Xerox Color 800/1000/i Gebruikershandleiding

Type
Gebruikershandleiding
© 2010 Electronics for Imaging, Inc. De informatie in deze publicatie wordt beschermd
volgens de Kennisgevingen voor dit product.
45089777
20 april 2010
INHOUD 3
INHOUD
INLEIDING 7
Terminologie en conventies 7
Over dit document 8
Fiery Graphic Arts Package, Premium Edition 9
De status van Fiery Graphic Arts Package weergeven 10
De status weergeven in Windows 10
De status weergeven in Mac OS X 11
Uw monitor en het monitorprofiel instellen 12
WITPUNT VOOR PAPIERSIMULATIE BEWERKEN 13
Workflow voor Papiersimulatie 13
Een taak afdrukken met de standaardinstelling voor Papiersimulatie 13
Afdrukoptie Papiersimulatie 14
Witpunt voor papiersimulatie bewerken 14
Afdrukken met aangepaste papiersimulatiewaarden 15
SPOT-ON MET TOEWIJZING TWEEKLEURENDRUK 17
Toewijzing tweekleurendruk instellen 18
Een taak afdrukken met Toewijzing tweekleurendruk 19
FUNCTIES VAN COLOR SETUP 21
Bedieningsbalk 21
Workflow voor Bedieningsbalk 22
Afdrukken met de standaardbedieningsbalk 22
Aangepaste bedieningsbalk instellen 24
Afdrukken met een aangepaste bedieningsbalk 24
INHOUD
INHOUD 4
Configureerbaar automatisch overvullen 25
Workflow voor configureerbaar Automatisch overvullen 25
Afdrukken met standaardinstellingen voor Automatisch overvullen 25
Configureerbaar automatisch overvullen instellen 27
Afdrukken met configureerbaar automatisch overvullen 27
Progressieve proeven 28
Workflow voor Progressieve proeven 28
Afdrukken met de standaardinstellingen voor Progressieve proeven 29
Progressieve proeven instellen 30
Afdrukken met aangepaste instellingen voor progressieve proeven 30
Halftoonsimulatie 31
Halftoonsimulatie workflow 31
Halftoonsimulatie afdrukoptie 31
Afdrukken met vooraf ingestelde halftoonrasters 32
Aangepast halftoonsimulatie instellen 33
Afdrukken met een aangepast halftoonraster 33
Ondersteunde toepassingen 34
Aangepaste halftoonrasters kalibreren 34
IMAGEVIEWER 36
ImageViewer openen 36
PREFLIGHT 39
HOT FOLDERS-FILTERS 40
POSTFLIGHT 41
Info over Postflight 42
Postflight-testpagina 42
Kleurgecodeerde Postflight-paginas 42
Postflight-rapporten 43
Postflight-afdrukoptie 45
INHOUD 5
Postflight-workflow 45
Scenario 1: Diagnose stellen van een onverwachte kleur 47
Scenario 2: De kalibratiestatus controleren 49
Scenario 3: De kwaliteit van het uitvoerprofiel controleren 50
Scenario 4: Diagnose stellen van objectspecifieke problemen met kleuren 51
MEERVOUDIGE PLAATSCHEIDINGEN 52
Workflow voor meervoudige plaatscheidingen 52
Afdrukoptie Scheidingen combineren 53
Ondersteunde toepassingen 53
PAPIERSIMULATIE 54
Workflow voor Papiersimulatie 54
Afdrukoptie Papiersimulatie 55
UGRA/FOGRA-CONTROLESTRIP 56
De Ugra/FOGRA-controlestrip afdrukken 56
De Ugra/FOGRA-controlestrip lezen 57
De Ugra/FOGRA-controlestrip gebruiken voor kwaliteitscontrole 57
GEÏNTEGREERDE ALTONA VISUAL-TEST 58
Altona Visual-testbestand 59
Testresultaten interpreteren 60
Een PDF/X-workflow gebruiken die niet compatibel is volgens Altona 62
INDEX 63
INLEIDING 7
INLEIDING
In dit document wordt uitleg gegeven over de functies van Fiery Graphic Arts Package en
over hun werking. Door de flexibiliteit van de bedieningselementen die Fiery Graphic Arts
Package biedt, kunnen gebruikers in elke willekeurige omgeving genieten van de functies
van Fiery Graphic Arts Package. Beginnende gebruikers kunnen de standaardinstellingen
gebruiken voor optimale resultaten. Ook gevorderde gebruikers met specifieke behoeften
en vereisten in de sector van de grafische vormgeving en andere sectoren kunnen optimale
resultaten verkrijgen door de instellingen aan te passen.
Terminologie en conventies
De documentatie van de Xerox EX Print Server, Powered by Fiery voor de Xerox Color 1000
Press gebruikt de volgende terminologie en conventies.
Term of conventie Verwijst naar
Aero EX Print Server (in illustraties en voorbeelden)
EX Print Server Xerox EX Print Server, Powered by Fiery voor de Xerox Color 1000
Press
Mac OS Apple Mac OS X
Pers Xerox Color 1000 Press
Titels in cursief Andere documenten in dit pakket
Windows Microsoft Windows XP, Windows Vista,
Windows Server 2003/2008, Windows 7
Onderwerpen waarvoor aanvullende informatie beschikbaar is door
de Help te openen in de software
Tips en informatie
INLEIDING 8
Over dit document
Dit document beschrijft de functies die beschikbaar zijn via afdrukopties en
hulpprogrammas, zoals Command WorkStation. De functies zijn als volgt ingedeeld:
Functies die beschikbaar zijn vanuit Command WorkStation
Witpunt voor papiersimulatie bewerken beschrijft de functie voor het bewerken van
het witpunt.
Spot-On met Toewijzing tweekleurendruk beschrijft de functie die wordt gebruikt
om documentkleuren toe te wijzen aan afdrukkleuren.
Color Setup beschrijft de volgende functies: Bedieningsbalk, Automatisch overvullen,
Progressieve proeven en Halftoonsimulatie.
ImageViewer beschrijft hoe u de toepassing ImageViewer start.
Preflight beschrijft hoe u een Preflight-controle van uw taak uitvoert.
Functies die beschikbaar zijn vanuit andere hulpprogrammas dan Command WorkStation
Hot Folders Filters beschrijft de functies van de filters.
Andere functies
Postflight beschrijft de Postflight-functie en geeft voorbeelden van workflows.
Meervoudige plaatscheidingen beschrijft de functie scheidingen combineren voor
meer dan vier platen.
Papiersimulatie beschrijft de functie vaste papiersimulatiefunctie.
Ugra/FOGRA-controlestrip beschrijft het kleurentestbestand dat de Ugra/
FOGRA-controlestrip wordt genoemd.
Geïntegreerde Altona Visual-test beschrijft de test die in de EX Print Server is
geïntegreerd en waarmee u PDF/X-compatibiliteit volgens de Altona Test Suite
kunt controleren.
Een waarschuwing met betrekking tot handelingen die kunnen
leiden tot de dood of zwaar lichamelijk letsel indien deze niet juist
worden uitgevoerd. Let altijd op deze waarschuwingen voor een
veilig gebruik van de apparatuur.
Een waarschuwing met betrekking tot handelingen die kunnen
leiden tot lichamelijk letsel indien deze niet juist worden uitgevoerd.
Let altijd op deze waarschuwingen voor een veilig gebruik van
de apparatuur.
Vereisten en beperkingen met betrekking tot handelingen. Lees deze
onderdelen altijd goed voor een juist gebruik van de apparatuur en
om beschadiging aan apparatuur of eigendommen te voorkomen.
Term of conventie Verwijst naar
INLEIDING 10
De status van Fiery Graphic Arts Package weergeven
U kunt de status van Fiery Graphic Arts Package, Premium Edition weergeven op
uw computer.
De status weergeven in Windows
Voer de volgende procedure uit om de status van Fiery Graphic Arts Package,
Premium Edition weer te geven op een Windows-computer.
OPMERKING: Voordat u de status weergeeft op een Windows-computer, moet u het
printerstuurprogramma installeren. Raadpleeg Afdrukken voor meer informatie over het
installeren van het printerstuurprogramma.
DE STATUS WEERGEVEN OP EEN WINDOWS-COMPUTER
1 Open het venster Printers (of Printers en faxapparaten).
2 Klik met de rechtermuisknop op EX Print Server en kies Eigenschappen.
Het dialoogvenster Eigenschappen wordt weergegeven.
3 Klik op het tabblad Installeerbare opties.
Fiery Graphic Arts Package, Premium Edition wordt weergegeven in de lijst Geïnstalleerde
opties.
OPMERKING: Als u Aanwijzen en afdrukken gebruikt om het printerstuurprogramma en
het printerdefinitiebestand te installeren, moet u voor elke verbinding (afdrukken, blokkeren,
direct) tweerichtingscommunicatie activeren op de monitor van de EX Print Server voordat u
deze op uw computer installeert. Raadpleeg Afdrukken voor meer informatie over Aanwijzen
en afdrukken.
4 Klik op OK om het dialoogvenster te sluiten.
INLEIDING 11
De status weergeven in Mac OS X
Voer een van de volgende procedures uit om de status van Fiery Graphic Arts Package weer
te geven op een Mac OS X-computer.
OPMERKING: Voordat u de status weergeeft op een Mac OS X-computer, moet u het
printerstuurprogramma installeren. Raadpleeg Afdrukken voor meer informatie over het
installeren van het printerstuurprogramma.
DE STATUS WEERGEVEN OP EEN COMPUTER MET MAC OS X V10.5
1 Kies Systeemvoorkeuren in het Apple-menu en kies vervolgens Afdrukken en faxen.
Het dialoogvenster Afdrukken en faxen wordt weergegeven.
2 Selecteer de EX Print Server in de lijst met printers en klik op Opties en toebehoren.
3 Klik op het tabblad Besturingsbestand.
Fiery Graphic Arts Package, Premium Edition wordt weergegeven als instelling bij
GA Package.
4 Sluit Systeemvoorkeuren af.
DE STATUS WEERGEVEN OP EEN COMPUTER MET MAC OS X V10.4.X
1 Start Printerconfiguratie.
2 Selecteer de EX Print Server in de lijst met printers.
3 Kies Toon info in het menu Printer.
Het dialoogvenster Printerinfo wordt weergegeven.
4 Kies Uitbreidingsmogelijkheden.
Fiery Graphic Arts Package, Premium Edition wordt weergegeven als instelling bij
GA Package.
5 Sluit het dialoogvenster.
INLEIDING 12
Uw monitor en het monitorprofiel instellen
Voor bepaalde functies van Fiery Graphic Arts Package moet de taak met de juiste kleuren
op uw monitor worden weergegeven.
Voor de volgende functies moet u de juiste monitorweergave instellen:
Witpunt voor papiersimulatie bewerken (raadpleeg pagina 13)
Voorbeeld weergeven in ImageViewer vanuit Command WorkStation
(raadpleeg pagina 36)
Als u de kleuren juist op uw monitor wilt weergeven, moet u de monitorweergave instellen
volgens de aanbevelingen van de fabrikant en het juiste profiel voor uw monitor opgeven.
Geef de volgende instellingen voor de monitorweergave op:
Op de monitor: helderheid, contrast en kleurtemperatuur
In het configuratiescherm van uw besturingssysteem: resolutie, vernieuwingsfrequentie
en aantal kleuren
Raadpleeg de bij de monitor geleverde documentatie voor meer informatie over het instellen
van uw monitor en het monitorprofiel.
WITPUNT VOOR PAPIERSIMULATIE BEWERKEN 13
WITPUNT VOOR PAPIERSIMULATIE BEWERKEN
Alhoewel een ICC-profiel een definitie bevat van wit”, kan het gebeuren dat het wit niet als
zodanig wordt waargenomen door het menselijke oog en hieraan moet worden aangepast.
Met de functie Witpunt voor papiersimulatie bewerken kunt u de kleurtoon, de helderheid en
de verzadiging van het in het ICC-profiel gedefinieerde wit voor papiersimulatie aanpassen.
Workflow voor Papiersimulatie
U kunt een taak afdrukken met de functie Papiersimulatie ingeschakeld vanuit het
printerstuurprogramma, zonder papiersimulatie aan te passen. Vele taken zullen met de vaste
standaardinstelling voor papiersimulatie naar behoren worden afgedrukt. U kunt de
papiersimulatie echter aanpassen door de witpuntwaarden te bewerken met Command
WorkStation. Nadat u de waarden hebt aangepast, drukt u vanuit het printerstuurprogramma
de taak af met de aangepaste waarden voor papiersimulatie door de afdrukoptie
Papiersimulatie in te schakelen.
Als u een taak wilt afdrukken met de vaste instelling voor Papiersimulatie, gebruikt u de
procedure op pagina 13. Raadpleeg pagina 14 voor meer informatie over het bewerken van
de witpuntwaarden voor papiersimulatie en het afdrukken met de aangepaste waarden
voor papiersimulatie.
Een taak afdrukken met de standaardinstelling voor Papiersimulatie
Gebruik de volgende procedure om een taak af te drukken met de vaste waarde
voor Papiersimulatie.
OPMERKING: De procedures voor het afdrukken van een taak zijn vrijwel gelijk voor Windows-
computers en Mac OS-computers.
EEN TAAK AFDRUKKEN MET DE STANDAARDINSTELLING VOOR PAPIERSIMULATIE
1 Kies Afdrukken in de toepassing waarmee u werkt.
2 Selecteer de EX Print Server als uw printer en klik op Eigenschappen.
Het dialoogvenster Eigenschappen wordt weergegeven met het tabblad Fiery-afdrukken
geselecteerd.
3 Klik op het pictogram Kleur.
4 Klik op Instellingen.
Het dialoogvenster Geavanceerd bewerken wordt weergegeven.
WITPUNT VOOR PAPIERSIMULATIE BEWERKEN 14
5 Selecteer Papiersimulatie onder het tabblad Kleurinvoer.
6 Klik op OK om het dialoogvenster Geavanceerd bewerken te sluiten.
7 Klik op OK om het dialoogvenster Eigenschappen te sluiten.
8 Klik op Afdrukken.
De taak wordt afgedrukt met de vaste witpuntinstelling voor papiersimulatie.
Afdrukoptie Papiersimulatie
De volgende waarden zijn mogelijk voor de afdrukoptie Papiersimulatie:
Uit (standaardinstelling)
•Aan
OPMERKING: Als u de witpuntwaarden voor papiersimulatie niet hebt bewerkt met Command
WorkStation en Aan hebt geselecteerd voor deze optie, wordt de taak afgedrukt met de
standaardwaarden voor papiersimulatie. Als u de waarden hebt bewerkt, wordt uw taak
afgedrukt met de aangepaste waarden voor papiersimulatie.
Witpunt voor papiersimulatie bewerken
Het is best mogelijk dat uw taak naar behoren wordt afgedrukt met de vaste
standaardinstelling voor papiersimulatie. U kunt de instelling Papiersimulatie echter
aanpassen door de witpuntwaarden voor papiersimulatie te bewerken met Command
WorkStation.
OPMERKING: Om de kleuren correct weer te geven met uw monitor, moet u ook de monitor
en de monitorinstellingen correct instellen. Raadpleeg de Help van Command WorkStation
voor meer informatie.
WITPUNT VOOR PAPIERSIMULATIE BEWERKEN 15
Als u een aangepast profiel wilt bewerken, moet u het volgende doen:
Selecteer een CMYK-bronprofiel.
Koppel het CMYK-bronprofiel aan een uitvoerprofiel.
Raadpleeg de instructies in de Help van Command WorkStation om het dialoogvenster
Witpunt voor papiersimulatie te openen.
OPMERKING: Als Papiersimulatie is ingeschakeld en u een vervangkleur hebt gedefinieerd
als C=0, M=0, Y=0, K=0, vervangen de waarden die zijn gedefinieerd in Kleurvervanging
die voor Papiersimulatie. Raadpleeg de Help van Command WorkStation voor meer
informatie over Kleurvervanging.
Afdrukken met aangepaste papiersimulatiewaarden
Na het bewerken van de papiersimulatiewaarden in Command WorkStation kunt u vanuit
het printerstuurprogramma een document afdrukken met de aangepaste
papiersimulatiewaarden. U kunt ook de instelling van de afdrukoptie vervangen in
Taakeigenschappen.
OPMERKING: De procedures voor het afdrukken van een taak zijn vrijwel gelijk voor Windows-
computers en Mac OS-computers. Voor de onderstaande procedure zijn illustraties uit
een Mac OS-omgeving gebruikt.
Gebruik de volgende procedure om een taak af te drukken met de aangepaste
papiersimulatiewaarden.
EEN TAAK AFDRUKKEN MET DE BEWERKTE PAPIERSIMULATIEWAARDEN
1 Kies Afdrukken in de toepassing waarmee u werkt.
Het dialoogvenster voor afdrukken wordt weergegeven.
2 Alleen voor Mac OS X v10.5: vouw het dialoogvenster zo nodig uit door te klikken op de pijl
naast de printernaam.
3 Mac OS X v10.3.9 en 10.4.x: klik op Aantal en pagina’s, kies ColorSync in de keuzelijst en
selecteer vervolgens In printer in de lijst Kleurconversie.
Mac OS X v10.5: klik op Voorvertoning, kies Kleurevenaring in de keuzelijst en selecteer
vervolgens In printer.
4 Kies Fiery-functies in de keuzelijst.
5 Selecteer Tweerichtingscommunicatie.
Raadpleeg de Help van het printerstuurprogramma voor meer informatie over het inschakelen
van tweerichtingscommunicatie.
WITPUNT VOOR PAPIERSIMULATIE BEWERKEN 16
6 Klik op Volledige eigenschappen en klik vervolgens op het pictogram Kleur.
Het deelvenster Kleur wordt weergegeven.
7 Klik op Instellingen.
Het dialoogvenster Geavanceerd bewerken wordt weergegeven.
8 Selecteer de volgende instellingen onder het tabblad Kleurinvoer.
Selecteer het aangepaste profiel in de lijst Bron CMYK/grijswaarden. Kies het profiel dat
u hebt opgeslagen na het bewerken van de waarden van het witpunt voor papiersimulatie.
Selecteer Volledig (uitvoer VGC) voor de optie Verwerkingsmethode CMYK/grijswaarden.
Schakel Papiersimulatie.
9 Kies onder het tabblad Uitvoer het uitvoerprofiel dat u hebt gekoppeld aan het aangepaste
CMYK-bronprofiel in de lijst Uitvoerprofiel.
10 Klik op OK.
Het deelvenster Kleur wordt opnieuw weergegeven.
11 Klik op OK en klik vervolgens op Afdrukken.
De taak wordt afgedrukt met uw aangepaste CMYK-bronprofiel, met de bewerkte
witpuntwaarden.
SPOT-ON MET TOEWIJZING TWEEKLEURENDRUK 17
SPOT-ON MET TOEWIJZING TWEEKLEURENDRUK
Naast het beheren van “benoemde” kleuren kunt u met de steunkleureditor Spot-On
in Command WorkStation steunkleuren en proceskleuren toewijzen aan de generieke kleuren
die worden gebruikt in een taak. De functie Toewijzing tweekleurendruk is bedoeld
voor operatoren van drukkerijen om drukproeven uit te voeren voor een tweekleurenpers.
U kunt een tweekleurentaak afdrukken op een tweekleurenapparaat door de kleuren in een
taak toe te wijzen aan de kleuren die reeds zijn gemaakt op het apparaat.
Raadpleeg de Help van Command WorkStation voor meer informatie over het beheren
van benoemde kleuren met Spot-On.
OPMERKING: De RGB-kleuren in een document worden eerst geconverteerd
naar CMYK-kleuren, waarna Toewijzing tweekleurendruk wordt toegepast.
Bij gebruik van de functie Toewijzing tweekleurendruk gelden de volgende beperkingen:
De instellingen voor Toewijzing tweekleurendruk worden genegeerd wanneer de functies
Samengestelde overdruk en Scheidingen combineren zijn ingeschakeld.
Postflight geeft geen rapport over Toewijzing tweekleurendruk, aangezien Postflight de
brontoestand van een document rapporteert. De kleurenruimte die de pers ontvangt vóór
conversies, wordt gerapporteerd in Postflight.
U kunt de opties Toewijzing tweekleurendruk en Kleurvervanging niet tegelijkertijd
selecteren. U kunt evenmin een vervangkleur selecteren om te gebruiken in de functie
Toewijzing tweekleurendruk.
SPOT-ON MET TOEWIJZING TWEEKLEURENDRUK 18
Toewijzing tweekleurendruk instellen
In de functie Toewijzing tweekleurendruk worden de gebruikte kleuren in een taak
toegewezen aan de af te drukken kleuren. Open in Spot-On het venster Toewijzing
tweekleurendruk definiëren en wijs vervolgens de documentkleuren opnieuw toe aan de
benoemde of aangepaste kleuren waarmee u wilt afdrukken.
Wanneer de afdrukoptie Toewijzing tweekleurendruk wordt ingeschakeld voor een taak,
worden de documentkleuren op de EX Print Server vervangen door de kleuren die u hebt
gedefinieerd in het venster Toewijzing tweekleurendruk definiëren.
Raadpleeg de instructies in de Help van Command WorkStation om de kleurtoewijzingen
te definiëren in het venster Toewijzing tweekleurendruk definiëren.
1 Klik om het venster
Toewijzing tweekleurendruk
definiëren te openen
1
SPOT-ON MET TOEWIJZING TWEEKLEURENDRUK 19
Een taak afdrukken met Toewijzing tweekleurendruk
Nadat u de kleuren hebt toegewezen in het venster Toewijzing tweekleurendruk definiëren
in Spot-On kunt u een tweekleurentaak afdrukken vanuit het printerstuurprogramma.
U kunt de instelling voor de afdrukoptie ook vervangen met Taakeigenschappen
in Command WorkStation.
OPMERKING: Wanneer u een taak afdrukt, selecteert u in het printerstuurprogramma hetzelfde
uitvoerprofiel als toen u Toewijzing tweekleurendruk instelde in Spot-On. Als u dat niet doet,
hebben afdruktoewijzingen die zijn gedefinieerd in Spot-On geen uitwerking.
OPMERKING: De procedures voor het afdrukken van een taak zijn vrijwel gelijk voor Windows-
computers en Mac OS-computers.
EEN TWEEKLEURENTAAK AFDRUKKEN
1 Open een document in uw toepassing.
2 Kies de optie Afdrukken.
3 Alleen voor Mac OS X v10.5: vouw het dialoogvenster zo nodig uit door te klikken op de pijl
naast de printernaam.
4 Mac OS X v10.3.9 en 10.4.x: klik op Aantal en pagina’s en kies Fiery-functies in de keuzelijst.
Mac OS X v10.5: klik op Voorvertoning en kies Fiery-functies in de keuzelijst.
SPOT-ON MET TOEWIJZING TWEEKLEURENDRUK 20
5 Klik op Volledige eigenschappen en klik vervolgens op het pictogram Kleur.
Het deelvenster Kleur wordt weergegeven.
6 Selecteer Toewijzing tweekleurendruk.
7 Klik op OK en klik vervolgens op Afdrukken.
De taak wordt afgedrukt met de toewijzing die u hebt gedefinieerd in Spot-On.
FUNCTIES VAN COLOR SETUP 21
FUNCTIES VAN COLOR SETUP
Met Fiery Graphic Arts Package, Premium Edition biedt Color Setup in Command
WorkStation de volgende aanpasbare functies:
Bedieningsbalk (raadpleeg pagina 21)
Automatisch overvullen (raadpleeg pagina 25)
Progressieve proeven (raadpleeg pagina 28)
Halftoonsimulatie (raadpleeg pagina 31)
Raadpleeg de Help van Command WorkStation voor meer informatie over Color Setup.
Bedieningsbalk
Met Bedieningsbalk kunt u een statische kleurbalk en dynamische taakinformatie toevoegen
aan elke afgedrukte pagina op een door de gebruiker gedefinieerde locatie. Deze functie kan
standaard worden ingesteld op de server, of worden aangepast voor elke afzonderlijke taak.
De standaardbedieningsbalk is zo ontworpen dat deze past op het standaardpapierformaat
van de EX Print Server, A4/Letter of groter. U kunt bedieningsbalken maken voor andere
papierformaten.
OPMERKING: Als een bedieningsbalk niet op een pagina past, wordt deze afgekapt.
OPMERKING: Bij een als “wit” gedefinieerde achtergrondkleur voor een door de gebruiker
gedefinieerde Bedieningsbalk, kan de functie Papiersimulatie pas werken als de kleur in
de CMYK-kleurenruimte is gedefinieerd. Raadpleeg pagina 13 voor meer informatie
over Papiersimulatie.
FUNCTIES VAN COLOR SETUP 22
Workflow voor Bedieningsbalk
De standaardbedieningsbalk bestaat uit een kleurbalk en dynamische taakinformatie.
Druk een taak af met de standaardbedieningsbalk door de afdrukoptie Bedieningsbalk vanuit
het printerstuurprogramma in te stellen op Aan. Vele taken worden naar behoren afgedrukt
met de standaardbedieningsbalk, maar als u uw eigen kleurbalken nodig hebt, maak deze dan
door aangepaste waarden te definiëren in het dialoogvenster Definitie bedieningsbalk.
Nadat u in Color Setup een aangepaste bedieningsbalk hebt gedefinieerd in het deelvenster
Bedieningsbalk, kunt u met de aangepaste bedieningsbalk een taak afdrukken vanuit het
printerstuurprogramma.
Raadpleeg de volgende sectie om een taak af te drukken met de standaardbedieningsbalk.
Raadpleeg pagina 24 om een taak af te drukken met een aangepaste bedieningsbalk.
Afdrukken met de standaardbedieningsbalk
Druk een taak af met de standaardbedieningsbalk door de afdrukoptie Bedieningsbalk
vanuit het printerstuurprogramma in te schakelen.
EEN TAAK AFDRUKKEN MET DE STANDAARDBEDIENINGSBALK
1 Kies Afdrukken in de toepassing waarmee u werkt.
2 Selecteer de EX Print Server als uw printer en klik op Eigenschappen.
Het dialoogvenster Eigenschappen wordt weergegeven met het tabblad Fiery-afdrukken
geselecteerd.
3 Klik op het pictogram Taakinfo.
4 Selecteer Aan voor de afdrukoptie Bedieningsbalk onder Rapportering.
5 Klik op OK.
FUNCTIES VAN COLOR SETUP 24
Aangepaste bedieningsbalk instellen
De functie voor het aanpassen van de bedieningsbalk bevindt zich in het tabblad
Bedieningsbalk onder het tabblad Kleurinstellingen in Apparaatcentrum. Raadpleeg de Help
van Command WorkStation voor meer informatie over het gebruik van de bedieningsbalk.
Afdrukken met een aangepaste bedieningsbalk
De procedure om een taak af te drukken met een aangepaste bedieningsbalk is eigenlijk
dezelfde als voor het afdrukken met de standaardbedieningsbalk (raadpleeg pagina 22).
Gebruik de volgende procedure om met een aangepaste bedieningsbalk af te drukken.
EEN TAAK AFDRUKKEN MET EEN AANGEPASTE BEDIENINGSBALK
1 Kies Afdrukken in de toepassing waarmee u werkt.
2 Selecteer de EX Print Server als uw printer en klik op Eigenschappen.
Het dialoogvenster Eigenschappen wordt weergegeven met het tabblad Fiery-afdrukken
geselecteerd.
3 Klik op het pictogram Taakinfo.
4 Selecteer Aan voor de afdrukoptie Bedieningsbalk.
5 Klik op OK.
6 Klik op Afdrukken.
De taak wordt afgedrukt met de bedieningsbalk die u hebt opgegeven in het dialoogvenster
Definitie bedieningsbalk.
FUNCTIES VAN COLOR SETUP 25
Configureerbaar automatisch overvullen
Overvullen is een techniek waarbij sommige objecten lichtjes groter of kleiner worden
afgedrukt dan u hebt opgegeven in een toepassing, om zo witte randen rond objecten
te vermijden. Deze witte randen of “kralen kunnen het gevolg zijn van factoren zoals
registerfouten, de fysieke eigenschappen van de droge inkt en de stijfheid van de media.
De configureerbare functie Automatisch overvullen biedt u geavanceerde instellingen voor het
overvullen en geeft u volledige controle over de instellingswaarden. De EX Print Server wordt
geleverd met geoptimaliseerde waarden voor het afdrukapparaat dat met normaal papier
werkt, maar als deze waarden niet de gewenste resultaten geven op de media die u gebruikt,
moet u de waarden aanpassen aan uw vereisten.
Workflow voor configureerbaar Automatisch overvullen
De vaste waarden worden standaard ingesteld voor Automatisch overvullen. Wanneer u
Automatisch overvullen op Aan zet, past de EX Print Server deze vaste waarden meestal met
goede resultaten toe. Als u echter de waarden voor Automatisch overvullen wilt aanpassen,
moet u de waarden definiëren in het deelvenster Automatisch overvullen in Color Setup.
Nadat u de waarden hebt gedefinieerd, drukt u een taak af met Automatisch overvullen
ingesteld op Aan vanuit het printerstuurprogramma.
Afdrukken met standaardinstellingen voor Automatisch overvullen
U kunt een taak afdrukken met de standaardinstellingen voor Automatisch overvullen
door de afdrukoptie Automatisch overvullen vanuit het printerstuurprogramma in te stellen
op Aan.
FUNCTIES VAN COLOR SETUP 26
EEN TAAK AFDRUKKEN MET DE STANDAARDINSTELLINGEN VOOR AUTOMATISCH OVERVULLEN
1 Kies Afdrukken in de toepassing waarmee u werkt.
2 Selecteer de EX Print Server als uw printer en klik op Eigenschappen.
Het dialoogvenster Eigenschappen wordt weergegeven met het tabblad Fiery-afdrukken
geselecteerd.
3 Klik op het pictogram Kleur.
4 Selecteer Aan voor de afdrukoptie Automatisch overvullen.
5 Klik op OK.
6 Klik op Afdrukken.
De taak wordt afgedrukt met de standaardwaarden voor Automatisch overvullen.
FUNCTIES VAN COLOR SETUP 27
Configureerbaar automatisch overvullen instellen
In Command WorkStation bevindt de configureerbare functie Automatisch overvullen zich
in het tabblad Overvullen onder het tabblad Kleurinstellingen in Apparaatcentrum.
Raadpleeg de Help van Command WorkStation voor meer informatie over het gebruik van
overvullen.
Afdrukken met configureerbaar automatisch overvullen
Nadat u de waarden voor Automatisch overvullen hebt gedefinieerd, drukt u een taak af
met de functie automatisch overvullen door de afdrukoptie Automatisch overvullen op
Aan in te stellen in het printerstuurprogramma. U kunt ook de instelling voor deze
afdrukoptie in een taak wijzigen met Taakeigenschappen in Command WorkStation.
OPMERKING: Als de waarden voor Automatisch overvullen gewijzigd zijn, moet de taak
opnieuw worden verwerkt (RIP) om deze af te drukken met de nieuwe waarden.
Gebruik de procedure op pagina 22 om een taak af te drukken met aangepaste waarden
voor Automatisch overvullen vanuit het printerstuurprogramma. De taak wordt afgedrukt
met de waarden voor Automatisch afdrukken die zijn gedefinieerd in het deelvenster
Automatisch overvullen.
FUNCTIES VAN COLOR SETUP 28
Progressieve proeven
De term Progressieve proeven verwijst naar afdrukvariaties in een meerkleurendocument.
De variaties kunnen één tot alle beschikbare kleurkanalen in een afdrukapparaat gebruiken.
De meeste afdrukprocessen waarbij meer dan een of twee kleurstoffen worden gebruikt,
passen de kleurstoffen achtereenvolgens toe. Doorgaans zijn progressieve proeven de
tussentoestanden nadat sommige en voordat alle kleurstoffen toegepast zijn. De functie
Progressieve proeven is flexibeler omdat deze u de mogelijkheid geeft om te kiezen welke kleur
wordt afgedrukt, waarbij u maximaal vier vellen per oorspronkelijke documentpagina
kunt gebruiken.
OPMERKING: De functie Progressieve proeven is bedoeld om u de scheidingen van droge inkt
te tonen die de taak op het afdrukapparaat gebruikt. Deze functie is niet bedoeld om te
gebruiken als proef voor een ander, niet door Fiery aangedreven afdrukapparaat
OPMERKING: Progressieve proeven tonen de scheidingen die de EX Print Server naar het
afdrukapparaat verzendt, niet de scheidingen die in het bronbestand van de afdruktaak
vervat zijn.
OPMERKING: Progressieve proeven is een “rapportfunctie”. Deze functie is niet bedoeld om
te worden gebruikt met productiefuncties zoals VDP en inslag. Progressieve proeven wordt
aangeboden voor diagnostische situaties. Bij toepassingen met grote oplagen of in
productieomgevingen, mag u Progressieve proeven alleen gebruiken voor de afzonderlijke
paginas die moeten worden getest.
Workflow voor Progressieve proeven
U kunt het resultaat van elk kanaal controleren met de standaardwaarden voor kleurkanalen
in Progressieve proeven. Als u echter de selectie van kleurkanalen of van het aantal af te
drukken bladen moet aanpassen, kunt u dit doen door de kleurkanalen op te geven in het
deelvenster Progressieve proeven in Color Setup. Na het opgeven van de kleurkanalen kunt
u een taak afdrukken met de aangepaste instellingen voor Progressieve proeven door de
afdrukoptie vanuit het printerstuurprogramma in te stellen op Aan.
OPMERKING: U kunt de functies Progressieve proeven en Postflight niet tegelijkertijd
gebruiken. In het printerstuurprogramma is voor deze afdrukopties een beperking ingesteld.
OPMERKING: Het wissen van platen in ImageViewer heeft geen invloed op een taak met
Progressieve proeven die vanuit ImageViewer wordt afgedrukt. Deze taak wordt afgedrukt
met de waarden die zijn opgegeven in het deelvenster Progressieve proeven.
Raadpleeg “ImageViewer” op pagina 36 voor meer informatie.
FUNCTIES VAN COLOR SETUP 29
Afdrukken met de standaardinstellingen voor Progressieve proeven
U kunt een taak afdrukken met de standaardinstellingen voor Progressieve proeven door
de afdrukoptie Progressieve proef vanuit het printerstuurprogramma in te schakelen.
EEN TAAK AFDRUKKEN MET DE STANDAARDINSTELLINGEN VOOR PROGRESSIEVE PROEVEN
1 Kies Afdrukken in de toepassing waarmee u werkt.
2 Selecteer de EX Print Server als uw printer en klik op Eigenschappen.
Het dialoogvenster Eigenschappen wordt weergegeven met het tabblad Fiery-afdrukken
geselecteerd.
3 Klik op het pictogram Taakinfo.
4 Schakel Progressieve proef in.
5 Klik op OK.
6 Klik op Afdrukken.
De taak wordt afgedrukt met de standaardinstellingen voor Progressieve proeven.
FUNCTIES VAN COLOR SETUP 30
Progressieve proeven instellen
De functie Progressieve proeven bevindt zich in het tabblad Progressieve proeven onder
het tabblad Kleurinstellingen in Apparaatcentrum. Raadpleeg de Help van Command
WorkStation voor meer informatie over het instellen van aangepaste progressieve proeven.
Afdrukken met aangepaste instellingen voor progressieve proeven
Nadat u de kleurkanalen hebt opgegeven, kunt u een taak afdrukken met aangepaste
instellingen voor Progressieve proeven door de afdrukoptie Progressieve proef vanuit
het printerstuurprogramma in te schakelen.
OPMERKING: U kunt ook een taak verzenden met de standaardinstelling voor Progressieve
proeven en de instelling voor de afdrukoptie wijzigen met Taakeigenschappen in Command
WorkStation.
Gebruik dezelfde procedure als op pagina 29 om een taak af te drukken met de optie
Progressieve proef van het printerstuurprogramma. De afgedrukte taak komt overeen met
de instellingen voor Progressieve proeven die u hebt gedefinieerd in het deelvenster
Progressieve proeven.
FUNCTIES VAN COLOR SETUP 31
Halftoonsimulatie
Voor drukproeven raden wij aan dat u afdrukt in fotohalftoonmodus, die de beste kleuren van
het Fiery-systeem gebruikt. Voor geavanceerde drukproeven biedt Fiery Graphic Arts Package
gebruikers controle over de halftoonrastergeneratie. Halftoondrukproeven simuleren, met een
redelijke nauwkeurigheid, de uiteindelijke punten die op films of platen voor offsetdrukken
worden afgebeeld. Met de halftoonrasterfunctie kunt u de aangepaste rasterfuncties definiëren
die u toepast op uw afdruktaak.
Halftoonsimulatie workflow
U kunt vooraf ingestelde halftoonrasters selecteren om goede afdrukresultaten te verkrijgen.
Als u de waarden voor een halftoonraster moet aanpassen, moet u een aangepast
halftoonraster definiëren in uw toepassing of in Command WorkStation. Selecteer het raster
vervolgens met de afdrukoptie Halftoonsimulatie
in het printerstuurprogramma.
Raadpleeg de volgende sectie voor meer informatie over de afdrukoptie en de procedure
om af te drukken met een vooraf ingesteld halftoonraster. Raadpleeg de Help
van Command WorkStation voor meer informatie over het deelvenster Halftoonsimulatie en
de procedure om aangepaste waarden voor het halftoonraster op te geven.
Halftoonsimulatie afdrukoptie
U kunt de rasterfunctie openen via de afdrukoptie Halftoonsimulatie. U kunt kiezen uit de
volgende opties:
Door toepassing gedef.: gebruikt een vooraf ingesteld halftoonraster dat in een toepassing
is gedefinieerd. Raadpleeg pagina 34 voor meer informatie over de ondersteunde
toepassingen.
Courantdruk: gebruikt een vooraf ingesteld halftoonraster met de aanblik en het gevoel van
een krant.
Gebruikersscherm 1/2/3: gebruikt een door de gebruiker gedefinieerd halftoonraster op
basis van de instellingen in Color Setup in Command WorkStation.
OPMERKING: U kunt Courantdruk en Gebruikersscherm 1/2/3 met alle toepassingen
gebruiken, ook met Microsoft Office.
FUNCTIES VAN COLOR SETUP 32
Afdrukken met vooraf ingestelde halftoonrasters
Gebruik de volgende procedure om vanuit het printerstuurprogramma een taak af te drukken
met een vooraf ingesteld halftoonraster.
EEN TAAK AFDRUKKEN MET EEN STANDAARDHALFTOONRASTER
1 Kies Afdrukken in de toepassing waarmee u werkt.
2 Selecteer de EX Print Server als uw printer en klik op Eigenschappen.
Het dialoogvenster Eigenschappen wordt weergegeven met het tabblad Fiery-afdrukken
geselecteerd.
3 Klik op het pictogram Afbeelding.
4 Selecteer een vooraf ingesteld halftoonraster in de lijst Halftoonsimulatie.
Raadpleeg pagina 31 voor meer informatie.
5 Klik op OK om het dialoogvenster Eigenschappen te sluiten.
6 Klik op Afdrukken.
De taak wordt met het vooraf ingestelde halftoonraster afgedrukt naar de EX Print Server.
FUNCTIES VAN COLOR SETUP 33
Aangepast halftoonsimulatie instellen
In Command WorkStation bevindt de functie Halftoonsimulatie zich in het tabblad
Halftoonsimulatie onder het tabblad Kleurinstellingen in Apparaatcentrum. Raadpleeg de
Help van Command WorkStation voor meer informatie over het instellen van aangepaste
halftoonsimulatierasters.
Afdrukken met een aangepast halftoonraster
Nadat u de halftoonrasterwaarden voor Gebruikersscherm 1, Gebruikersscherm 2 of
Gebruikersscherm 3 hebt opgegeven, kiest u een overeenkomstige aangepaste rasternaam
uit het printerstuurprogramma. Gebruik dezelfde procedure als op pagina 32 om een taak af
te drukken met een aangepast halftoonraster.
OPMERKING: U kunt ook een taak verzenden met een standaardhalftoonraster en de instelling
voor de afdrukoptie wijzigen in Taakeigenschappen in Command WorkStation.
De afgedrukte taak komt overeen met de instellingen die u in het deelvenster
Halftoonsimulatie hebt gedefinieerd.
FUNCTIES VAN COLOR SETUP 34
Ondersteunde toepassingen
De volgende toepassingen zijn getest met Mac OS en Windows op compatibiliteit met
de Door de Toepassing gedefinieerde instelling in de afdrukoptie Halftoonsimulatie.
Het gebruik van andere toepassingen is mogelijk, op voorwaarde dat deze standaard-PS-
conversies gebruiken voor de halftoonrasterdefinities en dat de parameters in de definities
binnen de fysieke grenzen van de pers blijven.
Adobe Acrobat
Adobe Illustrator
Adobe InDesign
Adobe PageMaker
Adobe FreeHand
QuarkXPress
Aangepaste halftoonrasters kalibreren
Wanneer de kleurkwaliteit van belang is, moet u ervoor zorgen dat de EX Print Server is
gekalibreerd voor het specifieke halftoonraster dat u gebruikt. Als u een halftoonraster wijzigt,
wordt de kleurrespons van de pers meestal ook gewijzigd.
De beste kleuren worden verkregen wanneer een Uitvoerprofiel dat is gekoppeld aan de juiste
kalibratierespons wordt geselecteerd bij het afdrukken. Als aangepaste halftoonrasters worden
opgegeven, beschikt de EX Print Server niet over de gepaste informatie over de resulterende
kleurrespons. Daarom zijn goede kleuren met een aangepast halftoonraster vaak slechts
mogelijk na een kalibratie van het aangepaste halftoonraster en wanneer een profiel
wordt gebruikt op basis van dit aangepaste halftoonraster.
Ga als volgt te werk om de EX Print Server te kalibreren voor aangepaste halftoonrasters.
DE EX PRINT SERVER KALIBREREN VOOR AANGEPASTE HALFTOONRASTERS
1 Maak het meetinstrument klaar dat u voor de kalibratie wilt gebruiken.
2 Open op de dvd met gebruikerssoftware de map die de kalibratiebestanden voor aangepaste
halftoonrasters bevat.
De maplocaties voor Mac OS en Windows zijn:
Mac OS: Mac Color Files : Calibration Files : Halftone Calibration Files : Photoshop of
Other Applications
Windows: Windows Color Files\Calibration Files\Halftone Calibration Files\Photoshop of
Other Applications
FUNCTIES VAN COLOR SETUP 35
In deze map vindt u afbeeldingen van de meetpaginas voor verschillende instrumenten en
paginaformaten. Als u rasterschermen alleen via Adobe Photoshop afdrukt, opent u de
map Photoshop. Anders opent u de map Other Applications.
OPMERKING: Wanneer u deze bestanden opent of afdrukt, mag u kleurbeheer niet uitvoeren
met PostScript Color Management of ICC-profielen die kleurconversies produceren.
3 Open in Photoshop het afbeeldingenbestand dat overeenkomt met uw instrument
en paginaformaat. In andere toepassingen opent u een leeg document en plaatst u het EPS-
bestand dat overeenkomt met uw instrument en paginaformaat.
De afbeeldingen zijn voorbereid op het paginaformaat van het definitieve vel. Gebruik geen
marges wanneer u een afbeelding plaatst. Houd geen rekening met waarschuwingen dat
de afbeelding zal worden afgekapt.
OPMERKING: Als u deze meetpaginas gebruikt met de standaardhalftoonrasters van
de EX Print Server, moet u zorgen dat u de afdrukoptie instelt waarmee het raster
wordt geregeld.
4 Druk de meetpagina af met uw aangepaste halftoonraster en andere afdrukoptie-instellingen.
Deze pagina is nu de aangepaste kalibratiemeetpagina.
U moet deze meetpagina afdrukken met de optie Bron CMYK/grijswaarden ingesteld
op ColorWise Uit, waarmee de pagina zonder kalibratie wordt afgedrukt.
OPMERKING: Als u de pers wilt kalibreren, moet u CMYK-kleurvlakken afdrukken in de
onbewerkte status van de pers. Met uitzondering van de afdrukoptie Uitvoerprofiel hebben
de ColorWise-afdrukopties geen belang en worden deze genegeerd. Gebruik als uitvoerprofiel
de instelling die overeenkomt met de papiersoort die u gebruikt.
Als u sneller en efficiënter wilt kalibreren, drukt u uw meetpagina met de gepaste afdrukoptie-
instellingen af naar een PostScript-bestand. De volgende keer dat u kalibreert, kunt u dit
PostScript-bestand downloaden. Als u dit bestand bewaart in de blokkeringswachtrij van
de EX Print Server, verloopt het kalibratieproces sneller.
5 Gebruik de functie Kalibreren in Command WorkStation om de kalibratie uit te voeren.
OPMERKING: Gebruik niet de knop Afdrukken om de meetpagina te genereren.
Gebruik de meetpagina die u hebt afgedrukt in stap 4.
Raadpleeg Afdrukken in kleur voor meer informatie over kalibratie.
IMAGEVIEWER 36
IMAGEVIEWER
Met ImageViewer kunt u een afdrukvoorbeeld bekijken en kleuren in een taak aanpassen
voordat die wordt afgedrukt. Met het afdrukvoorbeeld in ImageViewer kunt u de plaats,
afdrukstand en inhoud van de taak controleren en nagaan of de kleuren nauwkeurig worden
toegepast. Als de taak gerasterde halftooninstellingen heeft, krijgt u in het afdrukvoorbeeld
een overzicht van alle scheidingen tot op puntniveau. U kunt de plaatgegevens voor elke
proceskleur weergeven onafhankelijk van of in combinatie met de andere kleuren. Zo kunt
u de gegevens van een afzonderlijke plaat of van een combinatie van platen controleren.
ImageViewer openen
Start ImageViewer vanaf het menu Acties of het venster Voorbeeld van Command
WorkStation.
IMAGEVIEWER STARTEN VANAF HET MENU ACTIES
1 In Taakcentrum in Command WorkStation selecteert u de taak waarvan u een afdrukvoorbeeld
wilt bekijken.
OPMERKING: In ImageViewer worden alleen taken herkend met de status Verwerkt/
geblokkeerd (donkergeel). Verwerkte/geblokkeerde taken worden aangegeven door het
rasterpictogram (paginapictogram met lichtkring eromheen).
2 Kies indien nodig de optie Verwerken en blokkeren in het menu Acties om de taakstatus
te wijzigen in verwerktof geblokkeerd.
IMAGEVIEWER 37
3 U kunt ImageViewer op een van de volgende manieren starten:
Kies ImageViewer in het menu Acties.
Klik met de rechtermuisknop op de geselecteerde taak en kies ImageViewer in het menu
dat wordt weergegeven.
Het hoofdvenster van ImageViewer wordt geopend.
IMAGEVIEWER 38
IMAGEVIEWER STARTEN VANAF HET VENSTER VOORBEELD
1 In Taakcentrum in Command WorkStation selecteert u de taak waarvan u een afdrukvoorbeeld
wilt bekijken.
OPMERKING: ImageViewer herkent alleen taken met de status Verwerkt/geblokkeerd
(donkergeel).
2 Kies indien nodig de optie Verwerken en blokkeren in het menu Acties om de taakstatus te
wijzigen in verwerkt of geblokkeerd.
3 Kies de optie Voorbeeld in het menu Acties.
In het venster Voorbeeld verschijnen miniatuurweergaven van de pagina.
4 Als u ImageViewer wilt starten, selecteert u de miniatuurweergave van de pagina waarvan
u het afdrukvoorbeeld wilt bekijken en klikt u op de knop ImageViewer.
Het hoofdvenster van ImageViewer wordt geopend.
Raadpleeg de Help van Command WorkStation voor meer informatie over het gebruik
van ImageViewer.
1 ImageViewer-knop
1
PREFLIGHT 39
PREFLIGHT
De Preflight-functie voert een eenvoudige controle op veel voorkomende foutgebieden uit om
ervoor te zorgen dat de taak met succes en met de verwachte kwaliteit wordt afgedrukt op het
gekozen afdrukapparaat.
De foutencategorieën waarop door Preflight wordt gecontroleerd, zijn:
Lettertypen
•Steunkleuren
Afbeeldingsresolutie
VDP-hulpbronnen
•Haarlijnen
•Overdruk
•PostScript
Deze functie is toegankelijk via Command WorkStation. Raadpleeg de Help
van Command WorkStation voor meer informatie over Preflight.
OPMERKING: Naast de bestandsindelingen die in de Help van Command WorkStation
worden vermeld, wordt de bestandsindeling VIPP ondersteund voor Preflight.
HOT FOLDERS-FILTERS 40
HOT FOLDERS-FILTERS
In dit hoofdstuk worden de Hot Folders-filters beschreven, waarmee diverse bestanden
kunnen woden geconverteerd naar PostScript of PDF (Portable Document Format) of
waarmee een Preflight-controle kan worden uitgevoerd op bepaalde bestanden. Enkele van
deze filters zijn opgenomen in Fiery Graphic Arts Package, Premium Edition en zijn
beschikbaar als Fiery Graphic Arts Package, Premium Edition is ingeschakeld.
Met Hot Folders-filters kunt u bepaalde bestanden converteren naar PostScript of PDF,
of voor bestanden een Preflight-controle op conformiteit uitvoeren. De bestandsconversie en
de Preflight-controle vinden plaats op uw computer in de toepassing Hot Folders, waar
de EX Print Server-hulpmiddelen worden opgeslagen. U kunt bestanden direct afdrukken
via de Hot Folders-filters zonder het programma te starten waarin die zijn gemaakt.
De filters die zijn opgenomen in Fiery Graphic Arts Package, Premium Edition zijn:
Algemeen
–EPS
–JPEG
–PDF
–TIFF
Met kleurscheiding
–DCS
–TIFF/IT-P1
•Speciaal
–CT/LW
–ExportPS
PDF2Go
Raadpleeg de Help van Hot Folders voor meer informatie over het gebruik van de filters in
de toepassing Hot Folders.
Raadpleeg Welkom voor meer informatie over besturingssystemen die Hot Folders
ondersteunen. Meer informatie over het installeren van de toepassing Hot Folders vindt u
in Hulpprogramma’s.
POSTFLIGHT 41
POSTFLIGHT
Met de Postflight-functie kunt u nagaan waarom bepaalde afgedrukte taken niet de verwachte
kleur opleveren. Postflight is een handig hulpmiddel voor diagnose en opleiding van alle
gebruikers en geeft nuttige algemene en objectspecifieke informatie over de manier
waarop een taak werkelijk wordt ontvangen en verwerkt door de EX Print Server.
Met de Postflight-functie kunt u problemen met kleuren in een eerder afgedrukte taak
opsporen en waar nodig preventieve maatregelen nemen. U kunt het oorspronkelijke
document of het verwerkte voorbeeld afdrukken met alle objecten (grafische afbeeldingen,
illustraties en tekst) en de bijbehorende kleurcode. Een rapport legt uit welke kleurenruimten
in de taak worden gebruikt en door welke afdrukopties deze kleurenruimten worden
beïnvloed. Verder vindt u in dit rapport informatie over de afdrukomgeving, zoals de
kalibratiedatum en -tijd en de kalibratiemethode. Druk een testpagina af om de status van
de afdrukomgeving te controleren.
Postflight is ook een krachtig analysehulpmiddel: in Postflight-rapporten ziet u niet alleen
welke kleurenruimten door zichtbare objecten worden gebruikt, maar ook welke
kleurenruimten door een taak worden toegepast. Dit is bijzonder handig om een diagnose te
stellen van complexe situaties die bijsturende acties vereisen. Bijvoorbeeld: wanneer u een
specifieke combinatie van printerstuurprogramma, besturingssysteem en DTP-toepassing
gebruikt om plaatscheidingen te maken, stelt u mogelijk vast dat: 1) de kleurgecodeerde
Postflight-paginas scheidingen in cyaan, magenta en geel tonen in de kleurenruimte
“DeviceGray”, terwijl de zwarte scheiding wordt weergegeven in de kleurenruimte
“DeviceCMYK”; 2) het Postflight-rapport DeviceGray, DeviceCMYK en DeviceRGB
vermeldt. Vroeger was een PostScript-expert nodig om dit te ontcijferen. Via de Postflight-
rapporten kunt u deze informatie in enkele minuten interpreteren. De paginas cyaan,
magenta en geel zijn gedefinieerd met “DeviceGray”, de pagina zwart gebruikt het kanaal “K”
van DeviceCMYK en de taak roept de RGB-kleurenruimte op maar past deze niet toe op
een voor de gebruiker zichtbaar object.
POSTFLIGHT 42
Info over Postflight
Wanneer de afdrukoptie Postflight niet is uitgeschakeld, vindt u de volgende informatie om
eventuele problemen op te sporen: Postflight-testpagina, kleurgecodeerde Postflight-paginas
en Postflight-rapporten.
Postflight-testpagina
U kunt de Postflight-testpagina alleen afdrukken of in combinatie met de kleurgecodeerde
paginas. De testpagina wordt afgedrukt met precies dezelfde media en algemene instellingen
(zoals kalibratie) als uw taak. Kleurobjecten op deze pagina worden echter afgedrukt
onafhankelijk van de door de gebruiker opgegeven bronkleurdefinities (zoals
CMYK-simulatie en RGB).
Onnauwkeurige kleuren op deze pagina wijzen op een probleem met de afdrukomgeving
(zoals de kalibratie, het uitvoerprofiel, of het afdrukapparaat zelf).
Wordt de kleur op deze pagina juist afgedrukt, maar worden de objecten in uw taak niet in
de verwachte kleuren afgedrukt, dan heeft het probleem waarschijnlijk te maken met de
objectspecifieke kleurinstellingen. De volgende objectspecifieke problemen zijn mogelijk:
verkeerde kleurwaarden voor tekst en grafische afbeeldingen, illustraties met een slechte
kwaliteit, of kleuren die buiten het gamma vallen.
Kleurgecodeerde Postflight-pagina’s
Met deze optie kunt u via de Postflight-functie een kleurgecodeerde versie van het
oorspronkelijke document voorbereiden. Hier wordt elk object in een kleur weergegeven die
overeenkomt met de kleurenruimte die de EX Print Server voor dit object heeft ontvangen.
Voor de weergave van kleurenruimten voor objecten worden de volgende kleuren gebruikt:
Grijze objecten: grijs
CMYK-objecten: cyaan
RGB-objecten: rood
Apparaatonafhankelijke objecten: indigo
Steunkleurobjecten: geel
Door de kleuren voor alle objecten te controleren, kunt u nagaan door welke ingestelde
afdrukopties de kleurconversie van de objecten wordt beïnvloed en deze opties waar
nodig wijzigen.
POSTFLIGHT 43
Postflight-rapporten
U kunt rapporten op kleurgecodeerde paginas afdrukken, afzonderlijk of in combinatie met
het kleurgecodeerde document. Deze rapporten worden afgedrukt op het
standaardpapierformaat van de EX Print Server (Letter voor VS, A4 voor metrisch systeem).
Hierbij wordt de standaard gekalibreerde kleurmodus gebruikt.
De rapporten bevatten een documentkoptekst met informatie (zoals taaknaam, afdrukdatum
en -tijd en gebruikersnaam), een pagina met algemene ColorWise-instellingen en de paginas
met objectspecifieke instellingen. Op alle paginas ziet u de taaknaam, Postflight-datum/-tijd
en de paginering in de ondermarge.
Op de pagina met algemene ColorWise-instellingen vindt u informatie die van belang
is voor elk object in een taak, zoals kalibratieset, de datum waarop de EX Print Server
is gekalibreerd, de gebruikte kalibratiemethode en het gebruikte uitvoerprofiel.
Pagina’s met objectspecifieke instellingen tonen een lijst met de gebruikte instellingen om
elk object in elke kleurenruimte te verwerken. Dit is handig om problemen op te sporen en
te verhelpen. Wanneer u bijvoorbeeld een probleem vaststelt met een object dat in cyaan
op een kleurgecodeerde pagina wordt weergegeven, kunt u de instellingen op de pagina
met de CMYK-objecten controleren en proberen deze instellingen te wijzingen.
Pagina met steunkleuren toont een lijst met alle steunkleuren.
Voor steunkleuren vindt u in het Postflight-rapport de lijst met kleuren die in een taak
zijn gebruikt. Het geeft ook aan of deze kleuren zijn gedefinieerd in de EX Print Server.
Wanneer een steunkleur is gedefinieerd in de EX Print Server, wordt naast de kleurnaam
een kleurvlak afgedrukt. Wanneer een kleur niet in de EX Print Server is gedefinieerd,
wordt een wit vlak met een X afgedrukt.
POSTFLIGHT 44
Belangrijke opmerkingen over Postflight-rapporten
De Postflight-functie is in de eerste plaats bedoeld om problemen met kleuren op te sporen,
een diagnose te stellen en deze problemen te voorkomen. In tegenstelling tot generieke
Preflight-software, waar u probeert te voorspellen hoe de taak zal worden verwerkt, wordt
een Postflight-taak volledig verwerkt door de EX Print Server. Zo krijgt u een nauwkeurige
rapportering over de instellingen waarmee de taak is verwerkt.
Deze Postflight-functie is bijzonder handig bij gebruik van een workflow om een taak te
versturen waarbij ongewild kleuren worden geconverteerd. Deze kleurconversie vindt
plaats met bepaalde printerstuurprogrammas, afdrukopties en conversies naar PDF-indeling.
In dit rapport ligt het zwaartepunt op de kleurverwerking. U ziet hier geen volledige
opsomming van elke afdrukoptie voor uw taak. Voor meer informatie over de ColorWise-
afdrukopties, raadpleeg Afdrukken in kleur.
OPMERKING: Postflight-rapporten sommen alleen de kleurenruimten op die met uw taak naar
de EX Print Server zijn verstuurd. Het kan zijn dat u voor een taak een Postflight-rapport
krijgt met informatie over kleurenruimten die u niet terugvindt op de kleurgecodeerde
paginas van deze taak. Dat gebeurt wanneer een object in de kleurenruimte voor de taak
wordt gebruikt, maar door een ander object wordt gemaskeerd; wanneer een object zeer
helder is (bijvoorbeeld 0% van een steunkleur); of wanneer de specifieke toepassing of het
specifieke printerstuurprogramma de EX Print Server opdracht geeft een bepaalde
kleurenruimte te verwerken, terwijl die niet voor door de gebruiker zichtbare objecten
gebruikt.
OPMERKING: Een Postflight-rapport bevat slechts één pagina met algemene instellingen en kan
slechts één testpagina bevatten. Daarom kan Postflight een volledige taak alleen nauwkeurig
beschrijven als alle paginas met dezelfde opties en op dezelfde media worden afgedrukt.
Dit is bijvoorbeeld niet het geval bij taken met gemengde media, aangezien deze meerdere
uitvoerprofielen kunnen gebruiken, maximaal zelfs voor elk medium in de taak een apart
profiel. Als het paginabereik wordt ingesteld op paginas die slechts één medium gebruiken,
geeft Postflight wel betrouwbare resultaten voor het opgegeven bereik.
OPMERKING: Postflight is een “rapportfunctie” die voor diagnostische doeleinden bestemd is.
Deze functie is niet bedoeld om te worden gebruikt met productiefuncties zoals VDP
en inslag. Bij toepassingen met grote oplagen in productieomgevingen, mag u Postflight
alleen gebruiken voor de afzonderlijke paginas die moeten worden getest.
POSTFLIGHT 45
Postflight-afdrukoptie
U kunt de Postflight-functie oproepen via de Postflight-afdrukoptie. De volgende
waarden zijn mogelijk voor de afdrukoptie Postflight:
Uit (standaardinstelling)
Beknopt rapport
•Testpagina
Kleurgecodeerde pag.
Alle componenten (kleurgecodeerde documentpaginas, testpagina en beknopt rapport)
OPMERKING: U kunt een deel van een taak selecteren om de Postflight-paginas af te drukken.
Hiervoor kiest u het gepaste paginabereik van een taak via het printerstuurprogramma.
Postflight-workflow
Doorgaans hoeft u de standaardinstellingen van de ColorWise-afdrukopties niet te wijzigen.
Het kan echter zijn dat uw taak onverwachte kleuren oplevert. De Postflight-procedure
wordt uitgevoerd wanneer u na het afdrukken van een document onverwachte of
onaangepaste kleuren krijgt. Wanneer u beschikt over Command WorkStation, kunt u
met Postflight problemen met kleuren opsporen voordat u de taak werkelijk afdrukt.
Postflight verwerkt uw taak en verzamelt informatie over de kleurobjecten tijdens de volledige
taakverwerking. De informatie wordt dan weergegeven op kleurgecodeerde paginas,
een testpagina en in een uitgebreid of beknopt rapport.
OPMERKING: De achtergrond die onder Papiersimulatie is opgegeven, verschijnt niet
als CMYK-object in de Postflight-rapporten. Raadpleeg pagina 13 voor meer informatie
over Papiersimulatie.
OPMERKING: U kunt Postflight niet samen met de volgende functies gebruiken: Progressieve
proeven, Kleurvervanging of Scheidingen combineren. Voor deze afdrukopties gelden
beperkingen in het printerstuurprogramma.
De volgende scenarios tonen het nut van de Postflight-functie aan voor gebruikers die een
hoge kleurkwaliteit vragen.
Diagnose stellen van een onverwachte kleur (raadpleeg pagina 47)
Met de Postflight-functie kunt u een diagnose stellen van onverwachte kleuren in een taak,
of bepalen welke afdruk- of kalibratie-instellingen op een taak worden toegepast.
POSTFLIGHT 46
De kalibratiestatus controleren alvorens een taak af te drukken
(raadpleeg pagina 49)
Houd rekening met het volgende voordat u een taak afdrukt:
Het kan zijn dat de EX Print Server diverse kalibratiesets gebruikt. Welke kalibratieset
wordt op mijn taak toegepast?
Wanneer is de EX Print Server voor het laatst gekalibreerd?
Welk instrument is voor de laatste kalibratie gebruikt?
De kwaliteit van het uitvoerprofiel controleren (raadpleeg pagina 50)
Wanneer u van plan bent nieuw papier te gebruiken waarvoor geen aangepast profiel bestaat,
of wanneer u verwacht dat de kleurverwerking niet nauwkeurig is omschreven in het
uitvoerprofiel voor uw afdrukapparaat, dan kunt u het uitvoerprofiel controleren door
de Postflight-testpagina af te drukken.
Diagnose stellen van objectspecifieke problemen met kleuren
(raadpleeg pagina 51)
Wanneer een expert heeft vastgesteld dat het systeem juist is gekalibreerd en dat de algemene
parameters, waaronder het uitvoerprofiel, juist zijn ingesteld, maar dat de objectspecifieke
kleur nog altijd niet correct wordt afgedrukt, dan kunt u een kleurgecodeerd document
afdrukken en een probleemdiagnose stellen.
Hieronder worden de gedetailleerde procedures van deze scenarios nader toegelicht.
OPMERKING: Voor elk van de volgende procedures kunt u het rapport, in plaats van dit af
te drukken naar de EX Print Server, ook naar de blokkeringswachtrij van de EX Print Server
sturen en een afdrukvoorbeeld van de informatie bekijken (met de gerasterde taakgegevens)
in ImageViewer. Raadpleeg ImageViewer voor meer informatie over ImageViewer. Als u de
kleuren van een taak correct wilt bekijken, moet u uw monitor en monitorprofiel correct
instellen. Raadpleeg pagina 12 voor meer informatie over de monitor en het monitorprofiel.
OPMERKING: De procedures voor het afdrukken van een taak zijn vrijwel gelijk voor Windows-
computers en Mac OS-computers.
POSTFLIGHT 47
Scenario 1: Diagnose stellen van een onverwachte kleur
Voer de volgende procedure uit om een taak af te drukken met de Postflight-functie
uitgeschakeld.
EEN TAAK AFDRUKKEN
1 Open een taak vanuit uw toepassing.
2 Kies de optie Afdrukken.
3 Selecteer de EX Print Server als uw printer en klik op Eigenschappen.
Het dialoogvenster Eigenschappen wordt weergegeven met het tabblad Fiery-afdrukken
geselecteerd.
4 Klik op elk optiepictogram en geef de waarden op voor elke afdrukoptie.
5 Klik op het pictogram Taakinfo.
6 Kies de optie Uit in het menu Postflight.
7 Klik op OK om het dialoogvenster Eigenschappen te sluiten.
8 Klik op Afdrukken.
De taak wordt afgedrukt naar de EX Print Server.
Na het afdrukken van een taak kunt u de volgende procedure uitvoeren om een diagnose
te stellen van een onverwachte kleur en om de taak met de gewijzigde kleurinstellingen
af te drukken.
POSTFLIGHT 48
DIAGNOSE STELLEN VAN EEN ONVERWACHTE KLEUR EN AFDRUKKEN MET GEWIJZIGDE KLEURINSTELLINGEN
1 Klik op het pictogram Taakinfo.
2 Kies de optie Alle componenten in het menu Postflight.
Meer informatie over de onderdelen van Postflight vindt u op pagina 42.
3 Klik op OK om het dialoogvenster Eigenschappen te sluiten.
4 Klik op Afdrukken.
De Postflight-testpagina, kleurgecodeerde documentpaginas en Postflight-rapporten
worden afgedrukt.
5 Controleer alle Postflight-pagina’s.
Meer informatie over de Postflight-paginas vindt u op pagina 42.
6 Breng de nodige wijzigingen aan op basis van de informatie op alle Postflight-pagina’s.
Hieronder vindt u meer informatie over de wijzigingen.
7 Kies de optie Uit in het menu Postflight.
8 Klik op OK.
9 Klik op Afdrukken.
De taak wordt met de gewijzigde kleurinstellingen afgedrukt naar de EX Print Server.
10 Keer indien nodig terug naar stap 1.
Herhaal deze stappen tot u tevreden bent met het kleurresultaat.
Wijzigingen aanbrengen
Als u de Postflight-informatie hebt gecontroleerd, bepaalt u welke wijzigingen u moet
aanbrengen. Vervolgens kunt u deze wijzigingen toepassen. Afhankelijk van de
afdrukomgeving, de status van het afdrukapparaat en de kleurinstellingen zijn de volgende
wijzigingen mogelijk:
Problemen met het afdrukapparaat oplossen (raadpleeg de documentatie van
het afdrukapparaat).
De EX Print Server kalibreren (raadpleeg Afdrukken in kleur).
De kleuren van het uitvoerprofiel wijzigen met Command WorkStation (raadpleeg
de Help van Command WorkStation).
De standaardinstellingen in Command WorkStation wijzigen (raadpleeg de Help
van Command WorkStation).
De taakspecifieke instellingen voor afdrukopties wijzigen met Taakeigenschappen
in Command WorkStation.
POSTFLIGHT 49
Scenario 2: De kalibratiestatus controleren
Voer de volgende procedure uit om de kalibratiestatus te controleren alvorens een taak af
te drukken.
DE KALIBRATIESTATUS CONTROLEREN EN AFDRUKKEN MET OPTIMALE KALIBRATIEPARAMETERS
1 Klik op het pictogram Taakinfo.
2 Als u het uitgebreide rapport niet hebt afgedrukt, kiest u de optie Uitgebreid rapport
in het menu Postflight.
Als u het uitgebreide rapport hebt afgedrukt en de inhoud ervan kent, selecteert u
Beknopt rapport.
Meer informatie over de Postflight-rapporten vindt u op pagina 43.
3 Klik op OK.
4 Klik op Afdrukken.
De pagina van het uitgebreide of beknopte rapport wordt afgedrukt.
5 Doorloop de informatie op de pagina met de algemene ColorWise-instellingen.
6 Voer indien nodig een kalibratie uit.
Wanneer sedert de laatste kalibratie een onderhoudsbeurt op het afdrukapparaat is uitgevoerd,
of wanneer geen kalibratie is uitgevoerd, moet u het systeem kalibreren met de kalibratieset
die in het Postflight-rapport is opgegeven.
Raadpleeg Afdrukken in kleur voor meer informatie over kalibratie.
7 Kies de optie Uit in het menu Postflight.
8 Klik op OK.
9 Klik op Afdrukken.
10 De taak wordt afgedrukt naar de opnieuw gekalibreerde EX Print Server.
POSTFLIGHT 50
Scenario 3: De kwaliteit van het uitvoerprofiel controleren
Voer de volgende procedure uit om de kwaliteit van het uitvoerprofiel van het afdrukapparaat
te controleren.
DE KWALITEIT VAN HET UITVOERPROFIEL CONTROLEREN EN AFDRUKKEN MET HET OPTIMALE UITVOERPROFIEL
1 Klik op het pictogram Taakinfo.
2 Kies de optie Testpagina in het menu Postflight.
Meer informatie over de Postflight-testpagina vindt u op pagina 42.
3 Klik op OK.
4 Klik op Afdrukken.
De Postflight-testpagina wordt afgedrukt naar de EX Print Server.
5 Controleer de kleurkwaliteit op de Postflight-testpagina.
OPMERKING: Denk erom deze pagina af te drukken met dezelfde media en afdrukopties als
de taak zelf.
6 Controleer de aanwijzingen op de Postflight-testpagina.
7 Wijzig de kleur van het uitvoerprofiel, of maak zo nodig een nieuw profiel.
Het kan zijn dat u het uitvoerprofiel moet aanpassen of dat u een nieuw profiel moet
maken om optimale resultaten te krijgen op de door de taak gebruikte media.
8 Kies de optie Uit in het menu Postflight.
9 Klik op OK.
10 Klik op Afdrukken.
De taak wordt afgedrukt naar de EX Print Server met het uitvoerprofiel dat u hebt gewijzigd
of gemaakt.
POSTFLIGHT 51
Scenario 4: Diagnose stellen van objectspecifieke problemen
met kleuren
Voer de volgende procedure uit om een diagnose te stellen van problemen met kleuren.
EEN DIAGNOSE STELLEN VAN OBJECTSPECIFIEKE PROBLEMEN MET KLEUREN EN AFDRUKKEN MET GEWIJZIGDE
KLEURINSTELLINGEN
1 Klik op het pictogram Taakinfo.
2 Kies de optie Kleurgecodeerde pag. in het menu Postflight.
Meer informatie over kleurgecodeerde Postflight-paginas vindt u op pagina 42.
3 Klik op OK.
4 Klik op Afdrukken.
Kleurgecodeerde Postflight-paginas worden afgedrukt naar de EX Print Server.
OPMERKING: U kunt de kleurgecodeerde Postflight-paginas ook sturen naar de
blokkeringswachtrij van de EX Print Server en een afdrukvoorbeeld bekijken
met ImageViewer. Als u een afdrukvoorbeeld van paginas met ImageViewer wilt bekijken,
moet u zorgen dat uw monitor is ingesteld volgens de aanbevelingen van de fabrikant en dat
het juiste profiel voor uw monitor is opgegeven. Raadpleeg pagina 12 voor meer informatie
over monitorprofielen.
5 Kleurgecodeerde Postflight-pagina’s controleren.
6 Wijzig zo nodig de kleurinstellingen.
Voor meer informatie over de ColorWise-afdrukopties voor diverse kleurenruimten, raadpleeg
Afdrukken in kleur.
OPMERKING: Met de optie Alleen kleurgecodeerde pag. kunt u een taak sturen naar een ander
afdrukapparaat dat ondersteuning biedt voor een specifieke kleurenruimte. Zo mag een
document dat alleen bestemd is voor een CMYK-pers bijvoorbeeld alleen in cyaan gekleurde
objecten bevatten.
7 Kies de optie Uit in het menu Postflight.
8 Klik op OK.
9 Klik op Afdrukken.
De taak wordt met de gewijzigde kleurinstellingen afgedrukt naar de EX Print Server.
MEERVOUDIGE PLAATSCHEIDINGEN 52
MEERVOUDIGE PLAATSCHEIDINGEN
Met de functie voor meervoudige plaatscheidingen kunt u de meervoudige vooraf gescheiden
kleurenplaten van een PostScript-taak in een samengestelde kleurenafdruk combineren.
Deze functie biedt ondersteuning voor: cyaan, magenta, geel, zwart en een of meer
steunkleuren.
Door het combineren van meervoudige plaatscheidingen worden voorspelbare en
nauwkeurige resultaten verkregen, ongeacht de originele toepassing die werd gebruikt.
Deze functie ondersteunt ook DCS 2.0-bestandsindelingen die vanuit een DTP-toepassing
in een PostScript-afdruktaak zijn opgenomen.
Workflow voor meervoudige plaatscheidingen
Voer de volgende procedure uit om een samengestelde kleurenafdruk vanuit het
printerstuurprogramma te maken.
OPMERKING: De procedures om een composietkleurenafdruk te maken zijn vrijwel
gelijk voor Windows-computers en Mac OS-computers.
EEN SAMENGESTELDE KLEURENAFDRUK MAKEN
1 Open een document waarvan u een kleurscheiding hebt gemaakt in een ondersteunde
toepassing.
2 Kies de optie Afdrukken.
3 Selecteer de EX Print Server als uw printer en klik op Eigenschappen.
Het dialoogvenster Eigenschappen wordt weergegeven met het tabblad Fiery-afdrukken
geselecteerd.
MEERVOUDIGE PLAATSCHEIDINGEN 53
4 Klik op het pictogram Kleur.
5 Selecteer Scheidingen combineren.
6 Klik op OK en klik vervolgens op Afdrukken.
Er wordt een composietkleurenafdruk gemaakt op de EX Print Server.
Afdrukoptie Scheidingen combineren
Open de functie Meervoudige plaatscheidingen onder de afdrukoptie Scheidingen
combineren vanuit het printerstuurprogramma.
De volgende waarden zijn mogelijk voor de afdrukoptie Scheidingen combineren:
Uit (standaardinstelling)
•Aan
Ondersteunde toepassingen
De volgende toepassingen zijn getest met Mac OS en Windows op compatibiliteit
met de functie Meervoudige plaatscheidingen:
Adobe Illustrator
Adobe InDesign
Adobe PageMaker
Adobe FreeHand
QuarkXPress
PAPIERSIMULATIE 54
PAPIERSIMULATIE
De functie Papiersimulatie biedt het voordeel van absolute kleurmeting, waarbij het witte
punt van de bronkleurenruimte wordt weergegeven als een zichtbare kleur in de
kleurenruimte van het uitvoerprofiel.
Workflow voor Papiersimulatie
Gebruik de volgende procedure om een taak af te drukken met de functie voor vaste
papiersimulatie ingeschakeld.
OPMERKING: De procedures voor het instellen van de afdrukoptie Papiersimulatie zijn vrijwel
gelijk voor Windows-computers en Mac OS-computers.
AFDRUKKEN MET DE FUNCTIE VOOR VASTE PAPIERSIMULATIE INGESCHAKELD
1 Kies Afdrukken in de toepassing waarmee u werkt.
2 Selecteer de EX Print Server als uw printer en klik op Eigenschappen.
Het dialoogvenster Eigenschappen wordt weergegeven met het tabblad Fiery-afdrukken
geselecteerd.
UGRA/FOGRA-CONTROLESTRIP 56
UGRA/FOGRA-CONTROLESTRIP
Ugra (de Graphic Technology Research Association van Zwitserland) en FOGRA (de Graphic
Technology Research Association van Duitsland) zijn organisaties die standaardisatie en
kwaliteitscontrole ondersteunen. Samen hebben zij de Ugra/FOGRA-controlestrip
CMYK v2.0 ontwikkeld, een controlehulpmiddel voor het evalueren van drukproeven.
Eén versie van de Ugra/FOGRA-controlestrip, die wordt ondersteund door de EX Print
Server met Fiery Graphic Arts Package, Premium Edition ingeschakeld, is aangepast voor
de ES-1000 spectrofotometer.
De Ugra/FOGRA-controlestrip, zoals afgedrukt op de EX Print Server, bevat de
standaardkleurvlakken en ook de resolutie van de pers, de modelnaam van de EX Print Server
en andere statische informatie die door Ugra/FOGRA wordt vereist.
Door de Ugra/FOGRA-controlestrip aan een taak toe te voegen, kunt u de
kleurnauwkeurigheid en kleurconsistentie van de pers controleren door de kleuren in
de Ugra/FOGRA-controlestrip te meten met de ES-1000 en ondersteunende software, en
de metingen te vergelijken met referentiewaarden.
De Ugra/FOGRA-controlestrip afdrukken
Er zijn twee manieren om de Ugra/FOGRA-controlestrip in een taak op te nemen:
Het bestand
Ugra FOGRA-MediaWedge V2.2x.EPS opnemen in het brondocument.
Dit bestand bevindt zich op de dvd met gebruikerssoftware, in de map Color Bars in
de map Windows Color Files of Mac Color Files.
De afdrukoptie Bedieningsbalk inschakelen. De Ugra/FOGRA-controlestrip is de
standaardafbeelding van de bedieningsbalk.
Raadpleeg “Bedieningsbalk op pagina 21 voor meer informatie over de afdrukoptie
Bedieningsbalk.
OPMERKING: Deze versie van de Ugra/FOGRA-controlestrip verschilt van de Ugra/FOGRA-
controlestrip die wordt gebruikt in de geïntegreerde Altona Visual-test.
Raadpleeg Geïntegreerde Altona Visual-test voor meer informatie over de geïntegreerde
Altona Visual-test.
UGRA/FOGRA-CONTROLESTRIP 57
Het bestand Ugra FOGRA-MediaWedge V2.2x.EPS is geen gewoon EPS-bestand. Het afdrukken
van dit bestand wordt alleen ondersteund op een EX Print Server waarop Fiery Graphic Arts
Package, Premium Edition is ingeschakeld. Het bestand kan niet worden afgedrukt als het
is gewijzigd en is opgeslagen als een andere versie. Momenteel is het niet mogelijk Compose,
Impose of QDM te gebruiken om de afbeelding van de Ugra/FOGRA-controlestrip in
een PDF-bestand in te sluiten.
De Ugra/FOGRA-controlestrip lezen
Deze versie van de Ugra/FOGRA-controlestrip is geoptimaliseerd voor de ES-1000.
U kunt andere spectrofotometers gebruiken om de strip te lezen, indien deze worden
ondersteund door de bijbehorende toepassingen. EFI Color Verifier (onderdeel van Fiery
Color Profiler Suite) is de toepassing voor kwaliteitscontrole die officieel wordt ondersteund
om de Ugra/FOGRA-controlestrip te lezen die door de EX Print Server wordt afgedrukt.
Referentiemetingen worden niet ondersteund met de Ugra/FOGRA-controlestrip.
Met de juiste software, bijvoorbeeld Fiery Color Profiler Suite, kunt u uw eigen
referentiemetingen maken, deze uit ICC-referentieprofielen halen of deze laden
vanuit standaarden.
De Ugra/FOGRA-controlestrip gebruiken voor kwaliteitscontrole
U kunt de Ugra/FOGRA-controlestrip gebruiken voor het vergelijken van digitale proeven
met afdrukstandaarden, afdruksessies met afdrukstandaarden en digitale proeven met
afdruksessies. De strip is oorspronkelijk ontworpen om de nauwkeurigheid en consistentie
van CMYK-waarden te controleren aan de hand van de internationale norm ISO 12642,
maar dit is niet de enige gebruiksmogelijkheid: wanneer de Ugra/FOGRA-controlestrip
in een taak wordt afgedrukt, kunt u de kleurnauwkeurigheid en kleurconsistentie van het
uitvoerapparaat meten voor willekeurige afdrukomstandigheden, of het nu om CMYK-
simulatie of om CMYK-apparaatkleuren gaat.
GEÏNTEGREERDE ALTONA VISUAL-TEST 58
GEÏNTEGREERDE ALTONA VISUAL-TEST
De Altona Test Suite is een project van het European Color Initiative (ECI). Het testpakket
is geschikt voor het beoordelen van RIP’s en andere componenten in samengestelde
PDF-workflows voor proefafdrukken of productieafdrukken. Ook wanneer u PDF/X3 nog
niet gebruikt, kunt u de Altona Test Suite gebruiken om de zwakke plekken en beperkingen
van een PDF-workflow op te sporen.
Met de functie Geïntegreerde Altona Visual-test van Fiery Graphic Arts Package,
Premium Edition kunt u het niveau van PDF/X-ondersteuning controleren die de software
en hardware in een samengestelde PDF-workflow bieden. U voert deze test uit door de gratis
versie van het Altona Visual-testbestand af te drukken op de EX Print Server met
de PDF-workflow die u wilt controleren. De EX Print Server voegt informatie aan
de afgedrukte uitvoer toe waarmee u het volgende kunt bepalen:
Is de workflow voor het verzenden van PDF-documenten naar de EX Print Server
PDF/X-compatibel?
Is een PDF/X-workflow compatibel met de beperkte interpretatie van PDF/X
volgens Altona?
Voldoet de kleurkwaliteit van een PDF/X-workflow aan een standaard?
Met de geïntegreerde Altona Visual-test wordt het instellen en controleren
van PDF-workflows eenvoudiger. U kunt PDF/X-compatibiliteit volgens Altona controleren
zonder de Altona Test Suite Application Kit aan te schaffen.
GEÏNTEGREERDE ALTONA VISUAL-TEST 59
Altona Visual-testbestand
De gratis versie van het Altona Visual-testbestand dat u nodig hebt voor de geïntegreerde
Altona Visual-test kunt u downloaden vanaf de website van ECI (www.eci.org). Ga naar het
gedeelte Downloads en download
altona_visual_1v2a_x3.pdf.
Dit PDF-bestand moet worden geïmporteerd in de EX Print Server via Command
WorkStation of Hot Folders en niet worden afgedrukt via het printerstuurprogramma.
Het printerstuurprogramma converteert een PDF-bestand naar PostScript, waardoor bepaalde
ingesloten PDF/X-informatie verloren gaat. Afdrukken via een printerstuurprogramma kan
geen deel uitmaken van een PDF/X-workflow.
Geef de volgende instellingen voor de Altona Visual-testtaak op in Taakeigenschappen
in Command WorkStation om PDF/X-compatibiliteit volgens Altona te testen:
Het vergroten of verkleinen van het Altona Visual-testbestand en andere bestanden die zijn
ontworpen met resolutieafhankelijke objecten leidt vaak tot artefacten zoals moiré.
Raadpleeg Afdrukken in kleur voor meer informatie over deze afdrukopties, behalve Schaal.
Raadpleeg Afdrukken voor meer informatie over Schaal.
Wanneer u deze instellingen gebruikt, geeft de uitvoer van het Altona Visual-testbestand
PDF/X-compatibiliteit aan zoals getest door Altona.
Afdrukoptie Instelling Locatie in Taakeigenschappen
PDF/X-uitvoerintentie Ingeschakeld Aangepaste kleuren-instellingen
(in Kleur)
Samengestelde overdruk Ingeschakeld Kleur
Ingesloten profiel gebruiken,
indien aanwezig (RGB)
Ingeschakeld Aangepaste kleuren-instellingen
(in Kleur)
RGB/Lab scheiden naar CMYK-bron Ingeschakeld Aangepaste kleuren-instellingen
(in Kleur)
Schaal 100% (niet vergroten/
verkleinen)
Opmaak
GEÏNTEGREERDE ALTONA VISUAL-TEST 60
Testresultaten interpreteren
Het Altona Visual-testbestand produceert de afgedrukte pagina die hieronder wordt
weergegeven. De EX Print Server voegt de testresultaten toe in het gebied linksonder.
In de onderstaande tabel wordt aangegeven hoe u de testresultaten moet lezen:
1 Gebied voor testresultaten
1
Testresultaat Betekenis
Blanco Het bestand is afgedrukt naar een EX Print Server zonder de
functie Geïntegreerde Altona Visual-test of de workflow is
niet PDF/X-compatibel.
Een melding die aangeeft dat
het testbestand niet is verwerkt
met optimale instellingen
voor Altona
De workflow is niet compatibel met PDF/X volgens Altona.
Ugra/FOGRA-controlestrip
(een standaardset kleurbalken)
De workflow is compatibel met PDF/X volgens Altona.
GEÏNTEGREERDE ALTONA VISUAL-TEST 61
Als de Ugra/FOGRA-controlestrip, hieronder weergegeven, wordt afgedrukt in het gebied
voor testresultaten, is de workflow PDF/X-compatibel voor Altona-tests. Het is daarom juist
om de pagina visueel en colorimetrisch te controleren. Als u beschikt over een
spectrofotometer, zoals de ES-1000, en software voor kwaliteitscontrole, zoals EFI Color
Verifier, kunt u verder gaan met metingen om de graad van kleurovereenkomst te beoordelen.
De grootte en positie van de Ugra/FOGRA-controlestrip die door de EX Print Server
wordt toegevoegd, zijn aangepast zodat de strip eenvoudig door specifieke leesapparatuur kan
worden gelezen.
OPMERKING: Zorg dat u de gratis versie van het Altona Visual-testbestand gebruikt en niet
de betaalde versie. De betaalde versie bevat altijd een Ugra/FOGRA-controlestrip in
het gebied linksonder, ongeacht of de workflow geldig is of niet. Bovendien kan de
Ugra/FOGRA-controlestrip die in de betaalde versie wordt toegevoegd, niet eenvoudig door
specifieke leesapparatuur worden gelezen.
De geïntegreerde Altona Visual-test controleert of in de workflow PDF-integriteit behouden
blijft en of geldige uitvoer wordt geproduceerd die kan worden gebruikt voor verdere analyse
en interpretatie. Raadpleeg de door Adobe gepubliceerde documentatie om formeel het
niveau van PDF/X-compatibiliteit te bepalen. Raadpleeg voor informatie over de interpretatie
van afgedrukte Altona-paginas de documentatie die bij het European Color Initiative (ECI)
verkrijgbaar is.
Raadpleeg Ugra/FOGRA-controlestrip voor meer informatie over de Ugra/FOGRA-
controlestrip en hoe u deze kunt gebruiken voor kwaliteitscontrole in door de gebruiker
bepaalde workflows.
1 2 3 4 5 6 7 8 910111213141516171020406080100
User: Version EFI 2007 Device: EFI Fiery Demo
Liz.: 2FO180107Copyright Fogra 2007 Resolution: 600 dpi
Ugra/Fogra-Medienkeil CMYK-EPS V2.2x ID: 85377533
GEÏNTEGREERDE ALTONA VISUAL-TEST 62
Een PDF/X-workflow gebruiken die niet compatibel is volgens Altona
Als in het gebied voor testresultaten tekst is afgedrukt in plaats van de Ugra/FOGRA-
controlestrip, kunt u de pagina niet gebruiken voor verdere Altona-tests, omdat de workflow
niet PDF/X-compatibel is volgens Altona. De EX Print Server is echter niet beperkt tot
de interpretatie van PDF/X volgens Altona. In het bijzonder kunt u taakinstellingen kiezen
die niet PDF/X-compatibel zijn volgens Altona, wanneer u de EX Print Server gebruikt
voor productieafdrukken in plaats van proefafdrukken. U kunt bijvoorbeeld de volgende
keuzen maken:
Schakel de optie RGB/Lab scheiden naar CMYK-bron uit in PDF/X-productieworkflows
om het maximale gamma van de pers te benutten.
Het document verkleinen voor grotere marges of vergroten voor kleinere marges.
Specifieke opties van EX Print Server, zoals Beeldverfijning, gebruiken die de afbeeldingen
in het Altona Visual-testbestand zouden wijzigen, maar de productie-uitvoer verbeteren.
Voor de best mogelijke uitvoer vanuit de Altona Test Suite kunt u de informatie over
het Altona Visual-testbestand raadplegen op
http://www.efi.com/support/production/fiery/production/how-to/sys8/
Altona biedt ondersteuning bij het controleren van PDF/X-compatibiliteit, met een lichte
voorkeur voor ISO-standaardkleuren. Wij adviseren uzelf niet te beperken tot ISO-kleuren.
Met PDF/X kunt u uw eigen kleurenruimten definiëren en optimaal gebruik maken van
het bredere kleurengamma dat vaak mogelijk is met digitale printers.
Raadpleeg documenten en informatie van Adobe als u meer wilt weten over PDF/X en
het maken van compatibele documenten.
INDEX 63
A
aangepaste bedieningsbalk 24
Altona 56
Automatisch overvullen
afdrukken 27
configureerbaar 25
configureren 27
info 25
standaard 26
workflow 25
B
Bedieningsbalk
aangepast 24
afdrukken 24
afdrukoptie 22
info 21
standaardbedieningsbalk 22
workflow 22
C
Command WorkStation
Automatisch overvullen configureren 27
Bedieningsbalk, functie 24
Bewerken van witpunten voor
papiersimulatie 14
Halftoonsimulatie, functie 33
kalibratie van halftoonrasters 35
Progressieve proeven, functie 30
Toewijzing tweekleurendruk, definitie 18
E
EFI Color Verifier 57, 61
F
FOGRA 56
G
Geïntegreerde Altona Visual-test 56, 58
grafische functies 9
H
Halftoonsimulatie
aanpassen 33
afdrukken 32, 33
afdrukoptie 31
Courantdruk 31
Door toepassing gedef. 31
Gebruikersscherm 31
kalibreren 34
workflow 31
Hot Folders-filters 40
I
ImageViewer, openen 36
K
kalibratiebestanden voor halftoonrasters 34
kleurconsistentie 56
kleuren, afdrukvoorbeelden 36
kleurenafdrukvoorbeelden 36
kleurnauwkeurigheid 56
M
meervoudige plaatscheidingen
workflow 52
monitor, instellen 12
monitorprofiel, opgeven 12
P
Papiersimulatie
afdrukken 15, 54
afdrukoptie 14, 55
vaste waarden 13, 54
Volledig (uitvoer VGC) 16
witpunt bewerken 14
workflow 13, 54
PDF/X-compatibiliteit 58
PDF/X-uitvoerintentie 59
INDEX
INDEX 64
Postflight
afdrukoptie 45
afdrukopties van ColorWise 44
Beknopt rapport 49
Blokkeringswachtrij 51
ImageViewer 51
info 42
informatie 48
kalibratiestatus 46, 49
kleurgecodeerde paginas 42, 51
kwaliteit van het uitvoerprofiel 46, 50
monitorprofiel 51
nauwkeurige rapportering 44
onverwachte kleuren 45, 47
pagina met algemene ColorWise-
instellingen 43
pagina met algemene instellingen 49
paginas met objectspecifieke instellingen 43
Papiersimulatie 45
problemen met kleuren 46, 51
Steunkleuren 43
tegenover Kleurvervanging 45
tegenover Progressieve proeven 45
tegenover Scheidingen combineren 45
testpagina 42, 50
Uitgebreid rapport 49
wijzigingen aanbrengen 48
workflow 45
Progressieve proeven
afdrukken 30
afdrukoptie 29
configureren 30
standaard 29
workflow 28
S
Scheidingen combineren
afdrukoptie 53
spectrofotometer 56, 61
T
taken, afdrukvoorbeelden bekijken van 36
terminologie 7
Toewijzing tweekleurendruk
afdrukken 19
definiëren 18
U
Ugra/FOGRA-controlestrip 56, 61
uitvoerprofiel
Papiersimulatie 15, 16, 54
Postflight 46, 48, 50
Spot-On 19

Documenttranscriptie

© 2010 Electronics for Imaging, Inc. De informatie in deze publicatie wordt beschermd volgens de Kennisgevingen voor dit product. 45089777 20 april 2010 INHOUD 3 INHOUD INLEIDING 7 Terminologie en conventies 7 Over dit document 8 Fiery Graphic Arts Package, Premium Edition 9 De status van Fiery Graphic Arts Package weergeven 10 De status weergeven in Windows 10 De status weergeven in Mac OS X 11 Uw monitor en het monitorprofiel instellen 12 WITPUNT VOOR PAPIERSIMULATIE BEWERKEN 13 Workflow voor Papiersimulatie 13 Een taak afdrukken met de standaardinstelling voor Papiersimulatie 13 Afdrukoptie Papiersimulatie 14 Witpunt voor papiersimulatie bewerken 14 Afdrukken met aangepaste papiersimulatiewaarden 15 SPOT-ON MET TOEWIJZING TWEEKLEURENDRUK 17 Toewijzing tweekleurendruk instellen 18 Een taak afdrukken met Toewijzing tweekleurendruk 19 FUNCTIES VAN COLOR SETUP Bedieningsbalk 21 21 Workflow voor Bedieningsbalk 22 Afdrukken met de standaardbedieningsbalk 22 Aangepaste bedieningsbalk instellen 24 Afdrukken met een aangepaste bedieningsbalk 24 INHOUD Configureerbaar automatisch overvullen 4 25 Workflow voor configureerbaar Automatisch overvullen 25 Afdrukken met standaardinstellingen voor Automatisch overvullen 25 Configureerbaar automatisch overvullen instellen 27 Afdrukken met configureerbaar automatisch overvullen 27 Progressieve proeven 28 Workflow voor Progressieve proeven 28 Afdrukken met de standaardinstellingen voor Progressieve proeven 29 Progressieve proeven instellen 30 Afdrukken met aangepaste instellingen voor progressieve proeven 30 Halftoonsimulatie 31 Halftoonsimulatie workflow 31 Halftoonsimulatie afdrukoptie 31 Afdrukken met vooraf ingestelde halftoonrasters 32 Aangepast halftoonsimulatie instellen 33 Afdrukken met een aangepast halftoonraster 33 Ondersteunde toepassingen 34 Aangepaste halftoonrasters kalibreren 34 IMAGEVIEWER ImageViewer openen 36 36 PREFLIGHT 39 HOT FOLDERS-FILTERS 40 POSTFLIGHT 41 Info over Postflight 42 Postflight-testpagina 42 Kleurgecodeerde Postflight-pagina’s 42 Postflight-rapporten 43 Postflight-afdrukoptie 45 INHOUD Postflight-workflow 5 45 Scenario 1: Diagnose stellen van een onverwachte kleur 47 Scenario 2: De kalibratiestatus controleren 49 Scenario 3: De kwaliteit van het uitvoerprofiel controleren 50 Scenario 4: Diagnose stellen van objectspecifieke problemen met kleuren 51 MEERVOUDIGE PLAATSCHEIDINGEN 52 Workflow voor meervoudige plaatscheidingen 52 Afdrukoptie Scheidingen combineren 53 Ondersteunde toepassingen 53 PAPIERSIMULATIE 54 Workflow voor Papiersimulatie 54 Afdrukoptie Papiersimulatie 55 UGRA/FOGRA-CONTROLESTRIP 56 De Ugra/FOGRA-controlestrip afdrukken 56 De Ugra/FOGRA-controlestrip lezen 57 De Ugra/FOGRA-controlestrip gebruiken voor kwaliteitscontrole 57 GEÏNTEGREERDE ALTONA VISUAL-TEST 58 Altona Visual-testbestand 59 Testresultaten interpreteren 60 Een PDF/X-workflow gebruiken die niet compatibel is volgens Altona 62 INDEX 63 INLEIDING 7 INLEIDING In dit document wordt uitleg gegeven over de functies van Fiery Graphic Arts Package en over hun werking. Door de flexibiliteit van de bedieningselementen die Fiery Graphic Arts Package biedt, kunnen gebruikers in elke willekeurige omgeving genieten van de functies van Fiery Graphic Arts Package. Beginnende gebruikers kunnen de standaardinstellingen gebruiken voor optimale resultaten. Ook gevorderde gebruikers met specifieke behoeften en vereisten in de sector van de grafische vormgeving en andere sectoren kunnen optimale resultaten verkrijgen door de instellingen aan te passen. Terminologie en conventies De documentatie van de Xerox EX Print Server, Powered by Fiery voor de Xerox Color 1000 Press gebruikt de volgende terminologie en conventies. Term of conventie Verwijst naar Aero EX Print Server (in illustraties en voorbeelden) EX Print Server Xerox EX Print Server, Powered by Fiery voor de Xerox Color 1000 Press Mac OS Apple Mac OS X Pers Xerox Color 1000 Press Titels in cursief Andere documenten in dit pakket Windows Microsoft Windows XP, Windows Vista, Windows Server 2003/2008, Windows 7 Onderwerpen waarvoor aanvullende informatie beschikbaar is door de Help te openen in de software Tips en informatie INLEIDING Term of conventie 8 Verwijst naar Een waarschuwing met betrekking tot handelingen die kunnen leiden tot de dood of zwaar lichamelijk letsel indien deze niet juist worden uitgevoerd. Let altijd op deze waarschuwingen voor een veilig gebruik van de apparatuur. Een waarschuwing met betrekking tot handelingen die kunnen leiden tot lichamelijk letsel indien deze niet juist worden uitgevoerd. Let altijd op deze waarschuwingen voor een veilig gebruik van de apparatuur. Vereisten en beperkingen met betrekking tot handelingen. Lees deze onderdelen altijd goed voor een juist gebruik van de apparatuur en om beschadiging aan apparatuur of eigendommen te voorkomen. Over dit document Dit document beschrijft de functies die beschikbaar zijn via afdrukopties en hulpprogramma’s, zoals Command WorkStation. De functies zijn als volgt ingedeeld: • Functies die beschikbaar zijn vanuit Command WorkStation – Witpunt voor papiersimulatie bewerken beschrijft de functie voor het bewerken van het witpunt. – Spot-On met Toewijzing tweekleurendruk beschrijft de functie die wordt gebruikt om documentkleuren toe te wijzen aan afdrukkleuren. – Color Setup beschrijft de volgende functies: Bedieningsbalk, Automatisch overvullen, Progressieve proeven en Halftoonsimulatie. – ImageViewer beschrijft hoe u de toepassing ImageViewer start. – Preflight beschrijft hoe u een Preflight-controle van uw taak uitvoert. • Functies die beschikbaar zijn vanuit andere hulpprogramma’s dan Command WorkStation – Hot Folders Filters beschrijft de functies van de filters. • Andere functies – Postflight beschrijft de Postflight-functie en geeft voorbeelden van workflows. – Meervoudige plaatscheidingen beschrijft de functie scheidingen combineren voor meer dan vier platen. – Papiersimulatie beschrijft de functie vaste papiersimulatiefunctie. – Ugra/FOGRA-controlestrip beschrijft het kleurentestbestand dat de Ugra/ FOGRA-controlestrip wordt genoemd. – Geïntegreerde Altona Visual-test beschrijft de test die in de EX Print Server is geïntegreerd en waarmee u PDF/X-compatibiliteit volgens de Altona Test Suite kunt controleren. INLEIDING 10 De status van Fiery Graphic Arts Package weergeven U kunt de status van Fiery Graphic Arts Package, Premium Edition weergeven op uw computer. De status weergeven in Windows Voer de volgende procedure uit om de status van Fiery Graphic Arts Package, Premium Edition weer te geven op een Windows-computer. O PMERKING : Voordat u de status weergeeft op een Windows-computer, moet u het printerstuurprogramma installeren. Raadpleeg Afdrukken voor meer informatie over het installeren van het printerstuurprogramma. DE STATUS WEERGEVEN OP EEN WINDOWS-COMPUTER 1 Open het venster Printers (of Printers en faxapparaten). 2 Klik met de rechtermuisknop op EX Print Server en kies Eigenschappen. Het dialoogvenster Eigenschappen wordt weergegeven. 3 Klik op het tabblad Installeerbare opties. Fiery Graphic Arts Package, Premium Edition wordt weergegeven in de lijst Geïnstalleerde opties. O PMERKING : Als u Aanwijzen en afdrukken gebruikt om het printerstuurprogramma en het printerdefinitiebestand te installeren, moet u voor elke verbinding (afdrukken, blokkeren, direct) tweerichtingscommunicatie activeren op de monitor van de EX Print Server voordat u deze op uw computer installeert. Raadpleeg Afdrukken voor meer informatie over Aanwijzen en afdrukken. 4 Klik op OK om het dialoogvenster te sluiten. INLEIDING 11 De status weergeven in Mac OS X Voer een van de volgende procedures uit om de status van Fiery Graphic Arts Package weer te geven op een Mac OS X-computer. O PMERKING : Voordat u de status weergeeft op een Mac OS X-computer, moet u het printerstuurprogramma installeren. Raadpleeg Afdrukken voor meer informatie over het installeren van het printerstuurprogramma. DE STATUS WEERGEVEN OP EEN COMPUTER MET MAC OS X V10.5 1 Kies Systeemvoorkeuren in het Apple-menu en kies vervolgens Afdrukken en faxen. Het dialoogvenster Afdrukken en faxen wordt weergegeven. 2 Selecteer de EX Print Server in de lijst met printers en klik op Opties en toebehoren. 3 Klik op het tabblad Besturingsbestand. Fiery Graphic Arts Package, Premium Edition wordt weergegeven als instelling bij GA Package. 4 Sluit Systeemvoorkeuren af. DE STATUS WEERGEVEN OP EEN COMPUTER MET MAC OS X V10.4.X 1 Start Printerconfiguratie. 2 Selecteer de EX Print Server in de lijst met printers. 3 Kies Toon info in het menu Printer. Het dialoogvenster Printerinfo wordt weergegeven. 4 Kies Uitbreidingsmogelijkheden. Fiery Graphic Arts Package, Premium Edition wordt weergegeven als instelling bij GA Package. 5 Sluit het dialoogvenster. INLEIDING 12 Uw monitor en het monitorprofiel instellen Voor bepaalde functies van Fiery Graphic Arts Package moet de taak met de juiste kleuren op uw monitor worden weergegeven. Voor de volgende functies moet u de juiste monitorweergave instellen: • Witpunt voor papiersimulatie bewerken (raadpleeg pagina 13) • Voorbeeld weergeven in ImageViewer vanuit Command WorkStation (raadpleeg pagina 36) Als u de kleuren juist op uw monitor wilt weergeven, moet u de monitorweergave instellen volgens de aanbevelingen van de fabrikant en het juiste profiel voor uw monitor opgeven. Geef de volgende instellingen voor de monitorweergave op: • Op de monitor: helderheid, contrast en kleurtemperatuur • In het configuratiescherm van uw besturingssysteem: resolutie, vernieuwingsfrequentie en aantal kleuren Raadpleeg de bij de monitor geleverde documentatie voor meer informatie over het instellen van uw monitor en het monitorprofiel. WITPUNT VOOR PAPIERSIMULATIE BEWERKEN 13 WITPUNT VOOR PAPIERSIMULATIE BEWERKEN Alhoewel een ICC-profiel een definitie bevat van “wit”, kan het gebeuren dat het wit niet als zodanig wordt waargenomen door het menselijke oog en hieraan moet worden aangepast. Met de functie Witpunt voor papiersimulatie bewerken kunt u de kleurtoon, de helderheid en de verzadiging van het in het ICC-profiel gedefinieerde wit voor papiersimulatie aanpassen. Workflow voor Papiersimulatie U kunt een taak afdrukken met de functie Papiersimulatie ingeschakeld vanuit het printerstuurprogramma, zonder papiersimulatie aan te passen. Vele taken zullen met de vaste standaardinstelling voor papiersimulatie naar behoren worden afgedrukt. U kunt de papiersimulatie echter aanpassen door de witpuntwaarden te bewerken met Command WorkStation. Nadat u de waarden hebt aangepast, drukt u vanuit het printerstuurprogramma de taak af met de aangepaste waarden voor papiersimulatie door de afdrukoptie Papiersimulatie in te schakelen. Als u een taak wilt afdrukken met de vaste instelling voor Papiersimulatie, gebruikt u de procedure op pagina 13. Raadpleeg pagina 14 voor meer informatie over het bewerken van de witpuntwaarden voor papiersimulatie en het afdrukken met de aangepaste waarden voor papiersimulatie. Een taak afdrukken met de standaardinstelling voor Papiersimulatie Gebruik de volgende procedure om een taak af te drukken met de vaste waarde voor Papiersimulatie. O PMERKING : De procedures voor het afdrukken van een taak zijn vrijwel gelijk voor Windows- computers en Mac OS-computers. EEN TAAK AFDRUKKEN MET DE STANDAARDINSTELLING VOOR PAPIERSIMULATIE 1 Kies Afdrukken in de toepassing waarmee u werkt. 2 Selecteer de EX Print Server als uw printer en klik op Eigenschappen. Het dialoogvenster Eigenschappen wordt weergegeven met het tabblad Fiery-afdrukken geselecteerd. 3 Klik op het pictogram Kleur. 4 Klik op Instellingen. Het dialoogvenster Geavanceerd bewerken wordt weergegeven. WITPUNT VOOR PAPIERSIMULATIE BEWERKEN 14 5 Selecteer Papiersimulatie onder het tabblad Kleurinvoer. 6 Klik op OK om het dialoogvenster Geavanceerd bewerken te sluiten. 7 Klik op OK om het dialoogvenster Eigenschappen te sluiten. 8 Klik op Afdrukken. De taak wordt afgedrukt met de vaste witpuntinstelling voor papiersimulatie. Afdrukoptie Papiersimulatie De volgende waarden zijn mogelijk voor de afdrukoptie Papiersimulatie: • Uit (standaardinstelling) • Aan O PMERKING : Als u de witpuntwaarden voor papiersimulatie niet hebt bewerkt met Command WorkStation en Aan hebt geselecteerd voor deze optie, wordt de taak afgedrukt met de standaardwaarden voor papiersimulatie. Als u de waarden hebt bewerkt, wordt uw taak afgedrukt met de aangepaste waarden voor papiersimulatie. Witpunt voor papiersimulatie bewerken Het is best mogelijk dat uw taak naar behoren wordt afgedrukt met de vaste standaardinstelling voor papiersimulatie. U kunt de instelling Papiersimulatie echter aanpassen door de witpuntwaarden voor papiersimulatie te bewerken met Command WorkStation. O PMERKING : Om de kleuren correct weer te geven met uw monitor, moet u ook de monitor en de monitorinstellingen correct instellen. Raadpleeg de Help van Command WorkStation voor meer informatie. WITPUNT VOOR PAPIERSIMULATIE BEWERKEN 15 Als u een aangepast profiel wilt bewerken, moet u het volgende doen: • Selecteer een CMYK-bronprofiel. • Koppel het CMYK-bronprofiel aan een uitvoerprofiel. Raadpleeg de instructies in de Help van Command WorkStation om het dialoogvenster Witpunt voor papiersimulatie te openen. O PMERKING : Als Papiersimulatie is ingeschakeld en u een vervangkleur hebt gedefinieerd als C=0, M=0, Y=0, K=0, vervangen de waarden die zijn gedefinieerd in Kleurvervanging die voor Papiersimulatie. Raadpleeg de Help van Command WorkStation voor meer informatie over Kleurvervanging. Afdrukken met aangepaste papiersimulatiewaarden Na het bewerken van de papiersimulatiewaarden in Command WorkStation kunt u vanuit het printerstuurprogramma een document afdrukken met de aangepaste papiersimulatiewaarden. U kunt ook de instelling van de afdrukoptie vervangen in Taakeigenschappen. O PMERKING : De procedures voor het afdrukken van een taak zijn vrijwel gelijk voor Windows- computers en Mac OS-computers. Voor de onderstaande procedure zijn illustraties uit een Mac OS-omgeving gebruikt. Gebruik de volgende procedure om een taak af te drukken met de aangepaste papiersimulatiewaarden. EEN TAAK AFDRUKKEN MET DE BEWERKTE PAPIERSIMULATIEWAARDEN 1 Kies Afdrukken in de toepassing waarmee u werkt. Het dialoogvenster voor afdrukken wordt weergegeven. 2 Alleen voor Mac OS X v10.5: vouw het dialoogvenster zo nodig uit door te klikken op de pijl naast de printernaam. 3 Mac OS X v10.3.9 en 10.4.x: klik op Aantal en pagina’s, kies ColorSync in de keuzelijst en selecteer vervolgens In printer in de lijst Kleurconversie. Mac OS X v10.5: klik op Voorvertoning, kies Kleurevenaring in de keuzelijst en selecteer vervolgens In printer. 4 Kies Fiery-functies in de keuzelijst. 5 Selecteer Tweerichtingscommunicatie. Raadpleeg de Help van het printerstuurprogramma voor meer informatie over het inschakelen van tweerichtingscommunicatie. WITPUNT VOOR PAPIERSIMULATIE BEWERKEN 16 6 Klik op Volledige eigenschappen en klik vervolgens op het pictogram Kleur. Het deelvenster Kleur wordt weergegeven. 7 Klik op Instellingen. Het dialoogvenster Geavanceerd bewerken wordt weergegeven. 8 Selecteer de volgende instellingen onder het tabblad Kleurinvoer. • Selecteer het aangepaste profiel in de lijst Bron CMYK/grijswaarden. Kies het profiel dat u hebt opgeslagen na het bewerken van de waarden van het witpunt voor papiersimulatie. • Selecteer Volledig (uitvoer VGC) voor de optie Verwerkingsmethode CMYK/grijswaarden. • Schakel Papiersimulatie. 9 Kies onder het tabblad Uitvoer het uitvoerprofiel dat u hebt gekoppeld aan het aangepaste CMYK-bronprofiel in de lijst Uitvoerprofiel. 10 Klik op OK. Het deelvenster Kleur wordt opnieuw weergegeven. 11 Klik op OK en klik vervolgens op Afdrukken. De taak wordt afgedrukt met uw aangepaste CMYK-bronprofiel, met de bewerkte witpuntwaarden. SPOT-ON MET TOEWIJZING TWEEKLEURENDRUK 17 SPOT-ON MET TOEWIJZING TWEEKLEURENDRUK Naast het beheren van “benoemde” kleuren kunt u met de steunkleureditor Spot-On in Command WorkStation steunkleuren en proceskleuren toewijzen aan de generieke kleuren die worden gebruikt in een taak. De functie Toewijzing tweekleurendruk is bedoeld voor operatoren van drukkerijen om drukproeven uit te voeren voor een tweekleurenpers. U kunt een tweekleurentaak afdrukken op een tweekleurenapparaat door de kleuren in een taak toe te wijzen aan de kleuren die reeds zijn gemaakt op het apparaat. Raadpleeg de Help van Command WorkStation voor meer informatie over het beheren van benoemde kleuren met Spot-On. O PMERKING : De RGB-kleuren in een document worden eerst geconverteerd naar CMYK-kleuren, waarna Toewijzing tweekleurendruk wordt toegepast. Bij gebruik van de functie Toewijzing tweekleurendruk gelden de volgende beperkingen: • De instellingen voor Toewijzing tweekleurendruk worden genegeerd wanneer de functies Samengestelde overdruk en Scheidingen combineren zijn ingeschakeld. • Postflight geeft geen rapport over Toewijzing tweekleurendruk, aangezien Postflight de brontoestand van een document rapporteert. De kleurenruimte die de pers ontvangt vóór conversies, wordt gerapporteerd in Postflight. • U kunt de opties Toewijzing tweekleurendruk en Kleurvervanging niet tegelijkertijd selecteren. U kunt evenmin een vervangkleur selecteren om te gebruiken in de functie Toewijzing tweekleurendruk. SPOT-ON MET TOEWIJZING TWEEKLEURENDRUK 18 Toewijzing tweekleurendruk instellen In de functie Toewijzing tweekleurendruk worden de gebruikte kleuren in een taak toegewezen aan de af te drukken kleuren. Open in Spot-On het venster Toewijzing tweekleurendruk definiëren en wijs vervolgens de documentkleuren opnieuw toe aan de benoemde of aangepaste kleuren waarmee u wilt afdrukken. 1 Klik om het venster Toewijzing tweekleurendruk definiëren te openen 1 Wanneer de afdrukoptie Toewijzing tweekleurendruk wordt ingeschakeld voor een taak, worden de documentkleuren op de EX Print Server vervangen door de kleuren die u hebt gedefinieerd in het venster Toewijzing tweekleurendruk definiëren. Raadpleeg de instructies in de Help van Command WorkStation om de kleurtoewijzingen te definiëren in het venster Toewijzing tweekleurendruk definiëren. SPOT-ON MET TOEWIJZING TWEEKLEURENDRUK 19 Een taak afdrukken met Toewijzing tweekleurendruk Nadat u de kleuren hebt toegewezen in het venster Toewijzing tweekleurendruk definiëren in Spot-On kunt u een tweekleurentaak afdrukken vanuit het printerstuurprogramma. U kunt de instelling voor de afdrukoptie ook vervangen met Taakeigenschappen in Command WorkStation. O PMERKING : Wanneer u een taak afdrukt, selecteert u in het printerstuurprogramma hetzelfde uitvoerprofiel als toen u Toewijzing tweekleurendruk instelde in Spot-On. Als u dat niet doet, hebben afdruktoewijzingen die zijn gedefinieerd in Spot-On geen uitwerking. O PMERKING : De procedures voor het afdrukken van een taak zijn vrijwel gelijk voor Windows- computers en Mac OS-computers. EEN TWEEKLEURENTAAK AFDRUKKEN 1 Open een document in uw toepassing. 2 Kies de optie Afdrukken. 3 Alleen voor Mac OS X v10.5: vouw het dialoogvenster zo nodig uit door te klikken op de pijl naast de printernaam. 4 Mac OS X v10.3.9 en 10.4.x: klik op Aantal en pagina’s en kies Fiery-functies in de keuzelijst. Mac OS X v10.5: klik op Voorvertoning en kies Fiery-functies in de keuzelijst. SPOT-ON MET TOEWIJZING TWEEKLEURENDRUK 5 Klik op Volledige eigenschappen en klik vervolgens op het pictogram Kleur. Het deelvenster Kleur wordt weergegeven. 6 Selecteer Toewijzing tweekleurendruk. 7 Klik op OK en klik vervolgens op Afdrukken. De taak wordt afgedrukt met de toewijzing die u hebt gedefinieerd in Spot-On. 20 FUNCTIES VAN COLOR SETUP 21 FUNCTIES VAN COLOR SETUP Met Fiery Graphic Arts Package, Premium Edition biedt Color Setup in Command WorkStation de volgende aanpasbare functies: • Bedieningsbalk (raadpleeg pagina 21) • Automatisch overvullen (raadpleeg pagina 25) • Progressieve proeven (raadpleeg pagina 28) • Halftoonsimulatie (raadpleeg pagina 31) Raadpleeg de Help van Command WorkStation voor meer informatie over Color Setup. Bedieningsbalk Met Bedieningsbalk kunt u een statische kleurbalk en dynamische taakinformatie toevoegen aan elke afgedrukte pagina op een door de gebruiker gedefinieerde locatie. Deze functie kan standaard worden ingesteld op de server, of worden aangepast voor elke afzonderlijke taak. De standaardbedieningsbalk is zo ontworpen dat deze past op het standaardpapierformaat van de EX Print Server, A4/Letter of groter. U kunt bedieningsbalken maken voor andere papierformaten. O PMERKING : Als een bedieningsbalk niet op een pagina past, wordt deze afgekapt. O PMERKING : Bij een als “wit” gedefinieerde achtergrondkleur voor een door de gebruiker gedefinieerde Bedieningsbalk, kan de functie Papiersimulatie pas werken als de kleur in de CMYK-kleurenruimte is gedefinieerd. Raadpleeg pagina 13 voor meer informatie over Papiersimulatie. FUNCTIES VAN COLOR SETUP 22 Workflow voor Bedieningsbalk De standaardbedieningsbalk bestaat uit een kleurbalk en dynamische taakinformatie. Druk een taak af met de standaardbedieningsbalk door de afdrukoptie Bedieningsbalk vanuit het printerstuurprogramma in te stellen op Aan. Vele taken worden naar behoren afgedrukt met de standaardbedieningsbalk, maar als u uw eigen kleurbalken nodig hebt, maak deze dan door aangepaste waarden te definiëren in het dialoogvenster Definitie bedieningsbalk. Nadat u in Color Setup een aangepaste bedieningsbalk hebt gedefinieerd in het deelvenster Bedieningsbalk, kunt u met de aangepaste bedieningsbalk een taak afdrukken vanuit het printerstuurprogramma. Raadpleeg de volgende sectie om een taak af te drukken met de standaardbedieningsbalk. Raadpleeg pagina 24 om een taak af te drukken met een aangepaste bedieningsbalk. Afdrukken met de standaardbedieningsbalk Druk een taak af met de standaardbedieningsbalk door de afdrukoptie Bedieningsbalk vanuit het printerstuurprogramma in te schakelen. EEN TAAK AFDRUKKEN MET DE STANDAARDBEDIENINGSBALK 1 Kies Afdrukken in de toepassing waarmee u werkt. 2 Selecteer de EX Print Server als uw printer en klik op Eigenschappen. Het dialoogvenster Eigenschappen wordt weergegeven met het tabblad Fiery-afdrukken geselecteerd. 3 Klik op het pictogram Taakinfo. 4 Selecteer Aan voor de afdrukoptie Bedieningsbalk onder Rapportering. 5 Klik op OK. FUNCTIES VAN COLOR SETUP 24 Aangepaste bedieningsbalk instellen De functie voor het aanpassen van de bedieningsbalk bevindt zich in het tabblad Bedieningsbalk onder het tabblad Kleurinstellingen in Apparaatcentrum. Raadpleeg de Help van Command WorkStation voor meer informatie over het gebruik van de bedieningsbalk. Afdrukken met een aangepaste bedieningsbalk De procedure om een taak af te drukken met een aangepaste bedieningsbalk is eigenlijk dezelfde als voor het afdrukken met de standaardbedieningsbalk (raadpleeg pagina 22). Gebruik de volgende procedure om met een aangepaste bedieningsbalk af te drukken. EEN TAAK AFDRUKKEN MET EEN AANGEPASTE BEDIENINGSBALK 1 Kies Afdrukken in de toepassing waarmee u werkt. 2 Selecteer de EX Print Server als uw printer en klik op Eigenschappen. Het dialoogvenster Eigenschappen wordt weergegeven met het tabblad Fiery-afdrukken geselecteerd. 3 Klik op het pictogram Taakinfo. 4 Selecteer Aan voor de afdrukoptie Bedieningsbalk. 5 Klik op OK. 6 Klik op Afdrukken. De taak wordt afgedrukt met de bedieningsbalk die u hebt opgegeven in het dialoogvenster Definitie bedieningsbalk. FUNCTIES VAN COLOR SETUP 25 Configureerbaar automatisch overvullen Overvullen is een techniek waarbij sommige objecten lichtjes groter of kleiner worden afgedrukt dan u hebt opgegeven in een toepassing, om zo witte randen rond objecten te vermijden. Deze witte randen of “kralen” kunnen het gevolg zijn van factoren zoals registerfouten, de fysieke eigenschappen van de droge inkt en de stijfheid van de media. De configureerbare functie Automatisch overvullen biedt u geavanceerde instellingen voor het overvullen en geeft u volledige controle over de instellingswaarden. De EX Print Server wordt geleverd met geoptimaliseerde waarden voor het afdrukapparaat dat met normaal papier werkt, maar als deze waarden niet de gewenste resultaten geven op de media die u gebruikt, moet u de waarden aanpassen aan uw vereisten. Workflow voor configureerbaar Automatisch overvullen De vaste waarden worden standaard ingesteld voor Automatisch overvullen. Wanneer u Automatisch overvullen op Aan zet, past de EX Print Server deze vaste waarden meestal met goede resultaten toe. Als u echter de waarden voor Automatisch overvullen wilt aanpassen, moet u de waarden definiëren in het deelvenster Automatisch overvullen in Color Setup. Nadat u de waarden hebt gedefinieerd, drukt u een taak af met Automatisch overvullen ingesteld op Aan vanuit het printerstuurprogramma. Afdrukken met standaardinstellingen voor Automatisch overvullen U kunt een taak afdrukken met de standaardinstellingen voor Automatisch overvullen door de afdrukoptie Automatisch overvullen vanuit het printerstuurprogramma in te stellen op Aan. FUNCTIES VAN COLOR SETUP EEN TAAK AFDRUKKEN MET DE STANDAARDINSTELLINGEN VOOR AUTOMATISCH OVERVULLEN 1 Kies Afdrukken in de toepassing waarmee u werkt. 2 Selecteer de EX Print Server als uw printer en klik op Eigenschappen. Het dialoogvenster Eigenschappen wordt weergegeven met het tabblad Fiery-afdrukken geselecteerd. 3 Klik op het pictogram Kleur. 4 Selecteer Aan voor de afdrukoptie Automatisch overvullen. 5 Klik op OK. 6 Klik op Afdrukken. De taak wordt afgedrukt met de standaardwaarden voor Automatisch overvullen. 26 FUNCTIES VAN COLOR SETUP 27 Configureerbaar automatisch overvullen instellen In Command WorkStation bevindt de configureerbare functie Automatisch overvullen zich in het tabblad Overvullen onder het tabblad Kleurinstellingen in Apparaatcentrum. Raadpleeg de Help van Command WorkStation voor meer informatie over het gebruik van overvullen. Afdrukken met configureerbaar automatisch overvullen Nadat u de waarden voor Automatisch overvullen hebt gedefinieerd, drukt u een taak af met de functie automatisch overvullen door de afdrukoptie Automatisch overvullen op Aan in te stellen in het printerstuurprogramma. U kunt ook de instelling voor deze afdrukoptie in een taak wijzigen met Taakeigenschappen in Command WorkStation. O PMERKING : Als de waarden voor Automatisch overvullen gewijzigd zijn, moet de taak opnieuw worden verwerkt (RIP) om deze af te drukken met de nieuwe waarden. Gebruik de procedure op pagina 22 om een taak af te drukken met aangepaste waarden voor Automatisch overvullen vanuit het printerstuurprogramma. De taak wordt afgedrukt met de waarden voor Automatisch afdrukken die zijn gedefinieerd in het deelvenster Automatisch overvullen. FUNCTIES VAN COLOR SETUP 28 Progressieve proeven De term Progressieve proeven verwijst naar afdrukvariaties in een meerkleurendocument. De variaties kunnen één tot alle beschikbare kleurkanalen in een afdrukapparaat gebruiken. De meeste afdrukprocessen waarbij meer dan een of twee kleurstoffen worden gebruikt, passen de kleurstoffen achtereenvolgens toe. Doorgaans zijn progressieve proeven de tussentoestanden nadat sommige en voordat alle kleurstoffen toegepast zijn. De functie Progressieve proeven is flexibeler omdat deze u de mogelijkheid geeft om te kiezen welke kleur wordt afgedrukt, waarbij u maximaal vier vellen per oorspronkelijke documentpagina kunt gebruiken. O PMERKING : De functie Progressieve proeven is bedoeld om u de scheidingen van droge inkt te tonen die de taak op het afdrukapparaat gebruikt. Deze functie is niet bedoeld om te gebruiken als proef voor een ander, niet door Fiery aangedreven afdrukapparaat O PMERKING : Progressieve proeven tonen de scheidingen die de EX Print Server naar het afdrukapparaat verzendt, niet de scheidingen die in het bronbestand van de afdruktaak vervat zijn. O PMERKING : Progressieve proeven is een “rapportfunctie”. Deze functie is niet bedoeld om te worden gebruikt met productiefuncties zoals VDP en inslag. Progressieve proeven wordt aangeboden voor diagnostische situaties. Bij toepassingen met grote oplagen of in productieomgevingen, mag u Progressieve proeven alleen gebruiken voor de afzonderlijke pagina’s die moeten worden getest. Workflow voor Progressieve proeven U kunt het resultaat van elk kanaal controleren met de standaardwaarden voor kleurkanalen in Progressieve proeven. Als u echter de selectie van kleurkanalen of van het aantal af te drukken bladen moet aanpassen, kunt u dit doen door de kleurkanalen op te geven in het deelvenster Progressieve proeven in Color Setup. Na het opgeven van de kleurkanalen kunt u een taak afdrukken met de aangepaste instellingen voor Progressieve proeven door de afdrukoptie vanuit het printerstuurprogramma in te stellen op Aan. O PMERKING : U kunt de functies Progressieve proeven en Postflight niet tegelijkertijd gebruiken. In het printerstuurprogramma is voor deze afdrukopties een beperking ingesteld. O PMERKING : Het wissen van platen in ImageViewer heeft geen invloed op een taak met Progressieve proeven die vanuit ImageViewer wordt afgedrukt. Deze taak wordt afgedrukt met de waarden die zijn opgegeven in het deelvenster Progressieve proeven. Raadpleeg “ImageViewer” op pagina 36 voor meer informatie. FUNCTIES VAN COLOR SETUP 29 Afdrukken met de standaardinstellingen voor Progressieve proeven U kunt een taak afdrukken met de standaardinstellingen voor Progressieve proeven door de afdrukoptie Progressieve proef vanuit het printerstuurprogramma in te schakelen. EEN TAAK AFDRUKKEN MET DE STANDAARDINSTELLINGEN VOOR PROGRESSIEVE PROEVEN 1 Kies Afdrukken in de toepassing waarmee u werkt. 2 Selecteer de EX Print Server als uw printer en klik op Eigenschappen. Het dialoogvenster Eigenschappen wordt weergegeven met het tabblad Fiery-afdrukken geselecteerd. 3 Klik op het pictogram Taakinfo. 4 Schakel Progressieve proef in. 5 Klik op OK. 6 Klik op Afdrukken. De taak wordt afgedrukt met de standaardinstellingen voor Progressieve proeven. FUNCTIES VAN COLOR SETUP 30 Progressieve proeven instellen De functie Progressieve proeven bevindt zich in het tabblad Progressieve proeven onder het tabblad Kleurinstellingen in Apparaatcentrum. Raadpleeg de Help van Command WorkStation voor meer informatie over het instellen van aangepaste progressieve proeven. Afdrukken met aangepaste instellingen voor progressieve proeven Nadat u de kleurkanalen hebt opgegeven, kunt u een taak afdrukken met aangepaste instellingen voor Progressieve proeven door de afdrukoptie Progressieve proef vanuit het printerstuurprogramma in te schakelen. O PMERKING : U kunt ook een taak verzenden met de standaardinstelling voor Progressieve proeven en de instelling voor de afdrukoptie wijzigen met Taakeigenschappen in Command WorkStation. Gebruik dezelfde procedure als op pagina 29 om een taak af te drukken met de optie Progressieve proef van het printerstuurprogramma. De afgedrukte taak komt overeen met de instellingen voor Progressieve proeven die u hebt gedefinieerd in het deelvenster Progressieve proeven. FUNCTIES VAN COLOR SETUP 31 Halftoonsimulatie Voor drukproeven raden wij aan dat u afdrukt in fotohalftoonmodus, die de beste kleuren van het Fiery-systeem gebruikt. Voor geavanceerde drukproeven biedt Fiery Graphic Arts Package gebruikers controle over de halftoonrastergeneratie. Halftoondrukproeven simuleren, met een redelijke nauwkeurigheid, de uiteindelijke punten die op films of platen voor offsetdrukken worden afgebeeld. Met de halftoonrasterfunctie kunt u de aangepaste rasterfuncties definiëren die u toepast op uw afdruktaak. Halftoonsimulatie workflow U kunt vooraf ingestelde halftoonrasters selecteren om goede afdrukresultaten te verkrijgen. Als u de waarden voor een halftoonraster moet aanpassen, moet u een aangepast halftoonraster definiëren in uw toepassing of in Command WorkStation. Selecteer het raster vervolgens met de afdrukoptie Halftoonsimulatie in het printerstuurprogramma. Raadpleeg de volgende sectie voor meer informatie over de afdrukoptie en de procedure om af te drukken met een vooraf ingesteld halftoonraster. Raadpleeg de Help van Command WorkStation voor meer informatie over het deelvenster Halftoonsimulatie en de procedure om aangepaste waarden voor het halftoonraster op te geven. Halftoonsimulatie afdrukoptie U kunt de rasterfunctie openen via de afdrukoptie Halftoonsimulatie. U kunt kiezen uit de volgende opties: • Door toepassing gedef.: gebruikt een vooraf ingesteld halftoonraster dat in een toepassing is gedefinieerd. Raadpleeg pagina 34 voor meer informatie over de ondersteunde toepassingen. • Courantdruk: gebruikt een vooraf ingesteld halftoonraster met de aanblik en het gevoel van een krant. • Gebruikersscherm 1/2/3: gebruikt een door de gebruiker gedefinieerd halftoonraster op basis van de instellingen in Color Setup in Command WorkStation. O PMERKING : U kunt Courantdruk en Gebruikersscherm 1/2/3 met alle toepassingen gebruiken, ook met Microsoft Office. FUNCTIES VAN COLOR SETUP 32 Afdrukken met vooraf ingestelde halftoonrasters Gebruik de volgende procedure om vanuit het printerstuurprogramma een taak af te drukken met een vooraf ingesteld halftoonraster. EEN TAAK AFDRUKKEN MET EEN STANDAARDHALFTOONRASTER 1 Kies Afdrukken in de toepassing waarmee u werkt. 2 Selecteer de EX Print Server als uw printer en klik op Eigenschappen. Het dialoogvenster Eigenschappen wordt weergegeven met het tabblad Fiery-afdrukken geselecteerd. 3 Klik op het pictogram Afbeelding. 4 Selecteer een vooraf ingesteld halftoonraster in de lijst Halftoonsimulatie. Raadpleeg pagina 31 voor meer informatie. 5 Klik op OK om het dialoogvenster Eigenschappen te sluiten. 6 Klik op Afdrukken. De taak wordt met het vooraf ingestelde halftoonraster afgedrukt naar de EX Print Server. FUNCTIES VAN COLOR SETUP 33 Aangepast halftoonsimulatie instellen In Command WorkStation bevindt de functie Halftoonsimulatie zich in het tabblad Halftoonsimulatie onder het tabblad Kleurinstellingen in Apparaatcentrum. Raadpleeg de Help van Command WorkStation voor meer informatie over het instellen van aangepaste halftoonsimulatierasters. Afdrukken met een aangepast halftoonraster Nadat u de halftoonrasterwaarden voor Gebruikersscherm 1, Gebruikersscherm 2 of Gebruikersscherm 3 hebt opgegeven, kiest u een overeenkomstige aangepaste rasternaam uit het printerstuurprogramma. Gebruik dezelfde procedure als op pagina 32 om een taak af te drukken met een aangepast halftoonraster. O PMERKING : U kunt ook een taak verzenden met een standaardhalftoonraster en de instelling voor de afdrukoptie wijzigen in Taakeigenschappen in Command WorkStation. De afgedrukte taak komt overeen met de instellingen die u in het deelvenster Halftoonsimulatie hebt gedefinieerd. FUNCTIES VAN COLOR SETUP 34 Ondersteunde toepassingen De volgende toepassingen zijn getest met Mac OS en Windows op compatibiliteit met de Door de Toepassing gedefinieerde instelling in de afdrukoptie Halftoonsimulatie. Het gebruik van andere toepassingen is mogelijk, op voorwaarde dat deze standaard-PSconversies gebruiken voor de halftoonrasterdefinities en dat de parameters in de definities binnen de fysieke grenzen van de pers blijven. • Adobe Acrobat • Adobe Illustrator • Adobe InDesign • Adobe PageMaker • Adobe FreeHand • QuarkXPress Aangepaste halftoonrasters kalibreren Wanneer de kleurkwaliteit van belang is, moet u ervoor zorgen dat de EX Print Server is gekalibreerd voor het specifieke halftoonraster dat u gebruikt. Als u een halftoonraster wijzigt, wordt de kleurrespons van de pers meestal ook gewijzigd. De beste kleuren worden verkregen wanneer een Uitvoerprofiel dat is gekoppeld aan de juiste kalibratierespons wordt geselecteerd bij het afdrukken. Als aangepaste halftoonrasters worden opgegeven, beschikt de EX Print Server niet over de gepaste informatie over de resulterende kleurrespons. Daarom zijn goede kleuren met een aangepast halftoonraster vaak slechts mogelijk na een kalibratie van het aangepaste halftoonraster en wanneer een profiel wordt gebruikt op basis van dit aangepaste halftoonraster. Ga als volgt te werk om de EX Print Server te kalibreren voor aangepaste halftoonrasters. DE EX PRINT SERVER KALIBREREN VOOR AANGEPASTE HALFTOONRASTERS 1 Maak het meetinstrument klaar dat u voor de kalibratie wilt gebruiken. 2 Open op de dvd met gebruikerssoftware de map die de kalibratiebestanden voor aangepaste halftoonrasters bevat. De maplocaties voor Mac OS en Windows zijn: Mac OS: Mac Color Files : Calibration Files : Halftone Calibration Files : Photoshop of Other Applications Windows: Windows Color Files\Calibration Files\Halftone Calibration Files\Photoshop of Other Applications FUNCTIES VAN COLOR SETUP 35 In deze map vindt u afbeeldingen van de meetpagina’s voor verschillende instrumenten en paginaformaten. Als u rasterschermen alleen via Adobe Photoshop afdrukt, opent u de map Photoshop. Anders opent u de map Other Applications. O PMERKING : Wanneer u deze bestanden opent of afdrukt, mag u kleurbeheer niet uitvoeren met PostScript Color Management of ICC-profielen die kleurconversies produceren. 3 Open in Photoshop het afbeeldingenbestand dat overeenkomt met uw instrument en paginaformaat. In andere toepassingen opent u een leeg document en plaatst u het EPSbestand dat overeenkomt met uw instrument en paginaformaat. De afbeeldingen zijn voorbereid op het paginaformaat van het definitieve vel. Gebruik geen marges wanneer u een afbeelding plaatst. Houd geen rekening met waarschuwingen dat de afbeelding zal worden afgekapt. O PMERKING : Als u deze meetpagina’s gebruikt met de standaardhalftoonrasters van de EX Print Server, moet u zorgen dat u de afdrukoptie instelt waarmee het raster wordt geregeld. 4 Druk de meetpagina af met uw aangepaste halftoonraster en andere afdrukoptie-instellingen. Deze pagina is nu de aangepaste kalibratiemeetpagina. U moet deze meetpagina afdrukken met de optie Bron CMYK/grijswaarden ingesteld op ColorWise Uit, waarmee de pagina zonder kalibratie wordt afgedrukt. O PMERKING : Als u de pers wilt kalibreren, moet u CMYK-kleurvlakken afdrukken in de onbewerkte status van de pers. Met uitzondering van de afdrukoptie Uitvoerprofiel hebben de ColorWise-afdrukopties geen belang en worden deze genegeerd. Gebruik als uitvoerprofiel de instelling die overeenkomt met de papiersoort die u gebruikt. Als u sneller en efficiënter wilt kalibreren, drukt u uw meetpagina met de gepaste afdrukoptieinstellingen af naar een PostScript-bestand. De volgende keer dat u kalibreert, kunt u dit PostScript-bestand downloaden. Als u dit bestand bewaart in de blokkeringswachtrij van de EX Print Server, verloopt het kalibratieproces sneller. 5 Gebruik de functie Kalibreren in Command WorkStation om de kalibratie uit te voeren. O PMERKING : Gebruik niet de knop Afdrukken om de meetpagina te genereren. Gebruik de meetpagina die u hebt afgedrukt in stap 4. Raadpleeg Afdrukken in kleur voor meer informatie over kalibratie. IMAGEVIEWER 36 IMAGEVIEWER Met ImageViewer kunt u een afdrukvoorbeeld bekijken en kleuren in een taak aanpassen voordat die wordt afgedrukt. Met het afdrukvoorbeeld in ImageViewer kunt u de plaats, afdrukstand en inhoud van de taak controleren en nagaan of de kleuren nauwkeurig worden toegepast. Als de taak gerasterde halftooninstellingen heeft, krijgt u in het afdrukvoorbeeld een overzicht van alle scheidingen tot op puntniveau. U kunt de plaatgegevens voor elke proceskleur weergeven onafhankelijk van of in combinatie met de andere kleuren. Zo kunt u de gegevens van een afzonderlijke plaat of van een combinatie van platen controleren. ImageViewer openen Start ImageViewer vanaf het menu Acties of het venster Voorbeeld van Command WorkStation. IMAGEVIEWER STARTEN VANAF HET MENU ACTIES 1 In Taakcentrum in Command WorkStation selecteert u de taak waarvan u een afdrukvoorbeeld wilt bekijken. O PMERKING : In ImageViewer worden alleen taken herkend met de status Verwerkt/ geblokkeerd (donkergeel). Verwerkte/geblokkeerde taken worden aangegeven door het rasterpictogram (paginapictogram met lichtkring eromheen). 2 Kies indien nodig de optie Verwerken en blokkeren in het menu Acties om de taakstatus te wijzigen in verwerktof geblokkeerd. IMAGEVIEWER 37 3 U kunt ImageViewer op een van de volgende manieren starten: • Kies ImageViewer in het menu Acties. • Klik met de rechtermuisknop op de geselecteerde taak en kies ImageViewer in het menu dat wordt weergegeven. Het hoofdvenster van ImageViewer wordt geopend. IMAGEVIEWER 38 IMAGEVIEWER STARTEN VANAF HET VENSTER VOORBEELD 1 In Taakcentrum in Command WorkStation selecteert u de taak waarvan u een afdrukvoorbeeld wilt bekijken. O PMERKING : ImageViewer herkent alleen taken met de status Verwerkt/geblokkeerd (donkergeel). 2 Kies indien nodig de optie Verwerken en blokkeren in het menu Acties om de taakstatus te wijzigen in verwerkt of geblokkeerd. 3 Kies de optie Voorbeeld in het menu Acties. In het venster Voorbeeld verschijnen miniatuurweergaven van de pagina. 1 ImageViewer-knop 1 4 Als u ImageViewer wilt starten, selecteert u de miniatuurweergave van de pagina waarvan u het afdrukvoorbeeld wilt bekijken en klikt u op de knop ImageViewer. Het hoofdvenster van ImageViewer wordt geopend. Raadpleeg de Help van Command WorkStation voor meer informatie over het gebruik van ImageViewer. PREFLIGHT 39 PREFLIGHT De Preflight-functie voert een eenvoudige controle op veel voorkomende foutgebieden uit om ervoor te zorgen dat de taak met succes en met de verwachte kwaliteit wordt afgedrukt op het gekozen afdrukapparaat. De foutencategorieën waarop door Preflight wordt gecontroleerd, zijn: • Lettertypen • Steunkleuren • Afbeeldingsresolutie • VDP-hulpbronnen • Haarlijnen • Overdruk • PostScript Deze functie is toegankelijk via Command WorkStation. Raadpleeg de Help van Command WorkStation voor meer informatie over Preflight. O PMERKING : Naast de bestandsindelingen die in de Help van Command WorkStation worden vermeld, wordt de bestandsindeling VIPP ondersteund voor Preflight. HOT FOLDERS-FILTERS 40 HOT FOLDERS-FILTERS In dit hoofdstuk worden de Hot Folders-filters beschreven, waarmee diverse bestanden kunnen woden geconverteerd naar PostScript of PDF (Portable Document Format) of waarmee een Preflight-controle kan worden uitgevoerd op bepaalde bestanden. Enkele van deze filters zijn opgenomen in Fiery Graphic Arts Package, Premium Edition en zijn beschikbaar als Fiery Graphic Arts Package, Premium Edition is ingeschakeld. Met Hot Folders-filters kunt u bepaalde bestanden converteren naar PostScript of PDF, of voor bestanden een Preflight-controle op conformiteit uitvoeren. De bestandsconversie en de Preflight-controle vinden plaats op uw computer in de toepassing Hot Folders, waar de EX Print Server-hulpmiddelen worden opgeslagen. U kunt bestanden direct afdrukken via de Hot Folders-filters zonder het programma te starten waarin die zijn gemaakt. De filters die zijn opgenomen in Fiery Graphic Arts Package, Premium Edition zijn: • Algemeen – EPS – JPEG – PDF – TIFF • Met kleurscheiding – DCS – TIFF/IT-P1 • Speciaal – CT/LW – ExportPS – PDF2Go Raadpleeg de Help van Hot Folders voor meer informatie over het gebruik van de filters in de toepassing Hot Folders. Raadpleeg Welkom voor meer informatie over besturingssystemen die Hot Folders ondersteunen. Meer informatie over het installeren van de toepassing Hot Folders vindt u in Hulpprogramma’s. POSTFLIGHT 41 POSTFLIGHT Met de Postflight-functie kunt u nagaan waarom bepaalde afgedrukte taken niet de verwachte kleur opleveren. Postflight is een handig hulpmiddel voor diagnose en opleiding van alle gebruikers en geeft nuttige algemene en objectspecifieke informatie over de manier waarop een taak werkelijk wordt ontvangen en verwerkt door de EX Print Server. Met de Postflight-functie kunt u problemen met kleuren in een eerder afgedrukte taak opsporen en waar nodig preventieve maatregelen nemen. U kunt het oorspronkelijke document of het verwerkte voorbeeld afdrukken met alle objecten (grafische afbeeldingen, illustraties en tekst) en de bijbehorende kleurcode. Een rapport legt uit welke kleurenruimten in de taak worden gebruikt en door welke afdrukopties deze kleurenruimten worden beïnvloed. Verder vindt u in dit rapport informatie over de afdrukomgeving, zoals de kalibratiedatum en -tijd en de kalibratiemethode. Druk een testpagina af om de status van de afdrukomgeving te controleren. Postflight is ook een krachtig analysehulpmiddel: in Postflight-rapporten ziet u niet alleen welke kleurenruimten door zichtbare objecten worden gebruikt, maar ook welke kleurenruimten door een taak worden toegepast. Dit is bijzonder handig om een diagnose te stellen van complexe situaties die bijsturende acties vereisen. Bijvoorbeeld: wanneer u een specifieke combinatie van printerstuurprogramma, besturingssysteem en DTP-toepassing gebruikt om plaatscheidingen te maken, stelt u mogelijk vast dat: 1) de kleurgecodeerde Postflight-pagina’s scheidingen in cyaan, magenta en geel tonen in de kleurenruimte “DeviceGray”, terwijl de zwarte scheiding wordt weergegeven in de kleurenruimte “DeviceCMYK”; 2) het Postflight-rapport DeviceGray, DeviceCMYK en DeviceRGB vermeldt. Vroeger was een PostScript-expert nodig om dit te ontcijferen. Via de Postflightrapporten kunt u deze informatie in enkele minuten interpreteren. De pagina’s cyaan, magenta en geel zijn gedefinieerd met “DeviceGray”, de pagina zwart gebruikt het kanaal “K” van DeviceCMYK en de taak roept de RGB-kleurenruimte op maar past deze niet toe op een voor de gebruiker zichtbaar object. POSTFLIGHT 42 Info over Postflight Wanneer de afdrukoptie Postflight niet is uitgeschakeld, vindt u de volgende informatie om eventuele problemen op te sporen: Postflight-testpagina, kleurgecodeerde Postflight-pagina’s en Postflight-rapporten. Postflight-testpagina U kunt de Postflight-testpagina alleen afdrukken of in combinatie met de kleurgecodeerde pagina’s. De testpagina wordt afgedrukt met precies dezelfde media en algemene instellingen (zoals kalibratie) als uw taak. Kleurobjecten op deze pagina worden echter afgedrukt onafhankelijk van de door de gebruiker opgegeven bronkleurdefinities (zoals CMYK-simulatie en RGB). Onnauwkeurige kleuren op deze pagina wijzen op een probleem met de afdrukomgeving (zoals de kalibratie, het uitvoerprofiel, of het afdrukapparaat zelf ). Wordt de kleur op deze pagina juist afgedrukt, maar worden de objecten in uw taak niet in de verwachte kleuren afgedrukt, dan heeft het probleem waarschijnlijk te maken met de objectspecifieke kleurinstellingen. De volgende objectspecifieke problemen zijn mogelijk: verkeerde kleurwaarden voor tekst en grafische afbeeldingen, illustraties met een slechte kwaliteit, of kleuren die buiten het gamma vallen. Kleurgecodeerde Postflight-pagina’s Met deze optie kunt u via de Postflight-functie een kleurgecodeerde versie van het oorspronkelijke document voorbereiden. Hier wordt elk object in een kleur weergegeven die overeenkomt met de kleurenruimte die de EX Print Server voor dit object heeft ontvangen. Voor de weergave van kleurenruimten voor objecten worden de volgende kleuren gebruikt: • Grijze objecten: grijs • CMYK-objecten: cyaan • RGB-objecten: rood • Apparaatonafhankelijke objecten: indigo • Steunkleurobjecten: geel Door de kleuren voor alle objecten te controleren, kunt u nagaan door welke ingestelde afdrukopties de kleurconversie van de objecten wordt beïnvloed en deze opties waar nodig wijzigen. POSTFLIGHT 43 Postflight-rapporten U kunt rapporten op kleurgecodeerde pagina’s afdrukken, afzonderlijk of in combinatie met het kleurgecodeerde document. Deze rapporten worden afgedrukt op het standaardpapierformaat van de EX Print Server (Letter voor VS, A4 voor metrisch systeem). Hierbij wordt de standaard gekalibreerde kleurmodus gebruikt. De rapporten bevatten een documentkoptekst met informatie (zoals taaknaam, afdrukdatum en -tijd en gebruikersnaam), een pagina met algemene ColorWise-instellingen en de pagina’s met objectspecifieke instellingen. Op alle pagina’s ziet u de taaknaam, Postflight-datum/-tijd en de paginering in de ondermarge. • Op de pagina met algemene ColorWise-instellingen vindt u informatie die van belang is voor elk object in een taak, zoals kalibratieset, de datum waarop de EX Print Server is gekalibreerd, de gebruikte kalibratiemethode en het gebruikte uitvoerprofiel. • Pagina’s met objectspecifieke instellingen tonen een lijst met de gebruikte instellingen om elk object in elke kleurenruimte te verwerken. Dit is handig om problemen op te sporen en te verhelpen. Wanneer u bijvoorbeeld een probleem vaststelt met een object dat in cyaan op een kleurgecodeerde pagina wordt weergegeven, kunt u de instellingen op de pagina met de CMYK-objecten controleren en proberen deze instellingen te wijzingen. • Pagina met steunkleuren toont een lijst met alle steunkleuren. Voor steunkleuren vindt u in het Postflight-rapport de lijst met kleuren die in een taak zijn gebruikt. Het geeft ook aan of deze kleuren zijn gedefinieerd in de EX Print Server. Wanneer een steunkleur is gedefinieerd in de EX Print Server, wordt naast de kleurnaam een kleurvlak afgedrukt. Wanneer een kleur niet in de EX Print Server is gedefinieerd, wordt een wit vlak met een X afgedrukt. POSTFLIGHT 44 Belangrijke opmerkingen over Postflight-rapporten De Postflight-functie is in de eerste plaats bedoeld om problemen met kleuren op te sporen, een diagnose te stellen en deze problemen te voorkomen. In tegenstelling tot generieke Preflight-software, waar u probeert te voorspellen hoe de taak zal worden verwerkt, wordt een Postflight-taak volledig verwerkt door de EX Print Server. Zo krijgt u een nauwkeurige rapportering over de instellingen waarmee de taak is verwerkt. Deze Postflight-functie is bijzonder handig bij gebruik van een workflow om een taak te versturen waarbij ongewild kleuren worden geconverteerd. Deze kleurconversie vindt plaats met bepaalde printerstuurprogramma’s, afdrukopties en conversies naar PDF-indeling. In dit rapport ligt het zwaartepunt op de kleurverwerking. U ziet hier geen volledige opsomming van elke afdrukoptie voor uw taak. Voor meer informatie over de ColorWiseafdrukopties, raadpleeg Afdrukken in kleur. O PMERKING : Postflight-rapporten sommen alleen de kleurenruimten op die met uw taak naar de EX Print Server zijn verstuurd. Het kan zijn dat u voor een taak een Postflight-rapport krijgt met informatie over kleurenruimten die u niet terugvindt op de kleurgecodeerde pagina’s van deze taak. Dat gebeurt wanneer een object in de kleurenruimte voor de taak wordt gebruikt, maar door een ander object wordt gemaskeerd; wanneer een object zeer helder is (bijvoorbeeld 0% van een steunkleur); of wanneer de specifieke toepassing of het specifieke printerstuurprogramma de EX Print Server opdracht geeft een bepaalde kleurenruimte te verwerken, terwijl die niet voor door de gebruiker zichtbare objecten gebruikt. O PMERKING : Een Postflight-rapport bevat slechts één pagina met algemene instellingen en kan slechts één testpagina bevatten. Daarom kan Postflight een volledige taak alleen nauwkeurig beschrijven als alle pagina’s met dezelfde opties en op dezelfde media worden afgedrukt. Dit is bijvoorbeeld niet het geval bij taken met gemengde media, aangezien deze meerdere uitvoerprofielen kunnen gebruiken, maximaal zelfs voor elk medium in de taak een apart profiel. Als het paginabereik wordt ingesteld op pagina’s die slechts één medium gebruiken, geeft Postflight wel betrouwbare resultaten voor het opgegeven bereik. O PMERKING : Postflight is een “rapportfunctie” die voor diagnostische doeleinden bestemd is. Deze functie is niet bedoeld om te worden gebruikt met productiefuncties zoals VDP en inslag. Bij toepassingen met grote oplagen in productieomgevingen, mag u Postflight alleen gebruiken voor de afzonderlijke pagina’s die moeten worden getest. POSTFLIGHT 45 Postflight-afdrukoptie U kunt de Postflight-functie oproepen via de Postflight-afdrukoptie. De volgende waarden zijn mogelijk voor de afdrukoptie Postflight: • Uit (standaardinstelling) • Beknopt rapport • Testpagina • Kleurgecodeerde pag. • Alle componenten (kleurgecodeerde documentpagina’s, testpagina en beknopt rapport) O PMERKING : U kunt een deel van een taak selecteren om de Postflight-pagina’s af te drukken. Hiervoor kiest u het gepaste paginabereik van een taak via het printerstuurprogramma. Postflight-workflow Doorgaans hoeft u de standaardinstellingen van de ColorWise-afdrukopties niet te wijzigen. Het kan echter zijn dat uw taak onverwachte kleuren oplevert. De Postflight-procedure wordt uitgevoerd wanneer u na het afdrukken van een document onverwachte of onaangepaste kleuren krijgt. Wanneer u beschikt over Command WorkStation, kunt u met Postflight problemen met kleuren opsporen voordat u de taak werkelijk afdrukt. Postflight verwerkt uw taak en verzamelt informatie over de kleurobjecten tijdens de volledige taakverwerking. De informatie wordt dan weergegeven op kleurgecodeerde pagina’s, een testpagina en in een uitgebreid of beknopt rapport. O PMERKING : De achtergrond die onder Papiersimulatie is opgegeven, verschijnt niet als CMYK-object in de Postflight-rapporten. Raadpleeg pagina 13 voor meer informatie over Papiersimulatie. O PMERKING : U kunt Postflight niet samen met de volgende functies gebruiken: Progressieve proeven, Kleurvervanging of Scheidingen combineren. Voor deze afdrukopties gelden beperkingen in het printerstuurprogramma. De volgende scenario’s tonen het nut van de Postflight-functie aan voor gebruikers die een hoge kleurkwaliteit vragen. Diagnose stellen van een onverwachte kleur (raadpleeg pagina 47) Met de Postflight-functie kunt u een diagnose stellen van onverwachte kleuren in een taak, of bepalen welke afdruk- of kalibratie-instellingen op een taak worden toegepast. POSTFLIGHT 46 De kalibratiestatus controleren alvorens een taak af te drukken (raadpleeg pagina 49) Houd rekening met het volgende voordat u een taak afdrukt: • Het kan zijn dat de EX Print Server diverse kalibratiesets gebruikt. Welke kalibratieset wordt op mijn taak toegepast? • Wanneer is de EX Print Server voor het laatst gekalibreerd? • Welk instrument is voor de laatste kalibratie gebruikt? De kwaliteit van het uitvoerprofiel controleren (raadpleeg pagina 50) Wanneer u van plan bent nieuw papier te gebruiken waarvoor geen aangepast profiel bestaat, of wanneer u verwacht dat de kleurverwerking niet nauwkeurig is omschreven in het uitvoerprofiel voor uw afdrukapparaat, dan kunt u het uitvoerprofiel controleren door de Postflight-testpagina af te drukken. Diagnose stellen van objectspecifieke problemen met kleuren (raadpleeg pagina 51) Wanneer een expert heeft vastgesteld dat het systeem juist is gekalibreerd en dat de algemene parameters, waaronder het uitvoerprofiel, juist zijn ingesteld, maar dat de objectspecifieke kleur nog altijd niet correct wordt afgedrukt, dan kunt u een kleurgecodeerd document afdrukken en een probleemdiagnose stellen. Hieronder worden de gedetailleerde procedures van deze scenario’s nader toegelicht. O PMERKING : Voor elk van de volgende procedures kunt u het rapport, in plaats van dit af te drukken naar de EX Print Server, ook naar de blokkeringswachtrij van de EX Print Server sturen en een afdrukvoorbeeld van de informatie bekijken (met de gerasterde taakgegevens) in ImageViewer. Raadpleeg ImageViewer voor meer informatie over ImageViewer. Als u de kleuren van een taak correct wilt bekijken, moet u uw monitor en monitorprofiel correct instellen. Raadpleeg pagina 12 voor meer informatie over de monitor en het monitorprofiel. O PMERKING : De procedures voor het afdrukken van een taak zijn vrijwel gelijk voor Windows- computers en Mac OS-computers. POSTFLIGHT Scenario 1: Diagnose stellen van een onverwachte kleur Voer de volgende procedure uit om een taak af te drukken met de Postflight-functie uitgeschakeld. EEN TAAK AFDRUKKEN 1 Open een taak vanuit uw toepassing. 2 Kies de optie Afdrukken. 3 Selecteer de EX Print Server als uw printer en klik op Eigenschappen. Het dialoogvenster Eigenschappen wordt weergegeven met het tabblad Fiery-afdrukken geselecteerd. 4 Klik op elk optiepictogram en geef de waarden op voor elke afdrukoptie. 5 Klik op het pictogram Taakinfo. 6 Kies de optie Uit in het menu Postflight. 7 Klik op OK om het dialoogvenster Eigenschappen te sluiten. 8 Klik op Afdrukken. De taak wordt afgedrukt naar de EX Print Server. Na het afdrukken van een taak kunt u de volgende procedure uitvoeren om een diagnose te stellen van een onverwachte kleur en om de taak met de gewijzigde kleurinstellingen af te drukken. 47 POSTFLIGHT 48 DIAGNOSE STELLEN VAN EEN ONVERWACHTE KLEUR EN AFDRUKKEN MET GEWIJZIGDE KLEURINSTELLINGEN 1 Klik op het pictogram Taakinfo. 2 Kies de optie Alle componenten in het menu Postflight. Meer informatie over de onderdelen van Postflight vindt u op pagina 42. 3 Klik op OK om het dialoogvenster Eigenschappen te sluiten. 4 Klik op Afdrukken. De Postflight-testpagina, kleurgecodeerde documentpagina’s en Postflight-rapporten worden afgedrukt. 5 Controleer alle Postflight-pagina’s. Meer informatie over de Postflight-pagina’s vindt u op pagina 42. 6 Breng de nodige wijzigingen aan op basis van de informatie op alle Postflight-pagina’s. Hieronder vindt u meer informatie over de wijzigingen. 7 Kies de optie Uit in het menu Postflight. 8 Klik op OK. 9 Klik op Afdrukken. De taak wordt met de gewijzigde kleurinstellingen afgedrukt naar de EX Print Server. 10 Keer indien nodig terug naar stap 1. Herhaal deze stappen tot u tevreden bent met het kleurresultaat. Wijzigingen aanbrengen Als u de Postflight-informatie hebt gecontroleerd, bepaalt u welke wijzigingen u moet aanbrengen. Vervolgens kunt u deze wijzigingen toepassen. Afhankelijk van de afdrukomgeving, de status van het afdrukapparaat en de kleurinstellingen zijn de volgende wijzigingen mogelijk: • Problemen met het afdrukapparaat oplossen (raadpleeg de documentatie van het afdrukapparaat). • De EX Print Server kalibreren (raadpleeg Afdrukken in kleur). • De kleuren van het uitvoerprofiel wijzigen met Command WorkStation (raadpleeg de Help van Command WorkStation). • De standaardinstellingen in Command WorkStation wijzigen (raadpleeg de Help van Command WorkStation). • De taakspecifieke instellingen voor afdrukopties wijzigen met Taakeigenschappen in Command WorkStation. POSTFLIGHT 49 Scenario 2: De kalibratiestatus controleren Voer de volgende procedure uit om de kalibratiestatus te controleren alvorens een taak af te drukken. DE KALIBRATIESTATUS CONTROLEREN EN AFDRUKKEN MET OPTIMALE KALIBRATIEPARAMETERS 1 Klik op het pictogram Taakinfo. 2 Als u het uitgebreide rapport niet hebt afgedrukt, kiest u de optie Uitgebreid rapport in het menu Postflight. Als u het uitgebreide rapport hebt afgedrukt en de inhoud ervan kent, selecteert u Beknopt rapport. Meer informatie over de Postflight-rapporten vindt u op pagina 43. 3 Klik op OK. 4 Klik op Afdrukken. De pagina van het uitgebreide of beknopte rapport wordt afgedrukt. 5 Doorloop de informatie op de pagina met de algemene ColorWise-instellingen. 6 Voer indien nodig een kalibratie uit. Wanneer sedert de laatste kalibratie een onderhoudsbeurt op het afdrukapparaat is uitgevoerd, of wanneer geen kalibratie is uitgevoerd, moet u het systeem kalibreren met de kalibratieset die in het Postflight-rapport is opgegeven. Raadpleeg Afdrukken in kleur voor meer informatie over kalibratie. 7 Kies de optie Uit in het menu Postflight. 8 Klik op OK. 9 Klik op Afdrukken. 10 De taak wordt afgedrukt naar de opnieuw gekalibreerde EX Print Server. POSTFLIGHT 50 Scenario 3: De kwaliteit van het uitvoerprofiel controleren Voer de volgende procedure uit om de kwaliteit van het uitvoerprofiel van het afdrukapparaat te controleren. DE KWALITEIT VAN HET UITVOERPROFIEL CONTROLEREN EN AFDRUKKEN MET HET OPTIMALE UITVOERPROFIEL 1 Klik op het pictogram Taakinfo. 2 Kies de optie Testpagina in het menu Postflight. Meer informatie over de Postflight-testpagina vindt u op pagina 42. 3 Klik op OK. 4 Klik op Afdrukken. De Postflight-testpagina wordt afgedrukt naar de EX Print Server. 5 Controleer de kleurkwaliteit op de Postflight-testpagina. O PMERKING : Denk erom deze pagina af te drukken met dezelfde media en afdrukopties als de taak zelf. 6 Controleer de aanwijzingen op de Postflight-testpagina. 7 Wijzig de kleur van het uitvoerprofiel, of maak zo nodig een nieuw profiel. Het kan zijn dat u het uitvoerprofiel moet aanpassen of dat u een nieuw profiel moet maken om optimale resultaten te krijgen op de door de taak gebruikte media. 8 Kies de optie Uit in het menu Postflight. 9 Klik op OK. 10 Klik op Afdrukken. De taak wordt afgedrukt naar de EX Print Server met het uitvoerprofiel dat u hebt gewijzigd of gemaakt. POSTFLIGHT 51 Scenario 4: Diagnose stellen van objectspecifieke problemen met kleuren Voer de volgende procedure uit om een diagnose te stellen van problemen met kleuren. EEN DIAGNOSE STELLEN VAN OBJECTSPECIFIEKE PROBLEMEN MET KLEUREN EN AFDRUKKEN MET GEWIJZIGDE KLEURINSTELLINGEN 1 Klik op het pictogram Taakinfo. 2 Kies de optie Kleurgecodeerde pag. in het menu Postflight. Meer informatie over kleurgecodeerde Postflight-pagina’s vindt u op pagina 42. 3 Klik op OK. 4 Klik op Afdrukken. Kleurgecodeerde Postflight-pagina’s worden afgedrukt naar de EX Print Server. O PMERKING : U kunt de kleurgecodeerde Postflight-pagina’s ook sturen naar de blokkeringswachtrij van de EX Print Server en een afdrukvoorbeeld bekijken met ImageViewer. Als u een afdrukvoorbeeld van pagina’s met ImageViewer wilt bekijken, moet u zorgen dat uw monitor is ingesteld volgens de aanbevelingen van de fabrikant en dat het juiste profiel voor uw monitor is opgegeven. Raadpleeg pagina 12 voor meer informatie over monitorprofielen. 5 Kleurgecodeerde Postflight-pagina’s controleren. 6 Wijzig zo nodig de kleurinstellingen. Voor meer informatie over de ColorWise-afdrukopties voor diverse kleurenruimten, raadpleeg Afdrukken in kleur. O PMERKING : Met de optie Alleen kleurgecodeerde pag. kunt u een taak sturen naar een ander afdrukapparaat dat ondersteuning biedt voor een specifieke kleurenruimte. Zo mag een document dat alleen bestemd is voor een CMYK-pers bijvoorbeeld alleen in cyaan gekleurde objecten bevatten. 7 Kies de optie Uit in het menu Postflight. 8 Klik op OK. 9 Klik op Afdrukken. De taak wordt met de gewijzigde kleurinstellingen afgedrukt naar de EX Print Server. MEERVOUDIGE PLAATSCHEIDINGEN 52 MEERVOUDIGE PLAATSCHEIDINGEN Met de functie voor meervoudige plaatscheidingen kunt u de meervoudige vooraf gescheiden kleurenplaten van een PostScript-taak in een samengestelde kleurenafdruk combineren. Deze functie biedt ondersteuning voor: cyaan, magenta, geel, zwart en een of meer steunkleuren. Door het combineren van meervoudige plaatscheidingen worden voorspelbare en nauwkeurige resultaten verkregen, ongeacht de originele toepassing die werd gebruikt. Deze functie ondersteunt ook DCS 2.0-bestandsindelingen die vanuit een DTP-toepassing in een PostScript-afdruktaak zijn opgenomen. Workflow voor meervoudige plaatscheidingen Voer de volgende procedure uit om een samengestelde kleurenafdruk vanuit het printerstuurprogramma te maken. O PMERKING : De procedures om een composietkleurenafdruk te maken zijn vrijwel gelijk voor Windows-computers en Mac OS-computers. EEN SAMENGESTELDE KLEURENAFDRUK MAKEN 1 Open een document waarvan u een kleurscheiding hebt gemaakt in een ondersteunde toepassing. 2 Kies de optie Afdrukken. 3 Selecteer de EX Print Server als uw printer en klik op Eigenschappen. Het dialoogvenster Eigenschappen wordt weergegeven met het tabblad Fiery-afdrukken geselecteerd. MEERVOUDIGE PLAATSCHEIDINGEN 4 Klik op het pictogram Kleur. 5 Selecteer Scheidingen combineren. 6 Klik op OK en klik vervolgens op Afdrukken. Er wordt een composietkleurenafdruk gemaakt op de EX Print Server. Afdrukoptie Scheidingen combineren Open de functie Meervoudige plaatscheidingen onder de afdrukoptie Scheidingen combineren vanuit het printerstuurprogramma. De volgende waarden zijn mogelijk voor de afdrukoptie Scheidingen combineren: • Uit (standaardinstelling) • Aan Ondersteunde toepassingen De volgende toepassingen zijn getest met Mac OS en Windows op compatibiliteit met de functie Meervoudige plaatscheidingen: • Adobe Illustrator • Adobe InDesign • Adobe PageMaker • Adobe FreeHand • QuarkXPress 53 PAPIERSIMULATIE 54 PAPIERSIMULATIE De functie Papiersimulatie biedt het voordeel van absolute kleurmeting, waarbij het witte punt van de bronkleurenruimte wordt weergegeven als een zichtbare kleur in de kleurenruimte van het uitvoerprofiel. Workflow voor Papiersimulatie Gebruik de volgende procedure om een taak af te drukken met de functie voor vaste papiersimulatie ingeschakeld. O PMERKING : De procedures voor het instellen van de afdrukoptie Papiersimulatie zijn vrijwel gelijk voor Windows-computers en Mac OS-computers. AFDRUKKEN MET DE FUNCTIE VOOR VASTE PAPIERSIMULATIE INGESCHAKELD 1 Kies Afdrukken in de toepassing waarmee u werkt. 2 Selecteer de EX Print Server als uw printer en klik op Eigenschappen. Het dialoogvenster Eigenschappen wordt weergegeven met het tabblad Fiery-afdrukken geselecteerd. UGRA/FOGRA-CONTROLESTRIP 56 UGRA/FOGRA-CONTROLESTRIP Ugra (de Graphic Technology Research Association van Zwitserland) en FOGRA (de Graphic Technology Research Association van Duitsland) zijn organisaties die standaardisatie en kwaliteitscontrole ondersteunen. Samen hebben zij de Ugra/FOGRA-controlestrip CMYK v2.0 ontwikkeld, een controlehulpmiddel voor het evalueren van drukproeven. Eén versie van de Ugra/FOGRA-controlestrip, die wordt ondersteund door de EX Print Server met Fiery Graphic Arts Package, Premium Edition ingeschakeld, is aangepast voor de ES-1000 spectrofotometer. De Ugra/FOGRA-controlestrip, zoals afgedrukt op de EX Print Server, bevat de standaardkleurvlakken en ook de resolutie van de pers, de modelnaam van de EX Print Server en andere statische informatie die door Ugra/FOGRA wordt vereist. Door de Ugra/FOGRA-controlestrip aan een taak toe te voegen, kunt u de kleurnauwkeurigheid en kleurconsistentie van de pers controleren door de kleuren in de Ugra/FOGRA-controlestrip te meten met de ES-1000 en ondersteunende software, en de metingen te vergelijken met referentiewaarden. De Ugra/FOGRA-controlestrip afdrukken Er zijn twee manieren om de Ugra/FOGRA-controlestrip in een taak op te nemen: • Het bestand Ugra FOGRA-MediaWedge V2.2x.EPS opnemen in het brondocument. Dit bestand bevindt zich op de dvd met gebruikerssoftware, in de map Color Bars in de map Windows Color Files of Mac Color Files. • De afdrukoptie Bedieningsbalk inschakelen. De Ugra/FOGRA-controlestrip is de standaardafbeelding van de bedieningsbalk. Raadpleeg “Bedieningsbalk” op pagina 21 voor meer informatie over de afdrukoptie Bedieningsbalk. O PMERKING : Deze versie van de Ugra/FOGRA-controlestrip verschilt van de Ugra/FOGRA- controlestrip die wordt gebruikt in de geïntegreerde Altona Visual-test. Raadpleeg Geïntegreerde Altona Visual-test voor meer informatie over de geïntegreerde Altona Visual-test. UGRA/FOGRA-CONTROLESTRIP 57 Het bestand Ugra FOGRA-MediaWedge V2.2x.EPS is geen gewoon EPS-bestand. Het afdrukken van dit bestand wordt alleen ondersteund op een EX Print Server waarop Fiery Graphic Arts Package, Premium Edition is ingeschakeld. Het bestand kan niet worden afgedrukt als het is gewijzigd en is opgeslagen als een andere versie. Momenteel is het niet mogelijk Compose, Impose of QDM te gebruiken om de afbeelding van de Ugra/FOGRA-controlestrip in een PDF-bestand in te sluiten. De Ugra/FOGRA-controlestrip lezen Deze versie van de Ugra/FOGRA-controlestrip is geoptimaliseerd voor de ES-1000. U kunt andere spectrofotometers gebruiken om de strip te lezen, indien deze worden ondersteund door de bijbehorende toepassingen. EFI Color Verifier (onderdeel van Fiery Color Profiler Suite) is de toepassing voor kwaliteitscontrole die officieel wordt ondersteund om de Ugra/FOGRA-controlestrip te lezen die door de EX Print Server wordt afgedrukt. Referentiemetingen worden niet ondersteund met de Ugra/FOGRA-controlestrip. Met de juiste software, bijvoorbeeld Fiery Color Profiler Suite, kunt u uw eigen referentiemetingen maken, deze uit ICC-referentieprofielen halen of deze laden vanuit standaarden. De Ugra/FOGRA-controlestrip gebruiken voor kwaliteitscontrole U kunt de Ugra/FOGRA-controlestrip gebruiken voor het vergelijken van digitale proeven met afdrukstandaarden, afdruksessies met afdrukstandaarden en digitale proeven met afdruksessies. De strip is oorspronkelijk ontworpen om de nauwkeurigheid en consistentie van CMYK-waarden te controleren aan de hand van de internationale norm ISO 12642, maar dit is niet de enige gebruiksmogelijkheid: wanneer de Ugra/FOGRA-controlestrip in een taak wordt afgedrukt, kunt u de kleurnauwkeurigheid en kleurconsistentie van het uitvoerapparaat meten voor willekeurige afdrukomstandigheden, of het nu om CMYKsimulatie of om CMYK-apparaatkleuren gaat. GEÏNTEGREERDE ALTONA VISUAL-TEST 58 GEÏNTEGREERDE ALTONA VISUAL-TEST De Altona Test Suite is een project van het European Color Initiative (ECI). Het testpakket is geschikt voor het beoordelen van RIP’s en andere componenten in samengestelde PDF-workflows voor proefafdrukken of productieafdrukken. Ook wanneer u PDF/X3 nog niet gebruikt, kunt u de Altona Test Suite gebruiken om de zwakke plekken en beperkingen van een PDF-workflow op te sporen. Met de functie Geïntegreerde Altona Visual-test van Fiery Graphic Arts Package, Premium Edition kunt u het niveau van PDF/X-ondersteuning controleren die de software en hardware in een samengestelde PDF-workflow bieden. U voert deze test uit door de gratis versie van het Altona Visual-testbestand af te drukken op de EX Print Server met de PDF-workflow die u wilt controleren. De EX Print Server voegt informatie aan de afgedrukte uitvoer toe waarmee u het volgende kunt bepalen: • Is de workflow voor het verzenden van PDF-documenten naar de EX Print Server PDF/X-compatibel? • Is een PDF/X-workflow compatibel met de beperkte interpretatie van PDF/X volgens Altona? • Voldoet de kleurkwaliteit van een PDF/X-workflow aan een standaard? Met de geïntegreerde Altona Visual-test wordt het instellen en controleren van PDF-workflows eenvoudiger. U kunt PDF/X-compatibiliteit volgens Altona controleren zonder de Altona Test Suite Application Kit aan te schaffen. GEÏNTEGREERDE ALTONA VISUAL-TEST 59 Altona Visual-testbestand De gratis versie van het Altona Visual-testbestand dat u nodig hebt voor de geïntegreerde Altona Visual-test kunt u downloaden vanaf de website van ECI (www.eci.org). Ga naar het gedeelte Downloads en download altona_visual_1v2a_x3.pdf. Dit PDF-bestand moet worden geïmporteerd in de EX Print Server via Command WorkStation of Hot Folders en niet worden afgedrukt via het printerstuurprogramma. Het printerstuurprogramma converteert een PDF-bestand naar PostScript, waardoor bepaalde ingesloten PDF/X-informatie verloren gaat. Afdrukken via een printerstuurprogramma kan geen deel uitmaken van een PDF/X-workflow. Geef de volgende instellingen voor de Altona Visual-testtaak op in Taakeigenschappen in Command WorkStation om PDF/X-compatibiliteit volgens Altona te testen: Afdrukoptie Instelling Locatie in Taakeigenschappen PDF/X-uitvoerintentie Ingeschakeld Aangepaste kleuren-instellingen (in Kleur) Samengestelde overdruk Ingeschakeld Kleur Ingesloten profiel gebruiken, indien aanwezig (RGB) Ingeschakeld Aangepaste kleuren-instellingen (in Kleur) RGB/Lab scheiden naar CMYK-bron Ingeschakeld Aangepaste kleuren-instellingen (in Kleur) Schaal 100% (niet vergroten/ verkleinen) Opmaak Het vergroten of verkleinen van het Altona Visual-testbestand en andere bestanden die zijn ontworpen met resolutieafhankelijke objecten leidt vaak tot artefacten zoals moiré. Raadpleeg Afdrukken in kleur voor meer informatie over deze afdrukopties, behalve Schaal. Raadpleeg Afdrukken voor meer informatie over Schaal. Wanneer u deze instellingen gebruikt, geeft de uitvoer van het Altona Visual-testbestand PDF/X-compatibiliteit aan zoals getest door Altona. GEÏNTEGREERDE ALTONA VISUAL-TEST Testresultaten interpreteren Het Altona Visual-testbestand produceert de afgedrukte pagina die hieronder wordt weergegeven. De EX Print Server voegt de testresultaten toe in het gebied linksonder. 1 Gebied voor testresultaten 1 In de onderstaande tabel wordt aangegeven hoe u de testresultaten moet lezen: Testresultaat Betekenis Blanco Het bestand is afgedrukt naar een EX Print Server zonder de functie Geïntegreerde Altona Visual-test of de workflow is niet PDF/X-compatibel. Een melding die aangeeft dat De workflow is niet compatibel met PDF/X volgens Altona. het testbestand niet is verwerkt met optimale instellingen voor Altona Ugra/FOGRA-controlestrip De workflow is compatibel met PDF/X volgens Altona. (een standaardset kleurbalken) 60 GEÏNTEGREERDE ALTONA VISUAL-TEST 61 Als de Ugra/FOGRA-controlestrip, hieronder weergegeven, wordt afgedrukt in het gebied voor testresultaten, is de workflow PDF/X-compatibel voor Altona-tests. Het is daarom juist om de pagina visueel en colorimetrisch te controleren. Als u beschikt over een spectrofotometer, zoals de ES-1000, en software voor kwaliteitscontrole, zoals EFI Color Verifier, kunt u verder gaan met metingen om de graad van kleurovereenkomst te beoordelen. De grootte en positie van de Ugra/FOGRA-controlestrip die door de EX Print Server wordt toegevoegd, zijn aangepast zodat de strip eenvoudig door specifieke leesapparatuur kan worden gelezen. 1 2 3 4 5 6 7 Ugra/Fogra-Medienkeil CMYK-EPS V2.2x 8 9 10 11 12 13 14 15 Copyright Fogra 2007 16 Liz.: User: 17 10 2FO180107 Version EFI 2007 20 ID: 85377533 40 60 80 100 Resolution: 600 dpi Device: EFI Fiery Demo O PMERKING : Zorg dat u de gratis versie van het Altona Visual-testbestand gebruikt en niet de betaalde versie. De betaalde versie bevat altijd een Ugra/FOGRA-controlestrip in het gebied linksonder, ongeacht of de workflow geldig is of niet. Bovendien kan de Ugra/FOGRA-controlestrip die in de betaalde versie wordt toegevoegd, niet eenvoudig door specifieke leesapparatuur worden gelezen. De geïntegreerde Altona Visual-test controleert of in de workflow PDF-integriteit behouden blijft en of geldige uitvoer wordt geproduceerd die kan worden gebruikt voor verdere analyse en interpretatie. Raadpleeg de door Adobe gepubliceerde documentatie om formeel het niveau van PDF/X-compatibiliteit te bepalen. Raadpleeg voor informatie over de interpretatie van afgedrukte Altona-pagina’s de documentatie die bij het European Color Initiative (ECI) verkrijgbaar is. Raadpleeg Ugra/FOGRA-controlestrip voor meer informatie over de Ugra/FOGRAcontrolestrip en hoe u deze kunt gebruiken voor kwaliteitscontrole in door de gebruiker bepaalde workflows. GEÏNTEGREERDE ALTONA VISUAL-TEST 62 Een PDF/X-workflow gebruiken die niet compatibel is volgens Altona Als in het gebied voor testresultaten tekst is afgedrukt in plaats van de Ugra/FOGRAcontrolestrip, kunt u de pagina niet gebruiken voor verdere Altona-tests, omdat de workflow niet PDF/X-compatibel is volgens Altona. De EX Print Server is echter niet beperkt tot de interpretatie van PDF/X volgens Altona. In het bijzonder kunt u taakinstellingen kiezen die niet PDF/X-compatibel zijn volgens Altona, wanneer u de EX Print Server gebruikt voor productieafdrukken in plaats van proefafdrukken. U kunt bijvoorbeeld de volgende keuzen maken: • Schakel de optie RGB/Lab scheiden naar CMYK-bron uit in PDF/X-productieworkflows om het maximale gamma van de pers te benutten. • Het document verkleinen voor grotere marges of vergroten voor kleinere marges. • Specifieke opties van EX Print Server, zoals Beeldverfijning, gebruiken die de afbeeldingen in het Altona Visual-testbestand zouden wijzigen, maar de productie-uitvoer verbeteren. Voor de best mogelijke uitvoer vanuit de Altona Test Suite kunt u de informatie over het Altona Visual-testbestand raadplegen op http://www.efi.com/support/production/fiery/production/how-to/sys8/ Altona biedt ondersteuning bij het controleren van PDF/X-compatibiliteit, met een lichte voorkeur voor ISO-standaardkleuren. Wij adviseren uzelf niet te beperken tot ISO-kleuren. Met PDF/X kunt u uw eigen kleurenruimten definiëren en optimaal gebruik maken van het bredere kleurengamma dat vaak mogelijk is met digitale printers. Raadpleeg documenten en informatie van Adobe als u meer wilt weten over PDF/X en het maken van compatibele documenten. INDEX 63 INDEX A H aangepaste bedieningsbalk 24 Altona 56 Automatisch overvullen afdrukken 27 configureerbaar 25 configureren 27 info 25 standaard 26 workflow 25 Halftoonsimulatie aanpassen 33 afdrukken 32, 33 afdrukoptie 31 Courantdruk 31 Door toepassing gedef. 31 Gebruikersscherm 31 kalibreren 34 workflow 31 Hot Folders-filters 40 B Bedieningsbalk aangepast 24 afdrukken 24 afdrukoptie 22 info 21 standaardbedieningsbalk 22 workflow 22 C Command WorkStation Automatisch overvullen configureren 27 Bedieningsbalk, functie 24 Bewerken van witpunten voor papiersimulatie 14 Halftoonsimulatie, functie 33 kalibratie van halftoonrasters 35 Progressieve proeven, functie 30 Toewijzing tweekleurendruk, definitie 18 E EFI Color Verifier 57, 61 F FOGRA 56 G Geïntegreerde Altona Visual-test 56, 58 grafische functies 9 I ImageViewer, openen 36 K kalibratiebestanden voor halftoonrasters 34 kleurconsistentie 56 kleuren, afdrukvoorbeelden 36 kleurenafdrukvoorbeelden 36 kleurnauwkeurigheid 56 M meervoudige plaatscheidingen workflow 52 monitor, instellen 12 monitorprofiel, opgeven 12 P Papiersimulatie afdrukken 15, 54 afdrukoptie 14, 55 vaste waarden 13, 54 Volledig (uitvoer VGC) 16 witpunt bewerken 14 workflow 13, 54 PDF/X-compatibiliteit 58 PDF/X-uitvoerintentie 59 INDEX Postflight afdrukoptie 45 afdrukopties van ColorWise 44 Beknopt rapport 49 Blokkeringswachtrij 51 ImageViewer 51 info 42 informatie 48 kalibratiestatus 46, 49 kleurgecodeerde pagina’s 42, 51 kwaliteit van het uitvoerprofiel 46, 50 monitorprofiel 51 nauwkeurige rapportering 44 onverwachte kleuren 45, 47 pagina met algemene ColorWiseinstellingen 43 pagina met algemene instellingen 49 pagina’s met objectspecifieke instellingen 43 Papiersimulatie 45 problemen met kleuren 46, 51 Steunkleuren 43 tegenover Kleurvervanging 45 tegenover Progressieve proeven 45 tegenover Scheidingen combineren 45 testpagina 42, 50 Uitgebreid rapport 49 wijzigingen aanbrengen 48 workflow 45 Progressieve proeven afdrukken 30 afdrukoptie 29 configureren 30 standaard 29 workflow 28 64 S Scheidingen combineren afdrukoptie 53 spectrofotometer 56, 61 T taken, afdrukvoorbeelden bekijken van 36 terminologie 7 Toewijzing tweekleurendruk afdrukken 19 definiëren 18 U Ugra/FOGRA-controlestrip 56, 61 uitvoerprofiel Papiersimulatie 15, 16, 54 Postflight 46, 48, 50 Spot-On 19
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64

Xerox Color 800/1000/i Gebruikershandleiding

Type
Gebruikershandleiding