Tijdens het gebruik van de krik moet men er met name op letten dat: 1. de maximale gebruikslast op de krik vermeld staat, 2. iedere krik gecontroleerd wordt: - jaarlijks bij een normaal gebruik, - halfjaarlijks bij een intensief gebruik, - onmiddellijk na een gebruik onder bijzondere omstandigheden, met name bij een incidentele overbelasting. De krikken mogen uitsluitend gebruikt worden voor het ophijsen of laten zakken van een voertuig. Een garagekrik mag niet gebruikt worden voor het verplaatsen van een voertuig of een last. Bij werkzaamheden onder een opgehesen voertuig: - een wig zodanig plaatsen dat het personeel beschermd wordt tegen het plotseling zakken van het voertuig en tegen een horizontale verplaatsing (3), - een voorziening plaatsen die de aanwezigheid van de monteur aangeeft, - indien nodig een veiligheidsbril en een helm dragen, - een inspectiewagen gebruiken (FACOM DTS.1A ou DTS.2) WAARSCHUWINGEN! 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. Controleer, alvorens een voertuig op te tillen, of dit zich op een stabiel, vlak, horizontaal en schoon oppervlak bevindt (geen vet en olie) (1). Zorg dat het op te tillen voertuig volledig stil staat (2). Gebruik voor het optillen van het voertuig een ander geschikt middel, bijvoorbeeld een FACOM assteun FACOM DL.3 (3). Om het verschuiven van het geheel te voorkomen, dient u altijd de lading goed in het midden van de krik te plaatsen Nimmer een verlengstuk gebruiken (4). Tijdens het gebruik van de krik mogen er zich geen personen in de auto bevinden of hierop steunen. Controleer regelmatig het oliepeil (5). Daarentegen kan teveel olie de apparatuur beschadigen of ontregelen (zie «instructies voor gebruik»). Wanneer u de olie ververst, gebruik dan nooit remvloeistof, alcohol, glycerine, reinigingsmiddelen, motorolie of afgewerkte olie. Het gebruik van verontreinigde olie kan tot inwendige schade van uw materiaal leiden. Neem voor meer informatie rechtstreeks contact op met uw FACOM dealer bij wie u uw materiaal gekocht heeft. FACOM beveelt de olie met referentie WA.21 aan. 9. Controleer of het etiket met voorzorgsmaatregelen steeds leesbaar blijft. Om uw apparaat in overeenstemming met de normen te brengen, zijn deze etiketten (6) en de gebruikshandleiding (Q.NU-DL20/04) verkrijgbaar. INSTRUCTIES VOOR HET JUISTE GEBRUIK 1. Voor ieder gebruik dient de krik gecontroleerd te worden. U moet met name controleren of er geen olie lekt en er geen onderdelen beschadigd zijn of ontbreken. 2. Defecte onderdelen dienen onmiddellijk door geschoold personeel door originele FACOM onderdelen vervangen te worden. 3. Leder onderdeel van de krik moet gecontroleerd worden in geval van een als abnormaal beschouwde belasting of na een schok. INSTRUCTIES VOOR HET GEBRUIK 1. Controle van oliepeil 2. 3. Zet de krik in de bedrijfsstand met de zuiger in de korte stand en open de klep. Verwijder de dop. Het reservoir moet precies tot de opening gevuld worden (5). Indien nodig, de juiste hoeveelheid FACOM-olie (referentie WA.21) bijvullen. Inwendige smering Schakel de hendel meerdere keren in met de klep open, zodat een volmaakte smering gegarandeerd wordt. Snelle ontluchting van het hydraulische systeem Tijdens het transport van een krik kan er lucht in het systeem komen, waardoor de krik minder effici‘nt zal werken. Sluit voor het ontluchten van het hydraulische systeem de klep (7). Pomp met de handgreep tot de maximale slag bereikt is (8). Open de klep en duw de zuiger terug (9). GEBRUIKSAANWIJZING 1. Het optillen van de last 2. Controleer, alvorens een voertuig op te tillen, of dit volledig stilstaat op een vlakke, horizontale ondergrond (1) en (2). De krik moet op een stabiele, vetvrije ondergrond staan. Sluit de klep (7) door deze met de klok mee te draaien totdat hij vast zit (niet te vast). Begin met pompen (8). Ga door met pompen totdat de gewenste stand bereikt is. Het laten zakken van de last Draai de klep (9) langzaam tegen de klok in en verwijder de krik. De snelheid van deze handeling kan afgesteld worden aan de hand van de snelheid waarmee u de klep draait. SERVICEONDERHOUD Wanneer de krik niet meer gebruikt wordt, houd u deze in de lage stand, met gesloten klep. Houd de krik en de handgrepen schoon. Smeer regelmatig de bewegende onderdelen. Snelle ontluchting van het hydraulische systeem (§ 3 INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK). Kenmerk Krik kan de last niet tillen. Pomp voelt sponsachtig aan Mogelijke Oorzaken Afsluiter niet goed afgesloten. Lucht in de krik. Te laag oliepeil. Stroomunit functioneert niet goed. Oplossingen Controleer of de afsluiter niet vastzit. Ontlucht het hydraulische. Vul olie bij. Vervangen. Krik tilt de last, maar kan deze niet houden. Te laag oliepeil. Stroomunit functioneert niet goed. Vul olie bij. Vervangen. Krik kan niet geheel zakken. Lucht in de krik. Te laag oliepeil. Stroomunit functioneert niet goed. Hydraulisch systeem ontluchten. Vul olie bij. Vervangen. Krik kan de maximum hoogte hiet bereiken. Lucht in de krik. Te laag oliepeil. Hydraulisch systeem ontluchten. Vul olie bij. GARANTIE Type D = 2 jaar. Zie de algemene voorwaarden in de catalogus FACOM F05 of de tarieven van FACOM.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14

Facom DL.20 de handleiding

Type
de handleiding