Genius SPIN 3 4 6 424 Handleiding

Type
Handleiding
SPIN 3 - SPIN 4 - SPIN 424 - SPIN 6
NEDERLANDS
Gids voor de gebruiker
Page 7
Lees alvorens het product te gebruiken aandachtig de
instructies door. Bewaar deze instructies voor toekomstige
raadpleging.
Wij danken u dat u een van onze producten heeft gekozen. GENIUS is
er zeker van dat het alle prestaties zal verrichten die u voor uw gebruik
nodig heeft. Al onze producten zijn het resultaat van vele jaren ervaring
op het gebied van automatische systemen, en daar komt nog bij dat wij
in deze sector wereldwijd marktleider zijn.
ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
Het automatisch systeem SPIN garandeert, als het op correcte wijze
wordt geïnstalleerd en gebruikt, een hoge mate van veiligheid. Daarnaast
kunnen een aantal simpele gedragsregels accidentele ongemakken
voorkomen:
Ga niet onder de arm door als hij in beweging is. Wacht tot de arm
helemaal open is alvorens er onderdoor te gaan.
Blijf nooit onder de arm staan.
De toepassing mag niet worden gebruikt door kinderen, personen met
lichamelijke, geestelijke en sensoriële beperkingen, of door personen
zonder ervaring of de benodigde training.
Sta niet toe dat kinderen met het automatisch systeem spelen.
Houd niet opzettelijk de beweging van de arm tegen.
Zorg dat takken of struiken de beweging van de arm niet kunnen
hinderen.
Zorg dat de visuele signalen altijd goed werken en goed zichtbaar zijn.
Probeer de arm niet met de hand te bewegen als hij niet ontgrendeld is.
In geval van storing moet de spanning worden uitgeschakeld en de arm
worden ontgrendeld om toegang mogelijk te maken, en wacht dan op
de assistentie van een gekwaliceerd technicus.
Als de handbediende werking is ingesteld, moet alvorens de normale
werking te herstellen worden gecontroleerd of de elektrische voeding
naar de installatie is uitgeschakeld.
Voer geen wijzigingen uit op onderdelen die deel uitmaken van het
automatisch systeem.
Laat ieder half jaar controleren of het automatisch systeem goed werkt.
Doe zelf geen pogingen tot reparaties of andere ingrepen, en
wend u uitsluitend tot erkend GENIUS-personeel of een GENIUS
servicecentrum.
Controleer of de installateur het bijgevoegde onderhoudsregister invult
HANDBEDIENDE WERKING
Indien de slagboom met de hand moet worden bediend omdat de stroom
is uitgevallen of het automatisch systeem niet goed werkt, moet als volgt
worden gehandeld:
1. Schakel de voeding naar de installatie uit door de differentieelschakelaar
stroomopwaarts van de installatie om te zetten.
2. Open het deurtje.
3. Steek de ontgrendelingssleutel, fig. 1 ref. a, in het gat in het
ontgrendelingsmechanisme.
4. Draai de sleutel tegen de wijzers van de klok in tot hij tegen de
mechanische aanslag komt.
De mechanische aanslag wordt gevormd door een pen, g. 2 ref.
a; draai de sleutel niet verder, anders kan de goede werking
van het systeem worden aangetast.
5. Beweeg de arm met de hand in de twee richtingen tot u voelt dat het
ontgrendelingsmechanisme loshaakt.
Als het automatisch systeem ontgrendeld moet blijven:
• verwijder dan de ontgrendelingssleutel en sluit het deurtje;
• laat de voeding naar de installatie uitgeschakeld.
HERSTEL NORMALE WERKING
Handel als volgt om de normale werking te herstellen:
1. Zorg ervoor dat de voeding naar installatie is uitgeschakeld.
2. Open het deurtje met de speciale sleutel.
3. Steek de ontgrendelingssleutel, g. 3 ref. a, in het daarvoor bedoelde
gat.
4. Draai de ontgrendelingssleutel met de wijzers van de klok mee tot hij
op de as steunt, g. 3.
5. Beweeg, terwijl de sleutel op de as steunt, de arm met de hand tot u
voelt dat het ontgrendelingsmechanisme vastklikt.
Als de sleutel eenmaal op de as steunt mag hij niet verder
worden gedraaid, anders kan dit ten koste gaan van de goede
werking van deze voorziening.
Als het niet goed lukt de ontgrendelingssleutel te draaien
is en de sleutel nog niet op de as steunt, probeer dan
de arm met de hand te bewegen tot u voelt dat het
ontgrendelingsmechanisme vastklikt. Draai vervolgens de
sleutel tot hij op de as steunt.
6. Sluit het deurtje weer, en controleer of de aansluiting van de
massakabel op de aarding tussen het deurtje en de staander nog
intact is.
7. Schakel de voeding naar de installatie weer in.
8. Controleer of het automatisch systeem goed werkt.
ONDERHOUD
Laat, om een goede werking op de lange termijn en een constant
veiligheidsniveau te garanderen, ieder half jaar een algemene controle
op de installatie uitvoeren, waarbij met name de veiligheidsvoorzieningen
moeten worden nagekeken.
Alle onderhoudswerkzaamheden moeten worden uitgevoerd door
erkend GENIUS-personeel of een GENIUS-servicecentrum.
REPARATIES
De gebruiker mag zelf geen pogingen tot reparaties of andere ingrepen
ondernemen, en dient zich uitsluitend tot erkend GENIUS-personeel of
een GENIUS-servicecentrum te wenden.
SPIN 3 - SPIN 4 - SPIN 424 - SPIN 6
NEDERLANDS
Gids voor de installateur
Page 21
Opmerkingen voor het lezen van de instructies
Lees deze installatiehandleiding aandachtig door alvorens te beginnen met de installatie van het product.
Het symbool is een aanduiding voor belangrijke opmerkingen voor de veiligheid van personen en om het automatische systeem in goede staat te houden.
Het symbool vestigt de aandacht op opmerkingen over de eigenschappen of de werking van het product.
INHOUDSOPGAVE
BELANGRIJKE OPMERKINGEN VOOR DE INSTALLATEUR pag.22
1. BESCHRIJVING (Fig.1) pag.22
1.1. TECHNISCHE EIGENSCHAPPEN pag.22
2. ELEKTRICITEITSAANSLUITINGEN (standaardinstallatie) Fig. 2 pag.22
3. INSTALLATIE VAN HET AUTOMATISCH SYSTEEM pag.22
3.1. CONTROLES VOORAF pag.22
3.2. INMETSELEN FUNDERINGSPLAAT pag.22
3.3. MECHANISCHE INSTALLATIE pag.22
4. INBEDRIJFSTELLING pag.23
5. HANDBEDIENDE WERKING pag.23
6. HERSTEL NORMALE WERKING pag.23
7. ONDERHOUD pag.24
8. REPARATIES pag.24
9. VERKRIJGBARE ACCESSOIRES pag.24
9.1. HEK-KIT pag.24
9.2. KNIKARM-KIT pag.24
9.3. STEUNPAAL pag.24
9.4. VANGARM pag.24
9.5. VERLICHTINGSKIT BOOM pag.24
9.6. BATTERIJEN-KIT pag.24-
CE VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING
(RICHTLIJN 2006/42/CE)
Fabrikant: FAAC S.p.A.
Adres: Via Calari, 10 - 40069 Zola Predosa BOLOGNA - ITALIA
Verklaart dat: De aandrijving mod. SPIN 3 - SPIN 4 - SPIN 424 - SPIN 6
is gebouwd voor opname in een machine of voor assemblage met andere machines, met het doel een machine te vormen in de zin van de Richtlijn
2006/42/EG;
in overeenstemming is met de fundamentele veiligheidseisen van de volgende EEG-richtlijnen:
2006/95/EG Laagspanningsrichtijn.
2004/108/EG richtlijn Elektromagnetische Compatibiliteit.
En verklaart daarnaast dat het niet is toegestaan het apparaat in bedrijf te stellen tot de machine waarin het wordt ingebouwd of waar het een
onderdeel van zal worden, is geïdenticeerd, en conform de vereisten van Richtlijn 2006/42/EEG en daaropvolgende wijzigingen
Bologna, 18 Juli 2014 CEO
A. Marcellan
SPIN 3 - SPIN 4 - SPIN 424 - SPIN 6
NEDERLANDS
Gids voor de installateur
Page 22
Wij danken u dat u een van onze producten heeft gekozen. GENIUS is
er zeker van dat het alle prestaties zal verrichten die u voor uw gebruik
nodig heeft. Al onze producten zijn het resultaat van vele jaren ervaring
op het gebied van automatische systemen, en daar komt nog bij dat wij
in deze sector wereldwijd marktleider zijn.
Het middendeel van de handleiding bestaat uit twee verwijderbare
boekjes. Een boekje met de afbeeldingen voor de installatie en
een boekje, de „Gids voor de gebruiker“, dat aan de eindgebruiker
moet worden gegeven, waarin ook het onderhoudsregister van
de installatie zit.
BELANGRIJKE OPMERKINGEN VOOR DE
INSTALLATEUR
Lees alvorens de aandrijving te installeren deze hele handleiding
aandachtig door.
Bewaar de handleiding voor raadpleging in de toekomst.
Een correcte werking en de verklaarde technische eigenschappen in
deze instructies zijn uitsluitend mogelijk als de aanwijzingen in deze
handleiding in acht worden genomen en GENIUS accessoires en
veiligheidsinrichtingen worden gebruikt.
Indien een mechanische koppeling ontbreekt, moet, om de veiligheid
van het automatisch systeem te garanderen, een besturingseenheid
met een regelbare elektronische koppeling worden gebruikt.
Gebruik het automatisch systeem niet om mensen of voorwerpen op
te tillen.
Het automatisch systeem is ontworpen en vervaardigd om de toegang
van voertuigen te regelen. Vermijd ieder ander gebruik.
De aandrijving kan niet worden gebruikt om nooduitgangen of poorten
in vluchtroutes te bewegen.
Ga niet door de doorgang terwijl het automatisch systeem in beweging is.
Alles wat niet uitdrukkelijk in deze handleiding is vermeld, is niet
toegestaan.
De montage, het onderhoud en het afstellen van het automatisch
systeem moet altijd door vakmensen worden uitgevoerd.
1. BESCHRIJVING (Fig.1)
Pos Beschrijving
a
Arm
b
Mechanische aanslagen
c
Veerhouderstaaf
d
Eindschakelaar
e
Regelbare nokjes
f
Ontgrendelingsmechanisme
g
Motorreductorgroep
h
Veerschotel
i
Balansveer
j
Elektronische apparatuur
k
Trekschroef afstellen veer
l
Bevestigingsmoer massakabel
m
Funderingsplaat
n
Trekstangen
o
Deurtje
p
Staander
q
Ontgrendelingssleutel
r
Encoder
1.1. TECHNISCHE EIGENSCHAPPEN
Model
Spin
3 4 6 424
Voeding 230 V~ 50 Hz 24 V
Opgenomen vermogen (W) 250 380 100
Opgenomen stroom (A) 1,1 1,7 3,5
Oververhittingsbeveiliging (°C). 140 /
Condensator (µF) 12,5 /
Maximaal koppel (Nm) 60 100 150 100
Openingsduur (s)
a
2,5 4 8 4
Maximale lengte boom (m)
3
b
5
b
7
b
5
b
Type en frequentie gebruik bij 20°C S3 - 50%
S3 -
60%
100%
Min. aant. cycli/uur, bij benadering, bij 20°C
a
>360 >225 >130 >450
Model
Spin
3 4 6 424
Omgevingstemperatuur (°C)
-20 +55
Gewicht aandrijving (kg) 63 69 63
Beschermingsgraad IP X4
Afmetingen Zie g. 3 & 4
a Openingsduur en aantal cycli berekend bij een temperatuur van 20°C,
met correct uitgevoerde installatie en zonder vertragingen.
b Op de op het model SPIN 3 gemonteerde bomen kunnen geen
accessoires worden gemonteerd.
Op op het model SPIN 4 gemonteerde bomen van meer dan 4 meter
kan geen knikarm-kit worden gemonteerd.
Op op het model SPIN 6 gemonteerde bomen van meer dan 6 meter
kunnen geen accessoires worden gemonteerd.
2. ELEKTRICITEITSAANSLUITINGEN
(standaardinstallatie) Fig. 2
Pos Beschrijving Kabeldoorsnede
a
Aandrijving (elektrische voeding) 3x1.5mm
2
b
Fotocellen TX 2x0.5mm
2
c
Fotocellen RX 4x0.5mm
2
d
Sleutelschakelaar 2x0.5mm
2
e
Waarschuwingslamp 2x1.5mm
2
Gebruik geschikte harde en/of exibele leidingen bij het aanleggen
van de kabels.
Houd de laagspanningskabels voor de aansluiting van de
accessoires altijd gescheiden van die van de voedingskabels.
Gebruik gescheiden beschermingsmantels om eventuele
interferentie te vermijden.
Monteer een alpolige schakelaar met een afstand tussen de
contacten van minstens 3 mm op de voedingslijn. Het wordt
aanbevolen een magnetothermische schakelaar van 6 A met
alpolige onderbreking te gebruiken.
Monteer bovenstrooms van de installatie een differentieelschakelaar
met een inschakellimiet van 0,03 A.
Neem bij het aanleggen van de voedingslijn de nationale
installatievoorschriften in acht, en gebruik een dubbel
geïsoleerde kabel.
Zet de voedingskabel en de verbindingskabels van de
accessoires goed vast vlakbij de klemmen van de kaart.
3. INSTALLATIE VAN HET AUTOMATISCH SYSTEEM
3.1. CONTROLES VOORAF
Met het oog op de veiligheid van het automatisch systeem en een goede
werking moet voordat met de installatie wordt begonnen eerst worden
nagegaan of aan de volgende vereisten is voldaan:
De slagboom mag tijdens zijn beweging absoluut niet tegen obstakels
of hangende spanningskabels komen.
De eigenschappen van het terrein moeten garanderen dat de
funderingssokkel goed vast ligt.
In het gebied waar de sokkel gegraven wordt mogen geen leidingen of
elektriciteitkabels liggen.
Als de behuizing van de slagboom aan passerende voertuigen
blootstaat, moet, waar mogelijk, een goede stootbescherming worden
aangebracht.
Controleer of voor de aansluiting van de staander een goede
aardingsinstallatie aanwezig is.
3.2. INMETSELEN FUNDERINGSPLAAT
1. Assembleer de funderingsplaat zoals aangegeven in Fig. 5.
2. Maak een sokkel zoals aangegeven in Fig. 6.
De afmetingen van de sokkel moeten geschikt zijn voor het
soort terrein en het te installeren model.
3. Metsel de funderingsplaat in zoals aangegeven in Fig. 6 en leg daarbij
een of meerdere elektriciteitsbuizen aan voor de kabels.
4. Controleer met een waterpas of de plaat goed horizontaal ligt.
5. Wacht tot het cement uitgehard is.
3.3. MECHANISCHE INSTALLATIE
6. Verwijder de 4 bovenste moeren van de funderingsplaat.
7. Plaats de staander op de funderingsplaat, zie Fig. 7 en zet hem vast.
8. Stel de aandrijving in op handbediende werking zoals aangeduid in
SPIN 3 - SPIN 4 - SPIN 424 - SPIN 6
NEDERLANDS
Gids voor de installateur
Page 23
paragraaf 4.
3.3.1. InstallatIe rechts of lInks
Afhankelijk van de installatievereisten kan het automatisch systeem rechts
of links worden geïnstalleerd:
Installatie links: Met een installatie links wordt een installatie bedoeld
waarbij als de slagboom gesloten is, de arm zich rechts
van de staander bevindt, als je van binnenuit naar het
automatisch systeem kijkt (kant deurtje).
Installatie rechts: Met een installatie rechts wordt een installatie bedoeld
waarbij als de slagboom gesloten is, de arm zich links
van de staander bevindt, als je van binnenuit naar het
automatisch systeem kijkt (kant deurtje).
Bij de levering is het automatisch systeem ingesteld op een
linkse sluiting, g. 8 ref. “A”. Als dat de gewenste sluitrichting
van de boom is, ga dan rechtstreeks naar punt 3.3.2. “Montage
van de besturingseenheid”.
Handel als volgt om het automatisch systeem van links naar rechts (Fig.
8 ref. “B”) om te zetten:
1. Verwijder de trekschroef voor het afstellen van de veer, g. 8 ref. a.
2. Verplaats de elektrische besturingseenheid van rechts naar links,
g. 8 ref. b.
3. Plaats de trekschroef voor het afstellen van de veer in het gat rechts
van de elektrische besturingseenheid.
4. Verplaats het plaatje voor de bevestiging van de veer, g. 8 ref. c,
van de pen links naar de pen rechts.
5. Verwijder de bevestigingsschroef van de armhouderplaat, g. 9 en
10 ref. a.
6. Draai de armhouderplaat 90°, g. 9 en 10 ref. b.
7. Zet alles weer vast met de bijbehorende schroeven
3.3.2. Montage van de besturIngseenheId
Volg om de boom correct te installeren de volgende instructies, afhankelijk
van het model automatisch systeem:
Spin 3 - 4 - 424 (Fig. 11)
1. Zet de armhouderplaat verticaal.
2. Zet de boom erin, ref. a, en zet hem vast met de vier bijgeleverde
schroeven, ref. c.
De rubberen rand van de boom, ref. a, moet naar de sluitrichting
van de boom zijn gericht.
3. Sluit het gat af met de speciale dop, ref. d.
Spin 6 (Fig. 12)
1. Zet de armhouderplaat verticaal.
2. Laat de boom, ref. a, steunen op de centrale pen.
3. Zet de steun op “W”, ref. b.
4. Draai het geheel vast met de 6 bijgeleverde schroeven, ref. c.
De bomen voor de modellen Spin 6 hebben gelijke zijden en hoeven
bij de montage niet in een bepaalde richting te worden gezet.
3.3.3. afstellen MechanIsche eIndaanslagen
De automatische systemen Spin hebben standaard twee mechanische
eindaanslagen, g. 13 ref. a en b, om de boom bij het openen en
sluiten te stoppen.
Handel als volgt om de ze af te stellen:
1. Zet de arm met de hand helemaal open.
2. Stel de hoogte van de eindaanslag zo af dat de arm verticaal blijft
staan.
3. Draai de moer vast om de arm in deze positie vast te zetten.
4. Zet om de andere eindaanslag af te stellen de arm in de gesloten
stand, en handel als hierboven aangegeven tot de arm horizontaal is.
3.3.4. afstellen eIndschakelaars
Op de aandrijvingen zitten twee micro-eindschakelaars, die ingrijpen
door de beweging van de arm zowel tijdens het openen als tijdens het
sluiten te stoppen. Zij worden geactiveerd door twee afstelbare nokken,
g. 14 ref. a en b.
Handel als volgt om de twee nokken goed af te stellen:
1. Zet de arm met de hand verticaal.
2. Draai aan de bijbehorende nok tot de eindschakelaar wordt
ingeschakeld.
3. Zet de arm in de gesloten stand en stel de bijbehorende nok zo af dat
de eindschakelaar wordt ingeschakeld.
Voor een correcte werking van het automatisch systeem moeten
de twee eindschakelaars ingrijpen voordat de mechanische
eindaanslag wordt bereikt.
3.3.5. Installeren en afstellen van de balansveer
Voor een correcte werking heeft het automatisch systeem een balansveer
nodig, g. 15 ref. a, die apart moet worden besteld (net als de arm).
Het type veer dat op het automatisch systeem moet worden aangebracht
moet uit die in de prijslijst worden gekozen op grond van het type arm en
de eventuele accessoires.
Zie voor de correcte montage en het afstelling de volgende instructies.
1. Controleer of de aandrijving ontgrendeld is, zie par. 4.
2. Verwijder de trekschroef voor het afstellen, g. 15 ref. c.
3. Bevestig met de arm verticaal de veer op de schotel, g. 15 ref. b.
Voor een snellere installatie wordt aangeraden het open deel van
het oogje naar de installateur gericht te houden.
4. Steek de trekschroef, ref. c, in het onderste oogje van de veer en
vervolgens in zijn bevestigingsgat.
5. Draai een van de twee bevestigingsmoeren, g. 15 ref. d, vast tot de
veer geen speling meer heeft.
6. Zet de arm met de hand half open (ongeveer 45°).
7. Zet de veer onder spanning door aan de zojuist aangedraaide moer
te draaien.
De veer is correct gespannen als de arm bij een hoek van 45°
stil blijft staan.
8. Draai de borgmoer voor de trekschroef aan en zet alles vast.
9. Herstel de normale werking zoals beschreven in paragraaf 5.
4. INBEDRIJFSTELLING
Installeer nu de besturingseenheid volgens de bijbehorende instructies.
Controleer of de eindschakelaars goed werken door na te gaan of de
bijbehorende leds op de besturingseenheid doven.
Controleer of het automatisch systeem goed werkt, en kijk daarbij met
name de aangesloten veiligheidsvoorzieningen na.
Geeft de eindgebruiker instructies voor de correcte werking van het
automatisch systeem.
Geeft de eindgebruiker de“Gebruikersgids” (boekje dat uit het
middendeel van deze handleiding kan worden losgehaald).
Vul het aan de Gebruikersgids gehechte onderhoudsregister in.
5. HANDBEDIENDE WERKING
Indien de slagboom met de hand moet worden bediend omdat de stroom
is uitgevallen of het automatisch systeem niet goed werkt, moet als volgt
worden gehandeld:
1. Schakel de voeding naar de installatie uit door de differentieelschakelaar
stroomopwaarts van de installatie om te zetten.
2. Open het deurtje.
3. Steek de ontgrendelingssleutel, g. 16 ref. a, in het gat in het
ontgrendelingsmechanisme.
4. Draai de sleutel tegen de wijzers van de klok in tot hij tegen de
mechanische aanslag komt.
De mechanische aanslag wordt gevormd door een pen, g.
17 ref. a; draai de sleutel niet verder, anders kan de goede
werking van het systeem worden aangetast.
5. Beweeg de arm met de hand in de twee richtingen tot u voelt dat het
ontgrendelingsmechanisme loshaakt.
Als het automatisch systeem ontgrendeld moet blijven:
• verwijder dan de ontgrendelingssleutel en sluit het deurtje;
• laat de voeding naar de installatie uitgeschakeld.
6. HERSTEL NORMALE WERKING
Handel als volgt om de normale werking te herstellen:
1. Zorg ervoor dat de voeding naar installatie is uitgeschakeld.
2. Open het deurtje met de speciale sleutel.
3. Steek de ontgrendelingssleutel, fig. 18 ref. a, in het daarvoor
bedoelde gat.
4. Draai de ontgrendelingssleutel met de wijzers van de klok mee tot hij
op de as steunt, g. 18.
5. Beweeg, terwijl de sleutel op de as steunt, de arm met de hand tot u
voelt dat het ontgrendelingsmechanisme vastklikt.
Als de sleutel eenmaal op de as steunt mag hij niet verder
worden gedraaid, anders kan dit ten koste gaan van de goede
werking van deze voorziening.
Als het niet goed lukt de ontgrendelingssleutel te draaien
en de sleutel nog niet op de as steunt, probeer dan
de arm met de hand te bewegen tot u voelt dat het
ontgrendelingsmechanisme vastklikt. Draai vervolgens de
sleutel tot hij op de as steunt.
6. Sluit het deurtje weer, en controleer of de aansluiting van de
massakabel op de aarding tussen het deurtje en de staander nog
intact is.
7. Schakel de voeding naar de installatie weer in.
8. Controleer of het automatisch systeem goed werkt.
SPIN 3 - SPIN 4 - SPIN 424 - SPIN 6
NEDERLANDS
Gids voor de installateur
Page 24
7. ONDERHOUD
De montage, het onderhoud en het afstellen van de installatie
moeten altijd door vakmensen worden uitgevoerd.
Inspecties en onderhoud mogen pas worden uitgevoerd na de
spanning naar de installatie te hebben uitgeschakeld en met
de arm verticaal (de balansveer moet zo kort mogelijk zijn).
Om een goede werking op de lange termijn en een constant
veiligheidsniveau te garanderen, moet ieder half jaar een algemene
controle op de installatie worden uitgevoerd, waarbij met name de
veiligheidsvoorzieningen moeten worden nagekeken. Het boekje
“Gebruikersgids” bevat een voorgedrukt formulier om werkzaamheden
te registeren.
8. REPARATIES
De gebruiker mag zelf geen pogingen tot reparaties of andere ingrepen
ondernemen, en dient zich uitsluitend tot erkend GENIUS-personeel of
een GENIUS-servicecentrum te wenden.
9. VERKRIJGBARE ACCESSOIRES
9.1. HEK-KIT
De hek-kit, g. 19, maakt de boom beter zichtbaar, en is verkrijgbaar met
een lengte van max. 2 meter.
Als een hek-kit wordt geïnstalleerd, moet de balansveer worden
bijgesteld.
9.2. KNIKARM-KIT
De knikarm-kit, g. 19, is bestudeerd om een arm te kunnen laten knikken,
zodat hij ook in afgedekte ruimten kan worden geïnstalleerd.
De knikarm-kit kan alleen worden gemonteerd op armen voor
de modellen SPIN 3 en 4.
Als een knikarm-kit wordt geïnstalleerd, moet de balansveer
worden bijgesteld.
9.3. STEUNPAAL
De steunpaal, g. 21, dient om de arm in gesloten stand op te laten
steunen, zodat hij niet naar beneden buigt.
Als een steunpaal wordt gebruikt, moet de balansveer worden
bijgesteld.
9.4. VANGARM
De vangarm, g. 22, heeft twee functies:
hij voorkomt dat de arm in de gesloten stand knikt of afbreekt als gevolg
van externe krachten.
de arm kan er in gesloten stand op rusten zodat het proel niet naar
beneden buigt
Als een vangarm wordt gebruikt, hoeft de balansveer niet te worden
bijgesteld.
9.4.1. PlaatsIng van de vangarM
Voor de plaatsing van de funderingsplaat van de vangarm, zie de waarden
in g. 23, waar:
L= lengte van de boom
A= L-500mm
Voor een correcte plaatsing wordt aangeraden de vangarm pas
te plaatsen nadat het automatisch systeem is geïnstalleerd. Dan
kan de vangarm namelijk zo worden geïnstalleerd dat het midden
ervan overeenkomt met het midden van de boom.
9.5. VERLICHTINGSKIT BOOM
Voor de armen van de modellen SPIN 3 en 4 is een verlichtingskit
verkrijgbaar die op de bovenkant van de arm kan worden geplaatst.
Hierdoor wordt de arm beter zichtbaar, vooral ‘s avonds.
Als een verlichtingskit wordt gemonteerd, moet de balansveer
worden bijgesteld.
9.6. BATTERIJEN-KIT
Voor het model SPIN 424 is een kit noodbatterijen beschikbaar die in de
staander moet worden geplaatst. De batterijenkit valt in in het geval de
netvoeding eventueel uitvalt.
De batterijenkit kan niet als alternatief voor de netvoeding
worden gebruikt.
7. Los elementos constructivos mecánicos deben estar de acuerdo con lo establecido en
las Normas EN 12604 y EN 12605.
8. Para los países no pertenecientes a la CEE, además de las referencias normativas
nacionales, para obtener un nivel de seguridad adecuado, deben seguirse las Normas
arriba indicadas.
9. GENIUS no es responsable del incumplimiento de las buenas técnicas de fabricación
de los cierres que se han de motorizar, así como de las deformaciones que pudieran
intervenir en la utilización.
10. La instalación debe ser realizada de conformidad con las Normas EN 12453 y EN
12445. El nivel de seguridad de la automación debe ser C+D.
11. Quiten la alimentación eléctrica y desconecten las baterías antes de efectuar cualquier
intervención en la instalación.
12. Coloquen en la red de alimentación de la automación un interruptor omnipolar con distancia
de apertura de los contactos igual o superior a 3 mm. Se aconseja usar un magnetotérmico
de 6A con interrupción omnipolar.
13. Comprueben que la instalación disponga línea arriba de un interruptor diferencial con
umbral de 0,03 A.
14. Veriquen que la instalación de tierra esté correctamente realizada y conecten las partes
metálicas del cierre.
15. La automación dispone de un dispositivo de seguridad antiaplastamiento constituido por
un control de par. No obstante, es necesario comprobar el umbral de intervención según
lo previsto en las Normas indicadas en el punto 10.
16. Los dispositivos de seguridad (norma EN 12978) permiten proteger posibles áreas de
peligro de Riesgos mecánicos de movimiento, como por ej. aplastamiento, arrastre, corte.
17. Para cada equipo se aconseja usar por lo menos una señalización luminosa así como
un cartel de señalización adecuadamente jado a la estructura del bastidor, además de
los dispositivos indicados en el “16”.
18. GENIUS declina toda responsabilidad relativa a la seguridad y al buen funcionamiento
de la automación si se utilizan componentes de la instalación que no sean de producción
GENIUS.
19. Para el mantenimiento utilicen exclusivamente piezas originales GENIUS
20. No efectúen ninguna modicación en los componentes que forman parte del sistema
de automación.
21. El instalador debe proporcionar todas las informaciones relativas al funcionamiento del
sistema en caso de emergencia y entregar al usuario del equipo el manual de advertencias
que se adjunta al producto.
22. No permitan que niños o personas se detengan en proximidad del producto durante su
funcionamiento.
23. La aplicación no puede ser utilizada por niños, personas con reducida capacidad física,
mental, sensorial o personas sin experiencia o la necesaria formación.
24. Mantengan lejos del alcance los niños los telemandos o cualquier otro emisor de impulso,
para evitar que la automación pueda ser accionada involuntariamente.
25. Sólo puede transitarse entre las hojas si la cancela está completamente abierta.
26. El usuario debe abstenerse de intentar reparar o de intervenir directamente, y debe diri-
girse exclusivamente a personal cualicado GENIUS o a centros de asistencia GENIUS.
27. Todo lo que no esté previsto expresamente en las presentes instrucciones debe enten-
derse como no permitido
DEUTSCH
HINWEISE FÜR DEN INSTALLATIONSTECHNIKER
ALLGEMEINE SICHERHEITSVORSCHRIFTEN
ACHTUNG! Um die Sicherheit von Personen zu gewährleisten, sollte die Anleitung
aufmerksam befolgt werden. Eine falsche Installation oder ein fehlerhafter Be-
trieb des Produktes können zu schwerwiegenden Personenschäden führen.
1. Bevor mit der Installation des Produktes begonnen wird, sollten die Anleitungen aufmer-
ksam gelesen werden.
2. Das Verpackungsmaterial (Kunststoff, Styropor, usw.) sollte nicht in Reichweite von Kindern
aufbewahrt werden, da es eine potentielle Gefahrenquelle darstellt.
3. Die Anleitung sollte aufbewahrt werden, um auch in Zukunft Bezug auf sie nehmen zu
können.
4. Dieses Produkt wurde ausschließlich für den in diesen Unterlagen angegebenen Gebrauch
entwickelt und hergestellt. Jeder andere Gebrauch, der nicht ausdrücklich angegeben ist,
könnte die Unversehrtheit des Produktes beeinträchtigen und/oder eine Gefahrenquelle
darstellen.
5. Die Firma GENIUS lehnt jede Haftung für Schäden, die durch unsachgemäßen oder nicht
bestimmungsgemäßen Gebrauch der Automatik verursacht werden, ab.
6. Das Gerät sollte nicht in explosionsgefährdeten Umgebungen installiert werden: das
Vorhandensein von entammbaren Gasen oder Rauch stellt ein schwerwiegendes
Sicherheitsrisiko dar.
7. Die mechanischen Bauelemente müssen den Anforderungen der Normen EN 12604 und
EN 12605 entsprechen.
8. Für Länder, die nicht der Europäischen Union angehören, sind für die Gewährleistung eines
entsprechenden Sicherheitsniveaus neben den nationalen gesetzlichen Bezugsvorschriften
die oben aufgeführten Normen zu beachten.
9. Die Firma GENIUS übernimmt keine Haftung im Falle von nicht fachgerechten Ausführun-
gen bei der Herstellung der anzutreibenden Schließvorrichtungen sowie bei Deformationen,
die eventuell beim Betrieb entstehen.
10. Die Installation muß unter Beachtung der Normen EN 12453 und EN 12445 erfolgen. Die
Sicherheitsstufe der Automatik sollte C+D sein.
11. Vor der Ausführung jeglicher Eingriffe auf der Anlage sind die elektrische Versorgung und
die Batterie abzunehmen.
12. Auf dem Versorgungsnetz der Automatik ist ein omnipolarer Schalter mit Öffnungsabstand
der Kontakte von über oder gleich 3 mm einzubauen. Darüber hinaus wird der Einsatz
eines Magnetschutzschalters mit 6A mit omnipolarer Abschaltung empfohlen.
13. Es sollte überprüft werden, ob vor der Anlage ein Differentialschalter mit einer Auslöse-
schwelle von 0,03 A zwischengeschaltet ist.
14. Es sollte überprüft werden, ob die Erdungsanlage fachgerecht augeführt wurde. Die Me-
tallteile der Schließung sollten an diese Anlage angeschlossen werden.
15. Die Automation verfügt über eine eingebaute Sicherheitsvorrichtung für den Quetschschutz,
die aus einer Drehmomentkontrolle besteht. Es ist in jedem Falle erforderlich, deren
Eingriffsschwelle gemäß der Vorgaben der unter Punkt 10 angegebenen Vorschriften
zu überprüfen.
16. Die Sicherheitsvorrichtungen (Norm EN 12978) ermöglichen den Schutz eventueller Ge-
fahrenbereiche vor mechanischen Bewegungsrisiken, wie zum Beispiel Quetschungen,
Mitschleifen oder Schnittverletzungen.
17. Für jede Anlage wird der Einsatz von mindestens einem Leuchtsignal empfohlen sowie
eines Hinweisschildes, das über eine entsprechende Befestigung mit dem Aufbau des
Tors verbunden wird. Darüber hinaus sind die unter Punkt “16” erwähnten Vorrichtungen
einzusetzen.
18. Die Firma GENIUS lehnt jede Haftung hinsichtlich der Sicherheit und des störungsfreien
Betriebs der Automatik ab, soweit Komponenten auf der Anlage eingesetzt werden, die
nicht im Hause GENIUS hergestellt urden.
19. Bei der Instandhaltung sollten ausschließlich Originalteile der Firma GENIUS verwendet
werden.
20. Auf den Komponenten, die Teil des Automationssystems sind, sollten keine Veränderungen
vorgenommen werden.
21. Der Installateur sollte alle Informationen hinsichtlich des manuellen Betriebs des Systems
in Notfällen liefern und dem Betreiber der Anlage das Anleitungsbuch, das dem Produkt
beigelegt ist, übergeben.
22. Weder Kinder noch Erwachsene sollten sich während des Betriebs in der unmittelbaren
Nähe der Automation aufhalten.
23. Die Anwendung darf nicht von Kindern, von Personen mit verminderter körperlicher,
geistiger, sensorieller Fähigkeit oder Personen ohne Erfahrungen oder der erforderlichen
Ausbildung verwendet werden.
24. Die Funksteuerungen und alle anderen Impulsgeber sollten außerhalb der Reichweite
von Kindern aufbewahrt werden, um ein versehentliches Aktivieren der Automation zu
vermeiden.
25. Der Durchgang oder die Durchfahrt zwischen den Flügeln darf lediglich bei vollständig
geöffnetem Tor erfolgen.
26. Der Benutzer darf direkt keine Versuche für Reparaturen oder Arbeiten vornehmen und hat
sich ausschließlich an qualiziertes Fachpersonal GENIUS oder an Kundendienstzentren
GENIUS zu wenden.
27. Alle Vorgehensweisen, die nicht ausdrücklich in der vorliegenden Anleitung vorgesehen
sind, sind nicht zulässig
NEDERLANDS
WAARSCHUWINGEN VOOR DE INSTALLATEUR
ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
LET OP! Het is belangrijk voor de veiligheid dat deze hele instructie zorgvuldig
wordt opgevolgd. Een onjuiste installatie of foutief gebruik van het product
kunnen ernstig persoonlijk letsel veroorzaken.
1. Lees de instructies aandachtig door alvorens te beginnen met de installatie van het product.
2. De verpakkingsmaterialen (plastic, polystyreen, enz.) mogen niet binnen het bereik van
kinderen worden gelaten, want zij vormen een mogelijke bron van gevaar.
3. Bewaar de instructies voor raadpleging in de toekomst.
4. Dit product is uitsluitend ontworpen en gebouwd voor het doel dat in deze documentatie
wordt aangegeven. Elk ander gebruik, dat niet uitdrukkelijk wordt vermeld, zou het product
kunnen beschadigen en/of een bron van gevaar kunnen vormen.
5. GENIUS aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade die ontstaat uit oneigenlijk
gebruik of ander gebruik dan waarvoor het automatische systeem is bedoeld.
6. Installeer het apparaat niet in een explosiegevaarlijke omgeving: de aanwezigheid van
ontvlambare gassen of dampen vormt een ernstig gevaar voor de veiligheid.
7. De mechanische bouwelementen moeten in overeenstemming zijn met de bepalingen van
de normen EN 12604 en EN 12605.
8. Voor niet-EEG landen moeten, om een goed veiligheidsniveau te bereiken, behalve de
nationale voorschriften ook de bovenstaande normen in acht worden genomen.
9. GENIUS is niet aansprakelijk als de regels der goede techniek niet in acht genomen zijn
bij de bouw van het sluitwerk dat gemotoriseerd moet worden, noch voor vervormingen
die zouden kunnen ontstaan bij het gebruik.
10. De installatie dient te geschieden in overeenstemming met de normen EN 12453 en EN
12445. Het veiligheidsniveau van het automatische systeem moet C+D zijn.
11. Alvorens ingrepen te gaan verrichten op de installatie moet de elektrische voeding worden
weggenomen en moeten de batterijen worden afgekoppeld.
12. Zorg op het voedingsnet van het automatische systeem voor een meerpolige schakelaar
met een opening tussen de contacten van 3 mm of meer. Het wordt geadviseerd een
magnetothermische schakelaar van 6A te gebruiken met meerpolige onderbreking.
13. Controleer of er bovenstrooms van de installatie een differentieelschakelaar is geplaatst
met een limiet van 0,03 A.
14. Controleer of de aardingsinstallatie vakkundig is aangelegd en sluit er de metalen delen
van het sluitsysteem op aan.
15. Het automatische systeem beschikt over een intrinsieke beveiliging tegen inklemming,
bestaande uit een controle van het koppel. De inschakellimiet hiervan dient echter te worden
gecontroleerd volgens de bepalingen van de normen die worden vermeld onder punt 10.
16. De veiligheidsvoorzieningen (norm EN 12978) maken het mogelijk eventuele gevaarlijke
gebieden te beschermen tegen Mechanische gevaren door beweging, zoals bijvoorbeeld
inklemming, meesleuren of amputatie.
17. Het wordt voor elke installatie geadviseerd minstens één lichtsignaal te gebruiken alsook
een waarschuwingsbord dat goed op de constructie van het hang- en sluitwerk dient te
worden bevestigd, afgezien nog van de voorzieningen die genoemd zijn onder punt “16”.
18. GENIUS aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor wat betreft de veiligheid en de
goede werking van het automatische systeem, als er in de installatie gebruik gemaakt
wordt van componenten die niet door GENIUS zijn geproduceerd.
19. Gebruik voor het onderhoud uitsluitend originele GENIUS-onderdelen.
20. Verricht geen wijzigingen op componenten die deel uitmaken van het automatische
systeem.
21. De installateur dient alle informatie te verstrekken over de handbediening van het systeem
in noodgevallen, en moet de gebruiker van de installatie het bij het product geleverde
boekje met aanwijzingen overhandigen.
22. De toepassing mag niet worden gebruikt door kinderen, personen met lichamelijke, geeste-
lijke en sensoriele beperkingen, of door personen zonder ervaring of de benodigde training.
23. Sta het niet toe dat kinderen of volwassenen zich ophouden in de buurt van het product
terwijl dit in werking is.
24. Houd radio-afstandsbedieningen of alle andere impulsgevers buiten het bereik van
kinderen, om te voorkomen dat het automatische systeem onopzettelijk kan worden
aangedreven.
25. Ga alleen tussen de vleugels door als het hek helemaal geopend is.
26. De gebruiker mag zelf geen pogingen ondernemen tot reparaties of andere directe ingrepen,
en dient zich uitsluitend te wenden tot gekwaliceerd en geautoriseerd GENIUS-personeel
of een erkend GENIUS-servicecentrum.
27. Alles wat niet uitdrukkelijk in deze instructies wordt aangegeven, is niet toegestaan

Documenttranscriptie

SPIN 3 - SPIN 4 - SPIN 424 - SPIN 6 Page 7 Gids voor de gebruiker Lees alvorens het product te gebruiken aandachtig de instructies door. Bewaar deze instructies voor toekomstige raadpleging. Wij danken u dat u een van onze producten heeft gekozen. GENIUS is er zeker van dat het alle prestaties zal verrichten die u voor uw gebruik nodig heeft. Al onze producten zijn het resultaat van vele jaren ervaring op het gebied van automatische systemen, en daar komt nog bij dat wij in deze sector wereldwijd marktleider zijn. ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN HANDBEDIENDE WERKING Indien de slagboom met de hand moet worden bediend omdat de stroom is uitgevallen of het automatisch systeem niet goed werkt, moet als volgt worden gehandeld: 1. Schakel de voeding naar de installatie uit door de differentieelschakelaar stroomopwaarts van de installatie om te zetten. 2. Open het deurtje. 3. Steek de ontgrendelingssleutel, fig. 1 ref. a, in het gat in het ontgrendelingsmechanisme. 4. Draai de sleutel tegen de wijzers van de klok in tot hij tegen de mechanische aanslag komt. De mechanische aanslag wordt gevormd door een pen, fig. 2 ref. a; draai de sleutel niet verder, anders kan de goede werking van het systeem worden aangetast. 5. Beweeg de arm met de hand in de twee richtingen tot u voelt dat het ontgrendelingsmechanisme loshaakt. Als het automatisch systeem ontgrendeld moet blijven: • verwijder dan de ontgrendelingssleutel en sluit het deurtje; • laat de voeding naar de installatie uitgeschakeld. HERSTEL NORMALE WERKING Handel als volgt om de normale werking te herstellen: 1. Zorg ervoor dat de voeding naar installatie is uitgeschakeld. 2. Open het deurtje met de speciale sleutel. 3. Steek de ontgrendelingssleutel, fig. 3 ref. a, in het daarvoor bedoelde gat. 4. Draai de ontgrendelingssleutel met de wijzers van de klok mee tot hij op de as steunt, fig. 3. 5. Beweeg, terwijl de sleutel op de as steunt, de arm met de hand tot u voelt dat het ontgrendelingsmechanisme vastklikt. Als de sleutel eenmaal op de as steunt mag hij niet verder worden gedraaid, anders kan dit ten koste gaan van de goede werking van deze voorziening. Als het niet goed lukt de ontgrendelingssleutel te draaien is en de sleutel nog niet op de as steunt, probeer dan de arm met de hand te bewegen tot u voelt dat het ontgrendelingsmechanisme vastklikt. Draai vervolgens de sleutel tot hij op de as steunt. 6. Sluit het deurtje weer, en controleer of de aansluiting van de massakabel op de aarding tussen het deurtje en de staander nog intact is. 7. Schakel de voeding naar de installatie weer in. 8. Controleer of het automatisch systeem goed werkt. ONDERHOUD Laat, om een goede werking op de lange termijn en een constant veiligheidsniveau te garanderen, ieder half jaar een algemene controle op de installatie uitvoeren, waarbij met name de veiligheidsvoorzieningen moeten worden nagekeken. Alle onderhoudswerkzaamheden moeten worden uitgevoerd door erkend GENIUS-personeel of een GENIUS-servicecentrum. REPARATIES De gebruiker mag zelf geen pogingen tot reparaties of andere ingrepen ondernemen, en dient zich uitsluitend tot erkend GENIUS-personeel of een GENIUS-servicecentrum te wenden. NEDERLANDS Het automatisch systeem SPIN garandeert, als het op correcte wijze wordt geïnstalleerd en gebruikt, een hoge mate van veiligheid. Daarnaast kunnen een aantal simpele gedragsregels accidentele ongemakken voorkomen: • Ga niet onder de arm door als hij in beweging is. Wacht tot de arm helemaal open is alvorens er onderdoor te gaan. • Blijf nooit onder de arm staan. • De toepassing mag niet worden gebruikt door kinderen, personen met lichamelijke, geestelijke en sensoriële beperkingen, of door personen zonder ervaring of de benodigde training. • Sta niet toe dat kinderen met het automatisch systeem spelen. • Houd niet opzettelijk de beweging van de arm tegen. • Zorg dat takken of struiken de beweging van de arm niet kunnen hinderen. • Zorg dat de visuele signalen altijd goed werken en goed zichtbaar zijn. • Probeer de arm niet met de hand te bewegen als hij niet ontgrendeld is. • In geval van storing moet de spanning worden uitgeschakeld en de arm worden ontgrendeld om toegang mogelijk te maken, en wacht dan op de assistentie van een gekwalificeerd technicus. • Als de handbediende werking is ingesteld, moet alvorens de normale werking te herstellen worden gecontroleerd of de elektrische voeding naar de installatie is uitgeschakeld. • Voer geen wijzigingen uit op onderdelen die deel uitmaken van het automatisch systeem. • Laat ieder half jaar controleren of het automatisch systeem goed werkt. • Doe zelf geen pogingen tot reparaties of andere ingrepen, en wend u uitsluitend tot erkend GENIUS-personeel of een GENIUS servicecentrum. • Controleer of de installateur het bijgevoegde onderhoudsregister invult SPIN 3 - SPIN 4 - SPIN 424 - SPIN 6 Page 21 Gids voor de installateur INHOUDSOPGAVE BELANGRIJKE OPMERKINGEN VOOR DE INSTALLATEUR pag.22 1. BESCHRIJVING (Fig.1) pag.22 1.1. TECHNISCHE EIGENSCHAPPEN pag.22 2. ELEKTRICITEITSAANSLUITINGEN (standaardinstallatie) Fig. 2 pag.22 3. INSTALLATIE VAN HET AUTOMATISCH SYSTEEM pag.22 3.1. CONTROLES VOORAF pag.22 3.2. INMETSELEN FUNDERINGSPLAAT pag.22 3.3. MECHANISCHE INSTALLATIE pag.22 4. INBEDRIJFSTELLING pag.23 5. HANDBEDIENDE WERKING pag.23 6. HERSTEL NORMALE WERKING pag.23 7. ONDERHOUD pag.24 8. REPARATIES pag.24 9. VERKRIJGBARE ACCESSOIRES pag.24 9.1. HEK-KIT pag.24 9.2. KNIKARM-KIT pag.24 9.3. STEUNPAAL pag.24 9.4. VANGARM pag.24 9.5. VERLICHTINGSKIT BOOM pag.24 9.6. BATTERIJEN-KIT pag.24- CE VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING (RICHTLIJN 2006/42/CE) Fabrikant: FAAC S.p.A. Adres: Via Calari, 10 - 40069 Zola Predosa BOLOGNA - ITALIA Verklaart dat: De aandrijving mod. SPIN 3 - SPIN 4 - SPIN 424 - SPIN 6 • is gebouwd voor opname in een machine of voor assemblage met andere machines, met het doel een machine te vormen in de zin van de Richtlijn 2006/42/EG; • in overeenstemming is met de fundamentele veiligheidseisen van de volgende EEG-richtlijnen: • 2006/95/EG Laagspanningsrichtijn. • 2004/108/EG richtlijn Elektromagnetische Compatibiliteit. Bologna, 18 Juli 2014 CEO A. Marcellan Het symbool Opmerkingen voor het lezen van de instructies Lees deze installatiehandleiding aandachtig door alvorens te beginnen met de installatie van het product. is een aanduiding voor belangrijke opmerkingen voor de veiligheid van personen en om het automatische systeem in goede staat te houden. Het symbool vestigt de aandacht op opmerkingen over de eigenschappen of de werking van het product. NEDERLANDS • En verklaart daarnaast dat het niet is toegestaan het apparaat in bedrijf te stellen tot de machine waarin het wordt ingebouwd of waar het een onderdeel van zal worden, is geïdentificeerd, en conform de vereisten van Richtlijn 2006/42/EEG en daaropvolgende wijzigingen Page 22 SPIN 3 - SPIN 4 - SPIN 424 - SPIN 6 Gids voor de installateur Wij danken u dat u een van onze producten heeft gekozen. GENIUS is er zeker van dat het alle prestaties zal verrichten die u voor uw gebruik nodig heeft. Al onze producten zijn het resultaat van vele jaren ervaring op het gebied van automatische systemen, en daar komt nog bij dat wij in deze sector wereldwijd marktleider zijn. Het middendeel van de handleiding bestaat uit twee verwijderbare boekjes. Een boekje met de afbeeldingen voor de installatie en een boekje, de „Gids voor de gebruiker“, dat aan de eindgebruiker moet worden gegeven, waarin ook het onderhoudsregister van de installatie zit. BELANGRIJKE OPMERKINGEN VOOR DE INSTALLATEUR • Lees alvorens de aandrijving te installeren deze hele handleiding aandachtig door. • Bewaar de handleiding voor raadpleging in de toekomst. • Een correcte werking en de verklaarde technische eigenschappen in deze instructies zijn uitsluitend mogelijk als de aanwijzingen in deze handleiding in acht worden genomen en GENIUS accessoires en veiligheidsinrichtingen worden gebruikt. • Indien een mechanische koppeling ontbreekt, moet, om de veiligheid van het automatisch systeem te garanderen, een besturingseenheid met een regelbare elektronische koppeling worden gebruikt. • Gebruik het automatisch systeem niet om mensen of voorwerpen op te tillen. • Het automatisch systeem is ontworpen en vervaardigd om de toegang van voertuigen te regelen. Vermijd ieder ander gebruik. • De aandrijving kan niet worden gebruikt om nooduitgangen of poorten in vluchtroutes te bewegen. • Ga niet door de doorgang terwijl het automatisch systeem in beweging is. • Alles wat niet uitdrukkelijk in deze handleiding is vermeld, is niet toegestaan. • De montage, het onderhoud en het afstellen van het automatisch systeem moet altijd door vakmensen worden uitgevoerd. 1. BESCHRIJVING (Fig.1) Pos a b c d e f g h i j k l m n o p q r Beschrijving Arm Mechanische aanslagen Veerhouderstaaf Eindschakelaar Regelbare nokjes Ontgrendelingsmechanisme Motorreductorgroep Veerschotel Balansveer Elektronische apparatuur Trekschroef afstellen veer Bevestigingsmoer massakabel Funderingsplaat Trekstangen Deurtje Staander Ontgrendelingssleutel Encoder NEDERLANDS Voeding Opgenomen vermogen (W) Opgenomen stroom (A) Oververhittingsbeveiliging (°C). Condensator (µF) Maximaal koppel (Nm) Openingsduur (s)a Maximale lengte boom (m) Type en frequentie gebruik bij 20°C Min. aant. cycli/uur, bij benadering, bij 20°C a Spin 4 6 230 V~ 50 Hz 250 380 1,1 1,7 140 12,5 60 100 150 2,5 4 8 5b 7b 3b S3 S3 - 50% 60% >360 >225 >130 3 3 Omgevingstemperatuur (°C) Gewicht aandrijving (kg) Beschermingsgraad Afmetingen Spin 4 6 -20 +55 63 69 IP X4 Zie fig. 3 & 4 424 63 a Openingsduur en aantal cycli berekend bij een temperatuur van 20°C, met correct uitgevoerde installatie en zonder vertragingen. b Op de op het model SPIN 3 gemonteerde bomen kunnen geen accessoires worden gemonteerd. Op op het model SPIN 4 gemonteerde bomen van meer dan 4 meter kan geen knikarm-kit worden gemonteerd. Op op het model SPIN 6 gemonteerde bomen van meer dan 6 meter kunnen geen accessoires worden gemonteerd. 2. ELEKTRICITEITSAANSLUITINGEN (standaardinstallatie) Fig. 2 Pos a b c d e Beschrijving Aandrijving (elektrische voeding) Fotocellen TX Fotocellen RX Sleutelschakelaar Waarschuwingslamp Kabeldoorsnede 3x1.5mm2 2x0.5mm2 4x0.5mm2 2x0.5mm2 2x1.5mm2 Gebruik geschikte harde en/of flexibele leidingen bij het aanleggen van de kabels. Houd de laagspanningskabels voor de aansluiting van de accessoires altijd gescheiden van die van de voedingskabels. Gebruik gescheiden beschermingsmantels om eventuele interferentie te vermijden. Monteer een alpolige schakelaar met een afstand tussen de contacten van minstens 3 mm op de voedingslijn. Het wordt aanbevolen een magnetothermische schakelaar van 6 A met alpolige onderbreking te gebruiken. Monteer bovenstrooms van de installatie een differentieelschakelaar met een inschakellimiet van 0,03 A. Neem bij het aanleggen van de voedingslijn de nationale installatievoorschriften in acht, en gebruik een dubbel geïsoleerde kabel. Zet de voedingskabel en de verbindingskabels van de accessoires goed vast vlakbij de klemmen van de kaart. 3. INSTALLATIE VAN HET AUTOMATISCH SYSTEEM 3.1. CONTROLES VOORAF 1.1. TECHNISCHE EIGENSCHAPPEN Model Model 424 24 V 100 3,5 / / 100 4 5b 100% >450 Met het oog op de veiligheid van het automatisch systeem en een goede werking moet voordat met de installatie wordt begonnen eerst worden nagegaan of aan de volgende vereisten is voldaan: • De slagboom mag tijdens zijn beweging absoluut niet tegen obstakels of hangende spanningskabels komen. • De eigenschappen van het terrein moeten garanderen dat de funderingssokkel goed vast ligt. • In het gebied waar de sokkel gegraven wordt mogen geen leidingen of elektriciteitkabels liggen. • Als de behuizing van de slagboom aan passerende voertuigen blootstaat, moet, waar mogelijk, een goede stootbescherming worden aangebracht. • Controleer of voor de aansluiting van de staander een goede aardingsinstallatie aanwezig is. 3.2. INMETSELEN FUNDERINGSPLAAT 1. Assembleer de funderingsplaat zoals aangegeven in Fig. 5. 2. Maak een sokkel zoals aangegeven in Fig. 6. De afmetingen van de sokkel moeten geschikt zijn voor het soort terrein en het te installeren model. 3. Metsel de funderingsplaat in zoals aangegeven in Fig. 6 en leg daarbij een of meerdere elektriciteitsbuizen aan voor de kabels. 4. Controleer met een waterpas of de plaat goed horizontaal ligt. 5. Wacht tot het cement uitgehard is. 3.3. MECHANISCHE INSTALLATIE 6. Verwijder de 4 bovenste moeren van de funderingsplaat. 7. Plaats de staander op de funderingsplaat, zie Fig. 7 en zet hem vast. 8. Stel de aandrijving in op handbediende werking zoals aangeduid in SPIN 3 - SPIN 4 - SPIN 424 - SPIN 6 Page 23 Gids voor de installateur 3.3.1. Installatie rechts of links Afhankelijk van de installatievereisten kan het automatisch systeem rechts of links worden geïnstalleerd: Installatie links: M  et een installatie links wordt een installatie bedoeld waarbij als de slagboom gesloten is, de arm zich rechts van de staander bevindt, als je van binnenuit naar het automatisch systeem kijkt (kant deurtje). Installatie rechts: M  et een installatie rechts wordt een installatie bedoeld waarbij als de slagboom gesloten is, de arm zich links van de staander bevindt, als je van binnenuit naar het automatisch systeem kijkt (kant deurtje). Bij de levering is het automatisch systeem ingesteld op een linkse sluiting, fig. 8 ref. “A”. Als dat de gewenste sluitrichting van de boom is, ga dan rechtstreeks naar punt 3.3.2. “Montage van de besturingseenheid”. Handel als volgt om het automatisch systeem van links naar rechts (Fig. 8 ref. “B”) om te zetten: 1. Verwijder de trekschroef voor het afstellen van de veer, fig. 8 ref. a. 2. Verplaats de elektrische besturingseenheid van rechts naar links, fig. 8 ref. b. 3. Plaats de trekschroef voor het afstellen van de veer in het gat rechts van de elektrische besturingseenheid. 4. Verplaats het plaatje voor de bevestiging van de veer, fig. 8 ref. c, van de pen links naar de pen rechts. 5. Verwijder de bevestigingsschroef van de armhouderplaat, fig. 9 en 10 ref. a. 6. Draai de armhouderplaat 90°, fig. 9 en 10 ref. b. 7. Zet alles weer vast met de bijbehorende schroeven 3.3.2. Montage van de besturingseenheid Volg om de boom correct te installeren de volgende instructies, afhankelijk van het model automatisch systeem: Spin 3 - 4 - 424 (Fig. 11) 1. Zet de armhouderplaat verticaal. 2. Zet de boom erin, ref. a, en zet hem vast met de vier bijgeleverde schroeven, ref. c. De rubberen rand van de boom, ref. a, moet naar de sluitrichting van de boom zijn gericht. 3. Sluit het gat af met de speciale dop, ref. d. Spin 6 (Fig. 12) 1. Zet de armhouderplaat verticaal. 2. Laat de boom, ref. a, steunen op de centrale pen. 3. Zet de steun op “W”, ref. b. 4. Draai het geheel vast met de 6 bijgeleverde schroeven, ref. c. De bomen voor de modellen Spin 6 hebben gelijke zijden en hoeven bij de montage niet in een bepaalde richting te worden gezet. 3.3.3. Afstellen mechanische eindaanslagen De automatische systemen Spin hebben standaard twee mechanische eindaanslagen, fig. 13 ref. a en b, om de boom bij het openen en sluiten te stoppen. Handel als volgt om de ze af te stellen: 1. Zet de arm met de hand helemaal open. 2. Stel de hoogte van de eindaanslag zo af dat de arm verticaal blijft staan. 3. Draai de moer vast om de arm in deze positie vast te zetten. 4. Zet om de andere eindaanslag af te stellen de arm in de gesloten stand, en handel als hierboven aangegeven tot de arm horizontaal is. 3.3.4. Afstellen eindschakelaars Op de aandrijvingen zitten twee micro-eindschakelaars, die ingrijpen door de beweging van de arm zowel tijdens het openen als tijdens het sluiten te stoppen. Zij worden geactiveerd door twee afstelbare nokken, fig. 14 ref. a en b. Handel als volgt om de twee nokken goed af te stellen: 1. Zet de arm met de hand verticaal. 2. Draai aan de bijbehorende nok tot de eindschakelaar wordt ingeschakeld. 3. Zet de arm in de gesloten stand en stel de bijbehorende nok zo af dat de eindschakelaar wordt ingeschakeld. Voor een correcte werking van het automatisch systeem moeten de twee eindschakelaars ingrijpen voordat de mechanische eindaanslag wordt bereikt. 3.3.5. Installeren en afstellen van de balansveer Voor een correcte werking heeft het automatisch systeem een balansveer nodig, fig. 15 ref. a, die apart moet worden besteld (net als de arm). Het type veer dat op het automatisch systeem moet worden aangebracht moet uit die in de prijslijst worden gekozen op grond van het type arm en de eventuele accessoires. Zie voor de correcte montage en het afstelling de volgende instructies. 1. Controleer of de aandrijving ontgrendeld is, zie par. 4. 2. Verwijder de trekschroef voor het afstellen, fig. 15 ref. c. 3. Bevestig met de arm verticaal de veer op de schotel, fig. 15 ref. b. Voor een snellere installatie wordt aangeraden het open deel van het oogje naar de installateur gericht te houden. 4. Steek de trekschroef, ref. c, in het onderste oogje van de veer en vervolgens in zijn bevestigingsgat. 5. Draai een van de twee bevestigingsmoeren, fig. 15 ref. d, vast tot de veer geen speling meer heeft. 6. Zet de arm met de hand half open (ongeveer 45°). 7. Zet de veer onder spanning door aan de zojuist aangedraaide moer te draaien. De veer is correct gespannen als de arm bij een hoek van 45° stil blijft staan. 8. Draai de borgmoer voor de trekschroef aan en zet alles vast. 9. Herstel de normale werking zoals beschreven in paragraaf 5. 4. INBEDRIJFSTELLING • Installeer nu de besturingseenheid volgens de bijbehorende instructies. • Controleer of de eindschakelaars goed werken door na te gaan of de bijbehorende leds op de besturingseenheid doven. • Controleer of het automatisch systeem goed werkt, en kijk daarbij met name de aangesloten veiligheidsvoorzieningen na. • Geeft de eindgebruiker instructies voor de correcte werking van het automatisch systeem. • Geeft de eindgebruiker de“Gebruikersgids” (boekje dat uit het middendeel van deze handleiding kan worden losgehaald). • Vul het aan de Gebruikersgids gehechte onderhoudsregister in. 5. HANDBEDIENDE WERKING Indien de slagboom met de hand moet worden bediend omdat de stroom is uitgevallen of het automatisch systeem niet goed werkt, moet als volgt worden gehandeld: 1. Schakel de voeding naar de installatie uit door de differentieelschakelaar stroomopwaarts van de installatie om te zetten. 2. Open het deurtje. 3. Steek de ontgrendelingssleutel, fig. 16 ref. a, in het gat in het ontgrendelingsmechanisme. 4. Draai de sleutel tegen de wijzers van de klok in tot hij tegen de mechanische aanslag komt. De mechanische aanslag wordt gevormd door een pen, fig. 17 ref. a; draai de sleutel niet verder, anders kan de goede werking van het systeem worden aangetast. 5. Beweeg de arm met de hand in de twee richtingen tot u voelt dat het ontgrendelingsmechanisme loshaakt. Als het automatisch systeem ontgrendeld moet blijven: • verwijder dan de ontgrendelingssleutel en sluit het deurtje; • laat de voeding naar de installatie uitgeschakeld. 6. HERSTEL NORMALE WERKING Handel als volgt om de normale werking te herstellen: 1. Zorg ervoor dat de voeding naar installatie is uitgeschakeld. 2. Open het deurtje met de speciale sleutel. 3. Steek de ontgrendelingssleutel, fig. 18 ref. a, in het daarvoor bedoelde gat. 4. Draai de ontgrendelingssleutel met de wijzers van de klok mee tot hij op de as steunt, fig. 18. 5. Beweeg, terwijl de sleutel op de as steunt, de arm met de hand tot u voelt dat het ontgrendelingsmechanisme vastklikt. Als de sleutel eenmaal op de as steunt mag hij niet verder worden gedraaid, anders kan dit ten koste gaan van de goede werking van deze voorziening. Als het niet goed lukt de ontgrendelingssleutel te draaien en de sleutel nog niet op de as steunt, probeer dan de arm met de hand te bewegen tot u voelt dat het ontgrendelingsmechanisme vastklikt. Draai vervolgens de sleutel tot hij op de as steunt. 6. Sluit het deurtje weer, en controleer of de aansluiting van de massakabel op de aarding tussen het deurtje en de staander nog intact is. 7. Schakel de voeding naar de installatie weer in. 8. Controleer of het automatisch systeem goed werkt. NEDERLANDS paragraaf 4. Page 24 SPIN 3 - SPIN 4 - SPIN 424 - SPIN 6 Gids voor de installateur 7. ONDERHOUD De montage, het onderhoud en het afstellen van de installatie moeten altijd door vakmensen worden uitgevoerd. Inspecties en onderhoud mogen pas worden uitgevoerd na de spanning naar de installatie te hebben uitgeschakeld en met de arm verticaal (de balansveer moet zo kort mogelijk zijn). Om een goede werking op de lange termijn en een constant veiligheidsniveau te garanderen, moet ieder half jaar een algemene controle op de installatie worden uitgevoerd, waarbij met name de veiligheidsvoorzieningen moeten worden nagekeken. Het boekje “Gebruikersgids” bevat een voorgedrukt formulier om werkzaamheden te registeren. 8. REPARATIES De gebruiker mag zelf geen pogingen tot reparaties of andere ingrepen ondernemen, en dient zich uitsluitend tot erkend GENIUS-personeel of een GENIUS-servicecentrum te wenden. 9. VERKRIJGBARE ACCESSOIRES 9.1. HEK-KIT De hek-kit, fig. 19, maakt de boom beter zichtbaar, en is verkrijgbaar met een lengte van max. 2 meter. Als een hek-kit wordt geïnstalleerd, moet de balansveer worden bijgesteld. 9.2. KNIKARM-KIT De knikarm-kit, fig. 19, is bestudeerd om een arm te kunnen laten knikken, zodat hij ook in afgedekte ruimten kan worden geïnstalleerd. De knikarm-kit kan alleen worden gemonteerd op armen voor de modellen SPIN 3 en 4. Als een knikarm-kit wordt geïnstalleerd, moet de balansveer worden bijgesteld. 9.3. STEUNPAAL De steunpaal, fig. 21, dient om de arm in gesloten stand op te laten steunen, zodat hij niet naar beneden buigt. Als een steunpaal wordt gebruikt, moet de balansveer worden bijgesteld. 9.4. VANGARM De vangarm, fig. 22, heeft twee functies: • hij voorkomt dat de arm in de gesloten stand knikt of afbreekt als gevolg van externe krachten. • de arm kan er in gesloten stand op rusten zodat het profiel niet naar beneden buigt Als een vangarm wordt gebruikt, hoeft de balansveer niet te worden bijgesteld. 9.4.1. Plaatsing van de vangarm Voor de plaatsing van de funderingsplaat van de vangarm, zie de waarden in fig. 23, waar: L= lengte van de boom A= L-500mm Voor een correcte plaatsing wordt aangeraden de vangarm pas te plaatsen nadat het automatisch systeem is geïnstalleerd. Dan kan de vangarm namelijk zo worden geïnstalleerd dat het midden ervan overeenkomt met het midden van de boom. 9.5. VERLICHTINGSKIT BOOM NEDERLANDS Voor de armen van de modellen SPIN 3 en 4 is een verlichtingskit verkrijgbaar die op de bovenkant van de arm kan worden geplaatst. Hierdoor wordt de arm beter zichtbaar, vooral ‘s avonds. Als een verlichtingskit wordt gemonteerd, moet de balansveer worden bijgesteld. 9.6. BATTERIJEN-KIT Voor het model SPIN 424 is een kit noodbatterijen beschikbaar die in de staander moet worden geplaatst. De batterijenkit valt in in het geval de netvoeding eventueel uitvalt. De batterijenkit kan niet als alternatief voor de netvoeding worden gebruikt. 7. Los elementos constructivos mecánicos deben estar de acuerdo con lo establecido en las Normas EN 12604 y EN 12605. 8. Para los países no pertenecientes a la CEE, además de las referencias normativas nacionales, para obtener un nivel de seguridad adecuado, deben seguirse las Normas arriba indicadas. 9. GENIUS no es responsable del incumplimiento de las buenas técnicas de fabricación de los cierres que se han de motorizar, así como de las deformaciones que pudieran intervenir en la utilización. 10. La instalación debe ser realizada de conformidad con las Normas EN 12453 y EN 12445. El nivel de seguridad de la automación debe ser C+D. 11. Quiten la alimentación eléctrica y desconecten las baterías antes de efectuar cualquier intervención en la instalación. 12. Coloquen en la red de alimentación de la automación un interruptor omnipolar con distancia de apertura de los contactos igual o superior a 3 mm. Se aconseja usar un magnetotérmico de 6A con interrupción omnipolar. 13. Comprueben que la instalación disponga línea arriba de un interruptor diferencial con umbral de 0,03 A. 14. Verifiquen que la instalación de tierra esté correctamente realizada y conecten las partes metálicas del cierre. 15. La automación dispone de un dispositivo de seguridad antiaplastamiento constituido por un control de par. No obstante, es necesario comprobar el umbral de intervención según lo previsto en las Normas indicadas en el punto 10. 16. Los dispositivos de seguridad (norma EN 12978) permiten proteger posibles áreas de peligro de Riesgos mecánicos de movimiento, como por ej. aplastamiento, arrastre, corte. 17. Para cada equipo se aconseja usar por lo menos una señalización luminosa así como un cartel de señalización adecuadamente fijado a la estructura del bastidor, además de los dispositivos indicados en el “16”. 18. GENIUS declina toda responsabilidad relativa a la seguridad y al buen funcionamiento de la automación si se utilizan componentes de la instalación que no sean de producción GENIUS. 19. Para el mantenimiento utilicen exclusivamente piezas originales GENIUS 20. No efectúen ninguna modificación en los componentes que forman parte del sistema de automación. 21. El instalador debe proporcionar todas las informaciones relativas al funcionamiento del sistema en caso de emergencia y entregar al usuario del equipo el manual de advertencias que se adjunta al producto. 22. No permitan que niños o personas se detengan en proximidad del producto durante su funcionamiento. 23. La aplicación no puede ser utilizada por niños, personas con reducida capacidad física, mental, sensorial o personas sin experiencia o la necesaria formación. 24. Mantengan lejos del alcance los niños los telemandos o cualquier otro emisor de impulso, para evitar que la automación pueda ser accionada involuntariamente. 25. Sólo puede transitarse entre las hojas si la cancela está completamente abierta. 26. El usuario debe abstenerse de intentar reparar o de intervenir directamente, y debe dirigirse exclusivamente a personal cualificado GENIUS o a centros de asistencia GENIUS. 27. Todo lo que no esté previsto expresamente en las presentes instrucciones debe entenderse como no permitido DEUTSCH HINWEISE FÜR DEN INSTALLATIONSTECHNIKER ALLGEMEINE SICHERHEITSVORSCHRIFTEN ACHTUNG! Um die Sicherheit von Personen zu gewährleisten, sollte die Anleitung aufmerksam befolgt werden. Eine falsche Installation oder ein fehlerhafter Betrieb des Produktes können zu schwerwiegenden Personenschäden führen. 1. Bevor mit der Installation des Produktes begonnen wird, sollten die Anleitungen aufmerksam gelesen werden. 2. Das Verpackungsmaterial (Kunststoff, Styropor, usw.) sollte nicht in Reichweite von Kindern aufbewahrt werden, da es eine potentielle Gefahrenquelle darstellt. 3. Die Anleitung sollte aufbewahrt werden, um auch in Zukunft Bezug auf sie nehmen zu können. 4. Dieses Produkt wurde ausschließlich für den in diesen Unterlagen angegebenen Gebrauch entwickelt und hergestellt. Jeder andere Gebrauch, der nicht ausdrücklich angegeben ist, könnte die Unversehrtheit des Produktes beeinträchtigen und/oder eine Gefahrenquelle darstellen. 5. Die Firma GENIUS lehnt jede Haftung für Schäden, die durch unsachgemäßen oder nicht bestimmungsgemäßen Gebrauch der Automatik verursacht werden, ab. 6. Das Gerät sollte nicht in explosionsgefährdeten Umgebungen installiert werden: das Vorhandensein von entflammbaren Gasen oder Rauch stellt ein schwerwiegendes Sicherheitsrisiko dar. 7. Die mechanischen Bauelemente müssen den Anforderungen der Normen EN 12604 und EN 12605 entsprechen. 8. Für Länder, die nicht der Europäischen Union angehören, sind für die Gewährleistung eines entsprechenden Sicherheitsniveaus neben den nationalen gesetzlichen Bezugsvorschriften die oben aufgeführten Normen zu beachten. 9. Die Firma GENIUS übernimmt keine Haftung im Falle von nicht fachgerechten Ausführungen bei der Herstellung der anzutreibenden Schließvorrichtungen sowie bei Deformationen, die eventuell beim Betrieb entstehen. 10. Die Installation muß unter Beachtung der Normen EN 12453 und EN 12445 erfolgen. Die Sicherheitsstufe der Automatik sollte C+D sein. 11. Vor der Ausführung jeglicher Eingriffe auf der Anlage sind die elektrische Versorgung und die Batterie abzunehmen. 12. Auf dem Versorgungsnetz der Automatik ist ein omnipolarer Schalter mit Öffnungsabstand der Kontakte von über oder gleich 3 mm einzubauen. Darüber hinaus wird der Einsatz eines Magnetschutzschalters mit 6A mit omnipolarer Abschaltung empfohlen. 13. Es sollte überprüft werden, ob vor der Anlage ein Differentialschalter mit einer Auslöseschwelle von 0,03 A zwischengeschaltet ist. 14. Es sollte überprüft werden, ob die Erdungsanlage fachgerecht augeführt wurde. Die Metallteile der Schließung sollten an diese Anlage angeschlossen werden. 15. Die Automation verfügt über eine eingebaute Sicherheitsvorrichtung für den Quetschschutz, die aus einer Drehmomentkontrolle besteht. Es ist in jedem Falle erforderlich, deren Eingriffsschwelle gemäß der Vorgaben der unter Punkt 10 angegebenen Vorschriften zu überprüfen. 16. Die Sicherheitsvorrichtungen (Norm EN 12978) ermöglichen den Schutz eventueller Gefahrenbereiche vor mechanischen Bewegungsrisiken, wie zum Beispiel Quetschungen, Mitschleifen oder Schnittverletzungen. 17. Für jede Anlage wird der Einsatz von mindestens einem Leuchtsignal empfohlen sowie eines Hinweisschildes, das über eine entsprechende Befestigung mit dem Aufbau des Tors verbunden wird. Darüber hinaus sind die unter Punkt “16” erwähnten Vorrichtungen einzusetzen. 18. Die Firma GENIUS lehnt jede Haftung hinsichtlich der Sicherheit und des störungsfreien Betriebs der Automatik ab, soweit Komponenten auf der Anlage eingesetzt werden, die nicht im Hause GENIUS hergestellt urden. 19. Bei der Instandhaltung sollten ausschließlich Originalteile der Firma GENIUS verwendet werden. 20. Auf den Komponenten, die Teil des Automationssystems sind, sollten keine Veränderungen vorgenommen werden. 21. Der Installateur sollte alle Informationen hinsichtlich des manuellen Betriebs des Systems in Notfällen liefern und dem Betreiber der Anlage das Anleitungsbuch, das dem Produkt beigelegt ist, übergeben. 22. Weder Kinder noch Erwachsene sollten sich während des Betriebs in der unmittelbaren Nähe der Automation aufhalten. 23. Die Anwendung darf nicht von Kindern, von Personen mit verminderter körperlicher, geistiger, sensorieller Fähigkeit oder Personen ohne Erfahrungen oder der erforderlichen Ausbildung verwendet werden. 24. Die Funksteuerungen und alle anderen Impulsgeber sollten außerhalb der Reichweite von Kindern aufbewahrt werden, um ein versehentliches Aktivieren der Automation zu vermeiden. 25. Der Durchgang oder die Durchfahrt zwischen den Flügeln darf lediglich bei vollständig geöffnetem Tor erfolgen. 26. Der Benutzer darf direkt keine Versuche für Reparaturen oder Arbeiten vornehmen und hat sich ausschließlich an qualifiziertes Fachpersonal GENIUS oder an Kundendienstzentren GENIUS zu wenden. 27. Alle Vorgehensweisen, die nicht ausdrücklich in der vorliegenden Anleitung vorgesehen sind, sind nicht zulässig NEDERLANDS WAARSCHUWINGEN VOOR DE INSTALLATEUR ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN LET OP! Het is belangrijk voor de veiligheid dat deze hele instructie zorgvuldig wordt opgevolgd. Een onjuiste installatie of foutief gebruik van het product kunnen ernstig persoonlijk letsel veroorzaken. 1. Lees de instructies aandachtig door alvorens te beginnen met de installatie van het product. 2. De verpakkingsmaterialen (plastic, polystyreen, enz.) mogen niet binnen het bereik van kinderen worden gelaten, want zij vormen een mogelijke bron van gevaar. 3. Bewaar de instructies voor raadpleging in de toekomst. 4. Dit product is uitsluitend ontworpen en gebouwd voor het doel dat in deze documentatie wordt aangegeven. Elk ander gebruik, dat niet uitdrukkelijk wordt vermeld, zou het product kunnen beschadigen en/of een bron van gevaar kunnen vormen. 5. GENIUS aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade die ontstaat uit oneigenlijk gebruik of ander gebruik dan waarvoor het automatische systeem is bedoeld. 6. Installeer het apparaat niet in een explosiegevaarlijke omgeving: de aanwezigheid van ontvlambare gassen of dampen vormt een ernstig gevaar voor de veiligheid. 7. De mechanische bouwelementen moeten in overeenstemming zijn met de bepalingen van de normen EN 12604 en EN 12605. 8. Voor niet-EEG landen moeten, om een goed veiligheidsniveau te bereiken, behalve de nationale voorschriften ook de bovenstaande normen in acht worden genomen. 9. GENIUS is niet aansprakelijk als de regels der goede techniek niet in acht genomen zijn bij de bouw van het sluitwerk dat gemotoriseerd moet worden, noch voor vervormingen die zouden kunnen ontstaan bij het gebruik. 10. De installatie dient te geschieden in overeenstemming met de normen EN 12453 en EN 12445. Het veiligheidsniveau van het automatische systeem moet C+D zijn. 11. Alvorens ingrepen te gaan verrichten op de installatie moet de elektrische voeding worden weggenomen en moeten de batterijen worden afgekoppeld. 12. Zorg op het voedingsnet van het automatische systeem voor een meerpolige schakelaar met een opening tussen de contacten van 3 mm of meer. Het wordt geadviseerd een magnetothermische schakelaar van 6A te gebruiken met meerpolige onderbreking. 13. Controleer of er bovenstrooms van de installatie een differentieelschakelaar is geplaatst met een limiet van 0,03 A. 14. Controleer of de aardingsinstallatie vakkundig is aangelegd en sluit er de metalen delen van het sluitsysteem op aan. 15. Het automatische systeem beschikt over een intrinsieke beveiliging tegen inklemming, bestaande uit een controle van het koppel. De inschakellimiet hiervan dient echter te worden gecontroleerd volgens de bepalingen van de normen die worden vermeld onder punt 10. 16. De veiligheidsvoorzieningen (norm EN 12978) maken het mogelijk eventuele gevaarlijke gebieden te beschermen tegen Mechanische gevaren door beweging, zoals bijvoorbeeld inklemming, meesleuren of amputatie. 17. Het wordt voor elke installatie geadviseerd minstens één lichtsignaal te gebruiken alsook een waarschuwingsbord dat goed op de constructie van het hang- en sluitwerk dient te worden bevestigd, afgezien nog van de voorzieningen die genoemd zijn onder punt “16”. 18. GENIUS aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor wat betreft de veiligheid en de goede werking van het automatische systeem, als er in de installatie gebruik gemaakt wordt van componenten die niet door GENIUS zijn geproduceerd. 19. Gebruik voor het onderhoud uitsluitend originele GENIUS-onderdelen. 20. Verricht geen wijzigingen op componenten die deel uitmaken van het automatische systeem. 21. De installateur dient alle informatie te verstrekken over de handbediening van het systeem in noodgevallen, en moet de gebruiker van de installatie het bij het product geleverde boekje met aanwijzingen overhandigen. 22. De toepassing mag niet worden gebruikt door kinderen, personen met lichamelijke, geestelijke en sensoriele beperkingen, of door personen zonder ervaring of de benodigde training. 23. Sta het niet toe dat kinderen of volwassenen zich ophouden in de buurt van het product terwijl dit in werking is. 24. Houd radio-afstandsbedieningen of alle andere impulsgevers buiten het bereik van kinderen, om te voorkomen dat het automatische systeem onopzettelijk kan worden aangedreven. 25. Ga alleen tussen de vleugels door als het hek helemaal geopend is. 26. De gebruiker mag zelf geen pogingen ondernemen tot reparaties of andere directe ingrepen, en dient zich uitsluitend te wenden tot gekwalificeerd en geautoriseerd GENIUS-personeel of een erkend GENIUS-servicecentrum. 27. Alles wat niet uitdrukkelijk in deze instructies wordt aangegeven, is niet toegestaan
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44

Genius SPIN 3 4 6 424 Handleiding

Type
Handleiding