Smeg SR 964 NGH de handleiding

Type
de handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

89
Inhoudsopgave
DEZE AANWIJZINGEN ZIJN ENKEL GELDIG VOOR DE LANDEN VAN BESTEMMING
WAARVAN DE IDENTIFICATIESYMBOLEN AANGEDUID WORDEN OP DE COVER
VAN DEZE HANDLEIDING.
AANWIJZINGEN VOOR DE GEBRUIKER: hier vindt u advies betreffende het
gebruik, de beschrijving van de bedieningen en de correcte handelingen
voor de reiniging en het onderhoud van het toestel.
AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATEUR: deze zijn bedoeld voor de
gekwalificeerde technicus die de installatie, de indienststelling en de
keuring van het toestel moet uitvoeren.
1. WAARSCHUWINGEN VOOR HET GEBRUIK........................ 90
2. WAARSCHUWINGEN VOOR DE VEILIGHEID ...................... 92
3. ZORG VOOR HET MILIEU ..................................................... 94
4. HET GEBRUIK VAN DE KOOKPLAAT ................................... 95
5. REINIGING EN ONDERHOUD ............................................... 97
6. PLAATSING VAN HET WERKBLAD..................................... 100
7. ELEKTRISCHE AANSLUITING............................................. 102
8. GASAANSLUITING ............................................................... 103
9. AANPASSING AAN VERSCHILLENDE GASTYPES ........... 105
Algemene waarschuwingen
90
1. WAARSCHUWINGEN VOOR HET GEBRUIK
DEZE HANDLEIDING IS EEN INTEGREREND DEEL VAN HET TOESTEL. ZE MOET
INTEGER EN BINNEN HANDBEREIK BEWAARD WORDEN VOOR DE VOLLEDIGE
GEBRUIKSDUUR VAN DE KOOKPLAAT. ER WORDT AANGERADEN OM DEZE
HANDLEIDING EN ALLE AANDUIDINGEN AANDACHTIG DOOR TE LEZEN VOORDAT
DE KOOKPLAAT GEBRUIKT WORDT. BEWAAR EVENEENS DE REEKS
BIJGELEVERDE STRAALPIJPEN. DE INSTALLATIE MOET UITGEVOERD WORDEN
DOOR GEKWALIFICEERD PERSONEEL EN DOOR DE VAN KRACHT ZIJNDE
NORMEN TE RESPECTEREN. DIT TOESTEL IS BESTEMD VOOR HUISHOUDELIJK
GEBRUIK, EN IS CONFORM DE EEG-RICHTLIJNEN DIE ACTUEEL VAN KRACHT
ZIJN. HET TOESTEL WERD GEBOUWD VOOR DE VOLGENDE FUNCTIE: HET
BEREIDEN EN VERWARMEN VAN VOEDSEL; ELK ANDER GEBRUIK DIENT ALS
ONEIGENLIJK TE WORDEN BESCHOUWD.
DE CONSTRUCTEUR KAN NIET AANSPRAKELIJK WORDEN GESTELD VOOR
ANDERE DAN DE VERMELDE GEBRUIKSTOEPASSINGEN.
WANNEER HET TOESTEL IN BOTEN OF CARAVANS GEÏNSTALLEERD WORDT, MAG
HET NIET GEBRUIKT WORDEN OM DE OMGEVINGEN TE VERWARMEN.
GEBRUIK DIT TOESTEL NOOIT VOOR DE VERWARMING VAN DE WONING.
DIT TOESTEL IS VOORZIEN VAN HET MERKTEKEN VOLGENS DE EUROPESE
RICHTLIJN 2002/96/EG IN VERBAND MET ELEKTRISCHE EN ELEKTRONISCHE
TOESTELLEN (WASTE ELECTRICAL AND ELECTRONIC EQUIPMENT - WEEE).
DEZE RICHTLIJN BEPAALT DE NORMEN VOOR HET INZAMELEN EN RECYCLEREN
VAN AFGEDANKTE TOESTELLEN, EN GELDT VOOR HET VOLLEDIGE
GRONDGEBIED VAN DE EUROPESE UNIE.
VOORDAT U HET TOESTEL IN WERKING STELT, MOET U VERPLICHT ALLE
BESCHERMENDE FOLIES VERWIJDEREN.
ER WORDT AANBEVOLEN OM VOOR ELKE HANDELING SPECIALE THERMISCHE
HANDSCHOENEN TE DRAGEN.
GEBRUIK ABSOLUUT GEEN STALEN SPONZEN OF SCHERPE
KRABBERS ZODAT DE VLAKKEN NIET WORDEN BESCHADIGD.
GEBRUIK NORMALE EN NIET-SCHURENDE PRODUCTEN, EN
EVENTUEEL HOUTEN OF PLASTIC KEUKENGEREI. SPOEL
ZORGVULDIG, EN DROOG MET EEN ZACHTE DOEK OF MET EEN DOEK
IN MICROFIBER.
LAAT HET TOESTEL NIET ONBEWAAKT ACHTER TIJDENS BEREIDINGEN WAAR
VETTEN EN OLIES KUNNEN VRIJKOMEN.
DE VETTEN EN DE OLIES KUNNEN VLAM VATTEN.
Algemene waarschuwingen
91
NA HET GEBRUIK VAN DE KOOKPLAAT MOET STEEDS GECONTROLEERD
WORDEN OF DE BEDIENINGSKNOPPEN ZICH IN DE POSITIE (UIT) BEVINDEN.
PLAATS NOOIT PANNEN DIE GEEN PERFECT EFFEN EN REGELMATIGE BODEM
HEBBEN OP DE ROOSTERS VAN DE KOOKPLAAT.
GEBRUIK GEEN RECIPIËNTEN DIE GROTER ZIJN DAN DE BUITENOMTREK VAN
HET VLAK.
Algemene waarschuwingen
92
2. WAARSCHUWINGEN VOOR DE VEILIGHEID
RAADPLEEG DE AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATIE VOOR DE
VEILIGHEIDSNORMEN VOOR ELEKTRISCHE TOESTELLEN OF TOESTELLEN OP
GAS, EN VOOR DE VENTILATIEFUNCTIES.
IN HET BELANG VAN UW VEILIGHEID WERD BIJ WET BEPAALD DAT DE
INSTALLATIE EN DE ASSISTENTIE VAN ALLE ELEKTRISCHE TOESTELLEN MOET
UITGEVOERD WORDEN DOOR BEVOEGD PERSONEEL, MET INACHTNEMING VAN
DE VAN KRACHT ZIJNDE NORMEN.
ONZE ERKENDE INSTALLATEURS GARANDEREN HET BESTE RESULTAAT.
ELEKTRISCHE TOESTELLEN OF TOESTELLEN OP GAS MOETEN STEEDS DOOR
BEKWAME PERSONEN WORDEN WEGGENOMEN.
CONTROLEER VOORDAT HET TOESTEL AANGESLOTEN WORDT OP HET
STROOMNET OF DE GEGEVENS DIE AANGEDUID WORDEN OP DE PLAAT
OVEREENKOMEN MET DIEGENE VAN HET STROOMNET ZELF.
DE IDENTIFICATIEPLAAT MET DE TECHNISCHE GEGEVENS, HET SERIENUMMER
EN DE MERKING IS ZICHTBAAR ONDER DE CARTER GEPLAATST.
HET PLAATJE OP DE CARTER MAG NIET VERWIJDERD WORDEN.
VOORDAT HET TOESTEL WORDT AANGESLOTEN, MOET GECONTROLEERD
WORDEN OF HET GEREGELD IS VOOR HET TYPE VAN GAS DAT ZAL GEBRUIKT
WORDEN; RAADPLEEG HET ETIKET DAT ONDER DE CARTER IS AANGEBRACHT.
VOORDAT DE HANDELINGEN VAN DE INSTALLATIE / ONDERHOUD UITGEVOERD
WORDEN, MOET GECONTROLEERD WORDEN OF HET TOESTEL NIET VAN
STROOM WORDT VOORZIEN.
DE STEKKER DIE AANGESLOTEN MOET WORDEN OP DE STROOMKABEL EN HET
RELATIEVE STOPCONTACT MOETEN VAN HETZELFDE TYPE EN CONFORM DE
VAN KRACHT ZIJNDE NORMEN ZIJN.
HET STOPCONTACT MOET BEREIKBAAR BLIJVEN NA INBOUW VAN HET TOESTEL.
TREK NOOIT AAN DE KABEL OM DE STEKKER UIT HET STOPCONTACT TE
VERWIJDEREN.
ALS DE STROOMKABEL BESCHADIGD IS, MOET ONMIDDELLIJK DE TECHNISCHE
ASSISTENTIEDIENST GECONTACTEERD WORDEN DIE VOOR DE VERVANGING
VAN DE KABEL ZAL ZORGEN.
DE AARDING MOET VERPLICHT VOORZIEN WORDEN VOLGENS DE VOORZIENE
VEILIGHEIDSNORMEN VAN DE ELEKTRISCHE INSTALLATIE.
VOER ONMIDDELLIJK NA DE INSTALLATIE EEN KORTE KEURING VAN HET
TOESTEL UIT, VOLGENS DE AANWIJZINGEN DIE VERDER WORDEN AANGEDUID.
BIJ EEN SLECHTE WERKING MOET HET TOESTEL LOSGEKOPPELD WORDEN VAN
HET ELEKTRICITEITSNET, EN MOET U HET DICHTSTBIJZIJNDE TECHNISCHE
ASSISTENTICENTRUM CONTACTEREN.
PROBEER NOOIT OM HET TOESTEL ZELF TE HERSTELLEN.
HET TOESTEL WORDT TIJDENS HET GEBRUIK ZEER HEET. LET ERVOOR OP DAT U
DE WARMTE-ELEMENTEN NIET AANRAAKT.
Algemene waarschuwingen
93
DIT TOESTEL MAG NIET GEBRUIKT WORDEN DOOR PERSONEN (KINDEREN
INBEGREPEN) MET VERMINDERDE FYSISCHE OF PSYCHISCHE VERMOGENS, OF
DOOR PERSONEN DIE GEEN ERVARING HEBBEN MET HET GEBRUIK VAN
ELEKTRISCHE APPARATUUR, TENZIJ DIT GEBEURT ONDER TOEZICHT OF
INSTRUCTIE VAN VOLWASSENEN DIE VOOR HUN VEILIGHEID INSTAAN.
HOU KINDEREN UIT DE BUURT VAN HET TOESTEL WANNEER HET
INGESCHAKELD IS, EN LAAT ZE ER NIET MEE SPELEN.
PLAATS GEEN METALEN EN PUNTIGE VOORWERPEN (BESTEK OF
GEREEDSCHAPPEN) IN DE SPLETEN VAN HET TOESTEL.
GEBRUIK GEEN STOOMSTRAAL OM HET TOESTEL TE REINIGEN.
DE STOOM ZOU DE ELEKTRISCHE DELEN KUNNEN BEREIKEN, ZODAT DEZE
BESCHADIGD KUNNEN WORDEN EN KORTSLUITING KUNNEN VEROORZAKEN.
VOER GEEN WIJZIGINGEN AAN DIT TOESTEL UIT.
GEBRUIK GEEN SPUITBUSSEN NABIJ HET TOESTEL WANNEER HET IN WERKING
IS.
GEBRUIK GEEN SPUITBUSSEN WANNEER HET TOESTEL NOG WARM IS.
De fabrikant kan niet aansprakelijk gesteld worden voor letsels aan personen of
materiële schade als gevolg van het niet in acht nemen van deze voorschriften, of
door het onklaar maken van zelfs maar een enkel onderdeel van het toestel of door
het gebruik van niet-originele reserveonderdelen.
Waarschuwingen voor de
afvalverwerking
94
3. ZORG VOOR HET MILIEU
3.1 Onze zorg voor het milieu
Aldus de Richtlijnen 2002/95/EG, 2002/96/EG, 2003/108/EG in verband met de
beperking van het gebruik van gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische
toestellen, en ook de verwerking van afval: Het symbool van de doorkruiste
vuilbak, aangebracht op de apparatuur, duidt aan dat het product op het einde
van zijn gebruiksduur gescheiden ingezameld moet worden. De gebruiker moet
de apparatuur dus op het einde van de gebruiksduur toekennen aan geschikte
centra voor de gescheiden inzameling van elektrisch en elektronisch afval, of
overhandigen aan de verkoper wanneer een nieuw overeenkomstig toestel
wordt gekocht. Een gepaste gescheiden afvalinzameling voor de volgende
recyclage van de apparatuur en voor de behandeling en de ecologisch
compatibele verwerking draagt bij tot het vermijden van mogelijke negatieve
gevolgen voor het milieu en voor de gezondheid, en bevordert het recycleren
van het materiaal waarvan de apparatuur gemaakt is. Wanneer de gebruiker het
product illegaal verwerkt, zullen administratieve sancties getroffen worden.
Het product bevat geen delen die als gevaarlijk voor de gezondheid en het
milieu worden beschouwd, conform de actuele Europese Richtlijnen.
3.2 Uw zorg voor het milieu
Voor het verpakken van onze producten worden niet-vervuilende materialen
gebruikt die het milieu niet schaden, en die recycleerbaar zijn. We verzoeken
om hieraan mee te werken, en om te zorgen voor een correcte verwerking van
de verpakking. Vraag bij uw verkoper of bij de bevoegde diensten naar de
adressen van inzamel-, afvalverwerkings- en recyclagecentra.
Gooi de verpakking, of delen ervan, niet zomaar weg. Deze kunnen voor
kinderen gevaar op verstikking vormen; vooral plastic zakken zijn
gevaarlijk.
Ook uw oude toestel moet correct verwerkt worden.
Belangrijk: lever het toestel in bij de plaatselijke dienst of zaak die
verantwoordelijk is voor de inzameling van afgedankte huishoudtoestellen. Met
een correcte verwerking kunnen kostbare materialen gerecupereerd worden.
Voordat u het toestel weggooit, is het belangrijk dat u de deuren verwijdert en de
werkvlakken niet verwijdert; dit om te vermijden dat kinderen zich al spelend in
de oven zouden kunnen opsluiten. Bovendien moet de stroomkabel
doorgesneden worden en samen met de stekker verwijderd worden.
Aanwijzingen voor de gebruiker
95
4. HET GEBRUIK VAN DE KOOKPLAAT
Controleer of de branders, de vlamverdelers en de roosters correct gemonteerd zijn.
Voor de zeer snelle brander moet de insnijding A gecentreerd worden met de
pin B.
4.1 Inschakeling van de branders
Naast elke knop wordt de bijhorende brander aangeduid. Het toestel is voorzien
van een elektronisch ontstekingsmechanisme. Het is voldoende om op de knop
te drukken en hem in tegenwijzerszin te draaien op het symbool van de
minimum vlam, tot de brander wordt aangeschakeld. Hou de knop voor
ongeveer 2 seconden ingedrukt, zodat de vlam aanblijft, om het
veiligheidsmechanisme in te schakelen. Het kan zijn dat de brander uitgaat
wanneer de knop wordt losgelaten. In dit geval moet de handeling herhaald
worden, en moet de knop dus langer ingedrukt gehouden worden.
Als de branders, bij de modellen met kleppen, toevallig uitgaan grijpt na
ongeveer 20 seconden een veiligheidsmechanisme in dat de levering van het
gas blokkeert, ook al staat de kraan open.
A
B
Aanwijzingen voor de gebruiker
96
4.2 Praktisch advies voor het gebruik van de branders
Voor een optimaal rendement van de branders en een
minimaal gasverbruik moeten recipiënten gebruikt worden
met een platte bodem en met een deksel, die geschikt zijn
voor de brander (raadpleeg de paragraaf “4.3 Diameter
van de recipiënten”).
Om brandwonden te vermijden of schade aan het
werkblad en de glazen bedekking (waar voorzien) te
voorkomen, moeten tijdens de bereiding alle recipiënten
en vleesroosters binnen de omtrek van de kookplaat
blijven, en moet een minimum afstand van 3-4 cm van de
knoppen gehouden worden.
Let op dat het glas van de bedekking niet in aaanraking komt met nog hete
potten en pannen. Het glas zou kunnen barsten en scheuren als gevolg van de
hitte.
4.3 Diameter van de recipiënten
(*) Brander ø min. en max. (in cm)
1 Hulpbrander 12- 14
2 Halfsnelle brander 16-24
3 Snelle brander (3) 18-26
4 Snelle brander (4) 22-26
5 Zeer snelle brander 22-26
6 Zeer snelle brander 22-26
(*) Voor de numerieke schikking van de branders op de kookplaat moet de paragraaf “9.6
Plaats van de branders op de kookplaat” geraadpleegd worden.
4.4 Gebruik van een vleesrooster
Wanneer u een vleesrooster wilt gebruiken, moet het volgende advies
opgevolgd worden:
hou de zijwand op 160 mm van de rand van het vleesrooster;
als één van de branders nabij de houten achterwand een driedubbele
vlamverdeler is, moet van die wand een afstand van 160 mm van de rand
van het vleesrooster gehouden worden;
let op dat de vlammen van de branders niet voorbij de rand van het
vleesrooster komen;
schakel de branders onder het vleesrooster 10 minuten in aan het maximum
vermogen, en stel daarna het minimum vermogen in. Gebruik het
vleesrooster maximaal 45 minuten.
Aanwijzingen voor de gebruiker
97
5. REINIGING EN ONDERHOUD
Belangrijk: GEBRUIK GEEN STOOMSTRALEN OM DE KOOKPLAAT TE
REINIGEN.
Voordat eender welke handeling wordt uitgevoerd, moet de stroomtoevoer
naar het toestel uitgeschakeld worden.
5.1 Reiniging van de kookplaat
Om de kookplaat in goede staat te houden, moet ze na elk gebruik
gereinigd worden nadat ze afgekoeld is.
5.1.1 Dagelijkse gewone reiniging
Gebruik voor het reinigen en bewaren van de oppervlakken steeds en
uitsluitend specifieke producten, die geen schurende of zure stoffen op
chloorbasis bevatten.
Gebruiksaanwijzing: giet het product op een vochtige doek en wrijf het over
het oppervlak, spoel zorgvuldig, en droog met een zachte doek of met een doek
in microfiber.
5.1.2 Voedselvlekken of -resten
Gebruik absoluut geen metalen sponzen of scherpe krabbers, zodat
de oppervlakken niet worden beschadigd.
Gebruik normale en niet-schurende producten voor staal, en
eventueel houten of plastic gereedschappen.
Voor normaal vuil, kalkvlekken en kringen wordt aanbevolen om
Inoxcrème Crema Inox en een doek in microfiber te gebruiken; voor
hardnekkig en verbrand vuil moet Puliforno en een doek in microfiber
gebruikt worden.
Spoel zorgvuldig, en droog met een zachte doek of met een doek in
microfiber.
Voor een goede werking moeten de ontstekingsbougies en de
veiligheidsvoorzieningen altijd goed schoon gehouden worden.
Controleer hen regelmatig en maak hen indien nodig schoon met een vochtige
doek.
Aanwijzingen voor de gebruiker
98
5.2 Reiniging van de onderdelen
5.2.1 De knoppen
De knoppen moeten gereinigd worden met lauw water en een
afwasmiddel. Om de reiniging te vergemakkelijken, kunnen de
knoppen verwijderd worden. Droog de knoppen zorgvuldig
nadat ze gereinigd werden.
Gebruik voor de reiniging van de knoppen geen agressieve producten die
alcohol bevatten of producten voor de reiniging van staal en van glas, omdat
deze permanente schade kunnen veroorzaken.
5.2.2 De roosters
Verwijder de roosters en reinig ze met lauw water en een niet-
schurend reinigingsmiddel, en verwijder alle afzettingen.
Hermonteer ze op de kookplaat.
Deze onderdelen mogen niet in de afwasmachine gestopt
worden.
5.2.3 De vlamverdelers
De vlamverdelers kunnen verwijderd worden. Reinig ze met
warm water en een niet-schurend reinigingsmiddel, en
verwijder alle afzettingen.
Om hardnekkig en verkoold vuil te verwijderen, moet u ze
laten weken in warm water en afwasmiddel, en moet u ze
daarna reinigen met behulp van een “scotch brite” sponsje.
Om minder hardnekkig vuil te verwijderen en om te poetsen,
moet Inoxcrème Crema Inox samen met een doek in
microfiber gebruikt worden.
Herplaats ze zorgvuldig, en controleer of ze perfect droog
zijn en correct geplaatst werden.
5.2.4 De vonkonststekers en de thermokoppels
Voor een goede werking van de vonkontstekers en de
thermokoppels moeten deze steeds rein gehouden worden.
Controleer ze regelmatig, en reinig ze indien nodig met een
vochtige doek. Eventuele droge resten moeten verwijderd
worden met een houten tandenstoker of met een naald.
Aanwijzingen voor de gebruiker
99
5.2.5 De bedekking
Voor de modellen met een bedekking in glas of staal moet voor de reiniging
lauw water gebruikt worden, en mogen alleszins geen ruwe of schurende
stoffen. Om de reiniging van de achterste zone van de kookplaat te
vergemakkelijken, kan de bedekking compleet verwijderd worden door het op te
tillen.
Monteer de complete bedekking weer correct na de reiniging.
Voordat de bedekking wordt geopend, moeten eventuele gemorste vloeistoffen
gedroogd worden.
Sluit de bedekking niet wanneer de branders ingeschakeld of nog heet
zijn.
Na de reinigingshandelingen moet het toestel zorgvuldig gedroogd worden
omdat eventueel gedruipt reinigingsmiddel en water de correcte werking van het
toestel kunnen schaden en het uitzicht kunnen aantasten.
Aanwijzingen voor de installateur
100
6. PLAATSING VAN HET WERKBLAD
De volgende ingreep vergt metsel- en/of timmerwerk, en moet dus uitgevoerd
worden door een bevoegd technicus.
De installatie is mogelijk op structuren van verschillende materialen, zoals
metselwerk, metaal, massief hout en met plastic gelamineerd hout, als het maar
hittebestendig is (T 90°C).
6.1 Bevestiging op de steunende structuur
Maak een opening in het bovenblad van het meubel met de afmetingen die op
de afbeelding worden vermeld.
A (mm) B (mm) C (mm) D (mm) E (mm) L (mm) X (mm) Y (mm)
min 110 min 460 min 750 20÷40 min 50 600 555÷560 478÷482
Plaats zorgvuldig de bijgeleverde isolerende pakking op de externe omtrek van
het gat dat gemaakt werd in het bovenblad, zoals wordt aangeduid in de
onderstaande afbeelding, en zorg ervoor dat het goed hecht door er op te
drukken met uw vingers. Raadpleeg de posities die aangeduid worden in de
figuur in functie van het model van blad dat geplaatst moet worden, en hou er
rekening mee dat voor beide modellen de voor- en achterzijde de opening net
moet raken. Bevestig de kookplaat op de structuur met behulp van de daarvoor
bestemde bijgeleverde beugels A. Snij de rand van de pakking B die te veel is
zorgvuldig af.
De afmetingen van de volgende tekening verwijzen vanaf het gat tot de
binnenkant van de pakking.
Aanwijzingen voor de installateur
101
Bij installatie op een open onderkast met deurtjes moet in elk geval onder de
kookplaat een scheidingspaneel worden geplaatst. Bewaar een minimum
afstand van 10 mm tussen de onderkant van het toestel en het oppervak van het
scheidingspaneel dat bovendien makkelijk verwijderbaar moet zijn om
voldoende toegang te laten in geval technische bijstand wordt vereist.
Aanwijzingen voor de installateur
102
7. ELEKTRISCHE AANSLUITING
Controleer of het voltage en de afmetingen van de stroomtoevoerlijn
overeenstemmen met de kenmerken die aangeduid worden op de plaat die zich
onder de carter van het toestel bevindt. Deze plaat mag in geen geval worden
verwijderd.
De stekker van de stroomkabel en het stopcontact op de wand moeten van
hetzelfde type en conform de van kracht zijnde normen betreffende elektrische
installaties zijn. Controleer of de stroomtoevoerlijn voorzien is van een geschikte
aarding.
Laat de stroomkabel achteraan het meubel passeren, en let op dat hij niet in
contact komt met de ondercarter van de kookplaat of met een eventuele
daaronder ingebouwde oven.
Wanneer een vaste aansluiting gebruikt wordt, moet op de toevoerlijn van het
toestel een omnipolair onderbrekingsmechanisme aanwezig zijn met
openingsafstand van de contacten van minstens 3 mm, op een positie die
makkelijk bereikbaar is en die zich nabij het toestel bevindt.
Vermijdt het gebruik van adapters, reducties of aftakkingen.
In geval de stroomkabel wordt vervangen,
mag de diameter van de draden van de
nieuwe kabel niet kleiner zijn dan 0.75 mm
2
(kabel van 3 x 0.75), door er mee rekening
te houden dat het uiteinde dat op de oven
moet aangesloten worden een aardedraad
moet hebben (geel-groen) die minstens
20 mm langer is. Gebruik uitsluitend een kabel van het type H05V2V2-F of
analoog die bestand is tegen een maximum temperatuur van 90°C. De
vervanging moet uitgevoerd worden door een bevoegd technicus, die de
aansluiting op het net moet uitvoeren volgens het onderstaande schema.
L = bruin
N = blauw
= geel-groen
De vervanging van de stroomkabel moet uitgevoerd worden door personeel van
een erkend assistentiecentrum, zodat eender welk risico vermeden wordt.
De constructeur kan niet aansprakelijk gesteld worden voor persoonlijke letsels
of materiële schade als gevolg van het niet in acht nemen van die voorschriften
of door het onklaar maken van eender welk deel van het toestel.
Aanwijzingen voor de installateur
103
8. GASAANSLUITING
Als het toestel geïnstalleerd wordt op een oven moet vermeden worden dat de
gasleiding achteraan de oven passeert, zodat oververhittingen worden
vermeden.
De aansluiting op het gasnet kan uitgevoerd worden met een vaste koperen
buis of met een flexibele stalen buis op een rechte wand, en volgens de
voorschriften die aangeduid worden door de van kracht zijnde norm.
Om de aansluiting te vergemakkelijken kan de verbinding A op het achterste
deel van het toestel zijdelings gericht worden; los de zeskantmoer B, draai de
verbinding A in de gewenste positie, en draai de zeskantmoer B weer vast (de
dichting wordt verzekerd door een rubberen pakking). Controleer na de
handeling of de dichting perfect is, door gebruik te maken van een
zeepoplossing maar nooit met een vlam.
De kookplaat werd gekeurd voor methaan G25 (2L 3B/P) - G20/G25
(2E+) aan een druk van 25 mbar - 20/25 mbar . Raadpleeg
voor de voeding met andere gastypes het hoofdstuk “9. AANPASSING AAN
VERSCHILLENDE GASTYPES”. De toevoerverbinding van het gas heeft een
schroefdraad ½” gas extern (ISO 7-1 / ISO 228-1 ).
Aansluiting met een vaste koperen buis:De
aansluiting op het gasnet moet zodanig uitgevoerd
worden dat op het toestel geen belastingen
veroorzaakt worden.
De aansluiting kan uitgevoerd worden op een
adaptergroep D met dubbelkegel, door steeds de
bijgeleverde pakking C te plaatsen.
Aansluiting met een flexibele stalen buis: Gebruik
enkel buizen in roestvrij staal op de rechte wand
conform de van kracht zijnde norm, door steeds de
bijgeleverde pakking C te plaatsen tussen de
verbinding A en de flexibele buis E.
Het aansluiten met een flexibele buis moet zodanig uitgevoerd worden dat de
lengte van de bebuizing niet langer is dan 2 meter van de maximale uitrekking;
controleer of de buizen niet in aanraking komen met bewegende delen of
verpletterd worden.
BE
BE
BE
Aanwijzingen voor de installateur
104
8.1 Aansluiting op vloeibaar gas
Gebruik een drukregelaar, en realiseer de aansluiting op de gasfles volgens de
voorschriften die bepaald worden door de van kracht zijnde normen.
Controleer of de druktoevoer de waarden respecteert die worden aangeduid in
de tabel in de paragraaf “3.2 Tabellen met kenmerken van de branders en de
vlamverdelers”.
8.2 Ventilatie in de ruimte
Het toestel mag enkel in permanent geventileerde ruimten worden
geïnstalleerd, zoals voorzien wordt door de van kracht zijnde normen. In de
ruimte waar het toestel geïnstalleerd is, moet een voldoende luchttoevoer
aanwezig zijn die nodig is voor de regelmatige gasverbranding en de
luchtverversing van de ruimte zelf. De luchtinlaatopeningen, die beschermd
worden door roosters, moeten afmetingen conform de van kracht zijnde normen
hebben, en moeten zodanig geplaatst zijn dat ze niet, ook niet gedeeeltelijk,
verstopt worden.
De ruimte moet goed geventileerd worden zodat de hitte en de vochtigheid
geëlimineerd worden die geproduceerd worden door de bereidingen: vooral
nadat het toestel voor lange tijd niet gebruikt werd, wordt aanbevolen om een
venster te openen of om de snelheid van eventuele ventilatoren te verhogen.
8.3 Afvoer van de verbrandingsproducten
De afvoer van de verbrandingsproducten moet verzekerd worden door middel
van afzuigkappen, die verbonden zijn op een rookkanaal met een efficiënte trek
of met een geforceerde afzuiging. Een efficiënt afzuigsysteem moet zorgvuldig
ontworpen worden door een bevoegde specialist, en moet uitgevoerd worden
door de posities en de afstanden te respecteren die voorzien worden door de
normen. Na de handeling moet de installateur een conformiteitscertificaat
afgeven.
Aanwijzingen voor de installateur
105
9. AANPASSING AAN VERSCHILLENDE GASTYPES
Voordat de volgende handelingen uitgevoerd worden, moet de stroomtoevoer
naar het toestel uitgeschakeld worden.
De kookplaat werd gekeurd voor methaan G25 (2L 3B/P) - G20/G25
(2E+) aan een druk van 25 mbar - 20/25 mbar . Wanneer
andere gastypes worden gebruikt, moeten de straalpijpen op de branders
vervangen worden en moet de primaire lucht geregeld worden.
Voor de vervanging van de straalpijpen en de regeling van de branders moet het
vlak verwijderd worden zoals beschreven wordt in de volgende paragraaf.
9.1 Verwijdering van het vlak
1 Verwijder alle knoppen, de roosters, de deksels en de vlamverdelers;
2 verwijder de schroeven en de moeren A die de houders van de branders
bevestigen;
3 til het vlak uit zijn zitting;
4 vervang de straalpijpen van de brander volgens de in de referentietabel voor
het te gebruiken gas;
5 regel de primaire lucht zoals wordt beschreven in de paragraaf “9.4 Regeling
van de primaire lucht”.
BE
BE
A
Aanwijzingen voor de installateur
106
9.2 Regeling voor vloeibaar gas
Los de schroef A en duw de houder B helemaal in. Verwijder met behulp van
een vaste sleutel de straalpijp C, en monteer de geschikte straalpijp door de
aanwijzingen te volgen die aangeduid worden in de referentietabellen voor het
te gebruiken gas. Het aanhaalkoppel van de straalpijp mag niet meer dan 3Nm
bedragen. Stel de houder B weer in de aanvankelijke stand zodat de straalpijp C
perfect wordt bedekt.
Regel de luchtdoorstroom door de Venturi leiding D te verplaatsen tot een
afstand X wordt verkregen die wordt aangeduid in de tabel in de paragraaf "5.5
Regeling van de primaire lucht”, en bevestig met de schroef A. Herstel de zegel
met zegellak of gelijksoortig materiaal nadat de regelingen werden uitgevoerd.
Brander
Nominaal
thermisch
verbruik
(kW)
Vloeibaar gas - G30/G31 28/37 mbar
Diameter
straalpijp
1/100 mm
By-pass
mm
1/100
Beperkt
verbruik
(W)
Verbruik
g/h G30
Verbruik
g/h G31
Hulpbrander (1) 1.05 48 30 33 (*) 380 76 75
Halfsnelle brander (2) 1.65 62 30 33 (*) 380 120 118
Snelle brander (3) 2.55 76 37 40 (*) 650 185 182
Snelle brander (4) 3.1 85 43 45 (*) 750 225 222
Zeer snelle brander (5) 3.9 95 65 1600 283 279
Zeer snelle brander (6) 3.3 87 65 1400 240 236
(*) Waarde van de by-pass betreffende toestellen zonder kleppen.
Aanwijzingen voor de installateur
107
9.3 Regeling voor methaan
De kookplaat werd gekeurd voor methaan G25 (2L 3B/P) - G20/G25
(2E+) aan een druk van 25 mbar - 20/25 mbar . Om het
toestel in de conditie te brengen voor de werking van dit type van gas, moeten
dezelfde handelingen uitgevoerd worden die beschreven worden in de
paragraaf “9.2 Regeling voor vloeibaar gas”, door de straalpijpen te kiezen en
de primaire lucht te regelen conform methaan zoals aangeduid wordt in de
volgende tabel en in de paragraaf “9.4 Regeling van de primaire lucht”.
Herstel de zegel met zegellak of gelijksoortig materiaal nadat de regelingen
werden uitgevoerd.
Brander
Nominaal
thermisch
verbruik
(kW)
Methaan - G20/G25 20/25 mbar
Diameter straalpijp
1/100 mm
Beperkt verbruik
(W)
Hulpbrander (1) 1.05 73 420
Halfsnelle brander (2) 1.65 92 480
Snelle brander (3) 2.55 115 650
Snelle brander (4) 3.1 126 750
Zeer snelle brander (5) 3.9 140 1400
Zeer snelle brander (6) 3.3 130 1400
Brander
Nominaal
thermisch
verbruik
(kW)
Methaan - G25 25 mbar
Diameter straalpijp
1/100 mm
Beperkt verbruik
(W)
Hulpbrander (1) 1.05 76 380
Halfsnelle brander (2) 1.65 110 380
Snelle brander (3) 2.55 123 650
Snelle brander (4) 3.1 130 750
Zeer snelle brander (5) 3.9 150 1400
Zeer snelle brander (6) 3.3 135 1400
BE
BE
Aanwijzingen voor de installateur
108
9.4 Regeling van de primaire lucht
Betreffende de afstand X”inmm.
BRANDER
G20/G25
20/25 mbar
G25
25 mbar
G30/G31
28/37 mbar
Hulpbrander (1) 2.0 1.5 2.0
Halfsnelle brander (2) 1.5 1.0 1.5
Snelle brander (3) 2.0 1.0 5.0
Snelle brander (4) 2.5 1.5 10.0
Zeer snelle brander (5) 2.0 1.5 4.0
Zeer snelle brander (6) 2.0 1.5 3.0
Om de branders van uw kookplaat de identificeren, moeten de tekeningen in paragraaf 9.6 Plaats van
de branders op de kookplaat geraadpleegd worden.
9.5 Afsluitende handelingen
Na de regelingen moet het toestel weer gemonteerd worden door de
omgekeerde zin te volgen van de aanwijzingen die aangeduid worden in de
paragraaf 9.1 Verwijdering van het vlak.
9.5.1 Regeling van het minimum voor stadsgas en voor methaan
Plaats de onderdelen weer op de brander, en
plaats de knoppen op de stangetjes van de
kranen.
Schakel de brander aan en plaats de knop op
de minimum positie. Verwijder de knop weer,
en handel op de regelschroef in of naast het
stangetje van de kraan (afhankelijk van het
model) tot een regelmatige minimum vlam
wordt verkregen.
Monteer de knop weer, en controleer de
stabiliteit van de vlam van de brander (als de
knop snel van het maximum naar het minimum
gedraaid wordt, mag de vlam niet uitgaan).
BE
Aanwijzingen voor de installateur
109
9.5.2 Regeling van het minimum voor vloeibaar gas
Voor de regeling van het minimum met vloeibaar gas moet de schroef in of
naast het stangetje van de kraan (afhankelijk van het model) helemaal in
wijzerszin gedraaid worden.
De diameters van de by-pass voor elke brander worden aangeduid in de tabel
“9.2 Regeling voor vloeibaar gas”.
Na de regeling met een ander gas dan dat van de keuring moet het etiket voor
de regeling van het gas, dat werd aangebracht op de carter van het toestel,
vervangen worden met hetgene voor het nieuwe gas. Het etiket bevindt zich in
het zakje met de bijgeleverde straalpijpen.
Aanwijzingen voor de installateur
110
9.6 Plaats van de branders op de kookplaat
BRANDERS
1 Hulpbrander
2 Halfsnelle brander
3 Snelle brander
Medium
4 Snelle brander
5 Zeer snelle brander
6 Zeer snelle brander
9.7 Smering van de gaskranen
Het kan zijn dat de gaskranen mettertijd moeilijk draaien en geblokkeerd raken.
Reinig ze intern, en vervang het smeervet.
Deze handeling moet uitgevoerd worden door een gespecialiseerd
technicus.
4
2
1
3
2
1
3
5
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22

Smeg SR 964 NGH de handleiding

Type
de handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor