BD-203GAA

Haier BD-203GAA de handleiding

  • Hallo! Ik ben een AI-chatbot die speciaal is getraind om je te helpen met de Haier BD-203GAA de handleiding. Ik heb het document al doorgenomen en kan je duidelijke en eenvoudige antwoorden geven.
Gebruiksaanwijzing Vrieskist
In de onderstaande tekst vindt u alle aanwijzingen die van
belang zijn voor het gebruik van het apparaat. De
gebruiksaanwijzing is van toepassing op meerdere
apparaten, waardoor de tekst op onderdelen kan afwijken
per type apparaat.
1 Installatie
(keuze van de opstellingsplaats)
Vermijd hoge omgevingstemperaturen en directe inval van
zonlicht. Het beste is het om uw apparaat in een koele,
goed geventileerde, droge ruimte te plaatsen. Het is zeer
ongunstig om het apparaat in de directe nabijheid van een
warmtebron (verwarming, oven, enz.) te plaatsen. Dit heeft
namelijk tot gevolg dat de compressor meer vermogen
moet leveren, waardoor het stroomverbruik aanzienlijk
hoger uitvalt.
Wanneer geen andere plaats voorhanden is dan naast een
warmtebron, dan moet een geschikte isolerende plaat
tussen het apparaat en de warmtebron geplaatst worden
(geen asbest), of minimaal de volgende tussenruimte in
acht genomen worden:
gaskachel of elektrische verwarming 5 cm
verwarmingsradiator of oven 50 cm
muren, meubels of ander apparaat 5 cm
Ventilatierooster nooit blokkeren
Grotere vrieskisten zijn onderaan één van de zijden
voorzien van een ventilatierooster (F). Deze apparaten
mogen alleen met één van de zijden zonder rooster direct
tegen een wand of meubelstuk worden geplaatst.
Vrieskisten zonder ventilatierooster
Laat genoeg ruimte tussen de achterzijde van de vrieskist
en de wand, zodat de warme lucht ongehinderd omhoog
kan stijgen.
Het apparaat moet horizontaal op een vaste ondergrond
staan. Alleen op deze manier is een ongehinderde
circulatie van het koelmiddel, en daarmee de optimale
werking van het apparaat gegarandeerd.
BELANGRIJK!
Laat het apparaat op de uiteindelijke opstelplaats
gedurende minstens 2 uur staan voordat u het aansluit. Op
deze manier kan het koelmiddelcircuit tot rust komen en
treden geen bedrijfsstoringen op.
De geur die alle nieuwe apparaten hebben, kunt u op
eenvoudige wijze wegnemen. Veeg de binnenzijde grondig
af met een lauwwarme oplossing van azijn in water.
Geen afwasmiddel of schurende of sodahoudende
schoonmaakmiddelen gebruiken.
Voordat het apparaat wordt aangesloten, moet de
binnenzijde -vooral in de hoeken- volledig droog zijn.
Mogelijke gevaren
Het koelmiddel is, al naar gelang de samenstelling, licht
ontvlambaar. Het koelmiddelcircuit is hermetisch
afgesloten en meerdere malen getest op dichtheid.
Bij ondeskundige ingrepen bestaat acuut brandgevaar.
Elke mechanische inwerking op koelsysteem moet worden
vermeden, in het bijzonder op de volgende onderdelen die
toegankelijk zijn in de compressorruimte
(L)
:
achterwand- of plaatcondensor (R)
compressor (P) (motor)
capillair (Q)
droogpatroon (N)
Ingrepen in het koelsysteem mogen alleen worden
uitgevoerd door vakbekwame personen.
BELANGRIJK
!
Vrijkomend koelmiddel kan oogletsel veroorzaken. In geval
van oogcontact met koelmiddel de ogen direct spoelen met
ruim stromend water en de hulp van een (oog)arts
inroepen.
2 Typeplaatje
Het typeplaatje met de technische gegevens bevindt zich
op de behuizing (D) aan de achterzijde van het apparaat.
Technische gegevens noteren
Noteert u hier de technische gegevens die op het
typeplaatje vermeld zijn, zodat deze beschikbaar zijn
zonder dat u het apparaat hoeft te verplaatsen.
Model-/typenummer:
Bruto inhoud............................. liter
Bedrijfsspanning ...................... V~50 Hz
Nominaal vermogen (W) .......... Watt
Zekering (A) ............................. Ampère
Energieverbruik........................ kWh/24h
Vriesvermogen......................... kg/24h
3 Aansluiten op het lichtnet
Uw apparaat mag alleen worden aangesloten op een
geaard stopcontact, dat volgens de voorschriften
geïnstalleerd is door een gekwalificeerde vakman.
Controleer voordat u de stekker in het stopcontact steekt,
of de spanning (V) die op het typeplaatje is aangegeven
overeenkomt met de netspanning in uw huis. Indien deze
niet overeenkomen, neem dan contact op met de
klantenservice of de verkoper en sluit het apparaat in geen
geval aan op het lichtnet.
4 In- en uitschakelen
( temperatuurkeuze)
(Thermostaat) (Afb. 4)
Om te voorkomen dat de temperatuurregelaar per ongeluk
anders wordt ingesteld, kan de regelaar alleen met enige
kracht worden rondgedraaid. Voor het
verstellen van de regelaar kunt u het beste een muntstuk
of een schroevendraaier gebruiken.
Inschakelen
: De regelaar rechtsom draaien en de
temperatuur naar wens instellen tussen:
-
Min
. (geringe koeling) en
-
Max
. (laagste temperatuur)
De instelling van de temperatuur moet worden aangepast
aan de:
- omgevingstemperatuur rondom het apparaat
2
Gebruiksaanwijzing Vrieskist
- hoeveelheid opgeslagen levensmiddelen
- regelmaat waarmee het apparaat wordt geopend
Wij raden aan de temperatuur in het midden van het bereik
in te stellen. Door nauwkeurige waarneming kunt u binnen
korte tijd de voor u gunstigste instelling bepalen.
5 Controlelampen (Afb. 4)
Voorzover de volgende controlelampen op uw apparaat
aanwezig zijn, heeft het branden van deze controlelampen
de volgende betekenis:
- groen
= CONTROL (in bedrijf)
Het apparaat is angesloten op het
lichtnet en in bedrijf.
De
groene
controlelamp moet altijd branden wanneer het
apparaat is aangesloten op het lichtnet en is ingeschakeld.
Het is zeer belangrijk om hierop te letten, omdat de gele
en rode controlelampen niet werken wanneer er een
stroomstoring is en deze controlelampen u dan niet
kunnen waarschuwen.
-
rood
= ALARM
-
Te hoge binnentemperatuur.
Het branden van de rode controlelamp kan meerdere
oorzaken hebben, namelijk:
het apparaat is voor de eerste maal ingeschakeld
het apparaat is na ontdooien weer ingeschakeld
zojuist zijn in te vriezen producten in het apparaat
geplaatst
In deze gevallen is het branden van de rode controlelamp
normaal. De controlelamp gaat automatisch uit wanneer
de binnentemperatuur ongeveer -15 °C heeft bereikt.
Schakel de SUPERVRIES-SCHAKELAAR (Afb. 4) in,
indien aanwezig.
(Na maximaal 24 uur of wanneer de rode controlelamp uit
is, de supervries-schakelaar weer uitschakelen.)
Het apparaat zo mogelijk pas weer openen wanneer de
rode controlelamp uit is.
Wanneer de rode controlelamp na 12 tot 24 uur nog
steeds brandt, dan moet u rekening houden met een
storing.
Zie het hoofdstuk
"Wat als…"
achterin deze handleiding.
-
geel
= SUPERVRIES SCHAKELAAR
De supervries-schakelaar is ingeschakeld en
thermostaat is buiten werking gesteld.
De compressor koelt continu, totdat de SUPERVRIES-
SCHAKELAAR weer wordt uitgeschakeld.
6 Hoorbaar alarm
Indien het apparaat met een hoorbaar alarm is uitgerust,
dan is tegelijk met het branden van de rode controlelamp
een alarmsignaal hoorbaar. Dit alarmsignaal stopt
automatisch, wanneer de supervries-schakelaar wordt
ingeschakeld.
7 In bedrijf nemen van het apparaat
1. Apparaat volledig uitpakken.
2. Eventueel aanwezige stukken styropor-schuim
verwijderen uit de compressorruimte.
3. Documenten en eventuele onderdelen uit het apparaat
nemen.
4. Binnenzijde reinigen met een lauwwarme oplossing
van azijn in water en met een doek volledig droog
vegen.
5. Apparaat sluiten.
6. Stekker in stopcontact steken.
7.
Apparaat inschakelen door de temperatuurregelaar
(Afb. 4)
rechtsom te draaien. De regelaar in eerste
instantie volledig rechtsom draaien, op de stand max.
(De groene en de rode controlelamp gaan nu
branden.)
8. Indien aanwezig, de supervries-schakelaar
inschakelen.
(De gele controlelamp brandt nu ook
.
)
9. Het apparaat gedurende 4 uur of totdat de rode
controlelamp uit is niet meer openen, zodat de
binnenruimte voldoende kan afkoelen.
10. Diepvriesproducten (ingevroren gekocht) kunnen nu in
het apparaat worden gelegd. (Neem hierbij de
aanwijzingen onder het kopje "Maximale vulhoogte" in
acht.)
11. Schakel de SUPERVRIES-SCHAKELAAR na
maximaal 24 uur weer uit.
12. Indien u verse, niet ingevroren producten wilt
invriezen, voer dan de instructies uit die zijn
beschreven onder het kopje
"Invriezen/bewaren van
verse levensmiddelen"
.
Belangrijk
!
Geen flessen met vloeistof opslaan. De vloeistof zet tijdens
het invriezen uit en de flessen kunnen openbarsten.
Sla nooit explosiegevaarlijke producten (gasaanstekers,
branders, benzine, ether e.d.) op in het apparaat.
Bij het opslaan van voorgevroren diepvriesproducten moet
u de voorschriften van de fabrikant van het product die op
de verpakking zijn aangegeven in acht nemen.
Diepgevroren ijs en ijslolly's moeten voorafgaand aan
consumptie enkele minuten buiten de vrieskist liggen om
verwonding van lippen en tong (lostrekken van de huid) te
voorkomen. Om dezelfde reden moet ook het met vochtige
handen aanraken van de met ijs bedekte binnenwand
worden vermeden. Gedeeltelijk of geheel ontdooide
producten bij voorkeur direct consumeren. In de regel
kunnen deze producten niet opnieuw worden ingevroren.
8 Invriezen/opslaan van verse levensmiddelen
Bijna alle verse producten kunnen in uw apparaat worden
ingevroren en opgeslagen. Voor de meest gangbare
producten hebben we een overzicht gemaakt van de
houdbaarheidstermijn en de meest geschikte verpakking.
(Zie de "
Bewaartabel
" achterin deze handleiding.)
Het wordt aangeraden om op de verpakking van de in te
vriezen producten aan te geven wat de inhoud is, omdat
zelfs bij doorzichtige verpakkingen in diepgevroren
toestand niet altijd duidelijk is wat de inhoud is.
Wij raden aan om de in de handel verkrijgbare etiketten
voor diepvriesproducten te gebruiken.
Verpak de verse producten in hoeveelheden die zijn
afgestemd op het verbruik van uw huishouden, zodat u niet
3
Gebruiksaanwijzing Vrieskist
onnodig grote hoeveelheden hoeft te ontdooien, die niet
binnen één dag geconsumeerd kunnen worden.
Vermeld op de verpakking minimaal de volgende zaken:
product (bijv. runderlappen)
gewicht
hoeveelheid (
aantal stuks
)
invriesdatum
consumptiedatum (
zie “Bewaartabel”
)
Volg nu de onderstaande stappen:
a)
Verse levensmiddelen kunt u het beste in het
voorvriesvak (I) (niet bij alle modellen aanwezig) of op
de bodem van de vrieskist leggen, deze plekken zijn
het koudst.
Vermijd hierbij, dat verse levensmiddelen met
diepgevroren producten in contact komen. Diepgevroren
producten kunnen op die manier gedeeltelijk ontdooien,
waardoor
de houdbaarheid verkleind wordt.
b) Plaats binnen een periode van 24 uur niet meer verse
producten in het apparaat dan de opgegeven
invriescapaciteit.
Zie de waarde op het typeplaatje (
xx kg/24h
).
c) Indien aanwezig, de SUPERVRIES-SCHAKELAAR
(Afb. 4) inschakelen. (Dit is niet noodzakelijk wanneer
reeds ingevroren producten in het apparaat worden
geplaatst.)
d) Na 24 uur de nu diepgevroren levensmiddelen van de
bodem of het voorvriesvak overbrengen in de mand
(K), zodat het voorvriesvak of de bodem weer
vrijkomen voor het invriezen van nieuwe, verse
levensmiddelen.
e) Schakel de supervries-schakelaar uit. De gele
controlelamp brandt nu niet meer.
f) Stel de temperatuurregelaar in op een stand die past
bij de hoeveelheid producten in het apparaat
g) (zie "
Maximale vulhoogte
").
h) Houd de temperatuur in het apparaat (E) in de gaten
met behulp van een thermometer die geschikt is voor
temperaturen tot -26 °C.
i) De temperatuur in het apparaat moet altijd lager
zijn dan -18 °C.
9 Bijvullen met verse levensmiddelen
(niet ingevroren)
Wanneer verse levensmiddelen in het apparaat zijn
geplaatst, dan moet u minimaal 24 uur wachten voordat
een nieuwe hoeveelheid verse producten kan worden
ingevroren. Hierbij is de hoeveelheid afhankelijk van het
vriesvermogen van het apparaat (xx kg/24h).
(De
maximale vulhoogte niet overschrijden.)
10 Maximale vulhoogte
Om een goede opslag van de diepgevroren producten te
kunnen garanderen, mag de diepvrieskist (E) nooit tot aan
de rand worden gevuld. Er moet tussen het deksel en de
producten altijd een luchtlaag aanwezig zijn.
Stel de temperatuur in (Afb. 4) al naar gelang de
hoeveelheid producten in het apparaat.
Bij normale omgevingstemperatuur (+18 tot +22 °C) raden
wij de volgende instellingen van de temperatuur aan, voor
een minimaal stroomverbruik.
vullingsgraad
merkstreep instelling
vol bovenste richting 12 uur
halfvol middelste richting 10 uur
kwart of
minder
onderste richting 8 uur
11 Houdbaarheidstermijn
De houdbaarheidstermijn voor reeds ingevroren
diepvriesproducten is sterk afhankelijk van het soort
product en de verpakking. Houd altijd de aanwijzingen
van de fabrikant in acht, zoals die zijn vermeld op het
product.
Houd voor verse levensmiddelen die u zelf invriest de
termijnen in acht die in de
bewaartabel
achterin deze
handleiding zijn aangegeven.
Gedeeltelijk ontdooide producten moet u snel consumeren,
maximaal 24 uur na ontdooien.
12 Veiligheidsmaatregelen en aanwijzingen
Iedere keer dat het apparaat wordt gereinigd of
ontdooid, moet de stekker uit het stopcontact worden
genomen.
Het deksel van het apparaat na sluiten niet
onmiddellijk met mogelijk grote kracht proberen te
openen. Het mogelijk aan de afdichting (B) ontstane
vacuüm verdwijnt in ongeveer 1-2 minuten, waarna
het deksel weer normaal geopend kan worden.
Warme producten in afgesloten verpakkingen vóór het
afsluiten en invriezen laten afkoelen tot
kamertemperatuur zodat condensatie in de verpakking
en ijsvorming in het apparaat worden voorkomen.
Het deksel van het apparaat zo kort mogelijk openen
om onnodig energieverbruik en ijsvorming in het
apparaat te voorkomen.
Bij onverwachts en langdurig branden van de rode
controlelamp het apparaat in geen geval openen en
direct de juiste maatregelen treffen. Zie "
Wat als…"
achterin deze handleiding.
Gebruik nooit een schroevendraaier of andere
metalen gereedschappen voor het verwijderen van de
ijslaag.
De binnenwand is zeer kwetsbaar en niet bestand
tegen scherpe voorwerpen. Gebruik alleen
gereedschappen van kunststof of hout zonder scherpe
kanten.
13 Reiniging en verzorging
Voor een optimaal uiterlijk van uw apparaat kunt u af en
toe meubelpolitoer of een andere lakverzorgend product
gebruiken. (Nooit toepassen aan de binnenzijde). De
afdichting
(B)
moet af en toe met warm water zonder
gebruik van schoonmaakmiddelen worden gereinigd.
Wanneer uw apparaat is uitgerust met een condensor aan
de achterzijde
(R)
, verwijder hier dan af en toe de pluizen
en het stof. Pluizen en stof verhinderen namelijk de afvoer
van warmte uit de binnenruimte van het apparaat en
zorgen voor een aanzienlijk hoger energieverbruik. Het
4
Gebruiksaanwijzing Vrieskist
Elk compressor-koelsysteem produceert geluid wanneer
de compressor is ingeschakeld. Dit geluid wordt deels
veroorzaakt door de motor in de compressor en deels door
het stromen van het koelmiddel door het circuit. Dit geluid
is dus normaal en wijst niet op een storing.
In onverwarmde ruimten
kan het bij koud weer
voorkomen, dat aan de buitenkant van het apparaat
condensvorming optreedt. Dit verschijnsel wijst niet op een
storing en verdwijnt weer wanneer de
omgevingstemperatuur stijgt.
16 Contact opnemen met de klantenservice
Neem pas contact op met de klantenservice wanneer u
zelf geen oorzaak voor een storing kunt vinden of wanneer
u een storing niet kunt oplossen.
Lees daarom eerst de adviezen onder het kopje "
Wat
als…".
Klantenservice
Op het bijbehorende garantiebewijs of op de aparte
klantenservicekaart is vermeld welke firma de
klantenservice voor uw apparaat verzorgt. Wanneer
meerdere bedrijven vermeld staan, kiest u dan het bedrijf
dat het dichtst bij u is gevestigd. Wanneer bij uw apparaat
geen klantenservice vermeld is, neemt u dan in
voorkomende gevallen contact op met uw verkoper.
Om u sneller van dienst te kunnen zijn, verzoeken wij u om
de volgende gegevens bij de hand te hebben wanneer u
belt:
merk van het apparaat
model/type
aard van de storing
aanschafdatum
waar is het apparaat gekocht?
17 Wat als…
a) Buiten werking (apparaat werkt niet)
Let op!
Dankzij de isolatie in de wanden van het apparaat kunnen
de ingevroren producten zonder
stroomvoorziening 10 tot 12 uur ingevroren blijven nadat
een storing is opgetreden.
Bij extra geïsoleerde apparaten blijven de producten zelfs
nog langer ingevroren.
Vraag uw verkoper naar de
houdbaarheidstermijn bij storingen voor uw apparaat.
Bij een storing die langer duurt, beginnen de ingevroren
producten langzaam te ontdooien. Onderneem daarom op
tijd de juiste stappen om de storing op te heffen. Breng
zonodig de producten over in een andere vrieskist
(bijvoorbeeld bij de buren).
b) Apparaat koelt niet voldoende
Invriezen duurt te lang
Compressor draait te vaak
Mogelijke oorzaken/oplossingen:
Hebt u het apparaat na plaatsing minimaal 2 uur tot
rust laten komen voordat u het heeft ingeschakeld?
(Tot rust laten komen van het koelcircuit, zie "In bedrijf
nemen van het apparaat".)
Zo nee
, houd dan het deksel gesloten en neem dan de
stekker uit het stopcontact. Til het apparaat aan één kant
gedurende korte tijd iets omhoog en zet het weer neer.
Steek na 2 uur de stekker weer in het stopcontact. Open
het apparaat niet gedurende deze tijd en gedurende 12 uur
daarna, of totdat de rode controlelamp uit is.
Is de stekker van het apparaat in orde en zit de
stekker goed in het stopcontact?
Staat er spanning op het stopcontact?
(Eventueel controleren door het aansluiten van een klein
elektrisch apparaat, zoals een mixer.)
Het deksel van het apparaat sluit niet goed.
De afdichting wordt niet goed aangedrukt.
Test: leg een vel papier tussen de afdichting en de rand
van het apparaat en sluit het deksel. Het papier moet
overal met moeite tussen deksel en rand worden
uitgetrokken aan elke zijde. Neem contact op met de
klantenservice wanneer het papier op één of meerdere
plaatsen zonder moeite tussen deksel en rand kan worden
uitgetrokken.
Sterke ijsvorming op de binnenwanden.
(Zie "Reiniging en verzorging".)
Er is sprake van directe inval van zonlicht of het
apparaat staat vlakbij een warmtebron (oven,
verwarming, enz.).
Zorg voor afscherming van het apparaat tegen het invallen
van direct zonlicht. Controleer de afstand tot de
warmtebron. Schuif een isolerende plaat tussen het
apparaat en de warmtebron.
De hoeveelheid verse in te vriezen producten
is groter dan de invriescapaciteit (typeplaatje:
xx kg/24h), of de producten zijn te warm
(zie: "
Invriezen / opslaan van levensmiddelen
").
De producent werkt steeds aan de verdere
ontwikkeling van zijn producten. Hebt u er daarom
a.u.b. begrip voor, dat veranderingen in vorm,
uitrusting en techniek voorbehouden blijven.
6
Gebruiksaanwijzing Vrieskist
2-3 4 6 8 10-12
Gehakt > Polyethyleen vrieszakje >
z
Worst > Polyethyleen vrieszakje >
z
Kleine vis > Polyethyleen vrieszakje >
z
Hart/lever > Polyethyleen vrieszakje >
z
Consumptie-ijs > Kunststof doos >
z
Fruit > Kunststof doos >
z
Kaas > Polyethyleen vrieszakje >
z
Brood > Polyethyleen vrieszakje >
z
Grote vis > Polyethyleen vrieszakje >
z
Gebak/koekjes > Glas >
z
Varkensvlees > Aluminiumfolie >
z
Rundvlees > Aluminiumfolie >
z
Haas > Aluminiumfolie >
z
Lamsvlees > Aluminiumfolie >
z
Paddestoelen > Polyethyleen vrieszakje >
z
Asperges > Polyethyleen vrieszakje >
z
Groente (gesneden) > Polyethyleen vrieszakje >
z
Aardbeien > Polyethyleen vrieszakje >
z
Taart > Aluminiumfolie >
z
Kip > Aluminiumfolie >
z
Kalkoen > Aluminiumfolie >
z
Eend > Aluminiumfolie >
z
Gans > Aluminiumfolie >
z
Bloemkool > Polyethyleen vrieszakje >
z
Bonen > Polyethyleen vrieszakje >
z
Paprika > Polyethyleen vrieszakje >
z
Ingemaakt voedsel > Glas >
z
Fruitconserven > Glas >
z
IJslolly's >Aluminiumfolie >
z
Bewaartijd in maanden ca.
Netherlands
Verse levensmiddelen Geschikte verpakking
Bewaartabel NL
7
Gebruiksaanwijzing Vrieskist
Netherands
Onderdelen
De onderdelen zijn al naar gelang
het model aanwezig.
A
Deksel
B
Dekselafdichting
C
Binnenverlichting
D
Behuizing
E
Opslagvak
F
Ventilatierooster
G
Bedieningspaneel
H
Scheidingswand
I
Voorvriesvak
K
Hangmand
L
Compressorruimte
M
Compressor (motor)
N
Droogpatroon
O
Ventilator
P
Condensator
Q
Capillair
R
Condensor aan de achterzijde
S
Merkstrepen
T
Buitenwandcondensor
De verschillende bedieningspanelen FIG. 4
Noteer met welk bedieningspaneel uw apparaat is uitgerust.
1. Uitvoering met aparte schakelaar voor supervries-stand FIG. 4a
A
temperatuurregelaar (thermostaat)
B
ALARM rode lamp
C
CONTROL (in bedrijf) groene lamp
D
supervries-indicator gele lamp
E
supervries-schakelaar apart
2. Uitvoering met gecombineerde schakelaar/lamp voor supervries-stand FIG. 4b
A
temperatuurregelaar (thermostaat)
B
supervries-schakelaar gele lamp
C
ALARM rode lamp
D
CONTROLgroenelamp
Wanneer de controlelampen op uw apparaat anders zijn geplaatst, dan geldt altijd:
groen = bedrijf, rood = alarm, geel = supervries-stand
L
M N O P
Q
R
A
B
D
E
G
K
C
E
S
T
F
H
I
FIG. 3
FIG. 2
FIG. 1
A
E
Min. Max.
B
D C
.
A
Min.
Max..
C
B
C
D
8
1/61