Documenttranscriptie
INHOUDSOPGAVE
OM TE BEGINNEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .2
Algemene informatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .2
Aanwijzingen met betrekking tot de veiligheid . . . . . . . . . . . . .2
Informatie met betrekking tot de printkwaliteit en de garantie .3
In- en uitschakelen van de printer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .3
Economy modus van de printer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .3
Bedieningspaneel van de printer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .3
Functie van de toetsen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .4
Leds op het frontpaneel van de printer . . . . . . . . . . . . . . . . . . .6
Aansluiting van een digitaal fototoestel op de printer . . . . . . . .6
Aansluiting van de printer op het telefoonnet . . . . . . . . . . . . . .7
Aansluiting op het telefoonnet van een extern
telefoonapparaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .7
Aansluiting geval 1 (Italië en Zwitserland) . . . . . . . . . . . . . .8
Aansluiting geval 2 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .9
Aansluiting geval 3 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .10
Installatie van de fax . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .10
Installatieprocedure . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .11
Instelling datum en tijd van de fax . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .12
GEBRUIK VAN DE PRINTER ZONDER EEN COMPUTER . . . . . . .12
Kopiëren van een document . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .12
Foto's afdrukken vanaf een digitaal fototoestel . . . . . . . . . . . .13
Foto's afdrukken vanaf een digitaal PictBridge fototoestel . . . .13
Foto's afdrukken vanaf een digitaal DPOF fototoestel . . . . . . .14
INKTPATRONEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .14
Controle van het inktniveau . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .14
Informatie benodigd voor de aanschaf van nieuwe patrone . . .15
Vervanging van de inktpatronen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .15
INHOUDSOPGAVE iii
GEBRUIK VAN DE PRINTER VANAF EEN COMPUTER . . . . . . . .18
Alvorens te beginnen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .18
De Status monitor van de printer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .18
De Toolbox . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .19
Printen, kopiëren en scannen door middel van de Toolbox . . .20
Printen vanuit een applicatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .22
Scannen van een document vanuit een toepassing . . . . . . . . .23
Fax instellingen vanuit de applicatie Toolbox . . . . . . . . . . . . . .24
Fax instellingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .24
Installatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .24
Service . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .26
GEBRUIK VAN DE FAX . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .27
Instelling van de printer voor de ontvangst van faxen . . . . . . .27
Instelling van de ontvangestmodus . . . . . . . . . . . . . . . . .27
Verzenden van een fax . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .28
Een fax m.b.v. het bedieningspaneel verzenden . . . . . . . .28
Verzending van een fax m.b.v. de automatische
papiertoevoer van documenten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .28
Afdrukken van faxrapporten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .29
Rapport van de fax in geval van onderbreking van de
stroomvoorziening . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .29
MELDINGEN VAN DE FAX . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .29
Meldingen tijdens de verzendfasE . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .29
Meldingen in ontvangstfase . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .30
Algemene meldingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .30
Foutcodes die op het faxrapport worden afgedrukt . . . . . . . .30
Foutcodes op het verzendrapport . . . . . . . . . . . . . . . . . .31
Foutcodes op het activiteitenrapport . . . . . . . . . . . . . . . .31
INDEX . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .33
iv
INHOUDSOPGAVE
RICHTLIJN 2002/96/EG BETREFFENDE AFGEDANKTE ELEKTRISCHE
EN ELEKTRONISCHE APPARATUUR
INFORMATIE
1. VOOR DE LANDEN VAN DE EUROPESE UNIE (EU)
Het is verboden om elektrische en elektronische apparatuur als huishoudelijk afval te verwerken: het is
verplicht om een gescheiden inzameling uit te voeren. Het achterlaten van dergelijke apparatuur op
plekken die niet specifiek hiervoor erkend en ingericht zijn, kan gevaarlijke gevolgen voor het milieu en
de veiligheid met zich meebrengen.
Overtreders zijn onderworpen aan sancties en maatregelen krachtens de wet.
Om op correcte wijze onze apparatuur te verwerken kunt u:
a Zich wenden tot de plaatselijke instanties die u aanwijzingen en praktische informatie over de
correcte behandeling van het afval zullen verschaffen, zoals bijvoorbeeld: locatie en openingstijden
van de inzamelcentra, enz.
b Bij aankoop van een nieuw apparaat van ons merk, het oude apparaat, dat gelijk moet zijn aan het
gekochte apparaat bij onze wederverkoper inleveren.
Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak, aangebracht op de apparatuur, betekent dat:
•
Het apparaat aan het einde van zijn levensduur bij geoutilleerde inzamelcentra
moet worden ingeleverd en gescheiden van het huishoudelijk afval moet worden
verwerkt;
• Olivetti de activering garandeert van de procedures inzake behandeling,
inzameling, recycling en verwerking van de apparatuur conform de Richtlijn
2002/96/EG (en latere wijzigingen).
2. VOOR DE OVERIGE LANDEN (NIET EU)
De behandeling, de inzameling, de recycling en de verwerking van elektrische en elektronische
apparatuur dienen overeenkomstig de wetten die in elk land van kracht zijn te gebeuren.
INHOUDSOPGAVE v
Alle informatie in de gebruiksaanwijzing kan zonder aankondiging vooraf worden gewijzigd. Olivetti S.p.A. kan niet
aansprakelijk worden gesteld voor verlies of beschadigingen, direct of indirect die voortvloeien uit of verband houden
met deze gebruiksaanwijzing.
MIPC (Mobile Imaging and Printing Consortium)
MIPC is een sectorvereniging zonder winstoogmerk opgericht in 2004 door marktleiders op het gebied van
fotoprinters voor de consumentenmarkt en mobiele telefoons. Dit consortium richt zich op het bevorderen en
ondersteunen van de ontwikkeling van richtlijnen voor de uitwisseling en het printen van afbeeldingen en andere
inhoud tussen mobiele telefoons en printers. Deze richtlijnen worden internationaal bevorderd om de gebruikers van
mobiele telefoons een breed scala aan producten en dienste te leveren. http://www.mobileprinting.org.
LINEA office: Dit "Mobile Printing Ready" product werd ontwikkeld om het printen van afbeeldingen vanaf een
mobiele telefoon te vergemakkelijken. Het product ondersteunt de specificaties van het "Mobile Image Printing
Consortium" (MIPC) - "Implementation Guidelines for Home Printing with Mobile Terminals versie 2.1", voor:
PictBridge.
vi
INHOUDSOPGAVE
OM TE BEGINNEN
ALGEMENE INFORMATIE
Dit multifunctionele product voert de functies van een inkjetprinter van hoge kwaliteit, een kleurenscanner, een
fotokopieerapparaat en een faxapparaat uit. Het kopiëren en faxen van documenten die uit meerdere pagina's
bestaan wordt vereenvoudigd door de automatische papiertoevoer.
Voor de normale afdruk- en kopieerwerkzaamheden kunnen de zwarte inktpatroon en de kleurenpatroon
gebruikt worden.
Voor het afdrukken van foto's wordt geadviseerd de zwarte patroon te vervangen door een fotopatroon (die apart
verkocht wordt). De patronen zijn ook in de versie met hoge capaciteit beschikbaar.
De printer kan ook zonder computer gebruikt worden voor het verzenden van documenten per fax, voor het
kopiëren en voor het afdrukken van foto's door eenvoudigweg een digitaal fototoestel op de USB-poort op het
frontpaneel aan te sluiten.
Bij de printer zijn installatie-CD's geleverd die de software bevatten voor het gebruik in combinatie met de
computer en ook de applicatie Toolbox bevatten, die een vereenvoudigde toegang tot alle functies mogelijk
maakt.
De complete informatie is ook in elektronisch formaat beschikbaar door te selecteren: Start > Programma's of
Alle programma's > Olivetti en kan geraadpleegd of afgedrukt worden.
Er is ook een Online Help beschikbaar die op elke schermpagina van de software met behulp van de toets Help
opgeroepen kan worden.
Opmerking: min. systeemvereisten voor aangesloten PC.
Besturingssysteem: Microsoft Windows 2000 (Service Pack 3 of volgende versies) of XP (Service Pack 2 of
volgende versies), Vista ofwel MAC OS X 10.2, OS X 10.3, OS X 10.4.
RAM geheugen: 256 MB voor Windows 2000/XP (aanbevolen wordt geheugen van 512 MB); 512 MB voor
Windows Vista (aanbevolen wordt geheugen van 1 GB).
Beschikbare ruimte op de harde schijf: 500 MB.
AANWIJZINGEN MET BETREKKING TOT DE VEILIGHEID
•
•
•
•
•
•
•
•
2
U dient de onderstaande veiligheidsinformatie aandachtig te lezen en nauwkeurig op te volgen:
Gebruik uitsluitend de voedingsinrichting CWT model PAA060P en het netsnoer die bij het product eleverd zijn.
Als andere voedingsinrichtingen dan die aanwezig in de verpakking worden gebruikt, is het de
verantwoordelijkheid van de gebruiker om de conformiteit met de veiligheidsvoorschriften en de correcte
stroomvoorziening die door het product worden verlangd te garanderen.
Sluit het netsnoer aan op een geaard stopcontact dat zich in dichtbij het apparaat bevindt en gemakkelijk
bereikbaar is.
Installeer de printer op een vlak en stabiel oppervlak, en plaats hem zo dat niemand op het netsnoer kan trappen
of erover kan struikele.
Gebruik de printer niet in vochtige ruimten, of met natte handen. Stel de printer niet bloot aan regen of vocht.
Doe geen pogingen om de printer te demonteren.
Houd u aan alle waarschuwingen en instructies die direct op de printer zijn aangebracht.
U dient de bij de printer geleverde documentatie aandachtig te lezen en op te volgen.
De scanner is gewaardeerd als een zender van laserstralen van de klasse 1M: niet direct bekijken met optische
instrumenten (vergrootglas).
SNELGIDS
INFORMATIE MET BETREKKING TOT DE PRINTKWALITEIT EN DE GARANTIE
Om de correcte werking van de printer en een hoge printkwaliteit te garanderen, is het van fundamenteel belang
dat uitsluitend originele Olivetti inktpatronen worden gebruikt.
Olivetti aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade aan de printer als gevolg van schending of
regeneratie van de patronen. Bovendien komt door dergelijke handelingen de garantie te vervallen.
IN- EN UITSCHAKELEN VAN DE PRINTER
Druk op de On/Off toets. Wanneer het toetsenbord gesloten is, geven twee lampjes aan dat de printer
ingeschakeld is en of er storingen zijn opgetreden.
Referentie
LED
Beschrijving
1
LED voor On/Off
Licht groen op om aan te geven dat de printer ingeschakeld is.
2
LED voor fouten
Wordt oranje verlicht om de fouten te signaleren die door de LED's op
het bedieningspaneel van de printer worden aangegeven.
Economy modus van de printer
Na een bepaalde tijd, die vanaf de Toolbox kan worden ingesteld, komt de printer in een energiebesparende
modus: het toetsenbord is uit. De printer wordt weer geactiveerd zodra een signaal van de computer of van het
toetsenbord wordt ontvangen.
Opmerking: het is niet raadzaam de printer uit te schakelen aangezien hierdoor de datum en tijd
worden gewist.
BEDIENINGSPANEEL VAN DE PRINTER
Het bedieningspaneel omvat de keuze- en starttoetsen voor alle beschikbare functies: kopiëren, faxen, afdrukken
vanaf digitaal fototoestel of extern geheugen dat op de printer is aangesloten. Voor de normale gebruikscondities
moet het bedieningspaneel open zijn. Druk, om het bedieningspaneel te openen, op de glanzende zone
rechtsboven op de klep.
SNELGIDS
3
Functie van de toetsen
Referentie
Onderdeel
Beschrijving
1
Toets On/Off
Voor het in- en uitschakelen van de printer.
Indien het geheugen een ontvangen fax bevat die nog niet is afgedrukt
(gele lampje brandt), kan de printer niet worden uitgeschakeld.
Opmerking: Bij uitschakelen van de printer gaat de datum- en tijdinstelling
verloren; het wordt daarom aangeraden om dit NIET te doen, maar gebruik te
maken van de automatische functie voor energiebesparing. Druk 5 seconden
op de On/Off toets indien u de printer toch wenst uit te schakelen.
4
2
Display
Geeft aanwijzingen over de toestand van de fax en geeft het menu en het
telefoonboek weer.
3
Alfanumeriek
toetsenbord
Hiermee kan een telefoonnummer gebeld worden of de beginletter van de
naam van degene die men in het telefoonboek wil vinden ingevoerd
worden.
4
Toets *
Voor het uitvoeren van speciale functies die door de telefoonprovider
worden verschaft. Wordt ook gebruikt voor overgang van "Decimaal
kiezen" naar "Toondruktoetslijn".
5
Toets #
Voor het uitvoeren van speciale functies die door de telefoonprovider
worden verschaft.
6
Telefoonboek
Het eerste weergegeven nummer is het nummer dat het laatst gebeld is.
Het zoeken van namen kan gebeuren door gebruik te maken van de
Navigator of door de beginletter van de naam die men weer wil opbellen
in te voeren.
Het invullen van het telefoonboek is alleen vanuit de computer mogelijk.
SNELGIDS
Referentie
Onderdeel
Beschrijving
7
Menu
Voor toegang tot de faxfuncties.
Wordt doorgebladerd met de Navigator, de selectie wordt bevestigd met
de toets OK en er kan tijdens de invoer gewist worden met de toets
Annuleren.
8
OK
Selecteert en bevestigt de items weergegeven op het display.
9
Navigator
Zorgt voor verplaatsing tussen de menu-items die op het display
weergegeven worden en het doorbladeren van het telefoonboek.
10
Faxkwaliteit
Wijzigt de resolutie die via fax wordt verstuurd.
11
Kopieënteller
Geeft het aantal geselecteerde kopieën weer. Het weergegeven nummer
neemt af met het toenemen van het aantal afgedrukte kopieën.
12
Selectie aantal
kopieën
Voor selectie van het aantal te maken kopieën met de toetsen plus (+) en
min (-). Het geselecteerde aantal wordt weergegeven door de
kopieënteller.
13
Annuleren
Zorgt voor onmiddellijke annulering van het afdrukken, scannen of
kopiëren dat bezig is. Stelt de instellingen terug naar de
fabrieksinstellingen.
14
Selectie printkwaliteit
Voor selectie van de print- en kopieerkwaliteit.
De keuze van de foto-modus wordt aangeraden als het te kopiëren
origineel een afbeelding is of als men op speciaal inkjetpapier afdrukt.
15
Contrast kopie
Voor het donkerder of lichter maken van de kopie.
16
Start Z/W kopie
Start het Z/W kopiëren. Hierop drukken en ingedrukt houden om de
functie "Passen naar pagina" te activeren. Deze functie is niet actief
voor documenten die in de automatische invoer zijn geplaatst.
17
Start kleurenkopie
Start het kleurenkopiëren. Hierop drukken en ingedrukt houden om de
functie "Passen naar pagina" te activeren. Deze functie is niet actief
voor documenten die in de automatische invoer zijn geplaatst.
18
Start scannen
Is actief wanneer de printer op een computer is aangesloten.
Druk op deze toets om het document te scannen dat op de glasplaat van
de scanner of in de automatische documenteninvoer is geplaatst.
Op de computer wordt een venster van de applicatie Toolbox
weergegeven voor het aangeven van de bestemming van de gescande
afbeelding en het aanpassen van de scaninstellingen.
19
Start Z/W fax
Start de ontvangst of de verzending van een Z/W fax.
20
Start kleurenfax
Start de ontvangst of de verzending van een kleurenfax.
21
Start printen
Is beschikbaar wanneer een digitaal fototoestel of een compatibel extern
geheugen op de printer is aangesloten.
Deze toets knippert om aan te geven dat het afdrukken bezig is.
SNELGIDS
5
LEDS OP HET FRONTPANEEL VAN DE PRINTER
Open het bedieningspaneel voor toegang tot de ruimte waar de leds zichtbaar zijn.
Referentie
Onderdeel
Beschrijving
1
USB status
•
Groen: geeft de aansluiting van een digitaal fototoestel of een
compatibel extern geheugen aan; knipperend: geeft de overdracht
van gegevens naar de printer aan.
2
Fax in geheugen
aanwezig
•
Er is een fax in het geheugen aanwezig (die niet is afgedrukt op
het moment van ontvangst). Het is niet mogelijk de printer uit te
schakelen zonder de oorzaak van de fout geëlimineerd te hebben
en de faxen aanwezig in het geheugen afgedrukt te hebben.
Er is een fout betreffende de verzending of de ontvangst van een
fax opgetreden.
•
3
Papierfout
Geeft aan:
•
Papier vastgelopen.
•
Geen papier in de papiertoevoer.
4
Inkt op
Knipperen om aan te geven dat de zwarte, de fotografische en de
kleureninkt bijna op zijn. Het oranje licht gaat vast branden wanneer de
inkt volledig op is.
AANSLUITING VAN EEN DIGITAAL FOTOTOESTEL OP DE PRINTER
1
2
6
Schakel het digitale fototoestel in. Lees voor meer informatie de gebruiksaanwijzing van het fototoestel.
Sluit, met de printer ingeschakeld, een uiteinde van de USB-kabel op de USB-aansluiting van het fototoestel en het
andere uiteinde van de kabel op de USB-aansluiting op het frontpaneel van de printer aan: de leds voor de
aansluiting en het pictogram van de toets Start printen gaan branden.
Opmerking: wanneer een digitaal PictBridge fototoestel is aangesloten, gaat het pictogram van de toets Start
printen niet branden aangezien het afdrukken rechtstreeks door het fototoestel wordt bestuurd.
SNELGIDS
De groene LED voor de USB-status gaat branden om de correcte verbinding aan te geven.
Indien er geen verbinding is, controleren of een compatibel apparaat is aangesloten.
AANSLUITING VAN DE PRINTER OP HET TELEFOONNET
Op de achterkant van de printer twee RJ11 connectors aanwezig, een "LINE" (rechts) en een "EXT" (links)
connector.
Sluit de telefoonlijn via de bijgeleverde telefoonkabel op de "LINE" aansluiting aan.
Op de "EXT" aansluiting kan een externe telefoon of een antwoordapparaat worden aangesloten.
Als de aansluiting is afgesloten door een dekseltje, dit dekseltje verwijderen.
De telefoon in cascadeschakeling kan gebruikt worden om te bellen, te antwoorden of om een START signaal te
sturen voor de ontvangst van een fax (** default DTMF code, kan aangepast worden door te selecteren: Toolbox >
Instellingen > Fax instellingen > Installatie > Configuratie).
In dit geval geeft het display van het fax-bedieningspaneel aan dat een extra telefoon in lijn is.
Aansluiting op het telefoonnet van een extern telefoonapparaat
•
•
Aangezien de aansluiting op de telefoonlijn van de fax van een extra telefoon of van andere apparatuur
onderhevig is aan de nationale voorschriften die van land tot land verschillen, geven de volgende schema's een
vereenvoudigd voorbeeld van enkele aansluitingen.
Als echter in het land van bestemming de aansluiting op de telefoonlijn mocht verschillen van de aansluitingen die
in de schema's gespecificeerd zijn, raadpleeg dan de voorschriften die in het land van bestemming gelden.
De fax is ingesteld voor aansluiting op de openbare telefoonlijn. Zie, om hem aan te sluiten op een privé-lijn en
ook voor een openbare lijn te gebruiken, "Installatie van de fax".
In geval van een telefooninstallatie met meervoudige contactdozen, kan aanvullende telefoonapparatuur
aangesloten worden op een van de beschikbare contactdozen, mits de installatie over meerdere contactdozen in
parallel beschikt. In dit geval is de lijntoon altijd aanwezig wanneer gelijktijdig de hoorns van de eerder bestaande
telefoonapparaten worden opgepakt.
SNELGIDS
7
•
Als de lijntoon niet aanwezig is wanneer gelijktijdig de hoorns van de eerder bestaande telefoonapparaten
worden opgepakt, gaat het om een installatie met meerdere contactdozen in serie. In dit geval moeten de
aanvullende telefoonapparaten rechtstreeks op de printer worden aangesloten, zoals hierboven is beschreven.
Als dit echter niet mogelijk mocht zijn, moet de printer op de prioritaire contactdoos worden aangesloten.
Elk land gebruikt een specifieke telefoonstekker. Hieronder worden de meest gebruikte aansluitingen vermeld.
Aansluiting geval 1 (Italië en Zwitserland)
Steek de connector van de aanvullende telefoon of ander apparaat in de "EXT" aansluiting (zie het betreffende
schema).
Als het niet mogelijk is om de aanvullende telefoon rechtstreeks op de "EXT" aansluiting aan te sluiten, gebruik
dan de adapter die bij de aanvullende telefoon is gelever.
A
B
C
D
=
=
=
=
ingang telefoonlijn (LINE IN)
wandcontactdoos voor telefoonstekker
externe telefoon, met of zonder adapter, antwoordapparaat (EXT)
contactdoos voor een externe telefoon, een antwoordapparaat of andere apparatuur.
Aansluiting geval 1 Italië
8
SNELGIDS
Aansluiting geval 1 Zwitserland
Aansluiting geval 2
Steek de connector of de stekker van de aanvullende apparatuur in de stekker-contactdoos (zie het betreffende
schema).
A
B
C
D
=
=
=
=
ingang telefoonlijn (LINE IN)
wandcontactdoos voor telefoonstekker
externe telefoon, met of zonder adapter, antwoordapparaat (EXT)
contactdoos voor een externe telefoon, een antwoordapparaat of andere apparatuur.
SNELGIDS
9
Aansluiting geval 3
Steek de stekker van de aanvullende apparatuur in de (wand) contactdoos voor aansluiting van de telefoonlijn (zie
het betreffende schema).
Bovendien kan, via de speciale adapter (zoals voor het eerste type aansluiting), extra apparatuur worden
aangesloten op de "EXT" aansluiting voor het aansluiten van de telefoonlijn op de printer.
A
B
C
D
=
=
=
=
ingang telefoonlijn (LINE IN)
wandcontactdoos voor telefoonstekker
externe telefoon, met of zonder adapter, antwoordapparaat (EXT)
contactdoos voor een externe telefoon, een antwoordapparaat of andere apparatuur.
INSTALLATIE VAN DE FAX
Druk, na de telefoonkabel en het netsnoer te hebben aangesloten, op de inschakeltoets van de printer; er wordt
een zelfdiagnosecyclus uitgevoerd en hierna wordt op het display de melding weergegeven dat de printer klaar is
voor gebruik als faxapparaat.
10
SNELGIDS
Installatieprocedure
1
Bij inschakeling geeft de printer op het display geeft achter elkaar de beschikbare talen aan met 2 cijfers "nn"
cdie de taal identificeren. Druk op de toetsen met betrekking tot het nummer "nn" dat overeenkomt met de
gewenste taal.
2
Bevestig de selectie door te drukken op de toets
. Door te drukken op de toets
keert men terug naar
punt 1.
Het display geeft de mogelijke keuzes voor het land van bestemming weer.
Elk op het display weergegeven land wordt geïdentificeerd door een nummer "nn" waarmee het geassocieerd is.
Druk op de toetsen met betrekking tot het nummer "nn" dat overeenkomt met het gewenste land van
bestemming.
3
4
5
6
7
Bevestig de selectie door te drukken op de toets
. Door te drukken op de toets
keert men terug naar punt 3.
De installatie is beëindigd.
Om de datum en tijd in te voeren op de toets Menu drukken en daarna op de toets Bevestigen.
Op het display verschijnt het bericht "DATUM/TIJD INST".
Voer de gegevens in via het alfanumerieke toetsenbord en druk op de toets Bevestigen.
Opmerking: de datum en tijd kunnen ook door de computer worden gezonden door selecteren van
Toolbox > Instellingen > Fax-instellingen.
Opmerking: als de stroomvoorziening wordt onderbroken, gaan de datum en de tijd verloren. Bij inschakeling
geeft de printer op het display het verzoek om invoer van datum en tijd weer.
Opmerking: indien de keuze van het bestemmingsland moet worden gewijzigd, in sequentie op de volgende
toetsen drukken: C + * + *. Op het display verschijnt de keuze van de taal en het land van bestemming. Voer de
gewenste keuzes in en schakel na afloop de printer uit wanneer hierom wordt gevraagd. Bij inschakeling moeten
de datum en tijd opnieuw worden ingevoerd.
Land
Selectie
Land
Selectie
Argentina
Australia
Austria
Belgium
Brazil
Chile
China
Colombia
Czech Republic
Denmark
Finland
France
Germany
Greece
Hong Kong
India
Israel
Italy
AMERICA LATINA
NZL/AUSTRIA
ÖSTERREICH
BELGIUM
BRASILE
AMERICA LATINA
CHINA
AMERICA LATINA
CZECH
DANMARK
FINLAND
FRANCE
DEUTSCHLAND
GREECE
SINGAPORE
INDIA
ISRAEL
ITALIA
Ireland
Luxembourg
Mexico
New Zealand
Norway
Netherlands
Portugal
Perù
Rest of the world
Spain
South Africa
Sweden
Switzerland
Turkey
UK
Uruguay
Venezuela
UK/IRLANDA
BELGIUM
AMERICA LATINA
NZL/AUSTRALIA
NORGE
HOLLAND
PORTUGAL
AMERICA LATINA
INTERNATIONAL
ESPAÑA
S. AFRICA
SVERIGE
SCHWEIZ
TURKEY
U.K. / IRELAND
AMERICA LATINA
AMERICA LATINA
SNELGIDS
11
INSTELLING DATUM EN TIJD VAN DE FAX
•
•
Voor handmatige instelling van de datum en tijd bij inschakeling van de printer:
Druk, in stand-alone modus, op de toets Menu. De melding "DATUM/TIJD INST" wordt weergegeven.
Voer de datum en de tijd in met het alfanumerieke toetsenbord en druk na afloop op de toets OK.
Het is ook mogelijk de datum en tijd van de computer te zenden door te selecteren: Toolbox > Instellingen >
Fax instellingen.
GEBRUIK VAN DE PRINTER ZONDER EEN COMPUTER
KOPIËREN VAN EEN DOCUMENT
1
2
3
4
5
6
12
Schakel de printer in. Zie "In- en uitschakelen van de printer".
Controleer of de leds van "inkt op" op het frontpaneel uit zijn. In tegengesteld geval wordt geadviseerd de
betreffende patroon te vervangen. Zie voor meer informatie "Vervanging van de inktpatronen".
Breng het papier in waarop men wil afdrukken.
Leg het te kopiëren document op de glasplaat van de scanner of, indien het uit meerdere pagina's bestaat, in de
automatische documenteninvoer.
Selecteer de kopieerkwaliteit, Foto of Normaal, door de drukken op de toets Selectie printkwaliteit.
a Selecteer Normaal om een normale Z/W tekst of een gemengd Z/W en kleurendocument te kopiëren.
b Om een document te kopiëren en op speciaal inkjet-papier af te drukken, Foto selecteren. Zie voor meer
informatie "Bedieningspaneel van de printer".
Selecteer het contrast, donker, uitgebalanceerd of licht, door te drukken op de toets Contrast kopie.
Zie voor meer informatie "Bedieningspaneel van de printer".
SNELGIDS
7
8
Druk, om meer dan een kopie te maken, meerdere keren op de toets "+" (meer) totdat het correcte aantal
kopieën op de teller verschijnt.
Druk op de toets Start Z/W kopie of Start kleurenkopie afhankelijk van de behoefte.
Opmerking: als men het document wil kopiëren op een blad van ander formaat, houd dan de toets Start Z/W
kopie of Start kleurenkopie ingedrukt om de functie Passen naar pagina te activeren. De printer zal
automatisch het formaat van het origineel aanpassen totdat het overeenkomt met het formaat van het geladen
papier.
Opmerking: de functie Passen naar pagina is niet beschikbaar als de te kopiëren documenten in de
automatische documenteninvoer zijn geplaatst.
FOTO'S AFDRUKKEN VANAF EEN DIGITAAL FOTOTOESTEL
1
2
3
•
•
Wanneer de printer wordt aangesloten op een digitaal fototoestel of een compatibel extern geheugen, licht de
toets Start printen op.
Door op de toets Start printen te drukken, verkrijgt men een afdruk van de Photo Index, een document dat alle
foto's aanwezig in het geheugen dat is aangesloten op de printer reproduceert en waarop men de af te drukken
foto's, het aantal kopieën en het papierformaat kan kiezen.
Voor het afdrukken vanaf de Photo Index:
Houd het gebruikte geheugen aangesloten om de Photo Index af te drukken.
Plaats de complete ingevulde Photo Index op de scannerplaat.
Druk op de toets Start printen tot de afdrukprocedure start (circa 8 sec.): de foto's worden afgedrukt zoals
aangegeven.
De vooraf geselecteerde printkwaliteit is geschikt voor speciaal inkjetpapier en kan gewijzigd worden op het
bedieningspaneel van de printer.
De afgedrukte foto's zullen automatisch aangepast worden aan het papierformaat dat in de automatische
papiertoevoer aanwezig is.
FOTO'S AFDRUKKEN VANAF EEN DIGITAAL PICTBRIDGE FOTOTOESTEL
1
2
3
Om de beste afdrukresultaten van de foto te verkrijgen, wordt geadviseerd de kleurenpatroon en de fotopatroon
te installeren. Zie "Vervanging van de inktpatronen".
Laad het fotografische papier in de printer.
Controleer of het PictBridge fototoestel ingeschakeld is en op de printer is aangesloten.
Het printen wordt rechtstreeks door het digitale fototoestel beheerd en de toets Start printen is dus niet actief.
Lees de gebruiksaanwijzing van het fototoestel voor instructies met betrekking tot de afdrukprocedure van de
foto's.
Tijdens het printproces knippert de toets Start printen.
Opmerking: als het formaat van het geladen papier verschilt van het in het digitale fototoestel ingestelde
formaat, zullen de afdrukken niet correct uitgevoerd worden en zal een foutmelding verschijnen.
SNELGIDS
13
FOTO'S AFDRUKKEN VANAF EEN DIGITAAL DPOF FOTOTOESTEL
Om de beste printresultaten van de foto's te verkrijgen, wordt geadviseerd om de kleurenpatroon en de
fotopatroon te installeren. Zie "Vervanging van de inktpatronen".
De printer is in staat om de DPOF informatie te herkennen die de gebruiker aan de foto's die hij wil afdrukken
heeft gekoppeld. De toets Start printen gaat branden bij herkenning van het DPOF bestand.
1
2
3
4
Laad het fotografisch papier in de printer.
Controleer of het DPOF fototoestel ingeschakeld is en op de printer is aangesloten.
Selecteer de printkwaliteit naar behoefte.
Druk op de toets Start printen op het toetsenbord om de geselecteerde foto's af te drukken, waaraan de DPOF
aanwijzingen van het digitale fototoestel gekoppeld worden.
INKTPATRONEN
CONTROLE VAN HET INKTNIVEAU
Het inktniveau van de patronen kan rechtstreeks op het bedieningspaneel van de printer, in de printerdriver, de
applicatie Toolbox, de driver van de scanner of op de Status Monitor gecontroleerd worden.
Op het bedieningspaneel van de printer:
•
•
Wanneer de zwart- of kleurenindicatoren beginnen te knipperen, zijn de niveaus van de patronen laag
geworden.
Wanneer de indicatoren vast branden, bevindt de printer zich in de toestand dat de patroon bijna op is en
wordt vervanging van de patroon geadviseerd.
In de printerdriver:
1
2
3
Selecteer, bij een in een applicatie geopend document, Bestand > Afdrukken.
Op het scherm verschijnt het dialoogvenster Afdrukken.
Selecteer Voorkeursinstellingen of Eigenschappen, afhankelijk van het gebruikte besturingssysteem.
Op het scherm verschijnt de gebruikersinterface van de driver van de printer.
Selecteer het blad Inktniveau’s. De twee niveau-indicatoren geven de geschatte hoeveelheid resterende inkt in de
patronen aan, uitgedrukt in percentage.
In de applicatie Toolbox:
1
2
3
Open de applicatie Toolbox vanuit het pictogram Olivetti op de taakbalk of op het bureaublad, of door Start >
Programma's of Alle programma's > Olivetti > Olivetti Toolbox te klikken.
Het hoofdvenster van Toolbox verschijnt.
Selecteer Oplossingen en assistentie.
Selecteer Selecteer > Nieuwe inktpatronen.
In het dialoogvenster Nieuwe inktpatronen, geven de niveau-indicatoren de resterende hoeveelheid inkt in de
patronen aan, uitgedrukt in percentage.
In de driver van de scanner:
Wanneer een document of een foto wordt gescand, zijn in het onderste deel van het venster de niveauindicatoren aanwezig, die de resterende hoeveelheid inkt in de patronen aangeven, uitgedrukt in percentage.
14
SNELGIDS
Op de Status Monitor:
Tijdens afdrukken of kopiëren dat door de computer wordt uitgevoerd, wordt op het scherm de Status Monitor
van de printer weergegeven. Het venster toont de printinformatie en het resterende inktniveau in de patronen. Zie
voor meer informatie "De Status Monitor van de printer".
INFORMATIE BENODIGD VOOR DE AANSCHAF VAN NIEUWE PATRONE
Om de correcte werking van de printer en een hoge printkwaliteit te garanderen, is het van fundamenteel belang
dat uitsluitend originele inktpatronen worden gebruikt.
Gebruik de volgende productcodes voor de aanschaf van de patronen:
•
•
•
•
•
•
Zwarte inktpatroon, code B0631 - IN701
Inktpatroon met drie kleuren, code B0632 - IN703
Fotopatroon, code B0633 - IN705
Zwart inktpatroon met hoge capaciteit, code B0628 - IN702
Inktpatroon met drie kleuren met hoge capaciteit, code B0629 - IN704
Fotopatroon met hoge capaciteit, code B0630 - IN706
Opgelet: de patronen zijn voor eenmalig gebruik bedoeld.
VERVANGING VAN DE INKTPATRONEN
1
2
Men adviseert om originele patronen te gebruiken. De printkwaliteit is niet verzekerd en de garantie dekt niet
eventuele problemen die veroorzaakt worden door het gebruik van niet-originele accessoires, onderdelen of
componenten.
Opgelet: alvorens de in dit gedeelte beschreven procedures uit te voeren, dient u de informatie over de
veiligheidsvoorschriften in deze snelgids nauwkeurig op te volgen.
Schakel de printer in.
Til met beide handen het bovenste gedeelte van de printer op.
De steunhendel blokkeert automatisch het bovenste gedeelte van de printer in open stand.
De wagen plaatst zich in het midden van de printer zodat het inbrengen wordt vereenvoudigd.
SNELGIDS
15
3
Druk op de ontgrendelingshendel om de te vervangen patroon te verwijderen.
Opgelet: de zwarte inktpatroon (of de fotopatroon) moet altijd in de linker houder worden ingebracht, en de
kleurenpatroon in de rechter houder.
4
Als de verwijderde patroon opnieuw gebruikt zal worden, deze in de houder voor de zwarte of fotopatroon in de
printer inbrengen.
Verwijder, om een nieuwe patroon te installeren, de beschermfolie van de patroon.
5
Opmerking: deze procedure heeft betrekking op een kleurenpatroon. De vervanging van een zwarte of een
fotopatroon vereist dezelfde procedure.
16
SNELGIDS
6
Breng de nieuwe patroon in en druk hem naar de achterkant van printer totdat hij vasthaakt.
7
Til het bovenste gedeelte van de printer op en duw op de steunhendel. Het bovenste gedeelte van de printer komt
omlaag en kan gesloten worden.
8
De printer voert automatisch de uitlijning van de patronen uit die beëindigd wordt met het afdrukken van een
technische tekst. Breng een blad papier van A4-formaat in en wacht op het afdrukken.
SNELGIDS
17
GEBRUIK VAN DE PRINTER VANAF EEN COMPUTER
ALVORENS TE BEGINNEN
In dit hoofdstuk wordt de nodige basisinformatie gegeven voor het gebruik van de printer wanneer hij op een
computer is aangesloten. Voor meer informatie over de geboden functies, raadpleeg de Gebruikershandleiding
door selecteren van Start > Programma's > Olivetti.
Meer informatie is beschikbaar door selecteren van Help in de dialoogvensters:
1
2
3
Voordat u begint:
Controleer of de printer en de computer correct zijn aangesloten en of de software op de CD geïnstalleerd is zoals
aangegeven in de Installatie van de printer dat bij de printer wordt geleverd.
Laad het papier waarop u wilt printen.
Controleer of de leds voor het opraken van de inkt op het frontpaneel niet branden. In tegengesteld geval wordt
geadviseerd de betreffende inktpatroon te vervangen.
Zie "Vervanging van de inktpatronen" voor meer informatie.
DE STATUS MONITOR VAN DE PRINTER
•
•
•
•
•
•
18
De Status Monitor van de printer biedt informatie over de huidige status van de printer en wordt samen met de
software op de installatie-CD geïnstalleerd.
De Status Monitor wordt automatisch weergegeven aan het begin van een afdruk- of kopieertaak, en hierop vindt
u het volgende:
Grafische weergave van het reeds uitgevoerde percentage van de afdruk of kopie.
Weergave van het aantal reeds afgedrukte of gekopieerde pagina's ten opzichte van het totale aantal pagina's.
Grafische weergave van de geschatte hoeveelheid inkt, in percentage, die nog beschikbaar is in de zwarte en
kleurenpatroon.
De mogelijkheid om een afdruk- of kopieertaak te annuleren.
Het adres van de website van de fabrikant, waar u de nodige informatie kunt vinden voor het aanschaffen van
nieuwe inktpatronen.
De Status monitor wordt automatisch gesloten aan het eind van de afdruk- of kopieertaak, maar kan op elk
gewenst moment worden gesloten.
Als de Status Monitor gesloten is tijdens een afdruk- of kopieertaak, wordt hij onder de volgende omstandigheden
automatisch weer geopend.
Wanneer de inkt in de printer bijna of helemaal op is. Een gekleurd uitroepteken geeft het lage inktniveau
(kleuren, zwart, of beide) en de betreffende percentages aan. Er worden pop-up vensters weergegeven met het
adres van de website van de fabrikant waar u de nodige informatie vindt voor het aanschaffen van nieuwe
inktpatronen.
SNELGIDS
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Bovendien geeft de Status Monitor van de printer foutenvensters weer wanneer:
Een of beide patronen ontbreken.
De glasplaat staat omhoog.
Het toetsenbord is gesloten en er is een afdruk- of kopieerproces gestart.
Het papier in de printer opraakt.
Het papier vastloopt.
Een verkeerd papierformaat gedetecteerd wordt.
De printer voor een andere applicatie gebruikt wordt.
De printer niet herkend wordt.
De wagen van de inktpatronen geblokkeerd wordt.
De printer niet werkt (systeemfout).
De hierboven vermelde vensters bieden ook de keus om de afdruktaak voort te zetten of te annuleren.
DE TOOLBOX
De applicatie Toolbox maakt het afdrukken, kopiëren, scannen, verzenden en ontvangen en verzenden van faxen
mogelijk met behulp van één venster op het scherm van de computer.
•
•
•
•
•
Vanuit de hoofdschermpagina van de applicatie Toolbox, is het mogelijk om:
Foto's af te drukken en kopieën te maken.
Documenten te scannen door van te voren de bestemming te kiezen.
De hoeveelheid resterende inkt in de geïnstalleerde patronen te controleren.
Toegang te verkrijgen tot de functie Oplossingen en assistentie, waarmee het volgende mogelijk is:
– De sproeiers van de patronen reinigen en controleren.
– Automatisch de patronen uitlijnen om de printkwaliteit te verbeteren.
– Het adres van de website van de producent vinden, waar de nodige informatie voor de aanschaf van nieuwe
patronen aangetroffen kan worde.
– Toegang tot informatie over foutopsporing en onderhoud.
– Testpagina afdrukken.
De functie Instellingen openen.
SNELGIDS
19
PRINTEN, KOPIËREN EN SCANNEN DOOR MIDDEL VAN DE TOOLBOX
1
Om de Toolbox te openen:
Klik met de rechter muisknop op het pictogram Olivetti op de taakbalk van Windows en selecteer de Toolbox, of
selecteer Start > Programma's of Alle programma's > Olivetti > Olivetti Toolbox. Het hoofdscherm van de
Toolbox zal weergegeven worden.
Opmerking: in Mac OS X omgeving is de applicatie Toolbox beschikbaar door op het pictogram op het
bureaublad te klikken of in de lijst van geïnstalleerde programma's.
De hoofdsectie van de Toolbox omvat de pictogrammen die de verschillende beschikbare tools aanduiden.
Pictogram
Het volgende is mogelijk:
Print foto's
•
•
•
•
•
•
Fotokopieerapparaat
•
•
•
•
•
•
Door de hard disk of het geheugen van het op de computer aangesloten digitale
non-PictBridge/DPOF fototoestel bladeren, om de map met de af te drukken
foto's te zoeken.
Alle in de map opgeslagen foto's of de enkele gewenste foto'sselecteren, en
vervolgens het aantal af te drukken kopieën bepalen.
Het papiertype en het papierformaat selecteren.
Selecteren of de foto's op een enkele pagina, of twee foto's op eenpagina of vier
foto's op een pagina worden afgedrukt.
Een index van de foto's afdrukken.
De geselecteerde foto's afdrukken.
Het te kopiëren documenttype bepalen.
Het papiertype en het papierformaat waarop de afdruk wordt gemaakt
selecteren.
De kopieerkwaliteit bepalen.
De kopie lichter of donkerder maken en de Z/W- of kleurenkopie selecteren.
De lay-out van de afgedrukte kopie selecteren: meerdere kopieën scannen en op
een enkele pagina afdrukken; kopieën vanposterformaat maken door het aantal
pagina's te bepalen waaraan degekopieerde afbeelding wordt aangepast; de
gekopieerde afbeelding hetbenodigde aantal keren reproduceren zonder
herschalen van deafbeelding, of de gekopieerde afbeelding eenvoudig op een
paginaafdrukken.
Niet alle lay-outs zijn beschikbaar indien de kopie wordt uitgevoerd met het te
kopiëren document in de automatische documenteninvoer geplaatst.
Het te kopiëren document of de foto vergroten of verkleinen, of degrootte
automatisch regelen zodat hij op het geselecteerdepapierformaat wordt
aangepast.
Opmerking: niet alle functies voor formaat wijzigen of verschillende paginaindelingen zijn beschikbaar indien de documenten in de automatische invoer worden
geplaatst.
•
20
SNELGIDS
Het aantal uit te voeren kopieën selecteren.
Pictogram
Het volgende is mogelijk:
Scan -> file
Scan -> applicatie
Scan -> mail
Scan -> fax
•
•
•
•
•
Een afdrukvoorbeeld scannen van het document of de foto die op de plaat van
de scanner ligt.
De selectiecommando's gebruiken voor het bepalen van het gebied vanhet
afdrukvoorbeeld dat u wilt scannen.
Het afdrukvoorbeeld draaien, spiegelen, vergroten of verkleinen.
Het documenttype bepalen dat u wilt scannen en de modus voor vollekleuren,
grijstinten of zwart-wit selecteren.
De resolutie, de kleurintensiteit, de helderheid en het contrast van degescande
afbeelding bepalen.
Opmerking: indien de documenten in de automatische invoer worden geplaatst,
kan een pagina tegelijk worden gescand, of alle documenten in sequentie.
Naar gelang de geselecteerde tool:
• Met Scan -> file (Scannen naar bestand), de gescande afbeelding in hetformaat
TIFF (.tif), bitmap (.bmp) of JPEG (.jpg) opslaan in een map vande computer.
• Met Scan -> applicatie (Scannen naar toepassing), het scannen vanhet
document of de foto in een te selecteren applicatie uitvoeren (zoalseen grafisch
programma, een tekstverwerker of een desk-top publisher).
• Met Scan -> mail (Scannen naar email), het gescande document of defoto in
gecomprimeerd .jpg formaat toevoegen aan een email-berichtdat door de
standaard email-applicatie van de computer is geopend.
• Met Scan -> fax (Scannen naar fax), het scannen van het document ofde foto,
in gecomprimeerd .jpg formaat, in een te selecterenfaxapplicatie uitvoeren.
De hoofdschermpagina van de Toolbox geeft ook de koppeling naar Help, Oplossingen en assistentie, en
Instellingen.
Koppeling
Het volgende is mogelijk:
Help
•
Nadere informatie weergeven over het momenteel op de computer
weergegevenelement.
Oplossingen en assistentie
•
•
•
•
De inktpatronen reinigen en controleren.
De patronen automatisch uitlijnen.
Het adres van de website van de fabrikant opzoeken waar u de nodigeinformatie
vindt voor het aanschaffen van nieuwe inktpatronen.
Informatie vinden met betrekking tot storingsopsporing en onderhoud.
•
De standaardinstellingen van de diverse beschikbare functies wijzigen.
Instellingen
SNELGIDS
21
PRINTEN VANUIT EEN APPLICATIE
1
2
Met het document of de foto geopend in de gebruikte applicatie, klikt u op Bestand > Afdrukken om het
dialoogvenster Afdrukken te openen.
Klik op Voorkeurinstellingen of Eigenschappen, naar gelang het gebruikte besturingssysteem.
Het scherm van de gebruikersinterface van de printerdriver wordt weergegeven, vanwaar het mogelijk is de
multifunctionele printer te gebruiken, zoals aangegeven in onderstaande tabel.
Voorkeursinstellingen/
Eigenschappen:
Het volgende is mogelijk:
Papier/kwaliteit
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Opmaak
•
•
•
•
•
•
22
SNELGIDS
De samenstelling van het te printen document handmatig selecteren:
alleen zwarte tekst of grafiek, een combinatie van zwarte tekst, kleurengrafiek
of foto's, alleen foto's; of de automatische detectie van het origineel als een
combinatie van zwarte tekst, kleurengrafiek of foto's instellen.
Het papiertype en formaat selecteren dat u wilt gebruiken.
Het formaat, in inch of millimeter, bepalen van elk type persoonlijk aangepast
papier dat u wilt gebruiken.
De afdruk zonder randen selecteren wanneer gestreken of glanzend papier of
kaartformaat is ingesteld.
Het papier handmatig invoeren indien men op kettingpapier, enveloppen voor
etiketten en opstriijkbladen wil afdrukken.
De gewenste printkwaliteit selecteren.
De afdruk in fotografische kwaliteit selecteren wanneer fotografisch papier is
geladen en Foto als documenttype is geselecteerd; de printer zal om een langere
afdruktijd vragen.
Documenten bestaande uit meerdere pagina's afdrukken, van de eerste tot de
laatste; de selectie kan geannuleerd worden.
Kiezen of de afbeelding verticaal of horizontaal afgedrukt moet worden (de
printer zal de afbeelding zoals gevraagd draaien).
Kiezen om in Z/W of in kleur te printen, afhankelijk van het originele document.
Het aantal af te drukken kopieën bepalen, al of niet beginnend bij de laatste pagina.
De standaardinstellingen herstellen, of de instellingen opslaan zodat ze op de
volgende printopdracht toegepast worden.
Het afdrukken van de enkele pagina's van het document of de foto op een
enkele pagina instellen.
Het afdrukken van meervoudige pagina's op een enkel blad instellen, door 2, 3,
4 of 8 pagina's van het document of de foto op een enkel vel papier te plaatsen.
De volgorde bepalen waarin de meervoudige pagina's op het enkele blad
worden geplaatst, en al of niet een rand om de afzonderlijke afbeeldingen op
het enkele blad instellen.
Het afdrukken van meervoudige pagina's in posterformaat instellen, dus door de
inhoud van een enkele pagina uit te breiden over meer dan één vel papier.
Het aantal vellen bepalen waarop de geselecteerde posterafbeelding afgedrukt
wordt en beslissen of al of niet een rand wordt geplaatst om de afzonderlijke
afbeeldingen die de poster vormen.
De standaardinstellingen herstellen, of de instellingen opslaan zodat ze op de
volgende printopdracht worden toegepast.
Voorkeursinstellingen/
Eigenschappen:
Het volgende is mogelijk:
Inktniveaus
•
•
•
De geschatte hoeveelheid resterende inkt in de zwarte en kleurenpatroon
weergeven.
Een directe verbinding tot stand brengen waarmee men, door selecteren van
Oplossingen en assistentie, informatie kan weergeven over onderhoud en
storingsopsporing.
Beschikken over een directe link naar het adres van de website van de fabrikant,
waar u de nodige informatie vindt voor het aanschaffen van nieuwe
inktpatronen.
SCANNEN VAN EEN DOCUMENT VANUIT EEN TOEPASSING
1
2
Leg het document op de glasplaat van de scanner of, indien het uit meerdere pagina's bestaat, in de automatische
documenteninvoer.
Haal de afbeelding uit de gebruikte applicatie op.
Indien het document op de glasplaat ligt, wordt de gebruikersinterface van de scannerdriver weergegeven. Links
op het scherm wordt een afdrukvoorbeeld met lage resolutie van het document of de afbeelding weergegeven
zodat u het scannen kunt aanpassen:
Scannerdriver
Het volgende is mogelijk:
Standaard
•
•
Aangepast
•
•
•
•
•
De compositie van het te scannen document bepalen: alleen tekst of grafiek in
zwart-wit, combinatie van zwarte tekst, kleurengrafiek of foto's, of alleen foto's.
De standaardinstellingen herstellen, of de instellingen opslaan zodat ze bij de
volgende afdruktaak worden toegepast.
De scanresolutie selecteren.
Instellen of het scannen in reële kleuren met 24 bit/pixel, in grijstinten met
8 bit/pixel of in Z/W met 1 bit/pixel moet worden uitgevoerd.
De te scannen afbeelding lichter of donkerder maken.
Het contrast van de te scannen afbeelding verhogen of verlagen.
De standaardinstellingen herstellen, of de instellingen opslaan zodat ze bij de
volgende afdruktaak worden toegepast.
Opmerking: indien de documenten in de automatische invoer zijn geplaatst is het afdrukvoorbeeld niet
beschikbaar en is het ook niet mogelijk het scanresultaat aan te passen. De gebruikte toepassing kan al of niet de
keuzemogelijkheid bieden om de pagina's afzonderlijk of alle documenten achter elkaar te scannen.
SNELGIDS
23
FAX INSTELLINGEN VANUIT DE APPLICATIE TOOLBOX
•
•
•
De applicatie Toolbox (geïnstalleerd met de software van het product) zorgt voor een zorgvuldige controle van
alle hoofdfuncties die in faxmodus worden verricht. Selecteer voor toegang tot de configuratie van de Fax
omgeving, Toolbox > Instellingen > Fax instellingen.
Fax instellingen opent een rolmenu dat de mogelijke instellingen aangeeft, onderverdeeld in:
Fax instellingen
Installatie (Instelling en Ontvangen)
Service.
Fax instellingen
•
•
•
Beschikbaar zijn
Slaaptijd: om in te stellen na hoeveel tijd de printer de modus van energiebesparing betreedt.
Telefoonboek: om maximaal 10 namen in het telefoonboek in te voeren, door ze met een positienummer, een
telefoonnummer en een naam te identificeren.
Datum en tijd: om de datum en de tijd in te voeren die ook overgedragen kunnen worden naar de computer die
op de printer aangesloten is.
Installatie
•
•
•
•
•
De beschikbare instellingen zijn:
Naam en Nummer van de fax van de zender.
Taal die in de bedieningsinterface wordt gebruikt.
Papierformaat gebruikt voor het afdrukken en het beheer van formaten van ontvangen faxen die verschillen van
het papier dat in de printer is geladen.
Gebruik van de kleurenkop voor het ook in zwart afdrukken wanneer het niveau van de zwarte inkt laag is (zwart
trichroom)
Formaat van de datum en de tijd.
De overige instellingen zijn: Instelling en Ontvangen (*).
Instelling
Opmerking: Selecteer, om de gekozen instellingen te bevestigen, INSTALLATIE en druk op de toets Zend
instelling.
•
•
•
24
De configuratie van de telefoonlijn vereist:
Type lijn
– Publiek (openbare lijn): beheerd door de telecommunicatieprovider op nationaal niveau.
– PBX (privé-lijn): beheerd door een centrale die op zijn beurt is aangesloten op een of meerdere openbare
lijnen, en die verschillende interne (privé) lijnen schakelt en verbindt zonder de noodzaak om het openbare
telefoonnet te gebruiken. Bij selectie van de privé-lijn zijn alleen de telefoonnummers van de interne lijn
gemachtigd.
Modus lijn: multifrequentie of pulsen. Selecteer de multifrequentie modus.
PBX flash: selecteer deze instelling wanneer de printer is aangesloten op een privé-centrale (PBX) met beheer van
de FLASH puls en als men de fax uitsluitend over de openbare lijn wil sturen.
SNELGIDS
•
•
•
•
•
•
•
•
ID beller: zorgt voor weergave van het telefoonnummer of de naam van de beller.
De ontvangst van de ID van de beller is een functie die aan de provider van het telefoonnet aangevraagd moet
worden.
Op afstand: als Manueel als Ontvangstmodus (*) is geselecteerd omdat een externe telefoon op de printer of op
dezelfde telefoonlijn is aangesloten, is bij invoer van de code * * (vooraf gedefinieerd) op het toetsenbord van de
telefoon, de fax gemachtigd om inkomende documenten te ontvangen.
Lijnmonitor: machtigt de speaker van de printer om de tonen van de telefoonlijn af te geven.
Kop van de fax: het verzonden document zal ook de naam en het telefoonnummer van de afzender, datum en
tijd en aantal pagina's bevatten. Men kan tevens de positie van deze kop instellen.
Foutcorrectie modus: zorgt voor correctie van fouten veroorzaakt door eventuele storingen op de telefoonlijn.
TX rapport: voorziet in het afdrukken van een rapport uitsluitend bij mislukte verzending (vooraf gedefinieerd),
nooit of altijd.
TX snelheid: 33600 bit/sec. is vooraf gedefinieerd; de zendsnelheid kan verlaagd worden indien de telefoonlijnen
deze snelheid niet verdragen.
Volume zoemer en luidspreker: instelbaar van 0 tot 8.
Ontvangen (*)
•
•
•
•
Belvolume: selecteerbaar van 0 tot 8.
Aantal bellen: de modem van de printer luistert op de telefoonlijn en ontvangt alleen na het aantal ingestelde
belrinkels; het volgende gedrag hangt af van de gekozen Ontvangstmodus (*).
Soort beltoon: moet geactiveerd worden als twee telefoonnummers op dezelfde lijn actief zijn, de
telefooncentrale wijst twee verschillende rinkels toe die de printer kan herkennen tijdens de installatieprocedure
(Deze instelling kan niet gebruikt worden in Frankrijk).
Fax/tel timer: staat bij de Ontvangstmodus Tel/Fax toe om de tijd in te stellen waarna de printer de oproep als fax
ontvangt. Kan ingesteld worden van 15 tot 40 seconden.
(*) De ONTVANGSTMODUS moet geselecteerd worden tijdens de installatie van de printer
volgens de hieronder vermelde aanwijzingen.
Voor het instellen van de ontvangst: schakel de printer in en wacht tot hij online is.
Druk op de toets Menu vanaf het faxtoetsenbord op de printer en vervolgens op Ontvangstmodus en kies de
modus AUTOMATISCH, MANUEEL, TELEFOON/FAX, of ANTWOORDAPPARAAT/FAX.
SNELGIDS
25
Modus AUTOMATISCH (standaardinstelling)
De printer is gemachtigd voor het ontvangen en afdrukken van faxen. De instelling moet gewijzigd worden als
een extern apparaat, telefoon of antwoordapparaat wordt aangesloten.
Modus MANUEEL
De oproep wordt altijd door de telefoon ontvangen. Als bij het beantwoorden de gebruiker een faxoproep
identificeert, kan deze omgeleid worden naar de printer door de gekozen code in te voeren (de vooraf
gedefinieerde code is * *) met het toetsenbord van de aanvullende telefoon (als Op afstand in de Fax Configuratie
vanuit Toolbox is gekozen).
Opmerking: Als een aanvullende telefoon op de printer is aangesloten, moet de geselecteerde Ontvangstmodus
MANUEEL zijn.
Modus TELEFOON/FAX
Na een bepaald aantal malen rinkelen (te wijzigen door selectie van: Toolbox > Instellingen > Fax instellingen >
Installatie > Ontvangen), stelt de printer zich met de telefoonlijn in verbinding en is in staat om te herkennen of
de inkomende oproep een fax of een stem is: als de oproep een stem is, verandert het rinkeltype van de printer
(na de standaardrinkels) en gaat over gedurende de tijd die bepaald is met Activeringstijd Fax/Tel (te wijzigen door
selectie van: Toolbox > Instellingen > Fax instellingen > Installatie > Ontvangen) om toe te staan dat de
oproep beantwoord wordt, en vervolgens keert de oproep naar de printer terug; als de oproep een fax is, wordt
de fax ontvangen en afgedrukt.
Modus ANTWOORDAPPARAAT/FAX
Het antwoordapparaat moet op de printer aangesloten zijn.
Bij deze Ontvangstmodus van Ontvangen moet het aantal rinkels dat voorafgaat aan de inwerkingtreding van het
antwoordapparaat (zie handleiding van het antwoordapparaat) lager zijn dan het aantal (te wijzigen door selectie
van: Toolbox > Instellingen > Fax instellingen > Installatie > Ontvangen) waarna de inkomende oproep
door de printer ontvangen wordt, zodat het antwoordapparaat als eerste de lijn ontvangt. Ook wanneer de lijn
door het antwoordapparaat wordt ontvangen, is de modem van de printer in staat om te bepalen of de oproep
een stem is, en grijpt in dit geval niet in, of een fax: in dit geval wordt de fax ontvangen en afgedrukt.
Opmerking: Als een antwoordapparaat op de printer is aangesloten, moet de geselecteerde Ontvangstmodus
ANTWOORDAPPARAAT/FAX zijn.
Service
Bevat een lijst met gereserveerde informatie van de faxmodule, die beschikbaar is voor een technicus van de
servicedienst. De lijst bevat de gegevens van de hardware- en softwareafstellingen van de printer.
Opmerking: de in deze lijst vermelde gegevens mogen niet gewijzigd worden. Gebruik ervan is
voorbehouden aan de onderhoudsdienst.
26
SNELGIDS
GEBRUIK VAN DE FAX
INSTELLING VAN DE PRINTER VOOR DE ONTVANGST VAN FAXEN
In de faxmodus is de printer ingesteld om automatisch alle oproepen te beantwoorden.
Als hij wordt ingesteld om handmatig op de fax te antwoorden, is het nodig dat men persoonlijk de inkomende
oproep met een aanvullende telefoon kan beantwoorden en vervolgens op de telefoon * * (of de persoonlijke
code die via de applicatie Toolbox is ingevoerd) invoert om de fax te ontvangen. De printer is in staat om
automatisch faxoproepen van telefoonoproepen te onderscheiden, door een antwoordmodus in te stellen die
hieronder is beschreven.
Instelling van de ontvangestmodus
De antwoordmodus bepaalt of de printer wel of niet de inkomende oproepen moet beantwoorden.
Om de ontvangst in te stellen, de printer aanzetten en wachten tot hij online is.
Druk op de toets MENU, vervolgens op het item Ontvangen en kies vervolgens de modus AUTOMATISCH,
MANUEEL, TELEFOON/FAX, of ANTWOORDAPPARAAT/FAX.
•
•
•
•
De beschikbare modi zijn:
AUTOMATISCH: (standaardinstelling) de printer is gemachtigd voor het ontvangen en afdrukken van faxen. De
instelling moet gewijzigd worden als een extern apparaat, telefoon of antwoordapparaat wordt aangesloten.
MANUEEL: de oproep wordt altijd door de telefoon ontvangen. Als bij het beantwoorden de gebruiker een
faxoproep identificeert, kan deze omgeleid worden naar de printer door de gekozen code in te voeren (de vooraf
gedefinieerde code is * *) met het toetsenbord van de aanvullende telefoon (als Op afstand in de Fax Configuratie
vanuit Toolbox is gekozen).
Opmerking: als een aanvullende telefoon op de printer is aangesloten, moet de geselecteerde Ontvangstmodus
MANUEEL zijn.
TELEFOON/FAX: Na een bepaald aantal malen rinkelen (te wijzigen door selectie van: Toolbox > Instellingen >
Fax instellingen > Installatie > Ontvangen), stelt de printer zich met de telefoonlijn in verbinding en is in staat
om te herkenen of de inkomende oproep een fax of een stem is: als de oproep een stem is, verandert het type
overgaan van de printer (na de standaardrinkels) en gaat over gedurende de tijd die bepaald is met Activeringstijd
Fax/Tel (te wijzigen door selectie van: Toolbox > Instellingen > Fax instellingen > Installatie > Ontvangen)
om toe te staan dat de oproep per telefoon beantwoord wordt, en vervolgens keert de oproep naar de printer
terug; als de oproep een fax is, wordt de fax ontvangen en afgedrukt.
ANTWOORDAPPARAAT/FAX: Het antwoordapparaat moet op de printer aangesloten zijn. Bij deze
Ontvangstmodus moet het aantal rinkels dat voorafgaat aan de inwerkingtreding van het antwoordapparaat (zie
handleiding van het antwoordapparaat) lager zijn dan het aantal (te wijzigen door selectie van: Toolbox >
Instellingen > Fax instellingen > Installatie > Ontvangen) waarna de inkomende oproep door de printer
ontvangen wordt, zodat het antwoordapparaat als eerste de lijn ontvangt.
Ook wanneer de lijn door het antwoordapparaat wordt ontvangen, is de modem van de printer in staat om te
bepalen of de oproep een stem is, en grijpt in dit geval niet in, of een fax: in dit geval wordt de fax ontvangen en
afgedrukt.
Opmerking: als een antwoordapparaat op de printer is aangesloten, moet de geselecteerde Ontvangstmodus
ANTWOORDAPPARAAT/FAX zijn.
SNELGIDS
27
VERZENDEN VAN EEN FAX
•
•
•
Een fax kan op verschillende manieren verzonden worden:
Met behulp van het bedieningspaneel.
Met behulp van de automatische papiertoevoer van documenten.
Vanuit de computer. Zie "Gebruik van de printer vanaf een computer".
Een fax m.b.v. het bedieningspaneel verzenden
1
2
3
4
5
•
•
Schakel, om een fax te verzenden, de printer in, controleer of hij op de telefoonlijn is aangesloten en wacht tot hij
online is.
Plaats het origineel op de plaat van de scanner, druk op de toets Start kleurenfax of Start Z/W fax om het
document via de scanner op te halen en in het geheugen te laden.
Het display van het bedieningspaneel laat de melding "OPSLAAN PAG." tijdens de ophaalfase van het document
zien.
Opmerking: sals een kleurendocument wordt verzonden, controleer dan of de correspondent gemachtigd is voor
de ontvangst van kleurenfaxen.
Na afloop van het scannen geeft het display de mogelijkheid weer om andere pagina's op te halen.
Druk op de toets
voor het ophalen van andere pagina's of op de toets
om de ophaalfase te
beëindigen en de fax te versturen.
Bel het telefoonnummer van de fax waarnaar u het document wilt sturen m.b.v.:
Het alfanumerieke toetsenbord (handmatige verzending); druk hierna op de toets Start fax.
Het telefoonboek, door uit de lijst van aanwezige nummers (automatische verzending met telefoonboek); druk
hierna op de toets Start fax.
Verzending van een fax m.b.v. de automatische papiertoevoer van documenten
1
2
3
4
28
Schakel, om een fax te verzenden, de printer in, controleer of hij op de telefoonlijn is aangesloten en wacht tot hij
online is.
Plaats het document (of meerdere documenten) in de automatische papiertoevoer van documenten.
Voer het faxnummer van de geadresseerde m.b.v. het alfanumerieke toetsenbord van het bedieningspaneel in of
roep het op uit het telefoonboek en druk op de toets Start Fax.
Opmerking: als een kleurendocument wordt verzonden, controleer dan of de correspondent gemachtigd is voor
de ontvangst van kleurenfaxen.
De printer haalt automatisch alle pagina's aanwezig in de automatische papiertoevoer van documenten op en
stuurt ze naar de geadresseerde.
SNELGIDS
AFDRUKKEN VAN FAXRAPPORTEN
•
•
Het afdrukken van rapporten over de door de fax verrichte activiteiten is beschikbaar op het toetsenbord van de
printer door te drukken op de toets Menu en Printrapport met de toets Navigator te selecteren.
De printer geeft op het display twee afdrukmogelijkheden weer:
Laatste transmissie: druk op de toets OK om af te drukken.
Faxactiviteiten: druk op de toets OK om af te drukken.
Het rapport van de laatste transmissie/verzending wordt ook automatisch afgedrukt bij elke mislukte verzending.
Door vanuit de computer te selecteren: Toolbox > Instellingen > Fax instellingen, kan de afdrukinstelling van
de rapporten gewijzigd worden met keuze uit: altijd, mislukt (vooraf gedefinieerde instelling), nee.
Het rapport faxactiviteiten geeft een afdruk van het "logboek" van de fax waarin 42 posities over de door de fax
verrichte activiteiten zijn opgeslagen. Het logboek wordt automatisch elke 32 posities afgedrukt.
Rapport van de fax in geval van onderbreking van de stroomvoorziening
In geval van een stroomonderbreking, gaan eventuele opgeslagen berichten verloren en wordt bij de volgende
inschakeling van de printer een rapport afgedrukt met de datum en tijd waarop de onderbreking is opgetreden en
de eventuele aanwezigheid van documenten in het geheugen. De informatie m.b.t. de datum en tijd moet
opnieuw worden ingevoerd.
MELDINGEN VAN DE FAX
Het display van het bedieningspaneel van de fax, dat normaliter de datum en de tijd weergeeft, informeert de
gebruiker over de huidige activiteitstoestand van de fax. De meldingen die verschijnen verhinderen niet de
normale werking van de printer en kunnen weergegeven blijven tot het volgende gebruik van de faxmodule. Druk,
om de weergegeven melding te verwijderen, op de toets Annuleren ("C") op het bedieningspaneel van de fax.
MELDINGEN TIJDENS DE VERZENDFASE
Melding
Beschrijving
ZENDONDERBREKING
•
De gebruiker heeft de lopende verzending onderbroken door op de toets
Annuleren te drukken.
TX NIET MOGELIJK
•
De scanner is reeds bezet met andere opdrachten, bijvoorbeeld van de computer.
Wacht tot de lopende opdracht op de scanner voltooid is om een nieuw document
op te halen dat via fax verzonden moet worden.
TX GEHEUGEN VOL
•
Het beschikbare geheugen van de fax is vol omdat er te veel documenten door de
scanner zijn opgehaald; het is niet meer mogelijk om andere documenten op te
slaan. Verzend de in het geheugen aanwezige documenten per fax of wis ze.
VZ ERROR
•
Wordt weergegeven na afloop van een verzending via fax met negatief resultaat.
Probeer een ander document via fax te versturen.
SNELGIDS
29
MELDINGEN IN ONTVANGSTFASE
Melding
Beschrijving
ONTV.ONDERBREKEN
•
De gebruiker heeft de lopende ontvangst onderbroken door op de toets Annuleren
te drukken.
ONTV. ERROR
•
Wordt weergegeven na afloop van een ontvangst via fax met negatief resultaat.
Probeer een ander document via fax te ontvangen.
GEHEUGEN VOL
•
Het in de fax beschikbare geheugen is vol want er zijn veel documenten ontvangen.
Indien dit type fout optreedt, wordt op het faxrapport een algemene foutcode
vermeld. Men adviseert om de ontvangen documenten die in het geheugen
aanwezig zijn af te drukken of te wissen als ze ongewenst zijn.
ALGEMENE MELDINGEN
Melding
Beschrijving
LEEG
•
Er zijn geen gegevens beschikbaar in het geheugen van de fax. Dit wordt
bijvoorbeeld weergegeven wanneer men probeert om faxrapporten af te
drukken die niet aanwezig zijn of wanneer men het telefoonboek opent waarin
echter geen informatie is opgeslagen.
OPDR. ONMOGELJK
•
Fout in de instelling van de datum en de tijd. Herhaal de invoer van de gegevens
en controleer of de ingevoerde waarden geldig zijn.
FAX WERKT NIET
•
Melding die wordt weergegeven tijdens de diagnosefase bij inschakeling van
deprinter. Duidt op een werkingsprobleem inzake de faxmodule; wanneer deze
melding verschijnt, de printer uit- en weer inschakelen. Als het probleem
aanhoudt, contact opnemen met de technische assistentie.
FOUT PRINTER
•
Algemene fout inzake de printermodule. Een mogelijke oorzaak kan zijn dat de
inkt in een van de geïnstalleerde patronen op is, er papier in de lade ontbreekt
of dat papier is vastgelopen, etc.). Controleer voor meer informatie de
indicatoren op het frontpaneel van de printer; of, als hij op een computer is
aangesloten, gebruik de Status Monitor om naar eventuele foutmeldingen te
zoeken.
FOUTCODES DIE OP HET FAXRAPPORT WORDEN AFGEDRUKT
De foutcodes worden automatisch afgedrukt op het verzendrapport of op het rapport van de faxactiviteiten.
30
SNELGIDS
Foutcodes op het verzendrapport
De foutcodes die op het verzendrapport van de fax worden afgedrukt, bestaan uit twee cijfers die de oorzaak
van de fout aangeven en uit een korte beschrijving om het begrip ervan te vereenvoudigen.
Code
Beschrijving
Oorzaak van de fout
Wat te doen
00
OK
Geen fout.
Doe niets. De fax is correct
verzonden.
03
GEEN ANTWOORD
De correspondent beantwoordt
niet de oproep of er is geen fax.
Controleer of het nummer van de
Correspondent correct is.
04
FOUTEN BIJ VERZENDING
HERHALEN VANAF
PAGINA nn
Er is een storing tijdens de
verzending gedetecteerd. "nn"
duidt op het nummer van de pagina
waarop de fout is gedetecteerd.
Herhaal de verzending vanaf de
pagina aangeduid op het rapport.
06
BEZET
De lijn is bezet.
Probeer opnieuw wanneer de lijn
vrij is.
09
TX ONDERBROKEN MET
STOP
De verzending is onderbroken.
Doe niets.
14
VZ ERROR
Tijdens de verzending van de fax is
een fout opgetreden of de
Correspondent heeft de ontvangst
van de fax onderbroken.
Probeer om de fax opnieuw te
verzenden of controleer of de
correspondent de fax wenst te
ontvangen.
15
OPNIEUW IN Z/W
Men verstuurt een
kleurendocument maar de
correspondent is niet in staat op
dit te ontvangen.
Stuur de fax opnieuw, maar
selecteer de Z/W modus.
Foutcodes op het activiteitenrapport
De foutcodes die worden afgedrukt op het activiteitenrapport van de fax omvatten zowel de eerder beschreven
foutcodes van de verzending als de foutcodes van de ontvangst die hieronder worden vermeld.
De foutcodes bestaan uit twee cijfers en geven de oorzaak van de fout aan. In verband met de beschikbare
ruimte, wordt op het faxrapport uitsluitend de tweecijferige code zonder enkele beschrijving vermeld.
Code
Beschrijving
Oorzaak van de storing
Wat te doen
10
ONTV. ERROR
Tijdens de ontvangst van de fax
iseen fout opgetreden of de
correspondent heeft de verzending
van de fax onderbroken.
Vraag aan de correspondent om
een nieuw fax te versturen.
11
GEHEUGEN VOL
Het in de fax beschikbare
geheugen is vol want er zijn veel
documenten ontvangen.
Druk de ontvangen documenten
die in het geheugen aanwezig zijn
af of wis ze als ze ongewenst zijn.
SNELGIDS
31
INDEX
A
Aanschaf van nieuwe
patrone 15
Aansluiting
op het telefoonnet 7
van de printer op het
telefoonnet 7
van een digitaal fototoestel
op de printer 6
Alfanumeriek toetsenbord 4
En uitschakelen van de
printer 3
F
Fax
configuratie 24
fax instellingen 24
installatie 24
ontvangen 25
instellingen 24
Faxkwaliteit 5
B
Bedieningspaneel van de
printer 3
Foto’s afdrukken
vanaf een digitaal DPOF
fototoestel 14
vanaf een digitaal fototoestel 13
vanaf een digitaal PictBridge
fototoestel 13
C
Fotokopieerapparaat 20
Contrast kopie 5
Foutcodes
op het activiteitenrapport 31
op het verzendrapport 31
Controle van het inktniveau 14
D
Display 4
Frontpaneel
fax in geheugen aanwezig 6
inkt op 6
papierfout 6
usb status 6
van de printer 6
G
Garantie 3
Gebruik
van de fax 27
van de printer vanaf een
computer 18
van de printer zonder een
computer 12
I
Inktpatronen 14
vervanging 15
Instelling
datum en tijd van de fax 12
van de printer voor de ontvangst
van faxen 27
In-uitschakelen van de
printer 3
K
Kopieënteller 5
Kopiëren 20
van een document 12
Functie van de toetsen 4
E
L
Economy modus van de
printer 3
Led
voor fouten 3
voor on/off 3
Een fax verzenden
het bedieningspaneel 28
Leds op het front paneel van
de printer 6
INDEX
33
M
Meldingen van de fax 29
algemene 30
in ontvangstfase 30
tijdens de verzendfase 29
z/w fax 5
z/w kopie 5
Status monitor 18
foutenvensters 19
T
N
Telefoonboek 4
Nieuwe patrone
aanschaf 15
Toets # 4
O
Ontvangen fax
modus antwoordapparaat/fax 26
modus automatisch 26
modus manueel 26
modus telefoon/fax 26
service 26
Ontvangstmodus 25
P
Photo Index 13
Toets * 4
Toolbox 19, 20
fotokopieerapparaat 20
print foto’s 20
Toolbox
eigenschappen 22
inktniveau’s 23
lay-out 22
papier/kwaliteit 22
scan -> applicatie 21
scan -> fax 21
scan -> file 21
scan -> mail 21
Toolbox ook
help 21
instellingen 21
oplossingen en assistentie 21
Printen 5, 20
vanuit een applicatie 22
V
S
Scannen 20
aangepast 23
standaard 23
Selectie
aantal kopieën 5
printkwaliteit 5
Start
kleurenfax 5
kleurenkopie 5
scannen 5
34
INDEX
Veiligheid 2
Vervanging van de
inktpatronen 15
Verzenden van een fax 28