AEG Voxtel M800 de handleiding

Categorie
Soundbar luidsprekers
Type
de handleiding
56
1 INHOUD DOOS
In de doos zit het volgende:
• mobiele handset
• bureaulader
• netvoedingsadapter met USB-aansluitkabel
• gebruikershandleiding
• draagriem
Bewaar het verpakkingsmateriaal op een veilige
plek, zodat u het later kunt gebruiken als u het
toestel moet vervoeren.
Waarschuwing
De zaklamp werkt met een zeer heldere LED. Richt
de straal niet direct in de ogen en kijk niet met
optische instrumenten in het licht.
Belangrijk
Uw mobiele toestel wordt zonder simkaart
geleverd; het toestel werkt pas als er een simkaart
is geplaatst.
Taal instelling
U kunt de weergavetaal van uw handset aanpassen:
1. Druk op Menu en daarna op pijl rechts voor
volgende scherm en druk op het pictogram voor
Instellingen (Settings) .
2. Selecteer Telefoon (Phone settings).
3. Selecteer Taal (Language).
4. Kies een taal en druk op OK om uw
voorkeurstaal te bevestigen.
57
2 UW TELEFOON
2.1 Toetsen en onderdelen
# Betekenis
1
Verbindings-
toets
• Indrukken om een
oproep te beantwoor-
den als de telefoon
rinkelt
• In stand- by indrukken
om het toetsenbord
voor kiezen te openen
• Indrukken om een
nummer te kiezen
2 Toets Stop
• Indrukken om een
gesprek te beëindi-
gen
• Indrukken om terug
te gaan naar stand-by
• Ingedrukt
houden voor: in-/
uitschakelen,
opnieuw opstarten
of vluchtstand in-
schakelen
3 Toets Start
• Indrukken om terug
te gaan naar het
hoofdmenu
• Ingedrukt houden
in stand-by voor
vergrendelen/ont-
grendelen
NL
58
4 SOS toets
• Ingedrukt houden om
de SOS-procedure te
starten
5
Toets geluids
sterkte/
bladeren
• Indrukken om het
belvolume in stand-by
of oorstuk/luidspreker
aan te passen tijdens
een oproep of ge-
bruik van de FM-radio
en audiospeler
• Indrukken om om-
hoog/omlaag te blad-
eren in menulijsten
6 Toets Camera
• Indrukken om de
Camera functie te
starten
2.2 Pictogrammen op het display
Op het stand-byscherm staat de volgende
informatie:
# Betekenis
Radioverbinding
Geeft de signaalsterkte weer tijdens
verbinding met het mobiele netwerk.
Laadniveau batterij
Geeft het energieniveau in de batterij
weer. Beweegt tijdens opladen.
Wekker
Geeft aan dat de er een alarm is in-
gesteld.
59
Bellen en trillen uit
Geeft aan dat geen melding van bericht
of oproep wordt gegeven.
Beltoon aan
Geeft aan dat enkel geluidsmeldingen
worden gegeven.
Trilfunctie aan
Geeft aan dat enkel trilmeldingen worden
gegeven.
Trilfunctie en beltoon aan
Geeft aan dat zowel geluid- als
trilmeldingen worden gegeven.
Trilfunctie, daarna beltoon
Geeft aan dat bij oproepen eerst
trilmelding, dan pas geluid wordt
gegeven.
Nieuwe SMS
Geeft aan dat u ongelezen SMS-berichten
hebt.
Vergrendeling
Aan wanneer het toetsenbord is
vergrendeld.
Bluetooth
®
Geeft aan dat de Bluetooth
®
-functie is
geactiveerd.
Headset
Geeft aan dat de headset is aangesloten
of bij koppeling en verbinding met een
Bluetooth
®
-headset.
NL
60
3 PICTOGRAMMEN VOOR HET
HOOFDMENU
# Naam pictogram
Telefoonkiezer
Telefoonboek
Galerij
Berichten
Klok
Camera
Rekenmachine
Instellingen
Kalender
FM-radio
Internet
Muziek
Zaklamp
Bluetooth
®
61
Raak Menu aan om het hoofdmenu te openen.
Schuif het scherm naar links om het tweede of derde
menuscherm weer te geven; raak een pictogram aan
om dit te openen.
4 INSTALLEREN EN INSTELLEN
U moet een simkaart plaatsen voor gebruik. Houd
de simkaart buiten bereik van kleine kinderen.
De simkaart en de contacten van de kaart kunnen
eenvoudig beschadigd raken door krassen of
buigen, dus wees voorzichtig met de kaart.
4.1 De simkaart plaatsen
Schakel de telefoon uit en koppel de
voedingsadapter los.
Als u het achterpaneel wilt verwijderen,
gebruik de inkeping aan de rechterkant om het
achterpaneel van de telefoon af te trekken.
Verwijder de batterij (waar aanwezig) door deze
bij de onderste rand op te tillen.
Schuif de simkaart voorzichtig in de houder met
de goudkleurige connectoren omlaag.
Als u een geheugenkaart wilt plaatsen, schuif
de kaart dan voorzichtig in de sleuf onder de
simkaart met de goudkleurige connectoren
omlaag.
Plaats de batterij door de inkepingen in de
batterij tegen de goudkleurige pinnen op
de telefoon te drukken. Duw hierna aan de
achterkant de batterij in de telefoon.
Plaats het achterpaneel terug door deze op de
achterkant van de telefoon te plaatsen en te
drukken tot deze op zijn plaats klikt.
NL
62
4.2 De batterij opladen
Waarschuwing:
Gebruik alleen de meegeleverde/goedgekeurde
batterij en oplader. Het gebruik van andere
batterijen en opladers kan gevaarlijk zijn en zorgt
bovendien dat de garantie ongeldig wordt. Er moet
een batterij zijn geplaatst.
Laad de batterij niet op terwijl het achterpaneel is
verwijderd.
Steek de micro-USB stekker in de poort aan de
bovenkant van de telefoon of achterkant van de
bureaulader tot deze vastzit. Let er hierbij op dat
u de stekker niet te ver doordrukt om schade te
voorkomen.
Steek de andere zijde van de USB stekker in de
adapter en stop deze in een stopcontact. Als
de handset wordt ingeschakeld, wordt “Lader
aangesloten” (Charger connected) enkele
seconden weergegeven en bewegen de balkjes
voor de batterij om aan te geven dat het toestel
wordt opgeladen.
63
Als de handset wordt uitgeschakeld, wordt er
ongeveer 1 minuut een groot batterijsymbool
met bewegende segmenten op het display
weergegeven om aan te geven dat het toestel
bezig is met opladen.
Als “Lader aangesloten” (Charger connected)
niet wordt weergegeven, koppel het toestel los
en probeer opnieuw.
De batterij is volledig opgeladen als de balkjes
van de batterij niet meer bewegen. Koppel de
oplader los van de telefoon en het stopcontact.
Lader verwijderd” (Charger removed) wordt
een paar seconden weergegeven om aan te
geven dat het opladen is gestopt.
Opmerking:
De batterij kan ook worden opgeladen als de
handset op de USB-poort van een computer is
aangesloten. Dan wordt “USB aangesloten” (USB
charger connected) kort weergegeven en kunt
u kiezen tussen de opties “Massaopslag” (Mass
Storage) en “COM-aansluiting” (COM port).
Selecteer “Massaopslag” (Mass storage) als u
gegevens wilt overzetten of bestanden wilt lezen.
Of selecteer “COM-aansluiting” (COM port) voor
software update. Bij het loskoppelen wordt “USB
verwijderd (USB removed) weergegeven.
NL
64
4.3 In- en uitschakelen
Houd voor inschakelen de toets Einde toets
ingedrukt totdat het display wordt
ingeschakeld.
Houd voor uitschakelen de toets Einde toets
ingedrukt en selecteer Uitschakelen
(Power off) in de lijst.
4.4 Het scherm en de toetsen vergrendelen
Zo vergrendelt u het scherm en de toetsen:
tik in het standby-scherm op Blokkeer
(Lock) rechtsonder op het scherm. Er wordt
een vergrendelingsbericht op het scherm
weergegeven, enhet pictogram voor
vergrendelen in de statusbalk licht op.
Het toetsenbord ontgrendelen: In het standby-
scherm de toets “Start” (Home) ingedrukt
totdat het pictogram voor vergrendelen wordt
uitgeschakeld.
4.5 Achtergrondverlichting display
De achtergrondverlichting van het display wordt
automatisch uitgeschakeld als er een tijd niets
wordt ingevoerd. Als u op een willekeurige toets
drukt, wordt het display weer ingeschakeld,
maar de functie van de toets wordt niet
gebruikt.
De tijd voor de achtergrondverlichting kan
worden ingesteld van 5 tot 60 seconden in
Instellingen (Settings) > Telefoon (Phone
settings) > Energie (Misc. Settings) > Verlichting
(LCD backlight).
65
Opmerking:
U kunt het scherm en de toetsen ook automatisch
laten vergrendelen via Instellingen (Settings) >
Telefoon (Phone settings) > Weergave (Display) >
Schermvergrendeling (Screen auto lock). U kunt een
instelling kiezen tussen 15 seconden en 5 minuten;
de toetsen worden automatisch vergrendeld als er
gedurende de ingestelde tijd niets op het scherm
wordt gedaan.
5 BELLEN EN OPROEPEN
BEANTWOORDEN
5.1 Bellen
Zorg dat de telefoon is ingeschakeld en actief is.
Druk in stand-by op de Verbindingstoets
om het kiesscherm te openen.
OF
Raak Menu aan en selecteer dan het pictogram
Telefoonkiezer (Dialer) om het kiesscherm te
openen.
Voer het telefoonnummer samen met het
netnummer in. (Houd 0 ingedrukt om een ‘+’ in
te voegen.)
Druk op de Verbindingstoets of raak het
pictogram Kies (Call) aan om het nummer
te kiezen.
Druk op de knop Einde (End Call) of raak
het pictogram voor Einde (End call) aan om
de oproep te beëindigen.
NL
66
5.2 Laatste nummer opnieuw kiezen
Druk in stand-by op de Verbindingstoets
om het kiesscherm te openen en raak dan het
pictogram voor Gesprekken (Call log) aan
om de lijst voor Alle gesprekken (All calls) te
bekijken – raak de tabbladen bovenin aan om
Gebeld (Dialled calls), Gemist (Missed calls),
Ontvangen (Received calls) of Alle gesprekken
(All calls) te bekijken.
Blader omhoog en omlaag met de toets
voor volume omhoog/omlaag of met het
aanraakscherm om naar het gewenste nummer
te gaan.
Druk op de Verbindingstoets of raak het
pictogram Kies (Call) aan om het nummer
te kiezen.
5.3 Een oproep beantwoorden
Wanneer de telefoon rinkelt, druk op de
Verbindingstoets of raak het pictogram
voor Beantwoorden (Answer) aan om de
telefoon aan te nemen.
5.4 Luidspreker volume instellen
Druk tijdens een gesprek op de knop voor
Volumeregeling om de geluidssterkte aan te
passen.
De geluidssterkte wordt weergegeven en blijft
hetzelfde voor alle volgende oproepen.
67
5.5 Overschakelen naar de handenvrije
modus (handsfree)
Druk tijdens een oproep op H-vrij (H-Free) om
de luidspreker in te schakelen en raak H-vrij
uit (Handset) aan om de luidspreker uit te
schakelen.
Druk op de knop Einde (End Call) of raak
het pictogram voor Einde (End call) aan om
de oproep te beëindigen.
5.6 De microfoon dempen
Selecteer tijdens een gesprek Opties (Options)
en selecteer daarna Dempen (Mute) om het
geluid in of uit te schakelen.
Of raak het pictogram voor Dempen of Stil uit
aan om het dempen in of uit te schakelen.
6 TELEFOONBOEK
U kunt namen en telefoonnummers in het
interne telefoonboek (maximaal 500) en in het
telefoonboek van de simkaart (afhankelijk van de
simkaart, maar maximaal 250) opslaan.
6.1 Het telefoonboek openen
In de stand-by modus:
Raak Menu (Menu) aan en raak daarna het
pictogram Telefoonboek (Phonebook) aan
om de lijst met contactpersonen te openen.
Of druk op de Verbindingstoets om
het kiesscherm te openen en raak daarna het
pictogram voor het Telefoonboek (Phonebook)
NL
68
aan om de lijst met contactpersonen te
openen.
Opmerking:
Dit zijn contacten op de simkaart
Dit zijn contacten in het interne telefoonboek.
6.2 Een nieuw contact toevoegen
Raak Menu (Menu) en daarna Telefoonboek
(Phonebook) aan.
Raak Toevoegen (Add new contact) aan en
selecteer daarna Naar sim (To SIM) of Naar
telefoon (To Phone).
Raak de balk Naam (Name) aan om het
toetsenbord weer te geven en de naam in te
voeren; verberg het toetsenbord daarna door
” aan te raken.
Raak de balk Nummer (Number) aan om
de cijfertoetsen weer te geven en het
telefoonnummer weer te geven; verberg daarna
het toetsenbord door ” aan te raken.
Raak Opties (Options) aan en daarna Opslaan
(Save) om de nieuwe invoer op te slaan.
6.3 Een nummer uit het telefoonboek bellen
Open de lijst met contactpersonen en schuif
omhoog en omlaag om de gewenste naam
te zoeken of gebruik de toetsen voor volume
omhoog/omlaag om door de lijst te bladeren.
Druk op de Verbindingstoets of raak het
pictogram Kies (Call) aan om het nummer
te kiezen.
69
6.4 Een contactpersoon bewerken
Open de lijst met contactpersonen en schuif
omhoog en omlaag om de invoer te zoeken die
u wilt wijzigen.
Raak Opties (Options) aan en selecteer daarna
Bewerk (Edit), raak de balk Naam (Name) aan
om het toetsenbord te openen en pas de naam
aan. Verberg het toetsenbord daarna weer door
” aan te raken.
Raak de balk Nummer aan om de cijfers weer te
geven en pas het nummer aan; verberg daarna
het toetsenbord door ” aan te raken.
Raak Opties (Options) en daarna Opslaan (Save)
aan om de wijziging(en) op te slaan.
6.5 Een contactpersoon wissen
Open de lijst met contactpersonen en schuif
omhoog en omlaag om de invoer te vinden die
u wilt wissen.
Raak Opties (Options) en Wissen (Delete) aan
en daarna Ja (Yes) om te bevestigen.
6.6 Een contactpersoon naar de telefoon of
de simkaart kopiëren
Open de lijst met contactpersonen en schuif
omhoog en omlaag om de invoer te vinden die
u wilt kopiëren.
Raak Opties (Options) en daarna Kopieer
(Copy) aan en selecteer kopiëren Naar telefoon
(To Phone), Naar sim (To SIM) of Naar bestand
(To le).
NL
70
6.7 Een invoer aan de bloklijst toevoegen
Open de lijst met contactpersonen en schuif
omhoog en omlaag om de invoer te vinden die
u aan uw bloklijst wilt toevoegen.
Raak Opties (Options) aan en selecteer daarna
Aan bloklijst toevoegen (Add to blocklist) en
daarna Ja (Yes) om te bevestigen.
Opmerking:
Wanneer het nummer aan de bloklijst is
toegevoegd, kan dit nummer u niet langer
opbellen. De beller krijgt een ingesprektoon als hij
u probeert te bellen en uw telefoon rinkelt niet voor
dit inkomende nummer.
Opmerking:
Als u nummers wilt blokkeren, moet u eerst
Nummers in lijst blokkeren (Reject numbers in
blacklist) inschakelen bij de volgende menuopties:
Instellingen (Settings) > Gesprekken (Call
Settings) > Bloklijst (Blacklist) > Nummers in lijst
blokkeren (Reject numbers in blacklist) > Aan
(On).
6.8 Telefoonboek instellingen
Raak in het telefoonboek Opties (Options) aan
en selecteer daarna Instellingen (Phonebook
settings). Daar hebt u de volgende opties:
71
Voorkeursopslag
(Preferred storage)
Selecteer deze optie om
contactpersonen op te slaan op
de sim/telefoon/beide.
Snelkiezen
(Speed dial)
Voor het instellen van nummers
voor snelkiezen. Lang indrukken
(2-9) van nummertoets op
kiesscherm, om een nummer te
kiezen.
Extra nummer
(Extra numbers)
Hier kunt u de telefoon zo
instellen dat u alleen speciek
geprogrammeerde nummers
kunt bellen (hiervoor is een
compatibele simkaart nodig).
Geheugentoestand
(Memory status)
De status van het sim-/telefoon-/
groepgeheugen bekijken.
Contacten
kopren (Copy
contacts)
Contactpersonen kopiëren van
Sim naar telefoon of van Telefoon
naar sim.
Contacten
verplaatsen (Move
contacts)
Contacten verplaatsen van Sim
naar telefoon of van Telefoon
naar sim.
Alle contacten
wissen (Delete all
contacts)
Alle contactpersonen uit het
telefoonboek op sim of de
telefoon wissen.
7 GESPREKKEN
Druk in stand-by op de Verbindingstoets
om het kiesscherm te openen. Raak het pictogram
Gesprekken (Call log) aan om de gesprekken
te bekijken – raak de tabbladen bovenin aan om
Gebeld (Dialled calls), Gemist (Missed calls),
Ontvangen (Received calls) of Alle gesprekken
(All calls) te bekijken.
NL
72
7.1 Een nummer in de lijst gesprekken
bekijken
In de lijst van gesprekken kunt u omhoog en
omlaag schuiven om de gewenste invoer te
vinden.
Druk op Opties (Options):
Toon (View) Gegevens bekijken van de
geselecteerde oproep, inclusief
naam, nummer, oproeptijd en tijden
van de oproepen.
Kies (Call) Het geselecteerde nummer bellen.
Stuur SMS (Send
text message)
Een SMS-bericht naar het
geselecteerde nummer sturen.
Stuur MMS (Send
multimedia
message)
Een MMS-bericht naar het
geselecteerde nummer sturen.
Opslaan in
telefoonboek
(Save to
phonebook)
Het geselecteerde nummer in het
telefoonboek opslaan.
Aan bloklijst
toevoegen (Add
to Blacklist)
Het nummer toevoegen aan de
bloklijst.
Bewerk voor
gesprek (Edit
before call)
Het geselecteerde nummer
bewerken voordat u het kiest.
Wissen (Delete) Het geselecteerde nummer uit het
log wissen.
Alles wissen
(Delete all)
Alle invoeren uit het log
verwijderen.
Geavanceerd
(Advanced)
Gegevens over de oproeptimers,
gesprekskosten en GPRS-teller
weergeven.
73
8 BERICHTEN
Ontvangen SMS-berichten worden in het Postvak
IN (Messages Inbox) opgeslagen en een pictogram
geeft aan dat er nieuwe berichten zijn. Dit
pictogram wordt weergegeven totdat Toon
(View) of Annuleer (Cancel) wordt aangeraakt.
8.1 Het SMS-menu openen
Raak Menu (Menu) en daarna het pictogram
voor Berichten (Messages) aan om het menu
voor berichten te openen:
Schrijf bericht
(Write message)
Een nieuw bericht schrijven.
Postvak IN (Inbox) Naar het Postvak IN gaan om
ontvangen berichten te lezen.
Concepten (Drafts) Naar opgeslagen concepten gaan.
Mislukt (Outbox) Berichten bekijken waarvan het
verzenden is mislukt.
Verzonden (Sent
messages)
Berichten bekijken die zijn
verzonden.
CB-bericht
(Broadcast
messages)
Instellen voor het ontvangen van
Broadcast-berichten.
Sjablonen
(Templates)
Ingestelde sjablonen bekijken en
in berichten gebruiken.
Berichtinstellingen
(Message settings)
Berichtinstellingen controleren of
wijzigen.
NL
74
8.2 Een tekstbericht schrijven en verzenden
In het menu Berichten (Messages):
Raak Bericht schrijven (Write message) en
daarna Tekstbericht (Text message) aan. Er
wordt een nieuwe pagina geopend met een
knipperende cursor in de nummerbalk AAN
(TO) boven een toetsenbord. Raak (pictogram
123) aan om het toetsenbord te veranderen in
cijfers en voer het volledige telefoonnummer
in waarnaar het bericht moet worden gestuurd.
U kunt ook het pictogram AAN (TO)
aanraken om contactpersonen uit het
Telefoonboek toe te voegen.
Begin met het schrijven van uw bericht door
de pagina onder de nummerbalk aan te raken
om het toetsenbord weer te geven, met een
knipperende cursor aan het begin van de
berichtpagina. Schrijf uw bericht.
Als u uw bericht hebt geschreven, raak Opties
(Options) en daarne Zenden (Send) aan om het
bericht te versturen of sluit het toetsenbord en
raak het pictogram Zenden (Send) aan om
het bericht te versturen.
Opmerking:
Verzonden berichten worden opgeslagen in de
map Verzonden (Sent messages), als Verzonden
opslaan (Save sent message) is ingesteld op Aan
(On) in Berichten (Messages) > Berichtinstellingen
(Message settings) > Tekstbericht (Text message) >
Verzonden opslaan (Save sent message).
75
Als het bericht niet kan worden verzonden, wordt
het opgeslagen in Mislukt en kunt u het bericht
later opnieuw proberen te verzenden door deze
vanuit Mislukt te openen.
8.3 Uw berichten lezen
Raak Postvak IN (Inbox) aan in het menu
Berichten (Messages).
Blader omhoog/omlaag door de berichten en
raak het geselecteerde bericht aan om het te
bekijken.
Druk tijdens het bekijken van een bericht op
Opties (Options):
Antwoord
per SMS
(Reply by
SMS)
Het bericht van de verzender
beantwoorden.
Antwoord
per MMS
(Reply by
MMS)
Het MMS-bericht van de zender
beantwoorden.
Zender
opbellen
(Call sender)
De zender opbellen.
Doorsturen
(Forward)
Het bericht doorsturen naar anderen.
Wissen
(Delete)
Het bericht verwijderen.
Geavanceerd
(Advanced)
Het bericht kopiëren of verplaatsen naar
telefoon/sim om Automatisch zoeken
aan/uit te schakelen.
NL
76
8.4 Alle berichten verwijderen
Alle berichten kunnen via het menu Opties
(Options) uit de mappen Postvak IN (Inbox),
Concepten (Drafts), Mislukt (Outbox) en
Verzonden (Sent messages) worden gewist.
Raak in de geselecteerde map Opties (Options)
aan om de optielijst te openen en raak dan Alles
wissen (Delete all) en daarna Ja (Yes) aan om de
gewenste berichten te wissen.
8.5 Instellingen
In het menu Berichten (Messages):
Ga naar Berichtinstellingen (Message settings)
en raak de optie aan; raak daarna Tekstbericht
(Text message) aan om in te voeren:
SIM (SIM) Een geldigheidsduur, berichttype,
aeveringsbevestiging aan/
uit, antwoordpad aan/uit,
voorkeursverbinding, ingestelde
mailbox instellen.
Geheugentoestand
(Memory status)
De toestand van het
berichtgeheugen voor de sim/
telefoon weergeven.
Berichtenteller
(Text message
counter)
De berichtenteller voor verzonden
en ontvangen berichten bekijken.
Verzonden
opslaan (Save sent
message)
Instellen of verzonden berichten
worden opgeslagen.
Voorkeursopslag
(Preferred storage)
Instellen of berichten worden
opgeslagen op de telefoon of
de SIM.
77
9 INSTELLINGEN
Hier kunt u verschillende instellingen op
de telefoon instellen en ze ook weer op de
fabrieksinstellingen instellen.
Raak Menu (Menu) aan, schuif naar het tweede
pictogramscherm en raak het pictogram
Instellingen (Settings) aan.
Kies een optie uit de lijst die wordt
weergegeven.
9.1 PROFIELEN
Met Proelen (Proles) kunt u de geluiden van
uw telefoon eenvoudig aanpassen en ze aan uw
situatie aanpassen.
Er zijn 5 proelen ingesteld: Algemeen (General),
Stil (Silent), Vergadering (Meeting), Buitenshuis
(Outdoor) en Mijn stijl (My style). Elk proel heeft
instellingen voor Type waarschuwing (Alert
type), Belsignaal (Ring type), Beltoon (Ringtone),
Belvolume (Ring Volume), Berichttoon (Message
tone), Berichtvolume (Message tone volume), Toon
toetsenbord (Keypad tone), Toetsvolume (Keytone
volume), Signaal voor in-/uitschakelen (Power on/
off tone) en Fouttoon (System alert).
9.1.1. Een profiel activeren
In de menulijst Instellingen (Settings):
Druk op Profielen (Proles) om het menu te
openen.
NL
78
Raak de proelnaam die u wilt activeren aan en
raak daarna Opties (Options) en Inschakelen
(Activate) aan om het geselecteerde proel in te
schakelen.
9.1.2. Een profiel aanpassen
In de menulijst Instellingen (Settings):
Druk op Profielen (Proles) om het menu te
openen.
Raak het proel aan dat u wilt aanpassen en
raak Opties (Options) en daarna Aanpassen
(Customize) aan.
Pas de gewenste instelling(en) aan en raak
daarna Opties (Options) aan. Raak Opslaan
(Save) aan om de wijzigingen te bevestigen.
Opmerking: u kunt Reset (Reset) in het menu
selecteren om het proel weer in te stellen op
de fabrieksinstellingen.
9.2 Gesprekken
Hier kunt u de volgende belopties instellen of
wijzigen:
Wisselgesprek
(Call waiting)
Wisselgesprek activeren, waarbij u
op de Verbindingstoets kunt drukken
om een 2e oproep te beantwoorden,
terwijl de 1e oproep in de wacht wordt
gezet.
Gesprek
doorverbinden
(Call divert)
Diverse opties voor gesprek
doorverbinden instellen.
Gesprek
blokkeren (Call
barring)
Het maken en ontvangen van
oproepen beperken.
79
Bloklijst
(Blacklist)
Afwijzen aan/uit instellen voor de
functie Bloklijst en programmeren van
20 nummers voor de bloklijst.
Automatisch
herhalen (Auto
redial)
Automatisch herhalen instellen voor
niet-gelukte oproepen.
Weergave
gesprekstijd
(Call time
display)
Weergave gesprekstijd in-/
uitschakelen.
Herinneren aan
gespreksduur
(Call time
reminder)
Een eenmalige of periodieke tijd
instellen voor een herinnering tijdens
oproepen.
Afgewezen
door SMS
(Reject by SMS)
Als een oproep wordt afgewezen, een
optie instellen voor het versturen van
een bericht naar de beller.
Antwoordstand
(Answer mode)
Elke toets/Automatisch beantwoorden
inschakelen in modus headset.
Auto opname
(Auto Call
Record)
Automatisch opnemen tijdens de
oproep instellen.
Opmerking:
Sommige netwerkfuncties zijn mogelijk niet overal
beschikbaar, dus neem voor meer informatie over
de beschikbaarheid contact op met uw SIM-
leverancier.
9.3 Telefoon
In de menulijst Instellingen (Settings):
Raak Telefoon (Phone settings) aan om de
volgende opties voor uw telefoon in te stellen of
aan te passen:
NL
80
Tijd en datum
(Time and
date)
De tijd en datum instellen.
In- en
uitschakelen
plannen
(Schedule
Power on/off)
Tijden instellen en de telefoon
automatisch in-/uitschakelen. Bij
uitschakelen klinkt er 30 seconden een
alarm voor het uitschakelen, tenzij Ja
(Yes) en Nee (No) tegelijkertijd worden
ingedrukt.
Taal
(Language)
De weergavetaal instellen
Toetsenbord
(International
keyboards)
De beschikbare talen voor het schrijven
van teksten weergeven.
Weergave
(Display)
De achtergrondafbeelding instellen,
instellen of de datum/tijd op het stand-
byscherm moet worden weergegeven
en de schermvergrendeling instellen,
de timer voor de periode van
inactiviteit voordat het scherm wordt
vergrendeld.
Automatisch
tijd bijwerken
(Auto update
time)
Instellen of de tijd automatisch moet
worden bijgewerkt.
Vliegtuig
modus (Flight
mode)
De vliegtuig of normale modus
instellen.
Energie (Misc.
settings)
De helderheid van de LCD
instellen en de timer voor de
achtergrondverlichting voor de periode
van inactiviteit instellen voordat het
scherm wordt uitgeschakeld om
energie te besparen.
SOS-toets
(SOS Setting)
SOS-nummers, inhoud van het SOS-
bericht, SOS-toets in-/uitschakelen
en SOS-alarmtoon. (Zie het volgende
hoofdstuk voor meer informatie.)
81
9.3.1. SOS-toets (SOS Setting)
In de menulijst voor Telefoon (Phone settings):
Schuif omlaag naar SOS-toets (SOS Setting) en
raak aan om te selecteren.
Raak nummer 1 - 5 aan om maximaal 5
telefoonnummers in te voeren voor de SOS-
toets (SOS call) en Bericht (SMS message).
Raak SMS tekst (Message Content) aan om
het SOS-bericht te bewerken dat wordt
verzonden als er op de SOS-toets wordt
gedrukt (standaardbericht: Help mij AUB
(Please help me!)) en raak Gereed (Done) aan
om de wijzigingen op te slaan.
Raak SOS-bediening (SOS Control) aan om de
Status (SOS key) in of uit te schakelen.
Raak Alarmtoon (SOS Alarm) aan om het alarm
in of uit te schakelen.
9.4 Netwerk
Hier kunt u de opties voor mobiel netwerk instellen,
inclusief Netwerkselectie (Network selection) om de
telefoon in te stellen op Automatisch (Automatic)
of Handmatig (Manual), of andere instellingen bij
Voorkeuren (Preferences) en GPRS (GPRS).
Opmerking:
Sommige netwerkfuncties zijn mogelijk niet overal
beschikbaar, dus neem voor meer informatie over
de beschikbaarheid contact op met uw SIM-
leverancier.
NL
82
9.5 Beveiliging
De veiligheid van uw telefoon beheren.
De SIM-
beveiliging
instellen.
SIM-blokkering aan/uit: u hebt de juiste
pincode nodig om de status te wijzigen
of het wachtwoord te wijzigen en als de
PIN-blokkering is ingeschakeld, moet u
de pincode altijd invoeren als de handset
wordt ingeschakeld of wordt ontgrendeld.
Opmerking: Bij sommige simkaarten kan
dit niet worden uitgeschakeld.
Waarschuwing: Als u drie keer een
verkeerde pincode invoert, wordt de
simkaart geblokkeerd en moet u de
pukcode invoeren of contact opnemen
met uw SIM-leverancier voor het
deblokkeren
of het instellen van een nieuwe pincode.
De pin- en pukcodes worden bij uw
simkaart geleverd.
Beveiliging
telefoon
(Phone
security)
De telefooncode in-/uitschakelen zodat
de pincode moet worden ingevoerd bij
het inschakelen van de telefoon en het
wijzigen van het wachtwoord. Standaard
= 1122.
9.6 Meldingen
U kunt aanvullende berichten instellen die kunnen
worden weergegeven of afgespeeld als er nieuwe
invoeren zijn in Berichten (Messages), Gesprekken
(Call logs) of Downloads (Downloads).
9.7 Instellingen herstellen
Hier kunt u de telefoon weer op de
begininstellingen instellen.
Alle invoeren van het telefoonboek en
gesprekken, en de oproeptimers worden gewist
en de instellingen worden weer ingesteld op de
83
standaardinstellingen.
Hiervoor hebt u het wachtwoord voor uw telefoon
nodig (standaard = 1122).
9.8 Geluidseffecten
Hier kunt u het geluid voor audiofuncties instellen,
met instellingen voor Equalizer (Equalizer) als
Normaal (Normal), Bass (Bass), Dans (Dance),
Klassiek (Classical), Hoog (Treble), Feest (Party), Pop
(Pop) of Rock (Rock).
10 KNOP SOS
Houd de knop SOS 3 seconden ingedrukt terwijl het
display is ingeschakeld om een noodoproep te maken.
Er klinkt ongeveer 10 seconden een alarmtoon
bij activering voordat de procedure voor een
noodoproep begint.
Druk op Afbreken (Abort) om het alarm en de
noodoproep te stoppen.
Als de noodoproep niet wordt geannuleerd,
wordt er een vooraf ingesteld bericht naar elk
geprogrammeerde SOS-nummer gestuurd.
De telefoon belt daarna het eerste
geprogrammeerde noodnummer Tel. Nr 1
(Number 1). Als Tel. Nr 1 (Number 1) in gesprek of
buiten bereik is of niet binnen 30 seconden wordt
beantwoord, wordt Tel. Nr 2 (Number 2) gebeld en
daarna het volgende geprogrammeerde nummer.
Als de oproep wordt beantwoord, gaat de telefoon
over op de luidspreker (handsfree). De gebelde
persoon moet op zijn telefoon op “0” drukken om
de SOS-procedure stop te zetten.
NL
84
Opmerking:
Als de ontvanger niet binnen 30 seconden na het
beantwoorden van de oproep op “0” drukt, wordt
de oproep afgebroken en gaat de SOS-procedure
verder.
Opmerking: U kunt de knop SOS ook gebruiken als
het toetsenbord is vergrendeld, maar het scherm
moet zijn ingeschakeld voordat u de knop SOS
ingedrukt kunt houden.
Zie hoofdstuk 9.3.1 SOS-toets voor het
programmeren van SOS-nummers en het
aanpassen van het SOS-bericht.
11 CAMERA
Raak op het scherm van het hoofdmenu het
pictogram Camera (Camera) aan en druk
daarna op Opties (Options) om het cameramenu te
openen voor de volgende opties:
Opmerking: U kunt het cameraprogramma ook
direct vanuit stand-by of vanaf de schermen met
hoofdmenu openen door op de knop Camera
rechts van de handset te drukken.
85
Foto’s (Photos) Opgeslagen foto’s bekijken.
Instellingen
(Camera
settings)
De camera-instellingen wijzigen.
Kwaliteit
(Image
settings)
De afmeting en de beeldkwaliteit
instellen.
Opmerking: als het formaat groter is
dan 800x600, is er een korte vertraging
tussen het indrukken van de knop en
het nemen en opslaan van de foto.
Witbalans
(White
balance)
Het instellen van de witbalans.
Scènemodus
(Scene mode)
De snemodus instellen.
Effecten
(Effect
settings)
Speciale effecten instellen.
Opslag
(Storage)
De opslaglocatie van de foto’s op
de telefoon of de geheugenkaart
instellen.
Standaard
herstellen
(Restore
default)
De standaardinstellingen van de
camera weer instellen.
In de cameramodus:
Raak de pictogrammen + / - aan voor in-/
uitzoomen.
Raak het Flits-pictogram aan om de itser in of
uit te schakelen.
Raak het pictogram Camera aan om een foto te
maken.
NL
86
12 GALERIJ
12.1 Afbeeldingen tonen
Raak op het scherm van het hoofdmenu het
pictogram Galerij (Gallery) aan en daarna
Afbeeldingen tonen (Image viewer) om miniaturen
van opgeslagen foto’s te bekijken. Raak Opties
(Options) aan om het weergavemenu te openen
voor de volgende opties:
Toon (View) De geselecteerde foto bekijken
- veeg over het scherm om
een andere foto te bekijken en
tijdens het bekijken van een
foto kunt u Opties (Options) en
daarna Afspelen (Play) aanraken
om een diavoorstelling van
de foto’s of andere opties te
bekijken.
Voorbeeldweergave
(Browse style)
Instellen op Lijststijl (List style)
of Matrixstijl (Matrix style).
Zenden (Send) Een afbeelding verzenden
als multimediabericht of via
Bluetooth.
Gebruiken als
(Use as)
De geselecteerde afbeelding
gebruiken als achtergrond.
Hernoemen
(Rename)
De naam van de afbeelding
wijzigen.
Wissen (Delete) De afbeelding verwijderen.
Sorteer op (Sort by) De afbeeldingen sorteren op
naam, type, tijd of grootte.
Alle bestanden
wissen (Delete all
les)
Alle afbeeldingen verwijderen.
87
Opslag (Storage) Selecteren welk geheugen
wordt weergegeven.
Beeldinformatie
(Image information)
Informatie over de afbeelding
weergeven: naam, resolutie,
grootte, aanmaaktijd.
12.2 Videocamera
Raak op de schermen met het hoofdmenu het
pictogram Galerij (Gallery) aan en druk op
Videocamera (Video recorder) om de videocamera
te openen. Raak het pictogram Opnemen (Record)
aan om een opname te starten of druk op Opties
(Opties) om het opnamemenu te openen voor de
volgende opties:
Camcorderinstellingen
(Camcorder settings)
De instellingen voor de
recorder wijzigen.
Instellingen De videokwaliteit instellen.
Witbalans (White
balance)
De witbalans instellen.
Effecten (Effect
settings)
Speciale effecten instellen.
Opslag (Storage) De opslaglocatie van
video’s op de telefoon of
geheugenkaart instellen.
Standaard herstellen
(Restore default)
De standaardinstellingen van
de camcorder.
NL
88
12.3 Videospeler
Raak op het scherm van het hoofdmenu het
pictogram Galerij (Gallery) aan en raak daarna
Videospeler (Video player) aan om een lijst met
opgeslagen video’s weer te geven. Raak een
video aan om de video af te spelen of raak Opties
(Options) aan om het menu te openen voor de
volgende opties:
Afspelen
(Play)
De video openen en afspelen.
Zenden
(Send)
De video als multimediabericht of via
Bluetooth verzenden.
Hernoemen
(Rename)
De naam van de video wijzigen.
Wissen
(Delete)
De video verwijderen.
Alle
bestanden
wissen
(Delete all
les)
Alle video’s wissen.
Sorteer op
(Sort by)
De video’s sorteren op naam, type, tijd of
grootte.
Opslag
(Storage)
Selecteren welk geheugen wordt bekeken
voor video’s.
Als er een video wordt afgespeeld, raak het
pictogram in de hoek linksonder aan om de
video-instellingen te openen:
Bij voorkeur 3D-modus
afspelen (Preferred play
3D mode)
De 3D-afspeelmodus in- of
uitschakelen.
Automatisch herhalen
(Auto repeat)
De automatisch
herhaalfunctie in- of
uitschakelen.
89
12.4 Geluidsrecorder
Raak op het scherm het pictogram Galerij
(Gallery) aan en druk op Geluidsrecorder
(Sound recorder) om de recorder te openen.
Raak het pictogram voor opnemen aan om te
beginnen met opnemen. Druk daarna op de
pictogrammen voor pauze of stoppen om de
opname te stoppen. Raak het pictogram voor
afspelen aan om de opname af te spelen.
Raak in de modus Geluidsrecorder (Sound
recorder) het pictogram linksonder aan om het
menu voor de recorder te openen:
Nieuwe
opname
(New record)
Een nieuwe opname starten.
Afspelen
(Play)
De geselecteerde opname afspelen.
Toevoegen
(Append)
Meer toevoegen aan het einde van de
geselecteerde opname.
Hernoemen
(Rename)
De naam van de opname wijzigen.
Wissen
(Delete)
De opname verwijderen.
Lijst (List) Een lijst met alle opnames bekijken.
Instellingen
(Settings)
De opslaglocatie voor de opnames
instellen op telefoon of geheugenkaart
of de audiokwaliteit instellen.
Gebruiken
als (Use as)
Een opname gebruiken als beltoon.
Zenden
(Send)
De opname verzenden als
multimediabericht of via Bluetooth.
NL
90
12.5 Bestandsbeheer
Raak op het scherm van het hoofdmenu
het pictogram Galerij (Gallery) aan en
raak Bestandsbeheer (File manager) aan om
bestandsbeheer te openen om te zien hoeveel
geheugen er beschikbaar is op de telefoon
of de geheugenkaart en om de opgeslagen
bestanden te bekijken en ze te beheren of om
de geheugens opnieuw te formatteren.
13 KLOK
U kunt de klok instellen via Instellingen (Settings)
> Telefoon (Phone settings) > Tijd en datum (Time
and date) > Instellen (Set time/date) (zie hoofdstuk
9.3.1).
13.1 Wekker
Raak op het scherm van het hoofdmenu het
pictogram Klok (Clock) aan en raak daarna
Wekker (Alarm) aan om het alarmmenu te
openen. U kunt 5 alarmtijden instellen, elk
met opties voor de herhaalmodus en het type
waarschuwing. Als het alarm klinkt, druk op
Stoppen (Stop) om het alarm te stoppen of op
Sluimeren (Snooze) om de sluimermodus in te
stellen op 5 minuten voordat het alarm weer
klinkt.
91
13.2 Wereldklok
Raak op de schermen van het hoofdmenu
het pictogram Klok (Clock) aan en raak
Wereldklok (World clock) aan om de huidige
tijd in verschillende steden te bekijken.
Opmerking: U kunt uw woonplaats instellen via
Instellingen (Settings) > Telefoon (Phone settings)
> Tijd en datum (Time and date) > Tijdzone (Set
home city) (zie deel 9.3.1).
14 REKENMACHINE
Raak op de schermen van het hoofdmenu het
pictogram Rekenmachine (Calculator) aan om
eenvoudige optel-, aftrek-, vermenigvuldigings- en
deelberekeningen te maken.
15 KALENDER
Raak op de schermen van het hoofdmenu het
pictogram Kalender (Calendar) aan om de
kalender op de huidige maand te openen.
Raak de pictogrammen / bovenaan de
kalender aan om een jaar terug/verder of een
maand terug/verder te gaan.
Raak het tabblad [7] onder aan de kalender aan om
over te schakelen op de wekelijkse weergave of op
het tabblad [1] om de afspraken voor die dag te
bekijken.
Opmerking: in de wekelijkse weergave kunnen de
pictogrammen / worden gebruikt om een
NL
92
ander weeknummer te kiezen of tussen ochtend /
middag te wisselen.
Raak Opties (Options) aan om een menu met de
volgende opties te openen
Toon (View) De gebeurtenissen voor de
geselecteerde dag bekijken.
Alles bekijken
(View all)
Alle gebeurtenissen op de kalender
bekijken.
Gebeurtenis
toevoegen (Add
event)
Een nieuwe gebeurtenis aan de
kalender toevoegen.
Ingave
verwijderen
(Delete event)
De gebeurtenissen van de kalender
verwijderen.
Naar datum
springen (Jump
to date)
Naar een specieke datum gaan.
Ga naar vandaag
(Go to today)
Naar vandaag gaan.
Weekweergave
(Go to weekly) /
Maandweergave
(Go to monthly)
De week- of maandweergave tonen.
Begin van de
week (Start of
week)
De begindag als zondag of maandag
instellen.
93
16 FM-RADIO
U moet een hoofdtelefoon (stereohoofdtelefoon
met aansluiting van 3,5 mm) aansluiten om
radiokanalen voor de FM-radio te ontvangen.
Als er een hoofdtelefoon is aangesloten, raak op
de schermen van het hoofdmenu het pictogram
FM-radio (FM Radio) aan om de FM-radio te
openen en raak daarna het pictogram voor Aan/Uit
aan om in te schakelen.
Raak het pictogram of aan om naar
de volgende zender vooruit of achteruit in de
kanaallijst te gaan.
Raak het pictogram of aan om handmatig
omlaag of omhoog in stappen van 0,1 MHz af te
stemmen.
Raak het pictogram Menu (Menu) linksonder
voor Opties (Options) aan:
Kanaallijst
(Channel list)
Een lijst met radiostations openen die u
kunt afspelen, verwijderen of bewerken.
Handmatige
invoer
(Manual
input)
Handmatig een nieuwe frequentie voor
afspelen invoeren.
Automatisch
zoeken (Auto
search)
Scannen naar radiostations en de
kanalen opslaan in de kanaallijst.
Instellingen
(Settings)
Op achtergrond afspelen (Background
play) en Luidspreker (Loudspeaker) in-/
uitschakelen of Audiokwaliteit (Audio
quality) en locatie voor Opnameopslag
(Record storage) instellen.
NL
94
Opnemen
(Record)
Het radiokanaal opnemen waarnaar
wordt geluisterd.
Bestandslijst
(File list)
Een lijst met opgenomen bestanden
bekijken.
Als de radio afspeelt, raak het middelste pictogram
voor Aan/Uit aan om de FM-radio uit te
schakelen of raak het pictogram voor Terug
linksonder in de hoek aan om terug te keren naar
het scherm met het hoofdmenu en om de radio te
laten afspelen, mits afspelen op de achtergrond is
ingeschakeld (zie Instellingen hierboven).
17 MUZIEK
Raak op de schermen van het hoofdmenu het
pictogram voor Muziek (Music) aan om de
muziekspeler te openen. Raak het pictogram voor
Afspelen (Play) aan om de geselecteerde track
af te spelen en raak andere pictogrammen aan
voor Pause ( ll ), Achteruit (Skip back) , Vooruit
(Skip forward) , Herhalen uit (Loop off) , Track
herhalen (Loop single track only) , Alles herhalen
(Loop all) , Willekeurige volgorde uit of aan
(Shufe off or on) .
Raak op het scherm van de Muziekspeler (Music
player) het pictogram in de hoek linksonder aan
om een lijst met beschikbare tracks weer te geven
en raak daarna Opties (Options) aan:
95
Afspelen (Play) De geselecteerde track afspelen.
Details
(Details)
De details voor de huidige tracks
bekijken, inclusief grootte, duur en
titel.
Opnieuw laden
(Refresh list)
De huidige muzieklijst opnieuw laden.
Instellingen
(Settings)
De bron van de afspeellijst, Lijst
automatisch genereren (List auto
generate), modi Herhalen (Repeat)
en Willekeurige volgorde (Shufe)
en Audio-effect (Audio effects)
selecteren.
18 ZAKLAMP
Raak op de schermen van het hoofdmenu het
pictogram voor Zaklamp (Torch) aan om de
bediening voor de zaklamp weer te geven en
selecteer Aan (On) of Uit (Off) om de zaklamp
in of uit te schakelen.
19 BLUETOOTH
Raak op de schermen van het hoofdmenu het
pictogram voor Bluetooth
®
aan om het menu
Bluetooth
®
te openen:
Bluetooth
®
Bluetooth
®
in-/uitschakelen.
Zichtbaarheid
(Visibility)
De Bluetooth
®
zichtbaar of niet maken
voor andere Bluetooth
®
-apparaten.
Mijn apparaat
(My device)
Zoeken naar nieuwe Bluetooth
®
-
apparaten en eerder gekoppelde
apparaten bekijken.
NL
96
Audioapparaat
opvragen
(Search audio
device)
Zoeken naar audioapparaten en
koppelen.
Apparaatnaam
veranderen
(My name)
De naam van uw handset wijzigen
zoals die door andere Bluetooth
®
-
apparaten wordt gezien.
Geavanceerd
(Advanced)
Het Audiopad (Audio path) en de
opslaglocatie voor downloads
instellen en het Bluetooth
®
-adres
controleren.
Opmerking:
De Bluetooth
®
moet ingeschakeld en zichtbaar zijn
om verbinding te maken met andere apparaten
en het audiopad moet worden ingesteld op
“Doorsturen naar Bluetooth
®
-headset” (Forward to
Bluetooth
®
headset) als u oproepen wilt maken via
de Bluetooth
®
-verbinding.
20 VEILIGHEID EN
VOORZORGSMAATREGELEN
Wanneer u uw telefoon gebruikt, dient u steeds
enkele fundamentele veiligheidsvoorschriften in
acht te nemen om het risico op brand, elektrische
schokken en letsel te beperken:
1. Schakel de telefoon uit in de buurt van
chemische installaties, benzinestations of andere
locaties met explosieve voorwerpen.
2. Maak tijdens het autorijden voor de veiligheid
gebruik van de handenvrije voorziening als u
belt of een oproep ontvangt (afzonderlijk aan te
schaffen). Zet de auto aan de kant van de weg
als u wilt bellen, behalve in een noodgeval.
97
3. Schakel de telefoon uit wanneer u aan boord
van een vliegtuig stapt en schakel de telefoon
tijdens de vlucht niet in, tenzij dit speciek wordt
toegestaan door de luchtvaartmaatschappij.
4. Wees voorzichtig wanneer u de mobiele
telefoon gebruikt in de buurt van apparaten
zoals pacemakers, gehoortoestellen en andere
elektrische medische apparaten die door
mobiele telefoons kunnen worden gestoord.
5. Probeer nooit om de telefoon zelf te
demonteren.
6. Laad de telefoon niet op wanneer er geen
batterij is geplaatst.
7. Laad de telefoon op in een goed geventileerde
omgeving en houd hem uit de buurt van
ontvlambare en zeer explosieve voorwerpen.
8. Houd de handset uit de buurt van magnetische
voorwerpen, zoals magneetkaarten of
creditcards, om demagnetisering te voorkomen.
9. Houd de telefoon uit de buurt van vloeistoffen.
Wanneer de telefoon doorweekt raakt of er
erosie optreedt, moet u de batterij uit het
toestel verwijderen en contact opnemen met de
leverancier.
10. Gebruik de telefoon niet in omgevingen
met zeer hoge of lage temperaturen. Stel
de telefoon niet langere tijd bloot aan direct
zonlicht, een hoge vochtigheid of een stofge
omgeving.
11. Gebruik geen vloeistof of andere natte
middelen met sterke reinigingsmiddelen om de
handset te reinigen.
NL
98
20.1 De batterij opladen
Uw toestel is uitgerust met een oplaadbare batterij.
Een nieuwe batterij zal pas optimaal werken na
twee of drie volledige laad- en ontlaadcycli. De
batterij kan honderden keren worden opgeladen
en ontladen maar zal op den duur slijten. Wanneer
de gespreks- en stand-bytijden merkbaar korter
worden dan normaal, moet u de batterij vervangen.
Gebruik uitsluitend goedgekeurde batterijen en
laad de batterij uitsluitend op met goedgekeurde
laders die speciek zijn bedoeld voor dit toestel.
Wanneer een vervangende batterij voor het eerst
wordt gebruikt of wanneer de batterij langere tijd
niet is gebruikt, kan het nodig zijn om de lader
aan te sluiten, los te koppelen en opnieuw aan te
sluiten om het opladen van de batterij te starten.
Haal de lader uit het stopcontact en het apparaat
als u de lader niet gebruikt. Laat een volledig
opgeladen batterij niet aangesloten op een lader,
aangezien de levensduur kan worden verkort
door overladen. Wanneer een volledig opgeladen
batterij langere tijd niet wordt gebruikt, neemt het
batterijvermogen na verloop van tijd af.
Wanneer de batterij volledig is ontladen, kan het
enkele minuten duren voordat het laadlampje op
het display verschijnt of voordat u met het toestel
kunt bellen. Gebruik de batterij uitsluitend voor
het bedoelde gebruik. Gebruik nooit een lader of
batterij die is beschadigd.
Zorg dat u de batterij niet kortsluit. Er kan
kortsluiting ontstaan wanneer een metalen voorwerp
zoals een munt, clip of pen direct contact maakt
met de positieve (+) en negatieve (-) polen van de
batterij. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer u
99
een reservebatterij in uw zak of tas bewaart. Door
kortsluiting van de polen kan de batterij of het
betreffende voorwerp beschadigd raken.
Laat de batterij niet achter op zeer warme of koude
locaties, zoals een afgesloten auto in zomerse of
winterse omstandigheden, omdat dit de capaciteit
en levensduur van de batterij kan verkorten.
Een toestel met een zeer warme of koude batterij
zal mogelijk tijdelijk niet werken, zelfs niet wanneer
de batterij volledig is opgeladen. Met name bij
temperaturen onder nul zal de batterij minder goed
werken.
Gooi batterijen niet in het vuur, aangezien ze
kunnen exploderen. Batterijen kunnen ook
exploderen als ze zijn beschadigd. Voer batterijen
af overeenkomstig de plaatselijke voorschriften.
Recycle ze waar mogelijk. Gooi ze niet weg als
huishoudelijk afval.
Opmerking:
De werkelijke levensduur van de batterij hangt af
van de werkingsmodus, netwerkinstellingen en
oproepinstellingen.
Opmerking:
Vanwege de veiligheid mag u onderdelen en
accessoires van de batterij niet zelf vervangen
en mag u de batterijbehuizing niet verwijderen.
We adviseren u om uitsluitend gebruik te maken
van de originele batterij die bij uw telefoon
is geleverd, om schade aan uw telefoon te
voorkomen.
Het temperatuurbereik voor het opladen van de
telefoon is 0 °C - 40 °C. Laad de batterij niet op
bij zeer hoge of lage temperaturen.
NL
100
Gebruik de mobiele telefoon niet tijdens het
opladen.
20.2 Overige veiligheidsinformatie
De eenheid en de accessoires kunnen kleine
onderdelen bevatten. Houd deze buiten het bereik
van kleine kinderen.
20.3 Gebruiksomgeving
Houd u aan de regels die van toepassing zijn
op de locatie waar u zich bevindt en schakel het
toestel altijd uit op locaties waar het gebruik niet
is toegestaan, om te voorkomen dat het toestel
storingen of gevaar veroorzaakt. Gebruik de
toestellen enkel in de normale gebruikspositie.
Dit toestel voldoet aan de richtlijnen voor straling
wanneer het wordt gebruikt in een normale positie
bij uw oor of wanneer het op minstens 2,2 cm van
uw lichaam wordt gehouden.
Als het toestel dicht bij uw lichaam in een hoesje,
riemhouder of andere houder wordt gedragen,
mogen deze geen metaal bevatten en moet het
product op de hierboven aangegeven afstand van
uw lichaam worden geplaatst.
Onderdelen van het toestel zijn magnetisch. Het
toestel kan metalen voorwerpen aantrekken.
Bewaar geen creditcards of andere magnetische
voorwerpen in de buurt van het toestel, aangezien
de hierop opgeslagen gegevens kunnen worden
gewist.
20.4 Medische apparatuur
Het gebruik van apparatuur die radiosignalen
uitzendt, zoals mobiele telefoons, kan de
101
werking van onvoldoende beschermde medische
apparatuur verstoren. Raadpleeg een arts of de
fabrikant van de apparatuur om te bepalen of
dergelijke apparatuur voldoende beschermd is
tegen externe radiosignalen. Raadpleeg ze ook als
u andere vragen hebt. Wanneer u ergens bordjes
ziet waarop staat dat het gebruik van een mobiele
telefoon verboden is, dient u zich hieraan te
houden. Ziekenhuizen en andere zorginstellingen
maken soms gebruik van apparatuur die gevoelig
kan zijn voor externe radiosignalen.
20.5 Pacemaker
Pacemakerfabrikanten adviseren een afstand van
minimaal 15 cm tussen een mobiele telefoon en
een pacemaker om het risico op verstoring van
de pacemaker te vermijden. Deze aanbevelingen
komen overeen met onafhankelijk onderzoek en
aanbevelingen van Wireless Technology Research.
Personen met een pacemaker moeten:
het toestel niet in een borstzak dragen;
het toestel bij het oor houden dat het verst van
de pacemaker verwijderd is, om het risico op
storing te beperken.
Als u vermoedt dat er een risico op storing bestaat,
moet u het toestel uitschakelen en het op grotere
afstand houden.
20.6 Gehoorapparaten
Sommige digitale draadloze toestellen kunnen de
werking van sommige gehoorapparaten verstoren.
NL
102
20.7 Voertuigen
Radiosignalen kunnen van invloed zijn op
elektronische systemen in motorvoertuigen (zoals
elektronische brandstonspuiting, ABS-remmen,
automatische cruisecontrol, airbagsystemen) die
verkeerd zijn geïnstalleerd of onvoldoende zijn
beschermd. Neem contact op met de fabrikant of
zijn vertegenwoordiger voor meer informatie over
uw voertuig of eventuele aanvullende apparatuur.
Voor voertuigen met airbags: houd er rekening mee
dat airbags met veel kracht worden opgeblazen.
Plaats voorwerpen, inclusief vaste of draagbare
radioapparatuur, niet in de ruimte boven de
airbag of in de ruimte waar deze mogelijk wordt
opgeblazen. Er kan ernstig letsel ontstaan als
de mobiele telefoonapparatuur verkeerd is
geïnstalleerd en de airbags zich met lucht vullen.
20.8 Explosiegevaarlijke omgevingen
Schakel het toestel altijd uit wanneer u zich bevindt
in een omgeving waar explosiegevaar bestaat en
volg alle waarschuwingsborden en instructies op.
Explosiegevaar bestaat in omgevingen zoals die
waar u gewoonlijk wordt verzocht om de motor van
uw auto af te zetten. In een dergelijke omgeving
volstaat een vonk om een explosie of brand te
veroorzaken, met lichamelijk letsel of zelfs de dood
tot gevolg.
Schakel het toestel uit bij benzinestations, dus in de
buurt van benzinepompen en garages.
Volg de beperkingen die voor het gebruik
van radioapparatuur gelden in de buurt van
locaties waar brandstof wordt opgeslagen en
verkocht, chemische fabrieken en locaties waar
103
opblaaswerkzaamheden bezig zijn.
Gebieden met explosiegevaar worden meestal –
maar niet altijd – duidelijk aangegeven.
20.9 Noodoproepen
Belangrijk!
Mobiele telefoons maken gebruik van radiosignalen
en het mobiele-telefoonnetwerk. Dit betekent dat
een verbinding onder alle omstandigheden niet kan
worden gegarandeerd.
Vertrouw daarom nooit enkel op een mobiele
telefoon voor belangrijke oproepen zoals medische
noodoproepen.
21 GARANTIE EN SERVICE
De telefoon wordt geleverd met 24 maanden
garantie vanaf de aankoopdatum vermeld op
uw aankoopbon. Onder deze garantie vallen
geen storingen of defecten als gevolg van
ongevallen, verkeerd gebruik, normale slijtage,
onachtzaamheid, blikseminslag, knoeien met de
apparatuur of pogingen om het toestel aan te
passen of te repareren die niet door goedgekeurde
servicepunten zijn uitgevoerd.
Bewaar uw aankoopbon; dat is uw garantiebewijs.
21.1 Tijdens de garantieperiode
Doe alle onderdelen van uw telefoon in de
verpakking.
Breng het toestel terug naar de winkel waar
u het hebt gekocht en neem uw aankoopbon
mee.
NL
104
Vergeet ook de netvoedingsadapter niet (indien
van toepassing).
21.2 Na de garantieperiode
Als het toestel niet meer onder de garantie valt,
kunt u contact met ons opnemen via
www.aegtelephones.eu
22 TECHNISCHE INFORMATIE
Standaard: GSM Mobiel
Frequentiebereik: GSM900/DCS1800 MHz
Systeem: Phase 2G
Gebruikstijden: in stand-by ongeveer: 600 uur
Gesprekstijd: 4 uur
Laadtijd: <6 uur
Temperatuurbereik: Bedrijfstemperatuur: 0 °C tot
40 °C
Opslag: -20 °C tot 60 °C
Handsetbatterij: Batterij van 3,7 V DC, 1200mAh
Adapter: A31-1503-500550
100-240 V AC, 50/60 Hz,
Ingang: Max. 0,15 A
Uitgang: 5,0 V DC, 550 mA
SAR-waarden
900 Mhz 0,271 W/kg 10g Head
0,630 W/kg 10g Body
1800 Mhz 0,134 W/kg 10g Head
0,293 W/kg 10g Body
105
23 CONFORMITEITSVERKLARING
1313
Dit product voldoet aan de essentiële vereisten en
andere relevante voorschriften van de R&TTE-richtlijn
1999/5/EG.
U vindt de conformiteitsverklaring op: www.
aegtelephones.eu
NL
106
24 HET APPARAAT AFVOEREN
Aan het einde van de levensduur van het product
mag u dit product niet weggooien met het normale
huishoudafval, maar moet u het product naar een
inzamelingspunt voor de recycling van elektrische
en elektronische apparatuur brengen. Dat wordt
aangegeven met het symbool op het product, in
de gebruikershandleiding en/of op de verpakking.
Sommige productmaterialen kunnen worden
hergebruikt als u ze naar een inzamelingspunt
brengt. Door sommige onderdelen of grondstoffen
van gebruikte producten aan te bieden voor
hergebruik levert u een belangrijke bijdrage aan de
bescherming van het milieu. Neem contact op met
de plaatselijke autoriteiten voor meer informatie
over de inzamelingspunten in uw regio.
De batterijen moeten worden verwijderd voordat
het toestel wordt weggegooid. Gooi de batterijen
op een milieuvriendelijke manier weg, volgens de
voorschriften van uw land.
107
25 PROBLEMEN OPLOSSEN
“Oproep
mislukt” (Call
failed) wordt
weergegeven
Controleer of u het juiste nummer hebt
gekozen, met netnummer.
Simkaart
geplaatst
- alleen
noodoproe-
pen mogelijk
Sommige simkaarten zijn dunner
dan andere. Druk voorzichtig op de
simkaarthouder zodat de kaart goed
contact maakt.
Het display
van de
mobiele
telefoon is
leeg (scherm
uit).
De telefoon is uitgeschakeld. Druk 3
seconden op de toets Stop (End) om
deze weer in te schakelen.
Het scherm staat in de
energiebesparende modus. Druk op
een knop om de telefoon weer in te
schakelen.
Buiten uw
eigen land
bellen
Als u niet via uw eigen netwerkprovider
belt, kan uw telefoon verbinding maken
met een ander GSM-netwerk.
Neem contact op met uw
netwerkprovider voor eventuele kosten
die u moet betalen bij het gebruik van
uw telefoon in het buitenland.
Kunt u een
noodoproep
maken zonder
signaal of
beltegoed?
U kunt niet bellen als de telefoon geen
signaal heeft.
Als Limited Service, Alleen
noodoproep of SOS op uw display
wordt weergegeven, kan de telefoon
geen signaal van uw netwerk
ontvangen of hebt u geen beltegoed
meer,
dus kunt u alleen noodnummer 112
bellen.
U kunt 112 ook bellen als uw telefoon
geen beltegoed meer heeft.
NL
108
Hoe kan ik
de ontvangst
verbeteren?
Als het signaal zwak is, ga dan
ergens anders staan om te bellen
of een gesprek te hervatten; als u
bijvoorbeeld binnen bent, kunt u bij
het raam gaan staan. De ontvangst is
meestal slecht in liften, in tunnels, in de
metro en in parkeergarages.
Kan ik ervoor
zorgen
dat mijn
telefoonnum-
mer niet wordt
weergegeven?
Als u niet wilt dat iemand anders uw
telefoonnummer ziet als u belt, neem
contact op met uw serviceprovider.
(Deze netwerkservice is mogelijk niet
beschikbaar.)
Geen reactie
wanneer u een
toets indrukt?
Houd de knop ingedrukt om het
toetsenbord te ontgrendelen.
Wanneer
worden
er kosten
berekend bij
het bellen?
Er worden kosten berekend als uw
oproep door iemand anders of een
antwoordapparaat wordt aangenomen.
Er worden geen kosten berekend
voor het schrijven van een SMS, alleen
wanneer u een SMS verstuurt, en er
worden geen kosten berekend voor
telefoonfuncties, zoals de wekker.
Heb ik
mijn SMS
verzonden?
Als uw bericht in de map Verzonden
(Sent messages) staat, dan is het
bericht verstuurd. U kunt ook
een bevestiging krijgen als het
bericht is afgeleverd: stel dan
Aeveringsbevesting (Delivery
report) in bij Berichten (Messages) >
Berichtinstellingen (Message settings)
> Tekstbericht SIM (Text message SIM).
Of neem contact op met uw aanbieder.

Documenttranscriptie

56 1 INHOUD DOOS In de doos zit het volgende: • mobiele handset • bureaulader • netvoedingsadapter met USB-aansluitkabel • gebruikershandleiding • draagriem Bewaar het verpakkingsmateriaal op een veilige plek, zodat u het later kunt gebruiken als u het toestel moet vervoeren. Waarschuwing De zaklamp werkt met een zeer heldere LED. Richt de straal niet direct in de ogen en kijk niet met optische instrumenten in het licht. Belangrijk Uw mobiele toestel wordt zonder simkaart geleverd; het toestel werkt pas als er een simkaart is geplaatst. Taal instelling U kunt de weergavetaal van uw handset aanpassen: 1. Druk op Menu en daarna op pijl rechts voor volgende scherm en druk op het pictogram voor Instellingen (Settings) . 2. Selecteer Telefoon (Phone settings). 3. Selecteer Taal (Language). 4. Kies een taal en druk op OK om uw voorkeurstaal te bevestigen. 57 UW TELEFOON 2.1 Toetsen en onderdelen # Betekenis 1 Verbindingstoets • Indrukken om een oproep te beantwoorden als de telefoon rinkelt • In stand- by indrukken om het toetsenbord voor kiezen te openen • Indrukken om een nummer te kiezen Toets Stop • Indrukken om een gesprek te beëindigen • Indrukken om terug te gaan naar stand-by • Ingedrukt houden voor: in-/ uitschakelen, opnieuw opstarten of vluchtstand inschakelen Toets Start • Indrukken om terug te gaan naar het hoofdmenu • Ingedrukt houden in stand-by voor vergrendelen/ontgrendelen 2 3 NL 2 58 SOS toets • Ingedrukt houden om de SOS-procedure te starten 5 Toets geluids sterkte/ bladeren • Indrukken om het belvolume in stand-by of oorstuk/luidspreker aan te passen tijdens een oproep of gebruik van de FM-radio en audiospeler • Indrukken om omhoog/omlaag te bladeren in menulijsten 6 Toets Camera • Indrukken om de Camera functie te starten 4 2.2 Pictogrammen op het display Op het stand-byscherm staat de volgende informatie: # Betekenis Radioverbinding Geeft de signaalsterkte weer tijdens verbinding met het mobiele netwerk. Laadniveau batterij Geeft het energieniveau in de batterij weer. Beweegt tijdens opladen. Wekker Geeft aan dat de er een alarm is ingesteld. Bellen en trillen uit Geeft aan dat geen melding van bericht of oproep wordt gegeven. Beltoon aan Geeft aan dat enkel geluidsmeldingen worden gegeven. Trilfunctie aan Geeft aan dat enkel trilmeldingen worden gegeven. Trilfunctie en beltoon aan Geeft aan dat zowel geluid- als trilmeldingen worden gegeven. Trilfunctie, daarna beltoon Geeft aan dat bij oproepen eerst trilmelding, dan pas geluid wordt gegeven. Nieuwe SMS Geeft aan dat u ongelezen SMS-berichten hebt. Vergrendeling Aan wanneer het toetsenbord is vergrendeld. Bluetooth® Geeft aan dat de Bluetooth®-functie is geactiveerd. Headset Geeft aan dat de headset is aangesloten of bij koppeling en verbinding met een Bluetooth®-headset. NL 59 60 3 PICTOGRAMMEN VOOR HET HOOFDMENU # Naam pictogram Telefoonkiezer Telefoonboek Galerij Berichten Klok Camera Rekenmachine Instellingen Kalender FM-radio Internet Muziek Zaklamp Bluetooth® 61 Raak Menu aan om het hoofdmenu te openen. Schuif het scherm naar links om het tweede of derde menuscherm weer te geven; raak een pictogram aan om dit te openen. INSTALLEREN EN INSTELLEN U moet een simkaart plaatsen voor gebruik. Houd de simkaart buiten bereik van kleine kinderen. De simkaart en de contacten van de kaart kunnen eenvoudig beschadigd raken door krassen of buigen, dus wees voorzichtig met de kaart. 4.1 De simkaart plaatsen • Schakel de telefoon uit en koppel de voedingsadapter los. • Als u het achterpaneel wilt verwijderen, gebruik de inkeping aan de rechterkant om het achterpaneel van de telefoon af te trekken. • Verwijder de batterij (waar aanwezig) door deze bij de onderste rand op te tillen. • Schuif de simkaart voorzichtig in de houder met de goudkleurige connectoren omlaag. • Als u een geheugenkaart wilt plaatsen, schuif de kaart dan voorzichtig in de sleuf onder de simkaart met de goudkleurige connectoren omlaag. • Plaats de batterij door de inkepingen in de batterij tegen de goudkleurige pinnen op de telefoon te drukken. Duw hierna aan de achterkant de batterij in de telefoon. • Plaats het achterpaneel terug door deze op de achterkant van de telefoon te plaatsen en te drukken tot deze op zijn plaats klikt. NL 4 62 4.2 De batterij opladen Waarschuwing: Gebruik alleen de meegeleverde/goedgekeurde batterij en oplader. Het gebruik van andere batterijen en opladers kan gevaarlijk zijn en zorgt bovendien dat de garantie ongeldig wordt. Er moet een batterij zijn geplaatst. Laad de batterij niet op terwijl het achterpaneel is verwijderd. • Steek de micro-USB stekker in de poort aan de bovenkant van de telefoon of achterkant van de bureaulader tot deze vastzit. Let er hierbij op dat u de stekker niet te ver doordrukt om schade te voorkomen. • Steek de andere zijde van de USB stekker in de adapter en stop deze in een stopcontact. Als de handset wordt ingeschakeld, wordt “Lader aangesloten” (Charger connected) enkele seconden weergegeven en bewegen de balkjes voor de batterij om aan te geven dat het toestel wordt opgeladen. 63 Als de handset wordt uitgeschakeld, wordt er ongeveer 1 minuut een groot batterijsymbool met bewegende segmenten op het display weergegeven om aan te geven dat het toestel bezig is met opladen. • Als “Lader aangesloten” (Charger connected) niet wordt weergegeven, koppel het toestel los en probeer opnieuw. • De batterij is volledig opgeladen als de balkjes van de batterij niet meer bewegen. Koppel de oplader los van de telefoon en het stopcontact. “Lader verwijderd” (Charger removed) wordt een paar seconden weergegeven om aan te geven dat het opladen is gestopt. Opmerking: De batterij kan ook worden opgeladen als de handset op de USB-poort van een computer is aangesloten. Dan wordt “USB aangesloten” (USB charger connected) kort weergegeven en kunt u kiezen tussen de opties “Massaopslag” (Mass Storage) en “COM-aansluiting” (COM port). Selecteer “Massaopslag” (Mass storage) als u gegevens wilt overzetten of bestanden wilt lezen. Of selecteer “COM-aansluiting” (COM port) voor software update. Bij het loskoppelen wordt “USB verwijderd (USB removed) weergegeven. NL 64 4.3 In- en uitschakelen • Houd voor inschakelen de toets Einde toets ingedrukt totdat het display wordt ingeschakeld. • Houd voor uitschakelen de toets Einde toets ingedrukt en selecteer Uitschakelen (Power off) in de lijst. 4.4 Het scherm en de toetsen vergrendelen • Zo vergrendelt u het scherm en de toetsen: tik in het standby-scherm op Blokkeer (Lock) rechtsonder op het scherm. Er wordt een vergrendelingsbericht op het scherm weergegeven, enhet pictogram voor vergrendelen in de statusbalk licht op. • Het toetsenbord ontgrendelen: In het standbyscherm de toets “Start” (Home) ingedrukt totdat het pictogram voor vergrendelen wordt uitgeschakeld. 4.5 Achtergrondverlichting display • De achtergrondverlichting van het display wordt automatisch uitgeschakeld als er een tijd niets wordt ingevoerd. Als u op een willekeurige toets drukt, wordt het display weer ingeschakeld, maar de functie van de toets wordt niet gebruikt. • De tijd voor de achtergrondverlichting kan worden ingesteld van 5 tot 60 seconden in Instellingen (Settings) > Telefoon (Phone settings) > Energie (Misc. Settings) > Verlichting (LCD backlight). 65 5 5.1 BELLEN EN OPROEPEN BEANTWOORDEN Bellen Zorg dat de telefoon is ingeschakeld en actief is. • Druk in stand-by op de Verbindingstoets om het kiesscherm te openen. OF • Raak Menu aan en selecteer dan het pictogram Telefoonkiezer (Dialer) om het kiesscherm te openen. • Voer het telefoonnummer samen met het netnummer in. (Houd 0 ingedrukt om een ‘+’ in te voegen.) • Druk op de Verbindingstoets of raak het pictogram Kies (Call) aan om het nummer te kiezen. • Druk op de knop Einde (End Call) of raak het pictogram voor Einde (End call) aan om de oproep te beëindigen. NL Opmerking: U kunt het scherm en de toetsen ook automatisch laten vergrendelen via Instellingen (Settings) > Telefoon (Phone settings) > Weergave (Display) > Schermvergrendeling (Screen auto lock). U kunt een instelling kiezen tussen 15 seconden en 5 minuten; de toetsen worden automatisch vergrendeld als er gedurende de ingestelde tijd niets op het scherm wordt gedaan. 66 5.2 Laatste nummer opnieuw kiezen • Druk in stand-by op de Verbindingstoets om het kiesscherm te openen en raak dan het pictogram voor Gesprekken (Call log) aan om de lijst voor Alle gesprekken (All calls) te bekijken – raak de tabbladen bovenin aan om Gebeld (Dialled calls), Gemist (Missed calls), Ontvangen (Received calls) of Alle gesprekken (All calls) te bekijken. • Blader omhoog en omlaag met de toets voor volume omhoog/omlaag of met het aanraakscherm om naar het gewenste nummer te gaan. • Druk op de Verbindingstoets of raak het pictogram Kies (Call) aan om het nummer te kiezen. 5.3 Een oproep beantwoorden • Wanneer de telefoon rinkelt, druk op de Verbindingstoets of raak het pictogram voor Beantwoorden (Answer) aan om de telefoon aan te nemen. 5.4 Luidspreker volume instellen • Druk tijdens een gesprek op de knop voor Volumeregeling om de geluidssterkte aan te passen. De geluidssterkte wordt weergegeven en blijft hetzelfde voor alle volgende oproepen. 67 5.5 Overschakelen naar de handenvrije modus (handsfree) 5.6 De microfoon dempen • Selecteer tijdens een gesprek Opties (Options) en selecteer daarna Dempen (Mute) om het geluid in of uit te schakelen. • Of raak het pictogram voor Dempen of Stil uit aan om het dempen in of uit te schakelen. 6 TELEFOONBOEK U kunt namen en telefoonnummers in het interne telefoonboek (maximaal 500) en in het telefoonboek van de simkaart (afhankelijk van de simkaart, maar maximaal 250) opslaan. 6.1 Het telefoonboek openen In de stand-by modus: • Raak Menu (Menu) aan en raak daarna het pictogram Telefoonboek (Phonebook) aan om de lijst met contactpersonen te openen. • Of druk op de Verbindingstoets om het kiesscherm te openen en raak daarna het pictogram voor het Telefoonboek (Phonebook) NL • Druk tijdens een oproep op H-vrij (H-Free) om de luidspreker in te schakelen en raak H-vrij uit (Handset) aan om de luidspreker uit te schakelen. • Druk op de knop Einde (End Call) of raak het pictogram voor Einde (End call) aan om de oproep te beëindigen. 68 aan om de lijst met contactpersonen te openen. Opmerking: Dit zijn contacten op de simkaart Dit zijn contacten in het interne telefoonboek. 6.2 Een nieuw contact toevoegen • Raak Menu (Menu) en daarna Telefoonboek (Phonebook) aan. • Raak Toevoegen (Add new contact) aan en selecteer daarna Naar sim (To SIM) of Naar telefoon (To Phone). • Raak de balk Naam (Name) aan om het toetsenbord weer te geven en de naam in te voeren; verberg het toetsenbord daarna door “ ” aan te raken. • Raak de balk Nummer (Number) aan om de cijfertoetsen weer te geven en het telefoonnummer weer te geven; verberg daarna het toetsenbord door “ ” aan te raken. • Raak Opties (Options) aan en daarna Opslaan (Save) om de nieuwe invoer op te slaan. 6.3 Een nummer uit het telefoonboek bellen • Open de lijst met contactpersonen en schuif omhoog en omlaag om de gewenste naam te zoeken of gebruik de toetsen voor volume omhoog/omlaag om door de lijst te bladeren. • Druk op de Verbindingstoets of raak het pictogram Kies (Call) aan om het nummer te kiezen. 69 Een contactpersoon bewerken • Open de lijst met contactpersonen en schuif omhoog en omlaag om de invoer te zoeken die u wilt wijzigen. • Raak Opties (Options) aan en selecteer daarna Bewerk (Edit), raak de balk Naam (Name) aan om het toetsenbord te openen en pas de naam aan. Verberg het toetsenbord daarna weer door “ ” aan te raken. • Raak de balk Nummer aan om de cijfers weer te geven en pas het nummer aan; verberg daarna het toetsenbord door “ ” aan te raken. • Raak Opties (Options) en daarna Opslaan (Save) aan om de wijziging(en) op te slaan. 6.5 Een contactpersoon wissen • Open de lijst met contactpersonen en schuif omhoog en omlaag om de invoer te vinden die u wilt wissen. • Raak Opties (Options) en Wissen (Delete) aan en daarna Ja (Yes) om te bevestigen. 6.6 Een contactpersoon naar de telefoon of de simkaart kopiëren • Open de lijst met contactpersonen en schuif omhoog en omlaag om de invoer te vinden die u wilt kopiëren. • Raak Opties (Options) en daarna Kopieer (Copy) aan en selecteer kopiëren Naar telefoon (To Phone), Naar sim (To SIM) of Naar bestand (To file). NL 6.4 70 6.7 Een invoer aan de bloklijst toevoegen • Open de lijst met contactpersonen en schuif omhoog en omlaag om de invoer te vinden die u aan uw bloklijst wilt toevoegen. • Raak Opties (Options) aan en selecteer daarna Aan bloklijst toevoegen (Add to blocklist) en daarna Ja (Yes) om te bevestigen. Opmerking: Wanneer het nummer aan de bloklijst is toegevoegd, kan dit nummer u niet langer opbellen. De beller krijgt een ingesprektoon als hij u probeert te bellen en uw telefoon rinkelt niet voor dit inkomende nummer. Opmerking: Als u nummers wilt blokkeren, moet u eerst Nummers in lijst blokkeren (Reject numbers in blacklist) inschakelen bij de volgende menuopties: Instellingen (Settings) > Gesprekken (Call Settings) > Bloklijst (Blacklist) > Nummers in lijst blokkeren (Reject numbers in blacklist) > Aan (On). 6.8 Telefoonboek instellingen • Raak in het telefoonboek Opties (Options) aan en selecteer daarna Instellingen (Phonebook settings). Daar hebt u de volgende opties: Voorkeursopslag (Preferred storage) Selecteer deze optie om contactpersonen op te slaan op de sim/telefoon/beide. Snelkiezen (Speed dial) Voor het instellen van nummers voor snelkiezen. Lang indrukken (2-9) van nummertoets op kiesscherm, om een nummer te kiezen. Extra nummer (Extra numbers) Hier kunt u de telefoon zo instellen dat u alleen specifiek geprogrammeerde nummers kunt bellen (hiervoor is een compatibele simkaart nodig). Geheugentoestand De status van het sim-/telefoon-/ (Memory status) groepgeheugen bekijken. Contacten kopiëren (Copy contacts) Contactpersonen kopiëren van Sim naar telefoon of van Telefoon naar sim. Contacten verplaatsen (Move contacts) Contacten verplaatsen van Sim naar telefoon of van Telefoon naar sim. Alle contacten wissen (Delete all contacts) Alle contactpersonen uit het telefoonboek op sim of de telefoon wissen. 7 GESPREKKEN Druk in stand-by op de Verbindingstoets om het kiesscherm te openen. Raak het pictogram Gesprekken (Call log) aan om de gesprekken te bekijken – raak de tabbladen bovenin aan om Gebeld (Dialled calls), Gemist (Missed calls), Ontvangen (Received calls) of Alle gesprekken (All calls) te bekijken. NL 71 72 7.1 Een nummer in de lijst gesprekken bekijken • In de lijst van gesprekken kunt u omhoog en omlaag schuiven om de gewenste invoer te vinden. • Druk op Opties (Options): Toon (View) Gegevens bekijken van de geselecteerde oproep, inclusief naam, nummer, oproeptijd en tijden van de oproepen. Kies (Call) Het geselecteerde nummer bellen. Stuur SMS (Send text message) Een SMS-bericht naar het geselecteerde nummer sturen. Stuur MMS (Send multimedia message) Een MMS-bericht naar het geselecteerde nummer sturen. Opslaan in telefoonboek (Save to phonebook) Het geselecteerde nummer in het telefoonboek opslaan. Aan bloklijst toevoegen (Add to Blacklist) Het nummer toevoegen aan de bloklijst. Bewerk voor gesprek (Edit before call) Het geselecteerde nummer bewerken voordat u het kiest. Wissen (Delete) Het geselecteerde nummer uit het log wissen. Alles wissen (Delete all) Alle invoeren uit het log verwijderen. Geavanceerd (Advanced) Gegevens over de oproeptimers, gesprekskosten en GPRS-teller weergeven. 73 8 BERICHTEN Ontvangen SMS-berichten worden in het Postvak IN (Messages Inbox) opgeslagen en een pictogram geeft aan dat er nieuwe berichten zijn. Dit pictogram wordt weergegeven totdat Toon (View) of Annuleer (Cancel) wordt aangeraakt. 8.1 Het SMS-menu openen voor Berichten (Messages) voor berichten te openen: aan om het menu Schrijf bericht (Write message) Een nieuw bericht schrijven. Postvak IN (Inbox) Naar het Postvak IN gaan om ontvangen berichten te lezen. Concepten (Drafts) Naar opgeslagen concepten gaan. Mislukt (Outbox) Berichten bekijken waarvan het verzenden is mislukt. Verzonden (Sent messages) Berichten bekijken die zijn verzonden. CB-bericht (Broadcast messages) Instellen voor het ontvangen van Broadcast-berichten. Sjablonen (Templates) Ingestelde sjablonen bekijken en in berichten gebruiken. Berichtinstellingen Berichtinstellingen controleren of (Message settings) wijzigen. NL • Raak Menu (Menu) en daarna het pictogram 74 8.2 Een tekstbericht schrijven en verzenden In het menu Berichten (Messages): • Raak Bericht schrijven (Write message) en daarna Tekstbericht (Text message) aan. Er wordt een nieuwe pagina geopend met een knipperende cursor in de nummerbalk AAN (TO) boven een toetsenbord. Raak (pictogram 123) aan om het toetsenbord te veranderen in cijfers en voer het volledige telefoonnummer in waarnaar het bericht moet worden gestuurd. U kunt ook het pictogram AAN (TO) aanraken om contactpersonen uit het Telefoonboek toe te voegen. • Begin met het schrijven van uw bericht door de pagina onder de nummerbalk aan te raken om het toetsenbord weer te geven, met een knipperende cursor aan het begin van de berichtpagina. Schrijf uw bericht. • Als u uw bericht hebt geschreven, raak Opties (Options) en daarne Zenden (Send) aan om het bericht te versturen of sluit het toetsenbord en raak het pictogram Zenden (Send) aan om het bericht te versturen. Opmerking: Verzonden berichten worden opgeslagen in de map Verzonden (Sent messages), als Verzonden opslaan (Save sent message) is ingesteld op Aan (On) in Berichten (Messages) > Berichtinstellingen (Message settings) > Tekstbericht (Text message) > Verzonden opslaan (Save sent message). 75 Als het bericht niet kan worden verzonden, wordt het opgeslagen in Mislukt en kunt u het bericht later opnieuw proberen te verzenden door deze vanuit Mislukt te openen. Uw berichten lezen • Raak Postvak IN (Inbox) aan in het menu Berichten (Messages). • Blader omhoog/omlaag door de berichten en raak het geselecteerde bericht aan om het te bekijken. • Druk tijdens het bekijken van een bericht op Opties (Options): Antwoord per SMS (Reply by SMS) Het bericht van de verzender beantwoorden. Antwoord per MMS (Reply by MMS) Het MMS-bericht van de zender beantwoorden. Zender opbellen (Call sender) De zender opbellen. Doorsturen (Forward) Het bericht doorsturen naar anderen. Wissen (Delete) Het bericht verwijderen. Geavanceerd Het bericht kopiëren of verplaatsen naar (Advanced) telefoon/sim om Automatisch zoeken aan/uit te schakelen. NL 8.3 76 8.4 Alle berichten verwijderen Alle berichten kunnen via het menu Opties (Options) uit de mappen Postvak IN (Inbox), Concepten (Drafts), Mislukt (Outbox) en Verzonden (Sent messages) worden gewist. Raak in de geselecteerde map Opties (Options) aan om de optielijst te openen en raak dan Alles wissen (Delete all) en daarna Ja (Yes) aan om de gewenste berichten te wissen. 8.5 Instellingen In het menu Berichten (Messages): • Ga naar Berichtinstellingen (Message settings) en raak de optie aan; raak daarna Tekstbericht (Text message) aan om in te voeren: SIM (SIM) Een geldigheidsduur, berichttype, afleveringsbevestiging aan/ uit, antwoordpad aan/uit, voorkeursverbinding, ingestelde mailbox instellen. Geheugentoestand De toestand van het (Memory status) berichtgeheugen voor de sim/ telefoon weergeven. Berichtenteller (Text message counter) De berichtenteller voor verzonden en ontvangen berichten bekijken. Verzonden opslaan (Save sent message) Instellen of verzonden berichten worden opgeslagen. Voorkeursopslag (Preferred storage) Instellen of berichten worden opgeslagen op de telefoon of de SIM. 77 9 INSTELLINGEN Instellingen (Settings) aan. • Kies een optie uit de lijst die wordt weergegeven. 9.1 PROFIELEN Met Profielen (Profiles) kunt u de geluiden van uw telefoon eenvoudig aanpassen en ze aan uw situatie aanpassen. Er zijn 5 profielen ingesteld: Algemeen (General), Stil (Silent), Vergadering (Meeting), Buitenshuis (Outdoor) en Mijn stijl (My style). Elk profiel heeft instellingen voor Type waarschuwing (Alert type), Belsignaal (Ring type), Beltoon (Ringtone), Belvolume (Ring Volume), Berichttoon (Message tone), Berichtvolume (Message tone volume), Toon toetsenbord (Keypad tone), Toetsvolume (Keytone volume), Signaal voor in-/uitschakelen (Power on/ off tone) en Fouttoon (System alert). 9.1.1. Een profiel activeren In de menulijst Instellingen (Settings): • Druk op Profielen (Profiles) om het menu te openen. NL Hier kunt u verschillende instellingen op de telefoon instellen en ze ook weer op de fabrieksinstellingen instellen. • Raak Menu (Menu) aan, schuif naar het tweede pictogramscherm en raak het pictogram 78 • Raak de profielnaam die u wilt activeren aan en raak daarna Opties (Options) en Inschakelen (Activate) aan om het geselecteerde profiel in te schakelen. 9.1.2. Een profiel aanpassen In de menulijst Instellingen (Settings): • Druk op Profielen (Profiles) om het menu te openen. • Raak het profiel aan dat u wilt aanpassen en raak Opties (Options) en daarna Aanpassen (Customize) aan. • Pas de gewenste instelling(en) aan en raak daarna Opties (Options) aan. Raak Opslaan (Save) aan om de wijzigingen te bevestigen. Opmerking: u kunt Reset (Reset) in het menu selecteren om het profiel weer in te stellen op de fabrieksinstellingen. 9.2 Gesprekken Hier kunt u de volgende belopties instellen of wijzigen: Wisselgesprek (Call waiting) Wisselgesprek activeren, waarbij u op de Verbindingstoets kunt drukken om een 2e oproep te beantwoorden, terwijl de 1e oproep in de wacht wordt gezet. Gesprek doorverbinden (Call divert) Diverse opties voor gesprek doorverbinden instellen. Gesprek blokkeren (Call barring) Het maken en ontvangen van oproepen beperken. Bloklijst (Blacklist) Afwijzen aan/uit instellen voor de functie Bloklijst en programmeren van 20 nummers voor de bloklijst. Automatisch herhalen (Auto redial) Automatisch herhalen instellen voor niet-gelukte oproepen. Weergave gesprekstijd (Call time display) Weergave gesprekstijd in-/ uitschakelen. Herinneren aan gespreksduur (Call time reminder) Een eenmalige of periodieke tijd instellen voor een herinnering tijdens oproepen. Afgewezen Als een oproep wordt afgewezen, een door SMS optie instellen voor het versturen van (Reject by SMS) een bericht naar de beller. Antwoordstand Elke toets/Automatisch beantwoorden (Answer mode) inschakelen in modus headset. Auto opname (Auto Call Record) Automatisch opnemen tijdens de oproep instellen. Opmerking: Sommige netwerkfuncties zijn mogelijk niet overal beschikbaar, dus neem voor meer informatie over de beschikbaarheid contact op met uw SIMleverancier. 9.3 Telefoon In de menulijst Instellingen (Settings): • Raak Telefoon (Phone settings) aan om de volgende opties voor uw telefoon in te stellen of aan te passen: NL 79 80 Tijd en datum (Time and date) De tijd en datum instellen. In- en uitschakelen plannen (Schedule Power on/off) Tijden instellen en de telefoon automatisch in-/uitschakelen. Bij uitschakelen klinkt er 30 seconden een alarm voor het uitschakelen, tenzij Ja (Yes) en Nee (No) tegelijkertijd worden ingedrukt. Taal (Language) De weergavetaal instellen Toetsenbord (International keyboards) De beschikbare talen voor het schrijven van teksten weergeven. Weergave (Display) De achtergrondafbeelding instellen, instellen of de datum/tijd op het standbyscherm moet worden weergegeven en de schermvergrendeling instellen, de timer voor de periode van inactiviteit voordat het scherm wordt vergrendeld. Automatisch tijd bijwerken (Auto update time) Instellen of de tijd automatisch moet worden bijgewerkt. Vliegtuig modus (Flight mode) De vliegtuig of normale modus instellen. Energie (Misc. settings) De helderheid van de LCD instellen en de timer voor de achtergrondverlichting voor de periode van inactiviteit instellen voordat het scherm wordt uitgeschakeld om energie te besparen. SOS-toets (SOS Setting) SOS-nummers, inhoud van het SOSbericht, SOS-toets in-/uitschakelen en SOS-alarmtoon. (Zie het volgende hoofdstuk voor meer informatie.) 9.3.1. SOS-toets (SOS Setting) In de menulijst voor Telefoon (Phone settings): • Schuif omlaag naar SOS-toets (SOS Setting) en raak aan om te selecteren. • Raak nummer 1 - 5 aan om maximaal 5 telefoonnummers in te voeren voor de SOStoets (SOS call) en Bericht (SMS message). • Raak SMS tekst (Message Content) aan om het SOS-bericht te bewerken dat wordt verzonden als er op de SOS-toets wordt gedrukt (standaardbericht: “Help mij AUB” (Please help me!)) en raak Gereed (Done) aan om de wijzigingen op te slaan. • Raak SOS-bediening (SOS Control) aan om de Status (SOS key) in of uit te schakelen. • Raak Alarmtoon (SOS Alarm) aan om het alarm in of uit te schakelen. 9.4 Netwerk Hier kunt u de opties voor mobiel netwerk instellen, inclusief Netwerkselectie (Network selection) om de telefoon in te stellen op Automatisch (Automatic) of Handmatig (Manual), of andere instellingen bij Voorkeuren (Preferences) en GPRS (GPRS). Opmerking: Sommige netwerkfuncties zijn mogelijk niet overal beschikbaar, dus neem voor meer informatie over de beschikbaarheid contact op met uw SIMleverancier. NL 81 82 9.5 Beveiliging De veiligheid van uw telefoon beheren. De SIMSIM-blokkering aan/uit: u hebt de juiste beveiliging pincode nodig om de status te wijzigen instellen. of het wachtwoord te wijzigen en als de PIN-blokkering is ingeschakeld, moet u de pincode altijd invoeren als de handset wordt ingeschakeld of wordt ontgrendeld. Opmerking: Bij sommige simkaarten kan dit niet worden uitgeschakeld. Waarschuwing: Als u drie keer een verkeerde pincode invoert, wordt de simkaart geblokkeerd en moet u de pukcode invoeren of contact opnemen met uw SIM-leverancier voor het deblokkeren of het instellen van een nieuwe pincode. De pin- en pukcodes worden bij uw simkaart geleverd. Beveiliging telefoon (Phone security) 9.6 De telefooncode in-/uitschakelen zodat de pincode moet worden ingevoerd bij het inschakelen van de telefoon en het wijzigen van het wachtwoord. Standaard = 1122. Meldingen U kunt aanvullende berichten instellen die kunnen worden weergegeven of afgespeeld als er nieuwe invoeren zijn in Berichten (Messages), Gesprekken (Call logs) of Downloads (Downloads). 9.7 Instellingen herstellen Hier kunt u de telefoon weer op de begininstellingen instellen. Alle invoeren van het telefoonboek en gesprekken, en de oproeptimers worden gewist en de instellingen worden weer ingesteld op de 83 standaardinstellingen. Hiervoor hebt u het wachtwoord voor uw telefoon nodig (standaard = 1122). Geluidseffecten Hier kunt u het geluid voor audiofuncties instellen, met instellingen voor Equalizer (Equalizer) als Normaal (Normal), Bass (Bass), Dans (Dance), Klassiek (Classical), Hoog (Treble), Feest (Party), Pop (Pop) of Rock (Rock). 10 KNOP SOS Houd de knop SOS 3 seconden ingedrukt terwijl het display is ingeschakeld om een noodoproep te maken. Er klinkt ongeveer 10 seconden een alarmtoon bij activering voordat de procedure voor een noodoproep begint. Druk op Afbreken (Abort) om het alarm en de noodoproep te stoppen. Als de noodoproep niet wordt geannuleerd, wordt er een vooraf ingesteld bericht naar elk geprogrammeerde SOS-nummer gestuurd. De telefoon belt daarna het eerste geprogrammeerde noodnummer Tel. Nr 1 (Number 1). Als Tel. Nr 1 (Number 1) in gesprek of buiten bereik is of niet binnen 30 seconden wordt beantwoord, wordt Tel. Nr 2 (Number 2) gebeld en daarna het volgende geprogrammeerde nummer. Als de oproep wordt beantwoord, gaat de telefoon over op de luidspreker (handsfree). De gebelde persoon moet op zijn telefoon op “0” drukken om de SOS-procedure stop te zetten. NL 9.8 84 Opmerking: Als de ontvanger niet binnen 30 seconden na het beantwoorden van de oproep op “0” drukt, wordt de oproep afgebroken en gaat de SOS-procedure verder. Opmerking: U kunt de knop SOS ook gebruiken als het toetsenbord is vergrendeld, maar het scherm moet zijn ingeschakeld voordat u de knop SOS ingedrukt kunt houden. Zie hoofdstuk 9.3.1 SOS-toets voor het programmeren van SOS-nummers en het aanpassen van het SOS-bericht. 11 CAMERA Raak op het scherm van het hoofdmenu het pictogram Camera (Camera) aan en druk daarna op Opties (Options) om het cameramenu te openen voor de volgende opties: Opmerking: U kunt het cameraprogramma ook direct vanuit stand-by of vanaf de schermen met hoofdmenu openen door op de knop Camera rechts van de handset te drukken. Foto’s (Photos) Opgeslagen foto’s bekijken. Instellingen (Camera settings) De camera-instellingen wijzigen. Kwaliteit (Image settings) De afmeting en de beeldkwaliteit instellen. Opmerking: als het formaat groter is dan 800x600, is er een korte vertraging tussen het indrukken van de knop en het nemen en opslaan van de foto. Witbalans (White balance) Het instellen van de witbalans. Scènemodus (Scene mode) De scènemodus instellen. Effecten (Effect settings) Speciale effecten instellen. Opslag (Storage) De opslaglocatie van de foto’s op de telefoon of de geheugenkaart instellen. Standaard herstellen (Restore default) De standaardinstellingen van de camera weer instellen. In de cameramodus: • Raak de pictogrammen + / - aan voor in-/ uitzoomen. • Raak het Flits-pictogram aan om de flitser in of uit te schakelen. • Raak het pictogram Camera aan om een foto te maken. NL 85 86 12 GALERIJ 12.1 Afbeeldingen tonen Raak op het scherm van het hoofdmenu het pictogram Galerij (Gallery) aan en daarna Afbeeldingen tonen (Image viewer) om miniaturen van opgeslagen foto’s te bekijken. Raak Opties (Options) aan om het weergavemenu te openen voor de volgende opties: Toon (View) De geselecteerde foto bekijken - veeg over het scherm om een andere foto te bekijken en tijdens het bekijken van een foto kunt u Opties (Options) en daarna Afspelen (Play) aanraken om een diavoorstelling van de foto’s of andere opties te bekijken. Voorbeeldweergave (Browse style) Instellen op Lijststijl (List style) of Matrixstijl (Matrix style). Zenden (Send) Een afbeelding verzenden als multimediabericht of via Bluetooth. Gebruiken als (Use as) De geselecteerde afbeelding gebruiken als achtergrond. Hernoemen (Rename) De naam van de afbeelding wijzigen. Wissen (Delete) De afbeelding verwijderen. Sorteer op (Sort by) De afbeeldingen sorteren op naam, type, tijd of grootte. Alle bestanden wissen (Delete all files) Alle afbeeldingen verwijderen. 87 Opslag (Storage) Selecteren welk geheugen wordt weergegeven. Beeldinformatie (Image information) Informatie over de afbeelding weergeven: naam, resolutie, grootte, aanmaaktijd. Raak op de schermen met het hoofdmenu het pictogram Galerij (Gallery) aan en druk op Videocamera (Video recorder) om de videocamera te openen. Raak het pictogram Opnemen (Record) aan om een opname te starten of druk op Opties (Opties) om het opnamemenu te openen voor de volgende opties: Camcorderinstellingen De instellingen voor de (Camcorder settings) recorder wijzigen. Instellingen De videokwaliteit instellen. Witbalans (White balance) De witbalans instellen. Effecten (Effect settings) Speciale effecten instellen. Opslag (Storage) De opslaglocatie van video’s op de telefoon of geheugenkaart instellen. Standaard herstellen (Restore default) De standaardinstellingen van de camcorder. NL 12.2 Videocamera 88 12.3 Videospeler Raak op het scherm van het hoofdmenu het pictogram Galerij (Gallery) aan en raak daarna Videospeler (Video player) aan om een lijst met opgeslagen video’s weer te geven. Raak een video aan om de video af te spelen of raak Opties (Options) aan om het menu te openen voor de volgende opties: Afspelen (Play) De video openen en afspelen. Zenden (Send) De video als multimediabericht of via Bluetooth verzenden. Hernoemen De naam van de video wijzigen. (Rename) Wissen (Delete) De video verwijderen. Alle bestanden wissen (Delete all files) Alle video’s wissen. Sorteer op (Sort by) De video’s sorteren op naam, type, tijd of grootte. Opslag (Storage) Selecteren welk geheugen wordt bekeken voor video’s. • Als er een video wordt afgespeeld, raak het pictogram in de hoek linksonder aan om de video-instellingen te openen: Bij voorkeur 3D-modus afspelen (Preferred play 3D mode) De 3D-afspeelmodus in- of uitschakelen. Automatisch herhalen (Auto repeat) De automatisch herhaalfunctie in- of uitschakelen. 89 12.4 Geluidsrecorder (Gallery) aan en druk op Geluidsrecorder (Sound recorder) om de recorder te openen. Raak het pictogram voor opnemen aan om te beginnen met opnemen. Druk daarna op de pictogrammen voor pauze of stoppen om de opname te stoppen. Raak het pictogram voor afspelen aan om de opname af te spelen. • Raak in de modus Geluidsrecorder (Sound recorder) het pictogram linksonder aan om het menu voor de recorder te openen: Nieuwe Een nieuwe opname starten. opname (New record) Afspelen (Play) De geselecteerde opname afspelen. Toevoegen (Append) Meer toevoegen aan het einde van de geselecteerde opname. Hernoemen (Rename) De naam van de opname wijzigen. Wissen (Delete) De opname verwijderen. Lijst (List) Een lijst met alle opnames bekijken. Instellingen (Settings) De opslaglocatie voor de opnames instellen op telefoon of geheugenkaart of de audiokwaliteit instellen. Gebruiken als (Use as) Een opname gebruiken als beltoon. Zenden (Send) De opname verzenden als multimediabericht of via Bluetooth. NL • Raak op het scherm het pictogram Galerij 90 12.5 Bestandsbeheer • Raak op het scherm van het hoofdmenu het pictogram Galerij (Gallery) aan en raak Bestandsbeheer (File manager) aan om bestandsbeheer te openen om te zien hoeveel geheugen er beschikbaar is op de telefoon of de geheugenkaart en om de opgeslagen bestanden te bekijken en ze te beheren of om de geheugens opnieuw te formatteren. 13 KLOK U kunt de klok instellen via Instellingen (Settings) > Telefoon (Phone settings) > Tijd en datum (Time and date) > Instellen (Set time/date) (zie hoofdstuk 9.3.1). 13.1 Wekker • Raak op het scherm van het hoofdmenu het pictogram Klok (Clock) aan en raak daarna Wekker (Alarm) aan om het alarmmenu te openen. U kunt 5 alarmtijden instellen, elk met opties voor de herhaalmodus en het type waarschuwing. Als het alarm klinkt, druk op Stoppen (Stop) om het alarm te stoppen of op Sluimeren (Snooze) om de sluimermodus in te stellen op 5 minuten voordat het alarm weer klinkt. 91 13.2 Wereldklok het pictogram Klok (Clock) aan en raak Wereldklok (World clock) aan om de huidige tijd in verschillende steden te bekijken. Opmerking: U kunt uw woonplaats instellen via Instellingen (Settings) > Telefoon (Phone settings) > Tijd en datum (Time and date) > Tijdzone (Set home city) (zie deel 9.3.1). 14 REKENMACHINE Raak op de schermen van het hoofdmenu het pictogram Rekenmachine (Calculator) aan om eenvoudige optel-, aftrek-, vermenigvuldigings- en deelberekeningen te maken. 15 KALENDER Raak op de schermen van het hoofdmenu het pictogram Kalender (Calendar) aan om de kalender op de huidige maand te openen. Raak de pictogrammen / bovenaan de kalender aan om een jaar terug/verder of een maand terug/verder te gaan. Raak het tabblad [7] onder aan de kalender aan om over te schakelen op de wekelijkse weergave of op het tabblad [1] om de afspraken voor die dag te bekijken. Opmerking: in de wekelijkse weergave kunnen de pictogrammen / worden gebruikt om een NL • Raak op de schermen van het hoofdmenu 92 ander weeknummer te kiezen of tussen ochtend / middag te wisselen. Raak Opties (Options) aan om een menu met de volgende opties te openen Toon (View) De gebeurtenissen voor de geselecteerde dag bekijken. Alles bekijken (View all) Alle gebeurtenissen op de kalender bekijken. Gebeurtenis toevoegen (Add event) Een nieuwe gebeurtenis aan de kalender toevoegen. Ingave verwijderen (Delete event) De gebeurtenissen van de kalender verwijderen. Naar datum springen (Jump to date) Naar een specifieke datum gaan. Ga naar vandaag (Go to today) Naar vandaag gaan. Weekweergave (Go to weekly) / Maandweergave (Go to monthly) De week- of maandweergave tonen. Begin van de week (Start of week) De begindag als zondag of maandag instellen. 93 16 FM-RADIO FM-radio (FM Radio) aan om de FM-radio te openen en raak daarna het pictogram voor Aan/Uit aan om in te schakelen. Raak het pictogram of aan om naar de volgende zender vooruit of achteruit in de kanaallijst te gaan. Raak het pictogram of aan om handmatig omlaag of omhoog in stappen van 0,1 MHz af te stemmen. Raak het pictogram Menu (Menu) linksonder voor Opties (Options) aan: Kanaallijst (Channel list) Een lijst met radiostations openen die u kunt afspelen, verwijderen of bewerken. Handmatige invoer (Manual input) Handmatig een nieuwe frequentie voor afspelen invoeren. Automatisch zoeken (Auto search) Scannen naar radiostations en de kanalen opslaan in de kanaallijst. Instellingen (Settings) Op achtergrond afspelen (Background play) en Luidspreker (Loudspeaker) in-/ uitschakelen of Audiokwaliteit (Audio quality) en locatie voor Opnameopslag (Record storage) instellen. NL U moet een hoofdtelefoon (stereohoofdtelefoon met aansluiting van 3,5 mm) aansluiten om radiokanalen voor de FM-radio te ontvangen. Als er een hoofdtelefoon is aangesloten, raak op de schermen van het hoofdmenu het pictogram 94 Opnemen (Record) Het radiokanaal opnemen waarnaar wordt geluisterd. Bestandslijst (File list) Een lijst met opgenomen bestanden bekijken. Als de radio afspeelt, raak het middelste pictogram voor Aan/Uit aan om de FM-radio uit te schakelen of raak het pictogram voor Terug linksonder in de hoek aan om terug te keren naar het scherm met het hoofdmenu en om de radio te laten afspelen, mits afspelen op de achtergrond is ingeschakeld (zie Instellingen hierboven). 17 MUZIEK Raak op de schermen van het hoofdmenu het pictogram voor Muziek (Music) aan om de muziekspeler te openen. Raak het pictogram voor Afspelen (Play) aan om de geselecteerde track af te spelen en raak andere pictogrammen aan voor Pause ( ll ), Achteruit (Skip back) , Vooruit (Skip forward) , Herhalen uit (Loop off) , Track herhalen (Loop single track only) , Alles herhalen (Loop all) , Willekeurige volgorde uit of aan (Shuffle off or on) . Raak op het scherm van de Muziekspeler (Music player) het pictogram in de hoek linksonder aan om een lijst met beschikbare tracks weer te geven en raak daarna Opties (Options) aan: 95 Afspelen (Play) De geselecteerde track afspelen. Details (Details) De details voor de huidige tracks bekijken, inclusief grootte, duur en titel. Instellingen (Settings) 18 De bron van de afspeellijst, Lijst automatisch genereren (List auto generate), modi Herhalen (Repeat) en Willekeurige volgorde (Shuffle) en Audio-effect (Audio effects) selecteren. ZAKLAMP Raak op de schermen van het hoofdmenu het pictogram voor Zaklamp (Torch) aan om de bediening voor de zaklamp weer te geven en selecteer Aan (On) of Uit (Off) om de zaklamp in of uit te schakelen. 19 BLUETOOTH Raak op de schermen van het hoofdmenu het pictogram voor Bluetooth® Bluetooth® te openen: aan om het menu Bluetooth® Bluetooth® in-/uitschakelen. Zichtbaarheid (Visibility) De Bluetooth® zichtbaar of niet maken voor andere Bluetooth® -apparaten. Mijn apparaat (My device) Zoeken naar nieuwe Bluetooth® apparaten en eerder gekoppelde apparaten bekijken. NL Opnieuw laden De huidige muzieklijst opnieuw laden. (Refresh list) 96 Audioapparaat Zoeken naar audioapparaten en opvragen koppelen. (Search audio device) Apparaatnaam veranderen (My name) De naam van uw handset wijzigen zoals die door andere Bluetooth® apparaten wordt gezien. Geavanceerd (Advanced) Het Audiopad (Audio path) en de opslaglocatie voor downloads instellen en het Bluetooth® -adres controleren. Opmerking: De Bluetooth® moet ingeschakeld en zichtbaar zijn om verbinding te maken met andere apparaten en het audiopad moet worden ingesteld op “Doorsturen naar Bluetooth®-headset” (Forward to Bluetooth® headset) als u oproepen wilt maken via de Bluetooth®-verbinding. 20 VEILIGHEID EN VOORZORGSMAATREGELEN Wanneer u uw telefoon gebruikt, dient u steeds enkele fundamentele veiligheidsvoorschriften in acht te nemen om het risico op brand, elektrische schokken en letsel te beperken: 1. Schakel de telefoon uit in de buurt van chemische installaties, benzinestations of andere locaties met explosieve voorwerpen. 2. Maak tijdens het autorijden voor de veiligheid gebruik van de handenvrije voorziening als u belt of een oproep ontvangt (afzonderlijk aan te schaffen). Zet de auto aan de kant van de weg als u wilt bellen, behalve in een noodgeval. 3. Schakel de telefoon uit wanneer u aan boord van een vliegtuig stapt en schakel de telefoon tijdens de vlucht niet in, tenzij dit specifiek wordt toegestaan door de luchtvaartmaatschappij. 4. Wees voorzichtig wanneer u de mobiele telefoon gebruikt in de buurt van apparaten zoals pacemakers, gehoortoestellen en andere elektrische medische apparaten die door mobiele telefoons kunnen worden gestoord. 5. Probeer nooit om de telefoon zelf te demonteren. 6. Laad de telefoon niet op wanneer er geen batterij is geplaatst. 7. Laad de telefoon op in een goed geventileerde omgeving en houd hem uit de buurt van ontvlambare en zeer explosieve voorwerpen. 8. Houd de handset uit de buurt van magnetische voorwerpen, zoals magneetkaarten of creditcards, om demagnetisering te voorkomen. 9. Houd de telefoon uit de buurt van vloeistoffen. Wanneer de telefoon doorweekt raakt of er erosie optreedt, moet u de batterij uit het toestel verwijderen en contact opnemen met de leverancier. 10. Gebruik de telefoon niet in omgevingen met zeer hoge of lage temperaturen. Stel de telefoon niet langere tijd bloot aan direct zonlicht, een hoge vochtigheid of een stoffige omgeving. 11. Gebruik geen vloeistof of andere natte middelen met sterke reinigingsmiddelen om de handset te reinigen. NL 97 98 20.1 De batterij opladen Uw toestel is uitgerust met een oplaadbare batterij. Een nieuwe batterij zal pas optimaal werken na twee of drie volledige laad- en ontlaadcycli. De batterij kan honderden keren worden opgeladen en ontladen maar zal op den duur slijten. Wanneer de gespreks- en stand-bytijden merkbaar korter worden dan normaal, moet u de batterij vervangen. Gebruik uitsluitend goedgekeurde batterijen en laad de batterij uitsluitend op met goedgekeurde laders die specifiek zijn bedoeld voor dit toestel. Wanneer een vervangende batterij voor het eerst wordt gebruikt of wanneer de batterij langere tijd niet is gebruikt, kan het nodig zijn om de lader aan te sluiten, los te koppelen en opnieuw aan te sluiten om het opladen van de batterij te starten. Haal de lader uit het stopcontact en het apparaat als u de lader niet gebruikt. Laat een volledig opgeladen batterij niet aangesloten op een lader, aangezien de levensduur kan worden verkort door overladen. Wanneer een volledig opgeladen batterij langere tijd niet wordt gebruikt, neemt het batterijvermogen na verloop van tijd af. Wanneer de batterij volledig is ontladen, kan het enkele minuten duren voordat het laadlampje op het display verschijnt of voordat u met het toestel kunt bellen. Gebruik de batterij uitsluitend voor het bedoelde gebruik. Gebruik nooit een lader of batterij die is beschadigd. Zorg dat u de batterij niet kortsluit. Er kan kortsluiting ontstaan wanneer een metalen voorwerp zoals een munt, clip of pen direct contact maakt met de positieve (+) en negatieve (-) polen van de batterij. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer u een reservebatterij in uw zak of tas bewaart. Door kortsluiting van de polen kan de batterij of het betreffende voorwerp beschadigd raken. Laat de batterij niet achter op zeer warme of koude locaties, zoals een afgesloten auto in zomerse of winterse omstandigheden, omdat dit de capaciteit en levensduur van de batterij kan verkorten. Een toestel met een zeer warme of koude batterij zal mogelijk tijdelijk niet werken, zelfs niet wanneer de batterij volledig is opgeladen. Met name bij temperaturen onder nul zal de batterij minder goed werken. Gooi batterijen niet in het vuur, aangezien ze kunnen exploderen. Batterijen kunnen ook exploderen als ze zijn beschadigd. Voer batterijen af overeenkomstig de plaatselijke voorschriften. Recycle ze waar mogelijk. Gooi ze niet weg als huishoudelijk afval. Opmerking: De werkelijke levensduur van de batterij hangt af van de werkingsmodus, netwerkinstellingen en oproepinstellingen. Opmerking: • Vanwege de veiligheid mag u onderdelen en accessoires van de batterij niet zelf vervangen en mag u de batterijbehuizing niet verwijderen. • We adviseren u om uitsluitend gebruik te maken van de originele batterij die bij uw telefoon is geleverd, om schade aan uw telefoon te voorkomen. • Het temperatuurbereik voor het opladen van de telefoon is 0 °C - 40 °C. Laad de batterij niet op bij zeer hoge of lage temperaturen. NL 99 100 • Gebruik de mobiele telefoon niet tijdens het opladen. 20.2 Overige veiligheidsinformatie De eenheid en de accessoires kunnen kleine onderdelen bevatten. Houd deze buiten het bereik van kleine kinderen. 20.3 Gebruiksomgeving Houd u aan de regels die van toepassing zijn op de locatie waar u zich bevindt en schakel het toestel altijd uit op locaties waar het gebruik niet is toegestaan, om te voorkomen dat het toestel storingen of gevaar veroorzaakt. Gebruik de toestellen enkel in de normale gebruikspositie. Dit toestel voldoet aan de richtlijnen voor straling wanneer het wordt gebruikt in een normale positie bij uw oor of wanneer het op minstens 2,2 cm van uw lichaam wordt gehouden. Als het toestel dicht bij uw lichaam in een hoesje, riemhouder of andere houder wordt gedragen, mogen deze geen metaal bevatten en moet het product op de hierboven aangegeven afstand van uw lichaam worden geplaatst. Onderdelen van het toestel zijn magnetisch. Het toestel kan metalen voorwerpen aantrekken. Bewaar geen creditcards of andere magnetische voorwerpen in de buurt van het toestel, aangezien de hierop opgeslagen gegevens kunnen worden gewist. 20.4 Medische apparatuur Het gebruik van apparatuur die radiosignalen uitzendt, zoals mobiele telefoons, kan de werking van onvoldoende beschermde medische apparatuur verstoren. Raadpleeg een arts of de fabrikant van de apparatuur om te bepalen of dergelijke apparatuur voldoende beschermd is tegen externe radiosignalen. Raadpleeg ze ook als u andere vragen hebt. Wanneer u ergens bordjes ziet waarop staat dat het gebruik van een mobiele telefoon verboden is, dient u zich hieraan te houden. Ziekenhuizen en andere zorginstellingen maken soms gebruik van apparatuur die gevoelig kan zijn voor externe radiosignalen. 20.5 Pacemaker Pacemakerfabrikanten adviseren een afstand van minimaal 15 cm tussen een mobiele telefoon en een pacemaker om het risico op verstoring van de pacemaker te vermijden. Deze aanbevelingen komen overeen met onafhankelijk onderzoek en aanbevelingen van Wireless Technology Research. Personen met een pacemaker moeten: • het toestel niet in een borstzak dragen; • het toestel bij het oor houden dat het verst van de pacemaker verwijderd is, om het risico op storing te beperken. Als u vermoedt dat er een risico op storing bestaat, moet u het toestel uitschakelen en het op grotere afstand houden. 20.6 Gehoorapparaten Sommige digitale draadloze toestellen kunnen de werking van sommige gehoorapparaten verstoren. NL 101 102 20.7 Voertuigen Radiosignalen kunnen van invloed zijn op elektronische systemen in motorvoertuigen (zoals elektronische brandstofinspuiting, ABS-remmen, automatische cruisecontrol, airbagsystemen) die verkeerd zijn geïnstalleerd of onvoldoende zijn beschermd. Neem contact op met de fabrikant of zijn vertegenwoordiger voor meer informatie over uw voertuig of eventuele aanvullende apparatuur. Voor voertuigen met airbags: houd er rekening mee dat airbags met veel kracht worden opgeblazen. Plaats voorwerpen, inclusief vaste of draagbare radioapparatuur, niet in de ruimte boven de airbag of in de ruimte waar deze mogelijk wordt opgeblazen. Er kan ernstig letsel ontstaan als de mobiele telefoonapparatuur verkeerd is geïnstalleerd en de airbags zich met lucht vullen. 20.8 Explosiegevaarlijke omgevingen Schakel het toestel altijd uit wanneer u zich bevindt in een omgeving waar explosiegevaar bestaat en volg alle waarschuwingsborden en instructies op. Explosiegevaar bestaat in omgevingen zoals die waar u gewoonlijk wordt verzocht om de motor van uw auto af te zetten. In een dergelijke omgeving volstaat een vonk om een explosie of brand te veroorzaken, met lichamelijk letsel of zelfs de dood tot gevolg. Schakel het toestel uit bij benzinestations, dus in de buurt van benzinepompen en garages. Volg de beperkingen die voor het gebruik van radioapparatuur gelden in de buurt van locaties waar brandstof wordt opgeslagen en verkocht, chemische fabrieken en locaties waar 103 opblaaswerkzaamheden bezig zijn. Gebieden met explosiegevaar worden meestal – maar niet altijd – duidelijk aangegeven. Belangrijk! Mobiele telefoons maken gebruik van radiosignalen en het mobiele-telefoonnetwerk. Dit betekent dat een verbinding onder alle omstandigheden niet kan worden gegarandeerd. Vertrouw daarom nooit enkel op een mobiele telefoon voor belangrijke oproepen zoals medische noodoproepen. 21 GARANTIE EN SERVICE De telefoon wordt geleverd met 24 maanden garantie vanaf de aankoopdatum vermeld op uw aankoopbon. Onder deze garantie vallen geen storingen of defecten als gevolg van ongevallen, verkeerd gebruik, normale slijtage, onachtzaamheid, blikseminslag, knoeien met de apparatuur of pogingen om het toestel aan te passen of te repareren die niet door goedgekeurde servicepunten zijn uitgevoerd. Bewaar uw aankoopbon; dat is uw garantiebewijs. 21.1 Tijdens de garantieperiode • Doe alle onderdelen van uw telefoon in de verpakking. • Breng het toestel terug naar de winkel waar u het hebt gekocht en neem uw aankoopbon mee. NL 20.9 Noodoproepen 104 • Vergeet ook de netvoedingsadapter niet (indien van toepassing). 21.2 Na de garantieperiode Als het toestel niet meer onder de garantie valt, kunt u contact met ons opnemen via www.aegtelephones.eu 22 TECHNISCHE INFORMATIE Standaard: GSM Mobiel Frequentiebereik: GSM900/DCS1800 MHz Systeem: Phase 2G Gebruikstijden: in stand-by ongeveer: 600 uur Gesprekstijd: 4 uur Laadtijd: <6 uur Temperatuurbereik: Bedrijfstemperatuur: 0 °C tot 40 °C Opslag: -20 °C tot 60 °C Handsetbatterij: Batterij van 3,7 V DC, 1200 mAh Adapter: A31-1503-500550 100-240 V AC, 50/60 Hz, Ingang: Max. 0,15 A Uitgang: 5,0 V DC, 550 mA SAR-waarden 900 Mhz 0,271 W/kg 10g Head 0,630 W/kg 10g Body 1800 Mhz 0,134 W/kg 10g Head 0,293 W/kg 10g Body 105 23 CONFORMITEITSVERKLARING 1313 NL Dit product voldoet aan de essentiële vereisten en andere relevante voorschriften van de R&TTE-richtlijn 1999/5/EG. U vindt de conformiteitsverklaring op: www. aegtelephones.eu 106 24 HET APPARAAT AFVOEREN Aan het einde van de levensduur van het product mag u dit product niet weggooien met het normale huishoudafval, maar moet u het product naar een inzamelingspunt voor de recycling van elektrische en elektronische apparatuur brengen. Dat wordt aangegeven met het symbool op het product, in de gebruikershandleiding en/of op de verpakking. Sommige productmaterialen kunnen worden hergebruikt als u ze naar een inzamelingspunt brengt. Door sommige onderdelen of grondstoffen van gebruikte producten aan te bieden voor hergebruik levert u een belangrijke bijdrage aan de bescherming van het milieu. Neem contact op met de plaatselijke autoriteiten voor meer informatie over de inzamelingspunten in uw regio. De batterijen moeten worden verwijderd voordat het toestel wordt weggegooid. Gooi de batterijen op een milieuvriendelijke manier weg, volgens de voorschriften van uw land. 107 PROBLEMEN OPLOSSEN “Oproep mislukt” (Call failed) wordt weergegeven Controleer of u het juiste nummer hebt gekozen, met netnummer. Simkaart geplaatst - alleen noodoproepen mogelijk Sommige simkaarten zijn dunner dan andere. Druk voorzichtig op de simkaarthouder zodat de kaart goed contact maakt. Het display van de mobiele telefoon is leeg (scherm uit). De telefoon is uitgeschakeld. Druk 3 seconden op de toets Stop (End) om deze weer in te schakelen. Buiten uw eigen land bellen Als u niet via uw eigen netwerkprovider belt, kan uw telefoon verbinding maken met een ander GSM-netwerk. Het scherm staat in de energiebesparende modus. Druk op een knop om de telefoon weer in te schakelen. Neem contact op met uw netwerkprovider voor eventuele kosten die u moet betalen bij het gebruik van uw telefoon in het buitenland. Kunt u een noodoproep maken zonder signaal of beltegoed? U kunt niet bellen als de telefoon geen signaal heeft. Als Limited Service, Alleen noodoproep of SOS op uw display wordt weergegeven, kan de telefoon geen signaal van uw netwerk ontvangen of hebt u geen beltegoed meer, dus kunt u alleen noodnummer 112 bellen. U kunt 112 ook bellen als uw telefoon geen beltegoed meer heeft. NL 25 108 Hoe kan ik de ontvangst verbeteren? Als het signaal zwak is, ga dan ergens anders staan om te bellen of een gesprek te hervatten; als u bijvoorbeeld binnen bent, kunt u bij het raam gaan staan. De ontvangst is meestal slecht in liften, in tunnels, in de metro en in parkeergarages. Kan ik ervoor zorgen dat mijn telefoonnummer niet wordt weergegeven? Als u niet wilt dat iemand anders uw telefoonnummer ziet als u belt, neem contact op met uw serviceprovider. (Deze netwerkservice is mogelijk niet beschikbaar.) Geen reactie Houd de knop ingedrukt om het wanneer u een toetsenbord te ontgrendelen. toets indrukt? Wanneer worden er kosten berekend bij het bellen? Er worden kosten berekend als uw oproep door iemand anders of een antwoordapparaat wordt aangenomen. Er worden geen kosten berekend voor het schrijven van een SMS, alleen wanneer u een SMS verstuurt, en er worden geen kosten berekend voor telefoonfuncties, zoals de wekker. Heb ik mijn SMS verzonden? Als uw bericht in de map Verzonden (Sent messages) staat, dan is het bericht verstuurd. U kunt ook een bevestiging krijgen als het bericht is afgeleverd: stel dan Afleveringsbevesting (Delivery report) in bij Berichten (Messages) > Berichtinstellingen (Message settings) > Tekstbericht SIM (Text message SIM). Of neem contact op met uw aanbieder.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109

AEG Voxtel M800 de handleiding

Categorie
Soundbar luidsprekers
Type
de handleiding

in andere talen

Gerelateerde artikelen