Dell Inspiron 570 de handleiding

Type
de handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

Dell™Inspiron™560/570Onderhoudshandleiding
Opmerkingen en waarschuwingen
De informatie in dit document kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
©2009DellInc.Allerechtenvoorbehouden.
Verveelvoudiging van dit document op welke wijze dan ook zonder de schriftelijke toestemming van Dell Inc. is strikt verboden.
Handelsmerken die in deze tekst worden gebruikt: Dell, het DELL-logo en Inspiron zijn handelsmerken van Dell Inc.; Intel SpeedStep is een gedeponeerd handelsmerk van Intel
Corporation in de V.S. en andere landen; AMD is een handelsmerk van Advanced Micro Devices, Inc; Microsoft en Windows zijn ofwel handelsmerk of gedeponeerd handelsmerk
van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen.
Overige handelsmerken en handelsnamen kunnen in dit document gebruikt om te verwijzen naar entiteiten die het eigendomsrecht op de merken claimen dan wel de namen van
hun producten. Dell Inc. claimt op geen enkele wijze enig eigendomsrecht ten aanzien van andere handelsmerken of handelsnamen dan haar eigen handelsmerken en
handelsnamen.
Modellen: DCME en D06M Type: D06M001
November2009Rev.A00
Voordat u begint
Technisch overzicht
Computerkap
Montagekader
Geheugenmodule(s)
PCI- en PCI Express-kaarten
Vaste schijven
Ventilatoren
I/O-voorpaneel
Processor
Moederbord
Stroomtoevoer
Batterij
Systeemsetup
OPMERKING: Een OPMERKING duidt belangrijke informatie aan voor een beter gebruik van de computer.
WAARSCHUWING: Een WAARSCHUWING geeft aan dat er schade aan hardware of potentieel gegevensverlies kan optreden als de instructies
niet worden opgevolgd.
VOORZICHTIG: Een VOORZICHTIG geeft aan dat er een kans is op eigendomsschade, persoonlijk of dodelijk letsel.
Terug naar inhoudsopgave
Voordat u begint
Dell™Inspiron™560/570Onderhoudshandleiding
Technische specificaties
Aanbevolen hulpmiddelen
Uw computer uitschakelen
Veiligheidsinstructies
Deze handleiding bevat procedures voor het verwijderen en installeren van de componenten in uw computer. Tenzij anders vermeld, wordt voor elke
procedure uitgegaan van de volgende condities:
l U hebt de stappen in Uw computer uitschakelen en Veiligheidsinstructies uitgevoerd.
l U hebt de veiligheidsinformatie geraadpleegd die bij de computer werd geleverd.
l U vervangt of (indien los aangeschaft) installeert onderdelen door de verwijderingsprocedure in omgekeerde volgorde uit te voeren.
Technische specificaties
Raadpleeg voor informatie over technische specificaties van uw computer de Uitgebreide specificaties op support.dell.com/manuals.
Aanbevolen hulpmiddelen
Bij de procedures in dit document hebt u mogelijk de volgende hulpmiddelen nodig:
l Kleine kruiskopschroevendraaier
l Kleine sleufkopschroevendraaier
l BIOS uitvoerbaar updateprogramma, beschikbaar via support.dell.com
Uw computer uitschakelen
1. Sla alle geopende bestanden op en sluit deze, en sluit alle geopende programma's af.
2. Sluit de computer af.
Windows Vista
®
:
Klik op Start , klik op het pijltje , en klik vervolgens op Afsluiten.
Windows
®
7:
Klik op Start en vervolgens op Afsluiten.
3. De computer wordt uitgezet nadat het besturingssysteem is afgesloten.
4. Zorg ervoor dat de computer uitstaat. Als uw computer niet automatisch is uitgeschakeld na het afsluiten van het systeem, houdt u de aan/uit-knop
ingedrukt totdat de computer is uitgeschakeld.
Veiligheidsinstructies
Volg de onderstaande veiligheidsrichtlijnen om uw eigen veiligheid te garanderen en de computer tegen mogelijke schade te beschermen.
WAARSCHUWING: Om gegevensverlies te voorkomen moet u alle geopende bestanden opslaan en alle bestanden en programma's sluiten
voordat u de computer uitschakelt.
VOORZICHTIG: Volg de veiligheidsinstructies die bij de computer werden geleverd alvorens u werkzaamheden binnen de computer uitvoert.
Raadpleeg voor meer informatie over veiligheidsrichtlijnen onze website over wet- en regelgeving op www.dell.com/regulatory_compliance.
WAARSCHUWING: Alleen een bevoegde onderhoudsmonteur mag reparaties aan uw computer uitvoeren. Schade als gevolg van
onderhoudswerkzaamheden die niet door Dell zijn goedgekeurd, valt niet onder de garantie.
WAARSCHUWING: Verwijder kabels door aan de stekker of het treklipje te trekken en niet aan de kabel zelf. Sommige kabels zijn voorzien van
een connector met borglippen. Als u dit type kabel loskoppelt, moet u de borglippen ingedrukt houden voordat u de kabel verwijdert. Als u de
connectoren van elkaar los trekt, moet u ze op evenwijdige wijze uit elkaar houden om te voorkomen dat een van de connectorpennen wordt
1. Zorg ervoor dat het werkoppervlak vlak en schoon is om te voorkomen dat de computerkap bekrast raakt.
2. Schakel de computer uit (zie Uw computer uitschakelen).
3. Verwijder alle stekkers van telefoon- en netwerkkabels uit de computer.
4. Verwijder de stekker van de computer en alle daarop aangesloten apparaten uit het stopcontact.
5. Ontkoppel alle aangesloten apparaten van de computer.
6. Drukopeventuelegeïnstalleerdekaartenindeoptionelemediakaartlezeromzeuittewerpen.
7. Houd de aan-uitknop ingedrukt terwijl de stekker van de computer uit het stopcontact is verwijderd om de systeemkaart te aarden.
Terug naar inhoudsopgave
verbogen. Ook moet u voordat u een kabel verbindt controleren of beide connectors op juiste wijze zijn opgesteld en uitgelijnd.
WAARSCHUWING: Om schade aan de computer te voorkomen moet u de volgende instructies opvolgen voordat u binnen de computer gaat
werken.
WAARSCHUWING: Wanneer u een netwerkkabel wilt verwijderen, moet u eerst de stekker van de netwerkkabel uit de computer verwijderen en
vervolgens de stekker uit het netwerkapparaat halen.
WAARSCHUWING: Raak een component pas aan nadat u zich hebt geaard door een ongeverfd metalen oppervlak van het chassis aan te raken,
zoals het metaal rondom de openingen voor de kaarten aan de achterkant van de computer. Raak tijdens het werken aan uw computer af en toe
een ongeverfd metalen oppervlak aan om eventuele statische elektriciteit, die schadelijk kan zijn voor interne componenten, te ontladen.
Terug naar inhoudsopgave
Montagekader
Dell™Inspiron™560/570Onderhoudshandleiding
Het montagekader verwijderen
Het montagekader aanbrengen
Het montagekader verwijderen
1. Volg de instructies in Voordat u begint.
2. Verwijder de computerkap (zie De computerkap verwijderen).
3. Pak de lipjes op het montagekader een voor een vast en til deze omhoog om het montagekader van het voorpaneel te verwijderen.
4. Draai het montagekader van de voorzijde van de computer af om de klemmen van het montagekader uit de montagekaderopeningen te verwijderen.
5. Bewaar het montagekader op een veilige locatie.
Het montagekader aanbrengen
1. Volg de instructies in Voordat u begint.
2. Brengdemontagekaderklemmenopéénlijnmetdeinzetstukkenenplaatshierdeklemmenin.
3. Draai het montagekader naar de computer toe, totdat de lipjes vastklikken.
4. Plaats de computerkap terug (zie De computerkap terugplaatsen).
5. Sluit uw computer en apparaten aan op het stopcontact en zet ze vervolgens aan.
VOORZICHTIG: Volg de veiligheidsinstructies die bij de computer werden geleverd alvorens u werkzaamheden binnen de computer uitvoert.
Raadpleeg voor meer informatie over veiligheidsrichtlijnen onze website over wet- en regelgeving op www.dell.com/regulatory_compliance.
VOORZICHTIG: Bescherm uzelf tegen elektrische schokken door altijd de computer van het stopcontact lost te koppelen voordat u de kap opent.
VOORZICHTIG: Gebruik de computer niet indien er panelen of afdekkingen ontbreken, zoals de computerkap, montagekaders, vulbeugels,
voorpaneelinzetstukken, enzovoort.
WAARSCHUWING: Alleen een bevoegde onderhoudsmonteur mag reparaties aan uw computer uitvoeren. Schade als gevolg van
onderhoudswerkzaamhedendienietdoorDell™zijngoedgekeurd,valtnietonderdegarantie.
1
2
montagekader aan voorzijde
3
4
inzetstukken van montagekader (3)
Terug naar inhoudsopgave
Terug naar inhoudsopgave
PCI- en PCI Express-kaarten
Dell™Inspiron™560/570Onderhoudshandleiding
De kaartbevestigingsbeugel verwijderen
De kaartbevestigingsbeugel opnieuw aanbrengen
PCI- en PCI Express-kaarten verwijderen
PCI- en PCI Express-kaarten vervangen
De computer configureren na het verwijderen of installeren van een PCI- of PCI Express-kaart
De kaartbevestigingsbeugel verwijderen
1. Volg de instructies in Voordat u begint.
2. Verwijder de computerbehuizing (zie De computerkap verwijderen).
3. Verwijder de schroef waarmee de kaartbevestigingsbeugel aan het chassis is bevestigd.
4. Til de kaartbevestigingsbeugel uit de computer en bewaar deze op een veilige plek.
De kaartbevestigingsbeugel opnieuw aanbrengen
1. Volg de instructies in Voordat u begint.
2. Breng de kaartbevestigingsbeugel opnieuw aan. Zorg er daarbij voor dat:
l de geleidingsklem is uitgelijnd met de geleidende inkeping;
l debovenkantvanallekaartenenbeugelszichopéénlijnbevindenmetdeuitlijningsstreep;
l de inkeping boven in de kaart of beugel om de uitlijningsgeleider past.
3. Plaats de schroef terug waarmee de kaartbevestigingsbeugel aan het chassis is bevestigd.
VOORZICHTIG: Volg de veiligheidsinstructies die bij de computer werden geleverd alvorens u werkzaamheden binnen de computer uitvoert.
Raadpleeg voor meer informatie over veiligheidsrichtlijnen onze website over wet- en regelgeving op www.dell.com/regulatory_compliance.
VOORZICHTIG: Bescherm uzelf tegen elektrische schokken door altijd de computer van het stopcontact lost te koppelen voordat u de kap opent.
VOORZICHTIG: Gebruik de computer niet indien er panelen of afdekkingen ontbreken, zoals de computerkap, montagekaders, vulbeugels,
voorpaneelinzetstukken, enzovoort.
WAARSCHUWING: Alleen een bevoegde onderhoudsmonteur mag reparaties aan uw computer uitvoeren. Schade als gevolg van
onderhoudswerkzaamhedendienietdoorDell™zijngoedgekeurd,valtnietonderdegarantie.
1
schroef
2
kaartbevestigingsbeugel
PCI- en PCI Express-kaarten verwijderen
1. Volg de instructies in Voordat u begint.
2. Verwijder de computerkap (zie De computerkap verwijderen).
3. Verwijder de kaartbevestigingsbeugel (zie De kaartbevestigingsbeugel verwijderen).
4. Koppel eventuele kabels die op de kaart zijn aangesloten los en verwijder de kaart.
l In het geval van een PCI- of PCI Express x1-kaart moet u de kaart bij de bovenste hoeken vastpakken en deze voorzichtig uit de connector
trekken.
l In het geval van een PCI Express x16-kaart drukt u de bevestigingsklem omlaag. Vervolgens moet u de kaart bij de bovenste hoeken
vastpakken en deze voorzichtig uit de connector trekken.
5. Plaats een beugel in de lege kaartsleufopening als u de kaart permanent verwijdert.
6. Plaats de kaartbevestigingsbeugel terug (zie De kaartbevestigingsbeugel opnieuw aanbrengen).
7. Plaats de computerbehuizing terug (zie De computerkap terugplaatsen).
8. Sluit uw computer en apparaten aan op het lichtnet en zet ze vervolgens aan.
9. Verwijder het stuurprogramma van de kaart uit het besturingssysteem.
1
schroef
2
geleidingsklemmen (2)
3
kaartbevestigingsbeugel
4
geleidingsinkepingen (2)
5
beugel
6
uitlijningsgeleider
7
uitlijningsstreep
1
PCI Express x16 kaart
2
3
beveiligingslipje
4
OPMERKING: Het plaatsen van beugels voor lege kaartsleufopeningen is nodig in verband met het FCC-certificaat van de computer. De beugels
houden ook stof en vuil tegen.
10. Zie De computer configureren na het verwijderen of installeren van een PCI- of PCI Express-kaart voor het voltooien van de verwijderingsprocedure.
PCI- en PCI Express-kaarten vervangen
1. Volg de instructies in Voordat u begint.
2. Verwijder de computerkap (zie De computerkap verwijderen).
3. Verwijder de kaartbevestigingsbeugel (zie De kaartbevestigingsbeugel verwijderen).
4. Als u een nieuwe kaart installeert, verwijdert u de vulbeugel die de kaartsleufopening bedekt..
5. Maak de kaart klaar voor installatie.
Zie de documentatie die met de kaart is meegeleverd voor informatie over de configuratie van de kaart, interne aansluitingen, of andere aanpassingen
voor uw computer.
6. Tijdens het plaatsen van een PCI Express-kaart in de x16-kaartconnectormoetudekaartzodanigplaatsendatdebeveiligingsinkepingzichopéénlijn
met het vergrendelingslipje bevindt.
7. Plaats de kaart in de connector en druk deze stevig aan. Controleer of de kaart volledig in de sleuf valt.
8. Plaats de kaartbevestigingsbeugel terug (zie De kaartbevestigingsbeugel opnieuw aanbrengen).
9. Sluit kabels aan die verbonden moeten zijn met de kaart.
Raadpleeg de kaartdocumentatie voor informatie over de kabelaansluitingen van de kaart.
10. Plaats de computerkap terug (zie De computerkap terugplaatsen).
1
PCI Express x16 kaart
2
3
beveiligingslipje
4
1
volledig geplaatste kaart
2
niet volledig geplaatste kaart
3
uitlijningsstreep
4
uitlijningsgeleider
5
beugel binnen de sleuf
6
beugel buiten de sleuf
WAARSCHUWING: Geleid geen kabels van kaarten over of achter de kaarten. Kabels die over de kaarten zijn geleid, kunnen er voor zorgen dat
de computerkap niet goed sluit of dat er schade aan de apparatuur ontstaat.
11. Sluit uw computer en apparaten aan op het lichtnet en zet ze vervolgens aan.
12. Zie De computer configureren na het verwijderen of installeren van een PCI- of PCI Express-kaart voor informatie over het voltooien van de installatie.
De computer configureren na het verwijderen of installeren van een PCI- of PCI
Express-kaart
Terug naar inhoudsopgave
OPMERKING: Raadpleeg de installatiehandleiding voor meer informatie over de locaties van externe connectoren.Raadpleeg de documentatie die bij de
kaart werd geleverd voor meer informatie over het installeren van stuurprogramma's en software voor de kaart.
Geïnstalleerd
Verwijderd
Geluidskaart
1. Open systeemsetup
(zie System Setup
openen).
2. Ga naar Onboard
Audio Controller
(Geïntegreerde
audiocontroller) en
wijzig de instelling in
Disabled
(Uitgeschakeld).
3. Sluit de externe
audioapparaten aan
op de connectoren
van de geluidskaart.
1. Open systeemsetup (zie
System Setup openen).
2. Ga naar Onboard Audio
Controller
(Geïntegreerde
audiocontroller)en wijzig
de instelling in Enabled
(Ingeschakeld).
3. Sluit de externe
audioapparaten aan op
de connectoren op het
achterpaneel van de
computer.
Netwerkkaart
1. Open systeemsetup
(zie System Setup
openen).
2. Ga naar Onboard
LAN Controller
(GeïntegreerdeLAN-
controller)en wijzig
de instelling in
Disabled
(Uitgeschakeld).
3. Sluit de stekker van
de netwerkkabel aan
op de connector voor
de netwerkkabel.
1. Open systeemsetup (zie
System Setup openen).
2. Ga naar Onboard LAN
Controller
(GeïntegreerdeLAN-
ocontroller)en wijzig de
instelling in Enabled
(Ingeschakeld).
3. Sluit de stekker van de
netwerkkabel aan op de
ingebouwde
netwerkaansluiting.
Terug naar inhoudsopgave
Batterij
Dell™Inspiron™560/570Onderhoudshandleiding
De batterij verwijderen
De batterij vervangen
De batterij verwijderen
1. Registreer alle schermen in systeemsetup (zie Systeemsetup)zodatudejuisteinstellingenkuntherstellennadatdenieuwebatterijisgeïnstalleerd.
2. Volg de instructies in Voordat u begint.
3. Verwijder de computerkap (zie De computerkap verwijderen).
4. Zoek de batterijhouder (zie Systeemkaartcomponenten).
5. Druk op de batterijontgrendeling om de batterij te verwijderen.
De batterij vervangen
1. Volg de instructies in Voordat u begint.
2. Plaats de nieuwe batterij (CR2032) in de houder met de "+"-zijde naar boven en druk de batterij vervolgens op zijn plaats.
3. Plaats de computerkap terug (zie De computerkap terugplaatsen).
4. Sluit uw computer en apparaten aan op het lichtnet en zet ze vervolgens aan.
VOORZICHTIG: Volg de veiligheidsinstructies die bij de computer werden geleverd alvorens u werkzaamheden binnen de computer uitvoert.
Raadpleeg voor meer informatie over veiligheidsrichtlijnen onze website over wet- en regelgeving op www.dell.com/regulatory_compliance.
VOORZICHTIG: Een nieuwe batterij kan exploderen als deze niet goed wordt geplaatst. Vervang batterijen alleen door batterijen van hetzelfde of
een vergelijkbaar type zoals aanbevolen door de fabrikant. Gooi gebruikte batterijen weg volgens de instructies van de fabrikant.
VOORZICHTIG: Bescherm uzelf tegen elektrische schokken door altijd de computer van het stopcontact lost te koppelen voordat u de kap opent.
VOORZICHTIG: Gebruik de computer niet indien er panelen of afdekkingen ontbreken, zoals de computerkap, montagekaders, vulbeugels,
voorpaneelinzetstukken, enzovoort.
WAARSCHUWING: Alleen een bevoegde onderhoudsmonteur mag reparaties aan uw computer uitvoeren. Schade als gevolg van
onderhoudswerkzaamhedendienietdoorDell™zijngoedgekeurd,valtnietonderdegarantie.
WAARSCHUWING: Als u de batterij met een stomp voorwerp uit de houder wrikt, dient u op te letten dat u het moederbord niet aanraakt met dat
voorwerp. Zorg ervoor dat het voorwerp tussen de batterij en de houder is geplaatst voordat u probeert de batterij los te wrikken. Anders
beschadigt u mogelijk het moederbord door de houder los te wrikken of door de kopersporen te breken.
1
batterijontgrendeling
5. Open systeemsetup (zie System Setup openen) en herstel de instellingen die u hebt genoteerd in stap 1.
Terug naar inhoudsopgave
Terug naar inhoudsopgave
Computerkap
Dell™Inspiron™560/570Onderhoudshandleiding
De computerkap verwijderen
De computerkap terugplaatsen
De computerkap verwijderen
1. Volg de instructies in Voordat u begint.
2. Leg uw computer op zijn zijde met de computerkap naar boven.
3. Verwijder met een schroevendraaier de twee schroeven die de computerkap aan het chassis bevestigen.
4. Maak de computerkap los door deze van de voorzijde van de computer omhoog te trekken.
5. Bewaar de kap op een veilige plaats.
De computerkap terugplaatsen
1. Volg de instructies in Voordat u begint.
2. Controleer of alle kabels zijn aangesloten en haal kabels uit de weg.
3. Controleer of er geen gereedschap of extra onderdelen in de computer achterblijven.
4. Lijn de lipjes aan de onderzijde van de computerkap uit met de sleuven langs de zijkant van de computer.
5. Druk de computerkap naar beneden en schuif deze naar de voorzijde van de computer totdat u een klikt voelt of voelt dat de computerkap goed vastzit.
6. Controleer of de computerkap op juiste wijze is aangebracht.
VOORZICHTIG: Volg de veiligheidsinstructies die bij de computer werden geleverd alvorens u werkzaamheden binnen de computer uitvoert.
Raadpleeg voor meer informatie over veiligheidsrichtlijnen onze website over wet- en regelgeving op www.dell.com/regulatory_compliance.
VOORZICHTIG: Bescherm uzelf tegen elektrische schokken door altijd de computer van het stopcontact lost te koppelen voordat u de kap opent.
VOORZICHTIG: Gebruik de computer niet indien er panelen of afdekkingen ontbreken, zoals de computerkap, montagekaders, vulbeugels,
voorpaneelinzetstukken, enzovoort.
WAARSCHUWING: Alleen een bevoegde onderhoudsmonteur mag reparaties aan uw computer uitvoeren. Schade als gevolg van
onderhoudswerkzaamhedendienietdoorDell™zijngoedgekeurd,valtnietonderdegarantie.
WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat er minimaal 30 cm ruimte op het bureaublad aanwezig is voor de computer en de verwijderde computerkap.
1
schroeven (2)
2
computerkap
3
voorkant computer
7. Verwijder met een schroevendraaier de twee schroeven die de computerkap aan het chassis bevestigen.
8. Zet de computer rechtop.
Terug naar inhoudsopgave
1
schroeven (2)
2
computerkap
3
voorzijde computer
4
sleuf
WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat er geen ventilatieopeningen worden geblokkeerd. Als deze geblokkeerd worden, kunnen er ernstige
problemen als gevolg van overhitting optreden.
Terug naar inhoudsopgave
Processor
Dell™Inspiron™560/570Onderhoudshandleiding
De processor verwijderen
De processor terugplaatsen
De processor verwijderen
1. Volg de instructies in Voordat u begint.
2. Verwijder de computerkap (zie De computerkap verwijderen).
3. Verwijder de processorventilator en warmteafleider uit de computer (zie De processorventilator en warmteafleider verwijderen).
4. Druk de ontgrendelingshendel omlaag en naar buiten, zodat deze loskomt uit het bevestigingslipje.
5. Open de processorkap, indien aanwezig.
Inspiron™560
Inspiron 570
VOORZICHTIG: Volg de veiligheidsinstructies die bij de computer werden geleverd alvorens u werkzaamheden binnen de computer uitvoert.
Raadpleeg voor meer informatie over veiligheidsrichtlijnen onze website over wet- en regelgeving op www.dell.com/regulatory_compliance.
VOORZICHTIG: Bescherm uzelf tegen elektrische schokken door altijd de computer van het stopcontact los te koppelen voordat u de kap opent.
VOORZICHTIG: Gebruik de computer niet indien er panelen of afdekkingen ontbreken, zoals de computerkap, montagekaders, vulbeugels,
voorpaneelinzetstukken, enzovoort.
WAARSCHUWING: Alleen een bevoegde onderhoudsmonteur mag reparaties aan uw computer uitvoeren. Schade als gevolg van
onderhoudswerkzaamheden die niet door Dell zijn goedgekeurd, valt niet onder de garantie.
WAARSCHUWING: Voer de onderstaande stappen alleen uit als u vertrouwd bent met het verwijderen en vervangen van hardware. Wanneer u
deze stappen onjuist uitvoert, kan het moederbord beschadigd raken. Zie de installatiehandleiding voor informatie over technisch onderhoud.
WAARSCHUWING: Hoewel de warmteafleider van plastic bescherming is voorzien, kan deze tijdens normale werking van de computer zeer heet
worden. Laat de warmteafleider enige tijd afkoelen alvorens deze aan te raken.
OPMERKING: Tenzij er een nieuwe warmteafleider voor de nieuwe processor nodig is, kunt u de oorspronkelijke warmteafleider opnieuw gebruiken
wanneer u de processor vervangt.
1
processorkap
2
processor
3
houder
4
ontgrendelingshendel
6. Til de processor voorzichtig omhoog uit de houder.
Laat de ontgrendeling uitgeklapt staan, zodat de nieuwe processor in de houder kan worden geplaatst.
De processor terugplaatsen
1. Volg de instructies in Voordat u begint.
2. Pakdenieuweprocessoruitenzorgdatudaarbijdeonderzijdevandeprocessornietaanraakt.
3. Als de ontgrendeling op de houder niet volledig is uitgeklapt, moet u deze alsnog in deze positie plaatsen.
4. Als u een Inspiron 560 hebt, moet u de uitlijningsinkepingen aan de voorzijde en achterzijde van de processor uitlijnen met de uitlijningsinkepingen aan
de voorzijde en achterzijde van de houder.
5. Lijn de pin 1-hoeken van de processor uit met die van de houder.
6. Schuif de processor voorzichtig in de houder en controleer of de processor op juiste wijze is aangebracht.
7. Als de processor goed op zijn plek zit, sluit u de processorkap (indien van toepassing).
Controleer of het lipje op de processorkap onder de middelste kapvergrendeling op de houder is geplaatst.
8. Kantel de ontgrendeling terug naar de houder en klik deze vast om de processor vast te zetten.
Inspiron 560
1
processor
2
ontgrendelingshendel
3
houder
WAARSCHUWING: Wanneer u de processor verwijdert, mag u geen pinnen binnen de processorhouder aanraken, en mogen er geen objecten op
de pinnen in de houder vallen.
WAARSCHUWING: Zorg dat u geaard bent door een van de ongeschilderde metalen oppervlakken aan de achterzijde van de computer aan te
raken.
WAARSCHUWING: Wanneer u de processor terugplaatst, mag u geen pinnen binnen de processorhouder aanraken, en mogen er geen objecten op
de pinnen in de houder vallen.
WAARSCHUWING: Plaats de processor op de juiste wijze in de houder; zo voorkomt u blijvende schade aan de processor en de computer
wanneer u de computer inschakelt.
WAARSCHUWING: Voorkom schade door de processor op juiste wijze uit te lijnen met de houder en geen onnodige kracht te gebruiken tijdens
het aanbrengen van de processor.
Inspiron 570
9. Verwijder het thermische vet aan de onderzijde van de warmteafleider.
10. Breng nieuw thermisch vet op de bovenzijde van de processor aan.
11. Plaats de processorventilator en de warmteafleider terug (zie De processorventilator en warmteafleider opnieuw plaatsen).
12. Plaats de computerkap terug (zie De computerkap terugplaatsen).
13. Sluit de computer en alle apparaten aan op het stopcontact en zet deze vervolgens aan.
Terug naar inhoudsopgave
1
uitlijningsinkeping aan voorzijde
2
aanduiding voor pin 1 van de processor
3
uitlijningsinkeping aan achterzijde
4
afdekplaatje van processor
5
middelste vergrendeling
6
processor
7
houder
8
tab
9
ontgrendelingshendel
1
houder
2
aanduiding voor pin 1 van de processor
3
processor
4
ontgrendelingslipje
WAARSCHUWING: Breng nieuw thermisch vet aan. Thermisch vet is van essentieel belang voor een goede warmteoverdracht en dus voor een
optimale werking van de processor.
WAARSCHUWING: Controleer of de processorventilator en de warmteafleider op de juiste wijze zijn geplaatst en goed vastzitten.
Terug naar inhoudsopgave
Vaste schijven
Dell™Inspiron™560/570Onderhoudshandleiding
Vaste schijf
Mediakaartlezer
Optisch station
Vaste schijf
De vaste schijf verwijderen
1. Volg de instructies in Voordat u begint.
2. Verwijder de computerkap (zie De computerkap verwijderen).
3. Koppel de voedingskabel en de gegevenskabel los van de vaste schijf.
4. Verwijder de vier schroeven waarmee de vaste schijf aan het stationspaneel is bevestigd.
5. Schuif de schijf naar buiten in de richting van de achterkant van de computer.
6. Als door verwijdering van de vaste schijf de schijfconfiguratie wordt gewijzigd, moet u ervoor zorgen dat deze wijzigingen worden opgenomen in de
systeemsetup (zie Systeemsetup).
De vaste schijf vervangen
1. Volg de instructies in Voordat u begint.
VOORZICHTIG: Volg de veiligheidsinstructies die bij de computer werden geleverd alvorens u werkzaamheden binnen de computer uitvoert.
Raadpleeg voor meer informatie over veiligheidsrichtlijnen onze website over wet- en regelgeving op www.dell.com/regulatory_compliance.
VOORZICHTIG: Bescherm uzelf tegen elektrische schokken door altijd de computer van het stopcontact los te koppelen voordat u de kap opent.
VOORZICHTIG: Gebruik de computer niet indien er panelen of afdekkingen ontbreken, zoals de computerkap, montagekaders, vulbeugels,
voorpaneelinzetstukken, enzovoort.
WAARSCHUWING: Alleen een bevoegde onderhoudsmonteur mag reparaties aan uw computer uitvoeren. Schade als gevolg van
onderhoudswerkzaamhedendienietdoorDell™zijngoedgekeurd,valtnietonderdegarantie.
WAARSCHUWING: Maak een reservekopie van uw bestanden voordat u met deze procedure begint als u een vaste schijf vervangt met gegevens
die u wilt bewaren.
WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat u geen krassen op de printplaat van de vaste schijf maakt wanneer u de vaste schijf verwijdert of vervangt.
1
schroeven (4)
2
stationspaneel
3
stroomkabel
4
gegevenskabel
2. Controleerdedocumentatievandeschijfomteverifiërendatdezegeconfigureerdisvooruwcomputer.
3. Schuif de vaste schijf in het hardeschijfcompartiment.
4. Plaats de vier schroefjes terug waarmee de harde schijf aan het stationspaneel wordt bevestigd, en lijn deze uit.
5. Sluit de voedingskabel en de gegevenskabel aan op de harde schijf.
6. Controleer alle kabels om er zeker van te zijn dat deze juist zijn aangesloten en stevig vastzitten.
7. Plaats de computerkap terug (zie De computerkap terugplaatsen).
8. Sluit uw computer en apparaten aan op het stopcontact en zet ze vervolgens aan.
9. Raadpleeg de documentatie die bij de schijf wordt geleverd voor instructies voor het installeren van eventuele software die noodzakelijk is voor het
functioneren van de vaste schijf.
10. Raadpleeg het systeemsetupprogramma om te controleren of de schijfconfiguratie is gewijzigd (zie System Setup openen).
Mediakaartlezer
De mediakaartlezer verwijderen
1. Volg de instructies in Voordat u begint.
2. Verwijder de computerkap (zie De computerkap verwijderen).
3. Verwijder het montagekader aan de voorzijde (zie Het montagekader verwijderen).
4. Koppel de FlexBay-USB-kabel los van de moederbordconnector (zie Systeemkaartcomponenten).
5. Plaats de twee schroeven waarmee de mediakaartlezer wordt bevestigd in het stationspaneel.
6. Schuif de mediakaartlezer via de voorzijde van de computer naar buiten.
De mediakaartlezer vervangen
1. Volg de instructies in Voordat u begint.
1
FlexBay-USB-kabel
2
Mediakaartlezer (niet aanwezig op alle computers)
3
schroeven (2)
4
stationspaneel
2. Als u voor het eerst een mediakaartlezer installeert, moet u de afbreekbare metalen plaat verwijderen. Breng de punt van een
kruiskopschroevendraaieropéénlijnmetdesleufindeafbreekbaremetalenplaatendraaideschroevendraaiernaarbuitenomdemetalenplaatte
verwijderen.
3. Schuif de mediakaartlezer voorzichtig op zijn plek in de FlexBay-sleuf.
4. Brengdeschroefopeningenindemediakaartlezeropéénlijnmetdeschroefopeningeninhetstationspaneel.
5. Draai de twee schroeven opnieuw aan waarmee de mediakaartlezer aan het stationspaneel wordt bevestigd.
6. Sluit de FlexBay-USB-kabel aan op de moederbordconnector (zie Systeemkaartcomponenten).
7. Breng het montagekader opnieuw aan (zie Het montagekader aanbrengen).
8. Plaats de computerkap terug (zie De computerkap terugplaatsen).
9. Sluit uw computer en apparaten aan op het stopcontact en zet ze vervolgens aan.
Optisch station
Het optisch station verwijderen
1. Volg de instructies in Voordat u begint.
2. Verwijder de computerkap (zie De computerkap verwijderen).
3. Verwijder het montagekader aan de voorzijde (zie Het montagekader verwijderen).
4. Maak de stroomkabel en de gegevenskabel los van de achterzijde van het optisch station.
5. Verwijder de vier schroeven waarmee de vaste schijf aan het stationspaneel is bevestigd.
6. Schuif de optische schijf door de voorzijde van de computer naar buiten.
OPMERKING: Plaats de mediakaartlezer voordat de FlexBay-USB-kabel wordt aangesloten.
OPMERKING: Als u de optische schijf op dit moment niet vervangt, moet u het andere uiteinde van de gegevenskabel uit de systeemkaart
verwijderen en de kabel opzij leggen. U kunt de gegevenskabel gebruiken om op een later tijdstip een optische schijf te installeren.
7. Breng het montagekader opnieuw aan (zie Het montagekader aanbrengen).
8. Plaats de computerkap terug (zie De computerkap terugplaatsen).
9. Sluit uw computer en apparaten aan op het stopcontact en zet ze vervolgens aan.
10. Configureer de stations in het systeemsetupprogramma (zie Opties van de systeeminstellingen).
Het optische station terugplaatsen
1. Volg de instructies in Voordat u begint.
2. Schuif het optisch station voorzichtig in het optisch schijfcompartiment vanaf de voorzijde van de computer.
3. Lijn de schroefopeningen in de optische schijf uit met de schroefopeningen stationspaneel.
4. Plaats de vier schroeven terug waarmee het optisch station aan het stationspaneel is bevestigd.
5. Sluit de stroomkabel en de gegevenskabel aan op het optisch station.
6. Sluit de gegevenskabel aan op de moederbordconnector (zie Systeemkaartcomponenten).
7. Breng het montagekader opnieuw aan (zie Het montagekader aanbrengen).
8. Plaats de computerkap terug (zie De computerkap terugplaatsen).
9. Sluit de computer en alle apparaten aan op het stopcontact en zet ze vervolgens aan.
Raadpleeg de documentatie die bij het optisch station wordt geleverd voor instructies voor het installeren van eventuele software die noodzakelijk is
voor het functioneren van het optisch station.
10. Raadpleeg het systeemsetupprogramma om te controleren of de schijfconfiguratie is gewijzigd (zie System Setup openen).
Terug naar inhoudsopgave
1
stroomkabel
2
gegevenskabel
3
optisch station
4
schroeven (2)
5
stationspaneel
Terug naar inhoudsopgave
Ventilatoren
Dell™Inspiron™560/570Onderhoudshandleiding
De processorventilator en warmteafleider verwijderen
De processorventilator en warmteafleider opnieuw plaatsen
De chassisventilator verwijderen
De chassisventilator opnieuw plaatsen
De processorventilator en warmteafleider verwijderen
1. Volg de instructies in Voordat u begint.
2. Verwijder de computerkap (zie De computerkap verwijderen).
3. Koppel de kabel van de processorventilator los van de moederbordconnector (zie Systeemkaartcomponenten).
4. Haal voorzichtig eventuele kabels weg die over de processorventilator en warmteafleider lopen.
5. Verwijder de processorventilator en warmteafleider.
Inspiron™560
a. Verwijder de vier geborgde schroeven waarmee de processorventilator en warmteafleider zijn bevestigd en til de ventilator en warmteafleider
rechtstandig uit de computer omhoog.
VOORZICHTIG: Volg de veiligheidsinstructies die bij de computer werden geleverd alvorens u werkzaamheden binnen de computer uitvoert.
Raadpleeg voor meer informatie over veiligheidsrichtlijnen onze website over wet- en regelgeving op www.dell.com/regulatory_compliance.
VOORZICHTIG: Ter voorkoming van elektrische schokken, verwonding door bewegende ventilatorschoepen of ander onverwacht letsel, dient u
de stekker van de computer altijd uit het stopcontact te halen voordat u de behuizing verwijdert.
VOORZICHTIG: Gebruik de computer niet indien er panelen of afdekkingen ontbreken, zoals de computerkap, montagekaders, vulbeugels,
voorpaneelinzetstukken, enzovoort.
WAARSCHUWING: Alleen een bevoegde onderhoudsmonteur mag reparaties aan uw computer uitvoeren. Schade als gevolg van
onderhoudswerkzaamhedendienietdoorDell™zijngoedgekeurd,valtnietonderdegarantie.
WAARSCHUWING: Deprocessorventilatorenwarmteafleidervormenééngeheel.Probeerdeventilatornietafzonderlijkteverwijderen.
WAARSCHUWING: Raak de schoepen van de ventilator niet aan wannneer u de processorventilator en warmteafleider verwijdert. Hierdoor kan
de ventilator beschadigd raken.
WAARSCHUWING: Ondanks de aanwezigheid van een plastic hoes kunnen de processorventilator en warmteafleider tijdens normale werking
zeer heet worden. Laat de warmteafleider enige tijd afkoelen alvorens deze aan te raken.
1
processorventilator en warmteafleider
2
kabel van de processorventilator
OPMERKING: De processorventilator en warmteafleider in uw computer zien er mogelijk anders uit dan in de bovenstaande afbeelding.
Inspiron 570
a. Draai de klemhefboom 180 graden tegen de klok in om de klemgreep uit de beugeluitsprong los te maken.
b. Draai de warmteafleider voorzichtig omhoog en verwijder deze uit de computer. Leg de processorventilator en warmteafleider ondersteboven
neer met het thermisch vet naar boven gericht.
De processorventilator en warmteafleider opnieuw plaatsen
1. Veeg het thermisch vet van de onderzijde van de processorventilator en warmteafleider.
2. Breng nieuw thermisch vet op de bovenzijde van de processor aan.
3. Plaats de processorventilator en warmteafleider terug.
Inspiron 560
a. Lijn de geborgde schroeven op de processorventilator en warmteafleider uit met de vier metalen schroefgatprojecties op het moederbord.
b. Draai de vier geborgde schroeven vast waarmee de processorventilator en warmteafleider op het moederbord zijn bevestigd.
Inspiron 570
a. Plaats de processorventilator en warmteafleider terug op de beugel.
b. Zorg ervoor dat de twee klemgrepen zijn uitgelijnd met de twee beugeluitsprongen.
c. Houd de processorventilator en warmteafleider vast en draai de klemhefboom 180 graden in de richting van de klok, om de processorventilator
en wartmeafleider te bevestigen.
4. Sluit de kabel van de processorventilator aan op de moederbordconnector (zie Systeemkaartcomponenten).
5. Plaats de computerkap terug (zie De computerkap terugplaatsen).
1
beugel
2
klemgreep
3
beugeluitsprong
4
klemhefboom
5
processorventilator en warmteafleider
OPMERKING: De processorventilator en warmteafleider in uw computer zien er mogelijk anders uit dan in de bovenstaande afbeelding.
WAARSCHUWING: Als u de ventilator terugplaatst, moet u ervoor zorgen dat de snoeren tussen het moederbord en de ventilator niet beklemd
raken.
WAARSCHUWING: Breng nieuw thermisch vet aan. Thermisch vet is van essentieel belang voor een goede warmteoverdracht en dus voor een
optimale werking van de processor.
OPMERKING: Controleer of de processorventilator en de warmteafleider op de juiste wijze zijn geplaatst en goed vastzitten.
6. Sluit de computer en alle apparaten aan op het stopcontact en zet ze vervolgens aan.
De chassisventilator verwijderen
1. Volg de instructies in Voordat u begint.
2. Verwijder de computerkap (zie De computerkap verwijderen).
3. Koppel de kabel van de chassisventilator los van de moederbordconnector (zie Systeemkaartcomponenten).
4. Verwijder de twee schroeven waarmee de chassisventilator aan het chassis is bevestigd.
5. Schuif de chassisventilator naar de voorzijde van de computer en til deze op.
De chassisventilator opnieuw plaatsen
1. Volg de instructies in Voordat u begint.
2. Schuif de chassisventilator in de richting van de achterzijde van de computer op zijn plaats.
3. Plaats de twee schroeven terug waarmee de chassisventilator aan het chassis is bevestigd.
4. Sluit de kabel van de chassisventilator aan op de moederbordconnector (zie Systeemkaartcomponenten).
5. Plaats de computerkap terug (zie De computerkap terugplaatsen).
6. Sluit de computer en alle apparaten aan op het stopcontact en zet deze vervolgens aan.
Terug naar inhoudsopgave
WAARSCHUWING: Raak tijdens het verwijderen van de chassisventilator de schoepen van de ventilator niet aan. Hierdoor kan de ventilator
beschadigd raken.
1
schroeven (2)
2
chassisventilator
Terug naar inhoudsopgave
I/O-voorpaneel
Dell™Inspiron™560/570Onderhoudshandleiding
Het I/O-voorpaneel verwijderen
Het I/O-voorpaneel vervangen
Het I/O-voorpaneel verwijderen
1. Volg de instructies in Voordat u begint.
2. Verwijder de computerkap (zie De computerkap verwijderen).
3. Verwijder het montagekader aan de voorzijde (zie Het montagekader verwijderen).
4. Verwijder alle kabels die op het I/O-voorpaneel zijn aangesloten uit de moederbordconnectors. Maak een notitie van alle kabelverbindingen voordat u
kabels verwijdert, zodat u deze op eenvoudige wijze correct kunt aanbrengen wanneer u het nieuwe I/O-voorpaneel plaatst.
5. Verwijder het schroefje dat het I/O-zijpaneel aan het chassis bevestigt.
6. Schuif het I/O-voorpaneel voorzichtig omlaag en uit de klemsleuf van het I/O-voorpaneel.
Het I/O-voorpaneel vervangen
1. Volg de instructies in Voordat u begint.
2. Leg en sluit de kabels aan die u hebt losgekoppeld van de moederbordconnectors.
3. Breng de klem van het I/O-voorpaneelopéénlijnmetdeklemsleufvanhetI/O-voorpaneel en schuif de klem in de sleuf.
4. Verwijder het schroefje dat het I/O-voorpaneel aan het chassis bevestigt.
VOORZICHTIG: Volg de veiligheidsinstructies die bij de computer werden geleverd alvorens u werkzaamheden binnen de computer uitvoert.
Raadpleeg voor meer informatie over veiligheidsrichtlijnen onze website over wet- en regelgeving op www.dell.com/regulatory_compliance.
VOORZICHTIG: Bescherm uzelf tegen elektrische schokken door altijd de computer van het stopcontact lost te koppelen voordat u de kap opent.
VOORZICHTIG: Gebruik de computer niet indien er panelen of afdekkingen ontbreken, zoals de computerkap, montagekaders, vulbeugels,
voorpaneelinzetstukken, enzovoort.
WAARSCHUWING: Alleen een bevoegde onderhoudsmonteur mag reparaties aan uw computer uitvoeren. Schade als gevolg van
onderhoudswerkzaamhedendienietdoorDell™zijngoedgekeurd,valtnietonderdegarantie.
WAARSCHUWING: Wees zeer voorzichtig wanneer u het I/O-paneel uit de computer schuift. Als u dit niet doet, kunnen de kabelconnectors en de
kabelklemmenbeschadigdraken.
1
klemsleuf van I/O-voorpaneel
2
kabels
3
klemsleuf van I/O-voorpaneel
4
I/O-voorpaneel
5
schroef
WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat de kabelconnectors en de kabelgeleidingsklemmen niet beschadigd raken wanneer u het I/O-voorpaneel in
de klemsleuf van het I/O-voorpaneel schuift.
5. Breng het montagekader opnieuw aan (zie Het montagekader aanbrengen).
6. Plaats de computerbehuizing terug (zie De computerkap terugplaatsen).
7. Sluit de computer en alle apparaten aan op het stopcontact en zet deze vervolgens aan.
Terug naar inhoudsopgave
Terug naar inhoudsopgave
Geheugenmodule(s)
Dell™Inspiron™560/570Onderhoudshandleiding
De geheugenmodule(s) verwijderen
De geheugenmodule(s) terugplaatsen
Aanbevolen geheugenconfiguratie
Tweekanaals geheugenconfiguratie instellen
De geheugenmodule(s) verwijderen
1. Volg de instructies in Voordat u begint.
2. Verwijder de computerkap (zie De computerkap verwijderen).
3. Zoek de geheugenmodule(s) op het moederbord (zie Systeemkaartcomponenten).
4. Druk de borgklemmen aan de uiteinden van de geheugenmoduleconnector naar buiten.
5. Pak de geheugenmodule vast en trek deze omhoog.
Indien de geheugenmodule moeilijk is te verwijderen, dient u deze voorzichtig heen en weer te bewegen om deze van de geheugenmoduleconnector
los te maken.
De geheugenmodule(s) terugplaatsen
1. Volg de instructies in Voordat u begint.
2. Druk de borgklem aan de uiteinden van de geheugenmoduleconnector naar buiten.
3. Volg de richtlijnen voor plaatsing van geheugen (zie Aanbevolen geheugenconfiguratie).
4. Lijn de inkeping in de rand van de geheugenmodule uit met het lipje in de geheugenmoduleconnector.
VOORZICHTIG: Volg de veiligheidsinstructies die bij de computer werden geleverd alvorens u werkzaamheden binnen de computer uitvoert.
Raadpleeg voor meer informatie over veiligheidsrichtlijnen onze website over wet- en regelgeving op www.dell.com/regulatory_compliance.
VOORZICHTIG: Bescherm uzelf tegen elektrische schokken door altijd de computer van het stopcontact lost te koppelen voordat u de kap opent.
VOORZICHTIG: Gebruik de computer niet indien er panelen of afdekkingen ontbreken, zoals de computerkap, montagekaders, vulbeugels,
voorpaneelinzetstukken, enzovoort.
WAARSCHUWING: Alleen een bevoegde onderhoudsmonteur mag reparaties aan uw computer uitvoeren. Schade als gevolg van
onderhoudswerkzaamhedendienietdoorDell™zijngoedgekeurd,valtnietonderdegarantie.
1
geheugenmoduleconnector
2
bevestigingsklem
WAARSCHUWING: Plaats geen ECC-geheugenmodules.
5. Plaats de geheugenmodule in de geheugenmoduleconnector totdat de module op zijn plaats klikt.
Wanneer u de geheugenmodule correct plaatst, klikken de bevestigingsklemmetjes in de uitsparingen aan weerszijden van de module.
6. Plaats de computerkap terug (zie De computerkap terugplaatsen).
7. Sluit uw computer en apparaten aan op het stopcontact en zet ze vervolgens aan.
Druk op <F1> om door te gaan wanneer het bericht wordt weergegeven dat de geheugencapaciteit is veranderd.
8. Meld u aan bij de computer.
9. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram Deze computer op uw Microsoft
®
Windows
®
-bureaublad en klik op Eigenschappen.
10. Klik op het tabblad Algemeen.
11. Controleerdehoeveelheidweergegevengeheugen(RAM),omteverifiërenofhetgeheugenjuistisgeïnstalleerd.
Aanbevolen geheugenconfiguratie
Tijdens het plaatsen of opnieuw plaatsen van geheugen kunt u de onderstaande tabel raadplegen. Zie voor de locatie van de geheugenmoduleconnectors
Systeemkaartcomponenten.
Tweekanaals geheugenconfiguratie instellen
Inspiron 560
1
uitsparingen (2)
2
lipje
3
inkeping
4
geheugenmodule
WAARSCHUWING: Druk de geheugenmodule met gelijkmatige druk aan de uiteinden recht naar beneden in de geheugenmoduleconnector om
schade aan de module te voorkomen.
1
uitsparingen (2)
2
bevestigingsklemmetje (vastgeklikt)
Model
Eénmodule
Twee modules
Drie modules
Vier modules
560
DIMM1
DIMM1
DIMM3
DIMM1
DIMM3
DIMM2
DIMM1
DIMM3
DIMM2
DIMM4
570
DIMM4
DIMM4
DIMM3
DIMM4
DIMM3
DIMM2
DIMM4
DIMM3
DIMM2
DIMM1
Inspiron 570
Terug naar inhoudsopgave
1
Paar A: een overeenkomstig paar
geheugenmodules in connectoren
DIMM1 en DIMM3
2
Paar B: een overeenkomstig paar
geheugenmodules in connectors
DIMM2 en DIMM4
1
Paar B: een overeenkomstig paar
geheugenmodules in connectors
DIMM2 en DIMM1
2
Paar A: een overeenkomstig paar
geheugenmodules in connectors
DIMM1 en DIMM3
Terug naar inhoudsopgave
Stroomtoevoer
Dell™Inspiron™560/570Onderhoudshandleiding
De voedingseenheid verwijderen
De voeding terugplaatsen
De voedingseenheid verwijderen
1. Volg de instructies in Voordat u begint.
2. Verwijder de computerkap (zie De computerkap verwijderen).
3. Verwijder de gelijkstroomkabels uit het moederbord en de stations en schijven.
Noteer de manier waarop de gelijkstroomkabels onder de lipjes in het computerchassis zijn geleid wanneer u deze uit het moederbord, de stations en
schijven verwijdert. U moet deze kabels op juiste wijze opnieuw aanbrengen om te voorkomen dat ze beschadigd of gedraaid raken.
4. Koppel alle kabels los van de bevestigingsklem aan de zijkant van de voedingseenheid.
5. Breng de vier schroeven aan waarmee de stroomvoorziening wordt bevestigd aan de achterzijde van de computerkast.
6. Druk de klem van de voedingseenheid omlaag, schuif de stroomtoevoer uit de computer en til deze omhoog.
De voeding terugplaatsen
1. Volg de instructies in Voordat u begint.
2. Druk de voedingseenheid omlaag in de klem, schuif de stroomtoevoer opzij en til deze uit de computer in het chassis.
VOORZICHTIG: Volg de veiligheidsinstructies die bij de computer werden geleverd alvorens u werkzaamheden binnen de computer uitvoert.
Raadpleeg voor meer informatie over beste praktijken op het gebied van veiligheid onze website over de naleving van wet- en regelgeving op
www.dell.com: www.Dell.com/regulatory_compliance.
VOORZICHTIG: Bescherm uzelf tegen elektrische schokken door altijd de computer van het stopcontact lost te koppelen voordat u de kap opent.
VOORZICHTIG: Gebruik de computer niet indien er panelen of afdekkingen ontbreken, zoals de computerkap, montagekaders, vulbeugels,
voorpaneelinzetstukken, enzovoort.
WAARSCHUWING: Alleen een bevoegde onderhoudsmonteur mag reparaties aan uw computer uitvoeren. Schade als gevolg van
onderhoudswerkzaamhedendienietdoorDell™zijngoedgekeurd,valtnietonderdegarantie.
1
klem van voedingseenheid
2
schroeven (4)
3
voeding
4
voltagekeuzeschakelaar
VOORZICHTIG: Als u niet alle schroeven vervangt en vastdraait, loopt u het risico van een elektrische schok, omdat deze schroeven een
essentieel onderdeel van de aarding van de computer vormen.
3. Breng de vier schroeven aan waarmee de voedingseenheid op de achterzijde van het chassis wordt bevestigd.
4. Sluit de gelijkstroomkabels opnieuw op het moederbord en de stations aan.
5. Bevestig alle kabels aan de bevestigingsklem aan de zijkant van de voedingseenheid.
6. Plaats de computerkap terug (zie De computerkap terugplaatsen).
7. Sluit de computer en alle apparaten aan op het stopcontact en zet deze vervolgens aan.
Terug naar inhoudsopgave
OPMERKING: Geleid de gelijkstroomkabels onder de lipjes op het chassis door. De kabels moeten op juiste wijze worden aangebracht om ervoor
te zorgen dat deze niet beschadigd raken.
OPMERKING: Controleer of alle kabels op juiste wijze zijn aangesloten en goed vastzitten.
WAARSCHUWING: Zorg dat de voltagekeuzeschakelaar is ingesteld op het voltage dat het meest overeenkomt met de wisselstroom die in uw
omgeving beschikbaar is.
Terug naar inhoudsopgave
Systeemsetup
Dell™Inspiron™560/570Onderhoudshandleiding
Overzicht
System Setup openen
Vergeten wachtwoorden wissen
CMOS-instellingen wissen
Het BIOS flashen
Overzicht
U gebruikt System Setup voor het volgende:
l De systeemconfiguratie wijzigen nadat u hardware hebt toegevoegd, gewijzigd of verwijderd.
l Het instellen of wijzigen van een door de gebruiker te selecteren optie, zoals een wachtwoord.
l Dehuidigehoeveelheidgeheugenlezenofhetgeïnstalleerdetypevasteschijfinstellen.
System Setup openen
1. Zet de computer aan of start deze opnieuw op.
2. Wanneer het DELL-logo verschijnt, drukt u direct op <F2>.
Als u te lang wacht en het logo van het besturingssysteem verschijnt, wacht u totdat het bureaublad van Microsoft®Windows®wordt weergegeven.
Vervolgens sluit u de computer af en probeert u het opnieuw.
Systeemsetupschermen
Options List (Lijst met opties) Dit veld verschijnt bovenaan in het venster van het systeemsetupprogramma. Het veld bestaat uit een lijst waar u doorheen
kuntbladerenendiedekenmerkenbevatdiedeconfiguratievanuwcomputerbepalen,zoalsdegeïnstalleerdehardware,deoptiesvoorenergiebesparing
en beveiligingsmaatregelen.
Option Field (Optieveld) Dit veld bevat informatie over elke optie. In dit veld kunt u uw huidige instellingen bekijken en er wijzigingen in aanbrengen. Met
de pijltjestoetsen links en rechts kunt u een optie markeren. Druk op Enter om een gemarkeerd item te activeren.
Help Field (Help-veld) Dit veld biedt contextgevoelige hulpinformatie op basis van de door u geselecteerde opties.
Key Functions (Toetsfuncties) Dit veld wordt weergegeven onder het Option Field (Optieveld) en bevat de toetsen en hun functies in het actieve veld van
de systeemsetup.
Opties van de systeeminstellingen
Inspiron 560
WAARSCHUWING: Alleen een bevoegde onderhoudsmonteur mag reparaties aan uw computer uitvoeren. Schade als gevolg van
onderhoudswerkzaamhedendienietdoorDell™zijngoedgekeurd,valtnietonderdegarantie.
WAARSCHUWING: Wijzig de instellingen in systeemsetup niet, tenzij u een ervaren computergebruiker bent. Bepaalde wijzigingen kunnen
ervoor zorgen dat uw computer niet meer goed werkt.
OPMERKING: Voordat u het System Setup-programma gebruikt, is het verstandig de informatie op het System Setup-scherm te noteren zodat u deze
later ter referentie kunt gebruiken.
OPMERKING: Soms werkt het toetsenbord niet meer wanneer u een toets erg lang hebt ingedrukt. U voorkomt dit door met regelmatige
tussenpozen op <F2> te drukken om het systeemsetupscherm te openen.
OPMERKING: Mogelijk worden de items in dit gedeelte niet weergegeven of wijken de items enigszins af van de weergave in dit gedeelte. Dit is
afhankelijkvanuwcomputerendegeïnstalleerdeapparaten.
System info (Systeeminformatie)
BIOS Info (BIOS-informatie)
Geeft de BIOS-versie en -datum weer.
System (Systeem)
Geeft het nummer van het computermodel weer.
Servicelabel
Geeft het serviceplaatje van de computer weer.
Asset Tag (Inventarislabel)
Geeft het inventarislabel van de computer weer, indien aanwezig.
Processor Type (Processortype)
Geeft het type processor weer.
Processor L1-cache
Geeft de hoeveelheid level 1-cache van de processor weer.
Processor L2-cache
Geeft de hoeveelheid level 2-cache van de processor weer.
MemoryInstalled(Geïnstalleerd
geheugen)
Geeftdehoeveelheidgeïnstalleerdgeheugenweer.
Memory Available (Beschikbaar geheugen)
Geeft de hoeveelheid beschikbaar geheugen weer.
Memory Speed (Geheugensnelheid)
Geeftdefrequentievangeïnstalleerdgeheugenweer.
Memory Technology (Geheugentechnologie)
Geefthettypevangeïnstalleerdgeheugenweer.
Standard CMOS Features (Standaardfuncties CMOS)
Date (Datum)
Geeft de huidige datum weer in het formaat (mm:dd:jjjj).
Time (Tijd)
Geeft de huidige tijd weer in het formaat (uu:mm:ss).
SATA 0
Geeft de SATA-schijven weer, die zijn aangesloten op de SATA 0-connector.
SATA 1
Geeft de SATA-schijven weer, die zijn aangesloten op de SATA 1-connector.
SATA 2
Geeft de SATA-schijven weer, die zijn aangesloten op de SATA 2-connector.
SATA 3
Geeft de SATA-schijven weer, die zijn aangesloten op de SATA 3-connector.
Advanced BIOS Features (Geavanceerde BIOS-functies)
CPU Feature (CPU-functie)
l Hyper-Threading Technology (Hyper-Threading-technologie)Enabled of Disabled (Ingeschakeld of
Uitgeschakeld) (de standaardinstelling is Enabled)
l Intel SpeedStep
®
Enabled; Disabled (de standaardinstelling is Enabled)
l Virtualization (virtualisatie) Enabled; Disabled (de standaardinstelling is Enabled)
l Limit CPUID Value (Beperken CPUID-waarde) Enabled; Disabled (de standaardwaarde is Disabled)
l CPU XD Support (CPU XD-ondersteuning) Enabled; Disabled (de standaardinstelling is Enabled)
l Multi Core Support (Multikernondersteuning) Enabled; Disabled (de standaardinstelling is Enabled)
USB Device Setting (Instelling USB-
apparaat)
l USB Controller (USB-controller) Enabled; Disabled (de standaardwaarde is Enabled)
l USB Operation Mode (Werkingsmodus USB) HiSpeed; FullSpeed (de standaardinstelling is HiSpeed)
Advanced Chipset Features (Geavanceerde chipsetfuncties)
OnboardAudioController(Geïntegreerde
audiocontroller)
Enabled; Disabled (de standaardwaarde is Enabled)
SATA Mode (SATA-modus)
ATA; AHCI (de standaardinstelling is AHCI)
OnboardLANController(Geïntegreerde
LAN-controller)
Enabled; Disabled (de standaardwaarde is Enabled)
OnboardLANBootROM(GeïntegreerdeLAN-
opstart-ROM)
Enabled; Disabled (de standaardwaarde is Disabled)
Boot Device Configuration (Configuratie opstartapparaten)
Boot Settings Configuration
(Configuratie opstartinstellingen)
l Fast Boot (Snel opstarten) Enabled; Disabled (de standaardinstelling is Enabled)
l Numlock Key (Numlocktoets) On; Off (de standaardinstelling is On)
l Keyboard Errors (Toetsenbordfouten) Report; Do Not Report (de standaardinstelling is Report)
Removable Boot Priority
(Opstartprioriteit verwijderbare
apparaten)
Wordt gebruikt om de prioriteit van verwijderbare apparaten zoals USB-diskettestations aan te geven. De
items die hier worden weergegeven, worden dynamisch bijgewerkt volgens de aangesloten verwijderbare
apparaten.
Hard Disk Boot Priority
(Opstartprioriteit vaste schijven)
Wordt gebruikt om de prioriteit van vaste schijven in te stellen. De weergegeven items worden dynamisch
bijgewerkt op basis van de gedetecteerde vaste schijven.
CD/DVD Boot Priority (Opstartprioriteit
cd/dvd)
Wordt gebruikt om de prioriteit van cd-/dvd-schijven in te stellen. De weergegeven items worden dynamisch
bijgewerkt op basis van de gedetecteerde cd-/dvd-schijven.
Network Boot Priority (Opstartprioriteit
netwerk)
Wordt gebruikt om de prioriteit van netwerkapparaten in te stellen. De weergegeven items worden dynamisch
bijgewerkt op basis van de gedetecteerde netwerkapparaten.
USB Boot Priority (Opstartprioriteit
USB-schijven)
Wordt gebruikt om de prioriteit van USB-schijven in te stellen. De weergegeven items worden dynamisch
bijgewerkt op basis van de gedetecteerde USB-schijven.
1st Boot Device (Eerste opstartapparaat)
Removable Dev.; Hard Drive; CD/DVD; Network; USB; Disabled (Verwijderbaar app., Vaste schijf, Cd/dvd,
Netwerk, USB, Uitgeschakeld) (de standaardwaarde is Hard Drive)
2nd Boot Device (Tweede opstartapparaat)
Removable Dev.; Hard Drive; USB; Network; USB; Disabled (Verwijderbaar app., Vaste schijf, Cd/dvd, Netwerk,
USB, Uitgeschakeld) (de standaardwaarde is USB)
3rd Boot Device (Derde opstartapparaat)
Removable Dev.; Hard Drive; CD/DVD; Network; USB; Disabled (Verwijderbaar app., Vaste schijf, Cd/dvd,
Netwerk, USB, Uitgeschakeld) (de standaardwaarde is CD/DVD)
4th Boot Device (Vierde opstartapparaat)
Removable Dev.; Hard Drive; CD/DVD; Network; USB; Disabled (Verwijderbaar app., Vaste schijf, Cd/dvd,
Netwerk, USB, Uitgeschakeld) (Removable Dev.by default) (de standaardwaarde is Removable Dev.)
5th Boot Device (Vijfde opstartapparaat)
Removable Dev.; Hard Drive; CD/DVD; Network; USB; Disabled (Verwijderbaar app., Vaste schijf, Cd/dvd,
Netwerk, USB, Uitgeschakeld) (de standaardwaarde is Network)
Inspiron 570
Power Management Setup (Instellingen energiebeheer)
ACPI Suspend Type (Type ACPI-uitstel)
S1; S3 (de standaardinstelling is S3)
Remote Wake Up (Opstarten van afstand)
Enabled; Disabled (de standaardwaarde is Enabled)
AC Recovery (AC-herstel)
Power Off, Power On of Last Power State (Uit, Aan of Laatste aan-uitstatus) (de standaardinstelling is Off)
Auto Power On (Automatisch inschakelen)
Enabled; Disabled (de standaardwaarde is Disabled)
Auto Power On Date (Automatisch
inschakelen op datum)
0
Auto Power On Time (Automatisch
inschakelen op tijd)
0:00:00
BIOS Security Features (BIOS-beveiligingsfuncties)
Set Supervisor Password
(Supervisorwachtwoord instellen)
Druk op Enter om het supervisorwachtwoord in te stellen.
User Access Level (Toegangsniveau
gebruiker)
No Access; View Only; Limited; Full Access (Geen toegang, Alleen lezen, Volledige toegang) (de
standaardwaarde is Full Access)
Set User Password (Gebruikerswachtwoord
instellen)
Druk op Enter om het gebruikerswachtwoord in te stellen.
Password Check (Wachtwoordcontrole)
Setup; Always (Setup; Altijd) (de standaardwaarde is Setup)
System info (Systeeminformatie)
System (Systeem)
Geeft het nummer van het computermodel weer.
BIOS Version (BIOS-versie)
Toont het versienummer en de datum van het BIOS.
Servicelabel
Geeft het servicelabel van de computer weer.
Asset Tag (Inventarislabel)
Geeft het inventarislabel van de computer weer, indien aanwezig.
Processor Type (Processortype)
Geeft het type processor weer.
L2 Cache (L2-cache)
Geeft de hoeveelheid level 2-cache van de processor weer.
L3-cache
Geeft de hoeveelheid level 3-cache van de processor weer.
InstalledMemory(Geïnstalleerdgeheugen)
Geeftdehoeveelheidgeïnstalleerdgeheugenweer.
Memory Speed (Geheugensnelheid)
Geeftdefrequentievangeïnstalleerdgeheugenweer.
Memory Technology (Geheugentechnologie)
Geefthettypevangeïnstalleerdgeheugenweer.
Algemeen
System Time (Systeemtijd)
Geeft de huidige tijd weer in het formaat (uu:mm:ss).
System Date (Systeemdatum)
Geeft de huidige datum weer in het formaat (mm:dd:jjjj).
SATA 0
Geeft de SATA-schijven weer, die zijn aangesloten op de SATA 0-connector.
SATA 1
Geeft de SATA-schijven weer, die zijn aangesloten op de SATA 1-connector.
SATA 2
Geeft de SATA-schijven weer, die zijn aangesloten op de SATA 2-connector.
SATA 3
Geeft de SATA-schijven weer, die zijn aangesloten op de SATA 3-connector.
Keyboard Errors (Toetsenbordfouten)
Geeft toetsenbordfouten weer als dit is ingesteld op Report (Melden) De standaardinstelling is
Report (Melden).
Geavanceerde instellingen
CPU Feature (CPU-functie)
l Secure Virtual Machine Mode (Veilige virtuele systeemmodus) Enabled;Disabled (de
standaardinstelling is Enabled)
l AMD Cool 'N' quiet-functie Enabled; Disabled (de standaardwaarde is Enabled)
Integrated Graphics Configuration (Configuratie
geïntegreerdegraphics)
l UMA Frame Buffer Size (Buffergrootte UMA-frame) Auto, 32 MB, 64 MB, 128 MB, 256 MB
of 512 MB (de standaardinstelling is Auto)
Integrated Peripherals Configuration (Configuratie
geïntegreerderandapparatuur)
l SATA Operation Mode (Werkingsmodus SATA) ATA; AHCI (de standaardinstelling is
AHCI)
l Onboard Audio Controller (Ingebouwde audiocontroller) Enabled; Disabled (de
standaardinstelling is Enabled)
l Onboard LAN Controller (Ingebouwde LAN-controller) Enabled; Disabled (de
standaardinstelling is Enabled)
l Onboard LAN Boot ROM (Ingebouwde LAN-opstart-ROM) Enabled; Disabled (de
standaardinstelling is Disabled)
USB Device Setting (Instelling USB-apparaat)
l USB Controller (USB-controller) Enabled of Disabled (de standaardwaarde is Enabled)
l USB Operation Mode (Werkingsmodus USB) High Speed; Full Speed (de
standaardwaarde is High Speed)
De opstartvolgorde voor de huidige opstartprocedure wijzigen
Metdezefunctiekuntudecomputerbijvoorbeeldopdrachtgevenomoptestartenvanafhetcd-station, zodat u de Dell Diagnostics kunt uitvoeren op de
Drivers and Utilities media, terwijl u de computer weer wilt laten opstarten vanaf de vaste schijf wanneer deze diagnostische tests eenmaal voltooid zijn. U
kunt deze functie gebruiken om bijvoorbeeld uw computer opnieuw op te starten vanaf een USB-apparaat, zoals een diskettestation, een geheugenstick of
een cd-rw-station.
1. Als u opstart vanaf een USB-apparaat, sluit u het USB-apparaat aan op een USB-poort.
2. Zet de computer aan of start deze opnieuw op.
3. Wanneer F2 = Setup, F12 = Boot Options op het scherm verschijnt, drukt u op <F12>.
Als u te lang wacht en het logo van het besturingssysteem wordt weergegeven, moet u blijven wachten tot u het bureaublad van Microsoft Windows
ziet. Zet vervolgens de computer uit en probeer het opnieuw.
Het menu Boot Device (Opstartapparaat) verschijnt. Dit menu bevat alle beschikbare opstartapparaten.
4. Gebruik de pijl-omhoog- en pijl-omlaagtoetstoets om het huidige opstartapparaat te selecteren en druk op <Enter>.
Als u bijvoorbeeld opstart vanaf een USB-geheugenstick, selecteert u USB Flash Device (USB-flashapparaat) en drukt op <Enter>.
Numlock Key (Numlock-toets)
On; Off (Aan, Uit) (de standaardwaarde is On)
Fast Boot (Snel opstarten)
Enabled; Disabled (de standaardwaarde is Enabled)
Voeding
ACPI Suspend Type (Type ACPI-uitstel)
S1(POS); S3(STR) (de standaardwaarde is S3(STR))
AC Recovery (AC-herstel)
Off; On; Last (Uit, Aan, Laatste) (de standaardwaarde is Off)
Remote Wake Up (Opstarten van afstand)
Disabled; Enabled (de standaardwaarde is Enabled)
Auto Power On (Automatisch inschakelen)
Disabled; Enabled (de standaardwaarde is Disabled)
Security (Beveiliging)
Unlock Setup Status (Status instellingen
vergrendelen)
Geeft aan of systeemsetup vergrendeld of ontgrendeld is.
Supervisor Password (Supervisorwachtwoord)
Geeft de status van het supervisorwachtwoord weer.
User Password (Gebruikerswachtwoord)
Geeft de status van het gebruikerswachtwoord aan.
Supervisorwachtwoord wijzigen
Hiermee kunt u het supervisorwachtwoord wijzigen.
Boot (Opstarten)
OPMERKING: De weergegeven items worden dynamisch bijgewerkt op basis van de gedetecteerde apparaten.
1st Boot Device (Eerste opstartapparaat)
Hard Disk; USB; CD/DVD; Removable; Network; Disabled (Vaste schijf; USB; Cd/dvd;
Verwijderbaar; Netwerk; Uitgeschakeld) (de standaardinstelling is Hard Disk)
2nd Boot Device (Tweede opstartapparaat)
Hard Disk; USB; CD/DVD; Removable; Network; Disabled (Vaste schijf; USB; Cd/dvd;
Verwijderbaar; Netwerk; Uitgeschakeld) (de standaardinstelling is USB)
3rd Boot Device (Derde opstartapparaat)
Hard Disk; USB; CD/DVD; Removable; Network; Disabled (Vaste schijf; USB; Cd/dvd;
Verwijderbaar; Netwerk; Uitgeschakeld) (de standaardinstelling is CD/DVD)
4th Boot Device (Vierde opstartapparaat)
Hard Disk; USB; CD/DVD; Removable; Network; Disabled (Vaste schijf; USB; Cd/dvd;
Verwijderbaar; Netwerk; Uitgeschakeld) (de standaardinstelling is Removable)
5th Boot Device (Vijfde opstartapparaat)
Hard Disk; USB; CD/DVD; Removable; Network; Disabled (Vaste schijf; USB; Cd/dvd;
Verwijderbaar; Netwerk; Uitgeschakeld) (de standaardinstelling is Network)
Hard Disk Device (Vaste schijfapparaat)
Geeft de opstartprioriteit weer van de beschikbare vaste schijven.
USB Device (USB-apparaat)
Geeft de opstartprioriteit weer van de beschikbare USB-stations
CD/DVD Device (Cd/dvd-station)
Hiermee geeft u de opstartvolgorde voor de beschikbare cd/dvd-stations op
Removable Device (Verwijderbaar apparaat)
Geeft de opstartprioriteit weer van de beschikbare verwijderbare apparaten
Network Device (Netwerkapparaat)
Geeft de opstartprioriteit weer van de beschikbare netwerkapparaten
Exit (Afsluiten)
Hier vindt u de opties Save Changes and Exit (Wijzigingen opslaan en afsluiten), Discard Changes and Exit (Wijzigingen negeren en afsluiten) en Load
Default Setting (Standaardinstelling laden).
OPMERKING: Om op te starten vanaf een USB-apparaat, moet het apparaat opstartbaar zijn. Als u zeker wilt weten of een apparaat opstartbaar
is, raadpleegt u de documentatie bij het apparaat.
De opstartvolgorde voor toekomstige opstartprocedures wijzigen
1. Open systeemsetup (zie System Setup openen).
2. Gebruik de pijltoetsen om het menu Boot Device Configuration (Configuratie opstartapparaten) te markeren en druk vervolgens op <Enter> om het
menu te openen.
3. Druk op de pijl-omhoog en pijl-omlaag om door de lijst met bronnen te gaan.
4. Druk op de toets plus (+) of minus () om de opstartprioriteit van het apparaat te wijzigen.
Vergeten wachtwoorden wissen
1. Volg de instructies in Voordat u begint.
2. Verwijder de computerbehuizing (zie De computerkap verwijderen).
3. Zoek naar de wachtwoordresetjumper met 3 pinnen op de systeemkaart (zie Systeemkaartcomponenten).
Inspiron 560
Inspiron 570
OPMERKING: Noteer de huidige opstartvolgorde voor het geval u deze nadien wilt herstellen.
VOORZICHTIG: Volg de veiligheidsinstructies die bij de computer werden geleverd alvorens u werkzaamheden binnen de computer uitvoert.
Raadpleeg voor meer informatie over veiligheidsrichtlijnen onze website over wet- en regelgeving op www.dell.com/regulatory_compliance.
OPMERKING: De locatie van de wachtwoordconnector verschilt per computer.
4. Verwijder de 2-pins jumper van pin 2 en 3 en plaats deze op pin 1 en 2.
5. Zet de computer aan, wacht ongeveer vijf seconden en zet de computer daarna weer uit. Houd zonodig de aan-uitknop ingedrukt om de computer uit te
zetten.
6. Verwijder de jumperstekker met 2 pinnen van pin 1 en pin 2 en plaats deze op pin 2 en pin 3 om de wachtwoordfunctie in te schakelen.
7. Plaats de computerbehuizing terug (zie De computerkap terugplaatsen).
8. Sluit de computer en alle apparaten aan op het stopcontact en zet deze vervolgens aan.
CMOS-instellingen wissen
1. Volg de instructies in Voordat u begint.
2. Verwijder de computerkap (zie De computerkap verwijderen).
3. De huidige CMOS-instellingen wissen:
a. Zoek naar de 3-pins-CMOS-resetjumper op het moederbord (zie Systeemkaartcomponenten).
b. Verwijder de jumperstekker van pin 2 en 3 van de CMOS-resetjumper.
c. Plaats de jumperplug op pin 1 en 2 van de CMOS-resetjumper en wacht ongeveer vijf seconden.
d. Verwijder de jumperstekker en plaats deze op pin 2 en 3 van de CMOS-resetjumper.
Inspiron 560
OPMERKING: Als u de CMOS-instellingen wilt wissen, moet u de stekker van de computer uit het stopcontact verwijderen.
Inspiron 570
4. Plaats de computerbehuizing terug (zie De computerkap terugplaatsen).
5. Sluit de computer en alle apparaten aan op het stopcontact en zet deze vervolgens aan.
Het BIOS flashen
Het kan nodig zijn om het BIOS te flashen indien een update beschikbaar is of wanneer u het moederbord vervangt. Het BIOS flashen:
1. Zet de computer aan.
2. Ga naar support.dell.com.
3. Klik op Drivers & Downloads.
4. Zoek naar het BIOS-updatebestand voor uw computer:
- Als u het servicelabel van uw computer heeft:
OPMERKING: Het servicelabel van uw computer bevindt zich bovenop het chassis bij de achterzijde.
a. Klik op Een servicelabel invoeren.
b. Voer de servicetag in van uw computer in het veld Een servicelabel invoeren:; klik vervolgens op Gaan en ga naar stap 5.
- Als u het servicelabel van uw computer niet heeft:
a. Klik op Selecteer uw productmodel in de lijst Selecteer uw invoermethode.
b. Selecteer de productreeks in de lijst Selecteer een productreeks.
c. Selecteer het producttype in de lijst Selecteer een producttype.
d. Selecteer het productmodelnummer in de lijst Selecteer een productmodel.
e. Klik op Confirm (Bevestigen).
5. Er verschijnt een lijst met resultaten op het scherm. Klik op het plusteken voor Bios.
6. Klik op Nu downloaden om het nieuwste BIOS-bestand te downloaden.
Het venster File Download (Bestand downloaden) verschijnt.
7. Klik op Opslaan om het bestand op te slaan. Het bestand wordt naar het bureaublad gedownload.
8. Klik op Close (Sluiten) als het venster Download Complete (Download voltooid) verschijnt.
Het bestandspictogram zal op het bureaublad worden weergegeven en zal dezelfde naam hebben als het BIOS-updatebestand dat u hebt gedownload.
9. Dubbelklik op het bestandspictogram op het bureaublad en volg de procedures die worden weergegeven.
Terug naar inhoudsopgave
OPMERKING: Als u een ander model hebt geselecteerd en opnieuw wilt beginnen, klikt u op Start Over (Opnieuw beginnen) rechtsboven in het
menu.
Terug naar inhoudsopgave
Moederbord
Dell™Inspiron™560/570Onderhoudshandleiding
Het moederbord verwijderen
Het moederbord terugplaatsen
Het moederbord verwijderen
1. Volg de instructies in Voordat u begint.
2. Verwijder de computerbehuizing (zie De computerkap verwijderen).
3. Verwijder eventuele PCI- en PCI Express-kaarten op het moederbord (zie PCI- en PCI Express-kaarten verwijderen).
4. Verwijder de processorventilator en de warmteafleider (zie De processorventilator en warmteafleider verwijderen).
5. Verwijder de processor (zie De processor verwijderen).
6. Verwijder de geheugenmodules (zie De geheugenmodule(s) verwijderen) en noteer welke geheugenmodule uit elke geheugenmoduleconnector is
verwijderd, zodat u de geheugenmodules op dezelfde locatie kunt installeren nadat het moederbord is vervangen.
7. Verwijder de stekkers van alle kabels uit het moederbord. Maak een notitie van alle kabelverbindingen voordat u kabels verwijdert, zodat u deze op
eenvoudige wijze correct kunt aanbrengen wanneer u het nieuwe moederbord plaatst.
8. Verwijder de acht schroeven en draai deze vast om het moederbord aan het computerchassis te bevestigen.
9. Til het moederbord omhoog uit de computer.
Inspiron 560
Inspiron 570
VOORZICHTIG: Volg de veiligheidsinstructies die bij de computer werden geleverd alvorens u werkzaamheden binnen de computer uitvoert.
Raadpleeg voor meer informatie over veiligheidsrichtlijnen onze website over wet- en regelgeving op www.dell.com/regulatory_compliance.
VOORZICHTIG: Bescherm uzelf tegen elektrische schokken door altijd de computer van het stopcontact lost te koppelen voordat u de kap opent.
VOORZICHTIG: Gebruik de computer niet indien er panelen of afdekkingen ontbreken, zoals de computerkap, montagekaders, vulbeugels,
inzetstukken voor het voorpaneel, enzovoort.
WAARSCHUWING: Alleen een bevoegde onderhoudsmonteur mag reparaties aan uw computer uitvoeren. Schade als gevolg van
onderhoudswerkzaamhedendienietdoorDell™zijngoedgekeurd,valtnietonderdegarantie.
1
schroefjes (8)
2
moederbord
Het moederbord terugplaatsen
1. Volg de instructies in Voordat u begint.
2. Plaats het moederbord voorzichtig in het chassis en schuif het bord naar de achterzijde van de computer.
3. Breng de acht schroeven opnieuw aan en draai deze vast om het moederbord aan het computerchassis te bevestigen.
4. Leg en sluit de kabels aan die u hebt losgekoppeld van het moederbord.
5. Plaats de processor terug (zie De processor terugplaatsen).
6. Plaats de processorventilator en de warmteafleider terug (zie De processorventilator en warmteafleider opnieuw plaatsen).
7. Plaats de geheugenmodules terug (zie De geheugenmodule(s) terugplaatsen).
8. Plaats eventuele PCI- en PCI Express-kaarten terug op het moederbord (zie PCI- en PCI Express-kaarten vervangen).
9. Plaats de computerkap terug (zie De computerkap terugplaatsen).
10. Sluit de computer en alle apparaten aan op het stopcontact en zet deze vervolgens aan.
11. Flash de systeem-BIOS, indien nodig (zie Het BIOS flashen).
1
schroefjes (8)
2
moederbord
OPMERKING: Vergelijk het moederbord dat u hebt verwijderd met het vervangende moederbord om er zeker van te zijn dat ze identiek zijn.
WAARSCHUWING: Let op dat de poortbevestigingsveren niet worden beschadigd tijdens het terugplaatsen van het moederbord.
1
achterzijde van de computer
2
poortbevestigingsveer
WAARSCHUWING: Controleer of de processorventilator en de warmteafleider op de juiste wijze zijn geplaatst en goed vastzitten.
Terug naar inhoudsopgave
Terug naar inhoudsopgave
Technisch overzicht
Dell™Inspiron™560/570Onderhoudshandleiding
De binnenkant van uw computer
Systeemkaartcomponenten
De binnenkant van uw computer
Systeemkaartcomponenten
Inspiron 560
VOORZICHTIG: Volg de veiligheidsinstructies die bij de computer werden geleverd alvorens u werkzaamheden binnen de computer uitvoert.
Raadpleeg voor meer informatie over veiligheidsrichtlijnen onze website over wet- en regelgeving op www.dell.com/regulatory_compliance.
1
voeding
2
primaire optische schijf
3
secundaire optische schijf (optioneel)
4
montagekader aan voorzijde
5
vaste schijf
6
Mediakaartlezer (optioneel)
7
moederbord
8
kaartbevestigingsbeugel
1
12 V-voedingsconnector
(ATX12V1)
2
processorhouder
3
connector processorventilator
4
aansluiting voor
Inspiron 570
(FAN_CPU)
geheugenmodule (DIMM1)
5
aansluiting voor
geheugenmodule (DIMM2)
6
aansluiting voor
geheugenmodule (DIMM3)
7
aansluiting voor
geheugenmodule (DIMM4)
8
wachtwoordresetjumper
(CLR_PSW)
9
hoofdvoedingsconnector
(ATX1_POWER1)
10
SATA-connector (SATA_0)
11
SATA-connector (SATA_1)
12
SATA-connector (SATA_2)
13
SATA-connector (SATA_3)
14
voorpaneelconnector
(FRONTPANEL)
15
USB-connector voorpaneel
(F_USB1)
16
USB-connector voorpaneel
(F_USB2)
17
USB-connector voorpaneel
(F_USB3)
18
batterijhouder (BATTERY)
19
audioaansluiting voorpaneel
(FP_AUDIO)
20
sleuf voor PCI-kaart (PCI_1)
21
sleuf voor PCI-Express x1-kaart
(PCIEX1_2)
22
CMOS-resetjumper (CLR_CMOS)
23
sleuf voor PCI-Express x1-kaart
(PCIEX1_1)
24
sleuf voor PCI-Express x16-kaart
(PCIEX16)
25
connector chassisventilator
(FAN_SYS)
1
12 V-voedingsconnector
(ATX_12V)
2
processorhouder
3
connector processorventilator
(CPU_FAN)
4
aansluiting voor
geheugenmodule (DIMM1)
5
aansluiting voor geheugenmodule
(DIMM2)
6
aansluiting voor
geheugenmodule (DIMM3)
7
aansluiting voor geheugenmodule
(DIMM4)
8
primaire voedingsconnector
(ATX)
9
SATA-connector (SATA3)
10
SATA-connector (SATA2)
11
wachtwoordresetjumper
(CLR_PASS1)
12
voorpaneelconnector (LEDH1)
13
SATA-connector (SATA1)
14
interne USB-connector
(IN_USB2)
15
SATA-connector (SATA4)
16
interne USB-connector
(IN_USB1)
17
USB-connector voorpaneel
(F_USB1)
18
audio voorpaneel (F_AUDIO)
19
sleuf voor PCI-kaart (PCI1)
20
CMOS-resetjumper (CLR_CMOS)
21
sleuf voor PCI-Express x1-kaart
(PCIE1X_1)
22
batterijhouder (BT1)
23
sleuf voor PCI-Express x1-kaart
(PCIE1X_2)
24
sleuf voor PCI-Express x16-kaart
(PCIE16X)
Terug naar inhoudsopgave
25
aansluiting chassisventilator
(SYS_FAN1)
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44

Dell Inspiron 570 de handleiding

Type
de handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor