Siemens KG39FPI45KG39NAW35KG39NXI35KG39NXW35 de handleiding

Categorie
Diepvriezers
Type
de handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

GH *HEUDXFKVDQOHLWXQJ
IU 0RGHG·HPSORL
QO *HEUXLNVDDQZLM]LQJ
HO ̯̓͆͂̾̈́͐͕͏̽͑͆͐
Kühl- und Gefrierkombination
Réfrigérateur / Congélateur combiné
Koel-/diepvriescombinatie
Ψυγειοκαταψύκτης
KG..F..
nl Inhoud
Veiligheidsbepalingen
en waarschuwingen ............................. 62
Aanwijzingen over de afvoer .............. 65
Omvang van de levering .................... 65
De juiste plaats ..................................... 66
Let op de omgevingstemperatuur
en de beluchting .................................. 66
Apparaat aansluiten ............................ 67
Kennismaking met het apparaat ....... 68
Apparaat inschakelen ......................... 69
Instellen van de temperatuur ............. 70
Speciale functies .................................. 71
Alarm function ...................................... 72
Home Connect ..................................... 72
Netto-inhoud .......................................... 77
De koelruimte ....................................... 78
Superkoelen .......................................... 79
Het hyperFresh-compartiment ........... 79
Diepvriesruimte .................................... 80
Maximale invriescapaciteit ................. 80
Invriezen en opslaan ........................... 81
Verse levensmiddelen invriezen ....... 81
Supervriezen ......................................... 82
Ontdooien van diepvrieswaren ......... 83
Uitvoering .............................................. 83
Sticker "OK" .......................................... 84
Apparaat uitschakelen ........................ 84
Schoonmaken van het apparaat ...... 85
Verlichting (LED) .................................. 86
Energie besparen ................................ 86
Bedrijfsgeluiden ................................... 86
Kleine storingen zelf verhelpen ......... 87
Zelftest apparaat .................................. 88
Klantenservice ...................................... 88
el Πίνακας περιεχομένων
Υποδείξεις ασφαλείας και
προειδοποιητικές υποδείξεις .............. 89
Υποδείξεις απόσυρσης ........................ 92
Συνοδεύουν τη συσκευή ..................... 93
Τόπος τοποθέτησης ............................. 94
Προσέχετε τη θερμοκρασία και
τον αερισμό του χώρου ....................... 94
Σύνδεση της συσκευής ....................... 95
Γνωρίστε τη συσκευή ........................... 96
Ενεργοποίηση της συσκευής ............. 97
Ρύθμιση θερμοκρασίας ....................... 98
Ειδικές λειτουργίες ............................... 99
Λειτουργία συναγερμού ................... 100
Home Connect .................................. 100
Ωφέλιμο περιεχόμενο ....................... 106
Χώρος συντήρησης ........................... 106
Υπερψύξη ............................................ 107
Ο χώρος hyperFresh ........................ 107
Χώρος κατάψυξης ............................. 108
Μέγ. απόδοση κατάψυξης ............... 109
Κατάψυξη και αποθήκευση ............. 109
Κατάψυξη
νωπών τροφίμων ............ 110
Υπερκατάψυξη ................................... 111
Απόψυξη κατεψυγμένων
τροφίμων ............................................. 111
Εξοπλισμός ......................................... 112
Αυτοκόλλητο "OK" ............................ 113
Απενεργοποίηση της συσκευής ...... 113
Καθαρισμός της συσκευής ............. 113
Φωτισμός (LED) ................................ 114
Έτσι μπορείτε να
εξοικονομήσετε ενέργεια ................. 115
Θόρυβοι λειτουργίας ........................ 115
Πώς θα διορθώσετε μόνες/-οι
σας μικροβλάβες .............................. 116
Αυτοέλεγχος συσκευής .................... 117
Υπηρεσία εξυπηρέτησης
πελατών ............................................... 118
nl
62
nlInhoud
nlGebruiksaanwijzing
Veiligheidsbepalingen
en waarschuwingen
Voordat u het apparaat
in gebruik neemt
Lees de gebruiksaanwijzing
en het installatievoorschrift
nauwkeurig door. U vindt daarin
belangrijke informatie over
plaatsing, gebruik en onderhoud
van het apparaat.
De fabrikant aanvaardt geen
aansprakelijkheid als
de aanwijzingen
en waarschuwingen
in de gebruiksaanwijzing niet
in acht worden genomen.
Bewaar de gebruiksaanwijzing
en het montagevoorschrift voor
later gebruik of voor een
eventuele latere bezitter.
Technische veiligheid
Door de leidingen van het
koelcircuit stroomt een kleine
hoeveelheid milieuvriendelijk,
maar brandbaar koelmiddel
(R600a). Dit is niet schadelijk
voor de ozonlaag en verhoogt
het broeikaseffect niet.
Vrijkomend koelmiddel kan
echter oogletsel veroorzaken of
vlam vatten.
Bij beschadiging
Open vuur of andere
ontstekingsbronnen uit
de buurt van het apparaat
houden;
Ruimte gedurende een paar
minuten goed luchten;
Apparaat uitschakelen
en de stekker uit het
stopcontact trekken;
Contact opnemen met
de Servicedienst.
Hoe meer koelmiddel het
apparaat bevat, des te groter
moet de ruimte zijn waarin het
apparaat wordt opgesteld.
In een te kleine ruimte kan bij
een lek een ontvlambaar
mengsel van gas en lucht
ontstaan.
Per 8 g koelmiddel moet het
vertrek minstens 1 m³ groot zijn.
De hoeveelheid koelmiddel
in uw apparaat vindt u op het
typeplaatje aan de binnenkant
van het apparaat.
Als de aansluitkabel van het
apparaat beschadigd raakt,
moet deze worden vervangen
door de fabrikant, de
klantenservice of een andere
gekwalificeerde persoon.
Onvakkundige installatie en
reparaties kunnen groot gevaar
opleveren voor de bezitter.
nl
63
Reparaties mogen uitsluitend
worden uitgevoerd door de
fabrikant, de klantenservice of
een andere gekwalificeerde
persoon.
Er mogen alleen originele
onderdelen van de fabrikant
gebruikt worden. Alleen bij deze
onderdelen garandeert de
fabrikant dat ze aan de
veiligheidseisen voldoen.
Een verlengsnoer voor
de aansluitkabel mag uitsluitend
via de klantenservice worden
aangeschaft.
Bij het gebruik
Nooit elektrische apparaten in
het apparaat gebruiken (bijv.
verwarmingsapparaten,
elektrische ijsmaker etc.).
Explosiegevaar!
Het apparaat nooit met een
stoomreiniger ontdooien of
schoonmaken! De hete stoom
kan in de elektrische
onderdelen terechtkomen en
kortsluiting veroorzaken.
Gevaar van elektrische schok!
Gebruik geen puntige of
scherpe voorwerpen om een
laag ijs of rijp te verwijderen.
U kunt hierdoor de
koelleidingen beschadigen.
Koelmiddel dat naar buiten
spuit kan vlam vatten oftot
oogletsel leiden.
Geen producten met
brandbare drijfgassen (bijv.
spuitbussen) en geen
explosieve stoffen in het
apparaat opslaan.
Explosiegevaar!
Plint, uittrekbare manden of
laden, deuren etc. niet als
opstapje gebruiken of om op
te leunen.
Om te ontdooien of schoon
te maken: stekker uit
het stopcontact trekken resp.
de zekering uitschakelen of
losdraaien. Altijd aan de
stekker trekken, nooit aan
de aansluitkabel.
Dranken met een hoog
alcoholpercentage altijd goed
afgesloten en staand
bewaren.
Geen olie of vet gebruiken op
kunststof onderdelen en
deurdichtingen. Ze kunnen
poreus worden.
De be- en
ontluchtingsopeningen van
het apparaat nooit afdekken.
Vermijd langdurig contact van
uw handen met de
diepvrieswaren, ijs of de
verdamperbuizen enz.
Kans op vrieswonden!
nl
64
Vermijden van risico's voor
kinderen en kwetsbare
personen:
Kwetsbaar zijn kinderen/
personen met lichamelijke,
geestelijke of zintuigelijk
beperkingen, evenals
personen die onvoldoende
kennis hebben over de veilige
bediening van het apparaat.
Zorg ervoor dat kinderen en
kwetsbare personen begrijpen
wat de gevaren zijn.
Een voor de veiligheid
verantwoordelijke persoon
moet toezicht houden op
kinderen en kwetsbare
personen bij het apparaat of
hen instrueren.
Alleen kinderen vanaf 8 jaar
het apparaat laten gebruiken.
Bij reiniging en onderhoud
toezicht houden op kinderen.
Laat kinderen nooit met het
apparaat spelen.
Flessen en blikjes met
vloeistoffen – vooral
koolzuurhoudende dranken –
niet in de diepvriesruimte
opslaan. Flessen en potten
kunnen barsten!
Diepvrieswaren nadat u ze uit
de diepvriesruimte hebt
gehaald, nooit onmiddellijk in
de mond nemen.
Kans op vrieswonden!
Kinderen in het huishouden
Verpakkingsmateriaal en
onderdelen ervan zijn geen
speelgoed voor kinderen.
Verstikkingsgevaar door
opvouwbare kartonnen dozen
en folie!
Het apparaat is geen
speelgoed voor kinderen!
Bij een apparaat met deurslot:
sleutel buiten het bereik van
kinderen bewaren!
Algemene bepalingen
Het apparaat is geschikt
voor het koelen en invriezen
van levensmiddelen,
voor het bereiden van ijs.
Dit apparaat is bestemd voor
privégebruik in het huishouden
en de huiselijke omgeving.
Het apparaat is ontstoord
volgens EU richtlijn 2004/108/
EC.
Het koelcircuit is op dichtheid
gecontroleerd.
Dit apparaat voldoet aan
de veiligheidsbepalingen voor
elektrische apparaten
(EN 60335-2-24).
Dit apparaat is bestemd voor
gebruik tot op hoogten van
maximaal 2.000 meter boven
zeeniveau.
nl
65
Aanwijzingen over
de afvoer
* Afvoeren van de verpakking
van uw nieuwe apparaat
De verpakking beschermt uw apparaat
tegen transportschade. De gebruikte
materialen zijn onschadelijk voor het
milieu en kunnen opnieuw worden
gebruikt. Help daarom mee en zorg
dat de verpakking milieuvriendelijk wordt
afgevoerd.
U kunt bij uw leverancier
of bij de reinigingsdienst
in uw gemeente informeren hoe
u uw oude apparaat en het
verpakkingsmateriaal van het nieuwe
apparaat kunt (laten) afvoeren voor een
milieuvriendelijke verwerking.
* Afvoeren van uw oude
apparaat
Oude apparaten zijn geen waardeloos
afval! Door een milieuvriendelijke afvoer
kunnen waardevolle grondstoffen worden
teruggewonnen.
m Waarschuwing
Bij afgedankte apparaten
1. Stekker uit het stopcontact trekken.
2. Aansluitkabel doorknippen en samen
met de stekker verwijderen.
3. Legplateaus en voorraadvakken niet
eruit halen om het kinderen moeilijk
te maken erin te klimmen!
4. Laat kinderen niet met het afgedankte
apparaat spelen. Verstikkingsgevaar!
Koelapparaten bevatten koelmiddel
en in de isolatie gas. Die zorgvuldig
moeten worden afgevoerd. Met het oog
op een doelmatige en milieuvriendelijke
afvoer mogen de leidingen van het
koelcircuit tot het moment van transport
niet beschadigd worden.
Omvang van
de levering
Controleer na het uitpakken alle
onderdelen op eventuele
transportschade.
Voor klachten kunt u terecht bij de winkel
waar u het apparaat hebt aangeschaft of
bij onze klantenservice.
De levering bestaat uit de volgende
onderdelen:
Vrijstaand apparaat
Uitrusting (modelafhankelijk)
Zakje met montagemateriaal
Gebruiksaanwijzing
Montagevoorschrift
Klantenserviceboekje
Garantiebijlage
Informatie over energieverbruik en
geluiden
Dit apparaat is gekenmerkt in
overeenstemming met de
Europese richtlijn 2012/19/EU
betreffende afgedankte
elektrische en elektronische
apparatuur (waste electrical and
electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan
voor de in de EU geldige
terugneming en verwerking van
oude apparaten.
nl
66
De juiste plaats
Elke droge, goed te ventileren ruimte
is geschikt. Het apparaat niet in de zon
of naast een fornuis,
verwarmingsradiator of een andere
warmte bron plaatsen. Is plaatsing naast
een warmtebron niet te vermijden, maak
dan gebruik van een isolerende plaat of
neem de volgende minimumafstanden
tot de warmtebron in acht:
Naast elektrische- of gasfornuizen
3 cm.
Naast een CV-installatie 30 cm.
De vloer op de plaats van opstelling mag
niet meegeven, vloer eventueel
verstevigen. Eventuele oneffenheden
in de vloer opheffen door er iets onder te
leggen.
Afstand tot de wand
Het apparaat zodanig opstellen dat de
deur 90° kan worden geopend.
Let op de
omgevingstemperatuur
en de beluchting
Omgevingstemperatuur
Het apparaat is voor een bepaalde
klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk
van de klimaatklasse kan het apparaat
bij de volgende omgevingstemperaturen
gebruikt worden.
De klimaatklasse staat op
het typeplaatje, afb. ,.
Aanwijzing
Het apparaat is volledig functioneel
binnen de binnentemperatuurgrenzen
van de aangegeven klimaatklasse.
Wanneer een apparaat uit klimaatklasse
SN wordt gebruikt bij een lagere
binnentemperatuur, kunnen
beschadigingen aan het apparaat
worden uitgesloten tot een temperatuur
van +5 °C.
Beluchting
Afb. "
De lucht aan de achterwand en aan
de zijwanden van het apparaat wordt
verwamd. De verwarmde lucht moet
ongehinderd afgevoerd kunnen worden.
Anders moet de koelmachine meer
presteren waardoor het energieverbruik
toeneemt.
De be en ontluchtingsopeningen mogen
dan ook nooit worden afgedekt!
Klimaatklasse Toelaatbare
omgevingstemperatuur
SN +10 °C tot 32 °C
N +16 °C tot 32 °C
ST +16 °C tot 38 °C
T +16 °C tot 43 °C
nl
67
Apparaat aansluiten
Na het plaatsen van het apparaat moet
u minimaal 1 uur wachten voordat u het
apparaat in gebruik neemt. Tijdens het
transport kan het gebeuren dat de olie
van de compressor in het koelsysteem
terecht komt.
Vóór het eerste gebruik de binnenruimte
van het apparaat schoonmaken (zie
hoofdstuk „Schoonmaken van
het apparaat”).
Elektrische aansluiting
Het stopcontact moet zich in de buurt
van het apparaat bevinden en ook na het
opstellen van het apparaat goed
bereikbaar zijn.
Het apparaat voldoet aan
beschermklasse I. Het apparaat
aansluiten op een volgens
de voorschriften geïnstalleerd 220–
240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact
met aardleiding. Het stopcontact moet
zijn beveiligd met een zekering van 10 A
tot 16 A.
Bij apparaten die in niet Europese landen
worden gebruikt op het typeplaatje
controleren of de aansluitspanning
en de stroomsoort overeenkomen met
de waarden van uw elektriciteitsnet.
U vindt deze gegevens
op het typeplaatje. Afb. ,
m Waarschuwing
Het apparaat mag in geen geval worden
aangesloten op elektronische
energiebesparingsstekkers.
Voor onze apparaten kunnen
netvoedingsinverters en sinusinverters
worden gebruikt. Netvoedingsinverters
worden gebruikt bij fotovoltaïsche
installaties die rechtstreeks zijn
aangesloten op het openbare
elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen
(bijv. op schepen of in berghutten) die
geen rechtstreekse aansluiting op het
openbare elektriciteitsnet hebben, moet
een sinusinverter worden gebruikt.
nl
68
Kennismaking met
het apparaat
De laatste bladzijde met de afbeeldingen
uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is
op meer dan één type van toepassing.
De uitrusting van de modellen kan
variëren.
Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn
mogelijk.
Afb. !
* Niet bij alle modellen.
Bedieningselementen
Afb. $
A Koelruimte
B hyperFresh-compartiment
C Diepvriesruimte
1–20 Bedieningselementen
21* Boter en kaasvak
22 Voorraadvak voor kleine flesjes
23 Vak voor grote flessen
24 Verlichting (LED)
25* Flessenrek
26* Ontbijtset
27 Scheidingsplaat met
vochtigheidsregelaar
28 Groentelade
29 Verskoellade
30* Diepvrieslade
1 Temperatuurindicatie koelruimte
De cijfers komen overeen met de
ingestelde temperaturen in de
koelruimte in °C.
2 Indicatie super cooling
Wordt gemarkeerd wanneer het
superkoelen actief is.
3 Temperatuurindicatie
hyperFresh
Geeft de ingestelde temperatuur
van het hyperFresh-vak aan.
4 Temperatuurindicatie
Diepvriesruimte
De cijfers komen overeen met
de ingestelde temperaturen in
de diepvriesruimte in °C.
5 Indicatie super freezing
Wordt gemarkeerd wanneer het
supervriezen actief is.
6 Indicatie vacation
Wordt gemarkeerd wanneer de
vakantie-modus is ingeschakeld.
7 Indicatie fresh
Wordt gemarkeerd wanneer de
vers-modus is ingeschakeld.
8 Indicatie eco mode
Wordt geaccentueerd wanneer de
eco-modus ingeschakeld is.
9 Toets mode
Om speciale functies te kiezen.
10 Super-toets
Wordt gebruikt om de functies
super cooling (koelcompartiment)
en super freezing
(vriescompartiment) in te
schakelen.
11 Insteltoetsen +/-
De toetsen dienen voor het
instellen van de temperaturen in
de koel- en diepvriesruimte.
nl
69
Apparaat inschakelen
1. Steek eerst de stekker in de
aansluiting aan de achterzijde van het
apparaat. Controleer of de stekker
goed is aangesloten.
2. Steek dan het andere uiteinde van de
kabel in het stopcontact.
Het apparaat is nu ingeschakeld en er
klinkt een alarmsignaal.
Om het alarmsignaal uit te schakelen
drukt u de °C-toets in.
De indicatie alarm verdwijnt zodra het
apparaat de ingestelde temperatuur
heeft bereikt.
De vooringestelde temperaturen worden
na meerdere uren bereikt. Leg pas
daarna levensmiddelen in het apparaat.
De fabriek adviseert de volgende
temperaturen:
Diepvriescompartiment: –18 °C
hyperFresh-compartiment: 0 °C tot
2 °C
Koelcompartiment: +4 °C
12 lock-toets
Wordt gebruikt om de lock-functie
in te schakelen.
13 °C-toets voor de
compartimentkeuze en alarm off
Wordt gebruikt om een
compartiment te selecteren. Dat
is nodig om de temperatuur ervan
te wijzigen of om bepaalde
speciale functies in te schakelen.
Wordt gebruikt om het alarm uit
te schakelen.
14 Functie toetsenblokkering
„lock”
Wanneer deze functie
is ingeschakeld, is instellen met
de bedieningselementen niet
mogelijk.
15 Indicatie alarm off
Wordt geaccentueerd als het te
warm is in het apparaat.
16 Indicatie alarm
Wordt gemarkeerd als het te
warm is in het vriescompartiment.
17 Indicatie freeze
Wordt gemarkeerd als het
vriescompartiment is
geselecteerd.
18 Indicatie hyperFresh
Wordt gemarkeerd als het
hyperFresh-compartiment is
geselecteerd.
19 Indicatie alarm
Wordt gemarkeerd als het te
warm is in het koelcompartiment.
20 Indicatie cool
Wordt gemarkeerd als het
koelcompartiment is
geselecteerd.
nl
70
Aanwijzingen bij het gebruik
Na het inschakelen kan het een aantal
uren duren voordat de ingestelde
temperaturen zijn bereikt.
Door het volledig automatische
NoFrost-systeem blijft de vriesruimte
ijsvrij. Ontdooien is overbodig.
De voorzijde van het apparaat achter
de deur wordt gedeeltelijk licht
verwarmd waardoor de vorming van
condenswater in de buurt van de
deurafdichting wordt voorkomen.
Wanneer de deur van de
diepvriesruimte na het sluiten niet
direct weer geopend kan worden,
dient u even te wachten tot de
onderdruk is verdwenen.
Instellen van
de temperatuur
Afb. $
Koelruimte
De temperatuur is instelbaar van +2 °C
tot +8 °C.
1. Keuzetoets 13 net zo lang indrukken
tot de indicatie koelruimte 1
geactiveerd is.
2. Toetsen „+/–” 11 net zo vaak
indrukken tot de gewenste
temperatuur wordt aangegeven.
Gevoelige levensmiddelen niet warmer
dan bij +4 °C bewaren.
hyperFresh-compartiment
De temperatuur is instelbaar van –1 °C
tot 3 °C.
1. Keuzetoets 13 net zo lang indrukken
tot de indicatie hyperFresh 3 is
geactiveerd.
2. Toetsen +/- net zo vaak indrukken tot
de gewenste temperatuur wordt
aangegeven.
Vriescompartiment
De temperatuur is instelbaar van -16 °C
tot -24 °C.
1. Selecteer het vriescompartiment met
de °C-toets.
2. Druk de toetsen +/- net zo vaak in tot
de gewenste temperatuur wordt
aangegeven.
nl
71
Speciale functies
Afb. $
Vers-modus
Met de vers-modus blijven
levensmiddelen nog langer houdbaar.
Inschakelen:
Druk net zo vaak op de mode-toets tot
de indicatie fresh verschijnt.
Het apparaat stelt automatisch de
volgende temperaturen in:
Koelcompartiment: + 2 °C
hyperFresh-compartiment: 0 °C
Vriescompartiment: blijft ongewijzigd
Uitschakelen:
Druk net zo vaak op de mode-toets, tot
de indicatie fresh verdwijnt.
eco-modus
Met de eco-modus schakelt u het
apparaat op energiebesparend gebruik
om.
Inschakelen:
Druk net zo vaak op de mode-toets tot
de indicatie “eco mode” verschijnt.
Het apparaat stelt automatisch de
volgende temperaturen in:
Koelcompartiment: +8 °C
hyperFresh-compartiment: +3 °C
Diepvriescompartiment: –16 °C
Uitschakelen:
Druk net zo vaak op de mode-toets tot
de indicatie “eco mode” verdwijnt.
Vakantie-modus
Bij langere afwezigheid kunt u
het apparaat in de energiebesparende
Vakantie-modus zetten.
De temperatuur in de koelruimte wordt
automatisch op +14 °C omgeschakeld.
Gedurende deze tijd geen
levensmiddelen in de koelruimte
opslaan.
Inschakelen:
Druk net zo vaak op de mode-toets tot
de indicatie vacation verschijnt.
Het apparaat stelt automatisch de
volgende temperaturen in:
Koelcompartiment: +14 °C
hyperFresh-compartiment: +14 °C
Vriescompartiment: blijft ongewijzigd
Aanwijzing
Op het hyperFresh-display verschijnt “–”.
Uitschakelen:
Druk net zo vaak op de mode-toets tot
de indicatie vacation verdwijnt.
Sabbath-modus
Bij het inschakelen van de Sabbath-
modus worden de volgende instellingen
uitgeschakeld:
Akoestische signalen
Binnenverlichting
Meldingen op de display
De achtergrondverlichting van de
display wordt verminderd
De toetsen worden geblokkeerd
Sabbath-modus inschakelen en
uitschakelen:
De toets super gedurende 15 seconden
indrukken.
nl
72
Alarm function
In de volgende gevallen kan het alarm
afgaan.
Deuralarm
Het deuralarm (continu geluidssignaal)
wordt ingeschakeld en in de
temperatuurindicatie van het
koelcompartiment1 verschijnt alarm
wanneer het apparaat te lang open staat.
Door sluiten van het apparaat wordt het
deuralarm weer uitgeschakeld.
Temperatuuralarm
Er klinkt een intervaltoon, in de
temperatuurindicatie
vriescompartiment 4 verschijnt alarm.
Het temperatuuralarm wordt
ingeschakeld als het in het
vriescompartiment te warm is waardoor
de diepvrieswaren kunnen ontdooien.
Zonder gevaar voor de diepvrieswaren
kan het alarm automatisch inschakelen
bij:
Het in gebruik nemen van het
apparaat.
Het inladen van grote hoeveelheden
verse levensmiddelen.
Aanwijzing
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren
niet opnieuw invriezen. Pas na het koken
of braden tot een kant-en-klaargerecht
kunnen ze opnieuw worden ingevroren.
De maximale bewaartijd niet meer ten
volle benutten.
De temperatuurindicatie geeft gedurende
5 seconden de warmste temperatuur
aan die in de diepvriesruimte heeft
geheerst. Hierna wordt de ingestelde
temperatuur weer aangegeven.
Alarm uitschakelen
°C-toets indrukken om het alarmsignaal
uit te schakelen.
Home Connect
Dit apparaat is voorzien van Wi-Fi en kan
via een mobiel eindapparaat op afstand
worden bediend.
Aanwijzing
Wi-Fi is een geregistreerd handelsmerk
van de Wi-Fi Alliance.
Als het apparaat niet wordt verbonden
met het thuisnetwerk, werkt het als een
koelapparaat zonder netwerkaansluiting
en kan het nog steeds via de
bedieningselementen handmatig worden
bediend.
Om de Home Connect functies te
gebruiken, het apparaat met een Home
Connect Wi-Fi dongle verbinden.
Als er geen Home Connect Wi-Fi dongle
met uw apparaat is meegeleverd, kunt u
deze bij de Servicedienst bestellen.
Aanwijzing
Het aansluiten en loskoppelen van de
stekker op de achterzijde van het
apparaat gaat moeilijker dan verwacht.
Controleren of de stekker goed is
aangesloten.
De Home Connect Wi-Fi-dongle
aanbrengen op 1 meter hoogte.
nl
73
Aanwijzingen
Houd u aan de veiligheidsbepalingen
en waarschuwingen in deze
gebruiksaanwijzing. Zorg ervoor dat
deze ook worden nageleefd wanneer
u niet thuis bent en u het apparaat
bedient via de Home Connect app (zie
het hoofdstuk Veiligheidsbepalingen
en waarschuwingen).
Neem ook de aanwijzingen in de
Home Connect app in acht.
De bediening op het apparaat heeft
altijd voorrang boven de bediening via
de Home Connect app. In deze tijd is
bediening via de app niet mogelijk.
Home Connect instellen
Aanwijzingen
Houd rekening met de Home Connect
bijlage, die onder http://www.siemens-
home.com bij de handleidingen
gedownload kan worden. Hiervoor
voert u in het zoekveld het E-nummer
van uw apparaat in.
Om instellingen via Home Connect te
kunnen uitvoeren, moet de Home
Connect app op uw mobiele
eindapparaat zijn geïnstalleerd. Zie
hiervoor de meegeleverde
documentatie van Home Connect.Volg
de door de app aangegeven stappen
om de instellingen aan te brengen.
Het menu Home Connect wordt
automatisch gesloten wanneer het
apparaat langere tijd niet wordt
bediend. Aanwijzingen voor het
openen van het menu Home Connect
vindt u aan het begin van het
desbetreffende hoofdstuk.
Automatische verbinding met het
thuisnetwerk (WLAN)
Wanneer er een WLAN-router met WPS-
functie beschikbaar is, kunt u het
koelapparaat automatisch met het
thuisnetwerk verbinden.
1. De super-toets en lock-toets
tegelijkertijd indrukken om het menu
Home Connect te openen.
De indicatie geeft Cn aan.
Aanwijzing
Beide toetsen exact tegelijkertijd
indrukken.De toetsbediening wordt
geblokkeerd wanneer langere tijd
alleen de lock-toets wordt ingedrukt.
De lock-toets opnieuw zo lang
indrukken tot de blokkering wordt
opgeheven.
2. De °C-toets net zo vaak indrukken tot
de indicaties AC en oF aangeven.
3. Toets + indrukken.
Het apparaat is klaar voor de
automatische verbinding.
De indicatie geeft 2 minuten een
animatie weer.
Gedurende deze periode de volgende
stappen uitvoeren.
nl
74
4. De WPS-functie op de
thuisnetwerkrouter activeren (bijv. via
de WPS-/WLAN-toets, informatie
daarover is te vinden in de
documentatie van de router).
Bij een geslaagde verbinding
knippert on in de indicatie van het
koelapparaat.
U kunt het koelapparaat nu
verbinden met de app.
Als de indicatie oF aangeeft, kon er
geen verbinding worden gemaakt.
Controleren of het koelapparaat
zich binnen het bereik van het
thuisnetwerk (WLAN) bevindt.
Het proces herhalen of handmatig
verbinding maken.
Handmatige verbinding met het
thuisnetwerk (WLAN)
Wanneer de beschikbare WLAN-router
niet over een WPS-functie beschikt of als
dit niet bekend is, kunt u het
koelapparaat handmatig verbinden met
het thuisnetwerk.
1. De super-toets en lock-toets
tegelijkertijd indrukken om het menu
Home Connect te openen.
De indicatie geeft Cn aan.
Aanwijzing
Beide toetsen exact tegelijkertijd
indrukken.De toetsbediening wordt
geblokkeerd wanneer langere tijd
alleen de lock-toets wordt ingedrukt.
De lock-toets opnieuw zo lang
indrukken tot de blokkering wordt
opgeheven.
2. De °C-toets net zo vaak indrukken tot
de indicaties SA en oF aangeven.
3. Toets + indrukken.
Het apparaat is klaar voor de
handmatige verbinding.
De indicatie geeft 5 minuten een
animatie weer.
Gedurende deze periode de volgende
stappen uitvoeren.
4. Het koelapparaat heeft nu een eigen
WLAN-netwerk met de netwerknaam
HomeConnect ingesteld.
Tot dit netwerk kunt u nu toegang
krijgen met het mobiele eindapparaat.
5. Het instellingsmenu van het mobiele
eindapparaat openen en de WLAN-
instellingen oproepen.
6. Het mobiele eindapparaat met het
WLAN-netwerk HomeConnect
verbinden.
Wachtwoord: HomeConnect
Het tot stand brengen van de
verbinding kan tot 60 minuten duren.
7. Als er een verbinding is gemaakt, de
Home Connect app op het mobiele
eindapparaat openen.
De app zoekt naar het koelapparaat.
8. Zodra het koelapparaat is gevonden,
de netwerknaam (SSID) en het
wachtwoord (Key) van het eigen
thuisnetwerk (WLAN) in de daarvoor
bestemde velden invoeren.
nl
75
9. Bevestigen met de knop Naar
huishoudelijke apparaten sturen.
Bij een geslaagde verbinding
knippert on in de indicatie van het
koelapparaat.
U kunt het koelapparaat nu
verbinden met de app.
Als de indicatie oF aangeeft, kon er
geen verbinding worden gemaakt.
Het wachtwoord opnieuw invoeren
en op de juiste schrijfwijze letten.
Controleren of het koelapparaat
zich binnen het bereik van het
thuisnetwerk (WLAN) bevindt.
De procedure herhalen.
Koelapparaat verbinden met app
Het koelapparaat kan pas met de app
worden verbonden als er een verbinding
tussen het koelapparaat en thuisnetwerk
is gemaakt.
1. De super-toets en lock-toets
tegelijkertijd indrukken om het menu
Home Connect te openen.
De indicatie geeft Cn aan.
Aanwijzing
Beide toetsen exact tegelijkertijd
indrukken.De toetsbediening wordt
geblokkeerd wanneer langere tijd
alleen de lock-toets wordt ingedrukt.
De lock-toets opnieuw zo lang
indrukken tot de blokkering wordt
opgeheven.
2. De °C-toets net zo vaak indrukken tot
de indicaties PA (Pairing = met app
verbinden) en oF aangeven.
3. Toets + indrukken om het apparaat
met de app te verbinden.
De indicatie geeft een animatie weer.
Zodra het koelapparaat en de app
verbonden zijn, geeft de indicatie on
aan.
4. In de Home Connect app op het
mobiele eindapparaat wordt het
koelapparaat weergegeven. Het
koelapparaat selecteren en met de
knop + toevoegen.
Als het koelapparaat niet automatisch
wordt weergegeven, dan in de Home
Connect app eerst Huishoudelijke
apparaten zoeken en vervolgens
Huishoudelijk apparaat verbinden
selecteren.
5. De instructies van de app volgen tot
het proces is voltooid.
De indicaties geven PA en on aan.
Het koelapparaat is met de app
verbonden.
Als er geen verbinding kan worden
gemaakt, controleren of het
mobiele eindapparaat met het
thuisnetwerk (WLAN) is verbonden.
Vervolgens het koelapparaat
opnieuw met de app verbinden.
Als de indicatie Er aangeeft, de
Home Connect instellingen
terugzetten en het instellen vanaf
het begin opnieuw uitvoeren.
nl
76
Signaalsterkte controleren
Als er geen verbinding kan worden
gemaakt, kunt u het beste de
signaalsterkte controleren.
1. De super-toets en lock-toets
tegelijkertijd indrukken om het menu
Home Connect te openen.
De indicatie geeft Cn aan.
Aanwijzing
Beide toetsen exact tegelijkertijd
indrukken.De toetsbediening wordt
geblokkeerd wanneer langere tijd
alleen de lock-toets wordt ingedrukt.
De lock-toets opnieuw zo lang
indrukken tot de blokkering wordt
opgeheven.
2. De °C-toets net zo vaak indrukken tot
de indicatie SI aangeeft. In de tweede
indicatie verschijnt een waarde tussen
0 (geen ontvangst) en 3 (volledige
ontvangst).
Aanwijzing
De signaalsterkte moet minimaal 2
bedragen. Als de signaalsterke te laag
is, kan de verbinding worden
onderbroken. De router en het
koelapparaat dichter bij elkaar
plaatsen, ervoor zorgen dat de
verbinding niet door afschermende
wanden wordt verstoord of een
repeater installeren om het signaal te
versterken.
Home Connect Instellingen terugzetten
Als het niet lukt een verbinding te maken
of als u het koelapparaat in een ander
thuisnetwerk (WLAN) wilt aanmelden,
kunnen de Home Connect instellingen
worden teruggezet:
1. De super-toets en lock-toets
tegelijkertijd indrukken om het menu
Home Connectte openen.
De indicatie geeft Cn aan.
Aanwijzing
Beide toetsen exact tegelijkertijd
indrukken. De toetsbediening wordt
geblokkeerd wanneer langere tijd
alleen de lock-toets wordt ingedrukt.
De lock-toets opnieuw zo lang
indrukken tot de blokkering wordt
opgeheven.
2. De °C-toets net zo vaak indrukken tot
de indicaties rE en oF aangeven.
3. Toets + indrukken.
De indicatie geeft een korte
animatie weer en vervolgens
weer oF.
De Home Connect instellingen zijn
teruggezet.
Als de indicatie Er aangeeft, dan
het terugzetten opnieuw uitvoeren
of de Servicedienst bellen.
nl
77
Aanwijzing over
gegevensbescherming
Wanneer uw Home Connect
koelapparaat voor de eerste keer wordt
verbonden met een WLAN-netwerk dat
op het internet is aangesloten, geeft het
koelapparaat de volgende
gegevenscategorieën door aan de Home
Connect server (eerste registratie):
Eenduidige identificatie van het
apparaat (bestaande uit
apparaatsleutels en het MAC-adres
van de ingebouwde Wi-
Fi communicatiemodule).
Veiligheidscertificaat van de Wi-
Fi communicatiemodule (voor de
informatietechnische beveiliging van
de verbinding).
De actuele software- en
hardwareversie van uw koelapparaat.
Status van een eventuele eerdere
reset naar de fabrieksinstellingen.
Bij de eerste registratie wordt het gebruik
van de Home Connect functionaliteiten
voorbereid. Deze registratie hoeft pas te
worden uitgevoerd wanneer u Home
Connect voor het eerst wilt gebruiken.
Aanwijzing
Let erop dat de Home Connect
functionaliteiten alleen kunnen worden
gebruikt in combinatie met de Home
Connect app. Informatie over
gegevensbescherming kan worden
opgeroepen in de Home Connect app.
Verklaring van
overeenstemming
Hierbij verklaart BSH Hausgeräte GmbH
dat het apparaat met Home Connect
functionaliteit voldoet aan de
fundamentele vereisten en de overige
toepasselijke bepalingen van de Richtlijn
1999/5/EG.
Een uitvoerige R&TTE
conformiteitsverklaring vindt u op het
internet onder www.siemens-home.com,
op de productpagina van uw apparaat bij
de aanvullende documenten.
Netto-inhoud
De gegevens over de netto-inhoud vindt
u op het typeplaatje in uw apparaat.
Afb. ,
Vriesvermogen volledig
benutten
Om de maximale hoeveelheid
diepvrieswaren in te ruimen, kunnen de
houders worden verwijderd. De
levensmiddelen kunnen dan rechtstreeks
op het legplateau en op de bodem van
de vriesruimte worden gestapeld.
Aanwijzing
Voorkom dat de levensmiddelen
de achterwand raken. Anders wordt
de luchtcirculatie verminderd.
Levensmiddelen of verpakkingen kunnen
aan de achterwand vastvriezen.
Onderdelen eruit halen
Diepvriesladen tot aan de aanslag
uittrekken, vooraan optillen en
verwijderen. Afb. )
nl
78
De koelruimte
De koelruimte is een ideale plaats voor
het bewaren van vlees, worst, vis,
melkproducten, eieren, toebereide
etenswaren en brood/banket.
In acht nemen bij het bewaren
Bewaar verse, onbeschadigde
levensmiddelen. Zo blijft de kwaliteit
en de versheid langer bewaard.
Bij kant-en-klaarproducten en
afgevulde producten de door de
fabrikant vermelde houdbaarheids- of
gebruiksdatum in acht nemen.
De levensmiddelen goed verpakt of
afgedekt inruimen, om aroma, kleur en
versheid te bewaren. Dit voorkomt
geuroverdracht en verkleuring van de
kunststof onderdelen in de koelruimte.
Warme gerechten en dranken eerst
laten afkoelen en pas daarna
in het apparaat zetten.
Aanwijzing
Ontluchtingsopeningen niet blokkeren
met levensmiddelen, om te voorkomen
dat de luchtcirculatie wordt gehinderd.
Levensmiddelen die direct voor
de luchtopeningen worden opgeslagen,
kunnen door de uitstromende koude
lucht bevriezen.
Let op de koudezones in de
koelruimte
Door de luchtcirculatie in de koelruimte
verschillen de koudezones:
De koudste zones bevinden zich voor
de ontluchtingsopeningen en in de
chiller, afb. !/29.
Aanwijzing
In de koudste zones gevoelige
levensmiddelen opslaan zoals vis,
worst en vlees.
De warmste zone bevindt zich
helemaal bovenaan in de deur.
Aanwijzing
Bewaar in de warmste zone bijv.
harde kaas en boter. Harde kaas kan
zo zijn aroma verder ontwikkelen en
de boter blijft goed smeerbaar.
nl
79
Superkoelen
Tijdens het superkoelen wordt
de koelruimte ca. 6 uur zo koud mogelijk
gekoeld. Hierna wordt automatisch
omgeschakeld naar de vóór het
superkoelen ingestelde temperatuur.
Het superkoelsysteem inschakelen bijv.
vóór het inladen van grote
hoeveelheden levensmiddelen.
om dranken snel te koelen.
In- en uitschakelen
Afb. $
1. Selecteer het koelcompartiment met
de °C-toets.
2. Houd de super-toets ingedrukt tot de
indicatie super cooling brandt.
U hoeft het superkoelen niet uit te
schakelen. Na 6 uur wordt automatisch
omgeschakeld naar de temperatuur die
eerder was ingesteld.
Aanwijzing
Als het superkoelsysteem is
ingeschakeld
kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.
Het hyperFresh-
compartiment
De temperatuur in het
verskoelcompartiment wordt rond de
0 °C gehouden. De lage temperatuur en
de optimale luchtvochtigheid maken
ideale omstandigheden mogelijk voor
het bewaren van verse levensmiddelen.
In het verskoelcompartiment kunnen
levensmiddelen tot drie keer langer vers
worden gehouden dan in de normale
koelzone - voor nog langere versheid en
behoud van voedingsstoffen en smaak.
Groentelade
Afb. '
De groentelade is de optimale plaats
voor het bewaren van vers fruit en verse
groente. Met de vochtigheidsregelaar
van de scheidingsplaat en een speciale
afdichting kan de luchtvochtigheid in de
groentelade worden aangepast.
De luchtvochtigheid in de groentelade
kunt u instellen afhankelijk van het soort
en de hoeveelheid bewaarde
levensmiddelen:
overwegend fruit en bij hoge belading
– lagere luchtvochtigheid
overwegend groente en bij gemengde
belading of geringe belading – hogere
luchtvochtigheid
nl
80
Aanwijzingen
Koudegevoelig fruit (bijv. ananas,
bananen, papaja en citrusvruchten) en
groente (bijv. aubergines,
komkommers, courgettes, paprika,
tomaten en aardappels) dienen voor
een optimaal behoud van kwaliteit en
aroma buiten de koelkast bewaard te
worden op een temperatuur van circa
+8 °C tot +12 °C.
Afhankelijk van de soort
levensmiddelen en de hoeveelheid
kan zich condenswater vormen in de
groentelade. Condenswater
verwijderen met een droge doek en
de luchtvochtigheid in de groentelade
aanpassen met behulp van de
vochtigheidsregelaar.
Verskoellade
Afb. !/29
Het klimaat in verskoellade biedt ideale
omstandigheden voor het bewaren van
vis, vlees, worst, kaas en melk.
Bewaartijden (bij 0 °C)
Diepvriesruimte
De diepvriesruimte gebruiken
voor het opslaan van
diepvriesproducten,
om ijsblokjes te maken,
om levensmiddelen in te vriezen.
Aanwijzing
Let erop dat de deur van
het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij
een open deur ontdooien de
diepvrieswaren. In de diepvriesruimte
vormt zich veel ijs. Bovendien:
energieverspilling door te hoog
stroomverbruik!
Maximale
invriescapaciteit
Gegevens over de maximale
invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op
het typeplaatje. Afb. ,
Voorwaarden voor max.
invriesvermogen
Supervriezen inschakelen voordat u
de verse levensmiddelen aanbrengt
(zie hoofdstuk „Supervriezen”).
Houders eruit nemen, levensmiddelen
rechtstreeks op het legplateau en de
bodem van het vriesvak stapelen.
Grote hoeveelheden levensmiddelen
bij voorkeur invriezen in het bovenste
vak. Daar worden ze heel snel en
daardoor voorzichtig ingevroren.
Afhankelijk van de kwaliteit
op het moment van inkoop
Verse vis, zeevruchten max. 3 dagen
Gevogelte, vlees (gekookt/
gebraden)
max. 5 dagen
Rundvlees, varkensvlees,
lamsvlees, worstwaren
(broodbeleg)
max. 7 dagen
Gerookte vis, broccoli max. 14 dagen
Sla, venkel, abrikozen,
pruimen
max. 21 dagen
Zachte kaas, yoghurt, kwark,
karnemelk, bloemkool
max. 30 dagen
nl
81
Invriezen en opslaan
Inkopen van
diepvriesproducten
De verpakking mag niet beschadigd
zijn.
Neem de houdbaarheidsdatum in
acht.
De temperatuur in de verkoop-koelkist
moet -18 °C of kouder zijn.
De diepvriesproducten liefst in een
koeltas transporteren en snel in de
diepvriesruimte leggen.
Attentie bij het inruimen
Grote hoeveelheden levensmiddelen
bij voorkeur invriezen in het bovenste
vak. Daar worden ze heel snel en
daardoor voorzichtig ingevroren.
De levensmiddelen naast elkaar
in de vakken resp, diepvriesladen
leggen.
Aanwijzing
De vers in te vriezen levensmiddelen
mogen niet met de al ingevroren
levensmiddelen in aanraking komen.
Tot in de kern bevroren
levensmiddelen eventueel in een
andere diepvrieslade leggen.
Diepvrieswaren opslaan
De diepvrieslade tot aan de aanslag
inschuiven om een goede luchtcirculatie
te waarborgen.
Verse levensmiddelen
invriezen
Gebruik uitsluitend verse
levensmiddelen.
Om de voedingswaarde, het aroma en
de kleur zo goed mogelijk te behouden,
dient groente geblancheerd te worden
voordat het wordt ingevroren. Bij
aubergines, paprika’s, courgettes en
asperges is blancheren niet
noodzakelijk.
Literatuur over invriezen en blancheren
vindt u in de boekhandel.
Aanwijzing
Al ingevroren levensmiddelen mogen
niet met de nog in te vriezen
levensmiddelen in aanraking komen.
Geschikt om in te vriezen:
Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees,
wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden,
gepelde eieren, melkproducten zoals
kaas, boter en kwark, bereide
gerechten en kliekjes zoals soep,
eenpansgerechten, gaar vlees en gare
vis, aardappelgerechten, ovenschotels
en zoete toetjes.
Niet geschikt om in te vriezen:
Groentesoorten die meestal rauw
worden gegeten, zoals kropsla en
radijsjes, ongepelde eieren,
wijndruiven, hele appels, peren en
perziken, hardgekookte eieren,
yoghurt, dikke zure melk, zure room,
crème fraîche en mayonaise.
nl
82
Diepvrieswaren verpakken
De levensmiddelen luchtdicht verpakken
zodat ze niet uitdrogen of hun smaak
verliezen.
1. Levensmiddelen in de verpakking
leggen.
2. Lucht eruit drukken.
3. Het geheel van een goede sluiting
voorzien.
4. Vermeld op de pakjes inhoud en
invriesdatum.
Voor verpakking geschikt:
Kunststof-, polyetheen- en
aluminiumfolie, diepvriesdozen.
Deze producten zijn in de handel
verkrijgbaar.
Niet geschikt voor verpakking:
Inpakpapier, perkamentpapier, cellofaan,
afvalzakken en gebruikte
boodschappentasjes.
Als sluiting geschikt:
elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes,
koudebestendig plakband e.d.
Zakjes en wrapfolie van polyethyleen
(PE) kunt u sealen met een folie-sealer.
Houdbaarheid van
de diepvrieswaren
De houdbaarheid is afhankelijk van
het soort levensmiddelen.
Op een temperatuur van -18 °C:
Vis, worst, klaargemaakte gerechten,
brood en banket:
tot 6 maanden.
Kaas, gevogelte, vlees:
tot 8 maanden.
Groente, fruit:
tot 12 maanden.
Supervriezen
De levensmidelen zo snel mogelijk door
en door invriezen zodat vitamine,
voedingswaarden, uiterlijk en smaak
behouden blijven.
Schakel enkele uren voordat u de verse
levensmiddelen inlaadt het supervriezen
in, om ongewenste temperatuurstijging te
voorkomen.
Doorgaans is 4–6 uur van tevoren
voldoende.
Na het inschakelen werkt het apparaat
permanent, in de diepvriesruimte wordt
een zeer lage temperatuur bereikt.
Als u het max. vriesvermogen wilt
gebruiken, dient u 24 uur vóór het
inladen van de verse waar het
supervriezen in te schakelen.
Kleinere hoeveelheden levensmiddelen
(max. 2 kg) kunnen zonder gebruik van
het supervriessysteem worden
ingevroren.
Aanwijzing
Als het supervriessysteem is
ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden
toenemen.
In- en uitschakelen
Afb. $
1. Selecteer het vriescompartiment met
de °C-toets.
2. Houd de super-toets ingedrukt tot de
indicatie super freezing brandt.
U hoeft het supervriezen niet uit te
schakelen. Na ca. 2 ½ dag wordt
automatisch omgeschakeld naar de
temperatuur die eerder was ingesteld.
nl
83
Ontdooien van
diepvrieswaren
Afhankelijk van soort en bereidingswijze
van de levensmiddelen kunt u kiezen uit
de volgende mogelijkheden:
bij omgevingstemperatuur
in de koelkast
in de elektrische oven, met/zonder
heteluchtventilator
in de magnetron
m Attentie
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren
niet opnieuw invriezen. Pas na het koken
of braden tot een kant-en-klaargerecht
kunnen ze opnieuw worden ingevroren.
De maximale bewaartijd wordt hierdoor
bekort.
Uitvoering
Legplateaus en
voorraadvakken
U kunt de legplateaus en
de voorraadvakken in de deur naar wens
verplaatsen. Legplateau naar voren
trekken, iets laten zakken en aan
de zijkant uitzwenken. Voorraadvak iets
optillen en eruit halen.
Speciale uitvoering
(niet bij alle modellen)
Boter en kaasvak
Door een lichte druk in het midden van
de klep gaat het botervak open.
Om schoon te maken het botervak van
onderen iets optillen en eruit halen.
Ontbijtset
Afb. %
De bakjes van de ontbijtset kunnen
afzonderlijk eruit genomen en gevuld
worden.
U kunt de ontbijtset eruit nemen om deze
te vullen of leeg te maken. Daartoe de
ontbijtset optillen en eruit trekken. De
houder van de bakjes kunt u
verschuiven.
Flessenrek
Afb. &
In de flessenrek kunnen flessen veilig
worden bewaard.
IJsbakje
Afb. +
1. IJsbakje voor ¾ met drinkwater vullen
en in de diepvriesruimte zetten.
2. Het vastgevroren ijsbakje alleen met
een bot voorwerp losmaken (steel van
een lepel).
3. Om de ijsblokjes los te maken:
het ijsbakje iets verbuigen of kort
onder stromend water houden.
Diepvrieskalender
Afb. *
Om kwaliteitsvermindering van de
diepvriesproducten te voorkomen, dient
u de opslagduur niet te overschrijden.
De cijfers bij de symbolen geven
in maanden de toelaatbare bewaartijd
voor de diepvrieswaren aan. Neem bij
gewone diepvriesproducten
de productie- of houdbaarheidsdatum
in acht.
nl
84
Koude-accu
De koude-accu vertraagt bij het uitvallen
van de stroom of bij een storing
het verwarmen van de opgeslagen
diepvrieswaren. De langste opslagtijd
wordt bereikt wanneer u het koelelement
in het bovenste vak op
de levensmiddelen legt.
De koude-accu kan ook voor het tijdelijk
koelhouden van levensmiddelen (bijv. in
een koeltas) eruit genomen worden.
Sticker "OK"
(niet bij alle modellen)
Met de sticker "OK" kunt u controleren of
in het koelvak de voor de
levensmiddelen aanbevolen veilige
temepratuurbereiken +4 °C of kouder
bereikt zijn. Als de sticker niet "OK"
aangeeft, moet de temperatuur
stapsgewijs worden verlaagd.
Aanwijzing
Na ingebruikneming van het apparaat
kan het 12 uur duren voordat de
ingestelde temperatuur is bereikt.
Correcte instelling
Apparaat uitschakelen
Toets "+" 10 seconden ingedrukt
houden.
Koelmachine wordt uitgeschakeld.
(Niet bij alle modellen).
Apparaat buiten werking
stellen
Als u het apparaat langere tijd niet
gebruikt:
1. De stekker uit het stopcontact trekken
of de zekering uitschakelen.
2. Apparaat reinigen.
3. Deuren van het apparaat open laten.
Aanwijzing
Om schade aan het apparaat te
voorkomen, moeten de deuren van het
apparaat zo ver zijn geopend, dat ze
vanzelf open blijven staan. Klem geen
voorwerpen in de deur om deze open te
houden.
nl
85
Schoonmaken van
het apparaat
m Attentie
Gebruik geen schoonmaak of
oplosmiddelen die zand, chloride of
zuren bevatten.
Geen schurende of krassende
sponsjes gebruiken.
Op de metalen oppervlakken kan
corrosie ontstaan.
De legplateaus en voorraadvakken
mogen niet in de afwasmachine
gereinigd worden.
Ze kunnen vervormen!
Het reinigingswater mag niet in de
volgende gedeelten komen:
Bedieningselementen
Verlichting
Ventilatieopeningen
Openingen in de scheidingsplaat
Ga als volgt te werk:
1. De stekker uit het stopcontact trekken
of de zekering uitschakelen.
2. Diepvrieswaren verwijderen en
bewaren op een koele plaats.
De koude-accu (indien aanwezig) op
de levensmiddelen leggen.
3. Het spoelwater mag niet in de
bedieningselementen, verlichting,
ventilatieopeningen of in de
openingen van de scheidingsplaat
komen!
Het apparaat schoonmaken met een
zachte doek en lauw water met een
scheutje pH-neutraal afwasmiddel.
4. Deurafdichting alleen met schoon
water schoonmaken en grondig
droogwrijven.
5. Na het schoonmaken het apparaat
weer aansluiten.
6. Diepvrieswaren opnieuw in het
diepvriesvak leggen.
Uitrusting
Voor het reinigen kunnen alle variabele
onderdelen van het apparaat worden
verwijderd.
Aanwijzing
De scheidingsplaat tussen
koelcompartiment en hyperFresh-
compartiment is vast ingebouwd. Om te
voorkomen dat het apparaat wordt
beschadigd, mag deze plaat alleen door
de servicedienst of geautoriseerde vaklui
worden verwijderd.
Legplateaus uit de deur nemen
Afb. #
Legplateaus optillen en verwijderen.
Glasplateaus eruit halen
De glasplateaus naar voren trekken en
verwijderen.
Reservoir verwijderen
Afb. (
De lade geheel uittrekken en door
optillen losmaken van de bevestiging.
Aanbrengen door de lade op de rails te
plaatsen en in te schuiven. De lade klikt
vast door hem omlaag te drukken.
Diepvrieslade verwijderen
Afb. )
Diepvriesladen tot aan de aanslag
uittrekken, vooraan optillen en
verwijderen.
nl
86
Verlichting (LED)
Het apparaat is voorzien van een
onderhoudsvrije LED verlichting.
Reparaties aan deze verlichting mogen
alleen door de Servicedienst of een
erkend vakman worden uitgevoerd.
Energie besparen
Het apparaat in een droge, goed
te ventileren ruimte plaatsen! Het
apparaat niet direct in de zon of in de
buurt van een warmtebron plaatsen
zoals een verwarmingsradiator of een
fornuis.
Gebruik eventueel een isolatieplaat.
Warme gerechten en dranken eerst
laten afkoelen, daarna in het apparaat
plaatsen.
Diepvrieswaren in de koelruimte
leggen om ze te ontdooien en de kou
van de diepvrieswaren gebruiken om
andere levensmiddelen te koelen.
Deuren van het apparaat zo kort
mogelijk openen.
Voor een zo laag mogelijk
energieverbruik: aan de zijkanten
enige afstand tot de wand aanhouden.
De ordening van de uitrustingsdelen
heeft geen invloed op de
energieopname van het apparaat.
Bedrijfsgeluiden
Heel normale geluiden
Brommen
De motoren lopen (bijv. koelaggregaten,
ventilator).
Borrelen, zoemen of gorgelen
Koelmiddel stroomt door de buizen.
Klikgeluiden
Motor, schakelaar of magneetventielen
schakelen in/uit.
Knakkende geluiden
Het automatische ontdooisysteem treedt
in werking.
Voorkomen van geluiden
Het apparaat staat niet waterpas
Het apparaat met behulp van
een waterpas stellen. Gebruik hiervoor
de schroefvoetjes of leg iets onder
het apparaat.
Het apparaat staat tegen een ander
meubel of apparaat
Het apparaat van het meubel of apparaat
ernaast wegschuiven.
Reservoirs of draagplateaus wiebelen
of klemmen
Controleer de delen die eruit gehaald
kunnen worden en zet ze eventueel
opnieuw in het apparaat.
Flessen of serviesgoed raken elkaar
De flessen of het serviesgoed los van
elkaar zetten.
nl
87
Kleine storingen zelf verhelpen
Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept:
Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.
Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over
de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing
te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek
betalen!
Storing Eventuele oorzaak Oplossing
De temperatuur wijkt erg af
van de instelling.
In sommige gevallen is het voldoende om
het apparaat gedurende 5 minuten uit
te schakelen.
Als de temperatuur te warm is: na enkele uren
controleren of de temperatuur
de temperatuurinstelling genaderd is.
Als de temperatuur te koud is: de volgende
dag de temperatuur nogmaals controleren.
De verlichting functioneert
niet.
De LED verlichting is kapot. Zie hoofdstuk „Verlichting (LED)”.
De deur stond te lang open.
De verlichting wordt na
ca. 10 minuten
uitgeschakeld.
Na het sluiten en openen van de deur brandt
de verlichting weer.
Geen enkele indicatie brandt. Stroomuitval; de zekering is
uitgeschakeld; de stekker zit
niet goed in het stopcontact.
Stekker in het stopcontact steken. Controleer
of er stroom is. Controleer de zekeringen.
In het koelcompartiment of
het hyperFresh-
compartiment is het te koud.
Stel een hogere temperatuur voor het
koelcompartiment in.
Stel een hogere temperatuur voor het
hyperFresh-compartiment in.
De temperatuur in
de diepvriesruimte is
te warm.
De deur van het apparaat
werd te vaak geopend.
Deur van het apparaat niet onnodig openen.
De be en
ontluchtingsopeningen zijn
afgedekt.
Afdekkingen verwijderen.
Invriezen van grotere
hoeveelheden verse
levensmiddelen.
Max. invriescapacitiet niet overschrijden.
nl
88
Zelftest apparaat
Het apparaat beschikt over een
automatisch zelftestprogramma dat
de oorzaken van storingen aangeeft die
alleen door de Servicedienst verholpen
kunnen worden.
Zelftest starten
1. Apparaat uitschakelen en 5 minuten
wachten.
2. Apparaat inschakelen en binnen de
eerste 10 seconden de °C-toets en de
insteltoets “–” gedurende 3-5
seconden ingedrukt houden, tot er
een geluidssignaal klinkt.
Het zelftestprogramma start.
Wanneer de zelftest is voltooid en er
tweemaal een geluidssignaal klinkt, is uw
apparaat in orde.
Als er 5 geluidssignalen klinken, is er
sprake van een fout. Neem contact op
met de servicedienst.
Zelftest apparaat beëindigen
Na afloop van het programma schakelt
het apparaat weer over op het normale
gebruik.
Klantenservice
Adres en telefoonnummer van
de Servicedienst in uw omgeving kunt
u vinden in het telefoonboek of
in de meegeleverde brochure met
service-adressen. Geef aan de
servicedienst het productnummer (E-Nr.)
en het serienummer (FD-Nr.) van het
apparaat op.
U vindt deze gegevens op
het typeplaatje. Afb. ,
Door vermelding van het fabricaat- en
productnummer kunt u onnodige
voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u
zich de daarmee verbonden meerkosten.
Verzoek om reparatie en advies
bij storingen
De contactgegevens in alle landen vindt
u in de bijgesloten lijst met
Servicedienstadressen.
Storing Eventuele oorzaak Oplossing
Het apparaat koelt niet, de
temperatuurindicatie en de
verlichting branden.
Het presentatielicht is
ingeschakeld.
De °C-toets en insteltoets @ 5 seconden
ingedrukt houden tot er een
bevestigingssignaal klinkt.
Controleer na enige tijd of het apparaat koelt.
De zijwanden van het
apparaat zijn warm.
In de zijwanden lopen buizen
die tijdens het koelproces
warm worden.
Dat is normaal voor het apparaat, en geen
storing.
NL 088 424 4020
B 070 222 142
!
"#
1 - 20
21
22
23
24
A
C
B
25
26
27
28
30
29
$
%&
13
14
15
16
17
18
19
20
12
1
2
3
4
5
6
7
8
11
9
10
'(
)*
+,
BSH Hausgeräte GmbH
Carl-Wery-Straße 34
81739 München, GERMANY
siemens-home.com
*8001022707*
8001022707 (9609)
de, fr, nl, el
+HUJHVWHOOWYRQ%6++DXVJHUlWH*PE+XQWHU0DUNHQOL]HQ]GHU6LHPHQV$*
ƘƮǀƮƿƷƲǁƩƳƲǀƮƶƮLjǀƴƺ%6++DXVJHUlWH*PE+ƹƲƩƱƲƶƮƲƹƼƽƶƷƼljƿƫƹƮǀƼƾǀƴƾ6LHPHQV$*
)DEULTXpSDU%6++DXVJHUlWH*PE+WLWXODLUHGHVGURLWVG·XWLOLVDWLRQGHODĂPDUTXH6LHPHQV$*
*HIDEULFHHUGGRRU%6++DXVJHUlWH*PE+RQGHUKDQGHOVPHUNOLFHQWLHYDQ6LHPHQV$*

Documenttranscriptie

Kühl- und Gefrierkombination Réfrigérateur / Congélateur combiné Koel-/diepvriescombinatie Ψυγειοκαταψύκτης KG..F.. GH IU QO HO *HEUDXFKVDQOHLWXQJ 0RGHG·HPSORL *HEUXLNVDDQZLM]LQJ ̯͕̓͆͂̾̈́͐͏̽͑͆͐ nl Inhoud Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen ............................. Aanwijzingen over de afvoer .............. Omvang van de levering .................... De juiste plaats ..................................... Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting .................................. Apparaat aansluiten ............................ Kennismaking met het apparaat ....... Apparaat inschakelen ......................... Instellen van de temperatuur ............. Speciale functies .................................. Alarm function ...................................... Home Connect ..................................... Netto-inhoud .......................................... De koelruimte ....................................... Superkoelen .......................................... el 62 65 65 66 66 67 68 69 70 71 72 72 77 78 79 Het hyperFresh-compartiment ........... Diepvriesruimte .................................... Maximale invriescapaciteit ................. Invriezen en opslaan ........................... Verse levensmiddelen invriezen ....... Supervriezen ......................................... Ontdooien van diepvrieswaren ......... Uitvoering .............................................. Sticker "OK" .......................................... Apparaat uitschakelen ........................ Schoonmaken van het apparaat ...... Verlichting (LED) .................................. Energie besparen ................................ Bedrijfsgeluiden ................................... Kleine storingen zelf verhelpen ......... Zelftest apparaat .................................. Klantenservice ...................................... 79 80 80 81 81 82 83 83 84 84 85 86 86 86 87 88 88 Πίνακας περιεχομένων Υποδείξεις ασφαλείας και προειδοποιητικές υποδείξεις .............. 89 Υποδείξεις απόσυρσης ........................ 92 Συνοδεύουν τη συσκευή ..................... 93 Τόπος τοποθέτησης ............................. 94 Προσέχετε τη θερμοκρασία και τον αερισμό του χώρου ....................... 94 Σύνδεση της συσκευής ....................... 95 Γνωρίστε τη συσκευή ........................... 96 Ενεργοποίηση της συσκευής ............. 97 Ρύθμιση θερμοκρασίας ....................... 98 Ειδικές λειτουργίες ............................... 99 Λειτουργία συναγερμού ................... 100 Home Connect .................................. 100 Ωφέλιμο περιεχόμενο ....................... 106 Χώρος συντήρησης ........................... 106 Υπερψύξη ............................................ 107 Ο χώρος hyperFresh ........................ 107 Χώρος κατάψυξης ............................. 108 Μέγ. απόδοση κατάψυξης ............... Κατάψυξη και αποθήκευση ............. Κατάψυξη νωπών τροφίμων ............ Υπερκατάψυξη ................................... Απόψυξη κατεψυγμένων τροφίμων ............................................. Εξοπλισμός ......................................... Αυτοκόλλητο "OK" ............................ Απενεργοποίηση της συσκευής ...... Καθαρισμός της συσκευής ............. Φωτισμός (LED) ................................ Έτσι μπορείτε να εξοικονομήσετε ενέργεια ................. Θόρυβοι λειτουργίας ........................ Πώς θα διορθώσετε μόνες/-οι σας μικροβλάβες .............................. Αυτοέλεγχος συσκευής .................... Υπηρεσία εξυπηρέτησης πελατών ............................................... 109 109 110 111 111 112 113 113 113 114 115 115 116 117 118 nl nlInhoudnlGebruiksa nwijzng Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen Voordat u het apparaat in gebruik neemt Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter. Technische veiligheid Door de leidingen van het koelcircuit stroomt een kleine hoeveelheid milieuvriendelijk, maar brandbaar koelmiddel (R600a). Dit is niet schadelijk voor de ozonlaag en verhoogt het broeikaseffect niet. Vrijkomend koelmiddel kan echter oogletsel veroorzaken of vlam vatten. 62 Bij beschadiging ■ Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden; ■ Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten; ■ Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken; ■ Contact opnemen met de Servicedienst. Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat. Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de bezitter. nl Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen. Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft. ■ ■ ■ Bij het gebruik ■ ■ ■ Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc.). Explosiegevaar! Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Gevaar van elektrische schok! Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten oftot oogletsel leiden. ■ ■ ■ ■ Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Explosiegevaar! Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen. Om te ontdooien of schoon te maken: stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel. Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren. Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze kunnen poreus worden. De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken. Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz. Kans op vrieswonden! 63 nl ■ ■ ■ Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen: Kwetsbaar zijn kinderen/ personen met lichamelijke, geestelijke of zintuigelijk beperkingen, evenals personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat. Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn. Een voor de veiligheid verantwoordelijke persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren. Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaat laten gebruiken. Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen. Laat kinderen nooit met het apparaat spelen. Flessen en blikjes met vloeistoffen – vooral koolzuurhoudende dranken – niet in de diepvriesruimte opslaan. Flessen en potten kunnen barsten! Diepvrieswaren nadat u ze uit de diepvriesruimte hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen. Kans op vrieswonden! 64 Kinderen in het huishouden ■ ■ ■ Verpakkingsmateriaal en onderdelen ervan zijn geen speelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie! Het apparaat is geen speelgoed voor kinderen! Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren! Algemene bepalingen Het apparaat is geschikt voor het koelen en invriezen van levensmiddelen, ■ voor het bereiden van ijs. Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving. Het apparaat is ontstoord volgens EU richtlijn 2004/108/ EC. Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd. Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24). Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau. ■ nl Aanwijzingen over de afvoer * Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd. U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking. * Afvoeren van uw oude apparaat Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen. Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten. m Waarschuwing Bij afgedankte apparaten 1. Stekker uit het stopcontact trekken. 2. Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen. 3. Legplateaus en voorraadvakken niet eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen! 4. Laat kinderen niet met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar! Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden. Omvang van de levering Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade. Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice. De levering bestaat uit de volgende onderdelen: ■ Vrijstaand apparaat ■ Uitrusting (modelafhankelijk) ■ Zakje met montagemateriaal ■ Gebruiksaanwijzing ■ Montagevoorschrift ■ Klantenserviceboekje ■ Garantiebijlage ■ Informatie over energieverbruik en geluiden 65 nl De juiste plaats Elke droge, goed te ventileren ruimte is geschikt. Het apparaat niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmte bron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden tot de warmtebron in acht: Naast elektrische- of gasfornuizen 3 cm. ■ Naast een CV-installatie 30 cm. De vloer op de plaats van opstelling mag niet meegeven, vloer eventueel verstevigen. Eventuele oneffenheden in de vloer opheffen door er iets onder te leggen. ■ Afstand tot de wand Het apparaat zodanig opstellen dat de deur 90° kan worden geopend. Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting Omgevingstemperatuur Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden. De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. ,. Klimaatklasse SN N ST T Toelaatbare omgevingstemperatuur +10 °C tot 32 °C +16 °C tot 32 °C +16 °C tot 38 °C +16 °C tot 43 °C Aanwijzing Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C. Beluchting Afb. " De lucht aan de achterwand en aan de zijwanden van het apparaat wordt verwamd. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren waardoor het energieverbruik toeneemt. De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt! 66 nl Apparaat aansluiten Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt. Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”). Elektrische aansluiting Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn. Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220– 240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A. Bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. , m Waarschuwing Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers. Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt. 67 nl Kennismaking met het apparaat Bedieningselementen Afb. $ 1 2 3 De laatste bladzijde met de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing. De uitrusting van de modellen kan variëren. Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk. Afb. ! * Niet bij alle modellen. A B C Koelruimte hyperFresh-compartiment Diepvriesruimte 1–20 21* 22 23 24 25* 26* 27 Bedieningselementen Boter en kaasvak Voorraadvak voor kleine flesjes Vak voor grote flessen Verlichting (LED) Flessenrek Ontbijtset Scheidingsplaat met vochtigheidsregelaar Groentelade Verskoellade Diepvrieslade 28 29 30* 68 4 5 6 7 8 9 10 11 Temperatuurindicatie koelruimte De cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de koelruimte in °C. Indicatie super cooling Wordt gemarkeerd wanneer het superkoelen actief is. Temperatuurindicatie hyperFresh Geeft de ingestelde temperatuur van het hyperFresh-vak aan. Temperatuurindicatie Diepvriesruimte De cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de diepvriesruimte in °C. Indicatie super freezing Wordt gemarkeerd wanneer het supervriezen actief is. Indicatie vacation Wordt gemarkeerd wanneer de vakantie-modus is ingeschakeld. Indicatie fresh Wordt gemarkeerd wanneer de vers-modus is ingeschakeld. Indicatie eco mode Wordt geaccentueerd wanneer de eco-modus ingeschakeld is. Toets mode Om speciale functies te kiezen. Super-toets Wordt gebruikt om de functies super cooling (koelcompartiment) en super freezing (vriescompartiment) in te schakelen. Insteltoetsen +/De toetsen dienen voor het instellen van de temperaturen in de koel- en diepvriesruimte. nl 12 13 14 15 16 17 18 19 20 lock-toets Wordt gebruikt om de lock-functie in te schakelen. °C-toets voor de compartimentkeuze en alarm off Wordt gebruikt om een compartiment te selecteren. Dat is nodig om de temperatuur ervan te wijzigen of om bepaalde speciale functies in te schakelen. Wordt gebruikt om het alarm uit te schakelen. Functie toetsenblokkering „lock” Wanneer deze functie is ingeschakeld, is instellen met de bedieningselementen niet mogelijk. Indicatie alarm off Wordt geaccentueerd als het te warm is in het apparaat. Indicatie alarm Wordt gemarkeerd als het te warm is in het vriescompartiment. Indicatie freeze Wordt gemarkeerd als het vriescompartiment is geselecteerd. Indicatie hyperFresh Wordt gemarkeerd als het hyperFresh-compartiment is geselecteerd. Indicatie alarm Wordt gemarkeerd als het te warm is in het koelcompartiment. Indicatie cool Wordt gemarkeerd als het koelcompartiment is geselecteerd. Apparaat inschakelen 1. Steek eerst de stekker in de aansluiting aan de achterzijde van het apparaat. Controleer of de stekker goed is aangesloten. 2. Steek dan het andere uiteinde van de kabel in het stopcontact. Het apparaat is nu ingeschakeld en er klinkt een alarmsignaal. Om het alarmsignaal uit te schakelen drukt u de °C-toets in. De indicatie alarm verdwijnt zodra het apparaat de ingestelde temperatuur heeft bereikt. De vooringestelde temperaturen worden na meerdere uren bereikt. Leg pas daarna levensmiddelen in het apparaat. De fabriek adviseert de volgende temperaturen: ■ ■ ■ Diepvriescompartiment: –18 °C hyperFresh-compartiment: 0 °C tot 2 °C Koelcompartiment: +4 °C 69 nl Aanwijzingen bij het gebruik ■ ■ ■ ■ Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperaturen zijn bereikt. Door het volledig automatische NoFrost-systeem blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is overbodig. De voorzijde van het apparaat achter de deur wordt gedeeltelijk licht verwarmd waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen. Wanneer de deur van de diepvriesruimte na het sluiten niet direct weer geopend kan worden, dient u even te wachten tot de onderdruk is verdwenen. Instellen van de temperatuur Afb. $ Koelruimte De temperatuur is instelbaar van +2 °C tot +8 °C. 1. Keuzetoets 13 net zo lang indrukken tot de indicatie koelruimte 1 geactiveerd is. 2. Toetsen „+/–” 11 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur wordt aangegeven. Gevoelige levensmiddelen niet warmer dan bij +4 °C bewaren. hyperFresh-compartiment De temperatuur is instelbaar van –1 °C tot 3 °C. 1. Keuzetoets 13 net zo lang indrukken tot de indicatie hyperFresh 3 is geactiveerd. 2. Toetsen +/- net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur wordt aangegeven. Vriescompartiment De temperatuur is instelbaar van -16 °C tot -24 °C. 1. Selecteer het vriescompartiment met de °C-toets. 2. Druk de toetsen +/- net zo vaak in tot de gewenste temperatuur wordt aangegeven. 70 nl Speciale functies Afb. $ Vers-modus Met de vers-modus blijven levensmiddelen nog langer houdbaar. Inschakelen: Druk net zo vaak op de mode-toets tot de indicatie fresh verschijnt. Het apparaat stelt automatisch de volgende temperaturen in: ■ Koelcompartiment: + 2 °C ■ hyperFresh-compartiment: 0 °C ■ Vriescompartiment: blijft ongewijzigd Uitschakelen: Druk net zo vaak op de mode-toets, tot de indicatie fresh verdwijnt. eco-modus Met de eco-modus schakelt u het apparaat op energiebesparend gebruik om. Inschakelen: Druk net zo vaak op de mode-toets tot de indicatie “eco mode” verschijnt. Het apparaat stelt automatisch de volgende temperaturen in: ■ Koelcompartiment: +8 °C ■ hyperFresh-compartiment: +3 °C ■ Diepvriescompartiment: –16 °C Uitschakelen: Druk net zo vaak op de mode-toets tot de indicatie “eco mode” verdwijnt. Vakantie-modus Bij langere afwezigheid kunt u het apparaat in de energiebesparende Vakantie-modus zetten. De temperatuur in de koelruimte wordt automatisch op +14 °C omgeschakeld. Gedurende deze tijd geen levensmiddelen in de koelruimte opslaan. Inschakelen: Druk net zo vaak op de mode-toets tot de indicatie vacation verschijnt. Het apparaat stelt automatisch de volgende temperaturen in: ■ Koelcompartiment: +14 °C ■ hyperFresh-compartiment: +14 °C ■ Vriescompartiment: blijft ongewijzigd Aanwijzing Op het hyperFresh-display verschijnt “–”. Uitschakelen: Druk net zo vaak op de mode-toets tot de indicatie vacation verdwijnt. Sabbath-modus Bij het inschakelen van de Sabbathmodus worden de volgende instellingen uitgeschakeld: Akoestische signalen Binnenverlichting ■ Meldingen op de display ■ De achtergrondverlichting van de display wordt verminderd ■ De toetsen worden geblokkeerd Sabbath-modus inschakelen en uitschakelen: De toets super gedurende 15 seconden indrukken. ■ ■ 71 nl Alarm function In de volgende gevallen kan het alarm afgaan. Deuralarm Het deuralarm (continu geluidssignaal) wordt ingeschakeld en in de temperatuurindicatie van het koelcompartiment1 verschijnt alarm wanneer het apparaat te lang open staat. Door sluiten van het apparaat wordt het deuralarm weer uitgeschakeld. Temperatuuralarm Er klinkt een intervaltoon, in de temperatuurindicatie vriescompartiment 4 verschijnt alarm. Het temperatuuralarm wordt ingeschakeld als het in het vriescompartiment te warm is waardoor de diepvrieswaren kunnen ontdooien. Zonder gevaar voor de diepvrieswaren kan het alarm automatisch inschakelen bij: ■ ■ Het in gebruik nemen van het apparaat. Het inladen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen. Aanwijzing Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren. De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten. De temperatuurindicatie geeft gedurende 5 seconden de warmste temperatuur aan die in de diepvriesruimte heeft geheerst. Hierna wordt de ingestelde temperatuur weer aangegeven. 72 Alarm uitschakelen °C-toets indrukken om het alarmsignaal uit te schakelen. Home Connect Dit apparaat is voorzien van Wi-Fi en kan via een mobiel eindapparaat op afstand worden bediend. Aanwijzing Wi-Fi is een geregistreerd handelsmerk van de Wi-Fi Alliance. Als het apparaat niet wordt verbonden met het thuisnetwerk, werkt het als een koelapparaat zonder netwerkaansluiting en kan het nog steeds via de bedieningselementen handmatig worden bediend. Om de Home Connect functies te gebruiken, het apparaat met een Home Connect Wi-Fi dongle verbinden. Als er geen Home Connect Wi-Fi dongle met uw apparaat is meegeleverd, kunt u deze bij de Servicedienst bestellen. Aanwijzing Het aansluiten en loskoppelen van de stekker op de achterzijde van het apparaat gaat moeilijker dan verwacht. Controleren of de stekker goed is aangesloten. De Home Connect Wi-Fi-dongle aanbrengen op 1 meter hoogte. nl Aanwijzingen ■ Houd u aan de veiligheidsbepalingen en waarschuwingen in deze gebruiksaanwijzing. Zorg ervoor dat deze ook worden nageleefd wanneer u niet thuis bent en u het apparaat bedient via de Home Connect app (zie het hoofdstuk Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen). Neem ook de aanwijzingen in de Home Connect app in acht. ■ De bediening op het apparaat heeft altijd voorrang boven de bediening via de Home Connect app. In deze tijd is bediening via de app niet mogelijk. Home Connect instellen Aanwijzingen ■ Houd rekening met de Home Connect bijlage, die onder http://www.siemenshome.com bij de handleidingen gedownload kan worden. Hiervoor voert u in het zoekveld het E-nummer van uw apparaat in. ■ Om instellingen via Home Connect te kunnen uitvoeren, moet de Home Connect app op uw mobiele eindapparaat zijn geïnstalleerd. Zie hiervoor de meegeleverde documentatie van Home Connect.Volg de door de app aangegeven stappen om de instellingen aan te brengen. ■ Het menu Home Connect wordt automatisch gesloten wanneer het apparaat langere tijd niet wordt bediend. Aanwijzingen voor het openen van het menu Home Connect vindt u aan het begin van het desbetreffende hoofdstuk. Automatische verbinding met het thuisnetwerk (WLAN) Wanneer er een WLAN-router met WPSfunctie beschikbaar is, kunt u het koelapparaat automatisch met het thuisnetwerk verbinden. 1. De super-toets en lock-toets tegelijkertijd indrukken om het menu Home Connect te openen. De indicatie geeft Cn aan. Aanwijzing Beide toetsen exact tegelijkertijd indrukken.De toetsbediening wordt geblokkeerd wanneer langere tijd alleen de lock-toets wordt ingedrukt. De lock-toets opnieuw zo lang indrukken tot de blokkering wordt opgeheven. 2. De °C-toets net zo vaak indrukken tot de indicaties AC en oF aangeven. 3. Toets + indrukken. Het apparaat is klaar voor de automatische verbinding. De indicatie geeft 2 minuten een animatie weer. Gedurende deze periode de volgende stappen uitvoeren. 73 nl 4. De WPS-functie op de thuisnetwerkrouter activeren (bijv. via de WPS-/WLAN-toets, informatie daarover is te vinden in de documentatie van de router). ■ ■ Bij een geslaagde verbinding knippert on in de indicatie van het koelapparaat. U kunt het koelapparaat nu verbinden met de app. Als de indicatie oF aangeeft, kon er geen verbinding worden gemaakt. Controleren of het koelapparaat zich binnen het bereik van het thuisnetwerk (WLAN) bevindt. Het proces herhalen of handmatig verbinding maken. Handmatige verbinding met het thuisnetwerk (WLAN) Wanneer de beschikbare WLAN-router niet over een WPS-functie beschikt of als dit niet bekend is, kunt u het koelapparaat handmatig verbinden met het thuisnetwerk. 1. De super-toets en lock-toets tegelijkertijd indrukken om het menu Home Connect te openen. De indicatie geeft Cn aan. Aanwijzing Beide toetsen exact tegelijkertijd indrukken.De toetsbediening wordt geblokkeerd wanneer langere tijd alleen de lock-toets wordt ingedrukt. De lock-toets opnieuw zo lang indrukken tot de blokkering wordt opgeheven. 2. De °C-toets net zo vaak indrukken tot de indicaties SA en oF aangeven. 74 3. Toets + indrukken. Het apparaat is klaar voor de handmatige verbinding. De indicatie geeft 5 minuten een animatie weer. Gedurende deze periode de volgende stappen uitvoeren. 4. Het koelapparaat heeft nu een eigen WLAN-netwerk met de netwerknaam HomeConnect ingesteld. Tot dit netwerk kunt u nu toegang krijgen met het mobiele eindapparaat. 5. Het instellingsmenu van het mobiele eindapparaat openen en de WLANinstellingen oproepen. 6. Het mobiele eindapparaat met het WLAN-netwerk HomeConnect verbinden. Wachtwoord: HomeConnect Het tot stand brengen van de verbinding kan tot 60 minuten duren. 7. Als er een verbinding is gemaakt, de Home Connect app op het mobiele eindapparaat openen. De app zoekt naar het koelapparaat. 8. Zodra het koelapparaat is gevonden, de netwerknaam (SSID) en het wachtwoord (Key) van het eigen thuisnetwerk (WLAN) in de daarvoor bestemde velden invoeren. nl 9. Bevestigen met de knop Naar huishoudelijke apparaten sturen. ■ ■ Bij een geslaagde verbinding knippert on in de indicatie van het koelapparaat. U kunt het koelapparaat nu verbinden met de app. Als de indicatie oF aangeeft, kon er geen verbinding worden gemaakt. Het wachtwoord opnieuw invoeren en op de juiste schrijfwijze letten. Controleren of het koelapparaat zich binnen het bereik van het thuisnetwerk (WLAN) bevindt. De procedure herhalen. Koelapparaat verbinden met app Het koelapparaat kan pas met de app worden verbonden als er een verbinding tussen het koelapparaat en thuisnetwerk is gemaakt. 1. De super-toets en lock-toets tegelijkertijd indrukken om het menu Home Connect te openen. De indicatie geeft Cn aan. Aanwijzing Beide toetsen exact tegelijkertijd indrukken.De toetsbediening wordt geblokkeerd wanneer langere tijd alleen de lock-toets wordt ingedrukt. De lock-toets opnieuw zo lang indrukken tot de blokkering wordt opgeheven. 2. De °C-toets net zo vaak indrukken tot de indicaties PA (Pairing = met app verbinden) en oF aangeven. 3. Toets + indrukken om het apparaat met de app te verbinden. De indicatie geeft een animatie weer. Zodra het koelapparaat en de app verbonden zijn, geeft de indicatie on aan. 4. In de Home Connect app op het mobiele eindapparaat wordt het koelapparaat weergegeven. Het koelapparaat selecteren en met de knop + toevoegen. Als het koelapparaat niet automatisch wordt weergegeven, dan in de Home Connect app eerst Huishoudelijke apparaten zoeken en vervolgens Huishoudelijk apparaat verbinden selecteren. 5. De instructies van de app volgen tot het proces is voltooid. ■ ■ ■ De indicaties geven PA en on aan. Het koelapparaat is met de app verbonden. Als er geen verbinding kan worden gemaakt, controleren of het mobiele eindapparaat met het thuisnetwerk (WLAN) is verbonden. Vervolgens het koelapparaat opnieuw met de app verbinden. Als de indicatie Er aangeeft, de Home Connect instellingen terugzetten en het instellen vanaf het begin opnieuw uitvoeren. 75 nl Signaalsterkte controleren Als er geen verbinding kan worden gemaakt, kunt u het beste de signaalsterkte controleren. 1. De super-toets en lock-toets tegelijkertijd indrukken om het menu Home Connect te openen. De indicatie geeft Cn aan. Aanwijzing Beide toetsen exact tegelijkertijd indrukken.De toetsbediening wordt geblokkeerd wanneer langere tijd alleen de lock-toets wordt ingedrukt. De lock-toets opnieuw zo lang indrukken tot de blokkering wordt opgeheven. 2. De °C-toets net zo vaak indrukken tot de indicatie SI aangeeft. In de tweede indicatie verschijnt een waarde tussen 0 (geen ontvangst) en 3 (volledige ontvangst). Aanwijzing De signaalsterkte moet minimaal 2 bedragen. Als de signaalsterke te laag is, kan de verbinding worden onderbroken. De router en het koelapparaat dichter bij elkaar plaatsen, ervoor zorgen dat de verbinding niet door afschermende wanden wordt verstoord of een repeater installeren om het signaal te versterken. 76 Home Connect Instellingen terugzetten Als het niet lukt een verbinding te maken of als u het koelapparaat in een ander thuisnetwerk (WLAN) wilt aanmelden, kunnen de Home Connect instellingen worden teruggezet: 1. De super-toets en lock-toets tegelijkertijd indrukken om het menu Home Connectte openen. De indicatie geeft Cn aan. Aanwijzing Beide toetsen exact tegelijkertijd indrukken. De toetsbediening wordt geblokkeerd wanneer langere tijd alleen de lock-toets wordt ingedrukt. De lock-toets opnieuw zo lang indrukken tot de blokkering wordt opgeheven. 2. De °C-toets net zo vaak indrukken tot de indicaties rE en oF aangeven. 3. Toets + indrukken. ■ ■ De indicatie geeft een korte animatie weer en vervolgens weer oF. De Home Connect instellingen zijn teruggezet. Als de indicatie Er aangeeft, dan het terugzetten opnieuw uitvoeren of de Servicedienst bellen. nl Aanwijzing over gegevensbescherming Verklaring van overeenstemming Wanneer uw Home Connect koelapparaat voor de eerste keer wordt verbonden met een WLAN-netwerk dat op het internet is aangesloten, geeft het koelapparaat de volgende gegevenscategorieën door aan de Home Connect server (eerste registratie): Hierbij verklaart BSH Hausgeräte GmbH dat het apparaat met Home Connect functionaliteit voldoet aan de fundamentele vereisten en de overige toepasselijke bepalingen van de Richtlijn 1999/5/EG. Een uitvoerige R&TTE conformiteitsverklaring vindt u op het internet onder www.siemens-home.com, op de productpagina van uw apparaat bij de aanvullende documenten. Eenduidige identificatie van het apparaat (bestaande uit apparaatsleutels en het MAC-adres van de ingebouwde WiFi communicatiemodule). ■ Veiligheidscertificaat van de WiFi communicatiemodule (voor de informatietechnische beveiliging van de verbinding). ■ De actuele software- en hardwareversie van uw koelapparaat. ■ Status van een eventuele eerdere reset naar de fabrieksinstellingen. Bij de eerste registratie wordt het gebruik van de Home Connect functionaliteiten voorbereid. Deze registratie hoeft pas te worden uitgevoerd wanneer u Home Connect voor het eerst wilt gebruiken. ■ Aanwijzing Let erop dat de Home Connect functionaliteiten alleen kunnen worden gebruikt in combinatie met de Home Connect app. Informatie over gegevensbescherming kan worden opgeroepen in de Home Connect app. Netto-inhoud De gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat. Afb. , Vriesvermogen volledig benutten Om de maximale hoeveelheid diepvrieswaren in te ruimen, kunnen de houders worden verwijderd. De levensmiddelen kunnen dan rechtstreeks op het legplateau en op de bodem van de vriesruimte worden gestapeld. Aanwijzing Voorkom dat de levensmiddelen de achterwand raken. Anders wordt de luchtcirculatie verminderd. Levensmiddelen of verpakkingen kunnen aan de achterwand vastvriezen. Onderdelen eruit halen Diepvriesladen tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen. Afb. ) 77 nl De koelruimte De koelruimte is een ideale plaats voor het bewaren van vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, toebereide etenswaren en brood/banket. Let op de koudezones in de koelruimte Door de luchtcirculatie in de koelruimte verschillen de koudezones: ■ In acht nemen bij het bewaren ■ ■ ■ ■ Bewaar verse, onbeschadigde levensmiddelen. Zo blijft de kwaliteit en de versheid langer bewaard. Bij kant-en-klaarproducten en afgevulde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheids- of gebruiksdatum in acht nemen. De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen, om aroma, kleur en versheid te bewaren. Dit voorkomt geuroverdracht en verkleuring van de kunststof onderdelen in de koelruimte. Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen en pas daarna in het apparaat zetten. Aanwijzing Ontluchtingsopeningen niet blokkeren met levensmiddelen, om te voorkomen dat de luchtcirculatie wordt gehinderd. Levensmiddelen die direct voor de luchtopeningen worden opgeslagen, kunnen door de uitstromende koude lucht bevriezen. 78 ■ De koudste zones bevinden zich voor de ontluchtingsopeningen en in de chiller, afb. !/29. Aanwijzing In de koudste zones gevoelige levensmiddelen opslaan zoals vis, worst en vlees. De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur. Aanwijzing Bewaar in de warmste zone bijv. harde kaas en boter. Harde kaas kan zo zijn aroma verder ontwikkelen en de boter blijft goed smeerbaar. nl Superkoelen Tijdens het superkoelen wordt de koelruimte ca. 6 uur zo koud mogelijk gekoeld. Hierna wordt automatisch omgeschakeld naar de vóór het superkoelen ingestelde temperatuur. Het superkoelsysteem inschakelen bijv. ■ ■ vóór het inladen van grote hoeveelheden levensmiddelen. om dranken snel te koelen. In- en uitschakelen Afb. $ Het hyperFreshcompartiment De temperatuur in het verskoelcompartiment wordt rond de 0 °C gehouden. De lage temperatuur en de optimale luchtvochtigheid maken ideale omstandigheden mogelijk voor het bewaren van verse levensmiddelen. In het verskoelcompartiment kunnen levensmiddelen tot drie keer langer vers worden gehouden dan in de normale koelzone - voor nog langere versheid en behoud van voedingsstoffen en smaak. 1. Selecteer het koelcompartiment met de °C-toets. 2. Houd de super-toets ingedrukt tot de indicatie super cooling brandt. U hoeft het superkoelen niet uit te schakelen. Na 6 uur wordt automatisch omgeschakeld naar de temperatuur die eerder was ingesteld. Groentelade Aanwijzing Als het superkoelsysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen. De luchtvochtigheid in de groentelade kunt u instellen afhankelijk van het soort en de hoeveelheid bewaarde levensmiddelen: ■ overwegend fruit en bij hoge belading – lagere luchtvochtigheid ■ overwegend groente en bij gemengde belading of geringe belading – hogere luchtvochtigheid Afb. ' De groentelade is de optimale plaats voor het bewaren van vers fruit en verse groente. Met de vochtigheidsregelaar van de scheidingsplaat en een speciale afdichting kan de luchtvochtigheid in de groentelade worden aangepast. 79 nl Aanwijzingen ■ Koudegevoelig fruit (bijv. ananas, bananen, papaja en citrusvruchten) en groente (bijv. aubergines, komkommers, courgettes, paprika, tomaten en aardappels) dienen voor een optimaal behoud van kwaliteit en aroma buiten de koelkast bewaard te worden op een temperatuur van circa +8 °C tot +12 °C. ■ Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich condenswater vormen in de groentelade. Condenswater verwijderen met een droge doek en de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen met behulp van de vochtigheidsregelaar. Diepvriesruimte De diepvriesruimte gebruiken ■ ■ ■ voor het opslaan van diepvriesproducten, om ijsblokjes te maken, om levensmiddelen in te vriezen. Aanwijzing Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In de diepvriesruimte vormt zich veel ijs. Bovendien: energieverspilling door te hoog stroomverbruik! Verskoellade Afb. !/29 Het klimaat in verskoellade biedt ideale omstandigheden voor het bewaren van vis, vlees, worst, kaas en melk. Bewaartijden (bij 0 °C) Afhankelijk van de kwaliteit op het moment van inkoop Verse vis, zeevruchten Gevogelte, vlees (gekookt/ gebraden) Rundvlees, varkensvlees, lamsvlees, worstwaren (broodbeleg) Gerookte vis, broccoli Sla, venkel, abrikozen, pruimen Zachte kaas, yoghurt, kwark, karnemelk, bloemkool 80 max. 3 dagen max. 5 dagen Maximale invriescapaciteit Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje. Afb. , Voorwaarden voor max. invriesvermogen ■ max. 7 dagen ■ max. 14 dagen max. 21 dagen max. 30 dagen ■ Supervriezen inschakelen voordat u de verse levensmiddelen aanbrengt (zie hoofdstuk „Supervriezen”). Houders eruit nemen, levensmiddelen rechtstreeks op het legplateau en de bodem van het vriesvak stapelen. Grote hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur invriezen in het bovenste vak. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren. nl Invriezen en opslaan Inkopen van diepvriesproducten ■ ■ ■ ■ De verpakking mag niet beschadigd zijn. Neem de houdbaarheidsdatum in acht. De temperatuur in de verkoop-koelkist moet -18 °C of kouder zijn. De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in de diepvriesruimte leggen. Attentie bij het inruimen ■ ■ Grote hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur invriezen in het bovenste vak. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren. De levensmiddelen naast elkaar in de vakken resp, diepvriesladen leggen. Aanwijzing De vers in te vriezen levensmiddelen mogen niet met de al ingevroren levensmiddelen in aanraking komen. Tot in de kern bevroren levensmiddelen eventueel in een andere diepvrieslade leggen. Diepvrieswaren opslaan De diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven om een goede luchtcirculatie te waarborgen. Verse levensmiddelen invriezen Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen. Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika’s, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk. Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel. Aanwijzing Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen. ■ ■ Geschikt om in te vriezen: Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes. Niet geschikt om in te vriezen: Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise. 81 nl Diepvrieswaren verpakken De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen. 1. Levensmiddelen in de verpakking leggen. 2. Lucht eruit drukken. 3. Het geheel van een goede sluiting voorzien. 4. Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum. Voor verpakking geschikt: Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar. Niet geschikt voor verpakking: Inpakpapier, perkamentpapier, cellofaan, afvalzakken en gebruikte boodschappentasjes. Als sluiting geschikt: elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d. Zakjes en wrapfolie van polyethyleen (PE) kunt u sealen met een folie-sealer. Houdbaarheid van de diepvrieswaren De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen. Op een temperatuur van -18 °C: ■ Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket: tot 6 maanden. ■ Kaas, gevogelte, vlees: tot 8 maanden. ■ Groente, fruit: tot 12 maanden. 82 Supervriezen De levensmidelen zo snel mogelijk door en door invriezen zodat vitamine, voedingswaarden, uiterlijk en smaak behouden blijven. Schakel enkele uren voordat u de verse levensmiddelen inlaadt het supervriezen in, om ongewenste temperatuurstijging te voorkomen. Doorgaans is 4–6 uur van tevoren voldoende. Na het inschakelen werkt het apparaat permanent, in de diepvriesruimte wordt een zeer lage temperatuur bereikt. Als u het max. vriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur vóór het inladen van de verse waar het supervriezen in te schakelen. Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (max. 2 kg) kunnen zonder gebruik van het supervriessysteem worden ingevroren. Aanwijzing Als het supervriessysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen. In- en uitschakelen Afb. $ 1. Selecteer het vriescompartiment met de °C-toets. 2. Houd de super-toets ingedrukt tot de indicatie super freezing brandt. U hoeft het supervriezen niet uit te schakelen. Na ca. 2 ½ dag wordt automatisch omgeschakeld naar de temperatuur die eerder was ingesteld. nl Ontdooien van diepvrieswaren Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden: ■ ■ ■ ■ bij omgevingstemperatuur in de koelkast in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator in de magnetron m Attentie Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren. De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort. Uitvoering Legplateaus en voorraadvakken U kunt de legplateaus en de voorraadvakken in de deur naar wens verplaatsen. Legplateau naar voren trekken, iets laten zakken en aan de zijkant uitzwenken. Voorraadvak iets optillen en eruit halen. Speciale uitvoering Ontbijtset Afb. % De bakjes van de ontbijtset kunnen afzonderlijk eruit genomen en gevuld worden. U kunt de ontbijtset eruit nemen om deze te vullen of leeg te maken. Daartoe de ontbijtset optillen en eruit trekken. De houder van de bakjes kunt u verschuiven. Flessenrek Afb. & In de flessenrek kunnen flessen veilig worden bewaard. IJsbakje Afb. + 1. IJsbakje voor ¾ met drinkwater vullen en in de diepvriesruimte zetten. 2. Het vastgevroren ijsbakje alleen met een bot voorwerp losmaken (steel van een lepel). 3. Om de ijsblokjes los te maken: het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden. Diepvrieskalender Afb. * Om kwaliteitsvermindering van de diepvriesproducten te voorkomen, dient u de opslagduur niet te overschrijden. De cijfers bij de symbolen geven in maanden de toelaatbare bewaartijd voor de diepvrieswaren aan. Neem bij gewone diepvriesproducten de productie- of houdbaarheidsdatum in acht. (niet bij alle modellen) Boter en kaasvak Door een lichte druk in het midden van de klep gaat het botervak open. Om schoon te maken het botervak van onderen iets optillen en eruit halen. 83 nl Koude-accu De koude-accu vertraagt bij het uitvallen van de stroom of bij een storing het verwarmen van de opgeslagen diepvrieswaren. De langste opslagtijd wordt bereikt wanneer u het koelelement in het bovenste vak op de levensmiddelen legt. De koude-accu kan ook voor het tijdelijk koelhouden van levensmiddelen (bijv. in een koeltas) eruit genomen worden. Sticker "OK" (niet bij alle modellen) Met de sticker "OK" kunt u controleren of in het koelvak de voor de levensmiddelen aanbevolen veilige temepratuurbereiken +4 °C of kouder bereikt zijn. Als de sticker niet "OK" aangeeft, moet de temperatuur stapsgewijs worden verlaagd. Aanwijzing Na ingebruikneming van het apparaat kan het 12 uur duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt. Correcte instelling 84 Apparaat uitschakelen Toets "+" 10 seconden ingedrukt houden. Koelmachine wordt uitgeschakeld. (Niet bij alle modellen). Apparaat buiten werking stellen Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt: 1. De stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen. 2. Apparaat reinigen. 3. Deuren van het apparaat open laten. Aanwijzing Om schade aan het apparaat te voorkomen, moeten de deuren van het apparaat zo ver zijn geopend, dat ze vanzelf open blijven staan. Klem geen voorwerpen in de deur om deze open te houden. nl Schoonmaken van het apparaat m Attentie ■ ■ ■ Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten. Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken. Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan. De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasmachine gereinigd worden. Ze kunnen vervormen! Het reinigingswater mag niet in de volgende gedeelten komen: ■ Bedieningselementen ■ Verlichting ■ Ventilatieopeningen ■ Openingen in de scheidingsplaat Ga als volgt te werk: 1. De stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen. 2. Diepvrieswaren verwijderen en bewaren op een koele plaats. De koude-accu (indien aanwezig) op de levensmiddelen leggen. 3. Het spoelwater mag niet in de bedieningselementen, verlichting, ventilatieopeningen of in de openingen van de scheidingsplaat komen! Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH-neutraal afwasmiddel. 4. Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven. 5. Na het schoonmaken het apparaat weer aansluiten. 6. Diepvrieswaren opnieuw in het diepvriesvak leggen. Uitrusting Voor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd. Aanwijzing De scheidingsplaat tussen koelcompartiment en hyperFreshcompartiment is vast ingebouwd. Om te voorkomen dat het apparaat wordt beschadigd, mag deze plaat alleen door de servicedienst of geautoriseerde vaklui worden verwijderd. Legplateaus uit de deur nemen Afb. # Legplateaus optillen en verwijderen. Glasplateaus eruit halen De glasplateaus naar voren trekken en verwijderen. Reservoir verwijderen Afb. ( De lade geheel uittrekken en door optillen losmaken van de bevestiging. Aanbrengen door de lade op de rails te plaatsen en in te schuiven. De lade klikt vast door hem omlaag te drukken. Diepvrieslade verwijderen Afb. ) Diepvriesladen tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen. 85 nl Verlichting (LED) Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED verlichting. Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de Servicedienst of een erkend vakman worden uitgevoerd. Bedrijfsgeluiden Heel normale geluiden Brommen De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator). Borrelen, zoemen of gorgelen Koelmiddel stroomt door de buizen. Energie besparen ■ ■ ■ ■ ■ ■ Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis. Gebruik eventueel een isolatieplaat. Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen. Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen. Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen. Voor een zo laag mogelijk energieverbruik: aan de zijkanten enige afstand tot de wand aanhouden. De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparaat. 86 Klikgeluiden Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit. Knakkende geluiden Het automatische ontdooisysteem treedt in werking. Voorkomen van geluiden Het apparaat staat niet waterpas Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat. Het apparaat staat tegen een ander meubel of apparaat Het apparaat van het meubel of apparaat ernaast wegschuiven. Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. Flessen of serviesgoed raken elkaar De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten. nl Kleine storingen zelf verhelpen Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept: Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen. Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen! Storing Eventuele oorzaak De temperatuur wijkt erg af van de instelling. De verlichting functioneert niet. Oplossing In sommige gevallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen. Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is. Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren. De LED verlichting is kapot. Zie hoofdstuk „Verlichting (LED)”. De deur stond te lang open. De verlichting wordt na ca. 10 minuten uitgeschakeld. Na het sluiten en openen van de deur brandt de verlichting weer. Geen enkele indicatie brandt. Stroomuitval; de zekering is Stekker in het stopcontact steken. Controleer uitgeschakeld; de stekker zit of er stroom is. Controleer de zekeringen. niet goed in het stopcontact. In het koelcompartiment of het hyperFreshcompartiment is het te koud. De temperatuur in de diepvriesruimte is te warm. Stel een hogere temperatuur voor het koelcompartiment in. Stel een hogere temperatuur voor het hyperFresh-compartiment in. De deur van het apparaat werd te vaak geopend. Deur van het apparaat niet onnodig openen. De be en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. Afdekkingen verwijderen. Invriezen van grotere hoeveelheden verse levensmiddelen. Max. invriescapacitiet niet overschrijden. 87 nl Storing Eventuele oorzaak Oplossing Het apparaat koelt niet, de temperatuurindicatie en de verlichting branden. Het presentatielicht is ingeschakeld. De °C-toets en insteltoets @ 5 seconden ingedrukt houden tot er een bevestigingssignaal klinkt. Controleer na enige tijd of het apparaat koelt. De zijwanden van het apparaat zijn warm. In de zijwanden lopen buizen Dat is normaal voor het apparaat, en geen die tijdens het koelproces storing. warm worden. Zelftest apparaat Klantenservice Het apparaat beschikt over een automatisch zelftestprogramma dat de oorzaken van storingen aangeeft die alleen door de Servicedienst verholpen kunnen worden. Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef aan de servicedienst het productnummer (E-Nr.) en het serienummer (FD-Nr.) van het apparaat op. U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. , Door vermelding van het fabricaat- en productnummer kunt u onnodige voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden meerkosten. Zelftest starten 1. Apparaat uitschakelen en 5 minuten wachten. 2. Apparaat inschakelen en binnen de eerste 10 seconden de °C-toets en de insteltoets “–” gedurende 3-5 seconden ingedrukt houden, tot er een geluidssignaal klinkt. Het zelftestprogramma start. Wanneer de zelftest is voltooid en er tweemaal een geluidssignaal klinkt, is uw apparaat in orde. Als er 5 geluidssignalen klinken, is er sprake van een fout. Neem contact op met de servicedienst. Zelftest apparaat beëindigen Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik. 88 Verzoek om reparatie en advies bij storingen De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen. NL B 088 424 4020 070 222 142 1 - 20 24 A 21 25 22 26 B C 23 27 28 29 30 ! " # 1 20 2 19 18 3 4 5 17 16 6 7 8 9 10 15 14 13 12 11 $ % & ' ( ) * + , BSH Hausgeräte GmbH Carl-Wery-Straße 34 81739 München, GERMANY siemens-home.com +HUJHVWHOOWYRQ%6++DXVJHUlWH*PE+XQWHU0DUNHQOL]HQ]GHU6LHPHQV$* ƘƮǀƮƿƷƲǁƩƳƲǀƮƶƮ›Ljǀƴƺ%6++DXVJHUlWH*PE+ƹƲƩƱƲƶƮƲƹ›ƼƽƶƷƼljƿƫƹƮǀƼƾǀƴƾ6LHPHQV$* )DEULTXpSDU%6++DXVJHUlWH*PE+WLWXODLUHGHVGURLWVG·XWLOLVDWLRQGHODĂPDUTXH6LHPHQV$* *HIDEULFHHUGGRRU%6++DXVJHUlWH*PE+RQGHUKDQGHOVPHUNOLFHQWLHYDQ6LHPHQV$* *8001022707* 8001022707 (9609) de, fr, nl, el
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122

Siemens KG39FPI45KG39NAW35KG39NXI35KG39NXW35 de handleiding

Categorie
Diepvriezers
Type
de handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor