Zanussi ZCG051GWC Handleiding

Categorie
Kookplaten
Type
Handleiding
Inhoud
Ter attentie van de gebruiker
Belangrijke waarschuwing
Beschrijving van het apparaat
Het gebruik van uw gasfornuis
Gebruiksaanwijzing
Bakgids
Onderhouden en reiniging
Storingen
Ter attentie van de installateur
Technische kenmerken
Veiligheidseisen
Installatie
Gas wisselen
51
54
55
61
62
63
65
66
67
68
70
Raadgeving voor het lezen van de gebruiksaanwijzing
De volgende symbolen begeleiden u tijdens het lezen van de
gebruiksaanwijzing.
Veiligheidsaanwijzing
Beschrijving van de operaties etappe voor etappe
Aanwijzingen en aanbevelingen
Voorlichting over rniIieubescherming
50
Belangrijke waarschuwing
apparaat. Als het apparaat aan een andere
persoon verkocht of gegeven zal worden, dient
de gebruiksaanwijzing samen met het
gasfornuis te blijven. Dan zal de nieuwe
gebruiker op de hoogte zijn van de werking
ervan en van de waarschuwing erover. Deze
waarschuwingen zijn opgesteld voor uw
veiligheid en voor de veiligheid van de persoon
die uw gasfornuis mogelijk kan kopen.
Gebruik
Dit apparaat werd ontworpen om
uitsluitend door volwassenen gebruikt te
zijn. Houd kinderen uit de buurt van het
apparaat. Het gasfornuis is geen
speelgoed!
Na aankoop van het apparaat pak het uit
en controleer zijn buitenkant. De eventuele
klachten moeten op de Ieveringsfactuur
geschreven worden die bewaard dient te
zijn.
Uw apparaat is bestemd voor een normaal
huishoudelijk gebruik. Dit gasfornuis moet
niet gebruikt zijn voor industriele of
commerciële doeleinden waarvoor het niet
ontworpen is.
Het wijzigen van de technische kenmerken
van dit apparaat kan gevaarlijke gevolgen
hebben.
Voor het eerste gebruik van het gasfornuis
doet de oven aan met het oog op het
verwijderen van de geur van het
beschermmateriaal en het vet toegepast
voor bescherming tijdens de vervaardiging:
- Til het deksel op,
- Verwijder de accessoires uit de oven,
- Verwijder de eventuele plakkers,
advertentieplaatjes, het beschermlaagje van
de deksels van de gasbranders,
- Stook de oven omstreeks 45 minuten
lang door het draaien van de knop van de
oven naar de maximale stand.
Tijdens het uitvoeren van deze operatie zal
uw apparaat roken. Lucht de kamer om de
geur en de rook daarvan te verwijderen.
Reinigen de accessoires van de oven met
een zacht schoonmaakmiddel. Spoelen en
afdrogen zorgvuldig.
Het gebruik van een gasfornuis
veroorzaakt warmte en vochtigheid in de
kamer waarin dit apparaat geplaatst is. Pas
op dat de keuken gelucht is: houd er de
openingen voor de naturele ventilatie open
of installeer er een ventilator.
Voor het intensieve en langdurige gebruik
van uw apparaat is het aan te bevelen een
aanvullende Iuchtverversing te verzekeren
door het openen van de ramen of een
efficiënte Iucbtverversing te bereiken door
het vergroten van het vermogen van de
ventilator als deze geïnstalleerd is.
Als u een electrisch toestel in de nabijheid
van uw gasfornuis gebruikt (bijvoorbeeld
een electrische mixer), pas op dat de
aansluitkabel van dit toestel niet in contact
komt met de warme oppervlakte van het
gasfornuis of in de deur van de oven
geblokkeerd wordt.
Pas op waneer u gerechten in olie of vet
kookt (frieten, oliebollen): olie en vetten
kunnen onmiddelijk vlam vatten als ze
oververhit worden,
Gebruik geen potten die ongelijke bodems
hebben of die niet stevig zijn: het voedsel
daarin kan spuiten en lichamelijke Ietsels
veroorzaken.
51
Draagt u nooit uw gasfornuis door het
trekken van de ovendeur.
Behalve de samen met uw gasfornuis
geleveerde accessoires, gebruikt u alleen
hittebestendige pannen,
schalen,... (neem de
raadgeving van de fabrikant in acht).
Bewaar geen schoonmaakniiddelen of
ontvlaambare materialen in de lade (indien
uw gasfornuis van een lade voorzien is) of
in de buurt van uw apparaat.
Op de geopende deur van de oven:
- zet geen zware voorwerpen neer,
pas op dat de kinderen niet kunnen klimmen
of blijven zitten.
Wanneer u kookgerei binnen of buiten de
oven wilt doen, raakt u geen oververhitte
elementen aan en gebruikt u
hittebestendige handschoenen.
Zet nooit de aluminium papieren direct op
de bodem van de oven; de opgehoopte
warmte kan het email ervan beschadigen.
Om de beschadiging van de draaiknoppen
te voorkomen, laat nooit de deur van uw
apparaat geopend wanneer het in werking
of nog warm is.
Een gasbrander moet een regelmatige
vlam hebben. U moet de Iuchtstromen
vermijden. Als de vlam nog onregelmatig is,
maak de gasbrander schoon. Als de
onregelmatigheid niet verdwijnt, bel de
bevoegde servicedienst.
Na het gebruiken van het gasfomuis pas op dat
alle draaiknoppen op de stand "uit" zijn.
Plaatst geen voorwerpen (doeken,
aluminium folies) op de kookplaat wanneer
de gasbranders in werking zijn.
Voor bet optillen van het deksel, moet u het
reinigen.
Wanneer de oven in werking is, dient het
deksel opgetild te zijn.
Voor het neerzetten van het deksel, draai
alle gasbranders uit en wacht erop dat de
kookplaat koud wordt om de
beschadigingen te voorkomen.
Verander de gastoevoerslang voor de
vermelde datum waarop zijn garantie vervalt.
Gebruik geen propaangascilinder in uw
keuken of in een andere gesloten ruimte.
Houd kinderen uit de buurt van uw
gasfornuis wanneer dit in werking is. Zo
voorkomt u dat ze zich aan een hette
kookplaat of buitenkant van de oven
kunnen branden of ze een volle pot kunnen
doen omdraaien.
Pas op dat de kinderen de knoppen van
het appaarat niet kunnen draaien.
Voor het reinigen van het gasfornuis,
controleer of de aansluiting aan het gasnet
onderbroken is (alle knoppen moet op de
stand "uit" staan) en dat alle wanden ervan
genoeg afgekoeld zijn.
Laat nooit de kookplaat werken zonder
een pan bovenop.
Voor juist koken en werken pas op dat
het gasfornuis altijd scboon blijift; tijdens
het bereiden van sommige gerechten,
kunnen de vetresten onaangename
geuren afgeven.
Reinig uw toestel na elk gebruik om een
goede werking ervan te verzekeren
Gebruik geen stoomtoestels of druktoestels
voor het reinigen van de oven (maatregelen in
verband met de electrische veiligheid)
52
Installatie
Het installeren van uw apparaat moet door
een bevoegde vakrnan uitgevoerd zijn.
Alleen een bevoegde elektricien kan een
wjjziging in uw electrische installatie
aanbrengen om uw apparaat te kunnen
aansluiten .
Het apparaat moet geen aansluiting
hebben wanneer dit geïnstaleerd of
hersteld is
De storingen van uw gasfornuis dienen
uitsluitend door een erkende servicedienst
hersteld te worden. Een onjuiste
herstelling kan serieuze beschadigingen
eraan veroorzaken.
Lees aandachtig deze opmerkingen door voor
het gebruiken en het opstellen van dit
apparaat. Wij danken u voor het vertrouwen
dat u met de aankoop van uw gasfornuis in
ons hebt gesteld. We zijn niet verantwoordelijk
voor een verkeerd gebruik van dit apparat of
indien de gebruiker geen rekening met de
veiligheidsnormen houdt. Neem de regels voor
het onderhouden en het reinigen van het
gasfornuis in acht.
Milieubescherming
De recycleerbare materialen zijn met het
smbool
aangeduid. Plaats ze in ruimten
bestemd voor het ophallen hiervan.
53
Beschrijving van het apparaat
Het bedieningspaneel
4
3
5
6
2
ZCG 051GWC
3
6
2
1
4
5 7
8
1
CATALYSE
1. De schakelaar van het licht in de
oven/draaispit
2. Draaiknop van de oven/grill.
3. Draaiknop van de gasbrander achter links.
4. 3. Draaiknop van de gasbrander voor links.
5. Draaiknop van de gasbrander voor rechts.
6. Draaiknop van de gasbrander achter
rechts.
De kookplaat
2
1
3
4
1. De gasbrander voor links (snelle)
2. De gasbrander achter links (halfsnelle)
3. De gasbrander achter rechts (snelle)
4. De gasbrander voor rechts
(bijbehorende)
54
Het gebruik van uw gasfornuis
1. De oven
Ingebruikname
Voor het eerste gebruik van uw oven,
laat hem een keer verwarmen wanneer deze
leeg is. Zorg ervoor dat de kamer voldoend
gelucht is: GMV (De Gecontrolleerde
Mechanische Ventilatie moet in werking zijn
of de ramen dienen geopend te zijn.
Hoe kunt u doen?
1. Til het deksel op.
2. Verwijder de accessoires uit de oven.
3. Verwijder de plakkers, de
advertentieplaatjes, de beschermfilmen van
de deksels van de gasbranders.
4. Verwarm de oven omstreeks 45 minuten
door het draaien van de knop de oven naar
de maximale stand.
Reinig de accessoires van de oven met een
zacht schoonmaakmiddel.
Spoelen en afdrogen zorgvuldig.
De deur is warm wanneer de oven in
werking is. Houd kinderen uit de buurt van
het gasfornuis.
Wanneer de oven in werking is, moet
het deksel opgetild zijn om de oververhitting
te vermijden.
Gebruik
De gasbrander van de oven is voorzien van een
thermokoppelbeveiliging. Indien de vlam toevalig
geblust is (heftige Iuchtstromen, het overstromen
van een vloeistof,..) sluit de
beveiligingthermokoppel de gastoevoer van de
gasbrander van de oven af.
De traditionele oven heeft een temperatuur-
regeling met 8 standen.
Met behulp van de draaiknop van de
oven/grill kunt u de geschikte
kooktemperatuur kiezen en de grill doen
werken.
"Uit"-stand
1-8 Temperatuurbereik van de oven
Dit symbool wijst op de stand "grill".
2
3
1
4
6
8
7
5
Het aanzetten van de gasbrander
van de oven
De aanvoer van het gas naar de brander
wordt geregeld door een thermostaat, die er
voor zorgt dat de temperatuur in de oven
constant blijft.
1. Doet de ovendeur open en til het
beschermdeksel van de stookopening op.
2. Breng een vlarn in de nabijheid van de
gasbrander van de oven .
55
3. Druk de ovenknop in en draai hem tegen
de wijzers van de klok in naar stand “8”.
4. Wanneer de gasbrander aangezet is, houd
de knop omstreeks 10 seconden ingedrukt
om de therrnokoppel-beveiliging van de
oven in te stellen. Als de gasbrander niet
brandt, draai de knop op de stand "uit" en
na een minuut herhaal de operatie door het
drukken op de knop 15 seconden
maximum.
5. Sluit de ovendeur.
6. Warm de oven 10 minuten op en draai de
draaiknop naar de gewenste stand.
Voordat u sommige voedingsmiddelen in de
oven doet (bijvoorbeeld het rode vlees), dient u
het te doen stoken wanneer dit leeg is. De
instelling van de draaiknop moet dezelfde zijn
als de voor koken gekozen instelling.
Uitdraaien van de gasbrander
Draai de knop in de richting van de wijzers van
de klok naar de stand «
».
De grill
De bereikbare delen van het
gasfornuis kunnen verwarmen tijdens het
gebruiken van de grill. Houd de kinderen uit
de buurt van het apparaat. De grill dient
gebruikt te zijn wanneer de deur geopend en
de draaiplaat "A" geïnstalleerd zijn.
A
De grillstand is bestemd voor het grillen van
de stukken vIees (rundvlees, varkensvlees.)
die zacht blijven, voor het bruinen van tosti's of
voor het gratineren van de bereide gerechten
die bij voorkeur warm moeten zijn (het
gratineren van pasta, enz.)
Indien u direct op de grill wilt koken, zorg
ervoor dat de verzamelschaal geschoven
wordt op een lagere trap om het vet en sap
van de gerechten te kunnen verzamelen.
Het aanzetten van de grill
1. Doe de deur open en trek de "A"-
draaiplaat uit .
2. Druk op de knop van de oven en draai
hem in de richting van de wijzers van de
klok tot de stand
en houd hem
ingedrukt.
3. Breng een vlam in de nabijheid van de
gasbrander 2 - 3 seconden na het drukken
op de knop.
4. Zorgt u ervoor dat de gasbander brandt en
houdt u de knop omstreeks 10 minuten
ingedrukt voordat u hem loslaat (voor het
instellen van de thermokoppelbeveiliging).
Als de gasbrander niet aangestoken kan worden,
draai de knop naar de "uit"- stand en herhaal de
operatie na 1 minuut door het houden de knop
maximum 15 seconden ingedrukt.
56
Het aanstekken van de gasbrander
dient alleen met de geopende ovendeur
uitgevoerd te zijn.
Het uitdraaien van de grill
Draai de geschikte draaiknop tegen de richting
van de wijzers van de klok naar de "uit" «
»
stand.
Raadgeving voor het grillen
1. Uw oven dient 5 - 10 minuten opgewarmd
te worden op de "grill"
- stand.
2. Als de grill warm is, zet het stuk vlees, op
het rooster neer en plaatst het rooster op
de gewenste afstand van de grill. Houd het
stuk vlees daarin zolang het nodig is om
het gegrild te kunnen worden.
3. Schuif de verzamelschaal op een lagere
trap.
4. Na het bruinen van een zijde van het stuk
vlees, draai het om zonder het vlees door
te boren. Zo voorkomt u het verliezen van
het sap daarvan.
5. Doe de tweede zijde grillen.
6. Strooi zout na het koken.
7. De kooktijd dient vastgesteld te zijn
overeenkomstig de breedte van het stuk
vlees die gegrild moet zijn, geen rekening
houdend met het gewicht ervan.
Raadgeving voor het gratineren
1. Het is aanbevolen uw oven op de "grill
"-stand te laten verwarmen (ongeveer 5
minuten).
2. Zet de plaat op het rooster neer en doe ze
samen schuiven tot de gewenste afstand
van de grill.
3. Laat de gerechten een paar minuten lang
rusten orn de warmte van de grill erin
binnen te dringen.
Na het gebruiken van de oven of de grill,
pas op dat de oven/grill- draaiknop op de
"uit"
«
» stand is.
Het draaispit
De bereikbare kanten van het
gasfornuis kunnen heet worden tijdens het
gebruik van het draaispit. Houd kinderen
uit de buurt van het gasfornuis. Het
draaispit dient gebruikt te worden met
geopend deur en de "A" draaiplaat
geïnstalleerd . Het spit en de steun ervan
worden heet na het koken. Gebruik
hittebestendige keukenhandschoenen.
A
Het gebruik van het draaispit?
1. Doe de ovendeur open en trek de
draaiplaat "A" uit.
2. Schuif een vork aan het spit alvorens het
vlees er op te schuiven.
3. Steek dan de tweede vork erin.
4. Blokeer de vorken met behulp van de
schroeven.
5. Monteer het handvat van het draaispit.
57
6. Steek de steun van het draaispit in de
opening van het frame bovenaan .
7. Duw het draaispit in de opening van de
oven achteraan in het midden. Bevestig
alles aan het frame.
8. Schuif de druippan op een lagere trap.
9. Verwijder het handvat.
10. Draai de draaiknop van oven / grill naar de
- stand en druk op de
toets .
11. Controleer of het spit draait.
12. Orn het stuk vlees uit de oven te halen,
draai de draaiknop van de oven / grill naar
de "uit" «
» stand.
13. Stop het draaispit door de
toets in te
drukken
.
14. Plaats het handvat op de juiste stand.
15. Trek zachtjes aan het draaispit en haal het
samen met de druippan uit de oven.
16. Verwijder de haak met hittebestendige
handschoenen.
Ovenlamp
De oven is voorzien van een lamp bestemd
voor de controle van de spijzen tijdens het
koken.
U kunt deze aanzetten door het drukken op de
toets die op het bedieningspaneel geplaatst is
De gasbranders van het kookplaatje
Door bet draaien van de knop naar de op het
bedieningspanneel aangeduide standen, kunt u
het volgende bereiken :
De stand "uit"
Volle vloed (gasbrander op de maximale
stand)
Vertraagde vloed (gasbrander op de
minimale stand)
Het is aan te bevelen de maxirnale vloed voor
het koken van de gerechten en de vertraagde
vloed voor het stoven ervan te gebruiken.
Kies altijd de standen tussen de volle en
verminderde vloed en nooit tussen de standen
die op voile vloed en "uit" wijzen.
Voor het sluiten van het deksel, zorg
ervoor dat de kookplaat afgekoeld is;
anders kan hij het deksel beschadigen.
Het aanzetten van de op de
kookplaat liggende gasbranders
58
Druk de knop en draai hem naar links tot de
stand "voIle vlam".
1. Breng een vlam in de nabijheid van de
gasbrander.
2. Stel de vlam in op de gewenste stand .
Het uitdraaien van de gasbranders
Draai de knop in de richting van de wijzers van
de klok naar de "uit -
" stand. Zo wordt de
beveiliging geinstalleerd.
Pas op dat geen kinderen in de
nabijheid van het apparaat zijn zolang dit
nog warm is. Zet geen voorwerpen of
voedingsmiddelen op de kookplaat neer, die
konden gesmolten worden.
Het kiezen van de gasbrander
Boven elke knop is er een symbool dat op de
betreffende gasbrander wijst.
Juist gebruiken
Onjuist gebruiken
(energieverspilling)
Voor efficiënt koken gebruikt u pannen die
met de doorsnede van de gebruikte
gasbrander overeenkomen.
Het is raadzaam het vermogen van de
gasbrander te verminderen wanneer het
kookpunt bereikt is.
Voor de efficiëntie van de gasbranders
dienen de deksels schoon te zijn; Resten op
de deksels kunnen onregematigheden
veroorzaken.
Diameter van de gebruikte pannen:
Snelle gasbrander min. 165 mm
Halfsnelle
gasbrander
min. 140 mm
Hulpbraner
gasbrander
min. 100 mm
59
De met het apparaat geleverde accessoires
Behalve de met het gasfornuis geleverde
accessoires, is het aan te bevelen alleen
schalen, keukengerei enz. die hittebestendig zijn
(neem de gebruiks-aanwizing van de fabrikant in
acht).
Uw gasfornuis is voorzien van:
een rooster
Daarop kunt u het keukengerei neerzetten.
U moet de schaal in het midden van het
rooster plaatsen.
een gebakplaat
een verzamelschaal
Deze is gebruikt voor het verzamelen van
het sap van het gegrilde vlees.
De verzamelschaal is niet bestemd voor het
gebruiken als kookpan.
een draaiplaat
Deze moet gebruikt zijn tijdens het grillen en
het braden aan het draaispit.
een draaispit samengesteld uit:
twee vorken
een spit
een handvat
een steun voor het draaispit
60
Gebruiksaanwijzing
Het koken in de oven
Voor een economisch energiegebruik is het
raadzaarn 5 minuten voor het einde van de
vastgestelde kooktijd het gasfornuis uit te
draaien. De warmte die in de oven blijft kan
aan de voltoiing van het koken helpen.
De dichtheid, het geleidingsvermogen, de
kleur van het keukengerei kunnen een
invloed hebben op het koken.
Tijdens het koken stijgen sommige gerechten
in volume; daarom is het raadzaam geschikte
pannen te gebruiken en de derde deel ervan
vrij te blijven.
Voor bet vermijden van de vetspatten, gebruikt a
braadschalen en schoteltjes met hoge randen,
waarvan de afmetingen evenredig zijn met het
stuk vlees dat geroosterd moet worden.
Doorboor het vel van het gevogelte en de
worstjes met een vork voor het koken. Zo
voorkomt u het barsten van het vel ervan.
Om uw oven schoon te houden, zet een
aluminiumfolie neer tussen de pot en het
rooster. Zo zal de bodem van de oven
bescbermd zijn in geval van spatten. Deze
aluminiumfolie moet niet volledig de
oppervlakte van het rooster bedekken.
Gebruik hittebestendige glazen borden voor
het gratineren en voor het bereiden van de
soufflés.
Voeg erin de vetstotfen toe een beetje voor
het einde van de kooktijd.
Plaatst geen aluminiumfolie direct op
de bodem van de oven ; anders zal deze het
email ervan beschadigen. Wanneer de oven in
werking is moet het deksel opgetild zijn.
De invloed van het keukengerei op het koken
in de oven
U moet weten:
Het potten van aluminium en de
aardewerken schotels kunnen de
benedenkant van het voedsel doen
verbleken en de vochtigheid van de
gerechten bewaren tijdens het koken. Het
is raadzaam ze te gebruiken voor het
bereiden van bakkerij stukken in vormen
en voor het bereiden van de gegratineerde
gerechten, voor het braden van de
vleesstukken.
De geëmailleerde ijzeren potten, glazen
potten en potten van porselein, de potten
met een niet klevende binnenkant en een
gekleurde buitenkant veroorzaken het
bruineren van de benedenkant van de
gerechten; deze potten veroorzaken bet
drogen van de gerechten. Het is aan te
bevelen ze te gebruiken wanneer u tarten.
quiches en gerechten bereiden, die een korst
er boven en beneden moeten hebben.
Het koken op de kookplaat
Kies altijd een pot die evenredig met de
doorsnede van de gebruikte gasbrander is. Als
u potten met een brede bodem wilt gebruiken
(sterilisatiepot, marmeladepot, wasketel,
couscoussier...), plaatst u ze op de achterkant
van de kookplaat zodat de bodem van de
potten vast erop staat en de rand van de
kookplaat niet overscrijdt. Zo voorkomt u dat
de vlammen te hoog rijzen en het
bedieningspaneel oververhit wordt.
Voordat u het deksel sluit wacht erop
dat de bovenkant van de kookplaat afkoelt. Zo
voorkomt u de beschadiging van het deksel.
61
Bakgids
Omrekeningstabel: thermostaat- / temperatuurstanden
1
150 °C 3 170 °C 5 200 °C 7 240 °C
2 160 °C 4 180 °C 6 220 °C 8 MAXI
De oven moet altijd voorverwarmd worden in de stand van het te bereiden gerecht.
Gerechten Stand van de ovenknop
Biscuittaart – Viervierden 1 - 2
Pâté – Terrine 3 - 4
Pikante taart - Soufflé 4 - 5
Vis 4 - 5
Gevogelte - Varkensvlees 5 - 6
Rood vlees 7 - 8
De aanwijzingen in de bakgids zijn slechts richtwaarden. Al naar gelang de hoeveelheid van
het te bereiden gerecht en het materiaal van de bakpan, -schaal of –vorm zult u deze
waarden eventueel moeten aanpassen. Uw ervaring zal u leren de juiste stand te vinden die
het best met uw kookgewoonten overeenkomt.
Bakken met de grill
Gedurende het grillen moet de ovendeur open blijven staan en moet u toezicht blijven houden.
62
Onderhoud en reiniging
Voordat u het fornuis reinigt, pas op dat
alle draaiknoppen op de stand: "uit" staan en
het apparaat helemaal afgekoeld is.
Gebruik geen schurende of agressieve
schoonmaakmiddelen en geen schuursponsjes
voor het reinigen van uw apparaat.
De gasbranders
Reinig de deksels van de gasbranders met warm
water en een zacht schoonmiddel en verwijder alle
resten erop. Gebruik nooit water met azijn voor het
reinigen van uw gasfornuis. De kronen van de
gasbranders moeten helemaal schoon zijn;
verstoppingen kunnen onregelmatigheden van de
vlammen veroorzaken.Als u de gasbrander
gedemonteerd heeft, pas dan op dat de kronen en de
deksels juist geplaatst worden alvorens het fornuis
aan te zetten. De hierbovengenoemde delen moeten
helemaal droog zijn.
Het bedieningspaneel, de draaiknoppen, het
geëmaileerde rooster, het deksel van de
kookplaat, de zijwanden van het apparaat.
Gebruik een vochtig sponsje en zachte
schoonmiddelen, spoel en droog.
De bovenkant van de kookplaat
Reinig het gasfornuis na elk gebruik met
behulp van een spons, warm water en een
zacht schoonmaakrniddel; vermijd het lekken
van het vloeistof in de gaatjes van de
kookplaten. Spoel en droog met een zacht
doekje. Laat vetspatten eerst weken in wat
schoonmaakmiddel. Nooit krassen. Gebruik
geen schurende- en agressieve
schoonmaakmiddelen omdat het glansemail
van de oppervlakte hierdoor kan beschadigd
worden. Het is aan te bevelen de azijnvlekken,
de druppels van citroensap en de zuurtjes van
de kookplaat te verwijderen.
Accessoires
Reinig ze met zeepoplossing; spoel en droog
ze zorgvuldig af.
63
Reiniging van de ovendeur
Om de ovendeur volledig te kunnen reinigen,
raden wij u aan deze als volgt te verwijderen:
open de deur wijd,
daai de twee verbindingsstukken (1) op het
scharnier,
suit de deur gedeeltelijk naar een hoek van
30º;
tl de deur op en trek hem naar voren.
Voor het monteren van de deur, doe alles in en
omgekeerde volgorde.
Het panoramavenster kan gedemonteerd worden
voor reiniging. Hiervoor dienen twee schroeven
losgedraait te worden.
Accessoires
Reinig ze met zeepoplossing; spoel en droog ze
zorgvuldig af.
64
Het vervangen van de gloeilamp
Let op dat alle draaiknoppen in de « -
uit » positie staan alvorens de gloeilamp te
vervangen.
Deze gloeilamp van 15 W (type: sokkel; schroef
E 14; 230 I 240 V) is een speciale "warmte"
gloeilamp die hittebestendig is aan een
temperatuur van 300
0
C.
De gloeilamp is geplaatst aan de achterkant van de
oven en is bereikbaar via de binnenkant ervan.
Om toegang tot de gloeilamp te hebben :
1. Schroef de glazen beschermhoed van de
gloeilamp los
2. Draai de gloeilamp los.
3. Vervang de gloeilamp.
4. Schroef vast de glazen gloeilamp
.
Storingen
Het is aan te bevelen do volgende testen aan uw gasfornuis uit to voeren voordat u de na aankoop
geleverde servicedienst belt. De storing kan een eenvoudige onregelmatigheid zijn die u kan zelf herstellen.
Indien na het controleren van deze verschillende onderdelen de onregelmatigheid niet verdwijnt,
neem contact met de na aankoop geleverde servicedienst.
Symptoom Oplossing
Een gasbrander brandt niet.
Controleer:
of de gastoevoer geopend is,
of de gasleiding juist geplaatst is,
of de gascilinder leeg is.
Een gasbrander van de kookplaat of de
gasbrander van de oven brandt niet.
Controleer:
of de gasbrander juist gemonteerd is,
of de gasbrander niet vochtig is.
U bent ontevreden met de
kookresultaten
Controleer:
de thermostaat in de juiste stand staat,
of de kooktijd juist ingesteld is,
het rooster juist op het vuur staat,
of geschikt keukengerei gebruikt wordt.
De oven rookt
Controleer:
of de oven gereinigd moet zijn,
of de gerechten niet hebben gespat,
of er vetresten op de wanden van de oven zijn
65
Technische kenmerken
Vrijstaand apparaat Klas 1
Kookplaat Het deksel van de kookplaat
Het rooster
Gasbrander voor rechts
Gasbrander achter rechts
Gasbrander voor links
Gasbrander achter links
Geëmaileerd
Bijbehorende gasbrander
Snelle gasbrander
Snelle gasbrander
Halfsnelle gasbrander
1,00/ 0,95/1,00 kW
2,50/ 2,30/ 2,60 kW
2,50/ 2,30/ 2,60 kW
2,00/ 1,85/ 2,00 kW
Oven Oven
Vermogen van de oven
Grill
Vermogen van de grill
De gloeilamp van de oven
Reiniging
gas
2,60/ 2,40/ 2,60 kW
gas
2,50/ 2,30/ 2,50 kW
gloeilamp 15W type E 14
katalyse
Toebehoren
Rooster
Druippan
Gebakplaat
Draaiplat
Draaispit
Compartiment voor vaatwas
Afmetingen Hoogte
Breedte
Diepte
850 mm
550 mm
550 mm
Dit apparaat is in overeensteming met de volgende Europese richtlijnen
vervaardigd:
90/683; 95/2006 (laag voltage) en de wijzingen eraan,
89/336 (Electromagnetische compatibiliteit) en de wijzigen eraan,
90/396 (Gasapparaat); 93/68 (Algemene Richtljinen) en de wijzigingen eraan
66
Ter attentie van de installateur
Veiligeidseisen
Voor het installeren van het gasfornuis
pas op dat het apparaat overeenkomstig
de kenmerken van de lokale
gasdistributie (de natuur en de druk van
het gas) ingesteld kan worden.
Dit apparaat moet geplaatst worden
alleen in een ruimte die genoeg gelucht
is.
De instellingseisen van dit apparaat zijn
vermelden op het typeplaatje ervan.
Dit apparaat heeft geen aansluiting aan
een afvoerbuis. Het opstellen en het
aansluiten aan het gasnet dienen
overeenkomstig de geldende normen
hiervoor uitgevoerd to zijn. U moet aan
ventilatiesnormen een bijzondere
aandacht schenken.
Dit gasfornuis is een X apparaat. Dat
betekent dat de meubelstukken die naast
dit gasfornuis staan kunnen niet de
hoogte ervan overschrijden. Deze norm is
bestemd voor hot beschermen van de
meubelstukken.
De wanden dicht bij het apparaat moeten
van hittebestendige stoffen vervaardigd
of met dergelijke stoffen bedekt zijn.
Aansluiting aan het gasnet
Controleer of de vloed en do doorsnede
van de gasleidingen geschikt zijn voor het
verzekeren van do gastoever voor alle
apparaaten van de installatie (Raadpleg
uw gasbedrijf).
Controleer of alle aansluitingen dicht zijn
Monteer een afsluitingskraan die
bereikbaar en zichtbaar moet zijn.
Indien u over een soepele gasslang
beschikt, dient deze bereikbaar en
zichtbaar te zijn. Hij moet niet achter het
apparaat geplaatst worden.
Vervang do soepele gasslang een beetje
voor het vervallen van de garantie ervan.
Het onderhoud en de installatie van het
gasfornuis moeten overeenkomstig de
geldende regelingen en normen door een
bevoegde vakman uitgevoerd zijn.
67
Installatie
Plaatsing
Verwijder de verpakking en do kunststof
bedekking en plaats het gasfornuis in een droge
en geluchte ruimte. Zet het gasfornuis neer uit de
buurt van gordijnen, papieren of flessen van
alcohol, enzv.
Het gasfornuis moet neergezet zijn op een
hittebestendigde vloer.
2 cm
2 cm
59 cm
ZANU
S
Dit gasfornuis behoort tot de klasse "1" die in
verband is met de bescherming tegen de
oververhitting van do oppervlakten in zijn
nabijheid. Houd een afstand van 2 cm tussen de
zijwanden van do meubelstukken en uw fornuis
Deze meubelstukken moet niet hoger dan de
kookplaat zijn.
De ventilatie van de kamer
Het branden van het gas is mogelijk dankzij de
zuurstof die in de lucht zich bevindt (2m
3
lucbt/h x
kW van het geinstalleerde vermogen - zie het
typeplaatje van uw apparaat).
Daarom zijn de luchtverversing en de afvoer
van de gebrande gassen benodigd.
De luchtverversing dient uitgevoerd te zijn
door een of meer openingen in de
buitenwanden met een totale oppervlakte van
omstreeks 100 cm
2
.
De openingen moeten geplaats zijn in de
nabijheid van de vloer en bij voorkeur
tegenover de kant waarop de afvoer van het
gebrand gas zich bevindt, Pas op dat de
openingen niet vorstopt zijn in de buitenkant
en in de binnenkant.
Aansluiting aan het gasnet
Uw gasfornuis is afgesteld op het gasttype dat
vermeld staat op het typeplaatje .
Het veranderen van de afstelling kan
noodzakelijk zijn. In dat geval moet u de
hieronder vermelde handelingen volgen.
Verifieer of de gasdruk in
overeenstemming is met de in de tabel
aangegeven waarden. Deze verzekeren
zowel een juiste en energiebesparende
werking alsmede een langere levensduur
van uw gasfornuis.
Butaangas of propaangas : zorg ervoor dat de
drukregelaar devolgende gasdruk verzekert:
28-30 mbar voor butaangas en 37 mbar voor
propaangas.
Aansluiting met een vaste buis of een metalen
en soepele slang
Om veiliger te zijn raden we aan de aansluiting
uit te voeren met vaste buizen (bv. in koper) of
met soepele buizen in inoxstaal zodat het
toestel niet beschadigd raakt.
De aansluiting aan de gasmond voor deze
toestellen is ISO7-1/R1/2. “.
68
Aansluiting met soepele, buis
Wanneer u voor de aansluiting een soepele buis
of slang gebruikt, controleer ze dan op de
volgende punten:
- de slang vertoont geen plooien,
versmallingen, brandsporen ; zowel aan de beide
uiteinden als over de volledige lengte ;
- het materiaal is niet hard geworden en is
dus nog steeds even soepel en buigzaam ;
- de verbindings- en sluitingsringen (als er
zijn) zijn niet geroest ;
- de geldigheidsdatum (als er een is) is niet
verstreken.
De slang moet als volgt geplaatst worden :
- mag niet onder spanning grasm of gedraaid
zijn ;
- mag niet in aanraking komen met scherpe
voorwerpen of met scherpe randen ;
- het moet makkelijk zijn om de staat van de
slang te controleren.
Indien er zich toch één van bovenvermelde
dingen voordoet (of meerdere tegelijk) moet u de
slang niet laten herstellen maar volledig
vervangen.
BELANGRIJK
Wanneer de installatie voltooid is, gaat u de goede
vastheid van de verbindingen na met schuim of
zeepwater maar NOOIT met een vlammetje.
Het aansluiting aan het electriciteitsnet
Belangrijke opmerking
Pas op dat de aarding van het apparaat juist
uitgevoerd is door middel van een stopcontact
van 2P + T ( 10 / 16 A ), overeenkomstig de
geldende normen en voorschriften. We zijn niet
verantwoordelijk voor persoonlijke letsels in geval
van een onjuiste aarding.
Het gasfornuis is voorzien van een soepele
voedingskabel met stekker die een aansluiting
op een stopcontact moet hebben. Het
stroomvoltage moet 230V, 50Hz zijn.
De zekering: 3 A ( rnaximaal)
Opmerking:
Controleer de waarde van het totale vermogen
om de waarde van de zekering te kunnen
vaststellen.
De aansluiting van een vaste installatie aan
het stroomnet dient uitgevoerd te zijn door
middel van een verbreker met een omnipolaire
verbreking met een afstand minder dan 3 mm
tussen de contacten.
De gele - groene aardleiding moet niet
verbroken zijn door middel van een verbreker.
De voedingskabel moet zo geplaatst worden
dat de temperatuur ervan niet 50
0
C op de
kamertemperatuur overschrijdt.
Voor het aansluiten van het apparaat,
controleer of:
de zekeringen en de huishoudolijke
elektrische installatie de elektrische lading
kunnen verdragen (zie het typeplaatje),
het stopcontact en de omnipolaire
verbreking moeten bereikbaar blijven
tijdens de installatie van het apparaat.
De voeingskabel mag alleen door een erkende
elektricien vevangen worden. Gebruik een
voedingskabel met een doorsnede die met de
elektrische lading overeenkomt.
Ongeacht de modaliteiten van
aansluiting, moet de aarding van het
apparaat uitgevoerd zijn overeenkomstig
de geldende normen.
69
Gas wisselen
Uw gasfornuis is bestemd voor werking met
aardgas, Propaangas en Butagas.
Dit is niet ontworpen voor het werken met
gebutaaneerde of gepropropaaneerde lucht.
Voor het veranderen van do gastype moet u:
de injectoron vervangen (kookplaat, oven,
grill),
de vorminderde gasvloed instellen
(kookplaat, oven),
de circulatie van de eerste Iucht instellen
(oven, grill),
de gasaansluiting testen.
INJECTOREN TABEL NO.1
(Cat : II
2E + 3+
)
Gasbranders
Normaal
vermogen
(Kw)
Verminderd
vermogen
(Kw)
Gastype
Gasdruk
(mbar)
Doorsned
e injector
Opening
ring
(mm)
(mm)
Cons.
g/h
Snelle
2,50
2,30
2,60
2,60
0,75
0,75
0,72
0,72
Aardgas G20
Aardgas G25
Butagas G30
Propaangas G31
20
25
28-30
37
0,42
1,10
1,10
0,86
0,86
-
-
-
-
-
-
189,05
185,68
Halfsnelle
1,90
1,85
2,00
2,00
0,45
0,45
0,43
0,43
Aardgas G20
Aardgas G25
Butagas G30
Propaangas G31
20
25
28-30
37
0,32
0,96
0,96
0,71
0,71
-
-
-
-
-
-
145,43
142,83
Bijbehorende
1,00
0,95
1,00
1,00
0,35
0,35
0,35
0,35
Aardgas G20
Aardgas G25
Butagas G30
Propaangas G31
20
25
28-30
37
0,30
0,70
0,70
0,50
0,50
-
-
-
-
-
-
72,71
71,41
Oven
2,60
2,40
2,60
2,60
1,00
1,00
1,00
1,00
Aardgas G20
Aardgas G25
Butagas G30
Propaangas G31
20
25
28-30
37
0,46
1,15
1,15
0,80
0,80
2,5
2,5
3,5
3,0
-
-
189,05
185,68
Gril
2,50
2,30
2,50
2,50
-
-
-
-
Aardgas G20
Aardgas G25
Butagas G30
Propaangas G31
20
25
28-30
37
-
1,15
1,15
0,80
0,80
25,0
25,0
24,0
24,5
-
-
181,78
178,53
Plakken de met het apparaat
geleverde plakker (de zak van de
injectoren) voor het gebruikte gastype.
70
Vervangen van de inspuiters
Elk apparaat is uitgerust met een set
inspuiters voor elk type gas. De diameter van
de spuitmond van elke inspuiter is
aangegeven in honderdste milimeters op de
inspuiter.
Vervang als volgt de inspuiters:
1. Verwijder de grill;
2. Verwijder de branders;
3. Draai de inspuiters los met dopsleutel
nr. 7 en vervang ze door de inspuiters die
bestemd zijn voor het soort gas dat u
gebruikt (zie tabel nr. 1)
Zet de branders en de grill weer op hun
plaats.
Regelen van het gereduceerd vermogen
van de kookbranders
Let op dat het gereduceerd vermogen juist is
ingesteld als u van het ene soort gas
overschakelt op een ander.
Een correcte vlam moet bij een gereduceerd
vermogen ongeveer 4 mm hoog zijn; een
bruuske overgang van de maximumstand
naar een lagere stand, mag nooit tot gevolg
hebben dat de vlam dooft.
Stel de vlam als volgt in:
1. Steek de brander aan;
2. Draai de knop naar de minimumstand;
3. Verwijder de knop;
4. Draai de regelschroef (die zich rechts
van de as van het kraantje bevindt, zie losser
of vaster tot u een heel korte, maar stabiele
vlam krijgt voor aardgas. Voor butaan- en
propaangas draait u de schroef volledig vast
in de richting van de wijzers van de klok.
5. Zet de knop weer op zijn plaats.
6. Draai de knop meermaals van de
maximum- naar de minimumstand om te
controleren of de vlam stabiel blijft.
pas d’air
réglage
correcte
excès d’ai
r
71
Vervangen van de inspuiter van de
ovenbrander
Vervang de inspuiter van de
ovenbrander als volgt:
1. Raadpleeg tabel 1 voor de diameter van
de te gebruiken inspuiter;
2. Verwijder de bodemplaat;
3. Verwijder de brander uit de oven door
hem naar achter te duwen;
4. Vervang de inspuiter met behulp van
dopsleutel nr. 10.
Zet de brander en de bodemplaat wer up hun
plaats.
Vervangen van de inspuiter van de
grillbrander
Vervang de inspuiter van de
grillbrander als volgt:
1. Verwijder de brander door de schroef te
verwijderen;
2. Vervang de inspuiter met behulp van
sleutel nr. 10;
3. Zet alles weer op zijn plaats.
Regelen van de primaire luchttoevoer van
de ovenbrander
Draai schroef “M” van de luchtregeling “A” los
met een schroevendraaier. Schuif de ring
naar achteren of naar voren om de
luchtdoorvoer verder te openen of af te
sluiten volgens de aanwijzingen in de
inspuitertabel.
Steek de brander aan om te controleren hoe
de vlammen eruit zien.
M
A
opening ring
72
Regelen van de primaire luchttoevoer van
de grillbrander
Draai de regelschroef van de luchtregelbuis
al naar het gebruikte gas los met een
schroevendraaier. Verplaats volgens de
aanwijzingen in de inspuitertabel de buis
zodanig dat de luchtdoorvoer groter of kleiner
wordt.
Steek de brander aan om te controleren hoe
de vlammen eruit zien.
Regelen van het gereduceerd vermogen
van de ovenbrander
Dit is enkel mogelijk voor de ovenbrander (de
grill heeft een vast vermogen).
Regel het gereduceerd vermogen
van de ovenbrander als volgt:
1. Steek de brander aan;
2. Draai de knop naar de maximumstand;
3. Verwijder de knop;
4. Draai de regelschroef ongeveer 3 maal
rond tegen de wijzers van de klok in;
5. Zet de knop op zijn plaats en laat de
oven ongeveer 10 minuten opwarmen;
6. Zet de knop in de laagste stand zodat er
met gereduceerd vermogen gewerkt kan
worden.
Verwijder de knop, let erop dat de spindel
van de kraan niet gaat draaien en draai de
schroef langzaam vast tot u een vlam van 3-
4 mm hoog krijgt.
leiding voor
instelling
schroef
opening
By-pass
73

Documenttranscriptie

Inhoud Ter attentie van de gebruiker Belangrijke waarschuwing Beschrijving van het apparaat Het gebruik van uw gasfornuis Gebruiksaanwijzing Bakgids Onderhouden en reiniging Storingen Ter attentie van de installateur Technische kenmerken Veiligheidseisen Installatie Gas wisselen Raadgeving voor het lezen van de gebruiksaanwijzing De volgende symbolen begeleiden u tijdens het lezen van de gebruiksaanwijzing. Veiligheidsaanwijzing Beschrijving van de operaties etappe voor etappe Aanwijzingen en aanbevelingen Voorlichting over rniIieubescherming 50 51 54 55 61 62 63 65 66 67 68 70 Belangrijke waarschuwing apparaat. Als het apparaat aan een andere persoon verkocht of gegeven zal worden, dient de gebruiksaanwijzing samen met het gasfornuis te blijven. Dan zal de nieuwe gebruiker op de hoogte zijn van de werking ervan en van de waarschuwing erover. Deze waarschuwingen zijn opgesteld voor uw veiligheid en voor de veiligheid van de persoon die uw gasfornuis mogelijk kan kopen. Gebruik • Dit apparaat werd ontworpen om uitsluitend door volwassenen gebruikt te zijn. Houd kinderen uit de buurt van het apparaat. Het gasfornuis is geen speelgoed! • Na aankoop van het apparaat pak het uit en controleer zijn buitenkant. De eventuele klachten moeten op de Ieveringsfactuur geschreven worden die bewaard dient te zijn. • Uw apparaat is bestemd voor een normaal huishoudelijk gebruik. Dit gasfornuis moet niet gebruikt zijn voor industriele of commerciële doeleinden waarvoor het niet ontworpen is. • Het wijzigen van de technische kenmerken van dit apparaat kan gevaarlijke gevolgen hebben. • Voor het eerste gebruik van het gasfornuis doet de oven aan met het oog op het verwijderen van de geur van het beschermmateriaal en het vet toegepast voor bescherming tijdens de vervaardiging: - Til het deksel op, - Verwijder de accessoires uit de oven, - Verwijder de eventuele plakkers, advertentieplaatjes, het beschermlaagje van de deksels van de gasbranders, - Stook de oven omstreeks 45 minuten lang door het draaien van de knop van de oven naar de maximale stand. • Tijdens het uitvoeren van deze operatie zal uw apparaat roken. Lucht de kamer om de geur en de rook daarvan te verwijderen. • Reinigen de accessoires van de oven met een zacht schoonmaakmiddel. Spoelen en afdrogen zorgvuldig. • Het gebruik van een gasfornuis veroorzaakt warmte en vochtigheid in de kamer waarin dit apparaat geplaatst is. Pas op dat de keuken gelucht is: houd er de openingen voor de naturele ventilatie open of installeer er een ventilator. • Voor het intensieve en langdurige gebruik van uw apparaat is het aan te bevelen een aanvullende Iuchtverversing te verzekeren door het openen van de ramen of een efficiënte Iucbtverversing te bereiken door het vergroten van het vermogen van de ventilator als deze geïnstalleerd is. • Als u een electrisch toestel in de nabijheid van uw gasfornuis gebruikt (bijvoorbeeld een electrische mixer), pas op dat de aansluitkabel van dit toestel niet in contact komt met de warme oppervlakte van het gasfornuis of in de deur van de oven geblokkeerd wordt. • Pas op waneer u gerechten in olie of vet kookt (frieten, oliebollen): olie en vetten kunnen onmiddelijk vlam vatten als ze oververhit worden, • Gebruik geen potten die ongelijke bodems hebben of die niet stevig zijn: het voedsel daarin kan spuiten en lichamelijke Ietsels veroorzaken. 51 • Draagt u nooit uw gasfornuis door het trekken van de ovendeur. • Behalve de samen met uw gasfornuis geleveerde accessoires, gebruikt u alleen hittebestendige pannen, schalen,... (neem de raadgeving van de fabrikant in acht). • Bewaar geen schoonmaakniiddelen of ontvlaambare materialen in de lade (indien uw gasfornuis van een lade voorzien is) of in de buurt van uw apparaat. • Op de geopende deur van de oven: - zet geen zware voorwerpen neer, pas op dat de kinderen niet kunnen klimmen of blijven zitten. • Wanneer u kookgerei binnen of buiten de oven wilt doen, raakt u geen oververhitte elementen aan en gebruikt u hittebestendige handschoenen. • Zet nooit de aluminium papieren direct op de bodem van de oven; de opgehoopte warmte kan het email ervan beschadigen. • Om de beschadiging van de draaiknoppen te voorkomen, laat nooit de deur van uw apparaat geopend wanneer het in werking of nog warm is. • Een gasbrander moet een regelmatige vlam hebben. U moet de Iuchtstromen vermijden. Als de vlam nog onregelmatig is, maak de gasbrander schoon. Als de onregelmatigheid niet verdwijnt, bel de bevoegde servicedienst. • Na het gebruiken van het gasfomuis pas op dat alle draaiknoppen op de stand "uit" zijn. • Plaatst geen voorwerpen (doeken, aluminium folies) op de kookplaat wanneer de gasbranders in werking zijn. • Voor bet optillen van het deksel, moet u het reinigen. • Wanneer de oven in werking is, dient het deksel opgetild te zijn. 52 • Voor het neerzetten van het deksel, draai alle gasbranders uit en wacht erop dat de kookplaat koud wordt om de beschadigingen te voorkomen. • Verander de gastoevoerslang voor de vermelde datum waarop zijn garantie vervalt. • Gebruik geen propaangascilinder in uw keuken of in een andere gesloten ruimte. • Houd kinderen uit de buurt van uw gasfornuis wanneer dit in werking is. Zo voorkomt u dat ze zich aan een hette kookplaat of buitenkant van de oven kunnen branden of ze een volle pot kunnen doen omdraaien. • Pas op dat de kinderen de knoppen van het appaarat niet kunnen draaien. Voor het reinigen van het gasfornuis, controleer of de aansluiting aan het gasnet onderbroken is (alle knoppen moet op de stand "uit" staan) en dat alle wanden ervan genoeg afgekoeld zijn. • Laat nooit de kookplaat werken zonder een pan bovenop. • Voor juist koken en werken pas op dat het gasfornuis altijd scboon blijift; tijdens het bereiden van sommige gerechten, kunnen de vetresten onaangename geuren afgeven. • Reinig uw toestel na elk gebruik om een goede werking ervan te verzekeren Gebruik geen stoomtoestels of druktoestels voor het reinigen van de oven (maatregelen in verband met de electrische veiligheid) Installatie • Het installeren van uw apparaat moet door een bevoegde vakrnan uitgevoerd zijn. • Alleen een bevoegde elektricien kan een wjjziging in uw electrische installatie aanbrengen om uw apparaat te kunnen aansluiten . • Het apparaat moet geen aansluiting hebben wanneer dit geïnstaleerd of hersteld is • De storingen van uw gasfornuis dienen uitsluitend door een erkende servicedienst hersteld te worden. Een onjuiste herstelling kan serieuze beschadigingen eraan veroorzaken. Milieubescherming De recycleerbare materialen zijn met het aangeduid. Plaats ze in ruimten smbool bestemd voor het ophallen hiervan. Lees aandachtig deze opmerkingen door voor het gebruiken en het opstellen van dit apparaat. Wij danken u voor het vertrouwen dat u met de aankoop van uw gasfornuis in ons hebt gesteld. We zijn niet verantwoordelijk voor een verkeerd gebruik van dit apparat of indien de gebruiker geen rekening met de veiligheidsnormen houdt. Neem de regels voor het onderhouden en het reinigen van het gasfornuis in acht. 53 Beschrijving van het apparaat Het bedieningspaneel ZCG 051GWC 1 2 3 8 4 5 6 7 CATALYSE 1 2 3 1. De schakelaar van het licht in de oven/draaispit 2. Draaiknop van de oven/grill. 3. Draaiknop van de gasbrander achter links. 4. 3. Draaiknop van de gasbrander voor links. 5 4 5. 6. 6 Draaiknop van de gasbrander voor rechts. Draaiknop van de gasbrander achter rechts. De kookplaat 1. 2. 54 2 3 1 4 De gasbrander voor links (snelle) De gasbrander achter links (halfsnelle) 3. De gasbrander achter rechts (snelle) 4. De gasbrander voor rechts (bijbehorende) Het gebruik van uw gasfornuis 1. De oven Ingebruikname Voor het eerste gebruik van uw oven, laat hem een keer verwarmen wanneer deze leeg is. Zorg ervoor dat de kamer voldoend gelucht is: GMV (De Gecontrolleerde Mechanische Ventilatie moet in werking zijn of de ramen dienen geopend te zijn. Hoe kunt u doen? 1. Til het deksel op. 2. Verwijder de accessoires uit de oven. 3. Verwijder de plakkers, de advertentieplaatjes, de beschermfilmen van de deksels van de gasbranders. 4. Verwarm de oven omstreeks 45 minuten door het draaien van de knop de oven naar de maximale stand. Reinig de accessoires van de oven met een zacht schoonmaakmiddel. Spoelen en afdrogen zorgvuldig. De deur is warm wanneer de oven in werking is. Houd kinderen uit de buurt van het gasfornuis. Wanneer de oven in werking is, moet het deksel opgetild zijn om de oververhitting te vermijden. De traditionele oven heeft een temperatuurregeling met 8 standen. Met behulp van de draaiknop van de oven/grill kunt u de geschikte kooktemperatuur kiezen en de grill doen werken. "Uit"-stand 1-8 Temperatuurbereik van de oven Dit symbool wijst op de stand "grill". 1 2 3 4 8 5 6 7 Het aanzetten van de gasbrander van de oven De aanvoer van het gas naar de brander wordt geregeld door een thermostaat, die er voor zorgt dat de temperatuur in de oven constant blijft. 1. Doet de ovendeur open en til het beschermdeksel van de stookopening op. 2. Breng een vlarn in de nabijheid van de gasbrander van de oven . Gebruik De gasbrander van de oven is voorzien van een thermokoppelbeveiliging. Indien de vlam toevalig geblust is (heftige Iuchtstromen, het overstromen van een vloeistof,..) sluit de beveiligingthermokoppel de gastoevoer van de gasbrander van de oven af. 55 3. Druk de ovenknop in en draai hem tegen de wijzers van de klok in naar stand “8”. 4. Wanneer de gasbrander aangezet is, houd de knop omstreeks 10 seconden ingedrukt om de therrnokoppel-beveiliging van de oven in te stellen. Als de gasbrander niet brandt, draai de knop op de stand "uit" en na een minuut herhaal de operatie door het drukken op de knop 15 seconden maximum. 5. Sluit de ovendeur. 6. Warm de oven 10 minuten op en draai de draaiknop naar de gewenste stand. Voordat u sommige voedingsmiddelen in de oven doet (bijvoorbeeld het rode vlees), dient u het te doen stoken wanneer dit leeg is. De instelling van de draaiknop moet dezelfde zijn als de voor koken gekozen instelling. Uitdraaien van de gasbrander Draai de knop in de richting van de wijzers van de klok naar de stand « ». De grillstand is bestemd voor het grillen van de stukken vIees (rundvlees, varkensvlees.) die zacht blijven, voor het bruinen van tosti's of voor het gratineren van de bereide gerechten die bij voorkeur warm moeten zijn (het gratineren van pasta, enz.) Indien u direct op de grill wilt koken, zorg ervoor dat de verzamelschaal geschoven wordt op een lagere trap om het vet en sap van de gerechten te kunnen verzamelen. Het aanzetten van de grill 1. Doe de deur open en trek de "A"draaiplaat uit . 2. Druk op de knop van de oven en draai hem in de richting van de wijzers van de en houd hem klok tot de stand ingedrukt. 3. Breng een vlam in de nabijheid van de gasbrander 2 - 3 seconden na het drukken op de knop. De grill De bereikbare delen van het gasfornuis kunnen verwarmen tijdens het gebruiken van de grill. Houd de kinderen uit de buurt van het apparaat. De grill dient gebruikt te zijn wanneer de deur geopend en de draaiplaat "A" geïnstalleerd zijn. A 4. Zorgt u ervoor dat de gasbander brandt en houdt u de knop omstreeks 10 minuten ingedrukt voordat u hem loslaat (voor het instellen van de thermokoppelbeveiliging). Als de gasbrander niet aangestoken kan worden, draai de knop naar de "uit"- stand en herhaal de operatie na 1 minuut door het houden de knop maximum 15 seconden ingedrukt. 56 Het aanstekken van de gasbrander dient alleen met de geopende ovendeur uitgevoerd te zijn. Na het gebruiken van de oven of de grill, pas op dat de oven/grill- draaiknop op de "uit" « » stand is. Het uitdraaien van de grill Draai de geschikte draaiknop tegen de richting Het draaispit van de wijzers van de klok naar de "uit" « » stand. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. Raadgeving voor het grillen Uw oven dient 5 - 10 minuten opgewarmd - stand. te worden op de "grill" Als de grill warm is, zet het stuk vlees, op het rooster neer en plaatst het rooster op de gewenste afstand van de grill. Houd het stuk vlees daarin zolang het nodig is om het gegrild te kunnen worden. Schuif de verzamelschaal op een lagere trap. Na het bruinen van een zijde van het stuk vlees, draai het om zonder het vlees door te boren. Zo voorkomt u het verliezen van het sap daarvan. Doe de tweede zijde grillen. Strooi zout na het koken. De kooktijd dient vastgesteld te zijn overeenkomstig de breedte van het stuk vlees die gegrild moet zijn, geen rekening houdend met het gewicht ervan. Raadgeving voor het gratineren 1. Het is aanbevolen uw oven op de "grill "-stand te laten verwarmen (ongeveer 5 minuten). 2. Zet de plaat op het rooster neer en doe ze samen schuiven tot de gewenste afstand van de grill. 3. Laat de gerechten een paar minuten lang rusten orn de warmte van de grill erin binnen te dringen. De bereikbare kanten van het gasfornuis kunnen heet worden tijdens het gebruik van het draaispit. Houd kinderen uit de buurt van het gasfornuis. Het draaispit dient gebruikt te worden met geopend deur en de "A" draaiplaat geïnstalleerd . Het spit en de steun ervan worden heet na het koken. Gebruik hittebestendige keukenhandschoenen. A 1. 2. 3. 4. 5. Het gebruik van het draaispit? Doe de ovendeur open en trek de draaiplaat "A" uit. Schuif een vork aan het spit alvorens het vlees er op te schuiven. Steek dan de tweede vork erin. Blokeer de vorken met behulp van de schroeven. Monteer het handvat van het draaispit. 57 6. 7. Steek de steun van het draaispit in de opening van het frame bovenaan . Duw het draaispit in de opening van de oven achteraan in het midden. Bevestig alles aan het frame. Ovenlamp De oven is voorzien van een lamp bestemd voor de controle van de spijzen tijdens het koken. U kunt deze aanzetten door het drukken op de toets die op het bedieningspaneel geplaatst is De gasbranders van het kookplaatje Door bet draaien van de knop naar de op het bedieningspanneel aangeduide standen, kunt u het volgende bereiken : De stand "uit" Volle vloed (gasbrander op de maximale stand) Vertraagde vloed (gasbrander op de minimale stand) 8. Schuif de druippan op een lagere trap. 9. Verwijder het handvat. 10. Draai de draaiknop van oven / grill naar de - stand en druk op de toets . 11. Controleer of het spit draait. 12. Orn het stuk vlees uit de oven te halen, draai de draaiknop van de oven / grill naar de "uit" « » stand. 13. Stop het draaispit door de drukken. toets in te 14. Plaats het handvat op de juiste stand. 15. Trek zachtjes aan het draaispit en haal het samen met de druippan uit de oven. 16. Verwijder de haak met hittebestendige handschoenen. 58 Het is aan te bevelen de maxirnale vloed voor het koken van de gerechten en de vertraagde vloed voor het stoven ervan te gebruiken. Kies altijd de standen tussen de volle en verminderde vloed en nooit tussen de standen die op voile vloed en "uit" wijzen. Voor het sluiten van het deksel, zorg ervoor dat de kookplaat afgekoeld is; anders kan hij het deksel beschadigen. Het aanzetten van de op de kookplaat liggende gasbranders Druk de knop en draai hem naar links tot de stand "voIle vlam". 1. Breng een vlam in de nabijheid van de gasbrander. 2. Stel de vlam in op de gewenste stand . Het uitdraaien van de gasbranders Draai de knop in de richting van de wijzers van de klok naar de "uit - " stand. Zo wordt de beveiliging geinstalleerd. Pas op dat geen kinderen in de nabijheid van het apparaat zijn zolang dit nog warm is. Zet geen voorwerpen of voedingsmiddelen op de kookplaat neer, die konden gesmolten worden. Het kiezen van de gasbrander Boven elke knop is er een symbool dat op de betreffende gasbrander wijst. Voor efficiënt koken gebruikt u pannen die met de doorsnede van de gebruikte gasbrander overeenkomen. Het is raadzaam het vermogen van de gasbrander te verminderen wanneer het kookpunt bereikt is. Voor de efficiëntie van de gasbranders dienen de deksels schoon te zijn; Resten op de deksels kunnen onregematigheden veroorzaken. Diameter van de gebruikte pannen: Snelle gasbrander min. 165 mm Halfsnelle min. 140 mm gasbrander Hulpbraner min. 100 mm gasbrander Juist gebruiken Onjuist gebruiken (energieverspilling) 59 De met het apparaat geleverde accessoires Behalve de met het gasfornuis geleverde accessoires, is het aan te bevelen alleen schalen, keukengerei enz. die hittebestendig zijn (neem de gebruiks-aanwizing van de fabrikant in acht). Uw gasfornuis is voorzien van: • • een rooster Daarop kunt u het keukengerei neerzetten. U moet de schaal in het midden van het rooster plaatsen. • een gebakplaat • een verzamelschaal Deze is gebruikt voor het verzamelen van het sap van het gegrilde vlees. De verzamelschaal is niet bestemd voor het gebruiken als kookpan. • een draaiplaat Deze moet gebruikt zijn tijdens het grillen en het braden aan het draaispit. • een draaispit samengesteld uit: • twee vorken • een spit • een handvat • een steun voor het draaispit 60 Gebruiksaanwijzing Het koken in de oven • Voor een economisch energiegebruik is het raadzaarn 5 minuten voor het einde van de vastgestelde kooktijd het gasfornuis uit te draaien. De warmte die in de oven blijft kan aan de voltoiing van het koken helpen. • De dichtheid, het geleidingsvermogen, de kleur van het keukengerei kunnen een invloed hebben op het koken. • Tijdens het koken stijgen sommige gerechten in volume; daarom is het raadzaam geschikte pannen te gebruiken en de derde deel ervan vrij te blijven. Voor bet vermijden van de vetspatten, gebruikt a braadschalen en schoteltjes met hoge randen, waarvan de afmetingen evenredig zijn met het stuk vlees dat geroosterd moet worden. • Doorboor het vel van het gevogelte en de worstjes met een vork voor het koken. Zo voorkomt u het barsten van het vel ervan. • Om uw oven schoon te houden, zet een aluminiumfolie neer tussen de pot en het rooster. Zo zal de bodem van de oven bescbermd zijn in geval van spatten. Deze aluminiumfolie moet niet volledig de oppervlakte van het rooster bedekken. • Gebruik hittebestendige glazen borden voor het gratineren en voor het bereiden van de soufflés. • Voeg erin de vetstotfen toe een beetje voor het einde van de kooktijd. Plaatst geen aluminiumfolie direct op de bodem van de oven ; anders zal deze het email ervan beschadigen. Wanneer de oven in werking is moet het deksel opgetild zijn. U moet weten: • Het potten van aluminium en de aardewerken schotels kunnen de benedenkant van het voedsel doen verbleken en de vochtigheid van de gerechten bewaren tijdens het koken. Het is raadzaam ze te gebruiken voor het bereiden van bakkerij stukken in vormen en voor het bereiden van de gegratineerde gerechten, voor het braden van de vleesstukken. • De geëmailleerde ijzeren potten, glazen potten en potten van porselein, de potten met een niet klevende binnenkant en een gekleurde buitenkant veroorzaken het bruineren van de benedenkant van de gerechten; deze potten veroorzaken bet drogen van de gerechten. Het is aan te bevelen ze te gebruiken wanneer u tarten. quiches en gerechten bereiden, die een korst er boven en beneden moeten hebben. Het koken op de kookplaat Kies altijd een pot die evenredig met de doorsnede van de gebruikte gasbrander is. Als u potten met een brede bodem wilt gebruiken (sterilisatiepot, marmeladepot, wasketel, couscoussier...), plaatst u ze op de achterkant van de kookplaat zodat de bodem van de potten vast erop staat en de rand van de kookplaat niet overscrijdt. Zo voorkomt u dat de vlammen te hoog rijzen en het bedieningspaneel oververhit wordt. Voordat u het deksel sluit wacht erop dat de bovenkant van de kookplaat afkoelt. Zo voorkomt u de beschadiging van het deksel. De invloed van het keukengerei op het koken in de oven 61 Bakgids Omrekeningstabel: thermostaat- / temperatuurstanden 1 150 °C 3 170 °C 5 200 °C 7 240 °C 2 160 °C 4 180 °C 6 220 °C 8 MAXI De oven moet altijd voorverwarmd worden in de stand van het te bereiden gerecht. Gerechten Stand van de ovenknop Biscuittaart – Viervierden 1-2 Pâté – Terrine 3-4 Pikante taart - Soufflé 4-5 Vis 4-5 Gevogelte - Varkensvlees 5-6 Rood vlees 7-8 De aanwijzingen in de bakgids zijn slechts richtwaarden. Al naar gelang de hoeveelheid van het te bereiden gerecht en het materiaal van de bakpan, -schaal of –vorm zult u deze waarden eventueel moeten aanpassen. Uw ervaring zal u leren de juiste stand te vinden die het best met uw kookgewoonten overeenkomt. Bakken met de grill Gedurende het grillen moet de ovendeur open blijven staan en moet u toezicht blijven houden. 62 Onderhoud en reiniging Voordat u het fornuis reinigt, pas op dat alle draaiknoppen op de stand: "uit" staan en het apparaat helemaal afgekoeld is. Gebruik geen schurende of agressieve schoonmaakmiddelen en geen schuursponsjes voor het reinigen van uw apparaat. De gasbranders Reinig de deksels van de gasbranders met warm water en een zacht schoonmiddel en verwijder alle resten erop. Gebruik nooit water met azijn voor het reinigen van uw gasfornuis. De kronen van de gasbranders moeten helemaal schoon zijn; verstoppingen kunnen onregelmatigheden van de vlammen veroorzaken.Als u de gasbrander gedemonteerd heeft, pas dan op dat de kronen en de deksels juist geplaatst worden alvorens het fornuis aan te zetten. De hierbovengenoemde delen moeten helemaal droog zijn. Het bedieningspaneel, de draaiknoppen, het geëmaileerde rooster, het deksel van de kookplaat, de zijwanden van het apparaat. Gebruik een vochtig sponsje en zachte schoonmiddelen, spoel en droog. De bovenkant van de kookplaat Reinig het gasfornuis na elk gebruik met behulp van een spons, warm water en een zacht schoonmaakrniddel; vermijd het lekken van het vloeistof in de gaatjes van de kookplaten. Spoel en droog met een zacht doekje. Laat vetspatten eerst weken in wat schoonmaakmiddel. Nooit krassen. Gebruik geen schurende- en agressieve schoonmaakmiddelen omdat het glansemail van de oppervlakte hierdoor kan beschadigd worden. Het is aan te bevelen de azijnvlekken, de druppels van citroensap en de zuurtjes van de kookplaat te verwijderen. Accessoires Reinig ze met zeepoplossing; spoel en droog ze zorgvuldig af. 63 Reiniging van de ovendeur Om de ovendeur volledig te kunnen reinigen, raden wij u aan deze als volgt te verwijderen: • open de deur wijd, • daai de twee verbindingsstukken (1) op het scharnier, • suit de deur gedeeltelijk naar een hoek van 30º; • tl de deur op en trek hem naar voren. Voor het monteren van de deur, doe alles in en omgekeerde volgorde. Het panoramavenster kan gedemonteerd worden voor reiniging. Hiervoor dienen twee schroeven losgedraait te worden. Accessoires Reinig ze met zeepoplossing; spoel en droog ze zorgvuldig af. 64 Het vervangen van de gloeilamp Let op dat alle draaiknoppen in de « uit » positie staan alvorens de gloeilamp te vervangen. Deze gloeilamp van 15 W (type: sokkel; schroef E 14; 230 I 240 V) is een speciale "warmte" gloeilamp die hittebestendig is aan een temperatuur van 3000C. De gloeilamp is geplaatst aan de achterkant van de oven en is bereikbaar via de binnenkant ervan. Om toegang tot de gloeilamp te hebben : 1. Schroef de glazen beschermhoed van de gloeilamp los 2. Draai de gloeilamp los. 3. Vervang de gloeilamp. 4. Schroef vast de glazen gloeilamp. Storingen Het is aan te bevelen do volgende testen aan uw gasfornuis uit to voeren voordat u de na aankoop geleverde servicedienst belt. De storing kan een eenvoudige onregelmatigheid zijn die u kan zelf herstellen. Indien na het controleren van deze verschillende onderdelen de onregelmatigheid niet verdwijnt, neem contact met de na aankoop geleverde servicedienst. Symptoom Oplossing Een gasbrander brandt niet. Controleer: • of de gastoevoer geopend is, • of de gasleiding juist geplaatst is, • of de gascilinder leeg is. Een gasbrander van de kookplaat of de Controleer: gasbrander van de oven brandt niet. • of de gasbrander juist gemonteerd is, • of de gasbrander niet vochtig is. U bent ontevreden met de Controleer: kookresultaten • de thermostaat in de juiste stand staat, • of de kooktijd juist ingesteld is, • het rooster juist op het vuur staat, • of geschikt keukengerei gebruikt wordt. De oven rookt Controleer: • of de oven gereinigd moet zijn, • of de gerechten niet hebben gespat, • of er vetresten op de wanden van de oven zijn 65 Technische kenmerken Vrijstaand apparaat Kookplaat Het deksel van de kookplaat Het rooster Gasbrander voor rechts Gasbrander achter rechts Gasbrander voor links Gasbrander achter links Oven Oven Vermogen van de oven Grill Vermogen van de grill De gloeilamp van de oven Reiniging Toebehoren Rooster Druippan Gebakplaat Draaiplat Draaispit Compartiment voor vaatwas Afmetingen Hoogte Breedte Diepte Klas 1 Geëmaileerd Bijbehorende gasbrander Snelle gasbrander Snelle gasbrander Halfsnelle gasbrander 1,00/ 0,95/1,00 kW 2,50/ 2,30/ 2,60 kW 2,50/ 2,30/ 2,60 kW 2,00/ 1,85/ 2,00 kW gas 2,60/ 2,40/ 2,60 kW gas 2,50/ 2,30/ 2,50 kW gloeilamp 15W type E 14 katalyse Dit apparaat is in overeensteming met de volgende Europese richtlijnen vervaardigd: 90/683; 95/2006 (laag voltage) en de wijzingen eraan, 89/336 (Electromagnetische compatibiliteit) en de wijzigen eraan, 90/396 (Gasapparaat); 93/68 (Algemene Richtljinen) en de wijzigingen eraan 66 850 mm 550 mm 550 mm Ter attentie van de installateur • • • • • • Veiligeidseisen Voor het installeren van het gasfornuis pas op dat het apparaat overeenkomstig de kenmerken van de lokale gasdistributie (de natuur en de druk van het gas) ingesteld kan worden. Dit apparaat moet geplaatst worden alleen in een ruimte die genoeg gelucht is. De instellingseisen van dit apparaat zijn vermelden op het typeplaatje ervan. Dit apparaat heeft geen aansluiting aan een afvoerbuis. Het opstellen en het aansluiten aan het gasnet dienen overeenkomstig de geldende normen hiervoor uitgevoerd to zijn. U moet aan ventilatiesnormen een bijzondere aandacht schenken. Dit gasfornuis is een X apparaat. Dat betekent dat de meubelstukken die naast dit gasfornuis staan kunnen niet de hoogte ervan overschrijden. Deze norm is bestemd voor hot beschermen van de meubelstukken. De wanden dicht bij het apparaat moeten van hittebestendige stoffen vervaardigd of met dergelijke stoffen bedekt zijn. Aansluiting aan het gasnet • Controleer of de vloed en do doorsnede van de gasleidingen geschikt zijn voor het verzekeren van do gastoever voor alle apparaaten van de installatie (Raadpleg uw gasbedrijf). • Controleer of alle aansluitingen dicht zijn • Monteer een afsluitingskraan die bereikbaar en zichtbaar moet zijn. • Indien u over een soepele gasslang beschikt, dient deze bereikbaar en zichtbaar te zijn. Hij moet niet achter het apparaat geplaatst worden. • Vervang do soepele gasslang een beetje voor het vervallen van de garantie ervan. Het onderhoud en de installatie van het gasfornuis moeten overeenkomstig de geldende regelingen en normen door een bevoegde vakman uitgevoerd zijn. 67 Installatie Plaatsing Verwijder de verpakking en do kunststof bedekking en plaats het gasfornuis in een droge en geluchte ruimte. Zet het gasfornuis neer uit de buurt van gordijnen, papieren of flessen van alcohol, enzv. Het gasfornuis moet neergezet zijn op een hittebestendigde vloer. 59 cm ZANUS 2 cm 2 cm Dit gasfornuis behoort tot de klasse "1" die in verband is met de bescherming tegen de oververhitting van do oppervlakten in zijn nabijheid. Houd een afstand van 2 cm tussen de zijwanden van do meubelstukken en uw fornuis Deze meubelstukken moet niet hoger dan de kookplaat zijn. De ventilatie van de kamer Het branden van het gas is mogelijk dankzij de zuurstof die in de lucht zich bevindt (2m3 lucbt/h x kW van het geinstalleerde vermogen - zie het typeplaatje van uw apparaat). 68 Daarom zijn de luchtverversing en de afvoer van de gebrande gassen benodigd. De luchtverversing dient uitgevoerd te zijn door een of meer openingen in de buitenwanden met een totale oppervlakte van omstreeks 100 cm2. De openingen moeten geplaats zijn in de nabijheid van de vloer en bij voorkeur tegenover de kant waarop de afvoer van het gebrand gas zich bevindt, Pas op dat de openingen niet vorstopt zijn in de buitenkant en in de binnenkant. Aansluiting aan het gasnet Uw gasfornuis is afgesteld op het gasttype dat vermeld staat op het typeplaatje . Het veranderen van de afstelling kan noodzakelijk zijn. In dat geval moet u de hieronder vermelde handelingen volgen. Verifieer of de gasdruk in overeenstemming is met de in de tabel aangegeven waarden. Deze verzekeren zowel een juiste en energiebesparende werking alsmede een langere levensduur van uw gasfornuis. Butaangas of propaangas : zorg ervoor dat de drukregelaar devolgende gasdruk verzekert: 28-30 mbar voor butaangas en 37 mbar voor propaangas. Aansluiting met een vaste buis of een metalen en soepele slang Om veiliger te zijn raden we aan de aansluiting uit te voeren met vaste buizen (bv. in koper) of met soepele buizen in inoxstaal zodat het toestel niet beschadigd raakt. De aansluiting aan de gasmond voor deze toestellen is ISO7-1/R1/2. “. Aansluiting met soepele, buis Wanneer u voor de aansluiting een soepele buis of slang gebruikt, controleer ze dan op de volgende punten: - de slang vertoont geen plooien, versmallingen, brandsporen ; zowel aan de beide uiteinden als over de volledige lengte ; - het materiaal is niet hard geworden en is dus nog steeds even soepel en buigzaam ; - de verbindings- en sluitingsringen (als er zijn) zijn niet geroest ; - de geldigheidsdatum (als er een is) is niet verstreken. De slang moet als volgt geplaatst worden : - mag niet onder spanning grasm of gedraaid zijn ; - mag niet in aanraking komen met scherpe voorwerpen of met scherpe randen ; - het moet makkelijk zijn om de staat van de slang te controleren. Indien er zich toch één van bovenvermelde dingen voordoet (of meerdere tegelijk) moet u de slang niet laten herstellen maar volledig vervangen. BELANGRIJK Wanneer de installatie voltooid is, gaat u de goede vastheid van de verbindingen na met schuim of zeepwater maar NOOIT met een vlammetje. Het aansluiting aan het electriciteitsnet Belangrijke opmerking Pas op dat de aarding van het apparaat juist uitgevoerd is door middel van een stopcontact van 2P + T ( 10 / 16 A ), overeenkomstig de geldende normen en voorschriften. We zijn niet verantwoordelijk voor persoonlijke letsels in geval van een onjuiste aarding. Het gasfornuis is voorzien van een soepele voedingskabel met stekker die een aansluiting op een stopcontact moet hebben. Het stroomvoltage moet 230V, 50Hz zijn. De zekering: 3 A ( rnaximaal) Opmerking: Controleer de waarde van het totale vermogen om de waarde van de zekering te kunnen vaststellen. De aansluiting van een vaste installatie aan het stroomnet dient uitgevoerd te zijn door middel van een verbreker met een omnipolaire verbreking met een afstand minder dan 3 mm tussen de contacten. De gele - groene aardleiding moet niet verbroken zijn door middel van een verbreker. De voedingskabel moet zo geplaatst worden dat de temperatuur ervan niet 500C op de kamertemperatuur overschrijdt. Voor het aansluiten van het apparaat, controleer of: • de zekeringen en de huishoudolijke elektrische installatie de elektrische lading kunnen verdragen (zie het typeplaatje), • het stopcontact en de omnipolaire verbreking moeten bereikbaar blijven tijdens de installatie van het apparaat. De voeingskabel mag alleen door een erkende elektricien vevangen worden. Gebruik een voedingskabel met een doorsnede die met de elektrische lading overeenkomt. Ongeacht de modaliteiten van aansluiting, moet de aarding van het apparaat uitgevoerd zijn overeenkomstig de geldende normen. 69 Gas wisselen Uw gasfornuis is bestemd voor werking met aardgas, Propaangas en Butagas. Dit is niet ontworpen voor het werken met gebutaaneerde of gepropropaaneerde lucht. Voor het veranderen van do gastype moet u: • de injectoron vervangen (kookplaat, oven, grill), • de vorminderde gasvloed instellen (kookplaat, oven), • de circulatie van de eerste Iucht instellen (oven, grill), • de gasaansluiting testen. INJECTOREN TABEL NO.1 (Cat : II 2E + 3+) Normaal Verminderd Gasbranders vermogen vermogen Gastype (Kw) (Kw) Aardgas G20 2,50 0,75 Aardgas G25 2,30 0,75 Snelle Butagas G30 2,60 0,72 Propaangas G31 2,60 0,72 Aardgas G20 1,90 0,45 Aardgas G25 1,85 0,45 Halfsnelle Butagas G30 2,00 0,43 Propaangas G31 2,00 0,43 Aardgas G20 1,00 0,35 Aardgas G25 0,95 0,35 Bijbehorende Butagas G30 1,00 0,35 Propaangas G31 1,00 0,35 Aardgas G20 2,60 1,00 Aardgas G25 2,40 1,00 Oven Butagas G30 2,60 1,00 Propaangas G31 2,60 1,00 Aardgas G20 2,50 Aardgas G25 2,30 Gril Butagas G30 2,50 Propaangas G31 2,50 - Plakken de met het apparaat geleverde plakker (de zak van de injectoren) voor het gebruikte gastype. 70 Gasdruk (mbar) 20 25 28-30 37 20 25 28-30 37 20 25 28-30 37 20 25 28-30 37 20 25 28-30 37 Doorsned e injector 0,42 0,32 0,30 0,46 - Opening ring (mm) 1,10 1,10 0,86 0,86 0,96 0,96 0,71 0,71 0,70 0,70 0,50 0,50 1,15 1,15 0,80 0,80 1,15 1,15 0,80 0,80 (mm) Cons. g/h 2,5 2,5 3,5 3,0 25,0 25,0 24,0 24,5 189,05 185,68 145,43 142,83 72,71 71,41 189,05 185,68 181,78 178,53 Vervangen van de inspuiters Elk apparaat is uitgerust met een set inspuiters voor elk type gas. De diameter van de spuitmond van elke inspuiter is aangegeven in honderdste milimeters op de inspuiter. Vervang als volgt de inspuiters: 1. Verwijder de grill; 2. Verwijder de branders; 3. Draai de inspuiters los met dopsleutel nr. 7 en vervang ze door de inspuiters die bestemd zijn voor het soort gas dat u gebruikt (zie tabel nr. 1) Zet de branders en de grill weer op hun plaats. Regelen van het gereduceerd vermogen van de kookbranders Let op dat het gereduceerd vermogen juist is ingesteld als u van het ene soort gas overschakelt op een ander. Een correcte vlam moet bij een gereduceerd vermogen ongeveer 4 mm hoog zijn; een bruuske overgang van de maximumstand naar een lagere stand, mag nooit tot gevolg hebben dat de vlam dooft. pas d’air réglage correcte excès d’air Stel de vlam als volgt in: 1. Steek de brander aan; 2. Draai de knop naar de minimumstand; 3. Verwijder de knop; 4. Draai de regelschroef (die zich rechts van de as van het kraantje bevindt, zie losser of vaster tot u een heel korte, maar stabiele vlam krijgt voor aardgas. Voor butaan- en propaangas draait u de schroef volledig vast in de richting van de wijzers van de klok. 5. Zet de knop weer op zijn plaats. 6. Draai de knop meermaals van de maximum- naar de minimumstand om te controleren of de vlam stabiel blijft. 71 Vervangen van de inspuiter van de ovenbrander Vervang de inspuiter van de ovenbrander als volgt: 1. Raadpleeg tabel 1 voor de diameter van de te gebruiken inspuiter; 2. Verwijder de bodemplaat; 3. Verwijder de brander uit de oven door hem naar achter te duwen; 4. Vervang de inspuiter met behulp van dopsleutel nr. 10. Zet de brander en de bodemplaat wer up hun plaats. Vervangen van de inspuiter van de grillbrander Vervang de inspuiter van de grillbrander als volgt: 2. 3. Verwijder de brander door de schroef te verwijderen; Vervang de inspuiter met behulp van sleutel nr. 10; Zet alles weer op zijn plaats. Regelen van de primaire luchttoevoer van de ovenbrander Draai schroef “M” van de luchtregeling “A” los met een schroevendraaier. Schuif de ring naar achteren of naar voren om de luchtdoorvoer verder te openen of af te sluiten volgens de aanwijzingen in de inspuitertabel. Steek de brander aan om te controleren hoe de vlammen eruit zien. 72 opening ring 1. M A Regelen van de primaire luchttoevoer van de grillbrander Draai de regelschroef van de luchtregelbuis al naar het gebruikte gas los met een schroevendraaier. Verplaats volgens de aanwijzingen in de inspuitertabel de buis zodanig dat de luchtdoorvoer groter of kleiner wordt. Steek de brander aan om te controleren hoe de vlammen eruit zien. opening leiding voor instelling schroef Regelen van het gereduceerd vermogen van de ovenbrander Dit is enkel mogelijk voor de ovenbrander (de grill heeft een vast vermogen). Regel het gereduceerd vermogen van de ovenbrander als volgt: 1. Steek de brander aan; 2. Draai de knop naar de maximumstand; 3. Verwijder de knop; 4. Draai de regelschroef ongeveer 3 maal rond tegen de wijzers van de klok in; 5. Zet de knop op zijn plaats en laat de oven ongeveer 10 minuten opwarmen; 6. Zet de knop in de laagste stand zodat er met gereduceerd vermogen gewerkt kan worden. Verwijder de knop, let erop dat de spindel van de kraan niet gaat draaien en draai de schroef langzaam vast tot u een vlam van 34 mm hoog krijgt. By-pass 73
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76

Zanussi ZCG051GWC Handleiding

Categorie
Kookplaten
Type
Handleiding