Haba 4264 de handleiding

Type
de handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

Habermaaß-spel Nr. 4264
Spel & puzzel Boerderij
Waar komt de melk vandaan?
Een heel bijzondere puzzel om te spelen, te leren en goed bij op te letten; om samen mee
op te groeien voor de allerkleinsten vanaf 2 jaar.
Concept en spel: Atelier Rohner & Wolf /Bazel Zwitserland
Illustraties: Anja Rieger
Speelduur: elk ca. 15 minuten.
Lieve ouders,
deze spel & puzzel bevat drie spel- en bezigheidsmogelijkheden en groeit zodoende mee
met de leeftijd van uw kind:
• een sorteerspel, waarbij uw kind leert om kleuren en vormen te onderscheiden en gedu-
rende het gesprek verneemt waar de melk, de eieren en de wol vandaan komen –
geschikt voor kinderen vanaf 2 jaar;
een eenvoudig dobbelspel voor kinderen vanaf 3 jaar;
• een puzzel- en raadspel waarbij goed moet worden opgelet vanaf 4 jaar.
Bovendien wordt uw kind gestimuleerd om met behulp van het spelmateriaal vrij te spelen
en zelf verhaaltjes te bedenken.
Haal de puzzelstukken, voordat met het eerste spel kan worden begonnen, voor-
zichtig uit het spelbord en maak ze van elkaar los.
Spelinhoud:
1 boer
1 boerin
5 boerderijdieren
1 tractor
1 zak meel
1 boom
1 stevig spelbord met uitsparingen
16 puzzelstukken
1 voorbeeldplaat
1 gekleurde dobbelsteen met speciale afbeeldingen
1 spelhandleiding
15
3ème suggestion: le puzzle
Pour 1 enfant dès 4 ans.
But du jeu:
Qui va pouvoir faire le puzzle et trouver les 10 différences?
Préparatifs:
Les pièces en bois, le sac de farine et le dé restent dans la boîte.
Poser le plateau de jeu sur la table. Poser les 16 pièces du puzzle et le modèle à côté.
Déroulement du puzzle:
Votre enfant va faire le puzzle en posant les pièces sur le modèle.
Une fois qu’il aura fini, il pourra le comparer avec l’illustration du plateau de jeu.
Maintenant, il faut bien observer l’image, car 10 différences se sont glissées dans le puzzle.
Pour les trouver, écoute bien la petite histoire qui suit:
Aujourd’hui, plein de choses se sont passées à la ferme! Regarde si tu vas pouvoir toutes
les découvrir. La fermière est allée au jardin. Elle a cueilli les belles pommes du pommier et
les a mises dans le grand panier (1). En même temps, le fermier a été chercher le mouton à
la douce laine. Il était dans le pré et le fermier l’a ramené dans l’étable (2).
La poule qui était au grenier y a pondu un œuf (3). Le lapin Max a dérobé une carotte
dans le jardin (4) et il est en train de la croquer. Le foin n’est plus sur le chariot : le fermier
et la fermière ont eu beaucoup de travail pour le mettre en haut dans la grange (5)! Les
souris n’ont pas perdu de temps pour s’y fourrer et elles s’amusent comme des folles en
poussant des petits cris (6). Le cheval Henri est à côté de la citerne. Il a soif et a trempé ses
narines dans l’eau (7). Le pain (8) que la fermière a préparé est en train de cuire dans le
four. Ça va être bon!
Le fermier est en train de traire la vache Karla. Le pot de lait (9) est encore devant l’étable.
En haut dans la maison, la grand-mère Marie vient de finir un pull qu’elle a tricoté avec
une pelote de laine (10). Pour qui est-il?
Variante:
Si votre enfant sait déjà bien faire des puzzles, il pourra assembler les pièces sans se servir
du modèle ou les poser directement dans les découpes du plateau de jeu. Ce sera plus com-
pliqué, car il y a de grandes différences entre l’illustration et les pièces du puzzle.
14
2e spelmogelijkheid: het dobbelspel
Een kleurendobbelspel voor 1 kind vanaf 3 jaar en een volwassene.
Doel van het spel:
Wie helpt flink mee bij het werk op de boerderij?
Spelvoorbereiding:
De puzzelstukken en de voorbeeldplaat blijven in de doos.
Uw kind kiest de boer of de boerin als speelstuk uit. U zelf neemt het overgebleven pop-
petje. Alle dieren en voorwerpen worden op het spelbord op hun plaats gelegd.
Spelverloop:
Om beurten wordt telkens een keer met de dobbelsteen gegooid. Het kind mag beginnen.
Wordt er een kleur gegooid? Dan mag de speler met zijn speelstuk naar het dier / voor-
werp van deze kleur lopen en het voor zich neerleggen (bv. bij roze het varken, bij groen de
tractor, bij wit de zak graan).
Zijn reeds alle dieren en voorwerpen van de gegooide kleur weggehaald? Dan mag nog een
tweede en laatste keer worden gegooid.
Wanneer de zon wordt gegooid, dan mag een dier of voorwerp naar keuze
gepakt worden.
Wanneer de regenwolk wordt gegooid, dan mag er iets niet nat worden. Een van de al
verzamelde dieren of voorwerpen moet weer op het spelbord worden teruggelegd.
Uitzondering: de appelboom wordt vrolijk van de regen. Hij hoeft niet opnieuw op het
spelbord worden teruggelegd. Wie tot nu toe slechts de appelboom heeft, heeft geluk
gehad: hij mag hem behouden. Wie nog niets heeft, hoeft ook niets terug te leggen.
Einde van het spel:
Er wordt net zo lang doorgespeeld, tot alle dieren en voorwerpen verdeeld zijn.
Beide spelers zetten nu hun verzamelde stukken achter elkaar op een rij. Degene die de
langste rij kan neerzetten, heeft het best meegeholpen en heeft het spel gewonnen.
Als beide spelers een even lange rij hebben, dan hebben allebei het spel gewonnen. Dat is
ook goed, want het werk op de boerderij verloopt het best, wanneer iedereen meehelpt.
17
1e Spelmogelijkheid: het sorteerspel
Voor een kind vanaf 2 jaar en een volwassene.
Op de boerderij is er een heleboel te zien: de grote boerenhoeve, verschillende dieren, de tuin
en het veld. Voor de boer en de boerin is er dan ook een heleboel te doen!
Doel van het spel:
Alle dieren en voorwerpen moeten op juiste wijze in de uitsparingen worden gelegd.
Spelvoorbereiding:
De puzzelstukken, de voorbeeldplaat en de dobbelsteen blijven in de doos.
Het spelbord wordt op tafel gelegd. Alle houten stukken en de zak meel liggen naast
elkaar voor uw kind.
Spelverloop:
Uw kind kiest de boer of de boerin uit, neemt het poppetje in z’n hand en laat het naar de
dieren en voorwerpen toe gaan. Wanneer het poppetje bv. naar de koe loopt, pakt uw kind
vervolgens de koe en legt deze in de overeenkomstige uitsparing van het spelbord.
Helemaal aan het eind worden ook de boer en de boerin op hun plaats gelegd.
U kunt het spel ook als aanleiding nemen om met uw kind over kleuren, geluiden en over
de boerderij in het algemeen te spreken. In de uitsparingen van het spelbord staan de voor-
werpen afgebeeld, die wij van dieren en planten verkrijgen:
Aan de appelboom groeien appels. Daarvan wordt bv. appelsap gemaakt.
Het graan wordt tot meel vermalen. Daarvan worden brood en broodjes gebakken.
De kip legt eieren.
• De koe geeft melk: Daarvan wordt yoghurt, kaas en kwark gemaakt.
Het schaap levert wol voor kleren
Het varken levert worst en ham.
Geef uw kind eenvoudige opgaven op, bv.:
"De boer gaat naar het dier dat eieren legt."
"De boer gaat naar het dier dat "boe" zegt."
"De boerin gaat naar een wit dier en brengt het naar zijn plek."
"De boerin wil appelsap maken. Wat heeft zij daarvoor nodig?"
Einde van het spel:
Heeft uw kind alle stukken op hun juiste plaats gelegd? Dan kan het al gauw ook het
dobbelspel uitproberen.
16
3e Spelmogelijkheid: de puzzel
Voor een kind vanaf 4 jaar.
Doel van het spel:
Wie kan de puzzel in elkaar zetten en vindt de 10 verschillen?
Spelvoorbereiding:
De houten stukken, de zak meel en de dobbelsteen worden niet gebruikt en
blijven in de doos.
Het spelbord wordt op tafel gelegd. Ernaast liggen alle 16 puzzelstukken en de voor-
beeldplaat.
Spelverloop:
Uw kind legt de puzzel in elkaar op de voorbeeldplaat.
De voltooide puzzel wordt vervolgens met de afbeelding op het spelbord vergeleken.
Nu moet er goed worden opgelet: welke 10 verschillen zitten er verborgen?
In dit voorleesverhaaltje staan de oplossingen beschreven.
Op de boerderij is er vandaag weer een heleboel gebeurd! Kijk nu eens goed, of je alles
kunt ontdekken. De boerin is in de tuin geweest. Ze heeft de knapperige appel van de
boom geplukt en in de grote mand gelegd (1). Tegelijkertijd heeft de boer het knuffelzachte
schaap van de wei naar de stal gebracht (2).
De hen, die het zich hoog boven op zolder lekker behaaglijk had gemaakt, heeft daar een
ei gelegd (3). Max het konijntje heeft uit de tuin een wortel (4) gegapt en zit daar nu
vlijtig aan te knagen. Het hooi ligt nu niet meer op de wagen: voor de boer en de boerin is
het een heel werk geweest om het naar boven op de hooizolder te brengen (5)! De brutale
muizen hebben het meteen ontdekt en dollen er luid piepend in rond (6). Lotje het paard
is naar de drenkplaats gelopen. Dorstig steekt zij haar snuit in het water (7). In de oven is
het brood (8) te zien dat de boerin gebakken heeft. Dat wordt een lekkere avondmaaltijd!
Karla de koe is door de boer gemolken. De melkbus (9) staat nog voor de stal. Boven in
haar kamertje is oma Anna ijverig aan het werk. De trui die ze van zachte schapenwol (10)
aan het breien is, is bijna klaar. Voor wie zou hij wel niet zijn?
Varianten:
Wanneer uw kind al wat geoefend is in het puzzelen, kan het de stukken ook zonder
voorbeeld of direct op het spelbord uitleggen. Dat is pas echt moeilijk, want sommige
gedeelten van de afbeelding komen niet met de puzzelstukken overeen.
18
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9

Haba 4264 de handleiding

Type
de handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor