Samsung SAMSUNG NV9 Handleiding

Type
Handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

Deze gebruiksaanwijzing bevat uitgebreide
instructies voor het gebruik van uw
camera. Lees deze gebruiksaanwijzing
grondig door. Klik op een van de
onderstaande knoppen voor meer
informatie.
NV9
Snel zoeken
Inhoud
1 Basisfuncties
2 Geavanceerde functies
3 Opnameopties
4 Weergave/bewerken
5 Multimedia
6 Naslaginformatie
Index
1
Informatie over gezondheid en veiligheid
Neem altijd de volgende voorschriften en tips in acht om
gevaarlijke situaties te voorkomen en optimale cameraprestaties
te waarborgen:
Waarschuwing—situaties die bij u of anderen letsel kunnen
veroorzaken
Voorzichtig—situaties die kunnen resulteren in beschadiging
van de camera of andere apparatuur
Opmerking—opmerkingen, tips voor gebruik of extra
informatie
Waarschuwingen
Gebruik de camera niet dichtbij ontvlambare of explosieve
gassen en vloeistoffen
Gebruik de camera niet in de buurt van brandstof, brandbaar gas
of ontvlambare chemicaliën. Bewaar geen ontvlambare vloeistoffen,
gassen of explosieve materialen in hetzelfde compartiment als de
camera of camera-accessoires.
Houd de camera uit de buurt van kleine kinderen en
huisdieren
Houd de camera en alle accessoires buiten bereik van kleine kinderen
en dieren. Bij het inslikken van kleine onderdelen lopen zij het gevaar
van verstikking of ernstig letsel. Bewegende delen en accessoires
kunnen ook fysiek gevaar opleveren.
Voorkom oogletsel bij het nemen van foto's
Gebruik de flitser niet dichtbij mensen of dieren (op minder dan 1 m
afstand). Hierdoor kunt u tijdelijk of blijvend oogletsel teweegbrengen.
Ga zorgvuldig te werk bij het hanteren en afdanken van
batterijen en opladers
Gebruik alleen door Samsung goedgekeurde batterijen en
opladers. Incompatibele batterijen en opladers kunnen ernstig letsel
teweegbrengen en de camera beschadigen.
Werp batterijen nooit in het vuur. Houd u bij het afdanken van
batterijen aan de plaatselijke verordeningen.
2
Informatie over gezondheid en veiligheid
Leg batterijen of camera's nooit in of op verwarmingsapparaten,
zoals een magnetron, kachel of radiator. Batterijen kunnen
exploderen als ze te heet worden.
Veiligheidsvoorschriften
Wees zorgvuldig en verstandig in het gebruik en de opslag
van de camera
Laat de camera niet nat worden. Vloeistoffen kunnen ernstige
schade veroorzaken. Raak de camera niet met natte handen aan. Bij
waterschade kan de garantie van de fabrikant komen te vervallen.
Stel de camera niet gedurende lange tijd bloot aan direct zonlicht of
hoge temperaturen. Langdurige blootstelling aan zonlicht of extreme
temperaturen kan blijvende schade aan de interne onderdelen van
de camera teweegbrengen.
Gebruik of bewaar de camera niet in een stoffige, vuile, vochtige of
slecht geventileerde ruimte. In deze omstandigheden bestaat het
risico dat bewegende en interne onderdelen schade oplopen.
Verwijder de batterij uit de camera wanneer u deze langere tijd niet
gebruikt. Batterijen die in de camera blijven zitten, kunnen mettertijd
gaan lekken of roesten, waardoor de camera ernstige schade kan
oplopen.
Zorg in omgevingen met zand of losse deeltjes (bijvoorbeeld het
strand) dat de camera beschermd is tegen zand en vuil.
Bescherm de camera en het beeldscherm tegen stoten, overmatige
trilling en ruw gebruik ter voorkoming van ernstige schade.
Wees voorzichtig bij het aansluiten van kabels of adapters en bij
het plaatsen van batterijen en geheugenkaarten. Wanneer u de
connectors met overmatige kracht induwt, kabels verkeerd aansluit
of batterijen en geheugenkaarten niet op de juiste wijze plaatst,
kunnen poorten, connectors en accessoires beschadigd raken.
Plaats geen vreemde voorwerpen in de compartimenten, sleuven of
toegangspunten van de camera. Schade als gevolg van oneigenlijk
gebruik wordt mogelijk niet door de garantie gedekt.
Bescherm batterijen, opladers en geheugenkaarten tegen
schade
Stel batterijen en geheugenkaarten niet bloot aan extreem hoge
of lage temperaturen (onder 0 ºC of boven 40 ºC). Extreme
temperaturen kunnen de oplaadcapaciteit van de batterijen
verminderen en de werking van geheugenkaarten verstoren.
Zorg dat batterijen niet in aanraking komen met metalen voorwerpen.
Hierdoor kan namelijk een verbinding tussen de plus- en minpool
ontstaan, waardoor de batterijen beschadigd kunnen raken.
Houd geheugenkaarten uit de buurt van vloeistoffen, vuil en vreemde
stoffen. Veeg de geheugenkaart zo nodig schoon met een zachte
doek voordat u de kaart in de camera plaatst.
Schakel de camera uit voordat u de geheugenkaart plaatst of
verwijdert.
Zorg dat geheugenkaarten niet worden gebogen of komen te vallen,
en stel de kaarten niet bloot aan zware druk of schokken.
Gebruik geen geheugenkaarten die met andere camera's of met een
pc zijn geformatteerd. Formatteer de geheugenkaart opnieuw met
uw camera.
Gebruik nooit een beschadigde oplader, batterij of geheugenkaart.
3
Gebruik alleen door Samsung goedgekeurde accessoires
Gebruik van incompatibele accessoires kan resulteren in beschadiging
van de camera of letsel. Bovendien kan de garantie komen te
vervallen.
Bescherm de cameralens
Stel de lens niet bloot aan direct zonlicht. Hierdoor kan de
beeldsensor verkleuren of kan de werking van de sensor worden
aangetast.
Bescherm de lens tegen vingerafdrukken en krassen. Reinig de lens
met een zachte, schone, stofvrije lensdoek.
Wees voorzichtig met oordopjes
Gebruik geen oordopjes tijdens het autorijden, fietsen of het
besturen van motorvoertuigen. Dit zou de verkeersveiligheid in
gevaar kunnen brengen en is mogelijk in bepaalde regio's ook
verboden.
Gebruik slechts het minimaal noodzakelijke volume. Met oordopjes
naar hoge geluidsvolumes luisteren kan tot gehoorbeschadiging
leiden.
Belangrijke gebruiksinformatie
Laat uw camera uitsluitend door bevoegd personeel
onderhouden en repareren
Geef geen toestemming voor reparatie- of onderhoudswerkzaamheden
door onbevoegd personeel en probeer niet zelf onderhoud of
reparaties uit te voeren. Schade als gevolg van onbevoegde
onderhouds- of reparatiewerkzaamheden wordt niet gedekt door uw
garantie.
Verleng de levensduur van de oplader en batterijen
Het opladen van batterijen kan de levensduur ervan verminderen.
Maak de kabel los van de camera wanneer het opladen voltooid is.
Ongebruikte batterijen verliezen na verloop van tijd hun lading en
moeten in dat geval worden opgeladen.
Laat ongebruikte opladers niet op het stopcontact aangesloten.
Gebruik batterijen alleen voor de doeleinden waarvoor ze bestemd
zijn.
Wees voorzichtig wanneer u de camera in vochtige
omgevingen gebruikt
Wanneer u de camera vanuit een koude omgeving in een warme en
vochtige omgeving brengt, kan er condensvorming optreden op de
gevoelige elektronische schakelingen en de geheugenkaart. Wacht
in dat geval minstens 1 uur tot alle vocht is verdampt voordat u de
camera weer in gebruik neemt.
Controleer of de camera naar behoren werkt voordat u ermee
aan de slag gaat
De fabrikant aanvaardt geen verantwoordelijkheid voor verlies van
bestanden of schade als gevolg van camerastoringen of oneigenlijk
gebruik.
Informatie over gezondheid en veiligheid
4
©2008 SAMSUNG DIGITAL IMAGING CO., LTD.
De specificaties van de camera of de inhoud van deze
gebruiksaanwijzing kunnen vanwege een upgrade van
de camerafuncties zonder voorafgaande kennisgeving
worden gewijzigd.
Copyrightinformatie
Microsoft Windows en het Windows-logo zijn
geregistreerde handelsmerken van Microsoft
Corporation.
Mac is een geregistreerd handelsmerk van Apple
Corporation.
is een geregistreerd handelsmerk van SRS Labs,
Inc. WOW HD-technologie is gebruikt onder licentie van
SRS Labs, Inc.
Indeling van de gebruiksaanwijzing
1
Basisfuncties .......................................................10
Hier wordt ingegaan op de onderdelen, pictogrammen
en standaardopnamefuncties van de camera en het
overbrengen van bestanden van en naar de computer.
2
Geavanceerde functies ....................................27
Hier leest u hoe u een foto neemt met behulp van een
bepaalde modus en hoe u een video of spraakmemo
opneemt.
3
Opnameopties ....................................................36
Hier wordt ingegaan op de opties die u in de
opnamemodus kunt instellen.
4
Weergave/bewerken .........................................54
Hier wordt beschreven hoe u foto's, video's en
spraakmemo's weergeeft of afspeelt en hoe u foto's
en video's bewerkt. Verder wordt toegelicht hoe u de
camera aansluit op de fotoprinter of tv.
5
Multimedia............................................................69
Hier leert u het gebruik van de multimediamodi MP3,
PMP en TEXTVIEWER.
6
Naslaginformatie ................................................78
Hier wordt naslaginformatie gegeven met betrekking
tot instellingen, foutmeldingen, specificaties en
onderhoudstips.
5
Aanduidingen in deze gebruiksaanwijzing
Modus Pictogram
AUTO
2
PROGRAMMA
1
DUAL IS
7
FOTOHULPGIDS
8
BEAUTY SHOT
5
SCÈNE
4
FILM
3
Multimedia
6
Pictogrammen voor de opnamemodus naast een titel
Deze pictogrammen geven aan dat een functie in de
desbetreffende modi beschikbaar is. De modus 4
ondersteunt mogelijk niet voor alle scènes functies.
Bijvoorbeeld
Beschikbaar in
de modus AUTO,
PROGRAMMA,
BEAUTY SHOT
en in bepaalde
SCÈNE-modi
Beschikbaar in
de modus AUTO,
PROGRAMMA,
BEAUTY SHOT
en in bepaalde
SCÈNE-modi
Pictogrammen en tekens in deze
gebruiksaanwijzing
Pictogram Functie
Extra informatie
Situaties waarin u voorzichtig moet zijn
[ ]
Cameraknoppen, bijvoorbeeld: [Ontspanknop]
(duidt op de ontspanknop)
( ) Paginanummer voor referentie
De volgorde waarin u opties en/of menu's moet
selecteren om een stap uit te voeren, bijvoorbeeld:
Selecteer
GEZICHTTINT (staat voor
gevolgd door GEZICHTTINT)
* Kanttekening
Afkortingen in deze gebruiksaanwijzing
Afkorting Definitie
ACB
Auto Contrast Balance (automatische contrastbalans)
ABW
Automatische-belichtingsreeks
AF
Auto Focus (automatische scherpstelling)
DIS
Digital Image Stabilisation (digitale beeldstabilisatie)
DPOF
Digital Print Order Format
BW
Belichtingswaarde
OIS
Optical Image Stabilisation (optische beeldstabilisatie)
WB
Witbalans
6
Uitdrukkingen in deze gebruiksaanwijzing
De ontspanknop indrukken
Druk de [Ontspanknop] half in: druk de ontspanknop tot
halverwege in
Druk de [Ontspanknop] in: druk de ontspanknop volledig in
[Ontspanknop]
half indrukken
[Ontspanknop]
half indrukken
[Ontspanknop]
indrukken
[Ontspanknop]
indrukken
Onderwerp, achtergrond en compositie
Onderwerp: het hoofdobject van een scène, zoals een
persoon, dier of stilleven
Achtergrond: de objecten rond het onderwerp
Compositie: de combinatie van onderwerp en achtergrond
OnderwerpOnderwerp
CompositieCompositie
AchtergrondAchtergrond
Belichting (helderheid)
De hoeveelheid licht die de camerasensor bereikt, wordt
'belichting' genoemd. Door de belichting aan te passen maakt u
uw foto's donkerder of lichter.
Overbelichting (te helder)Overbelichting (te helder)
Normale belichtingNormale belichting
7
Snel zoeken
Foto's van mensen maken
Modus 4 > PORTRET, KINDEREN,
ZELFPORTRET
f
28
Modus 5
f
30
Rode ogen, Anti-rode ogen
(om rode ogen te voorkomen of te
corrigeren)
f
41
GEZICHTSHERK., ZELFPORTRET,
GLIMLACH, KNIPPEREN
f
45 - 46
's Nachts of in het donker foto's
nemen
Modus 4 > NACHT,
ZONSOPGANG, VUURWERK
f
28
Flitseropties
f
41
ISO-waarde (om de lichtgevoeligheid bij te
stellen)
f
42
Actiefoto's maken
CONTINU, BEWEGEND BEELD
f
50
Foto's van voedsel, insecten of
bloemen maken
Modus 4 > CLOSE-UP, ETEN
f
28
Macro, Automacro, Supermacro
(om foto's van dichtbij te maken)
f
43
WB (Witbalans; om de kleurtoon
te wijzigen)
f
48
De belichting (helderheid) bijstellen
ISO-waarde (om de lichtgevoeligheid bij te
stellen)
f
42
BELICHTINGSWAARDE (om de belichting
bij te stellen)
f
47
ACB (om te compenseren voor
onderwerpen tegen lichte achtergronden)
f
47
LICHTMETING
f
48
ABW (om drie foto's met verschillende
belichtingen te maken van dezelfde scène)
f
50
Een ander effect toepassen
PHOTOSTYLER (om andere tinten toe te
passen)
f
51
KLEUR (om een ander kleurfilter toe te
passen)
f
51
BEELD AANPASSEN (stel kleurverzadiging,
scherpte of contrast bij)
f
52
Bewegingsonscherpte verminderen
Optical Image Stabilisation (OIS)
f
17
Modus 7
f
29
De camera op een
computer aansluiten
f
21
Alle bestanden van de
geheugenkaart verwijderen
f
57
Bestanden in een
diavoorstelling bekijken
f
59
Bestanden op een tv
weergeven
f
67
Een multimediamodus
gebruiken (MP3's
beluisteren, video's
afspelen en tekstbestanden
weergeven)
f
70
Geluid en volume bijstellen
f
80
De schermtaal wijzigen
f
80
De datum en tijd instellen
f
80
De helderheid van het
scherm bijstellen
f
80
De geheugenkaart
formatteren
f
81
Problemen oplossen
f
87
8
1. Basisfuncties ..................................................................... 10
Onderdelen en functies ................................................ 11
Pictogrammen ............................................................. 13
De camera in- of uitschakelen ...................................... 14
Minidashboard ............................................................... 14
Opties instellen ............................................................. 15
Foto's nemen ............................................................... 16
Zoomen ........................................................................ 16
Bewegingsonscherpte verminderen ................... 17
De FOTOHULPGIDS gebruiken ................................... 18
Het weergavetype wijzigen .......................................... 19
Bestanden overbrengen (Windows) ............................. 20
Programma's installeren .................................................. 20
De camera op de pc aansluiten ....................................... 21
Bestanden naar de pc overbrengen ................................. 22
Multimediabestanden naar de camera overbrengen .......... 22
Samsung Converter gebruiken ........................................ 24
Samsung Master gebruiken ............................................ 25
Bestanden overbrengen (Mac) ..................................... 26
Bestanden naar de computer overbrengen ...................... 26
Multimediabestanden naar de camera overbrengen .......... 26
2. Geavanceerde functies ................................................... 27
Opnamemodi ............................................................... 28
2 De modus AUTO gebruiken .................................. 28
4 De modus SCÈNE gebruiken ............................. 28
7De modus DUAL IS gebruiken ............................. 29
5 De modus BEAUTY SHOT gebruiken .......................... 30
1 De modus PROGRAMMA gebruiken ........................... 31
3 Een video opnemen ................................................. 32
Tips voor scherpere foto's ............................................... 33
Spraakmemo's opnemen ............................................ 35
Een spraakmemo opnemen ............................................ 35
Een spraakmemo aan een foto toevoegen ....................... 35
3. Opnameopties .................................................................. 36
Een resolutie en kwaliteit selecteren ............................. 37
Een resolutie selecteren .................................................. 37
Een kwaliteit selecteren ................................................... 38
De timer gebruiken ....................................................... 39
Opnamen in het donker ............................................... 41
Rode ogen voorkomen ..................................... 41
De flitser gebruiken ......................................................... 41
De ISO-waarde aanpassen ............................... 42
De scherpstelling (focus) van de camera wijzigen ........ 43
Macro gebruiken .............................................. 43
Autofocus gebruiken ......................................... 43
Het scherpstelgebied aanpassen ....................... 44
Gezichtsherkenning gebruiken ............... 45
Macro
Gezichtsherkenning
AF-gebied
AF
OIS
Rode ogen
ISO-waarde
Inhoud
9
Helderheid en kleur aanpassen ................................... 47
De belichting handmatig aanpassen .................. 47
Compenseren voor tegenlicht ........................... 47
De lichtmetingsmodus wijzigen ......................... 48
Een lichtbron selecteren (witbalans) .......................... 48
Serieopname gebruiken ............................................... 50
Uw foto's verbeteren ................................................... 51
Fotostijlen toepassen ........................................ 51
Kleur toepassen ............................................... 51
Uw foto's aanpassen ..................................................... 52
4. Weergave/bewerken ........................................................ 54
Weergave ................................................................... 55
Weergavemodus starten ................................................. 55
Foto's weergeven ........................................................... 58
Een video afspelen ......................................................... 60
Spraakmemo's afspelen ................................................. 60
Een foto bewerken ....................................................... 62
Het formaat van foto's wijzigen ........................................ 62
Een foto draaien ............................................................. 62
Kleur aanpassen ............................................................ 62
Belichtingsproblemen corrigeren ...................................... 63
Een afdrukbestelling maken ............................... 64
Een beginafbeelding instellen ....................................... 66
Bestanden op een tv weergeven ................................. 67
Foto's met een fotoprinter afdrukken .............. 68
5. Multimedia ......................................................................... 69
De Multimediamodus gebruiken .................................. 70
De MP3-modus gebruiken ........................................... 72
Muziekbestanden afspelen ............................................. 72
De PMP-modus gebruiken .......................................... 74
De TEXTVIEWER-modus gebruiken ............................. 75
Instellingenmenu voor de multimediamodus ................ 76
6. Naslaginformatie .............................................................. 78
Camera-instellingenmenu ............................................ 79
Het instellingenmenu openen .......................................... 79
GELUID
.................................................................. 80
DISPLAY ................................................................. 80
INSTELLINGEN ........................................................ 81
Foutmeldingen ............................................................. 83
Cameraonderhoud ....................................................... 84
De camera reinigen ........................................................ 84
Geheugenkaarten .......................................................... 85
De batterij ...................................................................... 86
Voordat u contact opneemt met een servicecentrum .. 87
Cameraspecificaties ..................................................... 89
Index ............................................................................ 93
Inhoud
PictBridge
DPOF
BW
ACB
Lichtmeting
WB
Fotostijl
Kleureffect
1. Basisfuncties
Hier wordt ingegaan op de onderdelen,
pictogrammen en standaardopnamefuncties
van de camera en het overbrengen van
bestanden van en naar de computer.
Onderdelen en functies ............................... 11
Pictogrammen .............................................. 13
De camera in- of uitschakelen .................... 14
Minidashboard .............................................. 14
Opties instellen ............................................. 15
Foto's nemen ................................................ 16
Zoomen ........................................................ 16
Bewegingsonscherpte verminderen .............. 17
De FOTOHULPGIDS gebruiken ................. 18
Het weergavetype wijzigen ......................... 19
Bestanden overbrengen (Windows) .......... 20
Programma's installeren ................................ 20
De camera op de pc aansluiten .................... 21
Bestanden naar de pc overbrengen .............. 22
Multimediabestanden naar de camera
overbrengen .................................................. 22
Samsung Converter gebruiken ...................... 24
Samsung Master gebruiken .......................... 25
Bestanden overbrengen (Mac) ................... 26
Bestanden naar de computer overbrengen ... 26
Multimediabestanden naar de camera
overbrengen .................................................. 26
Basisfuncties
11
Onderdelen en functies
Pictogram Modus Omschrijving
2
AUTO
Eenvoudig een foto nemen met
minimale instellingen
1
PROGRAMMA
Een foto nemen door opties in te
stellen
7
DUAL IS
Een foto nemen met opties die
bewegingsonscherpte tegengaan
8
FOTOHULPGIDS
Fotografietips en oefenen met foto's
maken
Microfoon
Flitser
Modusdraaiknop
(Zie hieronder)
Lens
Multifunctionele aansluiting
Accepteert USB-kabel, A/V-kabel en oordopjes
POWER-knop
(Aan/uit)
Ontspanknop
Minidashboard (pag. 14)
AF-hulplampje/
Timerlampje
Batterijklep
Plaatsing van batterij en geheugenkaart
Statiefbevestigingspunt
Pictogram Modus Omschrijving
5
BEAUTY SHOT
Een foto van iemand nemen met opties
om onvolkomenheden in het gezicht
te verbergen
4
SCÈNE
Een foto nemen met opties voor een
vooraf ingestelde scène
3
FILM
Een video opnemen
6
Multimedia
MP3's beluisteren, video's afspelen en
tekstbestanden lezen
Basisfuncties
12
Onderdelen en functies
Scherm
Statuslampje
Knippert: bij opslaan van een foto, opnemen van
een spraakmemo, uitlezen door een computer of
printer of bij een onscherp onderwerp
Licht op: bij aansluiting op een computer of bij
een scherp onderwerp
Luidspreker
(Zie hieronder)
Knop Functie
Zoomknop
In- en uitzoomen in de opnamemodus
Inzoomen op een deel van een foto of
bestanden als miniaturen bekijken in de
weergavemodus
Volume regelen in de weergave- of
multimediamodus
E
Een effect op het bestand toepassen
Fn
Toegang tot opties in de opnamemodus
Bestanden verwijderen in de weergavemodus
Knop Functie
Navigatie
(Links: e,
Rechts: t,
Omhoog: w,
Omlaag: r)
In de opnamemodus Bij instellen
[e]
Flitseroptie wijzigen Naar links
[t]
Timeroptie wijzigen Naar rechts
[w]
Weergaveoptie wijzigen Omhoog
[r]
Macro-optie wijzigen Omlaag
MENU/OK
Naar opties of menu's
Gemarkeerde optie of menu bevestigen
y
Naar de weergavemodus
Druk bestanden af nadat u de camera op een
PictBridge-compatibele printer hebt aangesloten
OIS
In de opnamemodus bewegingsonscherpte
voorkomen
In de multimediamodus de knoppen vergrendelen
Basisfuncties
13
Pictogrammen
Welke pictogrammen worden weergegeven, is afhankelijk van de geselecteerde modus of de ingestelde opties.
B. Pictogrammen links
Pictogram Omschrijving
Gezichtsherkenning
Fotostijl
Kleur
Flitser
Timer
Autofocus
Contrast
Scherpte
Geluid uit
Kleurverzadiging
Optical Image Stabilisation (OIS)
C. Pictogrammen rechts
Pictogram Omschrijving
Fotoresolutie
Videoresolutie
Fotokwaliteit
Opnamesnelheid
Lichtmetingsoptie
Type serieopname
ISO-waarde
Witbalans
Belichting
Lange sluitertijd
A
C
B
A. Informatie
Pictogram Omschrijving
Geselecteerde opnamemodus
Zoomverhouding
Resterende foto's
Resterende opnametijd
Intern geheugen
Geheugenkaart geplaatst
: Volledig geladen
: Deels geladen
: Opladen nodig
Spraakmemo
Autofocuskader
Bewegingsonscherpte
De huidige datum en tijd
Basisfuncties
14
De camera in- of uitschakelen
Druk op [POWER] om de camera in of uit te schakelen.
In de weergavemodus
Druk op [y] om opgeslagen bestanden te zien.
Houd [y] ingedrukt om het camerageluid te dempen.
Minidashboard
Als de camera is ingeschakeld, geeft het minidashboard de
resterende capaciteit van batterij en geheugenkaart weer.
Als de camera aan een hete en vochtige omgeving wordt
blootgesteld, kan er condensvorming in de meters optreden.
Als de wijzer van een meter blijft ronddraaien, neemt u contact op
met een servicecentrum.
De batterijmeter en het batterijsymbool op het scherm kunnen een
verschillende capaciteit tonen.
Basisfuncties
15
Opties instellen
U kunt opties instellen door te drukken op [E], [MENU/OK], of [Fn] en door gebruik te maken van de navigatieknoppen ([e], [t], [w], [r]).
1
Druk op [E], [MENU/OK], of [Fn].
2
Gebruik de navigatieknoppen om naar een optie of
menu te scrollen.
Druk op [e] of [t] om naar links of rechts te gaan.
Druk op [w] of [r] om omhoog of omlaag te gaan.
AFMETINGAFMETING
3
Druk op [MENU/OK] om de gemarkeerde keuze te
bevestigen.
Teruggaan naar het vorige menu
Druk weer op [E], [Fn], of [MENU/OK] om een niveau omhoog te
gaan.
Druk op de [Ontspanknop] om naar de opnamemodus terug te gaan.
Voorbeeld: in de P-modus de witbalans selecteren
1
Draai de modusdraaiknop naar 1.
2
Druk op [Fn].
3
Druk op [w] of [r] en vervolgens op [e] of [t] om de
witbalans in te stellen.
WITBALANSWITBALANS
DAGLICHTDAGLICHT
4
Druk op [MENU/OK].
Basisfuncties
16
Foto's nemen
1
Draai de modusdraaiknop naar 2.
2
Kader het onderwerp.
3
Druk de [Ontspanknop] half in om scherp te stellen.
Groen: Scherpgesteld
Rood: Onderwerp
onscherp
Groen: Scherpgesteld
Rood: Onderwerp
onscherp
4
Druk de [Ontspanknop] volledig in om een foto te
nemen.
Zoomen
U kunt foto's van dichtbij nemen door de zoomverhouding aan te
passen. De camera kan zowel optisch als digitaal tot een verhouding
van 5X inzoomen. Door beide functies te gebruiken kunt u een
maximale zoomverhouding van 25X bereiken.
Houd de [
Zoomknop] omhoog ingedrukt om op uw onderwerp in te
zoomen. Houd de [Zoomknop] omlaag ingedrukt om uit te zoomen.
InzoomenInzoomen
UitzoomenUitzoomen
Basisfuncties
17
Digitale zoom
Als de zoomindicator in het digitale bereik staat, maakt de camera
gebruik van de digitale zoom. Bij gebruik van digitale zoom kan de
beeldkwaliteit achteruitgaan.
Optisch bereikOptisch bereik
ZoomindicatorZoomindicator
Digitaal bereikDigitaal bereik
Digitaal zoomen is niet beschikbaar bij gebruik van de modi 7,
6, 5, 4 (in bepaalde scènes) en 3, en bij fotograferen
met gezichtsherkenning.
Wanneer u digitale zoom gebruikt, duurt het soms langer om een
foto op te slaan.
Bij gebruik van de digitale zoom zal de scherpsteloptie zijn ingesteld
op AF MIDDEN.
Bewegingsonscherpte verminderen
In de opnamemodus kunt u de bewegingsonscherpte optisch
beperken door op [OIS] te drukken. Als de OIS-functie in gebruik is,
wordt het OIS-pictogram weergegeven.
OIS werkt mogelijk in de volgende omstandigheden niet goed:
u beweegt de camera om een bewegend onderwerp te volgen
u gebruikt digitale zoom
de camera trilt te veel
er is sprake van een lange sluitertijd
(bijvoorbeeld bij selectie van NACHT in de modus 4).
de batterij is bijna leeg
u neemt een close-up
Als u de OIS-functie met een statief gebruikt, kunnen de foto's
onscherp worden door de trilling van de OIS-sensor. Schakel de
OIS-functie bij gebruik van een statief uit.
OIS is niet beschikbaar in de modus 3.
-
-
-
-
-
-
Foto's nemen
Basisfuncties
18
1
Draai de modusdraaiknop naar 8.
2
Druk op [w] of [r] om een menu te selecteren.
FOTOHULPGIDS
Functies om opname scherp te stellen
Functies voor opnamestabilisatie als camera trilt
Functies voor aanpassen slechte belichting
Functies om helderheid aan te passen
Functies om kleuren aan te passen
FOTOHULPGIDS
Functies om opname scherp te stellen
Functies voor opnamestabilisatie als camera trilt
Functies voor aanpassen slechte belichting
Functies om helderheid aan te passen
Functies om kleuren aan te passen
VERPL. VOLGENDEVERPL. VOLGENDE
3
Druk op [t] en selecteer een submenu.
De FOTOHULPGIDS gebruiken
In deze modus vindt u verschillende tips om u te helpen bij het maken van foto's en video's.
4
Druk op [t] om een onderwerp weer te geven.
Druk op [w] of [r] om naar het vorige of volgende scherm
te gaan.
Druk meermalen op Flitser
knop om pictogram Flitser
(bliksemschicht) op scherm
te tonen
Druk meermalen op Flitser
knop om pictogram Flitser
(bliksemschicht) op scherm
te tonen
TERUG PROBERENTERUG PROBEREN
5
Druk op [t] om te oefenen.
Druk op [e] om naar het vorige menu terug te gaan.
Tijdens het oefenen kunt u geen opnameopties instellen of menu's
weergeven.
Flits gebr.
Basisfuncties
19
Het weergavetype wijzigen
Druk herhaaldelijk op [w] om het type weergave voor de opname-
en weergavemodus te wijzigen.
Toon alle informatie over het
opnemen
Toon alle informatie over het
opnemen
In de opnamemodus
Druk en of twee keer op [w] om:
alle opname-informatie weer te geven
opname-informatie te verbergen, behalve het aantal resterende
foto's
Druk een of twee keer op [w] om de omschrijving van de
geselecteerde opnameoptie weer te geven of te verbergen.
AFMETINGAFMETING
Stel fotoformaat inStel fotoformaat in
In de weergavemodus
Druk op [w] om:
informatie over de huidige foto weer te geven
informatie over de huidige foto te verbergen
informatie over de huidige foto te verbergen, behalve de
opname-instellingen en de opnamedatum
Basisfuncties
20
Bestanden overbrengen (Windows)
Breng foto's, video's en spraakmemo's op de camera over naar uw pc of breng multimediabestanden van de pc naar de camera over zodat u ze
daarmee kunt afspelen of bekijken. Gebruik de bijgeleverde USB-kabel nadat u de benodigde programma's vanaf de cd hebt geïnstalleerd.
Programma's installeren
Hardware- en softwarevereisten
Item Vereisten
CPU
Pentium III 500 MHz of hoger
(Pentium III 800 MHz of hoger aanbevolen)
RAM
256 MB of meer (512 MB of meer aanbevolen)
Besturingssysteem
Windows 2000/XP/Vista
Vaste-
schijfcapaciteit
250 MB of meer (1 GB of meer aanbevolen)
Overig
USB-poort
Cd-romstation
1024x768 pixels, 16-bits kleurenmonitor
(24-bits kleurenmonitor aanbevolen)
Microsoft Direct X 9.0 of nieuwer
Bij gebruik van een zelfgebouwde pc of een pc en
besturingssysteem die niet worden ondersteund, kan uw garantie
komen te vervallen.
Bij de 64-bits edities van Windows XP en Vista werken de
programma’s mogelijk niet goed.
Programma's op de cd
Item Vereisten
Samsung Master
Foto's en video's bewerken.
Samsung
Converter*
Video's omzetten voor afspelen op de camera
Adobe Reader
De gebruiksaanwijzing weergeven.
* Als er geen goede codec aanwezig is, kunnen bestanden niet worden
omgezet. Installeer een multi-codec (de volledige versie van de nieuwste
K-Lite Codec wordt aanbevolen). Installeer Samsung Converter opnieuw na
installatie van de multi-codec.
* Voor het programma is een pc met minstens Pentium IV-processor aan
te raden.
Basisfuncties
21
1
Plaats de installatie-cd in een cd-romstation.
2
Klik in het installatiescherm op Samsung Digital
Camera Installer om de installatie te starten.
3
Selecteer de te installeren programma's en volg de
aanwijzingen op het scherm.
4
Klik op OK om de installatie te voltooien.
De camera op de pc aansluiten
Wanneer u uw camera op de pc aansluit, wordt de camera als een
verwisselbare schijf herkend.
De batterij wordt opgeladen terwijl de camera via de USB-kabel op
een pc is aangesloten.
1
Sluit de USB-kabel aan op de camera en op de pc.
Het uiteinde van de kabel met het indicatielampje (S) moet op
de camera worden aangesloten. Als de kabel andersom wordt
aangesloten, kan dit uw bestanden beschadigen. De fabrikant is
niet voor enig gegevensverlies verantwoordelijk.
2
Schakel de camera in.
3
Selecteer COMPUTER en druk op [MENU/OK].
Bestanden overbrengen (Windows)
Basisfuncties
22
Het apparaat ontkoppelen (Windows XP)
Bij gebruik van Windows 2000/Vista gaat u op dezelfde manier te
werk om de USB-kabel te ontkoppelen.
1
Wacht tot de pc stopt met het lezen van gegevens van
de camera.
Als het indicatielampje op de camera knippert, wacht u tot
het uitgaat.
2
Klik op op de werkbalk rechtsonder op het
pc-scherm.
3
Klik op het pop-upbericht.
4
Verwijder de USB-kabel.
Bestanden naar de pc overbrengen
1
Sluit de camera op de pc aan.
(zie
'De camera op de pc aansluiten')
2
Selecteer op de pc Deze computer Verwisselbare
schijf DCIM 100SSCAM.
3
Selecteer bestanden en sleep ze naar de pc, of sla ze
daarnaartoe op.
Multimediabestanden naar de camera
overbrengen
Vereisten
De camera ondersteunt de volgende bestandstypen.
Multimediamodus Ondersteund type
MP3
Bestandstype: MP3 (MPEG -1/2/2.5 Layer 3)
Bitsnelheid: 48 ~ 320 kbps (inclusief VBR)
PMP
Bestandstype: PMP SDC*
TEXTVIEWER
Bestandstype: TXT (kleiner dan 10 MB)
Type codering
- Windows: ANSI (Windows 98 of nieuwer),
Unicode/Unicode (Big-Endian)/UTF-8
(Windows 2000/XP)
- Mac: ANSI, Unicode (UTF-16)
Taal**: Engels, Koreaans, Frans, Duits,
Spaans, Italiaans, Chinees, Taiwanees, Japans,
Russisch, Portugees, Nederlands, Deens,
Zweeds, Fins, Bahasa, Pools, Hongaars,
Tsjechisch, Turks
* Een bestandstype dat wordt omgezet met Samsung Converter (pag. 24)
** Kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd
Het kopiëren van multimediabestanden kan in strijd zijn met
auteursrechten.
Zonder toestemming van de fabrikant mag u geen MP3- of PMP-
bestand dat in het interne is meegeleverd geheel of gedeeltelijk
dupliceren, wijzigen en/of verspreiden.
Bestanden overbrengen (Windows)
Basisfuncties
23
Multimediabestanden naar de camera overbrengen
1
Sluit de camera op de pc aan. (pag. 21)
2
Selecteer op de pc Deze computer Verwisselbare
schijf.
3
Maak nieuwe mappen genaamd ‘MP3’, ‘PMP’ en
‘TEXT’.
4
Kopieer multimediabestanden naar de overeenkomstige
mappen.
MP3-bestanden naar de MP3-map
SDC-bestanden naar de PMP-map
TXT-bestanden naar de TEXT-map
Als de mapnamen onjuist zijn, kunnen de multimediabestanden niet
worden afgespeeld of weergegeven.
In de mappen MP3, PMP en TEXT kunnen submappen worden
gemaakt. Bestanden in een te diepe sublaag worden echter
mogelijk niet afgespeeld of weergegeven.
U kunt in elke map maximaal 200 bestanden of 100 submappen
opslaan, met samen 200 bestanden en submappen in totaal.
Bestands- of mapnamen van meer dan 120 tekens (60 tekens
voor 2-bytetalen zoals Chinees en Koreaans) worden niet in de lijst
weergegeven.
Bestanden overbrengen (Windows)
Basisfuncties
24
Samsung Converter gebruiken
Zet video's om zodat ze in de camera kunnen worden afgespeeld. Zie het Help-menu voor meer informatie.
Bestanden overbrengen (Windows)
Videobestanden
toevoegen
(AVI, WMV, ASF,
MPG [MPEG1])
Voeg ondertiteling toe
Geef het pad en de
bestandsnaam voor
het omgezette
bestand op
Start het omzetten
Voorvertoning
Lengteregelaar
Beweeg de schuiven naar het
punt waar u de video wilt laten
beginnen en eindigen
Afspelen pauzeren/hervatten
Stel de framegrootte
en -snelheid in of de
bestandsgrootte
Basisfuncties
25
Bestanden overbrengen (Windows)
Samsung Master gebruiken
U kunt bestanden downloaden of foto's of video's die op de pc zijn
opgeslagen, bewerken. Zie de Help van het programma voor meer
informatie.
Bestanden downloaden met Samsung Master
Wanneer de camera wordt aangesloten, wordt automatisch een
venster voor het downloaden van bestanden geopend. Selecteer
de bestanden die u wilt downloaden. Klik op Next en volg de
aanwijzingen op het scherm.
Aanklikken om de geselecteerde
bestanden te downloaden
Aanklikken om de geselecteerde
bestanden te downloaden
Een map voor het opslaan van
gedownloade bestanden selecteren
Een map voor het opslaan van
gedownloade bestanden selecteren
De miniaturen van
bestanden
(Klikken op te
downloaden
bestanden.)
De miniaturen van
bestanden
(Klikken op te
downloaden
bestanden.)
De Samsung Master-interface gebruiken
Weergavemodus
WerkbalkWerkbalk Menu'sMenu's
Aanklikken om informatie
over het programma
weer te geven
Aanklikken om informatie
over het programma
weer te geven
Aanklikken om de foto's
in de lijst te vergroten of
te verkleinen
Aanklikken om de foto's
in de lijst te vergroten of
te verkleinen
Dubbelklikken
om naar volledige
schermweergave
om te schakelen
Dubbelklikken
om naar volledige
schermweergave
om te schakelen
Informatie
over het
geselecteerde
bestand bekijken
Informatie
over het
geselecteerde
bestand bekijken
De foto's in de
geselecteerde map
De foto's in de
geselecteerde map
De modus wijzigen
: Weergavemodus : Bewerkingsmodus
voor foto's
: Bewerkingsmodus
voor video's
Basisfuncties
26
Bestanden overbrengen (Mac)
Wanneer u de camera op een Macintosh-computer aansluit, wordt het apparaat automatisch door de computer herkend. U kunt bestanden
rechtstreeks van de camera naar de computer overbrengen zonder programma's te installeren.
Mac OS X versie 10.3 of hoger wordt ondersteund.
De ondersteunde bestandstypen en talen zijn hetzelfde als bij de Windows-versie. (pag. 22)
Als u PMP-bestanden wilt gebruiken, moet u ze converteren met de Samsung Converter onder Windows.
Bestanden naar de computer overbrengen
1
Sluit de camera met de USB-kabel op een Macintosh-
computer aan.
2
Schakel de camera in.
De camera wordt automatisch door de computer herkend
en er wordt een symbool van een verwisselbare schijf
weergegeven.
3
Dubbelklik op het symbool van de verwisselbare schijf.
4
Breng foto's of video's naar de computer over.
Multimediabestanden naar de camera
overbrengen
1
Sluit de camera met de USB-kabel op een Macintosh-
computer aan.
2
Schakel de camera in.
De camera wordt automatisch door de computer herkend
en er wordt een symbool van een verwisselbare schijf
weergegeven.
3
Dubbelklik op het symbool van de verwisselbare schijf.
4
Maak nieuwe mappen genaamd ‘MP3’, ‘PMP’ en
‘TEXT’.
5
Breng multimediabestanden naar de computer over.
MP3-bestanden naar de MP3-map
SDC-bestanden naar de PMP-map
TXT-bestanden naar de TEXT-map
2. Geavanceerde functies
Hier leest u hoe u een foto neemt met behulp
van een bepaalde modus en hoe u een video of
spraakmemo opneemt.
Opnamemodi ................................................ 28
2 De modus AUTO gebruiken ............... 28
4 De modus SCÈNE gebruiken .......... 28
7De modus DUAL IS gebruiken .......... 29
5 De modus BEAUTY SHOT gebruiken ...... 30
1 De modus PROGRAMMA gebruiken ........ 31
3 Een video opnemen ................................ 32
Tips voor scherpere foto's ............................. 33
Spraakmemo's opnemen ............................ 35
Een spraakmemo opnemen .......................... 35
Een spraakmemo aan een foto toevoegen .... 35
Geavanceerde functies
28
Opnamemodi
Maak foto's en video's door de beste opnamemodus voor de omstandigheden te selecteren.
2 De modus AUTO gebruiken
Eenvoudig een foto nemen met minimale instellingen
1
Draai de modusdraaiknop naar 2.
2
Kader het onderwerp en druk de [Ontspanknop] half in
om scherp te stellen.
3
Druk de [Ontspanknop] volledig in om de foto te nemen.
4 De modus SCÈNE gebruiken
Een foto nemen met opties voor een vooraf ingestelde scène
1
Draai de modusdraaiknop naar 4.
2
Druk op [MENU/OK].
3
Selecteer SCÈNE.
4
Druk op [t].
5
Druk op [w] of [r] om een scène te selecteren.
Als u NACHT selecteert, kunt u het diafragma en de sluitertijd
aanpassen.
6
Druk op [MENU/OK].
7
Druk op de [Ontspanknop] om naar de opnamemodus
terug te gaan.
8
Kader het onderwerp en druk de [Ontspanknop] half in
om scherp te stellen.
9
Druk de [Ontspanknop] volledig in om de foto te nemen.
De belichting aanpassen
Als u NACHT selecteert, kunt u korte lichtflitsen als gekromde stepen
vastleggen door de belichtingstijd te verlengen. Gebruik een lange
sluitertijd om de sluiter langer open te laten staan. Gebruik een hogere
diafragmawaarde om overbelichting te voorkomen.
1
Druk op [Fn].
2
Druk op [w] of [r] om te selecteren.
Geavanceerde functies
29
3
Druk op [w] of [r] om een optie te selecteren.
DiafragmawaardeDiafragmawaarde
SluitertijdSluitertijd
LANGE SLUITERTLANGE SLUITERT
AUTOAUTO
AUTOAUTO
4
Druk op [e] of [t] om het diafragma of de sluitertijd te
selecteren.
Als u AUTO selecteert, worden diafragma en sluitertijd
automatisch aangepast.
5
Druk op [MENU/OK].
U kunt beter een statief gebruiken om onscherpe foto's te voorkomen.
7De modus DUAL IS gebruiken
U kunt bewegingsonscherpte verminderen en onscherpe foto's
vermijden met de functies OIS (Optical Image Stabilisation) en DIS
(Digital Image Stabilisation).
Vóór correctieVóór correctie
Na correctieNa correctie
1
Draai de modusdraaiknop naar 7.
2
Kader het onderwerp en druk de [Ontspanknop] half in
om scherp te stellen.
3
Druk de [Ontspanknop] volledig in om de foto te nemen.
Houd de camera stil terwijl ‘VASTLEGGEN!’ op het scherm
zichtbaar is.
De digitale zoomfunctie werkt niet in deze modus.
De foto wordt alleen optisch gecorrigeerd bij fotograferen met een
lichtbron die helderder is dan TL-licht.
Bij een snel bewegend onderwerp kan de foto onscherp worden.
Druk op [OIS] om bewegingsonscherpte in verschillende
opnamemodi tegen te gaan.
Opnamemodi
Geavanceerde functies
30
5 De modus BEAUTY SHOT gebruiken
Een foto van iemand nemen met opties om onvolkomenheden in het
gezicht te verbergen
1
Draai de modusdraaiknop naar 5.
2
Pas de helderheid van het gezicht en onvolkomenheden
in het gezicht aan.
(Zie 'De helderheid van het gezicht aanpasse
n' en
'Onvolmaaktheden in het gezicht aanpassen')
3
Kader het onderwerp en druk de [Ontspanknop] half in
om scherp te stellen.
4
Druk de [Ontspanknop] volledig in om de foto te nemen.
De helderheid van het gezicht aanpassen
1
Druk op [MENU/OK].
2
Selecteer GEZICHTTINT.
3
Druk op [t].
4
Druk op [w] of [r] om een helderheidsniveau te
selecteren.
Hoe hoger het getal, des te helderder het gezicht.
OPNEMEN
GEZICHTSHERK.
GEZICHTTINT
GEZICHTRETOUCH
FOCUSBEREIK
GESPR.BER.
BERICHT OPN.
NIVEAU 1
NIVEAU 2
NIVEAU 3
OPNEMEN
GEZICHTSHERK.
GEZICHTTINT
GEZICHTRETOUCH
FOCUSBEREIK
GESPR.BER.
BERICHT OPN.
NIVEAU 1
NIVEAU 2
NIVEAU 3
TERUG INSTELLENTERUG INSTELLEN
5
Druk op [MENU/OK].
6
Druk op de [Ontspanknop] om naar de opnamemodus
terug te gaan.
Opnamemodi
Geavanceerde functies
31
Onvolmaaktheden in het gezicht aanpassen
1
Druk op [MENU/OK].
2
Selecteer GEZICHTRETOUCH.
3
Druk op [t].
4
Druk op [w] of [r] om een retoucheniveau te
selecteren.
Hoe hoger het getal, des te schoner het gezicht.
OPNEMEN
GEZICHTSHERK.
GEZICHTTINT
GEZICHTRETOUCH
FOCUSBEREIK
GESPR.BER.
BERICHT OPN.
NIVEAU 1
NIVEAU 2
NIVEAU 3
OPNEMEN
GEZICHTSHERK.
GEZICHTTINT
GEZICHTRETOUCH
FOCUSBEREIK
GESPR.BER.
BERICHT OPN.
NIVEAU 1
NIVEAU 2
NIVEAU 3
TERUG INSTELLENTERUG INSTELLEN
5
Druk op [MENU/OK].
6
Druk op de [Ontspanknop] om naar de opnamemodus
terug te gaan.
1 De modus PROGRAMMA gebruiken
Een foto nemen door opties in te stellen
1
Draai de modusdraaiknop naar 1.
2
Stel opties in.
(Zie hoofdstuk 3,
'Opnameopties', voor een lijst met
opties.)
3
Kader het onderwerp en druk de [Ontspanknop] half in
om scherp te stellen.
4
Druk de [Ontspanknop] volledig in om de foto te nemen.
Opnamemodi
Geavanceerde functies
32
3 Een video opnemen
1
Draai de modusdraaiknop naar 3.
2
Stel een opnamesnelheid of geluidsoptie in.
3
Stel eventueel andere opties in. (Zie hoofdstuk 3,
'Opnameopties', voor een lijst met opties.)
4
Druk de [Ontspanknop].
5
Druk nogmaals op de [Ontspanknop] om de opname te
stoppen.
Als u tijdens het opnemen van een video in- of uitzoomt, kan het
zoomgeluid op de video hoorbaar zijn.
De opnamesnelheid instellen
De opnamesnelheid is het aantal frames per seconde. Naarmate het
aantal frames toeneemt, ziet de actie er natuurlijker uit maar wordt het
bestand ook groter.
1
Druk op [Fn].
2
Druk op [w] of [r] om FRAMES te selecteren.
3
Druk op [e] of [t] om een opnamesnelheid te
selecteren.
4
Druk op [MENU/OK].
Geluidsopties instellen
1
Druk op [MENU/OK].
2
Selecteer GELUID UIT.
3
Druk op [t].
4
Druk op [w] of [r] om een optie te selecteren.
Optie Omschrijving
UIT
Video zonder geluid opnemen.
ZOOM
GEDEMPT
Video opnemen zonder geluid tijdens in-/
uitzoomen.
AAN
Video met geluid opnemen.
5
Druk op [MENU/OK].
6
Druk op de [Ontspanknop] om naar de opnamemodus
terug te gaan.
Pauzeren tijdens het opnemen
De camera biedt de mogelijkheid om het opnemen van een video
tijdelijk te pauzeren. Zodoende kunt u uw favoriete scènes als één
video opnemen.
Druk op [r] om tijdens het opnemen te pauzeren.
Druk nogmaals op [r] om verder te gaan.
Opnamemodi
Geavanceerde functies
33
Opnamemodi
Tips voor scherpere foto's
De camera goed vasthouden
De ontspanknop half indrukken
Zorg dat uw vingers
zich niet voor de lens
bevinden.
Zorg dat uw vingers
zich niet voor de lens
bevinden.
Druk de [Ontspanknop] half
in en stel het beeld scherp.
De
scherpstelling en belichting worden
automatisch aangepast.
Druk de [Ontspanknop] half
in en stel het beeld scherp. De
scherpstelling en belichting worden
automatisch aangepast.
De diafragmawaarde en sluitertijd
worden automatisch ingesteld.
De diafragmawaarde en sluitertijd
worden automatisch ingesteld.
Autofocuskader
Als het kader groen wordt weergegeven, drukt u
de [Ontspanknop] in om de foto te nemen.
Als het kader rood wordt weergegeven, past u het
aan en drukt u de [
Ontspanknop] weer half in.
Autofocuskader
Als het kader groen wordt weergegeven, drukt u
de [Ontspanknop] in om de foto te nemen.
Als het kader rood wordt weergegeven, past u het
aan en drukt u de [
Ontspanknop] weer half in.
Bewegingsonscherpte verminderen
Wanneer wordt weergegeven
Druk op [OIS] om bewegingsonscherpte
optisch tegen te gaan. (pag.17)
Selecteer de modus 7 om de
bewegingsonscherpte zowel optisch als
digitaal te reduceren. (pag. 29)
Druk op [OIS] om bewegingsonscherpte
optisch tegen te gaan. (pag.17)
Selecteer de modus 7 om de
bewegingsonscherpte zowel optisch als
digitaal te reduceren. (pag. 29)
Stel de flitsoptie bij opnemen in
het donker niet in op
(Langzame synchronisatie)
of
(Uit). Het diafragma blijft
in dat geval langer open, en de
camera is wellicht moeilijker stil
te houden.
Gebruik een statief of stel de
flitsfunctie in op
(Invullen).
(pag. 41)
Stel een hogere ISO-waarde
in. (pag. 42)
Stel de flitsoptie bij opnemen in
het donker niet in op
(Langzame synchronisatie)
of
(Uit). Het diafragma blijft
in dat geval langer open, en de
camera is wellicht moeilijker stil
te houden.
Gebruik een statief of stel de
flitsfunctie in op
(Invullen).
(pag. 41)
Stel een hogere ISO-waarde
in. (pag. 42)
BewegingsonscherpteBewegingsonscherpte
Geavanceerde functies
34
Voorkomen dat het onderwerp onscherp is
In de volgende gevallen is het moeilijk scherp te stellen op het
onderwerp:
er is weinig contrast tussen het onderwerp en de achtergrond (als
het onderwerp kleren draagt die qua kleur niet goed uitkomen tegen
de achtergrond.)
de lichtbron achter het onderwerp is te helder
het onderwerp glanst
het onderwerp is voorzien van horizontale patronen, zoals jaloezieën
het onderwerp bevindt zich niet in het midden van het kader
-
-
-
-
-
Opnamemodi
Wanneer u foto's maakt in slechte lichtomstandigheden
Wanneer onderwerpen snel bewegen
Schakel de flitser
in. (pag. 41)
Gebruik scherpstelvergrendeling
Druk de [Ontspanknop] half in om scherp te stellen.
Na scherpstelling op het onderwerp kunt u het kader
verplaatsen om de compositie te wijzigen. Druk ten slotte
de [Ontspanknop] volledig in om de foto te maken.
Gebruik CONTINU of
BEWEGEND BEELD.
(pag. 50)
Geavanceerde functies
35
Spraakmemo's opnemen
U kunt een spraakmemo opnemen dat u op elk gewenst moment kunt afspelen, of een spraakmemo aan een foto toevoegen om de
opnameomstandigheden kort te beschrijven.
Voor optimale geluidskwaliteit kunt u spraakmemo's het beste opnemen op een afstand van 40 cm van de camera.
Een spraakmemo opnemen
1
Druk in de opnamemodus (behalve 3) op [MENU/OK].
2
Selecteer BERICHT OPN.
3
Druk op [MENU/OK].
4
Druk de [Ontspanknop] in om op te nemen.
STOP PAUZESTOP PAUZE
Druk op [r] om te pauzeren of verder te gaan.
U kunt een spraakmemo van maximaal 10 uur opnemen.
5
Druk de [Ontspanknop] in om te stoppen.
6
Druk op [MENU/OK] om naar de opnamemodus te gaan.
Een spraakmemo aan een foto toevoegen
1
Druk in de opnamemodus (behalve 3) op [MENU/OK].
2
Selecteer GESPR.BER.
3
Druk op [t].
4
Druk op [w] of [r] om AAN te selecteren.
5
Druk op [MENU/OK].
6
Druk op de [Ontspanknop] om naar de opnamemodus
terug te gaan.
7
Kader het onderwerp en neem een foto.
Na het nemen van de foto begint u direct met het opnemen
van de spraakmemo.
8
Neem een kort spraakmemo op (maximaal 10
seconden).
Druk nogmaals op de [Ontspanknop] om de opname te
stoppen.
3. Opnameopties
Hier wordt ingegaan op de opties die u in de
opnamemodus kunt instellen.
Een resolutie en kwaliteit selecteren ......... 37
Een resolutie selecteren ................................ 37
Een kwaliteit selecteren ................................. 38
De timer gebruiken ....................................... 39
Opnamen in het donker ............................... 41
Rode ogen voorkomen ................................. 41
De flitser gebruiken ........................................ 41
De ISO-waarde aanpassen .......................... 42
De scherpstelling (focus) van de camera
wijzigen
.......................................................... 43
Macro gebruiken ........................................... 43
Autofocus gebruiken ..................................... 43
Het scherpstelgebied aanpassen .................. 44
Gezichtsherkenning gebruiken ................... 45
Helderheid en kleur aanpassen ................. 47
De belichting handmatig aanpassen ............. 47
Compenseren voor tegenlicht ....................... 47
De lichtmetingsmodus wijzigen ..................... 48
Een lichtbron selecteren (witbalans) .............. 48
Serieopname gebruiken .............................. 50
Uw foto's verbeteren ................................... 51
Fotostijlen toepassen ................................... 51
Kleur toepassen ............................................ 51
Uw foto's aanpassen .................................... 52
Opnameopties
37
Een resolutie en kwaliteit selecteren
Een resolutie selecteren
2
17543
Naarmate u de resolutie verhoogt, bevat uw foto of video meer pixels,
zodat deze op een groter papierformaat of op een groter scherm kan
worden weergegeven. Bij gebruik van een hoge resolutie neemt de
bestandsgrootte toe.
Bij het nemen van een foto:
1
Druk in de opnamemodus (behalve 3) op [Fn].
2
Druk op [w] of [r] om AFMETING te selecteren.
3
Druk op [e] of [t] om een optie te selecteren.
Optie Omschrijving
3648x2736
Afdrukken op A2-papier.
3648x2432
Afdrukken op A2-papier in de verhouding
3:2 (breed).
3584x2016
Afdrukken op A3-papier in de verhouding
16:9 (panorama).
3072x2304
Afdrukken op A3-papier.
2592x1944
Afdrukken op A4-papier.
2048x1536
Afdrukken op A5-papier.
1024x768
Bij een e-mail voegen.
4
Druk op [MENU/OK] of [Fn].
Bij het opnemen van een video:
1
Druk in de modus 3 op [Fn].
2
Druk op [w] of [r] om AFMETING te selecteren.
3
Druk op [e] of [t] om een optie te selecteren.
Optie Omschrijving
640x480
Weergave op een tv.
320x240
Weergave op een webpagina.
4
Druk op [MENU/OK] of [Fn].
Opnameopties
38
Een resolutie en kwaliteit selecteren
Een kwaliteit selecteren 21754
De foto's die u neemt, worden gecomprimeerd en in JPG-indeling
opgeslagen. Hoe hoger de kwaliteit die u selecteert, des te beter de
resulterende foto's, maar des te groter het bestand.
1
Druk in de opnamemodus op [Fn].
2
Druk op [w] of [r] om KWALITEIT te selecteren.
3
Druk op [e] of [t] om een optie te selecteren.
Optie Omschrijving
SUPERFIJN
Superhoge kwaliteit
FIJN
Hoge kwaliteit
NORMAAL
Normale kwaliteit
4
Druk op [MENU/OK] of [Fn].
Opnameopties
39
De timer gebruiken 217543
1
Raak in de opnamemodus herhaaldelijk [t] aan om de
timeroptie te wijzigen.
Optie Omschrijving
(10 sec.)
Een foto nemen over 10 seconden.
(2 sec.)
Een foto nemen over 2 seconden.
(Dubbel)
Een foto nemen over 10 seconden,
en 2 seconden daarna een tweede
foto nemen.
(Bewegingstimer)
Na detectie van uw beweging wordt
een foto genomen.
Als u de timer wilt uitschakelen, drukt u herhaaldelijk op [t] totdat er
geen timerpictogram wordt weergegeven.
2
Druk de [Ontspanknop] in om de timer te starten.
Het AF-hulplampje/Timerlampje knippert. Na de opgegeven
tijd wordt automatisch een foto genomen.
AF-hulplampje/
Timerlampje
AF-hulplampje/
Timerlampje
Druk op [t] om de timer te annuleren.
Als GLIMLACH of KNIPPEREN is ingesteld, is de timer niet
beschikbaar.
Opnameopties
40
Bewegingstimer gebruiken
1
Druk herhaaldelijk op [t] totdat wordt weergegeven.
2
Druk op de [Ontspanknop].
3
Ga binnen 6 seconden nadat u op de [Ontspanknop]
hebt gedrukt naar de plaats waar u op de foto wilt (niet
verder dan 3 m van de camera).
4
Maak een beweging, zwaai bijvoorbeeld met uw armen,
om de timer te activeren.
Als de camera u detecteert begint het AF-hulplampje/
timerlampje snel te knipperen.
Het detectiebereik van de
bewegingstimer
De timer gebruiken
5
Poseer voor de foto terwijl het AF-hulplampje/
Timerlampje knippert.
Het AF-hulplampje/Timerlampje stopt met knipperen vlak
voordat de camera een foto neemt.
De bewegingstimer werkt mogelijk niet als:
u zich op meer dan 3 m afstand van de camera bevindt.
uw beweging niet groot genoeg is.
er te veel licht of tegenlicht is.
Opnameopties
41
Opnamen in het donker
Rode ogen voorkomen 2154
Als de flitser afgaat wanneer u in het donker een foto van een
persoon neemt, kan er een rode gloed in de ogen verschijnen.
U kunt dit voorkomen door
(Rode ogen) of
(Anti-rode ogen)
te selecteren.
De flitser gebruiken 2154
Gebruik de flitser wanneer u foto's neemt in het donker.
Druk in de opnamemodus herhaaldelijk op [e] om de
flitseroptie te wijzigen.
Optie Omschrijving
(Auto)
De flitser gaat af wanneer het onderwerp of de
achtergrond donker is.
(Rode ogen)*
De flitser gaat af wanneer het onderwerp of
de achtergrond donker is.
Rode ogen worden gereduceerd.
(Invullen)
De flitser gaat altijd af.
De lichtintensiteit wordt automatisch
aangepast.
Opnameopties
42
Optie Omschrijving
(Langzame
synchronisatie)
De flitser gaat af en de sluiter blijft langer
open.
Selecteer deze optie 's avonds of in het
donker.
U kunt beter een statief gebruiken om
onscherpe foto's te voorkomen.
(Uit)
De flitser gaat niet af.
In het donker wordt een waarschuwing over
bewegingsonscherpte (
) weergegeven.
(Anti-rode
ogen)*
De flitser gaat af wanneer het onderwerp of
de achtergrond donker is.
Rode ogen worden gecorrigeerd door de
geavanceerde softwareanalyse van de
camera.
Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties variëren.
* Tussen twee flitsen wordt even gewacht. Beweeg niet voordat de flitser
voor de tweede keer is afgegaan.
Flitsopties zijn niet beschikbaar als u opties voor serieopname instelt
of ZELFPORTRET of KNIPPEREN selecteert.
Zorg dat uw onderwerpen zich op de aanbevolen afstand van de
flitser bevinden. (pag. 89)
Bij lichtreflectie of als er is veel stof in de lucht zit, kunnen er kleine
vlekjes op de foto zichtbaar zijn.
De ISO-waarde aanpassen 1
De ISO-waarde is de mate van lichtgevoeligheid van een film
zoals gedefinieerd door de ISO (Internationale Organisatie voor
Standaardisatie). Hoe hoger de ISO-waarde die u selecteert, des te
lichtgevoeliger wordt uw camera. Met een hogere ISO-waarde kunt u
een betere foto nemen zonder de flitser te gebruiken.
1
Druk in de opnamemodus op [Fn].
2
Druk op [w] of [r] om ISO te selecteren.
3
Druk op [e] of [t] om een ISO-optie te selecteren.
4
Druk op [MENU/OK] of [Fn].
Hogere ISO-waarde resulteren soms in meer beeldruis.
Wanneer BEWEGEND BEELD is ingesteld, wordt de ISO-waarde
ingesteld op Auto.
Wanneer u de ISO-waarde op 3200 instelt, wordt de resolutie vast
ingesteld op
.
Opnamen in het donker
Opnameopties
43
De scherpstelling (focus) van de camera wijzigen
Macro gebruiken 2173
Gebruik macro om foto's van dichtbij te maken, bijvoorbeeld van
bloemen of insecten.
Houd de camera zo stil mogelijk om onscherpe foto's te
voorkomen.
Schakel de flitser uit als de afstand tot het onderwerp minder dan
40 cm is.
Autofocus gebruiken 2173
Om scherpe foto's te nemen selecteert u de juiste scherpsteloptie al
naar gelang de afstand tot het onderwerp.
Druk in de opnamemodus herhaaldelijk op [r] om de
focusafstandoptie te wijzigen.
Optie Omschrijving
(Automacro)
Scherpstellen op een onderwerp dat zich op een
afstand van 8 cm of meer bevindt (50 cm of meer bij
gebruik van de zoomfunctie).
(Macro)
Scherpstellen op een onderwerp dat zich op een
afstand van 8 tot 80 cm bevindt (van 50 tot 80 cm bij
gebruik van de zoomfunctie).
(Supermacro)
Scherpstellen op een onderwerp dat zich op een
afstand van 3 tot 8 cm bevindt.
Als u wilt scherpstellen op een onderwerp op een grotere afstand dan 80 cm,
drukt u herhaaldelijk op [r] totdat er geen focusafstandpictogram meer wordt
weergegeven.
Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties variëren.
Opnameopties
44
Het scherpstelgebied aanpassen
21754
Door een scherpstelgebied te selecteren dat overeenstemt met
de locatie van uw onderwerp in de scène, kunt u scherpere foto's
nemen.
1
Druk in de opnamemodus op [MENU/OK].
2
Selecteer FOCUSBEREIK.
3
Druk op [t].
4
Druk op [w] of [r] om een optie te selecteren.
Optie Omschrijving
AF MIDDEN
Scherpstellen op het midden (voor
onderwerpen die zich in het midden
bevinden).
MULTI-AF
Scherpstellen op een of meer gebieden uit
een selectie van negen.
5
Druk op [MENU/OK].
De scherpstelling (focus) van de camera wijzigen
Opnameopties
45
Gezichtsherkenning gebruiken 21754
Bij gebruik van gezichtsherkenningsopties worden de gezichten
van mensen automatisch door de camera gedetecteerd. Wanneer
u scherpstelt op een gezicht, wordt de belichting automatisch
aangepast. Neem eenvoudig foto's met de optie KNIPPEREN om
dichte ogen te voorkomen, of met GLIMLACH om een glimlach vast
te leggen.
1
Druk in de opnamemodus op [MENU/OK].
2
Selecteer GEZICHTSHERK.
3
Druk op [t].
4
Druk op [w] of [r] om een optie te selecteren.
Optie Omschrijving
GEZICHTSHERK.
Gezichten van mensen (maximaal 10) worden
automatisch door de camera gedetecteerd.
Hoe dichterbij het onderwerp, des te
sneller worden gezichten gedetecteerd.
Als geen gezicht wordt gedetecteerd,
wordt scherpgesteld op het midden.
Optie Omschrijving
ZELFPORTRET
Foto's van uzelf nemen. De scherpstelafstand
wordt ingesteld op close-up en u hoort een
pieptoon.
Als u de pieptoon wilt in- of uitschakelen,
selecteert u ZELFPORTRET in de
geluidsinstellingen. (pag. 80)
GLIMLACH
De camera neemt automatisch een foto
wanneer er een lachend gezicht wordt
gedetecteerd.
Wanneer u een korte pieptoon hoort, drukt u de
[Ontspanknop] in om een foto te nemen.
Wanneer uw onderwerp
breed lacht, wordt
dit gemakkelijker
gedetecteerd.
Het dichtstbijzijnde gezicht verschijnt in een wit
scherpstelkader, en de overige gezichten in grijze
scherpstelkaders.
Opnameopties
46
Gezichtsherkenning gebruiken
Optie Omschrijving
KNIPPEREN
Als de camera gesloten ogen detecteert,
worden twee foto’s achtereen genomen.
Houd de camera stil terwijl
VASTLEGGEN!’ op het scherm
zichtbaar is.
Als de melding 'Foto gemaakt
met gesloten ogen' wordt
weergegeven, neemt u nog een
foto.
Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties variëren.
5
Druk op [MENU/OK].
Druk op de [Ontspanknop] om naar de opnamemodus terug
te gaan.
In de volgende omstandigheden werkt gezichtsherkenning mogelijk
niet:
de afstand tussen de camera en het onderwerp is te groot (het
scherpstelkader wordt oranje weergegeven voor GLIMLACH en
KNIPPEREN)
het is te licht of te donker
het onderwerp kijkt niet in de richting van de camera
het onderwerp draagt een zonnebril of masker
Gezichtsherkenning is niet beschikbaar bij het gebruik van een
fotostijl, kleur, verzadiging of de digitale zoomfunctie.
Als GLIMLACH of KNIPPEREN is ingesteld, is de timer niet
beschikbaar.
Als u de optie voor gezichtsherkenning gebruikt, wordt het
scherpstelgebied ingesteld op AF MIDDEN.
-
-
-
-
Opnameopties
47
Helderheid en kleur aanpassen
De belichting handmatig aanpassen 173
Afhankelijk van de intensiteit van het omgevingslicht zijn uw foto's
soms waarschijnlijk te helder of te donker. In die gevallen kunt u de
belichting aanpassen voor betere foto's.
Donkerder (-)Donkerder (-)
NeutraalNeutraal
Helderder (+)Helderder (+)
1
Druk in de opnamemodus op [Fn].
2
Druk op [w] of [r] om
te selecteren.
3
Druk op [e] of [t] om de belichting aan te passen.
4
Druk op [MENU/OK] of [Fn].
Nadat de belichting is aangepast, blijft deze instelling van kracht.
Mogelijk moet de belichtingswaarde weer worden gewijzigd om
over- of onderbelichting te voorkomen.
Als u het moeilijk vindt de juiste belichting te bepalen, selecteert
u ABW (automatische-belichtingsreeks). De camera neemt dan
foto's met verschillende belichtingen: normaal, onderbelicht en
overbelicht. (pag. 50)
Compenseren voor tegenlicht 1
Wanneer de lichtbron zich achter uw onderwerp bevindt of er sprake
is van hoog contrast tussen het onderwerp en de achtergrond, ziet
het onderwerp er in de foto waarschijnlijk donker uit. Stel in dat geval
de optie ACB (automatische contrastbalans) in.
Zonder ACBZonder ACB
Met ACBMet ACB
1
Druk in de opnamemodus op [MENU/OK].
2
Selecteer ACB.
3
Druk op [t].
4
Druk op [w] of [r] om AAN te selecteren.
Selecteer UIT om te deactiveren.
5
Druk op [MENU/OK].
In de modi 2 en 7 is de functie ACB altijd aan.
Wanneer u CONTINU, BEWEGEND BEELD of ABW selecteert,
is deze functie niet beschikbaar.
Opnameopties
48
De lichtmetingsmodus wijzigen 173
De lichtmetingsmodus heeft betrekking op de manier waarop een
camera de hoeveelheid licht meet. De helderheid en verlichting van
uw foto's variëren naar gelang van de lichtmetingsmodus die u
selecteert.
1
Druk in de opnamemodus op [Fn].
2
Druk op [w] of [r] om LICHTMETING te selecteren.
3
Druk op [e] of [t] om een optie te selecteren.
Optie Omschrijving
MULTI
De scène wordt in verschillende gebieden
verdeeld, waarna de lichtintensiteit van elk
gebied wordt gemeten.
Geschikt voor doorsnee foto's.
SPOT
Alleen de lichtintensiteit van het
middelpunt van het kader wordt gemeten.
Als een onderwerp zich niet in het midden
van de scène bevindt, wordt uw foto
mogelijk te helder of donker.
Geschikt voor een onderwerp met
tegenlicht.
GECENTREERD
OP ÉÉN PUNT
De gemiddelde lichtmeting voor het
volledige kader wordt berekend, waarbij
de nadruk in het midden valt.
Geschikt voor foto's met onderwerpen in
het midden van het kader.
4
Druk op [MENU/OK] of [Fn].
Een lichtbron selecteren (witbalans) 173
De kleur van uw foto is afhankelijk van het type en de kwaliteit van
de lichtbron. Als u wilt dat de kleur van uw foto overeenkomt met
wat u ziet, selecteert u de juiste verlichtingsoptie om de witbalans
te kalibreren, zoals AUTO WITBALANS, DAGLICHT, BEWOLKT of
KUNSTLICHT.
(AUTO WITBALANS) (AUTO WITBALANS)
(DAGLICHT) (DAGLICHT)
(BEWOLKT) (BEWOLKT)
(KUNSTLICHT) (KUNSTLICHT)
1
Druk in de opnamemodus op [Fn].
2
Druk op [w] of [r] om WITBALANS te selecteren.
Helderheid en kleur aanpassen
Opnameopties
49
3
Druk op [e] of [t] om een optie te selecteren.
Optie Omschrijving
AUTO
WITBALANS
Automatische instellingen gebruiken
afhankelijk van de verlichtingsomstan
digheden.
DAGLICHT
Voor het nemen van foto's buitenshuis
op een zonnige dag.
BEWOLKT
Voor het nemen van foto's buitenshuis
op een bewolkte dag of in de schaduw.
FLUORESC. H
Voor fotograferen met een
daglichtfluorescentielamp of driewegs
fluorescentielamp.
FLUORESC. L
Voor fotograferen bij wit
fluorescentielicht.
KUNSTLICHT
Voor het nemen van foto's
binnenshuis bij gloeilamp- of
halogeenlampverlichting.
AFMETING: SH
Uw vooraf gedefinieerde instellingen
gebruiken.
4
Druk op [MENU/OK] of [Fn].
Uw eigen witbalansinstelling definiëren
1
Selecteer de witbalansoptie
.
2
Richt de lens op een vel wit papier.
Wit papierWit papier
3
Druk de [Ontspanknop] in.
Helderheid en kleur aanpassen
Opnameopties
50
Serieopname gebruiken 14
Het kan lastig zijn foto's te maken van snel bewegende onderwerpen,
of natuurlijke gezichtsuitdrukkingen en gebaren van uw onderwerpen
in foto's vast te leggen. In dergelijke gevallen kunt u het beste een van
de functies voor serieopname selecteren.
1
Druk in de opnamemodus op [Fn].
2
Druk op [w] of [r] om SNELHEID te selecteren.
3
Druk op [e] of [t] om een optie te selecteren.
Optie Omschrijving
ENKEL
Eén foto nemen.
CONTINU
Zolang de [Ontspanknop] volledig
ingedrukt is, worden doorlopend foto's
gemaakt.
Het maximumaantal foto's is afhankelijk
van de capaciteit van de geheugenkaart.
Optie Omschrijving
BEWEGEND
BEELD
Zolang de [Ontspanknop] volledig
ingedrukt is, worden VGA-foto's gemaakt
(5 foto's per seconde; maximaal 30
foto's).
De zojuist genomen foto's worden
automatisch door de camera
weergegeven en vervolgens opgeslagen.
ABW
Er worden foto's met verschillende
belichtingen genomen: normaal,
onderbelicht en overbelicht.
U kunt het beste een statief gebruiken,
omdat het even duurt om foto's die met
ABW zijn genomen, op te slaan.
Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties variëren.
4
Druk op [MENU/OK] of [Fn].
U kunt de ACB-optie alleen instellen en de flitser en timer alleen
gebruiken als u ENKEL selecteert.
Als u BEWEGEND BEELD selecteert, wordt de resolutie ingesteld
op VGA en de ISO-instelling op Auto gezet.
Opnameopties
51
Uw foto's verbeteren
Fotostijlen toepassen 213
U kunt verschillende stijlen op uw foto's toepassen, zoals ZACHT,
HELDER of BOS.
ZACHTZACHT
HELDERHELDER
BOSBOS
1
Druk in de opnamemodus op [E].
2
Druk op [e], [t], [w] of [r] om te selecteren.
3
Druk op [e] of [t] om een optie te selecteren.
4
Druk op [MENU/OK] of [E].
Kleur toepassen 143
U kunt allerlei effecten op uw foto's toepassen, zoals ZWART-WIT,
SEPIA of BLAUW.
SEPIASEPIA BLAUWBLAUW
ZWART-WITZWART-WIT
1
Druk in de opnamemodus op [E].
2
Selecteer .
3
Druk op [e] of [t] om een optie te selecteren.
Selecteer om uw eigen RGB-tint te definiëren.
4
Druk op [MENU/OK] of [E].
Opnameopties
52
Uw eigen RGB-tint definiëren
1
Selecteer de effectoptie .
2
Druk op [w] of [r] om een kleur te selecteren.
KLEURKLEUR
ROODROOD
BLAUWBLAUW
GROENGROEN
VERPL. INSTELLENVERPL. INSTELLEN
3
Druk op [e] of [t] om de intensiteit van de
geselecteerde kleur aan te passen. (-: minder of +: meer)
4
Druk op [MENU/OK] of [E].
Selecteer
als u gezichtsherkenningsopties wilt gebruiken.
Als u een fotostijl (met uitzondering van
) selecteert, is deze
functie niet beschikbaar.
Uw foto's aanpassen 1
U kunt de scherpte, de kleurverzadiging en het contrast van uw foto's
aanpassen.
1
Druk in de opnamemodus op [E].
2
Selecteer .
3
Druk op [w] of [r] om een aanpassingsoptie te
selecteren:
: VERZADIG.
: CONTRAST
: SCHERPTE
4
Druk op [e] of [t] om verzadiging, contrast of scherpte
aan te passen.
Opties voor kleurverzadiging
Optie Omschrijving
-
De kleurverzadiging verlagen.
+
De kleurverzadiging verhogen.
Opties voor contrast
Optie Omschrijving
-
De kleur en helderheid verlagen.
+
De kleur en helderheid verhogen.
Uw foto's verbeteren
Opnameopties
53
Uw foto's verbeteren
Opties voor scherpte
Optie Omschrijving
-
De randen van uw foto's verzachten. Deze optie
is geschikt voor het bewerken van foto's op de
computer.
+
De randen verscherpen om de foto's duidelijker te
maken. Hierdoor kan de ruis op foto's toenemen.
Selecteer het middelste punt om geen effect toe te passen (geschikt
voor afdrukken).
5
Druk op [MENU/OK] of [E].
Als u een fotostijl (met uitzondering van
) selecteert, is deze
functie niet beschikbaar.
4. Weergave/bewerken
Hier wordt beschreven hoe u foto's, video's
en spraakmemo's weergeeft of afspeelt en
hoe u foto's en video's bewerkt. Verder wordt
toegelicht hoe u de camera aansluit op de
fotoprinter of tv.
Weergave ...................................................... 55
Weergavemodus starten ............................... 55
Foto's weergeven .......................................... 58
Een video afspelen ........................................ 60
Spraakmemo's afspelen ............................... 60
Een foto bewerken ....................................... 62
Het formaat van foto's wijzigen ..................... 62
Een foto draaien ............................................ 62
Kleur aanpassen ........................................... 62
Belichtingsproblemen corrigeren ................... 63
Een afdrukbestelling maken .......................... 64
Een beginafbeelding instellen ..................... 66
Bestanden op een tv weergeven ............... 67
Foto's met een fotoprinter afdrukken ........ 68
Weergave/bewerken
55
Weergave
Weergave in weergavemodus
Voor foto's
InformatieInformatie
Afdrukbestelling
is ingesteld
(DPOF)
Afdrukbestelling
is ingesteld
(DPOF)
Mapnaam – bestandsnaamMapnaam – bestandsnaam
Beveiligd
bestand
Beveiligd
bestand
Foto bevat een
spraakmemo
Foto bevat een
spraakmemo
Voor video's
AFSPELEN OPN. MAKENAFSPELEN OPN. MAKEN
Weergavemodus starten
U kunt foto's bekijken en video's en spraakmemo's op de camera
afspelen.
1
Druk in de weergavemodus op [y].
De inhoud van het laatst opgeslagen bestand wordt
weergegeven.
Als de camera is uitgeschakeld, zal deze worden
ingeschakeld.
2
Druk op [e] of [t] om door de bestanden te scrollen.
Houd de knop ingedrukt om bestanden snel te bekijken.
Als u bestanden wilt weergeven die in het interne geheugen zijn
opgeslagen, verwijdert u de geheugenkaart.
Beveiligd
bestand
Weergave/bewerken
56
Bestanden als miniaturen weergeven
U kunt bestanden doorlopen aan de hand van miniaturen.
Druk in de weergavemodus op de [Zoomknop] om de
miniatuurweergave te activeren (druk nogmaals op de
[Zoomknop] om de miniatuurweergave te sluiten).
Druk in de weergavemodus op de [Zoomknop] om de
miniatuurweergave te activeren (druk nogmaals op de
[Zoomknop] om de miniatuurweergave te sluiten).
GeselecteerdGeselecteerd
Doel Actie
Door bestanden scrollen Druk op [w], [r], [e], of [t].
Geselecteerde bestand
verwijderen
Druk op [Fn] en selecteer Ja.
Bestanden beveiligen
U kunt bestanden beveiligen om te verhinderen dat ze onopzettelijk
worden verwijderd.
1
Druk in de weergavemodus op [MENU/OK].
2
Selecteer BEVEILIGEN.
3
Druk op [t].
4
Selecteer SELECTEER en druk op [MENU/OK].
Als u alle bestanden wilt beveiligen, selecteert u ALLES 
VERGRENDEL
en gaat u naar stap 6.
5
Selecteer de bestanden die u wilt beveiligen en druk de
[Zoomknop] omhoog of omlaag.
verschijnt aan de linkerkant.
Druk de [Zoomknop] nogmaals omhoog of omlaag om te
annuleren.
ONTGRENDEL INSTELLENONTGRENDEL INSTELLEN
6
Druk op [MENU/OK].
Weergave
Weergave/bewerken
57
Bestanden verwijderen
U kunt afzonderlijke bestanden of alle bestanden tegelijk verwijderen.
Beveiligde bestanden kunnen niet worden verwijderd.
Eén bestand verwijderen:
1
Druk in de weergavemodus op [Fn].
2
Druk op [w] of [r] om JA te selecteren.
3
Druk op [MENU/OK].
Alle bestanden verwijderen:
1
Druk in de weergavemodus op [Fn].
2
Druk de [Zoomknop] omhoog om het huidige bestand
te selecteren.
3
Druk op [e] of [t] en druk de [Zoomknop] nogmaals
omhoog om andere bestanden te selecteren.
GeselecteerdGeselecteerd
SELECTEER VERWIJDERSELECTEER VERWIJDER
4
Druk op [MENU/OK] en selecteer JA.
5
Druk op [MENU/OK].
Alle bestanden verwijderen:
1
Druk in de weergavemodus op [MENU/OK].
2
Selecteer VERWIJDER.
3
Druk op [t].
4
Selecteer ALLES en druk op [MENU/OK].
Om alle bestanden te verwijderen, selecteert u SELECTEER.
5
Selecteer JA en druk op [MENU/OK].
Foto's herstellen uit de prullenbak
Als u de prullenbak activeert, worden bestanden die u verwijdert, niet
definitief gewist maar gaan ze naar de prullenbak. (pag. 81) Dit gaat
alleen op voor afzonderlijke bestanden of geselecteerde bestanden-
als u ervoor kiest alle bestanden te wissen, gaan die bestanden niet
naar de prullenbak. In de prullenbak past niet meer dan 10 MB aan
bestanden. Als u over de grens van 10 MB heen gaat, worden er
automatisch bestanden gewist (het oudste bestand in de prullenbak
wordt het eerst gewist).
1
Druk in de weergavemodus op [MENU/OK].
Weergave
Weergave/bewerken
58
2
Selecteer PRULLENBAK en druk op [t].
3
Selecteer PRULLENBAK en druk op [MENU/OK].
De bestanden worden teruggezet.
Deze functie werkt niet voor video’s of spraakmemo’s.
Bij gebruik van de prullenbakfunctie kan het langer duren om
bestanden te verwijderen.
Als u het interne geheugen of de geheugenkaart formatteert,
worden ook alle bestanden in de prullenbak verwijderd.
Bestanden naar een geheugenkaart kopiëren
U kunt bestanden vanuit het interne geheugen naar een
geheugenkaart kopiëren.
1
Druk in de weergavemodus op [MENU/OK].
2
Selecteer KOPIE NR KRT en druk op [t].
3
Selecteer JA en druk op [MENU/OK].
Weergave
Foto's weergeven
Inzoomen op een deel van een foto of foto's als diavoorstelling
bekijken.
Een foto vergroten
Druk in de weergavemodus de [Zoomknop] omhoog en
houd deze eventueel ingedrukt om een foto te vergroten
(met de [
Zoomknop] omlaag verkleint u de foto).
Druk in de weergavemodus de [Zoomknop] omhoog en
houd deze eventueel ingedrukt om een foto te vergroten
(met de [
Zoomknop] omlaag verkleint u de foto).
Vergroot gebiedVergroot gebied
Zoomverhouding (de maximale
zoomverhouding kan variëren
afhankelijk van de resolutie.)
Zoomverhouding (de maximale
zoomverhouding kan variëren
afhankelijk van de resolutie.)
BIJSN.BIJSN.
Doel Actie
Het vergrote gebied
verplaatsen
Druk op [e], [t], [w], of [r].
De vergrote foto uitsnijden.
Druk op [MENU/OK] (de foto wordt
opgeslagen als een nieuw bestand).
Weergave/bewerken
59
Optie Omschrijving
EFFECT
Een overgangseffect selecteren.
Selecteer UIT als u geen effect wilt.
INTERVAL
Het interval tussen foto's instellen.
Deze optie is niet beschikbaar als in het
menu EFFECT de optie UIT, BASIS of
KLASSIEK is geselecteerd.
Als in het menu EFFECT een andere
optie dan UIT, BASIS of KLASSIEK
is geselecteerd, wordt het interval op 1
seconde ingesteld.
MUZIEK
Achtergrondmuziek selecteren.
Selecteer MIJN MUZ. om de MP3's te
gebruiken die op de geheugenkaart of in
het interne geheugen zijn opgeslagen.
4
Stel het diavoorstellingseffect in en druk op [MENU/OK].
5
Selecteer START SHOW en druk op [t].
6
Selecteer AFSPELEN en druk op [MENU/OK].
Selecteer HERHALE om de diavoorstelling automatisch te
laten herhalen en druk op [MENU/OK].
Druk op [
r] om de diavoorstelling te pauzeren of te hervatten.
Een diavoorstelling starten
U kunt effecten en geluid op uw diavoorstelling toepassen.
1
Druk in de weergavemodus op [MENU/OK].
2
Selecteer .
3
Selecteer een diavoorstellingseffect en druk op [t].
Ga naar stap 5 als u een diavoorstelling zonder effect wilt.
START SHOW
AFBEELDINGEN
EFFECT
INTERVAL
MUZIEK
ALLES
UIT
1SEC
UIT
START SHOW
AFBEELDINGEN
EFFECT
INTERVAL
MUZIEK
ALLES
UIT
1SEC
UIT
MULTI DIASHOWMULTI DIASHOW
VERPL.
WIJZIGEN VERPL. WIJZIGEN
Optie Omschrijving
AFBEELDINGEN
Kies de foto's die u in een diavoorstelling wilt
weergeven.
ALLES: alle foto's in een diavoorstelling
weergeven.
DATUM: alle foto's van een specifieke
datum in een diavoorstelling weergeven.
KIEZEN: geselecteerde foto's in een
diavoorstelling weergeven.
Weergave
Weergave/bewerken
60
Een video afspelen
U kunt een video afspelen of een afzonderlijk beeld daar uithalen.
1
Selecteer in de weergavemodus een video en druk op
[r].
PAUZEPAUZE
Verstreken tijdVerstreken tijd
2
Gebruik de volgende knoppen voor het afspelen:
Knop Doel
[Zoomknop] omhoog
of omlaag
Het volume bijstellen
[e] Terugspringen
[t] Vooruitspringen
[r] Pauzeren of afspelen
[E] Beeld vastleggen
Een vastgelegd beeld wordt opgeslagen als een nieuw bestand,
dat even groot is als het oorspronkelijke videobestand.
Spraakmemo's afspelen
Een spraakmemo afspelen
1
Selecteer in de weergavemodus een spraakmemo en
druk op [
r].
PAUZE STOPPAUZE STOP
Verstreken tijdVerstreken tijd
2
Gebruik de volgende knoppen voor het afspelen:
Knop Doel
[Zoomknop] omhoog
of omlaag
Het volume bijstellen
[e] Terugspringen
[t] Vooruitspringen
[r] Pauzeren of afspelen
[MENU/OK] Stoppen
Weergave
Weergave/bewerken
61
Een spraakmemo bij een foto afspelen
Selecteer in de weergavemodus een foto met spraakmemo
en druk op [
r].
Druk op [r] om te pauzeren of verder te gaan.
Weergave
Weergave/bewerken
62
Een foto bewerken
U kunt foto's bewerken door ze bijvoorbeeld te draaien, het formaat aan te passen, rode ogen te corrigeren en de helderheid, het contrast of de
kleurverzadiging bij te stellen.
Het formaat van foto's wijzigen
U kunt het formaat van een foto terugbrengen en deze als een nieuw
bestand opslaan, en een foto instellen als beginafbeelding die wordt
weergegeven als de camera wordt ingeschakeld.
1
Selecteer in de weergavemodus een foto en druk op [E].
2
Selecteer
.
3
Druk op [w] of [r] om een resolutie te selecteren.
Om de foto als beginafbeelding in te stellen, selecteert u
. (pag. 66)
Om de foto als skin voor de MP3-speler in te stellen,
selecteert u
. (pag. 76)
4
Druk op [MENU/OK].
Een foto draaien
1
Selecteer in de weergavemodus een foto en druk op [E].
2
Selecteer .
3
Druk op [w] of [r] om een draaiing of spiegeling te
selecteren.
4
Druk op [MENU/OK].
Kleur aanpassen
U kunt een andere kleurtoon (bijvoorbeeld ZWART-WIT, SEPIA of
BLAUW) op een foto toepassen en de foto als een nieuw bestand
opslaan.
SEPIASEPIA BLAUWBLAUW
ZWART-WITZWART-WIT
1
Selecteer in de weergavemodus een foto en druk op [E].
2
Selecteer .
3
Druk op [w] of [r] om een kleurtint te selecteren.
Selecteer om uw eigen RGB-tint te definiëren.
(zie 'Uw eigen RGB-tint definiëren')
4
Druk op [MENU/OK].
Weergave/bewerken
63
Uw eigen RGB-tint definiëren
1
Selecteer bij de kleuropties .
2
Druk op [w] of [r] om een kleur te selecteren.
AANGEP. KLEURAANGEP. KLEUR
ROODROOD
BLAUWBLAUW
GROENGROEN
TERUG INSTELLENTERUG INSTELLEN
3
Druk op [e] of [t] om de intensiteit van de
geselecteerde kleur aan te passen.
4
Druk op [MENU/OK].
Belichtingsproblemen corrigeren
U kunt ACB (automatische contrastbalans), helderheid, contrast
en kleurverzadiging aanpassen, rode ogen wegwerken en
onvolkomenheden in het gezicht verbergen. Bewerkte foto's worden
als nieuwe bestanden opgeslagen.
ACB (automatische contrastbalans) aanpassen
1
Selecteer in de weergavemodus een foto en druk op [E].
2
Selecteer
.
3
Druk op [MENU/OK].
Rode ogen herstellen
1
Selecteer in de weergavemodus een foto en druk op [E].
2
Selecteer
.
3
Druk op [MENU/OK].
Een foto bewerken
Weergave/bewerken
64
Onvolmaaktheden in het gezicht verbergen
1
Selecteer in de weergavemodus een foto en druk op [E].
2
Selecteer
.
3
Druk op [e] of [t] om een niveau aan te passen.
Het gezicht wordt egaler naarmate u het getal verhoogt.
4
Druk op [MENU/OK].
Helderheid/contrast/verzadiging aanpassen
1
Selecteer in de weergavemodus een foto en druk op [E].
2
Selecteer .
3
Druk op [w] of [r] om een aanpassingsoptie te
selecteren:
: HELDERHEID
: CONTRAST
: VERZADIG.
4
Druk op [e] of [t] om een niveau aan te passen.
(-: minder of +: meer)
5
Druk op [MENU/OK].
Een foto bewerken
Een afdrukbestelling maken
U kunt opgeven welke foto's u wilt afdrukken, evenals informatie over
het aantal exemplaren en het papierformaat.
U kunt de geheugenkaart naar een copyshop brengen die DPOF
(Digital Print Order Format) ondersteunt of u kunt foto's rechtstreeks
via een PictBridge-compatibele printer thuis afdrukken.
Bij het afdrukken van brede foto's worden de linker- en rechterrand
mogelijk afgesneden. Controleer bij het bestellen van afdrukken dus
of de foto's breed zijn.
U kunt geen DPOF instellen voor de foto's die in het interne
geheugen zijn opgeslagen.
1
Selecteer in de weergavemodus een foto en druk op
[MENU/OK].
2
Selecteer DPOF.
3
Druk op [t].
4
Selecteer DPOF-opties en druk op [t].
Optie Omschrijving
STANDAARD
De af te drukken foto's selecteren.
SELECTEER: alleen de huidige foto
afdrukken.
ALLE FOTOS: alle foto's op de
geheugenkaart afdrukken.
Weergave/bewerken
65
Optie Omschrijving
INDEX*
Opgeven of de foto's als miniaturen moeten
worden afgedrukt.
GROOTTE
Het formaat van de afdruk opgeven.
SELECTEER: het afdrukformaat van de
geselecteerde foto opgeven.
ALLE FOTOS: het afdrukformaat van alle
foto opgeven.
* Met DPOF kunt u meerdere foto's op één blad afdrukken.
5
Druk op [w] of [r] om een optie te selecteren.
6
Druk op [MENU/OK].
U kunt foto’s van een specifiek formaat alleen afdrukken met DPOF
1.1-compatibele printers.
Een foto bewerken
Weergave/bewerken
66
Een beginafbeelding instellen
U kunt een beginafbeelding instellen die wordt weergegeven wanneer de camera wordt ingeschakeld.
1
Selecteer in de weergavemodus een foto en druk op [E].
2
Selecteer
.
3
Druk op [MENU/OK].
4
Druk nogmaals op [MENU/OK].
5
Selecteer BEGINAFB.
6
Druk op [t].
7
Druk op [w] of [r] om de beginafbeelding te
selecteren.
8
Druk op [MENU/OK].
Er wordt slechts één beginafbeelding in het interne geheugen
opgeslagen.
Als u de camera reset of een nieuwe foto als beginafbeelding
selecteert, wordt de huidige afbeelding verwijderd.
Brede afbeeldingen en afbeeldingen met de verhouding 3:2 kunnen
niet als beginafbeelding worden ingesteld.
Weergave/bewerken
67
Bestanden op een tv weergeven
U kunt foto's of video's bekijken door de camera met de bijgeleverde A / V -kabel op een tv aan te sluiten.
1
Selecteer de juiste videosignaaluitgang voor uw land of
regio. (pag.
82)
2
Schakel de camera en tv uit.
3
Sluit de camera met de A/V-kabel op de tv aan.
VideoVideo
AudioAudio
4
Schakel de tv in en selecteer met de afstandsbediening
van de tv de video-uitvoermodus.
5
Schakel de camera in en druk op [y].
6
Bekijk foto's of speel video's af met behulp van de
knoppen op de camera.
Op bepaalde tv’s kan er digitale ruis optreden of wordt mogelijk een
gedeelte van het beeld niet weergegeven.
Afhankelijk van de tv-instellingen kan het zijn dat de beelden niet
centraal op het tv-scherm worden weergegeven.
U kunt een foto nemen of een video maken terwijl de camera is
aangesloten op een tv.
Weergave/bewerken
68
Optie Omschrijving
KWALIT.
De afdrukkwaliteit instellen.
DATUM AFDR
Instellen of de datum moet worden
afgedrukt.
BESTANDSNAAM
Instellen of de naam van het bestand moet
worden afgedrukt.
RESET
De afdrukinstellingen terugzetten.
Niet alle opties worden door alle printers ondersteund.
5
Druk op [y] om af te drukken.
Druk op [e] om het afdrukken te annuleren.
1
Zorg dat de printer ingeschakeld is en sluit de camera
aan met de USB-kabel.
2
Druk op [POWER] of [y] om de camera in of uit te
schakelen.
3
Selecteer PRINTER en druk op [MENU/OK].
4
Druk op [e] of [t] om een foto te selecteren.
Druk op [MENU/OK] om alle foto's af te drukken of
afdrukopties in te stellen.
Optie Omschrijving
AFBEELD.
Kiezen of alleen de huidige foto dan wel
alle foto's moeten worden afgedrukt.
FORMAAT
Het formaat van de afdruk opgeven.
LAYOUT
Miniatuurafdrukken maken.
TYPE
Het papiertype selecteren.
Foto's met een fotoprinter afdrukken
U kunt foto's met een PictBridge-compatibele printer afdrukken door de camera rechtstreeks op de printer aan te sluiten.
5. Multimedia
Hier leert u het gebruik van de multimediamodi
MP3, PMP en TEXTVIEWER.
De Multimediamodus gebruiken ................. 70
De MP3-modus gebruiken........................... 72
Muziekbestanden afspelen ............................ 72
De PMP-modus gebruiken .......................... 74
De TEXTVIEWER-modus gebruiken........... 75
Instellingenmenu voor de
multimediamodus .......................................... 76
Multimedia
70
De Multimediamodus gebruiken
In de multimediamodus kunt u MP3's beluisteren, video's afspelen en tekstbestanden weergeven.
Voordat u de multimediamodus kunt gebruiken, moet u bestanden naar uw camera of geheugenkaart overbrengen. (pag. 20)
1
Sluit de meegeleverde oordopjes op de multifunctionele
aansluiting aan (optioneel).
2
Draai de modusdraaiknop naar 6.
3
Druk op [e] of [t] om een modus te selecteren.
: MP3
: PMP
: TEXTVIEWER
4
Druk op [MENU/OK].
5
Selecteer OPENEN om een bestand te selecteren om af
te spelen.
Selecteer DOORGAAN om het laatstafgespeelde bestand te
openen in de MP3-modus of om de laatstgeopende video of
het laatstgeopende tekstbestand te hervatten.
6
Druk op [w] of [r] om een af te spelen bestand te
selecteren.
7
Druk op [MENU/OK].
Bestanden worden weergegeven op de datum waarop ze zijn
opgeslagen.
Bestandsnamen in niet-ondersteunde talen worden weergegeven
als “_ _ _ _ __ _”.
Als de map meer dan 100 bestanden of een aantal heel grote
bestanden bevat, duurt het mogelijk langer om een modus te
activeren.
De energiebesparingsmodus is tijdens het afspelen uitgeschakeld,
behalve bij weergave van tekstbestanden met AUTO SCROLL of
MP3 BGM uitgeschakeld.
Als u in de MP3-modus 15 seconden lang geen bewerkingen
uitvoert, wordt de camera in de spaarstand gezet.
Multimedia
71
De knoppen vergrendelen
U kunt de knoppen vergrendelen om ongewenste camerabediening
tijdens het afspelen te voorkomen. Houd [OIS] ingedrukt om de
knoppen te vergrendelen en te ontgrendelen.
Hoewel de knoppen vergrendeld zijn, kunt u nog steeds de knop
[POWER] bedienen en de USB-kabel gebruiken.
Druk in de energiebesparingsmodus op een willekeurige knop om
het scherm weer in te schakelen.
Overschakelen naar een andere multimediamodus
1
Druk op [MENU/OK] terwijl er een video of MP3-bestand
wordt afgespeeld, of terwijl er een tekstbestand wordt
weergegeven.
2
Selecteer 6.
3
Druk op [w] of [r] om een modus te selecteren.
Multimedia
MP3
PMP
TEXTVIEWER
Multimedia
MP3
PMP
TEXTVIEWER
VERPL.
EXITVERPL. EXIT
4
Druk op [MENU/OK].
Multimediabestanden verwijderen
1
Druk op [y] terwijl er een video of MP3-bestand
wordt afgespeeld, of terwijl er een tekstbestand wordt
weergegeven.
2
Druk op [w] of [r] om een bestand te selecteren.
3
Druk op [Fn].
4
Selecteer JA en druk op [MENU/OK].
U kunt ook alle bestanden van de geselecteerde modus verwijderen.
(pag. 77)
De Multimediamodus gebruiken
Multimedia
72
De MP3-modus gebruiken
Muziekbestanden afspelen
1
Naar de MP3-modus gaan en een bestand afspelen.
(pag.
70)
AAA
VolumeVolume
BestandsnaamBestandsnaam
SpeeltijdSpeeltijd
BitsnelheidBitsnelheid
AfspeelmodusAfspeelmodus
Pictogram Omschrijving
MP3-modus
Resterende batterijcapaciteit
Knoppen vergrendeld
Type equalizer
Gedempt
2
Gebruik de volgende knoppen voor de bediening:
Knop Doel
[Zoomknop]
omhoog of omlaag
Het volume bijstellen
Knop Doel
[E] Het type equalizer wijzigen
[w] Het geluid wel of niet dempen
[e] Terugspringen
[t] Vooruitspringen
[MENU/OK] Instellingen van de MP3-modus wijzigen
[r] Pauzeren of afspelen
[y]
De afspeellijst openen
Terug naar het spelerscherm
VBR
Variable Bit Rate (VBR) is een coderingsmethode waarbij muziek op
een stabiel kwaliteitsniveau wordt gehouden door de compressie aan
de complexiteit van de gecodeerde audio aan te passen.
Foto's nemen tijdens het luisteren naar muziek
(Mogelijk bij gebruik van een geheugenkaart)
1
Druk tijdens het afspelen op de [Ontspanknop].
2
Kader het onderwerp en druk de [Ontspanknop] half in
om scherp te stellen.
Multimedia
73
3
Druk de [Ontspanknop] volledig in om een foto te
nemen.
Druk op [E] om naar het spelerscherm over te schakelen.
Tijdens het afspelen van muziek kunt u geen opnameopties
instellen.
Foto's worden met de volgende instellingen genomen:
Resolutie: 3 Mp
Kwaliteit: HOOG
Flitser:
(Auto)
Scherpstelling: (Automacro)
Als u foto's neemt, zal de MP3-speler niet normaal werken.
-
-
-
-
Een diavoorstelling starten tijdens het luisteren naar
muziek
1
Druk tijdens het afspelen op [MENU/OK].
2
Selecteer INTERVAL TONEN.
DIASHOW
AFSPELEN TONEN
INTERVAL TONEN
AFSPELEN
2 SEC
DIASHOW
AFSPELEN TONEN
INTERVAL TONEN
AFSPELEN
2 SEC
VERPL. EXIT VERPL. EXIT
De MP3-modus gebruiken
3
Druk op [t].
4
Selecteer een interval tussen de foto's en druk op
[MENU/OK] of [e].
5
Druk op [r] of [w] om AFSPELEN TONEN te
selecteren.
6
Druk op [t].
7
Selecteer een optie.
AFSPELEN: een diavoorstelling afspelen en terugkeren naar
het spelerscherm.
HERHALEN: de diavoorstelling herhalen.
8
Druk op [MENU/OK].
De diavoorstelling zal beginnen.
Druk op [E] om naar het spelerscherm terug te gaan.
Multimedia
74
De PMP-modus gebruiken
1
Naar de PMP-modus gaan en een bestand afspelen.
(pag.
70)
BBB
BestandsnaamBestandsnaam
VolumeVolume
Verstreken tijdVerstreken tijd
Pictogram Omschrijving
PMP-modus
Resterende batterijcapaciteit
Knoppen vergrendeld
Spoelsnelheid
Type equalizer
Gedempt
2
Gebruik de volgende knoppen voor de bediening:
Knop Doel
[Zoomknop]
omhoog of omlaag
Het volume bijstellen
[w] Het geluid wel of niet dempen
[e]
Terugspringen
Terugspoelen* (tijdens het afspelen)
[t]
Vooruitspringen
Vooruitspoelen* (tijdens het afspelen)
[MENU/OK] Instellingen van de PMP-modus wijzigen
[r] Pauzeren of afspelen
[y]
De afspeellijst openen
Terug naar het spelerscherm
* U kunt in een bestand snel voor- of achteruitspoelen naar het punt
vanwaar u wilt afspelen. (pag. 76)
Alle knoppen behalve [POWER] werken niet tijdens de eerste
en laatste 2 seconden van het afspelen.
Ondertitelingsbestanden (.smi) omzetten met behulp van
Samsung Converter, om ondertiteling te kunnen weergeven.
(pag. 24)
Sommige video's kunnen tijdens het afspelen automatisch
pauzeren en weer verder spelen. Dit is geen fout.
Multimedia
75
De TEXTVIEWER-modus gebruiken
1
Naar de TEXTVIEWER-modus gaan en een bestand
weergeven. (pag. 70)
Deze gebruiksaanwijzing bevat
uitgebreide instructies voor het
gebruik van uw camera. Lees deze
gebruiksaanwijzing grondig door. Klik
op een van de onderstaande knoppen
voor meer informatie.
BestandsnaamBestandsnaam
VolumeVolume
Huidige pagina/
Aantal pagina's
Huidige pagina/
Aantal pagina's
Type codering*Type codering*
Pictogram Omschrijving
TEXTVIEWER-modus
Resterende batterijcapaciteit
* Het type codering wordt weergegeven als
of .
ANSI (American National Standards Institute): u moet de
taal instellen die overeenkomt met die van het tekstbestand.
(pag. 77)
UNI (Unicode): u hoeft niet de taal in te stellen die
overeenkomt met die van het tekstbestand.
2
Gebruik de volgende knoppen voor de bediening:
Knop Doel
[w]
Terug naar de vorige pagina
10 pagina's verspringen (ingedrukt houden)
[r]
Naar de volgende pagina
10 pagina's verspringen (ingedrukt houden)
[MENU/OK]
Instellingen van de TEXTVIEWER-modus
wijzigen
[y]
De bestandenlijst openen
Terug naar het textviewer-scherm
Als er tekst onjuist wordt weergegeven, sla dit dan als een
ANSI-bestand op met behulp van een tekstverwerkingsprogram
ma op uw computer (bijv. Kladblok in Windows).
Sommige tekens en symbolen worden mogelijk niet correct
weergegeven.
Tekstbestanden die niet juist zijn gecodeerd, kunnen kapot zijn.
Een bestand van meer dan 10 MB kan meer tijd nodig
hebben om te openen, of kan misschien helemaal niet
worden geopend. Deel grote bestanden op in meerdere kleine
bestanden, om snelle toegang te verzekeren.
Multimedia
76
Instellingenmenu voor de multimediamodus
1
Druk op [MENU/OK] terwijl er een video of MP3-bestand
wordt afgespeeld, of terwijl er een tekstbestand wordt
weergegeven.
2
Druk op [e] of [t] om een menu te selecteren.
3
Druk op [w] of [r] om een optie te selecteren.
4
Druk op [MENU/OK].
Menu
Beschikbare
modus
Omschrijving
Overschakelen naar een andere
multimediamodus. (pag. 71)
Instellen om het laatst gespeelde
muziekbestand of laatst weergegeven
tekstbestand te openen. (UIT*, AAN)
Instellen om bestanden te herhalen of in
willekeurige volgorde af te spelen.
ALLES AFSPELEN*: alle bestanden in de
huidige map eenmaal afspelen.
HERHAAL ÉÉN: het huidige bestand
herhalen.
HERHAAL ALLE: alle bestanden in de
huidige map herhalen.
HERHAAL WILLEKEURIG: alle
bestanden in de huidige map in
willekeurige volgorde afspelen.
Menu
Beschikbare
modus
Omschrijving
Een skin voor het spelerscherm selecteren.
STANDAARD 1*, STANDAARD 2: een
standaardafbeelding weergeven die in het
interne geheugen is opgeslagen.
GEBRUIKER 1, GEBRUIKER 2: een
afbeelding weergeven die in het
bewerkingsmenu als BEGINAFBEELDING
of MP3-PATROON is opgeslagen.
(pag. 62)
Een diavoorstelling beginnen tijdens het
afspelen van een MP3. (pag. 73)
De te verspringen tijdsduur tijdens het vooruit-
en terugspoelen instellen.
(NORMAAL*, 30 SEC, 1 MIN, 3 MIN,
5 MIN, 10 MIN)
De afspeelbediening weergeven of verbergen.
5 SEC*: de afspeelbediening na 5
seconden van inactiviteit verbergen.
AAN: se afspeelbediening altijd
weergeven.
UIT: de afspeelbediening verbergen.
De ondertiteling wordt ongeacht de
instelling weergegeven.
* Standaardinstelling
* Standaardinstelling
Multimedia
77
Menu
Beschikbare
modus
Omschrijving
AUTO SCROLL instellen – een vertraging
voordat er naar de volgende regel tekst wordt
gescrolld.
(UIT*, 1,1 SEC, 1,4 SEC, 1,7 SEC,
2,0 SEC, 2,3 SEC)
MP3 BGM afspelen – muziek tijdens de
weergave van tekstbestanden.
UIT*: geen muziek spelen.
AAN: het laatst gespeelde MP3-bestand
afspelen.
Een taal selecteren die overeenkomt met die
van het tekstbestand.
Alle bestanden van een geselecteerde
multimediamodus verwijderen.
(NEE*, JA)
Instellingenmenu voor de multimediamodus
* Standaardinstelling
6. Naslaginformatie
Camera-instellingenmenu ........................... 79
Het instellingenmenu openen ........................ 79
GELUID
.................................................. 80
DISPLAY
................................................ 80
INSTELLINGEN
...................................... 81
Foutmeldingen .............................................. 83
Cameraonderhoud ....................................... 84
De camera reinigen ....................................... 84
Geheugenkaarten ......................................... 85
De batterij ...................................................... 86
Voordat u contact opneemt met een
servicecentrum ............................................. 87
Cameraspecificaties .................................... 89
Index ............................................................... 93
Hier wordt naslaginformatie gegeven met
betrekking tot instellingen, foutmeldingen,
specificaties en onderhoudstips.
Naslaginformatie
79
Pictogram Omschrijving
De geheugenkaart formatteren, de
standaardinstellingen herstellen, de prullenbak
inschakelen, bestandsnamen opgeven, opgeven of
de opnamedatum moet worden afgedrukt, de time-
out voor automatisch uitschakelen instellen of het
AF-hulplampje/Timerlampje inschakelen. (pag. 81)
3
Druk op [w] of [r] om een submenu te selecteren.
VERPL. WIJZIGENVERPL. WIJZIGEN
VOLUME
START GELUID
SLUITERGEL.
PIEPGELIOD
AF GELUID
ZELFPORTRET
UIT
UIT
GELUID1
GELUID1
AAN
AAN
VOLUME
START GELUID
SLUITERGEL.
PIEPGELIOD
AF GELUID
ZELFPORTRET
UIT
UIT
GELUID1
GELUID1
AAN
AAN
GELUIDGELUID
4
Druk op [t].
5
Druk op [w] of [r] om een optie te selecteren.
6
Druk op [MENU/OK].
Het instellingenmenu openen
1
Druk in de opname- of weergavemodus op [MENU/OK].
2
Druk op [e] of [t] om een menu te selecteren.
VERPL. EXITVERPL. EXIT
VOLUME
START GELUID
SLUITERGEL.
PIEPGELIOD
AF GELUID
ZELFPORTRET
UIT
UIT
GELUID1
GELUID1
AAN
AAN
VOLUME
START GELUID
SLUITERGEL.
PIEPGELIOD
AF GELUID
ZELFPORTRET
UIT
UIT
GELUID1
GELUID1
AAN
AAN
GELUIDGELUID
Pictogram Omschrijving
Het volume regelen of het geluid voor de pieptoon,
de ontspanknop, starten, AF of zelfportret instellen.
(pag. 80)
Een schermtaal selecteren, de datum en tijd
instellen, een beginafbeelding instellen, de
helderheid van het scherm aanpassen, de duur
voor het afspelen van bestanden instellen of de
time-out voor het uitschakelen van het scherm
opgeven. (pag. 80)
Camera-instellingenmenu
Naslaginformatie
80
Camera-instellingenmenu
GELUID
Item Omschrijving
VOLUME
Het volume van geluiden aanpassen.
(UIT, LAAG, MIDDEL*, HOOG)
START GELUID
Kiezen welk geluid bij het inschakelen van de
camera wordt geproduceerd.
(UIT*, GELUID1, GELUID2, GELUID3)
SLUITERGEL.
Kiezen welk geluid bij het indrukken van de
ontspanknop wordt geproduceerd.
(UIT, GELUID1*, GELUID2, GELUID3)
PIEPGELIOD
Kiezen welk geluid bij het indrukken van knoppen of
het wisselen van modi wordt geproduceerd.
(UIT, GELUID1*, GELUID2, GELUID3)
AF GELUID
Kiezen welk geluid wordt geproduceerd wanneer
de ontspanknop half wordt ingedrukt. (UIT, AAN*)
ZELFPORTRET
Kiezen welk geluid wordt geproduceerd wanneer
de camera uw gezicht detecteert. (UIT, AAN*)
DISPLAY
Item Omschrijving
Language (Taal)
Een taal voor de schermtekst selecteren.
Item Omschrijving
DATUM&TIJD
Een regio selecteren, de datum en tijd instellen en
de datumnotatie bepalen.
(JJ/MM/DD, UIT*, DD/MM/JJ, MM/DD/JJ)
Wanneer u de camera in een ander land gebruikt,
selecteert u een stad om de lokale tijd in te stellen.
BEGINAFB
Een beginafbeelding instellen die wordt
weergegeven wanneer de camera wordt
ingeschakeld.
UIT*: geen beginafbeelding weergeven.
LOGO: een standaardafbeelding weergeven die
in het interne geheugen is opgeslagen.
GEBR.AFB: een afbeelding weergeven die in
het bewerkingsmenu als BEGINAFBEELDING
is opgeslagen. (pag. 66)
HELDERH.
SCHERM
De helderheid van het scherm bijstellen.
(AUTO, DONKER, NORMAAL*, LICHT)
NORMAAL is de vaste instelling in de
weergavemodus, zelfs als AUTO is
geselecteerd.
SNELLE WEERG
Opgeven hoe lang een vastgelegd beeld of
een video wordt weergegeven voordat de
opnamemodus weer actief wordt.
(UIT, 0,5SEC*, 1SEC, 3SEC)
BEELDSCHERM
UIT
Als u 30 seconden lang geen bewerkingen uitvoert,
schakelt de camera automatisch over op de
energiebesparingsmodus (druk op een knop om
deze modus weer te deactiveren). (UIT*, AAN)
* Standaardinstelling
* Standaardinstelling
* Standaardinstelling
Naslaginformatie
81
INSTELLINGEN
Item Omschrijving
FORMAT
Het interne geheugen en de geheugenkaart
formatteren (hierdoor worden alle bestanden,
inclusief beveiligde bestanden, verwijderd).
(NEE*, JA)
Als u een geheugenkaart gebruikt die is gebruikt
in camera's van andere fabrikanten of in een
geheugenkaartlezer, of een kaart die met een
computer is geformatteerd, zal uw camera de kaart
mogelijk niet goed kunnen uitlezen. Formatteer de
kaart voordat u hem gebruikt.
TERUGZETTEN
De standaardinstellingen voor menu's en
opnameopties terugzetten (datum en tijd, taal
en video-uitvoerinstellingen worden niet op de
standaardinstellingen teruggezet).
(NEE*, JA)
PRULLENBAK
De prullenbakoptie instellen of verwijderde
bestanden herstellen.
(UIT*, AAN, PRULLENBAKMAP)
Selecteer PRULLENBAKMAP om bestanden
terug te zetten.
Item Omschrijving
BESTAND
De manier voor het toewijzen van bestandsnamen
opgeven.
TERUGZETTEN: wanneer een nieuwe
geheugenkaart wordt geplaatst, een
geheugenkaart wordt geformatteerd of alle
bestanden worden verwijderd, worden
bestanden genummerd vanaf 0001.
SERIE*: wanneer een nieuwe geheugenkaart
wordt geplaatst, een geheugenkaart wordt
geformatteerd of alle bestanden worden
verwijderd, worden bestanden genummerd vanaf
het voorgaande bestandsnummer.
De standaardnaam van de eerste map is
100SSCAM en de standaardnaam van het eerste
bestand is SDC10001.
Het bestandsnummer wordt telkens met één
verhoogd, van SDC10001 tot en met SDC19999.
Het mapnummer wordt telkens met één verhoogd,
van 100SSCAM tot en met 999SSCAM.
Er kunnen maximaal 9999 bestanden in één map
worden opgeslagen.
Bestandsnamen worden gedefinieerd volgens de
DCF-norm (Design rule for Camera File system).
Als u de namen van bestanden opzettelijk wijzigt,
worden de bestanden mogelijk niet door de
camera weergegeven.
Camera-instellingenmenu
* Standaardinstelling
* Standaardinstelling
Naslaginformatie
82
Item Omschrijving
AFDRUK
Opgeven of de datum en tijd op afdrukken moeten
worden vermeld. (UIT*, DATUM, DAG&TIJD)
De datum en tijd worden in het geel
weergegeven in de rechterbenedenhoek van
de foto.
Op sommige printermodellen worden de datum
en tijd mogelijk niet afgedrukt.
Als u
TEKST selecteert in de modus 4,
worden de datum en tijd niet weergegeven.
STROOM UIT
Het toestel uitschakelen wanneer het niet wordt
gebruikt. (UIT, 1MIN, 3MIN*, 5MIN, 10MIN)
Wanneer u de batterij vervangt, blijven uw
instellingen ongewijzigd.
In de volgende omstandigheden werkt deze
functie niet:
de camera is aangesloten op een computer
of printer
u speelt een diavoorstelling of video's af
u neemt een spraakmemo op
-
-
-
Camera-instellingenmenu
Item Omschrijving
VIDEO UITG.
Stel het video-uitvoersignaal in volgens
het tv-kleurensysteem van de aangesloten
videoapparatuur.
NTSC*: VS, Canada, Japan, Korea, Taiwan,
Mexico enzovoort.
PAL (ondersteunt alleen BDGHI): Australië,
België, China, Denemarken, Duitsland, Engeland,
Finland, Italië, Koeweit, Maleisië, Nieuw-Zeeland,
Noorwegen, Oostenrijk, Singapore, Spanje,
Thailand, Zweden, Zwitserland enzovoort.
AF-LAMP
Een hulplampje instellen voor scherpstellen in slecht
verlichte omgevingen. (UIT, AAN*)
* Standaardinstelling * Standaardinstelling
Naslaginformatie
83
Foutmeldingen
Wanneer een van de volgende foutmeldingen wordt weergegeven, kunt u het volgende proberen.
Foutmelding
Voorgestelde handelwijze
KAART VERGR.!
Ontgrendel de geheugenkaart.
DCF Full Error
Bestandsnamen voldoen niet aan de
DCF-norm. Kopieer de bestanden van
de geheugenkaart naar de computer en
formatteer de kaart. (pag. 81)
Foutmelding
Voorgestelde handelwijze
KAARTFOUT!
Schakel de camera uit en vervolgens
weer in.
Verwijder de geheugenkaart en plaats de
kaart vervolgens weer in de camera.
Formatteer de geheugenkaart. (pag. 81)
BATTERY LEEG!
Plaats een opgeladen batterij in de camera of
laad de batterij op.
GEEN AFBEELDING!
Neem foto's of plaats een geheugenkaart
waarop foto's zijn opgeslagen.
WEINIG LICHT!
Schakel de flitser in. (pag. 41)
BESTANDSFOUT!
Verwijder het beschadigde bestand of neem
contact op met een servicecentrum.
GEHEUGEN VOL!
Verwijder overbodige bestanden of plaats
een nieuwe geheugenkaart.
Naslaginformatie
84
Cameraonderhoud
Camerabehuizing
Veeg de behuizing voorzichtig schoon met een zachte, droge doek.
Gebruik nooit benzeen, thinners of alcohol om het toestel schoon te
maken. Hierdoor kunt u schade of storingen teweegbrengen.
Druk niet op de lenskap en gebruik geen blaasborsteltje op de
lenskap.
De camera reinigen
Cameralens en -scherm
Verwijder stof met een blaasborsteltje en veeg de lens voorzichtig af
met een zachte doek. Als er stof blijft zitten, veegt u dit weg met een
stuk reinigingspapier dat is bevochtigd met lensreinigingsvloeistof.
Naslaginformatie
85
Geheugenkaarten
Geheugenkaarten die u kunt gebruiken
U kunt geheugenkaarten van de volgende typen gebruiken: SD
(Secure Digital), SDHC (Secure Digital High Capacity) en MMC
(MultiMedia Card).
ContactpuntContactpunt
SchrijfbeveiligingsschakelaarSchrijfbeveiligingsschakelaar
Etiket (voorkant)Etiket (voorkant)
U kunt verhinderen dat bestanden worden verwijderd met behulp van
de schrijfbeveiligingsschakelaar op de SD- of SDHC-kaart. Schuif
de schakelaar omlaag om de kaart te vergrendelen of omhoog om
de kaart te ontgrendelen. Ontgrendel de kaart bij het maken van
opnamen.
Cameraonderhoud
Capaciteit van de geheugenkaart
De geheugencapaciteit kan variëren afhankelijk van de
opnameomstandigheden. Voor een 1-GB SD-kaart geldt:
Grootte SUPERHOOG HOOG NORMAAL 30 FPS 15 FPS
F
o
t
o
o
s
188 357 412 - -
206 391 557 - -
248 469 638 - -
262 483 645 - -
344 638 872 - -
533 897 1214 - -
1720 2064 2381 - -
*
V
i
d
e
o
---
Ca. 7 min
58 sec
Ca. 15 min
13 sec
---
Ca. 28 min
39 sec
Ca. 52 min
50 sec
* Bij gebruik van de zoomfunctie kan de opnametijd variëren. U kunt video’s
opnemen van elk maximaal 4 GB of 2 uur.
Naslaginformatie
86
Cameraonderhoud
De batterij
Gebruik alleen door Samsung goedgekeurde batterijen.
Batterijspecificaties
Modus
SLB-10A
Type
Lithium-ionbatterij
Celcapaciteit
1050 mAh
Spanning
3,7 V
Oplaadtijd
(wanneer de camera uitgeschakeld is)
Ca. 150 min
Levensduur van de batterij
Gemiddelde tijd
Testomstandigheden
(wanneer de batterij volledig is opgeladen)
Foto's
Ca. 120 min
(Ca. 240
foto’s)
Maak foto’s onder de volgende omstandigheden: in
de modus 2, resolutie 10M, kwaliteit HOOG,
OIS AAN.
1. Stel de flitseroptie in op
(Invullen), neem één
foto en zoom in of uit.
2. Stel de flitseroptie in op
(Uit), neem één foto
en zoom in of uit.
3. Voer stap 1 en 2 gedurende 30 seconden uit en
herhaal dit 5 minuten lang. Schakel de camera
vervolgens uit en wacht 1 minuut.
4. Herhaal stap 1 tot 3.
Video's Ca. 120 min
Video’s opnemen met de resolutie 640x480 en
30 fps.
Gemiddelde tijd
Testomstandigheden
(wanneer de batterij volledig is opgeladen)
MP3 Ca. 310 min Bestanden afspelen met het scherm uitgeschakeld.
PMP
Ca. 230 min Bestanden normaal afspelen.
De cijfers in de vorige tabel zijn gemeten volgens de maatstaven van Samsung en
kunnen variëren afhankelijk van het gebruik.
Opmerkingen over het opladen van de batterij
Als het indicatielampje uit is, controleert u of de batterij in de juiste
richting in de camera is geplaatst.
Schakel de camera tijdens het opladen van de batterij uit.
Schakel de camera in nadat u de batterij langer dan 10 minuten hebt
opgeladen.
Wanneer u de flitser gebruikt of video's opneemt, raakt de batterij snel
leeg. Laad de batterij op totdat het indicatielampje groen gaat branden.
Als het indicatielampje rood knippert of niet brandt, sluit u de kabel
opnieuw aan of verwijdert u de batterij en plaatst u deze opnieuw in de
camera.
Als u de batterij oplaadt terwijl die nog warm is, kan het indicatielampje
oranje gaan branden. Het opladen begint als de batterij is afgekoeld.
Opmerkingen over opladen terwijl een computer is
aangesloten
Gebruik alleen de bijgeleverde USB-kabel.
In de volgende omstandigheden wordt de batterij mogelijk niet
opgeladen:
- u gebruikt een USB-hub
- er zijn andere USB-apparaten op de computer aangesloten
- u sluit de kabel aan op de poort aan de voorzijde van de computer
- het nominale uitgangsvermogen (5 V, 500 mA) wordt niet
ondersteund door de USB-poort van de computer
Naslaginformatie
87
Voordat u contact opneemt met een servicecentrum
Probeer in het geval van problemen met de camera eerst de volgende probleemoplossingsprocedures uit te voeren voordat u contact opneemt met
een servicecentrum. Als u de suggestie voor probleemoplossing hebt gevolgd en de problemen aanhouden, wendt u zich tot uw lokale dealer of
servicecentrum.
Situatie
Voorgestelde handelwijze
Kan geen foto's
nemen.
Er is geen ruimte op de geheugenkaart.
Verwijder overbodige bestanden of plaats
een nieuwe kaart.
Formatteer de geheugenkaart. (pag. 81)
De geheugenkaart is defect. Koop een
nieuwe geheugenkaart.
De geheugenkaart is vergrendeld.
Ontgrendel de kaart. (pag. 83)
Controleer of de camera is ingeschakeld.
Laad de batterij op.
Controleer of de batterij correct is
geplaatst.
De camera blokkeert.
Verwijder de batterij en plaats deze opnieuw
in de camera.
De flitser werkt niet.
Misschien is de flitsoptie op (Uit)
ingesteld. (pag. 41)
U kunt de flitser niet gebruiken in de
modus 7 en 3 en in bepaalde
4-modi.
De flitser gaat
plotseling af.
De flitser kan afgaan als gevolg van statische
elektriciteit. Dit ligt niet aan de camera.
Situatie
Voorgestelde handelwijze
Kan de camera niet
inschakelen.
Controleer of er een batterij in de camera
is geplaatst.
Controleer of de batterij correct is
geplaatst.
Laad de batterij op.
De camera
wordt plotseling
uitgeschakeld.
Laad de batterij op.
De camera staat mogelijk in de
energiebesparingsmodus. (pag. 82)
De camera wordt mogelijk uitgezet om te
voorkomen dat de geheugenkaart wordt
beschadigd als gevolg van een schok.
Schakel de camera weer in.
De batterij in de
camera raakt snel
leeg.
Bij lage temperaturen (onder 0 °C) raakt
de batterij misschien sneller leeg. Houd
de batterij warm door deze in uw zak te
steken.
Wanneer u de flitser gebruikt of video's
opneemt, raakt de batterij snel leeg. Laad
de batterij zo nodig op.
Batterijen zijn verbruiksartikelen en moeten
na verloop van tijd worden vervangen.
Als de batterij steeds vaker moet worden
opgeladen, koopt u een nieuwe.
Naslaginformatie
88
Situatie
Voorgestelde handelwijze
De foto is te helder
De foto is overbelicht. Pas de
belichtingswaarde aan. (pag. 47)
Schakel de flitser uit. (pag. 41)
Uw foto's worden niet
op de tv weergegeven.
Controleer of de camera correct op het
externe scherm is aangesloten met de
A/V-kabel.
Controleer of de geheugenkaart foto's
bevat.
De computer herkent
de camera niet.
Controleer of de USB-kabel correct is
aangesloten.
Controleer of de camera is ingeschakeld.
Controleer of u een ondersteund
besturingssysteem gebruikt.
De verbinding tussen
de computer en
de camera wordt
verbroken tijdens
bestandsoverdracht.
Misschien wordt de bestandsoverdracht
onderbroken door statische elektriciteit.
Ontkoppel de USB-kabel en sluit deze
vervolgens opnieuw aan.
Situatie
Voorgestelde handelwijze
De datum en tijd zijn
onjuist.
Stel de datum en tijd in via het menu met
weergave-instellingen.
De knoppen op de
camera werken niet.
Verwijder de batterij en plaats deze opnieuw
in de camera.
Er een fout met de
geheugenkaart.
Er is geen reset van de geheugenkaart
uitgevoerd. Formatteer de kaart. (pag. 81)
Kan bestanden niet
afspelen.
Als u de naam van een bestand wijzigt, wordt
het bestand mogelijk niet afgespeeld door de
camera (de bestandsnaam moet voldoen aan
de DCF-norm). Speel bestanden in dit geval
af op de computer.
De foto is onscherp.
Zorg dat de scherpsteloptie die u instelt,
geschikt is voor foto's van dichtbij.
(pag. 43)
Zorg dat uw onderwerpen zich op
de aanbevolen afstand van de flitser
bevinden. (pag. 89)
Controleer of de cameralens schoon is.
Maak de lens zo nodig schoon. (pag. 84)
De kleuren in de foto
komen niet met de
werkelijkheid overeen
Een onjuiste witbalans kan resulteren in
een onnatuurlijke kleur. Selecteer de juiste
witbalansoptie voor de lichtbron.
(pag. 48)
Voordat u contact opneemt met een servicecentrum
Naslaginformatie
89
Cameraspecificaties
Flitser
Modus
Auto, Rode ogen, Invullen, Langzame
sync, Uit, Anti-rode ogen
Bereik
Groothoek: 0,3 m - 3,4 m (ISO Auto)
Tele: 0,5 m - 2,5 m (ISO Auto)
Oplaadtijd Circa 5 sec.
Trillingsreductie
Dual IS [OIS (Optical Image Stabilisation)
+DIS (Digital Image Stabilisation)]
Effect
Opnamemodus
Fotostijl: NORMAAL, ZACHT, HELDER,
BOS, RETRO, COOL, RUSTIG,
KLASSIEK
Kleureffect: NORMAAL, ZWART-WIT,
SEPIA, ROOD, GROEN, BLAUW,
NEGATIEF, AANGEPASTE KLEUR
Beeld aanpassen: SCHERPTE,
VERZADIGING, CONTRAST
Weergavemodus
Beeld bewerken: afmetingen wijzigen,
draaien, bijsnijden
Kleureffect: ZWART-WIT, SEPIA,
ROOD, GROEN, BLAUW, NEGATIEF,
AANGEPASTE KLEUR
Beeld aanpassen: ACB, ANTI-RODE
OGEN, RETOUCHEER GEZICHT,
HELDERHEID, CONTRAST,
VERZADIG
Witbalans
AUTO WITBALANS, DAGLICHT,
BEWOLKT, FLUORESC.H, FLUORESC.L,
KUNSTLICHT, AFMETING: SH
Spraakopname
Bericht opnemen (Max. 10 uur)
Spraakmemo in foto (Max. 10 sec.)
Beeld-sensor
Type 1/2.33-inch (Ca. 1,09 cm) CCD
Effectieve pixels Ca. 10,2 megapixels
Totaalaantal pixels Ca. 10,3 megapixels
Lens
Brandpuntsafstand
SAMSUNG-lens 5X interne zoom
f = 6,8 - 34 mm (35-mm equivalent:
38 - 190 mm)
Diafragmabereik f/3.7 (G) - f/4.9 (T)
Digitale zoom
Fotomodus: 1,0X - 5,0X
Weergavemodus: 1,0X - 11,4X
(afhankelijk van het beeldformaat)
LCD-scherm
2,7-inch (Ca. 6,86 cm) kleuren-TFT-LCD
(Ca. 230.000 pixels)
Scherpstelling
Type
TTL-autofocus (Multi-AF, AF Midden,
GEZICHTSHERK. AF)
Bereik
Groothoek (G) Tele (T)
Normaal 80 cm ~ oneindig
Auto-macro 8 cm ~ oneindig 50 cm ~ oneindig
Macro 8 cm ~ 80 cm 50 cm ~ 80 cm
Supermacro 3 cm ~ 8 cm -
Sluitertijd
AUTO: 1 - 1/1500 sec.
NACHT 16 - 1/1500 sec.
CONTINU, ABW : 1/4 - 1/1500 sec.
Belichting
Regeling Programma AE
Lichtmeting
MULTI, SPOT, GECENTREERD OP ÉÉN
PUNT, GEZICHTSHERK. AE
Compensatie ±2 BW (in stappen van 1/3 BW)
ISO-equivalent
AUTO, 80, 100, 200, 400, 800, 1600,
3200*
* 3 M of lager
Naslaginformatie
90
Opname
Foto's
Modi: AUTO, PROGRAMMA, DUAL
IS, FOTOHULPGIDS, BEAUTY
SHOT, SCÈNE (NACHT, PORTRET,
KINDEREN, LANDSCHAP, CLOSE-
UP, TEKST, ZONSONDERG.,
ZONDSOPGANG, TEGNLICHT,
VUURWERK, STRND&SNE,
ZELFPORTRET, ETEN, CAFÉ)
Continu: ENKEL, CONTINU,
BEWEGEND BEELD, ABW
Timer: 10 sec, 2 sec, dubbel,
bewegingstimer
Video's
Met of zonder geluid
Formaat: 640x480, 320x240
Opnamesnelheid: 30 FPS, 15 FPS
5X optische zoom zonder geluid
Video bewerken (ingesloten): pauzeren
tijdens opnemen, foto's nemen
Beschikbare opnametijd is afhankelijk van
de geheugencapaciteit. (Max. 2 uur voor
een video)
Opslag
Media
Intern geheugen: Ca. 10 MB flash-
geheugen
Extern geheugen (optioneel)
- SD-kaart (tot 4 GB gegarandeerd)
- SDHC-kaart (tot 8 GB gegarandeerd)
- MMC Plus (tot 2 GB gegarandeerd)
De interne geheugencapaciteit kan van deze
specificaties afwijken.
Bestandsindeling
Foto: JPEG (DCF), EXIF 2.21, DPOF
1.1, PictBridge 1.0
Video: AVI (MJPEG)
Audio: WAV
Opslag
Beeldformaat
Voor 1GB SD MMC
SUPERFIJN FIJN NORMAAL
3648x2736 188 357 412
3648x2432 206 391 557
3584x2016 248 469 638
3072x2304 262 483 645
2592x1944 344 638 872
2048x1536 533 897 1214
1024x768 1720 2064 2381
Deze waarden zijn gemeten onder
standaardcondities en kunnen variëren
afhankelijk van opnameomstandigheden en
camera-instellingen.
MP3
Uitvoer
Frequentie: 20 Hz - 20 kHz
Aansluiting oordopjes: 20Pin-poort
(stereo)
Uitvoer oordopjes: Maximumvolume
links 40 mW + rechts 40 mW (16Ω)
Ruisverhouding 88 dB met 20 KHz
LPF
Bestand
Bestandsindeling: MP3 (MPEG-1/2/2.5
Layer 3)
Bitsnelheid: 48 ~ 320 kbps (inclusief
VBR)
Geluidseffect
Normal, Live, Classic, Jazz, Rock, Dance,
SRS
Cameraspecificaties
Naslaginformatie
91
MP3
Afspeelmodus
ALLES AFSPELEN, HERHAAL
ÉÉN, HERHAAL ALLE, HERHAAL
WILLEKEURIG
Verspringen tijdens weergave,
automatisch verspringen
Diavoorstelling: UIT/AAN (Instelbaar)
MP3 & opname (opname in de
modus AUTO. Resolutie is ingesteld
op 3M. Mogelijk bij gebruik van een
geheugenkaart.)
Automatische herlaadfunctie (onthoudt
laatst gespeelde bestand en frame)
Gebruikersfoto's te gebruiken als skin
voor MP3-speler.
PMP
PMP-decoder
Video: Xvid MPEG4
(met Samsung Converter)
Audio: MPEG Layer 2
(met Samsung Converter)
Afspeelmodus
Snel vooruit/achteruit (max. 32x)
Zoeken (max. 32x) verspringen
Automatisch verspringen na een
gespeeld bestand
Automatische herlaadfunctie (onthoudt
laatst weergegeven frame)
Volledige schermweergave (met
Samsung Converter)
Ondertiteling
Ondersteunt SMI-bestand
(met Samsung Converter)
TEXTVIEWER
Bestand
Bestandsextensie: TXT (kleiner dan
10 MB)
Bestandsindeling
Windows: ANSI (Windows 98 of
nieuwer), Unicode/Unicode (Big-
Endian)/UTF-8 (Windows 2000/XP)
Mac: ANSI, Unicode (UTF-16)
TEXTVIEWER
Functie
Auto Scroll (1,1 sec - 2,3 sec)
Verspringen per 1 pagina/10 pagina's
Automatische herlaadfunctie (onthoudt
laatst weergegeven pagina)
Ondersteunt MP3 BGM tijdens
weergave van tekstbestanden
Taal
Engels, Koreaans, Frans, Duits,
Spaans, Italiaans, Chinees,
Taiwanees, Japans, Russisch,
Portugees, Nederlands, Deens,
Zweeds, Fins, Bahasa, Pools,
Hongaars, Tsjechisch, Turks
Ondersteunde talen kunnen zonder
voorafgaande kennisgeving worden
gewijzigd.
Interface
Digitale uitvoer Aansluiting: USB 2.0 (20-pins)
Audio-uitvoer Mono
Video-uitvoer AV: NTSC, PAL (keuze)
DC-stroom-
aansluiting
20-pins
Energie-bron
Oplaadbare batterij Lithium-ionbatterij SLB-10A (1050 mAh)
AC-adapter
Stroomadapter (SAC-47),
USB-kabel (SUC-C3)
Afhankelijk van uw regio kan de energiebron verschillen.
Afmetingen (B x H x D)
95 X 59,9 X 18,8 mm
(zonder uitstekende delen)
Gewicht
139,4 g (zonder batterij en
geheugenkaart)
Bedrijfstemperatuur
0 - 40 ˚C
Bedrijfsluchtvochtigheid
5 - 85%
Software
Samsung Converter, Samsung Master,
Adobe Reader
Specificaties kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Cameraspecificaties
Naslaginformatie
92
Correcte behandeling van een gebruikte accu
uit dit product
(Van toepassing op de Europese Unie en andere Europese
landen met afzonderlijke inzamelingssystemen voor accu’s
en batterijen.)
Dit merkteken op de accu, handleiding of verpakking geeft aan dat de
accu in dit product aan het einde van de levensduur niet samen met
ander huishoudelijk afval mag worden weggegooid. De chemische
symbolen Hg, Cd of Pb geven aan dat het kwik-, cadmium- of
loodgehalte in de accu hoger is dan de referentieniveaus in de Richtlijn
2006/66/EC. Indien de gebruikte accu niet op de juiste wijze wordt
behandeld, kunnen deze stoffen schadelijk zijn voor de gezondheid van
mensen of het milieu.
Ter bescherming van de natuurlijke hulpbronnen en ter bevordering van
het hergebruik van materialen, verzoeken wij u afgedankte accu’s en
batterijen te scheiden van andere soorten afval en voor recycling aan te
bieden bij het gratis inzamelingssysteem voor accu’s en batterijen in uw
omgeving.
De oplaadbare accu in dit product kan niet door de gebruiker zelf
worden vervangen. Neem contact op met uw serviceprovider voor
informatie over vervanging.
Correcte verwijdering van dit product
(inzameling en recycling van elektrische en
elektronische apparatuur)
Van toepassing in de Europese Unie en andere Europese
landen waar afval gescheiden wordt ingezameld.)
Dit merkteken, dat op het product of de documentatie wordt
weergegeven, geeft aan dat het product niet mag worden
weggeworpen bij het huishoudelijk afval. Om gevaar voor het milieu of
de volksgezondheid te voorkomen, dient u dit product van andere typen
afval gescheiden te houden en het op een verantwoordelijke manier te
recyclen om duurzaam hergebruik van materiaalbronnen te bevorderen.
Particulieren dienen contact op te nemen met het verkooppunt waar
het product is gekocht of met de plaatselijke overheid voor informatie
over waar dit product kan worden ingeleverd voor milieuvriendelijke
recycling. Bedrijven dienen contact op te nemen met hun leverancier en
de voorwaarden en bepalingen van het aankoopcontract na te kijken.
Dit product mag niet samen met ander commercieel afval worden
weggeworpen.
Het Samsung Eco-symbool
Dit is een eigen symbool van Samsung dat het bedrijf
gebruikt om zijn milieuvriendelijke productactiviteiten
naar de consument te communiceren. Het symbool
staat voor Samsung’s voortdurende inspanningen om
milieubewuste producten te ontwikkelen.
Naslaginformatie
93
Index
A
Aanpassen
Contrast
in opnamemodus 52
in weergavemodus 64
Kleurverzadiging
in opnamemodus 52
in weergavemodus 64
Scherpte 52
ACB 47, 63
Adobe Reader 20
AF-GELUID 80
AF-hulplampje 11
AF-LAMP 82
Afdrukbestelling 64
Afdrukken, foto's 68
AFBEELD. 68
BESTANDSNAAM 68
DATUM AFDR 68
FORMAAT 68
KWALIT. 68
LAYOUT 68
RESET 68
TYPE 68
Apparaat ontkoppelen 22
AUTO, modus 28
Auto Contrast Balance 47, 63
B
Batterij
Levensduur 86
Opladen 86
Specificaties 86
Batterijmeter 14
BEAUTY SHOT, modus 30
Beeld vastleggen 60
BEGINAFBEELDING 80
GEBR.AFB: 66
Belichting 47
Bestanden beveiligen 56
Bestanden overbrengen
Mac 26
Windows 20
Bestanden verwijderen
in multimediamodus 71
in weergavemodus 57
Bewegingsonscherpte 17
Bewegingstimer 40
Bewerken 62
D
DAG&TIJD 80
Diafragmawaarde 28
Digitale zoom 17
Digital Image Stabilisation 29
DPOF 64
Draaien 62
DUAL IS, modus 29
E
Energiebesparingsmodus 82
F
FILM, modus 32
Flitser 41
AUTO 41
INVULLEN 41
Langzame synchronisatie 41
Rode ogen 41
Rode ogen herstellen 41
UIT 41
Formaat aanpassen 62
FOTOHULPGIDS-modus 18
Fotostijlen 51
Foutmeldingen 83
G
Geheugenkaart
Capaciteit 85
Formatteren 81
MMC 85
Ontgrendelen 83
SD 85
SDHC 85
Naslaginformatie
94
Geheugenkaartmeter 14
Geluid dempen
Camera 14
Video 32
GLIMLACH 45
H
Half indrukken 33
Helderheid
Foto 64
Scherm 80
Helderheid, gezicht 30
I
Instellingen 79
Geluid 80
Scherm 80
Taal 80
ISO-waarde 42
K
Kleureffecten 51, 62
KNIPPEREN 46
KWALITEIT 38
L
Lange sluitertijd 28
Lens 11
Lichtbron (witbalans) 48
Lichtmeting
GECENTREERD 48
MULTI 48
SPOT 48
M
Microfoon 11
Modusdraaiknop 11
MP3-modus 72
MP3-skin 76
Multifunctionele
aansluiting
11
Multimediamodus 76
MP3-modus 72
PMP-modus 74
TEXTVIEWER-modus 75
N
Navigatieknoppen 12
O
Ontspanknop 11
Onvolmaaktheden, gezicht
Verbergen in opnamemodus 31
Verbergen in
weergavemodus 64
Opnamemodus
AUTO, modus 28
BEAUTY SHOT, modus 30
DUAL IS, modus 29
FILM, modus 32
PROGRAMMA, modus 31
SCÈNE, modus 28
Opnamesnelheid 32
Opnemen
Spraakmemo 35
Video 32
Optical Image Stabilisation
(OIS)
33
P
Pictogrammen 13
PMP-modus 74
Power-knop 11
PROGRAMMA, modus 31
Prullenbak 57
R
Reinigen
Camerabehuizing 84
Lens 84
Scherm 84
Resolutie
Foto 37
Video 37
Index
Naslaginformatie
95
RGB-tint
Definiëren in opnamemodus 52
Definiëren in weergavemodus
63
Rode ogen 41, 63
S
Samsung Converter 24
Samsung Master 25
Gebruiken 25
Installeren 20
SCÈNE, modus 28
Scherpstelafstand
Automacro 43
Macro 43
Supermacro 43
Scherpstelgebied
AF MIDDEN 44
MULTI-AF 44
Serie-opname
ABW (Automatische-
belichtingsreeks)
50
BEWEGEND BEELD 50
CONTINU 50
Servicecentrum 87
Sluitertijd 28
Snelle weergave 80
Spraakmemo
Afspelen 60
Opnemen 35
Statiefbevestigingspunt 11
Statuslampje 12
T
TERUGZETTEN 81
Terugzetten, afbeeldingen 57
TEXTVIEWER-modus 75
Timer 39
10 sec. 39
2 sec. 39
Bewegingstimer 39
Dubbel 39
UIT 39
Timerlampje 11
V
Vergroten 58
Video
Afspelen 60
Opnemen 35
Videosignaal, uitvoer 82
W
Weergave 19
Weergavemodus 14
Weergeven, bestanden 55
Diavoorstelling 59
Muziek, afspelen 73
Miniaturen 56
op tv 67
Witbalans 48
Z
ZELFPORTRET 45
Zoomen 16
Zoomknop 12
Index
Raadpleeg voor after-salesondersteuning of -informatie de
garantie-informatie die bij het product is geleverd of bezoek
onze website http://www.samsungcamera.com/.
Het CE-merk is een aanduiding dat
wordt voldaan aan de richtlijnen van de
Europese Gemeenschap (EG)

Documenttranscriptie

NV9 Deze gebruiksaanwijzing bevat uitgebreide instructies voor het gebruik van uw camera. Lees deze gebruiksaanwijzing grondig door. Klik op een van de onderstaande knoppen voor meer informatie. Snel zoeken Inhoud 1 Basisfuncties 2 Geavanceerde functies 3 Opnameopties 4 Weergave/bewerken 5 Multimedia 6 Naslaginformatie Index Informatie over gezondheid en veiligheid Neem altijd de volgende voorschriften en tips in acht om gevaarlijke situaties te voorkomen en optimale cameraprestaties te waarborgen: Waarschuwingen Gebruik de camera niet dichtbij ontvlambare of explosieve gassen en vloeistoffen Waarschuwing—situaties die bij u of anderen letsel kunnen veroorzaken Gebruik de camera niet in de buurt van brandstof, brandbaar gas of ontvlambare chemicaliën. Bewaar geen ontvlambare vloeistoffen, gassen of explosieve materialen in hetzelfde compartiment als de camera of camera-accessoires. Voorzichtig—situaties die kunnen resulteren in beschadiging van de camera of andere apparatuur Opmerking—opmerkingen, tips voor gebruik of extra informatie Houd de camera uit de buurt van kleine kinderen en huisdieren Houd de camera en alle accessoires buiten bereik van kleine kinderen en dieren. Bij het inslikken van kleine onderdelen lopen zij het gevaar van verstikking of ernstig letsel. Bewegende delen en accessoires kunnen ook fysiek gevaar opleveren. Voorkom oogletsel bij het nemen van foto's Gebruik de flitser niet dichtbij mensen of dieren (op minder dan 1 m afstand). Hierdoor kunt u tijdelijk of blijvend oogletsel teweegbrengen. Ga zorgvuldig te werk bij het hanteren en afdanken van batterijen en opladers • Gebruik alleen door Samsung goedgekeurde batterijen en opladers. Incompatibele batterijen en opladers kunnen ernstig letsel teweegbrengen en de camera beschadigen. • Werp batterijen nooit in het vuur. Houd u bij het afdanken van batterijen aan de plaatselijke verordeningen. 1 Informatie over gezondheid en veiligheid • Leg batterijen of camera's nooit in of op verwarmingsapparaten, zoals een magnetron, kachel of radiator. Batterijen kunnen exploderen als ze te heet worden. • Wees voorzichtig bij het aansluiten van kabels of adapters en bij het plaatsen van batterijen en geheugenkaarten. Wanneer u de connectors met overmatige kracht induwt, kabels verkeerd aansluit of batterijen en geheugenkaarten niet op de juiste wijze plaatst, kunnen poorten, connectors en accessoires beschadigd raken. Plaats geen vreemde voorwerpen in de compartimenten, sleuven of toegangspunten van de camera. Schade als gevolg van oneigenlijk gebruik wordt mogelijk niet door de garantie gedekt. Veiligheidsvoorschriften Wees zorgvuldig en verstandig in het gebruik en de opslag van de camera Bescherm batterijen, opladers en geheugenkaarten tegen schade • Laat de camera niet nat worden. Vloeistoffen kunnen ernstige schade veroorzaken. Raak de camera niet met natte handen aan. Bij waterschade kan de garantie van de fabrikant komen te vervallen. • Stel de camera niet gedurende lange tijd bloot aan direct zonlicht of hoge temperaturen. Langdurige blootstelling aan zonlicht of extreme temperaturen kan blijvende schade aan de interne onderdelen van de camera teweegbrengen. • Gebruik of bewaar de camera niet in een stoffige, vuile, vochtige of slecht geventileerde ruimte. In deze omstandigheden bestaat het risico dat bewegende en interne onderdelen schade oplopen. • Verwijder de batterij uit de camera wanneer u deze langere tijd niet gebruikt. Batterijen die in de camera blijven zitten, kunnen mettertijd gaan lekken of roesten, waardoor de camera ernstige schade kan oplopen. • Zorg in omgevingen met zand of losse deeltjes (bijvoorbeeld het strand) dat de camera beschermd is tegen zand en vuil. • Bescherm de camera en het beeldscherm tegen stoten, overmatige trilling en ruw gebruik ter voorkoming van ernstige schade. • Stel batterijen en geheugenkaarten niet bloot aan extreem hoge of lage temperaturen (onder 0 ºC of boven 40 ºC). Extreme temperaturen kunnen de oplaadcapaciteit van de batterijen verminderen en de werking van geheugenkaarten verstoren. • Zorg dat batterijen niet in aanraking komen met metalen voorwerpen. Hierdoor kan namelijk een verbinding tussen de plus- en minpool ontstaan, waardoor de batterijen beschadigd kunnen raken. • Houd geheugenkaarten uit de buurt van vloeistoffen, vuil en vreemde stoffen. Veeg de geheugenkaart zo nodig schoon met een zachte doek voordat u de kaart in de camera plaatst. • Schakel de camera uit voordat u de geheugenkaart plaatst of verwijdert. • Zorg dat geheugenkaarten niet worden gebogen of komen te vallen, en stel de kaarten niet bloot aan zware druk of schokken. • Gebruik geen geheugenkaarten die met andere camera's of met een pc zijn geformatteerd. Formatteer de geheugenkaart opnieuw met uw camera. • Gebruik nooit een beschadigde oplader, batterij of geheugenkaart. 2 Informatie over gezondheid en veiligheid Gebruik alleen door Samsung goedgekeurde accessoires Verleng de levensduur van de oplader en batterijen Gebruik van incompatibele accessoires kan resulteren in beschadiging van de camera of letsel. Bovendien kan de garantie komen te vervallen. • Het opladen van batterijen kan de levensduur ervan verminderen. Maak de kabel los van de camera wanneer het opladen voltooid is. • Ongebruikte batterijen verliezen na verloop van tijd hun lading en moeten in dat geval worden opgeladen. • Laat ongebruikte opladers niet op het stopcontact aangesloten. • Gebruik batterijen alleen voor de doeleinden waarvoor ze bestemd zijn. Bescherm de cameralens • Stel de lens niet bloot aan direct zonlicht. Hierdoor kan de beeldsensor verkleuren of kan de werking van de sensor worden aangetast. • Bescherm de lens tegen vingerafdrukken en krassen. Reinig de lens met een zachte, schone, stofvrije lensdoek. Wees voorzichtig wanneer u de camera in vochtige omgevingen gebruikt Wanneer u de camera vanuit een koude omgeving in een warme en vochtige omgeving brengt, kan er condensvorming optreden op de gevoelige elektronische schakelingen en de geheugenkaart. Wacht in dat geval minstens 1 uur tot alle vocht is verdampt voordat u de camera weer in gebruik neemt. Wees voorzichtig met oordopjes • Gebruik geen oordopjes tijdens het autorijden, fietsen of het besturen van motorvoertuigen. Dit zou de verkeersveiligheid in gevaar kunnen brengen en is mogelijk in bepaalde regio's ook verboden. • Gebruik slechts het minimaal noodzakelijke volume. Met oordopjes naar hoge geluidsvolumes luisteren kan tot gehoorbeschadiging leiden. Controleer of de camera naar behoren werkt voordat u ermee aan de slag gaat De fabrikant aanvaardt geen verantwoordelijkheid voor verlies van bestanden of schade als gevolg van camerastoringen of oneigenlijk gebruik. Belangrijke gebruiksinformatie Laat uw camera uitsluitend door bevoegd personeel onderhouden en repareren Geef geen toestemming voor reparatie- of onderhoudswerkzaamheden door onbevoegd personeel en probeer niet zelf onderhoud of reparaties uit te voeren. Schade als gevolg van onbevoegde onderhouds- of reparatiewerkzaamheden wordt niet gedekt door uw garantie. 3 Indeling van de gebruiksaanwijzing ©2008 SAMSUNG DIGITAL IMAGING CO., LTD. De specificaties van de camera of de inhoud van deze gebruiksaanwijzing kunnen vanwege een upgrade van de camerafuncties zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Copyrightinformatie • Microsoft Windows en het Windows-logo zijn geregistreerde handelsmerken van Microsoft Corporation. • Mac is een geregistreerd handelsmerk van Apple Corporation. • is een geregistreerd handelsmerk van SRS Labs, Inc. WOW HD-technologie is gebruikt onder licentie van SRS Labs, Inc. 4 1 Basisfuncties .......................................................10 2 Geavanceerde functies ....................................27 3 Opnameopties ....................................................36 4 Weergave/bewerken .........................................54 5 Multimedia............................................................69 6 Naslaginformatie ................................................78 Hier wordt ingegaan op de onderdelen, pictogrammen en standaardopnamefuncties van de camera en het overbrengen van bestanden van en naar de computer. Hier leest u hoe u een foto neemt met behulp van een bepaalde modus en hoe u een video of spraakmemo opneemt. Hier wordt ingegaan op de opties die u in de opnamemodus kunt instellen. Hier wordt beschreven hoe u foto's, video's en spraakmemo's weergeeft of afspeelt en hoe u foto's en video's bewerkt. Verder wordt toegelicht hoe u de camera aansluit op de fotoprinter of tv. Hier leert u het gebruik van de multimediamodi MP3, PMP en TEXTVIEWER. Hier wordt naslaginformatie gegeven met betrekking tot instellingen, foutmeldingen, specificaties en onderhoudstips. Pictogrammen en tekens in deze gebruiksaanwijzing Aanduidingen in deze gebruiksaanwijzing Modus Pictogram AUTO 2 PROGRAMMA 1 DUAL IS 7 FOTOHULPGIDS 8 BEAUTY SHOT 5 [ ] SCÈNE 4 Cameraknoppen, bijvoorbeeld: [Ontspanknop] (duidt op de ontspanknop) 3 ( ) Paginanummer voor referentie FILM Multimedia 6 “ De volgorde waarin u opties en/of menu's moet selecteren om een stap uit te voeren, bijvoorbeeld: Selecteer “ GEZICHTTINT (staat voor gevolgd door GEZICHTTINT) * Kanttekening Pictogram Functie Extra informatie Situaties waarin u voorzichtig moet zijn Pictogrammen voor de opnamemodus naast een titel Deze pictogrammen geven aan dat een functie in de desbetreffende modi beschikbaar is. De modus 4 ondersteunt mogelijk niet voor alle scènes functies. Afkortingen in deze gebruiksaanwijzing Bijvoorbeeld Beschikbaar in de modus AUTO, PROGRAMMA, BEAUTY SHOT en in bepaalde SCÈNE-modi 5 Afkorting Definitie ACB Auto Contrast Balance (automatische contrastbalans) ABW Automatische-belichtingsreeks AF Auto Focus (automatische scherpstelling) DIS Digital Image Stabilisation (digitale beeldstabilisatie) DPOF Digital Print Order Format BW Belichtingswaarde OIS Optical Image Stabilisation (optische beeldstabilisatie) WB Witbalans Uitdrukkingen in deze gebruiksaanwijzing Belichting (helderheid) De ontspanknop indrukken De hoeveelheid licht die de camerasensor bereikt, wordt 'belichting' genoemd. Door de belichting aan te passen maakt u uw foto's donkerder of lichter. • Druk de [Ontspanknop] half in: druk de ontspanknop tot halverwege in • Druk de [Ontspanknop] in: druk de ontspanknop volledig in Normale belichting [Ontspanknop] half indrukken [Ontspanknop] indrukken Onderwerp, achtergrond en compositie • Onderwerp: het hoofdobject van een scène, zoals een persoon, dier of stilleven • Achtergrond: de objecten rond het onderwerp • Compositie: de combinatie van onderwerp en achtergrond Compositie Onderwerp Achtergrond 6 Overbelichting (te helder) Snel zoeken Foto's van mensen maken De belichting (helderheid) bijstellen • Modus 4 > PORTRET, KINDEREN, ZELFPORTRET f 28 • Modus 5 f 30 • Rode ogen, Anti-rode ogen (om rode ogen te voorkomen of te corrigeren) f 41 • GEZICHTSHERK., ZELFPORTRET, GLIMLACH, KNIPPEREN f 45 - 46 • ISO-waarde (om de lichtgevoeligheid bij te stellen) f 42 • BELICHTINGSWAARDE (om de belichting bij te stellen) f 47 • ACB (om te compenseren voor onderwerpen tegen lichte achtergronden) f 47 • LICHTMETING f 48 • ABW (om drie foto's met verschillende belichtingen te maken van dezelfde scène) f 50 's Nachts of in het donker foto's nemen • Modus 4 > NACHT, ZONSOPGANG, VUURWERK f 28 • Flitseropties f 41 • ISO-waarde (om de lichtgevoeligheid bij te stellen) f 42 Actiefoto's maken • CONTINU, BEWEGEND BEELD f 50 Foto's van voedsel, insecten of bloemen maken Een ander effect toepassen • PHOTOSTYLER (om andere tinten toe te passen) f 51 • KLEUR (om een ander kleurfilter toe te passen) f 51 • BEELD AANPASSEN (stel kleurverzadiging, scherpte of contrast bij) f 52 Bewegingsonscherpte verminderen • Optical Image Stabilisation (OIS) f 17 • Modus 7 f 29 • Modus 4 > CLOSE-UP, ETEN f 28 • Macro, Automacro, Supermacro (om foto's van dichtbij te maken) f 43 • WB (Witbalans; om de kleurtoon te wijzigen) f 48 • De camera op een computer aansluiten f 21 • Alle bestanden van de geheugenkaart verwijderen f 57 • Bestanden in een diavoorstelling bekijken f 59 • Bestanden op een tv weergeven f 67 • Een multimediamodus gebruiken (MP3's beluisteren, video's afspelen en tekstbestanden weergeven) f 70 • Geluid en volume bijstellen f 80 • De schermtaal wijzigen f 80 • De datum en tijd instellen f 80 • De helderheid van het scherm bijstellen f 80 • De geheugenkaart formatteren f 81 • Problemen oplossen f 87 7 Inhoud 1. Basisfuncties ..................................................................... 10 2. Geavanceerde functies ................................................... 27 Onderdelen en functies ................................................ 11 Opnamemodi ............................................................... 2 De modus AUTO gebruiken .................................. 4 De modus SCÈNE gebruiken ............................. 7De modus DUAL IS gebruiken ............................. 5 De modus BEAUTY SHOT gebruiken .......................... 1 De modus PROGRAMMA gebruiken ........................... 3 Een video opnemen ................................................. Tips voor scherpere foto's ............................................... Pictogrammen ............................................................. 13 De camera in- of uitschakelen ...................................... 14 Minidashboard ............................................................... 14 Opties instellen ............................................................. 15 Foto's nemen ............................................................... 16 Zoomen ........................................................................ 16 Bewegingsonscherpte verminderen OIS ................... 17 Spraakmemo's opnemen ............................................ 35 Een spraakmemo opnemen ............................................ 35 Een spraakmemo aan een foto toevoegen ....................... 35 De FOTOHULPGIDS gebruiken ................................... 18 Het weergavetype wijzigen .......................................... 19 Bestanden overbrengen (Windows) ............................. Programma's installeren .................................................. De camera op de pc aansluiten ....................................... Bestanden naar de pc overbrengen ................................. Multimediabestanden naar de camera overbrengen .......... Samsung Converter gebruiken ........................................ Samsung Master gebruiken ............................................ 28 28 28 29 30 31 32 33 20 20 21 22 22 24 25 3. Opnameopties .................................................................. 36 Een resolutie en kwaliteit selecteren ............................. 37 Een resolutie selecteren .................................................. 37 Een kwaliteit selecteren ................................................... 38 De timer gebruiken ....................................................... 39 Bestanden overbrengen (Mac) ..................................... 26 Bestanden naar de computer overbrengen ...................... 26 Multimediabestanden naar de camera overbrengen .......... 26 Opnamen in het donker ............................................... Rode ogen voorkomen Rode ogen ..................................... De flitser gebruiken ......................................................... De ISO-waarde aanpassen ISO-waarde ............................... 41 41 41 42 De scherpstelling (focus) van de camera wijzigen ........ Macro gebruiken Macro .............................................. Autofocus gebruiken AF ......................................... Het scherpstelgebied aanpassen AF-gebied ....................... 43 43 43 44 Gezichtsherkenning gebruiken 8 Gezichtsherkenning ............... 45 Inhoud Helderheid en kleur aanpassen ................................... De belichting handmatig aanpassen BW .................. Compenseren voor tegenlicht ACB ........................... De lichtmetingsmodus wijzigen Lichtmeting ......................... Een lichtbron selecteren (witbalans) WB .......................... 47 47 47 48 48 5. Multimedia ......................................................................... 69 De Multimediamodus gebruiken .................................. 70 De MP3-modus gebruiken ........................................... 72 Muziekbestanden afspelen ............................................. 72 De PMP-modus gebruiken .......................................... 74 Serieopname gebruiken ............................................... 50 Uw foto's verbeteren ................................................... Fotostijlen toepassen Fotostijl ........................................ Kleur toepassen Kleureffect ............................................... Uw foto's aanpassen ..................................................... De TEXTVIEWER-modus gebruiken ............................. 75 51 51 51 52 Instellingenmenu voor de multimediamodus ................ 76 6. Naslaginformatie .............................................................. 78 Camera-instellingenmenu ............................................ Het instellingenmenu openen .......................................... .................................................................. GELUID DISPLAY ................................................................. INSTELLINGEN ........................................................ 4. Weergave/bewerken ........................................................ 54 Weergave ................................................................... Weergavemodus starten ................................................. Foto's weergeven ........................................................... Een video afspelen ......................................................... Spraakmemo's afspelen ................................................. 55 55 58 60 60 Een foto bewerken ....................................................... Het formaat van foto's wijzigen ........................................ Een foto draaien ............................................................. Kleur aanpassen ............................................................ Belichtingsproblemen corrigeren ...................................... Een afdrukbestelling maken DPOF ............................... 62 62 62 62 63 64 Foutmeldingen ............................................................. 83 Cameraonderhoud ....................................................... De camera reinigen ........................................................ Geheugenkaarten .......................................................... De batterij ...................................................................... Voordat u contact opneemt met een servicecentrum .. 87 Index ............................................................................ 93 Bestanden op een tv weergeven ................................. 67 PictBridge 84 84 85 86 Cameraspecificaties ..................................................... 89 Een beginafbeelding instellen ....................................... 66 Foto's met een fotoprinter afdrukken 79 79 80 80 81 .............. 68 9 1. Basisfuncties Hier wordt ingegaan op de onderdelen, pictogrammen en standaardopnamefuncties van de camera en het overbrengen van bestanden van en naar de computer. Onderdelen en functies ............................... 11 Pictogrammen .............................................. 13 De camera in- of uitschakelen .................... 14 Minidashboard .............................................. 14 Opties instellen ............................................. 15 Foto's nemen ................................................ 16 Zoomen ........................................................ 16 Bewegingsonscherpte verminderen .............. 17 De FOTOHULPGIDS gebruiken ................. 18 Het weergavetype wijzigen ......................... 19 Bestanden overbrengen (Windows) .......... 20 Programma's installeren ................................ 20 De camera op de pc aansluiten .................... 21 Bestanden naar de pc overbrengen .............. 22 Multimediabestanden naar de camera overbrengen .................................................. 22 Samsung Converter gebruiken ...................... 24 Samsung Master gebruiken .......................... 25 Bestanden overbrengen (Mac) ................... 26 Bestanden naar de computer overbrengen ... 26 Multimediabestanden naar de camera overbrengen .................................................. 26 Onderdelen en functies Ontspanknop Modusdraaiknop Flitser Multifunctionele aansluiting (Zie hieronder) Accepteert USB-kabel, A/V-kabel en oordopjes Minidashboard (pag. 14) POWER-knop (Aan/uit) Microfoon Lens AF-hulplampje/ Timerlampje Statiefbevestigingspunt Batterijklep Plaatsing van batterij en geheugenkaart Pictogram 2 1 7 8 Modus Omschrijving AUTO Eenvoudig een foto nemen met minimale instellingen PROGRAMMA Een foto nemen door opties in te stellen DUAL IS Een foto nemen met opties die bewegingsonscherpte tegengaan FOTOHULPGIDS Fotografietips en oefenen met foto's maken Pictogram Basisfuncties Modus Omschrijving 5 BEAUTY SHOT Een foto van iemand nemen met opties om onvolkomenheden in het gezicht te verbergen 4 SCÈNE Een foto nemen met opties voor een vooraf ingestelde scène 3 FILM Een video opnemen 6 Multimedia MP3's beluisteren, video's afspelen en tekstbestanden lezen 11 Onderdelen en functies Statuslampje Luidspreker • Knippert: bij opslaan van een foto, opnemen van een spraakmemo, uitlezen door een computer of printer of bij een onscherp onderwerp • Licht op: bij aansluiting op een computer of bij een scherp onderwerp Scherm (Zie hieronder) Knop Functie Zoomknop Knop • In- en uitzoomen in de opnamemodus • Inzoomen op een deel van een foto of bestanden als miniaturen bekijken in de weergavemodus • Volume regelen in de weergave- of multimediamodus Functie Navigatie (Links: e, Rechts: t, Omhoog: w, Omlaag: r) E Een effect op het bestand toepassen Fn • Toegang tot opties in de opnamemodus • Bestanden verwijderen in de weergavemodus Basisfuncties 12 In de opnamemodus [e] [t] [w] [r] Bij instellen Flitseroptie wijzigen Naar links Timeroptie wijzigen Naar rechts Weergaveoptie wijzigen Omhoog Macro-optie wijzigen Omlaag MENU/OK • Naar opties of menu's • Gemarkeerde optie of menu bevestigen y • Naar de weergavemodus • Druk bestanden af nadat u de camera op een PictBridge-compatibele printer hebt aangesloten OIS • In de opnamemodus bewegingsonscherpte voorkomen • In de multimediamodus de knoppen vergrendelen Pictogrammen Welke pictogrammen worden weergegeven, is afhankelijk van de geselecteerde modus of de ingestelde opties. B. Pictogrammen links A Pictogram C B A. Informatie Pictogram Omschrijving Geselecteerde opnamemodus C. Pictogrammen rechts Zoomverhouding Pictogram Resterende foto's Omschrijving Fotoresolutie Videoresolutie Fotokwaliteit Opnamesnelheid Lichtmetingsoptie Type serieopname ISO-waarde Resterende opnametijd Intern geheugen Geheugenkaart geplaatst : Volledig geladen : Opladen nodig Omschrijving Gezichtsherkenning Fotostijl Kleur Flitser Timer Autofocus Contrast Scherpte Geluid uit Kleurverzadiging Optical Image Stabilisation (OIS) : Deels geladen Spraakmemo Autofocuskader Witbalans Bewegingsonscherpte Belichting De huidige datum en tijd Lange sluitertijd Basisfuncties 13 De camera in- of uitschakelen Druk op [POWER] om de camera in of uit te schakelen. Minidashboard Als de camera is ingeschakeld, geeft het minidashboard de resterende capaciteit van batterij en geheugenkaart weer. • Als de camera aan een hete en vochtige omgeving wordt blootgesteld, kan er condensvorming in de meters optreden. • Als de wijzer van een meter blijft ronddraaien, neemt u contact op met een servicecentrum. • De batterijmeter en het batterijsymbool op het scherm kunnen een verschillende capaciteit tonen. In de weergavemodus Druk op [y] om opgeslagen bestanden te zien. Houd [y] ingedrukt om het camerageluid te dempen. Basisfuncties 14 Opties instellen U kunt opties instellen door te drukken op [E], [MENU/OK], of [Fn] en door gebruik te maken van de navigatieknoppen ([e], [t], [w], [r]). 1 2 Voorbeeld: in de P-modus de witbalans selecteren Druk op [E], [MENU/OK], of [Fn]. Gebruik de navigatieknoppen om naar een optie of menu te scrollen. 1 Draai de modusdraaiknop naar 1. 2 3 Druk op [Fn]. • Druk op [e] of [t] om naar links of rechts te gaan. • Druk op [w] of [r] om omhoog of omlaag te gaan. AFMETING 3 Druk op [MENU/OK] om de gemarkeerde keuze te bevestigen. Druk op [w] of [r] en vervolgens op [e] of [t] om de witbalans in te stellen. WITBALANS 4 Teruggaan naar het vorige menu Druk weer op [E], [Fn], of [MENU/OK] om een niveau omhoog te gaan. Druk op de [Ontspanknop] om naar de opnamemodus terug te gaan. Basisfuncties 15 Druk op [MENU/OK]. DAGLICHT Foto's nemen 1 Zoomen Draai de modusdraaiknop naar 2. U kunt foto's van dichtbij nemen door de zoomverhouding aan te passen. De camera kan zowel optisch als digitaal tot een verhouding van 5X inzoomen. Door beide functies te gebruiken kunt u een maximale zoomverhouding van 25X bereiken. 2 Houd de [Zoomknop] omhoog ingedrukt om op uw onderwerp in te zoomen. Houd de [Zoomknop] omlaag ingedrukt om uit te zoomen. Kader het onderwerp. Inzoomen Uitzoomen 3 Druk de [Ontspanknop] half in om scherp te stellen. • Groen: Scherpgesteld • Rood: Onderwerp onscherp 4 Druk de [Ontspanknop] volledig in om een foto te nemen. Basisfuncties 16 Foto's nemen Digitale zoom Bewegingsonscherpte verminderen Als de zoomindicator in het digitale bereik staat, maakt de camera gebruik van de digitale zoom. Bij gebruik van digitale zoom kan de beeldkwaliteit achteruitgaan. Optisch bereik In de opnamemodus kunt u de bewegingsonscherpte optisch beperken door op [OIS] te drukken. Als de OIS-functie in gebruik is, wordt het OIS-pictogram weergegeven. Zoomindicator Digitaal bereik • Digitaal zoomen is niet beschikbaar bij gebruik van de modi 7, 6, 5, 4 (in bepaalde scènes) en 3, en bij fotograferen met gezichtsherkenning. • Wanneer u digitale zoom gebruikt, duurt het soms langer om een foto op te slaan. • Bij gebruik van de digitale zoom zal de scherpsteloptie zijn ingesteld op AF MIDDEN. • OIS werkt mogelijk in de volgende omstandigheden niet goed: - u beweegt de camera om een bewegend onderwerp te volgen - u gebruikt digitale zoom - de camera trilt te veel - er is sprake van een lange sluitertijd (bijvoorbeeld bij selectie van NACHT in de modus 4). - de batterij is bijna leeg - u neemt een close-up • Als u de OIS-functie met een statief gebruikt, kunnen de foto's onscherp worden door de trilling van de OIS-sensor. Schakel de OIS-functie bij gebruik van een statief uit. • OIS is niet beschikbaar in de modus 3. Basisfuncties 17 De FOTOHULPGIDS gebruiken In deze modus vindt u verschillende tips om u te helpen bij het maken van foto's en video's. 1 4 Draai de modusdraaiknop naar 8. Druk op [t] om een onderwerp weer te geven. • Druk op [w] of [r] om naar het vorige of volgende scherm te gaan. Flits gebr. 2 Druk meermalen op Flitser knop om pictogram Flitser (bliksemschicht) op scherm te tonen Druk op [w] of [r] om een menu te selecteren. FOTOHULPGIDS Functies om opname scherp te stellen Functies voor opnamestabilisatie als camera trilt Functies voor aanpassen slechte belichting Functies om helderheid aan te passen Functies om kleuren aan te passen VERPL. 3 TERUG 5 PROBEREN Druk op [t] om te oefenen. • Druk op [e] om naar het vorige menu terug te gaan. • Tijdens het oefenen kunt u geen opnameopties instellen of menu's weergeven. VOLGENDE Druk op [t] en selecteer een submenu. Basisfuncties 18 Het weergavetype wijzigen Druk herhaaldelijk op [w] om het type weergave voor de opnameen weergavemodus te wijzigen. Druk een of twee keer op [w] om de omschrijving van de geselecteerde opnameoptie weer te geven of te verbergen. AFMETING Stel fotoformaat in Toon alle informatie over het opnemen In de weergavemodus In de opnamemodus Druk en of twee keer op [w] om: • alle opname-informatie weer te geven • opname-informatie te verbergen, behalve het aantal resterende foto's Basisfuncties Druk op [w] om: • informatie over de huidige foto weer te geven • informatie over de huidige foto te verbergen • informatie over de huidige foto te verbergen, behalve de opname-instellingen en de opnamedatum 19 Bestanden overbrengen (Windows) Breng foto's, video's en spraakmemo's op de camera over naar uw pc of breng multimediabestanden van de pc naar de camera over zodat u ze daarmee kunt afspelen of bekijken. Gebruik de bijgeleverde USB-kabel nadat u de benodigde programma's vanaf de cd hebt geïnstalleerd. Programma's op de cd Programma's installeren Hardware- en softwarevereisten Item Vereisten CPU Pentium III 500 MHz of hoger (Pentium III 800 MHz of hoger aanbevolen) RAM 256 MB of meer (512 MB of meer aanbevolen) Besturingssysteem Windows 2000/XP/Vista Vasteschijfcapaciteit 250 MB of meer (1 GB of meer aanbevolen) Overig • USB-poort • Cd-romstation • 1024x768 pixels, 16-bits kleurenmonitor (24-bits kleurenmonitor aanbevolen) • Microsoft Direct X 9.0 of nieuwer Item Vereisten Samsung Master Foto's en video's bewerken. Samsung Converter* Video's omzetten voor afspelen op de camera Adobe Reader De gebruiksaanwijzing weergeven. * Als er geen goede codec aanwezig is, kunnen bestanden niet worden omgezet. Installeer een multi-codec (de volledige versie van de nieuwste K-Lite Codec wordt aanbevolen). Installeer Samsung Converter opnieuw na installatie van de multi-codec. * Voor het programma is een pc met minstens Pentium IV-processor aan te raden. • Bij gebruik van een zelfgebouwde pc of een pc en besturingssysteem die niet worden ondersteund, kan uw garantie komen te vervallen. • Bij de 64-bits edities van Windows XP en Vista werken de programma’s mogelijk niet goed. Basisfuncties 20 Bestanden overbrengen (Windows) 1 2 De camera op de pc aansluiten Plaats de installatie-cd in een cd-romstation. Wanneer u uw camera op de pc aansluit, wordt de camera als een verwisselbare schijf herkend. Klik in het installatiescherm op Samsung Digital Camera Installer om de installatie te starten. De batterij wordt opgeladen terwijl de camera via de USB-kabel op een pc is aangesloten. 1 Sluit de USB-kabel aan op de camera en op de pc. Het uiteinde van de kabel met het indicatielampje (S) moet op de camera worden aangesloten. Als de kabel andersom wordt aangesloten, kan dit uw bestanden beschadigen. De fabrikant is niet voor enig gegevensverlies verantwoordelijk. 3 Selecteer de te installeren programma's en volg de aanwijzingen op het scherm. 4 Klik op OK om de installatie te voltooien. 2 3 Basisfuncties 21 Schakel de camera in. Selecteer COMPUTER en druk op [MENU/OK]. Bestanden overbrengen (Windows) Het apparaat ontkoppelen (Windows XP) Multimediabestanden naar de camera overbrengen Bij gebruik van Windows 2000/Vista gaat u op dezelfde manier te werk om de USB-kabel te ontkoppelen. 1 Wacht tot de pc stopt met het lezen van gegevens van de camera. • Als het indicatielampje op de camera knippert, wacht u tot het uitgaat. 2 3 4 Vereisten De camera ondersteunt de volgende bestandstypen. Multimediamodus Ondersteund type Klik op op de werkbalk rechtsonder op het pc-scherm. MP3 • Bestandstype: MP3 (MPEG -1/2/2.5 Layer 3) • Bitsnelheid: 48 ~ 320 kbps (inclusief VBR) PMP Bestandstype: PMP SDC* TEXTVIEWER • Bestandstype: TXT (kleiner dan 10 MB) • Type codering - Windows: ANSI (Windows 98 of nieuwer), Unicode/Unicode (Big-Endian)/UTF-8 (Windows 2000/XP) - Mac: ANSI, Unicode (UTF-16) • Taal**: Engels, Koreaans, Frans, Duits, Spaans, Italiaans, Chinees, Taiwanees, Japans, Russisch, Portugees, Nederlands, Deens, Zweeds, Fins, Bahasa, Pools, Hongaars, Tsjechisch, Turks Klik op het pop-upbericht. Verwijder de USB-kabel. Bestanden naar de pc overbrengen 1 Sluit de camera op de pc aan. (zie 'De camera op de pc aansluiten') 2 Selecteer op de pc Deze computer “ Verwisselbare schijf “ DCIM “ 100SSCAM. 3 Selecteer bestanden en sleep ze naar de pc, of sla ze daarnaartoe op. * Een bestandstype dat wordt omgezet met Samsung Converter (pag. 24) ** Kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd Basisfuncties • Het kopiëren van multimediabestanden kan in strijd zijn met auteursrechten. • Zonder toestemming van de fabrikant mag u geen MP3- of PMPbestand dat in het interne is meegeleverd geheel of gedeeltelijk dupliceren, wijzigen en/of verspreiden. 22 Bestanden overbrengen (Windows) 4 Multimediabestanden naar de camera overbrengen 1 2 3 Sluit de camera op de pc aan. (pag. 21) Kopieer multimediabestanden naar de overeenkomstige mappen. Selecteer op de pc Deze computer “ Verwisselbare schijf. • MP3-bestanden naar de MP3-map • SDC-bestanden naar de PMP-map • TXT-bestanden naar de TEXT-map Maak nieuwe mappen genaamd ‘MP3’, ‘PMP’ en ‘TEXT’. • Als de mapnamen onjuist zijn, kunnen de multimediabestanden niet worden afgespeeld of weergegeven. • In de mappen MP3, PMP en TEXT kunnen submappen worden gemaakt. Bestanden in een te diepe sublaag worden echter mogelijk niet afgespeeld of weergegeven. • U kunt in elke map maximaal 200 bestanden of 100 submappen opslaan, met samen 200 bestanden en submappen in totaal. • Bestands- of mapnamen van meer dan 120 tekens (60 tekens voor 2-bytetalen zoals Chinees en Koreaans) worden niet in de lijst weergegeven. Basisfuncties 23 Bestanden overbrengen (Windows) Samsung Converter gebruiken Zet video's om zodat ze in de camera kunnen worden afgespeeld. Zie het Help-menu voor meer informatie. Videobestanden toevoegen (AVI, WMV, ASF, MPG [MPEG1]) Voorvertoning Lengteregelaar Beweeg de schuiven naar het punt waar u de video wilt laten beginnen en eindigen Afspelen pauzeren/hervatten Voeg ondertiteling toe Stel de framegrootte en -snelheid in of de bestandsgrootte Geef het pad en de bestandsnaam voor het omgezette bestand op Start het omzetten Basisfuncties 24 Bestanden overbrengen (Windows) De Samsung Master-interface gebruiken Samsung Master gebruiken U kunt bestanden downloaden of foto's of video's die op de pc zijn opgeslagen, bewerken. Zie de Help van het programma voor meer informatie. Weergavemodus Werkbalk Menu's Aanklikken om informatie over het programma weer te geven Aanklikken om de foto's in de lijst te vergroten of te verkleinen Bestanden downloaden met Samsung Master Wanneer de camera wordt aangesloten, wordt automatisch een venster voor het downloaden van bestanden geopend. Selecteer de bestanden die u wilt downloaden. Klik op Next en volg de aanwijzingen op het scherm. Dubbelklikken om naar volledige schermweergave om te schakelen Informatie over het geselecteerde bestand bekijken De miniaturen van bestanden (Klikken op te downloaden bestanden.) De modus wijzigen : Weergavemodus Een map voor het opslaan van gedownloade bestanden selecteren De foto's in de geselecteerde map Aanklikken om de geselecteerde bestanden te downloaden Basisfuncties 25 : Bewerkingsmodus voor foto's : Bewerkingsmodus voor video's Bestanden overbrengen (Mac) Wanneer u de camera op een Macintosh-computer aansluit, wordt het apparaat automatisch door de computer herkend. U kunt bestanden rechtstreeks van de camera naar de computer overbrengen zonder programma's te installeren. • Mac OS X versie 10.3 of hoger wordt ondersteund. • De ondersteunde bestandstypen en talen zijn hetzelfde als bij de Windows-versie. (pag. 22) • Als u PMP-bestanden wilt gebruiken, moet u ze converteren met de Samsung Converter onder Windows. Bestanden naar de computer overbrengen 1 Sluit de camera met de USB-kabel op een Macintoshcomputer aan. 2 Schakel de camera in. 1 2 • De camera wordt automatisch door de computer herkend en er wordt een symbool van een verwisselbare schijf weergegeven. 3 4 Multimediabestanden naar de camera overbrengen Schakel de camera in. • De camera wordt automatisch door de computer herkend en er wordt een symbool van een verwisselbare schijf weergegeven. Dubbelklik op het symbool van de verwisselbare schijf. 3 4 Breng foto's of video's naar de computer over. Sluit de camera met de USB-kabel op een Macintoshcomputer aan. 5 Dubbelklik op het symbool van de verwisselbare schijf. Maak nieuwe mappen genaamd ‘MP3’, ‘PMP’ en ‘TEXT’. Breng multimediabestanden naar de computer over. • MP3-bestanden naar de MP3-map • SDC-bestanden naar de PMP-map • TXT-bestanden naar de TEXT-map Basisfuncties 26 2. Geavanceerde functies Hier leest u hoe u een foto neemt met behulp van een bepaalde modus en hoe u een video of spraakmemo opneemt. Opnamemodi ................................................ 28 2 De modus AUTO gebruiken ............... 28 4 De modus SCÈNE gebruiken .......... 28 7De modus DUAL IS gebruiken .......... 29 5 De modus BEAUTY SHOT gebruiken ...... 30 1 De modus PROGRAMMA gebruiken ........ 31 3 Een video opnemen ................................ 32 Tips voor scherpere foto's ............................. 33 Spraakmemo's opnemen ............................ 35 Een spraakmemo opnemen .......................... 35 Een spraakmemo aan een foto toevoegen .... 35 Opnamemodi Maak foto's en video's door de beste opnamemodus voor de omstandigheden te selecteren. 2 De modus AUTO gebruiken 6 7 Druk op [MENU/OK]. Kader het onderwerp en druk de [Ontspanknop] half in om scherp te stellen. 8 Kader het onderwerp en druk de [Ontspanknop] half in om scherp te stellen. Druk de [Ontspanknop] volledig in om de foto te nemen. 9 Druk de [Ontspanknop] volledig in om de foto te nemen. Eenvoudig een foto nemen met minimale instellingen 1 2 3 Draai de modusdraaiknop naar 2. Druk op de [Ontspanknop] om naar de opnamemodus terug te gaan. De belichting aanpassen 4 De modus SCÈNE gebruiken Als u NACHT selecteert, kunt u korte lichtflitsen als gekromde stepen vastleggen door de belichtingstijd te verlengen. Gebruik een lange sluitertijd om de sluiter langer open te laten staan. Gebruik een hogere diafragmawaarde om overbelichting te voorkomen. Een foto nemen met opties voor een vooraf ingestelde scène 1 2 3 4 5 Draai de modusdraaiknop naar 4. 1 2 Druk op [MENU/OK]. Selecteer “ SCÈNE. Druk op [Fn]. Druk op [w] of [r] om Druk op [t]. Druk op [w] of [r] om een scène te selecteren. • Als u NACHT selecteert, kunt u het diafragma en de sluitertijd aanpassen. Geavanceerde functies 28 te selecteren. Opnamemodi 3 7De modus DUAL IS gebruiken Druk op [w] of [r] om een optie te selecteren. U kunt bewegingsonscherpte verminderen en onscherpe foto's vermijden met de functies OIS (Optical Image Stabilisation) en DIS (Digital Image Stabilisation). LANGE SLUITERT AUTO AUTO Diafragmawaarde Vóór correctie Sluitertijd 4 Druk op [e] of [t] om het diafragma of de sluitertijd te selecteren. Als u AUTO selecteert, worden diafragma en sluitertijd automatisch aangepast. 5 1 2 3 Na correctie Draai de modusdraaiknop naar 7. Kader het onderwerp en druk de [Ontspanknop] half in om scherp te stellen. Druk de [Ontspanknop] volledig in om de foto te nemen. • Houd de camera stil terwijl ‘VASTLEGGEN!’ op het scherm zichtbaar is. Druk op [MENU/OK]. U kunt beter een statief gebruiken om onscherpe foto's te voorkomen. • De digitale zoomfunctie werkt niet in deze modus. • De foto wordt alleen optisch gecorrigeerd bij fotograferen met een lichtbron die helderder is dan TL-licht. • Bij een snel bewegend onderwerp kan de foto onscherp worden. • Druk op [OIS] om bewegingsonscherpte in verschillende opnamemodi tegen te gaan. Geavanceerde functies 29 Opnamemodi 5 De modus BEAUTY SHOT gebruiken De helderheid van het gezicht aanpassen Een foto van iemand nemen met opties om onvolkomenheden in het gezicht te verbergen 1 2 Draai de modusdraaiknop naar 5. Pas de helderheid van het gezicht en onvolkomenheden in het gezicht aan. (Zie 'De helderheid van het gezicht aanpassen' en 'Onvolmaaktheden in het gezicht aanpassen') 3 Kader het onderwerp en druk de [Ontspanknop] half in om scherp te stellen. 4 Druk de [Ontspanknop] volledig in om de foto te nemen. 1 2 3 4 Druk op [MENU/OK]. Selecteer “ GEZICHTTINT. Druk op [t]. Druk op [w] of [r] om een helderheidsniveau te selecteren. • Hoe hoger het getal, des te helderder het gezicht. OPNEMEN GEZICHTSHERK. GEZICHTTINT GEZICHTRETOUCH FOCUSBEREIK GESPR.BER. BERICHT OPN. TERUG 5 6 NIVEAU 1 NIVEAU 2 NIVEAU 3 INSTELLEN Druk op [MENU/OK]. Druk op de [Ontspanknop] om naar de opnamemodus terug te gaan. Geavanceerde functies 30 Opnamemodi 1 De modus PROGRAMMA gebruiken Onvolmaaktheden in het gezicht aanpassen 1 2 3 4 Een foto nemen door opties in te stellen Druk op [MENU/OK]. Selecteer 1 2 “ GEZICHTRETOUCH. Druk op [t]. Druk op [w] of [r] om een retoucheniveau te selecteren. • Hoe hoger het getal, des te schoner het gezicht. OPNEMEN GEZICHTSHERK. GEZICHTTINT GEZICHTRETOUCH FOCUSBEREIK GESPR.BER. BERICHT OPN. TERUG 5 6 Draai de modusdraaiknop naar 1. Stel opties in. (Zie hoofdstuk 3, 'Opnameopties', voor een lijst met opties.) 3 Kader het onderwerp en druk de [Ontspanknop] half in om scherp te stellen. 4 Druk de [Ontspanknop] volledig in om de foto te nemen. NIVEAU 1 NIVEAU 2 NIVEAU 3 INSTELLEN Druk op [MENU/OK]. Druk op de [Ontspanknop] om naar de opnamemodus terug te gaan. Geavanceerde functies 31 Opnamemodi 3 Een video opnemen 1 2 3 4 5 Geluidsopties instellen 1 2 3 4 Draai de modusdraaiknop naar 3. Stel een opnamesnelheid of geluidsoptie in. Stel eventueel andere opties in. (Zie hoofdstuk 3, 'Opnameopties', voor een lijst met opties.) Druk op [MENU/OK]. Selecteer Druk op [t]. Druk op [w] of [r] om een optie te selecteren. Druk de [Ontspanknop]. Optie Omschrijving Druk nogmaals op de [Ontspanknop] om de opname te stoppen. UIT Video zonder geluid opnemen. ZOOM GEDEMPT Video opnemen zonder geluid tijdens in-/ uitzoomen. AAN Video met geluid opnemen. Als u tijdens het opnemen van een video in- of uitzoomt, kan het zoomgeluid op de video hoorbaar zijn. 5 6 De opnamesnelheid instellen De opnamesnelheid is het aantal frames per seconde. Naarmate het aantal frames toeneemt, ziet de actie er natuurlijker uit maar wordt het bestand ook groter. 1 2 3 4 “ GELUID UIT. Druk op [Fn]. Druk op [w] of [r] om FRAMES te selecteren. Druk op [e] of [t] om een opnamesnelheid te selecteren. Druk op [MENU/OK]. Druk op de [Ontspanknop] om naar de opnamemodus terug te gaan. Pauzeren tijdens het opnemen De camera biedt de mogelijkheid om het opnemen van een video tijdelijk te pauzeren. Zodoende kunt u uw favoriete scènes als één video opnemen. Druk op [r] om tijdens het opnemen te pauzeren. • Druk nogmaals op [r] om verder te gaan. Druk op [MENU/OK]. Geavanceerde functies 32 Opnamemodi Tips voor scherpere foto's Bewegingsonscherpte verminderen • Druk op [OIS] om bewegingsonscherpte optisch tegen te gaan. (pag.17) • Selecteer de modus 7 om de bewegingsonscherpte zowel optisch als digitaal te reduceren. (pag. 29) De camera goed vasthouden Zorg dat uw vingers zich niet voor de lens bevinden. Wanneer wordt weergegeven De ontspanknop half indrukken Druk de [Ontspanknop] half in en stel het beeld scherp. De scherpstelling en belichting worden automatisch aangepast. Bewegingsonscherpte De diafragmawaarde en sluitertijd worden automatisch ingesteld. Autofocuskader • Als het kader groen wordt weergegeven, drukt u de [Ontspanknop] in om de foto te nemen. • Als het kader rood wordt weergegeven, past u het aan en drukt u de [Ontspanknop] weer half in. Geavanceerde functies 33 Stel de flitsoptie bij opnemen in het donker niet in op (Langzame synchronisatie) of (Uit). Het diafragma blijft in dat geval langer open, en de camera is wellicht moeilijker stil te houden. • Gebruik een statief of stel de flitsfunctie in op (Invullen). (pag. 41) • Stel een hogere ISO-waarde in. (pag. 42) Opnamemodi Voorkomen dat het onderwerp onscherp is • In de volgende gevallen is het moeilijk scherp te stellen op het onderwerp: - er is weinig contrast tussen het onderwerp en de achtergrond (als het onderwerp kleren draagt die qua kleur niet goed uitkomen tegen de achtergrond.) - de lichtbron achter het onderwerp is te helder - het onderwerp glanst - het onderwerp is voorzien van horizontale patronen, zoals jaloezieën - het onderwerp bevindt zich niet in het midden van het kader • Wanneer u foto's maakt in slechte lichtomstandigheden Gebruik scherpstelvergrendeling Druk de [Ontspanknop] half in om scherp te stellen. Na scherpstelling op het onderwerp kunt u het kader verplaatsen om de compositie te wijzigen. Druk ten slotte de [Ontspanknop] volledig in om de foto te maken. • Wanneer onderwerpen snel bewegen Gebruik CONTINU of BEWEGEND BEELD. (pag. 50) Schakel de flitser in. (pag. 41) Geavanceerde functies 34 Spraakmemo's opnemen U kunt een spraakmemo opnemen dat u op elk gewenst moment kunt afspelen, of een spraakmemo aan een foto toevoegen om de opnameomstandigheden kort te beschrijven. Voor optimale geluidskwaliteit kunt u spraakmemo's het beste opnemen op een afstand van 40 cm van de camera. Een spraakmemo opnemen Een spraakmemo aan een foto toevoegen 1 2 3 4 1 2 3 4 5 6 Druk in de opnamemodus (behalve 3) op [MENU/OK]. Selecteer “ BERICHT OPN. Druk op [MENU/OK]. Druk de [Ontspanknop] in om op te nemen. 7 STOP Selecteer “ GESPR.BER. Druk op [t]. Druk op [w] of [r] om AAN te selecteren. Druk op [MENU/OK]. Druk op de [Ontspanknop] om naar de opnamemodus terug te gaan. Kader het onderwerp en neem een foto. • Na het nemen van de foto begint u direct met het opnemen van de spraakmemo. PAUZE • Druk op [r] om te pauzeren of verder te gaan. • U kunt een spraakmemo van maximaal 10 uur opnemen. 5 6 Druk in de opnamemodus (behalve 3) op [MENU/OK]. 8 Neem een kort spraakmemo op (maximaal 10 seconden). • Druk nogmaals op de [Ontspanknop] om de opname te stoppen. Druk de [Ontspanknop] in om te stoppen. Druk op [MENU/OK] om naar de opnamemodus te gaan. Geavanceerde functies 35 3. Opnameopties Hier wordt ingegaan op de opties die u in de opnamemodus kunt instellen. Een resolutie en kwaliteit selecteren ......... 37 Een resolutie selecteren ................................ 37 Een kwaliteit selecteren ................................. 38 De timer gebruiken ....................................... 39 Opnamen in het donker ............................... 41 Rode ogen voorkomen ................................. 41 De flitser gebruiken ........................................ 41 De ISO-waarde aanpassen .......................... 42 De scherpstelling (focus) van de camera wijzigen .......................................................... 43 Macro gebruiken ........................................... 43 Autofocus gebruiken ..................................... 43 Het scherpstelgebied aanpassen .................. 44 Gezichtsherkenning gebruiken ................... 45 Helderheid en kleur aanpassen ................. 47 De belichting handmatig aanpassen ............. 47 Compenseren voor tegenlicht ....................... 47 De lichtmetingsmodus wijzigen ..................... 48 Een lichtbron selecteren (witbalans) .............. 48 Serieopname gebruiken .............................. 50 Uw foto's verbeteren ................................... 51 Fotostijlen toepassen ................................... 51 Kleur toepassen ............................................ 51 Uw foto's aanpassen .................................... 52 Een resolutie en kwaliteit selecteren Een resolutie selecteren 217543 Naarmate u de resolutie verhoogt, bevat uw foto of video meer pixels, zodat deze op een groter papierformaat of op een groter scherm kan worden weergegeven. Bij gebruik van een hoge resolutie neemt de bestandsgrootte toe. Bij het opnemen van een video: 1 2 3 Druk in de modus 3 op [Fn]. Druk op [w] of [r] om AFMETING te selecteren. Druk op [e] of [t] om een optie te selecteren. Bij het nemen van een foto: 1 2 3 Druk in de opnamemodus (behalve 3) op [Fn]. Druk op [w] of [r] om AFMETING te selecteren. Druk op [e] of [t] om een optie te selecteren. Optie 4 Optie 4 Afdrukken op A2-papier. 3648x2432 Afdrukken op A2-papier in de verhouding 3:2 (breed). 3584x2016 Afdrukken op A3-papier in de verhouding 16:9 (panorama). 3072x2304 Afdrukken op A3-papier. 2592x1944 Afdrukken op A4-papier. 2048x1536 Afdrukken op A5-papier. 1024x768 Bij een e-mail voegen. Druk op [MENU/OK] of [Fn]. Opnameopties Weergave op een tv. 320x240 Weergave op een webpagina. Druk op [MENU/OK] of [Fn]. Omschrijving 3648x2736 Omschrijving 640x480 37 Een resolutie en kwaliteit selecteren Een kwaliteit selecteren 21754 De foto's die u neemt, worden gecomprimeerd en in JPG-indeling opgeslagen. Hoe hoger de kwaliteit die u selecteert, des te beter de resulterende foto's, maar des te groter het bestand. 1 2 3 Druk in de opnamemodus op [Fn]. Druk op [w] of [r] om KWALITEIT te selecteren. Druk op [e] of [t] om een optie te selecteren. Optie 4 Omschrijving SUPERFIJN Superhoge kwaliteit FIJN Hoge kwaliteit NORMAAL Normale kwaliteit Druk op [MENU/OK] of [Fn]. Opnameopties 38 De timer gebruiken 1 217543 Raak in de opnamemodus herhaaldelijk [t] aan om de timeroptie te wijzigen. 2 Druk de [Ontspanknop] in om de timer te starten. • Het AF-hulplampje/Timerlampje knippert. Na de opgegeven tijd wordt automatisch een foto genomen. AF-hulplampje/ Timerlampje Optie Omschrijving (10 sec.) Een foto nemen over 10 seconden. (2 sec.) Een foto nemen over 2 seconden. (Dubbel) Een foto nemen over 10 seconden, en 2 seconden daarna een tweede foto nemen. (Bewegingstimer) Na detectie van uw beweging wordt een foto genomen. • Druk op [t] om de timer te annuleren. • Als GLIMLACH of KNIPPEREN is ingesteld, is de timer niet beschikbaar. Als u de timer wilt uitschakelen, drukt u herhaaldelijk op [t] totdat er geen timerpictogram wordt weergegeven. Opnameopties 39 De timer gebruiken 5 Bewegingstimer gebruiken 1 2 3 4 Druk herhaaldelijk op [t] totdat wordt weergegeven. Poseer voor de foto terwijl het AF-hulplampje/ Timerlampje knippert. • Het AF-hulplampje/Timerlampje stopt met knipperen vlak voordat de camera een foto neemt. Druk op de [Ontspanknop]. Ga binnen 6 seconden nadat u op de [Ontspanknop] hebt gedrukt naar de plaats waar u op de foto wilt (niet verder dan 3 m van de camera). Maak een beweging, zwaai bijvoorbeeld met uw armen, om de timer te activeren. • Als de camera u detecteert begint het AF-hulplampje/ timerlampje snel te knipperen. De bewegingstimer werkt mogelijk niet als: • u zich op meer dan 3 m afstand van de camera bevindt. • uw beweging niet groot genoeg is. • er te veel licht of tegenlicht is. Het detectiebereik van de bewegingstimer Opnameopties 40 Opnamen in het donker Rode ogen voorkomen De flitser gebruiken 2154 Als de flitser afgaat wanneer u in het donker een foto van een persoon neemt, kan er een rode gloed in de ogen verschijnen. U kunt dit voorkomen door (Rode ogen) of (Anti-rode ogen) te selecteren. 2154 Gebruik de flitser wanneer u foto's neemt in het donker. Druk in de opnamemodus herhaaldelijk op [e] om de flitseroptie te wijzigen. Optie (Auto) De flitser gaat af wanneer het onderwerp of de achtergrond donker is. (Rode ogen)* • De flitser gaat af wanneer het onderwerp of de achtergrond donker is. • Rode ogen worden gereduceerd. (Invullen) Opnameopties 41 Omschrijving • De flitser gaat altijd af. • De lichtintensiteit wordt automatisch aangepast. Opnamen in het donker Optie De ISO-waarde aanpassen Omschrijving • De flitser gaat af en de sluiter blijft langer open. (Langzame • Selecteer deze optie 's avonds of in het donker. synchronisatie) • U kunt beter een statief gebruiken om onscherpe foto's te voorkomen. 1 De ISO-waarde is de mate van lichtgevoeligheid van een film zoals gedefinieerd door de ISO (Internationale Organisatie voor Standaardisatie). Hoe hoger de ISO-waarde die u selecteert, des te lichtgevoeliger wordt uw camera. Met een hogere ISO-waarde kunt u een betere foto nemen zonder de flitser te gebruiken. (Uit) • De flitser gaat niet af. • In het donker wordt een waarschuwing over bewegingsonscherpte ( ) weergegeven. (Anti-rode ogen)* • De flitser gaat af wanneer het onderwerp of de achtergrond donker is. • Rode ogen worden gecorrigeerd door de geavanceerde softwareanalyse van de camera. 1 2 3 4 Druk in de opnamemodus op [Fn]. Druk op [w] of [r] om ISO te selecteren. Druk op [e] of [t] om een ISO-optie te selecteren. Druk op [MENU/OK] of [Fn]. • Hogere ISO-waarde resulteren soms in meer beeldruis. • Wanneer BEWEGEND BEELD is ingesteld, wordt de ISO-waarde ingesteld op Auto. • Wanneer u de ISO-waarde op 3200 instelt, wordt de resolutie vast ingesteld op . Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties variëren. * Tussen twee flitsen wordt even gewacht. Beweeg niet voordat de flitser voor de tweede keer is afgegaan. • Flitsopties zijn niet beschikbaar als u opties voor serieopname instelt of ZELFPORTRET of KNIPPEREN selecteert. • Zorg dat uw onderwerpen zich op de aanbevolen afstand van de flitser bevinden. (pag. 89) • Bij lichtreflectie of als er is veel stof in de lucht zit, kunnen er kleine vlekjes op de foto zichtbaar zijn. Opnameopties 42 De scherpstelling (focus) van de camera wijzigen Macro gebruiken 2173 Gebruik macro om foto's van dichtbij te maken, bijvoorbeeld van bloemen of insecten. Autofocus gebruiken 2173 Om scherpe foto's te nemen selecteert u de juiste scherpsteloptie al naar gelang de afstand tot het onderwerp. Druk in de opnamemodus herhaaldelijk op [r] om de focusafstandoptie te wijzigen. Optie • Houd de camera zo stil mogelijk om onscherpe foto's te voorkomen. • Schakel de flitser uit als de afstand tot het onderwerp minder dan 40 cm is. Omschrijving (Automacro) Scherpstellen op een onderwerp dat zich op een afstand van 8 cm of meer bevindt (50 cm of meer bij gebruik van de zoomfunctie). (Macro) Scherpstellen op een onderwerp dat zich op een afstand van 8 tot 80 cm bevindt (van 50 tot 80 cm bij gebruik van de zoomfunctie). (Supermacro) Scherpstellen op een onderwerp dat zich op een afstand van 3 tot 8 cm bevindt. • Als u wilt scherpstellen op een onderwerp op een grotere afstand dan 80 cm, drukt u herhaaldelijk op [r] totdat er geen focusafstandpictogram meer wordt weergegeven. • Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties variëren. Opnameopties 43 De scherpstelling (focus) van de camera wijzigen Het scherpstelgebied aanpassen 21754 Door een scherpstelgebied te selecteren dat overeenstemt met de locatie van uw onderwerp in de scène, kunt u scherpere foto's nemen. 1 2 3 4 Druk in de opnamemodus op [MENU/OK]. Selecteer “ FOCUSBEREIK. Druk op [t]. Druk op [w] of [r] om een optie te selecteren. Optie 5 Omschrijving AF MIDDEN Scherpstellen op het midden (voor onderwerpen die zich in het midden bevinden). MULTI-AF Scherpstellen op een of meer gebieden uit een selectie van negen. Druk op [MENU/OK]. Opnameopties 44 Gezichtsherkenning gebruiken 21754 Bij gebruik van gezichtsherkenningsopties worden de gezichten van mensen automatisch door de camera gedetecteerd. Wanneer u scherpstelt op een gezicht, wordt de belichting automatisch aangepast. Neem eenvoudig foto's met de optie KNIPPEREN om dichte ogen te voorkomen, of met GLIMLACH om een glimlach vast te leggen. 1 2 3 4 Optie Omschrijving Foto's van uzelf nemen. De scherpstelafstand wordt ingesteld op close-up en u hoort een pieptoon. Druk in de opnamemodus op [MENU/OK]. Selecteer “ GEZICHTSHERK. ZELFPORTRET Druk op [t]. Wanneer u een korte pieptoon hoort, drukt u de [Ontspanknop] in om een foto te nemen. Druk op [w] of [r] om een optie te selecteren. Optie Omschrijving Gezichten van mensen (maximaal 10) worden automatisch door de camera gedetecteerd. Als u de pieptoon wilt in- of uitschakelen, selecteert u ZELFPORTRET in de geluidsinstellingen. (pag. 80) De camera neemt automatisch een foto wanneer er een lachend gezicht wordt gedetecteerd. GEZICHTSHERK. GLIMLACH Het dichtstbijzijnde gezicht verschijnt in een wit scherpstelkader, en de overige gezichten in grijze scherpstelkaders. Wanneer uw onderwerp breed lacht, wordt dit gemakkelijker gedetecteerd. • Hoe dichterbij het onderwerp, des te sneller worden gezichten gedetecteerd. • Als geen gezicht wordt gedetecteerd, wordt scherpgesteld op het midden. Opnameopties 45 Gezichtsherkenning gebruiken Optie KNIPPEREN Omschrijving Als de camera gesloten ogen detecteert, worden twee foto’s achtereen genomen. 5 Druk op [MENU/OK]. • Druk op de [Ontspanknop] om naar de opnamemodus terug te gaan. • In de volgende omstandigheden werkt gezichtsherkenning mogelijk niet: - de afstand tussen de camera en het onderwerp is te groot (het scherpstelkader wordt oranje weergegeven voor GLIMLACH en KNIPPEREN) - het is te licht of te donker - het onderwerp kijkt niet in de richting van de camera - het onderwerp draagt een zonnebril of masker • Gezichtsherkenning is niet beschikbaar bij het gebruik van een fotostijl, kleur, verzadiging of de digitale zoomfunctie. • Als GLIMLACH of KNIPPEREN is ingesteld, is de timer niet beschikbaar. • Als u de optie voor gezichtsherkenning gebruikt, wordt het scherpstelgebied ingesteld op AF MIDDEN. • Houd de camera stil terwijl ‘VASTLEGGEN!’ op het scherm zichtbaar is. • Als de melding 'Foto gemaakt met gesloten ogen' wordt weergegeven, neemt u nog een foto. Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties variëren. Opnameopties 46 Helderheid en kleur aanpassen De belichting handmatig aanpassen 173 Afhankelijk van de intensiteit van het omgevingslicht zijn uw foto's soms waarschijnlijk te helder of te donker. In die gevallen kunt u de belichting aanpassen voor betere foto's. Donkerder (-) 1 2 3 4 Neutraal 1 Wanneer de lichtbron zich achter uw onderwerp bevindt of er sprake is van hoog contrast tussen het onderwerp en de achtergrond, ziet het onderwerp er in de foto waarschijnlijk donker uit. Stel in dat geval de optie ACB (automatische contrastbalans) in. Helderder (+) Druk in de opnamemodus op [Fn]. Druk op [w] of [r] om Compenseren voor tegenlicht te selecteren. Druk op [e] of [t] om de belichting aan te passen. Druk op [MENU/OK] of [Fn]. • Nadat de belichting is aangepast, blijft deze instelling van kracht. Mogelijk moet de belichtingswaarde weer worden gewijzigd om over- of onderbelichting te voorkomen. • Als u het moeilijk vindt de juiste belichting te bepalen, selecteert u ABW (automatische-belichtingsreeks). De camera neemt dan foto's met verschillende belichtingen: normaal, onderbelicht en overbelicht. (pag. 50) Met ACB Zonder ACB 1 2 3 4 Druk in de opnamemodus op [MENU/OK]. Selecteer “ ACB. Druk op [t]. Druk op [w] of [r] om AAN te selecteren. • Selecteer UIT om te deactiveren. 5 Druk op [MENU/OK]. • In de modi 2 en 7 is de functie ACB altijd aan. • Wanneer u CONTINU, BEWEGEND BEELD of ABW selecteert, is deze functie niet beschikbaar. Opnameopties 47 Helderheid en kleur aanpassen De lichtmetingsmodus wijzigen Een lichtbron selecteren (witbalans) 173 De lichtmetingsmodus heeft betrekking op de manier waarop een camera de hoeveelheid licht meet. De helderheid en verlichting van uw foto's variëren naar gelang van de lichtmetingsmodus die u selecteert. 1 2 3 Druk in de opnamemodus op [Fn]. Druk op [w] of [r] om LICHTMETING te selecteren. Druk op [e] of [t] om een optie te selecteren. Optie Omschrijving MULTI • De scène wordt in verschillende gebieden verdeeld, waarna de lichtintensiteit van elk gebied wordt gemeten. • Geschikt voor doorsnee foto's. SPOT • Alleen de lichtintensiteit van het middelpunt van het kader wordt gemeten. • Als een onderwerp zich niet in het midden van de scène bevindt, wordt uw foto mogelijk te helder of donker. • Geschikt voor een onderwerp met tegenlicht. GECENTREERD OP ÉÉN PUNT 4 173 De kleur van uw foto is afhankelijk van het type en de kwaliteit van de lichtbron. Als u wilt dat de kleur van uw foto overeenkomt met wat u ziet, selecteert u de juiste verlichtingsoptie om de witbalans te kalibreren, zoals AUTO WITBALANS, DAGLICHT, BEWOLKT of KUNSTLICHT. • De gemiddelde lichtmeting voor het volledige kader wordt berekend, waarbij de nadruk in het midden valt. • Geschikt voor foto's met onderwerpen in het midden van het kader. 1 2 (DAGLICHT) (BEWOLKT) (KUNSTLICHT) Druk in de opnamemodus op [Fn]. Druk op [w] of [r] om WITBALANS te selecteren. Druk op [MENU/OK] of [Fn]. Opnameopties (AUTO WITBALANS) 48 Helderheid en kleur aanpassen 3 Optie  4 Uw eigen witbalansinstelling definiëren Druk op [e] of [t] om een optie te selecteren. 1 2 Omschrijving AUTO WITBALANS Automatische instellingen gebruiken afhankelijk van de verlichtingsomstan digheden. DAGLICHT Voor het nemen van foto's buitenshuis op een zonnige dag. BEWOLKT Voor het nemen van foto's buitenshuis op een bewolkte dag of in de schaduw. FLUORESC. H Voor fotograferen met een daglichtfluorescentielamp of driewegs fluorescentielamp. FLUORESC. L Voor fotograferen bij wit fluorescentielicht. KUNSTLICHT Voor het nemen van foto's binnenshuis bij gloeilamp- of halogeenlampverlichting. AFMETING: SH Uw vooraf gedefinieerde instellingen gebruiken. Selecteer de witbalansoptie Richt de lens op een vel wit papier. Wit papier 3 Druk de [Ontspanknop] in. Druk op [MENU/OK] of [Fn]. Opnameopties . 49 Serieopname gebruiken 14 Het kan lastig zijn foto's te maken van snel bewegende onderwerpen, of natuurlijke gezichtsuitdrukkingen en gebaren van uw onderwerpen in foto's vast te leggen. In dergelijke gevallen kunt u het beste een van de functies voor serieopname selecteren. 1 2 3 Optie ABW Druk in de opnamemodus op [Fn]. Druk op [w] of [r] om SNELHEID te selecteren. Druk op [e] of [t] om een optie te selecteren. Optie Omschrijving • Zolang de [Ontspanknop] volledig ingedrukt is, worden VGA-foto's gemaakt (5 foto's per seconde; maximaal 30 BEWEGEND foto's). BEELD • De zojuist genomen foto's worden automatisch door de camera weergegeven en vervolgens opgeslagen. • Er worden foto's met verschillende belichtingen genomen: normaal, onderbelicht en overbelicht. • U kunt het beste een statief gebruiken, omdat het even duurt om foto's die met ABW zijn genomen, op te slaan. Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties variëren. 4 Omschrijving ENKEL Eén foto nemen. CONTINU • Zolang de [Ontspanknop] volledig ingedrukt is, worden doorlopend foto's gemaakt. • Het maximumaantal foto's is afhankelijk van de capaciteit van de geheugenkaart. Opnameopties Druk op [MENU/OK] of [Fn]. • U kunt de ACB-optie alleen instellen en de flitser en timer alleen gebruiken als u ENKEL selecteert. • Als u BEWEGEND BEELD selecteert, wordt de resolutie ingesteld op VGA en de ISO-instelling op Auto gezet. 50 Uw foto's verbeteren Fotostijlen toepassen Kleur toepassen 213 U kunt verschillende stijlen op uw foto's toepassen, zoals ZACHT, HELDER of BOS. ZACHT HELDER BOS ZWART-WIT 1 2 3 4 143 U kunt allerlei effecten op uw foto's toepassen, zoals ZWART-WIT, SEPIA of BLAUW. Druk in de opnamemodus op [E]. Druk op [e], [t], [w] of [r] om te selecteren. Druk op [e] of [t] om een optie te selecteren. Druk op [MENU/OK] of [E]. 1 2 3 Opnameopties BLAUW Druk in de opnamemodus op [E]. Selecteer “ . Druk op [e] of [t] om een optie te selecteren. • Selecteer 4 SEPIA om uw eigen RGB-tint te definiëren. Druk op [MENU/OK] of [E]. 51 Uw foto's verbeteren Uw eigen RGB-tint definiëren 1 2 Selecteer de effectoptie Uw foto's aanpassen Druk op [w] of [r] om een kleur te selecteren. 1 2 3 KLEUR ROOD VERPL. INSTELLEN 1 U kunt de scherpte, de kleurverzadiging en het contrast van uw foto's aanpassen. . Druk in de opnamemodus op [E]. Selecteer Druk op [w] of [r] om een aanpassingsoptie te selecteren: • • • GROEN BLAUW 3 Druk op [e] of [t] om de intensiteit van de geselecteerde kleur aan te passen. (-: minder of +: meer) 4 Druk op [MENU/OK] of [E]. 4 . : VERZADIG. : CONTRAST : SCHERPTE Druk op [e] of [t] om verzadiging, contrast of scherpte aan te passen. Opties voor kleurverzadiging Optie • Selecteer als u gezichtsherkenningsopties wilt gebruiken. • Als u een fotostijl (met uitzondering van ) selecteert, is deze functie niet beschikbaar. Omschrijving - De kleurverzadiging verlagen. + De kleurverzadiging verhogen. Opties voor contrast Optie Opnameopties 52 Omschrijving - De kleur en helderheid verlagen. + De kleur en helderheid verhogen. Uw foto's verbeteren Opties voor scherpte Optie Omschrijving - De randen van uw foto's verzachten. Deze optie is geschikt voor het bewerken van foto's op de computer. + De randen verscherpen om de foto's duidelijker te maken. Hierdoor kan de ruis op foto's toenemen. Selecteer het middelste punt om geen effect toe te passen (geschikt voor afdrukken). 5 Druk op [MENU/OK] of [E]. Als u een fotostijl (met uitzondering van functie niet beschikbaar. ) selecteert, is deze Opnameopties 53 4. Weergave/bewerken Hier wordt beschreven hoe u foto's, video's en spraakmemo's weergeeft of afspeelt en hoe u foto's en video's bewerkt. Verder wordt toegelicht hoe u de camera aansluit op de fotoprinter of tv. Weergave ...................................................... 55 Weergavemodus starten ............................... Foto's weergeven .......................................... Een video afspelen ........................................ Spraakmemo's afspelen ............................... 55 58 60 60 Een foto bewerken ....................................... 62 Het formaat van foto's wijzigen ..................... 62 Een foto draaien ............................................ 62 Kleur aanpassen ........................................... 62 Belichtingsproblemen corrigeren ................... 63 Een afdrukbestelling maken .......................... 64 Een beginafbeelding instellen ..................... 66 Bestanden op een tv weergeven ............... 67 Foto's met een fotoprinter afdrukken ........ 68 Weergave Weergave in weergavemodus Weergavemodus starten U kunt foto's bekijken en video's en spraakmemo's op de camera afspelen. 1 Mapnaam – bestandsnaam Druk in de weergavemodus op [y]. Afdrukbestelling is ingesteld (DPOF) • De inhoud van het laatst opgeslagen bestand wordt weergegeven. • Als de camera is uitgeschakeld, zal deze worden ingeschakeld. 2 Voor foto's Beveiligd bestand Druk op [e] of [t] om door de bestanden te scrollen. • Houd de knop ingedrukt om bestanden snel te bekijken. Foto bevat een spraakmemo Als u bestanden wilt weergeven die in het interne geheugen zijn opgeslagen, verwijdert u de geheugenkaart. Informatie Voor video's Beveiligd bestand AFSPELEN Weergave/bewerken 55 OPN. MAKEN Weergave Bestanden als miniaturen weergeven U kunt bestanden doorlopen aan de hand van miniaturen. Druk in de weergavemodus op de [Zoomknop] om de miniatuurweergave te activeren (druk nogmaals op de [Zoomknop] om de miniatuurweergave te sluiten). Geselecteerd Bestanden beveiligen U kunt bestanden beveiligen om te verhinderen dat ze onopzettelijk worden verwijderd. 1 2 3 4 Druk in de weergavemodus op [MENU/OK]. Selecteer “ BEVEILIGEN. Druk op [t]. Selecteer SELECTEER en druk op [MENU/OK]. • Als u alle bestanden wilt beveiligen, selecteert u ALLES “ VERGRENDEL en gaat u naar stap 6. 5 Doel Actie Door bestanden scrollen Druk op [w], [r], [e], of [t]. Geselecteerde bestand verwijderen Druk op [Fn] en selecteer Ja. Selecteer de bestanden die u wilt beveiligen en druk de [Zoomknop] omhoog of omlaag. • verschijnt aan de linkerkant. • Druk de [Zoomknop] nogmaals omhoog of omlaag om te annuleren. ONTGRENDEL 6 Weergave/bewerken INSTELLEN Druk op [MENU/OK]. 56 Weergave Bestanden verwijderen U kunt afzonderlijke bestanden of alle bestanden tegelijk verwijderen. Beveiligde bestanden kunnen niet worden verwijderd. Eén bestand verwijderen: 1 2 3 1 2 3 4 Druk op [w] of [r] om JA te selecteren. Druk op [MENU/OK]. Alle bestanden verwijderen: Druk op [MENU/OK]. Druk in de weergavemodus op [MENU/OK]. Selecteer “ VERWIJDER. Druk op [t]. Selecteer ALLES en druk op [MENU/OK]. • Om alle bestanden te verwijderen, selecteert u SELECTEER. 1 2 Druk in de weergavemodus op [Fn]. 3 Druk op [e] of [t] en druk de [Zoomknop] nogmaals omhoog om andere bestanden te selecteren. Druk de [Zoomknop] omhoog om het huidige bestand te selecteren. Geselecteerd VERWIJDER Druk op [MENU/OK] en selecteer JA. Alle bestanden verwijderen: Druk in de weergavemodus op [Fn]. SELECTEER 4 5 5 Selecteer JA en druk op [MENU/OK]. Foto's herstellen uit de prullenbak Als u de prullenbak activeert, worden bestanden die u verwijdert, niet definitief gewist maar gaan ze naar de prullenbak. (pag. 81) Dit gaat alleen op voor afzonderlijke bestanden of geselecteerde bestandenals u ervoor kiest alle bestanden te wissen, gaan die bestanden niet naar de prullenbak. In de prullenbak past niet meer dan 10 MB aan bestanden. Als u over de grens van 10 MB heen gaat, worden er automatisch bestanden gewist (het oudste bestand in de prullenbak wordt het eerst gewist). 1 Weergave/bewerken Druk in de weergavemodus op [MENU/OK]. 57 Weergave 2 3 Selecteer “ PRULLENBAK en druk op [t]. Selecteer PRULLENBAK en druk op [MENU/OK]. • De bestanden worden teruggezet. • Deze functie werkt niet voor video’s of spraakmemo’s. • Bij gebruik van de prullenbakfunctie kan het langer duren om bestanden te verwijderen. • Als u het interne geheugen of de geheugenkaart formatteert, worden ook alle bestanden in de prullenbak verwijderd. Foto's weergeven Inzoomen op een deel van een foto of foto's als diavoorstelling bekijken. Een foto vergroten Druk in de weergavemodus de [Zoomknop] omhoog en houd deze eventueel ingedrukt om een foto te vergroten (met de [Zoomknop] omlaag verkleint u de foto). Vergroot gebied Zoomverhouding (de maximale zoomverhouding kan variëren afhankelijk van de resolutie.) Bestanden naar een geheugenkaart kopiëren U kunt bestanden vanuit het interne geheugen naar een geheugenkaart kopiëren. 1 2 3 Druk in de weergavemodus op [MENU/OK]. BIJSN. Selecteer “ KOPIE NR KRT en druk op [t]. Selecteer JA en druk op [MENU/OK]. Doel Actie Het vergrote gebied verplaatsen Druk op [e], [t], [w], of [r]. De vergrote foto uitsnijden. Druk op [MENU/OK] (de foto wordt opgeslagen als een nieuw bestand). Weergave/bewerken 58 Weergave Een diavoorstelling starten U kunt effecten en geluid op uw diavoorstelling toepassen. 1 2 3 Optie Omschrijving EFFECT • Een overgangseffect selecteren. • Selecteer UIT als u geen effect wilt. INTERVAL • Het interval tussen foto's instellen. • Deze optie is niet beschikbaar als in het menu EFFECT de optie UIT, BASIS of KLASSIEK is geselecteerd. • Als in het menu EFFECT een andere optie dan UIT, BASIS of KLASSIEK is geselecteerd, wordt het interval op 1 seconde ingesteld. MUZIEK • Achtergrondmuziek selecteren. • Selecteer MIJN MUZ. om de MP3's te gebruiken die op de geheugenkaart of in het interne geheugen zijn opgeslagen. Druk in de weergavemodus op [MENU/OK]. Selecteer . Selecteer een diavoorstellingseffect en druk op [t]. • Ga naar stap 5 als u een diavoorstelling zonder effect wilt. MULTI DIASHOW START SHOW AFBEELDINGEN EFFECT INTERVAL MUZIEK VERPL. Optie ALLES UIT 1SEC UIT WIJZIGEN Omschrijving Kies de foto's die u in een diavoorstelling wilt weergeven. • ALLES: alle foto's in een diavoorstelling weergeven. AFBEELDINGEN • DATUM: alle foto's van een specifieke datum in een diavoorstelling weergeven. • KIEZEN: geselecteerde foto's in een diavoorstelling weergeven. 4 5 6 Weergave/bewerken Stel het diavoorstellingseffect in en druk op [MENU/OK]. Selecteer START SHOW en druk op [t]. Selecteer AFSPELEN en druk op [MENU/OK]. • Selecteer HERHALE om de diavoorstelling automatisch te laten herhalen en druk op [MENU/OK]. • Druk op [r] om de diavoorstelling te pauzeren of te hervatten. 59 Weergave Een video afspelen Spraakmemo's afspelen U kunt een video afspelen of een afzonderlijk beeld daar uithalen. 1 Selecteer in de weergavemodus een video en druk op [r]. Een spraakmemo afspelen 1 Selecteer in de weergavemodus een spraakmemo en druk op [r]. Verstreken tijd Verstreken tijd PAUZE 2 PAUZE STOP Gebruik de volgende knoppen voor het afspelen: Knop 2 Doel [Zoomknop] omhoog Het volume bijstellen of omlaag Gebruik de volgende knoppen voor het afspelen: Knop Doel [e] Terugspringen [Zoomknop] omhoog Het volume bijstellen of omlaag [t] Vooruitspringen [e] [r] Pauzeren of afspelen [t] Vooruitspringen [E] Beeld vastleggen [r] Pauzeren of afspelen [MENU/OK] Stoppen Een vastgelegd beeld wordt opgeslagen als een nieuw bestand, dat even groot is als het oorspronkelijke videobestand. Weergave/bewerken 60 Terugspringen Weergave Een spraakmemo bij een foto afspelen Selecteer in de weergavemodus een foto met spraakmemo en druk op [r]. • Druk op [r] om te pauzeren of verder te gaan. Weergave/bewerken 61 Een foto bewerken U kunt foto's bewerken door ze bijvoorbeeld te draaien, het formaat aan te passen, rode ogen te corrigeren en de helderheid, het contrast of de kleurverzadiging bij te stellen. Het formaat van foto's wijzigen Kleur aanpassen U kunt het formaat van een foto terugbrengen en deze als een nieuw bestand opslaan, en een foto instellen als beginafbeelding die wordt weergegeven als de camera wordt ingeschakeld. U kunt een andere kleurtoon (bijvoorbeeld ZWART-WIT, SEPIA of BLAUW) op een foto toepassen en de foto als een nieuw bestand opslaan. 1 2 3 Selecteer in de weergavemodus een foto en druk op [E]. Selecteer . Druk op [w] of [r] om een resolutie te selecteren. • Om de foto als beginafbeelding in te stellen, selecteert u . (pag. 66) • Om de foto als skin voor de MP3-speler in te stellen, selecteert u . (pag. 76) 4 Druk op [MENU/OK]. ZWART-WIT SEPIA 1 2 3 . 4 Selecteer in de weergavemodus een foto en druk op [E]. Selecteer Selecteer in de weergavemodus een foto en druk op [E]. Selecteer Druk op [w] of [r] om een kleurtint te selecteren. • Selecteer om uw eigen RGB-tint te definiëren. (zie 'Uw eigen RGB-tint definiëren') Een foto draaien 1 2 3 BLAUW . 4 Druk op [MENU/OK]. Druk op [w] of [r] om een draaiing of spiegeling te selecteren. Druk op [MENU/OK]. Weergave/bewerken 62 Een foto bewerken Uw eigen RGB-tint definiëren 1 2 Selecteer bij de kleuropties Belichtingsproblemen corrigeren . Druk op [w] of [r] om een kleur te selecteren. U kunt ACB (automatische contrastbalans), helderheid, contrast en kleurverzadiging aanpassen, rode ogen wegwerken en onvolkomenheden in het gezicht verbergen. Bewerkte foto's worden als nieuwe bestanden opgeslagen. AANGEP. KLEUR ACB (automatische contrastbalans) aanpassen ROOD TERUG INSTELLEN GROEN BLAUW 3 Druk op [e] of [t] om de intensiteit van de geselecteerde kleur aan te passen. 4 Druk op [MENU/OK]. 1 2 3 Selecteer in de weergavemodus een foto en druk op [E]. Selecteer “ . Druk op [MENU/OK]. Rode ogen herstellen 1 2 3 Weergave/bewerken Selecteer in de weergavemodus een foto en druk op [E]. Selecteer “ . Druk op [MENU/OK]. 63 Een foto bewerken Onvolmaaktheden in het gezicht verbergen 1 2 3 Een afdrukbestelling maken Selecteer in de weergavemodus een foto en druk op [E]. Selecteer “ U kunt opgeven welke foto's u wilt afdrukken, evenals informatie over het aantal exemplaren en het papierformaat. . • U kunt de geheugenkaart naar een copyshop brengen die DPOF (Digital Print Order Format) ondersteunt of u kunt foto's rechtstreeks via een PictBridge-compatibele printer thuis afdrukken. • Bij het afdrukken van brede foto's worden de linker- en rechterrand mogelijk afgesneden. Controleer bij het bestellen van afdrukken dus of de foto's breed zijn. • U kunt geen DPOF instellen voor de foto's die in het interne geheugen zijn opgeslagen. Druk op [e] of [t] om een niveau aan te passen. • Het gezicht wordt egaler naarmate u het getal verhoogt. 4 Druk op [MENU/OK]. Helderheid/contrast/verzadiging aanpassen 1 2 3 Selecteer in de weergavemodus een foto en druk op [E]. Selecteer Druk op [w] of [r] om een aanpassingsoptie te selecteren: • • • 1 Selecteer in de weergavemodus een foto en druk op [MENU/OK]. 2 3 4 Selecteer . : HELDERHEID : CONTRAST : VERZADIG. 4 Druk op [e] of [t] om een niveau aan te passen. (-: minder of +: meer) 5 Druk op [MENU/OK]. Weergave/bewerken “ DPOF. Druk op [t]. Selecteer DPOF-opties en druk op [t]. Optie Omschrijving STANDAARD De af te drukken foto's selecteren. • SELECTEER: alleen de huidige foto afdrukken. • ALLE FOTOS: alle foto's op de geheugenkaart afdrukken. 64 Een foto bewerken Optie Omschrijving INDEX* Opgeven of de foto's als miniaturen moeten worden afgedrukt. GROOTTE Het formaat van de afdruk opgeven. • SELECTEER: het afdrukformaat van de geselecteerde foto opgeven. • ALLE FOTOS: het afdrukformaat van alle foto opgeven. * Met DPOF kunt u meerdere foto's op één blad afdrukken. 5 6 Druk op [w] of [r] om een optie te selecteren. Druk op [MENU/OK]. U kunt foto’s van een specifiek formaat alleen afdrukken met DPOF 1.1-compatibele printers. Weergave/bewerken 65 Een beginafbeelding instellen U kunt een beginafbeelding instellen die wordt weergegeven wanneer de camera wordt ingeschakeld. 1 2 3 4 5 6 7 8 Selecteer in de weergavemodus een foto en druk op [E]. Selecteer “ . Druk op [MENU/OK]. Druk nogmaals op [MENU/OK]. Selecteer “ BEGINAFB. Druk op [t]. Druk op [w] of [r] om de beginafbeelding te selecteren. Druk op [MENU/OK]. • Er wordt slechts één beginafbeelding in het interne geheugen opgeslagen. • Als u de camera reset of een nieuwe foto als beginafbeelding selecteert, wordt de huidige afbeelding verwijderd. • Brede afbeeldingen en afbeeldingen met de verhouding 3:2 kunnen niet als beginafbeelding worden ingesteld. Weergave/bewerken 66 Bestanden op een tv weergeven U kunt foto's of video's bekijken door de camera met de bijgeleverde A / V -kabel op een tv aan te sluiten. 1 Selecteer de juiste videosignaaluitgang voor uw land of regio. (pag. 82) 2 3 Schakel de camera en tv uit. 6 Bekijk foto's of speel video's af met behulp van de knoppen op de camera. • Op bepaalde tv’s kan er digitale ruis optreden of wordt mogelijk een gedeelte van het beeld niet weergegeven. • Afhankelijk van de tv-instellingen kan het zijn dat de beelden niet centraal op het tv-scherm worden weergegeven. • U kunt een foto nemen of een video maken terwijl de camera is aangesloten op een tv. Sluit de camera met de A/V-kabel op de tv aan. Video Audio 4 Schakel de tv in en selecteer met de afstandsbediening van de tv de video-uitvoermodus. 5 Schakel de camera in en druk op [y]. Weergave/bewerken 67 Foto's met een fotoprinter afdrukken U kunt foto's met een PictBridge-compatibele printer afdrukken door de camera rechtstreeks op de printer aan te sluiten. 1 Zorg dat de printer ingeschakeld is en sluit de camera aan met de USB-kabel. Optie Omschrijving KWALIT. De afdrukkwaliteit instellen. DATUM AFDR Instellen of de datum moet worden afgedrukt. BESTANDSNAAM Instellen of de naam van het bestand moet worden afgedrukt. RESET De afdrukinstellingen terugzetten. Niet alle opties worden door alle printers ondersteund. 2 Druk op [POWER] of [y] om de camera in of uit te schakelen. 3 4 Selecteer PRINTER en druk op [MENU/OK]. 5 Druk op [y] om af te drukken. • Druk op [e] om het afdrukken te annuleren. Druk op [e] of [t] om een foto te selecteren. • Druk op [MENU/OK] om alle foto's af te drukken of afdrukopties in te stellen. Optie Omschrijving AFBEELD. Kiezen of alleen de huidige foto dan wel alle foto's moeten worden afgedrukt. FORMAAT Het formaat van de afdruk opgeven. LAYOUT Miniatuurafdrukken maken. TYPE Het papiertype selecteren. Weergave/bewerken 68 5. Multimedia Hier leert u het gebruik van de multimediamodi MP3, PMP en TEXTVIEWER. De Multimediamodus gebruiken ................. 70 De MP3-modus gebruiken........................... 72 Muziekbestanden afspelen ............................ 72 De PMP-modus gebruiken .......................... 74 De TEXTVIEWER-modus gebruiken........... 75 Instellingenmenu voor de multimediamodus.......................................... 76 De Multimediamodus gebruiken In de multimediamodus kunt u MP3's beluisteren, video's afspelen en tekstbestanden weergeven. Voordat u de multimediamodus kunt gebruiken, moet u bestanden naar uw camera of geheugenkaart overbrengen. (pag. 20) 1 Sluit de meegeleverde oordopjes op de multifunctionele aansluiting aan (optioneel). 4 5 Druk op [MENU/OK]. Selecteer OPENEN om een bestand te selecteren om af te spelen. • Selecteer DOORGAAN om het laatstafgespeelde bestand te openen in de MP3-modus of om de laatstgeopende video of het laatstgeopende tekstbestand te hervatten. 2 3 Draai de modusdraaiknop naar 6. 6 Druk op [w] of [r] om een af te spelen bestand te selecteren. 7 Druk op [MENU/OK]. • Bestanden worden weergegeven op de datum waarop ze zijn opgeslagen. • Bestandsnamen in niet-ondersteunde talen worden weergegeven als “_ _ _ _ __ _”. • Als de map meer dan 100 bestanden of een aantal heel grote bestanden bevat, duurt het mogelijk langer om een modus te activeren. • De energiebesparingsmodus is tijdens het afspelen uitgeschakeld, behalve bij weergave van tekstbestanden met AUTO SCROLL of MP3 BGM uitgeschakeld. • Als u in de MP3-modus 15 seconden lang geen bewerkingen uitvoert, wordt de camera in de spaarstand gezet. Druk op [e] of [t] om een modus te selecteren. • • • : MP3 : PMP : TEXTVIEWER Multimedia 70 De Multimediamodus gebruiken 3 De knoppen vergrendelen U kunt de knoppen vergrendelen om ongewenste camerabediening tijdens het afspelen te voorkomen. Houd [OIS] ingedrukt om de knoppen te vergrendelen en te ontgrendelen. Druk op [w] of [r] om een modus te selecteren. Multimedia MP3 PMP TEXTVIEWER • Hoewel de knoppen vergrendeld zijn, kunt u nog steeds de knop [POWER] bedienen en de USB-kabel gebruiken. • Druk in de energiebesparingsmodus op een willekeurige knop om het scherm weer in te schakelen. VERPL. 4 EXIT Druk op [MENU/OK]. Overschakelen naar een andere multimediamodus 1 2 Druk op [MENU/OK] terwijl er een video of MP3-bestand wordt afgespeeld, of terwijl er een tekstbestand wordt weergegeven. Multimediabestanden verwijderen 1 Druk op [y] terwijl er een video of MP3-bestand wordt afgespeeld, of terwijl er een tekstbestand wordt weergegeven. 2 3 4 Druk op [w] of [r] om een bestand te selecteren. Selecteer 6. Druk op [Fn]. Selecteer JA en druk op [MENU/OK]. U kunt ook alle bestanden van de geselecteerde modus verwijderen. (pag. 77) Multimedia 71 De MP3-modus gebruiken Muziekbestanden afspelen Knop Doel 1 [E] Het type equalizer wijzigen Naar de MP3-modus gaan en een bestand afspelen. (pag. 70) Speeltijd Bestandsnaam [w] Het geluid wel of niet dempen [e] Terugspringen [t] Vooruitspringen [MENU/OK] Instellingen van de MP3-modus wijzigen [r] Pauzeren of afspelen [y] • De afspeellijst openen • Terug naar het spelerscherm Bitsnelheid Afspeelmodus AAA Volume Pictogram Omschrijving VBR MP3-modus Variable Bit Rate (VBR) is een coderingsmethode waarbij muziek op een stabiel kwaliteitsniveau wordt gehouden door de compressie aan de complexiteit van de gecodeerde audio aan te passen. Resterende batterijcapaciteit Knoppen vergrendeld Type equalizer Gedempt Foto's nemen tijdens het luisteren naar muziek 2 (Mogelijk bij gebruik van een geheugenkaart) Gebruik de volgende knoppen voor de bediening: Knop Doel [Zoomknop] omhoog of omlaag Het volume bijstellen 1 2 Multimedia 72 Druk tijdens het afspelen op de [Ontspanknop]. Kader het onderwerp en druk de [Ontspanknop] half in om scherp te stellen. De MP3-modus gebruiken 3 Druk de [Ontspanknop] volledig in om een foto te nemen. • Druk op [E] om naar het spelerscherm over te schakelen. • Tijdens het afspelen van muziek kunt u geen opnameopties instellen. • Foto's worden met de volgende instellingen genomen: - Resolutie: 3 Mp - Kwaliteit: HOOG - Flitser: (Auto) - Scherpstelling: (Automacro) • Als u foto's neemt, zal de MP3-speler niet normaal werken. 3 4 Druk op [t]. 5 Druk op [r] of [w] om AFSPELEN TONEN te selecteren. 6 7 Druk op [t]. 8 DIASHOW AFSPELEN TONEN INTERVAL TONEN VERPL. Druk op [MENU/OK]. • De diavoorstelling zal beginnen. • Druk op [E] om naar het spelerscherm terug te gaan. Druk tijdens het afspelen op [MENU/OK]. Selecteer Selecteer een optie. • AFSPELEN: een diavoorstelling afspelen en terugkeren naar het spelerscherm. • HERHALEN: de diavoorstelling herhalen. Een diavoorstelling starten tijdens het luisteren naar muziek 1 2 Selecteer een interval tussen de foto's en druk op [MENU/OK] of [e]. “ INTERVAL TONEN. AFSPELEN 2 SEC EXIT Multimedia 73 De PMP-modus gebruiken 1 2 Naar de PMP-modus gaan en een bestand afspelen. (pag. 70) Knop Doel Verstreken tijd [Zoomknop] omhoog of omlaag Het volume bijstellen Volume [w] Het geluid wel of niet dempen [e] • Terugspringen • Terugspoelen* (tijdens het afspelen) [t] • Vooruitspringen • Vooruitspoelen* (tijdens het afspelen) [MENU/OK] Instellingen van de PMP-modus wijzigen Bestandsnaam BBB Pictogram Gebruik de volgende knoppen voor de bediening: Omschrijving PMP-modus Resterende batterijcapaciteit [r] Pauzeren of afspelen [y] • De afspeellijst openen • Terug naar het spelerscherm * U kunt in een bestand snel voor- of achteruitspoelen naar het punt vanwaar u wilt afspelen. (pag. 76) Knoppen vergrendeld Spoelsnelheid • Alle knoppen behalve [POWER] werken niet tijdens de eerste en laatste 2 seconden van het afspelen. • Ondertitelingsbestanden (.smi) omzetten met behulp van Samsung Converter, om ondertiteling te kunnen weergeven. (pag. 24) • Sommige video's kunnen tijdens het afspelen automatisch pauzeren en weer verder spelen. Dit is geen fout. Type equalizer Gedempt Multimedia 74 De TEXTVIEWER-modus gebruiken 1 2 Naar de TEXTVIEWER-modus gaan en een bestand weergeven. (pag. 70) Bestandsnaam Type codering* Volume Deze gebruiksaanwijzing bevat uitgebreide instructies voor het gebruik van uw camera. Lees deze gebruiksaanwijzing grondig door. Klik op een van de onderstaande knoppen voor meer informatie. Pictogram Huidige pagina/ Aantal pagina's Gebruik de volgende knoppen voor de bediening: Knop Doel [w] • Terug naar de vorige pagina • 10 pagina's verspringen (ingedrukt houden) [r] • Naar de volgende pagina • 10 pagina's verspringen (ingedrukt houden) [MENU/OK] Instellingen van de TEXTVIEWER-modus wijzigen [y] • De bestandenlijst openen • Terug naar het textviewer-scherm Omschrijving • Als er tekst onjuist wordt weergegeven, sla dit dan als een ANSI-bestand op met behulp van een tekstverwerkingsprogram ma op uw computer (bijv. Kladblok in Windows). • Sommige tekens en symbolen worden mogelijk niet correct weergegeven. • Tekstbestanden die niet juist zijn gecodeerd, kunnen kapot zijn. • Een bestand van meer dan 10 MB kan meer tijd nodig hebben om te openen, of kan misschien helemaal niet worden geopend. Deel grote bestanden op in meerdere kleine bestanden, om snelle toegang te verzekeren. TEXTVIEWER-modus Resterende batterijcapaciteit * Het type codering wordt weergegeven als of . • ANSI (American National Standards Institute): u moet de taal instellen die overeenkomt met die van het tekstbestand. (pag. 77) • UNI (Unicode): u hoeft niet de taal in te stellen die overeenkomt met die van het tekstbestand. Multimedia 75 Instellingenmenu voor de multimediamodus * Standaardinstelling 1 2 3 4 Druk op [MENU/OK] terwijl er een video of MP3-bestand wordt afgespeeld, of terwijl er een tekstbestand wordt weergegeven. Menu Een skin voor het spelerscherm selecteren. • STANDAARD 1*, STANDAARD 2: een standaardafbeelding weergeven die in het interne geheugen is opgeslagen. • GEBRUIKER 1, GEBRUIKER 2: een afbeelding weergeven die in het bewerkingsmenu als BEGINAFBEELDING of MP3-PATROON is opgeslagen. (pag. 62) Druk op [e] of [t] om een menu te selecteren. Druk op [w] of [r] om een optie te selecteren. Druk op [MENU/OK]. Menu Beschikbare Omschrijving modus * Standaardinstelling Beschikbare Omschrijving modus Overschakelen naar een andere multimediamodus. (pag. 71) Een diavoorstelling beginnen tijdens het afspelen van een MP3. (pag. 73) Instellen om het laatst gespeelde muziekbestand of laatst weergegeven tekstbestand te openen. (UIT*, AAN) De te verspringen tijdsduur tijdens het vooruiten terugspoelen instellen. (NORMAAL*, 30 SEC, 1 MIN, 3 MIN, 5 MIN, 10 MIN) Instellen om bestanden te herhalen of in willekeurige volgorde af te spelen. • ALLES AFSPELEN*: alle bestanden in de huidige map eenmaal afspelen. • HERHAAL ÉÉN: het huidige bestand herhalen. • HERHAAL ALLE: alle bestanden in de huidige map herhalen. • HERHAAL WILLEKEURIG: alle bestanden in de huidige map in willekeurige volgorde afspelen. Multimedia De afspeelbediening weergeven of verbergen. • 5 SEC*: de afspeelbediening na 5 seconden van inactiviteit verbergen. • AAN: se afspeelbediening altijd weergeven. • UIT: de afspeelbediening verbergen. De ondertiteling wordt ongeacht de instelling weergegeven. 76 Instellingenmenu voor de multimediamodus * Standaardinstelling Menu Beschikbare Omschrijving modus AUTO SCROLL instellen – een vertraging voordat er naar de volgende regel tekst wordt gescrolld. (UIT*, 1,1 SEC, 1,4 SEC, 1,7 SEC, 2,0 SEC, 2,3 SEC) MP3 BGM afspelen – muziek tijdens de weergave van tekstbestanden. • UIT*: geen muziek spelen. • AAN: het laatst gespeelde MP3-bestand afspelen. Een taal selecteren die overeenkomt met die van het tekstbestand. Alle bestanden van een geselecteerde multimediamodus verwijderen. (NEE*, JA) Multimedia 77 6. Naslaginformatie Hier wordt naslaginformatie gegeven met betrekking tot instellingen, foutmeldingen, specificaties en onderhoudstips. Camera-instellingenmenu ........................... 79 Het instellingenmenu openen ........................ 79 .................................................. 80 GELUID ................................................ 80 DISPLAY ...................................... 81 INSTELLINGEN Foutmeldingen .............................................. 83 Cameraonderhoud ....................................... 84 De camera reinigen ....................................... 84 Geheugenkaarten ......................................... 85 De batterij ...................................................... 86 Voordat u contact opneemt met een servicecentrum ............................................. 87 Cameraspecificaties .................................... 89 Index ............................................................... 93 Camera-instellingenmenu Het instellingenmenu openen 1 2 Pictogram Druk op [e] of [t] om een menu te selecteren. GELUID VOLUME START GELUID SLUITERGEL. PIEPGELIOD AF GELUID ZELFPORTRET VERPL. Pictogram UIT UIT GELUID1 GELUID1 AAN AAN EXIT 3 Druk op [w] of [r] om een submenu te selecteren. GELUID VOLUME START GELUID SLUITERGEL. PIEPGELIOD AF GELUID ZELFPORTRET Omschrijving Het volume regelen of het geluid voor de pieptoon, de ontspanknop, starten, AF of zelfportret instellen. (pag. 80) Een schermtaal selecteren, de datum en tijd instellen, een beginafbeelding instellen, de helderheid van het scherm aanpassen, de duur voor het afspelen van bestanden instellen of de time-out voor het uitschakelen van het scherm opgeven. (pag. 80) Omschrijving De geheugenkaart formatteren, de standaardinstellingen herstellen, de prullenbak inschakelen, bestandsnamen opgeven, opgeven of de opnamedatum moet worden afgedrukt, de timeout voor automatisch uitschakelen instellen of het AF-hulplampje/Timerlampje inschakelen. (pag. 81) Druk in de opname- of weergavemodus op [MENU/OK]. VERPL. 4 5 6 Naslaginformatie UIT UIT GELUID1 GELUID1 AAN AAN WIJZIGEN Druk op [t]. Druk op [w] of [r] om een optie te selecteren. Druk op [MENU/OK]. 79 Camera-instellingenmenu GELUID * Standaardinstelling * Standaardinstelling Item Omschrijving VOLUME Het volume van geluiden aanpassen. (UIT, LAAG, MIDDEL*, HOOG) Item Omschrijving DATUM&TIJD Een regio selecteren, de datum en tijd instellen en de datumnotatie bepalen. (JJ/MM/DD, UIT*, DD/MM/JJ, MM/DD/JJ) Wanneer u de camera in een ander land gebruikt, selecteert u een stad om de lokale tijd in te stellen. Kiezen welk geluid bij het inschakelen van de START GELUID camera wordt geproduceerd. (UIT*, GELUID1, GELUID2, GELUID3) SLUITERGEL. Kiezen welk geluid bij het indrukken van de ontspanknop wordt geproduceerd. (UIT, GELUID1*, GELUID2, GELUID3) PIEPGELIOD Kiezen welk geluid bij het indrukken van knoppen of het wisselen van modi wordt geproduceerd. (UIT, GELUID1*, GELUID2, GELUID3) AF GELUID Kiezen welk geluid wordt geproduceerd wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt. (UIT, AAN*) ZELFPORTRET Kiezen welk geluid wordt geproduceerd wanneer de camera uw gezicht detecteert. (UIT, AAN*) DISPLAY BEGINAFB Een beginafbeelding instellen die wordt weergegeven wanneer de camera wordt ingeschakeld. • UIT*: geen beginafbeelding weergeven. • LOGO: een standaardafbeelding weergeven die in het interne geheugen is opgeslagen. • GEBR.AFB: een afbeelding weergeven die in het bewerkingsmenu als BEGINAFBEELDING is opgeslagen. (pag. 66) HELDERH. SCHERM • De helderheid van het scherm bijstellen. (AUTO, DONKER, NORMAAL*, LICHT) • NORMAAL is de vaste instelling in de weergavemodus, zelfs als AUTO is geselecteerd. SNELLE WEERG Opgeven hoe lang een vastgelegd beeld of een video wordt weergegeven voordat de opnamemodus weer actief wordt. (UIT, 0,5SEC*, 1SEC, 3SEC) BEELDSCHERM UIT Als u 30 seconden lang geen bewerkingen uitvoert, schakelt de camera automatisch over op de energiebesparingsmodus (druk op een knop om deze modus weer te deactiveren). (UIT*, AAN) * Standaardinstelling Item Omschrijving Language (Taal) Een taal voor de schermtekst selecteren. Naslaginformatie 80 Camera-instellingenmenu INSTELLINGEN * Standaardinstelling * Standaardinstelling Item Item Omschrijving De manier voor het toewijzen van bestandsnamen opgeven. • TERUGZETTEN: wanneer een nieuwe geheugenkaart wordt geplaatst, een geheugenkaart wordt geformatteerd of alle bestanden worden verwijderd, worden bestanden genummerd vanaf 0001. • SERIE*: wanneer een nieuwe geheugenkaart wordt geplaatst, een geheugenkaart wordt geformatteerd of alle bestanden worden verwijderd, worden bestanden genummerd vanaf het voorgaande bestandsnummer. Het interne geheugen en de geheugenkaart formatteren (hierdoor worden alle bestanden, inclusief beveiligde bestanden, verwijderd). (NEE*, JA) FORMAT Als u een geheugenkaart gebruikt die is gebruikt in camera's van andere fabrikanten of in een geheugenkaartlezer, of een kaart die met een computer is geformatteerd, zal uw camera de kaart mogelijk niet goed kunnen uitlezen. Formatteer de kaart voordat u hem gebruikt. De standaardinstellingen voor menu's en opnameopties terugzetten (datum en tijd, taal TERUGZETTEN en video-uitvoerinstellingen worden niet op de standaardinstellingen teruggezet). (NEE*, JA) PRULLENBAK Omschrijving BESTAND De prullenbakoptie instellen of verwijderde bestanden herstellen. (UIT*, AAN, PRULLENBAKMAP) • Selecteer PRULLENBAKMAP om bestanden terug te zetten. Naslaginformatie 81 • De standaardnaam van de eerste map is 100SSCAM en de standaardnaam van het eerste bestand is SDC10001. • Het bestandsnummer wordt telkens met één verhoogd, van SDC10001 tot en met SDC19999. • Het mapnummer wordt telkens met één verhoogd, van 100SSCAM tot en met 999SSCAM. • Er kunnen maximaal 9999 bestanden in één map worden opgeslagen. • Bestandsnamen worden gedefinieerd volgens de DCF-norm (Design rule for Camera File system). Als u de namen van bestanden opzettelijk wijzigt, worden de bestanden mogelijk niet door de camera weergegeven. Camera-instellingenmenu * Standaardinstelling Item Omschrijving * Standaardinstelling Item Omschrijving VIDEO UITG. Stel het video-uitvoersignaal in volgens het tv-kleurensysteem van de aangesloten videoapparatuur. • NTSC*: VS, Canada, Japan, Korea, Taiwan, Mexico enzovoort. • PAL (ondersteunt alleen BDGHI): Australië, België, China, Denemarken, Duitsland, Engeland, Finland, Italië, Koeweit, Maleisië, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Oostenrijk, Singapore, Spanje, Thailand, Zweden, Zwitserland enzovoort. AF-LAMP Een hulplampje instellen voor scherpstellen in slecht verlichte omgevingen. (UIT, AAN*) Opgeven of de datum en tijd op afdrukken moeten worden vermeld. (UIT*, DATUM, DAG&TIJD) AFDRUK • De datum en tijd worden in het geel weergegeven in de rechterbenedenhoek van de foto. • Op sommige printermodellen worden de datum en tijd mogelijk niet afgedrukt. • Als u TEKST selecteert in de modus 4, worden de datum en tijd niet weergegeven. Het toestel uitschakelen wanneer het niet wordt gebruikt. (UIT, 1MIN, 3MIN*, 5MIN, 10MIN) STROOM UIT • Wanneer u de batterij vervangt, blijven uw instellingen ongewijzigd. • In de volgende omstandigheden werkt deze functie niet: - de camera is aangesloten op een computer of printer - u speelt een diavoorstelling of video's af - u neemt een spraakmemo op Naslaginformatie 82 Foutmeldingen Wanneer een van de volgende foutmeldingen wordt weergegeven, kunt u het volgende proberen. Foutmelding Voorgestelde handelwijze KAARTFOUT! • Schakel de camera uit en vervolgens weer in. • Verwijder de geheugenkaart en plaats de kaart vervolgens weer in de camera. • Formatteer de geheugenkaart. (pag. 81) BATTERY LEEG! Plaats een opgeladen batterij in de camera of laad de batterij op. GEEN AFBEELDING! Neem foto's of plaats een geheugenkaart waarop foto's zijn opgeslagen. WEINIG LICHT! Schakel de flitser in. (pag. 41) BESTANDSFOUT! Verwijder het beschadigde bestand of neem contact op met een servicecentrum. GEHEUGEN VOL! Verwijder overbodige bestanden of plaats een nieuwe geheugenkaart. Foutmelding Voorgestelde handelwijze KAART VERGR.! Ontgrendel de geheugenkaart. DCF Full Error Bestandsnamen voldoen niet aan de DCF-norm. Kopieer de bestanden van de geheugenkaart naar de computer en formatteer de kaart. (pag. 81) Naslaginformatie 83 Cameraonderhoud Camerabehuizing De camera reinigen Veeg de behuizing voorzichtig schoon met een zachte, droge doek. Cameralens en -scherm Verwijder stof met een blaasborsteltje en veeg de lens voorzichtig af met een zachte doek. Als er stof blijft zitten, veegt u dit weg met een stuk reinigingspapier dat is bevochtigd met lensreinigingsvloeistof. • Gebruik nooit benzeen, thinners of alcohol om het toestel schoon te maken. Hierdoor kunt u schade of storingen teweegbrengen. • Druk niet op de lenskap en gebruik geen blaasborsteltje op de lenskap. Naslaginformatie 84 Cameraonderhoud Capaciteit van de geheugenkaart Geheugenkaarten De geheugencapaciteit kan variëren afhankelijk van de opnameomstandigheden. Voor een 1-GB SD-kaart geldt: Geheugenkaarten die u kunt gebruiken U kunt geheugenkaarten van de volgende typen gebruiken: SD (Secure Digital), SDHC (Secure Digital High Capacity) en MMC (MultiMedia Card). Grootte SUPERHOOG F o t o o s Contactpunt Schrijfbeveiligingsschakelaar Etiket (voorkant) U kunt verhinderen dat bestanden worden verwijderd met behulp van de schrijfbeveiligingsschakelaar op de SD- of SDHC-kaart. Schuif de schakelaar omlaag om de kaart te vergrendelen of omhoog om de kaart te ontgrendelen. Ontgrendel de kaart bij het maken van opnamen. * V i d e o HOOG NORMAAL 30 FPS 15 FPS 188 357 412 - - 206 391 557 - - 248 469 638 - - 262 483 645 - - 344 638 872 - - 533 897 1214 - - 1720 2064 2381 - Ca. 15 min 13 sec - - - Ca. 7 min 58 sec - - - Ca. 28 min Ca. 52 min 39 sec 50 sec * Bij gebruik van de zoomfunctie kan de opnametijd variëren. U kunt video’s opnemen van elk maximaal 4 GB of 2 uur. Naslaginformatie 85 Cameraonderhoud De batterij Gemiddelde tijd Gebruik alleen door Samsung goedgekeurde batterijen. Batterijspecificaties Modus SLB-10A Type Lithium-ionbatterij Celcapaciteit 1050 mAh Spanning 3,7 V Oplaadtijd (wanneer de camera uitgeschakeld is) Ca. 150 min Foto's Ca. 310 min Bestanden afspelen met het scherm uitgeschakeld. PMP Ca. 230 min Bestanden normaal afspelen. Opmerkingen over het opladen van de batterij Testomstandigheden (wanneer de batterij volledig is opgeladen) Maak foto’s onder de volgende omstandigheden: in de modus 2, resolutie 10M, kwaliteit HOOG, OIS AAN. 1. Stel de flitseroptie in op (Invullen), neem één Ca. 120 min foto en zoom in of uit. (Ca. 240 2. Stel de flitseroptie in op (Uit), neem één foto foto’s) en zoom in of uit. 3. Voer stap 1 en 2 gedurende 30 seconden uit en herhaal dit 5 minuten lang. Schakel de camera vervolgens uit en wacht 1 minuut. 4. Herhaal stap 1 tot 3. Video's Ca. 120 min MP3 De cijfers in de vorige tabel zijn gemeten volgens de maatstaven van Samsung en kunnen variëren afhankelijk van het gebruik. Levensduur van de batterij Gemiddelde tijd Testomstandigheden (wanneer de batterij volledig is opgeladen) Video’s opnemen met de resolutie 640x480 en 30 fps. • Als het indicatielampje uit is, controleert u of de batterij in de juiste richting in de camera is geplaatst. • Schakel de camera tijdens het opladen van de batterij uit. • Schakel de camera in nadat u de batterij langer dan 10 minuten hebt opgeladen. • Wanneer u de flitser gebruikt of video's opneemt, raakt de batterij snel leeg. Laad de batterij op totdat het indicatielampje groen gaat branden. • Als het indicatielampje rood knippert of niet brandt, sluit u de kabel opnieuw aan of verwijdert u de batterij en plaatst u deze opnieuw in de camera. • Als u de batterij oplaadt terwijl die nog warm is, kan het indicatielampje oranje gaan branden. Het opladen begint als de batterij is afgekoeld. Opmerkingen over opladen terwijl een computer is aangesloten • Gebruik alleen de bijgeleverde USB-kabel. • In de volgende omstandigheden wordt de batterij mogelijk niet opgeladen: - u gebruikt een USB-hub - er zijn andere USB-apparaten op de computer aangesloten - u sluit de kabel aan op de poort aan de voorzijde van de computer - het nominale uitgangsvermogen (5 V, 500 mA) wordt niet ondersteund door de USB-poort van de computer Naslaginformatie 86 Voordat u contact opneemt met een servicecentrum Probeer in het geval van problemen met de camera eerst de volgende probleemoplossingsprocedures uit te voeren voordat u contact opneemt met een servicecentrum. Als u de suggestie voor probleemoplossing hebt gevolgd en de problemen aanhouden, wendt u zich tot uw lokale dealer of servicecentrum. Situatie Voorgestelde handelwijze Kan de camera niet inschakelen. • Controleer of er een batterij in de camera is geplaatst. • Controleer of de batterij correct is geplaatst. • Laad de batterij op. Situatie Voorgestelde handelwijze Kan geen foto's nemen. De camera wordt plotseling uitgeschakeld. • Laad de batterij op. • De camera staat mogelijk in de energiebesparingsmodus. (pag. 82) • De camera wordt mogelijk uitgezet om te voorkomen dat de geheugenkaart wordt beschadigd als gevolg van een schok. Schakel de camera weer in. • Er is geen ruimte op de geheugenkaart. Verwijder overbodige bestanden of plaats een nieuwe kaart. • Formatteer de geheugenkaart. (pag. 81) • De geheugenkaart is defect. Koop een nieuwe geheugenkaart. • De geheugenkaart is vergrendeld. Ontgrendel de kaart. (pag. 83) • Controleer of de camera is ingeschakeld. • Laad de batterij op. • Controleer of de batterij correct is geplaatst. De camera blokkeert. Verwijder de batterij en plaats deze opnieuw in de camera. De batterij in de camera raakt snel leeg. • Bij lage temperaturen (onder 0 °C) raakt de batterij misschien sneller leeg. Houd de batterij warm door deze in uw zak te steken. • Wanneer u de flitser gebruikt of video's opneemt, raakt de batterij snel leeg. Laad de batterij zo nodig op. • Batterijen zijn verbruiksartikelen en moeten na verloop van tijd worden vervangen. Als de batterij steeds vaker moet worden opgeladen, koopt u een nieuwe. De flitser werkt niet. • Misschien is de flitsoptie op (Uit) ingesteld. (pag. 41) • U kunt de flitser niet gebruiken in de modus 7 en 3 en in bepaalde 4-modi. De flitser gaat plotseling af. De flitser kan afgaan als gevolg van statische elektriciteit. Dit ligt niet aan de camera. Naslaginformatie 87 Voordat u contact opneemt met een servicecentrum Situatie Voorgestelde handelwijze De foto is te helder • De foto is overbelicht. Pas de belichtingswaarde aan. (pag. 47) • Schakel de flitser uit. (pag. 41) Er is geen reset van de geheugenkaart uitgevoerd. Formatteer de kaart. (pag. 81) Uw foto's worden niet op de tv weergegeven. Kan bestanden niet afspelen. Als u de naam van een bestand wijzigt, wordt het bestand mogelijk niet afgespeeld door de camera (de bestandsnaam moet voldoen aan de DCF-norm). Speel bestanden in dit geval af op de computer. • Controleer of de camera correct op het externe scherm is aangesloten met de A/V-kabel. • Controleer of de geheugenkaart foto's bevat. De computer herkent de camera niet. De foto is onscherp. • Zorg dat de scherpsteloptie die u instelt, geschikt is voor foto's van dichtbij. (pag. 43) • Zorg dat uw onderwerpen zich op de aanbevolen afstand van de flitser bevinden. (pag. 89) • Controleer of de cameralens schoon is. Maak de lens zo nodig schoon. (pag. 84) • Controleer of de USB-kabel correct is aangesloten. • Controleer of de camera is ingeschakeld. • Controleer of u een ondersteund besturingssysteem gebruikt. De verbinding tussen de computer en de camera wordt verbroken tijdens bestandsoverdracht. Misschien wordt de bestandsoverdracht onderbroken door statische elektriciteit. Ontkoppel de USB-kabel en sluit deze vervolgens opnieuw aan. De kleuren in de foto komen niet met de werkelijkheid overeen Een onjuiste witbalans kan resulteren in een onnatuurlijke kleur. Selecteer de juiste witbalansoptie voor de lichtbron. (pag. 48) Situatie Voorgestelde handelwijze De datum en tijd zijn onjuist. Stel de datum en tijd in via het menu met weergave-instellingen. De knoppen op de camera werken niet. Verwijder de batterij en plaats deze opnieuw in de camera. Er een fout met de geheugenkaart. Naslaginformatie 88 Cameraspecificaties Beeld-sensor Type 1/2.33-inch (Ca. 1,09 cm) CCD Effectieve pixels Ca. 10,2 megapixels Totaalaantal pixels Ca. 10,3 megapixels Flitser SAMSUNG-lens 5X interne zoom Brandpuntsafstand f = 6,8 - 34 mm (35-mm equivalent: 38 - 190 mm) Lens Diafragmabereik f/3.7 (G) - f/4.9 (T) Digitale zoom • Fotomodus: 1,0X - 5,0X • Weergavemodus: 1,0X - 11,4X (afhankelijk van het beeldformaat) Type Normaal Bereik Belichting Groothoek: 0,3 m - 3,4 m (ISO Auto) Tele: 0,5 m - 2,5 m (ISO Auto) Oplaadtijd Tele (T) Opnamemodus • Fotostijl: NORMAAL, ZACHT, HELDER, BOS, RETRO, COOL, RUSTIG, KLASSIEK • Kleureffect: NORMAAL, ZWART-WIT, SEPIA, ROOD, GROEN, BLAUW, NEGATIEF, AANGEPASTE KLEUR • Beeld aanpassen: SCHERPTE, VERZADIGING, CONTRAST Weergavemodus • Beeld bewerken: afmetingen wijzigen, draaien, bijsnijden • Kleureffect: ZWART-WIT, SEPIA, ROOD, GROEN, BLAUW, NEGATIEF, AANGEPASTE KLEUR • Beeld aanpassen: ACB, ANTI-RODE OGEN, RETOUCHEER GEZICHT, HELDERHEID, CONTRAST, VERZADIG Effect Auto-macro 8 cm ~ oneindig 50 cm ~ oneindig Macro 8 cm ~ 80 cm 50 cm ~ 80 cm Supermacro 3 cm ~ 8 cm - Regeling Programma AE Lichtmeting MULTI, SPOT, GECENTREERD OP ÉÉN PUNT, GEZICHTSHERK. AE Witbalans Spraakopname Compensatie ±2 BW (in stappen van 1/3 BW) ISO-equivalent AUTO, 80, 100, 200, 400, 800, 1600, 3200* * 3 M of lager Naslaginformatie 89 Circa 5 sec. Dual IS [OIS (Optical Image Stabilisation) +DIS (Digital Image Stabilisation)] 80 cm ~ oneindig • AUTO: 1 - 1/1500 sec. • NACHT 16 - 1/1500 sec. • CONTINU, ABW : 1/4 - 1/1500 sec. Sluitertijd Bereik TTL-autofocus (Multi-AF, AF Midden, GEZICHTSHERK. AF) Groothoek (G) Scherpstelling Auto, Rode ogen, Invullen, Langzame sync, Uit, Anti-rode ogen Trillingsreductie 2,7-inch (Ca. 6,86 cm) kleuren-TFT-LCD (Ca. 230.000 pixels) LCD-scherm Modus AUTO WITBALANS, DAGLICHT, BEWOLKT, FLUORESC.H, FLUORESC.L, KUNSTLICHT, AFMETING: SH Bericht opnemen (Max. 10 uur) Spraakmemo in foto (Max. 10 sec.) Cameraspecificaties Foto's Opname Video's • Modi: AUTO, PROGRAMMA, DUAL IS, FOTOHULPGIDS, BEAUTY SHOT, SCÈNE (NACHT, PORTRET, KINDEREN, LANDSCHAP, CLOSEUP, TEKST, ZONSONDERG., ZONDSOPGANG, TEGNLICHT, VUURWERK, STRND&SNE, ZELFPORTRET, ETEN, CAFÉ) • Continu: ENKEL, CONTINU, BEWEGEND BEELD, ABW • Timer: 10 sec, 2 sec, dubbel, bewegingstimer • • • • • Opslag 3648x2736 Opslag Met of zonder geluid Formaat: 640x480, 320x240 Opnamesnelheid: 30 FPS, 15 FPS 5X optische zoom zonder geluid Video bewerken (ingesloten): pauzeren tijdens opnemen, foto's nemen Beschikbare opnametijd is afhankelijk van de geheugencapaciteit. (Max. 2 uur voor een video) Media Voor 1GB SD MMC • Foto: JPEG (DCF), EXIF 2.21, DPOF 1.1, PictBridge 1.0 • Video: AVI (MJPEG) • Audio: WAV Naslaginformatie 90 3648x2432 206 391 557 3584x2016 248 469 638 3072x2304 262 483 645 2592x1944 344 638 872 2048x1536 533 897 1214 1024x768 1720 2064 2381 Deze waarden zijn gemeten onder standaardcondities en kunnen variëren afhankelijk van opnameomstandigheden en camera-instellingen. Uitvoer • Frequentie: 20 Hz - 20 kHz • Aansluiting oordopjes: 20Pin-poort (stereo) • Uitvoer oordopjes: Maximumvolume links 40 mW + rechts 40 mW (16Ω) • Ruisverhouding 88 dB met 20 KHz LPF Bestand • Bestandsindeling: MP3 (MPEG-1/2/2.5 Layer 3) • Bitsnelheid: 48 ~ 320 kbps (inclusief VBR) Geluidseffect Normal, Live, Classic, Jazz, Rock, Dance, SRS MP3 • Intern geheugen: Ca. 10 MB flashgeheugen • Extern geheugen (optioneel) - SD-kaart (tot 4 GB gegarandeerd) - SDHC-kaart (tot 8 GB gegarandeerd) - MMC Plus (tot 2 GB gegarandeerd) De interne geheugencapaciteit kan van deze specificaties afwijken. Bestandsindeling Beeldformaat SUPERFIJN FIJN NORMAAL 188 357 412 Cameraspecificaties MP3 Afspeelmodus • ALLES AFSPELEN, HERHAAL ÉÉN, HERHAAL ALLE, HERHAAL WILLEKEURIG • Verspringen tijdens weergave, automatisch verspringen • Diavoorstelling: UIT/AAN (Instelbaar) • MP3 & opname (opname in de modus AUTO. Resolutie is ingesteld op 3M. Mogelijk bij gebruik van een geheugenkaart.) • Automatische herlaadfunctie (onthoudt laatst gespeelde bestand en frame) • Gebruikersfoto's te gebruiken als skin voor MP3-speler. PMP-decoder • Video: Xvid MPEG4 (met Samsung Converter) • Audio: MPEG Layer 2 (met Samsung Converter) Afspeelmodus • Snel vooruit/achteruit (max. 32x) • Zoeken (max. 32x) verspringen • Automatisch verspringen na een gespeeld bestand • Automatische herlaadfunctie (onthoudt laatst weergegeven frame) • Volledige schermweergave (met Samsung Converter) PMP Functie TEXTVIEWER Taal • Auto Scroll (1,1 sec - 2,3 sec) • Verspringen per 1 pagina/10 pagina's • Automatische herlaadfunctie (onthoudt laatst weergegeven pagina) • Ondersteunt MP3 BGM tijdens weergave van tekstbestanden • Engels, Koreaans, Frans, Duits, Spaans, Italiaans, Chinees, Taiwanees, Japans, Russisch, Portugees, Nederlands, Deens, Zweeds, Fins, Bahasa, Pools, Hongaars, Tsjechisch, Turks • Ondersteunde talen kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Interface Digitale uitvoer Aansluiting: USB 2.0 (20-pins) Audio-uitvoer Mono Video-uitvoer AV: NTSC, PAL (keuze) DC-stroomaansluiting 20-pins Oplaadbare batterij Lithium-ionbatterij SLB-10A (1050 mAh) Energie-bron AC-adapter Stroomadapter (SAC-47), USB-kabel (SUC-C3) Afhankelijk van uw regio kan de energiebron verschillen. Ondertiteling Ondersteunt SMI-bestand (met Samsung Converter) Afmetingen (B x H x D) 95 X 59,9 X 18,8 mm (zonder uitstekende delen) Bestand Bestandsextensie: TXT (kleiner dan 10 MB) Gewicht 139,4 g (zonder batterij en geheugenkaart) Bedrijfstemperatuur 0 - 40 ˚C Bestandsindeling • Windows: ANSI (Windows 98 of nieuwer), Unicode/Unicode (BigEndian)/UTF-8 (Windows 2000/XP) • Mac: ANSI, Unicode (UTF-16) Bedrijfsluchtvochtigheid 5 - 85% Software Samsung Converter, Samsung Master, Adobe Reader TEXTVIEWER Specificaties kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Naslaginformatie 91 Correcte behandeling van een gebruikte accu uit dit product Correcte verwijdering van dit product (inzameling en recycling van elektrische en elektronische apparatuur) (Van toepassing op de Europese Unie en andere Europese landen met afzonderlijke inzamelingssystemen voor accu’s en batterijen.) Van toepassing in de Europese Unie en andere Europese landen waar afval gescheiden wordt ingezameld.) Dit merkteken, dat op het product of de documentatie wordt weergegeven, geeft aan dat het product niet mag worden weggeworpen bij het huishoudelijk afval. Om gevaar voor het milieu of de volksgezondheid te voorkomen, dient u dit product van andere typen afval gescheiden te houden en het op een verantwoordelijke manier te recyclen om duurzaam hergebruik van materiaalbronnen te bevorderen. Particulieren dienen contact op te nemen met het verkooppunt waar het product is gekocht of met de plaatselijke overheid voor informatie over waar dit product kan worden ingeleverd voor milieuvriendelijke recycling. Bedrijven dienen contact op te nemen met hun leverancier en de voorwaarden en bepalingen van het aankoopcontract na te kijken. Dit product mag niet samen met ander commercieel afval worden weggeworpen. Het Samsung Eco-symbool Dit is een eigen symbool van Samsung dat het bedrijf gebruikt om zijn milieuvriendelijke productactiviteiten naar de consument te communiceren. Het symbool staat voor Samsung’s voortdurende inspanningen om milieubewuste producten te ontwikkelen. Dit merkteken op de accu, handleiding of verpakking geeft aan dat de accu in dit product aan het einde van de levensduur niet samen met ander huishoudelijk afval mag worden weggegooid. De chemische symbolen Hg, Cd of Pb geven aan dat het kwik-, cadmium- of loodgehalte in de accu hoger is dan de referentieniveaus in de Richtlijn 2006/66/EC. Indien de gebruikte accu niet op de juiste wijze wordt behandeld, kunnen deze stoffen schadelijk zijn voor de gezondheid van mensen of het milieu. Ter bescherming van de natuurlijke hulpbronnen en ter bevordering van het hergebruik van materialen, verzoeken wij u afgedankte accu’s en batterijen te scheiden van andere soorten afval en voor recycling aan te bieden bij het gratis inzamelingssysteem voor accu’s en batterijen in uw omgeving. De oplaadbare accu in dit product kan niet door de gebruiker zelf worden vervangen. Neem contact op met uw serviceprovider voor informatie over vervanging. Naslaginformatie 92 Index A TYPE 68 Bestanden verwijderen F Aanpassen Apparaat ontkoppelen 22 FILM, modus 32 Contrast in multimediamodus 71 in weergavemodus 57 AUTO, modus 28 in opnamemodus 52 in weergavemodus 64 Bewegingsonscherpte 17 Auto Contrast Balance 47, 63 Kleurverzadiging in opnamemodus 52 in weergavemodus 64 Scherpte 52 Batterij ACB 47, 63 Levensduur 86 Opladen 86 Specificaties 86 Adobe Reader 20 AF-GELUID 80 AF-hulplampje 11 AF-LAMP 82 Afdrukbestelling 64 Afdrukken, foto's 68 AFBEELD. 68 BESTANDSNAAM 68 DATUM AFDR 68 FORMAAT 68 KWALIT. 68 LAYOUT 68 RESET 68 Batterijmeter 14 BEAUTY SHOT, modus 30 Beeld vastleggen 60 GEBR.AFB: 66 Belichting 47 Bestanden beveiligen 56 Mac 26 Windows 20 DAG&TIJD 80 Formaat aanpassen 62 Diafragmawaarde 28 FOTOHULPGIDS-modus 18 Digitale zoom 17 Fotostijlen 51 Digital Image Stabilisation 29 Foutmeldingen 83 DPOF 64 BEGINAFBEELDING 80 Bestanden overbrengen D AUTO 41 INVULLEN 41 Langzame synchronisatie 41 Rode ogen 41 Rode ogen herstellen 41 UIT 41 Bewegingstimer 40 Bewerken 62 B Flitser 41 Draaien 62 G DUAL IS, modus 29 Geheugenkaart E Energiebesparingsmodus 82 Naslaginformatie 93 Capaciteit 85 Formatteren 81 MMC 85 Ontgrendelen 83 SD 85 SDHC 85 Index Geheugenkaartmeter 14 K Geluid dempen Kleureffecten 51, 62 Camera 14 Video 32 GLIMLACH 45 H Half indrukken 33 Helderheid KNIPPEREN 46 KWALITEIT 38 Opnemen Optical Image Stabilisation (OIS) 33 Lens 11 Lichtmeting M Microfoon 11 Modusdraaiknop 11 MP3-modus 72 MP3-skin 76 P Navigatieknoppen 12 GECENTREERD 48 MULTI 48 SPOT 48 ISO-waarde 42 Spraakmemo 35 Video 32 N Lange sluitertijd 28 Helderheid, gezicht 30 Geluid 80 Scherm 80 Taal 80 Multimediamodus 76 L Foto 64 Scherm 80 Instellingen 79 Opnamesnelheid 32 MP3-modus 72 PMP-modus 74 TEXTVIEWER-modus 75 Lichtbron (witbalans) 48 I Multifunctionele aansluiting 11 Pictogrammen 13 PMP-modus 74 O Power-knop 11 Ontspanknop 11 Onvolmaaktheden, gezicht Verbergen in opnamemodus 31 Verbergen in weergavemodus 64 PROGRAMMA, modus 31 Prullenbak 57 R Opnamemodus Reinigen AUTO, modus 28 BEAUTY SHOT, modus 30 DUAL IS, modus 29 FILM, modus 32 PROGRAMMA, modus 31 SCÈNE, modus 28 Camerabehuizing 84 Lens 84 Scherm 84 Naslaginformatie 94 Resolutie Foto 37 Video 37 Index RGB-tint Serie-opname Definiëren in opnamemodus 52 Definiëren in weergavemodus 63 ABW (Automatischebelichtingsreeks) 50 BEWEGEND BEELD 50 CONTINU 50 Rode ogen 41, 63 Dubbel 39 UIT 39 Timerlampje 11 V S Sluitertijd 28 Vergroten 58 Samsung Converter 24 Snelle weergave 80 Video Samsung Master 25 Spraakmemo Afspelen 60 Opnemen 35 Gebruiken 25 Installeren 20 Afspelen 60 Opnemen 35 Videosignaal, uitvoer 82 SCÈNE, modus 28 Statiefbevestigingspunt 11 Scherpstelafstand Statuslampje 12 Automacro 43 Macro 43 Supermacro 43 T Weergavemodus 14 TERUGZETTEN 81 Weergeven, bestanden 55 AF MIDDEN 44 MULTI-AF 44 W Weergave 19 Diavoorstelling 59 Terugzetten, afbeeldingen 57 TEXTVIEWER-modus 75 Timer 39 10 sec. 39 2 sec. 39 Bewegingstimer 39 Muziek, afspelen 73 Miniaturen 56 op tv 67 Witbalans 48 Naslaginformatie ZELFPORTRET 45 Zoomen 16 Zoomknop 12 Servicecentrum 87 Scherpstelgebied Z 95 Raadpleeg voor after-salesondersteuning of -informatie de garantie-informatie die bij het product is geleverd of bezoek onze website http://www.samsungcamera.com/. Het CE-merk is een aanduiding dat wordt voldaan aan de richtlijnen van de Europese Gemeenschap (EG)
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97

Samsung SAMSUNG NV9 Handleiding

Type
Handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor