Garmin Sistema de piloto automatico maritimo GHP 20 para direccion por cable Installatie gids

Type
Installatie gids
GHP20-Installatie-instructies 1



Om de beste prestaties te garanderen en om schade aan uw boot te
voorkomen, moet u de stuurautomaat GHP 20 van Garmin
®
aan de hand
van de volgende instructies installeren. Het wordt ten zeerste aanbevolen
om de stuurautomaat door een professionele monteur te laten installeren.
Deze stuurautomaat is ontworpen voor gebruik in combinatie met bepaalde
type boten. Indien u niet zeker weet of dit systeem geschikt is voor uw type
boot, neem dan contact op met uw Garmin-dealer of met Garmin Product
Support.
Lees alle installatie-instructies aandachtig door voordat u met de
installatie begint. Neem contact op met Garmin Product Support als u
problemen ondervindt tijdens het installeren.
OPMERKING: de laatste pagina van deze instructiehandleiding bevat een
controlelijst voor de installatie. Knip de betreffende pagina uit en houd deze
bij de hand tijdens het installeren van de GHP 20.

Ga naar http://my.garmin.com.
Bewaar uw originele aankoopbewijs of een fotokopie op een veilige
plek.
Noteer ter referentie het serienummer van elk onderdeel van het
GHP 20-systeem op de daartoe bestemde regels op pagina 3.
De serienummers staan vermeld op een sticker op elk onderdeel.

Ga in Europa naar www.garmin.com/support en klik op Contact
Support voor ondersteuningsinformatie voor uw regio.
Bel in de VS met (913) 397.8200 of (800) 800.1020.
Bel in het VK met 0808 2380000.
Bel in Europa met +44 (0) 870.8501241.


U bent verantwoordelijk voor de veilige en voorzichtige besturing van
uw vaartuig. De GHP 20 is een hulpmiddel waarmee u de boot beter kunt
besturen. Het ontheft u echter niet van uw verantwoordelijk om de boot
veilig te besturen. Voorkom gevaarlijke navigatie en zorg ervoor dat het
roer nooit onbemand is.
Wees altijd bereid om snel de handmatige besturing van uw boot over te
nemen.
Oefen de bediening van de GHP 20 op kalm en risicoloos open water.
Wees voorzichtig met het bedienen van de GHP 20 in de buurt van gevaren
op het water, zoals dokken, palen en andere boten.
Lees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de verpakking
voor productwaarschuwingen en andere belangrijke informatie.

Apparatuur die op dit product wordt aangesloten, moet beschikken over een
brandveilige behuizing of in een brandveilige behuizing worden geplaatst.
Draag altijd een veiligheidsbril, oorbeschermers en een stofmasker tijdens
het boren, zagen en schuren.
Opmerking
Controleer altijd voordat u gaat boren of zagen wat zich aan de andere kant
van het oppervlak bevindt. Pas op voor brandstoftanks, elektriciteitskabels
en slangen van het hydraulische systeem.
2 GHP20-Installatie-instructies




Het toestel registreren ................................................................. 1
Contact opnemen met Garmin Product Support ......................... 1
Belangrijke veiligheidsinformatie ................................................. 1


Belangrijkste onderdelen ............................................................. 3
CCU ...................................................................................................3
GHC 20 ..............................................................................................3
Kabels en connectors .................................................................. 3
Besturingscontrollerkabel ..................................................................3
Alarm..................................................................................................3
NMEA 0183-gegevenskabel voor GHC 20 ........................................3
NMEA 2000-kabels en -connectors ...................................................3
Benodigd gereedschap................................................................ 4

Overwegingen met betrekking tot het monteren en aansluiten ... 5
Overwegingen met betrekking tot het monteren van de CCU ...........5
Overwegingen met betrekking tot het aansluiten van de CCU ..........5
Overwegingen met betrekking tot het monteren van het alarm ........5
Overwegingen met betrekking tot het aansluiten van het alarm ........5
Overwegingen met betrekking tot het verbinden met NMEA 2000 ....5
Overwegingen met betrekking tot het monteren van de GHC 20 ......5
Overwegingen met betrekking tot het aansluiten van de GHC 20 .....5
Algemeen aansluitschema voor de GHP 20 ................................ 6

Installatie van de CCU ................................................................. 7
De montagesteun van de CCU installeren ........................................7
De CCU borgen in de CCU-montagesteun ........................................7
De CCU aansluiten ............................................................................7
Het alarm installeren ..........................................................................7
Het alarm monteren ...........................................................................7
Het alarm aansluiten ..........................................................................7
De GHP 20 verbinden met de stuurinrichting van de boot .......... 7
De GHC 20 installeren................................................................. 8
De GHC 20 monteren ........................................................................8
De GHC 20 aansluiten .......................................................................8
Overwegingen met betrekking tot het installeren van meerdere
GHC 20-toestellen ........................................................................8
De toestellen verbinden met een NMEA 2000-netwerk ............... 8
De GHC 20 verbinden met een bestaand NMEA 2000-netwerk ........9
De CCU verbinden met een bestaand NMEA 2000-netwerk .............9
Een basis-NMEA 2000-netwerk aanleggen voor de GHC 20 en de
CCU ...........................................................................................10
Optionele toestellen verbinden met de stuurautomaat
GHP 20 ................................................................................... 10
Overwegingen met betrekking tot het verbinden met
NMEA 0183 ................................................................................10
Een optioneel NMEA 0183-compatibel toestel verbinden met de
GHC 20 ......................................................................................10

Over de Dockside Wizard ...........................................................11
De Dockside Wizard uitvoeren ........................................................ 11
De Dockside Wizard starten ............................................................ 11
De stuurrichting testen ..................................................................... 11
De snelheidsbron selecteren ........................................................... 11
De tachometer controleren .............................................................. 11
De resultaten van de Dockside Wizard controleren ......................... 11
Over de Sea Trial Wizard .......................................................... 12
Belangrijke overwegingen met betrekking tot de
Sea Trial Wizard ...................................................................... 12
De Sea Trial Wizard starten .............................................................12
De Sea Trial Wizard uitvoeren .........................................................12
Het toerental bij planeren congureren ............................................12
Het kompas kalibreren .....................................................................12
De automatische afstemmingsprocedure uitvoeren ........................12
Het noorden instellen .......................................................................12
De instelling voor de voorliggende koers bijstellen ..........................12
De resultaten van de conguratie van de stuurautomaat
controleren .................................................................................12
De conguratie van de stuurautomaat testen en aanpassen ..........12
De instellingen van de acceleratiebegrenzer aanpassen ................13
De instelling van de versterking (Gain) voor de stuurautomaat
bijstellen .....................................................................................13
Geavanceerde conguratieprocedure ....................................... 13
De geavanceerde conguratieprocedure inschakelen .....................13
Geavanceerde conguratie-instellingen .................................... 13
De geautomatiseerde conguratieprocedures handmatig
uitvoeren ....................................................................................13
De Sea Trial Wizard handmatig uitvoeren .......................................13
Individuele conguratie-instellingen handmatig deniëren ..............13

Aansluitschema's NMEA 0183 .................................................. 14
Specicaties .............................................................................. 15
NMEA 2000 PGN-informatie...................................................... 15
CCU .................................................................................................15
GHC 20 ............................................................................................15
NMEA 0183-informatie .............................................................. 16
Conguratie-instellingen voor de GHP 20 ................................. 16
Fout- en waarschuwingsberichten ............................................. 17
Controlelijst voor het installeren van de GHP 20 ....................... 19
CCU-montagesjabloon .............................................................. 19
GHP20-Installatie-instructies 3


De stuurautomaat GHP 20 bestaat uit meerdere systeemonderdelen. Zorg
ervoor dat u vertrouwd bent met al deze onderdelen voordat u met de
installatie begint. Om de installatiewerkzaamheden op de boot goed te
plannen, moet u weten hoe de onderdelen samenwerken.
Controleer of alle hieronder vermelde onderdelen van de GHP 20 aanwezig
zijn in de verpakking en maak uzelf ermee vertrouwd. Als er onderdelen
ontbreken, neem dan direct contact op met uw Garmin-dealer.
Noteer het serienummer van elk onderdeel op de daartoe bestemde regel.

De stuurautomaat GHP 20 bestaat uit twee hoofdonderdelen: de Course
Computer Unit (CCU) en de gebruikersbedieningsinterface GHC
10.

De CCU is als het ware het brein van de GHP 20. De CCU bevat de
sensorapparatuur die de koers bepaalt. De CCU wordt verbonden met de
stuurinrichting van de boot. De CCU wordt bovendien verbonden met
het NMEA 2000
®
-netwerk om communicatie met de GHC 20 mogelijk
te maken. Optioneel kan de CCU ook worden verbonden met NMEA
2000-compatibele GPS-toestellen (pagina 8).


De GHC 20 is de primaire interface die wordt gebruikt voor de bediening
van de stuurautomaat GHP 20. Met de GHC 20 activeert en stuurt u de
GHP 20. Bovendien kunt u de GHP 20 naar wens instellen met behulp van
de GHC 20.
De GHC 20 wordt verbonden met het NMEA 2000-netwerk om te kunnen
communiceren met de CCU. De GHC 20 kan ook worden verbonden
met optionele NMEA 2000-compatibele toestellen, zoals een GPS-
toestel, om gebruik te maken van de geavanceerde functionaliteit van de
GHP 20. Als er geen NMEA 2000-compatibele toestellen beschikbaar
zijn, kunt u de GHC 20 in plaats daarvan optioneel verbinden met NMEA
0183-compatibele toestellen.


Bij de stuurautomaat GHP 20 worden meerdere kabels geleverd.
Deze kabels verbinden de onderdelen met de stroomvoorziening,
met elkaar, met een alarmsysteem en met optionele toestellen.

Opmerking
Verbind de besturingscontrollerkabel niet met een NMEA 2000-netwerk.
De GHP 20 vereist een CAN-bus met voeding om te kunnen communiceren
met de besturingscontroller. Zorg ervoor dat de CAN-bus van de
besturingscontroller over een geschikte voeding en afsluiting beschikt.
Neem indien nodig contact op met de fabrikant van de boot.
Deze kabel verbindt de CCU met de stuurinrichting van de boot. Een deel
van deze kabel bevat gekleurde draden met kale uiteinden. Deze draden
verbinden de CCU met het alarm.

Het alarm geeft waarschuwingstonen voor de GHP 20 (pagina 7).

Deze kabel kan worden gebruikt om de GHC 20 te verbinden met optionele
NMEA 0183-compatibele toestellen.

De NMEA 2000-kabels verbinden de CCU en de GHC 20 met het
NMEA 2000-netwerk. Verbind de CCU en de GHC 20 met een bestaand
NMEA 2000-netwerk met behulp van de bijgeleverde T-connectors en
netwerkkabels of gebruik indien nodig de bijgeleverde NMEA 2000-kabels
en -connectors om zelf een NMEA 2000-netwerk op uw boot aan te leggen
(pagina 8).
4 GHP20-Installatie-instructies
NMEA 2000-netwerkkabel, 2 m (6 voet) (×2)
NMEA 2000-voedingskabel
NMEA 2000-T-connector (×3)
NMEA 2000-afsluitweerstand (m)
NMEA 2000-afsluitweerstand (v)

NMEA 2000-verlengkabels zijn desgewenst leverbaar. Neem contact
op met uw Garmin-dealer of met Garmin Product Support voor
bestelinformatie.

Veiligheidsbril
Boormachine en boren
Gatenzaag voor 90 mm (3
1
/
2
inch)
Kabelsnijder/kabelstriptang
Kruiskopschroevendraaier en platte schroevendraaier
Kabelbinders
Waterdichte kabelconnectors (kabelmoeren) of krimpkousen en een
brander
Watervaste kit
Draagbaar kompas of een handkompas (om op magnetische
interferentie te testen bij het vaststellen van de beste installatieplaats
voor de CCU)
Smeermiddel (optioneel)
OPMERKING: montageschroeven voor de GHC 20 en de CCU zijn
bijgeleverd. Als de bijgeleverde schroeven niet geschikt zijn voor het
montageoppervlak, moet u de juiste soort schroeven gebruiken.
GHP20-Installatie-instructies 5

Voordat u de stuurautomaat GHP 20 installeert, moet u plannen waar u
alle onderdelen op de boot gaat plaatsen. Plaats alle onderdelen tijdelijk
op de locatie waar u van plan bent om deze te installeren. Lees deze
overwegingen door voordat u de installatie gaat plannen.
OPMERKING: de laatste pagina van deze instructiehandleiding bevat een
controlelijst voor de installatie. Knip de betreffende pagina uit en houd deze
bij de hand tijdens het installeren van de GHP 20.


De onderdelen van de GHP 20 worden onderling en met de voeding
verbonden met behulp van de bijgeleverde kabels. Controleer of de juiste
kabels de juiste lengte hebben om elk onderdeel te bereiken en of elk
onderdeel zich op een geschikte locatie bevindt voordat u onderdelen gaat
monteren of aansluiten.

De CCU moet in de voorste helft van de boot worden gemonteerd,
maximaal 3 m (10 voet) boven de waterlijn.
De CCU mag niet worden gemonteerd op een locatie waar deze
ondergedompeld kan raken of kan worden blootgesteld aan afvoerwater.
De CCU mag niet worden gemonteerd in de buurt van
magnetische bronnen (zoals luidsprekers of elektromotoren) of
hoogspanningskabels.
De CCU moet op een afstand van minstens 0,6 meter (24 inch) tot
verplaatsbare of van plaats veranderende magnetische storingsbronnen
(zoals het anker, ankerkettingen, de ruitenwissermotor en
gereedschapskisten) worden geplaatst.
U moet een handkompas gebruiken om op magnetische interferentie te
testen in de zone waar u de CCU wilt monteren.
Als het handkompas niet naar het noorden wijst wanneer u het
vasthoudt op de locatie waar u de CCU wilt gaan monteren, is er sprake
van magnetische interferentie. Kies een andere locatie en voer de test
nog een keer uit.
De CCU mag onder de waterlijn worden gemonteerd, mits dit geen
locatie is waar deze ondergedompeld kan raken of kan worden
blootgesteld aan afvoerwater.
De montagesteun van de CCU moet op een verticaal oppervlak of onder
een horizontaal oppervlak worden gemonteerd, zodat de verbonden
bedrading recht omlaag hangt.
Montageschroeven zijn bijgeleverd bij de CCU, maar als deze
schroeven ongeschikt blijken voor het montageoppervlak moet u andere
schroeven gebruiken.

Opmerking
Verbind de besturingscontrollerkabel niet met een NMEA 2000-netwerk.
De GHP 20 vereist een CAN-bus met voeding om te kunnen communiceren
met de besturingscontroller. Zorg ervoor dat de CAN-bus van de
besturingscontroller over een geschikte voeding en afsluiting beschikt.
Neem indien nodig contact op met de fabrikant van de boot.
De besturingscontrollerkabel is 3 m (9,5 voet) lang en verbindt de CCU
met de besturingscontroller van de boot.
Raadpleeg indien nodig de fabrikant van de boot voor hulp bij het
lokaliseren van de toegang tot de stuurinrichting.
Als de CCU niet kan worden gemonteerd binnen een afstand
van 3 m (9,5 voet) tot de toegang naar de besturingscontroller
van de boot, dan kunt u een NMEA 2000-kabel gebruiken om de
verbinding te verlengen.
De besturingscontrollerkabel mag niet worden doorgesneden.


Het alarm moet in de buurt van het roerstation worden gemonteerd.
Het alarm kan onder het dashboard worden gemonteerd.


Indien nodig kunnen de alarmkabels worden verlengd met een kabel
met een dikte van 28 AWG (0,08 mm
2
).


De CCU en de GHC 20 kunnen worden verbonden met het NMEA
2000-netwerk.
Als uw boot niet is uitgerust met een NMEA 2000-netwerk, kunt u een
dergelijk netwerk aanleggen met behulp van de bijgeleverde NMEA
2000-kabels en -connectors (pagina 10).
Om gebruik te maken van de geavanceerde functionaliteit van de
GHP 20 kunt u een optioneel NMEA 2000-compatibel GPS-toestel
verbinden met het NMEA 2000-netwerk.


Opmerking
Het montageoppervlak moet vlak zijn, zodat het toestel niet wordt
beschadigd wanneer het is gemonteerd.
De montagelocatie moet optimaal zicht bieden tijdens het besturen van
het vaartuig.
De montagelocatie moet gemakkelijk toegang bieden tot de knoppen op
de GHC 20.
Het montageoppervlak moet sterk genoeg zijn om het gewicht van de
GHC 20 te dragen en om de GHC 20 te beschermen tegen overmatige
trillingen of schokken.
Achter het oppervlak moet voldoende vrije ruimte zijn voor het leggen
en verbinden van de kabels.
Achter de behuizing van de GHC 20 moet minstens 8 cm (3 inch)
speling zijn.
Om interferentie te voorkomen, moet de locatie minstens 209 mm
(8
1
/
4
inch) verwijderd zijn van een magnetisch kompas.
De locatie mag niet worden niet blootgesteld aan extreme temperaturen
(pagina 15).


U moet de GHC 20 verbinden met het NMEA 2000-netwerk.
Optionele NMEA 0183-compatibele toestellen, zoals GPS-toestellen,
kunnen worden verbonden met de gegevenskabel van de GHC 20
(pagina 10).
6 GHP20-Installatie-instructies

Raadpleeg dit schema alleen ter referentie bij het onderling aansluiten van onderdelen. Volg de uitgebreide installatie-instructies voor elk onderdeel vanaf
pagina 7.
  
GHC 20
NMEA 2000-netwerk De GHC 20 en de CCU moeten worden verbonden met het NMEA 2000-netwerk met behulp van de bijgeleverde
T-connectors (pagina 8).
Als uw boot niet over een bestaand NMEA 2000-netwerk beschikt, kunt u er zelf een aanleggen met de bijgeleverde
kabels en connectors (pagina 10).
NMEA
2000-voedingskabel
Deze kabel moet alleen worden geïnstalleerd als u een NMEA 2000-netwerk aanlegt. Gebruik deze kabel niet als uw boot
beschikt over een bestaand NMEA 2000-netwerk (pagina 10).
De NMEA 2000-voedingskabel moet worden verbonden met een 9-16 VDC voedingsbron.
CCU Monteer de CCU met de kabels recht omlaag (pagina 7).
Besturingscontrollerkabel
Toegang tot de
stuurinrichting
De toegang tot de stuurinrichting lijkt erg veel op een NMEA 2000-netwerk; de besturingscontrollerkabel kan echter alleen
worden verbonden met de toegang tot de stuurinrichting, en niet met het NMEA 2000-netwerk (pagina 7). De verbinding
verschilt afhankelijk van de fabrikant van de besturingscontroller. Raadpleeg de documentatie bij uw besturingscontroller
of ga naar www.garmin.com voor meer informatie.
Alarm Verbind de besturingscontrollerkabel met het alarm (pagina 7).
GHP20-Installatie-instructies 7

Nadat u de installatie van de GHP 20 op uw boot hebt gepland en alle
aandachtspunten met betrekking tot het monteren en aansluiten voor uw
specieke installatie hebt overwogen, kunt u de onderdelen daadwerkelijk
gaan monteren en aansluiten.

Om de CCU te installeren, moet u deze op uw boot monteren (pagina 7),
met de stuurinrichting van uw boot verbinden (pagina 7), met een NMEA
2000-netwerk verbinden (pagina 8) en met het alarm verbinden (pagina 7).

Voordat u de CCU kunt monteren, moet u een montagelocatie selecteren en
kijken welke bevestigingsmaterialen u nodig hebt (pagina 5).
De CCU-montagesteun bestaat uit twee delen: een montagedeel en een
borgdeel.
1. Knip de montagesjabloon van pagina 19 uit.
2. Bevestig de sjabloon met plakband op de montagelocatie.
Als u de CCU op een verticaal oppervlak gaat installeren, installeer
dan het montagedeel van de montagesteun met de opening
aan de
onderkant.
3. Boor gaten voor op de drie montagelocaties.
4. Gebruik de schroeven
om het montagedeel van de CCU-
montagesteun vast te zetten.

1. Sluit de besturingscontrollerkabel en
de NMEA 2000-netwerkkabel aan op
de CCU.
2. Plaats de CCU in het montagedeel
van de CCU-montagesteun met de
bedrading recht omlaag hangend
.
3. Plaats het borgdeel van de
montagesteun over de bal en klik
het vast op in het montagedeel van
de montagesteun; start met de twee
armen
zonder duimschroef
.
4. Verbind de arm met de duimschroef,
terwijl de kabels recht omlaag
hangen.
De kabels moeten recht omlaag
hangen, anders kan de CCU uw koers niet nauwkeurig bepalen.
5. Draai de duimschroef handmatig aan tot de CCU stevig vastzit in de
montagesteun.
Draai de duimschroef niet te strak aan.

1. Leid het deel van de besturingscontrollerkabel met de vijfpinsconnector
naar de toegang tot de stuurinrichting op de boot (pagina 7).
2. Leid de oranje en blauwe draden naar de locatie waar u het alarm wilt
gaan installeren (pagina 7).
Als de kabel niet lang genoeg is, kunt u de betreffende draden verlengen
door middel van een draad met een dikte van 28 AWG (0,08 mm
2
).

Het alarm geeft waarschuwingstonen in geval van belangrijke
gebeurtenissen op de GHP 20.
Om het alarm te installeren, moet u het op uw boot monteren (pagina 7) en
verbinden met de CCU (pagina 7).

Voordat u het alarm kunt monteren, moet u een montagelocatie selecteren
(pagina 5).
Bevestig het alarm met kabelbinders of andere geschikte
bevestigingsmaterialen (niet bijgeleverd).

1. Leid de alarmkabel naar het blanke uiteinde van de
besturingscontrollerkabel.
Als de kabel niet lang genoeg is, kunt u de betreffende draden verlengen
door middel van een draad met een dikte van 28 AWG (0,08 mm
2
).
2. Verbind de kabels op basis van de onderstaande tabel.



Wit (+) Oranje (+)
Zwart (-) Blauw (-)
3. Soldeer en bedek alle blanke draaduiteinden.


Opmerking
Verbind de besturingscontrollerkabel niet met een NMEA 2000-netwerk.
De GHP 20 vereist een CAN-bus met voeding om te kunnen communiceren
met de besturingscontroller. Zorg ervoor dat de CAN-bus van de
besturingscontroller over een geschikte voeding en afsluiting beschikt.
Neem indien nodig contact op met de fabrikant van de boot.
Dankzij de besturingscontrollerkabel kan de stuurautomaat GHP 20
communiceren met de stuurinrichting van de boot.
Raadpleeg indien nodig de fabrikant van de boot voor hulp bij het
lokaliseren van de toegang tot de stuurinrichting.
1. Zoek de locatie van de toegang tot de stuurinrichting voor uw boot.
2. Verbind de CCU en de stuurinrichting met elkaar via de
besturingscontrollerkabel.
Als u de besturingscontrollerkabel langer moet maken, gebruik dan een
NMEA 2000-verlengkabel.
8 GHP20-Installatie-instructies

Bouw de GHC 20 in de buurt van het roer in het dashboard in, en verbind
de GHC 20 met een NMEA 2000-netwerk.
Om gebruik te maken van de geavanceerde functionaliteit van de
GHP 20, kunt u een optioneel NMEA 2000-compatibel of een NMEA
0183-compatibel GPS-toestel verbinden met het NMEA 2000-netwerk of
met de GHC 20 via NMEA 0183.

Opmerking
Het temperatuurbereik voor de GHC 20 is -15 °C tot 70 °C (5 °F tot
158 °F). Langdurige blootstelling aan temperaturen buiten dit bereik
(in opslag of bij in gebruik) kan ertoe leiden dat het lcd-scherm of andere
onderdelen defect raken. Dergelijke defecten en de gevolgen daarvan vallen
niet onder de beperkte garantie van de fabrikant.
Als u de GHC 20 op glasvezel monteert, is het raadzaam om bij het boren
van de vier gaten met een kleine verzinkboor alleen in de bovenste gellaag
een kleine verdieping aan te brengen. U voorkomt hiermee dat er scheuren
in de gellaag ontstaan als de schroeven worden aangedraaid.
Roestvrijstalen schroeven kunnen zich gaan binden wanneer ze in het
glasvezel worden geschroefd en te strak worden aangedraaid. Garmin raadt
het aanbrengen van zuurvrij smeermiddel op roestvrijstalen schroeven aan
voordat u deze installeert, om te voorkomen dat ze gaan vastzitten.
Voordat u de GHC 20 gaat monteren, moet u eerst een geschikte
montagelocatie selecteren (pagina 5).
1. Snij de montagesjabloon uit en controleer of deze past op de locatie
waar u de GHC 20 wilt gaan installeren.
De montagesjabloon bevindt zich in de productverpakking en maakt
geen deel uit van deze instructies.
De montagesjabloon heeft een zelfklevende achterzijde.
2. Verwijder de beschermende folie van de zelfklevende achterzijde van de
sjabloon en breng deze aan op de locatie waar u de GHC 20 wilt gaan
installeren.
3. Als u het gat gaat zagen met een guurzaag in plaats van met een
gatenzaag van 90 mm (3
17
/
32
inch), gebruik dan een boor van 10 mm
(
3
/
8
inch) om een voorboorgat te maken, zoals aangegeven op
de sjabloon, om een begin te maken voor het zagen van het
montageoppervlak.
4. Zaag met behulp van de guurzaag of de gatenzaag van 90 mm
(3,5
inch) het montageoppervlak langs de binnenzijde van de stippellijn
op de montagesjabloon.
5. Gebruik indien nodig een vijl en schuurpapier om de gatgrootte te
verjnen.
6. Plaats de GHC 20 in de uitsparing om er zeker van te zijn dat de vier
montagegaten correct zijn.
7. Selecteer een optie:
Als de montagegaten correct zijn, ga dan verder met stap 8.
Als de montagegaten niet correct zijn, markeer dan de juiste locaties
voor de vier montagegaten.
8. Verwijder de GHC 20 uit de uitsparing.
9. Boor vier gaten van 2,8 mm (
7
/
64
inch).
Gebruik, zoals aanbevolen in de Opmerking, een verzinkboor als u de
GHC 20 op glasvezel monteert.
10. Verwijder het restant van de sjabloon.
11. Plaats de meegeleverde pakking aan de achterkant van het apparaat en
breng rond de pakking watervaste kit aan. Dit voorkomt waterschade
achter het dashboard.
12. Plaats de GHC 20 in de uitsparing.
13. Zet de GHC 20 met de bijgeleverde schroeven goed vast op het
montageoppervlak.
Gebruik, zoals aanbevolen in de Opmerking, zuurvrij smeermiddel als u
de GHC 20 op glasvezel monteert.
14. Klik de decoratieve ring
op zijn plaats.

Verbind de GHC 20 met het NMEA 2000-netwerk met behulp van de
bijgeleverde NMEA 2000-netwerkkabel (pagina 8).


U kunt meerdere GHC 20-toestellen (afzonderlijk verkrijgbaar) installeren
om de stuurautomaat van verschillende locaties op de boot te bedienen.
Alle bijkomende GHC 20-toestellen moeten worden verbonden met het
NMEA 2000-netwerk (pagina 8).


Opmerking
Als u op uw boot over een bestaand NMEA 2000-netwerk beschikt, zou
dit al op de voeding moeten zijn aangesloten. Sluit de bijgeleverde NMEA
2000-voedingskabel niet aan op een bestaand NMEA 2000-netwerk,
omdat er slechts één voedingsbron mag worden aangesloten op een NMEA
2000-netwerk.
U kunt de GHC 20 verbinden met de CCU via een bestaand NMEA
2000-netwerk. Als u op uw boot niet over een bestaand NMEA
2000-netwerk beschikt, zijn alle onderdelen voor de aanleg ervan
bijgeleverd in de verpakking van de GHP 20 (pagina 10).
Om gebruik te maken van de geavanceerde functionaliteit van de GHP 20
kunt u een optioneel NMEA 2000-compatibel GPS-toestel verbinden met
het NMEA 2000-netwerk.
Ga voor meer informatie over NMEA 2000 naar www.garmin.com.
GHP20-Installatie-instructies 9

1. Bepaal waar u de GHC 20
wilt verbinden met uw bestaande NMEA
2000-backbone
(pagina 5).
2. Koppel één kant van een NMEA 2000-T-connector los van het netwerk.
3. Verbind, indien nodig om de NMEA 2000-netwerkbackbone te
verlengen, een NMEA 2000-backbone-verlengkabel (niet bijgeleverd)
met de losgekoppelde T-connector.
4. Koppel de bijgeleverde T-connector
voor de GHC 20 aan de
NMEA 2000-backbone door deze te verbinden met de zijde van de
losgekoppelde T-connector of de backbone-verlengkabel.
5. Leid de bijgeleverde netwerkkabel
naar de onderkant van de
T-connector die u hebt toegevoegd in stap 4 en verbind deze met de
T-connector.
Als de bijgeleverde netwerkkabel niet lang genoeg is, kunt u een
netwerkkabel van maximaal 6 m (20 voet) gebruiken (niet bijgeleverd).
6. Verbind de netwerkkabel met de GHC 20.
7. Verbind de netwerkkabel met de T-connector die u hebt toegevoegd in
stap 3 en met de GHC 20.

1. Bepaal waar u de CCU
wilt verbinden met uw bestaande NMEA
2000-backbone
(pagina 5).
2. Koppel één kant van een NMEA 2000-T-connector los van het netwerk.
3. Verbind, indien nodig om de NMEA 2000-netwerkbackbone te
verlengen, een NMEA 2000-backbone-verlengkabel (niet bijgeleverd)
met de losgekoppelde T-connector.
4. Koppel de bijgeleverde T-connector
voor de CCU aan de
NMEA 2000-backbone door deze te verbinden met de zijde van de
losgekoppelde T-connector of de backbone-verlengkabel.
5. Leid de bijgeleverde netwerkkabel
naar de onderkant van de
T-connector die u hebt toegevoegd in stap 4 en verbind deze met de
T-connector.
Als de bijgeleverde netwerkkabel niet lang genoeg is, kunt u een
netwerkkabel van maximaal 6 m (20 voet) gebruiken (niet bijgeleverd).
6. Verbind de netwerkkabel met de CCU.
10 GHP20-Installatie-instructies


Opmerking
U moet de bijgeleverde NMEA 2000-voedingskabel aansluiten op
de contactschakelaar van de boot, of via een andere schakelaar in
de hoofdkabel. De GHC 20 zal uw accu leegtrekken als de NMEA
2000-voedingskabel rechtstreeks op de accu wordt aangesloten.
1. Verbind de drie T-connectors
met elkaar.
+
-
2. Verbind de bijgeleverde NMEA 2000-voedingskabel
met een 12
VDC gelijkstroom voedingsbron
via een schakelaar.
Maak indien mogelijk verbinding met de contactschakelaar
van de
boot, of via een andere schakelaar in de hoofdkabel (niet bijgeleverd).
3. Verbind de NMEA 2000-voedingskabel met een van de T-connectors.
4. Verbind een van de bijgeleverde NMEA 2000-netwerkkabels
met een
van de T-connectors en met de GHC 20
.
5. Verbind de andere bijgeleverde NMEA 2000-netwerkkabel met de
andere T-connector en met de CCU
.
6. Verbind de mannelijke en vrouwelijke afsluitweerstanden
met elk
uiteinde van de gecombineerde T-connectors.


Om gebruik te maken van de geavanceerde functionaliteit van de
GHP 20 kunt u een optioneel NMEA 2000-compatibel of een NMEA
0183-compatibel GPS-toestel verbinden met het NMEA 2000-netwerk of
met de GHC 20 via NMEA 0183.


Raadpleeg de installatie-instructies voor uw toestel om de Transfer-
draden (Tx) A(+) en B(-) voor uw NMEA 0183-compatibele toestel te
identiceren.
Wanneer u een NMEA 0183-toestel met twee zend- en ontvangstlijnen
verbindt, is het niet nodig om de NMEA 2000-bus en het NMEA
0183-toestel te verbinden met een gezamenlijke aardverbinding.
Wanneer u een NMEA 0183-toestel met één zendlijn (Tx) of één
ontvangstlijn (Rx) verbindt, moeten de NMEA 2000-bus en het
NMEA 0183-toestel wel worden verbonden met een gezamenlijke
aardverbinding.


1. Bepaal de toewijzingen van NMEA 0183-verbindingen van uw NMEA
0183-compatibele toestel.
2. Verbind uw NMEA 0183-compatibele toestel met de GHC 20 op basis
van de onderstaande tabel.



Blauw Tx/A (+)
Wit Tx/B (-)
Bruin Rx/A (+)
Groen Rx/B (-)
In de appendix treft u drie voorbeelden van verschillende
verbindingssituaties aan (pagina 14).
3. Gebruik indien nodig tweeaderige draad met een dikte van 22 AWG
(0,33 mm
2
) als u langere verbindingen moet maken.
4. Soldeer en bedek alle blanke draaduiteinden.
GHP20-Installatie-instructies 11

De GHP 20 moet worden gecongureerd en afgestemd op de dynamiek
en motorconguratie van uw boot. Gebruik de Dockside Wizard (indien
van toepassing) en de Sea Trial Wizard op de GHC 20 om de GHP 20 te
congureren. Deze wizards helpen u bij het doorlopen van de noodzakelijke
conguratiestappen.

Opmerking
Als u de Dockside Wizard uitvoert terwijl uw boot zich niet in het water
bevindt, zorg er dan voor dat het roer voldoende speling heeft om vrij te
bewegen. Zo voorkomt u schade aan het roer of andere voorwerpen.
U kunt de Dockside Wizard doorlopen terwijl uw boot in of uit het water is.
Als uw boot in het water ligt, moet deze stil liggen tijdens het uitvoeren van
de wizard.

Opmerking
Mogelijk zijn niet alle stappen die in dit onderdeel worden vermeld
van toepassing voor uw boot. Als bij een van de stappen "indien van
toepassing" staat en niet wordt weergeven op de GHC 20, ga dan verder
met de volgende stap.
1. Schakel de GHP 20 in.
Als u de GHP 20 voor het eerst inschakelt, wordt u gevraagd om een
korte conguratieprocedure uit te voeren op de GHC 20.
2. Voer indien nodig de conguratieprocedure uit.
3. Start de Dockside Wizard (pagina 11).
4. Indien van toepassing: selecteer het type vaartuig.
5. Indien van toepassing: test de stuurrichting (pagina 11).
6. Indien van toepassing: selecteer de snelheidsbron en controleer de
tachometer (pagina 11).
7. Bekijk de resultaten van de wizard (pagina 11).

Deze stap is mogelijk niet voor alle vaartuigen van toepassing. Als deze
stap niet op de GHC 20 wordt weergeven, ga dan verder met de volgende
stap.
1. Selecteer een optie nadat u de eerste conguratie hebt voltooid:
Als de Dockside Wizard automatisch start, ga dan verder met stap 2.
Als de Dockside Wizard niet automatisch start, selecteer
dan achtereenvolgens Menu > Setup > Dealer Autopilot
Conguration > Wizards > Dockside Wizard.
2. Selecteer Begin.

Deze stap is mogelijk niet voor alle vaartuigen van toepassing. Als deze
stap niet op de GHC 20 wordt weergeven, ga dan verder met de volgende
stap.
1. Gebruik de pijlen op de GHC 20 om de stuurrichting te testen.
Wanneer u de pijl naar rechts selecteert, zou het roer zodanig moeten
draaien dat de boot naar rechts stuurt; wanneer u de pijl naar links
selecteert, zou het roer zodanig moeten draaien dat de boot naar links
stuurt.
2. Selecteer Continue.
3. Selecteer een optie:
Als de boot bij de test van de stuurrichting in de juiste richting
vaart, selecteer dan Yes.
Selecteer No als de boot bij de test van de stuurrichting in de
tegenovergestelde richting vaart.
4. Als u in stap 3 No hebt geselecteerd, herhaal dan stap 1 en 2.

Deze stap is mogelijk niet voor alle vaartuigen van toepassing. Als deze
stap niet op de GHC 20 wordt weergeven, ga dan verder met de volgende
stap.
Als uw stuurinrichting tachometerinformatie naar de stuurautomaat
verzendt, wordt deze automatisch geselecteerd en hoeft u geen NMEA
2000-tachometer of GPS-snelheidsbron te selecteren.
Selecteer een optie:
Als u een of meer NMEA 2000-compatibele motoren hebt
verbonden met het NMEA 2000-netwerk, selecteert u NMEA 2000.
Als er geen tachometergegevens beschikbaar zijn of als deze
onbruikbaar zijn, selecteer dan GPS data als snelheidsbron.
Wanneer GPS-gegevens als snelheidsbron worden gebruikt,
moet de maximumsnelheid voor alle typen vaartuigen worden
gecongureerd.
Als u geen snelheidsbron hebt verbonden, selecteer dan None.
Als de stuurautomaat niet goed functioneert wanneer u None
hebt opgegeven als snelheidsbron, raadt Garmin u aan een
tachometer of GPS als snelheidsbron te verbinden.

Deze stap is mogelijk niet voor alle vaartuigen van toepassing. Als deze
stap niet op de GHC 20 wordt weergeven, ga dan verder met de volgende
stap.
Vergelijk, terwijl de motor draait (of de motoren draaien), het toerental
op de GHC 20 met de tachometer(s) op het dashboard van de boot.

De GHC 20 toont de waarden die u hebt gekozen bij het uitvoeren van de
Dockside Wizard.
1. Controleer de resultaten van de Dockside Wizard.
2. Selecteer een eventuele foutieve waarde en selecteer Select.
3. Corrigeer de waarde.
4. Herhaal stap 2 en 3 voor alle foutieve waarden.
5. Wanneer u klaar bent met het bekijken van de waarden, selecteer dan
Done.
12 GHP20-Installatie-instructies

De Sea Trial Wizard congureert de basissensors op de stuurautomaat.
Het is daarom van groot belang dat u de wizard voltooit in geschikte
omstandigheden voor uw boot.


Voer de Sea Trial Wizard uit in kalm water. Wat kalm water is, is
afhankelijk van de grootte en vorm van uw boot.
Zorg ervoor dat uw boot niet schommelt terwijl deze stil ligt of zeer
langzaam vaart.
Zorg ervoor dat uw boot geen last heeft van de wind.
Zorg ervoor dat het gewicht op de boot in balans is. Loop NIET
over de boot terwijl u de stappen van de Sea Trial Wizard
doorloopt.

Voordat u de Sea Trial Wizard start, moet u naar een open stuk kalm water
varen.
1. Schakel de GHP 20 in.
2. Selecteer een optie:
Als de Sea Trial Wizard automatisch start, ga dan verder met stap 3.
Als de Sea Trial Wizard niet automatisch start, selecteer
dan achtereenvolgens Menu > Setup > Dealer Autopilot
Conguration > Wizards > Sea Trial Wizard.
3. Selecteer Begin.

1. Vaar met uw boot naar een open stuk kalm water.
2. Start de Sea Trial Wizard (pagina 12).
3. Congureer het toerental bij planeren (pagina 12).
4. Kalibreer het kompas (pagina 12).
5. Voer de automatische afstemmingsprocedure uit (pagina 12).
6. Stel het noorden in (pagina 12).
7. Stel indien nodig de instelling voor de voorliggende koers bij
(pagina 12).

1. Noteer de toerentalwaarde van de tachometer op het dashboard
van de boot op het moment van de overgang van verplaatsing naar
planeersnelheid.
2. Als de tachometerwaarde niet overeenkomt met de waarde op de
GHC 20, gebruikt u de pijlen om de waarde bij te stellen.
3. Selecteer Done.

1. Vaar met de boot met lage snelheid/zonder draaiende motor in een
rechte lijn.
2. Selecteer Begin en blijf in een rechte lijn varen.
3. Draai, wanneer u daartoe wordt geïnstrueerd, de boot langzaam
rechtsom. Probeer de draai zo gelijkmatig en vlak mogelijk te maken.
Draai langzaam, zodat de boot GEEN slagzij maakt.
Wanneer de kalibratie is voltooid, geeft de GHC 20 een daartoe
strekkend bericht weer.
4. Selecteer een optie:
Als de kalibratie met succes is voltooid, selecteert u Done.
Als de kalibratie niet met succes is voltooid, selecteer dan Retry en
herhaal stap 1 t/m 3.

Voordat u de automatische afstemmingsprocedure kunt uitvoeren, moet u
een ink stuk open water voor u hebben.
1. Stel het gas zo in dat de boot onder de planeersnelheid vaart.
2. Selecteer Begin.
De boot voert een aantal zigzagbewegingen uit terwijl de automatische
afstemmingsprocedure wordt uitgevoerd.
De GHC 20 geeft een bericht weer dat de procedure is voltooid.
3. Selecteer een optie:
Als de automatische afstemmingsprocedure succesvol is voltooid,
selecteer dan Done en neem de handmatige besturing van de boot
over.
Als de automatische afstemmingsprocedure zonder succes is
voltooid, stel het gas dan bij en selecteer Retry Autotune.
4. Als de automatische afstemmingsprocedure zonder succes
wordt voltooid, herhaal dan stap 1 t/m 3 tot de automatische
afstemmingsprocedure succesvol wordt voltooid.
5. Als u ook na het bereiken van de maximale kruissnelheid de
automatische afstemmingsprocedure niet succesvol kunt voltooien,
minder dan vaart en selecteer Alternate Autotune om een alternatieve
automatische afstemmingsprocedure te starten.

Voordat u het noorden kunt instellen, moet u minstens 45 seconden
risicoloos open water ter beschikking hebben.
Deze procedure wordt alleen weergegeven alleen als een optioneel GPS-
toestel verbindt met de GHP 20 (pagina 10) en het toestel een GPS-positie
heeft verkregen. Als u geen GPS-toestel hebt aangesloten, wordt u gevraagd
om de instelling voor de voorliggende koers bij te stellen (pagina 12).
1. Vaar de boot gedurende 45 seconden op kruissnelheid in een rechte lijn,
parallel aan de wind en stroming.
2. Selecteer Begin.
3. Selecteer een optie:
Als het kalibratieproces met succes is voltooid, selecteer dan Done.
Herhaal stap 1 en 2 als de kalibratie niet met succes is voltooid.

Deze procedure wordt alleen weergegeven als u geen optioneel GPS-toestel
hebt verbonden met de GHP 20 (pagina 10). Als u wel een GPS-toestel hebt
geïnstalleerd dat een GPS-positie heeft verkregen, wordt u in plaats daarvan
gevraagd om het noorden in te stellen (pagina 12).
1. Stel met behulp van een handkompas vast waar zich het noorden
bevindt.
2. Stel de instelling voor de voorliggende koers bij tot deze overeenkomt
met het noorden op het magnetische kompas.
3. Selecteer Done.


1. Test de stuurautomaat op lage snelheid.
2. Stel indien nodig de instelling van de versterking (Gain) bij (pagina 13).
3. Test de stuurautomaat op een hogere snelheid (normale
gebruiksomstandigheden).
4. Pas indien nodig de instelling van de versterking (Gain) en van de
acceleratiebegrenzer aan.

1. Vaar de boot in één richting met de stuurautomaat geactiveerd
(voorliggende koers vasthouden).
De boot mag niet erg schommelen; een lichte schommeling is echter
normaal.
GHP20-Installatie-instructies 13
2. Draai de boot met behulp van de stuurautomaat in één richting en kijk
hoe de boot reageert.
Als het goed is, draait de boot vloeiend; niet te snel of te langzaam.
Als u de boot met behulp van de stuurautomaat draait, moet de boot met
minimaal doorschieten en schommelen de gewenste voorliggende koers
gaan varen.
3. Selecteer een optie:
Als de boot te snel of te langzaam draait, stel de
acceleratiebegrenzer van de stuurautomaat dan bij (pagina 13).
Als de boot bij een vaste voorliggende koers behoorlijk schommelt
of de koers niet corrigeert na het draaien, pas de instelling voor de
versterking (Gain) dan aan voor de stuurautomaat (pagina 13).
Als de boot vloeiend draait, bij een vaste voorliggende koers niet
of nauwelijks schommelt en de koers na het draaien goed wordt
gecorrigeerd, ga dan door naar stap 5.
4. Herhaal stap 2 en 3 tot de boot vloeiend draait, bij een vaste
voorliggende koers niet of nauwelijks schommelt en de koers na het
draaien goed corrigeert.
5. Voor planerende schepen herhaalt u stap 1 t/m 4 op hogere snelheden
(pagina 13).

OPMERKING: als u de acceleratiebegrenzer handmatig bijstelt, moet u
relatief kleine aanpassingen doorvoeren. Test de wijziging voordat u meer
aanpassingen doet.
1. Schakel de GHP 20 in met de geavanceerde conguratieprocedure
(pagina 13).
2. Selecteer op de GHC 20 achtereenvolgens Menu > Setup > Dealer
Autopilot Conguration > Autopilot Tuning > Acceleration Limiter.
3. Selecteer een optie:
Verhoog de instelling als de stuurautomaat te snel draait.
Verlaag de instelling als de stuurautomaat te langzaam draait.
4. Test de conguratie van de stuurautomaat.
5. Herhaal stap 2 en 3 tot de GHP 20 naar tevredenheid functioneert.


OPMERKING: als u de roerversterking (Rudder Gain) of tegencorrectie
(Counter) handmatig bijstelt, moet u relatief kleine aanpassingen
doorvoeren, en slechts één waarde per keer aanpassen. Test de wijziging
voordat u meer aanpassingen doet.
1. Schakel de geavanceerde conguratieprocedure in (pagina 13).
2. Selecteer op de GHC 20 achtereenvolgens Menu > Setup > Dealer
Autopilot Conguration > Autopilot Tuning > Rudder Gains.
3. Selecteer een optie:
Selecteer Low Speed of High Speed en gebruik de pijlen op de
GHC 20 om bij te stellen hoe nauwkeurig het roer de voorliggende
koers vasthoudt en bij een lage of hoge snelheid draait.
Als u deze waarde te hoog instelt, kan de stuurautomaat overactief
reageren door bij de geringste afwijking voortdurend te proberen om
de voorliggende koers aan te passen. Een overactieve stuurautomaat
kan overmatige slijtage aan de aandrijving veroorzaken en kan ertoe
leiden dat de accu sneller leeg is dan normaal.
Selecteer Low Speed Counter of High Speed Counter om in te
stellen hoe nauwkeurig het roer het doorschieten bij het draaien
corrigeert. Als u deze waarde te hoog instelt, kan de stuurautomaat
bij het corrigeren van oorspronkelijke draai de boot opnieuw laten
doorschieten bij het draaien.
4. Test de conguratie van de stuurautomaat.
5. Herhaal stap 2 en 3 tot de GHP 20 naar tevredenheid functioneert.

Onder normale omstandigheden zijn geavanceerde conguratieopties niet
beschikbaar op de GHC 20. Om toegang te krijgen tot de geavanceerde
conguratie-instellingen van de GHP 20, moet u de geavanceerde
conguratieprocedure inschakelen.

1. Selecteer in het scherm Heading achtereenvolgens Menu > Setup >
System > System Information.
2. Houd de middelste schermtoets
gedurende 5 seconden ingedrukt.
Dealer Mode wordt weergegeven.
3. Druk op Back > Back.
Als in het scherm Setup de optie Dealer Autopilot Conguration
beschikbaar is, is de geavanceerde conguratieprocedure ingeschakeld.

Via de GHC 20 kunt u de automatische conguratieprocedure (Autotune)
uitvoeren, het kompas kalibreren en het noorden instellen op de GHP 20
zonder de wizards uit te voeren. U kunt ook de meeste instellingen
individueel opgeven, zonder de conguratieprocedures te doorlopen.


1. Schakel de geavanceerde conguratieprocedure in (pagina 13).
2. Selecteer in het scherm Heading achtereenvolgens Menu > Setup >
Dealer Autopilot Conguration > Automated Setup.
3. Selecteer Autotune, Calibrate Compass of Set North.
4. Volg de instructies op het scherm.

Met de Sea Trial Wizard kunt u snel alle belangrijke conguratie-
instellingen deniëren voor de GHP 20. Nadat u de wizard voor het
eerst hebt uitgevoerd, kunt u deze altijd opnieuw uitvoeren als u meent
dat de GHP 20 niet naar behoren functioneert. Schakel de geavanceerde
conguratieprocedure in om de wizard te openen (pagina 13).

1. Schakel de geavanceerde conguratieprocedure in (pagina 13).
2. Selecteer in het scherm Heading achtereenvolgens Menu > Setup >
Dealer Autopilot Conguration.
3. Selecteer de instellingscategorie.
4. Selecteer een instelling die u wilt congureren.
Een beschrijving van elke mogelijke instelling treft u aan in de
appendix (pagina 16).
5. Congureer de waarde van de instelling.
OPMERKING: bij het congureren van bepaalde instellingen als
onderdeel van de Dealer Autopilot Conguration-procedure moet u wellicht
ook andere instellingen aanpassen. Lees het onderdeel met de conguratie-
instellingen voor de GHP 20 (pagina 16) door voordat u instellingen gaat
wijzigen.
14 GHP20-Installatie-instructies


De volgende drie aansluitschema's zijn voorbeelden van verschillende
situaties die u tegen kunt komen bij het verbinden van uw NMEA
0183-toestel met de GHC 20.

>
>
>
>
>
>
>
>
+
-
GHC 20
NMEA 2000-netwerk (levert stroom aan de GHC 20)
12 VDC voedingsbron
NMEA 0183-compatibel toestel
 



n.v.t. Voeding
n.v.t. NMEA 0183-aardverbinding
Blauw - Tx/A (+) Rx/A (+)
Wit - Tx/B (-) Rx/B (-)
Bruin - Rx/A (+) Tx/A (+)
Groen - Rx/B (-) Tx/B (-)
OPMERKING: als u NMEA 0183-toestellen met twee zend- en
ontvangstlijnen verbindt, is het niet nodig om de NMEA 2000-bus en het
NMEA 0183-toestel te verbinden met een gezamenlijke aardverbinding.

Als uw NMEA 0183-compatibele toestel slechts één ontvangende draad
(Rx) heeft, sluit deze dan aan op de blauwe draad (Tx/A) van de GHC 20
en laat de witte draad (Tx/B) onaangesloten.
>
>
>
>
>
>
+
-
GHC 20
NMEA 2000-netwerk (levert stroom aan de GHC 20)
12 VDC voedingsbron
NMEA 0183-compatibel toestel
 



n.v.t. Voeding
n.v.t. NMEA 0183-aardverbinding
Blauw - Tx/A (+) Rx
Wit - onaangesloten n.v.t.
Bruin - Rx/A (+) Tx/A (+)
Groen - Rx/B (-) Tx/B (-)
OPMERKING: als u een NMEA 0183-toestel met één ontvangstlijn (Rx)
verbindt, moeten de NMEA 2000 bus en het NMEA 0183-toestel worden
verbonden met een gezamenlijke aardverbinding.

Als uw NMEA 0183-compatibele toestel slechts één verzendende draad
(Tx) heeft, sluit deze dan aan op de bruine draad (Rx/A) van de GHC10
en verbind de groene draad (Rx/B) van de GHC 20 met de NMEA-
aardverbinding.
>
>
>
>
>
>
+
-
GHC 20
NMEA 2000-netwerk (levert stroom aan de GHC 20)
12 VDC voedingsbron
NMEA 0183-compatibel toestel
 



n.v.t. Voeding
Groen - Rx/B -
verbinden met NMEA
0183-aardverbinding
NMEA 0183-aardverbinding
Blauw - Tx/A (+) Rx/A (+)
Wit - Tx/B (-) Rx/B (-)
Bruin - Rx/A (+) Tx/A (+)
OPMERKING: als u een NMEA 0183-toestel met één zendlijn (Tx)
verbindt, moeten de NMEA 2000 bus en het NMEA 0183-toestel worden
verbonden met een gezamenlijke aardverbinding.
GHP20-Installatie-instructies 15

  
CCU Afmetingen Diameter van 91,4 mm (3
19
/
32
inch)
Gewicht 159 g (5,6 oz.)
Temperatuurbereik Van -15 tot 55°C (van 5 °F tot 131 °F)
Materiaal van de
behuizing
Volledig afgedicht, schokbestendig
kunststof, waterbestendig conform
IEC 60529 IPX7
Lengte van de
besturingscontrollerkabel
3 m (9,5 voet)
Alarm Afmetingen (L × Diameter) 23 × 25 mm
(
29
/
32
× 1 inch)
Gewicht 68 g (2,4 oz.)
Temperatuurbereik Van -15 tot 55°C (van 5 °F tot 131 °F)
Kabellengte 3,0 m (10 voet)
GHC 20 Afmetingen 110 × 115 × 30 mm
(4
21
/
64
× 4
17
/
32
× 1
3
/
16
inch)
Gewicht 247 g (8,71 oz.)
Kabels NMEA 0183-gegevenskabel – 1,8 m
(6 voet)
NMEA 2000-netwerkkabel en
-voedingskabel – 2 m (6
1
/
2
voet)
Temperatuurbereik Van -15 °C tot 70 °C (5 °F tot 158 °F).
Kompasveilige afstand 209 mm (8
1
/
4
inch)
Materiaal Behuizing: volledig afgedicht
polycarbonaat, waterbestendig
conform IEC-standaard 60529 IPX7
Lens: glas met antireecterende
behandeling
Stroomverbruik GHC 20 Max. 2,5 W
Ingangsspanning van de
NMEA 2000
9 - 16 VDC
NMEA 2000 LEN 6 (300 mA)


  
Ontvangen
059392 ISO Bevestiging
059904 ISO Aanvraag
060928 ISO Adresreservering
126208 NMEA - Opdracht/Aanvraag/Bevestiging
(groepfunctie)
126464 PGN List Group-functie verzenden/ontvangen
126996 Productinformatie
127258 Magnetische variatie
127488 Motorparameters - Snelle update
129025 Positie - Snelle update
129026 COG & SOG - Snelle update
129283 Koersfout
129284 Navigatiegegevens
Zenden
059392 ISO Bevestiging
059904 ISO Aanvraag
060928 ISO Adresreservering
126208 NMEA - Opdracht/Aanvraag/Bevestiging
(groepfunctie)
126464 PGN List Group-functie verzenden/ontvangen
126996 Productinformatie
127245 Roergegevens
127250 Voorliggende koers van vaartuig

  
Ontvangen
059392 ISO Bevestiging
059904 ISO Aanvraag
060928 ISO Adresreservering
126208 NMEA - Opdracht/Aanvraag/Bevestiging
(groepfunctie)
126464 PGN List Group-functie verzenden/ontvangen
126996 Productinformatie
127245 Roergegevens
127250 Voorliggende koers van vaartuig
127488 Motorparameters - Snelle update
128259 Watersnelheid
129025 Positie - Snelle update
129029 GNSS-positiegegevens
129283 Koersfout
129284 Navigatiegegevens
129285 Navigatie - Route/WP-informatie
130306 Windgegevens
130576 Status van kleine vaartuigen
Zenden
059392 ISO Bevestiging
059904 ISO Aanvraag
060928 ISO Adresreservering
126208 NMEA - Opdracht/Aanvraag/Bevestiging
(groepfunctie)
126464 PGN List Group-functie verzenden/ontvangen
126996 Productinformatie
128259 Watersnelheid
129025 Positie - Snelle update
129026 COG & SOG - Snelle update
129283 Koersfout
129284 Navigatiegegevens
129540 GNSS-satellieten in beeld
130306 Windgegevens
16 GHP20-Installatie-instructies

Als de GHC 20 wordt verbonden met optionele NMEA 0183-compatibele
toestellen, worden de volgende NMEA 0183-telegrammen gebruikt.
 
Ontvangen wpl
gga
grme
gsa
gsv
rmc
bod
bwc
dtm
gll
rmb
vhw
mwv
xte
Zenden hdg

Hoewel alle instellingen meestal automatisch via de wizard worden
gecongureerd, kunt u elke willekeurige instelling echter ook handmatig
aanpassen (pagina 13).
OPMERKING: afhankelijk van de conguratie van de stuurautomaat,
worden bepaalde instellingen mogelijk niet weergeven.
  
Speed Source Setup Verify
Tachometer
Met deze instelling kunt u
het toerental op de GHC 20
vergelijken met de tachometers
op het dashboard van de boot.
Speed Source Setup Planing RPM Met deze instelling kunt u de
toerentalwaarde op de GHC 20
aanpassen op het moment van
de overgang van verplaatsing
naar planeersnelheid. Als de
waarde niet overeenkomt met
de waarde op de GHC 20,
gebruikt u de pijlen om de
waarde bij te stellen.
Speed Source Setup Low RPM Limit Met deze instelling kunt u het
laagste toerental van uw boot
aanpassen. Als de waarde niet
overeenkomt met de waarde op
de GHC 20, gebruikt u de pijlen
om de waarde bij te stellen.
Speed Source Setup High RPM Limit Met deze instelling kunt u het
hoogste toerental van uw boot
aanpassen. Als de waarde niet
overeenkomt met de waarde op
de GHC 20, gebruikt u de pijlen
om de waarde bij te stellen.
Rudder Gains Low Speed Gain Hiermee kunt u de
roerversterking bij lage
snelheden instellen.
Deze instelling is van
toepassing voor het vaartuig
als u onder de planeersnelheid
vaart.
Als u deze waarde te hoog
instelt, kan de stuurautomaat
overactief reageren door bij de
geringste afwijking voortdurend
te proberen om de voorliggende
koers aan te passen.
  
Rudder Gains Low Speed
Counter
Hiermee kunt u de
tegencorrectie voor de
roerversterking bij lage
snelheden instellen.
Deze instelling is van
toepassing voor het vaartuig
als u onder de planeersnelheid
vaart.
Als u deze waarde te laag
instelt, kan de stuurautomaat bij
het draaien doorschieten op de
gewenste voorliggende koers.
Als u deze waarde te hoog
instelt, draait de stuurautomaat
mogelijk te langzaam.
Rudder Gains High Speed Gain Met deze instelling kunt u
de roerversterking bij hoge
snelheden opgeven.
Deze instelling is van
toepassing voor het vaartuig
als u boven de planeersnelheid
vaart.
Als u deze waarde te hoog
instelt, kan de stuurautomaat
overactief reageren door bij de
geringste afwijking voortdurend
te proberen om de voorliggende
koers aan te passen.
Rudder Gains High Speed
Counter
Met deze instelling kunt u
de tegencorrectie voor de
roerversterking bij hoge
snelheden instellen.
Deze instelling is van
toepassing voor het vaartuig
als u boven de planeersnelheid
vaart.
Als u deze waarde te laag
instelt, kan de stuurautomaat bij
het draaien doorschieten op de
gewenste voorliggende koers.
Als u deze waarde te hoog
instelt, draait de stuurautomaat
mogelijk te langzaam.
NMEA Setup NMEA
Checksum
Als het verbonden NMEA 0183
GPS-toestel controlesommen
verkeerd berekent, kunt
u het toestel nog steeds
gebruiken als u deze instelling
uitschakelt. Wanneer deze
instelling wordt uitgeschakeld,
is de gegevensintegriteit niet
gewaarborgd.
NMEA Setup Reversed XTE Als het verbonden NMEA
0183-GPS-toestel de verkeerde
stuurrichting verzendt met het
XTE-signaal (koersfout). U kunt
deze instelling gebruiken om de
stuurrichting te corrigeren.
Navigation Setup Navigation Gain Met deze instelling kunt u
bepalen hoe agressief de
stuurautomaat Cross Track
Errors tegengaat bij het volgen
van een Route-To-patroon.
Als deze waarde te hoog is,
kan de stuurautomaat over
lange afstanden heen en weer
schommelen langs de koerslijn.
Als deze waarde te laag is,
kan de stuurautomaat traag
reageren bij het tegengaan van
Cross Track Errors.
GHP20-Installatie-instructies 17
  
Navigation Setup Navigation Trim
Gain
Met deze instelling kunt u
bepalen in welke mate Cross
Track Errors acceptabel
zijn bij het volgen van een
Route-To-patroon. Stel deze
instelling pas bij nadat de
navigatieversterking (Navigation
Gain) is ingesteld.
Als deze waarde te hoog is, zal
de stuurautomaat Cross Track
Errors overmatig compenseren.
Als deze waarde te laag is, zal
de stuurautomaat langdurige
Cross Track Errors toestaan.
OPMERKING: geavanceerde conguratie-instellingen zijn beschikbaar
wanneer u de geavanceerde conguratieprocedure volgt (pagina 13).
Andere instellingen zijn beschikbaar bij normaal gebruik van de
GHP 20. Zie het onderdeel met betrekking tot de conguratie in de
gebruikershandleiding van de GHC 20 voor meer informatie.

  

Autopilot is not
receiving navigation
data. Autopilot placed
in heading hold.
De stuurautomaat
ontvangt geen geldige
navigatiegegevens tijdens
het uitvoeren van een
Route-To.
Dit bericht wordt ook
weergegeven als de
navigatie wordt gestopt op
een kaartplotter voordat
de stuurautomaat wordt
gedeactiveerd.
Geeft alarmgeluid
Stuurautomaat
schakelt over naar
vaste voorliggende
koers.
Connection with
autopilot lost
De GHC heeft geen
verbinding meer met de
CCU.
n.v.t.
Low GHC supply
voltage
Het
voedingsspanningsniveau
is lager dan de waarde
die werd opgegeven
in het menu voor het
laagspanningsalarm.
n.v.t.
Lost Communication
With Steering
Controller
Terwijl de stuurautomaat
was geactiveerd, heeft
de stuurautomaat
de verbinding met
stuurinrichting van de boot
verloren.
Geeft alarmgeluid
Stuurautomaat
schakelt over naar
stand-by.
No Steering
Controller Detected
Tijdens het inschakelen
kan de stuurautomaat de
stuurinrichting van de boot
niet detecteren.
Geeft alarmgeluid
Stuurautomaat
schakelt over naar
stand-by.
Steering Controller
Not Supported
De stuurinrichting van de
boot is niet compatibel
met de geïnstalleerde
versie van de GHP 20.
Geeft alarmgeluid
Stuurautomaat
schakelt over naar
stand-by.
GHP20-Installatie-instructies 19

Knip deze pagina uit en houd deze bij de hand tijdens het installeren van de GHP 20.
Lees alle installatie-instructies door voordat u de GHP 20 installeert. Neem contact op met Garmin Product Support als u tijdens de installatieprocedure
vragen hebt.
1. Raadpleeg het diagram en de opmerkingen op pagina 6 en verder voor informatie over de elektrische aansluitingen en de
gegevensverbindingen.
2. Leg eerst alle onderdelen klaar. Controleer de kabellengten. Zorg indien nodig voor verlengkabels.
3. Monteer de CCU aan de hand van de instructies op pagina 5 en verder. Monteer de CCU in een locatie zonder magnetische interferentie.
Gebruik een handkompas om te testen of er magnetische interferentie aanwezig is op de montagelocatie. Monteer de CCU zodanig in de
montagesteun dat de draden recht omlaag hangen.
4. Monteer de GHC 20 aan de hand van de instructies op pagina 5 en verder.
5.Verbind de CCU met de stuurinrichting van de boot met behulp van de besturingscontrollerkabel (pagina 7).
6. Verbind de GHC 20 en de CCU met een NMEA 2000-netwerk. Verbind een optioneel NMEA 2000-compatibel GPS-toestel met het NMEA
2000-netwerk (pagina 8).
7. Verbind een optioneel NMEA 0183-compatibel GPS-toestel met de GHC 20 als geen NMEA 2000-compatibel GPS-toestel beschikbaar is
(pagina 10).
8. Congureer het GHP 20-systeem (pagina 11).

Omhoog, wanneer u het
toestel op een verticaal
oppervlak installeert
© 2013 Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen
Alle rechten voorbehouden. Behoudens voor zover uitdrukkelijk hierin voorzien, mag geen enkel deel van deze handleiding worden vermenigvuldigd, gekopieerd, overgebracht, verspreid,
gedownload of opgeslagen in enig opslagmedium voor enig doel zonder vooraf de uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van Garmin te hebben verkregen. Garmin verleent hierbij toestemming
voor het downloaden naar een harde schijf of ander elektronisch opslagmedium van een enkele kopie van deze handleiding of van elke revisie van deze handleiding voor het bekijken en afdrukken
van een enkele kopie van deze handleiding of van elke revisie van deze handleiding, mits deze elektronische of afgedrukte kopie van deze handleiding de volledige tekst van deze copyrightbepaling
bevat en gesteld dat onrechtmatige commerciële verspreiding van deze handleiding of van elke revisie van deze handleiding uitdrukkelijk is verboden.
Informatie in dit document kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Garmin behoudt zich het recht voor om haar producten te wijzigen of verbeteren en om wijzigingen aan
te brengen in de inhoud zonder de verplichting personen of organisaties over dergelijke wijzigingen of verbeteringen te informeren. Ga naar de website van Garmin (www.garmin.com) voor de
nieuwste updates en aanvullende informatie over het gebruik en de werking van dit product en andere Garmin-producten.
Garmin
®
en het Garmin-logo zijn gedeponeerde handelsmerken van Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen, gedeponeerd in de Verenigde Staten en andere landen. GHP
, GHC
,
en myGarmin
zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen. Deze handelsmerken mogen niet worden gebruikt zonder de uitdrukkelijke toestemming van Garmin.
NMEA 2000
®
is een gedeponeerd handelsmerk van National Marine Electronics Association.


© 2013 Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen
Garmin International, Inc.
1200 East 151st Street Olathe, Kansas 66062, VS
Garmin (Europe) Ltd.
Liberty House, Hounsdown Business Park Southampton, Hampshire, SO40 9LR, Verenigd Koninkrijk
Garmin Corporation
No. 68, Zhangshu 2nd Road, Xizhi Dist. New Taipei City, 221, Taiwan (Republiek China
www.garmin.com
Mei 2013 190-01455-55 Rev. A Gedrukt in Taiwan
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20

Garmin Sistema de piloto automatico maritimo GHP 20 para direccion por cable Installatie gids

Type
Installatie gids