Huawei HUAWEI Mate 9 Handleiding

Categorie
Smartphones
Type
Handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

Gebruikershandleiding
Inhoudsopgave
V
oorwoord
Het uitpakken van uw telefoon
Uw telefoon leren kennen 2
De SIM-kaart en microSD-kaart plaatsen 2
Uw telefoon in- en uitschakelen 3
Het opladen van uw telefoon 4
De batterijstatus bekijken 6
Aan de slag
Initiële configuratie 7
Een SIM-kaart in- of uitschakelen 7
Een naam aan een SIM-kaart geven 8
De standaard-SIM voor mobiele gegevens selecteren 8
De standaard SIM-kaart instellen 8
Verbinding maken met internet 9
Gegevens vanaf uw oude telefoon importeren 11
Aanbevolen instellingen bekijken 12
Scherm en display
Startscherm 13
Het scherm vergrendelen en ontgrendelen 28
Berichtenpaneel en statusbalk 33
Navigatiebalk 38
Thema's 41
Zwevende dock 41
Algemeen zoeken 43
Schermafdruk 44
Schermopname 48
Modus voor gesplitst scherm 51
Bewegingsgebaren gebruiken 54
Oogcomfortmodus 55
Weergave-instellingen 56
Netwerk en delen
Mobiel internet 60
Wi-Fi 62
Bluetooth 66
NFC 68
Multischerm 70
VPN's 71
HiSuite 72
i
Huawei Share gebruiken om bestanden tussen twee Huawei-
apparaten uit te wisselen
73
Een USB-poort gebruiken om gegevens over te brengen 74
Beveiliging en back-up
Vingerafdrukherkenning gebruiken 78
Gebruikersaccounts 80
Beveiligingsinstellingen 82
Back-up maken en gegevens herstellen 83
Bestandsbeheer 88
Oproepen en contactpersonen
Bellen 93
Oproepen beantwoorden 97
Een telefonische vergadering starten 98
Gespreksopties 99
Beheer van telefoonlogboeken 101
Oproepinstellingen 102
Een visitekaartje maken 106
Een nieuwe contactpersoon maken 106
Contactpersonen importeren en exporteren 108
Contactpersonen beheren 110
Zoeken naar contactpersonen 112
Contactpersonen delen 113
Een contactpersoon aan uw favorieten toevoegen 113
Contactfoto's wijzigen 114
Belrecords voor individuele contactpersonen maken 114
Een beltoon aan een contactpersoon toewijzen 114
Contactgroepen 115
Berichten en e-mail
Een bericht verzenden 117
Een bericht beantwoorden 118
RCS instant messaging gebruiken 118
Zoeken naar berichten 119
Berichtenthreads verwijderen 119
Berichten beheren 119
Terugkeren naar de bovenkant van de lijst 119
Berichten bovenaan in de lijst vastzetten 120
Berichten als gelezen markeren 120
Spamberichten blokkeren 120
Een berichthandtekening toevoegen 121
De beltoon van berichten configureren 121
Kwaadaardige URL's in sms-berichten identificeren 121
Inhoudsopgave
ii
Ontvangstbevestigingen ontvangen 121
Een e-mailaccount toevoegen 122
E-mails verzenden 122
E-mails beantwoorden 123
E-mails beheren 123
E-mails zoeken 124
E-mailmappen bekijken 125
VIP-contacten beheren 125
E-mailaccounts beheren 125
Mail configureren 126
Agenda en notitieblok
De agendaweergave wijzigen 128
Wereldwijde vakanties bekijken 128
Verjaardagsherinneringen 129
Afspraken synchroniseren 129
Een afspraak maken 129
Afspraken delen 129
Een afspraak verwijderen 130
Zoeken naar afspraken 130
Uitnodigingen voor afspraken verzenden 130
Een notitie maken 131
Notities beheren 131
Back-up van notities maken 132
Camera en galerij
Camera-opties 133
Foto's en video-opnames 133
Objectherkenning en de modus Pro camera 137
Modus brede lensopening 139
Modus Monochroom 139
Schoonheidsmodus 139
Modus Perfecte selfie 140
HDR-modus 140
Panoramafoto's nemen 140
Supernachtmodus 141
Lichte schilderijmodus 141
Vertraagde opname 142
Tijdsverloopmodus 142
Watermerken aan foto's toevoegen 143
Audionotities 143
Documentcorrectie 143
Opnamemodus selecteren 144
De camera-instellingen configureren 145
Inhoudsopgave
iii
Foto's en video's bekijken 146
Albums organiseren 148
Foto's en video's delen 149
Een foto bewerken 149
Video's bewerken 151
Galerie configureren 152
Muziek en video
Info over muziek 154
Zoeken naar muziek 154
Muzieknummers verwijderen 154
Een afspeellijst maken 154
Een afspeellijst beluisteren 155
Bediening van afspelen met een slimme hoofdtelefoon 155
Een video afspelen 156
Telefoonbeheer
Prestaties optimaliseren 157
Verbeter snelheid 157
Gegevensgebruik beheren 158
Intimidatiefilter 158
Batterijbeheer 159
Beheer van app-toestemmingen 160
Virusscanner 161
App coderen 162
Apps instellen om automatisch te sluiten wanneer het scherm
wordt vergrendeld
162
Telefoonbeheer configureren 163
Tools
U tegelijkertijd bij twee sociale media-accounts aanmelden 164
Gezondheid 164
Weer 164
Klok 166
Slimme afstandsbediening 169
Geluidsrecorder 171
Rekenmachine 173
Spiegel 174
Kompas 174
Zaklamp 175
Systeemfuncties en -instellingen
De systeemtaal wijzigen 176
Gebruik van de Google-invoermethode 176
Invoermethode-instellingen 177
Inhoudsopgave
iv
Tekst bewerken 177
Vliegtuigmodus 178
Uw providerinstellingen bijwerken 179
De geluidsinstellingen configureren 179
Eénhandsmodus 181
Handschoenmodus 181
De niet-storen-modus 182
Een account instellen 185
Geheugen- en opslaggegevens bekijken 186
De datum en tijd instellen 186
Locatietoegang inschakelen 187
Systeeminstellingen herstellen 187
De netwerkinstellingen herstellen 188
Fabrieksinstellingen herstellen 188
OTA-updates 188
Productinformatie bekijken 189
Toegankelijkheidsfuncties 190
Accessoires
Openklapmodus 196
Hulp ontvangen
Persoonlijke gegevens en gegevensbeveiliging
Lijst met beveiligingsfuncties
Juridische kennisgeving
Inhoudsopgave
v
Voorwoord
Lees deze handleiding aandachtig voordat u het apparaat gebruikt.
Alle afbeeldingen en illustraties in dit document zijn alleen bedoeld ter informatie en kunnen
afwijken van het uiteindelijke product.
Sommige functies in deze handleiding worden mogelijk niet door bepaalde apparaten of
providers ondersteund.
Symbols and definitions
Beschrijving
Markeert belangrijke informatie en tips en verschaft bijkomende
informatie.
Herinnering
Wijst op mogelijke problemen die kunnen opduiken wanneer er
onvoldoende zorg of aandacht wordt besteed, zoals
toestelschade of gegevensverlies.
Waarschuwing
Waarschuwt u over mogelijke gevaren die ernstig letsel kunnen
veroorzaken.
1
Het uitpakken van uw telefoon
Uw telefoon leren kennen
Dubbele-le
nscamera
Lasersensor
Vingerafdru
ksensor
Dubbele-toonflitser
Secundaire
microfoon
USB-Type C-poort
Oorstuk
Hoofdmi-
crofoon
Volumeknop
Aan/uit-knop
SIM-sleuf
Camera voor
Hoofdtelefoo-
naansluiting
Omgevingslicht
sensor
Nabijheidssensor
Statuslampje
Infraroodsensor
Secundaire
microfoon
Hoofdmicrofoon
Bedek de lichtsensor niet, omdat dit van invloed kan zijn op bepaalde telefoonfuncties. Zorg
bij het gebruik van een screenprotector dat deze een speciale uitsnijding voor de lichtsensor
heeft.
De SIM-kaart en microSD-kaart plaatsen
De 2-in-1 kaartsleuf van uw telefoon bevindt zich op de linkerbovenkant van de telefoon. U kunt
2 nano-SIM-kaarten plaatsen of 1 nano-SIM-kaart en 1 microSD-kaart.
l Uw telefoon ondersteunt alleen nano-SIM-kaarten. Neem zo nodig contact op met uw provider
voor een nieuwe of vervangende nano-SIM-kaart.
l Gebruik alleen standaard nano-SIM-kaarten om schade aan de SIM-kaartlade te voorkomen.
l Zorg ervoor dat de kaart in de juiste richting wijst en houd de kaartlade recht wanneer u deze
in de telefoon schuift.
l Zorg ervoor dat u zichzelf niet bezeert en de telefoon niet beschadigt wanneer u de SIM-
uitwerppin gebruikt.
l Bewaar de SIM-uitwerppin buiten het bereik van kinderen om onbedoeld doorslikken of letsel
te voorkomen.
1 Houd de aan/uit-knop ingedrukt en raak vervolgens aan om uw telefoon uit te schakelen.
2 V
oor het uitnemen van de kaartlade plaatst u de SIM-uitwerppin die bij uw telefoon wordt
meegeleverd in het kleine gaatje naast de kaartlade.
2
Nano-SIM
microSD
Nano-SIM
Nano-SIM
of
3 Plaats een nano-SIM-kaart of microSD-kaart in de kaartlade.
4 Plaats de kaartlade weer in de juiste richting in uw telefoon.
Uw telefoon in- en uitschakelen
Uw telefoon in- en uitschakelen
l Als u uw telefoon wilt inschakelen, houd u de Aan/T
uit-knop ingeschakeld totdat uw telefoon
trilt en het scherm wordt ingeschakeld.
l Als u uw telefoon wilt uitschakelen, houdt u de Aan/Uit-knop ingedrukt en raakt u vervolgens
Uitschakelen aan.
Als uw telefoon niet reageert wanneer u op de Aan/Uit-knop 20 seconden lang indrukt, kan
het zijn dat de batterij leeg is.
In- en uitschakeltimer
Gebruik de timer voor in- en uitschakelen om het stroomverbruik te verminderen en te
voorkomen dat u tijdens uw slaap wordt gestoord.
Raak Instellingen > Slimme assistentie > Geplande in- en uitschakeling aan. Schakel
Geplande uitschakeling en Geplande inschakeling in en configureer dan de tijd- en
herhalingsinstellingen voor het in- en uitschakelen. Uw telefoon wordt automatisch op het vooraf
ingestelde tijdstip in- of uitgeschakeld.
Schakel de timer uit door Geplande uitschakeling
en Geplande inschakeling uit te schakelen.
Uw telefoon opnieuw starten
U merkt mogelijk minder goede prestaties wanneer uw telefoon gedurende lange tijd
ingeschakeld is geweest. Start uw telefoon regelmatig opnieuw op om bestanden in cache te
wissen en optimale prestaties te waarborgen.
Als u uw telefoon opnieuw wilt starten, houdt u de Aan/Uit-knop 3 seconden ingedrukt en raakt u
vervolgens Opnieuw opstarten aan.
Als u het opnieuw starten van uw telefoon wilt forceren, houd u de aan/uit-knop ingedrukt
totdat uw telefoon trilt.
Het uitpakken van uw telefoon
3
Het opladen van uw telefoon
W
anneer de batterij bijna leeg is, wordt er een waarschuwing weergegeven. Laad uw telefoon
onmiddellijk op om te voorkomen dat hij automatisch wordt uitgeschakeld.
Een lader gebruiken om uw telefoon op te laden
Sluit uw telefoon op een stopcontact aan met behulp van de oplader en de USB-kabel die met
uw telefoon zijn meegeleverd.
U moet de oplader en de USB-kabel die met uw telefoon zijn meegeleverd gebruiken om te
kunnen profiteren van hoge oplaadsnelheden. Als u andere laders of USB-kabels gebruikt,
kan het gebeuren dat uw telefoon doorlopend opnieuw wordt gestart of dat de oplaadtijd
stijgt. De lader kan ook oververhitten of zelfs uw apparaat beschadigen of ertoe leiden dat
de batterij explodeert.
l Als uw telefoon niet reageert wanneer u op de Aan/Uit-knop drukt, is de batterij
waarschijnlijk leeg. Laad de batterij ten minste 10 minuten op met een originele Huawei-
oplader en schakel uw telefoon daarna in.
l Uw telefoon voert automatisch een veiligheidscontrole uit wanneer u hem op een lader of
andere apparaten aansluit. Als uw telefoon detecteert dat de USB-poort nat is, wordt het
opladen automatisch stopgezet en verschijnt er een veiligheidsmelding. Als deze melding
wordt weergegeven, ontkoppelt u de USB-kabel van uw telefoon en laat u de USB-poort
volledig drogen om schade aan uw telefoon of de batterij te voorkomen.
Een USB-poort gebruiken om uw telefoon op te laden
Als u geen toegang tot een lader hebt, kunt u uw telefoon opladen door hem met een USB-kabel
op een computer aan te sluiten.
1 W
anneer u een USB-kabel gebruikt om uw telefoon op een computer of een ander apparaat
aan te sluiten, verschijnt Toegang verlenen tot apparaatgegevens? in een pop-upvenster.
2 Raak NEE, ALLEEN OPLADEN aan.
Als er een andere USB-verbindingsmodus is geselecteerd, veegt u van bovenaf in het scherm
omlaag om het berichtenpaneel te openen. Raak Opladen via USB aan en selecteer dan
Alleen opladen.
Andere telefoons opladen met behulp van een USB-kabel van het type-C (omgekeerd
opladen)
U kunt uw telefoon gebruiken om andere toestellen op te laden met een poort van USB-type-C
(omgekeerd opladen).
1 Sluit uw telefoon aan op een ander toestel met een USB-kabel Type-C.
2 Veeg vanaf de statusbalk op uw telefoon omlaag om het berichtenpaneel te openen en stel
dan de USB-verbindingsmodus in op Omgekeerd opladen.
3 Stel de USB-verbindingsmodus op de andere telefoon in op Alleen opladen.
Het uitpakken van uw telefoon
4
Als u uw telefoon met behulp van een ander toestel wilt opladen, stelt u de USB-
verbindingsmodus in op Alleen opladen op uw telefoon en op Omgekeerd opladen op het
andere toestel.
V
eiligheidsinformatie
l Gebruik uitsluitend authentieke Huawei-batterijen, -laders en USB-kabels om uw telefoon op te
laden. Accessoires van derden vormen mogelijk een gevaar voor de veiligheid en kunnen een
negatieve invloed op de prestaties van uw telefoon hebben.
l U kunt uw batterij vele keren opladen, maar alle batterijen hebben een beperkte levensduur.
Als u merkt dat de levensduur van uw batterij aanzienlijk verslechtert, moet u een nieuwe
batterij kopen. Probeer ingebouwde batterijen niet zelf te verwijderen. Als uw telefoon een
ingebouwde batterij heeft, neemt u contact op met een erkend Huawei-servicecenter om deze
te vervangen. Als de batterij kan worden verwijderd, vervangt u hem door een authentieke
Huawei-batterij.
l Uw telefoon kan warm worden na langdurig gebruik of bij blootstelling aan hoge
omgevingstemperaturen. Als uw telefoon heet aanvoelt, ontkoppelt u de USB-kabel, schakelt u
niet-essentiële functies uit en voorkom u langdurig contact met de huid. Plaats uw telefoon op
een koele locatie en laat hem afkoelen tot kamertemperatuur.
l De oplaadduur kan variëren afhankelijk van de omgevingstemperatuur en het resterende
batterijniveau.
l Vermijd het gebruik van uw telefoon terwijl deze wordt opgeladen. U mag uw telefoon of de
lader niet bedekken.
Voor meer informatie over het opladen en de zorg voor uw batterij brengt u een bezoek aan
http://consumer
.huawei.com/cn/ en zoekt u naar de gebruikershandleiding van uw apparaat.
Informatie over de batterijstatus
De batterijstatus wordt aangegeven door het indicatielampje van uw telefoon en het
batterijpictogram op de statusbalk.
Statuslampje Batterijpictogr
am
Batterijstatus
Knippert of brandt
rood
Minder dan 4% resterend
Rood Bezig met opladen, minder dan 10% resterend
Oranje Bezig met opladen, 10-90% resterend
Groen Bezig met opladen, nog minimaal 90% resterend. Als
naast het batterijpictogram in de statusbalk 100% wordt
weergegeven of als op het vergrendelingsscherm een
bericht verschijnt dat het opladen is voltooid, geeft dit
aan dat het opladen is voltooid.
Het uitpakken van uw telefoon
5
De batterijstatus bekijken
U kunt de batterijstatus bekijken en de statusbalk zodanig configureren dat het percentage
resterende energie wordt weergegeven.
De batterijstatus bekijken
De batterijstatus wordt aangegeven door het batterijpictogram op de statusbalk.
Raak T
elefoonbeheer >
aan om het percentage resterende energie en de gebruikstijd te
bekijken.
Het percentage resterende energie in de statusbalk weergeven
U kunt het percentage resterende energie op twee manieren in de statusbalk weergeven:
l Raak T
elefoonbeheer >
aan en schakel Percentage resterende energie in.
l Raak Instellingen > Meldingen en statusbalk > Batterijpercentage aan. Selecteer Naast
pictogram of In pictogram
om het percentage resterende energie in de gekozen locatie weer
te geven. Selecteer Niet tonen als u niet wilt dat het percentage resterende energie wordt
weergegeven.
Het uitpakken van uw telefoon
6
Aan de slag
Initiële configuratie
Lees de snelstartgids zorgvuldig door voordat u uw telefoon voor het eerst gaat gebruiken en
zorg dat de Nano-SIM-kaart correct is geplaatst.
Houd de aan/uit-toets ingedrukt om uw telefoon in te schakelen. V
olg de instructies op het
scherm om de initiële setup uit te voeren.
1 Selecteer uw taal en regio en raak vervolgens VOLGENDE aan.
2 Lees de gebruikersvoorwaarden en het Huawei-privacybeleid zorgvuldig door en raak dan
AKKOORD > AKKOORD aan om akkoord te gaan.
3 Volg de instructies op het scherm om Wi-Fi+ in te schakelen.
4 Uw telefoon toont automatisch een lijst met Wi-Fi-netwerken in de buurt. Selecteer een
netwerk en voer het wachtwoord in om een verbinding tot stand te brengen.
5 Raak Van HiSuite of Van oude telefoon (Telefoonkloon) aan om de gegevens naar uw
nieuwe telefoon over te zetten of raak Als nieuw instellen > OK aan om deze stap over te
slaan.
U kunt de gegevens altijd later nog overzetten door naar Instellingen > Geavanceerde
instellingen > Gegevensoverdracht te gaan.
6 V
olg de instructies op het scherm om uw vingerafdruk toe te voegen. U moet ook een
pincode of wachtwoord instellen om het scherm te ontgrendelen voor het geval de
vingerafdrukherkenning mislukt.
Het is belangrijk dat u dit wachtwoord onthoudt, zodat u uw telefoon altijd kunt
ontgrendelen.
7 Selecteer AAN DE SLAG om de setup af te ronden. Als EMUI start, is uw telefoon gereed
voor gebruik.
Een SIM-kaart in- of uitschakelen
Schakel een SIM-kaart uit of in om uw werk- en privé-leven gescheiden te houden.
1 Open Instellingen
2 Raak Duale kaartinst. aan.
3 Wissel de knop naast SIM 1 of SIM 2.
7
Uitgeschakelde SIM-kaarten kunnen niet worden gebruikt om mee te bellen, berichten te
verzenden of voor toegang tot het internet.
Een naam aan een SIM-kaart geven
Elke SIM-kaart heeft standaard de naam van de provider
. U kunt uw SIM-kaart hernoemen om
hem gemakkelijker te kunnen identificeren.
1 Open
Instellingen.
2 Aanraken Duale kaartinst.
3 Selecteer een SIM-kaart. V
oer een naam in en raak OK aan.
Afhankelijk van uw provider kunnen de functies variëren.
De standaard-SIM voor mobiele gegevens selecteren
U kunt een standaard SIM-kaart voor mobiele gegevensservices selecteren.
1 Open Instellingen.
2 Raak Duale kaartinst. aan.
3 Raak SIM 1
of SIM 2 naast Standaard mobiele data aan.
Afhankelijk van uw provider kunnen de functies variëren.
De standaard SIM-kaart instellen
U kunt een standaard SIM-kaart voor uitgaande gesprekken en sms-berichten selecteren.
1 Open Instellingen.
Aan de slag
8
2 Aanraken Duale kaartinst.
3 Raak Standaard SIM-kaart voor oproepen aan en selecteer SIM 1 of SIM 2
Nadat u de standaard SIM-kaart hebt geselecteerd, wordt SIM 1 en SIM 2 niet langer op de
kiezer weergegeven.
Verbinding maken met internet
Maak via Wi-Fi of mobiele data verbinding met het internet om op websites te bladeren, uw e-
mail te controleren en met vrienden te chatten.
V
erbinding maken met een Wi-Fi-netwerk
1 Veeg vanaf de statusbalk omlaag om het berichtenpaneel te openen.
2 Houd
aangeraakt om het scherm Wi-Fi-instellingen te openen.
3 Schakel Wi-Fi in. Uw telefoon toont een lijst met beschikbare Wi-Fi-netwerken.
4 Selecteer het Wi-Fi-netwerk waarmee u verbinding mee wilt maken: Indien het netwerk
gecodeerd is, voert u het wachtwoord in wanneer dit gevraagd wordt.
Aan de slag
9
Verbinden met een mobiel datanetwerk
Voordat u mobiele data gaat gebruiken, moet u zorgen dat uw een dataplan met uw provider
hebt afgesloten om bovenmatige datakosten te voorkomen.
1 V
eeg vanaf de statusbalk omlaag om het berichtenpaneel te openen.
2 Raak
aan om mobiele data in te schakelen.
Om op batterij te besparen en uw gegevensgebruik te verminderen, schakelt u mobiele
gegevens uit wanneer u er geen gebruik van maakt.
Aan de slag
10
Gegevens vanaf uw oude telefoon importeren
Breng de gegevens op uw oude telefoon eerst over naar uw computer en vervolgens naar uw
nieuwe telefoon.
Open
Data transmission
Oude telefoon
Nieuwe telefoon
1 Open Instellingen.
2 Raak Geavanceerde instellingen > Gegevensoverdracht aan. U kunt:
Gegevens importeren met behulp van HiSuite
Maak een back-up van de gegevens op uw oude telefoon naar uw computer. Voor meer
informatie, zie Gegevens uitwisselen met behulp van een computer.
1 Raak V
AN HISUITE aan.
2 Sluit uw telefoon aan op uw computer met behulp van een USB-kabel en raak
Gegevensherstel in HiSuite aan.
3 Selecteer een back-upbestand en raak Herstel starten aan om dit op uw nieuwe telefoon te
herstellen.
Gegevens importeren met behulp van Telefoonkloon
Installeer Telefoonkloon op uw oude telefoon. Voor meer informatie, zie Telefoonkloon
installeren.
1 Raak V
an oude telefoon (Telefoonkloon) aan.
2 Kies of uw telefoon een Android-apparaat is of een iPhone en raak Doorgaan aan.
l Als uw oude telefoon een Android-apparaat is: Open Telefoonkloon op uw oude
telefoon. Raak Oude telefoon(verzenden) aan en verbind uw nieuwe telefoon dan met de
draagbare Wi-Fi-hotspot.
l Als uw oude telefoon een iPhone is: Verbind de iPhone met de draagbare Wi-Fi-hotspot.
van uw nieuwe telefoon.
3 Als de verbinding van de apparaten tot stand is gebracht, selecteert u de gegevens die u wilt
verzenden en raakt u Verzenden aan.
Aan de slag
11
Aanbevolen instellingen bekijken
Nadat u het initiële setupproces hebt voltooid, geeft uw apparaat een lijst met aanbevolen
instellingen weer
.
Open
Instellingen. Raak een aanbevolen instelling aan om deze te configureren.
l Aanbevolen instellingen bestaan onder meer uit Schermvergrendeling en Achtergrond
wijzigen
en Nog een e-mailaccount toevoegen.
l Raak
naast een aanbevolen instelling aan om deze uit de lijst te verwijderen.
Aanbevelingen die uit de lijst zijn verwijderd, worden niet langer weergegeven.
Aanbevolen
instellingen
Aanraken om
aanbevolen
instellingen te
wissen
Aan de slag
12
Scherm en display
Startscherm
Info over het startscherm
Gebruik het startscherm voor toegang tot uw apps en widgets.
Statusbalk: Geeft meldings- en
statuspictogrammen weer
Weergavegebied: Geeft app-pictogrammen,
mappen en widgets weer
Schermpositie-indicatie: Geeft aan welk
startscherm wordt weergegeven
Dock-balk: Geeft veelgebruikte apps weer
Navigatiebalk: Geeft virtuele navigatietoetsen weer
Basisschermgebaren
Gebruik eenvoudige touchscreengebaren om allerlei taken uit te voeren, zoals het starten van
apps, door lijsten bladeren en afbeeldingen vergroten.
Aanraken: Raak een item een keer aan. Aanraken om
bijvoorbeeld een optie te selecteren of een app te
openen.
Twee keer aanraken: Raak het doelgebied van het
scherm twee keer snel achter elkaar aan. T
wee keer
aanraken om bijvoorbeeld een afbeelding in volledig
scherm te zien of om in of uit te zoomen.
13
Aanraken en vasthouden: Aanraken en het doelgebied
van het scherm minimaal 2 seconden vasthouden. Houd
bijvoorbeeld een leeg gebied op het startscherm
aangeraakt voor toegang tot de startscherm-editor
.
Vegen: V
eeg met uw vingers over het scherm. Veeg
verticaal of horizontaal om naar andere startschermen te
bladeren, door een document te bladeren en meer.
Slepen: Houd een item aangeraakt en verplaats het dan
naar een nieuwe positie. Gebruik dit gebaar bijvoorbeeld
om apps en widgets op het startscherm opnieuw te
schikken.
Vingers uit elkaar spreiden: Spreid twee vingers uit
elkaar op het scherm. Spreid bijvoorbeeld twee vingers
uit elkaar om op een foto of webpagina in te zoomen.
Vingers samenknijpen: Knijp twee vingers samen op
het scherm. Knijp bijvoorbeeld twee vingers samen om
op een afbeelding uit te zoomen.
Het Drawer Home-scherm inschakelen
Gebruik het Drawer Home-scherm om app-pictogrammen in een afzonderlijke app-lade op te
slaan.
Het Drawer Home-scherm inschakelen
1 Open Instellingen.
2 Raak Startschermstijl > Lade aan.
Scherm en display
14
App-snelkoppelingen aan het startscherm toevoegen
V
oeg veelgebruikte apps aan het startscherm toe voor snelle toegang.
1 Raak
op het startscherm aan om de lijst met apps te bekijken.
2 Houd een app-pictogram aangeraakt totdat uw telefoon trilt en versleep het app-pictogram
dan naar de gewenste locatie op het startscherm.
U moet voldoende ruimte op het startscherm hebben. Als er niet voldoende ruimte is,
voegt u een ander startscherm toe of maakt u wat ruimte vrij.
Het standaardscherm terugzetten
1 Open Instellingen.
2 Raak Startschermstijl > Standaard aan.
Scherm en display
15
Overschakelen op eenvoudig startscherm
Eenvoudig startscherm gebruikt grote pictogrammen en lettertypen om content in een
gemakkelijk te lezen indeling weer te geven.
1 Open Instellingen.
2 Raak Geavanceerde instellingen > Eenvoudige modus aan en selecteer .
3 Op het eenvoudige startscherm kunt u:
l Raak app-pictogrammen of widgets aan om ze te openen.
Scherm en display
16
l Een pictogram aangeraakt houden om de startscherm-editor te openen en apps en
contactpersonen toe te voegen of te verwijderen.
l Raak Overige
aan om de app-lijst te openen en apps te bekijken of openen.
l Raak
Toevoegen aan om een contactpersoon of app-pictogrammen aan het
startscherm toe te voegen.
l Raak Standaardmodus aan om naar het standaard startscherm terug te keren.
Meldingsbadges weergeven of verbergen
Meldingsbadges verschijnen in de rechterbovenhoek van app-pictogrammen. Het badgenummer
duidt het aantal nieuwe meldingen aan. Open de bijbehorende app om meldingsdetails te
bekijken.
1 Knijp op het startscherm twee vingers samen om de startscherm-editor te openen.
Scherm en display
17
2 Raak Instellingen > Badge app-pictogrammen aan.
3 Wissel de bijbehorende schakelaar om meldingsbadges in of uit te schakelen.
Startschermachtergrond instellen
Kies uit een groot aantal verschillende thema's en achtergronden om uw telefoon te
personaliseren.
De achtergrond wijzigen
1 Open Instellingen.
2 Raak Weergave > Achtergrond > Achtergrond instellen aan.
3 Selecteer de gewenste achtergrond en volg de instructies op het scherm om dit in te stellen
als startscherm of vergrendelingsschermachtergrond (of beide).
Scherm en display
18
De achtergrond automatisch wijzigen
1 Open Instellingen.
2 Raak W
eergave > Achtergrond aan.
3 Schakel Verander de achtergrond van het startscherm naar een willekeurige andere
achtergrond in of uit.
Wanneer Interval is ingeschakeld, kunt u Interval en Album om weer te geven
configureren. Uw achtergrond wordt automatisch gewijzigd op het gespecificeerde
interval.
Overgangseffecten op het startscherm configureren
Scherm en display
19
Overgangseffecten op het startscherm configureren
1 Knijp op het startscherm twee vingers samen om de startscherm-editor te openen.
2 Raak Overgangen aan.
3 Selecteer uw gewenste overgangseffect.
Roulatie startschermen in- of uitschakelen
1 Knijp op het startscherm twee vingers samen om de startscherm-editor te openen.
2 Raak Instellingen aan.
Scherm en display
20
3 Schakel Roulatie startschermen in of uit.
Beheer van pictogrammen op het startscherm
Pictogrammen op het startscherm verplaatsen
Op het startscherm houdt u een apppictogram of widget aangeraakt totdat uw telefoon trilt. U
kunt het apppictogram of widget vervolgens naar de gewenste locatie verslepen.
Apps verwijderen uit het startscherm
Op het startscherm houdt u de app of widget die u wilt verwijderen aangeraakt totdat
bovenaan het scherm wordt weergegeven. Sleep de ongewenste app of widget naar .
Scherm en display
21
Uw telefoon schudden om pictogrammen automatisch uit te lijnen
Er verschijnen mogelijk openingen op het startscherm nadat u apps hebt verwijderd of naar
mappen hebt verplaatst. Gebruik de functie Automatisch uitlijnen om apps netjes op het
startscherm te organiseren.
1 Knijp op het startscherm twee vingers samen om de startscherm-editor te openen.
2 Raak Instellingen aan en schakel Schudden in.
3 Keer terug naar het startscherm en open de startscherm-editor nogmaals. Schud uw telefoon
om apps opnieuw te schikken, zodat de openingen worden opgevuld.
Scherm en display
22
Beheer van startschermen
U kunt startschermen naar wens aanpassen.
Startschermen toevoegen
1 Knijp op het startscherm twee vingers samen om de startscherm-editor te openen.
2 Raak helemaal links of helemaal rechts op het startscherm aan om een nieuw scherm
toe te voegen.
Startschermen verwijderen
1 Knijp op het startscherm twee vingers samen om de startscherm-editor te openen.
Scherm en display
23
2 Raak op een leeg scherm aan om het te verwijderen.
U kunt een startscherm niet verwijderen als het apps of widgets bevat.
Startschermen verplaatsen
1 Knijp op het startscherm twee vingers samen om de startscherm-editor te openen.
2 Houd het startscherm dat u wilt verplaatsen aangeraakt en versleep het naar de gewenste
locatie.
Het standaard startscherm instellen
1 Knijp op het startscherm twee vingers samen om de startscherm-editor te openen.
2 Raak
bovenaan een startscherm aan om het gekozen startscherm als standaard
startscherm in te stellen.
Scherm en display
24
Beheer van widgets op het startscherm
Widgets vanaf het startscherm toevoegen, verplaatsen of verwijderen
W
idgets toevoegen
1 Knijp op het startscherm twee vingers samen om de startscherm-editor te openen.
2 Raak W
idgets aan. Selecteer een widget en sleep het naar een leeg gebied op het
startscherm.
U moet voldoende ruimte op het startscherm hebben. Als er niet voldoende ruimte is,
voegt u een ander startscherm toe of maakt u wat ruimte vrij.
Widgets verplaatsen
Op het startscherm houdt u een widget aangeraakt totdat uw telefoon trilt. V
ersleep de widget
vervolgens naar de gewenste locatie.
Scherm en display
25
Widgets verwijderen
Op het startscherm houdt u een widget aangeraakt totdat uw telefoon trilt. V
ersleep de widget
vervolgens naar Verwijderen.
Beheer van startschermmappen
Organiseer uw apps in mappen, zodat u ze gemakkelijker kunt vinden.
Een map maken
Groepeer uw apps in gecategoriseerde mappen, zodat u ze gemakkelijker kunt vinden. U kunt
bijvoorbeeld een sociale map maken voor al uw sociale media-apps.
Op het startscherm sleept u een pictogram naar een ander pictogram om een map te maken
waarin beide apps zijn opgenomen.
Scherm en display
26
Naam van mappen wijzigen
Als de naam van een map wilt wijzigen, opent u de map en raakt u de mapnaam aan.
Apps toevoegen aan een map
1 Open de map.
2 Raak Toevoegen aan.
3 Selecteer de apps die u wilt toevoegen en raak OK aan.
Scherm en display
27
Apps uit een map verwijderen
1 Open de map.
2 Raak Toevoegen aan.
3 Deselecteer de apps die u wilt verwijderen en raak OK aan.
U kunt ook een pictogram aangeraakt houden en buiten een map verslepen om hem te
verwijderen.
Mappen verwijderen
1 Open de map.
2 Raak Toevoegen aan.
3 Maak de selectie van de apps ongedaan en raak OK
aan. De map wordt automatisch
verwijderd.
Als er zich meer dan twee apps in een map bevinden, kan de map niet worden
verwijderd.
Het scherm vergrendelen en ontgrendelen
De schermvergrendelingsstijl wijzigen
Stel een schermvergrendelingswachtwoord in om ongeautoriseerde toegang tot uw telefoon te
voorkomen.
Scherm en display
28
De schermvergrendelingsmethode wijzigen
T
ijdschriftontgrendeling is ingesteld als standaard schermvergrendelingsstijl. Als u de
schermvergrendelingsstijl wilt wijzigen, raakt u
Instellingen > Schermvergrendeling en
wachtwoorden > Achtergrond schermvergr
. aan en selecteert u een stijl.
Voor meer informatie over de tijdschriftontgrendeling raadpleegt u
T
ijdschriftontgrendelingsafbeeldingen configureren.
Het wachtwoord voor schermvergrendeling instellen
1 Open
Instellingen.
2 Aanraken Schermvergrendeling en wachtwoorden > Schermvergrendelingsstijl
3 U kunt kiezen om het scherm te ontgrendelen met een ontgrendelingspatroon, PIN of
wachtwoord:
l Raak Patroon aan en verbind minimaal vier punten om een ontgrendelingspatroon voor het
scherm aan te maken. T
eken het patroon nogmaals ter bevestiging en voer dan een
reserve-PIN van minimaal 4 cijfers in. Als u het schermontgrendelingspatroon vergeet, kunt
u de reserve-PIN gebruiken om het scherm te ontgrendelen.
l Raak PIN aan. Volg de instructies op het scherm om een pincode met minimaal vier cijfers
te maken en raak vervolgens OK aan.
l Raak Wachtwoord aan. Volg de instructies op het scherm om een wachtwoord met
minimaal vier tekens te maken en raak vervolgens OK aan.
U kunt ook uw vingerafdruk gebruiken om het scherm te ontgrendelen. Raak V
astleggen
in het pop-upvenster aan om uw vingerafdruk toe te voegen. Voor meer informatie over
het gebruik van uw vingerafdruk om het scherm te ontgrendelen, raadpleegt u Uw
vingerafdruk-id configureren.
Als u het ontgrendelingswachtwoord voor het scherm wilt verwijderen, selecteert u Geen en
volgt u de instructies op het scherm.
Het scherm vergrendelen
Vergrendel het scherm om stroomverbruik te verminderen en het onbedoeld indrukken van
knoppen of ongemachtigde toegang tot uw gegevens te voorkomen.
l Handmatig vergrendelen: Druk op Aan/Uit-knop om het scherm handmatig te vergrendelen.
l Automatisch vergrendelen: Het scherm wordt automatisch vergrendeld en gaat over op de
slaapstand na de vooraf ingestelde slaaptijd om stroomverbruik te reduceren en onbedoelde
handelingen te voorkomen.
Als u wilt wijzigen hoe lang het duurt voordat wordt overgegaan op de slaapstand, raakt u
Instellingen > W
eergave > Slaapstand aan en selecteert u een tijd.
Uw telefoon blijft berichten, meldingen en inkomende oproepen ontvangen wanneer het
scherm is vergrendeld. De statusindicatie knippert groen wanneer u nieuwe meldingen
Scherm en display
29
ontvangt. Wanneer u een binnenkomende oproep ontvangt, wordt het scherm automatisch
ingeschakeld en verschijnt de informatie van de beller
.
Het scherm ontgrendelen
1 Druk op de Aan/uit-knop om het scherm in te schakelen.
2 Veeg in een willekeurige richting over het scherm.
l Als u een ontgrendelingspatroon voor uw scherm, een pincode of een wachtwoord
hebt ingesteld, moet u het ontgrendelingspatroon tekenen of uw pincode/wachtwoord
invoeren om het scherm te ontgrendelen.
l Als uw apparaat een vingerafdruksensor heeft, kunt u het scherm ontgrendelen door
uw vinger op de vingerafdruksensor te plaatsen.
l Als uw apparaat Slim ontgrendelen ondersteunt, raakt u Instellingen >
Schermvergrendeling en wachtwoorden > Slim ontgrendelen aan en volgt u de
instructies op het scherm om de ontgrendelingsinstellingen te configureren.
Tijdschriftontgrendelingsafbeeldingen configureren
V
eeg vanaf de onderkant van het vergrendelingsscherm omhoog om de optie van
Tijdschriftontgrendeling weer te geven.
Scherm en display
30
Online achtergrond toevoegen aan de weergavelijst
T
ijdschriftontgrendeling moet zijn ingeschakeld om online achtergronden aan de weergavelijst
toe te voegen. Voor meer informatie over de tijdschriftontgrendeling raadpleegt u De
schermvergrendelingsmethode wijzigen.
Veeg vanaf de onderkant van het vergrendelingsscherm omhoog om de optie van
Tijdschriftontgrendeling weer te geven en raak dan
aan. Raak aan en selecteer de
achtergronden die u aan de weergavelijst wilt toevoegen.
T
ijdschriftontgrendelingsachtergronden delen
Deel uw favoriete tijdschriftontgrendelingsachtergronden met vrienden.
Veeg vanaf de onderkant van het vergrendelingsscherm omhoog om de optie van
Tijdschriftontgrendeling weer te geven. Raak
aan en selecteer een deelmethode om de
huidige achtergrond te delen.
Offline achtergronden toevoegen aan de weergavelijst
1 V
eeg vanaf de onderkant van het vergrendelingsscherm omhoog om de optie van
Tijdschriftontgrendeling weer te geven en raak dan
aan.
2 Raak T
oegevoegd door mij aan en selecteer
.
3 Selecteer de afbeeldingen die u aan de weergavelijst wilt toevoegen en raak aan.
T
ijdschriftontgrendelingsomslagen bijwerken
1 Raak
Instellingen
aan.
2 Raak Schermvergrendeling en wachtwoorden > Tijdschriftontgrendeling aan.
Scherm en display
31
l Raak Inschrijvingen > Gedownload > Bijwerken aan om de achtergronden van uw
tijdschriftontgrendeling handmatig bij te werken.
l Schakel Automatisch updaten via W
i-Fi in om automatisch de achtergronden van uw
tijdschriftontgrendeling bij te werken wanneer uw telefoon via Wi-Fi met het internet wordt
verbonden.
Hulpprogramma's openen vanuit het vergrendelingsscherm
Open hulpprogramma's rechtstreeks vanuit het vergrendelingsscherm.
1 Veeg vanaf de onderkant van het vergrendelingsscherm omhoog om de functies en
hulpprogramma's van het vergrendelingsscherm weer te geven.
2 Raak het hulpprogramma aan dat u wilt openen.
Werkbalk: Recorder, calculator,
zaklantaarn, klok, scanner
Voor toegang tot de scanfunctie moet u cameratoestemmingen in Telefoonbeheer
inschakelen.
Scherm en display
32
Uw vergrendelschermtekst configureren
Een vergrendelschermtekst configureren om uw vergrendelingsscherm te personaliseren.
1 Open Instellingen.
2 Selecteer Schermvergrendeling en wachtwoorden > T
ekst vergrendelscherm.
3 Voer uw vergrendelschermtekst in en raak Opslaan aan.
Uw vergrendelschermtekst wordt weergegeven op het vergrendelingsscherm.
Berichtenpaneel en statusbalk
Info over de statusbalk
Gebruik de statusbalk voor toegang tot het berichtenpaneel en controleer de status van uw
telefoon.
Het berichtenpaneel en de statusbalk configureren
Het berichtenpaneel vanuit het vergrendelingsscherm configureren
1 Schakel het scherm in en veeg vanaf de statusbalk omlaag om het berichtenpaneel te
openen.
Scherm en display
33
2 Raak aan.
3 V
oer het wachtwoord voor schermvergrendeling in en raak vervolgens Meldingen en
statusbalk aan om de instellingen te configureren.
Het berichtenpaneel configureren wanneer het scherm is ontgrendeld
Open
Instellingen en raak Meldingen en statusbalk aan om de instellingen te
configureren.
Info over meldings- en statuspictogrammen
Statuspictogrammen
Statuspictogrammen worden weergegeven aan de rechterkant van het notificatiegebied en
vertellen u meer over de status van uw telefoon, inclusief netwerkverbindingen, signaalsterkte,
batterij en tijd.
Statuspictogrammen kunnen variëren, afhankelijk van uw regio of provider.
Signaalsterkte Geen signaal
Verbonden via 4G Verbonden via 3G
Verbonden via 2G Verbonden via HSPA
Verbonden via HSPA+ Verbonden via LTE
VoLTE ingeschakeld NFC ingeschakeld
Roaming Vliegtuigmodus ingeschakeld
Bluetooth ingeschakeld Verbonden via Wi-Fi
Wi-Fi-netwerk beschikbaar
Er worden locatiegegevens van
GPS ontvangen
Trillingsmodus ingeschakeld Stille modus ingeschakeld
Scherm en display
34
Alarm ingeschakeld Opladen
Batterij vol Batterij bijna leeg
Hoofdtelefoon aangesloten Geen SIM-kaart gevonden
Meldingspictogrammen
Meldingspictogrammen worden aan de linkerkant van de statusbalk weergegeven wanneer u
een nieuw bericht, een nieuwe melding of een herinnering ontvangt.
Gemiste oproepen Actieve oproep
Nieuwe e-mails Nieuwe berichten
Verbonden met een VPN Nieuwe voicemail
Bezig met downloaden van
gegevens
Bezig met uploaden van
gegevens
Komende afspraken Telefoongeheugen vol
Gegevens synchroniseren Synchronisatie mislukt
Problemen met aanmelding of
synchronisatie
Meer meldingen
Meldingen configureren
U kunt de instellingen voor meldingen voor elke app configureren.
1 Open
Instellingen.
2 Raak Meldingen en statusbalk > Meldingsbeheer aan.
3 Selecteer de app die u wilt configureren en schakel de meldingen ervan naar wens in of uit.
Meldingen weergeven in de modus 'Niet storen': Onder Meldingsbeheer selecteert u
een app en schakelt u Prioriteitsweergave in. De app kan dan geluid of trillingen
gebruiken voor meldingen, zelfs als de telefoon in de modus 'Niet storen' staat.
Het scherm configureren om in te schakelen wanneer u een melding
ontvangt
Configureer dat het scherm wordt ingeschakeld wanneer u een nieuwe melding ontvangt om te
voorkomen dat u belangrijke informatie mist.
1 Open Instellingen.
2 Selecteer Meldingen en statusbalk.
3 Schakel de schakelaar Scherm aanzetten bij meldingen om.
Scherm en display
35
De statusbalk configureren
Open Instellingen > Meldingen en statusbalk. Wissel tussen de schakelaars Naam
provider weergeven, Netwerksnelheid tonen of Batterijpercentage om te configureren welke
informatie in de statusbalk wordt weergegeven.
Snelkoppelingsschakelaars gebruiken voor toegang tot instellingen
Gebruik snelkoppelingsschakelaars om functies snel in of uit te schakelen zonder een
instellingenmenu te gebruiken.
Scherm en display
36
De tab Snelkoppelingsschakelaars openen
V
eeg omlaag vanaf de statusbalk om het berichtenpaneel te openen.
Snelkoppelingsschakelaars herschikken
1 V
eeg omlaag vanaf de statusbalk om het berichtenpaneel te openen.
2 Raak
aan. Houd een schakelaar aangeraakt en sleep deze naar de gewenste positie.
Snelkoppelingsschakelaars inschakelen
Open de tab Snelkoppelingsschakelaars en raak een schakelaar aan om de bijbehorende
functie in of uit te schakelen.
Scherm en display
37
Raak aan om alle snelkoppelingsschakelaars weer te geven.
Snelkoppelingsschakelaars gebruiken voor toegang tot instellingen
Open de tab Snelkoppelingsschakelaars en houd een pictogram aangeraakt om de gewenste
instellingen te configureren.
Sommige schakelaars ondersteunen de actie aangeraakt houden niet, zoals de
zaklantaarnschakelaar
.
Navigatiebalk
Info over de navigatiebalk
De navigatiebalk bestaat uit drie virtuele toetsen: T
erug, Start en Recent
Scherm en display
38
l Terug: Aanraken om naar het vorige scherm terug te keren of een app te sluiten. W
anneer
u tekst invoert, raakt u dit aan om het schermtoetsenbord te sluiten.
l
Start: Aanraken om naar het startscherm terug te keren.
l Recent: Aanraken om onlangs gebruikte apps weer te geven.
De stijl van de navigatiebalk wijzigen
1 Open Instellingen en raak Navigatie aan.
2 Selecteer de gewenste stijl van de navigatiebalk.
De navigatiebalk gebruiken
Het berichtenpaneel openen
Als u een navigatiebalk met selecteert, kunt u aanraken om het berichtenpaneel
omlaag te trekken.
HiV
oice openen en modus voor gesplitst scherm
l Houd
Start aangeraakt om HiV
oice te openen.
l Houd
Recent
aangeraakt om de modus voor gesplitst scherm in te schakelen.
Beheer van recente taken
Recente taken bekijken
Raak
Recent
om recente taken weer te geven. Veeg omhoog en omlaag om erdoor te
bladeren.
Scherm en display
39
Schakelen tussen recente taken
1 Raak Recent aan.
2 V
eeg omhoog of omlaag om de taak te vinden waar u naartoe wilt schakelen en selecteer
deze.
Recente taken eindigen
1 Raak Recent aan.
2 Als u een taak wilt beëindigen, veegt u hem naar links of rechts of raakt u het pictogram
in de rechterbovenhoek aan.
Scherm en display
40
l Raak aan om alle taken te eindigen.
l Om te voorkomen dat een taak wordt beëindigd, raakt u het pictogram in de
rechterbovenhoek aan. De taak wordt dan vergrendeld. Om een taak te ontgrendelen,
raakt u het pictogram in de rechterbovenhoek aan.
Thema's
Info over thema's
Thema's helpen u uw startscherm te personaliseren door de achtergrond, app-pictogrammen en
meer te wijzigen.
Thema wijzigen
Het thema wijzigen
1 Open Thema's.
2 U kunt:
l Selecteer een thema en raak T
oepassen aan.
l Raak Aanpassen aan om vergrendelingsschermethoden, achtergronden, app-
pictogrammen en meer te veranderen.
Zwevende dock
Info over het zwevende dock
Gebruik het zwevende dock voor toegang tot veelgebruikte opties en functies, zoals de Terug-
toets, Home-toets en optimalisatie met één aanraking. U kunt het zwevende dock over het
scherm verplaatsen voor gemakkelijk gebruik met één hand.
Het zwevende dock in- of uitschakelen
1 Open
Instellingen.
2 Raak Slimme assistentie > Zwevende toets
aan en schakel Zwevende toets in of uit.
Scherm en display
41
Sleep het zwevende dock om het naar andere delen van het scherm te verplaatsen.
Het zwevende dock gebruiken
W
anneer het zwevende dock is ingeschakeld, verschijnt de zwevende dock (
) op alle
schermen behalve het vergrendelingsscherm en het berichtenpaneel.
Raak aan om het zwevende dockmenu te vergroten. U kunt:
l aanraken om naar het vorige scherm terug te keren of de huidige app af te sluiten.
l aanraken om naar het startscherm terug te keren.
l
aanraken om een lijst met onlangs gebruikte apps weer te geven.
l aanraken om het scherm te vergrendelen.
l
aanraken om het telefoongeheugen op te schonen en alle apps die op de achtergrond
worden uitgevoerd, te sluiten.
l aanraken om het menu dicht te klappen.
Scherm en display
42
Algemeen zoeken
Info over algemeen zoeken
Gebruik algemeen zoeken om apps, contactpersonen en berichten op uw telefoon te zoeken,
evenals online content.
V
eeg over een leeg deel van het startscherm omlaag om het venster voor algemeen zoeken te
openen en voer vervolgens uw zoektermen in.
Zoeken naar content in het interne geheugen van uw telefoon
Zoeken naar contactpersonen
1 V
eeg op het startscherm omlaag.
2 Voer de naam, de initialen of het nummer van een contact in de zoekbalk in. Uw telefoon
geeft de overeenkomstige resultaten weer.
Voer de naam, de initialen of het nummer van een contact in de kiezer in. Uw telefoon
geeft de overeenkomstige resultaten weer
.
Zoeken naar sms-berichten
Gebruik de functie voor zoeken naar berichten om snel berichten te vinden.
1 Veeg op het startscherm omlaag.
2 Voer een of meerdere trefwoorden in de zoekbalk in. Uw telefoon geeft de overeenkomstige
berichten weer.
U kunt ook naar berichten zoeken in Berichten.
Zoeken naar e-mails
1 V
eeg op het startscherm omlaag.
2 Voer een of meerdere trefwoorden in de zoekbalk in. Uw telefoon geeft de overeenkomstige
e-mails weer.
Zoeken naar apps
1 Veeg op het startscherm omlaag.
2 Voer een of meerdere trefwoorden in de zoekbalk in. Uw telefoon geeft de overeenkomstige
apps weer.
Scherm en display
43
l W
anneer u de schermindeling Drawer Home gebruikt, kunt u ook naar apps zoeken
door
aan te raken en de app-naam in de zoekbalk in te voeren.
l W
anneer uw telefoon met het internet is verbonden, worden bijbehorende apps in de
HiApp-store ook weergegeven. Maak verbinding met een Wi-Fi-netwerk voordat u naar
steden gaat zoeken om te voorkomen dat u onverwachte datakosten opdoet.
Zoeken naar instellingen
1 Veeg op het startscherm omlaag.
2 Voer een of meerdere trefwoorden in. Uw telefoon geeft bijbehorende menu-opties uit
Instellingen weer.
Schermafdruk
Het volledige scherm vastleggen
Een schermafdruk nemen met de aan/uit-knop en de knop voor lager volume
Druk op de Aan/uit-knop
en de knop voor lager volume om een volledige schermafdruk te
maken.
Scherm en display
44
Snelkoppeling naar schermafdruk
Open het berichtenpaneel en raak dan Scherm-afbeelding in de tab Snelkoppelingen aan om
een volledige schermafdruk te maken.
Uw knokkel gebruiken om een schermafdruk te maken
Als u een schermafdruk van het volledige scherm wilt maken, tikt u twee keer met uw knokkel op
het scherm.
Scherm en display
45
Een deel van het scherm vastleggen
T
ik met uw knokkel op het scherm. Houd uw knokkel op het scherm en omcirkel het gebied dat u
wilt vastleggen. Het gebied binnen de blauwe lijn wordt vastgelegd.
Als u een vooraf gedefinieerde vorm wilt gebruiken, selecteert u het schermafdrukvak bovenaan
het scherm en raakt u
aan om de schermafdruk op te slaan.
Schermafdrukken worden standaard opgeslagen in Galerie binnen de map
Schermafbeeldingen.
Nadat u een schermafdruk hebt gemaakt, raakt u Delen aan om deze te delen met vrienden.
Meelopende schermafdruk maken
Gebruik meelopende schermafdrukken om schermafdrukken langer dan een pagina te maken
(zoals webpagina's of gespreksthreads).
Scherm en display
46
Een meelopende schermafdruk maken
1 Open het berichtenpaneel en raak dan Scherm-afbeelding in de tab Snelkoppelingen aan
om een volledige schermafdruk te maken.
2 Nadat u een schermafdruk hebt genomen, raakt u Scrolopname aan om een meelopende
schermafdruk te maken.
Zorg dat u binnen 3 seconden na het nemen van de schermafdruk Scrolopname
aanraakt.
Uw knokkel gebruiken
T
eken met uw knokkel een 'S' op het scherm. Het scherm bladert omlaag en legt alle content in
één schermafdruk vast.
Raak het scherm aan om met bladeren te stoppen en de voorgaande inhoud vast te leggen.
Schermafdrukken bekijken, bewerken, verwijderen en delen
Een schermafdruk bekijken
1 Na het nemen van een schermafdruk opent u Galerie.
2 Op de tab Albums
opent u Schermafbeeldingen om uw schermafdrukken te bekijken.
Een schermafdruk bewerken
1 Na het nemen van een schermafdruk raakt u Bewerken aan.
2 Kies de gewenste bewerkingsmethode en bewerk de afbeelding.
Scherm en display
47
3 Raak aan om de schermafdruk op te slaan.
Een schermafdruk delen
1 Raak Galerie
> Schermafbeeldingen aan.
2 Selecteer de schermafdruk die u wilt delen en raak
aan.
3 Kies hoe u de schermafdruk wilt delen.
Een schermafdruk verwijderen
1 Raak Galerie
> Schermafbeeldingen aan.
2 Selecteer de schermafdruk die u wilt verwijderen en raak
aan.
Schermopname
Info over schermopnames
Gebruik de schermopnamefunctie om videogames vast te leggen of vrienden en familie te leren
hoe ze telefoonfuncties moeten gebruiken.
Schermrecorder
De snelkoppelingsschakelaar van de schermrecorder gebruiken
Als u een schermopname wilt starten, opent u het berichtenpaneel en raakt u Scherm- opname
aan.
Scherm en display
48
Op knoppen drukken om op te nemen
Druk tegelijkertijd op Knop voor hoger volume en Aan/Uit-knop.
Knokkelgebaren gebruiken om op te nemen
Klop twee keer op het scherm met twee knokkels. V
oor meer informatie, zie Uw knokkel
gebruiken om een schermopname te starten.
Schermopnames bekijken, delen en verwijderen
Schermopnames bekijken
Ga naar de map Schermafbeeldingen of Schermopnames in
Galerie
om de
schermopnames te bekijken.
Scherm en display
49
Schermopnames delen
1 Raak Galerie
> Schermopnames aan.
2 Selecteer de schermopname die u wilt delen en raak
aan.
3 Kies hoe u de schermafdruk wilt delen.
Schermopnames verwijderen
1 Ga naar de map Schermafbeeldingen
of Schermopnames in
Galerie.
2 Houd de schermopname die u wilt verwijderen aangeraakt en selecteer Verwijderen.
De standaard opslaglocatie voor schermopnames configureren
1 Plaats een microSD-kaart in uw telefoon.
Scherm en display
50
2 Open Instellingen.
3 Raak Geheugen en opslag
> Standaard locatie aan om de standaard opslaglocatie te
wijzigen in het interne geheugen van uw telefoon of de microSD-kaart.
Modus voor gesplitst scherm
Info over de modus voor gesplitst scherm
Gebruik de modus voor gesplitst scherm om twee apps tegelijkertijd te gebruiken. U kunt
bijvoorbeeld video bekijken terwijl u met uw vrienden op WhatsApp praat.
Modus voor gesplitst scherm inschakelen
De modus voor gesplitst scherm is niet voor alle apps beschikbaar
. Sommige apps
ondersteunen de modus voor gesplitst scherm niet goed.
Uw knokkel gebruiken om de modus voor gesplitst scherm in te schakelen
Als het scherm zich in de staande stand (portret) bevindt, veegt u met er een knokkel horizontaal
overheen. Als het scherm zich in de liggende stand (landschap) bevindt, veegt u met er een
knokkel verticaal overheen. Voor meer informatie, zie Uw knokkel gebruiken om de modus
Dubbele vensters in te schakelen.
Scherm en display
51
De Recente toets gebruiken om de modus voor gesplitst scherm in te schakelen
Open een app die de modus voor gesplitst scherm ondersteunt en houd dan Recent
ingedrukt.
V
eeggebaren gebruiken om de modus voor gesplitst scherm in te schakelen
Open een app die de modus voor gesplitst scherm ondersteunt en veeg vervolgens met twee
vingers vanaf de onderkant van het scherm omhoog.
Modus voor gesplitst scherm gebruiken
Overschakelen op modus V
olledig scherm
In de modus voor gesplitst scherm houdt u
aangeraakt en veegt u omhoog of omlaag om
over te schakelen op de modus voor volledig scherm.
Scherm en display
52
Schermen verplaatsen
In de modus voor gesplitst scherm raakt u aan en dan om de positie van de schermen
te veranderen.
De schermstand wijzigen
V
eeg vanaf de statusbalk omlaag en schakel over op
Automatisch roteren om
automatische schermrotatie in te schakelen.
Scherm en display
53
Het startscherm openen
In de modus voor gesplitst scherm raakt u Start aan voor toegang tot het startscherm.
Modus voor gesplitst scherm afsluiten
U kunt de modus voor gesplitst scherm verlaten door aan te raken en te selecteren.
Bewegingsgebaren gebruiken
Gebruik bewegingsgebaren om inkomende oproepen te dempen, het beltoonvolume te
verlagen, oproepen te beantwoorden en meer
.
Open Instellingen. Raak Slimme assistentie > Bewegingscontrole aan en selecteer de
bewegingsgebaren die u wilt inschakelen onder Bewegingen
Scherm en display
54
l Omdraaien: demp geluiden en schakel het trillen uit voor inkomende oproepen, alarmen en
timers.
l Opnemen: neem de telefoon op om het belvolume te verlagen van inkomende oproepen,
alarmen en timers.
l Naar oor bewegen: houd de telefoon bij uw oor om een binnenkomende oproep te
beantwoorden. W
anneer u details in het telefoonlogboek of contactdetails bekijkt, houd u de
telefoon bij uw oor om die contactpersoon te bellen. Wanneer u in de handsfree-modus of met
een Bluetooth-hoofdtelefoon belt, brengt u de telefoon naar uw oor om naar de oorstuk-modus
over te schakelen.
Oogcomfortmodus
De modus Oogcomfort verlaagt de hoeveelheid blauw licht dat uit het scherm wordt gestraald
om inspanning van de ogen te verminderen.
Oogcomfortmodus
1 Open
Instellingen.
2 Raak W
eergave > Oogcomfort aan en schakel Oogcomfort in.
wordt in de statusbalk weergegeven wanneer de oogcomfortmodus is ingeschakeld.
Scherm en display
55
De kleurtemperatuur aanpassen
De oogcomfortmodus reduceert de hoeveelheid blauw licht dat van het scherm afkomstig is,
waardoor het scherm een lichte gele toon krijgt. U kunt de kleurtemperatuur aanpassen om de
hoeveelheid blauw licht te regelen.
W
anneer Oogcomfort is ingeschakeld, veegt u naar links of rechts op de
kleurtemperatuurschuif om de kleurtemperatuur aan te passen. Koele kleurtemperaturen
produceren een witte of blauwe toon, terwijl warme kleurtemperaturen een rode of gele tint
produceren.
Schuif verslepen om de
kleurtemperatuur voor
oogcomfortmodus
te wijzigen
De oogcomfortmodus in- en uitschakelen
U kunt de snelkoppelingsschakelaar in het berichtenpaneel gebruiken om de modus Oogcomfort
in of uit te schakelen.
V
eeg vanaf de statusbalk omlaag. Raak
aan om alle snelkoppelingsschakelaars weer te
geven en wissel dan de Oogcomfort-schakelaar
.
De timer configureren
Configureer de timer om de oogcomfortmodus automatisch op een vooraf ingesteld tijdstip in te
schakelen, zoals wanneer u klaar bent met werken of voordat u naar bed gaat.
1 Open Instellingen.
2 Raak W
eergave > Oogcomfort aan.
3 Schakel Planning in en configureer Starttijd en Eindtijd.
Weergave-instellingen
Scherm en display
56
De scherminstellingen configureren
Configureer de weergave-instellingen om de grootte van het lettertype en de pictogrammen aan
te passen.
1 Open Instellingen.
2 Raak W
eergave > Weergavemodus aan.
3 Selecteer Groot, Medium of Klein naar wens en raak dan Toepassen aan. Raak OK aan
om uw telefoon opnieuw te starten en de instellingen toe te passen.
De lettergrootte wijzigen
1 Open
Instellingen.
2 Raak W
eergave > Lettergrootte aan en kies een lettergrootte.
U kunt kiezen uit de volgende lettergroottes: Klein, Normaal, Groot, Enorm
en Extra
groot. Het lettertype Extra groot kan alleen worden weergegeven in Berichten,
Contactpersonen en de Kiezer.
Dagdromen configureren
Schakel Dagdromen in om een diavoorstelling van uw foto's weer te geven wanneer uw telefoon
wordt opgeladen.
1 Open
Instellingen.
2 W
eergave > Dagdromen aanraken.
3 Schakel Dagdromen in en configureer Bron afbeelding en Duur.
De helderheid van het scherm aanpassen
Pas de helderheid van het scherm op uw wensen aan.
1 Open
Instellingen.
2 Raak W
eergave > Helderheid aan en schakel Automatische helderheid in.
Uw telefoon past automatisch de helderheid van het scherm aan op basis van het
omgevingslicht.
Scherm en display
57
De helderheid van het scherm handmatig aanpassen: V
eeg vanaf de statusbalk omlaag.
Raak
aan om Automatische helderheid uit te schakelen en versleep vervolgens de
schuifknop om de helderheid aan te passen. De helderheid van het scherm blijft constant,
ongeacht de helderheid van de omgeving.
Schuif verslepen om
helderheid handmatig
aan te passen
Aanraken om de
helderheid van het
scherm automatisch
te veranderen
De kleurtemperatuur wijzigen
Wijzig de kleurtemperatuur op het display van uw telefoon. Selecteer een warmere
kleurtemperatuur voor een zachtere sfeer en een koelere kleurtemperatuur voor een scherper
beeld. Als u een koelere kleurtemperatuur selecteert, wordt er meer blauw licht uit het scherm
gestraald. Dit kan bovenmatige inspanning van de ogen veroorzaken.
1 Open Instellingen.
2 W
eergave > Kleurtemperatuur aanraken. Selecteer Standaard. Warmof Koud en raak OK
aan om de instellingen toe te passen.
De kleurtemperatuur handmatig wijzigen: Raak de punt op het kleurtemperatuurwiel
aan of versleep te punt en raak vervolgens OK aan om de instellingen toe te passen.
Aanbevolen
kleurtemperatuurinstellingen
Aanbevolen
kleurtemperatuurinstellingen
De kleurtemperatuur kan niet worden gewijzigd wanneer Oogcomfort
is ingeschakeld.
De scherm uit-tijd wijzigen
Het scherm wordt automatisch vergrendeld en gaat over op de slaapstand nadat het gedurende
een bepaalde periode inactief is geweest om het stroomverbruik te verminderen en onbedoelde
handelingen te voorkomen.
Scherm en display
58
1 Open Instellingen.
2 Raak W
eergave > Slaapstand aan en selecteer een scherm uit-tijd.
De schermrotatie-instellingen configureren
Wanneer u uw telefoon draait, passen sommige apps de schermstand automatisch aan voor
gemakkelijker gebruik.
1 Open
Instellingen.
2 Raak W
eergave aan en schakel Scherm automatisch draaien in.
Snel automatisch draaien inschakelen: V
eeg vanaf de statusbalk . raak dan de
Automatisch roteren-schakelaar aan
Scherm en display
59
Netwerk en delen
Mobiel internet
Mobiele gegevens gebruiken
Mobiele data inschakelen
Voordat u mobiele data inschakelt, moet u zorgen dat mobiele data-services bij uw provider
zijn geactiveerd.
1 Open Instellingen.
2 Raak Meer > Mobiel netwerk aan.
3 Schakel Mobiele gegevens in om mobiele data in te schakelen.
Schakel mobiele data uit wanneer dit niet nodig is om op batterij te besparen en het
datagebruik te reduceren.
VoLTE inschakelen
Schakel V
oLTE (Voice over LTE) in om hoogwaardige audio- en videogesprekken over 4G-
netwerken te kunnen voeren.
1 Open
Instellingen.
2 Raak Meer > Mobiel netwerk aan.
3 Schakel V
oLTE-oproepen in.
Gegevensroaming inschakelen
Schakel gegevensroaming in voor toegang tot het internet wanneer u naar het buitenland gaat.
U loopt mogelijk roaming-kosten op wanneer data roaming is ingeschakeld. Neem voor
meer informatie contact op met uw provider
.
1 Open
Instellingen.
2 Raak Meer > Mobiel netwerk aan.
3 Schakel Gegevensroaming in.
Uw mobiele internetverbinding delen met andere apparaten
Een draagbare W
i-Fi-hotspot instellen
60
1 Schakel Instellingen in.
2 Raak Meer
> Tethering en draagbare hotspot aan.
3 Raak Draagbare Wi-Fi-hotspot aan en schakel de hotspot in.
4 Raak Wi-Fi-hotspot configureren aan. Stel de naam, de coderingsmodus en het
wachtwoord van de Wi-Fi-hotspot in en raak dan Opslaan aan.
Beperk de hoeveelheid gegevens die andere apparaten kunnen gebruiken: Raak
Gegevenslimiet aan op het scherm Draagbare W
i-Fi-hotspot en volg de instructies
voor het instellen van een datalimiet. Uw telefoon schakelt de Wi-Fi-hotspot automatisch
uit wanneer aangesloten apparaten deze limiet overschrijden.
USB-tethering gebruiken
Afhankelijk van het besturingssysteem van uw computer moet u mogelijk telefoondrivers op
de computer installeren of een netwerkverbinding tot stand brengen om USB-tethering te
kunnen gebruiken. Raadpleeg de instructies van uw besturingssysteem.
1 Sluit uw telefoon met behulp van een USB-kabel aan op de computer
.
2 Schakel
Instellingen in.
3 Raak Meer
> Tethering en draagbare hotspot aan.
4 Schakel USB-tethering in om uw mobiele internet te delen.
Bluetooth-tethering gebruiken
Netwerk en delen
61
Voordat u Bluetooth-tethering gebruikt, paart u uw telefoon met het apparaat waarvoor u mobiel
internet wilt gebruiken. Raadpleeg Bluetooth gebruiken om uw telefoon met andere apparaten te
verbinden voor meer informatie.
1 Schakel Instellingen in.
2 Raak Meer
> Tethering en draagbare hotspot aan.
3 Schakel Bluetooth-tethering in om uw mobiele internet te delen.
4 Op het scherm Bluetooth raakt u
naast het gepaarde apparaat aan. Schakel vervolgens
Internettoegang
in om uw mobiele internet te delen.
Wi-Fi
Info over Wi-Fi
Verbinden met een Wi-Fi-netwerk voor toegang tot het internet en om het gebruik van mobiele
data te reduceren.
Uw persoonlijke gegevens en financiële informatie lopen mogelijk risico als u een verbinding
maakt met onbeveiligde openbare Wi-Fi-netwerken.
Verbinding met het internet maken met behulp van Wi-Fi
Schakel Wi-Fi in om verbinding met het internet tot stand te brengen met behulp van een Wi-Fi
toegangspunt of hotspot.
V
erbinding maken met een Wi-Fi-netwerk
1 Open
Instellingen.
2 Raak W
i-Fi aan en schakel Wi-Fi in. Uw telefoon toont een lijst met beschikbare Wi-Fi-
netwerken.
l Handmatig zoeken naar Wi-Fi-netwerken: Raak Scannen aan. Uw telefoon zoekt naar
beschikbare Wi-Fi-netwerken.
l Een WLAN-netwerk toevoegen dat niet in de lijst wordt vermeld: Raak Netwerk
toevoegen… aan. Volg de instructies op het scherm voor het configureren van de Wi-Fi-
instellingen en het wachtwoord.
3 Selecteer het Wi-Fi-netwerk waarmee u verbinding mee wilt maken:
Netwerk en delen
62
l Als het Wi-Fi-netwerk geen wachtwoord vereist, maakt uw telefoon er automatisch
verbinding mee.
l Als het netwerk beschermd is, voert u het wachtwoord in wanneer u daarom wordt
gevraagd. V
ervolgens raakt u Verbinden aan.
Wanneer uw telefoon is verbonden met een Wi-Fi-netwerk, wordt het pictogram
op de
statusbalk weergegeven. Uw telefoon onthoudt Wi-Fi-netwerken die u eerder hebt gebruikt
en maakt er automatisch opnieuw verbinding mee.
V
erbinding met een Wi-Fi-netwerk maken via WPS
Met WPS kan uw telefoon verbinding maken met een voor WPS geschikte router zonder een
wachtwoord te hoeven onthouden.
1 Open
Instellingen.
2 Raak W
i-Fi aan en schakel Wi-Fi in.
3 Raak
> Geavanceerde instellingen aan. Er zijn vier opties:
l Raak WPS-verbinding aan en druk op de WPS-knop van de router
.
l Raak PIN-code voor WPS-verbinding aan om een PIN-code te genereren en voer de
PIN-code vervolgens in op de router.
Wanneer uw telefoon is verbonden met een Wi-Fi-netwerk, wordt het pictogram
op de
statusbalk weergegeven. Uw telefoon onthoudt Wi-Fi-netwerken die u eerder hebt gebruikt
en maakt er automatisch opnieuw verbinding mee.
Gebruik van W
i-Fi+
Wanneer Wi-Fi+ is ingeschakeld, schakelt uw telefoon Wi-Fi in of uit en maakt verbinding met
het Wi-Fi-netwerk met het beste signaal.
Er zijn mogelijk aanvullende kosten verbonden met het downloaden van grote bestanden of
het bekijken van online video's over mobiele data. Om het maken van bovenmatige
gegevenskosten te voorkomen, koopt u een databundel. Neem voor meer informatie contact
op met uw provider
.
1 Open
Instellingen.
2 Raak W
i-Fi > Wi-Fi+ aan en zet dan de schakelaar Wi-Fi+ aan.
Wanneer Wi-Fi+ is ingeschakeld, legt uw telefoon de geschiedenis van uw Wi-Fi-verbinding
vast en bewaakt uw signaalsterkte en locatie. Deze informatie wordt vervolgens gebruikt om
Wi-Fi in of uit te schakelen en om verbinding te maken met het Wi-Fi-netwerk met het
sterkste signaal.
l Slim schakelen tussen Wi-Fi en mobiele gegevens: Het evalueert beschikbare Wi-Fi-
netwerken en maakt automatisch verbinding met het beste netwerk (er wordt mogelijk een
kleine hoeveelheid Wi-Fi-gegevens gebruikt om een connectiviteitstest uit te voeren). Als
Netwerk en delen
63
de Wi-Fi-verbinding slecht is, gebruikt uw telefoon weer mobiele data. Om de standaard
netwerkselectie-instellingen te configureren, gaat u naar Instellingen mobiel netwerk.
l Schakel W
i-Fi automatisch in/uit: Schakelt Wi-Fi automatisch in of uit op basis van uw
locatie en de geschiedenis van uw Wi-Fi-verbinding.
l Evalueer beschikbare Wi-Fi-netwerken: Bewaakt automatisch de signaalsterkte en
verbindingssnelheden van nabije openbare hotspots. Uw telefoon maakt alleen verbinding
met hotspots die een werkende internetverbinding hebben.
Een QR-code gebruiken om een Wi-Fi-netwerk te delen
Gebruik een QR-code om een Wi-Fi-wachtwoord met andere apparaten te delen.
1 Open
Instellingen.
2 Raak W
i-Fi aan en zet dan de schakelaar Wi-Fi aan. Maak verbinding met het Wi-Fi-netwerk
dat u wilt delen.
3 Raak het netwerk aan om een QR-code te genereren.
4 Veeg op het startscherm van het andere apparaat omlaag voor toegang tot de zoekbalk.
Raak
aan om de QR-code te scannen en volg de instructies op het scherm om
verbinding met het netwerk te maken.
l U kunt QR-codes genereren voor de volgende draadloze coderingsmethoden: WP
A,
WPA2, WEP, WPA-PSK en WPA2-PSK. U kunt een QR-code niet gebruiken om
verbinding te maken met Wi-Fi-netwerken die met behulp van het EAP-protocol zijn
gecodeerd.
l Deze functie wordt op dit moment alleen ondersteund op Huawei-telefoons en in
sommige apps van derden.
Gegevens overdragen met behulp van Wi-Fi Direct
Gebruik Wi-Fi Direct om foto's en bestanden tussen uw telefoon en een ander apparaat over te
brengen zonder dat u verbinding met een Wi-Fi-netwerk hoeft te maken. Wi-Fi Direct is
vergelijkbaar met Bluetooth maar biedt hogere overdrachtsnelheden, waardoor het geschikt is
voor de overdracht van grotere bestanden, zoals video's.
T
wee apparaten verbinden met behulp van Wi-Fi Direct
1 Open
Instellingen en raak W
i-Fi aan. Schakel Wi-Fi in en raak
aan.
2 Herhaal de bovenstaande stappen op het andere apparaat en houd het scherm voor zoeken
naar Wi-Fi Direct op beide apparaten open.
3 W
anneer uw telefoon het andere apparaat detecteert, selecteert u deze. Volg de instructies
op het scherm voor het tot stand brengen van een Wi-Fi Direct-verbinding tussen de twee
apparaten.
Wi-Fi Direct kan alleen worden gebruikt voor de overdracht van gegevens tussen twee
Huawei-apparaten. Controleer of beide apparaten Wi-Fi Direct ondersteunen.
Netwerk en delen
64
Als u de Wi-Fi Direct-verbinding wilt beëindigen, raakt u aan om het scherm W
i-Fi Direct
te openen. Selecteer het apparaat waarvan u de verbinding wilt verbreken en raak OK aan
om te bevestigen.
Wi-Fi Direct gebruiken voor het verzenden en ontvangen van bestanden
Zorg dat Wi-Fi op beide apparaten is ingeschakeld voordat u gebruik maakt van deze
functie.
1 Open Bestanden. Aangeraakt houden om de bestanden die u wilt verzenden, te
selecteren.
2 Raak Meer
> Delen > Wi-Fi Direct aan. Selecteer het apparaat waarmee u verbinding wilt
maken.
3 Raak op het ontvangende apparaat Accepteren aan om het verzoek tot bestandsoverdracht
te accepteren.
Open het berichtenpaneel om de voortgang van de bestandsoverdracht bij te houden.
Standaard worden ontvangen bestanden opgeslagen in de map Wi-Fi Direct in Bestanden.
De Wi-Fi-instellingen configureren
De instellingen van Wi-Fi en mobiele gegevens op uw wensen afstemmen.
De Wi-Fi-instellingen voor de slaapstand configureren
1 Open
Instellingen.
2 Raak W
i-Fi > Configureren aan.
3 Raak Wi-Fi behouden in slaapstand aan. Er zijn drie opties:
l Altijd: Altijd verbonden blijven via Wi-Fi wanneer het scherm uit is.
l Alleen indien aangesloten: Wanneer het scherm uit is, alleen verbonden blijven via Wi-
Fi wanneer uw telefoon wordt opgeladen.
l Nooit (verhoogt het gegevensgebruik): Altijd overschakelen naar mobiele data
wanneer het scherm uit is.
Wanneer Nooit (verhoogt het gegevensgebruik) wordt geselecteerd, verbreekt uw
telefoon de verbinding met Wi-Fi en schakelt over op mobiele data wanneer het scherm
wordt uitgeschakeld.
Uw MAC- en IP-adres weergeven
1 Open Instellingen.
2 Raak W
i-Fi > Configureren aan om het MAC- en IP-adres weer te geven.
De naam van uw apparaat veranderen
Geef uw apparaat een andere naam, zodat het gemakkelijker kan worden geïdentificeerd
wanneer u Wi-Fi Direct gebruikt.
Netwerk en delen
65
1 Open Instellingen.
2 Raak W
i-Fi > Wi-Fi Direct aan.
3 Raak Apparaatnaam aan en voer een nieuwe apparaatnaam in.
Bluetooth
Info over Bluetooth
Gebruik Bluetooth om bestanden te delen, randapparaten aan te sluiten en meer.
Bluetooth gebruiken om uw telefoon met andere apparaten te verbinden
Bluetooth inschakelen en paren met andere apparaten
1 Open
Instellingen.
2 Raak Bluetooth aan en schakel Bluetooth inschakelen in. Uw telefoon geeft automatisch
een lijst met beschikbare apparaten weer
.
l Zorg dat Zichtbaarheid
is ingeschakeld.
l Als het apparaat dat u wilt paren, niet wordt weergegeven, controleert u of het
apparaat kan worden ontdekt.
3 Selecteer het apparaat waarmee u wilt koppelen en volg de instructies op het scherm.
Bluetooth-apparaten ontkoppelen
1 Open
Instellingen.
2 Raak Bluetooth aan en schakel Bluetooth inschakelen in.
3 Raak het pictogram naast de apparaatnaam aan en selecteer Koppeling ongedaan
maken.
Gegevens uitwisselen met behulp van Bluetooth
Bluetooth gebruiken om bestanden te delen
Zorg dat Bluetooth is ingeschakeld en geconfigureerd als detecteerbaar op beide apparaten.
1 Selecteer het bestand dat u wilt verzenden. Raak Delen > Bluetooth aan. Uw telefoon zoekt
naar detecteerbare Bluetooth-apparaten.
2 Selecteer het ontvangende apparaat.
3 Selecteer Accepteren in het pop-upvenster van het ontvangende apparaat om het verzoek
tot bestandsoverdracht te accepteren. Open het berichtenpaneel om de voortgang van de
bestandsoverdracht weer te geven.
Standaard worden ontvangen bestanden opgeslagen in de map bluetooth
in
Bestanden.
Netwerk en delen
66
Foto's en video's snel met Bluetooth delen
W
anneer u foto's of video's op volledig scherm bekijkt, kunt u de overdrachtfunctie gebruiken om
snel via Bluetooth te delen.
Zorg dat Bluetooth is ingeschakeld en geconfigureerd als detecteerbaar op beide apparaten.
1 Raak Galerie > Meer > Instellingen aan en schakel V
eeg omhoog voor activering
overdracht in.
2 Open Galerie en selecteer de foto of video die u op volledig scherm wilt verzenden.
3 Veeg omhoog en raak Start aan. Uw telefoon zoekt naar detecteerbare Bluetooth-apparaten.
4 Selecteer het ontvangende apparaat.
5 Selecteer Accepteren in het pop-upvenster van het ontvangende apparaat om het verzoek
tot bestandsoverdracht te accepteren. Open het berichtenpaneel om de voortgang van de
bestandsoverdracht weer te geven.
Standaard worden ontvangen bestanden opgeslagen in de map bluetooth in
Bestanden.
Bluetooth-instellingen
De naam van uw telefoon wijzigen
Uw telefoonmodel wordt gebruikt als standaard Bluetooth-apparaatnaam. Als u wilt, kunt u dit
wijzigen in een naam die u beter kunt onthouden.
1 Open Instellingen.
2 Raak Bluetooth > Apparaatnaam aan.
3 V
oer een nieuwe naam in en raak Opslaan aan.
Uw telefoon detecteerbaar maken voor paren
1 Open
Instellingen.
2 Raak Bluetooth aan. Schakel Zichtbaarheid in om uw telefoon detecteerbaar te maken voor
andere Bluetooth-apparaten.
3 Raak Meer
> Time-out voor zichtbaarheid aan en configureer de time-out voor
detecteerbaarheid.
l W
anneer de time-out is verlopen, wordt Zichtbaarheid uitgeschakeld.
l Wanneer Zichtbaarheid is uitgeschakeld, kunnen andere Bluetooth-apparaten uw
telefoon niet vinden.
Netwerk en delen
67
NFC
Info over NFC
NFC (Near-Field Communication) is een draadloze communicatietechnologie die de uitwisseling
van gegevens tussen apparaten mogelijk maakt. Apparaten waarop NFC is ingeschakeld,
ondersteunen drie bedrijfsmodi: modus kaartemulatie, modus lezen/schrijven en modus peer-to-
peer
.
In de modus kaartemulatie kan uw apparaat contactloze smart-kaarten emuleren (zoals bank-,
vervoers- en toegangskaarten). In de modus lezen/schrijven kunt u NFC-tags scannen (u kunt
bijvoorbeeld een NFC-tag scannen om uw vervoerskaart bij te vullen) en in de modus peer-to-
peer kunt u snel muziek, afbeeldingen, apps en andere content uitwisselen tussen twee
apparaten waarop NFC is ingeschakeld.
Download bankier-, betalings- en andere apps die NFC ondersteunen om contactloze betalingen
te doen en uw telefoon in een mobiele portemonnee te veranderen.
NFC inschakelen
1 Open
Instellingen.
2 Raak Meer > NFC aan.
3 Schakel NFC in om NFC in te schakelen.
Na het inschakelen van NFC geeft uw telefoon het pictogram op de statusbalk weer.
Als u NFC wilt uitschakelen, zet u de schakelaar NFC uit.
NFC gebruiken om contactloze betalingen te maken
Gebruik NFC om uw telefoon om te zetten in een virtuele bank- of vervoerskaart en maak
contactloze betalingen.
Een SIM-kaart gebruiken om betalingen te doen
Gebruik een SIM-kaart waarop NFC is ingeschakeld om betalingen te doen in winkels en bij het
openbaar vervoer
.
Deze functie is alleen beschikbaar op telefoons die NFC SIM-kaarten ondersteunen. Neem
zo nodig contact op met uw provider om een NFC SIM-kaart te verkrijgen.
1 Plaats uw SIM-kaart in een SIM-kaartsleuf waarop NFC is ingeschakeld.
2 Schakel NFC in.NFC-beveiligingschipSelecteer een SIM-kaart die NFC ondersteunt.
Selecteer de betaalapp van uw provider als Standaard betaalapp.
3 Open de betaalapp van uw provider en volg de instructies op het scherm om een bankpas te
koppelen en krediet toe te voegen.
4 Plaats om een betaling te doen uw telefoon tegen de NFC-sensor op de betaalterminal.
Netwerk en delen
68
U kunt ook betalingen doen wanneer uw telefoon is uitgeschakeld. Voordat u uw telefoon
uitschakelt, moet u zorgen dat NFC is ingeschakeld.
Kaartemulatie gebruiken om betalingen te doen
Gebruik uw telefoon als virtuele bankpas om beveiligde, contactloze betalingen in de winkel.
Voordat u van deze functie gebruik gaat maken, downloadt u de app voor uw bankpas en
volgt u de instructies op het scherm om uw pas toe te voegen. Neem voor meer informatie
contact op met uw bank.
1 Schakel NFC in. Standaard betaalappSelecteer de app voor uw bankpas.
2 Om een betaling te doen, ontgrendelt u uw telefoon en plaatst u hem tegen het contactloze
symbool op de betaalterminal.
NFC gebruiken om content te stralen
Gebruik NFC om snel content te delen tussen twee apparaten waarop NFC is ingeschakeld.
Controleer of het scherm op beide apparaten is ontgrendeld en of NFC en Huawei Beam zijn
ingeschakeld.
1 Selecteer de content die u wilt overstralen (zoals webpagina's, contactpersonen,
afbeeldingen of video's).
2 Houd uw apparaat en het ontvangende apparaat met de ruggen tegen elkaar
, zodat de NFC-
sensors op beide apparaten elkaar raken. Nadat er een verbinding tot stand is gebracht,
hoort u een geluid en verschijnt een miniatuur van de gedeelde content op het scherm.
3 Als u hierom wordt gevraagd, raakt u het scherm aan om de content naar het andere
apparaat te stralen. U kunt de apparaten pas uit elkaar halen als het stralen is begonnen.
Als u de ontvangen bestanden wilt bekijken, raakt u Instellingen > Meer > NFC aan en gaat
u naar Meer > Ontvangen bestanden.
NFC gebruiken om internet met andere apparaten te delen
Gebruik NFC om uw telefoon snel met andere apparaten te verbinden via Bluetooth of Wi-Fi
Direct en uw Wi-Fi-netwerk of draagbare hotspot te delen.
Netwerk en delen
69
l Controleer of het scherm op beide apparaten is ontgrendeld en of NFC en Huawei Beam
zijn ingeschakeld. Schakel Bluetooth op beide apparaten in om de apparaten via
Bluetooth te paren.
l Wi-Fi Direct kan alleen worden gebruikt voor de overdracht van gegevens tussen twee
Huawei-apparaten. Controleer of beide apparaten Wi-Fi Direct ondersteunen.
1 Open Instellingen en ga naar het scherm Bluetooth, Wi-Fi of Wi-Fi of Wi-Fi Direct. Ga op
het andere apparaat naar hetzelfde scherm. Als u de apparaten bijvoorbeeld via Bluetooth
wilt paren, gaat u op beide apparaten naar het scherm Bluetooth.
2 Houd uw apparaat en het ontvangende apparaat met de ruggen tegen elkaar
, zodat de NFC-
sensors op beide apparaten elkaar raken. Nadat er een verbinding tot stand is gebracht,
hoort u een geluid en verschijnt een miniatuur op het scherm.
3 Als u hierom wordt gevraagd, raakt u het scherm aan om een Bluetooth- of Wi-Fi Direct-
verbinding tot stand te brengen of uw Wi-Fi-netwerk of draagbare hotspot te delen.
Multischerm
Multischerm gebruiken
Gebruik multischerm om uw telefoonscherm te spiegelen op een televisie, projector of ander
weergave-apparaat. U kunt ook foto's, muziek en video's vanaf uw telefoon pushen naar een
ander scherm om ze met anderen te delen.
Weergave-apparaten (inclusief tv's en projectors) moeten Miracast ondersteunen. Dit wordt
op bepaalde Android Smart-tv's ondersteund. Als uw weergave-apparaat Miracast niet
ondersteunt, koopt u een tv-dongle die dit protocol ondersteunt en sluit u die aan op uw
weergave-apparaat.
Netwerk en delen
70
Uw scherm spiegelen op een weergave-apparaat
Spiegel het scherm van uw telefoon op een extern scherm om spelletjes te spelen en bestanden
op een groter scherm te bekijken.
1 V
eeg omlaag vanaf de statusbalk om het berichtenpaneel te openen. Raak
aan.
Op sommige telefoons is het pictogram verborgen. Raak aan om uit te klappen
of het pictogram op het scherm Instellingen > Slimme assistentie te zoeken.
2 Selecteer een weergave-apparaat (of tv-dongle) in de lijst. Uw telefoonscherm wordt
gespiegeld aan dit apparaat.
Op bepaalde weergave-apparaten (of tv-dongles) moet u mogelijk Miracast inschakelen
voordat uw telefoon het apparaat kan detecteren. V
oor instructies over het inschakelen
van Miracast raadpleegt u de handleiding van uw weergave-apparaat.
Als u het scherm niet meer wilt spiegelen, raakt u > V
erbreken aan.
VPN's
Info over VPN's
Een VPN (virtual private network) is een beveiligde verbinding die u in staat stelt om gegevens
over gedeelde of openbare netwerken te verzenden en ontvangen. U kunt een VPN gebruiken
om verbinding te maken met uw bedrijfsnetwerk en een e-mailserver.
Verbinding maken met een VPN
Gebruik een VPN (Virtueel Particulier Netwerk) voor beveiligde, externe toegang tot
bedrijfsgegevens en andere netwerkhulpbronnen.
Netwerk en delen
71
Neem contact op met uw VPN-beheerder om de servergegevens te verkrijgen.
1 Open Instellingen.
2 Meer > VPN
aanraken.
3 Raak VPN-netwerk toevoegen aan. Wanneer u hierom wordt gevraagd, voert u de
servernaam in, selecteert u het servertype en voert u vervolgens het serveradres in. Raak
Opslaan om de serverinstellingen op te slaan.
4 Om verbinding met het VPN te maken, raakt u de VPN-naam aan, voert u uw
gebruikersnaam en wachtwoord in en raakt u vervolgens Verbinding maken aan.
Neem contact op met uw VPN-beheerder om uw gebruikersnaam en wachtwoord te
verkrijgen.
HiSuite
HiSuite gebruiken
Gebruik HiSuite om de apps en gegevens op uw telefoon vanaf uw computer te beheren.
Download en installeer apps met één klik en haal het meeste uit uw smartphone.
l Gebruik HiSuite voor het beheer van uw contactpersonen, berichten en multimediabestanden
en om uw agenda en contactpersonen te synchroniseren.
l Bezoek de HiApp Store om apps naar uw telefoon te downloaden en erop te installeren.
l Maak een back-up van de gegevens op uw telefoon op uw computer of herstel gegevens op
een Huawei-telefoon.
l Als uw telefoon niet kan worden ingeschakeld of niet goed opnieuw wordt gestart, gebruikt u
HiSuite om de telefoon weer op de standaard fabrieksinstellingen terug te zetten. U kunt ook
kijken of er software-updates zijn en die op uw telefoon installeren.
l Gebruik HiSuite om uw telefoonscherm op uw computer weer te geven en schermafdrukken te
maken.
HiSuite installeren
Systeemvereisten
V
oordat u HiSuite installeert, controleert u of uw computer aan de volgende vereisten voldoet:
l Microsoft Windows 7 (32- of 64-bits versie)
l Microsoft Vista (32- of 64-bits versie)
l Microsoft XP (32- of 64-bits versie)
l Harde-schijfruimte: 500 MB
l RAM: 1 GB
l Beeldscherm: 1024 x 768 resolutie met 16-bits kleuren
Netwerk en delen
72
HiSuite installeren en uw telefoon aansluiten op een computer
1 Breng vanaf de computer een bezoek aan http://consumer
.huawei.com/minisite/HiSuite_cn/.
Download en installeer HiSuite. Als de installatie is voltooid, verschijnt het pictogram HiSuite
op uw bureaublad.
2 Sluit uw telefoon met behulp van een USB-kabel aan op de computer. HiSuite wordt
automatisch gestart.
3 Als het dialoogvenster Verbinding in HDB-modus toestaan op uw telefoon verschijnt, raakt
u OK aan.
4 Klik via uw computer op Hervatten. Als HiSuite niet vooraf op uw telefoon is geïnstalleerd,
downloadt uw telefoon dit automatisch en maakt dan verbinding met uw computer.
Wanneer de verbinding tot stand is gebracht, wordt uw telefoonscherm en het model op uw
computer weergegeven.
Als uw telefoon niet automatisch verbinding met de computer maakt, gaat u naar
Instellingen > Geavanceerde instellingen > Beveiliging en schakelt u HiSuite toestaan
HDB te gebruiken in. U hoeft de USB-foutopsporingsmodus niet in te schakelen.
Huawei Share gebruiken om bestanden tussen twee
Huawei-apparaten uit te wisselen
Gebruik Huawei Share om snel bestanden tussen twee Huawei-apparaten uit te wisselen.
Huawei Share gebruikt Bluetooth om Huawei-toestellen in de buurt te detecteren en bestanden
via Wi-Fi Direct te delen.
Huawei Share inschakelen
1 V
eeg vanaf de statusbalk omlaag om het berichtenpaneel te openen.
2 Raak Huawei Share aan en selecteer TOESTAAN om Huawei Share in te schakelen.
l Als u Huawei Share inschakelt, wordt W
i-Fi en Bluetooth automatisch ingeschakeld.
l Als u Wi-Fi of Bluetooth uitschakelt, wordt Huawei Share automatisch uitgeschakeld.
Huawei Share gebruiken om bestanden over te dragen
Zorg dat Huawei Share op beide toestellen wordt ondersteund. Huawei Share moet op het
ontvangende apparaat zijn ingeschakeld en het scherm moet zijn ingeschakeld.
1 Selecteer de bestanden die u wilt verzenden en raak Delen aan.
l Als W
i-Fi en Bluetooth zijn ingeschakeld, zoekt uw telefoon automatisch naar apparaten in
de buurt.
l Als Wi-Fi of Bluetooth zijn uitgeschakeld, raakt u Huawei Share aan om te zoeken naar
apparaten in de buurt.
Wanneer u Huawei Share aanraakt, schakelt uw apparaat W
i-Fi en Bluetooth
automatisch in.
Netwerk en delen
73
2 Selecteer het ontvangende apparaat.
3 Selecteer ACCEPTEREN in het pop-upvenster van het ontvangende apparaat om het
verzoek tot bestandsoverdracht te accepteren. Open het berichtenpaneel om de voortgang
van de bestandsoverdracht weer te geven.
l Als u het verzenden wilt annuleren, raakt u de naam van het ontvangende apparaat op
uw telefoon aan.
l Standaard worden ontvangen bestanden opgeslagen in de map Huawei Share in
Bestanden.
Een USB-poort gebruiken om gegevens over te
brengen
De USB-verbindingsmodus selecteren
1 W
anneer u een USB-kabel gebruikt om uw telefoon op een computer of een ander apparaat
aan te sluiten, verschijnt Toegang verlenen tot apparaatgegevens? in een pop-upvenster.
2 Raak NEE, ALLEEN OPLADEN aan.
3 Veeg omlaag vanaf de statusbalk om het berichtenpaneel te openen en raak vervolgens
Opladen via USB aan. U kunt kiezen uit de volgende USB-verbindingsmodi:
l Alleen opladen: alleen uw telefoon opladen.
l Omgekeerd opladen: gebruik uw telefoon om een ander toestel op te laden met een USB-
kabel Type-C.
l Bestandsbeheer toestel (MTP): bestanden overdragen tussen uw telefoon en een
computer.
Netwerk en delen
74
l Camera (PTP): afbeeldingen overdragen tussen uw telefoon en een computer
. Als uw
telefoon MTP niet ondersteunt, wordt het PTP-protocol gebruikt om bestanden en
afbeeldingen over te dragen tussen uw telefoon en uw computer.
l MIDI: gebruik uw telefoon als MIDI-invoerapparaat en speel MIDI-bestanden op uw
computer af.
Gegevens overdragen tussen uw telefoon en een computer
Gebruik een USB-kabel om uw telefoon aan te sluiten op een computer en gegevens tussen de
twee apparaten over te dragen.
Bestanden overdragen
MTP (Media Transfer Protocol) is een protocol voor het overbrengen van mediabestanden. U
kunt MTP gebruiken om bestanden over te dragen tussen uw telefoon en een computer. Voordat
u MTP gaat gebruiken, moet u zorgen dat Windows Media Player 11 of later op uw computer is
geïnstalleerd.
Veeg vanaf de statusbalk omlaag om het berichtenpaneel te openen en stel dan de USB-
verbindingsmodus in op Bestandsbeheer toestel (MTP). Uw computer installeert automatisch
de benodigde drivers. Om op uw telefoon opgeslagen bestanden te bekijken, wacht u totdat de
drivers zijn geïnstalleerd en klikt u op het nieuwe stationspictogram dat op uw computer
verschijnt (het station heeft de naam van uw telefoonmodel). Als u een Windows-computer
gebruikt, gebruikt u Windows Media Player om op uw telefoon naar multimediacontent te
bladeren.
Afbeeldingen overbrengen
PTP (Picture Transfer Protocol) is een overdrachtprotocol voor afbeeldingen. Gebruik PTP om
afbeeldingen over te dragen tussen uw telefoon en een computer.
Veeg vanaf de statusbalk omlaag om het berichtenpaneel te openen en stel dan de USB-
verbindingsmodus in op Camera (PTP). Uw computer installeert automatisch de benodigde
drivers. Om op uw telefoon opgeslagen afbeeldingen te bekijken, wacht u totdat de drivers zijn
geïnstalleerd en klikt u op het nieuwe stationspictogram dat op uw computer verschijnt (het
station heeft de naam van uw telefoonmodel).
MIDI-gegevens naar uw telefoon overbrengen
MIDI (Musical Instrument Digital Interface) is een muziektechnologisch protocol dat digitale
muziekinstrumenten in staat stelt met elkaar te communiceren.
Veeg vanaf de statusbalk omlaag om het berichtenpaneel te openen en stel dan de USB-
verbindingsmodus in op MIDI. U kunt uw telefoon gebruiken om MIDI-gegevens vanaf andere
apparaten te ontvangen of verwerken.
Gegevens uitwisselen tussen uw telefoon en een USB-opslagapparaat
USB OTG is ontworpen om gegevens rechtstreeks uit te wisselen tussen twee USB-apparaten
(zoals telefoons, tablets, digitale camera's en printers) zonder dat er een computer nodig is.
Netwerk en delen
75
Gebruik een USB On-The-Go (OTG)-kabel om uw telefoon op een USB-opslagapparaat aan te
sluiten en een back-up van uw bestanden te maken.
Gegevens overdragen tussen uw telefoon en een microSD-kaart
Gebruik een USB OTG-kabel voor toegang tot gegevens op de microSD-kaart van een andere
telefoon, zonder tussenkomst van een computer
.
l Deze functie is alleen beschikbaar op telefoons die USB OTG-kabels ondersteunen.
l Als uw telefoon een USB-poort van het type-C gebruikt, koopt u een Micro-USB naar USB
T
ype-C-adapter of gebruikt u een USB OTG-kabel met een USB type-C-connector.
1 Maak verbinding met het andere apparaat met behulp van een USB OTG-kabel en een USB-
gegevenskabel.
USB-kabel
USB On-The-Go-kabel
2 Stel op het andere apparaat de USB-verbindingsmodus in op USB-flashstation of
Bestandsbeheer toestel (MTP).
3 Raak Bestanden
> Lokaal > SD-kaart aan om door de gegevens op de MicroSD-kaart te
bladeren. U kunt gegevens selecteren en naar een bestemmingsmap kopiëren.
4 Wanneer u klaar bent met bladeren, raakt u Instellingen > Geheugen en opslag > SD-kaart
> Uitwerpen aan.
5 Koppel de USB OTG-kabel en USB-gegevenskabel los van beide apparaten.
Gegevens uitwisselen tussen uw telefoon en een USB-opslagapparaat
Uw telefoon kan toegang verkrijgen tot gegevens op USB-flashstations, kaartlezers en andere
opslagapparaten met behulp van een USB OTG-kabel.
l Deze functie is alleen beschikbaar op telefoons die USB OTG-kabels ondersteunen.
l Als uw telefoon een USB-poort van het type-C gebruikt, koopt u een Micro-USB naar USB
T
ype-C-adapter of gebruikt u een USB OTG-kabel met een USB type-C-connector.
1 Uw telefoon verbinden met een USB-flashstation met behulp van een USB OTG-kabel.
Netwerk en delen
76
USB On-The-Go-kabel
2 Raak Bestanden > Lokaal > USB-drive aan om door de gegevens op het flashstation te
bladeren. U kunt gegevens selecteren en naar een bestemmingsmap kopiëren.
3 W
anneer u klaar bent met bladeren, raakt u Instellingen > Geheugen en opslag > USB-
drive > Uitwerpen aan.
4 Koppel de USB OTG-kabel los van uw telefoon en het USB-flashstation.
Netwerk en delen
77
Beveiliging en back-up
V
ingerafdrukherkenning gebruiken
Naast het activeren en ontgrendelen van het scherm kan de vingerafdruksensor ook worden
gebruikt voor het maken van een foto, het beantwoorden van een inkomende oproep of het
uitschakelen van een alarm.
Uw vingerafdruk-id configureren
Gebruik de vingerafdruksensor om het scherm te ontgrendelen, om de kluis en app-
vergrendeling te openen of om betalingen in apps van derden te autoriseren.
Voordat u uw vingerafdruk toevoegt, moet u een back-upwachtwoord instellen, zodat u uw
telefoon toch nog kunt gebruiken als de vingerafdruksensor uw vingerafdruk niet herkent.
1 Open Instellingen en raak Id vingerafdruk > V
ingerafdrukbeheer aan.
2 Selecteer PIN of Wachtwoord en volg de instructies op het scherm voor het instellen van
een wachtwoord voor schermvergrendeling.
3 Nadat u een wachtwoord hebt ingesteld, raakt u Nieuwe vingerafdruk aan om uw
vingerafdruk toe te voegen.
4 Plaats uw vinger op de vingerafdruksensor. Druk licht op de sensor totdat uw telefoon trilt.
Herhaal deze stap met behulp van verschillende delen van uw vinger.
5 Nadat u uw vingerafdruk hebt toegevoegd, raakt u OK aan.
Plaats uw vinger op de vingerafdruksensor om het scherm te ontgrendelen.
U kunt de ontgrendeling met vingerafdruk uitschakelen door de schakelaar Scherm
ontgrendelen in het scherm Vingerafdrukbeheer uit te schakelen.
Als u een vingerafdruk wilt verwijderen, selecteert u de gewenste vingerafdruk op het
scherm V
ingerafdrukbeheer. Raak Verwijderen aan en volg de instructies op het scherm.
Een vingerafdruk toevoegen, verwijderen of hernoemen
V
oeg meerdere vingerafdrukken toe om het ontgrendelen van uw telefoon gemakkelijker te
maken. U kunt vingerafdrukken ook verwijderen of hernoemen.
1 Open
Instellingen.
2 Raak Id vingerafdruk > V
ingerafdrukbeheer aan.
3 Voer het wachtwoord voor schermvergrendeling in en raak vervolgens Volgende aan.
4 In het gedeelte Lijst vingerafdrukken kunt u het volgende doen:
l Raak Nieuwe vingerafdruk aan om andere vingerafdrukken toe te voegen. U kunt
maximaal vijf vingerafdrukken toevoegen.
l Raak een eerder toegevoegde vingerafdruk aan om deze te hernoemen of verwijderen.
78
De kluis openen met uw vingerafdruk
Gebruik uw vingerafdruk om uw kluis te openen zonder het wachtwoord in te voeren.
1 Open Instellingen.
2 Raak Id vingerafdruk > V
ingerafdrukbeheer aan.
3 Voer het wachtwoord voor schermvergrendeling in en raak vervolgens Volgende aan.
4 Raak Naar kluis gaan aan en volg de instructies op het scherm om uw kluiswachtwoord in te
voeren en vingerafdrukherkenning in te schakelen.
Nadat u de instellingen hebt voltooid, raakt u Bestanden > Kluis aan. U kunt nu uw
vingerafdruk gebruiken om uw kluis te ontgrendelen.
App-vergrendeling openen met uw vingerafdruk
Gebruik uw vingerafdruk voor snelle toegang tot apps in uw App-vergrendeling. U hoeft het
wachtwoord voor de app-vergrendeling niet in te voeren.
1 Open
Instellingen.
2 Raak Id vingerafdruk > V
ingerafdrukbeheer aan.
3 Voer het wachtwoord voor schermvergrendeling in en raak vervolgens Volgende aan.
4 Raak Toegang tot app-vergrendeling aan. Volg de instructies op het scherm om uw
wachtwoord voor app-vergrendeling in te voeren en vingerafdrukherkenning in te schakelen.
Als u de status van de app-vergrendeling wilt bekijken, raakt u Telefoonbeheer > App-
vergrendeling aan als u de instellingen hebt voltooid en plaatst u uw vinger op de
vingerafdruksensor. Voor toegang tot een vergrendelde app vanuit het startscherm raakt u het
app-pictogram aan en plaatst u uw vinger op de vingerafdruksensor.
Aanraakgebaren van de vingerafdruksensor gebruiken
Gebruik eenvoudige aanraakgebaren op de vingerafdruksensor om foto's te nemen, oproepen te
beantwoorden en andere veelgebruikte activiteiten uit te voeren.
1 Open
Instellingen.
2 Raak Id vingerafdruk aan.
3 Ga naar het gedeelte Gebaar "Aanraken en ingedrukt houden" en zet de schakelaars aan
voor de functies die u wilt inschakelen.
l Maak foto/video: houd op het scherm van de camerazoeker de vingerafdruksensor
aangeraakt om een foto te maken.
l Oproep beantwoorden: Houd de vingerafdruksensor ingedrukt om een binnenkomende
oproep te beantwoorden.
l Alarm stoppen: Houd de vingerafdruksensor ingedrukt om een alarm uit te zetten.
4 Ga naar het gedeelte V
eeg-gebaar en zet de schakelaars aan voor de functies die u wilt
inschakelen.
Beveiliging en back-up
79
l Meldingenpaneel weergeven: W
anneer het scherm in de portretmodus staat, veegt u op
de vingerafdruksensor omlaag met een willekeurige vinger om het berichtenpaneel te
openen. Tik twee keer op de sensor om alle meldingen te wissen of veeg op de sensor
omhoog om het berichtenpaneel te sluiten.
l Bladeren door foto's: Wanneer u foto's in de modus voor volledig scherm bekijkt, veegt u
op de sensor naar links of rechts om tussen foto's te wisselen.
Gebruikersaccounts
Info over gebruikersaccounts
Meerdere gebruikersaccounts maken om te voorkomen dat anderen uw vertrouwelijke gegevens
bekijken of om uw werk- en persoonlijke leven te scheiden.
Er zijn drie verschillende gebruikerstypen:
l Eigenaar: Alleen de eigenaar kan zich bij deze account aanmelden. Als eigenaar kunt u alle
gebruikerstoestemmingen regelen. U kunt bijvoorbeeld gebruikers en gasten toevoegen of
verwijderen of andere gebruikers toestemming geven om oproep- en berichtendiensten te
gebruiken.
l Subgebruiker: Geschikt voor naaste familie en vrienden. Subgebruikers kunnen de meeste
functies gebruiken, met uitzondering van de functies die invloed hebben op de eigenaar, zoals
het herstellen van de fabrieksinstellingen en het inschakelen van de modus 'Niet storen'.
l Gast: Gasten hebben slechts beperkte toegang tot de functies van uw telefoon. Gasten
kunnen bijvoorbeeld geen berichtendiensten gebruiken of applicaties uit onbekende bronnen
installeren.
Gebruikersaccounts maken
Meerdere gebruikersaccounts maken om uw werk- en persoonlijke leven te scheiden.
1 Open
Instellingen.
2 Raak Geavanceerde instellingen > Gebruikers aan.
3 Raak T
oevoegen aan. Voer een bijnaam in en raak Maken aan.
4 Zodra u een gebruiker hebt toegevoegd, schakelt u over op de nieuwe gebruikersaccount en
volgt u de instructies op het scherm om de gebruikersinstellingen aan te passen.
l U kunt ook nieuwe gebruikersaccount maken vanuit het vergrendelingsscherm. Onder
Instellingen voor vergrendelingsscherm schakelt u Gebruikers toevoegen als
apparaat is vergrendeld aan. V
ervolgens veegt u vanuit de statusbalk op het
vergrendelingsscherm omlaag.
l U kunt maximaal drie gebruikersaccounts toevoegen.
Beveiliging en back-up
80
Gebruikersaccounts verwijderen
Ongebruikte accounts verwijderen om opslagruimte vrij te maken.
Aanmelden als eigenaar
. U kunt een gebruikersaccount op twee manieren verwijderen:
l Veeg vanaf de statusbalk omlaag en raak
> Meer instellingen aan. Selecteer de
gebruiker die u wilt verwijderen en raak Gebruiker verwijderen > V
erwijderen aan.
l Open Instellingen > Geavanceerde instellingen > Gebruikers. Selecteer de gebruiker die u
wilt verwijderen en raak Gebruiker verwijderen > Verwijderen aan.
Tussen gebruikersaccounts schakelen
Snel tussen gebruikersaccounts schakelen.
l Als u naar een andere gebruikersaccount wilt overschakelen, veegt u vanuit de statusbalk
omlaag, raakt u
en selecteert u een profielfoto of gebruikersnaam.
l Open Instellingen > Geavanceerde instellingen > Gebruikers. Selecteer de gebruiker waar
u naartoe wilt overschakelen en raak Andere gebruiker aan.
Gebruikersnamen en profielfoto's configureren
U kunt uw gebruikersnaam en profielfoto te allen tijde wijzigen.
1 Open Instellingen.
2 Raak Geavanceerde instellingen > Gebruikers aan.
3 Selecteer de gewenste gebruiker
.
4 Raak
aan. U kunt:
l Foto maken
selecteren om een foto te nemen en deze als profielfoto gebruiken.
l Foto kiezen in Galerij selecteren om een profielfoto uit de galerij te kiezen.
5 Voer een nieuwe naam in en raak OK aan.
Een gastaccount maken
Maak een gastaccount aan, zodat uw vrienden uw telefoon kunnen gebruiken.
1 Open
Instellingen.
2 Raak Geavanceerde instellingen > Gebruikers aan.
3 Raak Gast toevoegen
> Maken aan.
U kunt ook een gastaccount maken vanuit het vergrendelingsscherm. Onder Instellingen
voor vergrendelingsscherm schakelt u Gebruikers toevoegen als apparaat is
vergrendeld aan. V
ervolgens veegt u vanuit de statusbalk op het vergrendelingsscherm
omlaag.
Beveiliging en back-up
81
De gastaccount verwijderen
Aanmelden als eigenaar
. U kunt de gastaccount op twee manieren verwijderen:
l Veeg vanaf de statusbalk omlaag, raak
> Meer instellingen
aan en dan Gast >
VERWIJDEREN.
l Open Instellingen > Geavanceerde instellingen > Gebruikers en raak Gast >
VERWIJDEREN aan.
Gebruikers toestemming geven om oproepen te plaatsen en voor toegang
tot de oproepgeschiedenis
U kunt gebruikers autoriseren voor toegang tot uw contacten, het telefoonlogboek en bel- en
berichtenfuncties.
Aanmelden als eigenaar. U kunt een gebruiker of gast toegang verlenen om oproepen te
plaatsen en uw contactpersonen te openen. U kunt dit op twee manieren doen:
l Veeg vanaf de statusbalk omlaag en raak
> Meer instellingen aan. Selecteer een
gebruiker en raak V
oor bellen, sms'en en communicatiegeschiedenis delen aan.
l Open Instellingen > Geavanceerde instellingen > Gebruikers, selecteer een gebruiker en
raak dan Voor bellen, sms'en en communicatiegeschiedenis delen aan.
Een beveiligde opslagruimte toevoegen
Maak een beveiligde opslagruimte aan om te voorkomen dat anderen uw berichten, foto's,
video's en andere bestanden openen.
Controleer of u uw Vingerafdruk-id hebt geconfigureerd. Voor meer informatie, zie Uw
vingerafdruk-id configureren.
1 Open
Instellingen
2 Raak Geavanceerde instellingen > Gebruikers aan.
3 Raak PrivateSpace toevoegen
aan. Voer een naam voor uw beveiligde opslagruimte in en
raak Maken aan.
Raak Schakelen aan om uw beveiligde opslagruimte te bekijken.
U kunt uw beveiligde opslagruimte verwijderen of afsluiten in het scherm Gebruikers.
Beveiligingsinstellingen
De PIN-code van uw SIM-kaart instellen
Schakel de SIM-vergrendeling in om te voorkomen dat anderen uw SIM-kaart gebruiken. U moet
telkens als u uw telefoon inschakelt of uw SIM-kaart in een andere telefoon plaatst, de PIN van
uw SIM-kaart invoeren.
Zorg dat u de PIN van uw SIM-kaart van uw provider hebt gekregen voordat u de SIM-
vergrendeling inschakelt.
Beveiliging en back-up
82
1 Open Instellingen.
2 Raak Geavanceerde instellingen > Beveiliging
aan en selecteer -kaartvergrendeling om
de instellingen voor de SIM-vergrendeling te openen.
3 Schakel SIM-kaart vergrendelen in. Voer de PIN van uw SIM-kaart in en raak OK aan.
Als u de PIN van uw SIM-kaart wilt wijzigen, raakt u SIM PIN1-code wijzigen aan en volgt u
de instructies op het scherm.
l U moet de PUK-code invoeren als u het maximale aantal incorrecte PIN-pogingen
overschrijdt. De SIM-kaart wordt permanent vergrendeld als u de PUK-code te vaak
verkeerd invoert.
l Neem voor meer informatie over deze limieten contact op met uw provider
.
Een microSD-kaart coderen
Codeer uw microSD-kaart om ongeautoriseerde toegang tot uw gegevens te voorkomen. Er
wordt u gevraagd een wachtwoord in te voeren wanneer de microSD-kaart in een andere
telefoon wordt geplaatst.
l Niet alle microSD-kaarten kunnen worden gecodeerd. Er wordt mogelijk een foutbericht
weergegeven wanneer u probeert niet-ondersteunde kaarten te coderen of ontgrendelen.
V
ergeet niet een back-up van belangrijke gegevens te maken voordat u uw microSD-kaart
codeert.
l Gecodeerde microSD-kaarten worden niet herkend door apparaten die geen codering van
microSD-kaarten ondersteunen.
l Als u het wachtwoord van uw microSD-kaart vergeet, moet u alle gegevens op de kaart
wissen.
1 Open
Instellingen.
2 Geavanceerde instellingen > Beveiliging aanraken. Selecteer W
achtwoord SD-kaart
instellen en volg de instructies op het scherm om een wachtwoord in te stellen.
Als u uw wachtwoord hebt ingesteld, verschijnen de volgende twee opties in plaats van
Wachtwoord SD-kaart instellen:
l Raak Wachtwoord SD-kaart wijzigen aan om het wachtwoord te wijzigen.
l Raak Wachtwoord SD-kaart wissen aan om het wachtwoord van de microSD-kaart te
verwijderen en codering uit te schakelen.
Back-up maken en gegevens herstellen
Een back-up van gegevens maken naar een microSD-kaart
Maak een back-up van gegevens op uw oude telefoon naar een microSD-kaart en steek de
microSD-kaart dan in uw nieuwe telefoon om uw gegevens te importeren.
Beveiliging en back-up
83
Voor meer informatie over het plaatsen of verwijderen van microSD-kaarten, zie De SIM-kaart
en microSD-kaart plaatsen.
1 Open Back-up
op uw oude telefoon.
2 Selecteer Back-up > SD-kaart > Volgende.
3 Selecteer de gegevens waarvan u een back-up wilt maken en raak Back-up aan. Voer als u
hierom wordt gevraagd, een back-upwachtwoord in. Er is geen back-upwachtwoord nodig
voor foto's, audiobestanden, video's of documenten.
l Stel een wachtwoordherinnering in om u te helpen het wachtwoord te herinneren en
om te voorkomen dat u toegang tot uw bestanden verliest.
l Standaard worden back-upbestanden opgeslagen in de map HuaweiBackup in
Bestanden.
Beveiliging en back-up
84
4 Plaats de microSD-kaart in uw nieuwe telefoon.
5 Open Back-up.
6 Raak Herstellen > Herstellen vanaf SD-kaart > V
olgende aan.
7 Selecteer de back-up die u wilt herstellen.
Als de back-upgegevens zijn gecodeerd, voert u het coderingswachtwoord in wanneer
hierom wordt gevraagd.
8 Selecteer de gegevens die u wilt herstellen en raak HERSTEL ST
ARTEN aan.
Beveiliging en back-up
85
Back-up van gegevens maken in het interne geheugen van uw telefoon
Maak een back-up van gegevens op het interne geheugen van uw telefoon om te voorkomen
dat u al uw bestanden kwijt raakt. Maak alleen een back-up van kleinere bestanden, zoals uw
contactpersonen, berichten, telefoonlogboeken en agenda.
1 Open Back-up.
2 Raak Back-up > Interne opslag > V
olgende aan.
3 Selecteer de gegevens waarvan u een back-up wilt maken en raak Back-up aan. Voer als u
hierom wordt gevraagd, een back-upwachtwoord in. Er is geen back-upwachtwoord nodig
voor foto's, audiobestanden, video's of documenten.
l Stel een wachtwoordherinnering in om te zorgen dat u de toegang tot uw bestanden
niet kwijt raakt.
l Standaard worden back-upbestanden opgeslagen in de map HuaweiBackup in
Bestanden.
4 Open Back-up
om gegevens te herstellen.
5 Raak Herstellen > Herstellen vanuit interne opslag > Volgende aan.
6 Selecteer de back-up die u wilt herstellen.
Als de back-upgegevens zijn gecodeerd, voert u het coderingswachtwoord in wanneer
hierom wordt gevraagd.
7 Selecteer de gegevens die u wilt herstellen en raak HERSTEL ST
ARTEN aan.
Beveiliging en back-up
86
Een back-up van gegevens maken naar een USB-opslagapparaat
Gebruik een USB On-The-Go (OTG)-kabel om uw telefoon op een USB-opslagapparaat aan te
sluiten en een back-up van uw bestanden te maken. Compatibele USB-opslagapparaten zijn
onder andere USB-flashstations, kaartlezers en telefoons met een microSD-kaart.
1 Open Back-up.
2 Raak Back-up > USB-opslag > V
olgende aan.
3 Selecteer de gegevens waarvan u een back-up wilt maken en raak Back-up aan. Voer als u
hierom wordt gevraagd, een back-upwachtwoord in. Er is geen back-upwachtwoord nodig
voor foto's, audiobestanden, video's of documenten.
l Stel een wachtwoordherinnering in om u te helpen het wachtwoord te herinneren en
om te voorkomen dat u toegang tot uw bestanden verliest.
l Standaard worden back-upgegevens opgeslagen in de map HuaweiBackup op het
USB-opslagapparaat.
4 Open Back-up
om gegevens te herstellen.
5 Raak Herstellen > Herstellen vanuit externe USB-opslag > Volgende aan.
Beveiliging en back-up
87
6 Selecteer de back-up die u wilt herstellen.
Als de back-upgegevens zijn gecodeerd, voert u het coderingswachtwoord in wanneer
hierom wordt gevraagd.
7 Selecteer de gegevens die u wilt herstellen en raak HERSTEL ST
ARTENaan.
Gegevens uitwisselen met behulp van een computer
Maak een back-up van gegevens op uw computer om te voorkomen dat u al uw bestanden kwijt
raakt.
Installeer HiSuite voordat u uw computer gebruikt om een back-up te maken en gegevens te
herstellen. Voor meer informatie, zie HiSuite installeren.
1 Sluit uw telefoon aan op een computer met behulp van een USB-kabel. HiSuite wordt
automatisch gestart.
Als uw oude telefoon geen Huawei-toestel is, gebruikt u de door de fabrikant geleverde
software om een back-up van uw gegevens naar uw computer te maken. Ga vervolgens
direct door naar stap 4.
2 Ga naar het back-upscherm in HiSuite. Selecteer de gegevens waarvan u een back-up wilt
maken en raak Back-up aan.
Volg de instructies op het scherm om een wachtwoordherinnering in te stellen om u te
helpen het wachtwoord te herinneren en om te voorkomen dat u toegang tot uw
bestanden verliest.
3 Als de back-up is voltooid, klikt u op Gereed.
4 Sluit uw nieuwe telefoon met behulp van een USB-kabel aan op de computer.
5 In HiSuite selecteert u Gegevensherstel om gegevens naar uw nieuwe telefoon te kopiëren.
Als de back-upbestanden zijn gecodeerd, hebt u een coderingswachtwoord nodig als u wordt
gevraagd of u de gegevens wilt herstellen.
Bestandsbeheer
Mappen maken
Houd uw telefoon georganiseerd door het aanmaken van mappen voor uw bestanden.
1 Open Bestanden.
2 Op de tab Lokaal
raakt u Interne opslag of SD-kaart aan.
3 Raak
aan. Voer de naam van de nieuwe map in en raak Opslaan aan.
Bestanden bekijken
Bestanden weergeven op categorie
Beveiliging en back-up
88
Open Bestanden. Selecteer de tab Categorieën
om uw bestanden op categorie te bekijken.
Snel bestanden vinden
Zoek bestanden snel op met behulp van de functie voor het zoeken van bestanden.
1 Open
Bestanden.
2 Op de tab Lokaal
raakt u Interne opslag of SD-kaart aan.
3 Raak
aan en voer de bestandsnaam of trefwoorden in. De zoekresultaten worden onder
de zoekbalk weergegeven.
Bestanden sorteren
Gebruik de sorteerfunctie om uw bestanden op type, naam, grootte of datum weer te geven.
1 Open Bestanden.
2 Op de tab Lokaal
raakt u Interne opslag of SD-kaart aan.
3 Raak
aan en sorteer uw bestanden naar wens op type, naam, grootte of datum.
Downloads bekijken
1 Open Bestanden.
2 Op de tab Categorieën raakt u Downloads en favorieten aan om bestanden die u hebt
gedownload of die u van andere apparaten hebt ontvangen, te bekijken.
Favorieten toevoegen en bekijken
1 Open Bestanden.
2 Op de tab Lokaal
raakt u Interne opslag of SD-kaart aan.
3 Houd het bestand of de map dat/die u wilt toevoegen aangeraakt en raak dan
>
T
oevoegen aan favorieten aan.
Beveiliging en back-up
89
4 Op de tab Categorieën raakt u Downloads en favorieten aan om favorieten te bekijken.
Snelkoppelingen naar bestanden maken op het startscherm
Maak op het startscherm een snelkoppeling naar veelgebruikte bestanden, zodat ze snel
toegankelijk zijn.
1 Open Bestanden.
2 Op de tab Lokaal
raakt u Interne opslag of SD-kaart aan.
3 Houd het bestand of de map dat/die u wilt toevoegen aangeraakt en raak dan
>
Snelkoppeling op desktop aanmaken aan.
Bestanden delen
Gebruik de functie voor het delen van bestanden om bestanden, foto's en video's te delen.
1 Open Bestanden.
2 Op de tab Lokaal
raakt u Interne opslag of SD-kaart aan.
3 Selecteer de bestanden die u wilt delen en raak
> Delen
aan.
4 Kies een deelmethode en volg de instructies op het scherm om uw bestanden te delen.
Bestandsnaam wijzigen
Geef uw bestanden duidelijk herkenbare namen zodat u ze sneller kunt vinden.
1 Open
Bestanden.
2 Op de tab Lokaal
raakt u Interne opslag of SD-kaart aan.
3 Houd het bestand of de map waarvan u de naam wilt wijzigen aangeraakt en raak dan
>
Hernoemen aan.
4 V
oer een nieuwe naam in en raak OK aan.
Bestanden kopiëren, verplaatsen of verwijderen
1 Open
Bestanden.
2 Op de tab Lokaal raakt u Interne opslag of SD-kaart aan.
3 Houd de bestanden en mappen die u wilt kopiëren, verplaatsen of verwijderen aangeraakt. U
kunt:
l Bestanden kopiëren naar een doelmap: Raak
aan. Selecteer een bestemmingsmap
en raak
aan.
l Bestanden verplaatsen naar een doelmap: Raak aan. Selecteer een
bestemmingsmap en raak aan.
l Bestanden of mappen verwijderen: Raak > V
erwijderen aan.
Beveiliging en back-up
90
Archiefbestanden maken of uitpakken
Comprimeer bestanden in een zip-bestand om ruimte vrij te maken en bestanden gemakkelijker
te delen.
1 Open Bestanden.
2 Op de tab Lokaal
raakt u Interne opslag of SD-kaart aan.
3 Houd het bestand of de map dat/die u wilt comprimeren aangeraakt en raak dan
>
Comprimeren aan.
4 Kies het doelarchief. De geselecteerde bestanden worden gecomprimeerd tot een zip-
bestand, dat automatisch van een naam wordt voorzien.
Als u een archief wilt uitpakken, houd u het archiefbestand aangeraakt. Raak > Herstel
starten aan en selecteer waar de inhoud van het archief naartoe moet worden uitgepakt.
Kleine afbeeldingsbestanden verbergen
W
anneer u naar uw afbeeldingen in Bestanden bladert, ziet u mogelijk ook afbeeldingen van
websites in cache. U kunt als volgt voorkomen dat deze afbeeldingen worden weergegeven:
1 Open
Bestanden.
2 Raak > Instellingen aan en schakel Kleine afbeeldingen filteren in om bestanden die
kleiner dan 30 KB zijn, te verbergen. De meeste afbeeldingen in cache worden hierdoor
verborgen.
Bestanden beveiligd opslaan
Schakel Kluis in, stel een wachtwoord in en verplaats bestanden naar een kluis om ze te
coderen. U kunt bestanden te allen tijde uit een kluis verwijderen.
U kunt afbeeldingen, audiobestanden, video's en documenten aan een kluis toevoegen.
1 Open Bestanden.
2 Op de tab Lokaal of Categorieën raakt u Kluis aan.
3 Raak Inschakelen aan en stel de opslaglocatie voor de kluis in.
4 Volg de instructies op het scherm voor het instellen van een wachtwoord en een
beveiligingsvraag en raak vervolgens Gereed aan om de kluis te openen.
5 Raak
aan. Volg de instructies op het scherm voor het selecteren van bestanden en raak
vervolgens aan om uw bestanden aan de kluis toe te voegen.
l Bestanden uit een kluis verwijderen: In Kluis opent u een map en houdt u de bestanden die
u wilt verwijderen aangeraakt. Raak vervolgens aan.
l Een kluis vernietigen: In Kluis raakt u Instellingen > Kluis vernietigen aan. V
olg de
instructies op het scherm om bestanden uit de kluis te verwijderen en de kluis te vernietigen.
Beveiliging en back-up
91
l Het wachtwoord van de kluis wijzigen: In Kluis raakt u Instellingen > W
achtwoord
wijzigen aan. Volg de instructies op het scherm voor het wijzigen van uw wachtwoord.
l Het wachtwoord van de kluis wijzigen: In Kluis raakt u Instellingen > Beveiligingsvraag
wijzigen aan. Volg de instructies op het scherm voor het wijzigen van uw wachtwoord.
l Overschakelen naar een andere kluis: In Kluis raakt u Instellingen > Omschakelen tussen
kluizen aan. Volg de instructies op het scherm om een andere kluis te selecteren.
l De opslaglocatie bekijken: In Kluis raakt u Instellingen > Locatie kluis aan om de
opslaglocatie van de kluis te bekijken.
Wijzigt de map van de opslaglocatie niet, omdat u anders mogelijk geen toegang tot uw
bestanden meer hebt.
Beveiliging en back-up
92
Oproepen en contactpersonen
Bellen
Slim kiezen
V
oer de naam, de initialen of het nummer van een contact in de kiezer in. Uw telefoon geeft de
overeenkomstige resultaten weer.
1 Open
Kiezer.
2 V
oer de naam, de initialen of het nummer van een contact in de kiezer in (bijvoorbeeld Jan
Smit of JS). Uw telefoon doorzoekt uw contacten en telefoonlogboek en toont de resultaten
boven de kiezer.
Kiezer verbergen
Backspace
3 Selecteer de contactpersoon die u wilt bellen in de lijst. Als uw telefoon twee SIM-kaarten
ondersteunt, raakt u
1
of
2
aan om een oproep te plaatsen.
De oproepstatus wordt op het scherm weergegeven (bijvoorbeeld belt of oproep
doorschakelen).
4 Raak aan om de oproep te beëindigen.
Om een oproep te beëindigen met behulp van de Aan/Uit-knop, gaat u naar Kiezer,
raakt u > Instellingen aan en schakelt u Aan/uit-knop beëindigt oproep in.
Een oproep plaatsen vanuit Contacten
1 Open Contacten.
93
2 Raak de zoekbalk aan en voer de naam of initialen in van de persoon die u wilt bellen.
3 Raak het contactnummer aan. Als uw telefoon twee SIM-kaarten ondersteunt, raakt u
1
of
2
aan om een oproep te starten.
Een oproep plaatsen vanuit het telefoonlogboek
1 Open Kiezer.
2 V
eeg de lijst omhoog en omlaag om alle oproepen te bekijken. Raak de naam of het nummer
aan van de persoon die u wilt bellen. Als uw telefoon twee SIM-kaarten ondersteunt, raakt u
1
of
2
aan om een oproep te starten.
Contacten bellen wanneer het scherm is uitgeschakeld
U kunt personen snel bellen, als het scherm is uitgeschakeld.
1 Open Kiezer.
2 Raak > Instellingen > Snel bellen aan en schakel Snel bellen in.
Houd de knop voor lager volume een seconde ingedrukt wanneer het scherm is uitgeschakeld.
Wanneer u het waarschuwingsgeluid hoort, laat u de knop voor lager volume los en zegt u de
naam van de contactpersoon die u wilt bellen. De telefoon belt het nummer.
Als u gebruik maakt van een Bluetooth-hoofdtelefoon, houdt u de toets Spreken/verzenden
ingedrukt om snel bellen in te schakelen.
Videogesprekken voeren
Voordat u een videogesprek start, controleert u of uw telefoon en de telefoon van de
ontvanger VoLTE ondersteunen en of u beiden deze service bij uw provider hebt
ingeschakeld. Zowel uzelf als de ontvanger moet zich op een locatie bevinden met VoLTE-
netwerkdekking.
1 Open Instellingen.
2 Raak Meer > Mobiel netwerk aan en schakel VoLTE-oproepen in.
3 Open Contacten.
Oproepen en contactpersonen
94
4 Raak de zoekbalk aan en voer de naam of initialen in van de persoon die u wilt bellen.
5 U start een videogesprek door aan te raken.
Als u tijdens een audiogesprek wilt overschakelen op een videogesprek, raakt u aan.
RCS-gesprekken voeren
RCS (Rich Communication Suite) biedt een reeks uitgebreide communicatieservices waaronder
telefoonboekdiensten, spraakoproepen, instant messaging en bestandsdeling.
l V
oordat u een RCS-gesprek start, controleert u of uzelf en de ontvanger RCS hebben
ingeschakeld en of u bij uw RCS-account bent aangemeld.
l Het is mogelijk dat deze functie niet door alle providers ondersteund wordt.
Tijdens een gesprek kunt u kiezen om naar een videogesprek over te schakelen, een bericht te
sturen en meer
.
De oproep dempen
Kiezer
tonen/verbergen
Handsfree modus
inschakelen
Oproep beëindigen
Uw contactpersonen
weergeven
Een drieweggesprek
starten
De huidige oproep
in de wacht zetten
Agenda openen
Bestanden delen
Omschakelen naar
video-oproep
Een bericht verzenden
Uw notities bekijken
Een noodoproep plaatsen
In een noodgeval kunt u noodoproepen plaatsen vanaf uw telefoon, zelfs zonder SIM-kaart. U
moet zich echter wel in een gebied met mobiele dekking bevinden.
1 Open
Kiezer.
2 V
oer het alarmnummer voor uw locatie in de kiezer in en raak vervolgens
aan.
Als u zich in een gebied met goede mobiele ontvangst bevindt, verkrijgt uw telefoon
automatisch uw locatie en geeft dit op het scherm weer
.
Oproepen en contactpersonen
95
De mogelijkheid om noodoproepen te plaatsen is afhankelijk van de lokale voorschriften en
providers in uw regio. Een slechte netwerkdekking of interferentie vanuit de omgeving
kunnen voorkomen dat uw oproep verbonden wordt. V
ertrouw in een noodsituatie voor
essentiële communicatie nooit uitsluitend op uw telefoon.
Internationale gesprekken voeren
Neem voordat u een langeafstandsgesprek begint, contact op met uw provider om een
service voor internationale oproepen of roaming te activeren.
1 Open Kiezer.
2 Op het kiezerscherm houdt u de 0-toets aangeraakt om een +-symbool in te voeren.
V
ervolgens voert u de landcode, het netnummer en het telefoonnummer in.
3 Raak
aan om het gesprek te starten. Als uw telefoon twee SIM-kaarten ondersteunt,
raakt u
1
of
2
aan om een oproep te starten.
Automatisch opnieuw kiezen
Met de functie voor automatisch opnieuw kiezen blijft uw telefoon het nummer kiezen totdat uw
oproep wordt verbonden.
l De eerst keer dat een oproep niet wordt verbonden (of dat de oproep wordt onderbroken),
geeft uw telefoon het scherm voor één keer opnieuw kiezen weer
. Raak
aan om het
nummer één keer te kiezen.
l Als een gesprek na de eerste poging tot opnieuw kiezen niet wordt verbonden, geeft uw
telefoon het scherm voor oneindig opnieuw kiezen weer
. Raak
aan om het nummer net zo
lang opnieuw te kiezen totdat de oproep word verbonden.
l Zorg ervoor dat u op tijd aanraakt. Als u niet binnen 10 seconden opnieuw kiest,
wordt het scherm voor opnieuw kiezen gesloten.
l Raak aan om een poging tot opnieuw kiezen te annuleren.
Oproepen en contactpersonen
96
Bellen tijdens roaming
Gebruik Contactpersonen om een contactpersoon te bellen terwijl u in het buitenland bent.
Open Contacten. Om een gesprek te beginnen, selecteert u de contactpersoon die u wilt
bellen en raakt u het nummer van de contactpersoon aan.
Oproepen beantwoorden
Een oproep beantwoorden of weigeren
Wanneer er een oproep binnenkomt, drukt u op de volumeknop om de beltoon te dempen.
Als het scherm is vergrendeld:
l Sleep naar rechts om de oproep te beantwoorden.
l Sleep naar links om de oproep te weigeren.
l Raak
aan om de oproep te weigeren en een Sms te verzenden.
l Raak aan om een herinnering tot terugbellen in te stellen.
Als het scherm is ontgrendeld:
l Raak aan om de oproep te beantwoorden.
l Raak aan om de oproep te weigeren.
l Raak
aan om de oproep te weigeren en een Sms te verzenden.
l Raak aan om een herinnering tot terugbellen in te stellen.
l Als u tijdens een oproep een app wilt gebruiken, raakt u
Recent aan om de lijst met
onlangs gebruikte apps te openen. Raak vervolgens de gewenste app aan. De kiezerapp
wordt op de achtergrond uitgevoerd.
Oproepen en contactpersonen
97
Als u een oproep ontvangt terwijl u tekst invoert of de modus voor volledig scherm gebruikt
(bijvoorbeeld wanneer u een foto bekijkt of een spelletje speelt), wordt de binnenkomende
oproep bovenaan het scherm in een zwevend venster weergegeven. Raak aan om de
oproep te beantwoorden of om de oproep te weigeren.
Schakelen tussen gesprekken
Zorg dat u Oproep in wacht hebt ingeschakeld voordat u deze functie gaat gebruiken. Neem
voor meer informatie contact op met uw mobiele provider
.
1 Als u een binnenkomende oproep ontvangt terwijl u een ander gesprek voert, raakt u
aan. U kunt de binnenkomende oproep nu beantwoorden terwijl de andere lijn in de wacht
wordt gezet.
2 U kunt tussen de twee gesprekken wisselen door aan te raken of het gesprek dat in de
wacht staat te selecteren.
Een telefonische vergadering starten
Zet een telefonische vergadering op met behulp van de functie voor het bellen van meerdere
partijen. Bel het nummer van een van de contactpersonen (of ontvang een oproep) en bel dan
een ander nummer om dit aan de telefonische vergadering toe te voegen.
Telefonisch vergaderen moet door uw provider worden ondersteund. Controleer of u deze
service hebt geactiveerd. Neem voor meer informatie contact op met uw mobiele provider
.
1 Bel de eerste deelnemer
.
2 Zodra de oproep is verbonden, raakt u
aan en kiest u het nummer van de tweede
deelnemer
. De eerste deelnemer wordt in de wacht gezet.
Oproepen en contactpersonen
98
3 W
anneer de tweede oproep is verbonden, raakt u
aan om een telefonische vergadering
te starten.
4 Herhaal stap 2 en 3 om meer mensen aan de vergadering toe te voegen.
5 T
ijdens een gesprek raakt u
aan om de lijst met deelnemers weer te geven. U kunt:
l naast een contactpersoon aanraken om die contactpersoon uit het gesprek te
verwijderen.
l naast een contactpersoon aanraken om de contactpersoon uit de telefonische
vergadering te verwijderen en in een afzonderlijk gesprek te houden.
l aanraken om naar het hoofdscherm voor gesprekken terug te keren.
6 aanraken om de telefonische vergadering te beëindigen.
Gespreksopties
Bedek de microfoon niet tijdens een gesprek.
Tijdens een oproep geeft uw telefoon een speciaal oproepmenu weer.
Oproepen en contactpersonen
99
De oproep dempen
Een drieweggesprek
starten
Handsfree modus
inschakelen
Kiezer
tonen/verbergen
Oproep beëindigen
Uw contactpersonen
weergeven
Uw notities
bekijken
De huidige oproep
in de wacht zetten
Audio-opnamen
l Het oproepmenu verbergen: raak Home of Terug aan. Raak de groene statusbalk
bovenaan het scherm aan om naar het oproepmenu terug te keren.
l Een drieweggesprek starten: neem contact op met uw provider voor informatie over hoe u
deze functie kunt gebruiken.
l Het volume aanpassen: druk op de knop voor hoger volume om het volume te verhogen en
de knop voor lager volume om het volume te verlagen.
Oproepen en contactpersonen
100
Beheer van telefoonlogboeken
Gemiste oproepen bekijken
1 Open
Kiezer.
2 Als u alle gemiste oproepen wilt weergeven, veegt u in het telefoonlogboek omlaag en raakt
u de tab Gemist aan.
U kunt gemiste oproepen ook in de tab Alle
bekijken. Gemiste oproepen worden in rood
gemarkeerd.
3 Raak
naast een telefoonlogboek aan om terug te bellen, een bericht te sturen en meer.
Beheer van onbekende nummers in het telefoonlogboek
1 Open Kiezer.
2 Raak Onbekend aan.
3 Selecteer een nummer en raak aan. U kunt:
l Het nummer aan uw contactpersonen toevoegen: Raak aan om een nieuw contact
maken of raak aan om het nummer aan een bestaande contactpersoon toe te voegen.
l Nummer aan zwarte lijst toevoegen: Raak > Toevoegen aan zwarte lijst aan.
l Nummer delen: Raak > Nummer verzenden
aan om een Sms aan het nummer te
verzenden.
Telefoonlogboeken samenvoegen
Telefoonlogboeken die tot dezelfde contactpersoon of hetzelfde nummer behoren samenvoegen
om uw telefoonlogboek georganiseerd te houden.
1 Open
Kiezer.
2 Raak > Instellingen > T
elefoonlogboek samenvoegen aan.
3 Raak Op contactpersoon aan. Uw telefoon voegt telefoonlogboeken die bij dezelfde
contactpersoon of hetzelfde nummer horen, automatisch samen. Raak
naast een
telefoonlogboek aan om de gedetailleerde informatie van het telefoonlogboek te bekijken.
De oproepgeschiedenis wissen
Open Kiezer. U kunt het telefoonlogboek op twee manieren wissen:
l Eén vermelding verwijderen: houd een logboekvermelding aangeraakt en raak vervolgens
Invoer verwijderen aan.
Oproepen en contactpersonen
101
l Meerdere vermeldingen verwijderen: raak aan. Selecteer de vermeldingen die u wilt
verwijderen en raak vervolgens aan.
Back-up van telefoonlogboek maken
1 Open Back-up.
2 Raak Back-up > SD-kaart of Interne opslag aan om een back-up van het telefoonlogboek
op een microSD-kaart of in het interne geheugen van uw telefoon op te slaan.
3 Selecteer Gesprekkenlogboeken
en raak Back-up aan.
4 Volg de instructies op het scherm om een wachtwoord te configureren.
Oproepinstellingen
Aanraaktonen op het toetsenblok configureren
1 Open
Kiezer.
2 Raak > Instellingen > Aanraaktonen dialer aan en configureer de instellingen voor de
aanraaktonen.
De vooringestelde aanraaktoon wordt afgespeeld wanneer u de kiezer aanraakt. Als uw telefoon
in de stille modus staat, worden de aanraaktonen gedempt.
Oproep doorschakelen inschakelen
Als u niet in staat bent een oproep aan te nemen, kunt u uw telefoon configureren om oproepen
door te schakelen naar een ander nummer
.
1 Open
Kiezer.
2 Raak > Instellingen aan.
3 Onder SIM 1 of SIM 2
selecteert u Oproep doorschakelen.
4 Selecteer een doorschakelmethode. Voer het nummer van de bestemming in en raak
aan.
W
anneer oproep doorschakelen is ingeschakeld, schakelt uw telefoon bepaalde oproepen (zoals
onbeantwoorde oproepen) door naar het opgegeven nummer.
Oproep in wacht inschakelen
Met de functie Oproep in wacht kunt u een binnenkomende oproep aannemen terwijl u al een
gesprek voert, en tussen de twee gesprekken wisselen.
U moet mogelijk contact met uw provider opnemen om deze functie in te schakelen.
1 Open Kiezer.
2 Raak > Instellingen aan.
Oproepen en contactpersonen
102
3 Onder SIM 1 of SIM 2 selecteert u Aanvullende instellingen en schakelt u W
isselgesprek
in.
Als u een binnenkomende oproep ontvangt terwijl u al een gesprek voert, raakt u
aan om
de nieuwe oproep te beantwoorden en om tussen de twee gesprekken te wisselen.
V
oWi-Fi inschakelen
Schakel VoWi-Fi (Voice over Wi-Fi) in om gesprekken te voeren via mobiele data of een Wi-Fi-
netwerk.
Het is mogelijk dat deze functie niet door alle providers ondersteund wordt.
1 Open Kiezer.
2 Raak > Instellingen > Bellen via W
i-Fi aan.
3 Schakel Bellen via Wi-Fi in en selecteer Inschakelen.
4 Raak Modus aan. U kunt voor uitgaande oproepen kiezen uit drie verschillende
prioriteitsmodi:
l Bij voorkeur via Wi-Fi: Wi-Fi heeft prioriteit.
l Bij voorkeur via mobiele gegevens: Mobiele data heeft prioriteit.
Zakmodus inschakelen
Schakel de zakmodus in om te zorgen dat u geen oproepen mist wanneer u uw telefoon in uw
zak hebt. Het beltoonvolume zal geleidelijk toenemen wanneer u een oproep ontvangt.
1 Open
Kiezer.
2 Raak > Instellingen aan.
3 Schakel Pocket-modus in.
Wanneer de zakmodus is ingeschakeld, zal het beltoonvolume geleidelijk toenemen wanneer u
een oproep ontvangt terwijl uw telefoon in uw zak of in een tas zit.
Oproepen en contactpersonen
103
Vaste nummers inschakelen
Gebruik vaste nummers om uitgaande oproepen naar nummers op de witte lijst te beperken.
Uw PIN2-code is nodig om vaste nummers in te schakelen. Neem voor het verkrijgen van
uw PIN2-code contact op met uw provider
.
1 Open
Kiezer.
2 Raak > Instellingen > Aanvullende instellingen > V
aste nummers aan. Als uw
telefoon twee SIM-kaarten ondersteunt, raakt u Aanvullende instellingen > Vaste
nummers onder SIM 1 of SIM 2 aan.
3 Als u vaste nummers wilt inschakelen, raakt u FDN inschakelen aan, voert u uw PIN2-code
in en raakt u OK aan.
Na drie verkeerde pogingen om uw PIN2-code in te voeren, wordt u gevraagd uw PUK2-
code in te voeren. Neem voor het verkrijgen van uw PUK2-code contact op met uw
provider
.
4 Raak
aan om een contactpersoon toe te voegen.
Na het inschakelen van vaste nummers kunt u alleen bellen met nummers op de witte lijst.
Oproepen weigeren met een sms
Stuur een vooraf gedefinieerde sms wanneer u niet beschikbaar bent om een oproep te
beantwoorden.
1 Open Kiezer.
2 Raak > Instellingen > Oproepen weigeren met sms aan.
3 Raak een vooraf gedefinieerde sms aan om de inhoud van het bericht te bewerken. Als u
klaar bent, raakt u OK aan om de sms op te slaan.
W
anneer u niet beschikbaar bent om een binnenkomende oproep te beantwoorden, raakt u
aan en selecteert u een vooraf gedefinieerde sms om naar de beller te sturen.
Het intimidatiefilter configureren
Het intimidatiefilter blokkeert automatisch oproepen en sms-berichten van onbekende nummers
of nummers op de zwarte lijst.
1 Open Kiezer.
2 Raak > Intimidatiefilter aan.
3 Raak aan om de instellingen van het intimidatiefilter en de zwarte lijst te configureren.
U kunt de instellingen van het intimidatiefilter en de zwarte lijst ook configureren in T
elefoon
beheer > Blokkeringslijst >
.
Oproepen en contactpersonen
104
De beltoon van oproepen configureren
Kies uit een selectie systeembeltonen of kies een liedje uit uw muziekbibliotheek.
1 Open Kiezer.
2 Ga naar > Instellingen > Beltoon telefoon. Kies een systeembeltoon of selecteer een
liedje uit uw muziekbibliotheek.
U kunt in plaats daarvan ook naar Instellingen
> Geluid gaan, Beltoon en trillen aanraken
en vervolgens de instellingen van de beltoon configureren.
Voicemail configureren
Leid oproepen om naar uw voicemail wanneer uw telefoon is uitgeschakeld of wanneer er geen
mobiele dekking is. Bellers kunnen een voicemail achterlaten die u later kunt beluisteren.
Voicemail moet door uw provider worden ondersteund. Controleer of u op deze service bent
geabonneerd. Neem contact op met uw provider voor informatie over diens
voicemailservice.
1 Open Kiezer.
2 Raak > Instellingen aan.
3 Raak Aanvullende instellingen aan. Als uw telefoon twee SIM-kaarten ondersteunt, raakt u
SIM 1 of SIM 2
aan en vervolgens Aanvullende instellingen.
4 Raak Voicemail > Voicemailnummer aan en voer uw voicemailnummer in.
TTY-modus configureren
Sluit uw telefoon op een TTY (teletypewriter) aan en schakel de TTY-modus in om tijdens een
gesprek geschreven berichten te verzenden en ontvangen. Een TTY is een speciaal apparaat
dat slechthorende gebruikers (met of zonder spraakproblemen) helpt per telefoon te
communiceren.
l V
oordat u de TTY-modus inschakelt, gebruikt u een geschikte kabel om een TTY-apparaat
met de hoofdtelefoonaansluiting van uw telefoon te verbinden.
l Het is mogelijk dat deze functie niet door alle providers ondersteund wordt.
1 Open
Kiezer.
2 Raak > Instellingen > TTY mode aan. Er zijn vier opties:
l TTY Full: Alleen sms-communicatie aan beide zijden van het telefoongesprek.
l TTY HCO: Een stem die de binnenkomende sms hardop voorleest en de uitgaande tekst
typt.
l TTY VCO: De uitgaande sms wordt uitgesproken en er wordt een sms-bericht terug
ontvangen.
l TTY Off: Standaard spraakcommunicatie aan beide zijden van het telefoongesprek.
Oproepen en contactpersonen
105
Een visitekaartje maken
Maak een visitekaartje om uw contactgegevens snel te delen. U kunt uw contactgegevens delen
door de QR-code te scannen of door het visitekaartje te verzenden met behulp van een
chatdienst zoals WhatsApp.
1 Open
Contacten.
2 Raak Ik aan.
3 Stel uw profielfoto in. V
oer uw naam, het bedrijf, telefoonnummer en andere contactgegevens
in en raak dan
aan. Uw telefoon maakt automatisch een visitekaartje aan met een QR-
code.
Uw visitekaartje delen: raak aan. Selecteer de indeling van het kaartje en de
deelmethode. V
olg verder de instructies op het scherm.
Een nieuwe contactpersoon maken
Een contactpersoon maken
1 Open
Contacten.
2 Raak aan. Raak Een nieuw contact maken aan als u voor het eerst een
contactpersoon maakt.
3 Selecteer een locatie in het optiemenu om de contactpersoon op te slaan.
Oproepen en contactpersonen
106
Het aantal contactpersonen dat u op uw telefoon kunt opslaan, hangt af van de grootte
van het interne geheugen op uw telefoon. Het aantal SIM-kaartcontactpersonen varieert
afhankelijk van de opslagcapaciteit op uw SIM-kaart.
4 Raak de profielfoto van de contactpersoon aan om een foto te kiezen. V
oer de naam van de
contactpersoon, het bedrijf, het telefoonnummer en andere contactgegevens in en raak
vervolgens
aan.
l Als u de verjaardag van de contactpersoon toevoegt, zal uw telefoon automatisch in
Agenda een herinnering aan de verjaardag maken.
l De foto van de contactpersoon wordt weergegeven wanneer deze persoon u belt.
Andere contactgegevens, zoals bedrijfsnaam en functienaam, worden ook
weergegeven.
U kunt in T
elefoonlogboek, Berichten of E-mail ook telefoonnummers toevoegen, evenals e-
mailadressen en andere contactgegevens.
Snel contactdetails toevoegen
U kunt contactinformatie sneller op uw telefoon invoeren. U kunt eenvoudig visitekaartjes
scannen of er een foto van maken en automatisch namen, telefoonnummers en andere
informatie aan uw contact toevoegen.
1 Open
Contacten.
2 Raak V
isitekaartjes > Scannen aan.
3 U kunt:
l Een foto van één kaartje maken: Plaats het visitekaartje op een plat oppervlak. Pas het
zoekerkader aan zodat het kaartje tussen de hulplijnen past. Vervolgens raakt u
aan.
l Een foto van meerdere kaartjes maken: Schakel over op de modus Burst en volg de
instructies op het scherm.
Als u klaar bent met het scannen of maken van foto's, wordt de contactinformatie
automatisch opgeslagen naar Visitekaartjes.
Oproepen en contactpersonen
107
Uw QR-code delen
Deel uw QR-code met uw vrienden, zodat ze uw contactpersonen snel kunnen toevoegen. Raak
op het scherm met contactgegevens de QR-code boven aan het scherm aan om uw persoonlijke
QR-code weer te geven.
Contactpersonen importeren en exporteren
Contactpersonen importeren vanaf een opslagapparaat
1 Open
Contacten.
2 Raak > Importeren/Exporteren > Importeren uit opslag aan.
3 Selecteer een of meer .vcf-bestanden en raak vervolgens OK aan.
Contactpersonen exporteren naar een opslagapparaat
1 Open Contacten.
2 Raak > Importeren/Exporteren > Exporteren naar opslag aan.
3 Raak Exporteren
aan.
4 Geef aan waar u de contactpersonen vandaan wilt exporteren en raak OK aan.
Standaard wordt het geëxporteerde .vcf-bestand opgeslagen in de bronmap in het interne
geheugen van uw telefoon. Open Bestanden om het geëxporteerde bestand te bekijken.
Contactpersonen importeren vanaf een SIM-kaart
1 Open
Contacten.
Oproepen en contactpersonen
108
2 Raak > Importeren/Exporteren > Importeren vanaf SIM aan. Als uw telefoon twee
SIM-kaarten ondersteunt, raakt u > Importeren/Exporteren
> Importeren vanaf SIM
1of Importeren vanaf SIM 2 aan.
3 Selecteer de contactpersonen die u wenst te importeren en raak vervolgens
aan.
4 Kies de importlocatie. Uw telefoon zal de contactpersonen automatisch importeren.
Contactpersonen exporteren naar een SIM-kaart
1 Open Contacten.
2 Raak > Importeren/Exporteren > Exporteren naar SIM aan. Als uw telefoon twee SIM-
kaarten ondersteunt, raakt u > Importeren/Exporteren > Exporteren naar
SIM 1of
Exporteren naar SIM 2 aan.
3 Selecteer de contactpersonen die u wenst te exporteren en raak vervolgens
aan.
4 Raak Doorgaan
aan.
Contacten importeren via Bluetooth
1 Open
Contacten.
2 Raak > Importeren/Exporteren > Importeren vanaf een andere telefoon aan.
3 Selecteer Ondersteunt Bluetooth en raak V
olgende aan.
4 Schakel Bluetooth in op het apparaat waarvan u contacten wilt importeren en maak het
apparaat zichtbaar voor andere Bluetooth-apparaten.
5 Raak Volgende aan. Uw telefoon schakelt Bluetooth automatisch in en zoekt naar apparaten
in de buurt.
6 Raak het Bluetooth-apparaat aan waarvan u contactpersonen wilt importeren. Eenmaal
verbonden, importeert uw telefoon de contacten automatisch vanaf het andere Bluetooth-
apparaat.
Contactpersonen importeren met behulp van Wi-Fi Direct
Gebruik Wi-Fi Direct om contactpersonen vanuit een ander Huawei-toestel te importeren.
1 Open
Contacten.
2 Raak > Importeren/Exporteren > Importeren vanaf een andere telefoon aan.
3 Selecteer Importeren via W
i-Fi Direct en raak Volgende aan. Uw telefoon vraagt u
vervolgens om Wi-Fi in te schakelen en scant Wi-Fi Direct-apparaten.
4 Selecteer een Wi-Fi Direct-apparaat. Uw telefoon zal de contactpersonen automatisch vanuit
het apparaat importeren.
Oproepen en contactpersonen
109
De app Huawei back-up gebruiken om contactpersonen te importeren
1 Open Back-up.
2 Raak Herstellen > Herstellen vanuit interne opslag aan en selecteer V
olgende.
3 Selecteer de back-up die u wilt herstellen.
Als de back-upgegevens zijn gecodeerd, voert u het coderingswachtwoord in wanneer
hierom wordt gevraagd.
4 Selecteer Contactpersonen en raak Herstel starten aan.
De app Huawei back-up gebruiken om een back-up van uw contactpersonen
te maken
1 Open Back-up.
2 Ga naar Back-up
> Interne opslag een raak Volgende aan.
3 Selecteer Contactpersonen. Raak Back-up aan en volg de instructies op het scherm voor
het instellen van een wachtwoord.
Standaard worden de gegevens van een back-up opgeslagen in de map HuaweiBackup in
Bestanden.
Contactpersonen beheren
Een contactpersoon bewerken
Na het maken van een contact kunt u de contactinformatie op elk gewenst moment bewerken. U
kunt onder andere standaardgegevens toevoegen of verwijderen, zoals telefoonnummers of e-
mailadressen. U kunt een aangepaste beltoon kiezen en een verjaardag, bijnaam of foto
toevoegen.
Contactfoto's kunnen niet worden toegevoegd voor contactpersonen die op uw SIM-kaart
zijn opgeslagen.
1 Open Contacten.
2 Houd de te bewerken contactpersoon aangeraakt en raak vervolgens Bewerken aan.
3 Raak het portret van de contactpersoon aan om een andere foto te kiezen. W
erk de
informatie van de contactpersoon bij en raak dan
aan.
Meerdere nummers aan één contactpersoon toevoegen: Selecteer een contactpersoon
in de lijst met contactpersonen en raak Bewerken > T
elefoonnummer toevoegen aan.
Dubbele contacten samenvoegen...
W
anneer u contacten vanuit verschillende bronnen aan uw telefoon toevoegt, kan het zijn dat u
met dubbele vermeldingen komt te zitten. Deze dubbele vermeldingen kunnen worden
samengevoegd om uw contacten overzichtelijk te houden.
Oproepen en contactpersonen
110
1 Open Contacten.
2 Raak > Contactpersonen organiseren > Dubbele contacten samenvoegen aan.
3 Selecteer de contactpersonen die u wilt samenvoegen en raak vervolgens aan.
Contactpersonen verwijderen
1 Open Contacten.
2 Raak > Contactpersonen organiseren > V
erwijder contactpersonen per groep aan.
3 Selecteer de contacten die u wilt verwijderen en raak vervolgens
aan.
4 Raak V
erwijderen aan.
Houd in plaats daarvan een contactpersoon aangetikt totdat er een pop-upvenster
verschijnt. Selecteer van hieruit V
erwijderen om de contactpersoon te verwijderen.
Contactgeschiedenis verwijderen
V
erwijder belrecords en sms-berichten per contactpersoon om uw privacy te beschermen.
1 Open
Contacten.
2 Selecteer een contactpersoon en raak > Spoor wissen > W
issen aan.
Uw telefoon verwijdert alle belrecords en sms-berichten voor de geselecteerde contactpersoon.
Contactpersonen aan de zwarte lijst toevoegen
1 Open
Contacten.
2 Houd de contactpersoon die u aan de zwarte lijst wilt toevoegen ingedrukt en raak dan
T
oevoegen aan zwarte lijst aan.
Uw telefoon blokkeert dan automatisch binnenkomende oproepen en sms-berichten van
contactpersonen op de zwarte lijst.
Contactpersonen op de zwarte lijst bekijken: Open Telefoonbeheer
en raak
Blokkeringslijst >
aan. Raak Zwarte lijst met nummers aan om de contactpersonen
op de zwarte lijst te bekijken.
Contactpersonen uit de zwarte lijst verwijderen: Open Contacten. Houd de
contactpersoon die u uit de zwarte lijst wilt verwijderen ingedrukt en raak dan V
erwijderen
van zwarte lijst aan.
Contactpersonen met onvolledige informatie identificeren
1 Open
Contacten.
2 Raak > Contactpersonen organiseren > Contactpersonen met onvolledige
informatie aan.
Oproepen en contactpersonen
111
3 Uw telefoon geeft een lijst weer met contactpersonen waarvan de informatie onvolledig is. U
kunt dan kiezen of u de ontbrekende informatie wilt toevoegen of de ongewenste contacten
wilt verwijderen.
Contacten van verschillende accounts weergeven
1 Open Contacten.
2 Raak > V
oorkeuren tonen aan.
3 Selecteer de account die u wilt weergeven of waarvan u de weergaveopties wilt aanpassen.
l Contactfoto's, bedrijfsinformatie en functienaam verbergen: Raak > V
oorkeuren
tonen op het scherm met contactpersonen aan en schakel Eenvoudige lay-out in.
l Opslaginformatie bekijken: Raak
> V
oorkeuren tonen op het scherm met
contactpersonen aan. Ga naar Accounts om de beschikbare en totale opslagruimte op
uw telefoon of SIM-kaart te bekijken.
Zoeken naar contactpersonen
U kunt zoeken naar contacten die op de telefoon of SIM-kaart zijn opgeslagen of aan een online
account zijn gekoppeld.
Contactpersonen zoeken
1 Open
Contacten.
Om completere zoekresultaten te ontvangen, zorgt u ervoor dat Contactpersonen is
geconfigureerd voor het weergeven van al uw contacten. Op het contactenscherm raakt u
> Voorkeuren tonen aan en selecteert u Alle contacten.
2 In de lijst met contactpersonen gebruikt u een van de volgende methoden om een
contactpersoon te vinden:
l V
eeg in de contactlijst omhoog of omlaag.
l Veeg in de index aan de rechterkant van het scherm omhoog of omlaag om door uw
contacten te bladeren.
l Voer de naam, de initialen, het telefoonnummer, het e-mailadres of andere informatie in de
zoekbalk boven aan de contactlijst in. De zoekresultaten worden eronder weergegeven.
3 Selecteer een contact. Vervolgens kunt u de contacten bellen of sms'en, of de
contactgegevens bewerken.
Als er een foutbericht verschijnt of als u een contactpersoon niet kunt vinden, raakt u
> Contactpersonen organiseren aan en selecteert u Indexgegevens opnieuw
aanmaken.
Oproepen en contactpersonen
112
Vanuit het startscherm naar een contactpersoon zoeken
1 V
eeg op het startscherm omlaag om de zoekbalk weer te geven.
2 Voer een of meerdere trefwoorden in (zoals de naam van de contactpersoon of het e-
mailadres). De zoekresultaten worden onder de zoekbalk weergegeven.
3 Selecteer een contact. Vervolgens kunt u de contacten bellen of sms'en, of kunt u de
contactinformatie bewerken.
Contactpersonen delen
vCard van contactpersoon delen
1 Open
Contacten.
2 Raak > Importeren/Exporteren > Contact delen aan.
3 Selecteer de contacten die u wilt delen of raak Alles selecteren aan om alle contacten te
selecteren en raak vervolgens Contact delen aan.
4 Kies uw deelmethode en volg de instructies op het scherm.
QR-code van een contactpersoon delen
1 Open
Contacten
2 Selecteer de contactpersoon die u wilt delen. Raak de QR-code aan en selecteer Delen.
3 Kies uw deelmethode en volg de instructies op het scherm.
Als het andere apparaat een camera heeft die QR-codes kan scannen, kunt u een
contactpersoon ook delen door de QR-code van de contactpersoon te scannen.
Een contactpersoon aan uw favorieten toevoegen
V
oeg mensen waar u vaak contact mee hebt, toe aan uw favorieten, zodat u ze gemakkelijker
kunt vinden.
1 Open
Contacten.
2 Houd de contactpersoon die u aan uw favorieten wilt toevoegen ingedrukt en raak dan
T
oevoegen aan favorieten aan.
Oproepen en contactpersonen
113
l Raak tijdens het bekijken van uw contactpersonen ingedrukt om de contactpersoon
aan uw favorieten toe te voegen.
l Uw favorieten bewerken: Raak Bewerken op het scherm Favorieten aan. Sleep
naast een contactpersoon om de positie van de contactpersoon in uw favorietenlijst te
veranderen.
l Contacten uit uw favorieten verwijderen: Raak Bewerken op het scherm Favorieten
aan. Selecteer de contactpersonen die u uit uw favorieten wilt verwijderen en raak
V
erwijderen aan.
Contactfoto's wijzigen
Contactfoto's kunnen niet worden toegevoegd voor contactpersonen die op uw SIM-kaart
zijn opgeslagen.
1 Open Contacten.
2 Houd de te bewerken contactpersoon aangeraakt en raak vervolgens Bewerken aan.
3 Raak de foto van de contactpersoon aan. U kunt kiezen om een foto uit de galerij te
selecteren of een foto met de camera te maken.
4 Raak aan.
De foto van de contactpersoon wordt weergegeven wanneer deze persoon u belt.
Belrecords voor individuele contactpersonen maken
1 Open Contacten.
2 Selecteer de gewenste contactpersoon en raak vervolgens T
elefoonlogboek aan.
3 Veeg omhoog in de lijst om alle vermeldingen te bekijken. U kunt:
l De contactpersoon bellen: Raak een vermelding aan om de contactpersoon te bellen.
l Een vermelding verwijderen: Raak
aan. Selecteer de vermeldingen die u wilt
verwijderen en raak vervolgens aan.
l Een vermelding bewerken: Houd de vermelding die u wilt bewerken, aangeraakt.
Een beltoon aan een contactpersoon toewijzen
U kunt een unieke beltoon aan veelgebruikte contactpersonen toewijzen, zodat u gemakkelijk
herkent wie contact met u opneemt.
1 Open
Contacten.
2 Selecteer de gewenste contactpersoon en raak vervolgens Beltoon van telefoon aan.
Oproepen en contactpersonen
114
3 Selecteer de gewenste beltoon of muziekbestand en raak vervolgens aan.
Raadpleeg De geluidsinstellingen configureren voor meer informatie over het configureren van
de instellingen voor beltonen en trillen voor oproepen en berichten.
Contactgroepen
Een groep maken
1 Open Contacten.
2 Raak Groepen aan en selecteer .
3 V
oer de groepsnaam in (bijvoorbeeld Familie of Vrienden) en raak vervolgens OK aan.
4 Raak
aan. Selecteer de contacten die u aan de groep wilt toevoegen en raak vervolgens
aan.
Slimme groepen gebruiken
Gebruik slimme groepen om contactpersonen automatisch te groeperen op bedrijf, locatie of
contactfrequentie.
1 Open Contacten.
2 Raak Groepen aan.
3 Open een groep onder Slimme groepen en raak dan aan om een groepsbericht te
verzenden of om een groepse-mail te verzenden.
Een groep bewerken
U kunt personen uit een groep verwijderen, aan een groep toevoegen of de groepsnaam
wijzigen.
1 Open Contacten.
2 Raak Groepen aan en selecteer de groep die u wilt bewerken.
3 Raak aan en voeg nieuwe leden aan de groep toe.
4 Raak aan. Er zijn drie opties:
l Raak Leden verwijderen aan om leden uit de groep te verwijderen.
l Raak Groep verwijderen aan om de groep te verwijderen.
l Raak Naam wijz. aan om de naam van de groep te bewerken.
Een groeps-sms of E-mail verzenden
1 Open
Contacten.
2 Raak Groepen aan en selecteer de groep waar u een sms of E-mail naar wilt verzenden.
Oproepen en contactpersonen
115
3 Raak aan om een sms te verzenden of raak aan om een E-mail te verzenden.
Een groep verwijderen
1 Open Contacten.
2 Raak Groepen aan.
3 Houd de te verwijderen groep aangeraakt en raak vervolgens V
erwijderen aan.
4 Raak Verwijderen aan.
Wanneer u een groep verwijdert, worden de contactpersonen in die groep niet van uw
telefoon verwijderd.
Oproepen en contactpersonen
116
Berichten en e-mail
Een bericht verzenden
U kunt uiteenlopende content aan berichten toevoegen, zoals emoticons, afbeeldingen en
opnamen.
1 Open
Berichten.
2 Raak in de lijst met berichtenthreads aan.
3 Selecteer het tekstvak voor de ontvanger en voer de naam of het telefoonnummer van het
contact in. U kunt ook aanraken om uw lijst met contactpersonen te openen en een
contactpersoon of contactgroep te kiezen.
4 Selecteer het tekstveld om uw bericht op te stellen. Als u meer dan twee regels tekst invoert,
raakt u aan om naar de weergave op volledig scherm over te schakelen.
l Raak aan om een bijlage aan uw bericht toe te voegen.
l Raak
Back aan om het bericht als concept op te slaan.
Aanraken om het
bijlagetype te wijzigen
Overschakelen op
invoer van tekst
op volledig scherm
Een bericht
verzenden
Ontvangers
kiezen
Bijlage toevoegen
5 Raak aan. Als uw telefoon twee SIM-kaarten ondersteunt, raakt u
1
1
of
2
2
aan.
Een bericht annuleren: U kunt een bericht tot zes seconden na verzending annuleren.
Raak > Instellingen aan en schakel V
erzending annuleren in. Als u het verzenden wilt
annuleren dubbeltikt u op het bericht.
117
Een bericht beantwoorden
1 Open
Berichten.
2 Raak een bericht aan om de inhoud van de sms te bekijken. Uw telefoon zal automatisch
telefoonnummers, webadressen, e-mailadressen, tijden en andere informatie markeren.
Raak gemarkeerde informatie aan om een reeks snelkoppelingen te openen. U kunt ook:
l Berichtbijlagen opslaan: Raak de bijlage aan die u wilt opslaan en raak aan.
l De afzender bellen: Raak bovenaan het bericht aan.
l Het nummer van de beller aan uw contactpersonen toevoegen: Raak
> Een
nieuw contact maken of Opslaan naar bestaand contact bovenaan het bericht aan.
3 Om een antwoord te sturen, selecteert u het tekstveld en voert u uw bericht in. V
ervolgens
raakt u
aan. Als uw telefoon twee SIM-kaarten ondersteunt, raakt u
1
1
of
2
2
aan.
Snel antwoorden op een bericht: Nieuwe berichten worden weergegeven in het
berichtenpaneel. Raak de knop aan om een antwoord op te stellen.
RCS instant messaging gebruiken
l V
oordat u RCS instant messaging gaat gebruiken, controleert u of uzelf en de ontvanger
RCS hebben ingeschakeld en of u bij uw RCS-account bent aangemeld.
l Het is mogelijk dat deze functie niet door alle providers ondersteund wordt.
1 Open
Berichten.
2 Raak in de lijst met berichtenthreads aan.
3 Raak aan om uw lijst met contactpersonen te openen en een RCS-contact te kiezen.
Groepschat starten: Raak > Groepschat aan om RCS-contactpersonen toe te
voegen.
4 U kunt sms of bijlagen verzenden.
Berichten en e-mail
118
Zoeken naar berichten
U kunt op twee manieren naar berichten zoeken:
l In de lijst met berichtenthreads raakt u de zoekbalk bovenaan het scherm aan en voert u een
of meerdere trefwoorden in. De resultaten worden onder de zoekbalk weergegeven.
l V
eeg op het startscherm omlaag om de zoekbalk weer te geven. Raak de zoekbalk aan en
voer een of meerdere trefwoorden in. De resultaten worden onder de zoekbalk weergegeven.
Berichtenthreads verwijderen
Verwijder ongewenste of oude threads om uw berichtenlijst op te schonen.
U kunt een berichtenthread op twee manieren verwijderen:
Verwijderde threads kunnen niet meer worden opgehaald, dus doe dit voorzichtig.
l Als u een enkele thread wilt verwijderen, veegt u links op de thread die u wilt verwijderen en
raakt u aan.
l Als u meerdere threads wilt verwijderen, houd u een van de threads die u wilt verwijderen,
aangeraakt. Selecteer de andere threads en raak > V
erwijderen aan.
Berichten beheren
Verwijder ongewenste berichten, stuur berichten door naar andere contacten, kopieer
berichtinhoud en plak dit en vergrendel berichten om te voorkomen dat ze per ongeluk worden
verwijderd.
1 Open
Berichten.
2 Raak in de lijst met berichtenthreads de naam of het nummer van een contactpersoon aan
om uw conversaties weer te geven.
3 Houd een bericht aangetikt en volg de instructies op het scherm om het bericht door te
sturen, te archiveren, te vergrendelen of te delen.
T
erugkeren naar de bovenkant van de lijst
Als uw lijst met berichten erg lang is, gebruikt u een snelkoppeling om naar de bovenkant van de
lijst terug te keren zonder over het scherm te vegen.
1 Open
Berichten.
2 Dubbeltik in de lijst met berichtenthreads op de balk bovenaan het scherm. Uw telefoon keert
nu automatisch terug naar de bovenkant van de lijst of geeft ongelezen berichten weer
.
Berichten en e-mail
119
Berichten bovenaan in de lijst vastzetten
Zet belangrijke berichten bovenaan uw berichtenlijst vast, zodat u ze snel kunt openen.
1 Open
Berichten.
2 Houd in de lijst met berichtenthreads het bericht dat u bovenaan wilt vastzetten, aangeraakt.
3 Selecteer het gewenste bericht en raak aan. Vastgezette berichten worden onder
berichtwaarschuwingen weergegeven.
Berichten als gelezen markeren
Markeer ongewenste berichten als gelezen om uw postvak-in georganiseerd te houden.
Open Berichten. In de lijst met berichtenthreads kunt u:
l Alle berichten als gelezen markeren: Raak > Alles als gelezen markeren aan.
l Een bericht als gelezen markeren: V
eeg links op het bericht dat u als gelezen wilt markeren
en raak dan
aan.
Spamberichten blokkeren
1 Open Berichten.
2 Raak in de lijst met berichtenthreads > Intimidatiefilter aan.
3 Raak aan om de instellingen van het intimidatiefilter en de zwarte lijst te configureren.
Open in plaats daarvan Telefoonbeheer en raak Blokkeringslijst > aan.
Berichten en e-mail
120
Een berichthandtekening toevoegen
V
oeg een berichthandtekening toe om tijd te besparen bij het verzenden van sms-berichten.
1 Open
Berichten.
2 Raak in de lijst met berichtenthreads > Instellingen
> Geavanceerd > Handtekening
aan en schakel dan Handtekening bijvoegen in.
3 Raak Handtekening bewerken aan. Voer uw handtekening in en selecteer OK.
De beltoon van berichten configureren
1 Open
Berichten.
2 Raak in de lijst met berichtenthreads > Instellingen
> Beltonen en trillen aan.
3 Raak Toon voor meldingen aan. Als uw telefoon twee SIM-kaarten ondersteunt, selecteert
u Trillen SIM 1 of Trillen SIM 2. U kunt vervolgens een systeembeltoon kiezen of een
muziekbestand.
Kwaadaardige URL's in sms-berichten identificeren
Stel uw telefoon in op de automatische identificatie van kwaadaardige URL's om uw persoonlijke
gegevens en financiële informatie te beschermen.
Zorg ervoor dat uw telefoon is verbonden met het internet voordat u deze functie inschakelt.
1 Open Berichten.
2 Open > Instellingen in de lijst met berichtthreads.
3 Schakel Identificatie kwaadaardige websites in.
Ontvangstbevestigingen ontvangen
Schakel ontvangstbevestigingen in om een bevestiging te ontvangen wanneer sms-berichten bij
de ontvanger zijn afgeleverd.
Sommige providers ondersteunen deze functie niet.
1 Open Berichten.
2 Open > Instellingen > Ontvangstbevestigingen in de lijst met berichtthreads.
3 Selecteer Sms en MMS-bericht en raak dan OK
aan.
Er wordt een ontvangstbevestiging weergegeven wanneer uw bericht met succes is afgeleverd.
Als de telefoon van de ontvanger is uitgeschakeld of als het nummer buiten gebruik is, verschijnt
er een bericht waarin wordt aangegeven dat het bericht niet kon worden verzonden.
Berichten en e-mail
121
Een e-mailaccount toevoegen
Als u uw accountinstellingen niet weet, vraagt u dit aan de serviceprovider van uw E-mail.
Een persoonlijke e-mailaccount toevoegen
1 Open
E-mail.
2 Kies een e-mailserviceprovider of raak Overige aan.
3 Geef uw e-mailadres en wachtwoord op en raak vervolgens Aanmelden aan.
4 V
olg de instructies op het scherm voor het configureren uw account. Het systeem maakt
automatisch verbinding met de server en controleert uw instellingen.
Uw Postvak IN wordt weergegeven wanneer uw account eenmaal is opgezet.
Account of map
wijzigen
E-mail opstellen
Zoeken
E-mailinstellingen
wijzigen
Een Exchange-account toevoegen
Microsoft Exchange is een zakelijke oplossing voor het beheren van E-mail. Sommige e-
mailserviceproviders leveren ook Exchange-accounts voor individuen en familie.
1 Open E-mail.
2 Raak Exchange aan.
3 V
oer uw e-mailadres, gebruikersnaam en wachtwoord in. Raak Volgende aan.
4 Volg de instructies op het scherm voor het configureren uw account. Het systeem maakt
automatisch verbinding met de server en controleert uw instellingen.
Uw Postvak IN wordt weergegeven wanneer uw account eenmaal is opgezet.
E-mails verzenden
1 Open
E-mail.
Berichten en e-mail
122
2 Raak aan.
3 In Aan: voert u een of meerdere ontvangers in.
4 Raak Cc/Bcc, V
an: aan om Cc- en Bcc-ontvangers toe te voegen en selecteer de e-
mailaccount die u wilt gebruiken.
5 Voer het onderwerp en de hoofdtekst van de E-mail in. Raak
aan om een bijlage toe te
voegen.
6 Raak aan.
Ontvanger
Hoofddeel
van e-mail
Bijlage toevoegen
E-mail verzenden
Onderwerp
Ontvanger uit lijst
met contactpersonen
kiezen
De serviceprovider van uw E-mail beperkt mogelijk de grootte van bijlagen. Als bijlagen deze
limiet overschrijden, kunt u ze in afzonderlijke e-mails verzenden.
Als u uw E-mail als concept wilt opslaan en later wilt verzenden, raakt u aan en raakt u
vervolgens Opslaan aan.
E-mails beantwoorden
1 Open E-mail.
2 Open de E-mail waarop u antwoord wilt geven en raak aan.
Als u een antwoord wilt geven aan alle ontvangers van de oorspronkelijke E-mail, raakt u
aan.
3 Na het opstellen van uw bericht raakt u aan.
Snelle antwoorden configureren: Raak > Instellingen
aan. Selecteer een account en
raak Snelle reacties aan om een snel antwoord te maken of bewerken.
E-mails beheren
E-mails bekijken
Open
E-mail. V
eeg omlaag om uw Postvak IN te vernieuwen en nieuwe e-mails te
downloaden.
1 Op het scherm Postvak IN raakt u
aan en selecteert u de account die u wilt gebruiken.
Berichten en e-mail
123
2 Open een E-mail. U kunt de volgende bewerkingen uitvoeren:
l Raak aan om de E-mail te starten.
l Maak een keuze uit de onderstaande opties om de E-mail te beantwoorden, doorsturen of
verwijderen.
Als u meerdere e-mails wilt verwijderen, gaat u naar het scherm Postvak IN.
Selecteer de foto van een contactpersoon of houd een E-mail aangeraakt om de
interface voor e-mailbeheer te activeren. Selecteer de e-mails die u wilt verwijderen
en raak aan.
l V
eeg naar links of rechts om de volgende of vorige E-mail te lezen.
E-mailbijlagen opslaan
Open een E-mail en raak
aan om een voorbeeld van de bijlage te bekijken. Raak aan
om de bijlage op uw telefoon op te slaan.
Voor grote bijlagen opent u de link die in de E-mail wordt vermeld om te downloaden.
Meerdere e-mails verplaatsen
1 Open E-mail.
2 Ga naar het scherm Postvak IN. Selecteer de foto van een contactpersoon of houd een E-
mail aangeraakt om de interface voor e-mailbeheer te activeren.
3 Selecteer de e-mails die u wilt verplaatsen. Raak aan en selecteer een
bestemmingsmap voor de e-mails.
E-mails synchroniseren
Op het scherm Postvak IN veegt u omlaag om uw Postvak IN te vernieuwen.
1 Open E-mail.
2 Raak > Instellingen aan.
3 Selecteer de account die u wilt configureren. Schakel E-mail synchroniseren in.
Als u uw e-mails automatisch wilt synchroniseren, raakt u Synchronisatieschema
aan
en selecteert u een synchronisatie-interval.
E-mails zoeken
U kunt op twee manieren naar e-mails zoeken:
l Op het scherm Postvak-in voert u een of meerdere trefwoorden in de zoekbalk in, zoals de
titel van de E-mail, inhoud of de bestandsnaam van de bijlage.
l Op het startscherm veegt u omlaag om de zoekbalk te openen. V
oer trefwoorden in, zoals de
titel van de E-mail, inhoud of de bestandsnaam van de bijlage.
Berichten en e-mail
124
E-mailmappen bekijken
1 Open
E-mail.
2 Raak aan.
3 Open het Postvak IN of de map VIP-postvak-IN om de submappen van E-mail te bekijken.
Mappen tonen of verbergen: Raak > Alle mappen weergeven > aan. Selecteer de
mappen die u wilt weergeven. Mappen die niet zijn geselecteerd, worden verborgen.
VIP-contacten beheren
Als u zeker wilt weten dat u nooit berichten van belangrijke contactpersonen mist, kunt u ze aan
uw lijst met VIP-contactpersonen toevoegen. Uw telefoon plaatst e-mails van deze
contactpersonen automatisch in uw VIP-postvak-IN.
1 Open E-mail.
2 Raak > Instellingen > VIP-contactpersonen aan.
3 In VIP-lijst raakt u T
oevoegen > Aanmaken of Toevoegen vanuit contacten aan.
U kunt ook een E-mail openen, de profielfoto van de afzender aanraken en vervolgens
Toevoegen aan VIP-lijst in het pop-upmenu aanraken.
VIP-contactpersonen toevoegen of verwijderen: In VIP-lijst raakt u of aan om uw
VIP-contactpersonen te beheren.
Meldingen via E-mail van VIP-contactpersonen configureren: In het scherm Postvak IN
raakt u > Instellingen > VIP-meldingen aan.
E-mailaccounts beheren
Een e-mailaccount toevoegen
1 Open E-mail.
2 Raak > Instellingen > aan.
Raak in plaats daarvan op het scherm Postvak IN > Account toevoegen aan.
3 Selecteer een serviceprovider en voer uw gegevens in om een account toe te voegen. V
oor
meer informatie over het toevoegen van een account, zie Een e-mailaccount toevoegen.
Schakelen tussen e-mailaccounts
In het scherm Postvak IN raakt u
aan. Raak het accountbeeld aan om naar die account
over te gaan.
Berichten en e-mail
125
Een e-mailaccount configureren
Op het scherm Postvak IN raakt u > Instellingen aan en selecteert u een account. U kunt
de volgende bewerkingen uitvoeren:
l Een andere naam aan de account geven: Raak Accountnaam
aan en voer een
accountnaam in het pop-upvenster in.
l Als standaard instellen: Schakel Standaardaccount in om de account in te stellen als
standaardaccount.
l De account verwijderen: Raak Account verwijderen aan om de account te verwijderen.
Mail configureren
Automatische antwoorden configureren
Configureer automatische antwoorden wanneer u niet op kantoor bent.
U moet u aanmelden bij uw Exchange-account om deze functie te kunnen gebruiken.
1 Open E-mail.
2 Raak > Instellingen aan.
3 Kies de Exchange-account die u wilt configureren en schakel Automatische antwoorden in.
4 Schakel Automatische antwoorden
in om een bericht te configureren en stel de begin- en
eindtijd in.
5 Raak Gereed aan om uw instellingen op te slaan.
Een e-mailhandtekening configureren
1 In het scherm Postvak IN raakt u
> Instellingen
aan.
2 Selecteer de account die u wilt configureren en raak Handtekening aan.
3 Voer een handtekening in en raak OK aan.
Meldingen via E-mail configureren
1 In het scherm Postvak IN raakt u
> Instellingen
aan.
2 Selecteer de account die u wilt configureren en schakel Meldingen via e-mail in.
3 Selecteer een geluid voor meldingen of schakel waarschuwingen via trillingen in.
De e-mailweergave configureren
In het scherm Postvak IN raakt u
> Instellingen > Algemeen aan. U kunt het volgende
configureren:
l Bijlagen alleen via W
i-Fi downloaden: Schakel Laad geen foto's via mobiel netwerk in.
l Groepse-mails met dezelfde titel: Schakel Ordenen op onderwerp in.
Berichten en e-mail
126
l Afbeeldingen van contactpersonen weergeven: Schakel Profielfoto afzender in om
afbeeldingen van contactpersonen naast e-mails weer te geven.
Configureren hoe e-mails worden gesorteerd
Op het scherm Postvak IN raakt u > Sorteren op aan en selecteert u een sorteermethode.
Berichten en e-mail
127
Agenda en notitieblok
De agendaweergave wijzigen
Ga naar vandaag
Naar afspraken zoeken
Vandaag
Vandaag
Afspraak
Afspraken voor vandaag tonen
Schakelen tussen maand-,
week- en dagweergave
Afspraak toevoegen
Als u uw planning voor een specifieke dag wilt bekijken, raakt u > Ga naar aan,
selecteert u een datum en raakt u vervolgens Gereed aan.
Open Agenda en raak > Instellingen aan. Er zijn drie opties:
l De weekendinstellingen configureren: Raak W
eekend aanpassen aan en configureer de
instellingen.
l De eerste dag van de week configureren: Raak Week begint op aan en configureer de
instellingen.
Wereldwijde vakanties bekijken
Schakel wereldwijde vakanties in om de informatie over nationale vrije dagen voor verschillende
landen te bekijken.
Deze functie vereist een verbinding met het internet.
1 Open Agenda.
2 Raak > Instellingen > Feest- en vakantiedagen wereldwijd aan.
3 Raak de schakelaar aan naast het land waarvan u de vakantiedagen wilt weergeven. Uw
telefoon downloadt automatisch vakantie-informatie over het betref
fende land.
128
Verjaardagsherinneringen
Configureer de Agenda om de verjaardagsinformatie van uw contactpersonen te importeren en
automatisch verjaardagsherinneringen te maken.
Controleer voordat u deze functie gaat gebruiken dat u de verjaardagsinformatie aan uw
contactpersonen hebt toegevoegd. V
oor meer informatie, zie Een contactpersoon maken.
1 Open
Agenda.
2 Raak aan en selecteer V
erjaardag contacten.
Als u deze functie hebt ingeschakeld, importeert de Agenda automatisch de
verjaardagsinformatie van uw contactpersonen en stuurt u verjaardagsherinneringen.
Afspraken synchroniseren
Afspraken vanuit uw Exchange-account synchroniseren
Controleer of u de functie voor het synchroniseren van de Exchange-agenda in de e-
mailaccountinstellingen hebt ingeschakeld.
1 Open Agenda.
2 Raak aan. Selecteer een Exchange-account waarvan u de afspraken op uw telefoon wilt
synchroniseren.
Een afspraak maken
Afspraken toevoegen en herinneringen instellen om u te helpen vooruit te plannen.
1 Open Agenda.
2 Raak aan.
3 V
oer de afspraaknaam, de locatie en de begin- en eindtijd in. Raak Meer > Herinneren aan
om een herinnering te maken.
4 Raak
aan om de afspraak op te slaan.
l U kunt maximaal 5 herinneringen voor een afspraak toevoegen. Raak Herinnering
toevoegen aan om een herinnering toe te voegen.
l In de maand- of weekweergave houd u een gedeelte op het scherm aangeraakt om een
afspraak voor de bijbehorende datum te maken.
Afspraken delen
U kunt afspraken met uw contactpersonen delen.
Agenda en notitieblok
129
1 Raak Agenda aan.
2 Open de afspraak die u wilt delen en raak aan.
3 Kies hoe u de afspraak wilt delen en volg de instructies op het scherm.
U kunt verjaardagsherinneringen die automatisch zijn gemaakt, niet delen. Als u
verjaardagsinformatie wilt delen, maakt u handmatig een afspraak en deelt u de afspraak
met uw vrienden.
Een afspraak verwijderen
Open Agenda. U kunt een afspraak op twee manieren verwijderen:
l Een enkele afspraak verwijderen: Open de afspraak die u wilt verwijderen en raak aan.
l Meerdere afspraken verwijderen: Raak aan en houd vervolgens een afspraak
aangeraakt om de interface voor afsprakenbeheer te activeren. Selecteer de afspraken die u
wilt verwijderen en raak aan.
Als u een verjaardagsherinnering wilt verwijderen, gaat u naar Contacten en verwijdert u de
verjaardagsinformatie van de contactpersoon of de bijbehorende contactpersoon.
Zoeken naar afspraken
U kunt op twee manieren naar afspraken zoeken:
l In Agenda raakt u aan. Voer een of meerdere trefwoorden in de zoekbalk in, zoals de
naam van de afspraak of de locatie.
l V
eeg op het startscherm omlaag om de zoekbalk weer te geven. Voer een of meerdere
trefwoorden in, zoals de naam van de afspraak of de locatie.
Uitnodigingen voor afspraken verzenden
Stuur een uitnodigingen voor een afspraak naar uw vrienden of collega's om bij te houden wie
aanwezig zal zijn.
Voordat u gebruik maakt van deze functie, meldt u zich aan bij uw Exchange-account.
1 Open Agenda.
2 Raak aan. Voer de afspraaknaam, de locatie en de begin- en eindtijd in.
3 Raak Meer aan. Onder Gasten voert u de Exchange-accounts in van de personen die u wilt
uitnodigen.
4 Raak aan om de afspraak op te slaan en de uitnodigingen te verzenden.
Uitnodigingen voor afspraken worden in het berichtenpaneel weergegeven. Als u op een
uitnodiging wilt reageren, raakt u E-mailen aan gasten aan.
Agenda en notitieblok
130
Een notitie maken
1 Open
Kladblok.
2 Raak aan en voer uw notitie in. U kunt kiezen om een afbeelding, een to-do-markering of
een herinnering toe te voegen.
Zorg dat u met het internet bent verbonden voordat u de Slim vertrek-instellingen of op
locatie gebaseerde herinneringen configureert.
Tekst bewerken
Tag toevoegen
Notitie opslaan
Notitie bewerken
Notitie sluiten
Taak toevoegen
Afbeelding invoegen
Een foto maken
3 Raak aan om de notitie op te slaan.
Notities beheren
Een notitie aan favorieten toevoegen
Open Kladblok. U kunt op twee manieren een notitie aan uw favorieten toevoegen:
l In de lijst met notities veegt u op een notitie naar links en raakt u aan.
l Raak de notitie aan die u aan uw favorieten wilt toevoegen, en raak dan
aan.
Een notitie delen
In de lijst met notities opent u de notitie die u wilt delen en raakt u
aan. Kies uw
deelmethode en volg de instructies op het scherm.
Een notitie verwijderen
U kunt een notitie op drie manieren verwijderen:
l In de lijst met notities veegt u naar links op de notitie die u wilt verwijderen. Raak daarna
aan.
l Houd een notitie aangeraakt om de interface voor notitiebeheer te activeren. Selecteer de
notities die u wilt verwijderen en raak aan.
l Raak de notitie aan die u wilt verwijderen, en raak > V
erwijderen aan.
Agenda en notitieblok
131
Uw notities zoeken
U kunt op twee manieren naar uw notities zoeken:
l In de lijst met notities raakt u de zoekbalk aan en voert u een of meerdere trefwoorden in.
l V
eeg op het startscherm omlaag om de zoekbalk weer te geven en voer dan een of meerdere
trefwoorden in.
Back-up van notities maken
Back-up van notities maken
1 Open
Back-up.
2 Raak Back-up > Interne opslag > V
olgende > Meer aan.
3 Selecteer Notitieblok en raak
aan.
4 Raak Back-up aan en volg de instructies op het scherm voor het configureren van een
wachtwoord.
Notities importeren
1 Open
Back-up.
2 Raak Herstellen > Herstellen vanuit interne opslag > V
olgende aan.
3 Selecteer de notities die u wilt herstellen. In het pop-upvenster voert u het wachtwoord in en
raakt u OK aan.
4 Raak Meer aan. Selecteer Notitieblok en raak
aan.
5 Raak Herstel starten aan.
Agenda en notitieblok
132
Camera en galerij
Camera-opties
Open
Camera om de zoeker te vinden.
Flitsmodi schakelen
Foto's of video's bekijken
Een video opnemen
Een foto maken
Achter- en voorcamera schakelen
Filters schakelen
Kleurmodus schakelen
Omhoog vegen om Pro-modus in te
schakelen
Modus brede lensopening schakelen
Veeg op de zoeker naar rechts om de lijst met opnamemodi weer te geven.
V
eeg op de zoeker naar links om de camera-instellingen te openen.
Foto's en video-opnames
Een foto maken
Open
Camera en raak of de knop voor lager volume aan.
U kunt ook andere functies aan de volumeknop toewijzen. Voor meer informatie, zie De
camera-instellingen configureren.
Foto's geotaggen
Schakel geotaggen in om de locatie van foto's en video-opnamen vast te leggen. In Galerie
kunt u de opnamelocatie van foto's en video's bekijken of alle foto's en video's op een kaart
weergeven.
1 Open Camera. W
anneer u Camera voor het eerst opent, schakelt u in het pop-upvenster
de locatieservice in.
133
2 V
eeg naar links over het scherm en schakel GPS tag in.
In- en uitzoomen
Spreid twee vingers om in te zoomen of knijp ze samen om uit te zoomen. Er wordt een
schuifknop op het scherm weergegeven. Versleep de schuifknop om in of uit te blijven zoomen.
De camera achter heeft een 2x optische zoomlens. Als u blijft inzoomen nadat de maximale
optische zoom is bereikt, wordt de kwaliteit van de afbeelding mogelijk nadelig beïnvloed.
De belichting aanpassen
De camera past de belichting automatisch aan op basis van het omgevingslicht. Een hogere
belichting produceert heldere afbeeldingen.
De belichting handmatig aanpassen: Raak het scherm in de zoeker aan en veeg omhoog
of omlaag om de belichting aan te passen.
De flitser inschakelen
Raak het flitspictogram in de linkerbovenhoek van de zoeker aan om de filters in te schakelen.
Er zijn vier opties:
l : Schakel de flitser automatisch in of uit op basis van het omgevingslicht.
l : Schakelt de flitser uit.
l
: Schakelt de flitser in.
l : Laat de flitser aan wanneer u Cameraopent.
Gebruik van filters en kleurmodi om afbeeldingen te verbeteren
De camera heeft een aantal afbeeldingsfilters en kleurmodi om uw foto's een uniek uiterlijk te
geven. In de zoeker kunt u:
l aanraken en dan een filter selecteren.
l aanraken om een kleurmodus te selecteren.
Ultra-snapshot
Druk twee keer op de knop voor lager volume om een foto te maken wanneer het scherm
vergrendeld is.
Camera en galerij
134
Deze functie is niet beschikbaar tijdens het afspelen van muziek.
1 Open Camera.
2 V
eeg naar links en raak Ultra snapshot > Camera openen en snel foto maken aan.
3 Wanneer het scherm uit is, wijst u met de camera naar het gewenste object en drukt u twee
keer snel achter elkaar op de knop voor lager volume om een foto te nemen. De camera
maakt automatisch een foto en geeft de opnametijd weer.
Ultra-snapshot uitschakelen: Raak Ultra snapshot > Uit in de camera-instellingen
aan.
Burstopnames
Gebruik de modus voor burstopnames wanneer u een foto van een bewegend onderwerp wilt
maken, bijvoorbeeld tijdens een voetbalwedstrijd. De camera legt snel achtereenvolgend
verscheidene afbeeldingen vast en selecteert automatisch te beste foto.
Deze functie is niet beschikbaar in HDR-modus, Panoramamodus, Supernachtmodus en
Lichte schilderijmodus.
1 Open Camera.
2 Houd aangeraakt om de burstreeks te starten. Het aantal vastgelegde foto's wordt
boven weergegeven.
3 Laat los om te stoppen met de opname.
U kunt in één burstreeks tot 100 foto's nemen, mits uw telefoon voldoende opslagruimte
heeft.
Camera en galerij
135
De beste opanem selecteren: Raak de miniatuur van de afbeelding aan om de foto in
Galerie te bekijken en raak vervolgens aan om een foto te selecteren. Raak aan en
volg de instructies op het scherm om de foto op te slaan.
Zelfontspanner
Gebruik een zelfontspanner om uzelf in foto's op te nemen.
1 Open Camera. V
eeg op het scherm naar links om de camera-instellingen te openen.
2 Raak Timer aan en selecteer een afteltijd (2, 5 of 10 seconden).
3 Raak
om naar de zoeker terug te keren.
4 Plaats uw telefoon op een stabiele ondergrond en zet het beeld op dat u wilt vastleggen.
5 Raak aan om de afteltimer te starten. Uw telefoon neemt automatisch een foto wanneer
de afteltijd is verlopen.
Foto's maken met spraakopdrachten
Gebruik spraakopdrachten om de camera extern te bedienen of stel de camera in op het nemen
van een foto wanneer er een hard geluid wordt gedetecteerd.
1 Open Camera. Veeg op het scherm naar links om de camera-instellingen te openen.
2 Raak Spraakbesturing aan en schakel Spraakbesturing in.
3 Hierna kunt u het volgende doen:
l Zeg 'cheese' om foto's te nemen: Een foto maken wanneer u een spraakopdracht geeft.
U kunt geen aangepaste spraakopdrachten configureren.
l Foto's nemen wanneer uw stem een vooraf ingesteld decibelniveau bereikt: De
camera instellen op het maken van een foto wanneer het omgevingsgeluid een bepaald
geluidsniveau bereikt.
4 Kader het beeld dat u wilt vastleggen. Uw telefoon maakt automatisch een foto wanneer u
een spraakopdracht verstrekt of als de telefoon een luid geluid detecteert.
In de instellingen Spraakbesturing opent u Pictogram spraakbesturing op hoofdscherm
camera tonen. Wissel de schakelaar in de zoeker om audiobediening in of uit te schakelen.
De camerasluiter dempen
Demp de camerasluiter om te voorkomen dat anderen de stille omgeving verstoren.
1 Open
Camera. V
eeg op het scherm naar links om de camera-instellingen te openen.
2 Schakel Dempen in.
In sommige landen of regio's kan het sluitergeluid niet worden uitgeschakeld vanwege
wetten in verband met privacybescherming.
Een Leica-watermerk toevoegen
V
oeg een Leica-watermerk toe aan foto's die met de camera achter worden gemaakt.
Camera en galerij
136
1 Open Camera. V
eeg op het scherm naar links om de camera-instellingen te openen.
2 Schakel Automatisch watermerken toevoegen in.
Wanneer deze functie is ingeschakeld, wordt er automatisch een Leica-watermerk toegevoegd
aan de linkeronderhoek van foto's genomen met de camera achter.
Een video opnemen
Open
Camera en raak aan om van opnamemodus te wisselen. Raak aan om een
video-opname te starten.
Raak aan om de opnemen te pauzeren en raak aan om het opnemen te hervatten.
Raak aan om de huidige scène als foto op te slaan.
In- en uitzoomen
Spreid twee vingers om in te zoomen of knijp ze samen om uit te zoomen.
De flitser inschakelen
Raak het flitspictogram in de linkerbovenhoek van de zoeker aan. Er zijn twee opties:
l : Laat de flitser aan wanneer u opneemt.
l : Schakel de flitser uit.
Objectherkenning en de modus Pro camera
Pro-camera-opties
Help bij Pro-modus
Metingsmodus selecteren
ISO aanpassen
Omlaag vegen om Pro-modus uit te
schakelen
Sluitersnelheid aanpassen
Belichtingscompensatie aanpassen
Witbalans instellen
Scherpstelmodus wijzigen
Vergrendeld symbool
Camera en galerij
137
Pro-camera-instellingen
De metingsmodus selecteren
Raak aan om de metingsmodus te selecteren. De metingsmodus beïnvloedt hoe uw
camera de blootstelling bepaalt. U kunt matrixmeting, centrum-georiënteerde meting of
spotmeting selecteren.
De ISO aanpassen
De ISO bepaalt de lichtgevoeligheid van de camera. Als u de ISO-waarde verhoogt, wordt het
beeld helderder maar ontstaat er merkbaar meer beeldruis. Raak ISO aan en versleep de
schuifknop om de ISO-instellingen te wijzigen. U kunt de camera instellen om de ISO-waarde
automatisch aan te passen, of u kunt de waarde handmatig aanpassen.
De sluitersnelheid aanpassen
Raak S aan en versleep de schuif om de sluitersnelheid aan te passen. De sluitersnelheid is
standaard ingesteld op Auto.
De belichtingscompensatie aanpassen
Raak EV aan om de belichtingscompensatie in te stellen. Selecteer een belichtingsinstelling om
de helderheid te verhogen of verlagen. Houd het pictogram aangeraakt om de huidige
belichtingsinstelling te vergrendelen.
De camera bepaalt automatisch de helderheid in de omgeving. Als de huidige
belichtingsinstelling te hoog of te laag is, wordt of weergegeven.
De scherpstelmodus wijzigen
Raak AF aan om de scherpstelmodus in te stellen. U kunt scherpstellen door aanraken (AF-S),
continu scherpstellen (AF-C) of handmatig scherpstellen (MF) selecteren. Standaard is continu
scherpstellen ingesteld. W
anneer continu scherpstellen is geselecteerd, houdt u het pictogram
AF-C aangeraakt om de scherpstelling te vergrendelen.
De witbalans instellen
Raak AWB aan om een witbalans te selecteren op basis van het beschikbare omgevingslicht. U
kunt kiezen uit daglicht, gloeilamp, tl-lamp en andere instellingen. U kunt ook de
kleurtemperatuur aanpassen. Houd AWB aangeraakt om de witbalans te vergrendelen.
Gebruik van de luchtbelwaterpas
Schakel de luchtbelwaterpas in om te zorgen dat de camera waterpas is.
In de zoeker van Pro camera veegt u naar links en schakelt u Horizontaal niveau in. Wanneer
deze functie is ingeschakeld, verschijnt er een luchtbelwaterpas op de zoeker. Zorg dat de vaste
lijn de stippellijn bedekt.
Afbeelding in RAW-indeling opslaan
Sla foto's in RAW-indeling op om alle beeldgegevens voor naverwerking te bewaren.
Camera en galerij
138
In de zoeker van Pro camera veegt u naar links en schakelt u RA
W-indeling in. Foto's worden
opgeslagen in RAW- en JPEG-indeling.
Modus brede lensopening
Gebruik de modus brede lensopening voor close-ups van voorwerpen en personen. Na het
maken van een foto kunt u het scherpstelpunt aanpassen om de achtergrond te vervagen en het
onderwerp eruit te laten springen.
Voor optimale resultaten zorgt u dat het onderwerp zich niet meer dan 2 meter van de
camera bevindt.
1 Open Camera.
2 Raak het pictogram Brede lensopening ( ) bovenaan het scherm aan om de modus Brede
lensopening in te schakelen. Raak het pictogram nogmaals aan om de modus Brede
lensopening af te sluiten. Als het pictogram niet wordt weergegeven, veegt u naar rechts en
selecteert u de modus Foto.
3 Raak de zoeker aan om op een bepaald gebied scherp te stellen.
Voor optimale resultaten is de brandpuntafstand vast en kan niet worden aangepast.
4 Raak aan en veeg op de schuifbalk naar links of rechts om het diafragma aan te passen.
Een hoger diafragma produceert een achtergrond die niet is scherpgesteld.
5 Raak aan om een foto te nemen.
De achtergrondwaas aanpassen: Open Galerie en raak een foto aan die is getagd met
het pictogram . Raak vervolgens aan om het scherpstellingspunt en het diafragma aan
te passen. Raak aan om de foto op te slaan.
Modus Monochroom
De camera wordt geleverd met een afzonderlijke monochroomlens die zwart/wit-foto's met beter
contract en detail maakt.
1 Open Camera.
2 V
eeg naar rechts en raak Monochroom aan.
3 Raak
aan.
Schoonheidsmodus
Gebruik de schoonheidsmodus voor verbazingwekkende selfies en huid die er soepel uitziet.
Er wordt u gevraagd om Perfecte selfie wanneer u voor het eerst gebruik maakt van
Schoonheid. Als u Perfecte selfie inschakelt, volgt u de instructies op het scherm om de
Camera en galerij
139
schoonheidsinstellingen te configureren. Als u Perfecte selfie niet inschakelt, gebruikt de
camera de standaard Schoonheid-instellingen.
1 Open Camera en veeg op het scherm naar rechts.
2 Raak Schoonheid aan.
3 Raak het schoonheidspictogram in de rechteronderhoek van het scherm aan en versleep de
schuifknop om het ef
fect aan te passen.
4 Raak
aan om een foto te nemen.
Modus Perfecte selfie
Gebruik de modus Perfecte selfie om automatisch aangepaste schoonheidsinstellingen op uw
gezicht toe te passen.
1 Open Camera.
2 V
eeg naar rechts en raak Schoonheid aan.
3 Veeg naar links en raak Perfecte selfie aan.
4 Veeg over Perfecte selfie en volg de instructies op het scherm om drie foto's van gezicht van
de voorkant, zijkant en met uw hoofd omlaag te nemen.
5 Configureer de instellingen van uw huidtoon, pupillen en gezichtsvorm. Kies een hogere
waarde voor een effect dat beter zichtbaar is. Raak
aan om uw instellingen op te slaan.
Change your calibration photos: Op het scherm met de camera-instellingen raakt u Perfecte
selfie > Persoonlijke info bewerken aan om uw kalibratiefoto's bij te werken.
Uw beauty-instellingen aanpassen: In de camera-instellingen raakt u Perfecte selfie >
Schoonheidseffecten instellen aan om de schoonheidsinstellingen, zoals huidtoon en
gezichtsvorm, aan te passen.
HDR-modus
Gebruik de HDR-modus wanneer u foto's in de zon maakt om onder- of overbelichting te
voorkomen en te zorgen dat elk beeld helder is.
De HDR-modus is niet beschikbaar voor de camera voor.
1 Open Camera. V
eeg naar rechts en raak HDR aan.
2 Raak
aan om een foto te nemen.
Panoramafoto's nemen
Een panoramisch zelfportret maken
Neem groothoekzelfportretten om uw omgeving vast te leggen.
Camera en galerij
140
1 Open Camera. Raak aan om de camera voor te selecteren.
2 V
eeg op het scherm naar rechts en raak vervolgens Panorama aan.
3 Raak
aan om de eerste foto te nemen.
4 V
olg de instructies op het scherm en draai de camera langzaam naar links. De camera neemt
de tweede foto automatisch wanneer het blauwe vak is uitgelijnd met het vak links op het
scherm.
5 Draai uw camera langzaam naar rechts. De camera neemt de laatste foto wanneer het
blauwe vak is uitgelijnd met het vak rechts op het scherm.
Een panoramafoto nemen
Gebruik de panoramamodus om groothoekopnames te maken.
1 Open
Camera. V
eeg op het scherm naar rechts en raak vervolgens Panorama aan.
2 Raak
aan om te beginnen met opnemen en volg de instructies op het scherm om de foto
te nemen. Beweeg uw telefoon langzaam van links naar rechts en zorg ervoor dat de pijl
altijd op dezelfde hoogte als de middenlijn blijft. Om een panoramische opname in staande
modus te nemen, raakt u aan en verplaatst u uw telefoon langzaam in een verticale
richting.
Supernachtmodus
Gebruik de modus Nachtopname ter verbetering van de kwaliteit van afbeeldingen die 's nachts
en onder omstandigheden met weinig licht worden genomen. De supernachtmodus accentueert
de details van donkere gebieden om afbeelden te produceren die helderder en meer kleurrijk
zijn.
Gebruik een statief om camerabewegingen te minimaliseren.
1 Open Camera. V
eeg naar rechts op de zoeker en raak vervolgens Nachtopname aan.
Raak of aan en versleep de schuif om de ISO en sluitersnelheid handmatig aan
te passen.
2 Houd uw telefoon stabiel (of gebruik een statief) en raak aan. De camera neemt
automatisch verschillende afbeeldingen en voegt ze samen in één foto.
Lichte schilderijmodus
In de lichte schilderijmodus kunt u verbluf
fende opnames met lichtsporen maken zonder dat u de
belichtingstijd of sluitertijd hoeft aan te passen. Er zijn vier verschillende instellingen beschikbaar
voor verschillende opnamescenario's.
Camera en galerij
141
Open Camera. V
eeg naar rechts op de zoeker en raak vervolgens Licht- schilderij aan.
Raak de knop in de rechteronderhoek van het scherm aan om een instelling te kiezen:
l Achterlichtsporen: Lichtsporen vastleggen die 's nachts door auto's worden gemaakt.
l Lichtgraffiti: Lichtsporen in een donkere omgeving vastleggen.
l Zijdeachtig water: Zijdeachtige beelden van stromend water vastleggen.
l Sterrenspoor: Verbluffende beelden van sterrensporen in de nachtelijke hemel vastleggen.
De lichte schilderijmodus gebruikt langere belichtingen. Plaats uw telefoon op een stabiele
ondergrond of gebruik een statief om het schudden van de camera te minimaliseren.
Vertraagde opname
Neem video's in slow motion op om snel-bewegende scènes in detail te bekijken.
1 Open Camera. V
eeg op het scherm naar rechts en raak vervolgens Slow-mo aan.
2 Raak
aan om een video-opname te starten. Raak het scherm aan om tijdens de opname
scherp te stellen op een voorwerp of een gebied.
3 Raak aan om de opname te beëindigen.
Een clip selecteren: Raak de miniatuur aan om de opname vertraagd af te spelen. Tijdens
het afspelen kunt u het scherm aanraken en de schuifknoppen aanpassen om te selecteren welk
gedeelte in slow motion moet worden afgespeeld. Als u klaar bent, raakt u Back
aan.
Opnamen in slow motion werken het beste in heldere omgevingen.
Tijdsverloopmodus
Met de tijdsverloopmodus kunt u subtiele veranderingen in de natuur vastleggen en versnellen.
U kunt bijvoorbeeld het openen van een bloesem of de beweging van wolken vastleggen.
1 Open Camera. V
eeg naar rechts en raak Tijdsverloop aan.
2 Plaats uw telefoon op een stabiele ondergrond of gebruik een statief. Raak
aan om een
video-opname te starten.
De camera selecteert automatisch een framesnelheid in overeenstemming met de lengte
van de opname. De zoom kan tijdens het opnemen niet worden aangepast.
3 Raak aan om de opname te beëindigen.
W
anneer u de video
Galerie afspeelt, wordt deze op een hogere framesnelheid afgespeeld.
De framesnelheid wordt automatisch door de camera bepaald en kan niet worden aangepast.
Camera en galerij
142
Watermerken aan foto's toevoegen
V
oeg watermerken toe om uw foto's te personaliseren en u te helpen herinneren waar ze
werden gemaakt.
1 Open
Camera. V
eeg op het scherm naar rechts en raak vervolgens Watermerk aan.
2 Wanneer u voor het eerst een watermerk toevoegt, wordt u gevraagd een verbinding met het
internet te maken om informatie over het weer en uw locatie te verkrijgen.
3 Raak
aan en selecteer een watermerktype (zoals tijd of locatie).
4 V
eeg naar links of rechts over het scherm om een watermerk te selecteren.
5 Versleep het watermerk om de positie aan te passen.
6 U kunt tekst aan bepaalde watermerken toevoegen. Raak het knipperende tekstvak in het
watermerk aan om tekst in te voeren. Raak
om tekst aan het watermerk toe te voegen.
7 Raak aan om een foto te nemen.
Na het selecteren van een watermerkcategorie raakt u of om een voorbeeld van
watermerken te bekijken.
Audionotities
V
oeg audionotities toe om uw foto's tot leven te brengen.
1 Open
Camera. V
eeg naar rechts en raak Audionotitie aan.
2 Kader het beeld dat u wilt vastleggen.
3 Raak
aan om een foto met een audionotitie te nemen. De camera neemt een korte
audioclip van tot 10 seconden op om aan uw foto toe te voegen.
4 Raak aan om de opname te stoppen.
Foto's met audionotities worden aangeduid door het pictogram in Galerie.
W
anneer u een foto met een audionotitie bekijkt, raakt u
aan om de audionotitie af te
spelen.
Documentcorrectie
Maak tekstafbeeldingen die vanuit een hoek zijn opgenomen automatisch recht, zodat ze
gemakkelijker te lezen zijn.
1 Open Camera. V
eeg naar rechts en raak Document scannen aan.
Camera en galerij
143
Raak AUT
O aan om de opnamemodus automatisch uit te schakelen en handmatig een
foto te nemen. Als u handmatig een foto neemt, moet u het deel van de afbeelding met
tekst selecteren.
2 Stel scherp op het onderwerp (bijvoorbeeld een PPT
, poster of scherm) en raak vervolgens
aan om een foto te maken. Uw telefoon identificeert automatisch het gedeelte van de
afbeelding dat tekst bevat en past de oriëntatie aan zodat de tekst gemakkelijker leesbaar is.
Als u het formaat van het gecorrigeerde gebied wilt aanpassen, raakt u aan, selecteert u
en sleept u de vier punten naar de gewenste positie.
Opnamemodus selecteren
De lijst met opnamemodi herschikken
V
erplaats uw favoriete opnamemodi naar de bovenkant van de lijst, zodat u ze gemakkelijker
kunt vinden.
1 Open
Camera. V
eeg naar rechts om de lijst met opnamemodi weer te geven.
2 Raak
aan.
3 Sleep moduspictogrammen naar de gewenste positie.
Opnamemodi bijwerken
W
erk de opnamemodi van uw camera bij tot de meest recente versie voor verbeterde functies
en een betere beeldkwaliteit.
Open
Camera en ga naar de lijst met opnamemodi. Er wordt een rode stip op het pictogram
weergegeven wanneer er een update beschikbaar is. Raak aan en selecteer de
opnamemodus die u wilt bijwerken. Uw telefoon zal nu de meest recente versie downloaden en
installeren.
Opnamemodi verwijderen
Verwijder ongewenste opnamemodi om opslagruimte vrij te maken.
Voorgeïnstalleerde opnamemodi kunnen niet worden verwijderd.
1 Open Camera. V
eeg naar rechts om de lijst met opnamemodi weer te geven.
2 Raak
aan. Opnamemodi die kunnen worden verwijderd, worden aangeduid door het
pictogram .
3 Raak het pictogram aan naast de opnamemodus die u wilt verwijderen.
Om een opnamemodus in de lijst te herstellen, raakt u in de zoeker aan en selecteert u
T
OEVOEGEN naast de gewenste opnamemodus.
Camera en galerij
144
De camera-instellingen configureren
De camera-instellingen op uw wensen afstemmen.
De foto- en videoresoluties instellen
V
erhoog de resolutie voor afbeeldingen en video's met hogere kwaliteit. Afbeeldingen met een
grotere resolutie nemen meer ruimte op uw telefoon in. Als u de resolutie wijzigt, worden de
afmetingen van de afbeelding ook gewijzigd.
Sommige resoluties worden mogelijk niet in bepaalde opnamemodi ondersteund.
Open Camera. V
eeg naar links en raak Resolutie aan om de resolutie te wijzigen.
De standaard opslaglocatie voor foto's en video's configureren
Foto's en video's worden standaard opgeslagen op het interne geheugen van uw telefoon. Stel
de standaard opslaglocatie in op de microSD-kaart om opslagruimte op uw telefoon vrij te
maken.
Open
Camera. V
eeg naar links en schakel Met prioriteit opslaan op SD-kaart in om de
standaard opslaglocatie te wijzigen in de microSD-kaart. Deze optie is alleen beschikbaar
wanneer er een microSD-kaart is geplaatst. Als de microSD-kaart vol is, worden uw foto's
opgeslagen in het interne geheugen van uw telefoon.
Een overlay toevoegen
Voeg een raster of spiraaloverlay aan de zoeker toe om u te helpen uw afbeelding samen te
stellen.
Sommige overlays zijn mogelijk niet beschikbaar in bepaalde opnamemodi.
Open Camera. V
eeg op het scherm naar links, raak Cameraraster aan en selecteer dan
een overlay. Als u de overlay wilt uitschakelen, raakt u Uit aan.
U kunt kiezen uit een 3 x 3 raster, phi-raster of een spiraalvormige overlay. Gebruik het 3 x 3
raster voor algemene opnamescenario's. Het phi-raster is vergelijkbaar met het 3 x 3 raster
maar maakt gebruik van de gouden verhouding om de zoeker in specifieke gebieden te
verdelen. Gebruik de spiraaloverlay voor binnenfotografie of portretfoto's.
De volumeknopfunctie configureren
De volumeknop werkt standaard als sluiterknop. U kunt de functie van de volumeknop wijzigen
om de zoom of scherpstelling aan te passen.
Open
Camera. V
eeg op het scherm naar links. Raak Functie volumeknop aan en
selecteer desgewenst Sluiter, Zoomen of Focus.
Camera en galerij
145
De instellingen voor ingedrukt houden voor de sluiter configureren
Houd de sluiter standaard aangeraakt om burstopnamen te maken. U kunt de functie van de
sluiter wijzigen om de scherpstelling aan te passen.
Open Camera. V
eeg op het scherm naar links. Raak Sluiterknop vasthouden aan en
selecteer naar wens Burst-modus of Scherpstelling.
Andere camera-instellingen
Uw camera wordt ook geleverd met een aantal andere instellingen om u te helpen
hoogwaardige afbeeldingen te maken in allerlei verschillende opnamescenario's.
Sommige instellingen zijn mogelijk niet beschikbaar in bepaalde opnamemodi.
Veeg op de zoeker naar links om de volgende instellingen te configureren:
l Raak aan voor opn.: Raak de zoeker aan om een foto te maken.
l Glimlach opnemen: De camera maakt automatisch een foto wanneer deze een glimlach
detecteert.
l V
oorwerp volgen: Raak het voorwerp aan waarop u wilt scherpstellen. De camera volgt en
wordt scherp gesteld op dat voorwerp.
l Aanpassing afbeelding: Pas verzadiging, contrast en helderheid aan.
l Beeldstabilisator: Corrigeert handschudden in video-opnamen.
Foto's en video's bekijken
Foto's in de modus voor volledig scherm bekijken
Open
Galerie en raak een foto aan om deze in volledig scherm te bekijken. Raak het
scherm aan om het menu te tonen of verbergen.
W
anneer u foto's in de modus voor volledig scherm bekijkt, kunt u:
l In- of uitzoomen: twee vingers uit elkaar spreiden om in te zoomen of twee vingers
samenknijpen om uit te zoomen.
l Beelddetails bekijken:
aanraken om de details van de afbeelding te bekijken, zoals het
ISO, belichting, compensatie en resolutie.
l Foto's hernoemen: > Hernoemen aanraken. V
oer een nieuwe naam in en selecteer OK.
l Een foto instellen als startschermachtergrond of de foto aan een contactpersoon
toewijzen:
> Instellen als > Acht.gr
. of Contactfoto aanraken.
l Automatisch draaien inschakelen: In
Galerie raakt u > Instellingen > Fotostand >
Altijd draaien aan om foto's te draaien wanneer u de schermstand wijzigt.
Camera en galerij
146
Foto's en video's in chronologische volgorde bekijken
Ga naar de tab Foto's. De foto's en video's worden automatisch in chronologische volgorde
weergegeven. Raak > Instellingen aan en schakel T
ijd weergeven in om de datum weer
te geven waarop de foto is genomen.
Op de tab Foto's zoomt u in of uit om tussen maand- en dagweergave te wisselen.
Foto's op locatie bekijken
Als GPS tag in Camera is ingeschakeld, kunt u foto's en video's Galerie op locatie bekijken.
Ga naar de tab Foto's en raak aan om uw foto's met geotags op een kaart te bekijken.
Foto's en video's album voor album bekijken
Ga naar de tab Albums. Foto's en video's worden automatisch in de standaardmappen
gesorteerd. V
ideo's die u met de camera neemt, worden bijvoorbeeld automatisch toegevoegd
aan de map Cameravideo’s en schermafdrukken worden aan de map Schermafbeeldingen
toegevoegd.
Raak > Albums verbergen aan en schakel de knop naast de albums die u wilt
verbergen in. Deze albums verschijnen niet in de albumlijst.
Foto's als diavoorstelling bekijken
Ga naar de tab Foto's en raak > Diavoorstelling aan. Raak het scherm aan om de
diavoorstelling te stoppen.
Camera en galerij
147
Albums organiseren
Foto's of video's aan een nieuw album toevoegen
1 Open
Galerie.
2 Op de tab Albums raakt u aan. Voer de naam van het album in en raak OK aan.
3 Selecteer de afbeeldingen of video's die u aan het nieuwe album wilt toevoegen en raak
vervolgens aan.
4 Foto's of video's verplaatsen of kopiëren naar het nieuwe album:
l Bestanden kopiëren naar het nieuwe album: De bestanden worden niet uit het
oorspronkelijke album verwijderd.
l Bestanden verplaatsen naar het nieuwe album: De bestanden worden uit het
oorspronkelijke album verwijderd.
Foto's en video's verplaatsen
Combineer foto's en video's uit afzonderlijke albums.
1 Open Galerie.
2 Op de tabs Foto's of Albums
zijn er twee manieren waarop u bestanden kunt selecteren:
l Een bestand verplaatsen: Houd het bestand dat u wilt verplaatsen aangeraakt totdat
in de rechteronderhoek verschijnt.
l Meerdere bestanden verplaatsen: Houd een bestand dat u wilt verplaatsen aangeraakt
totdat in de rechteronderhoek verschijnt en selecteer dan andere bestanden.
3 Raak aan.
4 Selecteer het bestemmingsalbum.
Bestanden worden na het verplaatsen uit hun oorspronkelijke album verwijderd.
Albums verplaatsen
Ruim uw verzameling foto's op door minder belangrijke albums te verplaatsen naar Andere.
l De albums Camera, Cameravideo’
s en Schermafbeeldingen kunnen niet worden
verplaatst naar Andere.
l Als u een album dat door een derde app is gemaakt, verplaatst naar Andere, voorkomt u
niet dat de app niet meer functioneert.
1 Open
Galerie.
2 Op de tab Albums houdt u een album aangeraakt en selecteert u de albums die u wilt
verplaatsen.
3 Raak
aan om het/de geselecteerde album(s) te verplaatsen naar Andere.
Camera en galerij
148
In Andere houd u een album aangeraakt en raakt u vervolgens aan om het album terug te
zetten naar de oorspronkelijke locatie.
Albums herschikken
V
erander de volgorde waarin albums worden weergegeven, zodat u altijd uw favoriete foto's kunt
vinden.
U kunt Camera of Schermafbeeldingen
niet herschikken.
1 Open
Galerie.
2 Ga naar de tab Albums en houd vervolgens een album aangeraakt totdat links van al
uw albums verschijnt.
3 Houd naast het album dat u wilt verplaatsen aangeraakt en versleep het naar de
gewenste locatie.
Foto's en video's verwijderen
1 Open Galerie.
2 Houd een miniatuur van een afbeelding of video aangeraakt om de interface voor
bestandsselectie te openen en selecteer dan de bestanden die u wilt verwijderen.
3 Raak > V
erwijderen aan.
Foto's en video's delen
Gebruik Galerie om foto's en video's met uw vrienden en familie te delen.
1 Open
Galerie.
2 Houd een miniatuur van een foto of video aangeraakt en selecteer de bestanden die u wilt
delen.
3 Raak aan. Kies een deelmethode en volg de instructies op het scherm om uw bestanden
te delen.
Een foto bewerken
De Galerie-app bevat krachtige fotobewerkingsprogramma's die u kunt gebruiken om graf
fiti te
tekenen, watermerken toe te voegen of filters toe te passen.
1 Open
Galerie.
2 Raak een afbeelding aan om deze op volledig scherm te bekijken. In de volledige
schermweergave raakt u aan om de foto-editor te openen en bewerkt u uw foto met
behulp van de beschikbare tools.
Camera en galerij
149
l Een afbeelding draaien: Raak aan en veeg over het scherm om de draaihoek aan te
passen.
Wijzigingen ongedaan maken
Verticaal roteren
Spiegelafbeelding
Over het scherm vegen om de afbeelding
te draaien
Gedeelte van afbeelding dat na rotatie
bewaard moet blijven
l Een afbeelding bijsnijden : Raak aan om de bijsnijdverhouding te selecteren
(bijvoorbeeld 16:9). Sleep de stippelrand om de afbeelding bij te snijden tot de gewenste
afmetingen.
Bijsnijdverhoudingen
Bijsnijdselectie
Rasterhoek bijsnijden
l Een filter toevoegen: Raak aan en selecteer het gewenste filter.
l Kleuren accentueren: Raak de afbeelding ergens aan om een kleur te selecteren die u
wilt accentueren. Alle andere kleuren worden omgezet in zwart/wit.
Camera en galerij
150
l Een afbeelding wazig maken: Raak aan. Sleep de schuifregelaar om de mate van
vervaging aan te passen. Sleep de cirkel naar het gedeelte van de afbeelding dat u net
vager wilt maken.
l Beeldparameters aanpassen: Raak aan. U kunt de helderheid, het contrast, de
verzadiging en andere parameters aanpassen om uw foto er levendiger uit te laten zien.
l Effecten voor verbetering van het gezicht toepassen: Raak aan om
gezichtsverbeteringsef
fecten op mensen in een foto toe te passen. U kunt kiezen uit
verschillende huid- en oogverbeteringseffecten.
l Mozaïekeffecten toepassen: Raak
aan en selecteer het gewenste mozaïekeffect.
l Graffiti tekenen: Raak aan om het penseel en de kleur te selecteren.
l Een watermerk toevoegen: Raak
aan om een watermerk toe te voegen en uw foto
een persoonlijk tintje te geven. U kunt kiezen uit tijd, locatie, weer
, activiteit en andere
watermerken.
l Een label toevoegen: Raak
aan en selecteer het gewenste labeltype en lettertype. U
kunt labels gebruiken om uw stemming of gedachten vast te leggen.
V
ideo's bewerken
Een video bewerken
Selecteer hoogtepunten uit video's en sla ze op als afzonderlijke bestanden.
Camera en galerij
151
VID_20160919_200603.mp4
HD
00:02
Lengte van bijgesneden video
Wijzigingen afbreken
Wijzigingen opslaan
Toets afspelen/pauzeren
Resolutie-instellingen
Bijgesneden video
Videobijsnijdschuif
1 Open Galerie.
2 Selecteer de video die u wilt bewerken en raak aan.
3 Op het videobewerkingsscherm versleept u de schuifknoppen voor het selecteren van het
gedeelte van de video dat u wilt behouden.
4 Raak om voor een voorbeeld van de video.
5 Raak aan om de video bij te snijden en op te slaan.
Als u de resolutie wilt wijzigen, selecteert u een resolutie op het videobewerkingsscherm. De
resolutie kan niet worden gewijzigd als de oorspronkelijke resolutie al laag is.
Slow motion-video's bijsnijden
Gebruik het videobewerkingstool in Galerie om slow motion-video's bij te snijden.
1 In Galerie, raakt u de slow motion-video aan die u wilt bewerken en start u het afspelen.
2 Raak het scherm aan om de bewerkingsschuifknoppen voor slow motion weer te geven.
3 V
ersleep de schuifknoppen voor selectie van het gedeelte dat u in slow motion wilt bekijken.
U kunt de bewerkte slow motion-video als afzonderlijke video opslaan door
> V
ertraagde
opname opslaan op de bewerkingsinterface aan te raken.
Galerie configureren
De datum en locatie van de foto weergeven
1 Open
Galerie.
2 > Instellingen aanraken.
Camera en galerij
152
3 U kunt de volgende twee instellingen configureren:
l Schakel Locatie weergeven in. W
anneer u een foto met geotag bekijkt, wordt de locatie
van de foto weergegeven.
l Schakel Tijd weergeven in. Wanneer u een foto bekijkt, wordt de datum en tijd waarop de
foto werd genomen, weergegeven.
Locatie-informatie over mobiele data ophalen
Als u niet met een Wi-Fi-netwerk bent verbonden, moet u mobiele data gebruiken om de locatie
van foto's met geotag op te zoeken.
Deze functie maakt gebruik van uw mobiele dataverbinding.
1 Open Galerie.
2 > Instellingen aanraken.
3 Schakel Netwerktoegang Galerij in om locatie-informatie over mobiele data op te halen.
Camera en galerij
153
Muziek en video
Info over muziek
U kunt nummers op drie manieren aan uw telefoon toevoegen:
l Kopieer nummers vanaf uw computer via een USB-kabel.
l Download nummers vanaf internet.
l Stuur muzieknummers vanaf een andere apparaat met behulp van Bluetooth of Wi-Fi Direct.
Als u op zeer hoge volumes naar muziek luistert, kan dit uw gehoor beschadigen..
Zoeken naar muziek
Sorteer uw muziek op categorie of zoek er met een trefwoord naar om snel uw
muziekbestanden te vinden.
1 Open Muziek.
2 Raak Lokale nummers
aan.
3 Raak
aan om op uw telefoon opgeslagen muziek te zoeken en bekijken.
4 U kunt ervoor kiezen uw muziek te ordenen op songnaam, artiest, albumnaam of map. Als u
naar een specifiek nummer wilt zoeken, raakt u
aan en voert u de naam van het
nummer
, de artiest, of het album in de zoekbalk in.
Muzieknummers verwijderen
Verwijder ongewenste muzieknummers om opslagruimte vrij te maken.
1 Open
Instellingen.
2 Raak Lokale nummers aan.
3 Ga naar de tab Nummers. Houd de lijst met muzieknummers aangeraakt en selecteert de
nummers die u wilt verwijderen.
4 Raak > V
erwijderen aan.
5 Raak Verwijderen aan.
Een afspeellijst maken
U kunt uw muziek ordenen door aangepaste afspeellijsten met uw favoriete nummers te maken.
1 Open
Muziek.
2 Raak Afspeellijsten > Nieuwe afspeellijst
aan.
154
3 Geef de afspeellijst een naam en raak Opslaan aan.
4 Raak T
oevoegen in het pop-upvenster aan.
5 Selecteer de nummers die u wilt toevoegen en raak
aan.
Raak naast de afspeellijst aan om de afspeellijst te Naam wijzigen of V
erwijderen.
Een afspeellijst beluisteren
1 Open
Muziek.
2 Raak Afspeellijstenaan.
3 Selecteer de gewenste afspeellijst. Raak een nummer aan om met het afspelen te beginnen
of raak Alles willekeurig afspelen aan om alle nummers in willekeurige volgorde af te
spelen.
Bediening van afspelen met een slimme
hoofdtelefoon
W
anneer de slimme headsetbesturing is ingeschakeld, kunt u de knoppen op een hoofdtelefoon
gebruiken om het afspelen te bedienen zonder dat u het scherm hoeft in te schakelen.
l Sommige headsets zijn mogelijk niet compatibel met uw telefoon. Gebruik voor de beste
resultaten een Huawei-headset.
l U kunt ook een headset gebruiken om het afspelen van video te bedienen (bepaalde
videospelers bieden geen ondersteuning voor deze functie).
1 Open Instellingen.
2 Raak Slimme assistentie > Slimme headsetbesturing
aan.
3 Schakel Slimme headsetbesturing in.
Gebruik de volgende toetsen om het afspelen te bedienen:
l Knop Volume omhoog: Druk één keer om het volume te verhogen of twee keer om het
huidige nummer aan uw favorieten toe te voegen.
l Knop voor onderbreken: Druk één keer om het afspelen te pauzeren of hervatten, twee keer
om meteen door te gaan naar het volgende nummer of drie keer om naar het vorige nummer
te gaan.
l Volume omlaag-knop: Druk één keer om het volume te verlagen of twee keer om de
afspeelmodus te wijzigen.
Muziek en video
155
Een video afspelen
Een video afspelen
Batterijniveau
Bekijken in zwevend
venster
Afspeelrichting
vergrendelen
Afspeelschuif
Instellingen en
geluidseffecten
Aanraken om
bediening te
tonen/verbergen
Afspeelsnelheid
wijzigen
1 Open Video's.
2 Selecteer de video die u wilt afspelen.
3 Raak de miniatuur aan om de video te starten.
T
ijdens het afspelen kunt u:
l De afspeelsnelheid aanpassen: 1.0x in de rechteronderhoek aanraken en de schuifknop
verslepen. De afspeelsnelheid kan worden aangepast tussen 0,5x en 1,5x.
l De helderheid van het scherm aanpassen: Op de linkerkant van het scherm omhoog of
omlaag vegen. Veeg omhoog om de helderheid te verhogen of veeg omlaag om de helderheid
te verlagen.
l Het volume aanpassen: Op de rechterkant van het scherm omhoog of omlaag vegen. Veeg
omhoog om het volume te verhogen of veeg omlaag om het volume te verlagen.
l Terugspoelen of snel vooruitspoelen: De voortgangsbalk naar links verslepen om terug te
spoelen en naar rechts om snel vooruit te spoelen.
Muziek en video
156
Telefoonbeheer
Prestaties optimaliseren
Gebruik T
elefoonbeheer om uw telefoon sneller te laten werken en de prestaties te
optimaliseren.
Open
Telefoonbeheer en raak OPTIMALISEREN aan. Uw telefoon zal de prestaties
automatisch optimaliseren, de beveiliging verbeteren en het stroomverbruik reduceren.
V
erbeter snelheid
Maak het app-cache leeg en verwijder resterende bestanden en systeemafval om prestaties te
optimaliseren.
1 Open
Telefoonbeheer.
2 Raak Opruimen aan om het app-cache en systeemafval te legen.
Als u meer opslagruimte vrij wilt maken, kunt u:
l Opslagbeheer aanraken om grote bestanden, afbeeldingen en app-gegevens te
wissen.
l De fabrieksinstellingen van een app herstellen. Raak Applicatie herstellen aan.
Selecteer de app die u wilt herstellen en raak > V
erwijderen aan. De
standaardinstellingen van de app worden hersteld en alle app-specifieke gegevens
worden verwijderd.
3 Raak V
oltooien aan om te sluiten.
Automatisch wissen en
herinneringen configureren
Bestanden wissen of apps verwij-
deren
App-geschiedenis verwijderen
157
Gegevensgebruik beheren
T
elefoonbeheer biedt een gegevensbeheerfuncties waarmee u het gegevensgebruik kunt
bijhouden en kunt voorkomen dat u het tegoed van uw mobiele abonnement overschrijdt.
Open
Telefoonbeheer en raak Mobiele data aan. U kunt gedetailleerde statistieken over het
gegevensgebruik weergeven of de volgende instellingen configureren:
l Overzicht verkeer: gegevensgebruik voor elke app bekijken.
l Apps in netwerk: toestemmingen voor internettoegang voor elke app beheren.
l T
otale hoeveelheid beschikbare maandelijkse gegevens: Raak
> T
otale hoeveelheid
beschikbare maandelijkse gegevens aan om uw dataplaninstellingen en herinneringen aan
gegevensgebruik te configureren. Uw telefoon berekent uw mobiele gegevensgebruik en uw
resterende tegoed voor de opgegeven factuurperiode. Wanneer u uw maandelijkse bundel
hebt opgebruikt, ontvangt u een herinnering of schakelt uw telefoon mobiele gegevens uit.
l Mobiele hotspot of Netwerkinstellingen mobiele telefoon: Raak
> Mobiele hotspot of
Netwerkinstellingen mobiele telefoon aan om de instellingen voor de draagbare hotspot of
mobiel netwerk te configureren.
l Gegevensbesparing: Schakel Gegevensbesparing in en kies de apps waarvoor u de
gegevens niet wilt beperken.
Intimidatiefilter
Gebruik de intimidatiefilter om ongewenste oproepen, berichten en pushmeldingen te blokkeren.
Telefoonbeheer
158
Open Telefoonbeheer. Raak Blokkeringslijst > aan en volg de instructies op het
scherm voor het configureren van een zwarte en witte lijst voor oproepen, trefwoorden en
spaminstellingen.
Filterregels configureren
Filtermeldingen configureren
Berichten van vreemdelingen met
trefwoorden op de zwarte lijst worden
geblokkeerd
Oproepen en berichten van nummers
op de zwarte lijst worden geblokkeerd
Oproepen en berichten van nummers
op de witte lijst worden niet
geblokkeerd
Batterijbeheer
Statistische gegevens van de batterij bekijken
Gebruik T
elefoonbeheer om gedetailleerde statistische gegevens over het batterijgebruik voor
elke app te bekijken.
Open
Telefoonbeheer. Raak resterend aan en veeg op het scherm omhoog. U kunt:
l Details van batterijgebruik aanraken om gedetailleerde statistische gegevens over het
batterijgebruik te bekijken.
l V
erbruiksniveau aanraken om te zien welke hardware en software van de telefoon de meeste
energie gebruikt.
l Bespaar energie aanraken om te controleren op problemen met het energieverbruik en om
prestaties te optimaliseren.
l Percentage resterende energie inschakelen om het percentage resterende energie in de
statusbalk weer te geven.
Stroomverbruik verminderen
Gebruik Telefoonbeheer om prestaties te optimaliseren en stroomverbruik te verminderen.
Open
Telefoonbeheer en raak resterend aan. U kunt:
l Prestaties optimaliseren: Raak Bespaar energie aan. Uw telefoon controleert op problemen
met het energiegebruik en optimaliseert de prestaties. Als u het stroomverbruik nog verder wilt
Telefoonbeheer
159
verlagen, raakt u items moeten handmatig worden geoptimaliseerd aan en selecteert u
T
onen of Optim. om de stroominstellingen handmatig aan te passen.
l Achtergrond-apps beperken: Raak Apps sluiten na vergrendeling scherm aan en schakel
de schakelaars in naast de apps die u niet op de achtergrond wilt laten uitvoeren wanneer het
scherm is vergrendeld.
l Batterij-legende apps sluiten: Raak Apps die energie gebruiken in de achtergrond
aan
en selecteer de apps die u wilt sluiten.
Er wordt een melding weergegeven op het berichtenpaneel als er batterij-legende apps in
de achtergrond actief zijn. Als u deze meldingen niet wilt ontvangen, raakt u
Stroomintensieve prompt aan en schakelt u uit.
l De schermresolutie reduceren: Inschakelen Lage resolutie voor energiebesparing
om de
schermresolutie te reduceren en het stroomverbruik te verlagen.
l Energie-intensieve apps automatisch sluiten: Raak
aan en schakel Extreem
stroomintensieve apps sluiten in.
Beheer van app-toestemmingen
T
elefoonbeheer bevat Toestemmingsbeheer. U kunt dit gebruiken om app-toestemmingen te
beperken en uw persoonlijke gegevens te beschermen.
1 Open
Telefoonbeheer.
2 Raak Machtigingen aan en configureer de gewenste toestemmingen.
Telefoonbeheer
160
Virusscanner
Gebruik de virusscanner in Telefoonbeheer om malware te verwijderen.
1 Open Telefoonbeheer.
2 Raak Virus scan aan. Uw telefoon zal malware automatische identificeren en verwijderen.
Virusscanresultaten
Virusscanmodus en
definitie-update-instellingen
Telefoonbeheer
161
Raak aan. U kunt:
l Schakel Cloud-scan
in om uw telefoon te scannen met behulp van de meest recente
antivirus-database. Voor toegang tot de online database is een internetverbinding
nodig.
l Schakel Scanherinnering in om een melding te ontvangen wanneer u langer dan 30
dagen geen virusscan hebt uitgevoerd.
l Selecteer een scanmodus. De Volledige scan duurt langer en zoekt naar
kwaadaardige bestanden, terwijl de Snelle scan alleen belangrijke bestanden en
geïnstalleerde apps scant.
l Configureer de update-instellingen voor de anti-virusdatabase.
l Schakel Alleen update via Wi-Fi in om het gebruik van mobiele data te beperken.
App coderen
Gebruik App-vergrendeling om apps te coderen en ongeautoriseerde toegang te voorkomen.
1 Open
Telefoonbeheer.
2 Raak App-vergrendeling aan. W
anneer u App-vergrendeling voor het eerst opent, volgt u
de instructies op het scherm om een viercijferige PIN-code en een herinnering aan het
wachtwoord in te stellen.
3 Schakel de schakelaar naast de apps die u wilt coderen, in. U moet de PIN dan telkens
invoeren als u een gecodeerde app opent.
Op het App-vergrendelingsscherm raakt u aan om de PIN te wijzigen of om App-
vergrendeling uit te schakelen.
Apps instellen om automatisch te sluiten wanneer het
scherm wordt vergrendeld
Kies welke apps u wilt sluiten wanneer het scherm wordt vergrendeld om stroomverbruik en het
gebruik van mobiele data te beperken.
1 Open Telefoonbeheer.
2 Raak V
ergrendeli ngsscherm schoon... aan.
3 Schakel de schakelaar naast de apps die u wilt sluiten, in.
Telefoonbeheer
162
De geselecteerde apps sluiten automatisch wanneer het scherm wordt vergrendeld. U
ontvangt mogelijk geen nieuwe berichten van e-mail-, berichten- en sociale netwerk-apps
ontvangen nadat ze zijn gesloten.
Telefoonbeheer configureren
Snelkoppelingen toevoegen
Maak snelkoppelingen op het startscherm aan voor veelgebruikte functies van T
elefoonbeheer.
1 Open
Telefoonbeheer.
2 Raak > Snelkoppelingen aan en schakel de functie in die u aan het startscherm wilt
toevoegen.
Telefoonbeheer
163
Tools
U tegelijkertijd bij twee sociale media-accounts
aanmelden
Meld u aan bij twee
Whatsapp- of Facebook-accounts tegelijkertijd om uw werk en persoonlijke
leven gescheiden te houden.
Deze functie werkt alleen met Facebook en WhatsApp.
1 Open Instellingen.
2 Raak App-tweeling aan. Schakel de Facebook- of WhatsApp-schakelaars naar wens in.
Wanneer App-tweeling voor een app is ingeschakeld, verschijnen er twee app-
pictogrammen op het startscherm, zodat u zich tegelijkertijd bij twee accounts kunt
aanmelden.
Gezondheid
Sportgegevens opnemen
Neem sportgegevens op om uw fitness bij te houden.
1 Open Geen app om gegevens te delen.
2 Kies een activiteit. V
oer uw sportdoelstellingen in en raak Starten aan om met uw workout te
beginnen. Uw telefoon neemt de sportgegevens automatisch op, inclusief uw route, de tijd,
afstand, snelheid en kalorieëntelling.
Weer
Weersinformatie bekijken
Open gedetailleerd weersinformatie en weersvoorspellingen om u te helpen vooruit te plannen.
Open
Weer. U kunt:
l Het huidige weer bekijken: De huidige weersomstandigheden, temperatuur
,
luchtkwaliteitsindex, comfortindex, windrichting, windsnelheid, zonsopgangs- en
ondergangstijden en de fase van de maan bekijken.
l De weerswaarschuwingen bekijken: Waarschuwingen bekijken over extreme
weersomstandigheden.
l De weersvoorspelling bekijken: Op het scherm omhoog vegen om per uur een voorspelling
van de komende 24 uur te bekijken, evenals de voorspelde maximale en minimale
temperaturen voor de komende dagen.
164
l W
eersinformatie vernieuwen: Op het scherm omlaag vegen om de weersvoorspelling voor
de huidige stad te vernieuwen. Weersvoorspellingen worden regelmatig in de loop van de dag
bijgewerkt. De publicatietijd van de voorspelling wordt onder de stadsnaam weergegeven.
Veeg op het scherm omlaag om te bekijken op welk tijdstip de voorspelling als laatste werd
bijgewerkt.
l Weer voor andere steden bekijken: Op het scherm naar links of rechts vegen om de
weersvoorspelling voor andere steden bekijken.
l Weergeluiden inschakelen: Weergeluiden zijn standaard uitgeschakeld. Als u ze wilt
inschakelen, raakt u
aan en schakelt u de W
eertonen-schakelaar in.
l De temperatuureenheid wijzigen: De temperatuureenheid is ingesteld in overeenstemming
met de systeemtaal. Raak
> T
emperatuureenheid aan om de eenheid te wijzigen in
Fahrenheit of Celsius.
Kans op regen
Als laatst
bijgewerkt
Steden beheren,
startschermwid
get toevoegen
Steden toevoegen en verwijderen
V
oeg meerdere steden toe om het weer in steden die u interessant vindt, bij te houden.
Uw eigen stad configureren
1 Open
Weer.
2 Raak > W
eer-widget aan en selecteer Stad toevoegen onder Woonplaats. Kies een
stad in de lijst of zoek naar een stad in de zoekbalk.
l W
anneer u thuis bent, wordt alleen de weersvoorspelling van uw eigen stad op het
startscherm weergegeven.
l Als u niet thuis bent, worden de weersvoorspelling voor uw huidige locatie en uw eigen
stad op het startscherm weergegeven.
Tools
165
Beheer van steden
1 Open Weer.
2 Raak aan. U kunt:
l Een stad toevoegen: aanraken. Selecteer een stad in de lijst of zoek naar een stad in
de zoekbalk. U kunt maximaal 10 steden toevoegen.
l Een stad verwijderen: De stad die u wilt verwijderen aangeraakt houden en dan
aanraken.
l Een stad verplaatsen: Een stad aangeraakt houden en dan het pictogram naast een
stad aangeraakt houden en naar de gewenste positie verslepen.
W
eersinformatie bijwerken
1 Open
Weer.
2 V
eeg naar links of rechts om de gewenste stad te vinden.
3 Veeg op het scherm omlaag om de weersinformatie bij te werken.
U kunt ook automatische weerupdates configureren. Raak aan en schakel
Automatisch bijwerken in. Configureer de Bijwerk-interval. Uw telefoon werkt de
weersinformatie automatisch bij op het door u ingestelde interval.
Een weer-widget toevoegen
V
oeg een widget toe om de weersinformatie op het startscherm te bekijken.
1 Houd op het startscherm een leeg gebied ingedrukt of knijp twee vingers samen om de
startscherm-editor te openen.
2 Raak Widgets aan. Selecteer Weer en kies een widgetstijl.
Klok
Alarmen beheren
Stel een alarm in om wakker te worden of u aan belangrijke afspraken te herinneren.
Open
Klok. V
anaf het tabblad Alarm kunt u het volgende doen:
l Een alarm toevoegen: Raak
aan en stel de tijd, beltoon, herhaalinstellingen en meer
voor het alarm in. Raak aan om de instellingen toe te passen.
l Een alarm in- of uitschakelen: Raak de schakelaar naast een alarm aan.
l De alarminstellingen configureren: Raak
aan en ga naar ALARM om de sluimerduur
,
de instellingen voor de stille modus en het gedrag van de volumeknoppen te configureren.
Tools
166
l Een alarm verwijderen: Houd het te verwijderen alarm aangeraakt en raak vervolgens
aan.
l Een alarm uitschakelen: Raak V
eeg om het alarm uit te schakelen aan de onderkant van
het vergrendelingsscherm aan.
l Een alarm dempen: Druk op de knop voor lager volume.
l 10 minuten sluimeren: Druk op de aan/uit-knop. Het alarm gaat na 10 minuten weer af. Als u
het alarm wilt uitschakelen, veegt u vanaf de bovenkant van het scherm omlaag om het
berichtenpaneel te openen en raakt u de alarmmelding aan.
l Alarmen inschakelen wanneer uw telefoon is uitgeschakeld: Selecteer Alarm actief
houden, gaat af over . Alarmen blijven afgaan, zelfs wanneer uw telefoon is uitgeschakeld.
Wereldklok
De wereldklok configureren
Voeg meerdere klokken toe om de tijd in verschillende steden van de wereld te bekijken.
1 Open
Klok.
2 V
anaf het tabblad Wereldklok kunt u het volgende doen:
l Een stad toevoegen: Raak
aan. Voer de naam van een stad in of selecteer een stad
in de lijst.
l De eigen tijdzone instellen: Raak aan. Schakel Klok thuisland weergeven
in, raak
Eigen tijdzone aan en selecteer uw eigen tijdzone.
l Stel de systeemdatum en -tijd in: Raak
> Datum en tijd aan en configureer de
instellingen.
l Een stad verwijderen: Houd de stad die u wilt verwijderen aangeraakt. Raak naast de
stad aan en raak dan aan.
Thuistijd
Stad toevoegen
Mijn steden
Datum, tijd en
eigen tijdzone
instellen
Tools
167
Dubbele klok inschakelen
Uw telefoon geeft standaard de netwerktijd weer
. Schakel Dubbele klok in om de tijd in uw
huidige tijdzone en uw eigen tijdzone op het vergrendelingsscherm weer te geven.
1 Open
Klok.
2 Onder W
ereldklok raakt u
> Datum en tijd > Dubbele klok
aan.
3 Schakel Dubbele klok in. Raak Woonplaats aan en selecteer uw eigen tijdzone in de lijst
met steden.
Tijdzone van het
huidige netwerk
Eigen tijdzone
Er wordt slechts één klok weergegeven wanneer de lokale tijdzone hetzelfde is als de
eigen tijdzone.
Stopwatch
1 Open Klok.
2 Ga naar de tab Stopwatch en raak om de stopwatch te starten.
Terwijl de stopwatch loopt, raakt u om rondjes te tellen. Veeg omhoog over de timer
in het midden van het scherm om uw ronde-informatie te bekijken.
3 Raak om de stopwatch te pauzeren.
4 Raak aan om de stopwatch te of om de stopwatch opnieuw in te stellen.
Het scherm blijft aan wanneer de stopwatch loopt.
Timer
1 Open Klok.
2 Ga naar de tab T
imer en veeg omhoog of omlaag om de afteltijd in te stellen.
Tools
168
3 Raak aan om de timer te starten.
4 W
anneer de timer afgaat, veegt u over het scherm om de beltoon te dempen.
Wanneer de timer aftelt, raakt u aan om het aftellen te pauzeren of om de timer
opnieuw in te stellen.
Slimme afstandsbediening
Info over slimme afstandsbediening
Uw telefoon beschikt over een infraroodsensor
. Gebruik de functie
Slimme afst.bed. om uw
telefoon te paren met infraroodapparaten. U kunt uw telefoon vervolgens gebruiken om tv's,
airconditioners, settopboxen, dvd-spelers, camera's, projectors en netwerkapparaten te
bedienen.
l Raak
?
Help
aan voor hulp.
l Slimme afstandsbediening werkt met infrarood apparaten. Andere bedieningsprotocollen,
zoals Bluetooth, worden niet ondersteund.
l Er bestaat op dit moment geen industriestandaard voor infraroodcodes. Als gevolg is
Slimme afstandsbediening mogelijk niet compatibel met alle infrarood apparaten.
Een afstandsbediening toevoegen
Slimme afstandsbediening heeft ingebouwde ondersteuning voor duizenden
afstandsbedieningen van verschillende merken. U vindt apparaten op producttype en merk en
voegt ze daarna toe.
1 Open
Slimme afst.bed..
2 Raak aan om een afstandsbediening toe te voegen.
3 Selecteer de apparaatcategorie en het merk. Er verschijnt dan een veelgebruikte knop voor
dat apparaat op het scherm (zoals de aan/uit-knop).
4 Als u hierom wordt gevraagd, wijst u op korte afstand met uw telefoon naar het apparaat en
drukt u op het schermknop. Kijk of het apparaat reageert.
l Als het apparaat goed werkt, raakt u Ja aan en test u een andere knop.
l Als het apparaat niet reageert of niet goed werkt, raakt u Nee
aan om een andere
afstandsbediening te proberen.
5 Nadat u de functie van veelgebruikte knoppen hebt gecontroleerd, raakt u OK aan om de
afstandsbediening op te slaan.
Tools
169
Een afstandsbediening aanpassen
Als uw apparaat niet wordt vermeld, kunt u een afstandsbediening handmatig toevoegen. Wijs
hiertoe met uw telefoon naar de afstandsbediening en gebruik de auto-leerfunctie om de IR-
code voor elke knop te leren.
l U hebt de fysieke afstandsbediening voor uw apparaat nodig.
l U kunt de auto-leerfunctie niet met afstandsbedieningen van airconditioners gebruiken.
1 Open Slimme afst.bed..
2 Raak > Aanpassen
aan.
3 Veeg naar links of rechts over het scherm om een sjabloon voor de afstandsbediening te
selecteren (bijvoorbeeld een tv of settopbox).
4 Selecteer de knop die u automatisch wilt leren.
5 Als u hierom wordt gevraagd, lijnt u de infraroodsensor aan de bovenkant van de telefoon uit
met de infraroodzender op de fysieke afstandsbediening. Beide apparaten moeten zich
binnen 5 cm van elkaar bevinden. Houd op de fysieke afstandsbediening de knop die u
automatisch wilt leren minimaal twee seconden ingedrukt.
6 Als het automatisch leren is gelukt, wordt de knop Opslaan onderaan het scherm
beschikbaar. Raak deze aan om de IR-code op te slaan en door te gaan met het toevoegen
van andere knoppen.
7 Herhaal stap 4, 5 en 6 om de overige knoppen te configureren.
8 Raak
> OK aan om de afstandsbediening op te slaan.
Slimme afstandsbediening gebruiken
Na het toevoegen van afstandsbedieningen opent u Slimme afst.bed. en selecteert u de
afstandsbediening voor het apparaat dat u wilt bedienen. Als u een afstandsbediening wilt
gebruiken, wijst u eerst met de infraroodzender van uw telefoon naar het apparaat. Het apparaat
moet zich binnen het bereik en in directe zichtlijn bevinden.
Als het apparaat niet reageert op een van de knoppen op de afstandsbediening, raakt u het
pictogram bovenaan het scherm aan. Selecteer de knop die niet reageert en volg de
instructies op het scherm om de knop opnieuw in te leren.
Beheer van afstandsbedieningen
U kunt de afstandsbedieningen van de slimme afstandsbediening pinnen, bewerken, hernoemen
of verwijderen. U kunt de geluiden en trillingen bij toetsaanslagen ook in- of uitschakelen.
Een afstandsbediening pinnen, bewerken, hernoemen of verwijderen
1 Open Slimme afst.bed..
Tools
170
2 Houd een afstandsbediening aangeraakt. U kunt vervolgens V
erwijderen, Hernoemen,
Bovenaan vastzetten of Bewerken.
l U kunt een afstandsbediening niet pinnen als deze al bovenaan de lijst staat.
l U kunt de afstandsbedieningen van airconditioners niet bewerken.
Toetsgeluiden configureren
1 Open
Slimme afst.bed..
2 Raak aan om de Inst.-interface te openen. U kunt T
oetsgeluid en Tril bij
toetsaanraking in- of uitschakelen.
Geluidsrecorder
Maak geluidsopnames en sla ze voor toekomstige referentie op uw telefoon op.
Geluid opnemen
U kunt de Recorder-app gebruiken voor het openen van geluid in uiteenlopende scenario's,
zoals vergaderingen, interviews of uw eigen stem.
1 Raak
Geluidsrec. aan.
2 V
eeg naar links of rechts om een opnamemodus te selecteren.
l Vergaderingen: Selecteer Vergadering om automatisch de richting van de geluidsbron te
detecteren en de frequentiereactie voor die richting te verhogen. Aanbevolen voor
vergaderingen met drie of meer deelnemers.
l Interviews: Selecteer Interview voor gesprekken tussen twee personen.
l Standaard: Selecteer Normaal om muziek of uw eigen stem op te nemen.
3 Raak Start aan om de opname te starten.
4 Raak Pauzeren of Hervatten aan om de opname te pauzeren of hervatten.
Een tag toevoegen: Voeg een Snel taggen of Foto taggen toe voor gemakkelijke
referentie.
5 Raak Stoppen aan om de opname te beëindigen. Voer een bestandsnaam in (Nieuwe
opname) en raak aan om op te slaan.
Uw telefoon rinkelt niet als u tijdens het opnemen een oproep ontvangt.
Een opname afspelen
Speel geluid vanuit een bepaalde richting af of begint het afspelen vanaf een locatie die getagd
is.
1 Raak Geluidsrec. aan.
2 Selecteer Opnames.
3 Selecteer een opname. Op het afspeelscherm kunt u:
Tools
171
l Geluid vanuit een bepaalde richting afspelen of dempen: W
anneer u een
omnidirectionele opname afspeelt, raakt u het pictogram van de blauwe luidspreker aan om
geluid uit die richting te dempen. Of u versleept het pictogram in het midden van de cirkel
naar een pictogram met een blauwe luidspreker om geluid vanuit die richting af te spelen.
Directionele
audio-opnamen
Aanraken om geluid uit
deze richting uit te
schakelen
Aanraken om te
wisselen tussen
afspelen via
luidspreker of oorstuk
De punt rondom de
cirkel verslepen om
opnamen uit
verschillende
richtingen te horen
l Een tag selecteren: V
eeg op het afspeelscherm naar links om opnametags te bekijken en
selecteer dan een tag om af te spelen vanaf de corresponderende locatie.
Afbeeldingstags
Snelle tags
l De afspeelmodus wijzigen: Schakel tussen Oorstuk en Luidspreker.
Opnames beheren
Opnames delen, hernoemen en sorteren.
1 Raak
Geluidsrec. aan.
2 Selecteer Opnames.
3 In het scherm Bestandsbeheer kunt u opnames sorteren, delen en hernoemen.
Tools
172
Audio-opnamen
sorteren
Omlaag vegen om
zoekvak te openen
Aanraken om te
wisselen tussen afspelen
via luidspreker of oorstuk
Aanraken om
opname af te spelen
Aanraken om nieuwe
opname te maken
Naar links of rechts
vegen om te wisselen
tussen opnamelijsten
Aangeraakt houden om
opnamen te beheren
Opnames bedienen vanuit het berichtenpaneel
W
anneer de recorder-app geluid op de achtergrond opneemt, gebruikt u de controller in het
berichtenpaneel om de opname te Pauzeren, Hervatten of Stoppen.
Aanraken om de
recorder te openen
Snel met opnemen
beginnen en eindigen
Rekenmachine
Gebruik van de rekenmachine
1 Open T
ools.
2 Raak Calculator aan om de standaard rekenmachine te gebruiken.
3 Draai het scherm voor toegang tot de wetenschappelijke rekenmachine.
Tools
173
Snelkoppeling naar rekenmachine
V
eeg vanaf de onderkant van het vergrendelingsscherm omhoog om de functies en
hulpprogramma's van het vergrendelingsscherm weer te geven. Raak vervolgens
aan om
de rekenmachine te openen.
De rekenmachine blijft draaien, ook als automatisch draaien is uitgeschakeld.
Spiegel
Uw telefoon kan ook als spiegel functioneren.
In- of uitzoomen
Kader wijzigen
Helderheid aanpassen
Open Spiegel. U kunt:
l Een afbeelding opslaan: het scherm aanraken en selecteren om de afbeelding naar de
galerie op te slaan. Uw telefoon keert terug naar de spiegel als de afbeelding is opgeslagen.
l In- of uitzoomen: de schuifknop onderaan het scherm verslepen.
l De helderheid aanpassen: het plus- of minsymbool bovenaan het scherm aanraken.
l De spiegel opstomen: W
anneer u in de microfoon blaast, geeft de spiegel een 'opgestoomd'
effect weer. Veeg over het scherm om dit effect te verwijderen.
l De spiegel breken: het scherm aangeraakt houden. De spiegel zal barsten en u hoort een
geluidseffect. Raak de spiegel aan om dit effect te verwijderen.
Kompas
Wanneer u Kompas
voor het eerst opent, volgt u de instructies op het scherm om uw
telefoon te kantelen en het kompas te kalibreren.
Tools
174
Raak Kompas aan om het kompas te openen en uw positie te bekijken. Het kompas geeft
tevens de breedtegraad, lengtegraad, atmosferische druk en hoogte weer
. Veeg naar links om
de luchtbelwaterpas te bekijken.
Raak
aan en schakel Online hoogtekalibratie in om een verbinding met het internet tot
stand te brengen voor een meer nauwkeurige breedtegraad, lengtegraad, atmosferische druk en
hoogte.
Breedtegraad,
lengtegraad, druk,
hoogte
Hoogtemeter
kalibreren
Zaklamp
Gebruik van de zaklamp
1 V
eeg vanaf de onderkant van het vergrendelingsscherm omhoog om de functies en
hulpprogramma's van het vergrendelingsscherm weer te geven.
2 Raak
aan om de zaklamp in te schakelen.
l W
anneer het scherm is ontgrendeld, veegt u vanaf de statusbalk omlaag en raakt u
aan om de zaklamp in te schakelen.
l Open in plaats daarvan T
ools en raak Zaklantaarn >
aan.
De zaklamp uitschakelen
Schakel de zaklamp na gebruik uit om het leeglopen van de batterij te voorkomen.
1 V
eeg vanaf de onderkant van het vergrendelingsscherm omhoog om de functies en
hulpprogramma's van het vergrendelingsscherm weer te geven.
2 Raak
aan om de zaklamp uit te schakelen.
l W
anneer het scherm is ontgrendeld, veegt u vanaf de statusbalk omlaag en raakt u
aan om de zaklamp in te schakelen.
l Open in plaats daarvan T
ools en raak Zaklantaarn >
aan.
Tools
175
Systeemfuncties en -instellingen
De systeemtaal wijzigen
U kunt de systeemtaal op elk gewenst moment wijzigen.
1 Open
Instellingen.
2 Raak Geavanceerde instellingen > T
aal en invoer aan.
3 Raak Taal aan en selecteer de gewenste taal.
Aanraken of verslepen
om systeemtaal te kiezen
Aanraken om
voorkeurstaal te
verwijderen
Systeemtaal
Aanraken om taal
toe te voegen
Zoeken naar meer talen: Als de taal die u zoekt, niet wordt vermeld, dan raakt u Een
taal toevoegen aan om naar een taal te zoeken, waarna u de taal aan de lijst kunt
toevoegen.
Gebruik van de Google-invoermethode
Cijfers en symbolen
invoeren
Backspace
Wisselen tussen
hoofd- en kleine letters
Wisselen tussen
hoofd- en kleine
letters
Aanraken om punt in te
voeren of aangeraakt
houden om andere
symbolen te selecteren
Aanraken om een komma in te voeren
of aangeraakt houden om
invoermethode-instellingen te openen
Aanraken om een spatie in te
voeren of aangeraakt houden
om invoermethode te selecteren
De Google-invoermethode ondersteunt een groot aantal verschillende talen. Raak >
Geavanceerde instellingen > T
aal en invoer > Google-toetsenbord > Talen aan en
schakel Systeemtaal gebruiken uit.
176
Invoermethode-instellingen
Een toetsenbord toevoegen
1 Open
Instellingen.
2 Raak Geavanceerde instellingen > T
aal en invoer aan en selecteer Virtueel toetsenbord
onder Toetsenbord en invoermethoden.
3 Raak Een virtueel toetsenbord toevoegen aan en schakel het toetsenbord dat u wilt
toevoegen in.
Na het toevoegen van een toetsenbord kunt u de toetsenbordinstellingen naar wens
configureren.
Het schermtoetsenbord weergeven wanneer uw telefoon op een fysiek
toetsenbord is aangesloten
W
anneer uw telefoon op een fysiek toetsenbord is aangesloten, kunt u kiezen of u het
schermtoetsenbord wilt uitschakelen.
1 Open
Instellingen.
2 Raak Geavanceerde instellingen > T
aal en invoer aan en selecteer Fysiek toetsenbord
onder Toetsenbord en invoermethoden.
3 Schakel Virtueel toetsenbord tonen in.
De standaard invoermethode selecteren
1 Open
Instellingen.
2 Raak Geavanceerde instellingen > T
aal en invoer aan. Onder Toetsenbord en
invoermethoden raakt u Standaard toetsenbord aan en selecteert u de gewenste
invoermethode. Uw telefoon zal de standaard invoermethode automatisch inschakelen
wanneer u tekst invoert.
Tekst bewerken
Tekst selecteren, knippen, kopiëren, plakken en delen.
Systeemfuncties en -instellingen
177
Tekst selecteren
1 Houd de tekst aangeraakt totdat verschijnt.
2 V
ersleep
en om een tekstdeel te selecteren of raak Alles selecteren aan om alle
tekst te selecteren.
T
ekst kopiëren
Selecteer de tekst die u wilt kopiëren en raak Kopiëren aan om het naar het klembord te
kopiëren.
Tekst knippen
Selecteer de tekst die u wilt knippen en raak Knippen aan om het naar het klembord te
verplaatsen.
Tekst plakken
Houd de plaats aangeraakt waar u de tekst wilt invoegen en raak vervolgens Plakken aan.
De geplakte tekst blijft in het klembord beschikbaar totdat u andere inhoud knipt of kopieert.
Tekst delen
Selecteer de tekst die u wilt delen en raak Delen
aan. Kies hoe u de tekst wilt delen en volg de
instructies op het scherm.
Vliegtuigmodus
Om interferentie te voorkomen, schakelt u de vliegtuigmodus in wanneer u aan boord van een
vliegtuig bent. Als deze modus is ingeschakeld, kunt u geen oproepen plaatsen of ontvangen of
mobiele gegevens, Bluetooth of Wi-Fi gebruiken. U kunt echter nog wel muziek afspelen, video's
bekijken en apps gebruiken die geen internetverbinding vereisen.
Systeemfuncties en -instellingen
178
Gebruik een van de volgende methoden om de vliegmodus in of uit te schakelen:
l De snelkoppelingsschakelaar gebruiken: V
eeg omlaag vanaf de statusbalk om het
berichtenpaneel te openen. In de tab Snelkoppelingen raakt u
aan om alle
snelkoppelingsschakelaars weer te geven. V
erwissel vervolgens de Vliegtuigmodus-
schakelaar.
l Ga naar Instellingen: Open Instellingen
en verwissel de Vliegmodus-schakelaar.
Wanneer de vliegmodus aan staat, worden Wi-Fi, Bluetooth en mobiele data automatisch
uitgeschakeld en kunt u geen oproepen plaatsen of ontvangen. wordt in de statusbalk
weergegeven.
Uw providerinstellingen bijwerken
W
erk uw providerinstellingen bij om de verbinding met het mobiele netwerk en de kwaliteit van
het gesprek te verbeteren.
1 Open
Instellingen.
2 Raak Meer > Link+ live update > Autom. gegevens bijwerken aan en volg de instructies
op het scherm voor het configureren van de update-instellingen.
De providerinstellingen worden standaard automatisch bijgewerkt wanneer u via Wi-Fi
verbinding met het internet maakt. W
anneer u kiest voor automatisch bijwerken over alle
netwerken, downloadt uw telefoon automatisch providerupdates over zowel Wi-Fi als
mobiele data. Er kunnen kosten voor gegevensgebruik in rekening worden gebracht.
De geluidsinstellingen configureren
De geluidsinstellingen op uw wensen aanpassen. U kunt het volume aanpassen, de
dempingsinstellingen configureren, de beltonen voor oproepen, berichten en meldingen wijzigen
en de waarschuwingsgeluiden voor het systeem inschakelen.
Het systeemvolume aanpassen
Pas de beltoon, de media, het alarm en het belvolume op uw wensen aan.
1 Open
Instellingen.
Systeemfuncties en -instellingen
179
2 Raak Geluid > V
olume aan om de beltoon, de media, het alarm en het belvolume aan te
passen.
Stille modus configureren
Schakel de stille modus in om te voorkomen dat u anderen in rustige omgevingen stoort, zoals
wanneer u een vergadering bijwoont. eenmaal ingeschakeld gaat uw telefoon niet over wanneer
u een inkomende oproep op een inkomend bericht ontvangt, maar het scherm wordt wel
geactiveerd. Als u ook trillingen hebt ingeschakeld, trilt uw telefoon om u te waarschuwen voor
inkomende oproepen en berichten.
1 Open
Instellingen.
2 Geluid
> Stille modus aanraken. Uw telefoon gaat niet over wanneer u een inkomende
oproep op een inkomend bericht ontvangt, maar het scherm wordt wel geactiveerd.
l T
rillen in stille modus: Wanneer Stille modus is ingeschakeld en Trillen in stille
modus is aangezet, trilt uw telefoon wanneer u een binnenkomende oproep of bericht
ontvangt.
l Snel de dempinstellingen wijzigen: Veeg vanaf de statusbalk omlaag en open de tab
snelkoppelingen. Raak
aan om te schakelen tussen de modus Geluid, Stil en
T
rilling.
De standaard meldingstoon instellen
Kies een vooraf ingestelde beltoon of een lokaal muziekbestand als meldingstoon voor
berichten, e-mail en andere meldingen.
1 Open Instellingen.
2 Raak Geluid > Standaard meldingentoon aan en kies een nieuwe meldings-Beltoon of
een Muziek-bestand.
Aanraaktonen op het toetsenblok configureren
1 Open Instellingen.
2 Raak Geluid > Aanraaktonen dialer aan en selecteer Standaard, Melodie of Geen.
Systeemwaarschuwingsgeluiden en haptische feedback in- of uitschakelen
1 Open Instellingen.
Systeemfuncties en -instellingen
180
2 Raak Geluid aan. U kunt T
ouch-geluiden, Geluid voor schermvergrendeling, Toon voor
schermafbeelding en Trillen bij aanraking in- of uitschakelen.
Wanneer Trillen bij aanraking is ingeschakeld, trilt uw telefoon wanneer u een toets op
de navigatiebalk aanraakt of het scherm ontgrendelt.
Eénhandsmodus
Schakel Minischermweergave of het verschuivende toetsenbord in om het gemakkelijker voor u
te maken om uw telefoon met één hand te bedienen.
1 Open Instellingen.
2 Raak Slimme assistentie > UI met één hand aan. U kunt:
l Het scherm kleiner maken: Schakel Minischermweergave in. Het scherm wordt kleiner
in de linker- of rechteronderhoek, zodat alles binnen bereik is.
Virtuele navigatiebalk
l Het verschuivende toetsenbord inschakelen: Schakel V
erschuivend toetsenbord in.
Het de kiezer, het menu tijdens een gesprek en het toetsenblok van het
vergrendelingsscherm worden in de hoek van het scherm klein zodat u gemakkelijker met
één hand kunt typen. Raak de pijl naast het toetsenbord aan om het toetsenbord naar de
andere kant van het scherm te verplaatsen.
Handschoenmodus
Schakel de handschoenmodus in, zodat u ook als u handschoenen draagt, uw telefoon nog
steeds kunt gebruiken.
1 Open
Instellingen.
2 Raak Slimme assistentie aan en schakel Handschoenmodus in.
Systeemfuncties en -instellingen
181
De niet-storen-modus
In de modus 'Niet storen' kunt u ongestoord en in alle stilte werken of ontspannen. Uw telefoon
meldt alleen belangrijkste oproepen of berichten.
Gebruik van de modus 'Niet storen'
Configureer de modus 'Niet storen' om te voorkomen dat u belangrijke oproepen of berichten
mist.
1 Open
Instellingen.
2 Op het scherm Niet storen schakelt u Niet storen
in.
3 Raak Modus 'Niet storen' aan. U kunt:
l De instellingen voor inkomende oproepen en berichten configureren: Selecteer
Alleen onderbr. met prior.. Raak Prioriteitsonderbrekingen definiëren aan en voeg
contactpersonen toe aan de lijst Oproepen en Berichten. Wanneer de modus 'Niet storen'
is ingeschakeld, belt uw telefoon alleen wanneer u oproepen of berichten ontvangt van
contactpersonen in de lijst.
Selecteer Alleen witte lijst
om alleen oproepen of berichten te ontvangen van
contactpersonen in uw Witte lijst oproepen/berichten.
l Beltonen voor alarm in de Modus 'Niet storen' inschakelen: Selecteer Alleen alarmen
om alleen alarmbeltonen toe te staan. Uw telefoon rinkelt niet als u binnenkomende
oproepen of berichten ontvangt. U kunt onderbrekingen met prioriteit niet configureren.
l Alle onderbrekingen uitschakelen: Selecteer Niet onderbreken om alle beltonen en
trillen uit te schakelen. Het scherm gaat niet aan voor binnenkomende oproepen, berichten
of alarmen. U kunt onderbrekingen met prioriteit niet configureren.
De Niet storen-timer configureren
Configureer de timer om de modus 'Niet storen' automatisch op een vooraf ingesteld tijdstip in of
uit te schakelen.
Systeemfuncties en -instellingen
182
1 Open Instellingen.
2 Raak Niet storen aan en selecteer T
ijd-regel om de instellingen voor de SIM-vergrendeling
te openen.
3 Configureer de Dagen-instellingen en de Starttijd en Eindtijd.
4 Op het scherm Niet storen schakelt u Tijd-regel in.
De modus 'Niet storen' inschakelen voor afspraken in uw Exchange-agenda
Meld u aan bij uw Exchange-account en synchroniseer de agenda. Er wordt een bericht in het
berichtenpaneel weergegeven wanneer u een uitnodiging voor een vergadering op uw
Exchange-account ontvangt. Uw telefoon zal beslissen of de modus 'Niet storen' al dan niet
wordt ingeschakeld, op basis van uw reactie op de uitnodiging.
Als u een Exchange-account wilt toevoegen, raadpleegt u Een e-mailaccount toevoegen.
V
oor meer informatie over het synchroniseren van de agenda met uw Exchange-account,
zie Afspraken synchroniseren.
1 Open
Instellingen.
2 Raak Niet storen aan en selecteer Event-regel om de instellingen voor de SIM-
vergrendeling te openen.
3 Raak T
ijdens afspraken voor aan en selecteer uw Exchange-account.
Geconfigureerde
Exchange-accounts
4 Raak W
aar het antwoord is: aan. U kunt:
Beantwoorden aan
afspraakinstellingen
Systeemfuncties en -instellingen
183
l W
anneer Ja, Misschien of Niet gereageerd is geselecteerd, wordt de Modus 'Niet storen'
ingeschakeld voor vergaderingen als u Ja of Misschien antwoordde op de uitnodiging voor
de Exchange-vergadering of als u geen antwoord hebt gegeven. De modus 'Niet storen'
wordt niet ingeschakeld als u de uitnodiging afwijst.
Afspraken in agenda
maken aan de hand
van e-mails
Bevestigen of u
aanwezig zult zijn
l W
anneer Ja of Misschien is geselecteerd, wordt de Modus 'Niet storen' ingeschakeld voor
vergaderingen als u Ja of Misschien antwoordde op de uitnodiging voor de Exchange-
vergadering. De modus 'Niet storen' wordt niet ingeschakeld als u de uitnodiging afwijst of
als u geen antwoord hebt gegeven.
l Wanneer Ja is geselecteerd, wordt de Modus 'Niet storen' ingeschakeld voor
vergaderingen als u Ja antwoordde op de uitnodiging voor de Exchange-vergadering. De
modus 'Niet storen' wordt niet ingeschakeld als u antwoordde met Misschien, de
uitnodiging afwees of als u geen antwoord hebt gegeven.
De modus 'Niet storen' inschakelen voor afspraken in uw agenda
Stel uw telefoon in op het automatisch inschakelen van de modus 'Niet storen' voor afspraken in
uw agenda.
1 Open
Instellingen.
2 Raak Niet storen aan. Schakel Event-regel in en raak dan het scherm aan om de
instellingen te configureren.
3 Raak T
ijdens afspraken voor aan en selecteer Telefoon.
Schakel de modus 'Niet storen' automatisch in voor afpsraken in de Agenda van uw
telefoon. V
oor meer informatie over het toevoegen van een afspraak, zie Een afspraak
maken.
De modus 'Niet storen' inschakelen voor alle afspraken
Stel uw telefoon in op het automatisch inschakelen van de modus 'Niet storen' voor alle
afspraken, inclusief afspraken in de agenda en op uw Exchange-account.
1 Open
Instellingen.
2 Raak Niet storen aan. Schakel Event-regel in en raak dan het scherm aan om de
instellingen te configureren.
Systeemfuncties en -instellingen
184
3 Raak T
ijdens afspraken voor aan en selecteer Elke agenda.
Regels voor niet storen toevoegen
1 Open
Instellingen.
2 Raak Niet storen > V
oeg regel toe aan.
3 Selecteer Tijd-regel of Event-regel en raak dan OK aan om een tijd- of afspraakregel te
configureren.
Een account instellen
Een account toevoegen
Voeg een e-mail- of sociale media-account toe om de e-mails en berichten op uw telefoon te
synchroniseren.
1 Open
Instellingen.
2 Raak Accounts > Account toevoegen aan. Selecteer een accounttype en volg de
instructies op het scherm voor het invoeren van de accountgegevens.
l U moet de overeenkomstige app installeren voordat u een account van derden kunt
toevoegen.
l V
oor meer informatie over het toevoegen van e-mail en bedrijfsaccounts, raadpleegt u Een e-
mailaccount toevoegen.
Een account verwijderen
1 Open
Instellingen.
2 Raak Accounts aan en selecteer een accounttype.
3 Selecteer de account die u wilt verwijderen en volg de instructies op het scherm.
Gegevens synchroniseren met uw telefoon
Schakel de synchronisatiefunctie in om alle gegevens op uw telefoon up-to-date te houden en
het verlies van gegevens te voorkomen. U kunt e-mails, contactpersonen en andere gegevens
vanaf uw oude telefoon of computer synchroniseren.
Het type gegevens dat kan worden gesynchroniseerd, hangt af van het accounttype.
1 Open Instellingen.
2 Selecteer Accounts.
3 Raak in de rechterbovenhoek van het scherm aan. Selecteer Gegevens autom.
synchroniseren en volg de instructies op het scherm.
Systeemfuncties en -instellingen
185
Als de schakelaar voor het synchroniseren van gegevens is uitgeschakeld, kunt u
gegevens handmatig synchroniseren door een account te selecteren en aan te
raken.
Geheugen- en opslaggegevens bekijken
Bekijk uitgebreide geheugen- en opslaggegevens en wis het systeemafval om de prestaties te
optimaliseren.
1 Open Instellingen.
2 Raak Geheugen en opslag
aan om geheugen- en opslaggegevens te bekijken.
l App-opslaginformatie bekijken: Raak Geheugen > Geheugen gebruikt door apps aan
om te zien welke apps de meeste ruimte innemen.
l Systeemafval wissen: Selecteer Opslag reinigen. Uw telefoon scant automatisch naar
systeemafval en vraagt u onnodige bestanden te verwijderen om de prestaties te
optimaliseren.
l Opslag beheren: Raak Opslag reinigen > Opslagbeheer aan om batches te verwijderen
of apps en andere gegevens te verwijderen.
Apps en gegevens op
categorie beheren
Aanraken om apps
of gegevens te
openen en in batches
te verwijderen.
De datum en tijd instellen
Uw telefoon stelt de datum en tijd automatisch in met behulp van door het netwerk aangeleverde
waarden. U kunt de tijd ook handmatig instellen en weergeven in 12- of 24-uurindeling.
1 Open Instellingen.
2 Raak Geavanceerde instellingen > Datum en tijd
aan. U kunt:
l De tijd en datum automatisch instellen met behulp van door het netwerk geleverde
waarden: Schakel Autom. tijd en datum in. Schakel de schakelaar uit om de tijd
handmatig in te stellen.
Systeemfuncties en -instellingen
186
l De tijdzone automatisch instellen met behulp van door het netwerk geleverde
waarden: Schakel Automatische tijdzone in. Schakel de schakelaar uit om de tijdzone
handmatig in te stellen.
l De tijd in 24-uurindeling weergeven: Schakel 24-uurs notatie gebruiken in om de tijd in
24-uurindeling weer te geven. De tijd wordt standaard in 12-uurindeling weergegeven.
Locatietoegang inschakelen
Schakel op locatie gebaseerde diensten in om te zorgen dat de kaart, navigatie en weerapps
toegang tot uw locatiegegevens hebben.
De locatie-instellingen configureren
l Afhankelijk van uw provider kunnen de functies variëren.
1 Open Instellingen.
2 Geavanceerde instellingen > Locatietoegang aanraken.
3 Schakel T
oegang tot mijn locatie in. U kunt kiezen uit drie verschillende modi:
l GPS, Wi-Fi en mobiele netwerken gebruiken: gebruikt GPS en de internetverbinding van
uw telefoon. Schakel deze optie in voor uiterst nauwkeurige positionering.
l Wi-Fi en mobiele netwerken gebruiken: gebruikt alleen de internetverbinding van uw
telefoon. Schakel deze optie in voor verminderd stroomverbruik en langere stand-bytijden.
l Alleen GPS gebruiken: vereist geen verbinding met het internet. Schakel deze functie in
om het mobiele gegevensgebruik te beperken.
De nauwkeurigheid van positionering binnen vergroten
Uw telefoon gebruikt Wi-Fi en Bluetooth voor een meer nauwkeurige positionering wanneer u
binnen bent.
1 Open
Instellingen.
2 Geavanceerde instellingen > Locatietoegang aanraken.
3 Raak > Scaninstellingen aan. U kunt:
l Schakel W
i-Fi scannen in. Locatie-apps en -services scannen voortdurend naar Wi-Fi-
netwerken voor positionering die nauwkeuriger is.
l Schakel Bluetooth-scannen in. Locatie-apps en -services zoeken naar Bluetooth-
apparaten voor positionering die nauwkeuriger is.
Systeeminstellingen herstellen
Herstel de instellingen van het netwerk, vingerafdruk-id en schermvergrendeling regelmatig om
uw telefoon beveiligd te houden.
1 Open
Instellingen.
Systeemfuncties en -instellingen
187
2 Aanraken Geavanceerde instellingen > Backup en Fabrieksinstellingen
3 Raak Alle instellingen resetten aan en volg de instructies op het scherm om de instellingen
te herstellen.
De netwerkinstellingen herstellen
Uw telefoon brengt automatisch een verbinding tot stand met eerder gebruikte Wi-Fi-netwerken
en Bluetooth-apparaten. U kunt de netwerkinstellingen herstellen om uw
verbindingsgeschiedenis te wissen.
1 Open Instellingen.
2 Raak Geavanceerde instellingen > Backup en Fabrieksinstellingen aan.
3 Raak Netwerk resetten aan en volg de instructies op het scherm om de instellingen te
herstellen.
Fabrieksinstellingen herstellen
Herstel de fabrieksinstellingen als uw telefoon crasht of langzaam reageert.
Als u de fabrieksinstellingen herstelt, worden alle persoonlijke gegevens van uw telefoon
gewist, inclusief accountinformatie, gedownloade apps en systeeminstellingen. Maak een
back-up van belangrijke gegevens op uw telefoon voordat u de fabrieksinstellingen herstelt.
V
oor meer informatie, zie Een back-up van gegevens maken naar een microSD-kaart.
1 Open
Instellingen.
2 Raak Geavanceerde instellingen > Backup en Fabrieksinstellingen aan.
3 Raak T
erug naar fabrieksinstellingen aan en kies of u uw telefoonopslag wilt formatteren.
Als u Interne geheugen wissen selecteert, worden alle bestanden uit het interne
geheugen verwijderd, bijvoorbeeld muziek en foto's. Ga verder op eigen risico.
4 Raak T
elefoon opnieuw instellen aan om de fabrieksinstellingen op uw telefoon terug te
zetten.
OTA-updates
Werk het systeem van uw telefoon bij naar de meest recente versie om de prestaties van uw
telefoon te verbeteren.
Zorg ervoor dat uw telefoon verbonden is met internet voordat u de update uitvoert. Maak
verbinding met een Wi-Fi-netwerk om kosten voor gegevensgebruik te vermijden. Zorg er
ook voor dat uw telefoon voldoende batterijvermogen heeft.
Systeemfuncties en -instellingen
188
l Het gebruik van ongeautoriseerde software van derden voor het bijwerken van uw
telefoon kan uw telefoon onbruikbaar maken of uw persoonlijke gegevens in gevaar
brengen. Gebruik voor optimale resultaten de OT
A-updatefunctie of breng uw telefoon
naar uw dichtstbijzijnde Huawei-servicecentrum.
l Tijdens een systeemupdate kunnen uw persoonlijke gegevens worden gewist. Maak altijd
een back-up van belangrijke gegevens voordat u de telefoon bijwerkt.
l Zorg er tijdens het uitvoeren van een update voor dat uw telefoon minimaal 20%
resterend batterijvermogen heeft.
l Na de update kunt u merken dat sommige apps van derden niet compatibel zijn met uw
systeem, zoals applicaties voor internetbankieren of games. Dit komt doordat
ontwikkelaars van applicaties van derden enige tijd nodig hebben voor het ontwikkelen
van release-updates voor nieuwe Android-releases. Wacht totdat er een nieuwe versie
van de applicatie wordt uitgegeven.
Raak Instellingen > Over de telefoon > Build-nummer aan om het versienummer van uw
telefoon te bekijken.
1 Open Instellingen.
2 Raak Updater aan. Uw telefoon zoekt automatisch naar updates.
3 Selecteer de nieuwste versie om het updatepakket te downloaden.
4 Als de download is voltooid, raakt u Bijwerken aan. Het updateproces kan enige tijd in
beslag nemen. Gebruik uw telefoon pas weer nadat de update is voltooid. Uw telefoon wordt
automatisch opnieuw gestart nadat de update is voltooid.
Productinformatie bekijken
De naam van uw apparaat veranderen
Geef uw apparaat een andere naam om uw telefoon gemakkelijker te kunnen vinden wanneer u
andere apparaten verbindt met uw draagbare Wi-Fi-hotspot of wanneer u andere apparaten via
Bluetooth wilt paren.
1 Open Instellingen.
2 Raak Over de telefoon > Apparaatnaam
aan en geef uw apparaat een andere naam.
Uw modelnummer en versie-informatie bekijken
Bekijk uw modelnummer en de systeemversie-informatie.
1 Open
Instellingen.
2 Raak Over de telefoon aan om uw modelnummer
, het versienummer, de EMUI-versie en
Android-versie te bekijken.
Systeemfuncties en -instellingen
189
Uw IMEI bekijken
Alle telefoons hebben een unieke 15-cijferige IMEI die u kunt gebruiken om te controleren of uw
apparaat authentiek is.
1 Open Instellingen.
2 Raak Over de telefoon aan om de IMEI te bekijken.
Telefoons met dubbele SIM hebben twee IMEI's.
De specificaties van uw telefoon bekijken
Bekijk de specificaties van uw telefoon met behulp van een paar eenvoudige stappen. U kunt
informatie over uw processor
, geheugen, schermresolutie en meer bekijken.
1 Open
Instellingen.
2 Raak Over de telefoon aan. V
eeg op het scherm omhoog of omlaag om informatie over de
processor, het RAM, het interne geheugen, de schermresolutie en meer te bekijken.
Toegankelijkheidsfuncties
Info over TalkBack
TalkBack is een toegankelijkheidsservice die hoorbare waarschuwingen en ondertiteling levert
om slechtziende en slechthorende gebruikers te helpen communiceren met hun apparaat.
TalkBack inschakelen
TalkBack is een toegankelijkheidsfunctie bedoeld voor gebruikers met een beperkt
gezichtsvermogen en gehoor. De functie biedt hoorbare aanwijzingen en ondertiteling die u
helpen bij de bediening van uw telefoon. Als TalkBack is ingeschakeld, geeft uw telefoon
hoorbare aanwijzingen voor alle inhoud die u aanraakt, selecteert of inschakelt.
Hoorbare aanwijzingen zijn niet in alle talen beschikbaar. Als uw taal niet beschikbaar is,
kunt u een spraaksynthesemechanisme van een derde downloaden. V
oor meer informatie,
zie Tekst-naar-spraak (TTS)-uitvoer.
1 Open
Instellingen.
2 Raak Geavanceerde instellingen > T
oegankelijkheid > TalkBack aan.
3 Schakel TalkBack in en raak OK aan.
Een beluisterbare zelfstudie wordt afgespeeld wanneer u TalkBack voor het eerst
inschakelt. Als u de zelfstudie nogmaals wilt afspelen, raakt u aan om Instellingen
voor TalkBack te openen en selecteert u de zelfstudie.
4 Raak aan en selecteer V
erkennen via aanraking. Om hoorbare aanwijzingen in te
schakelen voor inhoud die u aanraakt, schakelt u Verkennen via aanraking in.
Systeemfuncties en -instellingen
190
TalkBack uitschakelen: Houd het scherm drie seconden aangeraakt en houd tegelijkertijd
de aan/uit-knop ingedrukt.
TalkBack gebruiken om uw telefoon te bedienen
Nadat u T
alkBack hebt ingeschakeld, gebruikt u gebaren voor het volgende:
Bladeren op het scherm: Gebruik twee vingers (in plaats van één vinger) om over het scherm
te vegen. Veeg omhoog of omlaag met twee vingers om door menulijsten te scrollen. Veeg naar
links of rechts om tussen schermen te schakelen.
Een item selecteren: Raak een item met één vinger aan om het te selecteren (het item wordt
niet geopend). Uw telefoon leest de inhoud van het geselecteerde item voor
.
Een item openen: Raak een deel van het scherm twee keer met één vinger aan om uw selectie
uit de vorige stap te bevestigen.
Systeemfuncties en -instellingen
191
Als u bijvoorbeeld Instellingen wilt openen, raakt u het pictogram Instellingen één keer aan
met één vinger en raakt u vervolgens een deel van het scherm twee keer aan.
De T
alkBack-instellingen configureren
De TalkBack-instellingen kunnen op uw behoeften worden aangepast.
1 Open
Instellingen.
2 Raak Geavanceerde instellingen > T
oegankelijkheid > TalkBack >
aan.
3 U kunt het feedback-volume, de instellingen voor hoorbare, bedieningsgebaren en meer
aanpassen.
Ondertiteling
Naast het verstrekken van hoorbare aanwijzingen geeft TalkBack ook titels weer voor gebruikers
met een beperkt gehoor.
1 Open Instellingen.
2 T
ik op Geavanceerde instellingen > Toegankelijkheid > Titels
3 Zet de schakelaar Titels aan en configureer de taal, lettergrootte en ondertitelstijl.
Vergrotingsgebaren
Gebruik vergrotingsgebaren om op een specifiek gebied in te zoomen.
Het toetsenbord en de navigatiebalk kunnen niet worden vergroot.
1 Open Instellingen.
2 Raak Geavanceerde instellingen > T
oegankelijkheid > Vergrotingsgebaren aan.
3 Schakel de schakelaar Vergrotingsgebaren in.
l Inzoomen: Raak het scherm drie keer snel achtereenvolgend aan om in te zoomen. Raak
het scherm nogmaals drie keer aan om weer uit te zoomen. Als u Vergrotingsgebaren wilt
uitschakelen, zet u de schakelaar Vergrotingsgebaren uit.
l Naar een vergroot gebied bladeren: V
eeg over het scherm met twee vingers.
Systeemfuncties en -instellingen
192
l De zoom aanpassen: Als u wilt inzoomen, spreidt u uw vingers uiteen op het scherm. Als
u wilt uitzoomen, knijpt u twee of meerdere vingers op het scherm samen.
l T
ijdelijk inzoomen: Raak het scherm drie keer snel achter elkaar aan en houd uw vinger
daarna op het scherm. Veeg om naar een vergroot gebied te bladeren. Laat uw vinger los
om weer in te zoomen.
De Aan/uit-knop gebruiken om een oproep te beëindigen
1 Open
Instellingen.
2 Raak Geavanceerde instellingen > T
oegankelijkheid aan en schakel Aan/uit-knop
beëindigt oproep in.
Wanneer deze functie is ingeschakeld, drukt u op de aan/uit-knop om een oproep te beëindigen.
Systeemfuncties en -instellingen
193
Hoorbare wachtwoordaanwijzingen
Deze functie biedt hoorbare feedback voor gebruikers met een beperkt gezichtsvermogen.
W
anneer u een wachtwoord invoert, leest uw telefoon de letters en cijfers voor terwijl u typt.
Voor Tekst-naar-spraak-uitvoer (TTS) moet TalkBack zijn ingeschakeld.
1 Open
Instellingen.
2 Raak Geavanceerde instellingen > T
oegankelijkheid aan en schakel Wachtwoorden
voorlezen in.
Wanneer deze functie is uitgeschakeld, worden er alleen hoorbare wachtwoordaanwijzingen
afgespeeld wanneer er een hoofdtelefoon is aangesloten.
Tekst-naar-spraak (TTS)-uitvoer
Deze functie converteert tekst naar spraak voor gebruikers met een beperkt gezichtsvermogen.
V
oor Tekst-naar-spraak-uitvoer (TTS) moet TalkBack zijn ingeschakeld.
1 Open
Instellingen.
2 Raak Geavanceerde instellingen > T
oegankelijkheid aan. Schakel Uitvoer voor blijven
aanraken in en selecteer dan de gewenste spraaksynthesemachine en spraaksnelheid.
De tik-en-houd-vertraging configureren
Wijzig hoe lang het duurt voordat uw telefoon reageert op tik-en-houd-gebaren.
1 Open
Instellingen.
2 Raak Geavanceerde instellingen > T
oegankelijkheid aan en selecteer Vertraging voor
blijven aanraken.
3 Selecteer Kort, Normaal of Lang naar wens.
Kleurcorrectie
In de kleurcorrectiemodus worden de kleuren aangepast zodat personen met kleurenblindheid
gemakkelijker onderscheid kunnen maken tussen de verschillende onderdelen van het scherm.
Ga zorgvuldig met deze functie om, aangezien het de prestaties van uw telefoon kan
beïnvloeden.
1 Open Instellingen.
2 Raak Geavanceerde instellingen > T
oegankelijkheid aan en selecteer Kleurcorrectie.
3 Schakel Kleurcorrectie in en selecteer Correctiemodus.
Systeemfuncties en -instellingen
194
Aanraken om de
helderheid van het
scherm automatisch
te veranderen
Snelkoppelingen voor toegankelijkheidsfuncties inschakelen
Gebruik de aan/uit-knop om snel de toegankelijkheidsfuncties in te schakelen.
1 Open Instellingen.
2 Raak Geavanceerde instellingen > T
oegankelijkheid aan en selecteer Snelkoppeling
voor toegankelijkheid.
3 Schakel Snelkoppeling voor toegankelijkheid in. U kunt de toegankelijkheidsfuncties op
twee manieren inschakelen:
l
a Houd de aan/uit-knop ingedrukt totdat u een bevestigingstoon hoort of totdat uw telefoon
trilt.
b Houd het scherm met twee vingers aangeraakt totdat u een bevestigingstoon hoort.
Systeemfuncties en -instellingen
195
Accessoires
Openklapmodus
Info over openklapmodus
Gebruik een openklaphoes om uw telefoon te beschermen tegen krassen en om schade aan het
scherm te voorkomen. Als de openklaphoes een venster heeft, kunt u de tijd, de
weersvoorspelling, gemiste oproepen en ongelezen berichtmeldingen zien zonder dat u de hoes
hoeft open te klappen.
We bevelen u aan een door Huawei goedgekeurde hoes te gebruiken die speciaal voor uw
telefoonmodel is ontworpen.
Openklapmodus inschakelen
1 Raak Instellingen
> Slimme assistentie > Slimme cover aan en schakel Slimme cover in.
2 Selecteer Venster of Geen venster, welke van toepassing is.
De openklaphoes openen en sluiten
De openklaphoes openen
Wanneer u de hoes openklapt, wordt het scherm automatisch ingeschakeld en wordt het
vergrendelingsscherm weergegeven.
De openklaphoes sluiten
Het scherm wordt automatisch vergrendeld wanneer u de openklaphoes sluit.
Als u de openklaphoes tijdens een gesprek sluit, wordt het scherm uitgeschakeld maar blijft de
oproep verbonden. Als u het gesprek wilt beëindigen, opent u de hoes en raakt u de
bijbehorende optie op het scherm aan.
Wanneer er een alarm af gaat, sluit u de hoes om het scherm uit te schakelen en 10 minuten te
sluimeren.
Als uw openklaphoes een venster heeft, worden de datum, tijd, weersvoorspelling, gemiste
oproepen, ongelezen berichtmeldingen en stappentelling kort na het sluiten van de hoes in het
venster weergegeven.
Als u niet thuis bent, worden ook de lokale tijd en weersvoorspelling weergegeven.
Een oproep beantwoorden in de openklapmodus
Als uw openklaphoes een venster heeft, kunt u informatie over binnenkomende oproepen
bekijken en oproepen beantwoorden of weigeren zonder de hoes te openen.
Als u twee SIM-kaarten gebruikt, worden het nummer van de SIM-sleuf en de gegevens van de
provider binnen het venster weergegeven.
Als de beller een van uw contactpersonen is, wordt de naam van de beller weergegeven.
196
Het bedrijf van de beller en de functienaam worden ook weergegeven als u deze gegevens in
uw contactpersonen hebt opgenomen. Als er geen bedrijf of functienaam beschikbaar is, wordt
de locatie van de beller weergegeven.
In het venster voor binnenkomende oproepen kunt u:
l verslepen naar om de oproep te weigeren.
l verslepen naar om de oproep te beantwoorden.
T
ijdens een gesprek kunt u
verslepen naar om op te hangen.
Bediening van muziek afspelen in de openklapmodus
Als uw openklaphoes een venster heeft, kunt u het afspelen bedienen zonder de hoes te
openen.
l Raak of aan om het vorige of volgende nummer af te spelen.
l Raak of aan om het afspelen te pauzeren of hervatten.
Het alarm in openklapmodus gebruiken
Als u een alarm in de openklapmodus wilt sluimeren, opent en sluit u de hoes of drukt u op de
aan/uit-knop. Het alarm gaat weer af na de vooraf ingstelde sluimertijd.
Als uw openklaphoes een venster heeft, kunt u de volgende handelingen uitvoeren zonder de
hoes te openen.
l Een alarm uitschakelen: V
eeg in de richting van de pijl.
l Een alarm sluimeren: Volg de instructies op het scherm om het alarm te sluimeren. Het alarm
gaat weer af na de vooraf ingstelde sluimertijd.
Het inschakelen van de openklapmodus heeft geen invloed op andere alarminstellingen
zoals omdraaien om te dempen, het gebruik van de knop voor lager volume om een alarm te
dempen of het inschakelen van het alarm om af te gaan wanneer uw telefoon wordt
uitgeschakeld of in de stille modus.
Accessoires
197
Hulp ontvangen
Lees de Snelstartgids die bij uw telefoon wordt meegeleverd.
Ga naar HiCare om de gebruikershandleiding te lezen, meer informatie over Huawei-diensten te
ontvangen of online hulp te ontvangen.
Raak Instellingen > Over de telefoon > Juridische informatie aan om de juridische informatie
te lezen.
Bezoek http://consumer
.huawei.com voor meer informatie.
198
Persoonlijke gegevens en
gegevensbeveiliging
Het gebruik van bepaalde functies of applicaties van derden op uw apparaat kan ertoe leiden dat
uw persoonlijke gegevens en/of andere gegevens verloren raken of toegankelijk worden voor
anderen. Neem de volgende maatregelen om uw persoonlijke gegevens te helpen beschermen:
l Bewaar uw apparaat op een veilige plek om ongeautoriseerd gebruik te voorkomen.
l V
ergrendel het scherm van uw apparaat en stel een wachtwoord of ontgrendelingspatroon in.
l Maak regelmatig een back-up van de persoonlijke gegevens die zijn opgeslagen op uw SIM-
kaart, uw geheugenkaart of in het geheugen van het apparaat. Als u een nieuw apparaat in
gebruik neemt, zorgt u dat u alle persoonlijke gegevens op uw oude apparaat verplaatst of
verwijdert.
l Maak regelmatig een back-up van de persoonlijke gegevens die zijn opgeslagen op uw
geheugenkaart of in het geheugen van het apparaat. Als u een nieuw apparaat in gebruik
neemt, zorgt u dat u alle persoonlijke gegevens op uw oude apparaat verplaatst of verwijdert.
l Open geen sms- of e-mailberichten van vreemden, om te voorkomen dat uw apparaat
geïnfecteerd raakt met een virus.
l Wanneer u uw apparaat gebruikt om te internetten, bezoekt u geen websites die een
beveiligingsrisico kunnen inhouden, om te voorkomen dat uw persoonlijke gegevens worden
gestolen.
l Als u gebruikmaakt van diensten als draagbare Wi-Fi-hotspot of Bluetooth, stelt u voor deze
diensten een wachtwoord in om ongeoorloofde toegang tegen te gaan. Schakel deze diensten
uit wanneer u ze niet gebruikt.
l Installeer beveiligingssoftware op uw apparaat en scan regelmatig op virussen.
l Gebruik alleen apps van derden uit een legitieme bron. Scan gedownloade apps van derden
op virussen.
l Installeer beveiligingssoftware of -patches die worden uitgegeven door Huawei of
geautoriseerde app-leveranciers.
l Het gebruik van ongeautoriseerde software van derden voor het updaten van uw apparaat kan
uw apparaat beschadigen of uw persoonlijke gegevens in gevaar brengen. Het wordt
aanbevolen uw apparaat te updaten met behulp van de online updatefunctie of door het
downloaden van officiële updatepakketten voor uw apparaatmodel van Huawei.
l Sommige apps vereisen en verzenden informatie over uw locatie. Hierdoor zijn derden
mogelijk in staat om de gegevens over uw locatie te delen.
l Bepaalde externe app-leveranciers kunnen detectie- en diagnostische gegevens van uw
apparaat verzamelen ter verbetering van hun producten en diensten.
199
Lijst met beveiligingsfuncties
Huawei-telefoons worden geleverd met een aantal beveiligingsfuncties om uw gegevens
beveiligd te houden.
Schermvergrendelings-
stijl en wachtwoord
Stel een schermvergrendelingswachtwoord in om ongeautoriseerde
toegang tot uw telefoon te voorkomen. V
oor meer informatie, zie De
schermvergrendelingsstijl wijzigen.
Vingerafdrukherken-
ning
Gebruik een vingerafdruk om uw scherm te ontgrendelen, gecodeerde
bestanden te openen, apps te ontgrendelen en beveiligde betalingen te
doen. Voor meer informatie, zie Vingerafdrukherkenning gebruiken.
Een microSD-kaart
coderen
Codeer uw microSD-kaart om ongeautoriseerde toegang tot uw
gegevens te voorkomen. Er moet een wachtwoord worden ingevoerd
wanneer de microSD-kaart in een andere telefoon is gestoken. Voor
meer informatie, zie Een microSD-kaart coderen.
De PIN-code van uw
SIM-kaart instellen
Schakel de SIM-vergrendeling in om te voorkomen dat anderen uw
SIM-kaart gebruiken. U moet telkens als u uw telefoon inschakelt of uw
SIM-kaart in een andere telefoon plaatst, de PIN van uw SIM-kaart
invoeren. Voor meer informatie, zie De PIN-code van uw SIM-kaart
instellen.
Spamberichten
blokkeren
Gebruik het intimidatiefilter en de zwarte lijst in Telefoonbeheer om
spamoproepen en berichten te blokkeren. Voor meer informatie, zie
Spamberichten blokkeren.
Kwaadaardige URL's
in berichten
identificeren
Schakel URL-herkenning in om waarschuwingen over kwaadaardige
URL's te ontvangen. Voor meer informatie, zie Kwaadaardige URL's in
sms-berichten identificeren.
VPN's
U kunt een VPN gebruiken om verbinding te maken met uw
bedrijfsnetwerk en een e-mailserver. Voor meer informatie, zie VPN's.
Intimidatiefilter
Gebruik het intimidatiefilter en de zwarte lijst in Telefoonbeheer om
spamoproepen en berichten te blokkeren. Voor meer informatie, zie
Intimidatiefilter.
App-vergrendeling
Gebruik de App-vergrendeling in Telefoonbeheer om apps te
vergrendelen en ongeautoriseerde toegang te voorkomen. Het
wachtwoord van App-vergrendeling is nodig om vergrendelde apps te
openen. Voor meer informatie, zie App coderen.
200
Gegevensgebruik
beheren
Gebruik de gegevensbeheerfunctie in Telefoonbeheer om het gebruik
van uw mobiele data bij te houden. Mobiele data wordt automatisch
uitgeschakeld wanneer u de vooraf ingestelde limiet bereikt, om te
voorkomen dat u bovenmatige gegevenskosten oploopt. V
oor meer
informatie, zie Gegevensgebruik beheren.
Virusscanner
Gebruik de virusscanner in Telefoonbeheer om malware te verwijderen.
Voor meer informatie, zie Virusscanner.
Modus voor meerdere
gebruikers
Gebruikersaccounts: Maak aparte gebruikersaccounts aan, elk met een
eigen gebruikersprofiel en gegevens. Voor meer informatie, zie
Gebruikersaccounts.
Een beveiligde
opslagruimte
toevoegen
Maak een beveiligde opslagruimte aan, waarin u privé-apps kunt
installeren die andere gebruikers niet kunnen zien of openen. Voor
meer informatie, zie Een beveiligde opslagruimte toevoegen.
Lijst met beveiligingsfuncties
201
Juridische kennisgeving
Copyright © Huawei Technologies Co., Ltd.
2017. Alle rechten voorbehouden.
Het is niet toegestaan onderdelen van deze handleiding in enige vorm of op enige manier te
reproduceren of verzenden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Huawei
Technologies Co., Ltd. en haar partners ("Huawei").
Het product dat in deze handleiding wordt beschreven, kan software van Huawei en mogelijke
licentiegevers bevatten waarop het auteursrecht van toepassing is. Klanten mogen deze
software op geen enkele wijze reproduceren, distribueren, wijzigen, decompileren, ontmantelen,
decoderen, uitpakken, aan reverse engineering onderwerpen, leasen, toewijzen of in sublicentie
geven, behalve indien dergelijke restricties toegelaten zijn door de toepasselijke wetgeving of
indien dergelijke handelingen goedgekeurd werden door de respectieve eigenaars van
auteursrechten.
Handelsmerken en vergunningen
, en zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Huawei
Technologies Co., Ltd.
Android™ is een handelsmerk van Google Inc.
Het woordmerk Bluetooth
®
en de bijbehorende logo's zijn gedeponeerde handelsmerken van
Bluetooth SIG, Inc. en elk gebruik van dergelijke merken door Huawei Technologies Co., Ltd.
vindt plaats onder licentie.
Overige handelsmerken, product-, dienst- en bedrijfsnamen die worden genoemd, kunnen het
eigendom zijn van hun respectieve eigenaren.
Kennisgeving
Sommige functies van het product en de bijbehorende accessoires zoals in dit document
beschreven, zijn afhankelijk van de geïnstalleerde software, mogelijkheden en instellingen van
het lokale netwerk en kunnen daarom mogelijk niet geactiveerd worden of kunnen beperkt
worden door plaatselijke telefoonmaatschappijen of aanbieders van netwerkdiensten.
Daardoor komen de beschrijvingen in dit document wellicht niet exact overeen met het product
dat of de accessoires die u hebt aangeschaft.
Huawei behoudt zich het recht voor om de informatie of specificaties in deze handleiding zonder
voorafgaande kennisgeving en zonder enige aansprakelijkheid te wijzigen.
Verklaring met betrekking tot software van derden
Huawei is niet de eigenaar van het intellectuele eigendom van de software en toepassingen van
derden die met dit product worden meegeleverd. Daarom biedt Huawei geen enkele garantie
voor software en toepassingen van derden. Huawei biedt geen ondersteuning aan klanten die
202
van deze software en applicaties van derden gebruik maken en is niet verantwoordelijk of
aansprakelijk voor de functies van de software en toepassingen van derden.
T
oepassingen en diensten van derden kunnen op elk gewenst moment worden onderbroken of
beëindigd en Huawei geeft geen garantie af met betrekking tot de beschikbaarheid van enige
inhoud of dienst. Inhoud en diensten worden door derden aangeboden via netwerk- of
overdrachtsprogramma's die niet onder de controle van Huawei vallen. Voor zover toestaan door
het toepasselijk recht, wordt nadrukkelijk gesteld dat Huawei geen vergoeding biedt of
aansprakelijk kan worden gesteld voor diensten die door derden worden verleend, noch voor de
onderbreking of beëindiging van de inhoud of diensten van derden.
Huawei kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de wettelijkheid, kwaliteit of enige andere
aspecten van software die op dit product is geïnstalleerd, of voor werk van derden dat wordt
geïnstalleerd of gedownload in welke vorm dan ook, met inbegrip van maar niet beperkt tot
teksten, afbeeldingen, video's of software etc. Klanten dragen het risico voor alle effecten,
waaronder incompatibiliteit tussen de software en dit product, die het gevolg zijn van het
installeren van software of het uploaden of downloaden van het werk van derden.
Dit product is gebaseerd op het open-sourceplatform Android™. Huawei heeft de nodige
wijzigingen aan het platform aangebracht. Daarom ondersteunt dit product mogelijk niet alle
functies die worden ondersteund door het standaard Android-platform of is het mogelijk niet
compatibel met software van derden. Huawei biedt geen enkele garantie en verklaring af in
verband met een dergelijke compatibiliteit en sluit elke vorm van aansprakelijkheid in verband
daarmee uitdrukkelijk uit.
UITSLUITING VAN GARANTIE
ALLE INHOUD VAN DEZE HANDLEIDING WORDT ALS ZODANIG AANGEBODEN. BEHALVE
INDIEN VEREIST DOOR TOEPASSELIJK RECHT, WORDEN ER GEEN GARANTIES
AFGEGEVEN VAN WELKE AARD DAN OOK, HETZIJ EXPLICIET OF IMPLICIET, MET
INBEGRIP VAN MAAR NIET BEPERKT TOT GARANTIES VAN HANDELBAARHEID EN
GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL, MET BETREKKING TOT DE
NAUWKEURIGHEID, BETROUWBAARHEID OF INHOUD VAN DEZE HANDLEIDING.
VOOR ZOVER MAXIMAAL IS TOEGESTAAN OP GROND VAN HET TOEPASSELIJK RECHT
KAN HUAWEI IN GEEN GEVAL AANSPRAKELIJK GESTELD WORDEN VOOR EVENTUELE
SPECIALE, INCIDENTELE, INDIRECTE GEVOLGSCHADE, VERLOREN WINSTEN,
BEDRIJFSACTIVITEITEN, INKOMSTEN, GEGEVENS, GOODWILL OF VERWACHTE
BESPARINGEN.
DE MAXIMALE AANSPRAKELIJKHEID (DEZE BEPERKING IS NIET VAN TOEPASSING OP
DE AANSPRAKELIJKHEID VOOR PERSOONLIJK LETSEL TOT DE MATE WAARIN DE WET
EEN DERGELIJKE BEPERKING VERBIEDT) VAN HUAWEI DIE VOORTVLOEIT UIT HET
GEBRUIK VAN HET PRODUCT, ZOALS BESCHREVEN IN DEZE HANDLEIDNG ZAL
WORDEN BEPERKT TOT DE HOOGTE VAN HET DOOR DE KLANTEN BETAALDE BEDRAG
VOOR DE AANSCHAF VAN DIT PRODUCT.
Juridische kennisgeving
203
Import- en exportregelgeving
Klanten moeten alle toepasselijke export- en importwetten en -regelgeving naleven en zijn
verantwoordelijk voor het verkrijgen van alle noodzakelijke overheidsvergunningen en licenties
om het product dat vermeld wordt in deze handleiding, inclusief de software en de technische
gegevens, te exporteren, te herexporteren of te importeren.
Juridische kennisgeving
204
Model: MHA-L09
MHA-L29
V100R001_02
Deze handleiding is uitsluitend bedoeld ter referentie. Het daadwerkelijke prod-
uct, met inbegrip van maar niet beperkt tot de kleur, de afmetingen en de
schermindeling, kan hiervan afwijken. Geen van de verklaringen, informatie en
aanbevelingen in deze handleiding houden enige vorm van garantie in, hetzij
expliciet of impliciet.
Surf naar http://consumer.huawei.com/en/support/hotline voor een recent
bijgewerkt hotline- en e-mailadres in uw land of regio.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135
  • Page 136 136
  • Page 137 137
  • Page 138 138
  • Page 139 139
  • Page 140 140
  • Page 141 141
  • Page 142 142
  • Page 143 143
  • Page 144 144
  • Page 145 145
  • Page 146 146
  • Page 147 147
  • Page 148 148
  • Page 149 149
  • Page 150 150
  • Page 151 151
  • Page 152 152
  • Page 153 153
  • Page 154 154
  • Page 155 155
  • Page 156 156
  • Page 157 157
  • Page 158 158
  • Page 159 159
  • Page 160 160
  • Page 161 161
  • Page 162 162
  • Page 163 163
  • Page 164 164
  • Page 165 165
  • Page 166 166
  • Page 167 167
  • Page 168 168
  • Page 169 169
  • Page 170 170
  • Page 171 171
  • Page 172 172
  • Page 173 173
  • Page 174 174
  • Page 175 175
  • Page 176 176
  • Page 177 177
  • Page 178 178
  • Page 179 179
  • Page 180 180
  • Page 181 181
  • Page 182 182
  • Page 183 183
  • Page 184 184
  • Page 185 185
  • Page 186 186
  • Page 187 187
  • Page 188 188
  • Page 189 189
  • Page 190 190
  • Page 191 191
  • Page 192 192
  • Page 193 193
  • Page 194 194
  • Page 195 195
  • Page 196 196
  • Page 197 197
  • Page 198 198
  • Page 199 199
  • Page 200 200
  • Page 201 201
  • Page 202 202
  • Page 203 203
  • Page 204 204
  • Page 205 205
  • Page 206 206
  • Page 207 207
  • Page 208 208
  • Page 209 209
  • Page 210 210
  • Page 211 211

Huawei HUAWEI Mate 9 Handleiding

Categorie
Smartphones
Type
Handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor