Pioneer AVIC-F3210BT Handleiding

Categorie
Navigators
Type
Handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

Bedieningshandleiding
GPS NAVIGATIE- EN AUDIOSYSTEEM
AVIC-F320BT
AVIC-F3210BT
Lees altijd eerst de Belangrijke informatie voor de
gebruiker!
Belangrijke informatie voor de gebruiker bevat
belangrijke informatie die u moet weten en begrijpen
voordat u het navigatiesysteem gebruikt.
Nederlands
Hartelijk dank voor de aanschaf van dit Pioneer-product.
Lees de instructies in deze handleiding goed door zodat u het toestel op de juiste
manier leert te bedienen. Nadat u de instructies hebt gelezen, bergt u de handleiding
op een handige plaats op zodat u deze altijd snel bij de hand hebt.
Belangrijk
De schermafbeeldingen die in de voorbeelden
worden getoond kunnen verschillen van de fei-
telijke schermafbeeldingen.
De feitelijke schermafbeeldingen kunnen zon-
der voorafgaande kennisgeving worden gewij-
zigd om verbeteringen in de prestaties en de
functies te bewerkstelligen.
Inleiding
Overzicht handleiding 8
Gebruik van deze handleiding 8
Conventies die in deze handleiding
worden gebruikt 8
Terminologie die in deze handleiding
wordt gebruikt 8
Opmerking over het gebruik van MP3-
bestanden 9
iPod compatibiliteit 9
Kaartgebied 9
Bescherming van het LCD-paneel en het
scherm 9
De microprocessor resetten 10
Voor u begint
De namen en functies van de onderdelen
controleren 11
Beveiliging van uw product tegen
diefstal 12
Een disc inbrengen en uitwerpen 12
Een disc inbrengen 12
Een disc uitwerpen 12
Een SD-geheugenkaart inbrengen en
uitwerpen 12
Een SD-geheugenkaart inbrengen 13
Een SD-geheugenkaart uitwerpen 13
Een USB-geheugenapparaat aansluiten en
losmaken 14
Een USB-geheugenapparaat
aansluiten 14
Een USB-geheugenapparaat
losmaken 14
Een iPod aansluiten en losmaken 14
Uw iPod aansluiten 15
Uw iPod losmaken 15
Het gebruik van de lade 15
Beveiliging van uw product tegen
diefstal 16
Volgorde van het begin tot het einde 17
De eerste maal inschakelen 17
Inschakelen bij normaal gebruik 18
Gebruiken van het afneembare paneel
De namen en functies van de onderdelen
controleren 19
Verwijderen en bevestigen van het
afneembare paneel 19
Verwijderen van het afneembare
paneel 19
Bevestigen van het afneembare
paneel 20
Installeren van de batterij 20
Wegwerpen van de batterij 20
Aan zetten van het afneembare paneel 21
Opladen van de batterij van het afneembare
paneel 21
De batterijtoestand bewaken 22
Automatisch uitschakelen van het
navigatiesysteem 22
Aansluiten op uw PC 22
Gebruik van de navigatiemenuschermen
Overzicht van de schermen 24
Wat u in elk menu kunt doen 25
Snelkoppelingenmenu 25
Een snelkoppeling selecteren 25
Een snelkoppeling annuleren 26
Bediening van het menuschermen (bijv.
Navigatiemenu) 26
Bedieningslijstschermen (bijv.
stedenlijst) 26
Gebruik van het toetsenbord op het
scherm 27
Inhoudsopgave
Nl
2
Het gebruik van de kaart
Het kaartscherm aflezen 28
Audio-informatiebalk 29
Vergrote kaart van de kruising 29
Weergave tijdens het rijden op een
snelweg 30
Typen wegen die in de kaartdatabase
zijn opgeslagen 30
Bediening op het kaartscherm 30
De schaal van de kaart wijzigen 30
Omschakelen van de oriëntatie van de
kaart 31
Het 2D of 3D kaartscherm kiezen 31
De Eco-grafiek weergeven 32
De kaart naar de plaats verschuiven die
u wilt zien 32
Informatie over een opgegeven locatie
bekijken 32
Eco-rijden functie
De Eco-grafiek weergeven 34
Het scherm aflezen 34
Het niveau voor de eco-rijstijl weergeven 35
Attentiemelding bij zeer snelle start 35
De instelling voor de eco-functie
wijzigen 36
Een locatie zoeken en selecteren
De basisinstructies voor het uitstippelen van
uw route 37
Een locatie aan de hand van het adres
zoeken 38
Opzoeken via meerdere
zoektermen 39
Opzoeken van een locatie aan de hand van
de postcode 39
Koers uitzetten naar uw huis 40
Nuttige plaatsen (POI) zoeken 41
POIs zoeken via de
voorgeprogrammeerde
categorieën 41
Rechtstreeks een POI zoeken op basis
van de naam van de faciliteiten 41
Een dichtbijzijnde POI zoeken 42
POIs in de buurt van de bestemming
zoeken 42
POIs zoeken in een bepaalde stad 43
Een bestemming selecteren via
Favorieten 43
POIs zoeken met behulp van de gegevens op
de SD-geheugenkaart 44
Een locatie selecteren die u recentelijk hebt
opgezocht 44
Een locatie aan de hand van de coördinaten
zoeken 45
Een locatie zoeken door de kaart te
verschuiven 46
Nadat de locatie is bepaald
Een route uitzetten naar uw bestemming 47
De huidige route controleren en wijzigen
Het Overz.route scherm weergeven 48
De voorwaarden voor de routeberekening
wijzigen 48
Onderdelen die door de gebruikers
bewerkt kunnen worden 48
De details van de huidige route
controleren 49
Tussenpunten bewerken 50
Een tussenpunt toevoegen 50
Een tussenpunt verwijderen 50
Tussenpunten sorteren 51
De routebegeleiding annuleren 51
Locaties registreren en bewerken
Een locatie in Favorieten opslaan 53
Een locatie registreren via
Favorieten 53
Een locatie registreren via de scroll-
stand 53
Geregistreerde locaties bewerken 53
Bewerken van het item in de
Favorieten lijst 53
Uw thuislocatie bewerken 54
Nl
3
Inhoudsopgave
De items in de Favorieten lijst
sorteren 55
Een item in de Favorieten lijst
verwijderen 55
Registreren en bewerken van uw huis 56
Uw thuislocatie registreren 56
Uw thuislocatie bewerken 56
Een item in de Historiek lijst
verwijderen 57
Favorieten items exporteren en
importeren 57
De Favorieten items exporteren 57
De Favorieten items bewerkt met
navgate FEEDS importeren 58
Verkeersinformatie gebruiken
Alle verkeersinformatie controleren 59
Verkeersinformatie op de route
controleren 60
De verkeersinformatie op de kaart
aflezen 60
Een alternatieve route instellen om files te
vermijden 61
Automatisch file-informatie
controleren 61
De verkeersinformatie handmatig
controleren 61
De verkeersinformatie selecteren die wordt
weergegeven 62
Uw voorkeur voor een RDS-TMC
dienstverlener handmatig selecteren 63
Gebruik van handsfree telefoneren
Communicatie-apparaten voorbereiden 64
Het Telefoonmenu weergeven 64
Uw mobiele telefoon registreren 65
Telefoons in de buurt zoeken 65
Paren vanaf uw mobiele telefoon 66
Een bepaalde telefoon zoeken 67
Een geregistreerde mobiele telefoon
verwijderen 68
Aansluiten van en de verbinding verbreken
met een geregistreerde mobiele
telefoon 69
Een geregistreerde mobiele telefoon
aansluiten 69
De aansluiting van een mobiele
telefoon annuleren 69
Zelf telefoneren 70
Rechtstreeks bellen 70
Gemakkelijk naar huis bellen 70
Een nummer uit uw Contactgeg.
bellen 70
Iemand bellen via de
geschiedenislijst 71
De items opgeslagen in de Favorieten
lijst bellen 71
Het telefoonnummer van een
voorziening bellen 72
Bellen via de kaart 72
Een oproep ontvangen 72
Een inkomend telefoongesprek
beantwoorden 72
Een inkomende oproep weigeren 73
Het telefoonboek overbrengen 73
Geheugen wissen 75
De telefooninstellingen wijzigen 75
Het telefoonvolume instellen 75
De Bluetooth golftransmissie
stoppen 76
De telefoon automatisch opnemen 76
De automatische weigeringsfunctie
instellen 77
Echovermindering en
ruisonderdrukking 77
Automatische verbinding instellen 77
De apparaatnaam bewerken 77
De software voor de Bluetooth
draadloze technologie updaten 78
Opmerkingen met betrekking tot het
handsfree telefoneren 78
Overzicht van de brandstofkosten
Gebruik van de Verbruik functie 81
Inhoudsopgave
Nl
4
Invoeren van het brandstofverbruik voor
het berekenen van de
brandstofkosten 81
Het brandstofverbruik berekenen 81
De gegevens van de brandstofkosten
exporteren 82
Exporteren van Beheer brandstofverbruik
gegevens via het Export/import menu
scherm 83
Gebruik van de toepassingen
Voorbereidingen 84
Omschakelen nar de PC-modus 84
Annuleren van de PC-modus 84
De toepassing starten 84
Basisbediening van de audiobron
De audiobron omschakelen 87
De audiobron uitschakelen 87
Overzicht van de audioschermen 88
Wat u in elk menu kunt doen 89
Het Function Menu scherm weergeven 89
Gebruik van de radio (TUNER)
Het scherm aflezen 90
Gebruik van de aanraaktoetsen 90
Bediening via de toetsen op het toestel
zelf 91
Zenders opslaan en oproepen 91
Gebruik van het functiemenu 91
De frequenties van de sterkste zenders
opslaan 91
Alleen zenders met regionale programmas
zoeken 92
Op sterke zenders afstemmen 92
Een RDS-zender via PTY-informatie
zoeken 93
Verkeersberichten ontvangen 93
Op alternatieve frequenties afstemmen 94
PI-zoekfunctie 94
Automatisch PI-zoeken voor
voorkeurzenders activeren 94
Gebruik van de functie voor onderbreking
door nieuwsberichten 95
Status van onderbrekingspictogram 95
PTY-lijst 96
Audio-CDs afspelen
Het scherm aflezen 97
Gebruik van de aanraaktoetsen 98
Bediening via de toetsen op het toestel
zelf 98
Een fragment in de lijst selecteren 99
Instellen van een bereik voor de herhaalde
weergave 99
De fragmenten in een willekeurige volgorde
afspelen 99
De fragmenten op een CD scannen 99
Afspelen en pauze 100
Gebruik van de Sound Retriever 100
Muziekbestanden op een ROM afspelen
Het scherm aflezen 101
Gebruik van de aanraaktoetsen 102
Bediening via de toetsen op het toestel
zelf 103
Een fragment in de lijst selecteren 103
Instellen van een bereik voor de herhaalde
weergave 104
De fragmenten in een willekeurige volgorde
afspelen 104
Scanweergave van mappen en
fragmenten 104
Afspelen en pauze 105
Gebruik van de Sound Retriever 105
Muziekbestanden op een USB afspelen
Het scherm aflezen 106
Gebruik van de aanraaktoetsen 107
Bediening via de toetsen op het toestel
zelf 107
Een bestand selecteren van de lijst 108
Instellen van een bereik voor de herhaalde
weergave 109
Nl
5
Inhoudsopgave
Bestanden in een willekeurige volgorde laten
weergeven 109
Mappen en bestanden scannen 109
Afspelen en pauze 109
Gebruik van de Sound Retriever 109
Gebruiken van een iPod
Het scherm aflezen 111
Gebruik van de aanraaktoetsen 112
Bediening via de toetsen op het toestel
zelf 112
Een nummer selecteren van de lijst 112
Alfabetisch naar geschikte items
zoeken 113
Weergeven van nummers die iets te maken
hebben met het huidige 114
Alle nummers weergeven in willekeurige
volgorde (Shuffle All) 114
De functies vanaf uw iPod bedienen 114
Gebruik van de Sound Retriever 115
Gebruik van het functiemenu 115
Instellen van een bereik voor de herhaalde
weergave 116
Nummers weergeven in willekeurige volgorde
(Shuffle) 116
Afspelen en pauze 116
De afspeelsnelheid van een gesproken boek
instellen 116
Gebruiken van de AUX signaalbron
Het scherm aflezen 118
AUX als signaalbron selecteren 118
Voorkeursinstellingen aanpassen
Het Menu-instellingen scherm
weergeven 119
Het volume van het navigatiesysteem
instellen 119
De regionale instellingen aanpassen 119
De taal selecteren 119
Het tijdsverschil instellen 120
De eenheid wijzigen tussen km en
mijl 120
De virtuele snelheid van het voertuig
wijzigen 121
De lay-out van het toetsenbord
aanpassen 121
Aanpassen van de instellingen op het
kaartscherm 122
POIs op de kaart weergeven 122
Het 2D of 3D kaartscherm kiezen 123
Richtingswijzigingen weergeven 124
De instelling van het navigatie-
onderbrekingsscherm wijzigen 124
De kleurwijziging van de kaart instellen
tussen dag en nacht 124
De kleur van de weg wijzigen 124
De automatische zoomweergave
instellen 125
Instellen van de weergave van het
Favorieten pictogram 125
De aanduiding van de
maximumsnelheid instellen 125
Het kennisgevingspictogram voor de
verkeersinformatie weergeven 126
De weergave van de huidige
straatnaam instellen 126
De brandstofverbruikinformatie
weergeven 126
De stroombesparingsfunctie instellen 127
De versie-informatie controleren 127
Registreren en bewerken van uw huis 127
De huidige locatie corrigeren 127
De aansluiting van de kabels
controleren 127
De reactiestanden van het toetspaneel
afstellen (toetspaneel kalibrering) 128
De helderheid van het scherm afstellen 128
Uw reisgeschiedenis opnemen 129
Gebruik van de
demonstratiebegeleiding 129
De veiligmodus instellen 130
De fabrieksinstellingen herstellen 130
Het scherm uitschakelen 130
Inhoudsopgave
Nl
6
Openen van het Begininstelling
scherm 131
De kleur van de verlichting instellen 131
De FM-afstemstap instellen 131
Gebruiken van Automatisch PI-zoeken voor
voorkeuzezenders 132
Aan/uit zetten van de externe
aansluiting 132
Instellen van de achter-luidspreker
uitgangsaansluiting en de
subwooferregeling 132
Het geluid dempen/verzwakken 133
Openen van het Audio Menu scherm 133
Gebruik van de balansinstelling 134
Gebruik van de equalizer 134
Equalizercurven oproepen 134
De equalizercurven aanpassen 135
Loudness-functie aanpassen 136
Gebruik van het subwoofer-
uitgangssignaal 136
De lage tonen versterken (Bass
Booster) 136
Gebruik van het hoogdoorlaatfilter 137
Niveau van de signaalbron aanpassen 137
Andere functies
Kopiëren van instellingen 138
Het navigatiesysteem terugzetten op de
standaard of fabrieksinstellingen 138
Instellingen die gewist worden 139
Aanhangsel
Verhelpen van storingen 141
Foutmeldingen en wat u ermee moet
doen 145
Berichten voor de audiofuncties 145
Plaatsbepaling technologie 148
Plaatsbepaling via GPS 148
Justifiëring op de kaart 148
Wanneer er ernstige fouten optreden 149
Wanneer plaatsbepaling via GPS
onmogelijk is 149
Omstandigheden die fouten in de
plaatsbepaling kunnen
veroorzaken 149
Informatie over de routebepaling 151
Regels voor de routekeuze 151
Omgaan met en verzorging van de
discs 152
Gebruik en verzorging van het
ingebouwde station 152
Omgevingsvoorwaarden bij het
afspelen van een disc 153
Afspeelbare discs 153
DualDiscs afspelen 153
Gedetailleerde informatie voor afspeelbare
media 153
Compatibiliteit 153
Tabel voor mediacompatibiliteit 155
Bluetooth 157
SD- en SDHC-logo 157
WMA 157
AAC 158
Gedetailleerde informatie over aansluitbare
iPods 158
iPod 158
iPhone 158
iTunes 158
Correct gebruik van het LCD-scherm 159
Omgaan met het LCD-scherm 159
LCD-scherm (Liquid Crystal
Display) 159
Onderhoud van het LCD-scherm 159
LED (lichtgevende diode)
verlichting 159
Display-informatie 160
–“Navigatiemenu scherm 160
–“Menu-instellingen scherm 160
–“Telefoonmenu scherm 161
Verklarende woordenlijst 162
Specificaties 165
Nl
7
Inhoudsopgave
Overzicht handleiding
Voordat u dit product gebruikt, moet u de Be-
langrijke informatie voor de gebruiker (een
afzonderlijke handleiding) lezen die waarschu-
wingen en andere belangrijke informatie bevat.
Gebruik van deze handleiding
Opzoeken van de bedieningsprocedure
voor wat u wilt doen
Wanneer u besloten hebt wat u wilt doen, kunt
u de pagina die u nodig hebt vinden in de In-
houdsopgave.
Opzoeken van de bedieningsprocedure
op basis van een menunaam
Als u de betekenis wilt weten van een onder-
deel dat op het scherm wordt aangegeven,
kunt u de gewenste pagina vinden met behulp
van de Display-informatie aan het einde van de
handleiding.
Verklarende woordenlijst
Gebruik de verklarende woordenlijst om de be-
tekenis van onbekende termen op te zoeken.
Conventies die in deze
handleiding worden gebruikt
Neem voordat u verder gaat een paar minuten
om de volgende informatie te lezen over de
conventies die in deze handleiding worden ge-
bruikt. Neem dit even goed in u op, want dit
maakt de handleiding direct meer overzichte-
lijk en vergemakkelijkt het leerproces.
! De toetsen van uw navigatiesysteem wor-
den in HOOFDLETTERS en VETGE-
DRUKT weergegeven:
bijv.)
MENU toets, MAP toets.
! De onderdelen in de verschillende menus,
de schermtitels en functionele onderdelen
worden vetgedrukt weergegeven met dub-
bele aanhalingstekens “”:
bijv.)
Navigatiemenu scherm of Audio Sour-
ce scherm
! De aanraaktoetsen die beschikbaar zijn op
het scherm worden vetgedrukt weergege-
ven tussen rechte haken [ ]:
bijv.)
[Adres], [Instell.].
! Extra informatie, alternatieven en andere
opmerkingen worden als volgt weergege-
ven:
bijv.)
p Als de thuislocatie nog niet is opgesla-
gen, moet u eerst deze locatie instellen.
! Beschrijvingen van afzonderlijke bedie-
ningshandelingen die op hetzelfde scherm
worden uitgevoerd, worden aangegeven
met # aan het begin van de beschrijving:
bijv.)
# Tip [OK] aan.
! De referenties worden als volgt aangeduid:
bijv.)
= Zie Het Overz.route scherm weerge-
ven op bladzijde 48 voor details.
Terminologie die in deze
handleiding wordt gebruikt
USB-geheugenapparaat
De term USB-geheugenapparaat wordt al-
leen gebruikt voor USB-geheugen.
SD-geheugenkaart
Een SD-geheugenkaart en SDHC-geheugen-
kaart worden samen aangeduid als SD-ge-
heugenkaart.
Nl
8
Hoofdstuk
01
Inleiding
Opmerking over het gebruik
van MP3-bestanden
Levering van dit navigatiesysteem impliceert
alleen toestemming voor privaat, niet-commer-
cieel gebruik en niet, impliciet noch expliciet,
een toestemming of enig recht dit product te
gebruiken in een commerciële omgeving
(waarbij geld wordt verdiend), via uitzendingen
(via de ether, satelliet, kabels en/of andere
media), via uitzendingen/signaalstromen via
internet, via een intranet en/of andere netwer-
ken of in andere elektronische systemen, zoals
betaalradio of geluid-op-aanvraag. Hiervoor is
een aparte licentie nodig. Zie voor nadere in-
formatie
http://www.mp3licensing.com.
iPod compatibiliteit
Dit product ondersteunt alleen de volgende
iPod-modellen en iPod-softwareversies. An-
dere modellen en versies zullen mogelijk niet
correct werken.
! iPod nano eerste generatie: Ver. 1.3.1
! iPod nano tweede generatie: Ver. 1.1.3
! iPod nano derde generatie: Ver. 1.1.3
! iPod nano vierde generatie: Ver. 1.0.4
! iPod nano vijfde generatie: Ver. 1.0.1
! iPod vijfde generatie: Ver. 1.3
! iPod classic 80GB: Ver. 1.1.2
! iPod classic 120GB: Ver. 2.0.1
! iPod classic 160GB (2007): Ver. 1.1.2
! iPod classic 160GB (2009): Ver. 2.0.3
! iPod touch eerste generatie: Ver. 3.1.2
! iPod touch tweede generatie: Ver. 3.1.1
! iPhone: Ver. 2.2
! iPhone 3G: Ver. 3.1.2
! iPhone 3GS: Ver. 3.1.2
p In deze handleiding worden de iPod en de
iPhone aangeduid als iPod.
p Wanneer u dit navigatiesysteem gebruikt
met een Pioneer USB-interfacekabel voor
de iPod (CD-IU50) (los verkrijgbaar), kunt u
een iPod bedienen die compatibel is met
dit navigatiesysteem.
p Voor het verkrijgen van de beste prestaties
wordt het aanbevolen gebruik te maken
van de laatste softwareversie voor de iPod.
p De bedieningsmethoden kunnen variëren
afhankelijk van de iPod-modellen en de
softwareversie van de iPod.
p Voor details over de compatibiliteit van de
iPods met dit navigatiesysteem wordt u
verwezen naar de informatie op onze
website.
Kaartgebied
Voor details over het kaartgebied van dit navi-
gatiesysteem wordt u verwezen naar de infor-
matie op onze website.
Bescherming van het LCD-
paneel en het scherm
p Laat geen direct zonlicht op het LCD-
scherm vallen wanneer dit product niet
wordt gebruikt. Langdurige blootstelling
aan direct zonlicht kan de temperatuur in
het LCD-scherm doen oplopen en storin-
gen veroorzaken.
p Als u een mobiele telefoon gebruikt, moet
u de antenne van deze telefoon uit de buurt
houden van het LCD-scherm om te voorko-
men dat de video wordt verstoord door het
verschijnen van vlekken, gekleurde strepen
enz.
p Om het LCD-scherm te beschermen tegen
schade, moet u ervoor zorgen dat u de aan-
raaktoetsen met uw vinger aantipt. (De sty-
lus wordt geleverd voor speciale
kalibreringen. Gebruik de stylus niet voor
normale bewerkingen.)
Nl
9
Hoofdstuk
01
Inleiding
Inleiding
De microprocessor resetten
BELANGRIJK
Druk op de RESET toets om de instellingen voor
de audiobron te wissen zonder alle navigatiefunc-
tie-items te wissen. Raadpleeg het verband hou-
dende hoofdstuk voordat u begint met wissen.
p Sommige gegevens blijven bewaard. Lees al-
tijd eerst Het navigatiesysteem terugzetten op
de standaard of fabrieksinstellingen.
= Zie Het navigatiesysteem terugzetten op de
standaard of fabrieksinstellingen op blad-
zijde 138 voor verdere informatie over de
items die gewist worden.
De microprocessor moet in de volgende situ-
aties worden gereset:
! Vóór het eerste gebruik na installatie van
dit product.
! Als het product niet correct werkt.
! Als het systeem niet naar behoren werkt.
! Wanneer de samenstelling van de appara-
tuur wordt veranderd.
! Wanneer randapparatuur die aangesloten
is op het navigatiesysteem aangesloten/ver-
wijderd wordt.
! Als de positie van uw voertuig op de kaart
aanzienlijk afwijkt van de feitelijke positie.
% Druk met het uiteinde van een pen of
een ander spits voorwerp op de RESET
toets.
RESET toets
Nl
10
Hoofdstuk
01
Inleiding
De namen en functies van de onderdelen controleren
Dit hoofdstuk geeft informatie over de namen van de onderdelen en de hoofdfuncties die bediend wor-
den met behulp van de toetsen.
21
4
3
6
78
a9
5
d
c
b
1 h toets
Druk hierop om de disc uit te laten werpen
uit de disc-laadsleuf.
2 Disc-laadsleuf
Plaats hier de disc die u wilt afspelen.
= Voor details omtrent de bediening verwij-
zen wij u naar Een disc inbrengen en uit-
werpen op de volgende bladzijde.
3 Hoofdtoestel
4 MODE toets
! Druk hierop om heen en weer te schake-
len tussen het kaartscherm en het audio-
bedieningsscherm.
! Druk hierop om het kaartscherm te ope-
nen terwijl het navigatiescherm wordt
weergegeven.
5 MULTI-CONTROL*
! Draaien;
Instellen van het volume van de audio-
bron.
! De MULTI-CONTROL even naar links
of rechts drukken;
De frequentie één stapje veranderen; ge-
bruik van de zoekfuncties voor de frag-
menten.
! De MULTI-CONTROL naar links of
rechts drukken en dan vasthouden;
Gebruik van handmatige zoekafstem-
ming en versnelde vooruit en achteruit
weergave.
6 LIST toets*
7 SRC/OFF toets*
8 BAND/ESC toets*
9 Afneembaar paneel
= Zie Verwijderen van het afneembare pa-
neel op bladzijde 19 voor details.
a LCD-scherm
Nl
11
Hoofdstuk
02
Voor u begint
Voor u begint
b toets
Druk op deze toets om het afneembare pa-
neel van het hoofdtoestel te verwijderen.
= Zie Verwijderen van het afneembare pa-
neel op bladzijde 19 voor details.
c Indicator voor de Bluetooth verbin-
dingsstatus
Deze indicator licht op wanneer uw telefoon
via Bluetooth draadloze technologie is ge-
paard aan het navigatiesysteem.
d RESET toets
= Zie De microprocessor resetten op blad-
zijde 10 voor details.
p De toetsen met een sterretje (*) worden al-
leen voor de audiofuncties gebruikt.
= Zie de beschrijvingen op Hoofdstuk 15 t/
m Hoofdstuk 22 voor meer details.
= Zie Het gebruik van de lade op bladzijde 15
voor details over de lade van de AVIC-
F3210BT.
Beveiliging van uw product
tegen diefstal
Om diefstal te ontmoedigen kunt u het af-
neembare paneel losmaken van het hoofdtoe-
stel.
= Zie Verwijderen van het afneembare paneel
op bladzijde 19 voor details.
Een disc inbrengen en
uitwerpen
Een disc inbrengen
% Steek de disc in de disc-laadsleuf.
p Doe geen andere dingen dan een daarvoor
bedoelde disc in de disc-laadsleuf.
Een disc uitwerpen
% Druk op de h toets.
De disc wordt uitgeworpen.
Een SD-geheugenkaart
inbrengen en uitwerpen
BELANGRIJK
! Wanneer een SD-geheugenkaart wordt uitge-
worpen terwijl er gegevens worden overge-
bracht, kan de SD-geheugenkaart worden
beschadigd. Zorg dat u de SD-geheugenkaart
uitwerpt overeenkomstig de aanwijzingen die
in deze handleiding worden gegeven.
! Als er gegevens verloren gaan of verminkt
worden op het geheugenapparaat, kunnen
deze gegevens gewoonlijk niet meer worden
hersteld. Pioneer kan niet aansprakelijk wor-
den gesteld voor schade, kosten of uitgaven
als gevolg van verlies of onbruikbaar worden
van gegevens.
p Dit systeem is niet compatibel met Multi
Media Card (MMC).
Nl
12
Hoofdstuk
02
Voor u begint
p Wij kunnen geen compatibiliteit met alle
SD-geheugenkaarten garanderen.
p Het is mogelijk dat geen optimale presta-
ties worden verkregen met sommige SD-ge-
heugenkaarten.
p Plaats niets anders dan SD-geheugenkaar-
ten.
p Als er gegevens die verband houden met
kaartgegevens, zoals aangepaste POI-gege-
vens, op de SD-geheugenkaart zijn opgesla-
gen, zal het navigatiesysteem opnieuw
opstarten.
Een SD-geheugenkaart inbrengen
1 Haal het afneembare paneel van het
hoofdtoestel.
= Zie Verwijderen van het afneembare paneel
op bladzijde 19 voor details.
2 Steek de SD-geheugenkaart in de SD-
kaartsleuf.
Steek de kaart met de contactjes in de sleuf in
de bovenrand van het afneembare paneel en
druk de kaart naar binnen totdat deze vast-
klikt.
Labelkant
3 Bevestig het afneembare paneel aan
het hoofdtoestel.
Een SD-geheugenkaart uitwerpen
1 Tip op het kaartscherm [Menu] aan.
Het Top Menu scherm verschijnt.
2 Tip [SD uitw.] aan.
Er zal nu gevraagd worden om bevestiging
voor het opnieuw opstarten van het navigatie-
systeem.
3 Tip [OK] aan.
Het navigatiesysteem wordt opnieuw opge-
start en er verschijnt een bericht waarin u
wordt gevraagd om de SD-geheugenkaart te
verwijderen.
4 Haal het afneembare paneel van het
hoofdtoestel.
= Zie Verwijderen van het afneembare paneel
op bladzijde 19 voor details.
5 Druk voorzichtig tegen het midden van
de SD-geheugenkaart totdat u een klik
hoort.
De SD-geheugenkaart komt naar buiten wan-
neer u deze loslaat.
Nl
13
Hoofdstuk
02
Voor u begint
Voor u begint
6 Trek de SD-geheugenkaart recht naar
buiten.
7 Bevestig het afneembare paneel aan
het hoofdtoestel.
= Zie Bevestigen van het afneembare paneel
op bladzijde 20 voor details.
8 Tip [Start opnw.] aan.
Het navigatiesysteem start opnieuw op.
Een USB-geheugenapparaat
aansluiten en losmak en
BELANGRIJK
! Om verlies van gegevens en beschadiging van
het geheugenapparaat te voorkomen, mag u
dit nooit van het navigatiesysteem losmaken
terwijl er gegevens worden overgebracht.
! Als er gegevens verloren gaan of verminkt
worden op het geheugenapparaat, kunnen
deze gegevens gewoonlijk niet meer worden
hersteld. Pioneer kan niet aansprakelijk wor-
den gesteld voor schade, kosten of uitgaven
als gevolg van verlies of onbruikbaar worden
van gegevens.
p Wij kunnen geen compatibiliteit met alle
USB-geheugenapparaten garanderen.
Het is mogelijk dat geen optimale presta-
ties worden verkregen met sommige USB-
geheugenapparaten.
p Aansluiten via een USB-hub is niet moge-
lijk.
Een USB-geheugenapparaat
aansluiten
% Steek het USB-geheugenapparaat in de
USB-stekker.
USB-stekker
USB-geheugenapparaat
Een USB-geheugenapparaat
losmaken
% Maak het USB-geheugenapparaat los
nadat u gecontroleerd hebt of er geen ge-
gevens worden overgebracht.
Een iPod aansluiten en
losmaken
BELANGRIJK
! Om verlies van gegevens en beschadiging van
het geheugenapparaat te voorkomen, mag u
dit nooit van het navigatiesysteem losmaken
terwijl er gegevens worden overgebracht.
Nl
14
Hoofdstuk
02
Voor u begint
! Als er gegevens verloren gaan of verminkt
worden op het geheugenapparaat, kunnen
deze gegevens gewoonlijk niet meer worden
hersteld. Pioneer kan niet aansprakelijk wor-
den gesteld voor schade, kosten of uitgaven
als gevolg van verlies of onbruikbaar worden
van gegevens.
Uw iPod aansluiten
Met een USB-interfacekabel voor de iPod kunt
u uw iPod op het navigatiesysteem aansluiten.
p U hebt een USB-interfacekabel voor de
iPod (CD-IU50) (los verkrijgbaar) nodig om
de verbinding te maken.
p Voor details over de compatibiliteit van de
iPods met dit navigatiesysteem wordt u
verwezen naar de informatie op onze web-
site.
p Aansluiten via een USB-hub is niet moge-
lijk.
1 Maak het USB-geheugenapparaat los
nadat u gecontroleerd hebt of er geen ge-
gevens worden overgebracht.
USB-stekker USB-interfaceka-
bel voor de iPod
2 Sluit uw iPod aan.
Uw iPod losmaken
% Maak de USB-interfacekabel voor de
iPod los nadat u gecontroleerd hebt of er
geen gegevens worden overgebracht.
Het gebruik van de lade
De AVIC-F3210BT heeft een lade.
In de lade is een USB-kabel waarmee u een
USB-geheugenapparaat kunt aansluiten. U
kunt ook de iPod-kabel (bijgeleverd) gebruiken
om een iPod aan te sluiten.
De aangesloten apparaten kunnen ook in de
lade worden opgeborgen.
De lade is geschikt voor de volgende appara-
ten.
! iPod nano eerste generatie
! iPod nano tweede generatie
! iPod nano derde generatie
! iPod nano vierde generatie
! iPod nano vijfde generatie
! iPod classic 80GB
! iPod classic 120GB
! iPod classic 160GB (2007/2009)
! iPod touch eerste generatie
! iPod touch tweede generatie
! iPod vijfde generatie
! USB-geheugenapparaten tot 14 mm (H) x
66 mm (B)
p Plaats niets anders dan de bovenstaande
voorwerpen in de lade.
p Als uw iPod in een opberghoes zit, past
deze mogelijk niet in de lade. Neem de
iPod in dat geval uit de opberghoes voordat
u deze in de lade plaatst.
BELANGRIJK
! Plaats nooit voorwerpen die een open vlam
kunnen produceren (sigaretten, aansteker
enz.) in de lade.
! Gebruik het product niet wanneer de lade
open staat. Als de lade open staat, kan dit re-
sulteren in letsel in geval van een ongeluk.
Nl
15
Hoofdstuk
02
Voor u begint
Voor u begint
! Trek de lade niet met geweld naar buiten, aan-
gezien het dan mogelijk is dat deze niet uit de
voorzijde kan worden verwijderd.
! Media-apparaten (zoals een iPod of een USB-
geheugenapparaat) werken alleen juist bij nor-
male gebruiksomstandigheden. Bij hoge tem-
peraturen in de lade kunnen de media-
apparaten foutief werken of beschadigd
raken. Wees daarom altijd voorzichtig wan-
neer u de lade gebruikt.
! Pak de stekker vast wanneer u een apparaat
losmaakt. Trek niet aan de kabel aangezien
het toestel of de kabel beschadigd kan raken.
! Als de lade niet kan worden geopend, steekt u
een voorwerp met een platte kop (zoals een
schroevendraaier met een platte kop) in de
opening naast de lade om de lade te openen.
U kunt ook contact opnemen met een officieel
Pioneer servicecentrum.
1 Druk tegen het midden van de lade om
deze te openen.
2 Trek de lade naar buiten.
3 Sluit het apparaat aan op de kabel in
de lade.
4 Plaats het apparaat in de lade.
USB-kabel (bijgeleverd)
USB-interfacekabel voor de iPod (bijgeleverd)
Wanneer een iPod in de lade wordt geplaatst,
moet u erop letten dat de kabelaansluiting van
de iPod aan de linkerkant is.
5 Druk tegen het midden van de lade om
deze te sluiten.
Beveiliging van uw product
tegen diefstal
Om diefstal te ontmoedigen kunt u het af-
neembare paneel losmaken van het hoofdtoe-
stel.
= Zie Verwijderen van het afneembare paneel
op bladzijde 19 voor details.
Nl
16
Hoofdstuk
02
Voor u begint
BELANGRIJK
! Het display en de toetsen nooit te hard vast-
pakken of bij het verwijderen en bevestigen
druk uitoefenen.
! Stel het afneembare paneel niet bloot aan te
harde schokken.
! Houd het afneembare paneel uit de zon en
stel het niet bloot aan hoge temperaturen.
! Bewaar het afneembare paneel op een veilige
plek zodat het niet bekrast of beschadigd
raakt.
Volgorde van het begin tot
het einde
1 Start de motor om het systeem op te
starten.
p Om het LCD-scherm te beschermen tegen
schade, moet u ervoor zorgen dat u de aan-
raaktoetsen met uw vingers aantipt. (De sty-
lus wordt geleverd voor speciale
kalibreringen. Gebruik de stylus niet voor
normale bewerkingen.)
2 Schakel de motor van het voertuig uit
om het systeem af te sluiten.
Het navigatiesysteem wordt ook uitge-
schakeld.
De eerste maal inschakelen
Wanneer u het navigatiesysteem de eerste
maal gebruikt, moet u de taal selecteren die u
wilt gebruiken.
1 Start de motor om het systeem op te
starten.
Na enkele ogenblikken zal het startscherm van
het navigatiesysteem verschijnen.
2 Tip op het scherm de taal aan die u wilt
gebruiken.
3 Tip de taal aan die u wilt gebruiken
voor de stembegeleiding.
Het navigatiesysteem zal nu opnieuw starten.
4 Lees de disclaimer zorgvuldig, contro-
leer de details en tip dan [OK] aan als u
met de voorwaarden akkoord gaat.
Het kaartscherm verschijnt.
Nl
17
Hoofdstuk
02
Voor u begint
Voor u begint
Inschakelen bij normaal
gebruik
% Start de motor om het systeem op te
starten.
p Het scherm dat getoond wordt hangt af van
de vorige omstandigheden.
p Wanneer er geen route is om weer te geven,
zal na het opnieuw opstarten van het navi-
gatiesysteem de disclaimer verschijnen.
Lees de disclaimer zorgvuldig, controleer
de details en tip dan [OK] aan als u met de
voorwaarden akkoord gaat.
Nl
18
Hoofdstuk
02
Voor u begint
Door het afneembare paneel van het hoofdtoe-
stel te halen kunt u ook buiten uw voertuig
routes instellen en plaatsen opzoeken.
Met de bijgeleverde USB -kabel kunt u het af-
neembare paneel ook aansluiten op uw PC.
In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u het
afneembare paneel moet gebruiken wanneer
het niet op het hoofdtoestel zit.
BELANGRIJK
! Het display en de toetsen nooit te hard vast-
pakken of bij het verwijderen en bevestigen
druk uitoefenen.
! Stel het afneembare paneel niet bloot aan te
harde schokken.
! Houd het afneembare paneel uit de zon en
stel het niet bloot aan hoge temperaturen.
! Bewaar het afneembare paneel op een veilige
plek zodat het niet bekrast of beschadigd
raakt.
De namen en functies van
de onderdelen controleren
Onderkant
1
Bovenkant
32
1 USB-poort (mini-B)
Voor aansluiting op uw PC.
2 Hoofdschakelaar
Hiermee kunt u het afneembare paneel aan
of uit zetten.
3 SD-kaartsleuf
= Zie Een SD-geheugenkaart inbrengen op
bladzijde 13 voor meer gedetailleerde in-
formatie.
Verwijderen en bevestigen
van het afneembare paneel
Verwijderen van het
afneembare paneel
p Het hoofdtoestel kan niet worden gebruikt
wanneer het afneembare paneel er niet op
zit.
p Door het afneembare paneel te verwijde-
ren, wordt automatisch de audio uitgescha-
keld.
1 Houd het afneembare paneel vast
zodat dit niet valt.
Wees voorzichtig dat u het afneembare paneel
niet laat vallen en zorg ervoor dat het niet in
contact komt met water of andere vloeistoffen
om permanente schade te voorkomen.
2 Druk op de
toets om het afneembare
paneel los te maken.
3 Neem de rechterzijde van het voorpa-
neel voorzichtig vast en trek dit langzaam
naar buiten.
4 Doe het afneembare paneel netjes en
veilig in het meegeleverde etui.
Nl
19
Hoofdstuk
03
Gebruiken van het afneembare paneel
Gebruiken van het afneembare paneel
Bevestigen van het afneembare
paneel
p Als het afneembare paneel wordt ingescha-
keld voordat dit aan het hoofdtoestel is be-
vestigd, zal het paneel niet worden
uitgeschakeld wanneer de contactschake-
laar wordt afgezet (ACC OFF). Het afneem-
bare paneel zal ook batterijvermogen
verliezen.
1 Zet de aan/uit-schakelaar van het af-
neembare paneel uit.
2 Schuif het afneembare paneel naar
links tot het vastklikt.
Het afneembare paneel en het hoofdtoestel zit-
ten aan de linkerkant aan elkaar vast. Contro-
leer of het afneembare paneel netjes recht en
goed vast zit.
3 Druk in het midden van de rechterrand
van het afneembare paneel zodat het goed
op zijn plaats komt te zitten.
Als het niet direct lukt om het afneembare pa-
neel vast te maken aan het hoofdtoestel, pro-
beer het dan gewoon opnieuw, maar wees wel
voorzichtig dat u niet teveel kracht zet, want
hierdoor kan het toestel gemakkelijk bescha-
digd raken.
Installeren van de batterij
BELANGRIJK
! Probeer in geen geval zelf de batterij te vervan-
gen.
! De batterij mag alleen worden vervangen door
servicepersoneel van Pioneer.
Wegwerpen van de batterij
WAARSCHUWING
! Bewaar het batterijpak uit de buurt van kleine
kinderen om te voorkomen dat dit per ongeluk
wordt ingeslikt.
! Batterijen (zowel in de verpakking als in het
apparaat geplaatst) mogen niet worden bloot-
gesteld aan hittebronnen zoals zonlicht, vuur
en andere.
BELANGRIJK
Als u gebruikte batterijen weggooit, zorg dan dat
u dit doet overeenkomstig de wettelijke bepalin-
gen of milieuregels die in uw land of regio gel-
den.
Maak het deksel niet open, behalve wanneer u de
batterij moet wegwerpen.
1 Verwijder de schroef aan de achterkant
van het afneembare paneel en schuif de af-
dekking weg.
Nl
20
Hoofdstuk
03
Gebruiken van het afneembare paneel
2 Verwijder de batterij.
3 Maak de kabel los om de batterij uit te
kunnen nemen.
Aan zetten van het
afneembare paneel
Als u het afneembare paneel aan zet wanneer
het losgemaakt is van het hoofdtoestel, scha-
kelt het navigatiesysteem over naar de stand
voor los gebruik.
1 Maak het afneembare paneel los van
het hoofdtoestel.
= Zie Verwijderen van het afneembare paneel
op bladzijde 19 voor details.
2 Zet de aan/uit-schakelaar van het af-
neembare paneel aan.
p De volgende functies zijn niet mogelijk in
de stand voor los gebruik.
! GPS-plaatsbepaling en tijdsynchronisa-
tie (De plaats van het voertuig en de hui-
dige tijd worden niet op het scherm
bijgewerkt.)
! Routebegeleiding
! Handsfree telefoneren
! Audiofuncties
Opladen van de batterij van
het afneembare paneel
Opladen is niet mogelijk wanneer de tempera-
tuur buiten het oplaadtemperatuurbereik is.
! Het bedrijfstemperatuurbereik van de batte-
rij is tussen 20 °C en +60 °C.
! Het oplaadtemperatuurbereik van de batte-
rij is tussen 0 °C en +55 °C.
De batterij van het afneembare paneel wordt
onder de volgende omstandigheden opgela-
den.
! Wanneer het afneembare paneel aan het
hoofdtoestel is bevestigd en het contact
wordt ingeschakeld (ACC ON).
! Wanneer het afneembare paneel is aange-
sloten op uw PC.
p Voordat u het afneembare paneel op-
laadt door dit op uw PC aan te sluiten,
moet u de aan/uit-schakelaar van het af-
neembare paneel uitzetten om batterij-
vermogen te besparen. Als het paneel
aanstaat, is het mogelijk dat de batterij
niet wordt opgeladen.
p Voor correct opladen stelt u de helder-
heid van het scherm op een laag niveau
in en schakelt u de stroombesparings-
functie in om batterijvermogen te bespa-
ren.
= Zie De helderheid van het scherm af-
stellen op bladzijde 128 voor details.
= Zie De stroombesparingsfunctie in-
stellen op bladzijde 127 voor
details.
Nl
21
Hoofdstuk
03
Gebruiken van het afneembare paneel
Gebruiken van het afneembare paneel
De batterijtoestand bewaken
U kunt de toestand van de batterij van het af-
neembare paneel controleren.
1 Bevestig het afneembare paneel aan
het hoofdtoestel.
= Zie Bevestigen van het afneembare paneel
op bladzijde 20 voor details.
2 Druk op de MODE toets om het naviga-
tiekaartscherm weer te geven.
3 Tip op het kaartscherm [Menu] aan.
Het Top Menu scherm verschijnt.
4 Tip [Instell.] aan.
Het Menu-instellingen scherm verschijnt.
De indicator voor de batterijtoestand bevindt
zich rechts bovenaan het Menu-instellin-
gen scherm.
Batterijtoestand-indicator
Volledig opgeladen
Voldoende batterijspanning
Bezig met opladen
Automatisch uitschakelen
van het navigatiesysteem
Wanneer de batterij van het afneembare pa-
neel bijna leeg is, gaat het navigatiesysteem
automatisch uit.
Wanneer het afneembare paneel weer aan
wordt gezet nadat de batterij is opgeladen, zal
het systeem terugkeren naar de laatst opgesla-
gen toestand.
Er zal een waarschuwing verschijnen wanneer
de batterij leeg raakt.
Wanneer de batterij bijna leeg is, zal er een
waarschuwing verschijnen en zal het naviga-
tiesysteem automatisch worden uitgescha-
keld.
p Wanneer de batterij van het afneembare
paneel leeg is, wordt de volgende keer bij
het opstarten het startscherm weer ge-
toond.
Aansluiten op uw PC
U kunt het afneembare paneel aansluiten op
uw computer via de USB-kabel (meegeleverd
met het navigatiesysteem).
= Zie Gebruik van de toepassingen op blad-
zijde 84 voor details.
Nl
22
Hoofdstuk
03
Gebruiken van het afneembare paneel
Nl
23
Hoofdstuk
03
Gebruiken van het afneembare paneel
Gebruiken van het afneembare paneel
Overzicht van de schermen
7
1
2
3
4
5
6
2
Nl
24
Hoofdstuk
04
Gebruik van de navigatiemenuschermen
Wat u in elk menu kunt doen
1 Kaartscherm
Druk op de MODE toets om het navigatie-
kaartscherm weer te geven.
2 Top Menu
Tip [Menu] op het kaartscherm aan om het
Top Menu scherm weer te geven.
Dit is het startmenu voor toegang tot de ge-
wenste schermen en voor het bedienen van
de diverse functies.
Er zijn twee weergavemogelijkheden voor het
Top Menu scherm.
Klassieke menu
Snelkoppelingenmenu
p In deze handleiding wordt het Klassieke
menu als het Top Menu aangeduid.
3 Navigatiemenu scherm
U kunt uw bestemming in dit menu zoeken.
Ook kunt u via dit menu de ingestelde route
controleren of annuleren.
Bovendien zijn er andere handige functies
voor de ondersteuning van uw navigatie.
4 Telefoonmenu scherm
Toegang tot het scherm dat verband houdt
met handsfree telefoneren om de belgeschie-
denis te zien en de instellingen te veranderen
voor de verbinding van de Bluetooth draadloze
technologie.
5 Menu-instellingen scherm
Toegang tot het scherm voor het aanpassen
van de instellingen aan uw eigen voorkeuren.
6 Applicatiemenu scherm
U kunt toepassingen starten die naar een SD-
geheugenkaart zijn gedownload via het hulp-
programma navgate FEEDS.
7 Audiobedieningsscherm
Dit is het scherm dat gewoonlijk verschijnt
wanneer u een audiobron afspeelt.
Snelkoppelingenmenu
Door uw favoriete menu-items in snelkoppelin-
gen te registreren kunt u snel naar een geregi-
streerd menuscherm springen door even op
het Snelkoppelingenmenu scherm te tippen.
Een snelkoppeling selecteren
p In totaal kunnen er 8 menu-items in snel-
koppelingen worden geregistreerd.
1 Tip op het kaartscherm [Menu] aan.
Het Top Menu scherm verschijnt.
2 Tip [Verkort] aan.
p Wanneer u het navigatiesysteem de eerste
maal gebruikt of als er geen items als snel-
koppelingen zijn ingesteld, verschijnt er een
bericht. Tip [Ja] aan om te beginnen met de
selectie van de snelkoppelingen.
Nl
25
Hoofdstuk
04
Gebruik van de navigatiemenuschermen
Gebruik van de navigatiemenuschermen
3 Tip [Bewerk] aan.
4 Tip het tabblad aan de rechterrand aan
of verschuif de balk om het pictogram
weer te geven dat u als snelkoppeling wilt
instellen.
Schuifbalk
5 Tip het pictogram aan dat u aan de
snelkoppelingen wilt toevoegen en houd
het vast.
6 Verplaats het pictogram naar de linker-
kant van het scherm en laat het los.
Het geselecteerde pictogram is aan de snel-
koppelingen toegevoegd.
7 Om de selectie te voltooien, tipt u [Slui-
ten] aan.
Een snelkoppeling annuleren
1 Tip het pictogram aan dat u van de
snelkoppelingen wilt verwijderen en houd
het vast.
2 Verplaats het pictogram naar de rech-
terkant van het scherm en laat het los.
3 Om de selectie te voltooien, tipt u [Slui-
ten] aan.
Bediening van het
menuschermen (bijv.
Navigatiemenu)
1
2
3
1 Schermtitel
2
Er wordt teruggekeerd naar het vorige
scherm.
3
Hiermee toont u de volgende of de vorige pa-
gina.
Bedieningslijstschermen
(bijv. stedenlijst)
145
2
3
Nl
26
Hoofdstuk
04
Gebruik van de navigatiemenuschermen
1 Schermtitel
2
Door de of op de schuifbalk aan te tippen,
schuift u door de lijst en kunt u de resterende
items zien.
3
Er wordt teruggekeerd naar het vorige
scherm.
4 Items in de lijst
Bij het aantippen van een item in de lijst kunt
u de opties beperken en doorgaan naar de vol-
gende bedieningsstap.
5
Als niet alle tekens in het daarvoor bestemde
venster passen, kunt u de toets rechts van het
item aanraken om de rest te kunnen zien.
Gebruik van het
toetsenbord op het scherm
1
2
3
4
5
6
1 Tekstvakje
Toont de tekens die zijn ingevoerd. Als er geen
tekst in het vakje is, wordt er informatieve
tekst getoond.
2 Toetsenbord
Tip de toetsen aan om de letters en cijfers in
te voeren.
3
Er wordt teruggekeerd naar het vorige
scherm.
4 0-9, Symb., Overige
U kunt andere tekens dan letters van het alfa-
bet invoeren. U kunt tekst invoeren met mar-
keringen zoals [&], of cijfers.
Tip aan om heen en weer te schakelen tussen
de mogelijkheden.
p Wanneer u een van deze soort tekens
gebruikt: A, Ä, Å, Æ, zal het weer-
gegeven resultaat hetzelfde zijn.
5 OK
Hiermee bevestigt u de invoer en gaat u door
naar de volgende stap.
6
Eén voor één wissen van de ingevoerde te-
kens, te beginnen bij het einde van de tekst.
Door te blijven drukken, wordt alle tekst ge-
wist.
p U kunt het type toetsenbord selecteren dat
u wilt gebruiken voor het invoeren van let-
ters.
= Zie De lay-out van het toetsenbord aan-
passen op bladzijde 121 voor details.
p Wanneer u het cyrillisch toetsenbord selec-
teert, kunt u
aantippen om de reste-
rende tekens te zien.
Nl
27
Hoofdstuk
04
Gebruik van de navigatiemenuschermen
Gebruik van de navigatiemenuschermen
De meeste informatie die door uw navigatiesysteem wordt gegeven, kan op de kaart worden gezien. U moet vertrouwd
raken met de manier waarop de informatie op de kaart wordt getoond.
Het kaartscherm aflezen
Dit voorbeeld toont een 2D kaartscherm.
1
2
3
4
5 76 8
9
a
b
c
d
p De informatie met een sterretje (*) wordt al-
leen weergegeven wanneer de route be-
paald is.
p Afhankelijk van de voorwaarden en basisin-
stellingen worden bepaalde onderdelen
niet weergegeven.
1 De naam van de te gebruiken straat (of
het volgende begeleidingspunt)*
Door dit item aan te tippen kunt u de volgende
begeleidingsinformatie opnieuw beluisteren.
2 Volgende rijrichting*
Wanneer u een begeleidingspunt nadert,
wordt dit in groen weergegeven. Door dit item
aan te tippen kunt u volgende begeleidingsin-
formatie opnieuw beluisteren.
3 Afstand tot het begeleidingspunt*
Toont de afstand tot het volgende begelei-
dingspunt.
4 Eco-meter
Deze meter toont een grafiek waarin het vroe-
gere gemiddelde brandstofverbruik wordt ver-
geleken met het gemiddelde
brandstofverbruik sinds het navigatiesysteem
het laatst werd opgestart.
Tip dit item aan om het Eco-grafiek scherm
weer te geven.
= Zie De Eco-grafiek weergeven op blad-
zijde 34 voor details.
5 Kaartbesturing
Door
aan te tippen verschijnen er aan-
raaktoetsen voor het veranderen van de schaal
en de oriëntatie van de kaart.
6 Straatnaam (of naam van de stad) waar
uw voertuig langs of door rijdt
= Zie De weergave van de huidige straat-
naam instellen op bladzijde 126 voor de-
tails.
7 Huidige positie
Toont de positie van uw voertuig. De punt van
het driehoeksteken geeft aan in welke richting
u rijdt en het teken beweegt automatisch met
het rijden mee.
p De punt van het driehoeksteken is de
juiste huidige positie.
Nl
28
Hoofdstuk
05
Het gebruik van de kaart
8 Menu toets
Tip [Menu] op het kaartscherm aan om het
Top Menu scherm weer te geven.
= Voor details omtrent de bediening ver-
wijzen wij u naar Overzicht van de scher-
men op bladzijde 24.
9 Indicator voor de oriëntatie van de kaart
! Wanneer Noorden boven is geselec-
teerd, wordt
aangegeven.
! Wanneer In de rijrichting is geselec-
teerd, wordt
aangegeven.
p De rode pijl geeft het noorden aan.
= Zie Omschakelen van de oriëntatie
van de kaart op bladzijde 31 voor de-
tails.
a Richtingslijn*
De richting van uw bestemming (of het vol-
gende tussenpunt, of de cursor) wordt aange-
geven met een rechte lijn.
b Huidige route*
De route die nu is ingesteld wordt in kleur op
de kaart aangegeven. Als er een tussenpunt
op de route is ingesteld, wordt de route na dit
tussenpunt in een andere kleur aangegeven.
c Multi-informatievenster
Tip [Multi-informatievenster] enkele malen
aan om tussen de weergave-informatie om te
schakelen.
! Afstand tot de bestemming (of af-
stand tot het tussenpunt)*
! Geschatte aankomsttijd op uw be-
stemming of tussenpunt*
De geschatte aankomsttijd is een ideale
waarde berekend aan de hand van de
waarde ingesteld voor Gem. snelheid
en de werkelijke rijsnelheid. De ge-
schatte aankomsttijd is enkel een refe-
rentiewaarde en biedt geen garantie van
aankomst op dat tijdstip.
! Reistijd naar uw bestemming of tus-
senpunt*
d Huidige tijd
Betekenis van de begeleidingsvlaggen
Bestemming
De geblokte vlag geeft uw bestem-
ming aan.
Tussenpunt
De blauwe vlaggen tonen uw tus-
senpunten.
Begeleidingspunt
Het volgende begeleidingspunt
(volgende afslagpunt, enz.) wordt
aangegeven door een gele vlag.
Audio-informatiebalk
Als u een bedieningshandeling voor de audio-
bron verricht, verschijnt de audio-informatie-
balk onderaan op het kaartscherm. Deze balk
verschaft informatie over de status van de au-
diobron.
Vergrote kaart van de kruising
Wanneer Close Up op het Kaart scherm is
ingesteld op Aan, zal er een uitvergroting
van de kaart van de kruising verschijnen.
= Zie De automatische zoomweergave instel-
len op bladzijde 125 voor details.
Nl
29
Hoofdstuk
05
Het gebruik van de kaart
Het gebruik van de kaart
Weergave tijdens het rijden op
een snelweg
Bij bepaalde plekken op de snelweg is infor-
matie over de rijstroken beschikbaar, waarbij
wordt aangegeven welke rijstrook u het beste
kunt volgen om de aanwijzingen van de bege-
leiding gemakkelijker op te volgen.
1
Wanneer u op de snelweg rijdt, kunnen num-
mers van afritten en verkeersborden worden
weergegeven wanneer u zich in de buurt van
knooppunten en afritten bevindt.
23
1 Informatie over rijstroken
2 Informatie over snelwegafritten
Geeft de afrit van de snelheid aan.
3 Borden van de snelweg
Deze geven het wegnummer aan en geven in-
formatie over de richting.
p Als deze gegevens niet voorhanden zijn in
het ingebouwde geheugen, is deze infor-
matie niet beschikbaar, ook al ziet u de be-
treffende aanduidingen op of aan de weg.
Typen wegen die in de
kaartdatabase zijn opgeslagen
Wegen die in de routebegeleiding zijn
opgenomen
Bocht per bocht routes bevatten volledige ge-
gevens over de attributen en kunnen gebruikt
worden voor een alomvattende routebegelei-
ding. Pioneer Navigation geeft de volledige
routebeschrijving weer, inclusief de bocht-per-
bocht stembegeleiding en pijlpictogrammen.
Wegen zonder bocht-per-bocht
instructies
Bruikbare wegen (de weergegeven route en
paars weergegeven wegen) bevatten slechts
basisgegevens en kunnen uitsluitend gebruikt
worden om een navigatieroute uit te stippelen.
Pioneer Navigation geeft uitsluitend een bruik-
bare route weer op de kaart (enkel de aan-
komstbegeleiding voor de bestemming of een
tussenpunt is beschikbaar). Let langs de ge-
markeerde route goed op alle lokale verkeers-
regels en volg ze op. (Voor uw eigen
veiligheid.)
Op deze wegen worden geen bocht-per-bocht
richtingaanwijzingen weergegeven.
Wegen waarover geen route kan
worden uitgezet (wegen met roze
kleur)
Deze wegen kunnen op de kaart worden weer-
gegeven maar kunnen niet worden gebruikt
voor een routeberekening. Let langs dergelijke
routes goed op alle lokale verkeersregels en
volg ze op. (Voor uw eigen veiligheid.)
Bediening op het kaartscherm
De schaal van de kaart wijzigen
U kunt de schaal van de kaart instellen tussen
25 meter en 2 000 kilometer (25 yard en 1 000
mijl).
1 Geef het kaartscherm weer.
Nl
30
Hoofdstuk
05
Het gebruik van de kaart
2 Tip op het kaartscherm aan.
en en de instellingen voor de
schaal van de kaart verschijnen.
3 Tip of aan om de schaal van
de kaart te wijzigen.
p Als u de functie een paar seconden niet ge-
bruikt, wordt automatisch teruggekeerd
naar het oorspronkelijke kaartscherm.
Omschakelen van de oriëntatie
van de kaart
U kunt de richting waarin uw voertuig op de
kaart wijst instellen op In de rijrichting of
Noorden boven.
! In de rijrichting:
De kaart geeft de richting van het voertuig
altijd zo weer dat het voertuig zich naar de
bovenkant van het scherm beweegt.
! Noorden boven:
De kaart toont het noorden altijd bovenaan
het scherm.
p De oriëntatie van de kaart is vast ingesteld
op Noorden boven wanneer de schaal
van de kaart 50 kilometer (25 mijl) of meer
is.
p De oriëntatie van de kaart is vast ingesteld
op In de rijrichting wanneer het 3D kaart-
scherm wordt weergegeven.
1 Geef het kaartscherm weer.
2 Tip
op het kaartscherm aan.
of verschijnt.
p Wanneer Noorden boven is geselecteerd,
zal
worden getoond.
p Wanneer In de rijrichting is geselecteerd,
zal
worden getoond.
3 Tip of aan om de richting van
uw voertuig op de kaart te veranderen.
Elke keer dat u de toets aantipt, verandert de
instelling.
p Als u de functie een paar seconden niet ge-
bruikt, wordt automatisch teruggekeerd
naar het oorspronkelijke kaartscherm.
Het 2D of 3D kaartscherm kieze n
2D kaartscherm
3D kaartscherm
1 Geef het kaartscherm weer.
2 Tip
op het kaartscherm aan.
of verschijnt.
p Wanneer het 2D kaartscherm is geselec-
teerd, wordt
aangegeven.
p Wanneer het 3D kaartscherm is geselec-
teerd, wordt
aangegeven.
Nl
31
Hoofdstuk
05
Het gebruik van de kaart
Het gebruik van de kaart
3 Tip of aan.
Elke keer dat u de toets aantipt, verandert de
instelling.
p Als u de functie een paar seconden niet ge-
bruikt, wordt automatisch teruggekeerd
naar het oorspronkelijke kaartscherm.
De Eco-grafiek weergeven
Eco-grafiek toont het resultaat van een ver-
gelijking van het gemiddelde brandstofver-
bruik in het verleden en het huidige
gemiddelde brandstofverbruik.
1 Geef het kaartscherm weer.
2 Tip
op het kaartscherm aan.
Het Eco-grafiek scherm verschijnt.
p Tip aan of druk op de MODE toets om
van het Eco-grafiek scherm naar het
kaartscherm te gaan.
= Zie Hoofdstuk 6 voor details.
De kaart naar de plaats
verschuiven die u wilt zien
1 Geef het kaartscherm weer.
2 Tip de kaart aan en sleep deze in de ge-
wenste richting om hem te verschuiven.
12
1 Afstand vanaf de huidige locatie
2 Cursor
Wanneer de cursor op de gewenste plaats
wordt gezet, verschijnt er een kort informatief
overzicht onderaan op het scherm over de
plaats die wordt weergegeven, met de straat-
naam en andere informatie voor de betref-
fende locatie. (De getoonde informatie hangt
af van de plaats.)
p De grootte van de schuifstappen hangt af
van de sleepafstand.
# Tip
aan.
De kaart keert terug naar de huidige positie.
p Druk op de MODE toets om de kaart naar
de huidige positie te laten terugkeren.
Informatie over een
opgegeven locatie bekijken
Een pictogram verschijnt op geregistreerde
plaatsen (thuisbasis, specifieke plaatsen,
plaatsen die voorkomen in het Favorieten)en
op plaatsen waar een POI-pictogram is of
waar verkeersinformatie over is. Plaats de
scroll-cursor op het pictogram om de gedetail-
leerde informatie te bekijken.
1 Verschuif de kaart en beweeg de scroll-
cursor naar het pictogram dat u wilt bekij-
ken.
Nl
32
Hoofdstuk
05
Het gebruik van de kaart
2 Tip aan.
Het Informatielijst scherm verschijnt.
3 Tip het item aan waarvan u de gede-
tailleerde informatie wilt zien.
Er verschijnt informatie over een bepaalde lo-
catie.
De informatie varieert al naar gelang de loca-
tie. (Het is mogelijk dat er geen informatie is
over de betreffende locatie.)
= Zie Instellen van de weergave van het Fa-
vorieten pictogram op bladzijde 125 voor
details.
= Zie POIs op de kaart weergeven op bladzijde
122 voor details.
= Zie De verkeersinformatie op de kaart aflezen
op bladzijde 60 voor details.
p Tip
aan om de locatie te bellen als er een
telefoonnummer beschikbaar is. (Hiervoor
is paren met een mobiele telefoon uitgerust
met Bluetooth draadloze technologie ver-
eist.)
= Voor meer details verwijzen we u naar
Bellen via de kaart op bladzijde 72.
Nl
33
Hoofdstuk
05
Het gebruik van de kaart
Het gebruik van de kaart
Dit navigatiesysteem is uitgerust met een eco-
rijden functie die gebruikt kan worden om te
controleren of u op een milieuvriendelijke
wijze rijdt.
Deze functie wordt in dit hoofdstuk beschre-
ven.
Het berekende brandstofverbruik is gebaseerd
op een theoretische waarde die bepaald is aan
de hand van de rijsnelheid en de positie-infor-
matie van het navigatiesysteem. Het weergege-
ven brandstofverbruik is enkel een
referentiewaarde en er is geen garantie dat dit
brandstofverbruik ook werkelijk wordt verkre-
gen.
De Eco-grafiek weergeven
Deze functie schat het brandstofverbruik bij
benadering op basis van uw manier van rijden
en vergelijkt dit brandstofverbruik met uw ge-
middelde brandstofverbruik in het verleden,
waarna de resultaten in een grafiek worden
getoond.
1 Tip [Menu] op het kaartscherm aan en
tip daarna [Navigatie] aan.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Overzicht van de schermen op
bladzijde 24.
2 Tip [Eco-grafiek] aan.
p U kunt ook op het kaartscherm aan-
tippen om de Eco-grafiek weer te geven.
Het scherm aflezen
5
2
3
4
1
1 Vergelijkingsgrafiek voor het gemiddelde
brandstofverbruik
Deze grafiek toont een vergelijking van het ge-
middelde brandstofverbruik tot aan het punt
dat het navigatiesysteem de laatste keer werd
gestopt (gemiddelde brandstofverbruik in het
verleden) en het huidige gemiddelde brand-
stofverbruik. Het display wordt elke 3 secon-
den bijgewerkt. Hoe meer de waarde in de
richting van + verschuift, hoe beter het brand-
stofverbruik is.
Er zijn drie verschillende grafiekbalken.
! Totaal
Vergelijking van het gemiddelde brand-
stofverbruik in het verleden met het ge-
middelde brandstofverbruik vanaf de
locatie waar het navigatiesysteem het
laatst werd gestart tot aan de huidige rij-
positie.
!
: Normale weg
Vergelijking van het gemiddelde brand-
stofverbruik in het verleden met het ge-
middelde brandstofverbruik voor de
laatste 90 seconden, terwijl het voertuig
op een normale weg rijdt.
!
: Snelweg
Vergelijking van het gemiddelde brand-
stofverbruik in het verleden met het ge-
middelde brandstofverbruik voor de
laatste 90 seconden, terwijl het voertuig
op een snelweg rijdt.
2 Eco-score
Nl
34
Hoofdstuk
06
Eco-rijden functie
Het resultaat van de vergelijking van uw ge-
middelde brandstofverbruik in het verleden en
het huidige gemiddelde brandstofverbruik ver-
schijnt als een waarde van 0.0 Pts (punten)
tot 10.0 Pts. Hoe hoger de waarde, hoe beter
uw brandstofverbruik in vergelijking met het
rijden met routebegeleiding in het verleden.
p Dit wordt niet weergegeven wanneer
Eco-score op Uit is ingesteld of wan-
neer er geen route is ingesteld.
3 Beste score
Toont de beste score tot nu toe.
p Dit wordt niet weergegeven wanneer
Eco-score op Uit is ingesteld of wan-
neer er geen route is ingesteld.
4 Eco-meter
De groene meter geeft de huidige score aan
en de grijze meter toont de tot nu toe beste
score.
De Eco-score wordt elke 5 minuten bijge-
werkt.
p Dit wordt niet weergegeven wanneer
Eco-score op Uit is ingesteld of wan-
neer er geen route is ingesteld.
5 Dierenpictogrammen
Het aantal dierenpictogrammen vermeerdert
of vermindert overeenkomstig de waarde van
de Eco-score.
p Als u de Eco-grafiek functie probeert te
gebruiken meteen nadat u het navigatiesys-
teem de eerste maal hebt ingeschakeld,
kan er
worden weergegeven en is de
functie mogelijk niet beschikbaar.
= Zie Verhelpen van storingen op bladzijde
141 voor details.
p De display-instellingen kunnen worden ver-
anderd.
= Zie De instelling voor de eco-functie wijzi-
gen op de volgende bladzijde voor
details.
Het niveau voor de eco-
rijstijl weergeven
Dit navigatiesysteem is uitgerust met een
Niv.eco-rijstijl functie die schat hoe milieu-
vriendelijk u hebt gereden.
De punten van Niv.eco-rijstijl veranderen
overeenkomstig de Eco-score wanneer het
voertuig de bestemming bereikt. Wanneer een
bepaald aantal punten is bereikt, gaat het ni-
veau omhoog en verschijnt er een bericht.
1
1 Boompictogram
Naarmate het niveau hoger wordt, verandert
het boompictogram van een jonge boom naar
een grote boom.
p Dit wordt niet weergegeven wanneer Niv.
eco-rijstijl op Uit is ingesteld.
= Zie De instelling voor de eco-functie wijzigen
op de volgende bladzijde voor details.
Attentiemelding bij zeer
snelle start
Als de snelheid van het voertuig meer dan
41 km/uur (25,5 mijl/uur) bedraagt binnen 5 se-
conden na het wegrijden, verschijnt er een be-
richt en is er een waarschuwingstoon.
= Zie De instelling voor de eco-functie wijzigen
op de volgende bladzijde voor details.
Nl
35
Hoofdstuk
06
Eco-rijden functie
Eco-rijden functie
De instelling voor de eco-
functie wijzigen
U kunt de instelling voor de eco-functie wijzi-
gen.
1 Tip [Menu] op het kaartscherm aan en
tip daarna [Navigatie] aan.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Overzicht van de schermen op
bladzijde 24.
2 Tip [Eco-grafiek] aan.
3 Tip [Instell.] aan.
Het Eco-instellingen scherm verschijnt.
4 Tip de gewenste optie aan.
Eco-score
! Aan (standaardinstelling):
Eco-score wordt weergegeven.
! Uit:
Eco-score is verborgen.
= Zie De Eco-grafiek weergeven op blad-
zijde 34 voor details.
Niv.eco-rijstijl
! Aan (standaardinstelling):
Wanneer u op uw bestemming arriveert,
verschijnt er een melding en is er een piep-
toon als de Niv.eco-rijstijl waarde hoger
of lager is geworden.
! Uit:
Er is geen melding en ook geen pieptoon
wanneer het voertuig de bestemming be-
reikt.
= Zie Het niveau voor de eco-rijstijl weergeven
op de vorige bladzijde voor details.
Waarschuwing Snelle start
! Aan:
Er is een melding en een pieptoon bij een
snelle start van het voertuig.
! Uit (standaardinstelling):
Er is geen melding en geen pieptoon bij
een snelle start van het voertuig.
Wissen geg.
De gegevens voor het brandstofverbruik wor-
den gewist.
5 Tip [OK] aan.
Hiermee zijn de instellingen voltooid.
Nl
36
Hoofdstuk
06
Eco-rijden functie
BELANGRIJK
Om veiligheidsredenen zijn de functies voor de
bepaling van de route niet beschikbaar zolang
het voertuig rijdt. Om deze functies te activeren
en een route te bepalen, dient u op een veilige
plaats te stoppen en de handrem aan te trekken.
p Sommige informatie over verkeersregels is
afhankelijk van het tijdstip waarop de route
wordt berekend. Deze informatie is daarom
mogelijk niet in overeenstemming met een
bepaalde verkeersregel op het moment dat
uw voertuig de betreffende locatie passeert.
Bovendien gelden de aangegeven verkeers-
regels voor een personenauto en niet voor
een bedrijfsauto. Houd u altijd aan de
daadwerkelijke verkeersregels als u in uw
voertuig rijdt.
De basisinstructies voor het
uitstippelen van uw route
1 Parkeer uw voertuig op een veilige plaats
en trek de handrem aan.
j
2 Geef het Top Menu scherm weer.
= Voor details omtrent de bediening ver-
wijzen wij u naar Overzicht van de scher-
men op bladzijde 24.
j
3 Kies de methode voor het zoeken van uw
bestemming.
j
4 Voer de informatie over uw bestemming in
om de route te berekenen.
j
5 Bevestig de locatie op de kaart.
= Zie Een route uitzetten naar uw bestem-
ming op bladzijde 47 voor details.
j
6 Het navigatiesysteem berekent de route
naar uw bestemming en geeft daarna de
route weer op de kaart.
j
7 Controleer de route en leg deze vast.
= Zie Een route uitzetten naar uw bestem-
ming op bladzijde 47 voor details.
j
8 Het navigatiesysteem berekent de route
naar uw bestemming en de kaart van uw
omgeving wordt weergegeven.
j
9 Zet de handrem vrij en rijd overeenkomstig
de navigatiebegeleiding.
Nl
37
Hoofdstuk
07
Een locatie zoeken en selecteren
Een locatie zoeken en selecteren
Een locatie aan de hand
van het adres zoeken
De meest gebruikte functie is Adres, waarbij
het adres wordt opgegeven en de locatie wordt
opgezocht.
p Afhankelijk van de zoekresultaten is het
mogelijk dat sommige stappen worden
overgeslagen.
1 Tip [Menu] op het kaartscherm aan en
tip daarna [Navigatie] aan.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Overzicht van de schermen op
bladzijde 24.
2 Tip [Adres] aan.
3 Tip de toets naast Land aan om de
landenlijst weer te geven.
4 Tip een van de items in de lijst aan om
het land in te stellen.
Het scherm keert terug naar het vorige
scherm.
p Wanneer het land is geselecteerd, hoeft u
alleen het land te veranderen wanneer de
locatie zich buiten het geselecteerde land
bevindt.
5 Tip [Stad] aan.
Het Plaatsnaam inv. scherm verschijnt.
6 Voer de plaatsnaam in en tip dan [OK]
aan.
Het Kies stad scherm verschijnt.
7 Tip de gewenste stad aan.
Het Straatnaam scherm verschijnt.
# Tip aan.
De locatie voor de plaats in kwestie wordt op het
kaartscherm aangegeven.
8 Voer de straatnaam in en tip dan [OK]
aan.
Nl
38
Hoofdstuk
07
Een locatie zoeken en selecteren
Het Kies straat scherm verschijnt.
9 Tip de gewenste straat aan.
Het House# scherm verschijnt.
10 Voer het huisnummer in en tip dan
[OK] aan.
Het Geselecteerd huisnummer scherm ver-
schijnt.
11 Tip het gewenste bereik voor het huis-
nummer aan.
De gevonden locatie wordt op het kaartscherm
aangegeven.
= Zie Een route uitzetten naar uw bestemming
op bladzijde 47 voor de verdere bedienings-
aanwijzingen.
Opzoeken via meerdere
zoektermen
U kunt plaatsen opzoeken (zoals een plaats-
naam of straatnaam) door verschillende zoek-
termen in te voeren.
p U kunt maximaal drie zoektermen invoeren.
p Voeg een spatie tussen de zoektermen in.
Het resultaat van de zoekopdracht hangt af
van het aantal ingevoerde zoektermen.
Invoeren van een zoekterm
Alle namen die de ingevoerde zoekterm bevat-
ten worden weergegeven als zoekresultaat.
Twee zoektermen invoeren
De namen die de ingevoerde zoektermen be-
vatten worden als volgt weergegeven:
! Namen die volledig overeenkomen met de
eerste zoekterm.
! Namen die beginnen met de tweede zoek-
term.
Drie zoektermen invoeren
De namen die de ingevoerde zoektermen be-
vatten worden als volgt weergegeven:
! Namen die volledig overeenkomen met
zowel de eerste als de tweede zoekterm.
! Namen die beginnen met de derde zoek-
term.
U voert bijvoorbeeld in City of London.
Ingevoerde
zoektermen
Zoekresultaten
CITY L
City of London kan worden ge-
vonden.
OF L
CITY OF L
OF LONDON C
COL
City of London kan niet worden
gevonden.
C OF LONDON
Opzoeken van een locatie
aan de hand van de postcode
Als u de postcode van de locatie die u wilt vin-
den kent, kunt u hiermee de locatie opzoeken.
1 Tip [Menu] op het kaartscherm aan en
tip daarna [Navigatie] aan.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Overzicht van de schermen op
bladzijde 24.
2 Tip [Adres] aan.
Het Adres zoeken scherm verschijnt.
Nl
39
Hoofdstuk
07
Een locatie zoeken en selecteren
Een locatie zoeken en selecteren
3 Tip de toets naast Land aan om de
landenlijst weer te geven.
p Wanneer het land is geselecteerd, hoeft u
alleen het land te veranderen wanneer de
locatie zich buiten het geselecteerde land
bevindt.
4 Tip een van de items in de lijst aan om
het land in te stellen.
Het scherm keert terug naar het vorige
scherm.
5 Tip [Postcode] aan.
Het Voer postcode in scherm verschijnt.
6 Voer de postcode in en tip [OK] aan.
Een lijst van steden met de ingevoerde post-
code wordt weergegeven (behalve in de vol-
gende gevallen).
Britse postcode:
De gevonden locatie wordt op het kaartscherm
aangegeven.
= Zie Een route uitzetten naar uw bestemming
op bladzijde 47 voor de verdere bedienings-
aanwijzingen.
Nederlandse postcode:
! Wanneer u een gedeeltelijke postcode in-
voert (4 tekens) en [OK] aantipt, wordt er
een lijst met steden getoond.
Ga door naar stap 7.
! Wanneer u een volledige postcode invoert
(6 tekens), wordt er een lijst met straten ge-
toond. Selecteer de gewenste straat.
Ga door naar stap 9.
7 Tip de stad of het gebied aan waar uw
bestemming zich bevindt.
Het Straatnaam scherm verschijnt.
# Tip aan.
De locatie voor de plaats in kwestie wordt op het
kaartscherm aangegeven.
8 Voer de straatnaam in en tip dan [OK]
aan.
Het Kies straat scherm verschijnt.
= Als er geen huisnummer is, zal de gevon-
den locatie op het kaartscherm worden aan-
gegeven.
9 Tip de gewenste straat aan.
Het House# scherm verschijnt.
Als er slechts een enkele mogelijke locatie is
voor de geselecteerde straat, zal deze op het
kaartscherm worden aangegeven.
10 Voer het huisnummer in en tip dan
[OK] aan.
11 Tip het gewenste bereik voor het huis-
nummer aan.
De gevonden locatie wordt op het kaartscherm
aangegeven.
= Zie Een route uitzetten naar uw bestemming
op bladzijde 47 voor de verdere
bedieningsaanwijzingen.
Koers uitzetten naar uw huis
Als uw thuislocatie is opgeslagen, kunt u de
route naar huis berekenen via aantippen van
een enkele toets.
1 Tip [Menu] op het kaartscherm aan en
tip daarna [Navigatie] aan.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Overzicht van de schermen op
bladzijde 24.
2 Tip [Naar huis] aan.
p Als u uw thuislocatie niet geregistreerd
hebt, verschijnt er een bericht. Tip [Regi-
streren] aan om met de registratie te begin-
nen.
= Zie Registreren en bewerken van uw huis
op bladzijde 56 voor details.
Nl
40
Hoofdstuk
07
Een locatie zoeken en selecteren
Nuttige plaatsen (POI) zoeken
Informatie over diverse nuttige plaatsen (POI),
zoals benzinestations, parkeerplaatsen en res-
taurants, is beschikbaar. U kunt een POI zoe-
ken door de categorie te selecteren (of de POI-
naam in te voeren).
POIs zoeken via de
voorgeprogrammeerde
categorieën
U kunt POI s zoeken door een voorgeprogram-
meerde categorie aan te tippen.
1 Tip [Menu] op het kaartscherm aan en
tip daarna [Navigatie] aan.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Overzicht van de schermen op
bladzijde 24.
2 Tip [POI] aan.
Het Zoeken POI scherm verschijnt.
3 Tip de gewenste categorie aan.
Voorgeprogrammeerde categorieën
Het POI-lijst scherm verschijnt.
4 Tip de gewenste POI aan.
De gevonden locatie wordt op het kaartscherm
aangegeven.
= Zie Een route uitzetten naar uw bestemming
op bladzijde 47 voor de verdere bedienings-
aanwijzingen.
Rechtstreeks een POI zoeken op
basis van de naam van de
faciliteiten
1 Tip [Menu] op het kaartscherm aan en
tip daarna [Navigatie] aan.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Overzicht van de schermen op
bladzijde 24.
2 Tip [POI] aan.
Het Zoeken POI scherm verschijnt.
3 Tip [Spel naam] aan.
Het Invoermenu POI-naam scherm ver-
schijnt.
4 Tip [Zone] aan.
Het Landenlijst scherm verschijnt.
Als de locatie die u wilt opzoeken in een ander
land ligt, zal de landinstelling veranderd wor-
den.
p Wanneer het land is geselecteerd, hoeft u
alleen het land te veranderen wanneer de
locatie zich buiten het geselecteerde land
bevindt.
5 Tip een van de items in de lijst aan om
het land in te stellen.
Er wordt teruggekeerd naar het Invoermenu
POI-naam scherm.
6 Tip [Naam] aan.
Het POI-naam scherm verschijnt.
Nl
41
Hoofdstuk
07
Een locatie zoeken en selecteren
Een locatie zoeken en selecteren
7 Voer de POI-naam in en tip dan [OK]
aan.
Er wordt teruggekeerd naar het Invoermenu
POI-naam scherm.
8 Tip [Zoeken] aan.
Het POI-lijst scherm verschijnt.
9 Tip de gewenste POI aan.
De gevonden locatie wordt op het kaartscherm
aangegeven.
# Tip [Sorteren] aan.
Elke keer dat u [Sorteren] aantipt, wordt de sor-
teervolgorde veranderd.
p De huidige volgorde wordt rechts bovenaan
op het scherm aangegeven.
!
:
Sorteert de lijst op afstand tot de locatie van
het voertuig.
!
:
Sorteert de lijst op alfabetische volgorde.
= Zie Een route uitzetten naar uw bestemming
op bladzijde 47 voor de verdere bedienings-
aanwijzingen.
Een dichtbijzijnde POI zoeken
U kunt naar POIs in de buurt zoeken.
1 Tip [Menu] op het kaartscherm aan en
tip daarna [Navigatie] aan.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Overzicht van de schermen op
bladzijde 24.
2 Tip [POI] aan.
Het Zoeken POI scherm verschijnt.
3 Tip [In de buurt] aan.
De POIs zijn onderverdeeld in verschillende
categorieën.
4 Tip de gewenste categorie aan.
p Als er nog meer gedetailleerde categorieën
binnen de geselecteerde categorie zijn, her-
haalt u deze stap naar vereist.
Het POI-lijst scherm verschijnt.
5 Tip de gewenste POI aan.
De gevonden locatie wordt op het kaartscherm
aangegeven.
= Zie Een route uitzetten naar uw bestemming
op bladzijde 47 voor de verdere bedienings-
aanwijzingen.
POIs in de buurt van de
bestemming zoeken
p Deze functie is alleen beschikbaar wanneer
de route reeds is uitgestippeld.
1 Tip [Menu] op het kaartscherm aan en
tip daarna [Navigatie] aan.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Overzicht van de schermen op
bladzijde 24.
2 Tip [POI] aan.
Het Zoeken POI scherm verschijnt.
3 Tip [Nabij best.] aan.
De POIs zijn onderverdeeld in verschillende
categorieën.
4 Tip de gewenste categorie aan.
p Als er nog meer gedetailleerde categorieën
binnen de geselecteerde categorie zijn, her-
haalt u deze stap naar vereist.
Het POI-lijst scherm verschijnt.
5 Tip de gewenste POI aan.
De gevonden locatie wordt op het kaartscherm
aangegeven.
= Zie Een route uitzetten naar uw bestemming
op bladzijde 47 voor de verdere bedienings-
aanwijzingen.
Nl
42
Hoofdstuk
07
Een locatie zoeken en selecteren
POIs zoeken in een bepaalde stad
U kunt naar POIs zoeken in een bepaalde
stad.
1 Tip [Menu] op het kaartscherm aan en
tip daarna [Navigatie] aan.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Overzicht van de schermen op
bladzijde 24.
2 Tip [POI] aan.
Het Zoeken POI scherm verschijnt.
3 Tip [Nabij Plaats] aan.
Het Rond stad invoermenu scherm ver-
schijnt.
4 Tip [Zone] aan.
Het Landenlijst scherm verschijnt.
Als de locatie die u wilt opzoeken in een ander
land ligt, zal de landinstelling veranderd wor-
den.
p Wanneer het land is geselecteerd, hoeft u
alleen het land te veranderen wanneer de
locatie zich buiten het geselecteerde land
bevindt.
5 Tip [Naam] aan.
Het Plaatsnaam inv. scherm verschijnt.
6 Voer de plaatsnaam in en tip dan [OK]
aan.
Er wordt teruggekeerd naar het Rond stad in-
voermenu scherm.
7 Tip [Zoeken] aan.
Het Kies stad scherm verschijnt.
8 Tip de gewenste stad aan.
De POIs zijn onderverdeeld in verschillende
categorieën.
# Tip aan.
De locatie voor de plaats in kwestie wordt op het
kaartscherm aangegeven.
9 Tip de gewenste categorie aan.
p Als er nog meer gedetailleerde categorieën
binnen de geselecteerde categorie zijn, her-
haalt u deze stap naar vereist.
10 Tip de gewenste POI aan.
De gevonden locatie wordt op het kaartscherm
aangegeven.
= Zie Een route uitzetten naar uw bestemming
op bladzijde 47 voor de verdere
bedieningsaanwijzingen.
Een bestem ming selecteren
via Favorieten
Het opslaan van locaties die u vaak bezoekt
bespaart u tijd en inspanning.
Door een item in de lijst te selecteren kunt u
gemakkelijk een locatie opgeven.
p Deze functie is niet beschikbaar als er geen
locaties in Favorieten zijn geselecteerd.
= Zie Een locatie in Favorieten opslaan op
bladzijde 53 voor details.
Nl
43
Hoofdstuk
07
Een locatie zoeken en selecteren
Een locatie zoeken en selecteren
1 Tip [Menu] op het kaartscherm aan en
tip daarna [Navigatie] aan.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Overzicht van de schermen op
bladzijde 24.
2 Tip [Favorieten] aan.
Het Favoriet zoeken... scherm verschijnt.
3 Tip het gewenste item aan.
De gevonden locatie wordt op het kaartscherm
aangegeven.
= Zie Een route uitzetten naar uw bestemming
op bladzijde 47 voor de verdere
bedieningsaanwijzingen.
POIs zoeken met behulp
van de gegevens op de SD-
geheugenkaart
U kunt een eigen POI op uw PC maken met
behulp van het programma navgate FEEDS
dat afzonderlijk verkrijgbaar is. (navgate
FEEDS is verkrijgbaar op onze website.) Door
de eigen POI correct op de SD-geheugenkaart
op te slaan en de geheugenkaart in het toestel
te plaatsen, kunt u het navigatiesysteem de be-
treffende gegevens in de zoekopdrachten laten
gebruiken.
1 Gebruik het hulpprogramma navgate
FEEDS om aangepaste POI-gegevens op
een SD-geheugenkaart op te slaan.
2 Steek de SD-geheugenkaart in de SD-
kaartsleuf.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Een SD-geheugenkaart inbrengen
op bladzijde 13.
3 Tip [Menu] op het kaartscherm aan en
tip daarna [Navigatie] aan.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Overzicht van de schermen op
bladzijde 24.
4 Tip [FEEDS] aan.
Het Selecteer lijst scherm verschijnt.
5 Tip het gewenste item aan.
Het Selecteer POI scherm verschijnt.
6 Tip de gewenste POI aan.
De gevonden locatie wordt op het kaartscherm
aangegeven.
= Zie Een route uitzetten naar uw bestemming
op bladzijde 47 voor de verdere
bedieningsaanwijzingen.
Een locatie selecteren die u
recentelijk hebt opgezocht
De plaatsen die u in het verleden als bestem-
ming of tussenpunt hebt ingesteld, worden
automatisch in Historiek opgeslagen.
p De locatie wordt ook opgeslagen wanneer
u[Scroll] aantipt op het locatie-bevesti-
gingsscherm.
p Als er geen locatie is opgeslagen onder Be-
stemming-geschiedenis, kunt u [Historiek]
niet selecteren. (Als u een routeberekening
uitvoert, kunt u [Historiek] selecteren.)
p Historiek kan 100 locaties opslaan. Als er
geen gegevens meer kunnen worden opge-
slagen, zullen eventuele nieuwe gegevens
de oudste gegevens overschrijven.
Nl
44
Hoofdstuk
07
Een locatie zoeken en selecteren
1 Tip [Menu] op het kaartscherm aan en
tip daarna [Navigatie] aan.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Overzicht van de schermen op
bladzijde 24.
2 Tip [Historiek] aan.
Het Historiek scherm verschijnt.
3 Tip het gewenste item aan.
De gevonden locatie wordt op het kaartscherm
aangegeven.
= Zie Een route uitzetten naar uw bestemming
op bladzijde 47 voor de verdere
bedieningsaanwijzingen.
Een locatie aan de hand
van de coördinaten zoeken
Voer de breedtegraad en de lengtegraad in om
de locatie te bepalen.
1 Tip [Menu] op het kaartscherm aan en
tip daarna [Navigatie] aan.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Overzicht van de schermen op
bladzijde 24.
2 Tip [Coördinaat] aan.
Het Invoer coördinaten scherm verschijnt.
3 Tip [Lengtegr.] aan.
Het Voer lengtegraad in scherm verschijnt.
4 Voer de lengtegraad in en tip [OK] aan.
Het scherm keert terug naar het vorige
scherm.
p Om bijvoorbeeld 50°12.5 westerlengte in te
voeren, tipt u achtereenvolgens [W], [0], [5],
[0], [0], [1], [0], [2] en [5] aan.
5 Tip [Brdtegr.] aan.
Het Voer breedtegraad in scherm ver-
schijnt.
6 Voer de breedtegraad in en tip [OK]
aan.
Het scherm keert terug naar het vorige
scherm.
p Om bijvoorbeeld 5°12.5 noorderbreedte in
te voeren, tipt u achtereenvolgens [N], [0],
[5], [0], [1], [0], [2] en [5] aan.
Nl
45
Hoofdstuk
07
Een locatie zoeken en selecteren
Een locatie zoeken en selecteren
7 Tip [OK] aan.
De gevonden locatie wordt op het kaartscherm
aangegeven.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Overzicht van de schermen op
bladzijde 24.
Een locatie zoeken door de
kaart te verschuiven
Wanneer u de locatie opgeeft nadat u de kaart
hebt verschoven, kunt u de gekozen positie als
bestemming of tussenpunt instellen.
1 Geef het kaartscherm weer.
2 Tip de kaart aan en sleep deze in de ge-
wenste richting om hem te verschuiven.
3 Tip
aan.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Overzicht van de schermen op
bladzijde 24.
Nl
46
Hoofdstuk
07
Een locatie zoeken en selecteren
Een route uitzetten naar
uw bestemming
1 Een locatie zoeken.
= Zie Hoofdstuk 7 voor details.
Nadat de bestemming is opgezocht, ver-
schijnt het Locatie-bevestigingsscherm.
2 Tip [OK] aan.
Locatie-bevestigingsscherm
De bestemming wordt ingesteld, waarna de
routeberekening begint.
Wanneer de routeberekening voltooid is, ver-
schijnt het Route-bevestigingscherm.
p Als u tijdens de routeberekening op de
MODE toets drukt, wordt de berekening af-
gebroken en verschijnt het kaartscherm.
# Tip [Scroll] aan.
De kaartweergave gaat over in de scroll-stand. In
de scroll-stand kunt u de locatie fijnafstemmen
en daarna kunt u de locatie instellen als uw eind-
bestemming of kunt u verschillende andere han-
delingen uitvoeren.
# Tip [Tussenst.] aan.
De locatie wordt toegevoegd aan het Lijst tus-
senstops scherm.
p Als er geen bestemming is ingesteld, is
[Tussenst.] niet beschikbaar.
3 Tip [OK] aan.
Route-bevestigingsscherm
12 3 4
Stelt de weergegeven route in als uw route en
start de routebegeleiding.
1 Afstand tot de bestemming
2 Reistijd naar uw bestemming
3 Geschatte brandstofkosten voor de reis
naar uw bestemming
= Zie Invoeren van het brandstofverbruik
voor het berekenen van de brandstofkos-
ten op bladzijde 81 voor details.
4 Voorwaarde voor de routeberekening
# Tip
aan.
Er zal om bevestiging gevraagd worden om de be-
rekende route te annuleren.
Tip [Ja] aan om de berekende route te annuleren
en om terug te keren naar het kaartscherm.
2
3
1
1 Opties
= Zie De voorwaarden voor de routebereke-
ning wijzigen op de volgende bladzijde
voor details.
2 Profiel
= Zie De details van de huidige route con-
troleren op bladzijde 49 voor details.
3 Tussenst.
= Zie Tussenpunten bewerken op bladzijde
50 voor details.
Nl
47
Hoofdstuk
08
Nadat de locatie is bepaald
Nadat de locatie is bepaald
Het Overz.route scherm
weergeven
1 Tip [Menu] op het kaartscherm aan en
tip daarna [Navigatie] aan.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Overzicht van de schermen op
bladzijde 24.
2 Tip [Overz.route] aan.
2
3
1
1 Opties
= Zie De voorwaarden voor de routebereke-
ning wijzigen op deze bladzijde voor de-
tails.
2 Profiel
= Zie De details van de huidige route con-
troleren op de volgende bladzijde voor
details.
3 Tussenst.
= Zie Tussenpunten bewerken op bladzijde
50 voor details.
p [Overz.route] is alleen actief wanneer de
route reeds is uitgestippeld.
3 Tip [OK] aan.
De voorwaarden voor de
routeberekening wijzigen
U kunt de voorwaarden voor de routebereke-
ning wijzigen en de huidige route laten herbe-
rekenen.
1 Geef het Overz.route scherm weer.
= Zie Het Overz.route scherm weergeven
op deze bladzijde voor details.
2 Tip [Opties] aan.
Het Routeopties scherm verschijnt.
3 Tip de gewenste items aan om de voor-
waarden voor de routeberekening te wijzi-
gen en tip dan [OK] aan.
De route wordt opnieuw berekend en het
Route-bevestigingsscherm verschijnt.
Onderdelen die door de gebruikers
bewerkt kunnen worden
De met een sterretje (*) gemarkeerde instellin-
gen zijn de standaard- of fabrieksinstellingen.
Routecondities
Deze instelling bepaalt of er bij de berekening
van de route op de eerste plaats rekening
wordt gehouden met de tijd, de afstand of de
weg.
Bepaalt welke voorwaarde prioriteit heeft voor
de routeberekening.
Snel*:
Berekent een route waarbij de kortste reistijd
naar uw bestemming prioriteit heeft.
kort:
Berekent een route waarbij de kortste afstand
naar uw bestemming prioriteit heeft.
Nl
48
Hoofdstuk
09
De huidige route controleren en wijzigen
Hoofdweg:
Berekent een route waarbij het volgen van be-
langrijke verkeersslagaders prioriteit heeft.
Tolweg mijden
Deze instelling regelt of met tolwegen (met in-
begrip van tolgebieden) rekening moet worden
gehouden.
Uit*:
Berekent een route waarin mogelijk tolwegen
(met inbegrip van tolgebieden) voorkomen.
Aan:
Berekent een route waarbij tolwegen (met in-
begrip van tolgebieden) worden vermeden.
p Het systeem berekent soms een route
waarin tolwegen voorkomen, zelfs als
Aan is geselecteerd.
Ferry mijden
Deze instelling regelt of er al dan niet rekening
moet worden gehouden met veerponten.
Uit*:
Berekent een route waarin mogelijk veerponts
voorkomen.
Aan:
Berekent een route waarbij veerponts worden
vermeden.
p Het systeem berekent soms een route
waarin veerponts voorkomen, zelfs als
Aan is geselecteerd.
Snelweg mijden
Deze instelling regelt of er al dan niet snelwe-
gen bij de routeberekening moeten worden be-
trokken.
Uit*:
Berekent een route waarin mogelijk snelwe-
gen voorkomen.
Aan:
Berekent een route waarbij snelwegen worden
vermeden.
p Het systeem berekent soms een route
waarin snelwegen voorkomen, zelfs als
Aan is geselecteerd.
Tijdsbeperk.
Deze instelling regelt of er al dan niet rekening
moet worden gehouden met straten of brug-
gen met verkeersbeperkingen gedurende be-
paalde tijden.
p Als u een route wilt berekenen waarbij op-
haalbruggen worden vermeden, selecteert
u Aan.
Aan*:
Berekent een route waarin straten of bruggen
met verkeersbeperkingen gedurende bepaalde
tijden worden vermeden.
Uit:
Berekent een route waarbij verkeersbeperkin-
gen worden genegeerd.
p Het systeem berekent soms een route
waarin straten of bruggen met verkeersbe-
perkingen gedurende bepaalde tijden zijn,
zelfs als Aan is geselecteerd.
BELANGRIJK
Als het tijdsverschil niet correct is ingesteld, kan
het navigatiesysteem niet op de juiste manier re-
kening houden met bepaalde verkeersregelingen.
Stel het tijdsverschil correct in (= raadpleeg Het
tijdsverschil instellen op bladzijde 120).
De details van de huidige
route controleren
U kunt de routedetails controleren.
1 Geef het Overz.route scherm weer.
= Zie Het Overz.route scherm weergeven
op de vorige bladzijde voor details.
2 Tip [Profiel] aan.
Het Routeprofiel scherm verschijnt.
Nl
49
Hoofdstuk
09
De huidige route controleren en wijzigen
De huidige route controleren en wijzigen
Tussenpunten bewerken
U kunt tussenpunten (locaties die u wilt bezoe-
ken terwijl u op weg bent naar uw bestem-
ming) bewerken en de route herberekenen
zodat deze langs deze locaties gaat.
Een tussenpunt toevoegen
U kunt maximaal 5 tussenpunten instellen en
de tussenpunten en uw eindbestemming kun-
nen automatisch of met de hand worden ge-
rangschikt.
1 Geef het Overz.route scherm weer.
= Zie Het Overz.route scherm weergeven
op bladzijde 48 voor details.
2 Tip [Tussenst.] aan.
Het Lijst tussenstops scherm verschijnt.
3 Tip [Toev.] aan.
Het Kies een zoekmethode scherm ver-
schijnt.
4 Zoek een locatie.
= Zie Hoofdstuk 7 voor details.
5 Tip [OK] aan.
6 Tip [OK] op het Lijst tussenstops
scherm aan.
De route wordt opnieuw berekend en het
Route-bevestigingsscherm verschijnt.
p Als u tussenpunten instelt, kunt u niet
meerdere routes tonen.
Een tussenpunt verwijderen
U kunt tussenpunten uit de route verwijderen
en dan de route herberekenen. (U kunt opeen-
volgende tussenpunten verwijderen.)
1 Geef het Overz.route scherm weer.
= Zie Het Overz.route scherm weergeven
op bladzijde 48 voor details.
2 Tip [Tussenst.] aan.
Het Lijst tussenstops scherm verschijnt.
3 Tip [Wissen] aan naast het tussenpunt
dat u wilt verwijderen.
Het aangetipte tussenpunt wordt van de lijst
verwijderd.
4 Tip [OK] op het Lijst tussenstops
scherm aan.
De route wordt opnieuw berekend en het
Route-bevestigingsscherm verschijnt.
Nl
50
Hoofdstuk
09
De huidige route controleren en wijzigen
5 Tip [OK] aan.
De kaart van de huidige positie verschijnt.
Tussenpunten sorteren
U kunt de tussenpunten sorteren en de route
herberekenen.
p U kunt tussenpunten die u al gepasseerd
bent niet laten sorteren.
1 Geef het Overz.route scherm weer.
= Zie Het Overz.route scherm weergeven
op bladzijde 48 voor details.
2 Tip [Tussenst.] aan.
Het Lijst tussenstops scherm verschijnt.
3 Tip [Sorteren] aan.
Het Tussenstops sorteren scherm ver-
schijnt.
4 Tip het tussenpunt of de bestemming
aan.
Plaats de tussenpunten in de gewenste volg-
orde.
# Tip [Automat.] aan.
U kunt de bestemming en tussenpunten automa-
tisch laten sorteren. Het systeem toont het
dichtstbijzijnde tussenpunt (afstand in een di-
recte lijn) vanaf de huidige locatie als tussenpunt
1, en sorteert de andere punten (inclusief uw be-
stemming) in volgorde van hun afstand tot tus-
senpunt 1.
# Tip [Legen] aan.
Het sorteren van tussenpunten wordt geannu-
leerd.
5 Tip [OK] aan.
Het Lijst tussenstops scherm verschijnt.
6 Tip [OK] op het Lijst tussenstops
scherm aan.
De route wordt opnieuw berekend en het
Route-bevestigingsscherm verschijnt.
7 Tip [OK] aan.
De kaart van de huidige positie verschijnt.
De routebegeleiding
annuleren
Als u niet langer naar uw bestemming hoeft te
rijden, volgt u de onderstaande stappen om de
routebegeleiding te annuleren.
1 Tip [Menu] op het kaartscherm aan en
tip daarna [Navigatie] aan.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Overzicht van de schermen op
bladzijde 24.
2 Tip [Wissen] aan.
Er verschijnt een bericht met de vraag om een
bevestiging of de huidige route gewist moet
worden.
3 Tip [Ja] aan.
De huidige route wordt geannuleerd en de
kaart van uw omgeving verschijnt weer op het
scherm.
# Tip [Skip] aan.
Het volgende tussenpunt in de route wordt over-
geslagen.
Er wordt een nieuwe route naar de bestemming
berekend, met inbegrip van alle resterende tus-
senpunten en zonder het overgeslagen tussen-
punt.
Nl
51
Hoofdstuk
09
De huidige route controleren en wijzigen
De huidige route controleren en wijzigen
Wanneer de routeberekening voltooid is, ver-
schijnt het Route-bevestigingscherm.
p [Skip] is alleen beschikbaar wanneer er een
tussenpunt is ingesteld.
# Tip [Nee] aan.
Het scherm keert terug naar het vorige scherm
zonder dat de route wordt geannuleerd.
Nl
52
Hoofdstuk
09
De huidige route controleren en wijzigen
Een locatie in Favorieten
opslaan
Wanneer u uw favoriete locaties als Favorie-
ten opslaat, hoeft u deze informatie niet tel-
kens opnieuw in te voeren. Opgeslagen
locaties kunnen later via Favorieten weer
worden opgeroepen.
Een locatie registreren via
Favorieten
Favorieten kan maximaal 400 geregistreerde
locaties bevatten. Hiertoe behoren onder meer
uw thuislocatie, favoriete plaatsen en bestem-
mingen die u al hebt geregistreerd.
p Favorieten kan maximaal 400 locaties
bevatten.
p De thuislocatie wordt als een van de items
in Favorieten geteld.
1 Tip [Menu] op het kaartscherm aan en
tip daarna [Navigatie] aan.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Overzicht van de schermen op
bladzijde 24.
2 Tip [Favorieten] aan.
Het Favoriet zoeken... scherm verschijnt.
3 Tip [Toev.] aan.
Het Kies een zoekmethode scherm ver-
schijnt.
4 Zoek een locatie.
= Zie Een locatie zoeken en selecteren op blad-
zijde 37 voor details.
5 Als de kaart van de locatie die u wilt re-
gistreren verschijnt, tipt u [OK] aan.
De locatie wordt geregistreerd, waarna het
Adresboek bewerken scherm verschijnt.
= Zie Bewerken van het item in de Favorie-
ten lijst op deze bladzijde voor details.
6 Tip [OK] aan.
Hiermee wordt de registratie afgesloten.
Een locatie registreren via de
scroll-stand
1 Tip de kaart aan en sleep deze naar de
positie die u wilt registreren.
Cursor
2 Tip aan.
De locatie wordt geregistreerd, waarna het
Adresboek bewerken scherm verschijnt.
= Zie Bewerken van het item in de Favorie-
ten lijst op deze bladzijde voor details.
3 Tip [OK] aan.
Hiermee wordt de registratie afgesloten.
Geregistreerde locaties
bewerken
Bewerken van het item in de
Favorieten lijst
1 Tip [Menu] op het kaartscherm aan en
tip daarna [Navigatie] aan.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Overzicht van de schermen op
bladzijde 24.
2 Tip [Favorieten] aan.
Het Favoriet zoeken... scherm verschijnt.
3 Tip
aan naast de locatie die u wilt be-
werken.
Het Adresboek bewerken scherm ver-
schijnt.
Nl
53
Hoofdstuk
10
Locaties registreren en bewerken
Locaties registreren en bewerken
4 Tip het item aan waarvan u de instel-
ling wilt veranderen.
p Er kunnen maximaal 17 tekens voor de
naam worden ingevoerd.
# Tip [Naam] aan.
U kunt de gewenste naam invoeren.
# Tip [Telef.nr.] aan.
U kunt een geregistreerd telefoonnummer bewer-
ken. Tip
aan om het nummer te bellen.
Het maximaal aantal cijfers dat u voor het tele-
foonnummer kunt invoeren is 15.
p Tip
aan om de locatie te bellen als er een
telefoonnummer beschikbaar is. (Hiervoor
is paren met een mobiele telefoon uitgerust
met Bluetooth draadloze technologie ver-
eist.)
= Voor meer details verwijzen we u naar
Bellen via de kaart op bladzijde 72.
# Tip [Pictogram] aan.
U kunt het symbool veranderen dat op de kaart
en Favorieten wordt aangegeven.
# Tip [Wijzig locatie] aan.
U kunt de geregistreerde locatie veranderen door
de kaart te verschuiven.
5 Tip [OK] aan.
Hiermee wordt de registratie afgesloten.
Uw thuislocatie bewerken
1 Tip [Menu] op het kaartscherm aan en
tip daarna [Navigatie] aan.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Overzicht van de schermen op
bladzijde 24.
2 Tip [Favorieten] aan.
Het Favoriet zoeken... scherm verschijnt.
p Uw thuislocatie verschijnt bovenaan de
lijst.
3 Tip aan naast de thuislocatie.
Het Adresboek bewerken scherm ver-
schijnt.
4 Tip het item aan waarvan u de instel-
ling wilt veranderen.
# Tip [Telef.nr.] aan.
U kunt een geregistreerd telefoonnummer bewer-
ken. Tip
aan om het nummer te bellen.
p Tip
aan om de locatie te bellen als er een
telefoonnummer beschikbaar is. (Hiervoor
is paren met een mobiele telefoon uitgerust
met Bluetooth draadloze technologie ver-
eist.)
= Voor meer details verwijzen we u naar
Bellen via de kaart op bladzijde 72.
# Tip [Wijzig locatie] aan.
U kunt de geregistreerde locatie veranderen door
de kaart te verschuiven.
p Bij de thuisinformatie kunnen [Naam]en
[Pictogram] niet worden bewerkt.
5 Tip [OK] aan.
Hiermee wordt de registratie afgesloten.
Nl
54
Hoofdstuk
10
Locaties registreren en bewerken
De items in de Favorieten lijst
sorteren
1 Tip [Menu] op het kaartscherm aan en
tip daarna [Navigatie] aan.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Overzicht van de schermen op
bladzijde 24.
2 Tip [Favorieten] aan.
Het Favoriet zoeken... scherm verschijnt.
3 Tip [Sorteren] aan.
Elke keer dat u [Sorteren] aantipt, wordt de
sorteervolgorde veranderd.
p De huidige volgorde wordt rechts bovenaan
op het scherm aangegeven.
!
:
Sorteert de lijst op afstand tot de locatie van
het voertuig.
!
:
Sorteert de lijst op alfabetische volgorde.
!
:
Sorteert de items in de lijst op volgorde van
de meest recent gebruikte items.
Een item in de Favorieten lijst
verwijderen
1 Tip [Menu] op het kaartscherm aan en
tip daarna [Navigatie] aan.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Overzicht van de schermen op
bladzijde 24.
2 Tip [Favorieten] aan.
Het Favoriet zoeken... scherm verschijnt.
3 Tip [Wissen] aan.
Het Wissen uit favorieten scherm ver-
schijnt.
4 Selecteer de locatie die u wilt verwijde-
ren.
Er verschijnt een vinkje naast de geselecteerde
locatie.
# Tip [Alle]of[Geen] aan.
Alle items worden geselecteerd of gedeselec-
teerd.
5 Tip [Wissen] aan.
Er verschijnt een bericht waarin u wordt ge-
vraagd om het verwijderen te bevestigen.
6 Tip [Ja] aan.
De gegevens die u hebt geselecteerd worden
verwijderd.
# Tip [Nee] aan.
Annuleert de verwijdering.
Nl
55
Hoofdstuk
10
Locaties registreren en bewerken
Locaties registreren en bewerken
Registreren en bewerken
van uw huis
Door uw thuislocatie te registreren bespaart u
veel tijd en moeite. De route naar de thuisloca-
tie kan door middel van een druk op een toets
van het Navigatiemenu worden berekend.
Indien gewenst kan de geregistreerde thuislo-
catie later worden veranderd.
Uw thuislocatie registreren
1 Tip op het kaartscherm [Menu] aan.
Het Top Menu scherm verschijnt.
2 Tip [Instell.] aan.
Het Menu-instellingen scherm verschijnt.
3 Tip [Thuis inst.] aan.
Het Thuis inst. scherm verschijnt.
4 Tip [Thuis] aan.
Het Kies een zoekmethode scherm ver-
schijnt.
5 Zoek een locatie.
Wanneer u een bepaald punt heeft gevonden
en laten weergeven op de kaart, kunt u [OK]
aanraken.
De locatie wordt geregistreerd, waarna het
Thuis inst. scherm verschijnt.
= Zie Een locatie zoeken en selecteren op blad-
zijde 37 voor details.
6 Tip [Telefoonnr.] aan.
U kunt uw eigen telefoonnummer registreren.
7 Tip [OK] aan.
Hiermee wordt de registratie afgesloten.
Uw thuislocatie bewerken
1 Tip [Menu] op het kaartscherm aan en
tip daarna [Navigatie] aan.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Overzicht van de schermen op
bladzijde 24.
2 Tip [Favorieten] aan.
Het Favoriet zoeken... scherm verschijnt.
p Uw thuislocatie verschijnt bovenaan de
lijst.
3 Tip aan naast de thuislocatie.
Het Adresboek bewerken scherm ver-
schijnt.
4 Tip het item aan waarvan u de instel-
ling wilt veranderen.
# Tip [Telef.nr.] aan.
U kunt een geregistreerd telefoonnummer bewer-
ken. Tip
aan om het nummer te bellen.
p Tip
aan om de locatie te bellen als er een
telefoonnummer beschikbaar is. (Hiervoor
is paren met een mobiele telefoon uitgerust
met Bluetooth draadloze technologie ver-
eist.)
= Voor meer details verwijzen we u naar
Bellen via de kaart op bladzijde 72.
# Tip [Wijzig locatie] aan.
U kunt de geregistreerde locatie veranderen door
de kaart te verschuiven.
Nl
56
Hoofdstuk
10
Locaties registreren en bewerken
p Bij de thuisinformatie kunnen [Naam]en
[Pictogram] niet worden bewerkt.
5 Tip [OK] aan.
Hiermee wordt de registratie afgesloten.
Een item in de Historiek
lijst verwijderen
U kunt items uit Historiek wissen. Het is ook
mogelijk om alle items in een keer uit Histo-
riek te wissen.
1 Tip [Menu] op het kaartscherm aan en
tip daarna [Navigatie] aan.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Overzicht van de schermen op
bladzijde 24.
2 Tip [Historiek] aan.
Het Historiek scherm verschijnt.
3 Tip [Wissen] aan.
Het Wissen uit historiek scherm verschijnt.
4 Selecteer de locatie die u wilt verwijde-
ren.
Er verschijnt een vinkje naast de geselecteerde
locatie.
# Tip [Alle]of[Geen] aan.
Alle items worden geselecteerd of gedeselec-
teerd.
5 Tip [Wissen] aan.
Er verschijnt een bericht waarin u wordt ge-
vraagd om het verwijderen te bevestigen.
6 Tip [Ja] aan.
De gegevens die u hebt geselecteerd worden
verwijderd.
# Tip [Nee] aan.
Annuleert de verwijdering.
Favorieten items
exporteren en importeren
De Favorieten items exporteren
De Favorieten gegevens kunnen naar een
SD-geheugenkaart worden geëxporteerd voor
bewerking op uw PC met behulp van het af-
zonderlijk verkrijgbare hulpprogramma nav-
gate FEEDS.
p Het hulpprogramma navgate FEEDS is be-
schikbaar op onze website. Zie de informa-
tie op de website voor meer details.
p Als er reeds gegevens op de SD-geheugen-
kaart zijn, worden deze gegevens door de
nieuwe gegevens overschreven wanneer de
huidige gegevens worden geëxporteerd.
1 Steek de SD-geheugenkaart in de SD-
kaartsleuf.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Een SD-geheugenkaart inbrengen
op bladzijde 13.
2 Tip [Menu] op het kaartscherm aan en
tip daarna [Navigatie] aan.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Overzicht van de schermen op
bladzijde 24.
Nl
57
Hoofdstuk
10
Locaties registreren en bewerken
Locaties registreren en bewerken
3 Tip [Imp./Exp.] aan.
Het Export/import menu scherm ver-
schijnt.
4 Tip [Export] naast Favorieten aan.
Het exporteren van de gegevens begint.
Nadat de gegevens zijn geëxporteerd, ver-
schijnt er een bericht waarin dit wordt ver-
meld.
5 Tip [OK] aan.
Het Navigatiemenu scherm verschijnt.
De Favorieten items bewerkt
met navgate FEEDS importeren
U kunt de locaties die u hebt bewerkt met het
afzonderlijk verkrijgbare hulpprogramma nav-
gate FEEDS importeren naar Favorieten.
p Wanneer een locatie die reeds in Favorie-
ten is geregistreerd, wordt geïmporteerd,
zal deze locatie worden overschreven.
p Het hulpprogramma navgate FEEDS is be-
schikbaar op onze website. Zie de informa-
tie op de website voor meer details.
1 Sla het item op de SD-geheugenkaart
op met behulp van navgate FEEDS.
2 Steek de SD-geheugenkaart in de SD-
kaartsleuf.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Een SD-geheugenkaart inbrengen
op bladzijde 13.
3 Tip [Menu] op het kaartscherm aan en
tip daarna [Navigatie] aan.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Overzicht van de schermen op
bladzijde 24.
4 Tip [Imp./Exp.] aan.
Het Export/import menu scherm ver-
schijnt.
5 Tip [Import] naast Favorieten aan.
De volgende melding zal verschijnen.
6 Tip [Ja] aan.
Het importeren van de gegevens begint.
Nadat de gegevens zijn geïmporteerd, ver-
schijnt het Navigatiemenu scherm.
Nl
58
Hoofdstuk
10
Locaties registreren en bewerken
U kunt de realtime verkeersinformatie die
wordt uitgezonden via het verkeerskanaal
(TMC) van het FM Radio Data System (RDS)
op het scherm controleren. Deze verkeersinfor-
matie wordt regelmatig bijgewerkt. Als het na-
vigatiesysteem bijgewerkte verkeersinformatie
ontvangt, zal het navigatiesysteem de ver-
keersinformatie op uw kaart projecteren en
ook gedetailleerde tekstinformatie weergeven
indien beschikbaar. Wanneer u langs een
route reist en er verkeersinformatie op uw hui-
dige route is, zal het systeem dit detecteren en
u vragen of u een nieuwe route wilt of automa-
tisch een andere route voorstellen.
p Het systeem zoekt verkeersinformatie in
een straal van 150 km rond de locatie van
het voertuig. (Als er veel verkeersinformatie
rond uw voertuig is, wordt een kleinere
straal dan 150 km gebruikt.)
p Het navigatiesysteem biedt de volgende
functies op basis van de informatie van de
RDS-TMC dienst:
! Een lijst met verkeersinformatie weerge-
ven
! Verkeersinformatie op de kaart weerge-
ven
! Een route voorstellen om files te vermij-
den door verkeersinformatie te gebrui-
ken
p De term verkeersopstopping in dit ge-
deelte duidt op de volgende types van ver-
keersinformatie: langzaam rijdend verkeer,
stilstaand verkeerd en afgesloten/geblok-
keerde wegen. Met deze informatie wordt
bij het controleren van de route altijd reke-
ning gehouden en de informatie die op
deze gebeurtenissen betrekking heeft kan
niet worden uitgeschakeld. Als u andere
verkeersinformatie in Verk.inst. selec-
teert, kan die informatie in een lijst of op de
kaart worden weergegeven.
= Zie De verkeersinformatie selecteren die
wordt weergegeven op bladzijde 62 voor
details.
Alle verke ersinformatie
controleren
Alle verkeersinformatie op de huidige route
verschijnt in een lijst op het scherm.
1 Tip [Menu] op het kaartscherm aan en
tip daarna [Navigatie] aan.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Overzicht van de schermen op
bladzijde 24.
2 Tip [Verkeer] aan.
Het Verkeers-info scherm verschijnt.
3 Tip [Lijst verkeer] aan.
Het Lijst verkeersprobl. scherm verschijnt.
De lijst met ontvangen verkeersinformatie
wordt getoond.
4 Selecteer een incident dat u nader wilt
bekijken.
Er wordt nadere informatie over het geselec-
teerde incident weergegeven.
p Door een incident dat u wilt zien aan te tip-
pen, kunt u gedetailleerde informatie over
het incident bekijken. Als de informatie niet
op één scherm kan worden weergegeven,
tipt u
of aan om de rest van de informa-
tie te bekijken.
# Tip [Sorteren] aan.
U kunt de verkeersinformatie sorteren.
Elke keer dat u de toets aantipt, verandert de in-
stelling.
!
:
U kunt de verkeersinformatie sorteren aan
de hand van de afstand tot uw huidige posi-
tie.
Nl
59
Hoofdstuk
11
Verkeersinformatie gebruiken
Verkeersinformatie gebruiken
Met betrekking tot de lijst die verschijnt als
u[Lijst verkeer] aantipt, wordt de lijst ge-
sorteerd volgens de lineaire afstand van de
locatie van het voertuig tot die van de ver-
keersinformatie.
Met betrekking tot de lijst die verschijnt als
u[Verkeer op de route] aantipt, wordt de
lijst gesorteerd volgens de afstand van de
locatie van het voertuig tot die van de ver-
keersinformatie.
!
:
U kunt de verkeersinformatie sorteren op al-
fabetische volgorde.
!
:
U kunt de verkeersinformatie sorteren aan
de hand van de incidenten.
De lijst wordt gesorteerd op volgorde van af-
gesloten/geblokkeerde wegen, files, onge-
lukken, wegwerkzaamheden en overige.
De huidige volgorde wordt rechts bovenaan op
het scherm aangegeven.
# Tip [Vernieuw] aan.
Wanneer er nieuwe verkeersinformatie wordt ont-
vangen, de actuele informatie wordt gewijzigd of
oude informatie wordt verwijderd, wordt de lijst
bijgewerkt om de nieuwe situatie weer te geven.
# Tip
aan.
Door
aan te tippen kunt u de locatie op de
kaart controleren. (Verkeersinformatie zonder in-
formatie over de locatie kan niet op een kaart wor-
den gecontroleerd.)
5 Tip aan.
Er wordt teruggekeerd naar het vorige
scherm.
Verkeersinformatie op de
route controleren
Alle verkeersinformatie op de huidige route
verschijnt in een lijst op het scherm.
1 Tip [Menu] op het kaartscherm aan en
tip daarna [Navigatie] aan.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Overzicht van de schermen op
bladzijde 24.
2 Tip [Verkeer] aan.
Het Verkeers-info scherm verschijnt.
3 Tip [Verkeer op de route] aan.
Het Lijst verkeer op route scherm ver-
schijnt.
De methode voor het controleren van de infor-
matie op het scherm is hetzelfde als bij Alle
verkeersinformatie controleren op de vorige
bladzijde.
De verkeersinformatie op
de kaart aflezen
De volgende verkeersinformatie wordt op de
kaart weergegeven.
p Er verschijnt enkel een lijn als de schaal
van de kaart 5 km (2,5 mijl) of minder is.
p Er verschijnen enkel pictogrammen als de
schaal van de kaart 20 km (10 mijl) of min-
der is. Als de schaal wordt veranderd, ver-
andert de grootte van de pictogrammen
overeenkomstig de gekozen schaal.
Verkeerspictogram
! met gele lijn:
Stapvoets rijden
!
met rode lijn:
Verkeer staat stil
!
met zwarte lijn:
Afgesloten/geblokkeerde wegen
!
enz.:
Ongelukken, werkzaamheden enz.
Nl
60
Hoofdstuk
11
Verkeersinformatie gebruiken
Een alternatieve route
instellen om files te vermijden
Het navigatiesysteem controleert met regelma-
tige tussenpozen of er verkeersinformatie voor
uw route is. Als het navigatiesysteem op de
hoogte wordt gebracht van files op uw huidige
route, probeert het systeem op de achtergrond
een betere route te vinden.
p De volgende types verkeersincidenten op
de route worden gecontroleerd: langzaam,
aanschuivend of stilstaand verkeer en afge-
sloten/geblokkeerde wegen.
Automatisch file-informatie
controleren
Als er informatie over files op uw huidige
route is en er een alternatieve route kan wor-
den gevonden, zal het navigatiesysteem auto-
matisch een nieuwe alternatieve route
aanbevelen. In dat geval verschijnt het vol-
gende scherm.
12
1 Verschil in afstand en reistijd tussen een be-
staande en een nieuwe route.
2 Afstand vanaf de huidige positie van uw voer-
tuig tot het punt waar de nieuwe route begint.
p Er wordt geen actie ondernomen als het
systeem geen informatie vindt over files op
uw route of als het systeem geen alternatief
kan vinden.
1 Tip [Nieuw] aan.
De aanbevolen route wordt op het scherm
weergegeven.
# Tip [Huidige] aan.
De huidige route wordt op het scherm weergege-
ven.
2 Tip [OK] aan.
De weergegeven route wordt ingesteld.
p Wanneer er geen keuze wordt gemaakt,
wordt er teruggekeerd naar het vorige
scherm.
De verkeersinformatie
handmatig controleren
Door het kennisgevingspictogram op het
kaartscherm aan te tippen kunt u de verkeers-
informatie op uw route controleren terwijl het
pictogram wordt weergegeven. Het kennisge-
vingspictogram wordt alleen op het kaart-
scherm weergegeven als er verkeersinformatie
voor uw route is.
p Het kennisgevingspictogram is niet be-
schikbaar als uw voertuig de route verlaat.
1 Zet [Toon verk.info] op Bekijk.
= Zie Het kennisgevingspictogram voor de ver-
keersinformatie weergeven op bladzijde 126
voor details.
2 Geef het kaartscherm weer.
Het pictogram verschijnt als het systeem ver-
keersinformatie over de huidige route ont-
vangt.
3 Tip het pictogram aan terwijl het picto-
gram weergegeven wordt.
Waarschuwingspictogram
De verkeersinformatie voor de huidige route
wordt op het kaartscherm aangegeven.
Nl
61
Hoofdstuk
11
Verkeersinformatie gebruiken
Verkeersinformatie gebruiken
4 Tip [Omleiding] aan om een alterna-
tieve route te zoeken.
Nadat u [Omleiding] hebt aangetipt, wordt de
route herberekend, waarbij rekening wordt ge-
houden met de verkeersopstoppingen op uw
huidige route.
p [Omleiding] is alleen beschikbaar als het
syseem files vindt.
p Het kennisgevingspictogram toont de
dichtstbijzijnde verkeersinformatie op de
route. Als u echter [Omleiding] aantipt,
wordt de route opnieuw berekend waarbij
niet alleen op deze informatie wordt gelet,
maar ook op alle file-informatie op de route.
Zie Automatisch file-informatie controleren voor
de verdere bedieningsaanwijzingen.
= Zie Automatisch file-informatie controleren
op de vorige bladzijde voor details.
# Tip [Lijst] aan.
Het Lijst verkeer op route scherm verschijnt.
# Tip
aan.
Het bericht verdwijnt en er wordt teruggekeerd
naar het kaartscherm.
De verkeersinformatie
selecteren die wordt
weergegeven
Er zijn verschillende types verkeersinformatie
die via de RDS-TMC dienst ontvangen kunnen
worden en u kunt selecteren welke types opge-
nomen en weergegeven worden op uw naviga-
tiesysteem.
1 Tip [Menu] op het kaartscherm aan en
tip daarna [Navigatie] aan.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Overzicht van de schermen op
bladzijde 24.
2 Tip [Verkeer] aan.
Het Verkeers-info scherm verschijnt.
3 Tip [Verk.inst.] aan.
Het Verkeersinstellingen scherm ver-
schijnt.
4 Tip [Weergegeven verkeersinformatie]
aan.
Het Instell. Verkeerstype scherm ver-
schijnt.
5 Tip het verkeersinformatie-item aan
dat u wilt weergeven.
Er verschijnt een vinkje naast de geselecteerde
verkeersinformatie.
# Tip [Alle]of[Geen] aan.
Alle items worden geselecteerd of gedeselec-
teerd.
Nl
62
Hoofdstuk
11
Verkeersinformatie gebruiken
6 Tip [OK] aan.
Het geselecteerde verkeersinformatiepicto-
gram wordt op het scherm geplaatst.
7 Tip [OK] aan.
Uw voorkeur voor een RDS-
TMC dienstverlener
handmatig selecteren
Er is een standaard voorkeur TMC dienstverle-
ner voor ieder land ingesteld. Het navigatiesys-
teem stemt af op de radiozender met de beste
ontvangst van de RDS-TMC diensten die de
voorkeur genieten. Als u een voorkeur hebt
voor een andere RDS-TMC dienstverlener, kunt
u handmatig een selectie maken uit de be-
schikbare RDS-TMC diensten.
1 Tip [Menu] op het kaartscherm aan en
tip daarna [Navigatie] aan.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Overzicht van de schermen op
bladzijde 24.
2 Tip [Verkeer] aan.
Het Verkeers-info scherm verschijnt.
3 Tip [Selecteer TMC- Provider] aan.
4 Tip de gewenste dienstverlener aan in
de lijst.
Nadat u een dienstverlener hebt aangetipt,
stemt het systeem af op de geselecteerde
RDS-TMC dienstverlener. Wanneer de afstem-
ming voltooid is, keert het systeem terug naar
de kaartweergave.
Nl
63
Hoofdstuk
11
Verkeersinformatie gebruiken
Verkeersinformatie gebruiken
BELANGRIJK
Voor uw veiligheid moet u zoveel mogelijk vermij-
den te telefoneren tijdens het rijden.
Als uw mobiele telefoon Bluetooth technolo-
gie ondersteunt, kan dit navigatiesysteem
draadloos aangesloten worden op uw mobiele
telefoon. Dankzij deze handsfree-functie kunt
u het navigatiesysteem bedienen om telefoon-
gesprekken te maken of te ontvangen. U kunt
ook de gegevens van het telefoonboek van uw
mobiele telefoon overbrengen naar het naviga-
tiesysteem. Dit gedeelte beschrijft de instelling
van een Bluetooth verbinding en de bediening
van een mobiele telefoon met Bluetooth tech-
nologie met het navigatiesysteem.
Zie de informatie op onze website voor details
over de verbinding met de apparaten uitgerust
met Bluetooth draadloze technologie.
Communicatie-apparaten
voorbereiden
Dit navigatiesysteem heeft een ingebouwde
functie voor gebruik van mobiele telefoons uit-
gerust met Bluetooth draadloze technologie.
Wanneer een mobiele telefoon uitgerust met
Bluetooth draadloze technologie is aangeslo-
ten, licht de indicator voor de Bluetooth ver-
bindingsstatus op.
= Zie Opmerkingen met betr ekking tot het
handsfree telefoneren op bladzijde 78 voor
details.
p Wanneer het navigatiesysteem is uitge-
schakeld, is ook de Bluetooth verbinding
uitgeschakeld. Wanneer het systeem wordt
gestart, probeert het systeem automatisch
de verbinding met de voorheen verbonden
mobiele telefoon te herstellen. Zelfs wan-
neer de verbinding om de een of andere
reden wegvalt, probeert het systeem auto-
matisch de betreffende mobiele telefoon
weer te verbinden (ook als de verbinding
verbroken wordt als gevolg van het bedie-
nen van de mobiele telefoon).
Het Telefoonmenu weergeven
Gebruik het Telefoonmenu als u een mobie-
le telefoon op het navigatiesysteem aansluit.
1 Tip op het kaartscherm [Menu] aan.
Het Top Menu scherm verschijnt.
2 Tip [Telefoon] aan.
Het Telefoonmenu scherm verschijnt.
1
234
1 Naam van de aangesloten mobiele telefoon
2 Netwerknaam van het telefoonbedrijf van
de mobiele telefoon
3 Ontvangsttoestand van de mobiele telefoon
4 Batterijtoestand van de mobiele telefoon
Nl
64
Hoofdstuk
12
Gebruik van handsfree telefoneren
Uw mobiele telefoon
registreren
U moet uw mobiele telefoons uitgerust met
Bluetooth draadloze technologie registreren
wanneer u deze de eerste maal aansluit. In to-
taal kunnen er 3 telefoons worden geregi-
streerd. Er zijn drie registratiemethoden
beschikbaar:
! Telefoons in de buurt zoeken
! Paren vanaf uw mobiele telefoon
! Een bepaalde telefoon zoeken
p De standaard apparatuurnaam die op de
mobiele telefoon wordt weergegeven is
PIONEER NAVI. De PIN-code is 1111.
Telefoons in de buurt zoeken
Het systeem zoekt naar beschikbare mobiele
telefoons in de buurt van het navigatiesys-
teem, geeft deze in een lijst weer en registreert
ze om te worden aangesloten.
1 Schakel de Bluetooth draadloze techno-
logie op uw mobiele telefoon in.
Bij sommige mobiele telefoons is er geen be-
paalde bediening vereist om de Bluetooth
draadloze technologie in te schakelen. Zie de
handleiding van uw mobiele telefoon voor de-
tails.
2 Geef het Telefoonmenu scherm weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Telefoonmenu weergeven
op de vorige bladzijde.
3 Tip [Instell.] aan op het Telefoonme-
nu scherm.
Het Instellingen Bluetooth scherm ver-
schijnt.
4 Tip [Verbindingen] aan.
Het Lijst verbindingen scherm verschijnt.
5 Tip [Toev.] aan.
Het Toestel toev. scherm verschijnt.
6 Tip [Toestellen zoeken] aan.
Het Toestellen rondom scherm verschijnt.
Het systeem zoekt naar mobiele telefoons uit-
gerust met Bluetooth technologie die gereed
staan voor verbinding en geeft deze in een lijst
weer als het apparaat wordt gevonden.
p Er kunnen maximaal 15 mobiele telefoons
in de lijst staan, in de volgorde waarin de te-
lefoons zijn gevonden.
Nl
65
Hoofdstuk
12
Gebruik van handsfree telefoneren
Gebruik van handsfree telefoneren
7 Wacht tot uw mobiele telefoon in de
lijst verschijnt.
p Als u de mobiele telefoon die u wilt aanslui-
ten niet vindt, moet u controleren of de mo-
biele telefoon inderdaad gereed staat voor
verbinding via Bluetooth draadloze techno-
logie.
8 Tip de naam van de mobiele telefoon
aan die u wilt registreren.
Er verschijnt een bericht waarin u wordt ge-
vraagd om een PIN-code in te voeren.
9 Voer de PIN-code 1111 in met de mo-
biele telefoon.
Wanneer er een verbinding tot stand is ge-
bracht, verschijnt een bericht dat de verbin-
ding is voltooid. Het scherm keert terug naar
het Instellingen Bluetooth scherm wan-
neer [OK] wordt aangetipt.
Paren vanaf uw mobiele telefoon
U kunt de mobiele telefoon registreren door
het navigatiesysteem in de stand-by modus te
zetten en om verbinding vanaf de mobiele tele-
foon te verzoeken.
1 Schakel de Bluetooth draadloze techno-
logie op uw mobiele telefoon in.
Bij sommige mobiele telefoons is er geen be-
paalde bediening vereist om de Bluetooth
draadloze technologie in te schakelen. Zie de
handleiding van uw mobiele telefoon voor de-
tails.
2 Geef het Telefoonmenu scherm weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Telefoonmenu weergeven
op bladzijde 64.
3 Tip [Instell.] aan op het Telefoonme-
nu scherm.
Het Instellingen Bluetooth scherm ver-
schijnt.
4 Tip [Verbindingen] aan.
Het Lijst verbindingen scherm verschijnt.
Nl
66
Hoofdstuk
12
Gebruik van handsfree telefoneren
5 Tip [Toev.] aan.
Het Toestel toev. scherm verschijnt.
6 Tip [Koppeling vanaf mobiele telefoon]
aan.
Het navigatiesysteem wacht op de Bluetooth
verbinding.
7 Registreer het navigatiesysteem op uw
mobiele telefoon.
Als uw mobiele telefoon vraagt een wacht-
woord in te voeren, voert u de PIN-code
(wachtwoord) van het navigatiesysteem in.
Zodra de registratie is voltooid, verschijnt het
volgende scherm.
p Als de registratie mislukt, moet u de proce-
dure vanaf het begin herhalen.
8 Tip [OK] aan.
Een bepaalde telefoon zoeken
Als u uw telefoon niet kunt aansluiten met
[Toestellen zoeken]en[Koppeling vanaf
mobiele telefoon], kunt u deze methode pro-
beren als uw telefoon in de lijst staat.
1 Schakel de Bluetooth draadloze techno-
logie op uw mobiele telefoon in.
Bij sommige mobiele telefoons is er geen be-
paalde bediening vereist om de Bluetooth
draadloze technologie in te schakelen. Zie de
handleiding van uw mobiele telefoon voor de-
tails.
2 Geef het Telefoonmenu scherm weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Telefoonmenu weergeven
op bladzijde 64.
3 Tip [Instell.] aan op het Telefoonme-
nu scherm.
Het Instellingen Bluetooth scherm ver-
schijnt.
4 Tip [Verbindingen] aan.
Het Lijst verbindingen scherm verschijnt.
5 Tip [Toev.] aan.
Het Toestel toev. scherm verschijnt.
6 Tip [Specifieke toestellen selecteren]
aan.
Het Selecteer specifieke toest. scherm ver-
schijnt.
7 Tip de modelnaam van de mobiele tele-
foon aan waarmee u een verbinding wilt
maken.
Nl
67
Hoofdstuk
12
Gebruik van handsfree telefoneren
Gebruik van handsfree telefoneren
Het systeem zoekt naar mobiele telefoons uit-
gerust met Bluetooth technologie die gereed
staan voor verbinding en geeft deze in een lijst
weer als het apparaat wordt gevonden.
p Als de gewenste modelnaam niet in de lijst
staat, tipt u [Other phones] aan om de be-
schikbare mobiele telefoons in de buurt te
zoeken.
8 Wacht tot uw mobiele telefoon in de
lijst verschijnt.
p Als u de mobiele telefoon die u wilt aanslui-
ten niet vindt, moet u controleren of de mo-
biele telefoon inderdaad gereed staat voor
verbinding via Bluetooth draadloze techno-
logie.
9 Tip de naam van de mobiele telefoon
aan die u wilt registreren.
Er verschijnt een bericht waarin u wordt ge-
vraagd om een PIN-code in te voeren.
10 Voer de PIN-code 1111 in met de mo-
biele telefoon.
Wanneer er een verbinding tot stand is ge-
bracht, verschijnt een bericht dat de verbin-
ding is voltooid. Het scherm keert terug naar
het Instellingen Bluetooth scherm wan-
neer [OK] wordt aangetipt.
Een geregistreerde mobiele
telefoon verwijderen
Als u een op het navigatiesysteem geregi-
streerde telefoon niet meer nodig hebt, kunt u
deze verwijderen uit de registratie om deze
plaats vrij te maken voor een andere telefoon.
p Wanneer een geregistreerde telefoon ver-
wijderd wordt, worden alle telefoonboekge-
gevens en de belgeschiedenis van de
telefoon ook gewist.
1 Geef het Telefoonmenu scherm weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Telefoonmenu weergeven
op bladzijde 64.
2 Tip [Instell.] aan.
Het Instellingen Bluetooth scherm ver-
schijnt.
3 Tip [Verbindingen] aan.
Het Lijst verbindingen scherm verschijnt.
4 Tip [Wissen] aan naast de naam van de
mobiele telefoon.
Er verschijnt een bericht waarin u wordt ge-
vraagd om een geregistreerd apparaat te ver-
wijderen.
5 Tip [Ja] aan.
Nl
68
Hoofdstuk
12
Gebruik van handsfree telefoneren
De registratie wordt geannuleerd.
# Tip [Nee] aan.
Annuleert de verwijdering.
Aansluiten van en de
verbinding verbreken met
een geregistreerde mobiele
telefoon
Een geregistreerde mobiele
telefoon aansluiten
Het navigatiesysteem maakt automatisch ver-
binding met de mobiele telefoon die als be-
stemming van de verbinding geselecteerd
werd. In de volgende situaties dient u echter
de mobiele telefoon handmatig aan te sluiten:
! Er zijn twee of meer mobiele telefoons gere-
gistreerd en u wilt de mobiele telefoon die
u wilt gebruiken handmatig selecteren.
! U wilt een mobiele telefoon waarmee de
verbinding verbroken werd opnieuw verbin-
den.
! De verbinding kan om de een of andere
reden niet automatisch tot stand gebracht
worden.
Als u een verbinding handmatig start, voert u
de volgende procedure uit. U kunt ook verbin-
ding met de telefoon maken door het naviga-
tiesysteem de telefoon automatisch te laten
detecteren.
= Zie Automatische verbinding instellen op
bladzijde 77 voor details.
1 Schakel de Bluetooth draadloze techno-
logie op uw mobiele telefoon in.
Bij sommige mobiele telefoons is er geen be-
paalde bediening vereist om de Bluetooth
draadloze technologie in te schakelen. Zie de
handleiding van uw mobiele telefoon voor de-
tails.
2 Geef het Telefoonmenu scherm weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Telefoonmenu weergeven
op bladzijde 64.
3 Tip [Instell.] aan.
Het Instellingen Bluetooth scherm ver-
schijnt.
4 Tip [Verbindingen] aan.
Het Lijst verbindingen scherm verschijnt.
5 Tip de naam van de mobiele telefoon
aan waarmee u een verbinding wilt.
De verbinding start.
Wanneer er een verbinding tot stand is ge-
bracht, verschijnt een bericht dat de verbin-
ding is voltooid. Het scherm keert terug naar
het Instellingen Bluetooth scherm wan-
neer [OK] wordt aangetipt.
p Tip [Annuleer] aan om de verbinding met
uw mobiele telefoon te annuleren.
p Als de verbinding mislukt, moet u controle-
ren of uw mobiele telefoon inderdaad ge-
reed staat om een verbinding te maken en
daarna probeert u opnieuw.
De aansluiting van een mobiele
telefoon annuleren
1 Geef het Telefoonmenu scherm weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Telefoonmenu weergeven
op bladzijde 64.
2 Tip [Instell.] aan.
Het Instellingen Bluetooth scherm ver-
schijnt.
3 Tip [Verbindingen] aan.
Het Lijst verbindingen scherm verschijnt.
Nl
69
Hoofdstuk
12
Gebruik van handsfree telefoneren
Gebruik van handsfree telefoneren
4 Tip [Verbreek] aan naast de naam van
de mobiele telefoon.
Zelf telefoneren
U kunt op verschillende manieren zelf iemand
anders bellen.
Rechtstreeks bellen
1 Geef het Telefoonmenu scherm weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Telefoonmenu weergeven
op bladzijde 64.
2 Tip [Kiestoetsen] aan.
Het Voer telefoonnr. in scherm verschijnt.
3 Toets het telefoonnummer in met de
cijfertoetsen.
Het ingevoerde telefoonnummer wordt weer-
gegeven.
En
wordt geactiveerd.
# Tip aan.
Het ingevoerde nummer wordt vanaf het einde
van het nummer cijfer voor cijfer gewist. Door te
blijven drukken, worden alle cijfers gewist.
# Tip
aan.
Er wordt teruggekeerd naar het vorige scherm.
4 Tip aan om te bellen.
p Tip aan om de oproep te annuleren
nadat het systeem begint te bellen.
5 Tip aan om het gesprek te beëindi-
gen.
Gemakkelijk naar huis bellen
Wanneer u uw thuisnummer geregistreerd
hebt, kunt u gemakkelijk naar huis bellen zon-
der dat u het nummer hoeft in te voeren.
1 Geef het Telefoonmenu scherm weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Telefoonmenu weergeven
op bladzijde 64.
2 Tip [Bel thuis] aan.
Er wordt naar huis gebeld.
p Als u uw thuisnummer niet geregistreerd
hebt, verschijnt er een bericht. Tip [Regi-
streren] aan om met de registratie te begin-
nen.
= Zie Registreren en bewerken van uw huis
op bladzijde 56 voor details.
Een nummer uit uw
Contactgeg. bellen
Nadat u het item op het Contactgeg.
scherm hebt gevonden, kunt u het nummer
selecteren en laten bellen.
p Voordat u deze functie kunt gebruiken,
moet u de telefoonboekgegevens die in uw
mobiele telefoon zijn opgeslagen overbren-
gen naar het navigatiesysteem.
= Zie Het telefoonboek overbrengen op blad-
zijde 73 voor details.
1 Geef het Telefoonmenu scherm weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Telefoonmenu weergeven
op bladzijde 64.
2 Tip [Contactgeg.] aan.
Het Contactgeg. scherm verschijnt.
Nl
70
Hoofdstuk
12
Gebruik van handsfree telefoneren
3 Ga naar de pagina in de lijst waar het
gewenste item staat.
# Tip of aan.
Hiermee toont u de volgende of vorige lettertab.
Bij het veranderen van de alfabet-tab verandert
ook de lijstweergave.
# Tip de alfabet-tabs aan.
Hiermee kunt u naar het begin van de pagina
met contactpersonen springen waarvan de naam
met de geselecteerde letters of cijfers begint.
Telkens wanneer de alfabet-tab wordt aangetipt,
wordt de lijst doorlopen via de eerste letter van
het lijstitem.
Wanneer [#ABCDE] wordt aangetipt, wordt de pa-
gina weergegeven met de items waarvan de
namen beginnen met primaire symbolen of cij-
fers.
Tip [Overige] aan om de pagina weer te geven
met items die niet aan een van de andere tabs
zijn toegewezen.
4 Tip het gewenste item in de lijst aan
om het bijbehorende nummer te bellen.
5 Tip
aan om het gesprek te beëindi-
gen.
Iemand bellen via de
geschiedenislijst
De meest recente gesprekken (zelf gebeld) en
ontvangen en gemiste gesprekken worden in
de geschiedenislijst opgeslagen. U kunt door
de lijst bladeren en nummers bellen.
p Voor iedere geregistreerde mobiele telefoon
kunnen 30 ontvangen oproepen worden op-
geslagen. Als er meer dan 30 oproepen
zijn, wordt de oudste verwijderd.
1 Geef het Telefoonmenu scherm weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Telefoonmenu weergeven
op bladzijde 64.
2 Tip [Ontv.opr.], [Gekozen] of [Gemist]
aan.
De geselecteerde geschiedenislijst verschijnt.
3 Tip een item op de lijst aan.
Het nummer wordt gebeld.
p Tip aan om de oproep te annuleren
nadat het systeem begint te bellen.
# Tip [Detail] aan.
Het Gedetail. Info scherm verschijnt.
U kunt de gegevens voor de te bellen persoon
controleren voordat u gaat bellen.
4 Tip aan om het gesprek te beëindi-
gen.
De items opgeslagen in de
Favorieten lijst bellen
U kunt bellen naar de items die in de Favor-
ieten lijst zijn opgeslagen.
Nl
71
Hoofdstuk
12
Gebruik van handsfree telefoneren
Gebruik van handsfree telefoneren
1 Geef het Navigatiemenu scherm
weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Overzicht van de schermen op
bladzijde 24.
2 Tip [Favorieten] aan.
Het Favoriet zoeken... scherm verschijnt.
3 Tip
aan naast de locatie die u wilt
bellen.
Het Adresboek bewerken scherm ver-
schijnt.
4 Tip
aan om te bellen.
Tip
aan om de oproep te annuleren nadat
het systeem begint te bellen.
5 Tip
aan om het gesprek te beëindi-
gen.
Het telefoonnummer van een
voorziening bellen
U kunt bellen naar voorzieningen met tele-
foonnummers.
p U kunt niet bellen naar locaties of POIs
zonder telefoonnummers.
1 Geef het Navigatiemenu scherm
weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Overzicht van de schermen op
bladzijde 24.
2 Tip [POI] aan.
Het Zoeken POI scherm verschijnt.
3 Zoek naar de POI.
Het POI-lijst scherm verschijnt.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Nuttige plaatsen (POI) zoeken op
bladzijde 41.
4 Tip aan naast de POI die u wilt bel-
len.
Het Gedetailleerde POI-informatie scherm
verschijnt.
5 Tip
aan om te bellen.
Tip
aan om de oproep te annuleren nadat
het systeem begint te bellen.
6 Tip
aan om het gesprek te beëindi-
gen.
Bellen via de kaart
U kunt een nummer laten bellen door het pic-
togram van een geregistreerde locatie of een
POI-pictogram op het kaartscherm te selecte-
ren.
p U kunt niet bellen naar locaties of POIs
zonder telefoonnummers.
1 Schuif de kaart en plaats de cursor op
een pictogram op de kaart.
2 Tip
aan.
Er verschijnt meer gedetailleerde informatie.
3 Tip
aan om te bellen.
Tip
aan om de oproep te annuleren nadat
het systeem begint te bellen.
4 Tip
aan om het gesprek te beëin-
digen.
Een oproep ontvangen
U kunt het navigatiesysteem gebruiken om de
telefoon zonder gebruik van uw handen te be-
antwoorden.
Een inkomend telefoongesprek
beantwoorden
Het systeem informeert u dat het een oproep
ontvangt door een bericht weer te geven en
een belsignaal te geven.
Als Voorkeur autom. beantw. op Uit is
ingesteld, beantwoordt u de oproep handma-
tig. De oproep kan worden beantwoord bij elk
scherm, zoals het kaartscherm of het instel-
scherm.
Nl
72
Hoofdstuk
12
Gebruik van handsfree telefoneren
p U kunt het navigatiesysteem instellen om
automatisch inkomende oproepen te be-
antwoorden.
= Zie De telefoon automatisch opnemen
op bladzijde 76 voor details.
1 Wanneer er een oproep binnenkomt,
verschijnt het bedieningsmenu voor het
beantwoorden van de oproep op het
scherm.
p Als het telefoonnummer van de beller al in
uw Contactgeg. is geregistreerd, zal de
daarvoor geregistreerde naam worden ge-
toond.
p Afhankelijk van hoe de beller-ID werkt of is
ingesteld, is het mogelijk dat het nummer
van de beller niet getoond kan worden. On-
bekend zal dan in plaats van het nummer
worden getoond.
2 Tip aan om een inkomende oproep
te beantwoorden.
Als er een inkomende oproep binnenkomt,
kunt u deze weigeren door
aan te tippen.
p U kunt het volume instellen wanneer u
spreekt. Om het volume in te stellen, tipt u
[Vol -]en[Vol +] aan die op het scherm
(zoals hieronder) worden weergegeven ter-
wijl u spreekt.
3 Tip aan om het gesprek te beëindi-
gen.
Het gesprek eindigt.
p Als de stem van de andere partij niet luid
genoeg is, kunt u het volume daarvan aan-
passen.
= Zie Het telefoonvolume instellen op blad-
zijde 75 voor details.
p Het is mogelijk dat u een geluid hoort wan-
neer u de telefoon ophangt.
Een inkomende oproep weigeren
U kunt een inkomende oproep weigeren.
= Zie De automatische weigeringsfunctie in-
stellen op bladzijde 77 voor details.
% Wanneer er een oproep binnenkomt (u
gebeld wordt), tipt u
aan.
De oproep wordt geweigerd.
p De geweigerde oproep wordt opgeslagen in
de lijst met gemiste oproepen.
= Zie Iemand bellen via de geschiedenislijst op
bladzijde 71 voor details.
Het telefoonboek
overbrengen
U kunt de telefoonboekgegevens van uw mobi-
ele telefoon overbrengen naar het telefoon-
boek van het navigatiesysteem.
p Afhankelijk van de mobiele telefoon kan
het telefoonboek een naam hebben zoals
Contactgegevens, Firmas of iets dergelijks.
Nl
73
Hoofdstuk
12
Gebruik van handsfree telefoneren
Gebruik van handsfree telefoneren
p Bij bepaalde mobiele telefoons is het niet
mogelijk het volledige telefoonboek in één
keer over te brengen. In dit geval moeten
de adressen één voor één overgebracht
worden vanuit het telefoonboek van de mo-
biele telefoon.
p Maximaal kunnen er 400 registraties per
mobiele telefoon worden overgebracht. Als
er meer dan 400 registraties zijn, zullen de
extra registraties niet worden overgebracht.
Als er voor een bepaalde persoon meerdere
nummers zijn geregistreerd, zoals een
nummer op het werk en thuis, wordt elk
nummer als een aparte registratie be-
schouwd.
p Als een registratie meerdere telefoonnum-
mers heeft, worden die nummers als een
afzonderlijk item opgeslagen.
p Afhankelijk van de mobiele telefoon die is
aangesloten op het navigatiesysteem via
Bluetooth technologie, is het mogelijk dat
het navigatiesysteem het telefoonboek niet
correct weergeeft. (Sommige tekens kun-
nen verkeerd weergegeven worden.)
p Als het telefoonboek in de mobiele telefoon
beeldgegevens bevat, is het mogelijk dat
het telefoonboek niet correct overgebracht
wordt.
1 Sluit de mobiele telefoon aan met het
telefoonboek dat overgebracht moet wor-
den.
= Zie Een geregistreerde mobiele telefoon aan-
sluiten op bladzijde 69 voor details.
2 Geef het Telefoonmenu scherm weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Telefoonmenu weergeven
op bladzijde 64.
3 Tip [Overdracht] op het Telefoonme-
nu scherm aan.
De bevestigingsberichten verschijnen.
4 Tip [OK] aan.
5 Controleer of het volgende scherm in-
derdaad verschijnt en bedien uw mobiele
telefoon om de registraties uit het tele-
foonboek over te brengen.
p U kunt herhaaldelijk registraties in het tele-
foonboek overbrengen voordat u [OK] aan-
tipt. Als uw mobiele telefoon alleen
geschikt is voor het één voor één overbren-
gen van de registraties, stuurt u alle regi-
straties die u wilt overbrengen en tipt
daarna [OK] aan.
p Als uw telefoon de mogelijkheid heeft om
het telefoonboek automatisch over te bren-
gen, wordt dit scherm overgeslagen en be-
gint het overbrengen van het telefoonboek.
p De overgebrachte gegevens kunnen niet
worden bewerkt op het navigatiesysteem.
6 Tip [OK] aan.
Nl
74
Hoofdstuk
12
Gebruik van handsfree telefoneren
Het overbrengen start. Dit kan even duren af-
hankelijk van hoeveel gegevens er moeten
worden overgebracht.
7 Wanneer het bericht verschijnt dat het
overbrengen is voltooid, kunt u [OK] aan-
tippen.
Het overbrengen is klaar.
Geheugen wissen
U kunt het geheugen wissen van ieder item
dat overeenstemt met de aangesloten mobiele
telefoon: telefoonboek, gekozen/ontvangen/ge-
miste oproepgeschiedenis en vooringestelde
bellijst.
1 Geef het Telefoonmenu scherm weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Telefoonmenu weergeven
op bladzijde 64.
2 Tip [Instell.] aan.
Het Instellingen Bluetooth scherm ver-
schijnt.
3 Tip [Geheugen wissen] aan.
Het Geheugen wissen scherm verschijnt.
Op dit scherm kunnen de volgende items wor-
den geselecteerd:
! Contactgeg.:
U kunt het geregistreerde telefoonboek wis-
sen.
! Lijst ontv. oproepen:
U kunt de geschiedenislijst van ontvangen
oproepen wissen.
! Lijst gekozen nrs:
U kunt de lijst met gemaakte oproepen wis-
sen.
! Lijst gemiste oproepen:
U kunt de lijst met gemiste oproepen wis-
sen.
# Tip [Wis alles] aan.
Alle gegevens voor de aangesloten mobiele tele-
foon worden gewist.
4 Tip [Ja] aan.
Gegevens voor het geselecteerde item worden
gewist uit het geheugen van dit navigatiesys-
teem.
p Als u het geheugen dat u geselecteerd hebt
niet wilt wissen, tipt u [ Nee] aan.
De telefooninstellingen
wijzigen
Het telefoonvolume instellen
Het volumeniveau voor handsfree telefoneren
kan worden ingesteld.
1 Geef het Telefoonmenu scherm weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Telefoonmenu weergeven
op bladzijde 64.
2 Tip [Volume] aan op het Telefoonme-
nu scherm.
Het Volume telefoon scherm verschijnt.
Nl
75
Hoofdstuk
12
Gebruik van handsfree telefoneren
Gebruik van handsfree telefoneren
3 Tip [+] of [] aan om het volume in te
stellen.
! Beltoon telefoon:
Deze instelling regelt het volume van het in-
komende belsignaal.
! Stem telefoon:
Deze instelling regelt het volume van de in-
komende stem.
p Het telefoonvolume varieert afhankelijk van
de telefoon van de persoon die u belt, de vo-
lume-instellingen en andere omstandighe-
den.
= Zie Een inkomend telefoongesprek beant-
woorden op bladzijde 72 voor details be-
treffende de bediening.
De Bluetooth golftransmissie
stoppen
U kunt het uitzenden van elektrische golven
stoppen door de Bluetooth functie uit te scha-
kelen. Als u de Bluetooth draadloze technolo-
gie niet gebruikt, raden wij u aan Uit te
selecteren.
1 Geef het Telefoonmenu scherm weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Telefoonmenu weergeven
op bladzijde 64.
2 Tip [Instell.] aan.
Het Instellingen Bluetooth scherm ver-
schijnt.
3 Tip [Bluetooth aan/uit] aan.
Door [Bluetooth aan/uit] aan te tippen wordt
er omgeschakeld tussen Aan en Uit.
De telefoon automatisch opnemen
Het navigatiesysteem beantwoordt automa-
tisch inkomende oproepen naar de mobiele te-
lefoon, dus u kunt een oproep beantwoorden
terwijl u rijdt zonder dat u uw handen van het
stuur afneemt.
1 Geef het Telefoonmenu scherm weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Telefoonmenu weergeven
op bladzijde 64.
2 Tip [Instell.] aan.
Het Instellingen Bluetooth scherm ver-
schijnt.
3 Tip [Voorkeur autom. beantw.] aan.
Het Voorkeur autom. beantw. scherm ver-
schijnt.
4 Tip de gewenste optie aan.
Op dit scherm kunnen de volgende items wor-
den geselecteerd:
! Uit:
Geen automatisch beantwoorden. U moet
zelf de telefoon opnemen.
! Onmiddellijk:
De telefoon meteen opnemen.
! Na 3 seconden:
De telefoon na drie seconden opnemen.
! Na 6 seconden:
De telefoon na zes seconden opnemen.
! Na 10 seconden:
De telefoon na tien seconden opnemen.
Nl
76
Hoofdstuk
12
Gebruik van handsfree telefoneren
De automatische
weigeringsfunctie instellen
Als deze functie ingeschakeld is, weigert het
navigatiesysteem automatisch alle inkomende
oproepen.
1 Geef het Telefoonmenu scherm weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Telefoonmenu weergeven
op bladzijde 64.
2 Tip [Instell.] aan.
Het Instellingen Bluetooth scherm ver-
schijnt.
3 Tip [Alle gespr. weigeren] aan.
Door [Alle gespr. weigeren] aan te tippen
wordt er omgeschakeld tussen Aan en Uit.
p Als zowel Alle gespr. weigeren als
Voorkeur autom. beantw. is geacti-
veerd, heeft Alle gespr. weigeren voor-
rang en worden alle inkomende oproepen
automatisch geweigerd.
p Als Alle gespr. weigeren op Aan is in-
gesteld, worden geweigerde inkomende op-
roepen opgeslagen in de lijst met gemiste
oproepen.
Echovermindering en
ruisonderdrukking
Wanneer u gebruik maakt van handsfree tele-
foneren in het voertuig, is het mogelijk dat u
een ongewenste echo hoort. Gebruik de onder-
staande functie om echo en ruis te verminde-
ren tijdens handsfree telefoneren en een
optimale geluidskwaliteit te behouden.
1 Geef het Telefoonmenu scherm weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Telefoonmenu weergeven
op bladzijde 64.
2 Tip [Instell.] aan.
Het Instellingen Bluetooth scherm ver-
schijnt.
3 Tip [Echo uit] aan.
Door [Echo uit] aan te tippen wordt er omge-
schakeld tussen Aan en Uit.
Automatische verbinding instellen
Wanneer de automatische verbindingsfunctie
is ingeschakeld, zal het navigatiesysteem au-
tomatisch verbinding maken met een geregi-
streerde telefoon wanneer deze binnen het
verbindingsbereik komt. Door deze functie te
gebruiken, geschiedt het maken van een ver-
binding volautomatisch.
p Bij bepaalde mobiele telefoons is het niet
mogelijk om automatische verbinding uit te
voeren.
1 Geef het Telefoonmenu scherm weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Telefoonmenu weergeven
op bladzijde 64.
2 Tip [Instell.] aan.
Het Instellingen Bluetooth scherm ver-
schijnt.
3 Tip [Autom. verb.] aan.
Door [Autom. verb.] aan te tippen wordt er
omgeschakeld tussen Aan en Uit.
p De automatische verbinding wordt uitge-
voerd op de volgorde van het registratie-
nummer.
De apparaatnaam bewerken
U kunt de apparaatnaam wijzigen die op uw
mobiele telefoon wordt weergegeven. (De
standaardinstelling is PIONEER NAVI.)
1 Geef het Telefoonmenu scherm weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Telefoonmenu weergeven
op bladzijde 64.
2 Tip [Instell.] aan.
Het Instellingen Bluetooth scherm ver-
schijnt.
Nl
77
Hoofdstuk
12
Gebruik van handsfree telefoneren
Gebruik van handsfree telefoneren
3 Tip [Bewerk naam] aan.
Het toetsenbord voor het invoeren van de
naam verschijnt.
4 Voer de nieuwe naam met het toetsen-
bord in.
# Tip aan voor het wissen van de huidige
naam en voer de nieuwe naam met het toetsen-
bord in.
Eén voor één wissen van de ingevoerde tekens, te
beginnen bij het einde van de tekst. Door te blij-
ven drukken, wordt alle tekst gewist.
5 Tip [OK] aan.
De naam is gewijzigd.
p Er kunnen maximaal 16 tekens voor een ap-
paraatnaam worden ingevoerd.
De software voor de Bluetooth
draadloze technologie updaten
In de toekomst zullen updatebestanden be-
schikbaar zijn die gedownload kunnen wor-
den. U kunt dan de meest recente update
downloaden via een website op uw PC.
p Lees de instructies op de website zorgvul-
dig voordat u de bestanden downloadt en
de update installeert. Volg de instructies op
de website stap voor stap totdat [Update]
geactiveerd wordt.
1 Steek de SD-geheugenkaart in de SD-
kaartsleuf.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Een SD-geheugenkaart inbrengen
op bladzijde 13.
2 Geef het Telefoonmenu scherm weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Telefoonmenu weergeven
op bladzijde 64.
3 Tip [Instell.] aan.
Het Instellingen Bluetooth scherm ver-
schijnt.
4 Tip [Update Bluetooth-software] aan.
De huidige versie wordt weergegeven.
5 Tip [Update] aan.
Er zal nu gevraagd worden om bevestiging
voor het updaten van de software.
Het updaten begint.
6 Tip [OK] aan om de update af te slui-
ten.
De update is voltooid.
Opmerkingen met betrekking
tot het handsfree telefoneren
Algemene opmerkingen
! Er kan niet gegarandeerd worden dat er
een verbinding tot stand kan worden ge-
bracht met alle mobiele telefoons met
Bluetooth draadloze technologie.
! De directe afstand tussen dit navigatiesys-
teem en uw mobiele telefoon moet 10
meter of minder zijn wanneer u spraak en
gegevens via Bluetooth technologie wilt
verzenden en ontvangen. Afhankelijk van
de gebruiksomgeving kan de feitelijke over-
drachtafstand korter zijn dan deze opgege-
ven afstand.
Nl
78
Hoofdstuk
12
Gebruik van handsfree telefoneren
! Bij sommige mobiele telefoons is het mo-
gelijk dat het belsignaal niet via de luid-
sprekers wordt weergegeven.
! Als de privémodus op de mobiele telefoon
is geselecteerd, is het mogelijk dat hand-
sfree telefoneren niet kan worden gebruikt.
Registratie en verbinding
! De bediening van de mobiele telefoon vari-
eert, naargelang het type mobiele telefoon.
Raadpleeg de handleiding die met uw mo-
biele telefoon geleverd werd voor gedetail-
leerde instructies.
! Het kan bij mobiele telefoons gebeuren dat
het overbrengen van het telefoonboek niet
werkt hoewel de telefoon met het navigatie-
systeem is gepaard. In dat geval maakt u
uw telefoon los, voert daarna het paren
vanaf uw telefoon naar het navigatiesys-
teem opnieuw uit en probeert dan nog-
maals om het telefoonboek over te
brengen.
Telefoongesprekken maken en
ontvangen
! Het is mogelijk dat u een geluid hoort in de
volgende situaties:
Als u de telefoon beantwoordt via de
toets op de telefoon.
Als de persoon aan de lijn de telefoon
ophangt.
! Als de persoon aan de andere zijde van de
telefoon het gesprek niet kan horen als ge-
volg van een echo, verlaagt u het volume
voor handsfree telefoneren. Hierdoor wordt
de echo meestal minder.
! Bij bepaalde mobiele telefoons kan het
zelfs wanneer u de toets op de mobiele tele-
foon indrukt voor het aannemen van een in-
komende oproep mogelijk zijn dat er niet
handsfree getelefoneerd kan worden.
! De geregistreerde naam verschijnt als het
telefoonnummer van de ontvangen oproep
reeds in het telefoonboek is geregistreerd.
Als een bepaald telefoonnummer onder
verschillende namen is geregistreerd,
wordt de naam getoond die het eerst in het
telefoonboek voorkomt.
! Als het telefoonnummer van de inkomende
oproep niet geregistreerd is in het telefoon-
boek, verschijnt het telefoonnummer van
de beller.
! Tijdens inkomende en uitgaande oproepen
of een telefoongesprek, kunt u alleen de
volgende bedieningshandelingen verrich-
ten:
, ,[Vol +]en[Vol -] aantippen.
Het kaartscherm weergeven.
Overschakelen naar een andere audio-
bron.
De geschiedenis van ontvangen
oproepen en gebelde nummers
! Gemaakte telefoongesprekken of bewerkin-
gen die alleen op uw mobiele telefoon zijn
uitgevoerd, worden niet vermeld in de ge-
schiedenis van gebelde nummers of het te-
lefoonboek van het navigatiesysteem.
! U kunt geen onbekende gebruiker (geen te-
lefoonnummer) bellen via de geschiedenis
van ontvangen oproepen.
! Als u belt door uw mobiele telefoon zelf te
bedienen, zullen de gegevens voor de ge-
belde nummers als Onbekend worden
opgeslagen in het navigatiesysteem.
Telefoonboekgegevens overbrengen
! Als er meer dan 400 registraties in het tele-
foonboek van uw mobiele telefoon zijn, wor-
den mogelijk niet alle regist raties volledig
gedownload.
! Bij sommige mobiele telefoons kunnen
niet alle Contactgeg. items in een keer
worden overgebracht. In dit geval moeten
de items één voor één vanaf uw mobiele te-
lefoon worden overgebracht.
! Afhankelijk van de mobiele telefoon kan
het gebeuren dat het navigatiesysteem het
telefoonboek niet correct weergeeft. (Som-
mige tekens kunnen verkeerd worden weer-
gegeven of de voor- en achternaam worden
in de omgekeerde volgorde weergegeven.)
Nl
79
Hoofdstuk
12
Gebruik van handsfree telefoneren
Gebruik van handsfree telefoneren
! Als het telefoonboek in de mobiele telefoon
beeldgegevens bevat, is het mogelijk dat
het telefoonboek niet correct overgebracht
wordt. (Beeldgegevens kunnen niet worden
overgebracht vanaf de mobiele telefoon.)
! Afhankelijk van de mobiele telefoon is het
mogelijk dat de overdracht van het tele-
foonboek niet uitgevoerd kan worden.
Nl
80
Hoofdstuk
12
Gebruik van handsfree telefoneren
Gebruik van de Verbruik
functie
Invoeren van het
brandstofverbruik voor het
berekenen van de brandstofkosten
U kunt de brandstofkosten voor de reis naar
uw bestemming laten schatten door uw
brandstofverbruik in te voeren in het navigatie-
systeem.
= Zie Een route uitzetten naar uw bestemming
op bladzijde 47 voor details.
1 Tip [Menu] op het kaartscherm aan en
tip daarna [Navigatie] aan.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Overzicht van de schermen op
bladzijde 24.
2 Tip [Verbruik] aan.
Het Beheer brandstofverbruik scherm ver-
schijnt.
3 Voer de gegevens voor uw brandstof-
verbruik in.
Voer de volgende gegevens in:
! Secundaire weg:
Voer uw brandstofkosten in voor gewone
wegen en straten.
p Hoe de brandstofkosten worden inge-
voerd, hangt af van de Brandstof-
eenh. instelling.
Wanneer Brandstofeenh. op
Liter is ingesteld.
Voer in hoeveel brandstof u verbruikt
voor 100 kilometer (60 mijl).
Wanneer Brandstofeenh. op Gal-
lon is ingesteld.
Voer in hoeveel kilometer (mijl) u
kunt rijden op één gallon brandstof.
! Verbr. Snelw.:
Voer uw brandstofkosten in voor de snel-
weg.
p Hoe de brandstofkosten worden inge-
voerd, hangt af van de Brandstof-
eenh. instelling.
Wanneer Brandstofeenh. op
Liter is ingesteld.
Voer in hoeveel brandstof u verbruikt
voor 100 kilometer (60 mijl).
Wanneer Brandstofeenh. op Gal-
lon is ingesteld.
Voer in hoeveel kilometer (mijl) u
kunt rijden op één gallon brandstof.
! Prijs/eenh.:
Voer de brandstofprijs per volume-eenheid
in.
! Brandstofeenh.:
Stel de eenheid waarin de brandstof wordt
gemeten in.
! Valuta:
Stel de valuta in.
Wanneer u alle gegevens hebt ingevoerd,
heeft het systeem voldoende informatie voor
de berekening van de brandstofkosten.
Het brandstofverbruik berekenen
Wanneer u de brandstofgegevens in het navi-
gatiesysteem invoert en de gegevens naar SD-
geheugenkaarten exporteert, kunt u de infor-
matie over het brandstofverbruik op uw com-
puter controleren met behulp van het los
verkrijgbare hulpprogramma navgate FEEDS.
p Er kunnen maximaal 24 sets gegevens wor-
den opgeslagen. U kunt de gegevens ook
exporteren, zoals hieronder wordt beschre-
ven.
Wanneer het maximale aantal gegevens be-
reikt is, zullen eventuele nieuwe gegevens
de oudste gegevens overschrijven.
Deze berekeningen zijn gebaseerd op de infor-
matie die u verschaft en niet op gegevens die
vanaf het voertuig zijn verkregen. Het weerge-
geven brandstofverbruik is enkel een referen-
tiewaarde en er is geen garantie dat dit
brandstofverbruik ook werkelijk wordt verkre-
gen.
Nl
81
Hoofdstuk
13
Overzicht van de brandstofkosten
Overzicht van de brandstofkosten
1 Tip [Menu] op het kaartscherm aan en
tip daarna [Navigatie] aan.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Overzicht van de schermen op
bladzijde 24.
2 Tip [Verbruik] aan.
Het Beheer brandstofverbruik scherm ver-
schijnt.
3 Tip [Brandstofpr.] aan.
Het Bereken brandst.pr. scherm verschijnt.
4 Voer de gegevens voor uw brandstof-
verbruik in.
Voer de volgende gegevens in:
! Afstand:
Voer de afgelegde afstand in sinds de vorige
keer dat u hebt getankt.
p De afstand wordt alleen automatisch in-
gevoerd wanneer de afstand sinds de vo-
rige keer dat u hebt getankt is
opgeslagen.
! Getankte hoev.:
Voer de hoeveelheid brandstof in die u hebt
getankt.
! Prijs/eenh.:
Voer de brandstofprijs per volume-eenheid
in.
Wanneer u alle gegevens hebt ingevoerd,
wordt het brandstofverbruik naast Verbruik
aangegeven.
5 Tip [OK] aan.
Het Beheer brandstofverbruik scherm ver-
schijnt.
De gegevens van de
brandstofkosten exporteren
De gegevens van de brandstofkosten kunnen
naar een SD-geheugenkaart worden geëxpor-
teerd.
p De op het navigatiesysteem zelf opgesla-
gen gegevens zullen worden gewist wan-
neer ze naar de SD-geheugenkaart worden
overgebracht.
p Als er reeds gegevens op de SD-geheugen-
kaart zijn, worden deze gegevens door de
nieuwe gegevens overschreven wanneer de
huidige gegevens worden geëxporteerd.
1 Steek de SD-geheugenkaart in de SD-
kaartsleuf.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Een SD-geheugenkaart inbrengen
op bladzijde 13.
2 Tip [Menu] op het kaartscherm aan en
tip daarna [Navigatie] aan.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Overzicht van de schermen op
bladzijde 24.
3 Tip [Verbruik] aan.
Het Beheer brandstofverbruik scherm ver-
schijnt.
Nl
82
Hoofdstuk
13
Overzicht van de brandstofkosten
4 Tip [Export] aan.
Er zal eerst om bevestiging gevraagd worden
voor het exporteren van de gegevens voordat
het overbrengen van de gegevens naar de SD-
geheugenkaart begint.
Het Beheer brandstofverbruik scherm ver-
schijnt wanneer de bewerking voltooid is.
Exporteren van Beheer
brandstofverbruik
gegevens via het Export/
import menu scherm
1 Steek de SD-geheugenkaart in de SD-
kaartsleuf.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Een SD-geheugenkaart inbrengen
op bladzijde 13.
2 Tip [Menu] op het kaartscherm aan en
tip daarna [Navigatie] aan.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Overzicht van de schermen op
bladzijde 24.
3 Tip [Imp./Exp.] aan.
Het Export/import menu scherm ver-
schijnt.
4 Tip [Export] naast Brandstofverbruik
aan.
Het exporteren van de gegevens begint.
Nadat de gegevens zijn geëxporteerd, ver-
schijnt er een bericht waarin dit wordt ver-
meld.
5 Tip [OK] aan.
Het Navigatiemenu scherm verschijnt.
Nl
83
Hoofdstuk
13
Overzicht van de brandstofkosten
Overzicht van de brandstofkosten
Met dit product kunt u de toepassingen ge-
bruiken die met het hulpprogramma navgate
FEEDS zijn gedownload, waardoor u de be-
schikking hebt over diverse navigatiefuncties
en een breed scala aan amusementsfuncties.
Voorbereidingen
Voordat u toepassingen met het hulpprogram-
ma navgate FEEDS kunt downloaden, moet u
de modelinformatie op een SD-geheugenkaart
opslaan.
Daarna gebruikt u navgate FEEDS om de toe-
passing te downloaden naar de SD-geheugen-
kaart die de modelinformatie bevat.
p Het hulpprogramma navgate FEEDS is be-
schikbaar op onze website. Zie de informa-
tie op de website voor meer details.
Om de modelinformatie op een SD-geheugen-
kaart op te slaan, sluit u uw PC op het afneem-
bare paneel aan waarin een SD-
geheugenkaart is geplaatst en schakelt dan
over naar de PC-modus.
Omschakelen nar de PC-modus
1 Maak het afneembare paneel los van
het hoofdtoestel.
= Zie Verwijderen van het afneembare paneel
op bladzijde 19 voor details.
2 Zet de aan/uit-schakelaar van het af-
neembare paneel uit.
3 Sluit de bijgeleverde USB-kabel op de
USB-poort (mini-B) aan.
4 Sluit de meegeleverde USB-kabel aan
op uw PC.
Sluit het afneembare paneel aan op uw com-
puter met de USB-kabel.
5 Steek de SD-geheugenkaart in de SD-
kaartsleuf.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Een SD-geheugenkaart inbrengen
op bladzijde 13.
6 Zet de aan/uit-schakelaar van het af-
neembare paneel aan.
7 Tip [Menu] op het kaartscherm aan en
tip daarna [Navigatie] aan.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Overzicht van de schermen op
bladzijde 24.
8 Tip [Verbind PC] aan.
Er zal nu gevraagd worden om bevestiging
voor het opnieuw opstarten van het navigatie-
systeem.
9 Tip [OK] aan.
Het navigatiesysteem start opnieuw op.
Het navigatiesysteem schakelt over naar de
PC-modus en de modelinformatie wordt op de
SD-geheugenkaart opgeslagen.
Annuleren van de PC-modus
1 Koppel het afneembare paneel los van
uw computer.
2 Tip [End] aan.
PC-modus wordt geannuleerd, waarna het
systeem opnieuw zal opstarten.
De toepassing starten
U kunt toepassingen starten die naar een SD-
geheugenkaart zijn gedownload via het hulp-
programma navgate FEEDS.
Nl
84
Hoofdstuk
14
Gebruik van de toepassingen
p De navigatiefuncties zijn niet beschikbaar
wanneer een toepassing in gebruik is. Sluit
de toepassing om de navigatiefuncties te
kunnen gebruiken.
p Wanneer een toepassing in gebruik is, kunt
u niet de handsfreefunctie gebruiken om ie-
mand te bellen.
U kunt wel de telefoon beantwoorden wan-
neer u gebeld wordt.
p Het navigatiesysteem kan maximaal 8 toe-
passingen herkennen.
p Het navigatiesysteem kan niet meer dan
één toepassing tegelijk laten draaien.
p Wanneer u een toepassing draait die geluid
uitvoert, stelt u de audiobron in op Off.
p Voor details omtrent de toepassingen ver-
wijzen wij u naar het hulpprogramma nav-
gate FEEDS.
1 Gebruik het hulpprogramma navgate
FEEDS om een toepassing naar een SD-ge-
heugenkaart te downloaden.
2 Steek de SD-geheugenkaart in de SD-
kaartsleuf.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Een SD-geheugenkaart inbrengen
op bladzijde 13.
3 Tip [Menu] op het kaartscherm aan om
het Top Menu scherm weer te geven.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Overzicht van de schermen op
bladzijde 24.
4 Tip [Applicaties] aan.
Het Applicatiemenu scherm verschijnt.
5 Tip de toepassing aan die u wilt star-
ten.
Er zal nu gevraagd worden om bevestiging
voor het opnieuw opstarten van het navigatie-
systeem.
6 Tip [OK] aan.
Het navigatiesysteem wordt opnieuw opge-
start waarna de toepassing wordt gestart.
Nl
85
Hoofdstuk
14
Gebruik van de toepassingen
Gebruik van de toepassingen
Nl
86
Hoofdstuk
14
Gebruik van de toepassingen
In dit hoofdstuk wordt de basisbediening van
de audiobron beschreven.
U kunt de volgende bronnen met dit navigatie-
systeem weergeven of gebruiken.
! TUNER (FM, MG/LG)
! CD
! ROM (MP3, AAC, WAV, WMA)
! USB
! iPod
! AUX (externe apparatuur)
De audiobron omschakelen
1 Druk op de MODE toets terwijl de kaart
van de huidige locatie wordt weergege-
ven.
Het audiobedieningsscherm verschijnt.
2 Druk enkele malen op de SRC/OFF toets
om tussen de volgende bronnen om te
schakelen.
TUNER (tuner) CD (ingebouwde CD-speler)
USB (USB-geheugenapparaat) of iPod
(iPod aangesloten op de USB-ingang) AUX
(extra apparaat)
p In de volgende gevallen kunt u de inge-
stelde geluidssignaalbron niet gebruiken:
! Als een toestel dat overeenkomt met een
bron niet op dit navigatiesysteem is aan-
gesloten.
! Als er geen disc in het navigatiesysteem
is geplaatst.
! Wanneer AUX in het
Begininstelling scherm op UIT is in-
gesteld.
= Zie Aan/uit zetten van de externe aan-
sluiting op bladzijde 132 voor
details.
De audiobron uitschakelen
% Houd de SRC/OFF toets ingedrukt tot-
dat de audiobron is uitgeschakeld.
De audiobron wordt uitgeschakeld.
p Druk op de SRC/OFF toets om terug te
keren naar het scherm van de bronnen.
Nl
87
Hoofdstuk
15
Basisbediening van de audiobron
Basisbediening van de audiobron
Overzicht van de audioschermen
Druk op de toets.
Houd de toets een paar seconden ingedrukt.
Druk op het midden van MULTI-CONTROL.
Draai aan MULTI-CONTROL om het item te selecteren.
Nl
88
Hoofdstuk
15
Basisbediening van de audiobron
Wat u in elk menu kunt doen
1 Audiobedieningsscherm
Wanneer u een audiobron laat weergeven, zal
dit scherm verschijnen.
2 Functiekeuzescherm
U kunt Function Menu of Audio Menu
selecteren.
Afhankelijk van de audiobron is het mogelijk
dat Function Menu niet bestaat.
3 Function Menu scherm
Hier kunt u diverse extra functie-instellingen
wijzigen.
4 Audio Menu scherm
Hier kunt u diverse geluidseffecten op de audi-
obronnen toepassen.
5 Scherm wanneer de bron uit staat
6 Begininstelling scherm
Hier kunt u diverse instellingen voor de rege-
ling van de apparatuur maken.
7 Kaartscherm
Druk op de MODE toets om het navigatie-
kaartscherm weer te geven.
Het Function Menu scherm
weergeven
De geavanceerde functies voor elke audiobron
staan op het Function Menu scherm. Geef
het Function Menu scherm weer om die
functies te gebruiken.
p Afhankelijk van de audiobron is het moge-
lijk dat Function Menu niet bestaat.
1 Druk op het midden van
MULTI-CONTROL terwijl het audioscherm
wordt weergegeven.
2 Draai aan MULTI-CONTROL om Func-
tion Menu te selecteren.
3 Druk op het midden van
MULTI-CONTROL om naar het Function
Menu scherm te gaan.
Nl
89
Hoofdstuk
15
Basisbediening van de audiobron
Basisbediening van de audiobron
U kunt naar de radio luisteren via gebruik van
het navigatiesysteem. In dit hoofdstuk wordt
de bediening van de radio beschreven.
De functies die verband houden met RDS
(Radio Data System) zijn alleen beschikbaar in
gebieden met FM-zenders die RDS-signalen
uitzenden. Zelfs wanneer het navigatiesysteem
een RDS-zender ontvangt, is het toch mogelijk
dat niet alle RDS-functies beschikbaar zijn.
1 Druk op de SRC/OFF toets om het
TUNER scherm weer te geven.
= Zie De audiobron omschakelen op bladzijde
87 voor details.
2 Druk enkele malen op de BAND/ESC
toets om de gewenste afstemband te se-
lecteren.
Als u MG/LG wilt selecteren, drukt u enkele
malen op de BAND/ESC toets totdat
MW/LW op het display verschijnt.
Het scherm aflezen
1234
6
7
8
9
a
5
1 Bronpictogram
Dit geeft aan welke bron er is geselecteerd.
2 Band
Deze laat zien op welke band de radio is afge-
stemd: FM1, FM2, FM3 of MW/LW.
3 Voorkeuzenummer volgend op P.CH
Deze laat zien welke voorkeurzender is gese-
lecteerd.
4 PTY*
Deze laat het programmatype van de huidige
zender zien (indien beschikbaar).
5 Zendernaam*
Deze laat de zendernaam (stationsnaam) van
de huidige zender zien. Als de zendernaam
(stationsnaam) niet ontvangen kan worden,
zal de frequentie worden aangegeven.
6 NEWS indicator*
Geeft aan of er een nieuwsprogramma wordt
ontvangen.
7 TRFC indicator*
Geeft aan of er is afgestemd op een TP-zender
(een zender die verkeersinformatie uitzendt).
8 Signaalniveau-indicator
9 LOCAL indicator
Deze laat zien of automatische afstemming op
lokale zenders is ingeschakeld.
= Zie Op sterke zenders afstemmen op
bladzijde 92 voor details.
a STEREO indicator
Geeft aan of de uitzending waarop is afge-
stemd in stereo is.
p (*) Deze functies zijn alleen ingeschakeld
wanneer uw radio op een RDS-zender is af-
gestemd.
Gebruik van de
aanraaktoetsen
1
1 t/m :
Oproepen van opgeslagen radiozenders.
= Zie Zenders opslaan en oproepen op de
volgende bladzijde voor details.
Nl
90
Hoofdstuk
16
Gebruik van de radio (TUNER)
Bediening via de toetsen
op het toestel zelf
De BAND/ESC toets indrukken
U kunt kiezen uit de FM1, FM2, FM3,of
MW/LW radioband.
De MULTI-CONTROL naar boven of
beneden drukken
U kunt gemakkelijk afstemmen op de radio-
zenders die zijn opgeslagen onder de toetsen
t/m .
De MULTI-CONTROL naar links of rechts
drukken
De frequentie zal stap voor stap verhoogd of
verlaagd worden.
De MULTI-CONTROL naar links of rechts
gedrukt houden
De tuner zal nu zelf de frequenties in de aan-
gegeven richting afzoeken tot er een uitzen-
ding gevonden wordt die sterk genoeg is voor
een goede ontvangst.
p U kunt het automatisch afstemmen annu-
leren door de MULTI-CONTROL naar links
of rechts te drukken.
Het midden van de MULTI-CONTROL
drukken
Het functiekeuzescherm zal verschijnen.
Zenders opslaan en oproepen
Door een van de voorkeurzendertoetsen tot
aan te tippen kunt u heel eenvoudig tot
maximaal zes zenders opslaan, zodat u deze
later weer kunt oproepen (door de toets op-
nieuw aan te tippen).
1 Wanneer u een frequentie in het ge-
heugen wilt opslaan, moet u de gewenste
voorkeuzetoets
t/m vasthouden tot
het voorkeuzenummer (bijv. P.CH1) stopt
met knipperen.
De geselecteerde radiozender wordt in het ge-
heugen opgeslagen.
p Er kunnen maximaal 18 FM-zenders, zes
voor elk van de drie FM-banden, en zes MG/
LG-zenders in het geheugen worden opge-
slagen.
2 Tip dezelfde voorkeuzetoets ( t/m )
weer aan.
Er wordt afgestemd op de eerder opgeslagen
frequentie (zender).
Gebruik van het functiemenu
1 Open het Function Menu scherm.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Function Menu scherm
weergeven op bladzijde 89.
2 Draai aan MULTI-CONTROL om een
functie te selecteren.
Wanneer MULTI-CONTROL wordt rondge-
draaid, verandert de functie in de volgende
volgorde:
! FM:
BSM (geheugen voor sterkste zenders)
Regionaal (regionaal) Lokaal (afstem-
ming op lokale zenders) PTY zoeken (se-
lectie van programmatype)
Verkeersbericht (stand-by voor verkeersbe-
richten) Altern. FREQ (zoeken van alter-
natieve frequenties) Nieuwsonderbr.
(onderbreking door nieuwsberichten)
! MG/LG:
BSM (geheugen voor sterkste zenders)
Lokaal (afstemming op lokale zenders)
De frequenties van de
sterkste zenders opslaan
BSM (geheugen voor sterkste zenders) stelt
u in staat automatisch de zes sterkste zender-
frequenties op te slaan onder de voorkeurzen-
dertoetsen
tot zodat u later met een druk
op een toets kunt afstemmen op een van de
opgeslagen frequenties.
Nl
91
Hoofdstuk
16
Gebruik van de radio (TUNER)
Gebruik van de radio (TUNER)
1 Open het Function Menu scherm.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Function Menu scherm
weergeven op bladzijde 89.
2 Draai aan de MULTI-CONTROL totdat
BSM verschijnt.
3 Druk op het midden van
MULTI-CONTROL om te beginnen met zoe-
ken.
Zoeken begint te knipperen. Terwijl Zoe-
ken knippert, worden de zes sterkste zender-
frequenties onder de voorkeurzendertoetsen
tot opgeslagen op volgorde van hun sig-
naalsterkte. Wanneer dit voltooid is, stopt
Zoeken met knipperen.
p Druk nog eens op het midden van de
MULTI-CONTROL om dit proces te annule-
ren.
p Door zenderfrequenties op te slaan met
BSM, kunnen zenderfrequenties die reeds
met
tot zijn opgeslagen worden
ver vangen.
Alleen zenders met regionale
programmas zoeken
Wanneer u AF gebruikt om automatisch alter-
natieve frequenties te zoeken, kunt u met de
regionale functie het zoeken beperken tot zen-
ders die regionale programmas uitzenden.
1 Open het Function Menu scherm.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Function Menu scherm
weergeven op bladzijde 89.
2 Draai aan de MULTI-CONTROL totdat
Regionaal verschijnt.
3 Druk op het midden van
MULTI-CONTROL om AAN in te stellen.
Telkens wanneer u op het midden van
MULTI-CONTROL drukt, wordt er omgescha-
keld tussen aan en uit.
p Regionale programmering en regionale net-
werken kunnen per land anders georgani-
seerd zijn (er kunnen bijv. veranderingen
optreden afhankelijk van de tijd, het land of
het ontvangstgebied).
p Het voorkeurzendernummer kan van het
display verdwijnen als de tuner afstemt op
een regionale zender die verschilt van de
oorspronkelijk gekozen zender.
p De regionale functie kan voor elk van de
FM-banden afzonderlijk worden in- of uitge-
schakeld.
Op sterke zenders afstemmen
Met de automatische afstemming voor lokale
zenders kunt u het toestel laten afstemmen op
enkel zenders met een voldoende sterk signaal
voor een goede ontvangst.
1 Open het Function Menu scherm.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Function Menu scherm
weergeven op bladzijde 89.
2 Draai aan de MULTI-CONTROL totdat
Lokaal verschijnt.
3 Druk op het midden van de
MULTI-CONTROL.
Telkens wanneer u op het midden van
MULTI-CONTROL drukt, wordt er omgescha-
keld tussen aan en uit.
4 Druk de MULTI-CONTROL naar links of
rechts om de gevoeligheid in te stellen.
! FM: Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3
Niveau 4
! MW/LW: Niveau 1Niveau 2
p Wanneer het hoogste niveau wordt inge-
steld, zal er alleen worden afgestemd op de
allersterkste zenders, terwijl er bij de lagere
instellingen ook afgestemd zal worden op
zwakkere zenders.
Nl
92
Hoofdstuk
16
Gebruik van de radio (TUNER)
Een RDS-zender via PTY-
informatie zoeken
U kunt naar algemene typen programmas
zoeken.
= Zie PTY-lijst op bladzijde 96 voor details.
1 Open het Function Menu scherm.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Function Menu scherm
weergeven op bladzijde 89.
2 Draai aan de MULTI-CONTROL totdat
PTY zoeken verschijnt.
3 Druk de MULTI-CONTROL naar links of
rechts om een programmatype te selecte-
ren.
Er zijn vier programmatypes:
Nieuws & Info Populair Klassiekers
Overige
4 Druk op het midden van
MULTI-CONTROL om te beginnen met zoe-
ken.
De tuner zoekt naar een zender die een pro-
gramma van het geselecteerde programmaty-
pe uitzendt.
p Druk weer op het midden van de
MULTI-CONTROL om het zoeken te stop-
pen.
p Het programma van bepaalde zenders kan
afwijken van het programma dat weergege-
ven wordt door de uitgezonden PTY.
p Als er geen zender gevonden kan worden
die een programma van het gewenste type
uitzendt, wordt Niet gevonden ongeveer
twee seconden lang op het display getoond,
waarna de tuner terugkeert naar de oor-
spronkelijke zender.
Verkeersberichten ontvangen
TA (stand-by voor verkeersberichten) stelt u in
staat automatisch verkeersberichten te ont-
vangen, ongeacht de bron waar u naar luistert.
TA kan zowel voor een TP-zender (een zender
die verkeersinformatie uitzendt) als een TP-
zender van een verbeterd ander netwerk (een
zender met informatie die afkomstig is van an-
dere TP-zenders) worden geactiveerd.
1 Stem af op een TP-zender of een verbe-
terd ander netwerk TP-zender.
Wanneer u heeft afgestemd op een TP-zender
of een TP-zender via een ander verbeterd net-
werk (EON), zal de
indicator oplich-
ten.
2 Open het Function Menu scherm.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Function Menu scherm
weergeven op bladzijde 89.
3 Draai aan de MULTI-CONTROL totdat
Verkeersbericht verschijnt.
4 Druk op het midden van
MULTI-CONTROL om AAN in te stellen.
Telkens wanneer u op het midden van
MULTI-CONTROL drukt, wordt er omgescha-
keld tussen aan en uit.
p U kunt het bericht ook afbreken door op
een andere audiobron over te schakelen of
door MULTI-CONTROL naar links of rechts
te drukken.
5 Gebruik MULTI-CONTROL om het TA vo-
lume aan te passen wanneer er een ver-
keersbericht begint.
Het nieuw ingestelde volume zal worden opge-
slagen in het geheugen en opnieuw worden
gebruikt voor de weergave van de volgende
verkeersberichten.
6 Druk op de BAND/ESC toets wanneer u
een verkeersbericht tijdens de ontvangst
wilt afbreken.
De tuner zal terugkeren naar de oorspronkelijk
ingestelde signaalbron maar blijft in de stand-
by-functie tot de verkeersbericht standby uitge-
schakeld wordt.
p U kunt op de SRC/OFF toets drukken voor
dezelfde bedieningsfunctie.
Nl
93
Hoofdstuk
16
Gebruik van de radio (TUNER)
Gebruik van de radio (TUNER)
p Het systeem zal terugkeren naar de oor-
spronkelijke signaalbron wanneer het ver-
keersbericht is afgelopen.
p Wanneer de TA-functie is ingeschakeld,
wordt alleen op TP-zenders en TP-zenders
van verbeterde andere netwerken afge-
stemd bij automatische afstemming of ge-
bruik van BSM.
Op alternatieve frequenties
afstemmen
Als u naar een uitzending aan het luisteren
bent en de ontvangst zwakker wordt of er doen
zich andere problemen voor, dan zal het navi-
gatiesysteem automatisch op zoek gaan naar
een andere zender in hetzelfde netwerk die
een betere ontvangst oplevert.
1 Open het Function Menu scherm.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Function Menu scherm
weergeven op bladzijde 89.
2 Draai aan de MULTI-CONTROL totdat
Altern. FREQ verschijnt.
3 Druk op het midden van
MULTI-CONTROL om AAN in te stellen.
Telkens wanneer u op het midden van
MULTI-CONTROL drukt, wordt er omgescha-
keld tussen aan en uit.
p Er wordt alleen afgestemd op RDS-zenders
bij automatisch afstemmen of met de BSM-
functie wanneer de AF-functie (Alternatieve
Frequenties) is ingeschakeld.
p Wanneer u een voorkeurzender oproept,
kan de tuner de voorgeprogrammeerde zen-
der vervangen door een nieuwe frequentie
uit de AF-lijst van de zender. (Dit is enkel be-
schikbaar bij gebruik van voorkeurzenders
op de FM1 of FM2 band.) Er verschijnt
geen voorkeurzendernummer op het
scherm als de RDS-gegevens voor de ont-
vangen zender verschilen van die van de
oorspronkelijk opgeslagen zender.
p Het is mogelijk dat de geluidsweergave tij-
delijk wordt onderbroken door een ander
programma terwijl de AF-functie aan het
zoeken is.
p AF kan voor elke FM-band afzonderlijk wor-
den in- of uitgeschakeld.
PI-zoekfunctie
Als het toestel geen geschikte alternatieve fre-
quentie kan vinden of als u naar een uitzen-
ding aan het luisteren bent en de ontvangst
wordt zwakker, zal het navigatiesysteem auto-
matisch op zoek gaan naar een andere zender
met dezelfde programmering. Tijdens het zoe-
ken wordt PI Seek weergegeven en wordt de
geluidsweergave gedempt. De demping van
het geluid wordt geannuleerd nadat het PI-zoe-
ken is voltooid; het maakt daarbij niet uit of er
een andere zender is gevonden.
Automatisch PI-zoeken voor
voorkeurzenders activeren
Wanneer een voorkeurzender niet kan worden
opgeroepen, bijvoorbeeld wanneer u een grote
afstand hebt gereisd, kan het toestel zo wor-
den ingesteld dat ook bij het oproepen van
een voorkeurzender de PI-zoekfunctie zal wor-
den uitgevoerd.
p Automatisch PI-zoeken is standaard uitge-
schakeld.
= Zie Gebruiken van Automatisch PI-zoeken
voor voorkeuzezenders op bladzijde 132
voor details.
Nl
94
Hoofdstuk
16
Gebruik van de radio (TUNER)
Gebruik van de functie
voor onderbreking door
nieuwsberichten
Wanneer er een nieuwsprogramma wordt uit-
gezonden door een nieuwszender met een PTY
code, kan het navigatiesysteem van elke an-
dere zender overschakelen naar de nieuwszen-
der. Wanneer het nieuwsbericht is afgelopen,
zal er weer worden afgestemd op het vorige
programma.
1 Open het Function Menu scherm.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Function Menu scherm
weergeven op bladzijde 89.
2 Draai aan de MULTI-CONTROL totdat
Nieuwsonderbr. verschijnt.
3 Druk op het midden van
MULTI-CONTROL om AAN in te stellen.
Telkens wanneer u op het midden van
MULTI-CONTROL drukt, wordt er omgescha-
keld tussen aan en uit.
p U kunt een nieuwsbericht afbreken door op
de BAND/ESC of SRC/OFF toets te
drukken.
Status van onderbrekings-
pictogram
De aanduiding van het statuspictogram veran-
dert naargelang de situatie zoals u hieronder
kunt zien.
NEWS indicator
Indicator Betekenis
Geeft aan of er een nieuwspro-
gramma wordt ontvangen.
(Geen weer-
gave)
De informatie-onderbreking is uit-
geschakeld.
De informatie-onderbreking is ge-
activeerd, maar u ontvangt geen
gegevens omdat die er niet zijn.
TRFC indicator
Indicator Betekenis
Geeft aan of er is afgestemd op
een TP-zender (een zender die ver-
keersinformatie uitzendt).
(Geen weer-
gave)
De informatie-onderbreking is uit-
geschakeld.
De informatie-onderbreking is ge-
activeerd, maar u ontvangt geen
gegevens omdat die er niet zijn.
Nl
95
Hoofdstuk
16
Gebruik van de radio (TUNER)
Gebruik van de radio (TUNER)
PTY-lijst
Algemeen Specifiek Programmatype
Nieuws & Info News Nieuws
Affairs Actualiteiten
Info Algemene informatie en adviezen
Sport Sport
Weather Weerberichten/meteorologische informatie
Finance Beursberichten, handel, nijverheid enz.
Populair Pop Mus Populaire muziek
Rock Mus Eigentijdse moderne muziek
Easy Mus Easy-listening muziek
Oth Mus Muziek buiten categorie
Jazz Jazz
Country Country-muziek
Nat Mus Nationale muziek
Oldies Gouwe Ouwe
Folk Mus Folk-muziek
Klassiekers L. Class Lichte klassieke muziek
Classics Klassieke muziek
Overige Educate Educatieve programmas
Drama Hoorspelen en series
Culture Nationale of regionale cultuur
Science Natuur, wetenschap en techniek
Varied Licht amusement
Children Kinderprogrammas
Social Sociale aangelegenheden
Religion Religieuze aangelegenheden of diensten
Phone In Inbelprogrammas
Touring Reisprogrammas, niet voor berichten omtrent verkeersproblemen
Leisure Hobbys en recreatie
Document Documentaire s
Nl
96
Hoofdstuk
16
Gebruik van de radio (TUNER)
U kunt een normale muziek-CD afspelen in
het ingebouwde station van het navigatiesys-
teem. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u
dat moet doen.
% Steek de disc die u wilt afspelen in de
disc-laadsleuf.
Het afspelen begint bij het eerste fragment op
de CD.
p Als er reeds een disc is geplaatst, drukt u
op de SRC/OFF toets om het CD scherm
weer te geven.
= Zie De audiobron omschakelen op bladzijde
87 voor details.
Het scherm aflezen
12
3
4
5
6
1 Bronpictogram
Dit geeft aan welke bron er is geselecteerd.
2 Tekstdisplay
De titels van de items gemarkeerd met een
sterretje (*) worden alleen weergegeven wan-
neer een CD-TEXT disc wordt gebruikt. Bij ge-
bruik van een normale muziek-CD worden ze
niet weergegeven.
! Fragmentnummer volgend op TRK
Deze laat zien welk nummer momenteel
afgespeeld wordt.
! Speelduur
Deze laat de verstreken speelduur van
het huidige fragment zien.
!
: Artiestennaam van de disc*
Toont de naam van de artiest voor de
spelende disc (indien beschikbaar).
!
: Artiestennaam van het fragment*
Deze laat de naam van de artiest van
het fragment zien dat op het moment af-
gespeeld wordt (indien beschikbaar).
!
: Disctitel*
Toont de titel van de spelende disc (in-
dien beschikbaar).
!
: Fragmenttitel*
Deze laat de titel van het fragment zien
dat op het moment afgespeeld wordt
(indien beschikbaar).
3 NEWS indicator
Geeft aan of er een nieuwsprogramma wordt
ontvangen.
4 TRFC indicator
Geeft aan of er is afgestemd op een TP-zender
(een zender die verkeersinformatie uitzendt).
5 Afspeelstatus-indicator
Deze geeft de huidige afspeelstatus aan.
De fragmenten in een willekeurige volg-
orde afspelen
Indicator: Betekenis
Geen indicator
De fragmenten worden niet in
een willekeurige volgorde afge-
speeld.
Alle fragmenten op de huidige
disc worden in een willekeurige
volgorde afgespeeld.
Instellen van een bereik voor de herhaalde
weergave
Indicator: Betekenis
Geen indicator
De huidige disc wordt herhaal-
delijk afgespeeld.
Alleen het huidige fragment
wordt herhaaldelijk afgespeeld.
De fragmenten op een CD scannen
Indicator: Betekenis
Geen indicator Annuleert de scanweergave.
Het begin van elk fragment in
het huidige herhaalbereik wordt
voor ongeveer 10 seconden af-
gespeeld.
6 Indicator voor de Sound Retriever
= Zie Gebruik van de Sound Retriever
op bladzijde 100 voor details.
Nl
97
Hoofdstuk
17
Audio-CDs afspelen
Audio-CDs afspelen
Gebruik van de
aanraaktoetsen
2345 6
1
1 :
Hiermee wordt de combinatie van de weerge-
geven items in het tekstweergavegebied om-
geschakeld.
2 S.Rtrv:
Hiermee wordt de Sound Retriever-functie in-
gesteld.
= Zie Gebruik van de Sound Retriever
op bladzijde 100 voor details.
3 :
Weergave en Pauze
4
:
Hiermee kunt u de fragmenten in een wille-
keurige volgorde laten weergeven.
= Zie De fragmenten in een willekeurige
volgorde afspelen op de volgende blad-
zijde voor details.
5 :
Herhaalde weergave.
= Zie Instellen van een bereik voor de her-
haalde weergave op de volgende blad-
zijde voor details.
6 :
Hiermee wordt een scanweergave van de CD
uitgevoerd.
= Zie De fragmenten op een CD scannen
op de volgende bladzijde voor details.
Bediening via de toetsen
op het toestel zelf
De BAND/ESC toets indrukken
Dit is alleen mogelijk wanneer er een disc
wordt afgespeeld waarop zowel CD-DA gege-
vens als gecomprimeerde audiobestanden
staan.
= Zie De BAND/ESC toets indrukken op blad-
zijde 103 voor details.
De MULTI-CONTROL naar rechts drukken
De weergave springt naar het begin van het
volgende fragment.
De MULTI-CONTROL rechts ingedrukt
houden
Versnelde weergave vooruit.
De MULTI-CONTROL naar links drukken
De weergave springt terug naar het begin van
het huidige fragment.
Druk twee keer om terug te springen naar het
vorige fragment.
De MULTI-CONTROL links ingedrukt
houden
Versnelde weergave achteruit.
p Het snel achteruitspoelen stopt wanneer
het begin van het eerste fragment op de
disc wordt bereikt.
Het midden van de MULTI-CONTROL
drukken
Het functiekeuzescherm zal verschijnen.
De LIST toets indrukken
Opent de lijst zodat u een fragment kunt kie-
zen.
p Deze functie is alleen beschikbaar wanneer
een CD-TEXT disc wordt afgespeeld.
= Zie Een fragment in de lijst selecteren op de
volgende bladzijde voor details.
Nl
98
Hoofdstuk
17
Audio-CDs afspelen
Een fragment in de lijst
selecteren
Bij een CD-TEXT disc kunt u via een lijst met
alle fragmenttitels het fragment kiezen dat u
wilt laten weergeven.
1 Druk op de LIST toets.
De lijst met fragmenttitels verschijnt.
p Druk op de BAND/ESC of LIST toets om
terug te keren naar het vorige scherm.
2 Draai aan MULTI-CONTROL om de ge-
wenste fragmenttitel te selecteren.
p Druk MULTI-CONTROL omhoog of omlaag
voor dezelfde bedieningsfunctie.
3 Druk op het midden van
MULTI-CONTROL om het geselecteerde
fragment af te spelen.
p Druk de MULTI-CONTROL naar rechts om
de bijbehorende handeling uit te voeren.
Instellen van een bereik voor
de herhaalde weergave
Het herhaalbereik kan worden veranderd door
slechts één toets aan te tippen.
% Tip
enkele malen aan totdat de ge-
wenste herhaalbereik-indicator verschijnt.
! :
Herhaalt alleen het huidige fragment.
! Geen indicator (disc herhalen):
De huidige disc wordt herhaald.
p Als u een fragment vooruit of terug springt
terwijl het bereik voor de herhaalde weer-
gave is ingesteld op
, zal het bereik au-
tomatisch worden ingesteld op het
herhalen van de hele disc.
De fragmenten in een
willekeurige volgorde
afspelen
Alle fragmenten op de disc kunnen in een wil-
lekeurige volgorde worden afgespeeld door
slechts één toets aan te tippen.
% Tip
aan.
De willekeurige weergave zal nu beginnen.
Wanneer u de willekeurige weergave inscha-
kelt, zal
verschijnen.
p Om de willekeurige weergave weer uit te
schakelen, kunt u
nog eens aantippen.
p Als u
aanraakt terwijl het bereik is inge-
steld op
, zal het bereik automatisch
worden ingesteld op de hele disc en zullen
alle fragmenten in willekeurige volgorde
worden weergegeven.
De fragmenten op een CD
scannen
De scanweergave speelt de eerste 10 secon-
den van elk fragment op een CD zodat u mak-
kelijk het gewenste fragment kunt opzoeken.
% Tip
aan.
De scanweergave zal nu beginnen.
Wanneer het scannen is afgelopen, zal de nor-
male weergave van de fragmenten opnieuw
beginnen.
p Om de scanweergave weer uit te schakelen,
kunt u
nog eens aantippen.
p Als u
aanraakt terwijl het bereik is inge-
steld op
, zal het bereik automatisch
worden ingesteld op de hele disc en zal de
scanweergave van alle fragmenten begin-
nen.
p Als u tijdens scanweergave naar een vol-
gend of vorig fragment springt, wordt de
scanweergave automatisch geannuleerd.
Nl
99
Hoofdstuk
17
Audio-CDs afspelen
Audio-CDs afspelen
p Als u tijdens scanweergave aanraakt,
wordt deze functie automatisch geannu-
leerd en zal het huidige fragment herhaald
worden weergegeven.
p Als u tijdens scanweergave
aanraakt,
wordt deze functie automatisch geannu-
leerd en zullen de fragmenten in willekeu-
rige volgorde worden weergegeven.
Afspelen en pauze
% Tip aan.
De weergave van het huidige fragment wordt
gepauzeerd en de aanduiding Pause zal ver-
schijnen.
p Om de pauze uit te schakelen en de weer-
gave te hervatten, kunt u
nog eens aan-
tippen.
Gebruik van de Sound
Retriever
De Sound Retriever-functie verbetert automa-
tisch de kwaliteit van gecomprimeerde audio
en zorgt voor een herstel van een rijke geluids-
weergave.
% Tip [S.Rtrv] herhaaldelijk aan om de ge-
wenste instelling te selecteren.
Elke keer dat u [S.Rtrv] aanraakt, verandert de
instelling als volgt:
! :
De Sound Retriever-functie (niveau 1) is ge-
activeerd.
!
:
De Sound Retriever-functie (niveau 2) is ge-
activeerd.
! Geen indicator:
Schakelt deze functie uit.
p S.Rtrv2 heeft een sterker effect dan S.Rtrv1
en is effectiever bij het afspelen van audio-
gegevens die sterk gecomprimeerd zijn.
Nl
100
Hoofdstuk
17
Audio-CDs afspelen
U kunt een normale disc die gecomprimeerde
audiobestanden bevat afspelen in het inge-
bouwde station van het navigatiesysteem. In
dit hoofdstuk wordt de bediening beschreven.
p In de hierna volgende beschrijving worden
MP3-, WMA-, AAC- en WAV-bestanden
samen als gecomprimeerd audiobestand
aangegeven.
% Steek de disc die u wilt afspelen in de
disc-laadsleuf.
Het afspelen begint bij het eerste bestand op
de ROM.
p Als er reeds een disc is geplaatst, drukt u
op de SRC/OFF toets om het CD scherm
weer te geven.
= Zie De audiobron omschakelen op bladzijde
87 voor details.
p Wanneer een disc die meerdere bestandsty-
pen bevat wordt afgespeeld, kunt u heen en
weer schakelen tussen de bestandstypen.
= Zie De BAND/ESC toets indrukken op blad-
zijde 103 voor details.
Het scherm aflezen
12
3
4
5
6
7
1 Bronpictogram
Dit geeft aan welke bron er is geselecteerd.
2 Tekstdisplay
! Fragmentnummer volgend op
FLDR
Deze laat zien welk mapnummer er op
het ogenblik afgespeeld wordt.
! Fragmentnummer volgend op TRK
Deze laat zien welk fragmentnummer er
op het moment afgespeeld wordt.
! Speelduur
Deze laat de verstreken speelduur van
het huidige fragment zien.
! Commentaar
Toont commentaar voor het spelende
bestand (indien beschikbaar).
!
: Mapnaam
Deze laat de naam van de map zien die
op het moment afgespeeld wordt.
!
: Bestandsnaam
Deze laat de naam van het bestand zien
dat op het moment afgespeeld wordt.
!
: Fragmenttitel
Deze laat de titel zien van het fragment
dat momenteel afgespeeld wordt. (In-
dien beschikbaar.)
!
: Artiestennaam
Deze laat de naam van de artiest van
het spelende muziekstuk zien (indien
beschikbaar).
!
: Albumtitel
Deze laat de titel van het album zien
voor het muziekstuk dat op het moment
afgespeeld wordt (indien beschikbaar).
p Dit item is leeg als er geen corresponde-
rende informatie is.
3 NEWS indicator
Geeft aan of er een nieuwsprogramma wordt
ontvangen.
4 TRFC indicator
Geeft aan of er is afgestemd op een TP-zender
(een zender die verkeersinformatie uitzendt).
5 Bestandstype-indicator
Deze laat zien welk type audiobestand er op
het moment afgespeeld wordt.
6 Afspeelstatus-indicator
Deze geeft de huidige afspeelstatus aan.
Nl
101
Hoofdstuk
18
Muziekbestanden op een ROM afspelen
Muziekbestanden op een ROM afspelen
Bestanden in een willekeurige volgorde
laten weergeven
Indicator: Betekenis
Geen indicator
De fragmenten worden niet in
een willekeurige volgorde afge-
speeld.
Alle audiobestanden in het hui-
dige herhaalbereik worden in
een willekeurige volgorde afge-
speeld.
Instellen van een bereik voor de herhaalde
weergave
Indicator: Betekenis
Geen indicator
Alle gecomprimeerde audiobe-
standen worden herhaaldelijk
afgespeeld.
Alleen het huidige bestand
wordt herhaaldelijk afgespeeld.
De huidige map wordt herhaal-
delijk afgespeeld.
Mappen en bestanden scannen
Indicator: Betekenis
Geen indicator Annuleert de scanweergave.
Het eerste audiobestand van
elke map wordt voor ongeveer
10 seconden afgespeeld wan-
neer het herhaalbereik op alles
herhalen is ingesteld.
Het begin van elk audiobestand
in de huidige map wordt voor
ongeveer 10 seconden afge-
speeld wanneer het herhaalbe-
reik op
is ingesteld.
7 Indicator voor de Sound Retriever
= Zie Gebruik van de Sound Retriever
op bladzijde 105 voor details.
Gebruik van de
aanraaktoetsen
2345 6
1
1 :
Hiermee wordt de combinatie van de weerge-
geven items in het tekstweergavegebied om-
geschakeld.
2 S.Rtrv:
Hiermee wordt de Sound Retriever-functie in-
gesteld.
= Zie Gebruik van de Sound Retriever
op bladzijde 105 voor details.
3 :
Weergave en Pauze
4
:
Hiermee kunt u de fragmenten in een wille-
keurige volgorde laten weergeven.
= Zie De fragmenten in een willekeurige
volgorde afspelen op bladzijde 104 voor
details.
5 :
Herhaalde weergave.
= Zie Instellen van een bereik voor de her-
haalde weergave op bladzijde 104 voor
details.
6 :
Scant mappen en fragmenten/bestanden.
= Zie Scanweergave van mappen en frag-
menten op bladzijde 104 voor details.
Nl
102
Hoofdstuk
18
Muziekbestanden op een ROM afspelen
Bediening via de toetsen
op het toestel zelf
De BAND/ESC toets indrukken
Schakelt heen en weer tussen CD (audio (CD-
DA)) en ROM (gecomprimeerde audiobestan-
den).
p Dit is alleen mogelijk wanneer er een disc
wordt afgespeeld waarop zowel CD-DA ge-
gevens als gecomprimeerde audiobestan-
den staan.
p Nadat u naar CD-DA of gecomprimeerde
audio heeft overgeschakeld, zal de weer-
gave beginnen met het eerste fragment (be-
stand) op de disc.
De BAND/ESC toets indrukken en
vasthouden
De weergave keert terug naar de hoofdmap.
De MULTI-CONTROL naar boven of
beneden drukken
De vorige of volgende map wordt geselecteerd
de weergave begint vanaf het eerste fragment
of bestand in die map.
p U kunt geen map selecteren waarin zich
geen gecomprimeerd audiobestand be-
vindt.
De MULTI-CONTROL naar rechts drukken
De weergave springt naar het begin van het
volgende fragment.
De MULTI-CONTROL rechts ingedrukt
houden
Versnelde weergave vooruit.
De MULTI-CONTROL naar links drukken
De weergave springt terug naar het begin van
het huidige fragment.
Druk twee keer om terug te springen naar het
vorige fragment.
De MULTI-CONTROL links ingedrukt
houden
Versnelde weergave achteruit.
p Het snel achteruitspoelen stopt wanneer
het begin van het eerste fragment op de
disc wordt bereikt.
Het midden van de MULTI-CONTROL
drukken
Het functiekeuzescherm zal verschijnen.
De LIST toets indrukken
Opent de lijst zodat u een fragment kunt kie-
zen.
= Zie Een fragment in de lijst selecteren op
deze bladzijde voor details.
Een fragment in de lijst
selecteren
Hiermee kunt u een lijst met de bestandsna-
men of mapnamen op de disc bekijken. U
kunt een map van deze lijst selecteren om de
inhoud daarvan te bekijken. U kunt een be-
stand van de lijst selecteren om dit weer te
laten geven.
1 Druk op de LIST toets.
De lijst met fragmenttitels en mapnamen ver-
schijnt.
p Druk op de BAND/ESC of LIST toets om
terug te keren naar het vorige scherm.
p Als de geselecteerde map geen afspeelbaar
bestand bevat, wordt de bestandslijst niet
weergegeven.
2 Draai aan MULTI-CONTROL om de ge-
wenste map of fragment te selecteren.
p Druk MULTI-CONTROL omhoog of omlaag
voor dezelfde bedieningsfunctie.
Nl
103
Hoofdstuk
18
Muziekbestanden op een ROM afspelen
Muziekbestanden op een ROM afspelen
3 Druk op het midden van
MULTI-CONTROL om de inhoud van de
map weer te geven of het geselecteerde
fragment af te spelen.
Wanneer een map is geselecteerd, zal de in-
houd onder deze map worden getoond.
Wanneer een fragment is geselecteerd, zal dit
worden afgespeeld.
p Druk de MULTI-CONTROL naar rechts om
de bijbehorende handeling uit te voeren.
p Wanneer een map is geselecteerd, wordt
het eerste fragment van de geselecteerde
map afgespeeld als u het midden van
MULTI-CONTROL indrukt en vasthoudt.
p Wanneer een lagere map in de lijst voor-
komt, keert de lijst terug naar de bovenste
map wanneer MULTI-CONTROL naar links
wordt gedrukt.
! Als u al in de hoofdmap bent, gebeurt er
niets.
p De inhoud van de hoofdmap wordt weerge-
geven wanneer MULTI-CONTROL naar
links wordt gedrukt en dan vastgehouden.
! Als u al in de hoofdmap bent, gebeurt er
niets.
Instellen van een bereik voor
de herhaalde weergave
% Tip enkele malen aan totdat de ge-
wenste herhaalbereik-indicator verschijnt.
! :
Herhaalt alleen het huidige fragment.
!
:
De spelende map wordt herhaald.
! Geen indicator (alles herhalen):
Alles wordt herhaald.
p Als u terugkeert naar de hoofdmap terwijl
het bereik voor de herhaalde weergave is in-
gesteld op
of , zal het bereik auto-
matisch worden ingesteld op het herhalen
van de hele disc.
p Als u vooruit of terug springt terwijl het be-
reik voor de herhaalde weergave is inge-
steld op
, zal het bereik automatisch
worden ingesteld op
.
De fragmenten in een
willekeurige volgorde
afspelen
U kunt de fragmenten in het geselecteerde
herhaalbereik in een willekeurige volgorde af-
spelen.
% Tip
aan.
De willekeurige weergave zal nu beginnen.
Wanneer u de willekeurige weergave inscha-
kelt, zal
verschijnen.
p Om de willekeurige weergave weer uit te
schakelen, kunt u
nog eens aantippen.
p Als u
aanraakt terwijl het bereik is inge-
steld op
, zal het bereik automatisch
worden ingesteld op
en zullen de frag-
menten in willekeurige volgorde worden
weergegeven.
Scanweergave van mappen
en fragmenten
Scanweergave stelt u in staat de eerste 10 se-
conden van elk fragment te beluisteren. De
scanweergave wordt uitgevoerd in het huidige
herhaalbereik.
% Tip
aan.
De scanweergave zal nu beginnen.
Wanneer de scanweergave van de fragmenten
of mappen is afgelopen, zullen de fragmenten
opnieuw normaal worden afgespeeld.
p Om de scanweergave weer uit te schakelen,
kunt u
nog eens aantippen.
p Als u
aanraakt terwijl het bereik is inge-
steld op
, zal het bereik automatisch
worden ingesteld op
en zal de scan-
weergave van de fragmenten beginnen.
Nl
104
Hoofdstuk
18
Muziekbestanden op een ROM afspelen
p Als u aanraakt terwijl het bereik is inge-
steld op de hele disc, zal de scanweergave
alleen het begin van het eerste fragment
van elke map laten horen.
p Als u tijdens scanweergave naar een vol-
gend of vorig fragment springt, of terug-
keert naar de hoofdmap, wordt de
scanweergave automatisch geannuleerd.
p Als u tijdens scanweergave
aanraakt,
wordt deze functie automatisch geannu-
leerd en zal het huidige fragment herhaald
worden weergegeven.
p Als u tijdens scanweergave
aanraakt,
wordt deze functie automatisch geannu-
leerd en zullen de fragmenten in willekeu-
rige volgorde worden weergegeven.
Afspelen en pauze
% Tip aan.
De weergave van het huidige fragment wordt
gepauzeerd en de aanduiding Pause zal ver-
schijnen.
p Om de pauze uit te schakelen en de weer-
gave te hervatten, kunt u
nog eens aan-
tippen.
Gebruik van de Sound
Retriever
De Sound Retriever-functie verbetert automa-
tisch de kwaliteit van gecomprimeerde audio
en zorgt voor een herstel van een rijke geluids-
weergave.
% Tip [S.Rtrv] herhaaldelijk aan om de ge-
wenste instelling te selecteren.
Elke keer dat u [S.Rtrv] aanraakt, verandert de
instelling als volgt:
! :
De Sound Retriever-functie (niveau 1) is ge-
activeerd.
!
:
De Sound Retriever-functie (niveau 2) is ge-
activeerd.
! Geen indicator:
Schakelt deze functie uit.
p S.Rtrv2 heeft een sterker effect dan S.Rtrv1
en is effectiever bij het afspelen van audio-
gegevens die sterk gecomprimeerd zijn.
Nl
105
Hoofdstuk
18
Muziekbestanden op een ROM afspelen
Muziekbestanden op een ROM afspelen
U kunt gecomprimeerde audiobestanden af-
spelen die op een USB-geheugenapparaat zijn
opgeslagen.
p In de hierna volgende beschrijving worden
MP3-, WMA-, AAC- en WAV-bestanden
samen als gecomprimeerd audiobestand
aangegeven.
1 Steek het USB-geheugenapparaat in de
USB-stekker.
= Zie Een USB-geheugenapparaat aansluiten
op bladzijde 14 voor details.
2 Druk op de SRC/OFF toets om het
USB scherm weer te geven.
= Zie De audiobron omschakelen op bladzijde
87 voor details.
Het scherm aflezen
12
3
4
5
6
7
1 Bronpictogram
Dit geeft aan welke bron er is geselecteerd.
2 Tekstdisplay
! Fragmentnummer volgend op
FLDR
Deze laat zien welk mapnummer er op
het ogenblik afgespeeld wordt.
! Fragmentnummer volgend op TRK
Deze laat zien welk fragmentnummer er
op het moment afgespeeld wordt.
! Speelduur
Laat de verstreken weergaveduur van
het huidige bestand zien.
! Commentaar
Toont commentaar voor het spelende
bestand (indien beschikbaar).
!
: Mapnaam
Deze laat de naam van de map zien die
op het moment afgespeeld wordt.
!
: Bestandsnaam
Deze laat de naam van het bestand zien
dat op het moment afgespeeld wordt.
!
: Fragmenttitel
Deze laat de titel zien van het fragment
dat momenteel afgespeeld wordt. (In-
dien beschikbaar.)
!
: Artiestennaam
Deze laat de artiestennaam zien van de
muziek die op het moment afgespeeld
wordt (indien beschikbaar).
!
: Albumtitel
Deze laat de titel van het album zien
voor het fragment dat op het moment af-
gespeeld wordt (indien beschikbaar).
p Dit item is leeg als er geen corresponde-
rende informatie is.
3 NEWS indicator
Geeft aan of er een nieuwsprogramma wordt
ontvangen.
4 TRFC indicator
Geeft aan of er is afgestemd op een TP-zender
(een zender die verkeersinformatie uitzendt).
5 Bestandstype-indicator
Deze laat zien welk type audiobestand er op
het moment afgespeeld wordt.
6 Afspeelstatus-indicator
Deze geeft de huidige afspeelstatus aan.
Bestanden in een willekeurige volgorde
laten weergeven
Indicator: Betekenis
Geen indicator
De bestanden worden niet in
een willekeurige volgorde afge-
speeld.
Alle audiobestanden in het hui-
dige herhaalbereik worden in
een willekeurige volgorde afge-
speeld.
Nl
106
Hoofdstuk
19
Muziekbestanden op een US B afspelen
Instellen van een bereik voor de herhaalde
weergave
Indicator: Betekenis
Geen indicator
Alle gecomprimeerde audiobe-
standen in het geselecteerde ex-
terne geheugenapparaat (USB,
SD) worden herhaaldelijk afge-
speeld.
Alleen het huidige bestand
wordt herhaaldelijk afgespeeld.
De huidige map wordt herhaal-
delijk afgespeeld.
Mappen en bestanden scannen
Indicator: Betekenis
Geen indicator Annuleert de scanweergave.
Het eerste audiobestand van
elke map wordt voor ongeveer
10 seconden afgespeeld wan-
neer het herhaalbereik op alles
herhalen is ingesteld.
Het begin van elk audiobestand
in de huidige map wordt voor
ongeveer 10 seconden afge-
speeld wanneer het herhaalbe-
reik op
is ingesteld.
7 Indicator voor de Sound Retriever
= Zie Gebruik van de Sound Retriever
op bladzijde 109 voor details.
Gebruik van de
aanraaktoetsen
2345 6
1
1 :
Hiermee wordt de combinatie van de weerge-
geven items in het tekstweergavegebied om-
geschakeld.
2 S.Rtrv:
Hiermee wordt de Sound Retriever-functie in-
gesteld.
= Zie Gebruik van de Sound Retriever
op bladzijde 109 voor details.
3 :
Weergave en Pauze
4
:
Hiermee kunt u de bestanden in een willekeu-
rige volgorde laten weergeven.
= Zie Bestanden in een willekeurige volg-
orde laten weergeven op bladzijde 109
voor details.
5 :
Herhaalde weergave.
= Zie Instellen van een bereik voor de her-
haalde weergave op bladzijde 109 voor
details.
6 :
Hiermee wordt een scanweergave van de
mappen en bestanden uitgevoerd.
= Zie Mappen en bestanden scannen op
bladzijde 109 voor details.
Bediening via de toetsen
op het toestel zelf
De BAND/ESC toets indrukken en
vasthouden
De weergave keert terug naar de hoofdmap.
De MULTI-CONTROL naar boven of
beneden drukken
Geeft het eerste geschikte bestand in de vorige
of volgende map weer.
p Mappen zonder geschikte bestanden wor-
den overgeslagen.
De MULTI-CONTROL naar rechts drukken
De weergave springt naar het begin van het
volgende bestand.
Nl
107
Hoofdstuk
19
Muziekbestanden op een USB afspelen
Muziekbestanden op een US B afspelen
De MULTI-CONTROL rechts ingedrukt
houden
Versnelde weergave vooruit.
De MULTI-CONTROL naar links drukken
De weergave springt naar het begin van het
huidige bestand.
Druk twee keer om terug te springen naar het
begin van het vorige bestand.
De MULTI-CONTROL links ingedrukt
houden
Versnelde weergave achteruit.
p Er is geen geluid bij snel vooruit- of achter-
uitspoelen.
Het midden van de MULTI-CONTROL
drukken
Het functiekeuzescherm zal verschijnen.
De LIST toets indrukken
Opent de lijst zodat u een bestand kunt kiezen.
= Zie Een bestand selecter en van de lijst op
deze bladzijde voor details.
Een bestand selecteren van
de lijst
De lijst toont de bestandsnamen of mapna-
men. Als u een map in de lijst selecteert, ziet u
de inhoud van de map. Als u een bestand in
de lijst selecteert, kunt u het geselecteerde be-
stand afspelen.
1 Druk op de LIST toets.
De lijst met bestands- en mapnamen ver-
schijnt.
p Druk op de BAND/ESC of LIST toets om
terug te keren naar het vorige scherm.
p Als de geselecteerde map geen afspeelbaar
bestand bevat, wordt de bestandslijst niet
weergegeven.
2 Draai aan MULTI-CONTROL om de ge-
wenste bestandsnaam te selecteren.
p Druk MULTI-CONTROL omhoog of omlaag
voor dezelfde bedieningsfunctie.
3 Druk op het midden van
MULTI-CONTROL om de inhoud van de
map weer te geven of het geselecteerde
bestand af te spelen.
Wanneer een map is geselecteerd, zal de in-
houd onder deze map worden getoond.
Wanneer er een bestand is geselecteerd, zal
dit worden weergegeven.
p Druk de MULTI-CONTROL naar rechts om
de bijbehorende handeling uit te voeren.
p Wanneer een map is geselecteerd, wordt
het eerste bestand van de geselecteerde
map afgespeeld als u het midden van
MULTI-CONTROL indrukt en vasthoudt.
p Wanneer een lagere map in de lijst voor-
komt, keert de lijst terug naar de bovenste
map wanneer MULTI-CONTROL naar links
wordt gedrukt.
! Als u al in de hoofdmap bent, gebeurt er
niets.
p De inhoud van de hoofdmap wordt weerge-
geven wanneer MULTI-CONTROL naar
links wordt gedrukt en dan vastgehouden.
! Als u al in de hoofdmap bent, gebeurt er
niets.
Nl
108
Hoofdstuk
19
Muziekbestanden op een US B afspelen
Instellen van een bereik voor
de herhaalde weergave
% Tip enkele malen aan totdat de ge-
wenste herhaalbereik-indicator verschijnt.
! :
Herhaalt alleen het huidige bestand.
!
:
De spelende map wordt herhaald.
! Geen indicator (alles herhalen):
Alles wordt herhaald.
p Als u terugkeert naar de hoofdmap terwijl
het bereik voor de herhaalde weergave is in-
gesteld op
of , zal het bereik auto-
matisch worden ingesteld op het herhalen
van de alle bestanden.
Bestanden in een willekeurige
volgorde laten weergeven
U kunt de bestanden in het geselecteerde be-
reik ook in een willekeurige volgorde weer
laten geven.
% Tip
aan.
De willekeurige weergave zal nu beginnen.
Wanneer u de willekeurige weergave inscha-
kelt, zal
verschijnen.
p Om de willekeurige weergave weer uit te
schakelen, kunt u
nog eens aantippen.
p Als u
aanraakt terwijl het bereik is inge-
steld op
, zal het bereik automatisch
worden ingesteld op
en zullen de be-
standen in willekeurige volgorde worden
weergegeven.
Mappen en bestanden
scannen
Scanweergave stelt u in staat de eerste 10 se-
conden van elk bestand te beluisteren. De
scanweergave wordt uitgevoerd in het huidige
herhaalbereik.
% Tip
aan.
De scanweergave zal nu beginnen.
Nadat het scannen voltooid is, zal de normale
weergave van de bestanden worden hervat.
p Om de scanweergave weer uit te schakelen,
kunt u
nog eens aantippen.
p Als u
aanraakt terwijl het bereik is inge-
steld op
, zal het bereik automatisch
worden ingesteld op
en zal de scan-
weergave van de bestanden beginnen.
p Als u
aanraakt terwijl het bereik is inge-
steld op alles, zal de scanweergave alleen
het begin van het eerste bestanden van elke
map laten horen.
p Als u tijdens scanweergave naar een vol-
gend of vorig bestand springt, of terugkeert
naar de hoofdmap, wordt de scanweergave
automatisch geannuleerd.
p Als u tijdens scanweergave
aanraakt,
wordt deze functie automatisch geannu-
leerd en zal het huidige bestand herhaald
worden weergegeven.
p Als u tijdens scanweergave
aanraakt,
wordt deze functie automatisch geannu-
leerd en zullen de bestanden in willekeurige
volgorde worden weergegeven.
Afspelen en pauze
% Tip aan.
De weergave van het huidige bestand wordt
gepauzeerd en de aanduiding Pause zal ver-
schijnen.
p Om de pauze uit te schakelen en de weer-
gave te hervatten, kunt u
nog eens aan-
tippen.
Gebruik van de Sound
Retriever
De Sound Retriever-functie verbetert automa-
tisch de kwaliteit van gecomprimeerde audio
en zorgt voor een herstel van een rijke geluids-
weergave.
Nl
109
Hoofdstuk
19
Muziekbestanden op een USB afspelen
Muziekbestanden op een US B afspelen
% Tip [S.Rtrv] herhaaldelijk aan om de ge-
wenste instelling te selecteren.
Elke keer dat u [S.Rtrv] aanraakt, verandert de
instelling als volgt:
! :
De Sound Retriever-functie (niveau 1) is ge-
activeerd.
!
:
De Sound Retriever-functie (niveau 2) is ge-
activeerd.
! Geen indicator:
Schakelt deze functie uit.
p S.Rtrv2 heeft een sterker effect dan S.Rtrv1
en is effectiever bij het afspelen van audio-
gegevens die sterk gecomprimeerd zijn.
Nl
110
Hoofdstuk
19
Muziekbestanden op een US B afspelen
Met een USB-interfacekabel voor de iPod kunt
u uw iPod op het navigatiesysteem aansluiten.
p U hebt een USB-interfacekabel voor de
iPod (CD-IU50) (los verkrijgbaar) nodig om
de verbinding te maken.
1 Sluit uw iPod aan.
= Zie Uw iPod aansluiten op bladzijde 15 voor
details.
2 Druk op de SRC/OFF toets om het
iPod scherm weer te geven.
= Zie De audiobron omschakelen op bladzijde
87 voor details.
Het scherm aflezen
12
3
4
5
6
7
1 Bronpictogram
Dit geeft aan welke bron er is geselecteerd.
2 Tekstdisplay
! Songnummer
Deze laat het nummer van het muziek-
stuk zien dat afgespeeld wordt en het to-
taal aantal muziekstukken in de
geselecteerde lijst.
! Speelduur
Deze laat de verstreken speelduur van
het huidige muziekstuk zien.
!
: Songtitel (episode)
Deze laat de titel van het huidige mu-
ziekstuk zien. Wanneer een podcast
wordt afgespeeld, wordt de episode aan-
gegeven.
!
: Artiestennaam
Deze laat de naam van de artiest van
het spelende muziekstuk zien.
!
: Albumtitel (podcasttitel)
Deze laat de titel van het album van het
spelende muziekstuk zien.
Wanneer er een podcast wordt weerge-
geven, wordt ook de titel van die podcast
getoond.
3 NEWS indicator
Geeft aan of er een nieuwsprogramma wordt
ontvangen.
4 TRFC indicator
Geeft aan of er is afgestemd op een TP-zender
(een zender die verkeersinformatie uitzendt).
5 Afspeelstatus-indicator
Deze geeft de huidige afspeelstatus aan.
Instellen van een bereik voor de herhaalde
weergave
Indicator: Betekenis
Alle muziekstukken in de gese-
lecteerde lijst worden herhaalde-
lijk afgespeeld.
Alleen het huidige muziekstuk
wordt herhaaldelijk afgespeeld.
Willekeurige weergave voor muziek in-
stellen
Indicator: Betekenis
Geen indicator
Annuleert de willekeurige weer-
gave.
De muziekstukken in de gese-
lecteerde lijst worden in een wil-
lekeurige volgorde afgespeeld.
Er wordt een willekeurig album
geselecteerd en dan worden alle
muziekstukken van dat album in
de normale volgorde afgespeeld.
6 Indicator voor de Sound Retriever
Nl
111
Hoofdstuk
20
Gebruiken van een iPod
Gebruiken van een iPod
= Zie Gebruik van de Sound Retriever
op bladzijde 115 voor details.
7 Indicator voor de iPod bedieningsfunctie
= Zie De functies vanaf uw iPod bedienen
op bladzijde 114 voor details.
Gebruik van de
aanraaktoetsen
1
234 5
1 :
Hiermee wordt de combinatie van de weerge-
geven items in het tekstweergavegebied om-
geschakeld.
2 S.Rtrv:
Schakelt de Advanced Sound Retriever in.
= Zie Gebruik van de Sound Retriever
op bladzijde 115 voor details.
3 Ctrl:
Stelt de bedieningsfunctie van de iPod in.
= Zie De functies vanaf uw iPod bedienen
op bladzijde 114 voor details.
4 Alle:
Stelt willekeurige weergave in voor alle bestan-
den.
= Zie Alle nummers weergeven in willekeu-
rige volgorde (Shuffle All) op bladzijde
114 voor details.
5 Link to Genre:
Link to Artiest:
Link to Album:
Start het afspelen van de lijst muziekstukken
die verband houden met het spelende muziek-
stuk.
= Zie Weergeven van nummers die iets te
maken hebben met het huidige op blad-
zijde 114 voor details.
Bediening via de toetsen
op het toestel zelf
De MULTI-CONTROL naar rechts drukken
De weergave springt naar het begin van het
volgende nummer.
De MULTI-CONTROL rechts ingedrukt
houden
Versnelde weergave vooruit.
De MULTI-CONTROL naar links drukken
De weergave springt terug naar het begin van
het huidige nummer.
Druk twee keer om terug te springen naar het
vorige nummer.
De MULTI-CONTROL links ingedrukt
houden
Versnelde weergave achteruit.
Het midden van de MULTI-CONTROL
drukken
Het functiekeuzescherm zal verschijnen.
De LIST toets indrukken
Opent de lijst zodat u een nummer kunt kie-
zen.
= Zie Een nummer selecteren van de lijst op
deze bladzijde voor details.
Een numm er selecteren van
de lijst
Door een item te selecteren van de lijst, kunt u
een muziekstuk opzoeken en laten weergeven
op uw iPod.
1 Druk op de LIST toets om het bovenste
categoriemenu weer te geven.
p Druk op de BAND/ESC toets om terug te
keren naar het vorige scherm.
Nl
112
Hoofdstuk
20
Gebruiken van een iPod
2 Draai aan MULTI-CONTROL om een ca-
tegorie te selecteren.
! Playlists (afspeellijsten)
! Artists (artiesten)
! Albums (albums)
! Songs (muziekstukken)
! Podcasts (podcasts)
! Genres (genres)
! Composers (componisten)
! Audiobooks (audioboeken)
! Druk MULTI-CONTROL omhoog of omlaag
voor dezelfde bedieningsfunctie.
3 Druk op het midden van
MULTI-CONTROL om het aantal items in de
categorie te verminderen.
Wanneer een categorie is geselecteerd, wordt
het aantal items in de categorie verminderd.
Wanneer een muziekstuk is geselecteerd,
wordt het geselecteerde muziekstuk afge-
speeld.
p Druk de MULTI-CONTROL naar rechts om
de bijbehorende handeling uit te voeren.
p Wanneer een categorie is geselecteerd,
wordt het eerste muziekstuk van de geselec-
teerde categorie afgespeeld als u het mid-
den van MULTI-CONTROL indrukt en
vasthoudt.
p Druk de MULTI-CONTROL naar rechts
om de bijbehorende handeling uit te
voeren.
p Wanneer de onderste groep items in de lijst
wordt weergegeven, keert de lijst terug naar
de bovenste groep items als
MULTI-CONTROL naar links wordt gedrukt
en dan vastgehouden.
p Als u al op het hoogste niveau bent, ge-
beurt er verder niets wanneer u deze
handeling uitvoert.
p Door All in de lijst te selecteren worden
alle opties in de huidige categorie weerge-
geven. Als u bijvoorbeeld All selecteert
nadat u Artists hebt geselecteerd, kunt u
naar het volgende scherm doorgaan terwijl
alle artiesten in de lijst geselecteerd zijn.
4 Druk bij de lijst met muziekstukken (of
episoden) op het midden van
MULTI-CONTROL om het geselecteerde mu-
ziekstuk (of episode) af te spelen.
Alfabetisch naar geschikte
items zoeken
Gebruik de zoekregeling om de pagina weer te
geven die de eerste geschikte optie bevat.
p Deze functie is alleen beschikbaar voor de
alfabetische lijst.
1 Druk op de LIST toets om het bovenste
categoriemenu weer te geven.
p Druk op de BAND/ESC toets om terug te
keren naar het vorige scherm.
2 Verdraai de MULTI-CONTROL om de ge-
wenste categorie te bekijken.
3 Druk op het midden van
MULTI-CONTROL om het geselecteerde
item te bevestigen.
De lagere categorieën worden weergegeven.
4 Druk op de LIST toets om de zoekfunc-
tie te veranderen in alfabetisch zoeken.
Nl
113
Hoofdstuk
20
Gebruiken van een iPod
Gebruiken van een iPod
5 Draai aan de MULTI-CONTROL om het
gewenste teken te selecteren.
6 Druk op het midden van
MULTI-CONTROL om te beginnen met zoe-
ken.
p De lidwoorden zoals hieronder vermeld en
spaties aan het begin van de naam van de
artiest zullen worden genegeerd zodat er op
het eerstvolgende teken daarna zal worden
gerangschikt.
! A of a
! AN, An of an
! THE, The of the
p Als alfabetisch zoeken wordt afgebroken,
wordt Not Found weergegeven.
7 Druk bij de lijst met muziekstukken (of
episoden) op het midden van
MULTI-CONTROL om het geselecteerde mu-
ziekstuk (of episode) af te spelen.
Weergeven van nummers
die iets te maken hebben
met het huidige
U kunt muziekstukken die iets te maken heb-
ben met het huidige muziekstuk laten afspelen
door een van de volgende lijsten te gebruiken.
! Albumlijst voor het spelende genre
! Albumlijst voor de artiest waar van iets
wordt afgespeeld
! Nummerlijst voor het spelende album
p Afhankelijk van het aantal bestanden op de
iPod is het mogelijk dat het tonen van een
lijst even wat tijd kost.
% Tip [Link to Genre], [Link to Artiest], of
[Link to Album] aan om de gewenste zoek-
functie te selecteren.
! Link to Genre:
Speelt een album af in het spelende genre.
! Link to Artiest:
Speelt een album af van de huidige artiest.
! Link to Album:
Speelt een nummer af van het spelende
album.
Searching knippert terwijl de lijst wordt sa-
mengesteld, waarna de weergave van de lijst
zal beginnen.
p De weergave van gerelateerd materiaal
wordt geannuleerd als op de BAND/ESC of
LIST toets wordt gedrukt terwijl Searching
knippert.
p Als er geen gerelateerde albums of num-
mers gevonden kunnen worden, zal de mel-
ding Not Found verschijnen.
Alle numm ers weergeven
in willekeurige volgorde
(Shuffle All)
% Tip Alle aan om alle nummers in wil-
lekeurige volgorde weer te laten geven.
Alle nummers op de iPod zullen in willekeu-
rige volgorde worden weergegeven.
p Om deze functie uit te schakelen, moet u
Willek stand op het Function Menu uit
zetten.
= Zie Nummers weergeven in willekeurige
volgorde (Shuffle) op bladzijde 116 voor
details.
De functies vanaf uw iPod
bedienen
U kunt de functies van uw iPod op uw iPod be-
dienen terwijl deze op uw navigatiesysteem is
aangesloten. De geluidsweergave klinkt via de
luidsprekers van uw auto, maar de bediening
kan worden gedaan met uw iPod.
Nl
114
Hoofdstuk
20
Gebruiken van een iPod
Wanneer de bedieningsfunctie is ingesteld op
iPod (
), kunt u de iPod functies bedienen
met de aangesloten iPod.
Deze functie werkt met de volgende iPod mo-
dellen:
! iPod nano tweede generatie
! iPod nano derde generatie
! iPod nano vierde generatie
! iPod classic
! iPod touch eerste generatie
! iPod touch tweede generatie
! iPhone
! iPhone 3G
! iPhone 3GS
p Zolang deze functie in werking is, zal de
iPod niet worden uitgeschakeld, ook niet
als het contact uit wordt gezet. Zet de iPod
zelf apart uit.
1 Tip
Ctrl aan om de bedieningsfunctie
om te schakelen.
Elke keer dat u
Ctrl aanraakt, verandert de
instelling als volgt:
! :
De iPod functies van dit navigatiesysteem
kunnen worden bediend via de aangesloten
iPod.
! Geen indicator:
De iPod functies van dit navigatiesysteem
kunnen worden bediend via het navigatie-
systeem.
2 Wanneer u kiest, moet u de aangeslo-
ten iPod gebruiken om een nummer te se-
lecteren en weer te geven.
p Door de bedieningsfunctie om te schakelen
naar
, wordt de weergave gepauzeerd. Be-
dien de iPod om de weergave te hervatten.
p Ook als de bedieningsfunctie op
staat,
kunnen de volgende functies via het naviga-
tiesysteem bediend worden.
! Volume afstellen
! Snel vooruit- of achteruitspoelen
! Vooruit- of achteruitspringen
! Afspelen en pauze
! Sound Retriever
Gebruik van de Sound
Retriever
De Sound Retriever-functie verbetert automa-
tisch de kwaliteit van gecomprimeerde audio
en zorgt voor een herstel van een rijke geluids-
weergave.
% Tip [S.Rtrv] herhaaldelijk aan om de ge-
wenste instelling te selecteren.
Elke keer dat u [S.Rtrv] aanraakt, verandert de
instelling als volgt:
! :
De Sound Retriever-functie (niveau 1) is ge-
activeerd.
!
:
De Sound Retriever-functie (niveau 2) is ge-
activeerd.
! Geen indicator:
Schakelt deze functie uit.
p S.Rtrv2 heeft een sterker effect dan S.Rtrv1
en is effectiever bij het afspelen van audio-
gegevens die sterk gecomprimeerd zijn.
Gebruik van het functiemenu
1 Open het Function Menu scherm.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Function Menu scherm
weergeven op bladzijde 89.
2 Draai aan MULTI-CONTROL om een
functie te selecteren.
Wanneer MULTI-CONTROL wordt rondge-
draaid, verandert de functie in de volgende
volgorde:
Afspelen (afspeelfunctie) Willek stand
(willekeurige weergave) Pauze (pauze)
Audio mappen (gesproken boeken)
p Alleen Pauze is beschikbaar wanneer de
bedieningsfunctie is ingesteld op iPod (
).
= Zie De functies vanaf uw iPod bedienen
op de vorige bladzijde voor details.
Nl
115
Hoofdstuk
20
Gebruiken van een iPod
Gebruiken van een iPod
Instellen van een bereik voor
de herhaalde weergave
1 Open het Function Menu scherm.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Function Menu scherm
weergeven op bladzijde 89.
2 Draai aan de MULTI-CONTROL en selec-
teer Afspelen.
3 Druk op het midden van de
MULTI-CONTROL om de instelling definitief
te maken.
Elke keer dat u de MULTI-CONTROL indrukt,
verandert de instelling als volgt:
! Alles herhalen:
Alle muziekstukken in de geselecteerde lijst
worden herhaaldelijk afgespeeld.
! Track herhalen:
Alleen het huidige muziekstuk wordt her-
haaldelijk afgespeeld.
p De pictogrammen hieronder worden ge-
toond als indicator voor de herhaalde weer-
gave.
Bij de instelling Alles herhalen, zal
verschijnen.
Bij de instelling Track herhalen, zal
verschijnen.
Nummers weergeven in
willekeurige volgorde
(Shuffle)
Deze functie speelt de muziekstukken of al-
bums in een willekeurige volgorde af.
1 Open het Function Menu scherm.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Function Menu scherm
weergeven op bladzijde 89.
2 Draai aan de MULTI-CONTROL totdat
Willek stand verschijnt.
3 Druk op het midden van de
MULTI-CONTROL om de instelling definitief
te maken.
Elke keer dat u de MULTI-CONTROL indrukt,
verandert de instelling als volgt:
! Willek.weerg.UIT:
De muziekstukken worden in de normale
volgorde afgespeeld.
! Willek. fragment:
De muziekstukken in de geselecteerde lijst
worden in een willekeurige volgorde afge-
speeld.
! Willek. album:
Er wordt een willekeurig album geselec-
teerd en dan worden alle muziekstukken
van dat album in de normale volgorde afge-
speeld.
Afspelen en pauze
1 Open het Function Menu scherm.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Function Menu scherm
weergeven op bladzijde 89.
2 Draai aan de MULTI-CONTROL en selec-
teer Pauze.
3 Druk op het midden van de
MULTI-CONTROL om de instelling definitief
te maken.
4 Druk op het midden van de
MULTI-CONTROL om heen en weer te scha-
kelen tussen AAN en UIT.
De afspeelsnelheid van een
gesproken boek instellen
Wanneer u een gesproken boek op de iPod af-
speelt, kunt u de afspeelsnelheid veranderen.
1 Open het Function Menu scherm.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Function Menu scherm
weergeven op bladzijde 89.
Nl
116
Hoofdstuk
20
Gebruiken van een iPod
2 Draai aan de MULTI-CONTROL totdat
Audio mappen verschijnt.
3 Druk herhaaldelijk op het midden van
de MULTI-CONTROL tot de gewenste instel-
ling op het display verschijnt.
Elke keer dat u de MULTI-CONTROL indrukt,
verandert de instelling als volgt:
! Normaal:
De gesproken boeken worden met de nor-
male snelheid afgespeeld.
! Sneller:
De gesproken boeken worden met een ho-
gere snelheid dan de normale snelheid af-
gespeeld.
! Trager:
De gesproken boeken worden met een la-
gere snelheid dan de normale snelheid af-
gespeeld.
Nl
117
Hoofdstuk
20
Gebruiken van een iPod
Gebruiken van een iPod
Via een stereo -ministekkerkabel kunt u uw na-
vigatiesysteem aansluiten op externe appara-
tuur. Raadpleeg voor meer details tevens de
gebruiksaanwijzing van de kabel.
Het scherm aflezen
1
2
3
1 Bronpictogram
Dit geeft aan welke bron er is geselecteerd.
2 NEWS indicator
Geeft aan of er een nieuwsprogramma wordt
ontvangen.
3 TRFC indicator
Geeft aan of er is afgestemd op een TP-zender
(een zender die verkeersinformatie uit-
zendt).
AUX als signaalbron
selecteren
1 Schakel de AUX bron in.
= Zie Aan/uit zetten van de externe aansluiting
op bladzijde 132 voor details.
2 Druk op de SRC/OFF toets om het
AUX scherm weer te geven.
= Zie De audiobron omschakelen op bladzijde
87 voor details.
Nl
118
Hoofdstuk
21
Gebruiken van de AUX signaalbron
Het Menu-instellingen
scherm weergeven
1 Tip op het kaartscherm [Menu] aan.
Het Top Menu scherm verschijnt.
2 Tip [Instell.] aan.
Het Menu-instellingen scherm verschijnt.
3 Tip de gewenste optie aan.
p Tip of rechts op het scherm aan om
de volgende of de vorige pagina te zien.
Het volume van het
navigatiesysteem instellen
Het geluidsvolume voor de navigatie kan wor-
den ingesteld.
1 Geef het Menu-instellingen scherm
weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Menu-instellingen scherm
weergeven op deze bladzijde.
2 Tip [Geluid] aan.
Het Geluid scherm verschijnt.
3 Tip [+] of [] aan, naast Begeleiding .
Regelt het hoofdvolume van de navigatiebege-
leiding en de pieptoon.
Indien ingesteld op
, zal de begeleiding wor-
den weergegeven. Indien ingesteld op
, zal
er geen begeleiding worden weergegeven.
# Tip [Piep] aan.
Elke keer dat u de toets aantipt, verandert de in-
stelling.
! Aan (standaardinstelling):
Er klinkt een pieptoon.
! Uit:
De pieptoon is uitgeschakeld.
De regionale instellingen
aanpassen
De taal selecteren
U kunt de talen instellen die in het programma
en voor de stembegeleiding worden gebruikt.
Elke taal kan afzonderlijk worden ingesteld.
1 Geef het Menu-instellingen scherm
weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Menu-instellingen scherm
weergeven op deze bladzijde.
2 Tip [Regio] aan.
Het Regionale instellingen scherm ver-
schijnt.
3 Tip [Taal menus] aan.
Het Selecteer programmataal scherm ver-
schijnt.
4 Tip de gewenste taal aan.
Nadat de taal is geselecteerd, wordt er terug-
gekeerd naar het vorige scherm.
Nl
119
Hoofdstuk
22
Voorkeursinstellingen aanpassen
Voorkeursinstellingen aanpassen
5 Tip [Taal stem] aan.
Het Taal stem scherm verschijnt.
6 Tip de gewenste taal aan.
Nadat de taal is geselecteerd, wordt er terug-
gekeerd naar het vorige scherm.
7 Tip [OK] op het Regionale instellin-
gen scherm aan.
Het navigatiesysteem start opnieuw op.
Het tijdsverschil instellen
U kunt de systeemklok afstellen. Stel het tijds-
verschil (+, ) in ten opzichte van de tijd die
oorspronkelijk in uw navigatiesysteem is inge-
steld.
1 Geef het Menu-instellingen scherm
weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Menu-instellingen scherm
weergeven op de vorige bladzijde.
2 Tip [Regio] aan.
Het Regionale instellingen scherm ver-
schijnt.
3 Tip [Tijd] aan.
Het Tijdinstellingen scherm verschijnt.
4 Om het tijdsverschil in te stellen, tipt u
[+] of [] aan.
Het tijdsverschil tussen de tijd die oorspronke-
lijk in het navigatiesysteem (Midden-Europese
tijd) is ingesteld en de huidige locatie van uw
voertuig wordt getoond. Stel indien nodig het
tijdsverschil af. Aantippen van [+]of[] veran-
dert de weergave van het tijdsverschil in stap-
pen van een half uur.
Het tijdsverschil kan worden ingesteld van -4
tot +9 uur.
5 Tip [Zomertijd] aan.
Stel zo nodig de zomertijd in.
De zomertijd-instelling is als standaard uitge-
schakeld. Tip [Zomertijd] aan om de instelling
te veranderen wanneer u in de zomertijdperi-
ode bent.
6 Tip [Tijdformaat] aan.
Elke keer dat u de toets aantipt, verandert de
instelling.
! 24 uur (standaardinstelling):
De aanduiding verandert naar het 24-uurs
tijdformaat.
! 12 uur met vm/nm:
De aanduiding verandert naar het 12-uurs
tijdformaat met am/pm (voormiddag/na-
middag).
De eenheid wijzigen tussen km
en mijl
Deze instelling regelt de eenheid van afstand
en snelheid die door uw navigatiesysteem
wordt aangegeven.
1 Geef het Menu-instellingen scherm
weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Menu-instellingen scherm
weergeven op de vorige bladzijde.
2 Tip [Regio] aan.
Het Regionale instellingen scherm ver-
schijnt.
3 Tip [km / mijl] aan.
Elke keer dat u de toets aantipt, verandert de
instelling.
! km (standaardinstelling):
De afstand wordt in kilometer aangegeven.
! mijl:
De afstand wordt in mijl aangegeven.
! Mijl & Yard:
De afstand wordt in mijl en yard aangege-
ven.
Nl
120
Hoofdstuk
22
Voorkeursinstellingen aanpassen
De virtuele snelheid van het
voertuig wijzigen
Voor het berekenen van de ver wachte aan-
komsttijd en de reistijd naar de bestemming
legt u de gemiddelde snelheid voor de snelwe-
gen en de gewone wegen vast met behulp van
[+]en[].
p Bij het veranderen van de km / mijl instel-
lingen worden alle ingangswaarden gewist
en teruggezet op de standaardinstellingen.
= Zie De eenheid wijzigen tussen km en mijl
op de vorige bladzijde voor details.
1 Geef het Menu-instellingen scherm
weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Menu-instellingen scherm
weergeven op bladzijde 119.
2 Tip [Regio] aan.
Het Regionale instellingen scherm ver-
schijnt.
3 Tip [Gem. snelheid] aan.
Het Instellingen gemidd.snelh. scherm ver-
schijnt.
4 Tip [+] of [] aan om de snelheid in te
stellen.
p De geschatte aankomsttijd is niet noodza-
kelijk gebaseerd op deze snelheidswaarde.
5 Tip [OK] aan.
Hiermee zijn de instellingen voltooid.
De lay-out van het toetsenbord
aanpassen
U kunt het type toetsenbord selecteren dat u
wilt gebruiken voor het invoeren van letters.
1 Geef het Menu-instellingen scherm
weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Menu-instellingen scherm
weergeven op bladzijde 119.
2 Tip [Regio] aan.
Het Regionale instellingen scherm ver-
schijnt.
3 Tip [Toetsenbord] aan.
Elke keer dat u de toets aantipt, verandert de
instelling.
! [QWERTY] (standaard):
! [QWERTZ]:
! [AZERTY]:
! [ABC]:
! [Grieks]:
Nl
121
Hoofdstuk
22
Voorkeursinstellingen aanpassen
Voorkeursinstellingen aanpassen
! [Cyrillisch]:
Aanpassen van de instellingen
op het kaartscherm
U kunt de algemene instellingen die verband
houden met het kaartscherm aan uw wensen
aanpassen.
POIs op de kaart weergeven
Er worden pictogrammen op de kaart weerge-
geven voor de voorzieningen (POIs) in de om-
geving.
p De POI-pictogrammen worden niet weerge-
geven wanneer de kaartschaal 2 kilometer
(1 mijl) of meer is.
p U kunt in totaal 10 items uit de subcatego-
rieën of de gedetailleerde categorieën se-
lecteren.
p U kunt aangepaste Nuttige Plaatsen (POI)
maken met behulp van het los verkrijgbare
hulpprogramma navgate FEEDS op uw
computer. (navgate FEEDS zal verkrijg-
baar zijn via onze website.) Sla de aange-
paste Nuttige Plaatsen (POI) op de juiste
manier op de SD-geheugenkaart op en
steek de SD-kaart vervolgens in de kaart-
sleuf. Door het pictogram voor de Nuttige
Plaatsen (POI) te selecteren, zal het sys-
teem deze op het kaartscherm weergeven.
1 Geef het Menu-instellingen scherm
weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Menu-instellingen scherm
weergeven op bladzijde 119.
2 Tip [Kaart] aan.
Het kaartinstellingscherm verschijnt.
3 Tip [POIs op de kaart] aan.
Het POIs op de kaart scherm verschijnt.
4 Tip [Weergave] aan om de instelling te
veranderen in Aan.
p Als u de POI-pictogrammen niet op de
kaart wilt weergeven, tipt u [Weergave]
aan om dit op Uit te zetten. (Zelfs als
Weergave op Uit wordt gezet, blijft de
instelling voor de POI-selectie bewaard.)
5 Tip [POI] aan.
Het POIs op kaart (hoofdcateg.) scherm
verschijnt.
p De categorieën die reeds ingesteld zijn heb-
ben een blauw afvinkteken.
6 Tip de gewenste hoofdcategorie aan.
Nl
122
Hoofdstuk
22
Voorkeursinstellingen aanpassen
Er zal een lijst met subcategorieën onder de
geselecteerde hoofdcategorie verschijnen.
p De categorieën die reeds geselecteerd zijn
hebben een blauw afvinkteken.
7 Tip de subcategorie aan die u wilt
weergeven.
Er verschijnt een rood afvinkteken naast de ge-
selecteerde categorie. Tip het geselecteerde
item opnieuw aan om te annuleren.
Als er nog meer gedetailleerde categorieën
binnen de subcategorie zijn, zal
actief zijn.
Als u een subcategorie selecteert die nog
meer gedetailleerde categorieën heeft, zullen
alle gedetailleerde categorieën binnen de sub-
categorie geselecteerd worden en wordt
uit-
geschakeld.
# Tip aan.
De gedetailleerde categorielijst wordt weergege-
ven. Tip het item aan en tip [OK] aan om het se-
lecteren van de gedetailleerde categorieën die u
wilt weergeven te voltooien.
p Wanneer slechts enkele typen van de gede-
tailleerde categorieën geselecteerd zijn, ver-
schijnen er blauwe afvinktekens.
8 Tip [OK] aan.
Er wordt teruggekeerd naar het POIsop
kaart (hoofdcateg.) scherm.
Als u nog andere items wilt selecteren of dese-
lecteren, herhaalt u deze stappen zo vaak als
nodig.
9 Om de selectie af te sluiten, tipt u [OK]
aan terwijl het POIs op kaart (hoofdca-
teg.) scherm wordt weergegeven.
Het 2D of 3D kaartscherm kieze n
p U kunt of op het kaartscherm aan-
tippen voor het omschakelen tussen 2D en
3D.
= Voor details omtrent de bediening ver-
wijzen wij u naar Het 2D of 3D kaart-
scherm kiezen op bladzijde 31.
1 Geef het Menu-instellingen scherm
weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Menu-instellingen scherm
weergeven op bladzijde 119.
2 Tip [Kaart] aan.
Het kaartinstellingscherm verschijnt.
3 Tip [Weergave] aan.
Elke keer dat u de toets aantipt, verandert de
instelling.
! 2D (standaardinstelling):
Opent het 2D kaartscherm.
! 3D:
Opent het 3D kaartscherm.
Nl
123
Hoofdstuk
22
Voorkeursinstellingen aanpassen
Voorkeursinstellingen aanpassen
Richtingswijzigingen weergeven
U kunt instellen of richtingswijzigingen wel of
niet op de kaart worden weergegeven.
= Zie Het kaartscherm aflezen op bladzijde 28
voor details.
1 Geef het Menu-instellingen scherm
weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Menu-instellingen scherm
weergeven op bladzijde 119.
2 Tip [Kaart] aan.
Het kaartinstellingscherm verschijnt.
3 Tip [Manoeuvre tonen] aan.
Elke keer dat u de toets aantipt, verandert de
instelling.
! Bekijk (standaardinstelling):
De richtingswijzigingen worden op de kaart
weergegeven.
! Verberg:
De richtingswijzigingen worden niet op de
kaart weergegeven.
De instelling van het navigatie-
onderbrekingsscherm wijzigen
U kunt instellen of er automatisch overgescha-
keld moet worden van het audioscherm naar
het navigatiescherm wanneer uw voertuig een
begeleidingspunt, bijvoorbeeld een kruising,
nadert terwijl er een ander scherm dan het na-
vigatiescherm wordt getoond.
1 Geef het Menu-instellingen scherm
weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Menu-instellingen scherm
weergeven op bladzijde 119.
2 Tip [Kaart] aan.
Het kaartinstellingscherm verschijnt.
3 Tip [Modus AV-begel.] aan.
Elke keer dat u de toets aantipt, verandert de
instelling.
! Aan (standaardinstelling):
Er wordt overgeschakeld van het AV-bedie-
ningsscherm naar het navigatiescherm.
! Uit:
Het scherm verandert niet.
p Deze instelling is alleen geldig wanneer
Close Up op Aan staat.
De kleurwijziging van de kaart
instellen tussen dag en nacht
Om s avonds de zichtbaarheid van het kaart-
scherm te verbeteren, kunt u de timing instel-
len om de kleurencombinatie van de kaart te
wijzigen.
1 Geef het Menu-instellingen scherm
weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Menu-instellingen scherm
weergeven op bladzijde 119.
2 Tip [Kaart] aan.
Het kaartinstellingscherm verschijnt.
3 Tip [Weergave dag/nacht] aan.
Elke keer dat u de toets aantipt, verandert de
instelling.
! Automat. (standaardinstelling):
De kleuren van de kaart worden gewijzigd
tussen overdag en s avonds door de ver-
lichting van het voertuig aan of uit te zetten.
! Dag:
De kaart wordt altijd weergegeven met de
dagkleuren.
p Om de Automat. instelling te kunnen ge-
bruiken, moet de oranje/witte draad van het
navigatiesysteem juist zijn aangesloten.
De kleur van de weg wijzigen
U kunt de kleur van de weg instellen op blauw-
achtig of roodachtig.
1 Geef het Menu-instellingen scherm
weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Menu-instellingen scherm
weergeven op bladzijde 119.
Nl
124
Hoofdstuk
22
Voorkeursinstellingen aanpassen
2 Tip [Kaart] aan.
Het kaartinstellingscherm verschijnt.
3 Tip [Kleur wegennet] aan.
Elke keer dat u de toets aantipt, verandert de
instelling.
! Rood (standaardinstelling):
Schakelt over naar op rood gebaseerde
kleuren voor de weg.
! Blauw:
Schakelt over naar op blauw gebaseerde
kleuren voor de weg.
De automatische
zoomweergave instellen
Deze instelling maakt het mogelijk een ver-
grote kaart te tonen in de buurt van het punt
waarop uw voertuig een kruising, oprit/afrit
van een snelweg of een knooppunt nadert.
1 Geef het Menu-instellingen scherm
weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Menu-instellingen scherm
weergeven op bladzijde 119.
2 Tip [Kaart] aan.
Het kaartinstellingscherm verschijnt.
3 Tip [Close Up] aan.
Elke keer dat u de toets aantipt, verandert de
instelling.
! Aan (standaardinstelling):
Schakelt over op een vergrote kaart.
Toont de close-up weergave bij een 2D
kaart.
! Uit:
Toont geen vergrote kaart.
Instellen van de weergave van
het Favorieten pictogram
U kunt instellen of het Favorieten pictogram
wel of niet op de kaart wordt weergegeven.
p Favorieten pictogrammen worden weer-
gegeven wanneer de kaartschaal 20 kilome-
ter (10 mijl) of minder is.
= Zie Bewerken van het item in de Favor-
ieten lijst op bladzijde 53 voor details.
1 Geef het Menu-instellingen scherm
weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Menu-instellingen scherm
weergeven op bladzijde 119.
2 Tip [Kaart] aan.
Het kaartinstellingscherm verschijnt.
3 Tip [Pictogram adresboek] aan.
Elke keer dat u de toets aantipt, verandert de
instelling.
! Aan (standaardinstelling):
Het Favorieten pictogram wordt op de
kaart weergegeven.
! Uit:
Het Favorieten pictogram wordt niet op
de kaart weergegeven.
De aanduiding van de
maximumsnelheid instellen
U kunt instellen of de snelheidsbeperking van
de huidige weg wel of niet niet wordt aangege-
ven.
Snelheidsbeperking
1 Geef het Menu-instellingen scherm
weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Menu-instellingen scherm
weergeven op bladzijde 119.
2 Tip [Kaart] aan.
Het kaartinstellingscherm verschijnt.
Nl
125
Hoofdstuk
22
Voorkeursinstellingen aanpassen
Voorkeursinstellingen aanpassen
3 Tip [Snelh.limiet] aan.
Elke keer dat u de toets aantipt, verandert de
instelling.
! Bekijk:
De snelheidsbeperking wordt op de kaart
aangegeven.
! Verberg (standaardinstelling):
De snelheidsbeperking wordt niet op de
kaart aangegeven.
Het kennisgevingspictogram voor
de verkeersinformatie weergeven
U kunt instellen of de kennisgevingspicto-
grammen voor de verkeersinformatie wel of
niet niet op de kaart worden weergegeven als
er zich incidenten voordoen op de route.
= Zie De verkeersinformatie handmatig contro-
leren op bladzijde 61 voor details.
1 Geef het Menu-instellingen scherm
weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Menu-instellingen scherm
weergeven op bladzijde 119.
2 Tip [Kaart] aan.
Het kaartinstellingscherm verschijnt.
3 Tip [Toon verk.info] aan.
Elke keer dat u de toets aantipt, verandert de
instelling.
! Bekijk (standaardinstelling):
De pictogrammen worden op de kaart weer-
gegeven.
! Verberg:
De pictogrammen worden niet op de kaart
weergegeven.
De weergave van de huidige
straatnaam instellen
U kunt instellen of de naam van de straat (of
de stad) waar uw voertuig zich bevindt wel of
niet wordt weergegeven.
1 Geef het Menu-instellingen scherm
weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Menu-instellingen scherm
weergeven op bladzijde 119.
2 Tip [Kaart] aan.
Het kaartinstellingscherm verschijnt.
3 Tip [Huidige straatnaam] aan.
Elke keer dat u de toets aantipt, verandert de
instelling.
! Bekijk (standaardinstelling):
De naam van de straat (of de stad) wordt op
de kaart weergegeven.
! Verberg:
De naam van de straat (of de stad) wordt
niet op de kaart weergegeven.
De brandstofverbruikinfor-
matie weergeven
U kunt instellen of de eco-meter, die de brand-
stofverbruikinformatie toont, wel of niet op de
kaart wordt weergegeven.
1 Geef het Menu-instellingen scherm
weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Menu-instellingen scherm
weergeven op bladzijde 119.
2 Tip [Kaart] aan.
Het kaartinstellingscherm verschijnt.
3 Tip [Eco-meter] aan.
Elke keer dat u de toets aantipt, verandert de
instelling.
! Aan (standaardinstelling):
De eco-meter wordt op de kaart weergege-
ven.
! Uit:
De eco-meter wordt niet op de kaart
weergegeven.
Nl
126
Hoofdstuk
22
Voorkeursinstellingen aanpassen
De stroombesparings-
functie instellen
U kunt de achtergrondverlichting van het dis-
play lager instellen om de batterij te sparen.
p Deze instelling kan alleen worden veran-
derd wanneer het afneembare paneel van
het hoofdtoestel is verwijderd.
1 Geef het Menu-instellingen scherm
weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Menu-instellingen scherm
weergeven op bladzijde 119.
2 Tip [Time-out acht.verl.] aan.
Elke keer dat u de toets aantipt, verandert de
instelling.
! Nooit:
Deactiveert de stroombesparingsfunctie
van de schermverlichting.
! 30 sec (standaardinstelling):
Dimt de schermverlichting automatisch als
u gedurende 30 seconden niets doet.
De versie-informatie
controleren
1 Geef het Menu-instellingen scherm
weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Menu-instellingen scherm
weergeven op bladzijde 119.
2 Tip [Service info] aan.
Het Scherm service-info scherm verschijnt.
3 Controleer de versie-informatie.
Registreren en bewerken
van uw huis
Wanneer u uw thuisbasis registreert, tip dan
[Thuis inst.] aan.
= Zie Registreren en bewerken van uw huis op
bladzijde 56 voor details.
De huidige locatie corrigeren
Tip het scherm aan om de huidige positie en
richting van het voertuig in te stellen zoals
deze op de kaart worden weergegeven.
1 Geef het Menu-instellingen scherm
weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Menu-instellingen scherm
weergeven op bladzijde 119.
2 Tip [Locatie] aan.
3 Schuif naar de gewenste locatie en tip
dan [OK] aan.
De aansluiting van de
kabels controleren
Controleer of de kabels tussen het navigatie-
systeem en het voertuig goed zijn aangesloten.
Controleer eveneens of ze op de juiste plaat-
sen zijn aangesloten.
1 Geef het Menu-instellingen scherm
weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Menu-instellingen scherm
weergeven op bladzijde 119.
2 Tip [Verbinding] aan.
Het Verbinding scherm verschijnt.
2
3
1
1 GPS status
Geeft de aansluitingsstatus van de GPS an-
tenne weer, de ontvangstgevoeligheid, en
het aantal satellieten waarvan het signaal
wordt ontvangen.
Nl
127
Hoofdstuk
22
Voorkeursinstellingen aanpassen
Voorkeursinstellingen aanpassen
Kleur
Signaalcom-
municatie
Wordt ge-
bruikt voor
plaatsbepa-
ling
Oranje Ja Ja
Geel Ja Nee
2 Handrem
Wanneer de handrem wordt ingeschakeld,
wordt Aan aangegeven. Wanneer de
handrem wordt aangetrokken, wordt Uit
aangegeven.
3 Verlichting
Wanneer de koplampen of dimlichten van
een voertuig aan staan, wordt Aan aange-
geven. Wanneer de dimlichten van een
voertuig uit zijn, wordt Uit aangegeven.
(Als de oranje/witte kabel niet is aangeslo-
ten, wordt Uit aangegeven.)
De reactiestanden van het
toetspaneel afstellen
(toetspaneel kalibrering)
Als u vindt dat de aanraaktoetsen afwijken van
de plekken op het scherm die reageren op uw
aanraking, kunt u de reactiestanden van het
toetspaneelscherm aanpassen.
p U moet de meegeleverde stylus of stift ge-
bruiken voor de instelling en het scherm
voorzichtig aanraken. Als u te hard op het
aanraakscherm drukt, kan het kapot gaan.
Gebruik geen voorwerp met een scherpe of
harde punt, zoals een balpen of vulpotlood,
want hierdoor kan het scherm beschadigd
raken.
Stylus (wordt bij het navigatiesysteem
geleverd)
1 Geef het Menu-instellingen scherm
weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Menu-instellingen scherm
weergeven op bladzijde 119.
2 Tip [Kalibreer] aan.
Er verschijnt een bericht waarin u moet beves-
tigen of u de kalibratie wilt starten.
3 Tip de markering aan die naar het mid-
den en de hoeken van het LCD-scherm
wijst en houd deze ingedrukt.
De markering geeft de volgorde aan.
4 Tip het scherm op een willekeurige
plaats aan.
De aangepaste positiegegevens worden opge-
slagen.
p Schakel de motor niet uit tijdens het op-
slaan van de aangepaste
positiegegevens.
De helderheid van het
scherm afstellen
U kunt de helderheid van het scherm instellen
voor elk van de volgende situaties.
! Wanneer het afneembare paneel aan het
hoofdtoestel vast zit en de lichten van het
voertuig uit zijn.
! Wanneer het afneembare paneel aan het
hoofdtoestel vast zit en de lichten van het
voertuig aan zijn.
! Wanneer het afneembare paneel niet aan
het hoofdtoestel vast zit.
1 Geef het Menu-instellingen scherm
weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Menu-instellingen scherm
weergeven op bladzijde 119.
2 Tip [Helderheid] aan.
Het Beeld aanpassen scherm verschijnt.
Nl
128
Hoofdstuk
22
Voorkeursinstellingen aanpassen
3 Tip [+] of [] aan om de helderheid af te
stellen.
Elke keer dat u [+]of[] aantipt, wordt het ni-
veau verhoogd of verlaagd. 10 tot 0 verschijnt
wanneer het niveau verhoogd of verlaagd
wordt.
4 Tip [OK] aan.
Hiermee is de instelling afgesloten.
Uw reisgeschiedenis opnemen
Door de routelogfunctie te activeren kunt u uw
reisgeschiedenis (wordt hieronder routelog
genoemd) opnemen. U kunt de reisgeschiede-
nis naderhand bekijken.
p Als er een SD-geheugenkaart in de SD-
kaartsleuf zit, zal de routelog op de SD-ge-
heugenkaart worden opgeslagen.
p Wanneer het afneembare paneel niet aan
het hoofdtoestel vast zit, is deze functie niet
beschikbaar.
1 Steek de SD-geheugenkaart in de SD-
kaartsleuf.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Een SD-geheugenkaart inbrengen
op bladzijde 13.
2 Geef het Menu-instellingen scherm
weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Menu-instellingen scherm
weergeven op bladzijde 119.
3 Tip [Ritregistr.] aan.
Het Logboek ritten scherm verschijnt.
4 Tip [Logboek ritten] aan.
Elke keer dat u de toets aantipt, verandert de
instelling.
! Aan:
U kunt uw routelog naar de SD-geheugen-
kaart exporteren.
! Uit (standaardinstelling):
U kunt uw routelog niet naar de SD-geheu-
genkaart exporteren.
5 Tip [Type] aan.
Elke keer dat u de toets aantipt, verandert de
instelling.
! Privé (standaardinstelling):
De routelog wordt ingesteld op Privé.
! Zakelijk:
De routelog wordt ingesteld op Zakelijk.
! Overige:
De routelog wordt ingesteld op Overige.
p Met de instelling op Aan blijft het naviga-
tiesysteem de routelog op de ingebrachte
SD-geheugenkaart opslaan.
Gebruik van de demonstra-
tiebegeleiding
Dit is een demonstratiefunctie voor winkels.
Nadat een route is ingesteld, tipt u deze toets
aan om de simulatie van de routebegeleiding
te starten.
1 Geef het Menu-instellingen scherm
weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Menu-instellingen scherm
weergeven op bladzijde 119.
2 Tip [Demo mode] aan.
Nl
129
Hoofdstuk
22
Voorkeursinstellingen aanpassen
Voorkeursinstellingen aanpassen
Elke keer dat u de toets aantipt, verandert de
instelling.
! Aan:
De demorit wordt herhaald.
! Uit (standaardinstelling):
Demo mode is uitgeschakeld.
De veiligmodus instellen
Voor uw en andermans veilig heid kunt u de
functies die beschikbaar zijn wanneer uw voer-
tuig in beweging is beperken.
1 Geef het Menu-instellingen scherm
weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Menu-instellingen scherm
weergeven op bladzijde 119.
2 Tip [Veilige mode] aan.
Elke keer dat u de toets aantipt, verandert de
instelling.
! Aan (standaardinstelling):
De veiligmodus is ingeschakeld.
! Uit:
De veiligmodus is uitgeschakeld.
De fabrieksinstellingen
herstellen
U kunt verschillende instellingen die geregi-
streerd zijn in het navigatiesysteem resetten
en het toestel terugzetten op de standaard- of
fabrieksinstellingen.
p Sommige gegevens blijven bewaard. Lees
altijd eerst Het navigatiesysteem terugzet-
ten op de standaard of fabrieksinstellingen.
= Zie Het navigatiesysteem terugzetten op
de standaar d of fabrieksinstellingen op
bladzijde 138 voor verdere informatie
over de items die gewist worden.
1 Geef het Menu-instellingen scherm
weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Menu-instellingen scherm
weergeven op bladzijde 119.
2 Tip [Fabrieksinst.] aan.
Er zal nu gevraagd worden om bevestiging
voor het herstellen van de instellingen.
3 Tip [Ja] aan.
Het scherm uitscha kelen
Door de achtergrondverlichting van het LCD-
scherm uit te schakelen kunt u het scherm uit-
schakelen zonder de stembegeleiding uit te
schakelen.
1 Geef het Menu-instellingen scherm
weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Menu-instellingen scherm
weergeven op bladzijde 119.
2 Tip [Scherm uit] aan.
Het scherm is uitgeschakeld.
p Tip het scherm op een willekeurige plaats
aan om dit weer in te schakelen.
Nl
130
Hoofdstuk
22
Voorkeursinstellingen aanpassen
Openen van het
Begininstelling scherm
Open het Begininstelling scherm om de be-
gininstellingen aan te passen.
1 Druk op de MODE toets terwijl de kaart
van de huidige locatie wordt weergege-
ven.
Het audiobedieningsscherm verschijnt.
2 Houd de SRC/OFF toets ingedrukt tot-
dat de audiobron is uitgeschakeld.
= Zie De audiobron omschakelen op bladzijde
87 voor details.
3 Druk op het midden van
MULTI-CONTROL en houd dit vast totdat
het begininstelling scherm verschijnt.
123
1 Schermtitel
2 Functie die nu geselecteerd is
3 Ingestelde waarde
4 Draai aan MULTI-CONTROL om een van
de begininstellingen te selecteren.
Wanneer MULTI-CONTROL wordt rondge-
draaid, verandert de functie in de volgende
volgorde:
RGB Verlichting (verlichtingsinstelling)
FM-afstemstap (FM-afstemstap) Auto PI-
zoeken (automatisch PI-zoeken) AUX
(extra ingang) Sub/W instelling (subwoo-
ferregeling) Preout (achter-uitgang rege-
ling) Geleiding (geluid uitschakelen/
dempen)
De kleur van de verlichting
instellen
De kleur van de verlichting kan geselecteerd
worden uit 10 verschillende kleuren. Boven-
dien kan de kleur van de verlichting op volg-
orde overschakelen tussen deze 10 kleuren.
1 Open het Begininstelling scherm.
= Zie Openen van het Begininstelling
scherm op deze bladzijde voor details.
2 Draai aan de MULTI-CONTROL en selec-
teer RGB Verlichting.
3 Druk de MULTI-CONTROL naar links of
rechts om de gewenste kleur te selecteren.
Wit (wit) Lichtgroen (licht groen) Groen
(groen) Lichtblauw (licht blauw) Blauw
(blauw) Geel (geel) Oranje (geelbruin)
Rood (rood) Scan (scan) Aangepast
(aangepast)
! Scan:
Geleidelijk in een bepaalde volgorde over-
schakelen tussen de acht standaard kleu-
ren.
! Aangepast:
De door uzelf gemaakte kleur die geïnstal-
leerd is vanaf de SD-geheugenkaart wordt
als de verlichtingskleur ingesteld.
De FM-afstemstap instellen
Normaal gesproken is de FM afstemstap voor
automatisch afstemmen 50 kHz. Wanneer AF
of TA is ingeschakeld, wordt de afstemstap au-
tomatisch gewijzigd in 100 kHz. Het kan wen-
selijk zijn de afstemstap op 50 kHz te zetten
wanneer AF ingeschakeld is.
1 Open het Begininstelling scherm.
= Zie Openen van het Begininstelling
scherm op deze bladzijde voor details.
2 Draai aan de MULTI-CONTROL en selec-
teer FM-afstemstap.
Nl
131
Hoofdstuk
22
Voorkeursinstellingen aanpassen
Voorkeursinstellingen aanpassen
3 Druk op het midden van de
MULTI-CONTROL om heen en weer te scha-
kelen tussen 50kHz en 100kHz.
p Bij handmatige afstemming zal de afstem-
stap op 50 kHz blijven staan.
Gebruiken van
Automatisch PI-zoeken
voor voorkeuzezenders
Het navigatiesysteem kan automatisch zoeken
naar een andere zender met hetzelfde pro-
gramma, zelfs wanneer er is afgestemd op
een voorkeurzender.
1 Open het Begininstelling scherm.
= Zie Openen van het Begininstelling
scherm op de vorige bladzijde voor details.
2 Draai aan de MULTI-CONTROL en selec-
teer Auto PI-zoeken.
3 Druk op het midden van de
MULTI-CONTROL om heen en weer te scha-
kelen tussen AAN en UIT.
Aan/uit zetten van de
externe aansluiting
Bij het navigatietoestel kan randapparatuur
worden gebruikt met het navigatiesysteem als
één van de bronnen. Wanneer u gebruik
maakt van randapparatuur die is aangesloten
op het navigatietoestel, dient u instelling voor
de externe aansluiting in te schakelen.
1 Open het Begininstelling scherm.
= Zie Openen van het Begininstelling
scherm op de vorige bladzijde voor details.
2 Draai aan de MULTI-CONTROL en selec-
teer AUX.
3 Druk op het midden van de
MULTI-CONTROL om heen en weer te scha-
kelen tussen AAN en UIT.
Instellen van de achter-
luidspreker
uitgangsaansluiting en de
subwooferregeling
De achter-uitgang van dit navigatiesysteem
kan worden gebruikt voor het aansluiten van
een full-range luidspreker of een subwoofer.
Als u Sub/W instelling op SP achter:Sub/W
instelt, kunt u de achterluidsprekerdraad
rechtstreeks op de subwoofer aansluiten zon-
der gebruik van een extra versterker.
Bij de oorspronkelijke instelling is het naviga-
tiesysteem ingesteld voor de full-range luid-
spreker-verbinding (SP achter:Bereik).
p De achterluidsprekerdraden-uitgang en de
RCA achter-uitgang worden gelijktijdig om-
geschakeld bij deze instelling. (Wanneer u
het product zonder de RCA achter-uitgang
gebruikt, geldt deze instelling alleen voor
de achterluidsprekerdraden.)
1 Open het Begininstelling scherm.
= Zie Openen van het Begininstelling
scherm op de vorige bladzijde voor details.
2 Draai aan de MULTI-CONTROL en selec-
teer Sub/W instelling.
3 Druk op het midden van de
MULTI-CONTROL om heen en weer te scha-
kelen tussen SP achter:Bereik en SP ach-
ter:Sub/W.
Wanneer er niet rechtstreeks een subwoofer
op de achterluidsprekerdraden is aangesloten,
selecteert u SP achter:Bereik en gaat dan
door naar de volgende bedieningsstap.
Wanneer er rechtstreeks een subwoofer op de
achterluidsprekerdraden is aangesloten, selec-
teert u SP achter:Sub/W en voltooit dan de
instelling.
4 Draai aan de MULTI-CONTROL en selec-
teer Preout.
Nl
132
Hoofdstuk
22
Voorkeursinstellingen aanpassen
5 Druk op het midden van de
MULTI-CONTROL om heen en weer te scha-
kelen tussen Subwoofer en Achter.
Wanneer er geen subwoofer is aangesloten of
als u het subwoofergeluid met een externe ver-
sterker wilt regelen, selecteert u Achter.
Is er wel een subwoofer op de RCA-uitgang
aangesloten, selecteer dan Subwoofer.
Het geluid dempen/
verzwakken
U kunt kiezen op welke manier het volume
moet worden ingesteld wanneer er stembege-
leiding weergegeven wordt.
p Wanneer u een mobiele telefoon gebruikt
die is aangesloten via een Bluetooth verbin-
ding (nummer kiezen, praten, inkomende
gesprekken), zal het volume van de signaal-
bron altijd gedempt worden, onafhankelijk
van deze instelling.
1 Open het Begininstelling scherm.
= Zie Openen van het Begininstelling
scherm op bladzijde 131 voor details.
2 Draai aan de MULTI-CONTROL en selec-
teer Geleiding.
3 Druk herhaaldelijk op het midden van
de MULTI-CONTROL tot de gewenste instel-
ling op het display verschijnt.
Elke keer dat u de MULTI-CONTROL indrukt,
verandert de instelling als volgt:
! ATT:
De audiobron wordt automatisch gedempt
wanneer er stembegeleiding wordt gege-
ven.
! Mute:
De audiobron wordt automatisch uitge-
schakeld wanneer er stembegeleiding
wordt gegeven.
! Normaal:
Het volume van de audiobron verandert
niet.
p Het volume van de AV-bron keert terug naar
normaal wanneer de corresponderende
actie beëindigd wordt.
Openen van het
Audio Menu scherm
Open het Audio Menu scherm om de
audio-instellingen aan te passen.
1 Druk op de MODE toets terwijl de kaart
van de huidige locatie wordt weergege-
ven.
Het audiobedieningsscherm verschijnt.
2 Druk op het midden van
MULTI-CONTROL om het functiekeuze-
scherm weer te geven.
= Zie De audiobron omschakelen op bladzijde
87 voor details.
3 Draai aan de MULTI-CONTROL en selec-
teer Audio Menu.
4 Druk op het midden van de
MULTI-CONTROL.
Het Audio Menu scherm verschijnt.
1234
1 Bronpictogram
Dit geeft aan welke bron er is geselecteerd.
2 Schermtitel
3 Functie die nu geselecteerd is
4 Ingestelde waarde
Nl
133
Hoofdstuk
22
Voorkeursinstellingen aanpassen
Voorkeursinstellingen aanpassen
5 Draai aan MULTI-CONTROL om een van
de begininstellingen te selecteren.
Wanneer MULTI-CONTROL wordt rondge-
draaid, verandert de functie in de volgende
volgorde:
Fader (balansinstelling) Preset Equalizer
(equalizerinstelling) P.EQ Setting1 (equali-
zerband en niveau van equalizerband)
P.EQ Setting2 (frequentie en Q-factor)
Loudness (loudness) SubWoofer1 (fase
en subwoofer-uitgangssignaal) SubWoo-
fer2 (subwooferinstelling) Bass Booster
(lagetonenversterking) HPF (hoogdoorlaat-
filter) SLA (aanpassing van het bronniveau)
p Wanneer SP achter:Bereik in
Sub/W instelling is geselecteerd en
Achter in Preout is geselecteerd, kan
SubWoofer1 niet worden afgesteld.
p Wanneer SubWoofer1 uitgeschakeld is,
kan SubWoofer2 niet worden afge-
steld.
Gebruik van de
balansinstelling
U kunt de fader/balans instellen voor een opti-
male geluidsweergave voor alle plaatsen in het
voertuig.
p Wanneer SP achter:Sub/W is geselec-
teerd bij Sub/W instelling, kan de balans
tussen de voor- en achter-luidsprekers niet
worden ingesteld.
= Zie Instellen van de achter-luidspreker
uitgangsaansluiting en de subwooferre-
geling op bladzijde 132 voor details.
1 Open het Audio Menu scherm.
= Zie Openen van het Audio Menu scherm
op de vorige bladzijde voor details.
2 Draai aan de MULTI-CONTROL en selec-
teer Fader.
p Als de balans reeds eerder is ingesteld, zal
de aanduiding Balance verschijnen.
3 Druk de MULTI-CONTROL naar boven of
beneden om de balans tussen de voor- en
achter-luidsprekers in te stellen.
Elke keer dat u de MULTI-CONTROL naar
boven of beneden drukt, zal de balans tussen
de voor- en achter-luidsprekers naar voren,
respectievelijk naar achteren worden ver-
plaatst.
Front 15 tot Rear 15 wordt weergegeven
wanneer de balans tussen de voor-/achterluid-
sprekers zich van voren naar achteren ver-
plaatst.
De F/R 0 instelling is correct wanneer een
tweeluidsprekersysteem wordt gebruikt.
4 Druk de MULTI-CONTROL naar links of
rechts om de balans tussen de linker en
rechter luidsprekers in te stellen.
Elke keer dat u de MULTI-CONTROL naar
links of rechts drukt, zal de balans tussen de
linker en rechter luidsprekers naar links, res-
pectievelijk naar rechts worden verplaatst.
Left 15 t/m Right 15 wordt aangegeven
naarmate de balans tussen de linker/rechter
luidsprekers zich van links naar rechts
verplaatst.
Gebruik van de equalizer
Met de equalizer kunt u de geluidsweergave
naar wens aanpassen aan de akoestische ei-
genschappen in uw voertuig.
Equalizercurven oproepen
Er zijn zes voorgeprogrammeerde equalizer-
curven die u gemakkelijk op kunt roepen. Hier
volgt een lijst van deze equalizercurven:
Equalizercurve
SuperBass is een curve waarbij uitsluitend de lage
tonen versterkt worden.
Powerful is een curve waarbij de lage en de hoge
tonen versterkt worden.
Natural is een curve waarbij de lage en de hoge
tonen in geringe mate versterkt worden.
Nl
134
Hoofdstuk
22
Voorkeursinstellingen aanpassen
Equalizercurve
Vocal is een curve waarbij de middentonen, het men-
selijke vocale bereik, versterkt wordt.
Custom is een aangepaste equalizercurve die u zelf
kunt bepalen.
Flat is een vlakke curve waarbij niets versterkt wordt.
1 Open het Audio Menu scherm.
= Zie Openen van het Audio Menu scherm
op bladzijde 133 voor details.
2 Draai aan de MULTI-CONTROL en selec-
teer Preset Equalizer.
3 Druk de MULTI-CONTROL naar links of
rechts om een equalizercurve te selecteren.
De equalizercurven aanpassen
De geselecteerde equalizercurve kan naar
wens worden aangepast. De aanpassingen
kunnen worden aangebracht met een parame-
trische equalizer met 3 frequentiebanden.
p Wanneer u wijzigingen invoert, wordt de
Custom curve bijgewerkt.
! Band:
U kunt de equalizerband selecteren.
! Frequency:
U kunt de frequentie selecteren die als de
middenfrequentie moet worden ingesteld.
! Niveau:
U kunt het decibelniveau (dB) van de gese-
lecteerde EQ selecteren.
! Q:
U kunt nadere informatie over de curveka-
rakteristieken selecteren. (De volgende af-
beelding geeft het karakteristieke beeld van
de curven weer.)
1 Open het Audio Menu scherm.
= Zie Openen van het Audio Menu scherm
op bladzijde 133 voor details.
2 Draai aan de MULTI-CONTROL en selec-
teer P.EQ Setting1.
3 Druk op de MULTI-CONTROL naar links
of rechts om de equalizerband die u wilt in-
stellen te selecteren.
Telkens wanneer MULTI-CONTROL naar links
of rechts wordt gedrukt, wordt de equalizer-
band in de volgende volgorde geselecteerd:
Low Mid High
4 Druk op de MULTI-CONTROL naar
boven of beneden om het niveau van de
equalizerband in te stellen.
Elke keer dat u MULTI-CONTROL naar boven
of beneden drukt, zal het niveau van de equali-
zerband worden verhoogd of verlaagd. +6 tot
-6 zal worden aangegeven naarmate het ni-
veau wordt verhoogd of verlaagd.
5 Draai aan de MULTI-CONTROL en selec-
teer P.EQ Setting2.
6 Druk op de MULTI-CONTROL naar links
of rechts om de gewenste frequentie te se-
lecteren.
Druk op de MULTI-CONTROL naar links of
rechts totdat de gewenste frequentie op het
display verschijnt.
Low: 40 Hz 80 Hz 100 Hz 160 Hz
Mid: 200 Hz 500 Hz 1 kHz 2 kHz
High: 3 kHz 8 kHz 10 kHz 12 kHz
7 Druk op de MULTI-CONTROL naar
boven of beneden om de gewenste Q-fac-
tor te selecteren.
Druk op de MULTI-CONTROL naar boven of
beneden totdat de gewenste Q-factor op het
display verschijnt.
2W 1W 1N 2N
8 Herhaal de bovenstaande afstellingen.
Indien nodig, kunt u andere equalizerbanden
achter elkaar afstellen.
Nl
135
Hoofdstuk
22
Voorkeursinstellingen aanpassen
Voorkeursinstellingen aanpassen
Loudness-functie aanpassen
De loudness-functie compenseert tekortko-
mingen in de weergave van de hoge en de
lage tonen bij lage volume-instellingen.
1 Open het Audio Menu scherm.
= Zie Openen van het Audio Menu scherm
op bladzijde 133 voor details.
2 Draai aan de MULTI-CONTROL en selec-
teer Loudness.
3 Druk op het midden van de
MULTI-CONTROL om de loudness-functie in
te schakelen.
Het loudness-niveau (bijv. Mid) wordt aange-
geven op het display.
p Om de loudness- functie uit te schakelen,
moet u nog eens de MULTI-CONTROL in-
drukken.
4 Druk op de MULTI-CONTROL naar links
of rechts om het gewenste niveau te selec-
teren.
Elke keer dat u de MULTI-CONTROL naar
links of rechts drukt, wordt het niveau als volgt
ingesteld:
Low Mid High
Gebruik van het
subwoofer-uitgangssignaal
Het navigatiesysteem is voorzien van een uit-
gangsmechanisme voor de subwoofer dat u
kunt in- of uitschakelen.
1 Open het Audio Menu scherm.
= Zie Openen van het Audio Menu scherm
op bladzijde 133 voor details.
2 Draai aan de MULTI-CONTROL en selec-
teer SubWoofer1.
3 Druk op het midden van de
MULTI-CONTROL om het uitgangssignaal
voor de subwoofer in te schakelen.
p Om het uitgangssignaal voor de subwoofer
uit te schakelen, moet u nog eens de
MULTI-CONTROL indrukken.
4 Druk op de MULTI-CONTROL naar links
of rechts om de fase van het uitgangssig-
naal voor de subwoofer in te stellen.
Telkens wanneer MULTI-CONTROL naar links
of rechts wordt gedrukt, wordt de fase van het
subwoofer-uitgangssignaal in de volgende
volgorde geselecteerd:
Reverse (Omgekeerde fase) Normal (Nor-
male fase)
5 Draai aan de MULTI-CONTROL en selec-
teer SubWoofer2.
6 Druk op de MULTI-CONTROL naar links
of rechts om de afsnijfrequentie te selecte-
ren.
Elke keer dat u de MULTI-CONTROL naar
links of rechts drukt, wordt de frequentie als
volgt ingesteld:
50 Hz 63 Hz 80 Hz 100 Hz 125 Hz
7 Druk op de MULTI-CONTROL naar
boven of beneden om het uitgangsniveau
van de subwoofer in te stellen.
Elke keer dat u MULTI-CONTROL naar boven
of beneden drukt, zal het niveau van de sub-
woofer worden verhoogd of verlaagd. +6 tot
-24 zal worden aangegeven naarmate het ni-
veau wordt verhoogd of verlaagd.
De lage tonen versterken
(Bass Booster)
U kunt de lage tonen versterken die vaak door
het geluid van het voertuig worden wegge-
drukt.
1 Open het Audio Menu scherm.
= Zie Openen van het Audio Menu scherm
op bladzijde 133 voor details.
Nl
136
Hoofdstuk
22
Voorkeursinstellingen aanpassen
2 Draai aan de MULTI-CONTROL en selec-
teer Bass Booster.
3 Duw MULTI-CONTROL omhoog of om-
laag om het gewenste niveau te selecte-
ren.
0 t/m +6 zal worden aangegeven naarmate
het niveau wordt verhoogd of verlaagd.
Gebruik van het
hoogdoorlaatfilter
Wanneer u niet wilt dat er lage tonen vanuit
het uitgangsfrequentiebereik van de subwoo-
fer worden weergegeven door de voor- of ach-
terluidsprekers, kunt u het HPF
(hoogdoorlaatfilter) inschakelen. Alleen fre-
quenties boven de gekozen instelling zullen
dan worden weergegeven via de voor- of ach-
terluidsprekers.
1 Open het Audio Menu scherm.
= Zie Openen van het Audio Menu scherm
op bladzijde 133 voor details.
2 Draai aan de MULTI-CONTROL en selec-
teer HPF.
3 Druk op het midden van de
MULTI-CONTROL om het hoogdoorlaatfil-
ter in te schakelen.
p Druk op de MULTI-CONTROL nog eens in
om het hoogdoorlaatfilter uit te schakelen.
4 Druk op de MULTI-CONTROL naar links
of rechts om de afsnijfrequentie te selecte-
ren.
Elke keer dat u de MULTI-CONTROL naar
links of rechts drukt, wordt de frequentie als
volgt ingesteld:
50 Hz 63 Hz 80 Hz 100 Hz
125 Hz
Niveau van de signaalbron
aanpassen
Met behulp van SLA (aanpassing van het
bronniveau) kunt u het geluidsniveau van de
diverse signaalbronnen apart instellen om te
voorkomen dat het volume plotseling veran-
dert wanneer u naar een andere signaalbron
overschakelt.
p De instellingen zijn gebaseerd op het volu-
meniveau van de FM-tuner, dat dus onver-
anderd zal blijven.
1 Vergelijk het volume van de FM-tuner
met dat van de signaalbron die u wilt in-
stellen.
2 Open het Audio Menu scherm.
= Zie Openen van het Audio Menu scherm
op bladzijde 133 voor details.
3 Draai aan de MULTI-CONTROL en selec-
teer SLA.
4 Druk op de MULTI-CONTROL naar
boven of beneden om het volume van de
signaalbron in te stellen.
Elke keer dat u MULTI-CONTROL naar boven
of beneden drukt, zal het volumeniveau van de
signaalbron worden verhoogd of verlaagd.
+4 tot -4 zal worden aangegeven naarmate
het niveau van de signaalbron wordt verhoogd
of verlaagd.
p Er kan een verschillend bronvolumeniveau
voor iPod en USB worden ingesteld.
p Het bronvolumeniveau voor MG/LG kan af-
zonderlijk van het niveau voor FM worden
ingesteld.
Nl
137
Hoofdstuk
22
Voorkeursinstellingen aanpassen
Voorkeursinstellingen aanpassen
Kopiëren van instellingen
U kunt instellingen die u hebt gemaakt via het
los verkrijgbare navgate FEEDS hulpprogram-
ma in het navigatiesysteem importeren.
p Het hulpprogramma navgate FEEDS is be-
schikbaar op onze website. Zie de informa-
tie op de website voor meer details.
1 Gebruik navgate FEEDS om de instellin-
gen te kopiëren en deze op een SD-geheu-
genkaart op te slaan.
2 Steek de SD-geheugenkaart in de SD-
kaartsleuf.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Een SD-geheugenkaart inbrengen
op bladzijde 13.
3 Tip [Menu] op het kaartscherm aan en
tip daarna [Navigatie] aan.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Overzicht van de schermen op
bladzijde 24.
4 Tip [Instel.conf.] aan.
Er zal nu gevraagd worden om bevestiging
voor het bijwerken van de instellingen.
5 Tip [Ja] aan.
Het updaten begint.
Nadat het updaten van de instellingen is vol-
tooid, zal er gevraagd worden om bevestiging
voor het opnieuw opstarten van het navigatie-
systeem.
6 Tip [OK] aan.
Het navigatiesysteem start opnieuw op.
Het navigatiesysteem
terugzetten op de standaard
of fabrieksinstellingen
U kunt instellingen of opgenomen inhoud te-
rugzetten op de standaard- of fabrieksinstellin-
gen. Er bestaan vier methoden om
gebruikersgegevens te wissen en de situaties
en de gewiste inhoud zijn verschillend bij ie-
dere methode. Voor de inhoud die bij iedere
methode gewist wordt, verwijzen we u naar de
later vermelde lijst.
= Zie Instellingen die gewist worden op de vol-
gende bladzijde voor details.
! Methode1: Druk op de RESET toets.
Bij indrukken van de RESET toets worden
praktisch alle instellingen van de audio-
functie gewist.
= Zie De microprocessor resetten op blad-
zijde 10 voor details.
! Methode 2: Tip [Fabrieksinst.].
= Zie De fabrieksinstellingen herstellen op
bladzijde 130 voor details.
! Methode 3: Tip [Reset] in het Wissen
gegevens/instelling scherm.
= Zie Het Wissen gegevens/instelling
scherm weergeven op bladzijde 140 voor
details.
! Methode 4: Tip [Gebruikersinfo wissen]
in het Wissen gegevens/instelling
scherm.
= Zie Het Wissen gegevens/instelling
scherm weergeven op bladzijde 140 voor
details.
Nl
138
Hoofdstuk
23
Andere functies
Instellingen die gewist worden
Welke items er worden gewist hangt mede af van de resetmethode. De instellingen in de volgende tabel zullen worden
teruggezet op de standaard- of fabrieksinstellingen.
Instellingen die niet in de lijst staan zullen bewaard blijven.
Als u echter [Gebruikersinfo wissen] uitvoert, worden alle instellingen met betrekking tot de navigatiefunctie
verwijderd, inclusief de items die hieronder niet vermeld worden.
: De instelling blijft behouden.
1: De instelling wordt gewist en teruggezet op de standaard- of fabrieksinstelling.
Navigatiefuncties
Methode
1
Methode
2
Methode
3
Methode 4
Kaartfunctie
Weergavestand en schaalinstel-
ling op de kaart
——11
Richting van de kaart ——11
Laatste cursorpositie op he t
kaartscherm
111
Route instelling
Huidige route ———1
Begeleidingsstatus van de hui-
dige route
——11
Voertuigpositie-informatie 1 11
Overz.route 111
[Navigatie]
Punt geregistreerd in Favorie-
ten
———1
Sorteervolgorde geselecteerd in
[Favorieten]
111
[Historiek] ———1
[Verbruik] 111
Verk.inst. in Verkeers-info 111
Rijgegevens van Eco-grafiek 111
Eco-instellingen 111
[Instell.] menu
[Taal menus], [Taal stem] ——11
[Tijd] ——11
Thuis inst. ———1
[Demo mode] 1111
Overige instellingen 111
Telefoonmenu
(*1)
[Contactgeg.] 111
[Volume] 111
[Instell.] 111
Belgeschiedenis 111
(*1) Alle opgeslagen gegevens van 3 gebruikers worden gewist.
Nl
139
Hoofdstuk
23
Andere functies
Andere functies
Audiofuncties
Methode
1
Methode
2
Methode
3
Methode
4
Volume-instelling voor audiobronnen, TA volume 1 (*2) ———
Begininstellingen Alle instellingen 1 (*2) ———
Audio Menu Alle instellingen 1 (*2) ———
TUNER, iPod Alle instellingen (*3) 1 (*2) ———
CD, USB Alle instellingen 1 (*2) ———
(*2) Alleen wanneer het afneembare paneel aan het hoofdtoestel is bevestigd, worden de instellingen gewist door
indrukken van de RESET toets.
(*3) Alle instellingen inclusief de instelling in het Function Menu worden gewist.
Het Wissen gegevens/instelling
scherm weergeven
p Lees Instellingen die gewist worden voor-
dat u deze bediening uitvoert.
1 Geef het Menu-instellingen scherm
weer.
= Voor details omtrent de bediening verwijzen
wij u naar Het Menu-instellingen scherm
weergeven op bladzijde 119.
2 Tip [Fabrieksinst.] aan en houd vast.
Het Wissen gegevens/instelling scherm
verschijnt.
3 Tip [Gebruikersinfo wissen] of [Reset]
aan.
Er zal nu gevraagd worden om bevestiging
voor het wissen van de gegevens.
4 Tip [Ja] aan.
De opgenomen inhoud wordt gewist.
p U kunt het Wissen gegevens/instelling
scherm ook weergeven door de MODE
toets in te drukken en vast te houden terwijl
het startscherm verschijnt.
Nl
140
Hoofdstuk
23
Andere functies
Verhelpen van storingen
Neem de controlelijst op de volgende bladzijden door als er problemen zijn met de werking of be-
diening van uw navigatiesysteem. De meest voorkomende problemen komen aan bod, met de
waarschijnlijke oorzaken en de oplossingen. Als u aan de hand van de onderstaande aanwijzingen
het probleem niet kunt verhelpen, neem dan a.u.b. contact op met uw dealer of het dichtstbij-
zijnde officiële Pioneer servicecentrum.
Problemen met het navigatiescherm
Symptoom Oorzaak Maatregel (Referentie)
De stroom gaat niet aan. Het na-
vigatiesysteem werkt niet.
Kabels, draden en stekkers zijn ver-
keerd aangesloten.
Controleer of alle aansluitingen juist zijn ge-
maakt.
De zekering is gesprongen. Verhelp het probleem en vervang daarna de
zekering. Gebruik de juiste zekering met het-
zelfde amperage.
Door storing of andere fact oren
werkt de ingebouwde microproces-
sor niet goed.
De RESET toets indrukken. (Bladzijde 10)
Het afneembare paneel kan niet
worden ingeschakeld.
De batterij van het afneembare pa-
neel is leeg.
Laad de batterij op.
Wanneer u het afneembare pa-
neel los van het hoofdtoestel ge-
bruikt, zal de batterij sneller
opraken dan wanneer het pa-
neel aan het hoofdtoestel is be-
vestigd.
Het is mogelijk dat de batterij ver-
vangen moet worden.
Neem contact op met uw dichtstbijzijnde offi-
ciële Pioneer servicecentrum.
De positie van uw voertuig op de
kaart wijkt aanzienlijk af van de
feitelijke positie.
De GPS-antenne bevindt zich op
een ongeschikte locatie.
De signalen van de GPS-satellieten komen
niet goed door, zodat de plaatsbepaling on-
nauwkeurig is. Controleer de GPS-ontvangst
en zo nodig de positie van de GPS-antenne.
De signalen van de satellieten wor-
den geblokkeerd door obstakels.
De signalen van de GPS-satellieten komen
niet goed door, zodat de plaatsbepaling on-
nauwkeurig is. Controleer de GPS-ontvangst
en zo nodig de positie van de GPS-antenne, of
rij verder tot de ontvangst beter is. Houd de
antenne vrij van belemmeringen.
Uw voertuig staat op een plaats uit
het zicht van de satellieten.
De signalen van de GPS-satellieten komen
niet goed door, zodat de plaatsbepaling on-
nauwkeurig is. Rij verder tot de ontvangst
beter is.
De precisie van de signalen van de
GPS-satellieten is bewust verm in-
derd. (De GPS-satellieten behoren
toe aan het Amerikaanse Ministerie
van Defensie; af en toe kan de kwali-
teit van de signalen met opzet ver-
minderd worden. Dan zal er tijdelijk
sprake zijn van een grotere afwijking
in de plaatsbepaling.)
De signalen van de GPS-satellieten komen
niet goed door, zodat de plaatsbepaling on-
nauwkeurig is. Wacht tot de ontvangst beter
is.
Nl
141
Aanhangsel
Aanhangsel
Aanhangsel
Symptoom Oorzaak Maatregel (Referentie)
De positie van uw voertuig op de
kaart wijkt aanzienlijk af van de
feitelijke positie.
Als er een auto- of mobiele telefoon
wordt gebruikt in de buurt van de
GPS-antenne, kan de GPS-ontvangst
tijdelijk worden onderbroken.
De signalen van de GPS-satellieten komen
niet goed door, zodat de plaatsbepaling on-
nauwkeurig is. Als u een mobiele telefoon ge-
bruikt, moet u de antenne van de mobiele
telefoon uit de buurt van de GPS-antenne
houden.
Er is iets dat de GPS-antenne be-
dekt.
Zorg ervoor dat er geen spuitlak of autowas
op de GPS-antenne komt, omdat de ont-
vangst van GPS-signalen hierdoor geblok-
keerd kan raken. Sneeuw op de antenne kan
ook een slechte invloed hebben op de signa-
len.
Eco-grafiek is niet beschik-
baar.
Het navigatiesysteem heef t geen ge-
gevens voor het gemiddelde brand-
stofverbruik in het verleden,
waardoor de Eco-grafiek niet kan
worden weergegeven.
Rij ongeveer 10 km op een weg zonder obsta-
kels. Parkeer uw voertuig dan op een veilige
plaats en schakel het navigatiesysteem uit en
vervolgens weer in.
De kaartkleur verandert niet au-
tomatisch tussen de instelling
voor overdag en s avonds.
Weergave dag/nacht is ingesteld
op Dag.
Controleer de Weergave dag/nacht instel-
ling en zorg ervoor dat Automat. is geselec-
teerd. (Bladzijde 124)
De oranje/witte draad is niet aange-
sloten.
Controleer de aansluitingen.
Het scherm is te helder. De Helderheid is op een ver-
keerde waarde ingesteld.
Controleer de instellingen. (Bladzijde 128)
Het beeldscherm licht maar
heel flauw op.
De Helderheid is op een ver-
keerde waarde ingesteld.
Controleer de instellingen. (Bladzijde 128)
Er is geen geluid te horen van
de audiobron.
Het volumeniveau gaat niet
omhoog.
Het volume staat laag. Zet het volume hoger.
De luidsprekerdraad is niet aange-
sloten.
Controleer de aansluitingen.
Het volume van de navigatiebe-
geleiding en de pieptonen kan
niet worden afgesteld.
MULTI-CONTROL wordt gebruikt
om het volume te regelen.
Verhoog of verlaag het volume met [Geluid]
in het Menu-instellingen scherm. (Blad-
zijde 119)
De persoon aan de andere zijde
van de telefoon kan het gesprek
niet horen als gevolg van een
echo.
De stem van de persoon met wie u
belt wordt weergegeven via de luid-
sprekers en wordt daarna opnieuw
opgepikt door de microfoon, waar-
door een echo ontstaat.
Gebruik een van de volgende methoden om
de echo te verminderen:
Verlaag het volume van het inkomende ge-
sprek
Laat beide partijen even pauzeren voordat
ze spreken
Er is geen beeld. De achtergrondverlichting van het
LCD-paneel is uitgeschakeld.
Schakel de achtergrondverlichting in. (Blad-
zijde 130)
Er gebeurt niets wanneer de
aanraaktoetsen worden aange-
raakt of de functie van een an-
dere toets wordt uitgevoerd.
De aanraaktoetsen wijken om de
een of andere reden af van de eigen-
lijke posities die reageren op uw
aanraking.
Voer de kalibrering van het aanraakpaneel uit.
(Bladzijde 128)
Het USB-geheugenapparaat kan
niet worden gebruikt.
Het USB-geheugenapparaat werd
verwijderd meteen nadat het was
aangesloten.
Parkeer uw voertuig op een veilige plaat s en
zet de motor af. Draai de contactsleutel naar
Contact uit. Start de motor daarna opnieuw
en schakel het navigatiesyste em weer in.
Nl
142
Aanhangsel
Aanhangsel
Symptoom Oorzaak Maatregel (Referentie)
Het USB-geheugenapparaat kan
niet worden gebruikt.
Het USB-geheugenapparaat werd
verwijderd meteen nadat het was
aangesloten.
Parkeer uw voertuig op een veilige plaat s en
zet de motor af. Draai de contactsleutel naar
Contact uit. Start de motor daarna opnieuw
en schakel het navigatiesyste em weer in.
Problemen in het audioscherm
Symptoom Oorzaak Maatregel (Referentie)
CD-weergave is niet mogelijk. De disc zit er ondersteboven in. Plaats de disc met de labelkant naar boven.
De disc is vuil. Maak de disc schoon.
De disc vertoont een barst, krassen
of andere beschadigingen.
Plaats een normale, ronde disc.
De bestanden op de disc zijn in een
abnormaal bestandsformaat.
Controleer het bestandsformaat.
Het discformaat kan niet afgespeeld
worden.
Ver vang de disc.
De disc is van een type dat dit sys-
teem niet kan afspelen.
Controleer welk type disc wordt gebruikt. (Zie
Bladzijde 153 voor verdere informatie over het
gebruik van de diverse disctypen.)
De audio verspringt. Het navigatiesysteem is niet stevig
bevestigd.
Bevestig het navigatiesysteem stevig.
Er is geen geluid te horen.
Het volumeniveau gaat niet
omhoog.
De kabels zijn niet goed aangeslo-
ten.
Sluit de kabels op de juiste manier aan.
U hebt de pauzefunctie ingescha-
keld of het systeem is aan het snel
vooruit- of achteruitspoelen tijdens
audioweergave.
Er is geen geluid bij snel vooruit- of achteruit-
spoelen.
iPod kan niet worden bediend. De iPod is vastgelopen. ! Sluit de iPod opnieuw aan met de USB-in-
terfacekabel voor de iPod.
! Update de softwareversie van de iPod.
Er heeft zich een fout voorgedaan. ! Sluit de iPod opnieuw aan met de USB -in-
terfacekabel voor de iPod.
! Parkeer uw voertuig op een veilige plaats en
trek de handrem aan. Schakel het toestel uit
en dan weer in. Als de storing niet is verhol-
pen, drukt u op de RESET toets van het navi-
gatiesysteem.
! Update de softwareversie van de iPod.
Problemen met het telefoonscherm
Symptoom Oorzaak Maatregel (Referentie)
Er kan niet gebeld worden
omdat de aanraaktoetsen voor
het bellen niet actief zijn.
Uw telefoon heeft geen signaal. Probeer het opnieuw wanneer u weer een sig-
naal heeft.
Er is geen verbinding tussen de mo-
biele telefoon en het navigatiesys-
teem.
Voer de verbindingsprocedure uit.
Nl
143
Aanhangsel
Aanhangsel
Aanhangsel
Als het scherm niet meer reageert...
Parkeer uw voertuig op een veilige plek en trek
de handrem aan. Druk het RESET knopje van
het navigatiesysteem in.
Nl
144
Aanhangsel
Aanhangsel
Foutmeldingen en wat u ermee moet doen
De volgende berichten kunnen door uw navigatiesysteem worden getoond. Raadpleeg de onder-
staande tabel om het probleem te bepalen en voer vervolgens de voorgestelde maatregelen uit.
Onder bepaalde omstandigheden kunnen er nog andere dan de hier vermelde berichten verschij-
nen. In dat geval dient u de aanwijzingen op het scherm te volgen.
Berichten voor de navigatiefuncties
Bericht Wanneer Wat u moet doen (Referentie)
Preparing to start up system...
please wait
Wanneer het navigatiesysteem op-
start, zal er een melding verschijnen
als de batterij van het afneembare
paneel leeg of bijna leeg is.
! Wacht tot de melding Ready to start up
system. verschijnt. Nadat deze melding is
verschenen, zal het navigatiesysteem op-
nieuw opstarten.
! Raadpleeg uw dichtstbijzijnde Pioneer ser-
viceafdeling als deze melding blijft terugko-
men.
Gegevens laden mislukt. U hebt de gegevens van uw mobiele
telefoon overgebracht in een for-
maat dat niet door het navigatiesys-
teem kan worden ontvangen.
! Selecteer een geschikt item en probeer het
dan opnieuw. (Bladzijde 79)
! Sluit uw mobiele telefoon door middel van
een andere methode aan en probeer het dan
opnieuw. (Bladzijde 65)
Opstarten appl.mislukt. Con-
troleer bestand op SD-kaart.
Druk op OK om appl.modus
te verlaten.
De toepassing is niet op de SD-ge-
heugenkaart opgeslagen.
Gebruik het hulpprogramma navgate FEEDS
om de oplossing hiervoor te weten te komen.
De toepassing kon niet juist worden
gedownload.
Gebruik het hulpprogramma navgate FEEDS
om de oplossing hiervoor te weten te komen.
Een bestand dat nodig is voor het
opstarten van de toepassing is niet
op de SD-geheugenkaart opgesla-
gen of de kaart is beschadigd.
Gebruik het hulpprogramma navgate FEEDS
om de oplossing hiervoor te weten te komen.
De SD-geheugenkaart is bescha-
digd.
Controleer of er geen problemen zijn met de
SD-geheugenkaart.
Berichten voor de audiofuncties
Bij problemen met de geluidsbron kan er een foutmelding verschijnen op het scherm. Zie de tabel
hieronder om het probleem te bepalen en voer vervolgens de voorgestelde correcties uit. Als de
fout blijft bestaan, raadpleeg dan uw dealer of de dichtstbijzijnde Pioneer onderhoudsdienst.
Ingebouwde CD-station
Bericht Oorzaak Maatregel (Referentie)
Error-11, 12, 17, 30 Vuil Maak de disc schoon.
Bekraste disc Vervang de disc.
Error10, 11, 12, 15, 17, 30, A0,
CHK CDCORE
Elektrisch of mechanisch probleem Zet het contactslot op OFF en dan terug op
ON of schakel over naar een andere bron en
daarna terug naar de CD-speler.
Error-15 De geplaatste disc bevat geen gege-
vens.
Ver vang de disc.
Nl
145
Aanhangsel
Aanhangsel
Aanhangsel
Bericht Oorzaak Maatregel (Referentie)
Error-23 Het CD-formaat kan niet worden af-
gespeeld.
Ver vang de disc.
Error-22 De geplaatste disc bevat geen be-
standen die kunnen worden afge-
speeld.
Ver vang de disc.
No Audio De geplaatste disc bevat geen be-
standen die kunnen worden afge-
speeld.
Ver vang de disc.
TRK Skipped De geplaatste disc bevat bestanden
die beveiligd zijn via DRM.
Ver vang de disc.
Protect Alle bestanden op de geplaatste
disc zijn beveiligd via DRM.
Ver vang de disc.
Heat De temperatuur van het navigatie-
systeem ligt buiten het normale be-
reik.
Wacht totdat de temperatuu r van het toestel
binnen de normale grenzen van de bedrijfs-
temperatuur valt.
USB/iPod
Bericht Oorzaak Maatregel (Referentie)
No Audio Er staan geen bestanden die kun-
nen worden afgespeeld op het aan-
gesloten USB-geheugenapparaat.
Sla afspeelbare bestanden op.
Protect Alle bestanden in het geplaatste ex-
terne geheugenapparaat zijn bevei-
ligd via DRM.
Sla afspeelbare bestanden op.
TRK Skipped De beschermde bestanden worden
overgeslagen.
Sla afspeelbare bestanden op.
Check USB Er is kortsluiting opgetreden in de
USB-stekker of de USB-kabel.
Controleer of de USB-stekker of de USB-kabel
niet ergens ingeklemd is of beschadigd is.
Het aangesloten USB-geheugenap-
paraat verbruikt meer dan 500 mA
(maximaal toegestane stroom-
sterkte).
Maak het USB-geheugenapparaat los en ge-
bruik het niet meer. Zet het contactslot uit en
daarna op ACC of aan en sluit vervolgens een
geschikt USB-geheugenapparaat aan.
Error-A1 Het aangesloten USB-geheugenap-
paraat verbruikt meer dan 500 mA
(maximaal toegestane stroom-
sterkte).
Maak het USB-geheugenapparaat los en ge-
bruik het niet meer. Zet het contactslot uit en
daarna op ACC of aan en sluit vervolgens een
geschikt USB-geheugenapparaat aan.
CHK CDCORE Elektrisch of mechanisch probleem Zet het contact op OFF en dan terug op ON,
of schakel over naar een andere signaalbron,
en schakel dan terug naar de USB-bron.
Error-19 Communicatiefout ! Maak de kabel van de iPod los. Zodra het
hoofdmenu van de iPod wordt weergegeven,
sluit u de kabel weer aan.
! Maak het USB-geheugenapparaat los en
gebruik het niet meer. Zet het contactslot uit
en daarna op ACC of aan en sluit vervolgens
een geschikt USB-geheugenapparaat aan.
! Als het bericht regelmatig verschijnt, moet
u uw dealer raadplegen.
Nl
146
Aanhangsel
Aanhangsel
Bericht Oorzaak Maatregel (Referentie)
Error-16 De iPod is niet compatibel met dit
navigatiesysteem.
Gebruik een iPod van een compatibele versie.
Communicatiefout ! Maak de kabel van de iPod los. Zodra het
hoofdmenu van de iPod wordt weergegeven,
sluit u de kabel weer aan.
! Maak de kabel van de iPod los. Zodra het
hoofdmenu van de iPod wordt weergegeven,
sluit u de kabel weer aan.
! Als het bericht regelmatig verschijnt, moet
u uw dealer raadplegen.
N/A USB De iPod is niet compatibel met dit
navigatiesysteem.
Gebruik een iPod van een compatibele versie.
Oude versie iPod software Update de softwareversie van de iPod.
Het aangesloten USB-geheugenap-
paraat wordt niet ondersteun d door
dit navigatiesysteem.
Sluit een USB-geheugenapparaat aan dat
compatibel is met USB Mass Storage Class
apparatuur.
NO SONGS Geen nummers Breng nummers over naar de iPod.
STOP Geen nummers in de huidige lijst Selecteer een lijst die geschikte nummers
bevat.
Nl
147
Aanhangsel
Aanhangsel
Aanhangsel
Plaatsbepaling technologie
Plaatsbepaling via GPS
Het Global Positioning System (GPS, systeem
voor wereldwijde plaatsbepaling) maakt ge-
bruik van een netwerk van satellieten die om
de aarde cirkelen. Elk van deze satellieten, die
zich op een hoogte van 21 000 km bevinden,
zendt voortdurend radiosignalen uit die infor-
matie verstrekken over de tijd en plaatsbepa-
ling. Dit betekent dat uw apparaat de signalen
ontvangt van minimaal drie satellieten op ie-
dere open plek op het oppervlak van de aarde.
De nauwkeurigheid van de GPS-informatie
hangt af van de kwaliteit van de ontvangst.
Zijn de signalen sterk en is de ontvangst goed,
dan kan de GPS de breedte, de lengte en
hoogte bepalen, zodat een nauwkeurige
plaatsbepaling in drie dimensies mogelijk is.
Is de signaalkwaliteit matig, dan kunnen
slechts twee dimensies, namelijk breedte en
lengte, worden verkregen, en zijn de fouten
ten aanzien van de plaatsbepaling wat groter.
Justifiëring op de kaart
Zoals eerder vermeld is het plaatsbepalingsys-
teem dat door dit navigatiesysteem wordt ge-
bruikt gevoelig voor bepaalde fouten. De
berekeningen ervan kunnen ertoe leiden dat u
zich op een locatie op de kaart bevindt waar
geen wegen zijn. In deze situatie weet het ver-
werkingssysteem echter wel dat voertuigen
zich alleen op de weg bevinden en dus corri-
geert het uw positie op de kaart door deze aan
te passen aan de meest waarschijnlijke weg in
de buurt. Dit noemen we justifiëring of aan-
passen van de kaart aan de positie van het
voertuig.
Met justifiëring op de kaart
Zonder justifiëring op de kaart
Nl
148
Aanhangsel
Aanhangsel
Wan neer er er nstige fouten
optreden
Plaatsbepalingsfouten worden tot een mini-
mum beperkt gehouden door GPS en justifië-
ring op de kaart met elkaar te combineren. Het
komt echter voor dat deze functies in bepaalde
situaties niet naar behoren werken, waardoor
de fouten kunnen toenemen.
Wanneer plaatsbepaling via
GPS onmogelijk is
! Plaatsbepaling via GPS is uitgeschakeld
als er geen signalen kunnen worden ont-
vangen van meer dan twee GPS-satellieten.
! Onder bepaalde rijomstandigheden kun-
nen de signalen van GPS-satellieten uw
voertuig niet bereiken. In dit geval is het
voor het systeem niet mogelijk gebruik te
maken van plaatsbepaling via GPS.
In een tunnel of
een parkeerga-
rage
Onder bruggen of
gelijksoortige struc-
turen
In een smalle straat
tussen hoge gebou-
wen
In een bos of laan met
hoge bomen
! Als er een auto- of mobiele telefoon wordt
gebruikt in de buurt van dit product, kan de
GPS-ontvangst tijdelijk worden onderbro-
ken.
! Het product mag niet met spuitverf of voer-
tuigwas worden afgedekt, want dit kan de
ontvangst van de GPS-signalen blokkeren.
p Als er gedurende geruime tijd geen GPS-
signaal wordt ontvangen, kan er een aan-
zienlijke af wijking ontstaan tussen de aan-
duiding op de kaart en de werkelijke locatie
van uw voertuig, of wordt de plaatsbepaling
niet bijgewerkt. Zodra de GPS-ontvangst
wordt hersteld, zal de precisie weer volledig
op peil zijn.
Omstandigheden die fouten in
de plaatsbepaling kunnen
veroorzaken
Om verschillende redenen, zoals de toestand
van de weg waarover u rijdt en de ontvangst-
kwaliteit van het GPS-signaal, kan de feitelijke
plaats van uw voertuig afwijken van de plaats
die op de kaart wordt aangegeven.
! Bij een hele flauwe bocht.
! Bij een langdurig parallel lopende weg.
! Als er een andere weg heel dicht bij is,
zoals een verhoogde snelweg.
Nl
149
Aanhangsel
Aanhangsel
Aanhangsel
! Bij een afslag naar een gloednieuwe weg
die nog niet op de kaart staat.
! Als u zigzagt of vaak moet uitwijken.
! Als de weg meerdere haarspeldbochten
heeft.
! Bij een lus in de weg of spiraalvormige op-
of afrit.
! Bij een oversteek met een veerpont.
! Als u op een lange rechte weg rijdt, of in
een lange flauwe bocht.
! Bij een steile bergweg met veel hoogtever-
schillen.
! Bij een parkeergarage of een soortgelijk ge-
bouw met spiraalvormige in- en uitritten.
! Bij een parkeergarage met een draaipla-
teau of een soortgelijk gebouw.
! Als de GPS-signalen langdurig geblokkeerd
worden door hoge bomen e.d.
Nl
150
Aanhangsel
Aanhangsel
! Als u geruime tijd alleen met horten en sto-
ten of heel langzaam kunt rijden, zoals in
een file.
! Als u op de weg komt na een ingewikkelde
route over een grote parkeerplaats.
! Als u over een rotonde rijdt.
! Als u onmiddellijk na het starten van de
motor begint te rijden.
Informatie over de
routebepaling
Regels voor de routekeuze
Het navigatiesysteem bepaalt een route naar
uw bestemming door een aantal ingebouwde
regels toe te passen op de kaartgegevens.
Hieronder volgt enige achtergrondinformatie
over de manier waarop het systeem een route
bepaalt.
BELANGRIJK
Nadat er een route is berekend, wordt automa-
tisch de route en de stembegeleiding voor de
route vastgelegd. Wat de informatie over ver-
keersregels voor bepaalde dagen of tijden betreft,
wordt alleen informatie over verkeersregelingen
meegenomen op het moment waarop de route
werd berekend. Straten met eenrichtingsverkeer
en afsluitingen van straten zijn wellicht niet in de
berekening meegenomen. Als een straat bijvoor-
beeld alleen s morgens open is voor het verkeer
en u later aankomt, zou het tegen de verkeersre-
gels ingaan wanneer u de uitgestippelde route
nam. Houd u bij het rijden aan de daadwerkelijk
geldende verkeersregels. Het is mogelijk dat het
systeem niet bekend is met bepaalde verkeersre-
gels of -regelingen.
! De berekende route is een van de mogelijke
routes naar uw bestemming die bepaald is
door het navigatiesysteem terwijl rekening
werd gehouden met het soort straten of de
verkeersregelingen. Het is niet noodzakelij-
kerwijs de optimale route. (In sommige ge-
vallen kunt u wellicht niet de straten
instellen die u wilt nemen. Als u via een be-
paalde straat wilt gaan, moet u die straat
als tussenpunt instellen.)
! Als de bestemming te ver weg is, kan het
voorkomen dat er geen route berekend kan
worden.
! Tijdens de stembegeleiding worden er af-
slagen en kruisingen van de snelweg aan-
gekondigd. Wanneer u echter kruisingen,
afritten en andere begeleidingspunten pas-
seert die elkaar snel opvolgen, worden en-
kele daarvan wellicht vertraagd of niet
aangekondigd.
! Onder bepaalde omstandigheden kan de
begeleiding u van de snelweg af leiden en
er dan weer op.
! In sommige gevallen kan de uitgestippelde
route in de tegenovergestelde richting lei-
den van uw huidige richting. Wanneer u in
dergelijke gevallen de instructie ontvangt
voor omdraaien, moet u ervoor zorgen dat
u dit op een veilige wijze doet, in overeen-
stemming met de plaatselijk geldende ver-
keersregels.
Nl
151
Aanhangsel
Aanhangsel
Aanhangsel
! Soms kan een route beginnen vanaf de
overkant van de spoorrails of de andere
oever van een rivier dan waar u zich be-
vindt. Is dit het geval, rijd dan gedurende
enige tijd in de richting van uw bestem-
ming en probeer dan de route opnieuw te
laten berekenen.
! Wanneer zich een verkeersopstopping voor-
doet, is het mogelijk dat er geen goede om-
leiding kan worden gevonden en kan het
dus maar het beste zijn om gewoon net als
iedereen door de verkeersopstopping te rij-
den.
! In sommige gevallen kan de route-aandui-
ding op de kaart, waaronder het beginpunt,
eventuele tussenpunten en de bestem-
ming, niet volledig worden aangegeven.
! Het aantal afritten van een rotonde dat op
het scherm wordt weergegeven kan afwij-
ken van het daadwerkelijke aantal wegen.
Aanduiding van de gekozen route
! Na het bepalen van de route wordt deze in
een heldere kleur op de kaart aangegeven.
! De directe omgeving van uw beginpunt en
uw plaats van bestemming zal niet altijd
verlicht worden aangegeven, evenmin als
plaatsen waar het wegennet bijzonder ge-
compliceerd is. Dan kan de route op de
kaart dus wel eens lijken te stoppen of een
hiaat vertonen, maar de stembegeleiding
zal bij dat punt wel gewoon doorgaan.
Omgaan met en verzorging
van de discs
Bij het omgaan met de discs dient u op de vol-
gende punten te letten.
Gebruik en verzorging van het
ingebouwde station
! Gebruik alleen normale, volledig ronde
discs. Gebruik geen discs met een afwij-
kende vorm.
! Gebruik geen discs die gebarsten, kromge-
trokken of op andere wijze zijn beschadigd,
want dit kan resulteren in beschadiging
van het ingebouwde station.
! Raak de opnamekant van de discs niet aan.
! Bewaar de discs in hun doosjes wanneer u
ze niet gebruikt.
! Laat de discs niet op een erg warme plaats
of in direct zonlicht liggen.
! Plak geen labels op de discs, schrijf er niet
op en zorg ervoor dat geen chemicaliën in
contact kunnen komen met het oppervlak.
! Om een disc schoon te maken, veegt u er
met een zachte doek over, vanaf het mid-
den naar de buitenrand toe.
! Condens kan er toe leiden dat het inge-
bouwde station tijdelijk niet goed werkt.
Laat het station in dit geval ongeveer één
uur aan de hogere temperatuur wennen.
Veeg ook een eventuele vochtige disc met
een zachte doek schoon.
! Als u een bepaalde disc niet kunt afspelen,
kan dat worden veroorzaakt door de eigen-
schappen van de disc, de indeling van de
disc, de toepassing waarmee de disc is op-
genomen, de omgeving waarin de disc
wordt afgespeeld, de manier waarop de
disc wordt bewaard, enz.
! Door schokken tijdens het rijden kan het af-
spelen van discs worden verstoord.
Nl
152
Aanhangsel
Aanhangsel
! Lees de voorzorgsmaatregelen op de discs
voordat u ze gebruikt.
Omgevingsvoorwaarden bij het
afspelen van een disc
! Bij erg hoge temperaturen kan er een inge-
bouwd beveiligingscircuit in werking tre-
den, waardoor dit toestel automatisch
wordt uitgeschakeld.
! Ondanks ons zorgvuldig ontwerp van het
product kunnen er kleine krassen die geen
invloed hebben op de eigenlijke werking
voorkomen op het oppervlak van de disc
door mechanische slijtage, de gebruiksom-
geving of de behandeling van de disc. Dit is
geen teken van een slechte werking van dit
product. U kunt het beschouwen als nor-
male slijtage.
Afspeelbare discs
Met het ingebouwde CD-station kunnen CDs
met de hieronder vermelde logos over het al-
gemeen worden afgespeeld.
DualDiscs afspelen
! DualDiscs zijn tweezijdige discs die aan de
ene zijde een opneembare CD bevatten
voor geluidsopnames en aan de andere
zijde een opneembare DVD voor video.
! Aangezien de CD-zijde van DualDiscs niet
fysisch compatibel is met de algemene CD-
standaard, is het mogelijk dat u de CD-zijde
niet kunt afspelen met dit navigatiesys-
teem.
! Het regelmatig laden en uitwerpen van een
DualDisc kan krassen veroorzaken op de
disc.
! Ernstige krassen kunnen de weergave met
dit navigatiesysteem belemmeren. In be-
paalde gevallen kan een DualDisc klem
raken in de disc-laadsleuf en wordt de disc
niet uitgeworpen. Om dit te vermijden,
raden we aan dat u geen DualDiscs ge-
bruikt in dit navigatiesysteem.
! Raadpleeg de fabrikant voor meer informa-
tie over DualDiscs.
Gedetailleerde informatie
voor afspeelbare media
Compatibiliteit
Algemene opmerkingen over de
disc-compatibiliteit
! Wij kunnen geen compatibiliteit met alle
discs garanderen.
! Afspelen van discs kan onmogelijk worden
wanneer ze worden blootgesteld aan direct
zonlicht of hoge temperaturen, of wanneer
ze niet naar behoren worden bewaard in
het voertuig.
CD-R/CD-RW discs
! Niet-gefinaliseerde discs kunnen niet wor-
den afgespeeld.
! Misschien is het niet mogelijk CD-R/CD-
RW discs af te spelen die zijn opgenomen
op een muziek CD-recorder of een PC, van-
wege eigenschappen van de disc zelf, kras-
sen of vuil op de disc, of vanwege vuil,
krassen of condens op de lens van het in-
gebouwde station.
! Discs die op een personal computer zijn
opgenomen, kunnen wellicht niet worden
afgespeeld, afhankelijk van het opnameap-
paraat, de schrijfsoftware, de instellingen
of andere omgevingsfactoren.
Nl
153
Aanhangsel
Aanhangsel
Aanhangsel
! Maak de opnamen met het juiste formaat.
(Neem voor details contact op met de fabri-
kant van het medium, de recorder of de
schrijfsoftware.)
! Titels en andere tekstinformatie opgeslagen
op een CD-R/CD-RW disc kunnen mogelijk
niet worden weergegeven door dit product
(in geval van audiogegevens (CD-DA)).
! Lees de voorzorgsmaatregelen bij de CD-R/
CD-RW discs voordat u de discs gebruikt.
Gemeenschappelijke opmerkingen over
het externe geheugenapparaat (USB, SD)
! Leg het extern geheugenapparaat (USB,
SD) niet op een plaats met hoge temperatu-
ren.
! Afhankelijk van het soort extern geheugen-
apparaat (USB, SD) dat u gebruikt, kan het
gebeuren dat dit navigatiesysteem het ge-
heugenapparaat of de bestanden niet her-
kent.
Opmerkingen over het USB-
geheugenapparaat
! Afhankelijk van het soort USB-geheugen-
apparaat dat u gebruikt, is het mogelijk dat
dit navigatiesysteem het geheugenappa-
raat niet kan herkennen, of dat de bestan-
den niet correct kunnen worden
afgespeeld.
! De tekstinformatie van sommige audiobe-
standen wordt mogelijk niet correct weer-
gegeven.
! Bestandsnaamextensies moeten correct
gebruikt worden.
! Er kan een kleine vertraging optreden bij
weergave van een USB-geheugenapparaat
met een uitgebreide of ingewikkelde map-
penstructuur.
! De bediening kan verschillen afhankelijk
van het soort USB-geheugenapparaat.
! Het kan voorkomen dat sommige audiobe-
standen niet van het USB-apparaat afge-
speeld kunnen worden vanwege
bestandskarakteristieken, het bestandsfor-
maat, de bij de opname gebruikte program-
matuur, de weergave-omstandigheden, de
opslagomstandigheden enz.
! Bestanden beschermd door auteursrech-
ten kunnen niet worden afgespeeld.
Compatibiliteit van USB-
geheugenapparaten
= Voor details over de compatibiliteit van
USB-geheugenapparaten met dit navigatie-
systeem wordt u verwezen naar Specifica-
ties op bladzijde 165.
Protocol: bulk
! U kunt niet een USB-geheugenapparaat via
een USB-hub op dit navigatiesysteem aan-
sluiten.
! Een gepartitioneerd USB-geheugen is niet
compatibel met dit navigatiesysteem.
! Maak het USB-geheugenapparaat stevig
vast voordat u gaat rijden. Laat het USB-ge-
heugenapparaat niet op de grond vallen,
omdat dit dan onder het rem- of gaspedaal
terecht kan komen.
! Er kan een kleine vertraging optreden bij
het afspelen van audiobestanden die met
afbeeldingsgegevens zijn gecodeerd.
! Sommige USB-geheugenapparaten kun-
nen ruis in de radio-uitzendingen veroorza-
ken wanneer ze op dit navigatiesysteem
worden aangesloten.
! Sluit geen andere apparaten dan een USB-
geheugenapparaat aan.
De volgorde van de audiobestanden in
een USB-geheugen
Bij een USB-geheugen is de volgorde anders
dan bij een USB-geheugenapparaat.
Opmerkingen over de SD-geheugenkaart
= Voor details over de compatibiliteit van SD-
geheugenkaarten met dit navigatiesysteem
wordt u verwezen naar Specificaties op
bladzijde 165.
! Dit systeem is niet compatibel met Multi
Media Card (MMC).
Nl
154
Aanhangsel
Aanhangsel
Tabel voor mediacompatibiliteit
Algemeen
Media CD-R/-RW USB-geheugenapparaat
Bestandssysteem
ISO9660 niveau 1,
ISO9660 niveau 2,
Romeo en Joliet
FAT16/FAT32
Maximumaantal mappen 99 500
Maximumaantal bestanden 999 15 000
Afspeelbare bestandstypen MP3, WMA, AAC, WAV MP3, WMA, AAC, WAV
MP3-compatibiliteit
Media CD-R/-RW, USB-geheugenapparaat
Bestandsextensie .mp3
Bitsnelheid 8 kbps tot 320 kbps (CBR), VBR
Bemonsteringsfrequentie 16 kHz tot 48 kHz
ID3-tag ID3-tag versie 1,0. 1,1. 2,2. 2,3. 2,4
Opmerkingen:
! Versie 2.x van de ID3-tag heeft voorrang wanneer zowel versie 1.x als versie 2.x bestaan.
! Het navigatiesysteem is niet compatibel met:
MP3i (MP3 interactief), mp3 PRO, m3u playlist
WMA-compatibiliteit
Media CD-R/-RW, USB-geheugenapparaat
Bestandsextensie .wma
Bitsnelheid 48 kbps t/m 384 kbps (CBR), VBR
Bemonsteringsfrequentie 32 kHz t/m 48 kHz
Opmerking:
! Het navigatiesysteem is niet compatibel met:
Windows Media
Audio 9 Professional, Lossless, Voice
Nl
155
Aanhangsel
Aanhangsel
Aanhangsel
WAV-compatibiliteit
Media CD-R/-RW, USB-geheugenapparaat
Bestandsextensie .wav
Formaat Lineaire PCM (LPCM), MS ADPCM
Bemonsteringsfrequentie
LPCM: 16 kHz tot 48 kHz
MS ADPCM: 22,05 kHz en 44,1 kHz
AAC-compatibiliteit
Media CD-R/-RW, USB-geheugenapparaat
Bestandsextensie .m4a
Bitsnelheid 16 kbps tot 320 kbps (CBR)
Bemonsteringsfrequentie 11,025 kHz tot 48 kHz
Opmerkingen:
! Het navigatiesysteem kan AAC-b estanden afspelen die gecodeerd zijn met iTunes.
! Het navigatiesysteem is niet compatibel met:
Apple Lossless, bestanden gecodeerd met VBR
Algemene opmerkingen
! Afhankelijk van de toepassing die gebruikt
werd voor het coderen van de WMA-bestan-
den is het mogelijk dat het navigatiesys-
teem niet juist werkt.
! Afhankelijk van de Windows Media
Player
versie die gebruikt werd voor de codering
van de WMA-bestanden is het mogelijk dat
de namen van de albums en andere tekst-
gegevens niet correct worden weergege-
ven.
! Er kan een kleine vertraging optreden bij
het afspelen van audiobestanden die met
afbeeldingsgegevens zijn gecodeerd.
! Het navigatiesysteem is niet compatibel
met zogenaamde packet write data trans-
fer.
! Dit navigatiesysteem is in staat maximaal
64 tekens te herkennen, vanaf het eerste
teken en inclusief de bestandsextensie en
mapnaam. Het maximale aantal tekens dat
kan worden weergegeven hangt echter
mede af van de breedte van de gebruikte te-
kens en van de beschikbare ruimte op het
display.
! De volgorde van de mapselectie en andere
handelingen kan veranderd zijn, afhankelijk
van de codering of de schrijfsoftware.
! Ongeacht de lengte van het onbespeelde
gedeelte tussen de muziekstukken in de
oorspronkelijke opname, zullen discs met
gecomprimeerde audio tijdens afspelen al-
tijd een korte pauze tussen de muziekstuk-
ken inlassen.
Voorbeeld van een boomstructuur
De afbeelding hieronder is een voorbeeld van
een boomstructuur op de disc. De cijfers in de
afbeelding duiden op de volgorde waarin map-
nummers worden toegewezen en de volgorde
van weergave.
: Map
Nl
156
Aanhangsel
Aanhangsel
: Bestand
1
2
3
4
5
6
L
e
v
e
l 1 L
e
v
e
l 2 L
e
v
e
l 3 L
e
v
e
l 4
Opmerkingen
! Dit product wijst zelf mapnummers toe. De
gebruiker kan geen mapnummers toewijzen.
! Als er een map is die geen afspeelbaar be-
stand bevat, zal de map wel in de mappenlijst
worden aangegeven, maar kunt u niet de be-
standen in de map controleren. Deze mappen
zullen ook worden overgeslagen zonder dat
het mapnummer wordt getoond.
Bluetooth
Bluetooth is een draadloze radioverbindings-
technologie voor korte afstanden die ontwik-
keld is als een vervanging voor mobiele
telefoons, hand-pcs en andere apparaten.
Bluetooth werkt in het 2,4 GHz frequentiebe-
reik en kan spraak en gegevens overbrengen
met een snelheid tot 1 megabit per seconde.
Bluetooth werd uitgebracht door een Special
Interest Group (SIG) bestaande uit Ericsson
Inc., Intel Corp., Nokia Corp., Toshiba en IBM
in 1998, en wordt op het moment ontwikkeld
door bijna 2 000 firmas over de gehele wereld.
! Het merk Bluetooth
â
en de logo s daarvan
zijn gedeponeerde handelsmerken van
Bluetooth SIG, Inc. Pioneer Corporation ge-
bruikt deze onder licentie. Andere handels-
merken en handelsnamen zijn eigendom
van de respectieve eigenaren.
SD- en SDHC-logo
Het SD-logo is een handelsmerk van SD-3C,
LLC.
Het SDHC-logo is een handelsmerk van SD-
3C, LLC.
WMA
Windows Media
en het Windows-logo zijn
handelsmerken of gedeponeerde handelsmer-
ken van Microsoft Corporation in de Verenigde
Staten en/of in andere landen.
Dit product bevat technologie die het eigen-
dom is van Microsoft Corporation en die niet
gebruikt of gedistribueerd mag worden zonder
toestemming van Microsoft Licensing, Inc.
Nl
157
Aanhangsel
Aanhangsel
Aanhangsel
AAC
AAC is de afkorting van Advanced Audio Co-
ding en verwijst naar een geluidscompressie-
technologie standaard gebruikt met MPEG-2
en MPEG-4. U kunt verschillende toepassin-
gen gebruiken om AAC-bestanden te coderen,
maar bestandsformaten en extensies verschil-
len naargelang de toepassing die gebruikt
werd voor de codering. Dit toestel geeft AAC-
bestanden weer die gecodeerd werden met
iTunes versie 7.7.
Gedetailleerde informatie
over aansluitbare iPods
BELANGRIJK
! Pioneer kan niet aansprakelijk worden gesteld
voor verloren gegane gegevens van een iPod,
zelfs wanneer die gegevens verloren gaan bij
gebruik van het navigatiesysteem.
! Laat de iPod niet lange tijd in direct zonlicht
liggen. Overmatige blootstelling aan direct
zonlicht kan de temperatuur in de iPod doen
oplopen en storingen veroorzaken.
! Laat de iPod niet op een plaats met hoge tem-
peraturen liggen.
! Maak de iPod stevig vast voordat u gaat rijden.
Laat de iPod niet op de grond vallen, omdat
deze dan onder het rem- of gaspedaal terecht
kan komen.
Raadpleeg voor meer informatie de handlei-
ding van de iPod.
iPod
Made for iPod betekent dat een elektronisch
accessoire is ontwikkeld om specifiek op de
iPod te worden aangesloten en dat het acces-
soire volgens de opgave van de ontwikkelaar
voldoet aan de Apple prestatienormen.
Apple is niet verantwoordelijk voor de werking
van dit apparaat en voor het voldoe n aan de
veiligheidsnormen en wettelijke normen.
iPod is een handelsmerk van Apple Inc., gere-
gistreerd in de Verenigde Staten en andere
landen.
iPhone
Works with iPhone betekent dat een elektro-
nisch accessoire is ontwikkeld om specifiek
op de iPhone te worden aangesloten en dat
het accessoire volgens opgave van de ontwik-
kelaar voldoet aan de Apple prestatienormen.
Apple is niet verantwoordelijk voor de werking
van dit apparaat en voor het voldoe n aan de
veiligheidsnormen en wettelijke normen.
iPhone is een handelsmerk van Apple Inc.
iTunes
iTunes is een handelsmerk van Apple Inc., ge-
registreerd in de Verenigde Staten en andere
landen.
Nl
158
Aanhangsel
Aanhangsel
Correct gebruik van het
LCD-scherm
Omgaan met het LCD-scherm
! Wanneer het LCD-scherm gedurende lange
tijd wordt blootgesteld aan direct zonlicht
wordt het zeer heet, waardoor het LCD-
scherm mogelijk beschadigd raakt. Wan-
neer u dit navigatiesysteem niet gebruikt,
dient u zoveel mogelijk te voorkomen dat
het wordt blootgesteld aan direct zonlicht.
! Het LCD-scherm moet worden gebruikt bin-
nen het temperatuurbereik aangegeven in
Specificaties.
! Gebruik het LCD-scherm niet bij temperatu-
ren boven of onder het voorgeschreven
temperatuurbereik, want anders is het mo-
gelijk dat het LCD-scherm niet normaal
werkt en kan dit zelfs beschadigd raken.
! Het LCD-scherm is verlicht voor een betere
zichtbaarheid in het voertuig. Druk er niet
met kracht op, omdat het hierdoor bescha-
digd kan raken.
! Druk niet te hard tegen het LCD-scherm,
omdat er dan krassen op kunnen komen.
! Tip bij de bediening van de aanraaktoetsen
het LCD-scherm altijd uitsluitend aan met
uw vinger. Er kunnen gemakkelijk krassen
op komen. (De stylus wordt geleverd voor
speciale kalibreringen. Gebruik de stylus
niet voor de normale bediening.)
LCD-scherm (Liquid Crystal
Display)
! Als het LCD-scherm zich in de buurt van de
luchtopening van de airconditioning be-
vindt, zorg er dan voor dat de lucht van de
airconditioning er niet tegenaan blaast.
Door de hitte van de ver warming kan het
LCD-scherm breken, en door koele lucht
van de koeler kan er vocht ontstaan in het
navigatietoestel, waardoor dit mogelijk be-
schadigd raakt.
! Er kunnen kleine zwarte of witte puntjes
(heldere puntjes) op het LCD-scherm ver-
schijnen. Dit komt door de eigenschappen
van het LCD-scherm en duidt niet op een
defect.
! Het LCD-scherm is onduidelijker als het
wordt blootgesteld aan direct zonlicht.
! Als u een mobiele telefoon gebruikt, moet
u de antenne van deze telefoon uit de buurt
houden van het LCD-scherm om te voorko-
men dat het beeld wordt verstoord door
vlekken, gekleurde strepen enz.
Onderhoud van het LCD-scherm
! Als u stof van het LCD-scherm veegt of het
LCD-scherm reinigt, dient u het systeem
eerst uit te schakelen en het vervolgens af
te nemen met een zachte, droge doek.
! Let er bij het schoonvegen van het LCD-
scherm op dat er geen krassen op het op-
pervlak komen. Gebruik geen scherpe of
schurende chemische reinigingsmiddelen.
LED (lichtgevende diode)
verlichting
Er zit een LED-verlichting in het display die het
LCD-scherm verlicht.
! Bij lage temperaturen kan de LED-verlich-
ting vertraagde beelden geven of een inferi-
eure beeldkwaliteit, als gevolg van de
eigenschappen van het LCD-scherm. De
beeldkwaliteit wordt weer beter zodra de
temperatuur hoger wordt.
! De levensduur van de LED-verlichting is
meer dan 10 000 uur. Deze waarde kan min-
der zijn als het toestel bij hoge temperatu-
ren wordt gebruikt.
! Als de LED-verlichting het einde van de le-
vensduur bereikt, wordt het scherm donker-
der en is het beeld niet meer zichtbaar.
Neem in dat geval contact op met uw dea-
ler of het dichtstbijzijnde officiële Pioneer
servicecentrum.
Nl
159
Aanhangsel
Aanhangsel
Aanhangsel
Display-informatie
Navigatiemenu scherm
Bladzijde
Adres 38, 39
Naar huis 40
POI 41
Tankstation
41
Geldautom.
Parkeerpl.
Hotel
Spel naam 41
In de buurt 42
Nabij best. 42
Nabij Plaats 48
FEEDS 44
Favorieten 43, 53
Historiek 44, 57
Wissen 51
Coördinaat 45
Verbruik 81
Eco-grafiek 34
Verkeer 59
Overz.route 48
Instel.conf. 138
Imp./Exp. 57, 83
Verbind PC 84
Menu-instellingen scherm
Bladzijde
Geluid 119
Regio 119
Taal menus, Taal stem 119
Tijd 120
km / mijl 120
Gem. snelheid 121
Toetsenbord 121
Kaart 122
POIs op de kaart 122
Weergave 123
Manoeuvre tonen 124
Modus AV-begel. 124
Weergave dag/nacht 124
Kleur wegennet 124
Close Up 125
Pictogram adresboek 125
Snelh.limiet 125
Toon verk.info 126
Huidige straatnaam 126
Eco-meter 126
Time-out acht.verl. 127
Service info 127
Thuis inst. 56
Locatie 127
Verbinding 127
Nl
160
Aanhangsel
Aanhangsel
Bladzijde
Kalibreer 128
Helderheid 128
Ritregistr. 129
Demo mode 129
Veilige mode 130
Fabrieksinst. 130
Scherm uit 130
Telefoonmenu scherm
Bladzijde
Kiestoetsen 70
Bel thuis 70
Contactgeg. 70
Ontv.opr. 71
Gekozen 71
Gemist 71
Overdracht 73
Volume
75Beltoon telefoon
Stem telefoon
Instell. 75
Verbindingen 69
Bluetooth aan/uit 76
Voorkeur autom. beantw. 76
Alle gespr. weigeren 77
Echo uit 77
Autom. verb. 77
Bewerk naam 77
Geheugen wissen 75
Update Bluetooth-software 78
Nl
161
Aanhangsel
Aanhangsel
Aanhangsel
Verklarende woordenlijst
AAC
AAC is de afkorting van Advanced Audio Co-
ding en verwijst naar een geluidscompressie-
technologie standaard gebruikt met MPEG-2
en MPEG-4.
Begeleidingspunt
Dit zijn belangrijke oriëntatiepunten op uw
route, in het algemeen kruisingen. Het vol-
gende begeleidingpunt op uw route wordt op
de kaart aangegeven door het gele pictogram
van een vlag.
Begeleidingsstand
De stand van het systeem waarin begeleiding
wordt gegeven als u naar uw bestemming
rijdt; het systeem schakelt automatisch in
deze stand zodra de route is bepaald.
Bestemming
Een locatie die u uitkiest als het eindpunt van
uw rit.
Bitsnelheid
Dit staat voor datavolume per seconde of bps-
eenheden (bits per seconde). Hoe hoger het
getal, des te meer informatie er is voor het re-
produceren van het geluid. Bij dezelfde co-
deermethode (zoals MP3) geldt: hoe hoger dit
getal, hoe beter het geluid.
CD-DA
Dit is de benaming voor een normale muziek-
CD (commerciële audio-CD). In deze handlei-
ding wordt dit woord soms gebruikt om een
onderscheid te maken tussen een data-CD
(die gecomprimeerde audiobestanden kan be-
vatten) en een normale muziek-CD.
De uitgestippelde route
De route die door het systeem tot de bestem-
ming is uitgezet. Deze route wordt in een hel-
dere kleur op de kaart gemarkeerd.
Favorieten
Een vaak bezochte locatie (zoals uw werkplek
of het huis van een familielid) die u kunt regi-
streren om er gemakkelijk naar toe te kunnen
rijden.
GPS
Systeem voor wereldwijde plaatsbepaling. Een
netwerk van satellieten die voor diverse doel-
einden navigatiesignalen afgeven.
Het bepalen van de route
Het proces van het bepalen van de ideale
route naar een bepaalde locatie; de route
wordt automatisch door het systeem bepaald
wanneer u een bestemming ingeeft.
Huidige locatie
De positie van uw voertuig; uw huidige locatie
wordt door middel van een rode driehoek
weergegeven op de kaart.
ID3-tag
Dit is een methode voor het opslaan van infor-
matie over een fragment in een MP3-bestand.
Deze opgeslagen informatie kan bijvoorbeeld
de fragmenttitel, de naam van de artiest, de al-
bumtitel, het muziekgenre, het productiejaar,
opmerkingen en andere gegevens betreffen.
De inhoud kan worden bewerkt met software
met bewerkingsfuncties voor ID3-tags. Hoewel
de tags beperkt worden tot een bepaald aantal
tekens, kan de informatie worden bekeken als
het fragment wordt afgespeeld.
ISO9660-formaat
Dit is de internationale standaard voor de logi-
sche formattering van DVD/CD-ROM mappen
en bestanden. Voor het ISO9660-formaat zijn
er bepalingen voor de volgende twee niveaus:
Niveau 1:
Bestandsnaam in zogenaamd 8.3-formaat (de
naam bestaat uit maximaal acht tekens,
hoofdletters en cijfers van een halve byte groot
en het _ teken, met een bestandsextensie
van drie tekens).
Niveau 2:
De bestandsnaam kan maximaal 31 tekens
hebben (inclusief het scheidingsteken . en
de bestandsextensie). Elke map bevat minder
dan acht hiërarchieën.
Nl
162
Aanhangsel
Aanhangsel
Uitgebreide formaten
Joliet:
Bestandsnamen mogen maximaal 64 tekens
bevatten.
Romeo:
Bestandsnamen mogen maximaal 128 tekens
bevatten.
MP3
MP3 staat voor MPEG Audio Layer 3. Het is
een audiocompressiestandaard die is opge-
steld door een werkgroep (MPEG) van de ISO
(International Organization for Standardiza-
tion). MP3 kan audiogegevens tot ongeveer 1/
10 van de grootte van een normale disc com-
primeren.
MPEG
Dit staat voor Moving Pictures Experts Group,
een internationale compressiestandaard voor
videobeelden.
Multisessie
Multisessie is een opnamemethode waarmee
later extra gegevens op de disc kunnen wor-
den opgeslagen. Bij het opslaan van gegevens
op een CD-ROM, CD-R of CD-RW enz. worden
alle gegevens van het begin tot het eind be-
handeld als één enkele eenheid of sessie. Mul-
tisessie is een methode waarmee meer dan
twee van dergelijke sessies op één disc kun-
nen worden opgeslagen.
Nuttige plaats (POI)
Een soort locatie (of type voorziening) die is
opgeslagen in de gegevens, zoals treinstati-
ons, winkels, restaurants en amusementspar-
ken.
Packet write
Dit is de algemene benaming van een me-
thode voor het schrijven van individuele be-
standen op een CD-R enz., zodat deze op
dezelfde manier gebruikt kunnen worden als
bestanden op een diskette of harde schijf.
RDS-TMC
Een communicatiesysteem om de bestuurder
te informeren over de laatste verkeersinforma-
tie via meerdere FM-zenders. Informatie over
bijvoorbeeld verkeersopstoppingen of ongeluk-
ken kan op het scherm worden gecontroleerd.
Routelog
Uw navigatiesysteem maakt een log aan van
de route die u hebt afgelegd als de routelog-
functie is geactiveerd. Deze opgenomen route
wordt de routelog genoemd. De routelog is
handig wanneer u wilt kijken welke route u
hebt gereden of wanneer u nogmaals een be-
paalde ingewikkelde route gaat rijden.
Stembegeleiding
Een navigatiestem die in de begeleidingsstand
aanwijzingen geef t.
Telefoonboek
Een adresboek in de telefoon van de gebruiker
wordt gewoonlijk het telefoonboek genoemd.
Afhankelijk van de mobiele telefoon kan het te-
lefoonboek een naam hebben zoals Contact-
gegevens, Firmas of iets dergelijks.
Thuislocatie
Uw geregistreerde thuislocatie.
Tussenpunt
Een locatie die u wilt bezoeken voor u de be-
stemming bereikt; een rit kan worden samen-
gesteld op basis van meerdere tussenpunten
en de bestemming.
VBR
VBR is de afkorting voor variabele bitrate. Over
het algemeen wordt een CBR (constante bi-
trate) vaker gebruikt. Door de bitrate echter fle-
xibel aan te passen overeenkomstig de
vereisten van de audiocompressie, is het mo-
gelijk om een geluidskwaliteit te verkrijgen
met prioriteit voor de compressie.
Nl
163
Aanhangsel
Aanhangsel
Aanhangsel
WMA
WMA is de afkorting van Windows Media
Audio en verwijst naar een geluidscompressie
technologie die ontwikkeld is door Microsoft
Corporation. WMA gegevens kunnen geco-
deerd worden met Windows Media Player ver-
sie 7 of hoger.
Nl
164
Aanhangsel
Aanhangsel
Specificaties
Algemeen
Stroomvoorziening ................. 14,4 V gelijkstroom
(toegestaan spanningsbe-
reik: 10.8 V tot 15.1 V gelijk-
stroom)
Aarding ......................................... Negatieve accupool
Maximaal stroomverbruik
........................................... 10,0 A
Afmetingen (B × H × D):
AVIC-F320BT
DIN
Frame ........................ 180 mm × 100 mm ×
158 mm
Voorstuk ................... 188 mm × 118 mm ×
16 mm
D
Frame ........................ 178 mm × 100 mm ×
165 mm
Voorstuk ................... 171 mm × 97 mm × 8 mm
Afneembaar paneel
................................. 130 mm × 79 mm × 19 mm
AVIC-F3210BT
Frame ........................ 188 mm × 122 mm ×
155 mm
Voorstuk ................... 225 mm × 133 mm ×
25 mm
Afneembaar paneel
................................. 130 mm × 79 mm × 19 mm
Gewicht:
AVIC-F320BT .................... 2,24 kg
AVIC-F3210BT .................. 2,2 kg
NAND flash-geheugen .......... 4GB
Navigatie
GPS-ontvanger:
Systeem ............................. L1, C/Acode GPS
SPS (Standaard plaatsbepa-
ling)
Ontvangstsysteem ........ 20 kanalen meerkanaalont-
vangst
Ontvangstfrequentie .... 1 575,42 MHz
Gevoeligheid .................... 140 dBm (typ)
Frequentie bijwerken plaatsbepaling
........................................... Ongeveer één keer per se-
conde
GPS-antenne:
Antenne ............................. Platte microstrip-antenne
met rechtsdraaiende spi-
raal-polarisatie
Antennekabel .................. 3,55 m
Afmetingen (B × H × D)
........................................... 33 mm × 14,7 mm × 36 mm
Gewicht .............................. 96 g
Scherm
Schermafmetingen/beeldverhouding
..................................................... 4,3 inch breed/16:9
(effectief weergavegebied:
95 mm × 53 mm)
Pixels ............................................. 130 560 (480 × 272)
Weergavemethode .................. Aansturing TFT actieve ma-
trix
Achtergrondverlichting ........ LED
Toegestaan temperatuurbereik:
Ingeschakeld ................... 10 °C tot +60 °C
Uitgeschakeld ................. 20 °C tot +80 °C
Geluid
Maximaal uitgangsvermogen
..................................................... 50 W × 4
Doorlopend uitgangsvermogen
..................................................... 22 W × 4 (50 Hz tot 15 kHz,
5 %THV, 4 W BELASTING,
beide kanalen aangedreven)
Belastingsimpedantie ........... 4 W (4 W tot 8 W [2 W voor
1 kanaal] toegestaan)
Preout-uitgangsniveau (max.)
..................................................... 2,2 V
Preout-impedantie .................. 1kW
Equalizer (3-banden parametrische equalizer):
Laag
Frequentie ............... 40 Hz/80 Hz/100 Hz/160 Hz
Q-factor .................... 0,35/0,59/0,95/1,15 (+6 dB
indien versterkt)
Versterking .............. ±12 dB
Midden
Frequentie ............... 200 Hz/500 Hz/1 kHz/2 kHz
Q-factor .................... 0,35/0,59/0,95/1,15 (+6 dB
indien versterkt)
Versterking .............. ±12 dB
Hoog
Frequentie ............... 3,15 kHz/8 kHz/10 kHz/
12,5 kHz
Q-factor .................... 0,35/0,59/0,95/1,15 (+6 dB
indien versterkt)
Versterking .............. ±12 dB
Loudness-contouren:
Laag ..................................... +3,5 dB (100 Hz), +3 dB
(10 kHz)
Midden ............................... +10 dB (100 Hz), +6,5 dB
(10 kHz)
Hoog .................................... +11 dB (100 Hz), +11 dB
(10 kHz)
(volume: 30 dB)
Nl
165
Aanhangsel
Aanhangsel
Aanhangsel
HPF:
Frequentie ......................... 50 Hz/63 Hz/80 Hz/100 Hz/
125 Hz
Afval ..................................... 12 dB/oct
Subwoofer:
Frequentie ......................... 50 Hz/63 Hz/80 Hz/100 Hz/
125 Hz
Afval ..................................... 18 dB/oct
Versterking ........................ 24/+6 dB
Fase ...................................... Normaal/Omgekeerd
Basversterking:
Versterking ........................ 0 dB tot +12 dB
CD-station
Systeem ....................................... CD, MP3, WMA, AAC sys-
teem
Bruikbare discs ........................ CD, MP3, WMA, AAC, WAV
Signaal/ruisverhouding ........ 94 dB (1 kHz) (IEC-A net-
werk)
MP3 decodeerformaat .......... MPEG-1 & 2 Audio Layer 3
WMA decodeerformaat ........ Ver.7,7.1,8,9,10 (2-kanaals
audio) (Windows Media
Player)
AAC decodeerformaat .......... MPEG-4 AAC (enkel geco-
deerd door iTunes)
GOLFSIGNAALFORMAAT .... Lineaire PCM, MS ADPCM
(niet gecomprimeerd)
USB
Hoofdtoestel
USB standaard specificatie
........................................... USB 1.1 Full Speed
Max. stroomsterkte ....... 500 mA
Minimum geheugencapaciteit
........................................... 256 MB
Bestandssysteem .......... FAT16, FAT32
USB-klasse ....................... Massageheugenklasse
Decoderingsmethoden
........................................... MP3/WMA/AAC/WAVE
Afneembaar paneel
USB-standaard specificatie
........................................... USB 2.0 High Speed
Max. stroomsterkte ....... 500 mA
Bestandssysteem .......... FAT16, FAT32
USB-klasse ....................... Massageheugenklasse
SD
Compatibel fysiek formaat
..................................................... Versie 2.00
Max. geheugencapaciteit .... 16 GB
Bestandssysteem .................... FAT16, FAT32
Bluetooth
Versie ............................................. Bluetooth 1.2 gecertificeerd
Uitgangsvermogen ................. Max. +4 dBm
(vermogensklasse 2)
FM-tuner
Afstembereik ............................. 87,5 MHz tot 108,0 MHz
Bruikbare gevoeligheid ......... 8 dBf (0,7 µV/75 W, mono,
S/R: 30 dB)
Signaal/ruisverhouding ........ 75 dB (IEC-A netwerk)
Ver vorming ................................. 0,3 % (bij 65 dBf, 1 kHz, ste-
reo)
0,1 % (bij 65 dBf, 1 kHz,
mono)
Frequentiebereik ...................... 30 Hz tot 15 000 Hz (±3 dB)
Stereoscheiding ....................... 45 dB (bij 65 dBf, 1 kHz)
MW (MG)-tuner
Afstembereik ............................. 531 kHz tot 1 602 kHz (9 kHz)
Bruikbare gevoeligheid ......... 18 µV (S/R: 20 dB)
Signaal/ruisverhouding ........ 65 dB (IEC-A netwerk)
LW (LG)-tuner
Afstembereik ............................. 153 kHz tot 281 kHz
Bruikbare gevoeligheid ......... 30 µV (S/R: 20 dB)
Signaal/ruisverhouding ........ 65 dB (IEC-A netwerk)
RDS-TMC tuner
Stroomvoorziening ................. 13,8 V gelijkstroom
(toegestaan spanningsbe-
reik: 10,0 V tot 14,5 V gelijk-
stroom)
Aarding ......................................... Negatieve accupool
Maximaal stroomverbruik
........................................... 60 mA
Afmetingen (B × H × D) ..... 68 mm × 49 mm × 19 mm
Gewicht ........................................ 180 g
Opmerking
De technische gegevens en het ontwerp kunnen
ter verbetering van het product zonder vooraf-
gaande kennisgeving worden gewijzigd.
Nl
166
Aanhangsel
Aanhangsel
Nl
167
PIONEER CORPORATION
1-1, Shin-Ogura Saiwai-ku, Kawasaki-shi
Kanagawa-ken 212-0031, JAPAN
PIONEER ELECTRONICS (USA) INC.
P.O. Box 1540, Long Beach, California 90801-1540, U.S.A.
TEL: (800) 421-1404
PIONEER EUROPE NV
Haven 1087, Keetberglaan 1, B-9120 Melsele, Belgium/Belgique
TEL: (0) 3/570.05.11
Uitgegeven door Pioneer Corporation.
Copyright © 2010 door Pioneer
Corporation.
Alle rechten voorbehouden.
<CRB3289-A> EU
<KMZZX> <10B00000>
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135
  • Page 136 136
  • Page 137 137
  • Page 138 138
  • Page 139 139
  • Page 140 140
  • Page 141 141
  • Page 142 142
  • Page 143 143
  • Page 144 144
  • Page 145 145
  • Page 146 146
  • Page 147 147
  • Page 148 148
  • Page 149 149
  • Page 150 150
  • Page 151 151
  • Page 152 152
  • Page 153 153
  • Page 154 154
  • Page 155 155
  • Page 156 156
  • Page 157 157
  • Page 158 158
  • Page 159 159
  • Page 160 160
  • Page 161 161
  • Page 162 162
  • Page 163 163
  • Page 164 164
  • Page 165 165
  • Page 166 166
  • Page 167 167
  • Page 168 168

Pioneer AVIC-F3210BT Handleiding

Categorie
Navigators
Type
Handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor