Hotpoint CS1A 200 H de handleiding

Type
de handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
WAARSCHUWING
: om gevaar als
gevolg van instabiliteit te voorkomen,
moet de positionering of bevestiging
van het apparaat worden uitgevoerd
volgens de instructies van de fabrikant.
WAARSCHUWING:
houd de
ventilatieopeningen van het apparaat
vrij van obstakels.
WAARSCHUWING:
beschadig de
koelcircuitleidingen van het apparaat
niet.
WAARSCHUWING:
Gebruik geen
mechanische, elektrische of chemische
middelen behalve de middelen
aanbevolen door de fabrikant om het
ontdooiproces te versnellen.
WAARSCHUWING:
Gebruik of plaats
geen elektrische apparaten binnenin de
apparaatcompartimenten indien deze
niet het type zijn dat uitdrukkelijk is
goedgekeurd door de Fabrikant.
Informatie:
Dit apparaat bevat geen
CFC's. Het koelcircuit bevat R134a
(HFC) of R600a (HC) (raadpleeg het
typeplaatje binnenin het apparaat).
• Apparaten met Isobutaan (R600a):
isobutaan is een natuurlijk gas zonder
impact op het milieu, maar het is
brandbaar. Zorg er daarom voor dat de
koelcircuitleidingen niet beschadigd
raken. Let vooral op beschadigde
leidingen die tot het leegraken van het
koelcircuit leiden.
• Dit product bevat mogelijk
fluorhoudende broeikasgassen onder
het Kyoto Protocol; het koelgas zit
binnenin een hermetisch afgesloten
systeem.
Koelgas: R134a heeft een
aardopwarmingspotentieel (GWP) van
1300.
• C-pentaan wordt gebruikt als
blaasmiddel in het isolatieschuim en is
een licht ontvlambaar gas. Ga
zorgvuldig te werk bij het weggooien.
• Dit apparaat is bedoeld voor gebruik in
huishoudelijke en gelijkaardige
toepassingen zoals
- personeelskeukens in winkels,
kantoren en overige werkomgevingen;
- cottages en door klanten in hotels,
motels en andere residentiële
omgevingen;
- bed- and breakfast omgevingen;
- catering en soortgelijke non-retail
toepassingen .
• Bewaar geen explosieve stoffen zoals
aerosolspuitbussen met een
ontvlambaar drijfgas in dit apparaat.
• Dit apparaat mag worden gebruikt
door kinderen vanaf 8 jaar en door
personen met verminderde fysieke,
sensorische of mentale vermogens of
gebrek aan ervaring en kennis, indien
ze onder toezicht staan of instructies
hebben ontvangen over het gebruik van
het apparaat en de mogelijke gevaren
ervan begrijpen.
NL
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK
• Reiniging en gebruikersonderhoud
mogen niet door kinderen zonder
toezicht worden uitgevoerd.
• Laat kinderen niet spelen met of zich
verstoppen binnenin het apparaat om
het risico te vermijden dat kinderen vast
komen te zitten en verstikken.
• Het moet mogelijk zijn het apparaat
van het elektriciteitsnet af te koppelen
door de stekker uit het stopcontact te
halen of via een tweepolige
netschakelaar die bovenstrooms van
het stopcontact is geplaatst conform de
nationale veiligheidsnormen.
• Steek de stekker van het apparaat in
een geaard stopcontact: het apparaat
moet correct worden aangesloten op
een goedgekeurd aardingssysteem.
• Gebruik voor de aansluiting geen
meervoudige contactdozen of
verlengsnoeren.
• Zorg er tijdens de installatie voor dat
het apparaat het netsnoer niet
beschadigt.
• Trek niet aan het netsnoer.
• Het apparaat moet gehanteerd en
geïnstalleerd worden door twee of meer
personen.
• Installatie en onderhoud, inclusief
vervanging van het netsnoer, moeten
worden uitgevoerd door gekwalificeerd
personeel aan de hand van de
aanwijzingen van de fabrikant en
conform de lokaal geldende
veiligheidsvoorschriften. Repareer of
vervang geen enkel onderdeel van het
apparaat inclusief het netsnoer, behalve
als dit expliciet aangegeven wordt in de
gebruikershandleiding om gevaar te
voorkomen.
MILIEUTIPS
1. Verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn 100% recyclebaar en zijn
gemerkt met het recyclingsymbool . Leef de plaatselijke
afvalverwerkingsreglementen na. Bewaar het
verpakkingsmateriaal (plastic zakken, polystyreen enz.)
buiten bereik van kinderen; het kan een bron van gevaar
vormen.
2. Slopen/afdanken
Het apparaat is vervaardigd van recyclebaar materiaal.
Dit apparaat is voorzien van het merkteken volgens de
Europese Richtlijn 2002/96/EG inzake Afgedankte
elektrische en elektronische apparaten (AEEA). Door ervoor
te zorgen dat dit apparaat op de juiste manier wordt
afgedankt, helpt u mogelijk schadelijke gevolgen voor het
milieu en de gezondheid te voorkomen.
Het symbool op het product of op de begeleidende
documentatie geeft aan dat dit apparaat niet als
huishoudelijk afval behandeld mag worden, maar dat het
ingeleverd moet worden bij een speciaal
inzamelingscentrum voor de recycling van elektrische en
elektronische apparatuur.
Bij het afdanken van het apparaat dient u het onbruikbaar te
maken door de stroomkabel af te snijden en de deuren en
schappen te verwijderen zodat kinderen niet in het apparaat
kunnen klauteren en vast komen te zitten.
Dank het apparaat af conform de plaatselijke voorschriften
voor afvalverwerking en breng het naar een speciaal
inzamelpunt; laat het apparaat niet onbewaakt achter, zelfs
niet voor een paar dagen, aangezien het een potentieel
gevaar vormt voor kinderen.
Voor meer informatie over behandeling, terugwinning en
recycling van dit product kunt u contact opnemen met uw
plaatselijke instantie, de vuilnisophaaldienst of de winkel
waar u dit product hebt gekocht.
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK
Conformiteitsverklaring
• Dit apparaat werd ontwikkeld voor het bewaren van
levensmiddelen en werd geproduceerd conform Richtlijn
(EC) nr. 1935/2004.
• Dit apparaat werd ontworpen, geproduceerd en op de
markt gebracht conform:
- veiligheidsobjectieven van de richtlijn “Laagspanning”
2006/95/CE (ter vervanging van 73/23/CEE en
daaropvolgende wijzigingen);
- de beschermingsvoorwaarden van Richtlijn “EMC”
2004/108/EC.
VOORDAT U HET APPARAAT VOOR DE EERSTE KEER GEBRUIKT
Lees aandachtig de gebruiksaanwijzingen met een
beschrijving van het product en nuttig advies om het
meeste te halen uit uw apparaat. Bewaar deze
instructies voor toekomstige referentie.
1.
Na het uitpakken van het apparaat controleert u of het
niet beschadigd is en dat de deur goed sluit. Binnen de 24
uur na levering van het apparaat dient alle schade
gerapporteerd te worden aan de verdeler.
2.
Wacht minstens twee uur alvorens het apparaat in te
schakelen om zeker te stellen dat het koelcircuit volledig
efficiënt is.
3.
Maak de binnenkant van het apparaat schoon alvorens
het te gebruiken.
ALGEMENE EN VEILIGHEIDSADVIEZEN
INSTALLATIE
Zorg dat u de vloer (bijv. parket) niet beschadigt tijdens
het verplaatsen van het apparaat.
• Installeer het product niet in de buurt van een warmtebron.
• Installeer het apparaat op een vloer die voldoende stevig
is om het gewicht te dragen en op een plaats die geschikt is
voor de omvang en toepassing van het apparaat.
• Het apparaat is bedoeld voor gebruik op plaatsen waar de
temperatuur binnen het volgende bereik komt, conform de
klimaatklasse op het typeplaatje. Mogelijk werkt het
apparaat niet correct indien het lange tijd op een
temperatuur buiten het aangegeven bereik wordt gebruikt.
• Zorg dat de spanning op het typeplaatje overeenkomt met
de spanning in uw woning.
VEILIG GEBRUIK
• Bewaar geen benzine, ontvlambare vloeistoffen of gas in
de buurt van dit apparaat of andere elektrische apparaten.
De dampen kunnen brand of explosies veroorzaken.
• De inhoud (niet toxisch) van de icepacks (in sommige
modellen) niet inslikken.
• Eet geen ijsblokjes of ijslolly's onmiddellijk nadat u deze
uit de diepvriezer hebt gehaald omdat deze koude
brandwonden kunnen veroorzaken.
• Bij producten ontworpen voor gebruik met een luchtfilter in
een toegankelijke ventilatorafdekking, moet het filter altijd
zijn aangebracht wanneer de koelkast in bedrijf is.
• Trek de stekker uit het stopcontact of sluit de
stroomtoevoer af voordat u met reinigings- of
onderhoudswerkzaamheden begint.
• Gebruik het koelkastcompartiment uitsluitend voor het
bewaren van verse levensmiddelen en het
diepvriezercompartiment uitsluitend voor het bewaren van
bevroren levensmiddelen, het invriezen van verse
levensmiddelen en het maken van ijsblokjes.
• Bewaar geen glazen containers met vloeistoffen in het
diepvriezercompartiment omdat ze kunnen breken.
• Vermijd het bewaren van onverpakte levensmiddelen in
direct contact met interne oppervlakken van de koelkast- of
diepvriezercompartimenten.
• De lamp die in het apparaat wordt gebruikt is specifiek
ontworpen voor huishoudapparaten en is niet geschikt voor
ruimteverlichting (EC Richtlijn nr. 244/2009).
De fabrikant aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid
voor schade aan voorwerpen of letsel aan personen of
dieren die/dat veroorzaakt is door het niet in acht
nemen van bovenstaand advies en de
voorzorgsmaatregelen.
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK
TIPS VOOR ENERGIESBESPARING
• Installeer het apparaat in een droge, goed
geventileerde ruimte, ver bij eventuele warmtebronnen
vandaan (bijv. radiator, fornuis, etc.) en op een plek die
niet aan direct zonlicht wordt blootgesteld. Gebruik
indien nodig een isolatieplaat.
• Volg de installatie-instructies om voldoende ventilatie
te garanderen.
• Door onvoldoende ventilatie aan de achterzijde van het
product neemt het energieverbruik toe en neemt de
koelefficiëntie af.
• De binnentemperatuur van het apparaat kan beïnvloed
worden door de omgevingstemperatuur, hoe vaak de
deur wordt geopend en de plaats van het apparaat. Bij
het instellen van de temperatuur moet rekening
gehouden worden met deze factoren.
• Laat warme gerechten en dranken eerst afkoelen
voordat ze in het apparaat geplaatst worden.
• Nadat de levensmiddelen in het apparaat zijn
geplaatst, dient gecontroleerd te worden of de deuren
van de vakken goed sluiten, met name de deur van het
vriesvak.
• Beperk het openen van deuren tot een minimum.
• Plaats diepgevroren etenswaar die u wilt ontdooien in
de koelkast. De lage temperatuur van de diepgevroren
etenswaar koelt de etenswaar in de koelkast.
• Een beschadigde afdichting dient zo snel mogelijk
vervangen te worden.
• Producten van een hoge energieklasse zijn uitgerust
met een hoogrendementsmotor die langer blijft werken,
maar een laag energieverbruik hebben. Maakt u zich
dus geen zorgen als de motor langere tijd blijft werken.
BESCHRIJVING EN GEBRUIK
SCHEMA VAN HET APPARAAT (Afb. 1)
1.
Handgreep.
2.
Veiligheidssluiting (indien aanwezig).
3.
Afdichting.
4.
Dop afvoerkanaal voor dooiwater (afhankelijk van
model).
5.
Bedieningspaneel.
6.
Mand (afhankelijk van model).
7.
Condensator (aan de achterkant).
INSTALLATIE
Raadpleeg het hoofdstuk “Voordat u het apparaat
voor de eerste keer gebruikt”.
• Haal het apparaat uit de verpakking.
• Verwijder de vier beschermdelen tussen de deur en
het apparaat (Afb. 3).
• Waarschuwing: twee van de voer beschermdelen
moeten in de houder van de kunststof
condensorsteunen worden aangebracht, aan de
achterzijde van het product (Afb.
3).
Dit is nodig om de correcte afstand tot de wand aan te
houden.
• Controleer of de dop voor de afvoer van het dooiwater
(indien aanwezig) op de juiste manier geplaatst is (
4
).
• Om de maximale prestaties te verkrijgen en schade te
voorkomen bij het openen van de deur van het apparaat,
dient een afstand van tenminste 7 cm van de achterwand
en 7 cm van de zijkanten te worden vrijgelaten.
• Breng de bijgeleverde accessoires aan (indien
aanwezig).
SCHEMA VAN HET BEDIENINGSPANEEL (Afb. 2)
a. Rood controlelampje:
als deze knippert, dan wordt
hiermee een alarm aangeduid; zie "OPSPOREN VAN
STORINGEN"
b.
Groene controlelampjes:
ze duiden aan dat het
apparaat werkt en de temperatuur als volgt is ingesteld:
b1
minder lage temperatuur (rechter lampje brandt);
gebruik deze instelling bij deelbelasting voor een optimaal
energieverbruik.
b2
middelste temperatuur (middelste lampje brandt)
b3
zeer lage temperatuur (linker lampje brandt)
ALLE groene controlelampjes AAN:
de functie FAST
FREEZE is actief; zie het gedeelte “Invriezen van verse
levensmiddelen”.
c.
Toets temperatuurinstelling:
voor het aanpassen van
de temperatuurinstelling en om de fast freeze-functie te
activeren/deactiveren.
Druk herhaaldelijk op de insteltoets (3) om de gewenste
temperatuur te selecteren (3): elke keer dat er op de toets
wordt gedrukt, wordt de ingestelde temperatuur aangepast.
Houd de toets ongeveer 3 seconden ingedrukt om de fast
freeze-functie te activeren/deactiveren: alle groene
controlelampjes knipperen 3 keer tegelijkertijd en blijven
vervolgens branden.
Opmerking:
De instellingen worden in het geheugen opgeslagen, zelfs bij
een stroomuitval. De benodigde tijd voor het bereiken van de
instelde temperatuur in de diepvriezer kan variëren
afhankelijk van de klimaatomstandigheden en de instelde
temperatuur zelf.
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK
Inbedrijfstelling van het product
• Steek de stekker van het apparaat in het stopcontact.
• Het groene controlelampje brandt (middelste
temperatuur).
• Het rode controlelampje knippert om aan te duiden dat de
temperatuur in het apparaat nog niet laag genoeg is voor
de opslag van etenswaren. Het rode controlelampje wordt
normaal gesproken uitgeschakeld binnen zes uur na de
inschakeling.
• Plaats de levensmiddelen alleen in het apparaat als het
rode controlelampje niet langer brandt.
Opmerking:
De afdichting sluit het apparaat hermetisch af, dus u kunt
de deur van het apparaat niet onmiddellijk na sluiting weer
openen.
Wacht enkele minuten voordat u de deur van het apparaat
opnieuw opent.
INVRIEZEN VAN LEVENSMIDDELEN
Klaarmaken van verse levensmiddelen om in te vriezen
• Alvorens verse levensmiddelen in te vriezen dient u het te
wikkelen en verzegelen in: aluminiumfolie, plastic folie,
lucht- en waterdichte plastic zakken, polytheen containers
met deksel die geschikt zijn voor het invriezen van
levensmiddelen.
• De levensmiddelen moeten vers, rijp en van een zeer
goede kwaliteit zijn.
• Verse groenten en fruit zo mogelijk direct na de oogst
invriezen, om de voedingsstoffen, de consistentie, de kleur
en de smaak te behouden.
• Laat warme levensmiddelen altijd afkoelen voordat u ze
in het apparaat zet.
Invriezen van verse levensmiddelen
• Plaats de in te vriezen levensmiddelen direct tegen de
verticale wanden van het apparaat
(Afb. 4)
A
) - in te vriezen levensmiddelen,
B
) - reeds ingevroren levensmiddelen.
• Plaats de in te vriezen levensmiddelen niet direct tegen
de al ingevroren levensmiddelen aan.
• Voor beter en sneller invriezen raden wij aan de
levensmiddelen in kleine pakjes te verdelen; dit zal ook van
pas komen bij het gebruiken van het ingevroren voedsel.
1.
Activeer de fast freeze-functie minstens 24 uur voordat
er verse levensmiddelen in het product worden ingevroren
door de toets
c
ongeveer 3 seconden in te drukken. Alle
groene controlelampjes (
b
) gaan branden.
2.
Plaats de levensmiddelen in het apparaat en houd de
deur van het apparaat 24 uur gesloten. Na deze periode
zijn de levensmiddelen ingevroren. De fast freeze-functie
kan gedeactiveerd worden door de toets
c
ongeveer
3 seconden in te drukken.
Als de fast freeze-functie niet handmatig gedeactiveerd
wordt, dan wordt de functie na 50 uur automatisch door het
apparaat gedeactiveerd.
CONSERVERING VAN LEVENSMIDDELEN
Raadpleeg de tabel op het apparaat.
Indeling van de ingevroren levensmiddelen
Plaats de ingevroren levensmiddelen in het apparaat en
deel ze in; geef de invriesdatum op de verpakking aan, om
te zorgen dat het product geconsumeerd wordt binnen het
aantal maanden dat in
Afb. 5
voor elk type voedsel wordt
aangeduid.
Tips voor het bewaren van diepvriesproducten
Wanneer diepgevroren levensmiddelen worden
aangekocht:
• Zorg dat de verpakking niet beschadigd is (diepgevroren
levensmiddelen in beschadigde verpakkingen kan een
verminderde kwaliteit hebben). Indien de verpakking bol
staat of vochtplekken heeft, werd het mogelijk niet bij
optimale omstandigheden bewaard en het ontdooien is
mogelijk al begonnen.
• Tijdens het winkelen dient u de aankopen van
diepgevroren levensmiddelen als laatste te doen en u dient
de producten in een thermisch geïsoleerde koelzak te
transporteren.
• Zet de diepvriesproducten bij thuiskomst meteen in het
apparaat.
• Vermijd of beperk temperatuurvariaties tot een minimum.
Respecteer de vervaldatum op de verpakking.
• Houd steeds rekening met de opslaginformatie op de
verpakking.
Opmerking:
Ontdooide of gedeeltelijk ontdooide levensmiddelen
moeten onmiddellijk worden geconsumeerd.
Vries ze niet opnieuw in, tenzij het ontdooide
levensmiddel gebruikt wordt voor de bereiding van
een gerecht dat gekookt wordt. Nadat het ontdooide
levensmiddel gekookt is, mag het opnieuw worden
ingevroren. Als de stroom gedurende langere tijd
uitvalt:
• Open de deur van het apparaat niet, behalve om de
vrieselementen (indien beschikbaar) boven op het
ingevroren voedsel aan de rechter- en linkerkant van
het apparaat te plaatsen. Op deze manier kunt u de
snelheid waarmee de temperatuur stijgt beperken.
ONTDOOIEN VAN HET APPARAAT
Wij raden u aan het apparaat te ontdooien wanneer het ijs
op de wanden 5-6 mm dik is geworden.
• Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
• Haal de levensmiddelen uit het apparaat, wikkel ze strak
tegen elkaar in kranten en berg ze op op een koele plaats
of in een isolerende tas.
• Laat de deur van het apparaat openstaan.
• Verwijder de binnendop van het afvoerkanaal (afhankelijk
van model)
(Afb. 6).
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK
• Verwijder de buitendop van het afvoerkanaal (afhankelijk
van model) en plaats hem zoals aangegeven in
afbeelding 6.
• Zet een bak onder het afvoerkanaal om het restwater op
te vangen. Gebruik indien beschikbaar de verdeler
(Afb. 6).
• U kunt het ontdooien versnellen door met een spatel het
ijs op de wanden van het apparaat los te maken.
• Verwijder het ijs van de bodem van het apparaat.
• Gebruik, om onherstelbare schade aan het vriesvak te
voorkomen, geen puntige of scherpe metalen voorwerpen
om het ijs te verwijderen.
• Gebruik geen schuurmiddelen en verwarm het vriesvak
niet kunstmatig.
• Maak de binnenkant van het apparaat zorgvuldig droog.
• Plaats na afloop van het ontdooien de dop weer in zijn
behuizing.
REINIGING EN ONDERHOUD
• Verwijder het ijs op de bovenste randen (zie Opsporen
van storingen).
• Reinig na het ontdooien de binnenkant met een vochtige
spons met lauw water en/of een neutraal
schoonmaakmiddel.
• Reinig het ventilatierooster aan de zijkant (afhankelijk van
model).
• Verwijder het stof van de condensor aan de achterkant
van het apparaat.
Voordat u begint met het onderhoud van uw apparaat,
dient u de stekker uit het stopcontact te halen.
Gebruik geen schuurmiddelen, schuursponsjes of
vlekkenverwijderaars (bijvoorbeeld aceton,
trichloorethyleen) om het apparaat te reinigen.
Om het apparaat optimaal te laten functioneren, wordt
geadviseerd om het tenminste eenmaal per jaar te
reinigen en te onderhouden.
VERVANGEN VAN HET DEURLAMPJE (indien
aanwezig)
• Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
• Verwijder de melkglazen kap aan de hand van de
aanwijzingen en in de aangegeven volgorde van
afbeelding 7.
• Draai het lampje los en vervang het door een nieuw
lampje met dezelfde spanning en hetzelfde vermogen.
• Breng de melkglazen kap weer aan en sluit het apparaat
aan op het elektriciteitsnet.
OPSPOREN VAN STORINGEN
1. Het rode controlelampje knippert.
• Is de stroom uitgevallen?
• Wordt er een ontdooiprocedure uitgevoerd?
• Is de deur van het apparaat goed dicht?
• Staat het apparaat in de buurt van een warmtebron?
• Zijn het ventilatierooster en de condensor schoon?
2. Alle controlelampjes knipperen tegelijkertijd.
• Neem contact op met de klantenservice.
3. Het apparaat maakt erg veel lawaai.
• Is het apparaat perfect waterpas geïnstalleerd?
• Staat het apparaat tegen andere meubels of voorwerpen
aan die trillingen kunnen veroorzaken?
• Is de verpakking van het onderstel van de vriezer
verwijderd?
Opmerking:
de circulatie van het koelgas kan een zacht
geluid maken, ook nadat de compressor stopgezet is. Dit is
geheel normaal.
4. Alle controlelampjes zijn uit en het product werkt
niet.
• Is de stroom uitgevallen?
• Zit de stekker goed in het stopcontact?
• Is de voedingskabel niet beschadigd?
5. Alle controlelampjes zijn uit en het product werkt.
• Neem contact op met de klantenservice.
6. De compressor werkt onafgebroken.
• Heeft u misschien warm voedsel in het apparaat gezet?
• Is de deur van het apparaat langdurig open geweest?
• Staat het apparaat in een te warme ruimte of in de buurt
van een warmtebron?
• Is de fast freeze-functie geactiveerd? (alle groene
controlampjes AAN)
7. Te veel ijsvorming op de bovenranden.
• Zijn de doppen van het afvoerkanaal voor het dooiwater
correct geplaatst?
• Is de deur van het apparaat goed dicht?
• Is de afdichting van de deur van het apparaat beschadigd
of vervormd? (Zie hoofdstuk “Installatie”)
• Zijn de vier beschermdelen verwijderd? (Zie hoofdstuk
“Installatie”)
8. Vorming van condens aan de buitenkant van het
apparaat.
• Condensvorming is normaal onder bepaalde
klimatologische omstandigheden (luchtvochtigheid hoger
dan 85%) of als het apparaat geïnstalleerd is in vochtige
en slecht geventileerde ruimtes. Dit heeft echter geen
negatieve invloed op de prestaties van het apparaat.
9. De ijslaag op de binnenwanden van de vriezer is niet
overal even dik.
• Dit is normaal.
SERVICE
Voordat u de Servicedienst belt:
• Controleer of u de storing niet zelf kunt oplossen
(zie Storingen en oplossingen).
• Indien, ondanks alle controles, het apparaat niet
goed werkt en de storing blijft bestaan, kunt u zich tot
de dichtstbijzijnde Technische Dienst wenden.
U moet doorgeven:
• het type storing;
• het model apparaat (Mod.);
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK
• het servicenummer (nummer achter het woord
SERVICE op het typeplaatje op de achterkant van
het apparaat).
Wendt u zich nooit tot onbevoegde installateurs
en weiger altijd de installatie van niet originele
onderdelen.

Documenttranscriptie

NL INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES • WAARSCHUWING: om gevaar als gevolg van instabiliteit te voorkomen, moet de positionering of bevestiging van het apparaat worden uitgevoerd volgens de instructies van de fabrikant. • WAARSCHUWING: houd de ventilatieopeningen van het apparaat vrij van obstakels. • WAARSCHUWING: beschadig de koelcircuitleidingen van het apparaat niet. • WAARSCHUWING: Gebruik geen mechanische, elektrische of chemische middelen behalve de middelen aanbevolen door de fabrikant om het ontdooiproces te versnellen. • WAARSCHUWING: Gebruik of plaats geen elektrische apparaten binnenin de apparaatcompartimenten indien deze niet het type zijn dat uitdrukkelijk is goedgekeurd door de Fabrikant. Informatie: Dit apparaat bevat geen CFC's. Het koelcircuit bevat R134a (HFC) of R600a (HC) (raadpleeg het typeplaatje binnenin het apparaat). • Apparaten met Isobutaan (R600a): isobutaan is een natuurlijk gas zonder impact op het milieu, maar het is brandbaar. Zorg er daarom voor dat de koelcircuitleidingen niet beschadigd raken. Let vooral op beschadigde leidingen die tot het leegraken van het koelcircuit leiden. • Dit product bevat mogelijk fluorhoudende broeikasgassen onder het Kyoto Protocol; het koelgas zit binnenin een hermetisch afgesloten systeem. Koelgas: R134a heeft een aardopwarmingspotentieel (GWP) van 1300. • C-pentaan wordt gebruikt als blaasmiddel in het isolatieschuim en is een licht ontvlambaar gas. Ga zorgvuldig te werk bij het weggooien. • Dit apparaat is bedoeld voor gebruik in huishoudelijke en gelijkaardige toepassingen zoals - personeelskeukens in winkels, kantoren en overige werkomgevingen; - cottages en door klanten in hotels, motels en andere residentiële omgevingen; - bed- and breakfast omgevingen; - catering en soortgelijke non-retail toepassingen . • Bewaar geen explosieve stoffen zoals aerosolspuitbussen met een ontvlambaar drijfgas in dit apparaat. • Dit apparaat mag worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met verminderde fysieke, sensorische of mentale vermogens of gebrek aan ervaring en kennis, indien ze onder toezicht staan of instructies hebben ontvangen over het gebruik van het apparaat en de mogelijke gevaren ervan begrijpen. INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK • Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet door kinderen zonder toezicht worden uitgevoerd. • Laat kinderen niet spelen met of zich verstoppen binnenin het apparaat om het risico te vermijden dat kinderen vast komen te zitten en verstikken. • Het moet mogelijk zijn het apparaat van het elektriciteitsnet af te koppelen door de stekker uit het stopcontact te halen of via een tweepolige netschakelaar die bovenstrooms van het stopcontact is geplaatst conform de nationale veiligheidsnormen. • Steek de stekker van het apparaat in een geaard stopcontact: het apparaat moet correct worden aangesloten op een goedgekeurd aardingssysteem. • Gebruik voor de aansluiting geen meervoudige contactdozen of verlengsnoeren. • Zorg er tijdens de installatie voor dat het apparaat het netsnoer niet beschadigt. • Trek niet aan het netsnoer. • Het apparaat moet gehanteerd en geïnstalleerd worden door twee of meer personen. • Installatie en onderhoud, inclusief vervanging van het netsnoer, moeten worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel aan de hand van de aanwijzingen van de fabrikant en conform de lokaal geldende veiligheidsvoorschriften. Repareer of vervang geen enkel onderdeel van het apparaat inclusief het netsnoer, behalve als dit expliciet aangegeven wordt in de gebruikershandleiding om gevaar te voorkomen. MILIEUTIPS 1. Verpakking De verpakkingsmaterialen zijn 100% recyclebaar en zijn gemerkt met het recyclingsymbool . Leef de plaatselijke afvalverwerkingsreglementen na. Bewaar het verpakkingsmateriaal (plastic zakken, polystyreen enz.) buiten bereik van kinderen; het kan een bron van gevaar vormen. 2. Slopen/afdanken Het apparaat is vervaardigd van recyclebaar materiaal. Dit apparaat is voorzien van het merkteken volgens de Europese Richtlijn 2002/96/EG inzake Afgedankte elektrische en elektronische apparaten (AEEA). Door ervoor te zorgen dat dit apparaat op de juiste manier wordt afgedankt, helpt u mogelijk schadelijke gevolgen voor het milieu en de gezondheid te voorkomen. Het symbool op het product of op de begeleidende documentatie geeft aan dat dit apparaat niet als huishoudelijk afval behandeld mag worden, maar dat het ingeleverd moet worden bij een speciaal inzamelingscentrum voor de recycling van elektrische en elektronische apparatuur. Bij het afdanken van het apparaat dient u het onbruikbaar te maken door de stroomkabel af te snijden en de deuren en schappen te verwijderen zodat kinderen niet in het apparaat kunnen klauteren en vast komen te zitten. Dank het apparaat af conform de plaatselijke voorschriften voor afvalverwerking en breng het naar een speciaal inzamelpunt; laat het apparaat niet onbewaakt achter, zelfs niet voor een paar dagen, aangezien het een potentieel gevaar vormt voor kinderen. Voor meer informatie over behandeling, terugwinning en recycling van dit product kunt u contact opnemen met uw plaatselijke instantie, de vuilnisophaaldienst of de winkel waar u dit product hebt gekocht. INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK Conformiteitsverklaring • Dit apparaat werd ontwikkeld voor het bewaren van levensmiddelen en werd geproduceerd conform Richtlijn (EC) nr. 1935/2004. • Dit apparaat werd ontworpen, geproduceerd en op de markt gebracht conform: - veiligheidsobjectieven van de richtlijn “Laagspanning” 2006/95/CE (ter vervanging van 73/23/CEE en daaropvolgende wijzigingen); - de beschermingsvoorwaarden van Richtlijn “EMC” 2004/108/EC. VOORDAT U HET APPARAAT VOOR DE EERSTE KEER GEBRUIKT Lees aandachtig de gebruiksaanwijzingen met een beschrijving van het product en nuttig advies om het meeste te halen uit uw apparaat. Bewaar deze instructies voor toekomstige referentie. 1. Na het uitpakken van het apparaat controleert u of het niet beschadigd is en dat de deur goed sluit. Binnen de 24 uur na levering van het apparaat dient alle schade gerapporteerd te worden aan de verdeler. 2. Wacht minstens twee uur alvorens het apparaat in te schakelen om zeker te stellen dat het koelcircuit volledig efficiënt is. 3. Maak de binnenkant van het apparaat schoon alvorens het te gebruiken. ALGEMENE EN VEILIGHEIDSADVIEZEN INSTALLATIE • Zorg dat u de vloer (bijv. parket) niet beschadigt tijdens het verplaatsen van het apparaat. • Installeer het product niet in de buurt van een warmtebron. • Installeer het apparaat op een vloer die voldoende stevig is om het gewicht te dragen en op een plaats die geschikt is voor de omvang en toepassing van het apparaat. • Het apparaat is bedoeld voor gebruik op plaatsen waar de temperatuur binnen het volgende bereik komt, conform de klimaatklasse op het typeplaatje. Mogelijk werkt het apparaat niet correct indien het lange tijd op een temperatuur buiten het aangegeven bereik wordt gebruikt. • Zorg dat de spanning op het typeplaatje overeenkomt met de spanning in uw woning. VEILIG GEBRUIK • Bewaar geen benzine, ontvlambare vloeistoffen of gas in de buurt van dit apparaat of andere elektrische apparaten. De dampen kunnen brand of explosies veroorzaken. • De inhoud (niet toxisch) van de icepacks (in sommige modellen) niet inslikken. • Eet geen ijsblokjes of ijslolly's onmiddellijk nadat u deze uit de diepvriezer hebt gehaald omdat deze koude brandwonden kunnen veroorzaken. • Bij producten ontworpen voor gebruik met een luchtfilter in een toegankelijke ventilatorafdekking, moet het filter altijd zijn aangebracht wanneer de koelkast in bedrijf is. • Trek de stekker uit het stopcontact of sluit de stroomtoevoer af voordat u met reinigings- of onderhoudswerkzaamheden begint. • Gebruik het koelkastcompartiment uitsluitend voor het bewaren van verse levensmiddelen en het diepvriezercompartiment uitsluitend voor het bewaren van bevroren levensmiddelen, het invriezen van verse levensmiddelen en het maken van ijsblokjes. • Bewaar geen glazen containers met vloeistoffen in het diepvriezercompartiment omdat ze kunnen breken. • Vermijd het bewaren van onverpakte levensmiddelen in direct contact met interne oppervlakken van de koelkast- of diepvriezercompartimenten. • De lamp die in het apparaat wordt gebruikt is specifiek ontworpen voor huishoudapparaten en is niet geschikt voor ruimteverlichting (EC Richtlijn nr. 244/2009). De fabrikant aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade aan voorwerpen of letsel aan personen of dieren die/dat veroorzaakt is door het niet in acht nemen van bovenstaand advies en de voorzorgsmaatregelen. INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK TIPS VOOR ENERGIESBESPARING • Installeer het apparaat in een droge, goed geventileerde ruimte, ver bij eventuele warmtebronnen vandaan (bijv. radiator, fornuis, etc.) en op een plek die niet aan direct zonlicht wordt blootgesteld. Gebruik indien nodig een isolatieplaat. • Volg de installatie-instructies om voldoende ventilatie te garanderen. • Door onvoldoende ventilatie aan de achterzijde van het product neemt het energieverbruik toe en neemt de koelefficiëntie af. • De binnentemperatuur van het apparaat kan beïnvloed worden door de omgevingstemperatuur, hoe vaak de deur wordt geopend en de plaats van het apparaat. Bij het instellen van de temperatuur moet rekening gehouden worden met deze factoren. • Laat warme gerechten en dranken eerst afkoelen voordat ze in het apparaat geplaatst worden. • Nadat de levensmiddelen in het apparaat zijn geplaatst, dient gecontroleerd te worden of de deuren van de vakken goed sluiten, met name de deur van het vriesvak. • Beperk het openen van deuren tot een minimum. • Plaats diepgevroren etenswaar die u wilt ontdooien in de koelkast. De lage temperatuur van de diepgevroren etenswaar koelt de etenswaar in de koelkast. • Een beschadigde afdichting dient zo snel mogelijk vervangen te worden. • Producten van een hoge energieklasse zijn uitgerust met een hoogrendementsmotor die langer blijft werken, maar een laag energieverbruik hebben. Maakt u zich dus geen zorgen als de motor langere tijd blijft werken. BESCHRIJVING EN GEBRUIK SCHEMA VAN HET APPARAAT (Afb. 1) 1. Handgreep. 2. Veiligheidssluiting (indien aanwezig). 3. Afdichting. 4. Dop afvoerkanaal voor dooiwater (afhankelijk van model). 5. Bedieningspaneel. 6. Mand (afhankelijk van model). 7. Condensator (aan de achterkant). INSTALLATIE • Raadpleeg het hoofdstuk “Voordat u het apparaat voor de eerste keer gebruikt”. • Haal het apparaat uit de verpakking. • Verwijder de vier beschermdelen tussen de deur en het apparaat (Afb. 3). • Waarschuwing: twee van de voer beschermdelen moeten in de houder van de kunststof condensorsteunen worden aangebracht, aan de achterzijde van het product (Afb. 3). Dit is nodig om de correcte afstand tot de wand aan te houden. • Controleer of de dop voor de afvoer van het dooiwater (indien aanwezig) op de juiste manier geplaatst is (4). • Om de maximale prestaties te verkrijgen en schade te voorkomen bij het openen van de deur van het apparaat, dient een afstand van tenminste 7 cm van de achterwand en 7 cm van de zijkanten te worden vrijgelaten. • Breng de bijgeleverde accessoires aan (indien aanwezig). SCHEMA VAN HET BEDIENINGSPANEEL (Afb. 2) a. Rood controlelampje: als deze knippert, dan wordt hiermee een alarm aangeduid; zie "OPSPOREN VAN STORINGEN" b. Groene controlelampjes: ze duiden aan dat het apparaat werkt en de temperatuur als volgt is ingesteld: b1 minder lage temperatuur (rechter lampje brandt); gebruik deze instelling bij deelbelasting voor een optimaal energieverbruik. b2 middelste temperatuur (middelste lampje brandt) b3 zeer lage temperatuur (linker lampje brandt) ALLE groene controlelampjes AAN: de functie FAST FREEZE is actief; zie het gedeelte “Invriezen van verse levensmiddelen”. c. Toets temperatuurinstelling: voor het aanpassen van de temperatuurinstelling en om de fast freeze-functie te activeren/deactiveren. Druk herhaaldelijk op de insteltoets (3) om de gewenste temperatuur te selecteren (3): elke keer dat er op de toets wordt gedrukt, wordt de ingestelde temperatuur aangepast. Houd de toets ongeveer 3 seconden ingedrukt om de fast freeze-functie te activeren/deactiveren: alle groene controlelampjes knipperen 3 keer tegelijkertijd en blijven vervolgens branden. Opmerking: De instellingen worden in het geheugen opgeslagen, zelfs bij een stroomuitval. De benodigde tijd voor het bereiken van de instelde temperatuur in de diepvriezer kan variëren afhankelijk van de klimaatomstandigheden en de instelde temperatuur zelf. INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK Inbedrijfstelling van het product • Steek de stekker van het apparaat in het stopcontact. • Het groene controlelampje brandt (middelste temperatuur). • Het rode controlelampje knippert om aan te duiden dat de temperatuur in het apparaat nog niet laag genoeg is voor de opslag van etenswaren. Het rode controlelampje wordt normaal gesproken uitgeschakeld binnen zes uur na de inschakeling. • Plaats de levensmiddelen alleen in het apparaat als het rode controlelampje niet langer brandt. Opmerking: De afdichting sluit het apparaat hermetisch af, dus u kunt de deur van het apparaat niet onmiddellijk na sluiting weer openen. Wacht enkele minuten voordat u de deur van het apparaat opnieuw opent. INVRIEZEN VAN LEVENSMIDDELEN Klaarmaken van verse levensmiddelen om in te vriezen • Alvorens verse levensmiddelen in te vriezen dient u het te wikkelen en verzegelen in: aluminiumfolie, plastic folie, lucht- en waterdichte plastic zakken, polytheen containers met deksel die geschikt zijn voor het invriezen van levensmiddelen. • De levensmiddelen moeten vers, rijp en van een zeer goede kwaliteit zijn. • Verse groenten en fruit zo mogelijk direct na de oogst invriezen, om de voedingsstoffen, de consistentie, de kleur en de smaak te behouden. • Laat warme levensmiddelen altijd afkoelen voordat u ze in het apparaat zet. Invriezen van verse levensmiddelen • Plaats de in te vriezen levensmiddelen direct tegen de verticale wanden van het apparaat (Afb. 4) A) - in te vriezen levensmiddelen, B) - reeds ingevroren levensmiddelen. • Plaats de in te vriezen levensmiddelen niet direct tegen de al ingevroren levensmiddelen aan. • Voor beter en sneller invriezen raden wij aan de levensmiddelen in kleine pakjes te verdelen; dit zal ook van pas komen bij het gebruiken van het ingevroren voedsel. 1. Activeer de fast freeze-functie minstens 24 uur voordat er verse levensmiddelen in het product worden ingevroren door de toets c ongeveer 3 seconden in te drukken. Alle groene controlelampjes (b) gaan branden. 2. Plaats de levensmiddelen in het apparaat en houd de deur van het apparaat 24 uur gesloten. Na deze periode zijn de levensmiddelen ingevroren. De fast freeze-functie kan gedeactiveerd worden door de toets c ongeveer 3 seconden in te drukken. Als de fast freeze-functie niet handmatig gedeactiveerd wordt, dan wordt de functie na 50 uur automatisch door het apparaat gedeactiveerd. CONSERVERING VAN LEVENSMIDDELEN Raadpleeg de tabel op het apparaat. Indeling van de ingevroren levensmiddelen Plaats de ingevroren levensmiddelen in het apparaat en deel ze in; geef de invriesdatum op de verpakking aan, om te zorgen dat het product geconsumeerd wordt binnen het aantal maanden dat in Afb. 5 voor elk type voedsel wordt aangeduid. Tips voor het bewaren van diepvriesproducten Wanneer diepgevroren levensmiddelen worden aangekocht: • Zorg dat de verpakking niet beschadigd is (diepgevroren levensmiddelen in beschadigde verpakkingen kan een verminderde kwaliteit hebben). Indien de verpakking bol staat of vochtplekken heeft, werd het mogelijk niet bij optimale omstandigheden bewaard en het ontdooien is mogelijk al begonnen. • Tijdens het winkelen dient u de aankopen van diepgevroren levensmiddelen als laatste te doen en u dient de producten in een thermisch geïsoleerde koelzak te transporteren. • Zet de diepvriesproducten bij thuiskomst meteen in het apparaat. • Vermijd of beperk temperatuurvariaties tot een minimum. Respecteer de vervaldatum op de verpakking. • Houd steeds rekening met de opslaginformatie op de verpakking. Opmerking: Ontdooide of gedeeltelijk ontdooide levensmiddelen moeten onmiddellijk worden geconsumeerd. Vries ze niet opnieuw in, tenzij het ontdooide levensmiddel gebruikt wordt voor de bereiding van een gerecht dat gekookt wordt. Nadat het ontdooide levensmiddel gekookt is, mag het opnieuw worden ingevroren. Als de stroom gedurende langere tijd uitvalt: • Open de deur van het apparaat niet, behalve om de vrieselementen (indien beschikbaar) boven op het ingevroren voedsel aan de rechter- en linkerkant van het apparaat te plaatsen. Op deze manier kunt u de snelheid waarmee de temperatuur stijgt beperken. ONTDOOIEN VAN HET APPARAAT Wij raden u aan het apparaat te ontdooien wanneer het ijs op de wanden 5-6 mm dik is geworden. • Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact. • Haal de levensmiddelen uit het apparaat, wikkel ze strak tegen elkaar in kranten en berg ze op op een koele plaats of in een isolerende tas. • Laat de deur van het apparaat openstaan. • Verwijder de binnendop van het afvoerkanaal (afhankelijk van model) (Afb. 6). INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK • Verwijder de buitendop van het afvoerkanaal (afhankelijk van model) en plaats hem zoals aangegeven in afbeelding 6. • Zet een bak onder het afvoerkanaal om het restwater op te vangen. Gebruik indien beschikbaar de verdeler (Afb. 6). • U kunt het ontdooien versnellen door met een spatel het ijs op de wanden van het apparaat los te maken. • Verwijder het ijs van de bodem van het apparaat. • Gebruik, om onherstelbare schade aan het vriesvak te voorkomen, geen puntige of scherpe metalen voorwerpen om het ijs te verwijderen. • Gebruik geen schuurmiddelen en verwarm het vriesvak niet kunstmatig. • Maak de binnenkant van het apparaat zorgvuldig droog. • Plaats na afloop van het ontdooien de dop weer in zijn behuizing. REINIGING EN ONDERHOUD • Verwijder het ijs op de bovenste randen (zie Opsporen van storingen). • Reinig na het ontdooien de binnenkant met een vochtige spons met lauw water en/of een neutraal schoonmaakmiddel. • Reinig het ventilatierooster aan de zijkant (afhankelijk van model). • Verwijder het stof van de condensor aan de achterkant van het apparaat. Voordat u begint met het onderhoud van uw apparaat, dient u de stekker uit het stopcontact te halen. Gebruik geen schuurmiddelen, schuursponsjes of vlekkenverwijderaars (bijvoorbeeld aceton, trichloorethyleen) om het apparaat te reinigen. Om het apparaat optimaal te laten functioneren, wordt geadviseerd om het tenminste eenmaal per jaar te reinigen en te onderhouden. VERVANGEN VAN HET DEURLAMPJE (indien aanwezig) • Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact. • Verwijder de melkglazen kap aan de hand van de aanwijzingen en in de aangegeven volgorde van afbeelding 7. • Draai het lampje los en vervang het door een nieuw lampje met dezelfde spanning en hetzelfde vermogen. • Breng de melkglazen kap weer aan en sluit het apparaat aan op het elektriciteitsnet. OPSPOREN VAN STORINGEN 1. Het rode controlelampje knippert. • Is de stroom uitgevallen? • Wordt er een ontdooiprocedure uitgevoerd? • Is de deur van het apparaat goed dicht? • Staat het apparaat in de buurt van een warmtebron? • Zijn het ventilatierooster en de condensor schoon? 2. Alle controlelampjes knipperen tegelijkertijd. • Neem contact op met de klantenservice. 3. Het apparaat maakt erg veel lawaai. • Is het apparaat perfect waterpas geïnstalleerd? • Staat het apparaat tegen andere meubels of voorwerpen aan die trillingen kunnen veroorzaken? • Is de verpakking van het onderstel van de vriezer verwijderd? Opmerking: de circulatie van het koelgas kan een zacht geluid maken, ook nadat de compressor stopgezet is. Dit is geheel normaal. 4. Alle controlelampjes zijn uit en het product werkt niet. • Is de stroom uitgevallen? • Zit de stekker goed in het stopcontact? • Is de voedingskabel niet beschadigd? 5. Alle controlelampjes zijn uit en het product werkt. • Neem contact op met de klantenservice. 6. De compressor werkt onafgebroken. • Heeft u misschien warm voedsel in het apparaat gezet? • Is de deur van het apparaat langdurig open geweest? • Staat het apparaat in een te warme ruimte of in de buurt van een warmtebron? • Is de fast freeze-functie geactiveerd? (alle groene controlampjes AAN) 7. Te veel ijsvorming op de bovenranden. • Zijn de doppen van het afvoerkanaal voor het dooiwater correct geplaatst? • Is de deur van het apparaat goed dicht? • Is de afdichting van de deur van het apparaat beschadigd of vervormd? (Zie hoofdstuk “Installatie”) • Zijn de vier beschermdelen verwijderd? (Zie hoofdstuk “Installatie”) 8. Vorming van condens aan de buitenkant van het apparaat. • Condensvorming is normaal onder bepaalde klimatologische omstandigheden (luchtvochtigheid hoger dan 85%) of als het apparaat geïnstalleerd is in vochtige en slecht geventileerde ruimtes. Dit heeft echter geen negatieve invloed op de prestaties van het apparaat. 9. De ijslaag op de binnenwanden van de vriezer is niet overal even dik. • Dit is normaal. SERVICE Voordat u de Servicedienst belt: • Controleer of u de storing niet zelf kunt oplossen (zie Storingen en oplossingen). • Indien, ondanks alle controles, het apparaat niet goed werkt en de storing blijft bestaan, kunt u zich tot de dichtstbijzijnde Technische Dienst wenden. U moet doorgeven: • het type storing; • het model apparaat (Mod.); INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK • het servicenummer (nummer achter het woord SERVICE op het typeplaatje op de achterkant van het apparaat). Wendt u zich nooit tot onbevoegde installateurs en weiger altijd de installatie van niet originele onderdelen.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68

Hotpoint CS1A 200 H de handleiding

Type
de handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor