Vega Overvoltage protection B 53-19 Handleiding

Handleiding
Overspanningsbeveiligingsapparaat
B 53-19
Voor de signaalkabel van conductieve
meetsonden
Document ID: 40490
2
Inhoudsopgave
B 53-19 • Voor de signaalkabel van conductieve meetsonden
40490-NL-160615
Inhoudsopgave
1 Over dit document
1.1 Functie ............................................................................................................................. 3
1.2 Doelgroep ........................................................................................................................ 3
1.3 Gebruikte symbolen ......................................................................................................... 3
2 Voor uw veiligheid
2.1 Geautoriseerd personeel .................................................................................................. 4
2.2 Correct gebruik ................................................................................................................. 4
2.3 Waarschuwing voor misbruik ............................................................................................ 4
2.4 Algemene veiligheidsinstructies ....................................................................................... 4
2.5 Veiligheidsmarkering op het instrument ............................................................................ 4
2.6 CE-conformiteit ................................................................................................................ 5
2.7 Milieuvoorschriften ........................................................................................................... 5
3 Productbeschrijving
3.1 Constructie ....................................................................................................................... 6
3.2 Werking ............................................................................................................................ 6
3.3 Verpakking, transport en opslag ....................................................................................... 7
4 Montage-instructies
4.1 Montage in de schakelkast ............................................................................................... 8
4.2 Montage in behuizing ....................................................................................................... 9
5 Op de voedingsspanning aansluiten
5.1 Aansluiting voorbereiden ................................................................................................ 11
5.2 Aansluitstappen bij uitvoering met behuizing ................................................................. 11
5.3 Aansluitschema .............................................................................................................. 11
6 Service en storingen oplossen
6.1 Onderhoud ..................................................................................................................... 13
6.2 Storingen oplossen ........................................................................................................ 13
6.3 Procedure in geval van reparatie .................................................................................... 13
7 Demonteren
7.1 Demontagestappen ........................................................................................................ 14
7.2 Afvoeren ......................................................................................................................... 14
8 Bijlage
8.1 Technische gegevens ..................................................................................................... 15
8.2 Afmetingen B53-19 ........................................................................................................ 16
Veiligheidsinstructies voor Ex-omgeving
Let bij Ex-toepassingen op de Ex-specieke veiligheidsinstructies.
Deze worden met elk instrument met Ex-toelating als document mee-
geleverd en zijn bestanddeel van de handleiding.
Uitgave: 2016-06-03
3
1 Over dit document
B 53-19 • Voor de signaalkabel van conductieve meetsonden
40490-NL-160615
1 Over dit document
1.1 Functie
Deze gebruiksaanwijzing geeft u de benodigde informatie voor de
montage, aansluiting en inbedrijfname plus belangrijke instructies
voor onderhoud en oplossen van storingen. Lees deze daarom voor
de inbedrijfname en bewaar deze daarom goed toegankelijk als
onderdeel van het product in de nabijheid van het instrument.
1.2 Doelgroep
Deze gebruiksaanwijzing is bedoeld voor gekwaliceerd vakper-
soneel. De inhoud van deze handleiding moet aan het personeel
beschikbaar worden gesteld.
1.3 Gebruikte symbolen
Informatie, tip, instructie
Dit symbool markeert nuttige aanvullende informatie.
Voorzichtig: bij niet aanhouden van deze waarschuwing kunnen
storingen of foutief functioneren ontstaan.
Waarschuwing: bij niet aanhouden van deze waarschuwingen kan
persoonlijk letsel en/of zware materiële schade ontstaan.
Gevaar: bij niet aanhouden van deze waarschuwing kan ernstig
persoonlijk letsel en/of onherstelbare schade aan het instrument
ontstaan.
Ex-toepassingen
Dit symbool markeert bijzondere instructies voor Ex-toepassingen.
SIL-toepassingen
Dit symbool markeert instructies betreende de functionele veiligheid,
die bij veiligheidsrelevante toepassing bijzonder zorgvuldig moeten
worden aangehouden.
Lijst
De voorafgaande punt markeert een lijst zonder dwingende volgorde.
→
Handelingsstap
Deze pijl markeert een afzonderlijke handeling.
1 Handelingsvolgorde
Voorafgaande getallen markeren opeenvolgende handelingen.
Afvoeren batterij
Dit symbool markeert bijzondere instructies voor het afvoeren van
batterijen en accu's.
4
2 Voor uw veiligheid
B 53-19 • Voor de signaalkabel van conductieve meetsonden
40490-NL-160615
2 Voor uw veiligheid
2.1 Geautoriseerd personeel
Alle in deze gebruiksaanwijzing beschreven handelingen mogen
alleen door opgeleid en door de eigenaar van de installatie geautori-
seerd vakpersoneel worden uitgevoerd.
Bij werkzaamheden aan en met het instrument moet altijd de beno-
digde persoonlijke beschermende uitrusting worden gedragen.
2.2 Correct gebruik
De B53-19 is een overspanningsbeveiliging voor de meetkabel van
conductieve meetsonden.
Gedetailleerde informatie over het toepassingsgebied is opgenomen
in hoofdstuk "Productbeschrijving".
2.3 Waarschuwing voor misbruik
Bij ondeskundig of niet correct gebruik kunnen door het instrument
toepassingsspecieke gevaren ontstaan, zoals bijv. overlopen van
een tank of schade aan installatiedelen door verkeerde montage of
instelling.
2.4 Algemene veiligheidsinstructies
Het instrument voldoet aan de laatste stand der techniek rekening
houdend met de geldende voorschriften en richtlijnen. Deze mag
alleen onder technisch optimale en bedrijfsveilige toestand worden
gebruikt. De eigenaar is verantwoordelijk voor het storingsvrij gebruik
van het instrument.
De operator is verder verplicht, tijdens de gehele toepassingsduur de
overeenstemming van de benodigde bedrijfsveiligheidsmaatregelen
met de actuele stand van de betreende instituten vast te stellen en
nieuwe voorschriften aan te houden.
Door de gebruiker moeten de veiligheidsinstructies in deze handlei-
ding, de nationale installatienormen en de geldende veiligheidsbepa-
lingen en ongevallenpreventievoorschriften worden aangehouden.
Handelingen die verder gaan dan hetgeen beschreven in de ge-
bruiksaanwijzing mogen uit veiligheids- en garantie-overwegingen
alleen door personeel worden uitgevoerd dat is geautoriseerde door
de leverancier. Eigenmachtig ombouwen of veranderen is uitdrukkelijk
verboden.
Bovendien moeten de op het instrument aangebrachte veiligheids-
symbolen en -instructies worden aangehouden.
2.5 Veiligheidsmarkering op het instrument
De veiligheidssymbolen en -instructies die op het instrument zijn
aangebracht moeten worden aangehouden.
5
2 Voor uw veiligheid
B 53-19 • Voor de signaalkabel van conductieve meetsonden
40490-NL-160615
2.6 CE-conformiteit
Het instrument voldoet aan de wettelijke eisen van de geldende
EG-richtlijnen. Met de CE-markering bevestigt VEGA de succesvolle
beproeving.
De CE-conformiteitsverklaring vindt u in het download-bereik onder
"www.vega.com".
2.7 Milieuvoorschriften
De bescherming van de natuurlijke levensbronnen is een van de be-
langrijkste taken. Daarom hebben wij een milieumanagementsysteem
ingevoerd met als doel, de bedrijfsmatige milieubescherming con-
stant te verbeteren. Het milieumanagementsysteem is gecerticeerd
conform DIN EN ISO 14001.
Help ons, te voldoen aan deze eisen en houdt rekening met de mi-
lieu-instructies in deze handleiding.
Hoofdstuk "Verpakking, transport en opslag"
Hoofdstuk "Afvoeren"
6
3 Productbeschrijving
B 53-19 • Voor de signaalkabel van conductieve meetsonden
40490-NL-160615
3 Productbeschrijving
3.1 Constructie
De levering bestaat uit:
Overspanningsbeveiligingsapparaat B53-19
Documentatie
Deze gebruiksaanwijzing
Ex-specieke veiligheidsinstructies en eventuele overige
certicaten
De volgende afbeelding toont de opbouw van het overspanningsbe-
veiligingsapparaat B53-19:
Ty p B53 - 19
OUT
IN
IP 20
max. 19 VAC, 27 VDC/1 A
Li < = 0,5 mH / Ci < = 3nF
A1
A2
E1
E2
A3
E3
4
1
2
3
Fig. 1: Opbouw van de B53-19
1 Aansluitklemmen Out (beveiligde zijde)
2 Schroef voor montagerailbevestiging
3 Aansluitklemmen In (niet beveiligde zijde)
4 Typeplaat
3.2 Werking
Overspanningen kunnen door indirecte atmosferische ontladingen
(blikseminslag) of schakelingen op het voedingsnet ontstaan. Andere
oorzaken kunnen inductieve of capacitieve inkoppelingen van andere
elektrische systemen zijn. Vooral bij lange voedings- en signaalkabels
moet met spanningspieken (transiënten) rekening worden gehouden.
De zo optredende overspanningen kunnen schade aan de sensoren
en meetversterkers veroorzaken.
De VEGA-overspanningsbeveiligingsapparaten begrenzen in voe-
dings- resp. signaalkabels de optredende overspanningen tot een on-
Leveringsomvang
Componenten
T
oepassingsgebied
7
3 Productbeschrijving
B 53-19 • Voor de signaalkabel van conductieve meetsonden
40490-NL-160615
gevaarlijk niveau. Deze zijn bedoeld voor de montage op montagerail
conform EN 50 022/EN 50 035 in de schakelkast of in een metalen of
kunststof behuizing in de nabijheid van de sensor.
Afhankelijk van de uitvoering worden verschillend geclassiceerde
combinaties van beveiligingselementen voor de spanningsbegrenzing
toegepast. Typische beveiligingselementen zijn suppressor-dioden
(dioden met speciale karakteristiek), varistoren (spanningsafhankelij-
ke weerstanden) en overspanningsaeiders (gasscheiders).
Zodra de spanning tot de aanspreekspanning van het beveiligings-
element toeneemt, wordt deze geleidend en wordt de energie naar
aarde afgeleid. Na het afnemen van de overspanning gaat het beveili-
gingselement naar de hoogohmige toestand terug en heeft dus geen
invloed op het voedings- resp. signaalcircuit.
3.3 Verpakking, transport en opslag
Uw instrument werd op weg naar de inbouwlocatie beschermd door
een verpakking. Daarbij zijn de normale transportbelastingen door
een beproeving verzekerd conform ISO 4180.
Bij standaard instrumenten bestaat de verpakking uit karton; deze is
milieuvriendelijke en herbruikbaar. Bij speciale uitvoeringen wordt ook
PE-schuim of PE-folie gebruikt. Voer het overblijvende verpakkings-
materiaal af via daarin gespecialiseerde recyclingbedrijven.
Het transport moet rekening houdend met de instructies op de trans-
portverpakking plaatsvinden. Niet aanhouden daarvan kan schade
aan het instrument tot gevolg hebben.
De levering moet na ontvangst direct worden gecontroleerd op volle-
digheid en eventuele transportschade. Vastgestelde transportschade
of verborgen gebreken moeten overeenkomstig worden behandeld.
De verpakkingen moeten tot aan de montage gesloten worden
gehouden en rekening houdend met de extern aangebrachte opstel-
lings- en opslagmarkeringen worden bewaard.
Verpakkingen, voor zover niet anders aangegeven, alleen onder de
volgende omstandigheden opslaan:
Niet buiten bewaren
Droog en stofvrij opslaan
Niet aan agressieve media blootstellen
Beschermen tegen directe zonnestralen
Mechanische trillingen vermijden
Opslag- en transporttemperatuur zie "Appendix - Technische
gegevens - Omgevingscondities"
Relatieve luchtvochtigheid 20 … 85 %.
Werkingsprincipe
Verpakking
Transport
Transportinspectie
Opslag
Opslag- en transporttem-
peratuur
8
4 Montage-instructies
B 53-19 • Voor de signaalkabel van conductieve meetsonden
40490-NL-160615
4 Montage-instructies
4.1 Montage in de schakelkast
De overspanningsbeveiliging wordt in de schakelkast op montagerail
conform EN 50 022 (DIN-rail) of EN 50 035 (C-rail) gemonteerd. Het
apparaat wordt met een schroef buiten op het apparaat op de mon-
tagerail bevestigd. De schroef is met het symbool voor functie-aarde
gemarkeerd. Deze is afhankelijk van de uitvoering galvanisch met de
aardklem van de overspanningsbeveiliging verbonden (zie principe-
schakelschema in hoofdstuk "Aansluitschema").
De montagerail moet laagohmig met de potentiaalvereeningskabel
(PA) worden verbonden. De aderdiameter moet minimaal 2,5 mm
2
zijn, de kabel moet zo kort mogelijk worden gehouden.
1
Fig. 2: Montage op montagerail conform EN 50 022 (DIN-rail) 35 x 7,5 mm
1 Montagerail
1
Fig. 3: Montage op montagerail conform EN 50 035 (C-rail) 35 x 7,5 mm
1 Montagerail
Montagestappen
Ga als volgt tewerk:
1. Bevestigingsschroef losmaken
9
4 Montage-instructies
B 53-19 • Voor de signaalkabel van conductieve meetsonden
40490-NL-160615
OUT
IN
IP 20
1
Fig. 4: Montage op montagerail
1 Bevestigingsschroef
2. Overspanningsbeveiliging op rail plaatsen en vastklikken
3. Bevestigingsschroef aandraaien
4.2 Montage in behuizing
De overspanningsbeveiliging is als optie leverbaar gemonteerd in een
kunststof- of aluminium behuizing. Bij de montage moet erop worden
gelet, dat de kabelwartels naar beneden wijzen. Daardoor wordt het
binnendringen van water verhinderd.
1
3
2
OUT
IN
IP 20
Fig. 5: Montage in aluminium behuizing
1 Overspanningsbeveiligingsapparaat
2 Drukcompensatie
3 Aardklem
10
4 Montage-instructies
B 53-19 • Voor de signaalkabel van conductieve meetsonden
40490-NL-160615
1
2
3
OUT
IN
IP 20
Fig. 6: Montage in kunststof behuizing
1 Overspanningsbeveiligingsapparaat
2 Drukcompensatie
3 Aardklem
De montagerail in de behuizing is galvanisch met de aardklem buiten
op de behuizing verbonden. Deze aardklem moet laagohmig met
de potentiaalvereeningskabel (PA) worden verbonden. De aderdi-
ameter moet minimaal 2,5 mm
2
zijn, de kabel moet zo kort mogelijk
worden gehouden.
11
5 Op de voedingsspanning aansluiten
B 53-19 • Voor de signaalkabel van conductieve meetsonden
40490-NL-160615
5 Op de voedingsspanning aansluiten
5.1 Aansluiting voorbereiden
Let altijd op de volgende veiligheidsinstructies:
Alleen in spanningsloze toestand aansluiten
Waarborg voor de inbedrijfname, dat de voedingsspanning overeen-
komt met de specicaties op de typeplaat.
Voor een eectieve overspanningsbeveiliging moeten daarbij de
kabels tussen de overspanningsbeveiliging en het te beveiligen appa-
raat zo kort mogelijk zijn.
5.2 Aansluitstappen bij uitvoering met behuizing
Ga als volgt tewerk:
1. Schroeven van het behuizingsdeksel losmaken
2. Voedings- en aansluitkabels door de kabelwartels in de behuizing
schuiven, aderuiteinde circa 1 cm strippen.
3. Aderuiteinden conform hoofdstuk "Aansluitschema" op de klem-
men van de overspanningsbeveiliging aansluiten.
4. Buitenste aardklem op de behuizing met de potentiaalvereening
verbinden
5. Alle kabelverbindingen, met in het bijzonder de aardverbinding,
op goede bevestiging controleren
6. Wartelmoeren van de kabelwartels vast aandraaien. De afdicht-
ring moet de kabel geheel omsluiten
7. Schroeven van het behuizingsdeksel vastdraaien
De elektrische aansluiting is zo afgerond.
5.3 Aansluitschema
1
E1
E3
A1
A3
E2
A2
2
Fig. 7: Principeschakelschema B53-19
1 Overspanningsbeveiligingsapparaat
2 Potentiaalvereening
Veiligheidsinstructies
aanhouden
Principeschakelschema
12
5 Op de voedingsspanning aansluiten
B 53-19 • Voor de signaalkabel van conductieve meetsonden
40490-NL-160615
1
2
3
4
5
Typ B53 - 19
OUT
IN
IP 20
max. 19 VAC, 27 VDC/1 A
Li <= 0,5 mH / Ci <= 3nF
A1 A2
E1
E2
A3
E3
0
10
8
7
6
5
4
N
L1
3
2
1
max.
min.
1
2
N
L1
E1
E2
A1
A2
Fig. 8: Aansluitschema B53-19 met conductieve eenstaafmeetsonde
1 Meetsonde
2 Overspanningsbeveiligingsapparaat
3 Meetversterker
4 Voedingsspanning
5 Potentiaalvereening
1
2
3
4
5
1
2
3
Typ B53 - 19
OUT
IN
IP 20
max. 19 VAC, 27 VDC/1 A
Li <= 0,5 mH / Ci <= 3nF
A1
A2
E1
E2
A3
E3
0
10
8
7
6
5
4
N
L1
3
2
1
max.
min.
N
L1
E2
E1
A2
A1
E3
A3
1
2
3
Fig. 9: Aansluitschema B53-19 met conductieve driestaafmeetsonde
1 Meetsonde
2 Overspanningsbeveiligingsapparaat
3 Meetversterker
4 Voedingsspanning
5 Potentiaalvereening
Aansluitschema een-
puntsregeling
Aansluitschema twee-
puntsregeling
13
6 Service en storingen oplossen
B 53-19 • Voor de signaalkabel van conductieve meetsonden
40490-NL-160615
6 Service en storingen oplossen
6.1 Onderhoud
Bij correct gebruik is bij normaal bedrijf geen bijzonder onderhoud
nodig.
6.2 Storingen oplossen
Het is de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de installatie,
geschikte maatregelen voor het oplossen van optredende storingen
te nemen.
De eerste maatregelen zijn het controleren van het in- en uitgangs-
signaal. In veel gevallen kunnen oorzaken langs deze weg worden
vastgesteld en kunnen de storingen worden opgelost.
Een lokale reparatie van de B53-19 is niet mogelijk.
Wanneer deze maatregelen echter geen resultaat hebben, neem dan
in dringende gevallen contact op met de VEGA service-hotline onder
tel.nr.
+49 1805 858550.
De hotline staat ook buiten kantoortijden 7 dagen per week, 24 uur
per dag ter beschikking. Omdat wij deze service wereldwijd aanbie-
den, wordt deze in de Engelse taal verleend. De service is gratis,
alleen de normale telefoonkosten komen voor uw rekening.
Afhankelijk van de oorzaak van de storing en de getroen maatrege-
len moeten eventueel de in het hoofdstuk "In bedrijf nemen" beschre-
ven handelingen weer worden uitgevoerd.
6.3 Procedure in geval van reparatie
Een formulier voor retourzenden van het instrument en gedetailleerde
informatie overr de procedure vindt u in het downloadgedeelte van
www.vega.com.
U helpt on zo, de reparatie snel en zonder tijdverlies vanwege vragen
uit te voeren.
Wanneer een reparatie nodig is, gaat u als volgt te werk:
Omschrijving van de opgetreden storing.
Het instrument schoonmaken en goed inpakken
Het ingevulde formulier en eventueel een veiligheidsspecicatie-
blad buiten op de verpakking aanbrengen.
Vraag het adres voor de retourzending op bij uw vertegenwoordi-
ging. Deze vindt u op onze homepage www.vega.com.
Gedrag bij storingen
Storingen verhelpen
24-uurs ser
vice hotline
Gedrag na oplossen
storing
14
7 Demonteren
B 53-19 • Voor de signaalkabel van conductieve meetsonden
40490-NL-160615
7 Demonteren
7.1 Demontagestappen
Houdt de hoofdstukken "Monteren" en "Op de voedingsspanning
aansluiten" aan en voer de daar genoemde handelingen uit in omge-
keerde volgorde.
7.2 Afvoeren
Het instrument bestaat uit materialen die door gespecialiseerde recy-
clingbedrijven weer kunnen worden hergebruikt. Wij hebben daarom
de elektronica eenvoudig demonteerbaar ontworpen en gebruiken
recyclebare materialen.
WEEE-richtlijn 2002/96/EG
Dit instrument valt niet onder de WEEE-richtlijn 2002/96/EG en de
betreende nationale wetgeving. Voer het instrument af direct naar
een gespecialiseerd recyclingbedrijf en gebruik daarvoor niet de
gemeentelijke vuilophaaldiensten. Deze mogen alleen voor privé
producten conform de WEEE-richtlijn worden gebruikt.
Een deskundige afvoer voorkomt negatieve eecten op mens en
milieu en maakt hergebruik van waardevolle grondstoen mogelijk.
Materialen: zie hoofdstuk "Technische gegevens"
Wanneer u niet de mogelijkheid heeft, het ouder instrument goed af te
voeren, neem dan met ons contact op voor terugname en afvoer.
15
8 Bijlage
B 53-19 • Voor de signaalkabel van conductieve meetsonden
40490-NL-160615
8 Bijlage
8.1 Technische gegevens
Aanwijzingvoorgecerticeerdeinstrumenten
Voor gecerticeerde instrumenten (bijv. met Ex-certicering) gelden de technische specicaties
in de bijbehorende veiligheidsinstructies. Deze kunnen bijv. bij de procesomstandigheden of de
voedingsspanning van de hier genoemde specicaties afwijken.
Algemenespecicaties
Uitvoering Instrument voor montage op montagerail
Materiaal behuizing Kunststof (PPE)
Gewicht ca.
175 g (0.385 lbs)
Elektrischespecicaties
1)
Bedrijfsspanning 19 V AC/
Max. toel. stroom 1 A
R
i
per circuit < 0,25 Ω
Aanspreekspanning 22 V AC/
Reactietijd < 10
-11
s
Nominale aeidpiekstroom < 10 kA (8/20 µs)
Elektromechanische gegevens
Schroefklemmen voor aderdiameter
< 2,5 mm² (AWG 14)
Omgevingscondities
Omgevingstemperatuur
-40 … +60 °C (-40 … +140 °F)
Opslag- en transporttemperatuur -40 … +70 °C (-40 … +158 °F)
Elektrische veiligheidsmaatregelen
Beschermingsgraad
Ʋ Los IP 20
Ʋ In aluminium of kunststof behuizing IP 65
1)
Referentietemperatuur 25 °C (77 °F).
16
8 Bijlage
B 53-19 • Voor de signaalkabel van conductieve meetsonden
40490-NL-160615
8.2 Afmetingen B53-19
Overspanningsbeveiligingsapparaat
84 mm
(3.31")
52 mm
(2.05")
25 mm
(0.98")
Fig. 10: Afmetingen B53-19
17
8 Bijlage
B 53-19 • Voor de signaalkabel van conductieve meetsonden
40490-NL-160615
Behuizing
ø5,5 mm
(0.22")
86 mm
(3.39")
120 mm
(4.72")
160 mm
(6.30")
77 mm
(3.03")
47 mm
(1.85")
50 mm
(1.97")
ø4,5 mm
(0.18")
82 mm
(3.23")
68 mm
(2.68")
72 mm
(2.84")
130 mm
(5.12")
116 mm
(4.57")
M 20 x 1,5
M 20 x 1,5
1
2
Fig. 11: Afmetingen B53-19
1 Kunststof behuizing
2 Aluminium behuizing
18
Notes
B 53-19 • Voor de signaalkabel van conductieve meetsonden
40490-NL-160615
19
Notes
B 53-19 • Voor de signaalkabel van conductieve meetsonden
40490-NL-160615
Printing date:
VEGA Grieshaber KG
Am Hohenstein 113
77761 Schiltach
Germany
40490-NL-160615
De gegevens omtrent leveromvang, toepassing, gebruik en bedrijfsomstandighe-
den van de sensoren en weergavesystemen geeft de stand van zaken weer op het
moment van drukken.
Wijzigingen voorbehouden
© VEGA Grieshaber KG, Schiltach/Germany 2016
Phone +49 7836 50-0
Fax +49 7836 50-201
www.vega.com
/