Toro 55cm Recycler Lawnmower Handleiding

Type
Handleiding
2003The Toro Company
8111 Lyndale Ave., Bloomington, MN 55420, VS
Gedrukt in de VS
Alle rechten voorbehouden Registreer uw product op www.Toro.com
Vertaling van de oorspronkelijke versie (NL)
55 cm Recycler
Maaimachine
Modelnr. 20656 – Serienr. 240000001 en hoger
Form No. 3351-120
Gebruikershandleiding
Inleiding
Lees deze handleiding zorgvuldig, zodat u weet hoe u
de machine op de juiste wijze kunt gebruiken en
onderhouden en letsel en schade aan de machine
kunt voorkomen. U bent verantwoordelijk voor het
juiste en veilige gebruik van de machine.
U kunt rechtstreeks contact met Toro opnemen op
www.Toro.com om informatie over producten en
accessoires te verkrijgen, een dealer te vinden of uw
product te registreren.
Als u service, originele Toro-onderdelen of
aanvullende informatie nodig hebt, kunt u contact
opnemen met een erkende Service Dealer of met de
klantenservice van Toro. U dient hierbij altijd het
modelnummer en het serienummer van het product te
vermelden. De locatie van het plaatje met het
modelnummer en het serienummer van het product is
aangegeven op onderstaande afbeelding. U kunt de
nummers noteren in de ruimte hieronder:
Modelnummer:
Serienummer:
m-5607
Deze handleiding noemt een aantal mogelijke
gevaren en bevat een aantal veiligheidsberichten
waarin de volgende woorden worden gebruikt:
Gevaar duidt op een zeer gevaarlijke situatie die
ernstig letsel of de dood tot gevolg zal hebben
wanneer de veiligheidsvoorschriften niet in acht
worden genomen.
Waarschuwing duidt op een gevaarlijke situatie
die ernstig letsel of de dood tot gevolg kan
hebben wanneer de veiligheidsvoorschriften niet
in acht worden genomen.
Voorzichtig duidt op een gevaarlijke situatie die
licht letsel tot gevolg kan hebben wanneer de
veiligheidsvoorschriften niet in acht worden
genomen.
Er worden in deze handleiding nog twee woorden
gebruikt om uw aandacht op bijzondere informatie te
vestigen. Belangrijk: attendeert u op bijzondere
technische informatie en N.B.: duidt algemene
informatie aan die bijzondere aandacht verdient.
Veiligheid
Deze maaimachine voldoet minstens aan de EN 836
en ISO 5395 normen, die van kracht waren op het
moment van productie.
Lees altijd deze handleiding en zorg ervoor dat u
deze begrijpt voordat u de machine start.
Dit is het veiligheidssymbool. Het wordt
gebruikt om u attent te maken op mogelijk
risico’s van lichamelijk letsel. Houd u aan alle
veiligheidsberichten bij dit symbool teneinde
lichamelijk of zelfs dodelijk letsel te voorkomen.
Onjuist gebruik of onderhoud van deze
maaimachine kan lichamelijk of dodelijk letsel
veroorzaken. Om dit risico te verminderen, dient
u zich aan de volgende instructies te houden.
Navolgende instructies zijn afgeleid van ANSI/OPEI-
norm B71.1–1998 en ISO-norm 5395:1990(E).
Algemene
gebruiksaanwijzing
U moet ervoor zorgen dat u alle instructies op de
machine en in de handleiding hebt gelezen,
begrepen en uitgevoerd. Zorg ervoor dat u
vertrouwd raakt met de bedieningsorganen en
weet hoe u ze moet gebruiken, voordat u de
maaimachine start.
Houd handen en voeten uit de buurt van
draaiende onderdelen. Blijf altijd uit de buurt van
de afvoeropening.
Laat de machine uitsluitend gebruiken door
verantwoordelijke personen die bekend zijn met
de instructies.
Verwijder uit het maaigebied voorwerpen zoals
stenen, speelgoed, draden, botten, stokken, enz.,
die het maaimes kan oppakken en uitwerpen.
Voordat u gaat maaien, moet u ervoor zorgen dat
er zich verder niemand in het werkgebied bevindt.
Stop de maaimachine als iemand het maaigebied
binnenkomt.
Draag tijdens het maaien geen schoenen met
open tenen en loop niet op blote voeten. Zorg
ervoor dat u altijd stevige schoenen draagt.
2
3351-120
Trek de maaimachine nooit achterwaarts, tenzij
dit strikt noodzakelijk is. Kijk naar beneden en
achterom vóór en tijdens het achteruitrijden.
Gebruik de machine niet als goede schermen,
schilden, de grasvanger of andere beveiligings-
middelen ontbreken.
Raadpleeg de instructies van Toro voor de juiste
bediening en installatie van accessoires. Gebruik
uitsluitend accessoires van Toro.
Zet het maaimes stil als u een grindpad, voetpad,
of weg oversteekt.
Zet altijd de motor af voordat u de machine
achterlaat, reinigingswerkzaamheden gaat
verrichten of de afvoertunnel ontstopt.
Zet de motor af en wacht tot het maaimes geheel
tot stilstand komt, voordat u de grasvanger eraf
haalt.
Maai uitsluitend bij daglicht of goed kunstlicht.
Gebruik de machine niet als u onder de invloed
van alcohol of drugs bent.
Gebruik de machine nooit op nat gras. Zorg
ervoor dat u altijd stevig staat en houd de
handgreep goed vast. Loop stapvoets; ga nooit
rennen.
U mag een maaimachine nooit optillen of dragen
terwijl de motor loopt.
Schakel de rijaandrijving uit voordat u de motor
start.
Als de machine abnormaal begint te trillen, moet
u de motor afzetten en onmiddellijk nagaan wat
de oorzaak daarvan is. Trillingen duiden meestal
op problemen.
Draag altijd oogbescherming of een veiligheidsbril
die de ogen geheel afsluit, als u de machine
gebruikt.
Maaien op hellingen
Hellingen zijn een belangrijke oorzaak van
ongevallen waarbij de gebruiker wegglijdt en ten
val komt. Dit kan leiden tot ernstig letsel. Alle
hellingen vereisen bijzondere voorzichtigheid. Als
u zich bij een helling ongemakkelijk voelt, maai
die dan liever niet.
Maai dwars over een helling; nooit helling op en
af. Ga zeer zorgvuldig te werk als u van richting
verandert op een helling.
Verwijder obstakels zoals stenen, boomtakken,
enz. uit het werkgebied. Kijk uit voor gaten,
geulen, sporen en hobbels. In hoog gras zijn
obstakels niet altijd zichtbaar.
Maai niet in de buurt van steile hellingen,
greppels of dijken. U zou dan uw evenwicht
kunnen verliezen of niet meer stevig kunnen
staan.
Maai niet op al te steile hellingen.
Maai niet op nat gras. Dit geeft weinig steun,
zodat de kans bestaat dat u wegglijdt.
Kinderen
Er kunnen fatale ongelukken gebeuren als de
gebruiker van de machine niet alert is op de
aanwezigheid van kinderen. Kinderen worden vaak
aangetrokken door de maaimachine en de
werkzaamheden die ermee worden verricht. Ga er
nooit van uit dat kinderen op de plaats blijven waar u
ze het laatst heeft gezien.
Houd kinderen weg uit het maaigebied en zorg
ervoor dat een verantwoordelijke volwassene hen
in het oog houdt.
Let goed op en zet de machine af als kinderen
het werkgebied binnenkomen.
Kijk vóór en tijdens het achteruitrijden naar
beneden en achterom om te zien of er geen
kleine kinderen in de buurt zijn.
Laat kinderen nooit de machine bedienen.
Wees extra voorzichtig bij het naderen van blinde
hoeken, struiken, bomen, en andere objecten die
het zicht kunnen belemmeren.
Onderhoud
Wees extra voorzichtig als u omgaat met
benzine. Benzine is ontvlambaar en de dampen
kunnen tot ontploffing komen.
Gebruik uitsluitend een goedgekeurd vat of
blik.
Verwijder nooit de dop van de brandstoftank
en vul nooit brandstof bij wanneer de motor
loopt. Laat de motor afkoelen voordat u
brandstof bijvult. Niet roken.
U mag de brandstoftank nooit binnenshuis
bijvullen.
Sla de maaimachine of een brandstofvat
nooit op in een ruimte waarin zich een open
vuur bevindt, zoals een waakvlam van een
boiler.
Laat de motor nooit lopen in een afgesloten ruimte.
3
3351-120
De uitlaatgassen bevatten koolmonoxide, een
reukloos, dodelijk gif.
Laat de motor niet binnenshuis of in een
afgesloten ruimte draaien.
Verricht nooit onderhouds- of reparatiewerkzaam-
heden als de motor loopt. Maak de bougiekabel los
en houd deze uit de buurt van de bougie om te
voorkomen dat de motor per ongeluk wordt gestart.
Zorg ervoor dat alle moeren en bouten, met name
de bouten van de werktuigen, goed zijn vastge-
draaid, en houd de machine in goede conditie.
Knoei nooit met de veiligheidsvoorzieningen.
Controleer regelmatig of ze goed werken.
Houd de maaimachine vrij van gras, bladeren, of
andere opgehoopte rommel. Neem gemorste olie
of brandstof meteen op. Laat de motor afkoelen
voordat u de machine stalt.
Als u een voorwerp raakt, moet u stoppen en de
machine controleren. Indien nodig repareren
alvorens de maaimachine opnieuw te starten.
Probeer nooit de hoogte van de wielen af te
stellen, terwijl de motor loopt.
De onderdelen van de grasvanger zijn onderhevig
aan slijtage, beschadiging en breuk, waardoor be-
wegende onderdelen bloot kunnen komen te liggen
of voorwerpen kunnen worden weggeslingerd.
Controleer regelmatig de onderdelen en vervang
deze indien nodig door originele Toro-onderdelen.
Maaimessen zijn scherp en kunnen snijden.
Omwikkel het maaimes of draag handschoenen en
wees extra voorzichtig als u onderhoudswerkzaam-
heden aan het maaimes uitvoert.
Vervang een defecte geluiddemper.
Verander nooit de stand van de toerenregelaar
van de motor en laat de motor niet te snel
draaien.
Geluidsdruk
Deze machine oefent een geluidsdruk van 85 dBA uit
op het gehoor van de gebruiker, gebaseerd op
metingen bij identieke machines volgens procedures
zoals vastgelegd in Richtlijn 98/37/EG.
Geluidsniveau
Deze machine heeft een geluidsniveau van 100 dBA,
gebaseerd op metingen bij identieke machines
volgens procedures zoals vastgelegd in Richtlijn
2000/14/EG.
Trilling
Deze machine heeft een maximaal trillingsniveau van
4,5 m/s
2
op de handen en armen, gebaseerd op
metingen bij identieke machines volgens procedures
zoals vastgelegd in Richtlijn 98/37/EG.
Veiligheids- en instructiestickers
BELANGRIJK: Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan.
Vervang beschadigde stickers.
94-8072
104-7908
1. WaarschuwingGebruik de machine niet zonder de afsluiter
van de achterafvoer of de grasvanger; gebruik de machine niet
zonder de afsluiter van de zijafvoer of de grasgeleider.
4
3351-120
104-7909
1. Waarschuwing – Lees de
Gebruikershandleiding
.
2. De machine kan voorwerpen uitwerpen – Houd omstanders op
een veilige afstand van de machine.
3. Machine kan voorwerpen uitwerpen – Zorg ervoor dat de
grasgeleider op zijn plaats zit.
4. Handen of voeten kunnen worden gesneden/geamputeerd,
maaimes – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen.
5. Handen of voeten kunnen worden gesneden/geamputeerd,
maaimes – Maai nooit heuvelopwaarts en heuvelafwaarts;
gebruik de machine dwars op hellingen; zet de motor af alvorens
de bestuurderspositie te verlaten; en kijk achterom als u
achteruitloopt.
104-7953
1. Waarschuwing
2. Lees de
Gebruikershandleiding
voor informatie over het opladen
van de accu.
3. Bevat lood; niet weggooien.
105-8626
Algemeen
overzicht van de
machine
5
1
3
2
6
7
8
9
10
4
m-7308
1. Maaihoogtehendel
2. Vulbuis/Peilstok
3. Handgreep van
terugloopstarter
4. Bedieningsstang voor
maaimes
5. Contactsleuteltje
6. Dop van brandstoftank
7. Accu
8. Luchtfilter
9. Hulpstartknop
10. Bougie
m-5630/m-5637/m-5587
2
1
3
4
1. Grasvanger
2. Zijafvoertunnel
3. Acculader
4. Afsluiter van achterafvoer
(gemonteerd)
5
3351-120
Montage
BELANGRIJK: Verwijder de beschermfolie van de
motor en gooi deze weg.
Handgreep uitklappen
Als de handgreep verkeerd wordt in- of uitgeklapt,
kunnen de kabels schade oplopen, waardoor de
machine niet veilig kan worden gebruikt.
Zorg ervoor dat u de kabels niet beschadigt
als u de handgreep in- of uitklapt.
Indien een kabel is beschadigd, moet u
contact opnemen met een erkende Service
Dealer.
1. Beweeg het bovenste deel van de handgreep
voorzichtig naar voren totdat de helften van de
handgreep in een lijn staan en laat ze dan in elkaar
vallen.
m-7309
2. Draai de knoppen
goed vast.
m-6289
3. Draai de handgreep naar achteren totdat deze
vastklikt.
m-7309
Carter met olie bijvullen
BELANGRIJK: De maaimachine wordt geleverd
zonder olie in het carter.
1. Verwijder de peilstok.
m-7317
m-7310
2. Giet langzaam olie in de vulbuis totdat het peil de
Vol markering op de peilstok bereikt. Niet te vol
vullen.
3. Plaats de peilstok weer stevig op zijn plaats.
BELANGRIJK: Ververs de motorolie na de eerste
5 bedrijfsuren; daarna moet dit elk jaar gebeuren.
Zie Motorolie verversen, blz.13.
Maximale vulhoeveelheid: 0,59 l, type: SAE 30W
reinigingsolie, met onderhoudsclassificatie SF, SG,
SH, SJ, SL van het American Petroleum Institute
(API) of hoger.
Zekering monteren
De maaimachine wordt geleverd met een 40 A
zekering, die het elektrische startsysteem beveiligt.
BELANGRIJK: U kunt de machine pas starten met
het elektrische startsysteem of de accu opladen als
de zekering is gemonteerd.
1. Maak beide uiteinden van het accudeksel los en
verwijder dit.
m-5621
m-5593a
2. Plaats de zekering
in de zekeringhouder
zoals wordt getoond.
N.B.: De machine wordt
geleverd met een
zekering in het
gebruikerspakket en een
andere zekering in de
accubak.
m-4796
3. Plaats het accudeksel.
6
3351-120
Accu opladen
Zie Accu opladen, blz. 13.
Voor het gebruik
Benzine is uitermate ontvlambaar en explosief. Brand of explosie van benzine kan
brandwonden veroorzaken.
Om te voorkomen dat een statische lading de benzine tot ontbranding kan brengen,
moet u het benzinevat en/of de maaimachine alvorens de tank te vullen op de grond
plaatsen, niet op een voertuig of een ander object.
Vul de brandstoftank in de open lucht wanneer de motor koud is. Neem gemorste
benzine op.
Rook niet als u omgaat met benzine en houd benzine uit de buurt van open vuur of
brandstof.
Bewaar benzine in een goedgekeurd benzinevat en buiten bereik van kinderen.
Bij het instellen van de maaihoogte kunt u in aanraking komen met een bewegend mes.
Dit kan ernstig letsel veroorzaken.
Zet de motor af en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand gekomen zijn.
Plaats uw vingers niet onder de maaikast als u de maaihoogte instelt.
Brandstoftank vullen
Vul de brandstoftank met verse loodvrije, normale
benzine van een bekend merk.
BELANGRIJK: Om startproblemen te verminderen,
moet u het hele seizoen een stabilizer toevoegen aan
de benzine. Gebruik nooit benzine die ouder is dan 30
dagen.
1/2 in. (1 cm)
m-7318
m-7317
Oliepeil van de motor
controleren
1. Verwijder de peilstok uit de buis en veeg deze
schoon. Schuif daarna de peilstok weer helemaal terug.
m-7317
m-7310
2. Haal de peilstok eruit en controleer het oliepeil.
Als het peil onder de Bijvullen -markering op de
peilstok staat, giet dan langzaam voldoende olie in
de vulbuis totdat het peil de Vol -markering op de
peilstok bereikt. Niet te vol vullen. Maximale
vulhoeveelheid: 0,59 l, type: SAE 30 reinigingsolie,
met onderhoudsclassificatie SF, SG, SH, SJ, SL van
het American Petroleum Institute (API) of hoger.
3. Plaats de peilstok.
7
3351-120
Maaihoogte instellen
Maaihoogte naar wens
instellen. Stel alle vier
wielen op dezelfde
hoogte in.
1-5/8
1-1/4
2
2-3/8
2-3/4
3-1/8
3-7/8
4-1/4
3-1/2
m-5629
m-5605a
m-7317
VOOR
Hoogte van handgreep instellen
Druk de onderkant van de
helften van de handgreep
tegen elkaar (zoals
getoond) en verander de
gaten in de handgreep,
waarin de pennen (A)
worden gemonteerd, als
volgt:
Zet de handgreep
omhoog in gat (B).
Zet de handgreep
omlaag in gat (C).
m-5612a
m-5614
A
B
C
Gebruiksaanwijzing
Motor starten
1. Druk met uw
duim de hulpstarter
3 keer krachtig in.
Houd hierbij
telkens de
hulpstarter één
seconde ingedrukt
alvorens deze los
te laten.
N.B.: Als de lucht-
temperatuur
beneden 13
°
C is,
moet u de
hulpstarter 5 keer
krachtig indrukken.
m-7311
2. Houd de bedienings-
stang van het maaimes
(A) tegen de handgreep.
A
m-5578
3. Start de motor met het contactsleuteltje of de
terugloopstarter.
of
m-5606
m-5592a
4. Als de maaimachine niet start na een of 2 keer
trekken (of binnen 5 seconden als u het elektrisch
startsysteem gebruikt), moet u de knop van de
hulpstarter 1 of 2 keer indrukken en de machine
nogmaals proberen te starten
8
3351-120
Zelfaandrijving gebruiken
Om de zelfaandrijving te activeren, loopt u eenvoudig
vooruit met uw handen op het bovenste deel van de
handgreep en uw ellebogen naast uw lichaam; de
maaimachine richt zich automatisch naar uw
loopsnelheid.
m-5582
m-5613
Motor afzetten
Om de motor af te zetten, laat u de bedieningsstang
van het maaimes los. Verwijder het contactsleuteltje
als u de maaimachine achterlaat.
BELANGRIJK: Als u de bedieningsstang loslaat,
moeten de motor en het mes binnen 3 seconden
stoppen. Als dit niet gebeurt, mag u de machine niet
verder gebruiken en moet u contact opnemen met
een erkende Service Dealer.
m-5582
Maaisel recyclen
Als de machine wordt geleverd, is deze gereed om
maaisel en bladafval naar het gazon te recyclen.
Als de grasvanger op de machine zit, moet u die
verwijderen (zie Grasvanger verwijderen, blz. 9)
alvorens het maaisel te recyclen. Als de
zijafvoertunnel op de machine zit, moet u die
verwijderen en het afvoerdeurtje vergrendelen (zie
Zijafvoertunnel verwijderen, blz. 10) alvorens het
maaisel te recyclen.
BELANGRIJK:
Controleer of de afsluiter
van de achterafvoer is
gemonteerd, alvorens
het maaisel te recyclen.
m-5587
Maaisel opvangen
Gebruik de grasvanger als u maaisel en bladafval wilt
verzamelen.
Als de zijafvoertunnel op de machine zit, moet u die
verwijderen en het afvoerdeurtje vergrendelen (zie
Zijafvoertunnel verwijderen, blz. 10) alvorens het
maaisel op te vangen.
Het maaimes is scherp; contact met het maaimes
kan ernstig lichamelijk letsel veroorzaken.
Zet de motor af en wacht totdat alle bewegende
onderdelen tot stilstand zijn gekomen alvorens
de bedieningspositie te verlaten.
9
3351-120
De grasvanger monteren
1. Ga naar de linkerkant van de maaimachine.
2. Trap op de
vergrendeling van
de handgreep om
deze vrij te zetten.
m-7312
3. Zet de
handgreep in de
verticale stand.
m-7309
4. Zet de achterklep
omhoog en houd hem in
deze positie.
m-6895
5. Verwijder de
afsluiter van de
achterafvoer.
m-5587
6. Monteer de grasvanger.
m-6896
7. Zet de achterklep omlaag.
8. Zet de handgreep terug in de werkstand.
Grasvanger verwijderen
Het maaimes is scherp; contact met het maaimes
kan ernstig lichamelijk letsel veroorzaken.
Zet de motor af en wacht totdat alle bewegende
onderdelen tot stilstand zijn gekomen alvorens
de bedieningspositie te verlaten.
1. Ga naar de linkerkant van de maaimachine.
2. Trap op de
vergrendeling van
de handgreep om
deze vrij te zetten.
m-7312
3. Zet de
handgreep in de
verticale stand.
m-7309
4. Zet de achterklep
omhoog en houd hem in
deze positie.
m-6895
5. Verwijder de grasvanger.
m-6896
10
3351-120
Maaisel zijwaarts afvoeren
Gebruik de zijafvoer als u zeer hoog gras maait.
Als de grasvanger op de machine zit, moet u die
verwijderen en de afsluiter van de achterafvoer
monteren (zie Grasvanger verwijderen, blz. 9)
alvorens het maaisel zijwaarts af te voeren.
BELANGRIJK:
Controleer of de afsluiter
van de achterafvoer is
gemonteerd, alvorens
het maaisel zijwaarts af
te voeren.
m-5587
Zijafvoertunnel monteren
1. Ontgrendel het
deurtje van de
zijafvoer.
m-7195
2. Zet het deurtje van
de zijafvoer open.
m-5584
3. Monteer de zijafvoertunnel en laat het deurtje
uitkomen op de tunnel.
m-5585
Zijafvoertunnel verwijderen
Om de zijafvoertunnel te verwijderen, voert u
bovenstaande stappen in omgekeerde volgorde uit.
BELANGRIJK:
Vergrendel het
deurtje van de
zijafvoer nadat u
dit hebt gesloten.
m-7196
Tips voor bediening en
gebruik
Verwijder stokken, stenen, draden, takken en
andere rommel die het mes kan raken, uit het
werkgebied.
Zorg ervoor dat het mes geen vaste voorwerpen
raakt. Maai nooit met opzet over voorwerpen.
Als de maaimachine toch een voorwerp raakt of
begint te trillen, moet u meteen de motor afzetten,
de bougiekabel losmaken en de maaimachine op
beschadiging controleren.
De beste resultaten krijgt u door een nieuw mes
te monteren voordat het maaiseizoen begint.
Vervang indien nodig het maaimes door een
origineel Toro-mes.
Gras maaien
U moet telkens niet meer dan ongeveer eenderde
van de grassprieten afmaaien. Maai niet met een
stand lager dan 51 mm, tenzij de grasmat dun is,
of als het laat in het najaar is wanneer het gras
langzamer begint te groeien. Zie Maaihoogte
instellen, blz. 7.
Als u gras wilt maaien dat langer dan 15 cm is,
moet u maaien bij de maximale maaihoogte en
een langzamere loopsnelheid. Vervolgens gaat u
maaien bij een lagere maaihoogte om het gazon
een zo fraai mogelijk uiterlijk te geven. Als het
gras te hoog is, kan de maaimachine verstopt
raken en de motor afslaan.
Maai uitsluitend droog gras of droge bladeren.
Nat gras en natte bladeren gaan aankoeken,
waardoor de maaimachine verstopt kan raken of
de motor kan afslaan.
Als u nat gras en natte bladeren maait, kunt u
uitglijden, in aanraking komen met het mes en
ernstig letsel oplopen. Maai uitsluitend in droge
omstandigheden.
Maai steeds in wisselende richtingen. Hierdoor
wordt het maaisel beter over het gazon
verstrooid, zodat het gazon gelijkmatig wordt
bemest.
Als u met het uiterlijk van het voltooide gazon niet
tevreden bent, probeer dan een of meer van de
volgende stappen:
Vervang het maaimes of laat het slijpen.
Loop langzamer tijdens het maaien.
Stel de maaimachine in op een hogere
maaihoogte.
Maai het gras vaker.
11
3351-120
Laat de maaibanen overlappen in plaats van
steeds een volledig nieuwe baan te maaien.
Stel de maaihoogte bij de voorwielen één stand
lager in dan bij de achterwielen. Bijvoorbeeld: zet
de maaihoogte van de voorwielen op 51 mm en
die van de achterwielen op 60 mm.
Bladeren fijnmaken
Na het maaien moet altijd 50 % van het gazon
zichtbaar blijven door de bladerlaag. Dit kan een
of meerdere rondgangen over de bladeren
vereisen.
Als er een laag bladeren van meer dan 13 cm op
het gazon ligt, moet u de voorwielen een of twee
uitsparingen hoger zetten dan de achterwielen.
Als de maaimachine de bladeren niet fijn genoeg
maakt, is het beter om wat langzamer te maaien.
Als u veel eikenbladeren fijnmaakt, kunt u in het
voorjaar kalk op het gazon strooien. Dit
vermindert de zuurgraad van de eikenbladeren.
Onderhoud
N.B.: De aanduidingen links en rechts zijn steeds gezien vanuit de positie van degene die de maaimachine
bedient.
Aanbevolen onderhoudsschema
BELANGRIJK: Zie de gebruikershandleiding van de motor voor verdere onderhoudsprocedures.
Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure
Voor elk gebruik
Motoroliepeil controleren.
Maaisel en vuil van de onderkant van de maaikast verwijderen.
Elke maand
(5 bedrijfsuren)
1
Accu opladen.
Elk jaar
(25 bedrijfsuren)
1
Het luchtfilter vervangen (vaker als de machine wordt gebruikt in stoffige
omstandigheden).
Bougie controleren (zie de gebruikershandleiding van de motor).
Maaimes vervangen of laten slijpen; dit moet vaker gebeuren als de snijrand
snel bot wordt.
Tandwieloverbrenging smeren.
Om de 2 jaar
(50 bedrijfsuren)
2
Motorolie verversen.
2
Om de 4 jaar
(100 bedrijfsuren)
2
Bougie vervangen (zie de gebruikershandleiding van de motor).
Koelsysteem reinigen (zie de gebruikershandleiding van de motor).
Jaarlijkse stalling
Laat de benzine uit de brandstoftank lopen voordat u vereiste reparaties uitvoert
of de machine stalt.
Accu opladen.
1
Houd hierbij de kortste periode aan
2
Ververs de motorolie na de eerste 5 bedrijfsuren.
12
3351-120
Voorbereidingen voor
onderhoudswerkzaam-
heden
1. Zet de motor af en wacht totdat alle bewegende
onderdelen tot stilstand gekomen zijn.
2. Maak de
bougiekabel los van
de bougie alvorens
onderhoudswerkzaa
m-
heden uit te voeren.
m-7313
3. Nadat de onderhoudswerkzaamheden zijn
uitgevoerd, moet de bougiekabel weer worden
aangesloten op de bougie.
N.B.: Voordat u de machine kantelt om olie te
verversen of het mes te vervangen, moet u de
machine gebruiken totdat de benzinetank leeg is. Als
u de machine moet kantelen voordat de benzinetank
leeg is, dient u de benzine met een handpomp uit de
tank te pompen. Kantel de maaimachine altijd op haar
rechter zijde.
Als u de machine kantelt, kan er benzine uit de
tank lekken. Benzine is ontvlambaar en explosief
en kan brandwonden veroorzaken.
Laat de motor drooglopen of pomp de benzine
met een handpomp uit de tank. Gebruik nooit een
hevel.
Luchtfilter vervangen
Het luchtfilter moet elk jaar worden vervangen (vaker
als de machine wordt gebruikt in stoffige
omstandigheden).
Zie Voorbereidingen voor
onderhoudswerkzaamheden, blz. 12.
1. Gebruik een
schroevendraaier
om het
luchtfilterdeksel te
openen.
m-7314
2. Vervang het
luchtfilter.
m-7315
3. Plaats het deksel terug.
13
3351-120
Motorolie verversen
Ververs de motorolie na de eerste 5 bedrijfsuren;
daarna moet dit elk jaar gebeuren.
Voordat u de olie ververst, moet u de motor enkele
minuten laten lopen zodat de olie warm wordt. Warme
olie is vloeibaarder en voert vervuilingen beter mee.
Zie Voorbereidingen voor
onderhoudswerkzaamheden, blz. 12.
1. Verwijder de
peilstok.
m-7310
2. Kantel de
machine op haar
linker zijde om de
oude olie via de
vulbuis weg te
laten lopen.
m-7316
3. Giet langzaam olie
in de vulbuis totdat het
peil de Vol markering op
de peilstok bereikt. Niet
te vol vullen. Maximale
vulhoeveelheid: 0,59 l,
type: SAE 30W
reinigingsolie, met
onderhoudsclassificatie
SF, SG, SH, SJ, SL van
het American Petroleum
Institute (API) of hoger.
m-7310
4. Plaats de peilstok weer stevig op zijn plaats.
5. Geef de oude olie af bij een erkende
inzamelcentrum.
Accu opladen
Accuklemmen, accupolen en dergelijke
onderdelen bevatten lood en loodverbindingen.
Van deze stoffen is bekend dat ze kanker en
schade aan de voortplantingsorganen
veroorzaken.
Was altijd uw handen nadat u met
de accu in aanraking bent geweest.
BELANGRIJK: Laad de accu voor het eerste gebruik
gedurende 24 uur op; doe dit vervolgens elke maand
(steeds na 25 keer starten) of wanneer dit nodig is.
Gebruik de acculader altijd op een beschutte plaats
en laad de accu op bij kamertemperatuur (22C)
indien dit mogelijk is.
1. Sluit de acculader
aan op de kabelboom
van de machine, die
zich onder het
contactsleuteltje bevindt.
BELANGRIJK: Gebruik
uitsluitend de acculader
die is geleverd bij de
machine.
m-5145
2. Sluit de acculader aan op een stopcontact.
Als de loodaccu niet meer kan worden opgeladen,
moet u deze afvoeren of verwerken volgens de
plaatselijk geldende voorschriften.
Zekering vervangen
Als de accu niet oplaadt of de motor niet gaat lopen
met behulp van de elektrische starter, is de zekering
waarschijnlijk doorgebrand. Monteer een nieuwe 40-A
insteekzekering. Zie Zekering monteren, blz. 5.
Tandwieloverbrenging
smeren
1. Maak de wielbouten op de achterwielen los en
verwijder de achterwielen.
2. Smeer olie op de
binnen- en buitenkant
van de tandwielover-
brenging zoals wordt
getoond op de
afbeelding.
m-5646
3. Monteer de achterwielen.
14
3351-120
Maaimes vervangen
BELANGRIJK: U hebt een momentsleutel nodig
om het mes op correcte wijze te monteren. Als u
geen momentsleutel hebt of niet goed weet hoe u de
montage moet uitvoeren, kunt u contact opnemen
met een erkende Service Dealer.
Controleer het mes wanneer de benzinetank leeg is.
Een beschadigd of gescheurd mes moet direct
worden vervangen. Als de snijrand bot is of bramen
vertoont, moet u het mes laten slijpen of vervangen.
Het maaimes is scherp; contact met het maaimes
kan ernstig lichamelijk letsel veroorzaken.
Gebruik een doek of leren handschoenen als u
het mes monteert.
1. Maak de bougiekabel los van de bougie en
bevestig deze aan de steunstang. Zie
Voorbereidingen voor onderhoudswerkzaamheden,
blz. 12.
2. Kantel de maaimachine op haar linker zijde.
3. Gebruik een blok hout om het mes stil te houden.
4. Verwijder het mes en bewaar alle
bevestigingselementen.
5. Monteer het nieuwe mes en alle
bevestigingselementen.
BELANGRIJK: De gebogen uiteinden van het mes
moeten naar de maaikast wijzen.
m-6216
6. Gebruik een momentsleutel om de mesbout
vast te draaien met een torsie van 82 Nm.
BELANGRIJK: Een bout die is vastgedraaid met
een torsie van 82 Nm zit
erg
vast. Zet het mes
vast met een stuk hout en plaats uw volle gewicht
achter de (dop)sleutel om de bout goed vast te
draaien. Het is erg moeilijk om deze bout te vast
te draaien.
Maaidek reinigen
1. Plaats de machine
op een verhard,
horizontaal oppervlak,
laat de motor lopen en
spuit een straal water
voor het rechter achter
wiel.
1093
Het opspattende water komt dan in de baan van het
maaimes en spoelt het maaisel weg.
2. Als er geen maaisel meer onder de maaikast
vandaan komt, draait u de kraan dicht en brengt u de
maaimachine naar een droge plaats.
3. Laat de motor een paar minuten lopen om de
maaikast te drogen zodat deze niet gaat roesten.
15
3351-120
Stalling
Stal de maaimachine op een koele, schone en droge
plaats.
Voorbereidingen voor
stalling
Benzinedampen kunnen tot ontploffing komen.
Bewaar benzine niet langer dan 30 dagen.
Stal de maaimachine nooit in een afgesloten
ruimte in de nabijheid van open vuur.
Laat de motor afkoelen voordat u de machine
stalt.
1. Als u de tank voor de laatste keer van het jaar
vult, moet u een stabilizer toevoegen aan de benzine
volgens de voorschriften van de fabrikant.
2. Laat de motor lopen totdat hij afslaat door gebrek
aan benzine.
3. Gebruik de hulpstarter en start de motor
nogmaals.
4. Laat de motor lopen totdat deze afslaat. Als de
motor niet meer wil starten, is de benzine voldoende
verbruikt.
5. Maak de bougie los van de bougie en bevestig
deze aan de steunstang.
6. Verwijder de bougie, giet 30 ml olie in het
bougiegat en trek verschillende keren langzaam aan
het startkoord om de olie over de cilinderwand te
verspreiden teneinde corrosie in de stallingsperiode te
voorkomen.
7. Monteer de bougie zonder deze vast te draaien.
8. Draai alle moeren, bouten en schroeven goed
aan.
9. Laad de accu gedurende 72 uur op, haal daarna
de acculader uit het stopcontact en stal de
maaimachine in een niet-verwarmde ruimte. Als u de
machine in een verwarmde ruimte stalt, moet u de
accu om de 90 dagen opladen.
Handgreep inklappen
U kunt de handgreep in twee standen klappen:
verticaal en volledig ingeklapt.
Verticale stand
Het maaimes is scherp; contact met het maaimes
kan ernstig lichamelijk letsel veroorzaken.
Zet de motor af en wacht totdat alle bewegende
onderdelen tot stilstand zijn gekomen alvorens
de bedieningspositie te verlaten.
1. Ga naar de linkerkant van de maaimachine.
2. Trap op de
vergrendeling van
de handgreep om
deze vrij te zetten.
m-7312
3. Zet de
handgreep
omhoog in de
verticale stand.
m-7309
4. Om de
handgreep uit te
klappen, zet u de
handgreep terug in
de werkstand.
m-7309
16
3351-120
Volledig ingeklapte stand
Het maaimes is scherp; contact met het maaimes
kan ernstig lichamelijk letsel veroorzaken.
Zet de motor af en wacht totdat alle bewegende
onderdelen tot stilstand zijn gekomen alvorens
de bedieningspositie te verlaten.
1. Ga naar de linkerkant van de maaimachine.
2. Trap op de
vergrendeling van
de handgreep om
deze vrij te zetten.
m-7312
3. Zet de
handgreep
omhoog in de
verticale stand.
m-7309
4. Druk het linker benedenstuk van de handgreep in,
totdat u de handgreep vrij naar voren kunt bewegen.
5. Draai de
handgreep naar
voren.
m-7309
Als de handgreep verkeerd wordt in- of uitgeklapt,
kunnen de kabels schade oplopen, waardoor de
machine niet veilig kan worden gebruikt.
Zorg ervoor dat u de kabels niet beschadigt
als u de handgreep in- of uitklapt.
Indien een kabel is beschadigd, moet u
contact opnemen met een erkende Service
Dealer.
6. Draai de
knoppen van de
handgreep los
totdat u het
bovenste deel van
de handgreep vrij
kunt bewegen.
m-6289
7. Klap het
bovenste deel van
de handgreep naar
achteren zoals
word getoond.
m-7309
BELANGRIJK: Zorg ervoor dat de kabels aan de
buitenkant van de knoppen van de handgreep lopen
als u het bovenste deel van de handgreep uitklapt.
8. Om de handgreep uit te klappen, zie Handgreep
uitklappen, blz. 5.
De maaimachine uit de
stalling halen
1. Verwijder de bougie en draai de motor snel rond
met behulp van het startkoord om overtollige olie uit
de cilinder te verwijderen.
2. Plaats de bougie en draai hem met behulp van
een momentsleutel vast met een torsie van 20 Nm.
3. Laad de accu op.
4. Sluit de bougiekabel aan op de bougie.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16

Toro 55cm Recycler Lawnmower Handleiding

Type
Handleiding